Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Vittoria Colonna

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Italiaanse dichteres Vittoria Colonna werd in april 1490 in Marino, bij Rome, geboren als kind van hoge adel. Haar vader was Fabrizio Colonna, heer van Paliano, vanaf 1515 Gran Connestabile van Napels. Haar moeder was een dochter van hertog Federico van Urbino en Battista Sforza. Vader Fabrizio was legerleider van de Franse koning Karel VIII, maar toen na de inname van het koninkrijk Napels onder zijn leiding erkenning door de koning uitbleef bood hij zijn diensten aan de Spaanse koning aan.Ter bestendiging van de band met Spanje werd op aandringen van Ferdinand van Napels de jonge Vittoria in 1495 beloofd aan de jonge Spaanse edelman Ferdinand ( Ferrante) Francesco D’Avalos uit Ischia. De eerste jaren stond zij onder de hoede van haar moeder, zelf opgevoed aan het beroemde hof van Urbino, die zorgde voor een zorgvuldige humanistische opvoeding. Haar jeugd bracht ze door in Marino, Rome of op het kasteel van haar vader in Napels, dat het middelpunt was van de literaire kringen in het koninkrijk Napels . In 1501 werd de familie door de Franse troepen van hun goederen verdreven en viel in ongenade bij paus Alexander VI Borgia. Het gezin vond toen tijdelijk een veilig onderdak aan het hof van de D’Avalos op Ischia, totdat ze konden terugkeren naar Marino. Eind 1509 trad Vittoria officieel in het huwelijk met Ferrante D’Avalos, hertog van Pescara en legeraanvoerder van de Spaanse troepen. Terwijl Ferrante ten strijde trok verbleef Vittoria aan het kleine, maar verfijnde hof op Ischia. Vittoria was ook regelmatig in Napels, aan het hof van de Spaanse Vice-koning. Ze leefde het leven van een hoge edelvrouw, vol pracht en praal in Spaanse stijl, en verkeerde in het gezelschap van grote dichters, schrijvers en schilders. Hier legde ze zich vol enthousiasme toe op de dichtkunst. Haar huwelijksjaren waren eenzaam, want Ferrante was vanaf 1511 meestal op pad als legeraanvoerder. Tot haar verdriet bleef zij kinderloos, maar het echtpaar adopteerde de hertog van Vasto, een neef van Ferrante, als zoon en erfgenaam. Haar eerste werk, “Epistola a Ferrante Francesco D’Avalos, suo consorte, nella Rotta di Ravenna”, gericht aan haar in Ferrara en Milaan gevangen gehouden echtgenoot, verscheen in 1512. Hierin uitte ze haar grote verdriet om de afwezigheid van Ferrante, die ver van haar gevangen gehouden werd. Hij werd echter niet gevangen gehouden in een kerker, maar aan het hof, waar hij genoot van de aangename dingen des levens. Ook beschrijft ze de gruwel van het oorlogvoeren, waarin de man roem en glorie zoekt, terwijl de vrouw eenzaam en vol zorgen om zijn welzijn achterblijft. In 1521 ging hij als aanvoerder van het leger van Karel V naar Milaan om te vechten tegen Frans I van Frankrijk. Hij won de slag bij Pavia in 1525, maar stierf enkele maanden later in Milaan, aan de gevolgen van zijn verwondingen of door een samenzwering. Vittoria wijdde zich na de dood van Ferrante helemaal aan het schrijven van gedichten. Haar “Rime amorose” zijn voornamelijk gewijd aan de glorie en de heldhaftigheid van haar man, het verdriet om zijn dood en het verlangen naar haar eigen dood om daardoor weer met hem verenigd te worden. In 1534 verliet Vittoria het eiland Ischia en het Zuiden voorgoed en nam zij haar intrek in het klooster van San Silvestro in Rome. Daar wijdde zij zich enerzijds aan een contemplatief leven, anderzijds was zij volop actief in religieuze, politieke en literaire zaken.

 

Wie traf sich selbst der Tod mit jenem Stoße

Wie traf sich selbst der Tod mit jenem Stoße
Gen ihn, mein Licht, das zu verdunkeln er
Zu schwach und dessen Ruhm nur mehr und mehr
Durch schönes Sterben wuchs ins Übergroße!

Nun droht er mir! Doch seine Faust erstarrt
Hoch in der Luft, mein Lächeln macht sie stocken …
Warum lässt er zum Streich sich nicht verlocken?
Wie grausam er mit Höflichkeit mich narrt!

Mein totes Leben such ich ihm zu schenken
Doch er, nicht solchen leichten Siegs gewohnt,
Übt nie erhörte Rache: er verschont

Mich seines Streichs, quält mich mit seinen Ränken,
Lässt lebend mich in diesem wahren Tod –
O, wie entrinn ich dieser letzten Not?

 


Vertaald door Hans Mühlestein

 

 

On what smooth seas, on what clear waves did sail

On what smooth seas, on what clear waves did sail
My fresh careened bark ! what costly freight
Of noble merchandise adorn’d its state !
How pure the breeze, how favouring the gale !

And Heaven, which now its beauteous rays doth veil,
Shone then serene and shadowless. But fate
For the too happy voyager lies in wait.
Oft fair beginnings in their endings fail.

And now doth impious changeful fortune bare
Her angry ruthless brow, whose threat’ning power
Rouses the tempest, and lets loose its war !

But though rains, winds, and lightnings fill the air,
And wild beasts seek to rend me and devour,
Still shines o’er my true soul its faithful star.

 

 

Like to a hungry nestling bird, that hears

Like to a hungry nestling bird, that hears
And sees the fluttering of his mother’s wings
Bearing him food, whence, loving what she brings
And her no less, a joyful mien he wears,

And struggles in the nest, and vainly stirs,
Wishful to follow her free wanderings,
And thanks her in such fashion, while he sings,
That the free voice beyond his strength appears;

So I, whene’er the warm and living glow
Of him my sun divine, that feeds my heart,
Shine’s brighter than its wont, take up the pen,

Urged by the force of my deep love; and so
Unconscious of the words unkempt by art
I write his praises o’er and o’er again.

 

Vertaald door Thomas Adolphus Trollope

 

 1879270-5cc90caf4f3fd78a9d2b10cbad52da0f.jpg
Vittoria Colonna (april 1492 – 25 februari 1547)
Anoniem portret uit de 16e eeuw

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

De blogger leest alles eerst na: je tekst verschijnt zodra die goedgekeurd is.

Gabriël Smit

De Nederlandse dichter, essayist, toneelschrijver, vertaler, kunstcriticus, journalist, redacteur en politicus Gabriël Wijnand Smit werd geboren in Utrecht op 25 februari 1910. Smit werd geboren in een oudkatholiek gezin, maar stapte toen hij volwassen was over naar de rooms-katholieke Kerk. In 1969 liet hij deze kerk echter achter zich. Op zijn twintigste verhuisde hij naar Hilversum, later naar 's-Graveland, waar hij jarenlang raadslid voor de KVP was (hij was ook fractievoorzitter) alsook enige tijd waarnemend burgemeester, en vervolgens naar Laren, waar zijn grote gezin opgroeide en hij tenslotte op 71-jarige leeftijd aan een longaandoening overleed. Smit begon in 1933 als journalist bij de Gooi- en Eemlander, trad aan als redacteur van het antisemitische De Nieuwe Gemeenschap, waar hij samen met A. den Doolaard vertrok toen de hoofdredacteur openlijk het antisemitisme ging uitdragen. Vervolgens werkte hij voor de Linie en De Gids. Hij werd daarna kunstredacteur en -criticus en redacteur geestelijk leven van de Volkskrant, en schreef ook veel voor radio en televisie. Tijdens WO II werden zes bundels van Smit clandestien uitgegeven, maar hij was gelijktijdig hoofdcorrespondent van de nazistische Nederlandsche Kultuurkamer. Deze dubbelrol verleende hem dan ook de naam 'de dubbele pannebakker'. Of en in welke mate Smit pro-Duits was, is onduidelijk. Smit werd in 1955 ridder in de Orde van Sint-Gregorius de Grote in verband met zijn psalmberijming (Psalmen, 1952). In 1962 kreeg hij de cultuurprijs van de gemeente Hilversum voor zijn oeuvre en in 1970 de Marianne Philipsprijs.

 

Imbecile

Dit leven was een onverzettelike muur van vrezen,
en God alleen een slordig ‘Onze-Vader’.
de meeste mensen kwamen hem nooit nader,
kenden niet het duister-diepe van zijn wezen.
 
buiten - 's avonds - flitsten lichten door zijn haren,
auto's, razend - hij dacht een komeet -
en in een klampen, waarvan God slechts weet,
wist hij zijn hart dan langer te bewaren.
 
als hij aan tafel spijzen tot zich nam,
angstig, gulzig, in een blinde haast,
was hij om onze tranen steeds verbaasd,
en voelde niet waaruit de stilte kwam.
 
en mechanies dankend in een altijd-killer Onze-Vader,
sterker: ‘geef ons heden ons dageliks brood’,
kende hij de angsten om de dood
dieper dan één van ons, want zeer veel nader....

 

 

Tien sonnetten

I
Heer, het is niet dat Gij de stilte neemt,
dat Gij de wereld schreeuwen laat en gieren,
dat Gij het toelaat als de wilde dieren
van jacht en oogenblik - niets dat nog zweemt
 
naar maat en duur bleef hun gebrul nog eigen -
de dag verscheuren met hun hongerkreet,
Heer, het zijn niet de waanzin en het leed
die schreeuwend, schreeuwend om verlossing hijgen, -
 
dit alles is het niet, - want nu de nacht
het wreedst rumoer tot zwijgen heeft gebracht
hoor ik misschien weer hoe de sterren zingen.
 
Maar dat Gij hier, nabij, mijn kleine dingen
nog leeg laat, zonder stilte's fluisteringen,
nog dood van angst, - dit rooft mijn laatste kracht.

 

 1816996-2dd4e25fc0c27b707e5de2aa8b3dcbaa.jpg
Gabriël Smit (25 februari 1910 – 23 mei 1981)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Alain Mabanckou, Leon de Winter, George Moore, Erich Loest, Luc Verbeke, Wilhelm Grimm, Friedrich Spielhagen

De Congolese dichter en schrijver Alain Mabanckou werd geboren op 24 februari 1966 in Congo-Brazzaville (Frans Congo). Zie ook alle tags voor Alain Mabanckou op dit blog.

Uit: African Psycho (Vertaald door Christine Schwartz Hartley)

“Still, it's weird: Every time one of my deeds ends in fiasco, something—I don't know what exactly—compels me to think about Angoualima, my idol, and to make for his grave in the cemetery of the Dead-Who-Are-Not-Allowed-to-Sleep in the first hours of the day. There I talk to him, listen to him take me to task, call me an imbecile, an idiot, or a pitiful character. I agree, abandon myself to the fascination he exerts over me, and take these insults as a sign of the affection that only he shows me. Now if only I could convince myself that it is not in my interest to compare myself to him or desperately seek his approval as a master of crime, I might be able to start working with a free spirit. To each his own manner and personality. I certainly have tried to pursue this course. It's not as simple as it seems.
Why take Angoualima as a model and not another of our town's bandits? I finally found an explanation. Actually, when I was just a teenager with skeletal legs, drifting through the sticky streets of the He-Who-Drinks-Water-Is-an-Idiot neighborhood, playing scarfball with other kids my age, I would already hear people talk about Angoualima and would recognize myself in each of his gestures, which the whole country decried. I felt admiration for him. In a certain way he had preceded me in the type of existence I dreamed of for myself. So as not to despair, I persuaded myself that I resembled him, that his destiny and mine had the same arc, and that little by little I would eventually climb each step until my head, shaped like a rectangular brick, deserved a crown of laurels.
I did resemble him. Not in any physical way, but in that he cultivated a taste for solitude and that he hadn't been recognized by his parents either—they abandoned him at a great crossroads of life where the poor child had no idea what path to take.”
 

1727480-d9e591ee006728bec56166478c3fff06.jpg
Alain Mabanckou (Congo-Brazzaville, 24 februari 1966)

 

 

De Nederlandse schrijver Leon de Winter werd geboren in ’s-Hertogenbosch op 24 februari 1954. Zie ook alle tags voor Leon de Winter op dit blog.

Uit: Supertex

“Ik moest Jimmy Tsjin bellen en de elektrische wekker begon te zeuren. Ik lag tegen de billen van Maria en slaperig draaide zij zich om toen ze voelde dat ik wilde opstaan. Ze sloeg haar armen om me heen en hing met haar volle gewicht aan mijn nek. Ik kon dat hebben want mijn overgewicht had zich voor een deel in mijn nek genesteld. “Even wachten, schatje, ”zei ik “eerst bellen, dan kom ik weer tegen je liggen.”
(…)

“Ik besefte dat ik hen zou raken. Een halve chassidische familie, zaterdag ochtend vroeg op weg naar de sjoel om tot G’d te bidden en Hem ook voor mij vergiffenis te vragen, zou ik wegvagen omdat ik zo hoognodig een telefoontje naar Bankok moest plegen over een partij wintergoed. Straks zouden ze de chassieden van de vooruit krabben en ik zou in het cachot geworpen worden. Ik reed hier honderdtwintig en was net van plan naar de vier door te schakelen om op het einde van de Lairese in de vijf en boven de tweehonderd te zitten. Ik zag hun onschuldige gezichten dichterbij kom en en ik begon te bidden. Opnieuw had de Heer mij uitverkoren.
De abs-remmen van ingenieur Porsche vertraagden de wagen met velen kilometers per meter en begon erop te lijken dat ik net ter hoogte van de voorste chassidische jongen tot stilstand zou komen. Als door een reusachtige hand tegengehouden verloor de auto zijn laatste snelheid. Een klein schokje kondigde absolute rust aan en alsof mijn tastzin zich tot de voorbumper had uitgestrekt merkte ik dat ik de jongen net schampte, zoals je iemand een schouderklopje geeft.”

 

 1727480-c44080ffe30de8b31d8bfccbb85338a2.jpg
Leon de Winter (’s-Hertogenbosch, 24 februari 1954)

 

 

De Ierse schrijver en kunstcriticus George Augustus Moore werd geboren op 24 februari 1852 in Ballyglass. Zie ook alle tags voor George Moore op dit blog.

Uit: The Untilled Field (A Letter To Rome)

“One morning the priest's housekeeper mentioned as she gathered up the breakfast things, that Mike Mulhare had refused to let his daughter Catherine marry James Murdoch until he had earned the price of a pig.
"This is bad news," said the priest, and he laid down the newspaper.
"And he waited for her all the summer! Wasn't it in February last that he came out of the poor-house? And the fine cabin he has built for her! He'll be that lonesome, he'll be going to America."
"To America!" said the priest.
"Maybe it will be going back to the poor-house he'll be, for he'll never earn the price of his passage at the relief works."
The priest looked at her for a moment as if he did not catch her meaning, and then a knock came at the door, and he said:—
"The inspector is here, and there are people waiting for me."
And while he was distributing the clothes he had received from Manchester, he argued with the inspector as to the direction the new road should take; and when he came back from the relief works, there was his dinner. He was busy writing letters all the afternoon; it was not until he had handed them to the post-mistress that his mind was free to think of poor James Murdoch, who had built a cabin at the end of one of the famine roads in a hollow out of the way of the wind. From a long way off the priest could see him digging his patch of bog."

 

 1727480-01550674d88514cae211321527f3da8a.jpg
George Moore (24 februari 1852 – 20 januari 1933)
Ballyglass, vuurtoren


 

De Duitse schrijver Erich Loest werd geboren op 24 februari 1926 in Mittweida. Zie ook alle tags voor Erich Loest op dit blog.

Uit: Durch die Erde ein Riß

„Kimme und Korn, verklemmt und verkantet, und kehrt wurde immer auf dem linken Absatz gemacht.
Landsknechtstrommeln dröhnten, Fanfaren gellten, abends loderte auf dem Markt ein Feuer. Mit Flammen hatten's die Nazis auch in Mittweida, mit Sonnwendfeuern und Fackelzügen; es muß sie geschmerzt haben, als sie im Herbst 1939 feindlicher Flieger wegen auf dieses Rauschmittel verzichten mußten. Schon einige Wochen vorher, an seinem zehnten Geburtstag, hatte der künftige Pimpf dies auf dem Gabentisch gefunden: Braunhemd und schwarze Hose von den Großeltern, Koppel und Schulterriemen von Tante Lucie, Halstuch und Knoten und Jacke von Mutter und Vater. Er machte sich uniform damit, bevor er sich am Morgen des 20. April mit wimmelnden Scharen anderer Jungen auf dem »Platz der SA« einfand und unter überlaut wiederholten und nicht verstandenen Befehlen in Reih und Glied geschubst wurde. Da merkte er schon, daß er pinkeln mußte und wagte nicht, sich ein Stückchen davonzumachen und in einen Winkel zu stellen; der Druck der Blase verstärkte sich beim Marsch durch die halbe Stadt zum Schützenhaus hin- auf, im Saal traute er sich erst recht nicht, einen Schnurträger um Erlaubnis zum Austreten zu bitten. Fahnen wurden hereinzelebriert, Reden gehalten, und im Pimpfanwärter L. wuchs die Scham, im heiligsten Augenblick, der ihm bislang vergönnt gewesen war, entlaufen zu müssen zur teergestrichenen Wand neben der Bühne, und es wuchs die Angst, er pißte sich in die Hosen. Als die Not am höchsten war, quälte er sich doch aus der Reihe und auf einen Beschnurten zu, der sah ihm seine Bedrängnis an und wartete keine Frage ab und zeigte eilfertig den Weg, der Gequälte erreichte die Teerwand mit Müh und Not und schiffte in panischer Hast durchs Hosenbein; das Glück dabei war größer als jedes andere an diesem Tag.“

 

 1727480-588dbcc9965d3b018eca0ecbf125b2a5.jpg
Erich Loest (24 februari 1926 - 12 september 2013)

 

 

De Vlaamse dichter en schrijver Luc Verbeke werd geboren in Wakken op 24 februari 1924. Zie ook alle tags voor Luc Verbeke op dit blog.

 

Wolken regenen verdriet

Wolken regenen verdriet
in het eeuwig-dorstige zand,
in poriën van de dood:
miljarden atomen
en cellen
van mens, dier en plant
in zon en vuur geschroeid,
versteend, verpulverd,
eeuwenlang
tot as gebrand.
Maar Geest waait de geest
los en vrij
waar hij wil
door licht, lucht en land,
levend nieuw als de wind.
Dood leeft van het brood
van het leven.
Leven leeft op de dood
en liefde wint.

 

 1727480-65926132574da43fbcd7a852608d8ccd.jpg
Luc Verbeke (24 februari 1924 – 30 september 2013)

 

 

De Duitse schrijver en taalwetenschapper Wilhelm Karl Grimm werd geboren in Hanau op 24 februari 1786. Zie ook alle tags voor Wilhelm Grimm op dit blog.

Uit: Die hagere Liese

„Ganz anders als der faule Heinz und die dicke Trine, die sich von nichts aus ihrer Ruhe bringen ließen, dachte die hagere Liese. Sie äscherte sich ab von Morgen bis Abend und lud ihrem Mann, dem langen Lenz, so viel Arbeit auf, daß er schwerer zu tragen hatte als ein Esel an drei Säcken. Es war aber alles umsonst, sie hatten nichts und kamen zu nichts. Eines Abends, als sie im Bette lag und vor Müdigkeit kaum ein Glied regen konnte, ließen sie die Gedanken doch nicht einschlafen. Sie stieß ihren Mann mit dem Ellenbogen in die Seite und sprach „hörst du, Lenz, was ich gedacht habe? wenn ich einen Gulden fände, und einer mir geschenkt würde, so wollte ich einen dazu borgen, und du solltest mir auch noch einen geben: so bald ich dann die vier Gulden beisammen hätte, so wollte ich eine junge Kuh kaufen.“ Dem Mann gefiel das recht gut, „ich weiß zwar nicht,“ sprach er, „woher ich den Gulden nehmen soll, den du von mir willst geschenkt haben, aber wenn du dennoch das Geld zusammenbringst, und du kannst dafür eine Kuh kaufen, so thust du wohl, wenn du dein Vorhaben ausführst. Ich freue mich,“ fügte er hinzu, „wenn die Kuh ein Kälbchen bringt, so werde ich doch manchmal zu meiner Erquickung einen Trunk Milch erhalten.“ „Die Milch ist nicht für dich,“ sagte die Frau, „wir lassen das Kalb saugen, damit es groß und fett wird, und wir es gut verkaufen können.“

 

 1727480-2b297b04b2906a04b365f6f2fd385eac.jpg
Wilhelm Grimm (24 februari 1786 – 16 december 1859)
Illustratie door Rudolf Schiestl

 

 

De Duitse schrijver Friedrich Spielhagen werd geboren op 24 februari 1829 in Magdeburg. Zie ook alle tags voor Friedrich Spielhagen op dit blog.

Uit: Uhlenhans

“Hans hatte, da ihn der Heimweg gerade durch Prora geführt, in dem Stalle des Gasthofes »zum König von Preußen« die frisch milchende Kuh angesehen, die er gestern hereingeschickt; den herzlichen Dank der jungen Frau verlegen abgelehnt; in der Wirtsstube von dem neuen Doppelbier, das ihm Clas Wenhak aufgenötigt, nur eben genippt, und war nun mit demselben zur Thür hinaus getreten, wo der Hausknecht sein Pferd am Zügel hielt.
Clas Wenhak schob den Mann beiseite: er selbst wollte dem Herrn Baron beim Aufsteigen behilflich sein. Der hatte bereits den Fuß im Bügel, zog ihn aber wieder zurück. Ueber den kleinen offenen Platz kam sehr schnell ein Jagdwägelchen heran gerasselt, in dessen zweitem Sitz, in die Ecke gelehnt, Fürst Prora saß und sich jetzt, als er des Barons gewahr wurde, schnell aufrichtete, dem Kutscher ein Wort zurufend.
Der Wagen hielt.
Hans war an das Gefährt heran getreten. Der Fürst streckte ihm lebhaft die Hand entgegen.
Guten Abend, lieber Baron! Was führt Sie so spät hierher?
Geschäfte, Durchlaucht –
Ich frage nur, weil ich mich selbst verspätet habe. Sie sind doch auch heute auf dem Zauberfeste in Griebenitz?“

 

 1727480-4b356f5f1afb0b5b17eb9adbaf66e28c.jpg
Friedrich Spielhagen (24 februari 1829 – 25 februari 1911)
Magdeburg, Alter Markt (Fotochroomafdruk)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 24e februari ook mijn blog van 24 februari 2013 deel 1 en ook deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 19:22 Reageer op dit bericht

Herman Maas

De Nederlandse schrijver en journalist Herman Hubertus Joannes (Herman) Maas werd geboren in Venray op 24 februari 1877. Maas huwde in 1903 met Henriette Braem uit Arcen. Het echtpaar kreeg drie kinderen. Maas begon zijn carrière als onderwijzer op lagere scholen in Oirlo en Ospel. Vervolgens werkte hij vier jaar als verzekeringsagent. In 1915 werd hij leraar aan de kweekschool te Venlo. Maas schreef zijn eerste stuk in 1896 in het Venrayse weekblad Peel en Maas en gebruikte daarbij de schuilnaam Peter van Venrode. Gedurende zijn hele leven bleef zijn geboortestreek De Peel een belangrijke bron van inspiratie In 1900 begon Maas met literaire bijdragen met een kritische boodschap. Wat later werden deze ook politiek van aard. Zijn eerste roman uit 1901 kan exemplarisch geacht worden voor het latere werk. Maas kaart daarin sociale wantoestanden, kleinburgerlijkheid en wanbestuur aan. Zijn roman “Verstooteling” uit 1907 levert Maas dermate veel problemen op dat hij op zoek moest naar een andere baan. Van 1915 tot 1923 was hij leraar aan de Rijksnormaalschool te Venlo. Hij combineerde deze baan met zijn werk als journalist voor het blad Limburgs Belang en zijn deelname aan de plaatselijke politiek in zijn woonplaats Roermond. Maas is zich altijd blijven verzetten tegen de vergaande invloed van de confessionele coalitie op de maatschappelijke ontwikkelingen. Vanaf 1933 had hij door langdurige werkloosheid met slechts een klein wachtgeld te kampen met miserabele levensomstandigheden. Zijn echtgenote werd in dat jaar met een chronische depressie blijvend opgenomen op de gesloten afdeling van een psychiatrische inrichting. Mede onder invloed van zijn oudste zoon raakte hij steeds meer betrokken bij de fascistische wereldbeschouwing. Hij werd ook lid van de Kultuurkamer. Maas bleef tot op zijn 80e levensjaar als schrijver actief, hij had als bijnaam de Limburgse Zola.

Uit: Landelijke eenvoud

“Op de ‘groes’, onder een breedkruinigen appelboom, stonden Nel en Driek bij elkaar. Hij leunde met den schouder tegen den stam, het eene been over 't andere geslagen, in loom-hangerige houding. Nel stond voor hem, plukte aan haar blauw schort, de oogen gericht naar den grond, waar zij toch niets zag.
Terwijl haar eene klomp al maar door grasspieren neertrapte onder haar onbewust beweeg van den voet, vertelde zij, hoe vader en moeder 's avonds van te voren weer opgespeeld hadden, omdat zij het met Driek niet uitmaken wilde. Ze hadden haar uitgescholden voor al wat leelijk was, totdat zij eindelijk van kwaadheid naar bed was geloopen. Maar zij had gezegd, dat ze het niet deed, nooit. Ze ‘ging’ met Driek, als ze zelf wilde, en niemand had zich daarmee te bemoeien. Wat dachten ze wel?....
Toen ze in haar bed lag, had ze zich niet meer kunnen inhouden. Ze had wel een uur lang liggen schreien....
Telkens na eenige oogenblikken vlug vertellen, daalde een zwijging tusschen hen neer, alleen onderbroken door haar zuchten: ‘'t Is toch wat te zegge....’
Driek wist weinig of niets te antwoorden. Hij hoorde haar aan zonder blijken te geven, dat hij getroffen werd door haar verhaal.
Toch was hem dat lang niet onverschillig. En al had hij datzelfde dikwijls al gehoord, het verveelde hem ook nu niet. Maar het kwam niet in zijn gedachten op, dat hij haar zou moeten troosten, of haar moest verzekeren, dat niemand in staat zou zijn tusschen hen tweeën iets te veranderen. Ook verlangde zij dat niet. 't Was haar genoeg hem weer eens gezegd te hebben, wat zij thuis moest uitstaan.
Vader en moeder hadden zoo als altijd gekeven, dat de ouders van Driek hèn al jaren lang geplaagd en gesard hadden. En Driek was óók niks, een vent, dien ze voor hun oogen niet zien konden.
En als zij vroeg, wàt ze dan tegen Dirk hadden, of hij niet goed oppaste, en zoo, dan werden ze nog véél kwader en riepen maar, dat 't er niets op aankwam, zij wilden met Driek niks uit te staan hebben, en daarmee uit!...."

 

1842551-98fb07da964c30bd19fb4e155e356e02.jpg
Herman Maas (24 februari 1877 - 27 januari 1958)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Ljoedmila Oelitskaja, Robert Gray, César Aira, Sonya Hartnett, Maxim Februari, Toon Kortooms, Erich Kästner

De Russische schrijfster Ljoedmila Jevgenjevna Oelitskaja werd geboren in Davlenkanovo, Basjkirostan, op 23 februari 1943. Zie ook alle tags voor Ljoedmila Oelitskaja op dit blog.

Uit: Een Russische geschiedenis (Vertaald door Arie van der Ent)

“Tamara zat voor een bord met een spiegelei en at terwijl ze haar droom nog afkeek.
Haar moeder Raïsa Iljinitsjna haalde zo teder ze kon de kam met de spaarzame tanden door haar haar en deed haar best het levende vilt zo veel mogelijk te ontzien.
De radio braakte plechtige muziek uit, maar niet te hard: oma lag te slapen achter het scherm. Toen zweeg de muziek. De pauze was te lang en niet zomaar, zo leek. Daarna weerklonk de stem die iedereen kende: ‘Attentie! Dit is Radio Moskou. Alle radiostations van de Sovjet-Unie zijn in de lucht. Dit is een mededeling van de overheid ...’
De kam verstarde in Tamara’s haar, zelf was ze mete en klaarwakker, schrokte haar gebakken ei op en zei met hese ochtendstem: ‘Mam, vast een of andere stomme verkoudheid en dan meteen het hele land ...’
Ze kreeg geen tijd haar zin af te maken, omdat Raïsa Iljinitsjna opeens met alle kracht een ruk aan de kam  gaf, Tamara’s hoofd abrupt achteroversloeg en haar tanden op elkaar klapten.
‘Hou je mond’, siste Raïsa met verstikte stem.
In de deuropening stond oma in haar kamerjas, zo oud als de Chinese Muur. Ze hoorde het radiobericht stralend aan en zei: ‘Rajetsjka, koop jij iets lekkers bij Jelesejev. Het is vandaag trouwens Poerim. Ik geloof echt dat Samech de pijp uit is.’
Tamara wist toen niet wat Poerim was, waarom er iets lekkers gekocht moest worden, laat staan wie Samech was, die de pijp uit was. Hoe had ze ook moeten weten dat Stalin en Lenin uit veiligheidsoverwegingen in hun familie sinds jaar en dag bij de eerste letter van hun partijnaam werden genoemd, de s en de l, en dan in een geheimzinnige oeroude taal: ‘samech’ en ‘labed’.”

 

 1726785-29294a08abc31e3812eaf1744d53aa3e.jpg
Ljoedmila Oelitskaja (Davlenkanovo, 23 februari 1943)

 

 

De Australische dichter Robert Gray werd geboren op 23 februari 1945 in Port Macquarie. Zie ook alle tags voor Robert Gray op dit blog.

 

In Departing Light (Fragment)

My mother all of ninety has to be tied up
in her wheelchair, but still she leans far out of it sideways;
she juts there brokenly,
able to cut
with the sight of her someone who is close. She is hung
like her hanging mouth
in the dignity
of her bleariness, and says that she is
perfectly all right. It is impossible
to get her to complain
or to register anything
for longer than a moment. She has made Stephen Hawking look healthy.
It’s as though
she is being sucked out of existence sideways through a porthole
and we’ve got hold of her feet.
She’s very calm.
If you live long enough it isn’t death you fear
but what life can still do. And she appears to know this
somewhere,
even if there’s no hope she could formulate it.
Yet she is so calm you think of an immortal – a Tithonus withering
forever on the edge
of life,
though never a moment’s grievance. Taken out to air
my mother seems in a motorcycle race, she
the sidecar passenger
who keeps the machine on the road, trying to lie far over
beyond the wheel.

 

 1726785-c07dfced23d8d723051db38a0637556a.jpg
Robert Gray (Port Macquarie, 23 februari 1945)

 

 

De Argentijnse schrijver en vertaler César Aira werd geboren op 23 februari 1949 in Coronel Pringles. Zie ook alle tags voor César Aira op dit blog.

Uit: De schimmen (Vertaald door Adri Boon)

“De verdieping daaronder was be- stemd voor opslag, met boxen of berghokken. Boven de zesde verdieping waren het verwarmde zwembad en de speelzaal, met een weids uitzicht over daken en straten. En de conciërgewoning, waar, ofschoon net zo onaf als de rest van het gebouw, sinds een paar maanden, met zijn gezin, de nachtwaker woonde, Raúl Viñas, een Chileense bouwvakker, die, hoewel een enorme drinkebroer, zeer betrouwbaar bleek. Het was buitengewoon warm. En van daar naar bene- den kijken gevaarlijk. De glazen panelen die het ter- ras zouden omgeven waren nog niet geplaatst. De be- zoekers hielden de kinderen ver weg van de rand. Het is waar dat ruimtes in een huis in aanbouw kleiner lijken zolang de ramen, deuren en vloeren niet zijn aangebracht. Dat weet iedereen. En toch was het om- gekeerde ook waar. Domingo Fresno, de architect die het interieur van de tweede verdieping zou verzor- gen, liep onrustig door dat uitgestrekte labyrint, alsof hij in een zandwoestijn ronddwaalde. Tello had rede- lijk goed werk geleverd. Het gebouw stond in elk ge- val stevig op de fundering; het had ook kunnen inzak- ken als een ijsje in de zon. Van de eerste verdieping was niemand gekomen. Op vierhoog waren meneer en mevrouw Kahn, een ouder echtpaar met twee jon- ge dochters, in gezelschap van een binnenhuisarchi- tecte, de buitengewone Elida Gramajo, die hardop be- rekeningen maakte voor de gordijnen. Er moest rekening gehouden worden met de kleinste dingen. En elk detail vereiste dat niet alleen de plek zelf werd opgemeten, maar ook de ruimte eromheen. Dus werd die grote betonnen kooi in al zijn drie dimensies tot op de millimeter nauwkeurig gemeten.Een in het paars geklede dame beklom hijgend de trap tussen de vijfde en de zesde verdieping. Anderen hoefden niet zoveel moeite te doen: ze zweefden naar boven en naar beneden, zelfs dwars door de vloertegels heen. De eigenaars vonden het niet erg dat de bouw vertra- ging had opgelopen, deels omdat pas bij oplevering het restbedrag moest worden voldaan, maar ook om- dat ze het wel prettig vonden extra tijd te hebben voor het kiezen van meubilair en de inrichting.”

 

 1726785-ca3698b5786727b1e11d0fecc70e623b.jpg
César Aira (Coronel Pringles, 23 februari 1949)

 

 

De Australische schrijfster Sonya Hartnett werd geboren op 23 februari 1968 in Box Hill, Melbourne. Zie ook alle tags voor Sonya Hartnett op dit blog.

Uit: Of A Boy

“It was a warm day and they had behaved, as they had promised they could, so there must be ice-cream. Veronica took her sister's hand. That afternoon, so near to winter, the sky was very blue; the sun felt soft as a cat. The children, on the footpath, paused to wave to their mother. For them, at their age, a trip to the milkbar could take on the dimensions of a voyage.
The mother straightened from the soil, hair falling into her eyes. Her children's voices were thin and high, the piping of chicks in a nest. 'Goodbye, my loves,' she said, the words no more than her habit. The mother would remember, later, the white glint of silver coins held tight in the palm of her son.
Christopher was five, with a child's ponderous gait; his older sisters, leggy as fillies, must match their pace to his. Zoe's thoughts would drift as she ambled, lingering on insects and flowers. Bending again to her garden, the mother knew without calculation that her children would be gone for half an hour: fifteen minutes to the shop, fifteen minutes home.
The route they'd take to the milkbar would bend around four corners of the suburban neighbourhood: two right turns, two left. The neighbourhood was a modest one, and the distances between corners were not great. The result of all the twisting was that no one who saw the Metford children walking through that clear afternoon would see them for very long.
The first witness was changing a tyre, on his knees uncomfortably on a stone driveway. He noticed the children because the little boy, passing the gate, made an infant's noise for a car, brmm. The sound made the man smile, the only thing to have done so all day. The witness recognised the Metfords as local, although he did not know their names. He would tell the police that, when he saw them, the children were alone.”

 

 1726785-f056e42d13664f98332959ac3f467207.jpg
Sonya Hartnett (Box Hill, 23 februari 1968)

 

 

De Nederlandse schrijver, filosoof en columnist Maxim Februari (eig. M. Drenth) werd geboren in Coevorden op 23 februari 1963. Maxim Februari publiceerde eerder onder de naam Marjolijn Februarti. Sinds 15 september 2012 gaat hij als man door het leven. Zie ook alle tags voor Maxim Februari op dit blog en eveneens mijn blog van 23 februari 2012.

 

Naar Manet

De suppoost veronderstelt een jongedame,
ze loopt de zaal door naar de verste hoek.
Daar eten op het gras drie mensen samen,
olie op doek.

Ze denkt ik zit heraldisch rechts
(gezien vanaf de bank in het park
of stilhoudend naast Titiaan)
en ik ben slechts een vrouw. Ik heb niets aan.

Ze denkt ik ben de linker god (met hoed),
geleund in het gras
beheers ik het geverfd helaal. En ik poseer
een handgebaar, mijn arm als as
doorkruist haar beeld voorgoed.

Ze denkt of zit ik altijd weer
met achter mij de muze (in het meer)
daar zwijgend tussen in.

De intercom roept om, ze loopt wat sneller
langs Titiaan de zaal uit naar het park.
(De bankjes zijn bezet. Men eet zijn maal.)

De suppoost na nazien van
de zaal en de bezoekers-teller
gaat opgewekt de deuren sluiten:
ieder die binnenkwam ging ook weer buiten.

Men hoort hem hymnen fluiten.

 

 1726785-139f97e6bee883e664871961ebe28bc6.JPG
Maxim Februari (Coevorden, 23 februari 1963)

 

 

De Nederlandse schrijver Toon Kortooms werd op 23 februari 1916 in Deurne geboren. Zie ook alle tags voor Toon Kortooms op dit blog.

Uit: Help! De dokter verzuipt...

“Wij staan in deze machteloos. Wij noteren slechts. Het is niet onze taal, doch de zijne. Voor degenen die ons verhaal te borstelig achten, is het lezen van het spoorboekje heilzamer. Het is warempel niet onze schuld dat Angelino voor geen goud ter wereld ooit sprak van een bips. Hij had een koud genoegen in het onbewimpeld benoemen van doorgaans bedekte lichaamsdelen. Bij hem bleef een bips wat het uiteindelijk toch ook is: een kont. Een veel voorkomend ongemak aan het achterste, aambeien, duidde hij aan met reetketelsteen. Doch het siert zijn aard dat hij, zodra er vrouwen aanwezig waren, na elke onparlementaire uitlating zijn verontschuldigingen aanbood met de woorden: neem mij niet kwalijk!
Tegelijkertijd hield hij ervan deftigklinkende woorden en termen te bezigen. Want er is geen wonderlijker en tegenstrijdiger wezen dan de mens. Tegen onze pastoor zei hij dienaar Gods, priester of herder of iets van die aard; een boer noemde hij bij voorkeur landbouwer en een dokter of arts was naar zijn opvattingen uitsluitend een geneesheer.
Groot was Edmund Angelino in zijn liefde voor zijn mensen. Hij luisterde naar hun hebben en houden. Alles wat zij hem vertelden, interesseerde hem hevig. Zieken en eenzamen vereerden hem, want hij schuwde geen moeite indien hij hen kon bijstaan in hun pijnen en hun alleen-zijn. Mogelijk omdat hij zelf in zijn stormachtig verleden zo eenzaam was geweest. Hij had in Borneo geen vrouw bemind. De tijd en de gelegenheid ontbraken hem daartoe. Of hij moest de vrouw van zijn formaat nog ontmoeten.”

 

 1726785-e5d87d4fc05a329660f15a9e69935ec7.jpg
Toon Kortooms (23 februari 1916 – 5 februari 1999)
Scene uit de film uit 1974 met Jules Croisset als dokter Angelino 

 

De Duitse schrijver, dichter en cabaretier Erich Kästner werd geboren in Dresden op 23 februari 1899. Zie ook alle tags voor Erich Kästner op dit blog.

 

Fantasie von Übermorgen

Und als der nächste Krieg begann,
da sagten die Frauen: Nein!
und schlossen Bruder, Sohn und Mann
fest in der Wohnung ein.
Dann zogen sie in jedem Land,
wohl vor des Hauptmanns Haus
und hielten Stöcke in der Hand
und holten die Kerle heraus.
Sie legten jeden übers Knie,
der diesen Krieg befahl:
die Herren der Bank und Industrie,
den Minister und General.
Da brach so mancher Stock entzwei.
Und manches Großmaul schwieg.
In allen Ländern gab's Geschrei,
und nirgends gab es Krieg.
Die Frauen gingen dann wieder nach Haus,
zum Bruder und Sohn und Mann,
und sagten ihnen, der Krieg sei aus!
Die Männer starrten zum Fenster hinaus
und sahen die Frauen nicht an...

 

 1726785-71938954ace993475be58bd51e6251e3.jpg
Erich Kästner (23 februari 1899 - 29 juli 1974)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 23e februari ook mijn blog van 23 februari 2014 deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 19:19 Reageer op dit bericht

Arnon Grunberg, Paul van Ostaijen, Hugo Ball, Danilo Ki¨, Sean O'Faolain, Jane Bowles, Ishmael Reed

De Nederlandse schrijver Arnon Grunberg werd geboren in Amsterdam op 22 februari 1971. Zie ook alle tags voor Arnon Grunberg op dit blog.

Uit: Apocalyps

“Als kind heb ik veel in de zon gezeten. Mijn vader runde een vakantiepark (met bungalows, zwembad, restaurant en disco) aan het Gardameer. De zomers bracht ik door bij het zwembad. Toen ik oud genoeg was werkte ik in de keuken of ik hielp mee ijs te verkopen aan de bar naast het zwembad, waar we ook cocktails verkochten en snacks, maar ijs scheppen vond ik het leukst. Ik ontdekte al vroeg mijn commerciële talenten, de verkoop lag mij. Mijn ouders stimuleerden mijn commerciële talenten, zij het op speelse wijze. Er lag geen grote druk op mij. Als ik veel ijs had verkocht kreeg ik een cadeautje, een autootje, een voetbal, of ik mocht extra lang opblijven. Ik heb veel geknikkerd.
Vooral mijn vader was gelovig, hij was een fanatieke kerkganger, maar toen ik hem vertelde dat ik echt geen misdienaar meer wilde zijn knikte hij, verder zei hij niets. Ik heb een jongere broer. Met hem had ik weinig contact, hij hield niet van de zon, hij zat veel binnen. We gingen elkaar uit de weg.
Ik werd naar een internationale school gestuurd. In feite ben ik drietalig opgevoed: Nederlands, de taal van mijn ouders, Engels, de taal die op de internationale school werd gesproken, en Italiaans, de taal van het land waar ik mijn jeugd doorbracht en waar ik mijn commerciële talenten heb kunnen ontwikkelen.
Voor zover een jeugd zorgeloos kan zijn was de mijne zorgeloos. Mijn moeder overleed vrij jong, op mijn zestiende, toen was mijn jeugd feitelijk al voorbij.
Het lag voor de hand dat ik mijn commerciële talenten zou uitbuiten en in de verkoop zou gaan, maar ik besloot fysiotherapeut te worden. Het werken met lichamen trok me uiteindelijk meer dan de verkoop. Mijn halve jeugd heb ik halfnaakte mensen gezien, ik heb de mens leren kennen in zwemkleding. De scheiding tussen lichaam en ziel ervaar ik als iets onnatuurlijks, het lichaam ís de ziel. De fysiotherapie leek mij een natuurlijk vervolg op mijn jeugd aan het Gardameer. Stiekem was ik altijd al fysiotherapeut geweest.
In de winter ging het vakantiepark dicht, mijn vader richtte zich dan op het exporteren van Italiaanse olijfolie en wijnen naar Nederland. Ook hij had commerciële aanleg. Om van je naaste te kunnen houden als van jezelf moest je volgens mijn vader voldoende geld op je bankrekening hebben staan. Voor mij waren de winters een wachtkamer. Het leven begon pas weer als ik in mijn zwembroek langs de badgasten kon paraderen en als ik ze hoorde fluisteren: ‘Dat is de zoon van de eigenaar,’ dan was ik gelukkig.”

 

 1726385-5f894a39c74f6ab120beb34512d2ec00.jpg
Arnon Grunberg (Amsterdam, 22 februari 1971)

 

 

De Vlaamse dichter en schrijver Paul van Ostaijen werd geboren in Antwerpen op 22 februari 1896. Zie ook alle tags voor Paul van Ostaijen op dit blog.

 

Herfstlandschap

In de mist is trage een os met een ossenwagen
stappend naast de mist nooit mist zijn maat
de os van de ossenwagen
Uit de mist in de mist met de hortende wagen
dut de wagenvoerder zich niet vast
in een spoorloze slaap

Achter aan de wagen drijft lantaarnlicht
een geringe wig van klaarte in de donkerdiepstraat

 

Ik sta nu eenmaal voorbij de grens...

Ik sta nu eenmaal voorbij de grens,
Aan dewelke ieder normaal mens
Moet stilstand houden.
Een vriend heeft me onlangs verweten,
Dat ik buiten het normale, - volgens hem het goede - ben getreden.
Maar het lot, - of wie? - heeft het zo gewild,
Want het heeft mij het ongewone voorbehouden.
Niet ik ben ongewoon, maar wel mijn levenslot.
Bij mijn vrienden heb ik steeds het grootste verlangen gekend
Om een schone liefde, in de nieuwe Lente.

Maar mijn liefde ontstond
Op een Herfstavond,
Mijn grote liefde, even buiten de stad,
In het wijde park, toen het door de mensen, - de gewone dan? -
gans verlaten was.
Mijn liefde groeide sterk in de koude Winter, -
Enkel zeer mooie bloemen groeien dan. -
Daarom is mijn liefde ook oneindig schoon,
Al is zij, - 't spijt mijn vriend misschien, - ook ongewoon.

 

 

Wiegeliedje voor de geliefde

Dat trage zich toevouwen je oogleden,
te dragen het loom fluweel van onze nacht.

Onze dag is geweest als bange blanke vazen, die waren blij
de bloemen van ons liefdespel te scharen rei aan rei.

Nu zal je slapem, mijn teergeliefde kind,
want morgen moet je de ogen openen: 'n zeer fris blad dat beeft in morgenwind.

Nu zal je slapen, mijn zachte kind, in de kuil van je haren;
straks is het dag, dan moeten wij weer tuilen lezen gaan

Morgen zal er uit het Oosten 'n koning komen, met nieuwe bruidskleren voor ons beiden;
hem zullen wij, arm in arm, als kinderen in het woud, verbeiden.

Knijp nu je ogen dicht, mijn luie luipaard
en strek je heupen naar je lust. Ach du... du.

 

 1726385-abe9992335d803478c5a63ceead1bdb1.jpg
Paul van Ostaijen (22 februari 1896 – 18 maart 1928)
Portret door Floris Jespers, 1928

 

 

De Duitse dichter en schrijver Hugo Ball werd geboren op 22 februari 1886 in Pirmasens. Zie ook alle tags voor Hugo Ball op dit blog.

 

Noch mischt sich das Gold unsrer Augen

Noch mischt sich das Gold unsrer Augen
Noch fällt ein scheuer Strahl
Auf die lächelnde Madonna
Im sanften Saal.

Noch öffnen sich unsere Arme
Beim Kommen und Gehen weit
Und unsere leuchtenden Herzen
Tragen wir über dem Kleid.

Und alle Liebesglocken
Hängen uns noch im Ohr.
Es fallen und steigen die Locken
Im Engelchor.

Und im tiefgrünen Raume,
Da tanzet unser Kind.
Es wiegt sich auf den Zehen
Und hebet sein Röcklein lind.

Und über unserem Garten
Glänzet der Lilienschnee
Es spiegeln die weißen Flammen
Sich zart im blauen See ...

Noch sind unsere Hände verschlungen
Noch schluchzen die Vögel leis
Und mit den seligsten Tränen
Füllt sich der Zauberkreis ...

 

 

Karawane

jolifanto bambla o falli bambla
großgiga m'pfa habla horem
egiga goramen
higo bloiko russula huju
hollaka hollala
anlogo bung
blago bung blago bung
bosso fataka
ü üü ü
schampa wulla wussa olobo
hej tatta gorem
eschige zunbada
wulubu ssubudu uluwu ssubudu
tumba ba-umf
kusa gauma
ba – umf

 

 1726385-67d9f29c32b12bb8a5319df8758ba8fc.jpeg
Hugo Ball (22 februari 1886 – 14 september 1927)
Hugo Ball bij de voordracht van klankgedichten

 

 

De Servische schrijver Danilo Kiš werd geboren op 22 febrari 1935 in Subotica. Zie ook alle tags voor Danilo Kiš op dit blog.

Uit: The Attic (Vertaald door John K. Cox)

“Back at the time I think I first met her, I was feverishly demanding answers from life, and so I was completely caught up in myself—that is, caught up in the vital issues of existence.
Here are some of the questions to which I was seeking answers:
—the issue of the organic exchange of matter and
—the issue of nourishment
—metempsychosis
—life on other planets and
—out in space
—the age of the earth
—the difference between culture and civilization
—the race issue
—apoliticism or engagement
—kindness or heedlessness
—Superman or Everyman
—idealism or materialism
—Don Quixote or Sancho Panza
—Hamlet or Don Juan
—pessimism or optimism
—death or suicide
and so on and so forth.
These problems and a dozen more like them stood before me like an army of moody and taciturn sphinxes. And so, right when I had reached issue number nine—the issue of nourishment—after having solved the first eight problems in one fashion or another, the last addition to the list turned up: the question of love . . .”

 

 1726385-3c575ea23ad6acc16bb11ab2170ef5e6.jpg
Danilo Kiš (22 februari 1935 – 15 oktober 1989) 
Portret door Ratko Soc, z.j.

 

 

De Ierse schrijver Sean O'Faolain werd geboren op 22 februari 1900 in Cork. Zie ook alle tags voor Sean O'Faolain op dit blog.

Uit: The Faithless Wife

"Adding it all up (he was a persistent adder-upper" only one problem had so far defeated him: that he was a foreigner and did not know what sort of woman Irish women are. It was not as if he had not done his systematic best to find out, beginning with a course of reading through the novels of her country. A vain exercise. With the exception of the Molly Bloom of James Joyce the Irish Novel had not only failed to present him with any fascinating woman but it had presented him with, in his sense of the word, no woman at all.
(…)

"…half savage Brueghelesque peasants, or urban petite functionnaires drunk on religion, patriotism, or undiluted whiskey or taking flight to England..pastoral humbuggery or at its best pastoral lyricism.  As for Molly Bloom!  He enjoyed the smell of every kissable pore of her voluptuous body without for one moment believing she ever existed. James Joyce in drag."

 

 1726385-ab4c5c7fe839b70a33ed6a4ba7762627.jpg
Sean O'Faolain (22 februari 1900 – 20 april 1991)

 

 

De Amerikaanse schrijfster Jane Bowles werd als Jane Auer geboren op 22 februari 1917 in New York. Zie ook alle tags voor Jane Bowles op dit blog.

Uit: Two Serious Ladies

“Like most people, you are not able to face more than one fear during your lifetime. You also spend your life fleeing from your first fear towards your first hope. Be careful that you do not, through your own wiliness, end up always in the same position in which you began. I do not advise you to spend your life surrounding yourself with those things which you term necessary to your existence, regardless of whether or not they are objectively interesting in themselves or even to your own particular intellect. I believe sincerely that only those men who reach the stage where it is possible for them to combat a second tragedy within themselves, and not the first over and over again, are worthy of being called mature. When you think someone is going ahead, make sure that he is not really standing still. In order to go ahead, you must leave things behind which most people are unwilling to do. Your first pain, you carry it with you like a lodestone in your breast because all tenderness will come from there. You must carry it with you through your whole life but you must not circle around it. You must give up the search for those symbols which only serve to hide its face from you. You will have the illusion that they are disparate and manifold but they are always the same. if you are only interested in a bearable life, perhaps this letter does not concern you. For god's sake, a ship leaving port is still a wonderful thing to see.”

 

 1726385-8a5fbddd772e1927900abb5415d08234.jpg
Jane Bowles (22 februari 1917 – 4 mei 1973)
Cover

 

 

De Afro-Amerikaanse dichter, schrijver en essayist Ishmael Scott Reed werd geboren op 22 februari 1938 in Chattanooga, Tennessee. Zie ook alle tags voor Ishmael Reed op dit blog.

 

A Secretery Of Spirits

The following minutes were
logged by this Secretary to
the Spirits during the last five
years which have occasionally been
like a devil woman on a heart

Sometimes I felt
only a beetle could inch up
from this situation
Y'awl know what I mean

I am no bettle
not even a bishop
got 90% wrong on the priest's
exam
Scared of snakes

Just a red baboon with the
hurricane's eye
got up sometimes in a Businessman's
three-piece
Mostly an errand boy for the spirits
It's honest Work
You can even come by promotions
I'll rise or
maybe grow up even

I hail from a long line of
risers
like Grand ma ma, old oak
off on a new path
she sculpts from the clay

 

 1726385-0bd40c114be35239d36677435d299384.jpg
Ishmael Reed (Chattanooga, 22 februari 1938)
 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 22e februari ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 16:38 Reageer op dit bericht

Edna St. Vincent Millay, Morley Callaghan, Wayne C. Booth, Jules Renard, James Russell Lowell, Ottilie Wildermuth

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Edna St. Vincent Millay werd geboren op 22 februari 1892 in Rockland, Maine. Zie ook alle tags voor Edna St. Vincent Millay op dit blog.

 

Well, I Have Lost You

Well, I have lost you; and I lost you fairly;
In my own way, and with my full consent.
Say what you will, kings in a tumbrel rarely
Went to their deaths more proud than this one went.
Some nights of apprehension and hot weeping
I will confess; but that's permitted me;
Day dried my eyes; I was not one for keeping
Rubbed in a cage a wing that would be free.

If I had loved you less or played you slyly
I might have held you for a summer more,
But at the cost of words I value highly,
And no such summer as the one before.
Should I outlive this anguish—and men do—
I shall have only good to say of you.

 

 

I Know I Am But Summer To Your Heart

I know I am but summer to your heart,
And not the full four seasons of the year;
And you must welcome from another part
Such noble moods as are not mine, my dear.
No gracious weight of golden fruits to sell
Have I, nor any wise and wintry thing;
And I have loved you all too long and well
To carry still the high sweet breast of Spring.

Wherefore I say: O love, as summer goes,
I must be gone, steal forth with silent drums,
That you may hail anew the bird and rose
When I come back to you, as summer comes.
Else will you seek, at some not distant time,

Even your summer in another clime.

 

 

To The Not Impossible Him

How shall I know, unless I go
To Cairo and Cathay,
Whether or not this blessed spot
Is blest in every way?

Now it may be, the flower for me
Is this beneath my nose:
How shall I tell, unless I smell
The Carthaginian rose?

The fabric of my faithful love
No power shall dim or ravel
Whilst I stay here,—but oh, my dear,
If I should ever travel!

 

 

 1726375-564e7fb68fc1209512f5d09310ab1e42.jpg
Edna St. Vincent Millay (22 februari 1892 – 19 oktober 1950)
Standbeeld in Camden, Maine

 

 

De Canadese schrijver Morley Callaghan werd geboren op 22 februari 1903 in Toronto. Zie ook alle tags voor Morley Callaghan op dit blog. 

Uit:All the Years of Her Life

''Who is at home?''Mr. Carr asked.
''My mother, I think.''
Mr. Carr started to go to the phone. Alfred's fears made him raise his voice. He wanted to show he was afraid of nobody. He acted this way every time he got into trouble. This had happened many times since he left school. At such times, he always spoke in a loud voice as he did tonight.
"Just a minute!" He said to Mr. Carr. "You don't have to get anybody else into this, you don't have to tell her." Alfred tried to sound big, but deep down he was like a child. He hoped that someone at home would come quickly to save him. But Mr. Carr was already talking to his mother, he told her to come to the store in a hurry.
Alfred thought his mother would come rushing in, eyes burning with anger. Maybe she would be crying and would push him away when he tried to explain to her. She would made him feel so small. Yet he wanted her to come quickly before Mr. Carr called in a policeman.
Alfred and Mr. Carr waited but said nothing, at last they heard someone at the closed door. Mr. Carr opened it and said, "Come in, Mrs. Higgins." His face was hard and serious. Alfred's mother came in with a friendly smile on her face and put out her hand to Mr. Carr and said politely, "I am Mrs. Higgins, Alfred's mother."

 

 1726375-885e110f87c5f2700cf208ebc55564f1.jpg
Morley Callaghan (22 februari 1903 – 25 augustus 1990)

 

 

De Amerikaanse letterkundige en literatuurwetenschapper Wayne Clayton Booth werd geboren op 22 februari 1921 in American Fork, Utah. Zie ook alle tags voor Wayne C. Booth op dit blog.

Uit: Confessions of an Aging, Hypocritical Ex-Missionary

“Where am I now? Well, I'm still a "Mormon," but one who puts quotation marks around most of my religious commitments the marks always translated not as "disbelief" but as "Allow me my own definitions." The pious young believer and I have engaged in a variety of dialogues for going on seven decades. As my beliefs and unbeliefs have shifted about, the debates have, of course, changed ground. At times I've treated the boy as a stupid oaf, and he's treated me as a lost soul. Sometimes he has been so shocked by my ideas, and even more by how low I rank coffee or wine drinking on the scale of sins, that he has simply and angrily cast me off, even as I have lamented his naive commitment to silly superstitions and destructive prejudices.
Now, though, as he and I face the many conflicting religious and anti-religious conflicts flooding our world, the distance between us seems to me far less, and the need to get together, in spite of his remaining conviction that that is impossible, seems ever greater. After all, I tell him, many of my admired religious friends now talk about an apocalyptical ending fully as confidently as he does. And some of them even have in mind, as he does, a second coming: if we can just probe space far enough and vigorously enough, we'll find some planet to escape to when this one collapses. Isn't it time, I now ask my young self, to probe beneath the superficial "verbal" differences to the true grounds of our strongest convictions? Isn't our real assignment, as we approach the new millennium, to discover what we share and then decide, probing our differences, just what can be cast aside?”

 

 1726375-754bb9210c6016aab4d2fc5dbc494400.jpg
Wayne C. Booth (22 februari 1921 – 9 oktober 2005)
Mount Timpanogos Temple, American Fork

 

 

De Franse schrijver Jules Renard werd geboren op 22 februari 1864 in Châlons-du-Maine. Zie ook alle tags voor Jules Renard op dit blog.

Uit: Journal de Jules Renard 1905-1910

« 1905.
Il veut se faire enterrer civilement.
— Faudra-t-il parler sur la tombe ?
— Parlez si vous voulez ! Je ne vous répondrai pas.
Causerie à Marigny sur Victor Hugo. Je demande s'il faut continuer. J'entends : « Oui ! oui ! Toute la nuit ! Toute la nuit ! »
Le froid. Les cartes de l'école dans l'ombre. L'unique lampe. Tous debout autour du poêle.
Le poète Ponge me présente et lit un papier. M. Roy ne me fait pas de compliments, mais il a entendu un tel « qui parle bien aussi ».
— J'ai froid.
— C'est la saison qui veut ça, dit le riche.
Hiver. Des vitres dessinées par Vallotton.
Le vent lui-même a gelé.
La glace répandue sur le pré comme des glaces brisées.
— Oh ! vous, me dit-il, vous avez vite fait de venir !
Comme si j'allais plus vite que le train.
Ils veulent voir l'âme du feu. »

 

 1726375-985d62eda6c9cdf413e0d7b88ed592c1.jpg
Jules Renard (22 februari 1864 – 22 mei 1910)

 

 

De Amerikaanse dichter, essayist, uitgever en diplomaat James Russell Lowell werd geboren op 22 februari 1819 in Cambridge, Massachusetts. Zie ook alle tags voor James Russell Lowell op dit blog.

 

Sonnet

The Maple puts her corals on in May,
While loitering frosts about the lowlands cling,
To be in tune with what the robins sing,
Plastering new log-huts 'mid her branches gray;
But when the Autumn southward turns away,
Then in her veins burns most the blood of Spring,
And every leaf, intensely blossoming,
Makes the year's sunset pale the set of day.
O Youth unprescient, were it only so
With trees you plant, and in whose shade reclined,
Thinking their drifting blooms Fate's coldest snow,
You carve dear names upon the faithful rind,
Nor in that vernal stem the cross foreknow
That Age may bear, silent, yet unresigned!

 

 

Sonnet II

What were I, Love, if I were stripped of thee,
If thine eyes shut me out whereby I live.
Thou, who unto my calmer soul dost give
Knowledge, and Truth, and holy Mystery,
Wherein Truth mainly lies for those who see
Beyond the earthly and the fugitive,
Who in the grandeur of the soul believe,
And only in the Infinite are free?
Without thee I were naked, bleak, and bare
As yon dead cedar on the sea-cliff's brow;
And Nature's teachings, which come to me now,
Common and beautiful as light and air,
Would be as fruitless as a stream which still
Slips through the wheel of some old ruined mill.

 

 1726375-e6bb079aaee1815b77a240993023558a.jpg
James Russell Lowell (22 februari 1819 – 12 augustus 1891) 

 

 

De Duitse dichteres en schrijfster Ottilie Wildermuth werd geboren op 22 februari 1817 in Rottenburg am Neckar. Zie ook alle tags voor Ottilie Wildermuth op dit blog.

 

Der Hausfrau Frühlingsfeier - II

Sieh, wie sie ordnet, wie sie sucht
In ihren Sachen allen,
Da ist ein alt vergessen Blatt
Ihr in die Hand gefallen.

„Was können es für Blätter sein?
Sie mögen mit den andern,
— Zum Lesen hab ich jetzt nicht Zeit -
Wohl in das Feuer wandern."

Doch aber sieht sie sorgsam nach,
Ob es nichts Zu bedeuten.
Das ist nicht Rechnung, ist nicht Brief,
Das stammt aus jungen Zeiten!

Das ist ein scherzhaft‘ Protokoll
Von einem frohen Spiele;
Was regen sich in ihrer Brust
Für kindische Gefühle?

Sie lässt den Kasten offen stehn,
Sie liest mit Hellem Lachen,
Sie fühlt die ganze junge Zeit
In ihrer Brust erwachen.

Ihr Frau'n, vergesst den Frühling nicht!
Er lässt nicht mit sich scherzen;
Er sendet seine Boten aus
Auch in die stillsten Herzen.

 

 1726375-64b611df34603515a023ea34271b5d39.jpg
Ottilie Wildermuth (22 februari 1817 – 12 juli 1877)

Geschreven door Romenu om 16:38 Reageer op dit bericht

Am ersten Sonntag in der Fasten (Annette von Droste-Hülshoff )

 

Bij de eerste zondag van de vasten

 

 1726372-9d1564cf742175f25597754d1b42eb2a.jpg
De verzoeking van Jezus op de berg door Duccio di Buoninsegna, 1308-1311

 

 

Am ersten Sonntag in der Fasten
Evang.: Von der Versuchung Christi

»Sprich, daß diese Steine Brode werden!
Laß dich deine Engel niedertragen!
Sieh die Reiche dieser ganzen Erden!
Willst du deinem Schöpfer nicht entsagen?«
Dunkler Geist, und warst du gleich befangen,
Da du deinen Gott und Herrn versucht:
Ach, in deinen Netzen zahllos hangen
Sie, verloren an die tück'sche Frucht.

Ehrgeiz, Hoffahrt, dieser Erde Freuden,
Götzen, denen teure Seelen sterben.
O mein Gott, laß mich nicht ewig scheiden!
Laß mich selber nicht den Tod erwerben!
Ganz verwirrt weiß ich mich nicht zu fassen,
Drohend schwankt um mich der falsche Grund;
Ach, der eignen schwachen Kraft gelassen,
Tret' ich sinnlos in den losen Schlund.

Jesu mein, zu dir steigt auf mein Flehen,
Auf der Kreuzesleiter meine Stimme!
Du berührst die Meere, sie vergehen,
Und die Berge rauchen deinem Grimme;
Doch mit tausend Himmelszweigen blühet
Dein unendlich Gnadenwort empor;
Du verlöschest nicht den Docht, der glühet,
Und zerbrichst nicht das geknickte Rohr.

Herr, ich bin ein arm und kaum noch glühend
Döchtlein am Altare deiner Gnade;
Sieh, mich löscht ein mattes Lüftchen fliehend,
Mich ein Tropfen von der Welt Gestade!
Ach, wenn nicht in meinem Herzen bliebe
Nur ein einzig leuchtend Pünktlein noch,
Jener heiße Funken deiner Liebe,
Wie so ganz erstorben wär' ich doch!

Herr, du hast vielleicht noch viel beschlossen
Für dies kurze ruhelose Leben,
Ob ich soll in Qualen hingegossen,
Ob ich soll in allen Freuden weben;
Darf ich wählen, und will Lust mich trennen,
Brenne mich in Leidensflammen rein!
O, die Not lehrt deinen Namen nennen!
Doch die Ehre steht so gern allein.

Lauscht vielleicht verborgen eine Spitze
In dem Lob, das mir die Menschen bringen,
Daß ich noch die letzte Kraft besitze
Dich zu rühmen, deinen Preis zu singen?
Sind auch hier die Netze aufgeschlagen,
Wo der Mund zu deiner Ehre schafft,
Und ich wär' zu schwach das Lob zu tragen,
Und es bräche meine letzte Kraft?

Herr! Du weißt, wie trüb in meiner Seele,
Wie verloren die Gebete stehen,
Daß ich möchte wie um große Fehle
Büßen, daß ich es gewagt zu flehen.
Mein Gebet ist wie von einem Toten,
Ist ein kalter Dunst vor deinem Thron;
Herr, du hast es selber mir geboten,
Und du hörtest den verlornen Sohn!

Laß mich, Herr, es immerdar empfinden,
Wie ich tief gesunken unter Allen,
Laß mich nicht zu allen meinen Sünden
Noch in frevelhafte Torheit fallen!
Meine Pflichten stehen über Vielen,
Unter Allen meiner Tugend Kraft.
Ach, ich mußte wohl die Kraft verspielen
In dem Spiel mit Sünd' und Leidenschaft!

Willst du mehr der Erdengüter schenken,
Soll ich die besessenen verlieren –
Laß in Lust und Jammer mich bedenken,
Was der fremden Armut mag gebühren!
Trag ich alles Erdenglück zu Grabe,
Es ersteht vielleicht unsterblich mir,
Wenn ich treulich meine arme Habe
In Entbehrung teile für und für.

Selber kann ich diesen Kampf nicht wagen.
Deine Gnaden hab' ich all verloren;
Wenn du mich verläßt, ich darf nicht klagen,
Hab' ich doch die Finsternis erkoren,
Hoffart, Ehrgeiz, dieser Erde Freuden.
O mein Jesu, ziehe mich zurück!
Ach, was hab' ich denn, um sie zu meiden,
Als zu dir den angsterfüllten Blick?

 

 

1726372-d604de6403b6ca9f47829bd43742776b.jpg
Annette von Droste-Hülshoff (10 januari 1797 – 24 mei 1848)
Burg Hülshoff, Kapel. Linker koorraam met
Sint Franciscus en Sint Werner van Overwesel (detail)

 

 

Zie voor de schrijvers van de 22e februari mijn volgende twee blogs van vandaag.

Geschreven door Romenu om 16:37 Reageer op dit bericht

Ruben van Gogh

De Nederlandse dichter Ruben van Gogh werd geboren in Dokkum op 22 februari 1967. Hij debuteerde in 1996 met “De Man van Taal”. Daarop volgde in 1999 de bundel “De hemel in, de hemel uit”. Deze twee bundels werden in 2001 gezamenlijk herdrukt in “Aan het eind van het begin”. Vervolgens schreef hij de bundel “Zoekmachines” en in januari 2006 verscheen zijn vierde bundel: “Klein Oera Linda”, een bundel met afwijkende typografie, die een alternatieve wijze van poëzie lezen vereist. Van Gogh was in 1999 de samensteller van de bundel “Sprong naar de sterren”, de laatste generatie dichters van de twintigste eeuw, met werk van jonge aanstormende dichters waaronder: Bart FM Droog, Serge van Duijnhoven, Jo Govaerts, Ingmar Heytze, Peter Holvoet-Hanssen, Erik Menkveld, Ronald Ohlsen, Hagar Peeters, Ilja Leonard Pfeijffer, Alfred Schaffer, Ilse Starkenburg, Mustafa Stitou, Tommy Wieringa, Albertina Soepboer en Menno Wigman. De titel van de bundel was ontleend aan Arjan Witte's Kikkerbloed. De bundel deed nogal wat stof opwaaien onder meer vanwege de inleiding die Van Gogh bij de bundel schreef. Daarin ageerde hij onder meer tegen gevestigde dichters zoals Piet Gerbrandy die ‘openlijk toegeeft nooit televisie te kijken’. Onder de titel “We hebben elkaar lief” vertaalde Ruben van Gogh een aantal liefdesgedichten van Jacques Prévert. Van Gogh was onder meer te zien op het 2003 Taipei International Poetry Festival in Taiwan, bij Dichter aan Huis in Den Haag en op het Stockholms Poesifestival. In 2004 trad hij op in Milaan en stond hij op Lowlands. Tevens schreef hij voor Yo! Opera Festival twee libretto's voor busopera's. In 2006 presenteerde hij met collega-dichter Joost Zwagerman Poëzie in Carré.

 

Van dat soort dingen

Polen in het park, halsbandparkieten
in een boom erboven, en ik
met m'n Tibetaanse terriër, loop langs:
kwart Hongaars, kwart Frans, de rest
Fries, enkel wat Nederlands machtig
Een Engelsman springt van de brug,
liefdesverdriet om een Afrikaanse
van de overkant. Wat staan ze daar
te kijken, die Marokkanen, hij is al
geland, er wordt al gebeld, niets
aan de hand - de halsbandparkieten
krijsen, krijsen. Ik herinner me ineens
wat woordjes Frans: l'amour, la tristesse,
dat soort dingen, besluit dan in mijn
beste koeterwaals zacht voor me uit
te zingen. Van dat soort dingen dus,
van dat soort dingen.

 

 

Wateraubade

Zacht water, rietkraagbehager, vissenkomvuller,
voortdurende kabbelaar bij zwoel namiddagwandelen:

zonvanger in avondrood, luchtbellendrager.
Nooit iemand zo mooi dood gezien als zwevend

in jou. Begeleider van gewijd leven, wijdverbreide
aarde-omhuller, dorstlesser van de bovenste plank,

oceaanstomer-medium. Wolkenvormer, regenpak-
bestormer, lichtbreker, hitteverkoeler. Voeler

van inhoud: koud water, warm water, kokend heet water,
stoom en damp. Laat mij je aquanaut zijn, je H2O-heraut,

badbewoner, regendanser - geen vijver voor vissen
maar enkel voor jou. Lief rimpeloppervlakje op elk

maatbekerbakje, zodat ik altijd weet hoeveel je wel
niet bent. O noodgedwongen longen van het buitengaatse,

naar binnen gedrongen kieuwen, nooit zal ik je kunnen
ademen: ok, ik kan me in je onderdompelen,

maar ik kom altijd boven. Kranen - blijf altijd stromen,
woestijnen - blijf altijd dromen met je fata morgana's

vol levenselixer. Genoeg nu, ik mis je, mis je, mis je

 

 1756445-873c4f76d0b35ca5366c8a6596898398.jpg
Ruben van Gogh (Dokkum, 22 februari 1967)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Herman de Coninck, Chuck Palahniuk, Hans Andreus, Wystan Hugh Auden, Laure Limongi, Justus van Effen

De Vlaamse dichter, essayist, journalist en tijdschriftuitgever Herman de Coninck werd geboren in Mechelen op 21 februari 1944. Zie ook alle tags voor Herman de Coninck op dit blog.

 

De plek

Je moet niet alleen, om die plek te bereiken,
thuis opstappen, maar ook uit manieren van kijken.
Er is niets te zien, en dat moet je zien
om alles bij het zeer oude te laten.

Er is hier. Er is tijd
om overmorgen iets te hebben achtergelaten.
Daar moet je vandaag voor zorgen.
Voor sterfelijkheid.

 

 

Weilanden hebben avond

'Weilanden hebben avond,' zegt Achterberg.
Maar kun je dat wel hebben? Misschien
zoals je een ziekte hebt: avond.
(Iets met de ogen: alles veel te donker zien.)
Maar ook 's ochtends is het niet voorbij.
Zie je weer veel te klaar, maar wat je mist.
November. Elke ochtend is een morgue,
elk woord in dit gedicht een kist.

En daarboven, zwart op witte lucht,
fladderen de doodsbrieven, die kraaien
blijken te zijn, zo slordig vliegen ze:
god laat z'n correspondentie maar waaien.

 

 

Melkweg

Je kunt in de wei uit een melkweg van wit
één takje fluitekruid plukken om thuis
in een vaasje te zetten en van dat takje
één twijgje afbreken en daarvan één
steeltje en daarvan één bloempje
en van dat bloempje één pointe
van het godganse pointillisme.
Nee, dat kun je niet.

 

 1725846-c8315e4883febac7ec64b70fd0ea5ce9.jpg
Herman de Coninck (21 februari 1944 - 22 mei 1997)

 

 

De Amerikaanse schrijver en journalist Chuck Palahniuk werd geboren op 21 februari 1962 in Pasco, Washington. Zie ook alle tags voor Chuck Palahniuk op dit blog.

Uit:Fight Club

« Pull a lever.
Push a button.
You don't understand any of it, and then you just die.
One hundred and ninety-one floors up, you look over the edge of the roof and the street below is mottled with a shag carpet of people, standing, looking up. The breaking glass is a window right below us. A window blows out the side of the building, and then comes a file cabinet big as a black refrigerator, right below us a six-drawer filing cabinet drops right out of the cliff face of the building, and drops turning slowly, and drops getting smaller, and drops disappearing into the packed crowd.

 

 1725846-fed2ed334adf4b60eddf4f8011638078.jpg
Brad Pitt als Taylor Durden en Edward Norton als The Narrator in de film “Fight Club” uit 1999

 

Somewhere in the one hundred and ninety-one floors under us, the space monkeys in the Mischief Committee of Project Mayhem are running wild, destroying every scrap of history.
That old saying, how you always kill the one you love, well, look, it works both ways.
With a gun stuck in your mouth and the barrel of the gun between your teeth, you can only talk in vowels.
We're down to our last ten minutes.
Another window blows out of the building, and glass sprays out, sparkling flock-of-pigeons style, and then a dark wooden desk pushed by the Mischief Committee emerges inch by inch from the side of the building until the desk tilts and slides and turns end-over-end into a magic flying thing lost in the crowd.”

 

 1725846-ad1c5f226516d75e9c126285e21bb534.jpg
Chuck Palahniuk (Pasco, 21 februari 1962)

 

 

De Nederlandse dichter en prozaschrijver Hans Andreus werd geboren in Amsterdam op 21 februari 1926. Zie ook alle tags voor Hans Andreus op dit blog.

 

Voor de lieve lezer

De woorden der gemakkelijkheid,
woorden van rose sluimer,
kamer behangen met pastelkleurige dromen,
dat is de poëzie die u lust.

Volièrevogeltjes wapperen er in rond
en de meisjes hebben er een zeer zoete hals
en de dichter staat nimmer voor u
dan gekleed in het bleekblauwe avond­kostuum
van de maan.

Maar de poëzie die wil zeggen
dat ons aller broeder de mens is
een ellendige broeder,
een koude zuster,
een slaande aarde -
en wellicht ook een verre zon van lief­de,
maar deze alleen te bezichtigen middels
een zwart glaasje in het oog geplant,

die poëzie
eet u snel tegen, nietwaar?

En dat slechts een kiezel
de hemel parende met de aarde kan zien,
dat hoort u maar hoort u niet -

en vouwt de op elkaar verliefde handen
en denkt: ach ik, ach ja en amen.

 

 

In memoriam vogel

De beweging die het was,
laat deze zonder veel angst
nu zijn opgeheven of veranderd.
En laat de zwarte raaf of kraai
of welke vorm de dood
ook voor vogels aanneemt,
snel zijn werk hebben gedaan,
zoals tenslotte wij ook hopen,
dat onze dood zal zijn.

 

 1725846-2c50f59dd45f6872183ac65ace27d0bc.jpg
Hans Andreus (21 februari 1926 – 9 juni 1977) 

 

 

 

De Engelse dichter, essayist en criticus Wystan Hugh Auden werd geboren in York op 21 februari 1907. Zie ook alle tags voor Wystan Hugh Auden op dit blog.

Uit: The Quest

 

III. The Crossroads

Two friends who met here and embraced are gone,
Each to his own mistake; one flashes on
To fame and ruin in a rowdy lie,
A village torpor holds the other one,
Some local wrong where it takes time to die:
This empty junction glitters in the sun.

So at all quays and crossroads: who can tell
These places of decision and farewell
To what dishonour all adventure leads,
What parting gift could give that friend protection,
So orientated his vocation needs
The Bad Lands and the sinister direction?

All landscapes and all weathers freeze with fear,
But none have ever thought, the legends say,
The time allowed made it impossible;
For even the most pessimistic set
The limit of their errors at a year.
What friends could there be left then to betray,
What joy take longer to atone for; yet
Who could complete without the extra day
The journey that should take no time at all?

 

 

IV. The Traveler

No window in his suburb lights that bedroom where
A little fever heard large afternoons at play:
His meadows multiply; that mill, though, is not there
Which went on grinding at the back of love all day.

Nor all his weeping ways through weary wastes have found
The castle where his Greater Hallows are interned;
For broken bridges halt him, and dark thickets round
Some ruin where an evil heritage was burned.

Could he forget a child's ambition to be old
And institutions where it learned to wash and lie,
He'd tell the truth for which he thinks himself too young,

That everywhere on his horizon, all the sky,
Is now, as always, only waiting to be told
To be his father's house and speak his mother tongue.

 

 1725846-6f56bf20cd63d6106239e0301929f817.jpg
W. H. Auden (21 februari 1907 – 29 september 1973)
Cover

 

 

De Franse dichteres en schrijfster Laure Limongi werd geboren op 21 februari 1976 in Bastia (Corsica). Zie ook alle tags voor Laure Limongi op dit blog.

Uit: Soliste

« … Il regrette sa Lincoln telle une vieille amante. Elle avait toujours été si docile sous sa main, ronronnant gentiment aux vitesses les plus folles, prenant les virages en douceur, avalant les kilomètres sans effort. Et avec des sièges divinement accueillants, profonds, crissant en douceur. Tout en elle était raffiné. Ses chromes, sa couleur orage, ses finitions. La moindre poignée moulée avec un goût exquis. Et l’odeur de son habitacle, reconnaissable comme celui d’une maison de famille, mélange de cuir, de bois, de matières plastiques, avec, très loin, un souvenir de gasoil, et, imperceptiblement, des effluves de ce tabac qu’avait l’habitude de fumer l’un des rares amis admis dans ce temple. Le souvenir de cette voiture chérie le rend terriblement nostalgique. Il a dû l’abandonner, comme le reste, le chalet, le piano, la chaise, le bateau… Sa seule consolation est de savoir que la plupart de ces objets qui portent son empreinte, ont accompagné tant d’années de vie et, parfois, des moments heureux, sont entretenus par une fondation à son nom et conservés dans le meilleur état possible. Il rêve parfois de déjouer les systèmes d’alarme, briser une vitrine et repartir avec la bonne Lincoln ; il a gardé un jeu de clefs, anonyme.
Dans l’immédiat, il lui faut se contenter de cette Allemande qui remplit bien son office de discrète berline familiale. Il n’a pas de reproche particulier à formuler. Peu de pannes, une bonne reprise, une consommation raisonnable, une assise confortable, des accélérations tranquilles mais sûres. De toute façon, il faut éviter de se faire arrêter pour excès de vitesse. Allons, ce qui est est pour le mieux – se console-t-il. Seulement, elle manque d’âme.”

 

 1725846-df79bdcb8d44b319e3498cf8c1e33961.jpg
Laure Limongi (Bastia 21, februari 1976)

 

 

De Nederlandse schrijver Justus van Effen werd geboren in Utrecht op 21 februari 1684. Zie ook alle tags voor Justus van Effen op dit blog.

Uit: No. 6. Den 24. September 1731. De Hollandsche Spectator

“Dit volk, door eene onophoudende vervolging gesold, uit veele gedeeltens des waerelds verdreeven, gebannen, in anderen alwaar het geduld word, veragt, bespot, door versmadelyke kenteekenen van de andere ingezetenen onderscheiden, met byzondere lasten gedrukt, heeft by ons alleen volstrekte vryheid en veiligheid aangetroffen. Hier leeft het gerust onder zyne wynstok en vygeboom; Niets belet het zyne Godsdienst zo verre het buiten Jeruzalem in den Tempel uitgevoert kan worden, in 't openbaar, en zonder verstooring te oeffenen. Niets onderscheid het, op eene hatelyke wys, van deszelfs Mede-ingezetenen. Het geniet met ons de zelfde bescherming en voorregten. Van niemand, als van dwaaze en slegt opgevoede menschen, word het gesmaad en beschimpt, men verbind zig met het zelve, zonder de minste afkeer, door banden van Vriendschap en gemeenzaamheid. Ook moet men bekennen dat die luiden gevoelig aan zo veele dierbare weldaden, door de goedaardige redelykheid der Nederlanderen, ontlast van 't jok der verdrukking, noit verwaarloost hebben alle mogelyke tekenen van een opregte en yverige erkentenisse aan 't Vaderland en aan hunne mederburgers te geven, zo in tyden van oorlog als van vreede, hebben zy zig waare patriotten getoond, en aan de Christen ingezeetenen, in 't minst niet geweeken Veele der zelver, door de koophandel verrykt schudden een gedeelte hunner schatten in de schoot zo wel van onze als van hunne behoeftigen. In alles betoonen zy een ware liefde en achting voor hunne Vaderlanders, als of zy in ieder lid van 't Gemeenebest, trachten te beloonen de gunst, welke zy van 't gansche lichaam ontfangen hebben. In deze laatste gelegenheid hebben zy doen blyken, dat hunne weldaden noch aan een Land, noch aan een Godsdienst gebonden zyn, maar dat zy een geschiktheid des harte bezitten, om beminnaars en weldoenders te zyn van 't gansche menschdom.”

 

 1725846-13b39bd2242486922e4ece35d14083b0.jpg
Justus van Effen (21 februari 1684 - 18 september 1735)
Gezicht op de Grote en Portugese Synagoge te Amsterdam, ca. 1680. Gerrit Adriaensz Berckheyde

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 21e februari ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 13:48 Reageer op dit bericht

Ha Jin, Anaïs Nin, Raymond Queneau, David Foster Wallace, Ingomar von Kieseritzky, Ishigaki Rin, José Zorrilla y Moral

De Chinees-Amerikaanse schrijver Ha Jin werd geboren op 21 februari 1956 in Jinzhou, China. Zie ook alle tags voor Ha Jin op dit blog.

Uit: Waiting

“Excuse me," the judge cut him short. "May I remind you that the law does not say every married man is entitled to a divorce? Go on."
Lin was flustered. He remained silent for a moment while his face was burning. Then he resumed warily, "I understand that, Comrade Judge, but my wife has already agreed to a divorce. We have worked out an arrangement between us, and I shall financially support her and our child afterward. Believe me, I'm a responsible man."
As he was speaking, Shuyu covered her mouth with a crumpled piece of paper.
Her eyes were closed as though her scalp were smarting.
The judge turned to her after Lin was finished.
"Comrade Shuyu Liu, I have a few questions for you. Now promise me you will think about them carefully before you answer me."
"I will." She nodded.
"What's the true reason that your husband wants a divorce?"
"Don't have a clue."
"Is there a third party involved?"
"What that mean?"
The young scribe, sitting behind the judge and taking notes, shook his head, blinking his round eyes. The judge went on, "I mean, has he been seeing another woman?"

 

 1725836-7768ab2395f62de512d58b7f47e4ed74.jpg
Ha Jin (Jinzhou, 21 februari 1956)

 

 

De Franse schrijfster Anaïs Nin werd geboren op 21 februari 1903 in Neuilly. Zie ook alle tags voor Anaïs Nin op dit blog.

Uit: Delta of Venus

“Dear Collector: We hate you. Sex loses all its power and magic when it becomes explicit, mechanical, overdone, when it becomes a mechanistic obsession. It becomes a bore. You have taught us more than anyone I know how wrong it is not to mix it with emotion, hunger, desire, lust, whims, caprices, personal ties, deeper relationships that change its color, flavor, rhythms, intensities.
"You do not know what you are missing by your micro-scopic examination of sexual activity to the exclusion of aspects which are the fuel that ignites it. Intellectual, imaginative, romantic, emotional. This is what gives sex its surprising textures, its subtle transformations, its aphrodisiac elements.
You are shrinking your world of sensations. You are withering it, starving it, draining its blood.
If you nourished your sexual life with all the excitements and adventures which love injects into sensuality, you would be the most potent man in the world.
The source of sexual power is curiosity, passion. You are watching its little flame die of asphyxiation. Sex does not thrive on monotony. Without feeling, inventions, moods, no surprises in bed. Sex must be mixed with tears, laughter, words, promises, scenes, jealousy, envy, all the spices of fear, foreign travel, new faces, novels, stories, dreams, fantasies, music, dancing, opium, wine. How much do you lose by this periscope at the tip of your sex, when you could enjoy a harem of distinct and never-repeated wonders? No two hairs alike, but you will not let us waste words on a description of hair; no two odors, but if we expand on this you cry Cut the poetry. No two skins with the same texture, and never the same light, temperature, shadows, never the same gesture; for a lover, when he is aroused by true love, can run the gamut of centuries of love lore. What a range, what changes of age, what variations of maturity and innocence, perversity and art . . .”

 

 1725836-c219ccc1a1a40d50ced6796146b0ea3f.jpg
Anaïs Nin (21 februari 1903 – 14 januari 1977)
Cover 

 

 

De Franse schrijver Raymond Queneau werd geboren op 21 februari 1903 in Le Havre. Zie ook alle tags voor Raymond Queneau op dit blog.

 

Pour un art poétique

Prenez un mot prenez en deux
faites les cuir’ comme des oeufs
prenez un petit bout de sens
puis un grand morceau d’innocence
faites chauffer à petit feu
au petit feu de la technique
versez la sauce énigmatique
saupoudrez de quelques étoiles
poivrez et mettez les voiles
Où voulez vous donc en venir ?
A écrire Vraiment ? A écrire ?

Un poème

Bien placés bien choisis
quelques mots font une poésie
les mots il suffit qu’on les aime
pour écrire un poème
on ne sait pas toujours ce qu’on dit
lorsque naît la poésie
faut ensuite rechercher le thème
pour intituler le poème
mais d’autres fois on pleure on rit
en écrivant la poésie
ça a toujours kékchose d’extrème
un poème

 

 1725836-771bc59920f4407b7f2a64eca437cd04.jpg
Raymond Queneau (21 februari 1903 – 25 oktober 1976)
Zelfportret, 1947

 

 

De Amerikaanse schrijver David Foster Wallace werd geboren op 21 februari 1962 in New York. Zie ook alle tags voor David Foster Wallace op dit blog.

Uit:The Broom of the System

“You want to know the story? I'd be happy to tell you. I think I have just enough caloric energy stored up to make it through the telling of the tale. It's short. I am monstrously fat. I am a glutton. My wife was disgusted and repulsed. She gave me six months to lose one hundred pounds. I joined Weight Watchers . . . see it there, right across the street, that gaunt storefront? This afternoon was the big six-month weigh-in. So to speak. I had gained almost seventy pounds in the six months. An errant Snickers bar fell out of the cuff of my pants and rolled against my wife's foot as I stepped on the scale. The scale over there across the street is truly an ingenious device. One preprograms the desired new weight into it, and if one has achieved or gone below that new low weight, the scale bursts into recorded whistles and cheers and some lively marching-band tune. Apparently, tiny flags protrude from the top and wave mechanically back and forth. A failure--see for instance mine--results in a flatulent dirge of disappointed and contemptuous tuba. To the strains of the latter my wife left, the establishment, me, on the arm of a svelte yogurt distributor whom I am even now planning to crush, financially speaking, first thing tomorrow morning. Ms. Beadsman, you will find an eclair on the floor to the left of your chair. Could you perhaps manipulate it onto this plate with minimal chocolate loss and pass it to me.”

 

 1725836-2d9896911c8d0a86a9684687f204851b.jpg
David Foster Wallace (21 februari 1962 – 12 september 2008)

 

 

De Duitse schrijver Ingomar von Kieseritzky werd geboren op 21 februari 1944 in Dresden. Zie ook alle tags voor Ingomar von Kieseritzky op dit blog.

Uit: Traurige Therapeuten

„Durch die freundliche Vermittlung des Therapeutengespanns Wolzan/Guth (Heilpraktiker und Hierologen), die ihre ungewöhnlichen wie erfolgreichen Therapien dem reichhaltigen Fundus altägyptischer Schriften, der Anthroposophie und dem MSD-Manual entnahmen, geriet ich in das Schweizer Sanatorium W. (der genaue Name tut nichts zur Sache) für Neurastheniker, Stoffwechselpsychosen und andere seelische Verstimmungen, dem ein Dr. Spoerri vorstand, dessen Spezialität die Migräne war.
Ich selbst hatte keinen spezifischen Schaden; ich litt an kleinen Gedächtnisstörungen, was Zahlen betraf, kurzen Absencen, Kopf schmerzen und an chronischer Schlaflosigkeit, also durchaus harmlosen Defekten, an denen ein jeder vernünftige Mensch in diesen Zeiten laboriert.
Nachdem ich Dr. Spoerri die Grüße aus Berlin ausgerichtet hatte, wurde ich in einem kleinen Apartment einquartiert – ein Zimmer, ein Bad, mehr nicht, für meine Bedürfnisse ausreichend – mit Blick, wie man mir sagte, auf den Piz Michel, Höhe unbekannt; ich habe auch keine Ahnung, in welchem Kanton das Sanatorium W. liegt. Ich dankte der Doppelpraxis mit einer farbigen Postkarte – Blick auf den Piz Michel-, und schrieb –:
Endlich im Sanatorium bei Ihrem Dr. Spoerri, guter Mann, gute Aura, fühle mich schon sehr viel wohler.
Herzliche Grüße, bitte auch an Miriam.
Der Ihre. Arthur Singram.
Miriam war eine riesige dänische Dogge, die ich in vier Sitzungen in meiner Tierheilpraxis (das Gründungsdatum ist mir entfallen) von ihrer Idée fixe heilte, die Außenwelt sei ihr feindlich gesonnen. Die Herren Wolzan & Guth entdeckten, dass Miriam sich ungern bewegte, d.h., wenn sie sich überhaupt bewegte, dann mit geschlossenen Augen, was Konflikte mit Möbeln und Menschen mit sich brachte; ich fand heraus, welchem Wahn sie anhing – sie fürchtete sich panisch vor nackten Holzböden, Linoleum, kurz vor jeder Fläche, die nicht mit einem Teppich versehen war, als handele es sich um einen Abgrund –, und sie fürchtete wie die Pest Asphalt, ja die ganze Terra firma ohne Teppiche.“

 

 1725836-0d8c57b123f435be7de27114f4eb1313.jpg
Ingomar von Kieseritzky (Dresden, 21 februari 1944)

 

 

De Japanse dichteres Ishigaki Rin werd geboren op 21 februari 1920 in Tokyo. Zie ook alle tags voor Ishigaki Rin op dit blog.

 

At The Bathhouse

In Tokyo
At the public bathhouse the price went up to 19 yen and so
When you pay 20 yen at the counter
You get one yen change.

Women have no leeway in their lives
To be able to say that
They don’t need one yen
And so though they certainly accept the change
They have no place to put it
And drop it in between their washing things.

Thanks to that
The happy aluminium coins
Soak to their fill in hot water
And are splashed with soap.

One yen coins have the status of chess pawns  
So worthless that they’re likely to bob up even now
In the hot water.

What a blessing to be of no value
In monetary terms.

A one yen coin
Does not distress people in the way a 1,000 yen note does
Is not as sinful as a 10,000 yen note
The one yen coin in the bath
With healthy naked women.

 

Vertaald door Leith Morton

 

 1725836-59f3b8994b3f296b45aada2a36375ea1.jpg
Ishigaki Rin (21 februari 1920 – 26 december 2004)
Toshimaen Niwa no Yu spa, Tokyo 

 

 

De Spaanse dichter en schrijver José Zorrilla y Moral werd geboren op 21 februari 1817 in Valladolid. Zie ook alle tags voor José Zorrilla y Moral op dit blog.

Uit: Don Juan Tenorio

„BUTTARELLI: Excellency, he is not in Sevilla,
DON JUAN: Is he still absent? Really?
BUTTARELLI: I think so.
DON JUAN: And it’s right you’ve no news of him?
BUTTARELLI: Ah, I find there’s a story coming to mind I should tell you....
DON JUAN: Shedding light on the case?
BUTTARELLI: Maybe.
DON JUAN: Speak then.
BUTTARELLI: (Talking to himself)
No, no, I’ve just got it right:
the year is up tonight. I’d forgotten that.
DON JUAN: For God’s sake will you start your tale?
BUTTARELLI: Excuse me sir, at once, I was thinking of the event.
DON JUAN: Out with it, then, because I’m getting more than impatient!
BUTTARELLI: Well, the story sir, round here is that the gentleman, Mejía whom you ask about, he I fear hit on the very worst idea that is ever likely to appear.
DON JUAN: Skip the extraordinary idea, it’s well known to me, as to who in the space of a year, could do more harm with more good luck, Juan Tenorio or Luis Mejía.“

 1725836-26818f9c446022165f73176b844c0944.jpg
José Zorrilla y Moral (21 februari 1817 – 23 januari 1893)
Anoniem portret , rond 1844

Geschreven door Romenu om 13:36 Reageer op dit bericht

P. C. Boutens, Ellen Gilchrist, Julia Franck, David Nolens, Georges Bernanos, William Carleton, Cornelis Sweerts, Johann Heinrich Voß

De Nederlandse dichter Pieter Cornelis Boutens werd geboren in Middelburg op 20 februari 1870. Zie ook alle tags voor P. C. Boutens op dit blog.

 

De maan is al boven de seringen

De maan is al boven de seringen;
De stralen hellen de kruinen langs...
De nachtegaal houdt zich stil van zingen
Tot de hof verlucht staat van haar glans.

Tot de donkere tuin als een ijle beker
Tintelt vol licht, dofgouden wijn,
En als slaapwandelaars onzeker
De rozen ontwaken in de schijn...

Ik weet niet wat ik meer moet vrezen,
De nachtegaal met haar luide klacht,
Of de stille maan die droomt volrezen
Over de witte rozenpracht...

Laat doof en blind mij - ik kan niet dragen
De telkens valse dageraad...
Wanneer zal eindlijk mijn zon weer dagen,
Die alle schemerschoon verslaat?

 

 

Uit: Strofen en andere verzen uit de nalatenschap van Andries de Hoghe

Derde strofe
 
Ziet, in ons zijn vleesch geworden
uwer eeuwen roode begeerten,
aller tijden duistere tochten -
ziet, in ons zijn vleesch geworden
uwer kinderen witte droomen,
aller liefden zilveren bloei.
 
Onzer oogen vochte glanzen,
onzer handen blanke gebaren,
onzer koele zuivere borsten
zachtbesloten vlakke welving
dekken van uw wrang verlangen
't zalig en volbloeid geheim.
 
Uwer moederen blonde teêrheid,
uwer vaderen donkre goedheid
vloeiden samen tot ons wezen,
en het zoetbezwijmd gedenken
eener lang geheelde wonde
werd in ons uw felle breuk.
 
De onuitstamelbare wanhoop
uwer onvervulde driften
riep ons uit den grooten afgrond,
de gedaanteleêge droomen
van uw aarde-ontworstlend hunkren
hebben onzen vorm gewekt.
 
Onerkend, maar meer en anders
dan uw lijfelijke zonen
erven van uw eêlsten rijkdom,
mogen wij reeds nu beminnen
op een goddelijker wijze
die geen wederliefde vraagt...
 
Ziet, in ons zijn vleesch geworden
uwer eeuwen roode begeerten,
aller tijden duistere tochten -
ziet, in ons zijn vleesch geworden
uwer kinderen witte droomen,
aller liefden zilveren bloei.

 

 1725535-514dc81a48dc74a7fbb5f19dda831730.JPG
Pieter Cornelis Boutens (20 februari 1870 – 14 maart 1943)
Abdij van Middelburg

 

 

De Amerikaanse schrijfster Ellen Gilchrist werd geboren op 20 februari 1935 in Vicksburg, Mississippi. Zie ook alle tags voor Ellen Gilchrist op dit blog.

Uit: Acts of God

"Because of the hurricane on the coast, the sitter was two hours late to the McCamey house that Saturday morning. The hurricane had not affected Madison, Georgia, but it had affected the sitter's son who had made the mistake of moving to New Orleans the year before. So the sitter had been on the phone all Saturday morning trying to placate her sister in Texas who had taken the son and his girlfriend in and was getting tired of them, especially the cats which the girlfriend had insisted on bringing to the sister's house.
Because the sitter was late, Mr. William Angus McCamey and Mrs. Amelie Louise Tucker McCamey were alone from seven on Friday night until ten forty-five on Saturday morning, after which it didn't matter anymore whether the sitter was watching out for them.
"I can't stand the bacon she buys," Amelie had begun by saying, at six that Saturday morning when she was trying to get some breakfast going on the new stove her daughter, Anne, had moved into their kitchen the week before. "It won't crisp no matter how long you cook it."
"It's the milk that gets me," Will joined in. "I'd just as soon go on and die as drink that watered-down milk she gets."
"Cream," Amelie added. "It doesn't hurt to have cream for the coffee."
"Let's make some real coffee," Will said. "I'll make it. Where's our percolator." He opened a cabinet and got out the old percolator they had bought together at Lewis Hardware forty years before and took it down and went to the sink and rinsed it out and filled it with water and found the real coffee behind the sugar and started measuring it in.”

 

 1725535-b326011da73ec75b5ea054a5ea057fdd.jpg
Ellen Gilchrist (Vicksburg, 20 februari 1935)

 

 

De Duitse schrijfster Julia Franck werd geboren op 20 februari 1970 in Oost-Berlijn. Zie ook alle tags voor Julia Frank op dit blog.

Uit: Rücken an Rücken

“Das Boot lag im Schilf versteckt; sie hatten es wenige Tage zuvor an der Mole gefunden, es schaukelte auf dem Wasser, der Wind trieb es in die moorige Bucht, zusammen mit Blättern, Zweigen und größeren Ästen, die der Sturm abgebrochen und angeschwemmt hatte. Es war nicht angebunden, offenbar gehörte es niemandem. Im Boot lag ein Riemen, etwas entfernt zwischen den Ästen schwamm ein zweiter.
Über die Treppe zum Hof ließen Thomas und Ella die nötigen Dinge aus dem Haus verschwinden: eine Steppdecke, zwei kleine Töpfe, Kartoffeln, Mohrrüben und einen Kanten Brot. Sie nahmen auch eine Schachtel mit Streichhölzern, etwas Papier und eine leere Weinflasche mit, denn Thomas meinte, sie würden vielleicht eine Flaschenpost schreiben wollen. Zuletzt trugen sie den Gaskocher und eine Taschenlampe durch das Moor, es wurde früh dunkel, Oktober, am Morgen hatte Raureif auf den Halmen und Blättern gelegen. Sie würden frieren.
In den letzten zwei Wochen waren sie allein im Haus gewesen, Käthe arbeitete im Steinbruch. Kurz vor ihrer Abreise war Eduard nach einem Streit verschwunden. Thomas und Ella hatten sich allein versorgt, sie hatten sich Kartoffeln gekocht und Quark mit Wasser, Salz und Schnittlauch verrührt, sie waren zur Schule gegangen, sie waren zehn und elf Jahre alt, sie konnten das. Zu Käthes Rückkehr, am Ende der zwei Wochen, hatten sie nur ein wenig aufräumen wollen, sie hatten das Geschirr abgewaschen, und während Ella noch abtrocknete, hatte Thomas begonnen, den Küchenboden zu schrubben, sie rieben die dunklen Flecken vom Türblatt und polierten die Klinke mit Asche, den Türrahmen wuschen sie mit Seife, den Fußabtreter schlugen sie mit dem Teppichklopfer aus und bürsteten ihn in der Regentonne. Meine Herren, heute sehen Sie mich Klinken abputzen und ich singe ein Lied für jeden.“

 

 1725535-6cbd2821fee33b145973d556778b9a3e.jpg
Julia Franck (Oost-Berlijn, 20 februari 1970)
Cover 

 

 

De Vlaamse schrijver David Nolens werd geboren in Antwerpen op 20 februari 1973. Zie ook alle tags voor David Nolens op dit blog.

Uit: Het kind

“Hij heeft er lang over gedaan om dit te bedenken, maar in feite doet zijn lief met het kind wat hij altijd wenste. Het kind leeft reeds, maar het is nog niemand. En hij heeft altijd niemand willen worden. Stel dat het kind wordt geboren, dan zal het zich langzaam van de moeder verwijderen, het zal de weg naar de spiegel vinden, eerst het woord aap en dan zijn naam leren schrijven en uiteindelijk zal die naam naar binnen slaan en dan wordt hij een kind met een verborgen natuur. En wat hebben ze dan bereikt? Wat hebben ze dan toegevoegd aan het kind? Niets. Het wordt dan gewoon een kind als een ander, dat opgroeit in de leegte van de vader en de moeder.”

 

 1725535-a50d4cd4916cec1cb73ab74cf827dea5.jpg
David Nolens (Antwerpen, 20 februari 1973)

 

 

De Franse schrijver Georges Bernanos werd geboren in Parijs op 20 februari 1888. Zie ook alle tags voor Georges Bernanos op dit blog.

Uit:Journal d’un curé de campagne

« Il a prononcé ces derniers mots d’une voix si sombre que j’ai dû pâlir – ou plutôt jaunir, ce qui est, hélas ! ma façon de pâlir depuis des mois – car il m’a versé un second verre de genièvre et nous avons parlé d’autre chose. Sa gaieté ne m’a paru fausse ni même affectée, car je crois qu’elle est sa nature même, son âme est gaie. Mais son regard n’a pas réussi tout de suite à se mettre d’accord avec elle. Au moment du départ, comme je m’inclinais, il m’a fait du pouce une petite croix sur le front, et glissé un billet de cent francs dans ma poche :
– Je parie que tu es sans le sou, les premiers temps sont durs, tu me les rendras quand tu pourras. Fiche le camp, et ne dis jamais rien de nous deux aux imbéciles.
"Apporter de la paille fraîche au bœuf, étriller l’âne", ces paroles me sont revenues ce matin à l’esprit tandis que je pelais mes pommes de terre pour la soupe. L’adjoint est arrivé derrière mon dos et je me suis levé brusquement de ma chaise sans avoir eu le temps de secouer les épluchures ; je me sentais ridicule. Il m’apportait d’ailleurs une bonne nouvelle : la municipalité accepte de faire creuser mon puits, ce qui m’économisera les vingt sous par semaine que je donne au petit enfant de chœur qui va me chercher de l’eau à la fontaine. Mais j’aurais voulu lui dire un mot de son cabaret, car il se propose maintenant de donner un bal chaque jeudi et chaque dimanche – il intitule celui du jeudi « le bal des familles » et il y attire jusqu’à des petites filles de la fabrique que les garçons s’amusent à faire boire.
Je n’ai pas osé. Il a une façon de me regarder avec un sourire en somme bienveillant, qui m’encourage à parler comme si, de toutes manières, ce que j’allais dire n’avait sûrement aucune importance. Il serait d’ailleurs plus convenable d’aller le trouver à son domicile. J’ai le prétexte d’une visite, son épouse étant gravement malade, et ne quittant pas la chambre depuis des semaines. Elle ne passe pas pour une mauvaise personne et même était jadis, me dit-on, assez exacte aux offices."

 

1725535-1ea932793529fa57f8e3dda3cf9ecbad.jpg
Georges Bernanos (20 februari 1888 - 5 juli 1948)
Claude Laydu als de curé d'Ambricourt in de film van Robert Bresson, 1951

 

 

 De Ierse schrijver William Carleton werd geboren op 20 februari 1794 in Glogher, in het graafschap Tyrone. Zie ook alle tags voor William Carleton op dit blog.

Uit: The Poor Scholar

“The curse of Cromwell on it!—You might as well ax the divil for a blessin', as expect anything like a dacent crop out of it.—Look at thim two ridges!—such a poor sthring o' praties is in it!—one here an' one there—an' yit we must turn up the whole ridge for that same! Well, God sind the time soon, when the right will take place, Jimmy agra!"
"An' doesn't Pasthorini say it? Sure whin Twenty-five comes, we'll have our own agin: the right will overcome the might—the bottomless pit will be locked—ay, double: boulted, if St. Pettier gets the kays, for he's the very boy that will accommodate the heretics wid a warm corner; an' yit, faith, there's: many o' thim that myself 'ud put in a good word for, affcher all."
"Throth, an' here's the same, Jimmy. There's Jack Stuart, an' if there's a cool corner in hell, the same Jack will get it—an' that he may, I pray Gor this day, an' amin. The Lord sind it to him! for he richly desarves it. Kind, neighborly, and frindly, is he an' all belongin' to him; an' I wouldn't be where a hard word 'ud be spoken of him, nor a dog in connection wid the family ill-treated; for which reason may he get a cool corner in hell, I humbly sufflicate."
"What do you think of Jack Taylor? Will he be cosey?"
"Throth, I doubt so—a blessed youth is Jack: yit myself 'ud hardly wish it. He's a heerum-skeemm, divil-may-care fellow, no doubt of it, an' laughs at the priests, which same I'm thinkin' will get him below stairs more nor a new-milk heat, any way; but thin agin, he thrates thim dacent, an' gives thim good dinners, an' they take all this rolliken in good part, so that it's likely he's not in airnest in it, and surely they ought to know best, Jimmy."
"What do you think of Yallow Sam?—honest Sam, that they say was born widout a heart, an' carries the black wool in his ears, to keep out the cries of the widows an' the orphans, that are long rotten in their graves through his dark villany!—He'll get a snug birth!"

 

 1725535-0cfa9c08e8816cc4ba4b09b989ce6a97.jpg
William Carleton (20 februari 1794 – 30 januari 1869)
Portret door John Slattery, National Gallery of Ireland, z.j.

 

 

De Nederlandse dichter, liedtekstschrijver, toneelschrijver en boekhandelaar Cornelis Sweerts werd geboren in Amsterdam op 20 februari 1669. Zie ook alle tags voor Cornelis Sweerts op dit blog.

 

Klinkdigt. Aan Astrea.
Als myn vinger haar boezem raakte
 
Astrea, die, door uw bekoorelyk gewelt,
De harten dwingen kunt, als gy uw gunst laat daalen
Op eenig sterveling, door uw vergoode straalen,
Terwyl de vriendelykheit uw schoonte en deugt verzelt,
 
Wanneer myn vinger zich eens by uw boezem stelt,
En al te onachtzaam, eer ik hem te rug kan haalen,
Tot op uw bergjes glyt, beken ik gansch te dwaalen
Als op de Pereneën, in 't sneeuw, dat nimmer smelt:
 
Maar evenwel kunt gy uw gramschap noch verzetten
Dit geeft den minnaar hoop, waar op hy dient te letten,
Die op uw starren oogt, en daar op zeil mag gaan.
 
Uw starren, de oogen, die een gloet in hem ontsteeken,
Doch gansch vergeefs; dus wyst myn vinger, door die streeken,
U uw volmaaktheên, en myn myn gebreeken aan.

 

 1725535-e44dea16818da964b83db75809c835af.jpg
Cornelis Sweerts (20 februari 1669 - 23 maart 1749)
Amsterdam, de Munttoren gezien van het Singel door Jan ten Compe, 1751

 

 

De Duitse dichter, schrijver en vertaler Johann Heinrich Voß werd geboren op 20 februari 1751 in Sommersdorf / Mecklenburg. Zie ook alle tags voor Johann Heinrich Voß op dit blog.

 

An Goethe

Auch du, der, sinnreich durch Athene’s Schenkung,
Sein Flügelroß, wanns unfügsam sich bäumet,
Und Funken schnaubt, mit Kunst und Milde zäumet,
Zum Hemmen niemals, nur zu freyer Lenkung:

Du hast, nicht abhold künstelnder Beschränkung,
Zwey Vierling’ und zwey Dreyling’ uns gereimet?
Wiewohl man hier Kernholz verhaut, hier leimet,
Den geist mit Stümmlung lähmend, und Verrenkung?

Laß, Freund, die Unform alter Truvaduren,
Die einst vor Barbarn, halb galant, halb mystisch,
Ableierten ihr klingelndes Sonetto;

Und lächle mit, wo äffische Naturen
Mit rohem Sang’ und Klingklang’ afterchristisch,
Als Lumpenpilgrim, wallen nach Loretto.

 

 1725535-0dc22694929adb393d8b145fa5b6bfa8.jpg
Johann Heinrich Voß (20 februari 1751 – 29 maart 1826)
Portret door Georg Friedrich Schöner, 1797

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 20e februari ook mijn blog van 20 februari 2013 en ook mijn blog van 20 februari 2012 deel 2.



Geschreven door Romenu om 18:32 Reageer op dit bericht

Siri Hustvedt, Helen Fielding, Jaan Kross, Helene Hegemann, Björn Kuhligk, Wolfgang Fritz, Dmitri Lipskerov

De Amerikaanse schrijfster en essayiste Siri Hustvedt werd geboren op 19 februari 1955 in Northfield, Minnesota. Zie ook alle tags voor Siri Hustvedt op dit blog.

Uit:The Blazing Worl

“Editing is the most obvious way of manipulating vision. And yet, the camera sometimes sees what you don’t - a person in the background, for example, or an object moving in the wind. I like these accidents. My first full-length film, Esperanza, was about a woman I befriended on the Lower East Side when I was a film student at NYU. Esperanza had hoarded nearly all the portable objects she had touched every day for thirty years: the Chock Full O’Nuts paper coffee cups, copies of the Daily News, magazines, gum wrappers, price tags, receipts, rubber bands, plastic bags from the 99-cent store where she did most of her shopping, piles of clothes, torn towels, and bric-a-brac she had found in the street. Esperanza’s apartment consisted of floor-to-ceiling stacks of stuff. At first sight, the crowded apartment appeared to be pure chaos, but Esperanza explained to me that her piles were not random. Her paper cups had their own corner. These crenellated towers of yellowing, disintegrating waxed cardboard stood next to piles of newspapers …
One evening, however, while I was watching the footage from a day’s filming, I found myself scrutinizing a pile of rags beside Esperanza’s mattress. I noticed that there were objects carefully tucked in among the fraying bits of coloured cloth: rows of pencils, stones, matchbooks, business cards. It was this sighting that led to the “explanation.” She was keenly aware that the world at large disapproved of her “lifestyle,” and that there was little room left for her in the apartment, but when I asked her about the objects among the rags, she said that she wanted to “keep them safe and sound.” The rags were beds for the things. “Both the beds and the ones that lay down on them,” she told me, “are nice and comfy.
It turned out that Esperanza felt for each and every thing she saved, as if the tags and town sweaters and dishes and postcards and newspapers and toys and rags were imbued with thoughts and feelings. After she saw the film, my mother said that Esperanza appeared to believe in a form of “panpsychism.” Mother said that this meant that mind is a fundamental feature of the universe and exists in everything, from stones to people. She said Spinoza subscribed to this view, and “it was a perfectly legitimate philosophical position.” Esperanza didn’t know anything about Spinoza …”

 

 1725002-034cdf78c686bba93e87d47e91529cf4.jpg
Siri Hustvedt (Northfield, 19 februari 1955)

 

 

De Engelse schrijfster Helen Fielding werd geboren in Morley, Yorkshire op 19 februari 1958. Zie ook alle tags voor Helen Fielding op dit blog.

Uit: Bridget Jones: Mad About the Boy

"The day of the Stronghold outing was upon us. Billy was wildly excited that Daniel was coming. ‘Will Amanda be here?’
‘Who’s Amanda?’
‘The lady with the big boobies who was there last time.’
‘No!’ I said. ‘Mabel, what are you looking for?’
‘My hairbrush,’ she said darkly.
Managed somehow in the excitement to get them bathed and asleep, and scrambled to get ready before Daniel arrived.
I had opted for jeans (a brand chillingly called Not Your Daughter’s Jeans) and a cowboy shirt, thinking it would fit in with the Americana theme.
Daniel arrived late, in his usual suit, hair shorter now, still gorgeous with that irresistible smile, bearing armfuls of unsuitable gifts – toy guns, semi-naked Barbies, giant bags of sweets, Krispy Kreme doughnuts – and a suspicious-looking half-hidden DVD, which I decided to ignore as I was cataclysmically late now.
‘Ding-dong! Jones,’ he said. ‘Have you been on a diet? I thought I’d never see you looking like this again.’
It’s horrifying how differently some people treat you when you’re fat, to when you’re not. And when you’re all done up and when you’re just normal. No wonder women are so insecure. I know men are too. But when one is a woman, with all the tools at a modern woman’s disposal, one can literally look like a completely different person from one half-hour to the next."

 

 1725002-532881282d1056afaf66319314769f61.jpg
Helen Fielding (Morley, 19 februari 1958)
Cover 

 

De Estlandse schrijver Jaan Kross werd geboren op 19 februari 1920 in Tallin. Zie ook alle tags voor Jaan Kross op dit blog.

Uit: The Czar’s Madman (Vertaald door Anselm Hollo)

“Across the table, I looked at his emaciated frame which always seemed to the about t float up into the air, at his good-natured face, his sad eyes under brows that reminded one of the tails of terriers… I was glad to be able to gaze at him and thus avoid the glances of my sister and brother-in-law: they sent such uninhibited rays of their great love across the table that it wouldn’t have been too surprising to see the silver gravy boats of the von Bock service vibrate and ring like bells. Timo did not permit Käsper or the kitchen maid to serve at table. Eeva or he himself would get up to serve or fetch things from the kitchen. Every time Timo returned to the table and walked past Eeva, he bent down and kissed the nape of her neck – or, what seemed even more improper: when Eeva passed by him, she ran her hand through his lively shock of brown hair. Quite as if neither Dr Robst nor I had been there. But love has always –“

 

 1725002-d199ce70f48d597a0282fd19b5c58db7.jpg
Jaan Kross (19 februari 1920 – 27 december 2007)

 

 

De Duitse schrijfster, regisseuse en actrice Helene Hegemann werd geboren in Freiburg im Breisgau op 19 februari 1992. Zie ook alle tags voor Helene Hegemann op dit blog.

Uit: Axolotl Roadkill

„Als Lars, unser Nachbar, Graphikdesign in London studiert hat, fotographierte er im Rahmen des Projekts Intimacy Muscheln von innen und begründete diese zugegebenermaßen beschissene Idee damit, dass der Innenraum einer Muschel viel mit der Anatomie und dem Muskelaufbau des Menschen zu tun habe und so.
Mifti (schockiert): „Bitte?“
Lars: „Nein, ich habe das dann halt damit begründet, dass eine Muschel von innen… Ich weiß auch nicht so genau, die Struktur vom Inneren einer Muschel hat was total Intimes.“
Mifti: „Und das hast du abgegeben? Das ist wirklich ziemlich große Scheiße!“
Lars: „Der Typ hat auch gedacht, ich hätte ihn verarscht, krass oder?“
Mifti: „Du kannst als deutscher Veganer mit überdurchschnittlich großen Ohrlöchern keine Muscheln abgeben, wenn du in London Graphikdesign studierst.“
Lars: „Was hättest du denn abgegeben?“
Mifti:“ Keine Ahnung, ich hätte wahrscheinlich Filmstills aus Intimacy abfotographiert.“
Lars: „Nein, jetzt sag mal ehrlich.“
Mifti: „Ich hätte Haut fotographiert. Ich hätte einen ganzen 35- mm-Film mit Hautunreinheiten abgegeben. Oder Intimpiercings.“
Lars: „Jetzt sag mal bitte ganz ehrlich, was du abgegeben hättest!“
Mifti: „Wer wurde denn am überschwänglichsten gelobt bei dem Projekt?“
Lars: „So eine Taiwanesin, die blutende Füße und ein Telefon und so eine Scheiße fotographiert hat und irgendwelche Poster, die an Wänden hingen.“

 

 1725002-3bddf1df29a8d5cbf96742bd0cb84229.jpg
Helene Hegemann (Freiburg im Breisgau, 19 februari 1992)

 

 

 De Duitse dichter en schrijver Björn Kuhligk werd geboren op 19 februari 1975 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Björn Kuhligk op dit blog.

 

Das gedicht geht durch einen Körper und grüßt nicht mal

1.
Wenn man durch ein Land reist, ist das Land eine Reise wert.
Wenn man eine Siedlung verlässt, erreicht man eine andere.
Wenn man ein Gedicht geschrieben hat, schreibt man ein nächstes.
Wenn das eine Freude ist, ist das eine Freude.
Wenn man ein Bier trinkt, trinkt man ein Bier.
Wenn das schön ist, ist es schön.
Wenn ich das so weiter mache, mache ich so weiter damit.
Wenn ich einen Wurstsalat esse, esse ich einen Wurstsalat.
Wenn das eine Freude ist, dann ist das eine Freude.
Wenn man das eigene Leben als Material benutzt, dann ist das so.
Wenn man eine neue Grammatik erfinden möchte, kann man das tun.
Wenn man eine neue Wahrnehmung erzeugen möchte, kann man das tun.
Wenn man etwas zertrümmern möchte, möchte man etwas zertrümmern.
Wenn man etwas tun möchte, möchte man etwas tun.
Wenn man das jetzt so weitermacht, dann macht man so weiter damit.
Wenn eine Kartoffel was zur anderen sagt, dann sagt sie: Ich möchte nicht gegessen werden.
Wenn sie noch was sagen kann, dann kann sie sagen: In der Erde war es besser.
Wenn man das jetzt so weiter macht, dann macht man so weiter.

 

 1725002-94c204d835d435b351b555189e2b5309.jpg
Björn Kuhligk (Berlijn, 19 februari 1975)

 

 

De Oostenrijkse schrijver Wolfgang Fritz werd geboren op 19. Februar 1947 in Innsbruck. Zie ook alle tags voor Wolfgang Fritz op dit blog.

Uit:Wettergott und Wetterspott

“Daß ich einsam bin, sagt Vinzenz Vogel, ist gut. Das Leben ist eine trübe Suppe. Ich löffle sie allein. Einmal liebte ich eine Frau, die war breit wie eine Tonne, stark wie ein Bär und schon uralt. Sie trank jeden Abend, wenn sie von der Markthalle, wo sie beschäftigt war, nach Hause kam, zwanzig Flaschen Bier. Wenn sie dann betrunken war, sang sie mit ihrer Baßstimme wunderbare Lieder.
Sie wohnte Tür an Tür mit mir, und ich hörte sie als sänge sie in meinem Zimmer. Geschlafen hat sie nie. Um vier Uhr in der Früh stand sie wieder auf und ging in die Markthalle. Dann fiel ich bis sechs in einen kurzen aber erholsamen Schlaf. Es war dies die schönste Zeit meines Lebens.
Eines Tages faßte ich mir ein Herz und ging zu ihr. Ich brachte ihr eine Tanne in einem Faß, so groß, daß ich das kaum schleppen konnte und sagte einfach: Ich liebe Sie.
Komm her, sagte sie, zieh dich aus. Wir wollen`s treiben. Als sie nackt war, sah ich, daß sie noch fest im Fleisch war und ihre Brüste prall und voll.
Ich brach vor Angst vor ihr in Tränen aus, stand zitternd im Türrahmen und wagte mich keinen Schritt weiter. So stand ich bis vier Uhr in der Früh. Sie aber hatte mich sogleich wieder vergessen. Sie lag im Bett, trank ihr Bier, sang ihre Lieder, und um vier Uhr in der Früh kleidete sie sich an und ging an mir vorbei aus der Tür.
Sie kam nie mehr wieder. Eigenartig, daß auch da, wo früher ihre Wohnung war, gleich die Feuermauer anschließt.“

 

 1725002-8be7ed7419480cf0858bb3f205e4e328.jpg
Wolfgang Fritz (Innsbruck, 19 februari 1947)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Thomas Brasch werd geboren in Westow,Yorkshire (Engeland) op 19 februari 1945. Zie ook alle tags voor Thomas Brasch op dit blog.

 

Ja, in der Liebe war es wie im Sport

Ja, in der Liebe war es wie im Sport
und wie im Krieg war’s in der Liebe auch
das Bett, das Schlachtfeld, der Center Court
ich unterwerf dich mir, so hieß der Brauch.

In frühren Zeiten tat man das mit Stil
mit Eleganz und leichter Raffinesse
Man siegte schweigend und der Gegner fiel:
ins Bett, ins Grab oder ganz einfach auf die Fresse.

 

 

T.B. AN T.B.

Nein, jetzt geh nicht an einen fremden Ort:
Du würdest uns und uns die Zeit vertreiben:
Bevor wir schreiben dieses, welches Wort
bleibst du, denn Weggehn heißt jetzt Dazubleiben.

Wovon ist hier die Rede: fliehen oder such
Ich will doch nur das Atmen lernen
Bist du es? Ich? Den ich verlaß verfluch.
Dann komm zu dir statt mich so zu entfernen.

 

 1725002-1ec26ac847394dd6bca4f62514bebf50.jpg
Thomas Brasch (19 februari 1945 – 3 november 2001)

 

 

De Russische schrijver Dmitri Lipskerov werd geboren op 19 februari 1964 in Moskou. Zie ook alle tags voor Dmitri Lipskerov op dit blog.

Uit: The Last Sleep of Reason (Vertaald door Dmitri Priven)

"The blood on the clothes we found is identical to the blood on that ear fragment, so we've got ourselves a crime! It's a fact!" concluded Pogosian and beamed at captain. "You, my friend, will find the owner of the clothes and the body with a bit of its ear ripped off! We're all here for you, but you know, everybody's up to their ears in work, so you're going have to manage by yourself!"
Sinichkin started to object faintly that he had never studied how to do a proper investigation, sir, that his body was still weak after his condition, sir, but Major interrupted his inferior by saying "Looking good, you son of a bum!" and commanded to proceed with the task.
"Where's the matchbox?" asked Sinichkin as he was leaving.
"What matchbox?"
"The one the ear was in? I said I'd give it back!"
Instead of answering, the boss gave his inferior such a look that Sinichkin shuddered under his dark-eyed gaze and surprisingly quickly retreated from the office. For some reason, he was wondering why their department had so many Armenians.
"What are we, on Mount Ararat or something?" he shouted out, but he had been already outside, heading towards the quarry where the criminally implicated clothing was found.
He had no idea why he was dragging his feet to the pond, what else he would be looking for there, but he had no idea what else to do either. He kept walking along the sandy shore, listening to the gases from the rich Armenian grub rambling and rumbling in his guts, and looking down dismally the way camels do.“

 

 1725006-34acddf20ea60d6f71654d2ee6748d60.jpg
Dmitri Lipskerov (Moskou, 19 februari 1964)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 19e februari ook mijn blog van 19 februari 2013 deel 1 en 2 en ook mijn blog van 19 februari 2011 deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 18:47 Reageer op dit bericht

Aschermittwoch (Louise Hensel)

 

Bij Aswoensdag

 

 1724334-a02c87e44161864ccd1bedd41152e291.jpg
Aschermittwoch door Ernst Hanfstaengel, 1895

 

 

Aschermittwoch

»Staub bist du und kehrst zum Staube,
Denk', o Mensch, an deinen Tod!«
Wohl, dies weiß ich, doch mein Glaube
Sieht ein ew'ges Morgenroth.

Sieht ein Land, wo Friedenspalmen
Um des Siegers Scheitel wehn,
Wo umrauscht von ihren Psalmen
Wir der Engel Chöre sehn.

Wo Maria, die Getreue,
Ihr geliebtes Kind uns zeigt,
Wo die Sehnsucht und die Reue
Nun ihr selig Ziel erreicht.

Wo der Vater mit dem Sohne
Und dem heil'gen Geist zugleich
Thront auf einem ew'gen Throne,
Unaussprechlich herrlich, reich.

Wo wir Den, der je gewesen,
Schauen, wie Er ewig war.
O, dort wird mein Herz genesen!
O, dort wird mein Auge klar!

 

 

 1724334-bd979e46e34a7de7d4f83a4404aa566e.jpg
Luise Hensel (30 maart 1798 – 18 december 1878)
Portret door Josse Goossens

 

 

Zie voor de schrijvers van de 18e februari ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 10:38 Reageer op dit bericht

Nick McDonell, Toni Morrison, Robbert Welagen, Bart FM Droog, Maarten Mourik, Huub Beurskens, Gaston Burssens

De Amerikaanse schrijver Nick McDonell werd geboren op 18 februari 1984 in New York. Zie ook alle tags voor Nick McDonell op dit blog.

Uit: The Third Brother

“So Mike is glad when the assignment comes, even though he is very surprised. He had been watching again, and Analect had been standing in conversation with Bishop for nearly ten minutes. Mike had been looking closely through the glass-he sensed the men were angry with one another-when Bishop suddenly turned and opened the door. Mike feared he was caught, but then Bishop waved him into the office and Analect asked if he wanted to go to Bangkok. "Help Tommy with some reporting," as he put it.
Bishop nods slightly at Mike. Bishop is a small man, with fat features and prematurely graying black hair.
"The story, is backpacker kids going to Bangkok to do ecstasy," Analect says. "Just don't get arrested."
"He doesn't want to have to retrieve you," Bishop says.
"It's really just a travel story, is another way to look at it," Analect goes on.
"Just a travel story," Bishop repeats, chuckling.
"You're their age," Analect continues, "the backpackers'. You'll be good at talking to them. Ask questions. It can be your story too. And one other thing I've already explained to Tommy ..."
Mike catches Bishop rolling his eyes.
"... I want you to find Christopher Dorr."
Mike can't place the name.
"He used to do a lot of the investigative pieces Tommy does now," Analect says, looking straight at him, seeming almost to ignore Bishop. "He's been in Bangkok for a while, I think. It'd be good for someone from the magazine to look him up."

 

 1724321-6b429b21491d3587e0f705d46853e9da.jpg
Nick McDonell (New York, 18 februari 1984)

 

 

De Afro-Amerikaansschrijfster Toni Morrison werd geboren op 18 februari 1931 in Lorain, Ohio. Zie ook alle tags voor Toni Morrison op dit blog.

Uit:Song of Solomon

“You can't own a human being. You can't lose what you don't own. Suppose you did own him. Could you really love somebody who was absolutely nobody without you? You really want somebody like that? Somebody who falls apart when you walk out the door? You don't, do you? And neither does he. You're turning over your whole life to him. Your whole life, girl. And if it means so little to you that you can just give it away, hand it to him, then why should it mean any more to him? He can't value you more than you value yourself.”
(…)

“It sounded old. Deserve. Old and tired and beaten to death. Deserve. Now it seemed to him that he was always saying or thinking that he didn't deserve some bad luck, or some bad treatment from others. He'd told Guitar that he didn't 'deserve' his family's dependence, hatred, or whatever. That he didn't even 'deserve' to hear all the misery and mutual accusations his parents unloaded on him. Nor did he 'deserve' Hagar's vengeance. But why shouldn't his parents tell him their personal problems? If not him, then who? And if a stranger could try to kill him, surely Hagar, who knew him and whom he'd thrown away like a wad of chewing gum after the flavor was gone--she had a right to try to kill him too.
Apparently he though he deserved only to be loved--from a distance, though--and given what he wanted. And in return he would be...what? Pleasant? Generous? Maybe all he was really saying was: I am not responsible for your pain; share your happiness with me but not your unhappiness.”

 

 1724321-748ca5a418f51a58d1c8e8fa7eed6285.jpg
Toni Morrison (Lorain, 18 februari 1931)

 

 

De Nederlandse schrijver Robbert Welagen werd geboren in Dordrecht op 18 februari 1981. Zie ook alle tags voor Robbert Welagen op dit blog.

Uit: Verre vrienden

'Als ik de geestelijke staat van die zomers wil beschrijven, kan ik alleen maar iets duns zeggen: ik stelde mezelf voortdurend uit, had spookemoties,dutte in en vergat mijn verlangens. Een droomtoestand slechts onderbroeken door soms met ene gevonden eencentmuntje in mijn hand door de tuin te lopen. Dikwijls vergast ik aan het einde van de dag de weg naar huis en dan sliep ik buiten onder de eik. Ik was een laagje poeder. Pff, een windvlaagje en weg was ik. Dwarrelend door de lucht kwam ik neer op de grond als een schaduw. Ik ben 'achtig', kon ik zeggen. Ik zoek de dunne restruimte in de wereld, ook dat kon ik zeggen. Het kleinste stukje dat zich overal tussendoor uitstrekt. Al die woorden waren heel vanzelfsprekend.' 

 

 1724321-c9f391b96ab7a2dc1ec9cdaf82fe8e49.jpg
Robbert Welagen (Dordrecht, 18 februari 1981)

 

 

De Nederlandse dichter Bart FM Droog werd geboren in Emmen op 18 februari 1966. Zie ook alle tags voor Bart FM Droog op dit blog.

 

Schoonmaak

Ofschoon meerdere malen
mijn huishoudster het mij
verbood met vieze handen
het toetsenbord te betasten

sloop ik toen zij mijn boeken
in de keuken verbrandde
met ongewassen handen
terug naar het gekuiste bord

en ramde bezeten
letters van vreugd en jolijt
bevrijd van het oude
gespeend van de tijd.

 

 

Een bibliotheek spreekt

Dit is geen wand, maar wijze
om hoger te komen dan daar

waar kometen en sterren jagen
voor waaghalzen en dwazen

is dit geen blinde muur
noch doodlopende weg

dit is de schulp van weten
opgericht uit kalk van wijsheid

gegeseld door regen en vlagen
van vandalen, waan en wind

koppig en onweerstaanbaar
ben ik de weg - betreed me.

 

 1724321-e1229eb8a395725b95b0fa23679844d3.jpg
Bart FM Droog (Emmen, 18 februari 1966)

 

 

De Nederlandse dichter, publicist en diplomaat Maarten Mourik werd geboren in Streefkerk op 18 februari 1923. Zie ook alle tags voor Maarten Mourik op dit blog.

 

Droogbloemen

Zij versiert het plafond van haar keuken
met bossen gedroogde bloemen:
hortensia, guldenroede,
kogeldistel, wilde bertram;
en kruiden: lavendel, marjo;ijn,
thijm, hysop en rozemarijn.

Vervaalde kleuren, vervaagde geuren;

en zij denkt aan hun bloeiende liefde:
zou die ooit vervalen, vervagen?

 

 

Wassenaar

Woekerend regenwoud,
met hier en daar
een open plek
waar het luipaard
de buffel bespringt,
terwijl, veilig verschanst,
een apentroep protesteert.
Ook:
dichtgeslijmd aquarium,
waar exotische vissen
elkaar beloeren
vanachter groene
gordijnen van algen;
wie zich blootgeeft
is er geweest.

 

 1724321-e9dfb43143d2b548ad8a1a3e65d1c918.jpg
Maarten Mourik (18 februari 1923 - 30 september 2002)

 

 

De Nederlandse dichter,vertaler en schilder Huub Beurskens is geboren in Tegelen op 18 februari 1950. Zie ook alle tags voor Huub Beurskens op dit blog.

 

Als er geen licht meer door linnen dringt

‘Weet je hoe je kunt zien wanneer iets goed geschilderd is?’
vroeg mijn oom in zijn hobbykamer, waar hij zijn Meer bij
zonsondergang met de voorkant tegen de middagzon hield.
‘Als er geen licht meer door het linnen dringt.’ Ik draaide

de ansicht om die als voorbeeld had gediend: Camping
Seeperle, Bodensee, en wist opeens dat ik liefst elk gedicht
met sinterklaasrijm wilde schrijven, inhoudelijk haast zonder
gewicht, in de hoop – ‘We kwamen er vaak, je tante en ik’

– dat er vanzelf iets in sloop en daar bleef waar geen vinger
achter te krijgen is, zoals ofschoon je engel je niet mis
te verstaan zijn Eden uit gewezen heeft, de herinnering

aan zijn meisjesgelaat, dat een en al buiten was zo zonder
noodzaak van een binnen, dat je aldoor hoopt het weer
te zien wanneer ooit geen zicht meer door linnen dringt.

 

 1724321-e361fca71796447bac715cf537821ad6.jpg
Huub Beurskens (Tegelen, 18 februari 1950)

 

 

De Vlaamse dichter en schrijver Gaston Burssens werd geboren in Dendermonde op 18 februari 1896. Zie ook alle tags voor Gaston Burssens op dit blog.

 

Zeven fabels

Un chat, nommé Rodilardus
Faisait de rats telle déconfiture,
Que l'on n'en voyait presque plus,
Tant il en avait mis dedans la sépulture.
Jean de la Fontaine.

I
De krekel en de mier
De zon schuift naar de verte
naar alle verten schuiven zonnen
de verre zon van verlangen
de zon van ver verlangen
't verlangen naar een verre zon
naar alle verre zonnen
 
Dit is een stichtelike parabel
en beter dan wat goede sier
is deze fabel
van de krekel en de mier


II
De kikvors die een os wou zijn
De wei ligt aan de zoom van 't bos
De hoeve staat in de wei
Hier leggen de vogels een purperen ei
in 't gele mos
 
Ik wenste dat het mos nu purper was
en groen het ei als gras
en het gras nu blauw werd als de lucht
en de lucht één stil gerucht
 
Als ik nu nog het bos kon zijn
en jouw haar van mos kon zijn
dan was de liefde liefdeling
een kikvors die een os kon zijn

 

 1724321-e9166c4f985ff367e6c10977a1948baf.jpg
Gaston Burssens (18 februari 1896 – 29 januari 1965)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 18e februari ook mijn blog van 18 februari 2012 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 10:24 Reageer op dit bericht

Charlotte Van den Broeck


Onafhankelijk van geboortedata

De Vlaamse dichteres Charlotte Van den Broeck werd in 1991 geboren in Borgerhout. Ze studeert woordkunst aan het Conservatorium van Antwerpen. Van den Broeck stond in 2013 in de top honderd van de Turing Gedichtenwedstrijd en won een plek in de finale van DichtSlamRap. In 2015 verscheen bij De Arbeiderspers haar debuut Kameleon met beeldende, verhalende gedichten dat als een van de beste debuutbundels van het jaar werd betiteld.

 

Kameleon

Ik spreek in een slepende melodielijn van ‘hier’ en ‘nu’ en ‘blijf’
herhaal dit zo vaak tot het schuurt
tot je me terug in je mond rolt, me onuitgesproken
op je deinende tong legt, zachtjes
zoals kleine meisjes met overgewicht zachtjes
stuiteren bij het lopen.
En ik wil dat je me opnieuw zegt, dat je niet kan ophouden mij te zeggen
dat ik uit de holte van je mond breek
en je me nieuwe namen geeft, de verkeerde
zoals ‘lief’ en ‘klein’ en ‘traag’
dat ik me daarnaar ga gedragen als een geconditioneerde hond,
voortaan mijn borsten bedek
als je onverwachts de badkamer binnenkomt.
Laten we ergens tussen tong en tanden
analoge liefde in dit hoofdkussen liegen.
Misschien schieten we elkaar alsnog te binnen.
Misschien herinneren we ons de plek
waar het schudden begon
en we het ritme niet meer vonden.

 

 1872749-d66a8ad85a9520d490d0f5d2b1bb362f.jpg
Charlotte Van den Broeck (Borgerhout, 1991)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Soir de carnaval (Jules Laforgue)

 

Bij Carnaval

 

 1723949-8f089f544b0c463a9863980cf3712c63.jpg
Carnavalsscene, toegeschreven aan Marco Marcola (1740–1793)

 

 

Soir de carnaval

Paris chahute au gaz. L'horloge comme un glas
Sonne une heure. Chantez! dansez! la vie est brève,
Tout est vain, -- et, là-haut, voyez, la Lune rêve
Aussi froide qu'aux temps où l'Homme n'était pas.

Ah! quel destin banal ! Tout miroite et puis passe,
Nous leurrant d'infini par le Vrai, par l'Amour;
Et nous irons ainsi, jusqu'à ce qu'à son tour
La terre crève aux cieux, sans laisser nulle trace.

Où réveiller l'écho de tous ces cris, ces pleurs,
Ces fanfares d'orgueil que l'Histoire nous nomme,
Babylone, Memphis, Bénarès, Thèbes, Rome,
Ruines où le vent sème aujourd'hui des fleurs ?

Et moi, combien de jours me reste-t-il à vivre ?
Et je me jette à terre, et je crie et frémis
Devant les siècles d'or pour jamais endormis
Dans le néant sans cour dont nul dieu ne délivre!

Et voici que j'entends, dans la paix de la nuit,
Un pas sonore, un chant mélancolique et bête
D'ouvrier ivre-mort qui revient de la fête
Et regagne au hasard quelque ignoble réduit.

Oh! la vie est trop triste, incurablement triste!
Aux fêtes d'ici-bas, j'ai toujours sangloté :
« Vanité, vanité, tout n'est que vanité! »
-- Puis je songeais : où sont les cendres du Psalmiste?

 

 1723949-f0c0e77858e1bb94352ef7a791b271df.jpg
Jules Laforgue (16 augustus 1860 - 20 augustus 1887)
Borstbeeld in Tarbes

 

Zie voor de schrijvers van de 17e februari ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 11:09 Reageer op dit bericht

Shahrnush Parsipur, Sadegh Hedayat, Yevgeni Grishkovetz, Mo Yan,Frederik Hetmann, Emmy Hennings

De Iraanse schrijfster Shahrnush Parsipur werd geboren op 17 februari 1946 in Teheran. Zie ook alle tags voor Shahrnush Parsipur op dit blog.

Uit: The Gentlemen (Vertaald door Farzin Yazdanfar)

“Mr. Habibi: What should we look at? I don't get it.
Mr. Nemati: He's right, dear. We should look around. We just talk. We've been talking for 2500 years.**
Mr. Tahmooresi: According to history, 2800 years. I don't understand why we're insisting on 2500 years. Humanity has existed for a million years.
Mr. Habibi: Not humanity, 'humans'.
Mr. Tahmooresi: 'Humanity' is symmetrical with 'human'. One is meaningless without the other.
Mr. Habibi: But it's correct to say 'human'. For instance, Dr. Barnard,*** who performs heart transplant operations, replaces a human being's heart; he doesn't replace humanity's heart.
Mr. Tahmooresi: You're just playing with words. Well, if Dr. Barnard can change the heart of human beings, he'll somehow be able to change the heart of humanity. Won't he?
Mr. Nemati: But let's be honest. The question of humanity aside, Dr. Barnard seems to have started a good business. There's nobody to ask him what the fuss is about.
Mr. Tahmooresi: I really like Nemati.
He never lets the argument end up with a quarrel. I was once a soldier serving in the army in Kurdestan. I mean I wasn't a soldier. I was higher in rank, I was a lieutenant...
Mr. Habibi: This is how they fool people. They think that if they give you a couple of badges and promote you to a higher rank, they have the right to bully you. I don't understand the logic behind it. Why do they waste two years of one's life?
Mr. Tahmooresi: It's obvious. If a war breaks out, there should be some people to fight. After all, how would a war be possible without soldiers?
Mr. Nemati: I don't understand at all what the real purpose of war is. I read somewhere that war isn't part of man's nature. Man invented war.
Mr. Habibi: Man invented God, too.”

 

 1723946-f1db50db728f9d50e9ce14a8dc4a7563.jpg
Shahrnush Parsipur (Teheran, 17 februari 1946)

 

 

De Iraanse schrijver Sadegh Hedayat werd geboren op 17 februari 1903 in Teheran. Zie ook alle tags voor Sadegh Hedayat op dit blog.

Uit: The Silent Language of a Donkey at the Time of Death (Vertaald door Farzin Yazdanfar)

“Ah! My body is shuddering from pain. This is my reward for all the services I have done for this ruthless, cruel two-legged animal. Today is my last day, and this is my only consolation! After having lived a life full of hardship, suffering and trouble, after having endured unbearable loads, repeated blows from stick and chain and the curses of passers-by, thank God that I am bidding farewell to this dreadful life.
Young Hedayat
Here is Shemiran Road. Today my legs were crushed in a car accident because of my master's carelessness. That is why I am in this situation. After beating me and using foul language, they dragged my wounded body to the road side and left me there - alone. Perhaps they had forgotten that they could still use my horseshoes and hide! They seemed to have lost hope in me.
Will they bring me food in time? No... I have to die in great torment and hunger because I am no longer any use to them.
Ah! The pain is getting more severe and blood is still running from my wounds. What kind of beast is this human being who has dominated us, made our lives shameful, disgraceful and full of suffering and hardship, hurt our natural, frank and friendly feelings, constantly wounded our bodies, and made our lives unpleasant and deplorable. On the surface, he looks similar to us; and, like us, he finally dies. In this respect, there seems to be no difference between us; however, he seems to be made of wood and stone because he whips us as if we had no feelings. If he could feel pain, he would have mercy on us.
These torture instruments that human beings use are unnatural. They themselves have made them. It is sometime since societies called "Humane Societies" have been established in Europe and the United States to defend the rights of animals. Specific laws have been enacted to defend the rights of animals and to stop human beings' cruelty and unjust dealings towards them. Are those who belong to these societies the same as these beasts? Impossible! If they were the same, their hearts could not be made of stone.”

 

 1723946-78cd66bb02f8ca451fae6bc9485460f0.jpg
Sadegh Hedayat (17 februari 1903 – 9 april 1951)
Portret door Shahab Mousavizadeh, 2008

 

 

De Russische schrijver, regisseur en acteur Yevgeni Grishkovetz werd geboren op 17 februari 1969 in Kemerovo. Zie ook alle tags voor Yevgeni Grishkovetz op dit blog.

Uit:How I Ate the Dog

“I remember how we traveled seven days from the “Taiga” station to the Vladivostok station on a passenger/mail train.  We traveled slowly, stood at each crossing, and I was grateful to the railroad workers for these tiny delays….  We were going…, and interestingly, you could be going anywhere, to the east, to the south, to the north, and the whole time it would be the exact same scenery, in the sense that, it changes, of course, but the feeling remains that it’s the exact same: This means not very thickly growing birch trees, those uniformly spaced white-black trees, everywhere….  Well, in general, the kind of scenery, looking at which a Russian is obligated to say: “My God… what beauty!”  It happens like this: The Russian has woken up, comes out from the sleeping compartment into the corridor of the wagon, on his shoulders hangs a towel, like so, in his hand a toothbrush with toothpaste already on it, he’s a bit blinded by the morning light (in the compartment it had been very dark), he stops at the window, like so, holding onto the handrail.  In the corridor the rattle of the train is stronger.  Someone draws water from the tea urn.  The train: tuduk-tuk-tuk, tuduk-tuk-tuk.  The person who has just woken up: “Ssssoooo, where are we by now?”  The person with hot water in his mug, swaying with concentration, slowly walking and because of this swaying even more, says: “Who knows…”
The person who has just woken up: “Yeah?! Well, all the same, what beauty…!” Tuduk-tuk-tuk, tuduk-tuk-tuk…
Two sailors took us, they wore white dress uniforms and really looked after their appearance.  Both were short, one had a moustache that he really loved and obviously was very proud of, you couldn’t make it out immediately, but if you so desired, it wasn’t hard to count all the tiny hairs he had on his upper lip, and the other was, I for some reason recall, from Tambov, he was bowlegged and right about here he wore a medal “For faraway deployment.”

 

 1723946-e928f7f069d8c30dc96ad8bbed2cb096.jpg
Yevgeni Grishkovetz (Kemerovo, 17 februari 1969)

 

 

De Chinese schrijver Mo Yan werd geboren op 17 februari 1955 in Gaomi in de provincie Shandong. Zie ook alle tags voor Mo Yan op dit blog.

Uit: Shifu, You'll Do Anything for a Laugh (Vertaald door Howard Goldbaltt)

“Just then a white Jeep Cherokee drove in the gate honking its horn, seizing the attention of the people fighting to read the layoff list; they all turned to stare at the Jeep, which looked as if it had just come back from a long, muddy trip. The clamor died down as dazed expressions showed on the people's faces. The Jeep looked a little dazed too, its horn suddenly silent, the engine sputtering, the tailpipe spitting out puffs of exhaust. It was like a wild beast that sensed danger. Its gray eyes stared as they fearfully sized up the situation. At roughly the same time it decided to back out through the gate a chorus of shouts erupted from the workers, whose legs got the message, and in no time the Jeep was surrounded. It tried to break free, lurching forward and backward a time or two, but it was too late. A tall, muscular young man with a purple face — Ding Shikou saw that it was his apprentice, Lü Xiaohu — bent down, opened the car door, and jerked the as**sistant manager in charge of supply and marketing right out of his seat. Curses rained down on the man's head, translucent gobs of spittle splattered on his face, which by then was a ghostly white. His greasy hair fell down over his eyes as he clasped his hands in front of his chest, bent low at the waist, and bowed, first to Lü Xiaohu, then to the rest of the crowd. His lips were moving, but whatever he was trying to say was drowned out by the threatening noises around him. Ding couldn't make out a single word, but there was no mistaking the wretched look on the man's face, like a thief who'd been caught in the act. The next thing he saw was Lü Xiaohu reach out to grab the as**sistant manager's colorful necktie, which looked like a newly-weds’ quilt, and jerk it straight down; the as**sistant manager disappeared from view, as if he'd fallen down a well.“

 

 1723946-b9ef6e4c46a7edfdf6ce65d9b30437aa.jpg
Mo Yan (Gaomi, 17 februari 1955)

 

 

De Duitse schrijver Frederik Hetmann (eig. Hans-Christian Kirsch) werd geboren op 17 februari 1934 in Breslau. Zie ook alle tags voor Frederik Hetmann op dit blog.

Uit: Traumklänge

„Er hatte die vergangenen Wochen über „Herman Melville in New York“ recherchiert und dann für das „New York Times Magazine“ einen Essay von acht Schreibmaschinenseiten geschrieben. Der Artikel war abgelehnt worden. Sie hatten ihn zwar bezahlt, und am Vormittag hatte er sich das Geld an der Kasse abgeholt, aber er fühlte sich trotzdem in seinem Selbstvertrauen erschüttert.
Wie immer, wenn Izaak sich nicht wohl fühlte und es für ihn nichts zu tun gab, ging er ins Hayden Planetarium. Neuerdings hieß es Rose Center und Gottman Hall of Planet Earth, aber für ihn blieb es das Hayden.
Wenn er dort saß, kam er sich vor, als treibe er schwebend im Universum, und er vergaß allen Kummer dieser Welt. Er hörte kaum hin, wenn die Lautsprecherstimme erklärte wie Rote Riesen und Schwarze Löcher entstehen. Es ging ihm nicht um Wissen und Information. Es war diese Illusion, der Erde und ihrer Schwerkraft entrückt zu sein und sich in einem Raum zu befinden, der so unendlich groß war, dass sein Ende unvorstellbar wurde.
An diesem Tag lief ein Programm über den Halley’schen Kometen.
In die Kuppel wurde eine ungewöhnliche Aufnahme aus dem Jahr 1910 projiziert. Man sah den langen weißen Schweif des Kometen, der sich etwa so ausnahm, wie sich Izaak als Kind ein Gespenst vorgestellt hatte, dazu noch Tausende von Sternen als winzige Punkte und am linken unteren Rand vergrößert die Venus. Izaak fühlte sich plötzlich von einer Hand berührt, die wohl zu der Person gehören musste, welche neben ihm saß. Eine sanfte weibliche Stimme sagte:
„Wenn wir aufs gerade Wohl ins All geworfen würden, stünden die Chancen auf oder auch nur nahe einem Planeten landen, nicht einmal eins zu m10/33, eine 10 mit 33 Nullen. Wussten Sie das?”

 

 1723946-79f62d961f279502744e26449102a27b.jpg
Frederik Hetmann (17 februari 1934 – 1 juni 2006)
Cover

 

De Duitse dichteres, schrijfster en caberetiere Emmy Hennings werd geboren op 17 februari 1885 in Flensburg. Zie ook alle tags voor Emmy Hennings op dit blog.

 

Wie Kinder sind wir hilflos

Wie Kinder sind wir hilflos,die nicht wissen,
Ob sie im Diesseits oder Jenseits gehen.
Vor hohen Fenstern sieht man scheu uns stehen.
Man scherzt mit uns. Doch schweigen wir beflissen.

Denn: wenn wir gingen –würde man uns missen?
Und so beschleicht uns nur auf leisen Zehen
Ein Heimweh, mit dem Sommer zu verwehen
Und zu zerrinnen mit den Dämmernissen.

O, man war wohl besorgt, man war bemüht,
Mit manchen Schätzen uns vertraut zu machen.
Um unsere hellen Lippen aber zieht

Ein ängstlich Fremdsein. Unsere überwachen,
Erstaunten Augen sind der Nähe müd.
Auf weiter Fläche grüßen sie den Nachen…

 

 

Mädchen am Kai

Hab keinen Charakter, hab nur Hunger,
Ich, Passagier im Zwischendeck des Lebens,
Geliebt und gehasst hab ich vergebens,
Und jeden Abend auf der Lunger.
Und diese Kunst, die geht nach Brot.
Und kann man sterben denn vor Scham?
Ich bin so müde, lendenlahm,
Und dennoch, Zähne gesund, mein Mund ist rot.
Madonna, lass mich fallen in tiefen Schacht.
Nur einmal noch behütet sein.
Lieb mich von allen Sünden rein.
Sieh, ich hab manche Nacht gewacht!

 

 1723946-d300efab91046c73eaa1a9c2be360fc5.jpg
Emmy Hennings (17 februari 1885 – 10 augustus 1948)
Portret door Bernhard Brungs, 2008

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 17e februari ook mijn blog van 17 februari 2012 deel 2 en eveneens mijn blog van 17 februari 2011 deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 10:56 Reageer op dit bericht

Ripe Fruit (Robert W. Service)

 

Bij Carnaval

 

 1723518-2282bf1e177a83543e470d47afc7e080.jpg
Le carnaval à Dunkerque, sur les quais, door Orlando Norie, 1891

 

 

Ripe Fruit

Through eyelet holes I watched the crowd
Rain of confetti fling;
Their joy is lush, their laughter loud,
For Carnival is King.
Behind his chariot I pace
To earn my petty pay;
They laugh to see my monster face:
"Ripe Fruit," I hear them say.

I do not laugh: my shoulders sag;
No heart have I for glee,
Because I hold aloft a hag
Who grins enough for me;
A hideous harridan who bears
In crapulous display,
Like two grub-eaten mouldy pears
Her bubbies on a tray.

Ripe Fruit! Oh, God! It's hell to think
How I have drifted down
Through vice and dice and dope and drink
To play the sordid clown;
That I who held the golden key
To operatic fame,
Should gnaw the crust of misery
And drain the dregs of shame.

What matter! I'll get soused to-night,
And happy I will be,
To sit within a tavern bright,
A trollop on my knee. . . .
So let the crazy pipers pipe,
And let the rapture ring:
Ripe fruit am I - yea, rotten ripe,
And Carnival is King.

 

 1723518-dfe62d6923cf5555f230c3aa1db813d7.jpg
Robert W. Service (16 januari 1874 – 11 september 1958)

 

 

Zie voor de schrijvers van de 16e februari mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 13:38 Reageer op dit bericht

Elisabeth Eybers, Anil Ramdas, Ingmar Heytze, Iain Banks, Iris Kammerer, Alfred Kolleritsch

De Zuidafrikaanse dichteres Elisabeth Eybers werd geboren op 16 februari 1915 in Klerksdorp. Zie ook alle tags voor Elisabeth Eybers op dit blog.

 

Terugblik

Moeder, my eerste sekerte was jy,
gedugter as die voorbestemmingsleer;
diè slotsom was my soetste kettery,
dat aardse liefde ewige onheil weer.
 
Hoe moes ek snags, soms tot beswymens bang,
my uit die stikgreep van die Bose red,
verkluim, kaalvoet oor kwaste van die gang
voortstrompel na die vrystad van jou bed.
 
Jy het die vroegste flits van agterdog
op die gehurkte garingbuik, Calvyn,
wat waghou oor sy wrede web, laat skyn;
my douvoordag op 'n verkenningstog
geloods - bestem tot jou verdriet, maar steeds
erfkind van jou week hart en wakker gees.

 


Job
 
'n Potskerf het die paadjies van die juk
geduldig opgespoor, die etterdruip
het droog geword, die tentatiewe tik
teen rowe laat die huid wellustig kruip.
 
As Gods hand alles uitwis bly die tyd
nog onvernietigbaar. Die ganse dag
was dus tot sy beskikking om die vlyt
van brommers in die vuilgoed te betrag
 
- aandagtig asemend, terwyl die stank
en sonsteek hul beswering om hom rank.
Toe al die yweraars ondergronds verdwyn
het hy sy bak sorgvuldig skoon gelek,
sy mantelflenters oor sy kop getrek
en ingekrimp tot 'n klein pit van pyn.

 

 

Verjaardag
 
Twaalf jaar. Gespanne vóór die donker sprong,
jou klapperdop 'n korf wat gons van vrae,
astrant, seepbekkig soos 'n groenteklong,
jou moeder daeliks trotser, meer verslae.
 
Vanmôre dink ek weer aan die verhaal
van daardie vindingryke, vroegwys Knaap,
aan háár wat drie dae lank moes radeloos dwaal
terwyl die tempelgangers hul vergaap.
 
Hoe ver kan ek jou vergesel? Jou oë
is newelig en wimperswaar gedroom
van ruimtereise, radar en atoom...
Klein Ikaros, by voorbaat reeds bedroë,
weeg jy my wankel woorde, kyk my aan,
meewarig oor sovéél wat 'k nie verstaan.

 

 1723513-e1c0888655d025c294a356d50b2dcdae.gif
Elisabeth Eybers (16 februari 1915 – 1 december 2007)
Als jonge studente  in Johannesburg

 

 

De Surinaams-Nederlandse schrijver,columnist, essayist, programmamaker en presentator Anil Ramdas werd geboren in Paramaribo op 16 februari 1958. Zie ook alle tags voor Anil Randas op dit blog.

Uit: Madame Bovary (De papegaai, de stier en de klimmende bougainvillea)

“In de verfilming van Bukowski's Tales of Ordinary Madness zegt Ben Gazara op het podium: alles wat je kunt doen, kun je ook met stijl doen. Zelfs als je een blikje sardientjes opent, doe het met stijl. Stijl is uiteindelijk datgene wat mens en dier van elkaar onderscheidt. Een tijger loopt als een tijger, hij kan niet lopen als een olifant. Alleen mensen kunnen lopen als tijgers of als olifanten.
Creolen hebben stijl, vonden wij hindoestanen in Suriname altijd; dat loopje, dat wipje met het linkerbeen en dat slome slingeren met de armen, ijverig oefenden we die motoriek als we dachten dat niemand keek. Maar verder dan een mankepoterige manier van voortbewegen kwamen we niet.
Cultuur is in haar breedste betekenis dan ook niets anders dan een verzameling van stijlen, van de kleinste maniertjes tot de grootste levenswijzen. Cultuur is een aggregaat van de wetenschap, en geleefde cultuur, zoals de Britse onderzoekers Raymond Williams en E.P. Thompson voorstellen, is dan ook een praktische onmogelijkheid. Als je erin leeft zie je geen cultuur, maar slechts een chaos van stijlen. Het onderscheid tussen de kortstondige, oppervlakkige stijl die we mode noemen en de langdurige, diepgaande stijl die we, ja toe maar, ‘volksaard’ noemen, is bepaald niet eenvoudig. Cultuur is per definitie een observatie van de buitenstaander.
Degene die geobserveerd wordt ziet alleen maar maniertjes om zich heen: hindoestaanse kindertjes die met kokosolie worden ingewreven, waardoor ze in de zon op glimwormpjes lijken. Hindoestaanse jongeren die zich net zo hip proberen te kleden als de creolen van Paramaribo, maar het zien mislukken, qua maat en snit, omdat ze te klein zijn gebouwd voor de westerse confectiekleding en aangewezen zijn op kleermakers die wel korting geven, maar geen modegevoel hebben. Hindoestaanse gezinnen die vaak kerrie eten, maar op zondag gebakken sardientjes in tomatensaus verkiezen. Ik herinner me een nationale rel in het buurland Guyana, toen de regering wegens een deviezentekort besloot de import van ingeblikte sardientjes te verbieden. Men had de zondagen van de hindoestanen verpest. Op dezelfde zondag gaan hindoestanen trouw naar de bioscoop waar Indiase films worden gedraaid: om te dromen van een India zonder krotten, bedelaars, onrecht of stank. Ze genieten van hun heimwee naar het land van herkomst, ze smullen van het bedrog dat hun wordt voorgeschoteld, juist omdat ze weten dat het maar bedrog is.”

 

 1723513-71678b2908c8d60a9d22cfd9618e75c3.jpg
Anil Ramdas (16 februari 1958 - 16 februari 2012)

 

 

De Nederlandse schrijver en dichter Ingmar Heytze werd geboren op 16 februari 1970 in Utrecht. Zie ook alle tags voor Ingmar Heytze op dit blog.

 

Uit het leven een greep

Dat ik 's nachts naar huis toe fiets
en dat mijn stuur een omweg maakt

en ik onder je venster sta
en aanbel tot het licht aangaat

en jij naar buiten komt in een peignoir
(die droeg je vroeger nooit en staat ook raar)

en dat ik snotter dat het me zo spijhijt
en jij zegt van het kom allemaal wel goehoed

en dat ik op dat moment pas zie het huis
is niet jouw huis de straat is niet je straat en jij -

en dat ik voor de zekerheid nog vraag
terwijl de taxi al rijdt: 'Betekent dit nu ook
dat het allemaal niet goed komt?'

 

 

Ballade van de man

'For what is a man, what has he got -' Paul Anka

Wat is een man, zijn vrijheid
staat te roesten voor de deur en schuld
klopt in zijn onderbroek.

Zijn droom een spannend jongensboek
onder de dekens van een kind,
zijn angst de wind door dunnend haar.

Zijn dood een blauwe waterval
van grauwe staar, zijn einde zoek,
een druppel in een cataract.

Spijt hangt in de plooien
om zijn navel, tochtend stopcontact.
ontkoppeld met een koude knip -

sindsdien een satelliet op drift,
vervloekt en vloekend eeuwig zoekend
naar het moederschip.

 

 

Shy effects

Ben ik verlegen
wordt elke gedachte
een bang konijntje
op mijn hoofd

ik kan daar verder
niets aan doen:
de een gaat zweten,
de ander wordt rood

en ik zit al gauw
met een roedel konijntjes
op schoot.

 

 1723513-8438cb1bb455493f2f698e86b459fe12.jpg
Ingmar Heytze (Utrecht, 16 februari 1970)

 

 

De Schotse schrijver Iain Menzies Banks werd geboren op 16 februari 1954 in Dunfermline, Schotland. Zie ook alle tags voor Ian Banks op dit blog.

Uit: Surface Detail

“She was standing, flattened, against a flat scenery. In the gloom, a moment before she had spread herself against the enormous backdrop, she had been able to make out that it was just painted canvas with great sweeps of dark and light paint, but she had been too close to it to see what it actually portrayed. She angled her head out a little and risked a quick look down and to the left, to where the two men were, standing on a gantry cantilevered out from the side of the fly tower’s north wall. She glimpsed a pair of shadowy figures, one holding something that might have been a rifle. She couldn’t be sure. Unlike Jasken, she had only her own eyes to see with.
She brought her head back in again, quickly but smoothly, scared that she might be seen, and tried to breathe deeply, evenly, silently. She twisted her neck this way and that, clenched and unclenched her fists, flexed her already aching legs. She was standing on a narrow wooden ledge at the bottom of the flat. It was slightly narrower than her shoes; she had to keep her feet splayed, toes pointing  outwards in opposite directions, to stop herself from falling. Beneath, unseen in the darkness, the wide rear stage of the opera house was twenty metres further down. If she fell, there were probably other cross-gantries or scenery towers in the way for her to hit on the way down.
Above her, unseen in the gloom, was the rest of the fly tower and the gigantic carousel that sat over the rear of the opera house’s stage and stored all the multifarious sets its elaborate productions required. She started to edge very slowly along the ledge, away from where the two men stood on the wall gantry. Her left heel still hurt where she’d dug out a tracer device, days earlier."

 

 1723513-a3e8bfa54104b84abd71fd65e34ae029.jpg
Iain Banks (Dunfermline, 16 februari 1954)

 

 

De Duitse schrijfster Iris Kammerer werd geboren op 16 februari 1963 in Krefeld. Zie ook alle tags voor Iris Kammerer op dit blog.

Uit: Die Schwerter des Tiberius

"In diesen Gegenden ist es notwendig, Praefect, dass die Soldaten auch bei schlechtem Wetter kämpfen können, aber diese Männer haben keine Disziplin. Leider ist es zu spät, das noch zu ändern, bevor wir übermorgen aufbrechen."
Eine Bewegung zog Cinnas Aufmerksamkeit auf sich; auf der Böschung stand eine Frau, eng in ein blaues Manteltuch gehüllt, das sie über den Kopf gezogen hatte. Seine Frau, Sunja. Er spürte, dass sich ein Lächeln in seine Mundwinkel schlich, und grub die Zähne in die Unterlippe, um es zu verbergen, weil auch Eggius seinem Blick gefolgt war.
"Wir reden später darüber", beschwichtigte er den Centurio und machte sich auf den Weg die Böschung hinauf, deren Kamm er mit wenigen großen Schritten erreichte. Sunja blickte an ihm vorbei, und als sie die Schultern hochzog, wie um sich zu wappnen, drehte er sich um. Eggius war ihm gefolgt.
"Was gibt es denn noch? Verweigern die Männer etwa den Gehorsam?"
Die knotigen Finger des Centurios umkrampften den Weinstock. Der bittere Schatten, der sich in seine Mundwinkel grub, war leicht zu deuten; auch Cinna hatte Berichte über Varus Niederlage gelesen, über den endlosen Regen, der das ohnehin schwierige Gelände in glitschigen Schlamm verwandelt hatte.“

 

 1723513-942a3a98980fc1f8c177ce52741fd646.jpg
Iris Kammerer (Krefeld, 16 februari 1963)

 

 

De Oostenrijkse dichter en schrijver Alfred Kolleritsch werd geboren op 16 februari 1931 in Brunnsee, Südsteiermark. Zie ook alle tags voor Alfred Kollertitsch op dit blog.

 

ES MACHT MIR IMMER WENIGER Mühe, aufzustehen.
Das ist kein Zeichen von Glück.
Ich gehe vor das Haus und sehe das verbrannte Gras,
auf den Gartenbänken und Stühlen liegt kein Tau,
der grüne Gartenschlauch
ist nicht der gartenschlauch,
von dem ich geträumt habe.


Da fällt mir ein,
daß ich vergessen habe, an dich nicht zu denken.
Deine Gegenwart siedet in mir
mit dem alten Gebrumm.
Das Schildenkrötennot Zenons bleibt mir
auf den Fersen.
Du gehst weg, ich stehe still,
die Entfernung ändert nichts an der Nähe.


Über mich selbst fallen mir nur Dinge ein,
die ich sehe,
jede kante, jede Linie ist ein Rand,
ein Ufer, an dem es aufhört.


Tische, Flaschen, Stachelbeersträucher,
eine vertrocknete Maus,
ich halte mich hin,
aber nicht wie ein Saugnapf.
Das Äußerste ist die Gleichgültigkeit
und ihre Enzyklopädie,
ein Sommermorgen mit wenig Freude
am Weiterlesen in Flauberts "Bouvard et Pécuchet".

 

 

 1723513-a447daa317f4a85e69023434d3fa7ed8.jpg
Alfred Kolleritsch (Brunnsee, 16 februari 1931)


 

Zie voor meer schrijvers van de 16 februari ook mijn blog van 16 februari 2013 deel 1 en ook deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 13:38 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten