Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Berichten van 5 januari 2025

Driekoningen (Victor Vroomkoning), T.S. Eliot

 

Bij het feest van Driekoningen

 


Aanbidding der koningen door Jacopo Bassano ca.1564

 

 

Driekoningen

Ik loop nog eenmaal om het lege
huis, kijk naar binnen. Zie ik
jou daar knielend naast Caspar-
met-de-zevenmaalgelijmde kop?

Elke dag liet jij ze dichter bij
het kind, jij was hun ster.
In drie weken trokken ze van
zolder met je mee via serre

naar de kribbe op de kast. Je geloof
lag in je daden. Met tafelkleed,
gordijnen, moeders onderrok trans-
formeerde jij ons tot wijzen.

Verbeelding krijgen kinderen van vaders
die kinderen van vaders bleven.

 

 


Victor Vroomkoning (Boxtel, 6 oktober 1938)
De St. Petrusbasiliek in Boxtel

 

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Engels-Amerikaanse dichter en schrijver T. S. Eliot werd op 26 september 1888 geboren in St.Louis, Missouri. Zie ook alle tags voor T. S. Eliot op dit blog.

 

De reis van de drie koningen

Het was een koude tocht,
en de slechtste tijd van het jaar
voor een reis, voor zulk een verre reis.
De wegen modderig, het weer guur,
de winter op zijn strengst.
De kamelen, die hun knieën ontvelden, hun hoeven bezeerden,
werden onhandelbaar
en legden zich neer in de smeltende sneeuw.
Menigmaal dachten we met spijt terug
aan onze zomerpaleizen op bloeiende berghellingen,
aan meisjes, in zijde gehuld, die gekoelde wijn ronddienden.
Onze kameeldrijvers vloekten, kankerden,
weigerden dienst, riepen om brandewijn en vrouwen.
Onze kampvuren wilden niet branden, onderdak was moeilijk
te vinden,
de steden waren vijandig, de dorpen stug,
de gehuchten smerig en verschrikkelijk duur:
het was een ellendige tocht.
Tenslotte reisden wij de gehele nacht door,
sliepen zo nu en dan langs de wegkant
en hoorden gedurig in onze oren zingende stemmen, zeggend:
jullie onderneming is waanzin.

Eindelijk, toen het licht werd, daalden we neer in een luw dal,
vochtig, onder de sneeuwlijn, geurend naar groeizaamheid;
een beek snelde voort, een watermolen karnde het duister,
er waren drie bomen onder een bewolkte lucht,
en een oud wit paard galoppeerde door een weiland.
Wij kwamen bij een herberg met wijngaardranken boven de stoep.
Zes handwerkslieden dobbelden bij de open deur om zilverlingen
en zes voetknechten schopten lege wijnzakken over de vloer.
Maar niemand kon ons inlichtingen verschaffen, en zo gingen
we verder,
en bereikten des avonds, geen uur te vroeg,
de plaats van bestemming; het was (dat mag ik wel zeggen) de
moeite waard.

Dit alles is lang geleden, ik heb het onthouden
en zou het over willen doen, maar ik stel,
dit vooropgesteld,
één vraag: was het doel dat ons dreef
geboorte of dood? Wij waren getuigen van een geboorte, zeker,
daar is geen twijfel aan. Maar als ik vroeger geboorte of dood zag,
dacht ik dat ze tegenstellingen waren. Deze geboorte echter
was een onverbiddelijk einde voor ons, een dood, onze dood.
Wij keerden terug naar ons land, onze koninkrijken,
maar voelden ons niet meer thuis in de oude orde
tussen vreemde mensen die hun goden omklemmen.
Ik zal blij zijn als ik andermaal sterf.

 

Vertaald door Martinus Nijhoff

 

 


T.S. Eliot (26 september 1888 – 4 januari 1965)
Interieur van de rooms-katholieke Shrine of-St. Joseph kerk  in St. Louis, Missouri, de geboorteplaats van T. S. Eliot

 

 

Zie voor de schrijvers van de 5e januari ook mijn blog van 5 januari 2024 en ook mijn blog van 5 januari 2021 en ook mijn blog van 5 januari 2019 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 11:15 Reageer op dit bericht

László Krasznahorkai

De Hongaars schrijver en scenarist László Krasznahorkai werd geboren in Gyula op 5 januari 1954. Zijn werk wordt beschouwd als postmodern en hij snijdt vaak dystopische en melancholische thema’s aan. In 2015 werd hem de prestigieuze Man Booker International Prize toegekend. Hij studeerde aanvankelijk rechten in Szeged, en vervolgens van 1976 tot 1983 Hongaars en literatuurwetenschappen aan de Universiteit van Boedapest.  Na 1987 woonde hij langere tijd in Berlijn en begin jaren negentig in China, Mongolië en Kyoto. Gedurende deze tijd woonde hij ook enige tijd in het appartement van Allen Ginsberg in New York, die hem ook adviseerde bij zijn schrijfwerk. Zijn werk valt uiteen in twee periodes: de eerste, in de jaren tachtig, wordt gekenmerkt door apocalyptische, duistere verhalen over kleine steden en de vernietiging van gewone mensen. Later transformeert zijn werk en wordt het veel helderder. Zijn romans zijn vaak meditatief. Zijn roman *In het Noorden een Berg, in het Zuiden een Meer, in het Westen Paden, in het Oosten een Rivier* speelt zich af in een Japans klooster, *De Gevangene van Urga* speelt zich af in de Mongoolse woestijn en in Peking, en in *Oorlog en Oorlog* onderneemt een Hongaarse privé-wetenschapper een reis naar New York om daar te sterven. Zijn eerste boek, *Satantango*, werd samen met andere verfilmd door Béla Tarr, waarbij Krasznahorkai zelf de scenario’s schreef. Sinds 2024 is Krasznahorkai’s literaire nalatenschap ondergebracht in het Literair Archief van de Oostenrijkse Nationale Bibliotheek in Wenen.

Uit: Satantango (Vertaald door Mari Alföldy)

“Op een ochtend tegen eind oktober, vlak voordat de eerste druppels van de onbarmhartig lange herfstregens op de gebarsten grond van het verdorde land ten westen van de kolonie zouden neerdalen (waarna door de stinkende modderzee de landwegen tot het invallen van de vorst onbegaanbaar zouden zijn, zodat ook de stad niet meer te bereiken was), werd Futaki wakker van het gebeier van klokken. Vier kilometer verder naar het zuidwesten, op het oude land van Hochmeiss, stond een verlaten kapel, maar daarvan was zelfs de toren ingestort tijdens de oorlog, laat staan dat er nog een klok zou zijn, en de stad was zo ver weg dat daar onmogelijk iets vandaan kon komen. Het triomfantelijke gebimbam deed hem ook niet zozeer aan klokgelui in de verte denken, veeleer klonk het alsof het van heel dichtbij (`Vanaf de molen, lijkt het wel…’) kwam aangewaaid. Hij richtte zijn hoofd op boven het kussen en leunde op zijn ellebogen om door het keukenraam te kunnen kijken, dat niet groter was dan een muizengaatje, maar aan de andere kant van de halfbeslagen ruit lag de kolonie er nog stil en roerloos bij, overgoten door het blauwige schijnsel van het ochtendgloren en het steeds zachter klinkende klokgelui; aan de overkant, waar de huizen een heel eind van elkaar af stonden, brandde er slechts licht achter de dichtgetrokken gordijnen van de dokter, en ook dat was alleen maar omdat de bewoner van het huis al jaren niet in het donker kon slapen. Futaki hield zijn adem in om niets van de wegzwevende sonore klanken te missen, want hij wilde de waarheid weten (ge slaapt vast nog, Futaki’), en daarvoor had hij elk verweesd geluidje nodig. Met zijn legendarisch zachte, katachtige tred liep hij hinkend naar het raam over de ijskoude keukenvloer (Is er dan niemand wakker? Is er niemand die het hoort? Niemand anders?’), opende de ramen en stak zijn hoofd naar buiten.”

 

László Krasznahorkai (Gyula, 5 januari 1954)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten