Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Judith Herzberg, Willem van Toorn, Peter W.J. Brouwer, Arthur van Amerongen, René de Clercq, Klabund

De Nederlandse dichteres en toneelschrijfster Judith Herzberg werd geboren op 4 november 1934 in Amsterdam. Zie ook mijn blog van 4 november 2010 en eveneens alle tags voor Judith Herzberg op dit blog.

 

Toegift

Natuurlijk haal je liever iemand uit het water
die nog te redden is. Maar stel dat hij nog leefde
wat hadden we dan voor hem kunnen doen. Hem vragen
waar zijn wanhoop op berustte, hem zijn geliefde
weer terugbezorgen, of zijn werk, of zijn zelfvertrouwen?

Nu kunnen we een heel klein beetje rouwen
niet eens om hem, omdat we hem niet kennen,
maar uit een vaag gevoel van menselijk fatsoen.

De bijna-liefde, bijna aandacht die hij straks nog
meekrijgt in zijn kist was misschien nèt dat
kleine beetje dat hem had kunnen redden,
dat hij bij leven heeft gemist.

 

 

Beroepskeuze

En toen ze vroegen wat ze later wilde worden
zei ze 'Graag invalide' en zag zich al,
benen onbeweeglijk in bruin-geruite plaid
door toegewijde man en bleke zonen
voortgeduwd, geen zegel zelf te plakken,
geen brief te schrijven, geen reis te maken.
Dan zou ze eindelijk echt vrij zijn
zo treurig kijken als ze wou, in winkels
voor haar beurt gaan, bij optochten
vooraan staan, geen mooie kleren aan
en elke avond zachtjes snikkend
zou ze zeggen heus niet om mij
maar om die last voor jou.
En beide zonen zouden altijd
bij haar blijven, hun leven
aan haar wijden en nooit
zou haar iets overkomen,
nooit, nooit zou ze slijten.

 

 

Spelletjes

Stel je voor dat ellende echt was.
Stel je voor dat die oude mensen bang waren voor de dood.
En als de dwerg en het meisje met één arm
echt pijn voelen? Stel je voor hoe onmogelijk het zou zijn
om te leven als sommige mensen
alleen waren en hun leven lang bang.

naar Jack Gilbert

 

 1675133-f79106a0acd662f20a0e81f524462ae1.JPG
Judith Herzberg (Amsterdam, 4 november 1934)

 

 

De Nederlandse dichter, schrijver en vertaler Willem van Toorn werd geboren in Amsterdam op 4 november 1935. Zie ook alle tags voor Willem van Toorn op dit blog.

 

De rivier 5

Eenzaam ben je altijd aan het water
van een rivier, omdat het je achterlaat
met je gedachten aan de dood. En later
als het weerkomt nog altijd water

is maar ander water, terwijl jij dezelfde
blijft daar op de kant, waar het veer
is opgeheven en de schepen, meer
dan vroeger en blinder en sneller,
als treinen in hun eigen richting razen.

Maar dat zou ik immers voor je weglaten
uit deze prent. Is mijn klein schip al daar?
Laten wij dan nog één keer met elkaar
de heren zijn van dit lange papier,
ingrijpen in die boosaardige grap
van het water. Kijk naar de rivier.

Nu staat hij stil. Bewegingloos. En hier
stroomt het met jou en mij weg, stralend
en bloeiend zeewaarts, ons landschap.

 

 

In memoriam

Vanmorgen zag ik Van der Z in zijn Mercedes
Op het plein staan wachten voor het stoplicht.
Stak mijn hand op, maar geen teken van leven.
Vreemd, ik keek toch recht in zijn gezicht.

Daarna bedacht ik dat hij al weet ik hoe lang
dood is, van de weg geraakt bij regen
en dat ik geen gevolg had gegeven
aan de uitnodiging het cremeren bij te wonen.
Een kuil in de grond, daar kan ik nog inkomen,
maar in Westerveld denk ik altijd aan Ondergang.

Een boer met een bruin rimpelhoofd
vol winst in een zwarte Mercedes
op weg naar de Beurs ongetwijfeld
(en van der Z had immers een grijze).

Toch voelde ik tot ver in de dag
dat hij daarom deed alsof hij mij niet zag.

 

 1675133-6868ca31ce30116225c72ae1ea906f55.jpg
Willem van Toorn (Amsterdam, 4 november 1935)

 

 

De Nederlandse dichter Peter W.J. Brouwer werd op 4 november 1965 in Eindhoven geboren. Zie ook mijn blog van 4 november 2010 en eveneens alle tags voor Peter W.J. Brouwer op dit blog.

 

Stropdas

Toen hij gestorven
en zwaar in zijn indigoblauwe
pak gehesen was

en hem
zijn sokken en zijn schoenen
weer waren aangedaan

moest hij nog een stropdas om,
die zou jij zoon
voor hem wel knopen.

Maar terwijl hij en zijn dode ik
nog enkele woorden met
jouw gedachten wisselden

zakte de knoop steeds dieper
en stroomde de das door
je handen weg.

En je schaamde je,
groot en verdrietig geworden
boven het lege laken.

Later doe je het
je zoon voor,
hoe een das te knopen.

Wanneer hij ergens in de nacht
danst en lacht,
lig jij met zijn moeder in bed
en wacht.

Denkend aan het pak en zijn postuur
leg je knopen in het behang

en kijkt bij tijd en wijlen op de klok
en neuriet,
totdat hij komt.

 

 1675133-5f4422c20466e50e659c7a67614bcfbd.jpg
Peter W.J. Brouwer (Eindhoven, 4 november 1965)

 

 

De Nederlandse schrijver en journalist Arthur van Amerongen werd geboren op 4 november 1959 in Ede. Zie ook mijn blog van 4 november 2010 en eveneens alle tags voor Arthur van Amerongen op dit blog.

Uit: Mambo Jambo

“In een volkstent eten we feijoada, de nationale trots. Het is een restaurante por quilo: de klant rekent het gewicht van zijn zelf opgeschepte maaltijd af. Een blanke man in een schreeuwend negerhemd tokkelt bossanova op een elektronisch orgeltje, dikke stellen schuifelen tussen de kippenbotjes op de vloer. Dus dit is ginga, de Braziliaanse levenskunst, het ogenschijnlijk achteloze maar geniale voetenwerk van de Braziliaanse voetballer.
Carmen kijkt naar de worst en de hompen varken die in haar bonenprut drijven: ‘Arturo, volgens mij is dit een caloriebom.’ Ze heeft de gewoonte om bij alles wat we eten – van chocoladerepen tot serranoham – het exacte aantal calorieën op te dreunen. Vroeger had ik wel eens vriendinnen die enkel koosjer aten, het kan altijd erger. Carmen eet gelukkig alles, van verse bloedworst tot varkenslippen en bokkenkloten, zoals het de spanjool betaamt. We spoelen de feijoada weg met een plas aguardiente en waggelen een uur later naar buiten. Het schemert, een vette walm van gefrituurde vis en zeelucht slaat ons in het gezicht, we zijn onmiddellijk drijfnat van het zweet. Langs de kustweg staan transseksuelen te ruziën. Een piemelnaakte neger met een opgespoten bilpartij trekt achter een struikje een beha aan. Mogelijke klanten rijden stapvoets voorbij en houden het verkeer op.
Carmen wil een praatje maken met de hoeren, ik trek haar weg.
‘Je verpest hun klandizie Carmencita, please, vamonos, we gaan naar het hotel, faire dodo.’

 

 1675133-ef1e88599949ca717ef6f8208ca5307d.jpg
Arthur van Amerongen (Ede, 4 november 1959)

 

 

De Vlaamse schrijver, dichter, politiek activist en componist René Desiderius de Clercq werd geboren in Deerlijk op 4 november 1877. Zie ook alle tags voor René de Clercq op dit blogen ook mijn blog van 4 november 2009 en ook mijn blog van 3 november 2010

 

Hoort gij de eik

Hoort gij de eik, o blode bomen?
Hij ruist daar, zwaar en zwart!
Hij droomt zijn donkere dromen,
de boom van mijn hart!

Zijn stam is rond, zijn kruin nog ronder,
zijn schors is ruw en hard.
Hij plooit noch boven noch onder,
de boom van mijn hart!

Waai stout, mijn eik, alover 't blode,
uw hoge vreugd en smart,
gij levende onder de dode,
gij, boom van mijn hart!

Het ruist te nacht door mijne ziele,
wanneer gij zingt en sart.
Val op mijn hoofd als ik kniele,
o boom van mijn hart!

 

 

Konijntje

Konijntje kan zijn oortjes stellen,
Konijntje kan zijn oogjes schuinen,
heeft al zeven springgezellen
om te hollen op de duinen.
Langoor, Schuinoog, Huppelbeentje
droomt nu in zijn eentje.

 

 1675133-744cd50c804ec0d27b72e01c77a111c3.jpg
René de Clercq (4 november 1877 - 12 juni 1932)
Cover

 

De Duitse dichter en schrijver Klabund werd als Alfred Henschke geboren op 4 november 1890 in Crossen an der Oder. Zie ook mijn blog van 4 november 2010 en eveneens alle tags voor Klabund op dit blog.

 

Die gefiederte Welt

Oder
Über die Pflege des Sprossers und der Nachtigall
Oder
Der Vogelgesang im Kreislauf des Jahres
Oder
Ihr könnt mich alle am
Samstag Abend zu einer Tasse Ersatztee besuchen
Ihr Ersatzreservisten
Ersatzmänner
Ersatzmännchen
Rotrückige Würger.
Ornis caucasica
Gedicht fantastique
Grotesque sentimentale
Chanson populaire
Verfertigt
Ausgeführt
(Kriegsfall: executiert...)
(Handelsmarine: exportiert ...)
Und vorgetragen
Von
Peter und Paul
Entente cordiale
Heilige en gros und en detail
An- und Verkauf von Zier- und Singvögeln.

 

 1675133-82796d8bdd77c4ffc7fb24cd15a99d83.jpg
Klabund (4 november 1890 – 14 augustus 1928)
Lithografie door Emil Orlik, 1915

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 4e november ook mijn blog van 4 november 2013 en ook mijn blog van 4 november 2011 deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:40 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

De blogger leest alles eerst na: je tekst verschijnt zodra die goedgekeurd is.

Constantijn Huygens-prijs, Mensje van Keulen

Constantijn Huygens-prijs 2014 voor Mensje van Keulen

De Nederlandse schrijfster Mensje van Keulen ontvangt de Constantijn Huygens-prijs 2014 voor haar gehele oeuvre. Aan de Constantijn Huygens-prijs is een bedrag van € 10.000 verbonden. Mensje van Keulen werd op 10 juni 1946 geboren in Den Haag. Zie ook alle tags voor Mensje van Keulen op dit blog.

Uit: Het Andere Gezicht

“De wodka die ik die avond dronk, was de eerste alcohol die ik proefde sinds de avond van het ongeluk. Ik fantaseerde over de ander die in mijn bed had gelegen en zag een donker meisje met stevige schouders en lange, gespierde benen. Ik probeerde me voor te stellen hoe de volgende vrouw zou zijn bij wie Toby in zou trekken. Er waren er genoeg, ouder en rijker dan ik. Ineens kreeg ik het gevoel dat ik aan het verdwijnen was. Het gevoel werd zo sterk en beangstigend dat ik hardop de voorwerpen om me heen begon op te noemen en toen de namen van collega’s en van mijn familie. Beetje bij beetje kwam ik terug, in mijn huis, in mijn kamer. Kaarsrecht zat ik uiteindelijk weer in mijn stoel, helderder dan voorheen.
Tegen twaalven kleedde ik me om. Een zwarte broek, een grijze, dunne skitrui waarvan ik de col dicht ritste, een zwart colbert waarvan ik de kraag opzette. Ik kamde mijn haar met wat gel naar achter, trok dunne, katoenen handschoenen aan en ging de stad in. Ik was blij dat het nog steeds regende en dat ik mijn paraplu kon ophouden. Via het Museumplein liep ik naar de Leidsebuurt. Ik was hier veel uit geweest en was niet ver ervandaan opgegroeid in een huis aan het Singel, maar ik liep onwennig alsof ik uit de provincie kwam.
Bab’s Bar. Het stond klein op het raam. Ik zette mijn paraplu in de hoek naast de deur en ging door een gordijn van twee leren lappen naar binnen. Een man, leunend op een van de hoog aan de muur bevestigde tafeltjes, keek in mijn richting en draaide zich weer om. Verder toonde niemand belangstelling. Mannen en jongens hingen aan de bar of stonden in groepjes te praten. Op een dansvloertje achterin werd gedanst. Sommigen deden dat innig, tegen elkaar schurend, handen op billen. Anderen dansten voor zichzelf, uitgelaten, gracieus, hoekig en lomp. Een van hen was een man van middelbare leeftijd met een ontbloot, dik bovenlijf en een zware, gouden halsketting. Leren broeken. Een spijkerbroek met scheuren. Een driedelig pak. Een T-shirt met I survived Charlie’s Deli. Snorren, ringetjes door oren, neus of lip, gebruinde gezichten, tatoeages, geverfd haar. Ik viel niet op.”

 

 1674875-f8f38cc593f9c53f0bca03da697503c4.jpg
Mensje van Keulen (Den Haag, 10 juni 1946)

 

 

Ook andere schrijvers zijn bekroond.

Dichter en criticus Piet Gerbrandy krijgt de Jan Campert-prijs 2014, een poëzieprijs, voor zijn dichtbundel “Vlinderslag”. Zie ook alle tags voor Piet Gerbrandy op dit blog.

Schrijver Jan van Mersbergen ontvangt voor “De laatste ontsnapping“ de F. Bordewijk-prijs 2014, de jaarlijkse prijs voor de beste roman. Zie ook alle tags voor Jan van Meersbergen op dit blog.

De tweejaarlijkse J. Greshoff-prijs voor essay’s 2014 gaat naar columnist en criticus Bas Heijne voor zijn Couperus-essay “Angst en schoonheid”. Zie ook alle tags voor Bas Heijne op dit blog.

Literair productiehuis Behoud de Begeerte krijgt de driejaarlijkse G.H. ‘s-Gravesande-prijs voor bijzondere literaire verdiensten 2014.

Geschreven door Romenu om 10:06 Reageer op dit bericht

Joe Queenan, Oodgeroo Noonuccal, Jan Boerstoel, André Malraux, Dieter Wellershoff

De Amerikaanse schrijver, humorist en criticus Joe Queenan werd geboren op 3 november 1950 inPhiladelphia, Pennsylvania. Zie ook mijn blog van 3 november 2010 en eveneens alle tags voor Joe Queenan op dit blog.

Uit: My 6,128 Favorite Books

“I started borrowing books from a roving Quaker City bookmobile when I was 7 years old. Things quickly got out of hand. Before I knew it I was borrowing every book about the Romans, every book about the Apaches, every book about the spindly third-string quarterback who comes off the bench in the fourth quarter to bail out his team. I had no way of knowing it at the time, but what started out as a harmless juvenile pastime soon turned into a lifelong personality disorder.
If you have read 6,000 books in your lifetime, or even 600, it's probably because at some level you find "reality" a bit of a disappointment.
Fifty-five years later, with at least 6,128 books under my belt, I still organize my daily life—such as it is—around reading. As a result, decades go by without my windows getting washed.
My reading habits sometimes get a bit loopy. I often read dozens of books simultaneously. I start a book in 1978 and finish it 34 years later, without enjoying a single minute of the enterprise. I absolutely refuse to read books that critics describe as "luminous" or "incandescent." I never read books in which the hero went to private school or roots for the New York Yankees. I once spent a year reading nothing but short books. I spent another year vowing to read nothing but books I picked off the library shelves with my eyes closed. The results were not pretty.
I even tried to spend an entire year reading books I had always suspected I would hate: "Middlemarch," "Look Homeward, Angel," "Babbitt." Luckily, that project ran out of gas quickly, if only because I already had a 14-year-old daughter when I took a crack at "Lolita."
Six thousand books is a lot of reading, true, but the trash like "Hell's Belles" and "Kid Colt and the Legend of the Lost Arroyo" and even "Part-Time Harlot, Full-Time Tramp" that I devoured during my misspent teens really puff up the numbers. And in any case, it is nowhere near a record. Winston Churchill supposedly read a book every day of his life, even while he was saving Western Civilization from the Nazis. This is quite an accomplishment, because by some accounts Winston Churchill spent all of World War II completely hammered.”

 

 1674620-933136cfd7e226a17ddc57209cd4fe70.jpg
Joe Queenan (Philadelphia, 3 november 1950)

 

 

De Australische dichteres en schrijfster Oodgeroo Noonuccal (eig. Kathleen Jean Mary Ruska) werd geboren op 3 november 1920 in Minjerribah (Stradbroke Island) in Moreton Bay. Zie ook mijn blog van 3 november 2010 en eveneens alle tags voor Oodgeroo Noonuccal op dit blog.

 

All One Race

Black tribe, yellow tribe, red, white or brown,
From where the sun jumps up to where it goes down,
Herrs and pukka-sahibs, demoiselles and squaws,
All one family, so why make wars?
They’re not interested in brumby runs,
We don’t hanker after Midnight Suns;
I’m for all humankind, not colour gibes;
I’m international, and never mind tribes.
Black, white or brown race, yellow race or red,
From the torrid equator to the ice-fields spread,
Monsieurs and senors, lubras and fraus,
All one family, so why family rows?
We’re not interested in their igloos,
They’re not mad about kangaroos;
I’m international, never mind place;
I’m for humanity, all one race.

 

 

God’s One Mistake
“It repenteth me that I have made man.” (Genesis 6:7)

I who am ignorant and know so little,
So little of life and less of God,
This I do know
That happiness is intended and could be,
That all wild simple things have life fulfilled
Save man.
Without books or schools, lore or philosophy
In my own heart I know
That hate is wrong,
Injustice evil.
Pain there must be and tears,
Sorrow and death, but not
Intolerance, unkindness, cruelty,
Unless men choose
The mean and base, which Nature never made,
But we alone.
And sometimes I will think that God looks down
With loving smile, saying,
‘Poor child, poor child, maybe I was wrong
In planning for you reason and free will
To fashion your own life in your own way.
For all the rest
I settled and appointed as for children
Their simple days, but you
I gave the Godlike gift to choose,
Who were not wise – for see how you have chosen,
Poor child, alone among them all now,
Unhappy on the earth.’

 

 1674620-121f94081f18e8c5835d678e50c94bd2.jpg
Oodgeroo Noonuccal (3 November 1920—16 September 1993)

 

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Jan Boerstoel werd geboren in Den Haag op 3 november 1944. Zie ook mijn blog van 3 november 2010 en eveneens alle tags voor Jan Boerstoel op dit blog.

 

Elfstedentocht

Hij komt, of niet, of wel, of... enzovoorts,
maar Friesland wrijft zich nú al in de handen,
van Snits tot Ljouwert hoor je klappertanden
van barre kou en van elfstedenkoorts.

Us heitelân is weer eens in de ban
van bloed en zweet en dichtgevroren ogen,
de supertest van menselijk vermogen
en wordt daar reuze zenuwachtig van.

Enfin, ze doen maar... Ik blijf lekker thuis,
ik bibber bijgeval wel voor de buis.

 

Ochtendmens

De morgen kost
normaal al strijd,
maar zeker tegen
sluitingstijd.

 

Filosofie

Ik ken het klappen van de zweep
Ik ken de regels van 't spel
Ik ken de zin van het bestaan
maar als ik drink dan gaat het wel.

 1674620-b3d6aec261e6e74824902a2454a0b032.jpg
Jan Boerstoel (Den Haag, 3 november 1944)

 

 

De Franse schrijver en kunstfilosoof André Malraux werd geboren op 3 november 1901 in Parijs. Zie ook mijn blog van 3 november 2010 en eveneens alle tags voor André Malraux op dit blog.

Uit: Man's Estate (Vertaald door Alastair Macdonald)

“Slowly a long siren-note swelled until it filled the wind which wafted across the faint hum coming from the besieged city, almost silent now, and the hooting of the picket-boats as they returned to the men-of-war. Wafted it across, and bore it away past the wretched electric lamps which glimmered down the side streets and the alleys which engulfed them: all around them crumbling walls stood out from the waste of shadow, laid bare in all their blotchy nakedness by that merciless un-wavering light, which seemed unearthly in its unrelieved drabness. Those walls bid half a million men: hands from the spinning-mills, men who work sixteen hours a day from early childhood, ulcerous, twisted, famine-stricken. The coverings which protected the bulbs lost their clear outline, and in a few minutes rain, rain as it only falls in China, raging, slashing down, took possession of the town.”

 

 1674620-cc27924ee865c158f9cfd137ea7a45d8.jpg
André Malraux (3 november 1901 – 23 november 1976)

 

 

De Duitse schrijver en essayist Dieter Wellershoff  werd geboren op 3 november 1925 in Neuss. Zie ook mijn blog van 3 november 2010 en eveneens alle tags voor Dieter Wellershoff op dit blog.

Uit: Der Himmel ist kein Ort

„Doch nachdem ihn am nächsten Tag eine Gemeindehelferin gefragt hatte, ob er gestern Abend eine Party gefeiert habe, hatte er das nicht wiederholt. Immer noch war er der junge Pfarrer, der unter aller Augen mit dem Schatten seines Vorgängers zu kämpfen hatte, einem Mann, der in seiner ganzen Lebensart besser in die ländliche Umgebung gepasst hatte, schon deshalb, weil er verheiratet war, als er die Pfarrstelle angetreten hatte. Er dagegen galt als Modernist, obwohl er sich selbst nicht so sah, jedenfalls nicht in einem ausgeprägten Sinn. Im Seminar hatten sie oft über die neu sich stellende Aufgabe gesprochen, in der heutigen Welt christliche Glaubensinhalte zu vermitteln.
Zeitgemäß und praxisnah sollte es geschehen.
Das waren die Leitvorstellungen seiner Studienkollegen, die sich gerne als eine Generation von Neuerern verstanden hätten, aber natürlich wussten, dass vor Ort in den Gemeinden viele fortschrittliche Neuerungen und Aktivitäten auf sie warteten, sodass nicht mehr viel Spielraum für weitere Projekte blieb. Es gab Kindergärten und Altenbetreuung, Gesprächsgruppen und Singkreise, Vorträge und Theatergemeinschaften.
Es war ein florierender Betrieb mit vielen ehrenamtlichen Helferinnen, neben denen der sonntägliche Gottesdienst eher als eine traditionelle Pflichtübung dahinkrankte. Eigentlich war dies ja das Problem. Es ging nicht um Neuerungen, sondern um Erneuerung. Daran waren alle Neuerungen zu messen.”

 

 1674620-106579e125ed23958cff0c89bbcef9b4.jpg
Dieter Wellershoff (Neuss, 3 november 1925)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e november ook mijn blog van 3 november 2013 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 19:02 Reageer op dit bericht

Allerseelen (Rainer Maria Rilke)

 

Bij Allerzielen

 

 1673508-639915738b175a93e1825def5f095889.jpg
Allerseelen door Friedrich Peter Hiddemann, 1858

 

 

Allerseelen

I
Rings liegt der Tag von Allerseelen
voll Wehmut und voll Blütenduft,
und hundert bunte Lichter schwelen
vom Feld des Friedens in die Luft.

Sie senden Palmen heut und Rosen;
der Gärtner ordnet sie mit Sinn -
und kehrt zum Eck der Glaubenslosen
die alten, welken Blumen hin.


II
"Jetzt beten, Willi, - und nicht reden!"
Mit großem Aug gehorcht der Knab.
Der Vater legt den Kranz Reseden
auf seines armen Weibes Grab.

"Die Mutter schläft hier! Mach ein Kreuz nun!"
Klein Willi sieht empor und macht,
wie ihm befohlen. Ach, ihn reuts nun,
daß er am Weg heraus gelacht!

Es sticht im Auge ihn - wie Weinen ...
Dann gehn sie heimwärts durch die Nacht;
ganz ernst und stumm. Da lockt den Kleinen
beim Ausgang jäh der Buden Pracht.

Es blinkt durch den Novembernebel
herüber lichtbeglänzter Tand;
er sieht dort Pferdchen, Helme, Säbel
und küßt dem Vater leis die Hand.

Und der versteht. Dann gehn sie weiter
Der Vater sieht so traurig aus. -
Doch einen Pfefferkuchenreiter
schleppt Willi selig sich nach Haus.

 

 1673508-37107260a24454c11ad4a5097ac3f78b.jpg
Rainer Maria Rilke (4 december 1875 – 29 december 1926)
Glas-in-lood raam van Alfons Mucha, Sint-Vituskathedraal, Praag

 

 

De Duitse dichter Rainer Maria Rilke wer op 4 december 1875 in Praag geboren. Zie ook alle tags voor Rainer Maria Rilke op dit blog.


Zie voor de schrijvers van de 2e november ook mijn twee vorige blogs van vandaag.


Geschreven door Romenu om 08:12 Reageer op dit bericht

Charlotte Mutsaers, Désanne van Brederode, E. du Perron, Odysseas Elytis, Kees van den Heuvel, Thomas Mallon

De Nederlandse schrijfster, essayiste en kunstschilderes Charlotte Jacoba Maria Mutsaers werd geboren in Utrecht op 2 november 1942. Zie ook alle tags van Charlotte Mutsaers op dit blog.

Uit: Zeepijn

“Ik wist alles van vogels. In de boekjes stond dat ze alleen maar zongen uit angst of uit baltsaandrift. Dat was niet waar. De meeste vogels, zo had ik ontdekt, zongen puur voor de lol. Ik heb nog meer ontdekt: kippen komen graag bij je op schoot. In Oostende ken ik een man, hij werkt bij de kaartverkoop van het museum, wiens kippen ook altijd op schoot komen. Je moet je er natuurlijk wel voor openstellen maar dat geldt voor alles. In de zomer kwamen de duiven bij ons naar binnen en dan speelden ze boven op de speelgoedkast. En dan de pelikanen. Eén keer per jaar gingen we naar Artis en dan namen we een kilo of vijf wijting voor de pelikanen mee. «Poezenvis» heette dat in de viswinkel maar wij noemden het «pelikanenvis». Reken maar dat al die pelikanen ons na een jaar nog herkenden en meteen hun bek opensperden. Mijn fietsenmaker heeft een papegaai van zestig jaar. Die heeft de oorlog nog meegemaakt en een heel andere visie op het geheel. Hij zegt altijd… Nee, ik zeg niet wat hij zegt. Straks worden zijn woorden nog verkeerd uitgelegd en dan heb ik het gedaan.
Ik vónd ook altijd vogels. Toen ik eenmaal groot was, was dat afgelopen. Je bevindt je dan niet meer zo dicht met je neus bij de grond. Maar daarvoor vond ik er wel vijftig per jaar. Of ze vonden mij. Vooral in de lente kon ik geen voet op straat en in het park zetten of er kroop bij wijze van spreken meteen een vogel onder. Meestal een jonge duif of mus die uit het nest was gevallen — merels en spreeuwen moest je laten zitten — of ternauwernood ontkomen was aan de klauwen van een kat. Ik nam ze dan mee naar huis waar ik ze in een kooi zette en een paar dagen lang goed voedsel gaf. En ziedaar: na vijf dagen vloog het dier van dezelfde hand die hem had vertroeteld en gevoed frank en vrij het luchtruim in. Het frappante was dat ze daarbij altijd even omkeken. Alsof ze zeggen wilden: denk niet dat we voor je op de vlucht zijn gegaan.”

 

 1673503-478c5ee82e75fb836504103f78743c89.jpg
Charlotte Mutsaers (Utrecht, 2 november 1942)

 

 

 

De Nederlandse schrijfster Désanne van Brederode werd op 2 november 1970 in Utrecht geboren. Zie ook alle tags voor Désanne van Brederode op dit blog.

Uit: Ave Verum Corpus Gegroet waarlijk lichaam

“kennen tegenwoordig twee soorten vlees. Archaïsch vlees, zoals hierboven beschreven, en vlees-dat-geen-vlees-meer-is. Het plakje salami op je brood durft nauwelijks vlees te lijken. Een blanke kipfilet op een schaaltje laat zich door een venster van strak plastic kil beschouwen.
In een uithoek van de stad staat nog een abattoir. Weet je wat daar gebeurt? Natuurlijk niet. Je wilt dat ook niet weten. Vlees is een produkt en Sterven een groot woord.
Zijn we bang voor vlees? Me dunkt van wel. Maak eens een bal gehakt klaar en denk: ik kneed lijken. Vraag je bij het bakken van een biefstuk af: waar zat dit aan de koe? Tip: vraag je slager eens om schapehersens. Verwijder zelf de vliezen.
Hoe dacht je als kind over liefde? Was liefde een mythe, een oud verhaal, waar je, jong als je was, al met weemoed aan terugdacht? Wat wist je van seks? Kon je je er iets bij voorstellen? Wat kwam eerder, je eigen erotiek of de ontluisterende voorlichting waarbij je jezelf leek te moeten generen voor iets waarvan je voordien geen vermoeden had?
Werd seks een mystificatie van liefde - vond je het maar een vies idee, dat jouw ouders het ooit hadden gedaan om jou te krijgen? Heb je er nooit over nagedacht? Dat geloof ik niet. Vind je het onsmakelijk als ik seks en liefde in één adem noem? Zeg je dan in jezelf: ‘Wat is ze oppervlakkig?’
In den beginne was het woord. Als meisje van dertien vlocht ik lieve gedichten. Woorden waren er nog weinig: Aarde, Water, Lucht en Vogels. Herfstblad, Wolken, God en Dood. Jongen met je stille ogen, Liefde, Lichaam, Wijn. En Brood. Petrarca wilde ik zijn, terug naar het vergeten roepen. Geen modieuze taal mocht mijn gedichten bevuilen.”

 

 1673503-a371074938454ba82541c4b794750fb6.jpg
Désanne van Brederode (Utrecht, 2 november 1970)

 

 

De Nederlandse dichter, schrijver en criticus Charles Edgar (Eddy) du Perron werd geboren op 2 november 1899 in Jatinegara (West Java). Zie ook mijn blog van 2 november 2010 en eveneens alle tags voor E. du Perron op dit blog.

 

Epitaaf

Zijn eigenwaan, zijn zwakheden en feilen
bleven hem trouw tot aan dit simpel graf;
hij leefde in vele, en ook geleende, stijlen,
maar zijn galop werd meest een korte draf.

Zij die hem lieven, moeten niet verwijlen
bij de beloften die zijn jeugd hem gaf;
hij was, al waren giftig vaak zijn pijlen,
niet altijd ijdel, en niet altijd laf.

Hij hield veel van zichzelf, maar menig ander
vereerde hij met veel te grote haat.
En haat is liefde: min of haat elkander!

Een vroegoud kind, geslepen of naïef,
zeer ongelijk, maar ook zonder tarief,
hij was geen màn, maar ach! ook geen castraat.

 

 

En u is criticus?

- En is u criticus? Ik ook! En kunstenaar
daarbij? Ik ook! Wat denkt u van de kunsten
in het vaderland? of elders... Veel misbaar
en anders niet, zegt u? Ik ook! De gunsten

der Muzen zijn voorzeker voor een andre tijd.
Doch... daar we moeten uitzien naar genezing;
vanwaar, vermoedt u? hoe luidt úwe lezing?
wanneer, zovele modderaars ten spijt...?

U wéét het niet!... Ha! aan mijn borst, mijnheer!
Vergeef me 't sentiment van dit wat oud gebaar,
doch zó'n woord, over kunst! strekt ons te zeer tot eer.
Wij weten er niets van. Wij kunstenaren maar.

 

 

Leven is goed

'Leven is goed', en zijn wij tachtig jaar,
wij doen geen afstand van ons duur verleden,
koel is de schaduw van het leed geleden,
en zacht de wijsheid over 't oud misbaar.

Dan juist zij onze hemel glad en klaar,
een schoongewreven spiegel van dit heden,
lachend bij onze ruggelingse schreden,
naar welke zuidpool of welke evenaar?

Wij gaan, wij gaan - maar met de minste spoed;
profetendromen, stelsels en gebeden
waaiend om ons als wind om zuilen doet.

Strijdend voor 't leven, listig en verwoed,
als onze vaadren met de draken streden,
zullen wij gaan. Maar langzaam. Voet voor voet.

 

 1673503-b5acf05cb7628d283a1648848f7bce96.jpg
E. du Perron (2 november 1899 – 14 mei 1940)
Voor 1921 in Nederlands-Indië

 

 

De Nederlandse dichter en vertaler Kees van den Heuvel werd geboren op 2 november 1960 in Mill. Zie ook mijn blog van 2 november 2010 en eveneens alle tags voor Kees van den Heuvel op dit blog.

 

Service

Hij heeft zojuist zijn T-shirt uitgetrokken
Zijn spieren zijn zo spannend masculien
Zijn borst, zijn buik, zo heerlijk om te zien
En dan zijn kruis – ik voel mijn adem stokken.

Mijn kachel is alweer op hol geslagen
Het toestel hijgt en puft aan één stuk door
Daar kwam hij gistermorgen ook al voor
Hij mag vandaag een tweede poging wagen

Het euvel laat zich niet zo snel ontdekken
Hij heeft het na een uur pas uitgevist
‘Een losse schroef’ (alsof ik dat niet wist)
Met lede ogen zie ik hem vertrekken

Ik troost mezelf nu met mijn oven
Die moet er morgen maar eens aan geloven

 

 

Patent
1 – Gij zult geen andere goden vereren

Ja kijk, het kan natuurlijk niet zo zijn
Dat Ik me dagenlang loop uit te sloven
Voor ’t scheppen van de aarde en de mens

En u daar dan een ander boor gaat loven
Ik heb daarom op grond van common sense
De hele zaak hier laten registreren

Ik gun collega’s best hun schare fans
Maar laat ze dan mooi zelf maar iets creëren
Want deze wereld geldt als Mijn domein

Er is voor concurrenten hier geen plek
Omdat Ik dus wel goed ben maar niet gek.

 

 1673503-8034fa3e8428ea5982347c84901a8930.jpg
Kees van den Heuvel (2 november 1960 – 11 januari 2010)

 

 

De Griekse dichter Odysseas Elytis (pseudoniem voor Odysseas Alepoudhelis) werd op 2 november 1911 te Iraklion op Kreta geboren. Zie ook mijn blog van 2 november 2010 en eveneens alle tags voor Odysseas Elytis op dit blog.

 

I know the night no longer

I know the night no longer, the terrible anonymity of death
A fleet of stars moors in the haven of my heart
O Hesperos, sentinel, that you may shine by the side
Of a skyblue breeze on an island which dreams
Of me anouncing the dawn from its rocky heights
My twin eyes set you sailing embraced
With my true heart's star: I know the night no longer
I know the names no longer of a world which disavows me
I read seashells, leaves, and the stars clearly
My hatred is superfluous on the roads of the sky
Unless it is the dream which watches me again
As I walked by the sea of immortality in tears
O Hesperos, under the arc of your golden fire
I know the night no longer that is a night only.


Vertaald door Kimon Friar

 

 

Uit:The March Toward The Front - Part C - The Axion Esti

Alone I governed my sorrow,
Alone I colonized the abandoned month of May
Alone I swelled the fragrances
On fields in halcyon days,
Fed yellow to the flowers, herded the hills,
Shot red into the wilderness!
I said: the stab wound will not be deeper than the wounded cry,
And I said: Injustice will not be more venerable than blood!
The hand of earthquakes, the hand of famines,
The hand of foes and kin
Raged, destroyed, devastated, annihilated
Once and twice and three times over
Betrayed, I remained on the plain, alone,
The message I raised I endured alone!
Alone I discouraged death, Alone I bit into Time with teeth of stone,
Alone I set off on the long journey
Like the trumpet's call through the skies.
Nemesis, stell and fraud were in my power,
I could have marched on with a cloud of dust and armaments.
I said: I'll compete with with only the sword of cold waters,
And I said: I'll strike out with only the Stainless of my mind!
In spite of earthquakes, in spite of famines,
in spite of foes and kin,
I stood my ground, I held my own, I grew in spirit, grew in strength
Once and twice and three times over
I built the halo and crowned myself, alone,
The wheat I heralded I reaped alone!

 

 1673503-feec7cf490accbb02409756804b0daee.jpg
Odysseas Elytis (2 november 1911 – 18 maart 1996)

 

 

De Amerikaanse schrijver en criticus Thomas Mallon werd geboren op 2 november 1951 in Glen Cove, New York. Zie ook alle tags voor Thomas Mallon op dit blog en eveneens mijn blog van 2 november 2010

Uit: Watergate

“The Soviets had certainly never given up any of the swag in this room. Pat decided she might as well get up, put on the lights, and give it another look instead of just lying here staring at the curtains and gold-leaf ceiling. But on her way to the mosaic table, the one supporting the beautiful French clock, she stumbled over an extension cord left by Rita, her hairdresser, who'd fought a losing battle with the different voltage until two young men from Kissinger's staff got the dryer going just before they were all due downstairs for the first toasts. Was Rita -- across the courtyard in the block of rooms supposed to be full of ramshackle Communist-era furnishings -- getting any more sleep than she was? Poor Bill Rogers wasn't even inside the Kremlin; he'd been put in some hotel a few minutes away, no doubt from Kissinger's continuing need to keep the secretary of state in his place and away from the real action.
It bothered her that Dick encouraged all that, especially if he did it not for some strategic reason but out of resentment left over from their six years in New York, when Bill and Adele would invite the Nixons out to "21" and give the impression -- at least to Dick -- that the Rogerses were doing them a favor. Pat herself had never seen it that way. She remembered those evenings, as well as the law firm's partner dinners from that same all-too-brief time in her life, as being more agreeable than all the political entertainments in the years before and after.
Even Martha, for a while, had been fun.”

 

 1673503-ebe58fb7142fc035eecf2c8f1eb87037.jpg
Thomas Mallon (Glen Cove, 2 november 1951)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 2e november ook mijn eerste blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 08:01 Reageer op dit bericht

Bilal Xhaferri, Augusta Peaux, Jules Barbey d'Aurevilly, Leo Perutz, Daniil Andreyev

De Albanese dichter en schrijver Bilal Xhaferri werd geboren op 2 november 1935 in Ninat bij Konispol. Zie ook alle tags voor Bilal Xhaferri op dit blog en ook mijn blog van 2 november 2010

 

For My Sister Antiqua

Autumn is once more upon us,
With its rain,
With its leaves,
Your life has passed you by, sister,
With your sighs and your sorrows.
If I could only
Cleave the mountain ridges,
Shove back the horizons
And come to you!
In this world plunged into night,
If I could only
Flare like a ray of light,
Glow like a flaming candle,
To show the path to you, my sister…
Yes, autumn is once more upon us,
With its rain,
With its leaves.

 

 

Longing for your Voices

I dial for radio stations every night,
But you, Chameria, you are silent.
Have tears parched your throat?
Oh, what longing for your voices,
For the winter nights, soft as snow,
For the sheep pens in the meadows, scented with milk.

It is night, and the coast is asleep,
It is night, and slumber has closed my eyelids.
A gentle hand sprinkles into my dreams
Ever so sweetly,
A vision of your countryside, so rare.

 

Vertaald door Robert Elsie

 

 1673499-d0badb164d371455c3d68b8786d1cdc9.jpg
Bilal Xhaferri (2 november 1935 – 14 oktober 1986)

 

 

De Nederlandse dichteres Augusta Guerdina Peaux werd geboren in Simonshaven op 2 november 1859. Zie ook alle tags voor Augusta Peaux op dit blog en ook mijn blog van 2 november 2010

 

Zij die de oorlog willen

Nog ieder voorjaar vloog verloren
wijd, overal
de kersenbloesem, 't licht bekoren
van bloesemval

wij zagen 't aan en wachtten 't groeien
tot vruchten rood
uit kwistige overvloed van bloeien,
onverschillig voor leven of dood.

Eerst nu uit overvloed van leven
en uur aan uur
het moordend vonnis wordt geschreven
in bloed en vuur,

eerst nu de bloesem stuift verloren
wijd, overal,
ligt droefenis, als niet te voren,
in bloesemval.

Zij zien het aan, zij wachten zege
die groeit zo rood
uit vrucht die rijpt en bloesemregen,
onverschillig voor leven of dood.

 

 

Treurnis

In de lente met het eerste groen
is mijn leed geboren
nu geven de bladeren schaduw en doen hun ruisen horen
en mijn leed leeft sterker als toen
en het zal niet welken met het welkend lover,
het gaat niet over

 

 1673499-71150f6fc195e516564f98d4c80a662f.jpg
Augusta Peaux (2 november 1859 - 23 februari 1944)
Ets van Will Landman

 

 

De Oostenrijkse schrijver Leo Perutz werd geboren op 2 november 1882 in Praag. Zie ook mijn blog van 2 november 2010 en eveneens alle tags voor Leo Perutz op dit blog.

Uit:Zwischen neun und neun

“Die Greislerin in der Wiesengasse, Frau Johanna Püchl, trat an diesem Morgen gegen halb acht Uhr aus dem Laden auf die Straße. Es war kein schöner Tag. Die Luft war feucht und kühl, der Himmel bewölkt. Das richtige Wetter, um sich einen kleinen Schnaps zu vergönnen. Aber Frau Püchls Slivovitzflasche, die im Kasten stand, war beinahe geleert und die Greislerin beschloß, den kleinen Rest, der kaum ein »Stamperl« zu füllen vermochte, für die »Zehnerjausen« aufzusparen. Vorsichtshalber versperrte sie die Flasche in den Küchenschrank, denn ihr Ehegatte, der im Lichthof den zerbrochenen Greislerkarren reparierte, stimmte mit ihr in der Wertschätzung eines guten Schnapses völlig überein.
Vor acht Uhr kamen nur ein paar Stammkunden: Der Friseurgehilfe, dem sie allmorgendlich sein Frühstück, ein Butterbrot mit Schnittlauch und ein Büschel Radieschen, zurechtmachte. Zwei Schulkinder, die um zwölf Heller »saure Zuckerln« kauften. Die Köchin der Frau Inspektor aus dem ersten Stock des Elferhauses, die ein Häuptel Salat und zwei Kilo Erdäpfel bekam, und der Herr aus dem Arbeitsministerium, der seit Jahren täglich einen »feinen Aufschnitt« für sein zweites Frühstück im Geschäfte der Frau Püchl erstand.
Lebhaft wurde das Geschäft erst nach acht Uhr und gegen halb neun hatte Frau Püchl alle Hände voll zu tun. Kurz nach neun Uhr erschien die alte Frau Schimek, der die Ecktrafik in der Karl-Denk-Gasse gehörte, zu einem längeren Plausch."

 

 1673499-46ea652977d5f61a417774cf55439879.jpg
Leo Perutz (2 november 1882 – 25 augustus 1957)

 

 

De Franse schrijver en moralist Jules Amédée Barbey d'Aurevilly werd geboren op 2 november 1808 in Saint-Sauveur-le-Vicomte (Manche). Zie ook alle tags voor Jules Barbey d'Aurevilly op dit blog en ook mijn blog van 2 november 2010

Uit: Le Chevalier des Touches

« Ce soir-là, comme à l'ordinaire, ces routinières de l'amitié avaient dans leur salon une de leurs amies, noble comme elles, qui travaillait à la plus extravagante tapisserie avec une telle action qu'elle semblait se ruer à ce travail, suspendu tout à coup par l'arrivée de son frère, l'abbé. Fée plus mâle, aux traits plus hardis, à la voix plus forte, celle-ci tranchait par la brusquerie hommasse de toute sa personne sur la délicatesse et l'inertie de ces douces Contemplatives, de ces deux vieilles chattes blanches de la rêverie sans idées, qui n'avaient jamais été des Chattes Merveilleuses. Ces pauvres vierges de Touffedelys avaient eu le suave éclat de leur nom dans leur jeunesse; mais elles avaient vu fondre leur beauté au feu des souffrances, comme le cierge voit fondre sa cire sur le pied d'argent du chandelier.
A la lettre, elles étaient fondues... tandis que leur amie, robustement et rébarbativement laide, avait résisté. Solide de laideur, elle avait reçu le soufflet, l'alipan du Temps, comme elle disait, sur un bronze que rien ne pouvait entamer. Même la mise inouïe dans laquelle elle encadrait[15] sa laideur bizarre n'en augmentait pas de beaucoup l'effet, tant l'effet en était frappant! Coiffée habituellement d'une espèce de baril de soie orange et violette, qui aurait défié par sa forme la plus audacieuse fantaisie et qu'elle fabriquait de ses propres mains, cette contemporaine de mesdemoiselles de Touffedelys ressemblait, avec son nez recourbé comme un sabre oriental dans son fourreau grenu de maroquin rouge, à la reine de Saba, interprétée par un Callot chinois, surexcité par l'opium. Elle avait réussi à diminuer la laideur de son frère, et à faire passer le visage de l'abbé pour un visage comme un autre, quoique, certes! il ne le fut pas. Cette femme avait un grotesque si supérieur qu'on l'eût remarquée même en Angleterre, ce pays des grotesques, où le spleen, l'excentricité, la richesse et le gin travaillent perpétuellement à faire un carnaval de figures auprès desquelles les masques du carnaval de Venise ne seraient que du carton vulgairement badigeonné."

 

 1673499-8463fe0494efb76c90aa48a14ef1cc63.jpg
Jules Barbey d'Aurevilly (2 november 1808 – 23 april 1889)

 



De Russische dichter, schrijver en Christelijk mysticus Daniil Leonidovich Andreyev werd geboren op 2 november 1906 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Daniil Andreyev op dit blog en ook mijn blog van 2 november 2010

Uit: The Rose of the World

“One of them aims for the hypertrophy of state power and an increase in the individual's dependence on the state. To be more exact, this movement seeks to bestow ever greater power on the person or organization in whose hands the state apparatus lies: the Party, the Army, the Leader. Fascist and national socialist states are the most obvious examples of such movements.
The other movement, which appeared at least as far back as the eighteenth century, is the humanist. Its origins and major stages are English parliamentarianism, the French Declaration of the Rights of Man, German social democracy, and in our days, the struggle for liberation from colonialism. The long-range goal of the movement is to weaken the bonding principle of coercion in the life of the people and transform what is largely a police state defending race or class interests into a system based on overall economic equilibrium and a guarantee of individual rights.
History has also witnessed examples of novel political arrangements that might appear to be hybrids of the two movements. Remaining in essence phenomena of the first type, they alter their appearance to the extent expedient for the achievement of their set goal. This is a tactic, a deception, but nothing more.
Nevertheless, despite the polarity of these movements, they are linked by one trait characteristic of the twentieth century: global ambitions. The ostensible motivation of the various twentieth century movements can be found in their political blueprints, but the underlying motivation in modern history is the instinctive pursuit of global dominion.
The most vigorous movement of the first half of this century was distinguished by its internationalist doctrines and global appeal. The Achilles heel of the movements vying with it—racism, national socialism—was their narrow nationalism, or to be more exact, the strictly racial or nationalist fences around their promised lands, the chimera of which they used to seduce and dazzle their followers. But they too strove for world dominion, and invested colossal energy toward that end. Now American cosmopolitanism is occupied with avoiding the mistakes of its predecessors. »

 

 1673499-6e86591b8ede0478e87c5f73ea82e05f.jpg
Daniil Andreyev (2 november 1906 – 30 maart 1959)
In 1958

Geschreven door Romenu om 07:57 Reageer op dit bericht

Allerheiligen (Karel van den Oever)

 

Bij Allerheiligen

 

 1673493-f6b1fa42c0e25827ec0e42d41429cfdb.jpg
Allerheiligen door Johann König (1596 – 1642)

 

 

Allerheiligen

In de ochtend-regen,
op de straat,
mijn Engelbewaarder riep:
“Herinner je!”

Ja, het was een avond, zeer laat.
Ik drentelde aan de warme hand van mijn vader.
(Hoe veilig ik naast hem liep!)
Ik zag, voor het eerst, de vergulde straat,
de gloed der ramen, het lantaarnlicht.

O, dat was ’n wonder-nieuw zicht!

Toen plots de “Music Hall”.
Achter een dichte deur:
een gelouterd gezag,
een bestolpte muziek
- als uit een fluweelen behang –
iets ver en nostalgiek.

Een warme zaal-geur
die tochtte uit de spleet der mooie deur.
Ook een heldere luchter-gloor
scheen tusschen de spleet der mooie deur door.
Was hier het feest van een verborgen God
de luister van ’t beginnend leven,
ja, mijn levenslot?

O, achter die dichte deur:
hoe bekoorde dit hemels gezang,
wat ’n brandende gloed, wat ’n eeuwige taal!
Ik hoorde veel menschen in die zaal.

O, daarna, dagen lang:
Ik verlangde bedroefd naar die onbekende zaal
der “Music Hall”.

En nu?

Nu ga ik, verouderd en stram,
in de ochtend vol Allerheiligen-regen.
Langs mij rijdt de electrische tram
zich-zelf tegen.

Maar de stad weet niet,
mijn goede God,
hoe ik dring mijn oor, als een zot,
steeds sterker tegen uw dichte deur,
waarachter de zuivere zaal,
vol zang en Heiligen,
waarbij ik mij angstig wil beveiligen.

Want het leven: lang van duur?
O, wanneer klinkt op des afgronds gonzende schaal
het verrukkelijk uur
dat Iemand de dichte deur ontsluit
en ik mag ingaan tot die klare zaal?

 

 1673493-b08d8c9bb57b6f70e77fb3151a0cc101.jpg
Karel van den Oever (19 november 1879 – 6 oktober 1926)
Portret door C. van den Oever, 1916

 

 

De Vlaamse dichter, essayist en en toneelschrijver Karel van den Oever werd geboren in Antwerpen op 19 november 1879. Zie ook alle tags voor Karel van den Oever op dit blog.

 

Zie voor de schrijvers van de 1e november ook mijn blog van 1 november 2013 en eveneens mijn blog van 1 november 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 13:12 Reageer op dit bericht

Bij Halloween, All Souls (Edith Wharton)

 

Bij Halloween

 

 1673077-a05c9453f1e8f3f01da3d2f834cd3d4d.jpg
Halloween Dare door Tom Shropshire, z.j.

 

All Souls

I
A thin moon faints in the sky o’erhead,
And dumb in the churchyard lie the dead.
Walk we not, Sweet, by garden ways,
Where the late rose hangs and the phlox delays,
But forth of the gate and down the road,
Past the church and the yews, to their dim abode.
For it’s turn of the year and All Souls’ night,
When the dead can hear and the dead have sight.

II
Fear not that sound like wind in the trees:
It is only their call that comes on the breeze;
Fear not the shudder that seems to pass:
It is only the tread of their feet on the grass;
Fear not the drip of the bough as you stoop:
It is only the touch of their hands that grope —
For the year’s on the turn, and it’s All Souls’ night,
When the dead can yearn and the dead can smite.

III
And where should a man bring his sweet to woo
But here, where such hundreds were lovers too?
Where lie the dead lips that thirst to kiss,
The empty hands that their fellows miss,
Where the maid and her lover, from sere to green,
Sleep bed by bed, with the worm between?
For it’s turn of the year and All Souls’ night,
When the dead can hear and the dead have sight.

IV
And now that they rise and walk in the cold,
Let us warm their blood and give youth to the old.
Let them see us and hear us, and say: “Ah, thus
In the prime of the year it went with us!”
Till their lips drawn close, and so long unkist,
Forget they are mist that mingles with mist!
For the year’s on the turn, and it’s All Souls’ night,
When the dead can burn and the dead can smite.

V
Till they say, as they hear us — poor dead, poor dead! —
“Just an hour of this, and our age-long bed —
Just a thrill of the old remembered pains
To kindle a flame in our frozen veins,
Just a touch, and a sight, and a floating apart,
As the chill of dawn strikes each phantom heart —
For it’s turn of the year and All Souls’ night,
When the dead can hear, and the dead have sight.”

VI
And where should the living feel alive
But here in this wan white humming hive,
As the moon wastes down, and the dawn turns cold,
And one by one they creep back to the fold?
And where should a man hold his mate and say:
“One more, one more, ere we go their way”?
For the year’s on the turn, and it’s All Souls’ night,
When the living can learn by the churchyard light.

VII
And how should we break faith who have seen
Those dead lips plight with the mist between,
And how forget, who have seen how soon
They lie thus chambered and cold to the moon?
How scorn, how hate, how strive, we too,
Who must do so soon as those others do?
For it’s All Souls’ night, and break of the day,
And behold, with the light the dead are away.

 

 1673077-73480ef641102f29338886281926e85b.jpg
Edith Wharton (24 januari 1862 – 11 augustus 1937)
Village Halloween Parade in New York

 

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Edith Wharton werd geboren op 24 januari 1862 in New York. Zie ook alle tags voor Edith Wharton op dit blog.

 

Zie voor de schrijvers van de 31e oktober ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 17:06 Reageer op dit bericht

Joseph Boyden, Bruce Bawer, John Keats, Nick Stone, Carlos Drummond de Andrade, Irina Denezhkina

De Canadese schrijver Joseph Boyden werd geboren op 31 oktober 1966 in Willowdale, Ontario. Zie ook mijn blog van 31 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Joseph Boyden op dit blog.

Uit: The Orenda

“Now the snow covering the lake glows the colour of a robin’s egg as sunlight tries to break through cloud. If I live through this day I will always remember to pay attention to the tickle of dryness at the back of my throat at this moment, the feeling of a bad headache coming. I’ve just begun to walk to the girl to offer her comfort, if she’s still alive, when a dog’s howl breaks the silence, its excitement in picking up our scent making me want to throw up. Other dogs answer it. I forget how my toes have begun to blacken, that I’ve lost so much weight I can barely support my gaunt frame, that my chest has filled with a sickness that’s turned my skin yellow.
I know dogs, though. As in my old world, they are one of the few things in this new one that bring me comfort. And this pack’s still a long way away, their voices travelling easy in the frozen air. When I bend to help the girl up, I see the others have already disappeared into the shadows of trees and thick brush.
My terror of being left behind for those chasing me, who will make sure my death is slow and painful, is so powerful that I now weigh taking my own life. I know exactly what I must do. Asking Your divine mercy for this, I will strip naked and walk out onto the lake. I calculate how long all this will take. It’s my second winter in the new world, after all, and my first one I witnessed the brutality of death by freezing. The first ten minutes, as the pack races closer and closer, will certainly be the most excruciating. My skin will at first feel as if it’s on fire, like I’m being boiled in a pot. Only one thing is more painful than these early minutes of freezing, and it’s the thawing out, every tendril of the body screaming for the agony to stop. But I won’t have to worry about that. I will lie on the frozen lake and allow the boiling cold to consume me. After that handful of minutes the violent shaking won’t even be noticed, but the sharp stabs of pain in the forehead will come, and they will travel deeper until it feels my brain is being prodded with fish spines.»

 

 1673068-059b179f3cb297b7dff5cbfa9c82e74b.jpg
Joseph Boyden (Willowdale, 31 oktober 1966)

 

 

De Amerikaanse dichter, schrijver en literatuurcriticus Bruce Bawer werd geboren op 31 oktober 1956 in New York. Zie ook mijn blog van 31 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Bruce Bawer op dit blog.

Uit: While Europe Slept

“At first glance, Hirsi Ali might have seemed an unlikely ally for van Gogh: a vivacious Somali-born beauty who'd forsworn her native Islam, she was devoted to the preservation of Dutch democracy and the rescue of her country's Muslims--especially women--from the tyranny of their subculture. I'd read a good deal about her in the Dutch press and hoped to write about her myself; in fact, a friend of mine who worked for an Oslo think tank had arranged to meet her in The Hague the following Monday and had invited me to go along. I'd already booked the flight.
Van Gogh's murder came as a shock, even though I'd seen something like it coming for years. In 1998, I'd lived in a largely Muslim neighborhood of Amsterdam, only a block away from the radical mosque attended by Bouyeri. There I'd seen firsthand the division between the native Dutch and their country's rapidly growing Muslim minority. That division was stark: the Dutch had the world's most tolerant, open-minded society, with full sexual equality, same-sex marriage, and libertarian policies on soft drugs and prostitution. Yet many Dutch Muslims kept that society at arm's length, despising its freedoms and clinging to a range of undemocratic traditions and prejudices.
Did Dutch officials address this problem? No. Like their politically correct counterparts across Western Europe, they responded to it mostly by churning out empty rhetoric about multicultural diversity and mutual respect--and then changing the subject. I knew that by tolerating intolerance in this way, the country was setting itself on a path to cataclysmic social confrontation; yet whenever I tried--delicately--to broach the topic, Dutch acquaintances made clear that it was off limits. They seemed not to grasp that their society, and Western Europe generally, was a house divided against itself, and that eventually things would reach the breaking point.”

 

 1673068-5ea61057245c41a8dc93185c07ca526c.jpg
Bruce Bawer (New York, 31 oktober 1956)
Ayaan Hirsi Ali en Bruce Bawer

 

 

De Engelse dichter John Keats werd geboren op 31 oktober 1795 in Finsbury Pavement in Londen. Zie ook mijn blog van 31 oktober 2010 en eveneens alle tags voor John Keats op dit blog.

 

On the Sea

It keeps eternal whisperings around
Desolate shores, and with its mighty swell
Gluts twice ten thousand Caverns, till the spell
Of Hecate leaves them their old shadowy sound.
Often 'tis in such gentle temper found,
That scarcely will the very smallest shell
Be moved for days from where it sometime fell.
When last the winds of Heaven were unbound.
Oh, ye! who have your eyeballs vexed and tired,
Feast them upon the wideness of the Sea;
Oh ye! whose ears are dinned with uproar rude,
Or fed too much with cloying melody---
Sit ye near some old Cavern's Mouth and brood,
Until ye start, as if the sea nymphs quired!

 

 

On death

1.
Can death be sleep, when life is but a dream,
And scenes of bliss pass as a phantom by?
The transient pleasures as a vision seem,
And yet we think the greatest pain's to die.

 
2.
How strange it is that man on earth should roam,
And lead a life of woe, but not forsake
His rugged path; nor dare he view alone
His future doom which is but to awake.

 

 

Op de Dood

1.
Kan dood slaap zijn, als leven dromen is
En het geluk vervliet als ijdele schijn?
De korte vreugde laat ons geen heugenis
En toch lijkt sterven ons de diepste pijn.

 
2.
Vreemd is het, dat de mens op aarde zwerft
En leeft in weedom, maar geen uur verzaakt
Zijn doornig pad; en dat zijn blik hier derft
Het zicht op streken waar hij straks ontwaakt.

 

Vertaald door Bert Voeten

 

 

 1673068-1d7f37514660c8102cde87c15300bc1c.jpg
John Keats (31 oktober 1795 – 23 februari 1821)
Ben Whishaw als John Keats en Abbie Cornish als Fanny Brawne in de film Bright Star uit 2009

 

 

De Engelse schrijver Nick Stone werd geboren op 31 oktober 1966 in Cambridge. Zie ook mijn blog van 31 oktober 2009 en ook mijn blog van 31 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Nick Stone op dit blog.

Uit: Mr. Clarinet

« Max hadn't made a fortune as a private detective, but he'd done OK—enough to get by and have a little extra to play with. His wife, who was a qualified accountant, had managed the business side of things. She'd put a fair bit of rainy-day money away in their three savings accounts, and they had points in The L Bar, a successful yuppie joint in downtown Miami, run by Frank Nunez, a retired cop friend of Max's. They'd owned their house and two cars outright, taken three vacations every year, and eaten at fancy restaurants once a month.
He'd had few personal expenses. His clothes—suits for work and special occasions, khakis and T-shirts at all other times—were always well cut but rarely expensive. He'd learned his lesson after his second case, when he'd got arterial spray on his five-hundred-dollar suit and had to surrender it to forensics, who later handed it to the DA, who recycled it in court as Exhibit D. He sent his wife flowers every week, bought her lavish presents on her birthday and at Christmas and on their anniversary; he was also generous to his closest friends. He had no addictions. He'd quit cigarettes and reefer when he'd left the force; booze had taken a little longer but that had gone out of his life too. Music was his only real indulgence—jazz, swing, doo-wop, rock 'n' roll, soul, funk, and disco; he had five thousand CDs, vinyl albums, and singles he knew every note and lyric to. The most he'd ever spent was when he'd dropped four hundred bucks at an auction on an autographed original double ten-inch vinyl copy of Frank Sinatra's "In the Wee Small Hours of the Morning." He'd framed it and hung it in his study, opposite his desk. When his wife asked, he lied and told her he'd picked it up cheap at a house-repo sale in Orlando.”

 

 1673068-814e914aaea2b514eeac20e31f04cba7.jpg
Nick Stone (Cambridge, 31 oktober 1966)

 

 

De Braziliaanse dichter Carlos Drummond de Andrade werd geboren op 31 oktober 1902 in Itabira, een klein dorpje in de staat Minas Gerais. Zie ook alle tags voorCarlos Drummond de Andrade op dit blog en ook mijn blog van 31 oktober 2010

 

The House Of Times Past

I knocked on the door of times past, no one answered.
I knocked a second time and then another and another.
No answer.
The house of times past is halfway covered with vines
the other half is covered with ashes.

The house where no one dies and I am knocking and             
calling.
Just for the pain of calling and not being heard.
Just only to keep knocking. The echo brings back
my anxiety of opening these frozen steps.
Night and day mingle together in the waiting
in the knocking and knocking.

Times past certainly do not exist.
And the empty building has been condemned.

Vertaald door Mariza Góes

 

 

Lost Hope

I missed the trolley and the hope.
Pale, I go back home.
The street is useless and no car
would drive over my body.

I will climb the slow steep slope
where paths are blended
All of them lead to
the beginning of drama and flora.

I do not know if I am suffering
or if is someone having fun
(and why not?) in the scarce night
with an insoluble piccolo.

And we, long time ago
shouted yes! to eternity.

 

Vertaald door Jodey Bateman

 

 1673068-8839c53a2602754ebc222f477361c718.jpg
Carlos Drummond de Andrade (31 oktober 1902 – 17 augustus 1987)

 

 

De Russische schrijfster Irina Denezhkina werd geboren op 31 oktober 1981 in Yekaterinburg. Zie ook alle tags voor Irina Denezhkina op dit blog en ook mijn blog van 31 oktober 2009 en ook mijn blog van 31 oktober 2010

Uit: Give Me: Songs for Lovers

“I wanted to do something, but it was like my arms and legs had gone numb. I only vaguely remember what happened next. There were about twenty guys giving Vova a vicious kicking. He was groaning and howling. He tried to fend them off with his arms, rolling from side to side, always coming up against their Doc Martens. The blood spread across the pavement in a dark puddle.
People gathered around, curious. Two fat men, a granny with a mesh shopping bag, a little girl with an ice cream ... I heard a roar and shuddered. Vova was clutching his head, crawling on all fours and screaming. Some guy in baggy pants was lashing him with a chain.
"What's wrong with you?"
The twelve-year-old kid was standing beside me, staring hard into my face. Just a little kid like any other. Scruffy, short hair, in a T-shirt with the words "Fuck the stupid chicks" on it. He had such bright, innocent eyes. I felt like some old woman full of wisdom and experience. I said grandly:
"You little bastards." Then I thought a moment and said it again. "Bastards. And assholes."
Twenty against one's not right; never. He may be some loser I couldn't give a shit about, but it's the principle of the thing.
The boy squeezed his lips together and thought for a while, then answered brightly:
"Him and his mob fucked Denya over. He split Denya's head open ..."
"All the same ..." I said, trying to smooth things over.
"What's all the same? What's it to you?"
Calm down, I thought. No one's going to beat me up; quite the opposite, they're just giving me the eye.
I shrugged.
The tall rapper came over to us, jangling his chain.”

 

 1673068-3dade609bfb6267ee2055fbf3edc6ceb.jpg
Irina Denezhkina (Yekaterinburg, 31 oktober 1981)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 31e oktober ook mijn blog van 31 oktober 2011 deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:40 Reageer op dit bericht

Jan Van Loy, Fjodor Dostojevski, Ezra Pound, Paul Valéry, Georg Heym

De Vlaamse schrijver Jan Van Loy werd op 30 oktober 1964 geboren te Herentals, in de Antwerpse Kempen. Zie ook alle tags voor Jan Van Loy op dit blog.

Uit: Veertig jaar liefde

“[23 september 1961]
Lieve dochter, In de eerste plaats verontschuldig ik mij voor de aanhef, die u ongetwijfeld heeft doen schrikken. Ik ben uw ‘natuurlijke’ vader. Zo zegt men dat, geloof ik. De manier waarop ik en uw moeder u in het leven riepen, was volkomen ‘natuurlijk’. De mensen die u kent als uw ouders, zijn goede mensen die uw ouders wilden zijn, wat men noemt uw ‘civielrechtelijke’ ouders, geloof ik. Als wij de beschaving erkennen, dan hebben zij meer recht van spreken dan de natuur, maar aangezien u zeventien jaar bent, hebben zij al veel met u gesproken, vermoed ik. Nu zou ik eens iets willen zeggen.
Deze brief dient om u alles uit te leggen. Houdt hem voor uzelf. Er zijn redenen waarom hij getypt is, niet ondertekend, niet gepost waar ik woon of werk. Voorlopig kunt u mij niet terugschrijven, laat staan ontmoeten — als u dat na het lezen van deze brief nog zou willen. Het is niet veilig, in elk geval.
Schaamte heeft mij ervan weerhouden u te schrijven, maar ze is overwonnen door de drang — de plicht, zou een hypocriet zeggen — om u mee te delen waar gij vandaan komt. Hoe dan ook, ik wil u inlichten over uw ‘natuurlijke’ afkomst, die volgens de leer van de erfelijkheid bepaalt wie iemand is. ‘Opvoeding’ heeft steeds meer aanhangers, maar ik geloof niet dat ‘vlees en bloed’ de persoonlijkheid ongerept kan laten.
Als uw natuurlijke vader, ben ik dus trots wanneer ik verneem dat u één jaar vroeger dan op de gewoonlijke leeftijd gaat studeren aan de universiteit van Gent, proficiat. Ik weet ook dat gij zijt opgevoed door ‘twee simpele werkmensen’, zoals ze zichzelf zouden voorstellen en zoals ik ze mij zonder schamperheid eveneens voorstel.
Wees gerust, ik heb uw dagboek niet gelezen. Wat ik over u weet, is niet zo moeilijk te weten te komen. En ofschoon ik u heb moeten achterlaten, ben ik uw spoor altijd blijven volgen. Jawel.”

 

 1672661-a7b3f2f41822b37f3338e16819b92f7b.jpg
Jan Van Loy (Herentals, 30 oktober 1964)

 

 

De Russische schrijver Fjodor Michajlovitsj Dostojevski werd geboren ergens tussen 30 oktober en 11 november 1821 in Sint Petersburg. Zie ook mijn blog van 30 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Fjodor Dostojevski op dit blog.

Uit: De Gebroeders Karamazow

“En juist in die tijd stak in het noorden, in Duitsland, een gruwelijke nieuwe ketterij de kop op. “Een reusachtige ster, als een toorts (dat is dus de Kerk) viel neer in de bronnen van de stromen en het water werd bitter.” Deze ketterijen begonnen godslasterlijk de wonderen te ontkennen. Maar zij die trouw bleven aan het geloof, geloofden alleen nog maar vuriger. De tranen van de mensheid rezen als voorheen naar Hem op, de mensen verwachtten zijn komst, hadden Hem lief, hoopten op Hem en hunkerden ernaar net als tevoren voor Hem te lijden en te sterven. Hoeveel eeuwen had de mensheid met een vurig geloof gebeden: “O Heer onze God, kom spoedig”; zoveel eeuwen hadden tot Hem geroepen, opdat Hij zich in zijn oneindige barmhartigheid zou verwaardigen tot zijn dienaren neer te dalen. Hij was al eerder neergedaald. Hij was aan enkele heiligen, martelaren en kluizenaars verschenen, zoals we in hun levensbeschrijvingen kunnen lezen. Bij ons aan Tyutchev, die heilig in zijn eigen woorden geloofde, en getuigt, dat onder de last van het Kruis, in een slavische dracht,

De Hemelse Koning, uitgeput en afgetobd
Onze moeder, Rusland, kwam  zegenen,
En Hij trok zwervend door het land.
En ik verzeker u, dat het zo was.

"En zie, één ogenblik verwaardigde Hij zich aan het volk te verschijnen, aan de gefolterden, aan de lijdenden, aan de in zonden vervallenen, die Hem desondanks kinderlijk liefhadden. Mijn verhaal speelt zich in Spanje af, in Sevilla, in de gruwelijke tijd van de Inquisitie, toen ter ere van God elke dag de brandstapels oplaaiden, en “in de luisterrijke auto-da-fe de goddeloze ketters werden verbrand.”

 

 1672661-1b9a3334d83f95a80c8b26d03798c1e6.jpg
Fjodor Dostojevski (30 oktober 1821 - 9 februari 1881)

 

 

De Amerikaanse dichter Ezra Pound werd geboren in Hailey, Idaho op 30 oktober 1885. Zie ook mijn blog van 30 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Ezra Pound op dit blog.

 

Middle-Aged

‘Tis but a vague, invarious delight
As gold that rains about some buried king.

As the fine flakes,
When tourists frolicking
Stamp on his roof or in the glazing light
Try photographs, wolf down their ale and cakes
And start to inspect some further pyramid;

As the fine dust, in the hid cell
Beneath their transitory step and merriment,
Drifts through the air, and the sarcophagus
Gains yet another crust
Of useless riches for the occupant,
So I, the fires that lit once dreams
Now over and spent,
Lie dead within four walls
And so now love
Rains down and so enriches some stiff case,
And strews a mind with
precious metaphors,

And so the space
Of my still consciousness
Is full of gilded snow,

The which, no cat has eyes enough
To see the brightness of.

 

 

Nicotine
Hymn to the Dope

Goddess of the murmuring courts,
Nicotine, my Nicotine,
Houri of the mystic sports,
trailing-robed in gabardine,
Gliding where the breath hath glided,
Hidden sylph of filmy veils,
Truth behind the dream is veiléd
E'en as thou art, smiling ever, ever gliding,
Wraith of wraiths, dim lights dividing
Purple, grey, and shadow green
Goddess, Dream-grace, Nicotine.

Goddess of the shadow's lights,
Nicotine, my Nicotine,
Some would set old Earth to rights,
Thou I none such ween.
Veils of shade our dream dividing,
Houris dancing, intergliding,
Wraith of wraiths and dream of faces,
Silent guardian of the old unhallowed places,
Utter symbol of all old sweet druidings,
Mem'ry of witched wold and green,
Nicotine, my Nicotine:

Neath the shadows of thy weaving
Dreams that need no undeceiving,
Loves that longer hold me not,
Dreams I dream not any more,
Fragrance of old sweet forgotten places,
Smiles of dream-lit, flit-by faces
All as perfume Arab-sweet
Deck the high road to thy feet

As were Godiva's coming fated
And all the April's blush belated
Were lain before her, carpeting
The stones of Coventry with spring,
So thou my mist-enwreathéd queen,
Nicotine, white Nicotine,
Riding engloried in they hair
Mak'st by-road of our dreams
Thy thorough-fare.

 

 1672661-f6d9c00020f7d04cace65628711d3ac9.jpg
Ezra Pound (30 oktober 1885 - 1 november 1972)
Portret door Eugene Paul Ullmann, 1909 

 

 

De Franse dichter en schrijver Paul Valéry werd geboren op 30 oktober 1871 in Sète Zie ook mijn blog van 30 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Paul Valéry op dit blog.

 

Die Schläferin

Welches Geheimnis da in der jungen Freundin glüht vor sich hin,-
Seele, die einer Blume Duft durch die sanfteste Maske genießt?
Aus was für nichtiger Nahrung erschließt
ihre arglose Wärme das Schimmern der Schläferin?
 
Atem, Traum, Schweigen -, unbezwingliche Stille, drin
du den Sieg hast, Friede, der stärker als Weinen fließt,
wenn der volle Schlaf, der sich ernsthaft und breit ergießt, -
einer solchen Feindin bewältigt den Eigensinn.
 
Schläferin: Hingabe, Schatten und Goldes ein Hauf,
aber dein furchtbares Ruhn tut so große Begabungen auf,
langhin, o Hindin, bei einer Traube gestreckte,
 
daß, wird die Seele, dir fern, auch im Hades betroffen,
doch deine lautere Form, die ein Arm wie im Fließen verdeckte,
wacht; sie wacht deine Form, und meine Augen sind offen.
 

 

 

Die Granaten

Halboffne Granaten, beengte,
die fast schon die Körner verlieren,
ihr seid mir wie Stirnen, von ihren
Gedanken gewaltig gesprengte!

Wenn Sonnen, die ihr ertruget,
euch also zum Hochmut geraten,
daß ihr, ihr geklafften Granaten,
rubinere Wände durchschluget,

und wenn eine Kraft es gewollt,
daß der Rinde trockenes Gold
über saftroten Steinen zerspringe,

so rührt sich in mir vor dem Spalt
eine meinige Seele der Dinge
und ihrer geheimen Gestalt.

 

Vertaald door Rainer Maria Rilke

 

 1672661-3dcd988652abe71bc4ee955694fc9d01.jpg
Paul Valéry (30 oktober 1871 – 20 juli 1945)
Zelfportret, z.j.

 


De Duitse dichter Georg Heym werd geboren op 30 oktober 1887 in Hirschberg. Zie ook mijn blog van 30 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Georg Heym op dit blog.

 

Ein Herbst-Abend

Du bist in einem alten Park geboren
Des Düfte, schwarz von Ulmen und Zypressen,
In deine Tage frühe Schatten warfen.

Warum sind sonst so traurig deine Wimpern
In dunkele Melancholie verloren
Wie an dem Herbstweg eines Blinden Harfen.

In Trauerweiden bist du einst gegangen,
Die vorbedeutend deinen Scheitel schlugen,
Und zittern sahst du dich in tiefen Bronnen.

Aus ihren Büschen, wenn die Schwestern riefen,
Wenn ihre hellen Stimmen fern verliefen,
Dann standest du in einen Traum versonnen,

Auf eine niedre Mauer sanft gelehnt,
Und spiegeltest die weiße Stirn so gern
In grüner Himmel müden Abendsonnen.

Wir trafen uns in Wald und bösem Sterne,
Da des Saturns gelbhaariger Fittich flog
Durch Waldes Wirrsal. Und in Waldes Ferne

Der Weg im Ausgang stand Donner-Licht.
Und wie verstockt von Schwüle sog das Blut
In unsrer Hand. - Vergiß der Stunde nicht.

Und zähle jede, die durch deine Hände
In leere Luft zerrinnt. Vielleicht, daß bald
Du einsam starrest in die toten Wände

Und daß dein Rufen ungehört verhallt.

 

 

Der Mond verbarg sich...

Der Mond verbarg sich, dunkel ward das Land.
Die Schatten sprangen aus der Büsche Wand.
Die Wiesen wuchsen grenzenlos und weit
In tiefe Nacht hinaus und ferne Dunkelheit.

Einsam im öden Moor, in tiefer Nacht.
Grausame Stille. Nur der Giergen Jagd
Läßt manchmal leis die Fledermäuse pfeifen,
Die mit dem Flügel kühl die Wange streifen.

 

 1672661-717e3b2cd980df46ac78c5755fb92a78.jpg
Georg Heym (30 oktober 1887 – 16 januari 1912)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 30e oktober ook mijn blog van 30 oktober 2011 deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:44 Reageer op dit bericht

Matthias Zschokke, Harald Hartung, Mohsen Emadi, Claire Goll, Zbigniew Herbert

De Zwitserse dichter, schrijver en filmmaker Matthias Zschokke werd geboren op 29 oktober 1954 in Bern. Zie ook mijn blog van 29 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Matthias Zschokke op dit blog.

Uit: Die strengen Frauen von Rosa Salva

„Anfang Januar lag in seinem Kasten ein Brief. Darin die Anfrage einer Kulturstiftung, ob er Lust und Zeit habe, zusammen mit seiner Familie ein halbes Jahr in einer venezianischen Wohnung zu residieren. Für alles sei gesorgt. Eine ortsansässige Frau werde ihm die Schlüssel überreichen und sich kümmern um sämtliche praktischen Probleme, die möglicherweise auftauchen könnten.
Er hatte keine Familie. Auch Freunde waren ihm nicht mehr viele geblieben, seitdem sich herumgesprochen hatte, dass er vom Glück auf beunruhigende Weise bevorzugt würde. Er fürchtete, die Einladung nach Venedig werde als weiterer Beweis für diesen Glücksverdacht betrachtet, worauf auch noch die letzten Bekannten den Kontakt zu ihm abbrechen – »sich mit Grausen von ihm abwenden« – würden. Doch I., die Frau, mit der zusammen er in Berlin lebte, hielt das für dummes Zeug. Sie kannte keine Angst vor dem Neid der Götter. Ihr gefiel die Vorstellung, ein halbes Jahr in Venedig zu verbringen. »Etwas Besseres als den Tod findest du überall«, sagte sie. Also nahm er die Einladung an.
01.06.
Letzte Mail aus Berlin an seinen Freund in Köln, nicht was man tut, wenn man gestochen ist, will ich wissen (Essigwickel, Zitronensäure, Muttispucke, Eiweißoder Siliceapaste usw.), sondern wie ich es anstellen soll, nachts nicht umsirrt zu werden, das möchte ich ein für alle Mal erfahren: Lavendelsträuße ins Zimmer, Zitronenbäume vors Fenster, einen Katzenkadaver auf den Fenstersims, Hausfledermäuse halten, Licht brennen lassen, Fenster geschlossen halten, im Durchzug liegen, sich vor dem Schlafengehen mit Franzbranntwein einreiben, mit Lebertran? Was hält Mücken davon ab, mir um die Ohren zu sirren und mich wach zu halten? Ab morgen muss ich die Antwort kennen.“

 

 1672158-b2c6c25c1f6b6eb20b02ac88126f8ffa.jpg
Matthias Zschokke (Bern, 29 oktober 1954)

 

 

De Duitse schrijver, dichter en literatuurwetenschapper Harald Hartung werd geboren op 29 oktober 1932 in Heme. Zie ook mijn blog van 29 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Harald Hartung op dit blog.

 

Wie Zachäus

Am Weg die Sykomore wächst schneller
als du hinaufgelangst auf diesen Baum
dich dem milden Mann zu empfehlen der
von der Menschenmenge erwartet wird

Sie werden auf den falschen tippen auf
die Tiara oder das gelbe Trikot
Doch gesetzt du tippst auf den richtigen –
da ist noch das Handicap mit dem Baum

Auch ist der Kühlschrank leer und kein Feuer
unter dem Herd

 

 

Nutzen der Archäologie

Heißer August, die Asche als glühender Regen –
so stimmig liest sich die klassische Katastrophe
Aber in Wahrheit reiften schon die Granatäpfel
gärte der Wein in den Fässern, trugen die Leute
Kappen aus Pelz, ein Nordostwind wehte gewöhnlich
(der transportierte dann auch den tödlichen Fallout)
Also November! Auch ein Fortschritt der Wissenschaft:
drei Monate Frist für die Bewohner Pompejis
(wenn auch post festum aber doch besser als gar nichts)
Die Ahnungslosen, wären sie dankbar gewesen?
So wenig wie wir. Wie nachsichtig sind die rückwärts-
gewandten Propheten. Gerne wimmeln wir weiter

 

 

Ende der Partie

Wir legen die Schmerzen ab (den Schmerz)
die Bitterkeiten (die Bitterkeit)
die Träume (den Traum)
und die Worte (das Wort)
jene Karte die endlich
zeitlupenhaft den ganzen Stapel
ins Rutschen bringt

 

 

 1672158-5eae9e9fd9887dc65fb593d81c219d3f.jpg
Harald Hartung (Herne, 29 oktober 1932)

 

 

De Iraanse dichter en vertaler Mohsen Emadi werd geboren op 29 oktober 1976 in Sari. Zie ook mijn blog van 29 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Mohsen Emadi op dit blog.

 

The moon always shines in vain

The moon always shines in vain
and wars don’t start without a reason,
but the one who goes and the one who remains
are both defeated by accident.
So look into my eyes
as you pack your bags
and say your goodbyes.
Without regret
you will carry the joy of your last cigarette
until the train starts to leave
because truth is the child of regret
and I don’t want to be your truth
So close your eyes
and kiss me
until the metal of your kisses melts in my veins
and gets cast in the indifference of the moon
because the train is approaching the station,
that is to say– beauty is the child of impossibility
and gets to be possible only in the womb of despair
where my skin
is the imagination of the earth
at the moment you snub out
your cigarette with your feet
and you turn eternal.

searchlights halt
on the sculpture of the full moon
in the abandoned station
at the moment of bombardment.

 

Vertaald door Lyn Coffin

 

 1672158-98eef0725d0d9f02fcd2ed1caa556746.jpg
Mohsen Emadi (Sari, 29 oktober 1976)

 

 

De Duits – Franse schrijfster Claire Goll werd geboren op 29 oktober 1890 in Nürnberg. Zie ook mijn blog van 29 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Claire Goll op dit blog.

 

Während wir einschlafen

Während wir einschlafen wird Frühling:
Blüht Goldlack aus deinen Augen,
Versucht ein Vogel sein Nachtgebet:
Ich möchte noch schluchzen,
Aber ich schlafe schon.

Es ist warm wie in Italien in deinem Arm.
Deine Augen sind Datteln, braun und süss,
Und dein Mund schmeckt noch östlicher
Nach Feigen von Smyrna.
In rosa Lorbeerhainen
Geht der neue Orpheus spazieren
Mit seinem Dackel.

Von deinem Traum zu meinem
Führen Palmenalleen;
Denn wir träumen ein und denselben Traum,
Ein und dasselbe Leben,
Ein und denselben Tod.

 

 

Liebe

Ich liebe die Stille zwischen uns
Dieselbe Stille wie zwischen Blumen.
Das leise Schweigen am Morgen,
Das lautere des Abends
Und das zitternde zu Mitternacht
Das um den Andern fürchtet.

Ich mag nicht, dass Menschen kommen
Und uns unsere Stille stehlen,
Die gross ist wie die Stille der Kathedralen.
Ach, wie sie es zerbrechen
Unser blaues Schweigen aus venetianischem Glas.
Ich könnte weinen, wenn Fremde kommen.
Nur die Vögel draussen verstehen uns
Und singen unsre Stille
Und machen uns noch stummer vor der Ewigkeit.
Stille, süsser Vorschuss auf den Tod,
Sag dem Geliebten wie ich ihn liebe.

 

 1672158-ecd2d517f99b468ac68d3be1e10f7263.jpg
Claire Goll (29 oktober 1890 – 30 mei 1977)
Portret door Albert Gleizes, 1920 

 

 

De Poolse dichter, schrijver en essayist Zbigniew Herbert werd geboren op 29 oktober 1924 in Lemberg. Zie ook alle tags voorZbigniew Herbert op ditblog en ook mijn blog van 29 oktober 2009 en ook mijn blog van 29 oktober 2010

 

Regen

Toen mijn oudste broer
terugkwam van de oorlog
had hij een zilveren sterretje op het voorhoofd
en onder dat sterretje
was de afgrond

het was een scherf van een schrapnel
die hem bij Verdun had getroffen
of misschien bij Grunwald
(de bijzonderheden was hij vergeten)

hij sprak veel
in vele talen
maar het meest hield hij
van de taal van de geschiedenis

zolang hijn ademen kon had hij
gevallen kameraden overeind getrokken
Roland Karelsen Hannibal

steeds geroepen
dat dit de laatste kruistocht was
dat Carthago weldra vallen zou
waarna hij snikkend bekende
dat Napoleon niet van hem hield

we zagen hem
verbleken
verlaten door zijn zinnen
werd hij langzaam tot een beeld
in de muziekschelpen van zijn oren
trad een stenen bos

terwijl de huid van zij gezicht
werd dichtgeknoopt
met twee blinde droge
knoopjesoren

wat hem restte
was de tast

ongelooflijk zoals hij
met zijn handen kon vertellen
in de rechter had hij liefdesverhalen
in de linker soldatenherinneringen

mijn broer werd opgehaald
en uit de stad gebracht

nu komt hij elk najaar terug
stil en mager
hij wil niet binnen komen
klopt op het raam ik ga naar buiten

we wandelen door de straten
en hij vertelt mij
de meest fantastische verhalen
zijn gezicht aanrakend
met blinde vingers die huilen.

 

Vertaald door Gerard Rasch

 

 1672158-f3b20d9af5a056d1e28d408bdc3c86ff.jpg
Zbigniew Herbert (29 oktober 1924 – 28 juli 1998)
Portret door Zbigniew Kresowaty, z.j.

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 29e oktober ook mijn blog van 29 oktober 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:32 Reageer op dit bericht

Lodewijk van Oord

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Nederlandse schrijver Lodewijk van Oord werd geboren in Madrid in 1977. Van Oord woont al het grootste deel van zijn leven in het buitenland. Na zijn studies in Leiden en Utrecht doceerde hij in een twaalfde-eeuws kasteel op de kliffen van Wales. Hij debuteerde met gedichten in “De Revisor” en publiceerde verhalen, essays en opiniestukken in verschillende dagbladen en literaire tijdschriften. Zijn bijdragen werden meermaals genomineerd voor literaire prijzen. Voor het verhaal ‘Thesmophoria’ won hij de Nieuw Proza Prijs 2011. In 2010 verruilde Van Oord het kasteel in Wales voor de heuvels van Swaziland, waar hij onderwijsdirecteur werd aan het Waterford Kamhlaba, de eerste en lange tijd enige multiraciale school in Afrika. Sinds 2014 woont en werkt hij in het Italiaanse dorpje Duino, nabij Triëst.

Uit:Albrecht en wij

“De gorgelende neussnuif van het nijlpaard, abrupt in de rede gevallen door getrompetter van twee olifanten, daarna een roekeloze brul uit de diepte van een leeuwenmuil. De medemens heeft een wekker, ik heb de monsterlijke klanken der natuur. Elke ochtend als ik naar de badkamer loop bedenk ik dat er beroerdere manieren zijn om wakker gemaakt te worden. In de spiegel werp ik een snelle blik op mijn driedagenbaardje, scheren lijkt me ook vandaag niet nodig. Het grootste deel van de dag zal ik thuis aan mijn keukentafel doorbrengen en werken aan de presentatie die ik aan het eind van de middag ga houden.
De dagen dat ik gehaast de grachten af fietste, van subsidiecommissie naar private mede-investeerder, van de bank naar het Filmfonds, met onder mijn snelbinders financieringsvoorstellen en project proposals, behoren gelukkig tot het verleden. Ik leef nu in een absolute jongensdroom, ben als hoofdpersoon gecast in de film waarvan ik zelf het scenario heb mogen schrijven. Inmiddels is het twee jaar geleden dat ik de stap nam waar velen van opkeken, maar die ik zelf nog altijd niet als een al te radicale overgang beschouw. Ik verruilde de geldwolven op de Herengracht voor de manenwolven in het hondenverblijf, de gieren aan het Museumplein voor hun vale soortgenoten in de monumentale roofvogelvolière. Die hele kudde aan spitsvondige, goedgebekte collega’s heb ik eigenlijk nog geen seconde gemist: als ik de mensen uit mijn vorige leven in de stad tegen het lijf loop komen ze me als wezensvreemd voor, een gevoel dat haast wel wederzijds moet zijn. Het verplichte oppervlakkige gesprekje – hoe gáát het, ja, man, goed, druk, oké – stokt over het algemeen al snel, waarna een van ons zich met een matig excuus uit de voeten maakt.
Ik open mijn gordijnen en werp een blik naar buiten. Bewolkte lucht, wiegende toppen, gevallen blad op de perken en paden. Het is droog, maar zo te zien nog fris, met een stevige wind die weleens venijnig zou kunnen zijn. Uit de mand met vuile was haal ik mijn rode lievelingsshirt en trek daaroverheen mijn gelukscolbertje aan, het rafelige suède jasje dat ik een leven geleden voor een geeltje op het Waterlooplein heb gekocht.”

 

 1672155-75102814cef081c843e4bdeab1f19253.jpg
Lodewijk van Oord (Madrid, 1977)

Geschreven door Romenu om 18:22 Reageer op dit bericht

Dominick Dunne

De Amerikaanse schrijver, journalist en filmproducent Dominick Dunne werd geboren 29 oktober 1925 in Hartford, Connecticut. Dunne was een van de zes kinderen uit een rijke familie. Zijn vader Edwin Richard Dunne was chef-arts in een kliniek en een bekend cardioloog. Een van zijn broers was de schrijver John Gregory Dunne. Na zijn studie aan de Universiteit van Williams, diende hij als een soldaat in WO II. Na een professionele start bij de televisie produceerde hij een aantal films: 1970 The Boys in the Band, 1971 The Panic in Needle Park met Al Pacino 1972 Play As It Lays en 1973 Ash Wednesday, met Elizabeth Taylor en Henry Fonda. Alcoholisme en drugsgebruik maakten een einde aan zijn carrière als filmproducent. Een persoonlijk drama gaf de impuls voor zijn tweede carrière: In 1982 werd zijn 22-jarige dochter, de actrice Dominique Dunne, gewurgd door haar minnaar. Tina Brown, toen hoofdredacteur van Vanity Fair, stelde hem voor om voor het tijdschrift over het proces te berichten. Hij schreef de reportage “Justice: A Father’s Account of the Trial of His Daughter’s Killer”. De ervaringen rondom de dood van zijn dochter verwerkte hij in deroman “People Like Us”, waarin een vader probeert de moordenaar van zijn dochter te vermoorden en daarom wordt veroordeeld. Dunne rapporteerde o.a. ook over de berechting van Claus von Bulow, tegen de broers Lyle en Erik Menendez en 1994 over de moordzaak van OJ Simpson. In zijn rapport maakte hij van zijn overtuiging dat Simpson schuldig was, geen geheim. Vanwege zijn meedogenloze rapportages werd Dunne vaak vergeleken met Truman Capote. In 1990 verscheen de roman “An inconvenient Woman”, in 1993 „A Season in Purgatory“, en in 1997 „Another City, Not My Own“.

Uit: Another City, Not My Own

“Yes, yes, it's true. The conscientious reporter sets aside his personal views when reporting events and tries to emulate the detachment of a camera lens, all opinions held in harness, but the man with whom this narrative deals did not adhere to this dictum, at least when it came to the subject of murder, a subject with which he had had a personal involvement in the past. Consequently, his reportage was rebuked in certain quarters of both the journalistic and the legal professions, which was a matter of indifference to him. He never hesitated to speak up and point out, in print or on television, that his reportage on matters of murder was cheered by much larger numbers in other quarters. "Walk down Madison Avenue with me and see for yourself how often I am stopped by total strangers," he said in reply to a hate letter he received from an enraged man who wrote that he had vilified O.J. Simpson "through the pages of your pretentious magazine for two and a half years."
His name, as it appeared in print or when he was introduced on television, was Augustus Bailey, but he was known to his friends, and even to those who disliked him intensely, because of the way he had written about them, as Gus, or Gus Bailey. His name appeared frequently in the newspapers. His lectures were sold out. He was asked to deliver eulogies at important funerals or to introduce speakers at public events in hotel ballrooms. He knew the kind of people who said "We'll send our plane" when they invited him for weekends in distant places.
From the beginning, you have to understand this about Gus Bailey: He knew what was going to happen before it happened. His premonitions had far less to do with fact than with his inner feelings, on which he had learned to rely greatly in the last half dozen years of his life. He said over the telephone to his younger son, Zander, the son who was lost in a mountain-climbing mishap during the double murder trial of Orenthal James Simpson, "I don't know why, but I keep having this feeling that something untoward is going to happen to me."


1806837-3385c6e5e57e7dfbaf3921166777e4d0.jpg
Dominick Dunne (29 oktober 1925 - 26 augustus 2009)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Evelyn Waugh, Jan Weiler, JMH Berckmans, John Hollander, Al Galidi, Uwe Tellkamp

De Britse schrijver Evelyn Waugh werd geboren in Londen op 28 oktober 1903. Zie ook mijn blog van 28 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Evelyn Waugh op dit blog.

Uit: Brideshead Revisited

“I threw open my windows and from the quad outside came the not uncommon sounds of bibulous laughter and unsteady steps. A voice said: "Hold up"; another, "Come on"; another, "Plenty of time . . . House . . . till Tom stops ringing"; and another, clearer than the rest, "D'you know I feel most unaccountably unwell. I must leave you a minute," and there appeared at my window the face I knew to be Sebastian's -- but not as I had formerly seen it, alive and alight with gaiety; he looked at me for a moment with unseeing eyes and then, leaning forward well into the room, he was sick.
It was not unusual for dinner parties to end in that way; there was in fact a recognized tariff on such occasions for the comfort of the scout; we were all learning, by trial and error, to carry our wine. There was also a kind of insane and endearing orderliness about Sebastian's choice, in his extremity, of an open window. But, when all is said, it remained an unpropitious meeting.

 

 1671713-f77a8ce277aa31ad63e769785f72ad14.jpg
Anthony Andrews als Sebastian in de tv-serie Brideshead Revisited uit 1981

 

His friends bore him to the gate and, in a few minutes, his host, an amiable Etonian of my year, returned to apologize. He, too, was tipsy and his explanations were repetitive and, towards the end, tearful. "The wines were too various," he said; "it was neither the quality nor the quantity that was at fault. It was the mixture. Grasp that and you have the root of the matter. To understand all is to forgive all."
"Yes," I said, but it was with a sense of grievance that I faced Lunt's reproaches next morning.
"A couple of jugs of mulled claret between the five of you," Lunt said, "and this had to happen. Couldn't even get to the window. Those that can't keep it down are better without it."

 

 1671713-269fd9b5ac225e2e57ac856d10b321d0.jpg
Evelyn Waugh (28 oktober 1903 – 10 april 1966)
Waugh als student in Oxford, 1923

 

 

De Duitse schrijver en journalist Jan Weiler werd geboren op 28 oktober 1967 in Düsseldorf. Zie ook alle tags voor Jan Weiler op dit blog.

Uit: Das Pubertier

„Bevor diese ganze Sache bei uns anfing, hatte ich eigentlich ganz romantische Vorstellungen von der Pubertät unserer Tochter Carla. Ich dachte daran, dass sie womöglich mal Alkohol trinken und Zigaretten ausprobieren und dass ich das auch irgend- wie okay finden würde. Ich stellte mir vor,dass ich mit ihr schöne und inspirierende Diskussionen erleben und ihr sozusagen beim Erwachsenwerden zuschauen könnte. Ich wünschte mir diese Phase in Carlas Leben als gemeinsames Abenteuer, bei dem man zusammen auf Konzerte geht. Schließlich waren wir ja auch jung. Irgendwie sind ja alle jung.
Doch dann waren meine reizende Gattin Sara und ich bei Freunden eingeladen. Zum Essen. Irgendwann mittendrin flog die Tür auf, und eine verpickelte Silvesterrakete flog grußlos durch den Raum. Ich erkannte darin Emilia, ihre Tochter – ein Geschöpf, das wenige Jahre vorher noch auf meinem Schoß gesessen und mir alles Wissenswerte über Polly Pocket und Hannah Montana nahegebracht hatte. Und nun das.
Emilia gab mir auf Anordnung ihres Vaters missgelaunt ihre schlaffe Pfote und meckerte kurz über die stinkenden Blumenleichen, die wir in der Annahme, es handele sich um einen hübschen Strauß, mitgebracht hatten. Dann fragte sie, ob sie was vom Dessert haben könne,und verschwand in der Küche. Schließlich tauchte sie wieder auf, um zu fragen, wer ihr blaues Sweatshirt habe. Ich zeigte belustigt auf, wurde mit Nichtbeachtung bestraft, und es folgte ein ungnädiger Schwall von Vorwürfen an ihre Mutter. Am Ende verabschiedete sich Emilia Richtung Party von irgendeinem Paul und ging linksseitig ab, wenn auch ohne Szenenapplaus.“

 

 1671713-0ac088ec4cbb4a310b7aff694b69e670.jpg
Jan Weiler (Düsseldorf, 28 oktober 1967)

 

 

De Vlaamse schrijver JMH Berckmans (Jean-Marie Henri) werd geboren in Leopoldsburg op 28 oktober 1953. Zie ook mijn blog van 28 oktober 2010 en eveneens alle tags voor JMH Berckmans op dit blog.

Uit: Binnendoor naar Beverlo

“geachte heer adviserend geneesheer
ik wend mij tot u omdat ik ten einde raad ben
u bent de enige die mij kan helpen
ik wend mij in uw persoon natuurlijk tot het ziekenfonds als
zodanig
als staatsinstelling van openbaar nut en voor maatschappelijk
welzijn
ik wend mij tot u om u een fiets te vragen
of ik van het ziekenfonds een fiets kan krijgen
ik heb geen fiets
ik kan me ook geen fiets veroorloven
en ik zou er graag een hebben
u zal in uw dossiers kunnen lezen dat ik van een piepklein
uitkerinkje geniet en mijn vaste kosten zijn hoog
huur zesduizend fr
medikatie en verzorging zesduizend fr
dat is al twaalfduizend fr
het ziekenhuis komt voor die zesduizend fr medikatie en
verzorging niet tussen hoewel ik al verschillende keren een
speciale aanvraag in die zin heb gedaan
eten drinken vuur licht huishouding en sanitair
achtduizend fr
dat is tweeduizend fr per week
niet eens
daarvan kan ik onmogelijk geld over houden voor een fiets
en ik zou graag een fiets hebben
als ik een fiets had zou ik fietsen
dat de spetters in het rond vliegen
dan zou ik zo zwaarmoedig en zo neerslachtig niet zijn
dan kwam ik eens buiten
dan kon ik er eens op uit
de landweg op
naar het dorp”

 

 1671713-f8362bf158cf26841197cbf50e000d12.jpg
JMH Berckmans (28 oktober 1953 - 31 augustus 2008)

 

 

De Amerikaanse dichter en criticus John Hollander werd geboren op 28 oktober 1929 in New York. Zie ook mijn blog van 28 oktober 2010 en eveneens alle tags voor John Hollander op dit blog.

 

Late August on the Lido

To lie on these beaches for another summer
Would not become them at all,
And yet the water and her sands will suffer
When, in the fall,
These golden children will be taken from her.

It is not the gold they bring: enough of that
Has shone in the water for ages
And in the bright theater of Venice at their backs;
But the final stages
Of all those afternoons when they played and sat

And waited for a beckoning wind to blow them
Back over the water again
Are scenes most necessary to this ocean.
What actors then
Will play when these disperse from the sand below them?

All this over until, perhaps, next spring;
This last afternoon must be pleasing.
Europe, Europe is over, but they lie here still,
While the wind, increasing,
Sands teeth, sands eyes, sands taste, sands everything.

 

 1671713-c7750b3f4dc789dfeae2a32f8801792c.jpeg
John Hollander (28 oktober 1929 – 17 augustus 2013)
Uitzicht op het Lido in augustus

 

 

De Nederlandstalige dichter en schrijver Al Galidi (eigenlijk Rodhan Al Khalidi) werd geboren werd in Al-Najaf(een klein dorpje in het Zuiden van Irak). Zie ook mijn blog van 28 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Al Galidi op dit blog.

 

Het eerste mislukte begin

Ze hebben de muur bezet,
de zolder gegijzeld,
het dak vermoord
en het raam dichtgetimmerd.
Ze dwongen het balkon
zijn planten
op de stoep te gooien
en zelfmoord
te plegen.
Ze begroeven de kelder,
ze bevalen de schuur haar rommel achter te laten
en te verdwijnen
en
ik
leef nog.
Ik kook voor mijn vrienden,
koop beltegoed voor mijn woorden
en het belangrijkste:
ik kan nog slapen,
minstens zes uur per nacht
en soms zelfs
zonder slaaptabletten.

 

 1671713-8a6b4270e23deb5118c37e0cb3bd18ba.jpg
Al Galidi (Al-Najaf, 1971)

 

 

De Duitse schrijver Uwe Tellkamp werd geboren op 28 oktober 1968 in Dresden. Zie ook mijn blog van 28 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Uwe Tellkamp op dit blog.

Uit: Der Turm

„…die heisere Rebellion einer Fliegeruhr, in der zweiten Etage der Pension Steiner, beim ehemaligen Generalstäbler in Rommels Afrikakorps; das Pekinesenkeckern im Appartement am Ende des Flurs, wo ein Mann namens Hermann Schreiber wohnte, einst Meisterspion der zaristischen Ochrana und der Roten Truppen; eine Uhr mit dem Zarenwappen, aus der Erstürmung des Winterpalais’ in St. Petersburg gerettet, 1917; ich höre, als säße ich in seiner Sprechstunde oder stünde im Röntgenwagen einer der jährlichen Tbc-Reihenuntersuchungen und blickte auf das Schwarzweiß des Durchleuchtungsschirms, über das der grauhaarige Arzt sich beugt, das Krächzen von Dr. Fernaus Taschenuhr; die Porzellanglocken am Zwinger fallen ein, die Uhren im Gebäude der Staatlichen Plankommission, ehemals Reichsluftfahrtministerium, höre ich unbeirrt von Schritten, Hast auf den Gängen, Telefonklingeln, Zeitläuften, dem Geräusch der Paternosteraufzüge weiterrücken
– Auf dem Meer, dem dunklen Ozean in immerwährender Nacht, suchend, suchend, der sich zweigte in Strom und Flüsse, kriechend um die Bewohnten Inseln
– Und hörte die Uhren der Papierrepublik über die Meeresarme klingen tönen schlagen, Gelehrteninsel: Schneckenkegel, der zum Himmel wuchs, Helix, auf den Tisch gezeichnet in Auerbachs Keller, Wohnungen verbunden durch Stiegen, Häuser verschraubt mit Treppen, Gehörgänge auf Reißbrettern entworfen, Spinnweben, die Brücken
– In der Nacht, die rostigen, die vom Mehltau des Schlafs befallenen, die von Säuren zerfressenen, die bewachten, die brombeerumrankten, die im Grünspan gefangenen, festgeschmiedet der Preußische Adler, die Schlag Mitternacht ihre Lauschtiere freilassenden, die hundertäugigen Periskope reckenden, Okulare scharfstellenden, bannertragenden, die von den Schornsteinen geschwefelten, Musiklinien vortäuschenden, mit Bitumen bewalzten, von Tropfnässe Sickernässe Schwitznässe faulenden, die durch schimmelnde Akten kriechenden, mit Stacheldraht betreßten, mit Ziffernblättern verbleiten Brücken; was war ATLANTIS, das wir nachts betraten, wenn das Mutabor gesprochen war, das unsichtbare Reich hinter dem sichtbaren, das erst nach langen Aufenthalten, den Touristen nicht und nicht den Traumlosen, aus den Konturen des Tages brach und Risse hinterließ, einen Schatten unter den Diagrammen dessen, was wir Die erste Wirklichkeit nannten, ATLANTIS: Die zweite Wirklichkeit, Insel Dresden / die Kohleninsel / die Kupferinsel der Regierung / Insel mit dem roten Stern / die Askanische Insel, wo Justitias Jünger arbeiteten, zu ATLANTIS verknüpft versponnen verkrustet“

 

 1671713-18d3bc6fb4218b8a81a3056f66d93473.jpg
Uwe Tellkamp (Dresden, 28 oktober 1968)
Sebastian Urzendowsky als Christian in de tv-film “Der Turm” uit 2012




Zie voor nog meer schrijvers van de 28e oktober ook
mijn blog van 28 oktober 2012 deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:10 Reageer op dit bericht

Sylvia Plath, Dylan Thomas, Zadie Smith, Nawal el Saadawi, Albrecht Rodenbach, Jamie McKendrick

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Sylvia Plath werd geboren op 27 oktober 1932 in Jamaica Plain, een buitenwijk van Boston. Zie ook mijn blog van 27 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Sylvia Plath op dit blog.

 

The Everlasting Monday

Thou shalt have an everlasting
Monday and stand in the moon.

The moon's man stands in his shell,
Bent under a bundle
Of sticks. The light falls chalk and cold
Upon our bedspread.
His teeth are chattering among the leprous
Peaks and craters of those extinct volcanoes.

He also against black frost
Would pick sticks, would not rest
Until his own lit room outshone
Sunday's ghost of sun;
Now works his hell of Mondays in the moon's ball,
Fireless, seven chill seas chained to his ankle.

 

 

April Aubade

Worship this world of watercolor mood
in glass pagodas hung with veils of green
where diamonds jangle hymns within the blood
and sap ascends the steeple of the vein.

A saintly sparrow jargons madrigals
to waken dreamers in the milky dawn,
while tulips bow like a college of cardinals
before that papal paragon, the sun.

Christened in a spindrift of snowdrop stars,
where on pink-fluted feet the pigeons pass
and jonquils sprout like solomon's metaphors,
my love and I go garlanded with grass.

Again we are deluded and infer
that somehow we are younger than we were.

 

 

Ode For Ted

From under the crunch of my man's boot
green oat-sprouts jut;
he names a lapwing, starts rabbits in a rout
legging it most nimble
to sprigged hedge of bramble,
stalks red fox, shrewd stoat.

Loam-humps, he says, moles shunt
up from delved worm-haunt;
blue fur, moles have; hefting chalk-hulled flint
he with rock splits open
knobbed quartz; flayed colors ripen
rich, brown, sudden in sunlight.

For his least look, scant acres yield:
each finger-furrowed field
heaves forth stalk, leaf, fruit-nubbed emerald;
bright grain sprung so rarely
he hauls to his will early;
at his hand's staunch hest, birds build.

Ringdoves roost well within his wood,
shirr songs to suit which mood
he saunters in; how but most glad
could be this adam's woman
when all earth his words do summon
leaps to laud such man's blood!

 

 1671219-a68f9e781be601b93a2e28df5a29d53a.jpg
Sylvia Plath (27 oktober 1932 – 11 februari 1963)
Hier met dichter  en echtgenoot Ted Hughes

 

 

De Engelse dichter Dylan Thomas werd geboren op 27 oktober 1914 in Swansea in Wales. Zie ook mijn blog van 27 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Dylan Thomas op dit blog.

 

Do You Not Father Me

Do you not father me, nor the erected arm
For my tall tower's sake cast in her stone?
Do you not mother me, nor, as I am,
The lovers' house, lie suffering my stain?
Do you not sister me, nor the erected crime
For my tall turrets carry as your sin?
Do you not brother me, nor, as you climb,
Adore my windows for their summer scene?

Am I not father, too, and the ascending boy,
The boy of woman and the wanton starer
Marking the flesh and summer in the bay?
Am I not sister, too, who is my saviour?
Am I not all of you by the directed sea
Where bird and shell are babbling in my tower?
Am I not you who front the tidy shore,
Nor roof of sand, nor yet the towering tiler?

You are all these, said she who gave me the long suck,
All these, he said who sacked the children's town,
Up rose the Abraham-man, mad for my sake,
They said, who hacked and humoured, they were mine.
I am, the tower told, felled by a timeless stroke,
Who razed my wooden folly stands aghast,
For man-begetters in the dry-as-paste,
The ringed-sea ghost, rise grimly from the wrack.

Do you not father me on the destroying sand?
You are your sisters' sire, said seaweedy,
The salt sucked dam and darlings of the land
Who play the proper gentleman and lady.
Shall I still be love's house on the widdershin earth,
Woe to the windy masons at my shelter?
Love's house, they answer, and the tower death
Lie all unknowing of the grave sin-eater.

 

 

I Have Longed to Move Away

I have longed to move away
From the hissing of the spent lie
And the old terrors' continual cry
Growing more terrible as the day
Goes over the hill into the deep sea;
I have longed to move away
From the repetition of salutes,
For there are ghosts in the air
And ghostly echoes on paper,
And the thunder of calls and notes.

I have longed to move away but am afraid;
Some life, yet unspent, might explode
Out of the old lie burning on the ground,
And, crackling into the air, leave me half-blind.
Neither by night's ancient fear,
The parting of hat from hair,
Pursed lips at the receiver,
Shall I fall to death's feather.
By these I would not care to die,
Half convention and half lie.

 

 1671219-3808d50033fd29867bcb8522082a933d.jpg
Dylan Thomas (27 oktober 1914 – 9 november 1953)
Portret door Augustus John, z.j.

 

 

De Engelse schrijfster Zadie Smith werd geboren op 27 oktober 1975 in Londen. Zie ook alle tags voor Zadie Smith op dit blog en eveneens mijn blog van 27 oktober 2010

Uit: On Beauty

“The family are another thing again – they deserve more space and time than I have right now (I'm writing this on my lunch hour). But in brief: one boy: Michael, nice, sporty. A little dull, I guess. You'd think he was anyway. He's a business guy – exactly what business I haven't been able to figure out. And he's huge! He's got two inches on you, at least. They're all big in that athletic, Caribbean way. He must be 6' 5'. There's also a very tall and beautiful daughter, Victoria- who I've seen only in photos (she's inter-railing in Europe), but she's coming back for a while on Friday, I think. Monty's wife, Carlene Kipps – perfect. She's not from Trinidad, though – It's a small island, St something – but I'm not sure. I didn't properly hear it the first time she mentioned it and now it's like it's too late to ask. She's always trying to fatten me up – she feeds me constantly. The rest of the family talk about sports and God and politics and Carlene floats above it all like a kind of angel – and she's helping me with prayer. She really knows how to pray – and it's very cool to be able to pray without someone in your family coming into the room and a) passing wind b) shouting c) analysing the 'phoney metaphysics' of prayer d) singing loudly e) laughing.
So that's Carlene Kipps. Tell Mom that she bakes. Just tell her that and then walk away chuckling . . . .
Now, listen to this next bit carefully: in the morning THE WHOLE KIPPS FAMILY have breakfast together and a conversation TOGETHER and then get into a car TOGETHER (are you taking notes?) – I know, I know – not easy to get your head around. I never met a family who wanted to spend so much time with each other.”

 

 1671219-2d99d941e0c422e766d5021dc87513de.jpg
Zadie Smith (Londen, 27 oktober 1975)

 

 

De Egyptische schrijfster, gynaecologe, moslimfeministe en politiek activiste Nawal el Saadawi werd geboren in Kafr Tahla op 27 oktober 1931. Zie ook alle tags voor Nawal el Saadawi op dit blog en ook mijn blog van 27 oktober 2010

Uit: Woman at Point Zero

“The day came when I departed from my uncle’s house and went to live with Sheikh Mahmoud….He was already over sixty, whereas I had not yet turned nineteen. On his chin, below the lip, was a large swelling, with a hole in the middle. Some days the hole would be dry, but on others it would turn into a rusty old tap exuding drops red in colour like blood, or whitish yellow, like pus. When the hole dried up, I let him kiss me. I could feel the swelling on my face and lips like a small purse, or a water skin, full of a stagnant greasy fluid. But on days when it was not dry I would turn my lips and face away to avoid the odour of dead dogs which emanated from it. At night he would wind his arms and legs around me, and let his hold, gnarled hand travel all over my body, like the claws of a starving man who has been deprived of real food for many years wipe the bowl of food clean, and leave not a single crumb behind.”
ØP54 – “When the dustman came to empty the refuse from the bin, he would go through it carefully before putting it out on the landing. One day he discovered some leftover scraps of food, and started yelling at me so loudly that all the neighbours could hear. After this incident, he got into the habit of beating me whether he had a reason for it or not. On one occasion he hit me all over with his shoe. My face and body became swollen and bruised. So I left the house and went to my uncle. But my uncle told me that all husbands beat their wives, and my uncle’s wife added that her husband often beat her.”

 

 1671219-85d7795e4c194b05efd33cac50c80928.jpg
Nawal el Saadawi (Kafr Tahla, 27 oktober 1931)

 

 

De Belgische dichter en schrijver Albrecht Rodenbach werd geboren te Roeselare op 27 oktober 1856. Zie ook mijn blog van 27 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Albrecht Rodenbach op dit blog.

 

Psalm

God, onze Heer, Gij zijt de Heer der Heren.
Gij draagt de wereld op uw hand;
lacht ge op een volk, het bloeit in roem en ere,
keert Gij uw blikken, 't stort in 't zand!

God, onze Heer, gij loecht* weleer op Vlaanderen;
toen was het machtig, schoon en fier;
kluister en juk, het sloeg ze ruw aan spaandren:
" Vrijheid en Nering!" klonk het hier.

God, onze Heer, wil 't jong geslacht aanhoren;
red Vlaanderen uit zijn diepe val!
Zegen de eed door allen trouw gezworen;
Vlaanderen, Vlaanderen boven al!

 

 1671219-314c6b7b2a73e4f82e20643e9af2eab0.jpg
Albrecht Rodenbach (27 oktober 1856 – 23 juni 1880)
Standbeeld in Roeselare

 

 

De Engelse dichter en vertaler Jamie McKendrick werd op 27 oktober 1955 in Liverpool geboren. Zie ook alle tags voor Jamie McKendrick op dit blog.

 

Il Capitano

He keeps a dark shed by the beachhuts and boathouses
smelling of diesel and damp wool;
there's a yellowed notice tacked to the door
in a strange hand, or a strange tongue like the babble
of waves on pebbles, cursives of broken shell.

Bound in his nets and tackle, he carries a trident
to tap the ground in the tireless pacing
that keeps him always in sight of the sea
where the spiny rocks sift back the waves
like krill-less drizzle from the teeth of whales.

The villagers tell how once, years back,
he commanded a vessel wrecked miles out
and drifted days on a fragment of deck.
Ever since his rescue he's lived like the last man alive
in this coast resort buzzing with tourists and Vespas.

He was washed up here like the rest of us
by seed, tide, trade or fate but clearly lives,
oblivious of custom, under a different sky
- the stars urgent and legible; the miles of black salt
crashing into coves, his intimate blueprint.

It's said tha't sometimes he sights a ship
far out in the blue and foams with an exquisite
panic of recognition. Dropping his stick
he thrashes through the waves like a fierce child
till the fishermen gently drag him back again
.

 

 1671219-b00be6ae93bb5a347c3de1c7f7269f13.jpg
 Jamie McKendrick (Liverpool, 27 oktober 1955)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 27 oktober ook mijn blog van 27 oktober 2013 deel 1 en eveneens deel 2. 

 

Zie voor onderstaande schrijver ook mijn blog van 27 oktober 2008.

 

De Iraanse schrijver en filmmaker Reza Allamehzadeh werd geboren op 27 oktober 1943 in Sari, Mazandaran.

Geschreven door Romenu om 18:13 Reageer op dit bericht

Jan Wolkers, Marja Pruis, Andrew Motion, Maartje Wortel, Stephen L. Carter, Karin Boye

De Nederlandse dichter, schrijver en beeldend kunstenaar Jan Wolkers werd geboren in Oegstgeest op 26 oktober 1925. Zie ook mijn blog van 26 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Jan Wolkers op dit blog.

 

De winterslaap

Als de sneeuw niet meer
Smelten wil,
Een boterham met dubbel jam
De mond niet opent,
een oog kijkt eerder scheel
naar een gebroken ruit –
Dan hangt men lakens voor het raam,
De kille bloedsomloop
Zakt naar de modder,
Er is geen wakker worden aan.

 

 

Uitzicht

Spelende kindren in de voorjaarszon,
En in de verre tuinen vogelfluiten.
Al wordt geluk van later leed de bron,
Vandaag is dit geluk door niets te stuiten.

De straten liggen eenzaam en verlaten.
Een vrouw zingt ergens voor een open raam.
En de geliefden die de tijd verpraten,
Noemen elkander met een tere naam.

Tegen de horizon de paarse bossen,
Daarvoor de weilanden nog nat van dauw.
En tussen de groene weiden, tulpen, rose,
En hyacinthenvelden, wit en blauw.

Zou ik iets anders wensen dan dit uitzicht,
Op deze stille dingen van geluk?
Geen dood ontneemt dit land het warme zonlicht
Geen mensendaad breekt deze dromen stuk.

Wij zijn verloren voor de grote daden.
Niets blijft ons meer dan deze ene droom:
Zonder de diepste gronden te verraden,
Dit leven te aanvaarden, stil en vroom.

 

 

De herinnering

Het is zo lang geleden
Dat het vergeten had moeten zijn,
Het is zo vers
Als een voetstap in het gras,
Als rook die wegtrekt uit een open raam,
Dauw die druppelt langs gewas
Door aarde en stof,
Een gedachte die er niet meer was.

 

 

 1670607-2b6e63eda67c7e5d530071667ab4ef1e.jpg
Jan Wolkers (26 oktober 1925 – 19 oktober 2007)

 

 

 

De Nederlandse schrijfster en journaliste Marja Pruis werd geboren in Amsterdam op 26 oktober 1959. Zie ook alle tags voor Marja Pruis op dit blog.

Uit: Wandelaar en zwartziener Het debuut van Martinus Nijhoff

“In het niet zo grote oeuvre van Nijhoff neemt ‘De wandelaar’ vanwege het veronderstelde programmatische karakter een bijzondere plaats in. Zelf was de dichter er niet erg happig op bij een stroming of beweging te worden gerekend: ‘Ik wil niet tot een kamp behooren, maar tot de poëzie’ schreef hij in 1926 aan Marsman. Hij zou tot zijn tevredenheid kunnen constateren dat in de Nederlandse literatuurgeschiedenis hij een apart hoofdstuk krijgt toebedeeld, zij het onder de twijfelachtige noemer ‘overgangsfiguur’. Over het algemeen beschouwt men zijn debuut, en in het bijzonder het titelgedicht, als een afrekening met de romantische erfenis van de negentiende eeuw. In ‘De wandelaar’ toont de dichter zijn papieren, of liever gezegd: laat hij zien dat hij met lege handen staat. Onthecht en alleen wandelt hij door een wereld waarmee hij geen enkele band heeft. Wat er wel is of was, zijn onmachtige pogingen gebleken. ‘Stil heeft mijn hart de daden sterven laten.’ Of hij nu als een middeleeuwse monnik het wereldse leven aan zich voorbij zou laten trekken, als een kunstenaar ten tijde van de Renaissance zich aan narcisme bezondigt, of als een Baudelairiaanse poète maudit ten onder zou gaan aan drank en vrouwen, hij blijft buiten de wereld staan. ‘Een ruimte scheidt mij van de wereld af’ In de slotstrofe wordt onder ogen gezien dat slechts dadenloosheid en stilstand resten: ‘Toen zich mijn handen tot geen daad meer hieven,/ Zagen mijn oogen kalm de dingen aan’.
Klassiek door zijn regels
Als startschot voor een dichtersloopbaan lijkt ‘De wandelaar’ een nogal fatalistische boodschap te verkondigen. Hierin schuilt ook de afrekening: anders dan zijn voorgangers wil Nijhoff niet zijn poëzie zich ervoor laten lenen om uitzicht te bieden op iets mooiers of op een dieper verband tussen de dingen.”

 

 1670607-b17e2bf7570f9f55d3e42f03272c083a.jpg
Marja Pruis (Amsterdam, 26 oktober 1959)

 

 

De Engelse dichter, schrijver en biograaf Andrew Motion werd geboren op 26 oktober 1952 in Braintree in Essex. Zie ook alle tags voor Andrew Motion op dit blog en ook mijn blog van 26 oktober 2010

 

Holy Island

I am behind you on the mainland, leaning
on your shoulder and pointing with one arm
in front of your face at weightless cinders
which are ravens blustering above the island.

Boulder clay on the outcrops, and beaches
dotted and dashed with coal dust. Guillemots
whitening the cliff face. Small orchids definitely
still evolving in a downpour of Arctic sunlight.

How many years are there left to cross over
and show you things themselves, not my idea
of things?
Thirty, if I live to the age of my father.
I cannot explain why I have left it as late as this.

Your black hair blows into my eyes but I can see
everything moving fast now. Weather polishes
the silver fields ahead; the ravens swoop down
and settle among the gorgeous pages of the gospels.

 

 

Causa Belli

They read good books, and quote, but never learn
a language other than the scream of rocket-burn
Our straighter talk is drowned but ironclad;
elections, money, empire, oil and Dad.

 

 

Death of Harry Patch (2012)

When the next morning eventually breaks,
a young Captain climbs onto the fire step,
knocks ash from his pipe then drops it
still warm into his pocket, checks his watch,
and places the whistle back between his lips.

At 06.00 hours precisely he gives the signal,
but today nothing that happens next happens
according to plan. A very long and gentle note
wanders away from him over the ruined ground
and hundreds of thousands of dead who lie there

immediately rise up, straightening their tunics
before falling in as they used to do, shoulder
shoulder, eyes front. They have left a space
for the last recruit of all to join them: Harry Patch,
one hundred and eleven years old, but this is him

now, running quick-sharp along the duckboards.
When he has taken his place, and the whole company
are settled at last, their padre appears out of nowhere,
pausing a moment in front of each and every one
to slip a wafer of dry mud onto their tongues.

 

 1670607-e34967a85157ea58d87b393f22b1cf88.jpg
Andrew Motion (Braintree, 26 oktober 1952)

 

 

De Nederlandse schrijfster Maartje Wortel werd geboren in Eemnes op 26 oktober 1982. Zie ook alle tags voor Maartje Wortel op dit blog.

Uit: Dit is jouw huis

'Soms val ik bijna,' zegt de vrouw. 'Als iemand kijkt hoe ik loop.'
Haar man knikt.
'Ik kan daar niet tegen,' vervolgt ze. 'Als ze kijken naar hoe ik loop.'
'Maar je loopt heel normaal,' zegt haar man. 'Dat heb ik al zo vaak gezegd.'
'Dat zal best,' zegt de vrouw, 'maar als ze kijken dan val ik bijna.'
'Wie kijken er dan mevrouw?' vraag ik.
'Wat bedoel je?' zegt ze.
'Wie kijken er naar hoe u loopt?'
'Mensen,' zegt de vrouw.
'En hoe kijken ze dan?'
'Ze kijken me aan, hoe ik loop. Het is alsof ze me kunnen laten struikelen met hun ogen.'
'Ze is heel onzeker,' zegt haar man.
De vrouw zegt niets.
'Bent u ook eens echt gevallen?' vraag ik.
'Niet letterlijk.'
Haar man zucht.
'Figuurlijk,' zegt hij. 'Ze bedoelt het overdrachtelijk.'
'Ik bedoel het helemaal niet overdrachtelijk, Herman,' zegt de vrouw. 'Ik ben gewoon bang dat ik val. Het voelt alsof ik val als de mensen kijken hoe ik loop. Ik wil daarvan af dokter. Ik denk steeds dat ik op de straat kom te liggen, helemaal alleen. De laatste tijd wil ik zelfs uit mezelf gaan liggen. Om het voor te zijn.'

 

 1670607-f386d01c2ba13655fb42886c64cc1299.jpg
Maartje Wortel (Eemnes, 26 oktober 1982)

 

 

De Amerikaanse schrijver Stephen L. Carter werd geboren op 26 oktober 1954 in Washington, D.C. Zie ook alle tags voor Stephen L. Carter op dit en ook mijn blog van 26 oktober 2010

Uit: New England White

„After. Big cushy flakes still falling. Julia and Lemaster were barreling along Four Mile Road in their Cadillac Escalade with all the extras, color regulation black, as befitted their role as the most celebrated couple in African America's lonely Harbor County outpost. That, at least, was how Julia saw them, even after the family's move six years ago out into what clever Lemaster called "the heart of whiteness." For most of their marriage they had lived in Elm Harbor, largest city in the county and home of the university her husband now led. By now they should have moved back, but the drafty old mansion the school set aside for its president was undergoing renovation, a firm condition Lemaster had placed on his acceptance of the post. The trustees had worried about how it would look to spend so much on a residence at a time when funds to fix the classrooms were difficult to raise, but Lemaster, as always with his public, had been at once reasonable and adamant. "People value you more," he had explained to his wife, "if it costs more to get you than they expected."
"Or they hate you for it," Julia had objected, but Lemaster stood his ground; for, within the family, he was a typical West Indian male, and therefore merely adamant.
They drove. Huge flakes swirled toward the windshield, the soft, chunky variety that signals to any New Englander that the storm is moving slowly and the eye is yet to come. Julia sulked against the dark leather, steaming with embarrassment, having called two of the alums by each other's names, and having referred half the night to a wife named Carlotta as Charlotte, who then encouraged her, in that rich Yankee way, not to worry about it, dear, it's a common mistake.”

 

 1670607-ba9b95ae25768bf3dd29ee3af0ce5869.jpg
Stephen L. Carter (Washington, 26 oktober 1954)

 

 

De Zweedse dichteres en schrijfster Karin Maria Boye werd geboren op 26 oktober 1900 in Göteborg. Zie ook alle tags voor Karin Boye op dit en ook mijn blog van 26 oktober 2010

 

The Avenging Angel Speaks

Give me the dead part of your life.
I will be sure to wake it.
The nights wait for our pastime.
We will be sure to break it.
Though your day was so bloodlessly empty,
I can compel it to bleed,
compel it, in shame and judgement,
to rise up from the dead.

So, when day dawns and again you take hold,
you will see what you have earned,
you will see the mark of a living night
into your temple burned -
witness that the time you wanted to cheat
from mercy back you have got
and got it full to its flowing brim - 
whether torment or joy, matters not.

 

 

My Poor Young Thing..

Afraid of the dark, my poor young thing,
who met spirits of another kind,
among the white-clad ever noticing
others of evil mind,
now I want to sing gentle songs to you,
they deliver from fear, cramp, coercion rude.
They do not ask that the evil should rue,
They do not ask for the fight of the good.

Then you shall know that all that lives
deep inside is of the same kind.
As trees and plants it can grow hesitantly,
by its own law upwards inclined.
And trees may be felled and flowers be broken
and branches die with their strength dried up,
but the dream is concealed -  wills to be awoken - 
in every living drop of sap.

 

Vertaald door David McDuff

 

 1670607-4e7c9bd9b54ea5dd6f43371e8fcf98ab.jpg
Karin Boye (26 oktober 1900 – 24 april 1941)
Cover

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 26e oktober ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 12:54 Reageer op dit bericht

Trevor Joyce, Pat Conroy, Ulrich Plenzdorf, Sorley MacLean, Andrej Bely

De Ierse dichter Trevor Joyce werd geboren op 26 oktober 1947 in Dublin. Zie ook alle tags voor Trevor Joyce  op dit blog en ook mijn blog van 26 oktober 2010

 

Without Asylum
for Angela

true we may surmise
how a knife hatched
out of meat
should fledge
 
span with blade
then unexpectedly
take flight onto some sill
moult there with clutch
 
of fist falling from it
arm with balance
of muscles altering
to lift and lay
 
its murderous
intent and disturbed
dreams and brood
how everything broken
 
so they say points
to the unbroken
forgetful is it of what did
the breaking as I witness
 
my own loathing
and desire walk
through the dreaming
labyrinth of my child
 
while detailed depositions state
how further on
within the wood
whose skew bent
 
registers which wind
prevails itself perpetually
ragged and worn
from ocean breath
 
and sun and every flame
it quenched in its far
fetch the bright axe
blossom suddenly
 
the long bones lever
up from it like anthers
and beyond the startling
calyx of teeth
 
an avid buzzing perishable
fruit set thicken
and disintegrate
to load with sweet
 
secure deposits
of afflicting gold
their remote cells
and stipulate eventual
 
shelter from the fall
asylum from the edge
a luminous domain
unbounded
 
seldom they relate
why the innocent whose mouth
is like a bowl of blood
blurts words already
 
darkened with gods
and sacrifices how
I have the face of those
whose faces have rotted
 
and although whirring blades
have been observed
to crystallize spontaneously
throughout the native
 
rock and ramify
in gangs and casual crews
good companies exfoliate
pervasive and exotic dust
 
where tellers and their firm
controllers fight to reconcile
accounts and sound
is severed from the dogs throat
 
there is no further testimony
to the effect how in this
realm of agents deeds
and instruments
 
one sees at last displayed
an armoured beast whose
head a growth of flame
in the shadow of the ripening
 
clocks the river sames
destroys itself the jug
absconds leaving to the grasp
only a sustained bewilderment
 
like dice spinning

 

 

 1670601-48e749341fa0cdc8d7c188ba66e10549.jpg
Trevor Joyce (Dublin, 26 oktober 1947)

 

 

De Amerikaanse schrijver Pat Conroy werd geboren op 26 oktober 1945 in Atlanta, Georgia. Zie ook alle tags voor Pat Conroy op dit blog en ook mijn blog van 26 oktober 2010

Uit: South of Broad

“He treated the stars as though they were love songs written to him by God. With such reverence he would point out Canis Major, the hound of Orion, the Hunter; or Cygnus, the Swan; or Andromeda, the Chained Lady; or Cassiopeia, the Lady in the Chair. My father turned the heavens into a fresh puzzlement of stars: “Ah, look at Jupiter tonight. And red Mars. And isn't Venus fresh on her throne?” A stargazer of the first order, he squealed with pleasure on the moonless nights when the stars winked at him in some mysterious, soul- stirring graffiti of ballet-footed light. He would clap his hands with irresistible joy on a cloudless night when he made every star in the sky a silver dollar in his pocket.
He was more North Star than father. His curiosity about the earth ennobled his every waking moment. His earth was billion-footed, with unseen worlds in every drop of water and every seedling and every blade of grass.
The earth was so generous. It was this same earth that he prayed to because it was his synonym for God.
My mother is also a Charlestonian, but her personality strikes far darker harmonies than my father's did. She is God-haunted and pious in a city with enough church spires to have earned the name of the Holy City. She is a scholar of prodigious gifts, who once wrote a critique of Richard Ellman's biography of James Joyce for the New York Review of Books. For most of my life she was a high school principal, and her house felt something like the hallway of a well-run school. Among her students, she could run a fine line between fear and respect. There was not much horseplay or lollygagging about in one of Dr. Lindsay King's schools. I knew kids who were afraid of me just because she was my mother. She almost never wears makeup other than lipstick. Besides her wedding band, the only jewelry she owns is the string of pearls my father bought her for their honeymoon.”

 

 1670601-31585d17cbc2938e8532cda7f0b80db8.jpg
Pat Conroy (Atlanta, 26 oktober 1945)

 

 

De Duitse schrijver Ulrich Plenzdorf werd geboren op 26 oktober 1934 in Berlijn.Zie ook alle tags voor Ulrich Plenzdorf op dit blog en ook mijn blog van 26 oktober 2010

Uit: Die neuen Leiden des jungen W.

„Er: Ich kann mich auch irren. Lassen Sie uns Ihre Sachen für ein paar Tage hier. Vier oder sechs Augen sehen bekanntlich mehr als zwei.
Ich packte ein. Eisern. Ein verkannteres Genie als mich hatte es noch nie gegeben.
»Trotzdem seid ihr in Berlin geblieben?« »Ed -ich nicht. Ich konnte das nicht. Aberich hab ihm noch zugeredet. Theoretisch war das auch richtig. Schließlich kann einer nirgends so gut untertauchen wie in Berlin und sich einen Namen machen. Ich meine, ich hab ihm nicht etwa gesagt, bleib hier oder so. Auf die Art kam man an Ed nichtran. Wir hatten in Berlin eine Laube. Wir kamen aus Berlin, als Vater hierher versetztwurde. Die Laube wurden wir nicht los, da sollten angeblich sofort Neubauten hin. Ichhatte für alle Fälle den Schlüssel. Diese Bude war noch ganz gut in Schuß. Wir nahmen sie also in Augenschein, und ich redete die ganze Zeit dagegen. Daß das Dach hin ist. Daß einer die ollen Decken\ vom Sofa geklaut hätte. Unsere alten Möbel waren da drin, wie das so ist. Und daß die Laube eben auf Abriß steht, wegen dieser Neubauten. Ed biß sich denn auch immer mehr fest. Er packte seine Sachen aus. Was heißt Sachen? Mehr als die Bilder hatte er eigentlich nicht, nur, was er auf dem Leib hatte. Seine Rupfenjacke, die hatte er sich selber genäht, mit Kupferdraht, und seine alten Jeans.«
Natürlich Jeans! Oder kann sich einer ein Leben ohne Jeans vorstellen? Jeans sind die edelsten Hosen der Welt. Dafür verzichte ich doch auf die ganzen synthetischen Lappen aus der Jumo, die ewig tiffig aussehen. Für Jeans konnte ich überhaupt auf alles verzichten, außer der schönsten Sache vielleicht. Und außer Musik.“

 

 1670601-66950ede0cdacd7bf0f831cb3c45eab7.jpg
Ulrich Plenzdorf (26 oktober 1934 – 9 augustus 2007)
Scene uit een opvoering in het Landestheater Tübingen in 2010

 

 

De Schotse dichter Sorley MacLean (Schots Gaelic: Somhairle MacGill-Eain) werd geboren op 26 oktober 1911 Osgaig op het eiland Raasay.Zie ook alle tags voor Sorley MacLean op dit blog en ook mijn blog van 26 oktober 2010

 

A Highland Woman

Hast Thou seen her, great Jew,
who art called the One Son of God?
Hast Thou seen on Thy way the like of her
labouring in the distant vineyard?

The load of fruits on her back,
a bitter sweat on brow and cheek,
and the clay basin heavy on the back
of her bent poor wretched head.

Thou hast not seen her, Son of the carpenter,
who art called the King of Glory,
among the rugged western shores
in the sweat of her food’s creel.

This Spring and last Spring
and every twenty Springs from the beginning,
she has carried the cold seaweed
for her children’s food and the castle’s reward.

And every twenty Autumns gone
she has lost the golden summer of her bloom,
and the Black Labour has ploughed the furrow
across the white smoothness of her forehead.

And Thy gentle church has spoken
about the lost state of her miserable soul,
and the unremitting toil has lowered
her body to a black peace in a grave.

And her time has gone like a black sludge
seeping through the thatch of a poor dwelling:
the hard Black Labour was her inheritance;
grey is her sleep tonight.

 

Vertaald door Seamus Heaney

 

 1670601-7f1ee305cf3a1566577f7a01cbf84c0b.jpg
Sorley MacLean (26 october 1911 - 24 november 1996)

 

 

De Russische schrijver en theoreticus van het symbolisme Andrej Bely werd geboren op 26 oktober 1880 in Moskou. Zie ook alle tags voor Andrej Bely op dit blog en ook mijn blog van 26 oktober 2010

Uit: Petersburg (Vertaald door Robert A. Maguire en John E. Malmstad)

« But the differences are fundamental. Joyce’s creative impulse is towards expansion. Joyce wrote the book’s core – its plot, its bones – and then he added and added and added. No detail of environment or of consciousness was too minute to escape his agglomerative drive. This is Ulysses’ project – to incorporate everything – and the project is in principle endless. Joyce had to end it arbitrarily – by decreeing that the book would be published on his fortieth birthday. He could have kept on writing forever.
Bely’s revisions of Petersburg, on the other hand, were all about excision. Bely wrote the novel’s original draft between July 1911 and January 1912. He then couldn’t find a publisher. While he was searching, he completely reworked the novel. In 1913, after various troubles (at one point much of the book was actually set up in type before being abandoned), it started being published in instalments; then as a book proper in 1916. But Bely was still dissatisfied, and he set to work revising again. M&M: “Working more by massive cutting than by actual rewriting, he subjected the text to such changes that the result was virtually a new novel”. In 1922 this new novel was published by a firm in Berlin. And it’s this version that M&M translate.
Ulysses and Petersburg. Expansion and excision. These differences in approach speak of the different novels’ different spirits. If Ulysses wants to grasp the world in words, Petersburg’s keynote is the eloquent ellipsis. Despite Circe’s hallucinatory power, Ulysses’ guiding spirit is realist. It wants to describe. It wants to fully, adequately, maximally describe. Recall Joyce’s boast that, were Dublin raised to the ground, it could be rebuilt from scratch with Ulysses as the blueprint. Petersburg, on the other hand, couldn’t care less about the actual city. Petersburg’s Petersburg is a dream city, a nightmare city, a city of the mind and of the dead. Petersburg isn’t interested in the empirical world; it is after something that descriptive prose can’t give it. It is after something beyond thought, and beyond experience. It puts more faith than English literature likes to in madness. It puts faith in the senseless. You have to look to Lewis Carroll or Edward Lear to find in English literature the kind of cheerful ludicrous babbling that provides so much of Petersburg’s weight and heft.“

 

 1670601-70d097c1f9eb7cc1ab047af58cfb205e.jpg
Andrej Bely (26 oktober 1880 – 8 januari 1934
Cover

Geschreven door Romenu om 12:41 Reageer op dit bericht

Willem Wilmink, Anne Tyler, Elif Shafak, Daniel Mark Epstein, Peter Rühmkorf, Jakob Hein

De Nederlandse dichter, schrijver en zanger Willem Andries Wilmink werd geboren in Enschede op 25 oktober 1936. Zie ook mijn blog van 25 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Willem Wilmink op dit blog.

 

Angst voor geluk

Soms in de nacht als je naast me ligt,
als je naast me ligt met je meidengezicht,
dan heb ik je weer zo lief.
En ik denk met trots aan ons kleine gezin,
en ik denk: er zit wel samenhang in,
het biedt wel perspectief.

Daar komen nare gedachten van:
dat het zo niet altijd maar duren kan,
het is allemaal veel te fijn.
Nu is mijn bedje wel gespreid,
maar deze kinderen, deze meid
zijn te mooi om waar te zijn.

Wat maken we misschien nog allemaal mee,
misschien ga jij met een ander in zee,
met een zwaarbehaarde man.
Of slepende ziekte of ander kruis
komt over de wereld of over ons huis,
en maakt er een puinhoop van.

Dat denk ik dan. Maar de volgende dag
geeft een ruzie die er wezen mag,
een fraai stuk burengerucht.
En al die gedachten, mijn lekker stuk,
aan ziekte en ontrouw en ongeluk
slaan ratelend op de vlucht.

 

 

Een probleem

Vandaag vroeg mijn zoontje
met angstige stem:
'Als iemand dood is,
wat gebeurt er dan met hem?'

Nu ken ik wel iemand
die daarover zegt:
'Wie dood is die komt
in de hemel terecht!'

Maar weer iemand anders
vertelde zowaar:
'Als je dood bent dan komt er
een tovenaar,

dan tovert hij aan aan je,
en word je een dier,
een muis of een tijger,
een leeuw of een mier

Zelf mag je kiezen
welk dier je wilt zijn:
een mug of een olifant,
of een konijn.'

Maar op een morgen
ben ik gegaan
naar een man die heel oud was,
dus gauw dood zou gaan.

'Of ik een dier word,'
zei deze man,
'of in de hemel kom,
ik weet er niks van.

Maar als ik dood ben
is het eerste wat ik doe:
Honderd jaar slapen.
Want ik ben moe.'

 

 

 1670167-b2f3c1e34e465d828b6a40c7391926ed.jpg
Willem Wilmink (25 oktober 1936 – 2 augustus 2003)

 

 

 

De Amerikaanse schrijfster Anne Tyler werd geboren op 25 oktober 1941 in Minneapolis, Minnesota. Zie ook mijn blog van 25 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Anne Tyler op dit blog.

Uit: The Amateur Marriage

“The drugstore’s closed,” Katie told her.
“Closed?”
“It says so on the door. Mr. Sweda’s joined the Coast Guard.”
“He’s done what?”
The girl in the red coat was very pretty, despite the trickle of blood running past one ear. She was taller than the two neighborhood girls but slender, more slightly built, with a leafy cap of dark-blond hair and an upper lip that rose in two little points so sharp they might have been drawn with a pen. Michael came out from behind the counter to take a closer look at her. “What happened?” he asked her—only her, gazing at her intently.
“Get her a Band-Aid! Get iodine!” Wanda Bryk commanded. She had gone through grade school with Michael. She seemed to feel she could boss him around.
The girl said, “I jumped off a streetcar.”
Her voice was low and husky, a shock after Wanda’s thin vio- lin notes. Her eyes were the purple-blue color of pansies. Michael swallowed.
“A parade’s begun on Dubrowski Street,” Katie was telling the others. “All six of the Szapp boys are enlisting, haven’t you heard? And a couple of their friends besides. They’ve got this banner—‘Watch out, Japs! Here come the Szapps!’—and everyone’s seeing them off. They’ve gathered such a crowd that the traffic can’t hardly get through. So Pauline here—she was heading home from work; places are closing early—what does she do? Jumps off a speeding streetcar to join in.”
The streetcar couldn’t have been speeding all that fast, if traffic was clogged, but nobody pointed that out. Mrs. Brunek gave a sympathetic murmur. Carl or Paul or Peter said, “Can I go, Mama? Can I? Can I go watch the parade?”
“I just thought we should try and support our boys,” Pauline told Michael.
He swallowed again. He said, “Well, of course.”

 

 1670167-9af5be3e8f1dd02f14cd9d72cefbc377.jpg
Anne Tyler (Minneapolis, 25 oktober 1941)

 

 

De Turkse schrijfster Elif Shafak (eigenlijk Elif Şafak) werd geboren in Straatsburg op 25 oktober 1971. Zie ook alle tags voor Elif Shafak op dit blog.

Uit: Liefde kent veertig regels (Vertaald door Manon Smits)

“Ella sloot haar ogen en probeerde zich voor te stellen hoe de kleuren van haar aura haar gezicht omringden. Opmerkelijk genoeg was het beeld van zichzelf dat in haar opkwam niet haar volwassen ik, maar zijzelf als kind, toen ze een jaar of zeven was.
Er kwamen een heleboel dingen terug, herinneringen waarvan ze dacht dat ze ze achter zich had gelaten. De aanblik van haar moeder die stilstond met een pistachegroen schort voor en een maatbeker in haar hand, haar gezicht een asgrauw masker van pijn; bungelende papieren hartjes aan de muren, felgekleurd en vol glitters, en het lichaam van haar vader dat aan het plafond hing alsof hij wilde meedoen met de kerstversieringen en het huis iets feestelijks wilde geven. Ze herinnerde zich hoe ze tijdens haar tienerjaren haar moeder verantwoordelijk had gehouden voor de zelfmoord van haar vader. Als jong meisje had Ella zich heilig voorgenomen om als zij ging trouwen, haar man altijd gelukkig te maken en haar huwelijk niet te laten mislukken, zoals haar moeder had gedaan. In haar poging om haar huwelijk zo veel mogelijk van dat van haar moeder te laten verschillen, was ze niet met een christelijke man getrouwd, maar had ze de voorkeur gegeven aan iemand binnen haar eigen geloofsgroep.
Pas een paar jaar geleden had Ella de haat voor haar ouder wordende moeder laten varen, en hoewel ze de laatste tijd een goede verstandhouding hadden was het een feit dat ze zich diep van binnen nog steeds niet op haar gemak voelde als ze aan het verleden dacht.
‘Mam! … Aarde naar mam! Aarde naar mam!’
Ella hoorde een hoop gelach en gefluister achter zich. Toen ze omkeek zag ze vier paar ogen die geamuseerd naar haar keken. Orly, Avi, Jeannette en David waren voor één keer allemaal om dezelfde tijd naar de ontbijttafel gekomen, en stonden haar nu op een rijtje te bestuderen alsof ze een of ander exotisch wezen was. Te oordelen naar hun blikken hadden ze daar al een heel tijdje gestaan, in een poging om haar aandacht te trekken.
‘Goedemorgen allemaal’, zei Ella met een glimlach.”

 

 1670167-8d16f6de8b68b3de44640bf45fe4274d.jpg
Elif Shafak (Straatsburg, 25 oktober 1971)

 

 

De Amerikaanse dichter, schrijver en biograaf Daniel Mark Epstein werd geboren op 25 October 1948 in Washington, D.C. Zie ook mijn blog van 25 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Daniel Mark Epstein op dit blog.

Uit: Lincoln and Whitman

“And knowing the storm the book had caused in more sophisticated circles, Herndon brought the brickbat-shaped volume to the office he shared with Lincoln and set it in clear view on the table, where anyone might pick up the book and thumb through it. Leaves of Grass was exactly the length of a man's hand. He laid it down on the baize-covered table with the complacence of an anarchist waiting for a bomb to explode.
The Lincoln-Herndon law office was on the second floor of a brick building on the west side of Springfield's main square, across from the courthouse. Visitors mounted a flight of stairs and passed down a dark hallway to a medium-sized room in the rear of the building. The upper half of the door had a pane of beveled glass, with a curtain hanging from a wire, on brass rings. Lincoln would unlock the door, open it, and draw the curtain as he closed the door behind him. Two dusty windows overlooked the alley.
Herndon's biographer David Donald describes the office as "a center of political activity, of gossip and friendly banter, and of such remote problems as the merits of Walt Whitman's poetry."
The office was untidy and cobwebbed. Once, after Lincoln had come home from Congress with the customary dole of seeds to distribute to farmers, John Littlefield, a law student, discovered while sweeping that some of the stray wheat seeds had sprouted in the cracks between the floorboards.
A long pine table that divided the room, and met with a shorter table to make a T, was scored by the jackknives of absent-minded clerks and clients. In one corner stood a secretary desk, its many pigeonholes and drawers stuffed with letters and memoranda, its besieged surface sustaining a spattered earthenware inkwell and a few gold pens. Bookcases rose between the tall windows. A spidery black stain blotted one wall, at the height of a man's head, where an ink bottle had exploded-the memento, according to Lincoln, of a disagreement between law students over a point of jurisprudence that would not yield to cold logic. »

 

 1670167-0c14b10c0080657c4f72e221b92826f9.jpg
Daniel Mark Epstein (Washington, 25 oktober 1948)
Cover 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Peter Rühmkorf werd geboren op 25 oktober 1929 in Dortmund. Zie ook mijn blog van 25 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Peter Rühmkorf op dit blog.

 

Außer der Liebe nichts

Flüchtig gelagert in dieses mein Gartengeviert,
wo mir der Abend noch nicht aus dem Auge will,
schön ist’s,
hier noch sagen zu können: schön,
wie sich der Himmel verzieht und die Liebe zu Kopf steigt,
all nach soviel Unsinn und Irrfahrt
an ein seßhaftes Herz zu schlagen, du spürst
einen Messerstich tief in der ledernen Brust
DIE FREUDE.

Wo nun dieser mein Witz das Land nicht verändert,
mein Mund auf der Stelle spricht,
- hebt sich die Hand und senkt sich für garnichts das Lid -
doch solang ich noch atmund-rauchund-besteh,
solang mich mein Kummer noch rührt
und mein Glück mich noch angeht,
will ich
was uns die Aura am Glimmen hält,
mit langer Zunge loben!

Unnütz in Anmut: Dich,
wo die Nacht schon ihr Tuch wirft
über dein ungebildetes Fleisch, es kehren
alle Dinge sich ihre endliche Seite zu,
und aus ergiebigem Dunkel rinnt
finstere Fröhlichkeit...
Ich aber nenne diesseits und jenseits der Stirn
außer der Liebe nichts,
was mich hält und mir beikommt.

 

 1670167-4d1f5128f6a037b951776965a1ca209a.jpg
Peter Rühmkorf (25 oktober 1929 – 8 juni 2008)

 

 

De Duitse schrijver en arts Jakob Hein werd geboren op 25 oktober 1971 in Leipzig. Zie ook alle tags voor Jakob Hein op dit blog en ook mijn blog van 25 oktober 2010

Uit: Herr Jensen steigt aus

„Als der Job dann anfing, arbeiteten Matthias und er in verschiedenen Bereichen, so daß man sich selten sah. Matthias hatte sich in die Paketabteilung setzen lassen, weil dort öfter mal etwas abfiel, wie er grinsend meinte. Bei Herrn Jensen fiel nichts ab, er holte morgens seine Post ab, verteilte sie in die entsprechenden Briefkästen und fertig. Das war besser, als in den Ferien zu Hause herumzusitzen, und er bekam am Ende sogar noch Geld dafür.
Im folgenden Frühjahr ging Herr Jensen wieder zum selben Büro und bewarb sich für den Sommer. Er hatte immer noch keine Ahnung, wo sonst man sich nach einem Ferienjob erkundigen sollte.
Er kannte die, die kannten ihn, er konnte wieder bei der Post arbeiten. Später, als Student, hatte er den Job natürlich auch nicht aufgegeben, wo er so gut eingearbeitet war und das Geld noch besser gebrauchen konnte. Und als Herr Jensen mit dem Studium dann so abrupt aufhörte, wie andere sich das Rauchen abgewöhnen, brauchte er das Geld noch dringender. Und genau deshalb trug er inzwischen schon seit mehr als zehn Jahren hier die Post aus.
Matthias, der machte längst etwas anderes. Der hatte damals nicht einmal in den Sommerferien darauf wieder bei der Post gearbeitet. Das ist mir dann doch zu langweilig, hatte er zu Herrn Jensen gesagt und in irgendeinem Hotel in den Bergen gekellnert. Hätte Matthias rechtzeitig etwas gesagt und ihn damals mitgenommen, möglicherweise würde Herr Jensen jetzt dort ein Tablett voller Kaffeetassen auf die Terrasse tragen.
»Düring, Düring, Düring, Düring, … DÜRING!«
Mitnehmen war ein wichtiges Thema für seine Mutter. Frau Jensen war der Ansicht, daß ihr Sohn schon immer jemanden gebraucht habe, der ihn mitnahm, in jeder Hinsicht. Du bist nicht einmal im Hochsommer allein ins Freibad gegangen, wenn nicht auch jemand anderes dorthin ging. Wenn du in der Schule mit einem schlechten Schüler befreundet warst, hattest du die zweitschlechtesten Noten, warst du mit dem Klassenbesten befreundet, warst du der Zweitbeste, sagte sie.“

 

 1670167-970f5d2fa3c8db8b69d2d824727dae3b.jpg
Jakob Hein (Leipzig, 25 oktober 1971)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 25e oktober ook mijn eerste blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 13:02 Reageer op dit bericht

Christine D'haen, John Berryman, Hélène Swarth, Harold Brodkey, Karl Emil Franzos, Benjamin Constant

De Vlaamse dichteres en prozaschrijfster Christine D'Haen werd geboren in Sint-Amandsberg op 25 oktober 1923. Zie ook alle tags voor Christine D’Haen op dit blog en ook mijn blog van 25 oktober 2009 en ook mijn blog van 25 oktober 2010

 

Son-net

Klimmend naar 't zenit zoekt zij die haar licht
in 't lichaam stort, blind van gestolde glans,
met bevende transgressie naar zijn trans,
doch voelt door bijstere nacht zijn blik gericht

op zijn in zich verzengd eigen gezicht
weerkaatsend hun oorspronkelijk dubbelnaakt,
of 't oog gesperd de waterspiegel raakt
waar de beminde knaap verdronken ligt,

dan duikt hij naar haar schimmige tweeling-vacht,
of splijt hij met zijn vlijm gesloten schacht,
met gouden tong likkend een duister gras

ondersteboven in een woudmoeras,
of daar in zilveren ketenen gekneld
met goud bespat verzonken vrouwenspeld.

 

 

De weg

Onder de boom van verlichting zat
Siddhãrta, toen de schande ontsluierd was
van ouderdom, van ziekte, en van dood.

Ãtman zag hij, elk mens voorbij; het Licht
ging schemeren in een ledig vergezicht,
een glimlach lichaamloos achter het Rad.

Maar daar zij licht,daar weze hemel, zee,
licht dag, nacht duister, aarde, spruitend gras,
bomen met zaad, tot bakens lichten groot
en kleine, wemelende zielen, paarsgewijs,
vogels gevleugeld, kruipend dier, wild, vee.
En al het kruid zij man en vrouw tot spijs.
In 't zweet uws aanschijns eet gij brood.

 

 

Carmen

Als hij met zich (bevrijd van mij, van jou)
(zo wit blauw, vol en hol) zich onderhoudt,
zich lip op lip en keel aanschouwt,
ontvouwt zich tussen lippen klaar de ware
Narkissos' zang en tegenzang de hare.

 

 

 1670160-222e9bea439754f5f9f2b8dbd8e32dde.jpg
Christine D'haen (25 oktober 1923 – 3 september 2009)

 

 

 

De Amerikaanse dichter en schrijver John Allyn Berryman (eig. John Allyn Smith) werd geboren op 25 oktober 1914 in McAlester, Oklahoma. Zie ook alle tags voor John Berryman op dit blog en ook mijn blog van 25 oktober 2009 en ook mijn blog van 25 oktober 2010

 

Dream Song 36: The high ones die, die.

The high ones die, die. They die. You look up and who's there?
—Easy, easy, Mr Bones. I is on your side.
I smell your grief.
—I sent my grief away. I cannot care
forever. With them all align & again I died
and cried, and I have to live.

—Now there you exaggerate, Sah. We hafta die.
That is our 'pointed task. Love & die.
—Yes; that makes sense.
But what makes sense between, then? What if I
roiling & babbling & braining, brood on why and
just sat on the fence?

—I doubts you did or do. De choice is lost.
—It's fool's gold. But I go in for that.
The boy & the bear
looked at each other.
Man all is tossed
& lost with groin-wounds by the grand bulls, cat.
William Falukner's where?

(Frost being still around.)

 

 

Dream Song 27: The greens of the Ganges delta foliate

The greens of the Ganges delta foliate.
Of heartless youth made late aware he pled:
Brownies, please come.
To Henry in his sparest times sometimes
the little people spread, & did friendly things;
then he was glad.

Pleased, at the worst, except with the man, he shook
the brightest winter sun.
All the green lives
of the great delta, hours, hurt his migrant heart
in a safety of the steady 'plane. Please, please
come.

My friends,—he has been known to mourn,—I'll die;
live you, in the most wild, kindly, green
partly forgiving wood,
sort of forever and all those human sings
close not your better ears to, while good Spring
returns with a dance and a sigh.

 

 1670160-6058ef6b9944cd0702d46138dfac6a5e.jpg
John Berryman (25 oktober 1914 – 7 januari 1972)

 

 

De Nederlandse dichteres Hélène Swarth werd geboren op 25 oktober 1859 in Amsterdam. Zie ook mijn blog van 25 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Hélène Swarth op dit blog.

 

De bolle winden blazen blauwe kuilen

De bolle winden blazen blauwe kuilen
In 't asgrauw fulp der zware wolkenlagen.
Een brede bundel zilverlicht komt vagen
De rug van 't grijze paard, dat sleept de zuilen
Van 't woud, gevelde stammen, op een wagen,
Door 't blanke heizand. Matte zon bleef schuilen.
De wegen-eiken staan als ijle tuilen,
Maar de einder-berken, schimmenbleek, vervagen.

De lucht vervullen blijder geen geruchten
Dan, uit een verre hofsteê, honden janken
En 't altoos eendre kling der paardenbellen
Versmelt met donker dodeklokken-luiden.
Maar 't somberst dunkt mij van die droeve klanken
De slag der bijlen, die de bomen vellen.

 

 

Liefde VIII

Geef mij de schoonheid van de wereld weer,
O wrede Liefde! mij door u ontstolen,
Het stromenzilver, 't rood der gladiolen,
Het blond der duinen, 't blauw van zomerweer,
De vlucht der vlinders, die om bloemen dolen,
De zachte pracht van rozen en vogelveer,
Het goud van herfstloof en het brons der peer,
De lach der zon en de ogen der violen.

Doch zo de liefste niet met mij genoot
Van wuivend gras - der aarde groene haren -
Van manezilver, goud van korenaren,
Van wolkengrijs, van morgen- en avondrood,
Van sneeuwfluweel en schuim van blanke baren,
Zo bleef voor mij der wereld schoonheid dood.

 

 1670160-1c60239169a51302eb686d05061c10fe.jpg
Hélène Swarth (25 oktober 1859 - 20 juni 1941)

 

 

De Amerikaanse schrijver Harold Brodkey werd geboren op 25 oktober 1930 als Aaron Roy Weintraub in Staunton, Illinois. Zie ook alle tags voor Harold Brodkey op dit blog en ook mijn blog van 25 oktober 2009 en ook mijn blog van 25 oktober 2010

Uit: Innocence

“She took the thrust: she convulsed a little; she fluttered all over; her skin fluttered; things twitched in her, in the disorder surrounding the phallic blow in her. After two thrusts, she collapsed, went flaccid, then toughened and readied herself again, rose a bit from the bed, aimed the flattened, mysteriously funnel-like container of her lower end at me, too high, so that I had to pull her down with my hands on her butt or on her hips; and her face, when I glanced at her beneath my lids, was fantastically pleasing, set, concentrated, busy, harassed; her body was strong, was stone, smooth stone and wet-satin paper bags and snaky webs, thin and alive, made of woven snakes that lived, thrown over the stone; she held the great, writhing-skinned stone construction toward me, the bony marvel, the half-dish of bone with its secretive, gluey-smooth entrance, the place where I was — it was undefined, except for that: the place where I was: she took and met each thrust — and shuddered and collapsed and rose again: she seemed to rise to the act of taking it; I thought she was partly mistaken, childish, to think that the center of sex was to meet and take the prick thrown into her as hard as it could be thrown, now that she was excited; but there was a weird wildness, a wild freedom, like children cavorting, uncontrolled, set free, but not hysterical merely without restraint; the odd, thickened, knobbed pole springing back and forth as if mounted on a web of wide rubber bands; it was a naïve and a complete release. I whomped it in and she went, “UHNNN!” and a half-iota of a second later, I was seated all the way in her, I jerked a minim of an inch deeper in her, and went: “UHNN!” too. Her whole body shook. She would go, “UHN!” And I would go, “UHN!”

 

 1670160-03cdd93302ae2eb96d6b90583ca073c7.jpg
Harold Brodkey (25 oktober 1930 - 26 januari 1996)

 

 

De Oostenrijkse schrijver Karl Emil Franzos werd geboren op 25 oktober 1848 in Czortków (Galicië). Zie ook alle tags voor Karl Emil Franzos op dit blog en ook mijn blog van 25 oktober 2010

Uit:Der Pojaz

»Bilde, Künstler, rede nicht!« Jedes Dichterwerk soll sich selbst erläutern. Bedarf es erst einer Erklärung, so taugt es nichts. Zudem nützt alles Erklären nichts. Ist das Werk lebensfähig, so lebt es durch die eigene Kraft; ist es als Krüppel zur Welt gekommen, so nützt ihm das Mäntelchen eines Vorworts nichts. Im Gegenteil, das Mäntelchen schadet nur. Ungeduldig zerrt der Leser an dem Gewande:«Laß mich doch selbst sehen, wie das Kind gewachsen ist!«
Dies Vorwort also soll meinen Roman weder erläutern, noch verteidigen. Es soll nur einige äußere Umstände anführen und daneben einiges sagen, was ich schon lange auf dem Herzen habe und am besten bei dieser Gelegenheit vorbringen kann.
Ich bin am 25. Oktober 1848 auf russischem Boden geboren, im Gouvernement Podolien, in einem Forsthause dicht an der österreichischen Grenze. Ich glaube nicht, daß man je die Absicht hegen wird, an diesem Hause eine Gedenktafel anzubringen; sollte aber einst irgend ein Freund meiner Schriften auf diesen Gedanken kommen, so wird er ihn nicht verwirklichen können. Das Haus steht nicht mehr; über die Stelle, wo ich zur Welt gekommen bin und die ersten Wochen meines Lebens verbracht habe, geht heute der Pflug; der gerodete Wald ist Ackerland geworden. Vor 45 Jahren wohnte dort ein wackerer deutscher Förster aus Westfalen, der meinem Vater treu anhing, weil er ihn in schwerer Krankheit am Leben erhalten hatte. Den Dank dafür trug der Mann nun ab, indem er die Familie seines Lebensretters treulich aufnahm. Denn der Spätherbst 1848 war eine böse Zeit in Ostgalizien; die Polen erhoben sich und gingen damit um, den vereinzelten Deutschen im Lande dasselbe Los zu bereiten, wie es ihre Posener Landsleute den Preußen ein halbes Jahr vorher zugefügt oder doch zuzufügen versucht. Zu den Bedrohten gehörte auch mein Vater, denn erstlich stand er als Bezirksarzt in kaiserlich königlichen Diensten, und zweitens hatte er sich immer als eifriger Deutscher betätigt. Jeden Tag regnete es Drohbriefe; auf dem flachen Lande war bereits der Aufruhr offen erklärt; im Städtchen erwartete man stets den Überfall. Man riet meinem Vater, zu flüchten; er war nicht der Mann, seinen Posten zu verlassen. So schickte er denn nur meine Mutter, die mich eben unter dem Herzen trug, und meine älteren Geschwister über die Grenze in jenes Forsthaus.“

 

 1670160-015e685e826ee89fdc91a7a80d510b1b.jpeg
Karl Emil Franzos (25 oktober 1848 - 28 januari 1904)
Cover 

 

 

De Franse schrijver Benjamin Henri Constant de Rebecque werd geboren op 25 oktober 1767 in Lausanne. Zie ook alle tags voor Benjamin Constant op dit blog en ook mijn blog van 25 oktober 2010

Uit: Le Cahier Rouge

« Je suis né le 25 octobre 1767, à Lausanne, en Suisse, d' Henriette De Chandieu, d' une ancienne famille française, réfugiée dans le pays de Vaud pour cause de religion, et de Juste Constant De Rebecque, colonel dans un régiment suisse au service de Hollande. Ma mère mourut en couches, huit jours après ma naissance.
Le premier gouverneur dont j' aie conservé un souvenir un peu distinct fut un allemand nommé Stroelin, qui me rouait de coups, puis m' étouffait de caresses pour que je ne me plaignisse pas à mon père. Je lui tins toujours fidèlement parole, mais la chose s' étant découverte malgré moi, on le renvoya de la maison. Il avait eu, du reste, une idée assez ingénieuse, c' était de me faire inventer le grec pour me l' apprendre, c' est-à-dire qu' il me proposa de nous faire à nous deux une langue qui ne serait connue que de nous : je me passionnai pour cette idée. Nous formâmes d' abord un alphabet, où il introduisit les lettres grecques. Puis nous commençâmes un dictionnaire dans lequel chaque mot français était traduit par un mot grec. Tout cela se gravait merveilleusement dans ma tête, parce que je m' en croyais l' inventeur.
Je savais déjà une foule de mots grecs, et je m' occupais de donner à ces mots de ma création des lois générales, c' est-à-dire que j' apprenais la grammaire grecque, quand mon précepteur fut chassé. J' étais alors âgé de cinq ans.
J' en avais sept quand mon père m' emmena à Bruxelles, où il voulut diriger lui-même mon éducation. Il y renonça bientôt, et me donna pour précepteur un français, M De La Grange, qui était entré comme chirurgien-major dans son régiment. Ce M De La Grange faisait profession d' être athée.»

 

 1670160-b9e0fbf590cd6d618710ae39659cbe8e.jpg
Benjamin Constant (25 oktober 1767 – 8 december 1830)

Geschreven door Romenu om 12:47 Reageer op dit bericht

Geoffrey Chaucer

De Engelse dichter Geoffrey Chaucer werd vermoedelijk rond het jaar 1343 geboren in Londen, waar zijn ouders onder andere een eigendom in Thames Street bezaten. Chaucer wordt beschouwd als de belangrijkste schrijver uit de Middelengelse literatuur. Hij was de schepper van enkele van de meest geprezen dichtwerken uit de wereldliteratuur. Chaucer was niet alleen een uitzonderlijk begaafd auteur en dichter, maar leidde ook een druk openbaar leven als soldaat, hoveling, diplomaat en ambtenaar en vervulde een verscheidenheid aan openbare functies. Tijdens die carrière was hij de vertrouweling en protegé van drie opeenvolgende koningen, namelijk Eduard III (1312-1377), Richard II (1367-1400) en Hendrik IV (1367-1413). Toch vond Chaucer de tijd om duizenden versregels te schrijven die nu nog steeds door literatuurliefhebbers hooglijk gewaardeerd en bewonderd worden. Daarmee toonde hij aan dat het Engels uit zijn tijd (thans Middelengels genoemd) net zo goed gebruikt kon worden in de poëzie als het Frans of het Latijn, wat hem die titel van 'vader van de Engelse literatuur' bezorgde. Hoewel hij vele werken schreef, wordt hij het meest geroemd voor zijn onafgewerkte raamvertelling “The Canterbury Tales”.

 

Uit:The Canterbury Tales

 

The Miller’s Tale (Fragment)

Once on a time was dwelling in Oxford
A wealthy man who took in guests to board,
And of his craft he was a carpenter.
A poor scholar was lodging with him there,
Who'd learned the arts, but all his phantasy
Was turned to study of astrology;
And knew a certain set of theorems
And could find out by various stratagems,
If men but asked of him in certain hours
When they should have a drought or else have showers,
Or if men asked of him what should befall
To anything; I cannot reckon them all.
This clerk was cleped hende Nicholas.
Of deerne love he koude and of solas;
And therto he was sleigh and ful privee,
And lyk a mayden meke for to see.
A chambre hadde he in that hostelrye
Allone, withouten any compaignye,
Ful fetisly ydight with herbes swoote;
And he hymself as sweete as is the roote
Of lycorys, or any cetewale.
His Almageste, and bookes grete and smale,
His astrelabie, longynge for his art,
His augrym stones layen faire apart,
On shelves couched at his beddes heed;
His presse ycovered with a faldyng reed
And al above ther lay a gay sautrie,
On which he made a-nyghtes melodie
So swetely that all the chambre rong;
And Angelus ad virginem he song;
And after that he song the Kynges Noote.
Ful often blessed was his myrie throte.
And thus this sweete clerk his tyme spente
After his freendes fyndyng and his rente.

 

 1688207-45674ea578c70dc14aa381f663db625b.jpg
Geoffrey Chaucer (Ca. 1343 - 25 oktober 1400)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten