Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Berichten van 29 januari 2011

Anton Tsjechov, Hans Plomp, Willem Hussem, Lennaert Nijgh, Romain Rolland

De Russische schrijver Anton Tsjechov werd geboren op 29 januari 1860 in Taganrog, een havenstad in Zuid-Rusland. Zie ook mijn blog van 28 januari 2007 en ook mijn blog van 29 januari 2008 en ook mijn blog van 29 januari 2009 en ook mijn blog van 29 januari 2010.

 

Uit: Die Dame mit dem Hündchen (Vertaald door Vera Bischitzky, Kay Borowsk e.a.)

 

“Es war vor sechs, sieben Jahren, als ich in einem der Kreise des Gouvernements T. lebte, auf dem Herrenhof des Gutsbesitzers Belokurow, eines jungen Mannes, der sehr früh aufstand, in einem Schoßrock herumlief, den Abend mit Biertrinken zubrachte und sich stets bei mir beklagte, daß

er nirgends und bei niemandem Anerkennung finde. Er wohnte in einem Nebengebäude im Garten und ich im alten Herrenhaus, in einem riesigen Salon mit Säulen, in dem es außer einem breiten Diwan, auf dem ich schlief, sowie einem Tisch, an dem ich meine Patiencen legte, sonst keine weiteren Möbel gab. Sogar bei ruhigem Wetter brummte hier immer etwas in den alten Amossow-Öfen, und bei Gewitter bebte das ganze Haus, als ob es zerbersten wollte, und das war ein wenig unheimlich, besonders nachts, wenn die zehn großen Fenster plötzlich alle vom Blitz erleuchtet wurden.

Vom Schicksal zu stetigem Müßiggang verurteilt, tat ich rein gar nichts. Stundenlang pflegte ich aus meinen Fenstern den Himmel, die Vögel und die Alleen zu betrachten, alles zu lesen, was mir die Post brachte, und zu schlafen. Manchmal verließ ich das Haus und streifte bis zum späten Abend irgendwo umher. Einmal, auf dem Heimweg, geriet ich zufällig auf ein mir unbekanntes Landgut. Die Sonne ging gerade unter, und auf dem blühenden Roggen breiteten sich die abendlichen Schatten aus. Zwei Reihen alter, dicht gepflanzter, sehr hoher Tannen standen da wie zwei massive Mauern und bildeten eine schöne dunkle Allee. Mit Leichtigkeit kletterte ich über den Zaun und ging die Allee entlang, auf einer mehrere Zentimeter dicken Tannennadelschicht gleitend, die hier den Erdboden bedeckte. Es war finster und still, nur hoch oben in den Baumwipfeln zitterte hier und da ein heller goldener Schein und ließ ein Spinnennetz in den Farben des Regenbogens schillern. Es roch stark, fast beklemmend, nach Tannennadeln.

 

 

 841346-6fd1a5fd480507bc62f4fbe6b3200581.jpg

AntonTsjechov (29 januari 1860 – 15 juli 1904)

Buste in Badenweiler

 

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Hans Plomp werd op 29 januari 1944 in Amsterdam geboren. Zie ook mijn blog van 29 januari 2009 en ook mijn blog van 29 januari 2010.

 

 

Middagdutje

 

Zit ik rustig aan de oever
van mijn stille binnenzee
komt een scheepje langs gevaren
met aan boord mijn liefste fee
roept de stralende gestalte
van de kleine boot mij aan
loopt het tegen hoogtij, vraagt ze
anders moet ik verder gaan.

Gooi het roer om lieve dame
ga in godsnaam niet voorbij
ik heb hier de dood gevonden
hem met huid en haar verslonden
en mijn leven dat ben jij.

 

 

 841346-0abf4d6510246794c8d3f2a3dd4cdbec.jpg

Hans Plomp (Amsterdam, 29 januari 1944)

 




De Nederlandse schilder en dichter
Willem Hussem werd geboren in Rotterdam op 29 januari 1900. Zie ook mijn blog van 29 januari 2009 en ook mijn blog van 29 januari 2010.

 

 

juist las ik in het ochtendblad

 

juist las ik in
het ochtendblad

na die van twintig
en dertig
is nu een bom
van vijftig megaton
ontploft bij nova-zembla

verwekkers van chaos
maken ijzige muziek

regenwolken uit
het noorden dragen
de echo met zich mee
tik tik tik
tik tik
tik
de hele weg naar huis
heb ik de morgen niet gezien

het is al negen uur

 

 

 

841346-13193edbb955020ee25d11375ab4048f.jpg
Willem Hussem (29 januari 1900 - 21 juli 1974)

 

 

 

 

 

De Nederlandse tekstdichter, columnist en schrijver  Lennaert Nijgh werd geboren in Haarlem op 29 januari 1945. Zie ook mijn blog van 29 januari 2008 en ook mijn blog van 29 januari 2009 en ook mijn blog van 29 januari 2010.

 

 

Canzone 4711

 

Er viel een hete schaduw over het strand,

die depressie had de zon dus toch gevangen.

De wind bleef onder het wolkendeksel hangen.

De dag bleef stilstaan tussen een en twee.

 

Vanille ijs smolt in haar bruine hand,

ze likte langzaam met een koel verlangen.

Ze had nog zilte parels op haar wangen,

ze bracht de golven in haar haren mee.

 

En in haar ogen de sterren van de zee.

In haar schelp van stilte zocht ik gaten,

probeerde mij met haar te laten praten.

Ik keek naar boven en had geen idee.

 

Vier cijfers vormden een reclamevlucht.

Toen hing er eau-de-cologne in de lucht.

 

Ze zei iets dat ik moeilijk kon verstaan,

een man zat met een radio te spelen

die mij daarop vierstemmig mee kon delen

dat liefde alles was wat ik nodig had.

 

Ze keek me een tijd later peinzend aan

en net toen ik haar schouder wilde strelen,

begon het haar klaarblijkelijk te vervelen

dat ik alleen maar zwijgend naast haar zat.

 

En ze verdween half achter het ochtendblad,

tot haar navel toe was wereldnieuws te lezen.

Ze zei dat eau-de-cologne fijn zou wezen.

Het speet me dat ik dat niet bij me had.

 

Ze leek me onder haar bikini bruin,

ze had een hoge schutting om haar tuin.

 

De eerste druppels vielen op mijn hand,

tijd voor thee en om zich aan te kleden.

Opeens leek alles jarenlang geleden,

ze deed haar kleren aan en groette mij.


Een regensluier daalde over het strand

en kinderen huilden hard en ontevreden.

De natte vlaggen zakten naar beneden

en iets dat nooit begon was al voorbij.

 

Haar kleine wrede hand liet mij niet vrij.

De regen deed me weer naar zee verlangen,

haar golven hielden mij opnieuw gevangen.

Het ochtendblad nam ik mee, het was van mij.

 

Steeds verder werd ik weggesleurd van het strand,

de geur van eau-de-cologne woei van het land.

 

 

 

 841346-e1d56f5e669bb44b229bd666c8d658ad.jpg

Lennaert Nijgh (29 januari 1945 - 28 november 2002)

 

 

 

 

De Franse schrijver Romain Rolland werd geboren op 29 januari 1866 in Clamecy. Zie ook mijn blog van 28 januari 2007 en ook mijn blog van 29 januari 2008 en ook mijn blog van 29 januari 2009 en ook mijn blog van 29 januari 2010.

 

Uit: La Vie de Ramakrishna

 

„Je ne crois pas, pour ma part, à un seul Dieu personnel, ni surtout à un Dieu de la seule douleur. Mais je crois que - douleur et joie mêlées, et avec elles toutes les formes de la vie - il n'est de Dieu que ce qui, dans l'homme et dans les hommes et dans l'univers, est une naissance perpétuelle. La Création se renouvelle, à chaque instant. La religion n'est jamais une œuvre accomplie. Elle est l'acte et la volonté d'agir, sans repos. Elle est le jaillissement de la source. Jamais l'étang.
Je suis d'un pays de rivières. Je les aime comme des êtres vivants. Et je comprends mes ancêtres qui leur versaient le vin et le lait. Or, de toutes les rivières, la plus sacrée est celle qui sourd, à tous moments, du fond de l'âme, de ses basaltes, de ses sables, et de ses glaciers. Là est la Force première, que je nomme religieuse. Elle est commune à l'art et à l'action, aux sciences et aux religions, à tout ce fleuve de l'Âme, que de l'insondable et sombre réservoir, entraîne l'irrésistible pente vers l'océan de l'Être, conscient, réalisé, dominé. Et, de même que l'eau remonte ensuite en vapeurs, de la mer aux nuées du ciel, qui réglementant le réservoir des fleuves, les cycles de création s'enchaînent sans interruption. Et de la source à la mer, et de la mer à la source, tout est la même Énergie, l'Être sans début ni fin, qu'il m'est indifférent qu'on nomme Dieu (et quel dieu ?) ou Force (et quelle force ?) Fût-elle dite Matière ; quelle matière est-ce donc qui désigne également les énergies de l'Esprit ?...“

 

 

 841346-69f0f7b8751bcf487cda806ced31d586.jpg

Romain Rolland (29 januari 1866 – 30 december 1944)



Zie voor nog meer schrijvers van de 29e januari ook mijn vorige blog van vandaag en eveneens mijn eerste blog van vandaag.
Geschreven door Romenu om 19:25 Reageer op dit bericht

Olga Tokarczuk, Germaine Greer, Mirjam Müntefering, Serap Çileli, Gert Hofmann

De Poolse schrijfster Olga Tokarczuk is in Sulechów, dichtbij Zielona Góra, geboren op 29 januari 1962. Zie ook mijn blog van 28 januari 2007 en ook mijn blog van 29 januari 2008 en ook mijn blog van 29 januari 2009 en ook mijn blog van 29 januari 2010.

 

Uit: Runners (Vertaald door Jennifer Croft)

 

“They’re standing next to each other in the kitchen. Kunicki is dicing up parsley. He doesn’t really want to get into it again, but he can’t restrain himself.  He can feel the words swelling up in his throat, and he can’t quite swallow them back down. Meaning the old “Well then what did happen?” yet again.

She says in a tired voice, pointing out in a tone of I’m-reciting-this-yet-again that he’s being boring, that he’s making things difficult, “Here you go, one more time: I didn’t feel well, I think I had food poisoning, I told you.”

But he doesn’t give up so easily. “You didn’t feel sick when you went off,” he says.

“Right, but then I got sick, I got sick,” she repeats, with pleasure. “And I guess I passed out for a minute, and then the baby started crying, and that brought me to again. He was scared, and I was scared, too. We started toward the car, but just because of everything we ended up going the wrong way.”

“Which way? Into town? Toward Vis?”

“Yes, toward Vis. No, I mean, I don’t know, whether toward Vis or not, how was I supposed to know, if I had known, I would have come back, I’ve told you this a thousand times.” She raises her voice. “When I figured out I had gotten us lost, we just sat down in this little grove, and the baby fell asleep. I was still feeling weak…”

Kunicki knows she’s lying. He dices the parsley up and says in a sepulchral voice, not raising his eyes from the cutting board, “There was no grove.”

She just about screams, “Of course there was!”

“No, there wasn’t. All there was were individual olive trees and vineyards. What grove?”

There’s a silence, and then she suddenly says with deadly seriousness, “Okay. You’ve cracked it. Good job. We were carried off by a flying saucer. They did experiments on us. They implanted chips in us, here,” and she lifts up her hair to reveal the nape of her neck. Her gaze is icy.”

 

 

 841340-58b476e10c8a6131a9a4b3def63555e6.jpg

Olga Tokarczuk (Sulechów, 29 januari 1962)

 

 

 

 

De Australische literatuurwetenschapper en publiciste Germaine Greer werd geboren in Melbourne op 29 januari 1939. Zie ook mijn blog van 28 januari 2007 en ook mijn blog van 29 januari 2008 en ook mijn blog van 29 januari 2009 en ook mijn blog van 29 januari 2010.

 

Uit: The Whole Woman

 

„For 30 years, I have done my best to champion all the styles of feminism that came to public attention. Though I disagreed with some of the strategies and was troubled by some of the more fundamental conflicts, it was not until feminists of my own generation began to assert with apparent seriousness that feminism had gone too far that the fire flared up in my belly.
When the lifestyle feminists chimed in that feminism had gone just far enough in giving them the right to "have it all"--i.e., money, sex and fashion--it would have been inexcusable to remain silent.
In 1970, the movement was called "women's liberation" or, contemptuously, "Women's Lib." When the name "libbers" was dropped for "feminists," we were all relieved. What none of us noticed was that the ideal of liberation was fading out with the word. We were settling for equality.
Liberation struggles are not about assimilation, but about asserting difference, endowing that difference with dignity and prestige, and insisting on it as a condition of self-definition and self-determination.
Women's liberation did not see the female's potential in terms of the male's actual; the visionary feminists of the late sixties and early seventies knew that women could never find freedom by agreeing to live the lives of unfree men.
Seekers after equality clamoured to be admitted to smoke-filled male haunts. Liberationists sought the world over for clues to what women's lives could be like if they were free to define their own values, order their own priorities and decide their own fate.“

 

 

 841340-c8ecbb57780c904b3ed2153cf7d8d29d.jpg

Germaine Greer (Melbourne, 29 januari 1939)

 

 

 

 

De Duitse schrijfster Mirjam Müntefering werd geboren op 29 januari 1969 in Neheim. Zie ook mijn blog van 28 januari 2007 en ook mijn blog van 29 januari 2008 en ook mijn blog van 29 januari 2009 en ook mijn blog van 29 januari 2010.

 

Uit: Ein Stück meines Herzens

 

„Ich umarme ihn und heule in sein Fell, dass er ganz feucht wird am Hals. Oswald hält geduldig still. Er ist ein so wunderbarer Hund. Er merkt genau, dass ich ihn jetzt brauche, dass er auf keinen Fall weggehen darf. Deswegen sitzt er ganz brav neben mir, wartet meinen Heulausbruch ab und leckt mir über die Wange. Ich rappele mich vom kalten Boden auf und greife nach der Leine. „Komm, Oswald, zurück.“ Und schon ist er an meiner Seite und wir gehen den Weg entlang, auf die gelben Lichter der Jugendherberge zu. Da denke ich plötzlich: Wenn ich blind wäre ... wenn ich wirklich blind wäre, dann hätte er nicht nur mein Portemonnaie gefunden, er würde mich nun auch sicher zur Herberge begleiten. Er wäre wie meine Augen und wie ein Stück meines Herzens. Wenn ich blind wäre, denke ich, wäre nichts wunderbarer als jemand, der für mich sieht.“

 

 

 

841340-5634a0b694b43c1029b6d8521bc812ad.jpg
Mirjam Müntefering (Neheim, 29 januari 1969)

 

 

 

 

De Turks-Duitse dichteres en schrijfster Serap Çileli werd geboren op 29 januari 1966 in Mersin. Zie ook mijn blog van 28 januari 2007 en ook mijn blog van 29 januari 2008 en ook mijn blog van 29 januari 2009 en ook mijn blog van 29 januari 2010.

 

Uit: Wir sind eure Töchter, nicht eure Ehre

 

„Wenn ich auf mein vergangenes Leben zurückblicke, dann schaue ich auf Jahre der Einsamkeit, Erniedrigung, Fremdbestimmung und des Schweigens.
Das Schweigen hatte seinen Grund. Wenn ich nicht sprach, bedeutete das nicht, dass ich nichts zu sagen hatte.
Im Gegenteil: Es bedeutete vielmehr Unterlegenheit, Wehrlosigkeit und Angst vor Gewalt. Als Frau, als ein Mensch, fehlte mir, über Jahrzehnte hinweg, der Glaube an mich selbst. Damals wusste ich das nicht, dazu wurde ich weder ausgebildet noch erzogen.
Neben dem Glauben an mich selbst fehlten mir auch Kraft und Mut. Mut, um meine Vorstellungen zu verwirklichen, um mir meine eigene Welt zu gestalten.
Denn mir war der Weg der Anpassung gewiesen, eigene Wünsche waren nicht gestattet.
Als ich begonnen hatte, mich zur Welt zu bringen, mich als ein Individuum, als einen unabhängigen Menschen zu betrachten, wollte ich die verlorene Zeit einholen.
Ich hatte noch so viel zu lernen, so viel zu sehen, ich wollte alles kennen lernen.
Ich wollte selbst steuern, anstatt mich steuern zu lassen. In dieser Welt, die ich hinter mir gelassen hatte, habe ich sehr gelitten. Ich kenne den Kampf gegen Diskriminierung von klein auf, und diese Welt hat mein Leben entscheidend bestimmt. Jeden Morgen, wenn ich heute die Augen aufmache, spüre ich die Lebenslust. Ich hatte vorher nur eine Ahnung davon, wie viel Lebensfreude und Energie in mir steckt. Jetzt erfahre ich es jeden Tag neu, ich bin auf alles, was der Tag mit sich bringt, gespannt und neugierig. Und ich durfte das Wunder erleben, nach und nach aufzublühen, ich fühlte mich wie ein Schmetterling, der nach der Verpuppung langsam und behutsam seine Flügel entfaltet.“

 

 841340-00b984ff4340c620cbcaf746dfccb1a5.jpg

Serap Çileli (Mersin, 29 januari 1966)

 

 

 

 

De Duitse schrijver Gert Hofmann werd geboren op 29 januari 1931 in Limbach in Sachsen. Zie ook mijn blog van 28 januari 2007 en ook mijn blog van 29 januari 2008 en ook mijn blog van 29 januari 2009 en ook mijn blog van 29 januari 2010.

 

 Uit: Zur Phänomenologie des Snobs

 

„Und trägt wieder seinen weißen Anzug und das hellblaue Hemd, das er, damit es so lange wie möglich hält, nie in die Wäscherei gab, sondern lieber selber wusch, unterm Wasserhahn in der Küche. Erst nach und nach wird ihr klar, daß sie sich täuscht und daß das nicht Kaspars Stimme, sondern die von dem Neuen ist... Weil Kaspar, wie ihr wieder einfällt, nun zum ersten Mal nicht mehr in seinem Zimmer, sondern auf dem Friedhof liegt. Da weint sie dann natürlich wieder. Komm, sage ich, sei nicht mehr traurig! Und streiche ihr, als ob ich ganz ruhig wäre, übers Haar, während ich denke: Was für ein Lärm! Und höre, daß sein Klavier, wie ich schon immer vermutet hatte, verstimmt ist und man nicht darauf spielen und dazu singen sollte. Was seine Stimme betrifft, so ist sie kräftig und roh. So kräftig, daß sie nicht nur sein Zimmer, sondern die ganze Wohnung, also auch unsere Zimmer, füllt. Selbst meine Frau, die, nachdem sie weiß, daß es nicht Kaspar ist, sich im Bett noch einmal umdreht und sich ein Kissen aufs Ohr legt, damit sie das Singen nicht hört, und noch etwas schlafen will, gibt es auf und springt, als ob wir es verabredet hätten, auf ihrer Seite zusammen mit mir aus dem Bett, gemeinsam setzen wir die Füße auf die Dielen. Was für ein Lärm, denke ich und stoße, damit er hinaus kann, sofort die Fenster auf. Sie geht an den Herd, kocht uns Kaffee, streicht uns die Frühstücksbrote. Beim Essen schauen wir aus dem Fenster hinaus zu unserem Gefängnis hinüber, wo es schön ruhig ist.“

 

 

 841340-2b41a487fd20b28714293516c9b2589b.jpg

Gert Hofmann (29 januari 1931 – 1 juli 1993)

Geschreven door Romenu om 19:16 Reageer op dit bericht

Hubert K. Poot, Muna Lee, Johann Seume, Vicente Blasco Ibáñez

De Nederlandse dichter Hubert Kornelisz. Poot werd geboren in Abtswoude op 29 januari 1689. Zie ook mijn blog van 29 januari 2009 en ook mijn blog van 29 januari 2010.

 

 

Klagt

 

Een abel Nimfelyn, dat d'eêlsteschoonheit tart,

(Als dragende in een lyf, waerop natuur magh bogen,

De fierheit van Diane en Venus minvermogen)

Houdt in den doolhof van haer schoonheit my verwart.

Zoekt iemant 't Godendom, of waer het woont en mart;

Welsprekende Merkuur is in haer' mont gevlogen:

Minerva in haer brein: Kupido in haere oogen:

De strafheit in haer borst, tot myn verdriet en smart.

Wat schept myn zuchten dies aen doove rotsen, steenen,

Al ooren! welk een tal van monden, die myn weenen

Nabauwen, daer zy bet versteent blyft dan een rots!

'k Zou zelf de dartle Min myn schreien naer zien rechten,

Omdat noit schichten op haer hart hart kunnen hechten,

Waer 't onverboôn door 't lot en in de magt eens Godts.

 

 

 

841329-920fbdc4ae808f1568a9a512f888e47d.jpg
Hubert K. Poot (29 januari 1689 - 31 december 1733)

 

 

 

 

De Duitse schrijver en dichter Johann Gottfried Seume werd geboren op 29 januari 1763 in Posema, Sachsen-Anhalt. Zie ook mijn blog van 28 januari 2007 en ook mijn blog van 29 januari 2009 en ook mijn blog van 29 januari 2010.

 

 

Morgenlied

 

Gott, unter deiner Vaterhut

Hab' ich die Nacht so sanft geruht,

Daß ich erquickt nun in die Höh

Der Morgensonn' entgegen seh.

 

Wohin ich blicke, redest du

Mit Wohlthat mir und Güte zu;

Mein erster Hauch sey Lobgesang,

Mein letzter Athemzug sey Dank.

 

Du gießest Freuden, wie ein Meer,

Um alle deine Kinder her;

Und nur allein der Thor vergißt,

Daß er ein Mensch mit Menschen ist.

 

Gib, daß ich diesen ganzen Tag

Mich deiner Güte freuen mag;

Wend' Unglück ab nach deiner Huld,

Und wenn es kommt, gib mir Geduld.

 

Nur deine Hand theilt Segen aus,

Gib Segen in mein kleines Haus;

Laß gern mich nutzen jedermann,

Und willig helfen, wo ich kann.

 

Der Erde köstlichster Gewinn

Ist frohes Herz und reiner Sinn;

Und diesen, Vater, schenke mir,

So wall' ich ruhig hin zu dir.

 

Du hast mir wieder neue Kraft

Zu meinem Tagewerk geschafft;

Verjüngt sind wieder Fuß und Hand

Zu ihrer Arbeit leicht gespannt.

 

Wenn einst nach meines Todes Nacht

Zu deinem Licht mein Aug' erwacht,

Dann eil' ich, himmlischer erfreut,

In jenes Lebens Ewigkeit.

 

 

 

841329-5437106ee9cf28470671065d83197f05.jpg
Johann Gottfried Seume (29 januari 1763 – 13 juni 1810)

Monument in Bremen

 

 

 

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Muna Lee werd geboren op 29 januari 1895 in Raymond, Mississippi. Zie ook mijn blog van 28 januari 2007 en ook mijn blog van 29 januari 2009 en ook mijn blog van 29 januari 2010.

 

 

 

Pan American Day in the Park

 

Washington on a bronze horse called across the park,
"Ho, Bolívar, are you listening?" and the Liberator heard,
Lifted up a brazen sword and answered through the dark,
"Listening, my comrade! What will be your word?"

Lincoln in a marble chair propped his elbow on his knees,
San Martín in a marble cloak attentively gave ear,
Washington spoke boldly so that all of them might hear,
And his speech flamed like a comet through the April trees:

"Yorktown and Ayacucho were one victory," he said;
"At Aconcagua and at Valley Forge we prayed one prayer;
The eagle and the condor the same symbol overhead,
Our conquering banners made a single rainbow in the air!

"Yet the twenty-one republics for whose liberty we died
I fear become forgetful of the oneness of their goal —
Each is proud and rich and mighty; but the greatness of the whole
Will come only when they dwell as sisters side by side."

"You may be right," Bolívar said, and the sternness of his thought
Made the sternness of the bronze a deeper shadow on his brow:
"I fear they grow apart," said Lincoln, "they seem sometimes strangers now."
Then a wailing cry of anguish to their startled ears was brought.

"It is Nicaragua weeping!" San Martín said, "In that cry
The stricken land, the valiant land, is keening for her dead!"
"Listen!" said Bolívar. Lincoln lifted up his head.
"Help comes! Hope comes!" said Washington. "See them hurry by!"

 

 

 

841329-9a79e202cc22f699cdf3d299812a5630.jpg
Muna Lee (29 januari 1895 – 3 april 1965)

 

 

 

 

De Spaanse schrijver Vicente Blasco Ibáñez werd geboren op 29 januari 1867 in Valencia. Zie ook mijn blog van 29 januari 2009 en ook mijn blog van 29 januari 2010.

 

Uit:  The Four Horsemen of the Apocalypse  (Vertaald door Charlotte Brewster Jordan)

 

„Then Julio had made his trip to Buenos Aires, encountering in the other hemisphere the last smile of Autumn and the first icy winds from the pampas. And just as his mind was becoming reconciled to the fact that for him Winter was an eternal season--since it always came to meet him in his change of domicile from one extreme of the planet to the other--lo, Summer was unexpectedly confronting him in this dreary garden!

A swarm of children was racing and screaming through the short avenues around the monument. On entering the place, the first thing that Julio encountered was a hoop which came rolling toward his legs, trundled by a childish hand. Then he stumbled over a ball. Around the chestnut trees was gathering the usual warm-weather crowd, seeking the blue shade perforated with points of light. Many nurse-maids from the neighboring houses were working and chattering here, following with indifferent

glances the rough games of the children confided to their care. Near them were the men who had brought their papers down into the garden under the impression that they could read them in the midst of peaceful groves. All of the benches were full. A few women were occupying camp stools with that feeling of superiority which ownership always confers.

The iron chairs, "pay-seats," were serving as resting places for various suburban dames, loaded down with packages, who were waiting for straggling members of their families in order to take the train in the Gare Saint Lazare. . . .“

 

 


841329-85f6a27c308f53bd8a239bf50b8686fa.jpg
Vicente Blasco Ibáñez (29 januari 1867 – 28 januari 1928)

Geschreven door Romenu om 19:10 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten