Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Berichten van 7 oktober 2011

Simon Carmiggelt, James Whitcomb Riley, Thomas Keneally

De Nederlandse schrijver en dichter Simon Carmiggelt werd geboren op 7 oktober 1913 in Den Haag. Zie ook mijn blog van 7 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Simon Carmiggelt op dit blog.

 

Uit: Vroeger kon je lachen - De drank

 

“In het Vondelpark kwam een man naast me zitten op het bankje en zei: ‘Negenenvijftig ben ik. En weet je hoe lang ik al droog sta?’

Hij zag er fris uit, dus het zou best eens lang kunnen zijn.

‘Vijf jaar,’ riep hij, ‘dat is een hele tijd. Maar 't was ook wel hard nodig. Ik zat er lelijk aan - aan het huppelwater. Als je alles wat ik gezopen heb uitstortte bij de afsluitdijk, had je een nieuwe Zuiderzee. 's Ochtends om halfnegen nam ik er al een. 'n Eye-opener, noemen de Yanks dat. Gelukkig ben ik nooit aan vrouw en kinderen begonnen, dus andere levens heb ik niet verwoest. Ik was alleen mezelf aan 't slopen, met regeringssubsidie, Ziektewet, weet je. Maar de aa heeft me van de drank afgeholpen. Dat moet ik ze nageven. Geen drup meer, vijf jaar. Weet je wat ik gedaan heb vrijdagavond? Ik ben eens flink doorgezakt, in een café. Tegen sluitingstijd zat ik weer net zo slap te ouwehoeren als vroeger. Ik hóórde 't mezelf doen, of ik een grammofoonplaat afdraaide. Dat was goed. Dat had ik verworven in die vijf jaar. Zal ik jou eens vertellen wat 't is, met die aa?’

‘Doe 't,’ zei ik. Want al mijn kennis van de Anonieme Alcoholisten stamt uit de boekjes.

‘Ze helpen je er vanaf,’ zei hij, ‘dat is mooi. Maar zodra je droog staat, ga je op die vergaderingen komen. Daar vertelt iedereen op z'n beurt hoe diep hij gezonken was voor hij de neut liet staan. Net oude temeies, die geen klanten meer hebben, maar er zo graag nog eens over praten. Ik ook hoor. Ik ging er helemaal in op. Als een ander aan 't getuigen was dacht ik: “Ik wou dat-ie klaar was, dan kan ik weer.” En tegen natte drinkers gedroeg ik me net als een dominee, die bereid is een ander z'n strot af te snijden voor z'n geloof. Jij moet dit en jij moet dat. Maar omdat m'n geest steeds helderder ging werken begon ik langzaam iets in te zien. Ik dacht - waar ze hier mee bezig zijn, is je bang maken voor de drank. En dat is niet goed. Je moet jezelf leren kennen. Want wat weet je van jezelf?’

Hij keek me aan met een heldere, doordringende blik waarin een lichte spot twinkelde. Een oorspronkelijke denker. Je kon hem geen enkele uitgestoomde waarde verkopen.

‘Weet je wat de doorslag gaf?’ zei hij. ‘De verjaardag van me zuster. Die woont in Diemen. Ze zaten daar natuurlijk allemaal te peren, al bleef het amateurwerk. En ik hield het op colaatje-colaatje-colaatje. Je krijgt er wel het lendewater van, maar je blijft bij de tijd. Ik ging terug met de nachtbus. Kijk, een natte zuiper, die mist de nachtbus, maar een droge zuiper haalt 'm. Nou zat er, voor we uit Diemen vertrokken, al een vent in die bus die naar een bruiloft of zo iets was geweest, want hij had 'n mombakkes voor. Zo'n plastic kop van een ouwe vrek met hangwangen. En zwaar ingenomen had-ie óók. Dat hoorde ik meteen aan z'n gezwets. Maar hij liet het niet bij zwetsen. D'r zat een jonge vrouw en die begon hij lastig te vallen. Eerst met woorden en toen met z'n handen. Die vrouw probeerde hem af te weren, maar ze kon 'm niet baas.’

Hij glimlachte een beetje bitter."

 

 

 1007305-448124547cdb58505b5b409c68f270e8.jpg

Simon Carmiggelt (7 oktober 1913 – 30 november 1987)

Borstbeeld bij de Weteringschans, Amsterdam.

 

 

 

 

De Amerikaanse dichter en schrijver James Whitcomb Riley werd geboren op 7 oktober 1849 in Greenfield, Indiana. Zie ook mijn blog van 7 oktober 2010 en eveneens alle tags voor James Whitcomb Riley op dit blog.

 

 

A Dream Of Autumn

 

Mellow hazes, lowly trailing

Over wood and meadow, veiling

Somber skies, with wildfowl sailing

Sailor-like to foreign lands;

And the north-wind overleaping

Summer's brink, and floodlike sweeping

Wrecks of roses where the weeping

Willows wring their helpless hands.

 

Flared, like Titan torches flinging

Flakes of flame and embers, springing

From the vale the trees stand swinging

In the moaning atmosphere;

While in dead'ning-lands the lowing

Of the cattle, sadder growing,

Fills the sense to overflowing

With the sorrow of the year.

 

Sorrowfully, yet the sweeter

Sings the brook in rippled meter

Under boughs that lithely teeter

Lorn birds, answering from the shores

Through the viny, shady-shiny

Interspaces, shot with tiny

Flying motes that fleck the winy

Wave-engraven sycamores.

 

Fields of ragged stubble, wrangled

With rank weeds, and shocks of tangled

Corn, with crests like rent plumes dangled

Over Harvest's battle-piain;

And the sudden whir and whistle

Of the quail that, like a missile,

Whizzes over thorn and thistle,

And, a missile, drops again.

 

Muffled voices, hid in thickets

Where the redbird stops to stick its

Ruddy beak betwixt the pickets

Of the truant's rustic trap;

And the sound of laughter ringing

Where, within the wild-vine swinging,

Climb Bacchante's schoolmates, flinging

Purple clusters in her lap.

 

Rich as wine, the sunset flashes

Round the tilted world, and dashes

Up the sloping west and splashes

Red foam over sky and sea--

Till my dream of Autumn, paling

In the splendor all-prevailing,

Like a sallow leaf goes sailing

Down the silence solemnly.

 

 

 

1007305-1e3a31c71f82f63d78f273cc5e84624a.jpg
James Whitcomb Riley (7 oktober 1849 – 22 juli 1916)

Hier met een neefje

 

 

 


De Australische schrijver
Thomas Keneally werd geboren op 7 oktober 1935 in Sydney. Zie ook mijn blog van 7 maart 2008 en ook mijn blog van 7 oktober 2009 en ook mijn blog van 7 oktober 2010

 

Uit: Schindler's List

 

„Trying still to find, in the shadow of Himmler, some hint of Oskar's later enthusiasms, we encounter the Schindlers' next-door neighbor, a liberal rabbi named Dr. Felix Kantor. Rabbi Kantor was a disciple of Abraham Geiger, the German liberalizer of Judaism who claimed that it was no crime, in fact was praiseworthy, to be a German as well as a Jew. Rabbi Kantor was no rigid village scholar. He dressed in the modern mode and spoke German in the house. He called his place of worship a "temple" and not by that older name, "synagogue." His temple was attended by Jewish doctors, engineers, and proprietors of textile mills in Zwittau. When they traveled, they told other businessmen, "Our rabbi is Dr. Kantor—he writes articles not only for the Jewish journals in Prague and Brno, but for the dailies as well."

Rabbi Kantor's two sons went to the same school as the son of his German neighbor Schindler. Both boys were bright enough eventually, perhaps, to become two of the rare Jewish professors at the German University of Prague. These crew-cut German speaking prodigies raced in knee pants around the summer gardens. Chasing the Schindler children and being chased. And Kantor, watching them flash in and out among the yew hedges, might have thought it was all working as Geiger and Graetz and Lazarus and all those other nineteenth-century German-Jewish liberals had predicted. We lead enlightened lives, we are greeted by German neighbors—Mr. Schindler will even make snide remarks about Czech statesmen in our hearing. We are secular scholars as well as sensible interpreters of the Talmud. We belong both to the twentieth century and to an ancient tribal race. We are neither offensive nor offended against. Later, in the mid-1930s, the rabbi would revise this happy estimation and make up his mind in the end that his sons could never buy off the National Socialists with a German-language Ph.D.—that there was no outcrop of twentieth-century technology or secular scholarship behind which a Jew could find sanctuary, any more than there could ever be a species of rabbi acceptable to the new German legislators. In 1936 all the Kantors moved to Belgium. The Schindlers never heard of them again.“

 

 

 1007305-f2b975ff42634075b923f468348a58fd.jpg

Thomas Keneally (Sydney, 7 oktober 1935)




Zie voor nog meer schrijvers van de 7e oktober ook mijn vorige blog van vandaag.
Geschreven door Romenu om 18:51 Reageer op dit bericht

Dirkje Kuik, Steven Erikson, Wilhelm Müller

De Nederlandse schrijfster en beeldend kunstenares Dirkje Kuik werd geboren in Utrecht op 7 oktober 1929. Zie ook mijn blog van 7 maart 2008 en ook mijn blog van 7 oktober 2009 en ook mijn blog van 7 oktober 2010

 

 

 1007298-a282d277b4dc108d40f830a3b04b274b.jpg

Studie van een wilg, tekening

 

 

Etalageroos

 

Paars-rose roos, fijnbesneden, shantung roos

verdroogde pioen in het fruitglas

speel met mijn gedachten

gaas en eeuwig als de nachtvlinder

of nog minder
de laagste trap, de orde van plezier

der dames,

verwelkt dier uit naald en draad

masker, make-up zonder reden

scherf van het gelaat.

 

 

 

 1007298-a41578b7f40ccff8fc773bb8d54e25e1.jpg

Dirkje Kuik (7 oktober 1929 – 18 maart 2008)

Hier met vriend Jos te Water Mulder (rechts)

 

 

 

 

De Canadese schrijver, archeoloog, antropoloog Steven Erikson (pseudoniem van Steve Rune Lundin) werd geboren in Toronto op 7 oktober 1959. Zie ook mijn blog van 7 maart 2008 en ook mijn blog van 7 oktober 2009 en ook mijn blog van 7 oktober 2010

 

Uit: Dust of Dreams

 

“There was light, and then there was heat. He knelt, carefully taking each brittle fold in his hands, ensuring that every crease was perfect, that nothing of the baby was exposed to the sun. He drew the hood in until little more than a fist-?sized hole was left for her face, her features grey smudges in the darkness, and then he gently picked her up and settled her into the fold of his left arm. There was no hardship in this.

They’d camped near the only tree in any direction, but not under it. The tree was a gamleh tree and the gamlehs were angry with people. In the dusk of the night before, its branches had been thick with fluttering masses of grey leaves, at least until they drew closer. This morning the branches were bare.

Facing west, Rutt stood holding the baby he had named Held. The grasses were colourless. In places they had been scoured away by the dry wind, wind that had then carved the dust out round their roots to expose the pale bulbs so the plants withered and died. After the dust and bulbs had gone, sometimes gravel was left. Other times it was just bedrock, black and gnarled. Elan Plain was losing its hair, but that was something Badalle might say, her green eyes fixed on the words in her head. There was no question she had a gift, but some gifts, Rutt knew, were curses in disguise.”

Badalle walked up to him now, her sun-charred arms thin as stork necks, the hands hanging at her sides coated in dust and looking oversized beside her skinny thighs. She blew to scatter the flies crusting her mouth and intoned:

         ’Rutt he holds Held Wraps her good
         In the morning
         And then up he stands—’

     ’Badalle,’ he said, knowing she was not finished with her poem but knowing, as well, that she would not be rushed, ‘we still live.’

 

 

 

1007298-ccfbe31086ee7a916ce0674194723053.jpg
Steven Erikson
(Toronto, 7 oktober 1959)

 

 

 

 

De Duitse, romantische dichter Wilhelm Müller werd geboren op 7 oktober 1794 in Dessau. Zie ook mijn blog van 7 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Wilhelm Müller op dit blog.

 

 

Gute Nacht

Fremd bin ich eingezogen,
Fremd zieh ich wieder aus.
Der Mai war mir gewogen
Mit manchem Blumenstrauß.
Das Mädchen sprach von Liebe,
Die Mutter gar von Eh' -
Nun ist die Welt so trübe,
Der Weg gehüllt in Schnee.

Ich kann zu meiner Reisen
Nicht wählen mit der Zeit:
Muß selbst den Weg mir weisen
In dieser Dunkelheit.
Es zieht ein Mondenschatten
Als mein Gefährte mit,
Und auf den weißen Matten
Such ich des Wildes Tritt.

Was soll ich länger weilen,
Daß man mich trieb' hinaus?
Laß irre Hunde heulen
Vor ihres Herren Haus!
Die Liebe liebt das Wandern,
Gott hat sie so gemacht -
Von einem zu dem andern -
Fein Liebchen, gute Nacht!
Will dich im Traum nicht stören,
Wär' schad' um deine Ruh',
Sollst meinen Tritt nicht hören -
Sacht, sacht die Türe zu!
Ich schreibe nur im Gehen
An's Tor dir gute Nacht,
Damit du mögest sehen,
Ich hab' an dich gedacht.

 

 

 

1007298-d21530cc963f606b20716ee47d14647b.jpg
Wilhelm Müller (7 oktober 1794 – 1 oktober 1827)

Getekend door Wilhelm Hensel

Geschreven door Romenu om 18:46 Reageer op dit bericht

Victor Vroomkoning, Ulrike Ulric, Horst Bingel, Heinrich Federer, Ludwig Begley, Maria Dąbrowska, Peter Gosse

De Nederlandse dichter Victor Vroomkoning (pseudoniem van Walter van de Laar) werd geboren op 6 oktober 1938 in Boxtel. Zie ook mijn blog van 6 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Victor Vroomkoning op dit blog.

 

 

Slaap

 

Maak mij dood
van elf tot acht, laat
zo weinig van mijn dromen
heel dat ik ontwaak

alsof ik word geboren
en niet met zoveel vragen
meer tot leven kom dan waar-
mee ik ingeslapen ben.

Wat betekenen tenslotte
negen uren dood
op zoveel geeuwen leven.

 

 

 

 

ik hou van mensen die blijven...

 

ik hou van mensen die blijven, zei hij,
we stonden samen onder het afdak te turen
naar het kantwerk van de winterbomen
en door zijn woorden had ik moeite om weg te gaan

hij voerde me door de geschonden lanen van zijn jeugd,
langs vergane boomgaarden, nabij tere beken,
voor een gesloopt huis hield hij halt en
keek heimelijk door het venster van zijn eerste liefde
aarzelend sloop er zomer in zijn stem
en ik zag dat hij even weg was

 

 

 

Stemmen

 

Geef mij de stem van die ene mens,
geef mij de stem van mijn vader
in mijn oren tot mijn verre ogen
hem ontwaren tussen de tenoren
tot ik weer zijn handen voel
waarmee ik die van mij ging meten,
welpenhandjes met de vuisten van een vent.

En dat dan de stem van mijn zoon
mij roept met de stem van mij
met de stem waarom ik roep.

 

 

 

1006974-7fa8b355e884d6f286b1b0499d7b8005.jpg
Victor Vroomkoning (Boxtel, 6 oktober 1938)

 

 

 


De Duitse dichteres en schrijfster
Ulrike Ulrich werd geboren in op 6 oktober 1968 in Düsseldorf. Zie ook mijn blog van 6 oktober 2010

 

Uit: Morgen ist auch Tag

 

„Jeden Morgen mit den Lidern gen Osten. Den Laden weit offen. Auf die Verlegene warten. Dem Schein nach. Mit Rosenfingern weist sie den Weg. Ihrem Bruder leuchtendes Beispiel. Auffallend die Augen. Meine. Sobald sie erscheint. Ihre Liebe, sagen sie, ihre Liebe zu jungen Männern errötet den Himmel. Sie weiß es besser. Weint schamlos den Tau. Ist mir schon immer die Liebste gewesen. Von den Titanenkindern. Wie überhaupt alle Übergänge. Schon immer.

Um Aufenthalt ansuchen. Für die Übergänge. Die scheinbaren Orte. Die wechselnden Lichtverhältnisse. Wenn er graut, der Morgen. Dieses Grauen, in dem sich kein Schrecken findet, nur eine Vielzahl von Farben, auch Rot.

Dämmerungsphasen. Im Tageszeitentransit kein Zelt aufschlagen. Unbedacht auf die Gleichzeitigkeit hoffen. Letzte Sterne. Den Moment verpassen, der eine Gegend ist. Übergangsweise. Hellsichtig.

 Oder auch aus dem Traum steigen. Übertreten wie Gas zu Fest.

 Schon als Kind aus dem Stockbett gesprungen. In den Tag hinein. Und auch jetzt wie auf einen Perron. Wie aus dem Zug auf den Bahnsteig. Und der Tag immer schon da. Zum Abholen bereit. Hält kein Schild hoch. Wir kennen uns. Kein Aufhebens. Umarmungen oder Küsse. Nimmt mir die Koffer ab. Manchmal. Die von der Nacht. Schließ sie ein, sagt er. Zuvorkommend. Wie ich. Den Weckern und ihren Geweckten. Den Vögeln. Den Spuren auf nachtgefallenem Schnee. Vor der Türe stehen, bis eine sie aufschließt. Schon wieder die Erste.

Es nicht laut sagen. Kaum trauen, es laut zu sagen. Der Bettflucht verdächtig auf Gold herumkauen. Ihn aber loben wollen. Wieso bis zum Abend warten. Ihn loben, bevor es zu spät ist. Schon die Sirenen von anderer Leute Unglück. Glück vielleicht. Schon die ersten Geschäftigkeiten. Brechen herein.“ 

 

 

1006974-2fee8205f8a5eddf7189ccc0391e516b.jpg
Ulrike Ulrich (Düsseldorf, 6 oktober 1968)

 

 

 


De Duitse dichter, schrijver, graficus en uitgever
Horst Bingel werd geboren in Korbach op 6 oktober 1933. Zie ook mijn blog van 6 oktober 2008 en ook
mijn blog van 6 oktober 2009 en ook mijn blog van 6 oktober 2010

 

 

Taube

 

Du triffst die Taube im Flug, sie ist nicht blau, was
   staunst du, sie ist nicht blau,

die Taube sitzt rot schon tief im Horizont, sie wartet mit

   dir, bei Tag, nachts, sie spreizt ihr Gefieder,
   sie wartet,

sie wartet doch nicht.

 

Du siehst die Taube so nah, sie ist jetzt dein, was staunst
   du, sie ist doch dein,

die Taube spitzt ewig scharf deinen Schnabel, hinter dem
   Horizont, bei Nacht, tags, sie spitzt ihn ja dir,
   sie fliegt nur,

sie fliegt stets allein.

 

Du hörst die Taube im Flug, sie bleibt dein Schatten, was
   staunst du, sie grüßt nicht,

die Taube ist nun arg bunt im Horizont, sie ist sonst gar
   nichts, bei Tag, nachts, doch hinter dem Regen,
   sie trägt dich,

sie trägt dich im Kopf.

 

 

 

 1006974-787a4e7b86a7c19718b1c4f0e34ad9b2.jpg

Horst Bingel (6 oktober 1933 – 14 april 2008)

 

 

 

 

De Zwitserse schrijver en priester Heinrich Federer werd geboren op 6 oktober 1866 in Brienz. Zie ook mijn blog van 6 oktober 2009 en ook mijn blog van 6 oktober 2010

 

Uit: Das letzte Stündlein des Papstes Innocenz des Dritten

 

„Der grosse Innocenz lag am Nachmittag des heissen 16. Juni 1216 im erzbischöflichen Palast von Perugia, auf erhöhten Lagern, bei offenen Fenstern in den letzten Zügen. Jäh war es über den blühenden Herrn gekommen und hatte ihn aus grossen Plänen und einem Tisch voll noch nasser, weltregierender Diktate ins Sterben geworfen. Eine Orange zur Unzeit, Fieber, verwirrter Medikus und der Tod, das ging in einen halben Tag.

Er sah vom Kissen aus das Tibertal zu den Gesimsen heraufleuchten und drüben die kleinen Stadtnestlein Assisi, Spello, Foligno und Trevi von den Gebirgshängen winken. Aber reden, schreiben, auch nur noch mit dem Finger deuten konnte der Sterbende nicht mehr. Steif und still lag er da. Unter den Fenstern auf dem Pflaster hörte er die Rosse trampeln, Wagen vorfahren, Eilboten im Galopp den Hügel hinunter nach Rom rasen. Er hörte die Ärzte arabische Phrasen gegeneinander schimpfen und dazu mit ihren langen Röcken rauschen. Und das Hofgesinde und die Prälaten hörte er flüstern: »Er ist aus reichem Haus und ein grosser Sparer gewesen. Wer kennt sein Testament? Was vermacht er uns?« – Und übel klang dazu, wie man sich schon um die Schlüssel zu dieser und jener Truhe sorgte. Aber noch viel übler war das fromme, ängstliche Durcheinander anzuhören: »Gott, was wird aus unserer heiligen Kirche? – So jung der Kaiser, so furchtbar der Muselman, so nötig unser Papst wie die Sonne am Himmel! Wer soll seinen Stuhl füllen? Die Welt fällt auseinander.« – Das und alle die tausend Geräusche, die das Abtreten eines Grossen und das Kommen des Nachfolgers begleiten, hörte er mit dem so feinen Ohr der Sterbenden. Aber er lachte in seine grosse Seele hinein. Ach, was war doch dies alles für Torheit! Drüben glänzt Assisi. Dort lebt der Mann, der für diesen Augenblick allein noch passt, Wo ist Franciscus, der Bettler? Franciscus her! Ach, wenn er ihn doch rufen könnte!

Der stand einmal vor seinem Stuhl in Rom und fragte demütig: »Herre Papst, dürfen wir arm sein?«

Der junge Papst schüttelte damals verwundert seinen lockenbraunen Kopf. Die Hofschranzen aber spotteten laut.

»Dürfen wir von der Armut leben?« wiederholte Franz.

Innocenz lächelte fein. Was war das für eine Speise, die Armut? Was für ein neuer Reichtum, das Nichtshaben?“

 

 

 1006974-3be1db69f095451311a57bbc1e6122f0.jpg

Heinrich Federer (6 oktober 1866 – 29 april 1928)

 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 6 oktober 2010.

 

De Duitse dichter, schrijver en essayist Peter Gosse werd geboren in Leipzig op 6 oktober 1938.

Zie ook mijn blog van 6 oktober 2008.

 

De Amerikaanse schrijver Louis Begley werd geboren als Ludwig Beglejter op 6 oktober 1933 in Stryj (toen Polen, tegenwoordig Oekraïne). Zie ook mijn blog van 6 oktober 2008 en ook mijn blog van 6 oktober 2009.

 

De Poolse schrijfster Maria Dąbrowska werd geboren op 6 oktober 1889 in Russów bij Kalisz. Zie  ook mijn blog van 6 oktober 2009.
Geschreven door Romenu om 10:02 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten