Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Othon III de Grandson

Onafhankelijk van geboortedata

De Franstalige dichter en ridder Othon III de Grandson werd geboren tussen 1340 en 1350. Hij was een achterneef van Othon I. de held van de kruistochten, die werd begraven in 1328 in de kathedraal Notre Dame van Lausanne. Hij stond bekend vanwege zijn moed tijdens de Honderdjarige Oorlog en werd benoemd tot kapitein aan het Engelse hof. Hij stond ook bekend als dichter: zijn balladen en klaagzangen met "elegisch" karakter wekten de interesse van Chaucer, schrijver van de Canterbury Tales, en de charmante Franco-Venetiaanse Christine de Pisan. Vervolgens kwam hij onder de hoede Amadeus VII van Savoye.Helaas stierf Amadeus aan een infectie,opgedaan na de val van een paard, iets dat echter op dat moment als vergiftiging werd geïnterpreteerd. Een arts beschuldigde, na gemarteld te zijn, Othon van moord op zijn beschermer. Voor Gandson bleef maar een ​​uitweg over: vluchten naar Engeland en de bescherming van de koning zoeken. Tijdens zijn tijd in ballingschap schreef hij de mooiste verhalen waar het hele middeleeuwse Europa enthousiast over was. Toch keerde hij enige tijd later naar het Waadtland terug om bij de baronnen die zijn goederen in beslag genomen hadden gerechtigheid te eisen. Om zijn goederen terug te krijgen begint hij in 1397 een duel tegen een van zijn buren, Gérard d'Estavayer, die een slechte reputatie had. Zijn tegenstander was echter veel jonger dan hij zelf en Othon kon zich niet goed verdedigen en werd gedood in dit duel.
Valentijnsdag, het feest van de verliefden werd in die tijd vooral in de Angelsaksische landen gevierd en Othon III was een van de eerste die deze gewoonte in de Latijnse wereld invoerde, maar vooral aan het hof van Savoye. Bijna 30% van zijn werken zijn gewijd aan dit onderwerp. Het vermelden waard zijn: “La Complaincte de Saint Valentin”, “La Complaincte amoureuse de Sainct Valentin Gransson”, “Le Souhait de Saint Valentin” en “Le Songe de Saint Valentin”. Charles d'Orléans, die ook over dit onderwerp schreef, maakte zijn werd bekend aan het Franse hof.

 

Balade amoureuse IV

Il a passé des ans sept et demi
Que je vous ai pour ma dame choisie,
Et aujourd'hui derechef vous choisis
Four une fois et pour toute ma vie.
Et sais si bien que de vous me dois mie
Etre choisi comme pour votre per '.
Mais s'il vous plaît, belle, bonne et plaisant
Choisissez-moi comme votre servant
Qui loyaument -' vous veut servir et plaire.
Et si merci vous requiers trop avant
Pardonnez-moi, besoin me le fait faire.

Besoin me fait quérir votre merci
Mais de l'avoir humblement je vous prie.
Car je sais bien plusieurs y ont failli
Qui mieux que moi l'avaient desservie.
Et non pourtant, belle, quoi que je die '
Chaque homme doit son meilleur désirer.
De l'autrui fait n'ai-je rien à parler.
Fors que du mien qui m'est le plus pesant.
Pour ce viens-je devers vous à garant
Car d'autre part ne me veux ni dois taire
Et si je dis trop en moi complaignant
Pardonnez-moi, besoin me le fait faire.

Votre beauté trépasse si parmi
Le cœur de moi, belle, je vous affie,
Qu'il ne lui chaut * ni de moi ni de lui
Fors que de vous, où il a s'étudie.
Tout ce qu'on voit devant mes yeux oublie
Mais nuit et jour lui faut imaginer
De vous servir, obéir et doubter *
Plus que celles toutes qui sont vivant '.
Si merci n'ai dont je suis désirant,
Tant le désir que je ne m'en puis taire.
C'est malgré moi que je vous en dis tant ;
Pardonnez-moi, besoin me le fait faire.

 

 1877344-eeb05781be4d1c7832f0c966c567bdd0.jpg
Othon III de Grandson (1340-1350 - 7 augustus 1397)
Cover

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

De blogger leest alles eerst na: je tekst verschijnt zodra die goedgekeurd is.

Kjell Westö, Diane DiPrima, Alfred Lord Tennyson, Paul Claudel, Yacine Kateb, Jean Carrière

De Finse schrijver Kjell Westö werd geboren op 6 augustus 1961 in Helsinki. Zie ook mijn blog van 6 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Kjell Westö op dit blog.

Uit: Das Trugbild (Vertaald door Paul Berf)

„(Mittwoch, der 16. November)
Als Frau Wiik an diesem Morgen nicht zur Arbeit erschien, reagierte er zunächst gereizt.
Möglicherweise hing seine Gereiztheit aber auch noch ein wenig mit seiner misslungenen Fahrt nach Kopparbäck am Vorabend zusammen. Um Jary nicht zu verletzen, hatte er seine Gedanken für sich behalten und anschließend die ganze Nacht grübelnd wach gelegen. Schließlich war er zwei Stunden früher als üblich in die Kanzlei gegangen.
Er war schlichtweg übermüdet. Das Clubtreffen am Abend empfand er als Bürde, und auf seinem Schreibtisch türmte sich die Arbeit. Drei neue Klienten innerhalb von zwei Wochen, ein komplizierter Fall vor dem Amtsgericht, unbezahlte Rechnungen, unklare Formalitäten bezüglich Rolles Ausscheiden, Briefe, die diktiert und ins Reine geschrieben und versandt werden mussten: Ohne Frau Wiik kam er nicht weiter.
Er war bereits um halb acht ins Büro gekommen. Sonst war er nur selten vor neun da, weil er lieber bis in den späten Abend hinein arbeitete. Dennoch wusste er, dass Frau Wiik stets um Punkt acht eintraf, auch samstags.
Sein Ärger hielt sich, während er darauf wartete, dass sie auftauchte, und rumorte selbst dann noch in ihm, als es halb neun wurde und ihm der Gedanke kam, dass er sie vielleicht anrufen und sich erkundigen sollte, ob sie sich das Bein gebrochen oder eine Mandelentzündung zugezogen und ihre Stimme verloren hatte oder etwas in der Art.
Als er ihre Nummer das erste Mal wählte, war er unkonzentriert. Während er darauf wartete, dass sie an den Apparat ging, dachte er an das abendliche Treffen und an Dinge, die er mit den anderen hinter verschlossenen Türen besprechen wollte.
So würde er Arelius bitten, es künftig zu unterlassen, seine politischen Ansichten in Gegenwart seiner Mutter Esther zu kritisieren. Aber vor allem musste er mit Lindemark über Jogi Jary sprechen: Es musste doch irgendetwas geben, was sie tun konnten.“

 

 1799168-6e2645a0cd118a6480d24b344d3ae69f.jpg
Kjell Westö (Helsinki, 6 augustus 1961)

 

 

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Diane DiPrima werd geboren op 6 augustus 1934 in New York. Zie ook mijn blog van 6 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Diane DiPrima op dit blog.

 

Some Lies About The Loba

that she is eternal, that she sings
that she is star-born, that she gathers crystal
that she can be confused with Isis
that she is the goal
that she knows her name, that she swims
in the purple sky, that her fingers are pale & strong

that she is black, that she is white
that you always know who she is
when she appears
that she strides on battlements, that she sifts
like stones in the sea
that you can hear her approach, that her jewelled feet
tread any particular measure

that there is anything about her
which cannot be said
that she relishes tombstones, falls
down marble stairs
that she is ground only, that she is not ground
that you can remember the first time you met
that she is always with you
that she can be seen without grace

that there is anything to say of her
which is not truth

 

 1799168-879422124f100aaadf584c20afb01afb.jpg
Diane DiPrima (New York, 6 augustus 1934)


 

 

De Engelse dichter Alfred, Lord Tennyson werd geboren op 6 augustus 1809 in Somersby, Lincolnshire, England. Zie ook mijn blog van 6 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Alfred Tennyson op dit blog.

 

The Sailor Boy

He rose at dawn and, fired with hope,
Shot o'er the seething harbour-bar,
And reach'd the ship and caught the rope,
And whistled to the morning star.

And while he whistled long and loud
He heard a fierce mermaiden cry,
"O boy, tho' thou are young and proud,
I see the place where thou wilt lie.

"The sands and yeasty surges mix
In caves about the dreary bay,
And on thy ribs the limpet sticks,
And in thy heart the scrawl shall play."

"Fool," he answer'd , "death is sure
To those that stay and those that roam,
But I will nevermore endure
To sit with empty hands at home.

"My mother clings about my neck,
My sisters crying, ‘Stay for shame;'
My father raves of death and wreck,-
They are all to blame, they are all to blame.

"God help me! save I take my part
Of danger on the roaring sea,
A devil rises in my heart,
Far worse than any death to me."

 


Love and Sorrow

O maiden, fresher than the first green leaf
With which the fearful springtide flecks the lea,
Weep not, Almeida, that I said to thee
That thou hast half my heart, for bitter grief
Doth hold the other half in sovranty.
Thou art my heart's sun in love's crystalline:
Yet on both sides at once thou canst not shine:
Thine is the bright side of my heart, and thine
My heart's day, but the shadow of my heart,
Issue of its own substance, my heart's night
Thou canst not lighten even with thy light,
All powerful in beauty as thou art.
Almeida, if my heart were substanceless,
Then might thy rays pass thro' to the other side,
So swiftly, that they nowhere would abide,
But lose themselves in utter emptiness.
Half-light, half-shadow, let my spirit sleep
They never learnt to love who never knew to weep.

 

 1799168-b3de37d3de832dba178493c340563107.jpg
Alfred Tennyson (6 augustus 1809 – 6 oktober 1892) 

 

 

 

De Franse dichter, schrijver en diplomaat Paul Claudel werd geboren op 6 augustus 1868 in Villeneuve-sur-Fère. Zie ook mijn blog van 6 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Paul Claudel op dit blog.

 

L’aube de juin

Le dernier rêve s’est enfui,
Une lune sans couleur
Trépasse au fond de la nuit.
Qu’ai-je fait de la douleur?
Le jour nouveau, il a lui !
Vite, levons-nous sans bruit !
Quelle est cette divine odeur?
Le dernier rossignol s’est tu
Turlututu !
Il est cinq heures du matin.
Un ange chante en latin.
Juin pendant que je dormais
S’est mis à la place de mai.
C’est lui qui vient de m’octroyer
Cette rose de pleurs noyée.
La terre a reçu le baptême.
Bonjour, mon beau soleil, je t’aime !
Un peu mouillé mais tout neuf,
Le voici qui sort de son œuf,
Rouge comme un coquelicot.
Cocorico !
Tant de gaîté, tant de rire,
La caille qui tirelire,
Le bœuf et le gros cheval
Qu’on mène chez le maréchal,
Comme un enfant à mon cou
Le baiser du vent sur ma joue,
Tant de clarté, tant de mystère,
Tant de beauté sur la terre,
Tant de gloire dans les cieux,
Que plein de larmes le vieux
Poète reste à quia
Alléluia !

 

 1799168-69e609c147b14e30740cdc22b7b49082.jpg
Paul Claudel (6 augustus 1868 – 23 februari 1955)
Borstbeeld door Camille Claudel, 1905 

 

 

De Algerijnse schrijver Yacine Kateb werd geboren op 6 augustus 1929 in Zighout-Youcef. Zie en ook alle tags voor Yacine Kateb op dit blog.

Uit: Nedjma

« Et voilà, pense Mourad, le charme est passé, je redeviens le manoeuvre de son père, elle va reprendre sa course à travers le terrain vague comme si je la poursuivais, comme si je lui faisais violence rien q'en me promenant au même endroit qu'elle, comme si nous ne devion jamais nous trouver dans le même monde, autrement que par la bagarre et le viol. Et voilà. Déjà elle me tutoie, et le me dit de la laisser, comme si je l'avais prise à la taille, surprise et violentée, de même que les paysans sont cencés l'avoir surprise et l'avoir violentée rien que par le fait de l'avoir vue, elle qui n'est pas de leur monde ni du mien, mais d'une planète à part, sans manoeuvres, sans paysans, à mois qu'ils ne surgissent ce soir même dans ses cauchemars... »

 

 1799168-90071c8e3e749c1bb2c0321a0cbf2efd.jpg
Yacine Kateb (6 augustus 1929 – 28 oktober 1989)

 

 

De Franse schrijver en essayist Jean Carrière werd geboren op 6 augustus 1928 in Nîmes. Zie ook alle tags voor Jean Carrière en ook mijn blog van 6 augustus 2010.

Uit: La Caverne des pestiférés

« Les amateurs de sensations fortes et les partisans de l'agitation sociale étayèrent l’hypothèse du tocsin, les premiers pour des raison obscures qui renvoyaient à toute une gamme d'anxiétés ou de démêlés personnels avec la vie normale et l'ordre établi sur des principes contraires à leur besoins, les seconds parce qu'ils nourrissaient l’espoir de voir le choléra reprendre en main la révolution que le parti de la résistance leur avait carottée sous le nez. Ils bordèrent, certifiant que des hordes affamées et furieuses allaient par ces régions stupéfies, pillant les magasins ou les appartements des bourgeois, assaillant les bureaux d'octroi, saccageant ceux des contributions indirectes, mettant à sac les dépôts d'armes et de munitions, brûlant les calvaires et les oratoires, comme au cours des émeutes de 1831 et 1832. »  

 

1799168-e2ecec8f836aaa9bc8b8f30ea8f19dd1.jpg
Jean Carrière (6 augustus 1928 – 7 mei 2005)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 6e augustus ook mijn blog van 6 augustus 2011 deel 1 en eveneens deel 2 en ook deel 3.

Geschreven door Romenu om 21:25 Reageer op dit bericht

Dolce far niente, Frouke Arns, Richard Preston, Conrad Aiken, Wendell Berry, René Puthaar

 

Dolce far niente

 

 1798765-f50386a3e6ea1b6bdb59fc76fea67c39.jpg
Gezicht op Nijmegen vanaf Lent door Eugène Lücker, 1933

 

 

Liefdesliedje voor Nimma

Wij waren het eindpunt genaderd, maar hadden het niet gemerkt
jouw lichaam was tegen mij aan in slaap gevallen
en ik weet nog dat ik aan Doornroosje dacht
vlak voordat ook ik vertrok.

Op de spoorbrug schrik ik wakker. Geratel en een stem.
Ik versta bestemming en of we niets vergeten willen.
De Waal buigt zich als een aanzoek langs de kade,
en de stad houdt het antwoord voor zichzelf.

Iemand vouwt zijn krant tot hoed tot boot tot vogel
en vliegt op. Wij stappen uit. Slaapdronken nog
gapen we de maan in onze mond. Een late man
speelt piano op het perron. Weer thuis,

weer terug. Hoe waar dat ik je zo vaak verliet,
maar je nooit verlaten kon. Het geeft niet
dat ik een van velen ben. Het is genoeg
je kalme hart te voelen kloppen aan mijn rug.

 

 1798765-2e730c57402b844b5bfc1762ae63c794.jpg
Frouke Arns (Handorf, 1964)
Frouke Arns is momenteel stadsdichter van Nijmegen

 

 

De Amerikaanse schrijver Richard Preston werd geboren op 5 augustus 1954 in Cambridge, Massachusetts. Zie ook mijn blog van 5 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Richard Preston op dit blog.

Uit:The Hot Zone

« The seats are narrow and jammed together on these commuter airplanes, and you notice everything that is happening inside the cabin. The cabin is tightly closed, and the air recirculates. If there are any smells in the air, you perceive them. You would not have been able to ignore the man who was getting sick. He hunches over in his seat. There is something wrong with him, but you can’t tell exactly what is.
He is holding an airsickness bag over his mouth. He coughs a deep cough and regurgitates something into the bag. The bag swells up. Perhaps he glances around, and then you see that his lips are smeared with something slippery and red, mixed with black specks, as if he has been chewing coffee grounds. His eyes are the color of rubies, and his face is an expressionless mass of bruises. The red spots, which a few days before had started out as starlike speckles, have expanded and merged into huge, spontaneous purple shadows: his whole head is turning black-and-blue. The muscles of his face droop. The connective tissue in his face is dissolving, and his face appears to hang from the underlying bone, as if the face is detaching itself from the skull. He opens his mouth and gasps into the bag, and the vomiting goes on endlessly. It will not stop, and he keeps bringing up liquid, long after his stomach should have been empty. The airsickness bag fills up to the brim with a substance know as the vomito negro, or the black vomit. The black vomit is not really black; it is a speckled liquid of two colors, black and red, a stew of tarry granules mixed with fresh red arterial blood. It is hemorrhage, and it smells like a slaughterhouse.
The black vomit is loaded with virus. It is highly infective, lethally hot, a liquid that would scare the
daylights out of a military biohazard specialist. The smell of the vomito negro fills the passenger cabin.
The airsickness bag is brimming with black vomit, so Monet closes the bag and rolls up the top. The bag is bulging and softening threatening to leak, and he hands it to a flight attendant.”

 

 1798765-d042630774ae19daf1213624e48bcfed.jpg
Richard Preston (Cambridge, 5 augustus 1954)

 

 

De Amerikaanse schrijver en dichter Conrad Potter Aiken werd geboren in Savannah, Georgia op 5 augustus 1889. Zie ook mijn blog van 5 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Conrad Aitken op dit blog.

 

Zudora

Here on the pale beach, in the darkness;
With the full moon just to rise;
They sit alone, and look over the sea,
Or into each other's eyes. . .

She pokes her parasol into the sleepy sand,
Or sifts the lazy whiteness through her hand.

'A lovely night,' he says, 'the moon,
Comes up for you and me.
Just like a blind old spotlight there,
Fizzing across the sea!'

She pays no heed, nor even turns her head:
He slides his arm around her waist instead.

'Why don't we do a sketch together--
Those songs you sing are swell.
Where did you get them, anyway?
They suit you awfully well.'

She will not turn to him--will not resist.
Impassive, she submits to being kissed.

'My husband wrote all four of them.
You know,--my husband drowned.
He was always sickly, soon depressed. . .'
But still she hears the sound

Of a stateroom door shut hard, and footsteps going
Swiftly and steadily, and the dark sea flowing.

She hears the dark sea flowing, and sees his eyes
Hollow with disenchantment, sick surprise,--

And hate of her whom he had loved too well. . .
She lowers her eyes, demurely prods a shell.

'Yes. We might do an act together.
That would be very nice.'
He kisses her passionately, and thinks
She's carnal, but cold as ice.

 

 1798765-f23bb5410da6c3df9b927219dff9b3d1.jpeg
Conrad Aiken (5 augustus 1889 – 17 augustus 1973)
Savannah, Forsyth fountain in het Forsyth Park

 

 

De Amerikaanse dichter, schrijver, essayist en criticus Wendell Berry werd geboren op 5 augustus 1934 in Henry County, Kentucky. Zie ook mijn blog van 5 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Wendell Berry op dit blog.

 

Water

I was born in a drouth year. That summer
my mother waited in the house, enclosed
in the sun and the dry ceaseless wind,
for the men to come back in the evenings,
bringing water from a distant spring.
veins of leaves ran dry, roots shrank.
And all my life I have dreaded the return
of that year, sure that it still is
somewhere, like a dead enemys soul.
Fear of dust in my mouth is always with me,
and I am the faithful husband of the rain,
I love the water of wells and springs
and the taste of roofs in the water of cisterns.
I am a dry man whose thirst is praise
of clouds, and whose mind is something of a cup.
My sweetness is to wake in the night
after days of dry heat, hearing the rain.

 

 

Enemies

If you are not to become a monster,
you must care what they think.
If you care what they think,

how will you not hate them,
and so become a monster
of the opposite kind? From where then

is love to come—love for your enemy
that is the way of liberty?
From forgiveness. Forgiven, they go

free of you, and you of them;
they are to you as sunlight
on a green branch. You must not

think of them again, except
as monsters like yourself,
pitiable because unforgiving.

 

 1798765-336a6cb4403c2721eb7030de8a1b00da.jpg
Wendell Berry (Henry County, 5 augustus 1934)

 

 

Onafhankelijk van geboortdata

De Nederlandse dichter René Puthaar werd geboren in Deventer in 1964. Zie ook alle tags voor René Puthaar op dit blog.

 

Het zijn de automaten van de nacht

Het zijn de automaten van de nacht.
Een zender die frequenties zoekt, zomaar
een stem, het suizen van een stegennet
waarin het craquelé van angstkreten,
luchtdicht verpakt, het kinderlijk gejank
van katten, asfalt lispelend onder
een man die omvalt en naar adem snakt.

Gekrabbeld, dat ik in het gras de zon
trotseerde en alles wat zweefde zocht,
ontsnapt en al ontwijkend in het licht

en niets meer zag, maar af en toe gerucht
hoorde dat iets van reuzenvleugels had,
standvastig wentelend terwijl ik lag.

Een inktpatroon, de zwarte schittering
van water, in de straat een oude kluis
die gapend op een vroege vogel wacht,
de schaduwen van wat geslecht kan zijn
en in het raam, verraden door de lamp,
een hoofd waarvan de holen niemand zien.
Het zijn de automaten van de nacht

 

 1798765-0c57a13d126bdd95069be89d1cbac547.jpg
René Puthaar (Deventer, 1964)

 

 

Zie voor de schrijvers van de 5e augustus ook mijn blog van 5 augustus 2012 en ook mijn blog van 5 augustus 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 17:18 Reageer op dit bericht

Dolce far niente, Kees van Beijnum, Rutger Kopland, Rudi van Dantzig, Percy Bysshe Shelley, Liao Yiwu

 

Dolce far niente

 

 1798461-14bb9f2a4013ce78747e37e1f400860e.jpg
De Oudezijds Kapel aan de Zeedijk door Cornelis Springer, 1880

 

Uit: Dichter op de zeedijk

“Het grootste deel van zijn leven had Constant Wegman onder het biljart doorgebracht. Daar, in dat schemerige hol, bereikten de stemmen en de muziek hem als het holle gerommel van een schelp. Soms versmolten de mannen en vrouwen in het café voor zijn ogen tot een groot, drinkend, grommend en rokend wezen met tientallen koppen en handen die hun best deden de dorst van het monster te lessen. Een andere keer, zoals nu, trok juist een enkel paar benen zijn aandacht; de bedachtzame wijze waarop ze voor zijn hol langs schoven maakte hem onrustig, zonder dat hij precies begreep waarom.
(…)

Zijn grootmoeder belde vanaf de paardenkoers, een avondkoers in de buurt van Den Haag, om te vertellen, zeg maar gerust in zijn oor te brullen, dat ze samen met Gijs van Mexico City de ‘doorslag van haar leven’ had gehad. Ze was nogal opgewonden, struikelde over haar woorden. Het kostte hem moeite om uit het warrige verhaal over inzetten, startnummers, een op de baan debuterende merrie die Tosca M heette en een tipgever met de naam Drosse of Drossel af te leiden dat ze veertienduizend gulden had gewonnen. Ze was in de zevende hemel, zei ze, en moest het gewoon even aan hem kwijt. Hij vermoede dat zij die zevende hemel niet op eigen kracht had bereikt. Zo te horen had de brandewijn haar een eindje op weg geholpen.
‘Veertienduizend gulden,’ herhaalde ze. ‘We gaan van de week een bootje voor je kopen. Hoe lijkt je dat?
Hij wist geen boe of ba te zeggen.
‘Hoor je me,’ schreeuwde ze, ‘een bootje.’
‘Ja, ja,’ zei hij, ‘een bootje. Geweldig!
‘Het mooiste bootje van de gracht, voor mijn eigen jongen.’ Haar ademhaling stokte, na een seconde of wat volgde een diepe zucht. Hij meende te horen dat ze een slok nam. ‘Over drie kwartier is het hier afgelopen en dan komen we naar huis. Ga nog niet naar bed, blijf wachten tot ik er ben. Je hoeft morgen niet naar school . Ik wil jou en iedereen zien, dan maken we er nog een leuke avond van. Goed?’

 

 1798461-7a8c2abf4dd31f528c7771dfdf2e9d41.jpg
Kees van Beijnum (Amsterdam, 21 maart 1954)
Danshal, Zeedijk, Amsterdam door Isaac Israels ca.1892-1893

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Rutger Kopland (eig. Rutger Hendrik van den Hoofdakker) werd geboren in Goor op 4 augustus 1934. Zie ook mijn blog van 4 augustus 2010 en ook alle tags voor Rutger Kopland op dit blog.

 

Water

Als met water zelf, met de gedachte
spelen dat je ooit en eindelijk
zult weten wat het is.

Het is regen geweest, een rivier, een zee,
hier was het, hier heb ik het gezien

en zie ik water en weet niet wat het is.

 

 

Een lege plek om te blijven

Geef mij maar de brede, trage rivieren,
de bewegingen die je niet ziet maar vermoedt,
de drinkende wilgen, de zinloze dijken,
een doodstille stad aan de oever.

Geef mij maar de winter, het armoedige
landschap, de akker zonder het teken van
leven, de kracht van de krakende heide.

Geef mij maar de kat als hij kijkt voor
hij springt, om te vechten, te vluchten,
te paren, te jagen, als hij kijkt.

Geef mij maar een paard in galop, maar
op zijn zij in het gras. Geef mij

maar een vraag en geen antwoord.

 

 

Tuin II

Dit is het heden, ik zie het, ik zit hier:
voor het raam en zie het heden waarnaar
ik ben teruggekeerd, naar wat er altijd
geweest is - al die tijd waarin ik er niet was

er is niets gebeurd zegt de tuin in het raam
de bomen, de vogels, de zacht waaiende
struiken, het gras, het bleef allemaal zijn
wat het was, er is geen verleden hier
wat er gebeurde is deze tuin.

 

 1798461-2e8e591d09cbc260eaf3661936528c8f.jpg
Rutger Kopland (4 augustus 1934 – 11 juli 2012)

 

 

De Nederlandse choreograaf, balletdanser en schrijver Rudi van Dantzig werd geboren in Amsterdam op 4 augustus 1933. Zie ook alle tags voor Rudi van Dantzig op dit blog.

Uit: Herinneringen aan Sonia Gaskell

“De vrouw die ik gadesla loopt bij me vandaan, het einde van het korte huizenblok tegemoet. Ik zie haar op de rug. Ze beweegt zich noncha-lant, maar lijkt zich toch duidelijk van haar verschijning bewust te zijn. Een geïsoleerde figuur, ‘alleen’-heid uitstralend; een vrouw die niet lijkt te passen in deze straat, niet in deze buurt, niet in deze tijd. Maar waar is ze naar op weg, naar wie, wat gaat ze doen? Heeft ze hier, ergens in dit woonblok een familieleven, een gezin, een vriendenkring, of is ze bij toeval, of vergissing, in deze buurt beland? Ze zou, heel prozaïsch, op weg kunnen zijn naar een winkel, maar mogelijk posteert ze zich straks rustig op een tramhalte, of stapt ze iets verderop in een bus om weer te verdwijnen uit deze voornaam-nonchalante straat. Dat alles is mogelijk, maar terwijl ik haar zo gadesla lijkt geen enkele alledaagse handeling te passen of voor de hand te liggen bij de manier waarop ze zich voortbeweegt en gedraagt. Ze is een wandelend raadsel.
De vrouw heeft een lichte zomermantel losjes over haar schouders geslagen, de rok die ze draagt is van een dunne, soepele stof – het bo-vendeel van de rok sluit nauw om haar heupen, het onderste deel is wijd en waait bij vlagen wat omhoog; het toont een gebloemd patroon op een donkere ondergrond.
Ik kijk hoe ze haar lichaam beweegt, het hoofd licht naar het trottoir gebogen, alsof ze in gedachten is verzonken. Piekert ze over iets? Haar heupen zijn fors en zwaar, monumentaal bijna, als van een goed onder-houden raspaard, soepel en zelfbewust bewegend. Een tengere indruk maakt ze niet, eerder voluptuous.”

 

 1798461-a9559019d178019f520e857ff3d1423a.jpg
Rudi van Dantzig (4 augustus 1933 – 19 januari 2012)
Hier met de danser Clint Farha.(links)

           

 

De Engelse dichter Percy Bysshe Shelley werd op 4 augustus 1792 geboren in Field Place, Sussex. Zie ook alle tags voor Percy Bysshe Shelley op dit blog.

 

Ozymandias

I met a traveller from an antique land
Who said: `Two vast and trunkless legs of stone
Stand in the desert. Near them, on the sand,
Half sunk, a shattered visage lies, whose frown,
And wrinkled lip, and sneer of cold command,
Tell that its sculptor well those passions read
Which yet survive, stamped on these lifeless things,
The hand that mocked them and the heart that fed.
And on the pedestal these words appear --
"My name is Ozymandias, king of kings:
Look on my works, ye Mighty, and despair!"
Nothing beside remains. Round the decay
Of that colossal wreck, boundless and bare
The lone and level sands stretch far away.'

 

 

A Lament

O World! O Life! O Time!
On whose last steps I climb,
Trembling at that where I had stood before;
When will return the glory of your prime?
No more -Oh, never more!

Out of the day and night
A joy has taken flight:
Fresh spring, and summer, and winter hoar
Move my faint heart with grief, but with delight
No more -Oh, never more!

 


Good-night

Good-night? ah! no; the hour is ill
Which severs those it should unite;
Let us remain together still,
Then it will be good night.

How can I call the lone night good,
Though thy sweet wishes wing its flight?
Be it not said, thought, understood --
Then it will be -- good night.

To hearts which near each other move
From evening close to morning light,
The night is good; because, my love,
They never say good-night.

 

 1798461-001f0831cebbadfa93b9a45a2510ca10.jpg
Percy Bysshe Shelley (4 augustus 1792 – 8 juli 1822)
Percy Bysshe Shelley Memorial in Oxford

 

 

De Chinese schrijver , journalist , musicus en dichter Liao Yiwu (ook bekend als Lao Wei) werd geboren op 4 augustus 1958. Zie ook alle tags voor Liao Yiwu op dit blog.

Uit: Voices from the Bottom Rung of Society (The Public Toilet Manager)

“Grandpa Zhou has handled human waste for almost all his life, first as an employee of the state in charge of cleaning public toilets and now as an independent toilet manager under contract with the city government of Chengdu to manage a large public toilet in the northwestern part of the city. “It’s serious business,” says Grandpa Zhou. He’s about seventy years old, but he looks pretty energetic.
I had known of Grandpa Zhou for quite some time. His toilet stands almost next door to my mother’s teahouse. But we were simply nodding acquaintances. One night I summoned up enough courage to get over my concerns about losing my social status as an intellectual and started a conversation with him.
GRANDPA ZHOU
Are you coming in to use the toilet or not? It’s already past midnight. Based on our rules I need to charge you extra. How else can I pay my taxes to the city’s Environment and Hygiene Department? But since you’re a regular client, I’ll waive the extra charge.
LIAO YIWU
I’m not here to use the toilet. I want to take you out for tea.
ZHOU
You don’t have to bother. I’m only a public toilet guard.
LIAO
Let’s go over to the teahouse, Grandpa Zhou.
ZHOU
You’re too nice. Is your mom’s teahouse still open? Actually, the more her customers drink, the better for my business. When their bladders are full they come to my place. It’s mutually beneficial.”

 

 1798461-0aacd0ac9327eb06d81bcb48f4d6ee08.jpg
Liao Yiwu (Sichuan, 4 augustus 1958)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 4e augustus ook mijn blog van 4 augustus 2013 en ook mijn blog van 4 augustus 2011 deel 1 en ook deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 17:19 Reageer op dit bericht

Frouke Arns

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Nederlandse dichteres, schrijfster en vertaalster Frouke Arns werd geboren in 1964 in Handorf in Duitsland. Zij groeide tweetalig op en studeerde Engelse Taal- en Letterkunde in Nijmegen. Haar gedichten werden gepubliceerd in diverse Nederlandse en Vlaamse tijdschriften, kranten en verzamelbundels, zoals Het Liegend Konijn, de Poëziekrant, Schrijven Magazine Het Parool en NRC next . Frouke viel met haar werk meermalen in de prijzen. Zo won ze onder andere de Meander Dichtersprijs, de literaire prijs van de Stad Harelbeke , de Rinke Tolman Poëzieprijs en de jury- en publieksprijs van de Nijmeegse editie van Aan het woord! In 2011 won ze met een kort verhaal de Literaire Prijs van de provincie Gelderland. In 2013 verscheen haar debuutbundel ‘Mensen die je misschien kent’ bij uitgeverij Marmer. Twee van haar gedichten zijn opgenomen in de bundel ‘De 100 beste gedichten’ voor de VSB-poëzieprijs. Frouke treedt regelmatig op; ze was ze te zien op Onbederf’lijk Vers, Dichters in de Prinsentuin, het Wintertuinfestival, het Boekenfeest en het Gedichtenbal. In 2015 werd zij stadsdichter van Nijmegen.

 

Vergeten groente

Hij is een man van eindeloze jaren,
hoofd vol buitelende beelden,
lichaam vol geschiedenis.
Elke nacht zit de oorlog aan zijn bed
om te horen of hij niets vergeten is.

Het kraken van de schorseneren
klinkt oorverdovend in zijn mond.
Hij luistert naar de regen op zijn zonne-
panelen en ’s avonds ligt hij dwars
in bed. Alsof ze er nog is.

Hij schuifelt door zijn dagen en houdt zich
wankel vast aan alles wat hem niet ontviel.
Zijn vrienden gingen hem al voor.
Soms gebruikt hij ‘s middags pas
zijn stem.

 

 

hotspot

je kunt met lettervermicelli uit de soep
vertellen hoe hier op romeinse resten
een stiefselkeet uit as herrees

hoe een fabriek de wijk nam en alles veranderde
aan de lopende band; de ketels verdampten
net als de jongens en meiden met witte mutsjes

hoe achter deze muren nieuwe mensen nu
de handen uit de mouwen steken, hoe het bruist
in dit complex van dromen en bedrijvigheid

je kunt, als deze woorden straks gesloopt zijn
en hier een toekomst huizenhoog verrijst, steeds
opnieuw de verhalen niet verloren laten gaan

 

 2057009-2e730c57402b844b5bfc1762ae63c794.jpg
Frouke Arns (Handorf, 1964)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Jojo Moyes

De Britse schrijfster en journaliste Jojo Moyes werd geboren op 4 augustus 1969 in Londen. Zij groeide op als enig komd van gescheiden ouders. Zij werkte na de middelbare school in diverse beroepen voordat zij zowel aan Bedford College als aan Royal Holloway, allebei Colleges van de University of London sociologie ging studeren. Met een studiebeurs gefinancierd door The Independent, die ze ontving in 1992, was ze uiteindelijk in staat om succesvol te journalistiek te studeren aan de City University in Londen. Met de uitzondering van een jaar in 1994, in Hong Kong schrijvend voor de Sunday Morning Post, werkte Moyes werkte vervolgens bijna tien jaar bij The Independent in verschillende functies. Met de roman “Sheltering Rain” debuteerde Moyes 2002 als schrijfster. Voortaan concentreerde ze zich volledig op het schrijven en was zij slechts sporadisch actief als columniste, waaronder voor The Daily Telegraph. Met haar tweede roman “Foreign Fruit” won ze haar eerste Romantic Novel of the Year Award van de Britse Romantic Novelists' Association. In 2011 ontving zij de prijs voor de tweede keer, iets wat weinig schrijvers gelukt is, en wel voor de roman “The Last Letter From Your Lover”. Haar grootste succes tot nu toe was echter de roman “Me Before You” uit 2012. Het boek werd in meer dan 31 talen vertaald. Filmstudio MGM kocht in januari 2013 de filmrechten voor “Me Before You” jaar. Moyes verzet zich tegen de betiteling van haar werk als Chicklit.

Uit: Me Before You

“When he emerges from the bathroom she is awake, propped up against the pillows and flicking through the travel brochures that were beside his bed. She is wearing one of his T-shirts, and her long hair is tousled in a way that prompts reflexive thoughts of the previous night. He stands there, enjoying the brief flashback, rubbing the water from his hair with a towel.
She looks up from a brochure and pouts. She is probably slightly too old to pout, but they've been going out a short enough time for it still to be cute.
"Do we really have to do something that involves trekking up mountains, or hanging over ravines? It's our first proper holiday together, and there is literally not one single trip in these that doesn't involve either throwing yourself off something or"—she pretends to shudder—"wearing fleece."
She throws them down on the bed, stretches her caramel-colored arms above her head. Her voice is husky, testament to their missed hours of sleep. "How about a luxury spa in Bali? We could lie around on the sand . . . spend hours being pampered . . . long relaxing nights . . ."
"I can't do those sorts of holidays. I need to be doing something."
"Like throwing yourself out of airplanes."
"Don't knock it till you've tried it."
She pulls a face. "If it's all the same to you, I think I'll stick with knocking it."
His shirt is faintly damp against his skin. He runs a comb through his hair and switches on his mobile phone, wincing at the list of messages that immediately pushes its way through to the little screen.
"Right," he says. "Got to go. Help yourself to breakfast." He leans over the bed to kiss her. She smells warm and perfumed and deeply sexy. He inhales the scent from the back of her hair, and briefly loses his train of thought as she wraps her arms around his neck, pulling him down toward the bed.
"Are we still going away this weekend?"
He extricates himself reluctantly. "Depends what happens on this deal. It's all a bit up in the air at the moment. There's still a possibility I might have to be in New York. Nice dinner somewhere Thursday, either way? Your choice of restaurant." His motorbike leathers are on the back of the door, and he reaches for them.”

 

 1830161-ea43902ffe8aff1b2f86358e579a391c.jpg
Jojo Moyes (Londen, 4 augustus 1969)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Dolce far niente, Anna Enquist, Rupert Brooke, Radek Knapp, P. D. James, Marica Bodrozic, Leon Uris

 

Dolce far niente

 

 1798087-9ca0dfc798d5cb0799a1c2a26603c8f3.jpg
Gezicht op het Centraal Station en het IJ door Jan Korthals, 1966

 

 

MONUMENT

'Deze metro gaat richting Centraal Station'
Het galmt. Mijn kleinzoon straalt. 'Oma,
ze zeggen het!' Het brandpunt van zijn wereld
ligt aan 't IJ. Roltrap. We stijgen op.

Hoofd in zijn korte nek, hand in mijn hand.
De treinen, trams, de bussen. Kleurige stenen,
torens met hun klokken, beelden en gouden slingers
aan de wand. Zo wordt de glorie van de stad

zijn hersens in geprent. Ik zie een pronkend
bouwsel dat de vluchtweg naar het water bruut
blokkeert. Sloopkogel, bomkanon? Kijk naar
zijn glad gezicht, aanvaard dit monument.

 

 1798087-5514cd9f25560459e419d7d29c7306be.JPG
Anna Enquist (Amsterdam, 19 juli 1945)
Het IJ bij het centraal station Amsterdam door Cornelis de Bruin (1870 – 1940)
Anna Enquist is momenteel stadsdichter van Amsterdam

 

 

 

De Britse dichter Rupert Brooke werd geboren in Rugby, Engeland, op 3 augustus 1887. Zie ook mijn blog van 3 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Rupert Brooke op dit blog.

 

Het begin

Eens zal ik opstaan, weg van vrienden gaan
en jou gaan zoeken tot de grens van ons bestaan,
jou die ik steeds de mooiste vond,
(geur van je haren, zachtheid van je mond)
de enige die ‘k destijds heb aanbeden.
Mijn voeten dragen mij naar dat verleden,
hoewel verzuurde jaren, en hun pijn
jou anders maakten. Maar toch zal ik weten
(hoe kan ik wie ik liefhad ooit vergeten?)
hoe jij er uitzag in de schemering,
je oog dat nog een laatste lichtstraal ving.
En vind ik jou dan in dat laatste land,
dan grijp ik woordeloos je hand,
kijk naar je leeftijd en je grijze haren,
vervloek wie jij eens was in vroeger jaren,
want alles is veranderd, bleek en oud
(je lippen waren rood, je haar was goud!).
Ik hield van jou toen jij zo wijs niet was,
de vlam van jeugd nog in je ogen las,
˗mijn hart is ziek om alles wat eens was.

 

Vertaald door Fred van Enske

 

Safety
 
Dear! of all happy in the hour, most blest
He who has found our hid security,
Assured in the dark tides of the world at rest,
 
And heard our word, ‘Who is so safe as we?’
We have found safety with all things undying,
The winds, and morning, tears of men and mirth,
The deep night, and birds singing, and clouds flying,
And sleep, and freedom, and the autumnal earth.
We have built a house that is not for Time's throwing.
We have gained a peace unshaken by pain for ever.
War knows no power. Safe shall be my going,
Secretly armed against all death's endeavour;
Safe though all safety's lost; safe where men fall;
And if these poor limbs die, safest of all.

 


Veiligheid
 
Lief! 't zaligst is van wie gelukkig zijn
hij, die in 's werelds wee de heimlijkheid
van onze rust vond, onze zekerheid,
en hoorde' ons woord; ‘Wie kan zóó veilig zijn?’
Wij leven veilig in de eeuw'ge dingen:
de wind, de morgen, menschenlach en traan,
de nacht, jagende wolken, vogelzingen,
slaap, vrijheid en de herfstelijke maan.
 
't Huis dat wij bouwden kan de Tijd niet sloopen.
Wij wonnen vreê, voor altijd onaantastbaar.
Oorlog is machtloos; zie mijn veilig loopen,
gij Dood, heimlijk bewapend, ongenaakbaar;
veilig temidde' onveiligheid. Als 'k val,
als dit arm lichaam sterft, 't veiligst van al.

 

Vertaald door Johan de Molenaar

 

 1798087-53b4131ad9606fd5cffb60968ba78868.jpg
Rupert Brooke (3 augustus 1887 – 23 april 1915)
Beeld op Skyros, getiteld "aan de eeuwige poëzie" ter herinnering aan Rupert Brooke

 

 

De Pools-Oostenrijkse schrijver Radek Knapp werd geboren op 3 augustus 1964 in Warschau. Zie ook alle tags voor Radek Knapp op dit blog.

Uit: Herrn Kukas Empfehlungen

„Herr Kuka hatte recht. Uns Ostler faszinieren Dinge, die nicht in den Reiseführern stehen. Als unser Bus zwei Stunden später in Wien einfuhr, stach mir als erstes die Sauberkeit ins Auge. Dabei bin ich kein Sauberkeitsfanatiker wie meine Mutter, die jedem neuen Besen einen menschlichen Namen gibt, aber auf der Straße lag nichts, nicht einmal ein zufällig fallen gelassenes Papiertaschentuch. Als wäre gerade vor einem Moment ein riesiger Staubsauger vorbeigefahren und hätte alles, was nicht niet- und nagelfest war, in sich aufgesaugt.
Als nächstes fielen mit die Bäume auf, die entlang der Straße wuchsen. Sie waren gerade wie Laternen, und um jeden Baum herum war im Asphalt fein säuberlich ein Quadrat ausgeschnitten, in dem Erde und Dünger lagen, damit sich der Baum fühlte, als sei er im Wald. Daß aber diese Bäume nie einen Wald gesehen hatten, merkte man allein an ihren Ästen. Sie standen im rechten Winkel vom Stamm, was so ungefähr jedem Naturgesetz widersprach. Dafür aber fügten sie sich ideal in die allgemeine Symmetiie der Häuser, Schilder und Litfaßsäulen.“

 

 1798087-f3843ccc12ac5eab6c4608e9ceb2b9df.jpg
Radek Knapp (Warschau, 3 augustus 1964)

 

 

De Engelse schrijfster P. D. James (eig. Phyllis Dorothy James) werd geboren op 3 August 1920 in Oxford. Zie ook alle tags voor P. D. James op dit blog.

Uit: Death Comes to Pemberley

“It was generally agreed by the female residents of Meryton that Mr. and Mrs. Bennet of Longbourn had been fortunate in the disposal in marriage of four of their five daughters. Meryton, a small market town in Hertfordshire, is not on the route of any tours of pleasure, having neither beauty of setting nor a distinguished history, while its only great house, Netherfield Park, although impressive, is not mentioned in books about the county's notable architecture. The town has an assembly room where dances are regularly held but no theatre, and the chief entertainment takes place in private houses where the boredom of dinner parties and whist tables, always with the same company, is relieved by gossip.
A family of five unmarried daughters is sure of attracting the sympathetic concern of all their neighbours, particularly where other diversions are few, and the situation of the Bennets was especially unfortunate. In the absence of a male heir, Mr. Bennet's estate was entailed on his nephew, the Reverend William Collins, who, as Mrs. Bennet was fond of loudly lamenting, could turn her and her daughters out of the house before her husband was cold in his grave. Admittedly, Mr. Collins had attempted to make such redress as lay in his power. At some inconvenience to himself, but with the approval of his formidable patroness Lady Catherine de Bourgh, he had left his parish at Hunsford in Kent to visit the Bennets with the charitable intention of selecting a bride from the five daughters. This intention was received by Mrs. Bennet with enthusiastic approval but she warned him that Miss Bennet, the eldest, was likely to be shortly engaged. His choice of Elizabeth, the second in seniority and beauty, had met with a resolute rejection and he had been obliged to seek a more sympathetic response to his pleading from Elizabeth's friend Miss Charlotte Lucas. Miss Lucas had accepted his proposal with gratifying alacrity and the future which Mrs. Bennet and her daughters could expect was settled, not altogether to the general regret of their neighbours.”

 

 1798087-c823f4b4e6040c0ff68c0a8a27a31dbb.jpg
P. D. James (3 augustus 1920 -27 November 2014)

 

 

De Duitse dichteres en schrijfster Marica Bodro¸ić werd geboren op 3 augustus 1973 in Zadvarje in het toenmalige Joegoslavië. Zie ook mijn blog van 3 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Marica Bodro¸ić op dit blog.

Uit:Mein weißer Frieden

“Das Leben ist eine Reise, die sich selbst überschreibt, jeder Gedanke, jede Empfindung ist ein neuer Weg, der den eigenen Kern freilegt und die Sinne ver feinert. In Bewegung zu sein, das war, in der Obhut des Südens, schon in frühester Kindheit ein natürlicher Zustand für mich. Auch jetzt, auf meiner Reise zurück zum Kern des Kerns, zu jenen Landschaften, Orten und Menschen, die mich geprägt, geformt, geknetet und geliebt haben, erscheint mir nichts so normal wie das Unterwegssein zu i hnen. Jedes Mal, wenn ich einen Koffer packe, spricht aber auch die Erinnerung mit, sie weiß um Krieg und Frieden, um Glück und Unglück, ist immer die stille Mitschreiberin. Auf allen Umwegen, die meine Wege sind, arbeitet sie der inneren Zeit zu. Es ergeben sich dabei neue Kreise, innere und äußere Ränder eines Lebenslabyrinths, die sich an Stellen miteinander berühren, an denen ich es am wenigsten erwarte, wie damals in der Kindheit, als mein Vater mir die Sterne erklärte.
Das Kreuz des Südens, sagte er, und seine Hand zeigte ehrfurchtsvoll nach oben, es liegt inmitten des hellen Bandes der Milchstraße und beschützt uns hier unten. Dich und mich, fragte ich, oder die ganze Erde? Er nickte, sagte, alles, dich und mich, unseren Planeten, den Mandel- und den Walnussbaum, die Maulbeere, den Hof, das Pferd, die Garage, den geräucherten Schinken, den Esel (den ganz besonders), die Katzen und die Hühner und deine Tante Anastazija, ihre Träume, wenn sie schläft. Das bewegte jede Faser in mir. Auch wenn das Kreuz des Südens nicht zu sehen war, hatten meine Augen ein neues Ziel. Mein Körper hatte einen neuen Ort. Meine Vorstellungskraft hatte eine neue Heimat. Das ganze Universum, die kosmische Melancholie, sie gehörte jetzt mir wie das Maiwetter, wie Heiligabend, die Wolken, das »Vater Unser« an den Sonntagen. Mit der Vorstellungskraft kamen aber auch die Fragen in meinen Kopf. Die Schönheit der nie zu Ende erklärten Lücken hat mich stets zu neuen Erkundungen geführt.“

 

 1798087-57727354b85723fa1045f2a9603cd0e6.jpg
Marica Bodro¸ić (Zadvarje, 3 augustus 1973)

 

 

De Duitse dichter Mirko Wenig werd geboren op 3 augustus 1977 in Gera. Zie ook mijn blog van 3 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Mirko Wenig op dit blog.

 

Ein Dorf

Ein Dorf: hier ist die Erde
eine Scheibe & der Mensch droht
über den Rand zu kippen.

Ein Dorf, & wieder zweifelst du:
ist diese Erde rund?
Muh Muh, du hast vier Ecken.

Ein schwarzes Pferd steht quer im Kopf,
der Schwanz zeigt steil gen Osten. Die Sonne
ist ein Strohhut, der Fisch
am Schweif der Angel.

Ein junger Hund liegt ausgestreckt,
wo Stirn & Moos, wo Bauch
& Ufer rücklings lauern.
Links rechts schlingern die Ohren,

geflochten ins Ruder, in
Hals- und Nasenströmungen.
Wau Wau, mein lieber Schwan,
Flussauf, Schluck
R   
 U  
  N
 T  
  E
 R
   !  

 

 1798087-3ceb12c4c994447a9097c697e43a9e5c.jpg
Mirko Wenig (Gera, 3 augustus 1977)

 

 

De Amerikaanse schrijver Leon Uris werd geboren in Baltimore op 3 augustus 1924. Zie ook mijn blog van 3 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Leon Uris op dit blog.

Uit: Exodus

“Mark leaned against the counter and sipped a steaming cup of black coffee … “Welcome to Cyprus … welcome to Cyprus” … he couldn’t for the life of him remember.
“Say!” a voice boomed out. “I thought I recognized you on the plane. You’re Mark Parker! I bet you don’t remember me.”
Fill in one of the following, Mark thought. It was: Rome, Paris, London, Madrid (and match carefully); Jose’s Bar, James’s Pub, Jacques’s Hideaway, Joe’s Joint. At the time I was covering: war, revolution, insurrection. That particular night I had a: blonde, brunette, redhead (or maybe that broad with two heads).
The man stood nose to nose with Mark, gushing on all eight cylinders now. “I was the guy who ordered a martini and they didn’t have orange bitters. Now do you remember me?” Mark sighed, sipped some coffee, and braced for another onslaught. “I know you hear this all the time but I really enjoy reading your columns. Say, what are you doing in Cyprus?” The man then winked and jabbed Mark in the ribs. “Something hush-hush, I bet. Why don’t we get together for a drink? I’m staying at the Palace in Nicosia.” A business card was slapped into Mark’s hand. “Got a few connections here, too.” The man winked again.
“Oh, Mr. Parker. Your car is ready.”
Mark put the cup down on the counter. “Nice seeing you again,” he said, and walked out quickly. As he departed he dropped the business card into a trash basket."

 

 1798087-18b568f12518e0117d29c41cfdfffcfa.jpg
Leon Uris (3 augustus 1924 – 21 juni 2003)
Scene uit de film “Exodus” uit 1960 met o.a. Sal Mineo en Jill Hayworth

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e augustus ook mijn blog van 3 augustus 2013 en ook mijn blog van 3 augustus 2012 en eveneens mijn blog van 3 augustus 2011 deel 2.

Geschreven door Romenu om 17:05 Reageer op dit bericht

Leo J. Kryn

De Vlaamse schrijver, uitgever en boekhandelaar Leo Jan-Baptist Kryn werd geboren in Antwerpen op 3 augustus 1878. Na de humaniora te hebben doorlopen aan het Koninklijk Atheneum in Antwerpen, waar hij onder meer Pol De Mont als leraar had, werd hij bediende bij De Nederlandsche Boekhandel. Hij werd bevriend met heel wat jonge schrijvers en kunstenaars, onder meer met Willem Elsschot. In 1901 verhuisde hij naar Brussel en opende er in 1904 de eerste volledig Nederlandstalige boekhandel onder de naam De Vlaamsche Boekhandel. Hij werd ook uitgever en publiceerde werk van onder meer Lodewijk De Raet, Lodewijk Dosfel en Frank Baur. In 1914 vluchtte hij naar Engeland met zijn Engelse vrouw Katie Dickinson (1874-1954). Na zijn terugkeer stichtte hij de uitgeverij Onze Tijd. Hij gaf onder meer de eerste Nederlandse uitgave uit van de Belgische Grondwet. Hij publiceerde ook enkele fantastische verhalen waarvan hij de auteur was. In 1929 was hij medeoprichter van de Vereniging ter Bevordering van het Vlaamse Boekwezen. Hij was er van 1931 tot aan zijn dood de voorzitter van. Hij was van 1929 tot 1940 ook redacteur bij het Beknopt Verslag van de Belgische Senaat. Na zijn dood werd zijn uitgeverij overgenomen door Angèle Manteau. Zij stichtte, samen met Katie Dickinson, in 1942 de Leo J. Krynprijs voor literatuur.

 Uit: De man met den baard

“Zoowat dertig, veertig jaar geleden, woonde er te Antwerpen een man, en die had een baard. Maar
't was geen gewone baard zoo-als men er dagelijks zag: het was een heele fijne, een heel bijzondere, een hoogst fatsoenlijke baard.
Het is dus zeer natuurlijk dat iedereen dien man bewonderde, hem en zijn baard, dat de vrouwen verliefd naar hem keken en de mannen hem benijdden. Velen dezer laatsten hadden dan ook hun onbenullige baardjes laten afscheren bij het zien van dien glorierijken baard; en vele vrouwen hadden den lust gevoeld den Man om den hals to vliegen, zoo midden op straat, zijn baard te kussen en met volle handen te woelen~ in het gouden haar.
Het was den Man aan te zien dat hij volkomen bewust was van de gevoelens die hij in de harten van anderen deed ontvlammen, want hij wandelde altijd fier en erg voornaam, zijn baard wuivend voor zich uitdrijvend. Grootmoedig, ietwat beschermend en aanmoedigend, zag hij veer op de vele vrouwen en meisjes die hem lonkend voorbij gingen; maar zijn glimlach bleef altijd statig, zoo-als dat paste aan een man met zoo'n baard.
Toentertijd woonden er ook twee tooverheksen in Antwerpen. De eerste van die twee woonde in een groot huis met dubbele koetspoort in de Huidevettersstraat, en daar ontving zij haar talrijke aanbidders. Zij was niet mooi, maar door haar helsche middelen gelukte zij erin zich te doen liefhebben door al wie in haar behagen stond. En nu had zij besloten het hart van den Man met den Baard te winnen, en het spreekt vanzelf dat dit haar moest gelukken, vermits zij een tooverheks was.
Maar onder al de meisjes die op den Man met den Baard verliefd geraakten, was er een dat al gedaan had wat welvoeglijklaeidshalve kon gedaan worden om de aandacht van den grooten Man te trekken. Maar zij slaagde niet. Hij was toch zoo gewoon dat alle vrouwen naar hem opkeken als naar een god, dat er waarlijk geen reden was waarom hij meer zou gelet hebben op de smachtende, doch eerbiedige blikken van deze juffrouw.”

 

 1835442-f42c834abd358053fe0f2ec6ffcb6d2e.jpg
Leo J. Kryn (3 augustus 1878 - 4 april 1940)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Dolce far niente, Albert Verwey, James Baldwin, Isabel Allende, Philippe Soupault

 

Dolce far niente

 

 1797732-75b3c5aa978c6ac20a4dfb9ed3eef30e.jpg
Zeelandschap in de morgen, Simon de Vlieger, 1640-45

 

 

De Noordzee

De Noordzee doet zijn gore golven dreunen
En laat ze op 't strand in lange lijnen breken.
Zijn voorjaarswater marmren groene streken
En schuim en zwart waaronder schelpen kreunen

Zie van 't balkon mij naar den einder leunen
Met ogen die sinds lang zo wijd niet keken:
Een droom in 't hart is me eer ik 't wist ontweken
En 't oog wil buiten me op iets komends steunen.

Hoe ben ik altijd weer vervuld, verlaten:
Vervuld van liefde en hoop en schoon geloven;
Verlaten als mijn dromen mij begeven.

Maar dan komt, o Natuur, langs alle straten,
Uw kracht, uw groei, uw dreiging, uw beloven -
Hoe klopt mijn hart van nieuw, van eeuwig leven.

 

 1797732-b3b0c92fb4144172cf23337a02969e64.jpg
Albert Verwey (15 mei 1865 - 8 maart 1937)
Zicht op de Montelbaanstoren te Amsterdam, gezien vanaf de Sint Antoniesluis
door Cornelis Vreedenburgh, 1920. Verwey werd geboren in Amsterdam

 

 

 

De Amerikaanse schrijver James Baldwin werd op 2 augustus 1924 in Harlem, New York, geboren. Zie ook mijn blog van 2 augustus 2010 en eveneens alle tags voor James Baldwin op dit blog.

Uit: Go Tell It on the Mountain

“The morning of that day, as Gabriel rose and started out to work, the sky was low and nearly black and the air too thick to breath. Late in the afternoon the wind rose, the skies opened, and the rain came. The rain came down as though once more in Heaven the Lord had been persuaded of the good uses of a flood. It drove before it the bowed wanderer, clapped children into houses, licked with fearful anger against the high, strong wall, and the wall of the lean-to, and the wall of the cabin, beat against the bark and the leaves of trees, trampled the broad grass, and broke the neck of the flower. The world turned dark, forever, everywhere, and windows ran as though their glass panes bore all the tears of eternity, threatening at every instant to shatter inward against this force, uncontrollable, so abruptly visited on the earth.”
(…)

“Yes, he had heard it all his life, but it was only now that his ears were opened to this sound that came from darkness, that could only come from darkness, that yet bore such sure witness to the glory of the light. And now in his moaning, and so far from any help, he heard it in himself--it rose from his bleeding, his cracked-open heart. It was a sound of rage and weeping which filled the grave, rage and weeping from time set free, but bound now in eternity; rage that had no language, weeping with no voice--which yet spoke now, to John's startled soul, of boundless melancholy, of the bitterest patience, and the longest night; of the deepest water, the strongest chains, the most cruel lash; of humility most wretched, the dungeon most absolute, of love's bed defiled, and birth dishonored, and most bloody, unspeakable, sudden death. Yes, the darkness hummed with murder: the body in the water, the body in the fire, the body on the tree. John looked down the line of these armies of darkness, army upon army, and his soul whispered: Who are these? Who are they? And wondered: Where shall I go?”

 

 1797732-61260f3c60849e77828a287c9ec91e99.jpg
James Baldwin (2 augustus 1924 – 1 december 1987)
Fotoportret door Carl Van Vechten, 1955

 

 

De Chileense schrijfster Isabel Allende werd geboren in Lima op 2 augustus 1942. Zie ook alle tags voor Isabel Allende op dit blog en ook mijn blog van 2 augustus 2010.

Uit: Paula

“Nothing had prepared my mother for motherhood. In those days, such matters were discussed in whispers before unwed girls, and Memé had given no thought to advising her about the libidinous preoccupations of the birds and the flowers because her soul floated on different planes, more intrigued with the translucence of apparitions than the gross realities of this world. Nevertheless, as soon as my mother sensed she was pregnant, she knew it would be a girl. She named her Isabel and established a dialogue that continues to the present day. Clinging to the creature developing in her womb, she tried to compensate for the loneliness of a woman who has chosen badly in love. She talked to me aloud, startling everyone who saw her carrying on as if hallucinating, and I suppose that I heard her and answered, although I have no memory of the intrauterine phase of my life.
My father had a taste for splendor. Ostentation had always been looked upon as a vice in Chile, where sobriety is a sign of refinement. In contrast, in Lima, the city of viceroys, swagger, and swash is considered stylish. Tomás installed himself in a house incommensurate with his position as second secretary in the embassy, surrounded himself with Indian servants, ordered a luxurious automobile from Detroit, and squandered money on parties, gaming, and yacht clubs, without anyone's being able to explain how he could afford such extravagances. In a short time he had managed to establish relations with the most illustrious members of Lima's political and social circles, had discovered the weaknesses of each, and, through his contracts, heard a number of indiscreet confidences, even a few state secrets. He became the indispensable element in Lima's revels. At the height of the war, he obtained the best whiskey, the purest cocaine, and the most obliging party girls; all doors opened to him. “

 

 1797732-5d7482eba900999994b58cada8381427.jpg
Isabel Allende (Lima, 2 augustus 1942)

 

 

De Franse dichter en schrijver Philippe Soupault werd geboren op 2 augustus 1897 in Chaville bij Parijs. Zie ook alle tags voor Philippe Soupault op dit blog en ook mijn blog van 2 augustus 2010.

 

Aux Assassins les mains pleines

Suis-je un assassin
Je n’ai qu’à fermer les yeux
pour m’emparer d’un revolver
ou d’une mitraillette
et je tire sur vous
vous tous qui passez près de moi

Je ferme les yeux
et je tire
à perdre haleine
de toute mes forces
et je vous atteins tous
connus et inconnus
tous sans exception

Je ne sais même pas si vous mourrez
je ne vous entends pas
je tire en fermant les yeux
et vous tombez sans un cri
et vous tombez nombreux comme des souris
comme des poux
je vous abats
car je tire dans le tas
vous n’avez même pas le temps de rire
je tue tous ceux qui se présentent
sans même savoir leurs noms
ni apercevoir leurs visages
je tue tout le monde sans distinction
La nuit m’appelle à l’affût
je n’ai même pas besoin de bouger
et toute la compagnie dégringole
je tue aussi un à un
ou deux par deux
selon les nuits
ou lorsqu’il fait très noir
mais je ne me tue jamais
j’écoute les coups de revolver
et je continue
je ne rate jamais personne
et je ne perds pas mon temps
je ne vois pas le sang couler
ni les gestes des moribonds
je n’ai pas de temps à perdre
je tire et vous mourez

 

 1797732-39daa079168c75da203068c406816634.jpg
Philippe Soupault (2 augustus 1897 – 12 maart 1990)
Portret door Robert Delaunay, 1922

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 2e augustus ook mijn blog van 2 augustus 2014 en ook mijn blog van 2 augustus 2012 en eveneens mijn blog van 2 augustus 2011 deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:00 Reageer op dit bericht

Kristine Bilkau

De Duitse schrijfster Kristine Bilkau werd geboren op 2 augustus 1974 in Hamburg, Zij studeerde geschiedenis in Hamburg en New Orleans. In 2008 was zij finaliste in de literaire competitie Open Mike in Berlijn. In 2009 ontving zij een beurs van de schrijverswerkplaats van het Literair Colloquium Berlin (LCB). In 2010 ontving zij een beurs van het kunstenaarsdorp Schöppingen. In 2013 kreeg zij de Hamburg Literatuurprijs. In het voorjaar van 2015 publiceerde ze haar eerste roman, "Die Glücklichen" en werd een van de meest succesvolle debutanten van het jaar. Bilkau ontving de Klaus-Michael Kuehne-prijs en de Franz-Tumler Literatuurprijs en werd genomineerd voor de aspekte-literatuurprijs.. Zij woont met haar gezin in Hamburg.

Uit:Die Glücklichen

“Es ist dunkel und der Abendverkehr schiebt sich langsam durch die Straße vor dem Haus, die Lichter der Autos schimmern hinter dem Plastikvorhang, die gesamte Außenwelt verschwimmt hinter der Plane und dem Baugerüst. Ein Zustand, der sie nicht son­ derlich stört, im Gegenteil, der gar nicht so schlecht ist, wie die Nachbarn finden, die im Treppenhaus nörgeln, wie lange denn noch. Die milchige Hülle macht die Wohnung zu einem verborgenen Raum, sie verbreitet ein Höhlenge­ fühl. Tagsüber filtert sie das Licht und lässt es geschwächt in die Zimmer, nachts ist sie wie ein schützender Man­ tel. Isabell stellt sich ihren Ahornbaum hinter dem Gerüst vor. Die feinen Anzeichen der Jahreswechsel bemerkt sie an ihm zuerst; wenn sich an den Zweigen Knospen bilden und Tage später hellgrüne Spitzen, wenn sich die Blätter rot und gelb färben und nach drei, vier stürmischen Näch­ ten die Äste kahl sind, und sie Georg mitteilen kann: Wir haben Frühling; bald ist Winter. Während sie die Plane be­ trachtet, sieht sie den Baum in all seinen Details vor sich. Das handtellergroße, gezackte Ahornblatt löst sich wie zu­ fällig von seinem Zweig und fällt langsam, kreiselnd, vom Wind getragen. Sie hat ihre Straße vor dem Auge, die Fas­ saden in Hellblau, Lindgrün und aufreizendem Himbeer­ rot mit weißen Ornamenten, nach und nach herausgeputzt während der letzten Jahre. Dazwischen, wie kümmerliche Provisorien, Häuser aus stadtschmutzigem Gelbklinker. Gegenüber die Hutmacherei und der Feinkostladen mit seinem Bistro, daneben das kleine Geschäft, in dem es überteuerte, schöne Dinge gibt: Rosenseife aus ­Portugal, Alpaka-Decken aus Norwegen, Strickpullis einer südfran­ zösischen Manufaktur. Die hohen Fenster des Yogastudios im ersten Stock, darin am späten Nachmittag die ­Umrisse der Körper, ihre synchronen Bewegungen im warmen Licht. Die Zweige der hochgewachsenen Bäume über den Dächern der parkenden Autos. Alles, ihr Zuhause.
Sie reißt einen kleinen Zettel in Hälften und beginnt zu schreiben.
Meine Hände werden nicht zittern.
Mit geschwungener Schrift notiert sie den Satz. Das Ganze hat etwas Lächerliches, Kindisches, aber sie kann nicht anders."

 

 1884732-ec6c6ff82e664653c8593df4063ae7fd.jpg
Kristine Bilkau (Hamburg, 2 augustus 1974)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Jussi Adler-Olsen

De Deense schrijver Carl Henry Valdemar Jussi Adler-Olsen werd geboren op 2 augustus 1950 in Kopenhagen. Jussi Adler-Olsen, zoon van een psychiater. Hij studeerde geneeskunde, sociologie, politicologie en geschiedenis en filmwetenschap en werkte in diverse functies, waaronder als Managing Director bij uitgeverijen, als redacteur en alscomponist. Vervolgens werkte hij als coördinator van het Deense vredesbeweging, in het bestuur van DK Technologies A / S in Kopenhagen en avn Solarstocc AG in Kempten. In 1997 verscheen zijn eerste thriller Alfabethuset die in Nederland als Het Alfabethuiswerd uitgebracht (2000) en dat veel bestsellerlijsten veroverde. Hetzelfde geldt voor zijn twee internationaal georiënteerde thrillers “And She Thanked the Gods” en “The Washington Decree”. De doorbraak in zijn geboorteland Denemarken kwam in 2007 met de roman “Kvinden i Buret” ("De vrouw in de kooi"), de eerste zaak voor Carl Mørck van de speciale afdeling Q. Sinds de verschijning van de bestseller Fasandræberne (“Defazantenmoordenaars”), de tweede aflevering van de serie rond Mørck wordt Adler-Olsen beschouwd als de best verkopende Deense misdaadschrijver. Zijn boeken zijn in meer dan 40 talen vertaald met een totale oplage van meer dan 10 miljoen exemplaren.
 

Uit:The Hanging Girl (Vertaald door William Frost)

“November 20th, 1997
She saw grey hues everywhere. Flickering shadows and gentle darkness covered her like a blanket and kept her warm.
In a dream, she had left her body, hovering in the air like a bird. No, even better, like a butterfly. Like a multicolored fluttering piece of art, put in the world only to spread happiness and wonder. Like a hovering being high up between heaven and earth whose magic dust could awaken the world to endless love and happiness.
She smiled at the thought. It was so beautiful and pure.
Now the ceaseless darkness above her fought with dim glints like distant stars. It felt good, almost like a pulse conducting the sound of wind and rustling leaves.
She couldn’t move at all but she didn’t want to anyway or she’d wake from the dream, and reality would suddenly kick in, and then the pain would come and who would want that?
Now a myriad of images appeared from life-giving times. Small glimpses of her and her brother hopping out over the sand dunes, parents shouting that they should stop. Stop!
Why was it always stop? Wasn’t it there in the dunes that she’d felt free for the first time?
She smiled as beautiful beams of light slid under her like streams of mareel. Not that she had ever seen the milky sea effect before, but it must be like that. Mareel or liquid gold in deep valleys.
Where was it she’d come to?
Wasn’t it a thought of freedom? Yes, that must be it because she’d never felt as free as she did just now. A butterfly that was simply its own master. Light and inquisitive with beautiful people around who didn’t tell her off. Creative hands in all directions, pushing her forward and only wishing the best for her. Songs that lifted her and which had never been sung before.
She sighed momentarily and smiled. Allowed her thoughts to take her everywhere and nowhere all at once.
Then she remembered school and the bike, the icy cold morning and not least her chattering teeth.
And just in that moment, when reality rushed in, and her heart finally gave up, she also remembered the crack when the car hit her, the sound of bones breaking, the branches of the tree that caught her, the meeting that . . .“

 

 1826900-a2825194abe5e018d92bb189643df950.jpg
Jussi Adler-Olsen (Kopenhagen, 2 augustus 1950)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Ernest Dowson

De Engelse dichter Ernest Christopher Dowson werd geboren op 2 augustus 1867 in Lee, een wijk in het zuidoosten van Londen. Zijn kinderjaren en jeugd bracht Ernest Dowsen voornamelijk buiten Engeland door. Zijn vader woonde voornamelijk in Frankrijk en aan de Riviera. In 1886 ging hij naar het Queen's College, Oxford, waar hij ongeveer anderhalf jaar studeerde en vertrok vervolgens naar Londen. Met uitzondering van zijn laatste levensjaren bracht hij het grootste deel van zijn tijd in Frankrijk door. Dowson overleed op 23 februari 1900 in Catfort (zuidoostelijk deel van Londen). Hij werd begraven op de rooms-katholieke begraafplaats van Lewisham. Dowsons was een gesleten persoonlijkheid, het was een zachtaardige man, beleefd, elegant, onbaatzuchtig - aan de andere kant vaak onder invloed van alcohol ronduit krankzinnig en totaal onverantwoord. Zijn vader had hem een ​​oude dok in het Oosten van Londen nagelaten, waar hij in een vervallen huis woonde en een frequente gast in de vele kroegen aan de haven was. Dit leven in de pubs en arme wijken werd in Parijs, Dieppe en Brussel voortgezet. Toen zijn gezondheid verslechterde keerde hij terug naar Londen. In de laatste weken van zijn leven nam een vriend hem op in een slechte woning. In 1894, nadat zijn vader aan tuberculose was overleden en zijn moeder zich had opgehangen, bekeerde hij zich tot het katholicisme, - Maar misschien was de aanleiding ook een ongelukkige liefdesaffaire. De liefde voor een meisje, waarvoor hij het grootste deel van zijn verzen schreef bleef onvervuld. Dowson heeft een klein poëtisch oeuvre nagelaten. In 1896 verscheen de kleine bundel “Verses”, in 1897 “The Pierrot of the minute : a dramatic phantasy in one act” en in 1899 “Decorations in Verse and Prose”. Naast deze gedichtbundels hij een klein bundel korte verhalen en ander proza. Samen met Arthur Moore schreef hij twee romans. Hij vertaalde « Pucelle » van Voltaire en van Choderlos de Laclos « Les Liaisons Dangereuses ». Aubrey Beardsley ïllustreerde Dowsons “The Pierrot of the minute”.  Dowson werd zeer gewaardeerd door Stefan George. Hij droeg zijn gedicht “Juli-Schwermut” aan hem op en vertaalde drie van zijn gedichten in het Duits. Arnold Schoenberg zette het gedicht “Séraphita” op muziek.

 

Non Sum Qualis Eram Bonae Sub Regno Cynarae

Last night, ah, yesternight, betwixt her lips and mine
There fell thy shadow, Cynara! thy breath was shed
Upon my soul between the kisses and the wine;
And I was desolate and sick of an old passion,
Yea, I was desolate and bowed my head:
I have been faithful to thee, Cynara! in my fashion.

All night upon mine heart I felt her warm heart beat,
Night-long within mine arms in love and sleep she lay;
Surely the kisses of her bought red mouth were sweet;
But I was desolate and sick of an old passion,
When I awoke and found the dawn was gray:
I have been faithful to thee, Cynara! in my fashion.

I have forgot much, Cynara! gone with the wind,
Flung roses, roses riotously with the throng,
Dancing, to put thy pale, lost lilies out of mind;
But I was desolate and sick of an old passion,
Yea, all the time, because the dance was long:
I have been faithful to thee, Cynara! in my fashion.

I cried for madder music and for stronger wine,
But when the feast is finished and the lamps expire,
Then falls thy shadow, Cynara! the night is thine;
And I am desolate and sick of an old passion,
Yea, hungry for the lips of my desire:
I have been faithful to thee, Cynara! in my fashion.

 

 

Seraphita

Come not before me now, O visionary face!
Me tempest-tost, and borne along life's passionate sea;
Troublous and dark and stormy though my passage be;
Not here and now may we commingle or embrace,
Lest the loud anguish of the waters should efface
The bright illumination of thy memory,
Which dominates the night; rest, far away from me,
In the serenity of thine abiding place!

But when the storm is highest, and the thunders blare,
And sea and sky are riven, O moon of all my night!
Stoop down but once in pity of my great despair,
And let thine hand, though over late to help, alight
But once upon my pale eyes and my drowning hair,
Before the great waves conquer in the last vain fight.

 

 

To One In Bedlam

With delicate, mad hands, behind his sordid bars,
Surely he hath his posies, which they tear and twine;
Those scentless wisps of straw, that miserably line
His strait, caged universe, whereat the dull world stares,

Pedant and pitiful. O, how his rapt gaze wars
With their stupidity! Know they what dreams divine
Lift his long, laughing reveries like enchanted wine,
And make his melancholy germane to the stars'?

O lamentable brother! if those pity thee,
Am I not fain of all thy lone eyes promise me;
Half a fool's kingdom, far from men who sow and reap,
All their days, vanity? Better than mortal flowers,
Thy moon-kissed roses seem: better than love or sleep,
The star-crowned solitude of thine oblivious hours!

 

 1808493-9f2e9144ef1844b70682f94ed6b5a2b1.jpg
Ernest Dowson (2 augustus 1867 – 23 februari 1900)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Dolce far niente, William Shakespeare, A. E. Housman, Friedrich Schiller, Gerrit Krol

 

Dolce far niente – Canal Parade

 

 1797373-89a267a25e1886e34b51bcc3ac3f7543.jpg
Gay Pride 2015, Amsterdam

 

 

Sonnet 104 - To me, fair friend, you never can be old

To me, fair friend, you never can be old,
For as you were when first your eye I ey'd,
Such seems your beauty still. Three winters cold,
Have from the forests shook three summers' pride,
Three beauteous springs to yellow autumn turn'd,
In process of the seasons have I seen,
Three April perfumes in three hot Junes burn'd,
Since first I saw you fresh, which yet are green.
Ah! yet doth beauty like a dial-hand,
Steal from his figure, and no pace perceiv'd;
So your sweet hue, which methinks still doth stand,
Hath motion, and mine eye may be deceiv'd:
For fear of which, hear this thou age unbred:
Ere you were born was beauty's summer dead.

 

 1797373-878365806d5b83d52e0ccae0a0611e78.jpg
William Shakespeare (23 april 1564 – 23 april 1616)
Joseph Fiennes als de jonge Shakespeare in de film Shakespeare in Love, 1998

 

 

You smile upon your friend to-day

You smile upon your friend to-day,
To-day his ills are over;
You hearken to the lover's say,
And happy is the lover.

'Tis late to hearken, late to smile,
But better late than never;
I shall have lived a little while
Before I die for ever.

 

 1797373-2cb36323fbe1e043de2931dd8f91b063.jpg
A. E. Housman (26 maart 1859 – 30 april 1936)

 

 

Die Freundschaft

Freund! genügsam ist der Wesenlenker -
Schämen sich kleinmeisterische Denker,
    Die so ängstlich nach Gesetzen spähn -
Geisterreich und Körperweltgewühle
Wälzet eines Rades Schwung zum Ziele;
    Hier sah es mein Newton gehn.

Sphären lehrt es, Sklaven eines Zaumes,
Um das Herz des grossen Weltenraumes
    Labyrinthenbahnen ziehn -
Geister in umarmenden Systemen
Nach der grossen Geistersonne strömen,
    Wie zum Meere Bäche fliehn.

War's nicht dies allmächtige Getriebe,
Das zum ew'gen Jubelbund der Liebe
    Unsre Herzen an einander zwang?
Raphael, an deinem Arm - o Wonne!
Wag' auch ich zur grossen Geistersonne
    Freudigmuthig den Vollendungsgang.

Glücklich! glücklich! dich hab' ich gefunden,
Hab' aus Millionen dich umwunden,
    Und aus Millionen mein bist du -
Lass das Chaos diese Welt umrütteln,
Durcheinander die Atomen schütteln;
    Ewig fliehn sich unsre Herzen zu.

Muss ich nicht aus deinen Flammenaugen
Meiner Wollust Wiederstrahlen saugen?
    Nur in dir bestaun' ich mich -
Schöner malt sich mir die schöne Erde,
Heller spiegelt in des Freunds Geberde
    Reizender der Himmel sich.

Schwermuth wirft die bangen Thränenlasten,
Süsser von des Leidens Sturm zu rasten,
    In der Liebe Busen ab;
Sucht nicht selbst das folternde Entzücken
In des Freunds beredten Strahlenblicken
    Ungeduldig ein wollüst' ges Grab?

Stünd' im All der Schöpfung ich alleine,
Seelen träumt' ich in die Felsensteine,
    Und umarmend küsst' ich sie -
Meine Klagen stöhnt' ich in die Lüfte,
Freute mich, antworteten die Klüfte,
    Thor genug! der süssen Sympathie.

Todte Gruppen sind wir - wenn wir hassen,
Götter - wenn wir liebend uns umfassen!
    Lechzen nach dem süssen Fesselzwang -
Aufwärts durch die tausendfachen Stufen
Zahlenloser Geister, die nicht schufen,
    Waltet göttlich dieser Drang.

Arm in Arme, höher stets und höher,
Vom Mongolen bis zum griech'schen Seher,
    Der sich an den letzten Seraph reiht,
Wallen wir, einmüth'gen Ringeltanzes,
Bis sich dort im Meer des ew'gen Glanzes
    Sterbend untertauchen Mass und Zeit. –

Freundlos war der grosse Weltenmeister,
Fühlte Mangel - darum schuf er Geister,
    Sel'ge Spiegel seiner Seligkeit!
Fand das höchste Wesen schon kein gleiches,
Aus dem Kelch des ganzen Seelenreiches
    Schäumt ihm - die Unendlichkeit.

 

 1797373-11ffe7c33148aad06fabd152f1893962.jpg
Friedrich Schiller (10 november 1759 - 9 mei 1805)
Borstbeeld in Rudolstadt

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Gerrit Krol werd geboren op 1 augustus 1943 in Groningen. Zie ook mijn blog van 1 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Gerrit Krol op dit blog.

 

Het nieuwe kanaal

Ik weet het niet, de aarde,
de zon als het geregend heeft,
de geuren van het nabestaan,
vooral de bermen hebben het,
het lange gras dat wuift
en droogt waarin ik sta
om niet te vallen languit
en gemeen te zijn met haar
aan alle zijden -
de vogel zit weer op zijn tak,
de zon straalt over de aarde...
 
dan loop ik over het water,
de schoenen in de hand.

 

Zondagmiddag
 
Die zondagmiddag in de stad -
geslapen bij A. tot 12 uur,
gelopen met een luchtbed door het park
naar B. die nog niet wakker was,
maar toch afgegeven en thee gehad
en daarna weer door de stad,
op de Nieuwendijk staan kijken
om mij heen, een gewone, grijze,
keiharde zondagmiddag, niets gezien,
naar huis gegaan.

 

Gesprek
 
Het is mijn hulpvaardigheid,
mijn vriendschap dat ik haar
begeer te tonen waar
wij op straat over spraken,
zonder emotie, als een paar,
bijna wetenschappelijk,
dat kan, - het is mijn eer
te spreken als een arts,
een wijsgeer die de vrouw
wijst waar zij staat en haar
stelt voor de gevolgen
van haar kleine onzinnigheden,
mijn zachtmoedigheid
als ik opmerk dat er
geen weg terug is voor haar
en niet voor mij die haar
in mijn handen houd en in
haar verschrikte ogen kijk,
mijn sportiviteit in dezen,
mijn humor enzovoort,
ze heeft het niet begrepen.

 

 1797373-1facef3c778e2004e0d69ca5cc55788c.jpg
Gerrit Krol (1 augustus 1934 -24 november 2013)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 1e augustus ook mijn blog van 1 augustus 2014 en ook mijn blog van 1 augustus 2013 en ook mijn blog van 1 augustus 2011 deel 2 en eveneens deel 3.


Geschreven door Romenu om 17:59 Reageer op dit bericht

Mehis Heinsaar

De Estse schrijver Mehis Heinsaar werd geboren op 1 augustus 1973 in Tallinn in 1973. Hij bezocht de middelbare school in Tallinn en studeerde van 1992 tot 2000 Estse literatuur aan de universiteit van Tartu. In 1996 richtte hij in Tartu met o.a. Kalju Kruusa, Kristiina Ehin en Timo Maran de groep Erakkond2 die zichzelf echter niet als een literaire groep beschouwt. Heinsaar heeft honderden verhalen geschreven en gepubliceerd in tijdschriften of kranten, verzameld in vijf bundels. Hij waagde zich ook aan een roman en schreef poëzie en theaterstukken. Zijn verzamelde gedichten verschenen in 2009. Zijn roman” Het verhaal van Artur Sandman of de reis naar de andere kant van zichzelf” kende een gemengde ontvangst. Hij zelf zei in 2008 dat hij "misschien te jong was om deze roman te schrijven, maar dat hij wel moest. Zijn stukken zijn opgevoerd in het studententheater in Tartu (2002,2003, 2009).

Uit: Butterfly Man (Vertaald door Tiina Randviir)

“As he touched the door handle, something in Anselm snapped and separated from him in the form of a swarm of butterflies, scattering in all directions around the director’s office. Anselm turned deathly pale and started to flap his arms about, trying to catch the fluttering creatures. In the process he smashed a few vases and an aquarium with a few goldfish in it. The butterflies he caught he stuffed into his mouth, casting wild glances towards the director who was standing petrified, watching the conjurer’s every move.
“I usually have lunch at this time,” was Anselm’s stupid explanation. “And I want to keep to my meal times.” Realising how feeble this sounded, the conjurer fled from the room. As he ran downstairs, he heard someone panting behind him, and ran faster. At the front door, however, the director caught up with the fugitive. “Hey – what’s the big hurry? What you just showed me, all those butterflies – that
was brilliant!”
“... Oh, please, don’t mock my disability,” interrupted Anselm. “I’ve suffered enough already. It’s always the same, every time I experience a strong emotion, these creatures start flying off my body. I was bullied at school for it, and my relatives, even my parents, saw me as some kind of freak although
I’ve always been of perfectly sound mind. Only a maniac biologist once took a perverse interest in my phenomenon, actually she became my mistress in order to examine me more thoroughly. Among my body butterflies she found marsh carpets and bagworm moths, but she took a particular fancy to
the purple emperors who emerged when I experienced physical ecstasy. She counted over five hundred species, each supposedly indicating a particular mood of mine. I finally got fed up with her nonsense and sent her packing. So now you know.”
“But it’s simply fantastic!” exclaimed the director, overjoyed. “Your biologist was a gem and you, my dear young friend, are a great magician. Tomorrow you will be our star attraction – if you’re happy with that, of course – and your salary will be tripled. Come and meet your wonderful colleagues who will
show you your quarters.” The flushed director dragged Anselm to the back rooms and pressed an unexpectedly large sum of money into his hand. “This is an advance. Irmgiird!” he yelled. “Come and show our young magician his new home!” The director made a slight bow and left.”

 

 1885574-072c65c8a856dff3db7fb598a2fddec9.jpeg
Mehis Heinsaar (Tallinn, 1 augustus 1973)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Dolce far niente, Henry Lawson, Cees Nooteboom, Wouter Godijn, Grand Corps Malade

 

Dolce far niente

 

 1797067-2e59b21365de867ff8387297f4554772.jpg
Gleaming Waters door Henry Scott Tuke, 1910

 

 

The Days When We Went Swimming

The breezes waved the silver grass,
Waist-high along the siding,
And to the creek we ne'er could pass
Three boys on bare-back riding;
Beneath the sheoaks in the bend
The waterhole was brimming -
Do you remember yet, old friend,
The times we 'went in swimming'?

The days we 'played the wag' from school -
Joys shared - and paid for singly -
The air was hot, the water cool -
And naked boys are kingly!
With mud for soap the sun to dry -
A well planned lie to stay us,
And dust well rubbed on neck and face
Lest cleanliness betray us.

And you'll remember farmer Kutz -
Though scarcely for his bounty -
He leased a forty-acre block,
And thought he owned the county;
A farmer of the old world school,
That grew men hard and grim in,
He drew his water from the pool
That we preferred to swim in.

And do you mind when down the creek
His angry way he wended,
A green-hide cartwhip in his hand
For our young backs intended?
Three naked boys upon the sand -
Half buried and half sunning -
Three startled boys without their clothes
Across the paddocks running.

 

 1797067-41b446fd85015a705d4ba2945eea4c75.jpg
Henry Lawson (17 juni 1867 – 2 september 1922)
Als 14-jarige in 1881

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Cees Nooteboom werd geboren in Den Haag op 31 juli 1933. Zie ook alle tags voor Cees Nooteboom op dit blog.

 

Middernacht

De jonge man aan zijn tafel
is een oude man, gewikkeld in een krant.
Het is middernacht, de diepvriesmaan
vermoedt de weg waarheen

maar wil nog niet. Een geest
beheert het boek waarin het lot
gelegerd is, de schrijver
is afwezig, 'komt zo terug',

pas op de winkel! Uit het verleden
sluipt een zin, gecamoufleerd,
de laarzen op de straat
zoeken hun weg in broze jaren.

Geweld is zachtzinnig, de jonge man
kijkt naar de oude man
tot die zijn krant tot vleugels vouwt
en wegvliegt zonder groeten.

ook ergens anders
zingt het zachtjes

Alsof een duif
het opgeeft.

 

 

De eentonige klok

Een blanke man met blauwe voeten
ligt in de heldere kamer eenzaam op zijn bed
zoals de maan, door geen wolken gehinderd,
haar weg slijt zonder vertedering.

De man let niet op de maan.
Hij heeft de symbolen van zon en maan,
goud, zilver, as verbrand in zijn lichaam.
angstig teruggekeerd uit een wildernis
spint hij een nieuw metaal uit de helderheid van zijn denken.

Is hij compleet zonder angst?
Is hij levend zonder de wraak van de tegenspraak,
zonder sterven?

De eentonige klok van de zee.

De eentonige klok van de zee.

Zijn gedachten worden hard,
en duidelijk.

De man met de blauwe voeten ligt in de ruimte van zijn kamer.
En lijkt voor het eerst op zichzelf.

 

 

Niets

Het leven
je zou het je moeten kunnen
herinneren
als een buitenlandse reis
en er met vrienden of vriendinnen
over na moeten praten
en zeggen
Het was toch wel aardig,
het leven,
en flarden zien van vrouwen, geheimen
en landschappen

en dan tevreden achteroverleunen
maar doden kunnen niet achteroverleunen.

En ook verder kunnen ze niets.

 

 1797067-238681b5964cc21026aff636e0a823fa.jpg
Cees Nooteboom (Den Haag, 31 juli 1933)

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Wouter Godijn werd geboren in Amsterdam op 31 juli 1955. Zie ook alle tags voor Wouter Godijn op dit blog.

 

Boven het teiltje

Het kind laat het hoofd hangen
boven het teiltje en voelt
hoe haar ontbijt zich als een vliegtuig klaarmaakt om op te stijgen
en weer omlaagzakt,
voelt zich een ballon geladen met onheil
en hagelslag. De vader

stelt vast dat haar gewaarwordingen de zijne worden,
dat ze veranderen in wanhoop
die zo af en toe overgaat in opwinding
wanneer hij zich de borsten van zijn vrouw herinnert:
als twee roomblanke ruimteschepen vliegen ze statig door zijn bewustzijn.

Is de wanhoop van deze ervaring de overweldigendste?
en zal hij deze vermoeiende eigenschap
van de manier waarop hij het bestaan ervaart
mee moeten zeulen tot hij zijn einde is binnengestruikeld?

Er komt geen antwoord maar de vragen vervagen,
in de tuin zuigt het konijn aan de zuigfles,
voor de gebeurtenissen in de trein een paar kilometer verderop

kan geen plaats worden gemaakt in dit gedicht
en de sneeuw valt teder en onverschillig.

 

 1797067-e58f2c5bc452a02c4f5aaf1db2008767.jpg
Wouter Godijn (Amsterdam, 31 juli 1955)

 

 

De Franse Poetry Slam kunstenaar Grand Corps Malade (eig. Fabien Marsaud) werd geboren op 31 juli 1977 in Le Blanc-Mesnil, Seine-Saint-Denis. Zie ook alle tags voor Grand Corps Malade op dit blog.

 

Nos absents

C'est pas vraiment des fantômes, mais leur absence est tellement forte
Qu'elle crée en nous une présence qui nous rend faible ou nous supporte
C'est ceux qu'on a aimés qui créent un vide presque tangible
Car l'amour qu'on leur donnait est orphelin et cherche une cible

Pour certains on le savait, on s'était préparé au pire
Mais d'autres ont disparu d'un seul coup, sans prévenir
On leur a pas dit au revoir, ils sont partis sans notre accord
Car la mort a ses raisons que notre raison ignore

Alors on s'est regroupé d'un réconfort utopiste
À plusieurs on est plus fort mais on n'est pas moins triste
C'est seul qu'on fait son deuil, car on est seul quand on ressent
On apprivoise la douleur et la présence de nos absents

Nos absents sont toujours là, à l'esprit, dans nos souvenirs
Sur ce film de vacances, sur ces photos pleines de sourires
Nos absents nous entourent et resteront à nos côtés
Ils reprennent vie dans nos rêves, comme si de rien n'était

On se rassure face à la souffrance qui nous serre le cou
En se disant que là où ils sont, ils ont sûrement moins mal que nous
Alors on marche, on rit, on chante, mais leur ombre demeure
Dans un coin de nos cerveaux, dans un coin de notre bonheur

Nous, on a des projets, on dessine nos lendemains
On décide du chemin, on regarde l'avenir entre nos mains
Et au cœur de l'action, dans nos victoires ou nos enfers
On imagine de temps en temps que nos absents nous voient faire

Chaque vie est un miracle, mais le final est énervant
Je me suis bien renseigné, on n'en sortira pas vivant
Il faut apprendre à l'accepter pour essayer de vieillir heureux
Mais chaque année nos absents sont un petit peu plus nombreux

Chaque nouvelle disparition transforme nos cœurs en dentelle
Mais le temps passe et les douleurs vives deviennent pastel
Ce temps qui, pour une fois, est un véritable allié
Chaque heure passée est une pommade, il en faudra des milliers

Moi, les morts, les disparus, je n'en parle pas beaucoup
Alors j'écris sur eux, je titille mes sujets tabous
Ce grand mystère qui nous attend, notre ultime point commun à tous
Qui fait qu'on court après la vie, sachant que la mort est à nos trousses

C'est pas vraiment des fantômes, mais leur absence est tellement forte
Qu'elle crée en nous une présence qui nous rend faible ou nous supporte
C'est ceux qu'on a aimés qui créent un vide presque infini
Qu'inspirent des textes premier degré

Faut dire que la mort manque d'ironie

 

 1797067-42f0dc91ef2367a6f4e9fda1f2ac96ba.jpg
Grand Corps Malade (Le Blanc-Mesnil, 31 juli 1977)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 31e juli ook mijn blog van 31 juli 2013 en ook  mijn blog van 31 juli 2012 en ook mijn blog van 31 juli 2011 deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 20:12 Reageer op dit bericht

Dolce far niente, Israël Querido, Patrick Modiano, Emily Brontë, Cherie Priest, Martijn Simons

 

Dolce far niente

 

 1796615-d46a9b8c5018d23c17db88b11b3847ab.JPG
Brouwersgracht, Jordaan, tegenwoordig

 

Uit: De Jordaan: Amsterdamsch epos

“- Ze bescholden en teisterden elkaar en konden toch noóit zonder elkaar. Het jonge volk had de meest zorgelooze pret. Schuine pet, roode of geruite stropdas en spuuglok, ontmoetten blooten kop, fluweelen jak en baaien rok, en niet één zou hebben willen ruilen voor meheertjes met branieboorden of medammetjes met platheupen. Ze bevochtigden hun woeste of zinlijk-tartende gesprekken met zuursap van augurken, of bezogen ijswafels, en in geen stad ter wereld knauwden de kerels en jongens hun wijven en meisjes zóó wreed en beulig als in den Jordaan, in opzichtige luidruchtigheid en schaamteloos kabaal. Zelfs het liefde-gestoei der jongens was één lomp-neerploffend, zinnelijk-hardhandig gebof op borsten en dijen, hoofden en armen der meiden. En over al het geminnekoos en het wreed gebeuk werd nágebabbeld. - Ook Neeltjes nerinkje was beruchte verzamelplaats voor buurpraat en voor overden-hekel-halerij. -
- Juyst!.... schoot met opgewonden stem een garnalen-pelster uit, nauw merkende dat Neel haar een pond rijst in de handen had geduwd.... d'r mèn hep 'n tèk fèn 't lireum,.... Kris Hàrdebol is 'r 'n draugie bei.... sau'n nèthèls....
Er gloeide weer kwaadsprekende hittigheid in haar zinnen. Haar dikke, doorsproetelde huid verplooide bij de neerzinkende mondhoeken viezige trekjes; trekjes van weerzin en wantrouwelijkheid.
- Nou maàde.... ik set de spèt.... as maàn keirel komp en hèi fint me nie, kraàg ik de duufel op 'n printje.... aju!
Een wit-jak sprong haastig den winkel uit. Allen hadden wat ze wilden, maar plakken deden ze toch.”

 

 1796615-3231999fa26b0015cd742c9ca24f16b1.jpg
Israël Querido (1 oktober 1872 - 5 augustus 1932)
Brouwersgracht, vroeger

 

 

De Franse schrijver Patrick Modiano werd geboren in Boulogne-Billancourt op 30 juli 1945. Zie ook alle tags voor Patrick Mondiano op dit blog.

Uit: Der Horizont

„Seit einiger Zeit dachte Bosmans an gewisse Episoden seiner Jugend, folgenlose, jäh abgebrochene Episoden, namenlose Gesichter, flüchtige Begegnungen. Das alles gehörte zu einer fernen Vergangenheit, doch weil diese kurzen Sequenzen nicht verbunden waren mit dem Rest seines Lebens, blieben sie in der Schwebe, in einer ewigen Gegenwart. Er würde nicht aufhören, sich Fragen zu stellen, und er würde nie eine Antwort erhalten. Diese Bruchstücke würden für ihn immer rätselhaft sein. Er hatte angefangen, eine Liste anzulegen, und trotz allem versucht, Bezugspunkte wiederzufinden: ein Datum, einen genauen Ort, einen Namen, dessen Schreibweise er nicht mehr wusste. Er hatte sich ein Notizbuch aus schwarzem Moleskin gekauft, das er in der Innentasche seines Jacketts trug, was ihm erlaubte, zu jeder beliebigen Tageszeit Aufzeichnungen zu machen, jedesmal, wenn ihm eine seiner lückenhaften Erinnerungen durch den Kopf ging. Er hatte den Eindruck, sich in einem Geduldspiel zu üben. Doch während er den Lauf der Zeit zurückverfolgte, spürte er zuweilen ein Bedauern: Warum hatte er diesen Weg eingeschlagen und nicht einen anderen? Warum hatte er zugelassen, dass sich dieses Gesicht oder jene Silhouette, die eine lustige Pelzkappe trug und ein Hündchen an der Leine führte, im Unbekannten verlor? Schwindel erfasste ihn bei dem Gedanken an das, was hätte sein können und nicht gewesen war.
     Diese Erinnerungsfetzen bezogen sich auf die Jahre, in denen das Leben voller Kreuzungspunkte ist und so viele Alleen sich vor einem auftun, dass man die Qual der Wahl hat. Die Wörter, mit denen er sein Notizbuch füllte, gemahnten an den Artikel über "dunkle Materie", den er an eine Zeitschrift für Astronomie geschickt hatte.“

 

 1796615-9e9e9b3dc2e29a8c56f7f0ecfe05c683.jpg
Patrick Modiano (Boulogne-Billancourt, 30 juli 1945)

 

 

 

De Engelse dichteres en schrijfster Emily Brontë werd geboren in Thornton in Yorkshire op 30 juli 1818. Zie ook alle tags voor Emily Brontë op dit blog.

 

I Am The Only Being Whose Doom

I am the only being whose doom
No tongue would ask no eye would mourn
I never caused a thought of gloom
A smile of joy since I was born

In secret pleasure - secret tears
This changeful life has slipped away
As friendless after eighteen years
As lone as on my natal day

There have been times I cannot hide
There have been times when this was drear
When my sad soul forgot its pride
And longed for one to love me here

But those were in the early glow
Of feelings since subdued by care
And they have died so long ago
I hardly now believe they were

First melted off the hope of youth
Then Fancy's rainbow fast withdrew
And then experience told me truth
In mortal bosoms never grew

'Twas grief enough to think mankind
All hollow servile insincere -
But worse to trust to my own mind
And find the same corruption there.

 

 1796615-5d350f79692871652a7e965a616074b0.jpg
Emily Brontë (30 juli 1818 - 19 december 1848)
Beeld van Charlotte, Emily and Ann Brontë in Haworth, West Yorkshire

 

 

De Amerikaanse schrijfster Cherie Priest werd geboren in Tampa op 30 juli 1975. Zie ook alle tags voor Cherie Priest op dit blog.

Uit: Dreadnought

“One Down in the laundry room with the bloody- wet floors and the ceiling- high stacks of sheets, wraps, and blankets, Vinita Lynch was elbows- deep in a vat full of dirty pillowcases because she'd promised— she'd sworn on her mother's life— that she'd find a certain windup pocket watch belonging to Private Hugh Morton before the device was plunged into a tub of simmering soapy water and surely destroyed for good. Why the private had stashed it in a pillowcase wasn't much of a mystery: even in an upstanding place like the Robertson Hospital, small and shiny valuables went missing from personal stashes with unsettling regularity. And him forgetting about it was no great leap either: the shot he took in the forehead had been a lucky one because he'd survived it, but it left him addled at times— and this morning at breakfast had been one of those times. At the first bell announcing morning food, against the strict orders of Captain Sally he'd sat up and bolted into the mess hall, which existed only in that bullet- buffeted brain of his. In the time it took for him to be captured and redirected to his cot, where the meal would come to him, thank you very kindly, if only he'd be patient enough to receive it, the junior nursing staff had come through and stripped the bedding of all and sundry. None of them had noticed the watch, but it would've been easy to miss. So Nurse Lynch was down in the blistering hot hospital basement, dutifully fishing through laundry soiled by injured and greasy heads, running noses, and rheumy eyes in hopes that Private Hugh Morton would either be re united with the absent treasure, or would be separated from it long enough to forget all about it. Upstairs, someone cried out, "Mercy!"

 

 1796615-9bf0cf94a4fe52ae65268e856e7a0d93.jpg
Cherie Priest (Tampa, 30 juli 1975)

 

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Nederlandse schrijver Martijn Simons werd geboren in 1985 en groeide op in Woerden. Zie ook alle tags voor Martijn Simons op dit blog.

Uit: Zomerslaap

“Mijn broertje droeg een pak, zwart, waarvan het jasje getailleerd was en de broek smalle pijpen had. Hij had een roze overhemd aan en zag er ouder uit dan zestien, met dat gemillimeterde haar en die bruine kop van weken achter elkaar op het grasveld van het zwembad liggen. Je zou vast niet zeggen dat ik een jaar ouder was.
Hoe hij daar stond, met zijn handen in zijn zakken, te kijken naar de bediening. Alle drie waren ze even blond, de dochters van de gastvrouw, en ze droegen een schort met een geborduurde molen erop. De gastvrouw was ook blond, maar geverfd, dat zag ik toen ze zich bukte en je haar kruin kon zien. Ik zuchtte.
‘Aardig tegen iedereen doen, hè?’ Mijn moeder liep langs zonder me aan te kijken. Ze was bruin geworden, haar ogen en haar en huid leken haast dezelfde kleur te hebben, maar dan niet zoals bij die ordinaire vrouwen die je zo vaak op het strand zag. Het was meer alsof ze altijd al zo was geweest.
Aan de bar stond mijn vader met de gastvrouw te praten, hij zag er netjes uit, maar zijn schouders hingen. Toen ik vanochtend de huiskamer in liep, was mijn moeder bezig zijn schoenen te poetsen. Mijn vader had zijn voet op een houten krukje gezet en mijn moeder wreef met een oude doek een dot schoensmeer op het leer, ze haalde met snelle bewegingen een borstel over de punt van de schoen. Ik hoorde ze praten over mijn grootmoeder, mijn vader was eerder op de ochtend nog in het ziekenhuis geweest. ‘Ik zou het liefst het hele feest afblazen als dat nog zou kunnen,’ zei hij, en legde een hand op haar schouder. Ik zag dat die hand daar even bleef liggen. Toen trok mijn moeder haar schouder weg en zei: ‘Andere voet.’ Mijn vader zette zijn andere voet hard op het krukje, mijn moeder keek hem even aan en trok een wenkbrauw op. Ineens schopte hij het doosje met schoensmeer weg, het schoof over het parket en knalde tegen een plint. ‘Ik doe het zelf wel,’ zei hij.”

 

 1796615-070ca3777db4fe6c7782e3827d3854e4.jpg
Martijn Simons (Woerden, 1985)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 30e juli ook mijn blog van 30 juli 2013 en ook mijn blog van 30 juli 2012 en eveneens mijn blog van 30 juli 2011 deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:54 Reageer op dit bericht

Dolce far niente, Theo Thijssen, Guillermo Martínez, Harry Mulisch, Chang-Rae Lee

 

Dolce far niente

 

 1796327-6052d89e5f4bc93b01a06292d4bea97e.jpg
Bloemstraat met de Westertoren, Amsterdam door Jan Korthals (1916 - 1972)

 

Uit: Jongensdagen

““Terwijl de jongens hun dikke boterhammen opsmulden, praatten ze over de uitbreng-klanten.
Hun vader was al eenige jaren dood; moe had nu een kruidenierswinkel met brooddepôt; elken morgen moesten er een vijf-en-twintig brooden worden rondgebracht; dat deden de jongens altijd natuurlijk; de eene week Henk de ‘verre’, de andere week Ko. En 's Woensdagsmiddags, als er geen school was, moest één van beiden een mand kruidenierswaren brengen naar nicht Simons, die wel een klein uur ver woonde.
‘Jij hebt de verre,’ merkte Ko op.
‘Jij moet vanmiddag naar nicht Simons,’ zei Henk terug.
Maar ze waren in een véél te goed humeur om er ruzie over te maken.
‘Voor mijn part moet ik vanochtend alle klanten loopen,’ sprak Ko, ‘tijd zat hé.’
En Henk was even inschikkelijk: ‘Nou; wil ik ze allemaal doen?’ stelde hij voor.
‘Och nee,’ kwam Ko weer, ‘maar weet je wàt? Ga mee vanmiddag sàmen naar nicht Simons. Jà?’
Henk keek wantrouwig. ‘En het geld dan?’ vroeg hij, want nicht Simons had de gewoonte aan den brenger van haar boodschappen een paar centen te geven. Ko aarzelde even; toen antwoordde hij: ‘Oók samen.’ ‘Goed dan,’ beloofde Henk.
Ze hadden hun brood op; Ko liep fluitend naar voren: Henk ging even kijken, of zus Miep nog niet wakker was. Maar ze sliep nog. ‘Lekker dier!’ mompelde Henk; en hij gaf haar een zoen en holde weg, óók naar den winkel. Er was geen ‘volk’.
Moe pakte een mand vol met brood, en deed er een doek over. Ko nam de mand van de toonbank, en liep vroolijk de deur uit. Hij ging de klanten op de gracht en om den hoek ‘doen’. ‘Kruier krijg je nog van gisteren óók!’ riep Moe hem na.
Toen kreeg Henk ook zijn deel; zorgvuldig telde hij de brooden in zijn mand na, en noemde de klanten op: ‘Ouë juffrouw één, dokter drie, 't Hoffie twee....’ En hij stapte ook weg. Moe ging naar achteren.”

 

 1796327-56bbd5dae3027ec46d14455edf125855.jpg
Theo Thijssen (16 juni 1879 - 23 december 1943)
De Frans Halsstraat waar Thijssens moeder korte tijd een brooddepot had

 

 

De Argentijnse schrijver en wiskundige Guillermo Martínez werd geboren in Bahía Blanca op 29 juli 1962. Zie ook alle tags voor Guillermo Martinez op dit blog.

Uit: Gewaltige Hölle (Vertaald door Angelica Ammar)

„Oft, wenn der Laden leer ist und nur das Summen der Fliegen zu hören ist, denke ich an den Jungen, dessen Namen wir nie erfuhren und den niemand im Dorf je wieder erwähnte. Aus irgendeinem unerfindlichen Grund stelle ich ihn mir immer so vor, wie wir ihn das erste Mal gesehen haben, mit staubiger Kleidung, Dreitagebart und vor allem dem langen, zerzausten Haar, das ihm fast bis in die Augen fiel.
Der Frühling hatte gerade begonnen, deshalb hielt ich ihn für einen Rucksacktouristen auf dem Weg in den Süden, als er den Laden betrat. Er kaufte Konserven und Matetee oder Kaffee; während ich alles zusammenrechnete, besah er sein Spiegelbild in der Scheibe, strich sich die Haare aus der Stirn und fragte mich nach einem Friseur. Damals gab es zwei Friseure in Puente Viejo; wäre er zu dem alten Melchor gegangen, denke ich mir heute, wäre er der Französin vielleicht nie begegnet und es hätte kein Gerede gegeben. Aber Melchors Friseurladen befand sich nun mal am anderen Ende des Dorfes, und was geschah, war wohl unvermeidlich.
Jedenfalls schickte ich ihn zu Cervino, und während Cervino ihm die Haare schnitt, tauchte offenbar die Französin auf. Und die Französin schaute den Jungen an, wie sie die  Männer immer anschaute. Damit fing die ganze verflixte Angelegenheit an, denn der Junge blieb im Dorf und wir dachten alle dasselbe: dass er wegen ihr blieb. Es war noch kein Jahr her, dass Cervino und seine Frau sich in Puente Viejo niedergelassen hatten, und wir wussten so gut wie nichts über die beiden. Sie verkehrten mit niemandem, wie man im Dorf spitz bemerkte.“

 

 1796327-5c996c63d7937da8d87535496969aa44.jpg
Guillermo Martínez (Bahía Blanca, 29 juli 1962)

 

 

De Nederlandse schrijver Harry Mulisch werd geboren op 29 juli 1927 in Haarlem. Zie ook alle tags voor Harry Mulisch op dit blog.

Uit: De ontdekking van de hemel

“Max keek hem even aan. Zij hadden elkaar gevonden-dit was het moment. Wisten zij het allebei? Met die paar woorden was een brug geslagen. Max wist zich door Onno doorzien, zoals nooit eerder, net als Onno zich door Max  begrepen voelde, omdat zijn agressieve ironie niet op weerstand was gestuit, zoals altijd,  maar was opgevangen in een lach die iets onkwetsbaar had, zij hadden elkaar herkend. Een beetje verlegen met de situatie zwegen zij gedurende een paar minuten.’
(…)

‘Niemand had ooit zo’n baby aanschouwd. Pasgeboren en plachten er toch uit te zien als
boksers aan het eind van de laatste ronde: opgezwollen, met dichtgeslagen ogen, dizzy van het
doorstane geweld,-maar wat daar lag in de afgesloten, glazen ruimte, als een kostbaar
museumstuk in de vitrine, leek werkelijk eerder een putto ,zoals te zien op Italiaanse
schilderijen uit de Renaissance: alleen de vleugels ontbraken.’ .........’alles was volmaakt, als een kunstwerk dat die naam verdiende’............’maar het opvallends waren de ogen. Zij stonden wijd open en de ruimte tussen de donkere wimpers was volledig gevuld met lapis lazuli, een kleur blauw die iemand van hen eerder had gezien.’
(…)

“Toch, zei Quinten, zou je best een beeld van God zelf kunnen maken als hij niet bestaat.
Dan moet jij mij maar eens vertellen, hoe dat zou moeten.
Nou, dan neem je een blok marmer en je hakt er net zo lang aan tot er niks van over is.
(...)
Jezus Christus, Quinten! Wie is de duivel eigenlijk? Vraag dat allemaal liever aan de domina.
De duivel is de aartsvijand van God!
Bestaat die ook niet, of dus juist wel?
Niet natuurlijk.
Nou, dan weet ik ook hoe je een beeld van de duivel moet maken.
Hoe dan?
Dan moet je de hele wereld juist volstoppen met marmer.”

 

 1796327-0b1ce5c04535313e6c87cd94f3cfdd05.jpg
Harry Mulisch (29 juli 1927 – 30 oktober 2010)

 

 

De Koreaans-Amerikaanse schrijver Chang-Rae Lee werd geboren op 29 juli 1965 in Seoel. Zie ook alle tags voor Chang-Rae Lee op dit blog.

Uit: The Surrendered

“To keep moving was always safer than lingering in one place, and there was nothing back at the depot to eat, anyway. There were a few scruffy soldiers drinking and playing cards by the depot shack, though their presence could only mean trouble, even for a girl her age. She was tall besides and she was wary of soldiers and any stray men. They were some two hundred kilometers south of Seoul, past Chongju, and June was now thinking that they would make their way down to Pusan, where her uncle's family lived, though she didn't know whether they were still there, or even alive.
The train sped up on a slight decline and June curled her arm around her siblings, spooning them tightly. They lay as low as they could between the ridges of the steel roof of the boxcar. They were on the front end of the car and as such they were fully buffeted by the rushing wind. They were fortunate to have a blanket; many others on top of the cars did not. It was too early to sleep but it was cold and it was better for the twins not to be active, especially given that the two had shared only a few crackers early in the day. June herself had eaten nothing. They had eaten well the day before, as June had found, below a footbridge, a GI's abandoned pack of canned rations, a small bar of chocolate, and a sleeve of crackers. Her brother and sister were so hungry that they'd bolted down the chocolate first as June was smashing the cans open against a rock. She'd cut her finger and gotten some blood on the food but they ate it without hesitation, two tins of stewed beef and one of sardines in tomato sauce, afterward each taking a turn to lick the insides, carefully, with the deftness of cats.She made them save the crackers. They'd been by themselves on the road since their mother and older sister were killed two weeks before, at first traveling with some people from their town but then blending in with the endless stream of other refugees moving southward along the pushed-up roads and embankments of the river valleys. At another time it might have been a pretty journey, the hills just turning the colors of pumpkin and hay and pomegranate and the skies depthless and clear, but now everywhere one looked most of the trees had been felled for fuel and there was only a hazy, oppressive brightness refracted from the shorn hillsides.”

 1796327-a4b88d07d42de7d0107437cdfc72a473.jpg
Chang-Rae Lee (Seoel, 29 juli 1965)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 29e juli ook mijn blog van 29 juli 2013 en ook mijn blog van 29 juli 2011 deel 1 en eveneens deel 2. 

Geschreven door Romenu om 17:37 Reageer op dit bericht

Walter van den Berg

Onafhankelijk van geboortedata

De Nederlandse schrijver Walter van den Berg werd geboren in Amstelveen in 1970. Hij heeft een jaar Nederlands gestudeerd op de UvA. Ook heeft hij een jaar de Rietveld Academie bezocht. Na verschillende baantjes als onder meer fietskoerier, graveur, vakkenvuller, schoonmaker, automatiseerder en conciërge, publiceerde hij in 2004 zijn debuutroman, getiteld “De hondenkoning”. Zijn tweede roman, “West”, gaat over een broederstrijd in Osdorp. In 2013 kwam zijn derde roman uit, getiteld “Van dode mannen win je niet”.

Uit: Van dode mannen win je niet

“Je moeder knipte mannen voor geld.
Ik weet niet of ze weer is gaan knippen toen jullie verdwenen waren, jij en je moeder, want ze was niet heel erg goed, alleen maar goedkoop. Je hoefde niet veel te verwachten van een knipbeurt van je moeder. Iemand had me dat verteld, dat je voor een tientje bij haar thuis geknipt werd en dat ze nog een lekker wijf was ook, maar dat je van de knipbeurt niet veel hoefde te verwachten.
Ik verwachtte ook niet veel, maar ik kon het wel met haar vinden tijdens het knippen. Ik wist dat dat bij haar werk hoorde, aardig zijn tegen je klanten, maar ik was beter in een praatje maken dan de
gemiddelde klant, dus zij kon het ook met mij vinden.
Ik had tijdens die eerste keer gevraagd of ze van lekker eten hield, en ja, natuurlijk hield ze van lekker eten, maar ze kookte niet zo vaak, zei ze, in de keuken hier werd meer geknipt dan gekookt. Dus ik had een paar dagen later een pan met goeie hachee langsgebracht, en een zak aardappelen, en die had ik in jullie keuken neergezet. Ik zei dat ze vanavond lekker eten zou hebben en dat ze alleen zelf de aardappelen moest schillen, en ik zei dat ik later die week de pan weer op zou halen.
Dus een paar dagen later kwam ik weer, en we dronken wat biertjes in de keuken, en ik nam de pan mee, en je moeder zei dat ze hoopte dat ze me snel weer zou zien.
Een week later zei ze dat ze het wel in me zag zitten. Zo zei ze het: ik zie het wel inje zitten.
Jullie woonden in die flat in Slotervaart en je vader was twee jaar dood.
Toen ik een paar maanden met je moeder was, mocht ik mee naar een feestje om jullie familie te ontmoeten, en ik voelde me er niet helemaal lekker over - op dat soort feestjes liepen altijd wel een of twee slimmeriken rond. Ik had een beetje bij je moeder gevist of jullie slimmeriken in de familie hadden, wie vond je moeder leuk, wie niet, en waarom dan niet, en met wie zou ik het volgens haar goed kunnen vinden, en met wie niet?”

 

 1884762-03bc74388f5c4a93b1fc86b6d110b7e0.jpg
Walter van den Berg (Amstelveen, 1970)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Dolce far niente, Robert Frost, Remco Campert, Malcolm Lowry, Gerard Manley Hopkins

 

Dolce far niente

 

 1795977-ec501063d211281f02e7ae972a608968.jpg
Evening After a Storm door Frederic Edwin Church, 1849

 

 

A Line-Storm Song

The line-storm clouds fly tattered and swift,
The road is forlorn all day,
Where a myriad snowy quartz stones lift,
And the hoof-prints vanish away.
The roadside flowers, too wet for the bee,
Expend their bloom in vain.
Come over the hills and far with me,
And be my love in the rain.

The birds have less to say for themselves
In the wood-world’s torn despair
Than now these numberless years the elves,
Although they are no less there:
All song of the woods is crushed like some
Wild, easily shattered rose.
Come, be my love in the wet woods; come,
Where the boughs rain when it blows.

There is the gale to urge behind
And bruit our singing down,
And the shallow waters aflutter with wind
From which to gather your gown.
What matter if we go clear to the west,
And come not through dry-shod?
For wilding brooch shall wet your breast
The rain-fresh goldenrod.

Oh, never this whelming east wind swells
But it seems like the sea’s return
To the ancient lands where it left the shells
Before the age of the fern;
And it seems like the time when after doubt
Our love came back amain.
Oh, come forth into the storm and rout
And be my love in the rain.

 

 1795977-fb49adf4d98ada5d49fd3aa8b9bd3b0c.jpg
Robert Frost (26 maart 1874 – 29 januari 1963)
San Francisco, Market Street door Thomas Kinkade, z.j.
Robert Frost werd geboren in San Francisco.

 

 

De Nederlandse dichter schrijver Remco Campert werd op 28 juli 1929 in Den Haag geboren. Zie ook alle tags voor Remco Campert op dit blog.

Uit: Een liefde in Parijs

“Vergeten was geen kunst, eerder een gebrek. Of een laffe vlucht in het niets. De zucht om niets te bewaren, om steeds onbelast opnieuw te beginnen zou hem op de duur fnuiken. Als hij straks op zijn sterfbed lag en er niets meer was om naar vooruit te kijken, waar moest hij, beroofd van herinneringen, dan aan denken?
(…)

Terwijl hij zijn handen waste keek Richard naar zichzelf in de spiegel. Hij zag een vermoeide oude kop met dunne grijze krulletjes op de schedel geplakt. Dat hij jong was geweest en voor sommigen zelfs aantrekkelijk kon hij niet meer in dat door de tijd verfrommelde gezicht bespeuren.
(…)

Sinds Richard zestig was geworden schatte hij werktuiglijk de leeftijd van iedereen die hij tegenkwam. Steeds meer mensen waren jonger dan hij. Hun aantal zou alleen maar toenemen tot ze hem ten slotte met z’n allen over de rand zouden duwen.
Hij was een toegewijd lezer van rouwadvertenties geworden. Ook onder de overledenen kwamen mensen voor die jonger waren dan hij. Als hij zo’n aankondiging las kon hij een gevoel van tevredenheid niet onderdrukken. Die had hij ten minste overleefd. Maar het merendeel was van een leeftijd die nu ook voor hem in het dichtbije verschiet lag. Lang had het leven eindeloos geleken. Hij had de tijd aan een touwtje dat hij zonder de controle te verliezen onbeperkt kon vieren. Op een onbewaakt moment was hij die controle kwijtgeraakt.
De tijd had zich van hem bevrijd en raasde ongebonden alle kanten uit. Een voorval waarvan Richard dacht dat het een jaar geleden had plaatsgevonden bleek in werkelijkheid al vier of acht jaar achter hem te liggen. De rollen waren omgekeerd: de tijd speelde met hem.”

 

 1795977-0c79b613daaa252a6f00cd18eef279a0.jpg
Remco Campert (Den Haag, 28 juli 1929)
In 1977

 

 

De Engelse dichter, verhalen- en romanschrijver Malcolm Lowry werd geboren 28 juli 1909 in Birkenhead Merseyside. Zie ook alle tags voor Malcolm Lowry op dit blog.

Uit: Under the Volcano

“He crossed the street, making for the station. Although he would not be travelling by train the sense of departure, of its imminence, came heavily about him again as, childishly avoiding the locked points, he picked his path over the narrow-gauge lines. Light from the setting sun glanced off the oil tanks on the grass embankment beyond. The platform slept. The tracks were vacant, the signals up. There was little to suggest that any train ever arrived at this station, let alone left it:
Yet a little less than a year ago the place had been the scene of a parting he would never forget. He had not liked the Consul's half-brother at their first encounter when he'd come with Yvonne and the Consul himself to M. Laruelle's house in the Calle Nicaragua, any more, he felt now, than Hugh had liked him. Hugh's odd appearance--though such was the overwhelming effect of meeting Yvonne again, he did not obtain even the impression of oddity so strongly that he was able later in Parián immediately to recognize him--had merely seemed to caricature the Consul's amiable half-bitter description of him. So this was the child M. Laruelle vaguely remembered hearing about years before! In half an hour he'd dismissed him as an irresponsible bore, a professional indoor Marxman, vain and self-conscious really, but affecting a romantic extroverted air. While Hugh, who for various reasons had certainly not been "prepared" by the Consul to meet M. Laruelle, doubtless saw him as an even more precious type of bore, the elderly aesthete, a confirmedly promiscuous bachelor, with a rather unctuous possessive manner towards women. But three sleepless nights later an eternity had been lived through: grief and bewilderment at an unassimilable catastrophe had drawn them together. In the hours which followed his response to Hugh's telephone call from Parián M. Laruelle learned much about Hugh: his hopes, his fears, his self-deceptions, his despairs. When Hugh left, it was as if he had lost a son.”

 

 1795977-1ff0822d7e3f551d53167deade17478b.jpg
Malcolm Lowry (28 juli 1909 - 26 juni 1957)
Scene uit de film van John Huston (1984) met Albert Finney als Geoffrey Firmin

 

 

De Engelse dichter en Jezuïet Gerard Manley Hopkins werd geboren op 28 juli 1844 in Stratford, Essex. Zie ook alle tags voor Gerard Manley Hopkins op dit blog.

 

The Alchemist In The City

My window shews the travelling clouds,
Leaves spent, new seasons, alter'd sky,
The making and the melting crowds:
The whole world passes; I stand by.

They do not waste their meted hours,
But men and masters plan and build:
I see the crowning of their towers,
And happy promises fulfill'd.

And I - perhaps if my intent
Could count on prediluvian age,
The labours I should then have spent
Might so attain their heritage,

But now before the pot can glow
With not to be discover'd gold,
At length the bellows shall not blow,
The furnace shall at last be cold.

Yet it is now too late to heal
The incapable and cumbrous shame
Which makes me when with men I deal
More powerless than the blind or lame.

No, I should love the city less
Even than this my thankless lore;
But I desire the wilderness
Or weeded landslips of the shore.

I walk my breezy belvedere
To watch the low or levant sun,
I see the city pigeons veer,
I mark the tower swallows run

Between the tower-top and the ground
Below me in the bearing air;
Then find in the horizon-round
One spot and hunger to be there.

And then I hate the most that lore
That holds no promise of success;
Then sweetest seems the houseless shore,
Then free and kind the wilderness,

Or ancient mounds that cover bones,
Or rocks where rockdoves do repair
And trees of terebinth and stones
And silence and a gulf of air.

There on a long and squared height
After the sunset I would lie,
And pierce the yellow waxen light
With free long looking, ere I die.

 

 1795977-bfadb8b1077994e6c662b93ce7318d49.jpg
Gerard Manley Hopkins (28 juli 1844 – 8 juni 1889)
Beeld van Rowan Gillespie in Denver (detail)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 28e juli ook mijn blog van 28 juli 2013 en ook mijn blog van 28 juli 2011 deel 2.

Geschreven door Romenu om 17:09 Reageer op dit bericht

In Memoriam Sybren Polet

 

In Memoriam Sybren Polet

De Nederlandse dichter en schrijver Sybren Polet is op 19 juli op 91-jarige leeftijd overleden. Dat heeft zijn uitgeverij vandaag bekend gemaakt. Sybren Polet (pseudoniem van Sybe Minnema) werd geboren in Kampen op 19 juni 1924. Zie ook alle tags voor Sybren Polet op dit blog.

 

Stopwoord

Ik vond een oorschelp in de grond
om aan te luisteren.
ik luisterde en vond
drie takken taal
een drietakttaal voor één gedicht.
daar is geen zin mee te verrichten.
ik stop dat oor maar met een stopwoord dicht.

 

 

Ruimteroes

De serene lucht, een en al ademlucht.
Je voelt je – opgelucht – ál abstracter worden,
een vrijzwevende doorluchtige geest,
bevrijd
Van beeldgedachten en lichtdromen,
zelfs
zonder het minste besef van afwezigheden.

Ruimte als lichte roes.
Ergens een licht vermoeden?

Ergens, oneindig ver weg,
een even opflikkerend
en snel vervluchtigend ik-vermoeden?

Ruimte als lichte roes,
de roes van een grensloze open ruimte.

 

 

Laatste sneeuw van de eeuw

Waar is de eeuwige sneeuw van weleer?
Gletsjers trekken zich terug als
   grote gevoelens - oude schollen
     komen bovendrijven.

Secondensnelle erosie legt de skeletten bloot
     van minimastodontjes, vroege dromen
en hij van elk fossiel
                      de nieuwe tijdgenoot.

Minuscule catastrofes, karkasjes
       klein als moleculen,
                          kristallijne tranen.

De tijd versteent in druppels,
                             Druppels…

Zoekend naar leven tussen het puin
klopsignalen, mensengeur…
                         er zwerven

schimmen en vitale echo’s
     in holen en rui’nes. Roep dan!
          klop, blafl echo.

En hij: - Dit is de laatste sneeuw van de eeuw.
       Dit wordt de laatste echo.

 

 

 1795895-1b8179433a2cd825f1e1e936a029c4ad.jpg
Sybren Polet (19 juni 1924 – 19 juli 2015)

Geschreven door Romenu om 14:20 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten