Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Theo Thijssen, Frank Norbert Rieter, Casper Fioole, Ferdinand Laholli, Elfriede Gerstl, Giovanni Boccaccio

De Nederlandse schrijver en onderwijzer Theo Thijssen werd geboren in Amsterdam op 16 juni 1879. Zie ook alle tags voor Theo Thijssen op dit blog.

Uit: Kees de jongen

“Vele mensen schijnen Kees Bakels niet eens te hebben gekend, en dat is eigenlik niet goed te begrijpen. Is hij niet zowat de belangrijkste jongen geweest, die er ooit bestaan heeft? Alleen door wat ongelukkige toevalligheden is hij geen beroemd man geworden, maar dat kon hij toch niet helpen? In ieder geval, het is geen reden, om maar te doen, alsof hij helemáál niet bestaan heeft.
Bovendien, al is Kees zelf dan niet beroemd geworden, hij heeft een zoon: en diè heeft toch nog alle kans op een leven vol roem. En als iemand nu eens later het leven van die beroemde zoon moest beschrijven, zou hij dan geen spijt gevoelen, niet bijtijds de vader, zo'n beetje tenminste, erkend te hebben als iemand, die óók-niet-iedereen was?
En daar komt nog dit bij: als Kees z'n zoon een groot man wordt - en me dunkt, dàt is toch wel bijna zeker - dan zal-ie dat toch ook wel voor een deel aan zijn vader te danken hebben, niet waar?
Daarom: niemand schijnt over Kees te willen schrijven, dan zal ik het doen. Ik ben wel blij, dat ik hem gekend heb: want ik weet het maar al te goed: als alles een beetje anders gelopen was, dan zou iederéén trots zijn op z'n bekendheid met Kees, de belangrijke jongen. Laat ìk dan maar de enige zijn, die er nù al trots op is, hem goed gekend te hebben.
En ach, zo absoluut ónbekend zal Kees toch óók voor velen niet zijn. Ik maak me sterk, als ik 'n beetje op-slag weet te komen met deze beschrijving, dat sommige lezers af-en-toe zullen zeggen: ‘O, diè jongen? Nee maar nou herinner ik me toch óók-wel; zeker, die heb ik ook gekend; 't is een tijdlang zelfs een speciaal vriendje van me geweest!’
Het is aan die lezers, dat ik met een knipoogje dit rare boek opdraag.”

 

 1778119-f653802e9e1ca203e7918f2b39c66269.jpg
Theo Thijssen (16 juni 1879 - 23 december 1943)
Ruud Feltkamp als Kees Bakels in de film uit 2003

 

 

De Nederlandse schrijver Frank Norbert Rieter werd geboren op 16 juni 1973 in Nijmegen. Zie ook alle tags voor Frank Norbert Rieterr op dit blog.

Uit: Het lichte hart van de mastodont

“Gordon knikte. Het was stralend weer en de zomerzon viel steil de kamer in. Vanuit het appartement keek je over de huizen aan de overkant heen. In de verte zag je nog net de kerktoren aan de Van ’t Santstraat. Richting centrum prijkte een luchtballon tegen de wolkeloze hemel.
De man liep verder de kamer in en in het voorbijgaan zette hij een stoel recht.
Gordon voelde zich naakt en zag hoe de kamer ontsierd werd door vuile kleding en onopgeruimde vaat. ‘Moet ik u ergens van kennen?’ vroeg hij, de aandacht van de omgeving afleidend. ‘Ik heb uw naam niet goed verstaan.’
De man draaide zich naar Gordon toe. ‘Yanides. Dimitri Yanides. We zijn nooit aan elkaar voorgesteld.’ Hij hield stil, zijn lippen in een zuinig mondje gepruimd.
Gordon keek hem nog eens goed aan en vroeg zich af of hij hem eerder gezien had. Zijn gezicht kwam hem niet\ onbekend voor.
Dimitri Yanides doorbrak de stilte en kwam ter zake.
‘Ik ben een oude bekende van je grootmoeder.’
Hij ging op de hoek van de bank zitten. Het pakje dat hij in zijn handen had, hield hij op borsthoogte voor zich, als een witte vlag, een ongeopende legitimatie voor zijn bezoek.
‘Ik heb haar leren kennen vlak na het overlijden van je vader.
Ze vertelde me altijd hoeveel je op hem leek.’
Gordon schudde aarzelend van nee. Zijn vader was overleden toen Gordon drie was, een ongeluk. Er was nooit veel over gesproken en niemand had ooit gezegd dat Gordon op hem leek.”

 

 1778119-ef3a041d18f830ce30d2f1955dc8f5db.jpg
Frank Norbert Rieter (Nijmegen, 16 juni 1973)

 

 

De Nederlandse dichter Casper Fioole werd geboren op 16 juni 1975. Zie ook alle tags voor Casper Fioole op dit blog.

 

Als ze bijkomt

Geef mij een vrouw die aan komt fietsen als ik naar buiten stap. Dichterbij. Steeds dichterbij. Totdat ze heel dicht bij mij opeens gaat gillen, en ik denk dat ze valt, maar dat ze dan niet valt maar verder fietst.
Ik zal haar dan nahollen en mijn paraplu tussen haar spaken steken zodat ze alsnog valt.
Dan zal ik haar opnemen en naar binnen dragen en heel zachtjes voor haar zorgen
tot ze bijkomt

Als ze bijkomt
zal ze vragen hoe oud ik ben. Ze zal zeggen: ik zoek een oude man die lachen zal omdat hij allang weet dat het soms je dag niet is.
Ik kleed haar door de gordijnen dicht en de deur op slot te doen. Ik zeg dat ik haar stap voor stap, ogen van borsten, van benen een lijf, lijmen zal. Dat ik nog zachter voor haar zorgen zal tot ze bijkomt.

Als ze bijkomt
zal haar gillen de spiegel spatten. Het antwoord weer woord duizend letters. En dan: kerven brengt geluk en dit is ons bloed

Als ze bijkomt
zal ik zeggen dat ze sprekend lijkt. Ze zegt ik lijk slechts sprekend, ik spreek slechts zo als jouw gedachten golven. Ik zeg dat ik daar over na moet denken.

Als ze bijkomt
zal ze zeggen dat ik dat altijd al deed.

 

 1778119-d006671af613dd42ce6f20eca5817518.jpg
Casper Fioole (16 juni 1975)

 

 

De Albanese dichter en vertaler Ferdinand Laholli werd geboren op 16 juni 1960 in Gradishta. Zie ook alle tags voor Ferdinand Laholli op dit blog.

 

Man führt uns entlang

Man führt uns entlang
finsterer Pfade von Gesetzen,
wo der Tag den Tod
seiner Geburt durchlebt.

Durch die Liebe zu dir
wurde mein Gedanke
mit Schönheit geschwängert.

Die Einsamkeit
füllt ihre Hände
mit toten Tagen.

 

SEX

Auf den Acker 
meines Körpers 
durchfurcht 
von dem Pflug 
deiner Lippen, 
pflanzt du 
Herzklopfen.

 

 1778119-7b44458eb66201af9d07c07dbd00a915.jpg
Ferdinand Laholli (Gradishta, 16 juni 1960)

 

 

De Oostenrijkse dichteres en schrijfster Elfriede Gerstl werd geboren op 16 juni 1932 in Wenen. Zie ook alle tags voor Elfriede Gerstl op dit blog.

 

new york und retour

ratlos gewesen
angst gehabt
weit gefahren
gefahr gesucht
mut bekommen
beherzt heimgekehrt
erzählen können
hohe türme
dunkle schluchten
mut bekommen
gefahr gesucht
weit gefahren
angst gehabt
ratlos wie immer

 

 

ratschläge für einen literaten

in wien fall hin
nach berlin kannst ziehn
nach bogota alser toter
faulenz in florenz
in prag tag
in paris an gstiess
in rom
such den stefansdom
in den abruzzen
kauf stuzzen
lieb in leoben
fozen in bozen
hab an lebenswandel
im alpenlandl
und dicht
überhaupt nicht

 

 1778119-c658f08e4a7b1ad51082c9dfc3ac4715.jpg
Elfriede Gerstl (16 juni 1932 – 9 april 2009)
Rond 1970 

 

 

De Italiaanse dichter en schrijver Giovanni Boccaccio werd geboren in Florence of Certaldoi in juni of juli 1313. Zie ook alle tags voor Boccacio op dit blog.

Uit:Das Dekameron (Vertaald door Karl Witte)

„Nach gehöriger Verabredung und nach Empfang der Vollmacht des Herrn Musciatto und der Gnadenbriefe des Königs reiste Chapelet, als Herr Musciatto Paris verlassen, nach Burgund, wo ihn fast niemand kannte. Hier fing er, wider seine Natur, ganz freundlich und sanftmütig an, seinen Auftrag auszuführen und die Schulden einzufordern, gleichsam als wollte er sich die Bosheit bis zuletzt aufsparen.
Inzwischen war Chapelet ins Haus zweier Brüder aus Florenz gezogen, die Geld auf Wucherzinsen liehen und ihm, Herrn Musciatto zuliebe, viel Ehre erwiesen. In deren Hause erkrankte er jetzt, und obgleich die beiden Brüder ihm sogleich geschickte Ärzte rufen, ihn durch ihre Diener pflegen ließen und überhaupt alles taten, was zu seiner Heilung förderlich sein konnte, so war doch jede Hilfe vergeblich. Dem guten Mann, der nachgerade alt geworden war und liederlich gelebt hatte, ging es nach der Aussage der Ärzte täglich schlechter und schlechter, und es zeigte sich zum großen Leidwesen der Brüder gar bald, daß Chapelet an keiner anderen Krankheit als der des nahen Todes leide.
Diese beiden Brüder nun fingen eines Tages nicht weit von dem Zimmer, wo Chapelet krank lag, folgendermaßen zu reden an: »Was sollen wir mit dem Menschen anfangen«, sagte der eine zum andern. »Wir sind auf jeden Fall seinetwegen in einer sehr verdrießlichen Lage. Ihn jetzt, krank wie er ist, aus dem Hause zu weisen, wäre gewiß unserem Ruf ebenso nachteilig wie unüberlegt von unserer Seite; denn die Leute, die gesehen haben, wie wir ihn erst aufgenommen und für seine Pflege und Heilung gesorgt, wären überzeugt, daß er uns keinen Grund gegeben haben könne, ihn nun als einen Todkranken aus dem Hause zu tun.“

 

 1778119-9e4ce29eb3d7102fac2f14a4087b83b9.jpg
Giovanni Boccaccio ( juni of juli 1313 - 21 december 1375)
Franco Citti in de film “Il Decameron” van Pier Paolo Pasolini uit 1971

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 16e juni ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 20:19 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

De blogger leest alles eerst na: je tekst verschijnt zodra die goedgekeurd is.

Torgny Lindgren, Erich Segal, Jean d'Ormesson, Anna Wimschneider, John Cleveland

De Zweedse dichter en schrijver Torgny Lindgren werd geboren op 16 juni 1938 in Raggsjö. Zie ook alle tags voor Torgny Lindgren op dit blog.

Uit: Herinneringen

‘Je zou je Herinneringen moeten schrijven, zei de uitgever.
Dat kan ik niet, zei ik. Ik heb geen herinneringen.
Wie van mijn zes uitgevers het was, kan ik me niet herinneren. Vermoedelijk waren ze het alle zes, op uiteenlopende momenten. Uitgevers zijn gebruiksartikelen. Ze hebben allemaal hetzelfde soort wensen.
Iedereen heeft herinneringen, zei de uitgever, hij of zij glimlachte naar me, denkend dat ik uit interessantigheid beweerde dat ik geen herinneringen bezat.
Ik verbeeld me niet dat ik me iets herinner, zei ik. Bijna een halve eeuw heb ik me met mijn verbeelding onderhouden. Die was bepaald veelomvattend. Het zou pijnlijk zijn die nu herinneringen te gaan noemen.’

 

 1778103-4823e7569f2c09664869fcdd66033b7b.jpg
Torgny Lindgren (Raggsjö, 16 juni 1938)

 

 

De Amerikaanse schrijver en literatuurwetenschapper Erich Segal werd op 16 juni 1937 in Brooklyn, New York, geboren. Zie ook alle tags voor Erich Segal op dit blog.

Uit:Love Story

“The crowd booed; several Harvards impugned the vision and integrity of the referees. I sat. trying to catch my breath. not looking up or even out onto the ice. where Dartmouth outmanned us.
Why are you sitting here when all your friends are out playing?‘
The voice was Jenny's. I ignored her. and exhorted my teammates instead.
‘C‘mon. Harvard. get that puck!‘
What did you do wrong?“
I turned and answered her. She was my date, after all.
I tried too hard.‘
And I went back to watching my teammates try to hold off At Redding's determined efforts to score.
‘Is this a big disgrace?‘
‘Jenny. please. I'm trying to concentrate!‘
‘On what?’
Oh how I'm gonna total that bastard Al Redding!‘ I looked out onto the ice to give moral support to my colleagues."

 

 1778103-d3a7301f96569e3fdd88c86adb1615d0.jpg
Ryan O'Neal en Ali MacGraw in Love Story (1970)

 

‘Are you a dirty player?
My eyes were riveted on our goal. now swarming with Green bastards. I couldn't wait to get out there again. Jenny persisted.
Would you ever ’total" me?’
I answered her without turning.
‘I will right now if you don't shut up.’
l'm leaving. Good-bye.’
By the time I turned. she had disappeared. As I stood up to look further. I was informed that my two-minute sentence was up. I leaped the barrier. back onto the ice.”

 

 1778103-1623138202c411117656028c2636520b.jpg
Erich Segal (New York, 16 juni 1937 – 17 januari 2010)

 

 

De Franse schrijver en essayist Jean d'Ormesson (eig. Jean Lefèvre, comte d'Ormesson) werd geboren op 16 juni 1925 in Parijs. Zie ook alle tags voor Jean d'Ormesson op dit blog.

Uit: Un jour je m'en irai sans en avoir tout dit

« Vous savez quoi? Tout change. Le climat, à ce qu'on dit. Ou la taille des jeunes gens. Les régimes, les frontières, les monnaies, les vêtements, les idées et les moeurs. Une rumeur court: le livre se meurt. Voilà près de trois mille ans que les livres nous font vivre. Il paraît que c'est fini. Il va y avoir autre chose. Des machines. Ou peut-être rien du tout. Et le roman? Il paraît que le roman est déjà mort. Ah! bien sûr, il y a encore de beaux restes. Des réussites. Des succès. Des... comment dites-vous?... des best-sellers. Pouah! Les romans aussi, c'est fini. Nous les avons trop aimés. Gargantua, Pantagruel, Don Quichotte, Athos, Porthos, Aramis, d'Artagnan, Gavroche, Fabrice et Julien, Frédéric et Emma, le prince André, Natacha et Anna, les frères Karamazov, la cousine Bette, le Père Goriot et ses filles, Anastasie et Delphine, les familles Rougon-Macquart, Forsyte, Buddenbrook -on dirait un faire-part-, Vautrin, Rubempré, Rastignac, le narrateur et Swann et Charlus et Gilberte et Albertine et Rachel-quand-du-Seigneur et la duchesse de Guermantes, lord Jim et lady Brett, Jerphanion et Jallez, mon amie Nane et Bel-Ami, Aurélien et Gatsby, le consul sous le volcan, Mèmed le Mince, l'Attrape-coeurs, le pauvre vieux K à Prague et Leopold Bloom à Dublin qui se prend pour Ulysse: ce monde de rêve et de malheurs changés soudain en bonheur ne durera pas toujours. Ses silhouettes de femmes, de maîtresses, de jeunes filles, ses fantômes de géants s'éloignent dans le passé. L'herbe a du mal à repousser derrière eux. Les seconds couteaux s'agitent. Les truqueurs déboulent. Les poseurs s'installent. L'ennui triomphe. Tout le monde écrit. Plus rien ne dure. On veut gagner de l'argent. Presque une espèce de mépris après tant d'enchantements. Le genre s'est épuisé. L'image triomphe et l'emporte sur l'écrit en déroute.

 1778103-4dc9462a24938089d71f5ab04c4846a7.jpg
Jean d'Ormesson (Parijs, 16 juni 1925)

 
 

De Duitse schrijfster en boerin Anna Wimschneider werd geboren op 16 juni 1919 in Pfarrkirchen. Zie ook alle tags voor Anna Wimschneider op dit blog.

Uit: Herbstmilch

„Der älteste war der Franz, noch nicht dreizehn Jahre, dem hat die Nachbarin das Melken gelernt, der zweitälteste war der Michl, elf Jahre, der mußte den Stall misten. Eine andere Nachbarin kam, um mir das Kochen und Flicken zu lernen, und wie ich mit den kleinen Kindern umgehen muß. Ich war acht Jahre. Der drittälteste, der Hans, mußte auch mithelfen. Zum Futtereinbringen fürs Vieh mußten wir größeren Kinder alle hinaus. Um fünf Uhr war Aufstehen, der Vater nahm die Sense, ein Bruder die Schubkarre, wir jüngeren hatten Rechen dabei. In einer Stunde war das Futter mit dem Schubkarren eingebracht, die Kleinsten haben noch geschlafen. Franz hat die beiden Kühe gemolken, die leicht zu melken waren. Die Nachbarin die anderen zwei, denn die waren zäh. Ich habe Feuer gemacht und die Milch gekocht, in die Schüssel gegeben, ein wenig Salz dazu und dann Brot eingebrockt. Dann standen wir alle um den Tisch herum, beteten das Morgengebet, den Glaube-an-Gott, und ein Vaterunser für die Mutter. Manchmal war auch eins von den kleinen Geschwistern schon aufgestanden, um das mußte ich mich kümmern, so daß ich kaum zum Essen kam. Nach dem Essen beteten wir das Dankgebet und wieder ein Vaterunser für die Mutter. Die Buben hatten sich schon gewaschen und gekämmt, so konnten sie noch den Gottesdienst vor Schulbeginn erreichen. Ich dagegen mußte erst die Kleinsten aus dem Bett holen, ihnen beim Biseln helfen, sie anziehen und füttern. Manchmal haben sie geweint, weil sie mit mir wohl nicht zufrieden waren. Großvater blieb noch im Bett. Ich konnte mich erst dann zur Schule fertigmachen, wenn der Vater von der Stallarbeit hereinkam. Nun lief ich so schnell ich konnte die vier Kilometer zur Schule. Dabei mußte ich oft anhalten, weil ich in der Seite ein starkes Stechen hatte, und oft kam ich erst an, wenn die erste Pause war. Da lachten mich die anderen Kinder aus.”

 

 1778103-09a9f632d39b1456a4c3330ca3965d56.jpg
Anna Wimschneider (16 juni 1919 – 1 januari 1993)
Hier met Albert Wimschneider
 


 

De Engelse dichter John Cleveland werd geboren op 16 juni 1613 in Loughborough. Zie ook alle tags voor John Cleveland op dit blog.

 

Fuscara, Or The Bee Errant (Fragment)

"But oh! what waspe was't that could prove
Ravilliack to my Queen of Love?
The King of Bees now's jealous grown
Lest her beams should melt his throne…

Live-Hony all, the Envyous Elfe
Stung her, cause sweeter than himself.
Sweetness and she are so ally'd
The Bee committed parricide."

 

 1778103-dfac34a51f78ba5c24cecf8a659a51d5.jpg
John Cleveland (16 juni 1613 – 29 april 1658)

Geschreven door Romenu om 19:31 Reageer op dit bericht

Maria Dermoût, Christian Bauman, Silke Scheuermann, Ramon Lopez Velarde, Roland Dorgelès, Hannah van Wieringen

De Nederlands-Indische schrijfster Maria Dermoût (eigenlijk Helena Anthonia Maria Elisabeth Dermoût-Ingerman) werd geboren in Pekalongan, Java, op 15 juni 1888. Zie ook alle tags voor Maria Dermoût op dit blog.

Uit: Over Mataram

“Zijn achterkleinzoon Senăpati zou pas de eerste sultan van Mataram worden, maar Sélŏ heette toch zeker - grote heer -. Hij zal toen al in een kraton gewoond hebben (nog niet in die van Kotta-Gedeh) maar toch in een kraton, met een muur eromheen, en op de voorhof waringinbomen, en een olifant met een rottan om zijn poot aan een paal gebonden, en een paar panters in een hok, of een koningstijger, voor de buffelgevechten. Er zal een laag open voorvertrek geweest zijn, waar op feestdagen de gamelan bespeeld wordt; misschien was het de gamelan - de grote heer Moenggang - die zo heilig is, dat er op geen andere gong geslagen mag worden, terwijl hij bespeeld wordt, zelfs niet in een moskee, of er moet boete voor betaald worden.
En achter het open voorvertrek weer een hof, en het ‘binnenste’: de afgesloten vrouwenverblijven. Het rood en gouden statievertrek, met een verguld uitgesneden houten praalbed vol kleine stijve rode kussens en rolkussens, met zilveren platen aan weerszijden versierd; langs de wanden vergulde Palembangse kastjes en bontgeverfde kisten op houten wielen, waarin kleren en sieraden bewaard worden.
Er zullen slechts een paar kleine vensteropeningen geweest zijn, met een verguld houten traliewerk afgesloten; daar komt niet veel licht door, en niemand kan erdoor van buiten naar binnen kijken.
's Nachts branden er oliepitten in de omgekeerde glazen stolpen, die aan lange kettingen van de balken van het plafond afhangen. Zo is het er dag en nacht schemerdonker, besloten, koel.
En in die stilte staan op vergulde rekken en standaards de ‘heilige zaken’. Zij dragen alle namen en titels, waarmee zij eerbiedig aangesproken worden; zij hebben ieder hun geschiedenis:
Wapens - krissen en pieken - vaandels, weefsels, gongs en trommen. Zij worden goed verzorgd, op tijd gebaad, gezalfd, weer in bonte zijden hoezen gewikkeld, en op hun voetstukken neergezet, met bloemslingers behangen. Voor sommigen kringelt in een dunne spiraal een wierookwolkje omhoog.”

 

 1777579-386d25e601caf9e429b72190ff3372c6.jpg
Maria Dermoût (15 juni 1888 – 27 juni 1962)
De Heerenstraat te Pekalongan, 1923

 

 

De Amerikaanse schrijver Christian Bauman werd geboren op 15 juni 1970 in Easton, Pennsylvania. Zie ook alle tags voor Christian Bauman op dit blog.

Uit:The Ice Beneath You

"Did you hear me?"
"Yeah, I heard you."
"They offered me hard stripes."
Jones can picture Trevor's face as he hears this, how his friend looks when he makes a decision and then goes with it, as if there had never been any alternative course of action. Trevor's Polish eyebrows would set after a decision, just like they would set with a rifle sight to his cheek -- sure and steady and confident.
"Good," Jones says. "There it is. Good."
Jones worries that the phone is going to spot-freeze to his cheek. His left foot is twitching, unnoticed. Hard stripes -- good. Good.
"Jones -- "
"Yeah?"
"Nothing."
"Yeah."
Then, Jones: "Where's Liz? Where's my girl?"
"Still in Mogadishu. Until August. Maybe July. They held her back, said they needed her in the Harbormaster's office. She said she'd send you a letter."
Still in Mogadishu. This was news to Jones. He pressed his forehead against the cold glass of the phone booth, eyes closing by reflex, staring into depths of emptiness.
"I gotta go, man," he whispered into the phone.
"Jones, I -- "
"I know, Trev. I know."

 

 1777579-421773c2c9e0262163ec2bccd0a4cd25.jpg
Christian Bauman (Easton, 15 juni 1970)

 

 

De Duitse dichteres en schrijfster Silke Scheuermann werd geboren op 15 juni 1973 in Karlsruhe. Zie ook alle tags voor Silke Scheuermann op dit blog.

 

Dem ehemals häufigsten Vogel der Welt

Letzte einer Art zu sein
was für eine merkwürdige Aufgabe
Wo du doch einmal andere Vorstellungen
von Enge und Weite hattest Sehr verschieden
von der Seniorsuite im Zoo von Cincinnati
Martha letzte Wandertaube der Welt
was für ein Dilemma daß ihr so schmackhaft wart
Eine einzige Delikatess-Großhandlung
verkaufte im Jahr 1855 achtzehntausend
von euch an hungrige New Yorker
Wenn du in deiner Voliere
das wirkliche Fliegen vermißt
erinnere dich an eure Schwärme
Tausende von Metern breit
oder an die Brutkolonien
fünfzig mal sechs Kilometer Wie ihr
als die ersten europäischen
Auswanderer nach Amerika kamen
den Himmel verdunkeltet Wie ihr sie Stunden 
im Dunkeln stehen ließt für staunende Berechnungen
Erinnere dich an die Zeit vor
den Tötungsmethoden und dem Eisenbahnnetz
Ein paar wilde Tiere
haben euch bedroht

 

 1777579-21491b26010412dfbacb3b4dee170b4b.jpg
Silke Scheuermann (Karlsruhe, 15 juni 1973)

 

 

De Mexicaanse dichter Ramon Lopez Velarde werd geboren op 15 juni 1888 in Jerez. Zie ook alle tags voor Ramon Lopez Velarde op dit blog.

 

What delightful madness

What delightful madness to be saying
In my poverty, in my forsakenness
I am most rich, richer than a grand vizier:
The heart that loved is turned into a beacon!

When my flesh is wearied 7
Of tasting love beside the living flesh
And when I perish in amazement
Seeing the furrow in the sand
My sex leaves in perennial supplication:
Suddenly I see the world transformed
Into a lovesick mausoleum

And my heart drinks a black wine in its torture
And an echoing migratory skeleton
Like a lute goes walking down the road.

And so that I may know the password,
Beneath its skull are tied
The ribbons of the pastor's hat.

Within its empty aromatic cranium
An eternal essence of viaticum is borne
And, lastly, in the depths of its bright breast,
Bright with Zion and with Purgatory,
In the spot where once it had a heart
It lets me drink the radiance of a beacon!

&nbs;

Vertaald door H. R. Hays

 

 1777579-3f6cef60d7f4ab598fa43ffa23705e56.jpg
Ramon Lopez Velarde (15 juni 1888 – 19 juni 1921)

 

 

De Franse schrijver en journalist Roland Dorgelès (eig. Roland Lécavelé) werd geboren op 15 juni 1885 in Amiens. Zie ook alle tags voor Roland Dorgelès op dit blog.

Uit: Les Croix de bois

« Bréval, le coporal, qui sorlait de l’épicerle, trouva les trois nôtres comme ils trainaient dans la rue, écrasés sous le sac trop chargé oil brillaient insolemment des ustensiles de campement tout neufs.
Troisiéme compagnie, cinquiéme escouade ? C'est moi le cabot. Venez, on est cantonné au bout du patelin.
Quand ils entrérent dans la cour, ce fut Fouillard, le cuisinier, qui donna l’alerte.
Hé ! les gars, v‘la le renfort.
Et ayant jeté, devant les moellons noirs de son foyer rustique, la brassée de papier qu’il venait de remonter de la cave, il examina les nouveaux camarades.
Tu t’es pas fait voler, dit-il sentencieusement a Bréval. Ils sont beaux comme neufs.
Nous nous étions tous levés et entourions d’un cercle curieux les trois soldats ahuris. Ils nous regardaient et nous les regardions sans rien dire. Ils venaient de l’arriére, ils venaient des villes. La veille encore ils marchaient dans des rues, ils voyaient des femmes, des tramways, des boutiques ; hier encore ils vivaient comme des hommes. Et nous les examinions émerveillés, envieux, comme des voyageurs débarquant des pays fabuleux."

 

 1777579-8173d8b6e5a3b01630372e7470bfd385.jpg
Roland Dorgelès (15 juni 1885 – 18 maart 1973)

 

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Nederlandse dichteres en schrijfster Hannah van Wieringen werd geboren in 1982 in Haarlem. Zie ook alle tags voor Hannah van Wieringen op dit blog.

 

wat liefde niet is

liefde is
niet weggaan

zo simpel is het soms
een leven lang
ik heb dit van een jongen
die je kunt vertrouwen

soms is liefde meer dan blijven
soms is liefde dit

alleen in een kamer zitten
aan alle mensen die weg gaan denken
naar je benen kijken
en niet kwaad zijn op jezelf

 

 1777579-6374608fe53e83449934040cf78e3561.jpg
Hannah van Wieringen (Haarlem, 1982)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 15e juni ook mijn blog van 15 juni 2014 deel 2.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Alex Boogers, Lieve Joris, Peter O. Chotjewitz, Allard Schröder, Thomas Graftdijk, Hermann Kant

De Nederlandse schrijver Alex Boogers werd geboren op 14 juni 1970 in Vlaardingen. Zie ook alle tags voor Alex Boogers op dit blog.

Uit: Alleen met de goden

“De eerste keer dat mijn moeder merkte dat ik ’s nachts niet kon slapen zei ze: ‘Je ligt toch niet met je piemel te spelen, hè?’ Ze had het licht onder de kier van de deur gezien en zwaaide hem open. ‘Ga je nu verdomme slapen?’ Ik was negen jaar, knipte het licht van mijn bureaulamp uit en zag de gloeiende kegel van haar shaggie oplichten. Ze had de deurklink beet en was een silhouet gehuld in rook, die langs haar hoofd omhoog kringelde. Daarna sloeg ze de deur hard dicht. Ik was eraan gewend geraakt dat mijn moeder altijd boos leek over iets.
We woonden in de stad die papa Leeuw het naamloze gat noemde, want hij kwam uit Rotterdam, en die stad kende iedereen. Op een dag zei hij dat het tijd was om te verhuizen naar een betere wijk. Er waren voetbalvelden, scholen op loopafstand, speeltuintjes, er was treinstation West, en een park met een groot meer, dus ik denk dat hij wel gelijk had. Tot mijn zesde woonden we in een straat met alleen maar buitenlanders. In Rotterdam was het net zo erg, zei mijn vader, of zoals hij zei: ‘Rrrrrotterrrdam.’ Op de hoek zat een druk café. Veel huizen stonden schots en scheef, er zaten kuilen in de weg, en als het hard geregend had, dan stroomde het water onze gang binnen. De Turkse buren riepen elke dag om een man die Allard heette, mijn moeder schold papa Leeuw kapot als hij weer eens te laat thuiskwam, en ik kende samen met mijn vriendjes elk weggetje door de stegen van de stad, langs de haven, naar huis. Mijn moeder had een venijnige stem die iedereen stil kon krijgen. Ze brulde elke keer als ik naar buiten ging: ‘Als ik je moet zoeken, krijg je op je lazer, als je dat maar weet!’ Ze was nooit naar me op zoek, omdat ze altijd druk was met haar eigen bezigheden. Ik kon toen al mijn gang gaan.

Veel meer weet ik me niet van onze tijd in het centrum te herinneren. Oude panden en vrouwen met hoofddoeken, boodschappentassen en kinderwagens, een voetbal die lek of zacht was, het café op de hoek met de bezopen gasten die ik ’s nachts in bed nog hoorde zingen en lachen, en mijn Turkse vriendjes met wie ik door de stad slenterde. Ze kwamen ook bij mij thuis. Mijn moeder gaf ons op goede dagen boterhammen met kaas en worst, ook al mochten mijn vriendjes van hun ouders geen varkensvlees eten.”

 

 1777144-3d1007adc2c48225b1a09c333df1fdd1.jpg
Alex Boogers (Vlaardingen, 14 juni 1970)

 

 

De Vlaamse schrijfster Lieve Joris werd geboren op 14 juni 1953 in Neerpelt. Zie ook alle tags voor Lieve Joris op dit blog.

Uit: The Rebels' Hour (Vertaald door Liz Waters)

“Assani felt naked as a baby on his arrival in Kinshasa. For years he’d been driving around in the east in a pickup with eight soldiers, armed to the teeth. Now he stepped off the plane with just a few bodyguards. The sky above the city was milky white. He’d forgotten how hot it could get here—the tropical heat fell like a clammy blanket and he was struck by the sickly reek of palm oil and putrefaction. The asphalt gave slightly under his army boots.
Sirens blaring, the convoy drove the miles-long boulevard to the city center. The overpopulated cités* with their labyrinths of narrow sandy streets were hidden behind garish billboards for Vodacom and Celtel telecom services. Minibuses shot past, so full that legs dangled from the half-open back doors and children hung their heads out of the small windows, gasping for air. One bus stopped to pick up a maman* carrying a basket of baguettes; the passengers somehow made room for her.
Then suddenly he was in the Grand Hotel, formerly the Hotel Intercontinental, his bodyguards warily investigating the corridors while he inspected his room. Through the window he could see the Congo River, water hyacinths bobbing toward the rapids, and the skyline of Brazzaville in the misty distance. He’d recently learned to swim. In the high plains in the east of the country where he’d grown up the rivers ran fast and cold and he was always horribly sick if he had to travel by boat, but now he’d overcome his aversion to water.
No more traipsing along a riverbank trying to devise a way across. 
That afternoon he was driven out to Camp Tshatshi to meet the others. Some had phoned him while he was still in Goma. He had no idea how they’d gotten hold of his number, but as soon as his nomination was announced the calls started coming. People complained about their superiors, saying they couldn’t wait for him to arrive. That subservient, singsong tone—he couldn’t stand flattery, and nothing they said made the slightest impression on him.”

 

 1777144-324801b9524c2a2deb4f25e1bada5d4d.jpg
Lieve Joris (Neerpelt, 14 juni 1953)

 

 

De Duitse schrijver, vertaler en jurist Peter O. Chotjewitz werd geboren op 14 juni 1934 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Peter O. Chotjewitz op dit blog.

Uit: Mein Freund Klaus

„Er, Zimmermann, stamme ja auch aus Nürtingen.
»Ihr Klaus hingegen aus Kirchheim.«
Es gebe aber in Kirchheim »so eine Patriziergesellschaft«, an die ich mich wenden könne.
»Die wird den Croissant mit Naserümpfen verfolgt haben.«
Die könnten mir sicher einiges erzählen.
»Und können Sie mir da jemand empfehlen?«
»Empfehlen? Wie meinen Sie das?«
Herr Zimmermann nennt eine Reihe möglicher Informanten – Dr. Klaus Gottlieb, früher Chefredakteur des Teckboten. Dr. Riethmüller von der Firma C. Riethmüller. Den früheren Kirchheimer Oberbürgermeister Hauser. Dr. Oskar Vogel, der lange bei der Volksbank war –, bricht plötzlich ab und fragt:
»Wie war noch mal Ihr Name?«
»Chotjewitz.«
»Sind Sie der Chotjewitz, der die Romane schreibt?«
»Wieso?«
»Dann müssen Sie verzeihen, dass ich einen etwas anderen Geschmack habe. Nehmen Sie es mir nicht übel. Ich habe jedenfalls einen etwas anderen Geschmack.«
Dies sagend legt er auf. Ich aber lade mein Handy und telefoniere noch ein paar Stunden.
»Guten Tag mein Name ist Chotjewitz, ich hätte gerne Herrn Oskar Vogel gesprochen. Ich rufe an auf Empfehlung von Herrn Zimmermann, dem Buchhändler aus Nürtingen. Herr Zimmermann meinte, Herr Vogel könnte mir vielleicht eine Auskunft geben den verstorbenen Rechtsanwalt Dr. Klaus Croissant betreffend, der in seiner Kindheit in Kirchheim ansässig war.«
»Guten Tag mein Name ist Chotjewitz, ich rufe an auf Empfehlung von Herrn Zimmermann, dem Buchhändler aus Nürtingen. Ich hätte gerne Herrn Riethmüller gesprochen. Herr Zimmermannmeinte, Herr Riethmüller ...«

 

 1777144-8344a217c0845a57788ff4c94db11be7.jpg
 Peter O. Chotjewitz (14 juni 1934 – 15 december 2010)

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Allard Schröder werd geboren in Haren op 14 juni 1946. Zie ook alle tags voor Allard Schröder op dit blog.

Uit: Nieuwe tijden

'Als alle kunst heeft literatuur het vermogen door middel van zo’n geestelijke ruimte een ervaring van vrijheid te scheppen - en dat is misschien wel haar belangrijkste reden van bestaan. In dictaturen is ze er zelfs de enige schatbewaarder van. Je kunt de schrijver opsluiten en zijn boeken vernietigen, maar zodra de inhoud in het hoofd zit, is die onbereikbaar geworden en kan de bezitter van het hoofd, zolang het op zijn schouders staat, in het genot van een greintje vrijheid leven.
Het tegenovergestelde is ook mogelijk. Literatuur kan ook een gevangenis voor de geest zijn en een ondraaglijke beklemming veroorzaken waaraan niet te ontkomen valt. Al dat schone, lichte en heldere waarmee de literatuur wel wordt aangeprezen heeft ook een grauwe, duistere keerzijde, die misschien minder in het oog springt omdat we graag wegkijken, maar daarom wel werkelijk is. Zij die erdoor aangetrokken worden zijn niet in de meerderheid, het is nu eenmaal niet ieders zaak zich uit te leveren aan de monotonie van het bestaan, aan peilloze melancholie, vernietigingsdrift of waanzin, aan doodsangst of doodsdrift. Toch is het zo: ook de gruwel maakt deel uit van het vrije domein van de kunst en kan dus niet genegeerd worden. Wanneer de helderheid van de wereld vals of ondraaglijk wordt, treedt haar donkere kant op als onze bevrijder, omdat hij zijn kracht ontleent aan onze bereidheid onze ziel te verkopen in ruil voor de toegang tot nieuwe werelden met nieuwe perspectieven. Geestelijke vrijheid wordt niet alleen aangewend voor het verhevene of het goede, maar ook voor het onbenullige, het negatieve, het boosaardige, het kwetsende, het zwarte.'

 

 1777144-da27cce5fc18e86d58f2cd1340d98913.jpg
Allard Schröder (Haren,14 juni 1946)

 

 

De Nederlandse dichter, schrijver en vertaler Thomas Graftdijk werd geboren in Amsterdam op 14 juni 1949. Zie ook alle tags voor Thomas Graftdijk op dit blog.

 

De bodem

Platvloerse Thalassa, genadeloze vamp
met polsen van storm
en een blik die alles wist,
ik was aan je verslingerd als een stuurloos schip
en op de klippen ben ik tot het wrak
versplinterd dat nog altijd op de bodem ligt,
in het restspoor van je licht.

 

 

Uit:Friedrich Nietzsche Voorbij Goed en Kwaad (Vertaald door Thomas Graftdijk)

“Aangenomen dat de waarheid een vrouw is “ , wel? is de verdenking dan niet gegrond dat de filosofen, voorzover zij dogmatici waren, geen van allen veel verstand van vrouwen hadden? dat de akelige ernst, de lompe opdringerigheid waarmee zij tot dusverre de waarheid benaderd hebben, onhandige en ongepaste middelen waren om uitgerekend een vrouwspersoon voor zich te winnen? Zeker is dat zij zich niet heeft laten winnen: “ en alle dogmatiek staat er vandaag bedroefd en moedeloos bij. Als zij tenminste nog staat! Want er zijn spotvogels die beweren dat zij gevallen is, dat de hele dogmatiek op haar achterste en zelfs op sterven ligt. In ernst gesproken, er is goede reden te hopen dat het dogmatiseren in de filosofie, hoe plechtig het zich ook het air van een laatste, definitieve geldigheid heeft aangemeten, misschien toch niet mÉÉr is geweest dan een veredelde dilettantistische flauwiteit; en de tijd is wellicht zeer nabij waarop men telkens weer zal begrijpen wat eigenlijk al volstond om als hoeksteen te dienen voor de verheven en categorische filosofenbouwwerken die de dogmatici tot dusverre hebben opgetrokken, “ een of ander populair bijgeloof uit onheuglijke tijden (zoals het bijgeloof aan de ziel, dat als bijgeloof aan subject en Ik ook tegenwoordig nog onheil sticht), een of ander woordenspel misschien, een verleiding die van de grammatica uitgaat of een roekeloze generalisering van zeer  beperkte, persoonlijke, zeer menselijk-al-te-menselijke feiten."

 

 1777144-0b6426545fd7c0b7d3dab99fdc56ed63.jpg
Thomas Graftdijk (14 juni 1949 – 10 februari 1992)
Cover

 

 

De Duitse schrijver Hermann Kant werd op 14 juni 1926 in Hamburg geboren. Zie ook alle tags voor Hermann Kant op dit blog.

Uit: Lebenslauf, zweiter Absatz

„Noch härgerlicher jedoch schien Herrn Buttewegg das plötzliche Versagen der Beleuchtung in einem anderen Falle gewesen zu sein, von dem er allerdings nur unter Stammtischbrüdern sprach und auch dort nicht ohne verschämte Absicherungen: »Sie wissen ja, meine Herren, in einem Hauswesen wie dem meinen verschwindet immer mal was, und so ist man auf der Hut. Komme ich neulich an der Mädchenkammer vorbei und höre ganz accidentaliter ein Geräusch hinter der Tür; ich denke, willst doch mal sehen, bücke mich also zum Schlüsselloch, nun ja, die Sophie zog sich gerade um ... und nun lassen Sie sich von einem Connaisseur sagen, so eine Rückenpartie ... aber mehr eben nicht, denn dann passierte es wieder; ich sage Ihnen, es ist einfach bitter!«
Was Wunder also, daß Herr Buttewegg sehr bald einen Elektriker zu Rate gezogen oder, wie ihn seine mit der Zeit ranzig gewordene Bildung sagen ließ, »einen hiesigen Spezialisten konsultiert« hatte. Und eben aus den Kreisen der hiesigen Spezialisten bezog ich mein Wissen um den Fluch des Hauses Buttewegg – zählte ich doch, wenn auch mit Einschränkungen, mit weitaus größerem Recht zu ihnen als zu den wohlhabenden Ständen, deren Privileg es war, jene Geschichten des Herrn Buttewegg zu kennen und weiterzuerzählen, die alle mit dem melancholischen Ausruf endeten: »Und dann passierte es wieder!«
Mit Einschränkungen, sage ich, gehörte ich zu den ortsansässigen Fachleuten für Kurzschlüsse, und das ist leicht erklärt: Zum einen war ich noch Lehrling, und zum anderen war mein Meister der allerkleinste und nicht zählende Krauter im Ort.“

 

 1777144-783e71dc84684e7a782131553f72d6d3.jpg
Hermann Kant (Hamburg, 14 juni 1926)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 14e juni ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 15:10 Reageer op dit bericht

Peter Mayle, Jerzy Kosinski, Harriet Beecher Stowe, Laurence Yep, René Char

De Britse schrijver Peter Mayle werd geboren in Brighton op 14 juni 1939. Zie ook alle tags voor Peter Mayle op dit blog.

Uit: Encore Provence

“We wallowed in the convenience of America, in the efficiency and the extraordinary variety of choice, and we practiced native customs. We came to know California wines. We shopped by phone. We drove sedately. We took vitamins and occasionally remembered to worry about cholesterol. We tried to watch television. I gave up taking cigars to restaurants, but smoked them furtively in private. There was even a period when we drank eight glasses of water a day. In other words, we did our best to adapt.
And yet there was something missing. Or rather, an entire spectrum of sights and sounds and smells and sensations that we had taken for granted in Provence, from the smell of thyme in the fields to the swirl and jostle of Sunday-morning markets. Very few weeks went by without a twinge of what I can best describe as homesickness.
Returning to a place where you have been happy is generally regarded as a mistake. Memory is a notoriously biased and sentimental editor, selecting what it wants to keep and invariably making a few cosmetic changes to past events. With rose-colored hindsight, the good times become magical; the bad times fade and eventually disappear, leaving only a seductive blur of sunlit days and the laughter of friends. Was it really like that? Would it be like that again?”

 

 1777142-8b28c80c72200d00bab1a032b892ea6c.jpg
Peter Mayle (Brighton, 14 juni 1939)

 

 

De Amerikaans-Poolse schrijver Jerzy Kosiński werd geboren in Łódź op 14 juni 1933. Zie ook alle tags voor Jerzy Kosiński op dit blog.

Uit: The painted bird

“When noon approached, Lekh hastened his steps and wiped the perspiration from his brow more often. The most important hour of his day was nearing. A woman locally nicknamed Stupid Ludmila was waiting for him in some distant forest clearing known only to the two of them. I would proudly trot behind him, the bag of twitching birds slung over my shoulder.
The forest became increasingly dense and forbidding. The slimy striped trunks of snake-colored hornbeams shot straight up into the clouds. The linden trees, all of which, according to Lekh, remembered the very beginnings of the human race, stood broad-shouldered, their trunks resembling coats of mail festooned with the gray patina of mosses. The oaks stretched out of their trunks like the necks of starving birds looking for food, and obscured the sun with gloomy branches, casting the pines and poplars and lindens into shadow. Sometimes Lekh would stop and silently look at some spoors in the crannies of decaying bark, and in tree knots and gallnuts full of black, curious holes from whose interior shone bare white wood. We would pass through groves of young birches with lean, fragile shoots, diffidently flexing their thin, small branches and buds.
Through the gauzy curtain of foliage we were noticed by perching flocks of birds who became frightened and would soar away with beating wings. Their chirping mixed with the chorus of bees murmuring around us like a moving, gleaming cloud. Lekh protected his face with his hands and fled from the bees to a denser thicket, while I ran at his heels holding on to the bag of birds and basket of traps, waving my hand to drive off the harassing and vengeful swarm.
Stupid Ludmila was a strange woman and I feared her increasingly. She was well built and taller than the other women. Her hair, seemingly never cut, cascaded down her shoulders. She had large breasts, which hung nearly to her belly, and strong muscular calves. In the summer she went around dressed only in a faded sack which revealed her breasts and a clump of red hair at her crotch. Men and boys would tell of the pranks they played with Ludmila when she was in the mood. The village women often tried to trap her but, as Lekh said with pride, Ludmila’s tail was windblown and no one could catch her against her will. She would disappear in the undergrowth like a starling and creep out when no one was around.”

 

 1777142-9bb16765bb7408242cbccb435effc3e0.jpg
Jerzy Kosiński (14 juni 1933 – 3 mei 1991)
Jerzy Kosinski – Steps 72 door John Thompson

 

 

De Amerikaanse schrijfster en abolitioniste Harriet Beecher Stowe werd geboren in Litchfield, Connecticut, op 14 juni 1811. Zie ook mijn blog van 14 juni 2010 en eveneens alle tags voor Harriet Beecher Stowe op dit blog.

Uit: Uncle Tom's Cabin

"Hulloa, Jim Crow!" said Mr. Shelby, whistling, and snapping a bunch of raisins towards him, "pick that up, now!" The child scampered, with all his little strength, after the prize, while his master laughed. "Come here, Jim Crow," said he. The child came up, and the master patted the curly head, and chucked him under the chin.
"Now, Jim, show this gentleman how you can dance and sing." The boy commenced one of those wild, grotesque songs common among the negroes, in a rich, clear voice, accompanying his singing with many comic evolutions of the hands, feet, and whole body, all in perfect time to the music.
"Bravo!" said Haley, throwing him a quarter of an orange. "Now, Jim, walk like old Uncle Cudjoe, when he has the rheumatism," said his master. Instantly the flexible limbs of the child assumed the appearance of deformity and distortion, as, with his back humped up, and his master's stick in his hand, he hobbled about the room, his childish face drawn into a doleful pucker, and spitting from right to left, in imitation of an old man.
"Well, then, Haley, how will you trade?" said Mr. Shelby, after an uneasy interval of silence. "Well, haven't you a boy or gal that you could throw in with Tom?" "Hum!—none that I could well spare; to tell the truth, it's only hard necessity makes me willing to sell at all. I don't like parting with any of my hands, that's a fact.”
Here the door opened, and a small quadroon boy, between four and five years of age, entered the room. There was something in his appearance remarkably beautiful and engaging. His black hair, fine as floss silk, hung in glossy curls about his round, dimpled face, while a pair of large dark eyes, full of fire and softness, looked out from beneath the rich, long lashes, as he peered curiously into the apartment.”

 

 1777142-d4b5c295862a438178e1687ae679e9b6.jpg
Harriet Beecher Stowe (14 juni 1811 – 1 juli 1896)
Cover

 

 

De Chinees-Amerikaanse schrijver Laurence Michael Yep werd geboren op 14 juni 1948 in in San Francisco. Zie ook alle tags voor Laurence Yep op dit blog.

Uit: Designs By Isabelle

“HDC, so she had danced some of the most important roles. Then, after retiring from dancing, she’d become the ballet mistress at HDC. Ms. Ferri was so nice that I couldn’t help wishing she taught ballet at my school, Anna Hart School of the Arts, so that I could have her all week instead of just on the weekends. But Ms. Ferri was too busy conducting the daily class for the HDC’s professional dancers. And this year, she was busy rehearsing her own role in The Nutcracker, too—the role of Mother Ginger. Ms. Ferri’s stilts were made out of metal rods about a yard high. In New York City Ballet’s version of The Nutcracker, men played Mother Ginger because the costume was so big and heavy. But Ms. Ferri was tall and strong enough to handle it. After years of playing Mother Ginger, she was a pro at managing the costume’s weight while she walked on stilts. No one would see the stilts, because she’d wear a skirt big enough to hide them—plus eight kids. Ms. Ferri glanced my way when she heard the door to the studio close behind me. “Where have you been, Isabelle?”

 

 1777142-b346f9ca640bd467520f1325953f4acf.jpg
Laurence Yep (San Francisco, 14 juni 1948)
Cover 

 

 

De Franse dichter René Char werd geboren op 14 juni 1907 in L'Isle-sur-la-Sorgue, Vaucluse. Zie ook mijn blog van 14 juni 2010 en eveneens alle tags voor René Char op dit blog.

 

Poètes

La tristesse des illettrés dans les ténèbres des bouteilles
L'inquiétude imperceptible des charrons
Les pièces de monnaie dans la vase profonde

Dans les nacelles de l'enclume

Vit le poète solitaire

Grande brouette des marécages

Pyrénées

Montagne des grands abusés.

Au sommet de vos tours fiévreuses

Faiblit la dernière clarté.

Rien que le vide et l'avalanche,
La détresse et le regret!

Tous ces troubadours mal-aimés
Ont vu blanchir dans un été
Leur doux royaume pessimiste.

Ah! la neige est inexorable
Qui aime qu'on souffre à ses pieds.
Qui veut que l'on meure glacé
Quand on a vécu dans les sables.

 

 1777142-2a67db0bfaf5f6c01dc0f6b587e41e0b.jpg
René Char (14 juni 1907 – 19 februari 1988)

Geschreven door Romenu om 15:09 Reageer op dit bericht

In Memoriam Drs. P.

In Memoriam Drs. P.

De Nederlands-Zwitserse schrijver, tekstschrijver, componist, zanger en pianist Drs. P is gisteren op 95-jarige leeftijd in Amsterdam overleden. Dat heeft zijn uitever laten weten. Drs. P (eig. Heinz Hermann Polzer) werd geboren in het Zwitserse Thun op  24 augustus 1919. Zie ook mijn blog van 24 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Drs. P. op dit blog.

 

De geneugten van de roem 

Het volk is hier op literair gebied
Nu niet bepaald tot geeuwens toe verwend
Vandaar ook, dat men in de houding schiet
Zodra men een auteur/auteuse ziet
Dit wordt de jeugd zo duchtig ingeprent
Dat zelfs de meest a-culturele blagen
Je respecteren als een exponent
Van al wat men moet hebben om te slagen
Je vindt je roem verwoord in heldensagen
Wanneer je een bekende schrijver bent
 
Als schrijver ga je door voor erudiet
Ervaren psycholoog en leuke vent
En (monkelend verteld of impliciet)
Een artistiek verantwoord sybariet –
Erotisch liberaal en vrij potent
Zodat je, waar je ook maar op komt dagen
Uitbundig wordt begroet, en geen moment
Om exclusieve aandacht hoeft te vragen
Men doet hier alles om je te behagen
Omdat je een bekende schrijver bent
 
De overheid, van allerhoogste piet
Tot onbezoldigd hulpverkeersagent
Het huisdier en de koekoek en de griet
Ja, al wat stem heeft zingt het hoogste lied
En dat dit jou betreft, is evident
In alle streken en bevolkingslagen
Bewierookt men je kwistig en frequent
En blijft men van je meesterschap gewagen
Geen mens, geen recensent zal aan je knagen
Zolang je een bekende schrijver bent
 
O willekeurling, doet het u verdriet
Dat niemand nergens nimmer u herkent?
Dan mag u zich, wat mij betreft, beklagen
Het leven is veel beter te verdragen
Indien je een bekende schrijver bent
 

 

 K.P. Kaváfis
 
Hij heeft het nooit gezien, zijn vaderland
Maar was en bleef een Griek, wat heet, Helleen
Zowel in tijd als plaats een vreemdeling
 
Alexandrië bruiste langs hem heen
Hij vond er in 't geheim bevrediging
Maar niet de rust der Elyzeese velden
 
En buiten een beperkte vriendenkring
Wist niemand van zijn dromen en zijn helden -
Bestond hij slechts als kennis of passant
 
Een pennelikker die op jongens viel
Maar met de jeugd der Oudheid in zijn ziel

 

 

Nazomer
 
’t Is prachtig weer; we profiteren
Van deze dag vol kleur en licht,
En dragen opgewekte kleren.
‘Iets koeler,’zegt het weerbericht.
 
Men hoort een dikke bromvlieg zoemen;
De lucht is onmiskenbaar blauw;
Er hangt een ijle geur van bloemen.
Toch valt de avond al weer gauw.
 
’t Is prachtig weer; we zitten samen
Te zonnen op ’t café-terras.
Een windstoot rammelt aan de ramen;
Er valt een herfstblad in mijn glas.
 
We laten onze blikken dwalen
En praten over ‘t mooie weer.
Maar na de laatste zonnestralen
Is het ineens geen zomer meer.

 

 

 1777136-65d13f23c85e9a656fb7a6a522b1f202.jpg
Drs. P (24 augustus 1919 – 13 juni 2015)

Geschreven door Romenu om 13:29 Reageer op dit bericht

John van Ierland

De Nederlandse schrijver en uitgever John van Ierland werd op 14 juni 1964 geboren in Breda. Van Ierland behaalde zijn diploma bedrijfskunde, Hoger Management en zijn diploma Uitgeverij aan de Boek Academie. Hij heeft verschillende betrekkingen gehad bij diverse bedrijven, waaronder Würth en de Hoogovens, waarna hij in dienst kwam bij NHTV internationale hogeschool Breda als studiebegeleider, docent en coördinator. Via NHTV kwam hij begin 2011 bij Hogeschool Zeeland als Studieloopbaan coördinator terecht, de werkzaamheden bij deze laatste twee hogescholen combineert hij nog steeds met zijn passies boeken schrijven en uitgeven. In 2000 richtte hij zijn Ierland Evenementen en Relatiemarketing’ bedrijf op, in 2004 werd dit omgezet naar Van Ierland Uitgeverij. Tegenwoordig bedrijft hij zijn eigen Woordmagie. Zijn eerste boek schreef hij in 1999, sindsdien volgden er nog zeker vijfendertig. De boeken zijn erg divers van stijl en onderwerp; zijn Jasper & Jasmijn reeks kent al vijf kinderboeken, verder is van Ierland zich gaan specialiseren in de volksverhalen, sagen en legenden van streken.

Uit: Fietsend verliefd worden op Breda…

“Ik ben een kind van de stad, nu weer druk bezig met het herontdekken van haar hotspots om ze ook anderen te tonen tijdens een mooie fietstocht. Ze openen mijn ogen wederom en doen me op mijn tussenstop even dagdromen.
De milde regen zingt in de bomen, wast het stof van de straatplavuizen, ritselt door de bladeren en ruist door de binnenstadse pleinen de dampende aarde bevruchtend. Hij springt door de straat en roffelt op de ruit, op de kleine ruit van het petieterige café dat ’t Begijntje heet. De glimmende kranen spiegelen er het blauwe boezeroen van de kastelein achter de tap¬kast. Warm is hier het leven en schoon.
Mijn anders zo bezige ziel suddert soezend diep in mijn lijf. Ik hoor de gesprekken links en rechts van me, ik hoor de woorden, maar toch weer niet.
“C'est le ton qui fait la musique.”
Het is de sfeer in een omgeving die me aan het peinzen zet. Nee, aan het peinzen niet, want ik voel alleen, ik ontvang slechts de gulheid van hemel en aarde, het wondere samenzijn van mensen en dingen. De regen lekt langs het raam en onder de overkapping van de winkel aan de overkant omhelst een meisje met druipende haren haar jongen. Wat is de liefde? Een goddelijke spijs, het levens¬elixer, en verliefdheid is de naam van de driftige wijn aan die maaltijd.
Ik gewaar me als op een rondreis door het Brabantse land, dat ooit een dichter heeft genoemd als moederlijk en gul en rond en zo jubelend alsof er geen bitterheid bestaat op deze grond! Ik ben verliefd geworden op Breda.”

 

 1849232-63cf27c7b890187f2da9467a360d10ee.jpeg
John van Ierland (Breda, 14 juni 1964)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Fernando Pessoa , Willem Brakman, William Butler Yeats, Thomas Heerma van Voss, Tristane Banon, Dorothy L. Sayers, Marcel Theroux

De Portugese dichter en schrijver Fernando António Nogueira Pessoa werd geboren in Lissabon op 13 juni 1888. Zie ook alle tags voor Fernando Pessoa op dit blog.

 

I don’t know if the stars rule the world

I don’t know if the stars rule the world
Or if Tarot or playing cards
Can reveal anything.
I don’t know if the rolling of dice
Can lead to any conclusion.
But I also don’t know
If anything is attained
By living the way most people do.

Yes, I don’t know
If I should believe in this daily rising sun
Whose authenticity no one can guarantee me,
Or if it would be better (because better or more convenient)
To believe in some other sun,
One that shines even at night,
Some profound incandescence of things,
Surpassing my understanding.

For now...
(Let’s take it slow)
For now
I have an absolutely secure grip on the stair-rail,
I secure it with my hand –
This rail that doesn’t belong to me
And that I lean on as I ascend...
Yes... I ascend...
I ascend to this:
I don’t know if the stars rule the world.

 

 

Magnificat

When will this inner night – the universe – end
And I – my soul – have my day?
When will I wake up from being awake?
I don’t know. The sun shines on high
And cannot be looked at.
The stars coldly blink
And cannot be counted.
The heart beats aloofly
And cannot be heard.
When will this drama without theater
– Or this theater without drama – end
So that I can go home?
Where? How? When?
O cat staring at me with eyes of life, Who lurks in your depths?
It’s Him! It’s him!
Like Joshua he’ll order the sun to stop, and I’ll wake up,
And it will be day.
Smile, my soul, in your slumber!
Smile, my soul: it will be day!

 

 

Countless lives inhabit us

Countless lives inhabit us.
I don’t know, when I think or feel,
Who it is that thinks or feels.
I am merely the place
Where things are thought or felt.

I have more than just one soul.
There are more I’s than I myself.
I exist, nevertheless,
Indifferent to them all.
I silence them: I speak.

The crossing urges of what
I feel or do not feel
Struggle in who I am, but I
Ignore them. They dictate nothing
To the I I know: I write.

 

Vertaald door Richard Zenith

 

 

 1776755-01bf84a1ed0c3c4c29c04ef17793ce4f.jpg
Fernando Pessoa (13 juni 1888 – 30 november 1935)

 

 

De Nederlandse schrijver Willem Brakman werd geboren op 13 juni 1922 in Den Haag. Zie ook alle tags voor Willem Brakman op dit blog.

Uit: De grote schok was Rilke

“Men ziet hoe een dergelijk, naar vele richtingen vertellend beeld het lineaire karakter van taal en verhaal kan doorbreken. Rilke, die niet alleen een zeer beeldend schrijver maar ook een beschikker over superbe beelden was, verdiende alleen al hierom een betere aansluiting met onze tijd. Maar het is stil om deze verstilde figuur. De vertaling van Nabokov's Ada, zo'n tien jaar na verschijnen, deed in Duitsland honderd maal meer stof opwaaien dan de honderdste geboortedag van Rilke, in 1975. Het is druk in de letteren, te druk. Zeker voor een man ‘langsamen und abgewandten Geistes’. Voor mij was Rilke een geschenk van de oorlog, van honger, kou, duisternis en vooral van veel tijd. Prima Malte- elementen en ook hier bloeide de poëzie niet bepaald op een gezonde en sprankelfrisse bodem. Toch leefde ik met die poëzie op een intense, maar ook wel natuurlijke manier, want ik beschikte erdoor over bezwerende formules op momenten van grote zwakte. Brak ik op weg naar een vriend mijn nek door de duisternis ergens in een tuin, dan lag ik op mijn gezicht in ‘die Gärten des dunkelblaus’. Zeulde ik met mijn vader in de eindeloze hongerwinter de loodzware emmers as en sintels tegen de huthoge berg afval op voor ons huis, dan mompelde ik krachtgevend over ‘die Berge des Urleids’. Natuurlijk was dit een poging een uitgesproken rotwereld in zuivere versregels te transponeren en de vraag blijft knellen hoezeer een uitgesproken rotwereld voorwaarde is voor zuivere versregels.
Dat was in de oorlog. Na de oorlog werd dat anders. Zo werd Rilke een junge-Mädchendichter, een altes Weib. Thomas Mann, een andere ook door mij hoog in het vaandel gevoerde figuur, werd bij monde van Günter Grass ‘überkommener Existenz, verälteter Blödsinn’. Zelfs John Cowper Powys, een episch gigant der Engelse letteren en een sierraad in mijn boekenkast, mocht ik kortelings in 'n kritiek aantreffen als ‘an old windbag’. Een pijnlijke golfslag van de tijd en dubbel pijnlijk bij Rilke, want hem bewoog nu juist in hoge mate wat men zou kunnen noemen ‘der Wille zur Dauer’, een streven naar levensverduurzaming. Dit thema treedt op in tal van zijn gedichten en toont zich nadrukkelijk in veel situaties en personages van zijn Malte, ondermeer in Malte's grootvader, die geen verschil maakt in de omgang met overleden familieleden, historische figuren en levende tijdgenoten.”

 

 1776755-75266a3d60982f93381e2e85a7f090b6.jpg
Willem Brakman (13 juni 1922 – 8 mei 2008)

 

 

De Ierse dichter, toneelschrijver en mysticus William Butler Yeats werd geboren in Sandymount bij Dublin op 13 juni 1865. Zie ook alle tags voor William Butler Yeats op dit blog.

 

The Three Monuments

They hold their public meetings where
Our most renowned patriots stand,
One among the birds of the air,
A stumpier on either hand;
And all the popular statesmen say
That purity built up the State
And after kept it from decay;
And let all base ambition be,
For intellect would make us proud
And pride bring in impurity:
The three old rascals laugh aloud.

 

 

To A Shade

IF you have revisited the town, thin Shade,
Whether to look upon your monument
(I wonder if the builder has been paid)
Or happier-thoughted when the day is spent
To drink of that salt breath out of the sea
When grey gulls flit about instead of men,
And the gaunt houses put on majesty:
Let these content you and be gone again;
For they are at their old tricks yet.
A man
Of your own passionate serving kind who had brought
In his full hands what, had they only known,
Had given their children's children loftier thought,
Sweeter emotion, working in their veins
Like gentle blood, has been driven from the place,
And instilt heaped upon him for his pains,
And for his open-handedness, disgrace;
Your enemy, an old fotil mouth, had set
The pack upon him.
Go, unquiet wanderer,
And gather the Glasnevin coverlet
About your head till the dust stops your ear,
The time for you to taste of that Salt breath
And listen at the corners has not come;
You had enough of sorrow before death --
Away, away! You are safer in the tomb.

 


Vacilliation

I
Between extremities
Man runs his course;
A brand, or flaming breath.
Comes to destroy
All those antinomies
Of day and night;
The body calls it death,
The heart remorse.
But if these be right
What is joy?

 

 1776755-b30c0a78c157f2ef8e57a1aad9f8deda.jpg
William Butler Yeats (13 juni 1865 – 28 januari 1939)
Portret door Augustus Edwin John, 1930

 

 

De Nederlandse schrijver Thomas Heerma van Voss werd geboren in Amsterdam op 13 juni 1990. Zie ook alle tags voor Thomas Heerma van Voss op dit blog.

Uit: Stern

“Weet ik, maar ik wil niet. Niet vandaag.’
De ballen waarmee Stern zojuist wierp komen teruggerold, klaar voor de volgende speler.
‘Hoezo niet vandaag? Voel je je weer niet lekker?’
‘Nee, dan zou ik dat wel zeggen. Ik heb gewoon niet zo’n zin.’
‘Maar lieverd, we gaan zowat elke week naar De Kegel. Dit is traditie.’ Stern doet zijn best begripvol te klinken, maar hoort verongelijktheid in zijn stem, verontwaardiging misschien wel.
‘Papa, alsjeblieft. Ik wil gewoon niet meer.’
De afgelopen maand waren er al genoeg aanwijzingen geweest voor dit moment, beseft Stern. De ene keer wilde Bram niet bowlen omdat hij zijn eindexamens moest voorbereiden, de andere keer omdat hij zich niet lekker voelde. Stern was telkens in zijn eentje gegaan. En als hij dan twee uur later thuiskwam, trof hij Bram achter zijn computer. Soms zat hij te chatten via Facebook, soms speelde hij een spelletje. Nooit enig teken van misselijkheid of zenuwen voor naderende tentamens. ‘Alles goed hier?’ vroeg Stern meestal, waarop Bram antwoordde: ‘Ach.’ Of: ‘Gaat wel.’
Hij kijkt naar de twee bowlingballen naast hem. Het is of ze smeken opnieuw gebruikt te worden. Stern kan de verleiding niet weerstaan, hij pakt de eerste en gooit hem op volle kracht vooruit.
Pats, zes kegels om.
Bram gaat zitten op het bankje naast de baan. Hij pakt zijn iPhone. Sinds hij die vorige zomer gekocht heeft, zijn Bram en zijn mobiel onafscheidelijk. Voortdurend haalt hij het compacte, zwarte apparaatje tevoorschijn en typt gehaast allerlei berichten. Af en toe krijgt Stern het idee dat zijn zoon meer via zijn smartphone zegt dan mondeling.”

 

 1776755-c6255b1c3479c9cf869335fb5b8c70fc.jpg
Thomas Heerma van Voss (Amsterdam, 13 juni 1990)

 

 

De Franse journaliste en schrijfster Tristane Banon werd geboren op 13 juni 1979 in Neuilly-sur-Seine. Zie ook alle tags voor Tristane Banon op dit blog.

Uit: “Erreurs avouées…”.

« Je le regarde droit dans les yeux: 
- Si vous êtes si humain que ça, pourquoi avoir choisi la politique où la moindre erreur peut vous être fatale! Où tout n'est que mécanique de guerre? 
Posément, il me répond. 
- Les gens qui ont réussi leur vie professionnelle sont souvent considérés par les autres comme des machines. On pense que tout leur réussit alors que c'est faux. Et quand enfin ils commettent une bourde, on prend conscience que tout ne leur réussit pas forcément. Paradoxalement, ça rassure, ça humanise. Pour ma part, je n'aime pas cette idée qu'on puisse me prendre pour un automate, c'est vraiment désagréable! 
Je glisse sur la remarque (me visait-elle?) et enchaîne: 
- C'est maintenant au professeur que je m'adresse: qu'est-ce qu'une erreur? 
Ton docte: 
- Une erreur, c'est quelque chose qui n'est pas fait comme ça devrait l'être. Ce qui ne veut pas dire que ce soit mal. Si je tourne à droite au lieu de tourner à gauche, c'est une erreur; or cela n'a pourtant rien de critiquable en soi. 
Je souris: 
- Vous ne croyez pas que l'exemple est mal choisi? 
Il acquiesce. 
- Quoi qu'il en soit, cela n'a rien à voir avec une faute. Une faute, c'est quelque chose qui va à l'encontre d'un code personnel que l'on est tous supposés respecter, généralement un code moral."

 

 1776755-0220a44e3f095de01c6d3bb78431f69d.jpg
Tristane Banon (Neuilly-sur-Seine,13juni 1979)

 

 

De Engelse schrijfster, dichteres en vertaalster Dorothy Leigh Sayers werd geboren op 13 juni 1893 in Oxford. Zie ook alle tags voor Dorothy L. Sayers op dit blog.

Uit: Are Women Human? Astute and Witty Essays on the Role of Women in Society

“A man once asked me ... how I managed in my books to write such natural conversation between men when they were by themselves. Was I, by any chance, a member of a large, mixed family with a lot of male friends? I replied that, on the contrary, I was an only child and had practically never seen or spoken to any men of my own age till I was about twenty-five. "Well," said the man, "I shouldn't have expected a woman (meaning me) to have been able to make it so convincing." I replied that I had coped with this difficult problem by making my men talk, as far as possible, like ordinary human beings. This aspect of the matter seemed to surprise the other speaker; he said no more, but took it away to chew it over. One of these days it may quite likely occur to him that women, as well as men, when left to themselves, talk very much like human beings also.”
(…)

“In reaction against the age-old slogan, "woman is the weaker vessel," or the still more offensive, "woman is a divine creature," we have, I think, allowed ourselves to drift into asserting that "a woman is as good as a man," without always pausing to think what exactly we mean by that. What, I feel, we ought to mean is something so obvious that it is apt to escape attention altogether, viz: (...) that a woman is just as much an ordinary human being as a man, with the same individual preferences, and with just as much right to the tastes and preferences of an individual. What is repugnant to every human being is to be reckoned always as a member of a class and not as an individual person.”

 

 1776755-77770c6f64aae20f034771d3fa6c6e54.jpg
Dorothy L. Sayers (13 juni 1893 – 17 december 1957)

 

 

De Britse schrijver en presentator Marcel Theroux werd geboren op 13 juni 1968 in Kampala, Oeganda. Zie ook alle tags voor Marcel Theroux op dit blog.

Uit: Far North

“It'salmost worth more to me as firewood. Some winters I've looked at it longingly as I sat under a pile of blankets, teeth chattering in my head, snow piled up to the eaves, and thought to myself, Damn it, take a hatchet to it, Makepeace, and be warm again! But it's a point of pride with me that I never have. Where will I get another pianola from? And just because I can't tune the thing and don't know anybody who can, that doesn't mean that person doesn't exist, or won't be born one day. Our generation's not big on reading or tuning pianolas. But our parents and their parents had plenty to be proud of. Just look at that thing if you don't believe me: the burl on the maple veneer, and the workmanship on her brass pedals. The man who made that cared about what he was doing. He made that pianola with love. It's not for me to burn it.
The books all belonged to my folks. Charlo and my ma were the big readers. Except for that bottom shelf. I brought those back here myself.
Usually when I come across books I take them to an old armory on Delancey. It's empty now, but there's so much steel in the outer door, you'd need a keg of gunpowder to get to them without the key. As I said, I don't read them myself, but it's important to put them aside for someone who will. Maybe it's written in one of them how to tune a pianola.
I found them like this: I was going down Mercer Street one morning. It was deep winter. Snow every where, but no wind, and the breath from the mare's nostrils rising up like steam from a kettle. On a windless day, the snow damps the sound, and the silence every where is eerie. Just that crunch of hooves, and those little sighs of breath from the animal.
All of a sudden, there's a crash, and a big armful of books flops into the snow from what must have been the last unbroken window on the entire street until that moment. The horse reared up at the sound. When I had her calm again, I looked up at the window, and what do you know, there's a little figure hang-dropping into the books.”

 

 1776755-ada7dd6242bb7b329fb344b4f2b859ac.jpg
Marcel Theroux (Kampala, 13 juni 1968)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 13e juni ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 13:33 Reageer op dit bericht

Gonzalo Torrente Ballester, Lode Zielens, Hector de Saint-Denys Garneau, Fanny Burney, Bruno Frank, Leopoldo Lugones, Heinrich Hoffmann

De Spaans-Galicische schrijver Gonzalo Torrente Ballester werd geboren op 13 juni 1910 in Serantes, Ferrol, Galicië. Zie ook alle tags voor Gonzalo Torrente Ballester op dit blog.

Uit: Santiago de Compostela (Vertaald door Victor Andrés Ferretti en Karina Gómez-Montero)

„Zuträglicher wäre es, hinter jedem Namen einen Mythos zu vermuten, die Augen vor der Vergangenheit zu verschlie-ßen, die Dokumente zu vergessen und daran zu glauben, dass Compostela eben erst entstanden ist. Betrachtet, was ihr seht, einfach als ein Geschenk der Engel. Und wenn der Betrachter Protestant ist und nicht an Engel glaubt – Compostela wird er gläubig wieder verlassen –, dann sollte er die Stadt für ein Geschenk der Feen halten, so er an Feen glaubt. Und wenn er auch das nicht tut, mag sie ihm als Geschenk des Geistes erscheinen, an den sich seine Seele klammert, um nicht den Verstand zu verlieren. Nur wenn er nicht einmal an den Geist glaubt, sollte er sich an die Wissenschaft halten. Aber dann wird er Compostela niemals verstehen.
Vergesst nicht: Einzig diejenigen, die sich die Fähigkeit zu staunen bewahrt haben, finden den Weg in die Stadt. Das Stau­ nen wird ihnen die Offenbarung sichtbar machen, welche Gott uns senden will und welche die Steine und die Namen jedem deutlich verkünden, der Augen hat zu sehen und Ohren zu hören. Natürlich bleibt noch der Weg der Gelehrsamkeit: Man kann an jedem Stein ein Schild befestigen, ihn mit Namen und Datum versehen und die unterschiedlichen Stile präzise be-stimmen, um sich genüsslich der Betrachtung der Architektur hinzugeben. Und es gibt den anderen, lichten Weg, den Weg der herrlichen Hypothesen und prächtigen Theorien, der An­ deutungen und überaus poetischen historischen Fälschungen. Aber nein, das Ergebnis wird niemals Compostela sein.”

 

 1776747-c550132b468544a7fabfd6fa2ead02be.jpg
Gonzalo Torrente Ballester (13 juni 1910 – 27 januari 1999)
Borstbeeld in Ferrol

 

 

De Vlaamse schrijver Lode Zielens werd geboren in Antwerpen op 13 juni 1901. Zie ook alle tags voor Lode Zielens op dit blog.

Uit: Het duistere bloed

“Mijn vader baatte destijds een gasterije uit te Antwerpen: ‘Het rood Konijn’. Binnen haar zweetende muren kwamen meestal overspelige dames en heeren hun schamele liefde verbergen.
Als vereenzaamd kind, geheel aangewezen op de hulp van dienstboden, was me nochthans dit groote, droeve huis lief om de vele duistere gangen en trappen, om de vele, zij het dan duffe kamers, waarin ik dartelen en joelen kon naar welbehagen als de meisjes ze schoonmaakten. De meiden vertroetelden mij, deels uit medelijden om mijn verlatenheid, deels uit lust. Vooral met één ging ik zeer vertrouwelijk om en ook zij onderscheidde zich van al de anderen door haar bijzondere liefkoozingen. Zij deed mij nooit pijn, zooals de anderen in hun wildheid vaak deden, maar was steeds van een zachtheid, welke mij zeer voor haar innam. Die eene was Anna, - de vertrouwelinge van mijn vader. Daar zij vooral zoo lief tegen mij was als niemand ons kon zien prikkelde zij bij mij al vrij spoedig den drang naar het ongewetene, het geheimzinnige, - wat elk kind aangeboren is.
Niemand sprak mij ooit van mijn moeder. Nochthans had ik eenig besef van haar tegenwoordigheid in dit huis. Ik zie ze met mij op wandel om op de Groenplaats een kerstboom te koopen. Zij is zeer ernstig, - haar gelaat staat strak. Zij koopt den boom, zonder een woord tot den handelaar te zeggen. Ik herinner mij het ontglooien van den boom en de algemeene vreugde in huis. En hoe laat ik opblijven mag! Maar nog zie ik moeders bleek gelaat aan het eind van de tafel, - en hoe ze plots in schreien uitbreekt en wegloopt. Een tijd nadien is ze uit het huis verdwenen. Er was veel lawaai van vader. Een hooge mannenstem lachte hoonend, - er was een vrouw, die de trappen afvluchtte. Ik lig in mijn bedje te huiveren van angst en van kou, - men heeft mij te weinig deksel gegeven. Ik houd den adem in om beter te kunnen hooren. Dan wordt het heel stil. En den volgenden dag is moeder verdwenen.”

 

 1776747-1b55b6a451dfd521659ea522bb5546f2.gif
Lode Zielens (13 juni 1901 - 28 november 1944)
In 1936 

 

 

De Frans-Canadese dichter en schilder Hector de Saint-Denys Garneau werd geboren op 13 juni 1912 in Montréal. Zie ook alle tags voor Hector de Saint-Denys Garneau op dit blog..

 

Ah ! ce n'est pas la peine...

Ah ! ce n'est pas la peine qu'on en vive
Quand on en meurt si bien
Pas la peine de vivre
Et voir cela mourir, mourir
Le soleil et les étoiles

Ah ! ce n'est pas la peine de vivre
Et de survivre aux fleurs
Et de survivre au feu, des cendres
Mais il vaudrait si mieux qu'on meure
Avec la fleur dans le coeur
Avec cette éclatante
Fleur de feu dans le coeur.

 

 1776747-2827997719080ecd0371696c137ec9fe.jpg
Les foins

 

 

La grande voix du vent

La grande voix du vent
Toute une voix confuse au loin
Puis qui grandit en s'approchant,
Devient
Cette voix-ci, cette voix-là
De cet arbre et de cet autre
Et continue et redevient
Une grande voix confuse au loin

 

 

 1776747-ae03f9f6da91ad7dcae6bb825faa366e.jpg
Hector de Saint-Denys Garneau (13 juni 1912 – 24 oktober 1943)
Portret door  Christian Tiffet

 

 

De Engelse schrijfster Frances „Fanny“ Burney werd geboren op 13 juni 1752 in King's Lynn, Norfolk. Zie ook alle tags voor Fanny Burney op dit blog.

Uit: Evelina

“I have the honour to be quite of your Lordship's opinion," said Mr. Lovel, looking maliciously at Mrs. Selwyn, "for I have an insuperable aversion to strength, either of body or mind, in a female."
"Faith, and so have I," said Mr. Coverley; "for egad I'd as soon see a woman chop wood, as hear her chop logic."
"So would every man in his senses," said Lord Merton; "for a woman wants nothing to recommend her but beauty and good nature; in every thing else she is either impertinent or unnatural. For my part, deuce take me if ever I wish to hear a word of sense from a woman as long as I live!"
"It has always been agreed," said Mrs. Selwyn, looking round her with the utmost contempt, "that no man ought to be connected with a woman whose understanding is superior to his own. Now I very much fear, that to accommodate all this good company, according to such a rule, would be utterly impracticable, unless we should chuse subjects from Swift's hospital of idiots.”
(…)

“Young, animated, entirely off your guard, and thoughtless of consequences, Imagination took the reins; and Reason, slow-paced, though sure-footed, was unequal to the race of so eccentric and flighty a companion. How rapid was then my Evelina's progress through those regions of fancy and passion whither her new guide conducted her!-She saw Lord Orville at a ball,-and he was the most amiable of men! -She met him again at another,-and he had every virtue under Heaven!”

 

 1776747-171b434be9eddceb499c7c1540ab8028.jpg
Fanny Burney (13 juni 1752 – 6 januari 1840)
Cover 

 

 

De Duitse schrijver Bruno Frank werd geboren in Stuttgart op 13 juni 1887. Zie ook alle tags voor Bruno Frank op dit blog.

Uit: Der Bürger als Künstler (Biografie door Sascha Kirchner)

„Die von Einstein und Frank geleitete Privatbank erlebte in den Jahren bis zum Ersten Weltkrieg anscheinend einen bemerkenswerten Aufstieg ; die beiden Inhaber werden von Maria Zelzer in ihrem Erinnerungsbuch zu den »neu aufstrebenden Reichen der Stuttgarter jüdischen Gemeinde« gezählt. Die Stuttgarter Juden waren, gemessen an ihrem Bevölkerungsanteil, unter den wohlhabenden Bürgern der Stadt überdurchschnittlich stark vertreten. Für das Jahr 1914 lassen sich die finanziellen Verhältnisse Sigismund Franks genau beziffern : Er besaß zwei Millionen Mark Vermögen und versteuerte ein Jahreseinkommen von 140.000 Mark.
Die Firma Gebrüder Rosenfeld war seit 1912 in der Kronprinzstraße 30 ansässig, in bester Innenstadtlage von Stuttgart. Später, im Juni 1921, traten Helmuth Frank und Edgar Einstein, die Söhne der Inhaber, als weitere Gesellschafter in die Firma ein.
Die Familie Frank wohnte zunächst in der Silberburgstraße 195, dann in der Forststraße 68.
Das Milieu, in dem Bruno Frank aufwuchs, wurde vom Geld regiert. Gegen die Ausschließlichkeit des »Erwerbstriebes« polemisiert der Erzähler in Franks zweiter Veröffentlichung, dem Prosabüchlein „Im dunkeln Zimmer“: »Erwerben ! Das große und schreckliche Wort schließt alles für sie ein, wovon sich reden, woran sich denken läßt, selbst dann noch, wenn längst keine Not mehr drängt, sondern behaglicher Überfluß vorhanden ist. [...] Wo steckt aber die Würde im Tun dieser ehrbaren, aneinandergereihten Geschlechter, die sich ausschließlich dem Erwerben weihen ? « Hier spricht der durchaus verwöhnte, dem Leben und den schönen Künsten zugewandte Bankierssohn selbst. Diejenigen, die sich ganz der Arbeit widmen hingegen – so läßt er seinen Erzähler sagen –, »erklären Genuß und Freude und Kunst und was noch alles für ein Nichts, für einen leeren Klingklang, für Allotria, für unwürdig«

 

 1776747-1665feaceb9025864a535f28940df1c9.jpg
Bruno Frank (13 juni 1887 - 20 juni 1945)
In 1934 

 

 

De Argentijnse schrijver en journalist Leopoldo Lugones Argüello werd geboren op 13 juni 1874 in Villa María del Río Seco, een stad Córdoba, in het hart van Argentinië. Zie ook alle tags voor Leopoldo Lugones op dit blog.

 

Indulgence

The afternoon, with light strokes
that lit the peace of our asylum,
sketched in chrysoberylic shades
a subtle violet decoration.

The moon surged enormous in the thicket;
the leaves increased their secret;
and a spider, on the point of its thread,
was weaving hypnotized above the spheric moon.

Bats filled the crooked arc
of sky, as on a Chinese screen;
your bloodless knees against the plinth

revealed our motionless delight,
at our feet a sapphire river
ran in silence toward it death.

 

Vertaald door Julie Schumacher

 

 1776747-7cbe3ce1d65840aa78ecdef7f4a5f2ac.jpg
Leopoldo Lugones (13 juni 1874 – 18 februari 1938)
In 1922

 

 

De Duitse schrijver en psychiater Heinrich Hoffmann werd geboren op 13 juni 1809 in Frankfurt am Main. Zie ook alle tags voor Heinrich Hoffmann op dit blog.

 

Die Geschichte vom Suppen-Kaspar

Der Kaspar, der war kerngesund,
ein dicker Bub und kugelrund,
Er hatte Backen rot und frisch;
Die Suppe aß er hübsch bei Tisch.
Doch einmal fing er an zu schrei’n:
»Ich esse keine Suppe! Nein!
Ich esse meine Suppe nicht!
Nein, meine Suppe ess’ ich nicht!«
Am nächsten Tag, — ja sieh nur her!
da war er schon viel magerer.
Da fing er wieder an zu schrei’n:
»Ich esse keine Suppe! Nein!
Ich esse meine Suppe nicht!
Nein, meine Suppe ess’ ich nicht!«
Am dritten Tag, o weh und ach!
Wie ist der Kaspar dünn und schwach!
Doch als die Suppe kam herein,
gleich fing er wieder an zu schrei’n:
»Ich esse keine Suppe! Nein!
Ich esse meine Suppe nicht!
Nein, meine Suppe eß ich nicht!«
Am vierten Tage endlich gar
der Kaspar wie ein Fädchen war.
Er wog vielleicht ein halbes Lot —
und war am fünften Tage tot.

 

 1776747-9582edf8f0b881ac661f4c7314f9f77b.jpg
Heinrich Hoffmann (13 juni 1809 – 20 september 1894)
Illustratie bij Die Geschichte vom Suppen-Kaspar

Geschreven door Romenu om 13:12 Reageer op dit bericht

Christoph Meckel, Wolfgang Herrndorf, Anne Frank, Renan Demirkan, Djuna Barnes, Johanna Spyri

Duitse dichter, schrijver en graficus Christoph Meckel werd geboren op 12 juni 1935 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Christopher Meckel op dit blog.

 

Schlüssel aus Holz

Es war das Gewicht des Schlüssels in ihrer Tasche,
aber sie hatte ihn nie aus der Tasche genommen,
er war in ihr unsichtbar geblieben.
Fehlte nur noch das Schlüsselloch,
irgendwo in der Welt war ein Schlüsselloch,
alt, aus Holz, das allein für den Schlüssel da war.
Zum erstenmal nahm sie den Schlüssel aus der Tasche,
er war alt, aus Holz, mit zerkratztem Bart,
und sie sagte zum Schlüssel in ihrer Hand:

Das Haus gehört uns, wir kennen es nicht,
wir kennen das Haus nicht, es gehört uns nur.
Wir haben es nicht gebaut, gekauft gestohlen,
wir brauchen es nicht, es gehört uns nur.
Wir wissen nicht, ob die Tür einen Riegel hat,
einen Vorhang oder ein Schlüsselloch.
Das Haus gehört uns, aber wir kennen es nicht.
Das Haus gehört uns, aber wir kennen es nicht.

 

 

Vogel

DER VOGEL IST VON ALLEM DAS GEGENTEIL –
Aber kein Gegenteil von Luft und Himmel
die sind Palast und Tanzraum der Vogelvölker.

Bis ans Ende der Weltnacht eine Dohle,
die im letzten Schnee des Märzmorgens ruft,
kann sein eine Elster, Stellas Silberkettchen
im Schnabel, wohin damit. Er ist nicht
Gegenteil des Lichts, des Meers, des Sommers,
der Stürme aus neunzig Richtungen des Nadir.

Er ist der Schwarze Milan und hat keine Feinde.
Mein Vogel, aber er kennt mich nicht.

 

 1776462-80d08436f0b7373455615c8d15055f08.jpg
Christoph Meckel (Berlijn, 12 juni 1935)

 

 

De Duitse schrijver, schilder en illustrator Wolfgang Herrndorf werd geboren op 12 juni 1965 in Hamburg. Zie ook alle tags voor Wolfgang Herrndorf op dit blog.

Uit: Sand

“Auf der Lehmziegelmauer stand ein Mann mit nacktem Oberkörper und seitlich ausgestreckten Armen, wie gekreuzigt. Er hatte einen verrosteten Schraubenschlüssel in der einen Hand und einen blauen Plastikkanister in der anderen. Sein Blick fiel über Zelte und Baracken, Müllberge und Plastikplanen und die endlose Wüste hinweg auf einen Punkt am Horizont, über dem in Kürze die Sonne aufgehen musste.
Als es so weit war, schlug er Schraubenschlüssel und Plastikkanister gegeneinander und rief: «Meine Kinder! Meine Kinder!»
Die östlichen Wände der Baracken flammten hellorange auf. Der hohle, schleppende Rhythmus sank in die bleigrauen Gassen hinab. In Kuhlen und Gräben wie Mumien liegende verschleierte Gestalten erwachten, rissige Lippen formten Worte zu Lob und Preis des alleinigen Gottes. Drei Hunde tauchten ihre Zungen in eine schlammige Pfütze. Die ganze Nacht über war die Temperatur nicht unter dreißig Grad gesunken.
Unbeeindruckt hob sich die Sonne über den Horizon und schien über Lebende und Tote, Gläubige und Ungläubige, Elende und Reiche. Sie schien über Wellblech, Sperrholz und Pappe, über Tamarisken und Dreck und eine dreißig Meter hohe Barriere aus Müll, die Salzviertel und Leeres Viertel von den übrigen Bezirken der Stadt trennte. Ungeheure Mengen von Plastikflaschen und entkernten Autos erstrahlten in ihrem Licht, Pylonen aus aufgeklopften Batteriegehäusen, zerschroteten Ziegeln, Schamott, Gebirge aus Fäkalschlamm und Tierkadavern. Über die Barriere hinweg hob sich die Sonne und beschien die ersten Häuser der Ville Nouvelle, vereinzelte zweistöckige Gebäude im spanischen Stil und die bröckeligen Minarette der Vorstadt. Lautlos glitt sie über die Rollbahn des Militärflughafens, die Tragflächen einer verlassenen Mirage 5, den Suq und die angrenzenden Verwaltungsgebäude von Targat. Ihr Licht glänzte auf herabgelassenen Metallrouleaus kleiner Handwerksgeschäfte und drang durch die Fensterläden des zu dieser Stunde noch unbesetzten Zentralkommissariats, wanderte die von Halfagras gesäumte Hafenstraße hinauf, rieselte am zwanzigstöckigen Sheraton-Hotel hinunter und erreichte kurz nach sechs Uhr das vom Küstengebirge sanft abgeschirmte Meer. Es war der Morgen des 23. August 1972.”

 1776462-6601cd15d57cf614abb9524060fef536.jpg
Wolfgang Herrndorf (12 juni 1965 – 26 augustus 2013)

 

 

De Nederlandse schrijfster Anne Frank werd geboren in Frankfurt am Main op 12 juni 1929. Zie ook alle tags voor Anne Frank op dit blog.

Uit:The Diary of a Young Girl (Vertaald door B. M. Mooyart-Doubleday)

“FRIDAY, JULY 10, 1942
Dearest Kitty,
I've probably bored you with my long description of our house, but I still think you should know where I've ended up; how I ended up here is something you'll figure out from my next letters.
But first, let me continue my story, because, as you know, I wasn't finished. After we arrived at 263 Prinsengracht, Miep quickly led us through the long hallway and up the wooden staircase to the next floor and into the Annex. She shut the door behind us, leaving us alone. Margot had arrived much earlier on her bike and was waiting for us.
Our living room and all the other rooms were so full of stuff that I can't find the words to describe it. All the cardboard boxes that had been sent to the office in the last few months were piled on the floors and beds. The small room was filled from floor to ceiling with linens. If we wanted to sleep in properly made beds that night, we had to get going and straighten up the mess. Mother and Margot were unable to move a muscle. They lay down on their bare mattresses, tired, miserable and I don't know what else. But Father and I, the two cleaner-uppers in the family, started in right away.
All day long we unpacked boxes, filled cupboards, hammered nails and straightened up the mess, until we fell exhausted into our clean beds at night. We hadn't eaten a hot meal all day, but we didn't care; Mother and Margot were too tired and keyed up to eat, and Father and I were too busy.
Tuesday morning we started where we left off the night before. Bep and Miep went grocery shopping with our ration coupons, Father worked on our blackout screens, we scrubbed the kitchen floor, and were once again busy from sunup to sundown. Until Wednesday, I didn't have a chance to think about the enormous change in my life. Then for the first time since our arrival in the Secret Annex, I found a moment to tell you all about it and to realize what had happened to me and what was yet to happen.
Yours,
Anne”

 1776462-b85d1ed6304e002b57d6258db984ad56.jpg
Anne Frank (12 juni 1929 – maart 1945)
Scene uit een opvoering van “Je Anne” in Amsterdam, 2011

 

 

De Turks-Duitse schrijfster en actrice Renan Demirkan werd geboren op 12 juni 1955 in Ankara. Zie ook alle tags voor Renan Demirkan op dit blog

Uit:Respekt

„Und der Moslem will es vom Christen.
Genauso wie der alte Mensch vom jungen.
Oder der schwarze vom weißen.
Behinderte wollen es von Nichtbehinderten.
Der Ohnmächtige vom Mächtigen.
Selbst der Kriminelle will es vom Gesetzestreuen.
Sie alle wollen Respekt.
Aber warum?
Was ist dieser „Respekt“, wonach ausgegrenzte Menschen verlangen wie Verletzte nach einem Arzt?
Was schmerzt sie so sehr, dass der Mangel an Respekt ihren Blick schamvoll krümmt und sie mal aggressiv, mal apathisch werden lässt?
Was erhoffen sich all diese Menschen an den sozialen und kulturellen Rändern?
Und warum hört man diese verbindende Forderung nicht von Wohlhabenden und Besitzenden?
Brauchen sie denn keinen Respekt?
Was also ist dieser „Respekt“?
Wo tut man ihn sich hin? Und was macht er mit dem Respektierten?
Welche Geschichten – welche Tränen wischt das Gefühl, respektiert zu sein, ab?
Gibt es da vielleicht einen universellen „Respektcode“ für Ausgegrenzte? Ein Zauberwort gegen Demütigung?
Warum denn sonst verlangen sie ausgerechnet nach „Respekt“, der kaum zu finden ist, und begnügen sich nicht mit der kreuz und quer feilgebotenen „Toleranz“ oder mit der regelmäßig reanimierten „Solidarität“ oder mit der bei jedem Wahlkampf wiedergeborenen „Gerechtigkeit“?“

 

 1776462-3434a0345b8e3af03955ead3f63aac16.jpg
Renan Demirkan (Ankara, 12 juni 1955)

 

 

De Amerikaanse schrijfster Djuna Barnes werd geboren in Cornwall-on-Hudson, Orange County in de staat New York op 12 juni 1892. Zie ook alle tags voor Djuna Barnes op dit blog.

Uit: Nightwood

“His embarrassment took the form of an obsession for what he termed "Old Europe": aristocracy, nobility, royalty. He spoke any given title with a pause before and after the name. Knowing circumlocution to be his only contact, he made it interminable and exacting. With the fury of a fanatic he hunted down his own disqualification, re-articulating the bones of the Imperial Courts long forgotten (those long remembered can alone claim to be long forgotten), listening with an unbecoming loquacity to officials and guardians for fear that his inattention might lose him some fragment of his resuscitation. He felt that the great past might mend a little if he bowed low enough, if he succumbed and gave homage.
In nineteen hundred and twenty he was in Paris (his blind eye had kept him out of the army), still spatted, still wearing his cutaway, bowing, searching, with quick pendulous movements, for the correct thing to which to pay tribute: the right street, the right cafe, the right building, the right vista. In restaurants he bowed slightly to anyone who looked as if he might be "someone," making the bend so imperceptible that the surprised person might think he was merely adjusting his stomach. His rooms were taken because a Bourbon had been carried from them to death. He kept a valet and a cook, the one because he looked like Louis the Fourteenth, and the other because sheresembled Queen Victoria, Victoria in another cheaper material, cut to the poor man's purse.”

 

 1776462-fbee101f3799b097744288670671a7b1.jpg
Djuna Barnes (12 juni 1892 – 18 juni 1982)
Cover

 

 

De Italiaanse dichter en schrijver Sandro Penna werd geboren op 12 juni 1906 in Perugia. Zie ook alle tags voor Sandro Penna op dit blog.

 

A thought of love returns

A thought of love returns
To the tired heart 
As in winter twilight
   a young boy
Homeward against the sun

It was my city

It was my city, the empty one
At dawn, full with one of my desires
But my love song, my most honest one
To others remained unknown

 

Vertaald doorAlexander Booth

                                                

 1776462-fca8e4ed89ae4f3a0c3aecd43b1b5598.jpg
Sandro Penna (12 juni 1906 – 21 januari 1977)

 

 

De Zwitserse schrijfster Johanna Spyri werd geboren in Hirzel op 12 juni 1827. Zie ook alle tags voor Johanna Spyri op dit blog.

Uit: Heidi kann brauchen, was es gelernt hat

»Sesemann, das muß sein«, sagte sehr bestimmt der Herr Doktor, und als sein Freund stillschweigend und niedergeschlagen dasaß, fuhr er nach einer Weile fort: »Bedenke doch, wie die Sache steht. Klara hat seit Jahren keinen so schlimmen Sommer gehabt, wie dieser letzte war. Von einer so großen Reise kann keine Rede sein, ohne daß wir die schlimmsten Folgen zu befürchten hätten. Dazu sind wir nun in den September eingetreten, da kann es ja noch schön sein oben auf der Alp, es kann aber auch schon sehr kühl werden. Die Tage sind nicht mehr lang, und oben bleiben und da die Nächte zubringen kann Klara doch nun gar nicht. So hätte sie kaum ein paar Stunden oben zu verweilen. Der Weg von Bad Ragaz dort hinauf muß ja schon mehrere Stunden dauern, denn zur Alp hinauf muß sie entschieden im Sessel getragen werden. Kurz, Sesemann, es kann nicht sein! Aber ich will mit dir hineingehen und mit Klara reden, sie ist ja ein vernünftiges Mädchen, ich will ihr meinen Plan mitteilen. Im kommenden Mai soll sie erst nach Ragaz hinkommen; dort soll eine längere Badekur unternommen werden, so lange, bis es hübsch warm wird oben auf der Alp. Dann kann sie dort von Zeit zu Zeit hinaufgetragen werden, da wird sie diese Bergpartien erfrischt und gestärkt, wie sie dann sein wird, ganz anders genießen, als es jetzt geschähe. Du begreifst auch, Sesemann, wenn wir noch eine leise Hoffnung für den Zustand deines Kindes aufrechterhalten wollen, so haben wir die äußerste Schonung und die sorgfältigste Behandlung zu beobachten.«
Herr Sesemann, der bis dahin schweigend und mit dem Ausdrucke trauriger Ergebung zugehört hatte, fuhr jetzt auf einmal empor:
»Doktor«, rief er aus, »sag es mir ehrlich: Hast du wirklich noch Hoffnung auf eine Änderung dieses Zustandes?«

 

 1776462-b190d15a8ebb93ebe60f6dd425692e16.jpg
Johanna Spyri (12 juni 1827 - 7 juli 1901)
Scene uit de Oostenrijkse film “Heidi” uit 1965

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 12e juni ook mijn blog van 12 juni 2012 en ook mijn blog van 12 juni 2011 deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:24 Reageer op dit bericht

William Styron, Renée Vivien, Jean-Pierre Chabrol, Sophie van der Stap, Ben Jonson, Yasunari Kawabata, Athol Fugard

De Amerikaanse schrijver William Styron werd op 11 juni 1925 in Newport News in de staat Virginia geboren. Zie ook alle tags voor William Styron op dit blog.

Uit: Darkness Visible

“When I was aware that I had been laid low by the disease, I felt a need, among other things, to register a strong protest against the word “depression.” Depression, most people know, used to be termed ‘melancholia,” a word which appears in English as early as the year 1305 and crops up more than once in Chaucer, who in his usage seemed to be aware of its pathological nuances. “Melancholia” would still appear to be a far more apt and evocative word for the blacker forms of this disorder, but it was usurped by a noun with a bland tonality and lacking any magisterial presence, used indifferently to describe an economic decline or a rut in the ground, a true wimp of a word for such a major illness. It may be that the scientist generally held responsible for its currency in modern times, a Johns Hopkins Medical School faculty member justly venerated—the Swiss-born Adolf Meyer—had a tin ear for the finer rhythms of English and therefore was unaware of the semantic damage he had inflicted by offering “Depression” as a descriptive noun for such a dreadful and raging disease. Nonetheless, for over seventy-five years the word had slithered innocuously through the language like a slug, leaving little trace of its intrinsic malevolence and preventing, by its very insipidity, a general awareness of the horrible intensity of the disease when out of control.
As one who has suffered from the malady in extremis yet returned to tell the tale, I would lobby for a truly arresting designation. “Brainstorm,” for instance, has unfortunately been preempted to describe, somewhat jocularly, intellectual inspiration. But something along these lines is needed. Told that someone’s mood disorder has evolved into a storm—a veritable howling tempest in the brain, which is indeed what a clinical depression resembles like nothing else—even the uninformed layman might display sympathy rather than the standard reaction that ‘depression” evokes, something akin to So what?” pr “You’ll pull out of it” or “We all have bad days. The phrase “nervous breakdown” seems on its way out, certainly deservedly so, owing to its insinuation of a vague spinelessness, but we still seem destined to be saddled with “depression” until a better, sturdier name is created."

 

 1776016-223d789a795ab12fff16d1ee44777ce2.jpg
William Styron (11 juni 1925 – 1 november 2006)

 

 

De Britse dichteres en schrijfster Renée Vivien (eig. Pauline Mary Tarn) werd geboren op 11 juni 1877 in Londen. Zie ook alle tags voor Renée Vivien op dit blog.

 

À l’Amie

Dans tes yeux les clartés trop brutales s’émoussent.
Ton front lisse, pareil à l’éclatant vélin,
Que l’écarlate et l’or de l’image éclaboussent,
Brûle de reflets roux ton regard opalin.
Ton visage a pour moi le charme des fleurs mortes,
Et le souffle appauvri des lys que tu m’apportes
Monte vers tes langueurs du soleil au déclin.

Fuyons, Sérénité de mes heures meurtries,
Au fond du crépuscule infructueux et las.
Dans l’enveloppement des vapeurs attendries,
Dans le soir énerve, je te dirai très bas.
Ce que fut la beauté de la Maîtresse unique…
Ah ! cet âpre parfum, cette amère musique
Des bonheurs accablés qui ne reviendront pas !

Ainsi nous troublerons longtemps la paix des cendres.
Je te dirai des mots de passion, et toi,
Le rêve ailleurs, longtemps, de tes vagues yeux tendres,
Tu suivras ton passé de souffrance et d’effroi.
Ta voix aura le chant des lentes litanies
Où sanglote l’écho des plaintes infinies,
Et ton âme, l’essor douloureux de la Foi.

 

 

Aurore sur la Mer

Je te méprise enfin, souffrance passagère !
J’ai relevé le front. J’ai fini de pleurer.
Mon âme est affranchie, et ta forme légère
Dans les nuits sans repos ne vient plus l’effleurer.

Aujourd’hui je souris à l’Amour qui me blesse.
O vent des vastes mers, qui, sans parfum de fleurs,
D’une âcre odeur de sel ranimes ma faiblesse,
O vent du large ! emporte à jamais les douleurs !

Emporte les douleurs au loin, d’un grand coup d’aile,
Afin que le bonheur éclate, triomphal,
Dans nos cœurs où l’orgueil divin se renouvelle,
Tournés vers le soleil, les chants et l’idéal !

 

 1776016-4dc063ac4dee2545fdfddd379ce38f1f.jpg
Renée Vivien (11 juni 1877 – 10 november 1909)

 

 

De Franse schrijver Jean-Pierre Chabrol werd geboren op 11 juni 1925 in Chamborigaud. Zie ook alle tags voor Jean-Pierre Chabrol op dit blog.

Uit: Le crève Cévenne

« Rivera Manuel Blasco Velasquez Garcia ferme ses contrevents, toussant si péniblement qu’il ne me salue que du menton. Mineur retraité depuis cet été, Rivera est silicosé à 80 %. Nous l’appelons affectueusement : « Crèvera ».
En somme, je broie du noir, tombé de ma bibliothèque attiédie dans la rue cisaillée par des bises contrariées. Maussade. C’est le temps, c’est la saison. Et puis le boulanger m’a dit que Mme Sirven était bien « fatiguée », ce qui signifie, chez nous, qu’elle est à l’article de la mort. Elle a quatre-vingt-cinq ans. Elle a inventé une sorte de métier qu’elle a exercé tout au long de sa vie.
Aussi loin que remontent mes souvenirs, je la revois toujours au même endroit, toujours pareille : à l’entrée du grand tournant, quand on quitte le village en direction de la montagne. Très maigre, à peine voûtée, toute vêtue de noir, d’étranges yeux, très clairs, bordés de sang. Je ne l’ai jamais vue jeune, je ne l’ai jamais vue vieillir.
L’après-midi de ce lundi 5 novembre 1971 tire à sa fin. À l’auberge, il y a le Fossoyeur, le père Louiset, l’Aubergiste et moi. La nuit tombe. Mme Sirven se meurt, et nous parlons. »

 

 1776016-e9c9f90608cbbdc85add84fee61793a1.jpg
Jean-Pierre Chabrol (11 juni 1925 – 1 december 2001)

 

 

De Nederlandse schrijfster Sophie van der Stap werd geboren in Amsterdam op 11 juni 1983. Zie ook alle tags voor Sophie van der Stap op dit blog.

Uit: Heute bin ich blond (Vertaald door Barbara Heller)

„Gemüsehändler, die mir eine Extratüte Vitamine in den Einkaufskorb packen. Freunde, die mich fest in den Arm nehmen. Meine Familie, die mit mir weint. Mit nassen Augen schaue ich in den Spiegel und lasse die Frau mit meinen neuen Haaren spielen. Von meinen vollen Lippen ist nur noch ein bestürzter Strich übrig, quer durch mein Gesicht. Je länger die Frau an meinen Haaren herumzupft, desto dünner wird der Strich und desto verzweifelter werde ich. Ich sehe einfach unmöglich aus. Soeben bin ich mir im Spiegel abhandengekommen.
Endlich verlasse ich die Kabine, mit einem Muttchenkopf, der nicht meiner ist. Es sieht potthässlich aus, und es juckt. Das ist keine Sophie mehr, nicht mal annähernd, das ist eine steife, langweiligealte Jungfer aus einem steifen, langweiligen Ort wie Wassenaar. Die Frau redet mir aufmunternd zu. »Du musst dich erst damit anfreunden. Das geht nicht von heute auf morgen. Spiel ein bisschen damit, probier es aus, und in zwei Wochen bist das ganz du.« Jaja. Ganz ich. Ich – eine steife alte Jungfer? Ich – eine Stella?“

 

 1776016-80e9edfed9095c255d8af01f3e9c753e.jpg
Sophie van der Stap (Amsterdam, 11 juni 1983)
 

 

 

De Engelse dichter en schrijver Ben Jonson werd geboren rond 11 juni 1572 in Westminster, Londen. Zie ook alle tags voor Ben Jonson op dit blog.

 

A Farewell To The World

False world, good night! since thou hast brought
That hour upon my morn of age;
Henceforth I quit thee from my thought,
My part is ended on thy stage.

Yes, threaten, do. Alas! I fear
As little as I hope from thee:
I know thou canst not show nor bear
More hatred than thou hast to me.

My tender, first, and simple years
Thou didst abuse and then betray;
Since stir'd'st up jealousies and fears,
When all the causes were away.

Then in a soil hast planted me
Where breathe the basest of thy fools;
Where envious arts professed be,
And pride and ignorance the schools;

Where nothing is examined, weigh'd,
But as 'tis rumour'd, so believed;
Where every freedom is betray'd,
And every goodness tax'd or grieved.

But what we're born for, we must bear:
Our frail condition it is such
That what to all may happen here,
If 't chance to me, I must not grutch.

Else I my state should much mistake
To harbour a divided thought
From all my kind-that, for my sake,
There should a miracle be wrought.

No, I do know that I was born
To age, misfortune, sickness, grief:
But I will bear these with that scorn
As shall not need thy false relief.

Nor for my peace will I go far,
As wanderers do, that still do roam;
But make my strengths, such as they are,
Here in my bosom, and at home.

 

 1776016-ddd57f7245bd4538de96e8e71982e1bd.jpg
Ben Jonson (ca. 11 juni 1572 – 6 augustus 1637)
Ben Jonson en William Shakespeare door Paul Rainer

 

 

De Japanse schrijver Yasunari Kawabata werd geboren op 11 juni 1899 in Osaka. Zie ook alle tags voor Yasunari Kawabata op dit blog.

Uit: The House of the Sleeping Beauties (Vertaald door Edward Seidensticker)

“He was not to do anything in bad taste, the woman of the inn warned old Eguchi. He was not to put his finger into the mouth of the sleeping girl, or try anything else of that sort.
There was this room, of about four yards square, and the one next to it, but apparently no other rooms upstairs. And, since the downstairs seemed too restrict for guests rooms, the place could scarcely be called an inn at all. Probably because its secret allowed none, there was no sign at the gate. All was silence. Admitted through the locked gate, old Eguchi had seen only the woman to whom he was now talking. It was his first visit.
He did not know whether she was the proprietress or a maid. It seemed best not asked.
A small woman perhaps in her mid-forties, she had a youthful voice, and it was as if she had especially cultivated a calm, steady manner. The thin lips scarcely parted as she spoke. She did not often look at Eguchi. There was something in the dark eyes that lowered his defenses, and she seemed quite at ease..
She made tea from the iron kettle on the bronze brazier. The tea leaves and the quality of the brewing were astonishingly good for the place and the occasion.. to put old Eguchi more tranquilized. In the alcove hung a picture of Kawai Gyokudِ, probably a reproduction, of a mountain village warm with autumn leaves. Nothing suggested it room had unusual secrets.
"And please do not try to wake her. Not that you could, whatever you did. She is soundly asleep and knows nothing."
The woman said it again: "She will sleep on and on and knows nothing at all, from start to finish. Not even who's been with her, You needn't worry."
Eguchi said nothing of the doubts that were coming over him.
"She is a very pretty girl. I only take guests I know I can trust."

 

 1776016-5078746edc22f16c2ee7db9b9e61aea8.jpg
Yasunari Kawabata (11 juni 1899 — 16 april 1972)

 

 

De Zuidafrikaanse schrijver Harold Athol Lannigan Fugard werd geboren op 11 juni 1932 in Middelburg, Kaapprovincie. Zie ook alle tags voor Athol Fugard op dit blog.

Uit:Master Harold...and the boys

“Anybody who thinks there's nothing wrong with this world needs to have his head examined. Just when things are going all right, without fail someone or something will come along and spoil everything. Somebody should write that down as a fundamental law of the Universe. The principle of perpetual disappointment. If there is a God who created this world, he should scrap it and try again.”
(…)

“Those are big collisions, Hally. They make for a lot of bruises. People get hurt in all that bumping, and we're sick and tired of it now. It's been going on for too long. Are we never going to get it right?...Learn to dance life like champions instead of always being just a bunch of beginners at it?”
(…)

“The clocks are ticking my friends. History has got a strict timetable. If we're not careful we might be remembered as the country who arrived to late.”

 

 1776016-57d14c76b14b08b59bfc034272ed1aed.jpg
Athol Fugard (Middelburg (ZA), 11 juni 1932)
Scene uit een opvoering in Kaapstad, 2013

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 11e juni ook mijn blog van 11 juni 2012 en ook mijn blog van 11 juni 2011 deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:48 Reageer op dit bericht

Nnimmo Bassey

De Nigeriaanse dichter, architect, en milieuactivist Nnimmo Bassey werd geboren in Akwa Ibom op 11 juni 1958. Sinds 2008 is hij voorzitter van Friends of the Earth International. Bassey begon zijn carrière als architect. Hij publiceerde in zijn vakgebied enkele boeken en schreef daarnaast enkele gedichtenbundels. In de jaren negentig was hij voorzitter van zowel de vereniging van Afrikaanse architecten als van Nigeriaanse schrijvers. In de jaren tachtig werd hij actief op het gebied van de mensenrechten en nam hij plaats in het bestuur van de Civil Liberties Organisation. In 1993 was hij een van de oprichters van Environmental Rights Action (ERA), een Nigeriaanse niet-gouvernementele organisatie die zich vooral richt op de milieuschade die wordt veroorzaakt door oliewinning. De organisatie is aangesloten bij Friends of the Earth International. In 1996 werd Bassey korte tijd gevangengezet door de veiligheidsdienst van Nigeria, toen hij op het punt stond een milieucongres in Ghana te bezoeken om met activisten in andere landen te praten over milieuproblematiek in Nigeria. In 2008 werd Bassey voorzitter van zowel de ERA als de FoEI. In 2010 publiceerde hij het boek “To Cook a Continent: Destructive Extraction and the Climate Crisis in Africa”. In 2009 plaatste Time Magazine hem op de lijst van Heroes of the Environment. In 2010 werd hij onderscheiden met een Right Livelihood Award en in 2012 met de Noorse Thorolf Rafto-prijs.

 

I will not dance to your beat

I will not dance to your beat
If you call plantations forests
I will not sing with you
If you privatise my water
I will confront you with my fists
If climate change means death to me but business to you
I will expose your evil greed
If you don’t leave crude oil in the soil
Coal in the hole and tar sands in the land
I will confront and denounce you
If you insist on carbon offsetting and other do-nothing false solutions
I will make you see red
If you keep talking of REDD and push forest communities away from their land
I will drag you to the Climate Tribunal
If you pile up ecological debt
& refuse to pay your climate debt
I will make you drink your own medicine
If you endorse genetically modified crops
And throw dust into the skies to mask the sun
I will not dance to your beat
Unless we walk the sustainable path
And accept real solutions & respect Mother Earth
Unless you do
I will not &
We will not dance to your beat

 

 1848428-758b293784a3571383362c5dcdbf7594.jpg
Nnimmo Bassey (Akwa Ibom, 11 juni 1958)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

N. P. van Wyk Louw

De Zuid-Afrikaans schrijver en dichter Nicolaas Petrus van Wyk Louw werd geboren in Sutherland op 11 juni 1906. Na veertien jaar in Sutherland gewoond te hebben verhuisde Louw in 1920 met zijn familie naar Kaapstad waar hij zijn schoolloopbaan voltooide. Vervolgens studeerde Louw filosofie en Duits in Kaapstad en werd hij voor een korte tijd onderwijzer voordat hij tot in 1930 als docent in die opvoedkunde aan de Universiteit van Kaapstad werd aangesteld. In 1930 is N.P. van Wyk Louw getrouwd met Joan Wessels. Het huwelijk werd echter in 1938 ontbonden. Hij is later met Truida Pohl getrouwd. Sedert 1948 woonde het gezin Louw in Europa waar hij tot en met 1958 een hoogleraarschap in de Zuid-Afrikaanse letterkunde, geschiedenis en cultuur aan de Universiteit van Amsterdam bekleed heeft. Na zijn terugkeer vestigde hij zich in Johannesburg alwaar hij vanaf 1960 als hoofd van het Departement Afrikaans en Nederlands aan de Universiteit van die Witwatersrand werd aangesteld. Louw dichtte aanvankelijk in het Engels, maar geïnspireerd door zijn jongere broer, de dichter W.E.G. Louw publiceerde hij in 1935 en 1937 de baanbrekende bundels “Alleenspraak” en “Die Halwe Kring”. Sedertdien wordt hij beschouwd als hoofdfiguur van de zogenaamde 'Dertigers' en zijn toneelstukken en dichtbundels verwierven de status van klassiekers. De schrijver Karel Schoeman beschouwt Louw als Zuid-Afrika's grootste dichter "en een van die min figure van wêreldformaat wat die land nog opgelewer het". In 1945 richtte hij, samen met zijn broer W.E.G. Louw en de van oorsprong Nederlandse letterkundige H.A. Mulder, het tijdschrift Standpunte op, dat aanvankelijk als kwartaalblad, maar later zes maal per jaar verscheen, en dat ook thans nog kan gelden als het meest gezaghebbende culturele tijdschrift van Zuid-Afrika.

 

Die boodskap aan Maria

Sy ‘t deur die skaduwee gegaan
in die soet lentenag,
skraal-wit en skemerig en nog sku
van naamlose verwag;

soos ‘n groot nagblom oop
waaroor die motte bewend hang,
so was sy onder die sterre, in haar
onwetende verlang.

Maar toe Hy kom, het sy geweet.
Geen stem was daar,
net enkele sterre donkerder
en blydskap soos ‘n tent óm haar;

en alle verlange buitekant
het trug- en tuisgekeer
tot innigheid, en rus gekry
soos waters in ‘n donkere meer,

en huiswaarts oor die paaie het sy
gepeins dat vreugde só kon wees:
vervuld en woordeloos, en stil
geglimlach oor haar verre vrees.

 

 

In waanzin heb ik gevraagd

In waanzin heb ik gevraagd, o God,
voor mij de vrede van de ster,
om boven de bergen stil te wonen,
de wereld onder dof en ver.

Ik wilde Uw lichaam zien en grijpen,
ik wilde de zee vangen in mijn net;
ik wilde Uw macht vangen, vangen en binden
met de koperen kettingen van mijn wet.

Dan wilde ik zelf in glorie tronen,
hof houden bij winden en bij sterren;
ik wilde met eeuwig-stille ogen
op U en op Uw knechtschap zien.

vergeef die wilde en dwaze bede —
o God, hoe kon ik wijzer zijn?
Maar, moet Uw vlam mijn voorhoofd kronen,
ik neem de glorie en de angst!

Voor mij niet meer de dwaze rust
van mensen en van dag en jaar,
voor mij de vlammen van Uw wagen,
en ogen die in verten staren.

Voor mij het kruis en de doornenkroon,
de reizen die geen einde hebben,
voor mij het zoeken dat nooit vindt,
voor mij de sterren zonder wet.

O God, voor mij de wilde zin,
de ogen die hun waanzin laten zien,
om wat ondenkbaar is te denken,
en wat onmogelijk is te beginnen.

Ik zal ons Weten aan stukken scheuren
en uitstrooien tussen sterren en maan!
Zal ik met zo’n haveloos kleed
Uw wegen, o God, Uw wegen gaan?

Zo zal ik met een lichaam naakt
de reis door dit wonderleven maken,
met wonderogen in het licht
dat om mij heen van Uw Wonder beeft.

Er is één heerlijkheid: U zien;
er is één rust: U zoeken;
om niet te weten – dat is Uw zegen;
en om te vinden – dat is Uw vloek.

 

Vertaald door Adriaan van Dis en Robert Dorsman

 

 1803556-fd58d04af5c8f413c9656f9549dcb5d3.jpg
N. P. van Wyk Louw (11 juni 1906 – 18 juni 1970)



Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Louis Couperus, Jacques Perk, Saul Bellow, Mensje van Keulen, Jan Brokken, Oktay Rifat

De Nederlandse schrijver Louis Couperus werd op 10 juni 1863 geboren in Den Haag. Zie ook alle tags voor Louis Couperus op dit blog.

Uit: Extaze

“Dolf Van Attema was op zijne wandeling na den eten aangegaan bij de zuster zijner vrouw, Cecile Van Even, op den Scheveningschen weg, en hij wachtte in den kleinen voorsalon, wandelend tusschen de rozenhouten meubeltjes en de vieux roze moiré cauzeuses met de drie, vier groote passen, waarmeê hij de nauwte van het vertrekje telkens en telkens scheen over te meten. Achter de chaise-longue brandde op een onyxen zuil eene lamp van onyx, onder hare kanten kap zacht gloeiend als eene groote, zeshoekige lichtbloem.
Mevrouw was nog bij de jongens, die juist naar bed gingen, had de meid tot Van Attema gezegd en het speet hem zijn petekind, den kleinen Dolf, dien avond niet meer te zullen zien; hij had reeds even naar boven willen loopen om met Dolf in zijn bedje te stoeien, maar ook had hij zich aanstonds Cecile's verzoek herinnerd, dit toch nooit meer te doen; de jongen bleef uren wakker liggen na zoo een gedartel met oom. En hij wachtte dus nu, met een glimlach om die gehoorzaamheid, zijne schoonzuster af, steeds metende den kleinen salon met zijn pas van een stevig, kort man, ineengedrongen en breed, niet jong meer en wat ivoorachtig kalend onder zijn kort, donkerblond haar, zijne oogen klein-vriendelijk en prettig blauw-grijs, zijn mond beslist flink, - al glimlachte hij ook - in het rossige gekroes van zijn korten Germaan-baard.
Een houtblok brandde met een paar kronkeltongen in het haardje van nickel en verguld, als een vuurtje van stille intimiteit, als eene vlam van discretie, in die schemeratmosfeer van, met kant gedekt, lampeschijnsel, intimiteit en discretie verspreidden ook door geheel het nauwe vertrekje iets als een aroom van viooltjes, eene nuance van viooltjes-geur, die school in de zachtheid der tinten van behang en meubelen, - fletsch roze moiré en rozehout, - die hing in het hoekje der kleine rozehouten schrijftafel, met hare enkele zilveren zaakjes om te schrijven en hare portretten in gladde, glazen Mora-lijstjes; een kleine, witte, Venetiaansche spiegel daar boven."

 

 1775672-2ae7920f1eb34e86895595272910878c.jpg
Louis Couperus (10 juni 1863 – 16 juli 1923)
 

 

 

De Nederlandse dichter Jacques Fabrice Herman Perk werd geboren in Dordrecht op 10 juni 1859. Zie ook alle tags voor Jacques Perk op dit blog.

 

Tevredenheid

Een rozelaar staat aan de groene zoom
Des meers, en spiegelt zich; de rozen hangen
Voorover, turend naar haar frisse wangen...
Daar valt er éne, en dobbert op de stroom:

Zij drijft, en komt, waar, weelderig en loom,
Een water-roos haar houdt in 't blad gevangen.
"Wees welkom!" (zegt die) "kunt gij meer verlangen?
Hier is 't een leven uit een tover-droom."

Maar de andre roos krijgt krinkels, scheuren, naden,
Verschrompelt, en wordt groen en bruin en zwart,
En zinkt, door haar met deze smaad beladen:

"Zo'n ontevreden en verdorven hart,
Dat water, lommer, kroos en slib durft smaden
En doet of 't beste en edelste haar smart!"

 

 

Een adder

Hoe gloeit de bezie langs het holle pad,
En schudt het bolle hoofdje heen en weder!
De rozen strooien blanke blaadjes neder,
En 't geiteblad houdt roos en rots omvat:

De rots van klimop pronkt met geiteblad,
Dat, uitgeschoten als een slanke veder,
Zich losser plooide, breder steeds en breder,
Tot het de blauwe verte in de armen had:

De woudduif koert... Daar ritslen dorre blâren...
O, angst! daar schuifelt iets: twee vonken staren...
Het sist - een adder slingert zich om 't been:

Zo slingert zich in deze stille stonde
Het zoet verlangen naar de zoetste zonde
Gelijk een adder om mijn ziele heen...

 

 

Dropsteen

Bij 't rossig, zwaaiend schijnsel der flambouw,
Welks walmen tranen teelt bij 't krinklend stijgen,
Zie 'k spichtig kegels stijgen, pegels nijgen,
Wier blijde blankheid werd tot wenend grauw.

Het dropt, het dropt, van spits tot spits; aanschouw,
Hoe langzaam droppen door de droppen zijgen,
En vallend leven geven aan het zwijgen,
En worden tot een zuil bevrozen dauw.

Wat daalt, zoekt wat daar rijst, en welhaast zullen
Zij, samengroeiend tot een eeuw'ge zuil,
Elkaar omhelzen, en met schors omhullen.

Zó gaat het morgen in het gister schuil;
Zó kwam Mathilde mijn gemoed vervullen,
En kreeg mijn ganse ziel daarvoor in ruil.

 

 1775672-914c901c200253b3971d5949fff50c97.jpg
Jacques Perk (10 juni 1859 - 1 november 1881)

 

 

De joods-Amerikaanse schrijver Saul Bellow werd geboren op 10 juni 1915 te Lachine, een voorstad van Montreal. Zie ook alle tags voor Saul Bellow op dit blog.

Uit: Humboldt's Gift

“Where men are as nude as the troglodytes of Stone Age Adriatic caverns and sit together dripping and red, like sunset in a mist, and, as in this case, one has a full brown sparkling beard, and eyes are meeting eyes through streaming sweat and vapor, strange things are apt to be spoken”
(…)

“Against the wall was a sofa bed covered in green chenille. As soon as I saw this object I knew it would defeat me. I was sure I would never be able to get it open. Once anticipated this challenge would not leave my head. I had to meet it at once. The trapezoid foam-rubber bolsters weighed nothing. I pushed them away and pulled off the fitted spread. The sheets under it were perfectly clean. Then I knelt and groped under the sofa frame for a lever. Renata watched silent as my face grew tight and reddened. I crouched and pulled, furious with manufacturers who made such junk, and with the management for taking money from afternoon conferees and crucifying them in spirit” 
(…)

“Endless conveyor belts of sickness or litigation poured clients and patients into these midtown offices like dreary Long Island potatoes. These dull spuds crushed psychoanalysts’ hearts with boring character problems. Then suddenly Humboldt arrived. Oh, Humboldt! He was no potato. He was a papaya a citron a passion fruit”

 

 1775672-cd7b3c46c568817d00025a4ad70e5199.jpg
Saul Bellow (10 juni 1915 - 5 april 2005)
 

 

 

De Nederlandse schrijfster Mensje van Keulen werd op 10 juni 1946 geboren in Den Haag. Zie ook alle tags voor Mensje van Keulen op dit blog.

Uit: De bruiloft

“Onder de drankreclames op de richeltjes staan tafeltjes en houten stoelen op metalen poten. Ze staan aan beide kanten van het zaaltje maar slechts een kant is bezet door familie en buren.
In het midden zitten de witte bruid en haar man in streepjespak.
Steunkousnicht Bettie komt feliciteren. Oom Arie met de grote neusgaten houdt haar z'n wang voor en ze geeft hem een vlugge naast z'n neus. Tante Sientje van de bloemenkoopman wil er ook een.
Duitse Marie gilt:
‘Ik heb Bettie vorige week in de Spuistraat gezien. Ik zei m'n kop deraf als ze dat niet is’.
‘Wat zeg je?’, vraagt dove tante Cor.
‘Ik zei m'n kop deraf als ze dat niet is’.
‘Waarom je kop deraf?’
‘Moet ik dan zeggen?’
‘Wat?’
‘Ja, het is goed zo’. Tegen de bruid: ‘Rot als je niks kan horen. Hoe gaat het eigenlijk met moeder? Is ze de hele dag gebleven?’
De bruid houdt het handje van haar man vast. Haar voorhoofd en kin glimmen van de spanning.
‘Nou, wel goed geloof ik. Ja, de hele dag. Maar ze eet haast niks meer.’
‘Anders wel een dag voor haar, he?’
Jopie glimlacht, kijkt vertederd naar bleke oma.
Door het zaaltje rennen de eendagsgekrulde blauwe bruidsmeisjes met nichtjes en neefjes. De neefjes brommen een rij van auto's. Bij het keerpunt pakken ze af en toe een bleke bruidssuiker.
De ober neemt bestellingen op. Zijn pak glimt van het strijken, zijn haar van het vet. De sherry ziet erg bleek”.

 

 1775672-f8f38cc593f9c53f0bca03da697503c4.jpg
Mensje van Keulen (Den Haag, 10 juni 1946)

 

 

De Nederlandse schrijver Jan Brokken werd geboren op 10 juni 1949 in Leiden. Zie ook alle tags voor Jan Brokken op dit blog.

Uit: Baltische zielen

“Ik hing met Huig over het schanskleed van de voorsteven.
‘Alsof je in de schemer mijnen ziet,’ mompelde hij, met een sjekkie in de mondhoek.
‘Hoe zien mijnen eruit?’ vroeg ik.
‘Rond en zwart.’
Het water was even zwart. Ook dat stond ter waarschuwing op de kaart vermeld: door chemicaliën besmet water, verboden te zwemmen. De Russen hadden er werkelijk een puinhoop van gemaakt.
Het schip voer op langzame kracht. Het trilde niet, stampte niet en gleed als een zeilboot over het water. De lucht rook naar land, naar dennenbossen. De kust bleef uit twee strepen bestaan: een lichte – het strand – en een donkere – de bossen. Nergens een vuurtoren, nergens een lichtpuntje. We leken een geheime wereld binnen te varen.
Huig had Riga een jaar of twaalf geleden aangedaan. Ieder buitenlands schip kreeg toen begeleiding van twee patrouillevaartuigen van de Sovjetmarine. Ze voeren op nog geen mijl afstand en hielden de schijnwerpers constant op het schip gericht.
‘Als je langs de reling liep, durfde je nog niet aan je gat te krabben. Je wist maar nooit, misschien dachten ze dat je ging schieten.’ Sinds de opheffing van de Sovjet-Unie is de Golf van Riga opengesteld voor alle schepen van alle nationaliteiten. Hoewel Huig toch een dwarsdrijver zag naderen, ‘of ik mot stront in mijn ogen hebben’. Uit de avondnevel dook een patrouillevaartuig van de Letse kustwacht op.
De Letten vertrouwden niet wat de stuurman van ons schip via de radio had doorgegeven: dat we in bulk naar Estland voeren. Maar toen ze zagen dat de Grachtborg hoog op het water lag en geen mudje vracht in het ruim had, seinden ze dat het oké was.”

 

 1775672-e3d4205b448dac5cbb4ec2cdec83566f.jpg
Jan Brokken (Leiden, 10 juni 1949)

 

 

De Turkse dichter Oktay Rifat werd geboren op 10 juni 1914 in Trabzon. Zie ook alle tags voor Oktay Rifat op dit blog.

 

The Fisherman And The Sea

Yesterday the sea was silient,
today it's muttering.
tomorrow it could be raving and foaming,
but the fisherman who lives on his own
occasionally looks into space
and never talks for days on end.

 

Vertaald door Richard McKane

 

 

Self Revelation

How hard is my ordeal!
I know no arithm
etic
And I am employed in accounts.
My favorite dish is eggplant fried in oil
And it upsets me.
I know a freckled girl
I love her she doesn't love me.

 

Vertaald door Bernard Lewis

 

 1775672-db4afe7edca1269daf5d620f11efa6f6.jpg
Oktay Rifat (10 juni 1914 – 10 april 1988)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 10e juni ook mijn blog van 10 juni 2011 deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:39 Reageer op dit bericht

James Salter

De Amerikaanse schrijver James Salter werd geboren als James Arnold Horowitz als zoon van een welgestelde makelaar in New Jersey. Hij zat op een middelbare school in New York City. Zijn vader, Louis G.Horowitz ging in 1941 de militaire dienst in, onder de dreiging van Amerikaanse betrokkenheid bij de Tweede Wereldoorlog, en werkte zich op tot kolonel. Op zijn aandringen meldde Salter zich, op 15 juli 1942, bij de West Point (academie). Hij studeerde in 1945 af. Salter trouwde in 1951 met Ann Altemus (ze scheidden in 1975). Hun eerste kind, Allan, werd in 1955 geboren, maar kwam in 1980 bij een ongeluk om het leven. Een andere dochter, Nina, kwam in 1957 ter wereld. En uiteindelijk kreeg het paar in 1962 een tweeling, Claude en James. In 1957, hij was toen majoor, nam hij ontslag bij het leger en wijdde zich voortaan aan het schrijven. In 1976 trad Salter in het huwelijk met Kay Eldredge, die hem, in 1985, een zoon schonk, Theo. Hij beëindigde zijn militaire loopbaan in 1961, toen zijn squadron werd opgeroepen voor actie ten tijde van de crisis in Berlijn. Met zijn gezin verhuisde hij terug naar New York en veranderde voor de wet zijn achternaam van Horowitz in Salter. Salter wijdde zich voortaan aan het schrijven, eerst van filmscenario's. Hij won in 1962 een prijs op het filmfestival van Venetië voor zijn script voor een korte film over honkbal Team, Team, Team. Daarna schreef hij het scenario voor de speelfilm Downhill racer van Robert Redford. Zijn eerste twee boeken “The hunters” en “The arm of flesh”, lopen parallel met zijn tijd bij de luchtmacht. Zijn tijd in Europa leverde het materiaal voor “A Sport and a Pastime”(Sport en ander Tijdverdrijf) en “Solo Faces”. “Light Years” uit 1975 is zijn beroemdste boek. Die titel heeft twee connotaties: de tijd gaat snel, en er zijn bepaalde periodes in ons leven dat het licht meer op ons lijkt te schijnen dan op andere momenten. Salter publiceerde in 1988 een verzameling korte verhalen, “Dusk and Other Stories”. Daarvoor kreeg hij de PEN/Faulkner Award. In 2000 werd hij gekozen in de American Academy of Arts and Letters. In zijn autobiografie “Burning the days” (in 1997 in het Nederlands verschenen als Dwars door de dagen), kijkt Salter terug op een veelbewogen bestaan. Salter leek met schrijven te zijn gestopt, maar na 30 jaar, op 88-jarige leeftijd, verastte hij de (literaire) wereld met “All what is” (Alles wat is) , in Nederland een onverwachte literaire zomerhype.

Uit:All That Is

“Bowman had been in London for the Book Fair, and his homeward flight had been delayed. He landed in New York at nine in the evening. It was half an hour before he had his bags and went out to get a cab. There was a crowd, he had to share a cab with someone also going to the West Side, a woman with three or four pieces of luggage. She moved her legs to give him more room. She was sitting back in what might have been a coat with the sleeves lying as if open. They rode in silence. Bowman was prepared to keep to himself without looking at her again. In the city, strange women were not always as they appeared. There were women with grievances, disturbed women, women avidly seeking men.
As they came to the expressway, she said,
"Where are you coming from?"
It was the way she said it. She almost seemed to know him.
"London," he said, looking at her more closely for the first time. "And you?"
"From Athens."
"That's a long flight," he commented.
"They're all long. I don't like to fly. I'm always afraid the plane is going to crash."
"I don't think you have to be afraid of crashing. It's quick. It's all over in a second."
"It's what happens before that, when you know you're about to crash."
"I suppose so, but how would you prefer to die?"
"Some other way," she said.
In the light from oncoming cars he could see her dark hair and lipstick that made him take her for Greek. The expressway paralleled Manhattan, which was like a long necklace of light across the river. At the far end was the financial district and then, from midtown on up, the countless tall buildings, the great boxes of light. It was like a dream, trying to imagine it all, the windows and entire floors that never went dark, the world you wanted to be in.”

 

 1779636-0bf2ac9174e67f1d54312a6479fe7a5b.jpg
James Salter (New York, 10 juni 1925)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Xander Michiel Beute, Anton Roothaert, Maarten Doorman, Jian Ghomeshi, Mirko Bonné, Curzio Malaparte, Charles Webb, Willy Roggeman

De Nederlandse schrijver Xander Michiel Beute werd geboren op 9 juni 1975 te Gouda. Zie ook alle tags voor Xander Michiel Beute op dit blog.

Uit: Dubbelportret

““In het park beneden zit ik met een dun meisje op een bank. Ik kijk naar haar lippen. Ze zijn smal en in het lichte roze herken ik kleine groeven, dode fragmentjes huid, van iemand anders.
‘Eigenlijk heb ik helemaal geen steil haar,’ zegt ze. ‘Ik heb pijpenkrullen.’
De stijve dames en de hondjes trekken in een stoet voorbij. In de vijver staart een eend naar een dikke vis. Het meisje heeft mijn hand gepakt. Zojuist zijn we bij het graf van haar oudere broer, Mark, geweest. Een begraafplaats in de duinen. In de hemel hingen geluidloze meeuwen. Verstild spelend in de wind. Op de steen van de broer van Linda, zo heet het dunne meisje, stond: “Mark van de Berg”. Verder niets.
‘Wat doen data ertoe?’ verklaarde zijn zusje. ‘Hoe oud hij is geworden. Wanneer hij is gestorven. Wie zijn familie zijn. Een motto. Dat hoort op zo’n steen te staan. Wij bedachten dat het allemaal niet belangrijk was. Hij is dood. Dat is het enige dat telt.’
Op de steen ernaast zat een enorme vlek meeuwenpoep. Aan het einde van elke rij grafstenen stond een zwart emmertje met een borstel erin.
Mark werd onthoofd door een Haagse tram. Het was een dinsdag. Dan is er altijd veel dood aan de hand. Het regende. Hij fietste over de Turfmarkt met één hand aan het stuur omdat hij probeerde zijn handschoenen aan te trekken. Dat is lastig op de fiets. Het was koud. Met een flinke vaart naderde hij de tramrails voor de Albert Heijn. Het trambelletje rinkelde. Iets moet hem gezegd hebben dat hij nog voor de tram langs zou kunnen want, zo meldden meerdere getuigen achteraf, hij minderde geen vaart. Eerder nog leek hij te versnellen. Op het allerlaatste moment zag hij zijn fout in, maar zijn rechterhand zat klem in de handschoen. Met zijn vrije hand kneep hij uit alle macht in de handrem.”

 

 1775310-7456d6293c1867b8a545ebbcae00f98a.jpg
Xander Michiel Beute (Gouda, 9 juni 1975)
Gouda, stadhuis

 

 

De Nederlands schrijver en jurist Antonius Martinus Henricus (Anton) Roothaert werd geboren in Tilburg op 9 juni 1896. Zoe ook alle tags voor Anton Roothaert op dit blog.

Uit:Doctor Vlimmen

“Deze po-zonder-oor is een troost voor Dr. Vlimmen... Er zijn dus nog mensen, die een verschrikkelijk zotte indruk maken en het niet eens schijnen te weten. Die agent voelt zich zelfs, dat is duidelijk te zien. Toch heeft heel Dombergen gelachen, toen Willem Roels in de gemeenteraad de nieuwe helmen aldus doopte en eraan toevoegde: ‘Laten we in godsnaam niets onbeproefd laten, meneer de voorzitter, zodra het erom te doen is Dombergen in de ogen van de hele wereld onsterfelijk belachelijk te maken!’...
Opeens ziet hij door het spiegeltje een heer naderen over het trottoir naast zijn wagen. Het is Treeborg, een van de plaatselijke artsen. Hij loopt met de kin in de hoogte en steil als een kaars; aan zijn houding kan iedereen zien, dat hij over zichzelf meer dan tevreden is.
Vlimmen heeft hem gekend in Utrecht, heeft hem daar als ‘foetum’ zien aankomen, toen hij zelf derdejaars werd... Afgestudeerde charlatan,noemt hij zoiets. Bedroevend gemis aan hersens, maar een brutaliteit, die er glansrijk tegen opweegt. Door zijn huwelijk met de dochter van den rijken sigarenkistjesfabrikant Huybrechts veel te snel opgeklommen langs de sociale ladder van Dombergen en dat is den ‘feut’ in de kop geslagen. Die ladder reikt wel niet zo erg hoog... Wat zei Dacka ook weer? ‘Als onze Dombergse fabrikanten twee passen achteruit gaan, staan ze in de klompen van hun grootvaders’... Maar voor iemand als Treeborg is het een toppunt van chic, omdat hij arm is van geest en de zoon van een paardenslachter uit Hagenburg, wien het in de oorlogsjaren zo naar den vleze ging, dat hij op de Zwarte Lijst kwam en zijn zoon kon laten studeren.”

 

 1775310-7be3624f0fbbd6b7fe76ca37dc958f3f.jpg
Anton Roothaert (9 juni 1896 – 29 maart 1967)
Scene uit de film  “Dokter Vlimmen”met Peter Faber, 1977

 

 

De Nederlandse dichter, schrijver, criticus en filosoof Maarten Doorman werd geboren op 9 juni 1957 in Medina Sidonia (Spanje). Zie ook alle tags voor Maarten Doorman op dit blog.

Uit: Steeds mooier 

“De mode van het postmodernisme schept evenmin een gunstig klimaat voor vooruitgangsideeën. Wie denkt dat er slechts willekeurige en principieel inwisselbare perspectieven op de geschiedenis bestaan, is weinig geneigd tot het onderkennen van wat voor wetmatigheden dan ook.
Karel van het Reve wijdde vorig jaar in de Amsterdamse Stadsschouwburg een lezing aan vooruitgang in de kunst. Zijn standpunt geeft het algemeen gevoelen in deze kwestie goed weer. Hij beantwoordde de vraag, of er vooruitgang in de kunst bestaat als volgt (ik vat nu maar even samen op de voor deze spreker gebruikelijke wijze): ‘Nogal wiedes niet; na Mozart is er wel andere muziek gemaakt, maar geen betere. Grote kunst is tijdloos, in tegenstelling tot wetenschap, waarin wel vooruitgang bestaat. Geen fysicus leest immers meer Archimedes.’
Is de vraag zo onzinnig als Van het Reve wil doen voorkomen? Er is voooral de laatste 150 jaar heel wat af geschermd met de term vooruitgang, ook in de kunst. Elke nieuwe beweging zette zich af tegen haar voorgangers en ontleende haar bestaansrecht aan het vooruitgangsperspectief van waaruit het oude op grond van historische noodzakelijkheid of wetmatigheid zou hebben afgedaan. De retoriek van de avant-garde gaat hierbij nog een stap verder en beoogt het onvermijdelijke historische proces door middel van stoottroepgeweld nog eens te versnellen. En vaak denkt men dan niet alleen de kunst, maar ook de onderdrukte mens of zelfs de hele maatschappij hiermee vooruit te helpen.
Laten we het vooruitgangsbegrip eens wat nauwkeuriger bezien. In de loop van de vorige eeuw begint het gebruik van veranderingsbegrippen als ontwikkeling, evolutie en vooruitgang steeds meer door elkaar te lopen. Juist omdat deze termen zoveel voorkomen, wordt hun betekenis minder duidelijk. Wellicht hierom definieert Bury, wiens The Idea of Progress uit 1920 als gezaghebbend wordt beschouwd, ‘vooruitgang’ slechts globaal als de opvatting ‘that civilisation has moved, is moving and will move in a desirable direction’ en een meer recente studie sluit hierbij aan met de formulering dat ‘mankind has advanced in the past (...) is now advancing and will continue to advance through the foreseeable future.’. Een nauwkeuriger en meer bruikbare omschrijving geeft de socioloog Laeyendecker.”

 

 1775310-fb1a2ae561543e15b0092d02d5e46aa7.jpg
Maarten Doorman (Medina Sidonia, 9 juni 1957)

 

 

De Canadese schrijver, muzikant en tv-en radiopresentatorpresentator Jian Ghomeshi werd geboren op 9 juni 1967 in Londen en groeide op in Thornhill, Ontario. Zie ook alle tags voor Jian Ghomeshi op dit blog.

Uit: 1982

“Besides, for me it made even more sense that I had an affinity for all things British. I was born in London and spent my first seven years in the U.K. If only I’d known how to harness that lineage, I would have been more successful in Thornhill in Grade 9. I could have retained my English accent and peppered my sentences with “y’know wha-I mean?” and said about my friends, “They’re my best mates.” And then Wendy probably would have thought I was more special and punk and unique.
But I was a different kind of unique. When I was in England, as much as I had friends and loved supporting Arsenal Football Club, I didn’t really fit in. And then I didn’t really fit in when I got to Thornhill. My search for appropriate role models often came up empty. And being myself didn’t seem a very appealing option.
When I was a little kid in England in the 1970s, the boys I hung out with at primary school called me Blackie.
This is a fact. It became my label. And some of those kids that called me by that name were my friends.
“Hey, Blackie!”
That’s how they would greet me. This term was apparently based on my parents’ ethnic background and the way I looked.
My parents had moved from Iran and settled in England before my sister and I were born. And we were the only ethnic family around. But I didn’t really understand what that meant at the time.”

 

 1775310-0c251cd7b8912f3659ef3371bf7591d1.jpg
Jian Ghomeshi (Londen, 9 juni 1967)

 

 

De Duitse dichter, schrijver en vertaler Mirko Bonné werd op 9 Juni 1965 in Tegernsee / Oberbayern. Zie ook alle tags voor Mirko Bonné op dit blog.

Uit: Ausflug mit dem Zerberus

„An einem Ackerrain war ein Wagen gegen einen Baum gerast, ein Fabrikat, das ich nie zuvor gesehen hatte. Ich nahm an, dass es ziemlich alt sein musste, wenn auch nicht so alt, dass ich das in zwei Hälften zerrissene Gefährt, das auf den Bildern von allen Seiten und in allen Einzelheiten zu sehen war, als Oldtimer bezeichnet hätte. Der Junge, der ich damals war, hatte bestimmt noch keine Vorstellung von Nachkriegszeit, den fünfziger oder sechziger Jahren. Die Fotografien, die mein Großonkel sammelte, ohne dass ich hätte sagen können, zu welchem Zweck, zeigten für mich das zerfetzte, in seine Einzelteile zurückgesprengte Wrack eines bloß alten Autos.
Aber ich weiß noch, dass stets, wenn mich die Langeweile an einem verregneten Nachmittag in das Arbeitszimmer trieb, dasselbe »ungute Gefühl« in mir aufstieg, von dem meine Mutter oft sprach, überzeugt, ihre hektische Nervosität sei Ausdruck einer telepathischen Fähigkeit. Bewacht von dem hyänengroßen Hund an der Wand, ordnete mein Großonkel Papiere, und ich presste so lange die Stirn gegen den kalten Türrahmen, bis er meine Verholzung bemerkte und mich zu sich rief. Stundenlang sortierten wir dann gemeinsam Bilder und Artikel, die ich aus alten, zumeist französischen Zeitungen ausschnitt und die er beschriftete mit einer Quellenangabe, einem Datum und den immer gleichen zwei Namen »Camus, Villeblevin«, die mir nichts sagten, sich mir aber einprägten, als wären sie eintätowiert worden in den Teller meiner noch schmalen Hand mit den roten Druckringen von der unermüdlich auf und ab durch das Papier gleitenden Schere.“

 

 1775310-82ec225496d708d873300e8e95f86f8a.jpg
Mirko Bonné (Tegernsee, 9 juni 1965)

 

 

De Italiaanse schrijver van Duitse afkomst Curzio Malaparte (pseudoniem van Kurt Erich Suckert) werd geboren in Prato Toscane, 9 juni 1898. Zie ook alle tags voor Curzio Malaparte op dit blog.

Uit: Die Haut (La Pelle, vertaald door Hellmut Ludwig)

»This bastard people«, sagte Jack, indem er seine in dem fürchterlichen Gedränge verzerrte Uniform in Ordnung brachte.
»Don't say that, sprich nicht so, Jack.«
»Why not? This bastard, dirty people.«
»Oh, Jack! Ich bin auch ein Bastard, ich bin auch ein schmutziger Italiener. Aber ich bin stolz darauf, ein schmutziger Italiener zu sein. Es ist nicht unsere Schuld, wenn wir nicht in Amerika geboren sind. Ich bin sicher, daß wir ein bastard, dirty people auch sein würden, wenn wir in Amerika geboren wären. Don't you think so, Jack?«
»Don't worry, Malaparte«, sagte Jack, »sei mir nicht böse. Life is wonderful.«
»Ja, das Leben ist etwas Herrliches, Jack, ich weiß, es. Aber sprich nicht so, don't say that.«
»Sorry«, sagte Jack und schlug mir auf die Schulter, »ich wollte dich nicht kränken. Man sagt halt so. I like Italian people. I like this bastard, dirty, wonderful people.«
»Ich weiß, Jack, daß du diesem armen, unglücklichen, wunderbaren Volk wohlwillst. Kein Volk auf Erden hat so viel gelitten wie das neapolitanische Volk. Es erduldet Hunger und Knechtschaft seit zwanzig Jahrhunderten und klagt nicht. Es flucht niemandem, haßt niemanden: nicht einmal sein Elend. Christus war Neapolitaner.«
»Red kein dummes Zeug«, sagte Jack.
»Das ist kein dummes Zeug. Christus war Neapolitaner.«
»Was hast du heute, Malaparte?« fragte Jack und sah mich mit seinen gutmütigen Augen an.
»Nichts. Was soll ich haben?«
»Du bist finsterer Stimmung«, sagte Jack.
»Weshalb sollte ich schlechter Stimmung sein?«

 

 1775310-f56fbf12802789fcb26e2092a14bc46e.jpg
Curzio Malaparte (9 juni 1898 – 19 juli 1957)
Cover

 

 

De Amerikaanse schrijver Charles Webb werd geboren op 9 juni 1939 in San Francisco. Zie ook alle tags voor Charles Webb op dit blog.

Uit:The Graduate

“All the things you did?”
“Excuse me,” Mr. Calendar said, holding up his glass. “I think I’ll find a refill.” He turned around and walked back into the house.
“Could you tell me that, Mrs. McQuire?”
She was frowning down into the bright blue water beside them. “Well,” she said, “aren’t you awfully proud of yourself? Of all those things?”
“No.”
“What?” she said, looking up. “You’re not?”
“I want to know why you’re so impressed, Mrs. McQuire.”
“Well,” she said, shaking her head. “I’m afraid—I’m afraid I don’t quite see what you’re driving at.”
“You don’t know what I’m talking about, do you.”
“Well not exactly. No.”
“Then why do you—why do you—” He shook his head. “Excuse me,” he said. He turned around and walked back toward the house.
“Ben?” she called after him. “I’m afraid I haven’t been much help, but if it makes any difference I just want to say I’m thrilled to pieces by all your wonderful achievements and I couldn’t be prouder if you were my own son.”

 

 1775310-41dd3b8263e472c711eb12d9fbb2ec07.jpg
Charles Webb (San Francisco, 9 juni 1939)
Scène uit een theateropvoering in Londen met Jerry Hall (Mrs Robinson) en Josh Cohen (Benjamin), 2000

 

 

De Vlaamse dichter en schrijver Willy Roggeman werd geboren in Ninove op 9 juni 1934. Zie ook alle tags voor Willy Roggeman op dit blog.

 

Poëtica

zo is de schoonheid grenzen graven
een gedurig vangen van vormen
en neigen naar leven van fragmenten
spiegels sparen de leegte van ramen
en bij het maken van monologen
bevaren wij de echo in de vijvers der oren

 

 
13.
(Clifford/Pennsylvania Turnpike)

Vluchtiger beweging dan de vlinder tooit
de dood. In de donkere vazen van het bloed
razen sneller auto‘s.

Bergen kinkhoorns het geluk?
Ontdubbeling in licht en schaduw brengt
tederheid op het niets. En verwondering misschien.
Als strooisel van klankkristallen onder de scalp.

 

 1775310-84ee18b822bbaa60013f939bbaeda0c1.jpg
Willy Roggeman (Ninove, 9 juni 1934)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 9e juni ook mijn blog van 9 juni 2014 deel 2.

Geschreven door Romenu om 19:05 Reageer op dit bericht

Marguerite Yourcenar, Lutz Seiler, Ulf Stolterfoht, Gwen Harwood, Gerald Bisinger, Udo Kawasser, Levin Westermann

De Belgisch-Amerikaanse, Franstalige schrijfster Marguerite Yourcenar werd geboren in Brussel op 8 juni 1903. Zie ook alle tags voor Marguerite Yourcenar op dit blog.

Uit: Memoirs of Hadrian (Vertaald door Grace Frick, in samenwerking met de schrijfster)

“But books lie, even those that are most sincere. The less adroit, for lack of words and phrases wherein they can en-close life, retain of it but a flat and feeble likeness. Some, like Lucan, make it heavy, and encumber it with a solemnity which it does not possess; others, on the contrary, like Petronius, make life lighter than it is, like a hollow, bouncing ball, easy to toss to and fro in a universe without weight. The poets transport us into a world which is vaster and more beautiful than our own, with more ardor and sweetness, different therefore, and in practice almost uninhabitable. The philosophers, in order to study reality pure, subject it to about the same transformations as fire or pestle make substance undergo: nothing that we have known of a person or of a fact seems to subsist in those ashes or those crystals to which they are reduced. Historians propose to us systems too perfect for explaining the past, with sequence of cause and effect much too exact and clear to have been ever entirely true; they rearrange that dead, unresisting material, but I know that even Plutarch will never recapture Alexander. The story-tellers and spinners of erotic tales are hardly more than butchers who hang up for sale morsels of meat attractive to flies. I should take little comfort in a world without books, but reality is not to be found in them because it is not there whole.
Direct observation of man is a method still less satisfactory, limited as it frequently is to the cheap reflections which human malice enjoys. Rank, position, all such hazards tend to re-strict the field of vision for the student of mankind: my slave has totally different facilities for observing me from what I possess for observing him, but his means to do so are as limited as my own. Every morning for twenty years, old Euphorion has handed me my flask of oil and my sponge, but my knowledge of him ends with his acts of service, and his knowledge of me ends with my bath; any effort on the part of either emperor or slave to learn more straightway produces the effect of an indiscretion."

 

 1774838-451fcb5fb3e819283e61b8ac80dae306.jpg
Marguerite Yourcenar (8 juni 1903 – 17 december 1987)
Hadrianus en zijn jonge minnaaar Antinous (Brits Museum)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Lutz Seiler werd geboren op 8 juni 1963 in Gera. Zie ook alle tags voor Lutz Seiler op dit blog.

 

grossraum berlin,

ein letzte-kolonien-geruch & schwerer
einsatz an den lauben: manche
hängten schlitten glocken, an
den taschen hart & gross gestossne spät-
heimkehrer mäntel, wir
hatten noch stanniol, mal stores in
den kirschen, flaschen, wo man hintrat, auf
die kurzen, braunen hälse. dort

hockten wir zu tisch mit über
spreiztem scheitel paar
pfund augen welpen unterm lid: jäger
zäune, wellasbest für immer oder
ein der-tut-nichts-pitbull im luden
gewirr & kristall-

klare flaschen, erst schwer
vom körper zu trennen, doch leer
in die löcher der ratten
zu graben, die pfeifenden hälse

gegen den westmond. wie gut
tat dann das ratten-klatschen bei
nordwest & was
wir hier jetzt immer haben: dieses

patroullieren aus den schädel spitzen, tags
wenn unser sinnen sorgsam seine schläfen
bettet in der luft lamellen, blanke
nerven an den rinden, wenn

im frühlicht kopf
& leben eines vogels auf
  einander schlagen

 

 1774838-df9558643515687f1051b7f7cb449a69.jpg
Lutz Seiler (Gera, 8 juni 1963)

 

 

De Duitse dichter, schrijver en vertaler Ulf Stolterfoht werd geboren op 8 juni 1963 in Stuttgart. Zie ook alle tags voor Ulf Stolterfoht op dit blog.

 

muskat

muskat: vor einnahme gesamtnuß bring deine lyrik zum
abschluß. dann such es dir aus: kollaps oder lethargie.
sink auf die knie, bete. bei kleineren mengen, pulverisiert,
hält das gefühl von schwebegang volle vierzehn stunden an.
schlug alle in seinen bann – und die meisten schrieben ja
wirklich gedichte. es war seltsam, ende der siebziger in

einem viertel wie heslach: für junge, weiße schulverweigerer
blieben allein lyrik und improvisierte musik, um dem ghetto
zu entkommen. viele schafften das ohne chemische hilfe nicht,
und für die war muskat wie geschaffen: amphetaminartig
putschend, leicht bewußtseinsverändernd und vergleichsweise
billig – da blieb man für tage am tisch. doch das geschriebne

überstieg bei weitem das können. oft ließ das scheinbar mühe-
los erreichte niveau den schaffer sprachlos zurück: er verstand
die eigne lyrik nicht. sie schien ihm schwierig und überkomplex.
die meisten machten unbeeindruckt weiter, verschwiegen ihr
scheitern und erhöhten einfach die dosis, was die probleme
auf natürlichem wege löste. andere gewannen einsicht und

verfaßten bezüglich berichte – auch das lief sich tot, ist teil
der aporie-geschichte – wieder andere, ganz bestimmt nicht
die dümmsten, verschwanden für einige zeit und kehrten mit
den insignien zurück. für ihre dichtung ein glück, für ihre seele
verheerend. alles in allem hat heslach bis heute acht vorzüg-
liche dichter erbracht. über zwölf weiteren wölbt sich die nacht.

 

 1774838-a7d63346828c38a9b9dceb165d6c44dd.jpg
Ulf Stolterfoht (Stuttgart, 8 juni 1963)

 

 

De Australische dichteres en librettiste Gwen Harwood werd geboren op 8 juni 1920 in Taringa, Queensland. Zie ook alle tags voor Gwen Harwood op dit blog.

 

Triste, Triste

In the space between love and sleep
when heart mourns in its prison
eyes against shoulder keep
their blood-black curtains tight.
Body rolls back like a stone, and risen
spirit walks to Easter light;

away from its tomb of bone,
away from the guardian tents
of eyesight, walking alone
to unbearable light with angelic
gestures. The fallen instruments
of its passion lie in the relic

darkness of sleep and love.
And heart from its prison cries
to the spirit walking above:
'I was with you in agony.
Remember your promise of paradise,'
and hammers and hammers, 'remember me.'

 

 1774838-7ee9d338d71f8072f69bc01608643ebc.jpg
Gwen Harwood (8 juni 1920 - 5 december 1995)

 

 

De Oostenrijkse dichter en vertaler Gerald Bisinger werd geboren op 8 juni 1936 in Wenen. Zie ook alle tags voor Gerald Bisinger op dit blog.

 

FLOWER POWER

Die Macht von so Blumen in Haaren in Augen in Hän-
den die Macht von so Blumen über Gewehre in Blumen
der Tod in Gerüchen Farben Nuancen die Macht von
so Blumen über den Tod und jenen die Macht der Mäd-
chen der Blumen dieser so einzigen Blumen zwischen
den Schenkeln die Macht io credo die Herrlichkeit
von so Blumen von Mädchen ich glaube in unum deum o
wäre doch Stalin gestorben mit Blumen in Händen in
Haaren noch jung und zaristisches Blei in der Brust
io credo so sag ich an Mädchen an Blumen an die so
einzigen Blumen die Macht und die Herrlichkeit die-
ser so einzigen Saneta Ecclesia Blumen so bunt so Ge-
rüche von Aix en Provence Avignon
                                                               man muß sie auch
pflegen
             (die Macht)
                                     diese Blumen Horovitz sagt es aus
London sagts in Berlin er liest ein Gedicht und sagt
es dazwischen
                           My ancestors came from Hungary where
Horovitz was a town
                                     ich breche die Zeile neu die
Macht und der Tod diese Blumen
                                                         tu
                                                                (felix Austria)
nube

 

 1774838-ab7ab94096eca6603698f3f08dd9b27b.jpg
Gerald Bisinger (8 juni 1936 – 22 februari 1999)
Cover
 

 

 

Onafhankelijk van geboortedata:

De Oostenrijkse dichter, vertaler, danser en choreograaf Udo Kawasser werd geboren in 1965 in Vorarlberg. Zie ook alle tags voor Udo Kawasser op dit blog.

 

lebenslage botanisch

nadelhölzer haben einen anderen geruch
wer sich aufs unterholz einlässt
dem harzen bald die gedanken
genug um sich im schatten zu verorten
ohne zu frieren nach diesem winter
schon lange sind sonne und sterne
nicht mehr durchgebrochen
dass man sich fast trösten
möchte am dämmern
in den ritzen des bambushains

 

 1774838-cb9399f4a276476647445d32bdb8a3ae.jpg
Udo Kawasser (Vorarlberg, 1965)

 

 

De Duitse dichter Levin Westermann werd in 1980 in Meerbusch, Nordrhein-Westfalen, geboren. Zie ook alle tags voor Levin Westermann op dit blog.

 

diese zimmer sind jetzt leer
und diese schritte, wie sie hallen, von den nackten wänden.
wie die buche und der himmel durch das fenster blicken
und den freien platz bewundern, all den raum
zwischen parkett und decke. wie die dinge, die jetzt fehlen,
ihre schatten hinterlassen und ein jedes seinen umriss wirft
mit schwarz. dieses echo, peripher im augenwinkel,
von der zeit belichtetes papier aus netzhaut
und tapete.

 

 1774838-1e98e8c0d86dba99db75f76b7f37f3e7.jpg
Levin Westermann (Meerbusch, 1980)

Geschreven door Romenu om 20:29 Reageer op dit bericht

H. J. Friedericy

De Nederlandse schrijver Herman Jan (Han) Friedericy werd op 8 juni 1900 geboren in Stadskanaal in de gemeente Onstwedde. Hij bracht zijn kinderjaren in het zuiden van Noord-Brabant (Beek-en-Donk, Geldrop) door. Na de HBS, eerst in Helmond, daarna in Eindhoven, studeerde hij vanaf 1918 Indologie aan de Rijskuniversiteit te Leiden. Van 1921-1930 was hij ambtenaar Binnenlands Bestuur op Celebes. In de periode 1930-1933 had hij eerst tien maanden verlof en daarna kreeg hij gelegenheid om in Leiden zijn studie Indologische wetenschappen voort te zetten. Hij promoveerde in 1933 in Leiden op De standen bij de Boegineezen en Makassaren. Van 1933-1938 werkte hij als ambtenaar Binnenlands Bestuur te Palembang (Sumatra) en Batavia (Djakarta, Java) en van 1940-1942 was hij medewerker van het kabinet van de Gouverneur-Generaal. Tijdens de Japanse bezetting van Nederlands-Indië zat hij meer dan drieënhalf jaar in interneringskampen op Java. In 1946 werd hij met een bijzondere opdracht te Singapore geplaatst, van waaruit hij reizen maakte naar Birma, Indo-China, Malakka en Thailand om Indische dwangarbeiders die door de Japanners uit Nederlands-Indië waren gehaald, te laten repatriëren. Van 1946-1947 was hij Chef Politieke Zaken op het Ministerie van Overzeese gebiedsdelen in Den Haag. In 1947 volgde zijn benoeming tot Resident en was hij van 1947-1949 werkzaam als Hoofd Indonesische Afdeling Nederlands Informatiebureau te New York. Na de soevereiniteitsoverdracht aan Indonesië kreeg Friedericy op eigen verzoek eervol ontslag uit de Indische bestuursdienst en werd hij benoemd tot Adviseur voor Nederlands-Indonesische Zaken in de VS. Van 1952-1956 was hij Ambassaderaad voor Pers- en Culturele zaken op de Nederlandse ambassade in Washington, van 1956-1959 bekleedde hij die functie in Bonn, en daarna, vanaf 1959, in Londen. Naast zijn romans en verhalen publiceerde Friedericy artikelen over staats- en adatrecht in het 'Koloniaal Tijdschrift' en politieke artikelen en reisbeschrijvingen in Nederlandse en Amerikaanse periodieken.

Uit: Bendeleider (Onder het pseudoniem H. J. Merlijn)

“Het zal één uur in de middag geweest zijn toen de auto van Toewan Petoro1) Sengkang om de hoek kwam en stopte voor het kantoor van mijn Toewan Petoro. Toewan Petoro Sengkang was pas van verlof terug uit Holland en kende mijn Toewan Petoro nog niet lang. Toch drukten zij elkander hartelijk en lachend de hand. Met de Toewan Petoro Sengkang kwam mee Toewan Petoro Malolo Sengkang. Die ziet er ouder uit dan zijn Toewan. Dit komt misschien omdat hij dik is en een bril draagt. Toewan Petoro Sengkang kent mij nog niet. Toewan Petoro Malolo wel. Die lachte en zei: ‘Tabé Samaila’. Ik ben wel eens met hem op tournee geweest toen bij hier in Watampone woonde en pas uit Holland kwam. Hij is een goede Toewan. Hij wordt niet gauw kwaad en als hij kwaad wordt, heeft hij er meestal reden voor. Standjes geeft hij nooit in het openbaar en hij spreekt al wat Boeginees. En hij houdt van lachen.
Mijn Toewan en de andere heren gingen het kantoor binnen. Zij gingen voor de tafel met het groene kleed zitten en toen riep mijn Toewan mij. Ik moest naar Toewans Njonja toegaan en zeggen, dat de beide gasten bleven eten. En dan moest ik de djongos drie glazen split laten brengen.
Toen ik terug kwam en zei: ‘Njonja bilang baik’2), zag ik dadelijk, dat er iets ernstigs aan de hand was. Mijn Toewan keek voor zich uit op het groene kleed en trok zachtjes aan het lelletje van zijn rechteroor. Toewan Petoro Sengkang praatte. Ik versta niet veel Hollands, maar ik begreep wel, dat er iemand was doodgeschoten. Mijn Toewan hoorde mij niet en ik ging voor de kamer van mijn Toewan op mijn bank zitten. Hij ging telefoneren. Met Toewan Kapten3). Hij telefoneerde heel kort en dadelijk daarop ging aan de overkant van de aloon-aloon4) de deur van het huis van Toewan Kapten open en kwam Toewan Kapten er uit.
Toewan Kapten liep vlug en rechtop. Hij loopt altijd rechtop. Hij is een flinke man om te zien. Hij heeft zwarte ogen en een zwarte snor. Hij leidt een gelukkig leven, geloof ik. Tenminste als hij van zijn gemak houdt. Want veel werk heeft hij niet. Bone is zo rustig, dat het leger wel met pensioen kan gaan. Daarom gaat Toewan Kapten niet eerder dan om negen uur naar de kazerne en om één uur is hij dan weer thuis. Maar ten slotte is Toewan Kapten een soldaat en misschien vindt hij dit leven toch wel niet zo prettig. Het is best mogelijk, dat hij wel eens oorlog wil voeren.”

 

 1912645-2ae849c7b80d7cf29b758c9dcc5d8907.jpg
H. J. Friedericy (8 juni 1900 – 23 november 1962)



Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Péter Gárdos

De Hongaarse schrijver en film- en theaterregisseur Péter Gárdos werd geboren op 8 juni 1948 in Boedapest. Na zijn afstuderen aan de universiteit, trad hij toe tot de Newsreel en Documentaire Studio als assistent-directeur, later als directeur. Hij regisseerde een aantal documentaires Met “Koorts in de ochtend” publiceerde hij een debuutroman die tegelijkertijd in negenentwintig landen werd uitgegeven. Bovendien heeft hij deze roman, gebaseerd op een waar verhaal, zelf verfilmd.

Uit: Fieber am Morgen (Vertaald door Timea Tankó)

““s war ein verregneter Sommertag, als mein Vater mit dem Schiff nach Schweden gebracht wurde. Das Kriegsende lag kaum drei Wochen zurück. Ein stürmischer Nordwind wehte, und die Fähre schlingerte durch zwei bis drei Meter hohe Wellen über die Ostsee in Richtung Stockholm.
Mein Vater war auf dem Unterdeck untergebracht worden. Die Menschen lagen auf Strohsäcken, die sie verzweifelt umklammerten, um in dem furchtbaren Auf und Ab Halt zu finden. Seit das Schiff abgelegt hatte, war noch keine Stunde vergangen, als es meinem Vater plötzlich sehr schlecht ging.
Zuerst hustete er nur blutigen Schaum und krümmte sich vor Schmerzen, dann wurde sein Atem immer mehr zu einem Röcheln, so laut, dass es fast das Schlagen der Wellen gegen den Schiffsmmpf übertönte.
Da mein Vater zu den schwereren Fällen gehörte, lag er in der ersten Reihe, unmittelbar neben der Luke. Als es ihm nun so schlecht ging, kamen zwei Matrosen und trugen seinen mageren Körper in die Nachbarkajüte.
Der Arzt zögerte nicht. Es war keine Zeit, sich um Schmerzmittel zu kümmern. Mit einer großen Nadel stach er zwischen zwei Rippen hindurch in den Brustkorb meines Vaters. Er vertraute auf sein Glück, dass die Spritze an der richtigen Stelle landete. Während der Arzt ungefähr einen halben Liter Flüssigkeit aus der Lunge meines Vaters zog, wurde das Absauggerät gebracht. Der Arzt tauschte die Spritze gegen ein Kunststoffröhrchen aus und saugte noch schnell anderthalb Liter Schleim ab.
Bald ging es meinem Vater besser.
Als der Kapitän erfuhr, dass der Arzt einem der Passagiere das Leben gerettet hatte, erwies er meinem Vater eine besondere Gunst: Er durfte in dicke Decken gehüllt auf dem Oberdeck sitzen.
Über dem granitgrauen Wasser sammelten sich dichte Wolken. Der Kapitän stand in seiner makellosen Uniform neben dem Liegestuhl meines Vaters.
Sprechen Sie Deutsch?
Mein Vater nickte.
In besseren Zeiten hätte das vielleicht der Auftakt zu einer aufschlussreichen Unterhaltung sein können. Mein Vater war jedoch nicht in der Verfassung für ein höfliches Gespräch. Er schaffte es gerade so, seine Kooperationsbereitschaft zu signalisieren.“

 

 1822581-aa2acaa74be2044bea88813a902a5c82.jpg
Péter Gárdos (Boedapest, 8 juni 1948)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Orhan Pamuk, Monika Mann, Nikki Giovanni, Harry Crews, Louise Erdrich, Mascha Kaléko

De Turkse schrijver Orhan Pamuk werd geboren op 7 juni 1952 in Istanbul. Zie ook alle tags voor Orhan Pamuk op dit blog.

Uit: Istanbul. Herinneringen en de stad

“Ik woonde met mijn vader, moeder en broer, en de familie van mijn vader, zijn moeder, boers, zussen en schoonzussen, op de verschillende etages van een flat van vijf verdiepingen. De riante stenen villa waar ze met z’n allen als een Osmaanse grootfamilie hadden gewoond, werd in 1951, een jaar voor mijn geboorte, verlaten en aan een particuliere lagere school verhuurd, en op het aanpalende perceel werd een ‘moderne’ flat gebouwd, waar ik nu de vierde verdieping bewoon, en waar op de buitendeur, geheel volgens de toen heersende mode, trots de naam Pamuk werd geschilderd. Op iedere verdieping, waar ik de eerste jaren op de arm van m’n moeder kwam, stonden een of twee piano’s. Mijn oom, die in mijn herinnering altijd de krant zit te lezen, was als laatste getrouwd en had zich met zijn vrouw en zijn piano op de eerste verdieping gevestigd, waar hij vervolgens een halve eeuw door zou brengen, kijkend naar de voorbijgangers op straat. Al die piano’s, die geen van alle bespeeld werden, gaven me een gevoel van weemoed en zwaarmoedigheid.
Het was niet alleen dat die piano’s niet bespeeld werden, de buffetkasten, waar het achter de ruitjes propvol stond met Chinees porselein, kopjes, tafelzilver, suikerpotten, snuifdozen, kristallen glazen, flacons voor rozenwater, borden, wierookvaatjes (en een speelgoedautootje dat zich op een dag daartussen had verstopt), zaten ook altijd op slot, de met parelmoer ingelegde koranlessenaars, de standaards voor tulbanden aan de muur werden nooit gebruikt, er was niets wat aan het zicht onttrokken werd door de kamerschermen met art nouveau en Japanse invloeden, de deurtjes van de boekenkasten van mijn oom die naar Amerika was geëmigreerd en dokter was, gingen nooit open en zijn ingebonden medicijnenstudies stonden al twintig jaar achter het glas te verstoffen, en dat alles gaf mij het gevoel dat al die spullen waarmee de woonkamers op iedere verdieping waren volgestouwd, niet waren uitgestald om ermee te leven, maar voor de dood.”

 

 1774478-d0d5427e12ed5d2f4e70a3393c2ef67d.jpg
Orhan Pamuk (Istanbul, 7 juni 1952)
Cover

 

 

De Duitse schrijfster Monika Mann werd als vierde kind van Thomas Mann geboren op 7 juni 1910 in München. Zie ook alle tags voor Monika Mann op dit blog.

Uit:Das fahrende Haus

„Ein dort lebender Schriftsteller schrieb mir von den Schönheiten jener Landschaft, von Gewittern und Sonnenpracht, die so dramatische und einmalige Kontraste in sie hineinspielen, und er schrieb mir von der Billigkeit – es ließe sich dort für einen Dollar pro Tag besser leben als irgendwo. Meine magyarischen Maikäfer standen dem Plan nicht entgegen. Ich blätterte in Katalogen mit spanischen Monumenten und Ruinen inmitten einer schroffen und heiligen Landschaft, wo gedrungene braune Männer mit Messern in den Gürteln herrliche Vasen und Teppiche verkauften und auf Stieren ritten. Ich ließ mich gegen Typhus impfen, sorgte für Flugplatz und mexikanische Herberge: Amerika verweigerte mir das Exit-Visum. – Ich beschloß, meinen Ungarpaß einzustampfen, ihm den Garaus zu machen, so oder so. Das war leichter beschlossen als getan. Zum Vernichten gehört viel, zu viel, als daß es mir gelingen wollte. – Wieder in einem fernen Winkel New Yorks. Diesmal in einem hochmodernen Wolkenkratzerbüro einer christlichen Institution, die Nansen-Pässe vergibt. Es muß abgeschworen werden, meine Liebe, Sie sind nicht staatenlos! Der Nansen-Paß dem Staatenlosen. – Ich fuhr zum Abschwören. Aber da mußte Búdápéstí einschreiten und mitwirken, und das würde Mónáté dauern, wenn es überhaupt zu bewerkstelligen war. O mache mich, o mache diese Erde staatenlos, du großer und seltsamer Gott! – Und all dies mit dem Vorzeichen «Frieden» – was war da noch zu hoffen? – Ich fuhr nach New Hampshire und aß baked potatoes den lieben Sommer lang. Dort war auch eine Psychoanalytikerin, deren kühne Verleugnung des Lebens mich den Fall Mexiko vergessen ließ: Sie löste ja das Leben, das Unbegreifliche ins Begreifliche auf oder ins sophistische Nichts.“

 

 1774478-a13bfdf912d59c908033dc4d37fe68d7.jpg
Monika Mann (7 juni 1910 – 17 maart 1992)
Thomas, Erika, en Monika Mann in Pacific Palisades

 

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Nikki Giovanni werd geboren op 7 juni 1943 in Knoxville, Tennessee. Zie ook alle tags voor Nikki Giovanni op dit blog.

 

Choices

If i can't do
what i want to do
then my job is to not
do what i don't want
to do
It's not the same thing
but it's the best i can
do

If i can't have
what i want . . . then
my job is to want
what i've got
and be satisfied
that at least there
is something more to want

Since i can't go
where i need
to go . . . then i must . . . go
where the signs point
through always understanding
parallel movement
isn't lateral

When i can't express
what i really feel
i practice feeling
what i can express
and none of it is equal
I know
but that's why mankind
alone among the animals
learns to cry

 

 1774478-272db56dfa2b6ad62d97d6647c128273.jpg
Nikki Giovanni (Knoxville, 7 juni 1943)

 

 

De Amerikaanse schrijver Harry Crews werd geboren op 7 juni 1935 in Bacon County, Georgia. Zie ook alle tags voor Harry Crews op dit blog.

Uit: Harry Crews On Writing

“Graham Greene—you’ve probably heard me quote before, because god knows, it’s true—“The writer is doomed to live in an atmosphere of perpetual failure.” There it is. There it is. Nah, you write things and write things—write a book for instance—and write and write and write and write and write, and you know, it’s not—every writer writes with the knowledge that nothing he writes is as good as it could be. Paul Valery: “A poem’s never finished, only abandoned.” The same thing with a novel. It’s never finished, only abandoned. I’ve had any number of novels where I’ve just at some point said to myself, well, unless you’re going to make the career out of this book—spend the rest of your goddamn life chewing on it—you might as well just package it up and send it on to New York. Go on to something else. Because between conception and execution there is a void, an abyss, that inevitably fucks up the conception. The conception never gets translated to the page. It just doesn’t. I don’t think it ever does.
I think [Gustave] Flaubert kept Madame Bovary for nine years. Took him nine years to write it, well, he didn’t write it all in nine years. He could have written it in nineteen years, and he would still have felt the way he felt, and that was that it was a fine piece of work, but it was not as good as it could be. Same old same old.”

 

 1774478-d3d71589cf429e09a3b66b7c4f758fa6.jpg
Harry Crews (7 juni 1935 – 28 maart 2012)

 

 

De Amerikaanse schrijfster Louise Erdrich werd geboren op 7 juni 1954 in Little Falls, Minnesota. Zie ook alle tags voor Louise Erdrich op dit blog.

 

Family Reunion (Fragment)

Ray’s third new car in half as many years.
Full cooler in the trunk, Ray sogging the beer
as I solemnly chauffeur us through the bush
and up the backroads, hardly cowpaths and hub-deep in mud.  
All day the sky lowers, clears, lowers again.
Somewhere in the bush near Saint John
there are uncles, a family, one mysterious brother
who stayed on the land when Ray left for the cities.
One week Ray is crocked. We’ve been through this before.  
Even, as a little girl, hands in my dress,
Ah punka, you’s my Debby, come and ki me.

Then the road ends in a yard full of dogs.
Them’s Indian dogs, Ray says, lookit how they know me.  
And they do seem to know him, like I do. His odor—
rank beef of fierce turtle pulled dripping from Metagoshe,  
and the inflammable mansmell: hair tonic, ashes, alcohol.  
Ray dances an old woman up in his arms.
Fiddles reel in the phonograph and I sink apart
in a corner, start knocking the Blue Ribbons down.  
Four generations of people live here.
No one remembers Raymond Twobears.

So what. The walls shiver, the old house caulked with mud  
sails back into the middle of Metagoshe.
A three-foot-long snapper is hooked on a fishline,  
so mean that we do not dare wrestle him in
but tow him to shore, heavy as an old engine.
Then somehow Ray pries the beak open and shoves  
down a cherry bomb. Lights the string tongue.

 

 1774478-395f9de52cadd2be76687bfa758be038.jpg
Louise Erdrich (Little Falls, 7 juni 1954)

 

 

De Duitstalige dichteres Mascha Kaléko (eig. Golda Malka Aufen) werd geboren op 7 juni 1907 in Krenau of Schidlow in Galicië in het toenmalige Oostenrijk-Hongarije, nu Polen. Zie ook alle tags voor Mascha Kaléko op dit blog.

 

The last time

It seems you’ve gone. Your last word
still faintly clinking in my chamber:
the brittlest shimmer lingered
some lovely hours. Gone, then, as before.

Long have I known the sharp increment
of your faltering redoubt.
Long now, unbidden, have I sensed
you seeking my window out,

and often hear unspoken
some muted sinking phrase;
and often the familiar knocking
at the door. Gone, same as always.

Berlin (Charlottenburg district)
44 Mommsen St.
1938

 

 

Leaf in the wind

Let me feel of your heart its tremors,
That I hear not how my own heart knocks.
Open before me all the secret doors,
Since by a bolt my own door locks.

I cannot, my dear, find the words to say,
And my tears abide unspent:
The forces binding us since the advent
Will unravel us at the end of days.

All my pain I drown in kissing.
All my mystery sustain like a child.
I am a leaf, torn too soon from the tree.

Are all lovers so alone in the wild?

 

 

Vertaald door Bill Milner

 

 1774478-38474f19263a200dabbf4a6d205b064a.jpg
Mascha Kaléko (7 juni 1907 – 21 januari 1975)
Portret door Günther Fleischmann, z.j.

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 7e juni ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 12:12 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten