Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Berichten van 6 januari 2013

Die heiligen drei Könige (Rainer Maria Rilke)


Bij het feest van Driekoningen

 

 

 

1310572-6739a9facd6d46257e13996cb949f9c5.jpg 

Aanbidding door de Heilige Drie Koningen, Bartholomäus Bruyn de Oude, rond 1501/1550

 

 

 

Die heiligen drei Könige

Legende

 

Einst als am Saum der Wüsten sich
auftat die Hand des Herrn
wie eine Frucht, die sommerlich
verkündet ihren Kern,
da war ein Wunder: Fern
erkannten und begrüßten sich
drei Könige und ein Stern.

 

Drei Könige von Unterwegs
und der Stern Überall,
die zogen alle (überlegs!)
so rechts ein Rex und links ein Rex
zu einem stillen Stall.

 

Was brachten die nicht alles mit
zum Stall von Bethlehem!
Weithin erklirrte jeder Schritt,
und der auf einem Rappen ritt,
saß samten und bequem.
Und der zu seiner Rechten ging,
der war ein goldner Mann,
und der zu seiner Linken fing
mit Schwung und Schwing
und Klang und Kling
aus einem runden Silberding,
das wiegend und in Ringen hing,
ganz blau zu rauchen an.
Da lachte der Stern Überall
so seltsam über sie,
und lief voraus und stand am Stall
und sagte zu Marie:

 

Da bring ich eine Wanderschaft
aus vieler Fremde her.
Drei Könige mit Magenkraft

von Gold und Topas schwer
und dunkel, tumb und heidenhaft, -
erschrick mir nicht zu sehr.
Sie haben alle drei zuhaus
zwölf Töchter, keinen Sohn,
so bitten sie sich deinen aus
als Sonne ihres Himmelblaus
und Trost für ihren Thron.
Doch musst du nicht gleich glauben: bloß
ein Funkelfürst und Heidenscheich
sei deines Sohnes Los.
Bedenk, der Weg ist groß.
Sie wandern lange, Hirten gleich,
inzwischen fällt ihr reifes Reich
weiß Gott wem in den Schoß.
Und während hier, wie Westwind warm,
der Ochs ihr Ohr umschnaubt,
sind sie vielleicht schon alle arm
und so wie ohne Haupt.
Drum mach mit deinem Lächeln licht
die Wirrnis, die sie sind,
und wende du dein Angesicht

nach Aufgang und dein Kind;
dort liegt in blauen Linien,
was jeder dir verließ:
Smaragda und Rubinien
und die Tale von Türkis.

 


 1310572-247800fec0e930c88fddbd249772417c.jpg

Rainer Maria Rilke (4 december 1875 – 29 december 1926)

Rilke werd geboren in Praag

 

 

 

Zie voor de schrijvers van de 6e januari ook mijn vorige twee blogs van vandaag.

Geschreven door Romenu om 12:21 Reageer op dit bericht

Khalil Gibran, Hester Knibbe, Romain Sardou, Carl Sandburg, Jens Johler, Idris Davies

De Libanese dichter en romanschrijver Khalil Gibran werd geboren op 6 januari 1883 in Bischarri. Zie ook alle tags voor Khalil Gibran op dit blog.

 

 

Over het Huwelijk

 

Toen sprak Almitra opnieuw en zei:

En wat kun je ons zeggen over het huwelijk?

En hij antwoordde:

Tezamen werd je geboren, en tezamen zul je voor immer zijn.

Jij zult tezamen zijn, als de witte vleugelen van de dood je dagen verstrooien.

Ja, je zult zelfs tezamen zijn in Gods stille herinnering.

Maar laten er tussenruimten zijn in je tezamenzijn.

Laat de winden des hemels tussen je dansen.

 

Hebt elkander lief, maar maakt van de liefde geen band:

laat zij veeleer zijn een golvende zee tussen de kusten van je zielen.

Vult elkanders bekers, maar drinkt niet uit dezelfde beker.

Geeft elkander van je brood, maar eet niet van hetzelfde stuk.

Zingt en danst tezamen en weest blijde, maar bent ieder alleen,

zoals de snaren van een luit op zichzelf zijn, al doortrilt hen dezelfde muziek.

Geef je harten, maar geef ze niet aan elkander in bewaring.

Want alleen de hand des levens kan je harten bevatten.

En staat tezamen, maar niet te dicht bijeen:

want de zuilen van de tempel staan ieder op zichzelf,

en de eik en de cypres groeien niet in elkanders schaduw.

 

 

 1310570-69241d7f2e8398918974af7ba6ecce55.jpg

Khalil Gibran (6 januari 1883– 10 april 1931)

Zelfportet, rond 1911

 

 

 

 

De Nederlandse dichteres Hester Knibbe werd geboren op 6 januari 1946 in Harderwijk. Zie ook alle tags voor Hester Knibbe op dit blog.

 

 

Badjongen van Yiannaki

 

Wat hij ook twintig winters is geweest,
nu is hij heer en meester van het bad,
schoont tafels, zet de stoelen recht, veegt
blad. Maar dat is nog het minst.

Zijn werkelijke taak ligt hogerop: hij jaagt
de vogels naar het zwerk, wijst met gestrekte
arm de berg terug, de zon terecht, terwijl
een rilling door zijn lijf heen trekt.

Zo nu en dan stampt hij de aarde aan
die onder tegels is gelegd, strijkt vloeiend
alle water pas of trekt het bij de hoeken
strak. Zo blijft de wereld hier intact en vlak.

 

 

 

Vannacht

 

Vannacht twee kinderen gered.
Ze lagen onder dun zwart ijs;
de een zag grijs, de ander blauw.
Ik heb ze op het gras gelegd,
dat hard onder mijn voeten brak,
hun lijfjes droog en warm gewreven
en ze mijn adem ingeblazen.

Daarna de ochtend ingekeken,
die lauw over het water lag,
een mouwloos T-shirt aangedaan,
wat grassen in een vaas geschikt,
twee kinderen uit hun slaap gevist.

 

 

 

 1310570-f62fe65e6c20ad7e091615b6231cabb4.jpg

Hester Knibbe (Harderwijk, 6 januari 1946)

 

 

 

 

 

De Franse schrijver Romain Sardou werd geboren op 6 januari 1974 in Boulogne-Billancourt. Zie ook alle tags voor Romain Sardou op dit blog.

 

Uit: Délivrez-nous du mal

 

“En ce 12 décembre 1287, cela ferait bientôt neuf mois que le trône du pape était vacant ; les cardinaux électeurs réunis en conclave ne parvenaient pas à s’entendre sur le nom du successeur d’Honorius IV, mort au mois d’avril.
Cette absence prolongée de souverain pontife à Rome n’était pas un phénomène rare. Dans le passé, des "interrègnes" de ce type avaient parfois duré trois années et plus. Les destinées de l’Église tombaient alors aux mains d’un collège restreint de membres de la curie qui expédiaient les affaires courantes dans l’attente de l’élection.

Ce collège était régi par le grand chancelier et maître du sacré palais, Artémidore de Broca. Connu dans sa jeunesse sous le nom d’Aures de Brayac, soldat émérite de la septième croisade, aujourd’hui âgé de plus de quatre-vingts ans, le vieux cardinal appartenait à la chancellerie du Latran depuis 1249. Dans l’intervalle, il s’était plu à devenir le confidentissime de onze papes, sans que jamais son empire sur la curie soit remis en question.
Ce fils de boucher, fou d’orgueil, pétri de ruse et de patience, se fiant uniquement à son propre génie, était reconnu pour être l’« homme fort » des interrègnes, il cumulait six années complètes où Rome, publiquement privée de chef, s’était trouvée sous sa seule domination.
Tous prétendaient qu’il avait maintes fois refusé de ceindre la tiare papale ; cela en disait long sur le poids qu’il accordait à son titre de chancelier et à sa conviction éprouvée de détenir le véritable pouvoir à Rome.”


1310570-84907c4f93ddf90b8aa234beb86264fc.jpg
Romain Sardou (Boulogne-Billancourt, 6 januari 1974)




 

De Amerikaanse dichter Carl Sandburg werd geboren op 6 januari 1878 in Galesburg, Illinois. Zie ook alle tags voor Carl Sandburg op dit blog.

 

Young Sea

 

The sea is never still.
It pounds on the shore
Restless as a young heart,
Hunting.

The sea speaks
And only the stormy hearts
Know what it says:
It is the face
of a rough mother speaking.

The sea is young.
One storm cleans all the hoar
And loosens the age of it.
I hear it laughing, reckless.

They love the sea,
Men who ride on it
And know they will die
Under the salt of it

Let only the young come,
Says the sea.

Let them kiss my face
And hear me.
I am the last word
And I tell
Where storms and stars come from.

 

 

Two Neighbors

 

Faces of two eternities keep looking at me.
One is Omar Khayam and the red stuff
wherein men forget yesterday and to-morrow
and remember only the voices and songs,
the stories, newspapers and fights of today.
One is Louis Cornaro and a slim trick
of slow, short meals across slow, short years,
letting Death open the door only in slow, short inches.
I have a neighbor who swears by Omar.
I have a neighbor who swears by Cornaro.
Both are happy.
Faces of two eternities keep looking at me.
Let them look.

 

 1310570-3414efdc49db1c525fdbab1ca5bc5ae9.jpg

Carl Sandburg (6 januari 1878 - 22 juli 1967)
Met zijn kleinzoon, ca. 1945

 

 

  

 

De Duitse schrijver Jens Johler werd geboren op 6 januari 1944 in Neumünster. Zie ook alle tags voor Jens Johler op dit blog.

 

Uit: Gottes Gehirn

 

"Der reinste Dschungel", sagte Jane, als sie am nächsten Morgen in den schmalen, asphaltierten Waldweg einbogen, den Behrman ihnen beschrieben hatte. Ein Lieferwagen kam ihnen entgegen, offenbar von einer Installationsfirma. Dahinter fuhr ein schwarzer Dodge mit verdunkelten Scheiben. "Ziemlich viel Verkehr hier", sagte Jane, "findest du nicht?"
   Die asphaltierte Strecke mündete nach einer Weile in einen löchrigen Feldweg. Links und rechts des Weges standen alte Bäume, deren Zwischenräume von Gestrüpp überwuchert waren.
   "Walden Two", sagte Troller.
   "Walden who?"
   "Thoreau. Der Urvater der amerikanischen Zurück-zur-Natur-Freaks. Er hat in einer ähnlichen Umgebung ein spektakuläres Experiment versucht, das er in seinem berühmten Tagebuch mit dem Titel Walden Two beschrieben hat. Millionen Amerikaner träumen noch heute von so einem einfachen Leben. Und das, obwohl die Sache schon im vorletzten Jahrhundert stattfand."
   "Also ein Selbstversuch."
   "Ja. Thoreau hat ein Jahr lang auf einem kleinen Stück Land ohne Hilfe von außen gelebt und versucht, sich fast vollständig selbst zu versorgen. Er wollte beweisen, dass der Weg der Zivilisation nicht zwangsläufig ist, dass man sich der industriellen Lebensweise auch verweigern kann. Die wahre Freiheit bestand für ihn darin, im Einklang mit der Natur zu leben."
   "Klingt ziemlich anstrengend und unbequem", sagte Jane.
   "Behrman liebt das Experiment" sagte Troller. Er erinnerte sich an sein Gespräch mit ihm auf dem Einstein-Forum und die anschließende Session. Auf seine Art war er auch ein merkwürdiger Kauz, aber ein origineller, der immer gut war für überraschende Ideen.
   Am Ende des Weges, der in eine Lichtung einbog, stand ein Blockhaus, das aus rohen Baumstämmen zusammengefügt war und zu dem eine Stromleitung hinführte.
   "Von wegen Walden Two", sagte Jane.

 

 

 1310570-378d1e63e55f19438d2d6e7dec8c4a87.jpg

Jens Johler (Neumünster, 6 januari 1944)

 

 

 


De Britse dichter
Idris Davies werd geboren op 6 januari 1905 in Rhymney, Monmouthshire. Zie ook alle tags voor Idris Davies op dit blog.

 

 

Morning Comes Again

Morning comes again to wake the valleys
And hooters shriek and waggons move again,
And on the hills the heavy clouds hang low,
And warm unwilling thighs crawl slowly
Out of half a million ruffled beds.
Mrs Jones' little shop will soon be open
To catch the kiddies on the way to school,
And the cemetery gates will chuckle to the cemetery-keeper,
And the Labour Exchange will meet the servant with a frown.

Morning comes again, the inevitable morning
Full of the threadbare jokes, the conventional crimes,
Morning comes again, a grey-eyed enemy of glamour,
With the sparrows twittering and gossips full of malice,
With the colourless backyards and the morning papers,
The unemployed scratching for coal on the tips,
The fat little grocer and his praise for Mr Chamberlain,
The vicar and his sharp short cough for Bernard Shaw,
And the colliery-manager's wife behind her pet geranium
Snubbing the whole damn lot!

 

 

 1310570-c3468a20737f3c50e7157aacd29411bc.jpg

Idris Davies (6 januari 1905 – 6 april 1953)

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 6e januari mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 12:18 Reageer op dit bericht

E. L. Doctorow, Anja Meulenbelt, Joachim Specht, Astrid Gehlhoff-Claes, Günter Görlich, Ivan Olbracht

De Amerikaanse schrijver Edgar Laurence Doctorow werd geboren op 6 januari 1931 in New York. Zie ook alle tags voor E. L. Doctorow op dit blog.

 

Uit: City Of God

 

“She wears no makeup, goes unjeweled, and arrives habitually underdressed in the simplest of outfits for an evening, her hair almost too casually pinned or arranged, as if hastily done up at the last minute for whatever black-tie dinner she has been dragged to by her husband.
Her quiet mien is what I noticed the first time I met her-as if she were thinking of something else, as if she is somewhere else in all our distinguished surroundings. Because she did not demand attention and was apparently without a profession of her own, she could seem entirely ordinary among the knockout women around her. Yet she was always the object of their not quite disguisable admiration.
A slender, long-waisted figure. Fine cheekbones and dark brown eyes. The mouth is generous, the complexion an even ecru paleness that, unblemished by any variation, seems dispensed over her face as if by lighting. This Slavic evenness, particularly at her forehead under the pinned slant of hair, may account at least in part for the reigning calmness I have always felt from her.
She nodded, smiled, with a clear direct look into my eyes, and took her place at the table with that quietness of being, the settledness of her that I find so alluring.
Things went well. Let me entertain you.... I spoke my lines trippingly on the tongue. She was responsive, appreciative in her quiet way. On my third glass of Bordeaux, I thought, under cover of the surrounding conversations, I should take my chances. My confession drew from her an appreciative and noncommittal merriment. But then color rose to her cheeks and she stopped laughing and glanced for a moment at her husband, who sat at the next table. She picked up her fork and with lowered eyes attended to her dinner. Characteristically, her blouse had fallen open at the unsecured top button. It was apparent she wore nothing underneath. Yet I found it impossible to imagine her having an affair, and grew gloomy and even a bit ashamed of myself. I wondered bitterly if she elevated the moral nature of every man around her.”

 

 

 1310565-425e41fa0563aeae85ae156babf21935.jpg

E. L. Doctorow (New York, 6 januari 1931)





De Nederlandse schrijfster, publiciste, feministe en politica Anja Meulenbelt werd geboren in Utrecht op 6 januari 1945. Zie ook alle tags voor Anja Meulenbelt op dit blog.

 

Uit: De schaamte voorbij

 

“Ik heb haast. Nu voor mezelf duidelijk is dat ik besloten heb een boek te schrijven (wanneer was dat, in mijn slaap, zoals veel beslissingen 's morgens genomen blijken te zijn) dringen de flarden zich aan me op en houden me wakker.

Ik wil ze pakken voordat ze vervliegen of zich vastzetten als anekdotes, staties als vakantiedia's die na drie keer kijken geen emoties meer wekken.

Taal, mijn probleem is taal, het is niet mijn taal. Ik zou in kleuren moeten kunnen schrijven of in woordloze geluiden. De flarden die ik vind tussen boodschappenlijstjes en aantekeningen staan ver van me af, of zijn zo dichtbij dat ik me geneer. Emoties die te sentimenteel lijken of te dramaties als ze in letters op papier staan. Liefde. Pijn. Woorden die vlak worden, of zakelijk, of hard. Kut. Vagina. Orgasme. Niet mijn taal, maar ik heb nog geen andere.

 Mijn ervaringen wil ik vangen. Die van vroeger, die van nu. Naarmate de ervaringen dichterbij komen in de tijd zijn ze moeilijker te beschrijven. Betekenissen zijn veranderd. Relaties zijn niet meer de relaties van vroeger. Ik weet niet meer wat seksualiteit is. Ik heb geen termen meer voor de mensen om me heen. Zinloos geworden benamingen: mijn man, mijn vriendin. Onderscheidingen die niet meer kloppen. Werk. Ik werk altijd. Ik werk nooit niet. Een ander woord voor leven.”

 

 

 1310565-3e4f7463886f381209d3137beba9c976.jpg

Anja Meulenbelt (Utrecht, 6 januari 1945)

 

 

 

 

De Duitse schrijver Joachim Specht werd geboren op 6 januari 1931 in Weinböhla/Kreis Meißen. Zie ook alle tags voor Joachim Specht op dit blog.

 

Uit: Das Engelchen über mir

 

“Ich kletterte zwischen den Trümmern umher, landete auf dem Altmarkt, hielt mir die Nase zu, mir war elend vom Gestank, da erkannte ich an den verkohlten Baumstümpfen den Hinterhof meiner Schule. Die Notausstiege gähnten schwarz, aus den Sandsteinhalden ragten Schornsteine dünn empor. Ich fand den Mut, in den Schulkeller zu steigen. Im Licht der Streichhölzer entdeckte ich außer Gepäckstücken nichts. Offenbar hatte man die Kameraden durch den freigeschaufelten Einstieg herausgeholt.Vielleicht lebten sie noch? Herr Löbner führte vor einer Woche die Schlafsaalaufsicht, ihm traute ich das zu.
Draußen bekam ich Ärger. „Was tust du da? Du plünderst wohl? Im Schweizerviertel sitzt schon einer mit einem Schild vor dem Bauch!“ Ich wies mich aus, und der Pionierfeldwebel gab mir das Papier zurück. „Hier lebt keiner mehr, aber nun verschwinde, dalli, wir sprengen gleich Blindgänger.“ Ich verließ das Kommando in Eile und fühlte mich irgendwie befreit. Rohrstock und WHW-Büchse waren verbrannt, mein Obst durfte ich allein essen, alles erledigt, Beten, Schulfraß, Kleingeld, Schulgeld, keine Angst mehr vor der Schlafsaalaufsicht, die heimlich heranschlich und die Bettdecken wegzog, um uns beim nächtlichen Obolus zu überraschen. Vorbei mit der Kopfleere, nichts würde meinen Sinn trüben, alle Ängste waren verbrannt – hier lebte ja keiner mehr, der Feldwebel musste es wissen.
Als ich zum Platz hinabkletterte, hielt mir einer seine Hand hin, er wollte hinauf auf die Trümmer. Ich muss ihn entsetzt angestarrt haben, jedenfalls fing sich Herr Löbner zuerst und schlug mir wie seinesgleichen auf die Schulter. „Menschenskinder, Kränkel, du lebst ja noch, ist ja großartig, wie bist du denn herausgekommen, du warst doch Melder ...“ Er merkte, dass meine Stimme so heiser war, dass ich kaum antworten konnte, und befahl mir zu warten. Er wollte im Schulkeller etwas suchen. „Wir machen in Radebeul weiter“, hörte ich noch von oben, „die meisten sind wohlauf ...“

 

 

 1310565-3763555e748378d0de2ddf269616b8d8.jpg

Joachim Specht (Weinböhla, 6 januari 1931)

Weinböhla

 

 

 

 

De Duitse schrijfster Astrid Gehlhoff-Claes werd geboren op 6 januari 1928 in Leverkusen. Zie ook alle tags voor  Astrid Gehlhoff-Claes op dit blog.

 

Uit: Inseln der Erinnerung

 

“Über den Steg am Heiligenhäuschen blicken wir zum Deich. Wir sehen die Schiffe. Sechs nacheinander, lange Laster, tief ins Wasser gedrückt von der Schwere der Fracht. Manchmal ein Fährschiff, leicht, selten ein Segelboot. Selten ein Mensch an Deck, manchmal ein Hund im Käfig. Und schnell vorbei.

Ich lasse Noah frei, wenn er an der Hecke die Obdachlosen begrüßt. Er leckt ihre Stirnen, die Augen, was aus den Vermummungen lugt. Sie öffnen sie nicht, sie lächeln, sie heben eine Hand. Ich setze Tee hin mit Rum, eine Kanne. Ich lasse Noah frei, er schießt zum Deich. Schafe, der Schäfer winkt. Neue Bilder, friedlich, die Herde vor dem Fluß. Noah, wedelnd, vom Schäferhund geduldet, ein paar Schafe zurücktreibend vom Deich. Stare auffliegend, sie picken von den Rücken der Schafe die Zecken weg. Der Schäfer winkt, er weiß: Ich schütte den Schafen, die erst hier im April gebären, einen Sherry ins Wasser, damit sie sie nicht so spüren, die Wehen. Die Schmerzen der Schafschur, der Schlachtung nahm ich ihnen nicht; ich sah sie, auf Wagen getrieben, sehe es immer, auch wenn ich wie jetzt mich freue, die frühe Sonne fühle, den Wind.

Sie kommt schon ein wenig später, wir sind seit ein paar Tagen vor ihr auf. Wir und die Menschen meiner Straße, die joggen, turnen, mit dem Hund laufen vor Arbeitsbeginn. Ich kenne sie vom Sehen, vom sparsamen Sprechen: über die Hunde, übers Wetter, über die Jahreszeit. Die Namen der Hunde sind klar. Da ist Othello, ein Dalmatiner, vor dem Noah sich nicht fürchtet, weil er ihn kennt. »Er tut nichts«, hat sein Herr bei der ersten Begegnung zu mir gesagt, als Noah zuckte, sich duckte und den Schwanz einzog. Jetzt läuft er auf ihn zu, der kleine Kavalier King Charles, beige-weiß, mit dem langen weißen Schwanz wedelnd vor dem großen Dalmatiner, der freundlich niederblickt.”

 

 

 1310565-ee19399d468f8e4877a751cd53cb8414.jpg

Astrid Gehlhoff-Claes (6 januari 1928 – 1 december 2011)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver Günter Görlich werd geboren op 6 januari 1928 in Breslau. Zie ook alle tags voor Günter Görlich op dit blog.

 

Uit: Keine Ferien für Jonas

 

“Jonas hockt im Schneidersitz auf dem Fußboden und betrachtet durch eine Lupe die Briefmarken, die er heute in der Schule getauscht hat.

Den Radiorecorder hat er nicht eingeschaltet. So hört er das Telefon. Mama ermahnte ihn stets: "Sei nicht so faul. Geh' ran, wenn´s läutet."

Das grüne Telefon steht im Flur, und Jonas nimmt den Hörer ab.

"Ist dort Lorenz?" fragt eine Frauenstimme.

"Hier ist Jonas Lorenz", sagt der Junge.

"Hier ist das Städtische Krankenhaus. Ich möchte Frau Lorenz sprechen", sagt die Frau.

"Mama ist nicht zu Hause", antwortet Jonas, "sie ist in ihrer Apotheke."

"Also hör zu, Jonas", die Frau spricht ganz ruhig, "deine Mama soll sofort hier anrufen. Städtisches Krankenhaus."

"Warum denn?"

"Dein Vater ist hier. Du mußt ihr sofort Bescheid sagen. Hörst du? Schreib dir unsere Nummer auf: 73982." Jonas sucht Stift und Block und murmelt: "73982. Mama soll gleich anrufen."

"So ist es richtig", sagt die Frau.

Der Junge hört im Telefon das Heulen der Sirene eines Rettungsautos. Er läßt den Hörer auf die Gabel fallen. Papa im Krankenhaus? Was ist passiert? Jonas springt die Treppen hinab, rennt über den Hof. Hier hat er Papa noch vor kurzem gesehen. Er war früher von der Arbeit gekommen, wie immer am Freitag. Jonas bewunderte gerade Mikes neues Fahrrad.... .”

 

 

 1310565-13c1b2c48a025ae4a002c5f78a6d25e5.jpg

Günter Görlich (6 januari 1928 – 14 juli 2010)

Cover 

 

 

 

 

De Tsjechische schrijver, journalist en vertaler Ivan Olbracht (eig. Kamil Zeman) werd geboren op 6 januari 1882 in Semily. Zie ook alle tags voor Ivan Olbracht op dit blog.

 

Uit: Anna (Vertaald door Otto Katz)

 

“Fräulein Dadla lachte auf. Lustig und nett. Fast so nett, wie Anna mit ihren Mitschülerinnen in der Schule gelacht hatte.
„Willst du?" sagte sie und wieder klang es, als ob das eine Kameradin aus der Dorfschule sagte. Sie öffnete die Schublade des Nachttisches und zog eine Tafel Schokolade hervor. Sie brach ein Stück ab und gab es Anna: „Da hast du, lass es dir königlich schmecken!"
„Vergelt's Gott! Küss die Hand!" stotterte die überraschte Anna dankbar hervor.
„Na, Sie können gehen, Anna!" Aber das war nicht mehr die Kameradin aus der anderen Klasse, sondern das gnädige Fräulein, das gewohnt ist, zu befehlen.
Anna wusch in der Küche das Geschirr, stellte es auf den Bord, — und Frau Baumeistersgattin Rubesch kam noch dreimal, um sich sie anzusehen. Dann ging Anna schlafen. In die Kammer neben dem Badezimmer, deren langes, schmales Fenster mit dem Gitterwerk auf den Gang hinausging. Die Kammer war klein, viereinhalb Schritt im Geviert, aber sie war frisch geweißt und hatte oben an der Decke eine elektrische Lampe. Wenn Anna nicht durch die Eindrücke des Tages so erschöpft gewesen wäre, hätte es ihr sicherlich hier gefallen. Aber ihre Leiden waren noch nicht zu Ende.
Sie setzte sich auf den Bettrand und begann gehorsam die Zeitungsausschnitte zu lesen, die ihr Frau Rubesch gebracht hatte. Diese Zeitungsausschnitte waren voller Schrecken, Gespenster und Blut. Und in allen wurden Dienstmädchen betrogen, beraubt, ermordet, — Graus über Graus!
In Paris lebte Landru, oh, ein leibhaftiger Teufel mit dem Gesicht eines hübschen Mannes. Der lockte Mädchen in seine Villa, um sie dort zu ermorden und ihre zerschnittenen Leichen im Ofen zu verbrennen.”

 

 

1310565-3b5b58f365e497242608cb0897d3acec.jpg
Ivan Olbracht (6 januari 1882 – 20 december 1952)

In 1929

Geschreven door Romenu om 12:10 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten