Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Berichten van 16 april 2017

Osterwind (Hilde Domin)

 

Aan alle bezoekers en mede-bloggers een Vrolijk Pasen! 

 

 2027691-eb9ca418c2ae00a5ddff1cc26993368a.jpg
De verrijzenis van Christus door Nicolas Bertin, ca. 1730

 

 

Osterwind

Wir haben es den Blumen und Bäumen voraus:
Unsere Jahreszeiten
sind schneller.

Der Tod
steigt im Stengel unseres Traumes
alle Blüten werden dunkel
und fallen.
Kaum ein Herbst.
Der Winter kommt
in einer Stunde.

Doch da ist keine Wartezeit,
sicheres Warten
für kahle Zweige.

So wie der Vogel
innehält und sich wendet im Flug,
so jäh, so ohne Grund
dreht sich das Klima des Herzens.
Weisse Flügelsignale im Blau,
Auferstehung
all unserer toten

Blumen
im Osterwind
eines Lächelns.

 

 

 2027691-61b93aaade6273f1ba307f7e057c3e53.jpg
Hilde Domin (27 juli 1909 - 22 februari 2006)
Keulen, Grote St. Martin en Dom. Hilde Domin werd in Keulen geboren.

 

 

Zie voor de schrijvers van de 16e april ook mijn twee vorige blogs van vandaag.

Geschreven door Romenu om 11:22 Reageer op dit bericht

Sarah Kirsch, Thomas Olde Heuvelt, Kingsley Amis, Patricia De Martelaere, Tristan Tzara, Ewald Vanvugt, Sibylle Lewitscharoff

De Duitse schrijfster en dichteres Sarah Kirsch (eig. Ingrid Hella Irmelinde Kirsch) werd geboren op 16 april 1935 in Limlingerode. Zie ook alle tags voor Sarah Kirsch op dit blog.

 

Hirtenlied

Ich sitz über Deutschlands weißem Schnee
Der Himmel ist aufgeschlitzt
Wintersamen
Kommt auf mich wenn nichts Schlimmres
Haar wird zum Helm
Die Flöte splittert am Mund

Der Wald steht schwarz es kriecht
Draht übern Felsen es riecht
Nach Brand da hüte ich
Die vier Elemente am Rand des Lands

Meine Federn am Kleid
Mein ängstlicher Schuh
Seid ruhig ruhig tragt
Mich nicht fort

Ich knote an Bäume mich lieg unter Steinen
Streu Eis mir ins Hemd ich schneide
Das Lid vom Aug da bleibe ich wach:
Meine tückische Herde
Die sich v
ereinzelt die sich vermengt
Meine dienstbare tückische Herde
Wird Wolke sonst: winters noch
Ist sie zerkracht

 

 

Das grüne Meer mit den Muschelkämmen

Das grüne Meer mit den Muschelkämmen
Dampft in der Winternacht
Sanften Auges der Leuchtturmwärter
Setzt Laternen ein, hau ruck
Einfach so, vor dem Neuen Jahr
Ging seine Frau übers Wasser
Keine Fische wollte sie schuppen
Nicht unterm Nebelhorn schlafen
Ach, die Laternen des Leuchtturmwärters
Finden nur Muschelkämme.

 

 2027684-8b6d022c162b6f9436ae0c3c45443a15.jpg
Sarah Kirsch (16 april 1935 – 5 mei 2013)

 

 

De Nederlandse schrijver Thomas Baudelet Olde Heuvelt werd geboren in Nijmegen op 16 april 1983. Zie ook alle tags voor Thomas Olde Heuvelt op dit blog.

Uit: HEX

“De visboer was door de muziek uit zijn kraam gelokt en keek met de andere toeschouwers achterdochtig naar het draaiorgel. Stefan liep eromheen terwijl hij met zijn arm het voorhoofd droog streek. Toen hij zag dat de fraai gelakte zijwand werd gevormd door een openstaande klapdeur, onderdrukte hij zijn glimlach niet langer. Het orgel was vanbinnen tot de wielas compleet hol. Katharina stond roerloos in het donker, tot Loes de deur sloot en haar aan het zicht onttrok. Nu was het orgel weer een orgel. En spelen, dat deed het. 'Zo; zei hij, nog uithijgend en met zijn handen hoog in de zij, 'heeft de A1VD de kas weer gespekt?' Marlijn kwam op hem toegelopen en grijnsde. 'Dat dacht je. Weet Je wel hoe duur die krengen zijn? En geloof me, die knakkers heb-ben de geldkraan zo goed als dicht staan: Hij knikte naar het draaiorgel. 'Dit is puur schijn. Goed hè? Het is gewoon een oude aanhangwagen: Stefan was onder de indruk. Nu hij beter keek viel het inderdaad op dat de facade slechts een samenraapsel was van oubollige porse-leinen beeldjes en slordig opgeplakte tierelantijnen - en nog slecht geschilderd ook. De orgelpijpen waren niet eens van chroom, maar van goudgelakte pvc-buis. Zelfs de Radetzkyman klonk vlak, als een illusie, zonder het sfeervolle zuchten van de ventielen of het klappen van het orgelboek zoals je zou verwachten bij een instru-ment van weleer. Martijn las zijn gedachten en zei: Ten iPod en een flinke speaker. Als je de verkeerde playlist aanzet, komt er heavy metal uit' 'Dat klinkt als een idee van Grim; lachte Stefan. 'Uhuh: 'Ik dacht dat het hele idee was om de aandacht juist van haar af te leiden, in plaats van op haar te vestigen?' Marlijn haalde zijn schouders op. 'Je kent de stijl van de meester: 'Het is voor openbare gelegenheden: legde Loes uit. 'Voor op de braderie, of tijdens het festival als er veel mensen van buiten zijn: Nou, succes: grijnsde Stefan, terwijl hij aanstalten maakte om weer verder te gaan. 'Het ziet ernaar uit dat jullie geld kunnen gaan inzamelen.' Hij liep de laatste anderhalve kilometer naar huis rustig uit en zodra hij buiten gehoorsafstand was, dacht hij al niet meer aan de vrouw die in het donker stond, de vrouw in de buik van het draaiorgel, hoewel de Radetzkymars door zijn hoofd bleef spelen in het ritme van zijn passen.”

 

 2027684-d8aa789aefcc9de734855b42a36c200d.jpg
Thomas Olde Heuvelt (Nijmegen, 16 april 1983)

 

 

De Engelse schrijver Kingsley Amis werd geboren op 16 april 1922 in Londen. Zie ook alle tags voor Kingsley Amis op dit blog.

 

Instead of an Epilogue
To H.

I.
In 1932 when I was ten
In my grandmother's garden in Camberwell
I saw a Camberwell Beauty butterfly
Sitting on a clump of Michaelmas daisies.
I recognised it because I'd seen a picture
Showing its brownish wings with creamy edges
In a boy's paper or on a cigarette-card
Earlier that week.  And I remember thinking,
What else would you expect?  Everyone knows
Camberwell Beauties come from Camberwell;
That's why they're called that.  Yes, I was ten.

II.
In 1940 when I was eighteen
In Marlborough, going out one winter's morning
To walk to school, I saw that every twig,
Every leaf in the vicar's privet hedge
And every stalk and stem was covered in
A thin layer of ice as clear as glass
Because the rain had frozen as it landed.
The sun shone and the trees and shrubs shone back
Like pale flames with orange and green sparkles.
Freak weather conditions, people said,
And one was always hearing about them.

III.
In '46 when I was twenty-four
I met someone harmless, someone defenceless,
But till then whole, unadapted within;
Awkward, gentle, healthy, straight-backed,
Who spoke to say something, laughed when amused;
If things went wrong, feared she might be at fault,
Whose eye I could have met for ever then,
Oh yes, and who was also beautiful.
Well, that was much as women were meant to be,
I thought, and set about looking further.
How can we tell, with nothing to compare?

 

 2027684-dd1923cc66a9c65798025926631b77c5.jpg
Kingsley Amis (16 april 1922 – 22 oktober 1995)

 

 

De Vlaamse dichteres, schrijfster, filosofe, hoogleraar en essayiste Patricia De Martelaere werd geboren in Zottegem op 16 april 1957. Zie ook alle tags voor Patricia de Martelaere op dit blog.

Uit: Een verlangen naar ontroostbaarheid

“En er is het type schrijver als Agatha Christie of P.G. Wodehouse, dat de grootste lol beleeft aan de creatie van fictieve werelden, en dat dan ook in een handomdraai hele boekenplanken vol kan schrijven. Het schrijverstype dat ik op het oog heb wordt gekenmerkt door een soort passionele ambiguïteit tegenover het eigen schrijverschap. Talloos zijn de schrijvers die, rechtstreeks of onrechtstreeks, aforistisch of epistolair, getuigenis afleggen van deze ambiguïteit - die er intussen evenwel niet veel beter op begrepen is geworden. ‘Ik heb een hekel aan schrijven,’ zei de science fiction-schrijver Frederick Brown, ‘maar ik vind het heerlijk om geschreven te hebben.’ Een uitspraak waar heel wat schrijvers geld voor zouden geven om die zelf te hebben bedacht. Te verklaren, bij dit soort schrijvers, is het merkwaardige samengaan van volgende, tegenstrijdige elementen: de absolute innerlijke dwang tot schrijven, die zich uit in gevoelens van onrust, ontevredenheid en schuld bij langdurig niet-schrijven; het ontbreken, vervolgens, van nochtans elk plezier bij het schrijven zelf, de grote weerstand die bij elke zin, door sommigen bij elk woord moet worden overwonnen, en de vaak onoverkomelijke moeilijkheid om een begonnen werk ook af te maken; maar dan, ten slotte, de euforische vreugde, het dolzinnige geluk wanneer uiteindelijk tóch een werk is afgeraakt, het gevoel van bevrijding en eeuwige gelukzaligheid, van nooit meer te moeten schrijven en dat wellicht ook nooit meer te zullen willen. Dit is het trieste ras van nagelbijters, dat zich niet goed voelt wanneer het niet schrijft, dat zich geen haar beter voelt wanneer het wél schrijft, en dat dus alleen dat korte moment voor ogen heeft van extatisch welbevinden bij het beëindigen van een werk. Weliswaar komt daar na verloop van tijd de bescheiden voldoening bij van een publikatie, het zielverheffende gevoel te worden gelezen en goed te worden gevonden, en de onnoemelijke ijdelheid zelf, in recensies en interviews, tot literair personage te worden gepromoveerd. En naarmate schrijvers moeizaam vorderen in hun schrijverschap leren ze ook, mét de knepen van hun vak, hoe ze zichzelf moeten knijpen om wat minder moeizaam aan de gang te kunnen blijven. Maar dat neemt niet weg dat de meeste schrijvers het, mét Brown, een ongelukkige omstandigheid blijven vinden dat men nu eenmaal moet schrijven om te kunnen ‘geschreven hebben’.

 

 2027684-d2d6fa06a40c20ea6b087412e2c1109d.jpg
Patricia De Martelaere (16 april 1957 – 4 maart 2009)
Cover 

 

 

De Franse dichter, dadaïst en surrealist Tristan Tzara werd op 16 april 1896 in de Roemeense plaats Moinesti geboren als Samuel Rosenstock. Zie ook alle tags voor Tristan Tzara op dit blog.

 

Chanson dada

I

la chanson d'un dadaïste
qui avait dada au coeur
fatiguait trop son moteur
qui avait dada au coeur

l'ascenseur portait un roi
lourd fragile autonome
il coupa son grand bras droit
l'envoya au pape à rome

c'est pourquoi
l'ascenseur
n'avait plus dada au coeur

mangez du chocolat
lavez votre cerveau
dada
dada
buvez de l'eau

 

 2027684-b671ed9f4e4fe2378f9e0e709801196d.jpg
Tristan Tzara (16 april 1896 – 24 december 1963)
“La mélancolie de Tristan Tzara” door Niklas Nenzén

  

 

De Nederlandse schrijver Ewald Vanvugt werd geboren op 16 april 1943 in 's-Hertogenbosch. Zie ook alle tags voor Ewald Vanvugt op dit blog.

Uit:Roofgoed

“De vraag of de landen van Europa een gemeenschap vormen en een gezamenlijke identiteit bezitten, wordt hier overtuigend positief beantwoord: alle vooraanstaande Europese musea konden overzee gestolen cultuurgoed bijdragen. Speciaal de voormalige koloniale machten bewaren nog veel schatten van overzee, maar kruisridders en andere buitzoekers verspreidden al in de middeleeuwen exotische kostbaarheden door het hele continent. Gewoonlijk wordt bij de uitstalling van deze stukken weinig of niets gezegd over hun `herkomstgeschiedenis’. Het geeft een wonderlijk bevrijdend gevoel dat het Europees Museum glashelder vertelt hoe de juwelen van Azteken en Inca’s en andere uitheemse kunstwerken in Europese handen zijn gekomen. Want het is juist de gemeenschappelijke `verwervingsgeschiedenis’ die deze opmerkelijke collectie bijeen heeft gebracht. Zonder overzeese roof geen rijk Europa!
De uitstalling van de honderden dingen laat onverhuld zien dat de Europese landen elk afzonderlijk en als gemeenschap hun samenlevingen ontwikkelden met uit andere werelddelen geplunderde rijkdom. Het Europees Museum is een theater van het geheugen: de buitgoederen zijn geheugensteunen van de wereldgeschiedenis. De presentatie van de unieke voorwerpen wordt nog verlevendigd met schaalmodellen van de standbeelden van de dieven en veroveraars, die verspreid over heel Europa in parken en pleinen ook vandaag hun oude werk doen: de koloniale onderneming een respectabel aanzien geven.”

 

 2027684-be87c83a57367c78686b9bc7ee85e35a.jpg
Ewald Vanvugt (’s-Hertogenbosch, 16 april 1943)
’s-Hertogenbosch, markt 

 

 

De Duitse schrijfster Sibylle Lewitscharoff werd geboren op 16 april 1954 in Stuttgart als dochter van een Bulgaarse vader en een Duitse moeder. Zie ook alle tags voor Sibylle Lewitscharoff op dit blog.

Uit: Das Pfingstwunder

„Nein. In meinen Kindertagen ja, seither nein. Dieses Nein will betont sein, denn es bedeutet etwas, es bedeutet sogar viel. In meinen Kindertagen war ich fromm, faltete die Händ-chen beim Zubettgehen, wie meine Mutter es von mir wollte, und hängte die Kleider ordentlich über die Stuhllehne, weil Jesus nachts kam und schaute, ob alles in schöner Ordnung am rechten Platz lag. Dann, in der Pubertät, setzte der große Kritikschub ein, und mit der Frömmigkeit war's mit einem Mal vorbei. Ist es etwa gerecht, daß an so vielen Orten der Welt die Menschen auf übelste Weise verrecken, daß sie verhungern, vergast, erschossen, erschlagen, aufgeschlitzt oder gefoltert werden bis zum Wahnsinn, daß sie ohne ärztliche Hilfe den schlimmsten Krankheiten ausgeliefert sind? Und Gott schaut einfach zu? Von Seinem Eingreifen ist jedenfalls nichts be-kannt. Und eine mehr als vage Hoffnung auf ein Paradies, in dem alle Schmerzen abgetan sind und die gereinigten See-len sich des ewigen Lebens erfreuen — kann ein erwachsener Mensch, der seine Tassen im Schrank hat, das wirklich ernst nehmen? Einen derart verzweifelt naiven Trostwunsch? Meine Kinderseele war immer gerecht gewesen, und das Gerechtigkeitsgefühl, der Zorn über die katastrophalen Zu-stände in den armen Ländern der Welt, hat mich nie verlas-sen. Allerdings ist in meinem späteren Envachsenenleben der Zorn einer schlappen Mutlosigkeit gewichen. Der Schnarch-sack da oben senkt auch bloß die Lider. Nein, ich ändere die Welt nicht, wie ich in einer grandiosen Aufwallung der Selbst-überschätzung geglaubt hatte. Als edlen, uneigennützigen Kommunisten sah ich mich, als einen Superhelden der Armen und Geschlagenen, der ihnen durchaus nicht nur mit Geld und guten Worten zur Seite stand, sondern mit der Ka-Iaschnikow im Arm, die ihre Peiniger Mores lehrte. Überflüs-sig zu erwähnen, daß ich von meinen häuslichen Brot- und Fleischmessern abgesehen nie Waffen in der Hand hatte, und mit diesen Messern habe ich bloß friedliche Brotschei-ben abgeschnitten und Fettstücke vom Steak getrennt, sonst nichts. Friedlich nach außen, im Inneren sieht's kriegerisch aus, selbstzerfleischend. Obwohl ich inzwischen zweiundsechzig Jahre alt bin und eigentlich ziemlich abgebrüht sein müßte. Was vor wenigen Tagen in Rom geschah, hat jedoch alles über den Haufen geworfen. Ich kenne mich selbst nicht mehr. Als hätte eine fremde Person meine Körperhülle gekapert und in ihr Platz genommen.“

 

 2027684-85ff8208d28ea41a4c061c5a7512dd18.jpg
Sibylle Lewitscharoff (Stuttgart, 16 april 1954)
Cover 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 16e april ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 11:21 Reageer op dit bericht

Jan Luyken, Rolf-Dieter Brinkmann, Anatole France, Eberhard Panitz, Spike Milligan, John Millington Synge, Konstantin Vaginov

De Nederlandse dichter en etser Jan Luyken werd geboren in Amsterdam op 16 april 1649. Zie ook alle tags voor Jan Luyken op dit blog.

 

De Morgenstond

ô Welkom, schone Dageraad,
Die uit een gulden kamer gaat,
Met glans van held're stralen;
'k Ontsluit mijn venster voor uw licht,
Om met een vrolijk aangezicht
U minnelijk in te halen.
Gij wacht niet als ik open doe,
Maar dringt teneerste mild'lijk toe;
Ja, eer ik kom t'ontsluiten,
En nog in 't nare duister zij,
Zo staat en wacht gij al na mij,
Voor toegeloken ruiten.
Zo ook de Meester, die u riep
En tot een licht der wereld schiep,
Die grote Zon der Zonnen,
Schijnt met een glans van eeuwig goed
Voor 't venster van het toe gemoed,
Met opdoen was 't gewonnen.
Stofwormpje onder 't dak van stro,
In 't leeme huis, hoe zijt gij zo?
Het is een Heer der Heren,
Die voor uw arme hutje staat
En uwe kleinheid niet versmaadt,
Om zich tot u te keren.
Laat in, laat in de waarde Gast,
Opdat uw heil voorspoedig wast,
Hij komt met grote zegen,
En brengt een blijde boodschap mee,
Een eeuwig wel, voor eeuwig wee,
Daar leit u aan gelegen.

 

 2027676-b76445a47b59ddf485b7add9dab02e45.gif
Jan Luyken (16 april 1649 – 5 april 1712)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Rolf-Dieter Brinkmann werd geboren op 16 april 1940 in Vechta. Zie ook alle tags voor Rolf-Dieter Brinkmann op dit blog.

 

Eiswasser an der Guadelupe Str.

warme Dunkelheit mit
Neonlichtern, Baumschatten
hinter den Häusern, ver
schiedene Stimmen, das

ist Frühling. Auf dem
gelben sandigen Weg morgens
die Spatzen, ein zerfallenes
Holzgitter, einige schwarze

Ölflecken auf dem Weg, die
Kulisse der Vorstadt, die kei
nen Unterschied macht zu der
Innenstadt: verschiedene Wege,

die nirgendwoher kommen,
direkt aus der Mitte. Ich
vermisse nur die Hühner,
sagte die Lady mit

den rotgeschminkten Lippen.
Ist das ein Anfang? In den
Büros bewegt sich der auto
matische Dollar, riesige

Summen über der Tasse
Kaffee, die ein Pappbecher
ist. Eine gelbe Abenddämmerung,
sie bleibt stehen, das Licht

neben dem Bücherturm, aus
dem dünnen Schiebefenster
gesehen. Der Tag endet in
den Baumgestrüppen, warm

und dunkel, jenseits der
zerfallenen Holzgitter und der
zerfallenen Häuser, langsam
und ohne Hast, mit Anmut.

 

 2027676-152c0fb6af3f3a13789672bf43c1c5a2.jpg
Rolf-Dieter Brinkmann (16 april 1940 – 23 april 1975)
Cover

 

 

De Franse dichter en schrijver Anatole France werd geboren in Parijs op 16 april 1844. Zie ook alle tags voor Anatole France op dit blog.

 

Sonnet

Elle a des yeux d’acier ; ses cheveux noirs et lourds
Ont le lustre azuré des plumes d’hirondelle ;
Blanche à force de nuit amassée autour d’elle,
Elle erre sur les monts et dans les carrefours.

Et nocturne, elle emporte à travers les cieux sourds,
Dans le champ sépulcral où fleurit l’asphodèle,
La pâle jeune fille idéale, et fidèle
À quelque rêve altier d’impossibles amours.

Vierge, elle aime le sang des vierges ; et, farouche,
Elle entr’ouvre la fleur funèbre de sa bouche
Et d’un sourire froid éclaire ses pâleurs,

Lorsque, prête à subir une peine inconnue,
La victime aux cheveux de miel chargés de fleurs,
Mourante et les yeux blancs, offre sa gorge nue.

 

 

Denys, tyran de Syracuse (Fragment)

LE TYRAN

Je suis roi, fils de Zeus, car Zeus ayant reçu
Dans sa couche d’airain la Nuit aux sombres voiles,
En son flanc mit mon germe. Ainsi je fus conçu
Avant que dans les cieux veillassent les étoiles.

LE CHŒUR

Fils auguste de Zeus et de la sombre Nuit,
Ne pleure point des cieux l’obscurité première :
Nos yeux sont si bien clos que le soleil qui luit,
N’y pourrait pas glisser un trait de sa lumière.

LE TYRAN

Sachez-le bien : je suis entre vous et les cieux,
Et je viens parmi vous, esclaves aux fronts pâles,
Afin que vous n’ayez que ma bouche et mes yeux ;
Et moi j’enfanterai seul entre tous vos mâles.

LE CHŒUR

Et tu nous vois aussi, troupeau morne et tremblant,
Au poids de ton cothurne accoutumer nos nuques.
La belle Liberté nous a tendu son flanc,
Et nous avons connu que nous étions eunuques.

 

 2027676-958088646f97fd7e95750b28cf0acd37.jpg
Anatole France (16 april 1844 – 12 oktober 1924)

 

 

De Duitse schrijver Eberhard Panitz werd geboren op 16 april 1932 in Dresden. Zie ook alle tags voor Eberhard Panitz op dit blog.

Uit:Meines Vaters Straßenbahn

„An der leeren Straßenbahn, die dahinraste und doch ♦ kaum vom Fleck kam, quietschend hielt und dann wie über Steine rumpelnd weiterfuhr, winkte Vater unwirsch ab, als ich ihn an diese Zeit erinnerte. »Sie haben mich bald wieder aus der Partei geworfen«, sagte er, »weil ich ein Versager war.« Er hatte bei den Versammlungen nur dagesessen, staunend zugehört und seinen Parteibeitrag nicht bezahlt, weil Mutter darauf bestand, daß wir Kinder zuerst einmal Schuhe erhielten. »Vielleicht hätte ich ehrlich sagen sollen, daß wir in Schwierigkeiten waren. Ich hab mich damals sogar an meiner Kasse vergriffen, damit Mutter ihr Manko zurückzahlen konnte«, gestand er und zuckte mit den Schultern, als begreife er immer noch nicht, wie er sich dazu gegen alle seine Prinzipien hatte hin-reißen lassen. »Einmal hat mich euer Lehrer wegen deiner Schreiberei zu sich geholt«, erzählte er, und es fielen ihm Sätze aus meiner Geschichte von der Ger-mania ein, die ich selber vergessen hatte. Danach war die steinerne Dame mit der Laterne in der Hand vor unserem Fenster erschienen, um mit mir nach einer guten, glücklichen Zukunft zu suchen. »Dein Lehrer hat mir Vorwürfe gemacht, daß ich solche Phantaste-reien dulde, ich, ein Genosse«, sagte er und gab zu, verwundert und entsetzt gewesen zu sein, was für Dinge ich schrieb. Aber damals hatte er mir keinerlei Vorhaltungen gemacht, mich nur gefragt, wie ich darauf käme und mir so etwas ausdenken könne. »Woher hast du das nur, Junge?« Ein wenig schien er stolz auf meine Schreibereien zu sein, manchem auch zuzustimmen, obwohl er den Kopf schüttelte oder ver-legen lächelte, wenn er einen meiner Schulzeitungsar-tikel las. »Es macht mir zu schaffen«, gestand er mir nun, »daß ich mich selber nicht richtig ausdrücken kann, meist keine Worte finde, auch gar nicht weiß, was überhaupt zu sagen wäre.« Es kamen neue Lehrer an unsere Schule: Dr. Wilson, der Mathematiker, Herr Völz, ein Schauspieler und Rezitator, der Deutsch und Geschichte unterrichtete, Oberstudienrat Götze, ein Biologe und Chemiker, in dessen Haus am Oberwachwitzer Berg wir oft eingela-den waren.“

 

 2027676-bc064873f808889803ebfed67134cb71.jpg
Eberhard Panitz (Dresden, 16 april 1932)

 

 

De Ierse dichter, musicus en komiek Spike Milligan werd geboren op 16 april 1918 in Ahmednagar in Indië. Zie ook alle tags voor Spike Milligan op dit blog.

 

Emptiness

only alchemized. Many times
it's become a paragraph or a page.
But usually I've hidden it,
not knowing until too late
how enormous it grows in its dark.
Or how obvious it gets
when I've donned, say, my good
cordovans and my fine tweed vest
and walked into a room with a smile.
I might as well have been a man
with a fez and a faux silver cane.
Better, I know now, to dress it plain,
to say out loud
to some right person
in some right place
that there's something not there
in me, something I can't name.
That some right person
has just lit a fire under the kettle.
She hasn't said a word.
Beneath her blue shawl
she, too, conceals a world.
But she's been amazed
how much I seem to need my emptiness,
amazed I won't let it go.

 

Pussy-Cat

Pussy-cat
What are vices?
Catching rats
And eating mices!

 

 2027676-accc34d20dd28a686672970acf82527d.jpg
Spike Milligan (16 april 1918 – 27 februari 2002)
Portret door  Daphne Todd, 1996

 

 

De Ierse (toneel)schrijver en dichter John Millington Synge werd geboren op 16 april 1871 in Rathfarnham. Zie ook alle tags voor John Millington Synge op dit blog.

 

Beg-Innish

Bring Kateen-beug and Maurya Jude
To dance in Beg-Innish,
And when the lads (they're in Dunquin)
Have sold their crabs and fish,
Wave fawny shawls and call them in,
And call the little girls who spin,
And seven weavers from Dunquin,
To dance in Beg-Innish.

I'll play you jigs, and Maurice Kean,
Where nets are laid to dry,
I've silken strings would draw a dance
From girls are lame or shy;
Four strings I've brought from Spain and France
To make your long men skip and prance,
Till stars look out to see the dance
Where nets are laid to dry.

We'll have no priest or peeler in
To dance in Beg-Innish;
But we'll have drink from M'riarty Jim
Rowed round while gannets fish,
A keg with porter to the brim,
That every lad may have his whim,
Till we up sails with M'riarty Jim
And sail from Ben-Innish.

 

 2027676-ea1ff8b47fe6ed64434679773167edd5.jpg
John Millington Synge (16 april 1871 – 24 maart 1909)
Portret door  John Butler Yeats, rond 1905

 

 

De Russische dichter en schrijver Konstantin Vaginov werd geboren op 16 april 1899 in Sint Petersburg. Zie ook alle tags voor Konstantin Vaginov op dit blog.

Uit: Satyr Chorus(Vertaald door Chris Lovett)

“Like many of her compatriots, she loved to talk about her former wealth, about the lacquered carriage upholstered in quilted blue satin: how it would wait for her at the doorway while she descended the red-carpet staircase, how the passers-by would give way as she entered the carriage.
“Young boys would gawk at me,” she’d intone. “Men in winter coats with sealskin collars eyed me from head to toe. My husband, an elderly colonel, slept in the carriage, while the valet stood on the footboard in his cockade hat. We’d all be on our way to the Imperial Theater.”
At the word “Imperial,” Teptyolkin would come to life, as if roused by something poetical. He’d see Averescu in a uniform fringed with gold traveling to meet Mussolini. He’d see them conferring about how to gobble up the Yugoslav state and how to resurrect the Roman Empire: Mussolini is marching on Paris. Mussolini conquers Gaul. Spain and Portugal join Rome of their own free will. The Academy in Rome is called into session to find a dialect to serve as a common tongue for the newly created empire. Among these academicians we find–Teptyolkin.
Meanwhile, the landlady would go on jabbering on the edge of his bed until she remembered it was time for her to go to the Political Education Institute. Inserting her broad feet into her Tartar shoes, she’d shuffle off towards the door. Her name was Yevdokia Sladkopevtseva. She was the widow of a bandmaster.
Raising his greying, dried-up head, Teptyolkin would follow her spitefully with his eyes.
“Lacks noble breeding,” he’d say to himself. “Sticks to me like a pimple and gets in the way of my work.”

 

 2027676-746cfa6d9fd1404cdd6847ecd632b2c0.jpg
Konstantin Vaginov (16 april 1899 – 26 april 1934)
Cover

Geschreven door Romenu om 11:20 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten