Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Berichten van 8 maart 2016

Hafid Bouazza, Jeffrey Eugenides, Walter Jens, A. Marja, John McPhee, Mouloud Feraoun, Mechtilde Lichnowsky

De Marokkaans-Nederlandse schrijver Hafid Bouazza werd geboren op 8 maart 1970 in Oujda, Marokko. Zie ook alle tags voor Hafid Bouazza op dit blog.

Uit: Paravion

"In groene valleien waar anemonen bloeiden, hoedde een oude herder zijn schapen en schramde met zijn schalmei de frisse stilte. De echo floot terug.
Aan de Narvelzee haalde de visser zijn netten op die zwaar waren van lijken en spartelend zilver. Overal rondom hem dwarrelden witte uilen en vroegen ‘hoehoe’, een veel droeviger gezang dan het geluid van de geitenbellen.
In de mirage werd Paravion geboren, een spel van trillende lijnen en zwemmende kleuren. De kerktorens zwegen tegen een achtergrond van gebochelde wolken, de klokken waren oud en uit het nauwelijks zichtbare verleden hoorden zij als een kinderherinnering hun geschal als het geluid van de geitenbellen."
(…)

“Kijk dàn!
De lente was feestelijk geweest na de zegenende regens van de winter en had alles en iedereen in een roes gebracht:De vallei Abqar was in opperbeste stemming.
De; geiten gaven melk, ze hadden gejongd; Waar zoogdieren samen zijn, vermenigvuldigen zij zich; Alles groeide, zelfs in dat gehucht. De beek kwebbelele vroiijk als winkelende vrouwen en droeg bladeren en ruikers mee alsof hij een bloemist had bezocht; een sneeuwval van amandelbloesems bedwelmde de neus met dodelijke geuren. De vijgenbomen staarden eindeloos naar hun onrustige reflectie, de heesters en struwelen, de witte en roze oleanders stalden hun snoepgoed uit: Nu kwam de wind alles afdrogen en stofte hij de bladeren af die levendìg begonnen te zwatelen. De vogels roddelden vrijelijk.
Baba Baloek en de jonge vrouwen van het gehucht waren gelukkiger dan ooit in hun vruchtbare, bloeìende en vruchtvolle vrijheid: Demoeders waren gestorven, van dementie naar een zalig onbestaan vergeleden."

 

 1887480-b648d7db9020b975390290823e81bfb8.jpg
Hafid Bouazza (Oujda, 8 maart 1970)

 

 

De Amerikaanse schrijver Jeffrey Eugenides werd geboren op 8 maart 1960 in Detroit. Zie ook alle tags voor Jeffrey Eugenides op dit blog.

Uit: Extreme Solitude

“The university’s “British and American Literature Course Catalogue” was, for Madeleine, what its Bergdorf equivalent was for her roommates. A course listing like “English 274: Lyly’s Euphues” excited Madeleine the way a pair of Fiorucci cowboy boots did Abby. “English 450A: Hawthorne and James” filled Madeleine with an expectation of sinful hours in bed that was not unlike the sensation Olivia got from wearing a Lycra skirt and leather blazer to Danceteria. Right up through her third year of college, Madeleine had kept wholesomely taking courses like “Victorian Fantasy: From ‘Phantastes’ to ‘The Water-Babies,’ ” but by senior year she could no longer ignore the contrast between the blinky people in her Beowulf seminar and the hipsters down the hall reading Maurice Blanchot. Going to college in the moneymaking eighties lacked a certain radicalism. Semiotics was the first thing that smacked of revolution. It drew a line; it created an elect; it was sophisticated and Continental; it dealt with provocative subjects, with torture, sadism, hermaphroditism––with sex and power.
Semiotics 211 was limited to ten students. Of those ten, eight had taken Introduction to Semiotic Theory. This was visually apparent at the first class meeting. Lounging around the seminar table, when Madeleine came into the room from the wintry weather outside, were eight people in black T-shirts and ripped black jeans. A few had razored off the necks or sleeves of their T-shirts. There was something creepy about one guy’s face––it was like a baby’s face that had hideously aged––and it took Madeleine a full minute to realize that he’d shaved off his eyebrows.Everyone in the room was so spectral-looking that Madeleine’s natural healthiness seemed suspect, like a vote for Reagan. She was relieved, therefore, when a big guy in a down jacket and snowmobile boots showed up and took the empty seat next to her. He had a cup of takeout coffee.
Zipperstein asked the students to introduce themselves and explain why they were taking the seminar.”

 

 1887480-d4e3e8a2891828fe1bd93cf51ab0d944.jpg
Jeffrey Eugenides (Detroit, 8 maart 1960) 

 

 

De Duitse schrijver, classicus, literair historicus, criticus en vertaler Walter Jens werd geboren op 8 maart 1923 in Hamburg.Zie ook alle tags voor Walter Jens op dit blog.

Uit: Frau Thomas Mann

„Frau Thomas Mann wird viel Gelegenheit haben, auf dieses Wissen zurückzugreifen, das Katharina Pringsheim von ihren Eltern abverlangt wurde.
Der Vater, Alfred Pringsheim, 1850 in Ohlau/Schlesien geboren, hatte sich nach seinem Mathematikstudium in Berlin und Heidelberg 1877 in München habilitiert und unterrrichtete seit 1886 als außerordentlicher, seit 1901 als ordentlicher Professor an der dortigen Universität «verschiedene Zweige der Analysis, Functionen-Theorie, Algebra und Zahlentheorie». (So steht es in seinem Lebenslauf.) «Er war ein innerhalb der Gelehrtenhierarchie angesehener Mann», urteilte ein Kollege anlässlich des 80. Geburtstags, 1930, «viele der bedeutendsten Mathematiker Deutschlands sind seine Schüler.»

 1887480-c3ba286165d250e58c5e30428e1a2944.jpg
Katia en Thomas Mann in 1943

 

Mit der Mathematik indes, so der Laudator, sei die Lebenssphäre Pringsheims nicht erschöpfend umrissen, ja mancher unter den Bekannten des Professors wisse vielleicht nicht einmal, dass er Mathematiker sei: «Er ist nämlich derselbe Mann, der, Wagnerianer der ersten Stunde, sich ganz jung mit Richard Wagner befreundete, die ersten Klavierauszüge des Ringes für seinen persönlichen Gebrauch eigenhändig herstellte und mit ebenso großer Freude diesen Sommer nach Bayreuth gegangen ist, wie damals vor 54 Jahren. Er ist derselbe Mann, der sein Haus mit Kunstschätzen füllte unddie Fayencen seiner weltberühmten Sammlung mit der Akribie aussuchte, die er von seinen mathematischen Problemen her gewohnt war: Wenn, auch nach Monaten, der leiseste Zweifel an der Echtheit eines Stückes auftauchte, wurde es unerbittlich abgestoßen. – Sein Haus ist lange Zeit ein Mittelpunkt des Münchner Gesellschaftslebens gewesen, in dem sich alles, was irgend einen Namen hatte, traf; hierzu hat auch die Liebenswürdigkeit, Klugheit und Schönheit seiner Frau beigetragen, die eine ebenso interessante Persönlichkeit ist, wie er selbst.»

 

 1887480-70722a2a59ff1e46809ba1809a3427bb.jpg
 Walter Jens (8 maart 1923 - 9 juni 2013)

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver A. Marja (pseudoniem van Arend Theodoor Mooij) werd geboren in Oude Leije op 8 maart 1917. Zie ook alle tags voor A. Marja op dit blog.

 

Moment sentimental

Mijn kleine moeder met je rode haar,
Eens werd je ginds in een zwart graf gelegd,
Een dominee heeft, galmend, aan de baar
Enkele verzen uit Godswoord gezegd.

Ik was een kind van nog geen veertien jaar;
Hoe zwaar viel het verbitterde gevecht
Tegen mijn tranen, want het stond zo raar
En buurman had: wees dapper vent, gezegd.

Wees dapper, ja maar nu ik in de nacht
Na al die jaren waak, en onverwacht
Je rode haar zie en je zacht hoor spreken,

Geeft noch Gods woord, noch buurmans raad mij kracht
De tranen te weerstaan, die aan mij wreken,
Dat jij ginds ligt en ik nooit aan je dacht.

 

 

Een predikant

Hij sprak aan één stuk door: in onze kringen
doet men nog steeds te weinig aan cultuur,
ik geef het toe, maar in het laatste uur
gaat het – nietwaar – ook om de laatste dingen!

Zijn adamsappel danste op en neer
boven de toga of het khaki-hemd,
over het godsrijk sprak hij hooggestemd
en blozend over seksueel verkeer.

Hij sprak over zijn eerbied voor het leven,
en dat God altijd kracht naar kruis wil geven
hing ingelijst in zijn studeervertrek.

Hij leek een halfzacht ei, maar toen ze kwamen
en hem met knuppels onder handen namen
hield hij voor 't eerst èn tot het laatst zijn bek.

 

 1887480-dc29058ce2012c87241b496809f96540.jpg
A. Marja (8 maart 1917 – 10 januari 1964)
Cover bloemlezing

 

 

De Amerikaanse schrijver John Angus McPhee werd geboren op 8 maart 1931 in Princeton. Zie ook alle tags voor John McPhee op dit blog.

Uit: Oranges

“Citrus trees are spread across the North African coast from Alexandria to Tangier, the city whose name was given to tangerines. Oranges tend to become less tart the closer they are grown to the equator, and in Brazil there is one kind of orange that has virtually no acid in it at all. In the principal towns of Trinidad and Tobago, oranges are sold on street corners. The vender cuts them in half and sprinkles salt on them. In Jamaica, people halve oranges, get down on their hands and knees, and clean floors with one half in each hand. Jamaican mechanics use oranges to clear away grease and oil. The blood orange of Spain, its flesh streaked with red, is prized throughout Europe. Blood oranges grow well in Florida, but they frighten American women. Spain has about thirty-five million orange trees, grows six billion oranges a year, and exports more oranges than any other country, including the United States. In the Campania region of Italy, land is scarce; on a typical small patch, set on a steep slope, orange trees are interspersed witholive and walnut trees, grapes are trained to cover trellises overhead, and as many as five different vegetables are grown on the ground below. The over-all effect is that a greengrocer's shop is springing out of the hillside. Italy produces more than four billion oranges a year, but most of its citrus industry is scattered in gardens of one or two acres. A Frenchman sits at the dinner table, and, as the finishing flourish of the meal, slowly and gently disrobes an orange.“

 1887480-fe578e6d316c0fb8c5c2b15196376a27.jpg
John McPhee (Princeton, 8 maart 1931)

 

 

De Algerijnse schrijver Mouloud Feraoun werd geboren op 8 maart 1913 in het bergdorp Tizi Hibel, Kabylie. Zie ook alle tags voor Mouloud Feraoun op dit blog.

Uit: Mon village

“Je crois le deviner mais il ne peut pas m’en avoir gré, car il se figure que tout le monde le devine et qu’on fait exprès de le mépriser. C’est ce qui explique son excessive susceptibilité. Il semble dire à chacun de ses enfants prodigues :
— Ne fais pas le faraud, mon petit, avec ton beau costume et ta valise. N’oublie pas que ce costume perdra bientôt ses plis. Je m’en charge. Il sera taché d’huile, couvert de poussière invisible qui lui enlèveront son éclat. J’y mettrai des mites, moi. Et un jour qui n’est pas lointain, tu le sortiras pour le porter au champ quand tu iras défricher. Et alors tu vois ce qui l’attend ! La valise ? Parlons-en ! Je sais où elle ira, cette valise. Sur l’akufi de la soupente, n’est-ce pas ?
— Je suis tranquille. Elle aura le temps de s’enfumer. Tu la sortiras un jour pour t’en aller de nouveau. Elle te couvrira de ridicule dans le train et sur le bateau.
Lorsque les gens qui arrivent tout droit de Paris descendent du taxi qu’ils ont loué pour éblouir les femmes, toutes les portes de toutes les maisons s’entrouvrent et les regardent passer. C’est comme si le village avait des centaines d’yeux ou s’il était transformé, lui-même, en un œil gigantesque qui vous lorgne narquoisement de ses mille facettes.
— Mes ruelles, vous les trouvez étroites et sales ? Je n’ai pas besoin de m’en cacher. Je vous ai vus tout petits et bien contents d’y barboter comme des canetons malpropres. Passez ! Là, c’est votre tajmaât. Bien entendu, elle vous semble grotesque et vaine. Ce n’est pas la place de l’Etoile ! Savez-vous comment je vous imagine place de l’Etoile ? A peu près comme vous voyez ce petit chat craintif quand il traverse votre tajmaât remplie de garnements. Votre gourbi est trop petit ? Vous oubliez qu’il est à vous, plein de toutes les présences passées, plein de votre nom, de vos anciens espoirs, témoin de vos rêves naïfs, de votre bêtise, de vos souffrances. Soyez modestes, voyons ! Vous serez très bien ici, vous verrez, c’est moi qui vous le dis…“

 

 1887480-0379071a1cb9af80698859ae14293f41.jpg
Mouloud Feraoun (8 maart 1913 – 15 maart 1962)
Tizi Hibel

 

 

De Duitse schrijfster Mechthilde Christiane Marie Gravin von und zu Arco-Zinneberg, beter bekend als Mechtilde Lichnowsky, werd geboren op geboren op 8 maart 1879 op slot Schönburg. Zie ook alle tags voor Mechtilde Lichnowsky op dit blog.

Uit: Kindheit

„Lange Zeit kann es seine Hände betrachten, insbesondere die weichen Fingerspitzen, die wie das Holz des Fußbodens gemasert sind. Knie und Beine aber sind dumm, philosophiert es weiter. Warum gehen Socken nur bis so weit?
Durch die offene Tür schiebt sich ein Jagdhund herein. Seine Beine sind mit milchweißem Gras kurz bewachsen. Auch am Körper sind weiße Stellen. Das Gesicht und die langen Ohren sind schwarzglänzend wie ein Zylinderhut. Man muß mit der Hand darüber hinfahren, und wenn ein kleiner Haufen Gestreicheltes an der Endstation liegt, darf man etwas klopfen und beruhigen. Dann atmet die Hand auf und auch der Hund, und nun sucht man dessen Gesicht. Es ist g e n a u wie das des Kindes. Es erkennt sich darin, ohne zu staunen.
Etwas Ernstes ist das ölige, ewig vorhandene Halsband.
Der Hund wird unwillig herausgerufen. Er schleicht zur Tür, aber die rosa Krallen machen zuviel Lärm. Mit den Schultern will er das Krallenscheppern zurückhalten. Umsonst. Alles Schleichen hilft nichts. Da gibt er es auf, schüttelt Ohren und Halsband, und drückt sich durch den Türspalt.
Die eiserne Klinke, nachdem sie im Knall heraufgeschnellt war, steht wieder still. Öffnet man diese Tür von außen, so geht der Klinkenkopf auch auf der Innenseite mit einem eckigen Ruck herunter, genau wie ein Fliegenkopf sich be-wegt. Übrigens ist ein Fliegenkopf nicht etwa wie der eigene Kindskopf ein Kopf: der Fliegenkopf ist eine eiserne Türklinke; er hat die Eisenfarbe und die unerwartete ruckweise Beweglichkeit.“

 

 1887480-2905f78dd0673492d7a5ceeec9c082d3.jpg
Mechtilde Lichnowsky (8 maart 1879 - 4 juni 1958)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 8e maart ook mijn blog van 8 maart 2015 deel 2.

Geschreven door Romenu om 19:42 Reageer op dit bericht

Aslı Erdoğan

De Turkse schrijfster, journaliste en natuurkundige Aslı Erdoğan werd geboren op 8 maart 1967 in Istanbul. Reeds in haar jeugd schreef Aslı Erdoğan gedichten en korte verhalen, waarvan één in een tijdschrift werd gepubliceerd, toen ze net tien jaar oud was. Pas tijdens haar tijd op de universiteit begon zij opnieuw te schrijven. Tot 1983 bezocht zij het Engelstalige Robert College in Istanbul Arnavutköy en na de middelbare school studeerde zij informatica en natuurkunde aan de Bosporus Universiteit (Boğaziçi University). In 1988 studeerde ze af met de bachelorgraad in informatica. Ze werkte vervolgens bij de Faculteit Natuurkunde van de universiteit. In 1990 schreef ze haar eerste novelle waarmee ze eindigde als derde in de literaire wedstrijd Yunus Nadi Prijs in Turkije. Vervolgens concentreerde zij zich weer op haar carrière als wetenschapster. In 1991 kreeg ze de kans om bij de European Nuclear Research CERN in Genève onderzoek te doen naar het Higgs-deeltje. De werksituatie bij CERN was voor Aslı Erdoğan iechter verre van ideaal. Toch schreef zij in deze periode (tot 1993) aan haar scriptie in de natuurkunde en schreef ze ook haar eerste roman parallel “Mucizevi Mandarin” (De wonderbaarlijke Mandarijn),die in 1996 werd gepubliceerd . Ze keerde in 1993 naar Istanbul terug, werkte als assistent aan de Universiteit en schreef binnen twee maanden de roman “Kabuk Adam” (De mosselman). Ze voelde zich in Turkije bedreigd en vertrok in 1994 naar Brazilië om aan de Pauselijke Universiteit van Rio de Janeiro haar proefschrift te schrijven. In deze tijd groeide haar interesse in antropologie en ze deed uitgebreid onderzoek naar de Amazone. In 1996 ging ze als gevolg van financiële problemen terug naar Turkije. Ze keerde het wetenschappelijke werk de rug toe en wijdde zich volledig aan het literaire en journalistieke schrijven. In 1997 verscheen een boek met korte verhalen van haar met de titel Tahta Kuşlar (Houten Vogels)., Die werd vertaald in negen talen. De doorbraak kwam vervolgens in 1998 met haar derde boek Kırmızı Pelerinli Kent (De stad met de rode pelerine). Vervolgens schreef ze in de periode 1998-2001 columns, getiteld The De Ander voor het links-liberale Turkse dagblad Radikal, waarin zij o.a. schreef over de omstandigheden in Turkse gevangenissen, marteling, geweld tegen vrouwen en de repressie tegen de Koerden. Zij was lid van PEN International en het comité "schrijvers in de gevangenis". Van december 2011 tot mei 2012 verbleef Aslı Erdoğan als 'writer in residence' bij het Literaturhaus Zürich en de Stiftung PWG in Zürich. Van augustus 2012 tot zomer 2013 was ze "asielschrijfster 'van Graz. Na thuiskomst, vervolgde ze haar werk voor Özgür Gündem. Ze voelde zich echter opnieuw bedreigd en was in 2015 was op uitnodiging van ICORN gastschrijfster in Krakau.

Uit: Die Stadt mit der roten Pelerine (Vertaald door Angelika Gillitz-Acar en Angelika Hoch)

“Plötzlich waren wieder Schüsse zu hören. Özgür fuhr vor Schreck zusammen, das Glas in ihrer linken Hand fiel zu Boden. Ihr ganzer Körper zuckte, als würde man ihm Stromschläge verpassen. Aus jeder Pore drang Schweiß, dennoch fühlte sie sich hart an wie Eis. In ihren Augen standen Tränen, die brannten wie Säure, aber sie konnte nicht weinen „Aufhören! Genug! Ich halts nicht mehr aus! Mein Gott, mach dieser Folter endlich ein Ende! Siehst du denn nicht, dass ich nicht mehr kann?“
Der Nervenzusammenbruch dauerte nur ein paar Minuten, dann hatte sie sich wieder gefasst. Mit der Gewissenhaftigkeit eines Offiziers lauschte sie dem Monolog einer halbautomatischen Schnellfeuerwaffe. Als ihr klar geworden war, dass die Schüsse nicht aus den auf der Anhöhe gelegenen Favelas, sondern aus dem benachbarten Tal kamen, ging sie wieder ins Haus zurück. Es tröstete sie zu sehen, dass ihr einziges Glas nicht zerbrochen und kein einziger Tropfen Tee auf ihr Heft gefallen war. Sie lächelte sogar, als sie merkte, dass die verschwitzten Finger ihrer rechten Hand den Stift während des ganzen Anfalls krampfhaft festgehalten hatten.
Die beiden riesigen Favelas, die sich von den Flanken der Anhöhe von Santa Teresa bis zum Dschungel erstrecken, bekämpfen sich nun schon seit acht Tagen. Die etwa sechshundert Favelas, die das sonst so überwältigend schöne Gesicht Rios wie Pockennarben entstellen, werden seit der Zeit der Militärjunta von einer der mächtigsten Organisationen Lateinamerikas kontrolliert, dem Comando Vermelho.
In den Favelas verging kein Tag ohne Kämpfe: Entweder gerieten konkurrierende Banden beim Verteilen von Kokain aneinander, oder die Polizei unternahm Razzien mit fünfzig Mann starken, bis an die Zähne bewaffneten Einheiten, wenn ihnen das Schmiergeld zu gering war.
Aber nun waren in Santa Teresa die schrecklichsten Kämpfe ausgebrochen, die Özgür während ihrer zwei Jahre in Rio erlebt hatte. Seit letztem Samstag setzte schon morgens mit den ersten Sonnenstrahlen ein Getöse ein, entfacht von Infanteriegewehren, Uzi-Maschinenpistolen und Handgranaten, das den ganzen Tag andauerte. Özgür, die noch vor zwei Nächten in den jetzt dunklen und totenstillen Straßen von Santa Teresa herumspaziert war, sah, wie ein halbes Dutzend Busse, die vollgestopft waren mit Soldaten und aus deren Fenstern lange Gewehrläufe ragten, lautlos und ohne Licht den Berg erklommen. Mit dem Eingreifen des Militärs waren die Kämpfe keineswegs beendet, im Gegenteil, sie gerieten völlig außer Kontrolle.“

 

 1980057-07821bde188c602caa8f29a637dd3f0d.jpg
Aslı Erdoğan (Istanbul, 8 maart 1967)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten