Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

James Frey, Louis MacNeice

e Amerikaanse schrijver James Frey werd geboren op 12 september 1969 in Cleveland. Zie ook alle tags voor James Frey op dit blog.

Uit: Next to Heaven

“Devon often dreamed of punching her husband in the face. She didn’t necessarily want to hurt him. And he often didn’t do any-thing to deserve it. She was just tired of him. Of his voice, of his smell, the way he breathed, how he chewed, the way he sniffed, the way it sounded when he swallowed, that he picked his fingernails and sometimes dropped them on the bathroom floor instead of the trash can, that he both snored and farted while he slept. None of it was done to deliberately annoy her, and he didn’t know that any of it did. It didn’t matter. She wanted to punch him. Right in his rotten fucking face. Like so many marriages among the one percent, and even more so among the one percent of the one percent, their marriage was one of convenience, a business relationship. They met when she was twenty-eight and he was thirty. At an art opening in Chelsea, New York City. The show was of highly sexual, abstract expressionist paintings made by a beautiful young French woman. It was called Nympho, and the paintings were believed, though the painter neither confirmed nor denied it, to be portraits of her and a series of wealthy older men with whom she had had affairs, one of whom was the richest man in Paris, another whose brother had been the President of France. Devon had been working at the gallery for six years. It was the largest and most prestigious art gallery in the world, with three spaces in New York, and outposts in Los Angeles, London, Paris, Rome, Dubai, Hong Kong, and Tokyo. Each of them had three or four directors, essentially high-paid salespeople with fancy titles. At twenty-five, Devon had become its youngest director. Yes, she had an art history degree from Princeton, and yes she had grown tip around art and the art world, and yes she was smart and capable and knew her shit, but none of those things really mattered. What mattered was that site was young and beautiful, and she had young and beautiful friends who would come to the shows, and she could sell extraordinarily expensive art to rich men who wanted to sleep with her. And occasionally she did sleep with one of them. Never to close a deal, but for the fun of it, the thrill, the feeling of power and agency it gave her, so she had a good story the next time she went out with her girlfriends.”

 

2720595-df8aa69f3c943cbfad4f3a9cd9238edb.jpg
James Frey (Cleveland, 12 september 1969)

 

 

De Ierse dichter en schrijver Louis MacNeice werd geboren op 12 september 1907 in Belfast. Zie ook alle tags voor Louis MacNeice op dit blog.

 

 

Gebed van een ongeborene

Ik ben nog niet geboren; O hoor mij.
Laat niet de bloeddorstige stier, de vampier, de aasgier, de
gehoefde demon verschijnen voor mij.

Ik ben nog niet geboren; verkwik mij.
Straks komt de mensheid met kale kerkermuren rondom mij,
met bedwelmende drugs bij mij, met vrome leugens tot mij,
en pijnbanken pijnigen mij, een bloedbad verstikt mij.

Ik ben nog niet geboren; bereid mij
water dat schommelt rondom mij, gras dat groeit onder mij, bomen
die praten met mij, een hemel die zingt boven mij, een vogel
die mij voorgaat, een wit licht in mijn geest – het leidt mij.

Ik ben nog niet geboren; vergeef mij
de zonden die de wereld in mij zal bedrijven, mijn woorden
als ze tot mij spreken, mijn gedachten als ze mij denken,
mijn verraad dat verwekt is door verraders buiten mij,
mijn leven als ze door mijn handen moorden,
en mijn dood als hun kwaad leeft in mij.

Ik ben nog niet geboren; instrueer mij
hoe ik mijn stukken spelen moet, de clausjes die ik zeggen moet
als oude mensen mij beleren, bureaucraten mij schofferen, bergen
naar mij fronsen, liefjes met mij spotten, de witte
golven mij tot dwaasheid verleiden en de woestijn
mijn ondergang afroept, de bedelaar mijn aalmoes
afwijst; en stel: mijn nakroost kleineert mij!

Ik ben nog niet geboren; O hoor mij.
Laat niet de mens die beest is of denkt dat hij God is
verschijnen voor mij.

Ik ben nog niet geboren; O leer mij
me te weren tegen hen die de menselijkheid in mij
willen bevriezen, mij willen drillen tot een moordautomaat,
mij willen dwingen een radertje te zijn, een eendimensionaal
ding, niets dan een ding, en tegen al degenen
die mijn gaafheid willen verjagen, en mij
als bloempluis willen wegblazen, hierheen en
daarheen of hierheen en daarheen
als water dat door de handen
loopt – het onteert mij.

Laat ze geen steen van me maken, laat mij nooit zeggen: dit onteert mij.
Anders: liquideer mij.

 

Vertaald door Arie Sonneveld

 

2720595-e8da042d2c8e719c39773cec8b6d8e87.jpg
Louis MacNeice (12 september 1907 – 3 september 1963)
Portret door Nancy Culliford Spender, ca. 1936

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 12e september ook mijn blog van 12 september 2025 en ook mijn blog van 12 september 2020 en eveneens mijn blog van 12 september 2018 en ook mijn blog van 12 september 2015 deel 2.



Geschreven door Romenu om 17:00 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

De blogger leest alles eerst na: je tekst verschijnt zodra die goedgekeurd is.

David van Reybrouck, William Carlos Williams

De Vlaamse dichter, schrijver en wetenschapper David Van Reybrouck werd geboren in Brugge op 11 september 1971. Zie ook alle tags voor David van Reybrouck op dit blog.

Uit: Slagschaduw

“Er staat een bericht op mijn antwoordapparaat als ik binnenkom. Eén bericht. De telefoon knippert traag in de halfdonkere kamer. Ik doe het licht aan, maar er gebeurt niets. De lamp zal gesprongen zijn. Ik zet mijn laptop naast de werktafel en loop met mijn jas nog aan naar de badkamer. Ook daar geen licht. Een kortsluiting ongetwijfeld. Met een lucifer kijk ik in het bezemhok naar het zekeringskastje. Alles ziet er goed uit: de zekeringen staan omhoog, de verliesstroomschakelaar staat op 1. In het nerveuze geflakker van de lucifer ademt alles rust en vertrouwen. Wellicht zit het ergens in de kelder, iets met de hoofdschakelaar, maar daar begin ik niet aan. Of iets in de straat. Een dronkaard die tegen een elektriciteitscabine reed, dat zou ook kunnen. De lucifer dooft vanzelf. Het is maandagavond, de stad ruist in de verte. Door het raam valt de oranje gloed van de hoofdstad. De nacht hier is niet zwart, maar oranje – een donker, desolaat oranje. Een schijnsel dat het duister niet verdrijft, maar erdoor besmet lijkt. In de badkamer haal ik de klamme zwemspullen uit mijn rugzakje. De geur van chloor, de geur van deze ochtend toen ik in het water dook. De badhanddoek gooi ik over het deurtje van de douche. Het zwembrilletje pluk ik uit het bewasemde plastic doosje; het bungelt aan mijn vingers als een kikker. Aan de wastafel spoel ik mijn zwembroek uit. Geen idee of dat nog zin heeft nadat hij een dag opgerold is geweest in mijn vochtige handdoek, maar ik heb ooit geleerd dat je na het zwemmen je zwembroek moet uitspoelen. (Beter voor de rekker, zei mijn vader vroeger, niet dat hij zelf ooit zwom.) Ik zie mijn contouren in de spiegel. Een man die met zijn jas nog aan een zwembroek uitspoelt, niet wetend of dat nog zin heeft. Ik zie hem denken: veel van wat ik uithaal, heeft wellicht nog minder zin. Ik zie de rondingen van zijn schedel, mijn schedel, mijn kaalgeschoren kop. Sinds twee jaar scheer ik me wekelijks en nee, daar is geen specifieke reden voor. Er ging geen caféweddenschap of chemokuur aan vooraf. Soms kan ik naar mijn kop kijken als zag ik hem voor het eerst. Een onvolmaakte bol met glimmende poriën en afgeplatte vlakken. Een windei. De pootjes van mijn bril omspannen mijn gezicht als een nietje. Op mijn slapen kronkelen aders, soms zie ik ze kloppen. Dan denk ik: ze moeten vast een naam hebben. Iets in het Latijn, iets langs, iets dat ik niet ken. Er is zoveel dat ik niet ken.”

 

2720452-8ddf9eaf1f8f82109f326f169d5486df.jpg
David van Reybrouck (Brugge, 11 september 1971)

 

 

De Amerikaanse dichter William Carlos Williams werd geboren in Rutherford (New Jersey) op 17 september 1883. Zie ook alle tags voor William Carlos Williams op dit blog.

 

 

Mussen tussen dorre bladeren

De mussen
bij de ijzeren hekpaal
nauwelijks te zien

door de dorre bladeren
waar ze half
onder schuil gaan –

ze warrelen de bladeren
op – vechten
en tjilpen

schel
zoeken
en

pikken het scherpe
zand voor
een goede vertering

en liefde’s
duistere en onverzadigbare
eetlust

 

Vertaald door Huub Beurskens

 

 

2720452-ddf2fa20acfff74800b22d9bb68c369d.png
William Carlos Williams (17 september 1883 – 4 maart 1963)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 11e september ook mijn blog van 11 september 2021 en ook mijn blog van 11 september 2020 en eveneens mijn blog van 11 september 2018 en ook mijn blog van 11 september 2016 deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 16:46 Reageer op dit bericht

Tezer Özlü, Mary Oliver

De Turkse schrijfster Tezer Özlü  werd geboren op 10 september 1943 in Simav. Zie ook alle tags voor Tezer Özlü op dit blog.

Uit: Reis naar de rand van het leven (Vertaald door Hanneke van der Heijden)

“Deze stad had langs de rivieroever moeten liggen en tegen de heuvels op moeten rijzen. Geen enkele stad zou een architectuur kunnen hebben die zo zelfmoordachtig, zo betoverend, is als die van Turijn. Nee. Ze is afgesloten van de bergen. Afgesloten van de Po. Afgesloten van de zon. Afgesloten van de hemel. Afgesloten van de regen. Afgesloten van de sterren. Afgesloten van de bries. Afgesloten van elke openheid en ruimtelijkheid. Afgesloten van ademhalingen. Verborgen achter galerijen die de hele hemel bedekken. De galerijen, met hun marmeren sokkels en zware, dikke stenen zuilen, waaraan lampen hangen, komen uit op grote, magnifieke winkels, vaak versierd met de stoelen en tafels van oude cafés, en soms op plekken waar zware beelden en grote stenen leeuwen griezelig staan. Er zijn geen mensen in deze gebieden. Het grijze en aardkleurige pleisterwerk van de grote, oude gebouwen is steeds donkerder geworden, gebukt onder het ondraaglijke gewicht van de tijd. Ik kijk naar de trappen van het eerste huis in de XX Septembrestraat. Een zwak licht sijpelt naar binnen… De begane grond komt uit op de binnenplaats. De open ruimte die tot de bovenverdiepingen reikt, is in duisternis gehuld.
[…]

“Terwijl ik in de spiegel mijn vermoeide gezicht kamde voordat ik het hotel verliet, dacht ik aan het kind in Gerede dat zijn witte schoolkraagjes en linten stijfde, de leerling die heldhaftige gedichten voordroeg tijdens de vakantie, het jonge meisje dat van stad naar stad rende op zoek naar de wereld, een vermoeide huisvrouw, de vrouw die door twee echtgenoten werd bemind en misbruikt, die beide echtgenoten beminde en misbruikte, die door beide echtgenoten werd verraden en hen zelf ook verraadde, de vrouw die al haar veerkracht uit zichzelf putte, iemand die nooit uit het leven werd verstoten. De enige die haar eruit kan duwen, is zijzelf. Ik zeg tegen mezelf: je hebt het begin van het einde van het leven gemaakt… Als proberen te sterven betekent zelfmoord plegen op je achttiende, sterven met je mooie jonge lichaam, degenen die je lijk zouden vinden angst aanjagen, willen zeggen: ‘Neem dit wrede leven, het is van jou.’ Zij hebben je genezen. Nu ben jij ook wreed.”

 

2720325-3a7f623f97ef41fbd2218cc5b7c34afa.jpg
Tezer  Özlü (10 september 1943 – 18 februari 1986)

 

 

De Amerikaanse dichteres Mary Oliver werd geboren op 10 september 1936 in Maple Heights, Ohio. Zie ook alle tags voor Mary Oliver op dit blog.

 

 

Bot

1.
Begrijp me goed, ik probeer steeds te doorgronden
wat de ziel is,
en waar ze verborgen zit,
en welke vorm ze heeft
en dus, vorige week,
toen ik op het strand
het oorbot vond
van een griend die misschien wel
honderden jaren geleden stierf, dacht ik
dat ik misschien dicht bij
een ontdekking was
want het oorbot

2.
is het deel dat het langst bewaard blijft
in ieder van ons, mens of walvis; gevormd
als een gedrongen lepel
met een roze kommetje waar
het ooit, in de kop van de beweeglijke zwemmer,
verbonden was met zijn twee zusters
in het huis van het gehoor,
het was slechts
vijf centimeter lang
en ik dacht: de ziel
zou wel eens zo kunnen zijn
zo hard, zo noodzakelijk

3.
en toch bijna niets.
Naast mij
opende en sloot de grijze zee
haar golfdeuren,
en ontvouwde telkens weer
haar gebrul dat de tijd bespot;
ik keek, maar kon niets zien
door de donker verweven schittering;
en toch weten we niet allemaal: het gouden zand
ligt daar op de bodem,
ook al hebben onze ogen het nooit gezien,
en kunnen onze handen het nooit grijpen

4.
uit vrees dat we het zouden verpulveren
tot brokstukken en feiten —
tot zekerheden —
en wat de ziel is, dat ook
zal ik, geloof ik, nooit helemaal weten.
Hoewel ik speel aan de randen van het weten,
weet ik werkelijk
dat onze rol niet het weten is,
maar het kijken, het aanraken en het liefhebben;
zo liep ik verder,
zachtjes,
door het zachtroze ochtendlicht.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 

2720325-65c11281b79df2250680397bc0f9101c.jpg
Mary Oliver (10 september 1935 – 17 januari 2019)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 10e september ook mijn blog van 10 september 2025 en ook mijn blog van 10 september 2024 en ook mijn blog van 10 september 2020 en eveneens mijn blog van 10 september 2018 en ook mijn blog van 10 september 2017 deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:31 Reageer op dit bericht

C. O. Jellema, William Carlos Williams

De Nederlandse dichter, essayist en germanist C. O, Jellema werd geboren op 9 september 1936 in Groningen. Zie ook alle tags voor C. O. Jellema op dit blog.

 

 

Familiereünie

Zij voeren vroeger op
met zegelringen, grijze taft.
Voeren elkaar
met vroeger,
peuzelend keuvelend.
Keurig.

De kleverige draad van hun gesprek
vangt de werkster
in haar stofdoek morgen. 

 

 

Zelfportret

De naam is legio, want wij zijn velen:
wil, wanhoop, woede, wensdroom, twijfel, maar
dat lijf houdt ons als kluwen bij elkaar,
die kop soms dol van ons verward krakelen.

Ons aller hunkering: het ik te delen
van een die anders is, met zichzelf klaar,
die met medusablik gevoelsgevaar
bezweert, vrij met zijn invallen kan spelen.

Trompe-l’oeil van rust, passend gekozen pose
die afstand schept, verheelt waaraan het scheelt:
kwam je maar met jouw wezen in het reine

middels zo’n vleesloos, enig zoonwoord, boze
geesten uitdrijvend in een kudde zwijnen,
je van jezelf verlossend in één beeld.

 

 

Litanie

De liefde die de dood is,
de liefde die te groot is,
de liefde die te bloot is,
de liefde die in nood is,

de liefde die op straat is,
de liefde die zonder gelaat is,
de liefde die vergaat is
zoals de liefde zaad is,

de liefde die ons lot is,
ach door en door verrot is
en ons alzo ten spot is,
omdat de liefde god is;

en van deze liefde wordt gezegd:
zij is niet opgeblazen –
o ziel, blijf in verbazen,
zo is zij uwe lafenis
tot uw begrafenis,
amen.

 

2720204-7d296ef76df3008b483f8d30ad0cff8f.jpg
C. O. Jellema (9 september 1936 – 19 maart 2003)
Portret door Jan Smeltekop, 1996

 

 

De Amerikaanse dichter William Carlos Williams werd geboren in Rutherford (New Jersey) op 17 september 1883. Zie ook alle tags voor William Carlos Williams op dit blog.

 

Een soort lied

Laat de slang wachten onder
haar groen
en het schrijven
van woorden traag en snel zijn, fel
in het toeslaan, stil in het wachten,
slapeloos.

– om de mensen en de stenen
te verzoenen in de metafoor.
Componeer. (Geen ideeën
dan in dingen) Vind uit!
Steenbreek is mijn bloem, ze splijt
rotsen.

 

Vertaald door Huub Beurskens

 

2720204-d7049d25d3129641088e13c5a0a0b6cf.png
William Carlos Williams (17 september 1883 – 4 maart 1963)
Portret door Sophie Herxheimer, 2017

 

Zie voor de schrijvers van de 9 september ook mijn blog van 9 september 2020 en eveneens mijn blog van 9 september 2018 deel 1 en ook deel 2.



Geschreven door Romenu om 16:32 Reageer op dit bericht

Elly de Waard, Mary Oliver

De Nederlandse dichteres, vertaalster, recensente en popcritica Elly de Waard werd geboren in Bergen (NH) op 8 september 1940. Zie ook alle tags voor Elly de Waard op dit blog.

 

 

Juli en onverdraaglijk herfstig

Juli en onverdraaglijk herfstig
is de lucht. Zoveel bladeren
van het berkje dwarrelen nu al
in de vroegte samen tegen
de stenen traptreden. Hun geel
vergaderen is verontrustend.

Een koude wind om de hoek valt
van het huis, waar ik al bladerend
in mijn geschriften in de ochtend
zit en huiver en mij niet thuis
voel, toch blijf weigeren
naar elders te vluchten.

En mijn hart is moe en het hangt
als een rood blad aan zijn aderen
en zijn grote geruchten zijn
geluwd, zijn in de koude wind
weggeschuwd en het houdt zich klein
en hurkt weg in voorzichtig zuchten.

 

 

De dagen houden niet over

De dagen houden niet over
van zichzelf, ze zijn te heet
en er wordt niets in mijn twee handen
omgesmeed; pas onder de sterren

in de smidse van de nacht, die
in een vonkenregen is verstard
flonkert de maan, Hefaistos' laatste
werk, in de scherven op de muur

als vuurvliegen en vleermuizen
fladderen af en aan, bedienden,
de donkere vloer van het zwerk
vegen zij aan en het stroompje

kabbelt er kalm de krullen uit,
een koele bedrijvigheid, pas
in aandachtigheid opgemerkt;
ik voel mij helder nu en sterk.         

 

 

En in een tijd, waarin een dichter

En in een tijd, waarin een dichter
geworden is tot curiosum, tot
marginaliteit, een tijd ook
waarin talen (als de zijne)
zich vermengen of verdwijnen

toch dichter te willen zijn
van zo’n historisch rijk, maar klein
en koppig taalgebied, dat van
een eigenzinnigheid van zeggen is
en in benoemen authentiek.

 

 

2720074-9c074b744316a6dd98ba22fb06e2bc1e.jpg
Elly de Waard (Bergen, 8 september 1940)

 

 

 

De Amerikaanse dichteres Mary Oliver werd geboren op 10 september 1936 in Maple Heights, Ohio. Zie ook alle tags voor Mary Oliver op dit blog.

 

 

Late lente

Eindelijk begint de wereld
te veranderen, de koorts stijgt,
de bladeren ontvouwen zich.

En de spotlijsters vinden
voldoende reden en adem om
nieuwe liedjes te maken. Dat doen ze. Daar kun
je op rekenen.

En de geliefden ontdekken
nieuwe manieren om lief te hebben. Luister, hun ramen staan open.
Je kunt ze horen lachen.

Zonder de lente, wie weet wat er zou gebeuren.
Een heleboel niets, vermoed ik.
De bladeren bewegen nu allemaal
zoals een jongetje roeit en roeit

in zijn houten boot, gewoon om ergens te komen.
Laat, laat, maar nu prachtig en prachtiger.
En wij tweeën, samen — een deel ervan.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 

 2720074-8d5c6b53fdd5486c02dd8495b5be5726.jpg
Mary Oliver (10 september 1935 – 17 januari 2019)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 8e september ook mijn blog van 8 september 2018 deel 1 en ook deel 2.




Geschreven door Romenu om 17:40 Reageer op dit bericht

Merijn de Boer, Mary Oliver

De Nederlandse schrijver Merijn de Boer werd geboren in Heemstede op 7 september 1982. Zie ook alle tags voor Merijn de Boer op dit blog.

Uit: Nestvlieders

“Andere dolfijnen waren bezig meteen eeuwige sprong door de lucht. Wat mij aan die fontein stoorde, was dat hij een oog moest voorstellen. Mogelijk wilde de architect met zijn bouwwerk het verdriet der dolfijnen aantonen, anders kan ik niet verklaren dat dat water niet uit het spuitgat maar uit het oog van de dolfijn poot. Van de 767 appartementen werden er slechts negen bewoond.
Met hoge verwachtingen gebouwd, maar net op het verkeerde moment. Ik denk nog wel eens aan de investeerders. In weerwil van de vrolijkheid die dolfijnen vaak wordt toegedicht, waren die paar bewoners niet bepaald levensgenieters. Ze waren allemaal alleenstaand en de meesten hadden een, baan die hen verplichtte zo vroeg mogelijk, op kantoor te verschijnen om het pas te verlaten als er geen daglicht meer te bekennen was. Ook in de zomer lukte het ie vaak om in het donker thuis te komen.
Mijn eigen appartement bevond zich ongeveer op de plek waar het spuitgat van de dolfijn had moeten zitten. De eerste maanden dat ik er woonde, was ik net als de anderen alleen thuis in het weekend en ’s nachts, wanneer ik profiteerde van de vijf uur slaap die mijn werkgever me gunde. Ik wist toen nog niet eens Maar ook verveling kan een drijfveer zijn.
Op mijn eigen etage woonde verder niemand. Op de twee verdiepingen daarboven ook niet. Als je overdag door de gangen liep en je ging helemaal aan de westpunt van de gang staan, dan kon je te weten komen hoe lang geluid erover doet om driehonderd meter af te leggen. Ik riep iets, bijvoorbeeld ‘ik ben ziel-loo-oos!’, en boorde vervolgens hoe die woorden alle lege kamers langsgingen om te botsen tegen precies zo’n glazen plaat als waartegen ik stond aangeleund. Ook stelde ik me voor dat je er uitstekend kon voetballen, ware het niet dat ik maar één werkloze vriend had, wat betekende dat we alleen landerig een bal naar elkaar konden gaan overschieten. En dat had ik in mijn jeugd al vaak genoeg gedaan.”

 

 

2720070-010239a021b54d59fc49e693f62f2c0c.jpg
Merijn de Boer (Heemstede, 7 september 1982)

 

 

De Amerikaanse dichteres Mary Oliver werd geboren op 10 september 1936 in Maple Heights, Ohio. Zie ook alle tags voor Mary Oliver op dit blog.

 

 

De reis

Op een dag wist je eindelijk
wat jij had te doen, en begon,

hoewel de stemmen rond je
hun slechte advies bleven schreeuwen,

hoewel het hele huis begon te schudden

en hoewel je de oude trek aan je enkels voelde.

“Heel mijn leven” riep elke stem.
Maar je stopte niet
Jij wist wat jij had te doen

Ondanks dat de wind met haar stijve vingers
Peuterde aan de fundamenten en
Die anderen verschrikkelijk zwaarmoedigheid klonken.

Het was al laat genoeg,
een wilde nacht
En de weg vol met gevallen takken en stenen.

Maar beetje bij beetje
Met hun stemmen achter je
Begonnen de sterren
te branden door het wolkendek
en er was een nieuwe stem
Die je langzaam begon te herkennen als de jouwe
Die je gezelschap hield
terwijl je dieper en dieper
de wereld in trok.

Vastbesloten
Het ene ding te doen dat je kon doen,
vastbesloten het enige leven te redden dat je kan redden

 

 

Vertaald door Walter Berghoef

 

2720070-e40cb7f3f07c7b3b976d189a97159467.png
Mary Oliver (10 september 1935 – 17 januari 2019)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 7e september ook mijn blog van 7 september 2021 en ook mijn blog van 7 september 2020 en eveneens mijn blog van 7 september 2018.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Christopher Brookmyre, Adrian Matejka

De Schotse schrijver Christopher Brookmyre werd geboren op 6 september 1968 in Glasgow. Zie ook alle tags voor Christopher Brookmyre op dit blog.

Uit: The Cut

“To be fair, Jerry was surprised that it had taken quite this long for one of the braying posh boys to accuse the weirdo from Dreghorn of being a thief.
From the moment he first rocked up at the halls of residence, he had felt like he didn’t belong, and little that had happened since had disabused him of this notion. It would have been reassuring to learn that everybody felt the same way, being new to uni, new to living away, new to the city, but he felt like he was an absolute beginner surrounded by veterans. Which would have made some sense had they all been second- or third-year students, but so many of his fellow freshers seemed so much more comfortable in their new environment. It was like they had all been on an induction course. Maybe it was a final-year option at posh schools.
He had come back from his morning lecture and was walking through the common area when he detected an energy change in the room. He didn’t need to believe in a sixth sense or any of that pish to know that his presence was the thing that changed it. He immediately felt scrutinized. Had to be that prick Danby. Who the hell had that for a first name? Him and his mates acted like they owned the place, probably because they knew that given enough time, they probably would. Or Daddy would, at least, but when he signed it over to them, they’d tell themselves they had earned it. Born three-nothing up and convinced they’d scored a hat trick.
Danby had been talking to the warden when Jerry walked in. He suspected that wasn’t good.
‘There he is,’ he heard Danby say, before calling out: ‘Hey, you, Rob Zombie, I want a word.’
Jerry had spent years growing his hair into dreads like Chris Barnes, Rob Flynn or indeed Rob Zombie, but he doubted Danby would have recognized any of them. The guy had called him that purely because of what it said on the T-shirt he was wearing.
Jerry just kept walking to his room, where he slung his backpack and his battle jacket on the bed and closed the door. Less than ten seconds later, there was an insistent hammering on it. Even the cadence screamed entitlement.
Part of him wanted to let the fucker stand there, just lock the door and stick on his headphones, but he knew he would only be postponing a problem.
Jerry opened his door, and there, of course, was Danby, with his two wingmen hovering behind, and that lassie Philippa, who was always staring at him like he was a sideshow freak.”

 

2719792-6cd469e89fe5ac8aa193a8e8da02ef73.jpg
Christopher Brookmyre (Glasgow, 6 september 1968)

 

 

De Afro-Amerikaanse dichter Adrian Matejka werd geboren in Neurenberg, Duitsland, op 5 september 1971 en groeide op in Californië en Indiana. Zie ook alle tags voor Adrian Matejka op dit blog.

 

Nog een lange weg te gaan

—naar St. Joe Louis Omringd door Slangen (1982), Jean-Michel Basquiat

In de paarse omhelzing tussen avond en nog meer
avond rookten jongens sigaretten tot aan hun muntachtige
uiteinde en praatten over billen als gekke hammen en heupen

als een dreun, hun monden krulden van gretige bewondering en hun levendige
handen vormden de lucht—handpalmen naar beneden en handpalmen naar boven
in halve cirkels van verbijstering. De C-vorm die de tabak

nog gloeiend tussen de vingers maakt, is het dichtst
dat een van deze jongens vandaag bij de heup van een meisje zal komen.
Daarom kapten deze jongens, in dunne hemdjes en hopeloze

shirts, gesprekken gemakkelijk af van ‘Kijk eens hoe ik haar
pak’ tot 'Kom op, sukkel’, waarbij ze schouders en vuisten
naar elkaar wierpen als kleine superhelden zonder schurken

om tegen te vechten. Geen capes, met blote vuisten. Geen redding van de buurt
ook, want bij elke worp breekt er iets.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

2719792-1303f9421cbd34abc2383b383a03dccd.jpg
Adrian Matejka (Neurenberg, 5 september 1971)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 6e september ook mijn blog van 6 september 2025 en ook mijn blog van 6 september 2019 en ook mijn blog van 6 september 2017 en ook mijn blog van 6 september 2015 deel 2.

Geschreven door Romenu om 17:32 Reageer op dit bericht

Marcel Möring, Adrian Matejka

De Nederlandse dichter en schrijver Marcel Möring werd geboren in Enschede op 5 september 1957. Zie ook alle tags voor Marcel Möring op dit blog.

Uit: Het grote verlangen

“Het was een warme zomer, de warmste warme zomer van de eeuw. Negentienzevenenvijftig. Mamma zat in de kelder, tussen de planken met ingelegde komkommers en weckflessen met snijbonen en vaten met zuurkool en flessen gemberbier en lege aardappelzakken en klonten in vetvrij papier verpakte boter en halve kazen en kranen met zuipt-bollen, en ze had een buik als de wereld zelf. Nog nooit was iemand zo dik geweest. Als wij trapten was het alsof er iemand onder haar kleren zat die een poppenspel speelde met haar jurk. Pappa schreef zijn scriptie, de Spoetnik werd gelanceerd, opa had al kanker, maar wist het nog niet, oma zou vijf jaar later sterven, toen John Glenn om de aarde draaide. Negentienzevenenvijftig. Augustus. De warmste augustus in de geschiedenis van de mensheid.’ ‘Dit is mijn herinnering aan ons,’ zei Lisa. ‘Dit zijn wij: jij, Raph en ik, op weg naar buis. Het is een warme namiddag, in de verte worden sloten schoongebrand. Wij lopen naar huis en ik denk: dit komt nooit meer terug. Terwijl wij lopen, denk ik: dit komt nooit meer terug, en ik zie ons als drie vrolijk gekleurde vlekjes in het groen van de laan. Dit is mijn herinnering, maar ik denk ook aan wat later gebeurde, aan het begin van deze laan, toen ik op mijn rug onder een eik lag, badend in schaduwvlekjes, het hoofd in het hoge gras en hij over mij heen. Achterover in het gras, de grote boom boven mij en het zingen van de stilte en mijn lichaam dat gevuld wordt en tegelijkertijd niet. Ik wilde dat hij drie was, die middag, drie keer hij. Ik wilde hem overal. Ze branden de sloten schoon en de schaduw van de boomkruinen glijdt over mijn hoofd en we lopen door de laan en ik denk: dit is mijn herinnering aan ons, aan jou en Raph en mij, en ik weet dat alles verdwijnt, de rook, de avond die gaat vallen, het gras waarin wij hebben gelegen, dat zich weer zal oprichten. Ik kijk naar jullie gezichten, ik ruik de geur van brandend hooi en ik denk: dit is mijn herinnering aan ons.’ Maar er waren geen brandende sloten, Raph was hier ook niet, en hoewel de avond viel zagen wij de zon niet achter de einder zinken. Dit was de plek waar ik woonde, een in steen uitgehakte schoenendoos, anderhalve verdieping pakhuis met kale stenen muren en grijze planken vloeren en afgezaagde stukken pijp die uit de muren steken. Ik was een paar uur geleden met mijn tas vol boodschappen naar boven geklommen, de kale trappen op, in het licht van de met algen begroeide koepel in het dak, en toen ik de deur opende zag ik haar, ineengedoken op de rand van het bed, de benen over elkaar geslagen, in de ene hand een schoteltje met peuken, in de andere een sigaret. Ik stond in de deuropening en keek naar mijn zuster, helemaal aan het andere eind van de kamer, bijna twintig meter van mij vandaan. Ik dacht: wat is ze klein.”

 

2719578-df0897be8cf23ca8bf8733a7585356ed.jpg
Marcel Möring (Enschede, 5 september 1957)

 

 

De Afro-Amerikaanse dichter Adrian Matejka werd geboren in Neurenberg, Duitsland, op 5 september 1971 en groeide op in Californië en Indiana. Zie ook alle tags voor Adrian Matejka op dit blog.

 

 

Liefdesbriefjes

Houd je van vage beloftes?
Houd je van slecht nieuws in melancholieke vorm?
Helemaal of half, tatoeages die pronken op

samengevoegde ribbenkasten? Vink dit vakje aan en,
als een ademhaling, voel je je grotendeels vervlogen.

Net als een van die vroege opnames, zul je
krakerig en ontmythologiseerd klinken. Onbeschrijfelijk
bekentenisachtig, tot de laatste kwartnoot

een processiehymne wordt. Het komt helemaal goed met jou,
omgedraaid naar de B-kant van het referendum

met de nadruk op dit briefje. Prachtig en geheel binnen
het addendum, als een diepe uitademing
door het slimme deel van een vraagteken.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 

2719578-b18cfed798498cc385221373de351186.jpg
Adrian Matejka (Neurenberg, 5 september 1971)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 5e september ook mijn blog van 5 september 2020 en eveneens mijn blog van 5 september 2018 en ook mijn blog van 5 september 2017 en ook mijn blog van 5 september 2015 deel 2.

Geschreven door Romenu om 17:05 Reageer op dit bericht

Sanneke van Hassel, Adrian Matejka

De Nederlandse schrijfster Sanneke van Hassel werd geboren in Rotterdam op 4 september 1971. Zie ook alle tags voor Sanneke van Hassel op dit blog.

Uit: Milde klachten (Speeltijd)

“Ze ziet hem eerder dan hij haar.
Hij staat in een groepje jongens, iets voorbij de lindes die alweer helemaal geel zijn, en leunt tegen het rek met de schommels. Als ze met haar boodschappentas het plein op stapt, draaien zijn smalle schouders van haar weg – of is het haar overgevoeligheid? In elk geval, hij wil niet mee naar huis.
‘Ik kom.’ Een gemompelde groet, geen knuffel. Haar zoon. Sinds een jaar of wat heeft hij haar het liefst ergens aan de rand van zijn wereld. Vanaf daar mag ze hem een bord eten toeschuiven, een stapel schone T-shirts, een glas cola. De hele dag zit hij op zijn kamer. Als ze er naar binnen wil, moet ze eerst kloppen. Maar af en toe, niet al te vaak, deelt hij een grappig filmpje met haar, rond een uur of tien. Wanneer ze op het punt staat om naar bed te gaan, zakt hij naast haar op de bank, en dan moet ze eindeloos kijken naar dansende koeien, een gezin dat in de keuken perfect synchroon dansjes uitvoert, Obama als YouTuber met een koptelefoon op, een kip die een kipnugget van een bord pikt.
Om de jongens heen liggen stukken hout verspreid, resten van pallets die ze uit de containers trokken. Ondanks corona gaat de renovatie van hun buurt gewoon door. Van afvalhout bouwden kinderen een hut tegen het klimrek.
Op het plein achter hun huis is Mano groot geworden. Ze hoefde maar uit het raam naar beneden te kijken en dan zag ze hem, voetballend, slepend met takken, zich een weg banend door de bosjes in het plantsoen. Tot zijn achtste liep ze met hem mee om de tegels te inspecteren op glasscherven of ander afval dat hem in gevaar kon brengen: halflege bierblikken, zakjes met restjes wiet. ‘Zorg dat ik je kan zien,’ zei ze, zeker tot zijn twaalfde. ‘Ik wil het weten als je met een vriendje mee naar huis gaat.’
Nog altijd houdt ze een oogje in het zeil. Er wonen veel mensen met problemen in deze buurt. Zoals die oudere man op de hoek aan de andere kant van het plein, een tanige Surinamer die haar aan haar vader doet denken. Sommige kinderen pesten hem. Haar zoon niet, voor zover ze weet. Ze gooien steentjes tegen de ramen. Als ze lang genoeg doorgaan, trekt de man de deur open en stormt naar buiten. ‘Hij heeft een kapmes, hij heeft een mes,’ de kinderen stuiven uiteen.”

 

2719396-97932f3b72cf5fbcb1eca69a2731d35c.png
Sanneke van Hassel (Rotterdam, 4 september 1971)

 

 

De Afro-Amerikaanse dichter Adrian Matejka werd geboren in Neurenberg, Duitsland, op 5 september 1971 en groeide op in Californië en Indiana. Zie ook alle tags voor Adrian Matejka op dit blog.

 

De Schaduw Weet Het

Vanaf dag één streven we ernaar
meer te zijn dan de gemiddelde

Neger. Geen van die yassah
baas en watermeloenschil

glimlach voor ons. We willen kwartels
gebakken in boter. We willen

goud waar die spleet tussen onze tanden
hoort te zitten. Duidelijkheid voor de Neger

karikatuur. We willen stijlvolle
kleding, gouden ringen

aan onze vingers als Griekse
architectuur en gouden zak

horloges in onze vestzakken. Meer
vrouwen dan jassen. Witte vrouwen

overal in onze architectuur.
We willen bijzondere en instinctieve

bevredigingen. We willen de hoofdattractie
van het boksen zijn:

de wereldkampioen
zwaargewicht. Als wij opstaan,

staat het hele zwarte ras op
met ons. Als we de top bereiken,

zijn alleen wij het. Geen behoefte aan negers
dan, niet eens aan onszelf.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

2719396-b249835fd64c0782d319d859c8fde83c.jpg
Adrian Matejka (Neurenberg, 5 september 1971)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 4e september ook mijn blog van 4 september 2025 en ook mijn blog van 4 september 2024 en ook mijn blog van 4 september 2018.

Geschreven door Romenu om 16:45 Reageer op dit bericht

Jacq Firmin Vogelaar, Adrian Matejka

De Nederlandse dichter, schrijver en literatuurcriticus Jacq Firmin Vogelaar (pseudoniem van Franciscus Wilhelmus Maria (Frans) Broers) werd geboren in Tilburg op 3 september 1944. Zie ook alle tags voorJacq Firmin Vogelaar op dit blog.

Uit: Flaubert overschrijven

“Wil de ware Flaubert opstaan – waarschijnlik zou de schrijver van die naam indertijd met een grijns zijn blijven liggen. En wat een genoegen zou hij hebben beleefd (hij die over literatuur meer dacht in termen van prokreatie dan van kreatie) bij het zien van de talloze mutanten van hemzelf die in de eeuw na zijn verscheiden zijn ontworpen: even zovele Flauberts als er lezingen van zijn werk bestaan.
In Nederland staat Flaubert, zoals bijvoorbeeld uit de vertalingen valt op te maken, vooral te boek als schrijver van het klassieke prototype van de realistiese roman, Madame Bovary en Leerschool der Liefde. Voorkeuren worden vaak bepaald door een globale scheiding tussen enerzijds Flaubert de barokke stilist die in woorden zwelgt temidden van zijn overladen (historiese) dekors en anderzijds de slijper van zinnen, de kronikeur van het kleinburgerdom. Voorzover Flaubert in Nederland al gelezen en besproken wordt, gaat het vrijwel uitsluitend om de ‘realist’, de schrijver van het boek over Emma. Hoe men Madame Bovary ook waardeert – en vaak is Flaubert op die roman vastgepind als een geniale gelukstreffer in een verder min of meer mislukt oeuvre -, men mag niet uit het oog verliezen dat die roman voor Flaubert zelf nooit meer dan een stijloefening is geweest, huiswerk hem opgegeven door zijn twee vrienden, Maxime du Camp en Louis Bouilhet, die nadat hij vier dagen achtereen met veel verve de eerste Tentation de Saint Antoine had voorgelezen zijn jeugdig vuur blusten met hun advies, het manuskript maar liever in de kachel te gooien en er nooit meer een woord aan vuil te maken.
Minder bekend is dan ook dat Flaubert, vrijwel ter zelfder tijd als hij door naturalisten werd gekonfiskeerd, een van de eersten is geweest die drasties brak met de ‘regels’ van de realistiese roman. La Tentation (De Verzoeking) is daarvan het sprekend bewijs, ook Salammbô, maar zeker Bouvard et Pécuchet dat als plan, in niet mindere mate dan de versies van De Verzoeking, een onmatige droom is geweest die zijn schrijven veertig jaar heeft geobsedeerd.
Een verdeling van Flauberts werk in symboliese en realistiese teksten verduistert de ambivalenties die belangrijke drijfveren zijn in het werk: de twee bewegingen die steeds tegelijkertijd in het spel zijn – de inkrimping, het wegstrepen, de schoonheid van de leegte en het niets, het verlangen naar de passiviteit van de materie, maar ook de overdrijving, de uitbreiding, de gewelddadige en buitensporige inlijvingsdrang: een permanente aandrang.”

 

2719240-d7cdbf175b98e7a138babf2625fe5ed3.jpg
Jacq Firmin Vogelaar (3 september 1944 — 9 december 2013)

 

 

De Afro-Amerikaanse dichter Adrian Matejka werd geboren in Neurenberg, Duitsland, op 5 september 1971 en groeide op in Californië en Indiana. Zie ook alle tags voor Adrian Matejka op dit blog.

 

Als je moe bent, doe dan een dutje

Ik heb bruggen of politieagenten nooit gemogen, en er zijn er
meer van allebei in de buitenwijken,
heersend over mogelijkheden als struikelblokken

over trappen. Het blauwwitte paar naast
de kleine gymzaal na het eerste lesuur, schoenveter
verstrikt onder de voet van een nieuwe pestkop. Hij zou

beroofd zijn in Carriage House, maar
niet door mij. Moet kalmeren, anders wordt het erger:
in blauwe pyjama’s & van de gladde zomerrand

geduwd, lange val in het privézwembad, opgedeeld
in drie afzonderlijke strofen: het gespetter en gegiechel van
de meisjes, de uitroep van de zongebruinde badmeester,

en het opspattende water dat aanzwelt,
en zich splitst in twee, gechloreerde luchten.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

2719240-f49ebb453f85334494ee98d64fbdd9a4.png
Adrian Matejka (Neurenberg, 5 september 1971)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e september ook mijn blog van 3 september 2024 en ook mijn blog van 3 september 2018 en ook mijn blog van 3 september 2017.



Geschreven door Romenu om 17:09 Reageer op dit bericht

Willem de Mérode, Adrian Matejka, Nelio Biedermann

De Nederlandse dichter en schrijver Willem de Mérode (pseudoniem van Willem Eduard Keuning) werd op 2 september 1887 geboren in Spijk. Zie ook alle tags voor Willem de Mérode op dit blog.

 

 

Begeerte

Dit is hem zoete zelfzucht van de liefde:
Dat hij zijn daden om een ander doet
(En gaarne zich het noodige ontriefde,
Want elk ontberen is begeerd en zoet),

En weet zichzelven meer en meer beminde,
En voelt rondom zich als het koel geruisch,
Dat, durend en weldadig, de oude linde
Omschaduwd schenkt aan ’t zongezengde huis.

En ziet de effen heemlen van zijn droomen
Van smeltend goud en kwijnend avondrood.
En voelt een wijden avond om zich komen,
En in hem is de avondvrede groot.

Dan vliegt een donkre vogel (zijn begeeren,
Nog wonder vreemd en vaag zonder naam)
En daalt op strak gespannen glanzen veeren.
Hij ziet, en wacht met ingehouden aêm.

 

 

Pharao

Volkeren hebben zich ontzet gebogen.
Ik nam hun vleesch en bloed, hun moeilijk weenen,
Om aan mijn naam den donkren glans te leenen
Die sloeg uit hun gebroken woedende oogen.

Mijn groote dood werd langzaam opgetogen
Door hun klein sterven, als muurvaste steenen
Stapelde ik hun angsten om mij henen,
En stierf als zij, maar sterk en onbewogen.

Schennende handen van hun vuige zonen
Braken het graf der heilge pharaonen,
Scheurden de wa van hun verdorde leest.

Niets kan de glorie van mijn mummie storen.
Zij staat zoo stil en zeker als te voren
Onder den zwaren bouw van mijnen geest.

 

 

De ijsbloem

Het vriest, de nevels moeten wijken.
Men stookt in hut en in paleis.
En ’s morgens op de ramen prijken
De wonderbloemen van het ijs.

O flonkertak, o ranke varen,
O tooverspel van vocht en wind,
Uw schitteren, waar wij naar staren,
Wijkt voor den adem van een kind.

Het glas is helder als voor dezen.
Heeft kinderadem zulk een kracht,
Hoe machtig moet Uw Adem wezen,
Heer, die ons reinigen volbracht!

 

2719104-30bc757af8da06e72fb583c18076eb49.gif
Willem de Mérode (2 september 1887 – 22 mei 1939)

 

 

De Afro-Amerikaanse dichter Adrian Matejka werd geboren in Neurenberg, Duitsland, op 5 september 1971 en groeide op in Californië en Indiana. Zie ook alle tags voor Adrian Matejka op dit blog.

 

16 -maten poëtica

Zo makkelijk als een exquise lijk geparafraseerd
zo gelexicografeerd als een betweter

opgewekt door de dreun van bus 146—
deze 16 zijn voor jullie. Roep

naar de stadszangers die in schuine
lettergrepen schreeuwen op lanen poreus

van slecht gebouwde ornamenten en paardrijdende
monumenten. Deze 16 zijn voor jullie:

regelbrekers en foeteraars, meerlettergrepige
praatjesmakers klaar voor moeders spaghetti

hun enige kans. Ondertussen
ondermijnt het dak tegenover ons

de zonsondergangsskyline en wordt bekroond door
twee metrische ketters gekleed

als kraaien. Een andere koppige dichter
met een Bulls-pet op zijn hoofd rust met zijn ellebogen

op de rugleuning van de bank en vraagt zich af of
het zijn hese verzen zijn of de bleke

straatverlichting die een ellips vormt van
de waarachtige bomen en de onvermijdelijke briesjes.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 2719104-12377c6dd3396bdd4f838d8d9ae2fba2.jpg
Adrian Matejka (Neurenberg, 5 september 1971)

 

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Zwitserse schrijver Nelio Biedermann werd in 2003 geboren in Thalwil. Zie ook alle tags voor Nelio Biedermann op dit blog.

Uit: Lázár

“Am Rand des dunklen Waldes lag noch der Schnee des verendeten Jahrhunderts, als Lajos von Lázár, das durchsichtige Kind mit den wasserblauen Augen, zum ersten Mal den Mann erblickt, den es bis über seinen Tod hinaus für seinen Vater halten wird.
Es war der Tag der drei Könige – der Wald schluckte das letzte trübblaue Licht. Das Zimmer, in dem der Junge geboren wurde, lag im Westflügel des Waldschlosses, gleich neben dem blaugestrichenen, das nie jemand betrat.
Während die Hebamme in seinem Rücken das Kind wusch, stand Sándor von Lázár am Fenster und suchte das Unterholz ab. Es war ihm, als hätte er etwas im Dickicht verschwinden sehen.
Er stand dort, spürte die Kälte des Glases und tastete mit seinem Blick den Waldrand entlang, ließ ihn über die Rinde der Stämme gleiten und von Baum zu Baum huschen, als sich plötzlich ein Riss in ihm auftat. Sofort fühlte er die altbekannte Angst, die vertraute Panik in seinen Körper strömen und alles überschwemmen – da blinzelte er, und der Riss schloss sich wieder. Erleichtert atmete er auf. Er war nicht wie sein Bruder, nicht wie seine Mutter, nur etwas unruhig war er, was niemanden verwundern durfte, schließlich hatte seine Frau gerade ein Kind geboren, unter dessen transparenter Haut man die kleinen Organe sehen konnte.
Das Abendessen nahm der Baron nur in Gesellschaft seiner sechsjährigen Tochter ein, die sich ganz und gar nicht über die Geburt ihres Bruders freute. Als Ida, das deutsche Kindermädchen, Ilona ins Zimmer geführt hatte, hatte diese das schrumpelige, bläulichblasse und völlig verquollene Geschöpf mit ernstem Ausdruck angesehen, die braunen Augen zusammengekniffen und trocken gesagt: «Es ist sehr hässlich.»

 

2719104-df8699c15e33311e7a3a8a7449ece323.jpg
Nelio Biedermann (Thalwil, 2003)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 2e september ook mijn blog van 2 september 2020 en eveneens mijn blog van 2 september 2018 deel 1 en ook deel 2.







Geschreven door Romenu om 17:48 Reageer op dit bericht

September (Hermann Hesse), W. F. Hermans, Sabine Scho

 

 

2718948-0b720b41c569ea467ab50ea2f45fb0a1.jpg
A Garden in September door Mary Hiester Reid, 1889-1899

 

 

September

Der Garten trauert,
kühl sinkt in die Blumen der Regen.
Der Sommer schauert
still seinem Ende entgegen.

Golden tropft Blatt um Blatt
nieder vom hohen Akazienbaum.
Sommer lächelt erstaunt und matt
in den sterbenden Gartentraum.

Lange noch bei den Rosen
bleibt er stehen, sehnt sich nach Ruh.
Langsam tut er die großen
müdgewordnen Augen zu.

 

 

2718948-0a45e5967d4f5079796d64a71b32d742.jpg
Hermann Hesse (2 juli 1877 – 9 augustus 1962)
Cawl, de geboorteplaats van Hermann Hesse

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Willem Frederik Hermans werd geboren op 1 september 1921 in Amsterdam. Zie ook alle tags voorW. F. Hermans op dit blog.

Uit: Herinneringen van een engelbewaarder

“Zij had een lieve, zachte stem en praatte een zo sterk verbasterd Nederlands, dat het alleen met moeite van Duits kon worden onderscheiden.
Werktuigelijk had hij zijn hoed afgenomen toen hij de koffer neergezet had. Het was een hoed, zoals ze nu in Nederland bijna niet meer gedragen worden, een echte Borsalino met een brede slappe rand, zowel van voren als van achteren neergeslagen en om de bol een zeer breed lint.
Zijn chocoladebruine regenjas zag eruit of hij van peau de suède was gemaakt, maar je hoefde er niet eens zo dicht bij te komen om te ruiken dat het rubber was.
Van de vier kribben waren er drie met tassen en kleren belegd.
Zij zwaaide haar mantel op een bovenbed, de enige krib die nog vrij bleek te zijn van het stel dat het verst bij de patrijspoort vandaan was, de minst comfortabele dus.
Dit ontsnapte niet aan Alberegt’s aandacht, maar hij zei er niets over. Ik las zijn gedachten, ik kon het weten. Hij liep naar een kleine, geheel met mahoniehout ombouwde vaste wastafel, eigenlijk eerder een fonteintje en draaide een van de twee nog maar gedeeltelijk vernikkelde kranen, die vol opgedroogde zeepspatten zat, open. Het lijkt wel of die kraan de pokken heeft, dacht hij.
Er kwam een weinig krachtige waterstraal uit. Dood, vermolmd water. De stroom hield onmiddellijk op, toen hij de kraan, die zich automatisch sloot door een in de knop verborgen veer, losliet. Smerig water, maar het is het enige drinkwater dat ze hebben aan boord van een schip en je dient er zuinig mee te zijn.
Hardop:
‘Moet je hier nu veertien dagen zitten met drie andere wijven…’
Zij legt haar hand op zijn schouder en geeft hem een kusje op zijn hals dat niet nadrukkelijker geweest kan zijn dan de zwakke ademstoot uit haar lippen. Antwoord op zijn woorden, zijn machteloze woorden, waarvan de inhoud geen enkele overeenkomst vertoonde met wat hij werkelijk dacht, maar niet meer kon, laat staan wilde zeggen: je zou helemaal niet op dit schip moeten zijn. Je had niet moeten weggaan. Je had bij mij moeten blijven… Verlaat mij niet.”

 

2718948-bd9c486af6c498b3d5a88680c54760d9.jpg
W. F. Hermans (1 september 1921 – 27 april 1995)

 

 

De Duitse dichteres en schrijfster Sabine Scho werd geboren op 1 september 1970 in Ochtrup. Zie ook alle tags voor Sabine Scho op dit blog.

 

Met een genetkat
“Een bediende zei: Die krijgt schurft.”
R. Musil, Drie vrouwen. De Portugese vrouw, 1924

Wie heeft haar losgelaten?
Nu glipt ze weg

“En ik zal eerst spreken over
de zachtaardige dieren.”

Twee konijnen in pluizige
vorm, met rechtopstaande oren, starend

Hypnotiserend. Dagpauwoog
versteend door konijnachtige blikken

Ook ik voel me al behoorlijk narcotisch
want dit beest kijkt me aan als

De schoothond met een belletje
de gefronste blik roept om wraak

En ik, het indexfossiel, ben zijn man
tot nu toe bleef de diversiteit op afstand

Dat is voorbij, de fronten zijn verhard
nu vallen ze aan, bijten terug en

blijven betoverd in een krasplaatje
dat scheidt, zoals het het ergste voorkomt

Als men de soorten niet tegen zich aandrukt
geplaatst als bedrijvig groot wild

In de faciliteiten van het administratieve district
urbanisme met het gebruikelijke afval, landschap

En voorbijgangers, districting, waar het ego-
neumon leidinggever speelt, dan zou

men niets te vrezen hebben, de soorten
afzonderlijk aangepast, blijft zowel observatie als

contemplatie, een aanbod voor de bieder
dodelijk gereserveerd voor de uitverkoop

De laatste artikelen afgeprijsd, de insecten
gaan alleen samen weg, ja, zelfs de

slak met zijn huisje, staat niet op de lijst,
is inbegrepen, dus gratis, alles moet

weg! Nee, de snuisterijen zijn niet gebruikt
lijkt het. Hoezo, lijkt het? Die zijn echt

handgeschilderd. Blijf uit de vitrine!
Minima Animalia, een licht beschadigd

koopje in de beschutting van voorbijgaande handel
blikvanger en accumulatie van een vakgebied

herverdeeld over een groen veld en “elke
beweging van comfort daarin is door verraad”

Voorbereide, zorgvuldig gerangschikte pluizig-
heid, die iemand zo lang aan het lintje houdt totdat iemand

zich gedwongen voelt en het bij zijn nekvel grijpt
en in het bestaan vergezelt, meesterlijk geschilderd

Bedrijfsintern verveelt een airconditioning-
unit zich, verdwaasd gorgelt hij uit-

stroom, en wat niet verklaard kan
worden, zelfs niet door olieverfschilderijen

blijft bestaan, betwijfelt het stilletjes. Je hebt geleerd
je goed te vervelen, en blijft alleen achter

Schenkt jezelf nog iets in en bent verbaasd
dat je zo kunt leven! Met verf-

brem en een kat, dat is toch gif
voor het dier. Wie iets bezit waar hij

van houdt, wil iets vertellen. Een vleermuis
in de showroom, een leeuwaapje

met een zwart gezicht, geen plek
om te zitten, en nauwelijks tijd voor een

kijkje in de boom, de stamboom,
van kleuren en vormen, staan blijven

Misschien ben je onvrijwillig menselijk
onmenselijk echter uit vrije wil?

Houdt men daarom zijn monster in ketenen,
en draagt een ridder op het te beschermen?

Tegen puberkatjes die het offer-
vaardig lastigvallen en, verdomme,

het niet met rust kunnen laten. Wat dat
nou weer kost! Alleen al het harnas, en

Zonder paard gaat hij er niet eens op in,
met nachtdiensten en doorbetaling

In geval van ziekte heb je er meteen twee nodig,
net als konijnen, en zoals we allemaal weten,

Heb je twee konijnen en wortels?
Krijg je binnenkort meer dan twee konijnen

Je moet wortels kopen, alleen maar
ellende met die beesten!

 

Vertaald door Frans Roumen

 

2718948-240bb7f445fb14c9beac1ca3784c0b33.jpg
Sabine Scho (Ochtrup, 1 september 1970)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 1e september ook mijn blog van 1 september 2020 en eveneens mijn blog van 1 september 2018.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Sander Kok, Wolfgang Hilbig

De Nederlandse schrijver Sander Kok (ook bekend fotomodel) werd geboren in Arnhem op 31 augustus 1981. Zie ook alle tags voor Sander Kok op dit blog.

Uit: Oorlog zonder vrede (Over Lodewijk van Deyssel)

“Het onaniedagboek is een pijnlijk werk, het verslag van een strijd, een kroniek van een serie verloren slagen, een belijdenis van een geloof dat zich niet laat doven. Van Deyssels hoop dat hij ooit door strenge zelfdisciplinering het beest van de onanie zal doden is onaantastbaar als dat van iemand wiens leven zonder het geloof door angst kapot zou gaan. Angst – waarvoor?
De amateurpsycholoog in mij zegt: voor mislukking. Zijn ambities waren te groot voor één mens. Een in het zwart geklede man die met gespreide armen over een bureau met daarop een wereldkaart ligt, dat is Van Deyssel, als je zijn lijst met doelen, op twintigjarige leeftijd opgesteld, erbij pakt. Tientallen boeken zou hij schrijven. President zou hij worden. Zijn kuisheid, zijn strijd, staan die niet vooral in dienst van de zelfsabotage? Als de kunstenaar, het taalgenie, onverhoopt faalde bij het benaderen van zijn bovenmenselijke doelen, kwam dat doordat hij zich onzedelijk betast had, niet door gebrek aan talent. Daardoor kon hij doorgaan met die andere strijd, die van het schrijven.
Van Deyssel is een mislukkingskunstenaar (zoals W.F. Hermans door zijn biograaf Willem Otterspeer werd genoemd). Hij verbeterde zich en sterkte zich en stutte zijn fragiele bouwwerk met de bespijkerde kokers die hij elke avond om zijn polsen bond.
Goed. Maar waarom er een dagboek over bijhouden? En waarom het bewaren? Waarom heeft hij die vierhonderd bladen niet verscheurd of verbrand, voor de dood op zijn deur klopte?
Niet uit nonchalance of verstrooidheid, daar was hij de man niet naar. Van Deyssel had zijn literaire nalatenschap al ruim voor zijn dood geregeld met zijn toen pas zeventienjarige biograaf, Harry G.M. Prick. Het onaniedagboek zat in een scheepskist met het weerdagboek, het slaapdagboek en talloze andere dagboeken. Waarom heeft de bejaarde, trotse Van Deyssel dat ene, schandelijke werkje in de scheepskist laten zitten? Om onze spektakelzucht te stillen? Van Deyssel was wel een beetje een provocateur. Maar toch. Hij was ook trots.”

 

2718817-cc172095be87f39eb49171a0d5ddd21b.jpg
Sander Kok (Arnhem, 31 augustus 1981)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Wolfgang Hilbig werd geboren in Meuselwitz op 31 augustus 1941. Zie ook alle tags voor Wolfgang Hilbich op dit blog.

 

treinstation

grijze, grijze, grijze wanorde
vanwaar geen trein vertrekt, waar een gigantische raaf
zwart tussen de rails gaat zitten
treinstation, dat is de koudste plek van allemaal, ’s nachts
slaapt niemand

zie onze gezichten door zonde verscheurd en
wanneer het station vertrekt, zie ons drinken
gevangenschap drinken uit vuile glazen
drinken tot de duivel komt, spreken
tegen niemand en, ouder wordend, ons nog steeds verbazen
over de gedachten van warrig haar

zomer, winter, eeuwen komen voorbij,
ons raken ze niet, zie ons verblijven
in de rook van de razende wachtkamers, een keer
huilen, een paar keer lachen en luisteren
wanneer buiten het raam een dronkaard
als een gek een naam schreeuwt.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

2718817-9ec7c359809e0e583f9b0c4397d5d3b5.jpg
Wolfgang Hilbig (31 augustus 1941 – 2 juni 2007)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 31e augustus ook mijn blog van 31 augustus 2020 en eveneens mijn blog van 31 augustus 2019 en ook  mijn blog van 31 augustus 2018 en ook mijn blog van 31 augustus 2017.



Geschreven door Romenu om 17:32 Reageer op dit bericht

Charles Reznikoff, Wolfgang Hilbig

De Amerikaanse dichter Charles Reznikoff werd op 30 augustus 1894 in New York geboren. Zie ook alle tags voor Charles Reznikoff op dit blog.

 

 

Autobiography: New York

XI

“Shall I go there?” “As you like—
it will not matter; you are not at all important.”
The words stuck to me
like burrs. The path was hidden
under the fallen leaves; and here and there
the stream was choked. Where it forced a way
the ripples flashed a second.
She spoke unkindly but it was the truth:
I shared the sunshine like a leaf, a ripple;

thinking of this, sunned myself
and, for the moment, was content.

XII

There is nobody in the street
of those who crowded about David
to watch me
as I dance before the Lord:
alone in my unimportance
to do as I like.

XIII

Your angry words—each false name
sinks into me, and is added to the heap
beneath. I am still the same:
they are no part of me, which I keep;
but the way I go, and over which I flow.

XIV
The Bridge

In a cloud bones of steel.

XV
God and Messenger

This pavement barren
as the mountain
on which God spoke to Moses—
suddenly in the street
shining against my legs
the bumper of a motor car.

XVI

A beggar stretches out his hand
to touch a fur collar, and strokes it unseen,
stealing its warmth for his finger tips.

 

2718715-a530aa4976edc47b73aba465921d7834.jpg
Charles Reznikoff (30 augustus 1894 – 22 januari 1976)
Cover van een bundel essays over de poëzie van Charles Reznikoff

 

 

De Duitse dichter en schrijver Wolfgang Hilbig werd geboren in Meuselwitz op 31 augustus 1941. Zie ook alle tags voor Wolfgang Hilbich op dit blog.

 

 

verzoek

laat me een beetje
nog sterven
laat me in de stoel zitten
met mijn hoofd achterover leunen
mijn mond, mijn ogen wijd openen
slap mijn armen laten hangen
in mijn ogen laten
vallen het licht van de lamp dan
uitdoven

laat me
een ogenblik nog sterven
snel voordat jullie
eeuwig leven, eindeloos licht
in de wereld wekken
een heel kort ogenblik nog
laat me sterven, ach,
gun me dat ik
niet vergeet –

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 

2718715-44cbcb461aebff5b4885151a6b6e5316.jpg
Wolfgang Hilbig (31 augustus 1941 – 2 juni 2007)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 31e augustus ook mijn blog van 31 augustus 2020 en eveneens mijn blog van 31 augustus 2019 en ook  mijn blog van 31 augustus 2018 en ook mijn blog van 31 augustus 2017.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Elma van Haren, Rita Dove

De Nederlandse dichteres en beeldend kunstenares Elma van Haren werd geboren in Roosendaal op 29 augustus 1954. Zie ook alle tags voor Elma van Haren op dit blog.

 

 

Hallo Heidi

Ik hoorde van je hernia en dacht toen:
kom, ik schrijf je!
Bloeit mijn hortensia aan jou nog blauw?
Weet je nog, hoe wij herfst
in ons herbarium plakten?

En hoe heerlijk het schapen hoeden was
om bij noodweer te gaan schuilen
in de herdershut, waar we de eerste kus…
door één boshutkus werd het onze geheime kusboshut,
ach hoe dan ook…

Toen jij huppelend de hort op ging,
snikte, hikte ik zo heftig,
dat mijn hond een gat de lucht in schrok.
Kapot! Kapot!
Ik huilde hele bange dagen.

O liefje, waarom werd jouw hart zo zwaar, zo zwart.
Het mijne is gebroken.
Voor altijd zit ik aan je vast.
Ik voel mijn bloed nog koken,
want hoe hard ook je hart, des te zachter
waren je hemelse handen.

voor eeuwig je Peter

 

 

0.00 / 2000

Ik weet nog van niks, maar zal honderd jaar duren.
Ik ben dikke hoge muren
aan de rand van een wijde zee,
maar ik weet nog van niks en
doe nergens aan mee.

Ik weet van niks, ik kan niet kijken.
Ik ben de voorraad in een donkere kast.
Ik sta te wachten op de tast.
Ik ben voor later en
niemand tot last.

Ik wil helemaal niets, ik heb geen oren.
Ik rol alleen over, de rollende donder
met donderkop en gevorkte tong.
Maar ik heb nooit iets gezocht,
want nooit iets verloren.

Ik ben een getal met veel nullen.
Van een heel lege eeuw ben ik het begin.
Jijzelf zal je eigen tijd moeten vullen.
Ik niet! Waarom zou ik?
Ik verroer zelden een vin.

Ik ben het gat in je trui,
de kier tussen deuren,
het donker in je neusgat,
ik ben zonder kleuren.
Niet wit en niet zwart
leun ik tegen het raam overdag,
in de nacht.
Ik ben het gepiep in de kelder
het gekraak op de zolder
of – als je wilt –
het geritsel onder je bed.
Ik heb geen honger of dorst,
geen pijn en geen pret.
Ik kruip als je slaapt in je hoofd.
Ik ben alles waar je niet in gelooft.

Ik ben zonder spijt en zonder verdriet,
want ik weet nergens nog van en
wil nog helemaal niks.
Jou zeker niet!

 

2718549-a8ac7dffcf59ffaeaa480f746793a7ce.jpg
Elma van Haren (Roosendaal, 29 augustus 1954)
Cover

 

 

De Amerikaanse schrijfster en dichteres Rita Frances Dove werd geboren op 28 augustus 1952 in Akron, Ohio. Zie ook alle tags voor Rita Dove op dit blog.

 

 

De huisslavin

De eerste hoorn heft zijn arm over dauwglanzend gras
en in de slavenverblijven is er bedrijvigheid –
kinderen in schorten stouwen, maisbrood

en waterzakken grijpen, ontbijten met pekelvlees.
Ik zie hoe ze de morgenschemering in worden gedreven
terwijl hun meesteres slaapt als een ivoren tandenstoker

en hun Massa droomt van ezels, rum en slavenangst.
Ik kan niet meer slapen. Bij de tweede hoorn
krult de zweep over de ruggen van de laatkomers –

soms hoor ik daar onmiskenbaar mijn zusters stem.
“O! Bid!” roept ze. “O! Bid!” In die dagen
lag ik op mijn mat, rillend in de vroege warmte,

en nu de velden zich ontvouwen tot witheid,
en als bijen uitzwermen over de vette bloemen,
schrei ik. De zon is nog niet op.

 

Vertaald door Jabik Veenbaas

 

 

2718549-52b8bc50d57d4f58fe5bbbe42d1ca32e.jpg
Rita Dove (Akron, 28 augustus 1952)

 

 

Zie voor de schrijvers van de 29e augustus ook mijn blog van 29 augustus 2020 en eveneens mijn blog van 29 augustus 2018 en eveneens mijn blog van 29 augustus 2017 en ook mijn blog van 29 augustus 2016 en ook mijn blog van 29 augustus 2015 deel 1 en eveneens deel 2.



Geschreven door Romenu om 17:22 Reageer op dit bericht

Maria Barnas, Rita Dove

De Nederlandse schrijfster, dichter en beeldend kunstenaar Maria Barnas werd geboren in Hoorn op 28 augustus 1973. Zie ook alle tags voor Maria Barnas op dit blog.

 

Schizo scherzo
I’m Leavin’ Town Mama

Een Engelsman met prachtige ogen stemt mijn piano.

Hallo wereld.

I’ll do it very carefully, zegt hij.

Er vallen druppels en blaadjes uit de vlierbes
die in de hoek van de tuin staat, sir, would you mind?
Ik denk dat de boom ongeneeslijk ziek is.

We might have a slight problem here.

Wij.

Er is een vochtige zomer aangebroken in mijn hoofd,
dear sir, een verlammende hitte. Weet u misschien raad?
Ik weet niet wat verzengend in het Engels is.
Would you like a drink?

Thank you so much.

How much? In Brussel at ik chocola uit goudblad
en ik had smetteloze schoenen aan.
In Parijs zat ik in een reuzenrad.
Ik zou zo met u mee naar Londen gaan.

Of ik suiker heb. En melk.

De Engelsman speelt.
Erbarme mich.

Dat is dat.

Dat is alles.

Thank you so much.

 

 

Hotel

Toen ik wakker werd was ik verliefd. Verschrikkelijk.
Ik ben maar weer gaan slapen. Tien minuten? Een uur?
Bij het ontwaken treurde ik om een verloren liefde.

Om indruk te maken op de mooie acteur aan mijn tafel zeg ik:
de mooiste film die ik ooit zag heet Paradise Lost.
De camera bewoog zich niet en alles was zwart-wit,
vreemd als een paradijs, nee vreemder.
De jongen zegt dat ik Stranger than Paradise bedoel.
Ik concentreer me op het woord gereserveerd
op mijn tafel tot de letters zwemmen voor mijn ogen
en de wereld een vlek is.

De wereld, mijn wereld verhardt zich.
Daar is geen twijfel over mogelijk.
Er komt niet zozeer iets nieuws bij, als wel dat wat er is krimpt.
Zich samenbalt, trekt en compact wordt. Kramp?

Bijvoorbeeld: een hoofd van klei wordt in een oven geschoven
en zo heet gebakken dat het vocht eruit stoomt
en het hoofd hard wordt en de grootte heeft van een gebalde vuist.
Maar een beeld is breekbaar en dat geloof ik van de wereld niet.

Als wel, meneer. Ik droomde dat ik geneukt werd door twee mannen.
Later zal ik hierover schrijven, als ik oud ben dacht ik.
Ik ben oud en verlang twee mannen, tegelijkertijd.

Maar haal die hand uit je haar, ik weet dat je mooi bent.

Passie is het beste excuus dat ik ken
om me aan het bestaan te onttrekken.
Maar ik kan het niet uitspreken. Het is meer iets voor een acteur.

De acteur staat op, trekt zijn jas aan.
Er is een wereld die op hem wacht.

Ik blijf nog even.

 

2718439-b91330696858a683c1cfff0aa63f50f5.jpg
Maria Barnas (Hoorn, 28 augustus 1973)

 

 

De Amerikaanse schrijfster en dichteres Rita Frances Dove werd geboren op 28 augustus 1952 in Akron, Ohio. Zie ook alle tags voor Rita Dove op dit blog.

 

 

Druivensorbet

De dag? Herdenking.
Na de barbecue
verschijnt papa met zijn meesterwerk —
wervelende sneeuw, gelachtig licht.
We juichen. Het recept is
geheim en hij onderdrukt
een glimlach, zijn pet omhoog
zodat het slabbetje op een eend lijkt.

Die ochtend galoppeerden we
door de met gras begroeide heuvels
en noemden we elke steen
naar een verloren melktand. Elke lik
sorbet, later,
is een wonder,
zoals zout op een meloen dat hem zoeter maakt.

Iedereen is het erover eens: het is heerlijk!
Het is precies zoals we ons hadden voorgesteld
dat lavendel smaakt. De diabetische grootmoeder
staart vanaf de veranda,
een fakkel
van pure weigering.

We dachten dat er niemand lag
onder onze voeten,
we dachten dat het
een grap was. Ik heb geprobeerd
me de smaak te herinneren,
maar die bestaat niet.
Nu begrijp ik waarom
je de moeite nam,
vader.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

2718439-6d9beafef3b6f57ac63a7d83db313374.png
Rita Dove (Akron, 28 augustus 1952)

 

 

Zie voor de schrijvers van de 28e augustus ook mijn blog van 28 augustus 2020 en eveneens  mijn blog van 28 augustus 2018 en eveneens mijn blog van 28 augustus 2017 en ook mijn blog van 28 augustus 2016 en ook mijn twee blogs van 28 augustus 2015.



Geschreven door Romenu om 16:54 Reageer op dit bericht

Tom Lanoye, Guillaume Apollinaire

De Belgische dichter, schrijver en vertaler Tom Lanoye werd geboren te Sint-Niklaas op 27 augustus 1958. Zie ook alle tags voor Tom Lanoye op dit blog.

Uit: Het derde huwelijk

“Je trouwt met haar, je woont met haar, je leeft met haar.
Maar raak haar aan en ik sla je morsdood.”
De man die deze repliek ophoest, zit tegenover mij.
Hij heeft zich ontpopt tot een mogelijke geldschieter.
Onze ontmoeting in dit café is er gekomen op zijn initiatief.
Ik heb hem nooit eerder in mijn leven gezien.
Het is tien uur in de ochtend.
En het licht is lelijk.

Zal ik zijn woorden boekstaven achter op een viltje van Maes Pils? Ik heb niets bij me om te schrijven. Je kunt een geldschieter moeilijk een potlood vragen om zijn eigen woorden neer te krabbelen. Hij lijkt me toch al geen man wie het te doen is om woorden. Het gaat hier om zijn toekomst. Dat heeft hij al drie keer gezegd. Het heeft weinig zin zo iemand te feliciteren met zijn verbaal talent. Je moet geldschieters sowieso niet feliciteren. Zeker niet als je ze nog maar een halfuur kent, als ze je binnen dat halve uur al iets hebben voorgesteld wat tegen de wet is en tegen je goesting, en waarvoor ze je net zo goed bedreigen. Dit had ik nog aan Gaëtan moeten kunnen vertellen. Die had zich bescheurd. `Zeg toch ja tegen die gast!’ De man en ik zijn de enige klanten in dit vergeethol. De verwarming staat amper aan, de ramen zijn in geen seizoen gelapt, buiten ligt de stad alweer op apegapen na de vroege spits van school en kantoor, het asfalt glimt, ik hoor in de verte de kusttram krijsen, er waggelt een matrone voorbij op een verroeste fiets, het schemert nog — of is dit de voorbode van nog meer hagel en zure regen? Ik voel walging opzetten, terwijl ik niet eens in de spiegel boven de lambrisering kijk. Ik zou de man een antwoord in het gezicht moeten wrijven. Ik zou niet weten wat. Kuchen brengt de oplossing. Kuchen is altijd goed. Alles wat uitstel koopt, is goed. De grondwet der survivors. Ik kuch twee keer.”

 

2718282-26646bb10eb67004e6207e8ca17a70c0.jpg
Tom Lanoye (Sint-Niklaas, 27 augustus 1958)

 

 

De Franstalige schrijver en dichter Guillaume Apollinaire werd in Parijs geboren op 26 augustus 1880. Zie ook alle tags voor Guillaume Apollinaire op dit blog.

 

 

1909

De dame droeg een japon
Van lichtpaarse ribzijde
En haar tunica met goudbrokaat
Was samengesteld uit twee panden
Die van haar schouders hingen

Als engelen dansten haar ogen
Ze lachte ze lachte
Haar gezicht was gekleurd als de Franse vlag
Blauwe ogen witte tanden en haar lippen intens rood
Haar gezicht was gekleurd als de Franse vlag

Haar hals was rond uitgesneden
Ze had een Récamier-coiffure
Met mooie blote armen

Zullen we nooit middernacht horen slaan
De dame in de lichtpaarse japon
In tunica met goudbrokaat
Hals rond uitgesneden
Wandelde haar rondjes
Haar gouden band
En slofte haar schoentjes met gespen voort

Zij was zo mooi
Dat je niet van haar houden durven zou
Ik hield van gruwelijke vrouwen in grote buitenwijken
Waar nieuwe schepselen wel iedere dag verschenen
IJzer dat was hun bloed en vuur dat was hun brein
Ik hield ik hield van het volk dat handig met machines was
Overvloed en schoonheid zijn niets meer dan hun schuim
Die vrouw zij was zo mooi
Dat ik bang van haar werd

 

Vertaald door Wouter van der Land

 

2718282-2cc5e3cde503516de9445b2026ed6d84.jpg
Guillaume Apollinaire (26 augustus 1880 – 9 november 1918)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 27e augustus ook mijn blog van 27 augustus 2023 en ook mijn blog van 27 augustus 2019 en ook mijn blog van 27 augustus 2018 en ook mijn blog van 27 augustus 2017 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:21 Reageer op dit bericht

Paula Hawkins, Guillaume Apollinaire

De Britse schrijfster Paula Hawkins werd geboren op 26 augustus 1972 en groeide op in Salisbury (het huidige Harare in Zimbabwe) in Rhodesië. Zie ook alle tags voor Paula Hawkins op dit blog.

Uit: In het water (Vertaald door Ineke de Groot)

“Ik werd ergens wakker van. Ik stond op om naar de wc te gaan en zag dat de slaapkamerdeur van mijn ouders openstond. Toen ik naar binnen keek, zag ik dat mam niet in bed lag. Pap lag zoals altijd te snurken. Op de radiowekker zag ik dat het acht over vier was. Ik nam aan dat ze beneden zou zijn. Ze is een slechte slaper. Allebei nu wel, maar hij neemt zulke zware pillen dat je keihard in zijn oor kunt gillen en dan nog zou hij niet wakker worden. Ik liep heel stilletjes naar beneden, want normaal gesproken kijkt ze een tijdje naar van die megasaaie reclames op de tv voor apparaten waardoor je kunt afvallen of waarmee je de vloer kunt schoonmaken of groenten kunt snijden op heel veel verschillende manieren, en valt ze in slaap. Maar de tv stond uit en ze zat niet op de bank, dus moest ze wel de deur uit zijn gegaan. Dat heeft ze wel vaker gedaan, voor zover ik weet, maar ik houd verder niet bij waar ze de hele tijd zitten. De eerste keer zei ze dat ze wat was gaan wandelen om rustig te worden, maar de daaropvolgende keer dat ik wakker werd en merkte dat ze er niet was, keek ik naar buiten en zag ik dat haar auto niet zoals altijd voor de deur stond geparkeerd. Ze zal op die momenten wel langs de rivier gaan wandelen of naar Katies graf gaan, denk ik, want dat doe ik soms ook. Maar dan niet midden in de nacht. Ik ben bang in het donker, en het is ook eng, want Katie had hetzelfde gedaan: ze was midden in de nacht opgestaan, naar de rivier gelopen, en was nooit meer teruggekomen. Ik snap wel waarom mam het doet: zo kan ze dicht bij Katie zijn. Ze zit ook weleens in Katies slaapkamer. Dat weet ik, omdat Katies kamer aan de mijne grenst en ik mam kan horen huilen.
Ik zat op de bank op haar te wachten, maar ik moet in slaap zijn gevallen, want toen de deur openging, was het al licht buiten en gaf de klok op de schoorsteenmantel aan dat het kwart over zeven was. Mam deed de deur achter zich dicht en haastte zich de trap op naar boven. Ik ging achter haar aan. Ik bleef voor hun slaapkamerdeur staan en keek door de kier naar binnen. Ze zat op haar knieën aan paps kant naast het bed en ze was rood aangelopen, alsof ze had gerend. Ze haalde zwaar adem en zei: ‘Wakker worden, Alec, wakker worden: Ze schudde hem heen en weer.

 

2718269-c0100d87086ddffba7b6d5b7fafe424f.jpeg
Paula Hawkins (Salisbury, 26 augustus 1972)

 

 

De Franse schrijver en dichter Guillaume Apollinaire werd in Parijs geboren op 26 augustus 1880. Zie ook alle tags voor Guillaume Apollinaire op dit blog.

 

Een wolkenverschijning

Sinds het de dag voor de veertiende juli was
Tegen vier uur in de middag
Liep ik de straat af om de kunstenmakers te zien

Je ziet ze niet zo veel meer in Parijs
Die lui die buiten hun kunstjes doen
Toen ik jong was zag je ze vaker dan vandaag
Ze zijn massaal uit de stad weggegaan

Ik nam de boulevard Saint-Germain
En op een klein pleintje gelegen tussen Saint-Germain-des-Prés en het standbeeld van Danton
Daar trof ik de kunstenmakers

Een menigte omringde hen stil en geduldig wachtend
Ik zocht een goed plekje in die kring om alles te zien
Geweldige gewichten
Belgische steden met uitgestrekte arm opgetild door een Russische arbeider uit Longwy
Zwarte holle halters met als stang een gestolde rivier
Vingers rollen een sigaret zo bitter en zo heerlijk als het leven

Vele vuile tapijten bedekten de grond
Tapijten met plooien die nooit meer verdwijnen
Tapijten die bijna helemaal vervaald zijn door het stof
Waarop wat gele of groene vlekken zichtbaar blijven
Zoals een melodie die je achtervolgt

Zie je die magere wilde man die daar staat
Uit zijn grijzende baard kwam de as van zijn voorvaderen
Daarmee droeg hij zijn hele erfelijkheid in ’t gelaat
Hij leek te mijmeren over de toekomst
Terwijl hij werktuigelijk draaide aan een orgel
Dat wonderlijk jammerde met een trage stem
Met geklok en gekras en een gedempt gesteun

De kunstenmakers bewogen niet
De oudste droeg een tricot in die paarsachtige roze kleur van de wangen van sommige meisjes die fris maar dichtbij de dood zijn

Dat roze nestelt zich vooral in de plooien die hun monden vaak omringen
Of bij de neusvleugels
’t Is een roze vol van verraad

Die man droeg dus zo de vuile kleur
Van zijn longen op zijn rug

Armen armen overal gingen op wacht staan
De tweede kunstenmaker
Had als kleding alleen zijn schaduw
Ik keek langdurig naar hem
Zijn gezicht ontgaat mij helemaal
’t Is een man zonder hoofd

Een ander tot slot leek op een straatschooier
Op een gangster goed en een schoft tegelijk
Met zijn opgeblazen broek en met zijn sokophouders
Leek hij zo niet sprekend op een pooier trouwens

De muziek stopte en er startten onderhandelingen met het publiek
Dat op het kleed in centen opgeteld tweeëneenhalve franc neerwierp
In plaats van de drie franc die de ouwe als prijs had vastgesteld

Maar toen duidelijk was dat er niemand meer iets zou betalen
Besloot men om toch met de show te beginnen
Van onder het orgel kwam een piepkleine kunstenmaker gekleed in pulmonaal roze
Met een randje van bont om de pols en om de enkels
Hij slaakte korte kreten
En groette ons allen vriendelijk met gebogen armen
Handen gespreid

Klaar voor een kniebuiging met één been naar achteren
Salueerde hij zo richting de vier windstreken
En toen hij op een bal liep
Werd zijn dunne lijf zulk een fijnzinnige muziek dat niemand in het publiek er ongevoelig voor bleef
Een kleine onmenselijke geest
Dacht iedereen
En deze muziek van vormen
Vernielde die van van het mechanisch orgel
Gedraaid door de man met zijn voorgeslacht op het gezicht

De kleine kunstenmaker maakte een radslag
Met zo’n harmonie
Dat ’t orgel stopte met spelen
En de orgelspeler verborg zijn gezicht in zijn handen
Zijn vingers leken afstammelingen van zijn bestemming
Miniatuurfoetussen kwamen uit zijn baard
Nieuw gegil van roodhuiden
Engelenmuziek van bomen
Verdwijning van het kind

De kunstenmakers hieven hun halters met gestrekte armen
Ze jongleerden met de gewichten

Maar elke toeschouwer zocht in zichzelf het wonderbaarlijke kind
Eeuw o eeuw van wolken

 

 

Vertaald door Wouter van der Land

 

 

2718269-83532aba536fdfdf5eb63a81f51bb566.jpg
Guillaume Apollinaire (26 augustus 1880 – 9 november 1918)
La Muse inspirant le poète (dubbelportret van Apollinaire met zijn minnares Marie Laurencin) door Henri Rousseau, 1909

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 26e augustus ook mijn blog van 26 augustus 2023 en ook mijn blog van 26 augustus 2021 en ook mijn blog van 26 augustus 2020 en eveneens mijn blog van 26 augustus 2018 deel 1 en eveneens deel 2.




Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Martin Amis, Charles Wright, David Szalay

De Engelse schrijver Martin Amis werd geboren op 25 augustus 1949 in Cardiff, South Wales. Zie ook alle tags voor Martin Amis op dit blog.

Uit: The Rub of Time: Bellow, Nabokov, Hitchens, Travolta, Trump.

“Saul Bellow, As Opposed to Henry James
Whereas English poetry ‘fears no one’, E.M. Forster wrote in 1927, English fic-tion ‘is less triumphant’: there remained the little matter of the Russians and the French. Forster published his last novel, A Passage to India, in 1924, but he lived on until 1970 – long enough to witness a profound rearrangement in the balance of power. Russian fiction, as dementedly robust as ever in the early years of the century (Bulgakov, Zamyatin, Bely, Bunin), had been wiped off the face of the earth; French fiction seemed to have strayed into philosophical and essayistic peripheries; and English fiction (which still awaited the crucial in-fusion from the ‘colonials’) felt, well, hopelessly English – hopelessly inert and inbred. Meanwhile, and as if in obedience to the political reality, American fic-tion was assuming its manifest destiny. The American novel, having become dominant, was in turn dominated by the Jewish-American novel, and everybody knows who dominated that: Saul Bel-low. His was and is a pre-eminence that rests not on sales figures and honorary degrees, not on rosettes and sashes, but on incontestable legitimacy. To hold otherwise is to waste your breath. Bellow sees more than we see – sees, hears, smells, tastes, touches. Compared to him, the rest of us are only fitfully sentient; and intellectually, too, his sentences simply weigh more than anybody else’s. John Updike and Philip Roth, the two writers in perhaps the strongest position
to rival Bellow, or to succeed him, have both acknowledged that his seniority is not merely a question of Anno Domini. Egomania is an ingredient of literary talent, and a burdensome one: the egomaniacal reverie is not, as many suppose, a stupor of self-satisfaction; it is more like a state of red alert. Yet American writers, in particular, are surprisingly level-headed about hierarchy. John Berry-man claimed he was ‘comfortable’ playing second fiddle to Robert Lowell; and when that old flagship Robert Frost sank to the bottom, in 1963, he said impulsively (and unsentimentally), ‘It’s scary. Who’s number one?’ But that was just a rush of blood. Berryman knew his proper place. Rather impertinently, perhaps, you could summarise the preoccupations of the Jewish-American novel in one word: ‘shiksas’ (literally, ‘detested things’). It transpired that there was something uniquely riveting about the conflict between the Jewish sensibility and the temptations – the inevitabilities – of materialist America.”

 

2717796-f1363f1eb0c0173a6a278307b3d2f796.png
Martin Amis (25 augustus 1949 – 19 mei 2023)

 

 

De Amerikaanse dichter Charles Wright werd geboren op 25 augustus 1935 in Pickwick Dam, Tennessee. Zie ook alle tags voor Charles Wright op dit blog.

 

 

Diep in de mijnen

Want ik ben iemand die bestaat uit het onverdeelde,
zei hij, en ik ben vervuld van licht.
En duisternis is daar,
waar de verdeelden staan.

Hardnekkige woorden, Geweldige, harde woorden.
Witte wolken pakken zich samen langs de bergkam.
Onder de aarde zijn we ver van huis,
of juist dichterbij.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

2717796-08ec8f32076d5452d0d02e2537bdad7c.jpg
Charles Wright (Pickwick Dam, 25 augustus 1935)

 

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Hongaars-Britse schrijver David Szalay werd geboren in 1974 in Montreal, Canada. Zie ook alle tags voor David Szalay op dit blog.

Uit: Het vlees (Vertaald door Auke Leistra)

“Als hij vijftien is, verhuist hij met zijn moeder naar een nieuwe stad en begint hij op een nieuwe school. Dat is niet makkelijk op die leeftijd – de verhoudingen op school liggen al vast en het kost hem moeite om vrienden te maken. Na enige tijd heeft hij met één jongen vriendschap gesloten, ook een eenling. Soms hangen ze na school samen rond in het nieuwe, typisch westerse winkelcentrum dat niet lang daarvoor geopend is. Heb jij het ooit gedaan?' waagt zijn vriend.Nee; zegt lstván. ‘lk ook niet; zegt zijn vriend, en op een of andere manier lijkt het of het niet eens zo moeilijk is dat toe te geven. Hij praat heel eenvoudig, heel natuurlijk over seks. Hij vertelt lstván over welke meisjes op school hij fantaseert, en wat hij in zijn fantasie met ze doet. Hij zegt dat hij zich vaak vier of vijf keer op een dag aftrekt, wat lstván het gevoel geeft dat hij tekortschiet, aangezien hij het maar één of twee keer doet. Als hij dat bekent, zegt zijn vriend: lij hebt waarschijnlijk een minder sterke behoefte aan seks: Misschien is dat wel zo, weet hij veel. Hij heeft geen idee hoe het voor andere mensen is. Hij kent alleen zijn eigen ervaring. Op een dag vertelt zijn vriend dat hij het gedaan heeft met een meisje dat aan de andere kant van het spoor woont. Het nieuws heeft iets desoriënterends.
István luistert als zijn vriend, vrij gedetailleerd, beschrijft wat er gebeurd is. Hij probeert uit te vogelen of zijn vriend de waarheid spreekt of dat hij liegt. Hij zou liever hebben dat hij loog, maar heeft toch het idee dat hij waarschijnlijk de waarheid spreekt. Sommige dingen die hij zegt zijn te specifiek, te verrassend, die kan hij nooit verzonnen hebben. Dan, een paar dagen later, zegt hij dat hij het meisje heeft gesproken en dat ze gezegd heeft dat ze het ook wel met lstván wou doen. ‘Serieus?’ zegt lstván. la; zegt zijn vriend. lstván weet niet of hij bedoelt alle drie samen, of alleen hij met dat meisje. Hij is niet zelfverzekerd genoeg om het te wagen. Diezelfde dag lopen ze na schooltijd over de voetgangersbrug naar de andere kant van het spoor. Het begint al donker te worden.”

 

2717796-9d469da171339d15d0815eb58b944bc3.JPG
David Szalay (Montreal, 1974)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 25e augustus ook mijn blog van 25 augustus 2020 en eveneens mijn blog van 25 augustus 2018 deel 1 en eveneens deel 2.



Geschreven door Romenu om 16:29 Reageer op dit bericht

Stephen Fry, Charles Wright, Vincenzo Latronico

De Engelse komiek, schrijver, acteur en presentator Stephen John Fry werd geboren in Londen op 24 augustus 1957. Zie ook alle tags voor Stephen Fry op dit blog.

Uit: Troje (Vertaald door Henny Corver, Pon Ruiter en Frits van der Waa)

“Erichthonios werd na zijn dood opgevolgd door zijn zoon TROS. Tros had een dochter, Kleopatra, en drie zonen: Ilos (vernoemd naar zijn oudoom), Assarakos en GANYMEDES. Het verhaal van prins Ganymedes is welbekend. Zo schoon was hij dat Zeus zelf ten prooi viel aan een overweldigende hartstocht voor hem. De god nam de gedaante van een adelaar aan, dook omlaag en droeg de jongen naar de Olympos, waar hij de geliefde gunsteling, gezel en hofschenker van Zeus werd. Om Tros te compenseren voor het verlies van zijn zoon stuurde Zeus HERMES naar hem toe met een geschenk: twee goddelijke paarden die zo snel en licht waren dat ze over water konden galopperen. Tros verzoende zich met het verlies toen hij deze wonderbaarlijke dieren zag en Hermes hem verzekerde dat Ganymedes nu — en per definitie voor altijd — onsterfelijk was.
De broer van Ganymedes, prins Ilos, stichtte de nieuwe stad die ter ere van Tros Troje genoemd zou worden. Hij had een worstelwedstrijd gewonnen tijdens de Phrygische Spelen, en de prijs bestond uit vijftig knapen, vijftig maagden en, het allerbelangrijkst, een koe. Een heel bijzondere koe, die volgens een orakel de plek zou aanwijzen waar Ilos een stad moest stichten. `Waar het rund zich neervlijt, daar moet je bouwen: Als Ilos het verhaal van KADMOS kende — en wie kende dat niet? — dan wist hij dat Kadmos en Harmonia de instructies van een orakel hadden opgevolgd en achter een koe aan waren gelopen tot het dier zich neervlijde op een plek waar ze een stad moesten bouwen, de stad die Thebe zou worden, de eerste grote stadstaat van Griekenland. Wij vinden het misschien een wat merkwaardige en bizarre gewoonte om koeien de plek voor een stad te laten kiezen, maar als je er even over nadenkt besef je dat het niet zo raar is. Op de plek waar een stad zal verrijzen moeten ook voldoende vlees, melk, leer en kaas voor haar burgers voorhanden zijn. Om nog maar te zwijgen van sterke trekdieren — ossen om akkers te ploegen en karren te trekken. Als een koe zo ingenomen is met de voorzieningen van een streek dat ze vindt dat ze kan gaan liggen, dan wil dat wel iets zeggen. Hoe het ook zij, Ilos liep welgemoed achter de door hem gewonnen koe aan, helemaal naar Troas* ten noorden van Phrygië, langs de hellingen van de berg Ida, de grote vlak-te van Dardanië op; en daar, niet ver van de plek waar de eerste stad van Ilos’ overgrootvader Dardanos was gebouwd, vlijde het rund zich ten slotte neer. Ilos keek om zich heen. Het was een prima plek voor een nieuwe stad.”

 

2717665-f59a8a8ba1e0c298614727363549bcd9.jpg
Stephen Fry (Londen, 24 augustus 1957)

 

 

De Amerikaanse dichter Charles Wright werd geboren op 25 augustus 1935 in Pickwick Dam, Tennessee. Zie ook alle tags voor Charles Wright op dit blog.

 

 

Aardse Muziek

Wat is er aan de hand, grootse architect van het universum?
De sterren vallen,
De maan verdwijnt achter je dampende wasgoed,
Planeten verliezen hun namen,
en de duisternis zakt centimeters onder de aarde.

Hier beneden nemen we het zoals het komt.
De paarden grazen verder en happen door het lange gras,
De honden krimpen ineen,
en de coyotes zingen in de stille bossen, uit het zicht.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

2717665-267386b695cf37d2f8483d92739ddfab.jpg
Charles Wright (Pickwick Dam, 25 augustus 1935)

 

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Italiaanse schrijver en vertaler Vincenzo Latronico werd geboren in Rome in 1984. Zie ook alle tags voor Vincenzo Latronico op dit blog.

Uit: De perfecties (Vertaald door Manon Smits en Pieter van der Drift)

“In een hoek, op een aantal krukjes en omgekeerde kistjes bevindt zich een klein oerwoud aan alocasia’s, reuzeneuphorbia’s, ficus benjamina’s en philodendrons met donzige stelen, strelitzia’s en dieffenbachia’s. Achter de glazen deur een glimp
van een balkon met twee stoelen en een tafeltje met een porseleinen asbak, een lichtsnoer.
Vanuit het tegenoverliggende gezichtspunt is de rest van de woonkamer te zien: een lage sofa en een Deense fauteuil – afgerond mahonie, petrolblauwe ruwe katoen; een plaid met visgraatmotief; een nachtblauw stoffen elektriciteitssnoer waaraan een gloeilamp hangt met een kunstige gloeidraad erin; stapels oude nummers van Monocle en The New Yorker op een zwart metalen bijzettafeltje, met ook een koperen kandelaar en een glazen kom vol fruit.
Verder een roldeurkast met daarop stekjes in glazen pot- ten, graslelies en een reeds ontkiemde avocadopit; een analoge platenspeler; twee vloerluidsprekers die zijn aan-
gesloten op een buizenversterker op een lage plank; erboven een lp-verzameling waarvan de bijzonderste exemplaren met de hoes naar voren zijn uitgestald – een limited
edition van In Rainbows, een eerste persing van Kraftwerk. Een drakenbloedboom projecteert een handvormige schaduw. Een poster van het Primavera Sound-festival.
Een zandkleurige berber met een licht geometrisch motief zorgt ervoor dat de woonkamer een eenheid vormt. De wanden zijn aan weerszijden symmetrisch onderbroken door dubbele deuren van sloophout waarop nog strepen pistachegroene verf te zien zijn. De deuren zijn dicht, wat de niet al te grote ruimte een knusse, intieme, bijna opgepropte sfeer geeft. Een woonkamer om zachtjes in te kletsen op een winteravond bij gedempt licht.”

 

2717665-f568eb473960032f9435353c34006811.jpg
Vincenzo Latronico (Rome, 1984)

 

 

Zie voor de schrijvers van de 24e augustus ook mijn blog van 24 augustus 2020 en eveneens mijn blog van 24 augustus 2019 en ook mijn blog van 24 augustus 2018.



Geschreven door Romenu om 17:36 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten