Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Marjoleine de Vos

De Nederlandse dichteres en schrijfster Marjoleine de Vos werd geboren in Oosterbeek op 19 april 1957 De Vos is redacteur kunst bij NRC Handelsblad (anno 2008). Ze schrijft over kunst, literatuur en koken, en heeft een tweewekelijkse column op de opiniepagina. Een selectie uit deze columns werd gebundeld in “Nu en altijd: bespiegelingen” (2000) en “Het is zo vandaag als altijd” (2011). Ze schrijft ook een column voor het opinieweekblad VolZin. In 2000 verscheen haar eerste poëziebundel “Zeehond graag”, in 2003 gevolgd door “Kat van sneeuw”. “Zeehond graag” werd genomineerd voor de VSB Poëzieprijs 2002. In het voorjaar van 2008 verscheen haar bundel “Het waait.”

 

Kinderspel

Zou je liever doof of blind of niet
meer voelen, zonder reuk of snoep?
Viel ooit de neus, is dat nu jammer.
Hij ruikt zo lekker soep en hoe vergeeld papier
hij weet de wierookgeur van Griekenland
snuift liefde, kerstboom, haring.
Dus nee hij niet, liever het oog dan
dat alle rimpels kent in het gezicht
de kleur van zalm en winteravondlucht?
Te erg dit spel voor wie met volle hand
het ongemengde deeg in duikt, vervuld
van botergeur en eierstruif en Bachs
verliefde alt: Bist du bei mir, gaan we
nog niet naar het einde maar vrolijk verder
kreeften eten en van elkaar het zachte vel.
Geen pink kan hier gemist, geen oogopslag.
Elk zintuig kent ons tot de puntjes
baant ons een weg de wereld in
en leidt ons tot verslaving.

 

 

Vluchteling

Vertel ik mijzelf steeds weer mijn leven
een verhaal verreisd door mijn woorden
ik hoorde nooit ergens, ik sprak mijn geen thuistaal
kijk lege portretten, ik ken geen verlangen
dan zijn in het heden volmaakt als een merel

zijn lijfje een peertje, niet groter
met veren
en zingen om niet.

 

 

 1576060-8ae26b6d8e909fb922ef657e0a07b9dd.jpg
Marjoleine de Vos (Oosterbeek, 19 april 1957)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

De blogger leest alles eerst na: je tekst verschijnt zodra die goedgekeurd is.

Bas Belleman, Clara Eggink, Kathy Acker, Joy Davidman, Richard Harding Davis, Henry Kendall

De Nederlandse dichter Bas Belleman werd in Alkmaar geboren “op een heldere ochtend in april” (Rottend Staal) van het jaar 1978. Zie ook alle tags voor Bas Belleman op dit blog.

 

 

Saturnus

 

het ruisen van de ringweg, je hoort
het niet meer. pas als het verstilt
en zelfs dan is het water op handen:
je voelt het niet verdampen.

vergeet niet hoe mijn liefde ruist.
de tuin is de tuin zonder liefde niet,
ik doe de afwas niet om borden schoon
te krijgen; wees in alle rust zwanger.

niets is zo'n vervuiling als gewenning,
iedere afslag voert naar nieuwbouw.
ik dompel mijn akkers in tact,
ik houd me vruchtbaar.

vruchtbaar is me soms te vruchtbaar.
toch houd ik me groot in babywinkels,
een vreedzame Saturnus, ik houd me vol,
leid alle gruis in een boog

om me heen. Ik knijp het oog van de orkaan
dicht. ik hoor alleen wat ruisen
en dat is houden van.
ik hoef nergens naar te luisteren.

 

 

 

Uit: Hout

 

een boom
en nog een boom
en nog een en nog een en nog een.

 

mijn ziel, waar ben je gebleven?
ik zwerf langs de stammen van de slaap
en kom je nergens tegen,
word wakker als een aap.

 

een bos is een boom
en nog een boom
en nog een en nog een en nog een.

 

de ziel is een droom
en nog een droom
en nog een en nog een en nog een.

 

 

 

Sonnet 76

 

Waarom is mijn gedicht verstoken van modes?
Zo zonder wending of plotselinge spurten?
Waarom kan ik in deze tijd niet flirten
Met vreemde elementen en nieuwe methodes?
Waarom ik telkens één en hetzelfde beraam,
En mijn ideeën hul in bekende patronen,
Zodat elk woord haast ritselt van mijn naam,
Om zo zijn oorsprong en zijn lot te tonen?
O lieve schat, het gaat mij steeds om jou,
En jij en liefde zijn mijn onderwerp.
Met al mijn talent pas ik een nieuwe mouw
Aan oude taal, en werp wat men verwerpt.
    De zon is elke dag zo oud, zo jong;
    Steeds zingt mijn liefde wat al eerder zong.


(William Shakespeare, vertaald door Bas Belleman.)

 

 

 

 1376758-d73bf275a0f623b37f4d41dedbd927f7.jpg

Bas Belleman (Alkmaar, april 1978)

 

 

 

 

De Nederlands dichteres en schrijfster Clara Eggink werd geboren in Utrecht op 18 april 1906. Zie ook alle tags voor Clara Eggink op dit blog.

 

 

Gebonden

 

Laat het niet uit zijn, God, na dezen dood
In leven en ellende om noodzakelijk brood.
Want waartoe gaaft gij dan uw bosschen, heiden,
Uw luchten, wateren en ruime weiden
Den mensch als lokaas van zijn plichten weg?
Het is het woord van velen dat ik zeg.
Er zijn er meer die snakken naar ontkomen,
Wier hart uw zeeën meedraagt in hun droomen.
Maar gij geeft traag getob en kleinen strijd
En waait er over met een wind van eeuwigheid.

 

 

 1376758-29a9a10082a9b64d0779aad03818be26.jpg

Clara Eggink (18 april 1906 - 3 maart 1991)

 

 

 

 


De Amerikaanse schrijfster, essayiste en feministe
Kathy Acker werd op 18 april 1947 in New York geboren als Karen Alexander. Zie ook alle tags voor Kathy Acker op dit blog.

 

Uit: Blood and Guts in High School

 

“That night, for the first time in months, Janey and her father sleep together because Janey can’t get to sleep otherwise. Her father’s touch is cold, he doesn’t want to touch her mostly ‘cause he’s confused. Janey fucks him even though it hurts her like hell ‘cause of her Pelvic Inflammatory Disease.

(…)

 

Johnny returned home (what is home?) and told Janey he had been drinking with Sally...She lay down on the filthy floor by his bed, but it was very uncomfortable: she hadn’t slept for two nights. So she asked him if he wanted to come into her bed.

The plants in her room cast strange, beautiful shadows over the other shadows. It was a clean, dreamlike room. He fucked her in her asshole cause the infection made her cunt hurt too much to fuck there, though she didn’t tell him it hurt badly there, too, cause she wanted to fuck love more than she felt pain .

(…)

 

Mr. Fuckface: You see, we own the language. Language must be used clearly and precisely to reveal our universe.

Mr. Blowjob: Those rebels are never clear. What they say doesn’t make sense.

Mr. Fuckface: It even goes against all the religions to tamper with the sacred languages.

Mr. Blowjob: Without language the only people the rebels can kill are themselves.”

 

 

 

1376758-61af1764fc16958501bdbe517ed2650f.jpg 

Kathy Acker (18 april 1947 – 30 november 1997)

 

 

 

 


De Amerikaanse dichteres en schrijfster
Joy Davidman werd geboren op 18 april 1915 in New York. Zie ook alle tags voor Joy Davidman op dit blog.

 

 

Amulet

 

I am a serpent that will suck your blood,

Sting your bare eyes, or pleasurably drain

Sweet fiery thought and honey from your brain,

And find the savor of your heartstrings good.

 

I will unclothe your spirit of your skin,

If I can take your body in the snare

That out of flowers and my flowering hair

And idle night these incantations spin.

 

 

 
1376758-4528fe6f8fed3082efc3883697331e88.jpg

Joy Davidman (18 april 1915 – 13 juli 1960)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse journalist en schrijver Richard Harding Davis werd geboren op 18 april 1864 in Philadelphia. Zie ook alle tags voor Richard Harding Davis op dit blog.

Uit: Once Upon A Time

 

“Of the school of earnest young writers at whom the word muckraker had been thrown in opprobrium, and by whom it had been caught up as a title of honor, Everett was among the younger and less conspicuous. But, if in his skirmishes with graft and corruption he had failed to correct the evils he attacked, from the contests he himself had always emerged with credit. His sincerity and his methods were above suspicion. No one had caught him in misstatement, or exaggeration. Even those whom he attacked, admitted he fought fair. For these reasons, the editors of magazines, with the fear of libel before their eyes, regarded him as a "safe" man, the public, feeling that the evils he exposed were due to its own indifference, with uncomfortable approval, and those he attacked, with impotent anger. Their anger was impotent because, in the case of Everett, the weapons used by their class in "striking back" were denied them. They could not say that for money he sold sensations, because it was known that a proud and wealthy parent supplied him with all the money he wanted. Nor in his private life could they find anything to offset his attacks upon the misconduct of others. Men had been sent to spy upon him, and women to lay traps. But the men reported that his evenings were spent at his club, and, from the women, those who sent them learned only that Everett "treats a lady just as though she is a lady."

Accordingly, when, with much trumpeting, he departed to investigate conditions in the Congo, there were some who rejoiced.”

 

 

1376758-803ccaf3137300ab9ad445a11b1539d6.jpg 

Richard Harding Davis (18 april 1864—11 april 1916)


 

 

De Australische dichter Henry Kendall werd geboren op 18 april 1839 in Milton. Zie ook alle tags voor Henry Kendall op dit blog.

 

 

The Austral Months

 

April

The darling of Australia’s Autumn—now
Down dewy dells the strong, swift torrents flow!
This is the month of singing waters—here
A tender radiance fills the Southern year;
No bitter winter sets on herb and root,
Within these gracious glades, a frosty foot;
The spears of sleet, the arrows of the hail,
Are here unknown. But down the dark green dale
Of moss and myrtle, and the herby streams,
This April wanders in a home of dreams;
Her flower-soft name makes language falter. All
Her paths are soft and cool, and runnels fall
In music round her; and the woodlands sing
For evermore, with voice of wind and wing,
Because this is the month of beauty—this
The crowning grace of all the grace that is.

 

 

 

1376758-ce5a7d067974b8aeeee7ef73ca234e31.jpg
Henry Kendall (18 april 1839 – 1 augustus 1882)

Monument in Kendall




Zie voor nog meer schrijvers ook mijn blog van 18 april 2012 deel 1 en ook deel 2.

Geschreven door Romenu om 19:08 Reageer op dit bericht

Antoon Coolen, Ida Boy-Ed, Nick Hornby, Thornton Wilder

De Nederlandse schrijver Antoon Coolen werd geboren in Wijlre in Zuid-Limburg op 17 april 1897. Zie ook alle tags voor Antoon Coolen op dit blog.

 

Uit:Dorp aan de rivier

 

“Daar had hij lange jaren zijn geweldige hoogmoed over gehad, maar eens, toen het wekenlang regende en het water geweldig waste, toen er ook binnendijks huizen aan moesten geloven, ja, toen was Janus de Mert ook overstroomd geweest. Toen zat hij grif afgesloten, er waren koeien en varkens van hem verdronken, hij zat in de grote opkamer van angst te klagen, sindsdien had hij een noodklok op de nok van zijn zwaar rieten dak. Hij dacht, als het weer gebeurt, dan zal ik die noodklok luiden, dan kannen ze mij komen redden. Want Janus de Mert, dat mocht nou voor zijn doen in deze omgeving een flinke boer zijn, hij mocht zijn grootspraak hebben, hij had een hazenhart, hij was schrikkelijk laf en bang als het om zijn lijf en leden ging. Daar heeft hij later nog angst en ellende genoeg over gehad, toen was hij te zwak geworden om de noodklok te luiden. Ge hadt hier ook Cis de Dove, die woonde in een klein arkje op de Maas, dat had hij een beetje buiten het dorp achter het veer liggen. Hij had het zelf blinkend groen geverfd, en de spijlen van de ruitjes had hij blinkend wit geschilderd. Daar had hij pleizier in, in die heldere dingen. Hij had gordijnen van bloemen, zozeer als hij geraniums, foksia's en floxen voor het raam had staan, omdat hij daar zo'n pleizier in had. In het warm, klein, planken inwendige van zijn drijvende huis, hoe was het daar gesteld. Tegen de planken zoldering hingen honderden hazenstrikken bijeengekluwd. Cis zat daaronder dicht bij zijn dubbelloops jachtgeweer, en zijn petroleum-

[p. 10]

stel, dat gaf als het brandde 's avonds voor de koffie, die Cis ging zetten, nog op zekere zin gezelligheid. En Cis zijn onsterfelijke witte, bruingevlekte hondje, dat kefte als ge binnenkwaamt en het sprong voor geweld, om Cis, die zo doof was als een hout, te waarschuwen.”



1376134-e49302c3ddf012356b2bd073c0cafcf4.jpg

Antoon Coolen (17 april 1897 – 9 november 1961)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijfster Ida Boy-Ed werd geboren op 17 april 1852 in Bergedorf (Hamburg). Zie ook alle tags voor Ida Boy-Ed op dit blog.

 

Uit: Um ein Weib

 

„Den Geburtstag des Bürgermeisters feierten Amtsrichter Dr. Fritz Haldenwang und Frau Antoinette mit einem Frühstück. Es war ein Sonntag im September. Die kleine Schar der Gäste saß im vollen Sonnenschein, der durch die Fenster der Veranda hereinkam und alle weinheißen Gesichter etwas zu rücksichtslos beleuchtete. Man hatte gut gegessen und getrunken.

Seit Bürgermeister Mandach mit imposanter Majestät und doch auch mit schmunzelndem Wohlwollen hier als Stadtvater wirkte, war in dem engeren Kreis, dem er gleich wie von selbst vorsaß, ein lebemännischer Ton aufgekommen. Wie lange der Bürgermeister sich in dem Amt behaupten würde, darauf war er selbst objektiv neugierig. Im allgemeinen war er nicht gut mit sich umgegangen. Er sagte es selbst, teils aus wirklicher Erkenntnis, teils aus einer gewissen grandiosen Art heraus, die sich lieber selbst scharf kritisiert, als daß sie die scharfe Kritik anderer abwartet.

Im Grunde genommen fiel es aber niemandem ein, ihn scharf zu beurteilen. Er trug ja seine eigene Haut zu Markte. Und selbst die alten Freunde, die wohl hier und da einige Schulden für ihn bezahlt hatten, rechneten ihm ihre Großmut nicht an, was doch gewiß bedeutsam war.

Erst hatte er ein paar Semester studiert, und von jener Zeit her stammte seine Freundschaft mit Amtsrichter Dr. Haldenwang. Sie waren beide Rhenanen und hatten in Freiburg unvergeßliche Zeiten zusammen durchbummelt. Dann, als Leutnant der Reserve, ging ihm bei einem köstlichen Manöver sein Soldatenherz auf. Es war das reinste Lustspielmanöver gewesen, im Stil des seligen Gustav von Moser. Herrliches Wetter, großartige Quartiere, bezaubernde Schloßfräuleins, Vorgesetzte von gutem Humor. Mandach kapitulierte. Aber als er ein paar Jahre die Einförmigkeit des Rekrutendrillens genossen und seine Finanzen derartig verworren wurden, daß seinen guten Freunden die Haare zu Berge standen – seine eigenen Kopfnerven waren nicht so reizbar –, nahm er seinen Abschied mit dem Titel eines Hauptmanns z.D. Wovon er dann lebte, bis ihm, dank der geradezu leidenschaftlichen Bemühungen seiner Freunde, die Bürgermeisterstelle in Wachow zufiel, war niemandem ganz klar.”

 

 

 1376134-6a3c0ad930ed56bd2745d85995bb0a1b.jpg

Ida Boy-Ed (17 april 1852 – 13 mei 1928)

Bergedorf, haven

 

 

 

 

 

De Engelse schrijver Nick Hornby werd geboren op 17 april 1957 in Redhill. Zie ook alle tags voor Nick Hornby op dit blog.

 

Uit: About a Boy

 

'Mushroom omelette and fries, please. And a Coke,' said Marcus.
'I'll have the swordfish steak,' said Will. 'No vegetables, just a side salad.'
Fiona was having difficulty deciding.
'Why don't you have the swordfish steak?' said Marcus.
'Ummm...'
He tried to get his mother's attention across the table without Will noticing. He nodded hard, once, and then he coughed.
'Are you all right, sweetie?'
He just felt it would help if his mum ordered the same food as Will. He didn't know why. It wasn't like you could talk for ages about swordfish steak or anything, but maybe it would show them that they had something in common, that sometimes they thought the same way about things. Even if they didn't. 'We're vegetarian,' said Marcus. 'But we eat fish.'
'So we're not really vegetarian.'

 

1376134-e80f6fa584352f4a1267b8314dbfd397.jpg

Hugh Grant en Nicholas Hoult in de film ‘About a boy” uit 2002

 

 

'We don't eat fish very often though. Fish and chips sometimes. We never cook fish at home, do we?'
'Not often, no.'
'Never.'
'Oh, don't show me up.'
He didn't know how saying she never cooked fish was showing her up - did men like women who cooked fish? Why? - but that was the last thing he wanted to do.
'All right,' he said. 'Not never. Sometimes.'
'Shall I come back in a couple of minutes?' said the waiter.
Marcus had forgotten he was still there.
'Ummm....'
'Have the swordfish,' said Marcus.
'I'll have the penne pesto,' said his mother. 'With a mixed salad.'

 

 

 1376134-8fb42070d3b5c4ff8ad5c282f876851a.jpg

Nick Hornby (Redhill, 17 april 1957)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Thornton Niven Wilder werd geboren op 17 april 1897 in Madison, Wisconsin. Zie ook alle tags voor Thornton Wilder op dit blog.

 

Uit: The Eighth Day

 

“For almost twenty years these ladies were in and out of one another’s house, as were their children. They got on well together without one vibration of sympathy. Beata Ashley lacked the imagination or freedom of attention to penetrate the older woman’s misery. (John Ashley was well aware of it but did not speak.) One art they shared in common: both were incomparable cooks; one condition: both were far removed from the environment that had shaped their early lives.

For these two families the first ten years went by without remarkable event: pregnancies, diapers, and croup; measles and falling out of trees; birthday parties, dolls, stamp collections, and whooping cough. George was caught stealing Roger’s three-sen stamp; Roger had his mouth washed out with soap and water for saying “hell.” Felicite, who aspired to be a nun, was discovered sleeping on the floor in emulation of some saint; Constance refused to speak to her best friend Anne for a week. You know all that.”

 

 

 1376134-4a6c9b2341a203731c168cf7d7391160.jpg

Thornton Wilder (17 april 1897 – 7 december 1975)

 

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 17e april ook mijn blog van 17 april 2012 deel 2 en ook   mijn blog van 17 april 2011 deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 19:20 Reageer op dit bericht

Vincent Corjanus

De Nederlandse dichter Vincent Daniel Corjanus werd geboren op 17 april 1995 in Zwolle. Toen hij nog maar 8 jaar oud was probeerde hij al woorden te vangen op papier. Zijn grote inspiratiebron is Frank Boeijen. Zijn eerste bundel “Woorden wonen in huizen” verscheen in 2012. In 2013 verscheen de tweede bundel “De Zichtbare Ziel.” Corjanus nam deel aan diverse evenementen als Dichters op het Erf in Den Andel en Poetry Musica in Amsterdam

 

Liefde online

Een foto van liefde
op de achtergrond van je telefoon.
Een tweet op mijn timeline,
een kus in een discotheek.
#lovehim #love.

Op facebook je ‘’vrienden’’
overtuigen dat het allemaal zo mooi en gezellig was.

Liefde online.
De liefdesbrieven zijn digitaal.
Een pot inkt gesmeten naar je beeldscherm.

Een slecht toneelstuk
in een afgebrand theater.
Romeo en Julia door de slechtste acteurs, geacteerd.
Liefde ingeblikt
in het internet.

 

 1561341-db18f9be17a4386e0d6d8bc76f4a93f6.jpg
Vincent Corjanus (Zwolle, 17 april 1995)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Kingsley Amis, Patricia De Martelaere, Sarah Kirsch, Tristan Tzara, Ewald Vanvugt, Jan Luyken

De Engelse schrijver Kingsley Amis werd geboren op 16 april 1922 in Londen. Zie ook alle tags voor Kingsley Amis op dit blog.

 

Uit: Lucky Jim

 

“He and Welch might well be talking about history, and in the way history might be talked about in Oxford and Cambridge quadrangles. At moments like this Dixon came near to wishing that they really were. He held on to this thought until animation abruptly gathered again and burst in the older man, so that he began speaking almost in a shout, with a tremolo imparted by unshared laughter:

'There was the most marvellous mix-up in the piece they did just before the interval. The young fellow playing the viola had the misfortune to turn over two pages at once, and the resulting confusion ... my word ...'

Quickly deciding on his own word, Dixon said it to himself and then tried to flail his features into some sort of response to humour. Mentally, however, he was making a different face and promising himself he'd make it actually when next alone. He'd draw his lower lip in under his top teeth and by degrees retract his chin as far as possible, all this while dilating his eyes and nostrils. By these means he would, he was confident, cause a deep dangerous flush to suffuse his face.

Welch was talking yet again about his concert. How had he become Professor of History, even at a place like this? By published work? No. By extra good teaching? No in italics. Then how? As usual, Dixon shelved this question, telling him­self that what mattered was that this man had decisive power over his future, at any rate until the next four or five weeks were up. Until then he must try to make Welch like him, and one way of doing that was, he supposed, to be present and conscious while Welch talked about concerts. But did Welch notice who else was there while he talked, and if he noticed did he remember, and if he remembered would it affect such thoughts as he had already? Then, abruptly, with no warning, the second of Dixon's two predicaments flapped up into consciousness. Shuddering in his efforts to repress a yawn of nervousness, he asked in his flat northern voice: 'How's Margaret these days ?'

 

 

 1375517-c50550490304fdefec3674a830f6805c.jpg

Kingsley Amis (16 april 1922 – 22 oktober 1995)

Kingsley en zijn zoon Martin Amis in 1992

 

 

 

 

De Vlaamse schrijfster, filosofe, hoogleraar en essayiste Patricia De Martelaere werd geboren in Zottegem op 16 april 1957. Zie ook alle tags voor Patricia de Martelaere op dit blog.

 

Uit: Een verlangen naar ontroostbaarheid

 

“Zelfmoord is ‘in’. Meer en meer mensen denken erover, meer en meer mensen doen het, meer en meer mensen proberen het ook eens een keertje. Maar meest van al nog wordt er over zelfmoord gesproken - door psychologen, sociologen en filosofen, door dokters en priesters, door critici, moralisten en sympathisanten, door sekteleiders, begeleiders en weifelende vertwijfelden.

Bij dit alles is reeds vaak gewezen, vanuit diverse hoeken, op een merkwaardige band die zou bestaan tussen de zelfmoord en het kunstenaarschap, meer in het bijzonder het schrijverschap. Tal van studies zijn gewijd aan het suïcidaal gedrag van schrijvers als Sylvia Plath, Cesare Pavese en Fernando Pessoa, aan het bestendige gevecht tegen de verlokking van zelfmoord dat het leven van een onnoemelijk aantal andere schrijvers karakteriseerde, en aan de uitgesproken cultus van het literaire zelfmoordideaal in de romantische - en later de dadaïstische - kunstconceptie. Ondanks dit alles is de band tussen het schrijven en de zelfmoord relatief onopgehelderd gebleven. Want niettegenstaande hun manifeste, latente of onbewuste zelfmoordobsessies blijft het een feit dat de meeste schrijvers het hebben volgehouden tot ze een natuurlijke dood stierven, vaak zelfs op onbetamelijk hoge leeftijd, en dat ze zich intussen vrij succesvol en comfortabel met hun schrijverschap hebben weten te verzoenen. Weliswaar zijn er kunstenaars, uit heden en verleden, die te kennen geven dat ‘de kunst en zij alleen’ hen van de zelfmoord heeft weerhouden. Maar waarom de kunst, en niet bijvoorbeeld het pottenbakken, het kleiduifschieten of het postzegelverzamelen? Wat is er in het schrijven dat een mens, in plaats van hem tot zelfmoord te drijven - wat aannemelijker zou zijn -, juist van de zelfmoord doet afzien?”

 

 

1375517-5c198a20a8297424d2da43c72467d826.jpg 

Patricia De Martelaere (16 april 1957 – 4 maart 2009)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijfster en dichteres Sarah Kirsch (eig. Ingrid Hella Irmelinde Kirsch) werd geboren op 16 april 1935 in Limlingerode. Zie ook alle tags voor Sarah Kirsch op dit blog.

 

 

 

THE LAST OF NOVEMBER

 

Erst in die Wechselstuben am Zoo

die letzten silbernen Pferdchen aus allen

Manteltaschen

Umtausch – ein toller Kurs

es blieb noch was übrig

Der Wind, der Wind, unhimmlisches Kind

blies uns im schönen Kabriolett an den Reichstag

Schneebeeren rieselten

kleines Getier raschelte an dem furchtbaren Ort

stellenweis grüner Kalk

das ist die Mauer

Türmchen und Aussichtspodeste hüben und drüben

alles registrieren sagt er

wie Hemingway auf dem Rückzug in Spanien

das stinkende Pferd

wir fuhren und flogen dreimal um den frisch

vergoldeten Engel

trafen unsere töten Dichter in ihren Wagen

die flogen schneller und schöner als wir.

 

 

 

Die Luft riecht schon nach Schnee

Die Luft riecht schon nach Schnee, mein Geliebter
Trägt langes Haar, ach der Winter, der Winter der uns
Eng zusammenwirft steht vor der Tür, kommt
Mit dem Windhundgespann. Eisblumen
Streut er ans Fenster, die Kohlen glühen im Herd, und
Du Schönster Schneeweißer legst mir deinen Kopf in den Schoß
Ich sage das ist
Der Schlitten der nicht mehr hält, Schnee fällt uns
Mitten ins Herz, er glüht
Auf den Aschekübeln im Hof Darling flüstert die Amsel

 

 

 1375517-d643384bbb76bb7535e7327ca7284c1b.jpg

Sarah Kirsch (Limlingerode, 16 april 1935)

 

 

 

 

 

De Franse dichter, dadaïst en surrealist Tristan Tzara werd op 16 april 1896 in de Roemeense plaats Moinesti geboren als Samuel Rosenstock. Zie ook alle tags voor Tristan Tzara op dit blog.

 

 

(DADAist eine jungfräuliche Mikrobe)

 

DADAist eine jungfräuliche Mikrobe
Dada ist gegen das teure Leben
Dada
Aktiengesellschaft für die Ausbeutung von Ideen
Dada hat 391 verschiedene Haltungen und Farben je nach
dem
Geschlecht des Vorsitzenden
Es wandelt sich um – behauptet – sagt zugleich das
Gegenteil –
ohne Bedeutung – brüllt – angelt.
Dada ist das Chamäleon der schnellen und interessierten
Veränderung.
Dada ist gegen die Zukunft. Dada ist tot. Dada ist idiotisch.
Es lebe Dada. Dada ist keine literarische Schule, brüllt

 

 

 

 1375517-b34158e624d63db1da1c060799c261de.jpg

Tristan Tzara (16 april 1896 – 24 december 1963)

Cartoon door David Baldinger 

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver Ewald Vanvugt werd geboren op 16 april 1943 in 's-Hertogenbosch. Zie ook alle tags voor Ewald Vanvugt op dit blog.

 

Uit: Roofgoed

 

“Bijna de hele golvende buitenwand is van glas: de hoge zalen en hallen kijken uit op de polder waar ’s zomers vette koeien in het groen grazen en ’s winters soms de lokale bevolking door de sneeuw voorbij schaatst. De negen ranke witte palen van de windmolens die de energie voor het gebouw opwekken, staan in drie rijen van drie achter de parkeerplaatsen. Binnen durven de ruime vitrines de zwevende vormen van het gebouw te herhalen.

Het silhouet van het Europees Museum van het Wereldgeheugen is nu al een internationaal bekend beeldmerk van Amsterdam. En sinds de opening blijft het nieuwe schouwpaleis hoge aantallen bezoekers naar de stad trekken, de positiefste voorspellingen nog overtreffend.

Net als in elk mammoetmuseum - het Louvre, de Hermitage, de Uffizi, het British Museum, het Museum van het Vaticaan – kan een bezoeker in het Europees Museum in veel galerijen temidden van het massale aanbod vaak niet kiezen welke verbazingwekkende schepping het eerst nauwkeuriger te bekijken. Hij of zij dreigt te verdrinken of is al ondergegaan in de overvloed aan beelden, voorwerpen, schilderingen, documenten. Overweldigd door de veelheid glijdt de aandacht vluchtig over de meeste spullen en deze onderdompeling in de cultuurgoederen geeft een geweldig plezier omdat we delen in de scheppingskracht van de vele vaklui en kunstenaars.”

 

 

1375517-be87c83a57367c78686b9bc7ee85e35a.jpg 

Ewald Vanvugt (’s-Hertogenbosch, 16 april 1943)

 

 

 

 


De Nederlandse dichter en etser
Jan Luyken werd geboren in Amsterdam op 16 april 1649. Zie ook alle tags voor Jan Luyken op dit blog.

 

 

Het Kind Gewaarschouwd

 

Die Oog, en Ooren heeft gemaakt,

Denkt, dat hy hoord, en dat hy waakt.

Het Kind en moet het niet vergeeten,

Dat alles wat van hem geschied,

Schoon zyne Oud'ren dat niet weeten,

Dat Onzen Lieven Heer dat ziet;

Die 't al kan zien, en al kan hooren,

Van alle die'er zyn gebooren.

 

 

De Boog

 

Schiet niet in 't wild; maar, doeld op 't wit.

Daar Eeuwig voordeel achter zit.

Elk rekt (als 't Kind) zyn spanning uit,

En schiet, na 't geen, dat niet beduid:

Maar and'ren, die wat meer beoogen,

Die schieten (om een groote vrucht)

Na God, met eene scherpe zucht,

Van haar gespannen herte Boogen.

 

 

 

  1375517-0b49687b71815471ad0a7ffc2435f8eb.jpg

Jan Luyken (16 april 1649 – 5 april 1712)

Illustratie bij De Boog

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 16e april ook mijn blog van 16 april 2012 deel 2 en ook mijn blog van 16 april 2011 deel 3.

Geschreven door Romenu om 17:55 Reageer op dit bericht

Tomas Tranströmer, Henry James, Daniël Samkalden, Jérôme Lambert, Benjamin Zephaniah, Wilhelm Busch, Ina Boudier-Bakker

De Zweedse dichter en schrijver Tomas Tranströmer werd geboren in Stockholm op 15 april 1931. Zie ook alle tags voor Tomas Tranströmer op dit blog.

 

 

The Indoors is Endless

 

It’s spring in 1827, Beethoven
hoists his death-mask and sails off.

The grindstones are turning in Europe’s windmills.
The wild geese are flying northwards.

Here is the north, here is Stockholm
swimming palaces and hovels.

The logs in the royal fireplace
collapse from Attention to At Ease.

Peace prevails, vaccine and potatoes,
but the city wells breathe heavily.

Privy barrels in sedan chairs like paschas
are carried by night over the North Bridge.

The cobblestones make them stagger
mamselles loafers gentlemen.

Implacably still, the sign-board
with the smoking blackamoor.

So many islands, so much rowing
with invisible oars against the current!

The channels open up, April May
and sweet honey dribbling June.

The heat reaches islands far out.
The village doors are open, except one.

The snake-clock’s pointer licks the silence.
The rock slopes glow with geology’s patience.

It happened like this, or almost.
It is an obscure family tale

about Erik, done down by a curse
disabled by a bullet through the soul.

He went to town, met an enemy
and sailed home sick and grey.

Keeps to his bed all that summer.
The tools on the wall are in mourning.

He lies awake, hears the woolly flutter
of night moths, his moonlight comrades.

His strength ebbs out, he pushes in vain
against the iron-bound tomorrow.

And the God of the depths cries out of the depths
‘Deliver me! Deliver yourself!’

All the surface action turns inwards.
He’s taken apart, put together.

The wind rises and the wild rose bushes
catch on the fleeing light.

The future opens, he looks into
the self-rotating kaleidoscope

sees indistinct fluttering faces
family faces not yet born.

By mistake his gaze strikes me
as I walk around here in Washington

among grandiose houses where only
every second column bears weight.

White buildings in crematorium style
where the dream of the poor turns to ash.

The gentle downward slope gets steeper
and imperceptibly becomes an abyss.

 

 

 

Vertaald door Robin Fulton

 

 

 

1374749-65c0ec6c33a8fd43ba0a29956cda4a59.jpg 

Tomas Tranströmer (Stockholm, 15 april 1931)

In 1965

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Henry James werd geboren in New York op 15 april 1843. Zie ook alle tags voor Henry James op dit blog.

 

Uit: Italian Hours

 

“It is a great pleasure to write the word; but I am not sure there is not a certain impudence in pretending to add anything to it. Venice has been painted and described many thousands of times, and of all the cities of the world is the easiest to visit without going there. Open the first book and you will find a rhapsody about it; step into the first picture-dealer's and you will find three or four high-coloured "views" of it. There is notoriously nothing more to be said on the subject.

Every one has been there, and every one has brought back a collection of photographs. There is as little mystery about the Grand Canal as about our local thoroughfare, and the name of St. Mark is as familiar as the postman's ring. It is not forbidden, however, to speak of familiar things, and I hold that for the true Venice-lover Venice is always in order. There is nothing new to be said about her certainly, but the old is better than any novelty. It would be a sad day indeed when there should be something new to say. I write these lines with the full consciousness of having no information whatever to offer. I do not pretend to enlighten the reader; I pretend only to give a fillip to his memory; and I hold any writer sufficiently justified who is himself in love with his theme.”

 

 

 1374749-c823f4b4e6040c0ff68c0a8a27a31dbb.jpg

Henry James (15 april 1843 - 28 februari 1916)

Portret door Jacques-Émile Blanche

 

 

 


De Nederlandse schrijver, columnist, kleinkunstenaar en zanger
Daniël Samkalden werd geboren op 15 april 1979 in Naarden. Zie ook mijn blog van 15 april 2011.

 

Uit: Straf (Column)

 

“Ik heb mijn fraaie Apple-laptop vernietigd. Een fatale afloop van een reeks broeierige dagen sinds uit het niets de ‘enter’-toets van mijn toetsenbord het voor gezien hield en losbrak in redeloze anarchie. De ‘enter’-toets deed het in deze nieuwe boosaardige realiteit niet óf de ‘enter’-toets deed het onophoudelijk. In het ene geval kon ik geen regels meer openlaten, niet meer chatten, geen zoekopdrachten meer uitsturen. In het andere geval klonk een ziek geratel en zeilden mijn teksten weg over een eindeloos aantal lege pagina’s, werden wachtwoorden en pincodes te vroeg bekrachtigd, accounts onbruikbaar verklaard en passen geblokkeerd. Pure hysterie. Hysterie die ik een halt probeerde toe te roepen door met mijn rechterhand op de ‘enter’-toets te slaan. Soms ging het dan even goed en was de orde hersteld, maar steeds sneller ging het weer mis. Eerst sloeg ik nog met een zeker respect voor de geniale techniek die ik niet kon doorgronden. Gaandeweg sloeg ik harder en harder, als straf. Als straf voor de ongehoorzaamheid. Als represaille voor het onacceptabele getreiter van mijn computer. ’s Nachts voelde ik in mijn duim het bloed kloppen en de pijn zeuren als ik de tv had uitgezet en wachtte tot ik in slaap viel. ’s Ochtends zag ik het bijproduct van deze pijn als ik mijn laptop opende en schrok van een steeds dieper wordende holte, een vallei, rechts van het toetsenbord. “Per ongeluk laten vallen”, zei ik toen een vriend mij vroeg wat er in godsnaam was gebeurd en ik hield voor me dat een sadistisch machtsspel gaande was.”

 

 

1374749-f027cdeaf006b9484550fb2d9f715abf.jpg 

Daniël Samkalden (Naarden, 15 april 1979)

 

 

 

 

 

De Franse schrijver Jérôme Lambert werd geboren op 15 april 1975 in Nantes. Zie ook alle tags voor Jérôme Lambert op dit blog.

 

Uit: J'aime pas le lundi

 

“Ce qui me dérange, c'est quand le tyran qui règne sur ses sujets en profite et exige de chacun un peu plus chaque jour. J'ai toujours peur que les gens se perdent eux même, qu'ils ne se retrouvent plus et ne comprennent que des années plus tard, enfin libérés, à quel point ils furent malheureux. Sans parler du nombre d'années supplémentaires pour soigner tout ça, se restaurer, se reconstruire vraiment. Je crois que les mécanismes qui régissent nos cœurs sont beaucoup plus fragiles qu'on ne se le figure.

(…)

 

Les cailloux me paraissaient les êtres les plus enviables de la Création. D'abord parce qu'ils ne s’embarrassent pas de savoir s'ils sont heureux ou non. Ils sont. Point barre. Ensuite parce qu'ils sont toujours bien là où le destin les a posés. Un caillou ne dépare jamais son environnement. Même un galet de plage qui se retrouverait par un concours de circonstances au milieu d'une forêt aurait toujours l'air à sa place. Il ne serait ni trop plat, ni trop salé, ni trop joli. Et je suis sûr que les autres cailloux de la forêt l'accueilleraient sans préjugés. Les cailloux ne jugent pas, les cailloux ne se plaignent pas.”

 

 

1374749-3f9d1e683b55ec4110ccf9b6aaef9ca2.jpg 

Jérôme Lambert (Nantes,15 april 1975)

 

 

 

 


De Engelse dichter en schrijver
Benjamin Zephaniah werd geboren op 15 april 1958 in Handsworth, Birmingham. Zie ook alle tags voor Benjamin Zephania op dit blog.

 

 

Fair Play

 

Mirror mirror on the wall
Could you please return our ball
Our football went through your crack
You have two now
Give one back.

 

 

 

Vegan Steven

 

There was a young vegan
Called Steven,
Who just would not kill for no reason,
This kid would not eat
No cheese or no meat
And he hated the foxhunting season.

 

 

 

1374749-b1a8183fe4a05cf22f2fc3bac727583a.jpg 

Benjamin Zephaniah (Handsworth, 15 april 1958)

 

 

 

 


De Duitse dichter en tekenaar Wilhelm Busch werd geboren in Wiedensahl op 15 april 1832. Zie ook alle tags voor Wilhelm Busch op dit blog.

 

 

Armer Haushalt

 

Weh, wer ohne rechte Mittel

    Sich der Poesie vermählt!

Täglich dünner wird der Kittel,

    Und die Milch im Hause fehlt.

 

Ängstlich schwitzend muß er sitzen,

    Fort ist seine Seelenruh,

Und vergeblich an den Zitzen

    Zupft er seine magre Kuh.

 

 

 

Der Wetterhahn

 

Wie hat sich sonst so schön der Hahn

Auf unserm Turm gedreht

Und damit jedem kundgetan,

Woher der Wind geweht.

 

Doch seit dem letzten Sturme hat

Er keinen rechten Lauf;

Er hängt so schief, er ist so matt,

Und keiner schaut mehr drauf.

 

Jetzt leckt man an den Finger halt

Und hält ihn hoch geschwind.

Die Seite, wo der Finger kalt,

Von daher weht der Wind.

 

 

 

 1374749-fd7e759014f3f87ecf4a586ac8dd1f5f.jpg

Wilhelm Busch (15 april 1832 - 9 januari 1908)

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijfster Ina Boudier-Bakker werd geboren in Amsterdam op 15 april 1875. Zie ook alle tags voor Ina Boudier-Bakker op dit blog.

 

Uit: 't Vrindje

 

‘Ga nou Frits!’

‘Ja, 't is al bij tweeën!’

‘Als je nou niet gaat, denken ze, dat je niet meer komt.’

De jongen, verveeld, hing tegen de vensterbank naar buiten te kijken, in de zonnige stille straat.

Zijn moeder kwam naast hem staan, haar hand op zijn schouder.

‘Toé nou jongen, denk eens, die menschen doe je d'r nog een beetje plezier mee.’

De jongen zuchtte.

Hij wist wel, zijn moeder stónd erop, en hij wou ook wel, och jawel, als hij er maar niet zoo láng hoefde te zitten, en er nou niet net heenmoest op dien éénen dag, dat hij voor 't eerst eens van kostschool thuis was - zijn heele middag weg... en 't was er ook zoo náár...’

‘Dan ga ik maar,’ zei hij lusteloos.

Buiten lag de straat in blakende zonnehitte - stille zondagstraat van klein provincie-stadje. Maar het was den jongen, of na die vier weken op kostschool buiten, alles hier in blijde herkenning tegen hem opsprong .. de huizen, de menschen.. kijk, ouwe Kees van den bakker altijd nog als een dooie mol op de stoep!... en een gelukkig gevoel, iets, om opeens te willen hollen, schreeuwen, pretmaken, barstte in hem los.

‘Hé! Frits!!’ hoorde hij achter zich gillen, toen een langgerekt gefluit. Mèt bleef hij staan, keek om.

Achter hem kwamen hard aanloopen Jan en Barend Keg, met Hannes van Slooten, zijn speciale vrienden. Rood van verwachting rende hij terug, op hen toe.”

 

 

1374749-ae1deb8fff0312a4019d646ae48d2109.jpg 

Ina Boudier-Bakker (15 april 1875 - 26 december 1966)

 

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 15e april ook mijn blog van 15 april 2012 deel 1 en ook deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 18:37 Reageer op dit bericht

Mieke van Zonneveld

De Nederlandse dichteres Mieke van Zonneveld werd op 5 april 1989 geboren in Hilversum. Zij bezocht de International School in haar geboorteplaats en studeerde Nederlands, literatuurwetenschap en Latijn op de VU in Amsterdam. Van Zonneveld schreef recensies voor Recensieweb en publiceerde eerder werk in De tweede ronde en in het ambachtelijk gedrukte Avantgaerde en op Tzum.

 

Hemel, zei hij

Hemel, zei hij
en ik schreef het op
irreëel decorgeschilder
waardeloos gebazel
over lichtval
waar ik in hing
als een spin

Zijdezachte draden die de wind
niet wilde breken en een weke
warme glimlach, het vertrouwen
van een kind

dat vlinder wilde zijn

Alle acht mijn ogen
werden glimlachend bedrogen
Alle acht mijn ogen
hebben in het licht geloofd

Hemel, zegt hij
en ik schud mijn hoofd

 

 

 1544771-10ec75e1d7ac295ab5cd05fb1e7657bc.jpg
Mieke van Zonneveld (Hilversum, 5 april 1989)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Patrick Bernauw

De Vlaamse schrijver, cenarist, acteur en regisseur Patrick Bernauw werd geboren op 15 april 1962 in Aalst en woont in Erembodegem. Tot zijn bekendste proza-werken behoren de docudetective Mysteries van het Lam Gods (1991) en, in samenwerking met Guy Didelez, de historische jeugdroman In het Teken van de Ram (1996) die in eigen land werd onderscheiden met de Prijs Knokke-Heist voor de Beste Jeugdroman en in Duitsland met de Eule des Monats. Zijn proza-werk voor de jeugd werd voorts nog twee maal bekroond met de John Flandersprijs voor Vlaamse Filmpjes, en het werd vertaald in het Frans, het Duits, het Noors, het Italiaans, het Spaans en het Pools. Zijn meest recente werken zijn doorgaans historische thrillers voor volwassenen, zoals Het Bloed van het Lam (2006), Nostradamus in Orval (2007), Het Illuminati Complot (2008 - De "illuminati" zijn een complotgroep die de wereld wil overheersen.), "De Paus van Satan" (2011) en "De Zaak Louis XVII" (2012). In 1994 ontving hij voor zijn luisterspel La Comédie Française de Provinciale Paul de Mont Prijs voor toneel. In 1998 richtte Patrick samen met zijn broer Fernand het muziektheatergezelschap Compagnie de Ballade op, dat zowel voor een volwassenen publiek als voor jongeren speelt. Patrick Bernauw schrijft niet alleen de teksten waarvoor zijn broer Fernand de muziek componeert, maar regisseert de stukken ook en acteert/zingt erin mee. Met De Sterke Verhalen Blues trok hij meer dan tien jaar door het hele Vlaamse land. Bernauw is sinds 1985 voltijds auteur en staat sinds 1987 aan het roer van zijn eigen productiehuis het Onafhankelijk Radiofonisch Gezelschap ORAGE cvba, destijds opgericht om luisterspelen en radiodocumentaires te maken voor de vrije radio's. In 1999 stopte ORAGE definitief met het produceren van audiodrama en vormde zich om tot productiehuis voor theater- en multimedia-projecten.

Uit: Het Bloed van het Lam

“‘Pseudologia phantastica,’ luidde de diagnose van Mennaert. Het is in de ogen van Maarten een kwal van een vent, maar dit betekent niet noodzakelijk dat Mennaert ongelijk heeft.
‘Het dorpskerkje van Rennes-le-Château verkeerde in een ver gevorderde staat van ontbinding,’ gaat Lena verder alsof Maarten haar nooit heeft onderbroken. ‘En in 1891…’ Ze spreekt het jaartal heel nadrukkelijk uit en ze kijkt hem nu ook zo aan… als om te achterhalen of hij nog bij de les is.
‘Het jaar waarin Là-bas verscheen,’ knikt hij.
‘In 1891 dus verwijderde hij de altaarsteen die rustte op twee oude Visigotische zuilen, de restanten van een bouwwerk uit de zesde eeuw waarop de kerk aan het eind van de elfde eeuw was opgetrokken.’
Eén van de zuilen bleek hol te zijn. In de holle ruimte ontdekte Saunière vier perkamenten, gevat in verzegelde houten foedralen. Twee ervan bevatten stambomen; de eerste ging terug tot 1244, de tweede tot 1644. De overige documenten leken van de hand van een laat achttiende eeuwse voorganger van Saunière, Antoine Bigou. Oppervlakkig bekeken, kon men de teksten beschouwen als vrome fragmenten uit het Nieuwe Testament, gesteld in het Latijn. Maar hier en daar waren er woorden aan elkaar blijven kleven, liepen er lijnen door hele zinnen, werden er overbodige letters toegevoegd of boven de rest van de letters geplaatst.
‘Saunière is er vermoedelijk niet in geslaagd de code te breken waarin de boodschap gesteld was. Niettemin realiseerde hij zich op iets belangrijks gestoten te zijn. Hij trok met zijn ontdekking naar de bisschop van Carcassone, die hem op staande voet doorstuurde naar Parijs. Daar maakte hij kennis met de linguïst en cryptografisch expert Emile Hoffet, die zich ondanks zijn priesterroeping ten zeerste interesseerde voor allerlei esoterische onderwerpen en contacten onderhield met diverse secten en geheime genootschappen. Hoffet introduceerde de plattelandspriester in kringen die gefrequenteerd werden door letterkundigen als Mallarmé en Maeterlinck, de componist Debussy, Emma Calvé… Emma was een geval apart… Ze moet zo een beetje de Maria Callas van haar tijd geweest zijn, en ze was de hogepriesteres van een esoterische secte en de maîtresse van verscheidene invloedrijke occultisten. Al gauw deden er ook geruchten de ronde over een amoureuze affaire tussen Saunière en Calvé.”

 

 1533152-c61041fad949b5a664f72644e39672e0.jpg
Patrick Bernauw (Aalst, 15 april 1962)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Alexandre Jardin, Roman Graf, Tjitse Hofman, Péter Esterházy, Landolf Scherzer, Gabriele Stötzer

De Franse schrijver Alexandre Jardin werd geboren in Neuilly op 14 april 1965. Zie ook alle tags voor Alexandre Jardin op dit blog.

 

Uit: Bille en tête

 

“Mon père continuait à habiller de noir son existence. Son deuil interminable m'accablait chaque fois davantage. Alors, quand la coupe était pleine, je courais retrouver Clara. Sa maison riante m'accueillait à lit ouvert. Ses caresses me rassasiaient. Nous faisions l'amour à en perdre la tête pour oublier la mort de ma mère.
Chez Clara, c'était mieux qu'une auberge espagnole. On y trouvait plus que ce qu'on y apportait. J'apportais mes seize ans, et j'y trouvais l'amour, le vrai.

(...)

 

“Sur le chemin du retour, bercé par les cahots ferroviaires, je pensais à toi, l'Arquebuse. Ta mort ferait de moi un riche héritier en rillettes et autres cochonnailles ; mais tu me laisserais longtemps le regret de tes sourires. Pour la première fois, tu m'apparus égoïste; car enfin, tes retrouvailles avec le bon Dieu étaient bien jolies, mais qu'allais-je faire de mes pleurs? Tu ne serais plus là pour les sécher. Grand-mère irresponsable, tu n'avais pas songé qu'en mourant tu me léguerais aussi de la tristesse. Voilà ce que c'est que les vieux. Et, chose plus cruelle encore, tu me forçais à étouffer mes larmes ; car pleurer aurait été te trahir. Pourtant, le jour de ta mort, je te ferais cette infidélité. L'espace de quelques sanglots, je me laisserais chialer, tu m'entends, oui chialer comme un enfant. Mais rassure-toi, ce sera très bref. Je te promets d'être heureux et de rire aux éclats à la sortie de ton enterrement. Sitôt la grille du cimetière franchie, je m'engage même à basculer une fille dans une meule de foin. On fera l'amour à ta santé ; ça ne sera pas triste ; je le jure sur ta tête.”

 

 

1374199-a822e97a31bf6cdacc1469b325edae91.jpg 

Alexandre Jardin (Neuilly, 14 april 1965)

 

 

 

 


De Zwitserse dichter en schrijver
Roman Graf werd geboren geboren op 14 april 1978 in Winterthur, Zwitserland. Zie ook alle tags voor Roman Graf op dit blog.

 

 

Neuer Tag

 

Nacht
Lebt in den Tag hinein.
Welt im Traum
Beginnt mich zu verlassen.
Ich muss jetzt selbst erschaffen.
Liege fest im warmen Laken.
Wer dreht die Heizung auf,
Wo ist der Abend hin.
Ich zieh mich an.
Die Arbeit geht nicht aus.

 

 

 

Der Anfang eines Tages

 

Augen auf, der Tag da. Dein Herz
Nicht eingeschlafen in der Nacht.
Und du – wieder kein Zar.
Wie immer (zwanzig Jahre) „Gepuffte Weizenkost“,
Während draussen das Gold der Sonne.
Du stehst im März eines Jahres.
Die Pflanzen fangen an zu blühen
Und Blätter. Welt noch nicht untergegangen.
Hält im Gleichgewicht. Zuhause die Arbeit,
Ein Gedicht verficht irgendetwas.
Was wolltest du denken?
Tee beruhigt die Gedanken.
Trinken.

 

 

 

 1374199-506b9ee50d841b78da53edef587d65a5.jpg

Roman Graf (Winterthur, 14 april 1978)

 

 

 

 

 

De Nederlandse dichter Tjitse Hofman werd geboren in Assen op 14 april 1974. Zie ook alle tags voor Tjitse Hofman op dit blog.

 

 

HOOI

Zij bloeide
het was de tijd van hooi
van werken en insecten
 
Het was de tijd van zoet
het zoemen van bloesem
zweet en stof
 
Van wagens lossen
en later op de zolder
de kat en haar kroost.

 

 

 

Allerliefste

Wat ik
het liefste
het aller
allerliefste

Ben jij
in je blote
in je onvergrote
blote

Je onvergrote
Blozende
blootste jij

Dat staat je
het mooiste
het aller
allermooiste

het allerblootste
mooie blozende
bloot zo mooi
ben jij.

 

 

 

1374199-375a627898f87404599ca98e924e69b6.jpg
Tjitse Hofman (Assen, 14 april 1974)

 

 

 

 

 

De Hongaarse schrijver Graaf Péter Esterházy van Galántha werd geboren in Boedapest op 14 april 1950. Zie ook alle tags voor Péter Esterházy op dit blog.

 

Uit: Celestial Harmonies (Vertaald door Judy Sollosy)

 

“Green peppers or tomatoes stuffed with cottage cheese and dill, or just a boiled onion with mayonnaise, canned liver paté tuned up with sour cream and thyme - something. For the sake of appearances. Our mother could make something out of almost nothing. No, not just something, but something beautiful. In every sphere of life she was at war with anything ugly, anything that lacked shape. Hard semolina pudding from goat's milk and grits, which she then flattened out, baked, cut into rounds, then she stacked them up with jam between the layers. This was the Tower of Babel. We could talk to our heart's delight then, partly pure nonsense, partly gibberish (obvious wisdom). Duck sans orange. Who wants more sansorange? (Déclassé humor.) In short, hors d'oeuvres and dolce. La dolce vita.
"A little dolce? Pur la bon buss."
This double sentence was always forthcoming, as if we had to choose.
But there was no denying the tomato juice with pepper, nutmeg, ginger and ground orange peel, when available. We loved it. Our friends make faces and pushed the plate away.
"You're putting on airs!"
When it came to food, there might have been a touch of the précieux in us. We were proud of our taste buds.”

 

 

1374199-b1aa46c2c20a94d18ba7e47976317f4d.jpg 

Péter Esterházy (Boedapest, 14 april 1950)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver Landolf Scherzer werd geboren op 14 april 1941 in Dresden. Zie ook alle tags voor Landolf Scherzer op dit blog.

 

Uit: Urlaub für rote Engel: Reportagen

 

“Ich kenne sie als Mitarbeiterin vom Rat des Bezirkes. Sie war unter anderem für die Schriftsteller verantwortlich. Sie nahm regelmäßig an den Sitzungen unseres Verbandes teil, und ich erinnere mich, dass sie mütterlich war. Und Staatsmacht. Am Telefon sagt sie mir, dass sie morgen in den Urlaub fahre. Parlaments- und Schulferien in Thüringen. Nachmittags müsse sie zur Stadtratssitzung, also wenn, dann solle ich sofort kommen. wöhnt, bis 60 oder 65 zu arbeiten, und dann bekam man automatisch seine Rente. Jetzt aber, dieser Bürokraten Überlebens- Schreibkram, der ängstigt viele.«
Dann würde sie noch einige sehr alte Frauen im Haus betreuen. Beispielsweise die Elisabeth Keyser, schon über 80. »Ich schaue jeden Abend nach ihr, das ist sozusagen mein Nachtgebet.« Aber wenn ich wirklich über das soziale Engagement der PDS schreiben wolle, sei ich bei ihr falsch. Da müsste ich mit der Heide Schwalbe sprechen. Die habe als Vorsitzende des Jugendhilfeausschusses in der Stadt ein Kinderparlament gegründet, oder mit der ehemaligen Pastorin Renate Müller, die 1990 in die PDS eingetreten sei, oder mit der Designerin Hayde-Nina Klonz, die sich nun um Häftlinge kümmere und mit ihnen im Knast Bilder male, oder mit der Else Duske, die mit anderen Genossen jeden Dienstag im Suhler Büro der Thüringer PDS-Vorsitzenden Gabi Zimmer sitze und dort Rentenantragsstellern Hilfe zur Selbsthilfe gebe. Über 5.000 wären schon dort gewesen.”

 

 

1374199-9a64aac4cb58aef776a303b193e1ff10.jpg 

Landolf Scherzer (Dresden, 14 april 1941)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijfster Gabriele Stötzer werd geboren op 14 april 1953 in Emleben inThüringen in de toenmalige DDR. Zie ook alle tags voor Gabriele Stötzer op dit blog.

 

Uit: Ich bin die Frau von gestern

 

“Sie haben keine Gefühle füreinander. Ihre Eltern hatten keine Zeit, es ihnen zu lehren, und jetzt beschäftigt sich niemand mehr mit ihnen. Sie haben viel Zeit, denn es gibt nichts mehr zu tun. Die Landschaften sind zerstört, es lohnt sich kaum noch zu reisen. Sie setzen sich auf die Tische und machen die Beine breit. Sie sind unkeusch und zügellos, und doch weiß ich nicht, wie sie Liebe machen. Den Nutten fehlen die Freier. Und reißt sich einmal eine die Kleider vom Leib, schaut keiner hin. Vielleicht weil die Musik fehlt.
Er hätte weiter geredet. Er wäre vielleicht noch tiefer gegangen, hätte noch weiter ausgeholt. Er hätte ein terminologisch-philosophisches System aufbauen können. Er hätte mir seine Jugend erzählen können. Aber er sah mir an, dass ich den Kontakt zerbrach. Wir waren noch aus der Zeit, da man sich ohne Worte verstand. Wo ein Blick noch ein Meer war. Wir wussten das Gleiche. Wir hatten Augen, Ohren, Gefühl und Wissen. Wir hatten gehört, gesehen, gefühlt und gelebt. Wir wussten zu allem die richtigen Worte. Wir wussten das Gleiche. Wir waren stumm.”

 

 

 1374199-8c76d9a2fcb4d34a2f0d8fb93e829a73.jpg

Gabriele Stötzer (Emleben, 14 april 1953)


 

Zie voor nog meer schrijvers van de 14e april ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 18:52 Reageer op dit bericht

Charles Lewinsky, Helene Hübener, Roberto Schopflocher, Martin Kessel, Gerhard Rohlfs

De Zwitserse schrijver en draaiboekauteur Charles Lewinsky werd geboren op 14 april 1946 in Zürich. Zie ook alle tags voor Charles Lewinsky op dit blog.

 

Uit: Johannistag

 

“Wenn man sich der Dorfmitte nähert, rücken die Häuser näher zusammen, sie haben sich auf städtisch herausgeputzt und ihre Gärten hinter sich versteckt, als ob sie sich der Tomatenstauden schämten und der wuchernden Gurken. Wer zu den Beeten will, muss zuerst durch die Garage, die früher mal eine Scheune war, und bevor er wieder auf die Straße hinausgeht, wechselt er die Schuhe. Die Grundstücke sind durch immer neue Erbteilungen verwinkelt und verzahnt; man kennt seine Nachbarn, wenn man hier wohnt, hat ihnen seit Generationen in die Fenster gesehen und in die Geschichten.

Man hat mir zum Beispiel (das wird Dir gefallen) von einem Mann erzählt, der konnte sich zwischen zwei Schwestern nicht entscheiden, heiratete schließlich die eine und nahm die andere mit ins Haus, und immer, wenn die ledige schwanger war, musste sich die verheiratete den Bauch ausstopfen, um das Kind später als ihr eigenes ausgeben zu können. Ich habe die Geschichte gehört, als ob sie sich gestern ereignet hätte oder vorgestern, aber als ich Genaueres wissen wollte, stellte sich heraus, dass sie im letzten Jahrhundert spielt. Wie der Mann geheißen hat und seine zwei Frauen, das wusste man nicht mehr zu sagen, aber das Haus, in dem die beiden immer abwechselnd ihre Kinder geboren haben, das konnte man mir noch zeigen.

Die Leute in diesen Häusern sind anders als die am Rande des Dorfes, obwohl es nur ein paar Schritte dahin sind, bürgerlicher, sie haben Jobs irgendwo in der Umgebung, oder sie ziehen sich

zumindest an, als ob sie Arbeit haben würden, wenn sich nur welche finden ließe. Am Morgen fahren sie mit ihren Autos weg, lassen die grün lackierten Scheunentore offen stehen, so dass man die Stapel mit den Mineralwasser kisten sehen kann und die sauber aufgeräumte Werkbank, am Abend kommen sie wieder zurück, aus ihren Küchen riecht es nach Zwiebeln und Knoblauch, und wenn man später noch einmal vorbeigeht, flackern die Fernsehschirme hinter den Fenstern.”

 

 

1374197-90716091b44b9cbac363c06a2057d247.jpg 

Charles Lewinsky (Zürich, 14 april 1946)

 

 

 


De Duitse schrijfster
Helene Hübener werd geboren op 14 april 1843 in Sternberg. Zie ook alle tags voor Helene Hübner op dit blog.

 

Uit: Es muß doch Frühling werden

 

“Der Unwille legte sich sofort, als es den fremden Herrn erblickte.

„Verzeihen Sie“, stotterte es errötend, „ich dachte, es wäre einer von unsern Jungen; sie wissen, dass die Eltern um diese Zeit schlafen, vergessen es aber oft – und da wollte ich schelten!“

„Nun, da schelten Sie nur“, sagte Herr von Buchwald lächelnd. „Wir haben’s verdient, wenn wir die Eltern gestört haben, und werden später wieder reinschauen.“

Das junge Mädchen, das mit klugen Augen die Sache durchschaut hatte, dachte sich wohl, dass der Junge zu den Eltern in Pension gebracht werden solle, und da sie wünschten, zu drei Pflegesöhnen noch einen vierten bei sich aufzunehmen, sagte sie mit gewinnender Stimme:

„Nein, fortlassen darf ich Sie nicht, da würde der Papa ungehalten sein. Bitte, wollen Sie eintreten?“

Herr von Buchwald betrat einen geräumigen hellen Vorsaal, der, nach dem Büfett und dem großen Esstisch zu urteilen, als Speisezimmer diente. Das junge Mädchen hatte augenscheinlich hier mit Näharbeit gesessen. Sie war noch in ihrer Hand, auch war es Herrn von Buchwald nicht entgangen, dass es eine geplatzte Weste war, die von der kunstfertigen Hand des kleinen Blondkopfes wiederhergestellt wurde. „Ein gutes Zeichen“, dachte er, „hier flicken sie für die Pensionäre.“ Was ihn weiter angenehm berührte, war die einfache und äußerst sauber gehaltene Wohnung. Das junge Mädchen öffnete die Tür des Besuchszimmers und ließ die Fremden mit der Versicherung hinein, der Papa würde gleich kommen. Während

Herr von Buchwald gern die schneeweißen Gardinen, die blanken Fenster, die blühenden, wohlgepflegten Blumen btrachtete und von da seine Blicke auf gute Kupferstiche und Photographien schweifen ließ, sagte er sich: „Hier weht gesunde Luft, innerlich und äußerlich, Gott gebe, dass ich mich nicht täusche.“

 

 

1374197-a04759f325d449392fe408c01eadb5ff.jpg
Helene Hübener (14 april 1843 – 5 juni 1918)

Sternberg, markt

 

 

 

 

 

De Duits-Argentijnse schrijver Robert Schopflocher werd geboren op 14 april 1923 in Fürth. Zie ook alle tags voor Roberto Schopflocher op dit blog.

 

Uit: Weit von wo

 

“Ich kann mich nur einer einzigen Schikane erinnern, welche wir  über uns ergehen lassen mussten: Das Schwimmbassin durften  wir nicht gleichzeitig mit den »Ariern« benutzen. Nur am Abend

wurde uns eine kurze Badezeit bewilligt. Man könnte diese Verfügung ironisieren und von der humoristischen Seite betrachten.

Viele der von ihr Betroffenen taten dies auch. Aber gerade das ist  ja das Unheimliche: Alle nahmen wir diese uns auferlegte Demütigung als die natürlichste Sache der Welt hin. Was beweist, wie

schnell sich Unterdrückte an den Zustand ihrer Unterdrückung gewöhnen und sich deren Regeln unterwerfen. Dr. Alfred Dang, der Direktor der antifaschistischen Pestalozzi-Schule von Buenos

Aires, sah sich einmal zu seiner Bestürzung der schüchternen Frage ausgesetzt, die ein gerade aus Deutschland eingetroffenes jüdisches Emigrantenkind an ihn richtete. Der Junge wollte wis-

sen, ob es sich auf die Bank neben seinen »arischen« Mitschüler setzen dürfe. Und ein alter Nennonkel meines Vaters erkundigte sich verwundert, wie es mir als Jude eigentlich gelungen sei, in

eine staatliche Landwirtschaftsschule aufgenommen zu werden.

Als unser Schiff die deutschen Hoheitsgewässer hinter sich gelassen hatte, atmeten die jüdischen Emigranten erleichtert auf und beglückwünschten sich einander, weil sie dem Hitlerterror

entronnen waren. Vermutlich haben sich bei einer solchen Gelegenheit auch die knapp zwei Jahre später ausreisenden Passagiere zugeprostet, nicht ahnend, dass sie sich auf einer Irrfahrt befanden, auf einem jener Gespensterschiffe, die einen Hafen nach dem andern anlaufen würden, in der vergeblichen Bemühung, sich seiner dem Tod geweihten Menschenfracht zu entledigen.”

 

 

1374197-23cec1cfa71d4323194791f76b8421f1.jpg 

Robert Schopflocher (Fürth, 14 april 1923)

 

 

 

 


De Duitse dichter en schrijver
Martin Kessel (eig. Hans Brühl) werd geboren op 14 april 1901 in Plauen (Vogtland). Zie ook alle tags voor Martin Kessel op dit blog.

 

 

Aphorismen

 

 

"Die Jugend verachtet die Folgen; darauf beruht ihre Stärke."

 

 

"Es gibt Besserwisser, die niemals begreifen, daß man recht haben und ein Idiot sein kann."

 

 

"Man glaubt für gewöhnlich, es gebe keine Steigerungsform von tot. Diese gibt es aber doch: ausgestorben."

 

 

"Man ist in dem Maße zur Freiheit reif als man zur Selbstkritik fähig ist."

 

 

 

1374197-7a2140693f732bbcc9d420b3e73a614c.jpg 
Martin Kessel (14 april 1901 – 14 april 1990)

 

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver en Afrikareiziger Gerhard Rohlfs werd geboren op 14 april 1831 in Vegesack bij Bremen. Zie ook alle tags voor Gerhard Rohlfs op dit blog.

 

Uit: Mein erster Aufenthalt in Marokko und Reise südlich vom Atlas durch die Oasen Draa und Tafilet


„
Wie ganz anders ist die gegenüberliegende spanische Küste, grüne, wein- und olivenumrankte Berge, überall Städte, freundliche Villen und Dörfer, kleine Schiffe, die den Küstenverkehr vermitteln; man kann keinen grösseren Gegensatz denken.

Gegen Abend desselben Tages verliessen wir die Küste, ohne sie jedoch ganz aus den Augen zu verlieren, und hielten auf Gibraltar, welches noch Nachts erreicht wurde. Bis zum folgenden Mittag ruhte der Dampfer, sodann wurde die Meerenge durchschnitten und wir waren um 3 Uhr vor Tanger. Zahlreiche Jollen waren gleich vorhanden, uns Passagiere aufzunehmen, die jetzt ausser mir fast nur noch aus Bewohnern des Landes Marokko bestanden. Eine Jolle war bald gefunden, aber man kann auch mit diesen kleinen Fahrzeugen nicht unmittelbar ans Land kommen, sondern bedarf dazu eines Menschen, der einen heraustragen muss. Bei sehr flachem Strande ist nämlich die Brandung so stark, dass die Böte dort nicht anlegen können. Ich miethete einen kräftigen Neger, der mich rittlings auf seinen Schultern vom Boote aus ans Land trug.

Für einzelne Reisende sind die Douane-Schwierigkeiten nicht lästig, zumal für mich, da mein Pass bekundete, dass ich unter englischem Schutze stände. Die Dragomanen der verschiedenen Consulate fragen die gelandeten Fremden nach ihrer Nationalität, und als ich meinen Bremer Pass in die Hände eines vornehm aussehenden Juden legte, des Dolmetsch des englischen Generalconsulates, waren im Augenblick alle Schwierigkeiten beseitigt. Die Hansestädte standen dazumal unter grossbritanischem Schutze, während Preussen sich durch Schweden vertreten liess.

Ein Absteigequartier war auch bald gefunden, das Hôtel de France, welches von einem Levantiner Franzosen gehalten wurde, ein reizendes Haus, in ächt maurischem Style. Von einem früheren Gouverneur Stadt erbaut, gehörte dasselbe jetzt der marokkanischen Regierung, der Eigenthümer der Gastwirthschaft hatte es nur miethweise.”

 

 

1374197-77c4dc03696fece99563f5df71fdf8ce.jpg
Gerhard Rohlfs (14 april 1831 – 2 juni 1896)

Tafilet 

Geschreven door Romenu om 18:48 Reageer op dit bericht

Nachoem Wijnberg, Saskia Noort, Jean-Marie Gustave Le Clézio, Samuel Beckett

De Nederlandse dichter en schrijver Nachoem Mesoelam Wijnberg werd geboren in Amsterdam op 13 april 1961. Zie ook alle tags voor Nachoem Wijnberg op dit blog.

 

 

Huis bij de rivier

 

Kinderen mogen van hem spelen
op de begraafplaats naast zijn huis

of mogen daar stil zijn
en bloemen neerleggen op de graven

en mogen de volgende dag op school zeggen: 'Luister,
gisteren legde ik bloemen neer op het graf van je oma.'

Huis bij de rivier.
Vissen in de rivier.

 

 

 

Wat ik hoor

 

Dat is wat ik gehoord heb,
het is mij verteld,
maar niet als iets
wat ik niet moet vergeten.

Iets horen
van lang geleden,
alsof voor alles geldt
dat het altijd nog kan komen.

Wat begint met
een langzame golf,
een deur die opengaat,
wil iemand naar binnen?

Wat ik mij herinner
is wat mij verteld is,
langzaam overeind komen
en golven komen door de schemering, van wat?

 

 

 

1373553-0a1c71b7115d2c6163086d8393ab92d8.jpg 

Nachoem Wijnberg (Amsterdam, 13 april 1961)

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijfster, freelance journaliste en columniste Saskia Noort werd geboren in Bergen op 13 april 1967. Zie ook alle tags voor Saskia Noort op dit blog.

 

Uit: 40

 

“Zomervakantie

Het ligt op de bank en het hangt. Rara wat is dat? Mijn zoon in zijn favoriete zomervakantiepositie. Vriendjes zijn op vakantie, buiten kletteren de verfrissende zomerbuitjes al dagenlang tegen de ruiten, alle computerspelletjes zijn gespeeld, alle dvd’s bekeken, alle scheten uitgewisseld per MSN,alle ijsjes opgegeten, alle ballen lek. Tennissen? Bleh. Een boswandeling? Gadver. Naar de storm kijken aan het strand? Dûh. Museumpje pakken in Amsterdam? Kots-kots.
Het hangt ondersteboven,voeten over de rugleuning, chips malend onderuit en die enkele vriend die hij op heeft weten te snorren, hangt ernaast. Giebelend. Ruftend. Boerend. Neuspeuterend. Alles omvermaaiend met hun onhandige knokige ledematen. Overal commentaar op leverend met hun verveelde, overslaande stemmen. Ja hoor, mam, wat zie je eruit. Jezus, pap, doe even normaal. En naar bed gaan ze ook al helemaal nooit meer. Met hun alles horende oren hangen ze om je heen, met hun allesziende ogen registreren ze ieder non-verbaal bericht, Big Kid Is Watching You, en een beetje ruziemaken, laat staan seksen is er niet meer bij. Jullie gaan toch niet scheiden, hè? Jullie gaan toch niet vrijen, hè?”

 

 

 1373553-eb6c8c1ba4415ad06281690929e37cc0.jpg

Saskia Noort (Bergen, 13 april 1967)

 

 

 

 

 

De Franse schrijver Jean-Marie Gustave Le Clézio werd geboren op 13 april 1940 in Nice. Zie ook alle tags voor Jean-Marie Gustave Le Clézio op dit blog.

 

Uit: In the forest of paradoxes (Vertaald door  Alison Anderson)

 

“Why do we write? I imagine that each of us has his or her own response to this simple

question. One has predispositions, a milieu, circumstances. Shortcomings, too. If we are

writing, it means that we are not acting. That we find ourselves in difficulty when we are faced with reality, and so we have chosen another way to react, another way to communicate, a certain distance, a time for reflection.

If I examine the circumstances which inspiredme to write–and this is not mere self-indulgence, but a desire for accuracy–I see clearly that the starting point of it all for me was war. Not war in the sense of a specific time of major upheaval, where historical events are experienced, such as the Frenchcampaign on the battlefield at Valmy, as recounted by Goethe on the German side and my ancestor François on the side of the armée révolutionnaire.

That must have been a moment full of exaltation and pathos. No, for me war is what civilians experience, very young children first and foremost. Not once has war ever seemed to me to be an historical moment. Wewere hungry, we were frightened, we were cold, and that is all. I remember seeing the troops of Field Marshal Rommel pass by under my window as they head

ed towards the Alps, seeking a passage to the north of Italy and Austria. I do not have a particularlyvivid memory of that event.

I do recall, however, that during the years which followed the war we were deprived of everything, in particular books and writing materials. For want of paper and ink, I made my first drawings and wrote my first texts on the back of the ration books, using a carpenter’s blue and red pencil. This left me with a certain preference for rough paper and ordinary pencils. For want of any children’s books, I read my grandmother’s dictionaries. They were like a marvellous gateway, through which I embarked on a discovery of the world, to wander and daydream as I looked at the illustrated plates, and the maps, and the lists of unfamiliar words.”

 

 

1373553-e235eabaec0d5ba8ada9120b55157a78.jpg 

Jean-Marie Gustave Le Clézio (Nice, 13 april 1940)

 

 

 

 

 

De Ierse (toneel)schrijver en dichter Samuel Barclay Beckett werd geboren in Foxrock, Dublin op 13 april 1906. Zie ook alle tags voor Samuel Beckett op dit blog.

 

Uit: Waiting for Godot

 

“VLADIMIR:

Boots must be taken off every day, I'm tired telling you that. Why don't you listen to me?

ESTRAGON:

(feebly). Help me!

VLADIMIR:

It hurts?

ESTRAGON:

(angrily). Hurts! He wants to know if it hurts!

VLADIMIR:

(angrily). No one ever suffers but you. I don't count. I'd like to hear what you'd say if you had what I have.

ESTRAGON:

It hurts?

VLADIMIR:

(angrily). Hurts! He wants to know if it hurts!

ESTRAGON:

(pointing). You might button it all the same.

VLADIMIR:

(stooping). True. (He buttons his fly.) Never neglect the little things of life.

ESTRAGON:

What do you expect, you always wait till the last moment.

VLADIMIR:

(musingly). The last moment . . . (He meditates.) Hope deferred maketh the something sick, who said that?

ESTRAGON:

Why don't you help me?”

 

 

 

 1373553-d7a1be555342051c3f5385c3999a9cca.jpg

Samuel Beckett (13 april 1906 - 22 december 1989)
Scene uit „Waiting For Godot, Studio 54, New York, 2009




Zie voor nog meer schrijvers van vandaag ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 12:07 Reageer op dit bericht

Seamus Heaney, Stephan Hermlin, Orhan Veli, Tim Krabbé

De Ierse dichter Seamus Heaney werd op 13 april 1939 te County Derry, Noord-Ierland, geboren. Zie ook alle tags voor Seamus Heaney op dit blog.

 

 

The Harvest Bow

 

As you plaited the harvest bow
You implicated the mellowed silence in you
In wheat that does not rust
But brightens as it tightens twist by twist
Into a knowable corona,
A throwaway love-knot of straw.

Hands that aged round ashplants and cane sticks
And lapped the spurs on a lifetime of game cocks
Harked to their gift and worked with fine intent
Until your fingers moved somnambulant:
I tell and finger it like braille,
Gleaning the unsaid off the palpable,

And if I spy into its golden loops
I see us walk between the railway slopes
Into an evening of long grass and midges,
Blue smoke straight up, old beds and ploughs in hedges,
An auction notice on an outhouse wall—
You with a harvest bow in your lapel,

Me with the fishing rod, already homesick
For the big lift of these evenings, as your stick
Whacking the tips off weeds and bushes
Beats out of time, and beats, but flushes
Nothing: that original townland
Still tongue-tied in the straw tied by your hand.

The end of art is peace
Could be the motto of this frail device
That I have pinned up on our deal dresser—
Like a drawn snare
Slipped lately by the spirit of the corn
Yet burnished by its passage, and still warm.

 

 

 

Postscript

 

And some time make the time to drive out west
Into County Clare, along the Flaggy Shore,
In September or October, when the wind
And the light are working off each other
So that the ocean on one side is wild
With foam and glitter, and inland among stones
The surface of a slate-grey lake is lit
By the earthed lightening of flock of swans,
Their feathers roughed and ruffling, white on white,
Their fully-grown headstrong-looking heads
Tucked or cresting or busy underwater.
Useless to think you'll park or capture it
More thoroughly. You are neither here nor there,
A hurry through which known and strange things pass
As big soft buffetings come at the car sideways
And catch the heart off guard and blow it open.

 

 

 

1373549-cee3b7f1c92f5111614850a3e990e571.jpg 

Seamus Heaney (County Derry, 13 april 1939)

 

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Stephan Hermlin werd als zoon van joodse immigranten geboren op 13 april 1915 in Chemnitz Zie ook alle tags voor Stephan Hermlin op dit blog.

 

Uit: Abendlicht

 

“Seit ich zum erstenmal "Tausendundeine Nacht" gelesen hatte, drang immer die gleiche rubinene Glut aus der Nacht der Basare, lief der gleiche kleine Wasserverkäufer durch die schweren Schlagschatten, stand die gleiche unsichtbare Sonne an einem tiefblauen Himmel über der Morgenkühle in den Häuserschluchten. Umgeben von Armut und Verfall und dem Einbruch einer widerwärtigen Technik stand ich lange neben den Märchenerzählern an den Straßenecken. Ihre Sprache verstand ich nicht; nur in den Augen ihrer zerlumpten Zuhörer lebten die Bilder und Gestalten meiner Kindheit. Lange suchte ich nach einem Licht, das ich einmal deutlich gesehen hatte. Ich habe es nicht gefunden.
Mit dreizehn Jahren las ich zufällig das "Kommunistische Manifest"; es hatte später Folgen. Mich bestach daran der große poetische Stil, dann die Schlüssigkeit des Gesagten. Zu den Folgen gehörte, daß ich es mehrmals las, im Laufe der Jahre sicher zwei dutzendmal. In drei Ländern hörte ich bei meinem Lehrer Hermann Duncker Vorlesungen über das Manifest; Duncker, der das Werk vom ersten bis zum letzten Wort hätte auswendig hersagen können, gehört zu jenen nicht mehr Lebenden, die noch mit Tränen der Ergriffenheit in den Augen über marxistische Theorie sprachen. Das berühmte Werk führte mich zu schwierigeren, umfangreicheren Schriften der marxistischen Literatur, aber ich kehrte immer wieder auch zu ihm zurück. Längst schon glaubte ich, es genau zu kennen, als ich, es war etwa in meinem fünfzigsten Lebensjahr, eine unheimliche Entdeckung machte. Unter den Sätzen, die für mich seit langem selbstverständlich geworden waren, befand sich einer, der folgendermaßen lautete: "An die Stelle der alten bürgerlichen Gesellschaft mit ihren Klassen und Klassengegensätzen tritt eine Assoziation, worin die freie Entwicklung aller die Bedingung für die freie Entwicklung eines jeden ist." Ich weiß nicht, wann ich begonnen hatte, den Satz so zu lesen, wie er hier steht. Ich las ihn so, er lautete für mich so, weil er meinem damaligen Weltverständnis auf diese Weise entsprach. Wie groß war mein Erstaunen, ja mein Entsetzen, als ich nach vielen Jahren fand, daß der Satz in Wirklichkeit gerade das Gegenteil besagt: "... worin die freie Entwicklung eines jeden die Bedingung für die freie Entwicklung aller ist."

 

 

 1373549-513ebd1822df9837e2aa97038476bf50.jpg

Stephan Hermlin (13 april 1915 – 6 april 1997)

Hier met de Albanese schrijver Zihni Sako (rechts) op een congres in 1952

 

 

 

 


De Turkse dichter
Orhan Veli (eig. Orhan Veli Kanık) werd geboren op 13 april 1914 in Izmir. Zie ook alle tags voor Orhan Veli op dit blog.

 

 

MY TREE

 

If there were other trees
in our neighbourhood
I would not love you so.
But if you knew
how to play backgammon with me
I would love you even more.

O beautiful tree!
When you die
I hope we'll have moved
to another neighbourhood.

 

 

 

 

FOR FREE

 

We are living for free;
The air's for free, the clouds are for free,
hills and dales are for free.
Rain and mud are for free.
The outside of cars,
the foyers of movie-houses,
shop-windows are for free.
It's not the same as bread and cheese -
but salt-water is for free.

 

Freedom will cost you your life,
but slavery is free - somewhere -
to anyone who wants it.
We are living for free.
For free.

 

 

 

THE TRAM-DRIVER

 

He looks in front of him all the time.
He doesn't smoke.
He is
a wonder!

 

 

 

Vertaald door Murat Nemet-Nejat e.a.

 

 

 

1373549-2fa7d963bcf19d09583b7edaefea3baf.jpg 

Orhan Veli (13 april 1914 – 14 november 1950)

 

 

 

 


De Nederlands schrijver en schaker
Tim Krabbé werd geboren in Amsterdam op 13 april 1943. Zie ook alle tags voor Tim Krabbé op dit blog.

 

Uit: Vertraging

 

„Met zijn zaklantaarn scheen hij langs de bomenrij, maar ineens was het alsof zijn licht geweldig aangloeide. Hij keek om: het waren de koplampen van een auto die vlakbij stilhield. Hij deed zijn lantaarn uit. Een deur sloeg, er klonken stemmen, lichtbundels van lantaarns zochten tussen de bomen en verblinden hem.

'Blijf staan!' zei een stem.

Hij stak zijn handen in de lucht en begon voorzichtig naar het licht toe te lopen. De Bundels weken uit zijn ogen, en hij zag twee mannen. Ze hadden uniformen aan, en op hun auto stond POLICE.

'Ze is hier,' zei hij.

'Wie is hier.'

'Madame Twenty. Ze moet hier zijn. Ik zoek haar al de hele tijd, maar ik kan haar niet vinden. Ik ben Jacques Bekker, de Nederlandse quizmaster.'

Hij werd achter in de auto gezet, de politiemannen vroegen per radio om versterking, en toen die er was, en men op zijn aanwijzingen het lichaam van Moniek gevonden had werd hij naar Strobe gebracht. Onderweg, zo zouden de politiemannen later op de avond aan de toegestroomde pers vertellen, herhaalde hij voordurend dat hij een lafbek was die voor eeuwig zijn kans had gemist.“

 

 

1373549-e6bc21ff2f5a858beacfd0731b51e22c.jpg
Tim Krabbé (Amsterdam, 13 april 1943)

Geschreven door Romenu om 12:03 Reageer op dit bericht

Antje Rávic Strubel, Scott Turow, Tom Clancy, Alan Ayckbourn, Agnes Sapper

De Duitse schrijfster Antje Rávic Strubel werd geboren op 12 april 1974 in Potsdam. Zie ook alle tags voor Antje Rávic Strubel op dit blog.

 

Uit: Gebrauchsanweisung Schweden

 

“Ich hatte eine Villa in Schweden, am Ufer des Fryken in Värmland. Vom Fenster und von der Veranda war der See zu sehen, der in der Sonne hell aufschien. Vogelbeerbäume säumten eine Schneise im Wald. Solange der Nachbar die Schneise nicht zuwuchern ließ, wurde sie von Rehen genutzt, um in der Dämmerung zum Trinken ans Ufer zu ziehen.

Wenn die Tannen nachts in der Spur des MondesSchatten auf die Kiesel warfen und das Gras am Schuppen grau und verwittert aussah, wenn nach einer stürmischen Nacht Kastanienhülsen, Birkenzweige und die Blätter der Akazie über die Holzplanken der Veranda trieben und das Haus im blauen Licht wirkte wie der letzte, verlassene Ort, oder wenn an einem Frühsommermorgen der Tau die verrosteten Seile des Fahnenmastes im Garten versilberte und die Luft so klar war, dass sie schmerzend scharfe Bilder aus der Landschaft trieb, war es, als hätte bis zu diesem Moment jemand anderes mein Leben gelebt. Ich aber wäre die ganze Zeit hier gewesen.

Ich war in meine Villa so verliebt wie Tania Blixen in ihre Farm in Afrika, und genauso blauäugig hatte ich sie auch gekauft. Die Abenteuer schienen mir, die ich nie in Kenia gewesen bin, vergleichbar groß. Unerschrocken unternahm ich Tagesmärsche in den nächsten Ort, um Proviant für die kommenden Wochen zu kaufen, verhandelte mit Einheimischen über die Reparatur meines Brunnens und hielt Elche für mindestens so gefährlich wie Löwen, weshalb ich wahrscheinlich nie einen sah. Glücklicherweise war ich am Ende nicht ganz so pleite wie die dänische Schriftstellerin, aber ich war am Anfang auch nicht annähernd so reich gewesen.”

 

 

 1373126-49085220987ee53b0820e5edac975e04.jpg

Antje Rávic Strubel (Potsdam, 12 april 1974)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver en jurist Scott Turow werd geboren op 12 april 1949 in Chicago. Zie ook alle tags voor Scott Turow op dit blog.

 

Uit: Personal Injuries

 

“Robbie Feaver's troubles were more immediate. Last night three Special Agents of the Internal Revenue Service's Criminal Intelligence Division had visited him at home -- one to talk and two to listen. They were, as you would expect, rumpled men in inexpensive sport coats, grave but polite. They had handed him a grand jury subpoena for all of his law partnership's financial records and tried to ask Robbie questions about his income tax returns. Wisely, he had refused to reply.

He could suit himself, responded the one agent who spoke. But they wanted to tell him a couple things. Good news and bad. Bad first.

They knew. They knew what Robbie and his law partner, Morton Dinnerstein, had been up to. They knew that for several years the two had occasionally deposited a check they received when they won or settled one of their personal injury cases in a secret account at River National Bank, where the firm transacted no other business. They knew that out of the River National account Dinnerstein and Robbie had paid the usual shares of what they'd earned -- two thirds to the clients, one ninth to the referring attorneys, odd amounts to experts or court reporters. Everyone had received his due. Except the IRS. They knew that for years now, Feaver and his partner had been writing checks to cash to draw down the balance of the account, never paying a dime in tax.

You guys are cold-cocked, the agent added. Robbie laughed now, very briefly, repeating the words.

I didn't ask how Robbie and his partner could have ever believed a scheme so simpleminded would work. I was long accustomed to the dumb ways people get themselves in trouble. Besides, the fact was that their scam had operated smoothly for years. A checking account that paid no interest was unlikely to come to the Service's attention. It was, frankly, noteworthy that it had, a development that would inevitably be traced to freak coincidence, or, if things were spicier, betrayal.”

 

 

1373126-c81d60c2c65b4a78d6ef402229548976.jpg 

Scott Turow (Chicago, 12 april 1949)

 

 

 

 


De Britse blijspelauteur
Alan Ayckbourn werd geboren op 12 april 1939 in Londen. Zie ook alle tags voor Alan Ayckbourn op dit blog.

 

Uit: Alan Ayckbourn's programme note for the Theatre Royal, Windsor, 1968

 

“My only contact with the Theatre Royal until now was a rather embarrassing one. My mother-in-law, determined to see her daughter's newly acquired, un-employed actor husband established as a second Terence Rattigan, besieged John Counsell's office with 'phone calls, letters and visits insisting they presented a play of mine. Mr. Counsell politely but firmly declined the invitation. But all that was several years and six plays ago. The fact remains though, that when we heard that Relatively Speaking was to be presented here both mother-in-law and I glowed smug with contentment.
I thought it might be worth devoting these columns to describing exactly how a play comes to be written. In particular this play, since every single one is different, and the actual process of writing it down devious and mysterious. Some write in pencil; some directly on to typewriters; some at dawn some at midnight. Some wait for inspiration, some, like me, bash on with page one and hope they reach page ninety-five without confronting a major obstacle. Plays are sometimes written back to front with the first scene the last to be completed. This play, for the record, was written in pencil over several midnights, the second scene first and the first scene last and was completed in ten days flat. I remember I had a large woolly cat for company who didn't really belong to us but seemed to like basking in the heat generated by my creative processes.”

 

 

 1373126-1fa9abb2559b5c4c2c351d16b288e5d0.jpg

Alan Ayckbourn (Londen, 12 april 1939)

Scene uit  “Relatively Speaking”, Nyack’s Elmwood Playhouse, 2009

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Tom Clancy werd geboren op 12 april 1947 in Baltimore County, Maryland. Zie ookalle tags voor Tom Clancy op dit blog.

 

Uit: Red Rabbit

 

“The scary part, Jack decided, was going to be driving. He'd already bought a Jaguar — pronounced jag-you-ah over here, he'd have to remembe — but both times he'd walked to it at the dealership, he'd gone to the left-front door instead of the right. The dealer hadn't laughed at him, but Ryan was sure he'd wanted to. At least he hadn't climbed into the passenger seat by mistake and really made an ass of himself. He'd have to remember all that: The "right" side of the road was the left. A right turn crossed oncoming traffic, not a left turn. The left lane was the slow lane on the interstates-motorways, he corrected himself. The plugs in the wall were all cockeyed. The house didn't have central heating, despite the princely price he'd paid for it. There was no air-conditioning, though that probably wasn't necessary here. It wasn't the hottest of climates: The locals started dropping dead in the street when the mercury topped 75. Jack wondered what the D.C. climate would do to them. Evidently, the "mad dogs and Englishmen" ditty was a thing of the past.
But it could have been worse. He did have a pass to shop for food at the Army-Air Force Exchange Service — otherwise known as the PX at nearby Greenham Commons Air Base — so at least they'd have proper hot dogs, and brands that resembled the ones he bought at the Giant at home in Maryland.

So many other discordant notes. British television was different, of course, not that he really expected much chance to vegetate in front of the phosphor screen anymore, but little Sally needed her ration of cartoons. Besides, even when you were reading something important, the background chatter of some mindless show was comforting in its own way. The TV news wasn't too bad, though, and the newspapers were particularly good-better than those he normally read at home, on the whole, but he'd miss the morning Far Side. Maybe the International Tribune had it, Ryan hoped. He could buy it at the train station kiosk. He had to keep track of baseball anyway.”

 

 

1373126-b17ed06e4abe2e5267e0e8d492e8b9cf.jpg 

Tom Clancy (Baltimore County, 12 april 1947)

 

 

 

 


De Duitse schrijfster Agnes Sapper werd geboren op 12 april 1852 in München. Zie ook alle tags voor Agnes Sapper op dit blog.

 

Uit: Ohne den Vater

 

„Im gemütlichen Wohnzimmer eines Forsthauses in Ostpreußen saß ein kleiner Familienkreis eng und traulich beisammen: der Förster Stegemann mit seiner noch ganz jungen, lieblichen Frau, die ihr Kindchen in den Armen hielt und versuchte, mit zärtlichen Worten und dem Spiel ihrer Finger dem kleinen Geschöpf das erste Lächeln zu entlocken. Neben ihr lehnte Gebhard, ein kräftiger, etwa zehnjähriger Junge; er sah nach dem Schwesterchen, das so wohlig in der Mutter Armen ruhte, und wartete gespannt, ob es noch einmal gelänge, das Lächeln hervorzuzaubern, das vorhin wie ein Sonnenstrahl über das Kindergesichtchen gehuscht war. Als es gelang, sah er die Mutter beglückt an und wandte sich lebhaft an seinen Vater: "Hast du es diesmal gesehen?"

Nein, er hatte es wieder nicht gesehen, weil ihm etwas anderes noch anziehender war, als das erste Lächeln seines Töchterchens. Er hatte auf Mutter und Sohn gesehen. Ihn freute, daß diese beiden sich so gut verstanden. Es war noch nicht lange her, daß er diese junge Frau heimgeführt hatte, nachdem seine erste Frau, Gebhards Mutter, gestorben war. Eine lange Reihe stiller Jahre hatte er mit dem Knaben verlebt, den eine treue Magd schlicht und streng erzog. Innig nah standen sich Vater

und Sohn, ernst und pflichttreu war der Förster, anspruchslos der Junge.

Kräftig wuchs er in der frischen Waldluft heran und machte von seinem sechsten Lebensjahr an täglich einen stundenlangen Weg, um auf einem benachbarten Gut an dem Unterricht mit den Knaben des Gutsbesitzers teilzunehmen. Auf diesem Weg begleitete ihn ein treuer Hund des Försters, der schon immer sein Spielkamerad gewesen und jetzt sein Beschützer auf einsamen Waldwegen war.”

 

 

 1373126-898b0e92eb8d501601d30745633c8494.jpg

Agnes Sapper (12 april 1852 – 19 maart 1929)
München, Sendlinger Tor

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 12e april ook mijn blog van 12 april 2012 deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:31 Reageer op dit bericht

Leonard Nolens, Mark Strand, Walid Soliman, Attila József

De Belgische dichter en schrijver Leonard Nolens werd geboren in Bree op 11 april 1947. Zie ook alle tags voor Leonard Nolens op dit blog.

 

 

Geduld

 

Hou me vast, geduld, ook nu we samengaan
Als gaan en hurken, strelen en kapotte handen.
Als je kunt zal ik mij ook vanavond kuilen
Voor de nacht, en dromen, dromen dat ik slaap,
En dat ik slaap door alles heen en iedereen.

Als je me wekt zal ik me morgenochtend buigen,
En buigen opnieuw, over mijn bord, een vrouw, het lot
Dat mij aan tafel roept met zijn afwezige stem.
Ik zal er eten van haar brood, haar vlees, en eten
Tot ik niet meer kan, en weggegeten ben.

 

 

 

Jij bent schatrijk geboren

 

Jij en ik, dat is twee
Plus dit. Dat is drie. Dat is vragen
Om ruzie, men komt er niet uit.
Wij zitten perplex in elkaar.
Wij maken hetzelfde misbaar.
Jij en ik dat is een.

Jij bent schatrijk geboren
En kocht mij met gemak.
Dat zet ik je betaald
Op deze rekening.
Ik ben geen slapend geld
Vandaag, ik handel in ons.

Ik werk mij in het zweet
Van jou, ik bid en vloek mij
Uit de naad van ons,
Ik maak je winst op de markt.
Jij bent wat ik hier tel,
Mijn tol, mijn kapitaal.

Ik viel jou in de schoot
Van goud, ik woeker met wissels
Van ons en koop je terug
Nu ik ons doorverkoop
Aan vreemden, de truc is gelukt.
Wij staan op hetzelfde biljet.

 

 

 

Ritueel

 

Zij hebben ons hart ingepikt,
Onze groei, onze poppen genekt,
Onze tuin op de trein gezet,
Ons verblind met hun lichtende as.

Zij hebben de zwarte zak
Van hun afwezigheid strak
Over ons heengetrokken
En toen onze oren verpest
Met de ruis van hun hemelse spraak.

Dus waar ik vandaan kom, daar
Moet je die opgebaarde
Nog lichtjes blozende doden
Lang en bedachtzaam slaan.

 

 

 

 1372507-a50d4cd4916cec1cb73ab74cf827dea5.jpg

Leonard Nolens (Bree, 11 april 1947)

 

 

 

 

 

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Mark Strand werd geboren op 11 april 1934 in Summerside, Prince Edward Island, Canada. Zie ook alle tags voor Mark Strand op dit blog.

 

 

Man and Camel

 

On the eve of my fortieth birthday

I sat on the porch having a smoke

when out of the blue a man and a camel

happened by. Neither uttered a sound

at first, but as they drifted up the street

and out of town the two of them began to sing.

Yet what they sang is still a mystery to me—

the words were indistinct and the tune

too ornamental to recall. Into the desert

they went and as they went their voices

rose as one above the sifting sound

of windblown sand. The wonder of their singing,

its elusive blend of man and camel, seemed

an ideal image for all uncommon couples.

Was this the night that I had waited for

so long? I wanted to believe it was,

but just as they were vanishing, the man

and camel ceased to sing, and galloped

back to town. They stood before my porch,

staring up at me with beady eyes, and said:

"You ruined it. You ruined it forever."

 

 

 

 

The Everyday Enchantment of Music

 

A rough sound was polished until it became a smoother sound, which was polished until it became music. Then the music was polished until it became the memory of a night in Venice when tears of the sea fell from the Bridge of Sighs, which in turn was polished until it ceased to be and in its place stood the empty home of a heart in trouble. Then suddenly there was sun and the music came back and traffic was moving and off in the distance, at the edge of the city, a long line of clouds appeared, and there was thunder, which, however menacing, would become music, and the memory of what happened after Venice would begin, and what happened after the home of the troubled heart broke in two would also begin.

 

 

 

1372507-fb2745ddae1fd75772c15b39a56e7ddf.jpg
Mark Strand (Summerside, 11 april 1934)

 

 

 

 


De Tunesische dichter, schrijver, essayist en vertaler
Walid Soliman werd geboren op 11 april 1975 in Tunis. Zie ook alle tags voor Walid Soliman op dit blog.

 

Uit: In Jean Genet Square

 

“The failure of sand… nothing grows, everything gets erased.”

He said that while leaning with his hand on the back of the park bench, and I noticed that he did not seem as imposing as I had first supposed. It was clear his life had not been a walk in the park. He then took the straw hat he had been fingering and put it on his head, saying, “Do you know who said that quote?”

“Honestly… my memory fails me.”

“James Joyce, in Ulysses.”

But before I could find a moment to ask him his name, or if we had met previously, he disappeared, leaving me to flounder in my confusion.

With him, my desire to read also disappeared that day, as his solemn voice continued to ring in my ears. I remained there, motionless, until nightfall.

In the days that followed I continued going to the same place, sitting in the same bench, patently hoping to meet that man who appeared to me a connoisseur of the world of literature. But he never came. In fact, nothing at all transpired that could confirm to me the reality of our meeting, that it was not simply all a confused dream.

Summer had begun to expire when one day I entered a large bookshop specialized in foreign literature located in the center of Barcelona. I was looking for a copy of Ulysses by James Joyce. While I was rummaging through the shelves, my attention was taken by a group of black-and-white photographs hanging above the bookcase. They were pictures of famous authors, and there between Sartre and Camus – I trembled when I saw it – hung a photo of one with a completely shaven head smoking a Cuban cigar.”

 

 

 1372507-d9b92aefa1a398b39016a1a2c36a857c.jpg

Walid Soliman (Tunis, 11 april 1975)


 

 

De Hongaarse dichter Attila József werd geboren op 11 april 1905 in Boedapest. Zie ook alle tags voor Attila Józsefop dit blog.

 

 

By the Danube

 

1.

As I sat on the bottom step of the wharf,
A melon-rind flowed by with the current;
Wrapped in my fate I hardly heard the chatter
Of the surface, while the deep was silent.
As if my own heart had opened its gate:
The Danube was turbulent, wise and great.

Like a man's muscles when hard at his toil,
Hammering, digging, leaning on the spade,
So bulged and relaxed and contracted again
Each single movement, each and every wave.
It rocked me like my mother for a time
And washed and washed the city's filth and grime.

And the rain began to fall but then it stopped
Just as if it couldn't have mattered less,
And like one watching the long rain from a cave,
I gazed away into the nothingness.
Like grey, endless rain from the skies overcast,
So fell drably all that was bright: the past.

But the Danube flowed on. And the sprightly waves
In playful gaiety laughed at me again,
Like a child on his prolific mother's knee,
While other thoughts were racing through her brain.
They trembled in Time's flow and in its wake,
Like in a graveyard tottering tomb-stones shake.

 

 

Vertaald door John Székely

 

 

 

1372507-4e004f2df8a9725a5a0999910a9412f0.jpg 

Attila József (11 april 1905 – 3 december 1937)

Standbeeld in Boedapest

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 11e april ook mijn blog van 11 april 2012 deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:56 Reageer op dit bericht

Leo Vroman, Paul Theroux, Claudio Magris, Bella Akhmadulina, Stefan Heym, Richard Wagner

De Nederlandse dichter Leo Vroman werd op 10 april 1915 in Gouda geboren. Zie ook alle tags voor Leo Vroman op dit blog.

 

 

Twee Partijen

 

Er zijn twee hachelijke
partijen: één strevende
naar het belachelijke,
dat is die der levenden;

en één van gezag,
dat is die der doden;
en als het aan mij lag
waren beide verboden.

Lag het aan mij
dan stichtte ik graag,
en liefst nog vandaag,
een derde partij.

De 'Waar Alleen Zij
Die Nergens Toe Horen,
Toe Horen Partij'
zij hierbij geboren.

Ik nodig degenen
die zich klimdrab
of zitsteen menen
tot lidmaatschap,

en maak bekend
dat dit gedicht
zich tot hen richt
als president;

want evenals
gesprek en spook
heeft het geen leven
en geen dood ook.

 

 

 

Echt gisteravond gebeurd

 

Wij zaten gewoon naast elkaar
en keken als altijd naar de tv
toen ik plotseling merkte: Nee,
dat is allemaal niet waar,

ik ben op een vreemde planeet
waar mijn vrienden mij achterlieten
en voor zover ik weet
zit ik eenzaam op visite.

Tegenover mij stond een lijst
waar een landschap in werd gereisd,
en waaruit tot overmaat
raar werd gepraat.

En ineens was dat weer niet waar
en we zaten opnieuw naast elkaar.

Wel blijft mij een bepaald
gevoel van onzekerheid:
wordt het niet langzaamaan tijd
dat ik word opgehaald?

 

 

 

Sluiting

 

Als ik morgen niet opsta
moet je niet schrikken:
per slot, elke opera
en alle toneelstukken
hebben hun ogenblikken,
het vallen van gordijnen
of andere ongelukken.
Dit is dan het mijne.

Sluit dus mijn gezicht,
doe die mond en twee ogen
maar netjes dicht
en ik ben voltooid.

Laat zo maar gaan,
en die oren mogen
nog openstaan,
want je weet nooit

 

 

 

 1371831-c0cb09556c42e204e3b8e0c2135acedf.jpg

Leo Vroman (Gouda, 10 april 1915)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Paul Edward Theroux werd geboren op 10 april 1941 in Medford, Massachusetts. Zie ook alle tags voor Paul Theroux op dit blog.

 

Uit: Dark Star Safari

 

“To be an African leader was to be a thief, but evangelists stole people’s innocence, and self- serving aid agencies gave them false hope, which seemed worse. In reply, Africans dragged their feet or tried to emigrate, they begged, they pleaded, they demanded money and gifts with a rude, weird sense of entitlement. Not that Africa is one place. It is an assortment of motley republics and seedy chiefdoms. I got sick, I got stranded, but I was never bored. In fact, my trip was a delight and a revelation. Such a paragraph needs some explanation — at least a book. This book perhaps.
As I was saying, in those old undramatic days of my school- teaching in the bundu, folks lived their lives on bush paths at the ends of unpaved roads of red clay, in villages of grass-roofed huts. They had a new national flag to replace the Union Jack, they had just gotten the vote, some had bikes, many talked about buying their first pair of shoes. They were hopeful and so was I, a teacher living near a settlement of mud huts among dusty trees and parched fields. The children shrieked at play; the women, bent double — most with infants slung on their backs — hoed patches of corn and beans; and the men sat in the shade stupefying themselves on chibuku, the local beer, or kachasu, the local gin. That was taken for the natural order in Africa: frolicking children, laboring women, idle men. Now and then there was trouble: someone transfixed by a spear, drunken brawls, political violence, goon squads wearing the ruling-party T- shirt and raising hell. But in general the Africa I knew was sunlit and lovely, a soft green emptiness of low, flat-topped trees and dense bush, bird squawks, giggling kids, red roads, cracked and crusty brown cliffs that looked newly baked, blue remembered hills, striped and spotted animals and ones with yellow fur and fangs, and every hue of human being, from pink-faced planters in knee socks and shorts to brown Indians to Africans with black gleaming faces, and some people so dark they were purple.”

 

 

1371831-170adf91794ef1ddcbd2998a778aedce.jpg 

Paul Theroux (Medford, 10 april 1941)

 

 

 

 


De Italiaanse schrijver en vertaler
Claudio Magris werd geboren op 10 april 1939 in Triëst. Zie ook alle tags voor Claudio Magris op dit blog.

 

Uit: Blindly (Vertaald door Anne Milano Appel)

 

“MY DEAR COGOI, to tell the truth I'm not so sure that no one is able to write a man's life as well as he can, even though I was the one who wrote that. Of course, that sentence has a question mark. In fact, if I remember correctly—so many years have passed, a century, the world around us was young, a verdant, dewy-eyed dawn, still it was already a prison—if I remember correctly, that question mark, hauling all the rest along with it, was the very first thing I actually wrote down. When Dr. Ross urged me to write those pages for the yearbook, I would have liked to send him a batch of pages with just a nice big question mark and nothing else—it would have been the honest thing to do—but I didn't want to be impolite toward him, kindly and benevolent as he was, unlike the others, and then too it wasn't a good idea to irritate someone who could oust you from a comfortable niche, like the editorial office of the penal colony almanac, and send you to that hellhole, Port Arthur, where if you sat down to rest for even just a second, worn out from the rocks and icy water, you'd feel the cat-o'-nine-tails on your back.

So I only wrote the first sentence in front of that question mark, rather than my entire life ... mine, his, whoever's. Life, our grammar teacher Pistorius used to say—accompanying the Latin citations with calm, sonorous gestures in that room hung with red that darkened and faded away toward evening, childhood's embers glowing in the shadows—life is not a declaration or a statement but an interjection, a punctuation mark, a conjunction, at most an adverb. In any case, never one of the so-called principal parts of speech—"Are you sure that's what he said?"—Oh ... you're right, Doctor, it's possible that ... perhaps it wasn't he who used that expression, it must have been Miss Perich, subsequently Perini, the teacher in Fiume, but later on, much later.

Besides, that initial question can't be taken seriously since it implicitly contains the commonly known response, like a question in a sermon posed to the faithful in a rising tone. "Who so able to write a man's life as the living man himself?" No one, of course, you can almost hear the congregation murmur in response to the preacher. If there's one thing I've grown used to, it's rhetorical questions, ever since I wrote the sermons for Reverend Blunt, who paid me half a shilling apiece, in the prison in Newgate, while he played cards with the guards and waited for me to come and play too, that way he frequently got his half shilling back—nothing strange about that, I was in there mainly because I had lost everything gambling.”

 

 

 1371831-c10654dfbf1b1cb527d52e1e33b77e40.jpg

Claudio Magris (Triëst, 10 april 1939)

 

 

 

 


De Russische dichteres
Bella Akhmadulina werd geboren op 10 April 1937 in Moskou. Zie ook alle tags voor Bella Akhmadulina op dit blog.

 

 

The Dream Of Winter Night

 

‘Twas snowing. And to the snow,

To cold of the heaven and earth,

The deeper I slept the more grown

Was Chegem tulips’ warming blaze.

 

‘Twas snowing. Soul was singing

From whiteness of snow afar.

‘Twas snowing. Plane-trees were greening.

How green, dreams of winter, you are!…

 

 

 

 

There is again a change…

 

There is again a change in Nature,

the green is very rough in sight,

and rises – in a lofty fashion –

the figure of the mushroom, white.

 

And this old garden itself shows

all living woods and skies above,

and choices of my grace are posed

just on three faces that I love.

 

The body of the moth, so sightless,

dies in the lamp’s indifferent light,

marks fingers with its golden brightness,

and gives hand the non-pleasance, slight.

 

Oh, Lord, how in this best of summers,

my soul’s peace is long and great –

thus in a rainbow its colors

forbid one more to be inset.

 

Like this, a circle, fully ended,

inside it handles itself all,

and uselessness of each touch, added,

seem as unenvied and droll.

 

 

 

Vertaald door Yevgeny Bonver

 

 

 

 1371831-4bb548facecf55d32d46883df5237cfa.jpg

Bella Akhmadulina (Moskou, 10 April 1937)

 

 

 

 

De Duitse schrijver Stefan Heym (eig. Hellmuth Flieg) werd geboren op 10 april 1913 in Chemnitz. Zie ook alle tags voor Stefan Heym op dit blog.

 

Uit: Gesammelte Erzählungen (Marius)

 

“Es ist ein halbdunkler Kellerraum. Durch ein kleines Loch in der Wand, Fenster genannt, fällt, je nachdem die Wolken draußen sich lichten oder zusammenballen, stärkeres oder schwach zitterndes Licht ein. Ein großer, für das niedere Gemach zu großer Mann geht darin auf und ab, manchmal rüttelt er an der Tür, sein Gesicht rötet sich, dick schwillt eine Ader auf seiner kurzen Stirn - dann flucht er, grob, bäurisch, und fährt sich mit eigenartig täppischer, Verzweiflung bedeutender Gebärde über sein glatt geschorenes, fast weißes Haar. / Seine Toga ist grau und befleckt, die Purpurstreifen des Consuls hat er abgetrennt vor seiner Flucht, aber man hat ihn natürlich doch erkannt und geschnappt - wer kennt ihn denn nicht, Marius, zum sechsten Male Consul gegen das Gesetz, Sieger über Jugurtha, den Neger, über die aufrührerischen Italiker, über Cimbern und Teutonen? Er sieht seine Hände durch den Dämmer schimmern - es war falsch, sagt er sich. Das sind nicht mehr Soldatenhände, weiß und weich sind sie geworden, Hände eines Politikers und doch zu ungeschickt für dieses lügenhaft-feine Spiel. Solange er General war, solange sie ihn brauchten mit seinen Legionen: in Afrika, in den Alpen, in Asien - so lange erkannten sie ihn an, die noblen Herren, denen er schon als Volkstribun erheblich auf die Finger geklopft hatte. Jedoch hinter seinem Rücken - oh, das hatte er immer gewußt, sollten sie nur nicht glauben, daß er so dumm sei -, hinter seinem Rücken rümpften sie die Nasen, ihre vornehmen, wenn er beim Essen sich gehen ließ, aufstieß und hochzog, schnalzte und schlürfte. Aber ins Gesicht waren sie fein devot, er war der Herr der Legionen, abgöttisch verehrten ihn die Soldaten - nun nicht mehr, nun nicht mehr, seit jener gekommen war, der immer dann auftauchte, wenn der Gipfel des Ruhms erreicht zu sein schien, der Zaunkönig, den er, Marius, der Adler, mit in die Höhe getragen hatte und der nun noch einen Meter höher flog und frech grinste, das listige Gigerl, das sich nicht anstrengte, dem alles in den Schoß fiel, der adrette Schleimer, der im Feldlager immer saubere Fingernägel und parfümierte Damen hatte, dieser Sulla …”

 

 

1371831-ff67571b1b3e876835b03cd448f4dbed.jpg
Stefan Heym (10 april 1913 – 16 december 2001)

 

 

 

 


De Duitse schrijver Richard Wagner werd geboren op 10 april 1952 in Lovrin, in Roemenië. Zie ook alle tags voor Richard Wagner op dit blog.

 

Uit: Ausgewählte Schriften und Briefe (Autobiographische Skizze)

 

“Ich heiße Wilhelm Richard Wagner, und bin den 22. Mai 1813 in Leipzig geboren. Mein Vater war Polizei-Aktuarius und starb ein halbes Jahr nach meiner Geburt. Mein Stiefvater, Ludwig Geyer, war Schauspieler und Maler; er hat auch einige Lustspiele geschrieben, worunter das Eine: »Der bethlehemitische Kindermord« Glück machte: mit ihm zog meine Familie nach Dresden.

Er wollte, ich sollte Maler werden; ich war aber sehr ungeschickt im Zeichnen. Auch mein Stiefvater starb zeitig, – ich war erst sieben Jahr. Kurz vor seinem Tode hatte ich: »Üb’ immer Treu und Redlichkeit« und den damals ganz neuen »Jungfernkranz« auf dem Klavier spielen gelernt: einen Tag vor seinem Tode mußte ich ihm Beides im Nebenzimmer vorspielen; ich hörte ihn da mit schwacher Stimme zu meiner Mutter sagen: »Sollte er vielleicht Talent zur Musik haben?« Am frühen Morgen, als er gestorben war, trat die Mutter in die Kinderstube, sagte jedem der Kinder etwas, und mir sagte sie: »Aus Dir hat er etwas machen wollen«. Ich entsinne mich, daß ich mir lange Zeit eingebildet habe, es würde etwas aus mir werden. – Ich kam mit meinem neunten Jahre auf die Dresdner Kreuzschule: ich wollte studieren, an Musik wurde nicht gedacht; zwei meiner Schwestern lernten gut Klavier spielen, ich hörte ihnen zu, ohne selbst Klavierunterricht zu erhalten. Nichts gefiel mir so wie der »Freschütz«: ich sah Weber oft vor unserm Hause vorbeigehen, wenn er aus den Proben kam; stets betrachtete ich ihn mit heiliger Scheu. Ein Hauslehrer, der mir den Cornelius Nepos explizierte, mußte mir endlich auch Klavierstunden geben; kaum war ich über die ersten Fingerübungen hinaus, so studierte ich mir

heimlich, zuerst ohne Noten, die Ouvertüre zum Freischütz ein; mein Lehrer hörte das einmal und sagte: aus mir würde nichts.”

 

 

 1371831-52bd75ef36d94f0a1f81af5be0ffc346.jpg

Richard Wagner (Lowrin, 10 april 1952)
Lovrin, katholieke kerk


Zie voor nog meer schrijvers van de 10e april ook mijn blog van 10 april 2012 deel 2.

Geschreven door Romenu om 19:18 Reageer op dit bericht

In Memoriam José Luis Sampedro


In Memoriam José Luis Sampedro

 

 

De Spaanse schrijver José Luis Sampedro is maandagochtend, 8 april, op 96-jarige leeftijd in zijn woning in Madrid overleden. Dat heeft zijn echtgenote na zijn crematie dinsdag laten weten. Sampedro kreeg bekendheid met zijn roman La sonrisa etrusca, die als De Etruskische glimlach in het Nederlands is vertaald. Zie ook alle tags voor José Luis Sampredo op dit blog.

 

Uit: De Etruskische glimlach (Vertaald door Eugenie Schoolderman)

 

“Verscholen spotjes zetten de figuren vol in het licht; door het spel van licht en schaduw is het bijna alsof ze tot leven komen. De roerloze oude man in het halfdonker daarentegen lijkt in de ogen van de suppoost wel een beeld.

‘Als betoverd,’ denkt hij onwillekeurig en om zichzelf gerust te stellen praat hij zich in dat er niets aan de hand is.

‘Die oude man is gewoon moe en omdat hij toch entree heeft betaald, wil hij ook wel even zitten. Zo zijn mensen van het platteland nou eenmaal.’ Omdat er niets gebeurt, loopt de zaalwachter na een poosje weer verder.

Nu hij weg is, lijkt de lucht rond om de drie gedaanten in de crypte, de oude man en het echtpaar, zich nog meer te verdichten. De tijd verstrijkt.

Ineens wordt de betovering verbroken door een jongeman, die zegt:

‘Eindelijk, vader! Kom, we gaan. Het spijt me dat ik u zo heb laten wachten, maar de directeur...’

De oude Roncone kijkt naar hem. ‘Arme kerel,’ denkt hij, ‘altijd maar gehaast en zich verontschuldigend... En dat moet dan mijn zoon zijn?’

‘Wacht even. Wat is dat?’

‘Dat daar? Het heet De echtgenoten. Een Etruskische sarcofaag.’

‘Een sarcofaag? Een kist voor doden?’

‘Ja... Maar nu moeten we gaan.’

‘Zijn ze echt in dat ding begraven? Het lijkt wel een divan.’

‘Een triclinium. De Etrusken aten liggend, net als in Rome. En ze werden ook niet echt begraven. De sarcofagen werden in een gesloten crypte gezet, die vanbinnen werd beschilderd als een huis.’

‘Precies, ja. Maar Andrea kan het u vast beter uitleggen. Ik ben geen archeoloog.’

‘Je vrouw? Goed, ik zal het haar vragen.’

Verbaasd kijkt zijn zoon hem aan. ‘Is hij er zo in geïnteresseerd?’ Hij kijkt opnieuw op zijn horloge.

‘Milaan is nog een heel eind, vader... Toe.’

Langzaam komt de oude Roncone overeind van de bank, met zijn ogen nog steeds strak op het paar gericht.

‘Ze werden begraven terwijl ze aten!’ mompelt hij verwonderd en met tegenzin gaat hij met zijn zoon mee.”

 

 

 1371494-e6faeb5be4830c299bfe508f5cf771c8.jpg

José Luis Sampredo (1 februari 1917 - 8 april 2013)

Geschreven door Romenu om 09:53 Reageer op dit bericht

Charles Baudelaire, Joolz Denby, Albert von Schirnding, Johannes Bobrowski

De Franse dichter Charles Baudelaire werd geboren in Parijs op 9 april 1821. Zie ook alle tags voor Charles Baudelaire op dit blog.

 

 

Au lecteur

 

La sottise, l'erreur, le péché, la lésine,
Occupent nos esprits et travaillent nos corps,
Et nous alimentons nos aimables remords,
Comme les mendiants nourrissent leur vermine.

Nos péchés sont têtus, nos repentirs sont lâches ;
Nous nous faisons payer grassement nos aveux,
Et nous rentrons gaiement dans le chemin bourbeux,
Croyant par de vils pleurs laver toutes nos taches.

Sur l'oreiller du mal c'est Satan Trismégiste
Qui berce longuement notre esprit enchanté,
Et le riche métal de notre volonté
Est tout vaporisé par ce savant chimiste.

C'est le Diable qui tient les fils qui nous remuent !
Aux objets répugnants nous trouvons des appas ;
Chaque jour vers l'Enfer nous descendons d'un pas,
Sans horreur, à travers des ténèbres qui puent.

Ainsi qu'un débauché pauvre qui baise et mange
Le sein martyrisé d'une antique catin,
Nous volons au passage un plaisir clandestin
Que nous pressons bien fort comme une vieille orange.

Serré, fourmillant, comme un million d'helminthes,
Dans nos cerveaux ribote un peuple de Démons,
Et, quand nous respirons, la Mort dans nos poumons
Descend, fleuve invisible, avec de sourdes plaintes.

Si le viol, le poison, le poignard, l'incendie,
N'ont pas encor brodé de leurs plaisants dessins
Le canevas banal de nos piteux destins,
C'est que notre âme, hélas ! n'est pas assez hardie.

Mais parmi les chacals, les panthères, les lices,
Les singes, les scorpions, les vautours, les serpents,
Les monstres glapissants, hurlants, grognants, rampants,
Dans la ménagerie infâme de nos vices,

Il en est un plus laid, plus méchant, plus immonde !
Quoiqu'il ne pousse ni grands gestes ni grands cris,
Il ferait volontiers de la terre un débris
Et dans un bâillement avalerait le monde ;

C'est l'Ennui ! - l'oeil chargé d'un pleur involontaire,
Il rêve d'échafauds en fumant son houka.
Tu le connais, lecteur, ce monstre délicat,
- Hypocrite lecteur, - mon semblable, - mon frère !

 

 

 

Wees altijd dronken


Wees altijd dronken. Daar gaat het om: dat is het enige. Om niet de afschuwelijke last van de Tijd te voelen die je schouders verbrijzelt en je naar de aarde toe drukt, moet je je onophoudelijk bedrinken.

 

Maar waar aan? Aan wijn, aan poëzie, of aan deugdzaamheid, dat moet je zelf weten. Maar bedrink je.

 

En als je, een enkele keer, op de traptreden van een paleis, op het groene gras van een greppel, in desombere eenzaamheid van je kamer, wakker wordt, en de dronkenschap is al verminderd of verdwenen, vraag dan aan de wind, aan de golf, aan de ster, aan de vogel, aan de klok, aan alles wat vliedt, aan alles wat zucht, aan alles wat voortrolt, aan alles wat zingt, aan alles wat spreekt, vraag dan hoe laat het is; en de wind, de golf,de ster, de vogel, de klok, zullen je antwoorden: 'Het is tijd om je te bedrinken! Om niet de gemartelde slaven van de Tijd te zijn, bedrink je, bedrink je voortdurend! Aan wijn, aan poëzie of aan deugdzaamheid, dat moet je zelf weten.

 

 

Vertaald door Thérèse Fisscher en Kees Diekstra

 

 

 

1371246-b2f941137e0501980eceb8ae5d416256.jpg 

Charles Baudelaire (9 april 1821 – 31 augustus 1867)

In 1855, foto door Nadar

 

 

 


De Engelse dichteres, schrijfster en “spoken-word artist” Joolz Denby werd geboren op 9 april 1955 in Colchester. Zie ook alle tags voor Joolz Denby op dit blog.

 

Uit: Wild Thing

 

“Once upon a time, long ago and far away, I had everything you’re supposed to want. All the stuff they tell you about on the telly and in the celeb mags, the lifestyle you’re supposed to die for. I had a good job at a major record company, a bijou loft apartment in London, the parties, the clothes, the gorgeous rock-star boyfriend, the cocaine, the champagne, the permanent guest-list at the kind of clubs that pissed-up silicone sculpted glamour-models are paparazzi’d leaving with a Premier League footballer in tow and without their knickers. The Brit Awards. AAA passes to everything from Unsigned Bands Night at some tiny, hip club to The Pyramid Stage at Glastonbury and The Stones Honest-To-God-Final-Goodbye concert at Wembley – all four nights. I had invites to everything; the OK wedding of a whippet-sized chart-topping popstrelle and her thicko backing-dancer fiancé, the openings of the hottest new bars, clubs, galleries, boutiques; oh, you name it, I turned it down because I couldn’t be arsed. Or I went, and made out like I was bored stiff, which mostly, I was, celeb culture not being all that, in actuality.

All of it. I had all of it, and more. Jesus, the tales I could tell – not that anyone would believe me because they wouldn’t be about how great it all was and what fascinating and worthwhile people boy-bands, pop-whores and rock musicians are. Or MP’s, newscasters, actors and celebrity chefs either, for that matter. Those stories wouldn’t tow the party line, boost the media profile, you see. Ha! Christ, far from it – like, remember that MP, the one who was on the box all the time saying how Britain should return to a state of decency and Christian principles? Him with the blond hair and fat red face? Yeah – you know. I once saw him at a party stark naked on all fours on a dining table, coked off his tits, eating – well, yeah, not the entrées anyway. People were cheering him on while they shook bottles of Moet up and sprayed him and his – dinner – with them. Cool, eh? Right.”

 

 

 1371246-0f7628b885e66724352fb8f0864110a1.jpg

Joolz Denby (Colchester, 9 april 1955)

 

 

 

 


De Duitse dichter, schrijver, essayist en criticus
Albert von Schirnding werd geboren op 9 april 1935 in Regensburg. Zie ookZie ook alle tags voor Albert von Schirnding op dit blog.

 

Uit: Thomas Mann

 

“Wie trat Thomas Mann auf?

Der Dichter Hans  Carossa erinnert sich an das im Krieg zerstörte  Münchner Café Stephanie, auch «Café Größenwahn»  genannt, in dem um die vorletzte Jahrhundertwende Schwabinger  Literaten und Künstler verkehrten. Obwohl auch der junge Thomas Mann in Schwabing wohnte, zählte er nicht zu den Gästen des Cafés.  Man konnte ihn aber durch die großen Fenster «raschen Schrittes»

über die Straße gehen sehen, «unauffällig tadellos gekleidet». Den  Verfasser von Erzählungen wie

Gladius Dei oder Tristan merkte man  diesem Herrn nicht an, eher konnte man ihn für einen «Vertreter der  Großindustrie» halten, der sich «auf dem Wege zur Aufsichtsratssitzung ein wenig verspätet hatte». Weniger wohlwollende Augenzeugen assoziierten die Erscheinung des wenige Jahre nach der Veröffentlichung seines ersten Romans Buddenbrooks(1901) berühmt gewordenen Schriftstellers mit einem mittleren Bankbeamten. Der aus der Hansestadt Lübeck mit neunzehn Jahren nach München gezogene Senatorensohn trug und betrug sich nach hanseatisch korrekter, kühler und distanzierter Art.

 


1371246-4a3875fb26260941cba76328d102526c.jpg
Thomas Mann als student van de Technische Hochschule in München, ca. 1984

 

 

In der Hochburg der Boheme fiel er gerade durch seine Unauffälligkeit aus dem Rahmen. Seinen Doppelgänger, den Schriftsteller Tonio Kröger in der gleichnamigen Novelle von 1903, läßt er zu einer befreundeten Malerin sagen: «Wünschten Sie, daß ich in einer zerrissenen Sammetjacke oder einer rotseidenen Weste umherliefe? Man ist als Künstler innerlich immer Abenteurer genug. Äußerlich soll man sich gut anziehen, zum Teufel, und sich benehmen wie ein anständiger Mensch.» So hielt er es sein Leben lang. Seine Förmlichkeit im Umgang, die auf manche Menschen als Steifheit und Kälte wirkte, der «Artistengestus des Sich-draußen-Haltens» (Theodor W. Adorno), diente der Abschirmung des inneren Abenteurertums, dem Schutz der künstlerischen Freiheit vor den Zumutungen der Außenwelt. “

 

 

1371246-2dafd7c8399e3099182807c4504f7f39.jpg 

Albert von Schirnding (Regensburg, 9 april 1935)

 

 

 

 


De Duitse schrijver, dichter en essayist Johannes Bobrowski werd geboren op 9 april 1917 in Tilsit. Zie ook alle tags voor Johannes Bobrowski op dit blog.

 

 

Gertrud Kolmar

 

Buche, blutig im Laub,

in rauchender Tiefe, bitter

die Schatten, droben das Tor

aus Elstergeschrei.

Dort ist eine gegangen,

Mädchen, mit glattem Haar,

die Ebene unter den Lidern

lugt herauf, in den Mooren

vertropfte der Schritt.

Ungestorben aber die

finstere Zeit, umher geht

meine Sprache und ist rostig

von Blut.

Wenn ich deiner gedächte:

Vor die Buche trat ich,

ich hob befohlen der Elster:

Schweig, es kommen, die hier

waren

—

wenn ich gedächte:

Wir werden nicht sterben, wir werden

mit Türmen gegürtet sein?

 

 

 

Im Strom

 

Mit den Flößen hinab

im helleren Grau des fremden 

Ufers, einem

Glanz, der zurücktritt, dem Grau

schräger Flächen, aus Spiegeln

beschoß uns das Licht.

 

Es lag des Täufers Haupt

auf der zerrissenen Schläfe,

in das verschnittene Haar

eine Hand mit bläulichen, losen

Nägeln verkrallt.

 

Als ich dich liebte, unruhig

dein Herz, die Speise auf schlagendem

Feuer, der Mund, der sich öffnete,

offen, der Strom

war ein Regen und flog

mit den Reihern, Blätter

fielen und füllten sein Bett.

 

Wir beugten uns über erstarrte

Fische, mit Schuppen bekleidet

trat der Grille Gesang

über den Sand, aus den Lauben

des Ufers, wir waren gekommen

einzuschlafen, Niemand

umschritt das Lager, Niemand

löschte die Spiegel, Niemand

wird uns wecken

zu unserer Zeit.

 

 

 

1371246-33a75a8d9be53e6653cafd9501864ee3.jpg
Johannes Bobrowski (9 april 1917 – 2 september 1965)

 

 



Zie voor nog meer schrijvers van de 9e april ook
mijn blog van 9 april 2012 deel 2.

Geschreven door Romenu om 19:36 Reageer op dit bericht

Herinnering aan Gerard Reve, Hanz Mirck, Christoph Hein, Nnedi Okorafor, Barbara Kingsolver, John Fante, Hégésippe Moreau

Herinnering aan Gerard Reve

 

 

Vandaag is het precies 7 jaar geleden dat de Nederlandse dichter en schrijver Gerard Reve overleed. Zie ook alle tags voor Gerard Reve op dit blog en eveneens mijn blog van 14 december 2006. en mijn blog van 9 april 2006.

 

Hymne voor M.

 

Gij, Die alles weet en alles begrijpt,
ook waar Uw Zoon geen tijd voor heeft en geen geduld,
tot U, lieve Moeder, zing ik dit lied:
van U gekomen, keer ik tot U terug.
Moge het niet te lang duren voordat ik weer bij U ben.

 

 

 

1370508-1cac0506cf50d57a5543625f499b536c.jpg 

Gerard Reve (14 december 1923 - 8 april 2006)

In 1969

 

 

 

 

De Nederlandse dichter Hanz Mirck werd geboren op 8 april 1970 te Zutphen. Zie ook alle tags voor Hanz Mirck op dit blog.

 

 

Een annunciatie

 

Ooit een engel ontmoet
haar al eerder gezien achteraf
in andere blotevoetenmaat
Maar steeds als zodanig herkenbaar

Haar glimlach vraagt om een lasbril
haar beloften zijn van een zoetheid
die het glazuur van je tanden slijt
altijd gevleugeld en met een altijd
vlammend zwaard tussen ons in

Komt me nog meer vertellen
hemelse nakomelingen voorspellen
maar (wat ze achter haar rug
houdt) geloven durf ik het niet
Dan vallen alle kruiswegstaties om
dan stijgt ze terneergeslagen weer op
fietst langzaam en eenzaam
naar het paradijs terug
Toch blijft in mijn koelkast onbedorven
het eeuwig licht bewaard.

 

 

 

Zwemles

Hoe dat te ondergaan? Wie zich in het water begeeft
moet kunnen zwemmen. En wie niet kan zwemmen
doet er verstandig aan zich niet in het water te begeven

Eerst moet een kind watergewend zijn,
zich bepaalde automatismen aanleren. Daarna
moet het die weer afleren

Het regent, de voetenbaden waardoorheen je trapje af trapje op
moet lopen zijn lauwwarm, je kleren zullen nat worden
van het water, je tranen. Wie zwemt bij regen, blijft eigenlijk droog

Onder water kun je niet huilen. Of zwem je dan in verdriet?
En als je je hoofd boven water houden kan,
hard watertrappelend, met beide wijsvingers opgestoken?

 

 

 

1370508-2c0a4819cda2ed755e0508240511d383.jpg 

Hanz Mirck (Zutphen, 8 april 1970)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver, essayist en vertaler Christoph Hein werd geboren op 8 april 1944 in Heinzendorf in Silezié. Zie ook alle tags voor Christian Hein op dit blog.

 

Uit: Frau Paula Trousseau

 

“Und nun, wenige Wochen nachdem er ihren Namen gelöscht hatte, hörte er wieder von ihr. Er war von einem Kundenbesuch ins Büro zurückgekommen, als ihm seine Sekretärin sagte, die französische Polizei habe angerufen und wünsche ihn zu sprechen. Sie würden gegen drei Uhr nochmals anrufen.

»Wer will mich sprechen?«, fragte Gliese überrascht.

»Die Gendarmerie von Vendôme. Ein Monsieur Passeret.«

Er fuhr herum und starrte die Frau überrascht an.

»Die Gendarmerie? Aus Vendôme? In Frankreich?«

»Ja, natürlich.«

»Was habe ich mit der französischen Gendarmerie zu tun? Was wollen die von mir?«

»Das wollte er mir nicht sagen.«

Er schüttelte belustigt den Kopf.

»Gut. Stellen Sie ihn durch, falls er sich wieder meldet.«

»Sie müssen französisch mit ihm sprechen. Monsieur Passeret spricht kein Deutsch und kein Englisch.«

»Auch das noch.«

Eine halbe Stunde später klingelte es.

»Monsieur Gliese?«

»Ja.«

»Können Sie mich verstehen? Sprechen Sie Französisch?

»Ein wenig. Sprechen Sie bitte langsam.«

»Sie sind Monsieur Sebastian Gliese? Sie wohnen in der Nummer fünf der Körnerstraße in Berlin?«

 

 

 1370508-12cec9cd01b58a68813cd28d0d651600.jpg

Christoph Hein (Heinzendorf, 8 april 1944)

Cover Hoorspel 

 

 

 

 

De Afrikaanse-Amerikaanse schrijfster Nnedi Okorafor werd geboren op 8 april 1974 in Cincinnati, Ohio. Zie ook alle tags voor Nnedi Okorafor op dit blog.


Uit: Who Fears Death

 

“It was her turn to have her last moment. Afterwards, they’d take him for cremation. I looked down at his face one last time. I’ll never see you again, I thought. I wasn’t ready. I blinked and touched my chest. That’s when it happened…when I touched my chest. At first, it felt like an itchy tingle. It quickly swelled into something more.
The more I tried to get up, the more intense it got and the more my grief expanded. They can’t take him, I thought frantically. There is still so much metal left in his shop. He hasn’t finished his work! The sensation spread through my chest and radiated out to the rest of my body. I rounded my shoulders to hold it in. Then I started pulling it from the people around me. I shuddered and gnashed my teeth. I was filling with rage. Oh not here! I thought. Not at Papa’s ceremony! Life wouldn’t leave me alone long enough to even mourn my dead father.
Behind me, the wailing stopped. All I heard was the gentle breeze. It was utterly eerie. Something was beneath me, in the ground, or maybe somewhere else. Suddenly, I was slammed with the pained emotions of everyone around me- for Papa.
On instinct, I laid my hand on his arm. People started screaming. I didn’t turn around. I was too focused on what I had to do. Nobody tried to pull me away. No one touched me. My friend Luyu’s uncle was once struck by lightning during a rare dry season Ungwa storm. He survived but he couldn’t stop talking about how it felt like being violently shaken from the inside out. That’s how I felt now.
I gasped with horror. I couldn’t take my hand from Papa’s arm. It was fused to him. My sand colored skin tapered to his grey brown skin from my palm. A mound of mingled flesh.
I started screaming.”

 

 

 1370508-39de301eb82656dadc5cc238c6a719f7.jpg

Nnedi Okorafor (Cincinnati, 8 april 1974)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijfster Barbara Kingsolver werd geboren op 8 april 1955 in Annapolis, Maryland. Zie ook alle tags voor Barbara Kingsolver op dit blog.

 

Uit: Flight Behavior

 

“On shearing day the weather turned cool and fine. On the strength of that and nothing more, just a few degrees of temperature, the gray clouds scurried away to parts unknown like a fleet of barn cats. The chore of turning ninety ewes and their uncountable half-grown lambs through the shearing stall became a day's good work instead of the misery expected by all. As far as Dellarobia could remember, no autumn shearing had been so pleasant. After all the months of dampness, the air inside the barn now seemed unnaturally dry. Stray motes of fleece flecked the beams of light streaming from the high windows, and the day smelled mostly of lanolin rather than urine and mud. The shorn fleeces were dry enough to be skirted while still warm off the sheep. Dellarobia stood across from her mother-in-law at the skirting table where they worked with four other women, picking over the white fleece spread out between them. The six of them surrounded the table evenly like numbers on a clock, but with more hands, all reaching inward rather than out.

There was no denying the clear sky was fortuitous. If the sheep had stood in rain and mud all morning waiting to be shorn, some of the wool would have been too fouled for sale. A lot of income turned on a few points of humidity. But good luck was too simple for Hester, who now declared that God had taken a hand in the weather. Dellarobia felt provoked by the self-congratulation. "So you're thinking God made the rain stop last night, just for us?" she asked.”

 

 

1370508-02eaeff2536c43cb02d4dd6a50d9de37.jpg 

Barbara Kingsolver (Annapolis, 8 april 1955)


 

 

De Amerikaanse schrijver John Fante werd geboren in Colorado op 8 april 1909. Zie ook alle tags voor John Fante op dit blog.

 

Uit: The Road to Los Angeles

 

“Then I got a job as a grocery clerk. The man who ran the store was an Italian with a belly like a bushel basket. When Tony Romero was not busy he stood over the cheese bin breaking off little pieces with his fingers. He had a good business. The harbor people traded at his store when they wanted imported food.

One morning he waddled in and saw me with a pad and pencil. I was taking inventory.

"Inventory," he said. "What's that?" I told him, but he didn't like it. He looked around. "Get to work," he said. "I thought I told you to sweep the floor the first thing every morning."

"You mean you don't want me to take inventory?" "No. Get to work. No inventory."

Every day at three there was a great rush of customers. It was too much work for one man. Tony Romero worked hard but he waddled, his neck floated in sweat, and people went away because they couldn't waste time waiting. Tony couldn't find me. He hurried to the rear of the store and pounded

the bathroom door I was reading Nietzsche, memorizing a long passage about voluptuousness. I heard the banging on the door but ignored it. Tony Romero put an egg crate in front of the door and stood on it. His big jaw pushed over the top and looking down he saw me on the other side. "Mannaggia Jesu Christif" he yelled. "Come out!" I told him I'd come out immediately. He went away roaring. But I wasn't fired for that.

One night he was checking the day's receipts at the cash register. It was late, almost nine o'clock. I wanted to get to the library before it closed. He cursed under his breath and called me. I walked over. "I'm short ten dollars." I said, "That's funny." "It's not here."

 

 

 1370508-7420ea6a92281e3884e6d5000e92bb85.jpg

John Fante (8 april 1909 – 8 mei 1983)

 

 

 

 


De Franse dichter en schrijver
Hégésippe Moreau (eig. Pierre-Jacques Roulliot) werd geboren op 8 april 1810 in Parijs. Zie ook alle tags voor Hégésippe Moreau op dit blog.

 

 

L’Amant timide

 

À seize ans, pauvre et timide
Devant les plus frais appas,
Le cœur battant, l’œil humide,
Je voulais et n’osais pas,
Et je priais, et sans cesse
Je répétais dans mes vœux :
« Jésus ! rien qu’une maîtresse,
Rien qu’une maîtresse… ou deux ! »

Lors une beauté, qui daigne
M’agacer d’un air moqueur,
Me dit : « Enfant, ton cœur saigne,
Et j’ai pitié de ton cœur.
Pour te guérir quel dictame
Faut-il donc, pauvre amoureux ?
— Oh ! rien qu’un baiser, madame !
Oh ! rien qu’un baiser… ou deux !… »


Puis le beau docteur, qui raille,
Me tâte le pouls, et moi,
En façon de représaille,
Je tâte je ne sais quoi !
« Où vont ces lèvres de flamme ?
Où vont ces doigts curieux ?
— Puisque j’en tiens un, madame,
Laissez-moi prendre les deux. »

La coquette sans alarmes
Rit si bien de mon amour,
Que j’eus à baiser des larmes
Quand je riais à mon tour.
Elle sanglote et se pâme :
« Qu’avons-nous fait là, grands dieux ?
— Oh ! rien qu’un enfant, madame.
Oh ! rien qu’un enfant… ou deux ! »

 

 

 

1370508-90233d73cd97bbee033a8868c8d6a472.jpg 

Hégésippe Moreau (8 april 1810 – 20 december 1838)

 

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 8e april ook mijn blog van 8 april 2012 en ook mijn blog van 8 april 2011 deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:48 Reageer op dit bericht

Judith Koelemeijer

De Nederlandse schrijfster en journaliste Judith Koelemeijer werd geboren in Zaandam op 8 april 1967. Koelemeijer studeerde Nederlands en Culturele Studies, volgde een cursus aan de postdoctorale opleiding Journalistiek en werd daarna werkzaam bij de Volkskrant. In 2000 nam ze ontslag bij die krant om zich volledig te kunnen wijden aan het schrijven van haar debuutroman “Het zwijgen van Maria Zachea”, die in 2001 verscheen. Van deze familiegeschiedenis werden meer dan 250.000 exemplaren verkocht en het boek werd bekroond met de NS publieksprijs in 2002, het Gouden Ezelsoor in 2003 en de Zaanse Cultuurprijs. In 2008 verscheen de biografie “Anna Boom”, die ook vertaald werd naar het Duits en daar verscheen onder de titel “Das Leben der Anna Boom - die Geschichte einer mutigen Frau”. Het boek stond in 2008 op de achtste plaats in de Nederlandse top tien van bestverkochte non-fictie boeken. In juni 2009 verscheen “Mijn vader, de familie en ik” in de reeks Literaire Juweeltjes. Koelemeijer schrijft vanaf oktober 2009 samen met haar zus Rosa een interviewreeks voor het tijdschrift esta. In 2013 verscheen “Hemelvaart”. Het is haar eerste autobiografische boek en het gaat over het noodlottige einde van een vakantie op het Griekse Paros in 1985.

Uit: Anna Boom

“Er werd hard op de deur gebonkt. Wel een paar keer.Ze wist zeker dat het de Russen waren.
De Russen stonden voor haar huis en kwamen haar halen. Ze lag in bed. Ze kon geen kant op.
Ze moest haar revolver hebben. Waar was haar revolver? Ze moest hem hebben, nu meteen, voor het te laat was, ze moest opspringen en...
Iemand schudde aan haar arm. 'Wat heb jij nou?' vroeg Jan.
'Ik droomde,' zei ze, nog slaperig. 'Een nachtmerrie denk ik.'
'Je schreeuwde. Je riep: "Waar is mijn revolver?!"
En toen nog een keer. "Waar is mijnrevolver!"'
'Wil je een glas water halen?'
Het was vier uur 's nachts. In hun slaapkamer was het warm. Buiten hoorde ze de honden blaffen. Hun nieuwe buren in Cascais hadden veel honden, die liefst 's nachts veel lawaai maakten.
Terwijl ze haar glas leegdronk, keek Jan haar nog steeds verwonderd aan. 'Wat moet jij nu met een revolver?' vroeg hij.
'Het was maar een droom. Laten we gaan slapen.'
Jan deed het licht uit en ging dicht naast haar liggen. Terwijl ze naar zijn ademhaling luisterde, dacht ze aan de jonge Rus die ze al die jaren had willen vergeten - maar die zich nu niet langer liet wegstoppen in het donker.
'Wat was er vannacht?' vroeg Jan toen ze de volgende dag zoals gewoonlijk samen een borrel dronken; hij een pilsje met een jenever ernaast en zij een wodka met ijs.
'Ik droomde over de oorlog,' zei ze. 'Over de Russen. Er is iets gebeurd toen... Ik bedoel: er is zoveel gebeurd in Boedapest...”

 

 1539147-5dd06f61dc6273975669d3794cb790b5.jpg
Judith Koelemeijer (Zaandam, 8 april 1967)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

William Wordsworth, Victoria Ocampo, Gabriela Mistral, Donald Barthelme, Johannes Mario Simmel

De Engelse dichter William Wordsworth werd geboren op 7 april 1770 in Cumberland. Zie ook alle tags voor William Wordsworth op dit blog.

 

 

Daffodils

 

I wandered lonely as a cloud
That floats on high o'er vales and hills,
When all at once I saw a crowd,
A host, of golden daffodils;
Beside the lake, beneath the trees,
Fluttering and dancing in the breeze.

Continuous as the stars that shine
And twinkle on the milky way,
They stretched in never-ending line
Along the margin of a bay:
Ten thousand saw I at a glance,
Tossing their heads in sprightly dance.

The waves beside them danced; but they
Out-did the sparkling waves in glee:
A poet could not but be gay,
In such a jocund company:
I gazed--and gazed--but little thought
What wealth the show to me had brought:

For oft, when on my couch I lie
In vacant or in pensive mood,
They flash upon that inward eye
Which is the bliss of solitude;
And then my heart with pleasure fills,
And dances with the daffodils.

 

 

 

A Night Thought

 

Lo! where the Moon along the sky
Sails with her happy destiny;
Oft is she hid from mortal eye
Or dimly seen,
But when the clouds asunder fly
How bright her mien!

Far different we--a froward race,
Thousands though rich in Fortune's grace
With cherished sullenness of pace
Their way pursue,
Ingrates who wear a smileless face
The whole year through.

If kindred humours e'er would make
My spirit droop for drooping's sake,
From Fancy following in thy wake,
Bright ship of heaven!
A counter impulse let me take
And be forgiven.

 

 

 

 1369855-2d0859f43f38afbb652c1d94e0db0722.jpg

William Wordsworth (7 april 1770 – 23 april 1850)

 

 

 

 

 

De Chileense dichteres en diplomate Gabriela Mistral werd geboren in Vicuña, Chili op 7 april 1889. Zie ook alle tags voor Gabriela Mistral op dit blog.

 

The Lark

 

You said that you loved the lark more than any other bird because of its straight flight toward the sun. That is how I wanted our flight to be.
Albatrosses fly over the sea, intoxicated by salt and iodine. They are like unfettered waves playing in the air, but they do not lose touch with the other waves.
Storks make long journeys; they cast shadows over the Earth's face. But like albatrosses, they fly horizontally, resting in the hills.
Only the lark leaps out of ruts like a live dart, and rises, swallowed by the heavens. Then the sky feels as though the Earth itself has risen. Heavy jungles below do not answer the lark. Mountains crucified over the flatlands do not answer.
But a winged arrow quickly shoots ahead, and it sings between the sun and the Earth. One does not know if the bird has come down from the sun or risen from the Earth. It exists between the two, like a flame. When it has serenaded the skies with its abundance, the exhausted lark lands in the wheatfield.
You, Francis, wanted us to achieve that vertical flight, without a zigzag, in order to arrive at that haven where we could rest in the light.
You wanted the morning air filled with arrows, with a multitude of carefree larks. Francis, with each morning song, you imagined that a net of golden larks floated between the Earth and the sky.
We are burdened, Francis. We cherish our lukewarm rut: our habits. We exalt ourselves in glory just as the towering grass aspires. The loftiest blade does not reach beyond the high pines.
Only when we die do we achieve that vertical flight! Never again, held back by earthly ruts, will our bodies inhibit our souls.

 

 

 1369855-1e3b933e1864f17e0e7856901d8f9f4f.jpg

Gabriela Mistral (7 april 1889 – 10 januari 1957)

 

 

 

 

 

De Argentijnse schrijjfster Victoria Ocampo werd geboren op 7 april 1890 in Buenos Aires. Zie ook alle tags voor Victoria Ocampo op dit blog.

 

Uit: This America of Ours. The Letters of Gabriela Mistral and Victoria Ocampo (Introductie door Elizabeth Horan and Doris Meyer)

 

“Ocampo's preference for French in her earlier writings was consistent with her background and education, as was also the case with other literary figures of her generation, such as her close friend Ricardo Güiraldes (author of the definitive gaucho novel Don Segundo Sombra). She did not begin to use Spanish as a literary language until the 1930s, in response to both the urgings of friends such as Mistral and Waldo Frank and her own dissatisfaction with translations others did of her work.

Ocampo's preferred genre was the personal essay, or testimonio, which eventually resulted in more than ten volumes of collected writings. Unlike Mistral, poetry was not Ocampo's medium, although the first letter in this volume shares with Mistral a long and very subjective poem that was published under a pseudonym years later. Ocampo's profound poetic nature, however, is repeatedly expressed in her prose essays through a kind of "imaginative understanding" based on intuition, not intellect. In fact, Ocampo's constant concern as a writer is to find unity between the intellect and the spirit, and to bridge cultural as well as geographic divides. For this objective, the essay's malleability and its inherent resistance to boundaries of containment made it the perfect genre for her wide-reaching interests.

Ocampo's true entry into the public sphere followed in part from her work with Sur, the literary magazine she founded in 1931, and, more broadly, from the death of her parents, whose conservative sensibilities she had tried not to offend. After 1935, Ocampo became emotionally and financially independent.”

 

 

1369855-36a77d2cbd5449f97a1866a413896727.jpg 

Victoria Ocampo (7 april 1890 – 27 januari 1979)

Cover 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Donald Barthelme werd geboren op 7 april 1931 in Philadelphia. Zie ookalle tags voor Donald Barthelme op dit blog.

 

Uit: Game

 

“Considerations of rank and precedence were temporarily put aside, a handsome concession on the part of Shotwell, who is a captain, whereas I am only a first lieutenant. One of us watches the console at all times rather than two of us watching the console at all times, except when we are both on our feet. One of us watches the console at all times and if the bird flies then that one wakes the other and we turn our keys in the locks simultaneously and the bird flies. Our system involves a delay of perhaps twelve seconds but I do not care because I am not well, and Shotwell does not care because he is not himself. After the agreement was signed Shotwell produced the jacks and the rubber ball from his attache case, and I began to write a series of descriptions of forms occurring in nature, such as a shell, a leaf, a stone, an animal. On the walls.

Shotwell plays jacks and I write descriptions of natural forms on the walls. Shotwell is enrolled in a USAFI course which leads to a master's degree in business administration from the University of Wisconsin (although we are not in Wisconsin, we are in Utah, Montana or Idaho). When we went down it was in either Utah, Montana or Idaho, I don't remember. We have been here for one hundred thirty-three days owing to an oversight. The pale green reinforced concrete walls sweat and the air conditioning zips on and off erratically and Shotwell reads

Introduction to Marketing by Lassiter and Munk, making notes with a blue ballpoint pen.”

 

 

1369855-717e381994fac1c75fe6d537bc916c7e.jpg 

Donald Barthelme (7 april 1931 – 23 juli 1989)

 

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 7e april ook mijn vorige blog van vandaag.

 

 

 

De Oostenrijkse schrijver Johannes Mario Simmel werd op 7 april 1924 in Wenen geboren. Zie ook alle tags voor Johannes Mario Simmel op dit blog.

 

Uit: Liebe ist die letzte Brücke

 

"Ich kenne keinen Jacob Fenner."
"Er war sehr erregt. Sagte, er müsse dich unbedingt sprechen. Es klang hysterisch. Gewiß ruft er wieder an."
"Gewiß", sagte Philip Sorel. Er stieg auf der gewaltigen Marmortreppe in den ersten Stock hinauf und ging in eines von drei Badezimmern, in denen, natürlich, weißer Marmor dominierte. Vergoldet leuchteten die Armaturen. Sorel zog sich aus und trat unter die Dusche. Bis in das Bad klang die Cembalomusik.
Scarlatti, dachte er, während Wasser auf ihn herabzustürzen begann. Seit drei Jahren Scarlatti.
Seit einundzwanzig Jahren war er mit Irene verheiratet, der älteren Schwester Cats. Catherine, wie die Eltern sie getauft hatten, war seine erste Frau gewesen, in allem und jedem das absolute Gegenteil Irenes: fröhlich, warmherzig, leidenschaftlich. Ende 1974 war sie schwanger geworden. Sie lebten in Hamburg. Mit übergroßer Freude erwarteten sie das Kind. Philip glaubte damals, daß keine Frau mehr bei einer Geburt starb. Er irrte sich. Cat starb bei der Geburt Kims am 5. September 1975.
Er war zu jener Zeit bereits Chef der Abteilung Softwarequalität bei Alpha und plötzlich allein mit dem Säugling. Nur sehr schwer gelang es ihm, über Cats Tod durch Arbeit, besonders viel Arbeit, hinwegzukommen. Aber wer sollte seinen Sohn aufziehen, wer sich um ihn kümmern? Er konnte das nicht und wollte doch, daß eine Frau mit aller Kraft und aller Zuneigung für Kim da war, für ihn, der keine Mutter hatte. Sogleich nach Cats Tod übernahm Irene diese Aufgabe.”

1369855-83e33dc5e59b7fc378506d0f85fcf5c4.jpg 

Johannes Mario Simmel (7 april 1924 – 1 januari 2009)

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 7e april ook mijn vorige blog van vandaag.

 

Geschreven door Romenu om 18:21 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten