Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Piet Paaltjens, Patrick Modiano, Emily Brontë, Pauline van der Lans


Dolce far niente

 

 

 1434031-1909e1f4938f4c57d3cd0e8262efca3e.jpg

Nieuwe Rijn, Leiden

 

 

 

Immortelle IX

 

Op `t hoekje van de Hooigracht

En van den Nieuwen Rijn,

Daar zwoer hij, dat hij zijn leven lang

Mijn boezemvriend zou zijn.

 

En halverwegen tusschen

De Vink en de Haagsche Schouw,

Daar brak hij, zes weken later zoowat,

Den eed van vriendentrouw.

 

 

 

 1434031-622130acdc1de28de4fb218ba515bcd5.jpg

Hogewoerd, Leiden

 

 

 

Des zangers min (Fragment)

 

De morgendamp hangt over 't veld,

En kleurt den herfstdraad wit.

Voor 't venster op de Hoogewoerd

Een minnedichter zit.

 

Een dichter, die gewoon is, om

Na d' afloop van 't ontbijt,

Een lied te tokklen op de harp,

Zijn liefje toegewijd.

 

Niet, dat hij echt een liefje heeft;

Hij stelt het zich maar voor.

Dat doen minnedichters meer;

Daar zijn ze dichters voor.

 

 

 

 

 1434031-b504e9a3a21b3a20d4121bb9ecce1d4f.JPG

Piet Paaltjens (14 februari 1835 – 19 januari 1894)

Standbeeld in Leiden door Auke Hettema, 1960

 

 

 

 

De Franse schrijver Patrick Modiano werd geboren in Boulogne-Billancourt op 30 juli 1945. Zie ook alle tags voor Patrick Mondiano op dit blog.

 

Uit: Une jeunesse

 

“Les enfants jouent dans le jardin et ce sera bientôt l’heure de la partie d’échecs quotidienne.

— On lui retire son plâtre demain matin, dit Odile. Elle et Louis sont assis sur la terrasse du chalet et observent de loin leur fille et leur fils qui courent à travers la pelouse avec les trois enfants de Viterdo. Leur fils, âgé de cinq ans, porte un plâtre au bras gauche, mais cela ne semble pas le gêner.

— Depuis combien de temps porte-t-il ce plâtre? demande Louis.

— Presque un mois.

Il avait glissé d’une balançoire et l’on s’était aperçu au bout d’une semaine qu’il souffrait d’une fracture.

— Je vais prendre un bain, dit Odile.

Elle monte au premier étage. A son retour, ils commenceront la partie d’échecs. Il entend couler l’eau du bain.

De l’autre côté de la route, derrière la rangée de sapins, le bâtiment du téléphérique ressemble à la petite gare d’une station thermale. L’un des premiers téléphériques que l’on ait construits en France, paraît-il. Louis le suit des yeux, qui gravit lentement la pente du Foraz et le rouge vif de sa cabine tranche sur le vert de la montagne en été. Les enfants se sont faufilés entre les sapins et vont à bicyclette sur le rond-point ombragé, près du bâtiment du téléphérique.

Hier, Louis a décloué de la façade du chalet la plaque de bois où il était écrit en caractères blancs : SUNNY HOME. Elle traîne par terre, devant la porte-fenêtre. Il y a douze ans, quand ils achetèrent le chalet et le transformèrent en home d’enfants, ils ne savaient pas très bien comment l’appeler. Odile préférait un nom français : Les Lutins ou Les Diablerets, mais Louis pensait qu’un nom anglais était plus élégant et attirerait la clientèle. Ils avaient fini par choisir Sunny Home.”

 

 

 

 1434031-62dc617bf7ea6c670f91d23da406ea9f.jpg

Patrick Modiano (Boulogne-Billancourt, 30 juli 1945)

 

 

 

 

 

De Engelse dichteres en schrijfster Emily Brontë werd geboren in Thornton in Yorkshire op 30 juli 1818. Zie ook alle tags voor Emily Brontë op dit blog.

 

 

High waving heather 'neath stormy blasts bending

 

High waving heather 'neath stormy blasts bending,
Midnight and moonlight and bright shining stars,
Darkness and glory rejoicingly blending,
Earth rising to heaven and heaven descending,
Man's spirit away from its drear dungeon sending,
Bursting the fetters and breaking the bars.

All down the mountain sides wild forests lending
One mighty voice to the life-giving wind,
Rivers their banks in their jubilee rending,
Fast through the valleys a reckless course wending,
Wider and deeper their waters extending,
Leaving a desolate desert behind.

Shining and lowering and swelling and dying,
Changing forever from midnight to noon;
Roaring like thunder, like soft music sighing,
Shadows on shadows advancing and flying,
Lighning-bright flashes the deep gloom defying,
Coming as swiftly and fading as soon.

 

 

 

A Little Budding Rose

 

It was a little budding rose,
Round like a fairy globe,
And shyly did its leaves unclose
Hid in their mossy robe,
But sweet was the slight and spicy smell
It breathed from its heart invisible.

The rose is blasted, withered, blighted,
Its root has felt a worm,
And like a heart beloved and slighted,
Failed, faded, shrunk its form.
Bud of beauty, bonnie flower,
I stole thee from thy natal bower.

I was the worm that withered thee,
Thy tears of dew all fell for me;
Leaf and stalk and rose are gone,
Exile earth they died upon.
Yes, that last breath of balmy scent
With alien breezes sadly blent!

 

 

 

 

'Fall, leaves, fall'

 

Fall, leaves, fall; die, flowers, away;
Lengthen night and shorten day;
Every leaf speaks bliss to me
Fluttering from the autumn tree.

I shall smile when wreaths of snow
Blossom where the rose should grow;
I shall sing when night's decay
Ushers in a drearier day.

 

 

 

 

 1434031-5d350f79692871652a7e965a616074b0.jpg

Emily Brontë (30 juli 1818 - 19 december 1848)

Dorothy Black als Emily Brontë in het toneelstuk “The Brontës” door Alfred Sangster

 

 

 

 

De Nederlandse schrijfster Pauline van der Lans werd geboren op 30 juli 1963 in Den Haag. Zie ook alle tags voor Pauline van der Lans op dit blog.

 

Uit: Een recente ergernis

 

“Dat babyboomers op zaterdagochtend voordringen bij de kassa van Albert Heijn, is een behoorlijke ergernis. Meestal zijn het mannen. Babyboomers met een tweede leg. Ik vermoed dat vrouwlief hem en de kinderen het huis heeft uitgeschopt, zodat zij thuis de tafel kan dekken en een zaterdags wasje in de machine kan doen. Of, en dat zou me milder stemmen, ze draait zich nog even om in bed. Die rondrennende kinderen zijn storend, maar niet vervelend. Het zijn kinderen. Die horen te rennen en te storen. Maar dan die vaders. Ik noem hen voor het gemak maar even de ‘BESSEN’: Bilspleten En Slaapkruinen.

De zure BESSEN staren ongewassen en chagrijnig op het boodschappenbriefje, en smijten product na product in hun karretje. Soms krijgt dat karretje alvast een zet naar de volgende gang. Dan moeten ze nog even bij de wijn kijken. En dat ik er dan aankom, nietsvermoedende klant met een mandje, dat interesseert hen niet. Ook niet dat ik hun karretje tegen mijn schenen krijg. Ze zetten me klem bij de kaas, grijpen voor me langs naar de beste bananen, kapen het laatste versgebakken brood voor mijn neus weg, en hurken met behaarde bilspleten te dicht naast mij om koffie van de Euroshopper weg te graaien. Op het werk graaiers, ook bij Albert Heijn graaiers. Vroeger stemden ze PSP. Maar dat was vroeger.”

 

 

 1434031-72cae2bebc074fa5e294b57b4a165441.jpg

Pauline van der Lans (Den Haag, 30 juli 1963)

 

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 30e juli ook mijn blog van 30 juli 2012 en eveneens mijn blog van 30 juli 2011 deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:24 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

De blogger leest alles eerst na: je tekst verschijnt zodra die goedgekeurd is.

Rainer Maria Rilke, Paul Verlaine, Harry Mulisch, Chang-Rae, Marja Brouwers


Dolce far niente

 

 

 

Das ist die Sehnsucht: Wohnen im Gewoge

 

Das ist die Sehnsucht: Wohnen im Gewoge

und keine Heimat haben in der Zeit.

Und das sind Wünsche: Leise Dialoge

täglicher Stunden mit der Ewigkeit.

 

Und das ist Leben. Bis aus einem Gestern

die Einsamste von allen Stunden steigt,

die, anders lächelnd als die andern Schwestern,

dem Ewigen entgegenschweigt.

 

 

 

1433673-5f3da95f622820fe7ee24193793e5131.jpg
Rainer Maria Rilke (4 december 1875 – 29 december 1926)

Herensteeg, Leiden

 

 

 

 

Chanson d'automne

 

Les sanglots longs

Des violons

De l'automne

Blessent mon coeur

D'une langueur

Monotone.

 

Tout suffocant

Et blême, quand

Sonne l'heure,

Je me souviens

Des jours anciens

Et je pleure;

 

Et je m'en vais

Au vent mauvais

Qui m'emporte

Deçà, delà

Pareil à la

Feuille morte.

 

 

 

1433673-b74eb6f4b16dd165b6928b7b3355c8fc.jpg
Paul Verlaine (30 maart 1844 - 8 januari 1896)

Pieterskerkhof, Leiden

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver Harry Mulisch werd geboren op 29 juli 1927 in Haarlem. Zie ook alle tags voor Harry Mulisch op dit blog.

 

Uit: Keuring

Aan I.

 

‘De dienstplichtige, die zich niet op de voorgeschreven tijd bij de keuringsdienst heeft vervoegd, wordt gestraft met ten hoogste de dood.’

Dat was kursief onder aan het formulier gedrukt. Sander Broodman, die hier ter diskussie staat, had er een uitroepteken bij geplaatst en was gaan biljarten. ‘We zullen eens zien,’ had hij tot een vriend gezegd.

Op de voorgeschreven tijd maakte hij een geraffineerde driebandenstoot van rood.

De volgende ochtend om 7 uur, in het holst van de nacht, bonkte een geweerkolf op de deur van zijn zolderkamertje. Terwijl een droom, waarin een meisje weer geweldig aanwezig was, snel wegtrok, kroop hij met gesloten ogen over zijn bed en draaide de sleutel om. Meteen vulde een gigantische sergeant het vertrek. Hij ontrolde een lang vel papier.

‘Sander Broodman, achttien jaar, zonder beroep, Van der Lubbestraat 47?’ schreeuwde hij.

‘Jawohl,’ grijnsde Sander.

‘Onmiddellijk aankleden en meekomen!’

In een verbazing, steiler van sekonde tot sekonde, bekeek hij de sergeant nu van top tot teen. Was dit een fatsoenlijk ambtenaar van de nederlandse weermacht? Een kantoorloper uit Schoonhoven? Een boerenzoon uit het drentse? Zijn gezicht was met een smerige substantie zwartgemaakt; de modderige, grauw bestoven helm daarboven had op verscheidene plaatsen diepe deuken; aan de rand was het staal ingescheurd. En zijn uniform? Half open, verflard en bebloed. Een linkerbroekspijp was niet aanwezig: bij de lies hingen een paar lange rafels, en op kniehoogte verdween het blote been in smerige, slordig gebonden lappen, waar bloed en etter doorheen geweekt kwam.

Sander sprong van zijn bed en struikelde naar het dakraam. Oorlog? Het land in puin?

Och heden. Zong ooit het vogelgebroed vrediger in de vier wilgen? Geen romp, geen arm hing in de takken; alleen het skelet van een vergane vlieger. Op het fabrieksveld, waaraan men hier grensde, duwden arbeiders hun lorries over de rails, ongewapend en nauwelijks verminkt. De schoorstenen zakten om hun rook vandaan, en in de verte lag het weiland in een bedaarde ochtendnevel, waarop de lichamen der koeien dreven als nieuwe vissen. De zon zou voorshands nog wel niet doorbreken, maar zij was er: achter de wolken boven een vaderland in vrede...

 

 

 1433673-8ff721293e7ca51d17282412d6b96098.jpg

Harry Mulisch (29 juli 1927 – 30 oktober 2010)

 

 

 

 

 

De Koreaans-Amerikaanse schrijver Chang-Rae Lee werd geboren op 29 juli 1965 in Seoel. Zie ook alle tags voor Chang-Rae Lee op dit blog.

 

Uit: Aloft

 

“FROM UP HERE, a half mile above the Earth, everything looks perfect to me.

I am in my nifty little Skyhawk, banking her back into the sun, having nearly completed my usual fair-weather loop. Below is the eastern end of Long Island, and I'm flying just now over that part of the land where the two gnarly forks shoot out into the Atlantic. The town directly ahead, which is nothing special when you're on foot, looks pretty magnificent now, the late-summer sun casting upon the macadam of the streets a soft, ebonized sheen, its orangey light reflecting back at me, matching my direction and speed in the windows and bumpers of the parked cars and swimming pools of the simple, square houses set snugly in rows. There is a mysterious, runelike cipher to the newer, larger homes wagoning in their cul-de-sac hoops, and then, too, in the flat roofs of the shopping mall buildings, with their shiny metal circuitry of HVAC housings and tubes.

From up here, all the trees seem ideally formed and arranged, as if fretted over by a persnickety florist god, even the ones (no doubt volunteers) clumped along the fencing of the big scrap metal lot, their spindly, leggy uprush not just a pleasing garnish to the variegated piles of old hubcaps and washing machines, but then, for a stock guy like me, mere heartbeats shy of sixty (hard to even say that), the life signs of a positively priapic yearning. Just to the south, on the baseball diamond-our people's pattern supreme-the local Little League game is entering the late innings, the baby-blue-shirted players positioned straightaway and shallow, in the bleachers their parents only appearing to sit church-quiet and still, the sole perceivable movement a bounding golden-haired dog tracking down a Frisbee in deep, deep centerfield.

Go, boy, go.”

 

 

 1433673-1f940739fc28b0d8ac1f0d41a3381b98.jpg

Chang-Rae Lee (Seoel, 29 juli 1965)

 

 

 

De Nederlandse schrijfster Marja Brouwers werd geboren op 29 juli 1948 in Bergen op Zoom. Zie ook alle tags voor Marka Brouwers op dit blog.

 

Uit: Casino (Vertaald door Susan Ridder)

 

“Until the day he met Philip van Heemskerk, nothing in Rink de Vilder’s life gave any intimation of his personal qualities.

The summary of his life until that moment cannot, therefore, be brief enough. He was born at sunrise on 17 October 1962 in The Hague, a city affected by the dullness and stuffiness, a court city in decline. His parents called him Richard, a name whose two Germanic components mean ‘rich’ and ‘courageous’ respectively. Soon, however, this was shortened to Rink, which meant hardly anything. Rink turned out to be a lively little boy with a tendency to bump and break. He fell off the dressing table three times before he learned to walk. After his first half hour in the inevitable playpen, he had broken two of its bars and sailed through the open balcony doors into the garden with them. In the sandpit at the nursery, he whacked other boys’ heads with toy spades. He progressed from there to breaking windows, demolishing bicycles and firing his catapult at the tram’s pantograph until, during his first year at the Haganum Gymnasium, he managed to decapitate an apocalyptic hybrid of Hercules and Paris with an accurate kick of a ball from the courtyard into the  hall. The statue’s head was smashed and his father had to pay for a new, even weirder face for it.

After that he left the material arrangement of man and the world alone and set about acquiring an education. He wrote papers in nine subjects, not eight, got a rounded-up sixty percent in all but one (fifty percent), worked six months as a courier for Euro Parcels, and travelled through Australia until he ran out of money. Then he registered to study Sociology at the University of Amsterdam.”

 

 

 1433673-2a793b455789585574be7e131602c250.jpg

Marja Brouwers (Bergen op Zoom, 29 juli 1948)


 

Zie voor nog meer schrijvers van de 29e juli ook mijn blog van 29 juli 2011 deel 1 en eveneens deel 2. 

Geschreven door Romenu om 22:06 Reageer op dit bericht

Guillermo Martínez

De Argentijnse schrijver en wiskundige Guillermo Martínez werd geboren in Bahía Blanca op 29 juli 1962. Hij behaalde zijna PhD in mathematische logica aan de Universiteit van Buenos Aires. Hierna werkte hij voor twee jaar als postdoc aan het Mathematical Institute van de Universiteit van Oxford. Zijn eerste boek was de korte verhalenbundel “La jungla sin bestias”. In 1989 kreeg hij voor zijn verhalenbundel “Infierno Grande” de Argentijnse Roberto Arlt prijs. Zijn meest succesvolle roman is “Crímenes imperceptibles”, geschreven in 2003. In datzelfde jaar werd hem daarvoor de Planeta Prijs toegekend. Het boek is vertaald in 35 talen, en is ook verfilmd, The Oxford Murders, in 2008, door Álex de la Iglesia. Veel essays van zijn hand (in het Spaans) zijn te vinden op zijn webpagina.

Uit:The Oxford Murders (Vertaald door Sonia Soto)

“Now that the years have passed and everything's been forgotten, and now that I've received a terse e-mail from Scotland with the sad news of Seldom's death, I feel I can break my silence (which he never asked for anyway) and tell the truth about events that reached the British papers in the summer of '93 with macabre and sensationalist headlines, but to which Seldom and I always referred -- perhaps due to the mathematical connotation -- simply as the series, or the Oxford Series. Indeed, the deaths all occurred in Oxfordshire, at the beginning of my stay in England, and I had the dubious
privilege of seeing the first at close range.
I was twenty-two, an age at which almost anything can still be excused. I'd just graduated from the University of Buenos Aires with a thesis in algebraic topology and was travelling to Oxford on a year's scholarship, secretly intending to move over to logic, or at least attend the famous seminars run by Angus MacIntyre. My supervisor, Dr Emily Bronson, had made all the preparations for my arrival with meticulous care. She was a professor and fellow of St Anne's, but in the e-mails we exchanged before my trip she suggested that, instead of staying in the rather uncomfortable college accommodation, I might prefer -- grant money allowing -- to rent a room with its own bathroom, kitchen and entrance in the house of a Mrs. Eagleton, a delightful and discreet lady, she said, the widow of her former professor. I did my sums, as always a little optimistically, and sent off a \cheque for advance payment of the first month's rent, the landlady's only \requirement.
A fortnight later I was flying over the Atlantic in the incredulous state which overcomes me when I travel: it always seems much more likely, and more economical as a hypothesis -- Ockham's Razor, Seldom would have said -- that a last-minute accident will send me back to where I started, or to the bottom of the sea, than that an entire country and the immense machinery involved in starting a new life will appear eventually like an outstretched hand down below.“

 

 1510637-452687d2027f7d586f15445b134b9377.jpg
Guillermo Martínez (Bahía Blanca, 29 juli 1962)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Remco Campert, Malcolm Lowry, Angélica Gorodischer, Gerard Manley Hopkins, Stephan Sanders

De Nederlandse dichter schrijver Remco Campert werd op 28 juli 1929 in Den Haag geboren. Zie ook alle tags voor Remco Campert op dit blog.

 

 

 

zilver praten

 

zilver praten in parken
de gele knapenzon
toont zijn gespannen lijf aan
de meisjes op de kiezelpaden
zij draaien hun zinnen
als parasollen om en om

 

 

 

 

Jongeling

 

Auto’s kunnen rijden in een waas van weemoed
naar de duinen naar het feest
met het meisje dat mee moet
naar de villa waar je al eerder bent geweest

naar het feest dat woedt
van de zon die ondergaat
tot de zon die opkomt als je naar bed gaat
met het meisje dat mee moet
en dat drankzuchtig en desolaat op de piano staat
huilend van liefde die vergaat
- een vrijer in Zwitserland en één in een Balkanstaat -
en dat het toch niet baat en dat ze dáárom
maar met jou naar bed gaat.

Auto’s kunnen rijden in een waas van weemoed

vroeg in de morgen vooral
terug naar de stad, naar de asfaltzorgen
langs fietsers, fabriek en schoorsteenroet

naar de stad naar de huizen
in een auto die naar leer ruikt en naar stof
met het meisje dat mee moest
en dat moegedronken en moegekust
uitrust van haar roes
in een auto die rijdt langs benzinepompen
torenspitsen en een straat in aanbouw
richtingborden en spoorwegrails
en op de radio een praatje voor de huisvrouw.

 

 

 

 

KOUD

 

Winter nadert.
Ik voel het aan de lucht
En aan de woorden die ik schrijf.
Alles wordt klaarder: de straat
Is tot aan zijn eind te zien. De woorden
Hebben geen eind.

Ik ben dichter
Bij de waarheid in december
Dan in juli. Ik ben dichter
Bij de gratie van de kalender, lijkt het
Soms wel. Toch, de woorden niet, de steden
Nemen hun eind.

Als er ergens
Zomer en winter, maar een ster
Brandde die een fel wit licht gaf.
Ik zeg een ster, maar het
Mag alles zijn. Als het maar brandt en
Woorden warmte geeft.

Maar ik geloof
Niet, 's winters nog minder, aan
Zo'n ster. In woorden moet ik geloven.
Maar wie kan dat? Ik ben
Een stem, stervend en koud, vol
Winterse woorden.

 

 

 

1433078-f35dc8a3f597b5985953f731c09acda9.jpg
Remco Campert (Den Haag, 28 juli 1929)

Bostbeeld door Patrick Mezas

 

 

 

 

 

De Engelse dichter, verhalen- en romanschrijver Malcolm Lowry werd geboren 28 juli 1909 in Birkenhead Merseyside. Zie ook alle tags voor Malcolm Lowry op dit blog.

 

Uit:Under the Volcano

 

"Come, amigo, throw away your mind," Dr. Vigil said behind him.

"--But hombre, Yvonne came back! That's what I shall never understand. She came back to the man!" M. Laruelle returned to the table where he poured himself and drank a glass of Tehuacan mineral water. He said:

"Salud y pesetas."

"Y tiempo para gastarlas," his friend returned thoughtfully.

M. Laruelle watched the doctor leaning back in the steamer chair, yawning, the handsome, impossibly handsome, dark imperturbable Mexican face, the kind deep brown eyes, innocent too, like the eyes of those wistful beautiful Oaxaquenan children one saw in Tehuantepec (that ideal spot where the women did the work while the men bathed in the river all day), the slender small hands and delicate wrists, upon the back of which it was almost a shock to see the sprinkling of coarse black hair.

"I threw away my mind long ago, Arturo," he said in English, withdrawing his cigarette from his mouth with refined nervous fingers on which he was aware he wore too many rings. "What I find more--" M. Laruelle noted the cigarette was out and gave himself another anís.

"Con permiso! Dr. Vigil conjured a flaring lighter out of his pocket so swiftly it seemed it must have been already ignited there, that he had drawn a flame out of himself, the gesture and the igniting one movement; he held the light for M. Laruelle. "Did you never go to the church for the bereaved here," he asked suddenly, "where is the Virgin for those who have nobody with?"

 

 

 1433078-01696349c596e26b8d26abb5af75bd5d.jpg

Malcolm Lowry (28 juli 1909 - 26 juni 1957)

Scene uit de film van John Huston (1984) met Albert Finney als Geoffrey Firmin

 

 

 

 


De Argentijnse schrijfster
Angélica Gorodischer werd geboren in Buenos Aires op 28 juli 1928. Zie ook alle tags voor Angélica Gorodischer op dit blog.

 

Uit: The End of a Dynasty or The Natural History of Ferrets (Vertaald door Ursula K. Le Guin)

 

“And they were full, for these were the years of the Hehvrontes dynasty, those proud, rigid rulers, tall and handsome, with white skin and very black eyes and hair, who walked without swinging their shoulders or hips, head high, gaze fixed somewhere beyond the horizon, not looking aside even to see their own mother in her death-agony, not looking down even if the path was rough and rocky, falling into a well if it was in the way and standing erect down inside the well, maintaining the dignity of the lords of the world. That's what they were like, I'm telling you, I who've read the old histories till my poor eyes are nearly blind. That's what they were like.

Livna'lams's grandfather was the eighth emperor of the Hehvrontes dynasty; and his father -- well, we'll be talking about his father presently. That is, I'll be talking, because you ignorant boors know nothing of the secret history of the Empire, occupied as you are in the despicable business of accumulating money, decorating your houses out of vanity not love of beauty, eating and drinking and wallowing your way to apoplexy and death. I'll talk about him when the time comes. For now, suffice it to say that the pride of the Hehvrontes had elaborated a stupid, showy, formal protocol unequalled at any other period of the Empire except that of the Noörams, who were equally stupid but less showy and more sinister. Luckily for people like you, the Noörams killed each other off, and nobody believes the story that a servant saved from the bloodbath a newborn son of the Empress Tennitraä, called The She-Snake and The Unjust, though nobody can disprove the story either.... “

 

 

 1433078-012c8db692078efdf04e1f620ce7e0d2.jpg

Angélica Gorodischer (Buenos Aires, 28 juli 1928)

 

 

 

 

 

De Engelse dichter en Jezuïet Gerard Manley Hopkins werd geboren op 28 juli 1844 in Stratford, Essex. Zie ook alle tags voor Gerard Manley Hopkins op dit blog.

 

 

Brothers

 

How lovely the elder brother’s
Life all laced in the other’s,
Lóve-laced!—what once I well
Witnessed; so fortune fell.
When Shrovetide, two years gone,
Our boys’ plays brought on
Part was picked for John,
Young Jóhn: then fear, then joy
Ran revel in the elder boy.
Their night was come now; all
Our company thronged the hall;
Henry, by the wall,
Beckoned me beside him:
I came where called, and eyed him
By meanwhiles; making my play
Turn most on tender byplay.
For, wrung all on love’s rack,
My lad, and lost in Jack,
Smiled, blushed, and bit his lip;
Or drove, with a diver’s dip,
Clutched hands down through clasped knees—
Truth’s tokens tricks like these,
Old telltales, with what stress
He hung on the imp’s success.
Now the other was bráss-bóld:
Hé had no work to hold
His heart up at the strain;
Nay, roguish ran the vein.
Two tedious acts were past;
Jack’s call and cue at last;
When Henry, heart-forsook,
Dropped eyes and dared not look.
Eh, how áll rúng!
Young dog, he did give tongue!
But Harry—in his hands he has flung
His tear-tricked cheeks of flame
For fond love and for shame.
Ah Nature, framed in fault,
There ’s comfort then, there ’s salt;
Nature, bad, base, and blind,
Dearly thou canst be kind;
There dearly thén, deárly,
I’ll cry thou canst be kind.

 

 

 

Binsey Poplars

(Felled 1879)

My aspens dear, whose airy cages quelled,
Quelled or quenched in leaves the leaping sun,
All felled, felled, are all felled;
Of a fresh and following folded rank
Not spared, not one
That swam or sank
On meadow and river and wind-wandering
weed-winding bank.

O if we but knew what we do
When we delve or hew-
Hack and rack the growing green!
Since country is so tender
To touch, her being so slender,
That, like this sleek and seeing ball
But a prick will made no eye at all,
Where we, even where we mean
To mend her we end her,
When we hew or delve:
After-comers cannot guess the beauty been.
Ten or twelve, only ten or twelve
Strokes of havoc unselve
The sweet especial scene,
Rural scene, a rural scene,
Sweet especial rural scene.

 

 

 

 1433078-bfadb8b1077994e6c662b93ce7318d49.jpg

Gerard Manley Hopkins (28 juli 1844 – 8 juni 1889)

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver, columnist, presentator en essayist Stephan Sanders werd geboren in Haarlem op 28 juli 1961. Zie ook alle tags voor Stephan Sanders op dit blog.

 

Uit: Iets meer dan een seizoen

 

‘Een jonge, Surinaamse man. Geen neger - veel beter was ik toen niet ingevoerd in de Surinaamse verhoudingen.’

(…)

 

‘Hij riep bijvoorbeeld meteen: “Maar jij bent ook bruin”, en dat was niet minder dan een hartenkreet, een constatering die alles verklaarde, maar die mij enkel deed blozen.’

(…)

 

‘Heb mezelf altijd voorgehouden nooit me vrienden te breken om politieke meningsverschillen. Maar goed, dat is ook niet de werkelijke reden waarom wij ons de laatste jaren gestaag maar resoluut van elkaar verwijderen. Hooguit gebruiken we de politiek als een alibi, als aannemelijk excuus. De verwatering van onze vriendschap, het opbreken van wat we ooit, zonder bang te zijn voor pathetiek, broederschap noemden - het gaat natuurlijk over jaloezie, verraad, concurrentie, broedertwist - het eerder de trekken van een Griekse tragedie dan een modern politiek conflict. Kunnen vrienden, net als echtparen, ook scheiden?’

(…)


‘Anil was een achterblijver, de beheerder van een failliete boedel, die ziet dat zijn levenswerk toen hij even niet oplette een andere richting heeft genomen dan hem oorspronkelijk voor ogen stond. De man die zichzelf en zijn idealen “overleefd” heeft en dus “overbodig” dreigt te worden.’

 

 

 1433078-c386c225ba17f5ede6f9e6174e993e36.jpg

Stephan Sanders (Haarlem, 28 juli 1961)
Stephan Sanders en Anil Ramdas ten tijde van “Het blauwe licht:”


 

Zie voor nog meer schrijvers van de 28e juli ook mijn blog van 28 juli 2011 deel 2.

Geschreven door Romenu om 19:16 Reageer op dit bericht

Dolce far niente (Leidseplein, Paul Gellings)


Dolce far niente

 

 

 

 1432658-b923e38bc634564af1966a26e563d6c9.jpg

Leidseplein, Amsterdam

 

 

 

 

Leidseplein

           

Fonteinen zo zilver dat

de avond zwart-wit wordt

als een foto van licht en

van leven waarop de stad

begint te bewegen

 

mijn ouders weer jong

gearmd onderweg naar

restaurant Bali, een tafel

aan het raam, kaarsverlichte

pupillen, vlechtwerk van

vingers en ringen

 

treed ik dieper in deze foto

dan tref ik na dwalen naar

Zuid misschien ons oude huis

waar een tante waakt over mij

over het kind dat ik was

– of  logeer ik bij opa's en oma's?

 

ik staar in de gloed van het

overgordijn en kan niet zien

of ik thuis ben – ik ben hier

jaren later in een bloedrode

bar met zicht op een plein

verzilverd door water

 

foto zwart-wit en bewogen

ouders nog jong en verliefd

avond in de stad zoals hun kind

ver weg in Zuid ervan droomt

 

 1432658-b9f78bde7a26fa0f0b86f486080f1896.jpg

Paul Gellings (Amsterdam, 16 mei 1953)

 

 

Zie voor de schrijvers van de 27e juli ook mijn blog van 27 juli 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:56 Reageer op dit bericht

Graeme C. Simsion

Onafhankelijk van geboortedata

 

De Nieuw-Zeelandse schrijver Graeme C. Simsion werd geboren in in Auckland in 1956. Australië. Voorafgaand aan het schrijven van fictie was hij consultant informatie- systemen en schreef hij twee boeken en een aantal artikelen over datamodellering. Hij begon in 1982 met een consultatiebedrijf in en verkocht het in 1999. Op dat moment had Simsion Bowles and Associates meer dan zeventig medewerkers. Simsion was mede -oprichter van een wijn distributiebedrijf, Pinot Nu, sammen met Steven Naughton. In de periode 2002-2006 was hij als promovendus verbonden aan de Universiteit van Melbourne. Hij won in 2012 de Victorian Premier's Unpublished Manuscript Award met zijn boek “The Rosie Project”.

 

Uit: The Rosie Project


“It seems right now that all I’ve ever done in my life is making my way here to you.’
I could see that Rosie could not place the line from The Bridges of Madison County that had produced such a powerful emotional reaction on the plane. She looked confused.
‘Don, what are you…what have you done to yourself?’
‘I’ve made some changes.’
‘Big changes.’
‘Whatever behavioural modifications you require from me are a trivial price to pay for having you as my partner.’
Rosie made a downwards movement with her hand, which I could not interpret. Then she looked around the room and I followed her eyes. Everyone was watching. Nick had stopped partway to our table. I realised that in my intensity I had raised my voice. I didn’t care.
‘You are the world’s most perfect woman. All other women are irrelevant. Permanently. No Botox or implants will be required.
‘I need a minute to think,’ she said.
I automatically started the timer on my watch. Suddenly Rosie started laughing. I looked at her, understandably puzzled at this outburst in the middle of a critical life decision.
‘The watch,’ she said. ‘I say “I need a minute” and you start timing. Don is not dead.

'Don, you don’t feel love, do you?’ said Rosie. ‘You can’t really love me.’
‘Gene diagnosed love.’ I knew now that he had been wrong. I had watched thirteen romantic movies and felt nothing. That was not strictly true. I had felt suspense, curiosity and amusement. But I had not for one moment felt engaged in the love between the protagonists. I had cried no tears for Meg Ryan or Meryl Streep or Deborah Kerr or Vivien Leigh or Julia Roberts.
I could not lie about so important a matter.
‘According to your definition, no.’
Rosie looked extremely unhappy. The evening had turned into a disaster.”

 

 

 1485416-a77fa2c4c69c0ea21a7988b2c2007c50.jpg

Graeme C. Simsion (Auckland in 1956)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Dolce far niente (Wie freu`ich mich der Sommerwonne!, Hoffmann von Fallersleben)


Dolce far niente

 

 

 1432189-e909f2d2cccde9da98121761cf9da843.jpg

Zomerlandschap, Pierre-Auguste Renoir, 1873

 

 

 


Wie freu`ich mich der Sommerwonne!

 

Wie freu`ich mich der Sommerwonne,
Des frischen Grüns in Feld und Wald,
Wenn`s lebt und webt im Glanz der Sonne
Und wenn`s von allen Zweigen schallt!

 

Ich möchte jedes Blümchen fragen:
Hast du nicht einen Gruß für mich?
Ich möchte jedem Vogel sagen:
Sing, Vöglein, sing und freue dich!

 

Die Welt ist mein, ich fühl es wieder:
Wer wollte sich nicht ihrer freu`n,
Wenn er durch frohe Frühlingslieder
Sich seine Jugend kann erneu`n?

 

Kein Sehnen zieht mich in die Ferne,
Kein Hoffen lohnet mich mit Schmerz;
Da wo ich bin, da bin ich gerne,
Denn meine Heimat ist mein Herz.

 

 

 

 1432189-a5b6c93fe9fa38ffa7bb0281ae05764b.jpg

Hoffmann von Fallersleben (2 april 1798 – 19 januari 1874)

Porträt von Karl Georg Schumacher, 1819

 

 

 

 

Zie voor de schrijvers van de 26e juli ook mijn blog van 26 juli 2011 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:16 Reageer op dit bericht

Gregoire Delacourt

De Franse schrijver,journalist, schrijver, regisseur en scenarist Gregoire Delacourt werd geboren op 26 juli 1960 in Valenciennes, Delacourt bezocht het jezuïetencollege La Providence in Amiens. Na het afronden van zijn bachelor in Lille studeerde hij rechten in Grenoble. Met zijn vrouw Dana Philp richtte hij in 1982 een reclamebureau op dat hij leidde tot 2004. Hij werkte voor bekende merken zoals Taittinger en Unilever. Al als 18 -jarige schreef hij poëzie en hij publiceerde in 1978 zijn eerste stukken in Le Monde. In de tijd schreef van zijn reclamebureau schreef en regisseerde hij ook de film “Preference” die in de Franse bioscopen kwam op 17 juni 1998. Met “L' Écrivain de la famille” debuteerde Delacourt in 2011 als schrijver. De roman werd meer dan 20.000 keer verkocht en Delacourt heeft verschillende literaire prijzen, waaronder de Prix Marcel Pagnol en de Prix Rive Gauche à Paris, ontvangen. Zijn tweede roman “La Liste de mes envies” verscheen in 2012 en vertelt het verhaal van een getrouwde moeder die na zware slagen van het noodlot plotseling meer dan 18 miljoen euro in de loterij wint en aarzelt om haar net hersteld levensgeluk in gevaar te brengen. Alleen al in Frankrijk werd de roman meer dan 400.000 keer verkocht. De rechten zijn verkocht naar 27 landen. Nadat Mikaël Chirinian in 2013 het verhaal voor het theater had bewerkt begonnen de opnames voor de film op 15 april 2013. Delacourts derde roman "La première chose qu'on regarde" verscheen in 2013. Het is een liefdesverhaal tussen een monteur en een jonge vrouw in een Frans dorp. De personages tonen een verwarrende gelijkenis met de acteurs Ryan Gosling en Scarlett Johansson. Toen hij van een lezingentoernee uit Duitsland terug kwam vernam hij dat Johansson een rechtszaak aangespannen had tegen zijn uitgever JC Lattès wegens "schending en frauduleus gebruik van haar persoonlijke rechten ".

Uit: La liste de mes envies

« On se ment toujours.
Je sais bien, par exemple, que je ne suis pas jolie. Je n'ai pas des yeux bleus dans lesquels les hommes se contemplent ; dans lesquels ils ont envie de se noyer pour qu'on plonge les sauver. Je n'ai pas la taille mannequin ; je suis du genre pulpeuse, enrobée même. Du genre qui occupe une place et demie. J'ai un corps dont les bras d'un homme de taille moyenne ne peuvent pas tout à fait faire le tour. Je n'ai pas la grâce de celles à qui l'on murmure de longues phrases, avec des soupirs en guise de ponctuation ; non. J'appelle plutôt la phrase courte. La formule brutale. L'os du désir, sans la couenne ; sans le gras confortable. Je sais tout ça.
Et pourtant, lorsque Jo n'est pas encore rentré, il m'arrive de monter dans notre chambre et de me planter devant le miroir de notre armoire-penderie - il faut que je lui rappelle de la fixer au mur avant qu'un de ces jours, elle ne m'écrabouille pendant ma contemplation.
Je ferme alors les yeux et je me déshabille doucement, comme personne ne m'a jamais déshabillée. J'ai chaque fois un peu froid ; je frissonne. Quand je suis tout à fait nue, j'attends un peu avant d'ouvrir les yeux. Je savoure. Je vagabonde. Je rêve. Je revois les corps émouvants alanguis dans les livres de peinture qui traînaient chez nous ; plus tard, les corps plus crus des magazines.
Puis je relève doucement mes paupières, comme au ralenti.
Je regarde mon corps, mes yeux noirs, mes seins petits, ma bouée de chair, ma forêt de poils sombres et je me trouve belle et je vous jure qu'à cet instant, je suis belle, très belle même. »
(…)

« Il me proposa de boire un café après la fermeture. J’avais cent fois, mille fois rêvé ce moment où un homme m’inviterait, me courtiserait, me convoiterait. J’avais rêvé d’être ravie, emportée loin dans le feulement d’une automobile rapide, poussée à bord d’un avion qui volerait vers des îles. J’avais rêvé de cocktails rouges, de poissons blancs, de paprika et de jasmin mais pas d’un café au Tabac des Arcades. Pas d’une main moite sur la mienne. Pas de ces mots sans grâce, ces phrases huileuses, ces mensonges déjà. »

 

 1599704-348b5c228334ccd45a07c5e2bbf6fc1a.jpg
Gregoire Delacourt (Valenciennes, 26 juli 1960)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Dolce far niente (Sommerabend, Rainer Maria Rilke)


Dolce far niente

 

 

 

 1431837-2d01ae7e4c6be10a3849ddf6559ed5c2.jpg

Otto Modersohn, Hooimijt bij Soest, 1888

 

 

 

 

SOMMERABEND

 

Die große Sonne ist versprüht,
der Sommerabend liegt im Fieber,
und seine heiße Wange glüht.
Jach seufzt er auf: "Ich möchte lieber ..."
Und wieder dann: "Ich bin so müd ..."

 

Die Büsche beten Litanein,
Glühwürmchen hängt, das regungslose,
dort wie ein ewiges Licht hinein;
und eine kleine weiße Rose
trägt einen roten Heiligenschein.

 

 


1431837-e11d113897d51aa9fd63df5024314190.jpg

Rainer Maria Rilke (4 december 1875 – 29 december 1926)

Rilke in Moskou, Leonid Pasternak, 1928

 



Zie voor de schrijvers van de 25e juli ook mijn blog van 25 juli 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 22:00 Reageer op dit bericht

Lieke Marsman

De Nederlandse dichteres Lieke Marsman is op 25 juli 1990 geboren te Den Bosch. Zij won twee maal de eerste prijs van Doe Maar Dicht Maar. Haar gedichten verschenen in Tirade en dat leidde in 2011 tot uitgave van de bundel “Wat ik mijzelf graag voorhoud”, die bekroond werd met de Van der Hoogt-prijs. Lieke Marsman studeert filosofie in Amsterdam.

 

Enquête

De jongen op straat vraagt
Wat is het mooiste woord
Wat u ooit zei, ik zeg
Heb je even en denk
Aan alles wat ik ooit
Heb gezegd, maar dan
In fragmenten
Stroboscoop
Nachtegaal
Nanoseconde
Ei
Die kleur paars waarvan ik de naam steeds vergeet
Badschuim
Trotseren
Petroleumlamp
Een moment waarop ik niets kan verzinnen
Mag ik even op je blaadje kijken
De vocabulaire hoogtepunten
Van onze medemens
Ik hou van jou
Dat zijn vier woorden
Die streept hij straks weg
En verder
Gezondheid
Baby
Salaris
Liefde
Weekend
Seks

 

 1540801-1391decd42c0cb3389a2bf59a24fcdac.jpg
Lieke Marsman (Den Bosch, 25 juli 1990)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Dolce far niente (Gewitter, Stefan George)


Dolce far niente

 

 

 

 1431303-325951670c04ed0527d03de07eb1fcde.jpg

Feodor Vasilyev, Wolk studie, rond 1870

 

 

 

 

Gewitter

 

Die irren flämmchen allerwege sind erloschen
Ein jäher donner hat die hohe saat gedroschen
Der sturm der nacht zerspaltet das geäst im forste
Er stört der eber lager und der geier horste.

Der strenge könig sprengt aus seinem wolkenschlosse
Er folgt auf goldgeschirrtem pferd mit grossem trosse
Der falschen gattin die sich tummelt in den wettern
Und preisgegeben ist den zügellosen rettern.

Oft glaubt er mit der rauhen faust sie zu versichern
Doch sie entwindet sich mit einem leisen kichern –
Bis er sie festet... zwischen seines gürtels spangen
Und dem genick des pferdes ist sie quer gefangen.

Bezwungen schluchzend regt sie ihre blanken zähne
Und schüttelt zürnend ihre aufgelöste mähne
Um ihre nackten glieder spült der schiefe regen
Ihr kalter busen sieht gefasst der haft entgegen.

 

 

 1431303-346dacf6d5fb5063b26136ad122f986e.jpg

Stefan George (12 juli 1868 – 4 december 1933)

 

 

 

 

Zie voor de schrijvers van de 24e juli ook mijn blog van 24 juli 2012 deel 1 en ook deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 18:31 Reageer op dit bericht

Dolce far niente (Summer Sun, Robert Louis Stevenson)


Dolce far niente

 


1431004-fb8c7d8fdd6564b03c535e5d72c57221.jpg
Feodor Vasilyev, Koren, 1870

 

Summer Sun

 

Great is the sun, and wide he goes
Through empty heaven with repose;
And in the blue and glowing days
More thick than rain he showers his rays.

Though closer still the blinds we pull
To keep the shady parlour cool,
Yet he will find a chink or two
To slip his golden fingers through.

The dusty attic spider-clad
He, through the keyhole, maketh glad;
And through the broken edge of tiles
Into the laddered hay-loft smiles.

Meantime his golden face around
He bares to all the garden ground,
And sheds a warm and glittering look
Among the ivy’s inmost nook.

Above the hills, along the blue,
Round the bright air with footing true,
To please the child, to paint the rose,
The gardener of the World, he goes.

 

 

 

 1431004-f33167f51cfc3860e9730283212e0323.jpg

Robert Louis Stevenson (13 november 1850 – 3 december 1894)

Portret door William Blake Richmond, 1887

 

 

 

 

Zie voor de schrijvers van de 23e juli ook mijn blog van 23 juli 2012 deel 1 en eveneens deel 2.


Geschreven door Romenu om 23:23 Reageer op dit bericht

In Memoriam Michel van der Plas


In Memoriam Michel van der Plas

 

 

De Nederlandse schrijver en dichter Michel van der Plas is zondagochtend op 85-jarige leeftijd overleden. Michel van der Plas werd geboren op 23 oktober 1927 in Den Haag. Zie ook mijn blog van 23 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Michel van der Plas op dit blog.

 

 

 

 

Vader en zoon

Vader. Waarom als iemand dat woord zegt
kijk ik nog steeds vooruit, niet achter mij?
ben ik niet, zoek ik? Het is toch voorbij?
jij bent toch in de regen weggelegd?

Wat verwacht ik dan: je hand op mijn hoofd?
Waar zou ik moeten komen? ben je daar
nog wel, warm woord? Of hebben ze je naar
het huis gebracht waarin je hebt geloofd?

Als ik het hoor is het of ik zelf riep.
Ik moet al antwoord geven en ik ken
nauwelijks de vraag die ik nog altijd ben

Ja, zeg ik, en kijk om. De nacht is diep.
Ik weet opeens waarvoor je hebt geleefd:
ik draag de naam van wie de dood doorgeeft.

 

 

 

 

 

School der liefde

 

Woorden van geluk zijn moeilijk, ze zijn
klank, wartaal, aaas en jijs en toedan, alles
of niets. Het lekken van vuur; een gordijn
in de wind. Ze zijn eigenlijk maar ballast.

Want we zeggen geluk niet, we doen het.
Dieren hebben alleen maar hun lichamen;
snuiven, stampvoeten, hoeden warmte met
warmte. Het leeft en trilt, het heeft geen namen.

Hoeveel gemakkelijker vindt verdriet
woorden. Dat is de wereld van de mensen:
ze huilen en ze ballen vuisten en ze
vullen bladzijden, maar ze sterven niet.
Sterven hoorde alleen waar leven hoorde:
bij geluk; en dat was teveel voor woorden.

 

 

Een nieuw lied

 

Een nieuw lied voor de Heer die de vogeltjes schiep
En hun wijzen van iedere dag
Die de treurwilg tot eindeloos treuren riep
En de vrouw tot haar eeuwige lach

Een nieuw lied voor de Heer die de goudvissen goud
En de roodborstjes rood heeft gemaakt
Die de golven der zee, en de bladeren van 't woud
Met zijn vinger heeft aangeraakt
Die de kolibrie schiep, en de adelaar schiep
Het viooltje en de orchidee
Die de schelpen en zwaardvissen liet in het diep
Van dezelfde bedelvende zee
Die zijn adem laat gaan langs het slapende land
Tot het wenend van weelde ontwaakt
Die de dauwdroppen droogt met zijn heilige hand
En de zon tot zijn heilgenoot maakt

Een nieuw lied voor de Heer die het meer en de lucht
En de straten vol zonnelicht goot
Die de leeuwerik leidt tot zijn duizelende vlucht
En de vlinder tot vlinderdood

Een nieuw lied voor de Heer die een durend nieuw lied
In de mond van mijn moedertje lei
Die zijn licht in haar zuivere blik achterliet
En haar zei wat zij zeide tot mij

Een nieuw lied voor de Heer die van ieder nieuw lied
Het ontstaan en de maker is
Die het voorzingt in water en woud en in riet
In de steeg en de vensternis

Een nieuw lied voor de Heer, voor de Heer
Die accoorden en woorden ingeeft
Aan de dichter de vrouw en het kind, o en meer
dan aan weerklank en stem in hem leeft
En zijn naam zij gezegend de eeuwigheid lang
Zij gezegend de naam van de Heer
Van de opgang der zon, tot haar ondergang
zij gezegend de naam van de heer
die de sneeuwvlokken zendt als de wolkige wol
en de rijm als verdwarrelende as
Als hij spreekt lopen alle stuwmeren vol
En alles smelt wat bevroren was
O gij wateren looft en gij landstreken looft
En gij vogeltjes looft onze Heer
En gij vuurtongen looft, en gij dauwdroppen looft
Alle boomtoppen looft onze Heer

Een nieuw lied voor de Heer, met pauk en cymbaal
En bij cither en luit en schalmei
een nieuw lied voor de Heer in uw mond in uw taal
Want wie geeft u die liederen dan hij

 

 

 

 1430563-41b3bbccdb74d8bd0d9f5ca4b491aa31.jpg

Michel van der Plas (23 oktober 1927 – 21 juli 2013)

Geschreven door Romenu om 00:48 Reageer op dit bericht

Dolce far niente (A something in a summer’s Day, Emily Dickinson)


Dolce far niente

 

 

 

 1430514-5e48f0cd830ca52b7261cbb7e7ab6a46.jpg

Feodor Vasilyev, Op het eiland Valaam, 1869

 

 

 

A something in a summer’s Day

 

A something in a summer’s Day

As slow her flambeaux burn away

Which solemnizes me.

 

A something in a summer’s noon —

A depth — an Azure — a perfume —

Transcending ecstasy.

 

And still within a summer’s night

A something so transporting bright

I clap my hands to see —

 

Then veil my too inspecting face

Lets such a subtle — shimmering grace

Flutter too far for me —

 

The wizard fingers never rest —

The purple brook within the breast

Still chafes it narrow bed —

 

Still rears the East her amber Flag —

Guides still the sun along the Crag

His Caravan of Red —

 

So looking on — the night — the morn

Conclude the wonder gay —

And I meet, coming thro’ the dews

Another summer’s Day!

 

 

 

1430514-8f5b49a7893095239b0b92cf81de72b0.gif 

Emily Dickinson (10 december 1830 – 15 mei 1886)

 

 

 

 

Zie voor de schrijvers van de 22e juli ook mijn blog van 2 juli 2011 deel 1 en ook deel 2 en eveneens mijn blog van 22 juli 2012.

Geschreven door Romenu om 23:01 Reageer op dit bericht

Dolce far niente (A Summer Invocation, Walt Whitman)


Dolce far niente

 

 

 

 1429923-ea550d75d251eaaf3b12a26ef3513669.jpg

Feodor Vasilyev, Warme zomerdag, 1869

 

 

 

 

A Summer Invocation

 

Thou orb aloft full dazzling,

    Flooding with sheeny light the gray beach sand;

Thou sibilant near sea, with vistas far, and foam,

    And tawny streaks and shades, and spreading blue;

Before I sing the rest, O sun refulgent,

    My special word to thee.

 

Hear me, illustrious!

    Thy lover me—for always I have loved thee,

Even as basking babe—then happy boy alone by some wood edge—thy touching distant beams enough,

    Or man matured, or young or old—as now to thee I launch my invocation.

(Thou canst not with thy dumbness me deceive.

    I know before the fitting man all Nature yields.

Though answering not in words, the skies, trees, hear his voice—and thou, O sun,

    As for thy throes, thy perturbations, sudden breaks and shafts of flame gigantic,

I understand them—I know those flames, those perturbations well.)

 

Thou that with fructifying heat and light,

    O’er myriad forms—o’er lands and waters, North and South,

O’er Mississippi’s endless course, o’er Texas’ grassy plains, Kanada’s woods,

    O’er all the globe, that turns its face to thee, shining in space,

Thou that impartially enfoldest all—not only continents, seas,

    Thou that to grapes and weeds and little wild flowers givest so liberally,

Shed, shed thyself on mine and me—mellow these lines.

    Fuse thyself here—with but a fleeting ray out of thy million millions,

Strike through this chant.

 

Nor only launch thy subtle dazzle and thy strength for this;

    Prepare the later afternoon of me myself—prepare my lengthening shadows.

Prepare my starry nights.

 

 

 

 1429923-6267514f926232ad2920a55f8cac3575.jpg

Walt Whitman (31 mei 1819 – 26 maart 1893)

Portret door Thomas Cowperthwaite Eakins, 1887

 

 

 

 

 

Zie voor de schrijvers van de 21e juli ook mijn blog van 21 juli 2011 deel 1 en eveneens deel 2.


Geschreven door Romenu om 18:18 Reageer op dit bericht

Julius Sturm

De Duitse dichter Julius Carl Reinhold Sturm werd geboren op geboren 21 juli 1816 in Koestritz. Sturm bezocht vanaf 1829 het Gymnasium Rutheneum in Gera, voordat hij in 1837 theologie begon te studeren aan de Universiteit van Jena. Vanaf 1841 begon hij als leraar te werken in Heilbronn. In 1844 werd hij benoemd als opvoeder en docent van kroonprins Heinrich XIV Reuss j. L. Omwille daarvan was hij gedeeltelijk verbonden aan het gymnasium in Meiningen. In 1844 gaf hij zijn eerste boek “Neue Märchen für die Jugend” uit, onder het pseudoniem Julius Stern. In 1851 werd hij predikant in Göschitz Schleiz en hij eindigde in 1857 als pastor in Koestritz. In 1885 werd hij ereburger van Koestritz. Ter gelegenheid van zijn pensionering ontving hij in hetzelfde jaar 1885 de titel Geheimer Kirchenrat. Sturm was een van de belangrijkste dichters van de late Romantiek. Hij schreef vele gedichten en proza ​werken en publiceerde ongeveer 30 boeken .

 

Am Abend

Der Blüthenbaum durchhaucht mit Duft
Die linde, weiche Abendluft,
Der ich die Brust erschlossen;
Mein Herz wie eine Knospe liegt
In Blüthenträume eingewiegt,
Von Blüthenduft umflossen.

Da blickt der Mond in's stille Thal
Und kaum hat sich sein milder Strahl
In meine Brust ergossen,
Als auch mein Herz, vom Traum erwacht,
In heiligstiller Mondscheinnacht
Als Blüthe sich erschlossen.

 

Lied

Die Quelle blinkt so klar und rein
Im Sonnenschein;
Doch tausendmal so hell und klar
Blinkt meiner Liebsten Augenpaar.

Ein frisch erblühtes Röslein steht
Im Gartenbeet;
Die Wange meiner Liebsten glüht
Noch schöner, als das Röslein blüht.

Die Sonne, die am Himmel rollt,
Spinnt klares Gold;
Doch was sie spinnt, ist nicht so klar,
Als meiner Liebsten goldnes Haar.

Im Busche schlägt die Nachtigall
Mit süßem Schall;
Doch tönt so süß ihr Flöten nicht,
Als wenn mein Lieb, ich liebe dich, spricht.

 

 1585035-681217c17a7f3f411be4af67c99bbf66.jpg
Julius Sturm (21 juli 1816 - 2 mei 1896)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Hans Lodeizen, Uwe Johnson, Henk Hofland, Simin Behbahāni

De Nederlandse dichter Hans Lodeizen werd geboren op 20 juli 1924 in Naarden. Zie ook mijn blog van 20 juli 2010 en eveneens alle tags voor Hans Lodeizen op dit blog.

 

 

ANGST

 

Een spin holt in de lente
angst is de veer van het horloge
het is bijna tijd.

Dan, dan: o kinderen
van de overspelige moeder,
je gescheiden papa
leeft in het huis naar links.
maak je nagels schoon
de omroeper zegt:
het is lente.

angst voor wat?
De wolken zijn een gerafelde sok
van God.

o lentegeuren!

 

 

 

Weeekend in Metropolis

 

Zo dikwijls als ik over de lange
populierenlanen liep zacht zingend,
denkend aan de avond haar witte
plaveisel waar ik gestorven ben. -

als ik je weerzie ben je toch een ander
ik ken je je blijft niet lang bij iemand
in steeds andere spiegels behaagt het je
steeds andere mensen te zien steeds jezelf.

nu heb ik je niet langer
weet je het je bent dood
ik heb je gevonden hijgend
over de daken van Metropolis.

 

 

 

Voor jou

 

1

 

voor jou

als ik je ooit zal tegenkomen

of als ik nooit in je hart

zal wachten op een brand van kussen

 

voor jou

 

ik zal de ring van trouw bewaken

ik zal de zon openhouden

ik zal de nacht strelen

 

voor jou zal ik de waardigheid

van de mens op aarde zichtbaar maken

en mijn bed zal wit zijn

voor jou zal ik wachten. 

 

 

 

1429432-ca0e44b51198b658d7e0534d4e9e5ad9.jpg 

Hans Lodeizen (20 juli 1924 - 26 juli 1950)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver Uwe Johnson werd geboren op 20 juli 1934 in Cammin (tegenwoordig Kamień Pomorski, Polen). Zie ook alle tags voor Uwe Johnson op dit blog.

 

Uit: Mutmaßungen über Jakob

 

“ Deswegen waren sie ja so aufgeregt. Wenn sie auch gleich wieder Worte gefunden haben von tragischem Unglücksfall und Verdienste beim Aufbau des Sozialismus und ehrendes Andenken bewahren: der sich das aus den Fingern gesogen hat weiss es gewiss besser, wär schon einer. Frag doch mal auf diesem ganzen verdammten Bahnhof ob einer jetzt noch im November Ausreiseerlaubnis nach Westdeutschland gekriegt hat, und Jakob ist am selben Morgen erst mit einem Interzonenzug zurückgekommen. Denk dir mal bei wem er war.
- Cresspahl, wenn du den kennst. Der hat eine Tochter. Mein Vater war achtundsechzig Jahre alt in diesem Herbst und lebte allein in dem Wind, der grau und rauh vom Meer ins Land einfiel hinweg über ihn und sein Haus Heinrich Cresspahl war ein mächtiger breiter Mann von schweren langsamen Bewegungen, sein Kopf war ein verwitterter alter Turm unter kurzen grauen scheitellosen Haaren. Seine Frau war tot seit achtzehn Jahren, er entbehrte seine Tochter. In seiner Werkstatt stand wenig Arbeit an den Wänden, er hatte das Schild seines Handwerks schon lange von der Haustür genommen. Gelegentlich für das Landesmuseum besserte er kostbare Möbel aus und für Leute die sich seinen Namen weitersagten. Er ging viel über Land in Manchesterzeug und langen Stiefeln, da suchte er nach alten Truhen und Bauernschränken. Manchmal hielten Pferdefuhrwerke vor seinem Haus mit Stücken, die ihm hineingetragen wurden; später kamen Autos aus den grossen Städten und fuhren das sattbraune kunstreich gefügte Holz mit den stumpf glänzenden Zierbeschlägen davon in die Fremde. So erhielt er sein Leben. Steuererklärung in Ordnung, Bankkonto bescheiden passend zu den Ausgaben in einer abgelegenen kleinen Stadt, kein Verdacht auf ungesetzliche Einkünfte.“

 

 

 1429432-ac27531967edbed8819c8fc77416c06b.jpg

Uwe Johnson (20 juli 1934 – 24 februari 1984)

Beeld door Wieland Förster in Güstrow

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver, journalist, commentator, essayist en columnist Henk Hofland werd geboren in Rotterdam op 20 juli 1927. Zie ook alle tags voor Henk Hofland op dit blog.

 

Uit: Van zazou tot provo

 

“Wie spreekt er nu nog over zazous? Ze zijn totaal vergeten, maar toch hebben ze jarenlang voor grote verontrusting onder de pedagogen gezorgd. Het best zijn ze beschreven door Malaparte in De huid:

‘Zazous waren excentrieke jongelieden tussen de zeventien en de twintig, opvallend gekleed, met golfschoenen, nauwe tot het scheenbeen reikende broekspijpen, een overmatig lang jasje en een overhemd met een hoog nauw boord. Ze droegen hun haar lang, tot in hun nek en het geheel deed herinneren aan Marie Antoinette. De zazous verschenen voor het eerst in 1940 hier en daar in Parijs in de buurt van de Place Victor Hugo. In een bar aan dit plein hadden ze hun hoofdkwartier. Vervolgens werden ze in dichte drommen waargenomen aan de Rive Gauche en in de bars in de buurt van St. Germain des Prés. Maar de voorkeur bleken ze toch te geven aan Muette en de Champs Elysées.

Over het algemeen kwamen ze uit welgestelde burgermilieus en op het eerste gezicht lieten de zorgen die de meeste Fransen somber stemden, hen koud. Ze toonden geen buitengewone belangstelling voor kunst of litteratuur of sport en vooral niet voor de politiek, als men tenminste de smerigheid uit die tijd politiek wil noemen. Voor alles wat onder de term flirt wordt samengevat, waren ze onverschillig, hoewel ze in gezelschap waren, of liever, meisjes in hun gevolg hadden die op soortgelijke excentrieke manier gekleed waren - in een lange blouse en een rok die tot even boven de knieën reikte. In openbare gelegenheden spraken ze nooit luid, maar steeds met gedempte stem, bijna fluisterend, en hun gesprekken gingen altijd over de film, minder over de sterren dan over de regisseurs en de films op zichzelf. Hun middagen brachten ze door in de bioscoop, en in de donkere zalen hoorde men hun zacht gefluister en de korte keelgeluiden waarmee ze elkaar aanriepen.”

 

 

1429432-552faa5d9fcdad4f1390e03e133a7c2e.jpg 

Henk Hofland (Rotterdam, 20 juli 1927)

 

 

 

 

 

De Iraanse dichteres en schrijfster Simin Behbahāni werd geboren in Teheran op 20 juli 1927. Zie ook alle tags voor Simin Behbahāni op dit blog.

 

 

Ancient Eve

 

Love at Eighty?

Admit it: it’s bizarre.

Ancient Eve is, once again

offering apples:

red lips and golden tresses.

Beautiful,

but not divine.

If my face has color

it’s just makeup, a deceit.

But in my chest a heart

beats its wings wild with desire,

every seventy of its heartbeats

multiplied by two.

Love and shame and my body

warm with lust. I burn

with fever, a fever

past any physician’s cure.

But at my side is bliss,

my lover

kind and faithful

and as long as he is here

I dwell in heaven.

I can’t breathe a word;

my mouth’s sealed

shut with your kisses,

their tongues of flame.

Oh, my thirsty lover!

Look at my happy fortune:

You, I, us tonight.

with a wine so delightful

where’s the room for restraint?

Adam! Come see the spectacle.

Leave behind your denial and conceits

and watch as the Eve of eighty

rivals the twenty-year-old she.

 

 

 

Vertaald door Aria Fani en Adeeba Talukder

 

 

 

 1429432-5712a0f8e748392fd59fda0f172ccb14.jpg

Simin Behbahāni (Teheran, 20 juli 1927)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 20e juli ook mijn vorige blog van vandaag en eveneens mijn eerste blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 14:16 Reageer op dit bericht

Francesco Petrarca, Maurice Gilliams, Erik Axel Karlfeldt, Cormac McCarthy

De Italiaanse dichter en schrijver Francesco Petrarca werd geboren in Arezzo op 20 juli 1304. Zie ook alle tags voor Francesco Petrarca op dit blog.

 

 

Erhabne Flamme, mehr als schöne, schön

 

Erhabne Flamme, mehr als schöne, schön,
zu der der Himmel neigte so unstreitig,
daß er beschloß, sie, ach für mich zu zeitig,
zu dem ihr gleichen Sterne zu erhöhn.

 

Jetzt erst erwach ich und gewahr, wie sie
zu meinem Besten jenen Wünschen wehrte,
da sie der Glut, die Jugend noch vermehrte,
ihr Antlitz süß zugleich und trügend lieh.

 

Ihr dank ich, ihrem Rat und Augenmerk;
wie machte sie mit sanftestem Verachten
in meinem Brand das eigne Heil mir dringend.

 

Durch Künste, welche würdge Früchte brachten,
war Zunge hier und Braue dort am Werk,
ich Ruhm auf sie, sie in mich Tugend bringend.

 

 

 

Vertaald door Rainer Maria Rilke

 

 

 

Am Tag', als rings die Strahlen sich der Sonnen

 

Am Tag', als rings die Strahlen sich der Sonnen,

Dem Schöpfer trauernd, trübten in den Höhen,

Ward ich umgarnt, und eh' ich mich's versehen,

Hielt euer Auge, Donna, mich umsponnen;

 

Und weil ich nicht in solcher Zeit gesonnen,

Den Kampf mit Amors Pfeilen zu bestehen,

Ging arglos ich; so haben meine Wehen

Im allgemeinen Trauern bald begonnen.

 

Es fand mich Amor gänzlich sonder Wehre,

Den Weg zum Herzen durch die Augen offen,

Durch deren Pforten Thränen viel gezogen;

 

Drum bringt es ihm auch, dünkt mich, wenig Ehre,

Daß er mich Nackten mit dem Pfeil getroffen,

Euch, der Bewehrten, kaum gezeigt den Bogen.

 

 

 

Vertaald door Carl Förster

 

 

 1429430-c560da269b0816e9bd79c108c3d10080.jpg

Francesco Petrarca (20 juli 1304 – 19 juli 1374)

Casa di Francesco Petrarca, Laura en de Dichter

 

 

 

 

De Vlaamse dichter en schrijver Maurice Gilliams werd geboren in Antwerpen op 20 juli 1900. Zie ook alle tags voor Maurice Gilliams op dit blog.

 

 

Wolvin en wolf in ‘t winters ledikant

 

Wolvin en wolf in ‘t winters ledikant
als het gehuil des harten krimpt tot fluistren:
uit de angsten ranken namen op in ‘t duister
met in hun wijn de bloedsmaak van het lam.

 

Als in de tijd van de ouders zijn de nachten,
op ‘t huis gestapeld drukt het tempelpuin;
en waar een lichtstraat door een schaduw suist
bederft de waan tot schimmel op de wanden.

 

‘t Gedroomde kinderhandje slaapt in ons;
zijn polsje klopt gelijk in nood de borst
der vogels die men treurig vrij moet laten.

 

Samen, onder de vlag van ‘t beddelaken,
als na een veldslag zijn wij opgebaard.
Maria’s hand rust op mijn grauwend haar.

 

 

 

Het bruidje

 

De bruiloftgasten lieten hen alleen.
Hij heeft haar blonde hand
in zijn donkre hand genomen.
De kamer in het schemerlicht der maan,
het ordeloze maal, de bekers en de bloemen,
de stoelen rond de dis verspreid;
en buiten, waar de weeldrigheid der bomen
ruist en vol sidderende vogels is
- alle schatten die de feestelijke weemoed toebehoren
schenken deze nacht zijn onvergankelijke faam.
Hij beeft van innigheid en zucht haar naam
terwijl zijn armen om haar schouders komen.
Zij draagt de rijkdom die haar zwaar beklemt,
denkt aan de maan die op het bed
haar ranke straal reeds heeft geschoten.
En lang, terwijl haar lijf van tederheid ontstelt,
heeft zij haar man aanschouwd;
en uit vervaarlijkheid in het geluk gekomen,
schuilt haar maagdelijke onnozelheid
bij zijn ontfermen en zijn mededogen.

 

 

 

1429430-2814ed576e2a3d1b7be6ce0107cd673b.jpg 

Maurice Gilliams (20 juli 1900 – 18 oktober 1982)

 

 

 

 

 

De Zweedse dichter Erik Axel Karlfeldt werd geboren op 20 juli 1864 in Folkärna. Zie ook alle tags voor Erik Axel Karlfeldt op dit blog.

 

 

The rhyme smith

 

Now, coarsely wrought iron from my thoughts’ own smithy,

my sledge shall test the utmost you can bear.

I know your chain’s links snap, that this is risky,

but likewise know there’s honest steel in there.

From my home mine and slash-burnt acres’ clamour

I gained my iron and charcoal for the fire,

I gripped – as once each sweetheart’s waist – my hammer

and fanned my forge’s flames with keen desire.

 

How bright the anvil’s song when dusk was swelling,

in evening coolness when my youth’s sun set!

The clanging, how it spread! From farm and dwelling

with chiming youthful voices it was met.

But out of sight, alone, hard iron unfurling,

toiled with great zest the half-apprenticed bard

and smiled at all the hot flakes round him whirling,

though many a spark his pitted skin still scarred.

 

 

 

Vertaald door John Irons

 

 

 

Komm, singen wir...

 

Komm, singen wir, an mir soll es nicht fehlen,
auch du hast was auf Lager, wie ich sehe-
tönt es auch falsch aus rostig alten Kehlen,
Ein Frühlingslied klingt schön selbst von der Krähe.
Und streift hier über mittagheißes Land
ein Mädchen, übermütig, rank und rund,
so lächeln wir über der Hecke Rand,
wir trieben´s früher beide ziemlich bunt.

 

 

 

1429430-76332035fee4b1eac8f68698da6f9c75.jpg 

Erik Axel Karlfeldt (20 juli 1864 – 8 april 1931)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Cormac McCarthy werd geboren op 20 juli 1933 in Providence, Rhode Island. Zie ook alle tags voor Cormac McCarthy op dit blog.

 

Uit: Cities of The Plain

 

“Can I ask you somethin? said John Grady.

Ask it.

How old were you when you got married?

I was never married. Never found anybody that'd have me.

He looked at John Grady.

Margaret was my brother's girl. Him and his wife both was carried off in the influenza epidemic in nineteen and eighteen.

I didnt know that.

She never really knowed her parents. She was just a baby. Well, five. Where's your coat at?

I'm all right.

I was in Fort Collins Colorado at the time. They sent for me. I shipped my horses and come back on the train with em. Dont catch cold out here now.

No sir. I wont. I aint cold.

I had ever motivation in the world but I never could find one I thought would suit Margaret.

One what?

Wife. One wife. We finally just give it up. Probably a mistake. I dont know. Socorro pretty much raised her. She spoke better spanish than Socorro did. It's just awful hard. It liked to of killed Socorro. She still aint right. I dont expect she ever will be.

Yessir.

We tried ever way in the world to spoil her rotten but it didnt take. I dont know why she turned out the way she did. It's just a miracle I guess you could say. I dont take no credit for it, I'll tell you that.

Yessir.

Look yonder. The old man nodded toward the moon.

What?

You cant see em now. Wait a minute. No. They're gone.”

 

 

 1429430-71c7d901f00f1f77f9de829676c0a9b6.jpg

Cormac McCarthy (Providence, 20 juli 1933)

Geschreven door Romenu om 14:12 Reageer op dit bericht

Pavel Kohout, Lotte Ingrisch, Elfriede Kern, Thomas Berger, Thomas Lovell Beddoes

De Tsjechische schrijver Pavel Kohout werd geboren op 20 juli 1928 in Praag in wat toen nog Tsjecho-Slowakije werd genoemd. Zie ook alle tags voor Pavel Kohout op dit blog.

 

Uit: The Widow Killer (Vertaald door Neil Bernel)

 

“Thunder, mused Chief Inspector Buback, in February? It was over before he knew it. A large aerial bomb, he realized, and it had fallen uncomfortably close by.

    The building of the Prague Gestapo, where Buback worked as liaison officer for the Reich's criminal police office, swayed wildly for what seemed like an eternity, but did not collapse. The proverbial quiet followed the storm; time stopped. Eventually sirens began to wail, and the officers and secretaries trooped down to the shelter.

    He stared, motionless, at the two faces on his desk.

    Buback disliked the shelter, in the basement of the old Petschke Bank. Some of its safes had been converted into cells; he'd heard a good interrogation there helped political prisoners remember all sorts of forgotten details. So he stayed upstairs, thunderstruck: the blast and the shaking had brought Hilde and Heidi back to life.

    Their framed picture had traveled with him throughout the war. The offices changed, as did the cities and countries, but everywhere they had smiled radiantly at him, older and younger versions of a quiet, soothing loveliness. He conducted meetings and interrogations as they gazed at him from that final peacetime summer on the Isle of Sylt; for the most part he barely noticed them. But not an hour went by without Buback remembering in a flash of joy that they were alive.

    They had been on his desk last year in Antwerp as men in other departments prepared for the retreat by burning documents in the courtyard. He had sneezed as the pungent smoke tickled his nose, and for a moment he did not understand the voice on the telephone telling him that both of them were dead. The smiles in the picture still glowed inside him; they flatly contradicted what he heard. Then the official from Berlin headquarters read him the police report.”

   

 

1429427-af7e31150814deefe32b81ffa886ad89.jpg 

Pavel Kohout (Praag, 20 juli 1928)

 

 

 



De Oostenrijkse schrijfster
Lotte Ingrisch (geb. Charlotte Gruber) werd geboren op 20 juli 1930 in Wenen. Zie ook alle tags voor Lotte Ingrisch op dit blog.

 

Uit: Die doppelte Lotte

 

„Vielleicht habe ich ein Rätsel gelöst. Ein Geheimnis erraten. Ich wiederhole, vielleicht. Aber wenn, wird es Ihr Leben verändern.

Ich bin alt. Die nach mir kommen, sollen forschen, rechnen, experimentieren. Meine privaten Theorien wissenschaftlich bestätigen oder widerlegen. Wenn sie aber bestätigt werden ...

Begleiten Sie mich auf meiner Entdeckungsreise. Sie war verblüffend, erschreckend und fast immer komisch. Ich hab mich gewundert, mich gefürchtet, aber viel gelacht. Ich lache gern und wünsche mir, dass Sie es bei der Lektüre auch tun. Schrecken und Komik liegen so nah beieinander.

Materialisten behaupten, dass es nur Materie gibt. Sie berufen sich auf ihre nicht gemachten Erfahrungen, was an einen Maulwurf erinnert, der die Milchstraße leugnet. Der Ärmste, er kann sie nicht sehen. Im Gegensatz zu ihnen erkläre ich aufgrund gemachter Erfahrungen den Kosmos der Maulwürfe für ein Hirngespinst von Blinden. Sinnlos, sich an ihm orientieren zu wollen.

Im Namen der Milchstraße berichte ich von Erfahrungen, welche die Existenz von Doppelgängern und parallelen Universen dokumentieren. Dazu eine kleine Einführung:

Der Doppelgänger ist eine Person, die so ausschaut wie, zum Beispiel, Sie – obwohl Sie es gar nicht sind. Doppel- gänger sind aus allen Zeiten und Kulturen bekannt. Sie haben viele Namen. Ob feinstofflicher, siderischer, astraler, Äther- oder Hauchkörper – ich nenne ihn am liebsten Quantenleib. Teilchenkörper und Quantenleib sind Erscheinungen unserer Doppelnatur. Wir sind sowohl materiell als auch immateriell, was nicht erschreckend, sondern ein Segen ist.“

 

 

 1429427-0b9a24d828f47d689b0588424af24433.jpg

Lotte Ingrisch (Wenen, 20 juli 1930)





De Oostenrijkse schrijfster Elfriede Kern werd geboren op 20 juli 1950 in Bruck an der Mur. Zie ook alle tags voor Elfriede Kern op dit blog.

 

Uit: Kopfstücke

 

„Man täuscht sich da oft, hat die Frau gesagt, ohne Säge ist nicht viel zu machen, das könnte in ein Gemetzel ausarten, und dazu möchte ich mich eigentlich nicht hergeben. Wenn es nicht sauber und einigermaßen schmerzlos gemacht werden kann, dürfen Sie auf meine Hilfe nicht zählen. Ich bin verzweifelt. Es ist ganz ausgeschlossen, daß ich hier im Zug irgendwo eine Säge auftreibe. Säge oder Axt, hat die Frau gesagt, beides ist möglich. Auch eine Axt wird sich hier im Zug nicht finden, sie weiß das genausogut wie ich. Dann ist also alles umsonst gewesen, hab ich gesagt, Yolande hat umsonst so tapfer durchgehalten und kann mir mit Recht den Vorwurf machen, daß ich ihr Bein ganz unnötig aufs Spiel gesetzt habe. Sie beobachtet uns die ganze Zeit, hat die Frau gesagt und an mir vorbei ins Abteil geschaut, sie schöpft Verdacht, wenn wir noch lange hier draußen stehenbleiben.“

 

 

 1429427-aa5f9bc4f63eddb43e119e2bfd99fa79.jpg

Elfriede Kern (Bruck an der Mur, 20 juli 1950)

Bruck an der Mur

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Thomas Louis Berger werd geboren op 20 juli 1924 in Cincinnati, Ohio. Zie ook alle tags voor Thomas Berger op dit blog.

 

Uit: Best Friends

 

“Such terms made Roy uncomfortable, and he himself never used them. "I'm trying to tell you there's no boffer or boffee. There's just your humble servant and another self-commanded person. Sometimes we're lovers and sometimes not."
"Lovers?" Sam gestured with his own stein, which he had long since emptied and was politely waiting to refill at Roy's convenience. "See, that's what I don't get. The sex I can understand better than what you call love. How can one-night stands, even with the same partner for a week or two, be love?"

Sam would never understand that for Roy, making love could be a three-second meeting of the eyes with a woman in the window of a passing bus. At the same time, Roy still loved all the women with whom he had ever had intimate relations, a sizable company if not as multitudinous as Sam imagined, though no account was actually kept. Roy liked to think a great many of his former partners shared the feeling, though he knew not all did. There were of course those who felt rejected, even betrayed, when it was he who brought it to an end, and not even all of those who took the initiative in terminating the affair could forgive him for sincerely agreeing with their decision.
Roy tried to recognize his own inadequacies, though more than one of the women he had frequented disparaged his sort of self-criticism as being actually an insidious form of conceit. But there were those who found it attractive in a man forthrightly to admit his flaws without using such an admission as a pretext for an array of attention-demanding excuses. Roy would readily apologize, but he rarely explained. There were those who saw that as a kind of honesty all too uncommon in the male sex. Not all women want to be lied to, as Roy would tell the ones he thought might agree, and he was right often enough.”

 

 

 1429427-413c63eb70a3965a1189781900dda2a9.jpg

Thomas Berger (Cincinnati, 20 juli 1924)

Cincinnati

 

 

 

 


De Engelse dichter
Thomas Lovell Beddoes werd geboren op 20 juli 1803 in Clifton. Zie ook alle tags voor Thomas Lovell Beddoes dit blog.

 

 

Song On The Water

 

As mad sexton's bell, tolling
For earth's loveliest daughter
Night's dumbness breaks rolling
Ghostily:
So our boat breaks the water
Witchingly.

As her look the dream troubles
Of her tearful-eyed lover,
So our sails in the bubbles
Ghostily
Are mirrored, and hover
Moonily.

 

 

 

To Night

 

So thou art come again, old black-winged night,
Like an huge bird, between us and the sun,
Hiding, with out-stretched form, the genial light;
And still, beneath thine icy bosom's dun
And cloudy plumage, hatching fog-breathed blight
And embryo storms, and crabbéd frosts, that shun
Day's warm caress. The owls from ivied loop
Are shrieking homage, as thou cowerest high;
Like sable crow pausing in eager stoop
On the dim world thou gluttest thy clouded eye,
Silently waiting latest time's fell whoop,
When thou shalt quit thine eyrie in the sky,
To pounce upon the world with eager claw,
And tomb time, death, and substance in thy maw.

 

 

 1429427-3bf35ddf0594ae1b72e077ea6b74a072.jpg

Thomas Lovell Beddoes (20 juli 1803 – 26 januari 1849)

Portret door Rosalind Bliss, 2007
Geschreven door Romenu om 14:09 Reageer op dit bericht

Mart Smeets, Anna Enquist, Gottfried Keller, Miltos Sachtouris, Jean-Pierre Faye, Hermann Bahr


Bij de Tour de France

 

 

 

 1428975-7fd298fd255f4ab8b51f8decbae9647f.jpg

Team Radio Shack in actie in 2010, in het midden L. A.

 

 

 

Uit: Onmacht, dat is het… (column)

“Als er iets vervelend is aan de laatste etappe van de Tour…
Nu kreeg het deze lading mee en kreeg het alle aandacht van de wereld.
Met een staartje natuurlijk.
De boete van de grove (??) overtreding van Team Radio Shack zal door de UCI op de rekening van het Zwitserse kankerfonds worden overgemaakt.
Go figure, wat een ontstellende hypocrieten.
Regels dienen soms overtreden te worden om diep bij ons mensen hun weerslag te krijgen. Dit was zo’n moment dat het niemand pijn deed, dat het waardig en ook nog leuk en zonder poeha werd uitgevoerd en wat doet de scheidsrechter?
Hij pakt een donkergele kaart.
Hij weet niet beter. Hij hanteert de regels.
De regels van de ongevoeligen, van de nitwits, van de schoonmakers, van de lege hoofden. Gevoelloze wezens, op sterk water staande medeburgers, dat zijn het.
Dit was nou zo’n moment, dat door de vingers zien een ‘must” was. Voor 102 kilometer lang.
Regelgevers en beschermers daarvan zijn toch soms zo meelijwekkende mensen. Ik kan er niets aan doen, maar ben het van harte met Johan Bruyneel eens.
Die sprak in een tweet over hersenloze wezens.
Dat is niet aardig gesteld, maar dekt de lading volledig.
Maar, dacht ik, L.A. was nu bijna Voltooid Verleden Tijd en dan kon hij, in zijn finale kilometers toch nog even goed gepakt worden.
Dan werd er tenslotte toch duidelijk wie het echt voor het zeggen had.
Een actie, misschien wel schalks en uiteraard onaangekondigd, voor een zeer nobel doel, werd dan toch nog inzet van het moordende machtspel dat zich altijd al in de contouren van de Ronde van Frankrijk afspeelt.
Dat laatste is, als je er goed over nadenkt, zo intens triest.”

 

 

 

 1428975-88600090f8021529aea103e4926df102.jpg

Mart Smeets (Arnhem, 11 januari 1947)





 

De Nederlandse dichteres en schrijfster Anna Enquist werd geboren op 19 juli 1945 in Amsterdam als Christa Boer. Zie ook mijn blog van 19 juli 2010 en eveneens alle tags voor Anna Enquist op dit blog.

 

 

Vanuit de keuken

Voor L.

Mijn zilverharige vriendin en ik
zijn als twee grote appelbomen
steviger en heerlijker dan ooit in bloei,
voor de bongerd gerooid wordt.

Wanneer wij elkaar spreken, bijvoorbeeld
over het best-bewaarde damesgeheim
aller tijden, of over hoe wij ons
voegen naar de wet van de wereld,

almaar, en waarom, zegt zij mij:
wij zijn bang voor onze eigen kracht.
En inderdaad, met vreugdevolle
en opbolderende angst zeil ik daarna

de trap af: welke onderneming zal ik
nu eens gaan oprichten, welke harde
waarheid beschrijven; en ga ik, immers
in vlam, die oorlog eens voeren?

 

 

 

Tamboer

 

We horen hem wel, de tamboer in de verte,
maar luisteren niet. De maat van zijn stokken
bepaalt onze stappen. Ook nu. Verwijlen

wil ik bij een wals van vroeger, een dans,
kind op de arm. Het spant ondraaglijk
tussen toen en vandaag. Aan de mars valt niet

te ontkomen. Woedend doe ik een greep
in de muziekdoos van het geheugen, waar
haar te vinden voor ik omval? Maar kijk,

de trommelaar brengt ons het kleinkind,
verlokt ons tot een nieuw lied, zadelt ons op
met de laatste vreugde voor de eindstreep.

 

 

 

 

Voor hobo en piano

 

Zij heeft het riet in huis gehaald, waar altijd
met een zweem van streling, snaren klonken. Zij
wil niet als de klarinet behagen, niet verlokken
als de fluit. Zij stelt. Zo eenzaam heb ik haar
als meisje nooit gehoord. Met haar oprecht en
puur geluid blaast zij zich daaglijks verder weg.
Wat nu? Ik bied haar fluisterende tegenstemmen
op het aangetast gebit van mijn klavier, ik vang
mijn grote kind nog in een uitgerekt accoord
maar ga haar toevertrouwen aan de tegenwind.

 

 

 

 1428975-49eda4a359f79a136acd39e5df616c5f.jpg

Anna Enquist (Amsterdam, 19 juli 1945)

 

 

 

 

 

De Zwitserse schrijver Gottfried Keller werd geboren in Zürich op 19 juli 1819. Zie ook alle tags voor Gottfried Keller op dit blog.

 

Uit: Der grüne Heinrich

„Das Dorf zählt kaum zweitausend Bewohner, von welchen je ein paar hundert den gleichen Namen führen; aber höchstens zwanzig bis dreißig von diesen pflegen sich Vetter zu nennen, weil die Erinnerungen selten bis zum Urgroßvater hinaufsteigen. Aus der unergründlichen Tiefe der Zeiten an das Tageslicht gestiegen, sonnen sich diese Menschen darin, so gut es gehen will, rühren sich und wehren sich ihrer Haut, um wohl oder wehe wieder in der Dunkelheit zu verschwinden, wenn ihre Zeit gekommen ist. Wenn sie ihre Nasen in die Hand nehmen, so sind sie sattsam überzeugt, daß sie eine ununterbrochene Reihe von zweiunddreißig Ahnen besitzen müssen, und anstatt dem natürlichen Zusammenhange derselben nachzuspüren, sind sie vielmehr bemüht, die Kette ihrerseits nicht ausgehen zu lassen. So kommt es, daß sie alle möglichen Sagen und wunderlichen Geschichten ihrer Gegend mit der größten Genauigkeit erzählen können, ohne zu wissen, wie es zugegangen ist, daß der Großvater die Großmutter nahm. Alle Tugenden glaubt jeder selbst zu besitzen, wenigstens diejenigen, welche nach seiner Lebensweise für ihn wirkliche Tugenden sind, und was die Missetaten betrifft, so hat der Bauer so gut Ursache wie der Herr, die seiner Väter in Vergessenheit begraben zu wünschen; denn er ist zuweilen trotz seines Hochmutes auch nur ein Mensch.

Ein großes rundes Gebiet von Feld und Wald bildet ein reiches unverwüstliches Vermögen der Bewohner. Dieser Reichtum blieb sich von jeher so ziemlich gleich; wenn auch hie und da eine Braut einen Teil verschleppt, so unternehmen die jungen Burschen dafür häufige Raubzüge bis auf acht Stunden weit und sorgen für hinlänglichen Ersatz, sowie dafür, daß die Gemütsanlagen und körperlichen Physiognomien der Gemeinde die gehörige Mannigfaltigkeit bewahren, und sie entwickeln hierin eine tiefere und gelehrtere Einsicht für ein frisches Fortgedeihen als manche reiche Patrizier- oder Handelsstadt und als die europäischen Fürstengeschlechter.“

 

 

 1428975-ed5da7b9d5b60ce82a92de5dbc5ba4da.jpg

Gottfried Keller (19 juli 1819 – 15 juli 1890)

Pasteltekening door Ludmilla Assing, 1854

 

 

 

 

 

De Griekse dichter Miltos Sachtouris of Miltos Sahtouris werd geboren in Athene op 19 juli 1919. Zie ook alle tags voor Miltos Sachtouris op dit blog.

 

 

MARIA

 

Pensive Maria
removed her stockings

From her body came
voices of others
of a soldier who spoke like a bird
of a sick person who’d died of sheep’s pains
and the cries of Maria’s baby niece
that had been born those very days

Maria wept wept
now Maria laughed
she spread her arms at night
remained with her legs apart

Then her eyes darkened
black black blurry they darkened

The radio played
Maria wept
Maria wept
the radio played

Then Maria
slowly opened her arms
she began to fly
around the room

 

 

 

 1428975-af4426bf2cbe627957d6dc3d34cf6810.jpg

Miltos Sachtouris (19 juli 1919 – 29 maart 2005)

 

 

 

 

 

De Franse schrijver en filosoof Jean-Pierre Faye werd geboren in Parijs op 19 juli 1925. Zie ook alle tags voor Jean-Pierre Faye op dit blog.

 

Uit: La bulle, le cycle, l’avenir

 

« Chaque vague innovationnelle induit la suivante : la machine à vapeur de Watt qui actionnait le renvideur des filatures de textiles, va se transformer en locomotive sur rail. Le règne des transports ferroviaires se métamorphose en réseaux automobiles. L’étincelle de l’électricité prend le vol informatique de l’internet, – mais c’est la “bulle internet” qui a donné en l’an 2000, une décennie d’avance, le signal de l’explosion financière en cours.

– Sommes-nous donc au fond du trou creusé par un IVe “cycle de Kondratieff” ? Ce n’est point hasard s’il est annoncé par “l’éclatement de la bulle spéculative sur les valeurs Internet”, innovation technique étincelante, s’il en fut. La chute des valeurs du Nasdaq en mars 2000 précède en effet – et provoque, par le jeu bancaire des taux d’intérêts relevés – la lourde déprime des ‘subprimes’, et sa suite. En France une “boule spéculative” nommée Messier – celui-ci avait justement le nom d’une galaxie – marque durement ce moment, qui précède d’une décennie et suscite de loin l’orage de Septembre 2008.

Faut-il relire le millier de pages où Schumpeter explore la mécanique ondulatoire de l’économie mondiale ? Cette description était donc une ‘vieille lune’ pour les économistes sérieux, durant les trente années “glorieuses”. Elle nous décrit aujourd’hui sans doute ce qui se passe – aujourd’hui. Pour tenter de faire comprendre ce qui a lieu, à travers les fantasmes divers de ce que Schumpeter nomme sobrement la “création de crédit”, par les jeux bancaires, – lui-même décrit curieusement ceux-ci comme les ‘équivalents’ de ce que voulait être alors en Russie soviétique le “Gosplan”, le “Plan d’Etat” soviétique : machine apparemment plus claire, plus rationnelle…”

 

 

 1428975-effd80590cba1410b94f669c63eec841.jpg

Jean-Pierre Faye (Parijs, 19 July 1925)

 

 

 

 

De Oostenrijkse toneelschrijver, romanschrijver, essayist, tijdschriftuitgever, journalist, theaterregisseur, dramaturg en theater-, kunst- en cultuurcriticus Hermann Bahr werd geboren op 19 juli 1863 in Linz. Zie ook alle tags voor Hermann Bahr op dit blog.

 

Uit: Trost in Goethe

 

„Nun bot mir Stadtrat Goeritz, der Leiter des Vereins, in dem ich immer spreche, das letzte Mal an, mich jetzt einmal über die neueste Kunst auszulassen; über Expressionismus, Kubismus, Futurismus. Goeritz, der selbst einen ganz entschiedenen Geschmack, ein ganz zuverlässiges Kunstgefühl hat, sich also sicher weiß, kann es sich erlauben, auf alles einzugehen, ohne Angst, dadurch verwirrt zu werden. Und seine Leute stehen in einer starken Überlieferung so fest, daß er auch für sie nichts zu fürchten hat; die bläst so bald kein Wind um, woher er auch kommen mag. Den Stadtrat scheint's eher zu freuen, wenn er sie von Zeit zu Zeit einmal gehörig aufschütteln und zerzausen kann. Es ist ein gut versicherter Menschenschlag, dem man getrost zumuten darf, was ungewissen Geistern vielleicht gefährlich würde. Sie haben einen vortrefflichen Magen, sie werden auch den Futurismus verdauen! Und mein Goeritz hält darauf, seine Stadt mit allem zu versehen, was gut und teuer ist; es soll keiner erst nach Berlin fahren müssen, um das Neueste zu haben. So sprach er mir Mut zu, mich ja nicht zu schonen, und ich sah seinen munteren klugen Augen das Vergnügen an, einen solchen Sauerteig an mir zu haben. Als ich ihm aber zugesagt hatte, fiel es schwer auf mich, denn ich mußte ja jetzt vor allem erst einmal darüber nachdenken, wie ich denn eigentlich selbst vom Expressionismus denke. Mit dem Impressionismus bin ich aufgewachsen. Ich war Impressionist, bevor ich einen kannte. Wenn ich mich dann für den Impressionismus schlug, war es für mein eigenes Leben. Und als ich ihn nun plötzlich aber nicht mehr von den Alten, sondern von einer neuen Jugend bedroht sah, das mahnte mich daran, daß es Abend für uns wird. Ich schloß daraus zunächst nur, es sei Zeit, daß ich mit Anstand alt werden lerne. Die mit mir jung gewesen waren, wollten das aber nicht, und es verdroß mich, sie gegen die Jugend nun selbst wieder genau so töricht und ungerecht zu sehen, wie vor dreißig Jahren die Alten gegen uns. Ich schämte mich für uns alle.“

 

 

 1428975-76d5a591c01645cf011fb4a163af87be.jpg

Hermann Bahr (19 juli 1863 - 15 januari 1934)
Portret door Ferry Bératon, 1893

 

 

 


Zie voor de schrijvers van de 19e juli ook
mijn blog van 19 juli 2011 deel 1 en ook deel 2 eneveneens deel 3

Geschreven door Romenu om 16:51 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten