Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Dolce far niente, Remco Campert, Arthur Japin, Gregoire Delacourt, Yves Petry

 

Dolce far niente

 

 1630506-74d6de99463c1bbef008cd566092ebff.jpg
Brug over de Schinkel, de Sluis bij de Overtoom, Amsterdam
door Jan Hermanus Melcher Tilmes, z.j.

 

 

Op de Overtoom

Het dooit op de Overtoom
maar het vriest ook alweer op
melden mijn voeten
die mijn dag verlopen
ik blijf dicht bij huis
steeds dichter
dat is mijn leeftijd
wolken worden zwaarder van onkleur
de geur van gisteren hangt nog aan me
ik at met mijn vriend
we braken het brood
en deelden de doden
we zijn al bijna uit zicht
wij lachen nog
wat moet je anders?
omhelzen elkaar ten afscheid
misschien je weet maar nooit

 

 1630506-df2875b9955eb7ee8f9886401b001a53.jpg
Remco Campert (Den Haag, 28 juli 1929)

 

 

De Nederlandse schrijver Arthur Japin werd geboren in Haarlem op 26 juli 1956. Zie ook alle tags voor Arthur Japin op dit blog.

Uit: De man van je leven

“Het legen van een lade, wie verwacht nu dat daaruit troost te putten valt? Al die zooi die je te lang gekoesterd hebt en opgebruikt – even slikken soms, maar dan vastberaden in een vuilniszak enweg ermee – scheiden van dat enkele ding waar een ander, later, misschien nog iets aan heeft, de laatste weken gaf het Tilly zo onverhoopt voldoening.
Ontnuchterend misschien dat zij zich had verkeken op zoveel van wat zij in de loop van haar leven had verzameld, maar ook: wat een verademing dat het eindelijk met een gerust hart zonder er nog ooit naar om te hoeven kijken weg kon.
Wat schiep schoon schip een vrijheid, afstand, opluchting! Van de laatste maanden kon zij zich niets herinneren wat haar zoveel goed gedaan had als de voldoening die zij voelde wanneer er weer ergens in huis een hoekje leeg was.
Na al haar onzekerheid, de spanningen en inspanningen, waarvan het een tijdlang had geleken alsof er geen einde aan zou komen, kwam nu af en toe de bodem plots in zicht en lag daar dan, leek het, tussen alle rotzooi naar haar te lonken als beloning. Het simpele feit dat je weer even wist wat nog van waarde was en wat niet meer.
Orde had ze nodig, korte metten, eindjes aan elkaar en opgeruimd staat netjes. Zo’n grondige behoefte voelde ze aan rust, aan regelen wat er in hart en hoofd nog rommelde, aan weten hoe het precies allemaal zat en zit en verder zou. Plannen trekken en ten uitvoer brengen, waar nodig rigoureuze stappen zetten, dat een mens daar zo van kon genieten, dat wist je niet totdat je, nu of nooit, eraan begon.
Dus ordende zij sinds een week of twee elke dag wel ergens in huis een la, zoals gisterochtend van het linker keukenblok de op één na onderste. Hoeveel pakjes maïzena heeft een mens helemaal nodig? Zijzelf in elk geval geen enkel meer. Ruimen dus, uitdunnen, wegsnijden. Zo kreeg ze, als ze maar stug doorging, alles beetje bij beetje duidelijk.”

 

1630506-5d5f18b903048dade90eb08d75199ec4.jpg
Arthur Japin (Haarlem, 26 juli 1956)

 

 

De Franse schrijver, journalist, regisseur en scenarist Gregoire Delacourt werd geboren op 26 juli 1960 in Valenciennes, Zie ook alle tags voor Gregoire Delacourt op dit blog.

Uit: L'écrivain de la famille

« A sept ans, je connus mon premier succès littéraire. La maman en question me serra dans ses bras. Le papa, la mamie et le papy applaudirent.
Les compliments fusèrent. Les verres trinquèrent. Des mots importants furent prononcés. Un don. Il le tient de son grand-père Pierre, celui qui a écrit cette si jolie lettre de Mauthausen, en 1941. Un poète. Un Rimbaud de sept ans.
Il y a eu une larme aussi, sur la joue de mon père ; lente et lourde. Du mercure.
Les regards changèrent. Les sourires s’allongèrent. En quatre rimes pauvres, j’étais devenu l’écrivain de la famille.
A huit ans, je n’eus plus rien à écrire.
La grâce des homonymes appris au CM1 me permit un temps de faire illusion. Je me revois dans la cuisine jaune pâle de notre maison de Valenciennes sortir de ma poche une feuille pliée dans laquelle mes parents émerveillés (qui rime avec pliée) attendaient la confirmation de la poésie du génie.

Je suis allé vers la chaire
J’ai trouvé quelqu’un de cher
Qui voulait manger ma chair

Ma sœur se mit à crier. Mon frère s’envola jusqu’au faîte du bahut. Ma mère bondit vers les escalopes qui brûlaient.
Mon père, lui ne bougea pas. Une lueur étrange irradiait ses yeux verts. Il hocha imperceptiblement la tête. Je sais aujourd’hui que mes mots s’y bousculaient.
Plus tard, alors que j’étais au lit, il me demanda si je connaissais celui-ci, extraordinaire, que seuls quelques hommes savent prononcer sans trébucher. Ce mot qui sépare le vulgum pecus du poète :
- Transsubstantiation.
Je restai coi.
- C’est le terme qui désigne la transformation d’une substance en une autre. La chair de ton poème, c’est l’amour de Dieu. Je le sais, à cause de chaire qui dit église et de cher qui dit amour. Comment as-tu trouvé ça ?
- Je ne sais pas papa, c’est venu tout seul.
Il posa un baiser sur mon front.
- Alors continue. Laisse les choses s’écrire.»

 

 1630506-ee417a56b8a7c5f7b0fe7a5c132b114c.jpg
Gregoire Delacourt (Valenciennes, 26 juli 1960)

 

 

De Vlaamse schrijver Yves Petry werd op 26 juli 1967 geboren in Tongeren. Zie ook alle tags voor Yves Petry op dit blog.

Uit: The Virgin Marino (Vertaald door Paul Vincent)

“When Bruno Klaus awoke one morning from restless dreams, he discovered that he had been transformed in his bed into – well, a monstrous insect is perhaps putting it a little strongly, but like the victim in Kafka’s celebrated story, I too had the feeling of having woken up in a different body from the one I’d gone to bed in. And though in my case it wasn’t a beetle’s body, it was still one that felt alien and uncomfortable. I might have spent the night in a fairly cramped position, which would account for the stiff neck, the painful right shoulder. In addition, I’d spent many hours at the computer over the past few weeks. Three guesses as to what I was doing. Everyone already knows anyway. The posthumous investigation into my computer use brought to light my extensive surfing expeditions through Pornomania.
I’m bound to add that I no longer derived much pleasure from them. Once, I had been able to create tangible shapes from an area of pixels that I could feel move with well-nigh total realism across my longing lips, against my horny crotch, among my many limbs – a sensation, an imaginative feat that formed the teeming core of my pleasure and brought a long afterglow of satisfaction. But I had almost completely lost that ability.
The image was just an image. For me the porn channel had become a barrage of icy looks, which no one could escape, in which everyone climaxed, which no one enjoyed and yet to which everyone returned time after time. These days I never saw a body whose tangibility I tried to imagine. In practice I hadn’t touched one for some time, and now I no longer did so even in my mind. Seated at my computer, I was master of a million or more naked images, so what did I care about the paltry reality of domination over a few real bodies? »

 

 1630506-86bd5abb40606208a798dfeacbc94acf.jpg
Yves Petry (Tongeren, 26 juli 1967)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 26e juli ook mijn blog van 26 juli 2011 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 21:23 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

De blogger leest alles eerst na: je tekst verschijnt zodra die goedgekeurd is.

Dolce far niente, Kees Fens, Lieke Marsman, Max Dauthendey

 

Dolce far niente

 

 1630098-e264954d7576647fd726d626cdb8a97f.jpg
Het Spui in 1895, geschilderd door Eduard Karsen

 

 

Uit: Het stadsgevoel (Het geluk van de brug)

“Soms sta ik in de avond wel eens een klein kwartier voor het raam.
Ik kijk naar de overzijde; lang niet overal brandt licht, maar elk verlicht raam doet mij beseffen dat ik niet alleen ben. Het licht geeft ook een gevoel van veiligheid. De mooiste passages in oude jongensboeken vond ik altijd de beschrijvingen van het sluiten van der stadspoorten. Niemand er meer in, niemand er meer uit, we zitten veilig achter de muren, onder elkaar. Ik geloof dat nog altijd de poort van het Begijnhof op een vast uur wordt gesloten. Ik vind dat een prachtig symbolisch gebaar en ik benijd de poortwachter die het ritueel uitvoert.
Als ik niets meer zie, luister ik. Ik kan de Westertoren horen, de hele nacht door. Ik ben niet alleen. Die sensatie is alleen in een stad mogelijk. (Ik heb nu en dan ook een vertrouwensrelatie met die schildwachten van de nacht: de lantarenpalen.)
Deze week zag ik in het derde deel van de Geschiedenis van Amsterdam een schilderij van Breitner. De Kalverstraat met vlaggen op een regenachtige avond. Ik moet het ooit hebben gezien, ik ben het vergeten en ik voel mij schuldig. Een schitterende streep van geel licht loopt over het bijna abstracte schilderij heen. Licht van etalages kan men nog ter linker- en rechterzijde zien. De besloten straat is voor mij de volmaakte uitdrukking van mijn stadsgevoel. Ik zou daar graag hebben gelopen opgenomen in de lichtstreep. We hebben de ‘echte’ straat niet eens nodig. Al jaren draag ik het schilderij van het Spui van Eduard Karsen in gedachten mee. Het is van een zeldzame stadsintimiteit, zoals ook sommige schilderijen van de grote Witsen.
Ik denk dat mijn stadsgevoelens lopen tot de vroegere afscheiding van stad en land: de lijn Orteliuskade, Postjeskade, Stadionkade. Daarachter ligt een stad van veelal brede straten. De intimiteit is weg, verlichte ramen aan de overzijde zijn verre lichtpunten. Men is er niet meer onder elkaar en misschien pas echt verlaten.”

 

 1630098-df9aa4d0b9af8f0e9eab37e55a2edec8.jpg
Kees Fens (18 oktober 1929 - 14 juni 2008)

 

 

De Nederlandse dichteres Lieke Marsman is op 25 juli 1990 geboren te Den Bosch. Zie ook alle tags voor Lieke Marsman op dit blog.

 

Hemel

Kijk ik kan je niet de hele tijd
met rubber handschoenen aan
naar een nestje gaan dragen
met een mes zo bot als schapenwol
tegen je ei aan blijven tikken
in de hoop dat je naar buiten komt
Er moeten ook meters gemaakt worden
Er moet ook in het 50-meterbad gezwommen worden
Ik bedoel ik bewonder ook het koolmeesje onder de tuintafel
en mensen die ontzettend goed kunnen skateboarden
maar ik kijk niet tegen hen op
dus je moet beter je best doen
Ik bedoel dat het charmant is als ik dronken ben
en Ja wat sta je nou hysterisch
iedere kaars in het haardvuur te doven
wil ik zeggen, niet
iedere rivier is de Styx
en je bent zo ontzettend vergeten
als je denkt dat je gelegen komt
maar je was zo verschrikkelijk sexy
dat ik de hemel
uit de hemel wilde tillen

 

 1630098-1391decd42c0cb3389a2bf59a24fcdac.jpg
Lieke Marsman (Den Bosch, 25 juli 1990)

 

 

De Duitse dichter en schilder Max Dauthendey werd geboren op 25 juli 1867 in Würzburg. Zie ook alle tags voor Max Dathendey op dit blog.

 

Sommerelegie

Jeder kommt einmal zu der Erde Rand,
Wo das Land aufhört, Wirklichkeit und Zahl,
Zur Versenkung, drinnen Jahr um Jahr verschwand;
Wo kein Wegmal und auch keine Wahl
Zwischen Nacht und Sonnenstrahl,
Zwischen Berg und Tal.

Sieh, das Sommergrün steht schon grob und groß,
Manche Ranke, derb und kühn, in den Himmel schoß,
Zuchtlos brüsten sich Unkraut und Gedanke.
Berge Laub sind aufgebaut, Wachstum ohne Schranke,
Als bringt nichts sie um, die sich aufgerafft vom Staube;
Strotzend gafft der Baum aus der Blätterhaube.

Gib mir Deine Hand, dran die Adern blauen,
Deine Hand,
Die ich nicht am Wege blindlings fand;
Deine Augen,
Die auf Augenblicke wie goldsuchend schauen
Und zum Sand. -
Gleich sind aller Dinge Endgeschicke,
Aller, welche sich zu leben trauen.

 

 

Der Mond im Nußbaum

Im Nußbaum blieb der Mond im Astwerk hangen,
Liegt wie ein weißes Tier im Astkäfig gefangen
Und preßt sein silbernes Fell an die Käfigstangen.
Der Mond hat Dir über Brücke und Fluß hell folgen müssen,
Ging aus der Stadt uns nach bis zum Nußbaum auf lautlosen Füßen.
Schnell, eh' der Mond sich wieder rührt, muß ich Dich küssen.

 

 

Unsere Toten

Nebel filtert um die Felderrunden, um die brachen,
Und von Nebeln wird das Fenster grau umwunden.
Die sonst nur in unsern Träumen nachts am Bett erwachen,
Unsere Toten, die des Hauses Ausweg leis gefunden,
Kommen herbsttags mit den Nebeln in die Türen, in die Stunden.
Unsere Toten, die nur lächeln, nicht mehr lachen,
Wollen jetzt im Grauen abgebrochene Gespräche weiterführen.
Wollen mit den Nebeln Wangen und Dein Kinn anrühren.
Ihre Arme sind Gedanken, und Du kannst die Toten näher spüren,
Näher jetzt als damals, wo sie noch vom gleichen Glase mit Dir tranken.
Alle Toten können, ohne Ende, liebend die Geschlechter führen,
Und sie gehen aus und ein, wie die Nebel durch geschlossene Türen.

 

 1630098-ab346454ae8e3af07e55073be08d9c94.jpg
Max Dauthendey (25 juli 1867 – 29 augustus 1918)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 25e juli ook mijn blog van 25 juli 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Dolce far niente, Frans Erens, Robert Graves, Johan Andreas dèr Mouw

 

Dolce far niente

 

 1629677-63611fb68274f21f6083c9d533a7e764.jpg
Hartjesdag op de Zeedijk door Johan Braakensiek, 1926

 

Uit: Zeedijk

“Zij was een teêre, slanke meid.
Op den Zéédijk ging ze wandelend voort.
In het vierkantig gerok der breede meiden liep ze buigend zacht; in het stevig getrap der voortschommelende matrozen, ging ze, buigend zacht als waaiend riet.
Onder de helmen diep, glommen heimelijk de oogen der stappende agenten, als waterpoelen in het ruig gestruik op de avond-hei.
Als glimwormen hel, glommen de helmen der loerende agenten.
Vijandig recht, de gezichten strak, liepen vrouwen blootshoofd en in wit gejak, langs het kalm gestap der loerende agenten.
Van rechts en links glansde kroeg aan kroeg met de rijen van flesschen der vonkelende likeuren. Van rechts en links kwam zang en spel en getrappel van dans en gespring.
Binnen ging de lieve meid, stil en met ernst.
Zij danste, danste de lieve meid, de slanke witte hand gespreid op den schouder van den dronken matroos.
Haar gezichtje zacht, geresigneerd, draaide weg tusschen de gezichten vol, wellustig-vol, slaperig-dik, lachend-dik der op- en neêr springende vrouwen.
Tusschen de vierkante meiden met de donkere rokken, die waaiden breed, als krinolinen wijd.
Vloog licht en rank, in vollen zwaai en leliewit de slanke meid.
Gloeiend heet en rood in zweet trapte ferm de sterke matroos, meênemend licht, het lichte wicht.
In den nevelenden stof, in den wirbelenden dans, in het voeten gebons, in het plompende gestomp, in het vioolgesnerp verdween, kwam op de vliegende meid.
Op de borsten en ruggen de halssnoeren klikten en tikten. De zwaar-vleezige, zwart-nagelige handen op de ruggen gespreid, kwamen op? verdwenen snel in het gezwaai en gedraai. Er tusschen door de witte hand, verdwijnend hier, verdwijnend daar.”

 

 1629677-2f0398c60b553902d4655557e9cb1e55.jpg
Frans Erens (23 juli 1857– 5 december 1936)
Plaquette in Landgraaf

 

 

De Engelse dichter en schrijver Robert Graves werd geboren in Londen (Wimbledon) op 24 juli 1895. Zie ook alle tags voor Robert Graves op dit blog.

 

A Song For Two Children

'Make a song, father, a new little song,
All for Jenny and Nancy.'
Balow lalow or Hey derry down,
Or else what might you fancy?

Is there any song sweet enough
For Nancy and for Jenny?
Said Simple Simon to the pieman,
'Indeed I know not any.'

'I've counted the miles to Babylon,
I've flown the earth like a bird,
I've ridden cock-horse to Banbury Cross,
But no such song have I heard.'

'Some speak of Alexander,
And some of Hercules,
But where are there any like Nancy and Jenny,
Where are there any like these?'

 

 

Marigolds

With a fork drive Nature out,
She will ever yet return;
Hedge the flowerbed all about,
Pull or stab or cut or burn,
She will ever yet return.

Look: the constant marigold
Springs again from hidden roots.
Baffled gardener, you behold
New beginnings and new shoots
Spring again from hidden roots.
Pull or stab or cut or burn,
They will ever yet return.

Gardener, cursing at the weed,
Ere you curse it further, say:
Who but you planted the seed
In my fertile heart, one day?
Ere you curse me further, say!
New beginnings and new shoots
Spring again from hidden roots.
Pull or stab or cut or burn,
Love must ever yet return.

 

 

Not Dead

Walking through trees to cool my heat and pain,
I know that David’s with me here again.
All that is simple, happy, strong, he is.
Caressingly I stroke
Rough bark of the friendly oak.
A brook goes bubbling by: the voice is his.
Turf burns with pleasant smoke;
I laugh at chaffinch and at primroses.
All that is simple, happy, strong, he is.
Over the whole wood in a little while
Breaks his slow smile.

 

 1629677-731bb517253fb2cfb94e9cd594944c08.jpg
Robert Graves (24 juli 1895 - 7 december 1985)

 

 

De Nederlandse dichter Johan Andreas dèr Mouw (Adwaita) werd geboren op 24 juli 1863 in Westervoort Zie ook mijn blog van 24 juli 2010 en eveneens alle tags voor Johan Andreas dèr Mouw op dit blog.

 

Langs 't meer schitterde 't vuurwerk, knal na knal

Langs 't meer schitterde 't vuurwerk, knal na knal:
De plots'ling blauwverlichte bergen schrokken,
Toen om hun scherpe toppen donderblokken
Versplinterden tot klankbonken naar 't dal;

En gouden-regens klommen naar 't heelal,
Naar de aarde wierp clematis paarse klokken;
'T leek of apotheozen samentrokken
Om ons, brandpunt van dubbel hol kristal:

Want weer droeg ons het luchtschip; en we speelden,
Twee zaligen, vangbal met sterrebeelden,
Dat Cassiopeia op je scheiding viel;

En toen ekstatisch vuur en donder rolde,
Keek ik naar jou, mijn Brünhild, mijn Isolde,
En 'k dacht: Neen, 't is geen vuurwerk; 't is haar ziel.

 

 

't Is lang geleden

I

'T is lang geleden; 'k was nog maar een kind.
Toen dacht ik: Als ik maak, dat ik nooit meer
Ondeugend ben, en dat 'k op school goed leer,
Dan word ik vast 'een kind, van God bemind'.

En - dacht ik - als ik dood ga, nou, dan vind
Ik in de lucht bij onze Lieve Heer
De mensen, waar 'k van hou, allemaal weer,
Mijn vader en mijn moeder en mijn vrind.

In ons salon, boven 't antiek buffet,
Hing aan de muur een prachtig-mooi portret,
Van hoe een moeder slaapt; ze is zeker moe;

En naast haar ligt een kindje dood in 't bed;
Een engel hangt erbij; 'k begreep niet, hoe;
En draagt het kindje naar de hemel toe.

 

 

Het hele landschap heeft de zon vertaald

Het hele landschap heeft de zon vertaald:
'T aardappelveld in niet hoog artistiek,
Maar deg'lijk proza; kleurige lyriek
Geef 't koornland in een stijl, die vlamt en straalt;

Episch in vorm, in kleur, in klank, verhaalt
De eik van zijn zonneheros in epiek;
De populieren zoeken 't in tragiek,
Hoe op 't geen hoogstreeft, 't noodlot bliksemstraalt;

Paarse ernst van groene rooie-kool herhaalt
De humor van wat klein schijnt en komiek;

Wetend wat recht is, en dat hij nooit faalt,
Knikt wijs de den welwillende kritiek -

Uit de onvertaalbare ontzag'lijke daalt
Eén lof op 't literaire mozaiek.

 

 1629677-328414b424d7c9dbd736b535af9d341b.jpg
Johan Andreas dèr Mouw (24 juli 1863 – 8 juli 1919)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 24e juli ook mijn blog van 24 juli 2012 deel 1 en ook deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 18:48 Reageer op dit bericht

Dolce far niente, Tour de France, Frans Erens, Edwin Winkels

 

Dolce far niente - Bij de Tour de France

 

Uit: Weerzien met Indurain

“Terug naar de begrafenis van Samaranch, of de ceremonie van belangrijke mensen die vanochtend plaatsvond. Bekende gezichten kwamen voorbij en ik verheugde me bijzonder toen ineens de enige (oud-)sporter naar buiten kwam, Miguel Indurain. Dezelfde karakteristieke kop als vroeger, met die neus van een Griekse god en de diepe ogen waarin bijna nooit enige emotie te bespeuren was. Bijna elke zomer tussen 1990 en 1996 maakte ik hem dagelijks mee, tijdens onze gezamenlijke Tour de France. Hij op de fiets, ik in de auto. Ik weet het, mijn Nederlandse collega’s vonden ze doodsaai, die vijf Tours die Indurain op rij won, maar voor een verslaggever van een Spaanse krant was het de hemel op aarde: elke dag volgden we de grote favoriet van dichtbij, elke dag was er wel wat te schrijven. Oké, Indurain praat nu veel meer en losser dan hij toen deed, maar zouden we in Nederland ook klagen als een saaie en stille als Joop Zoetemelk elke keer weer vanaf de proloog de Tour naar zijn hand zou zetten? Genieten was het, de bazen gaven ons drie, vier pagina’s per dag, want de lezers vraten het. Én Indurain stelde bijna nooit teleur.

 

 1629271-95a717acd0e848953f212dd523c98b4c.jpg
Miguel Indurain

 

Gedurende één Tour schreef ik bovendien dagelijks een column over de Grote Zwijger in De Volkskrant: Heimwee naar Navarra, omdat Miguel altijd de indruk wekte zo snel mogelijk weer terug naar huis te willen. Een prachtige uitdaging natuurlijk, vanaf de eerste dag filosoferen over de gedoodverfde winnaar. Een uitgever vond de columns zelfs de moeite waard om te bundelen tot een dun boekje. Er werden, geloof ik, 867 exemplaren van verkocht; voldoende om bescheiden te blijven.
“Hoe is ‘t?” We wisselden vanochtend kort wat woorden uit, hoe het gaat in het leven. Waarom hij op de begrafenis was…. “Ja, dat hoort erbij, maar op een begrafenis ben je altijd te laat,” zei Indurain. Niets bijzonders verder. Gewoon de bescheiden sympathie van één van de grootste sporters die Spanje ooit heeft voortgebracht. Sterker nog, de eerste grote, sterke Spanjaard die het land van heel veel minderwaardigheidscomplexen afhielp.”

 

 1629271-fcb85202dc0f79a05f13ab80af55430b.jpg
Edwin Winkels (Utrecht, 1962)

 

 

De Nederlandse schrijver Frans Erens werd geboren op 23 juli 1857 in Schaesberg. Zie ook alle tags voor Frans Erens op dit blog.

Uit: Uit de Pyreneën

“Wij Europeanen hebben weinig of geen bergland, dat met de Pyreneën kan worden vergeleken. Niet de Alpen zelfs, al zijn zij hooger, geweldiger. Zij zijn meer ijzig, meer Noordpoolachtig. De Pyreneën zijn milder. De Alpen zijn niet omweven zoozeer met tallooze netten van sagen, die de Pyreneën hullen in een waas van geheimzinnig aardeleven. Eenzamer ook voelen deze bergen aan. Zij zijn niet zoo veel doorploegd door s menschen wegen. Zij zijn minder bekend, maagdelijker van aanzien. Zij zijn als een liefde-uiting der Europeesche aarde en het is als of van hen melodieën opstijgen van fijneren sferenklank. Taine heeft er iets van gevoeld, toen hij zijn boek schreef over de Pyreneën, dat hier en daar een gedicht lijkt van intellectueele stijging en daling. Meer dan in de Alpen huist hier nog de beer en de izard, de gems der Pyreneën, komt er nog dikwijls voor, al vermindert ook deze in de laatste jaren meer en meer. Ook de wolf is er nog niet uitgestorven.

 

 1629271-7de1df3d49a65327159e807071276b41.jpg
Tour de France in de Pyreneeën

 

Evenals in de Alpen kringelt de arend daar over de afgronden. Het epos dier bergen, la Chanson de Rolande heeft zijn gouden mantel gespreid langs menigen berg en in menig dal en ze bevolkt met gestalten gelijksoortig aan het land, waar zij door heen trokken. Een rijkdom van legenden stijgt op uit de diepten. Zij omwemelen, doorkruisen die luchten, spannen van top tot top hunne draden. Bouwvallen van middeleeuwsche kasteelen liggen te brokkelen in het heetbrandend zonnelicht. Op en neer gingen de tijden. Volkeren kwamen hier, die gingen van Noord naar Zuid; en ook van Zuid naar Noord togen zij hier langs om elkander te vernietigen. Dan vluchtten de autochthonen in duistere spelonken van door den mensch nog niet betreden bergpassen om betere tijden af te wachten. Zoo drijft als een eiland te midden van de zee der veelvoudige verandering het land der Basken, onaangetast door de omringende volkeren, laatst overblijfsel van een geheimzinnige vóórwereld. Waar komen ze vandaan? Welke taal is de hunne? Men weet het niet.”

 

 1629271-ae2eb58e1107e2b9ffa706e3ab1e6011.gif
Frans Erens (23 juli 1857– 5 december 1936)
Portret door Isaac Israels, rond 1900

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 23e juli ook mijn blog van 23 juli 2012 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:33 Reageer op dit bericht

Blumen sehet ruhig sprießen (Johann Wolfgang von Goethe)

 

Dolce far niente

 

 1628924-05095ee92a1b1f75f9e4af720d9cc14c.jpg
Goethes tuinhuis in de zomer door Max Oehler, rond 1920

 

 

Blumen sehet ruhig sprießen

Blumen sehet ruhig sprießen,
Reizend euer Haupt umzieren;
Früchte wollen nicht verführen,
Kostend mag man sie genießen.

Bieten bräunliche Gesichter
Kirschen, Pfirschen, Königspflaumen,
Kauft! denn gegen Zung' und Gaumen
Hält sich Auge schlecht als Richter.

Kommt, von allerreifsten Früchten
Mit Geschmack und Lust zu speisen!
über Rosen läßt sich dichten,
In die äpfel muß man beißen.

Sei's erlaubt, uns anzupaaren
Eurem reichen Jugendflor,
Und wir putzen reifer Waren
Fülle nachbarlich empor.

Unter lustigen Gewinden,
In geschmückter Lauben Bucht,
Alles ist zugleich zu finden:
Knospe, Blätter, Blume, Frucht.

 

 1628924-224ee5cce886dfe8093e50b51e038f11.jpg
Johann Wolfgang von Goethe (28 augustus 1749 – 22 maart 1832)
Portret door Joseph Karl Stieler, 1828

 

 

Zie voor de schrijvers van de 22e juli ook mijn blog van 2 juli 2011 deel 1 en ook deel 2 en eveneens mijn blog van 22 juli 2012.

Geschreven door Romenu om 18:40 Reageer op dit bericht

Dolce far niente (Muiderslot, Muiden)

 

Dolce far niente

 

 

 1628726-c1c714ad7192f932d9d70e02e054f36b.jpg
Muiderslot

 

 

Muidse reis

Vochtig Zuien
schort uw buien
over Muien
enen dag,
die ik garen
zonder baren,
stil en klaar
droge zag.

 

 1628726-b58b6936061fe859b9f055ea96ef647b.jpg
Constantijn Huygens (4 september 1596 — 28 maart 1687)
Portret van Constantijn Huygens door Hendrik de Keyzer, 1627 (detail)

 

 

Een Majeboom

Aan de Joffren Anne en Tesselschae Roemer Visschers gesonden naer haar vertreck vanden huijse te Muiden, in 't jaer 1621, spreekt

Orpheus met sijn stem en vinger
Maeckte eertijdts den boomen voeten,
Datse bij gekroonde stoeten
Liepen nae den soeten singer.
Ist dan vreemdt, dat ick verslinger
Op uw speelen,
Op uw queelen,
En loop achter aen uw keelen?
Ick, die ben van 't selve volck?
En was hij der goden tolck,
Ghij syt speelnoots van godinnen.
En indien Thalia haer sinnen
Eens tot trouwen zet, sult ghij
Elleck sitten aen een zij.

 

 1628726-6d8b3ff4e8a8c4be8a173ddb69d84545.jpg
Pieter Cornelisz. Hooft (16 maart 1581 – 21 mei 1647)
Portret (kopie naar Joachim von Sandrart, 1700)

 

 

 1628726-490255b6676ba79e78c85efea6ada505.jpg
Groote Zeesluis te Muiden

 

 

De groote zeesluis
Bij gelegenheid van de opening van de gerestaureerde
Groote Zeesluis te Muiden

Vanaf de brug zie ik een bonte vloot
Van ranke jollen, logge platte schuiten
En jachten met parmantige kajuiten
En telkens vult de sluis zich boot na boot
En vormt voor hen een stenen moederschoot,
Want als de zware deuren zich ontsluiten
Komen ze als herboren weer naar buiten
En is de vrije vaarweg levensgroot.

Maar met de blik naar binnen toe gekeerd
Zie ik opeens ook helder de contouren
Van alle schepen die hier vroeger voeren
En ooit naar verderop zijn gepasseerd.

De sluis leidt niet alleen naar open water,
Maar geeft ook het verleden door aan later. 


 1628726-fe41ed373aa2009411f058d736bdd5f7.jpg
Driek van Wissen (12 juli 1943 – 20 mei 2010)

 

Zie voor de schrijvers van de 21e juli ook mijn blog van 21 juli 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

The Summer Rain (Henry David Thoreau), Hans Lodeizen

 

Dolce far niente

 

 1627742-7624bea0c0b17830a44e63b82d0ab55f.jpg
Landschap bij Auvers in de regen door Vincent van Gogh, 1890

 

 

The Summer Rain

My books I’d fain cast off, I cannot read,
’Twixt every page my thoughts go stray at large
Down in the meadow, where is richer feed,
And will not mind to hit their proper targe.

Plutarch was good, and so was Homer too,
Our Shakespeare’s life were rich to live again,
What Plutarch read, that was not good nor true,
Nor Shakespeare’s books, unless his books were men.

Here while I lie beneath this walnut bough,
What care I for the Greeks or for Troy town,
If juster battles are enacted now
Between the ants upon this hummock’s crown?

Bid Homer wait till I the issue learn,
If red or black the gods will favor most,
Or yonder Ajax will the phalanx turn,
Struggling to heave some rock against the host.

Tell Shakespeare to attend some leisure hour,
For now I’ve business with this drop of dew,
And see you not, the clouds prepare a shower—
I’ll meet him shortly when the sky is blue.

This bed of herd’s grass and wild oats was spread
Last year with nicer skill than monarchs use.
A clover tuft is pillow for my head,
And violets quite overtop my shoes.

And now the cordial clouds have shut all in,
And gently swells the wind to say all’s well;
The scattered drops are falling fast and thin,
Some in the pool, some in the flower-bell.

I am well drenched upon my bed of oats;
But see that globe come rolling down its stem,
Now like a lonely planet there it floats,
And now it sinks into my garment’s hem.

Drip drip the trees for all the country round,
And richness rare distills from every bough;
The wind alone it is makes every sound,
Shaking down crystals on the leaves below.

For shame the sun will never show himself,
Who could not with his beams e’er melt me so;
My dripping locks—they would become an elf,
Who in a beaded coat does gayly go.

 

 1627742-06b3a4dd902678b401bb617be702c70e.jpg
Henry David Thoreau (12 juli 1817 - 6 mei 1862)
Standbeeld in Walden Pond

 

 

De Nederlandse dichter Hans Lodeizen werd geboren op 20 juli 1924 in Naarden. Zie ook mijn blog van 20 juli 2010 en eveneens alle tags voor Hans Lodeizen op dit blog.

 

op een heel warme zomerdag

hij had
alle vormen van verdriet
in zijn lichaam verdronken
maar angst
met hoed en parapluie
wachtte in de vestibule.

 

 

Voor jou

2

ook al zal ik je nooit zien
in je tropenpak voor de bar
tennissend in shorts of zwemmend
of paardrijdend in de duinen
ook al zal ik je nooit zien

en mijn hand die al moe is
laat vogels los van haar vingertoppen
en het wankele geluid van de straat
hangt een sluier voor mijn ogen
ik zal je nooit zien

en ik zal verder lopen
( want geen ongeluk kan ons overkomen
want ik ben toch alleen )
de nacht zal in mijn oor suizen
de wind zal lachen in mijn gezicht
de dag zal geel als een traan zijn

ik zal verder lopen

 

 

Het water

In de roze hemel
en in de geweldige stilte
hoorde hij een stem
een gevoelige stem van
geel riet die hem toeriep
in de roze hemel
hem toeriep
en in de geweldige stilte

er stond een man
aan de overzijde van het water
die hem toewuifde
in de roze hemel
een man tussen het gele riet

hij wachtte heel lang
en antwoordde niet
op de gevoelige stem
van geel riet die hem toeriep
in de roze hemel
en in de geweldige stilte

hij antwoordde niet
en wachtte

 

 1627742-5e8aa7ab15cabf014b1d0d20819b0c04.jpg
Hans Lodeizen (20 juli 1924 - 26 juli 1950)

 

 

Zie voor de schrijvers van de 20e juli ook mijn blog van 20 juli 2013 deel 1 en ook deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 20:16 Reageer op dit bericht

Arie Storm

De Nederlandse schrijver en literatuurcriticus Arie Storm werd geboren in Den Haag op 20 juli 1963. Hij debuteerde in 1994 met de roman Hémans duik, die vervolgens werd genomineerd voor de Debutantenprijs. Tegenwoordig schrijft hij voor Het Parool en Vrij Nederland, vroeger publiceerde hij ook in Bzzlletin en Snoecks Almanak. Hij was van 2012 tot 2014 te horen als literatuurrecensent in de TROS Nieuwsshow op Radio 1.

Uit Afgunst

“De angst of de pijn of het liefdesverdriet of de lustgevoelens van een ander kun je uitsluitend begrijpen als je je in een volkomen identieke toestand bevindt (….). Zomin als je je in een ander kunt verplaatsen, zomin kun je je verplaatsen in de persoon die je ooit zelf bent geweest.”
(…)

“In deze positieve stemming was ik voorts van mening dat die hele theorie van mij dat er iemand anders in mijn hoofd zat, ook al nergens op sloeg. Ik zei tegen mezelf (ik moet er een schorre stem van hebben gekregen): ‘Waarom zal er iemand anders in mijn hoofd zitten?”
(…)

‘ Welnee, ’ zeg ik, ‘er is geen Boze Heks. En papa is er toch, dus er kan je niks gebeuren.’ ‘Beetje eigenlijk best wel eng in feite,’ zegt Masja. Naarmate ze in leeftijd vordert, wordt haar taalgebruik er niet beknopter op. Als tweejarige zei ze in vergelijkbare situaties: ‘beetje eng.’

 

 1789237-90cd629cc66d6b593d8d2542b823d558.jpg
Arie Storm (Den Haag, 20 juli 1963)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Slenteren met een ongelukkige auteur (Simon Carmiggelt)

 

Dolce far niente

 

 

 1627197-858d80c3b5cce19fb9f72e9c8f419aca.JPG
Spui met Maagdenhuis, Amsterdam

 

Uit: Slenteren met een ongelukkige auteur

“Schrijvers zijn ziekelijk nieuwsgierig naar alles wat ze niet aangaat. Ik stond op en liep in de richting van de Kalverstraat. Voor het Maagdenhuis groepten wat mensen tezamen bij het opzienbarende moderne kunstwerk dat daar sinds kort dapper beproeft uit te komen boven de geparkeerde auto's, een karweitje dat alleen aan de Eiffeltoren aardig is gelukt.
Een vlezige man, met een opmerkelijk dom gezicht en een baard die nodig eens bemest moest worden, vroeg op polemische toon aan een grijzende dame:
‘Wat stelt dat nou vóór?’
‘Ik weet het niet,’ antwoordde ze, ‘het wordt niet uitgelegd.’
(Connolly: ‘Hoeveel boeken schreef Renoir over hoe men schilderen moet?’)
‘En allemaal van onze belastingcenten,’ riep de man. ‘Kijk!’
Hij wees naar een met zwarte viltstift op het kunstwerk geschreven mededeling, die luidde: ‘Dit kost 50.000 gulden’.
Ik dacht aan een bespiegeling van Connolly over de houding van de staat jegens de kunst die, zo meende hij, Engeland maakte tot een natie van commentators, critici en kleurloze uitleggers. ‘Alles voor de melkbar en niks voor de koe.’ En hij verzuchtte: ‘Wanneer zal de staat eens zeggen: hier is duizend pond, jongeman, ga waarheen je wilt en kom terug met iets moois.’ Maar als de overheid het doet, zoals voor het Maagdenhuis, staan allerlei mannen te roepen dat zij niet mooi vinden wat die jongeman mooi vond.
‘Dit kost 50.000 gulden,’ las de dikke met stemverheffing voor.
Hij las niet wat er onder stond, met dunnere lettertjes, namelijk: ‘Nou - en?’. Dat klonk meer ter zake. De meest functionele bekladding van een kunstwerk stond te lezen op het grafmonument van Oscar Wilde: ‘Oscar, we love you, John and Will’.
De twee vrouwen met de boodschappentassen kwamen nu langs.
Ze keken naar het kunstwerk en de ene vrouw zei, veel diepzinniger dan ze vermoedde:
‘O, dat is maar tijdelijk.’

 

 1627197-08e0c7c30c9e75e0720950e604caae16.jpg
Simon Carmiggelt (7 oktober 1913 – 30 november 1987)

 

 

Bij de Tour de France

 

 1627197-34139ed1516c4c07ef1afb021f6974f0.jpg
Rob Goris

 

Uit: De dood is een schoft (Column)

“Zelfs toen het onweer driekwartier voor het programma losbarstte en de hele ploeg in allerijl een praatset in de hall van het gastenhuis installeerde. ‘We hebben geluk!’, fluisterde hij me toe toen het vijf minuten voor we live gingen stopte met regenen en de wind ging liggen. Het werd stil en rustig. Niets liet vermoeden dat de stilte onheilspellend was. Rob was wat zenuwachtig in het begin, maar ontdooide snel, keek lieflijk naar Katrien toen ze begon te vertellen. Een zacht wielerkoppel stapte schuchter uit de anonimiteit. Van ijshockeyspeler tot wielrenner. Het verhaal druppelde zachtjes Vlaamse woonkamers binnen. 755.413 kijkers maakten kennis met Katrien Van Looy en Rob Goris. Fier vertelde hij over ‘de Pappie’ (de 78-jarige Rik Van Looy) die tegen 55 kilometer per uur in zijn wiel bleef zitten langs het kanaal. ‘Wat moet dat vroeger niet geweest zijn?’ Trots op de opa van zijn vriendin.
‘Nog veel geluk in jullie jonge leven!’, waren mijn laatste woorden. Me onbewust van de draagwijdte ervan. Dat geluk zouden ze zelf wel afdwingen. Daar was ik na de aangename kennismaking zeker van. Een stevige pol voor Rob, een kus voor Katrien en we verdwenen de nacht in. Plannen makend voor een nieuwe aflevering van Vive le Vélo! Nimmer denkend dat een surplace van een jong rennershart die uitzending een totaal andere toon zou geven. Het gebonk op de slaapkamerdeur voorspelde weinig goeds. Maar dit was toch onmogelijk. Een gebroken sleutelbeen, een klaplongetje of gescheurde ligamenten. Tot daar nog aan toe. Maar de onomkeerbaarheid. Dat kon toch niet waar zijn. Ik onthou één ding van deze eerste Tourweek: de dood is een schoft!”

 

 1627197-037baf2ccd3269fcdbda4ec2d081f23f.jpg
Karl Vannieuwkerke (Ieper, 19 januari 1971)

 

 

De Nederlandse dichteres en schrijfster Anna Enquist werd geboren op 19 juli 1945 in Amsterdam als Christa Boer. Zie ook mijn blog van 19 juli 2010 en eveneens alle tags voor Anna Enquist op dit blog.

 

Niemand

De dood, zegt men, heeft genomen.
Ik zat op de grond met een dode
maar niemand kwam om te nemen.

Ik lispelde ongehoorde kinderwoorden
maar de laatste lucht vloog de stad in
en niemand kwam om te nemen.

Nee, er was in dit spel geen opzet,

Niemand keek verder dan ik, niemand

verpletterde ons met een grote vuist
tegen het ellendig plaveisel. Niemand.

 

 

Een menigte

Verbaasd merkte de moeder
dat zij een menigte werd.
Binnen enkele dagen was het
gebeurd, bleek zij uiteengevallen
in een waaier van vrouwen.

De weerloos-blije liep daar
van haar geheugen te genieten;

de verslagene, die snel op weg
wilde naar welke dood dan ook;

de trieste die er niets van begreep,
die alleen zachte vlindervleugels

tegen de wangen van het kind
zag slaan, onophoudelijk. Rond

het groepje stormde de furie,
pamfletten en woedende brieven

in de handen. Achteraan ging
de wanhoopsmoeder die al maanden
de kapper niet had gezien.

Hoe hen te hoeden, te zorgen dat elk
de voeten in dezelfde richting sleept?

Ons is iets overkomen, kan ze zeggen,
wij zijn de menigte die moeder heet.

En zij die in de verte aan het water
staat, en wenkt, is een van ons.

 

 

Klank

Het kind zat naast mij in een zaal,
tussen ons lag de partituur. Maat-
strepen stonden stijf in stil geweld

van inkt. Dankzij de muren
en het dak werd dat geluid.
Zoals bij ons de huid verdriet

omspant, zei ik, en een voor een
wees ik de instrumenten aan
op het schavot. Zij is er niet.

Als ik mijn ogen sluit ga ik haar
zien. Tussen hoorn, cello en fagot
beweegt zij wiegend voor mij uit.

 

 

 1627197-49eda4a359f79a136acd39e5df616c5f.jpg
Anna Enquist (Amsterdam, 19 juli 1945)

 

 

Zie voor de schrijvers van de 19e juli ook mijn blog van 19 juli 2013 en ook mijn blog van 19 juli 2011 deel 1 en ook deel 2 en eveneens deel 3

Geschreven door Romenu om 13:45 Reageer op dit bericht

Lucas Malan

De Zuidafrikaanse dichter Lucas Cornelis Malan werd geboren in Nylstroom op 19 juli 1946. Hij was de op een na jongste van zes kinderen. Zijn vader was meubelmaker. Hij begon zijn schooljaren in Noordwijk en vertrok daarna naar Pietersburg, waar hij in 1963 het matriculatie-examen aflegde. In 1964 schreef hij zich in aan het Normaalkollege in Pretoria, waar hij in 1966 een bachelor diploma behaalde met Afrikaans-Nederlands en kunstgeschiedenis als hoofdvak. In 1967 verwierf hij een onderwijsdiploma. Na een periode als docent aan de Hogere Seunskool Helpmekaar in Johannesburg nam hij in 1973 studieverlof en begon hij aan zijn BA in Afrikaans en Nederlands aan de Randse Afrikaanse Universiteit. In 1975 begon hij aan zijn MA aan de Universiteit van de Witwatersrand en in 1978 werd hem de graad met lof uitgereikt. In 1984 behaalde hij een tweede graad in de Toegepaste Taalkunde aan RAU en in 1989 zijn DLitt aan de Universiteit van Pretoria over de poëzie van Ernst van Heerden. Lucas was bijna 30 jaar bij het onderwijs betrokken. Vanaf 1987 was hij hoofd van het Departement Afrikaans aan de Johannesburg College of Education. In 1997 verliet hij het onderwijs en vestigde hij zich in Darling aan de West-Kaap. Lucas leverde regelmatig bijdragen aan kranten en tijdschriften en zijn recensies (toneel en letterkundig) en artikelen verschenen in Rapport, Vrije Weekblad, Kalender, Karring, Die Transvaler en Beeld. Vanaf 1986 tot 1992 schreef hij een regelmatige rubriek in De Kat over de Afrikaanse poëzie. Gedurende de jaren zeventig verschenen enkele gedichten van Lucas in Tijdschrift voor Letterkunde en Contrast en in 1979 en 1980 ook in The Bloody Horse en Standpunten. In 1981 verscheen zijn debuutbundel, een “’n Bark vir die ontheemdes” In 1985 volgde “Tydspoor”, in 1987 “Edenboom”, “Kaartenhuis” in 1990, “Hongergrond” in 1994 en in 2002 “Afstanden”. In 2008 wordt “Vermanings” gepubliceerd. In 1986 schreef Lucas een bekroond drama (derde plaats in Radio Zuid-Afrika's landelijke competitie voor hoorspelen), “Die jaar van die yskaste”, Op 15 april 2010 stierf hij aan complicaties na een hartoperatie.

 

DIE STERRE VOORSPEL

Wanneer die Diereriem na die stand
van die Bul beweeg, word die nagte stil
en die aarde koud. Die geil wildedruif
het algaande rooi van skaamte opgekrul
en skud nou bedees haar nuttelose drag
blare af. Vrugloos was dié stok se jaar
en sy brand nou so stuk-stuk af.

Die bol, die struik, die boom en blom
het ‘n saak met die stand van die son;
maar die kleiner een, die silwerling
van die nag, ons wufte maan – wat
kan sý met ‘n stuiwer bring?

Ag, sy grimeer maar na gelang van dit
wat die Bul verlang. Saans bak sy mooi
broodjies, volrond, en sy gaan haar gang;
sy doen gewoon en gedra haar fatsoenlik
- soos dit ‘n kieskeurige dame betaam
wat van groter dinge weet; sy wat kuis
bly wag op die koms van die Ram.

 

 

THE STARS FORETELL

When the Zodiac revolves towards
the sign of the Bull, the nights grow still
and the earth grows cold. The rank wild grape
gradually curls up in her blush of bashfulness,
timidly casting off her ineffectual robes
of leaves. Fruitless was this vine’s year
and piecemeal she is now burning down.

The bulb, the shrub, the tree and flower
have a concern with the position of the sun;
but the smaller one, the silverling
of the night, our frivolous moon – what
ha’penny’s worth can she bring?

Ah, she titivates herself to please
the Bull. At night it’s time for humble
pie, full-rounded, and she goes her way;
as always she behaves respectfully
– as befits a fastidious lady
who knows of greater things; she who chastely
keeps waiting for the coming of the Ram.

 

Vertaald door Charl J.F. Cilliers

 

 

 1751662-88073ce75dd343732a0139b00c3d0064.jpg
Lucas Malan (19 juli 1946 - 15 april 2010)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Ich bin der Juli (Paula Dehmel)

 

Dolce far niente

 

 1626872-4585c0ae5705189256c4940fa78d4c65.jpeg
Sommergarten door Max Liebermann, tentoongesteld in 1910

 

 

Ich bin der Juli

Grüß Gott! Erlaubt mir, dass ich sitze.
Ich bin der Juli, spürt ihr die Hitze?

Kaum weiß ich, was ich noch schaffen soll,
die Ähren sind zum Bersten voll;

reif sind die Beeren, die blauen und roten,
saftig sind Rüben und Bohnen und Schoten.

So habe ich ziemlich wenig zu tun,
darf nun ein bisschen im Schatten ruhn.

Duftender Lindenbaum,
rausche den Sommertraum!

Seht ihr die Wolke? Fühlt ihr die Schwüle?
Bald bringt Gewitter Regen und Kühle.

 


 1626872-295b3c3aab0cb9a9057c67902b838053.jpg
Paula Dehmel (31 december 1862 - 9 juli 1918)

 

 

Zie voor de schrijvers van de 18e juli ook mijn blog van 18 juli 2013 en ook mijn blog van 18 juli 2011 deel 2 en eveneens deel 3 en ook mijn blog van 18 juli 2010.

Geschreven door Romenu om 15:21 Reageer op dit bericht

Summer (Alexander Pope)

 

Dolce far niente

 

 1626431-9a60ce93d3cc15efa1c2b18541adc459.jpg
Kudde schapen in een veld na de oogst door Camille Pissarro, 1889

 

 

Summer

See what Delights in Sylvan Scenes appear!
Descending Gods have found Elysium here.
In Woods bright Venus with Adonis stray’d;
And chast Diana haunts the Forest Shade.
Come lovely Nymph, and bless the silent Hours,
When Swains from Sheering seek their nightly Bow’rs;
When weary Reapers quit the sultry Field,
And crown’d with Corn, their Thanks to Ceres yield.
This harmless Grove no lurking Viper hides,
But in my Breast the Serpent Love abides.
Here Bees from Blossoms sip the rosy Dew,
But your Alexis knows no Sweet but you.
Some God conduct you to these blissful Seats,
The mossie Fountains, and the Green Retreats!
Where-e’er you walk, cool Gales shall fan the Glade,
Trees, where you sit, shall crowd into a Shade,
Where-e’er you tread, the blushing Flow’rs shall rise,
And all things flourish where you turn your Eyes.
Oh! how I long with you to pass my Days,
Invoke the Muses, and resound your Praise;
Your Praise the Birds shall chant in ev’ry Grove,
And Winds shall waft it to the Pow’rs above.
But would you sing, and rival Orpheus’ Strain,
The wond’ring Forests soon shou’d dance again,
The moving Mountains hear the pow’rful Call,
And headlong Streams hang list’ning in their Fall!

But see, the Shepherds shun the Noon-day Heat,
The lowing Herds to murm’ring Brooks retreat,
To closer Shades the panting Flocks remove,
Ye Gods! and is there no Relief for Love?
But soon the Sun with milder Rays descends
To the cool Ocean, where his Journey ends;
On me Love’s fiercer Flames for ever prey,
By Night he scorches, as he burns by Day.

 

 1626431-5d0ca39583af408b64a8b0a8cbf1c8fe.jpg
Alexander Pope (21 mei 1688 – 30 mei 1744)
Portret door Michael Dahl, rond 1727

 

Zie voor de schrijvers van de 17e juli ook mijn blog van 17 juli 2013 en ook mijn blog van 17 juli 2011 deel 2.

Geschreven door Romenu om 15:09 Reageer op dit bericht

Thé Lau

De Nederlandse muzikant en schrijver Thé (Matheus Josephus) Lau werd eboren in Bergen op 17 juli 1952. Lau speelde als gitarist in verscheidene bands en was lid van Neerlands Hoop Express. In 1979 richtte hij de band The Scene op, bekend van de hits “Blauw” en “Iedereen is van de wereld”. Lau werd de leadzanger. Lau nam in 2003 afscheid van zijn band en toerde sindsdien met toetsenist Jan-Peter Bast langs de Nederlandse theaters. Op 13 oktober 2006 is Lau gestart met zijn theatertournee Tempel der liefde, waarbij hij begeleid werd door toetsenist Bast en het tangostrijkkwartet Pavadita. In 2003 werd zijn oeuvre gebundeld in het boek “Thé Lau”, de teksten. In 2000 debuteerde hij met de verhalenbundel “De sterren van de hemel”. Zijn debuutroman “Hemelrijk” kwam in 2004 uit, in 2006 gevolgd door een bundel muziekverhalen, met als titel In de dakgoot. In 2007 verscheen 1000 vissen, een bibliofiele uitgave met verhalen over de Amsterdamse Spaarndammerbuurt, waar Thé Lau sinds 15 jaar woonde en werkte. Het door Lau geschreven bevrijdingslied “In vrijheid” (2005) wordt ieder jaar veelvuldig ten uitvoer gebracht op Bevrijdingsdag, 5 mei. In 2007 kwam The Scene weer bij elkaar en ging Lau met drie vroegere bandleden weer toeren. Ook namen ze een cd op. In 2010 nam Thé Lau samen met Lange Frans het nummer Zing voor me op, waarmee ze de eerste plaats van de Nederlandse Single Top 100 bereikten. Op 12 augustus 2013 werd bekendgemaakt dat hij aan keelkanker leed. Hij liet na de behandeling weten dat zijn chemokuur en bestralingen goed waren verlopen en dat hij goede hoop had voor 2014. In april 2014 liet zijn management echter weten dat Lau uitzaaiingen in zijn linkerlong had en uitbehandeld was.Vanaf juni 2014 gaf hij met zijn band een aantal afscheidsconcerten. In hetzelfde jaar verscheen zij tweede roman “Juliette, een liefde in snapshots”.

Uit: Juliette, een liefde in snapshots

““Muisstil lag Robbie naast de Duitse Elsa in bed en streelde haar mollige, bezwete lichaam. Met haar hand op zijn heup glimlachte ze dromerig en onverschillig naar het plafond. Hij keek naar haar profiel in het maanlicht dat spaarzaam naar binnen scheen en rook de geur van gemaaid gras en sigaretten in haar blonde haar. Op weg naar haar huisje had ze hem een paar keer gemaand zijn brommer aan de kant te zetten en Robbie al rokend en zoenend in de berm geduwd, of tegen een heg. Ze was dronken geweest, maar dat gold eigenlijk avond na avond voor iedereen die café Ruïne, vernoemd naar het historische kerkje ertegenover, rond sluitingstijd verliet.
‘Het was mijn eerste keer,’ zei Robbie. ‘Deed ik het een beetje goed?’
‘Mmm,’ mompelde Elsa, en viel in slaap. Het was geen ja en geen nee.
De volgende ochtend was haar plek in het bed leeg, en verward keek Robbie om zich heen. Zijn kruis klopte nog na en hij voelde zich voldaan, maar gek genoeg ook eenzaam.
Elsa was enkele jaren geleden tijdens een zomervakantie met haar ouders in onmin geraakt en in het dorp blijven plakken. Ze was een makkelijke score geweest. Het hele dorp ging met haar naar bed, mannen en vrouwen. Of liever, zijzelf ging met het hele dorp naar bed, met mannen en vrouwen uit het café of het strandpaviljoen, met wie maar wilde en beschikbaar was, en op elk denkbaar uur, behalve wanneer ze als serveerster aan het werk was. De hele enclave zag haar als een Duits seksspeeltje.”

 

 1781934-029a162bece48697bbe910e2f3ec3bf6.jpg
Thé Lau (Bergen, 17 juli 1952)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Tsead Bruinja

De Nederlandse dichter Tsead Bruinja werd geboren in Rinsumageest op 17 juli 1974. Zijn eerste twee bundels gaf hij in eigen beheer uit. Zijn bundel “Dat het zo hoorde” werd genomineerd werd voor de Jo Peters Poëzieprijs. Met het collectief Gewassen (2001-2004), met onder anderen dichter Sieger MG en videokunstenaar Alan D. Joseph won hij in 2002 het Hendrik de Vriesstipendium. Bruinja stelt bloemlezingen samen (o.a. de befaamde Kutgedichten en de bloemlezing Droom in Blauwe regenjas - nieuwe Friese dichters), recenseert, presenteert, interviewt en treedt op in binnen en buitenland (o.a. in Indonesië, Nicaragua en Zimbabwe). Zijn meest recente bundels zijn "Overwoekerd", in 2012 genomineerd voor de Ida Gerhardt Poëzieprijs, en "Angel". Die laatste verscheen als krant en werd op website De Contrabas als gratis download binnen een maand 2000 keer gedownload. Sinds 2008 schrijft Bruinja één keer per maand een gedicht bij de actualiteit voor het EO radio 1 programma Dit is de dag. In datzelfde jaar maakte zanger en caberetier Herman van Veen schilderijen bij zijn werk die geëxposeerd werden in het Natuurmuseum Fryslân te Leeuwarden. Eind 2008 werd Bruinja genomineerd als Dichter des Vaderlands voor de periode 2009-2013. Bruinja werd tweede. In 2013 verscheen het boek "Stofsûgersjongers / Stofzuigerzangers" met etsen van Mirka Farabegoli en de debuut cd van klassiek saxofoniste Femke IJlstra.

 

appels kopen

kruimelig rijp verdriet spiegelt haar
in de bakken van de marktkoopman

delicaat is zij die van appels houdt
hij ziet dat hij ziet haar weerbarstig

lachend om zijn zoetzure grappen
`t liefst trekt hij een knipmes nu

en toont haar de helften ruwe pit
ze twijfelt voor wat lijkt een vruchtloos uur

krap aan haalt ze de laatste bus

als zij naar het danshuis gaat
draagt ze een mand vol rode wangen

daar aan haar zongekleurde armen
bedelen kindmannen hangend
om watervrucht mee naar dakhuis dak

maar zij komt voor het dansen
als zij komt
               komt ze voor het dansen

als zij komt gaat alles dansen
mag een gospelgilletje over komen varen
uit het zuiden van tabak ver amerika

mijn slotheupen willen wiegen
zich in haar leegte wagen
tot dageraad me komt breken
en zij weer naast me slaapt

 

 

herhaald verzoek

ik kijk om me heen
en er is niets nieuws niets ouds
dat ik open kan doen

jij klopt aan

en er zijn cafés er zijn boeken
die ik open kan doen

er zijn tafels
waar mensen aan zitten

misschien staat er in hun agenda
één verjaardag die het onthouden
waard is

en ik heb de meest waardeloze knieën

en ik vraag je

elke ochtend dat jij je ogen open doet
om de wereld nieuw te maken

vraag ik je weer

 

 1686049-d37c5fc18c65d0e4cce1245a745ddc40.jpg
Tsead Bruinja (Rinsumageest, 17 juli 1974)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Dolce far niente, Tour de France, Georges Rodenbach

 

Dolce far niente- Bij de Tour de France

 

 1626079-e9a5625132f81b8b43ede10987a3116a.jpg
Laurens den Dam

 

Uit: Sint Laurens (column)

“Jezus leeft, en hij rijdt voor Rabobank. Nou ja, zijn dubbelganger dan. De dunne beentjes, de iele armpjes, het baardje, de vrome blik in zijn ogen – alles klopt. Het is een wonder dat gelovigen zich niet massaal aan de voeten van Laurens ten Dam werpen als hij neerdaalt van het trapje van de ploegbus.
Eenmaal op de fiets is de gelijkenis nog treffender. Bij mijn weten heeft Jezus nooit op een fiets gezeten, maar áls hij wielrenner was geweest, dan had hij gereden als Laurens. Sleurend. Zwoegend. Harkend. Zwetend. Snotterend. Bloedend. Lijdend, in naam van de hele mensheid.
Laurens doet niet aan dagjes rustig aan, hij verstopt zich niet in de bus of in de buik van het peloton. In plaats daarvan knijpt hij zichzelf uit als een tube tandpasta die bijna op is – iedere etappe nog een klein beetje meer. Niet voor niets zit hij alle dagen in de kopgroep, met zijn tong in zijn voorwiel en zwarte sneeuwvlokjes voor zijn ogen, vechtend voor een (verre) ereplaats. Afzien, afzien, nog meer afzien.
Eigenlijk was hij in deze Tour om Robert Gesink en Bauke Mollema te helpen, maar die zitten thuis tv te kijken terwijl hij zichzelf nog maar eens een beetje verder uitknijpt. Laurens lijdt alleen. Hij draagt het kruis van het Nederlandse wielrennen naar boven, naar beneden, naar boven, naar beneden, naar boven, naar beneden – en dat drie weken lang, aan één stuk door.
Ik kende Laurens al toen hij nog te jong was voor een Jezusbaardje, maar vijftien jaar geleden zat Het Grote Lijden er ook al in. Ik herinner me een gezamenlijke training op een klimmetje in Nergens-ennog-wat-dorp. We moesten van de dienstdoende trainer een miljoen keer omhoog rijden: Laurens vond het geweldig, vooral toen het ook nog begon te regenen. Na een keer of achthonderdduizend viel ik in de afdaling – mijn voorwiel sloeg onder me weg op een nat wildrooster. Ik bloedde als een rund en vond mezelf enorm zielig. Kleine Lautje niet."

 

 1626079-10ec75e1d7ac295ab5cd05fb1e7657bc.jpg
Thijs Zonneveld (Leiden, 28 september 1980)

 

 

De Belgische dichter en schrijver Georges Rodenbach werd geboren in Doornik op 16 juli 1855. Zie ook alle tags voor Georges Rodenbach op dit blog.

 

Vieux quais

Il est une heure exquise à l'approche des soirs,
Quand le ciel est empli de processions roses
Qui s'en vont effeuillant des âmes et des roses
Et balançant dans l'air des parfums d'encensoirs.

Alors tout s'avivant sous les lueurs décrues
Du couchant dont s'éteint peu à peu la rougeur,
Un charme se révèle aux yeux las du songeur :
Le charme des vieux murs au fond des vieilles rues.

Façades en relief, vitraux coloriés,
Bandes d'Amours captifs dans le deuil des cartouches,
Femmes dont la poussière a défleuri les bouches,
Fleurs de pierre égayant les murs historiés.

Le gothique noirci des pignons se décalque
En escaliers de crêpe au fil dormant de l'eau,
Et la lune se lève au milieu d'un halo
Comme une lampe d'or sur un grand catafalque.

Oh ! les vieux quais dormants dans le soir solennel,
Sentant passer soudain sur leurs faces de pierre
Les baisers et l'adieu glacé de la rivière
Qui s'en va tout là-bas sous les ponts en tunnel.

Oh !les canaux bleuis à l'heure où l'on allume
Les lanternes, canaux regardés des amants
Qui devant l'eau qui passe échangent des serments
En entendant gémir des cloches dans la brume.

Tout agonise et tout se tait : on n'entend plus
Qu'un très mélancolique air de flûte qui pleure,
Seul, dans quelque invisible et noirâtre demeure
Où le joueur s'accoude aux châssis vermoulus !

Et l'on devine au loin le musicien sombre,
Pauvre, morne, qui joue au bord croulant des toits ;
La tristesse du soir a passé dans ses doigts,
Et dans sa flûte à trous il fait chanter de l'ombre

 

 1626110-3126e223174afb981f66876072fc0a87.JPG
Georges Rodenbach (16 juli 1855 – 25 december 1898)

 

Zie voor de schrijvers van de 16e juli verder ook mijn blog van 16 juli 2013 en ook mijn blog van 16 juli 2011 deel 2.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Museumbuurt (Karel N.L. Grazell)

 

Dolce far niente

 

 1625783-68807cfd5ac2ed22ddc78e0255e9fd15.jpg
Museumplein, Amsterdam

 

Museumbuurt
Rijksmuseum

Met een vingerreiking, een zachte g
in de gewrichtjes, schept de architect
door een uiterst dure schuur de hoge
waardigheid van de zo oude schilders.
Die kijken ons aan door de ingelijste
ogen van meisje en matrone, hoender
en hond, schutter en schout, bruid en
burgemeester, boegbeeld en stier. Etc.
Met een diepe indruk in het vlees van
onze ziel dwalen we in het licht van
de zalen, waar geen buiten is, alleen
maar verf te zien. Zo voelen we ons
onsterfelijk: nergens het gevaar van
leven. Zo achten we die almaar ogen
soms wel angstloze miljoenen waard.
Straks lopen we op het Museumplein.
Hier is buiten. Hier woont de dag als
elke dag, als alle, alle dagdagdagen.
Kijk, een voorjaarsvrouw met groene
ogen om in te verdrinken. Kijk, een
lenteman met ogen van vertrouwen.
Kijk, een zonlichtkind dat een bootje
vaart als een droom, en met ogen van
lach en spel. Hoeveel zouden we op
dit groene plein, gelijst in Amsterdam,
voor deze levende ogen willen geven?
We lopen voorbij. We lopen voorbij.

 

1625783-ff964ea902b99a2f383339e5b79b24cb.jpg
Karel N.L. Grazell (Amsterdam, 3 april 1928)

 

 

Zie voor de schrijvers van de 15e juli ook mijn blog van 15 juli 2013 en ook mijn blog van 15 juli 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Irving Stone, Volker Kaminski, Natalia Ginzburg, Jacques de Lacretelle, Gavrila Derzjavin, Béatrix Beck

De Amerikaanse schrijver Irving Stone werd geboren op 14 juli 1903 in San Francisco. Zie ook alle tags voor Irving Stone op dit blog.

Uit: The Agony and the Ecstasy

“Julius was dressed in a white linen cassock, his pleated knee-length tunic had tight sleeves, while the elbow-length scarlet velvet cape was trimmed in ermine, as was the scarlet velvet skullcap.
"Ah, Buonarroti, you have returned to us. You are pleased with the statue in Bologna, are you not?"
"It will bring honor on us."
"You see," cried Julius triumphantly, throwing out his arms energetically to include the entire room. "You had no confidence in yourself. When I made this splendid opportunity available to you, you cried out, 'It is not my trade!'" The Pope's mimicking of Michelangelo's slightly hoarse voice brought appreciative laughter from the court. "Now you see how you have made it your trade, by creating a fine bronze."
"You are generous, Holy Father," murmured Michelangelo with a twinge of impatience, his mind occupied with the pile of stained marbles lying just a few hundred yards away.
"I intend to continue being generous," cried the Pope heartily. "I am going to favor you above all the painting masters of Italy."
" . . . 'painting' masters?"
"Yes. I have decided that you are the best artist to complete the work begun by your countrymen Botticelli, Ghirlandaio, Rosselli, whom I myself hired to paint the frieze in the Sistine Chapel. I am commissioning you to complete my uncle Sixtus' chapel by painting the ceiling."
There was a slight patter of applause. Michelangelo was stunned. Nausea gripped him. He had asked Sangallo to make it clear to the Pope that he would return to Rome only to begin carving on the sculptures for the tomb. He cried passionately:
"I am a sculptor, not a painter!"
Julius shook his head in despair.“

 

 1625382-814e914aaea2b514eeac20e31f04cba7.jpg
Irving Stone (14 juli 1903 – 26 augustus 1989)
Charlton Heston als Michelangelo in de film “The Agony and the Ecstasy” uit 1965

 

 

De Duitse schrijver Volker Kaminski werd op 14 juli 1958 in Karlsruhe geboren. Zie ook alle tags voor Volker Kaminski op dit blog.

Uit: Gesicht eines Mörders

„Fünf Monate Beirut waren genug. Steiner musste wied er nach Deutschland zurück, auch wenn es selbstmörderisch war. Das Mindeste war , dass er sich eine Tarnung zulegte. Gestutzter Vollbart. Schwarze Sonnenbrille. An Bord der Boeing versteckte er sich hinter seiner Zeitung, während sie übers Mittelmeer flogen.
In aller Eile hatte er in Beirut seine Sachen zu sammengepackt und war direkt zum Flughafen gefahren. Der Wind auf der Gangway hatte die Jacken und Haare der Passagiere wild flattern lassen, als ob dies ein Moment größter Bedeutsamkeit wäre.
Regen und kühlere Luft empfingen ihn in Frankfurt. Die Leute schienen abgelenkt, keiner beachtete ihn. Bevor er ins Taxi stieg, musterte er sein Spiegelbild in einer Fensterscheibe - dunkler Anzug, helles Hemd, schräg sitzender Strohhut. Es kam ihm so vor, als hätte er immer gleich ausgesehen, mit siebzehn wie mit Anfang dreißig.
Zwei Stunden später stand er in der Frankfurter Altstadt in einem belebten Viertel und ließ eine Horde Schulkinder passieren. Die Wolk endecke war aufgerissen, immer wieder brach für Minuten die Sonne durch.
Nachdem er seine Sachen ins Hotel gebracht hatte, war er losgegangen, um etwas zu essen, stellte aber fest, dass er keinen Appetit hatte. In der Ferne war eine Polizeisirene zu hören. Klingen ganz anders hier, die Sirenen, dachte er, nicht so schrill und aufgeregt. Fast wie Spielzeugautos. Als ob mit dem melodischen TA-TÜ- TA-TA von etwas abgelenkt werden sollte.
Fürs erste hatte sein Plan funktioniert. Möglich erweise hatte er sich alles viel zu schwierig vorgestellt. Er war wieder zu Hause, spürte Frankfurter Pflaster unter den Füßen. War frei wie jeder X-beliebige.“

 

 1625382-2fd5ede4e959f5f577727068e8e679f9.jpg
Volker Kaminski (Karlsruhe, 14 juli 1958)

 

 

De Italiaanse schrijfster Natalia Ginzburg werd geboren op 14 juli 1916 in Palermo. Zie ook alle tags voor Natalia Ginzburg op dit blog.

Uit: It'S Hard to Talk About Yourself (Interview met Marino Sinibaldi)

“GINZBURG So it was at the root of a fear that perhaps over the years I have pushed aside, but early on I felt it. It was something frightening. Then my father would speak his mind. He wasn’t at all cautious, he would say things that I think were dangerous, say them in public, then he would come home and say, “Well, they were rude to me, or something, and my motherwas afraid. I remember there was one man who said to him, I’ll make sure you get what’s coming to you,” and this really frightened my mother and me, this person who said, I’ll make sure you get what’s coming to you.” And my mother would say, Oh God, oh God, who knows what they’ll do to him now.”
MIRELLA FULVI So it was a deep-seated fear. . .
GINZBURG A deep-seated fear, yes, I had that in the early years of Fascism.
FULVI . . . which you then learned to control.
 GINZBURG Which I pushed to one side, yes.
SINIBALDI It reappeared when your father and brother ended up in prison.
GINZBURG I was older then, I was seventeen. I remember the first search they did. I remember when they told us that my brother Mario had been caught at the border but had then escaped, that he‘d thrown himself into the water, crossed over to Switzerland, and they came in the morning to arrest my father. They had arrested my other brother Gino who was in Ivrea. It was a moment of great . . . a dramatic moment. My mother was there crying; then I remember the people searching the house said if I wanted to go to school, I could, and my mother stuffed into my satchel all her bills [she laughs], because she was worried that in all this confusion they would find out that she had these huge bills she owed to a woman who made shirts for her, to her dressmakers . . . so she made me go to school with all these bills in my satchel.”

 

 1625382-03a5d97d64b384921bee1e729b5e8e96.jpg
Natalia Ginzburg (14 juli 1916 – 7 oktober 1991)

 

 

De Franse schrijver en letterkundige Jacques de Lacretelle werd geboren in Cormatin (Saône-et-Loire) op 14 juli 1888. Zie ook alle tags voor Jacques de Lacretelle op dit blog.

Uit:Silbermann

« Il ne les déclama pas non plus avec emphase ; sa diction restait naturelle. Mais elle était si assurée et on y distinguait des subtilités si peu scolaires qu’elle nous surprit tous. Quelques-uns sourirent. Moi, je l’écoutais fixement, frappé par une soudaine découverte. Ces mots assemblés, que je reconnaissais pour les avoir vus imprimés et les avoir mis bout à bout, mécaniquement, dans ma mémoire, ces mots formaient pour la première fois image en mon esprit. Je m’avisais qu’ils étaient l’expression de faits réels, qu’ils avaient un sens dans la vie courante. Et à mesure que Silbermann poursuivait et que j’entendais le son de sa voix, des idées et des idées germaient dans ma tête d’un terrain jusqu’alors aride ; les scènes d’Iphigénie se composaient, scènes positives, qui ne ressemblaient nullement à celles que j’avais vues au théâtre, entre des toiles peintes et sous un éclairage artificiel. J’avais la vision d’un rivage où se trouvait dressé un camp ; les flots, qu’aucun vent n’agitait, glissaient doucement sur le sable ; et là, parmi des tentes à peine distinctes dans le petit jour et d’où nul bruit ne venait, deux hommes dont le front était soucieux s’entretenaient.
Je n’avais pas cru jusqu’ici que cette représentation vivante et sensible d’une tragédie classique fût possible. Voir remuer un marbre ne m’eût pas moins ému. Je regardai celui qui avait fait jouer les choses pour moi. Silbermann avait dépassé la limite de la leçon et cependant il continuait de réciter. Son œil pétillait ; sa lèvre était légèrement humide, comme s’il avait eu en bouche quelque chose de délectable.»

 

 1625382-b6543339c3e630fb6bab27e305cba929.jpg
Jacques de Lacretelle (14 juli 1888 – 2 januari 1985)

 

 

De Russische dichter Gavrila Romanovitsj Derzjavin werd geboren in Kazan op 14 juli 1743. Zie ook alle tags voor Gavrila Derzjavin op dit blog.

 

Monument

I built myself a monument, eternal and miraculous,
It's higher than the Pyramids, than metal it is harder;
Swift winds and thunder cannot knock it down
The flight of time cannot demolish it.

Thus I won't really die! The part of me that's largest
Will baffle death, and will escape decay,
My fame will grow, and never wither,
As long as Slavs are honored in this world.

And word of me shall spread from the White Sea to the Black,
Where Volga, Don, Neva and Ural rivers flow,
Each member of the countless tribes will know
How from obscurity I found my way to fame,

By daring first in lively Russian speech
To celebrate the virtues of Felitsa,
To talk of God with intimate simplicity,
And with a smile announce the truth to kings.

O Muse! take pride in your well-earned rewards,
Disdain all those who show disdain for you,
And with an easy and unhurried hand,
With dawn eternal crown your brow.

 

 1625382-46cade061ffdd7063b14d4a418005a78.jpg
Gavrila Derzjavin (14 juli 1743 - 20 juli 1816)
Monument in Kazan door Konstantin Thon (1846)



De Franse schrijfster van Belgische origine Béatrix Beck werd geboren in Villars-sur-Ollon op 14 juli 1914. Zie ook alle tags voor Béatrix Beck op dit blog.

Uit: Léon Morin, prêtre

“De même qu’enfant, j’étouffais ma toux et qu’elle finissait cependant par éclater, affreuse, devant ma mère, de même, aujourd’hui, la conversion, longtemps retenue, rompait les digues. Barny avait une attaque. J’étais victime d’un mal aussi grave que l’aliénation mentale. Pourtant, mes facultés demeuraient intactes. J’assistais, je procédais à mon inhumation. J’essayai de trouver quelque appui dans la parole de Claudel : "Ce n’est pas l’affaire de l’estomac de comprendre la nourriture, mais de la digérer". Il y a des chrétiens heureux, qui mènent une vie normale, me dis-je. Mais je restai insensible à mes consolations : entrer dans l’Eglise, c’était m’emmurer vive. Accablée de honte, je me souvins d’une phrase entendue autrefois : "Il n’y a plus que des invertis ou des convertis".

 

1625382-2b9f2b865b0fd821293c351bdd4e094d.jpg
Béatrix Beck (14 juli 1914 - 30 november 2008)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 14e juli ook mijn blog van 14 juli 2013 deel 2.

Geschreven door Romenu om 21:22 Reageer op dit bericht

Das totale Fussball (Nico Scheepmaker)

 

Bij de WK Finale

 

 1624953-93632500125742bef1e27afe7de8c708.jpg
Scene uit Argentinië – Duitsland, WK 2010

 

 

Das totale Fussball

Kleff, Wimmer, Hoeneß, Held und Beckenbauer,
Kapellmann, Jung, Grabowski, Franke, Klein,
Müller, Geye, Wunder, Nigbur und Hölzenbein,
Erwin und Helmut Kremers, Zobel, Assauer,

Krauthausen, Doctor Kunter, Wittkamp und Beer,
Fichtel, Flohr, Breitner, Budde und Savkovic,
Hoffmann, Lútkebohmert, Kostedde, Rupp und Hosic,
Brenninger, Blau und Handschuh, Köppel und Scheer,

Vogt, Pröpper, Schwarzenbeck, Cullmann, Sziedat,
Deterding, Brück, Nickel und Overath,

Netzer und Heynckes, Kohle, Walitza,
Dürnberger, Löhr, Wolter, Konopka,

Maier, Roth, Jensen, Jung, Diehl und Hansen,
Danner, Schulz, Bonhof, Kulik und Jansen

 

 

2-1 & 1-2

De wedstrijd was het juiste spiegelbeeld
van die 2-1 in het gedoemd verleden.
Eerst werd ik in de Hel gevierendeeld,
en daarna kwam ik in de Hof van Eden.

Twee-een verliezen of met 2-1 winnen:
ontgoocheling of een waanzinnig feest.
Je kunt er maar het best niet aan beginnen,
dan is je leven wel zo kalm geweest.

Ik vond het jammer dat wij toen niet wonnen,
want winnen is het doel van elke sport.
Maar anderzijds is voetbal maar verzonnen:
geen mens die er veel menselijker door wordt.

Natuurlijk was ik blij met onze zege,
als journalist was ik zelfs dubbel blij.
Wij hadden immers iets cadeau gekregen:
kopij, kopij, o en voorgoed kopij!

 

 

 1624953-3b1348a7dbd736f60105186daa988d22.jpg
Nico Scheepmaker (13 november 1930 - 5 april 1990)

 

 

Zie voor de schrijvers van de 13 juli ook mijn 2 vorige blogs van vandaag.

Geschreven door Romenu om 19:36 Reageer op dit bericht

Isaak Babel, Wole Soyinka, Rebecca Salentin, Scott Symons, Claire Beyer, Adam Scharrer

De Russische schrijver Isaak Emmanuïlovitsj Babel werd geboren in Odessa op 13 juli 1894. Zie ook mijn blog van 13 juli 2010 en eveneens alle tags voor Isaak Babel op dit blog..

Uit:De geschiedenis van mijn duiventil (Vertaald door Froukje Slofstra)

“Als kind wilde ik heel graag een duiventil hebben. Mijn leven lang heb ik geen vuriger verlangen gekend. Ik was negen toen mijn vader me het geld beloofde voor drie duivenpaartjes en planken. Het was 1904. Ik moest toelatingsexamen doen voor de voorbereidende klas van het Nikolajevski-gymnasium. Mijn familie woonde in de stad Nikolajev, in het gouvernement Cherson. Dat gouvernement bestaat niet meer, onze stad is opgenomen in het district Odessa.
Ik was pas negen, en ik was bang voor de examens. Voor twee vakken – Russisch en rekenen – mocht ik niet minder dan een vijf halen. De numerus clausus was streng op ons gymnasium, slechts vijf procent. Op veertig jongens werden maar twee joodse jongens toegelaten tot de voorbereidende klas. De leraren ondervroegen die jongens listig; niemand kreeg zulke ingewikkelde vragen als wij. Daarom beloofde mijn vader de duiven te kopen op voorwaarde dat ik twee vijf plussen zou halen. Hij kwelde me uitentreuren, ik verviel in een eindeloze dagdroom, een lange, wanhopige kinderdroom, en al dromend ging ik naar het examen en ik bracht het er toch beter af dan de anderen.
Ik kon goed leren. Welke listen de leraren ook gebruikten, mijn verstand en mijn gretige geheugen konden ze me niet afnemen. Ik kon goed leren en kreeg twee vijven. Maar daarna veranderde alles. Chariton Efroessi, een graanhandelaar die tarwe exporteerde naar Marseille, betaalde vijfhonderd roebel smeergeld voor zijn zoon, van mijn vijf werd een vijf min gemaakt, en in mijn plaats werd de kleine Efroessi toegelaten tot het gymnasium. Het was een zware klap voor mijn vader. Vanaf mijn zesde had hij me in alle mogelijke vakken onderwezen. Het voorval met die min dreef hem tot wanhoop. Hij wilde Efroessi in elkaar slaan, of twee sjouwers omkopen om Efroessi in elkaar te slaan, maar mijn moeder bracht hem daarvan af, en ik begon me voor te bereiden op een ander toelatingsexamen, dat van volgend jaar voor de eerste klas. Achter mijn rug haalden mijn familieleden een leraar over om in één jaar de stof van zowel de voorbereidende als de eerste klas met mij door te nemen, en aangezien we ten einde raad waren, leerde ik drie boeken vanbuiten: de grammatica van Smirnovski, het rekenboek van Jevtoesjevski en de inleiding tot de Russische geschiedenis van Poetsykovitsj. Nu gebruiken kinderen die boeken niet meer, maar ik heb ze vanbuiten geleerd, regel voor regel, en het jaar daarna kreeg ik voor het examen Russisch van de leraar Karavajev de onbereikbare vijf plus.”

 

 1624930-b22c46d544e5b42d8bc0d05616dfb63d.jpg
Isaak Babel (13 juli 1894 – 27 januari 1940)
Monument in Odessa

 

 

De Nigeriaanse dichter, schrijver en voorvechter van democratie Akinwande Oluwole "Wole" Soyinka werd geboren op 13 juli 1934 in Abeokuta. Zie ook alle tags voor Wole Soyinka op dit blog.

 

I think it rains

I think it rains
That tongues may loosen from the parch
Uncleave roof-tops of
the mouth, hang
Heavy with knowledge

I saw it raise
The sudden cloud, from ashes.
Settling
They joined in a ring of
grey; within,
The circling spirit.

O it must rain
These closures on the mind, blinding us
In strange despairs, teaching
Purity of sadness.

And how it beats
Skeined transperencies on wings
Of our desires, searing dark longings
In cruel baptisms.

Rain-reeds, practised in
The grace of yielding, yet unbending
From afar, this, your conjugation with my earth
Bares crounching rocks.

 

 

Night

Your hand is heavy, Night, upon my brow.
I bear no heart mercuric like the clouds,
to dare.
Exacerbation from your subtle plough.
Woman as a clam, on the sea's cresent.
I saw your jealous eye quench the sea's
Flouorescence, dance on the pulse incessant
Of the waves. And I stood, drained
Submitting like the sands, blood and brine
Coursing to the roots. Night, you rained
Serrated shadows through dank leaves
Till, bathed in warm suffusion of your dappled cells
  Sensations pained me, faceless, silent as night thieves.
Hide me now, when night children haunt the earth
I must hear none! These misted cells will yet
Undo me; naked, unbidden, at Night's muted birth.

 

 1624930-137bccbe8f55852cee1b314951ce1507.jpg
Wole Soyinka (Abeokuta, 13 juli 1934)

 

 

De Duitse schrijfster Rebecca Salentin werd geboren op 13 juli 1979 in Eschweiler. Zie ook alle tags voor Rebecca Salentin op dit blog.

 

Dorfmühle (Geschichten aus der Oberpfalz)

Da ist die Familie Meier, die aus dem Rheinland zugezogen sind. So ein paar verlotterte Hippies, die doch tatsächlich die heruntergekommene Dorfmühle vom Krätzer gepachtet haben. Dabei war das nun wirklich nur noch eine Ruine. Mit einem Haufen Kinder sind sie dahergekommen, dreckig waren die und mit so langem Haar, auch die Buben. Und einen Zoo haben die! Die Tiere sind auch alle nicht normal. Der Ganter steht den ganzen Tag vorm Spiegel, wie ein schwuler Geck. Die Klepper haben sie vor dem Schlachthof gerettet und dann vor den Pflug gespannt. Dabei ist der eine lahm und der andere blind. Die Ziegen, Schafe und Hühner laufen alle frei herum. Es will schon keiner mehr vorbeischauen, weil der Bock so wild ist. Katzen haben die! Unzählige, die überall herumliegen. Und dann noch den Lumpi; so einen zerzausten Hund hat die Oberpfalz noch nicht gesehen gehabt. Überhaupt, es ist eine Schande für alle Ansässigen, mit solchen als Nachbarn leben zu müssen. Der alte Müller tät sich im Grabe umdrehen, wenn er sehen könnte, wer da nun in seiner Mühle haust. Eines Tages hat der Bock den alten Gaul angegriffen, wie der gerade vom Hippievater übers Feld geführt wird. Da ist der Klepper durchgedreht und der Hippie hat sich den Arm gebrochen.
Hätten sie sich doch besser einen Traktor gekauft, wenn sie ihre Tiere schon nicht anbinden können.

 

 1624930-37a6a9875fcb9d1b44c099c89be16cba.jpg
Rebecca Salentin (Eschweiler, 13 juli 1979)
Eschweiler, Burg Röthgen

 

 

De Canadese schrijver Scott Symons werd geboren op 13 juli 1933 in Toronto. Zie ook alle tags voor Scott Symons op dit blog.

Uit: Place d'Armes

“We are now between two minds . . . the traditional three dimensional mind . . . of which the Blandman is simply the decadent end . . . and some kind of neo-mediaeval mind. . . . The square mind sees everything in simple, detached, objective, three-dimensional terms. He sees things in terms of subject and object. But the new mind sees things in multiple terms - it sees many things at once, all intersecting, conjugating, interrelating. . . .
We are en route from the old, square, liberal mind, which is a product of the Renaissance, to a new mind, which is a cousin of the old Mediaeval world.
(…)

Oh - how difficult to write all this . . . each word a brand seeming the flesh. Impossible to write it, for we who have never said us. . . . So much easier to be a Jew, a member of that fraternity of exiles, whose only redemption lives in the magnificent written plaint - in a whole North American literature culminating in Bellow, and, in Canada, in Richler and Layton and Cohen. I don't lessen their achievement . . . but they were born into a culture of expostulation! They were born with right to permanent exile. But what of the goddamn Legitimist, Establishment, Hereditary, Infeodated, Loyalist, Christian Canadian Tory? For him to speak his mind . . .requires a Counter-Revolution at least. And - worse (or better!) - for him to bespeak his sensibility requires at least a nervous breakdown!”

 

 1624930-0c712b5dc1aed1a678622ff6563a2918.jpg
Scott Symons (13 juli 1933 - 23 februari 2009)
Cover 

 

De Duitse schrijfster Claire Beyer werd geboren op 13 juli 1947 in Blaichach in de Oberallgäu. Zie ook alle tags voor Claire Beyer op dit blog.

Uit: Refugium

„Leider, sagte ihr Gesprächspartner, könne er ihr nicht weiterhelfen. Er sei nur darüber informiert worden, dass Ingenieur Feldwehr gestern und heute nicht im Büro erschienen war. Das wäre fast in einem Desaster geendet, da die Versuchsreihen der Wintererprobung ohne die von ihm erhobenen Daten nicht hätten fortgesetzt werden können! Im Moment habe sich das Problem erledigt. Ein Kollege habe den Laptop mit den Daten in der Wohnung ihres Mannes gefunden.
(…)

Wie Robert in Schweden lebte, entzog sich ihrer Kenntnis, sie war nie dort gewesen. Gemeinsam hatten sie es auf die Flugangst und den mühsamen Landweg geschoben. Aber es war mehr als eine Ausrede, sie beide wussten es. Claudia kannte nur Fotos der kleinen Wohnung, die Robert während des Winters bezogen hatte. Ob er sie in all den Jahren hintergangen hatte?  Nicht wieder der Gedanke! Wie oft hatte sie sich in den vielen Jahren seiner Auslandstätigkeit mit ihrer Eifersucht herumgeplagt. Und so lange, bis aus der Angst Gleichgültigkeit geworden war. Und jetzt?”

 

 1624930-11a16d0edf9bc88524c335bf775ea3c7.jpg
Claire Beyer (Blaichach, 13 juli 1947)

 

 

De Duitse schrijver Adam Scharrer werd geboren op 13 juli 1889 in Kleinschwarzenlohe (Mittelfranken). Zie ook alle tags voor Adam Scharrer op dit blog.

Uit:Vaterlandslose Gesellen

„Aber nun ist der Traum aus. Ob ich ein Feigling bin — ich weiß es nicht; jedenfalls ist es die Meinung des Mädels und ihres Vaters. Ihr Bruder ging freiwillig ins Feld, und ich war die Tage vordem in der Stadt unter denen, die gegen den Krieg demonstrierten.
„Da kommt Hans Betzoldt!" Mit diesem Schrei springt Martha Lehmann, meine Wirtin, auf, als ich an der Destillation vor dem Hause meiner Wohnung vorübergehe. Ihr Freund, ein zwei Zentner schwerer, athletisch gebauter Möbelträger, sitzt neben ihr in dem verqualmten Lokal. Der Wirt ist in Artillerieuniform und bedient in Stiefeln und Sporen. Das Groschenorchester brüllt; das Lokal ist voll. Meine Wirtin bestellt einen „Halben" und schreit mich an: „Na, Hans, ergib dich schon, sie werden dich nicht gleich totschießen!" Sie scheint guter Laune und spendiert. „Paul hat sich das auch überlegt", fährt sie fort, „bist wohl nun ganz allein als Miesmacher."
Paul Gerstacker, der eifrigste Kriegsgegner unserer Gruppe, schaut mich lauernd an und antwortet dann: „Ja, ich geh auch mit, es geht nicht anders." Neues Gelächter, Musik, hart und blechern. „Kennt ihr die Dollarprinzessin?"
Fort von hier! Ein Zettel auf dem Tisch und die Schlüssel dazu geben Kunde, dass der Vogel ausgeflogen ist.
In einer der kleinen Straßen an der Hamburg-Altonaer Grenze wohnt Genosse Mertens aus meiner früheren Gruppe. Ich klopfe; seine Frau öffnet. „Hans, du?" — Ihre Augen sind verweint, ein schwaches Lächeln kämpft gegen das niederdrückende Gefühl von Ungewissheit und erzwungener Tapferkeit. „Komm herein! Was machst du? Wo kommst du jetzt her? Arbeitest du nicht ? Musst du fort?"
„Wo ist Genosse Miertens?" frage ich. Um ihren Mund läuft ein kaum merkliches Zucken. Sie schaut zu Boden, dann sagt sie: „Er hat sich gestern gestellt."
Sie scheint eine Antwort zu erwarten; vielleicht eine abfällige Antwort. Ich jedoch bin nicht kampflustig, wenigstens nicht in dem Sinne, wie sie es erwartet. Sie scheint das auch
langsam zu begreifen. „Komm herein, Hans, komm in die Küchel" sagt sie und macht die Tür zu.“

 

 1624930-170625c0d04e1ee2b9cd6188b74cdb03.jpg
<Adam Scharrer (13 juli 1889 – 2 maart 1948)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 13e juli ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 18:15 Reageer op dit bericht

Gustav Freytag, Wilhelm Wackenroder, John Clare, Julius Caesar, Silvio Pfeuffer

De Duitse schrijver en journalist Gustav Freytag werd geboren op 13 juli 1816 in Kreuzburg. Zie ook alle tags voor Gustav Freytag op dit blog.

Uit:Die verlorene Handschrift

“Es ist später Abend in unserm Stadtwald, leise wispert das Laub in der lauen Sommerluft und aus der Ferne tönt das Geschwirr der Feldgrillen bis unter die Bäume.
Durch die Gipfel fällt bleiches Licht auf den Waldweg und das undeutliche Geäst des Unterholzes. Der Mond besprengt den Pfad mit schimmernden Flecken, er zündet im Gewirr der Blätter und Zweige verlorene Lichter auf, hier läuft es vom Baumstamme bläulich herab wie brennender Spiritus, dort im Grunde leuchten aus tiefer Dunkelheit die Wedel eines Farnkrautes in grünlichen Golde, und über dem Weg ragt der dürre Ast als ungeheures weißes Geweih. Dazwischen aber und darunter schwarze, greifbare Finsternis. Runder Mond am Himmel, deine Versuche den Wald zu erleuchten sind unordentlich, bleichsüchtig und launenhaft. Bitte, beschränke deine Lichter auf den Damm, der zur Stadt führt, wirf deinen falben Schein nicht allzuschräge über den Weg hinaus, denn linker Hand geht es abschüssig in Sumpf und Wasser.
Pfui, du Lügner! da ist der Sumpf, und der Schuh blieb darin stecken. Aber dir ist das gerade recht, Täuschen und Betrügen ist deine liebste Arbeit, du Phantast unter den Sternen. Man wundert sich allgemein, daß die Menschen der Vorzeit dich als Gott verehrten. Einst hat das griechische Mädchen dich Selene gerufen und sie hat dir die Schale mit purpurnem Mohn bekränzt, um durch deinen Zauber den treulosen Geliebten zu ihrer Türschwelle zu locken. Damit ist es für immer vorbei. Wir haben die Wissenschaft und Photogen, und du bist herabgekommen zu einem armen alten Gaukler, der fern von Menschen im Walde umherflackert. Zu einem Gaukler! Man erweist dir noch allzuviel Ehre, wenn man dich überhaupt als lebendes Wesen behandelt. Was bist du denn eigentlich? eine Kugel ausgebrannter blasiger Schlacke, luftlos, farbenlos, wasserlos. Bah! eine Kugel? Unsere Gelehrten wissen, daß du nicht einmal rund bist, auch darin lügst du. Wir von der Erde haben dich nach unserer Seite in die Länge gezogen. Du bist gewissermaßen zugespitzt, und deine Gestalt ist erbärmlich und unregelmäßig. Du bist nichts als eine Art großer Erdrübe, welche sich in ewiger Sklaverei um uns herumwälzt.“

 

 1624926-1440d9d44082d35d712b8b15498d3990.jpg
Gustav Freytag (13 juli 1816 - 30 april 1895)
Portret door Karl Stauffer-Bern

 

 

De Duitse schrijver Wilhelm Wackenroder werd geboren in Berlijn op 13 juli 1773. Zie ook alle tags voor Wilhelm Wackenroder op dit blog.

Uit: Raffaels Bildnis (Phantasien über die Kunst)

„Schon oft habe ich dich angeredet, in Gedanken und laut, du teures Angesicht, alle meine Sorgen, meinen Jammer habe ich dir in schönen abergläubischen Stunden geklagt, und dann schautest du mich an, als wenn du mich kenntest, als wenn du mich besser verständest, als meine Freunde, die mich umgeben.
Innig hat mich schon von meiner Kindheit der Klang deines Namens ergötzt. Was ist es, das meine Seele zu dir Unbekannten, der mir so befreundet ist, hinzieht? Immer red' ich zu dir, wie gegenwärtig, vertraulich bin ich in deiner Nähe, alles, was ich denke, alles, was mir begegnet, erzähl ich dir, wie von einem lieben Herzensfreunde nehme ich am Abend Abschied von dir, und lege mich zur Ruhe.
Kennst du mich? Weißt du von mir? Immer schwank ich, und zittre, dir zu begegnen, und dann bist du wieder nahe an meiner Brust.
Nicht als Künstler bist du mir bloß gegenwärtig, nicht Bewunderung und Liebe allein zieht mich mächtig zu dir hin, eine wunderseltsame unaussprechliche Seligkeit strömt von dir aus, und faßt mich wie mit Wellen ein, daß du es bist, du allein, dein Name, deine Gestalt, die ich mir einbilde, dein hoher Sinn, der dich regierte, das alles, was einzig dich allein vor allen herrlich macht, und was ich immer nicht nennen kann, dies ist, was die glänzenden, unzerreißlichen Ketten um mich windet, was mich wie auf Engelschwingen zwischen Himmel und Erde hält, wo ich dich immer unerreichbar oben sehe und nicht zurück zur Erde kann, und du mit mitleidiger Freundschaft mein Händestrecken, mein inbrünstiges Ringen siehst.“

 

 1624926-fe488cdb279fd4ce575f76e84a5a2ff6.jpg
Wilhelm Wackenroder (13 juli 1773 – 13 december 1798)
Rafaël, zelfportret, 1506

 

 

De Engelse dichter John Clare werd geboren op 13 juli 1793 in Helpston, Northamptonshire. Zie ook alle tags voor John Clare op dit blog.

 

Birds In Alarm

The firetail tells the boys when nests are nigh
And tweets and flies from every passer-bye.
The yellowhammer never makes a noise
But flies in silence from the noisy boys;
The boys will come and take them every day,
And still she lays as none were ta'en away.

The nightingale keeps tweeting-churring round
But leaves in silence when the nest is found.
The pewit hollos 'chewrit' as she flies
And flops about the shepherd where he lies;
But when her nest is found she stops her song
And cocks [her] coppled crown and runs along.
Wrens cock their tails and chitter loud and play,
And robins hollo 'tut' and fly away.

 

 

Farmer's Boy

He waits all day beside his little flock
And asks the passing stranger what's o'clock,
But those who often pass his daily tasks
Look at their watch and tell before he asks.
He mutters stories to himself and lies
Where the thick hedge the warmest house supplies,
And when he hears the hunters far and wide
He climbs the highest tree to see them ride--
He climbs till all the fields are blea and bare
And makes the old crow's nest an easy chair.
And soon his sheep are got in other grounds--
He hastens down and fears his master come,
He stops the gap and keeps them all in bounds
And tends them closely till it's time for home.

 

 1624926-462cdb6a2bd38ba739b227879434b943.jpg
John Clare (13 juli 1793 – 19 mei 1864)
Standbeeld in Helpston

 

 

De Romeinse staatsman, generaal en schrijver Gaius Julius Caesar werd geboren in Rome op 13 juli ± 100 v. Chr. Zie ook alle tags voor Julius Caesar op dit blog.

Uit: Oorlog in Gallië. Boek VI (Vertaald door Vincent Hunink)

“Als geheel genomen is het Gallische volk in de ban van godsdienst. Dit verklaart waarom degenen die er aan een ernstige ziekte lijden of strijd en gevaar tegemoet gaan, mensenoffers brengen of beloven te zullen brengen, en bij die rituelen de hulp van de druïden gebruiken. Ze denken namelijk dat de onsterfelij­ke goden niet verzoend kunnen worden tenzij er een mensenleven wordt gegeven voor een ander mensenleven. Ze kennen ook soortgelijke openbare offerrituelen. Sommige stammen hebben enorm grote poppen, met ledematen gemaakt van rijshout. Daar zetten ze mensen levend in, waarna ze de poppen in brand steken; de mensen komen dan om in de vlammen. Terechtstellingen van betrapte dieven, rovers of andere misdadigers zijn volgens hen de goden het meest welgevallig; maar als er daarvan geen meer voorradig zijn, gaan ze zelfs over tot het terechtstellen van onschuldigen.”

 

 1624926-44159ad1a9be2e52d7d9f2616c9c2c98.jpg
Julius Caesar (13 juli ± 100 v. Chr. - 15 maart 44 v. Chr.)
Standbeeld in Rimini

 


Onafhankelijk van geboortedata:

De Duitse dichter Silvio Pfeuffer werd geboren in Suhl in 1969. Zie ook alle tags voor Silvio Pfeuffer op dit blog.

 

das rezidiv

wäre ich nicht deine idiosynkrasie
aus einem einschlägigen april, den weit überschwemmten wiesen
mit hier und da hervorragenden, sublim wirkenden steinen
auf denen nackte frauen und männer
sich streifen auf die arme und schenkel malen
lauten und silben anbahnen
wie erste vorläufige unterscheidungen
die sich im wendekreis der sonne wieder zusammenschließen –
wäre ich nicht das, was ich in deinen augen lese
was wäre ich dann –
du meine schöne demonstrantin gegen das vergessen
und das sich-wiedersehen
mit deinen sehnenscheideentzündungen und deiner ausbildung
in den semitischen sprachen –
ich wäre ein agent, den man auf dich angesetzt hat
ein schläfer, untergetaucht in einem blumengeschäft
einem sechs-tage-rennen, einem internetforum mit hunderten links –
und wünschte nicht mal mehr
dass augen in deinen augen wären

 

 1624926-25ceb798776ef3bc3b0a73745736f479.jpg
Silvio Pfeuffer (Suhl, 1969)

Geschreven door Romenu om 17:58 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten