Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Tommy Wieringa, Ellen Deckwitz, Gerrit Achterberg, Annie M.G. Schmidt, William Michaelian, Wolfgang Borchert, Hector Malot

De Nederlandse schrijver Tommy Wieringa werd geboren in Goor op 20 mei 1967. Zie ook alle tags voor Tommy Wieringa op dit blog.

Uit: Joe Speedboot

“Op een dag vroeg Joe of ik wilde meewerken aan een klein experiment.
Hij reed me tot aan de werkbank in de hangar en kwam tegenover me zitten. De werkbank waaraan Engel bouwtekeningen maakte stond tussen ons in. Met zijn rechterhand pakte hij de mijne en plaatste onze ellebogen in het midden, zodat onze onderarmen in een hoek van zestig graden tegenover elkaar stonden. Met een snelle beweging drukte Joe mijn arm tegen de tafel waardoor mijn lichaam schuin in de stoel kwam te hangen. Hij zette mij arm weer rechtop en drukte opnieuw, maar nu met minder kracht zodat ik langzamer werd omgeduwd. De rug van mijn hand raakte het tafelblad, ik keek hem aan en vroeg me af wat hij van me wilde.
- Zet eens een beetje kracht, zei hij
Ik zette een beetje kracht. Hij deed hetzelfde. Zo zaten we een tijdje tegenover elkaar. Toen gooide hij zijn schouder erin en drukte harder. Ik gaf niet mee, hij drukte harder en zijn ogen puilden. Ik gaf een beetje mee.
- Zet kracht verdomme! Kreunde hij.
Ik zette aan en bracht onze handen weer naar het midden van de tafel.
- Drukken!
Ik drukte hem neer. Hij kreunde en liet los.
- Moeilijk? Vroeg hij.
Ik schudde mijn hoofd.
- Een beetje moeilijk?
Het was niet erg moeilijk geweest. Joe knikte tevreden en stond op. Hij verliet de loods en kwam terug met een paar roestige ijzeren staven onder zijn arm. De staven varieerden in dikte, de dunste klemde hij vast in de bankschroef aan de kopse kant van de werkbank.

 

 1766990-6251640bf61754677d938a6f5b1a86c1.jpg
Tommy Wieringa (Goor, 20 mei 1967)

 

 

De Nederlandse dichteres en schrijfster Ellen Deckwitz werd geboren op 20 mei 1982 in Deventer. Zie ook alle tags voor Ellen Deckwitz op dit blog.

 

1991

Terwijl ik onder het bidden mijn ogen open
zie ik mijn ouders even naar elkaar gluren.

Mijn moeder lacht een beetje om mijn vaders
geprevel die op zijn beurt moeite heeft om
zijn gezicht en gebed strak te houden.

Ik spiek naar mijn broertje, zijn ogen
heeft hij stijf op elkaar. Hij denkt dat god
naast hem zit,

nooit een oogje toeknijpt. Op een dag
doet ook die zijn ogen open en ziet hij ons
het uitbrullen.

 

Het zou kunnen…

Het zou kunnen dat ik achter god aanren
en gil dat het met ons wel goed komt.
Nog harder ga
en langs sporen spurt, een half ingevulde sudoku,
een beker vol droesem. Ik hoor iemand in het trappenhuis
en haast me om te zien of hij het is. De stappen
houden halverwege op.
Ik roep dat het wel goed komt met ons.
Zal de boterhammen onder zijn deur door sjoelen.

 

 1766990-58662a77f0f7895474749a17a7f03c65.jpg
Ellen Deckwitz (Deventer, 20 mei 1982)

 

 

De Nederlandse dichter Gerrit Achterberg werd geboren in Nederlangbroek op 20 mei 1905. Zie ook alle tags voor Gerrit Achterberg op dit blog.

 

Directeur

Vanmorgen heb ik hem zien fietsen door de lanen.
Zijn bril flikkerde in de zon.
Er schoot een scherpte door mijn ingewanden,
omdat hij mij gevangen houden kan

zolang hij wil, want duizend wegen leiden
naar Rome, één verkeerd gekozen woord
staat nog dezelfde avond in 't rapport
en blijft bewaard tot aan het eind der tijden.

Onmacht en rechtloosheid ontbinden
de ziel, die langzaam onpersoonlijk wordt.
Zo zal ze beter passen in het blinde
systeem van kaarten, dat zijn tafel torst.

Verraden krachten richten zich op deze
mens met het enige tekort
dat hij mij zólang zal genezen
tot ik een ander word.

 

Standbeeld

Een lichaam, blind van slaap,
Staat in mijn armen op.
Ik voel hoe zwaar het gaat.
Dodenpop.
Ik ben een eeuwigheid te laat.
Waar is je hartenklop?

De dikke nacht houdt ons bijeen
en maakt ons met elkaar compact.
‘Om Godswil laat me niet los,
mijn benen zijn geknakt’,
fluister je aan mijn borst.

Het is of ik de aarde tors.
En langzaam kruipt het mos
over ons standbeeld heen.

 

Vers

Wat is dit een zoete verbintenis,
u en de dood en ik.
Dat liefde er niets bij heeft ingeboet,
te geraken tot deze rust.

Nu al de vuren zijn geblust,
gaan we over de zachte as
en denken wat geleden moest,
voor ieder tevreden was.

 

 1766990-086372d000a496196ddb1b2b463e4ddf.jpg
Gerrit Achterberg (20 mei 1905 - 17 januari 1962)
Door Bert Voeten gefotografeerd in Amsterdam

 

 

De Nederlandse schrijfster en dichteres Anna M G Schmidt werd op 20 mei 1911 geboren in Kapelle. Zie ook mijn blog van 20 mei 2011 en eveneens alle tags voor Annie M.G. Schmidt op dit blog.

 

Erwtjes

Toen ze een meisje was van zeventien
moest ze een hele middag erwtjes doppen
op het balkon. Ze wou de teil omschoppen.
Ze was heel woest. Ze kon geen erwt meer zien.

Toen ging ze maar wat dromen, van geluk,
en dat geluk had niets van doen met erwten
maar met de Liefde en de Grote Verte.
Dat dromen hielp. Het scheelde heus een stuk.

En dat is meer dan vijftig jaar terug.
Ze is nu zeventig en heel erg fit
en altijd als ze ‘s middags even zit,
mijmert ze, met een kussen in de rug,

over geluk en zo… een beetje warrig,
maar het heeft niets te maken met de Verte
en met de Liefde ook niet. Wel met erwten,
die komen altijd weer terug, halsstarrig.

Ach ja, zegt ze. Ik kan mezelf nog zien,
daar in mijn moeders huis op het balkon,
bezig met erwtjes doppen in de zon.
Dat was geluk. Toen was ik zeventien.

 

 

Dit is het land

Dit is het land, waar grote mensen wonen.
Je hoeft er nog niet in: het is er boos.
Er zijn geen feeën meer, er zijn hormonen,
en altijd is er weer wat anders loos.

En in dit land zijn alle avonturen
hetzelfde, van een man en van een vrouw.
En achter elke muur zijn and're muren
en nooit een eenhoorn of een bietebauw.

En alle dingen hebben hier twee kanten
en alle teddyberen zijn hier dood.
En boze stukken staan in boze kranten
en dat doen boze mannen voor hun brood.

Een bos is hier alleen maar een boel bomen
en de soldaten zijn niet meer van tin.
Dit is het land waar grote mensen wonen...
Wees maar niet bang. Je hoeft er nog niet in.

 

 1766990-fe7ecdc8d3229c1a4aca14af18e7ff55.jpg
Annie M.G. Schmidt (20 mei 1911 – 21 mei 1995)
Borstbeeld in Kapelle 

 

 

De Amerikaanse dichter en schrijver William Michaelian werd geboren op 20 mei 1956 in Dinuba, California. Zie ook alle tags voor William Michaelian op dit blog.

 

If, When I Was a Child

If, when I was a child,
I had been afforded a glimpse
of myself as I am now,
I would have seen
a stranger.
 
If the same thing happened
when I was on the verge of manhood,
I would have laughed to hide
my surprise and my fear.
 
Now I am here.
 
But I remember the child,
and would recognize him anywhere:
on the step, in the yard, in a tree,
asleep in his unmoored bed
drifting down the street,
sweet and unaware.
 
I know, too, that the world
is dreamed through many such eyes,
and heard softly to call
in the night.
 
And yet when we meet,
we seldom rejoice.
 
Strangers are everywhere.
 
But our lives
are like mirrors.

 

 1766990-2e8f12582e20f27ba8a0148ad955809c.jpg

William Michaelian (Dinuba,  20 mei 1956)
 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Wolfgang Borchert werd geboren op 20 mei 1921 in Hamburg. Zie ook alle tags voor Wolfgang Borchert op dit blog.

Uit: Draußen vor der Tür

„Der Wind weht weiter. Die Elbe quasselt weiter. Die Straßenbahnklingelt weiter. Die Huren liegen weiter weiß und weich in denFenstern. Herr Kramer dreht sich auf die andere Seite undschnarcht weiter. Und keine – keine Uhr bleibt stehen. Rums!Ein Mensch ist gestorben. Und? Nichts weiter. Nur ein paar kreisförmige Wellen beweisen, daß er mal da war. Aber auchdie haben sich schnell wieder beruhigt. Und wenn die sichverlaufen haben, dann ist auch er vergessen, verlaufen, spurlos,Als ob er nie gewesen wäre. Weiter nichts. Hallo, da weinteiner. Merkwürdig. Ein alter Mann steht da und weint. Guten Abend.
DER ALTE MANN (nicht jämmerlich, sondern erschüttert): Kinder!Kinder! Meine Kinder!
BEERDIGUNGSUNTERNEHMER: Warum weinst du denn, Alter?
DER ALTE MANN: Weil ich es nicht ändern kann, oh, weil ich esnicht ändern kann.
BEERDIGUNGSUNTERNEHMER: Rums! Tschuldigung! Das istallerdings schlecht. Aber deswegen braucht man doch nichtgleich loszulegen wie eine verlassene Braut. Rums!Tschuldigung!
DER ALTE MANN: Oh, meine Kinder! Es sind doch alles meineKinder!
BEERDIGUNGSUNTERNEHMER: Oho, wer bist du denn?
DER ALTE MANN: Der Gott, an den keiner mehr glaubt.
BEERDIGUNGSUNTERNEHMER: Und warum weinst du? Rums!Tschuldigung!
GOTT: Weil ich es nicht ändern kann. Sie erschießen sich. Siehängen sich auf. Sie ersaufen sich. Sie ermorden sich, heutehundert, morgen hunderttausend. Und ich, ich kann es nichtändern.
BEERDIGUNGSUNTERNEHMER: Finster, finster, Alter. Sehr finster.Aber es glaubt eben keiner mehr an dich, das ist es.
GOTT: Sehr finster. Ich bin der Gott, an den keiner mehr glaubt.Sehr finster. Und ich kann es nicht ändern, meine Kinder, ichkann es nicht ändern. Finster, finster.
BEERDIGUNGSUNTERNEHMER: Rums! Tschuldigung! Wie dieFliegen! Rums! Verflucht!“

 

 1766990-d86597ea4e08dbb07748a364dd6fa0c2.jpg
Wolfgang Borchert (20 mei 1921 - 20 november 1947) 

 

 

De Franse schrijver Hector-Henri Malot werd geboren in La Bouille bij Rouen op 20 mei 1830. Zie ook alle tags voor Hector Malot op dit blog.

Uit: Sans famille

"Nous décidâmes la fille de cuisine à traire notre vache, et nous soupâmes avec son lait : jamais nous n’en avions bu d’aussi bon, Mattia déclara qu’il était sucré et qu’il sentait la fleur d’oranger, comme celui qu’il avait bu à l’hôpital, mais bien meilleur.
Et dans notre enthousiasme nous allâmes embrasser notre vache sur son mufle noir ; sans doute elle fut sensible à cette caresse, car elle nous lécha la figure de sa langue rude.
– Tu sais qu’elle embrasse, s’écria Mattia ravi.
Pour comprendre le bonheur que nous éprouvions à embrasser notre vache et à être embrassés par elle, il faut se rappeler que ni Mattia ni moi, nous n’étions gâtés par les embrassades : notre sort n’était pas celui des enfants choyés, qui ont à se défendre contre les caresses de leurs mères ; et tous deux cependant nous aurions bien aimé à nous faire caresser.
Le lendemain matin nous étions levés avec le soleil, et tout de suite nous nous mettions en route pour Chavanon.
Comme j’étais reconnaissant à Mattia du concours qu’il m’avait prêté, car sans lui je n’aurais jamais amassé cette grosse somme de deux cent quatorze francs, j’avais voulu lui donner le plaisir de conduire notre vache, et il n’avait pas été médiocrement heureux de la tirer par la longe, tandis que je marchais derrière elle. Ce fut seulement quand nous fûmes sortis de la ville que je vins prendre place à côté de lui, pour causer comme à l’ordinaire et surtout pour regarder ma vache : jamais je n’en avais vu une aussi belle."

 

 1766990-65b20ac6e57001b2877603852437de07.jpg
Hector Malot (20 mei 1830- 17 juli 1907)
Cover Nederlandse uitgave

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 20e mei ook mijn blog van 20 mei 2013 deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:30 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

De blogger leest alles eerst na: je tekst verschijnt zodra die goedgekeurd is.

Auke Hulst

De Nederlandse schrijver, journalist en muzikant Auke Hulst werd geboren in Hoogezand-Sappemeer, op 20 mei 1975. Hulst, zoon van zoon van (radio)journalist Ton Hulst (1939-1983), groeide op in het gehucht Denemarken, nabij Slochteren. Hij studeerde Audiovisuele Kunst aan Academie Minerva en Nederlands en Engels in Groningen, maar rondde zijn studies niet af.Hij publiceerde in onder andere Vrij Nederland, NRC Handelsblad, De Groene Amsterdammer, De Standaard, New Statesman, De Morgen, Tirade en De Revisor en debuteerde in 2006 met zijn roman “Jij en ik en alles daartussenin”. Zijn boek “De eenzame snelweg” (2007) werd genomineerd voor een Stripschap-penning in de categorie Nederlands Literair en de Belgische Prix Saint-Michel. Samen met Wim Melis, curator van de fotomanifestatie Noorderlicht in Groningen, maakte Hulst het fotoboek “The Pursuit of Happiness” (2009). Daarnaast was hij als redacteur en essayist verbonden aan de Noorderlicht-uitgaven Warzone (2010), dat de oorlogservaring van uitgezonden soldaten tot onderwerp had, en The Sweet and Sour Story of Sugar (2013). Hulsts in 2012 verschenen autobiografische roman “Kinderen van het Ruige Land” werd genomineerd voor de BNG Literatuurprijs en bekroond met Cutting Edge Award 2013, de Langs de Leeuw Literatuurprijs en Het Beste Groninger Boek 2013. In 2014 publiceerde hij “Buitenwereld, binnenzee”. In januari 2015 verscheen ”Slaap zacht, Johnny Idaho”, een roman over actuele thema's als economische apartheid en surveillance. Als muzikant en componist maakt Hulst Engelstalige muziek onder de naam Sponsored By Prozac. Daarnaast is hij een drijvende kracht achter de Nederlandse formatie De Meisjes, die in 2012 debuteerde met het album Beter dan niets, dat eind 2014 werd gevolgd door de boek- en cd-productie Dokter Toestel.

Uit:Slaap zacht, Johnny Idaho

“Er heeft een diertje door de sneeuw gelopen. De sporen zijn er nog, maar het diertje is weg.
Willem Gerson gaat door zijn knieën, krakend als opwindspeelgoed – zijn wijsvinger volgt een afdruk in de vorm van een drietand. Welke diersoorten zijn er ook weer op dit eiland losgelaten? Geen idee… Hij heeft ooit de prospectus bekeken, een gelikte virtual reality-presentatie, maar fauna had hij niet essentieel geacht. Een ‘bonusfeature’.
Een tijdje blijft hij op zijn hurken zitten. De sneeuw is donzig, bijna warm – er zit een hint van as en bloed in. Hij bestudeert kort zijn eigen hand: de gezwollen aderen, een enkele levervlek, de grijze haartjes. In zijn luchtwegen: het prikken van metaal. Het zal wel een vogel zijn, denkt hij, zijn aandacht weer bij het spoor. Geen fuut of wintertaling. Iets exotisch. Niet dat hij vogels uit elkaar kan houden – god, nee. Dat kon hij vroeger niet eens, toen hij met meisjes bier dronk in Hollandse duinen en de tijd nog niet op zijn schouders tikte.
Er strijkt licht over het lakenwit van het gazon. Hij kijkt om, betrapt. De villa – faux jaren-dertig, rieten dak, houten veranda, uitbouw met binnenzwembad – komt raam voor raam tot leven. Het is de enige woning die vanaf hier te zien is; heuvels, duinen en bomen beperken het blikveld, conform zijn wensen. Een paar kilometer verderop splijt een kunstmatige berg de te lage hemel. De sneeuwkanonnen zwijgen, overbodig geworden door een onverwachte winter. Een parelketting van straatlantaarns wikkelt zich rond de flanken.
Met een hand op zijn knie komt hij weer omhoog. Dat kost meer moeite dan hij wil toegeven. Wie klaagt bestendigt redenen tot klagen… Hij negeert het licht en volgt de pootafdrukken een steeds nabijer verleden in. Straks zal verse sneeuw het spoor weer uitwissen – de bui is boven hem al in de maak. Alleen dieren en losers kunnen ongezien blijven, dat weet hij. Gerson verafschuwt gebrek aan ambitie, maar de bijbehorende anonimiteit moet bevrijdend zijn. Hoe lang heeft hij zich niet uit de naad gewerkt om zich boven de middelmaat te kunnen verheffen, met nalating van carbon footprints, kruimels van cookies, quotes in de financiële pers, opinies in hoofden van bekenden en vreemden, lijken in kasten? Te lang. En niets wordt vergeten of afgedekt met sneeuw.
Zijn gedachten drijven af naar de receptie waarvan hij even na middernacht in kennelijke staat is teruggekeerd: het onophoudelijk zien en gezien worden in de vlietende wereld van het hoge afbreukrisico. Hij denkt aan de Ogen en de weblenzen die hem registreerden, filmden, deelden. Zou iemand iets aan hem zijn opgevallen? Pijn en haast?”

 

 1842369-bdc84e76ed8e2b73ae558d4c9c4e49d6.jpg
Auke Hulst (Hoogezand-Sappemeer, 20 mei 1975)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Maurits de Bruijn

De Nederlandse schrijver en journalist Maurits de Bruijn werd geboren op 20 mei 1984 in Delft. De Bruijn werkt als journalist, copywriter en beeldend kunstenaar. Stukken van zijn hand verschenen in o.a. de Volkskrant en Mister Motley. Zijn beeldend werk werd tentoongesteld in Amsterdam, São Paulo en Tel Aviv. Zijn debuutroman “Broer” werd zeer lovend ontvangen door pers en publiek..

Uit: Broer

“Toen ik klein was dacht ik dat er iets zou gebeuren. Tussen kind zijn en volwassen. Dat er een moment zou komen, een doop, waar alleen grote mensen van afwisten. En vanaf dat moment zou ik volwassen zijn. Weten van de zon en van de mensen om me heen. Weten hoe je op een verjaardag moet zitten en over dingen moet praten. Hoe je de koffie vasthoudt en later op de dag het bier. Dat je die smaken lekker vindt. Dat je bulderend over een tafel lacht. Dat je een stropdas draagt. Dat je weet waar je naartoe gaat en waar je vandaan komt.
Dat moment is niet gekomen. Ik blijf tussen de ik van mijn kindertijd en de volwassen ik in staan. De kleine ik zit als de binnenste van een matroesjka in me en de buitenste laag verandert. Soms is het tweede of derde poppetje te zien, soms het grootste.
Wetend dat het kleinste poppetje er altijd zal zijn, dat het wat betreft mijn volwassenwording niet veel verder zal komen, geeft ruimte. Volwassenheid was een orkaan die ik verwachtte en ik kreeg een winderige dag. Ik moet dus zelf een storm zijn. Een storm die alles zal los schudden. Die boomstammen doet knakken als lucifers. Ik heb tijd verloren en ik moet op zoek naar iets wat me zal doen groeien.
Alsof ze geen Nederlandse moeder is, gaat mijn moeder twee keer per week naar de kapper. Zij bepaalt met wie ze vrienden wordt. Ze draagt altijd nagellak en ik vind het mooi als die is afgebladderd. Mijn moeder heeft de allermooiste kleren die er zijn, vroeger trok ik ze aan.
Mijn moeder vindt zichzelf niet mooi en als mensen zeggen hoe erg ik op haar lijk, antwoordt ze: ‘Zielig, he?’, terwijl ik mezelf en mijn moeder best mooi vind. Ze houdt net als ik van boter. En van aardappels en sperziebonen. Mijn moeder eet graag uit de pan. Ze heeft handen van een grote schoonheid. En dat weet ze ook.”

 1810872-bb41c7fe2747e7454cef8b3d460e4c6c.jpg
Maurits de Bruijn (Delft, 20 mei 1984)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Constantin Göttfert, Karel van het Reve, Gijs IJlander, Thera Coppens, Jodi Picoult, Yahya Hassan, Ruskin Bond, Luuk Wojcik

De Oostenrijkse dichter en schrijver Constantin Göttfert werd op 19 mei 1979 in Wenen geboren. Zie ook alle tags voor Constantin Göttfert op dit blog.

Uit: Steiners Geschichte

„Ina stellte den Motor nicht ab, auch die Scheinwerfer nicht, sie kurbelte nur das Fenster einen Spalt weit hinab, sodass ich einen Moment lang dachte, sie wolle einem Mann, der drüben am anderen Ufer entlangging, etwas zurufen.
Sie hatte kurz geweint. Jetzt blickte sie mit ruhig an- und abschwellender Brust über ihre kleinen Hände, die immer noch auf dem Lenkrad ruhten, hinweg auf die dunkle March.
«Du willst jetzt dort hingehen?», fragte ich. «Und warum?»
Ich wusste es. Sie suchte eine Geschichte. Eine Geschichte über ihren Großvater.
Sie schob den Türhebel hoch. Mit dem Ellenbogen stieß sie die Tür auf, setzte zuerst einen Stiefel aus dem Wagen, bevor sie mit dem Körper nachrutschte und den sich bereits deutlich unter ihrer Jacke wölbenden Bauch vom Druck des Lenkrades befreite. Mit beiden Händen fasste sie nach dem Wagendach, zog sich aus dem Wagen heraus.
In einem Schlammloch sank sie ein, sie taumelte. Eine Krähe riss sich kreischend vor ihr aus dem schlammigen Unterholz. Ina sah ihr nach, bis sie hinter dem schneebedeckten Dach einer Fischerhütte verschwand. Ich widerstand dem Impuls, Ina nachzueilen. Ich drückte nur selbst die Wagentür auf und beugte mich hinaus, um besser sehen zu können, wohin sie ging. Ich wollte ihr etwas nachrufen, aber ich wusste nicht, was. Man konnte hören, wie die Eisschollen vom Flussufer brachen und leise an die Blechwand der vertauten Fähre klopften. Der Geruch der faulenden Blätter in den quadratischen Netzen der Fischer stieg jetzt zu mir in die Kabine, die Fäulnis von morschem Holz.
«Jetzt komm schon!», rief sie. «Komm schon!» Dabei schlug sie sich 7 mit den behandschuhten Handflächen auf die Oberschenkel. Das sah aus, als wollte sie einen Hund zu sich rufen.“

 

 1766531-dacc9984586ef5dabb65c80a2b2df843.jpg
Constantin Göttfert (Wenen, 19 mei 1979)

 

 

De Nederlandse letterkundige, vertaler, essayist, schrijver en columnist Karel van het Reve werd geboren in Amsterdam op 19 mei 1921. Zie ook alle tags voor Karel van het Reve op dit blog.

Uit: Goethe, Beethoven en Stalin 
 
“In de iconografie der Europese negentiende eeuw komt een plaatje voor van een ontmoeting tussen Goethe en Beethoven enerzijds en een Vorstelijk Persoon anderzijds. Goethe, de hoveling, is terzijde getreden, heeft zijn hoed afgenomen en maakt een buiging. Beethoven, de Onafhankelijke Kunstenaar, doet of hij de Vorstelijke Persoon niet ziet; hij loopt door, zijn gezicht in het bekende norse Beethoven-masker. De Vorstelijke Persoon, een dame aan zijn arm, licht beleefd zijn hoed en laat niet merken dat hij Beethovens democratische lompheid heeft opgemerkt.
De sympathie van de toeschouwer kan zich gelijkelijk over de drie hoofdpersonen verdelen: men voelt mee met Goethe, die zich aan de regels van het spel houdt, zich daarbij als burgerjongen niet helemaal op zijn gemak voelt en daarom net iets dieper schijnt te buigen dan nodig is; men is solidair met Beethoven, die de hele kruiperige flauwekul veracht en kennelijk van mening is dat Ludwig van Beethoven minstens zoveel waard is als de Hertog van Oostenrijk. De hertog zelf steelt ons hart door de elegantie waarmee hij zich uit deze pijnlijke situatie redt.
Niettemin is Beethoven kennelijk de held van het plaatje. De burgerlijke gelijkheid, de democratie, staan aan zijn kant, en ook de Rede, lijkt het, geeft hem gelijk. Heeft een Groot Componist niet veel meer recht op eerbiedige bejegening dan iemand die toevallig als Vorstelijk Persoon geboren is? Natuurlijk. Niet geboorte, maar verdienste verheft iemand boven zijn medemensen, en wij buigen veel liever voor Goethe en Beethoven dn voor een Hertog. Toch zijn er aristocratische naturen die juist aan dat buigen voor het talent, voor de verdienstelijkheid, een gruwelijke hekel hebben.
Zo kreeg Goethe ergens tussen 1824 en 1830 bezoek van twee broers, de Russische graven Stroganow. De oudste hunner was een man die niet op zijn mondje gevallen was. Hij had eens in opdracht van tsaar Alexander I een onderzoek ingesteld naar enige Siberische fabrieken waar een opstand onder de arbeiders was uitgebroken. In zijn rapport wees hij er op, dat het dagloon van zo'n arbeider minder was dan de som die de Russische overheid in die jaren uittrok voor het voeden van een naar Siberië verbannen misdadiger.”

 

 1766531-965ab2a94c33cc1d0c0562aeb795cac8.jpg
Karel van het Reve (19 mei 1921 – 4 maart 1999)
 

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Gijs IJlander (eig. Gijs Hoetjes) werd op 19 mei 1947 in Alkmaar geboren. Zie ook alle tags voor Gijs IJslander op dit blog.

Uit: De aanstoot

“Ze was nog niet bij de deur of hij had de deken afgegooid en was uit bed gesprongen. In een flits zag ze zijn blote lijf. Ze rende naar de trap en holde naar beneden. Hij kwam haar niet achterna.
Hij schaterlachte. Ze schoot blindelings de achterkamer in. Ze sloeg haar hand voor haar mond van schrik om wat ze zojuist gezien had. Wat was er eigenlijk gebeurd? Ze stond verstard, alleen haar ogen bewogen – toch had ze het gevoel dat ze elk moment in lachen kon uitbarsten.
Ze keek naar de schilderijen die tegen de muur stonden, en het schilderij op de ezel. Drie vrouwen aan de waterkant. ...De vrouw rechts was zijzelf. Zo had ze onlangs op een middag aan de oever van het kanaal gestaan
(…)

“Zou hij ook schilderijen maken van andere vrouwen, Amigo? Van mooiere vrouwen dan zij? In Frankrijk, waar hij vandaan kwam, woonden veel mooie vrouwen, hier in Holland ook, daar viel niets aan te doen. Zij was zoals ze was. Hij moest het schilderij eerst maar een afmaken, misschien werd het vanzelf wel beter. Ze kon haar zondagse jurk meenemen en die aandoen als ze weer moest zitten, dat zou ook al schelen. Haar haar wat beter doen.”

 

 1766531-56b2ae7aef7cd0e011c0eff0093762a8.jpg
Gijs IJlander (Alkmaar, 19 mei 1947)

 

 

De Nederlandse schrijfster Thera Coppens werd geboren in Amsterdam op 19 mei 1947. Zie ook alle tags voor Thera Coppens op dit blog.

Uit: Sophie in Weimar

“De plek bood een overweldigend zicht over Weimar met zijn torens en leien daken: ‘Ik was verbaasd over de kennis van zaken van de vorstin; ze was niet alleen op de hoogte van elk detail, maar ze maakte ook haar wensen heel duidelijk kenbaar,’ schreef de hofdame die de vorstin probeerde te volgen terwijl deze haar goedkeuring uitsprak of afkeurend reageerde. Ondanks haar eigenhandige bouwtekening had Minckert haar blijkbaar niet goed begrepen: ‘Tenslotte tekende ze met haar paraplu op de grond wat ze allemaal veranderd wilde hebben. Ik leerde een heel andere kant van haar kennen; je kon zien dat ze zich al veel vaker had beziggehouden met bouwprojecten.’
De groothertogin had vierhonderdduizend mark in het bouwproject gestoken, afkomstig uit haar Oranje-vermogen. Het zou haar archief worden, met haar literaire schatten en ze duldde geen enkele wijziging in haar plannen. Het Sophienstift, het Sophienhaus en andere gebouwen in Weimar had ze in neo renaissancestijl laten ontwerpen. Maar voor haar archief koos ze een Frans voorbeeld: het Petit Trianon. Dit lustslot dat in het park van Versailles lag, dateerde uit de tweede helft van de achttiende eeuw. Dat was de bloeitijd van de Duitse literatuur en zou harmoniëren met zijn bestemming. Petit Trianon was gebouwd voor de aardse koningen, haar archief daarentegen voor dichtervorsten.”

 

 1766531-6f6566f86651baf35902c21ee0de313b.jpg
Thera Coppens (Amsterdam, 19 mei 1947)

 

 

De Amerikaanse schrijfster Jodi Lynn Picoult werd geboren op 18 mei 1966 in Nesconset op Long Island, New York. Zie ook alle tags voor Jodi Picoult op dit blog.

Uit:Keeping Faith

«Her guard carefully folds Faith’s fingers shut, making a fist. Faith giggles; she likes the idea of holding fast to a kiss. “See how I love you?” her guard says, and Faith smiles all the way back to sleep.
On Thursday Mariah spends the morning watching the video Agnes of God, and so gets a late start food shopping. When she pulls up to the elementary school, ready to pick Faith up for the day, the trunk is full of groceries. The bell rings, and Mariah takes up her usual position, beside a large maple tree at the edge of the first-grade classroom pod, but Faith does not appear. She waits until the last of the children have dribbled out of the school, then walks into the office.
Faith is huddled on the overstuffed purple couch beside the secretary’s desk, crying; her leggings torn at the knees and her hair straggling out of its braid and sticking against her damp cheeks. She’s stretched out her sleeves and hidden her fists inside them. She wipes her nose on the fabric. “Mommy, can I not go to school anymore?”
Mariah feels her heart contract. “You love school,” she says, dropping to her knees, as much to comfort Faith as to block the curious gaze of the school secretary. “What happened?”
“They make fun of me. They say I’m crazy.”

 

 1766531-616b7c66509d527d7ee504d4e98920d6.jpg
Jodi Picoult (Nesconset, 19 mei 1966)

 

 

De Deense dichter van Palestijnse afkomst Yahya Hassan werd geboren 19 mei 1995 in Aarhus. Zie ook alle tags voor Yahya Hassan op dit blog.

 

Er sagte nicht Habibi

Er sagte nicht Habibi
Er sagte Hände oder Füße
Und brach eine Latte aus dem Bettgestell
Nun fehlte ein Streifen von rechts nach links
Die Matratze nach unten gebeult
Das Geschrei der Geschwister aus dem Raum
Nebenan
Übertönte das meine
Die Tür zur Küche, wo die Mutter kochte
Ging zu
Wenn Sie sich einmischte sagte er
Bestimmt der Mann oder die Frau
Als er fertig war, konnte ich fast nicht gehen
oder stehen an der Wand
Die Arme gestreckt und ein Fuß in der Höhe
Gerade so, wie er das wollte
Er rauchte eine Zigarette und sammelte Kräfte
Und bevor mein Bruder drankam
Zog ich mir die Strümpfe aus
Bat ihn sie über seine zu ziehen und zu sagen: Füße.

Vertaald door Annette Hellmut en Michel Schle

 

 1766531-095b715ea4044d1f32cc00310277cae5.jpg
Yahya Hassan (Aarhus,19 mei 1995)

  

 

De Indiase dichter en schrijver Ruskin Bond werd geboren op 19 mei 1934 in Kasauli. Zie ook alle tags voor Ruskin Bond op dit blog.

 

Do not be Afraid of the Dark

Don’t be afraid of the dark, little one,
The earth must rest when the day is done.
The sun must be harsh, but moonlight – never!
And those stars will be shining forever and ever,

Be friends with the Night, there is nothing to fear,
Just let your thoughts travel to friends far and near.
By day, it does seem that our troubles won’t cease,
But at night, late at night, the world is at peace.

 

 1766531-7aa73b5af9a35f1438b03de89996e456.jpg
Ruskin Bond (Kasauli, 19 mei 1934)

 

 

Onafhankelijk van geboortedata

 

De Nederlandse dichter Luuk Wojcik werd geboren in Roermond in mei 1993. Zie ook alle tags voor Luuk Wojcik op dit blog.

                                                                                                                               

Once you go blauwe vinvis you never go back

Op een dag een beetje zoals deze,
maar niet helemaal als in de lucht is nu niet zo blauw, niet blauw genoeg voor een achtergrond op
schoolfoto’s, pasfoto’s, vakantiefoto’s, foto’s.

Op een dag blauwer dan vandaag,
Ligt er maar een golf op zee.
Je had ‘m moeten zien liggen,
omringd door verte,
liggend op diepte.

Eronder zwemt een man,
precies eronder, niemand verwacht dat
Een golf een man verbergen kan.

Maar dit zijn de dagen, toen en tot de dag van vandaag,
waarop alles uit zijn handen lijkt te vallen, je kunt ‘m niet op z’n voeten vinden.

Op het strand, vindt hij zijn palmen lager dan zijn vingers.
Met zand onder zijn nagels, oogleden samenknijpend, ziet hij zijn golf niet.
Er zijn er teveel op deze niet zo blauwe, maar toch kalme dag.

En de man denkt wat nu als
Mijn handen nooit meer wit zullen zijn.
Wat nu als ik nooit meer mijn hoofd in de golf kan steken, als een periscoop gebruiken.
Wat nu als het niet veel beter wordt,
dan een rustige dag aan zee.

 

 1766531-74db9b397b03c669f15891e353e8984e.jpg
Luuk Wojcik (Roermond, mei 1993)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 19e mei ook mijn blog van 19 mei 2013 deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:29 Reageer op dit bericht

Yi Mun-yol, Markus Breidenich, W.G. Sebald, François Nourissier, Gunnar Gunnarsson, Omar Khayyam

De Zuidkoreaanse schrijver Yi Mun-yol werd geboren op 18 mei 1948 in Yongyang. Zie ook alle tags voor Yi Mun-yol op dit blog.

Uit: Our Twisted Hero (Vertaald door Kevin O'Rourke)

« Disappointingly, the boys were just like the teacher. In Seoul when a new transfer student arrived, the other children took advantage of the first break in class to surround him and ask all sorts of questions: Are you good at school? Are you strong? Are you well off? They asked questions like these to gather the basic materials for establishing a relationship later on. But my new classmates, like my new teacher, had little interest in this. At the break they stood at a distance stealing quick glances across. And when finally at lunchtime a few boys did gather around, it was only to ask whether I had been on a tram, had seen South Gate, and other questions of this sort. In fact, the only things they seemed envious of, or impressed by, were my school supplies. These were of high quality and I was the only one who had them.
But to this day, nearly thirty years later, what makes the memory of that first day so vivid in my mind was my meeting with Om Sokdae.
"Get out of the way, all of you!"
The few children were ringed around me in the classroom asking their questions when suddenly a low voice sounded softly from behind them. It was a grown-up voice, sufficiently so for me to wonder if the teacher had come back. The children flinched and stepped back abruptly. I was taken by surprise, too. I turned around in my chair and saw a boy sitting at a desk at the back of the middle row; he was solidly planked down there and he looked at us with a certain air of resignation.
We had only been in class together for an hour, but I knew this fellow. From the way he shouted "Attention! Salute!" when the teacher came in, I presumed he was the class monitor. The other reason I could distinguish him immediately among the nearly sixty students in the class, all of whom were much the same size, was that sitting down he seemed a head taller than any of the other boys -- and his eyes seemed to burn into me.
"Han Pyongt'ae, you said, right? Come here."

 

 1765947-46e8f1b7ff40eb29681c7ed38c336532.jpg
Yi Mun-yol (Yongyang, 18 mei 1948)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Markus Breidenich werd geboren in Düren op 18 mei 1972. Zie ook alle tags voor Markus Breidenich op dit blog.

 

Nachtlied
 
Ich sah den farbigen Ausdruck in deinem Gesicht.
Die Augen gelasert. Wie echt. Auf Fotopapier deine
hochaufgelösten Lider. Beim Einschlafen abends.
Ein schönes Motiv. Digital überarbeitet. Müde.

 

 

Cold Play

Manchmal kann man

dieser Lagebesprechung im Schnee ein
Knirschen entnehmen.

Als sei es der Tonfall von Flocken, der hier
die Stimmung diktiert.

Den gedämpften Anflug einer Krähe
auf Blautannenzweige.

Oder das Abklingen von Verwehungen
nebenan.

In die präparierten Rillen könnte man
die Nadel einer Kiefer fallen hören

zum Abtasten aufgezeichneter Spuren.
Wie sie

das Knistern des Eises wiedergibt.
Unter den Füßen.

 

 1765947-c731b30147cc6e79a9ca4b49d40bd143.jpg
Markus Breidenich (Düren, 18 mei 1972)

 

 

De Duitse schrijver W.G. Sebald werd geboren in Wertach (Allgäu) op 18 mei 1944. Zie ook alle tags voor W. G. Sebald op dit blog.

Uit:The Rings of Saturn (Vertaald door Michael Hulse)

“In August 1992, when the dog days were drawing to an end, I set off to walk the county of Suffolk, in the hope of dispelling the emptiness that takes hold of me whenever I have completed a long stint of work. And in fact my hope was realized, up to a point; for I have seldom felt so carefree as I did then, walking for hours in the day through the thinly populated countryside, which stretches inland from the coast. I wonder now, however, whether there might be something in the old superstition that certain ailments of the spirit and of the body are particularly likely to beset us under the sign of the Dog Star. At all events, in retrospect I became preoccupied not only with the unaccustomed sense of freedom but also with the paralysing horror that had come over me at various times when confronted with the traces of destruction, reaching far back into the past, that were evident even in that remote place. Perhaps it was because of this that, a year to the day after I began my tour, I was taken into hospital in Norwich in a state of almost total immobility. It was then that I began in my thoughts to write these pages. I can remember precisely how, upon being admitted to that room on the eighth floor, I became overwhelmed by the feeling that the Suffolk expanses I had walked the previous summer had now shrunk once and for all to a single, blind, insensate spot. Indeed, all that could be seen of the world from my bed was the colourless patch of sky framed in the window. Several times during the day I felt a desire to assure myself of a reality I feared had vanished forever by looking out of that hospital window, which, for some strange reason, was draped with black netting, and as dusk fell the wish became so strong that, contriving to slip over the edge of the bed to the floor, half on my belly and half sideways, and then to reach the wall on all fours, I dragged myself, despite the pain, up to the window sill. In the tortured posture of a creature that has raised itself erect for the first time I stood leaning against the glass. I could not help thinking of the scene in which poor Gregor Samsa, his little legs trembling, climbs the armchair and looks out of his room, no longer remembering (so Kafka's narrative goes) the sense of liberation that gazing out of the window had formerly given him.”

 

 1765947-1f588f0e34ac32de132d902631150b49.jpg
W.G. Sebald (18 mei 1944 – 14 december 2001)

 

 

De Franse schrijver François Nourissier werd geboren op 18 mei 1927 in Parijs. Zie ook alle tags voor François Nourissier op dit blog.

Uit:Eau-de-feu

"Depuis quatre ans, la bataille où se débat Reine m'a laissé le loisir de me poser des questions. Je pense avoir compris combien j'avais laissé Reine s'appauvrir. Un homme brillant (…). Reine m'a vu tout au long des années m'user, m'exploiter, me mettre en montre, me polir. Brillant ? Oui, comme l'est un vieux veston aux coudes. Et le temps ! Voûté, le bréchet avantageux ou le bidon en oeuf, les pudeurs naturelles cédant la place aux négligences familières, à la fois avachi et crêté: ainsi m'a t-elle vu évoluer, insensiblement [...], cesser d'être l'homme qu'elle aimait pour en devenir un autre, parfois ressemblant au premier, parfois désobligeant jusqu'à son souvenir."
(…)

"Je me suis cru longtemps intouchable. Dans un mariage, une longue liaison, il arrive que l'homme devienne un fonctionnaire de l'amour: l'irrévocable. Epoux et amant, il s'endort dans la sécurité de l'emploi. Il ne sait même pas qu'il manque à la vigilance apprise pendant les premiers mois d'un amour. Il a basculé - quand? - dans l'insouciance et la paresse, qu'il baptise bonheur, parfois légèreté."

 

 1765947-04509c62b1b39cde53f7ca55c8e59d62.jpg
François Nourissier (18 mei 1927 – 15 februari 2011)

 

 

De IJslandse dichter en schrijver Gunnar Gunnarsson werd geboren op 18 mei 1889 in Fljótsdalur. Zie ook alle tags voor Gunnar Gunnarsson op dit blog.

Uit: Vikivaki (Vertaald door Helmut de Boor)

“Jaki Sonarsons Hinterlassene Papiere

1
Was ich in den ersten Wochen dieses unseligen Jahres durchgemacht habe und noch immer durchmache, ohne heute, im Februar, einen Ausweg aus den Schwierigkeiten zu sehen, kann sich ein Mensch kaum vorstellen. Zudem liegt mein Erlebnis der Silvesternacht auf diesem einsamen Hof und alles, was sich daran knüpft, zu weit von der breiten Straße des Lebens und unseren täglichen, allgemeinen Erfahrungen ab. Ich habe eigentlich keine große Hoffnung, daß es mir gelingen wird, meine Seelennot zu erklären und ganz ins rechte Licht zu rücken. Wie sollte man auch das in Worte fassen können, was hier auf dem Fokstadhof geschehen ist und noch geschieht? Wer würde mir glauben? Es sei denn, daß mich der unbarmherzige Lauf der Dinge zwingt »abzudanken«, wie so
mancher Große unserer Zeit; mich zwingt, von meiner unfreiwilligen, nur mit äußerster Anstrengung aufrechterhaltenen »Göttlichkeit« abzustehen und meine armen »Auserwählten« nicht – wie es mein Wunsch und Wille und einziges Bestreben ist – Gott zu übergeben, sondern Menschen, und dadurch vielleicht ewiges Leben mit zeitlichem zu vermischen, samt aller Verwirrung, die daraus entspringen müßte.“

 

 1765947-35899d821824188ae930ae6c3ee4b119.jpg
Gunnar Gunnarsson (18 mei 1889 – 21 november 1975)
In 1970

 

 

De Perzische dichter Omar Khayyám, of zoals zijn arabische naam luidt, al-Imâm Abu Hafs 'Omar ebn Ebrâhim al-Khayyâmi, werd geboren op 18 mei 1048 te Nishapur. Zie ook alle tags voor Omar Khayyám op dit blog.

 

Kwatrijnen

Een wijnnap leek de hemel mij bij tijden.
Zijn mond komt tot ons lippen nederglijden.
O, zie de vriendschap tussen kruik en beker.
Mond ligt aan mond en bloed vloeit tusschen beiden.

 

Verliefd en dronken zijn wij, groot en klein.
De kroeg vereent wat hoog is en gemeen.
Vorder daarom geen rekenschap van ons,
Die allen drinken en bedronken zijn.

 

Jawel, in wijn en roes ik mij verloor.
Maar waarom schimpt en schampert men daarvoor?
Wanneer een roes op andre zonden volgde,
Vond men van trouw en waarheid zelft geen spoor.

 

Ik heb nog niemand om zijn slaap gebracht.
Geen hitst God tegen mij te middernacht.
En toch bezit ge uw schat en schoon niet eeuwig.
‘t Is u ontgrist, ‘s nachts, eer gij het verwacht.

 

 

Vertaald door Willem de Mérode

 

 1765947-4ec0c9aaba8e9bb4887265bf2cefcfd9.jpg
Omar Khayyam (18 mei 1048 - 4 december 1131)
Bruno Lastra als de dichter Khayyam in “The Legend Of Omar Khayyam” uit 2005

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 17e mei ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 21:28 Reageer op dit bericht

Lars Gustafsson, Peter Høeg, Gary Paulsen, Henri Barbusse, Virginie Loveling, Mischa Andriessen

De Zweedse dichter en schrijver Lars Gustafsson werd geboren in Västeras, op 17 mei 1936. Zie ook alle tags voor Lars Gustafsson op dit blog.

 

Priemgetallen

De eersten zijn
donkere vestingen

opgetrokken door vorsten
in een lang vervlogen tijd.

Ze liggen dicht opeen
en werpen lange schaduwen,

het land rondom een vlak
en zwaar verdedigd moerasgebied.

Ze zijn gebouwd van een steensoort
door geen tijd aan te tasten

en alle andere zijn dorpen
hurkend daar omheen.

Daarna worden zij steeds zeldzamer:

je moet lang over weidse vlaktes rijden
om er nog een aan de horizon te ontwaren.

De waarheid is dat zij steeds zeldzamer worden
op hun weg naar de onvoorstelbare diepten.

En dokter Riemanns schaduw tekent zich
onnatuurlijk hoog en dreigend af
tegen een oneindige zonsondergang.

 

Vertaald door J. Bernlef

 

 

Hamlet Prince Of Denmark

Prince Hamlet of Denmark
but now without his fatal wound
and dressed in a good suit from Savile Row
but the tie most certainly
from the rowing club at the University of Wittenberg
came out of the night’s shadows and said
You see, Professor. It is not quite so easy
to come back home
and see that everything is changed
and no one, not even Mama
understands a single word.
About what one says.

But in the event that
a little ugly dwarf
with cheeks painted red
appears just around the corner
then we are dreaming the same dream.

 

 

Paradise

The swamp, forbidden to enter
Dangerous depths with purple loosestrife and bitter clover.
The salamanders that we caught
and called ‘water lizards’.

They were supposed to cause warts on fingers
Because they themselves had warts.

Surely extinct now. Who needs them?
Suddenly the boy was twenty years old.

Ahead of him, life,
extending endlessly like the plains of Kurland.

The creeks. The salamanders.
We took it all away.

No one else.

 

Vertaald door Susan W. Howard

 

 1765504-55253282ac76d9ed4cd5134ba880e970.jpg
Lars Gustafsson (Västeras, 17 mei 1936)

 

 

De Deense schrijver Peter Høeg werd geboren in Kopenhagen op 17 mei 1957. Zie ook alle tags voor Peter Høeg op dit blog.

Uit: The Elephant Keepers’ Children (Vertaald door Martin Aitken)

“It’s not like we have never seen my father cry before. When you’re married to someone like my mother, who very often forgets everything around her, including her husband and her children and her dog, because she has become obsessed by the idea of making her own mechanical wristwatch and works twenty-four hours in one stretch to center the axles of the wheels while we children and our father go hungry—when you’re married to a woman like that you will have need to weep on the shoulders of close friends at least once a fortnight, which Father almost certainly has done in the company of Bent Piglet or John the Savior.
   But he has never done it at home. On such occasions as we have seen Father weep, it has always been in church and on account of him saying something especially beautiful that makes him cry because he is moved and grateful for the Lord having provided Finø with such a magnificent pastor as himself. Or else he cries at a funeral in sympathy with the bereaved, and one must reluctantly admit that Father’s sympathy is almost as great as his satisfaction at putting it on display.
   Though his complacency and sympathy both may be great, they have never been so great as what we now witness in the kitchen of our rectory home. What we see is something that has always been contained inside our father, but which only now is released, and to begin with we have no words for it.
But Father leaves the kitchen and Mother goes after him, and Tilte and Hans and Basker and I remain behind and look at each other. We sit for a moment in silence, and then Tilte suddenly says: “They’re elephant keepers. That’s Mother’s and Father’s problem. They’re elephant keepers without knowing.”

 

 1765504-159f0bb6d749ca388204239830f8df19.jpg
Peter Høeg (Kopenhagen, 17 mei 1957)

 

 

De Amerikaanse schrijver Gary Paulsen werd geboren op 17 mei 1939 in Minneapolis, Minnesota. Zie ook alle tags voor Gary Paulsen op dit blog.

Uit: Hatchet

“What had he read or seen that told him about food in the wilderness? Hadn't there been something? A show, yes, a show on television about air force pilots and some kind of course they took. A survival course. All right, he had the show coming into his thoughts now. The pilots had to live in the desert. They put them in the desert down in Arizona or someplace and they had to live for a week. They had to find food and water for a week.
For water they had made a sheet of plastic into a dew gathering device and for food they ate lizards. That was it. Of course Brian had lots of water and there weren't too many lizards in the Canadian woods, that he knew. One of the pilots had used a watch crystal as a magnifying glass to focus the sun and start a fire so they didn't have to eat the lizards raw. But Brian had a digital watch, without a crystal, broken at that. So the show didn't help him much.
Wait, there was one thing. One of the pilots, a woman, had found some kind of beans on a bush and she had used them with her lizard meat to make a little stew in a tin can she had found. Bean lizard stew. There weren't any beans here, but there must be berries. There had to be berry bushes around. Sure, the woods were full of berry bushes. That's what everybody always said. Well, he'd actually never heard anybody say it. But he felt that it should be true.
There must be berry bushes.“

 

 1765504-d292541243388f950ae30273d68903e2.jpg
Gary Paulsen (Minneapolis, 17 mei 1939)

 

 

De Franse dichter en schrijver Henri Barbusse werd geboren op 17 mei 1873 in Asnières-sur-Seine. Zie ook alle tags voor Henri Barbusse op dit blog.

Uit: Le Feu

« Ayant suivi le boulevard de la République puis l’avenue Gambetta, nous débouchons sur la place du Commerce. Les clous de nos souliers cirés sonnent sur les pavés de la ville. Il fait beau. Le ciel ensoleillé miroite et brille comme à travers les verrières d’une serre, et fait étinceler les devantures de la place. Nos capotes bien brossées ont leurs pans abaissés et, comme ils sont relevés d’habitude, on voit se dessiner, sur ces pans flottants, deux carrés, où le drap est plus bleu.
Notre bande flâneuse s’arrête un instant, et hésite, devant le café de la Sous-Préfecture, appelé aussi le Grand-Café.
-On a le droit d’entrer! dit Volpatte.
-Il y a trop d’officiers là-dedans, repartit Blaire qui, haussant sa figure pardessus le rideau de guipure qui habille l’établissement, a risqué un coup d’oeil dans la glace, entre les lettres d’or.
-Et pis, dit Paradis, on n’a pas encore assez vu.
On se remet en marche et les simples soldats que nous sommes passent en revue les riches boutiques qui font cercle sur la place: les magasins de nouveautés, les papeteries, les pharmacies, et, tel un uniforme constellé de général, la vitrine du bijoutier. On a sorti ses sourires comme un ornement. On est exempts de tout travail jusqu’au soir, on est libres, on est propriétaires de son temps.
Les jambes font un pas doux et reposant; les mains, vides, ballantes, se promènent, elles aussi, de long en large."

 

 1765504-857f61cafd8347765caab55602ea8c62.jpg
Henri Barbusse (17 mei 1873 –30 augustus 1936)
Cover

 

 

De Vlaamse dichteres en schrijfster Virginie Loveling werd geboren in Nevele op 17 mei 1836. Zie ook alle tags voor Virginie Loveling op dit blog.

 

De zucht naar ’t eindeloze

Als 't maantje in mijn venster schijnt,
Dan kan ik niet meer slapen;
Dan komt de vraag: Waar is die God,
Die alles heeft geschapen?

De stille nacht, het eenzaam uur,
Het suizlen door de linden;
Dan denk ik aan de dood en 't graf
En aan verloren vrinden.

Dan wordt de geest zo onrustvol,
En haakt naar 't onbekende,
Als ik in 's hemels sterrenveld
De wakende ogen wende.

Dan schijnt de wereld mij zo klein :
Mij lokt die hemelverte.
0 kon ik vliegen! doch waarheen,
Waarheen, gij kloppend herte?

 

 

Haar laatste wandeling

Zij wandelde in de zonne -
Het loof ruiste over 't pad.
Ik ben het afgevallen,
Het vroeg verwelkte blad.

De zwaal'wen trekken henen,
Ik staar hen na en peis:
Ik ben een arme zwaluw,
Ik moet alleen op reis.

Zij trekken naar het zuiden,
Zij weten waar zij gaan,
Zij zullen wederkeren
Met loof en lenteblaân.

Het woud zal weer herleven
In warme zonneschijn,
De nachtegaal zal zingen -
En ik, waar zal ik zijn?...

 

 1765504-107c740b157d3a51d3793d172399727a.jpg
Virginie Loveling (17 mei 1836 – 1 december 1923)

 

 

Onafhankelijk van geboortedata:

De Nederlandse dichter Mischa Andriessen werd geboren in Apeldoorn in 1970. Zie ook alle tags voor Mischa Andriessen op dit blog.

 

Wallenberg

Jullie stonden al klaar,
jassen aan, elkaar los
gelaten, twee dingen maar
mochten mee; je broer
een pot jam en een beer,
jij een beer en een boek.
Dadelijk zou het anders zijn,
het nieuwe huis een haven.
Ze zouden jullie komen halen,
niet schreeuwen; ze kwamen,
schreeuwden: ’opschieten,
opschieten nou.’ Hun gezichten
grauw als vuilgelopen sneeuw.
Je omklemde de laadklep
met beide handen, je broer de jam.
Jullie keken de verte van de straat in
waarin alles wat jullie kenden verdween.
Je broer huilde. ‘Niet bang zijn,’
huilde je, ‘Ik ben niet bang.’

 

 1765504-876dd29202235c701ddecfa4258c5bae.jpg
Mischa Andriessen (Apeldoorn, 1970)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 17e mei ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 11:52 Reageer op dit bericht

Dennis Potter, Cor Bruijn, Dorothy Richardson, Jacint Verdaguer, Eva Schmidt

De Britse schrijver Dennis Potter werd geboren op 17 mei 1935 in Forest of Dean, Gloucestershire. Zie ook alle tags voor Dennis Potter op dit blog.

Uit: Stand up, Nigel Barton

““Nigel Barton: No, Miss!
Miss Tillings: Then what do you know about it?
Nigel Barton: I think - I think I might have had the daffodil, Miss—
Miss Tillings: You might have had it? What do you mean, boy? Speak up!
Nigel Barton: The stem was all broke and somebody gave it to me, Miss.
Miss Tillings: Who gave it to you?
Nigel Barton: Ooh, I don't like to say, Miss.
Miss Tillings: You better had, Barton, and quick about it.
Nigel Barton: Georgie Pringle, Miss.
Barton incriminates Pringle, who has bullied him, in the crime of destroying the class's daffodil; the daffodil was actually destroyed by Barton himself.
Nigel Barton (On TV): I feel I don't belong here, that's my trouble.
Interviewer (on TV): Well, where do you belong? At home?
Harry Barton: Of course!
Nigel Barton (on TV): No, I'm afraid I don't. Now it hurts to say this, of course, but it's the truth. Back at home, in the village, in the workingmen's club, with people I went to school with, I'm so much on the defensive, you see. They suspect me of making qualitative judgments about their environment, you understand, but it's not that I wish to do so. Yet I even find my own father looking at me oddly some times, waiting to pounce on some remark, some expression in my face, watching me like a hawk. I don't feel at home in either place. I don't belong. It's a tightrope between two different worlds, and I'm walking it.
Harry Barton: You're a bloody liar, Nigel!"

 

 1765501-b4cb375da337e6e2e16823a053870b6c.jpg
Dennis Potter (17 mei 1935 – 7 juni 1994)
Scene uit de tv-film “Stand up, Nigel Barton”, uit 1965

 

 

De Nederlandse schrijver Cor Bruijn werd geboren in Wormerveer op 17 mei 1883. Zie ook alle tags voor Cor Bruijn op dit blog.

Uit: Sil de strandjutter

“Lobke... is dat nu een famke, dat je 's nachts naar de buren moet laten vluchten? Nee nee, Sil, laat me nu eens even uitpraten. Ik dacht vannacht zo, Sil bedoelt het goed, maar hij is te bazig. Daar heb je nu dat met dominee vroeger, heb je daar wat mee gewonnen? Verloren heb je ermee, Sil, ja, ja, verloren! En je kinderen het meeste! Nee, stil nou, je gelooft toch zeker niet, dat ik voor mijn plezier die dingen ophaal? Lobke ging uit haar ... naar de lering, maar Wietse? Maar Jelle? Jaakje laat je al die jaren alleen naar de kerk gaan. Enkel omdat je je nu eenmaal schrap gezet hebt; enkel omdat dominee niet dadelijk naar jouw pijpen wou dansen! En dan heb je Wietse!... Een eigenwijze stijfkop? Ja, een eigenwijze stijfkop. De appel valt niet ver van de boom af, want de grootste stijfkop staat hier voor me. Als je Wietse anders aangepakt had, dan had je het misschien een eerste kracht aan hem, dan zwiert hij nu niet rond over de zeeën... Kan het je niet verdeien! Het kan je alles verdeien! Man, je stikt immers van de zorg om je kinderen! Je doet niet anders dan denken aan je kinderen. Maar het is alleen maar, dat je wilt, dat ze precies lopen zoals jij loopt, dat ze lachen, zoals jij lacht, dat ze doen zoals jij meent, dat ze doen moeten. En we zijn een vrij volk, Sil van Piet, wij van de eilanden. Kijk maar naar je zelf! Ze moeten je met bevelen van je lijf blijven. De man, die jou kan draaien, zoals hij wil, zal wel nooit geboren worden, denk ik.”

 

 1765501-e0ac9e39b44b0b6fd0fc53c97ed2ab4f.jpg
Cor Bruijn (17 mei 1883 - 6 november 1978)
Scene uit de televisieserie “Sil de strandjutter” uit 1976

 

 

De Engelse schrijfster Dorothy Miller Richardson werd geboren op 17 mei 1873 in Abington, Oxfordshire. Zie ook alle tags voor Dorothy Richardson op dit

Uit: Pointed Roofs

“Miriam left the gaslit hall and went slowly upstairs. The March twilight lay upon the landings, but the staircase was almost dark. The top landing was quite dark and silent. There was no one about. It would be quiet in her room. She could sit by the fire and be quiet and think things over until Eve and Harriett came back with the parcels. She would have time to think about the journey and decide what she was going to say to the Fraulein.
Her new Saratoga trunk stood solid and gleaming in the firelight. To-morrow it would be taken away and she would be gone. The room would be altogether Harriett's. It would never have its old look again. She evaded the thought and moved clumsily to the nearest window. The outline of the round bed and the shapes of the may-trees on either side of the bend of the drive were just visible. There was no escape for her thoughts in this direction. The sense of all she was leaving stirred uncontrollably as she stood looking down into the well-known garden.
Out in the road beyond the invisible lime-trees came the rumble of wheels. The gate creaked and the wheels crunched up the drive, slurring and stopping under the dining-room window.
It was the Thursday afternoon piano-organ, the one that was always in tune. It was early to-day.
She drew back from the window as the bass chords began thumping gently in the darkness. It was better that it should come now than later on, at dinnertime. She could get over it alone up here.
She went down the length of the room and knelt by the fireside with one hand on the mantel-shelf so that she could get up noiselessly and be lighting the gas if anyone came in.
The organ was playing "The Wearin' o' the Green."
It had begun that tune during the last term at school, in the summer. It made her think of rounders in the hot school garden, singing-classes in the large green room, all the class shouting "Gather roses while ye may," hot afternoons in the shady north room, the sound of turning pages, the hum of the garden beyond the sun-blinds, meetings in the sixth form study.... Lilla, with her black hair and the specks of bright amber in the brown of her eyes, talking about free-will.”

 

 1765501-bb1757864b0234b9bea22a67d2e3592b.jpg
Dorothy Richardson (17 mei 1873 - 17 juni 1957) 
Cover 

 

 

De Catalaanse dichter en schrijver Jacint Verdaguer i Santaló werd geboren op 17 mei 1845 in Folgueroles. Zie ook alle tags voor Jacint Verdaguer op dit blog.

Uit:L’Atlàntida

Aquí estengué sos marges lo continent hesperí;
quins mars o terres foren ses fites, ningú no sap;
lo sol, però, que mida d’un colp d’ull l’hemisferi
era petit per veure’l a pler de cap a cap.

Era el jou d’or que unia les terres ponentines
i, cor de totes elles, com font del paradís,
los dava clares aigües a beure i argentines.
i en sos immensos braços dormia el món feliç.

*********

Here the Hesperian continent flung wide its shores;
what seas or countries bounded it no man can tell.
The sun, however, which measures hemispheres at a glance,
had too cramped a view to encompass it whole.

It was a golden yoke, drawing together all western lands
and, heart of them all, like a fountain of paradise,
it gave them clear waters and silvery to drink,
in its mighty arms the world slept in peace.

 

 1765501-2ced3a94f19562c0fbe0bf43d92e6c33.jpg
Jacint Verdaguer (17 mei 1845 – 10 juni 1902)
Portret door Ramon Casas, z.j.

 

 

De Oostenrijkse schrijfster Eva Schmidt werd geboren op 17 mei 1952 in Lustenau / Vorarlberg. Zie ook alle tags voor Eva Schmidt op dit blog.

Uit: Ein Vergleich mit dem Leben

„Da sitzen wir dann, und finden begütigend und beschwichtigend Gründe, die unser Nichtstun nicht nur verlockend, sondern auch plausibel erscheinen lassen. Ich spüre, wie ich mich ausbreite in diesen Stunden, es geschieht nichts Bedeutendes, nichts Wichtiges wird gesagt. Eine richtige Gier nach Belanglosigkeit, allem Übermaß, allen Ansprüchen zum Trotz, abgetrotzt dem plötzlich, von einer Sekunde zur anderen lächerlich anmutenden Wunsch nach einem sinnvollen Leben.“

 

 1765501-fe7ecdc8d3229c1a4aca14af18e7ff55.jpg
Eva Schmidt (Lustenau, 17 mei 1952)
Lustenau

Geschreven door Romenu om 11:42 Reageer op dit bericht

Adrienne Rich, Paul Gellings, Friedrich Rückert, Jakob van Hoddis, Juan Rulfo

De Amerikaanse dichteres Adrienne Rich werd 16 mei 1929 geboren te Baltimore. Zie ook alle tags voor Adrienne Rich op dit blog.

 

Uit: Bronnen

IV
Met wie geloof je dat je lot is verbonden?
Waar komt je kracht vandaan?

Ik denk dat hoe dan ook, waar dan ook
Elk gedicht van mij die vragen moet herhalen

die niet hetzelfde zijn. Er is een wie, een waar
die niet gekozen zijn – die zijn gegeven – en soms onwaar gegeven

in het begin pak je wat je pakken kunt
om te overleven.

 

 

Uit: Een en twintig liefdesgedichten

XI
Slapen, draaien in een baan zoals planeten
wentelend in hun nachtelijke weide:
aanraken is genoeg om te weten
dat wij zelfs slapend niet alleen zijn in het universum:
bijna spreken de droombeelden van twee werelden
dwalend door hun schimmensteden elkaar toe.
Ik ben wakker geworden van jouw zacht gepraat
lichtjaren of donkerjaren hiervandaan
alsof mijn eigen stem gesproken had.
Maar onze stem verschilt, zelfs in de slaap
en ons lichaam, zo hetzelfde, is zo toch anders
en het verleden dat echoot door ons bloed
is geladen met een andere taal en andere betekenissen -
Toch kan geschreven worden in elke kroniek
van de wereld die wij delen, als voor de eerste keer:
wij waren twee minnaressen
wij waren twee vrouwen van een generatie.

 

 

Wat voor tijden zijn dit

Er is een plek tussen twee boompartijen in waar gras groeit bergopwaarts
en waar de oude revolutionaire weg afbreekt in de schaduw
dicht bij een kerk, in de steek gelaten door de achtervolgden
die verdwenen in die schaduw.

Daar wandelde ik, plukte paddenstoelen aan de rand van de angst,
maar laat je niet bedotten,
dit is geen Russisch gedicht, dit gebeurt niet ergens anders maar hier,
ons land dat nadert tot zijn eigen waarheid en angst,
zijn eigen wegen om mensen te laten verdwijnen.

Ik zal je niet vertellen waar de plek is, het donkere netwerk van wouden
ontmoet er het niet- aangegeven streepje licht-
dwarswegen door geesten bezeten, humus paradijs:
Ik weet al wie het wil kopen, verkopen, het doen verdwijnen

En ik zal je niet vertellen waar het is, waarom vertel ik je dan
wat dan ook? Omdat je nog steeds luistert, want in tijden als deze
is het, om je aandacht hoe dan ook gaande te houden, noodzakelijk
om over bomen te praten.

 

Vertaald door Maaike Meijer

 

 1765043-3f7ed7e043cbb0697680e544da7e7f34.jpg
Adrienne Rich (16 mei 1929 – 27 maart 2012)

 

 

De Nederlandse dichter en vertaler Paul Johann Gellings werd geboren in Amsterdam op 16 mei 1953. Zie ook alle tags voor Paul Gellings op dit blog.

 

Egel

Een egel rust op de weg en kijkt.
Wat hij was ligt als een vrucht
vertrapt op de stenen.

Koud is de wind, de weg is nog lang,
even een huivering, maar wie zal ooit treuren
omdat hij de ziel van een egel zag?

Koud is de wind, ik moet nog zo ver,
maar ineengerold in mijn warmte
ben ik thuis als ik slaap.

De wind en de reis gaan verder.
Een egel ligt op de weg en kijkt
met een leeg oog naar niets.

 

 

Hek

Waarom deze ijzeren spijlen met verlies van
roest over hun drempel van steen? Kringen
op korstmos, bijna met gloed van de dag
dat gesmeed werd, gehamerd, gebogen.

Verfschubben sinds lang van zich afgeschud;
vergeten de kwast, door tijd uit elkaar.
Wie weet bungelt daar nog ergens een nest
met een rest van zorgvuldige haren.

– Toch zeker niet om de doden te zeggen
dat het verboden is vanuit je tombe aan
de wandel te gaan. Of om luidruchtige buren

bezoek te onthouden. Nee, het staat er om
voor altijd te waken over grotere vrede
tussen de wereld en dat andere, wrede.

 

 1765043-b6f981cff1f55c940e81d6860785d16d.jpg
Paul Gellings (Amsterdam, 16 mei 1953)

 

 

De Duitse dichter Johann Michael Friedrich Rückert werd geboren in Schweinfurt op 16 mei 1788. Zie ook alle tags voor Friedrich Rückert op dit blog.

 

Zwischen Welt und Einsamkeit

Een egel rust op de weg en kijkt.
Wat hij was ligt als een vrucht
vertrapt op de stenen.

Koud is de wind, de weg is nog lang,
even een huivering, maar wie zal ooit treuren
omdat hij de ziel van een egel zag?

Koud is de wind, ik moet nog zo ver,
maar ineengerold in mijn warmte
ben ik thuis als ik slaap.

De wind en de reis gaan verder.
Een egel ligt op de weg en kijkt
met een leeg oog naar niets.

 

 

Als ich sah die Wolken weinen

Waarom deze ijzeren spijlen met verlies van
roest over hun drempel van steen? Kringen
op korstmos, bijna met gloed van de dag
dat gesmeed werd, gehamerd, gebogen.

Verfschubben sinds lang van zich afgeschud;
vergeten de kwast, door tijd uit elkaar.
Wie weet bungelt daar nog ergens een nest
met een rest van zorgvuldige haren.

– Toch zeker niet om de doden te zeggen
dat het verboden is vanuit je tombe aan
de wandel te gaan. Of om luidruchtige buren

bezoek te onthouden. Nee, het staat er om
voor altijd te waken over grotere vrede
tussen de wereld en dat andere, wrede.

 

 

Uit: Geharnischte Sonnette

X
Du kalte Jungfrau mit der Brust von Schnee,
Auf, Russia, schüttle deine starren Röcke,
Daß Frost davon stieb’ auf die Bienenstöcke
Dort und ertränke sie in kaltem See!

Und du, Hispania, Schäfrin Galatee,
Treib’ aus zur Trift den kühnsten deiner Böcke
Durchs Tor der Pyrenäen, daß er blöke
Und sich ersätt’ge dort im fetten Klee!

Fruchtgarten Gallien, blühendstes Hesperiden,
Wähl’, willst du unter ungeheuren Flocken
Sein eingeschneit? die sendet dir Siberien.

Wähl’, willst du von versengenden Chirokken
Sein ausgedorrt? Die sendet dir Iberien.
Frost oder Glut, was wählst du? Beids macht trocken.

 

 1765043-59fa4dd87fb19ce0c5ce6836704e19e9.jpg
Friedrich Rückert (16 mei 1788 - 31 januari 1866)
Portret door Bertha Froriep, 1864

 

 

De Duitse dichter Jakob van Hoddis (pseudoniem van Hans Davidsohn) werd geboren in Berlijn op 16 mei 1887. Zie ook alle tags voor Jakob von Hoddis op dit blog.

 

Der Visionarr

Lampe blöck nicht.
Aus der Wand fuhr ein dünner Frauenarm.
Er war bleich und blau geädert.
Die Finger waren mit kostbaren Ringen bepatzt.
Als ich die Hand küßte, erschrak ich:
Sie war lebendig und warm.
Das Gesicht wurde mir zerkratzt.
Ich nahm ein Küchenmesser und zerschnitt ein paar Adern.
Eine große Katze leckte zierlich das Blut vom Boden auf.
Ein Mann indes kroch mit gesträubten Haaren
einen schräg an die Wand gelegten Besenstiel hinauf.

 

 

Der Oberlehrer

Gewaltig hockt er auf dem Tisch und spricht
Von Theben und Athen, heut nachmittag.
Ein grauer Schurrbart starrt durch sein Gesicht
Er riecht nach saurem Brot und nach Tobak.

Sein kahles Haupt umwettert der Gedanke
Von Theben heiliger Schaar, von Pindar spricht er
Der Primus reibt sich an der alten Banke
Die meisten machen willige Gesichter.

Er spricht von Theben heute nachmittag
Einige heben ihre kleinen Hände,
Einige kitzeln leise sich am Sack
Und gucken schläfrig auf die leeren Wände.

»Wer hat soeben auf den Tisch gehauen?«
Durch die betrübten Fenster schimmern Wolken.
Die Jungen sitzen staunend und verdauen. -
Der Lehrer wird jetzt in der Nase polken.

 

 1765043-39988f174f762e5f968f8f8d6bc213e8.jpg
Jakob van Hoddis (16 mei 1887 – mei/juni ? 1942)
 

 

De Mexicaanse schrijver Juan Rulfo werd geboren op 16 mei 1917 in Sayula. Zie ook alle tags voor Juan Rulfo op dit blog.

Uit: No Dogs Bark (Vertaald door George D. Schade)

"I don't see anything."
"Too bad for you, Ignacio."
"I'm thirsty."
"You'll have to stand it. We must be near now. Because it's now very late at night they must've turned out the lights in the town. But at least you should hear dogs barking. Try to bear."
"Give me some water."
"There's no water here. Just stones. You'll have to stand it. Even if there was water, I wouldn't let you down to drink. There's nobody to help me lift you up again, and I can't do it alone."
"I'm awfully thirsty and sleepy."
"I remember when you were born. You were that way then. You woke up hungry and ate and went back to sleep. Your mother had to give you water, because you'd finished all her milk. You couldn't be filled up. And you were always mad and yelling. I never thought that in time this madness would go to your head. But it did. Your mother, may she rest in peace, wanted you to grow up strong. She thought when you grew up you'd look after her. She only had you. The other child she tried to give birth to killed her. And you would've killed her again, if she'd lived till now."
The man on his back stopped gouging with his knees. His feet began to swing loosely from side to side. And it seemed to the father that Ignacio's head, up there, was shaking as if he were sobbing.
On his hair he felt thick drops fall."

 

 1765043-785a7256d7e955de3ae57fef71d3a757.jpg
Juan Rulfo (16 mei 1917 - 8 januari 1986)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 16e mei ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 12:08 Reageer op dit bericht

Olga Berggolts, Lothar Baier, Olaf J. de Landell, Rens van der Knoop, Naomi Rebekka Boekwijt

De Russische dichteres en schrijfster Olga Fyodorovna Berggolts werd geboren op 16 mei 1910 in Sint Petersburg. Zie ook alle tags voor Olga Berggolts op dit blog.

 

In The Name Of The Word

In the name of the word that, my dear,
Is best one and single for us,
Again fall in love with me here,
And tell me all this and - at once.

Beware! You could loose the right moment!
So, call for, not looking at past,
The proud and happiest load
Of my love's unusual thrust.

You'll never find fate more delicious,
Nor heights, deeper sunk in the blue,
Because it contains our last wishes -
The last air to breathe for us two.

 

 

Promise

My foes will be not by my perish consoled -
They won't have a reason to pour the false tears.
The hook, I'm to hang on, still isn't in a board,
It's not even forged, its ore lies in the earth.
I'll stand up above my life's bottomless crater,
Above all its fears and iron-made pines…
I know and remember so much… I'm a fighter.
I'm too of some kind of the horrible price...

 

Vertaald door Yevgeny Bonver

 

 1765041-6bbfc0af4a5170feebf16c653538a045.jpg
Olga Berggolts (16 mei 1910 – 13 november 1975)

 

 

De Duitse schrijver, vertaler en essayist Lothar Baier werd geboren in Karlsruhe op 16 mei 1942. Zie ook alle tags voor Lothar Baier op dit blog.

Uit: Keine Zeit. 18 Versuche über die Beschleunigung

„Mit dieser Lesart könnten sich auch die demonstrierenden Arbeitslosen einverstanden erklären, die darauf verweisen, dass es ihnen an dieser Luxusware, der Zeit, nicht fehlt. Der Penner in Arcands Film ist damit allerdings nicht einverstanden, wahrscheinlich deshalb nicht, weil er mit der Freiheit der Verfügung über die Zeit allerhand Erfahrung hat. Den Trost, wenn er auch sonst nichts hat, wenigstens Zeit zu haben, hat der Penner sich längst ausgeredet. Es ist ihm aufgegangen, dass er, bei aller Freiheit vom Zwang zur Zeit einteilung, dennoch nicht selbst über die Zeit verfügt. Auch in Zeiten der Arbeitslosigkeit dominiert das Paradigma der Erwerbsarbeit und damit auch die von den Rhythmen der Erwerbsarbeit bestimmte Zeit. Diese Zeit hat auch den Stadtstreicher im Griff, deshalb macht er keinen Witz, sondern beschreibt seine Lage ganz richtig, wenn er sagt, dass er keine Zeit hat.
Die Stadt, die der Penner durchstreift, ist in sein Zeiterleben eingesickert, mag er ihren approbierten Geschäften auch den Rücken kehren. Er ist vom Bewusstsein der Ohnmacht durchdrungen, wie ein Gefolterter, der mit zerschlagener Nase und aufgeplatzten Lippen vor dem Verhörspezialisten kauert. »Ich habe Zeit«, sagt der Verhörspezialist zu seinem Opfer, »ob heute, morgen oder übermorgen, reden wirst du so oder so.
Besser wäre es allerdings für dich, wenn du gleich den Mund aufmachst, denn wenn du damit noch wartest, wirst du dich hinterher nicht wiedererkennen, wenn du dann überhaupt noch etwas erkennst. Früher oder später wirst du sowieso alles sagen. Je früher, desto besser - für dich, nicht für mich. Ich kann warten. Ich habe Zeit, du aber tust besser daran, dich zu beeilen.« Der Folterer hat Zeit, weil er die Macht über den Körper des Gefolterten hat und die vergehende Zeit dieser Macht über den der Zeit unterworfenen Körper zuarbeitet.“

 

1765041-ed0f5debd4da222450fd416dea3ebb8a.jpg
Lothar Baier (16 mei 1942 – 11 juli 2004)

 

 

De Nederlandse schrijver Olaf J. de Landell werd geboren in Cirebon op Java in Nederlands-Indië op 16 mei 1911. Zie ook alle tags voor Olaf J. de Landell op dit blog.

 

Het was een blijde dag

Het was een blijde dag, toen men mij vroeg
of ik de sleutel van de hemelpoort soms droeg.
Maar wat begreep men van mijn stralende humeur?
Het was de sleutel van de achterdeur.

 

 1765041-4cc0538853795426d4e0b8bbb9128df4.jpg
Olaf J. de Landell (16 mei 1911 - 26 april 1989)

 

 

Onafhankelijk van geboortedata

 

De Nederlandse dichter Rens van der Knoop werd geboren in Engeland in 1987. Hij studeerde Beeld & Taal aan de Rietveld Academie in Amsterdam. Hij stond regelmatig op podia van literaire festivals en publiceerde in Tirade, Mister Motley en Tubelight. Hij werkt aan een muziek-encyclopedie. Binnenkort verschijnt bij De Bezige Bij zijn debuut: Twee mannen spreken elkaar onopgemerkt aan. Op Revisor.nl twee gedichten: 'Stadshart' en 'Een bescheiden man veegt zijn voorhoofd'.

 

Stadshart

In het nieuwe stadhart
zag ik een zwerm mensen
en andere vogels

die eerst een punt
toen levendige rook en een punt
en vervolgens naamloze vormen werd

de zwerm was vergeten dat niet elk moment
alle andere in zich draagt
zoals ik dat in mijn afstand ook vergeten was

er zaten lichamen bij die ik kende
en ook die ik gekend heb
maar me niet meer kan herinneren

hun oplichtende contouren
in een ver raam

 

 1765041-c9882b35c019ec69aaef7486b42d699c.jpg
Rens van der Knoop (Engeland, 1987)

 

 

De Nederlandse schrijfster Naomi Rebekka Boekwijt werd eboren in 1990. Zij studeerde wijsbegeerte aan de Universiteit van Leiden. Zij won met haar verhalen diverse prijzen waaronder de Write now! Literatuurprijs. Momenteel woont en werkt ze op een boerderij in Zwitserland.

Uit:Hoogvlakte

“Moser had mij naar de overkant gestuurd. De veldweg was nat. Op de akkers aan weerszijden lag water dat niet wegzakken wilde. Een kansloze dag voor de oogstmachines. Aan de linkerkant de suikerbieten, de kruinen al boven de grond uit. De mais ernaast stond geel en recht. Mijn schoenen waren zwaar van het grind en de modder die onder de zolen kleefden. De hoeve van Wyss was zo’n vijfhonderd meter lopen. Ik had de motor al gestart, wilde snel heen en weer. Maar Moser had de sleutel uit het contact gehaald en gezegd: ‘Beter te voet.’ Het was vast een oldtimer die ik moest halen, of een verroeste machine. Moser had een hardnekkige verzamelwoede.
Bij Wyss was niemand te zien. Toch heerste er een sfeer van bedrijvigheid. Vanuit de silo’s klonk een hoog gezoem. Het was een modern bedrijf, met een loopstal voor het melkvee apart van het huis. Alles was aan kant. Nergens stond een bezem of riek tegen de muur. Aan de tractor van Wyss, een Fendt 800, hing de nieuwste voermengwagen.
Ik wachtte. Ik wilde niet zomaar naar binnen gaan. Op het omheinde betonstuk stond een koe mij verwachtingsvol aan te kijken. Ze liep naar me toe, maar kwam onderweg de automatische borstel tegen. Ik hoorde iemand in de stal lopen. Het moest Agnes zijn, dochter van Wyss. Wyss zelf liep zwaarder, met kortere passen. Agnes kwam tevoorschijn door de zijdeur.
‘Hoi,’ zei ze. ‘Hij komt er zo aan. Wacht je al lang?’
‘Ik sta er net.’
‘Dann isch guet.’

 

 1765041-8126b5fd1ca2a53371756760dd4c55f6.jpg
Naomi Rebekka Boekwijt (Nederland, 1990)

Geschreven door Romenu om 11:52 Reageer op dit bericht

Albert Verwey, Arthur Schnitzler, Pem Sluijter, W.J.M. Bronzwaer, Frits van Oostrom, Michael Lentz, Max Frisch

De Nederlandse dichter, essayist en letterkundige Albert Verwey werd geboren in Amsterdam op 15 mei 1865. Zie ook alle tags voor Albert Verwey op dit blog.

 

De warme zon is boven mij

De warme zon is boven mij,
Ik wandel in de warme lucht,
Mijn voeten op de warme wei
Maken, alleen, haast geen gerucht.

Ik ben een deel van al wat is,
Een warm jong groeisel in de zon;
Maar ik, van al wat om mij is,
Voel dat ik leef en zie de zon.

Dat land, dat weet niet dat het leeft,
Die lucht voelt niet hoe zoel zij is,
Die zon ziet nooit hoe 'n licht zij geeft:
Zij leven 't licht in duisternis.

Zij zijn een glorie, en zoo na
Aan mij, die zeg dat 't glorie heet:
Ik enkel, daar 'k in glorie ga,
Spreek uit mijn glorie wat ik weet.

 

 

Van de liefde die vriendschap heet

6
O gij, mijn lief, die nu door ’t lieven lijdt,
Klaag niet in stilte alleen, – maak poëzie
Van leed, – ach laat geween en melodie
Tussen ons zijn een zoete somberheid.

En ik, die u nu liefheb, begeleid
Uw zang met wederzang, ter harmonie
Van klare koren, kalme profetie
Van vreugde en liefde en innige eindloosheid.

Gelijk wanneer een nachtegaal alleen
Wel tracht te zingen, maar niet kunnend, treurt, –

Tot ze, als een andere ’t lied begint, meteen
Uitklaagt in lange liefde, beurt aan beurt, –

En beî de bosjes vullen met geween
Van tonen, tot de zon de kimmen kleurt.

 

 

Topzieke rups

Topzieke rups, in 't stijgen
Van blad op blad, van steel op stam,
Denkt ge eindlijk te verkrijgen
Het veld van blauw, de witte vlam?

Te hoog! Ge kunt niet keren!
Hangende aan hoogste top,
Geeft ge, in verdwaasd begeren,
Nogeens u op.

 

 1764745-b3b0c92fb4144172cf23337a02969e64.jpg
Albert Verwey (15 mei 1865 - 8 maart 1937)
Portret door Jan Veth, 1885

 

 

De Oostenrijkse schrijver en arts Arthur Schnitzler werd geboren in Wenen op 15 mei 1862. Zie ook alle tags voor Arthur Schnitzler op dit blog.

Uit: Reigen

„Dirne wacht auf Na... wer ist denn in aller Früh –? Erkennt ihn Servus, Bubi!
Graf Guten Morgen. Hast gut g'schlafen?
Dirne reckt sich Ah, komm her. Pussi geben.
Graf beugt sich zu ihr herab, besinnt sich, wieder fort Ich hab' grad fortgehen wollen...
Dirne Fortgehn?
Graf Es ist wirklich die höchste Zeit.
Dirne So willst du fortgehn?
Graf fast verlegen So...
Dirne Na, Servus; kommst halt ein anderes Mal.
Graf Ja, grüß' dich Gott. Na, willst nicht das Handerl geben?
Dirne gibt die Hand aus der Decke hervor.
Graf nimmt die Hand und küßt sie mechanisch, bemerkt es, lacht Wie einer Prinzessin. Übrigens, wenn man nur...
Dirne Was schaust mich denn so an?
Graf Wenn man nur das Kopferl sieht, wie jetzt... beim Aufwachen sieht doch eine jede unschuldig aus... meiner Seel', alles mögliche könnt' man sich einbilden, wenn's nicht so nach Petroleum stinken möcht'...
Dirne Ja, mit der Lampen ist immer ein G'frett.
Graf Wie alt bist denn eigentlich?
Dirne Na, was glaubst?
Graf Vierundzwanzig.
Dirne Ja freilich.”

 

 1764745-72e724e93fe4a6a06320f77efc24af16.jpg
Arthur Schnitzler (15 mei 1862 - 21 oktober 1931)
Scene uit een opvoering in 2008 in Halle

 

 

De Nederlandse dichteres en schrijfster Pem Sluijter werd geboren in Middelburg op 15 mei 1939. Zie ook alle tags voor Pem Sluijter op dit blog.

 

Foto

In zwart driedelig pak
zit de oude man -hoed op-
heel gekleed naast
een naakt stenen beeld
getooid met lauwerkrans.

Op schoot een open boek.

Zijn blik heeft zich
van woorden losgemaakt;
ontbindt zich in nadenkend staren
en smalle bijna opgeborgen lach.

De bladeren weven zomerzon.
Een netwerk dat zich kantig aan hem hecht.
Scherp is dit ogenblik en teken
vastgelegd.

Daarin
is hij zijn eigen beeld geworden:
werkelijkheid en schaduw tegelijk – geroepen
tot een eindeloos bestaan zonder bewegen;
versteende tussentijd.

 

 1764745-45cfac37fec51ec5a1ccb2c006d1855a.jpg
Pem Sluijter (15 mei 1939 - 18 december 2007)

 

 

De Nederlandse letterkundige, essayist en criticus W.J.M. Bronzwaer werd geboren op 15 mei 1936 in Heerlen. Zie ook alle tags voor W. J. M. Bronzwaer op dit blog

Uit: Lessen in Lyriek

“De aldus ontdekte structuur is gemakkelijk te herkennen in de primitieve, de klassieke en de middeleeuwse literatuur. We treffen haar voortdurend aan in de bijbel. Het Boek der Psalmen is een voorbeeld van poëtische teksten die zonder expliciete inkadering worden gepresenteerd. Maar als we ons herinneren dat we sommige psalmen klaagpsalmen en andere lofpsalmen noemen, realiseren we ons dat die termen geen ander doel hebben dan het pragmatische kader van de betrokken teksten te benoemen. De heldendichten uit de klassieke oudheid en de middeleeuwse epiek kenmerken zich eveneens door duidelijke inkadering. Traditioneel is het aanroepen van de Muze, die de dichter moet helpen bij het volvoeren van de instructie, die in het geval van de Odyssee bestaat uit het vertellen van de lotgevallen van de sluwe held Odysseus. Ook in de traditie geworteld is het vragen van aandacht voor de poëtische tekst door het gehoor tot stilte te manen met een uitdrukking als ‘Luister!’ Naarmate de poëzie verder komt af te staan van een doelmatige handelingssituatie waarin zij functioneel is, zoals bij een arbeidslied of bij de lofzang op David van de Israëlitische vrouwen, verdwijnt de pragmatische inkadering, althans voor zover zij expliciet is. Vergilius begint zijn Aeneïs met de eenvoudige mededeling dat hij over de held Aeneas en de stichting van
Rome zal zingen en Vondel begint zijn Altaergeheimenissen met de regel:

Ik zing van Godts Altaergeheimenissen.

In deze gevallen wordt het gedicht al als een min of meer autonome tekst gepresenteerd. Zeker bij Vondel is de instructie er een die de dichter zichzelf heeft opgelegd: hij zingt omdat hij heeft besloten te zingen, niet omdat het door uiterlijke omstandigheden noodzakelijk of nuttig is dat hij zingt. Niettemin kunnen we ook de zelf-opgelegde taak van de autonome dichter nog steeds beschouwen als een instructie. Belangrijk is, dat alle poëzie steeds als het gevolg geven aan een instructie kan worden beschouwd en daardoor is verankerd in de levenswerkelijkheid van een gemeenschap, een groep of desnoods een individu.”

 

1764745-c497443bbfd35c4cf65f0061247ac895.jpg
W.J.M. Bronzwaer (15 mei 1936 – 20 januari 1999)

 

 

De Nederlandse historisch letterkundige Frits van Oostrom werd geboren in Utrecht op 15 mei 1953. Zie ook alle tags voor Frits van Oostrom op dit blog.

Uit: Maerlant tussen Noord en Zuid

“Voor velen staat het Vlamingschap van Maerlant vast. Als kroongetuige kan de proloog van Sinte Franciscus leven gelden, waarin de auteur zich bij de Utrechtse minderbroeders verontschuldigt voor het mogelijk wat vreemde taaleigen van dit dichtwerk, en daarvoor als reden opgeeft omdat ic Vlaminc bem. Deze op het oog vrij ondubbelzinnige verklaring vindt steun in Maerlants dikwijls geciteerde lof der vaderlandsliefde in zijn Alexanders geesten. Hij mijmert daar over het zijns inziens opmerkelijke feit Dat elken minsce int herte sijn, / So soete dunct sijns selves lant. De Brabander prijst Brabant, de Fransman Frankrijk, enzovoort:

Dus prijset elkerlijc sijn lant.
Maer seide dat hi noit en vant
Also goet lant alse Bruxambacht.
Ic waens hem daerbi heeft gedacht
Omdat hiere in was gheboren,
Bedi prijst hijt te voren.

Maar zoals wel vaker, is ook deze sleutelpassage van Maerlants biografie allesbehalve onproblematisch; vaak zijn juist zulke specifica, snel onbegrepen als ze later worden, stofnesten van tekstbederf. Het Bruxambacht in het derde vers is als citaat zo overbekend dat men gemakkelijk vergeet dat de lezing nuchter bezien niet meer is dan een uiterst invloedrijke emendatie van Snellaert, die in 1860 voorstelde om (na eerdere suggesties als Broer-ambacht, Broeder-ambacht en Broecambacht) op deze wijze te verstaan wat ons in het (enige) handschrift als Brurambacht is overgeleverd. Bijna in één moeite door pleegt men in hetzelfde vers voor de feitelijke lezing groet het meer toepasselijke goet te prefereren. Voor nog grotere problemen stelt ons het tweede vers. Er is voorgesteld om Maer door Maerlant te vervangen, wat echter het nadeel heeft dat de dichter zich nergens in zijn werk ooit kortweg als Maerlant aanduidt. Wat dat betreft zou het meer in de rede liggen - om aan de conjecturen nog een toe te voegen - om in de lijn van andere plaatsen in Alexanders geesten [..] ook hier Jacob te willen lezen, en aan te nemen dat deze lezing nadien associatief/corrigerend in de richting van de inmiddels meer bekende toenaam zou zijn verbasterd.”

 

 1764745-a19418181af1e15066a8c0c13997b816.JPG
Frits van Oostrom (Utrecht, 15 mei 1953)
Standbeeld van Jacob van Maerlant in Damme

 

 

De Duitse dichter, schrijver, literatuurwetenschapper en musicus Michael Lentz werd geboren in Düren op 15 mei 1964. Zie ook alle tags voor Michael Lentz op dit blog.

 

Das ist der Stand der Dinge

Das Ding ist der Erde Stand.
Der Rede Stand ist das Ding.
Dringend redet das: Das ist
der Stand der Dinge. Das ist
des Dinges Tand. Da irrt des
Redens Test, da das Ding dir
das Ding, das dient. Der Rest:
Dir stand das Ding. Es redet:

DAS ist der Stand der Dinge.

 

 

gelsenkirchen

eine alte frau ein gehgestell
straßenrand und blanke taube
da rollt das gehgestell mal hin die alte frau
und mit dem schuh der schlecht zu fuß
wird da mal drangegangen
mal so nach links gewälzt
und angetippt mal so nach rechts
der hohle vogel und schon
fliegen drin
ach so!
kaputt
na wirklich nicht
über die brücke da rast dieser zug
und dann?

 

 1764745-5dadf3a7668da8c9195d5511acc31ece.JPG
Michael Lentz (Düren, 15 mei 1964)
In 2010 

 

 

De Zwitserse schrijver en architect Max Frisch werd geboren in Zürich op 15 mei 1911. Zie ook alle tags voor Max Frisch op dit blog.

Uit: Andorra

„LEHRER Woher wißt ihr alle, wie der Jud ist?
WIRT Can –
LEHRER Woher eigentlich?
WIRT – ich habe nichts gegen deinen Andri. Wofür hältst du mich? Sonst hätt ich ihn wohl kaum als Küchenjunge genommen. Warum siehst du mich so schief an? Ich habe Zeugen. Hab ich nicht bei jeder Gelegenheit gesagt, Andri ist eine Ausnahme?
LEHRER Reden wir nicht davon!
WIRT Eine regelrechte Ausnahme – Glockenbimmeln
LEHRER Wer hat diesen Pfahl hier aufgestellt?
WIRT Wo?
LEHRER Ich bin nicht immer betrunken, wie Hochwürden meinen. Ein Pfahl ist ein Pfahl.
Jemand hat ihn hier aufgestellt. Von gestern auf heut. Das wächst nicht aus dem Boden.
WIRT Ich weiß es nicht.
LEHRER Zu welchem Zweck?
WIRT Vielleicht das Bauamt, ich weiß nicht, das Straßenamt, irgendwo müssen die Steuern ja hin, vielleicht wird gebaut, eine Umleitung vielleicht, das weiß man nie, vielleicht die Kanalisation –
LEHRER Vielleicht.
WIRT Oder das Telefon –
LEHRER Vielleicht auch nicht.
WIRT Ich weiß nicht, was du hast.
LEHRER Und wozu der Strick dabei? „

 

 1764745-605f3dc434bd8a1fb07900a64183b2df.jpg
Max Frisch (15 mei 1911 - 4 april 1991)
Scene uit een opvoering van Andorra, Staatstheater Mainz, 2010

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 15e mei ook mijn blog van 15 mei 2012 deel 1 en ook deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:29 Reageer op dit bericht

Am Tage der Himmelfahrt Christi (Martin Opitz)

Bij Hemelvaartsdag

 

 1764147-67bc8b031c77ed5b62c6c737c1b66ab4.jpg
Ascensione di Cristo door Pietro Perugino, 1496-1500

 

 

Am Tage der Himmelfahrt Christi

Wie Christus auferstanden
Und nun entgangen war
Des finstern Todes Banden,
Zeigt’ er sich seiner Schar,
Ließ seine starke Hand
Noch vierzig Tage sehen;
Man hat ihn wohl erkannt
Aus dem, was ist geschehen.

Er sprach: Ihr Jünger, weichet
Von Solyma hier nicht,
Bis ihr die Tauf erreichet,
Die Gott euch selbst verspricht;
Die Zeit wird eilends sein.
Johannes hat genommen
Das Wasser nur allein,
Ihr sollt den Geist bekommen.

Ihr werdet ihn empfangen
Den Geist der Herrlichkeit,
Und solche Kraft erlangen,
Die reiche weit und breit:
Ihr sollt mir Zeugen sein
So weit der Bau der Erden
Durch meinen Sonnenschein
Erleuchtet pflegt zu werden.

Mit diesem wollt’ er enden,
Bis eine Wolke kam
Und ihn aus ihren Händen
Hin in den Himmel nahm,
Von da er nach der Zeit,
Wie er ward aufgenommen,
Mit großer Herrlichkeit,
Und Macht wird wiederkommen.

 

 1764153-5af56aede05277173dcb0f2c763e0a5d.jpg
Martin Opitz  (23 december 1597 – 20 augustus 1639)
Parochiekerk "Maria-Hemelvaart" in Bunzlau. Opitz werd geboren in Bunzlau

 

 

Zie voor de schrijvers van de 14e mei ook mijn vorige twee blogs van vandaag.

Geschreven door Romenu om 12:11 1 reactie Reageer op dit bericht

Karl-Markus Gauß, Jo Gisekin, Eoin Colfer, Gaby Hauptmann, Dante Alighieri

De Oostenrijkse schrijver, essayist en uitgever Karl-Markus Gauß werd geboren op 14 mei 1954 in Salzburg. Zie ook alle tags voor Karl-Markus Gauß op dit blog.

Uit: Lob der Sprache, Glück des Schreibens

„Als Bianca Jagger in Salzburg einen Ring verlor, dessen Wert lumpige 200.000 Euro betragen soll, wurde der bedauerliche Verlust zugleich mit der Nachricht vermeldet, dass es sich bei der Besitzerin um eine weltberühmte Menschenrechtskämpferin handle. Dadurch entstand der Eindruck, der Kampf um Menschenrechte wäre ein einträgliches Gewerbe, mit dem man sich nebenbei eine passable Ausstattung an Schmuck zulegen könne. Kein Wunder, dass unter Salzburger Kindern, die nach ihrem Berufswunsch befragt werden, die notorischen Astronauten, Fernsehmoderatoren, Popstars so was von out sind und neuerdings ein jedes meint, wenn es erst groß wäre, würde es sein Geld am liebsten auch als weltberühmter Menschen rechtsaktivist verdienen.
Der Wunsch ist verständlich, denn welcher Beruf ist heute schon edel und einträglich zugleich? Vielleicht der des Investmentbankers? Nein, der ist zwar edel, aber nicht mehr einträglich, denn ein solcher Banker bleibt sein Leben lang von staatlicher Unterstützung abhängig - und wer will das schon außer den wirklich Reichen? Wer sich für den Beruf des Menschenrechtsaktivisten entscheidet, setzt hingegen darauf, dass sich das Ansehen der Mutter Teresa ohne Schwierigkeiten mit der Ausstattung von Tante Bianca verbinden lasse.
Und wenn einem der immerwährende Einsatz für die Entrechteten und Gedemütigten, die einem Gottseidank so schnell nicht ausgehen werden, wieder einmal zu langweilig geworden ist, dann heißt es eben Shoppen, bis die Ringe von den Fingern rutschen.
Früher, in barbarischen Zeiten, wurden die Kämpfer und Kämpferinnen für die Menschenrechte ja noch ermordet, inhaftiert, verfolgt; oder sie waren, bestenfalls und in demokratischen Staaten, übel beleumundet als Störenfriede, die den guten Geschäftsgang mit Diktaturen und Despotien störten.“

 

 1764129-e6b684d34ede285d35da16101557ea6f.jpg
Karl-Markus Gauß (Salzburg, 14 mei 1954)
Cover

 

 

De Vlaamse dichteres Jo Gisekin werd geboren in Gent op 14 mei 1942. Zie ook alle tags voor Jo Gisekin op dit blog.

 

De Dichter

Het haalt niets meer uit wanneer ik
dit nog schrijf:
de dichter vindt zelden het woord.
Zijn oog verdwijnt achter spiegels van
glas achter langgerekt geluid dat niemand
nog hoort.
 
Hij verdeelt zichzelf in stukken van
tijd en zoekt naar het iets voor de beste
plaats: een meeuw op Gibraltar is niet
eenzamer dan hij.
 
In zijn hoofd groeien bloemen en kervende
zinnen als een uitslaande brand. Er komt geen
eind aan het licht. Het pijnigende, dansende
lijf staat met verzen beschreven:
 
de Dichter is de enige.
De enige minnaar vertwijfeld op zoek
naar het niet geschreven vers.

 

 

Kamer

De stad is nog niet verkaveld.
Tussen cement en halfronde bogen
leiden duiven een gesmoord bestaan.
Wie hier voorbijgaat kiest
blindelings zijn woorden.
 
Zoals de vrouw dat dagelijks doet op
weg naar een gaver vertroosting over
stapstenen die luid weerkaatsen.
Eén armslag is binnen bereik. Geen
wingerd tegen de goot.
 
Ze ziet kastanjelaars botten de
roestige sneeuw de kalk op de weg.
Kamillethee in heldere glazen en hoeveel
namen van mensen achter het raam.
 
Ze herkent zichzelf in het eenzaam
gebaar achteloos neergelegd
om de hoek. Verschanst voor te lange
winters verzamelt zij weefsels van
wolbol en varen.
 
Wellicht vult zij leemten met vriendschap
haar kamer bewaart er
het evenwicht.

 

 1764129-f8014c419b542dd6bbb072eb57be24a9.jpg
Jo Gisekin (Gent, 14 mei 1942)

 

 

 

De Ierse schrijver Eoin Colfer (zijn voornaam wordt uitgesproken als Owen) werd geboren in Wexford op 14 mei 1965. Zie ook alle tags voor Eoin Colfer op dit blog.

Uit: Und übrigens noch was .. (And another thing, vertaald door Gunnar Kwisinsk)

„Nach Angaben eines Hilfshausmeisters der Universität von Maximegalon, der sich häufig vor den Seminarräumen herumtreibt, ist das Universum sechzehn Milliarden Jahre alt.
Über diese vermeintliche Wahrheit spottet ein Haufen beteigeuzischer Beat-Poeten, die behaupten, Einlegesohlen zu besitzen, die wesentlich älter sind (tock-tock-tock). Siebzehn Milliarden, sagen sie, mindestens, und sie berufen sich dabei auf ihre Urausgabe der Urknall-Rollen. Ein menschliches Wunderkind im Teenager-Alter kam einmal auf vierzehn Milliarden, das Resultat einer komplizierten Rechnung unter Einbeziehung der Dichte von Mondgestein und der Entfernung zwischen zwei pubertierenden Mädchen im selben Ereignishorizont. Einer der unbedeutenderen Götter Asgards murmelte einmal, er habe irgendwo etwas über ein größeres kosmisches Ereignis vor achtzehn Milliarden Jahren gelesen, aber kaum jemand gibt noch etwas auf die Verkündigungen von oben seit dem Debakel um die »Geburt der Götter« oder »Thorgate«, wie es auch genannt wurde.
Wie viele Milliarden Jahre es auch sein mögen, Milliarden sind es allemal, und der alte Mann am Strand sah aus, als hätte er mindestens eine dieser Milliarden an den Fingern abgezählt. Seine Haut schimmerte wie elfenbeinfarbenes Pergament, und von der Seite gemahnte die Silhouette seines Körpers an ein großes zittriges S.
Der Mann erinnerte sich daran, dass er einmal eine Katze besessen hatte, wenn man denn Erinnerungen mehr vertrauen wollte als Neuronenkonfigurationen über Trillionen von Synapsen. Erinnerungen konnte man nicht mit der Hand anfassen. Er konnte sie nicht so spüren, wie er die Brandung spürte, die seine knotigen Zehen umspülte.
Andererseits: Waren solche physikalischen Empfindungen nicht auch nur elektrische Impulse im Gehirn? Warum sollte man dann daran glauben? Gab es überhaupt irgendetwas im Universum, dem man vertrauen, an das man sich klammern konnte, abgesehen von einer hawaliusianischen Windwehre im Zentrum eines Schmetterlingssturms?“

 

 1764129-b0fc264330ac49a249693de438bdbfbd.jpg
Eoin Colfer (Wexford, 14 mei 1965)

 

 

De Duitse schrijfster Gaby Hauptmann werd geboren op 14 mei 1957 in Trossingen. Zie ook alle tags voor Gaby Hauptmann op dit blog.

Uit: Yachtfieber

„Das Rennboot schob sich langsam, fast lautlos, an die Längsseite des bauchigen großen Segelschiffs. Marc Richard sah es erst, als die Festmacherleinen herüberflogen.
»Oh, nein«, sagte er und verzog das Gesicht. »Sag ihm, daß ich nicht da bin!«
»Kann ich nicht«, entgegnete seine Frau, »ich bin auch nicht da!«
Sie drückten sich beide in die blauen Leinenkissen ihrer Stühle, halb verdeckt durch die mächtigen Holzvorbauten am Heck des Schiffes.
»Wieso weiß er, wo wir stecken?« wollte Marc halblaut wissen.
»Ich hab's ihm sicherlich nicht gesagt!«
»Und was machen wir jetzt?«
Pia linste vorsichtig um die Ecke.
»Er kommt tatsächlich an Bord!«
Marc seufzte.
»Und nicht nur er!«
Marc runzelte die Stirn. »Was soll das heißen?«
In dem Moment setzte laute Discomusik ein, dröhnte mit harten Bässen vom Rennboot herüber und deckte alles zu.
Marc sprang auf. Er war ein drahtiger Mann Ende Fünf­zig, kurzgeschnittenes weißes Haar, braungebrannt. »Habt ihr noch alle?« Mit wenigen Sätzen war er an der Reling.
»Na, da bist du ja!« Breit grinsend stand Franco vor ihm, ein italienischer Playboy deutscher Abstammung.
Marc holte tief Luft. »Schalt bloß dieses Gewummer ab!« Franco schnippte kurz zu seinem Boot hinüber, ein langbeini­ges Geschöpf in blaßrosa Bikini, dunkel gebräunter Haut und strohblonden Haaren drückte auf einen Knopf an der unüber­sichtlichen Instrumententafel. Augenblicklich war es still. Und augenblicklich gab es Protest aus dem Hintergrund."

 

 1764129-2c4f74bba6ac5ed128a9256ca08f102f.jpg
Gaby Hauptmann (Trossingen, 14 mei 1957)
Cover 

 

 

De Italiaanse dichter Dante Alighieri werd tussen 14 mei en 13 juni 1265 (volgens hemzelf in de Divina Comedia in de Goede Week en in het teken van de Tweelingen) in Florence geboren. Zie ook alle tags voor Dante Alighieri op dit blog.

Uit: Divina Comedia, Inferno X, 52-72 (Vertaald door Albert Verwey)

 

Toen kwam een andre schim door de oopning kijken.
Langs de eerste rees hij tot de kin naarboven.
Hij hield zich op de knieën, wou mij lijken.
 
Hij keek rondom me, als zou hij graag gelooven
Dat met mij nog een andre was verschenen,
Maar aanstonds zag ik zijn verwachting dooven.
 
En weenend zei hij: Mocht men u verleenen
Door hoogheid van uw aard dit hol te vinden,
Waarom kwam dan mijn zoon hier niet met-eenen?
 
En ik tot hem: Geen eigen onderwinden,
Hij die daar wacht bracht me door die gevaren.
Misschien was Guido niet van wie hem minden.
 
Zijn woorden en de straf door hem ervaren
Hadden mij wie hij was reeds doen beseffen,
Waarom mijn woorden zoo inlichtend waren.
 
Plotseling zag ik hem zich hooger heffen.
Hij kreet: ‘Was’ zegt ge? Dus hij is gestorven?
Dus zal hem geen lieve straal meer treffen?
 
Daar mijn gedachten waren afgezworven
En 'k aarzelde in het zoeken naar mijn woorden,
Viel hij terug, als nu voorgoed bedorven.

 

 1764129-0adb77322a9d9bf6c58f05c656a42dca.jpg
Dante Alighieri (14 mei/13 juni 1265 - 13/14 september 1321)
"Dante en zijn gedicht" van Domenico di Michelino (1417-1491) in de dom van Florence

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 14e mei ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 11:21 Reageer op dit bericht

Jens Sparschuh, Krister Axel, Evelyn Sanders, Walter E. Richartz, Karin Struck, Kasper Peters

De Duitse schrijver Jens Sparschuh werd geboren op 14 mei 1955 in Karl-Marx-Stadt en groeide op in Oost-Berlijn Zie ook alle tags voor Jens Sparschuh op dit blog.

Uit: Ende der Sommerzeit

"Als Nabokov 1917 mit seinen Eltern auf der Flucht war, gerät auf einem irgendwo in der Ukraine gelegenen Bahnhof sein Spazierstock unter die Räder des langsam Fahrt aufnehmenden Eisenbahnzuges. Und da kommt es zu einer Szene, die herzerschütternd schön ist. Nabokov setzt alles daran, den Stock wiederzubekommen. Als er ihn hat, bemerkt er, dass der Zug langsam wegfährt. Er rennt dem schneller werdenden Zug hinterher, und da streckt sich ihm ein Rotarmisten-Arm entgegen, der, so schreibt es Nabokov, alle Regeln des Marxismus außer acht lassend, sich eher an die Vorgaben eines wunderbaren Trivialromans hält, und dem Mann auf den Zug hilft. Und das ist eine Umsetzung dessen, was für Nabokovs gesamtes Werk zentral und wichtig ist: Es zählt nur das Einzelne. Vergiss' alle Ideologien, vergiss' alles, was dir die Obrigkeit sagt - es gibt Situationen, da musst du nur helfen."

 

 1764119-a4fae0998e0885c0cae90ffa54cac63f.jpg
Jens Sparschuh (Karl-Marx-Stadt, 14 mei 1955)

 

 

De Amerikaanse dichter en musicus Krister Axel werd geboren op 14 mei 1974 in Parijs.Zie ook alle tags voor Krister Alex op dit blog.

 

I'm thinking of the city

I'm thinking of the city
with its arms around the river
with no end and no beginning

like a chain of stars
It's trying to tell me something
about the light between two lovers
the light that's on your face
all you have to do
shine on for me
if you can't afford to sleep

I'll be the push that brings you back
it's Saturday
and there's something in the air
I don't believe that we are lost
I don't believe that we are lost

 

 1764119-24149dd3e365c31ffd14ffd55f4228b9.jpg
Krister Axel (Parijs, 14 mei 1974)

 

 

De Duitse schrijfster Evelyn Sanders werd geboren op 14 mei 1934 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Evelyn Sanders op dit blog.

Uit: Advent fängt im September an

„Adventszeit ist Fernsehzeit! Das ist schon so gewesen, als meine Kinder noch an
den Weihnachtsmann geglaubt beziehungsweise die Älteren versucht hatten, ihren jüngeren Geschwistern zu erklären, dass es den Weihnachtsmann eben nicht gibt. Nur stand dieser ausgerechnet jetzt in voller Lebensgröße vor jedem dritten Kaufhaus, womit seine Existenz ja bewiesen war. Die Vielzahl der Weihnachtsmänner einschließlich jener, die abends auf dem Bildschirm Rasierwasser, Daunenbetten und Modeschmuck anpriesen, ließ sich mit der Notwendigkeit von Hilfskräften erklären. »Das kann doch der Weihnachtsmann allein gar nicht schaffen!«
Vierjährigen kann man so etwas noch erzählen, sie glauben es.
Zwei Jahre später glauben sie es nicht mehr, aber sie tun so, denn offensichtlich glauben nun die Eltern an den Weihnachtsmann. Oder weshalb hat Mami zu Papi gesagt, der Weihnachtsmann könnte endlich mal einen neuen Geschirrspüler bringen?“

 

 1764119-c386c225ba17f5ede6f9e6174e993e36.jpg
Evelyn Sanders (Berlijn, 14 mei 1934)

 

 

De Duitse schrijver en chemicus Walter E. Richartz werd op 14 mei 1927 in Hamburg geboren. Zie ook alle tags voor Walter E. Richartz op dit blog.

Uit:Noface -- Nimm was du brauchst

“"Beim nächsten Versuch, nach einer Zwischenzeit von 30 Minuten, gab es die ersten Besonderheiten. Der Kunde (wie zuvor, blau-rot, auffällig) wurde erst nach einem gewissen Zögern bedient. Der Inh. erklärte, daß der Kunde ihm irgendwie bekannt vorkomme, daß er unangenehme Empfindungen in ihm wecke -- ein unangenehmes Erlebnis, mit gewissem Stänkerer [...] -- vielleicht nur eine äußerliche Ähnlichkeit, vielleicht nur die Kleidung. [...] Nach der Aushändigung der Wurst weiterer Ablauf wie gehabt, jedoch seitens des Inh. starke Wut, stärkere Nervosität, Schweißausbruch. Retournierte Wurst dem sich entfernenden Kunden nachgeworfen.
Wurde die Zwischenzeit weiter verkürzt, so erfolgte keine Bedienung mehr; zunächst einfach ohne Begründung, unartikulierter Ärger; dann -- nach weniger als 10 Minuten -- gleich mit Schimpfworten, Beleidigungen etc. Inh. begann tätlich zu werden [...] Das Schlußresultat der Serie: Erst nach Zwischenzeiten von weniger als zehn Minuten wurde der Kunde sicher wieder erkannt."

 

 1764119-dc4a5265e615528a225f02d1f1b2ec25.jpg
Walter E. Richartz (14 mei 1927 – 3 februari 1980)

 

 

De Duitse schrijfster Karin Struck werd geboren op 14 mei 1947 in Schlagtow. Zie ook alle tags voor Karin Struck op dit blog.

Uit: Abtreibung tötet eine Person (Lezing)

„In den 70er Jahren des 20. Jahrhunderts wurde von der feministischen Bewegung unter anderem der Slogan geprägt "mein Bauch gehört mir". Alice Schwarzer, die mächtigste deutschsprachige Feministin, ließ sich zwar einmal zu der Bemerkung hinreißen "wenn es (=das ungeborene Kind) ein Mensch wäre, wäre es (=die Abtreibung) Mord", aber selbstverständlich war ihr "Wenn" für sie und die gesamte feministische Bewegung ganz hypothetisch, und das ist es bis heute geblieben. "Mein Bauch gehört mir" enthielt unausgesprochen die Überzeugung, daß das ungeborene Kind ein Teil des Bauches der werdenden Mutter sei, nicht mehr also als ein Organ, ein eigenes Körperteil. Die eigenständige Existenz eines genetisch kompletten Menschen, einer Person im vorgeburtlichen Wachsen, wurde durch diesen Slogan, der sich festsetzte wie ein Ohrwurm, kategorisch abgestritten und geleugnet. Später und heute braucht man einen Slogan dieser Art nicht mehr. Denn die sublimen Botschaften, die er transportierte, sind längst Allgemeingut.

In den 70er Jahren etwa mußte man, um ein liberales Abtreibungsrecht (längst nicht mehr: -strafrecht) zu erreichen, noch die (bei illegalen Abtreibungen) "auf den Hinterhöfen verblutenden Frauen" vorschieben, um die "freie Wahl" der Frau abzutreiben zu verteidigen und zu fordern. Man wollte damit das Mitleid der Menschen nutzen! Und diese sublime und nicht selten demagogische Manipulation hat immer ihre Wirkung getan. Auch dies hat man heute nicht mehr nötig – außer in der Debatte um die Stammzellenforschung. Da taucht das Mitleid als Manipulationsmittel und politisches Instrument wieder auf: Diesmal als Mitleid mit den schwer und unheilbar Erkrankten, die angeblich nur aus durch Forschung an embryonalen Stammzellen gewonnenen Heilmitteln zu retten seien.“

 

 1764119-c67a48a616d9b856f59f67ea9dc1d460.jpg
Karin Struck (14 mei 1947 – 6 februari 2006)
In 1975 

 

 

Onafhankelijk van geboortedata:

De Nederlandse dichter, schrijver, dramaturg en toneelspeler Kasper Peters werd geboren in Doetinchem in 1973. Zie ook alle tags voor Kasper Peters op dit blog.

 

Stephan

Hij heeft een huis
met witte muren en een tafel,
limonade en reformbiscuit,
een blik waar koek op staat.

Zo lang elkaar ongezien gelaten
herhalen wij de Nepal-reeks,
bladeren door het zorgvuldig
in elkaar gezette album tot
de zinnen over nu en pas geleden.

Dat het goed is, dat
het eerder anders was, dat klopt.

Geen asbak dus
we roken buiten
en praten door
bij wijze van herhaling.

Ik zie zijn vrouw
en dat ze in de kamer
aan onze lege glazen ruikt.

Dat het anders was, dat klopt.

 

 1764119-76e34e2a398f50d1f7bbe5dc0f8716ba.jpg
Kasper Peters (Doetinchem, 1973)

Geschreven door Romenu om 11:11 Reageer op dit bericht

Jan Lauwereyns, Reinout Verbeke, Bruce Chatwin, Daphne du Maurier, Kathleen Jamie, Armistead Maupin, Alphonse Daudet

De Vlaamse dichter Jan Lauwereyns werd geboren op 13 mei 1969 in Antwerpen. Zie ook alle tags voor Jan Lauwereyns op dit blog.

 

Het pure spectrum

Het pure spectrum
Lang in vloed gelegen

Ebde jij
Onwaarschijnlijk weg

Door mij onder alle sterren verkozen
Heropgeroepen, verdampt

Vele woorden van liefde
Bij het finale aflopen van alles, absurd

En toch, en evengoed, zal niets gedaan zijn
Wat achteraf gezien onmogelijk bleek

Nergens resten wat ooit zeker zou
Geen wijsheid of richtlijn

Dan in het brandpunt
De verdwenen parabool

Die cirkel werd, meisje
Hemelsblauw


 

 

Ongelooflijk veel verdriet

Terwijl ze langdurig en gewelddadig schreeuwt
zijn haar ogen stevig gesloten, zodat de huid
er rond rimpelt, en het voorhoofd zich

samentrekt tot een frons.

Zuigeling: meesteres in het beoefenen
van de buigzaamheden.
Die overtuigender dan de dichter
voorwendt pijn te zijn haar werkelijk
doorvoelde pijn?

Gegeven hoe droog haar tranen zijn.

En als je zwicht voor haar chantage
houdt ze in minder dan een vingerknip op.

 

 

Anatomie van melancholie

Is de Kilimanjaro hoog genoeg?
Om jezelf in de rug te schieten?

Wanneer je voeten wegzinken in eeuwige sneeuw.
Nu dan?

Je strekt je arm,
je haalt de ijzeren hoektand over.
De draak in je hand spuwt vuur.

Draak: orbitaleur, brenger van veelal
ongewenste voorwerpen in een baan rond de aarde

ware het niet

dat de slaagkans omgekeerd evenredig is
met zwaartekracht. Tegenwind?

 

 1763847-d34acca684b79564d44e24466c05d568.jpg
Jan Lauwereyns (Antwerpen, 13 mei 1969)

 

 

De Vlaamse dichter Reinout Verbeke werd geboren op 13 mei 1981 in Roeselare. Zie ook alle tags voor Reinout Verbeke op dit blog.

 

Dorp

We hangen aan de aderen van anderen
als klimplanten. We tappen af en vertakken
tot één vaatstelsel. Iemand ratelt. We vervangen
zijn falende organen. We bonken synchroon
bloed naar de aorta van het dorp: een open hart
dat warmt en roept als honderd vogeljongen

We vergeten onze bloedgroep en denken
alleen nog aan vloeien en stuwen en vloeien

Wie nog van een ander vat tapt
maakt zich onmogelijk

 

 

De achterkant van flatgebouwen

Aan de achterkant van flatgebouwen
liggen opengepikte vuilniszakken
worden borsten aan de zon gegeven
hebben geliefden ruwer lief. Geen flaneren
geen plezierboten. Op het achterbalkon
ebben we naar het zijn van de zee

Aan de achterkant van flatgebouwen
trekken wolken als zeewier
halvelings aan ons vissenoog voorbij
Hier geldt deining van altijd dezelfde gordijnen
Hier waak ik over mijn kind dat in de kamer
naar haar eerste klanken hapt

Aan de achterkant van flatgebouwen
heerst wederzijdsheid van kijken, loeren
we elkaar uit het koraal. We vinden er
onze vinnen als vanouds

 

 1763847-8c6d6ecceb628d99ca89874044431be0.jpg
Reinout Verbeke (Roeselare, 13 mei 1981)

 

 

De Engelse schrijver Bruce Chatwin werd op 13 mei 1940 in Sheffield geboren. Zie ook alle tags voor Bruce Chatwin op dit blog.

Uit: The Songlines

“IN ALICE SPRINGS - a grid of scorching streets where men in long white socks were forever getting in and out of Land Cruisers - I met a Russian who was mapping the sacred sites of the Aboriginals.
His name was Arkady Volchok. He was an Australian citizen. He was thirty-three years old.
His father, Ivan Volchok, was a Cossack from a village near Rostov-on-Don, who, in 1942., was arrested and sent with a trainload of other Ostarbeiter to work in a German factory.
One night, somewhere in the Ukraine, he jumped from the cattle-car into a field of sunflowers. Soldiers in grey uniforms hunted him up and down the long lines of sunflowers, but he gave them the slip. Somewhere else, lost between murdering armies, he met a girl from Kiev and married her. Together they drifted to a forgetful Adelaide suburb, where he rigged up a vodka still and fathered three sturdy sons.
The youngest of these was Arkady.
Nothing in Arkady's temperament predisposed him to live in the hugger-mugger of Anglo-Saxon suburbia or take a conventional job. He had a flattish face and a gentle smile, and he moved through the bright Australian spaces with the ease of his footloose forbears.
His hair was thick and straight, the colour of straw. His lips had cracked in the heat. He did not have the drawn-in lips of so many white Australians in the Outback; nor did he swallow his words. He rolled his r's in a very Russian way. Only when you came up close did you realise how big his bones were.
He had married, he told me, and had a daughter of six. Yet, preferring solitude to domestic chaos, he no longer lived with his wife. He had few possessions apart from a harpsichord and a shelf of books.
He was a tireless bushwalker. He thought nothing of setting out, with a water-flask and a few bites of food, for a hundredmile walk along the Ranges. Then he would come home, out of the heat and light, and draw the curtains, and play the music of Buxtehude and Bach on the harpsichord. Their orderly progressions, he said, conformed to the contours of the Central Australian landscape."

 

 1763847-fdce25e99b635128f0990b51503d6d90.jpg
Bruce Chatwin (13 mei 1940 – 18 januari 1989)

 

 

De Britse schrijfster Daphne du Maurier werd geboren in Londen op 13 mei 1907. Zie ook alle tags voor Daphne du Maurier op dit blog.

Uit: The Doll

“I want to know if men realise when they are insane. Sometimes I think that my brain cannot hold together, it is filled with too much horror – too great a despair.
And there is no one; I have never been so unutterably alone. Why should it help me to write this? . . . Vomit forth the poison in my brain.
For I am poisoned, I cannot sleep, I cannot close my eyes without seeing his damned face . . . If only it had been a dream, something to laugh over, a festered imagination.
It's easy enough to laugh, who wouldn't crack their sides and split their tongues with laughing. Let's laugh till the blood runs from our eyes – there's fun, if you like. No, it's the emptiness that hurts, the breaking up of everything inside me.
If I could feel, I should have followed her to the ends of the earth, no matter how she pleaded or how she loathed me. I should have taught her what it is to be loved by a man – yes – a man, and I would have thrown his filthy battered body from the window, watched him disappear for ever, his evil scarlet mouth distorted . . .
It's the hot feeling that has filled me, the utter incapacity to reason.
And I am deceiving myself when I say she would have come to me. I did not follow her because I knew that it was hopeless. She would never have loved me – she will never love any man.
Sometimes I can think of it all dispassionately, and I pity her. She misses so much – so much – and no one will ever know the truth. What was her life before I knew her, what is it now?
Rebecca – Rebecca, when I think of you with your pale earnest face, your great wide fanatical eyes like a saint, the narrow mouth that hid your teeth, sharp and white as ivory, and your halo of savage hair, electric, dark, uncontrolled – there has never been anyone more beautiful. Who will ever know your heart, who will ever know your mind?“

 

 1763847-788800257dcd66d3fdd911e5b86f0a75.jpg
Daphne du Maurier (13 mei 1907 – 19 april 1989)

 

 

De Schotse dichteres Kathleen Jamie werd geboren op 13 mei 1962 in Currie, Edinburgh. Zie ook alle tags voor Kathleen Jamie op dit blog.

 

Moon

Last night, when the moon
slipped into my attic-room
as an oblong of light,
I sensed she’d come to commiserate.

It was August. She travelled
with a small valise
of darkness, and the first few stars
returning to the northern sky,

and my room, it seemed,
had missed her. She pretended
an interest in the bookcase
while other objects

stirred, as in a rockpool,
with unexpected life:
strings of beads in their green bowl gleamed,
the paper-crowded desk;

the books, too, appeared inclined
to open and confess.
Being sure the moon
harboured some intention,

I waited; watched for an age
her cool glaze shift
first toward a flower sketch
pinned on the far wall

then glide to recline
along the pinewood floor
before I’d had enough. Moon,
I said, we’re both scarred now.

Are they quite beyond you,
the simple words of love? Say them.
You are not my mother;
with my mother, I waited unto death.

 

 1763847-fe434f01d77c7af4f738469e9df36604.jpg
Kathleen Jamie (Currie, 13 mei 1962)

 

 

De Amerikaanse schrijver Armistead Jones Maupin Jr. werd geboren op 13 mei 1944 in Washington. Zie ook alle tags voor Armistead Maupin op dit blog.

Uit:Tales of the City

"Well, you certainly aren't acting like it! I've never heard such a thing! You can't just run away from your family and friends to go live with a bunch of hippies and mass murderers!"
"Oh, Mom, that's just a lot of TV crap!"
Her mother lowered her voice reproachfully. "Don't you talk nasty to your mother, Mary Ann . . . and it's not a lot of TV . . . stuff. What about those Giraffe Killers?"
"Zebra."
"Well, whatever. And what about those earthquakes? Your Daddy took me to see that awful movie, and I nearly had a heart attack when Ava Gardner . . ."
"Mom. I've made up my mind about this. Will you just call Mr. Lassiter for me?"
Her mother began to cry. "Something terrible is going to happen to you. I know it."
"Now who's being silly? What could possibly happen to me, Mom? San Francisco is a lot safer than Cleveland, and the people are are so mellow."
Her mother stopped sobbing for a moment. "What does that mean?" she asked suspiciously.
WHEN IT WAS OVER, Mary Ann left the Buena Vista and walked through Aquatic Park to the bay. For several minutes, she stared at the Alcatraz beacon, drunk with the prospect of an undefined future.
"What could possible happen to me, Mom?" The words came back to her on a chill wind, nibbling uncertainly on a corner of her mind.
Back at the Fisherman's Wharf Holiday Inn she looked up Connie Bradshaw's phone number. Connie was the only person she knew in San Francisco. Mary Ann had heard that she was a stewardess for United, but hadn't spoken to her old high school friend since 1968.
"Oh, God, I can't believe it!" squealed Connie, when Mary Ann identified herself. "How long are you here for?"
"For good," said Mary Ann, savoring the words.”

 

 1763847-59050f45252f16e7cad7f3cd006b012b.jpg
Armistead Maupin ( Washington, 13 mei 1944) 

 

 

De Franse schrijver Alphonse Daudet werd geboren in Nîmes op 13 mei 1840. Zie ook alle tags voor Alphonse Daudet op dit blog.

 

L’Oiseau bleu

J’ai dans mon cœur un oiseau bleu,
Une charmante créature,
Si mignonne que sa ceinture
N’a pas l’épaisseur d’un cheveu

Il lui faut du sang pour pâture.
Bien longtemps, je me fis un jeu
De lui donner sa nourriture :
Les petits oiseaux mangent peu.

Mais, sans en rien laisser paraître,
Dans mon cœur il a fait, le traître,
Un trou large comme la main,

Et son bec, fin comme une lame,
En continuant son chemin,
M’est entré jusqu’au fond de l’âme !…


Autre Amoureuse

Lorsque je vivais loin de vous,
Toujours triste, toujours en larmes,
Pour mon cœur malade et jaloux
Le sommeil seul avait des charmes.
Maintenant que tu m’appartiens
Et que mon cœur a sa pâture,
– Il ne m’est plus qu’une torture,
Le sommeil cher aux jours anciens.

Lorsque je dormais loin de vous,
Dans un rêve toujours le même,
Je vous voyais à mes genoux
Me dire chaque nuit : « Je t’aime ! »
Maintenant que tu m’appartiens,
Dans les bras chaque nuit je rêve
Que tu pars, qu’un méchant t’enlève
Et que je meurs quand tu reviens.

 

 1763847-6061d758fe329583c1f8eff0dcb4a9ac.jpg
Alphonse Daudet (13 mei 1840 - 17 december 1897)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 13 mei ook mijn blog van 13 mei 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 19:08 Reageer op dit bericht

Hagar Peeters, Bertus Aafjes, August Vermeylen, Andrej Voznesensky, Sabine Imhof, Dante Gabriel Rossetti

De Nederlandse dichteres Hagar Peeters werd geboren in Amsterdam op 12 mei 1972. Zie ook alle tags voor Hagar Peeters op dit blog.

 

Debuut

De eerste nacht die ze zonder slapen
doorbracht in een schuur met hem
aan wie ze haar eerste kus onthield
onthoudt ze nog na vele nachten waken.

Ze bleef daar liggen met haar ogen dicht
niet wetend hoe te beginnen
met wat door geen van beiden
ooit eerde was verricht.

Langzaam drong het buitenlicht
door het raam naar binnen
en met het licht verdween de reden
van het wachten naar een elders dat,
bedenkt ze zich, ook nu nog toekomst is.

 

 

Koorddansen

Altijd op zoek naar een navelstreng
nu de eerste niet langer bestaat,
balanceer ik op de ragdunne draad
van blik tot blik, tot het ogenblik
dat ik opnieuw jij
en jij ik.

Een keten weer opeens
hangen we boven het land.
Geen afstand meer. In dit verband
past het heelal met gemak
in één hand.

Ik snoep je lieve woordjes.
Je tovert zoentjes uit je zak.
Ik slik ze, pik ze, blik ze in
voor later.

Wanneer het strak gespannen snoer
halverwege de acrobatentoer
ombuigt tot valstrik,
val ik.

 

 1763448-376e8bfb94443ec4c0a6ce4b7ce53c08.jpg
Hagar Peeters (Amsterdam, 12 mei 1972)

 

 

De Nederlandse schrijver en dichter Bertus Aafjes (pseudoniem Jan Oranje) werd geboren in Amsterdam op 12 mei 1914. Zie ook alle tags voor Bertus Aafjes op dit blog.

 

Het koningsgraf

Met een gezicht uit zuiver goud geslagen,
Zoals herinnering mij heeft gebeeld
Naar al de nachten dat wij samen lagen
En lach en traan gelijk hebben gedeeld,

En mond aan mond en oog in oog verzonken
De adem en het licht hebben gemengd,
En van die volle liefdesbeker dronken
Ons aan elkanders hart hebben verzengd;-

Naar die herinnering, in goud gedreven,
Lig ik onder het masker van mijn dood
Te zuchten en onzichtbaar voort te leven
In hunkring naar de diepten van uw schoot,
En 'k tast het duister van mijn koningsgraf
Met lichteloze gouden blikken af.

 

 

Legende

Ergens liggen nog de juwelen
van de verdwenen prinses;
zij die hen trachten te stelen
gebruiken breekijzer nog mes.

Zij zingen totdat hun lippen
droog en gezwollen staan,
dan stijgen meerminnen op klippen
grijs uit de grijz' oceaan.

En op haar tillende handen
trillen de edelgesteenten,
van het verbleekte gebeente
der godin afgeroofd.

 

 1763448-8e5c4e3f73a9135a0d0e81cf79c8bcbb.jpg
Bertus Aafjes (12 mei 1914 - 22 april 1993)

 

 

De Vlaamse schrijver, dichter, kunsthistoricus en politicus August Vermeylen werd geboren in Brussel, op 12 mei 1872. Zie ook alle tags voor August Vermeylen op dit blog.

 

Van Geluk

Hoger dan schijn
van 't mensen-zijn
in grijze guurheid
droef neergebogen,
- vèr bóven logen
van levensbanden,
wílde ik gebouwd een hemel voor mijn puurheid,
als prinsenkind van langverloren landen.

O ijsglanzige wijdte mijner landen,
ijslichtend licht doorschijnend als goudraggen bevend!
o recht, en bleek van kuisheid, herléven
kind! mijn kristallen ziel in mijn handen!

Over mijn stille handen
gevouwd in offerande
glijden lichtschaduwingen...
- verre herinneringen
suizelen rond mijn ogen
volzalig neergeloken...

De zilvrige misten
langs 't uitgewiste
hel verregezicht,
en 't water, en 't maagdenaakt morgenlicht
dat bloesemt in hemelse lelieperken,
het straalt al uit mij als innige bede,
't weerkaatst mijn ziel van zondagsvrede,
- stil opengeruist, als engelenvlerken...
Stoeten blankvoetige dromen, zingend,
gaan voorbij naar omhoog, met lange gewiegel...

Zij schouwt, mijn Ziel, in de ziel aller dingen,
lachend en kalm, als in wondre Spiegels.

 

 1763448-2953ad6dfedca07a9277ea1dcb944769.jpg
August Vermeylen (12 mei 1872 – 10 januari 1945)
 

 

 

De Russische dichter Andrej Andreyevich Voznesensky werd geboren in Moskou op 12 mei 1933. Zie ook alle tags voor Andrej Voznesensky op dit blog.

 

My Achilles Heart

In these days of unheard-of suffering
One is lucky indeed to have no heart:
Crack-shots plug me again and again,
But have no luck.

Riddled with holes, J laugh
At the furious pack: “Tally-ho, boys!
I am a lattice. Look through me.
Isn’t the landscape lovely?”

But suppose a gun should locate,
Tied by an aching thread,
Beating a hair’s breadth off target,
My Achilles heart.

Beware, my darling. Hush. Not a sound,
While I charge noisily
From place to place around Russia,
As a bird diverts the hunters from its nest.

Are you still in pain? Do you act up at night?
This defenseless extra is what saves me.
Do not handle it roughly;
The shudder would bring me down.

Our destruction is unthinkable,
More unthinkable what we endure,
More unthinkable still that a sniper
Should ever sever the quivering thread.

 

Vertaald door W.H. Auden

 

 1763448-97638c661042d0625456c2a93a70671c.jpg
Andrej Voznesensky (12 mei 1933 – 1 juni 2010)
 

 

 

De Zwitserse dichteres Sabine Imhof werd geboren in Brig in 1976. Zie ook alle tags voor Sabine Imhof op dit blog.

 

Die traurige Liebe

Den ganzen Winter
Vögel verscheucht
mit diesen falschen Gebeten

Eiskristalle klammern
sich ans Fenster

ich hänge dir
meinen ausgekugelten Arm
in den Schrank

als Pfand, zum Trost

stelle ich mich schlafend
klein wie Staub unter der Heizung
bis ich zufällig
gegangen werde

wir haben den Atem
um den Hals gewickelt
auf deiner Netzhaut gingen
Wolken ein und aus

aufwärts verlieren wir uns
unter Hunden
im gestutzten Federkleid

ein letztes Haar
klebt in meiner Hand
ich wasche mich wieder
an unverbesserlichen Stellen

bis auf die Knochen
bis das Licht den Traum versengt.

 

 1763448-3e50aedbeb5c822e764a90c70c6a2eb6.jpg
Sabine Imhof (Brig, 12 mei 1976)
Berlijn,  Oberbaumbrücke in de schemer

  

 

De Engelse schilder en dichter Dante Gabriel Rossetti werd op 12 mei 1828 inLonden geboren. Zie ook alle tags voor Dante Gabriel Rossetti op dit blog.

 

Silent Noon

Your hands lie open in the long fresh grass, --
The finger-points look through like rosy blooms:
Your eyes smile peace. The pasture gleams and glooms
'Neath billowing skies that scatter and amass.
All round our nest, far as the eye can pass,
Are golden kingcup-fields with silver edge
Where the cow-parsley skirts the hawthorn-hedge.
'Tis visible silence, still as the hour-glass.

Deep in the sun-searched growths the dragon-fly
Hangs like a blue thread loosened from the sky: --
So this wing'd hour is dropt to us from above.
Oh! clasp we to our hearts, for deathless dower,
This close-companioned inarticulate hour
When twofold silence was the song of love.

 

 1763448-c6e9c3a3260117767b9a96064a7b75de.jpg
Dante Gabriel Rossetti (12 mei 1828 - 9 april 1882)
Silent Noon door de schilder John Byam Shaw, 1894

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 12e mei ook mijn blog van 12 mei 2013 deel 1 en eveneens deel 2 en ook deel 3.

Geschreven door Romenu om 19:16 Reageer op dit bericht

Libris Literatuur Prijs 2015 voor Adriaan van Dis

Libris Literatuur Prijs 2015 voor Adriaan van Dis

 De Libris Literatuur Prijs 2015 is gewonnen door Adriaan van Dis voor zijn boek 'Ik kom terug'. Dat maakte juryvoorzitter Wim Pijbes maandagavond bekend tijdens een galadiner in het Amstel Hotel in Amsterdam. Adriaan van Dis werd op 16 december 1946 geboren in het Noord-Hollandse Bergen aan Zee. Zie ook alle tags voor Adriaan van Dis op dit blog.

Uit: Ik kom terug

“… Ik moest mij goed gedragen, onze toekomst stond op het spel. Hun geld zou ons bevrijden van zuinigheid en oorlogsangst. Speciaal voor het bezoek droeg ik een grijsfluwelen lange broek met omslag. Hij jeukte van nieuwigheid. Tante Elise en tante Desiree koesterden hun afkomst, generaties geleden waren hun voorvaderen voor de roomsen uit het zuiden van Frankrijk naar het noorden gevlucht. ‘Vaudois’ noemden ze zich, maar wij zeiden thuis gewoon waldenzen. De tantes hingen nog altijd aan een familiewapen uit die tijd, al hadden ze zich vermengd met Brabantse boeren en deelden we dezelfde achternaam. Vroom zijn was hun hobby en ik zat nog niet of de tantes lazen me de les. Of ik wel wist hoe de Vaudois geleden hadden? Opgejaagd waren ze, door de inquisitie vervolgd om hun sober geloof. Waar ze in Frankrijk ook heen vluchtten, tot aan de Alpengrotten toe, keer op keer werden hun kale kerken verbrand en hun nederzettingen vernietigd. Vrouwen hadden moeten toezien hoe de roomsen hun baby’s tegen de rotsen smakten, jonge zonen werden in stukken gesneden en hun lichaamsdelen in de velden omgeploegd en de mannen de hersenen uitgesneden. De roomsen kookten die en aten ze op. De tantes lieten me een oude Franse bijbel zien, met roestig bloed op de band. Ik kneep van angst in de tafelrand, mijn moeder keek naar buiten en begon over het weer. ‘Wij zijn de joden van de christenen,’ zei tante Desiree. En ik mocht daarbij horen? …”.

 

 1763217-9f3c22f1efcd5f5835bf7480adced368.jpg
Adriaan van Dis (Bergen aan Zee, 16 december 1946)

Geschreven door Romenu om 08:28 Reageer op dit bericht

J. H. Leopold, Ida Gerhardt, Andre Rudolph, Rubem Fonseca, Henning Boëtius, Camilo José Cela

De Nederlandse dichter en classicus Jan Hendrik Leopold werd geboren in ’s-Hertogenbosch op 11 mei 1865. Zie ook alle tags voor J. H. Leopold op dit blog.

 

In de bleeke wangen als violen
o rijkdom van het onvoltooide

IN de bleeke wangen als violen
de sombere oogen dof gezet,
de rijpe mond met de bloedende lippen
opeen genepen en dun geplet.
 
En het leven, als woei het en is verdwenen,
wegkrimpende als een vogelenvlucht,
zich zelf een sluier, een wa geworden
is dit onbewogene aangezicht.
 
Een leegte, een schemer, en zich niet keeren,
een treden de jaren ongeteld
met door alles heen het voortdurend weten:
gekrenkt, gekrenkt, en achtergesteld.
 
En schokkende het groote zwichten
en armen die in vertwijfeling slaan,
een wringen omhoog, een biddend reiken,
een klemmen en jammerend laten gaan.
 
En een hoofd verwordende en bedolven
in der snikken en in der haren nacht,
wond over ondoorgrondlijke stroomen
vervreemd en doodswit opgebracht.
 
En een stem verwezen en ingezonken
en die nog stervende aanbad:
ik heb zoo zielsveel van je gehouden,
ik heb je zoo lief, zoo lief gehad.

 

 

De lippen van het water...

De lippen van het water leggen zich
verliefd, verlustigd op de rondom open
gewelfde kring; zij komen toegeslopen
en dringen op en rekken zich...

Gesneden in de alabasten rand
is er een vers van een zo uitverkoren
zoetheid van woorden, dat de zin verloren
wegdeinde in dit bedwelmende verband.

Een strofe, die in jubel zich verhief
en dan zich strengelde en zich ging winden
tot een beschaduwing van de beminde,
van het besloten, zinsbetoovrend lief.

En zwijmend onder alle heerlijkheden
benadert nu een weke en vochte mond
de kostlijke syllaben, snikte en vond
er zijn besterven, stom teruggegleden.

 

 

O dromend hart, kies u een nieuw vertier

O dromend hart, kies u een nieuw vertier
in vrouwenwang en purpren eglantier;
licht als kwikzilver vlieten onze dagen,
de pracht der jeugd zinkt als een bergrivier.

 

 1763001-d1ec2322cd4ec9fc67aef3eb1f647d05.jpg
J. H. Leopold (11 mei 1865 - 21 juni 1925)
Cover

 

 

De Nederlandse dichteres Ida Gerhardt werd geboren in Gorinchem op 11 mei 1905. Zie ook alle tags voor Ida Gerhardt op dit blog.

 

Juninacht
tekst voor een ballet

Vreemd aan de ander in war doorelkander
danst om de rozen die raadselen zijn.
Wars is de wijn op de bodem der kelken,
groene festoenen zij moeten verwelken:
danst door de doolhof van lachen en pijn.

Naderen, kruiselings wisselen, keren;
tegen verlangen kan géén zich verweren:
vraagt het de rozen die raadselen zijn.

Dansen is dolen, is derven en zwerven,
aarzelend verkiezen en rakelings verliezen,
handen in handen staan bij het refrein;
zingen en springen, de tranen verdringen:
danst om de rozen die raadselen zijn.

 

 

De gestorvene

Zeven maal om de aarde gaan,
als het zou moeten op handen en voeten;
zevenmaal om die éne te groeten
die daar lachend te wachten zou staan.
Zeven maal om de aarde gaan.

Zeven maal over de zeeën te gaan,
schraal in de kleren, wat zou het mij deren,
kon uit de dood ik die éne doen keren.
Zeven maal over de zeeën te gaan -
zeven maal, om met zijn tweeën te staan.

 

 

Till death us do part

[Tot de dood ons scheidt]

Zolang gij er zijt,
het brood voor mij snijdt,
de legerstee spreidt,
mag God het mij geven,
het lichaam, het leven.
Hier ben ik. Altijd.

 

 1763001-7bb524f6f278f1bbc1d7e05eaba6d41b.jpg
Ida Gerhardt (11 mei 1905 – 15 augustus 1997)

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Andre Rudolph werd geboren in Warschau op 11 mei 1975 en groeide op in Leipzig. Zie ook alle tags voor Andre Rudolph op dit blog.

 

etwas für die geister
(david constantine)

heute haben die geister
lange geschlafen und ausgiebig ge-
frühstückt,
bevor sie sich auf ihren weg
durch unsere körper gemacht haben

papa, mama, ihr hattet euch,
clever wie ihr seid, in zwei pfannkuchen
versteckt;
obwohl ich euch
gerade erst gekauft hatte,
habt ihr zäh und trocken geschmeckt;
(ich konnte euch
kaum runterwürgen, ehrlich gesagt)

aber dann kam doch die stelle
mit der marmelade, an der wir uns
miteinander versöhnten…

es ist eigentlich etwas ganz simples,
was ich sagen will;
clara zum beispiel denkt jetzt
an ihren neuen deutschlehrer, den sie 
nicht leiden kann,
und der ihr nicht mehr aus dem
kopf geht

manchmal verschwinden sie
einfach im kaffee, oder ich weiß auch
nicht, wie sie das machen,
oder sie
rascheln noch einen moment mit
der zeitung, wie um uns abzulenken,

bevor die geister wieder ihren
weg durch unsere körper
antreten,
und wir sie dann den ganzen tag
nicht mehr sehen,

und auch vom tisch aufstehen,
die schuhe anziehen, unsere jacken
nehmen und aus
dem haus gehn,

wir und die kinder,
ein jedes in seine richtung

 

 

 1763001-ecf047dc044f1c13c4eebbf986c1f481.jpg
Andre Rudolph (Warschau, 11 mei 1975)
Warschau 

 

 

De Braziliaanse schrijver José Rubem Fonseca werd geboren op 11 mei 1925 in Juiz de Fora. Zie ook alle tags voor Rubem Fonseca op dit blog.

Uit: Vast Emotions and Imperfect Thoughts (Vertaald door Clifford E.Landers)

“His Church was the Evangelical Church of Jesus Savior of Souls. Over ten thousand people contributed part of their pay to the Church every month, voluntarily. The majority of them were domestics and laborers earning the minimum wage.
`Malachi ...' I said.
`The name means Angel of the Lord. He's the last of the twelve minor prophets.'
Jose knew how to sell. He had dropped out of school, while still a boy, to sell things. He'd been a street peddler selling smuggled trinkets, then he'd sold encyclopedias door to door, then used cars, and now he was selling the salvation of souls.
We watched the film several times. When he was assured that I would add the parts he wanted, he offered me a whiskey. Then he asked what I thought of his running for senator in the forthcoming elections. `We evangelists need strong representation in Congress. But I have doubts about whether, at the moment, it might hurt my Church. We're growing fast; maybe this isn't the time for me to divide my efforts.'
He stopped talking and took a swig of whiskey. I said nothing. I could see a conspiratorial gleam in his eye. `I'm going to surprise you,' he said, taking another swallow. I noticed he was hesitating; but he had already begun his revelation. `Brother, the day isn't far off when this country will have a pastor as president.'
I left Jose's house depressed, as always happened when I visited him. He lacked the essential qualities -- love, compassion, charity, tolerance. He had no love for his fellow man, which, contrary to popular belief, did not keep him from loving himself.
It was late, but there were still people in lower Leblon. I went to the Pizzeria Guanabara and ate a pizza standing up at the counter on Ataulfo de Paiva, along with taxi drivers, a couple of homosexuals and a prostitute. Then I crossed the street and headed toward home. I passed several young people, of both sexes, sitting on the steps of a bank, some of them high, some waiting for the dealer, others waiting for customers, waiting for Godot, waiting for the film (me, certainly), waiting for the night to end, for life to end. It was in the midst of these musings that I saw a girl get up from the steps of the bank and come in my direction. She was wearing tight jeans and had thick legs and thin arms. The make-up on her mouth and eyes, and her dark hair, gave her very white face a morbid fragility.”

 

 1763001-670f6d4e556bc1c8d5712bbe415288c6.jpg
Rubem Fonseca (Juiz de Fora, 11 mei 1925)
 

 

 

De Duitse schrijver Henning Boëtius werd geboren op 11 mei 1939 in Langen, Hessen. Zie ook alle tags voor Henning Boëtius op dit blog.

Uit: Phönix aus der Asche

''Wollen wir nicht noch einmal alle fünf Theorien durchgehen?"
''Du meinst die fünf, die in der Presse diskutiert werden? Ich bin mir nicht sicher, ob es nicht noch mehr denkbare Theorien gibt. Aber fangen wir an. Erstens, die Gewittertheorie. Ein Blitzeinschlag als Ursache. Was hältst du davon?"
"Unwahrscheinlich bis unmöglich. Ein Luftschiff ist ein perfekter Faradayscher Käflg. Außerdem hätten wir einen Blitz vom Platz aus bemerken müssen."
"Auch einen Kugelblitz?"
"Die treten immer in Verbindung mit Linienblitzen auf." "Ich teile deine Skepsis. Ich habe es in den Kalmen selbst erlebt, dass wir von einem Blitz getroffen wurden. Er hat sich auf der Oberfläche verteilt, ohne Schaden anzurichten. Nein, es war bestimmt kein Blitz."
"Wir können also zur nächsten Theorie übergehen. Die elektrostatische Entladung, auch Bürstenentladung genannt. Nennen wir sie Elsmfeuertheorie."
''Die müssen wir ernst nehmen. Es könnte tatsächlich zu einer Funkenstrecke im Schiff gekommen sein. Dann, wenn es zwischen bestimmten Teilen des Schiffes zu einem Spannungsgefälle von, sagen wir, einigen tausend Volt gekommen wäre. Das wäre niemals möglich zwischen Elementen der tragenden Konstruktion, Aluminium und Stahldrähten, denn die Leitfähigkeit zwischen ihnen würde dies verhindern. Möglich wäre es aber zwischen der Schiffshaut und dem Skelett. Die Schiffshaut ist weniger leitend, obwohl sie einen Anstrich aus metallhaltigem Pulver hat. Beim Durchfahren eines Gewitters könnte sich die Haut aufgeladen haben wie die Folie eines Kondensators . Auf dem Aluminiumskelett würde entsprechend eine Ladung entgegengesetzter Polung entstehen. Dann das Ablassen von Wasser als Erdleiter, oder die nassen Landetaue. Es kommt zu einer plötzlichen Funkenstrecke zwischen Haut und Gerippe. Peng!" 

 

 1763001-9a0547f72f442cd1ddd86f887a48fe4e.jpg
Henning Boëtius (Langen, 11 mei 1939)

 

 

De Spaanse schrijver Camilo José Cela werd geboren op 11 mei 1916 in Iria Flavia. Zie ook alle tags voor Camilo José Cela op dit blog.

Uit:The Family of Pascual Duarte (Vertaald door Anthony Kerrigan)

“The rest of the house scarcely deserves describing, it was so ordinary. We had two other rooms, if they can be called that merely because they were in the form of rooms and were used to live in. And there was a stable, though I wonder, too, why we called it that, since it was in reality empty and deserted and going to rot. One of the rooms eventually served as a bedroom for my wife and me. My father always slept in the other room, until God—or perhaps it was the Devil­—wished to carry him off, and then it stayed empty most of the time, first ‘because there was no one who would sleep there, and later, when it could have been used, because the kitchen was always preferred since it was not only lighter but also free from drafts. My sister, for example, always slept there whenever she came to visit us. The truth is that the rooms were not very clean or well built, but neither was there much cause for complaint. They could be lived in, which is the principal thing, and they offered protection from the wet winds of Christmastide, and a refuge—as much as one had a right to expect—from the asphyxiation in the dry days of the August Virgin.* The stable was in the worst state. It was dark and dank, and its walls reeked with the same stench of dead beasts as rose from the ravine in the month of May, when the carcasses down below began to turn’ to carrion while the crows swooped to feed.”

 

 1763001-bd8f7a0c70f626597f956716d18282b4.jpg
Camilo José Cela (11 mei 1916 – 17 januari 2002)
Portret door Álvaro Delgado

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 11e mei ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 18:42 Reageer op dit bericht

An meine Mutter (Annette von Droste-Hülshoff)

 

Bij Moederdag

 

 1762481-e38e1c04b5d35e97c0f233f9ca773f76.jpg
Moeder met kinderen bij een raam tijdens de schemer door Viggo Pedersen (1854 - 1926)

 

 

An meine Mutter

So gern hätt' ich ein schönes Lied gemacht
Von Deiner Liebe, deiner treuen Weise;
Die Gabe, die für andre immer wacht,
Hätt' ich so gern geweckt zu deinem Preise.

Doch wie ich auch gesonnen mehr und mehr,
Und wie ich auch die Reime mochte stellen,
Des Herzens Fluten wallten darüber her,
Zerstörten mir des Liedes zarte Wellen.

So nimm die einfach schlichte Gabe hin,
Von einfach ungeschmücktem Wort getragen,
Und meine ganze Seele nimm darin:
Wo man am meisten fühlt, weiß man nicht viel zu sagen.

 

 

 1762481-c6f809abba70bf32e156c5f8f5417fd5.jpg
Annette von Droste-Hülshoff (10 januari 1797 – 24 mei 1848)
Therese von Droste-Hülshoff, geb. von Haxthausen, moeder van de dichteres, rond 1830

 

 

Zie voor de schrijvers van de 10e mei ook mijn vorige drie blogs van vandaag.

Geschreven door Romenu om 13:36 Reageer op dit bericht

J.C. Bloem, Herman Leenders, Didi de Paris, Ralf Rothmann, Jeremy Gable, Petra Hammesfahr

De Nederlandse dichter J. C. Bloem werd geboren op 10 mei 1887 in Oudshoorn. Zie ook alle tags voor J. C. Bloem op dit blog en ook mijn blog van 10 mei 2013 en ook deze tags voor J. C. Bloem.

 

Het huisje in de duinen

Muurbloemen bloeiden voor het lage raam.
Het late middaglicht was warm en bronzen,
en de ongerepte stilte klonk als gonzen
van vele kleine vleugelen te zaam.

En achter het beschutte, kleine huis
verhieven zich de wit-geblaakte duinen:
een strakke hemel stond boven hun kruinen;
haast niet te horen was het zeegeruuis.

Hier scheen de macht van 't onheil te vergaan,
één ogenblik. Hier scheen 't geluk bereikbaar,
de lome druk der daaglijksheid ontwijkbaar
binnen de grens van een beperkt bestaan.

Welke is die mensen ingeschapen drang,
die geen vervulling duldt van het begeerde,
maar altijd van hun zwakke harten weerde,
waarnaar zij joegen, heel hun leven lang ?

 

 

Feestavond

Roode lantarens hangen in het loover
Der boomenrijen langs de gracht en over
Het water liggen plekken rooden schijn,
Als uitgestorte, vurig-lichte wijn.

Onder de boomen gaan gearmde paren;
Zacht klinkt hun spreken als 't geruisch der blaren,
Zacht is hun lachen — de avond is zoo zwoel. —
Heel in de verte juicht kermisgejoel.

Ik loop alleen langs die geluk' ge menschen,
Verlangend, maar ik weet niet wat te wenschen...
Ach ja: óok lachend en gearmd te gaan
Door de avondstilte in deze luwe laan.

 

Futura

Als eens de hooge vloed der jeugd gaat dalen,
Dan vloeit mijn leven kalm en toch zoo schoon
'Lijk 't water in de Hollandsche kanalen:
Doodstil, maar spieglend lucht en boom en woon.

Dan leef ik in een wit huis, weggedoken
Ter zij van de' allen winden open dijk,
Temidden van de honinglijke roken
Van linden en van rozelaars in prijk.

De kamers groot en laag, en lange gangen,
Waarin de steenen vochtig zijn als mos,
En bieden wien de hitte heeft bevangen
Heraadming als na verre heide een bosch.

Achter den tuin zijn diepe, groene weiden,
Waardoor het staal der slooten lijnrecht snijdt,
En slechts van vogels, die hun wieken breiden
Of wolken een doorzichten schaduw glijdt.

Ik zie den hemel daags in vele verven,
Alle schakeeringen der teerheid, staan,
En sluit, wanneer het land den dag gaat derven,
Mijn luiken niet voor 't loutre licht der maan.

Als dan mijn lijf, het raam —nachtschouw —verlaten,
Gelijk het dorpje in vroege rust verzinkt,
Hoor ik in halven slaap nog hoe een late,
IJzeren hoefslag langs de klinkers klinkt.

 

 1762474-bbb0829b3fc0b4ba212fff4d2293ffc5.gif
J.C. Bloem (10 mei 1887 – 10 augustus 1966)
Portret door W. Schuhmacher, 1948

 

 

De Vlaamse dichter en schrijver Herman Leenders werd geboren te Brugge op 10 mei 1960. Zie ook alle tags voor Herman Leenders op dit blog.

 

Kleermaker

Hij meet de afstand tussen mijn kruis en de grond.
Hij legt zijn centimeter om mijn hals als een strop.
Zijn vingers betasten de stof.

Ik hou mijn armen stijf uiteen:
een vogelschrik in de binnenkant van kleren.
De naalden prikken door de voering heen.

Ik word opgemeten als een partij land.
Zijn vrouw stelt mij te boek.
Hij dicteert haar

-de spelden in zijn mond-
drie rijden getallen
die nooit zullen krimpen bij het wassen.

 

 

Naar Remigius

Vroeger waren het grootouders, groottantes
Dan nonkels, moeders, vaders
Nu wij: wees, weduwe, weduwnaar

Altijd minder broers
Altijd minder zussen
Zodat wij slobberen in ons vel

Wij waren bakker, wever, timmerman
Landsman, stikster, duivenmelker
Wij hadden macht, verstand, kloten, geld

Rouwden en wrochten
Naaiden, koersten, dronken
Werden begeerd, omarmd, hadden lief

Wij hebben de tijd gedood
En de tijd die wij fêteerden
Doodde ons

Zoals later veraf lijkt
Zo onvoorstelbaar
Alsof het gisteren was

 

 1762474-41b18286214230b99c26ff5f1b133262.jpg
Herman Leenders (Brugge, 10 mei 1960)

 

 

De Vlaamse dichter en schrijver Didi de Paris werd geboren op 10 mei 1957 in Leuven. Zie ook alle tags voor Didi de Paris op dit blog.

Uit: Blake

« Er hing onweder in de lucht. Het was de koning zijn verjaardag en de regering had net een nieuwe wet uitgevaardigd. Voortaan moest iedereen om het kwartier enkele danspasjes uitvoeren.
Typisch een besluit voor een marionettenregering, hoorde men knarsetanden. Gelukkig zijn er nog geen richtlijnen uitgevaardigd over de dansstijl, riepen de geboren optimisten luidkeels. Toch keek iedereen voorzichtig om zich heen alvorens de eigen mening te geven.
Men was bang; voor meningitis.
Het uiten van opinies was verplicht, jaren geleden vervat in de assertiviteitswet. Op de uitvoering van nieuwe wetten kijkt men het strengst toe. Het regende zware boetes.
Zoals steeds werd de nieuwe richtlijn door de massa slaafs opgevolgd. Een minderheid hield in de mate van het mogelijke halsstarrig het been stijf. Een nog kleinere groep van fanatieke wetsopvolgers, onder hen veel goeroes, sjamanen en bidsprinkhanen, zag in de geest van de wet een heropleving van het spiritueel leven. Zij gooiden zich vier keer per uur vol overgave ter aarde, rolden vloekend, scheldend en schuimbekkend over het tapijt, kreten slakend zoals 'Rock My Religion!' en 'Yeah, man!'.
Hemelse gezangen daalden neder, vurige tongen en spreekkoren op tv. Op alle netten waren er debatten en panelgesprekken. Het zou de bloedsomloop stimuleren, de mensen zouden ouder worden. De contra's sisten dat de sociale zekerheidskas al leeg was. De voorstanders wezen er op dat in China het werkvolk, alvorens in de fabriek aan de slag te gaan, toch ook verplicht werd eerst in de ochtendlijke straten Tai Chi oefeningen te doen. Hierop zou een westerse variant gevonden worden: alle vrouwen komen een half uurtje eerder naar kantoor, en geven zich over aan Slender You Programms, overal zet men giant screens met Jane Fonda die haar Aerobics lipt. Als beloning mag de disco voor de rest van de dag aanblijven; een beat die hoger ligt dan de menselijke hartslag kan het Bruto Nationaal Product alleen maar opdrijven.”

 

 1762474-3a3b1ca0bd15a7a82c688e5e3e7f4735.jpg
Didi de Paris (Leuven, 10 mei 1957)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Ralf Rothmann werd op 10 mei 1953 geboren in Schleswig. Zie ook alle tags voor Ralf Rothmann op dit blog.

Uit: Milch und Kohle

"Die Lohntüte lag noch auf dem Tisch. Meine Mutter hatte die Arme um die Taille meines Vaters geschlungen, den Kopf an seine Schulter gelegt. Sonnenschein."Sonnenschein? Nein, 'Milch und Kohle' erzählt von einer anderen Welt Ende der sechziger Jahre. Der Vater, ein Hauer unter Tage: "Nur eine Stunde müßtet ihr mal da runter. Gestern bis zum Bauch im Wasser. Nie ein Stück Himmel." Doch pflichtbewußt fährt er zur Zeche - und trauert dem Leben als Melker in Norddeutschland nach, das er seiner Frau zuliebe aufgegeben hat. "Und warum?" fragt der fünfzehnjährige Simon seine Mutter. "Was ist besser hier, im Ruhrpott?" Die Antwort: "Hier ist Stadt: Asphaltierte Straßen, ein Fernseher, jeden Samstag Tanz bei 'Maus'..." Und eines Tages bringt der Vater ein paar Kumpel mit nach Hause, die dem Arbeitsalltag so etwas wie Glanz geben mit ausgelassenen Festen. Die Mutter verliebt sich in Gino, den Italiener. Vor dem drohenden Unheil flieht Simon, indem er mit seinem Freund Pavel die Gegend auf der Zündapp durchstreift, pubertäre Abenteuer sucht. Bei seinem jüngeren Bruder Thomas, genannt Traska, verursacht die Sache mit der Mutter dagegen eine schreckliche, ja haarsträubende Reaktion...“

 

 1762474-7205186205b235d43089e19f417419fb.jpg
Ralf Rothmann (Schleswig, 10 mei 1953)

 

 

De Amerikaanse toneelschrijver Jeremy Gable werd geboren op 10 mei 1982 in Lakenheath, Suffolk, in Engeland. Zie ook alle tags voor Jeremy Gable op dit blog. 

Uit: The 15th Line

„JANUARY 30TH

PATRICK: @angiannini89  So, did you like the interview?
SETH: I need to do something heroic.  To make up for my cowardice.  Any damsels in distress out there?
ANGELA: @pattycitypress Yep.  It was cool.  Thanks!
ANGELA: Someone just called me a hero.  I’m guessing because I didn’t die.  The definition of hero is pretty broad, huh?
ANGELA: Aaaand someone just called me a prostitute.  It all comes around.  Thanks, Tiff!
PATRICK: @angiannini89 Glad you enjoyed it.  And you are a hero, not a prostitute.  :-)
DUSTIN: A quiet house. »

 

 1762474-6a14865e5ee8d8a599631b1b915d732e.jpg
Jeremy Gable (Lakenheath, 10 mei 1982)

 

 

De Duitse schrijfster Petra Hammesfahr werd geboren in Immerrath op 10 mei 1951. Zie ook alle tags voor Petra Hammesfahr op dit blog.

Uit: An einem Tag im November

„Es war ein nettes Wochenende mit Freunden und hätte nicht in einer Tragödie enden müssen, wenn sie aufgebrochen wären, als Holger Notkötter seine Frau Elke das erste Mal daran erinnerte, dass er am nächsten Morgen um sechs aus den Federn musste und sie noch vierhundertachtzig Kilometer Heimfahrt vor sich hatten.
Das war am Sonntagnachmittag um vier.
Angekommen waren sie am Freitagabend, zu spät und zu müde, um noch lange mit Biggi und Bob beisammenzusitzen und sich zu unterhalten. Aber dafür hatten Elke und ihre Freundin den ganzen Samstag und den halben Sonntag Zeit. Der ursprünglich geplante Ausflug nach Hamburg fiel ins Wasser. Wer lief denn freiwillig bei Nieselregen und Kühlschranktemperaturen über die Reeperbahn?
Holger wäre gerne gelaufen, wenigstens mal gucken, wenn man schon in der Nähe war. Er war noch nie in Hamburg gewesen und hatte seine Wetterjacke dabei. Bob hätte sich wohl ebenfalls lieber auf den Weg gemacht, statt sich den ganzen Samstagabend das Geplapper der Frauen anzuhören. Aber da Bob den beiden nicht widersprach, hielt Holger um des lieben Friedens willen ebenfalls den Mund.
Holger Notkötter war dreiundvierzig, Elke achtunddreißig. Sie waren erst seit elf Monaten miteinander verheiratet. Für beide war es die zweite Ehe. Und Holger war fest entschlossen, es diesmal besser zu machen. Seine Ex hatte ihm oft vorgeworfen, er nähme zu wenig Rücksicht auf ihre Bedürfnisse, ehe sie ihre Sachen packte und zu ihrem neuen Freund zog.
Sohn und Tochter nahm sie mit.
Holger behielt die Vierzimmerwohnung in Hüppesweiler, einem Gutshof, der zwischen der Kreisstadt Bergheim und der Kleinstadt Herten im nördlichen Rhein-Erft-Kreis lag. Außer dem imposanten Gutshaus und einigen landwirtschaftlichen Nebengebäuden gab es dort drei gepflegte Mietshäuser mit je sechs Wohnungen, die großzügig geschnitten und dennoch erschwinglich waren. In den meisten lebten Familien. Für Kinder war Hüppesweiler ein Paradies.“

 

 1762474-3bdeec4395c97a8a861d07e2c62f6802.jpg
Petra Hammesfahr (Immerrath, 10 mei 1951)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 10e mei ook mijn vorige twee blogs van vandaag.

Geschreven door Romenu om 13:19 Reageer op dit bericht

Jayne Cortez, Roberto Cotroneo, Barbara Taylor, Benito Pérez Galdós, Johann Peter Hebel

De Amerikaanse dichteres en performster Jayne Cortez werd geboren op 10 mei 1936 in Fort Huachuca, Arizona. Zie ook alle tags voor Jayne Cortez op dit blog.

 

Poetry

In fact
poetry
will not
strike
lightning
through
any
convoy of chickens

Today poems are like flags
flying on liquor store roof
poems are like baboons
waiting to be fed by tourists

& does it matter
how many metaphors
reach out to you
when the sun
goes down like
a stuffed bird in
tropical forest
of your solitude

In fact
poetry
will not
sing jazz
through
constricted mouth
of an anteater
no matter how many
symbols survive
to see the moon
dying in saw dust
of your toenail

 

 1762472-46e6979da84a6d9aec25da9ef3a91aa1.jpg
Jayne Cortez (Fort Huachuca, 10 mei 1936)

 

 

De Italiaanse schrijver Roberto Cotroneo werd op 10 mei 1961 geboren in Alessandria. Zie ook alle tags voor Roberto Cotroneo op dit blog.

Uit: Letters to my son on the love of books (Vertaald door N. S. Thompson)

“The Captain's presence disturbs the everyday life of this English family living at the beginning of the eighteenth century: he drinks too much, doesn't pay his bills, and has a violent nature. It is in these early pages, Francesco, that the lines are made unclear. The terrible Bill announces himself in all his loud and conceited banality, but he is simply a joke of a pirate or—to be more precise—he is made to appear so. One evening when he tries to go too far, the rum having made more than its usual mark, he is first threatened, then silenced by Dr. Livesey. Billy Bones is nothing more than Stevenson's means to force Jim on a journey that will take him from adolescence, with its inevitable pain and damage, into adulthood. With Billy's arrival, Jim's father falls ill, then after some time, dies, and everything at the inn becomes more difficult. Jim and his mother find it an increasing effort to look after so troublesome a guest as the captain, especially when he starts to receive visits from Black Dog and Blind Pew.
Some pages back I spoke to you about good and evil and about why this novel is a kind of journey of initiation into life. It is a complex journey where many characters come into play: main characters who appear minor, and vice versa. It is a novel that has none of the linearity or apparent simplicity of certain oriental tales of initiation. When you are grown up, you will read books like René Daumal's Mount Analogue and understand that there are many ways of overcoming the obstacles that life places in your path: sometimes they are linear, with progressive steps; but they can also take a different course and follow a more shifting, circuitous path, where it seems that you slide about, taking two steps forward and one step back. Books are also like that, Francesco, they digress and speak of other things, before returning to the main subject with an added something. Treasure Island is a novel about a journey that is very different from what it first announces itself to be. It is about the end of innocence: it is true that it is a book for children, but once they read it, and read it carefully (although perhaps a single reading won't suffice), then they can only grow."

 

 1762472-a228fe09233c4059b44da21ab0e4624f.jpg
Roberto Cotroneo (Alessandria, 10 mei 1961)

 

 

De Engelse schrijfster Barbara Taylor Bradford werd geboren in Leeds, West Yorkshire op 10 mei 1933. Zie ook alle tags voor Barbara Taylor Bradford op dit blog.

Uit: An Altar in the World: A Geography of Faith

“To make bread or love, to dig in the earth, to feed an animal or cook for a stranger—these activities require no extensive commentary, no lucid theology. All they require is someone willing to bend, reach, chop, stir. Most of these tasks are so full of pleasure that there is no need to complicate things by calling them holy. And yet these are the same activities that change lives, sometimes all at once and sometimes more slowly, the way dripping water changes stone. In a world where faith is often construed as a way of thinking, bodily practices remind the willing that faith is a way of life.”
(…)

“People encounter God under shady oak trees, on riverbanks, at the tops of mountains, and in long stretches of barren wilderness. God shows up in whirlwinds, starry skies, burning bushes, and perfect strangers. When people want to know more about God, the son of God tells them to pay attention to the lilies of the field and the birds of the air, to women kneading bread and workers lining up for their pay. Whoever wrote this stuff believed that people could learn as much about the ways of God from paying attention to the world as they could from paying attention to scripture. What is true is what happens, even if what happens is not always right. People can learn as much about the ways of God from business deals gone bad or sparrows falling to the ground as they can from reciting the books of the Bible in order. They can learn as much from a love affair or a wildflower as they can from knowing the Ten Commandments by heart.”

 

 1762472-088ddd003a1c641d96ea66c68129113c.jpg
Barbara Taylor Bradford (Leeds, 10 mei 1933)

 

 

De Spaanse schrijver Benito Pérez Galdós werd geboren in Las Palmas op 10 mei 1843. Zie ook alle tags voor Benito Pérez Galdós op dit blog. 

Uit: Our friend Manso (Vertaald door Robert Russell)

“What had happened to that repose and marvelous equilibrium of the North European woman I had seen in her? In those fine qualities, as in others, I had got the notion that she was, among all the creatures I had seen on earth, the most perfect. Oh, those perfections were in my books, they were the product of my penchant for thinking and synthesizing, and of my too-frequent dealings with an idea of unity and with the great laws of that deadly gift for perceiving archetypes and not persons.”
(…)

“My new affliction consisted of having a vision of her bereft of all the perfections in which my ideas had clothed her, and in realizing I found her more interesting and loved her more this new way. In a word, I reached the point of feeling a burning idolization of her. A strange contradiction! When she was perfect, I loved her in a Petrachan way, with cold sentimental feeling that might have inspired me to write sonnets. Now that she was imperfect, I adored her with a new and tumultuous affection, stronger than I and all my philosophizing.“

 

 1762472-c73af12c467839c5168d694f776014e5.jpg
Benito Pérez Galdós (10 mei 1843 - 4 januari 1920)
In 1863 

 

 

De Duitse dichter,schrijver, pedagoog en theoloog  Johann Peter Hebel werd geboren op 10 mei 1760 in Basel. Zie ook alle tags voor Johann Peter Hebel op dit blog.

Uit: Der Zundelheiner

„Der geneigte Leser wird ermahnt, nicht alles für wahr zu halten, was in dieser Erzählung vorkommt. Doch ist sie in einem schönen Buch beschrieben, und zu Vers gebracht.
Der Zundelheiner und der Zundelfrieder trieben von Jugend auf das Handwerk ihres Vaters, der bereits am Auerbacher Galgen mit des Seilers Tochter kopuliert war, nämlich mit dem Strick; und ein Schulkamerad, der rote Dieter, hielt's auch mit, und war der jüngste. Doch mordeten sie nicht, und griffen keine Menschen an, sondern visitierten nur so bei Nacht in den Hühnerställen, und wenn's Gelegenheit gab, in den Küchen, Kellern und Speichern, allenfalls auch in den Geldtrögen, und auf den Märkten kauften sie immer am wohlfeilsten ein.
Wenn's aber nichts zu stehlen gab, so übten sie sich untereinander mit allerlei Aufgaben und Wagstücken, um im Handwerk weiter zu kommen. Einmal im Wald sieht der Heiner auf einem hohen Baum einen Vogel auf dem Nest sitzen, denkt, er hat Eier, und fragt die andern: «Wer ist imstande und holt dem Vogel dort oben die Eier aus dem Nest, ohne daß es der Vogel merkt?» Der Frieder, wie eine Katze, klettert hinauf, naht sich leise dem Nest, bohrt langsam ein Löchlein unten drein, läßt ein Eilein nach dem andern in die Hand fallen, flickt das Nest wieder zu mit Moos, und bringt die Eier. «Aber wer dem Vogel die Eier wieder unterlegen kann», sagte jetzt der Frieder, «ohne daß es der Vogel merkt?» Da kletterte der Heiner den Baum hinan, aber der Frieder kletterte ihm nach, und während der Heiner dem Vogel langsam die Eier unterschob, ohne daß es der Vogel merkte, zog der Frieder dem Heiner langsam die Hosen ab, ohne daß es der Heiner merkte. Da gab es ein groß Gelächter, und die beiden andern sagten: «Der Frieder ist der Meister.»
Der rote Dieter aber sagte: «Ich sehe schon, mit euch kann ich's nicht zugleich tun, und wenn's einmal zu bösen Häusern geht, und der Unrechte kommt über uns, so ist's mir nimmer angst für euch, aber für mich.» Also ging er fort, wurde wieder ehrlich, und lebte mit seiner Frau arbeitsam und häuslich.“

 

 1762472-0422cedec2f8341d1a4be387d04fb1d5.jpg
Johann Peter Hebel (10 mei 1760 – 22 september 1826)
Portret door Adolf Glattacker, 1925

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 10e mei ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 13:18 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten