Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Berichten van 9 oktober 2011

Tadeusz Różewicz, Herman Brusselmans, Victor Klemperer, Marína Tsvetájeva

De Poolse dichter en schrijver Tadeusz Różewicz werd geboren in Radomsko op 9 oktober 1921. Zie ook mijn blog van 9 oktober 2008 en ook mijn blog van 9 oktober 2009 en ook mijn blog van 9 oktober 2010



Proofs

 

Death will not correct
a single line of verse
she is no proof-reader
she is no sympathetic
lady editor

 

a bad metaphor is immortal

 

a shoddy poet who has died
is a shoddy dead poet

 

a bore bores after death
a fool keeps up his foolish chatter
from beyond the grave

 

 

 

 

The Return

 

Suddenly the window will open

and Mother will call

it's time to come in

 

the wall will part

I will enter heaven in muddy shoes

 

I will come to the table

and answer questions rudely

 

I am all right leave me

alone. Head in hand I

sit and sit. How can I tell them

about that long

and tangled way.

 

Here in heaven mothers

knit green scarves

 

flies buzz

 

Father dozes by the stove

after six days' labour.

 

No--surely I can't tell them

that people are at each

other's throats.

 

 

 

Vertaald door Adam Czerniawski



1008731-e4c4e041ea5f224805605c4c294c656e.jpg
Tadeusz Różewicz
(Radomsko, 9 oktober 1921)






De Vlaamse schrijver

Herman Brusselmans werd geboren in Hamme op 9 oktober 1957. Zie ook mijn blog van 9 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Herman Brusselmans op dit blog.

 

Uit: De dollartekens in de ogen van Moeder Theresa

 

“Gelukkig was de chauffeur een zwijgzaam type. Hij zei alleen dingen als ‘Uit de weg, klootzak’, ‘Kijk toch uit, stomme aap’ en ‘Zo meteen rijd ik je van de baan, rotwijf’, waaraan hij toevoegde: ‘Het einde van de beschaving kwam in zicht toen vrouwen met de auto begonnen te rijden.’ Had die man gelijk? Ik brak me er verder het hoofd niet over. Als vrouwen met de auto willen rijden moeten ze dat doen. Ze kunnen het trouwens veel beter dan mannen. Dus nee, die man had geen gelijk. Die man was een lul eerste klas en ik keek door het raampje naar wat er buiten zoal te zien was. Daar had je de befaamde windmolen van molenaar Piet. Lang voor zijn overlijden maalde hij er graan mee.”

(…)

 

"Het mooist van allemaal vond ik een van het merk Ludwig. Dat was het merk waarop ook Ringo Starr speelde, die wel eens smalend de derde Beatle werd genoemd, hoewel ik hem, na John Lennon en George Harrison de interessantste van de groep vond, Paul McCartney even niet meegerekend."

(…)

 

"Als ik een uur of twee had gerepeteerd was ik aan ontspanning toe en hoe kon je je beter ontspannen dan alweer een roman van Hubert Lampo te lezen. Vol verwachting nam ik z’n magisch-realistische pil De brulboei van Nossegem ter hand. Het is een indringend werk over een man die z’n schoenen verliest in een wolkbreuk. Het waren – en dit is iets te doorzichtig qua romantechnische constructie, vind ik – z’n favoriete toverschoenen. Als hij ze aanheeft kan hij over water lopen, maar als hij ze niet aanheeft alleen over ijs. Gelukkig heeft het gevroren."

 

 

1008731-0855fc8ab4e0c3db156ee593a38253a5.jpg
Herman Brusselmans (Hamme, 9 oktober 1957)

 

 

 

 

 

De Joods-Duitse filoloog en schrijver Victor Klemperer werd geboren in Landsberg an der Warthe (tegenwoordig Gorzów Wielkopolski) op 9 oktober 1881. Zie ook mijn blog van 9 oktober 2008 en ook mijn blog van 9 oktober 2009 en ook mijn blog van 9 oktober 2010

 

Uit: LTI - Lingua Tertii Imperii - Sprache des "Dritten Reiches"


"Worte können sein wie winzige Arsendosen: sie werden unbemerkt verschluckt, sie scheinen keine Wirkung zu tun, und nach einiger Zeit ist die Giftwirkung doch da."

“
Es gab den BDM und die HJ und die DAF und ungezählte andere solcher abkürzenden Bezeichnungen.
Als parodierende Spielerei zuerst, gleich darauf als ein flüchtiger Notbehelf des Erinnerns, als eine Art Knoten im Taschentuch, und sehr bald und nun für all die Elendsjahre als eine Notwehr, als ein an mich selber gerichteter SOS-Ruf steht das Zeichen LTI in meinem Tagebuch. Ein schön gelehrtes Signum, wie ja das "Dritte Reich" von Zeit zu Zeit den volltönenden Fremdausdruck liebte: Garant klingt bedeutsamer als Bürge und diffamieren imposanter als schlechtmachen. (Vielleicht versteht es auch nicht jeder, und auf den wirkt es dann erst recht.)

Mein Tagebuch war in diesen Jahren immer wieder meine Balancierstange, ohne die ich hundertmal abgestürzt wäre. In den Stunden des Ekels und der Hoffnungslosigkeit, in der endlosen Öde mechanistischer Fabrikarbeit, an Kranken- und Sterbebetten, an Gräbern, in eigener Bedrängnis, in Momenten äußerster Schmach, bei physisch versagendem Herzen - immer half mir diese Forderung an mich selber: beobachte, studiere, präge dir ein, was geschieht - morgen sieht es schon anders aus, morgen fühlst du es schon anders; halte fest, wie es eben jetzt sich kundgibt und wirkt. Und sehr bald verdichtete sich dann dieser Anruf, mich über die Situation zu stellen und die innere Freiheit zu bewahren, zu der immer wirksamen Geheimformel: LTI, LTI!“


 

 1008731-3daedd1bb0d645630ea1cb4eb873c7eb.jpg

Victor Klemperer (9 oktober 1881 - 11 februari 1960)

 

 

 

 

 

De Russische dichteres en schrijfster Marina Tsvetájeva werd geboren op 9 oktober 1892 in Moskou. Zie ook mijn blog van 9 oktober 2006 en ook mijn blog van 9 oktober 2009 en ook mijn blog van 9 oktober 2010

 

 

Every verse is a child of love

 

Every verse is a child of love,

A destitute bastard slip,

A firstling -- the winds above --

Left by the road asleep.

Heart has a gulf, and a bridge,

Heart has a bless, and a grief.

Who is his father? A liege?

Maybe a liege, or a thief.

 

 

 

Oh, table, on which I write

 

Oh, table, on which I write!

I thank you with all my heart:

You’ve given a trunk to me –

With goal a table to be –

 

But keep being the living trunk! –

With – over my head – your leaf, young,

With fresh bark and hot pitch’s tears,

With roots – till the bottom of Earth!

 

 

 

And there’s no grave

 

And there’s no grave! No separation, ending!

The table’s un-spelled, the house – wakened up.

Like Death – on a gay dinner after wedding,

I’m Life, arrived on the last evening sup!

 

 

 

 

Vertaald door Yevgeny Bonver

 

 

 

1008731-99a77f449d3f66a78f4a2190278872c1.jpg
Marína Tsvetájeva (9 oktober 1892 – 31 augustus 1941)

Portret door Carl Köhler




Zie voor nog meer schrijvers van de 9e oktober ook mijn vorige blog van vandaag en eveneens mijn eerste blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 19:49 Reageer op dit bericht

Mário de Andrade, Jens Bjørneboe, Léopold Senghor

De Braziliaanse dichter en schrijver Mário de Andrade werd op 9 oktober 1893 in São Paulo in Brazilië geboren. Zie ook mijn blog van 9 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Mário de Andrade op dit blog.

 

 

 

VARIATION ON THE BAD FRIEND

 

At least, we are no longer friends.

You walk easily, lightly,
In the labyrinth of complications.
What subtlety! what dancing grace!...
It is true that there always remains
Some dust from your wings
On the branches, on the thorns,
Even on the blossoms of that wood…
And I also noticed several times
That your wings are ragged at the edges…
But the essential thing, the important thing,
Is that despite the raggedness you can still fly.

I am not like that.
I am heavy, I am rather clumsy,
I have no wings and not much breeding.
I need a broad and straight road.
If I lack space, I break everything,
I get hurt, I get tired… I finally fall.

In the middle of the wood I stop, unable to go on.
I cannot stand it any longer.

You… you may still call me a friend…
Although you lose a bit of your wing,
You sit on my thorn bush and can still fly.
Yet I, I suffer it is true,
But I am no longer your friend.
You are friend of the sea, you are friend of the river…

 

 

 

Vertaald door John Nist en Yolanda Leite

 

 

 

1008724-8171ee643578df10476f18e198acd119.jpg
Mário de Andrade (9 oktober 1893 – 25 februari 1945)

Borstbeeld door Bruno Giorgi in Sao Paulo

 

 

 

 

De Noorse schrijver, schilder en essayist Jens Bjørneboe werd geboren op 9 oktober 1920 in Kristiansand. Zie ook mijn blog van 9 oktober 2008 en ook mijn blog van 8 oktober 2009 en ook mijn blog van 9 oktober 2010

 

Uit: Haie (Vertaald door Henning Boëtius)

 

„Mein Blick folgte der Richtung: am äußersten Ende der Royalrahe hing eine Gestalt und klammerte sich fest.
„Wer ist es?“, sagte ich.
„Pat.“
„Warum kommt er nicht runter?“
„Er kann nicht.“
Ich kannte das Phänomen von früher; die Höhenangst kann so gewaltig sein, dass der Anfänger sich nicht traut, den Halt, den er einmal gefunden hat, aufzugeben, und deshalb nicht die neuen Griffe machen kann, die notwendig sind, um nach unten zu kommen. Die Situation ist ungefähr so wie bei einer Katze, die sich in einem Baumwipfel verklettert hat. In wilder Angst klammert man sich an den nächsten Gegenstand, und wenn man keine Hilfe bekommt, dann bleibt man dort solange hängen, bis Erschöpfung die Arme und Finger kraftlos macht und man von selbst herunterfällt. Hinzu kam, dass der Rigg der „Neptun“ etwas überdimen-sioniert und der Großmast sehr hoch war; der Junge hing also dort und schaukelte mehr als dreißig Meter über uns wie an der Dachrinne eines zwölf Stockwerke hohen Hauses. Wie einen Schlag spürte ich die Todesangst, die er die ganze Zeit fühlen musste.
„Wer ist Pat?“, fragte ich.
„Der kleinste von den Decksjungen.“
„Ist er noch nie oben gewesen?“
„Seine erste Reise war es als Messejunge angemustert. Dies ist das erste Mal, dass er an Deck segelt.“
„Wie alt ist er?“
„Vierzehn Jahre.“
„Wer hat ihn hochgeschickt?“
„Der dritte Steuermann.“
Ich bin ein friedliebender Mann, aber jetzt kochte es in mir: mir wurde vollständig schwindlig, ich war fast bewusstlos vor Raserei.”

 

 

1008724-2053b18f143de86fa8c566a505944403.jpg
Jens Bjørneboe (9 oktober 1920 – 9 mei 1976)

 

 

 

 

De Senegalese schrijver Léopold Senghor werd geboren op 9 oktober 1906 in het plaatsje Joal aan de Atlantische kust, zo'n 70 kilometer van de Senegalese hoofdstad Dakar. Zie ook mijn blog van 9 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Léopold Senghor op dit blog.

 

 

Luxembourg 1939

 

This Luxembourg morning, this Luxembourg autumn,

As I walk back and forth upon my youth,

No strollers, no fountains, no boats in the water,

No children, no flowers.

Ah! September flowers and the sunburnt shouts of children

Defying the coming winter.

Now only two old fellows trying to play tennis.

This autumn morning without children—the children’s theater closed!

This Luxembourg where I no longer find my youth,

The years as fresh as cut grass.

Comrades, my dreams are vanquished in despair, are they not?

Here they fall like leaves with other leaves,

Older, mortally wounded, trampled, bitter with blood,

Gathered together for what common grave?

 

I no longer know this Luxembourg, those soldiers at attention.

They set up cannons to protect the Senators’ aimless retirement

They dig trenches under the bench where I learned about

The sweet budding of lips.

This sign, ah! yes, of dangerous youth! . . .

I watch the leaves fall into these false shelters, into graves

Into trenches where the blood of an entire generation flows

Europe is burying the nations’ leaven

And the hope of new races.

 

 

 

Vertaald door Melvin Dixon

 

 

 

1008724-67418c6a3bea6830fda5d55cd37258b6.jpg
Léopold Sédar Senghor (9 oktober 1906 - 20 december 2001)

Geschreven door Romenu om 19:41 Reageer op dit bericht

Ivo Andrić, Johannes Theodor Baargeld, Christian Reuter, Holger Drachmann

De Servisch-Kroatische schrijver Ivo Andrić werd geboren op 9 oktober 1892 in het dorpje Dolac in de buurt van Travnik, Bosnië. Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 9 oktober 2006  en ook mijn blog van 9 oktober 2010

 

Uit: The Pasha's Concubine (Vertaald door Joseph Hitrec e.a.)

 

„In the forenoon of the second day, as he was returning from the drill field, the Pasha and his escort found themselves in the bazaar. They rode cautiously over the thawing ice. It was a market day, and in front of the Garić Bakery their way was blocked by some peasants' horses laden with wood. While the flustered farmers began to hop and skip around the stubborn horses, the Pasha cast a glance into the bakery. Next to the closed brick oven stood the old baker Ali, stoop-shouldered, with rheumy, wizened eyes out of which tears kept oozing on his great white mustache. At the wide-open shopwindow, among the bread loaves and pans of meat and pies, was his daughter Mara. On her knees and propped on the counter with one arm, she had stretched the other for a platter on a shelf underneath. When she heard the shouts of the soldiers and the stamping of the peasants' horses, she lifted her head, and the Pasha, seeing her wrapped like this around the counter, fell in love with her round, childish face and her merry eyes.

When he rode that way again in the afternoon, the bakery was deserted, the window half-shuttered, and on the sill was a purring cat with signed white hair.

He gave orders that the girl be found and brought to him. The noncommissioned officers and town constables ran eagerly to carry them out. He stayed over till noon of the third day, when they reported that the matter could be arranged. The girl had no one except her father. Her mother had been well-known Jelka, named Hafizadić after the old Mustaybey Hafizadić, who had kept her for several years and then married her off to this Garić, a quiet and simple-minded young man, to whom he had also given money to open the bakery.

The Pasha left some money and entrusted the matter to his old acquaintance Teskeredžić. And toward the end of March, on another market day, they brought the girl to him at Sarajevo.

The Pasha had not been wring in his judgment. She was the kind of woman he had always sought and particularly esteemed, the only kind that still attracted him. She was not quite sixteen. She had big eyes of a dovelike shade and muted porcelain luster, which moved languidly. Her hair was quite fair, heavy, and thick, such as was seldom seen on women in this region. Both her face and her arms were covered with a fine, light down that was noticeable only in sunlight.“

 

 

 1008718-7204270878d995889c5a8e1e5b8d418b.jpg

Ivo Andrić (9 oktober 1892 – 13 maart 1975)

 

 

 

 

De Duitse dichter, schrijver, schilder en graficus Johannes Theodor Baargeld werd geboren op 9 oktober 1892 in Stettin. Zie ook mijn blog van 9 oktober 2008 en ook mijn blog van 8 oktober 2009 en ook mijn blog van 9 oktober 2010

 

Uit: Röhrensiedlung oder Gotik

 

„Jazz, Jazzband, Bandwurm. Der Burschensaft thomasinischer Printengänger vel expressive Spekulatiusarchitekten ist bei der Renovierung seiner durchlaufend honorierten Arbeiten auf den Kriminalvorwurf No. 2333/1920 geh. gestoßen. Der Podrekt 2333/1920 geh. wurde am 15. Januar 11.30 vorm. persönlich durch den Komunalbaueleven moritz remond eingebacken und verhandelt die Besandung des Röhrensystems durch den Auflauf des Kölner Doms. Nachdem die philoporne Klingel des Bundes zu dem Podrekt durch Ansaugen von Gefrierhosen Stellung genommen, erklärt der außerhalb der Haftpflicht stechende Pornodidakt rauchlose erst die Einfühlung der Kommunalgotik als Abbau der Ehe und droht mit der Kommunalisierung seiner Frau. Während albert einstein und die Sozialistin auguste rodin Glückwunschtelegramme häkeln, sägt die Zentrale w/3 der Bewegung dada für das einjährig-freiwillige Diözesan-Derby einen Vergleich auf dem Boden der Röhrenarchitektur aus. Die Abstimmungsgebiete werden sich bestimmen lassen, ob die Gewölbeparteien des Eiffelturmes zu vergraben sind, der ein freigelegter Keller ist und den Verstimmungen des Betriebröhrengesetzentwurfes widerspricht. Der Kosmopolid leo seiwet hat seine Geliebte geheiratet. Das Jubelpaar hat sich an die Zentrale w/3 Abt. Röhrenarchitinktur mit dem Büttel gesandt, der durch Anbringen von Röhrenfarcaden an den Brandmauern und Häuserhintern seines Viertels dem Tag ein Psychoparallelepitaph setzt. Der Geheimurn "Stätteerweiterung" des Dada Maschke B.D.B. hat in den Bäumen des städt. Ziertierentwertungsverwalts (Nippes, Schiefersburgerweg 150-154, Tel. A4491) eine plananatomische Ornamentalwarte verrichtet. Das Institut beabsichtigt mit einer Aufzahl Entwachsungen, abnormer Haarungen, Kotsteinerungen und Perlbildungen am weiblichen Akt den Ornamentalkanon der Röhrenaphrotektur auszukauen.”

 

 

1008718-633d1650b7473d1ac76a0fc5c5672185.jpg
Johannes Theodor Baargeld (9 oktober 1982 – 18 augustus 1927)

 

 

 

 

De Duitse schrijver Christian Reuter werd geboren op 9 oktober 1665 in Kütten bei Halle. Zie voor ook mijn blog van 9 oktober 2006 en ook mijn blog van 9 oktober 2010

 

Uit: Der ehrlichen Frau Schlampampe Krankheit und Tod

 

„SCHLAMPAMPE. Nun, Sie gläubt mir's auch nicht, Frau Gevatterin, wie ich so froh bin, daß ich keine Studenten mehr in meinem Hause habe.

CAMILLE. Sage Sie mir doch, Frau Gevatterin, was es mit den Hüpeljungen gewesen ist. Ich habe es noch keinmal recht erfahren können.

SCHLAMPAMPE. Sie gedenke doch nur, Frau Gevatterin, was die beiden losen Vögel Edward und Fidele vor Händel vorgenommen haben. Da kriegen sie ein paar Hüpeljungen und ziehen ihnen verschammerierte Kleider an, schicken sie in unser Haus eben den Tag, als mein Sohn Schelmuffsky aus der Fremde wiederkommen war. Wie wir nun über den Tische saßen und speiseten, so pochten sie draußen an. Wie meine Köchin zusiehet, wer da ist, sprechen die leichtfertigen Schelme, sie wären reisende Personen und ob sie nicht könnten Quartier bei mir haben. Meine Köchin, die kam mit großen Freuden wieder in die Stube hineingelaufen und sagte, es wären ein paar fremde Stutzer da, die ließen bitten, ob sie nicht könnten einen Abtritt bei mir nehmen. Nun, dachte ich, du kannst auch reisenden Leuten das Quartier nicht versagen, dieweil dein Haus ohndem ein Wirtshaus ist. Damit kamen sie nun anmarschieret und brachten ihre Worte sehr höflich für; der eine gab sich vor einen Baron aus und der andere vor ein Edelmann.

CAMILLE. Ich würde aber nun zum Henker gesehn haben, was ein Baron und Edelmann wäre oder was Hüpeljungen wären.

SCHLAMPAMPE. Je, herze Frau Gevatterin, wer wird sich denn flugs darauf besinnen.

CAMILLE. Nun, wie lief es denn weiter?“

 

 

 1008718-727d9210e724a1c254d2fa74c47444ab.jpg

Christian Reuter (9 oktober 1665 - ? 1712)

Kütten, de kerk

 



De Deense dichter en schrijver Holger Drachmann werd geboren op 9 oktober 1846 in Kopenhagen. Zie ook mijn blog van 12 oktober 2006 en ook mijn blog van 9 oktober 2010

 

 

Spring's herald, hail!

 

_ Spring's herald, hail! You've rent the forest's quiet?

Your hair is wet, and you are leaf-strewn, dusty ...

With your powers lusty

Have you raised a riot?

What noise about you of the flood set free,

That follows at your heels,--turn back and see:

It spurts upon you! --Was it that you fought for?

You were in there where stumps and trunks are rotting

Where long the winter-graybeards have been plotting

To prison safe that which a lock they wrought for.

But power gave you Pan, the ancient god!

They cried aloud and cursed your future lot?

Your gallant feat they held a robber's fraud?

--Each spring it happens; but is soon forgot.

 

You cast you down beside the salt sea's wave.

It too is free; dances with joy to find you.

You know the music well; for Pan resigned you

His art one evening by a viking's grave.

 

But while on nature's loving lap you lie,

The tramp of battle on the land you hear,

You see the steamers as they northward steer

With freedom's flag;--of your name comes a cry.

 

And so is torn between the two your breast:--

Freedom's bold fighters, who now proudly rally,

In nature's life and legend dreamy rest;

The former chide, the latter lures to dally.

 

Your songs sound, some as were a war-horn braying,

Some softly purl like streams on reedy strand.

Half nature-sprite and half as man you stand,

The two not yet one law of life obeying.

 

But as you seem and as yourself you are

(The faun's love that the viking's longing tinges),

We welcome you, no lock is left nor bar,--

You bring along the door and both the hinges.

 

Just this it is that we are needing now:

The spring, the spring! These stifling fumes we bear

Of royal incense and of monkish snuff,

Of corpses in romantic cloak and ruff,

Are bad for morals and for lungs: Fresh air!

 

Rather a draught of Songs Venetian, cheerful,

With southern wantonness and color-wonders,--

Rather "Two Shots" (although they make us fearful)

Against our shallow breeding and its blunders.

 

Spring's herald, hail! come from the forest's choir,

From ocean's roar, from armèd hosts and grim!

Though sometimes carelessly you struck the lyre,--

Where rich growth is, one can the rank shoots trim.

The small trolls jeer the gestures of a giant,

I love you _so_,--unique and self-reliant.

 

 

 

1008718-cca228a5af6e359cdb6e0e12d0d07787.jpg
Holger Drachmann (9 oktober 1846 – 14 januari 1908)

Portret door Peder Severin Krøyer, 1895

Geschreven door Romenu om 19:36 Reageer op dit bericht

Colin Clark

De Britse schrijver en filmmaker Colin Clark werd geboren op 9 oktober 1932 in Londen als zoon van de kunsthistoricus Lord Clark of Saltwood en als jongere broer van de conservatieve politicus en militair historicus Alan Clark. Hij werd opgeleid op Eton College en Christ Church in Oxford. Van 1951-1953 diende hij als piloot - officier bij de Royal Air Force.Colin Clark's eerste baan na het verlaten van de universiteit was als assistent-regisseur van de film De Prins en de Showgirl (1957), geregisseerd door Laurence Olivier en met Olivier en Marilyn Monroe in de hoofdrol, een ervaring die Clark later omzette in twee boeken, een een aantal dagboeken, (waarvan een tv-documentaire werd gemaakt in 2004) en ander autobiografisch werk. Clark's beschrijving van zijn tijd met Monroe is de basis van de  film My Week met Marilyn uit 2011.

Uit:
My Week With Marilyn

 

"WEDNESDAY 12 SEPTEMBER

Though Marilyn never arrived at the studio on time, Olivier was always there at seven o’clock sharp. Just before lunch, to everyone’s surprise, Marilyn did show up, but by four o’clock that afternoon she was even more distressed than usual. Olivier decided to call it a day and when I went to his dressing room he was angrily discussing with Milton Greene why Marilyn was so upset.

‘Colin,’ said Olivier, ‘go across to Miss Monroe’s suite and ask her very politely whether she intends to come to work tomorrow.’

*   *   *   *   *

‘Colin,’ Marilyn’s voice was no more than a whisper, ‘what is your job on the picture?’

‘I’m what they call a “gofer”. Anyone can boss me around.’

 

‘Are you a spy for Sir Laurence? I always see you round him.’

 

‘I’m not a spy but it’s my job to report anything that will help his movie get made. He’s sent me to see if you are coming to work tomorrow.’

 

‘Mr Miller is flying to Paris tomorrow so I’ll stay home to see him.’

 

‘Of course, Miss Monroe.’

 

There was a long pause.

 

‘Colin, whose side are you on?’

 

‘Oh, yours, Miss Monroe. I promise you I’m on your side and always will be.’

 

 

 

 1089241-67520fe73d3cf4a72a8ab68086ff7a8b.jpg

Colin Clark (9 oktober 1932-17 december 2002)
Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten