Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Berichten van 18 september 2015

Armando, Ton Anbeek, Michaël Zeeman, Stephan Sarek, Omer Karel De Laey

De Nederlandse kunstschilder, beeldhouwer, dichter, schrijver, violist, acteur, journalist, film-, televisie- en theatermaker Armando werd geboren op 18 september 1929 in Amsterdam. Zie ook mijn blog van 18 september 2010 en eveneens alle tags voor Armando op dit blog.

 

niemand weet wie ik zal zijn wie ik was
niemand weet wie ik zal zijn wie ik was
u overschat mij
ik ben radeloos ik was een ander

geef mij touwen bind mij vast
dood mij niet
ik ben onschuldig ik ben de vijand

 

 1815114-f2ee94643b09cca86351c3761a8ea0a4.jpg
Armando, Damals, 2010

 

 

Een tijdperk

Strenge stemmen verlaten de aarde,
bezingen de razernij der dingen
en het geween van bloeiende bloemen:
de oogst van een roekeloos tijdperk.

Was het een offer op verlaten altaren?
Het bleek een halsstarrig ademen.

 

 1815114-fe3205b8021fafc618edeeb029d98fb4.jpg
Armando (Amsterdam, 18 september 1929)

 

 

De Nederlandse schrijver en letterkundige Ton Anbeek werd geboren in Ede op 18 september 1944. Zie ook mijn blog van 18 september 2010 en eveneens alle tags voor Ton Anbeek op dit blog.

Uit: Vestdijks beeld van de tweede wereldoorlog: ‘Pastorale 1943’ en ‘Bevrijdingsfeest’

“Niet alleen de beschrijvingen zijn ironisch. Even sterk is de ironie aanwezig in de plot van Pastorale. Want de aanslag op Poerstamper is het gevolg van een misverstand: Poerstamper is helemaal de verrader niet en dus wordt hij ten onrechte op zo omslachtige wijze om zeep geholpen. Er zijn andere ironieën: Cohen haast zich terug naar zijn onderduikadres, hij doet alle mogelijke moeite om op tijd bij de pont te komen - en dat terwijl de lezer weet dat hij op weg is naar zijn ondergang. Als een van de obstakels hem werkelijk de weg versperd had, zou hij te laat gekomen zijn voor zijn arrestatie. En ten slotte is er het wrange lot van Schults die meent gevangen genomen te zijn vanwege zijn verzetsdaden - pas later blijkt hij het slachtoffer geweest te zijn van een afgewezen vrouw.
Door-en-door ironisch, noemde ik het boek, tot op de voorlaatste bladzij. Want daar gebeurt iets opmerkelijks. Eerst heeft Schults een gesprek met zijn broer, de gelauwerde S.S.-er. Die broer zegt: ‘“Dat je tegen ons bent, kan me niets schelen. Maar het zou me spijten, wanneer je aan die poppenkast van de illegaliteit meedeed. Ik heb in Rusland genoeg van de partizanen gezien om daar geen consideratie mee te hebben; en die dóén tenminste nog wat, hier is het alleen maar poppenkast”’ (p. 277).
De illegaliteit als poppenkast; het lijkt een volmaakte typering van wat de lezer te zien heeft gekregen in de voorafgaande bladzijden: de knullige executie van de verkeerde, onbelangrijke persoon. Krijgt de S.S.-er daarmee het laatste woord over het verzet? Nee, in de meest letterlijke betekenis niet. In de laatste alinea blijkt dat Schults dóórgaat, ondanks het feit dat hij aan den lijve heeft ondervonden hoezeer het verzet een poppenkast kan wezen. Schults denkt: ‘Alles voor het vaderland, - zo was het nu eenmaal, men kon het niet korter en begrijpelijker zeggen: alles voor het vaderland; en omdat hij een halve Duitser was, was het zijn vaderland eerst recht, en mocht hij geen haarbreed afwijken van de weg, die iedere Hollander zou moeten gaan.’ Ondanks alle relativering kiest iemand hier voor het (onvolmaakte) verzet; juist omdat hij de tekortkomingen van de illegaliteit zo goed kent, is deze keuze opmerkelijk."

 

 1815114-76adc7095f5d0a8e0ad952c008a9779c.jpg
Ton Anbeek (18 september 1944)
Scene uit de film “Pastorale 1943” uit 1978

 

 

De Nederlandse dichter, schrijver, journalist en literair criticus Michaël Zeeman werd geboren op Marken op 18 september 1958. Zie ook mijn blog van 18 september 2010 en eveneens alle tags voor Michaël Zeeman op dit blog.

 

Beeldenstorm

Zij staan geschonden en verminkt
en uit hun schedel drinkt een vogel
regenwater. Zij zijn verwaarloosd
tot een tuinbeeld en slechts
voor wie dat kiest een monument.
 
Er zit iets radeloos in een natuurbeschrijving
en elke uitgeschreven wandeling krijgt voortaan
de armzaligheid van bermtoerisme mee. Niet
in de wind, niet in de heuvels, wat kunnen mij
die dieren, die rivieren schelen.
 
En dan die puzzelaars van bijgelovig toeval
die sprokkelend van woordbeeld gaan tot
ander woordbeeld, verrast hun dagen slijten
in het lexicon. Een leger regels of
de droom van moord, de koestering
van diepe zin, men rijmt zich warm.
 
Zoals een duif wordt doodgereden
in het stadsverkeer, binnen een dag
van vogel vlek wordt, een schaduw
onherleidbaar in het natte asfalt.

 

 1815114-4f877d66433262bf4daea82e2a8db42e.jpg
Michaël Zeeman (18 september 1958 - 27 juli 2009)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Stephan Sarek werd geboren op 18 september 1957 in Berlijn. Zie ook mijn blog van 18 september 2010 en eveneens alle tags voor Stephan Sarek op dit blog.

Uit: Der Turm

„Ich will protestieren, doch kommt in diesem Moment die Bedienung heran. Schmidthuber bestellt einen Palatschinken.
“Wir haben nur rohen oder gekochten Schinken”, bedauert die junge Frau. Schmidthuber verdreht die Augen. “Pfannkuchen! Dann bringen Sie mir halt einen Pfannkuchen, wenn Ihnen das mehr sagt.” Die Bedienung geht, und vieldeutig sieht er mich an. “Verstehen Sie jetzt, was ich meine?”
Ich nicke. “Übrigens ist es nicht das Restaurant, das sich dreht.”
“Sondern?”
“Der Turm dreht sich. Das Restaurant steht still. Ein kardanisch-konisches Schneckengewinde. Trabantensteuerung nennt man das. Ich bin übrigens Geotektoniker.”
Schmidthuber verzieht anerkennend das Gesicht. “Wahnsinn. Der Turm dreht sich, das Restaurant steht still. Wetten, die Ossis wissen das noch nicht einmal.”
“Glaub ich gerne.”
“Bei denen würde sich der Turm wahrscheinlich langsam in die Erde bohren.”
“Wahrscheinlich.”
“Die wissen ja noch nicht einmal, was Palatschinken ist.” Schmidthuber nickt sich selbst zu, stutzt aber plötzlich. “Moment mal”, sagt er dann nachdenklich, “wenn sich der Turm dreht, das Restaurant aber stehen bleibt … wieso sieht man dann immer etwas anderes da unten?”
Die herannahende Bedienung unterbricht seine intelligente Kausalkette. Auf einem Teller rutscht ein glasierter Pfannkuchen hin und her. Schmidthuber schlägt empört die Hände vors rote Gesicht. “Das darf doch nicht wahr sein. Das ist ein Berliner, kein Pfannkuchen. Mann, wo kommen Sie denn her?”

 

 1815114-816159122e1da808eeeef216c708c7aa.jpg
Stephan Sarek (Berlijn, 18 september 1957)

 

De Vlaamse dichter, toneelschrijver en essayist Omer Karel De Laey werd geboren in Hooglede op 18 september 1876. Zie ook mijn blog van 18 september 2010 en eveneens alle tags voor Omer Karel De Laey op dit blog.

 

Tribunus plebis

Ik kom Tribunus Plebis soms,
des avonds rond de negen,
gezeten voor zijn stenen kroes,
ter club-vergaring tegen.

Ofschoon wij nooit of zelden, in
malkaars gedachten delen,
belet ons zulks niet, nu en dan,
te saam piket te spelen.

Het bier verstompt 't verstand en zo -
na onze kaartenzaken -
gebeurt het, dat we op 't bijster spoor
der politiek geraken.

'k Verwijt hem - want ik draag alom
'n vracht illusies mede -
dat hij, ad usum populi,
meer pathos zoekt dan rede.

Hij kijkt me sterling aan en laat
van zijn tribunuslippen,
met snaakse lach en spotgebaar,
dit aforisme glippen:

Wie zoude willen met azijn
op jacht gaan naar de vliegen,
als men ze zo gemaklijk kan
met suikergoed bedriegen!

 

 1815114-e4c3166aba86d2d8f564f7fb125b1529.jpg
Omer Karel De Laey (18 september 1876 - 16 december 1909)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 18e september ook mijn blog van 18 september 2011 deel 1 en eveneens deel 2 en ook deel 3.

Geschreven door Romenu om 18:44 Reageer op dit bericht

Michael Deak

De Nederlandse dichter, journalist en docent Michael Deak (pseudoniem van Simon Kapteijn) werd geboren op 18 september 1920 in Alkmaar. Volgde seminarie te Warmond. Brak de priesteropleiding af en werd in 1942 administratief medewerker van het Bedrijfschap voor Vee en Vlees. Publiceerde in 1941 in Criterium en c. 1941 in Roeping, vanaf 1942 in Groot Nederland. De oude redactie van dit in 1903 opgerichte tijdschrift werd in 1943 door SS-Verwalter Reinier van Houten vervangen door een SS-redactie. Deak bleef tot en met 1944 medewerker aan dit collaborerende tijdschrift. Naast 'normale gedichten' leverde hij ook uitgesproken 'nationaal-socialistische gedichten' aan. Gedichten die hij met W.J. van der Molen onder het pseudoniem Aernout van Leiden had geschreven. Zes daarvan werden in het mei/juninummer 1944 van Groot Nederland¹ gepubliceerd. In 1985 verklaarde hij daarover dat deze zes verzen dienden om vijf sonnetten met een verborgen verzetsboodschap een door de Amsterdamsche Keurkamer uitgeschreven poëziewedstrijd te laten winnen. Na de oorlog zouden hij en Van der Molen deze boodschap dan onthullen. In 1945 werkte hij mee aan het clandestiene tijdschift Parade der profeten. Hij werd in 1948 tot de katholieke 'jeugdige dichtersbent' gerekend, met o.a. Frans Babylon, Jan Leyten, Michel van der Plas, Hans Berghuis, Jan Engels .Naar eigen zeggen was in 1950 de inspiratie op en schreef hij geen nieuw werk meer.

 

Donkere metten

Twee bruine vogels nestelen op het hart
van Zwarte Lientje met de blanke tanden:
dat zijn de wilde vogels van de schande,
dat zijn de stille vogels van de smart.

’k Weet een verscholen fjord tussen het zwart
van haar klein oerwoud.
— Wie er eenmaal landde
keert er steeds weer, en vangt met warme handen
de bruine vogels op haar brandend hart.
—

Wij hebben voor elkaar geen vreemde namen
en geen verhalen voor elkaar bedacht,
—
wij zijn alleen maar teder en tezamen.

Eet van het brood dat ik je heb gebracht
en zing je liederen van Suriname
en laat mijn bloemen in je haar vannacht.

 

 1832748-ae135af0a80ec341e7aba56bbe7e63ca.jpg
Michael Deak (Alkmaar, 18 september 1920)
In 1950

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Gerrit Borgers

De Nederlandse dichter, schrijver, biograaf en letterkundige Gerrit Borgers werd op 18 september 1917 te Brummen geboren in een kleine-ambtenarengezin. Zijn vader was commies bij de belastingen en dat bracht veel overplaatsingen en evenzoveel verhuizingen mee. Zo woonde het gezin achtereenvolgens te Geldermalsen, Brummen, IJsselmonde, Amsterdam, Maassluis, Rijswijk en Bussum. Gerrit heeft een viertal lagere scholen bezocht voor hij, met financiële steun, zijn opleiding hbs-b kon aanvangen aan het Theosofisch Lyceum Drafna te Naarden. In 1939 begon hij aan zijn studie Nederlands aan de Universiteit van Amsterdam. Kort na het cum laude behalen van zijn kandidaats-diploma op 12 maart 1943 moest Gerrit als niet-tekenaar van de loyaliteitsverklaring zijn studie staken. Pas in 1949 studeerde hij af. Na de bevrijding bleef hij les geven aan het Goois Lyceum en zette hij zijn studie te Amsterdam voort. In 1946 werd hij redacteur van het tijdschrift Podium. Met een onderbreking van twee jaar - 1956-1957 heeft Borgers tot 1963 het blad geleid. Van 1952 tot 1954 mee aan het weekblad Vrij Nederland, met beschouwingen over Van Ostaijen, over poëzie van jongeren, over Lucebert, Andreus, over Windroos-deeltjes, over gedichten van Buddingh', Kousbroek en over Louis-Paul Boon. In 1954 werd hij conservator van het Letterkundig Museum en Documentatiecentrum. Aan het einde van zijn Museum-periode, die bijna een kwart eeuw zou beslaan en in de loop waarvan hij bevorderd werd tot hoofdconservator (1969), bereidde hij mede de nieuwe vestiging voor in het complex van de Koninklijke Bibliotheek. Daarnaast was hij werkzaam op talloze terreinen van cultuur en letteren. In 1956 verscheen, door hem ingeleid, de verzamelbundel “Losse planken” van het tienjarig Podium. In 1961 verscheen het door hem verzorgde deel II (in twee banden) van Nijhoffs Verzameld werk, en wel het kritisch, verhalend en nagelaten proza. In 1962 verzorgde hij het Boekenweekgeschenk voor de jeugd "De Muze viert feest". Twee jaar later gaf hij, samen met Karel Jonckheere en Chris Leeflang, het Boekenweekgeschenk "Speels abc der Nederlanden uit". In 1971 was het dan promoveerde hij bij prof. H.A. Gomperts te Leiden cum laude op zijn tweedelig proefschrift "Paul van Ostaijen", met de ondertitel "Een documentatie". In de serie Achter Het Boek publiceerde hij in 1973 twee fragmenten van een autobiografische roman en in 1975 verscheen de rijk geïllustreerde Kroniek van Paul van Ostaijen. Vanaf 1979 bekleedde hij de leerstoel Moderne Nederlandse Letterkunde en Tekstinterpretatie aan de Universiteit van Amsterdam. In 1981 kwamen de Verzamelde gedichten van Paul van Ostaijen in één deel uit. In 1983 verleende hij medewerking aan het Verzameld werk van A. Roland Holst. Kort daarvoor was ook Gerrits intensieve bemoeienis begonnen met de door Hans Visser en Anne Wadman geplande Vestdijk-biografie, als lid van de Begeleidingscommissie, en iets later met de in 1984 gestarte serie Rondom Vestdijk, waarbij hij adviseur was.

Uit:Nogmaals: de Vestdijk-biografie

“Eenzelfde opvatting over de éénduidigheid van een literaire tekst blijkt ook uit de slotregel van deze alinea: ‘Trouwens, nog niemand kent en begrijpt op het ogenblik het oeuvre van Vestdijk, en er zullen zeker nog decennia verstrijken voor men diens werk volledig heeft doorvorst.’ Nog sterker, ben ik geneigd te zeggen: ‘volledig doorvorst’ zal het wel nooit worden, want het kennen en begrijpen van een werk is geen statische aangelegenheid. Kennis en begrip veranderen steeds per lezer, milieu, periode enz. (met de Bijbel zijn ze al eeuwen bezig). Bovendien is een levensbeschrijving iets anders dan een studie of essay over iemands oeuvre. Voor een biograaf gaat het er niet om het werk en de persoon achter het werk te verklaren, maar de relatie tussen het geleefde leven en de daarin geschreven werken te verhelderen, kortom een schrijversleven, zoals het eens geweest is, te beschrijven, zoals S. Dresden in De structuur van de biografie (1956) betoogt.
Verder komen in deze paragraaf twee beweringen voor zonder enige argumentatie, zodat een discussie hierover niet mogelijk is: uit de publikaties van Wadman zou ‘zonneklaar’ blijken dat hij weinig of niets van Vestdijk begrijpt en het is voor mevrouw Vestdijk de vraag ‘of Visser wel ooit op de gedachte gekomen is dat een biograaf inzicht moet hebben in het werk van zijn auteur’.
In paragraaf III merkt mevrouw Vestdijk terecht op, dat een biograaf zoveel mogelijk documentatiemateriaal moet verzamelen. Er zijn echter zéér veel gegevens beschikbaar en herhaaldelijk is gebleken, dat een levensbeschrijving, gebaseerd op vele gegevens, wel aangevuld, maar zelden ingrijpend gewijzigd wordt door later bekend geworden materiaal.
Als bewijs dat het selecteren en interpreteren van het materiaal boven Wadmans en Vissers krachten gaat verwijst mevrouw Vestdijk in paragraaf IV naar het niet beschikbare proefhoofdstuk. Zij licht hier de episode over Vestdijks reis met de Kota Inten uit, waarin gebruik gemaakt wordt van een door Vestdijk senior geschreven Epos, en schrijft: ‘De biografen nemen al te gemakkelijk aan dat de woorden van vader Vestdijk de mening van Vestdijk junior vertolken.’ Ja, zonder het proefhoofdstuk kunt u weer niet controleren of deze uitspraak juist is, evenmin trouwens als mijn bewering dat de biografen alleen aannemen dat het Epos gebaseerd is op de mededelingen per brief van Simon, hetgeen zeer plausibel is - waar zou pa Vestdijk anders de stof voor zijn Epos vandaan hebben gehaald? Deze veronderstelling wordt nog ondersteund door de overeenkomsten van bepaalde passages uit het Epos met motieven die Vestdijk in een aantal gedichten uit die tijd verwerkt heeft."

 

1818014-6a0b9b5e0e156ae4eaeabbefeb16589e.jpg
Gerrit Borgers (18 september 1917 – 15 januari 1987)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten