Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Berichten van 15 november 2008

Etty Hillesum, Liane Dirks, José de Lizardi, Wolf Biermann, J. G. Ballard

De Nederlandse schrijfster Etty Hillesum werd geboren in Middelburg op 15 januari 1914 als Esther Hillesum in een joods-Nederlandse familie. Zij kreeg bekendheid door de publicatie van haar dagboek, 38 jaar nadat zij in Auschwitz werd vermoord. In haar dagboek verwoordde ze haar persoonlijke, innerlijke ontwikkeling te midden van de turbulentie van de Tweede Wereldoorlog en de absurditeiten van de holocaust. Het boek is niet alleen een sterk persoonlijk document, maar geeft ook enig inzicht in de wijze waarop de anti-Joodse maatregelen en deportaties in die jaren op Joden zelf is overgekomen. Etty's dagboeken, of althans een groot deel ervan, werden gebundeld en in november 1981 uitgegeven onder de titel Het verstoorde leven - Dagboek van Etty Hillesum. Het dagboek begint op 9 maart 1941 en eindigt met het bericht van een vriend over haar deportatie naar Auschwitz op 6 september 1943.

 

Uit: Het verstoorde leven - Dagboek van Etty Hillesum.

 

“20. 28 maart 1942:

 

Dit verdriet moet je in jezelf alle ruimte en onderdak verschaffen, die het toekomt en op die manier zal het verdriet in de wereld misschien verminderen, als iedereen draagt, eerlijk en loyaal en volwassen draagt wat hem wordt opgelegd, Maar als je het verdriet niet het eerlijke onderdak verleent, maar de meeste ruimte openstelt voor haat en wraakgedachten, waaruit weer nieuw verdriet voor anderen geboren zal worden, ja dan neemt het verdriet nooit een einde in deze wereld en zal zich steeds vermeerderen.

21. 29 maart 1942:

 

Men moet ondanks de vele mensen, de vele vragen, de veelzijdige studie, altijd een grote stilte met zich meedragen, waarin men zich steeds terugtrekken kan, ook temidden van het grootste gewoel en midden in het intensiefste gesprek.

 

22. 1 april 1942:

 

En zeer, zeer bescheiden zijn …. En steeds eenvoudiger worden. … Niet alleen voor je zelf, in je stille en beste momenten die eenvoud en wijdte in je voelen, maar ook in je dagelijkse leven, geen sensaties om je heen uitstrooien, niet interessant willen zijn”.

 

 

 

Etty_Hillesum
Etty Hillesum (15 januari 1914 – 30 november 1943)

 

 

 

 

 

 

De Duitse schrijfster Liane Dirks werd geboren op 15 november 1965 in Hamburg. Zie ook mijn blog van 15 november 2007.

 

Uit: Narren des Glücks

 

“Begonnen hatte das alles mit dem Eis. Sie hatten es einfach nicht geglaubt.

Freilich hatte es schon Kälteeinbrüche gegeben in dieser Gegend, aber nicht solcherart. Und Vorhersagen, wer glaubte schon an Vorhersagen und dann auch noch an die von Wissenschaftlern. An die eigenen, ja, an die schon: Westwind mit Regen bringt dem Bauern Segen; Dunst auf dem See tut dem Fischer immer weh.

Oder die Würmer: Ein Spatenstich und man wußte es. Je tiefer sie krochen, desto kälter wurde es. Aber das waren ja keine Vorhersagen. Das waren Erfahrungen.

Hätten sie allerdings mit dem Spaten gestochen, dann hätten sie gesehen, daß die Würmer gar nicht mehr da waren. Aber das hatte nur einer entdeckt. Jonathan, der alte Gärtner, und der lebte auf der Insel, den interessierten die Leute zum einen nicht, zum anderen behielt er sowieso alles für sich, denn Jonathan war stumm und obendrein auch noch Engländer.

Der Russin, die ihn einst gewissermaßen erworben hatte, war das nur recht gewesen. Sie hatte einen verschwiegenen Vertrauten gebraucht und einen Kenner und Könner noch dazu. Und Jonathan hatte schon so manchen Erdhaufen verschoben, für die alte Jekyll die Natur künstlich aufgehäuft, in Kew Gardens die Cycadeen umgetopft, die Exoten gepäppelt und die Orchideen gepfropft. Dort hatte sie ihn abgeworben, ein guter Handwerker für ihr Paradies, so etwas kriegte man damals eben nur in England.

Dem neuen Herrn der Insel, der den Gärtner übernommen hatte, war der alte Kauz egal. Zu unwichtig war es ihm, aus welchem Samen hier welche Exoten gezogen worden waren. Und ob man graben mußte oder nicht. Und wenn ja wie tief. Den neuen Herrn interessierten andere Dinge. Und Menschen, vor allem Menschen, Künstler vor allem, Frauen, aber auch Männer, Mädchen und eine gewisse Macht. Und in diesem Jahr interessierte ihn sein Fest. Schließlich, sagte er, ginge ein Jahrzehnt zu Ende und mit ihm eine Ära. Ersteres wüßten alle, letzteres wisse er.

Und dieser Tatsache gebühre ein Fest. Ein besonderes Fest.”

 

 

 

 

Dirks
Liane Dirks (Hamburg, 15 november 1965)

 

 

 

 

 

 

De Mexicaanse dichter en schrijver José Joaquín Fernández de Lizardi werd geboren in Mexico-stad op 15 november 1776.  Hij begon zijn literaire carrière in 1808 met een gedicht over Ferdinand VII van Spanje, nadat deze door Napoleon afgezet was. Toen de Mexicaanse Onafhankelijkheidsoorlog uitbrak in 1810 was hij bestuurder in Taxco. Hij steunde zowel de opstandelingen als de Spanjaarden. Hij was voor onafhankelijkheid voor Mexico maar was tegen het bloedvergieten dat gepaard ging met de onafhankelijkheidsstrijd, dus hij wilde de burgers van Taxco zoveel mogelijk ellende besparen. Nadat Taxco weer door de Spanjaarden werd ingenomen werd Fernández een tijdje gevangen gezet, omdat hij met de rebellen geheuld zo hebben. Hij werd al snel weer vrijgelaten maar was zijn positie en bezittingen kwijtgeraakt. Toen in 1812 de Spaanse grondwet van 1812 werd aangenomen, die enige persvrijheid verschafte, richtte hij direct het tijdschrift El Pensador Mexicano (De Mexicaanse Denker) op. In dat tijdschrift bekritiseerde hij de vicekoninklijke overheid en uitte hij Verlichtingsdenkbeelden. In de negende uitgave viel hij openlijk de vicekoning aan, waarna hij gearresteerd werd.  In 1814 werd de grondwet weer teruggedraaid, waardoor hij overschakelde op literataire werken. Hij begon onder andere aan het schrijven van zijn bekendste boek, El Periquillo Sarniento (De Schurftige Papegaai). In deze tijd schreef hij ook Fábulas, Noches tristes , La Quijotita y su prima en Don Catrín de la Fachenda. Na de Mexicaanse onafhankelijkheid (1821) verschenen de meeste van zijn boeken voor het eerst geheel.

 

Uit: The Itching Parrot (Vertaald door Katherine Ann Porter)

 

“I WAS BORN IN MEXICO, capital of Northern America, in New Spain, about the years 1771 to 1773, of parents neither rich nor poverty stricken. At the same time they were of good blood and made it known by their virtue.

 

As soon as I was born, after the washings and other business of that hour, my aunts, my grandmothers, and other dames of the old school wished to bind my hands and bundle and wrap me up like a firecracker, alleging that if they left me untied I was apt to scare myself, or be very free with my fists when I grew up; and, as the weightiest reason and the final unanswerable argument, they said they had been brought up in this way and on that account it was the best and should be followed as the surest, without disputing the matter at all, because the old are in everything wiser than the young and, since they had always swaddled their children, their example should be followed with closed eyes. Then they took out of a little basket a piece of ribbon called a relic belt, garnished with jet hands, deer's eye, alligator teeth, and other knickknacks of this kind, intending to adorn me with these relics of superstitious paganism; and this on the very day that had been chosen for me to go to church to profess, through the lips of my godparents, the faith and holy religion of Jesus Christ.

 

God help me, how my father had to battle with the prejudices of those blessed old women! How much spit he wasted making them see what a wild fancy and pernicious absurdity it was to swaddle infants' hands! And what work it cost him to persuade those innocent old women that the jet, the bones, the stones, and other amulets of this or any sort have no virtue against drafts, anger, evil eye, and such nonsense! My father told me this story many times, as also he told me about the victory he gained over all of them when they consented, either by force or willingly, not to imprison me and not to adorn me except with a rosary, the Holy Cross, a reliquary, and images of the four Evangelists. . . .

 

They baptized me, finally, and gave me Pedro for a name; and after that, as is the custom, the name of my father, which was Sarmiento.

 

My mother was pretty and my father loved her extremely. For that reason, and at the persuasion of my discreet aunts, it was unanimously decided to give me a wet-nurse, or tit-servant, as we call them here.”

 

 

 

 

lizardi
José de Lizardi (15 november 1776 - 27 april 1827)

 

 

 

 

 

De Duitse zanger, dichter en schrijver Wolf Biermann werd geboren op 15 november 1936 in Hamburg. Zie ook mijn blog van 15 november 2006 en ook mijn blog van 15 november 2007.

 

 

Ermutigung

 

Du, laß dich nicht verhärten

in dieser harten Zeit.

Die allzu hart sind, brechen,

die allzu spitz sind, stechen

und brechen ab sogleich.

 

Du, laß dich nicht verbittern

in dieser bittren Zeit.

Die Herrschenden erzittern

- sitzt du erst hinter Gittern -

doch nicht vor deinem Leid.

 

Du, laß dich nicht erschrecken

in dieser Schreckenszeit.

Das wolln sie doch bezwecken

daß wir die Waffen strecken

schon vor dem großen Streit.

 

Du, laß dich nicht verbrauchen,

gebrauche deine Zeit.

Du kannst nicht untertauchen,

du brauchst uns und wir brauchen

grad deine Heiterkeit.

 

Wir wolln es nicht verschweigen

in dieser Schweigezeit.

Das Grün bricht aus den Zweigen,

wir wolln das allen zeigen,

dann wissen sie Bescheid.

 

 

 

 

 

Biermann
Wolf Biermann (Hamburg, 15 november 1936)

 

 

 

 

 

 

De Britse schrijver James Graham Ballard werd geboren in Shanghai op 15 november 1930.Tijdens WO II kwam hij vast te zitten in een Japans kamp. In 1946 keerde zijn familie naar Engeland terug. Ballard ging medicijnen studeren, maar maakte de studie niet af. In 1956 verscheen zijn eerste verhaal. Zijn roman Crash werd in 1996 verfilmd door de Canadese regisseur David Cronenberg nadat het boek Empire of the Sun al in 1987 was verfilmd door Steven Spielberg.

 

Uit: Miracles of Life

 

„Unlike most undergraduates, I knew Cambridge well when I first went up to King’s. Had I seen Cambridge for the first time in 1949, I might have taken more from it. In a sense I was ready to leave as soon as I arrived.

I spent my two years studying anatomy, physiology and pathology. The dissecting room was the gravitational centre of all medical study. Walking into that strange, low-ceilinged chamber, halfway between a nightclub and an abattoir, was an unnerving experience. The cadavers, greenish-yellow with formaldehyde, lay naked on their backs, their skins covered with scars and contusions, and seemed barely human, as if they had just been taken down from a Grünewald Crucifixion. Several students in my group dropped out, unable to cope with the sight of their first dead bodies, but in many ways the experience of dissection was just as overwhelming for me. Nearly 60 years later, I still think that my two years of anatomy were among the most important of my life, and helped to frame a large part of my imagination.

Both before and during the war, in Shanghai, I had seen a great many corpses, some at very close quarters, and like everyone else I had neutralised my emotional response by telling myself: “This is grim, but sadly part of life.” Now, only a few years later, I was dissecting dead human beings, paring back the layers of skin and fat to reach the muscles below, then separating these to reveal the nerves and blood vessels. In a way I was conducting my own autopsy on all those dead Chinese I had seen lying by the roadside. I was carrying out a kind of emotional and even moral investigation into my own past while discovering the vast and mysterious world of the human body.

Most of the cadavers were those of doctors who had willed their bodies for dissection. There was one female cadaver, a strong-jawed woman of late middle age, whose bald head shone brightly under the lights. Most of the male medical students gave her a wide berth. None of us had seen a naked woman of our mothers’ age, alive or dead, and there was a certain authority in her face, perhaps that of a senior gynaecologist or GP. I was drawn to her, though not for the obvious sexual reasons; her breasts had subsided into the fatty tissue on her chest, and many of the students assumed she was male.“

 

 

 

J_G_Ballard

J. G. Ballard (Shanghai, 15 november 1930)


 

 

Geschreven door Romenu om 16:37 Reageer op dit bericht

Carlo Emilio Gadda, Gerhard Hauptmann, Richmal Crompton, Marianne Moore, Madeleine de Scudéry

De Italiaanse schrijver Carlo Emilio Gadda werd geboren op 15 november 1893 in Milaan. Hij trok als vrijwilliger WO I in en kwam aan het front terecht. Hij volgde een technische opleiding en werkte na de oorlog lang als ingenieur. In1940 verhuisde hij naar Florence, waar hij tot 1950 bleef wonen. Dat was voor de schrijver een zeer productieve tijd. In 1950 vestigde hij zich in Rome. Met zijn roman Quer pasticciaccio brutto de via Merulana uit 1957 werd hij wereldberoemd. Hier een fragment uit die roman.

 

Uit: Die grässliche Bescherung in der Via Merulana (Vertaald door Toni Kienlechner)

 

„Die ruhmvolle Geschichte unserer Malerei ist zu einem Teil ihrer Glorie den Zehen verpflichtet. Das Licht und die Zehen sind die wichtigsten und unfasslichsten Ingredienzien jeder Malerei, die sich lebendig behaupten will, die ihren Ausdruck sucht, erzählen, überzeugen, formen möchte – die danach strebt, unsere Sinne zu unterjochen, die Herzen dem Bösen abzuringen: die achthundert Jahre lang auf ihren Lieblingsdarstellungen beharrt. Und die Heiligen, die so beladen sind mit den Gaben des Herrn, auch sie könnten nicht der unentbehrlichen Gabe der Füße ermangeln: um so weniger diese beiden, die einst auf der Appia bis nach Babylon wanderten, um dort enthauptet oder mit dem Kopf nach unten ans Kreuz geschlagen zu werden. Bei ihnen waren, ganz im Gegenteil, eben diese Füße das physische Instrument ihres wallenden Apostolats: bis sie zwischen die Füße des Nero gerieten. Der sich aber nicht überzeugen ließ. Nein, die Heiligen können nicht auf das Rüstzeug der großen Zehen verzichten: ebensowenig wie die Soldaten auf die Zuteilung ihrer Büchsenfleischration. Schon gar nicht damals, wenn so ein italienischer Maler des sechzehnten oder siebzehnten Jahrhunderts, oder des achtzehnten oder gar noch schlimmer, sich vor sie hinkniete und sich anschickte, sie von unten her abzukonterfeien mit der Hingabe eines Pedikeurs.

In Italien ist das Licht die Mutter der großen Zehen: und wer ein echter italienischer Maler ist, der lässt sich da nicht lumpen, bewahre, wie auch der Manieroni von den Due Santi sich nicht hat lumpen lassen, weder das was Licht noch was die Zehen betrifft. ...“

 

 

 

 

Gadda
Carlo Emilio Gadda (15 november 1893 – 21 mei 1973)

 

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver Gerhard Johann Robert (Gerhart) Hauptmann werd geboren in Obersalzbrunn (Neder-Silezië) op 15 november 1862. In 1880 begon hij aan een opleiding tot beeldhouwer aan de Königliche Kunst- und Gewerbeschule in Breslau. Daar ontmoette hij Josef Block, met wie hij zijn leven lang bevriend bleef. Hij verliet de school in 1882. Voor het huwelijk van zijn broer Georg schreef hij het spel Liebesfrühling. In de jaren 1888 – 1892 ontstonden de „novellistische Studie“ Bahnwärter Thiel en de dramatische werken Vor Sonnenaufgang en Die Weber. Die Weber werd doot de schrijver en criticus Theodor Fontane met enthousiasme begroet en het stuk betekende zijn doorbraak als toneelschrijver. Hauptman geldt als medegrondlegger van het Duitse naturalisme. In 1912 ontving hij de Nobelprijs voor de Literatuur. Hij behoorde enige tijd tot de kring van intellectuelen, de Friedrichshagener Kreis.

 

Uit: Der Ketzer von Soana

 

„An einem Bergabhang oberhalb des Luganer Sees ist unter vielen anderen auch ein kleines Bergnest zu finden, das man auf einer steilen, in Serpentinen verlaufenden Bergstraße in etwa einer Stunde, vom Seeufer aus gerechnet, erreichen kann. Die Häuser[Pg 24] des Ortes, die, wie an den meisten italienischen Plätzen der Umgegend, eine einzige, ineinandergeschachtelte, graue Ruine aus Stein und Mörtel sind, kehren ihre Fronten einem schluchtähnlichen Tale zu, das von den Auen und Terrassen des Fleckens und gegenüber von einem mächtigen Abhang des überragenden Bergriesen Monte Generoso gebildet wird.

In dieses Tal, und zwar dort, wo es wirklich als enge Schlucht seinen Abschluß nimmt, ergießt sich von einer wohl hundert Meter höher gelegenen Talsohle ein Wasserfall, der je nach Tages- und Jahreszeit und der gerade herrschenden Strömung der Luft, mehr oder weniger stark, mit seinem Rauschen eine immerwährende Musik des Fleckens ist.

In diese Gemeinde war vor langer Zeit ein etwa fünfundzwanzigjähriger Priester versetzt worden, der Raffaele Francesco hieß. Er war in Ligornetto geboren, also im Tessin, und konnte sich rühmen, ein Mitglied desselben, dort ansässigen Geschlechtes zu sein, das den bedeutendsten Bildhauer des geeinten Italiens, hervorgebracht hatte, der ebenfalls in Ligornetto geboren wurde und endlich auch dort gestorben ist.

Der junge Priester hatte seine Jugend bei Verwandten in Mailand und seine Studienzeit in ver[Pg 25]schiedenen Priester-Seminaren der Schweiz und Italiens zugebracht. Von seiner Mutter, die aus einem edlen Geschlechte war, stammte die ernste Richtung seines Charakters, die ihn ohne jedes Schwanken schon zeitig dem religiösen Beruf in die Arme trieb.

Francesco, der eine Brille trug, zeichnete sich vor der Menge seiner Mitschüler aus durch exemplarischen Fleiß, Strenge der Lebensführung und Frömmigkeit. Selbst seine Mutter mußte ihm schonend nahelegen, daß er als künftiger Weltgeistlicher sich ein wenig Lebensfreude wohl gönnen möge und nicht eigentlich auf die strengsten Klosterregeln verpflichtet sei. Sobald er die Weihen empfangen hatte, war es indessen sein einziger Wunsch, eine möglichst entlegene Pfarre zu finden, um sich dort als eine Art Eremit, nach Herzenslust, noch mehr, als bisher, dem Dienste Gottes, seines Sohnes und dessen geheiligter Mutter zu weihen.“

 

 

 

 

 

hauptmann
Gerhard Hauptmann (15 november 1862 - 6 juni 1946)

Portret door Emil Orlik 

 

 

 

 

 

De Engelse schrijfster Richmal Crompton Lamburn werd geboren op 15 november 1890 in Lancashire. Haar beroemdste boeken zijn de verhalen over William, een ondeugende, elj-jarige schooljongen en zijn vriendengroep, bekend als „the Outlaws.“ Het eerste verhaal verscheen in Home Magazine in 1919. In 1922 verscheen de eerste bundel onder de titel Just William. Gedurende haar leven schreef zij er achtendertig. Het laatste boek, William the Lawless, verscheen posthuum in 1970. Van de boeken over William werden meer dan twaalf miljoen exemplaren verkocht. Zij werden bewerkt voor televisie, film, toneel en radio.

 

Uit: Just-William

 

„ll a--call a mincing-machine, Ex-Ex--what you said," said Douglas.

 

William ignored him. "Well, all the others pulled an' pulled an' pulled an' couldn't get it out."

 

"You said that before," said Douglas.

 

"The nex' time you int'rupt--" said William threateningly, then, a note of pathos invading his voice, "You asked me to tell you this story, didn't you?"

 

"We didn't ask you to go on and on sayin' the same thing over an' over again," said Douglas, adding, after a moment's thought, "You might as well call a coal shovel Arthur as a sword."

 

"The sword wasn't called Arthur," said William. "The man was called Arthur. The sword was called Excelsior."

 

"It must have had the same name as this other man," said Henry. "I know this other man was called Excelsior, 'cause I learnt it once. The shades of night were falling fast an- he met an awful avalanche. I forget the rest, but it was jolly excitin'"

 

"Gosh!" said William in despair. "Don't you want to hear this story?"

 

 

 

 

 

richmal_crompton_2
Richmal Crompton (15 november 1890 – 11 januiri 1969)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse dichteres Marianne Moore werd geboren op 15 november 1887 in Kirkwood, Missouri. Haar vader werd voor haar geboorte in een psychiatrische kliniek opgenomen en Moore had nooit contact met hem. Met haar broer en moeder verhuisde zij naar Carlisle in Pennsylvania. Als leerling blonk zij niet uit, maar zij richtte wel mede het literaire tijdschtift van haar schhool op. Na haar eindexamen gaf zij enige jaren les in boekhouden, schrijven en Engels in Carlisle. In 1915 verscheen haar eerste gedichtenbundel en kwam in contact met dichters en schrijvers als Wallace Stevens en William Carlos Williams. Voor Collected Poems kreeg zij in 1952 de Pulitzer-Prijs.

 

 

Silence

 

My father used to say,

"Superior people never make long visits,

have to be shown Longfellow's grave

nor the glass flowers at Harvard.

Self reliant like the cat --

that takes its prey to privacy,

the mouse's limp tail hanging like a shoelace from its mouth --

they sometimes enjoy solitude,

and can be robbed of speech

by speech which has delighted them.

The deepest feeling always shows itself in silence;

not in silence, but restraint."

Nor was he insincere in saying, "Make my house your inn."

Inns are not residences.

 

 

 

Nevertheless

 

you've seen a strawberry

that's had a struggle; yet

was, where the fragments met,

 

a hedgehog or a star-

fish for the multitude

of seeds. What better food

 

than apple seeds - the fruit

within the fruit - locked in

like counter-curved twin

 

hazelnuts? Frost that kills

the little rubber-plant -

leaves of kok-sagyyz-stalks, can't

 

harm the roots; they still grow

in frozen ground. Once where

there was a prickley-pear -

 

leaf clinging to a barbed wire,

a root shot down to grow

in earth two feet below;

 

as carrots from mandrakes

or a ram's-horn root some-

times. Victory won't come

 

to me unless I go

to it; a grape tendril

ties a knot in knots till

 

knotted thirty times - so

the bound twig that's under-

gone and over-gone, can't stir.

 

The weak overcomes its

menace, the strong over-

comes itself. What is there

 

like fortitude! What sap

went through that little thread

to make the cherry red!

 Email This Poem to a Friend.

 

 

 

 

marianne-moore
Marianne Moore (15 november 1887 – 5 februari 1972)

 

 

 

 

 

 

De Franse schrijfster Madeleine de Scudéry werd geboren op 15 november 1607 in Le Havre. Zij behoort tot de belangrijkste schrijfsters van de 17e eeuw in Frankrijk en zij was de eerste Franse schrijfster die ook buiten Frankrijk veel werd gelezen. Haar belangrijkste werken zijn Ibrahim ou l'illustre Bassa en Le grand Cyrus.

 

Uit: Oeuvres

 

" Il n'y a rien de plus ridicule que ces gens qui ont certains sujets où ils disent des merveilles et qui, hors de là, ne disent que des sottises. Ainsi, je veux que l'on ne sache jamais ce que l'on doit dire et qu'on sache pourtant toujours bien ce que l'on dit, car , si on agit de cette sorte, les femmes ne feront point les savantes mal à propos, ni les ignorantes avec excès, et chacun ne dira que ce qu'il devra dire pour rendre la conversation agréable. Mais ce qu'il y a de plus nécessaire pour la rendre douce te divertissante, c'est qu'il faut qu'il y ait un certain esprit de politesse, qu'on banisse absolument toutes les railleries aigres, aussi bien que toutes celles qui peuvent offenser la pudeur.

 

 

 

 

Scudery

 

Madeleine de Scudéry (15 november 1607 – 2 juni 1701)

 

Geschreven door Romenu om 16:18 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten