Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Sint Maarten (Willem Wilmink)

 

Bij Sint Maarten

 

 1837760-788d16468a27532746be2f3d77a15930.jpg
Saint Martin door Gustave Moreau, rond 1882

 

 

Sint Maarten

Nu dragen kinderen, groot en klein,
een lampion vol maneschijn:
je ziet ons door de straten gaan,
je kunt ons lied nog niet verstaan,
kunt ons liedje nog niet verstaan.

Wij vragen iedereen beleefd
of hij wat lekkers voor ons heeft,
wij lopen door de duisternis
omdat het 11 november is,
dus omdat het Sint-Maarten is.

Als we iets krijgen, loopt ons koor
met alle lampions weer door,
als ons niet open wordt gedaan,
dan blijven wij gewoonweg staan,
blijven wij vannacht hier staan.

 

 1837760-b2f3c1e34e465d828b6a40c7391926ed.jpg
Willem Wilmink (25 oktober 1936 – 2 augustus 2003)
Enschede, Grote kerk. Willem Wilmink werd geboren in Enschede.

 

 

Zie voor de schrijvers van de 11e november ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 18:18 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

De blogger leest alles eerst na: je tekst verschijnt zodra die goedgekeurd is.

Hans Magnus Enzensberger, Mircea Dinescu, Carlos Fuentes, Nilgün Yerli, Luigi Malerba

De Duitse dichter en schrijver Hans Magnus Enzensberger werd geboren op 11 november 1929 in Kaufbeuren. Zie ook mijn blog van 11 november 2010 en eveneens alle tags voor Hans Magnus Enzensberger op dit blog.

 

Der Untergang der Titanic - Zwölfter Gesang

Von diesem Augenblick an verläuft alles planmäßig.
Der stählerne Rumpf vibriert nicht mehr, still
liegen die Maschinen, längst sind die Feuer gelöscht.
Was ist los? Warum machen wir keine Fahrt? Man lauscht.
Draußen im Korridor werden Rosenkränze gemurmelt.
Die See ist glatt, schwarz, glasig. Mondlos die Nacht.
Oh, es ist nichts! Es ist nichts zerbrochen an Bord,
keine Vase und kein Champagnerglas. Man wartet
in kleinen Gruppen, wortlos, geht auf und ab,
im Pelz, im Schlafrock, im Overall, man gehorcht.
Jetzt werden Taue aufgerollt, Planen fortgezogen
von den Booten, Davits ausgeschwenkt. Es ist,
als hätten die Passagiere Tabletten geschluckt. Dieser Mann z. B.,
der sein Cello hinter sich herzieht über das endlose Deck,
man hört, wie der Sporn an den Planken kratzt,
immerzu kratzt, kratzt und man fragt sich: Wie
ist das nur möglich? – Ah! schau! eine Notrakete! –
Aber es ist nur ein schwaches Zischen, schon verpufft
am Himmel, im Widerschein die Gesichter bläulich und leer.
Still stehen Liftboys, Masseusen und Bäcker Spalier.
Auf der California, einem alten Kahn, zwölf Meilen weiter,
dreht sich in seinem Bett der Funker um und schläft ein.
Achtung Achtung! Frauen und Kinder zuerst! – Wieso eigentlich?
Antwort: We are prepared to go down like gentlemen. –
Auch gut. – Sechzehnhundert bleiben zurück. Die Ruhe an Bord
ist unvorstellbar. – Hier spricht der Kapitän. Es ist genau
zwei Uhr, und ich befehle: Rette sich wer kann! – Musik!
Zur letzten Nummer erhebt der Kapellmeister seinen Stock.

 


Avondjournaal

Bloedbad om een handvol rijst,
hoor ik, voor elkeen elke dag
een handvol rijst: trommelvuur
op dunne hutten, onduidelijk
hoor ik het, bij het avondeten.

Op de geglazuurde dakpannen
hoor ik rijstkorrels dansen,
een handvol, bij het avondeten,
rijstkorrels op mijn dak:
de eerste maartregen, duidelijk.

Vertaald door René Smeets

 

 1837757-a4dc10e79afb86523d9fbfb1191ba37e.jpg
Hans Magnus Enzensberger (Kaufbeuren,11 november 1929)

 

 

De Roemeense dichter en schrijver Mircea Dinescu werd geboren op 11 november 1950 in Slobozia. Zie ook mijn blog van 11 november 2010 en eveneens alle tags voor Mircea Dinescu op dit blog.

 

Fishes

The visages of gods have long since withdrawn
to the labels on tins.
Only the hosts of elders still abide
to watch a made-up church through pouring rain
alongside the delicate sunflower machinery
left to whir on the mound for ever and ever.

We huddle next to cattle in the pastures
and elegant steamers
the nerves of the sea can no longer put up with
seem to be floating through green fields leaving
nothing but oil slicks and the flotsam of parties.

And thus like frightened fishes
beneath the gently rolling paradise
we keep watch for the rope
going to hoist us on deck by and by.

But never mind:
another world sails by
past yet another world
and they don't touch each other.

 

Vertaald door Florin Bican

 

 1837757-d9df5664a7aca31a458b56f5a329e40f.jpg
Mircea Dinescu (Slobozia, 11 november 1950)

 

 

De Mexicaanse dichter en schrijver Carlos Fuentes Macías werd geboren op 11 november 1928 in Panama-Stad. Carlos Fuentes overleed op de 15e mei van dit jaar. Zie ook mijn blog van 11 november 2010 en eveneens alle tags voor Carlos Fuentes op dit blog.

 

Ways of Dying

Don't believe (anything stemming from)
my media-shaped mind
Don't believe that I believe it
There are scars that close but still stand
out
Let me see you!
What a surprise, Margarita
Only my eye and your nape
There are too many ways of dying

 

Vertaald door Wilfred Ramirez

 


As I Look

As I Look Into Your Eyes...
I see No lies...
When your not here...
Your the 1 i think of...
Everytime you hold my hand...
I remember those things you told me...
When were together...
We both no it was ment to be...
when we kiss...
It feels so right...
And when i see you...
I dont want you out of my sight...

 

Basketball poem

Baketball a fun and joyable sport
score score score thirty to twenty points up
halftime restless and tired on the big court
Break over time to go and score in cup

 

 1837757-a31cca0daa72dc3ee0502cc0c510dbe4.gif
Carlos Fuentes (11 november 1928 – 15 mei 2012)

 

 

De Turks-Nederlandse schrijfster Nilgün Yerli werd op 11 november 1969 geboren in Kirsehir,Turkije. Zie ook mijn blog van 11 november 2008 en eveneens allle tags voor Nilgün Yerli op dit blog.

Uit:SMS vriendjes (Column)

“Mijn ochtend begon zo goed en zo mooi.
Ik kreeg een bericht van één van mijn sms-vriendjes. Daar heb ik er drie van, die ik alle drie een naam heb gegeven. De eerste heet TL (terughoudende liefde), de tweede HC (hopeless case) en dan komt ST (stoffig type).
Het is het prikkelen van de geest op zo’n dag, met een zin, met een grap, met een vlucht uit de werkelijkheid, dat is immers wat romantiek is.
Ze zijn alle drie de tikkende letter in mijn leven, wij wisselen elkaars waarheden, en telkens betrappen we onszelf erop dat onze waarheden veranderlijk en verraderlijk zijn.
TL is zwaar depressief. ‘Zit ik daar op te wachten’, denk ik dan. ‘Ja, blijkbaar wel. Mijn hoogste streven is een glimlach toveren op iemands gezicht. Als ik op zo’n depressief hoofd een glimlach kan bewerkstelligen dan komt hem dat ten goede. En zijn vrouw. Dus is het een goede sociale actie’,… maak ik mezelf wijs.
HC heeft bindingsangst en sms’t met een getrouwde vrouw als een hele goede start tot binden zonder te binden…  
Het Stoffige Type is gewoon een soort redenaar, die alles beredeneert in zijn leven, tot de diepste puntjes en gaatjes die niets vullen dan praatjes. Een soort intellectueel, die niet verder komt dan kennis.
Maar hij inspireert mij wel in al zijn hoedanigheid en woorden.
Ik word dan wakker met een zin: ‘Ik denk dat ik omringd ben door geluk maar ik kan het maar niet voelen waarom?’ Ik tikte terug, ‘weet een vis dat hij nat is?’. Ik weet dan, dat hij over zo’n zin ongeveer een week moet nadenken. Dus dat was goed.”

 

 1837757-1d33a9b06ad8b09727a60309be67dbc5.jpg
Nilgün Yerli (Kirsehir, 11 november 1969)

 

 

De Italiaanse schrijver Luigi Malerba werd geboren op 11 november 1927 in Berceto. Zie ook alle tags voor Luigi Malerba op dit blog en ook mijn blog van 11 november 2010

Uit: Het meisje in het grijs (Vertaald door Marc Vingerhoedt)

“Mijn eerste gedachte was een klacht in te dienen tegen die snoepgoedfirma, maar de twee vriendinnen die die avond bij mij waren, legden mij uit dat een actrice die zich een reputatie van kruidje-roer-me-niet op de hals haalt, haar carrière wel kan vergeten en nooit meer werk krijgt, want al die bedrijven onderhouden goede relaties en maken afspraken met mekaar, al zijn het dan concurrenten. Ik zei daarnet dat acteurs hun gezicht moeten laten zien, maar een producer die per ongeluk de televisie aanzet en mij zo ziet, van kop tot teen in het grijs, zal mij allicht zo snel mogelijk proberen te vergeten. Ik legde me er niet bij neer, ik ben opstandig van nature. De volgende dag telefoneerde ik naar een advocaat die ik ken omdat ik ermee naar bed ben geweest, maar ook hij gaf me de raad mijn mond te houden. Hoe kun je trouwens de omvang van de schade bepalen, zei hij, als je nooit als actrice hebt gewerkt en dus ook geen marktwaarde hebt. Marktwaarde, zo zei hij het, alsof ik een industrieel produkt was. Kortom, ik was het kind van de rekening, zoals gewoonlijk. Het is overigens niet uitgesloten, zei hij om me te troosten, dat al dat grijs de aandacht trekt van een of andere producer. Dat zal wel. Ik kom nu al vier maanden eens per week op televisie en ik heb nog geen half werkaanbod gekregen, nog geen telefoontje, niks, helemaal niks.
Het meisje dat samen met mij dat reclamespotje voor ‘Multigust’-snoepgoed heeft gedaan, draagt een jurk met enorme bloemen, paars geruite kousen, groen satijnen schoentjes en om haar hals een sjaaltje van blinkende oranje zijde. Haar lippen en haar nagels zijn rood geverfd en ook haar wangen, wenkbrauwen en wimpers zijn geschminkt. Het lijkt het Festa dell'Unità wel. Zij mag niet klagen, want met al die kleuren ziet ze er leuk uit, hoewel ook een beetje belachelijk. Maar je kunt beter belachelijk zijn dan grijs en deprimerend. Deprimerend zijn is het ergste dat een meisje dat zoals ik actrice wil worden, kan overkomen. De idee van het reclamebureau is dat de kleuren van het andere meisje overeenstemmen met de kleuren van de ‘Multigust’-snoepjes, citroen aardbeien kersen ananas mokka sinaasappel rode bessen mandarijn cederappel enzovoort enzovoort. Ik zal aan de feministen zeggen dat een vrouw hier als snoepgoed behandeld wordt. Grijs daarentegen is het merkteken van hen die hun snoep niet eten en dus een grijs bestaan.”

 

 1837757-e4731bce8d4a2cca6ff6cb96cb93ca69.jpg
Luigi Malerba (11 november 1927 – 8 mei 2008)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 11e november ook mijn blog van 11 november 2014 en ook mijn blog van 11 november 2012 en eveneens mijn blog van 11 november 2011 deel 2.

Geschreven door Romenu om 17:33 Reageer op dit bericht

Friedrich Schiller, Jan van Nijlen, Arnold Zweig, Rick de Leeuw, Jacob Cats, Werner Söllner

De Duitse dichter en schrijver Johann Christoph Friedrich von Schiller werd geboren op 10 november 1759 in Marbach. Zie ook mijn blog van 10 november 2010 en eveneens alle tags voor Friedrich Schiller op dit blog.

 

Der Flüchtling

Frisch athmet des Morgens lebendiger Hauch,
   Purpurisch zuckt durch düstrer Tannen Ritzen
Das junge Licht und äugelt aus dem Strauch;
      In goldnen Flammen blitzen
      Der Berge Wolkenspitzen.
Mit freudig melodisch gewirbeltem Lied
   Begrüßen erwachende Lerchen die Sonne,
   Die schon in lachender Wonne
Jugendlich schön in Aurora’s* Umarmungen glüht.

      Sey, Licht, mir gesegnet!
      Dein Strahlenguß regnet
Erwärmend hernieder auf Anger* und Au*.
      Wie silberfarb flittern
      Die Wiesen, wie zittern
Tausend Sonnen in perlendem Tau!

      In säuselnder Kühle
      Beginnen die Spiele
         Der jungen Natur.
      Die Zephyre* kosen
      Und schmeicheln um Rosen,
Und Düfte beströmen die lachende Flur.

Wie hoch aus den Städten die Rauchwolken dampfen!
Laut wiehern und schnauben und knirschen und stampfen
      Die Rosse, die Farren*;
      Die Wagen erknarren
         Ins ächzende Thal.
      Die Waldungen leben,
Und Adler* und Falken und Habichte schweben,
Und wiegen die Flügel im blendenden Strahl.

      Den Frieden zu finden,
      Wohin soll ich wenden
         Am elenden Stab?
      Die lachende Erde
      Mit Jünglingsgeberde
         Für mich nur ein Grab!

Steig’ empor, o Morgenroth, und röthe
   Mit purpurnem Kusse Hain und Feld!
Säus’le nieder, Abendroth, und flöte
   Sanft in Schlummer die erstorbne Welt!
      Morgen – ach! du röthest
         Eine Todtenflur,
Ach! und du, o Abendroth! umflötest
      Meinen langen Schlummer nur.

 


Die Worte des Wahns

Drei Worte hört man, bedeutungschwer,
    Im Munde der Guten und Besten.
Sie schallen vergeblich, ihr Klang ist leer,
    Sie können nicht helfen und trösten.
Verscherzt ist dem Menschen des Lebens Frucht,
So lang er die Schatten zu haschen sucht.

So lang er glaubt an die goldene Zeit,
    Wo das Rechte, das Gute wird siegen –
Das Rechte, das Gute führt ewig Streit,
    Nie wird der Feind ihm erliegen,
Und erstickst du ihn nicht in den Lüften frei,
Stets wächst ihm die Kraft auf der Erde neu.

So lang er glaubt, daß das buhlende Glück
    Sich dem Edeln vereinigen werde –
Dem Schlechten folgt es mit Liebesblick;
    Nicht dem Guten gehöret die Erde,
Er ist ein Fremdling, er wandert aus
Und suchet ein unvergänglich Haus.

So lang er glaubt, daß dem ird'schen Verstand
    Die Wahrheit je wird erscheinen –
Ihren Schleier hebt keine sterbliche Hand;
    Wir können nur rathen und meinen.
Du kerkerst den Geist in ein tönend Wort,
Doch der freie wandelt im Sturme fort.

Drum, edle Seele, entreiß dich dem Wahn
    Und den himmlischen Glauben bewahre!
Was kein Ohr vernahm, was die Augen nicht sahn,
    Es ist dennoch das Schöne, das Wahre!
Es ist nicht draußen, da sucht es der Thor;
Es ist in dir, du bringst es ewig hervor.

 

 

Die zwei Tugendwege

Zwei sind der Wege, auf welchen der Mensch zur Tugend emporstrebt;
   Schließt sich der eine dir zu, thut sich der andre dir auf.
Handelnd erringt der Glückliche sie, der Leidende duldend.
   Wohl ihm, den sein Geschick liebend auf beiden geführt!

 

 1837308-91804ed95cc55252e84867daaa6620ae.jpg
Friedrich Schiller (10 november 1759 - 9 mei 1805) 
Monument in Frankfurt

 

 

De Vlaamse dichter en schrijver Jan van Nijlen werd geboren op 10 november 1884 in Antwerpen. Zie ook mijn blog van 10 november 2010 en eveneens alle tags voor Jan van Nijlen op dit blog.

 

De Nachtschone

De hele wereld heb ik afgereisd
In droom. Wat is mij van die reis gebleven?
Niet veel meer dan 't verlangen om nog even
In een verlaten tuin, waar de avond grijst,
Te zien hoe de nachtschone in het lichtblauwe
Licht even bloeit en dadelijk verkleurt,
Aleer de dood mij nijdig toe zal snauwen:
‘Ga nu maar de ijskast in, het is je beurt.’

 

De kooi

Ik voel de lust te reizen, te verhuizen,
of schepen fluiten die vertrekken gaan,
als in het najaar, in de koffiehuizen,
weer gladiolen op de tafels staan.

Ik weet: nu zijn de velden zonder koren,
van dag tot dag wordt dieper groen de wei
en scheert de zwaluw sneller rond de toren,
de gentiaan bloeit in't moeras der hei.

Wordt dan voor immer mijn geboeid verlangen
gevoed door een seizoen en door zijn kleur,
is dit de kooi waarin ik ben gevangen,
waar is het slot en wie ontsluit de deur?

 

De jonge wolf

Kom, laat mij los, laat mij maar lopen,
ik vind de weg wel door het bos.
Mijn hart is sterk, mijn oog is open.
Kom, laat mij lopen, laat mij los.

Vrees je dat ik de weg niet vind,
mijn vrijheid al te duur zal kopen?
Jij vader was ook eenmaal kind,
en toch ben jij ook weggelopen.

Kom, laat mij lopen, laat mij los.

 

 1837308-61c7bdd95c0868a83bf70ad426049121.gif
Jan van Nijlen (10 november 1884 – 14 augustus 1965)
V.l.n.r.: Jan van Nijlen, S. Vestdijk en Jan Greshoff; zittend D.A.M. Binnendijk, 1937. 

 

 

De Duitse schrijver Arnold Zweig werd op 10 november 1887 in een gematigd religieuze joodse familie geboren in Glogau, Neder-Silezië (nu Głogów, Polen). Zie ook mijn blog van 10 november 2010 en eveneens alle tags voor Arnold Zweig op dit blog.

Uit: Die Novellen um Claudia

“Nicht doch. lieber Doktor“, wehrte Claudia mit tiefer und sanfter Stimme, als er sich eifrig bereit erklärte, ihr die Sorge um die Garderobe abzunehmen, »das hatjames bereits getan«; und wirklich näherte sich ihnen der livrierte noch junge Diener in gelbg-rauem Rock und weißen Hosen, die in Stulpstiefeln steckten, mit dem zartroten Abendmantel und den dünnen Schals seiner Herrin.
Doktor Rohme stand in Überzieher und hohem Hut ein wenig hilflos in diesem von Geschwätz widerhallendem Vorraum. Noch immer fühlte er unter allen Erregungen dieser kunsterfilllten Abendstunden den Entsehluß, gespannt und summend, eine tiefe Saite, der ihn heute hierher geführt hatte, zehnmal widerrufen und dennoch nicht aus dem Tatwerden gedrängt; und während Claudia sich von den knappen Bewegungen ihres Lakaien, die Geübtheit verrieten, einhüllen ließ, grübelte er, verkniffenen Mundes und mit abseits träumenden Augen, von den um ihre Überkleider Kämpfenden gestoßen und unfreundlich angesehen, überjene bittere Wallung des nicht mehr E r tr a g e n s , die ihn gestern überfallen und heute hierher ge5toßen hatte wie die See eine Qualle auf den Felsen wirft. Er hatte, von der Theateranzeige veranlaßt, in Goethes Götz erst geblättert, dann mit Entsetzen gelesen, und Weislingens Schwanken zwischen dieser und jener Partei hatte ihn wie ein roher Schlag mitten ins Gesicht getrofl'en. Ekel und grauenvolle Verachtung gegen sich stieg ihm in den Hals dafiir, daß er seit drei Wochen die Notwendigkeit eingesehen hatte, Entscheidung und Klarheit in seine Beziehungen zu diesem Mädchen zu bringen, das er mit demütiger Sehnsucht liebte, ohne den Mut zum Entschluß zu finden.
Denn augenscheinlich, nach der ruhig befreundeten Art ihres Benehmens, wußte sie nicht im mindesten, wie unmöglich er für sie war. Sein Reinlichkeitsgeti'thl empörte sich; er kam sich beschmutzt vor. besuclelte fast auch sie - so hatte er sich die Qual dieser Vorstellung verordnet. und das Mittel hatte gewirkt. Noch heute abend alles beenden, sich vor ihr noch heute entblößen, auf die Gefahr hin. für immer entlassen und ins Dunnkelkalte hinausgewiesen zu werden: das. war's was nottat. und das war unlöslich beschlossen.“

 

 1837308-a9b999a2cfec46a0f45cc87f3332c248.jpg
Arnold Zweig (10 november 1887 – 26 november 1968)
 

 

De Nederlandse dichterschrijver, zanger en producer Rick de Leeuw werd geboren in Haarlem op 10 november 1960. Zie ook mijn blog van 10 november 2010 en eveneens alle tags voor Rick de Leeuw op dit blog.

 

Voor altijd

zoals na een regenbui de straten een filmset
het licht op het station mechelen na een warme dag
of de lakens soms op bed zo nonchalant
kan een rij bomen in open veld wel vrolijk zijn
hoe ben ik hier ooit verzeild geraakt
en hoef ik nooit meer weg

 

 

is het de regen

de straten zijn leeg. de dag is gaan liggen
de avond is haastig huiswaarts gegaan
geluk is een voordeur die opent en sluit
voor het andere leven als de rest is gedaan
flarden muziek uit een laatste café

mijn hart in gevecht met mijn troebel verstand
verzengende liefdes, vergeef me de pijn
verdriet zingt het best met het glas in de hand

een snijdende herfstwlnd
prikt in mijn ogen
maar is het de regen of is het

de nacht is nog jong. jonger dan wij
het leven gee les op de harde manier
dus blijf nu nog even. het is warm en vertrouwd
de kou lijkt verdreven. blijf nu maar hier

een snijdende herfstwind
prikt in mijn ogen
maar is het de regen
of is het de regen

 

 1837308-bbced44d317d27b44b5be50457072ca0.jpg
Rick de Leeuw (Haarlem, 10 november 1960)
 

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Jacob Cats werd geboren op 10 november 1577 in Brouwershaven. Zie ook mijn blog van 10 november 2010 en eveneens alle tags voor Jacob Cats op dit blog.

 

Grijpt gij 't wel, zo is 't maar spel

Het brandhout en de min
zijn twee verscheiden taken;
Maar op gelijke voet
door ieder aan te raken.
Want, of men naar het vuur
of naar de minne spoedt,
Er is een zekere kunst
hoe dat men grijpen moet.
Tast waar het ligt en gloeit
gij zult het laten vallen,
Tast waar het niet en brandt
zo is het om te mallen.
De liefde, zoete jeugd!
is "ik en weet niet wat".
Zij dient of dient u niet,
naar dat zij wordt gevat.

 

 

Wat hangt hij aan een ander man

Dank hebt, o wijngaard, oude stam,
dat ik een reis zo verre kwam
Dat ik mijn eigen wortel had,
En zoog voortaan mijn eigen nat.
Nu wil ik naar een ander dal,
Waar ik mijn eigen wezen zal.

De vrijheid is te grote goed,
De vrijheid is te wonder zoet:
Wat hangt hij aan een ander man,
Die van zijn eigen leven kan?

 

 1837308-29bc40786d1b937b379f0c3c60f7bfb5.jpg
Jacob Cats (10 november 1577 – 12 september 1660)

 

 

De Duitse dichter, schrijver en vertaler Werner Söllner werd geboren op 10 november 1951 in Arad, Roemenië. Zie ook mijn blog van 10 november 2010 en eveneens alle tags voor Werner Söllner op dit blog.

 

Knochenmusik

Im September an der Prinsengracht,
da wollte ich nicht mehr leben. 
Da hab ich, Anne, an dich gedacht
und ging ins Rentrée einen heben.

Ein Ober in Weiß, er brachte Wein
zu einem besonderen Essen.
Ich fühlte mich vornehm, allein
und fast wie alteingesessen.

Der Engel, der mir zu Kopfe stieg,
er war schwarz anzuschauen. 
Auf dem Heimweg lag Knochenmusik
überm Wasser, dem grauen.

 

Café Americain

In einer Zeitung
heute, als ich dem Herrgott
die Zeit stahl, las ich
nach langer Zeit
meinen Namen.

Sieh einer
an, dachte ich
und bezahlte. Es
gibt nicht nur
die Medien.

 

 1837308-3b009ad0adb3d60d4d89bf06d6a98d7c.jpg
Werner Söllner (Arad, 10 november 1951)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 10e november ook mijn blog van 10 november 2014 en eveneens mijn blog van 10 november 2013 deel 2.



Geschreven door Romenu om 18:55 Reageer op dit bericht

Vachel Lindsay

De Amerikaanse dichter Vachel Lindsay werd geboren op 10 november 1879 in Springfield, Illinois. Na drie jaar aan het Hiram College, Hiram, Ohio, verliet Lindsay in 1900 de school om in Chicago en New York City kunstgeschiedenis te studeren. Hij zorgde voor een deel voor zijn eigen levensonderhoud door lezingen voor de YMCA en de Anti-Saloon League. Nadat hij was begonnen met het schrijven van poëzie zwierf hij enkele zomers lang door het hele land in ruil voor voedsel en onderdak zijn gedichten voor te dragen. Landsay kreeg voor het eerst erkenning in 1913, toen een poëzietijdschrift zijn gedicht over William Booth, de oprichter van het Leger des Heils, publiceerde. Kenmerkend voor deze gedichten waren zowel zijn vurig patriottisme als zijn romantische appreciatie van de natuur. In Lindsay’s poëzie werden Amerikaanse leiders beschreven als Alexander Campbell (een van de oprichters van de discipelen van Christus), Johnny Appleseed, John Peter Altgeld en William Jennings Bryan. Lindsay reciteerde zijn poëzie op een sterk ritmische wijze die gepaard ging met zwaaiende armen in een poging om contact met zijn publiek krijgen. Onder de 20 gedichten die het publiek graag wilde horen -zo vaak dat Lindsay moe werd ze te reciteren, waren “General William Booth Enters into Heaven,” “The Congo,” en “The Santa Fe Trail.” Tot zijn beste bundels behoren “Rhymes To Be Traded for Bread” (1912), “General William Booth Enters into Heaven and Other Poems” (1913), “The Congo and Other Poems” (1914), en “The Chinese Nightingale and Other Poems” (1917). Zowel Lindsay's poëtische scheppingskracht als zijn vermogen tot zelfkritiek nam gestaag gedurende de jaren 1920 af, en zijn populariteit daalde. Hij pleegde op 5 december 1931 zelfmoord door het drinken van vergif.

 

General William Booth Enters Into Heaven
[To be sung to the tune of The Blood of the Lamb with indicated instrument]

I
[Bass drum beaten loudly.]

Booth led boldly with his big bass drum --
(Are you washed in the blood of the Lamb?)
The Saints smiled gravely and they said: "He's come."
(Are you washed in the blood of the Lamb?)
Walking lepers followed, rank on rank,
Lurching bravoes from the ditches dank,
Drabs from the alleyways and drug fiends pale --
Minds still passion-ridden, soul-powers frail: --
Vermin-eaten saints with mouldy breath,
Unwashed legions with the ways of Death --
(Are you washed in the blood of the Lamb?)

[Banjos.]

Every slum had sent its half-a-score
The round world over. (Booth had groaned for more.)
Every banner that the wide world flies
Bloomed with glory and transcendent dyes.
Big-voiced lasses made their banjos bang,
Tranced, fanatical they shrieked and sang: --
"Are you washed in the blood of the Lamb?"
Hallelujah! It was queer to see
Bull-necked convicts with that land make free.
Loons with trumpets blowed a blare, blare, blare
On, on upward thro' the golden air!
(Are you washed in the blood of the Lamb?)


II
[Bass drum slower and softer.]

Booth died blind and still by Faith he trod,
Eyes still dazzled by the ways of God.
Booth led boldly, and he looked the chief
Eagle countenance in sharp relief,
Beard a-flying, air of high command
Unabated in that holy land.

[Sweet flute music.]

Jesus came from out the court-house door,
Stretched his hands above the passing poor.
Booth saw not, but led his queer ones there
Round and round the mighty court-house square.
Then in an instant all that blear review
Marched on spotless, clad in raiment new.
The lame were straightened, withered limbs uncurled
And blind eyes opened on a new, sweet world.

[Bass drum louder.]

Drabs and vixens in a flash made whole!
Gone was the weasel-head, the snout, the jowl!
Sages and sibyls now, and athletes clean,
Rulers of empires, and of forests green!

[Grand chorus of all instruments. Tambourines to the foreground.]

The hosts were sandalled, and their wings were fire!
(Are you washed in the blood of the Lamb?)
But their noise played havoc with the angel-choir.
(Are you washed in the blood of the Lamb?)
O shout Salvation! It was good to see
Kings and Princes by the Lamb set free.
The banjos rattled and the tambourines
Jing-jing-jingled in the hands of Queens.

[Reverently sung, no instruments.]

And when Booth halted by the curb for prayer
He saw his Master thro' the flag-filled air.
Christ came gently with a robe and crown
For Booth the soldier, while the throng knelt down.
He saw King Jesus. They were face to face,
And he knelt a-weeping in that holy place.
Are you washed in the blood of the Lamb?

 

 1954826-60a4d3f5a1c590c43ef489886e98baa1.jpg
Vachel Lindsay (10 november 1879 - 5 december 1931)



Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Ivan Toergenjev, Erika Mann, Jens Christian Grøndahl, Jan Decker, Roger McGough, Anne Sexton

De Russische schrijver Ivan Sergejevitsj Toergenjev werd geboren op 9 november 1818 in Orjol, in de Oekraïne. Zie ook mijn blog van 9 november 2010 en eveneens alle tags voor Ivan Toergenjev op dit blog.

Uit: Virgin Soil (Vertaald door R. S. Townsend)

“At one o'clock in the afternoon of a spring day in the year 1868, a young man of twenty-seven, carelessly and shabbily dressed, was toiling up the back staircase of a five-storied house on Officers Street in St. Petersburg. Noisily shuffling his down-trodden goloshes and slowly swinging his heavy, clumsy figure, the man at last reached the very top flight and stopped before a half-open door hanging off its hinges. He did not ring the bell, but gave a loud sigh and walked straight into a small, dark passage.
“Is Nejdanov at home?” he called out in a deep, loud voice.
“No, he’s not. I’m here. Come in,” an equally coarse woman’s voice responded from the adjoining room.
“Is that Mashurina?” asked the newcomer.
“Yes, it is I. Are you Ostrodumov?
“Pemien Ostrodumov,” he replied, carefully removing his goloshes, and hanging his shabby coat on a nail, he went into the room from whence issued the woman’s voice.
It was a narrow, untidy room, with dull green coloured walls, badly lighted by two dusty windows. The furnishings consisted of an iron bedstead standing in a corner, a table in the middle, several chairs, and a bookcase piled up with books. At the table sat a woman of about thirty. She was bareheaded, clad in a black stuff dress, and was smoking a cigarette. On catching sight of Ostrodumov she extended her broad, redhand without a word. He shook it, also without saying anything, dropped into a chair and pulled a half-broken cigar out of a side pocket. Mashurina gave him a light, and without exchanging a single word, or so much as looking at one another, they began sending out long, blue puffs into the stuffy room, already filled with smoke.
There was something similar about these two smokers, al- though their features were not a bit alike. In these two slov- enly figures, with their coarse lips, teeth, and nose.
Ostrodumov was even pock-marked), there was something honest and firm and persevering.
“Have you seen Nejdanov?” Ostrodumov asked.
“Yes. He will be back directly. He has gone to the library with some books.”

 1836968-3fd4a435f3db5631a06231d5b24f862e.jpg
Ivan Toergenjev (9 november 1818 – 3 september 1883)
Portret door Vasily Perov, 1872

 

 

De Duitse schrijfster Erika Mann werd geboren op 9 november 1905 in München als oudste dochter van de Duitse schrijver Thomas Mann. Zie ook mijn blog van 9 november 2010 en eveneens alle tags voor Erika Mann op dit blog.

Uit: Erika Mann. Briefe und Antworten

"26. Mai 1947an Lotte Walter
„…es ist zur Zeit - völlig gleichgültig, wie man es macht - mit den Menschen nicht auszukommen, und je weniger man sich abgibt mit ihnen, desto besser, schonsamer (für alle) und, à la longue, aussichtsreicher. Meinst Du wirklich (der Gedanke verfolgt mich!), der Besuch, von welchem ich Dir abgeraten (ohne ihn freilich, als es ernst wurde, irgend sabotieren zu wollen) hätte alles, alles zum Besseren und Guten wenden können? Nie und nimmer hätte er dies gekonnt.“
(…)

22. September 1948 an Duff Cooper
Wäre ich amerikanische Staatsbürgerin gewesen, ich hätte mich nicht stärker bemühen können, dem Lande nützlich zu sein. In der Tat fühlte ich wie eine Amerikanerin, lebte wie eine Amerikanerin, war praktisch eine Amerikanerin. [...] Ich lebte und arbeitete nun einmal in den USA, und da ich dies auch weiterhin zu tun wünschte, hielt ich es nur für korrekt, mich dem guten Volk dieses Landes auch legal anzuschließen.“

 

 1836968-642513528c5de667539442d7bffeaf8a.jpg
Erika Mann (9 november 1905 - 27 augustus 1969)
Erika en Thomas Mann in Londen, 1947

 

 

De Deense schrijver Jens Christian Grøndahl werd geboren in Lyngby op 9 november 1959. Zie ook alle tags voor Jens Christian Grøndahl op dit blog.

Uit:Lucca (Vertaald door Anne Born)

“One evening in April a thirty-two-year-old woman, unconscious and severely injured, was admitted to the hospital in a provincial town south of Copenhagen. She had a concussion and internal bleeding, her legs and arms were broken in several places, and she had deep lesions in her face. A gas station attendant in a neighboring village, beside the bridge over the highway to Copenhagen, had seen her go the wrong way up the exit and drive at high speed into the oncoming traffic. The first three approaching cars managed to maneuver around her, but about 200 meters after the junction she collided head-on with a truck. The Dutch driver was admitted for observation but released the next day. According to his statement he started to brake a good 100 meters before the crash, while the car seemed to actually increase its speed over the last stretch. The front of the vehicle was totally crushed, part of the radiator was stuck between the road and the truck's bumper, and the woman had to be cut free. The spokesman for emergency services said it was a miracle she had survived. On arrival at the hospital the woman was in very critical condition, and it was twenty-four hours before she was out of serious danger. Her eyes were so badly damaged that she lost her sight. Her name was Lucca. Lucca Montale. Despite the name there was nothing particularly Italian about her appearance. She had auburn hair and green eyes in a narrow face with high cheek-bones. She was slim and fairly tall. It turned out she was Danish, born in Copenhagen. Her husband, Andreas Bark, arrived with their small son while she was still on the operating table. The couple's home was an isolated old farmhouse in the woods seven kilometers from the site of the accident. Andreas Bark told the police he had tried to stop his wife from driving. He thought she had just gone out for a breath of air when he heard the car start. By the time he got outside he saw it disappearing along the road. She had been drinking a lot. They had had a marital disagreement. Those were the words he used; he was not questioned further on that point. Early in the morning, when Lucca Montale was moved from the operating room into intensive care, her husband was still in the waiting room with the sleeping boy's head on his lap. He was looking out at the sky and the dark trees when Robert sat down next to him. Andreas Bark went on staring into the gray morning light with an exhausted, absent gaze”.

 

 1836968-ff3f3cd600b4b25f29e6daa39e12618f.jpeg
Jens Christian Grøndahl (Lyngby, 9 november 1959)

 

 

De Duitse schrijver Jan Decker werd geboren op 9 november 1977 in Kassel. Zie ook mijn blog van 9 november 2010 en eveneens alle tags voor Jan Decker op dit blog.

Uit: Vogelkunde für Städtebewohner

„An der Kreuzung ist Vorsicht geboten. Schon öfter musste Walther Lembeck einer geschwungenen Lederhandtasche ausweichen, die nicht ihm, sondern einem Weibchen des Nebenreviers galt. Heute verharrt das Biotop reglos. Man könnte von einem Wachsfigurenkabinett der Prostituierten sprechen, das er jeden Morgen auf dem Weg zu den Stadtvögeln durchstreift. Und so weit reicht Frau Sperlings Blick vom Balkon. Dann zieht sie sich vermutlich zufrieden und bestätigt in ihre Wohnung zurück. Schau an, hört er Frau Sperling sagen. Walther Lembeck macht wieder Nuttensafari.
Eine neue Vogelstimme ist zu hören. Walther Lembeck geht flink weiter. Der Buntspecht kann es nicht sein, der ist abgeflattert. Walther Lembeck hört aufmerksam hin. Natürlich, es ist das durchdringende Twiht des Kleibers. Hier in den ausgefaulten Astlöchern der Straßenbäume liegen seine Brutplätze. Sie sind das erste Ziel seines Morgenspaziergangs. Ausgerechnet hier an der Kreuzung streift der schnurrende Jäger umher, den sich Frau Sperling hält. Als hätten die beiden sich verabredet. Walther Lembeck scheucht Frau Sperlings Katze mit einem beherzten Tritt auf die Kreuzung. Autoreifen quietschen. Da fliegt der Kleiber fröhlich auf das Astloch zu, im Schnabel klumpenweise frisches Baumaterial. Der zweite Standvogel des Tages, und das dritte Exemplar einer Art, der sich Walther Lembeck selbst zuschreibt. Dem gefiederten Flaneur, der unter widrigen Bedingungen in der Stadt ausharrt..
Denn was lauert am Stadtrand? Die Langeweile. Der Stadtvogel dagegen zeigt, wie man inmitten all des Lärms sein eigenes Biotop bestellen kann, trotz der gackernden Gegenwart von Städtebewohnern wie Frau Sperling. Und der Stadtvogel weiß sich zu wehren, indem er die Städtebewohner imitiert. Er dreht, nicht anders als Frau Sperling, die Lautstärke auf. So hört Walther Lembeck es jeden Morgen mit eigenen Ohren, das Trommeln des Buntspechts, das Teck-Teck des Gartenrotschwanzes, das Tsiwit der Rauchschwalbe, das weiche Hui des Fitis, in zehnfacher Lautstärke. Die Stadtvögel haben ihr Biotop gefunden, nur wissen es die Städtebewohner noch nicht.“

 

 1836968-5719971ba226ffc5c5d915bf84064237.jpg
Jan Decker (Kassel, 9 november 1977)
 

 

 

De Engelse dichter en schrijver Roger Joseph McGough werd geboren op 9 november 1937 in Litherland, Lancashire. Zie ook alle tags voorRoger McGough op dit blog enook mijn blog van 9 november 2010.

 

Soil

we've ignored eachother for a long time
and I'm strictly an indoor man
anytime to call would be the wrong time
I'll avoid you as long as I can

When I was a boy we were good friends
I made pies out of you when you were wet
And in childhood's remembered summer weather
We roughandtumbled together
We were very close

just you and me and the sun
the world a place for having fun
always so much to be done

But gradually I grew away from you
Of course you were still there
During my earliest sexcapades
When I roughandfumbled
Not very well after bedtime
But suddenly it was winter
And you seemed so cold and dirty
That I stayed indoors and acquired
A taste for girls and clean clothes

we found less and less to say
you were jealous so one day
I simply upped and moved away

I still called to see you on occasions
But we had little now in common
And my visits grew less frequent
Until finally
One coldbright April morning
A handful of you drummed
On my fathers waxworked coffin

at last it all made sense
there was no need for pretence
you said nothing in defence

And now recently
While travelling from town to town
Past where you live
I have become increasingly aware
Of you watching me out there.
Patient and unforgiving
Toying with the trees.

we've avoided eachother for a long time
and I'm strictly a city man
anytime to call would be the wrong time
I'll avoid you as long as I can.

 

 1836968-e640ba8594ffbf1a1fed938534ae658a.jpg
Roger McGough (Litherland, 9 november 1937)

 

 

De Engelse dichteres en schrijfster Anne Sexton werd geboren op 9 november 1928 in Newton, Massachusetts. Zie ook mijn blog van 9 november 2010 en eveneens alle tags voor Anne Sexton op dit blog.

 

Barefoot

Loving me with my shoes off
means loving my long brown legs,
sweet dears, as good as spoons;
and my feet, those two children
let out to play naked. Intricate nubs,
my toes. No longer bound.
And what's more, see toenails and
all ten stages, root by root.
All spirited and wild, this little
piggy went to market and this little piggy
stayed. Long brown legs and long brown toes.
Further up, my darling, the woman
is calling her secrets, little houses,
little tongues that tell you.

There is no one else but us
in this house on the land spit.
The sea wears a bell in its navel.
And I'm your barefoot wench for a
whole week. Do you care for salami?
No. You'd rather not have a scotch?
No. You don't really drink. You do
drink me. The gulls kill fish,
crying out like three-year-olds.
The surf's a narcotic, calling out,
I am, I am, I am
all night long. Barefoot,
I drum up and down your back.
In the morning I run from door to door
of the cabin playing chase me.
Now you grab me by the ankles.
Now you work your way up the legs
and come to pierce me at my hunger mark.

 

 1836968-442d8b74768acd71c183005859cfa879.jpg
Anne Sexton (9 november 1928 – 4 oktober 1974)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 9e november ook mijn blog van 9 november 2014 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:46 Reageer op dit bericht

Michael Derrick Hudson

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Amerikaanse dichter en bibliothecaris Michael Derrick Hudson werd geboren in 1963 in Wabash, Indiana. Hij studeerde af aan de Wayne High School in 1982. Na de middelbare school studeerde hij aan de Universiteit van Indiana in Bloomington. Hij woont momenteel in Fort Wayne, Indiana, waar hij werkt als bibliothecaris bij in het Genealogy Center van de Allen County Public Library. Als dichter, heeft Hudson gepubliceerd in diverse tijdschriften. Zijn gedichten werden genomineerd voor de Pushcart Prize door de Greensboro Review en North American Review. Hudson kreeg veel publiciteit door de publicatie van een gedicht in het literaire tijdschrift Prairie Schooner dat vervolgens werd geselecteerd door dichter en romanschrijver Sherman Alexie voor de 2015 editie van de bloemlezing van beste Amerikaanse Poëzie. Hudson, een blanke man, beweerde dat hij het gedicht 40 keer onder zijn eigen naam had ingediend en dat het telkens werd afgewezen. Daarna gebruikte hij het pseudoniem Yi-Fen Chou, vermoedelijk een Chinese vrouw, en het werd geaccepteerd voor publicatie. Critici en mensen binnen de poëzie-gemeenschap waren kritisch over Hudson's gebruik van een pseudoniem. Sommigen noemden het racistisch of beschreven het als "literaire fraude". Anderen waren kritisch over de uitgeverij en spraken van positieve discriminatie. Hudson's manuscript, getiteld “The Dead Bird in the Liquor Store Parking Lot werd geselecteerd als finalist voor zowel de University of Wisconsin‍ '​s Brittingham and Felix Pollak Poetry Prize als de Utah State University‍ '​s May Swenson Poetry Award.

 

Russians

For Russians the stars are always incontinent, ejaculatory
smears across the squalor of a boundlessly

unhygienic sky. You’d scoff, Marina, at how I go at them
with a tiny plastic shovel and my litter box

technique, scooping up the sidereal splooge while trying
to wipe down the universe. You’d say

I tug at God’s Old Testament beard, praying the prayers

of a coward. You’d confide to your diary my eyelashes
don’t bat sootily enough. Such a lummox

could never rumple the sheets of Paris! You’d jot down
my ugly shoes, my idiotic jokes, reproach

my skies for lacking splendor, bleached
by electric lights and the haze of a dying atmosphere ... 

What else could I do, Marina? You and your comrades
vanished long ago, exiled, shot, or pensioned

off by the End of History. So I inch through your legacy
with my groundling’s fears, my glut,

my botched American upbringing: I can’t imagine your
heartbreaks, but you’d never comprehend

how life for me arrived precanceled. Tonight, Marina,
the mercury streetlights will make us

ghastly: you can see only Venus from here, a drunken
queen’s pearl dissolving into the crescent moon’s

tipped-over goblet. Or perhaps I just fucked that up too.

 

 1836966-c7cb294770402847ae58dff2da83caa1.jpg
Michael Derrick Hudson (Wabash, 1963)

Geschreven door Romenu om 18:44 Reageer op dit bericht

Joshua Ferris, Kazuo Ishiguro, Herbert Hindringer, Elfriede Brüning, Margaret Mitchell, Detlef Opitz

De Amerikaanse schrijver Joshua Ferris werd op 8 november 1974 in Danville, Illinois geboren. Zie ook mijn blog van 8 november 2010 en eveneens alle tags voor Joshua Ferris op dit blog.

Uit: The Fragments

“Here’s a question I’ve always wanted to ask. When you’re up there, are there coördinates you have to follow, or are you free to go anywhere you like?”
“Depends on where in the city you are. If you come near any of the airports, obviously—”
“Oh, sure.”
“Which you need clearance to do, anyway.”
“I’m just talking about, like, say you’re over midtown.”
“I don’t do midtown. There’s another guy does midtown.”
“I’m saying, what if you just happened to find yourself there?”
“Let me tell you,” the second man said, laughing. “You never just find yourself inside a chopper in midtown.”
He stopped eavesdropping on them when the call from Katy came in. He picked up, hoping that her deadline had been pushed back, that she’d changed her mind, that she’d be joining him after all.
“Hey,” he answered.
No reply. Static. A physical thing, a trail of it. Static heading somewhere, making progress down a hallway.
“Katy?” he said.
Static crumpling and ironing itself out. A quick vacuum silence, then more jostle. “Katy,” he said again. “Helloooo.” He stepped out of the bar, knowing by then that his wife hadn’t intended to call him. “Kaaa-teee!” he sang. Static shifting, churning, then lifting suddenly. He hollered to be heard. “Yoo-hoo, Katy!”
“… no, he thinks I’m …”
More static.
“… just wish . . . could spend the night…”
Then a man’s voice. “…too bad you live …have an extra hour…”

 

 1836128-479b9c567fd2f6382f09f12f3ba7136e.jpg
Joshua Ferris (Danville, 8 november 1974)

 

 

De Japanse schrijver Kazuo Ishiguro werd op 8 november 1954 geboren in Nagasaki. Zie ook mijn blog van 8 november 2009 en ook mijn blog van 8 november 2010 en eveneens alle tags voor Kazuo Ishiguro op dit blog.

Uit:The Buried Giant

“You would have searched a long time for the sort of winding lane or tranquil meadow for which England later became celebrated. There were instead miles of desolate, uncultivated land; here and there rough-hewn paths over craggy hills or bleak moorland. Most of the roads left by the Romans would by then have become broken or overgrown, often fading into wilderness. Icy fogs hung over rivers and marshes, serving all too well the ogres that were then still native to this land. The people who lived nearby -- one wonders what desperation led them to settle in such gloomy spots -- might well have feared these creatures, whose panting breaths could be heard long before their deformed figures emerged from the mist. But such monsters were not cause for astonishment. People then would have regarded them as everyday hazards, and in those days there was so much else to worry about. How to get food out of the hard ground; how not to run out of firewood; how to stop the sickness that could kill a dozen pigs in a single day and produce green rashes on the cheeks of children.
In any case, ogres were not so bad provided one did not provoke them. One had to accept that every so often, perhaps following some obscure dispute in their ranks, a creature would come blundering into a village in a terrible rage, and despite shouts and brandishings of weapons, rampage about injuring anyone slow to move out of its path. Or that every so often, an ogre might carry off a child into the mist. The people of the day had to be philosophical about such outrages."

 

 1836128-303bf1468ec330a33ff3ba79c049881e.jpg
Kazuo Ishiguro (Nagasaki, 8 november 1954)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Herbert Hindringer werd geboren op 8 november 1974 in Passau. Zie ook alle tags voor Herbert Hindringer op dit blog en ook mijn blog van 29 december 2010.

 

flussbett

das glück sei woanders dachte man
und rasierte sich das schamhaar zur pfeilspitze
richtung unschuld
ein langer winter endete dort

wo eines morgens regenwasser durch die dachrinnen
in den boden hinab rauschte
brauchte man nicht einmal die augen zu öffnen
um auf einem schiff wach zu werden

ein frühmorgendlicher regen war das
was man noch erwarten wollte
bevor man sich per annonce ein aktmodell suchte
das nach zu vielen sitzungen liegen blieb
sodass man beim ausziehen das bett aufgeben musste
sich ganz leise hinausschlich

nur mit sonntagen im gepäck
stand einem die neue stadt misstrauisch gegenüber
war gleich eine bäckerei
man schloss die fenster
und schraubte so lange an seinem kopf herum
bis die trockenhaube endlich passte

 

 1836128-da9049adeb60553b0407fedf1fe27add.jpg
Herbert Hindringer (Passau, 8 november 1974)

 

 

De Duitse schrijfster Elfriede Brüning werd geboren op 8 november 1910 in Berlijn. Zie ook mijn blog van 8 november 2010 en eveneens alle tags voor Elfriede Brüning op dit blog.

Uit: Kaffeefahrt ins Paradies

„Ein Mitarbeiter hatte von Hannover aus eigens dazu anreisen sollen. „Wahrscheinlich steckt er noch im Stau“, sagte eines der beiden Models, die sich endlich zu einer Erklärung veranlaßt sah. Doch was war zu tun? Noch langer warten? Inzwischen war Eile geboten. Unser Fahrer hupte schon ungeduldig, er wollte noch vor Mitternacht zu Hause sein. Aber sie habe ja für uns ein Ersatzgeschenk! rief die Modefrau plötzlich, und flugs zog sie aus einem Korb, den irgendwer herbei geschleppt hatte, die Überraschung hervor: für die Damen eine Keksdose (ohne Inhalt) mit dazu passendem Tablett, und die Herren erhielten etwas Undefinierbares zum Basteln, das sich später als ein aus Pappe zusammengesetzter Papierkorb entpuppte.
Damit war unser „Badisches Winzerfest“ zu Ende gegangen. Ohne Weinkönigin und ohne Lotterie; beides hatte man glatt unter den Tisch fallenlassen. Auf der langen Autobahn – Rückfahrt durch die „herrliche Landschaft“ der Börde hatte ich Muße, ein Resümee zu ziehen.
Wir waren geneppt, belogen und betrogen worden. Eigentlich gehörten die Veranstalter vor Gericht gestellt. Sie waren gemeine Betrüger! Aber sahen das meine Mitreisenden ebenso?
Nicht ein einziger von ihnen hatte sich verärgert gezeigt oder gar laut protestiert. Sie hatten das Ganze als willkommene Abwechslung wahrgenommen. Als wir endlich, wirklich gegen Mitternacht, dem Bus entstiegen, hatte ich den Eindruck, daß sie alle, beladen mit ihren Einkäufen, die man ihnen aufgeschwatzt hatte, zufrieden nach Hause trabten. Wieder mal hatten sie einen Tag ihres Rentnerdaseins herum gebracht. Einen Tag näher zum Tod.“

 

 1836128-a198cde8cfc1a0a2bbcb6017dc7ade5b.jpg
Elfriede Brüning (8 november 1910 – 5 augustus 2014)

 

 

De Ameikaanse schrijfster Margaret Mitchell werd geboren op 8 november 1900 in Atlanta, Georgia. Zie ook alle tags voor Margaret Mitchell op dit blog en ook mijn blog van 8 november 2010.

Uit: Gone with the wind

“Scarlett sat down on the column, too sick at the sight to go on. This desolation went to her heart as nothing she had ever experienced. Here was the Wilkes pride in the dust at her feet. Here was the end of the kindly, courteous house which had always welcomed her, the house where in futile dreams she had aspired to be mistress. Here she had danced and dined and flirted and here she had watched with a jealous, hurting heart how Melanie smiled up at Ashley. Here, too, in the cool shadows of the trees, Charles Hamilton had rapturously pressed her hand when she said she would marry him.
"Oh, Ashley," she thought, "I hope you are dead! I could never bear for you to see this."
Ashley had married his bride here but his son and his son's son would never bring brides to this house. There would be no more matings and births beneath the roof which she had so loved and longed to rule. The house was dead and, to Scarlett, it was as if all the Wilkeses, too, were dead in its ashes.
"I won't think of it now. I can't stand it now. I'll think of it later," she said aloud, turning her eyes away.
Seeking the garden, she limped around the ruins, by the trampled rose beds the Wilkes girls had tended so zealously, across the back yard and through the ashes of the smokehouse, barns and chicken houses. The split-rail fence around the kitchen garden had been demolished and the once orderly rows of green plants had suffered the same treatment as those at Tara. The soft earth was scarred with hoof prints and heavy wheels and the vegetables were mashed into the soil. There was nothing for her here.
She walked back across the yard and took the path down toward the silent row of whitewashed cabins in the quarters, calling "Hello!" as she went. But no voice answered her. Not even a dog barked. Evidently the Wilkes negroes had taken flight or followed the Yankees. She knew every slave had his own garden patch and as she reached the quarters, she hoped these little patches had been spared.”

 

 1836128-0b913c7584f4d16932666a38bc2aadba.jpg
Margaret Mitchell (8 november 1900 – 16 augustus 1949)
Scene uit de film 'Gone with the wind' uit 1939

 

 

De Duitse schrijver Detlef Opitz werd geboren op 8 november 1956 in Steinheidel-Erlabrunn. Zie ook alle tags voor Detlef Opitz op dit blog en ook mijn blog van 8 november 2009 en ook mijn blog van 8 november 2010.

Uit:Faites vos jeux!

“Und wie schon die letzten beiden Sonntage: das Läuten war noch gar nicht verklungen, schon hatte Minzo eine Länge gut und spurtete die Pace; wunderbar schlecht weggekommen hingegen Transit, ein brauner Gestütshengst aus Leipzig, nach der Papierform der schärfste Widersacher des Wallachs.
Auf dem Programm der klassische Sprint. Über die doppelte Distanz am vergangenen Sonntag hatte sich Minzo noch auf dem Zielfoto geschlagen geben müssen von Rosanna, aber die Zwölfhundert heute galten als seine Spezialstrecke, zudem standen die Gewichte günstig für ihn. So der Kurier.
Der Ansager bestätigte, was Brenzig aus seiner Perspektive nicht genau zu erkennen vermochte: 2 Längen voraus Minzo, eingangs des Dahlwitzer Bogens. Und Transit ganz am Ende des Oktetts, gemeinsam mit Hakima, der Stallgefährtin des Wallachs, um die allerdings sich Brenzig nicht sorgen brauchte, er hatte ausschließlich auf Einlauf gesetzt, in 5 Kombinationen. Und Stall zahlt bekanntlich nur auf Sieg & Platz.
Aus dem Bogen in die Zielgerade, keine 400 Meter mehr. Die anfängliche Stille auf den Tribünen verlor sich mehr & mehr im Fiebergeschrei einiger 1000 - so mochte man meinen: Infizierter. Brenzig kaute sich die Kuppe des kleinen Fingers wund und bemerkte nicht den Schmerz, eine versoffene Stimme hinter ihm fluchte auf Kalmus, der Hakima ritt, und zwar erbärmlich! Von ihr abgesetzt hatte sich jetzt ganz außen der Hengst, über den im Kurier stand, er pflege seine Rennen immer erst auf der Geraden zu entscheiden. Auch der Magdeburger hielt mit, Claas, seit dem Start an 2. Position. Transit nun schon gleichauf mit ihm und vorbei. So genau lautete Brenzigs teuerste Wette: Minzo - Transit - Claas!“

 

 1836128-5af56aede05277173dcb0f2c763e0a5d.jpg
Detlef Opitz (Steinheidel-Erlabrunn, 8 november 1956)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 8e november ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 11:50 Reageer op dit bericht

Zinaida Gippius, Peter Weiss, Bram Stoker, Martha Gellhorn, Inge Schilperoord

De Russische dichteres en schrijfster Zinaida Gippius werd geboren op 8 november 1869 in Beljov in de buurt van Tula. Zie ook alle tags voor Zinaida Gippius op dit blog en ook mijn blog van 8 november 2009 en ook mijn blog van 8 november 2010.

 

The Awful

It’s awful not to live but only sleep…
To see all's being ever multiplied,
To have in past so wildly many sins,
That it’s a shame to look up at the sky.

When can I pray for mercy for my sins? 
I’m on the last of circles’ strong incline.  
But most dread and shameful is the thing,
That no one loves now any one.

 

The Spiders

My world is like a chamber, narrow, –
It’s very low, very small.
In four its corners sit four fellows –
Four spiders, diligent in all.

They are all fat, adroit, and dirty, 
And always spin and spin the web…
And it is awful – their portly,
Monotonous and even step.

With four their webs, when they were ready,
They spun the immense one, at last. 
I watch their fat backs’ movement, steady,
In darkness of the stinking dust.                       

My eyes – under the webbing’s level:
It’s gray, and soft, and sticky, yet.
And they are glad with gladness, evil, --
Four spiders, fat.

 

Vertaald door Yevgeny Bonver

 

 1836127-625c7284cbdc845812672cf3c33dde62.jpg
Zinaida Gippius (8 november 1869 – 9 september 1945)
 

 

 

De Duitse schrijver Peter Weiss werd geboren op 8 november 1916 in Nowawes (het tegenwoordige Neubabelsberg) bij Berlijn. Zie ook alle tags voor Peter Weiss op dit blog en ook mijn blog van 8 november 2010.

Uit:Die Ästhetik des Widerstands

„Es war in mancher Arbeiterküche zu finden. In größerem Format und eingerahmt kam es früher bei Gewerkschaftsfeierlichkeiten zur Verlosung, später wurde es ausgegeben von nationalsozialistischen Organisationen. Die Werkleute, von Menzel in ein Gefängnis versetzt, aus dem der Klassenkampf verbannt war, wurden von meinem Freund Coppi oft umgezeichnet, so daß in den Zangengriff strampelnde Männchen in Frack und Zylinder oder ordenbehängter Uniform gerieten. Die Reproduktion des Bilds untersuchend, waren wir auf eine weitere aufschlußreiche Einzelheit gestoßen. Beim Nachziehn des perspektivischen Musters der Komposition zeigte sich, daß die Fluchtlinien aller Rohre und Balken, der Walzgestelle und angehobnen Zangengriffe, der Werkstücke auf den Karren und der Schwergewichtsverlagrung in den Bewegungen der Gruppen in dem Punkt links im Hintergrund zusammenliefen, wo, unter der Senkrechten eines Tragpfeilers, ein Herr stand, in Hut und Gehrock, die Hände auf dem Rücken, abgewandt vom Betrieb, das Profil träumerisch dem Lichtstrahl entgegengehoben, der durch die Dämpfe hindurch auf ihn fiel. Solchermaßen beschienen und so abgesondert, müßig und zufrieden war sonst keiner. Unauffällig stand er da, verweilte auf seinem Rundgang und sann nach, vielleicht über die malerischen Reize dieses metallischen Gefüges, vielleicht über Aktienkurse oder über Auszeichnungen, die ihm von den Ministern verliehn würden, und darüber, wie wohl alles unverändert seinen Lauf nehmen könne. So hatte Menzel in dem imponierenden Vexierbild seinen Auftraggeber versteckt."

 

 1836127-3989b08448e955011510b81fd8d37d8e.jpg
Peter Weiss (8 november 1916 - 10 mei 1982)

 

 

De Ierse schrijver Bram Stoker werd geboren op 8 november 1847 in Clontarf, een wijk van Dublin in Ierland. Zie ook alle tags voor Bram Stoker op dit blog en ook mijn blog van 8 november 2010.

Uit: Dracula

“On my saying that I did not understand, she went on:
"It is the eve of St. George's Day. Do you not know that tonight, when the clock strikes midnight, all the evil things in the world will have full sway? Do you know where you are going, and what you are going to?" She was in such evident distress that I tried to comfort her, but without effect. Finally, she went down on her knees and implored me not to go; at least to wait a day or two before starting.
It was all very ridiculous but I did not feel comfortable. However, there was business to be done, and I could allow nothing to interfere with it.
I tried to raise her up, and said, as gravely as I could, that I thanked her, but my duty was imperative, and that I must go.
She then rose and dried her eyes, and taking a crucifix from her neck offered it to me.
I did not know what to do, for, as an English Churchman, I have been taught to regard such things as in some measure idolatrous, and yet it seemed so ungracious to refuse an old lady meaning so well and in such a state of mind.
She saw, I suppose, the doubt in my face, for she put the rosary round my neck and said, "For your mother's sake," and went out of the room.
I am writing up this part of the diary whilst I am waiting for the coach, which is, of course, late; and the crucifix is still round my neck.
Whether it is the old lady's fear, or the many ghostly traditions of this place, or the crucifix itself, I do not know, but I am not feeling nearly as easy in my mind as usual.
If this book should ever reach Mina before I do, let it bring my goodbye. Here comes the coach!
5 May. The Castle.--The gray of the morning has passed, and the sun is high over the distant horizon, which seems jagged, whether with trees or hills I know not, for it is so far off that big things and little are mixed.”

 

 1836127-36f6ccf548ea85a5c671b075ea94ad24.jpg
Bram Stoker (8 november 1847 – 20 april 1912)
Luke Evans als Prince Vlad in de film “Dracula Untold” uit 2014

 

 

De Amerikaanse schrijfster en oorlogscorrespondente Martha Ellis Gellhorn werd geboren in St. Louis, Missouri op 8 november 1908. Zie ook alle tags voor Martha Gelhorn op dit blog en ook mijn blog van 8 november 2010.

Uit:Is There a New Germany?

„It is worth remembering that the German national anthem is, as before, "Deutschland über Alles," and that the second and third verses, deleted by the Allies as too aggressive, were restored immediately Germany became independent, and are sung with enthusiasm. There is a German problem, and it will not be solved by denying it or acting as if the problem were a geographical one; let Germany be united, and all will be dandy. The problem is moral, and only the Germans themselves can handle it. They talk ceaselessly about democracy, but "democracy" is a virtuous slogan, without meaning. Until Germans really believe that the state is the servant of the people, and each man is responsible for his acts and his conscience, and that orders are not their own justification, Germany merely changes its leaders, not its character.
The forms of teaching in German universities are the exercise (a small study group of twelve to twenty-four students), the seminar (up to two hundred students), and the lecture in the large amphitheater (about six hundred students). The students learn by dictation from above, the unquestioned professorial word, the assigned books: they listen for thirty hours a week or more. Many students said bitterly that the only sure way to pass examinations and get the essential degree was to repeat to your professor what the professor had told you.
Young Germans, throughout their schooling, are taught to memorize facts but are not guided to relate facts, experience, observation, and emotion to produce their own personal thought. »

 

 1836127-51d167324b2b78fc432387605f9ac077.jpg
Martha Ellis Gellhorn (8 november 1908 - 16 februari 1998)

 

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Nederlandse schrijfster Inge Schilperoord werd geboren in 1973. Zij publiceerde in NRC Handelsblad, Psychologie Magazine en Crossing Border Magazine. Ze werkt als forensisch psycholoog bij onder andere het Pieter Baan Centrum. Van haar debuut Muidhond werden deze zomer de Franse en Engelse vertaalrechten verkocht, evenals de filmrechten. Het boek won de Bronzen Uil 2015. Ook staat de roman op de shortlist van de ECI Literatuurprijs.

Uit: Muidhond

 “Nu moet ik goed opletten, dacht Jonathan. Nu. Het begint nu. Hij legde zijn trillende handen in zijn schoot en wreef met de duim van zijn rechterhand langzaam over het kootje van zijn linker, in de hoop dat het hem kalm zou maken. Het was de laatste ochtend van zijn gevangenschap. Als altijd zat hij alleen in zijn cel. Zijn cel die de anderen, de bewaarders, zijn kamer noemden. Hij zat op bed, staarde naar de muur en wachtte. Hij wist niet hoe laat het was. Vroeg, het was in elk geval vroeg. De eerste streep zonlicht was net door de spleet in zijn te dunne gordijnen gedrongen. Misschien half zes, zes uur. Het maakte hem vandaag ook niet uit. Ik heb tijd, dacht hij, vanaf nu heb ik alle tijd. En: ze komen wanneer ze komen. Als hun tijd daar is komen ze, ik kan daar niks aan veranderen, ze komen niet eerder, niet later, ik merk het wel.
Tot ze kwamen zou hij kijken hoe het ochtendlicht steeds verder zijn cel binnen zou dringen en langzaam, onverstoorbaar, in zijn eigen baan door de ruimte zou trekken, zich van niemand iets zou aantrekken. Hij wist al heel lang niet meer hoe laat het precies was. De eerste nacht hier had hij de batterijen meteen uit het binnenwerk van de wandklok gepeuterd. Hij kon het getik niet verdragen. Daarbij was er op de klok niets te zien waar hij wat aan had. De dagactiviteiten waren niet verplicht en hij liet ze aan zich voorbijgaan. Rondjes lopen, onderwijs, sporten. Werk. Wie niet rookte, snoepte of dure kleding kocht, had hier geen geld nodig.
Hij keek liever naar de stand van de zon, naar de volheid van het licht, hoe het scheen langs de wolken die boven de toppen van de uitkijktorens dreven. Dat vertelde hem hoe lang het nog zou duren, hoe lang nog tot het donker werd. Hoe lang nog die herrie: de stemmen van de mannen die langs de wanden van de luchtplaats omhoog kropen, de muziek door de muren. Schaduwen over de vloer van zijn cel, over het bed en het tafeltje. Maar nu werd het anders. ‘Alles wordt anders,’ fluisterde hij.”

 

 1836127-32f54fcde150c1a38da1ce97679a97ad.jpg
Inge Schilperoord (1973)

Geschreven door Romenu om 11:49 Reageer op dit bericht

Albert Helman, Albert Camus, Jan Vercammen, Antonio Skármeta, Pierre Bourgeade, W. S. Rendra

De Nederlandse dichter en schrijver Albert Helman werd geboren op 7 november 1903 in Paramaribo. Zie ook mijn blog van 7 november 2010 en eveneens alle tags voor Albert Helman op dit blog.

Uit: De stille plantage

“Vele mensen zijn bij de Stille Plantage geweest, en hebben de woestenij gezien, deze kostelijke woestenij van planten die groeien over planten, van bomen die nieuwe bomen overschaduwen, eiken beladen met wuivende tuinen. Zij hoorden het kwinkeleren van klein gevogelte dat nooit verschrok door luide mensenstemmen. Jonge apen buitelden van vreugde, een oude riep met de galm van een sirene; ver achter klaterde het water toen paradijsvogels speelden met jonge eekhoorns, en het strakke blauw in zuilen licht omlaag kwam tussen bruine stammen. Oerwoud, wildernis, woestenij. Niemand wist dat hier ooit, voor lange jaren, de Stille Plantage geweest was.
Maar stilte was er nog. De zoemende stilte van vele geluiden die het zwijgen zijn der natuur, die 't grote zwijgen zijn van deze kinkhoorn binnen ons. En op een late middag, toen de schaduw van een palm als altijd schuw zijn weg zocht naar de brede voeten van een groenhartboom, zijn al de vogels neergezwermd: de schuwe die herinnering heet, de al te trage van de weemoed, de zwarte die fluistert: ‘nu is 't zo niet meer’ , en de andere die altijd cirkelen rondom hoge kruinen; wie ze ooit zag, geneest niet meer van het heimwee naar een onvindbaar huis. Ze streken neer, ieder op hun eigen tak, en andere op de grond, die nog het droefste kirden. De spechten sloegen met lange tikken; nooit speelde een xylofoon zo schoon. De pelikanen bewogen langzaam hun koppen; het was als een droom.
En wat er bleef van die droom: al te vaste gestalten, al te starre herinneringen, hoop die nooit waarheid werd, liefde die haar bedding niet vond, geloof dat nimmer ophield te geloven in de onverwoestbaarheid van al het heilige, dit alles moest nu hier gezegd zijn... Maar woorden schieten te kort, woorden zijn te weinig, te arm aan klank, te dwaas van beeld. Te klein, te luid. Leun uit uw dakraam, wie ge zijt, waar ge zijt. Laat uw oog de verte ontdekken als het avond wordt; als al de daken u ontzinken, de weiden, de straten of wat u ook omringt, en de verte u nabij komt, zo nabij als een zachte wand, een mensenwang. Vang in uw hand de vogel herinnering, sluit het raam, ontsteek het licht in uw kamer. Is dit uw kamer nog? Zijn kooi is een nieuwe wereld. Nieuw en oud, dezelfde en eeuwenoud tegelijk. Reeds eerder waart ge hier; als kind, of vroeger nog. Zo lang reeds kent ge deze mensen, hun woorden, hun gebaren, hun hart, nietwaar..."

 

 1835773-a3ff73ed539e8b23c1ee713e07b4f11a.jpg
Albert Helman (7 november 1903 - 7 oktober 1996)
Portret door fotograaf Nicolaas Porter

 

 

De Franse schrijver en filosoof Albert Camus werd geboren op 7 november 1913 in Mondovi, Algerije. Zie ook mijn blog van 7 november 2010 en eveneens alle tags voor Albert Camus op dit blog.

Uit: De vreemdeling (Vertaald door Peter verstegen)

“Vandaag is moeder gestorven. Of misschien gisteren, ik weet het niet. Ik kreeg een telegram van het tehuis: ‘Moeder overleden. Morgen begrafenis. Hoogachtend.’ Dat zegt niets. Misschien was het gisteren.
Het bejaardenhuis is in Marengo, tachtig kilometer van Algiers. Ik zal de bus van twee uur nemen, dan kom ik nog in de middag aan. Ik kan bij haar waken en dan morgenavond teruggaan. Mijn baas heb ik twee dagen verlof gevraagd en gezien de reden kon hij dat niet weigeren. Maar hij keek niet blij. Ik heb zelfs tegen hem gezegd: ‘Ik kan er ook niets aan doen.’ Daar heeft hij niet op geantwoord. Dus vond ik dat ik het beter niet had kunnen zeggen. Ik hoefde me tenslotte niet te verontschuldigen. Het lag meer voor de hand dat hij mij zou condoleren. Maar dat zal hij overmorgen wel doen als hij me in de rouw ziet. Op het ogenblik lijkt het nog een beetje of moeder niet dood is. Na de begrafenis zal het wel anders zijn, dan is het afgehandeld en heeft alles een offi cieel tintje gekregen.
Ik heb om twee uur de bus genomen. Het was heel warm. Ik heb geluncht bij Céleste, zoals altijd. Iedereen had erg met me te doen en Céleste zei: ‘Je hebt maar één moeder.’ Toen ik vertrok hebben ze me tot aan de deur gebracht. Ik was er met mijn hoofd niet bij, omdat ik nog bij Emmanuel langs moest om een zwarte stropdas te lenen en een rouwband. Hij heeft een paar maanden terug zijn oom verloren.
Ik moest rennen om de bus te halen. Door de haast, het gedraaf, door dat alles moet het wel komen, plus nog het gehots, de benzinelucht, de schittering van het licht op de weg en vanuit de lucht, dat ik ben weggezakt. Ik heb bijna de hele reis geslapen.
En toen ik wakker werd, hing ik tegen een soldaat aan die naar me glimlachte en vroeg of ik van ver kwam. Ik zei ‘ja’ om ervan af te zijn."

 

 1835773-75cd5327937a19f5d5c8e8b18cc8467f.jpg
Albert Camus (7 november 1913 – 4 januari 1960)

 

 

De Vlaamse dichter en schrijver Jan Vercammen werd geboren in Temse op 7 november 1906. Zie ook alle tags voor Jan Vercammen op dit blog.

 

De rozen rijpen

De rozen rijpen weer als vruchten
en waar mijn hart is in mijn borst
broeit weer een grondelooze dorst.
De zomerlijk-besterde luchten
 
zijn als een voorhang te genaken.
Mijn handen breken hun gebaar:
zij worden van de scherven zwaar
en vaardig tot een nieuw verzaken.
 
Tot onder rilde populieren
ik een verloren kind ontmoet,
dat mij herkent en mij begroet
met een geluid, dat woord is schier, een
 
kleinen kreet, een ademhalen,
den roep van dieren aanverwant
naar den ontbloeienden levant
bij stilgevallen nachtegalen.
 
Dit is het teederste mirakel,
dat onder sterren is geschied
en dat zich God ontstelen liet;
een schielijk aangeschoven schakel
 
tusschen bewuste en onbewuste.
Het tilt een heldre cantileen
over de hooge branding heen
van elke liefde en alle lusten.
 
Zijt gij met dezen groet geboren?
Is dan uw intrede in het licht
die rijpe rozen nog zoo dicht?
Viel hier uw eerste kreet verloren.
 
opdat ik nimmer zou verzaken
wat nimmer te genaken is?
Ik zal met uwe ontstentenis,
als met een droom, mijn dag doorwaken.

 

 1835773-306919b52c43633c5a1a1beda11867c7.jpg
Jan Vercammen (7 november 1906 – 5 augustus 1984)

 

 

De Chileense schrijver Antonio Skármeta werd geboren op 7 november 1940 in Antofagasta. Zie ook alle tags voor Antonio Skármeta op dit blog en ook mijn blog van 7 november 2010

Uit: A Distant Father (Vertaald door John Cullen)

“When Dad went away, my mother was suddenly extinguished, like a candle blown out by a gust of frosty wind.
Like her, I loved my father to the point of madness. And I too wanted him to love me back. But he was gone a lot. When he was home, he’d write letters at night on my old Remington portable typewriter and pile them up on the desk for me to hand on when the truck came to pick up the sheets.
They were letters to his friends, he said. “Mes vieux copains.”
Occasionally, when we’ve been drinking brandy, the miller drops some nugget of information, and so I always listen to him with great attention. But his trails lead nowhere.  He keeps things quiet by talking about them. Or rather, he talks about things while keeping them quiet. It’s as though he had a secret pact with my father. Un jurement de sang.
When Pierre decided to leave, I was just about to graduate from the teachers’ college in Santiago. The week before I was to arrive in Contulmo, elementary school teaching certificate in hand, he told my mother that the cold climate of southern Chile cracked his bones, and that a ship was waiting for him in the harbor at Valparaíso.
I got off the train and he got on, boarding the very same car.
In southern Chile, the trains still belch smoke.
My father shouldn’t have left the same night I arrived. I didn’t even get a chance to open my suitcase and show him my diploma. My mother and I wept, both of us.”

 

 1835773-0dd42adb60a43c8b05e57b5a878df1c6.jpg
Antonio Skármeta (Antofagasta, 7 november 1940)

 

 

De Franse schrijver, scenarioschrijver, essayist, dichter, journalist en fotograaf Pierre Bourgeade werd geboren in Morlanne op 7 november 1927. Zie ook mijn blog van 7 november 2010 en eveneens alle tags voor Pierre Bourgeade op dit blog.

Uit:La Nature du Roman

“La nature du roman est le sexe. Le roman est un acte sexuel. La nature du roman est une femme rousse, dans une salle obscure, qui convoite un acteur de cinéma. « Tout à l'heure, chez moi, Lexington Avenue. » Elle ferme les yeux et s'enfonce les ongles dans les paumes. La nature du roman est un vieil homme, assis sur un pliant, la nuque protégée du soleil par un mouchoir, qui regarde, immobile, le paysage poussiéreux. Il boit une orchiatta, que lui apporte un jeune garçon de café, en qui il croit vaguement se reconnaître, et tirant de sa poche un carnet, il tente de noter un souvenir qui vient de lui traverser l'esprit. Sa main tremble. La nature du roman est la guerre entre le désir et la mémoire, entre l'écriture et le temps. La nature du roman est l'impossible.
(…)

Le roman n'est pas seulement mobile, il est mouvant, il se transforme en même temps qu'il se déroule, il ignore à jamais le prochain mot. La nature du roman est l'infini. Le roman est l'autobiographie en acte. Le romancier est une création de chaque instant. Il dit « Je » pour mentir. Il s'affirme homme et femme, ange et monstre, jeune homme et vieillard. Il meurt autant de fois qu'il faut. Il aime infatigablement."

 

 1835773-fc788a584d38f9f5e9d052a29f0fbcdc.jpg
Pierre Bourgeade (7 november 1927 – 12 maart 2009)

 

 

De Indonesische dichter en toneelregisseur Wahyu Sulaeman Rendra (eig. Willibrordus Surendra Broto Rendra) werd geboren in Surakarta op 7 november 1935. Zie ook alle tags voor W. S. Rendra op dit blog.

 

Sermon (Fragment)

“My brothers, children of the heavenly father.
This is my sermon.
My very first sermon.
Life is very difficult
Dark and difficult
There are many torments.
So in this regard
the wise way to live is ra-ra-ra
Ra-ra-ra, hump-pa-pa, ra-ra-ra.
Look at the wisdom of the lizard
the created God loves most
Go close to the ground
For:
Your souls are squeezed between rocks
Green
Mossy
Like a lizard ra-ra-ra
like a centipede hum-pa-pa."

All spoke together:
Ra-ra-ra. Hum-pa-pa.
With a roar everyone in the church:
Ra-ra-ra. Hum-pa-pa.

"To the men who like guns
who fix the flags of truth to their bayonet-points
I want you to listen carefully
to lu-lu-lu, la-li-lo-lu.
Lift your noses high
so you don't see those you walk on.
For in this way li-li-li, la-li-lo-lu.
Cleanse the blood from your hands
so as not to frighten me
then we can sit and drink tea
and talk of the sufferings of society
and the nature of love and death.
Life is full of misery and sin.
Life is a big cheat.

 

Vertaald door Harry Aveling

 

 1835773-fa0090c8d690da48bf133385663bec83.jpg
W. S. Rendra (7 november 1935 - 6 augustus 2009)

 

 

Zie voor meer schrijvers van de 7e november ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 12:51 Reageer op dit bericht

Vladimir Volkoff, Auguste Villiers de L'Isle-Adam, Friedrich zu Stolberg-Stolberg, Johann Gottfried Schnabel, Gédéon Tallemant des Réaux

De Franse schrijver Vladimir Volkoff werd geboren in Parijs op 7 november 1932. Zie ook alle tags voor Vladimir Volkoff op dit blog en ook mijn blog van 7 november 2009 en ook mijn blog van 7 november 2010

Uit: Langelot Agent Secret

“La juridiction moderne, efficace, de la Commission ne s’étendait pas en dehors de ses locaux. Résultats : deux des garçons qu’elle accueillait pendant trois jours, pour des tests et des examens divers, en étaient réduits à se battre pour une gamelle modèle 14 modifié 39 ! En effet, le « grand » avait perdu la sienne et prétendait s’approprier celle du « petit », pour n’avoir pas d’ennuis avec l’adjudant, le jour du départ.
« Allez, rends-moi ma gamelle sans faire d’histoires ou je t’assomme, reprit le grand. Moi, je pèse 60 kilos et je…
- Tu m’assommes déjà avec tes discours ! rétorqua le petit. Il y en a qui sont doués, tout de même, comme orateurs.
- Vas-y le grand !
- Vas-y le petit ! »
Quarante-huis garçons brandissant leur gamelle (modèle 14 modifié 39) excitaient les adversaires.
« Eh bien ce sera tant pis pour toi », dit le grand en avançant d’un pas.
Et lança le poing.
Il dominait l’autre de la tête, d’une bonne demi-carrure et de la moitié de la longueur du bras.
Un ou deux spectateurs à l’âme sensible fermèrent les yeux pour ne pas voir ratatiner leur camarade… Lorsqu’ils les rouvrirent, ils virent le grand à plat ventre, au sol, le nez dans le gravier, un bras tordu derrière le dos. Le petit, qui lui avait enfourché les reins, lui demandait gentiment :
« Dis, je te casse l’avant-bras ou je ne te le casse pas ? »

Les apparences, il faut l’avouer, étaient trompeuses. L’adjudant chargé de la discipline, que les cris des garçons avaient alerté, pouvait difficilement deviner que le coupable se trouvait dessous et que le polisson qui caracolait sur son dos n’avait d’autre tort que de tenir à sa gamelle et de connaître un peu de judo. »

 

 1835771-db35a475f7d65d45ce33346762641095.jpg
Vladimir Volkoff (7 november 1932 - 14 september 2005)
Portret door Sergei Chepik, 2002

 

 

De Franse schrijver Auguste Villiers de L'Isle-Adam werd geboren op 7 november 1838 in Saint-Brieuc. Zie ook mijn blog van 7 november 2010 en eveneens alle tags voor Auguste Villiers de L'Isle-Adam op dit blog.

Uit: Vox populi

“Grande revue aux Champs-Élysées, ce jour-là !
Voici douze ans de subis depuis cette vision. — Un soleil d’été brisait ses longues flèches d’or sur les toits et les dômes de la vieille capitale. Des myriades de vitres se renvoyaient des éblouissements : le peuple, baigné d’une poudreuse lumière, encombrait les rues pour voir l’armée.
Assis, devant la grille du parvis Notre-Dame, sur un haut pliant de bois, — et les genoux croisés en de noirs haillons, — le centenaire Mendiant, doyen de la Misère de Paris, — face de deuil au teint de cendre, peau sillonnée de rides couleur de terre, — mains jointes sous l’écriteau qui consacrait légalement sa cécité, offrait son aspect d’ombre au Te Deum de la fête environnante.
Tout ce monde, n’était-ce pas son prochain ? Les passants en joie, n’étaient-ce pas ses frères ? À coup sûr, Espèce humaine ! D’ailleurs, cet hôte du souverain portail n’était pas dénué de tout bien : l’État lui avait reconnu le droit d’être aveugle.
Propriétaire de ce titre et de la respectabilité inhérente à ce lieu des aumônes sûres qu’officiellement il occupait, possédant enfin qualité d’électeur, c’était notre égal, — à la Lumière près.
Et cet homme, sorte d’attardé chez les vivants, articulait, de temps à autre, une plainte monotone, — syllabisation évidente du profond soupir de toute sa vie :
— « Prenez pitié d’un pauvre aveugle, s’il vous plaît ! »
Autour de lui, sous les puissantes vibrations tombées du beffroi, — dehors, là-bas, au-delà du mur de ses yeux, — des piétinements de cavalerie, et, par éclats, des sonneries aux champs, des acclamations mêlées aux salves des Invalides, aux cris fiers des commandements, des bruissements d’acier, des tonnerres de tambours scandant des défilés interminables d’infanterie, toute une rumeur de gloire lui arrivait!"

 

 1835771-00b18def9fdb5858195d528c15c3f5ed.jpg
Auguste Villiers de L'Isle-Adam (7 november 1838 - 18 april 1889)
Saint-Brieuc, centrum

 

 

De Duitse dichter, vertaler en jurist Graaf Friedrich Leopold zu Stolberg-Stolberg werd geboren op 7 november 1750 in Bramstedt. Zie ook alle tags voor Friedrich Leopold zu Stolberg-Stolbergop dit blog en ook mijn blog van 7 november 2009 en ook mijn blog van 7 november 2010

 

Der späte Frühling

Das Frühjahr ist kommen, der Frühling noch nicht:
Noch macht die Natur uns ein saures Gesicht,
Noch dräuen die Wolken uns Schloßen und Schnee,
Noch spiegelt sich dürstend im Eise das Reh.

Der Frost hat das niedrige Veilchen erstickt,
Und die Knospe der hohen Kastanie geknickt:
Es starb in der Knospe die Blüte vom Wind,
So stirbt in der sterbenden Mutter ihr Kind.

Die Pflänzchen im Garten sind gelb und erstarrt;
Es seufzet der Stier, denn der Boden ist hart;
Die Schwalbe verbirgt sich; die Glucke verläßt
Die sterbenden Küchlein, erstarret im Nest.

Doch hat sich der Storch auf dem Kirchturm gezeigt;
Auch sah ich die Nachtigall, aber sie schweigt.
O Nachtigall, Nachtigall, nimm dich in acht:
Die Stauden sind nacket, und kalt ist die Nacht!

Langbeinigter Küster, du klapperst zu früh
Im sausigen Kirchturm; kein Frühling ist hie!
O sei mir in Zukunft kein Lügenprophet,
Wenn mein Weibchen zuerst auf dem Turm dich erspäht!

Dann tön' in den Erlen das Bächlein entlang
Dem brütenden Weibchen der Nachtigall Sang!
Es lausche mein brütendes Weibchen zugleich!
Du aber, o Kuckuck, ich warne dich, schweig!

 

 1835771-73d1148c137f99d77a24388fa4fa01c6.jpg
Friedrich Leopold zu Stolberg-Stolberg (7 november 1750 - 5 december 1819)
Borstbeeld 

 

 

De Duitse schrijver Johann Gottfried Schnabel werd geboren op 7 november 1692 in Sandersdorf bij Bitterfeld. Zie ook alle tags voor Johann Gottfried Schnabel op dit blog en ook mijn blog van 7 november 2009 en ook mijn blog van 7 november 2010

Uit: Erzählung vom ehrlichen Merillo

„Als ich vor acht Jahren als Fähndrich in. Z. auf Werbung stund, um sonderlich vor meines Capitains Kompagnie etwa zehn bis zwölf Rekruten anzuwerben, bekam ich auf listige Art einen schönen und wohlgewachsenen Menschen von ohngefähr zwanzig Jahren, welcher seine Studia auf der Schule daselbst absolvierst hatte und bei seinen Eltern nur auf etliche Taler Geld laurete, um damit auf Universitäten zu gehen, womit ihm aber dieselben, weil sie wenig im Vermögen hatten, nicht alsobald helfen konnten. Ebendieses war wohl die meiste Ursache, daß er zwei Dukaten Handgeld und das Versprechen von mir annahm, daß er den ersten Furiersplatz, so unter dem Regimente aufginge, haben sollte. Allein wie es gemeiniglich zu gehen pflegt, daß dergleichen Versprechen nicht gar zu genau gehalten werden, so traf es auch bei dem ehrlichen Merillo zu, denn er mußte über Jahr und Tag die Flinte tragen, führete sich aber dabei sehr wohl und gelassen auf, hielt sich in der Montur allezeit reinlich und überhaupt alle seine Sachen sehr ordentlich, frequentierte keine liederlichen Kompagnien, sondern blieb lieber zu Hause, las in den Büchern, so er geborgt kriegen konnte, bemühete sich anbei sonderlich, die französische Sprache fertig reden und schreiben zu lernen, wie er denn auch dieselbe binnen kurzer Zeit fast vollkommen innehatte. Nach der Zeit, da er sich durch sein Schreiben einige Taler Geld erworben, mag ihm wohl auch ein Lüstgen ankommen, in Kompagnie zu gehen, derowegen attachiert er sich stets an die Unteroffiziers und andere reputierliche Leute, welche ihn wegen seiner guten Aufführung und klugen Diskurse lieben und ehren. Nur ist das schlimmste, daß das Geld nicht immer zureichen will; denn die Löhnung langete nicht allzuweit, und nach einiger anderer Soldaten Art, auf Marode oder, besser zu sagen, stehlen zu gehen, war seiner noblen Ambition zuwider, derowegen mußte er sich nolens volens nach der Decke strecken und manche lustige Kompagnie meiden. Bei seinerWirtin, die eine stürmische, geizigeWittbe und bereits etliche vierzig Jahre alt war, hatte er sich seit etlichen Wochen vor empfangene Viktualien in ein paar Taler Schulden gesetzt, durfte sich also, wenn er nicht gemahnet sein wollte, nicht allzu wohl vor ihr sehen lassen, sondern kroch manchen Nachmittag auf den Heuboden, nahm ein Buch mit dahin und las so lange darinnen, bis ihn der Mittagsschlaf überfiel.“

 

 1835771-8210700827ca9442e48ae460960c6c53.jpg
Johann Gottfried Schnabel (7 november 1692 - tussen 1751 en 1758)

 

 

De Franse schrijver Gédéon Tallemant des Réaux werd geboren op 7 november 1619 in La Rochelle. Zie ook alle tags voor Gédéon Tallemant des Réaux op dit blog en ook mijn blog van 7 november 2009 enook mijn blog van 7 november 2010

Uit:Historettes. Le président Pascal et Blaise Pascal

« Le président Pascal a laissé un fils, qui témoigna dès son enfance l’inclination qu’il avoit aux mathématiques. Son père lui avoit défendu de s’y adonner qu’il n’eût bien appris le latin et le grec. Cet enfant, dès douze ou treize ans lut Euclide en cachette, et faisoit déjà des propositions ; le père en trouva quelques-unes ; il le fait venir et lui dit : « Qu’est-ce que cela  ? » Cc garçon, tout tremblant, lui dit : « Je ne m’y suis amusé qu’aux jours de congé. — Et entends-tu bien cette proposition ? — Oui, mon père. — Et où as-tu appris cela  ? — Dans Euclide, dont j’ai lu les six premiers livres (on ne lit que cela d’abord). — Et quand les as-tu lus ? — Le premier en une après dînée, et les autres en moins de temps à proportion. » Notez qu’on y est six mois avant que de les bien entendre.
Depuis, ce garçon inventa une machine admirable pour l’arithmétique. Pendant les dernières années de l’intendance de son père, ayant à faire pour lui des comptes de sommes immenses pour les tailles, il se mit dans la tête qu’on pouvoit, par de certaines roues, faire infailliblement toutes sortes de règles d’arithmétique ; il y travailla et fit cette machine qu’il croyoit devoir être fort utile au public ; mais il se trouva qu’elle revenoit à quatre cents livres au moins, et qu’elle étoit si difficile à faire qu’il n’y a qu’un ouvrier, qui est à Rouen, qui la sache faire : encore faut-il que Pascal y soit présent. Elle peut être de quinze pouces de long et haute à proportion. La reine de Pologne en emporta deux ; quelques curieux en ont fait faire. Cette machine et les mathématiques ont ruiné la santé de ce pauvre Pascal.
Sa sœur, religieuse à Port-Royal de Paris, lui donna de la familiarité avec les jansénistes : il ]c devint lui-même. C’est lui qui a fait ces belles lettres au Provincial que toute l’Europe admire, et que M. Nicole a mises en latin. Rien n’a tant fait enrager les jésuites. Long-temps on a ignoré qu’il en fût l’auteur ; pour moi, je ne l’en eusse jamais soupçonné, car les mathématiques et les belles-lettres ne vont guère ensemble. Ces messieurs du Port-Royal lui donnoient la matière, et il la disposoit à sa fantaisie. Nous en dirons davantage dans les Mémoires de la régence."

 

 1835771-bb5868c43b5c15ec9da9ad50520c8d81.jpeg
Gédéon Tallemant des Réaux (7 november 1619 – 10 november 1692)
Cover

Geschreven door Romenu om 12:50 Reageer op dit bericht

K. Schippers, Michael Cunningham, Robert Musil, Nelleke Noordervliet, Bea Vianen, Bert Vanheste, Bodenski, Johannes Petrus Hasebroek

De Nederlandse dichter, schrijver, essayist en kunstcriticus K. Schippers, pseudoniem van Gerard Stigter, werd geboren in Amsterdam op 6 november 1936. Zie ook alle tags voor K. Schippers op dit blog.

 

De plantjes water geven

Het huis van een kennis,
die met vakantie is,
leeg halen.

De schilderijen, meubels,
tapijten, kachels, het servies,
grammofoonplaten, kleding, spiegels
en ander huisgerei
fotograferen en op
ware grootte afdrukken.

De gefotografeerde dingen
eventueel met een
standaard in de rug
- denk aan de meubels -
weer op hun oude
plaats terugzetten.

Messen en vorken hebben
geen standaard nodig,
komen gewoon in de
gefotografeerd bak
(het zoutvaatje een
kleine standaard).

Bij zijn thuiskomst
zit wat de bewoner
in het buitenland
de laatste weken zag,
ontwikkeld door een
plaatselijk fotograaf,
plat in een reistas.

 

 

No, no Nanette

Tea for two heeft voor de oorlog
iets voor mijn vader gedaan.
En ook voor mij.
Hij liep langzaam om
het langer uit een huis
te kunnen horen
en miste zo lijn 2.
In de volgende zat mijn moeder.

 

 

 1835500-74397367988cc71730f539b5b9b8c6bb.jpg
K. Schippers (Amsterdam, 6 november 1936)

 

 

De Amerikaanse schrijver Michael Cunningham is geboren in Cincinnati, Ohio op 6 november 1952. Zie ook mijn blog van 6 november 2010 en eveneens alle tags voor Michael Cunningham op dit blog.

Uit: A Home at the End of the World

“We gathered at dusk on the darkening green. I was five. The air smelled of newly cut grass, and the sand traps were luminous. My father carried me on his shoulders. I was both pilot and captive of his enormity. My bare legs thrilled to the sandpaper of his cheeks, and I held on to his cars, great soft shells that buzzed minutely with hair.
My mother‘s red lipstick and fingernails looked black in the dusk. She was pregnant, just beginning to show, and the crowd parted for her. We made our small camp on the second fairway, with two folding aluminum chairs. Multitudes had turned out for the celebration. Smoke from their portable barbecues sharpened the air. I settled myself on my father‘s lap, and was given a sip of beer. My mother sat fanning herself with the Sunday funnies. Mosquitoes circled above us in the violet ether.
That Fourth of July the city of Cleveland had hired two famous Mexican brothers to set off fireworks over the municipal golf course. These brothers put on shows all over the world, at state and religious affairs. They came from deep in Mexico, where bread was baked in the shape of skulls and virgins, and fireworks were considered to be man‘s highest form of artistic expression.
The show started before the first star announced itself. It began unspectacularly. The brothers were playing their audience, throwing out some easy ones: standard double and triple blossomings, spiral rockets, colored sprays that left drab orchids of colored smoke.
Ordinary stuff. Then, following a pause, they began in earnest. A rocket shot straight up, pulling a thread of silver light in its wake, and at the top of its arc it bloomed purple, a blazing five pronged lily, each petal of which burst out with a blossom of its own. The crowd cooed its appreciation. My father cupped my belly with one enormous brown hand, and asked if I was enjoying the show. I nodded. Below his throat, an outcropping of dark blond hairs struggled to escape through the collar of his madras shirt.“

 

 1835500-ea15e73bb6a0020059e9f04a8775a4d3.jpg
Michael Cunningham (Cincinnati, 6 november 1952)

 

 

De Oostenrijkse schrijver Robert Musil werd geboren op 6 november 1880 in Klagenfurt. Zie ook mijn blog van 6 november 2010 en eveneens alle tags voor Robert Musil op dit blog.

Uit: Der Mann ohne Eigenschaften

„Es soll also auf den Namen der Stadt kein besonderer Wert gelegt werden. Wie alle großen Städte bestand sie aus Unregelmäßigkeit, Wechsel, Vorgleiten, Nichtschritthalten, Zusammenstößen von Dingen und Angelegenheiten, bodenlosen Punkten der Stille dazwischen, aus Bahnen und Ungebahntem, aus einem großen rhythmischen Schlag und der ewigen Verstimmung und Verschiebung aller Rhythmen gegeneinander, und glich im ganzen einer kochenden Blase, die in einem Gefäß ruht, das aus dem dauerhaften Stoff von Häusern, Gesetzen, Verordnungen und geschichtlichen Überlieferungen besteht. Die beiden Menschen, die darin eine breite, belebte Straße hinaufgingen, hatten natürlich gar nicht diesen Eindruck. Sie gehörten ersichtlich einer bevorzugten Gesellschaftsschicht an, waren vornehm in Kleidung, Haltung und in der Art, wie sie miteinander sprachen, trugen die Anfangsbuchstaben ihrer Namen bedeutsam auf ihre Wäsche gestickt, und ebenso, das heißt nicht nach außen gekehrt, wohl aber in der feinen Unterwäsche ihres Bewußtseins, wußten sie, wer sie seien und daß sie sich in einer Haupt- und Residenzstadt auf ihrem Platze befanden. Angenommen, sie würden Arnheim und Ermelinda Tuzzi heißen, was aber nicht stimmt, denn Frau Tuzzi befand sich im August in Begleitung ihres Gatten in Bad Aussee und Dr. Arnheim noch in Konstantinopel, so steht man vor dem Rätsel, wer sie seien. Lebhafte Menschen empfinden solche Rätsel sehr oft in den Straßen. Sie lösen sich in bemerkenswerter Weise dadurch auf, daß man sie vergißt, falls man sich nicht während der nächsten fünfzig Schritte erinnern kann, wo man die beiden schon gesehen hat.“

 

 1835500-f519ff7090210418cf06d993f91e50c3.jpg
Robert Musil (6 november 1880 – 15 april 1942)
Cover monografie 

 

 

De Nederlandse schrijfster Nelleke Noordervliet werd op 6 november 1945 in Rotterdam geboren. Zie ook mijn blog van 6 november 2010 en eveneens alle tags voor Nelleke Noordervliet op dit blog.

Uit: Snijpunt

“Afgezien van de algemene ongeloofwaardigheid van de opgewonden fantasieën die een oude vrouw zorgvuldig koestert omtrent haar eigen jeugd, is Fischer een vrij algemene naam in Duitsland, Engeland, Amerika. En hoe komt u erbij dat de E. voor Engel staat?
Voor zover ik dat in de korte tijd die mij ter beschikking stond heb kunnen nagaan wordt die voornaam nergens genoemd. De voorletter kan evengoed staan voor Eduardo, Ezechiel, Ettore, Emmanuel, Ercole. U zou een klein punt hebben indien de gebeurtenis door de oude vrouw beschreven daadwerkelijk had plaatsËevonden. Ons is echter niets bekend van een bliksem, noch van een coma, noc van een wonderbaarlijke wederopstanding. U zoekt Aldo Burrone, volgens u E. Fischer, u zoekt hetn dood of levend. Welnu, ik kan u melden dat wij noch over het een noch over het ander uitsluitsel kunnen geven. Aldo Burrone is verdwenen, zij het niet in 1933, maar in 1939. Wij hebben nooit meer iets van of over hem vernomen. En om u de waarheid te zeggen, mijn vader heeft daar ook geen enkele behoefte aan. Aldo Burrone is direct verantwoordelijk te stellen voor de dood van zijn broer Jacopo en indirect voor de dood van diens vrouw Giulia, mijn grootouders. Zelfs als u kunt bewijzen dat Aldo Burrone en E. Fischer een en dezelfde persoon zijn, dan nog zijn wij niet geïnteresseerd in zijn verblijfplaats of zijn graf. Vanaf 1939 was hij dood voor ons.’
Het duizelde Guido. Als een drenkeling klampte hij zich vast aan een enkel stuk wrakhout dat in de ijzige zee van afwijzing omhoogstak.”

 

 1835500-09727757796c03009801597f9b27a48a.JPG
Nelleke Noordervliet (Rotterdam, 6 november 1945)

 

 

De Surinaamse dichteres en schrijfster Bea Vianen werd geboren in Paramaribo op 6 november 1935. Zie ook mijn blog van 6 november 2010 en eveneens alle tags voor Bea Vianen op dit blog.

 

Enorme handen

Enorme handen
zou ik willen bezitten en
langs mijn eigen lichaam klauteren
ver boven de hoogste toren schrijven
van vrolijke zingende dingen.
 
Maar ik heb geen handen,
ik kan slechts omhelzen wat ik heb verloren
de verliezen van iedereen.
 
Tegen grote waterspiegels in de savannen
zou ik mijn ogen willen ruilen,
gulzig drinken citroenenlicht,
licht vangen in het donker,
vinden wat ik verloren heb.
 
Maar ik heb gewone ogen,
kan geen liefde onderscheiden
met het donker tussenbeide.

 


Wakker worden
 
Vijf uur was het denk ik
toen ik het hoorde
ik vermoedde dat het een kind was
dat huilde
je zei dat het een vogel was
 
je mond had daarbij iets van een overweging
lief, onuitgesproken -
zoals ik die ken bij het zien van een brief
van een bekende
ik wist opnieuw hoe bruin je mij vond
 
je las uit het landschap
waarover ik je vertelde
van de bladeren in hun proces van eeuwig groen
van de dingen die mij leidden naar het toeval
dat ik naast je lig.

 

 1835500-0206f33214f28f1af734ecbbdf83ab13.jpg
Bea Vianen (Paramaribo, 6 november 1935)
 

 

 

De Vlaamse literatuurwetenschapper en auteur Gilbert (Bert) Vanheste werd geboren in Pervijze op 6 november 1937. Zie ook alle tags voor Bert Vanheste op dit blog.

Uit: Nederlands in de DDR

“Mevrouw Gabriele Schieb is een linguïste (oudere Duitse taalkunde), die in noodgevallen Nederlands de helpende hand reikt; een paar jaar geleden stond ze in voor syntaksis en sindsdien verzorgt ze een kollege Nederlandse letterkunde tot en met de 19de eeuw, dit hoofdzakelijk in verband met de ziekte en promotie van Mevrouw Diersch.
Helga Diersch legt zich als parttime medewerkster Nederlands vooral toe op de moderne Nederlandse literatuur. Ze werkt momenteel mee aan de samenstelling en vertaling van een bundel Noord- en Zuidnederlandse verhalen die in het voorjaar moet verschijnen. Verder treft ze voorbereidselen voor een proefschrift (met het oog op haar B-promotie) over Lode Zielens. Zelfs de hoogleraar Gerhard Worgt kan zijn aandacht voor niet meer dan de helft aan Nederlands besteden doordat ook het Wissenschaftsgebiet Zweeds onder zijn bevoegdheid valt. Professor Worgt is een zeer levendige, vriendelijke en goedlachse man die 's morgens acht tot 's vaonds acht overal opduikt, die onvermijdelijk de trap neemt naar z'n kamer op de elfde verdieping omdat de lift te lang op zich laat wachten en die urenlang vertelt over de oorlog, z'n studiebezoek aan België en Nederland in 1956, over de DDR en de studie Nederlands. Vanwege de oorlog moest hij z'n studie afbreken en werd als knaap naar het front gejaagd. Z'n afkeer voor Hitler was aanvankelijk eerder ‘taalkundig’ dan politiek gemotiveerd (nu nog verbaast hij er zich over dat zoveel Duitsers geestdriftig konden luisteren naar dat fascistische geschreeuw).”

 

 1835500-630cb5505efb159c438ae8ef5321948c.jpg
Bert Vanheste (6 november 1937 - 23 februari 2007)

 

 

De Duitse dichter, componist en musicus Bodenski (eig. Michael Boden) werd geboren op 6 november 1965 in Potsdam. Zie ook alle tags voor Bodenski op dit blog en ook mijn blog van 6 november 2010

 

2000 Meilen unter dem Meer

Zwei weiße Segel glitten grad durch deine Augen.
Darin die See ist tiefer als ein Lot je ging.
Ein Sturm zieht auf mit Wellen, die zum Töten taugen,
die jedes Schiff verschlingen, das am Anker hing.

Zwei weiße Haie glitten grad durch deine Augen.
Ich schmeck das bittre Salz der See in meinem Mund.
Es ist noch Angst in mir, wie könnte ich auch glauben,
daß dort kein Zweifel wäre, unten auf dem Grund?

Ich versinke, ich ertrinke,
ich will keine Schmerzen mehr.
Ich will dort sein, wo es still ist:
2000 Meilen unterm Meer.

Zwei weiße Flügel falten sich um deine Schultern.
Im Rausch der Tiefe bist du weiß und wunderschön.
Ich weiß genau, du bist jetzt hier mich zu erlösen;
ich kann nicht weiterschwimmen, bitte lass mich gehn.

Ein weißes Licht verschlingt die Haie und die Segel,
verschlingt die See und in mir wird es still, so still.
Ich bitte dich, schalt ab die summenden Maschinen,
die mich am Leben halten - länger als ich will.

Ich versinke, ich ertrinke,
ich will keine Schmerzen mehr.
Ich will dort sein, wo es still ist:
2000 Meilen unterm Meer.

 

 1835500-d6545dc4c6d8750a9e7c4ab58dc8449d.jpg
Bodenski (Potsdam, 6 november 1965)

 

 

De Nederlandse schrijver, dichter en predikant Johannes Petrus Hasebroek werd geboren in Leiden op 6 november 1812. Zie ook alle tags voor Johannes Petrus Hasebroek op dit blog.

Uit: Waarheid en droomen (De stamboom)

“Denk evenwel niet, dat mij dit niet spijt. Ik vind het een Cynisme, grooter dan van iemand op deze wereld gevergd wordt, er volstrekt onverschillig voor te wezen, welken naam men draagt. Het is wel zoo, dat men er thans niet veel aan heeft, of uw voorvaderen, op het steken van hun trompet, honderd man in het zadel riepen, daar de naneef toch genoodzaakt is zijn vijf jaren bij de nationale militie uit te dienen, of anders een remplaçant te geven: en even waar is het, dat een burgerman niets voelt van de groeven, waarmede het juk der Edelen den hals van zijn voorouders geknaagd heeft. Ook is het ontegenzeggelijk dat, sedert ruwe handen de adellijke wapenschilden onder een dik vernis van revolutionnaire kleuren gelegd hebben, de beleedigde verven niet meer zoo helder en frisch willen worden, als zij voorheen waren. Maar dit toegegeven, zie ik niet, waarom het nog niet altijd begeerlijk zou zijn, de herrinnering van vroeger grootheid aan zijn naam te verbinden. Waarlijk, in onze dagen, die zoo plat zijn als ons land en zoo romanesk als onze duinen, is het nog iets dichterlijks, zich bij zijn wapenbord in tijden van groenende Riddereer en blozende Riddergalanterie te droomen.”

 

 1835500-75f8dc3048df3dd085efe51d511f23ab.jpg
Johannes Petrus Hasebroek (6 november 1812 – 29 maart 1896)
Prent van A.J. Ehnle, ca. 1850.

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 6e november ook mijn blog van 6 november 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:21 Reageer op dit bericht

Joyce Maynard, Andreas Stichmann, Bert Wagendorp, Maurice Kilwein Guevara, Hanns-Josef Ortheil, Anna Maria van Schurman, Ella Wheeler Wilcox

De Amerikaanse schrijfster Joyce Maynard werd geboren op 5 november 1953 in Durham, New Hampshire en volgde een opleiding aan de Phillips Exeter Academy. Zie ook mijn blog van 5 november 2010 en eveneens alle tags voor Joyce Maynard op dit blog.

Uit: Mijn zusje (Vertaald door Anke ten Doeschate)

“Ons huis, nummer 17, was het kleinste van de straat met drie donkere slaapkamers, in grootte variërend van klein tot piepklein, een woonkamer met een verlaagd plafond en een keuken die door de vorige bewoners was uitgerust met meubilair van groen formica en bijpassende avocadogroene apparatuur die allerlei mankementen vertoonde. De houten lambrisering was een mislukte poging om de woonkamer een gezellige aanblik te geven.
Onze ouders hadden het huis in 1968 gekocht, toen ik twee jaar oud was en mijn zusje nog maar net was geboren. Iets beters hadden ze met het salaris van een politieagent niet kunnen krijgen. Mijn vader werkte in San Francisco, maar mijn moeder vond Marin County voor ons een betere plek om op te groeien.
Destijds was hij een gewone agent, nog geen rechercheur, en hem kennende, vond hij het waarschijnlijk wel prima om zijn eigen gang te gaan en mensen te redden, terwijl wij ergens veilig in een huisje zaten weggestopt.
Tegenwoordig zou niemand het nog in zijn hoofd halen om goedkope huizen te bouwen op de plek waar wij woonden. Nu zou dat land bestemd zijn voor villa’s op grote lappen grond, met zwembaden, buitenkeukens en duur tuinmeubilair. De garages zouden plek bieden aan drie auto’s van Europese makelij.
Maar toen vlak na de Tweede Wereldoorlog de huizen aan Morning Glory Court en omliggende straten als Bluebell, Honeysuckle, Daffodil en mijn persoonlijke favoriet Muriel Lane – vermoedelijk vernoemd naar de vrouw van de aannemer – werden gebouwd, maakten vrije natuur en een mooi uitzicht van een plek nog geen toplocatie. Zo was het mogelijk dat ons gezin met zo weinig geld toch op een plek kon wonen waar de achtertuin uitliep in vele hectares vrije natuur. De hele berg was onze speeltuin. Die van mij en mijn zus.”

 

 1835099-aaa252f4450091553b8574bfeda22bd6.jpg
Joyce Maynard (Durham, 5 november 1953)

 

 

De Duitse schrijver Andreas Stichmann werd op 5 november 1983 in Bonn geboren. Zie ook mijn blog van 5 november 2010 en eveneens alle tags voor Andreas Stichmann op dit blog.

Uit:Das große Leuchten

„Daraufhin sagt er nichts mehr. Sitzt da und guckt, als säße er immer noch in der Einöde. Im Kräutergarten seiner Mutter oder auf seinem Korbstuhl vor dem Haus.
Er scheint innerlich gegen den Gedanken anzukämpfen, dass er sich gerade zum ersten Mal von zu Hause entfernt – und zwar fl iegenderweise und mit 700 Stundenkilometern.
Sein Finger findet den Knopf, und der Sitz kippt nach hinten, aber von hinten wird dagegengearbeitet, sodass er wieder nach vorne ruckt – und dann packt er umständlich seine Reiselektüre auf den Tisch, mehrere Bücher über persische Mystik. Um sie nach einer Weile genauso umständlich wieder wegzupacken und stattdessen mit den Iran-Air-Socken und der Duty-free-Broschüre herumzuhantieren, als wäre er darauf aus, mich anzustecken mit seiner Fickrigkeit.
Aber ich sitze hier ruhig, drehe den Blick zum Fenster. Ich sitze hier mit einem ruhigen Gehirn.
Vor mir auf dem Tischchen: mein Brustbeutel. Darin die Adresse und die Telefonnummer von Abolfazl Merizadi, die ich in Anas zurückgelassenen Klamotten gefunden habe. Er will schon mal versuchen, Kontakt zu Anas Mutter herzustellen, hat er am Telefon gesagt, oder zumindest Kontakt zu Kontaktmännern, schließlich ist Anas Mutter Kommunistin, bewegt sich im Untergrund und hat keine Adresse. Wir sollten einfach erst mal kommen, Ana habe sich zwar noch nicht gemeldet, er kenne sie ja gar nicht richtig, aber wir würden sie schon ausfi ndig machen. Seine Familie sei um mehrere Ecken mit ihrer bekannt. In diesem überraschend guten Englisch. Sehr klar und sehr nett.
Draußen: glasklare Stadtlandschaften, unsagbar tief unter den Wolken. Ein im aufgeschlagenen Stein fun-kelnder Erdschatz. Lichtteppiche, die sich im Gebirge verlieren, die sich durch Täler und mittels Brücken über Flüsse ziehen. Ich sage mir, dass es eine beseel-te, bedeutsame Erdoberfl äche ist, die da unten schimmert. Eine, auf der man Spuren lesen und Wege finden kann, auf der man vielleicht mal fehlgeht, aber nur, um wieder zurückzukommen und die richtige Route zu nehmen.“

 

 1835099-1b9314e74e488e2322c0b7869ef3861e.jpg
Andreas Stichmann (Bonn, 5 november 1983)

 

 

De Nederlandse schrijver en journalist Bert Wagendorp werd geboren in Groenlo op 5 november 1956. Zie ook alle tags voor Bert Wagendorp op dit blog.

Uit:Ventoux

“De Mont Ventoux,’ zei Joost.
‘Tommy Simpson,’ zei ik. ‘Tim Krabbé reed hem op in één uur, eenentwintig minuten en...’
‘Nee, maar oké,’ zei Joost, alsof hij mijn antwoord verder niet van belang vond. ‘Dood gaan we allemaal.’ Hij haalde een briefje uit een van de zakjes op de rug van het Peugeotshirt en vouwde het open.
‘Luister, goede vriend en medecoureur,’ zei hij gewichtig. ‘Waar hebben wij tijdens het fietsen mee te maken, qua krachten?’
‘Tegenwind.’
‘Onder andere. Maar dat is niet het enige. We hebben te maken met de volgende weerstanden die overwonnen moeten worden: behalve, inderdaad, de luchtweerstand, is er ook nog de hellingweerstand, de rolweerstand en de mechanische weerstand. Ik heb hier de formules van de verschillende weerstanden. Geïnteresseerd?’
Ik zag een hoop letters en kwadraten. ‘Nee.’
‘Dacht ik al. Zit urenlang op zijn fiets, maar is totaal niet geïnteresseerd in waar hij mee bezig is. Gewoon dom trappen, en verder niks. Goed, zelf weten. Ik zal grote stappen maken. Bij het overwinnen van de verschillende weerstanden komt het aan op de geleverde arbeid in joules en het geleverde vermogen in watts. Ja? Als we de verschillende waarden kennen, van de weerstanden en de geleverde arbeid en vermogen, kunnen we uitrekenen hoelang we over de beklimming van de Ventoux doen.’
Ik begon een vermoeden te krijgen van waar hij heen wilde.
‘Gerekend vanuit het plaatsje Bédoin bedraagt het hoogteverschil dat moet worden overwonnen tot de top 1600 meter. De afstand tot de top is 21 kilometer. Ik heb zojuist mijn fiets gewogen, ding weegt 11,5 kilogram. Zelf woog ik vanochtend 75 kilo...’
‘Kom op, Joost.’
‘Rolweerstand, hellingweerstand, luchtweerstand en mechanische weerstand in ogenschouw genomen, plus het gemiddelde stijgingspercentage, kan ik nu uitrekenen hoelang ik erover zal doen om de top te bereiken, als ik tenminste zou weten hoeveel vermogen ik kan ontwikkelen. En dat weet ik niet, helaas. Nog niet.’

 

 1835099-22ad858f44e94a3df85743d56c9ac5ed.jpg
Bert Wagendorp (Groenlo, 5 november 1956)

 

 

De Amerikaanse dichter, schrijver en hoogleraar Maurice Kilwein Guevara werd geboren op 5 november 1961 in Belencito. Zie ook alle tags voor Maurice Kilwein Guevara op dit blog.

 

TOMBSTONES

An Angel stands, she and her black wings invisible
to the young man working in the Andes sun-

There is a truck packed full with headstones
stolen in moonlight. The young entrepreneur
works alone with shovel and dream; someday
he will be as famous as Andrew Carnegie or
Buddha.

               His heart is a bird of fire,
and the Colombian sun is hot as he rises
to remove another tombstone and drag it
to the workplace where his tools are.
North south east west: four German Shepherds
surround him; he is the center of his star.

Then the awful racket as the electric grinder
starts up, and down on stone the abrasion begins
to erase the names of the dead: Rosendo Arango
                                Edgar Antonio Botero
                                Evaristo Llanos
                                Jaime Betancourt

Isabel Pinilla
Antonio Cante
Feliz Lozado
Jorge Millan
Dora Cifucntcs . . . making room for the future-

And the Angel flies off like any prophet,
her shadow moving slowly north, over the countryside.

 

 1835099-85a67c84fe49162fea4ff4e43943986b.jpg
Maurice Kilwein Guevara (Belencito, 5 november 1961)

 

 

De Duitse schrijver Hanns-Josef Ortheil werd geboren op 5 november 1951 in Keulen. Zie ook mijn blog van 5 november 2010 en eveneens alle tags voor Hanns-Josef Ortheil op dit blog.

Uit:Die Berlinreise

“Nach dem Krieg sind meine Eltern nicht mehr zusammen nach Berlin zurückgekehrt. Mein Vater hatte stattdessen eine Anstellung bei der Deutschen Bundesbahn in Köln gefunden. Dort kam ich selbst Anfang der fünfziger Jahre zur Welt, nachdem meine Eltern in den Nachkriegsjahren noch einmal zwei Söhne verloren hatten, die jeweils kurz nach der Geburt gestorben waren.
Obwohl viele Berliner Freunde und Bekannte meine Eltern immer wieder drängten, sie zu besuchen und den früheren freundschaftlichen Kontakt fortzusetzen, reisten sie nicht nach Berlin. Erst im Frühjahr 1964 entschloss sich mein Vater, noch einmal dorthin zu fahren, um die alten Freunde zu treffen und einige Habseligkeiten, die meine Mutter in Berlin zurückgelassen hatte, wieder nach Köln zu holen. Da sie ihn um keinen Preis begleiten wollte, fuhren mein Vater und ich ohne sie.
Die Reise war die zweite, die wir ohne meine Mutter unter nahmen. Im Jahr zuvor hatte uns eine Sommerreise an die Mosel geführt, wo wir eine lange Wanderung zu Fuß von Koblenz nach Trier unternommen hatten. Diesmal ging es jedoch nicht um eine Wanderung durch eine beliebte deutsche Ferienlandschaft, sondern um eine Wiederbegegnung mit den Menschen und Räumen, die meine Eltern während der Kriegsjahre kennen gelernt und aufgesucht hatten. So wurde die Berlinreise wenige Jahre nach dem Mauerbau zu einer Reise in die Gegenwart des Kalten Krieges und in die Vergangenheit des Zweiten Weltkriegs.“

 

 1835099-ddd6870a3072d5c71281701700d6487d.jpg
Hanns-Josef Ortheil (Keulen, 5 november 1951)

 

 

De Nederlandse schrijfster Anna Maria van Schurman werd geboren in Keulen op 5 november 1607. Zie ook mijn blog van 5 november 2010 en eveneens alle tags voor Anna Maria van Schurman op dit blog.

 

Gedicht van dank aan Jacob Cats

De gifte die ik roem, en niet genoeg kan roemen,
bekleedt de waardste plaats van ’tgeen ik ‘mijn’ mag noemen
het uiterlijk sieraad, ’t goud dat van buiten glimpt
is maar den laagsten trap, waarvan men hoger klimt.
Daarbinnen leit de kern van deze schat verborgen,
doch zo verborgen heet ’tgeen doorbreekt als den morgen,
een kostelijken peerl, waar ’t goud de schel van is,
van oorspronk ongelijk, en zo ik niet en mis,
het een is uit den schoot der aarden voortgekomen,
en ’t ander uit den glans des hemels dauw genomen.
Zulks is ook dit juweel: den hemel geeft het licht
dat bliksemt overal, in dit vermaard gedicht.

 

 1835099-78fd965fb69bed112dc2930224f63502.jpg
Anna Maria van Schurman (5 november 1607 – 4 of 14 mei 1678)
Portret door Jan Adam Kruseman, rond 1846

 

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Ella Wheeler Wilcox werd geboren op 5 november 1850 in Johnstown, Wisconsin. Zie ook alle tags voor Ella Wheeler Wilcox op dit blog en ook mijn blog van 5 november 2009 en ook mijn blog van 5 november 2010.

 

It Might Have Been

We will be what we could be. Do not say,
"It might have been, had not this, or that, or this."
No fate can keep us from the chosen way;
He only might who is.

We will do what we could do. Do not dream
Chance leaves a hero, all uncrowned to grieve.
I hold, all men are greatly what they seem;
He does, who could achieve.

We will climb where we could climb. Tell me not
Of adverse storms that kept thee from the height.
What eagle ever missed the peak he sought?
He always climbs who might.

I do not like the phrase "It might have been!"
It lacks force, and life's best truths perverts:
For I believe we have, and reach, and win,
Whatever our deserts.

 

Sonnet

Methinks ofttimes my heart is like some bee
That goes forth through the summer day and sings,
And gathers honey from all growing things
In garden plot, or on the clover lea.
When the long afternoon grows late, and she
Would seek her hive, she cannot lift her wings,
So heavily the too sweet burden clings,
From which she would not, and yet would, fly free.
So with my full fond heart; for when it tries
To lift itself to peace-crowned heights, above
The common way where countless feet have trod.
Lo! then, this burden of dear human ties,
This growing weight of precious earthly love,
Binds down the spirit that would soar to God.

 

 1835099-fc25811adc16800e87ecd8cea54b530d.jpg
Ella Wheeler Wilcox (5 november 1850 – 30 oktober 1919)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 5e november ook mijn blog van 5 november 2014 en ook mijn blog van 5 november 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:25 Reageer op dit bericht

Judith Herzberg, Willem van Toorn, Peter W.J. Brouwer, Arthur van Amerongen, Klabund, Charles Frazier

De Nederlandse dichteres en toneelschrijfster Judith Herzberg werd geboren op 4 november 1934 in Amsterdam. Zie ook mijn blog van 4 november 2010 en eveneens alle tags voor Judith Herzberg op dit blog.

 

Alleen in een klein huis

Alleen in een klein huis kan je behoorlijk denken
de muren zijn dichtbij genoeg
weren de regen met gesneden voegen
die regen moet je kunnen horen
het dak lekt op bekende plekken
daar heb je plastic neergelegd
emmers gezet, als er een raam is
zelfs een plant, alleen
in een klein huis
kan je behoorlijk denken.

 

 

Keer om, keer om

Keer om, keer om
mooi meisje keer om!

Je danst in je sandalen
met voeten die groeten
met heupen als schakels
gemaakt om te draaien.

Ga mee in de velden
dan gaan we slapen
dan gaan we daar kijken
hoe alles gegroeid is
of de knoppen al botten
de blaadjes al groenen,

daar ga ik je zoenen
en bij onze deur
ligt allerlei fruit klaar
rijp en groen
speciaal mijn lief
voor jou bewaard.

 

 

Vader en zoon in hevige regen

Je zoon op je schouders.
Boven hem je paraplu
een lopend torentje
In regen van nu.
Zelf wees geweest
en wees gebleven
zit je daar zelf
op schouders
van ouders, zelf
in de vorm
van een zoontje,
en boven de hoofden
een ronde en kleine
maar troostende droogte.

 

 

 1834717-faba20b804f3f2c72a95cfd3743419e4.jpg
Judith Herzberg (Amsterdam, 4 november 1934)

 

 

De Nederlandse dichter, schrijver en vertaler Willem van Toorn werd geboren in Amsterdam op 4 november 1935. Zie ook alle tags voor Willem van Toorn op dit blog.

 

Het veer

Op een dag door de verrekijker gezien uit de serre van mijn tante:
de plotselinge nabijheid van een vrouwengezicht onder de rand van een
hoed, een hand op een blinkend fietsstuur. Een mand waar iets wits in
beweegt. Een man met een pet op aan het stuur van een hoekige zwarte
Ford. De bootjes aan strakke kabels die op geheimzinnige wijze de richting
bepalen. Wat moeten mensen daar aan de overkant, waar niets te zien is dan
een stil veerhuis, een kerktoren achter verre bomen. Andere dag: alleen
grijze vrachtwagens op het dek. Mannen in grijze uniformen. Een wijd
open mond die onhoorbaar iets roept. Dat is oorlog.

 

 

Ieder huis is toch een noodwoning
Voor Ernst en Anita

Wij kregen een nieuw huis
met ramen vol bomen buiten,
met bedden om in te huilen
en te lachen, en in de tuin
 
één struik met bloemen van vrede.
Al waren die van papier,
ze bleven tot ons plezier
goed in de wind en de regen.
 
Vaak keken wij naar buiten
en zeiden: Kijk, dorpelingen,
zouden ze praten of zingen
[hun lippen bewegen] of fluiten?
 
Soms lieten wij hen binnen
in de huiskamer op visite,
wij gaven hun thee en muziek en
handen als ze weer gingen.
 
Maar we lieten die mannen en vrouwen
nooit in de slaapkamer of de
kelder, want daar stonden koffers
gepakt voor ons eenmaal vertrek.
 
Dat de bloemen het lang zouden houden
geloof den wij immers niet echt.

 

 

Auto
 
De auto scheidt wegen af
uit zijn achtereind, talloze meters
landschap verteerd tot verleden
verbruikt asfalt, uitlaatgas.
 
Meedogenloos, achter glas,
zien wij de kijkende levens
van boeren met zondags gesteven
gebaren, van koeien, van gras -
 
groene graasdorpen één
tel lang bestaan en dan bijt de
snelheid hen tot op het been
kaal en zij glijden als lijken
 
bleek van het netvlies. Luid
braakt de uitlaat hen uit.

 

 1834717-80b80f6b496988ac1d69a752c5b3ddc5.jpg
Willem van Toorn (Amsterdam, 4 november 1935)

 

 

De Nederlandse dichter Peter W.J. Brouwer werd op 4 november 1965 in Eindhoven geboren. Zie ook mijn blog van 4 november 2010 en eveneens alle tags voor Peter W.J. Brouwer op dit blog.

 

Een vriendschap

Op het strand droeg ik je in verwachting
op mijn schouders mee

jij je benen om mijn nek
en ik die zei: kijk het duin en de krabben,
ze zijn niet wat ze lijken

het meeuwenjong moet nog
geboren, dat ei daar
is een steen

ik stel voor jou het zand bij
en schraag voor ons de horizon

je antwoordde:
één kan dwalen, twee gaan altijd
ergens heen

was het tegen het vallen?
je hield je lippen stevig
om mijn vingers geklonken

 

 

Wat ik je breng

Ik breng je
confetti in de nacht
lichtinjecties achter je ogen

bloesems om te bederven
een belofte om te breken
kinderen om ons te verlaten

ik breng je
de onvindbare kant van de maan

 

 1834717-5f4422c20466e50e659c7a67614bcfbd.jpg
Peter W.J. Brouwer (Eindhoven, 4 november 1965)

 

 

De Nederlandse schrijver en journalist Arthur van Amerongen werd geboren op 4 november 1959 in Ede. Zie ook mijn blog van 4 november 2010 en eveneens alle tags voor Arthur van Amerongen op dit blog.

Uit: Mambo Jambo

“We spreken een raar mengelmoesje van Frans, Spaans en Engels met elkaar. Carmen maakt vaak grappen over mijn Spaans. ik maak geen grappen over haar Nederlands omdat ze dat niet spreekt. in Brussel ging ze enkel met spanjolen en Franstaligen om.
‘Allez-hop, Carmencita, vamos a mimir!’ in het hotel ploft ze op het bed en valt in zwijm. ik drink op het balkon nog een halve fles pinga leeg. in het zwembad drijven genetisch minderbedeelde Engelsen, uit een gettoblaster knalt snoeiharde house. ik schurk tegen Carmen aan, te dronken om me zorgen te maken over morgen. We hebben onze kleren nog aan.
Op het strand van Pipa, volgens de Lonely Planet een global village, verwerken we onze kater. Ons ontbijt begint eentonig te worden: een kokosnoot met rum. ik brom tegen Carmen dat het gezien mijn lamlendige staat niet zo’n goed idee was om naar Pipa te gaan. Het vissersdorp bezuiden Natal wordt overspoeld door nietsnutten: melkwitte Duitse meisjes met rastahaar, surfers die op zware criminelen lijken, vunzige hippies en inheemse onrendabelen die hand- en spandiensten aanbieden. Carmen kijkt geamuseerd naar de optocht der teenslippers, ik voel mij dertig jaar ouder dan mijn grote liefde. ‘Arturo, weet je dat ze hier een ecologisch park hebben? Het is het laatste stukje Atlantisch regenwoud van Brazilië en je kunt er tussen de dolfijnen zwemmen.’
‘Carmencita, por favor, mag ik even rustig mijn kokosnoot leegslurpen? Jezus, ik zit net, wil je niet wat eten? Ze zijn net empanadas aan het frituren. ik begin anders wel trek te krijgen.
Carmen trekt wit weg en begint te kokhalzen, de bonen van gisteren en de aguardiente spelen op. ik vind Carmencita mooi als ze brak is, met haar verwilderde rossige haar, haar waterige honingogen, de sproetjes op haar bleke gezicht, de aandoenlijke tatoeage op haar schouder en haar lullige safarihoedje.
‘Hoeveel staat er eigenlijk nog op onze rekening, Carmencita?’

 

 1834717-ef1e88599949ca717ef6f8208ca5307d.jpg
Arthur van Amerongen (Ede, 4 november 1959)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Klabund werd als Alfred Henschke geboren op 4 november 1890 in Crossen an der Oder. Zie ook mijn blog van 4 november 2010 en eveneens alle tags voor Klabund op dit blog.

 

Was ich will...

Was ich will
Poet
Was ich singe
Mord
Der Niagarafall
Gelächter.
Weltuntergang
Ein Zucken meiner Schulter.
Geist
Eine Grube.
Erzengel
Erzene Soldaten
Meinem
Kinderspiel.
Das Firmament
Ein Seufzer
Gegen
Meinen
A u f schrei.

 

 

Drei Wünsche

Unser erster Wunsch heisst: einfach sein,
Wie die Vogelschwinge blitzt im Blauen
Unsren Blicken, unsren Küssen trauen.
Unser erster Wunsch heisst einfach sein.

Unser zweiter Wunsch heisst: traumlos sein,
Wenn die Nebel um die Berge schiessen,
Unsre Seele in die Dämmrung giessen:
Unser zweiter Wunsch heisst traumlos sein.

Unser dritter Wunsch heisst: sterblich sein,
Dass wir nicht den Kratern gleich im Siegen
Ewig über unsren Feuern liegen:
Unser dritter Wunsch heisst sterblich sein.

Aber anders klingt des Schicksals Lied,
Dessen Töne grausam uns geleiten:
Ewig träumst du deine Strahlsamkeiten,
Klimmt die Sonne singend zum Zenith.

 

 

Im Auto

Ich bin gut und fahr im Glück.
Von den nassen Scheiben
Klatschen Blicke dumpf zurück,
Die wie Vögel treiben.

Alles rollt an mir vorbei.
Über die Kanäle
Irr ich wie ein böser Schrei,
Den ich mir verhehle.

Plötzlich bin ich nicht mehr da.
Motor platzt im Dunkeln.
Und ich sehe sausend nah,
Tod, dein Auge funkeln.

 

 1834717-bf89fbe4bab8be489d31fa82a2dfffd3.jpg
Klabund (4 november 1890 – 14 augustus 1928)
 

 

 

De Amerikaanse schrijver Charles Frazier werd geboren op 4 november 1950 in Asheville, North Carolina. Zie ook alle tags voor Charles Frazier op dit blog en ook mijn blog van 3 november 2010

Uit: Cold Mountain

“They would pass underneath him, and then he would close his eyes and listen as the cupping sound of their hooves in the dirt grew fainter and fainter until it vanished into the calls of katydids and peepers. The window apparently wanted only to take his thoughts back. Which was fine with him, for he had seen the metal face of the age and had been so stunned by it that when he thought into the future, all he could vision was a world from which everything he counted important had been banished or had willingly fled.
By now he had stared at the window all through a late summer so hot and wet that the air both day and night felt like breathing through a dishrag, so damp it caused fresh sheets to sour under him and tiny black mushrooms to grow overnight from the limp pages of the book on his bedside table. Inman suspected that after such long examination, the grey window had finally said about all it had to say. That morning, though, it surprised him, for it brought to mind a lost memory of sitting in school, a similar tall window beside him framing a scene of pastures and low green ridges terracing up to the vast hump of Cold Mountain. It was September. The hayfield beyond the beaten dirt of the school playground stood pant-waist high, and the heads of grasses were turning yellow from need of cutting. The teacher was a round little man, hairless and pink of face. He owned but one rusty black suit of clothes and a pair of old overlarge dress boots that curled up at the toes and were so worn down that the heels were wedgelike. He stood at the front of the room rocking on the points. He talked at length through the morning about history, teaching the older students of grand wars fought in ancient England.“

 

 1834717-de6b6c231783ded5f0a35af54e08d540.jpg
Charles Frazier (Asheville, 4 november 1950)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 4e november ook mijn blog van 4 november 2013 en ook mijn blog van 4 november 2011 deel 2.



Geschreven door Romenu om 18:22 Reageer op dit bericht

Joe Queenan, Oodgeroo Noonuccal, Jan Boerstoel, André Malraux, Ann Scott

De Amerikaanse schrijver, humorist en criticus Joe Queenan werd geboren op 3 november 1950 inPhiladelphia, Pennsylvania. Zie ook mijn blog van 3 november 2010 en eveneens alle tags voor Joe Queenan op dit blog.

Uit:One For The Books

“There are many sad and beautiful stories about books. After being banished to a backwater on the edge of the Black Sea, Ovid wrote a eulogy in honor of his nemesis Augustus Caesar in the language of the barbarians that inhabited the region. Both the eulogy and the language have disappeared. Homer wrote a comic epic that has vanished. Fifteen hundred of Lope de Vega’s plays are no longer with us. Almost all of Aeschylus’s work – seventy-three plays out on loan from the Greeks -- went up in flames when cultural pyromaniacs burned down the library of Alexandria in A.D. 640. Only seven plays remain.
Electronic books will ensure that these tragedies—described in Stuart Kelly’s The Book of Lost Books -- never reoccur. That’s wonderful, but I’d still rather have the books. For me and for all those like me, books are sacred vessels. Postcards and photos and concert programs and theater tickets and train schedules are souvenirs; books are connective tissue. Books possess alchemical powers, imbued with the ability to turn darkness into light, ennui into ecstasy, a drab, predictable life behind the Iron Curtain into something stealthily euphoric. Or so book lovers believe. The tangible reality of books defines us, just as the handwritten scrolls of the Middle Ages defined the monks who concealed them from barbarians. We believe that the objects themselves have magical powers.
People who prefer e-books may find this baffling or silly. They think that books merely take up space. This is true, but so do your children and Prague and the Sistine Chapel. A noted scientific writer recently argued that the physical copy of a book was an unimportant fetish, that books were “like the coffin at a funeral.” Despite such comments, I am not all that worried about the future of books. If books survived the Huns, the Vandals, and the Nazis, they can surely survive noted scientific writers. One friend says that in the future “books will be beautifully produced, with thick paper, and ribbons, and proper bindings.” People who treasure books will expect them to look like treasures. And so they will have ribbons. Another says, wistfully, that books will survive “as a niche, a bit like taking a carriage ride in Central Park. But more than that.”

 

 1834343-933136cfd7e226a17ddc57209cd4fe70.jpg
Joe Queenan (Philadelphia, 3 november 1950)

 

 

De Australische dichteres en schrijfster Oodgeroo Noonuccal (eig. Kathleen Jean Mary Ruska) werd geboren op 3 november 1920 in Minjerribah (Stradbroke Island) in Moreton Bay. Zie ook mijn blog van 3 november 2010 en eveneens alle tags voor Oodgeroo Noonuccal op dit blog.

 

Artist Son
To Kabul of the tribe Noonuccal (Vivian Walker)

My artist son,
Busy with brush, absorbed in more than play,
Untutored yet, striving alone to find
What colour and form can say,
Yours the deep human need,
The old compulsion, ever since man had mind
And learned to dream,
Adventuring, creative, unconfined.
Even in dim beginning days,
Long before written word was known,
Your fathers too fashioned their art
Who had but bark and wood and the cave stone.
Much you must learn from others, yes,
But copy none; follow no fashions, know
Art the adventurer his lone way
Lonely must go.
Paint joy, not pain,
Paint beauty and happiness for men,
Paint the rare insight glimpses that express
What tongue cannot or pen;
Not for reward, acclaim
That wins honour and opens doors,
Not as ambition toils for fame,
But as the lark sings and the eagle soars.
Make us songs in colour and line:
Painting is speech, painter and poet are one.
Paint What you feel more than the thing you see,
My artist son.

 


Integration — Yes!

Gratefully we learn from you,
The advanced race,
You with long centuries of lore behind you.
We who were Australians long before
You who came yesterday,
Eagerly we must learn to change,
Learn new needs we never wanted,
New compulsions never needed,
The price of survival.
Much that we loved is gone and had to go,
But not the deep indigenous things.
The past is still so much a part of us,
Still about us, still within us.
We are happiest
Among our own people. We would like to see
Our own customs kept, our old
Dances and songs, crafts and corroborees.
Why change our sacred myths
for your sacred myths?
No, not assimilation but integration,
Not submergence but our uplifting,
80 black and white may go forward together
In harmony and brotherhood.

 

 1834343-472556f30ed43bb3801371c71aab058c.jpg
Oodgeroo Noonuccal (3 November 1920—16 September 1993)

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Jan Boerstoel werd geboren in Den Haag op 3 november 1944. Zie ook mijn blog van 3 november 2010 en eveneens alle tags voor Jan Boerstoel op dit blog.

 

Geen kind meer

Je leeft je eigen leven,
wat zij er ook van vindt,
je bent allang geen kind meer.
Je wilt erover praten,
maar niet op die manier,
je zult haar best verdriet doen,
maar niet voor je plezier.
Wat moet je nog met haar en
met haar ouderlijk gezag?
En dan opeens, dan is-ie er, die dag…

De dag waarop je moeder sterft,
de dag die je dagen
van dan af aan wat grijzer verft,
al hou je niks te klagen:
je hebt je goede vrienden nog,
die staan je ook dichtbij
en als je soms een minnaar zoekt,
dan staan ze in de rij.

Maar niemand zal meer weten
hoe je met je pop kon spelen
en niemand zal nog ooit
je vroegste vroeger met je delen.
De dag waarna je nooit meer
kwetsbaar wezen mag en klein,
de dag waarna je nooit meer kind zult zijn.

Wat al die jaren fout ging
komt dan niet meer terecht
en wat je nog wou zeggen
blijft eeuwig ongezegd:
de machteloze frasen
van je genegenheid
en dat het niet haar schuld was
en ook dat het je spijt.
De dingen die je lang niet zeggen kon
en zeggen wou
en dan zo graag nog één keer zeggen zou…

De dag waarop je moeder sterft,
dat jij wordt losgelaten
en al haar eigenschappen erft,
die jij zo in haar haatte:
de scherpe tong, de bokkenpruik,
deze zure schooljuffrouw,
die zullen ze dan binnenkort
herkennen gaan in jou.

En hoop´lijk ook de and´re kant:
de aardige, de zachte,
maar of je die hebt meegeërfd
valt nog maar af te wachten.
De dag waarna de rest
een kwestie wordt van tijd en pijn,
de dag waarna je nooit meer kind zult zijn.

 

 1834343-b3d6aec261e6e74824902a2454a0b032.jpg
Jan Boerstoel (Den Haag, 3 november 1944)
Cover 

 

 

De Franse schrijver en kunstfilosoof André Malraux werd geboren op 3 november 1901 in Parijs. Zie ook mijn blog van 3 november 2010 en eveneens alle tags voor André Malraux op dit blog.

Uit:L'Espoir

“Un exemple, mon colonel : j'ai été amoureux une fois dans ma vie. Gravement. Je veux dire: avec gravité. C'était comme si j'avais été un muet. J'aurais pu être l'amant de cette femme, mais ça n'aurait rien changé. Entre elle et moi, il y avait un mur : Il y avait l'église d'Espagne. Je l'aimais, et quand j'y réfléchis maintenant, je sens que c’était comme si j'avais aimé une folle, une folle douce et enfantine. Voyons, enfin, mon colonel, regardez ce pays ! Qu'est ce que l'église en a fait d'autre qu'un espèce d'affreuse enfance ? Qu'est ce qu'elle a fait de nos femmes ? Et de notre pays ? Elle leur a enseigné deux choses : à obéir et à dormir.
Ximénès s’arrêta sur sa jambe blessée, prit Manuel par le bras, plissa un œil :
- Mon garçon, si vous aviez été l'amant de cette femme elle aurait peu être cessé d’être sourde et folle.
Pour le reste, plus la cause est grande, plus elle offre un grand asile à l'hypocrisie et au mensonge ...
(…)

Pour moi, monsieur Magnin, la question est tout bonnement : une action populaire comme celle ci - ou une révolution - ou même une insurrection - ne maintient sa victoire que par une technique opposé aux moyens qui la lui ont donné. Et parfois même aux sentiments. Réfléchissez-y, en fonction de votre propre expérience. Car je doute que vous fondiez votre escadrille sur la seule fraternité.
L'Apocalypse veut tout, tout de suite, la résolution obtient peu - lentement et durement. Le danger est que tout homme porte en soi même le désir d'une apocalypse. Et que, dans la lutte, ce désir, passé un temps assez court, est une défaite certaine, pour une raison très simple : par sa nature même, l'Apocalypse n'a pas de futur."

 

 1834343-8cc6b7c2602765baaa6daaf721b89c00.jpg
André Malraux (3 november 1901 – 23 november 1976)

 

 

De Franse schrijfster Ann Scott (pseudoniem) werd geboren op 3 november 1965 in Boulogne-Billancourt. Zie ook mijn blog van 3 november 2010 en eveneens alle tags voor Ann Scott op dit blog.

Uit:Superstars

« Derrière le foutoir des percussions qui commençait à faiblir,on entendait le premier morceau se profiler.Pure techno de Detroit,minimaliste mais velouté,tout en finesse.Les gens qui n'y connaissent pas grand chose croient que le boulot consiste à enchaîner deux disques sans que ça s'entende,mais c'est beaucoup plus compliqué que ça.Toute la magie du truc réside dans la capacité à maintenir une unité sonore qui emmène quelque part.Quand je me demandais ce qui m'avait poussée à me tourner vers cette musique là,je me disais que c'était ce que ça me faisait dans la tête,mais aussi dans le ventre.Un truc sexuel.Guillaume s'est détaché pour retrouver l'usage de ces bras et j'ai fermé les yeux,emportée par le flux.
Derrière le film secret de mes paupières,l'essence du son est devenue comme un torrent de lave qui me coulait du cerveau,achevant de nettoyer le peu de résistance qui me restait.Une étendue de cristal s'est ouverte à moi,à perte de vue.Sous mes pieds qui ne touchaient plus le sol,je pouvais voir toute la vie,un monde de racines et de petites bêtes qui évoluaient calmement,sans crainte ni urgence.J'étais seule dans ce décor,mais je savais que si je rouvrais les yeux ils étaient tous là.Et ils ressentaient tous la même chose que moi.Chacun dans son propre délire,mais tous sur la même longueur d'ondes.Tous conscients d'une même et unique chose : le rythme.Tous là pour se laisser emporter loin de tout ce qui ne tournait pas rond.Loin de tout ce qui foirait toujours avant même q'u'on essaie.Loin du peu qu'on avait et qui ne ressemblait en rien à ce qu'on aurait voulu avoir.Tous là pour se lâcher sur cette musique qui répétait inlassablement ici et maintenant. »

 

 1834343-abbcf0d9810ad167f2ffdbcf38ffcf49.jpg
Ann Scott (Boulogne-Billancourt, 3 november 1965)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e november ook mijn blog van 3 november 2013 deel 1 en eveneens deel 2.



Geschreven door Romenu om 18:20 Reageer op dit bericht

Allerzielen (Guido Gezelle)

 

Bij Allerzielen

 

 1833878-0cf95d49e8b5f160c8c846652d6e4598.jpg
Am Allerseelentage Auf Dem Friedhofe door Wilhelm Ludwig Friedrich Riefstahl, 1869

 

 

Allerzielen

'k Heb zo menigmaal gegaan
waar de wilgen te treuren staan,
buiten stad, naar 't dodenveld ...
'k Heb bij woeste windgeweld
't geel gebladert dwarren zien
en onwetend op de knien
neergezakt en nagedacht
dat de dood met 't mensdom lacht
lijk de wind met 't dorre blad ...
Kranke mensdom, sta hier wat
bij de graven. 't Wormgekriel
knaagt aan 't lichaam; maar de ziel,
waar is zij? En lijdt zij niet
't snoerend vagevuurverdriet,
waar zij naar verlossing smacht
en naar uw gebeden wacht?
Allerzielen! Bededag
die ik niet vergeten mag ...
Allerzielen! Vader weent,
moeder kermt zo vereend ...
Vrouw of man of wie het is
roepen ons om lavenis.

 

 1833878-1b18d0faf9223823ab9e856f571bb415.jpg
Guido Gezelle (1 mei 1830 – 27 november 1899)
Het oude kerkof van Brugge

 

 

De Vlaamse dichter Guido Gezelle werd geboren in Brugge op 1 mei 1830. Zie ook mijn blog van 1 mei 2010 en verder alle tags voor Guido Gezelle.

 

Zie voor de schrijvers van de 2e november ook mijn vorige blog van vandaag.



Geschreven door Romenu om 13:13 Reageer op dit bericht

Charlotte Mutsaers, Désanne van Brederode, E. du Perron, Odysseas Elytis, Kees van den Heuvel, Augusta Peaux

De Nederlandse dichteres, schrijfster, essayiste en kunstschilderes Charlotte Jacoba Maria Mutsaers werd geboren in Utrecht op 2 november 1942. Zie ook alle tags van Charlotte Mutsaers op dit blog.

 

Recept voor Sousa's kattegraf
(Ljevka tot troost)
 
Snoes, zit niet in de nesten
maar ga er opuit, ga
snorren naar visafval,
eersteklas muizenvet,
zet dat opzij.
 
Spit grondig je tuintje om,
hol uit de aarde, graaf
minstens een vierkant
wel in het rond
en ook diep.
 
Stort dan met graten vol
van pladijzen, vlij
daarop kilo's van
lippen en keeltjes
en kieuwen.
 
Stofferen dat fundament
tot allerzaligste nest nu:
mussenbont, pluimen van
pauwen en eigenste
viking-haar.
 
Vlug aan het metsen met
smijdig zacht muizenvet.
Drenk het grijs paardekleed
kletsnat in tranen en
stollend bloed.
 
Pak stijve Sousa nu, plak
hem goed vast op de stof.
Doe het keihard dat hij
nooit meer verschuift
uit zijn rust.
 
Ik neem de trompet en speel voor.
Jij knielt en befluistert zijn oor:
Slaap lieve
schattekop kattekop
verkruip jij je maar
in mijn tuin
tot ik kom
als ik kom
reken maar
snor dan zacht.
 
Werp aarde op aarde op aarde.

 

 

When walls come tumbling down

De witte tanden
op
de witte wanden
zo onzichtbaar
nog
behoren Kronos
toe

Pas als die wanden
langzaam
op ons
landen
maakt het blikkeren
van zijn kunstgebit
ons moe

Kronos vrat met smaak
zijn eigen kinders
op
peanuts
naast
de aangevreten
harteklop

 

 1833875-1ece52cfd9309bc8ffc36442e77e2d8c.jpg
Charlotte Mutsaers (Utrecht, 2 november 1942)

 

 

De Nederlandse schrijfster Désanne van Brederode werd op 2 november 1970 in Utrecht geboren. Zie ook alle tags voor Désanne van Brederode op dit blog.

Uit:Vallende vorst

“Het was een van die koude, toverachtige nachten tussen Kerstmis en de jaarwisseling, en Caspar zat in zijn werkkamer. Zijn computer was al uit. Een paar jaar geleden zou hij zich op een moment als dit hebben afgevraagd of hij gelukkig was, maar die vraag leek niet meer aan de orde; alsof je eroverheen groeide, zoals je eerder in je leven over jeugdpuistjes en natte dromen heen was gegroeid. Over onverklaarbare botpijnen en plotselinge aanvallen van vraatzucht, soms al een halfuur na de lunch of het avondeten.
(Stop daar nou toch eens mee. Blijf met je handen uit die broodtrommel, die ijskast. Het is verdorie niet meer aan te slepen. Zijn moeder had destijds niet begrepen hoezeer hij zich voor zijn onbedwingbare honger had geschaamd. Voor het gerommel in zijn ingewanden. Voor de dof kloppende, zware brood-en-fruitpap in zijn maag die, meer nog dan hart en longen, nodig leek om zijn bloed warm, dun en stromend te houden – en hemzelf rechtovereind.)
Gelukkig was Caspar niet. Ongelukkig evenmin. Misschien was hij gaandeweg vergeten welke emotie er bij het woord ‘gelukkig’ hoorde. Zijn leven was gelukt. Dat wel. Min of meer. Weinig echte zorgen, zeker niet langdurig. En nog veel minder last van dwingende wensen of verlangens.
Het stemde hem tevreden dat hij eindelijk alleen kon zijn, met een al bijna lege maag nu, nuchter, zonder zelfs maar behoefte aan een glas water, terwijl iedereen sliep.
Of in ieder geval stil in bed lag, in het donker, met daarbij dan de hoop in slaap te vallen.
De lichten in de huizen aan de overkant van de straat waren gedoofd. Zijn bureaulamp brandde; de bundel licht viel precies op het toetsenbord van zijn computer. Letters, cijfers en leestekens hadden iedere functie verloren – een klein, zwart, liggend kunstwerk, iets tussen een schilderijtje en een reliëfhoutsnijwerk in, want plat, maar ook weer niet helemaal.

Iets waar je naar kon staren zonder dat het object ooit een geheim zou prijsgeven; er leek zelfs geen logische verklaring voor de glans die op sommige toetsen wel en op andere niet was aangebracht, als een dunne laag vernis.”

 

 1833875-a371074938454ba82541c4b794750fb6.jpg
Désanne van Brederode (Utrecht, 2 november 1970)

 

 

De Nederlandse dichter, schrijver en criticus Charles Edgar (Eddy) du Perron werd geboren op 2 november 1899 in Jatinegara (West Java). Zie ook mijn blog van 2 november 2010 en eveneens alle tags voor E. du Perron op dit blog.

Uit: Het Land van Herkomst

“Februari 1933. Sinds ik met Jane in Meudon woon, heeft Parijs voor mij het karakter aangenomen van het stationsplein waar trams en autobussen rekening schijnen te houden met onze stappen, omdat wij er niet meer als vreemdelingen komen. Het lelijke station Montparnasse, met zijn platte gevel, zijn winkels onderin, zijn twee ingangen links en rechts van de trap die men van twee kanten kan oplopen en zijn onwaarschijnlijk ruime liftkooi met een oorlogsverminkte erin, is ongemerkt voor ons geworden tot een vertrouwd huis: het voorportaal waar wij de stad al achter ons laten, zodat het kwartier boven de wielen niet meer telt. Na de laatste tocht naar Brussel vooral, merkte ik opeens een kinderachtig gevoel in mij, alsof een noodlot dat mij vervolgde door dit onverwachte bolwerk zou worden gestuit.
Ondanks het vroege donker kon ik gistermiddag, door de draaideur heen van het café ertegenover, de lichte streep van de gevel nog zien, hoewel ik alleen van mijn krant opkeek om te constateren dat de drom van voorbijgangers nog steeds niet degene aanbracht die ik ontmoeten zou. Te koud nog voor buiten, maar ik was binnen vlakbij de deur gaan zitten; de krant boeide mij, als gewoonlijk, alleen door een zacht prikkelen van een soort gestolde ergernis: iets veel oppervlakkigers toch dan de grondige angst die de bourgeois zou moeten voelen in deze tijd. Ik bekeek het portret van een zekere Cornelius Codreanu, hoofd van de roemeense ‘ijzeren garde’ van nationalisten, een van de krachtmarionetten die door deze tijd als held worden uitgehikt, een beetje primitiever misschien nog dan die van Germanië, zo in zijn uitrusting van Rinaldo Rinaldini Jr, en ik dacht aan het summum van bravoure en spieren uit mijn jeugd, aan mijn vriend Arthur Hille, later officier in Atjeh, luitenant Tijger genoemd door zijn inlandse fuseliers. ‘Arthur Hille en deze heer Codreanu in een klein bestek opgesloten, dacht ik, met niets dan hun spieren en nagels, en vooraf verwoed tegenstrijdig gemaakte overtuigingen...’
Achter de draaideur een onwaarschijnlijk elegant manspersoon opeens - helemaal lichtgrijs behalve een rode foulard - die veroverend en zoekend tegelijk naar binnen kijkt, van achter wegschuivend glas reëel wordt en met één stap bij mijn tafeltje staat: Goeraëff in persoon. Hij geeft mij de tijd niet mijn verrassing uit te spreken over zijn uiterlijk; met de wijsvinger op het portret vraagt hij om toelichting. Ik vertel de tekst dus na: ‘Hij was vroeger alleen maar een intellectueel, een onzeker en bleek student. Toen zei iemand hem dat “kleptomanie” een enkelvoudsvorm was van een ziekte die als epidemie “Roumanie” genoemd wordt - in zijn taal is deze woordspeling misschien net zo aangrijpend - en dat maakte hem tot het vervaarlijke wezen dat we hier zien. Je wist misschien nog niet dat het zó eenvoudig kon zijn? Wat denk je eigenlijk van de krachten van deze tijd, Goeraëff?’

 

 1833875-528b47945e7ce8a334ab5335770b2543.jpg
E. du Perron (2 november 1899 – 14 mei 1940)
Voor 1921 in Nederlands-Indië

 

 

De Nederlandse dichter en vertaler Kees van den Heuvel werd geboren op 2 november 1960 in Mill. Zie ook mijn blog van 2 november 2010 en eveneens alle tags voor Kees van den Heuvel op dit blog.

 

Najaarsdepressie (naar J. C. Bloem)

Het regent en het is november
De hete dagen zijn verdaagd
Nu start het oeverloos geëmmer
Dat meteorologen plaagt.

En op de set waar ik moet praten
Over ’t daaglijks weerbericht
Schijnt uit enorme apparaten
Een hel en heet kunstmatig licht.

‘De dagen gaan zoals ze gingen’
De kenner weet allang bescheid
Geen roekelooz’ verwittigingen
Want wat gezegd wordt, komt gheid.

Mijn boodschap staat me steeds meer tegen
Al blijft het een weerkundig feit
Het is november, altijd regen
Altijd dezelfde tekst, altijd.

 


Bedrijfsleven

Sinds weken werkt er op de Acquisitie
Een stoere jongeman, atletisch, blond
En bovendien nog vrijgezel – waarachtig!
(Ja, dat gaat razendsnel van mond tot mond)

De dames startten prompt een competitie
Bekeken hem vol lust van top tot kont
En onlangs werd het één van hen te machtig
(Ja, dat gaat razendsnel van mond tot mond)

Gedreven door erotische ambitie
Doorzocht zij de fabriek tot zij hem vond
Hij kuste juist de directeur aandachtig
(Ja, dat gaat razendsnel van mond tot mond)

Dat tweetal sukkelt nu met zijn conditie
(het Pfeiffer-virus is bijzonder krachtig
Ja, dat gaat razendsnel van mond tot mond).

 

 1833875-8034fa3e8428ea5982347c84901a8930.jpg
Kees van den Heuvel (2 november 1960 – 11 januari 2010)

 

 

De Griekse dichter Odysseas Elytis (pseudoniem voor Odysseas Alepoudhelis) werd op 2 november 1911 te Iraklion op Kreta geboren. Zie ook mijn blog van 2 november 2010 en eveneens alle tags voor Odysseas Elytis op dit blog.

 

De kleine zeeman
XXVII

Het heeft lang geduurd voor ik begreep wat
bescheidenheid betekent en dat is de schuld van hen
die mij geleerd hebben haar lijnrecht tegenover trots te
plaatsen. Je moet het idee van het bestaan in je
temmen om het te kunnen begrijpen.
Op een dag dat ik me door alles in de steek gelaten
voelde en ik langzaam een groot verdriet op mijn ziel
voelde neerdalen, trok ik, onder het wandelen, door de
velden zonder redding, een tak van een onbekende
struik. Ik brak hem af en bracht hem naar mijn
bovenlip. Onmiddelijk begreep ik dat de mens
onschuldig is. Ik heb hem in die van waarheid wrange
geur zo intens ontdekt dat ik zijn weg begon te volgen
met de lichte tred en het hart van een zendeling.
Totdat ik me, op grote diepte, uiteindelijk bewust werd
dat alle godsdiensten leugens verkondigen,
Nee, het Paradijs was geen nostalgie. Noch, veeleer,
een beloning. Het was een recht.

 

Vertaald door Caroline Meijer

 

 

WEDNESDAY, 8c

IF ONLY MOTHER you could see me: as I was born, I
departed. I was far too little - besides who un-
derstands? - and far too many were the creeping
monsters with the lateral, slimy legs.

So, from the length of a life constructed with such dif-
ficulty all that remains is a half-ruined door and a lot
of large decaying water anemones. Therefrom I pass
and proceed - who knows? - to a womb sweeter than
my country.

 

Vertaald door David Connoly

 

 1833875-5240cf89ee5cf042fbb449d9dac1a5a9.JPG
Odysseas Elytis (2 november 1911 – 18 maart 1996)

 

 

De Nederlandse dichteres Augusta Guerdina Peaux werd geboren in Simonshaven op 2 november 1859. Zie ook alle tags voor Augusta Peaux op dit blog en ook mijn blog van 2 november 2010

 

Verwoesting

De dag verbleekt de wilde vlam
die als een ijl, doorschijnend spook,
verwonderd op de wereld kwam
in 't weefsel van haar dichte rook.

Heugt haar de aanbidding vreze-diep,
die tot haar innigst wezen klom
toen haar de jonge mensheid riep?
- hoe blijft zij verre en woorden-stom.

Wie wijst haar nu op 't wereldrond
te midden van der volkren haat,
de mensenziel, de mensenmond
die zoekend tot haar wezen gaat?

Spreidt zij vernieling om zich heen
in 't heden, dat haar kluister brak,
blakert zij godgewijde steen,
verteert zij 't lage rieten dak,

haar onbegrepen aangezicht
blijft onbevangen, zonder schuld,
als zocht zij éénheid met het licht
dat als een kelk haar klaar omhult.

Zal niet door deze dagen gaan
de aanklacht van het zuiver vuur,
geketend ter onzaalger uur
aan woede en haat en blinde waan?

 

 1833875-71150f6fc195e516564f98d4c80a662f.jpg
Augusta Peaux (2 november 1859 - 23 februari 1944)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 2e november ook mijn blog van 2 november 2014 deel 1 en eveneens deel 2.

 

Geschreven door Romenu om 13:12 Reageer op dit bericht

All-Saints' Day (Ada Cambridge)

 

Bij Allerheiligen

 

 1833470-c0348ec7b551bb3bdb5f6e8ae29c471b.jpg
Allerheiligen door Ludovico Brea, 1513

 

 

All-Saints' Day
"But they are at peace."

Never to weary more, nor suffer sorrow,—
Their strife all over, and their work all done:
At peace—and only waiting for the morrow;
Heaven's rest and rapture even now begun.

So tired once! long fetter'd, sorely burden'd,
Ye struggled hard and well for your release;
Ye fought in faith and love—and ye are guerdon'd,
O happy souls! for now ye are at peace.

No more of pain, no more of bitter weeping!
For us a darkness and an empty place,
Somewhere a little dust—in angels' keeping—
A blessèd memory of a vanish'd face.

For us the lonely path, the daily toiling,
The din and strife of battle, never still'd;
For us the wounds, the hunger, and the soiling,—
The utter, speechless longing, unfulfill'd.

For us the army camp'd upon the mountains,
Unseen, yet fighting with our Syrian foes,—
The heaven-sent manna and the wayside fountains,
The hope and promise, sweetening our woes.

For them the joyous spirit, freely ranging
Green hills and fields where never mortal trod;
For them the light unfading and unchanging,
The perfect quietness—the peace of God.

For both, a dim, mysterious, distant greeting;
For both, at Jesus' cross, a drawing near;
At Eucharistic gate a blessed meeting,
When angels and archangels worship here.

For both, God grant, an everlasting union,
When sin shall pass away and tears shall cease;
For both the deep and full and true communion,
For both the happy life that is "at peace.

 

 1833470-7e620c4a8cf24d26f6f35e127d211154.jpg
Ada Cambridge (21 november 1844 - 19 juli 1926)
St Mary the Virgin’s Church in Wiggenhall St Germans

 

 

De Australische dichteres en schrijfster Ada Cambridge werd geboren op 21 november 1844 in St Germans, Norfolk. Zie ook alle tags voor Ada Cambridge op dit blog. 

Zie voor de schrijvers van de 1e november ook mijn twee vorige blogs van vandaag.



Geschreven door Romenu om 12:25 Reageer op dit bericht

Job Degenaar, Rudy Kousbroek, Huub Oosterhuis, Ilse Aichinger, Stefaan van Laere, Hermann Broch

De Nederlandse dichter Job Degenaar werd geboren in Dubbeldam op 1 november 1952.Zie ook alle tags voor Job Degenaar op dit blog.

 

Bij het ouder worden

zo broos jonge baksteen
in een wei vol ervaring, zo
leeg nog de ramen, de koeien
keken daar dwars doorheen

vader, jouw huis is gaan leven
toen de veestapel verdween
en het gras

zo wit is het nu, zo rood
de rozen, met plukjes vacht nog
aan het prikkeldraad

soms vind je tussen de struiken
een poppenarm, een lekke bal
of 't ruikt er weer naar jongenspies

dichtgegroeid tegen de buitenwereld
wordt 't weer vroeger, maar omgekeerd:
de wei het huis en wij verweid

om het huis wiegen nu de populieren,
duwen de katten hun rug
in je hand

 

 

Nachtzang

De dag laten voorbijgaan tot het
avond werd en in de fruitschaal
de vergeten mandarijn ontaardde

in de verte gloeide de stad, zich
ontstekend aan zichzelf

wat leefde in de beijsde weiden
kroop in cocons, zette stekels
tegen de sterren op

Alleen de hemeljagers van diamant
geluidloos snijdend in het graniet
namen ons mee, losten ons op

Tot de morgen brood en woorden
aandroeg, als vogels takjes

 

 1833468-fb4f2215e455c8e720f5cc8108d9eadf.jpg
Job Degenaar (Dubbeldam, 1 november 1952)

 

 

De Nederlandse dichter, schrijver en essayist Rudy Kousbroek werd op 1 november 1929 in Pematang Siantar in Indonesië geboren. Zie ook mijn blog van 1 november 2010 en eveneens alle tags voor Rudy Kousbroek op dit blog.

Uit: Tempat Soetji of de Geheime Tuin

“En daarachter, maar afgesloten van de grote tuin, ook weer omheind met een bamboehaag, lag een andere, een kleine tuin. Er moest eens een huis gestaan hebben, de stenen fundamenten lagen er nog, onder het onkruid verscholen; en er stond een waringinboom. Het was de “verboden” tuin.’
Zo'n geheime plek, dat is een pars pro toto voor heel Indië, voor wie daar als kind is opgegroeid - een tempat soetji, een lieu de mémoire: herinnerd, inwendig geworden, onzichtbaar maar niet verdwenen, een kasteel van Doornroosje met een slaapwandelende Doornroosje er binnenin. Niet ieder Indisch kind mag grootgebracht zijn met een lijfbaboe of in een betegeld paleis vol geruisloze bedienden, maar dat groene inwendige behang heeft iedereen die in Indië is opgegroeid. Nog een andere factor die zich zonder aanzien des persoons doet gelden is het permanente karakter van dat groen. Niet die vergankelijke natuur die jaarlijks haar haren verliest als een lijder aan een steeds terugkerende kwaadaardige ziekte; geen naakte grauwe stoppelvelden bezaaid met ondersteboven geplaatste kale bezems, niet die rusteloze wisseling maar een zichzelfblijvende wereld van eeuwig levende bossen, blauwe bergen, bruine rivieren; het is het altijd-groene landschap van Indië zelf, dat je ziet zodra je je ogen dichtdoet en dat je tot in einde van dagen bijblijft, wat er ook gebeurt.
Dat alles geldt ook voor Hella Haasse, en zij heeft zich er meermalen over uitgesproken. ‘Wat op mij een grote invloed heeft gehad,’ vertelde zij in 1984 aan Johan Diepstraten, ‘was de natuur. Dat is mijn referentiekader. Alles wat mij doet denken aan de natuur van Indonesië, wekt bij mij response. Hier in St-Witz heb je dat golvende terrein en dichte bossen waar van die parasietwingerd tussen de bomen hangt. Het lijkt natuurlijk niet op Indië, maar het wekt toch een bepaalde suggestie. De ruimte die ik hier in Frankrijk heb, doet me aan Indië denken.”

 

 1833468-f3a2d918a64c96f5d1212bfb11339ac0.jpg
Rudy Kousbroek (1 november 1929 - 4 april 2010)
Hier met Pramoedya Ananta Toer (rechts), rond 1990

 

 

 

De Nederlandse priester, theoloog en dichter Huub Oosterhuis werd geboren in Amsterdam op 1 november 1933. Zie ook alle tags voor Huub Oosterhuis op dit blog en ook mijn blog van 1 november 2010

 

Uit uw hemel zonder grenzen

Uit uw hemel zonder grenzen
komt Gij tastend aan het licht
met een naam en een gezicht
even weerloos als wij mensen.

Als een kind zijt Gij gekomen
als een schaduw die verblindt
onnaspeurbaar als de wind
die voorbijgaat in de bomen.

Als een vuur zijt Gij verschenen
als een ster gaat Gij ons voor
in den vreemde wijst uw spoor
in de dood zijt Gij verdwenen.

Als een bron zijt Gij begraven
als een mens in de woestijn.
Zal er ooit een ander zijn
ooit nog vrede hier op aarde?

Als een woord zijt Gij gegeven
als een nacht van hoop en vrees
als een pijn die ons geneest
als een nieuw begin van leven.

 

 1833468-d5640f3d4b5461e7f62b36ebd384627d.jpg
Huub Oosterhuis (Amsterdam, 1 november 1933)

 

 

De Oostenrijkse dichteres en schrijfster Ilse Aichinger werd met haar tweelingzusje Helga geboren op 1 november 1921 in Wenen. Zie ook mijn blog van 1 november 2010 en eveneens alle tags voor Ilse Aichinger op dit blog.

Uit: Kleist, Moos, Fasane

„Schnee ist ein Wort und Heu ist auch eins. Schnee ist ein Wort.
Es gibt nicht viele Wörter. Es gibt nicht viele, die nicht bezeichnen, womit sie eins sind, weil sie es nicht bezeichnen. Die nicht eins sind mit dem, was sie nicht bezeichnen, weil sie damit eins sind. Aber Schnee ist ein Wort. Ob er ausbleibt, zögernd zu fallen beginnt oder in Wirbeln herunteriagt, er kann sich nicht wehren. Er ist ein Wort. In den Fäusten der Kinder, auf den Dächern, auf den Kämmen der Gebirgsflüsse, mit denen er rasch eins wird, wo er ist, ist er ein Wort. Schnee! rufen die Kinder und manchmal rufen sie auch: Der Schnee!
Aber das ist ungenau. Das führt zu mein Schnee, dein Schnee, unser Schnee, zu diesen vielen besitzanzeigenden Ungenauigkeiten, die einem die Lust nehmen, den Mund aufzumachen. Es führt auch zu kein Schnee. Dann kommt wieder der lange Sommer. Ein Glück, daß wir Heu haben, denn Heu ist auch ein Wort. Und viele Wörter gibt es nicht. Aber bleiben wir beim Schnee. Unlängst erklärte mir ein Kämmerer, der wußte, daß ich auf der Suche nach Wörtern bin, was ein Kämmerer sei, und ich nickte zum Zeichen des Einverständnisses, weil ich es nicht verstanden hatte. Ich hatte nur verstanden, daß es kein Wort war. Aber das ist sehr viel und wir wären in Frieden geschieden, wenn der Kämmerer nicht plötzlich entziickt ausgerufen hätte: Das schöne heschneite Schulhaus! Das brachte mich in solchen Zorn, daß ich mich auf dem Absatz herumdrehte und davonrannte. Als ich mich nach einer Stunde besann und wieder auf dem Absatz herumdrehte. um ihn zu suchen, war er verschwunden. Er war so verschwunden wie das Dorf und auch sein Schulhaus verschneit waren. Beschneit war gar nichts mehr. Es gibt belegte Zungen und begossene Pudel, aber schon bei den Pudeln bin ich nicht so sicher, ob man nicht besser vergossen sagen sollte.“

 

 1833468-fcda6daefd771b2dde502179236dd91e.jpg
Ilse Aichinger (Wenen, 1 november 1921)

 

 

De Belgische dichter en schrijver Stefaan van Laere werd geboren op 1 november 1963 in Wetteren. Zie ook alle tags voor Stefaan van Laere op dit blog en ook mijn blog van 1 november 2010

Uit: Botero

“De mist was eindelijk opgetrokken, maar het regende nu al dagen. Commissaris George Bracke strekte geconcentreerd zijn arm en keek koel over de loop van zijn pistool naar zijn in sjofel grijs geklede slachtoffer. Hij zag iets van paniek in diens waterige ogen, de radeloze angst van een konijn dat ’s nachts in het schijnsel van een lantaarn gevangenzit en met een trillende snuit op het onvermijdelijke genadeschot wacht. Nu hoefde hij alleen nog maar zijn zachtjes trillende wijsvinger te krommen.
BANG! BANG! Bracke hoorde de knallen naklinken. Hij wist maar al te goed hoe zijn slachtoffer zich moest voelen. Toen hijzelf nog maar een paar weken wijkagent was, had hij in een groezelig, mistig havendok plotseling oog in oog gestaan met het dreigende oog van een pistool. Een Lüger was het geweest, een achtergehouden stuk uit de laatste oorlog dat op wapenbeurzen onder de toonbank tegen waanzinnige prijzen verkocht werd. Dat wapen herkende hij van op honderd meter afstand.
Later had hij zich vaak afgevraagd of hij zijn blik had afgewend toen de vernielzuchtige schoten werden afgevuurd. BANG! BANG! Zijn spieren hadden prompt dienst geweigerd. Verbaasd had hij naar zijn gevoel pas een minuut later opgekeken en zijn eigen lijf wanhopig uitgetest, maar alles functioneerde nog; nergens waren zelfs maar bloedvlekken te bespeuren. Geen diepe kogelgaten die zich plompweg door zijn lijf hadden geboord, niet eens een schrammetje. Toen pas zag hij zijn aanvaller bewusteloos aan zijn voeten liggen, tegen de grond gemept door een nog nahijgende nachtwaker die met het eerste het beste voorwerp – een defecte schrijfmachine – brutaal had toegeslagen. Het gebeurde allemaal alsof hij er zelf niet echt bij betrokken was en achteraf had hij de bewaker van het overslagbedrijf niet eens voor zijn tussenkomst bedankt. Nu kon dat niet meer, korte tijd later was de man door een bende Russische matrozen bij een steekpartij meedogenloos afgemaakt. Bracke had zich voorgenomen op Allerheiligen een bloemetje naar het graf te brengen, maar was het weer vergeten.
BANG! BANG! Het was lang geleden dat Bracke de knallen nog eens in zijn hoofd gehoord had, maar daar waren ze weer, akeliger en realistischer dan ooit.
‘Zijn pistool ketste en toen heb je dus van dat buitenkansje gebruik gemaakt om hem neer te slaan.’ Bracke liet zijn zwaar wordende arm langzaam zakken en sprak met een lijzige, kalme stem. Een van de agenten die de menigte op een veilige afstand moest houden, keek verschrikt. Waarschijnlijk een van zijn eerste opdrachten, dat joch geloofde natuurlijk nog rotsvast in verheven begrippen als rechtvaardigheid en boontje komt om zijn loontje.“

 

 1833468-e8f37d9704765057fc631d17dc42d0c0.jpg
Stefaan van Laere (Wetteren, 1 november 1963)

 

 

De Oostenrijkse dichter en schrijver Hermann Broch werd op 1 november 1886 in Wenen geboren. Zie ook Zie ook alle tags voor Hermann Broch op dit blog en ook mijn blog van 1 november 2010

Uit: Der Tod des Vergil

„Plotia preßte ihre Hände noch inniger in die seinen und führte sie zu ihren Brüsten, deren Spitzen unter der Berührung hart wurden....friedlich war die Nähe der fraulichen Nacktheit Plotias. Nichts Furchteinflößendes war erspähbar. Er hatte sich entschieden zur Liebe, und auch Plotia fragte: kehrst du ein zu mir, Geliebter, du sollst mich begehren.
Aber da stand mitten in der Landschaft der Alexis, umtanzt von gliedstarren Satyrn: Schicke ihn fort, bat Plotia, schaue nicht zu ihm hin; du hältst ihn mit deinen Augen …Sind dir meine Brüste nicht begehrenswerter als die Hinterbacken des Knaben dort…und da verschwand die Jünglingsgestalt, . . . und er - war niedergekniet ...und er küßte die Spitzen ihrer Brüste ..leicht hingebettet …lagen sie Haut an Haut . . .Mund an Mund gepreßt . ..bis ihre Lippen bebend in die seinen flüsterten: Wir dürfen nicht; der Arzt beobachtet uns . . . unabwehrbar waren die Blicke, unabwehrbar die höhnisch ausgestreckten Finger …unabwehrbar… der Schatten der Fama, der Schatten ihrer gräßlichen, schamerregenden Riesengestalt... Mit ihrem Lachen schadenfroh …verkündend: Sie dürfen nicht ficken …; nur der Cäsar darf! …und ehe er noch Plotias Blick suchen konnte, war auch sie zu Lachen verwandelt …Es war nicht gelungen … der Donner ließ nicht nach; im Gegenteil, er wurde deutlicher und deutlicher.“

 

 1833468-00ac5109a3e38a34cf5add2f57478035.jpg
Hermann Broch (1 november 1886 - 30 mei 1951)
In 1909 

 

Zie voor alle bovenstaande schrijvers ook  mijn blog van 1 november 2009 en ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 12:23 Reageer op dit bericht

Jean-Simon DesRochers, Aras Ören, Günter de Bruyn, Henri Troyat, Jean Tardieu, Stephen Crane

De Canadese schrijver Jean-Simon DesRochers werd geboren op 1 november 1976 in Montréal, Québec, Canada. Zie ook alle tags voor Jean-Simon DesRochers op dit blog en ook mijn blog van 1 november 2010

Uit: La canicule des pauvres

« Monique ouvre la porte et sort la tête pour répondre avec son sourire de convalescence. Oui, elle veut un café. Deux laits, deux sucres, comme d’habitude. Elle aurait aussi besoin d’un avis sur ses cicatrices, celles sous sa ligne de fesses. Christian en est conscient. Conscient aussi que ce premier juillet représente sa vingt-cinquième journée sans sexe. Dix de plus que sa limite acceptable, proclamée devant témoins à bord d’une Buick Skylark fraîchement volée, il y a plusieurs années.
Christian a les mains posées sur le comptoir de cuisine. Il attend la demande de Monique. Son œil demeure éteint. Il essaiera de tâter le terrain, se fera repousser une quinzième fois, reviendra au même bout de comptoir mettre du café dans le percolateur. Il s’en doute.
– Minou… j’aurais besoin de toi…
Monique pourrait se servir d’un petit miroir pour vérifier l’état de ses cicatrisations. Constater d’elle-même que tout se porte à merveille. Puisqu’il est là, aussi bien qu’il serve à quelque chose, le mâle… Elle contemple son visage parfaitement lisse, aussi tendu qu’à ses vingt ans, mais avec un petit quelque chose en plus. L’expérience… Le chirurgien avait fait un travail de maître. Il lui avait promis de lui enlever dix à quinze ans. Il avait réussi à lui effacer le double. Ce type est un génie… un artiste… vraiment…
Christian pousse la porte avec deux doigts. Monique se contemple dans le miroir. Elle est nue. Ses seins, refaits l’année passée, pointent fièrement vers le haut. Son ventre, liposucé il y a six mois, est aussi plat que celui d’une ballerine. Ses fesses, rondes et relevées, tiennent du miracle médical, dignes de figurer dans une revue spécialisée. L’intervention de début juin lui a sculpté un parfait cul de vierge."

 

 1833464-029883e7d297f395b28b049c87ebc4ae.jpg
Jean-Simon DesRochers (Montréal, 1 november 1976)

 

 

De Turkse schrijver Aras Ören werd geboren in Bebek bij Istanbul op 1 november 1939. Zie ook alle tags voor Aras Ören op dit blog en ook mijn blog van 1 november 2010

Uit: Frau Rühles Schatulle (Vertaald door Wolfgang Riemann)

“Mitten im Winter, bei klarem, sonnigem Wetter. Mit der Kaffeetasse in der Hand sitze ich am Fenster meines Pensionszimmers und betrachte die Passanten auf der Straße und die nackten Lindenbäume gegenüber. Seit meiner Ankunft ist mir das zur Gewohnheit geworden. So gelingt es mir, mich ohne große Mühe abzulenken:
Ein kleines Kind im roten Anorak löst sich von der Hand einer jungen Frau, rennt los; es stolpert sogleich und fällt hin. Aufgeregt springt die Mutter zu dem auf dem Boden liegenden Kind und hebt es auf. Sie nimmt es auf den Arm und streicht ihm voller Mitgefühl über den Kopf.
Ein ganz gewöhnliches Bild, das nicht erkennen lässt, was sich vorher und nachher ereignet. Sie verschwinden ohnehin gleich darauf aus meinem Gesichtsfeld. Im Radio spielt man einen schwungvollen Pasodoble. Ich gehe eine Zeitlang unentschlossen im Zimmer auf und ab. Dann blättere ich mein in grünes Plastik gebundenes Telefon- und Adressbüchlein (Iris hatte es mir auf meinen Wunsch hin aus New York geschickt) von A bis Z durch und versuche herauszufinden, wen ich anrufen könnte. Da fällt mir ein, dass sich die Adressen und Telefonnummern längst geändert haben könnten. Nach dreizehn Jahren hatten hier zweifellos eine Menge der verzeichneten Personen eine neue Anschrift.
Jetzt gab ich es auf und warf das Notizbüchlein auf den Sessel. Ich musste eingestehen, dass es mir unerwartete Schwierigkeiten bereitete, die dreizehn Jahre einfach so zu überspringen. Ohne mich noch lange aufzuhalten, schaltete ich das Radio aus, zog mein kleingemustertes Sportsakko und meinen Mantel an und verließ das Haus. Als ich ins Freie trat, stellte ich fest, dass das klare, sonnige Wetter bei den Menschen einen falschen Eindruck hervorrief. Ein eisiger Wind aus Nordost nahm mir mit einem Mal alle Kraft.
Das kalte Wetter kann mich in meiner Unabhängigkeit nicht einschränken. Ich bin ein Stadtmensch und kann in dieser Kälte zu jedem gewünschten Ort gelangen, wenn auch nicht gerade zu Fuß, sondern mit der U-Bahn, dem Bus oder zur Not mit einem Taxi. Damit er dem Wind, der mir ins Gesicht peitschte, besser standhielt, zog ich meinen breitrandigen Filzhut tiefer in die Stirn, fast bis zu den Augenbrauen, stellte meinen Kragen hoch und lief die etwa zwanzig Meter bis zur Bushaltestelle. Dort standen zwei junge Verliebte, sie umarmten und küssten sich. Das Winterwetter machte ihnen nichts aus, es war eine Heraus-forderung für sie. Mir machte es Spaß, sie zu beobachten. Der Junge hatte seinen Kopf in den Haaren des Mädchens verborgen.“

 

 1833464-2cc0967379ebc78ab1421ce4c45b7918.jpg
Aras Ören (Bebek, 1 november 1939)
Portret door Sigurd Kuschnerus, 1999
 

 

De Duitse schrijver Günter de Bruyn werd op 1 november 1926 geboren in een katholiek arbeidersgezin in Berlijn. Zie ook alle tags voor Günther de Bruyn op dit blog en ook mijn blog van 1 november 2010

Uit: Preußens Luise

“Johann Gottfried Schadow, 1764 in Berlin geboren, Schüler des Hofbildhauers Tassaert, seit 1788 dessen Amtsnachfolger, hatte schon Meisterwerke wie die Quadriga des Brandenburger Tores und das Zieten-Denkmal für den Wilhelmplatz in Berlin geschaffen, so daß der Minister von Heynitz, als er Friedrich Wilhelm II. vorschlug, die Schönheit der Schwestern von Schadow verewigen zu lassen, ihn mit Recht als einen Künstler bezeichnen konnte, »der jetzt unter allen Bildhauern Europas den ersten Platz« beanspruchen könne. Und der König, selbst vom Reiz seiner Schwiegertöchter beeindruckt, stimmte dem zu. Getraut wurde Luise, als habe man mit ihrem späteren Heiligenschein schon gerechnet, am Heiligen Abend 1793, ihre Schwester am zweiten Weihnachtstag. Danach wohnten die jungen Paare benachbart, Friedrich Wilhelm und Luise im Kronprinzenpalais Unter den Linden, Prinz Ludwig und Friederike in dem durch einen Torbogen verbundenen Nachbargebäude, das später, da Luises Töchter hier bis zu ihrer Verheiratung lebten, den Namen Prinzessinnenpalais erhielt. Schadow wurde ein Arbeitszimmer im Seitenflügel des Kronprinzenpalais angewiesen, und täglich um die Mittagsstunde kam Friederike, die jetzt Prinzessin Ludwig oder Louis genannt wurde, herüber, um ihm zu sitzen, mit ihm zu plaudern und die Reize ihrer knapp siebzehn Jahre auszuspielen, die manchen Männern des Hofes gefährlich wurden. Ihr Mann aber, der sie nur aus Gehorsam geheiratet hatte und sein Junggesellenleben auch in erotischer Hinsicht weiterführte, machte sich wenig aus ihr.
Die Arbeit mit der Kronprinzessin dagegen war weniger intim und gemütlich. Sie kam immer in Begleitung ihres steifen, mit Zeit und Worten geizenden Gatten, saß dem Künstler auch nicht in seinem Arbeitszimmer, sondern ließ sich von ihm während der Audienzen des Kronprinzenpaares studieren, so daß Schadow von seiner Saalecke her meist nur die offizielle Luise sah.
Zuerst entstanden die Büsten der Schwestern, von denen die Friederikes lebendiger wirkt. Vielleicht ist das auch ein wenig auf die unterschiedlichen Arbeitsbedingungen zurückzuführen, bestimmt aber entspricht es den von Schadow erkannten unterschiedlichen Charakteren der Schwestern. Luise, die ältere, hat trotz ihres jugendlich-vollen Gesichts etwas Feierliches und Hoheitsvolles, der geradeaus gerichtete Blick macht das schöne Gesicht unlebendig.“

 

 1833464-1f3ee0cbabe37c148bf4b3be5ac33c7e.jpg
Günter de Bruyn (Berlijn, 1 november 1926)
Koningin Luise von Preußen door Josef Maria Grassi, 1802

 

 

De Franse schrijver Henri Troyat werd geboren in Moskou op 1 november 1911. Zie ook alle tags voor Henri Troyat op dit blog en ook mijn blog van 1 november 2010

Uit: La neige en deuil

"Déchiqueté, rompu, il gisait sur le ventre dans la neige, telle une bête blessée à mort. Le nez de l'appareil s'était aplati contre un butoir rocheux. L'une des ailes, arrachée, avait dû glisser le long de la pente. L'autre n'était plus qu'un moignon absurde, dressé, sans force, vers le ciel. La queue s'était détachée du corps, comme celle d'un poisson pourri. Deux larges trous béants, ouverts dans le fuselage, livraient à l'air des entrailles de tôles disloquées, de cuirs lacérés et de fers tordus. Une housse de poudre blanche coiffait les parties supérieures de l'épave. Par contraste, les flancs nus et gris, labourés, souillés de traînées d'huile, paraissaient encore plus sales. La neige avait bu l'essence des réservoirs crevés. Des traces d'hémorragie entouraient la carcasse. Le gel tirait la peau des flaques noires. Même mort, l'avion n'était pas chez lui dans la montagne. Tombé du ciel dans une contrée de solitude vierge, il choquait la pensée comme une erreur de calcul des siècles. Au lieu d'avancer dans l'espace, il avait reculé dans le temps. Construit pour aller de Calcutta à Londres, il s'était éloigné du monde d'aujourd'hui pour aboutir à un coin de planète, qui vivait selon une règle vieille de cent mille ans. »
(…)

Il n'avait jamais vu un avion de près. Celui-ci était de dimensions énormes. Trop grand pour les hommes. Trop lourd pour le ciel. Déchiqueté, rompu, il gisait sur le ventre, dans la neige, telle une bête blessée à mort. Le nez de l'appareil s'était aplati contre un butoir rocheux. L'une des ailes, arrachée, avait dû glisser le long de la pente. L'autre n'était plus qu'un moignon absurde, dressé, sans force, vers le ciel. La queue s'était détachée du corps, comme celle d'un poisson pourri. Deux larges trous béants, ouverts dans le fuselage, livraient à l'air des entrailles de tôles disloquées, de cuir lacérés et de fers tordus. Une housse de poudre blanche coiffait les parties supérieures de l'épave. Par contraste, les flancs nus et gris, labourés, souillés de traînées d'huile, paraissaient encore plus sales. La neige avait bu l'essence des réservoirs crevés. Des traces d'hémorragie entouraient la carcasse."

 

 1833464-948488ec731aa756d518a93e4035768f.jpg
Henri Troyat (1 november 1911 – 4 maart 2007)

 

 

De Franse dichter en schrijver Jean Tardieu werd geboren op 1 november 1903 in Saint German de Joux. Zie ook alle tags voor Jean Tardieu op dit blog en ook mijn blog van 1 november 2010

 

Etude de voix d'enfant

Les maison y sont là
les deux pieds sous la porte
tu les vois les maisons?

Les pavé y sont là
les souliers de la pluie
y sont noirs mais y brillent.

Tout le monde il est là
le marchand le passant
le parent le zenfant
le méchant le zagent.

Les auto fait vou-hou
le métro fait rraou
et le nuage, y passe
et le soleil, y dort.

Tout le monde il est là
comme les autres jours
mais c'est un autre jour
c'est une autre lumière :

aujourd'hui c'est hier.

 

 

LA CONDAMNATION ou LE MEDECIN

Déshabillez-vous !
Déshabillez-vous complètement !
Ne gardez rien sur vous !

Restez debout, levez les bras, baissez-les !
Dites : trente-trois, trente-trois, trente-trois !
Regardez-moi !

Retenez votre souffle !
Un, deux trois, respirez maintenant !
Retenez votre souffle…respirez !
Respirez fort !

Respirez à fond !
Fermez les yeux !

 

 1833464-89bd5c5fc3d5c5ce716fe2355a082979.jpg
Jean Tardieu (1 november 1903 – 27 januari 1995)

 

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Stephen Crane werd geboren op 1 november 1871 in Newark, New Jersey. Zie ook alle tags voor Stephen Crane op dit en ook mijn blog van 1 november 2010.

 

A Man Went Before A Strange God

A man went before a strange God --
The God of many men, sadly wise.
And the deity thundered loudly,
Fat with rage, and puffing.
"Kneel, mortal, and cringe
And grovel and do homage
To My Particularly Sublime Majesty."

The man fled.

Then the man went to another God --
The God of his inner thoughts.
And this one looked at him
With soft eyes
Lit with infinite comprehension,
And said, "My poor child!"

 


The Trees In The Garden Rained Flowers

The trees in the garden rained flowers.
Children ran there joyously.
They gathered the flowers
Each to himself.
Now there were some
Who gathered great heaps --
Having opportunity and skill --
Until, behold, only chance blossoms
Remained for the feeble.
Then a little spindling tutor
Ran importantly to the father, crying:
"Pray, come hither!
See this unjust thing in your garden!"
But when the father had surveyed,
He admonished the tutor:
"Not so, small sage!
This thing is just.
For, look you,
Are not they who possess the flowers
Stronger, bolder, shrewder
Than they who have none?
Why should the strong --
The beautiful strong --
Why should they not have the flowers?"
Upon reflection, the tutor bowed to the ground,
"My lord," he said,
"The stars are displaced
By this towering wisdom."

 

 1833464-5a298a22377fed0fc65036bade673ac0.jpg
Stephen Crane (1 november 1871 - 5 juni 1900)

 

 

Zie voor alle bovenstaande schrijvers ook ook mijn blog van 1 november 2009.

Geschreven door Romenu om 12:19 Reageer op dit bericht

A Rhyme for Halloween (Maurice Kilwein Guevara)

 

Bij Halloween

 

 1833111-04f21c91370d28fa97154a2638c8863c.jpg
Halloween door Emma Brownlow, 1860

 

 

A Rhyme for Halloween

Tonight I light the candles of my eyes in the lee
And swing down this branch full of red leaves.
Yellow moon, skull and spine of the hare,
Arrow me to town on the neck of the air.

I hear the undertaker make love in the heather;
The candy maker, poor fellow, is under the weather.
Skunk, moose, raccoon, they go to the doors in threes
With a torch in their hands or pleas: "O, please . . ."

Baruch Spinoza and the butcher are drunk:
One is the tail and one is the trunk
Of a beast who dances in circles for beer
And doesn't think twice to learn how to steer.

Our clock is blind, our clock is dumb.
Its hands are broken, its fingers numb.
No time for the martyr of our fair town
Who wasn't a witch because she could drown.

Now the dogs of the cemetery are starting to bark
At the vision of her, bobbing up through the dark.
When she opens her mouth to gasp for air,
A moth flies out and lands in her hair.

The apples are thumping, winter is coming.
The lips of the pumpkin soon will be humming.
By the caw of the crow on the first of the year,
Something will die, something appear.

 

 1833111-54b8ccfb98b5f7ab116549846706e9ad.jpg
Maurice Kilwein Guevara (Belencito, 5 november 1961)
The Bloomfield Halloween parade in Pittsburgh, 2012

 

 

De Amerikaanse dichter, schrijver en hoogleraar Maurice Kilwein Guevara werd geboren op 5 november 1961 in Belencito, Colombia, en groeide op in de buurt van Pittsburgh, Pennsylvania. Zie ook alle tags voor Maurice Kilwein Guevara op dit blog.

Zie voor de schrijvers van de 31e oktober ook mijn vorige twee blogs van vandaag.

Geschreven door Romenu om 13:24 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten