Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Wanda Schmidt, Marga Kool, Benedict Kiely, Thomas de Quincey, Matthias Claudius

De Zwitserse dichteres en schrijfster Wanda Schmid werd geboren op 15 augustus 1947 in Zürich. Zie ook alle tags voor Wanda Schmid op dit blog.

 

 

Gras

Gras grün
Erdhaare kämmen
mit rostigen Zincken

zwei Nächte
sehr dunkel
genügen dem Tastsinn

Honiggras
Margeriten
und Sauerampfer
der Sommer
wird nicht bleiben
können

Schnitt

Möven erklären
den Winter
das Gras liegt
ungekämmt
unter Schnee

 

 

 

 1442269-ff369ef155545eaad509a1c2affd5474.jpg

Wanda Schmid (Zürich, 15 augustus 1947)

Zürich 

 

 

 


De Nederlandse schrijfster en dichteres
Marga Kool werd geboren in Beekbergen op 15 augustus 1949. Zie ook alle tags voor Marga Kool op dit blog.

 

Uit: Moeders hoofddoekje

 

„Ik zie moeder buiten scharrelen bij de waslijn. Regenjas. Hoofddoekje omgeknoopt zodat de wind het dure permanent niet kan verrinneweren. Moeder had altijd al hoofddoekjes in soorten en maten. Sommige tuttig, met een rand van felgekleurde rozen. Tegen stof en spinnen, bij ragen en ramenwassen. Tegen de kou, als ze ’s winters op de fiets naar het dorp moest. Maar ook mooie zondagse van zuiver zijde. Boerenvrouwen konden niet zonder hun hoofddoekjes, zoals stadsvrouwen niet kunnen bestaan zonder hun paraplu. Alle vrouwen in onze buurt droegen ze. Losjes geknoopt om het haar niet te pletten, of strakgetrokken over de krulspelden. En allemaal stijfjes dichtgeknoopt onder de kin. Als het regende ging er een plissé-regenkapje overheen. Mooi was anders. Als ik elegante jonge moslima’s zie lopen met smaakvolle hoofddoekjes in de nek geknoopt, denk ik vaak: “Zo kan het dus ook!”

Moeder komt aanlopen met de lege wasmand. Ze kijkt schuldbewust. Ze weet dat ik dat liever niet heb, dat geheister achter in de tuin. Ze is al zesentachtig namelijk, en slecht ter been.

“Pas maar op, mam”, zeg ik. “Als Dinges wint op 9 juni, wordt dat verboden.” “Wat?”, zegt moeder beduusd, en peutert aan de knoop onder haar kin.

  “Die hoofddoek, die gaat hij verbieden. Duizend euro boete!”

Een ogenblik verstart ze. Dan lacht ze opgelucht.

“O”, zegt ze. “Je bedoelt die malloot, hoe heet ie?”

 “Nou ja moeder”, zeg ik. “Je hebt het wél over een volksvertegenwoordiger, hoor! Hij vindt, dat je Nederland vervuilt met die kopvodde.”

 “Het moet niet gekker worden”, zegt moeder moedeloos en scharrelt naar de keuken. “Ze moesten hem maar eens aan het werk zetten, de lulhannes, inplaats van flauwekul verkopen van onze belastingcenten.” Ze pakt water voor de koffie en ik hoor haar nog mompelen: “Die blonde rotzooi in je haar, dát is pas slecht voor het milieu…”

 

 

 1442269-de76005bfe59fdbb91f479a6c4aaec79.jpg

Marga Kool (Beekbergen, 15 augustus 1949)

 

 

 

 

De Ierse schrijver en journalist Benedict Kiely werd geboren in Omagh op 15 augustus 1919. Zie ook alle tags voor Benedict Kiely op dit blog.

 

Uit: The Collected Stories Of Benedict Kiely

 

'Not a watch between them,' said the fusilier. 'Time doesn't count in Tansey's.'

The fusilier read: Screaming with terror the Maoris were dragged from their lofty perches. The beasts, uncontrolled by Tarzan, who had gone in search of Jane, loosed the full fury of their savage natures upon the unhappy wretches who fell into their clutches ... Sheeta, in the meanwhile, had felt his great fangs sink into but a single jugular ...

Afterwards when the guests had gone Isaac said, 'The Cowboy Carson had a ranch once on the Rio Grande. He told me he had seventy pinto ponies.'

'Son,' said the fusilier, 'I hate to rob you of your fancy. But better for your father to do it than for the hard world and the black stranger. The Cowboy Carson was never out of this town except perhaps to carry Pat Moses Gavigan's bag as far as the pike-water at Blacksessiagh. It all comes out of the wee books you see in the paper-shop window: Deadwood Dick and Buffalo Bill, and Hit the Tuttle Trail with Hashknife and Sleepy.'

 

 

 1442269-ea67a0094f37aa9d6de3bedd870cfae0.jpg

Benedict Kiely (15 augustus 1919 - 9 februari 2007)

 

 

 

 

De Engelse schrijver Thomas De Quincey werd geboren op 15 augustus 1785 in Manchester. Zie ook alle tags voor Thomas De Quincey op dit blog.

 

Uit: Confessions of an English Opium-Eater

 

“Thus, for instance, opium, like wine, gives an expansion to the heart and the benevolent affections; but then, with this remarkable difference, that in the sudden development of kind-heartedness which accompanies inebriation there is always more or less of a maudlin character, which exposes it to the contempt of the bystander.  Men shake hands, swear eternal friendship, and shed tears, no mortal knows why; and the sensual creature is clearly uppermost.  But the expansion of the benigner feelings incident to opium is no febrile access, but a healthy restoration to that state which the mind would naturally recover upon the removal of any deep-seated irritation of pain that had disturbed and quarrelled with the impulses of a heart originally just and good.  True it is that even wine, up to a certain point and with certain men, rather tends to exalt and to steady the intellect; I myself, who have never been a great wine-drinker, used to find that half-a-dozen glasses of wine advantageously affected the faculties—brightened and intensified the consciousness, and gave to the mind a feeling of being “ponderibus librata suis;” and certainly it is most absurdly said, in popular language, of any man that he is disguised in liquor; for, on the contrary, most men are disguised by sobriety, and it is when they are drinking (as some old gentleman says in Athenæus), that men εαυτους εμφανιζουσιν οιτινες εισιν—display themselves in their true complexion of character, which surely is not disguising themselves.” 

 

 

 1442269-ae91979b65ee73dc23f2713f5cba977e.jpg

Thomas de Quincey (15 August 1785 – 8 December 1859)

Portret door Sir John Watson Gordon, 1846 

 

 

 

 

 

De Duitse dichter Matthias Claudius werd op 15 augustus 1740 geboren in het Duitse stadje Reinfeld in de buurt van Lübeck. Zie ook alle tags voor Matthias Claudius op dit blog.

 

 

Die Sternseherin Lise

 

Ich sehe oft um Mitternacht,

Wenn ich mein Werk getan

Und niemand mehr im Hause wacht,

Die Stern' am Himmel an.

Sie gehn da, hin und her zerstreut

Als Lämmer auf der Flur;

In Rudeln auch, und aufgereih't

Wie Perlen an der Schnur;

 

Und funkeln alle weit und breit,

Und funkeln rein und schön;

Ich seh die große Herrlichkeit,

Und kann mich satt nicht sehn...

 

Dann saget, unterm Himmelszelt,

Mein Herz mir in der Brust:

»Es gibt was Bessers in der Welt

Als all ihr Schmerz und Lust.«

 

Ich werf mich auf mein Lager hin,

Und liege lange wach,

Und suche es in meinem Sinn,

Und sehne mich darnach.

 

 

 

 1442269-0f03711fb42cef3a8b6fc635a690c296.jpg

Matthias Claudius (15 augustus 1740 - 21 januari 1815)

Portret, toegeschreven aan  Friederike Leisching, rond 1797

 

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 15 augustus 2010.

 

De Duitse schrijfster en draaiboekauteur Susanne Mischke werd geboren op 15 augustus 1960 in Kempten. Zie ook mijn blog van 15 augustus 2009 en ook mijn blog van 15 augustus 2010.

 

De Nederlandse schrijver R.J. Peskens (auteursnaam van uitgever Geert van Oorschot) werd geboren in Vlissingen op 15 augustus 1909. Zie ook mijn blog van 15 augustus 2008. en ook mijn blog van 15 augustus 2009

 

De Duitse schrijver, essayist en televisiepresentator Roger Willemsen werd geboren in Bonn op 15 augustus 1955. Zie ook mijn blog van 15 augustus 2009.

 

De Amerikaanse schrijfster Edna Ferber werd geboren op 15 augustus 1885 in Kalamazoo, Michigan. Zie ook mijn blog van 15 augustus 2008 en ook mijn blog van 15 augustus 2009.

 

De Duitse dichter en schrijver Heinrich Eichen werd geboren op 15 augustus 1905 in Bonn. Zie ook mijn blog van 15 augustus 2008 en ook mijn blog van 15 augustus 2009.

Geschreven door Romenu om 19:26 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

De blogger leest alles eerst na: je tekst verschijnt zodra die goedgekeurd is.

Dolce far niente (Spätsommer, Hermann Hesse)


Dolce far niente

 

 

 1441767-da79749a1371a462f624ac9f3cbb77f5.jpg

George Innes, Summer Days, Cattle Drinking Late Summer, 1857

 

 

 

 

Spätsommer

 

Noch schenkt der späte Sommer

Tag um Tag voll süßer Wärme.

Über Blumendolden schwebt da und dort

mit müden Flügelschlag ein Schmetterling

und funkelt sammetgolden.

 

Die Abende und Morgen atmen feucht

von dünnen Nebeln, deren Naß noch lau.

Vom Maulbeerbaum mit plötzlichem Geleucht

weht gelb und groß ein Blatt ins sanfte Blau.    

 

Eidechse rastet auf besonntem Stein,

Blätterschatten Trauben sich verstecken.

Bezaubert scheint die Welt, gebannt zu sein,

in Schlaf, in Traum, und warnt dich, sie zu wecken.

 

So wiegt sich manchmal viele Takte lang

Musik, zu goldener Ewigkeit erstarrt.

Bis sie erwachend sich dem Bann entrang

zurück zu Werdemut und Gegenwart.

 

Wir Alten stehen erntend am Spalier  

und wärmen uns die sommerbraunen Hände.

Noch lacht der Tag, noch ist er nicht zu Ende.

Noch hält und schmeichelt uns das heut und Hier.

 

 

 

 

 1441767-6b95e6827b2ee56adc43fefbf07023fe.jpg

Hermann Hesse (2 juli 1877 – 9 augustus 1962)

 

 

 

Zie voor de schrijvers van de 14 augustus ook mijn blog van 14 augustus 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 19:48 Reageer op dit bericht

Stefanie de Velasco

Onafhankelijk van geboortedata

 

De Duitse schrijfster Stefanie de Velasco werd geboren in 1978 in Oberhausen. Zij groeide op in het Rijnland . De Velasco studeerde Europese Etnologie en politieke wetenschappen in Bonn, Berlijn en Warschau . Ze woont en werkt in Berlijn. In 2011 kreeg zij voor het begin van haar debuurroman de Literaturpreis Prenzlauer Berg. Momenteel ( 2013 ) ontvangt ze een beurs van de Drehbuchwerkstatt München. Haar debuutroman “Tigermilch” vertelt het verhaal van twee 14-jarige meisjes die er op uitgaan, om zich te laten ontmaagden. Wat begint als een leuke zomervakantie eindigt in een tragedie, waarbij de twee meisjes getuige worden van een eerwraak.

 

Uit: Tigermilch

 

“Ich würde gern aufstehen und gehen, ich will nach Hause, aber zu Hause, ist das bei Rainer und Jessi, bei Mama und ihrem Sofa? Ich weiß nicht, keine Ahnung, wo ich hinwill, ich will auf Amirs Linde und so weit hochklettern, dass mich die grünen Blätter ganz bedecken und mich keiner finden kann, ich will das dünne Ende vom Wollfaden in den Ästen suchen und mich wie ein Äffchen daran festhalten, so lange, bis jemand die Welt unter mir wieder zusammengeklebt hat.” 

(…)

 

“Jameelah liebt es, Buchstaben zu vertauschen, Wörterknacken nennt sie das. Aus Luft macht sie Lust, aus Nacht nackt, Lustballons, Nacktschicht, Lustschutzkeller mit Nacktwärtern. Wir sprechen außerdem O-Sprache, Geld ist Gold, mit Filter drehen gibts nicht mehr, nur mit Folter drohen.”

(…)

 

Ja, schreit Jasna, jetzt weinst du, aber zuerst, zuerst zerrst du mich hierher auf diese Welt und lässt mich einfach allein, und jetzt, jetzt, wo ich sterben will, da weinst du. Ihre Mutter verkriecht sich in Tariks Armen, sie legt die Hände auf seine breiten Schultern und formt sie zu kleinen Fäusten, ich sehe, in der einen Faust hält sie ein Taschentuch. Immer diese Taschentücher, denke ich, wie kleine Stofftiere, nur für Mütter, nur für Sorgen, traurig geknetete Tierchen aus Tränen, jedes mit seiner eigenen Geschichte."

 

 

1488209-845da4af2f1e5cbf23931ec729b92b7c.jpg
Stefanie de Velasco (Oberhausen.1978 )

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Dolce far niente (Nijmegen, De herrijzenis van Quack, Victor Vroomkoning)


Dolce far niente

 

 

 1441214-f8ec82ca25857e65ead36355fe07b942.jpg

Het Quack-monument in Nijmegen

 

 




De herrijzenis van Quack

 

Iedereen wou met De Stijve op de plaat,
trekker van formaat blijkens prentbrief-
kaarten uit zijn glorietijd. Wie niet met
‘m paarde was niet in Nijmegen geweest.
Paarden dronken van zijn spuitend nat.

Stilaan rees wrevel over Bijlards uitleg
van de laatste wil van schenker Quack,
werd de hybride staat van zuilfontein
gelaakt, neergehaald werd hij geruimd.

Een halve eeuw erna kreeg men weer zin
in hem, oog voor zijn art deco. Te midden
van zijn stralend vocht kwam hij met rood-
granieten schacht en kop onveranderd over-
eind, het opgetogen welkom van de oude stad.

 

 

 

1441214-2bccdc9a7ca1c2d045c25b45d381e56a.jpg 

Victor Vroomkoning (Boxtel, 6 oktober 1938)

 

 

 

 

Zie voor de schrijvers van de 13e augustus ook mijn blog van 13 augustus 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 17:12 Reageer op dit bericht

Antoine de Kom

De Nederlandse schrijver en dichter Antoine de Kom werd geboren in Den Haag op 13 augustus 1956. Antoine de Kom woonde van 1966 tot 1971 in Paramaribo. Hij studeerde geneeskunde aan de Universiteit van Amsterdam en werkte als psychiater aan het Pieter Baan Centrum. Hij debuteerde in 1989 in het tijdschrift De Gids onder het pseudoniem Raymond Sarucco. Daarna publiceerde hij met regelmaat in De Revisor en in Hollands Maandblad. Zijn eerste bundel “Tropen” verscheen in 1991.

Daarna volgden “De kilte in Brasilia” (1995), “Zebrahoeven” (2001), “Chocoladetranen” (2004) en “De lieve geur van zijn of haar” (2008). In 2012 publiceerde hij Het misdadige brein, een bundeling van miniaturen over beruchte verdachten die in Hollands Maandblad verschenen

 

 

in deze kleine gondel vol gedrochten

 

in deze kleine gondel vol gedrochten

boven de omgespitte dierentuin hangen

op zoek naar het vogelbekdier

dat spartelend zijn aquarium ontglipt.

 

je had je eigenlijk een gedicht voorgesteld

met herinneringen aan de bronx

aan de caribische zee aan een creoolse

uit de antillen: aan joséphine of

aan napoleon daardoor - op elba

had je willen naslaan wat er daar al niet

als een gedicht voorstelbaar was geweest.

 

men gondelt door een dierentuin bungelt in persoon

voor koala’s die zich graag op de foto

laten knuffelen met dodelijk gevaar voor eigen ribben.

 

nu de varaan roerloos en aaibaar gaapt

ontbreekt hij niet naast dekstoel & sloep terwijl

uit de deur naar de brug kleine blauwe pinguïns tevoorschijn komen

het schip sonoor trilt de zeewind lauw als de nacht is

en heel vele lichtjes van dobberende vissersboten

voortekens waren die er op wezen dat je al bijna oog

in oog ligt met een kameel naast je opgepropt

die met de kop tegen het zachte linnen van je kooi

op de ganymedes van zijn lange reis door het zand uitrust.

 

 

 

nu ik ontwaak

 

nu ik ontwaak
ter hoogte van dakar
denk ik die twee achter me
(stoel rij vijf of zo dacht ik)
(ze zijn al slaperig)
zomaar in licht bedwelmde staat.
als zware katers soezen
ze met open oren glanzend zwart:
dan draaien ze zich om en zinken
in diepe slaap – roerloze lichamen donzig
ademen de buiken in diepblauwe luchtige dekens gewikkeld. 

 

 

1497820-debbe6efc81c44d89e412367588ee7ce.png 

Antoine de Kom (Den Haag, 13 augustus 1956)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Dolce far niente (Vermeer: Gezicht op Delft, Willem van Toorn), Thomas Mann


Dolce far niente

 

 

 

1440786-c4f3586259bf9e6725b1ca2af90ae12b.jpg 

Johannes Vermeer: Gezicht op Delft, 1660-1661

 

 

 

 

 

Vermeer: Gezicht op Delft

 

Ik maak je hierin aanwezig.

Je schaduw kondigt je aan

om een hoek. Boodschappen gedaan

in achterstraatjes. Bevend

 

raakt geschilderd zonlicht je aan

als je verschijnt op de kade.

Gehoede regenten staan

te wachten op dode schepen.

 

Ze kijken je na. Joffer. Zeker

laat ik er één bij je slapen

vannacht, als ik je in leven

houd, driehonderd jaar hiervandaan.      

 

 

 

 

1440786-3a4f85f6c192ff338536d6d783ca1e66.jpg
Willem van Toorn
(Amsterdam, 4 november 1935)

 

 

 

 

 

Op 12 augustus 1955 overleed de Duitse schrijver Thomas Mann. Zie ook mijn blog van 12 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Thomas Mann op dit blog.

 

Uit: Tonio Kröger

 

„Die Wintersonne stand nur als armer Schein, milchig und matt hinter Wolkenschichten über der  engen Stadt. Naß und zugig war’s in den giebeligen  Gassen, und manchmal fiel eine Art von weichem  Hagel, nicht Eis, nicht Schnee.

Die Schule war aus. Über den gepflasterten Hof  und heraus aus der Gatterpforte strömten die Scharen der Befreiten, teilten sich und enteilten nach  rechts und links. Große Schüler hielten mit Würde  ihre Bücherpäckchen hoch gegen die linke Schulter  gedrückt, indem sie mit dem rechten Arm wider den  Wind dem Mittagessen entgegen ruderten; kleines  Volk setzte sich lustig in Trab, daß der Eisbrei um herspritzte und die Siebensachen der Wissenschaft  in den Seehundsränzeln klapperten. Aber hie und da  riß alles mit frommen Augen die Mützen herunter  vor dem Wotanshut und dem Jupiterbart eines gemessen hinschreitenden Oberlehrers ...

»Kommst du endlich, Hans?« sagte Tonio Kröger,  der lange auf dem Fahrdamm gewartet hatte; lächelnd  trat er dem Freunde entgegen, der im Gespräch mit

anderen Kameraden aus der Pforte kam und schon  im Begriffe war, mit ihnen davon zu gehen ... »Wieso?« fragte er und sah Tonio an ... »Ja, das ist wahr!

Nun gehen wir noch ein bißchen.« Tonio verstummte, und seine Augen trübten sich.

Hatte Hans es vergessen, fiel es ihm erst jetzt wieder ein, daß sie heute Mittag ein wenig zusammen  spazieren gehen wollten? Und er selbst hatte sich  seit der Verabredung beinahe unausgesetzt darauf  gefreut!

»Ja, adieu, ihr!« sagte Hans Hansen zu den Kameraden. »Dann gehe ich noch ein bißchen mit Kröger.« – Und die Beiden wandten sich nach links, indes die Anderen nach rechts schlenderten.“

 

 

 1440786-64ff53fb8e3660f64c72c96184474ec2.jpg

Thomas Mann (6 juni 1875 - 12 augustus 1955)

 

 

 

 

Zie voor de schrijvers van de 12e augustus ook mijn blog van 12 augustus 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:50 Reageer op dit bericht

Dolce far niente (De Jordaan, Israël Querido)


Dolce far niente

 

 

 

 1440243-437cab37ad057e6c32f7662b47886776.jpg

Noorderkerk, Pieter Schenk, circa 1708

 

 

 

Uit: De Jordaan: Amsterdamsch epos

 

“Nu draafde de buurtpraat over een nieuwe roomijs-bedoening van Jans, nicht van Trui, die wel met gedofte duiten aan het werk zou zijn gegaan; over slenter-tochtjes langs de Maandagmarkt van Westerstraat en Noorderbuurt; over het vreeselijke gehaaide wijf uit de Krommert, die met twee broers leefde en haar mooie lijf verspilde aan een paar woeste schooiers. Plots sprongen ze op den rug van Malle Mien, van wie ze wisten dat ze zich drie jaar lang had laten blauw ranselen door haar dronken man, zonder een pink verweer, en die nu hém ram gaf, zonder dat hij een vin vertrilde. Zoo ziedde de buurtpraat rond, zich moeiend in alles, de meest persoonlijke gebeurtenissen tot op den grond omwoelend met een woedenden hartstocht en een snijdende veroordeeling.

Een vriendin van Trien de Soepketel schold op den broeder van het kliniekje in de Willemstraat.

- Sau'n luydborstige proppeschieter.... heí most d'r 'n krèp ofer se lèmpies....

- Dèt sel je loate.... onderbrak Neeltje met drift.... dèt is d'r 'n engel fèn 'n mènnetje.... ik hep er naujt nie sau'n fènt beleifd....

Al de praat-vrouwen vielen Neeltje bij, roemden de goedhartigheid van den broeder. Trien's vriendin werd giftig en de punt van haar spitsen neus krijtbleek. Haár jongen had de vent met een grauw en een snauw wéggebonjourd, vertelde ze.

- Sau'n lefgauser.... sau'n ribbemaus....

Koekjes Na niesde schrikkerig-kort.

 

 

1440243-d73cab499f2b10bf6d0b73d96cf683f8.jpg 

Straat in de Jordaan, Jan Korthals (1916 - 1972)

 

 

- Sie je wel dèt 't woar is,.... lachte Trien,.... se niest d'rop.

- Loa jullie die nèfke mit rust.... hitste de blonde deern ertusschen.... omdèt d'r keirel flikt mit de peise hep jullie de pest in....

- Nei, nei.... kaàk-nouerissies.... nei... nei.... kaàk.... nei.... stotterde Rolrug.... Hei.... hei... ùg, hoe heit ie nou tug....

- Wie?.... wèt?

- Ug.... hoe heit ie tug?.... hoe....

- Gauj d'r moar 'n dwèrsstroat uyt.... lolde Trien. Rolrug wou iets heel wijs-bemiddelends er tusschenin dringen, maar ze lieten hem niet verder komen dan zijn ‘kaàkerissies’. Juist zijn gestotter sloeg den toorn weer over in spot en lach. -

- Seg Rolrug,.... je mot leire braàje.... hoonde de vrouw met het zweer-gezicht.

- Achter 't orregel fèn Lànge Jèn.... immes!.... schaterde de sigarenmaakster.... twei steikies feùr 't noadje!....

- Kaàk, 'n fraàje-jonge, mit lang hoar, - wie-doet-je-wèt...., gierde Trien.

Zelfs Lientje de Mosterdbak pruttelde een grapje mee over Jaap Bronk. - Onder het hoonend geschimp voelde de bochel weer sterker zijn onmacht. Zijn dooréén-gekroesde, zwarte brauwen trokken nijdig saâm, hingen laag-dreigend op zijn schelle oogen. - Maar weer zweeg hij. Eerst zou hij nog een krakertje pakken bij Moeke in de Anjelier en dan maar naar de vlet slobberen. -            “

 

 

 

 1440243-ec12ed02689cec2fec0152c2e1c35a7d.jpg

Israël Querido (1 oktober 1872 - 5 augustus 1932)

 

 

 

Zie voor de schrijvers van de 11e augustus ook mijn blog van 11 augustus 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 17:35 Reageer op dit bericht

Dolce far niente (Zo kijken, Margreet Schouwenaar)


Dolce far niente

 

 

 

1439831-c4a6eef03bc9185393ba6d460ad3e5a9.jpg 

Alkmaar, De Waag

 

 

 


ZO KIJKEN

 

Zeg ik: ik zag
je warrig haar, je stille ogen,
je lippen smal die woorden
sloten. Zeg ik: ik zag, maar niet

wie je was. Zag ik de lijnen
van je rug met het kleine van
de weerstand, de rijp op je ogen?
Niet van wachten op lente,
maar vaak te koud.
Zeg ik: ik zag zonder onderscheid.
Jij was zoveel
in mij. Zien doet bestaan,
woorden maken leven. Nooit lang.
Zeg ik: alles is even en ook niet.
Zag ik je huid vol aarzelend haar?
Ik was daar thuis. Ik hoorde
In je lichte lied, in je schromend spel.
 
Kan een hart zich vergissen, doen
ogen mee? Elke weg ging toch
naar huis waar jij, waar welkom
op jouw warme lippen.
 
Zeg ik: er is veel voorbij, maar niet
dat je was, niet wat ik zag.
Zo zeg ik.




1439831-a4e8a2f57c88a38b21dfce3d7941654e.jpg
Dit gedicht in de Paternosterstraat in Alkmaar

 

 

 

 

1439831-269a1761224b23827645bce072372a60.jpg 

Margreet Schouwenaar (Schagen, 16 mei 1955)

 

 

 

 

 

Zie voor de schrijvers van de 10e augustus ook mijn blog van 10 augustus 2012 en ook mijn blog van 10 augustus 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 20:15 Reageer op dit bericht

Juan Gabriel Vásquez

De Colombiaanse schrijver Juan Gabriel Vásquez werd geboren in Bogotá in 1973. Hij studeerde rechten in zijn geboortestad, aan de universiteit van Rosario, en vertrok na zijn afstuderen naar Frankrijk, waar hij tussen 1996 en 19999 in Parijs woonde. Daar, aan de Sorbonne, ontving hij een doctoraat in de Latijns-Amerikaanse literatuur. Later verhuisde hij naar een klein stadje in de Ardennen in België. Na een jaar verhuisde hij naar Barcelona. In 2012 keerde hij terug naar Bogota.
Ook al is hij een schatplichtig aan Gabriel García Márquez, hij zier zijn werk als een reactie op het magisch realisme. Vásquez publiceert in diverse tijdschriften en culturele supplementen werkt, schrijft essays en is wekelijks columnist voor de Colombiaanse krant El Espectador. Zijn verhalen zijn verschenen in bloemlezingen in verschillende landen en zijn romans zijn vertaald in verschillende talen. Bovendien heeft hij zelf werken van John Hersey , Victor Hugo , en EM Forster vertaald. In 2011 ontving hij de Premio Alfaguara voor zijn roman "El ruido de las cosas al caer". De romans “Los informantes” (De informanten), “Historia secreta de Costaguana” (De geheime geschiedenis van Costaguana) en “El ruido de las cosas al caer” (Het geluid van vallende dingen) werden in het Nederlands vertaald. Voorlopig verschenen reeds twee verhalen uit de bundel “Los amantes de Todos los Santos” in het Nederlands: “De terugkeer” verscheen in de leesbijlage van Vogue Nederland en het Vlaamse literaire tijdschrift Gierik & Nieuw Vlaams Tijdschrift nam “De huisgenoot” op in zijn lentenummer.

Uit: De geheime geschiedenis van Costaguana (Vertaald door Brigitte Coopmans)

“Chronologie is een ontembaar beest; de lezer heeft geen idee wat voor onmenselijke arbeid ik heb moeten verrichten om mijn verhaal een min of meer geordende aanblik te geven (ik sluit niet uit dat die poging mislukt is). Mijn problemen met het beest zijn tot één enkel probleem te herleiden. Want u zult zien, met het verstrijken van de jaren en na veel nadenken over het onderwerp van dit boek, heb ik kunnen constateren wat ongetwijfeld voor niemand een verrassing is: alle verhalen in de wereld, alle verhalen die men kent, vertelt en zich herinnert, al die kleine geschiedenissen die de mens om de een of andere reden belangrijk vindt en die ongemerkt het angstaanjagende fresco van de Grote Geschiedenis vormen, verhouden zich in juxtapositie tot elkaar, raken elkaar, kruisen elkaar; geen enkel verhaal staat op zichzelf. Hoe spring je daarmee om in een lineair verhaal? Dat is onmogelijk, vrees ik. Ziehier een nederige onthulling, de les die ik heb geleerd in de omgang met de gebeurtenissen op aarde: zwijgen is verzinnen, leugens worden opgetrokken uit het onuitgesprokene, en aangezien het mijn bedoeling is om waarheidsgetrouw te vertellen, zal mijn kannibalistische relaas alles moeten omvatten, alle verhalen die het zonder al te veel moeite kan behappen, de grote en de kleine.”
(…)

Het was in die dagen dat Sarah Bernhardt arriveerde. De lezers sperren hun ogen wijd open, uiten reacties van ongeloof, maar toch is het zo. Sarah Bernhardt was daar. (…) In een piepklein en te warm theater, dat inderhaast was ingericht in een zijvleugel van het Grand Hotel, betrad Sarah Bernhardt voor een geheel Frans publiek, op één na, een podium met twee stoelen, waarop ze (…) uit haar hoofd en foutloos alle monologen uit de Phaedra van Racine voordroeg. Een week later zat ze alweer in de trein, maar dan in tegengestelde richting, en keerde terug naar Europa zonder dat ze ook maar één Panamees had gesproken … maar wel een plekje had verworven in mijn verhaal.”

 

 1516181-a9850f46941471a306899c30fa724729.JPG
Juan Gabriel Vásquez (Bogotá, 1973)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Dolce far niente (Reguliersgracht, Jan Jacob van Geuns)


Dolce far niente

 

 

 

 1439325-89671d7a3c0495547d4b4e43ac626a2d.jpg

Brug Reguliersgracht en Prinsengracht, David Schulman,  (1881-1966)

 

 

Reguliersgracht

 

Er ligt in ’t midden van de groote stad
Een stille gracht met boomen aan weerszijden.
Het leven gaat daar-buiten veel te rad:
Hier rust het uit en sluimert tusschenbeide.

 

Een wandelaar die dwalen komt hierheen
En om zich nóg het straatgeluid hoort suizen
Blijft in verwondering staan: hij is alleen:
Het water spiegelt boomen slechts en huizen…

 

Toen ik vanmiddag ging die gracht voorbij
Zag ik er drijven d’afgewaaide blaadren
-D’eerste dit jaar- het was zoo stil om mij
Dat ik meende: de herfst te hooren naadren…

 

 

 

 1439325-377087ad6803519f1fc0dbd649eecb66.jpg

Jan Jacob van Geuns (25 februari 1893 - 6 maart 1959)

Hoek Reguliersgracht en Keizersgracht (geen portret beschikbaar)

 

 

 

 

Zie voor de schrijvers van de 9e augustus ook mijn blog van 9 augustus 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 21:13 Reageer op dit bericht

Dolce far niente (Haarlems gemoed, Nuel Gieles)


Dolce far niente

 

 

 

 1438769-d0a40f354b1ddcf2c368b21561b05a2c.jpg

Gerrit Adriaensz. Berckheyde, De Grote Markt in Haarlem, 1693

 

 

 

Haarlems gemoed

 

Al jong besefte ik, nog íéts te jong voor woorden:
de Spaarnestad bepaalt m’n klanken en m’n beelden
zuster Mariana wist immers al hoe het in Haarlem hoorde
op de kleuterschool, toentertijd, daar aan de Koningstraat
waar je als peuter al je Haarlems kind-zijn deelde
Het is altijd goed toeven en goed zoeken tussen al die Muggen
botaniseren, desnoods voor ons Noord-Hollands (Stads-)Archief
entomologisch is deze stad mij al decennia zó lief
ik zie De Waag, De Vleeshal, Gravenzaal en bruggen
Hoe Haarlems Haarlem is
kan haast geen Mug je zeggen
zei Nijgh al niet dat Haarlem niet bestaat
laat staan dat hier ter stede in de loop der tijd
een Spaarnestedeling je uit kan leggen
hoe dat nou werkelijk zit
met onze Mugse zijns-mentaliteit
Je zou het Bomans nog eens moeten kunnen vragen
die was zo Haarlems als de hemel en de hel
maar van geboorte eerst een halfjaar Hagenaar, dat wél
wat is er nodig om de geest van Hildebrand uit te dragen
Mulisch, Ferron en Meijsing, Cornelis
van Haarlem, Bronner, Bomans, Beets, Verwey
en Heijboer. En dan ook nog eens die invloed
van Vlaamse jongens als Frans Hals en Lieven de Key
zij maakten Haarlem samen wat het is
ga dan maar eens op zoektocht naar het Haarlemse gemoed?
Wat maakt de stad zo eigensteeds?
dat is dat je elkaar er ziet en groet
in de Schuur, op straat en in de kroeg
op de Grote Markt, waar Loutje staat
maar ook de Zonnevechter
Juist die diversiteit schenkt
Muggen hun karakter
hun krant heet niet voor niets Oprechter
en dat getuigt pas echt van hun mentaliteit.

 

 

 

 1438769-a6d0d1cf01e9b7eee6017e67b2442654.jpg

Nuel Gieles (Haarlem, 17 december 1958)

 

 

 

 

Zie voor de schrijvers van de 8e augustus ook mijn blog van 8 augustus 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 20:56 Reageer op dit bericht

Dolce far niente (Narcisten!, Menno Wigman)


Dolce far niente

 

 

 

 1438269-85b9477e3330f402be35f1fda50641ba.jpg

Gerrit Adriaensz. Berckheyde, De bocht van de Herengracht (1671-1672)

 

 

 

Narcisten!

Bij de viering van het 400-jarig bestaan van de Amsterdamse grachten

 

Net als Venetië trekt Amsterdam dag
en nacht narcisten aan. Het zijn de spiegels,

 

de diepe, zieke spiegels van de grachten,
het is het water dat je gevel rekt,

 

het water dat bekwaam de luchten vangt
en elke blik of kus op film vastlegt.

 

Narcisten! Laat in mei! Hun fraaie tred,
hun weergaloze kop: het komt op film.

 

Het is een drukke stad die aandacht wil
en krijgt. En jij staat bij het IJ en ziet

 

hoe beeld na beeld in de montagekamer
van het water glijdt en daar verdwijnt.

 

Een bijrolzijn we, ijdel, lang van stof,
en in een bijzin zullen we verdrinken.

 

Maar voor we uit het script worden geknipt
spiegelen we ons piekfijn aan het licht.

 

 

 

 1438269-5200af4b9084769594b21d078f8d68d1.jpg

Menno Wigman (Beverwijk, 10 oktober 1966)

 

 

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 7e augustus ook mijn blog van 7 augustus 2012 en ook  mijn blog van 7 juli 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 22:08 Reageer op dit bericht

Dolce far niente (David singt vor Saul, Rainer Maria Rilke)


Dolce far niente

 

 

 1437713-b8bf64d903bcf324d01c2caed77e8d7c.jpg

Magna Plaza, Amsterdam

 

 

 


David singt vor Saul

 

König, hörst du, wie mein Saitenspiel

Fernen wirft, durch die wir uns bewegen:

Sterne treiben uns verwirrt entgegen,

und wir fallen endlich wie ein Regen,

und es blüht, wo dieser Regen fiel.

 

Mädchen blühen, die du noch erkannt,

die jetzt Frauen sind und mich verführen;

den Geruch der Jungfraun kannst du spüren,

und die Knaben stehen, angespannt

schlank und atmend, an verschwiegnen Türen.

 

Daß mein Klang dir alles wiederbrächte.

Aber trunken taumelt mein Getön:

Deine Nächte, König, deine Nächte -,

und wie waren, die dein Schaffen schwächte,

o wie waren alle Leiber schön.

 

Dein Erinnern glaub ich zu begleiten,

weil ich ahne. Doch auf welchen Saiten

greif ich dir ihr dunkles Lustgestöhn? –

 

 

 

1437713-415f108b6aada2de56266c51d5e802b0.jpg 

Rembrandt, Saul en David, (1655-1660)

 

 

 

 

II

 

König, der du alles dieses hattest

und der du mit lauter Leben mich

überwältigest und überschattest:

komm aus deinem Throne und zerbrich

meine Harfe, die du so ermattest.

 

Sie ist wie ein abgenommner Baum:

durch die Zweige, die dir Frucht getragen,

schaut jetzt eine Tiefe wie von Tagen

welche kommen -, und ich kenn sie kaum.

 

Laß mich nicht mehr bei der Harfe schlafen;

sieh dir diese Knabenhand da an:

glaubst du, König, daß sie die Oktaven

eines Leibes noch nicht greifen kann?

 

 

III

 

König, birgst du dich in Finsternissen,

und ich hab dich doch in der Gewalt.

Sieh, mein festes Lied ist nicht gerissen,

und der Raum wird um uns beide kalt.

Mein verwaistes Herz und dein verworrnes

hängen in den Wolken deines Zornes,

wütend ineinander eingebissen

und zu einem einzigen verkrallt.

 

Fühlst du jetzt, wie wir uns umgestalten?

König, König, das Gewicht wird Geist.

Wenn wir uns nur aneinander halten,

du am Jungen, König, ich am Alten,

sind wir fast wie ein Gestirn das kreist.

 

 

 

 1437713-eb523e992442a94c02b9cab71fb368e7.jpg

Rainer Maria Rilke (4 december 1875 – 29 december 1926)

Rembrandt, David speelt de Harp Voor Saul, 1629

 

 

 

 

 

Zie voor de schrijvers van de 6e augustus ook mijn blog van 6 augustus 2012 en eveneens mijn blog van 6 augustus 2011 deel 1 en eveneens deel 2 en ook deel 3.

Geschreven door Romenu om 21:16 Reageer op dit bericht

Dolce far niente (Der Erntewagen, Conrad Ferdinand Meyer)


Dolce far niente

 

 

 

 1436882-58d83147f6003366029b92ef3315a7fb.jpg

De oogst, Vincent van Gogh, 1888

 

 

 


Der Erntewagen

 

Nun des Tages Gluten starben,

Mischen alle zarten Farben

Sich am Himmel golden klar.

In die Helle seh' ich ragen

Einen hohen Erntewagen,

Den umeilt der Schnitter Schaar.

 

Dunkle Arbeit lichtumgeben!

Nächtige Gestalten heben,

Schichten letzte Garben leis,

Und des Abends Feierstunde

Schmückt mit heilig goldnem Grunde

Müder Arme späten Fleiß.

 

 

 1436882-a569e55035feaf320785a93ec414ab7c.jpg

Conrad Ferdinand Meyer (11 oktober 1825 - 28 november 1898)

 

 

 

 

Zie voor de schrijvers van de 5e augustus ook mijn blog van 5 augustus 2012 en  ook mijn blog van 5 augustus 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:58 Reageer op dit bericht

René Puthaar

Onafhankelijk van geboortdata

De Nederlandse dichter René Puthaar werd geboren in Deventer in 1964. Puthaar debuteerde in 1999 met gedichten in De Gids, waarna zijn eerste bundel Dansmuziek in 2000 verscheen bij uitgeverij Meulenhoff. Op grond van “Dansmuziek” werd hem in 2001 de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs toegekend door de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde. In het voorjaar van 2002 werd hij de vaste poëziemedewerker van het weekblad de Groene Amsterdammer. Sinds 2003 woont Puthaar in Frankrijk. IN 2003 verscheen “Hier en daar”. In 2012 volgde de bundel “Het wilde kind”. Voor onder meer de SLAA hield hij lezingen over auteurs als J.H. Leopold, P.C. Boutens en Maurice Gilliams.

 

Ontsporing
 
Een donderpreek. Van omslaan en voorbij.
De weerman lijkt van slag. Een kermis in
de hel wordt deze zomernacht, zegt hij,
en van wat volgt is dit slechts het begin.
 
De satelliet ziet niet waaraan het scheelt.
Europa oogt vertrouwd. Het avondland,
het huis van Zeus. Maar dichter op het beeld
zie ik een rechthoek met een zwarte rand.
 
Dan, languit op mijn rug, terwijl ik fluit
naar het plafond waar gipsen engelen
ontbladeren, en denk: ik moet eruit,
hoor ik de tram, nog ver, al remmende.
 
De laatste moet het zijn. Remisewaarts.
Ik kan nog mee. De longen uit het lijf
dank ik de conducteur. U kent uw plaats,
zegt hij, en raast vooruit. Zijn rug verstijft.
 
Gearriveerd: de nacht. De stad wordt vreemd.
Er klinkt van achter vaag een jongensstem.
Het voertuig giert en slingert. Gloeiend heet
is nu het donker. Dan ontspoort de tram.
 
We stranden waar planeten, sterren staan,
van plastic, staal en licht. De jongen uit
de tram, verdwaald, loopt al van mij vandaan.
Hij fluit heel traag een blues, de ijdeltuit.
 
Ik droom niet. Toch is alles hier maar schijn.
De sterren stralen. Duizend watt. Het heeft
iets van een feest, iets van een dodenrijk.
De conducteur, zie ik, is er geweest.
 
U kent uw plaats, een laatste woord van niets.
De jongen draait zich om. Of nee, het is
alleen zijn hoofd dat draait. Ik schrik. Ik zie
dat ik hem volgen moet. We zijn vermist.
 
Een zwarte rand houdt zijn gestalte vast.
Het is een poort. parade, zegt een bord
waarnaast Geen Uitgang staat. Het onweer barst.
Ik ren tot ik mij in zijn armen stort.

 

 1563738-0c57a13d126bdd95069be89d1cbac547.jpg
René Puthaar (Deventer, 1964)



Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Rainer Maria Rilke, Rutger Kopland, Rudi van Dantzig, Percy Bysshe Shelley, Witold Gombrowicz


Dolce far niente

 

 

 

 1436450-2d7d23f6569b1b283cb647daea63908b.jpg

Claude Monet, Le jardin d'artiste à Argenteuil 1873

 

 

 

 

Die Sonnenuhr

 

Selten reicht ein Schauer feuchter Fäule

aus dem Gartenschatten, wo einander

Tropfen fallen hören und ein Wander-

vogel lautet, zu der Säule,

die in Majoran und Koriander

steht und Sommerstunden zeigt;

 

Nur sobald die Dame (der ein Diener

nachfolgt) in dem hellen Florentiner

über ihren Rand sich neigt,

Wird sie schattig und verschweigt.

 

Oder wenn ein sommerlicher Regen

aufkommt aus dem wogenden Bewegen

hoher Kronen, hat sie eine Pause;

Denn sie weiß die Zeit nicht auszudrücken,

Die dann in den Frucht- und Blumenstücken

Plötzlich glüht im weißen Gartenhause.

 

 

 

 1436450-c40f0aae1f81e7f8eb938b3128395d86.jpg

Rainer Maria Rilke (4 december 1875 – 29 december 1926)

 

 

 

 

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Rutger Kopland (eig. Rutger Hendrik van den Hoofdakker) werd geboren in Goor op 4 augustus 1934. Zie ook mijn blog van 4 augustus 2010 en ook alle tags voor Rutger Kopland op dit blog.

 

 

Boerderij

 

Wat zag ik toen ik bleef staan
en bleef kijken naar hoe
die boerderij daar stond

wat vertelde mij dat ze daar
langzaam stond weg te gaan
dat ze voorgoed verlaten was

ze stond daar in haar tuin
met een oude vruchtboom
die nog een beetje gebloeid had

er was een grazig weiland
er stroomde een vredige beek
de wereld was nog als toen

ik denk dat ik zag
wat ik voelde

 

 

 

Kaart van een Grieks eiland

 

Herman*,

ik had je nog een kaart willen schrijven,
zo'n lullige ansicht, voorzien van een grap
over, nou ja, je weet wel waarover,

maar ik hoorde dat je al dood was
voor ik een grap had gevonden.

Ik leef nog, ons gesprek is niet af,
maar ik leef deze laatste dagen gebogen, over woorden
die ik doorstreep, weer opschrijf -

Waar hadden we het over, waar
waren we gebleven, zonder de dood te verwachten
schrijf je geen poëzie, daar waren we
het hartroerend over eens,

poëzie was geluk, het geluk om een paar woorden
te vinden die even bij elkaar wilden horen
voor de dood ons kwam halen,

een grap, een zorgvuldig verzwegen grap
om de dood, deze doorstrepen en weer opschrijven,
zo was poëzie.

Ik zal je dus nooit meer zien.

Ik leef deze laatste dagen gebogen, voor dat alles,
voor dat verlegen lichaam, dat weemoedige hoofd
waarmee je sprak, voor dat alles
levend wordt begraven,

ik bedoel, ik leef gebogen over die kaart,
je weet wel, zo'n veel te blauwe zee,
zo'n veel te blauwe hemel:
Happy days in Greece.


 

*Herman de Coninck

 

 

 

 

 1436450-05b2fbe72f64a4a8afe646e19b942be9.jpg

Rutger Kopland (4 augustus 1934 – 11 juli 2012)

 

 

 

 

 

De Nederlandse choreograaf, balletdanser en schrijver Rudi van Dantzig werd geboren in Amsterdam op 4 augustus 1933. Zie ook alle tags voor Rudi van Dantzig op dit blog.

 

Uit: Voor een verloren soldaat

 

‘Besta je, leef je nog?’ Denk ik. De gedachte dat je gestorven zou zijn komt me opeens absurd voor, onmogelijk. Het bestaat toch niet dat je voorgoed verdwenen bent zonder dat we elkaar nog éénmaal hebben aangekeken, voordat we onze vreemde ontmoeting nogmaals onder ogen hebben gezien, ons er over kunnen verbazen en misschien samen lachen? Toen ik kleiner was –ja, toen dus, in de oorlog –was het eenvoudig: ik zag jullie zitten, de vrouw van de dominee, mijn moeder en jou, op een grote, grijze bank. Als beelden onbewogen starend in het niets, Ik las de eeuwigheid in jullie ogen.’

(…)

 

‘Jan zijn pik ziet er vreemd uit, hard met een glanzende bovenkant. Ik vraag me af of het pijn doet en slik met een krampachtig geluid. ‘Je moet duwen en trekken zeggen ze’ Jan is plotseling mededeelzaam. ‘Als je dat doet, dan gaat het.’ Hij begint met heftige bewegingen aan het gezwollen ding te trekken. Ik heb het gevoel dat ik niet besta, en draai me om. Wat doet hij, wat is er met hem? Ik voel medelijden; is hij ziek, heeft hij dat wel vaker? Hij heeft een geheim dat hij me niet wil vertellen omdat hij me te kinderachtig vindt, omdat ik een zeikerd ben.’

 

 

1436450-0c89d878c3e54badcd9e45e422cb6902.jpg 

Rudi van Dantzig (4 augustus 1933 – 19 januari 2012)

Scene uit de film “Voor een verloren soldaat” uit 1992 

                                                                           

 

 

 

 

De Engelse dichter Percy Bysshe Shelley werd op 4 augustus 1792 geboren in Field Place, Sussex. Zie ook alle tags voor Percy Bysshe Shelley op dit blog.

 

 

Ode to the West Wind

 

III.

 

Thou who didst waken from his summer dreams

The blue Mediterranean, where he lay,

Lulled by the coil of his crystalline streams,

 

Beside a pumice isle in Baiæ's bay,

And saw in sleep old palaces and towers

Quivering within the wave's intenser day,

 

All overgrown with azure moss and flowers

So sweet, the sense faints picturing them! Thou

For whose path the Atlantic's level powers

 

Cleave themselves into chasms, while far below

The sea-blooms and the oozy woods which wear

The sapless foliage of the ocean, know

 

Thy voice, and suddenly grow gray with fear,

And tremble and despoil themselves: oh, hear!

 

IV.

 

If I were a dead leaf thou mightest bear;

If I were a swift cloud to fly with thee;

A wave to pant beneath thy power, and share

 

The impulse of thy strength, only less free

Than thou, O uncontrollable! if even

I were as in my boyhood, and could be

 

The comrade of thy wanderings over heaven,

As then, when to outstrip thy skyey speed

Scarce seemed a vision; I would ne'er have striven

 

As thus with thee in prayer in my sore need.

Oh! lift me as a wave, a leaf, a cloud!

I fall upon the thorns of life! I bleed!

 

A heavy weight of hours has chained and bowed

One too like thee: tameless, and swift, and proud.

 

 

 

1436450-cbe97a02355326a7cce1a7710f67d579.jpg 

Percy Bysshe Shelley (4 augustus 1792 – 8 juli 1822)

Percy Bysshe Shelley door Amelia Curran

 

 

 

 

 

De Poolse schrijver Witold Gombrowicz werd geboren in Małoszyce op 4 augustus 1904. Zie ook mijn blog van 4 augustus 2010 en ook alle tags voor Witold Gombrowicz op dit blog.

 

Uit: Diary (Vertaald doorLillian Vallee)

 

“I beckon. Yet I see, though not too clearly, that they are saying something and beckoning to me at the same time. Cars, trams, people, movement, crowds, neons are going on, glare from all over, a honking, ringing, and they there on the seventh story are talking. And again they beckon. I nod. I see: she beckons, he beckons. So I do, too. Then I look (really, I don’t know how to articulate this, this is already a bit brash, however, I am not allowed to conceal anything) and he beckoned into himself, like into a bottle. I beckon. Then she (but no, no, I cannot make a cretin of myself; yet if I am to reveal the Cretin, I have to make a cretin of myself ) then she beckoned out of him until he and she beckoned (but WHAT did she beckon to) after which both lightly beckoned themselves out there and alone and poof … (Ha! This I cannot say, it is beyond my powers!)”

 

 

1436450-8a2f9919f6534f32351ae9c99e022e68.jpg
Witold Gombrowicz (4 augustus 1904 - 24 juli 1969)

 

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 4e augustus ook mijn blog van 4 augustus 2011 deel 1 en ook deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 22:10 Reageer op dit bericht

Liao Yiwu

De Chinese schrijver , journalist , musicus en dichter Liao Yiwu (ook bekend als Lao Wei) werd geboren op 4 augustus 1958, het jaar van de Grote Sprong Voorwaarts, in Sichuan In 1966 werd zijn vader gebrandmerkt als contrarevolutionair tijdens de Chinese Culturele Revolutie . Liao 's ouders vroegen een scheiding aan om de kinderen te beschermen. Na de middelbare school reisde Liao door het hele land. In zijn vrije tijd las hij verboden westerse dichters als John Keats en Charles Baudelaire . Hij begon ook zijn eigen gedichten te schrijven en deze werden gepubliceerd in literaire tijdschriften . Hij kwam echter niet door de universitaire toelatingsexamens en begon te werken voor een krant . Toen zijn poëzie werd opgemerkt gaf het Chinese ministerie van Cultuur hem een betaalde positie als staatsschrijver . In het voorjaar van 1989 maakten twee uitgeverijen gebruik van de ontspannen politiek en publiceerden twee lange gedichten "De Gele Stad” en "Idool ". In de gedichten bekritiseerde Liao het ​​systeem. De gedichten werden als anticommunist beschouwd en Liao werd ondervraagd en vastgehouden en zijn huis werd doorzocht. In juni 1989 hoorde hij over de protesten op het Tiananmen Plein en schreef hij een lang gedicht met de titel "Bloedbad”.Wetende dat het nooit zou worden gepubliceerd maakte hij een audiotape en reciteerde het gedicht, gebruik makend van Chinese ritueel zingen en huilen, om de geesten van de doden op te roepen. Hij werd gearresteerd in februari 1990. Zes vrienden en zijn zwangere vrouw werden afzonderlijk gearresteerd . Liao kreeg een gevangenisstraf van vier jaar. Hij werd door de overheid permanent op de zwarte lijst geplaatst . Toen hij werd vrijgelaten uit de gevangenis verlieten zijn vrouw en dochter hem en zijn vroegere literaire vrienden hielden afstand. Hij woonde een tijdje als een dakloze straatmuzikant in Chengdu , en verzamelde verhalen. Liao werkte in de gevangenis aan zijn boek Testimonials In 2001 verscheen een boek met interviews met mensen in de marge van de Chinese samenleving. In 2008 ondertekende hij het ​​Handvest 08 van zijn vriend Liu Xiaobo , hoewel hij van zichzelf zegt dat hij niet echt geïnteresseerd is in de politiek, maar alleen in zijn verhalen. Nadat hem toestemming om het land te verlaten vele malen was geweigerd schreef hij in 2010 een open brief aan de bondskanselier van Duitsland Angela Merkel. Later dat jaar mocht hij het ​​land voor het eerst verlaten.

 

Massacre

Leap! Howl! Fly! Run!
Freedom feels so good!
Snuffing out freedom feels so good!
Power will be triumphant forever.
Will be passed down from generation to generation forever.
Freedom will also come back from the dead.
It will come back to life in generation after generation.
Like that dim light just before the dawn.
No. There's no light.
At Utopia's core there can never be light.
Our hearts are pitch black.
Black and scalding.
Like a corpse incinerator.
A trace of the phantoms of the burned dead.
We will exist.
The government that dominates us will exist.
Daylight comes quickly.
It feels so good.
The butchers are still ranting!
Children. Children, your bodies all cold.
Children, your hands grasping stones.
Let's go home.
Brothers and sisters, your shattered bodies littering the earth.
Let's go home.
We walk noiselessly.
Walk three feet above the ground.
All the time forward, there must be a place to rest.
There must be a place where sounds of gunfire and explosions cannot
be heard.
We so wish to hide within a stalk of grass.
A leaf.
Uncle. Auntie. Grandpa. Granny. Daddy. Mummy.
How much farther till we're home?
We have no home.
Everyone knows.
Chinese people have no home.
Home is a comforting desire.
Let us die in this desire.
OPEN FIRE, BLAST AWAY, FIRE!
Let us die in freedom.
Righteousness. Equality. Universal love.
Peace, in these vague desires.
Stand on the horizon.
Attract more of the living to death!
It rains.
Don't know if it is rain or transparent ashes.
Run quickly, Mummy!
Run quickly, son!
Run quickly, elder brother!
Run quickly, little brother!
The butchers will not let up.
An even more terrifying day is approaching.
OPEN FIRE! BLAST AWAY! FIRE! IT FEELS GOOD! FEELS SO
GOOD! . . .
Cry cry cry crycrycrycrycrycrycry

We stand in the midst of brilliance but all people are blind.
We stand on a great road but no one is able to walk.
We stand in the midst of a cacophony but all are mute.
We stand in the midst of heat and thirst but all refuse to drink.

In this historically unprecedented massacre only the spawn of dogs
can survive.

 

 

 1514324-68cb09ad03cefcd63ee9c6da2277cd60.jpg
Liao Yiwu (Sichuan, 4 augustus 1958)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Driek van Wissen, Rupert Brooke, Radek Knapp, Marica Bodrozic, Mirko Wenig


Dolce far niente

 

 

 

1435827-cacbc0124fe502fc22d63334ed0bcdc0.jpg 

Gay Pride, Amsterdam

 

 

 

Gay Pride

 

Een bonte stoet van boten vaart voorbij,
Bemand door halfontklede manspersonen
Die zonder gêne hun geaardheid tonen,
Maar kijk, een onderzeeër sluit de rij.

Daar zitten homo’s in uit de Antillen
Die niet graag op de televisie willen.

 

 

 

 

 1435827-a2514584cd4963ee49c38462abeea2d4.jpg

Driek van Wissen (12 juli 1943 – 20 mei 2010)

 

 

 

 

 

De Britse dichter Rupert Brooke werd geboren in Rugby, Engeland, op 3 augustus 1887. Zie ook mijn blog van 3 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Rupert Brooke op dit blog.

 

 

A Channel Passage

 

The damned ship lurched and slithered. Quiet and quick
My cold gorge rose; the long sea rolled; I knew
I must think hard of something, or be sick;
And could think hard of only one thing -- YOU!
You, you alone could hold my fancy ever!
And with you memories come, sharp pain, and dole.
Now there's a choice -- heartache or tortured liver!
A sea-sick body, or a you-sick soul!

Do I forget you? Retchings twist and tie me,
Old meat, good meals, brown gobbets, up I throw.
Do I remember? Acrid return and slimy,
The sobs and slobber of a last years woe.
And still the sick ship rolls. 'Tis hard, I tell ye,
To choose 'twixt love and nausea, heart and belly.

 

 

 

Beauty and Beauty

 

When Beauty and Beauty meet
All naked, fair to fair,
The earth is crying-sweet,
And scattering-bright the air,
Eddying, dizzying, closing round,
With soft and drunken laughter;
Veiling all that may befall
After -- after --

Where Beauty and Beauty met,
Earth's still a-tremble there,
And winds are scented yet,
And memory-soft the air,
Bosoming, folding glints of light,
And shreds of shadowy laughter;
Not the tears that fill the years
After -- after --

 

 

 1435827-e411cea18aae8322f99dd150621dbbde.jpg

Rupert Brooke (3 augustus 1887 – 23 april 1915)

Fotoportret door Sherrill Schell, 1913

 

 

 

 

 

De Pools-Oostenrijkse schrijver Radek Knapp werd geboren op 3 augustus 1964 in Warschau. Zie ook alle tags voor Radek Knapp op dit blog.

 

Uit: Papiertiger

 

„Nichts hob Walerians Laune so wie die Möglichkeit, jemanden zu spielen, der er nicht war. Obwohl diese harmlose Marotte zweifellos vorübergehend war, hatte sie ihre Gründe. Walerian ging auf die dreißig zu und verspürte ein wachsendes Schamgefühl, bis dahin keine außergewöhnlichen Taten in seinem Leben vollbracht zu haben, und was bedenklicher war, auch keine solchen zu planen.
Das letzte große Vorhaben seines Lebens lag schon über achtzehn Jahre zurück, wo er als Zehnjähriger eine Maschine erfinden wollte, die ihn unsichtbar machte. Stattdessen fand er lediglich heraus, wie man die Uhr seines Vaters auseinandernahm und sich dann drei Tage erfolgreich vor den Folgen dieser Tat im Haus versteckt.
Der andere Grund war der schmerzliche Verlust seines besten Freundes Bruno. Bruno, der auf die Welt mit dem Motto: »Sei bloß kein Arschloch« gekommen schien und sich damit Walerians Loyalität für alle Zeiten gesichert hatte, folgte von einem Tag auf den anderen dem Ruf des Geldes, und wurde verblüffend schnell von seinem eigenen Kommentar eingeholt. Walerian versuchte in einem ersten Anfall von Verzweiflung, seinen Freund nachzuahmen, aber er war mit einer Eigenschaft ausgestattet, die das verhinderte. So sehr er sich auch ins Zeug legte, er konnte im Gegensatz zu Bruno in einer Hunderterbanknote keinen Wagen mit Chauffeur oder eine Villa mit Garten sehen, sondern immer nur ein rechteckiges Stück Papier, auf dem ein Mann abgebildet war, der seinem ehemaligen Chemielehrer wie aus dem Gesicht geschnitten war.
In der Folge machte er alle möglichen Jobs, bei denen er nicht mehr dem Ruf des Geldes folgen mußte, aber dafür wenigstens von sich behaupten konnte, daß er abgesehen von den Totengräbern, die ein ziemlich hermetischer Verein sind, so gut wie alles gemacht hatte, was der heimische Arbeitsmarkt zu bieten hat. Er war Krankenpfleger des berüchtigten Pavillons Fünf,“

 

 

 1435827-363b9c5c14efbfe3d8d54f12fa1ea0b1.jpg

Radek Knapp (Warschau, 3 augustus 1964)

 

 

 

 


De Duitse dichteres en schrijfster
Marica Bodrožić werd geboren op 3 augustus 1973 in Zadvarje in het toenmalige Joegoslavië. Zie ook mijn blog van 3 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Marica Bodrožić op dit blog.

 

 

EIN KOLIBRI KAM UNVERWANDELT

in die Gattung der Träume hinein,
sah sich um, sah die dort vorhandenen
Menschen, malte seine Flügel blau und sagte
zu den Zweibeinigen: ich bin der Himmel.
Die Farbe sprach dafür.
Aber die Leute hatten keine Beweise.
Also schwiegen sie feige um die Schönheit
herum, gaben vor, Diplomatie zu betreiben.
Sie rechneten, betrieben Kalkulation
und teilten am Ende dem Kolibri mit,
man habe beschlossen, Farbe,
das sei Illusion. Der Vogel staunte,
er lernte das Staunen unvermittelt
von den Menschen, flog zu den lila Blüten,
setzte sich hin und packte sein Zauberbuch aus.
Dann blätterte er einige Mal hin und her,
verwandelte sich in einen Schmetterling,
malte seine Flügel blau und sagte
zu den Menschen: ich bin der Himmel.
Die Farbe sprach dafür.
Aber die neuen Kinder hatten keine Träume mehr.
Sie nahmen das sprechende Wunder
zwischen die Finger. Und erst der Staub
rief sie ins Staunen. Der Schmetterling
wurde unterdessen gelb, flog in die Urgegend
der Bilder, ruhte auf den reifenden Zitronen,
wurde ein Kolibri, kam unverwandelt
in die Gattung der Träume hinein,
sah sich um, sah die dort vorhandenen
Menschen, und hatte Geduld.

 

 

 

 1435827-8a15c97d83fda97f2d0010864316b20a.jpg

Marica Bodrožić (Zadvarje, 3 augustus 1973)

 

 

 

 

 

De Duitse dichter Mirko Wenig werd geboren op 3 augustus 1977 in Gera. Hij studeerde germanistiek, sociologie en pedagogie in Jena en publiceerde in diverse tijdschriften en bloemlezingen. Zie ook mijn blog van 3 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Mirko Wenig op dit blog.

 

 

In ihrem Zimmer grasen 20 Esel,

 

aus Plüsch, wohlgemerkt.
& der größte, lang ausgestreckt
auf dem kantigen Bett,
trägt ein Pflaster
auf der Wange.

Draußen ist Winter, dafür
kann ich nichts. Nicht
für das zankende Pärchen, das
am Hang steht,

nicht für den Mann, der
jetzt noch Schnee schippt,
es ist 23:00 Uhr,
es ist Weihnachtszeit,
& seine Frau kam
nicht nach Hause.

Ein Kind steht auf dem Balkon
& lässt die Ohren hängen.

 

 

 

 1435827-cffcbee8dd73dca41a2297f583ec9f8e.jpg

Mirko Wenig (Gera, 3 augustus 1977)




Zie voor nog meer schrijvers van de 3e augustus ook
mijn blog van 3 augustus 2012 en eveneens mijn blog van 3 augustus 2011 deel 2.

Geschreven door Romenu om 11:55 Reageer op dit bericht

Dolce far niente (Sommer, Detlev von Liliencron)


Dolce far niente

 

 

 

1435412-47f43484414d7ac274a4c9aef6faf2f3.jpg 

Sommer, Hans Thoma, 1872

 

 

 

Sommer
    
Zwischen Roggenfeld und Hecken
Führt ein schmaler Gang;
Süßes,  seliges Verstecken
Einen Sommer lang. 
    
Wenn wir uns von ferne sehen,
Zögert sie den Schritt,  levrai.de
Rupft ein Hälmchen sich im Gehen,
Nimmt ein Blättchen mit.   
    
Hat mit Ähren sich das Mieder
Unschuldig geschmückt,
Sich den Hut verlegen nieder
In die Stirn gedrückt.   
    
Finster kommt sie langsam näher,
Färbt sich rot wie Mohn;
Doch ich bin ein feiner Späher,
Kenn die Schelmin schon.    
    
Noch ein Blick in Weg und Weite,
Ruhig liegt die Welt,
Und es hat an ihre Seite
Mich der Sturm gestellt.    
  
Zwischen Roggenfeld und Hecken
Führt ein schmaler Gang;
Süßes, seliges Verstecken
Einen Sommerlang. 

 

 

 

 1435412-d422acfcf15a2cef1db7aa3dbe3fd68f.jpg

Detlev von Liliencron (3 juni 1875 – 22 juli 1909)

Portret door  Arthur Illies, 1913

 

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 2e augustus ook mijn blog van 2 augustus 2012 en eveneens mijn blog van 2 augustus 2011 deel 2.

Geschreven door Romenu om 15:15 Reageer op dit bericht

Far-niente (Théophile Gautier), Gerrit Krol, Edward van de Vendel, 80 Jaar Frans Pointl, Jim Carroll


Dolce far niente

 

 

 

 1435029-5b8df2599893ca80c7a183f8b0728e91.jpg

Baignade à la Grenouillère, Claude Monet, 1869

 

 

 

Far-niente

 

Quand je n’ai rien à faire, et qu’à peine un nuage

Dans les champs bleus du ciel, flocon de laine, nage,

J’aime à m’écouter vivre, et, libre de soucis,

Loin des chemins poudreux, à demeurer assis

Sur un moelleux tapis de fougère et de mousse,

Au bord des bois touffus où la chaleur s’émousse.

Là, pour tuer le temps, j’observe la fourmi

Qui, pensant au retour de l’hiver ennemi,

Pour son grenier dérobe un grain d’orge à la gerbe,

Le puceron qui grimpe et se pende au brin d’herbe,

La chenille traînant ses anneaux veloutés,

La limace baveuse aux sillons argentés,

Et le frais papillon qui de fleurs en fleurs vole.

Ensuite je regarde, amusement frivole,

La lumière brisant dans chacun de mes cils,

Palissade opposée à ses rayons subtils,

Les sept couleurs du prisme, ou le duvet qui flotte

En l’air, comme sur l’onde un vaisseau sans pilote ;

Et lorsque je suis las je me laisse endormir,

Au murmure de l’eau qu’un caillou fait gémir,

Ou j’écoute chanter près de moi la fauvette,

Et là-haut dans l’azur gazouiller l’alouette.

Fuit brusquement dans la nuit lente. »

 

 

 

 1435029-4c229829317d16b227e6d546a4575900.jpg

Théophile Gautier (31 augustus 1811 – 23 oktober 1872)

Zelfportret, 1839

 

 

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Gerrit Krol werd geboren op 1 augustus 1943 in Groningen. Zie ook mijn blog van 1 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Gerrit Krol op dit blog.

 

 

Londen

 

Het plezierige van Londen
trouwens van heel Engeland is,
dat je daar mensen ontmoet die
Engels spreken en daardoor weliswaar
- een beetje moeilijk uit te leggen -
tot een, laat ik niet zeggen hogere
ja, misschien toch wel (in Nederland) hogere
in elke geval tot een andere soort behoren,
maar dat daar in Londen
mensen zijn als jij en ik,
zoals die sir-met-snor die
omdat het zijn werk was
kammetjes stond te verkopen.

 

 

 

 

Teken

 

Het stuk papier dat ik eens,
belijdende mijn leegte,
onbeschreven dichtvouwde,
en verzegelde, en verborg
tussen de bladen van een boek
om iemand over honderd jaar
te verneuken – dit papier
vond ik vanmorgen terug.
Ik was het vergeten, opende het
en was zelf verneukt, goed,
niet zozeer: over de lege
blauwe lijnen liep,
voor het eerst in zijn bestaan,
een dun haastig beestje,
dat had God gedaan.

 

 

 

 1435029-1facef3c778e2004e0d69ca5cc55788c.jpg

Gerrit Krol (Groningen, 1 augustus 1934)

 

 

 

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Edward van de Vendel werd geboren in Leerdam op 1 augustus 1964. Zie ook mijn blog van 1 augustus 2010 en ook alle tags voor Edward van de Vendel op dit blog.

 

Uit: Aaneengenaaide personen (Column)

 

“Opeens was ze er. Zosja. Op de eerste bladzijde van mijn verhaal, dat uiteindelijk het boek WAT IK VERGAT zou worden. In het boek gaat dat zo: Daar staat ze, in de deuropening - alsof ze uit een doosje komt gestapt.
Dat doosje, daar wilde ze niet meer in terug. Ze werd de beste vriendin van Elmer, de hoofdpersoon uit mijn boek.
Soms verzin je een persoon die zo apart is dat ze je zelf verrast. Zosja was zo iemand. Als ik moest schrijven over een gesprek dat zij voerde, dan rolden de zinnen zomaar uit mijn pen. Zosja donderde niet alleen mijn boek binnen, maar ook mijn hoofd.
Hoe kwam zij daar? Hoe begint dat? In Zosja's geval vanuit een verhaal dat ik hoorde van een vriendje. Ik was toen zelf ook maar twaalf of dertien. Hij zat op een andere school en er kwam een meisje de klas binnen. Ze keek hem aan en zei: 'Naast hem wil ik zitten.' Niet verzonnen dus. De eerste twintig regels van mijn boek zijn gewoon echt gebeurd.
 En die naam? Tien jaar later was ik in Polen. Daar trok ik op met een Poolse vertaalster. Ze had breed uitstaand rood haar en was erg brutaal. Haar naam was Zosja.
Zo gaat dat met een boek: allerlei dingen die je hebt meegemaakt komen half in het boek. Maar al die helftjes samen maken een sterke hoofdpersoon die zomaar in je kop begint te praten.”

 

 

 

 1435029-7400855d70b33122cb486c0bf2b23643.jpg

Edward van de Vendel (Leerdam, 1 augustus 1964)

 

 

 

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Frans Pointl werd geboren in Amsterdam op 1 augustus 1933. Frans Pointl is vandaag 80 jaar geworden. Zie ook mijn blog van 1 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Frans Pointl op dit blog.

 

Uit: Literatuur en prijzen

 

“Ik heb tijdens de lange zit in het Amstel Hotel aan één der genomineerden gezegd: ‘als ìk de prijs win, ben ik genegen deze met de andere genomineerden te delen in gelijke moten’. Waarop de desbetreffende genomineerde het voorhoofd fronste. Hij stelde dat zulks dan wel eerst notarieel vastgelegd moest worden, want als iemand eenmaal prijs heeft, dan.... enzovoort.

HIJ zag er duidelijk geen been in, en iedereen heeft tot nu toe over dat voorstel gezwegen - delen van zo' n prijs? Zoiets doet men niet!

Ik ben ook niet de hele middag in het Amstel Hotel gebleven (de wc-ruimte was daar groter dan mijn hele ‘woning’!). Ik ben om 4u op de tram gestapt en tegen de tijd dat het diner aanving, weer teruggegaan naar het hotel. Heb ik thuis nog zinnig naar een klassieke plaat kunnen luisteren.

Voorval: na het koffiedrinken op het terras van het Amstel Hotel, zonderde ik me even af en ging apart zitten, uitkijkend over het water. Het was een mooie dag. De technici waren druk doende. Een jongeman, die er ook bij hoorde, zei: ‘'t Loopt wel wat uit, maar om halfvier hebben we de hele zwik (de genomineerden werden hiermee bedoeld) wel voor de camera.’

Er kwam een jongeman naar me toe die ook bij de tv hoorde. Hij had iets met dat programma ‘Lopend vuur’ te maken. Ik kijk bijna geen tv, ik wist niet wie hij was. Hij kijkt me aan en vraagt: ‘Meneer P., houdt u van mannen of van vrouwen?’

‘En u?’ vraag ik hem.

‘Van mannen’, zegt hij gretig.

Hij zei dat een dergelijke vraag aan me kon worden gesteld in de uitzending van ‘Lopend vuur’. Ik zei niks, maar dacht: als die vraag wordt gesteld heb jij hem aangesleuteld. Ik bedacht dus al een antwoord. En ja hoor, Leonie Jansen (een schat van een vrouw met een grappig buikje - het kindje is er inmiddels -) stelde me de vraag. Ik antwoordde dat ze dat allemaal in mijn tweede bundel konden lezen. Iedereen denkt altijd dat ik op sexueel gebied wonder wat heb meegemaakt, nee ik heb op dat gebied juist wonder wat gemist. Orgieën beschrijven kan ik dus niet.”

 

 

1435029-9abe646e4c9c21535fe56d0c466492da.jpg 

Frans Pointl (Amsterdam, 1 augustus 1933)

 

 

 

 


De Amerikaanse dichter, schrijver en musicus
Jim Carroll werd geboren op 1 augustus 1949 in New York. Zie ook mijn blog van 1 augustus 2010 en ook alle tags voor Jim Carroll op dit blog.

 

Uit: The Basketball Diaries

 

“So in short we made a good show for a team our age, but can't keep up with the other dudes and lose by ten, but that ain't bad and I got myself forty-seven points and at least got to play for once with these cats I've always had to play against in various tournaments since Biddy League days. Then to bust all kinds of balls, the bossman gets some college scout in the stands to testify the other team got at least three ringers he knows and we are awarded the champ bit. After the gold is handed out and all (I didn't get a trophy for the game 'cause they were one short and I had to say "fuck it," but got an outofsight plaque for All-League), we go in a corner and pose a team picture for the Harlem paper, "The Amsterdam News." We're waiting for the birdie to click when the photog calls over the SUGAR BOWL coach and whispers something to him who then walks over to me and mumbles, "Dig, my man, don't know how to say this but for, well, ..." I cut him short and told I got the message and stepped out of the pix. I guess I would have messed up the texture of the shot or something. Or maybe they didn't want to let the readers get to see that the high scorer was a fucking white boy.”

 

 

 1435029-eccee54034381d4d2a5aaf35c3808f02.jpg

Jim Carroll (1 augustus 1949 – 11 september 2009)

Leonardo DiCaprio in de film "The Basketball Diaries" uit 1995

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 1e augustus ook mijn blog van 1 augustus 2011 deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten