Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Else Kemps wint Turing Nationale Gedichtenwedstrijd

De Nederlandse dichteres Else Kemps uit de Gelderse plaats Malden is de winnaar van de Turing Gedichtenwedstrijd, het grootste poëzieconcours in het Nederlandse taalgebied. Haar gedicht ’En of het zo door kan gaan’ kwam als beste uit de bus, maakte de jury woensdagavond bekend in de Stadsschouwburg Amsterdam. Aan de prijs is een bedrag van 10.000 euro verbonden. Zie ook alle tags voor Else Kemps op dit blog.

 

En of het zo door kan gaan

Het verschil tussen wachten en verwachten leerde je
van een kat die twee keer van huis liep en maar één keer terugkwam.

Je denkt aan de zuurstoffles die je opa kunstmatig in coma hield.
Of het zo door kon gaan, vroeg je tante steeds, en op Google Maps

heeft zijn fiets nog drie jaar voor de deur gestaan. Daarna was er
S, de man die zei niet verder te willen en daarom al die tijd gebleven is.

’s Nachts vertel je hem over de keer dat iemand je uitschold
voor ‘hoer’ omdat je stilstond op een zebrapad. Alles wat hij zegt

is dat ‘lopen’ in het Russisch twee werkwoordsvormen heeft,
afhankelijk van of men een bestemming heeft of niet.

 

 1872993-82541b7385dfff9aefca2087d0e119de.jpg
Else Kemps (Malden, 1995)

Geschreven door Romenu om 08:31 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

De blogger leest alles eerst na: je tekst verschijnt zodra die goedgekeurd is.

Georg Trakl, Paul Auster, Jan Willem Holsbergen, Henning Mankell, Richard Yates, Gertrude Stein, Michael Scharang, Ferdinand Schmatz

De Oostenrijkse dichter Georg Trakl werd op 3 februari 1887 in Salzburg geboren. Zie ook alle tags voor Georg Trakl op dit blog.

 

Traumwandler

Wo bist du, die mir zur Seite ging,
Wo bist du, Himmelsangesicht?
Ein rauher Wind höhnt mir ins Ohr: du Narr!
Ein Traum! Ein Traum! Du Tor!
Und doch, und doch! Wie war es einst,
Bevor ich in Nacht und Verlassenheit schritt?
Weißt du es noch, du Narr, du Tor!
Meiner Seele Echo, der rauhe Wind:
O Narr! O Tor!
Stand sie mit bittenden Händen nicht,
Ein trauriges Lächeln um den Mund,
Und rief in Nacht und Verlassenheit!
Was rief sie nur! Weißt du es nicht?
Wie Liebe klang's. Kein Echo trug
Zu ihr zurück, zu ihr dies Wort.
War's Liebe? Weh, daß ich's vergaß!
Nur Nacht um mich und Verlassenheit,
Und meiner Seele Echo – der Wind!
Der höhnt und höhnt: O Narr! O Tor!

 

Sommer

Am Abend schweigt die Klage
Des Kuckucks im Wald.
Tiefer neigt sich das Korn,
Der rote Mohn.

Schwarzes Gewitter droht
Über dem Hügel.
Das alte Lied der Grille
Erstirbt im Feld.

Nimmer regt sich das Laub
Der Kastanie.
Auf der Wendeltreppe
Rauscht dein Kleid.

Stille leuchtet die Kerze
Im dunklen Zimmer;
Eine silberne Hand
Löschte sie aus;

Windstille, sternlose Nacht.

 


De treden van de waanzin…

De treden van de waanzin in zwarte kamers,
De schimmen der ouden onder de open deur,
Wanneer helians ziel in de rozige spiegel zichzelf bekijkt
En sneeuw en melaatsheid van zijn voorhoofd glijden.

Aan de wanden zijn de sterren uitgedoofd
En de witte gestalten van het licht.

Aan het tapijt ontstijgt gebeente der graven,
Het zwijgen van verweerde kruizen op de heuvel,
De zoetheid van wierook in de purperen nachtwind.

O jullie gebroken ogen in zwarte monden,
Wanneer de nakomeling in tere waanzin
Eenzaam het donkerder einde overpeinst,
De stille God de blauwe oogleden over hem neerslaat.

 

Vertaald door Frans Roumen



 1872779-331a63aea39a6bf832d669ac738623d6.jpg
Georg Trakl (3 februari 1887 – 4 november 1914)
Georg Trakl im Garnisionsspital door Bernhard Brungs, 2007

 

 

De Amerikaanse dichter, schrijver en essayist Paul Auster werd geboren op 3 februari 1947 in Newark, New Jersey. Zie ook alle tags voor Paul Auster op dit blog.

 

Spokes

Roots writhe with the worm-the sift
Of the clock cohabits the sparrow's heart.
Between branch and spire-the word
Belittles its nest, and the seed, rocked
By simpler confines, will not confess.
Only the egg gravitates.

In water~my absence in aridity. A flower.
A flower that defines the air.
In the deepest well, your body is fuse.

The bark is not enough. It furls
Redundant shards, will barter
Roch for sap, blood for veering sluice.
While the leaf is peeked, brindled
With air, and how much more, furrowed
Or wrapped, between dog and wolf,
How much longer will it stake
The axe to its gloating advantage?

Nothing waters the bole, the stone wastes nothing.
Speech could not cobble the swamp,
And so you dance for a brighter silence.

 

 1872779-5d12fccc9b7784c3fbaff97eeabffa99.jpg
Paul Auster (Newark, 3 februari 1947)

 

 

De Nederlandse schrijver Jan Willem Holsbergen werd geboren in Rotterdam op 3 februari 1915. Zie ook alle tags voor Jan Willem Holsbergen op dit blog.

Uit: Tussen melk en bitter

“Vanavond zette ik na de aardappelsla met warme worst Petrouchka op. In dat ballet heb ik Angelique het laatst zien dansen voor ze met de groep naar Engeland vertrok. Na de voorstelling keken wij elkaar op een afstand aan of we vreemden waren. Mijn vader was er, oom Herbert en Mischa die ik nog nauwelijks kende. Hij viel me op als iemand die je niet kunt negeren, zeker op het toneel niet. Iemand naar wie je onmiddellijk moet kijken als hij opkomt. ‘Présence’ heet dat. Wel dat had hij.
De volgende dag bracht ik haar naar de boot, met alle ouders, vriendinnen en vrienden. Als afscheid kuste ze me op de mond en stak haar tong tussen mijn tanden. De Laatste Kus. Nog één keer kreeg ik het gevoel als een raket door het luchtruim te schieten. De romance, duurde bijna twee jaar. Heel gek, na die eerste kus had ik ineens een meisje en mijn hele leven veranderde. Al gauw liefkoosden we elkaar als we maar even de kans kregen. Angelique gaf een hele voorstelling van verkleedpartijen: maillot uit, in d'r nakie en de tutu aan. Ze wilde nooit dat ik haar dan aanraakte. Het maakte me opgewonden en wanhopig, totdat ze me troostte en ik haar kleine borsten die precies in mijn handen pasten streelde. Nooit lang, ze weerde me dan af.
Ook in de vakantie waren we doorlopend samen en kropen bij elkaar in bed, zonder dat het er ooit van kwam. Zij ging met ons mee naar een hotel in de Ardennen. 's Avonds sloop ik naar haar kamer zoals duizenden gelieven voor mij al gedaan hebben. Hebben gedaan - het zal nu zelden meer nodig zijn. Het is geen zonde, geen schande meer. Het zou je tegenwoordig zelfs kwalijk genomen worden als je niet in de kamer van je liefje slaapt. Angelique sliep in mijn armen en doordat ik altijd - toen ook al - om half zeven wakker word was ik steeds op tijd in mijn eigen kamer terug. 't Is nooit uitgekomen.
Het ging iets moeilijker toen Els en ik bij haar ouders in het vakantiehuisje aan de Friese meren logeerden. Het huis, geheel van hout, was gehorig. Elke plank, elke deur kraakte of piepte en een oliespuitje hielp alleen voor de deurscharnieren.”

 1872779-2fd11e7a8ade3e89aa15754e9e620ed3.jpg
Jan Willem Holsbergen (3 februari 1915 – 20 mei 1995)
Hier met letterkundige Garmt Stuiveling

 

 

De Zweedse schrijver Henning Mankell werd geboren in Stockholm op 3 februari 1948. Hij woont afwisselend in Mozambique en in zijn vaderland Zweden. Zie ook alle tags voor Henning Mankell op dit blog.

Uit: The Man From Beijing (Vertaald door Laurie Thompson)

„It was the ninth and final day of his journey. It had been made possible by a scholarship enabling him to study deserted villages and other small settlements that were being depopulated. He had come as far as Hudiksvall and had one hamlet left to photograph. He had chosen this particular one because an old man who lived there had read about his project and sent him a letter. Höglin had been impressed by the letter and decided that this was the place for him to conclude his study.
He got up and opened the curtains. It had snowed during the night and was still gray, the sun not yet risen. A bundled-up woman was cycling past in the street below. Karsten considered her and wondered how cold it was. Negative five degrees Celsius, possibly negative seven.
He dressed and took the slow-moving elevator down to reception. He had parked his car in the enclosed courtyard behind the hotel. It was safe there. Even so, he had taken all his photographic equipment up to his room, as was his practice. His worst nightmare was to come to his car one day and find that all his cameras had vanished.
The receptionist was a young girl, barely out of her teens. He noticed that her makeup was slapdash and gave up on the idea of complaining about the bed. After all, he had no intention of ever returning to the hotel.“

 

 1872779-0d80ca9dc54de0566ca81e9e1a1ba683.jpeg
Henning Mankell (Stockholm, 3 februari 1948)

 

 

De Amerikaanse schrijver Richard Yates werd geboren op 3 februari 1926 in Yonkers, New York. Zie ook alle tags voor Richard Yates op dit blog.

Uit: Revolutionary Road

“Her name was April Wheeler, and she caused the whispered word "lovely" to roll out over the auditorium the first time she walked across the stage. A little later there were hopeful nudges and whispers of "She's good," and there were stately nods of pride among the several people who happened to know that she had attended one of the leading dramatic schools of New York less than ten years before. She was twenty-nine, a tall ash blonde with a patrician kind of beauty that no amount of amateur lighting could distort, and she seemed ideally cast in her role. It didn't even matter that bearing two children had left her a shade too heavy in the hips and thighs, for she moved with the shyly sensual grace of maidenhood; anyone happening to glance at Frank Wheeler, the round-faced, intelligent-looking young man who sat biting his fist in the last row of the audience, would have said he looked more like her suitor than her husband.
"Sometimes I can feel as if I were sparkling all over," she was saying, "and I want to go out and do something that's absolutely crazy, and marvelous..."
Backstage, huddled and listening, the other actors suddenly loved her. Or at least they were prepared to love her, even those who had resented her occasional lack of humility at rehearsals, for she was suddenly the only hope they had.

 

 1872779-33fcf8b508f6ebc8f6dc3adaaeef7ed0.jpg
Scene uit de film uit 2008 met Leonardo DiCaprio

 

The leading man had come down with a kind of intestinal flu that morning. He had arrived at the theater in a high fever, insisting that he felt well enough to go on, but five minutes before curtain time he had begun to vomit in his dressing room, and there had been nothing for the director to do but send him home and take over the role himself.
The thing happened so quickly that nobody had time to think of going out front to announce the substitution; a few of the minor actors didn’t even know about it until they heard the director’s voice out there in the lights, speaking the familiar words they’d expected to hear from the other man. He was doing his fervent best and delivering each line.“

 

 1872779-c7d712d34055a4bf86fb8a612861de8d.jpg
Richard Yates (3 februari 1926 – 7 november 1992)

 

 

De Amerikaanse schrijfster Gertrude Stein werd geboren op 3 februari 1874 in Allegheny (Pennsylvania). Zie ook alle tags voor Gertrude Stein op dit blog.

 

Stanzas In Meditation: Stanza XV

Should they may be they might if they delight
In why they must see it be there not only necessarily
But which they might in which they might
For which they might delight if they look there
And they see there that they look there
To see it be there which it is if it is
Which may be where where it is
If they do not occasion it to be different
From what it is.
In one direction there is the sun and the moon
In the other direction there are cumulus clouds and the sky
In the other direction there is why
They look at what they see
They look very long while they talk along
And they may be said to see that at which they look
Whenever there is no chance of its not being warmer
Than if they wish which they were.
They see that they have what is there may there
Be there also what is to be there if they may care
They care for it of course they care for it.
Now only think three times roses green and blue
And vegetables and pumpkins and pansies too
Which they like as they are very likely not to be
Reminded that it is more than ever necessary
That they should never be surprised at any one time
At just what they have been given by taking what they have
Which they are very careful not to add with
As they may easily indulge in the fragrance
Not only of which but by which they know
That they tell them so.


 1872779-35b316e6207f13f127161e945cb03013.jpg
Gertrude Stein (3 februari 1874 – 27 juli 1946)
Portret door Francis Picabia, 1937 of later

 

 

De Oostenrijkse schrijver Michael Scharang werd geboren in Kapfenberg in de provincie Steiermark op 3 februari 1943. Zie ook alle tags voor Michael Scharang op dit blog.

Uit: Komödie des Alterns

„Sie hätten es als himmlisch empfunden, einmal, ein einziges Mal in diesen höllischenAugust- und Septemberwochen des Jahres 2001 in einen Schlaf zu fallen, der länger währte als zwei Stunden. Aber auch dieser Kurzschlaf war nur eine Art Ohnmacht, randvoll noch dazu mit Alpträumen. Erwachten sie daraus, war es ein Aufschrecken, das den Körper von der Matratze katapultierte und ihn neben das Bett auf den Fußboden warf. Als sie später darüber sprachen, konnten sie es nicht fassen, dass jedem das Gleiche widerfahren war: von einem Alptraum aus demSchlaf gerissen zu werden und, wach geworden, neben dem Bett sich wiederzufinden. Danach aber waren sie erst recht mit einem Alptraum konfrontiert, dem schrecklichsten:der Wirklichkeit ihrer, wie sie meinten, für immer zerbrochenen Freundschaft.
Der Österreicher, er hieß Heinrich Freudensprung, wusste nicht, in welchem Zustand der Freund sich befand, sprach vom Ende seines Lebens, halblaut sprach er in sich hinein, dass er diese Pein keinen Tag länger ertrage. Der Ägypter mit Namen Zacharias Sarani, der seinerseits nicht ahnte, wie es dem Freund erging, fühlte sich sterbenselend. So könne er nicht leben. Der September war noch nicht zu Ende – der Monat, in welchem unweit des Hauses, in dem der Österreicher wohnte, im südlichen Teil Manhattans, die beiden höchsten Gebäude New Yorks nach Anschlägen zusammenstürzten; die Nachricht darüber kam ihm zwar zu Ohren, sein Verstand, vom eigenen Unglück zerrüttet, vermochte sie jedoch nicht aufzunehmen –, der September war noch nicht zu Ende, als die beiden Freunde, gegen ihre Absicht, wie jeder betonte, doch wieder mitein-ander sprachen, wenn auch nur am Telefon.“

 

 1872779-32bac6afbb3086b777f0cfe02692897e.jpg
Michael Scharang (Kapfenberg, 3 februari 1943)

 

 

De Oostenrijkse dichter en schrijver Ferdinand Schmatz werd geboren op 3 februari 1953 in Korneuburg. Zie ook alle tags voor Ferdinand Schmatz op dit blog.

 

psalm 150
(wer alles hat, lobt gern)

1 ja, es hallt, hoch jauchzt gelobtes, füllt das zelt mit blau, aber lullt
es ein, wenn es nur das grosse herausstellt, wenn es hoch weist, weite, die
nie naht, und, eben diese ganz ist.

2 hoch jauchzt das, was sich im lob zusammentut, ist immer nur eins, jede
tat herrlich, schafft (an) und hebt (nicht) auf, was sich als unterschied
gibt: schöpfung, die macht (in ihn).

3 hoch jauchzt nicht nur der mund, alles, was dient, blech, schrift,
papier, saite - posaunt, schreibt, zitiert, tönt weiter, es.

4 hoch jauchzt, seis trommel oder mund, alles dreht sich um seine seite im
kreis, schlag wie pfiff.

5 hoch jauchzt auch der dunkelste stahl, wird hell, klingt wohl
(zimbelgebimbel).

6 alles jauchzt hoch, was den atem hat, lang und hält an (ihn), hallt, aber
lullt es ein!

 

 1872779-8f41e9fdd51df9019ca246ea96549f28.jpg
Ferdinand Schmatz (Korneuburg, 3 februai 1953)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e februari ook mijn blog van 3 februari 2015 en ook mijn blog van 3 februari 2013 deel 1 en ook deel twee en eveneens deel drie.

 

Geschreven door Romenu om 18:44 Reageer op dit bericht

Katja Petrovskaya

De Oekraïens-Duitse schrijfster, literatuurwetenschapster en journaliste Katja Petrovskaya werd geboren op 3 februari 1970 in Kiev. Zij studeerde literatuur en Slavische studies aan de Universiteit van Tartu (Estland). 1994-1995 ging ze met een subsidie ​​van de American Council of Teachers of Russian (ACTR) naar de Stanford University en de Columbia University en promoveerde in 1998 aan de Universiteit van Moskou met een proefschrift over de poëtica van het proza ​van Vladislav Chodasevitsj. In 1999 verhuisde zij naar Berlijn om als journaliste voor diverse Russische media te werken, maar zij, publiceerde ook in Duitse kranten, zoals de Neue Zürcher Zeitung en taz. Voor de Frankfurter Allgemeine Sonntagszeitung (FAS), schrijft ze sinds 2011 de column "Die westöstliche Diva". Zij woont met haar man en twee kinderen in Berlijn. In 2013 werd zij uitgenodigd door Hildegard Elisabeth Keller om deel te nemen aan de competitie voor de Ingeborg Bachmann Preis en zij won de hoofdprijs met een fragment uit haar werk “Vielleicht Esther”. Het vertelt het over uitroeiing van de Joden in Kiev door de nazi’s door middel van het verhaal van Esther, die vergelijkbaar is met haar overgrootmoeder, die in 1941 werd weggevoerd uit Kiev en die bij het bloedbad van Babi Yar vermoord werd. In 2015 ontving ze de Premio Strega Europeo. In oktober 2015 realiseerde zij in het International Research Center for Cultural Studies in Wenen, een project met de werktitel "Alles wat het geval is" over de foto's, en hoe de kijkers deze zien.

Uit: Vielleicht Esther

„Es wäre mir lieber, ich müsste meine Reisen nicht hier beginnen, in der Ödnis um den Bahnhof, die immer noch von der Verwüstung dieser Stadt zeugt, einer Stadt, die im Lauf siegreicher Schlachten zerbombt und ruiniert worden war, als Vergeltung, so schien es mir, denn von dieser Stadt aus war der Krieg gesteuert worden, der tausendfach Verwüstung verursacht hatte, weit und breit, ein endloser Blitzkrieg auf eisernen Rädern, mit eisernen Flügeln. Das ist nun so lange her, dass diese Stadt zu einer der friedlichsten Städte der Welt geworden ist und diesen Frieden fast aggressiv betreibt, als eine Form der Erinnerung an den Krieg.
Der Bahnhof wurde vor kurzem in die Mitte dieser Stadt gebaut, und trotz des Friedens war der Bahnhof unwirtlich, es war, als verkörpere er all die Verluste, die mit keinem Zug einzuholen sind, einer der unwirtlichsten Orte in unserem kreuz und quer vereinigten und doch sehr begrenzten Europa, ein Ort, an dem es immer zieht und wo sich der Blick auf eine Ödnis öffnet, ohne dass sich ihm Gelegenheit bieten würde, in einem städtischen Dickicht hängenzubleiben, auf etwas zu ruhen, bevor man wegfährt von hier, aus dieser Leere inmitten der Stadt, die keine Regierung füllen kann, mit keinen großzügigen Bauten und keinen guten Absichten.
Es zog auch dieses Mal, als ich am Bahnsteig stand und wieder die Großbuchstaben Bombardier Willkommen in Berlin unter dem Bogen des geschwungenen Daches mit dem Blick abtastete, die Umrisse befühlte, gelangweilt, aber doch wieder erstaunt über das Gnadenlose dieses Willkommens. Es zog, als ein älterer Herr sich mir näherte und mich nach Bombardier fragte
Man denke sofort an Bomben, sagte er, an Artillerie, an diesen schrecklichen, unbegreiflichen Krieg, und warum gerade Berlin so grüßen solle, diese schöne, friedliche, zerbombte Stadt, die sich all dessen bewusst sei, es könne doch nicht wahr sein, dass Berlin Ankommende wie ihn mit diesem Wort in Großbuchstaben sozusagen bombardiere, und was heißt hier Willkommen, wer genau soll hier bombardiert werden und womit.“

 

 1887319-622c667a7ead22f24a664570ea23e006.JPG
Katja Petrovskaya (Kiev, 3 februari 1970)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Else Kemps

Onafhankelijk van geboortedata

De Nederlandse dichteres Else Kemps werd geboren in Malden in 1995. Kemps is zo rond haar negende begonnen met het schrijven van odes aan een onbereikbare jeugdliefde. Inmiddels studeert ze Creative Writing aan Artez Hogeschool voor de Kunsten in Arnhem. Het liefst schrijft ze over jongeren die gemiddeld drie keer per week een grens overgaan, sporadisch ook over dode cavia’s in een sokkenla.

 

Zilvervisjes

we kozen voor een bestaan buiten alle atlassen om.

de dag duurt van boven tot onder onze kleren
en van alles dat tikt zullen we zeggen dat het ijlt.

dit is wat we nog zullen bereiken: de bodem
van een fles, een climax samenvallend met de klokken
van een naamloze kerk en een tweetal records:

flauwste woordgrap, grootste aantal zilvervisjes
ooit gestorven in een douche.

er is geen levensbehoefte die we niet verwaarloosd hebben.
lust vervangt slaap vervangt honger, naakt discussiëren we
over hoe een oorlog zich beweegt.

ze sluipt, zeg jij, ze kan al onderweg zijn
en ik denk als een koortsdroom: dat ze opkomt
en weer afzwakt en dat nachtenlang.  

wat we beiden zeker weten: als we fluisteren
gaat ze aan ons voorbij.

 

 1872992-1fe490c6ef4cfd10e8caf42518dfc5f7.jpg
Else Kemps (Malden, 1995)





Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Hella Haasse, Norbert Bugeja, Esther Gerritsen, James Joyce, Kees Torn, Eriek Verpale, Santa Montefiore

De Nederlandse schrijfster Hella Haasse werd geboren op 2 februari 1918 in Batavia. Zie ook alle tags voor Hella Haasse op dit blog.

Uit De verborgen bron

"Ik heb mijn onrust, mijn onbehagen, trachten te sussen; blijkbaar ben ik al die jaren lang de waarheid stelselmatig uit de weggegaan. Ik ken je níét, Rina. Je bent mijn vrouw, wij hebben acht jaar onder hetzelfde dak gewoond, tafel en bed gedeeld; maar ik ken je niet, ik weet minder van jouw wezen dan van de schim van haar die je moeder is geweest.Jij bent een vreemde voor mij. Ik geef mij rekenschap van iets, dat ik, onbewust, al gevoeld moet hebben, telkens wanneer ik in jouw tegenwoordigheid overrompeld werd door het besef onverklaarbaar, ondraaglijk eenzaam te zijn. Je liep heen en weer, bezig met huishoudelijk werk, je zat voor je spiegel, je stond gebogen over de gasvlam in het laboratorium; ik was bij je, ik kon je aanraken, je zou antwoorden wanneer ik tegen je sprak, maar toch was ik alleen."
(…)

"Dit is, voor zover ik het mij herinneren kan, de geschiedenis van Arethusa, de nimf die in een bron veranderde. Zij behoorde tot het gevolg van Artemis, de godin van de jacht en van de maan. Eens daalde Arethusa af in de golven van de rivier de Alpheus om daar te baden. De stroomgod zag haar en begeerde haar. Zij vluchtte, maar de rivier trad uit zijn bedding om haat te achtervolgen. Arethusa, bevreesd voor de hartstochtelijk schuimende stortvloed, riep haar meesteres aan, de kuise eenzame Artemis, De godin veranderde haar in een bron, maar ook in die gedaante herkende haar Alpheus. Door een spleet in de rotsachtige bodem verdween de bron in ondergrondse spelonken. zo meende zij te kunnen ontkomen aan eenwording met de wilde stroom. zij baande zich een weg door de duisternis van de onderwereld; maar toen zij, na een eindeloze zwerftocht, weer te voorschijn sprong uit de grond, vond zijn daar Alpheus, de rivier, die haar gevolgd was door de grotten van de hades.

 

 1872423-8fd38a76918d904b06a7ae2f0e9f657b.jpg
Hella Haasse (2 februari 1918 - 29 september 2011)

 

 

De Maltese dichter Norbert Bugeja werd geboren in Siġġiewi op 2 februari 1980. Zie ook alle tags voor Norbert Bugeja op dit blog.

 

Via fori imperiali, after the concert
(bookends theme)

Some 30 metres away,
a pit of couples kissing in the darkness of acacias
which divides us, in the mischievous city
dusting scooters from its face
to clear her vision,
we gazed at each other's silence
and decided to break it
with the same bundle of smoke-filled breaths ...

Time it was,
and what a time it was, it was:

And even the moon, damn it, which loves to take the piss
pretending its a new foetus huddling in the night,
has stripped naked tonight
and chased the darkness with its moonie,

a time of innocence,
a time of confidences —

We raised our palms and were stunned
because they chanced to be of the same hue
and like the bodies of the ruins all lit up,
like Garfunkel's hair weaving through the crowd
searching for the muse who has escaped.

long ago it must be, I have a photograph

We gazed upon the silence of each other,
and since silence had fallen on the ruins
we realized
that we had better do with our memories
what adults do — discard them
before we got to the first corner

and then tomorrow, we'll see
if in the darkness of the photo-cemetries
we will be able to discover the yellow flower
we bought to please a pakistani
and also to fool each other that one day
we'll cherish one another with the same song ...

meanwhile this street lies down, a spent guitar,
and the moon's found a shrine to hide behind,
and yet this pauper boy who loves you
still rummages
in the bongs and the green bottles for an evening
which welcomes him like home,
which strokes his hair,
which dances and sings to the same story
he found there.

(Preserve your memories, they're all that's left you)

 

 1872423-6f1a31b74eb80698f677565e47ac1257.jpg
Norbert Bugeja (Siġġiewi, 2 februari 1980)

 

 

De Nederlandse schrijfster Esther Gerritsen werd op 2 februari 1972 geboren in Nijmegen. Zie ook ook alle tags voor Esther Gerritsen op dit blog.

Uit: Normale dagen

“Toen ze van de dijk afkwam en hun straat inreed zag ze in de verte iets vreemds op de weg liggen. Enkele meters verderop herhaalde ze in gedachten: Hij ligt op straat. Hij ligt op straat. Mijn grootvader ligt op straat.
Terwijl ze aan kwam fietsen had ze wel iets zien liggen wat op een man leek, maar ze had verwacht dat dat beeld zich op het laatste moment wel zou ontpoppen tot een oude jas, een olievlek, een cementzak. Ze was het gewend dat de catastrofale beelden in haar hoofd door de realiteit werden ontzenuwd. Vertrouwd met het zich verhouden tot de obstakels in haar hoofd. Minder met die uit de praktijk. Maar dichterbij gekomen werd de oude jas die op een man leek haar eigen grootvader. Had ze voor ingebeelde gevaren veel zinnen paraat - formules, bezweringen, geruststellende woorden - voor grootvader op het wegdek kwam er maar één zin: Hij ligt op straat.
Ze liet haar fiets in de berm vallen en knielde naast hem. Hij lag min of meer op zijn zij. Ergens tussen terug op zijn rug vallen en proberen op te staan in. Met zijn handen op het wegdek hield hij zich in evenwicht. Zijn hoed lag naast hem. Zijn kale, bleke schedel stak nogal opvallend af tegen het ruwe grijze asfalt. Als iets wat je alleen binnenshuis hoort te zien en zeker niet zo dicht bij een wegdek. Hij keek niet naar haar op.
‘Opa,’ zei ze, om aan te geven dat zij het was. Haar aanwezigheid leek hem niet te verbazen.
‘Ik moet even opstaan,’ zei hij, alsof ze hem midden in een activiteit aantrof.
‘Ja,’ antwoordde ze.
Hij herhaalde: ‘Ik moet even opstaan,’ liet zo weten heel goed te begrijpen dat hij hier niet op straat hoorde te liggen, en omdat hij dit begreep was er hier dus niets opmerkelijks aan de hand. Lucie deed gehoorzaam mee en vroeg dan ook met enige verbazing in haar stem of hij soms gevallen was. Alsof grootvader nog een andere heel goede reden zou kunnen hebben om hier op straat te liggen, of liever: om hier bezig te zijn met opstaan.
‘Kan je even helpen?’ vroeg hij geërgerd. Ze pakte hem onhandig bij zijn bovenarmen vast en trok hem overeind. Toen hij stond liet ze hem weer los, maar ze bleef voor de zekerheid vlak naast hem staan. Hij bleef overeind. Leek stabiel. Ze pakte zijn hoed van de straat. Hij nam hem trillend aan.“

 

 1872423-e3807c5ab38cfb65154928745f6b331e.jpg
Esther Gerritsen (Nijmegen, 2 februari 1972)

 

 

De Ierse schrijver James Joyce werd geboren in Dublin op 2 februari 1882. Zie ook ook alle tags voor James Joyce op dit blog.

Uit: Finnegans Wake

“Oftwhile balbulous, mithre ahead, with goodly trowel in grasp and ivoroiled overalls which he habitacularly fondseed, like Haroun Childeric Eggeberth he would caligulate by multiplicables the alltitude and malltitude until he seesaw by the neatlight of the liquor wheretwin 'twas born, his roundhead staple of other days to rise in undress maisonry upstanded (joygrantit!), a waalworth of a skyerscape of most eyeful hoyth entowerly, erigenating from next to nothing and celescalating the himals and all, hierarchitectitiptitoploftical, with a burning bush abab off its baubletop and with larrons o'to Bigmaster Finnegan, tippler, freeman builder / freemason [Ger. mauer = wall] lived broadly and without constraint in his torch-lit cottage in prehistory, before the Bible was written or enacted [Adam]. (One yesterday / day of yeasty beer drinking he stuck his head [Fr. tete = head] in a tub in order to wash the features of his face / watch his future fate [bobbing for apples], but before he took it out again, by the might of Moses, the very water had evaporated / turned to a viper [the sea parted], and all the Guiness had run out / Genesis people had made their exodus [from Eden/Egypt]; so that ought to show you what a man of the pentateuch / punch-and-judy showman [God] he was!). And during many very odd years he [HCE] in the drinkers' village piled building [Ger: bildung = education] above building on the banks for those who lived by the river / on the banks of the Liffey for the public. He had a little wife [ALP], Annie; he loved/feared the little creature. With her hair in his hands / hare and hounds he took up his partner / stuck his part in her.“

 

 1872423-48e749341fa0cdc8d7c188ba66e10549.jpg
James Joyce (2 februari 1882 – 13 januari 1941)
Portret door Jacques-Emile Blanche, 1935

 

 

De Nederlandse dichter, tekstschrijver en cabaretier Kees Torn werd geboren in Oostburg op 2 februari 1967. Zie ook alle tags voor Kees Torn op dit blog.

 

Realist

Toen ik zes werd, kreeg ik allerlei cadeaus
Een spaarpot van mijn oom voor al mijn centen
Die dingen vond ik toen al waardeloos
Maar tante gaf een sprookjesboek met prenten
Het mooist van alles en na veel geblader
Zag ik een draak met ridders in gevecht
En op een zondag vroeg ik aan mijn vader
- Papa? Draken? Bestaan die echt

En mijn vader liet niet eens zijn krantje zakken
Om te zeggen dat die zeker wel bestonden
En nog steeds de onvoorzichtigen verslonden
Die probeerden om de schatten af te pakken
Die die draken altijd in hun grot bewaken
Gouden munten, diamanten en juwelen
Die verbeten drakenvechters wilden stelen
Maar de scherpe klauwen en de sterke kaken
En de vuurstraal overleefde er niet een
Maar dat zei mijn vader niet. Hij zei slechts: Neen

Er kwamen geen verzinsels aan te pas
Hij maakte het niet mooier dan het was

"En trollen papa? Wat zijn trollen?"
Hij bleef rustig in zijn krantje zitten lezen
En vertelde niet hoe zo'n kwaadaardig wezen
Het zo lollig vindt, met kinderen te sollen
Die hij zomaar wegrooft bij gewone lieden
En dan in zijn hol gaat treiteren en plagen
En bespugen, martelen en angst aanjagen
Met zijn lodderoogjes, die geniepig spieden
Daarna vreet hij ze pas op en boert voldaan
Maar mijn vader zei: Die hebben nooit bestaan

Er kwamen geen verzinsels aan te pas
Hij maakte het niet mooier dan het was

En toen ik in mijn sprookjesboek het plaatje van een engel vond
Toen hoorde ik mijn vader zeggen: Dacht je dat dat niet bestond
Nou, kijk dan heel goed om je heen
Want hier in huis, daar is er een
Die als geen ander van je houdt
En van je broertjes allebei
En van je zusje en van mij
Dus, wees maar blij
Dat papa met de liefste engel van de wereld is getrouwd

Maar zoiets heeft mijn vader nooit gezegd
Hij heeft niet eens zijn krantje weggelegd

 

 1872423-bbdb5415f9e7e058158617739dac2469.jpg
Kees Torn (Oostburg, 2 februari 1967)

 

 

De Vlaamse dichter en schrijver Eriek Verpale werd geboren op 2 februari 1952 te Zelzate. Zie ookook alle tags voor Eriek Verpale op dit blog.

 

Desertie

Vlucht niet. Nog niet.
Ik moet je nog slaan
mijn veel te grote handen kapot
aan jouw smalste verdriet.
Vlucht niet, dit is een bevel,
blijf staan of ik schiet
vol plattegronden.
Want ik zal je zoeken.
Ik kom met honden,
ik onderzoek alle hoeken,
keer dozen vol oude klasfoto’s om,
dring binnen in archieven,
lees je brieven. Voddenrapers
bezorgen mij morgen al je kleren.
Je moet mij nog alles leren:
de taal der dieren, want kijk,
kijk naar de vogels in de lucht,
hoe zelfs zÌj altijd terugkeren,
‘s nachts. Elders te koud.
Dus vlucht niet, maar bewaar mij.
Wat is een gevangene zonder cipier?
Ik wil nog niet vrij. Laat daarom
de deur op een kier.

 

 1872423-cbe9cd61c3d9049cae01ee00c59bb7c7.jpg
Eriek Verpale (2 februari 1952 – 10 augustus 2015)

 

 

De Britse schrijfster Santa Montefiore (eig. Santa Palmer-Tomkinson) werd geboren op 2 februari 1970 in Hampshire. Zie ook alle tags voor Santa Montefiore op dit blog.

Uit:Secrets of the Lighthouse

“Aunt Peg drove on through the town and out the other side. A mile or so further down the coast she took a turning onto a farm track and motored up the hill between grey stone walls and lush green pastures dotted with sheep, until they reached a pair of modest white farmhouses at the top. ‘It’s not much but it’s home,’ she said cheerfully, drawing up in front of the cottage on the left. Ellen was disappointed. She had rather assumed her aunt would have a bigger house. But it was quaint and picturesque with a high thatched roof into which little dormer windows had been cut and painted red to match the door. There were no trees to protect it from the elements, only the low stone wall, and Ellen imagined it had been built stout and sturdy in order to withstand the ferocious winter winds.
The house might have been a disappointment, but when she stepped out and turned around, the view took her breath away. There, twinkling through the evening mist, was the ocean, and right in the middle, looming out of the twilight like a phantom, were the charred remains of a ruined lighthouse. She stood a moment and watched it. The sun had sunk below the horizon and the sparkling lights of Ballymaldoon could be seen way off to the right, blending with the first stars that peeped through the cloud. Slowly the lighthouse faded as the night and fog closed in around it, and then it was gone, as if it had never been there.”

 

 1872423-f761af06e104f56612fa92e63645374e.jpg
Santa Montefiore (Hampshire, 2 februari 1970)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 2e februari ook mijn blog van 2 februari 2014 deel 2 en ook deel 3.

Geschreven door Romenu om 18:48 Reageer op dit bericht

Willem van Zadelhoff

De Nederlandse dichter en schrijver Willem van Zadelhoff werd geboren in Arnhem op februari 1958. Van Zadelhoff volgde de docentenopleiding van de Arnhemse Toneelschool, waar hij in 1982 afstudeerde. Hij werkte vervolgens onder meer in een galerie, in het theater en als tekstschrijver voor televisie. Hij debuteerde met de roman “Een stoel” in 2003. Met “Holle haven” (2006) haalde hij de longlist van de Libris literatuurprijs 2007. “Ga niet weg is verschenen in de herfst van 2010. Voor zijn dichtbundel “Tijd en landen” werd hem de Herman de Coninckprijs 2009 voor het beste poëziedebuut toegekend. Van Zadelhoff woont afwisselend in Antwerpen en Amsterdam. Voor het Vlaamse dagblad De Standaard was hij recensent Duitse literatuur.

 

Tussen taal en teken

9
nu is de cirkel rond traag tekent het potlood
haar schouder langzaam ontstaat een herinnering
op papier een beeld van lang geleden waarvoor
geen woorden beschikbaar waren dat soort drogredenen
 
ook is nu wat was niet langer meer excuus
ik lees haar ik volg de lijnen van haar mond
met mijn vinger teken ik figuren in de lucht
ik kleed haar omgeving in zacht oranje licht
 
ik trakteer mezelf op verleden ik beuk de waarheid
op papier straks ga ik bloemen strooien op haar graf
luisteren naar dat oorverdovend zwijgen
dat stem gaf aan dat toch nog onverwacht verleden

 

 

Brommertje
 
Het begon langzaam. Iedereen keek gespannen hoe de eerste stralen het gras streelden. De dag verhief zich, zonder haast. Een pastoraal brommertje doorkruiste de stilte. Zonder dat brommertje wisten wij niet hoe stil onze stilte was. En het bracht brood en kaas. Niet iedereen reed op het brommertje. Iedere keer genoot ik weer van het geluid van zijn motortje. Daar had ik genoeg aan. Gisteren hadden we geen brood en kaas nodig. We beseften niet hoe stil het was toen we de zon zagen opkomen. Het was geen dag als alle anderen. Het was zondag.

 

 

 1888629-6dfeaf784b76b49f68646f9fe0258455.jpg
Willem van Zadelhoff (Arnhem, 2 februari 1958)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Lichtmess (Josef Weinheber)

 

Bij Maria Lichtmis

 

1872641-5b5294a85a91b4199069d8d56762f06c.jpg
Presentatie in de tempel door Jan van Scorel, ca 1530

 

Lichtmess

Der Tag weht grau herauf.
Der Schnee vor meinem Fenster
liegt meterhoch zuhauf.

Und heute wird es wieder schnein,
und frieren tut es Stein und Bein —
Ich steh gleich gar nicht auf.

Was braut im nahen Tann?
Es will ein Licht sich rühren,
daß man es spüren kann.
Es wächst der Tag, so kindeljung,
schon gar um einen Hirschensprung —
Ich zieh mich hurtig an.

Will schauen, wie ichs mach.
Zu Lichtmeß Schnee und Finster,
das ist die rechte Sach.
Heraus den Schlitten — Jörg, spann ein,
die Wachsstöck leg mir hinterdrein,
fein unters Wagendach.

Und der da ist der größt.
Und gegen Blitz und Hagel
entzündt, das allerbest.
Mit dem geh ich ums Immenhaus,
und der treibt Sucht und Fieber aus —
So bin ich wohlgetröst.

In Gottes Namen denn!
Du liebe Sonne, scheine,
du gutes Lichtel, brenn!
Steig an und geh mit mildem Schein
ins Jahr, ins dunkle Herz hinein,
daß ich das Heil erkenn.

 

 1872641-1b3270452b5cf33b46229365e9215d13.jpg
Josef Weinheber (9 maart 1892 - 8 april 1945)
Wenen. Josef Weinheber werd in Wenen geboren.

 


Zie voor de schrijvers van de 2e februari ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Hugo von Hofmannsthal, Stijn Vranken, José Luis Sampredo, F. B. Hotz, Toine Heijmans, Dieter Kühn, Günter Eich

De Oostenrijkse dichter en schrijver Hugo von Hofmannsthal werd geboren op 1 februari 1874 in Wenen. Zie ook alle tags voor Hugo von Hofmannsthal op dit blog.

 

Für mich ...
Ghasel

Das längst Gewohnte, das alltäglich Gleiche,
Mein Auge adelt mirs zum Zauberreiche:
Es singt der Sturm sein grollend‘ Lied für mich,
Für mich erglüht die Rose, rauscht die Eiche.
Die Sonne spielt auf goldnem Frauenhaar
Für mich – und Mondlicht auf dem stillen Teiche.
Die Seele les ich aus dem stummen Blick,
Und zu mir spricht die Stirn, die schweigend bleiche.
Zum Traume sag ich: »Bleib bei mir, sei wahr!«
Und zu der Wirklichkeit: »Sei Traum, entweiche!«
Das Wort, das Andern Scheidemünze ist,
Mir ists der Bilderquell, der flimmernd reiche.
Was ich erkenne, ist mein Eigentum,
Und lieblich locket, was ich nicht erreiche.
Der Rausch ist süß, den Geistertrank entflammt,
Und süß ist die Erschlaffung auch, die weiche.
So tiefe Welten tun sich oft mir auf,
Daß ich drein glanzgeblendet, zögernd schleiche,
Und einen goldnen Reigen schlingt um mich
Das längst Gewohnte, das alltäglich Gleiche.

 


Frage

Merkst du denn nicht, wie meine Lippen beben?
Kannst du nicht lesen diese bleichen Züge,
Nicht fühlen, daß mein Lächeln Qual und Lüge,
Wenn meine Blicke forschend dich umschweben?

Sehnst du dich nicht nach einem Hauch von Leben,
Nach einem heißen Arm, dich fortzutragen
Aus diesem Sumpf von öden, leeren Tagen,
Um den die bleichen, irren Lichter weben?

So las ich falsch in deinem Aug, dem tiefen?
Kein heimlich‘ Sehnen sah ich heiß dort funkeln?
Es birgt zu deiner Seele keine Pforte

Dein feuchter Blick? Die Wünsche, die dort schliefen,
Wie stille Rosen in der Flut, der dunkeln,
Sind, wie dein Plaudern: seellos ... Worte, Worte?

 


»Sunt animae rerum«
Thomas von Aquino

Ein gutes Wort mußt du im Herzen tragen,
Und seinen Wert enthüllt dir eine Stunde:
Stets dringt dein Aug nicht nach des Meeres Grunde,
An trüben tiefer als an hellen Tagen.

Zuweilen gibt ein lichter Blick dir Kunde
Von Herzen, die in toten Dingen schlagen,
Und wenn du nur verstehest recht zu fragen,
Erfährst du manches auch aus stummem Munde.

Drum flieh aus deinem Selbst, dem starren, kalten,
Des Weltalls Seele dafür einzutauschen,
Laß dir des Lebens wogende Gewalten,

Genuß und Qualen, durch die Seele rauschen,
Und kannst du eine Melodie erlauschen,
So strebe, ihren Nachhall festzuhalten!

 

 1871931-63c72940a39e5c1f783a1c741274c274.jpg
Hugo von Hofmannsthal (1 februari 1874 – 15 juli 1929) 
In 1906

 

 

De Vlaamse dichter en performer Stijn Vranken werd geboren in Leuven op 1 februari 1974. Zie ook alle tags voor Stijn Vranken op dit blog.

 

Ik ken je land

Hier lig ik weer,
aan de rand van mezelf, dicht
en dringend tegen je aan.

Ik ken je bressen als mijn broekzak, ik weet
waar je linies liggen en waar ze lekken,
ik weet wanneer je bodem brandt en hoe
en waarom, ik ken het knielen, het breken,
het scheuren, de scherven, de schoonheid zelfs
van het er samen sterven, als oude vijanden,
hand in hand.

Ik ken je land, liefste, ik heb het zo vaak
ten voeten uit veroverd. En toch,

toch lig ik hier weer heen en weer
aan de rand van mezelf, dicht
en dringend tegen je aan.

 

 

Huwelijksaanzoek 4

Geef me je kruis
en nagel me vast
in jouw illusie van wat ik ben,
nagel me diep in jou te pletter

tot ik voorgoed aan je hang
als een verroeste held, stervend,
levenslang.

Ik weet, het is niet alles
maar dit niets
draagt zo zwaar
alleen.

 

 1871931-fe37235aa44223ac5c03abe38a1de5be.jpg
Stijn Vranken (Leuven, 1 februari 1974)

 

 

De Spaanse schrijver, humanist en econoom Jose Luis Sampedro Sáez werd geboren op 1 februari 1917 in Barcelona. Zie ook alle tags voor José Luis Sampredo op dit blog.

Uit: The Old Mermaid (Vertaald door Brendan Riley)

“Coming down along one of these streets, the one that descends from the hill crowned by the exalted temple of Serapis, is a rider mounted on an ass whose height and lustrous coat reflect the quality of his personage: a mature man with a clear complexion, small shrewd eyes, and slender lips. From time to time, he checks the correct position of his black wig. One slave opens the way for his mount and another walks at his side, carrying his lord’s staff and sandals; three porters follow behind with bundles of goods acquired in the market.
The rider’s smile indicates pleasant thoughts. Certainly, the words heard in the temple could not have been more promising, dispelling his fears that the new Father of the Mysteries might not grant him the same protection as his recently deceased predecessor. The priestly community thinks in the long term and has not altered its expected plans in defense of the divine interests; nor has it forgotten the services rendered by the rider ever since he was a young scribe in the temple.
“Be patient, my son” the Father has said, “time labors for Heaven. The sacrilegious plundering of the lands of Tanuris, perpetrated by the emperor Caracalla forty-two years ago, will be corrected with your help. Serapis will recover that property and you will no longer be solely the majordomo of your impious patron, but the administrator for life of that estate in the name of the temple.” The rider will command in Tanuris. He will eventually build for himself, on the hilltop overlooking the canal, a tomb with a beautiful sarcophagus, one worthy of a scribe born of the priestly caste, where he will live on in the world of Osiris. His mind delights in contemplating the means necessary for hastening the recovery process, and he does not omit the possibilities of his daughter Yazila who, though barely ten years old, already promises to become a maiden of highly desirable charms. If he manages to get the young master to notice her…!“

 

 1871931-e6faeb5be4830c299bfe508f5cf771c8.jpg
José Luis Sampredo (1 februari 1917 – 8 april 2013)

 

 

De Nederlandse schrijver Frits Bernard Hotz werd geboren op 1 februari 1922 in Leiden. Zie ook alle tags voor F. B. Hotz op dit blog.

Uit: De voordracht

“Een jaar later, na haar dood, vond ik moeders agenda van het jaar '75. Ik bladerde erin en zocht naar die eerste zondag in mei. Daar stond genoteerd in haar duidelijk handschrift: 'Slechte nacht. Twee tabletten genomen. Veel pijn. Bijna de hele dag in bed. Alleen 's middags op, toen de kinderen er waren. Nog voorgelezen. Heb de r nu onder de knie. 's Avonds eenzaam. Alleen tv. Morgen massage, gelukkig.' Ik legde het in bruin imitatieleer gebonden boekje snel terug, maar met de voorzichtigheid van schaamte en respect.”

 

 1871931-e340fc989271ae51a56e2980ee2e6554.jpg
F. B. Hotz (1 februari 1922 – 5 december 2000)
 

 

De Nederlandse schrijver, journalist en columnist Toine Heijmans werd geboren in Nijmegen op 1 februari 1969. Zie ook alle tags voor Toine Heijmans op dit blog.

Uit:Pristina

“Het had hem een kleine prestatiebeloning opgeleverd. Een half maandsalaris, een bonus van niks, maar het ging hem niet om het bedrag dat anoniem op een van zijn rekeningen was gestort, en dat hij nergens aan uitgaf, het ging erom dat ze hem van waarde achtten. Elk mens, ook hij, wil weten dat zijn bestaan zinnig is.
En de komende dagen zou hij dat opnieuw bewijzen.
Toen de scheepshoorn van de veerboot een lange stoot gaf stond hij op, stopte het dossier in zijn koffer en sloot hem af met het cijferslot waarvan hij elke week de code wijzigde. Hij deed de koffiebeker in een prullenbak en trok zijn jas aan, een wollen marineblauwe deckjacket die hij openliet. Het was nog warm genoeg. Ging tussen de andere passagiers staan op de verzamelplaats. Hij was groter dan zij , en opvallender vanwege de nette jas en zijn nette pantalon die er gesteven onderuit stak, maar niemand keek hem. aan en niemand vroeg hem wat.
Ze observeerden hem alleen, zoals politieagenten hun verdachten observeren, schijnbaar achteloos, en wisten genoeg.
Hij voelde hoe de veerboot tegen de meerpalen landde en even schudde als een dier dat heeft gezwommen, een beweging die vertraagd werd overgenomen door hemzelf en door de mensen om hem heen. De vrouw naast hem raakte kort zijn hand. Ze waren allemaal passagiers en het wachten voor de stalen deur die elk moment open zou gaan, hield ze bijeen. Daarna waren ze weer op zichzelf aangewezen.
De man leunde kalm op het uitgeschoven handvat van zijn rolkoffer, een Rimowa, gemaakt in Duitsland van soepele kunststof golfplaat. Vijf jaar garantie, daar had hij hem op uitgezocht. De afgelopen vijfjaar had hij met zijn koffer een hoop meegemaakt, maar de Rimowa was net als hijzelf smetteloos gebleven. De stickers die ze erop plakten trok hij er na elke reis voorzichtig af; alleen toeristen laten die stickers zitten. Goedkope nagellakremover, dat werkte het beste, en daarna poetsen met afwasmiddel en een zachte doek.”

 

 1871931-fb88f49516046eef7885880da105654f.jpg
Toine Heijmans (Nijmegen, 1 februari 1969)

 

 

De Duitse schrijver Dieter Kühn werd geboren op 1 februari 1935 in Keulen. Zie ook alle tags voor Dieter Kühn op dit blog.

Uit: Familiengeschichte, gesprengt (Das Magische Auge)

„Dezemberhimmel im Wintermärz 1987, dem kältesten seit mehreren Jahren, Jahrzehnten. Nach elf Tagen Frost wieder Schneefall: Aus gleichförmigem Grau wird unablässig Schnee herangeblasen, fast waagrecht wirbeln Flocken durch das Waldgrundstück am Hang, weißen Baum um Baum an der Südwestborke ein. Niemand könnte nun ans Eifelhaus heran fahren, ich werde eingeschneit.
Schnee, Wind, Schnee und Wind. Die beiden Militärhubschrauber, die noch am Vortag das Gebiet akustisch weitflächig besetzten, sie werden nicht starten. Die Kampfjets, »Tornados« vor allem, werden nicht in Steinwurfhöhe über das Dach hinwegtosen, in der Tiefflugschneise. Es wird still bleiben, fast totenstill.
Aber dann, die Schneeisolierung durchbrechend, ein Anruf aus Köln: Auflösung des Haushalts von Tante M., bitte kommen, die Bilder, das Silberbesteck abholen. Jähe Konfrontation mit Familiengeschichte. Jedoch mit einer Vorgeschichte.
Anfang der achtziger Jahre fuhr ich mit meinem Vater nach Rheydt (heute eingemeindet von Mönchengladbach), und wir gingen zum Haus seiner Eltern. Eine früher repräsentative Villa der Gründerzeit, das Fassadendekor halb Klassizismus, halb Jugendstil. Dieses Haus war mittlerweile grüngrau und blind geworden, umgeben von Schutt und Müll. In den Tür und Fensteröffnungen Bretterverschläge, die aufklafften nach langer Einwirkung von Sonne und Regen; so war Einblick möglich ins Treppenhaus.“

 

 1871931-a2cfe057d00e85201d340aedb5f00502.jpg
Dieter Kühn (Keulen,1 februari 1935)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Günter Eich werd geboren op 1 februari 1907 in Lebus an der Oder. Zie ook alle tags voor Günter Eich op dit blog.

 

Tage mit Hähern

Der Häher wirft mir
die blaue Feder nicht zu.

In die Morgendämmerung kollern
die Eicheln seiner Schreie.
Ein bitteres Mehl, die Speise
des ganzen Tags.

Hinter dem roten Laub
hackt er mit hartem Schnabel
tagsüber die Nacht
aus Ästen und Baumfrüchten,
ein Tuch, das er über mich zieht.

Sein Flug gleicht dem Herzschlag.
Wo schläft er aber
und wem gleicht sein Schlaf?
Ungesehen liegt in der Finsternis
die Feder vor meinem Schuh.

 

 

Weg zum Bahnhof

Noch schweigt die Fabrik,
verödet im Mondschein.
Das Frösteln des Morgens
wollt ich gewohnt sein!

Rechts in der Jacke
die Kaffeeflasche,
die frierende Hand
in der Hosentasche,

so ging ich halb schlafend
zum Sechsuhrzug,
mich griffe kein Trauern,
ich war mir genug.

Nun aber rührt der warme Hauch
aus den Bäckerein
mein Herz wie eine Zärtlichkeit
und ich kann nicht gelassen sein.

 

 1871931-1cc4964b71fd5427c16524fddf595dfd.jpg
Günter Eich (1 februari 1907 - 20 december 1972)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 1e februari ook mijn blog van 1 februari 2015 deel 2.



Geschreven door Romenu om 18:21 Reageer op dit bericht

Anton Korteweg, Alfred Kossmann, Anna Blaman, Henk van Straten, Jozef Eijckmans, Marcus Roloff, Norman Mailer, Stefan Beuse

De Nederlands dichter en neerlandicus Anton Korteweg werd geboren in Zevenbergen op 31 januari 1944. Zie ook alle tags voor Anton Korteweg op dit blog.

 

Weggaan

Als een auto die lang in de regen gestaan heeft
optrekt en wegrijdt, blijft waar hij stond achter
een plek die zich van de rest van de straat
onderscheidt, even nog, tot hij ook nat is
en niet afzonderlijk meer bestaat.

Dat is wat blijft als je weggaat.

 

 

Leerling

Iedere ochtend gaat hij trouw naar school,
door weer en wind, van kilometers ver
- moe heeft z'n brood gesmeerd, hem uitgezwaaid -.
Hij zet z'n fiets weg, en haast zich gedwee
naar het lokaal. Gaat zitten. Dan 't gebed:

Dat ze vandaag maar weer kracht-van-omhoog
ontvangen mogen en hun werk met ijver
volbrengen. Amen. Dan begint de les.

Zo gaat dat alle dagen door. Hij leert
en leert en leert en doet goed zijn best.
En later zal hij veel verdienen en vanuit
de hoogte neerzien op het ouderlijke nest.

 

 

Een goed huwelijk

Een goed huwelijk is meer dan alleen
stil en ongedwongen alles voor elkander doen, zodat
je op den duur elkanders beê voorkomt. Nee.

Af en toe moet je ook eens communiceren
over de dingen waar het werkelijk op aan komt in
dit bestaan: brood voor het hart, van mens tot mens

Spreken. Vraagt bijvoorbeeld de liefste naar de zin
van dit haar leven, antwoord dan:
'Dat is een goeie vraag, m'n lief' - en zwijg.

 

 1871348-bfa5091b28cdec3cd3c1dfba5fee92e3.jpg
Anton Korteweg (Zevenbergen, 31 januari 1944)

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Alfred Kossmann werd geboren op 31 januari 1922 in Leiden. Zie ook alle tags voor Alfred Kossmann op dit blog.

 

Romance

Grootvader Dood, de oude wellusteling,
de steeds kakelende kaalkop, vertelde onder de linde,
op zondagavonden als de fanfare
geweldig toeterend de zomer vierde
aan zijn al haast gestorven kameraden,
dat hij, verborgen achter luidruchtig bloeiende struiken,
't spel van de meisjes had bespied
die op hun handen over de weide liepen,
schaterend, bloot,
en dan ineens met ingetogen ogen
verbaasd rechtop stonden en de rok glad streken langs hun
benen.

De moeders vreesden hem op vrijdagavond
als zij met handen week van zeep hun kind
streelden in 't bad. Het lieve lijfje werd
in 't water zo gedwee.
Maar als het rillend in de keuken stond
droogden zij het met ruwe streken af,
dachten bestraffend: Hoer, je giechelde
toen je op je handen liep wetend hoe naakt je was
en achter de struiken, plotseling maar verwacht,
de glinsterende ogen zag van Grootvader Dood.

's Nachts echter droeg vaak een oude, kreupele boerin
een slapend meisje naar een huis aan de rand van het dorp,
klopte vluchtig, ging naar binnen, zei tot de bewoner
die wakker werd in zijn muf bed: 'Grootvader Dood,
zegen haar.'
Hij, kaal, mager, groot, een man zonder blik of jaren,
sloeg een kruis over haar schoot,
sprak als de zomer, als een trompet, sprak:
'Zij zal baren.'

 

 1871348-5bc34aeae8024eadfba9d101beb3ce3f.jpg
Alfred Kossmann (31 januari 1922 - 27 juni 1998)
Leiden

 

 

De Nederlandse dichteres en schrijfster Anna Blaman werd geboren op 31 januari 1905 te Rotterdam. Zie ook alle tags voor Anna Blaman op dit blog.

Uit: Eenzaam avontuur

“Dit is wat jij. Alide‚ ook weet. Ik was zestien jaar toen ik het blauwe paleis voor ’t eerst zag. Ik maakte met wat vrienden een reis naar deFranse Vogezen Op een avond ging ik alleen de berg af naar het dorp in het dal om een paar brieven te posten. Toen ik terugkeerde nam ik avontuurlijk een andere weg en verdwaalde. Halverwege de berg op kon ik niet verder. doordat de weg afzwenkte van de richting die ik zeker gaan moest. Ik besloot dwars door het struikgewas te gaan in de richting die ik de goede dacht en merkte toen dat ik toch bergafwaarts ging en kwam ten slotte in een dal terecht dat ik nog niet kende. Het was ondertussen donker geworden en ik keek uit naar een verlicht huis om desnoods onderdak te vragen. Toen ontdekte ik het blauwe paleis. Er waren blauwstenen terrassen rondom en Griekse zuilen. Grote booglampen staken uit de gevels en de terrassen lagen in een merkwaardig blauw licht. Er waren vele vensters waarvoor echter zorgvuldig gordijnen dichtgetrokken waren; toch merkte je datalle kamers verlicht moesten zijn Er begon zacht een radio te spelen; het was walsmuziek, week en slepend. Plotseling verschenen op het terras een man en een vrouw. De man was in avondkostuum en de vrouw droeg een wit gewaad. Ze keerden zich naar elkaar toe zodat ik hun profielen zag. Ik vond ze beiden buitengewoon mooi. Ze begonnen een hartstochtelijk gesprek in een vreemde taal. Het was een stroom diepe tedere bekentenissen vanweerszijden- De vrouw hield het hoofd wat achterover en sprak met donkere smekende bezwerende stem. De man keek haar diep aan en onderbrakhaar hees en smeekte en bezwoer op zijn beurt. Het was een korte hartstochtelijke beurtzang en daarachter zong de radio z’n slepende wals.”
 

 1871348-ef1a2d250fd783f9c0ab121adc41f6f1.jpg
Anna Blaman (31 januari 1905 - 13 juli 1960)
Portret door Paul Citroen, 1950

 

 

De Nederlandse schrijver, journalist en columnist Henk van Straten werd geboren in Rotterdam op 31 januari 1980. Zie ook alle tags voor Henk van Straten op dit blog.

Uit: Smet

"Nonsens! U bent al net zo naïef als de rest. Luister een vriend van me heeft een Jeep Cherokee, zo'n grote, dikke, vette zwarte. Hij is er gek op, heeft zelfs een bordje aan de buitenmuur van z'n huis geschroefd met daarop Jeep Parking Only. En dan kom ik bij hem op bezoek en zie ik naast de tv die documentaire van Al Gore liggen, over de gevaren van het broeikaseffect. Die film ligt daar gewoon omdat het een populaire film is, omdat hij zo mooi ligt op je Ikea-salontafel. Luister, het is vanwege dat soort morele hocus pocus dat we er allemaal aan gaan. Niemand lijkt in de gaten te hebben dat de dag echt gaat komen. De dag dat het allemaal voorbij is. Dan kun je nog zo'n ster zijn in cognitieve dissonantie, maar het einde komt ook voor jou. Nogmaals, is het het niet broeikaseffect, dan is het wel iets anders. We zijn erg grondig wat dat betreft; we schijten niet op slechts één plekje in onze eigen huiskamer. We kakken gelijktijdig op de bank, achter de tv, op het dressoir en lekker diep in de kast. De stank is overal. Bij alles wat we doen zouden we gebukt moeten gaan onder schaamte en schuldgevoel. Maar we hebben geen moraal, geen geweten en zelfbewustzijn. We kopen een stukje zalm met een logootje dat moet duiden op verantwoordelijke vangst, en we flikkeren dat vervolgens in een plastic wegwerptasje om daarna tevreden thuis de thermostaat lekker hoog te zetten voor een een avondje middelmatige televisie. We zijn net als die man in dat boek, hoe heet hij, die ontwaakt als een dikke, vette kakkerlak. En niemand die ons te hulp zal schieten. Het is nu een kwestie van wachten. Wachten op het einde."

 

 1871348-456c295e1a6af0fcd8ef6c50f462987b.jpg
Henk van Straten (Rotterdam, 31 januari 1980)

 

 

De Nederlandse dichter Josephus Egidius Eijckmans werd geboren in Gorinchem op 31 januari 1907. Zie ook alle tags voor Jozef Eijckmans op dit blog.

 

het wit is
wat het is:

men kan er over lopen zonder
pijn te doen

zo komt dan het wit onmenselijk
tegen het woord aan te staan verglijdend

stilaan zonder moeite
zonder onderzoek

het is de verdwijning van het nooit
geziene voor de verschijning al

het is de cirkelgang
van het niets

 

 

Winter

ook dood schrijft niet meer
koude zon
of
licht aan de hemel (laatste
krachten) waarmee
zij schreven
want ook dood wil niets meer kwijt
van tijd of waan:
mens
zandweg
stad in de regen
blindeman
zo het nu rondtast
kilte grondwater tochtvlam
blindeman
om het even

 

 1871348-ddc6d34abcc25b1672885edf9c9c2d14.jpg
Jozef Eijckmans (31 januari 1907 – 12 november 1996)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Marcus Roloff werd geboren op 31 januari 1973 in Neubrandenburg. Zie ook alle tags voor Marcus Roloff op dit blog.

 

wiepersdorfer gespräche

hier also sind park & zeit
zu ende. sag ich zu zeus, dem verwitterten, dem schein

ich ein museums-, keller-, daseinsvertreter
zu sein, jedenfalls der mit dem grundbuch. ich glaube
er nimmt mich nicht ernst. meint, hier stehe alles
unter antennenlicht still. außerdem sei nichts und

das sei der tod in gestalt des raumes. dieses
ahistorische areal, die baumgruppenhaufen
mit eternita. alles nur drei-, zwei-,
einbildung wie der, von ihm, mir zugewiesene platz

gleich neben der da, der allseits bemoosten ––

 


südfriedhof

wir werden hier sein noch 2090, beschwerden
schreiben über das penetrante rauschen der grablicht-

maschinen (einflugschneise), im getöse gleich neben sankt
wendel hängen gießkannen an haken, den meinen

(den toten) scheint der blick auf den sonnenhügel
(seniorensilo plus minus wellness; schlafkaserne) an der

mailänder straße angemessen, sie bin ich (ich bin
sie): möller und sinkewitz, kretschmar und hoffmann

und im herzen die zukunft (porträts von partei-
arbeitern; aus nichtraucherhaushalt, minimal berieben, nur

leichte alters- und lagerspuren, dietzverlag '63) meinen weg-
weisungen nach, nah meinen händen warm wie ein pferd

 

 1871348-9294817af7215f546d8df0d79113d926.jpg
Marcus Roloff (Neubrandenburg, 31 januari 1973)

 

 

De Amerikaanse schrijver Norman Mailer werd op 31 januari 1923 in Long_Branch, New Jersey geboren. Zie ook alle tags voor Norman Mailer op dit blog

Uit: The Naked And the Dead

„Gallagher grunted scornfully. "What the hell! With your kind of luck you don't have to figure your money. All you need is an arm to pick it up with."
Wilson giggled. "That's right, boy, but it's gonna have to be a mighty powerful arm." He laughed again with an easy, almost childish glee and began to deal. He was a big man about thirty years old with a fine mane of golden-brown hair, and a healthy ruddy face whose large features were formed cleanly. Incongruously, he wore a pair of round silver-rimmed glasses which gave him at first glance a studious or, at least, a methodical appearance. As he dealt his fingers seemed to relish the teasing contact of the cards. He was daydreaming about liquor, feeling rather sad because with all the money he had now, he couldn't even buy a pint. "You know," he laughed easily, "with all the goddam drinkin' Ah've done, Ah still can't remember the taste of it unless Ah got the bottle right with me." He reflected for a moment, holding an undealt card in his hand, and then chuckled. "It's just like lovin'. When a man's got it jus' as nice and steady as he wants it, well, then he never can remember what it's like without it. And when he ain't got it, they ain't nothin' harder than for him to keep in mind what a pussy feels like. They was a gal Ah had once on the end of town, wife of a friend of mine, and she had one of the meanest rolls a man could want. With all the gals Ah've had, Ah'll never forget that little old piece." He shook his head in tribute, wiped the back of his hand against his high sculptured forehead, brought it up over his golden pompadour, and chuckled mirthfully. "Man," he said softly, "it was like dipping it in a barrel of honey." He dealt two cards face down to each man, and then turned over the next round.
For once Wilson's hand was poor, and after staying a round because he was the heavy winner, he dropped out. When the campaign was over, he told himself, he was going to drum up some way of making liquor. There was a mess sergeant over in Charley Company who must have made two thousand of them pounds the way he sold a quart for five pounds. All a man needed was sugar and yeast and some of them cans of peaches or apricots. In anticipation he felt a warm mellow glow in his chest. Why, you could even make it with less. Cousin Ed, he remembered, had used molasses and raisins, and his stuff had been passing decent.
”

 

 1871348-77574f8dcec02cdcd174815094e7e8f6.jpg
Norman Mailer (31 januari 1923 – 10 november 2007)
 

 

 

De Duitse schrijver Stefan Beuse werd geboren op 31 januari 1967 in Münster. Zie ook alle tags voor Stefan Beuse op dit blog.

Uit: Alles was du siehst

»Tut mir Leid, dass ich spät bin.« Ich schüttelte die Hand des Professors, die warm war und fest: »Mein Gepäck ist nicht mitgekommen; ich musste pausenlos Formulare ausfüllen und mir anhören, dass es vermutlich Tage dauert, bis es gebracht wird.«
Der Professor starrte auf etwas hinter meinem Rücken. Vielleicht hatte er mich nicht richtig verstanden. Oder er war durch was immer er sah so abgelenkt, dass er mich gar nicht mehr wahrnahm.
»Na ja«, sagte ich, »Rasierzeug kann ich zur Not nachkaufen, und an der Universität gibt es bestimmt einen Computer, den ich so lange benutzen darf ...« Der Professor stand noch immer wie versteinert. Ich drehte mich um, sah aber nichts Besonderes. Vielleicht hatte ich einfach zu leise gesprochen. Eine Nacht und einen Tag hatte ich mich nur durch Gesten verständigt; nein, kein Kopfhörer für mich, ja, ich nehme noch einen Kaffee, natürlich können Sie abräumen, ich rühre das Essen auch später nicht an, und eine Decke wäre gut. Ich hatte mich wohl gefühlt in der Welt jenseits der Worte und fand es anstrengend, sie wieder verlassen zu müssen.
»Kommen Sie.« Auf einmal drehte er sich um und machte eine Geste, die momentlang ausgesehen hatte, als wollte er mich auffordern, seine Hand zu nehmen. »Kommen Sie, wir sollten längst da sein.«
Er vergrub die Hände in den Hosentaschen und ging voraus, die Schultern hochgezogen, den Kopf leicht nach vorn geneigt: Professor Lawrence Ludwig Nunn kam mir vor wie aus Elementen zusammengesetzt, die zu keiner Einheit finden wollten, seine taumelnde Art zu gehen wie eine logische Konsequenz mangelhafter Verschraubung. Er trug eine grob gegerbte braune Lederjacke, und am Ende seiner stelzendünnen, von etwas zu kurzen Anzughosen umschlotterten Beine Halbschuhe, die nicht nur zu kalt für die Jahreszeit waren, sondern mindestens zwei Nummern zu groß, was den holzpuppenartigen Charakter seines Gangs noch verstärkte. Spätestens jetzt, dachte ich, wäre es an der Zeit, ihn auf meinen Auftrag anzusprechen. Bisher wusste ich nur, dass es um die angebliche Zwillingsschwester dieses Verrückten ging, Aaron Singer, ein Schriftsteller, der sich vor wenigen Wochen den Kopf weggeschossen hatte. Doch der Professor stolperte so schnell voran, dass ich kaum Schritt halten konnte. Ich folgte ihm zum Ausgang, dem Schneesturm entgegen, der mir schon während des Fluges die Sicht auf das Appalachenplateau und die Finger Lakes genommen hatte, jene seltsame Formation von Seen in der Mitte des Staates New York, die auf der Karte aussahen wie Kratzspuren einer Pranke, die verzweifelt nach Halt gesucht und sich dabei tief ins Sedimentgestein gegraben hatte, in ein von Trogtälern durchzogenes ehemaliges Gletschergebiet.“

 

1871348-e3cd58225a31a76bfabec09f488f9318.jpg
Stefan Beuse (Münster, 31 januari 1967)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 31e januari ook mijn eerste blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 14:15 Reageer op dit bericht

Marie Luise Kaschnitz, Benoîte Groult, Kenzaburo Oe, Kurt Marti, John 'O Hara, Zane Gray, Anthony Winkler Prins, Maria Elisa Belpaire, Jean de Crèvecoeur

De Duitse dichteres en schrijfster Marie Luise Kaschnitz werd geboren op 31 januari 1901 in Karlsruhe. Zie ook alle tags voor Marie Luise Kaschnitz op dit blog.

 

Nicht gesagt

Was von der Sonne zu sagen gewesen wäre
Und vom Blitz nicht das einzige Richtige
Geschweige denn von der Liebe.
Versuche. Gesuche. Mißlungen
Ungenaue Beschreibung

Weggelassen das Morgenrot
Nicht gesprochen vom Sämann
Und nur am Rande vermerkt
Den Hahnenfuß und das Veilchen.

Euch nicht den Rücken gestärkt
Mit ewiger Seligkeit
Den Verfall nicht geleugnet
Und nicht die Verzweiflung

Den Teufel nicht an die Wand
Weil ich nicht an ihn glaube
Gott nicht gelobt
Aber wer bin ich daß

 

 

Bräutigam Froschkönig

Wie häßlich ist
Dein Bräutigam
Jungfrau Leben

Eine Rüsselmaske sein Antlitz
Eine Patronentasche sein Gürtel
Ein Flammenwerfer
Seine Hand

Dein Bräutigam Froschkönig
Fährt mit Dir
(Ein Rad fleigt hierhin, eins dorthin)
Über die Häuser der Toten

Zwischen zwei
Weltuntergängen
Preßt er sich
In Deinen Schoß

Im Dunkeln nur
Ertastest Du
Sein feuchtes Haar

Im Morgengrauen
Nur im
Morgengrauen
Nur im

Erblickst Du seine
Traurigen
Schönen
Augen.

 

 1871338-36f3463ffc5bb568a76583bc37b5d706.jpg
Marie Luise Kaschnitz (31 januari 1901 – 10 oktober 1974)

 

 

De Franse schrijfster Benoîte Groult werd geboren op 31 januari 1920 in Parijs. Zie ook alle tags voor Benoîte Groult op dit blog.

Uit: Les Vaisseaux du Coeur

“J’étais convaincue en commençant cette décennie là qu’elle serait la plus définitive et la plus riche de mon existence. En la finissant, je m’aperçu avec émerveillement que je pouvais encore repartir de zéro et avec stupeur que sur mes « dix plus belles années », j’en avais passé cinq à être malheureuse. C’était beaucoup trop et je m’en suis longtemps voulu d’avoir ainsi stagné dans la déréliction. Mais il faut bien faire l’expérience du malheur un jour ou l’autre et sans doute est-ce à 25 ans qu’on peut l’affronter sans dégâts irréparables. Je suis, hélas, une personne à la fois dénuée d’amour-propre et douée d’une grande tolérance au malheur : j’ai donc mis des années avant de trouver mon état conjugal insupportable et, ce qui est plus grave, nocif… Le jour où je me rendis compte que je n’avais pas regardé d’autre homme en cinq ans que celui précisément qui me faisait souffrir, état d’esprit dont l’extrême banalité ne semble pas décourager les victimes, féminines en particulier, la délivrance fut fulgurante et la convalescence délectable… Le jour ou mon malheur emprunta la forme précise d’une metteuse en scène qui l’accompagnait depuis des années dans ses déplacements professionnels, la lumière se fit et mon soulagement fut si vif que cette épouse humble et crédule que j’avais été me devint en peu de jours une étrangère… Nous avons divorcé sans trop de casse, aux torts réciproques, « l’enfant étant confié à sa mère en raison de son jeune age », formule lénifiante qui ménage l’amour propre des pères, dont la plupart à cette époque auraient considéré comme une catastrophe de se retrouver « libres » avec un enfant sur les bras.”

 

 1871338-92dd7fe80452ced7069d9ed6f57d25cc.jpg
Benoîte Groult (Parijs, 31 januari 1920)
 

 

De Japanse schrijver Kenzaburo Oe werd op 31 januari 1935 geboren in het dorp Oso op het eiland Shikoku. Zie ook alle tags voor Kenzaburo Oe op dit blog.

Uit: Prize Stock (Vertaald door John Nathan)

"Hey! Have you heard?" he shouted, slamming me on the shoulder.
"Have you?"
"Heard?" I said vaguely.
"That plane yesterday crashed in the hills last night. And they're looking for the enemy soldiers that were in it, the adults have all gone hunting in the hills with their guns!"
"Will they shoot the enemy soldiers?" my brother asked shrilly.
"They won't shoot, they don't have much ammunition," Harelip explained obligingly, "They aim to catch them!"
"What do you think happened to the plane?" I said.
"It got stuck in the fir trees and came apart," Harelip said quickly, his eyes flashing. "The mailman saw it, you know those trees."
I did, fir blossoms like grass tassles would be in bloom in those woods now. And at the end of summer, fir cones shaped like wild bird eggs would replace the tassles, and we would collect them to use as weapons. At dusk then and at dawn, with a sudden rude clatter, the dark brown bullets would be fired into the walls of the storehouse. . . .
"Do you know the woods I mean?"
"Sure I do. Want to go?"

 

 1871338-704e8cecb3045c6a43f58d95f8427b31.jpg
Kenzaburo Oe (Oso, 31 januari 1935)

 

 

De Zwitserse dichter en schrijver Kurt Marti werd geboren op 31 januari 1921 in Bern. Zie ook alle tags voor Kurt Marti op dit blog.

 

Jezus
 
1
met een schaar vrienden (vriendinnen ook)
door de dorpen en steden van galilea trekkend
genas hij zieken en vertelde hij verhalen
over de hartstocht van de god der eeuwen voor de wereld

2
voorrechten van de betere standen betekekenden niets voor hem
dagelijks ging hij om met dagloners en tollenaars
als ergens gebrek aan voedsel of drank was
deelde hij vissen uit en brood en wijn aan velen

3
geweld van machthebbers verachtte hij
geweldlozen heeft hij de aarde beloofd
zijn thema: gods toekomst op aarde
het einde van de macht van mensen over mensen

4
in een patriarchale wereld bleef hij de zoon
en een verdediger van onmondige vrouwen en kinderen
wilden galileeërs hem zelf tot koning verheffen? hij echter
ging op naar jeruzalem: recht in de val van zijn tegenstanders

 

Vertaald door Piet Thomas

 

 1871338-f1700db460f0d248ba43b9f394995da2.jpg
Kurt Marti (Bern, 31 januari 1921)

 

 

De Amerikaanse schrijver John 'O Hara werd geboren op 31 januari 1905 in Pottsville, Pennsylvania. Zie ook alle tags voor John 'O Hara op dit blog

Uit:Appointment in Samarra

“The “coal and iron” police in the anthracite region have been so unimportant since the unionization of the mines that they seldom are mentioned. A candidate for governor of Pennsylvania cannot be elected without the support of the U.M.W.A., and the Pennsylvania State Police never are called “black Cossacks” in the anthracite region. A candidate for any political office in the anthracite counties would not think of having anything printed without getting the typesetters’ union label on his cards and billboards. The union is responsible for the Pennsylvania mining laws, which are the best in the world (although not yet the best there could be), and labor conditions, so far as labor strife was concerned, were all right in 1930, and had been all right since the disastrous strike of 1925. At that time the union called a strike which lasted 110 days, the longest strike in anthracite history. There was no violence beyond the small squabble, and there was no starvation among the miners. But anthracite markets disappeared. Domestic sales were hurt permanently; the oil burner was installed in thousands of homes. Anthracite is practically smokeless, and was satisfactory to its home owners, but they could not get anthracite during the strike, and when the oil burner was installed there was no point going back to coal. And so, as a result of the 1925 strike, the anthracite industry went back to work without nearly the demand for the product that there had been when the strike was called 110 days before. There had been another long strike in 1922, and the two strikes taught consumers that the industry was not dependable. The feeling was that any time the union felt like it, it would call a strike, shutting off the supply of anthracite.”

 

 1871338-1666608cca78ca3fcd8838941c8e45f2.jpeg
John 'O Hara (31 januari 1905 - 11 april 1970)
Cover

 

 

De Amerikaanse schrijver Zane Grey werd geboren op 31 januari 1872 in Zanesville, Ohio. Zie ook alle tags voor Zane Grey op dit blog.

Uit: The Call of the Canyon

“What subtle strange message had come to her out of the West? Carley Burch laid the letter in her lap and gazed dreamily through the window.
It was a day typical of early April in New York, rather cold and gray, with steely sunlight. Spring breathed in the air, but the women passing along Fifty-seventh Street wore furs and wraps. She heard the distant clatter of an L train and then the hum of a motor car. A hurdy-gurdy jarred into the interval of quiet.
"Glenn has been gone over a year," she mused, "three months over a year-- and of all his strange letters this seems the strangest yet."
She lived again, for the thousandth time, the last moments she had spent with him. It had been on New-Year's Eve, 1918. They had called upon friends who were staying at the McAlpin, in a suite on the twenty-first floor overlooking Broadway. And when the last quarter hour of that eventful and tragic year began slowly to pass with the low swell of whistles and bells, Carley's friends had discreetly left her alone with her lover, at the open window, to watch and hear the old year out, the new year in. Glenn Kilbourne had returned from France early that fall, shell-shocked and gassed, and otherwise incapacitated for service in the army--a wreck of his former sterling self and in many unaccountable ways a stranger to her. Cold, silent, haunted by something, he had made her miserable with his aloofness. But as the bells began to ring out the year that had been his ruin Glenn had drawn her close, tenderly, passionately, and yet strangely, too.
"Carley, look and listen!" he had whispered.
Under them stretched the great long white flare of Broadway, with its snow-covered length glittering under a myriad of electric lights. Sixth Avenue swerved away to the right, a less brilliant lane of blanched snow. The L trains crept along like huge fire-eyed serpents. The hum of the ceaseless moving line of motor cars drifted upward faintly, almost drowned in the rising clamor of the street. Broadway's gay and thoughtless crowds surged to and fro, from that height merely a thick stream of black figures, like contending columns of ants on the march. And everywhere the monstrous electric signs flared up vivid in white and red and green; and dimmed and paled, only to flash up again.”

 

 1871345-2f07f29d6b3ee43943bc84e43bd60c42.jpg
Zane Grey (31 januari 1872 – 23 oktober 1939)
 

 

 

De Nederlandse schrijver, dichter en dominee Anthony Winkler Prins werd geboren te Voorst op 31 januari 1817. Zie ook alle tags voor Anthony Winkler Prins op dit blog.

 

Onweder

De lucht is zwart, en sluit een enge kring
Van wolken om het aardrijk heen,
En pakt zich zwijgend meer en meer op één.
Geen enkel koeltje geeft verademing;
De noordewind, die afwaait van de zee,
Voert in zijn vlucht zelfs hitte en stiklucht mee.

Natuur is stil; - het lied der voglen zwijgt,
Slechts ’t rundvee loeit, versmachtend en verhit,
En ’t vurig ros, ontslagen van ’t gebit*,
Ligt nu op ’t gras aêmechtig* neer en hijgt.
De zee ruist dof, als zag de woeste vloed
Met schrik het eind der spanning te gemoet.

De nacht is daar, doch zie! een dubble nacht
Ontrolt zijn sluier plechtig over de aard:
Geheimvol dreigt het somber wolkgevaart,
Met bliksemschicht en donderbui bevracht.
De ganse lucht, de zee, het aardrijk, is
Een groot toneel van sombre duisternis.

Daar schiet op eens de felle bliksemschicht
De donkre wand der wolkenwoning door,
En land en zee vertoont zich in die gloor
Aan ’t oog, dat zich verheft bij ’t flikkrend licht:
Daar rolt op eens de doffe donder rond,
En de echo galmt in ’t dreunen van de grond.

 

 1871338-a05a6ee59e86ee1fa3f0df14fe87cc75.jpg
Anthony Winkler Prins (31 januari 1817 – 4 januari 1908)
 

 

 

De Vlaamse dichteres en schrijfster Maria Elisa Belpaire werd geboren te Antwerpen op 31 januari 1853. Zie ook alle tags voor Maria Elisa Belpaire op dit blog.

 

Twee liedekens in den zelfden trant

I.
Ik zat te bidden in de kerk -
Daar schoot een straal door de oude ramen
En lag, een tintlend kleurenwerk,
Op 't koude marmer; en te zamen
Smolt purper, hemelsblauw en rood:
De matte vloer juweelen bood.
 
‘Ach!’ dacht in 't binnenste mijn ziel,
‘Gij zijt dit marmer dof en koud
Waarop de rijke weerglans viel
Van levend purper, schittrend goud.
Gij zijt die nederige steen;
Maar 's Heeren licht speelt om u heen.
 
O liefdeglans! O gratiegloed!
Herschep mijn leven koud en duister;
Werp op het marmer van 't gemoed
Uw duizendkleurig licht en luister.
Daal neder, zonne, van omhoog;
Verblijd met kleurenglans het oog!

 

 1871338-bfde17748aa1f4e03996a18076d9d26c.jpg
Maria Elisa Belpaire (31 januari 1853 – 9 juni 1948)
Portret door  Kamiel Van de Velde, z.j.

 

 

De Amerikaanse schrijver (van Franse afkomst) Michel-Guillaume Jean de Crèvecoeur werd geboren op 31 januari 1735 in Caen. Zie ook alle tags voor Jean de Crèvecœur op dit blog.

Uit: Letters from an American Farmer

“Our minister took the letter from my wife, and read it to himself; he made us observe the two last phrases, and we weighed the contents to the best of our abilities. The conclusion we all drew, made me resolve at last to write.
You say you want nothing of me but what lies within the reach of my experience and knowl-edge; this I understand very well; the difficulty is, how to collect, digest, and arrange what I know? Next you assert, that writing letters is nothing more than talking on paper; which, I must confess, appeared to me quite a new thought. — ^Well then, observed our minister, neighbour James, as you can talk well, I am sure you must write tolerably well also; imagine, then, that Mr. F. B. is still here, and simply write down what you would say to him.
Suppose the questions he will put to you in his future letters to be asked by him viva voce, as we used to call it at the college; then let your answers be conceived and expressed exactly in
the same language as if he was present. This is all that he requires from you, and I am sure the task is not difficult. He is your friend : who would be ashamed to write to such a person?
Although he is a man of learning and taste, yet I am sure he will read your letters with pleasure : if they be not elegant, they will smell of the woods, and be a little wild ; I know your turn, they will contain some matters which he never knew before. Some people are so fond of novelty, that they will overlook many errors of language for the sake of information.
We are all apt to love and admire exotics, tho* they may be often inferior to what we possess; and that is the reason I imagine why so many persons are continually going to visit Italy. —
That country is the daily resort of modem travellers.”

 

 1871338-5d4866d53f7eebd1a5aaf541f837876e.jpg
Jean de Crèvecœur ( 31 januari 1735 – 2 november 1813)
Caen, de kerken Saint-Étienne-le-Vieux en op de achtergrond Notre-Dame-de-la-Gloriette.

Geschreven door Romenu om 14:10 Reageer op dit bericht

Hasso Krull

De Estse dichter Hasso Krull werd geboren op 31 januari 1964 in Tallinn. Na de middelbare school studeerde hij Estse taal en literatuur aan de Pedagogische Universiteit in Rallinn. In 1998 verdedigde hij zijn proefschrift over het vertalen van Jacques Lacan's psychoanalytische theorie.Vanaf 1990 doceerde hij met kleine onderbrekingen literaire theorie aan het Estse Instituut voor Geesteswetenschappen. Krull schreef talloze boeken, waaronder Meeter ja Demeeter (Meter en Demeter, 2004); Talv (Winter, 2006) en Neli korda neli (Vier keer vier, 2009). Hij publiceerde ook essays in kranten en tijdschriften, waarvan er een aantal werd gebundeld in Millimallikas (Medusa, 2000) en Paljusus ja ainulisus (Pluraliteit en singulariteit, 2009). Bovendien vertaalde Krull werk van Jacques Derrida, Paul Valéry, Allen Ginsburg en andere bekende schrijvers en filosofen. Hij ontving onder meer de Literatuurprijs van de Baltische Assemblee, twee essayprijzen en twee poëzieprijzen van het Cultuurinstituut van Estland, een Juhan Liiv Poëzieprijs, een Ivar Ivask Werkbeurs en een docentenprijs van de Universiteit van Tallinn. Zijn werk is vertaald in talloze talen, waaronder in het Fins, Zweeds, Engels, Duits, Spaans en Russisch.

 

Kijk hem

Kijk hem. Waarom is die man verdrietig?
Is er iets gebeurd? Ik weet het niet. Misschien wel.
Misschien inderdaad. Misschien is er inderdaad iets gebeurd.
Maar misschien ook niet. Misschien is hij helemaal niet verdrietig.
 
Misschien was het gisteren. Maar misschien niet.
Misschien wel. Misschien een paar dagen eerder.
Misschien nooit. Misschien toch een keer.
Er werd stevig gedronken. Misschien meer dan goed was.
 
Misschien minder. Er had misschien meer gedronken moeten worden.
Er was toch een meer? Waarom heb je het meer niet leeggedronken?
Maar misschien was er geen meer. Maar meer een rivier.
Misschien zelfs de zee. Misschien was er helemaal geen water.
 
Misschien was er een meisje. Misschien een ander meisje.
Is er iets gebeurd? Ik weet het niet. Misschien wel.
Maar misschien niet. Er werd vreselijk gedronken.
Maar misschien ook niet. Misschien was er helemaal geen water.

 

 

De nacht zit vol gaten

De nacht zit vol gaten. Ze glinsteren,
fonkelen, twinkelen, ramen in de nacht
en ramen aan de hemel, ramen van het bestaan
en ramen zonder bestaansreden.
 
We staan op een trap en roken.
Sigaretteneindjes zijn bewegende ramen,
bewegende gaten, vuur zonder vlammen
en wij moeten hier zijn op een trap.
 
Lampen in het trappenhuis. Ruiten in de nacht.
Beelden, waarin je naakt op het strand ligt
als een glimmende hagedis in oplichtend zand:
elke zandkorrel is een schitterend raam.
 
Elk raam is een gat. Elk gat is een raam,
dat geboren wil worden, laat het er maar uitkruipen,
uit het menselijk raam, uit het raam van het bestaan
onder de ramen van maan en zon.

 

Vertaald door Iris Réthy en Jan Sleumer

 

 1885566-16b2db165a84027d63ccbb75b1f117d9.jpg
Hasso Krull (Tallinn, 31 januari 1964)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Bernard Dewulf, Tijs Goldschmidt, Anne-Gine Goemans, Shirley Hazzard, Adelbert von Chamisso, Les Barker, Karl Gerok

De Vlaamse dichter, schrijver en journalist Bernard Dewulf werd op 30 januari 1960 in Brussel geboren. Zie ook alle tags voor Bernard Dewulf op dit blog.

Uit: Kleine dagen

“Het werd de ochtend van een dag. Buiten sloegen de geluiden aan het zweven in ons late hoofd. lets in de kamer hield onze adem in en kwam toen ademend de kamer in, de ochtend van zijn leven. Het keek naar alles wat het nog niet zag.
Het schreeuwde om alles wat het nog niet wist maar wel al miste. Het lag in onze handen en het was hij.
Hij is van vlees en bloed, dat is soms schrìkwekkend. Hij doet al dingen die wij nog niet kunnen, Door ons heen zien, geregeld wenen, zijn been in drieën vouwen. Hij is een wonder en dat wij hetn hebben gemaakt verwondert ons nog het meest Wij wilden geen wonder maken, wij weten wel beter.
Een kind volstond. Nu staren we naar elkaar en zie, ons wonder zìt ons aan te kijken alsof, in zijn kamergrote bestaan, wij het wonder zijn.
Hij zit nog niet. Nog niet helemaal. Nog even zit hij liever in zichzelf, dat is eenvoudiger dan op die Stoel. Maar op die stoel kan hij dingen die niet kunnen uit hemzelf. Daarom zìt hij in zichzelf op de stoel. Met zijn armpjes, die hij gisteren aan zichzelf gevonden heeft, komt hij twintig centimeter verder in zijn uitdijend kanelheelal. En als zijn rubberen rugje wat meezit raakt hij twee keer verder. Wat daarbuiten ligt, het melkwegstelsel van de zuigfles, huilt hij naar zich toe.Of kijkt hij zijn geheugen in, voor later.
Hij kijkt hoe alles komt kijken. Hij begint verdwijningen te zien. En te onthouden, zodat hij onze terugkomst vanachter een deur uitbundig viert. Dan doet hij aan choreografie, ook al kan hij nog niet staan. Zijn handjes gaan dan dansen, schijnbaar in het wilde weg, maar in feite met een voor ons, reusachtigen, onnavolgbaar geïmproviseerde elegantie. Soms beseft hij pas na de opvoering dat het zijn eigen vingers waren die zo raar deden.”

 

 1870911-6959eb86d9c14ac6f63b3f14c0cac69a.jpg
Bernard Dewulf (Brussel, 30 januari 1960

 

 

De Nederlandse schrijver Tijs Goldschmidt werd geboren op 30 januari 1953 in Amsterdam. Zie ook alle tags voor Tijs Goldschmidt op dit blog.

Uit:Vis in bad

“Darwins benadering was uitzonderlijk in een eeuw waarin er nog altijd meer hoogleraarsposten bestonden om de Heilige Geest te doorgronden dan voor de natuurwetenschappen. Zelf kijken, inductief komen tot een hypothese en die, met huis-tuin-en-keukenmiddelen, zo goed mogelijk proberen te toetsen: dat deed Darwin keer op keer. Adrian Desmond en James Moore vertellen in hun rijke Darwinbiografie dat hij stukje bij beetje vorderend, zonder dat er een specifiek eurekamoment valt aan te wijzen, zijn evolutiegedachte ontwikkelde. Soorten waren niet voor eeuwig en onveranderlijk geschapen door de Almachtige, maar evolueerden uit moedersoorten en stierven net zo terloops weer uit als ze waren ontstaan.
De fossielen van reuzenluiaards, reuzengordeldieren en knaagdieren met de afmetingen van een nijlpaard die hij tijdens de tocht met de Beagle in Zuid-Amerika opgroef getuigden daarvan.
Descent with modification noemde hij het proces waarvoor wij nu het woord evolutie gebruiken, ook valt in dat verband de term transmutation regelmatig.
Na jaren van reizen, observeren, piekeren en experimenteren, na het voeren van diepgaande gesprekken met kwekers en uitgebreide correspondenties met naturalists over de hele wereld was hij overtuigd geraakt van het alles bepalende belang van evolutie door natuurlijke selectie. Het ging om een blind proces, de transmutatie van soorten was doelloos. Genesis bleef een indrukwekkende mythe, maar moest voortaan vooral niet meer letterlijk worden genomen.
Voor een Almachtige Schepper was bij het ontstaan van nieuwe biologische soorten geen enkele rol meer weggelegd.”

 

 1870911-0fbe17004c125a6392c0891ac7a1920e.jpg
Tijs Goldschmidt (Amsterdam, 30 januari 1953)

 

 

De Nederlandse schrijfster Anne-Gine Goemans werd geboren in Heemstede op 30 januari 1971. Zie ook alle tags voor Anne-Gine Goemans op dit blog.

Uit: Honolulu King

“Hoe heet de man die de gevangeniskat opat? Dat is de vraag en het maakt niet uitwie van de drie vrienden de vraag stelt ofhoe ze op het onderwerp komen. Het draait om de achternaam en niets anders doet ertoe op deze Ienteochtend in toko Hardy.
‘Hij heet Brouwer,’ zegt George. ‘Sure as hell. Samen met zijn makkers vrat hij de kat op, uit noodzaak. Gedreven door honger en wanhoop.’ Onderuitgezakt op de bank kijkt hij zijn twee vrienden aan met zijn typische George-blik. Met zijn eenentachtigjaar en slechte ogen maakt George nog steeds net zo’n zelfverzekerde indruk alsruim een halve eeuw geleden toen ze met de Honolulu Kings vollezalen trokken. Vijflndischejongens met snaarinstrumenten op het podium. al leek George meer op een Afrikaan dan op een indo. In het bijzonder op Nelson Mandela.
‘Volgens mij heette die man niet zo,’ zegt Cok hoestend boven een bak met kipfilet. Hij zit aan tafel en rijgt de blokjes aan satéstokjes.
‘Ik zie hem zo voor me. Een schriel ventje met onwaarschijnlijk grote voeten… Verbeek! Verbeek uit Batavia at de gevangeniskat op! Dat was zijn redding. Dejappen wilden datde gevangenen hun drol inleverden vanwege mijnworm. Maar er viel niets te kakken. omdat ze niets te vreten kregen. Zonder eten geen kak.‘
Tevreden neemt Cok een trekje van zijn kruidensigaret en krult zijn lippen naar buiten waardoor sigarettenrook tussen de spleetjes in zijn kunstgebit ontsnapt. "l’oen heeft Verbeek zijn drol, de resten van die gevangeniskat, onder zijn slapies verdeeld. Want als je niks inleverde. kreegje klappen van de jap."
’

 

 1870911-5c33e9a7e703846c7dfbed1ab9548edc.jpg
Anne-Gine Goemans (Heemstede, 30 januari 1971)

 

 

De Australische schrijfster Shirley Hazzard werd geboren op 30 januari 1931 in Sydney. Zie ook alle tags voor Shrley Hazzard op dit blog.

Uit: The Great Fire

“If the man had stood up and walked from the picture, the strong torso would have been seen to dwindle into the stockiness of shortish legs. The son's greater height, not immoderate, came through his mother; his dark eyes also.
All this time, Leith's body had been gathering speed. Putting the book aside, he interested himself in the world at the window: wet town giving way to fields, fields soggily surrendering to landscape. The whole truncated from time to time by an abrupt tunnel or the lash of an incoming train. Body went on ahead; thought hung back. The body could give a good account of itself -- so many cities, villages, countries; so many encounters, such privation and exertion should, in anyone's eyes, constitute achievement. Leith's father had himself flourished the trick of mobility, fretting himself into receptivity and fresh impression. The son was inclined to recall the platform farewells.
He had the shabby little compartment to himself. It was locked, and he had been given a key. It was clean, and the window had been washed. Other sections of the train were crammed with famished, thread bare Japanese. But the victors travelled at their ease, inviolable in their alien uniforms. Ahead and behind, the vanquished overflowed hard benches and soiled corridors: men, women, infants, in the miasma of endurance. In the steam of humanity and the stench from an appalling latrine. Deploring, Aldred Leith was nevertheless grateful for solitude, and spread his belongings on the opposite seat. Having looked awhile at Asia from his window, he brought out a different, heavier book from his canvas bag.”

 

 1870911-33fd1c4e14892e198f5752cdb638904f.jpg
Shirley Hazzard (Sydney, 30 januari 1931)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Adelbert von Chamisso werd op het slot Boncourt in de Champagne geboren op 30 januari 1781. Zie ook alle tags voor Adelbert von Chamisso op dit blog.

Uit:Peter Schlemihls wundersame Geschichte

„Wir hatten den Rosenhain erreicht. Die schöne Fanny, wie es schien, die Herrin des Tages, wollte aus Eigensinn einen blühenden Zweig selbst brechen, sie verletzte sich an einem Dorn, und wie von den dunkeln Rosen, floß Purpur auf ihre zarte Hand. Dieses Ereignis brachte die ganze Gesellschaft in Bewegung. Es wurde Englisch Pflaster gesucht. Ein stiller, dünner, hagrer, länglichter, ältlicher Mann, der neben mitging, und den ich noch nicht bemerkt hatte, steckte sogleich die Hand in die knapp anliegende Schoßtasche seines altfränkischen, grautaffentnen Rockes, brachte eine kleine Brieftasche daraus hervor, öffnete sie, und reichte der Dame mit devoter Verbeugung das Verlangte. Sie empfing es ohne Aufmerksamkeit für den Geber und ohne Dank, die Wunde ward verbunden, und man ging weiter den Hügel hinan, von dessen Rücken man die weite Aussicht über das grüne Labyrinth des Parkes nach dem unermeßlichen Ozean genießen wollte.
Der Anblick war wirklich groß und herrlich. Ein lichter Punkt erschien am Horizont zwischen der dunklen Flut und der Bläue des Himmels. »Ein Fernrohr her!« rief John, und noch bevor das auf den Ruf erscheinende Dienervolk in Bewegung kam, hatte der graue Mann, bescheiden sich verneigend, die Hand schon in die Rocktasche gesteckt, daraus einen schönen Dollond hervorgezogen, und es dem Herrn John eingehändigt. Dieser, es sogleich an das Aug bringend, benachrichtigte die Gesellschaft, es sei das Schiff, das gestern ausgelaufen, und das widrige Winde im Angesicht des Hafens zurücke hielten. Das Fernrohr ging von Hand zu Hand, und nicht wieder in die des Eigentümers; ich aber sah verwundert den Mann an, und wußte nicht, wie die große Maschine aus der winzigen Tasche herausgekommen war; es schien aber niemandem aufgefallen zu sein, und man bekümmerte sich nicht mehr um den grauen Mann, als um mich selber.
Erfrischungen wurden gereicht, das seltenste Obst aller Zonen in den kostbarsten Gefäßen. Herr John machte die Honneurs mit leichtem Anstand und richtete da zum zweiten Mal ein Wort an mich: »Essen Sie nur; das haben Sie auf der See nicht gehabt.« Ich verbeugte mich, aber er sah es nicht, er sprach schon mit jemand anderem.“

 1870911-7331dd0529816d3f1297c855aec8c245.jpg
Adelbert von Chamisso (30 januari 1781 - 21 augustus 1838)
Cover Audio-CD

 

 

De Engelse dichter Les Barker werd op 30 januari 1947 geboren in Manchester. Zie ook alle tags voor Les Barker op dit blog.

 

The Missing Persons File                  

Love walked in unannounced - just came to call -
Left her coat and left her hat out in the hall,
She poured a glass of wine and found a chair
As if she'd never spent a day or night elsewhere;
Out of sight and out of mind for quite a while;
Then she walks out from the missing persons file.

And she whispered in my ear, so sweet and low,
In a language I can never hope to know;
She kissed me, and she took me by the hand
To a world that I will never understand
Where she showed with her improper sense of style
What this person had been missing for a while.

Just like so long ago, she's back again;
My hormones doing handstands in my brain,
I dream of all I thought I didn't need;
To all that I have learned I pay no heed.
There's reality back there; I'm in denial
Since Love came back from the missing persons file

Love walked in unannounced from who knows where,
Turned my life back upside down, then left me there.
I've a feeling that we've been this way before
And like last time, I won't do this any more.
Independence; that's the best way by a mile;
Love? I'll lose her in the missing persons file.

 

 1870911-48e168f62b2710c136b6229cdeab56b2.jpg
Les Barker (Manchester, 30 januari 1947)

 

 

De Duitse dichter en theoloog en Karl Friedrich von Gerok werd geboren op 30 januari 1815 in Vaihingen an der Enz. Zie ook alle tags voor Karl Gerok op dit blog.

 

Jakobs Traum - I.

Sein Kissen ein Stein und der Himmel sein Zelt,
So schlummert er ein auf dem offenen Feld.

Sein Fuß ist bestaubt vom beschwerlichen Gang,
So müde sein Haupt und sein Herze so bang.

Doch schlummert er kaum und er lächelt entzückt,
Dieweil er im Traum ein Geheimnis erblickt:

Es öffnet der Himmel die goldene Thür,
Draus schwebt ein Gewimmel von Engeln herfür.

Sie schweben hernieder, sie schweben empor,
Sie singen ihm Lieder des Himmels ins Ohr.

Sie neigen mit Lächeln sich über ihn leis,
Mit Palmen zu fächeln die Stirne voll Schweift.

Und oben im Glanze steht strahlend von Licht
Jehovah im Kranze der Engel und spricht:

"Ich schaue hernieder, ich halte die Wacht,
Bis das; ich dich wieder nach Hause gebracht."

"Ich werde dich lenken mit schützender Hand,
Zum Erbe dir schenken dies liebliche Land."

Der Traum ist zerflossen, verronnen die Nacht,
Der Himmel geschlossen, der Schläfer erwacht.

Da färbt sich der Morgen von rosiger Glut,
Vorbei sind die Sorgen und frisch ist sein Mut.

"Der Herr ist am Orte — o heiliger Raum,
Des Himmelreichs Pforte — ich sah sie im Traum!"

"Mein Gott wird mich leiten mit schützender Hand,
Mich segnend begleiten ins ferneste Land."

So wandert er weiter und fürchtet sich nicht,
Die himmlische Leiter noch stets im Gesicht.

Und was er geschauet im Traume der Nacht,
Der Herr, dem er tränet, hat's wirklich gemacht.

Geworden zwei Heere, so kommt er zurück,
Gott giebt er die Ehre für alle sein Glück.

Nicht wert bin ich Armer, so betet er an,
Was Gott, mein Erbarmer, an mir hat gethan.

 

 1870911-4a164db247f619d1e31b6443d655bc8b.jpg
Karl Gerok (30 januari 1815 - 14 januari 1890)
Jacobs droom door Bartolomé Esteban Murillo, 1665,

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 30e januari ook mijn vorige blog van vandaag.



Geschreven door Romenu om 14:33 Reageer op dit bericht

Michael Dorris, Barbara Wood, Richard Brautigan, Hans Erich Nossack, Anton Hansen Tammsaare, Walter Savage Landor, Franz von Sonnenfeld

De Amerikaanse schrijver Michael Anthony Dorris werd geboren op 30 januari 1945 in Louisville, Kentucky. Zie ook alle tags voor Michael Dorris op dit blog.

Uit: The Broken Cord

“One of its most difficult features for an outsider to grasp was the practice of almost always speaking, and thinking, in a collective plural voice. The word for people, "dene," was used as a kind of "we"--the subject for virtually every predicate requiring a personal pronoun--and therefore any act became, at least in conception, a group experience.
It was my second autumn in Tyonek. I had spent the morning interviewing an elderly woman, Mrs. Nickefor Alexan, the respected expert on subjects ranging from traditional herbal medicine to the do's and don'ts of appropriate courting behavior. In the course of our conversations, I consumed too much tea and my mouth was dry with the acidic taste.
I returned to my house in the afternoon and was uninterrupted as I organized my notes; most adults in the community were busy in their smokehouses, preserving and canning August's catch of fish, and the children, my frequent summer visitors, had returned to school. In a world of "we," I was an "I," with no essential responsibilities or links outside myself.
Periodically, I glanced from my window at the darkening sky. The twenty-four-hour circuit of day and night, upon which most of Western time is based, expands to a full twelve months in the far north. There is light enough to fish any time in the summer, and so the arbitrary schedules of passing salmon runs rather than a wristwatch dictate when dories should put to sea. The darkness is absolute in winter, underlined by forbidding temperatures that sometimes dip fifty degrees below zero. The short fall season, therefore, is a blend of both fatigue and melancholy, of final consolidation of the summer's gains and of preparation for the severity of approaching weather. It is a bridge of contemplation, of taking stock, and there is no occasion more appropriate for that practice than when the turning of the tide corresponds to the setting or rising of the low sun.”

 

1870899-c62a30dd93de36d405819fd87a9e4a7d.jpg
Michael Dorris (30 januari 1945 – 10 april 1997)
Hier met Louise Erdrich

 

 

De Engels-Amerikaanse schrijfster Barbara Wood werd geboren op 30 januari 1947 in Warrington. Zie ook alle tags voor Barbara Wood op dit blog.

Uit: Butterfly

“It could have been any island in any green sea in the world.  A white villa stood at the top of a sheer cliff, overlooking aquamarine depths and crashing waves.  An eighty-foot yacht rode at anchor, its crew in smart uniforms keeping the boat ready for the whim of the man and woman up on the cliff.  There was an exotic swimming pool behind the white villa; a woman swam in it, reveling in the pure air and silence of her retreat.  A feast had been set out under a gently flapping canopy: bowls of iced caviar, chilled lobster and crab, fruit frosted in sugar, cheeses imported from all over the globe, four kinds of wine standing in coolers.  No one waited in attendance.  The two lovers wanted to be alone.
     She got out of the marble pool, climbing up the curved white steps and going between two Corinthian pillars to where chaise lounges covered in plush velour towels waited in the sun.
     She moved languidly.  She felt hot and sweet and ready for sex.
     She didn’t remove her bathing suit.  He would do that for her.  Instead she stretched out in the heat and settled her eyes upon the television set that stood in the shade of the striped canopy.  It was on.  It was always on.  She was waiting for something.
     A moment later he emerged from the house, the shimmering water of the pool reflected in the lenses of his Ray-Bans.  His long white bathrobe was open; he was naked underneath.  She gazed at him as he walked slowly toward her.  He was tall and lithe, with sinewy muscles and strong thighs; he walked with the stride of an Olympic gold medalist.
     He came alongside her chaise lounge.  She reached up with a lazy hand.  The waves of heat rising mirage-like from the white walls of the villa seemed to melt her bones.  She stirred on the thick towel, relishing the sensation of its creamy plush pile against her bare skin.”

 

 1870899-0473cb50ba57a8b0e28192b541096f5f.jpg
Barbara Wood (Warrington, 30 januari 1947)

 

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Richard Brautigan werd geboren op 30 januari 1935 in Tacoma, Washinton. Zie ook alle tags voor Richard Brautigan op dit blog.

  

The Galilee Hitch-Hiker
Part 1

Baudelaire was
driving a Model A
across Galilee.
He picked up a
hitch-hiker named
Jesus who had
been standing among
a school of fish,
feeding them
pieces of bread.
'Where are you
going?' asked
Jesus, getting
into the front
seat.
'Anywhere, anywhere
out of this world!'
shouted
Baudelaire.
'I'll go with you
as far as
Golgotha,'
said Jesus.
'I have a
concession
at the carnival
there, and I
must not be
late.

 

 

The American Hotel
Part 2

Baudelaire was sitting
in a doorway with a wino
on San Fransisco's skid row.
The wino was a million
years old and could remember
dinosaurs.
Baudelaire and the wino
were drinking Petri Muscatel.
'One must always be drunk,'
said Baudelaire.
'I live in the American Hotel,'
said the wino. 'And I can
remember dinosaurs.'
'Be you drunken ceaselessly,'
said Baudelaire.

 

 1870899-fc14c80ffa73097ea03168079ed2bb9e.jpg
Richard Brautigan (30 januari 1935 – september 1984)
Portret door  Kenn Davis, 1958



 

De Duitse dichter en schrijver Hans Erich Nossack werd op 30 januari 1901 geboren in Hamburg. Zie ook alle tags voor Hans Erich Nossack op dit blog.

Uit: Spätestens im November

„Der Oberbürgermeister erkundigte sich, was mein Mann zu der Wahl, die die Jury getroffen hätte, gesagt habe und ob er damit einverstanden sei. Ja sehr, antwortete ich, und er finde es großartig, wie alles gemacht sei. Es ging sie nichts an, dass Max sich überhaupt nicht mehr darum gekümmert hatte. Ich glaube, er wusste nicht einmal den Namen. Max hatte andere Dinge im Kopf; wer den Preis kriegte, war ihm nicht wichtig. Nur der Preis selber, und dass er auf seine Anregung gestiftet worden war, darauf legte er großen Wert. Es war eine Reklame für ihn. Oder für die Fabrik.
(…)

"Welch eine Freude, mein verehrter Herr Möncken, dass ich Ihnen noch persönlich die Hand schütteln darf. Ich konnte leider heute Nachmittag bei dem Festakt nicht dabei sein, ich hätte viel darum gegeben. Aber unsereiner ist nicht Herr seiner Zeit. Umso dankbarer bin ich meiner Frau, dass sie Sie hierhergebeten hat. Wirklich, ein großartiger Gedanke von ihr."
"Ich, und das geht den meisten von uns so, wir können es uns einfach nicht leisten, uns ablenken zu lassen. Die Helldegen-Werke zum Beispiel beschäftigen schon heute dreitausend Leute. Mit den Angehörigen wären es also rund zehntausend Menschen, deren Wohl und Wehe davon abhängt, dass bei uns alles klappt.
(…)

"Meine Eltern zum Beispiel, sie lebten so, wie es sein muss. Etwas andres kam gar nicht für sie in Frage. Meine Mutter hat nie auch nur versucht, meinen Vater zu verlassen; es ist komisch, sich so etwas überhaupt nur vorzustellen; sie wird nicht einmal die Sehnsucht gehabt haben. Aber nicht weil sie so glücklich war; glücklich waren meine Eltern nicht. Sie waren auch nicht unglücklich, ich weiß nicht, was sie waren; es war alles so tot und gleichmäßig, heute wie gestern und morgen wieder so und immer so weiter."

 

 1870899-ed366b4c2e80dbd2bea9011ff94f175a.jpg
Hans Erich Nossack (30 januari 1901 – 2 november 1977)

 

 

De Estlandse schrijver Anton Hansen Tammsaare werd geboren op 30 januari 1878 in Albu. Zie ook alle tags voor Anton Hansen Tammsaare op dit blog.

Uit: The Misadventures of the New Satan (Vertaald door Christopher Moseley)

“Concerning that house which we built on my crossroads with your loan. You see, Jürka, this house is, so to say, part of the Pit, in as much as it was built with that land-improvement money, and during the time you were the owner of the Pit. And now it’s I who am the owner of the Pit, while you have become the tenant as before. But when you were merely the tenant you wouldn’t have received the loan, and you only got it when you became a property owner. I don’t know what you think about it, but the way I see it is like this: if you’re only a tenant and not the owner could the house which is part of the Pit belong to you? To make my meaning clear, here’s an example: suppose you have an axe and you sell it, would you say that the handle belongs to you after the deal has been made and the money for the axe has been paid you?’
‘I guess not.’
‘The handle, therefore, belongs to the chap who bought the axe, doesn’t it?’
‘I guess so.’
‘We’ve got it all clear then. The Pit is the axe, and the house on the crossroads is the handle, and since I’ve bought the Pit—the axe, in other words, the handle that came with it, meaning the house at the crossroads, also belongs to me.’
‘I see. The Pit was there before the house, of course.’
‘That’s what I say too,’ Ants said in agreement. ‘There was the Pit and then the house appeared—no Pit, no house, because what good is a handle if there’s no axe? . . ."

 

 1870899-0b736f387f07690ee58991d276899a3e.jpg
Anton Hansen Tammsaare (30 januari 1878 – 1 maart 1940)
Borstbeeld in Albu

 

 

De Engelse dichter en schrijver Walter Savage Landor werd geboren op 30 januari 1775 in Ipsley Court, Warwickshire. Zie ook alle tags voor Walter Savage Landor op dit blog.

 

Absence

Here, ever since you went abroad,
If there be change no change I see:
I only walk our wonted road,
The road is only walk'd by me.

Yes; I forgot; a change there is--
Was it of that you bade me tell?
I catch at times, at times I miss
The sight, the tone, I know so well.

Only two months since you stood here?
Two shortest months? Then tell me why
Voices are harsher than they were,
And tears are longer ere they dry.

 

 

You smiled, you spoke, and I believed

You smiled, you spoke, and I believed,
By every word and smile deceived.
Another man would hope no more;
Nor hope I what I hoped before:
But let not this last wish be vain;
Deceive, deceive me once again!

 

To sleep

Come, Sleep! but mind ye! if you come without
The little girl that struck me at the rout,
By Jove!
I would not give you half-a-crown
For all your poppy-heads and all your down.

 

 1870899-c9ae42d06424f59987502cd47d73f4ac.jpg
Walter Savage Landor (30 januari 1775 – 17 september 1864)
St. Peter’s Church, Ipsley Court

 

 

De Zwitserse schrijver Franz von Sonnenfeld (eig. Johann Girr) werd op 30 januari 1821 in Witterswil geboren. Zie ook alle tags voor Franz vob Sonnenfeld op dir blog.

Uit: Aus den Schweizerbergen (Der Bezirksschreiber)

„Solche schmerzliche Seufzer regten sich heute in mancher Brust und füllten die Augen mit wehmuthvollen Thränen. Von dem Kirchthurme der kleinen Gemeinde klangen zweitönig die
Glocken über die auf dem Gottesacker versammelten Dorfbewohner. Es war Allerheiligen Der Schluß der Nachmittagsvesper entließ heute die Andächtigen nicht wie gewöhnlich nach Haufe.
Kaum war das feierlich-jubelnde »Magnifikat« zu Ende gesungen, so bereitete man sich zu einer weiteren Feier vor. Im Chor der Kirche wurde ein Katafalk aufgestellt, während inzwischen der Priester und die Ministrauten in der Sakristei ihre hellfarbigen Gewänder mit der Farbe der Trauer vertauschten. Jetzt brannten die Lichter zu beiden Seiten des Katafalksz schwarzgekleidete Frauen kamen still und sittsam dahergetrippelt und zündeten an denselben ihre gelben und weißen Wachsstöcke an. Im veränderten Ornat, die schwarze Stol und die schwarzen Krägen mit Silberborden umrahmt, erscheinen Priester und Ministrauten wieder im Chor der Kirche. Auf die Lobgesange zu Ehren aller Heiligen folgt nun die Todtenvesper in klagenden, bittenden Melodien.
An das gemeinsame Fest aller Heiligen schließt sich die gemeinsame Feier aller Seelen, zuletzt mit einer Prozession auf den Friedhof.
Da knieten uun die Mitglieder der Gemeinde um die zahlreichen Gräber. Die Glocken, als fühlten sie die allgemeine Trauer mit, klangen heute offenbar wehmüthiger als gewöhnlich aus dem hölzernen, rothaugestrichenen Thurme. Und mancher Bursche und manches Mädchen, die sinnend hinaufsahen nach den allbekannten, so traurig tönenden Glocken, bemerkten auch, wie der schlanke Helm des Kirchthurms zitterte und Kreuz und Hahn hinüber und herüberwinkten wie das alternde Haupt eines von Kummer gebeugten Kirchenfürsten.“

 

1870899-8c954aed0a2bfb47f8531553ab1ace0d.jpg
Franz von Sonnenfeld (30 januari 1821 – 5 maart 1888)
Cover



Geschreven door Romenu om 14:05 Reageer op dit bericht

Hans Plomp, Saskia de Coster, Willem Hussem, Anton Tsjechov, Lennaert Nijgh, Olga Tokarczuk, Hubert K. Poot

De Nederlandse dichter en schrijver Hans Plomp werd op 29 januari 1944 in Amsterdam geboren. Zie ook alle tags voor Hans Plomp op dit blog.

 

Slaap zacht
Voor Hanny

Slaap zacht mijn sidderende vogel in de verte,
ontspan de lokroep van je ogen.
Slaap lekker, kleine koele introverte,
ontspan de borsten die ons kind gaan zogen.
Slaap zacht harpiste van mijn hartstocht,
je schone kiekendief komt spoedig teruggevlogen.
Dag vrouwtje jezus in je kribbe,
mijn eeuwenoude achtste ribbe,
schone slaapster.

 

Mijn lief ging

Geen toekomst en mijn hemel zwart.
Bevroren schaduw likt mijn hart:
een spook uit het verleden.
Geen zon, geen wind,
mijn vleugels slap,
geen wortels meer
en ook geen sap.
Geen doel
of reden.
Gevoelens geen.
Mijn lief ging heen

 

 1870437-e4ea9b0638236b0ac0a8f846745aba3e.jpg
Hans Plomp (Amsterdam, 29 januari 1944)

 

 

De Vlaamse schrijfster Saskia de Coster werd geboren in Leuven op 29 januari 1976. Zie ook alle tags voor Saskia de Coster op dit blog.

Uit: Eeuwige roem

“Alex heeft Babs uitgenodigd op de vippremière van Look, een prent over een vrouwelijke spion met een snelle wagen en een vage missie in een China waar Mao opnieuw regeert en waar de kindjes Engels spreken. Dankzij deze film staat Babs op een receptie rond te draaien. Ze heeft nog overwogen om Eveline mee te brengen, maar Laura heeft aangeboden om voor de hond te zorgen. Vroeger bleef zij ook al liever bij Prins dan mee te gaan naar het schooltoneel. Babs neemt een rivierkreeftje. Eentje dat in haar decolleté valt. De massa gonst, alsof een bende ontpoppende rupsen zich schuilhoudt onder de rokken, de kostuums, de schoenen. ‘Vrouwen houden van verrassingen,’ zegt iemand. ‘Waar kom jij opeens vandaan?’ vraagt Thomas, een collega-advocaat van Alex. Hij richt het woord tot zijn vriendin Charlotte, de vrouw die van verrassingen houdt. ‘Zeker met iemand gedineerd?’ ‘Ik zie niet in waarom niet,’ zegt Charlotte bijzonder luchtig. ‘Iedereen moet naar de champagnebar gaan,’ zegt de secretaresse van Alex in het voorbijkomen. ‘Neem Charlotte mee, Thomas… Hééé Babs, hoe gaat het ermee?’ De ogen richten zich op haar, Babs wordt Thomas’ blik gewaar die dadelijk nadrukkelijk afglijdt naar haar decolleté, ze durft het hoofd niet te zakken om richting eigen boezem te kijken en aldus de aandacht nog eens te vestigen op de rampzone. Is het mogelijk? Hangt de rivierkreeft half overboord? Ze zal de voelsprieten van het dier weldra aan haar gezicht voelen kriebelen. Ze weet wel dat er een moment zal komen dat ze niet meer tussen de baljurken staat met een lauwe vis tussen haar borsten, en dat dat toekomstige moment er een zal zijn van buitengewone opluchting -- maar nu bevindt ze zich nog in een eerder, veel minder prettig moment waar een atoombom de oplossing lijkt. Wat ik zeker waardeer aan De Coster is haar liefde voor het pure vertellen. De zoektocht naar het cassante detail, de mussen die van het dak vallen, de frivoliteit die vrij baan krijgt.”

 

 1870437-2132f1199f28442ca4d09c0199e2e73d.png
Saskia de Coster (Leuven, 29 januari 1976)

 

 

De Nederlandse schilder en dichter Willem Hussem werd geboren in Rotterdam op 29 januari 1900. Zie ook alle tags voor Willem Hussem op dit blog.

 

wanneer je kijkt
zie je nog niet
wanneer je ziet
grijpt het je aan


*

al ben ik koud
tot op het bot
de sneeuw smelt in
mijn handen


*

wat je bezit
is op weg
naar anderen

 

 1870437-fb94924f878797c98bb9499dc0ac43e3.jpg
Willem Hussem (29 januari 1900 - 21 juli 1974)
Willem Hussem, Strandzicht, 1960

 

 

De Nederlandse tekstdichter, columnist en schrijver Lennaert Nijgh werd geboren in Haarlem op 29 januari 1945. Zie ook alle tags voor Lennaert Nijgh op dit blog.

Uit: Heren (Column)

“Wat heb ik eigenlijk te klagen? Hoeveel mensen kunnen het zich permitteren om vroeg in de morgen thuis te komen na de hele nacht jong en goddelijk in het café te hebben gezeten - en dat op een leeftijd dat je al recht hebt op seniorenkorting bij het openbaar vervoer en dergelijke.
De volgende dag kun je weliswaar van de agenda afvoeren wegens medisch-technische gebreken, je bent volwassen genoeg omdat te weten. Kortom, klagen mag niet.
Mijn reusachtige huiskat Meneer zal het ook een zorg zijn. Meestal zit hij achter de voordeur op me te wachten, kleine welkomstgeluidjes makend. Is het dan niet zielig voor hem, al die tijd alleen zitten terwijl ik mijn vertier zoek in Haarlems nachtleven? Meneer zorgt thuis voor z'n eigen plezier. In de regel merk ik daar niets van, maar verleden week zag ik bij thuiskomst ineens iets alarmerends: in de vensterbank lag een plant omver. Waakzaam keek ik rond. Er was toch niet ingebroken of zo?
'Wat heb je nou gedaan, gekke Neerie?'
Meneer, op de bank liggend, gaapte enorm en rekte zich in zijn volle lengte uit. Om het baasje vervolgens ondersteboven aan te kijken, met grote groene ogen. Dag baasje. Baasje thuis. Baasje lief!
'Ja, dat ken ik! Baasje naar de keuken, baasje naar de ijskast, dat bedoel je!'
Terwijl ik zijn maaltijd stond op te scheppen, zag ik in de achtertuin ineens de oorzaak zitten van die omgevallen plant. Een mooi rood katertje, heel deftig en brutaal. Staartje om de voetjes. Om zijn hals een bandje met een kokertje, waarin ongetwijfeld naam & adres. Geen zwerver dus, goed doorvoed. Maar in tegenstelling tot mijn Meneer duidelijk een buitenkat. Hij keek me zeer zelfbewust aan. Ik knikte hem vriendelijk toe. In de regel lopen passerende vreemde katten meteen weg zodra je beweegt, maar hij bleef zitten. Meneer sloeg intussen zijn handje - met alle nagels uit - liefderijk in mijn been.
'Môôawr!'
'Jajaja, Meneer. Neemt u het Uw personeel a.u.b. niet kwalijk. Alstublieft!'

 

 1870437-e1d56f5e669bb44b229bd666c8d658ad.jpg
Lennaert Nijgh (29 januari 1945 - 28 november 2002)
 

 

 

De Russische schrijver Anton Tsjechov werd geboren op 29 januari 1860 in Taganrog, een havenstad in Zuid-Rusland. Zie ook alle tags voor Anton Tsjechov op dit blog.

Uit: Die Möwe (Vertaald door August Scholz)

„Medwjedenko: Warum gehen Sie immer in Schwarz?
Mascha: Ich trauere um mein verlorenes Dasein. Ich bin unglücklich.
Medwjedenko: Warum? Nachdenklich. Ich verstehe das nicht … Sie sind gesund, Ihr Vater ist zwar kein reicher Mann, aber doch nicht unbemittelt. Ich hab's weit schwerer als Sie. Ich bekomme monatlich ganze dreiundzwanzig Rubel Gehalt, wovon noch die Pensionsabzüge abgehen, und dennoch trage ich keine Trauer.
Mascha: Es kommt nicht aufs Geld an. Auch ein Bettler kann glücklich sein.
Medwjedenko: In der Theorie vielleicht, in der Praxis liegt die Sache aber so, daß fünf Personen von den dreiundzwanzig Rubeln leben sollen: ich, meine Mutter, zwei Schwestern und ein Bruder. Man will essen und trinken, man braucht Tee und Zucker, man braucht Tabak – da heißt es sich drehen und winden!
Mascha blickt nach der Bühne: Die Vorstellung wird gleich beginnen.
Medwjedenko: Ja. Die Sarjetschnaja spielt, und das Stück ist von Konstantin Gawrilowitsch. Sie sind ineinander verliebt, und heut werden ihre Seelen sich in dem Streben vereinigen, dasselbe künstlerische Gebilde zu gestalten. Und unsere Seelen haben keine gemeinsamen Berührungspunkte. Ich liebe Sie, ich kann es vor Sehnsucht zu Hause nicht aushalten, laufe Tag für Tag sechs Werst hin und sechs Werst zurück, um Sie zu sehen – und begegne bei Ihnen stets derselben Gleichgültigkeit. Das ist wohl zu verstehen – ich bin mittellos, hab' eine große Familie … einen Menschen, der selbst nichts zu beißen hat, heiratet man doch nicht …
Mascha: Unsinn. Sie nimmt eine Prise. Ihre Liebe rührt mich, aber ich kann sie nicht erwidern, das ist's. Reicht ihm die Schnupftabakdose. Bitte!
Medwjedenko lehnt ab: Ich danke.“

 

 1870437-ab742966c48811ee1bef288b51b6fc83.jpg
Anton Tsjechov (29 januari 1860 – 15 juli 1904)
Scene uit een opvoering in Stuttgart, 2009

 

 

De Poolse schrijfster Olga Tokarczuk is in Sulechów, dichtbij Zielona Góra, geboren op 29 januari 1962. Zie ook alle tags voor Olga Tokarczuk op dit blog.

Uit:Runners(Vertaald door Jennifer Croft)

“Well they shouldn’t have been. It just happens that people disappear for a little while, you know? There was no need for anybody to panic. We can just still say that I wasn’t feeling well, and that then I got better.”
“What, goddammit, is wrong with you? What is going on? How can you explain it all?”
“There’s nothing that requires an explanation. I’m telling you the truth, you’re just not listening.”
She’s screaming, but here she lowers her voice. “Just, what do you think, you tell me, what do you think happened?”
But he doesn’t answer her now. This conversation has already repeated itself multiple times. It seems both of them have lost the strength for it.
Sometimes she leans back against the wall and glares at him and taunts him: “A bus full of pimps drove by and took me off to a brothel. They kept the baby on the balcony, on bread and water. I had sixty clients over the course of those three days.”
When she does that he slams his fist into the table to not hit her.“

 

 1870437-bd222d6ebde84833ffd918a014d659fd.jpg
Olga Tokarczuk (Sulechów, 29 januari 1962)

 

 

De Nederlandse dichter Hubert Kornelisz. Poot werd geboren in Abtswoude op 29 januari 1689. Zie ook alle tags voor Hubert K. Poot op dit blog.

 

Schilderkunst

O Lente, buig uw hooft, bekranst met schone bloemen,
Als gij de Schilderkunst ziet pralen of hoort noemen:
Uw kleuren, met de dauw des dageraads belaên,
Bezwijken voor de gloed der zomerzonneraên,
Daar in het tegendeel de glans der schilderverven
Onsterflijk is van aard, en alles hoedt voor sterven.
Hoe geestig wordt de zin betoverd en verlet
Als ons Apel onthaalt op heilig oogbanket!
Natuur verwondert zich, en toont beschaamde kaken
Omdat het kunstpenseel in allerhande zaken
Haar volgt of overwint. O wonderbare Kunst,
Blijf groeien, en verdien der Vorsten milde gunst.

 

1870437-c64c732964606f3eb273bdc1f17255f9.jpg
Hubert K. Poot (29 januari 1689 - 31 december 1733)
Boek ter herinnering aan de dichter, H.K. Pootplein, Schipluiden  

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 29e januari ook mijn blog van 29 januari 2011 deel 1 en eveneens deel 2 en ook deel 3.

 

Geschreven door Romenu om 15:25 Reageer op dit bericht

Ramsey Nasr, Peter Verhelst, Maik Lippert, Thierry Baudet, Ismail Kadare, Wies Moens, José Martí

De Nederlandse dichter, schrijver en acteur Ramsey Nasr werd geboren in Rotterdam op 28 januari 1974. Zie ook alle tags voor Ramsey Nasr op dit blog.

 

De zeldzame dageraad' ('Am leuchtenden Sommermorgen')

de bloemen fluistren en murmen
en waar praten ze dan over
en met welke mond
en waarom wandel ik zelf stom
rond bloemenkas kortom
traag start de zomermorgen op

Om later in een lofroep op de vrouw uit te barsten:

in een blinkende vrouw
van wie ik zeldzaam had gehouden
stulpte ze uit

o volroze dageraad
o dichtbevolkt hart

 

 

Feest in de stad

het is daar een fluiten en gijgen
ze smijten de trompetten erbij
op een hoop de genodigden
slopen de rieten en kleppen
een select groepje poept fagotten vol
een ander gezelschap spuit voor straf
de celesta tussen de bellen
men stampt er de bas in zijn kloten
kontneukt de piano het podium af
en dan ook ineens de hens
in het bruiloftsorkest
het is feest in de stad
dat moet godverdomme gedanst

het was er een klingen en dreunen
van hard pauken hard posaunen

daartussen hinkten en steunden
de kreupele engelen

gezeten vanaf kraakwitte schouders
keken er twee op haar hart ze wezen

onherstelbaar deze bruid
haar huid gebroken zwart

 

 1870105-78507b773d5aadcce319f79afc802ccf.jpg
Ramsey Nasr (Rotterdam, 28 januari 1974)

 

 

De Vlaamse dichter, romancier en theatermaker Peter Verhelst werd geboren op 28 januari 1962 in Brugge. Zie ook alle tags voor Peter Verhelst op dit blog.

 

Voor het vergeten

Zolang we niets vergeten, gaat niets verloren.

Laten we dus vergeten, maar alleen
zoals we door te praten iets uiterst traag kunnen laten verdwijnen - daar,
zie je het, zie je het nog nauwelijks, tegen de zon in?

Zolang we niet vergeten dat iets van ons niets verloren mag gaan, eindelijk -

zoals er een zwijgen bestaat dat tegelijk een vorm is van zingen
dat een vorm is van dragen, een lichaam zo te dragen
dat het door ons heen, alsof het uiterst traag voorover valt, iets als glas
onder vel, broos glas, misschien is dat het lichaam
dat als een wijnglas zingend
zwijgend gedragen wil worden, dat wij het zo in de lucht heffen
dat het almaar lichter wordt - daar, zie je het nog, nauwelijks,
tegen de zon in?

- brengen de kleuren waarin het breekt ons misschien naar huis terug.

 

 

Vandaag zie je er …

Vandaag zie je er zo merkwaardig gaaf uit.
die glimlach van je
alsof een parkiet over je gezicht klimt.

Voor het eerst in jaren beweegt het  kogelgewricht weer, de kop
wentelt weer in de kom, de pezen van de lach
spannen zich weer op, terwijl je zegt: weet je nog,
we lagen op een rots over de inham uit te kijken en we wisten
dat het nooit mooier kon worden dan dit

en daarna keken we in de zon.
Schepen voeren voorbij, alsof ze een berg wilden verplaatsen.
ik nam je gezicht vast zoals je handen rond de kop legt
van een hond en met je duimen de ooghoeken naar achteren
en het fluweel van de oren in glansrichting streelt.

Ben je gelukkig nu?

Op de rots krult de hond zich nog op, zijn poten
onder zijn lichaam gevouwen, de neus tegen zijn staart. Kijk
hoe hij trilt op de rots als de schaduw van een hijgend boompje.

Zo’n zonde dat we nooit echt de tijd hebben genomen om …

 

 1870105-02a927e43a2a4d30dfbc062d87095fb1.jpg
Peter Verhelst (Brugge, 28 januari 1962)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Maik Lippert werd geboren op 28 januari 1966 in Erfurt. Zie ook alle tags voor Maik Lippert op dit blog.

 

z.b. bananen

esse ich noch immer
am liebsten überreif
wie damals
fruchtkörper
mit geborstenen schalen
gestrandete boote
am boden der nylontasche
mutter noch in der schürze der verkaufsstellenleiterin
gestärkte kragenflügel
im küchenhimmel
die essenz
mein ambrosius ein leicht flüchtiges ester
isobutylazetat
in jedem chemiebuch nachzulesen
und doch vergaß und vergesse ich mich noch heute
beim lösen der schalen
mit jedem biß ins mark
und ich gestehe
nicht an juanita gedacht zu haben
nicht an ihren vater miguel
nicht an jaime julio und atahualpa
ich weiß deren schule
sind geschwollene hände
und das modernde alphabet der stauden
und ich esse noch immer bananen
am liebsten überreif
in der küche sitzt mutter
die flügel am kragen sind müde
wenn du abreist
vergiß die bananen nicht
und ich kaue gewissenlos
im gebiß tastet die zunge
vergeblich nach sehnsucht
zur buße

 

 1870105-cbab5c1e4b43dfc327446d75b56d25ef.jpg
Maik Lippert (Erfurt, 28 januari 1966)

 

 

De Nederlandse schrijver, historicus en jurist Thierry Baudet werd geboren in Heemstede op 28 januari 1983. Zie ook alle tags voor Thierry Baudet op dit blog.

Uit:Voorwaardelijke liefde

“Ik ging regelmatig naar de zonnebank en begon me beter te kleden en meer met mijn schouders te wiegen wanneer ik liep. Ik was op tangoles gegaan – niet om met cliëntes te dansen, maar om me bewust te worden van mijn lijf, om de sensuele beweging te leren en de verering van het vrouwelijk lichaam zoals dat ook bij versieren en beminnen van pas komt.
De eerste paar keer dacht ik: alleen als het daadwerkelijk leuk is ga ik verder. Zoals met Quirien. Dan had ik het namelijk ‘anders’ ook gedaan. Als ik er niet voor zou zijn betaald. Wanneer het meisje me ontroerde en ik kon iets bijzonders voor haar betekenen deed ik het ook. Zoals met Marie. Voor haar was ik de eerste, de enige: degene die alles goed zou maken. Maar ik merkte al snel dat mijn drempel verlaagde. Is het niet bizar dat aardig doen, een gesprek voeren dat je eigenlijk niet leuk vindt, geen probleem zou zijn – we doen het voortdurend, elke dag, bijna elk uur wel een keer – terwijl zomaar met iemand naar bed gaan, dat op z’n minst toch lichamelijk genoegen verschaft, immoreel en onbeschaafd zou zijn?
Het werd steeds natuurlijker om een vrouw gewoon te geven wat ze wilde. Al na drie of vier klussen begreep ik wat Tessa bedoelde toen ze zei dat ‘seks uiteindelijk gewoon seks’ is. Als de kleren uit gaan heb je te maken met een lichaam. Vaak is het gezellige praten, of een intense tongzoen, veel vermoeiender. Bovendien: ook onbetaalde seks is doorgaans plichtmatig.”

 

 1870105-4c4c564e5a3a0a16ed7e149c9cbc75ea.jpg
Thierry Baudet (Heemstede, 28 januari 1983)

 

 

De Albanese dichter en schrijver Ismail Kadare werd geboren in Gjirokastër op 28 januari 1936. Zie ook alle tags voor Ismail Kadare op dit blog.

 

What are these mountains thinking about

1
What are these lofty mountains thinking about
As the sun sets in the distance beyond the highway?
A mountaineer sets out at the fall of night,
His long rifle
Casting a hundred-mile-long shadow on the ground.
The shadow of the rifle hurries
Over mountains, plains, villages;
The shadow of its barrels hastens through the dusk.
I too set forth along the hillside
With a thought in my mind
Somewhere.
The shadow of the thought and the shadow of the rifle
Cross and collide in the twilight.

 

2
This is how you have always set out, Albania,
On your long legs
And with a long rifle.
You wandered without knowing where to go,
Onwards toward the morning full of clouds and mist,
Grey and ponderous, as though born of night.

 

Vertaald door Robert Elsie

 

 1870105-30ab9cf27d4cb032876c978143b1b70c.jpg
Ismail Kadare (Gjirokastër, 28 januari 1936)


 

 

De Vlaamse dichter en schrijver Wies Moens werd geboren in Sint-Gillis-bij-Dendermonde op 28 januari 1898. Zie ook alle tags voor Wies Moens op dit blog.

Uit: Celbrieven

“Soms vraag ik me af, of ‘ik’ wel ‘ik’ ben. En of deze gevangeniscel geen droom is. Maar dat zijn wel degelik koude, witte muren. En die blauwe vlek, met het ronde ruitoog erin, is wel een ongenadige deur! Dus ‘ik’ ben ‘ik’, en ‘ik’ zit in een gevangeniscel. Maar waarom? Ik heb veel lust om met het stomste gezicht van de wereld het ‘Hep ik ooit fa me leve!’ van een Amsterdamse komenijsvrouw na te bauwen! Maar het is toch klaar, jongen!
Waarom was je nu ook zo dwaas ‘Vlaming’ te zijn?
Alles is hier oudbakken! Niet alleen het brood, maar ook de lucht, en het licht. Het lijkt wel of de lucht, waarin ik hier adem en leef, uit konserveblikjes kwam. En het licht dat door de matte ruitjes binnendringt, is niet het licht van vandaag, het lijkt veeleer het licht van vôôr een maand, glansloos en versleten. Van de hemel zie ik alleen een spie, een grauwe lap, gevat tussen hoge muren en de kruinen van drie bomen die als Geloof, Hoop en Liefde zijn.
Dit is nu een wonder idee. De wereld draait, en leeft, en loopt naar haar einde (zij loopt wellicht naar haar begin!) en ik ben er niet bij. Het wil me haast onmogelik voorkomen dat de wereld haar gang gaat zonder mij. Ik moet wel een nulliteit van belang geweest zijn! De doden zijn er ook niet meer, en de wereld doet het zonder ze.Het lijkt altans zo. Maar de doden leven ôver de wereld. Hun adem is door Gods adem geweven. Het is deze adem die de planeten in leven houdt. De glans van hun leven-dat-wàs valt in ons, en wij worden doorvonkt en doorbrand met het heilige vuur van alle heldhaftigheid!”

 

 1870105-7e33ba9def532ec2750dda98c8def3d6.gif
Wies Moens (28 januari 1898 – 5 februari 1982)
 

 

 

De Cubaanse dichter en schrijver José Martí werd geboren op 28 januari 1853 in Havanna. Zie ook alle tags voor José Martí op dit blog.

 

If I A Pleasant Keepsake (Verse Vi)

If I a pleasant keepsake
On leaving this world may bear,
Father profound, I would take
A lock of your silver hair.

If allowed for mercy's sake
One more favor to implore:
The painter's portrait I'd take
Of the sister I adore.

Could I to a treasure cling
From this life in that foretold,
The hidden tresses I'd bring
I keep in a chest of gold!

 

 1870105-e37218fae1129ec5818b8a2e13e0fe32.jpg
José Martí (28 januari 1853 – 19 mei 1895)
 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 28e januari ook mijn blog van 28 januari 2012 deel 2  en ook mijn blog van 28 januari 2011 deel 1 en eveneens deel 2 en ook deel 3.

Geschreven door Romenu om 18:42 Reageer op dit bericht

VSB poëzieprijs voor Ilja Leonard Pfeijffer

 

VSB poëzieprijs voor Ilja Leonard Pfeijffer

De Nederlandse dichter en schrijver Ilja Leonard Pfeijffer is de winnaar van de VSB Poëzieprijs 2016, de prijs voor de beste dichtbundel van het afgelopen jaar. De schrijver krijgt de prijs voor zijn bundel “Idyllen”. Ilja Leonard Pfeijffer werd geboren op 17 janauari 1968 in Rijswijk. Zie ook alle tags voor Ilja Leonard Pfeijffer op dit blog.

 

Idyllen

1

De nacht is aangezegd. De warre uren waaien
als klamme lakens waarnaar hete handen graaien.
De beide engelen verschijnen nu niet meer,
hoop ik. Verleiding rekt zich uit. Ik kauw op teer.
Geen mens heeft van een zoekend mens nog weet.
De namen zoemen wel. Maar wie is er die heet
zoals hij heet? Ik weet niet hoe ik mij moet zijn.
Het liefste was ik klein, mijn hoofd als mandarijn
gevouwen in een schil van fel oranje handen
om niet te hoeven zien waar mijn gebaren landen.
Je bent mijn lieve lief, ik heb het tegen jou.
Je hebt me spartelend aan wal gebracht met touw
waarmee een zeeman netten boet of stroppen knoopt.
Zo zilverbuikig lig ik en ik had gehoopt
om tot de ochtend door je pekelhand te glippen
in ademnood van lucht op jouw verzilte lippen.
Hij vindt een thuis die in de warme fuik komt schuilen.
Hij wordt gered van water. Trieste netten huilen.
Wat liefde heet, is altijd een karaktermoord.
In plaats van het karakter leeft de liefde voort.
In armen stort ik mij als van een flatgebouw.
Terwijl ik met begrip een grafkelder uithouw,
smeed ik een gouden dodenmasker van je snoetje.
Maar jij hebt mij onthand. Met fijne maden wroet je
vlak onder zwachtels van gebalsemd eeuwig slapen.
Je wet mijn zwaard met zout. De roest koekt aan het wapen.
Het zijn de warre uren van de zilte nacht.
Mijn troost is dat ik nergens nu meer word verwacht.
En alles wat ik in mijn leven heb geleerd,
wordt door een visboer met drie sneden gefileerd.
Met lekkend zwaard lig ik gebalsemd in het zuur
en zeil onder de golven naar het blauwe uur.
Iets trekt mij terug. Was jij dat? Iemand riep mijn naam.
Niet doen. Want ik ontsnap aan lakens uit mijn raam.
Er wordt naar mij geloerd op alle drie de benen.
Het lekkend roze engeltje is toch verschenen
en druppelt met haar arabesken in mijn oor.
De zure engel met haar glaspoot geeft gehoor.
De uren van verdrinken zijn voor mij als water.
Hier is mijn buik. Evaluaties zijn voor later.
Maak mij intussen schoon met handen als een vis.
Ik heb het tegen jou. En weet je wat het is?
Ik zou je zo graag alles willen zeggen, maar
ik hap naar adem met mijn mondje en ik staar
de blauwe diepte in van water dat mij peilt.
De wind steekt op. De laatste zeeman zeilt
op zijn galjoen met rafelend tuigage zwart
van zwarte engelen het zeegat uit. Nou. Start
de tape. ‘Dus. Dichtertje. Vertel het ons maar even.’
Ik zou niets liever willen dan te leren leven.

 

 1870326-f7cf7def3b1982322262d7e3b16baa4d.jpg
Ilja Leonard Pfeijffer (Rijswijk, 17 janauari 1968)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Ethan Mordden, Rudolf Geel, Lewis Carroll, Leopold von Sacher-Masoch, Benjamin von Stuckrad-Barre, Neel Doff, Samuel Foote

De Amerikaanse schrijver Ethan Mordden werd geboren op 27 januari 1947 in Pennsylvania. Zie ook alle tags voor Ethan Mordden op dit blog.

Uit: Some Men are Lookers

“Whose name is Tuffy?" asked Virgil, switching off the television. "Is he some rough boy of the streets?"
"Is he?" I asked Lionel. "He certainly puts on a hard act, as I recall. Ferocious triceps."
"Tom always liked it down and dirty, you know."
"I could be Tuffy," Virgil ventured.
"And I could be Tuffy on weekends," said Cosgrove.
"Look," said Dennis Savage with his famous weary patience. "Tuffy and his like are for people who cannot live in reality. People who go through their time on earth like a teenager at his first fuck. People who have no sense of responsibility or fairness or loyalty. Tom Driggers is the Circuit personified—drug up, dance, screw, sleep it off, and do it again. He got rich organizing service industries for other people like himself. He ran buses to the beach, he ran whores to the closeted rich, he ran discos till you drop. He had, and he had, and he had—and when the rest of us appetitive sexboys looked around and saw that our appetites could kill us and backed away, Tom Driggers went right on having. That's why he is on the verge of defunct. I'm sorry to say so, but if someone has to die of this cursed poison, it ought to be Tom Driggers. Because he took his choice, and this is his consequence."
Somewhere in all that, Dennis Savage had left Virgil and Cosgrove and had resumed addressing Lionel, not gently.
"And you can stop begging me to visit that disgusting, putrid piece of Texas redneck trash, because he's going to die with his kind around him, not with me!"
"For pity's sake—"
Dennis Savage chopped out the following words: "He has what he created!"
There was silence.
"Someone," said Virgil, finally, "is rather snarky today."
"He is very desperately threatened," Cosgrove quickly added.
"I'll quit while I'm behind," said Lionel, getting up to go. Virgil saw him to the door, where Lionel turned to Dennis Savage, regarding him mildly but holding it out into a stare."

 

 1869726-0eb62c179db44a7089b86d8d407cc462.jpg
Ethan Mordden (Pennsylvania, 27 januari 1947)
Cover

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Rudolf Geel werd geboren in Amsterdam op 27 januari 1941. Zie ook alle tags voor Rudolf Geel op dit blog.

Uit:De rivier, grijs en vuil

“Op een winderige avond in het voorjaar reed ik terug naar mijn geboorteplaats. De rivier, die mij tot aan mijn einddoel vergezelde, stroomde tamelijk onstuimig. Rijnaken ploeterden diep liggend in het water in de richting van de stad waaruit ik na kantoortijd was vertrokken. Ze zouden er niet eerder aankomen dan bij het gloren van de ochtend, wanneer de wolken ongetwijfeld even grauw boven het laagland hingen als nu. Van een der schepen in mijn richting wapperde spookachtig witte was. Zonder merkbare aanleiding rilde ik even in mijn behaaglijk verwarmde auto.
Vlak voor mijn bestemming in zicht kwam, maakte de rivier een bocht. Een ophaalbrug die ik moest overgaan bleef lange tijd omhoog, maar toch was ik de enige die wachtte. Ik stapte uit en ging staan kijken waar de schepen bleven. Maar de wind was hier zo krachtig dat ik werd gedwongen terug te gaan. Het regende enige spatten. Ik voelde een grote weerzin terug te komen waar ik ooit verdwenen was.
Even later stond de secretaris van het Nut mij op te hemelen alsof hij me bij opbod moest verkopen. ‘Het is alom bekend’, zei de man, ‘dat uw artikels een faam hebben verworven recht evenredig aan hun reik wijdte.’ Ik knikte maar wat, verlangend dat de lezing al voorbij was. Daarna schetste ik de ondergang van al het leven in de wateren. Ik sprak de hoop uit dat de onderbroeken van de schippers waar ik langsreed niet werden gewassen in het gele gif waarop zij voeren. Hier en daar overdreef ik een beetje. Dames gingen staan en onderbraken mijn betoog met vragen. Ik voelde een vage onrust, alsof een mededeskundige zou opstaan om mij toe te roepen dat ik de waarheid verdraaide. Waar was ik eigenlijk op uit? Een revolutie? Op mijn leeftijd? Maar er gebeurde niets. Ik glimlachte naar een meisje op de eerste rij. Ver van ons, in het hooggebergte, stroomden lieflijke beekjes. Daar kon zij haar lichaam in baden, zonder gevaar voor haar huid. Ik merkte dat ik eigenlijk alleen tot haar sprak. Wachtte op de lieve glimlach van haar instemming. Het maakte me een beetje opgewonden en ik dwaalde af, verzon voorbeelden sprekender dan de werkelijkheid, hoewel dat bijna niet meer kon. Ik maakte grapjes als een man die weet hoe hij zich door de rotzooi heen moet slaan.”

 

 1869726-c853e8a8251087f9dc9db12ed87e441e.jpg
Rudolf Geel (Amsterdam, 27 januari 1941)

 

 

De Engelse dichter en schrijver Lewis Carroll werd op 27 januari 1832 in Daresbury geboren. Zie ook alle tags voor Lewis Caroll op dit blog.

Uit: Alice in Wonderland

"I'm sure I'm not Ada,' she said, 'for her hair goes in such long ringlets, and mine doesn't go in ringlets at all; and I'm sure I can't be Mabel, for I know all sorts of things, and she, oh! she knows such a very little! Besides, she's she, and I'm I, and—oh dear, how puzzling it all is! I'll try if I know all the things I used to know. Let me see: four times five is twelve, and four times six is thirteen, and four times seven is—oh dear! I shall never get to twenty at that rate! However, the Multiplication Table doesn't signify: let's try Geography. London is the capital of Paris, and Paris is the capital of Rome, and Rome—no, that's all wrong, I'm certain! I must have been changed for Mabel! I'll try and say "How doth the little—"' and she crossed her hands on her lap as if she were saying lessons, and began to repeat it, but her voice sounded hoarse and strange, and the words did not come the same as they used to do:—
    
  'How doth the little crocodile
      Improve his shining tail,
     And pour the waters of the Nile
      On every golden scale!

     'How cheerfully he seems to grin,
      How neatly spread his claws,
     And welcome little fishes in
      With gently smiling jaws!'

'I'm sure those are not the right words,' said poor Alice, and her eyes filled with tears again as she went on, 'I must be Mabel after all, and I shall have to go and live in that poky little house, and have next to no toys to play with, and oh! ever so many lessons to learn! No, I've made up my mind about it; if I'm Mabel, I'll stay down here! It'll be no use their putting their heads down and saying "Come up again, dear!" I shall only look up and say "Who am I then? Tell me that first, and then, if I like being that person, I'll come up: if not, I'll stay down here till I'm somebody else"—but, oh dear!' cried Alice, with a sudden burst of tears, 'I do wish they would put their heads down! I am so very tired of being all alone here!"

 

 1869726-963945f7e9d74dbf356baf37308173d5.jpg
Lewis Carroll (27 januari 1832 – 14 januari 1898)
“Alice in Wonderland” op een postzegel

 

 

De Duitse schrijver Leopold Ritter von Sacher-Masoch werd geboren op 27 januari 1836 in Lemberg. Zie ook alle tags voor Leopold von Sacher-Masoch op dit blog.

Uit: Lola. Geschichten von Liebe und Tod

„Lola näherte sich ihm ganz nahe und begann ihn zu peitschen.
Die Kerkermeisterin sah ihr, die Hände auf die Hüften gestützt, zu.
Als die Streiche heftiger wurden und der Unglückliche jämmerlich zu klagen anfing, stieß Lolas Freundin ein helles, brutales Lachen aus.
»Es ist dies das erste Mal, wo ich daran so viel Vergnügen finde« rief sie aus.
Dann, als Lola geendet hatte, wollte die Kerkermeisterin noch einige Hiebe hinzufügen, bei welchen sie ihre ganze Energie entwickelte.
»– Sie sagen, daß Ihnen dies Vergnügen bereitet hat?« meinte Lola; »ich finde, daß dies zu wenig gesagt ist.« »Ich habe, während ich peitschte, ein köstliches Gefühl empfunden und es schien mir, als müßte ich vor Glückseligkeit sterben.«
Die Stadt Graz, an dem schönen Flusse »Mur« gelegen, die ein Witzwort des Königs von Holland, Vater Napoleon des III.: »die Stadt der Grazien an den Ufern der Liebe« (la ville des grâces sur les bords de l'Amour) benannt hat, ist der Zufluchtsort aller pensionirten Offiziere und Functionäre Österreichs. Dort war es, wo sich eines Tages mein Vater und Lolas Papa, der General geworden war, wiederfanden. Hier fand ich auch nach einer großen Zahl von Jahren das schöne und seltsame Mädchen wieder.
Sie war größer und stärker geworden, während ihr Charakter der gleiche geblieben war. Sie trug stets eine pelzverbrämte Kazabaïka bei sich und über ihrer Ottomane war eine Peitsche befestigt.
»Sind Sie noch so grausam, wie früher?« frug ich sie.
»Wollen Sie eine Probe machen?« antwortete sie lachend »so brauchen Sie sich nur von mir hinreißen zu lassen!«

 1869726-75ce112ef6616dca756e485b3ced2b3e.jpg
Leopold von Sacher-Masoch (27 januari 1836 – 9 maart 1895)

 

 

De Duitse schrijver Benjamin von Stuckrad-Barre werd op 27 januari 1975 in Bremen geboren. Zie ook alle tags voor Benjamin von Stuckrad-Barre op dit blog.

Uit: Soloalbum

„Ich meide Aufzüge und mache den ganzen Terror mit, den die Frauenzeitschriften aussäen. Ich bin unglücklich. Ich stehe vor dem Spiegel, strecke den Bauch raus und lege das Kinn so auf die Brust, daß ich auch garantiert mindestens der mit den drei Kinnen bin. Sind sogar vier. Wenn mich jemand in den Arm nimmt, das passiert ja trotz allem noch manchmal, rein freundschaftlich, zucke ich zusammen und spanne die Muskeln an. Naja, was heißt Muskeln. Jede Mahlzeit ist von Selbsthaß begleitet.“
(…)

„In seiner Hand: Eine alte Faith-No-More-CD. Auf seiner Hose steht mit Edding: ‚Leben ist wie Zeichnen ohne Radiergummi‘. In seinem Gesicht haben sich 10 Jahre Haschisch und ca. 28 Jahre Langeweile eingefräst.“ [...] „Bevor ich dann vielleicht doch die erste richtige Schlägerei in meinem Leben verantworten und auch durchführen kann, kommt gerade noch rechtzeitig eine Frau mit einem samtenen Wickelrock und sagt ‚Spiel doch mal die Kruder & Dorfmeister‘. Das ist so ein Satz wie ‚Na, wie geht’s‘ oder ‚Das Wetter könnte auch besser sein‘ oder ‚Aldi ist scheiße, bis auf den Champagner, also der ist schon super!‘ – das kann man immer sagen. Platten wie eben sie oder auch Portishead, Daft Punk, Massive Attack oder so sind ein echtes Problem – gute Musik, aber eben doch von allen so gnadenlos gerngemocht, dass man wirklich wieder dieses gymnasiale Abgrenzungsproblem aufkeimen spürt: Die sind blöd, die können also auch keine gute Musik hören. Und Umkehrschluß: Dann ist ja vielleicht doch die Musik doof?“

 

 1869726-d3571492f676f8d90c6c6397a8d0b301.jpg
Benjamin von Stuckrad-Barre (Bremen, 27 januari 1975)

 

 

De Franstalige, maar oorspronkelijk Nederlandse schrijfster Neel Doff werd geboren in Buggenum op 27 januari 1858. Zie ook alle tags voor Neel Doff op dit blog.

Uit: Keetje Tippel

“Ik ging weer liggen. Ik probeerde opnieuw de lichte cirkels voor mijn ogen te krijgen, die me afleidden in de nachten dat ik koorts had of niet slapen kon, maar het lukte niet, ik zakte af naar een toestand van onrust en angst. Mijn ogen durfde ik niet opendoen, ik hoorde onder de meubels geritsel en geruis, en verbijsterd wachtte ik af.
Opeens sprong toen de kat op tafel. Het dier en de schoenen leken mij zo abnormaal groot, van mijn plaats af, dat ze wel drie kwaadaardige monsters schenen...
En intussen werd de strozak maar natter. In pure angst begon ik om mij heen te slaan en mijn hand, die het vlondertje in de kelder raakte, maakte water aan het klotsen.
‘Moeder! moeder, er staat water in de kelder!’
‘Wat - water?’
‘Ja, zég ik toch, we zitten in het water!’
Alle kinderen begonnen te schreeuwen; het water dat totnogtoe alleen maar binnengesiepeld was, leek nu volop binnen te stromen. Vader sprong uit bed en vloekte vreselijk omdat hij met zijn voeten in het nat stond. Hij tilde ons allemaal in de bedstee waar we zo goed als we konden een plaatsje zochten: Dirk aan de voeten van moeder en ik aan die van vader. Een van zijn voeten hield ik in mijn armen om me veiliger te voelen, en zo sliepen we in.
Ik werd wakker door het kabaal dat vader in de morgenvroegte maakte: gebogen staande om zijn hoofd niet te stoten tegen de balken van de zoldering, was hij bezig houtblokken te plaatsen en daar planken overheen te leggen, zodat wij tenminste konden lópen door onze kelder, waar het water tot boven de plint was gestegen.”

 

 1869726-76efa62f9500fc38711e9d294b1af99d.jpg
Neel Doff (27 januari 1858 – 14 juli 1942)
Scene uit de film “Keetje Tippel” met o.a. Monique van de Ven, 1975

 

 

De Engelse acteur en toneelschrijver Samuel Foote werd geboren 27 januari 1720 in Truro, Cornwall. Zie ook alle tags voor Samuel Foote op dit blog.

Uit: The Lame Lover

„„ACT I.
Enter Serjeant Circuit and Charlot.
CHARLOT.
I tell you, Sir, his love to me is all a pretence: it is amazing that you, who are so acute, so quick in discerning on other occasions, should be so blind upon this.
SERJEANT.
But where are your proofs, Charlot? What signifies your opening matters which your evidence cannot support?
CHARLOT.
Surely, Sir, strong circumstances in every court should have weight.
SERJEANT.
So they have collaterally, child, that is by way as it were of corroboration, or where matters are doubtful; then indeed, as Plowden wisely observes "Les circonstances ajout beaucoup depoids aux faits."—You understand me?
CHARLOT.
Not perfectly well.
SERJEANT.
Then to explain by case in point; A, we will suppose, my dear, robs B of a watch upon Hounslow heath—dy'e mind, child?
CHARLOT.
I do, Sir.
SERJEANT.
A, is taken up and indicted; B swears positively to the identity of A.—Dy'e observe?
CHARLOT.
Attentively.“

 

 1869726-baf56355be9e04629d9380b3e46ca40d.jpg
Samuel Foote (27 januari 1720 - 21 oktober 1777)
Portret naar Joshua Reynolds, z.j.

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 27e januari ook mijn blog van 27 januari 2013 deel 1 en ook deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 18:55 Reageer op dit bericht

Herman de Coninckprijs voor Ruth Lasters

 

Herman de Coninckprijs voor Ruth Lasters

De Vlaamse dichteres Ruth Lasters heeft met Lichtmeters de Herman de Coninckprijs 2016 voor beste dichtbundel gewonnen.Aan de prijs is een bedrag van 6000 euro verbonden. Ruth Lasters werd geboren in Antwerpen op 5 februari 1979. Zie ook alle tags voor Ruth Lasters op dit blog.

 

Woud

Of je het achteraf
van vuurwerk ooit zag. De takken van rook, niet

de vonken, maar de pluizige stammen op precies dezelfde
plaats waar net nog pijlen openknalden. het luchtwoud

dat daar na het doven enkele seconden voor je
ontstaat. De restwaarde die eigenlijk grootser is dan

de bedoelde fraaiheid van spetters kleurvuur. Zo is het ook,
nadat je hebt gezucht dat je me ondanks alles, ontrouw nog

liefhebt, wat daarna in de kamer hangt op een doordringendere,
verschrikkelijke, ongewilde manier mooier: de onherstelbaarheid

tussen ons.

 


Rijst

Bij grief groef ik mijn hand in een zak rijst
en stuurde in een omslag steeds een korrel terug naar herkomst,

naar een boer in Angkor die op zijn beurt keer op keer een klei-
knikker zond bij

onverhoopt geluk, als een mijnscherf wonderwel alleen
zijn vrouws wreef had verbrijzeld of zijn oogst niet was verloren door

een storm. De laatste korrel die ik naar hem zond: rond Pasen nadat jij
en ik weer knikkers voor elkaar verstopt hadden in huis in plaats

van eieren - wie in één dag al de zijne vond, mocht weggaan
voor altijd zonder verwijten - en je de mijne nauwelijks

verborgen had, alle zeven naast de plint, voor
het grijpen. 

 

 1869477-b206b0548286d36420b8d518e69ce3ec.jpg
Ruth Lasters (Antwerpen, 5 februari 1979)

Geschreven door Romenu om 08:35 Reageer op dit bericht

Jonathan Carroll, Achim von Arnim, Menno ter Braak, Jos van Daanen, Bhai, Rudolf Alexander Schröder, Philip José Farmer

De Amerikaanse schrijver Jonathan Carroll werd geboren op 26 januari 1949 in New York. Zie ook alle tags voor Jonathan Carroll op dit blog.

Uit: The Land of Laughs

"Look, Thomas, I know you've probably been asked this question a million times before, but what was it really like to be Stephen Abbey's--"
"--Son?" Ah, the eternal question. I recently told my mother that my name isn't Thomas Abbey, but rather Stephen Abbey's Son. This time I sighed and pushed what was left of my cheesecake around the plate. "It's very hard to say. I just remember him as being very friendly, very loving. Maybe he was just stoned all the time."
Her eyes lit up at that. I could almost hear the sharp little wheels clickety-clicking in her head. So he was an addict! And it came straight from his kid's mouth. She tried to cover her delight by being understanding and giving me a way out if I wanted it.
"I guess, like everyone else, I've always read a lot about him. But you never know if those articles are true or not, you know?"
I didn't feel like talking about it anymore. "Most of the stories about him are probably pretty true. The ones I've heard about or read are." Luckily the waitress was passing, so I was able to make a big thing out of getting the bill, looking it over, paying it--anything to stop the conversation.
When we got outside, December was still there and the cold air smelled chemical, like a refinery or a tenth-grade chemistry class deep into the secrets of stink. She slipped her arm through mine. I looked ather and smiled. She was pretty--short red hair, green eyes that were always wide with a kind of happy astonishment, a nice body. So I couldn't help smiling then too, and for the first time that night I was glad she was there with me.
The walk from the restaurant to the school was just a little under two miles, but she insisted on our hiking it both ways. Over would build up our appetites, back would work off what we'd eaten. When I asked her if she chopped her own wood, she didn't even crack a smile. My sense of humor has often been lost on people.
By the time we got back to the school we were pretty chummy. She hadn't asked any more questions about my old man and had spent most of the time telling me a funny story about her gay uncle in Florida.“

1869268-7b935ffa46cd4531029df1a6de8d0273.JPG
Jonathan Carroll (New York, 26 januari 1949)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Achim von Arnim werd geboren in Berlijn op 26 januari 1781. Zie ook alle tags voor Achim von Arnim op dit blog.

Uit:Isabella von Ägypten

„Braka, die alte Zigeunerin im zerlumpten roten Mantel, hatte kaum ihr drittes Vaterunser vor dem Fenster abgeschnurrt, wie sie es zum Zeichen verabredet hatte, als Bella schon den lieben, vollen, dunkelgelockten Kopf mit den glänzenden, schwarzen Augen zum Schieber hinaus in den Schein des vollen Mondes streckte, der glühend wie ein halbgelöschtes Eisen aus dem Duft und den Fluten der Schelde eben hervorkam, um in der Luft immer heller wieder aus seinem Innern heraus zu glühen. «Ach, sieh den Engel», sagte Bella, «wie er mich anlacht!» – «Kind», sprach die Alte und ihr schauderte, «was siehst du?» – «Den Mond», antwortete Bella, «er ist schon wieder da, aber der Vater ist wieder nicht nach Hause gekommen. Alte, diesmal bleibt der Vater gar zu lange aus, doch ich hatte schöne Träume von ihm in der letzten Nacht, ich sah ihn auf einem hohen Throne in Ägypten, und die Vögel flogen unter ihm, das hat mich getröstet.» – «Du armes Kind», sagte Braka, «wenn's nur wahr wäre, hast du denn was zu essen und zu trinken bekommen?» – «O ja», antwortete Bella, «der Nachbar hat seine Äpfelbäume geschüttelt, da sind viele Äpfel in den Bach gefallen, die habe ich aufgefischt, wo sie in den Wurzeln am krummen Ufer stecken geblieben, auch hatte der Vater, ehe er ausging, mir ein großes Brot herausgelassen.» – «Daran tat er recht», weinte die Alte, «er hat kein Brot mehr nötig, sie haben ihn vom Brot geholfen.» – «Liebe Alte, sprich», bat Bella, «mein Vater hat sich doch nicht Schaden getan bei den starken Mannskünsten? Führ mich hin zu ihm, ich will ihn pflegen. Wo ist mein Vater? Wo ist mein Herzog?» – So fragte Bella zitternd, und die Tränen fielen ihr aus den Augen durch den Mondschein auf harte Steine nieder – wär ich ein ziehender Vogel gewesen, ich hätte mich niedergelassen und meinen Schnabel eingetunkt und sie zum Himmel getragen, so traurig und so ergeben in seinen Willen waren diese Tränen. – «Sieh dort», schluchzte die Alte, «auf dem Berge steht ein Dreifuß, dreibeinig, aber nicht dreieinig. Gott weiß nichts von ihm, und doch heißt er das hohe Gericht, wer vor dem Dreifuß vorbeikommt, der kann noch lange leben, das Fleisch, was da die Sonne kocht, das wird in keinen Topf gesteckt, es hängt daran, bis wir es abnehmen. Sei ruhig, du armes Kind, und schrei nur nicht, dein Vater hängt da oben, aber sei nur ruhig, wir holen ihn diese Nacht und werden ihn in den Bach werfen mit allen Ehren, wie ihm zukommt, daß er hinschwimme zu den Seinen nach Ägypten, denn er ist auf frommer Wallfahrt gestorben. Nimm diesen Wein und dieses Töpfchen mit Schmorfleisch, halte ihm ein Totenmahl in deiner Einsamkeit, wie es sich geziemt.»

 

 1869268-e1ef792af4ad428e25838e57041e1774.jpg
Achim von Arnim (26 januari 1781 - 21 januari 1831)
Cover

 

 

De Nederlandse schrijver Menno ter Braak werd geboren op 26 januari 1902 in Eibergen. Zie ook alle tags voor Menno ter Braak op dit blog.

Uit: Het carnaval der burgers

„Tusschen ‘liefde’ en ‘geloof’ zweeft een term, die den burgers zeer dierbaar is, omdat hij, minder compromittant dan de liefde en minder gewijd dan het geloof, niettemin uitdrukking geeft aan hun atomistische verlangens. Dit woord der saamhoorigheid heeft zich een algemeener gebruikelijkheid verworven dan de beide andere; de beteekeniskern is onzekerder, de gevoelsperipherie vloeiender en beweeglijker. Beurtelings abstracte modenaam en concrete, zakelijke klank, geeft het aan, wat de atomen tot bijeenzijn drijft, wat hen naar elkander stuwt, zonder diepe schade voor hun zelfstandigheid: Gemeenschap.
Er is een gemeenschap des heiligen Geestes, een vleeschelijke gemeenschap, ook een gemeenschap van goederen. Van de autoriteit des geloofs en de vereenigingsdrift der sexen leidt het woord ‘gemeenschap’ naar de laagvlakte der wettige formaliteit, waar het zijn oprechtste cliënten vindt in hen, die belangen voorstaan en wenschen hebben te verwezenlijken. Belijders van eenzelfde beperktheid, die in het overstemmen van andere beperktheden het heil zoeken, voelen zich in gemeenschap; minnaars, die hun bezit in veiligheid willen brengen, noemen hun veiligsten vorm gemeenschap. Zelfs de wet spreekt, met de gemeenschap van goederen, haar zegen uit over deze formule voor de tweeheid, die in een band van eenheid wordt geklonken, zonder dat deze eenheid storend werkt op de productieve kracht der afzonderlijke factoren.
Wie de gemeenschappen in de wereld ontmoet, wie de vitale bestaansdrift der groepen onder de oogen ziet, is aanvankelijk nauwelijks bij machte te erkennen, dat dezelfde woorden, die als pathetische leuzen in de vaandels der betoogers staan geschreven, allen symbolen kunnen zijn voor den dichter, dat alle tot keiharde lichamen verstarde complexen, die op elkaar botsen, vechten als ging het om een wereldkampioenschap en als overwinnaars en geslagenen worden gehuldigd of bejammerd, strijden onder een devies, dat ook den droom van een dichter zou kunnen verbeelden. Zoozeer beheerscht het teeken der gemeenschap het gros der burgers, dat het niet meer een vorm van hun gemeenschapsverlangen, maar een van buitenaf opgelegd uniform schijnt: zoozeer knechten de leiders de individuen, die hun groep samenstellen, dat hun zelfstandigheid schijnt opgelost in een egale verbinding, die slechts één naam draagt, één nieuw element vertegenwoordigt.“

 

 1869268-564082fe81db365dff1a7930581b19c0.jpeg
Menno ter Braak (26 januari 1902 - 14 mei 1940)
Het beeld „Carnaval der burgers“ door Marius van Beek in Eibergen

 

 

De Surinaamse dichter Bhai (eig.James Ramlall) werd geboren op 26 januari 1935 in het toenmalige district Suriname. Zie ook alle tags voor Bhai op dit blog.

 

De witte sluier
 
De witte sluier

De zwarte haren
De donkere ogen
Houden mij gevangen
Tussen jou en mij
Zingt de zee
Speelt de wind
Slaapt de herinnering
Ik ben zo ver
Zo ver van jou
Toch leef je diep
Heel diep in mij

 

 

Op de grens

Op de grens
van de grens
grenst
de grens
   van de stilte
   stil en alleen
   lichtend
in het licht
badend in de wind
van dood
   mysterie
en geheim

 

 1869268-2ad945e5c0ab8d5d2237825cd46c4b90.jpg
Bhai (District Suriname, 26 januari 1935)

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Jos van Daanen werd geboren op 26 januari 1959 in Kerkrade. Zie ook alle tags voor Jos van Daanen op dit blog.

 

Omgekeerd evenredig

Als u uw publiek wilt laten voelen dat u vrolijk bent,
gebruik in uw gedicht het woordje vrolijk niet,
zei de beroemde dichter in een uitgelezen interview

stel dat u vrolijk bent van regen in het hoogseizoen,
omschrijf dan uw gevoel in termen van depressie,
ellende of misère, maar gebruik het woordje vrolijk niet

of als het u gelukkig stemt hetgeen de wereld draaiend houdt,
schrijf dan in volle overtuiging dat hij naar de kloten gaat,
maar alstublieft, gebruik het woord gelukkig niet.

En als u in haar ogen kijkt, vertel haar dat het leven
daaruit weggetrokken is, dat haar huid gerimpeld is,
maar gebruik beslist het woordje liefde niet.

 

 1869268-fa0001c4bc2dfacef41b909c1b1c6be0.jpg
Jos van Daanen (Kerkrade, 26 januari 1959)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Rudolf Alexander Schröder werd geboren op 26 januari 1878 in Bremen. Zie alle tags voor Rudolf Alexander Schröder op dit blog

 

Es mag sein, dass alles fällt

Es mag sein, dass alles fällt, dass die Burgen dieser Welt
Um dich her in Trümmer brechen,
Halte du den Glauben fest, dass dich Gott nicht fallen lässt:
Er hält sein Versprechen.

Es mag sein, dass Trug und List eine Weile Meister ist:
Wie Gott will, sind Gottes Gaben!
Rechte nicht mein und dein. Manches Glück ist auf den Schein;
Lass es Weile haben !

Es mag sein, dass Frevel siegt, wo der Fromme unterliegt,
Doch nach jedem Unterliegen,
Wirst du den Gerechten sehn, lebend aus dem Feuer gehn,
Neue Kräfte kriegen.

Es mag sein, die Welt ist alt: Missetat und Missgestalt
Sind in ihr gemeine Plagen.
Schau dirs an und stehe fest; Nur, wer sich nicht schrecken
Lässt, darf die Krone tragen!

Es mag sein, so soll es sein ! Fass ein Herz und gib dich drein !
Angst und Sorge wirds nicht
Wenden. Streite, du gewinnst den Streit! Deine Zeit und alle
Zeit stehn in Gottes Händen

 

 1869268-c0b5eb8ae9f809539e345203eee5e4e4.jpg
Rudolf Alexander Schröder (26 januari 1878 – 22 augustus 1962)

 

 

De Amerikaanse schrijver Philip José Farmer werd geboren in North Terre Haute (Indiana) op 26 januari 1918. Zie ook alle tags voor Philip José Farmer op dit blog.

Uit: The Magic Labyrinth

„Moreover, the Operator would have a psychological advantage. X, face to face with the being he loved and hated, would be inhibited and might not be able to attack the Operator with the fury and vigor demanded.
Cowardly though it was, a detestable act, he would have to take the Operator from behind. But his detestable deeds had been many since he had set himself against the others, and he could do this. Though taught from early childhood to loathe violence, he had also been taught that violence was justified if his life was in peril. The resurrecting force which for all practical purposes made everyone on the Riverworld indestructible just did not enter into it. Resurrection no longer worked but even when it had he'd still forced himself to be violent.
Despite what his mentors said, the end did justify the means. Besides, all those he'd killed would not be dead forever. At least, he'd thought so. But he'd not foreseen this situation.
The Ethical was living in a bamboo leaf-thatched hut on the bank of The River, the right bank if you faced upstream. He hadn't been there long. Now he sat on the thick short grass of the plain near the shore. There were approximately five hundred others around him, all waiting for lunchtime. At one time, there would have been seven hundred here, but, since the resurrections had ceased, the population had lessened. Accidents, mostly from encounters with the gigantic human-eating boat-smashing riverdragon fish, suicide, and murder, had accounted for most fatalities. Once, war had been the greatest death-maker, but there had been none in this area for many years, the would-be conquerors had been killed off, and now they would not be translated elsewhere along The River to make more trouble.
Also, the spread of the Church of the Second Chance, the Nichirenites, the Sufis, and other pacifistic religions and disciplines had had great effect in bringing peace.“

 

 1869268-d9e2dc8b18b627dc47950541b5be41dd.jpg
Philip José Farmer (26 januari 1918 - 25 februari 2009)
In 1953 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 26e januari ook mijn blog van 26 januari 2014 deel 1 en ook deel 2 en eveneens deel 3.


Geschreven door Romenu om 18:40 Reageer op dit bericht

Nora Gomringer

De Zwitsers-Duitse dichteres Nora Gomringer werd geboren op 26 januari 1980 in Neunkirchen an der Saar. Zij is een dochter van de Zwitserse dichter en voormalig professor aan de Kunstakademie Düsseldorf Eugen Gomringer. Zij is de enige dochter en zus van zeven halfbroers. Opgegroeid in Gomringer in Wurlitz am Hof. In 1996 verhuisde ze naar Bamberg. De schoolopleiding sloot zij af met een Amerikaans High-School diploma in Lititz, Pennsylvania in 1998 en in 2000 met het eindexamen aan het Franz-Ludwig-Gymnasium Bamberg uit. Vervolgens studeerde Gomringer Engels, Duits en kunstgeschiedenis aan de universiteit van Bamberg, waar ze afstudeerde in 2006. In 2010 nam Gomringer de leiding over van het internationale Künstlerhaus Villa Concordia in Bamberg  Naar aanleiding van een bundel in eigen beheer kreeg de Grupello Verlag Dusseldorf belangstelling voor het werk van de debutante en in 2002 verscheen haar bundel “Sikbentrennung”. Sindsdien zijn er zeven dichtbundels en een boek met essays en tal van afzonderlijke publicaties verschenen. Bovendien werkt Gomringer werkt op verschillende manieren met muzikanten en beeldend kunstenaars samen. Vertalingen verschenen in het Zweeds, Frans, Wit-Russisch, Engels, Noors, Spaans, Amerikaans Luxemburgs, Nederlands, Bretons en Farsi. In 2013 was de eerste voorstelling van de opera “Drei fliegende Minuten” met een libretto van Gomringer. Sinds 2010 werkt de A-Cappella formatie Wortart Ensemble met teksten uit het werk Nora Gomringer en sinds 2011 werkt Nora Gomringer met de vijf zangeressen samen op het podium. Het programma "Nora Gomringer meest Wortart Ensemble" was uitgenodigd om de 50ste verjaardag van het Goethe Instituut in Torono te vieren. Tussen 2001 en 2006 maakte Gomringer eveneens deel uit van de poetry slam scène in Duitsland. In 2015 deed zij succesvol mee aan de Ingeborg Bachmann Wettbewerb.

 

Liebesrost

Über Nacht
Hast du oxidiert
Neben mir

Hast auf mich reagiert
Bist rostig geworden
Du sagst
Golden
Ich lecke an deinem Hals
Du schmeckst wie der
Wetterhahn

 

 

Mann in Luzern

Um 2 Uhr nachts noch am Geländer gesichtet, um
2.01 in die Reuss gesprungen.
Sagen alle im Ort: hat sich zu ihr gelegt.
Voller Sehnsucht der Mann. War die Reuss eine Schö-
ne mit langem Haar, flüsterndem Mund und weiten
Armen. War der Mann trunken von Flaschengeistern,
ließ sich nicht binden an einen Mast, hat das Wachs in
den Ohren der Welt nicht ertragen, holt er Atem, trinkt
die Küsse bis die Lungen platzen, das Herz sich ver-
schlägt, das Hirn nur noch schwimmt. Flüstert die
Reuss von dem Mann, der sie liebt, den sie wäscht,
den sie nimmt, wohin sie kann.

 

 1890039-f7a3e132b8f4673731bc41faab8b1383.jpg
Nora Gomringer (Neunkirchen an der Saar, 26 januari 1980)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten