Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Martin Reints

De Nederlandse dichter en essayist Martin Reints werd geboren op 5 april 1950 in Amsterdam. Hij studeerde Nederlands in zijn geboortteplaats. Sinds 1970 publiceert Martin Reints gedichten in literaire tijdschriften. in 1981 verscheenn zijn poëziedebuut “Waar ze komt daar is ze”. Zijn tweede bundel “Lichaam en ziel” uit 1992 werd bekroond met de Herman-Gorter-Prijs en voor de essaybundel “Nacht- en dagwerk” (1998) kreeg hij de J. Greshoff-Prijs. “Tussen de gebeurtenissen” (2000) werd genomineerd voor de VSB Poëzieprijs, evenals “Ballade van de winstwaarschuwing” (2005). “Lopende zaken” verscheen in 2010, in 2012 gevolgd door “Schuifwanden”.

 

Grasmaaier

De gedachten gaan hun gang,
maar niet hun eigen gang

zoals een grasmaaier die voor je uit gaat
als je erachteraan loopt

nu je niet kunt slapen
wacht je:
tot wat er in je hoofd gebeurt zijn eigen vlucht gaat nemen

val je niet in slaap
of je kunt niet in slaap vallen

of: kun je je niet in slaap laten vallen
wat is het

je laat je voeten zwaar worden,
je benen, je hele lichaam
tot het zo zwaar is dat het door het bed lijkt te zakken waar je in ligt

of waar je op ligt
wat is het, nachtelijke grasmaaier

wat, tot je lichaam er niet meer is
of tot het licht begint te worden.

 

 

De mei van Gorter

Het is een ding met muziek erin
dat deel uitmaakt van mijne wereld:

op een plank staande of liggende op een schrijftafel
en soms op een hoofdkussen of zoals nu
opengeslagen naast de vuilnisbak op mijn balkon -

een papieren ooievaar kan niet vliegen
en wolken zijn mij geen kamelen in de lucht
en mijn huis is ook geen rots
bezocht door Griekse of Germaanse goden

is het mei in mijn agenda,
zo is het mei op mijn balkon -

het is een hemels ding

het is mijmering,
aankondiging van dreigende waanzin
is het en er is weidsheid en zonlicht in
en toch ook wel onzin.

 

 

 1999240-a8e0ed07cf86f600cbe22bbb082c525a.jpg
Martin Reints i(Amsterdam, 5 april 1950)



Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

De blogger leest alles eerst na: je tekst verschijnt zodra die goedgekeurd is.

Maya Angelou, Hanneke Hendrix, E. L. James, Marko Klomp, Marguerite Duras, Robert Schindel, Michiel van Kempen, Bettina von Arnim, Edith Södergran

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Maya Angelou (eig. Margueritte Johnson) werd geboren in Saint Louis, Missouri, op 4 april 1928. Zie ook alle tags voor Maya Angelou op dit blog.

 

Phenomenal Woman

Pretty women wonder where my secret lies.
I'm not cute or built to suit a fashion model's size
But when I start to tell them,
They think I'm telling lies.
I say,
It's in the reach of my arms
The span of my hips,
The stride of my step,
The curl of my lips.
I'm a woman
Phenomenally.
Phenomenal woman,
That's me.

I walk into a room
Just as cool as you please,
And to a man,
The fellows stand or
Fall down on their knees.
Then they swarm around me,
A hive of honey bees.
I say,
It's the fire in my eyes,
And the flash of my teeth,
The swing in my waist,
And the joy in my feet.
I'm a woman
Phenomenally.
Phenomenal woman,
That's me.

Men themselves have wondered
What they see in me.
They try so much
But they can't touch
My inner mystery.
When I try to show them
They say they still can't see.
I say,
It's in the arch of my back,
The sun of my smile,
The ride of my breasts,
The grace of my style.
I'm a woman

Phenomenally.
Phenomenal woman,
That's me.

Now you understand
Just why my head's not bowed.
I don't shout or jump about
Or have to talk real loud.
When you see me passing
It ought to make you proud.
I say,
It's in the click of my heels,
The bend of my hair,
the palm of my hand,
The need of my care,
'Cause I'm a woman
Phenomenally.
Phenomenal woman,
That's me.

 

 1898283-43b34bc572564812237c236de3507b8c.jpg
Maya Angelou (4 april 1928 – 28 mei 2014)

 

 

De Nederlandse schrijfster en hoorspelmaker Hanneke Hendrix werd geboren in Tegelen op 4 april 1980. Zie ook alle tags voor Hanneke Hendrix op dit blog.

Uit: De verjaardagen

“Als het geweten dat zo graag tegen de stem in haar hoofd in wilde gaan zijn kans had gekregen dan had het gezegd dat iets stuk maken troost kan brengen. Iets wat kapot is herinnert aan hoe het was. Pas dan zie je dat het mooi was, voel je hoe mooi het is geweest, veel beter nog dan toen het heel was. Marie wist wel wat ze wilde, ze wist alleen niet waarom. Maar welke puber heeft zich ooit om die reden van iets laten weerhouden?
(…)

De tijd vervliegt in zomers zoals deze. De dagen met regen zaten ze voor het raam, de dagen met zon bij het stationnetje aan de rand van het bos. Alle dagen praatten ze, keken ze naar de mensen die voorbij liepen en de treinen die langsraasden. Misschien kent iedereen wel zo’n zomer. Een zomer die je je de rest van je leven herinnert. Een zomer waarin je dacht dat dit het was, dat dit het begin van je leven was.”
(…)

‘Lies leefde gewoon door. Opstaan, de broodbezorger ontvangen, de jongens laten inruimen, blaren controleren en eventueel in bad, zwachtelen, koffie zetten voor Wilma, ontbijten, krant, middageten, boeken, avondeten en slapen.Zo trokken de jaren voorbij. Het leven, de liefde, de dood en het verlies. Pijn, in duizend soorten."

 

 1898283-f476af127f78df898ca65347e7144007.jpg
Hanneke Hendrix (Tegelen, 4 april 1980)

 

 

De Britse schrijfster E. L. James (pseudoniem van Erika Leonard) werd op 4 april 1963 in Buckinghamshire als Erika Mitchell geboren.Zie ook alle tags voor E. L. James op dit blog

Uit: Fifty Shades of Grey

„The picnic was amazing, Christian was so gentle with Chris, he is such a kind and natural father. We left the park quite late and Taylor drove us straight onto the tarmac of the Miami International airport to board the Grey Enterprises jet. By that time Chris was exhausted. Christian gave him a quick tour, revelling in his innocent, awed excitement; he even let him sit with the pilot for a bit.
By take-off his little eyelids were hanging heavy and low. Christian fussed over him, strapping him securely into the reclined seat and covering him with a soft blanket so that he could sleep. It tugged so hard at my heart that I had to look away at times, unable to watch how, after just one day, he was doting on his son. The melancholy bled like black ink into water.
After a quick, 40 minute flight, one of Christian’s new men met us upon arrival in Savannah. Christian introduced him as Collins. He was a perfect Taylor clone, bristling with efficiency. I briefly brooded over what might have happened to Sawyer. I hoped that I wasn’t the reason for his absence, that Christian didn’t fire him for failing to stop my covert escape but I was grateful that he wasn’t the one to collect us – if Taylor was mad at me, how mad would Sawyer be?
Christian carried a sleeping Chris from the plane straight into the booster seat of yet another waiting SUV. His sleepy eyes remained resolutely shut. That’s what a day of fresh air and excitement will do for you when you’re four. The thought had me smiling, warming my heart.
Collins drove to my mom’s house without the aid of any directions from us and dropped her off. My subconscious took the opportunity to remind me that Christian was indeed the ultimate stalker and I shrugged, undaunted – it’s not like I didn’t know.”

 

 1898283-c823f4b4e6040c0ff68c0a8a27a31dbb.jpg
E. L. James (Buckinghamshire, 4 april 1963)
Scene uit de film „Fifty Shades of Grey”, 2015 

 

 

De Nederlandse dichter en schilder Marko Klomp werd geboren op 4 april 1974 in Goes. Zie ook alle tags voor Marko Klomp op dit blog.

 

Langage corporel  (II)

Een glimlach ademt de woorden van een vlinder
wangen begroeten de kleur van verlegenheid
Lippen bestijgen de helling van overgave
handen overvleugelen de stille indrukken met een streling.

We houden onze monden dicht terwijl we de stilte
naboetseren met een glinstering in onze ogen
armen dansen een krul om onze lichamen
geborgenheid wenkt tranen naar de uithoeken van de tenen.

 

 

Krokodillentranen

De gepantserde oogwenk loert geduldig
roerloos in de modder van de schijnheil.
Overdekte leugens beramen de ontvangst
met opengesperde kaken afwachtend.

Een geveinsd eigenbelang huichelt in
medelijden over de hopeloze kreupele.
Onecht drama onthongert zich met een
slachtoffermaal de slapeloze zelflust.

 

 1898283-577d0a80713bd27f4efae5930d637883.jpg
Marko Klomp (Goes, 4 april 1974)

 

 

De Franse schrijfster Marguerite Duras (pseudoniem van Marguerite Donnadieu) werd geboren op 4 april 1914 in Gia Dinh, Indochina (nu Vietnam). Zie ook alle tags voor Marguerite Duras op dit blog.

Uit: La Vie tranquille

"Je ressemble aux autres femmes. Je suis une femme d'aspect assez quelconque, je le sais. Mon âge est un âge moyen. On peut dire qu'il est encore jeune. Mon passé, les autres seuls pourraient me dire s'il est intéressant. Moi je ne sais pas. Il est fait de jours et de choses dont je n'arrive pas à croire qu'ils me sont arrivés vraiment. C'est mon passé, c'est mon histoire. Je n'arrive pas à m'y intéresser parce que c'est la mienne. Il me semble que mon passé c'est demain qui commencera vraiment à le contenir. A partir de demain soir, le temps comptera".
(…)

"Je les ai laissés et je suis allée me recoucher. Je n'ai pas pu me rendormir. Mon corps était engourdi. Je le sentais bien calme, suspendu à ma tête, bien décidé à être sourd, à ne pas m'écouter. Mais ma tête, de son côté, s'enfuyait toute libre dans un délire d'éveil".
(…)

"Tout en parlant, je voyais Tiène à moitié relevé dans son lit, la forme de son corps. Pourquoi est-il si beau qu’on ne peut s’empêcher de le regarder même dans la colère ? Pourquoi est-il si désirable, si déroutant, tellement empli de silence que toute parole prononcée en sa présence est un mensonge ? Il me souriait, son visage vieillissait et rajeunissait sans arrêt et dans moi le jour succédait à l’ombre, le frais au chaud.
Comment Tiène peut-il m’aimer ? Je me suis sentie âgée de cent ans, je suis née en des jours malheureux et je n’ai pas la force et je n’aurai jamais l’idée d’espérer quoi que ce soit pour moi seule. Un jour il est arrivé et il s’est arrêté."

 

 1898283-b0c71275c24fb1c743833cc8407e93f7.jpg
Marguerite Duras (4 april 1914 – 3 maart 1996)
Cover

 

 

De Oostenrijkse schrijver en dichter Robert Schindel werd geboren op 4 april 1944 in Bad Hall. Zie ook alle tags voor Robert Schindel op dit blog.

 

Kleine Katzensuite

Der Tau des morgendlichen Dämmers, Träne des Herbstes
Steigt auf und tränkt seinen Nebel, der stetig bewallt
Seinen Schauplatz, auf welchem die Neidstücke
In die aberwitzigen Verlängerungen gehen

Das seh ich durch die Schnurrbarthaare
Meines unaufhörlichen Katers

Es nähern sich die Akteure von Gestern
Halten einander die Lippen hin, tauschen
Versinterte Worte untereinander, blähen
Die Hamsterbacken, lachen in Öde

Das seh ich durch die Schnurrbarthaare
Meiner vom Absterben bedrohten Katze

Nächstes Frühjahr schreit in Nachbars Garten
Das Katzengesindel die Jammerleiter rauf und hinab
Sodass die Herzensdiebe sich verziehn, Harmonikaspieler
Werfen unter zotigen Sätzen das Ding nach den Sängern

Das hör ich durch die angelegten Ohren
Meiner in Liebesgefangenschaft harrenden Putzikatz.

Es ist so: schräg hinter dem Kater Ché
Dem der Hunger der Welt eine Gleichgültigkeit war
Verlebte ich meine Jugend, aber unentwegt beim Denken
Fuhr meine Linke gegen seinen Strich ihm zum Nacken

Da öffneten sich die Horizonte der Zukunft und zwirbelten
Sich durch die Schnurrbarthaare des Katers zuschanden

Nun gehe ich schon lange unterm abendlichen Nebel
Der Tau nässt mein Gebein, Frost labt das Herz.
Die Katzenviecher, ob Trotzki oder Mao, ob Putzi oder Ché
Liegen unter Jesuitenwiesen und sintern Zeit.

Doch wer sieht mich wandern zu schließenden Horizonten
Durch gezwirbelte Barthaare und murrendes Schnurren?

 

 1898283-e9a112b5a0c3942c2aa1699d6494a304.jpg
Robert Schindel (Bad Hall, 4 april 1944)

 

 

De Nederlandse schrijver, letterkundige en Surinamist Michiel van Kempen werd geboren in Oirschot op 4 april 1957. Zie ook alle tags voor Michiel van Kempen op dit blog.

Uit: Jonge Surinaamse schrijvers: Een idealistische generatie met de hand op de knip

“‘Geld motiveert me, omdat ik lui bent,’ zegt Elvira Rijsdijk, geboren te Amsterdam op 1 maart 1957 waar haar ouders studeerden, maar opgegroeid aan het Surinaamse Middenpad van Kwatta, op een door bossen omgeven sinaasappelplantage. Ze is de dochter van Bijbelvaste boeroes - nakomelingen van Hollandse kolonisten uit de negentiende eeuw. Ze verwarden het calvinistische in hun waardensysteem overigens niet met een slaafse gang naar de zondagsdienst; Elvira bleef een vrije vogel, het type van twaalf ambachten, en één ongeluk méér. Sinds 1982 heeft ze van de journalistiek haar voornaamste bron van inkomsten gemaakt. Ze is een van de weinigen in Suriname die literaire kritieken schrijft en besteedt in het dagblad De West aandacht aan alles wat maar enigszins met cultuur te maken heeft. En verder husselt ze er nu en dan wat bij. In haar verhalen, geschreven in een stevige stijl, worden energieke dames ten tonele gevoerd die echter in nogal beroerde omstandigheden verkeren. Dat werk verscheen onder meer in de bundels Verhalen van Surinaamse schrijvers (1989) en Hoor die tori! (1990). Je zegt nou wel, werp ik haar tegen, dat geld je motiveert in je schrijven, maar je verhalen zijn bijzonder geschreven.
‘'t Is bij mij niet zo dat ik met wat ik schrijft echt iets kwijt moet, ik heb geen boodschap. Ik wenste dat niemand me kende. Had ik genoeg verdiensten, dan zou ik het niet doen. Ik moet hosselen voor mijn brood. Het klimaat om te schrijven is hier niet gemakkelijk."

 

 1898283-2ad6a4b2a57b44886e5d4a6b6ba0392a.jpg
Michiel van Kempen (Oirschot, 4 april 1957)

 

 

De Duitse dichteres en schrijfster Bettina von Arnim werd op 4 april 1785 geboren in Frankfurt am Main. Zie ook alle tags Bettina von Arnim op dit blog.

Uit:Die Günderode

„Die Ihr gleich goldnen Blumen auf zertretnem Feld wieder aufsprosset zuerst! In fröhlichen Zukunftsträumen der Muttererde huldigt, harrend voll heiligem Glauben, daß endlich Eurer Ahnung Gebild vollende der Genius und Fesseln der Liebe Euch umlege und großer Männer Unsterblichkeit in den Busen Euch säe –
Die Ihr immer rege, von Geschlecht zu Geschlecht, in der Not wie in des Glückes Tagen auf Begeistrungspfaden schweift; in Germanias Hainen, auf ihren Ebnen und stolzen Bergen, am gemeinsamen Kelch heiligkühner Gedanken Euch berauschend, die Brust erschließt und mit glühender Träne im Aug Bruderliebe schwört einander, Euch schenk ich dies Buch.
Euch Irrenden, Suchenden! die Ihr hinanjubelt den Parnassos, zu Kastalias Quell; reichlich der aufbrausenden Flut zu schöpfen den Heroen der Zeit und auch den Schlafenden im schweigenden Tal, schweigend, feierlichen Ernstes die Schale ergießt.
Die ihr Hermanns Geschlecht Euch nennt, Deutschlands Jüngerschaft! – dem Recht zur Seite, klingenwetzend der Gnade trotzt; mit Schwerterklirren und der Begeistrung Zuversicht der Burschen Hochgesang anstimmt:
›Landesvater, Schutz und Rater!‹ mit flammender Fackel, donnernd ein dreifach Hoch dem Herrscher, dem Vaterland, dem Bruderbunde jauchzt, und: ›Strömen gleich, zusammenrauschet in ein gewaltig Heldenlied‹.
Ihr, die mit Trug noch nicht nach nichtiger Hoffnung jagtet! Wenn der Philister Torengeschlecht den Stab Euch bricht, so gedenket, Musensöhne! daß ihre Lärmtrommel des leuchtenden Pythiers Geist nicht betäubt; keine Lüge haftet an ihm, keine Tat, kein Gedanke! Er ist wissend! – und lenkt, daß, unberührt von des Gesetzes Zwang, schnellen, feurigen Wachstums das Göttliche erblühe und in der Zeiten Wechsel ein milder Gestirn schützend über Euch hinleuchte."

 

 1898283-e1ef792af4ad428e25838e57041e1774.jpg
Bettina von Arnim (4 april 1785 – 20 januari 1859)
 

 

 

De Fins-Zweedse dichteres Edith Irene Södergran werd geboren in Sint-Petersburg op 4 april 1892. Zie ook alle tags voor Edith Södergran op dit blog.

 

Vierge moderne

Ik ben geen vrouw. Ik ben een neutrum.
Ik ben een kind, een page, een gedurfd besluit,
ik ben een schaterend streepje scharlaken zon...
Ik ben een net voor alle gulzige vissen,
ik ben een heildronk op de eer van alle vrouwen,
ik ben een stap naar toeval en verderf,
ik ben een sprong naar vrijheid, in het zelf...
Ik ben het fluisteren van bloed in het oor van de man,
ik ben een koorts in de ziel, de wil en onwil van het vlees,
ik ben een toegangsbord van nieuwe paradijzen.
Ik ben een vlam, speurend en vief,
ik ben water, diep maar kniehoog moedig,
ik ben vuur en water, eerlijk samengaand op vrije gronden...

 

 

Zonder titel

De maan weet … dat hier bloed zal vloeien vannacht.
Langs koperen stroken boven het meer komt het stellige weten:
Tussen de elzen zullen lijken liggen op het prachtige strand.
De maan strooit haar mooiste licht op het mysterieuze starnd,
De wind is een klaroen tussen de dennen
Wat is de wereld mooi op dit verlaten uur.

 

Vertaald door Lisette Keustermans en Ivo van Strijtem

 

 1898283-6084fbfd4d37a4fc2b705f38e0325d10.jpg
Edith Södergran (4 april 1892 - 24 juni 1923)
 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 4e april ook mijn blog van 4 april 2015 deel 2.

Geschreven door Romenu om 19:45 Reageer op dit bericht

Charles Ducal, Adriaan Jaeggi, Frederik van Eeden, Peter Huchel, Arlette Cousture, Pieter Aspe, Karel N.L. Grazell

De Vlaamse dichter en schrijver Charles Ducal (pseudoniem van Frans Dumortier) werd geboren in Leuven op 3 april 1952. Zie ook alle tags voor Charles Ducal op dit blog.

 

Liefdesdans voor twee

Ik voel je zachte adem
strelend op mijn huid
plagerig verlokkend
passie straal je uit

Zwoele kussen dwalen
fladderend en traag
mijn lichaam is betoverd
beantwoordt stil je vraag

We zoeken in elkaar
verleidelijke troeven
en in ons samenzijn
kun je ook liefde proeven

In verstrengeling gebonden
steeds hoger op de tree
de hemel binnen bereik
liefdesdans voor twee

 

 

Verspreking

Door een verspreking viel ik uit het raam.
Op straat liepen gedachten te hoop,
zij bogen zich over het neergedaald lichaam
en zochten een gat in het hoofd.

Er duwde een vraag op mijn voorhoofd, zo
scherp dat mijn ogen begonnen te lopen.
Ieder gezicht ging voor mij open
en toonde hetzelfde verschrikkelijk woord.

Ik wist dat mijn status van dichter vebood
het mee te nemen, de taal in naar boven.
Daar hingen intussen, bezorgd, de genoten
en trokken mij aan mijn tong weer omhoog.

 

 

Impasse

Zo vond de vrouw haar man, de dichter:
gehurkt in het bad, het hoofd geklemd
tussen de knieën, alleen met zichzelf,
het oude vlees, de verschrompelde stichter

van haar geluk. Zij zag hoe gebogen,
hoe naakt en menselijk buiten de taal.
De warmte wolkte, vrede zong uit de kraan.
Dit, dacht zij, kon hij dit maar verwoorden...

Hij zag haar niet, rook zijn zweet,
keek naar zijn lid in het stijgende water.
Het water was heter dan hij kon verdragen.
Hij haatte.
De vrouw had hij lief

 

 1897746-0f35f5ccd4e51c6d95ca14e906406e9a.jpg
Charles Ducal (Leuven, 3 april 1952)

 

 

De Nederlandse schrijver, dichter en columnist Adriaan Jaeggi werd geboren op 3 april 1963 in Wassenaar. Zie ook alle tags voor Adriaan Jaeggi op dit blog.

 

Over geld

Hoe vaak een afscheid zich ook aandiende,
nooit dacht je aan geld. Dat je ooit berooid
zou sterven was verouderd kleingeld in je zak,
je speelde er mee, je kon er niets voor kopen.

Hoe lang heb je al geld? De eerste keer
dat je iets kocht, een wonder
dat zich bleef herhalen: brood voor beloven,
winst bij wisselen, geld voor geruststelling.
Iets voor niets.

Ze zeiden: geld kun je niet eten. Toch kwam
een dubbeltje er ongeschonden uit. Je slikte
kwartjes, guldens, zelfs rijksdaalders
en alles bleef glanzen.

Nu heb je altijd geld. Nullen op de bank,
vogels en vuurtorens in je broekzak. Beatrix'
neus drukt geruststellend tegen je ballen.

Je hebt afscheid, bagage, leeftocht. Je kunt gaan
waarheen je wilt, streven naar iets hogers.
De brandstof van je angst wordt steeds goedkoper.

 

 

Lief dat je het vraagt,

lief dat je het vraagt
laten we de formaliteiten maar even achterwege laten.
De maand ligt achter ons.
De wind houdt aan.
De dag is nauwelijks half om en nu al
blijkt hier van alles zoek.

 

 1897746-d7b57917c5ea812aeed86ce22ec89cf0.jpg
Adriaan Jaeggi (3 april 1963 – 10 juni 2008)
 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Frederik van Eeden werd geboren in Haarlem op 3 april 1860. Zie ook alle tags voor Frederik van Eeden op dit blog.

Uit: De kleine Johannes

“Ik behoef u niet te zeggen hoeveel Johannes van Presto hield. Maar hij had toch ook heel wat ruimte in zijn hart voor anderen over. Vindt ge het vreemd dat zijn donker slaapkamertje met de kleine ruitjes daar ook een groote plaats innam? Hij hield van het behangsel met de groote bloemfiguren, waarin hij gezichten zag en waarvan hij de vormen zoo dikwijls bestudeerd had, als hij ziek was of 's morgens wakker lag, hij hield van het eene schilderijtje dat er hing, waarop stijve wandelaars waren afgebeeld, die in een nog stijver tuin wandelden langs gladde vijvers, waarin hemelhooge fonteinen spoten en kokette zwanen zwommen; - het meest hield hij echter van de hangklok. Hij wond die altijd met zorg en aandacht op en hield het voor een noodzakelijke beleefdheid naar haar te kijken als zij sloeg. Dat ging natuurlijk alleen, zoolang Johannes niet sliep. Was de klok door een verzuim stil blijven staan, dan voelde Johannes zich zeer schuldig en vroeg haar duizend maal vergeving. Gij zoudt misschien lachen, als ge hem met zijn kamer in gesprek hoordet. Maar let eens op hoe dikwijls gij bij u zelven spreekt. Dat schijnt u in 't geheel niet belachelijk. Johannes was bovendien overtuigd, dat zijne hoorders hem volkomen begrepen en had geen antwoord noodig. Maar heimelijk wachtte hij toch wel eens een antwoord van de klok of het behangsel.
Schoolkameraden had Johannes wel, maar vrienden waren het eigenlijk niet. Hij speelde met hen en smeede samenzweringen op school en vormde rooverbenden met hen buiten, maar hij voelde zich eerst recht thuis als hij alleen met Presto was. Dan verlangde hij nimmer naar jongens, en voelde zich volkomen vrij en veilig.
Zijn vader was een wijs en ernstig man, die Johannes dikwijls medenam op lange tochten door wouden en duinen; dan spraken zij weinig en Johannnes liep tien schreden achter zijn vader, de bloemen groetend, die hij tegenkwam en de oude boomen, die zoo altijd op dezelfde plaats moesten blijven, vriendelijk met zijn handje langs de ruwe schors strijkend. En ruischend dankten hem dan de goedige reuzen.
Soms schreef zijn vader letters in het zand bij het voortgaan, één voor één, en Johannes spelde de woorden die zij vormden en soms ook stond de vader stil en leerde Johannes den naam van een plant of dier.”

 

 1897746-a6fbd0a9d0932a2d13932213eca89cfd.jpg
Frederik van Eeden (3 april 1860 – 16 juni 1932)
De kleine Johannes. Beeld van Margot Hudig uit 1950 in Bussum

 

 

De Duitse dichter Peter Huchel werd geboren in Lichterfelde bij Berlijn op 3 april 1903. Zie ook alle tags voor Peter Huchel op dit blog.

 

Begegnung
              Für Michael Hamburger

Schleiereule,
Tochter des Schnees,
dem Nachtwind unterworfen,

doch Wurzeln fassend
mit den Krallen
im modrig grindigen Gemäuer,

Schnabelgesicht
mit runden Augen,
herzstarre Maske
aus Federn weißen Feuers,
das weder Zeit noch Raum berührt,

kalt weht die Nacht
ans alte Gehöft,
im Vorhof fahles Gelichter,
Schlitten, Gepäck, verschneite Laternen,

in den Töpfen Tod,
in den Krügen Gift,
das Testament an den Balken genagelt.

Das Verborgene unter
den Klauen der Felsen,
die Öffnung in die Nacht,
die Todesangst
wie stechendes Salz ins Fleisch gelegt.

Laßt uns niederfahren
in der Sprache der Engel
zu den zerbrochenen Ziegeln Babels.

 

 1897746-a7cea5e26862cb514855c54df65cc690.jpg
Peter Huchel (3 april 1903 – 30 april 1981)
Borstbeeld voor het Peter-Huchel-Hausin Wilhelmshorst - Michendorf

 

 

De Canadese schrijfster Arlette Cousture werd geboren in Saint-Lambert op 3 april 1948. Zie ook alle tags voor Arlette Cousture op dit blog.

Uit: Les Filles de Caleb

« Émilie ne ferma qu'un œil durant sa première nuit. Elle se tourna et se retourna, se demandant si un jour elle s'habituerait aux bruits incessants de cette ville. Elle se sentit bien loin de son Bourdais, là où seuls le beuglement des vaches, le hennissement occasionnel d'un cheval, le cri des oiseaux nocturnes, le chant des criquets et le coassement des grenouilles se permettaient de troubler le silence de la nuit. Elle pensa que cette symphonie de la nature avait toujours bercé ses rêves. Ce n'était pas comme ce grondement lointain des usines de pâtes et papier, ces éclats de voix ponctués de cris qui entraient par sa fenêtre, ce bruit des machines qui roulaient sans arrêt, ces portes qu'elle entendait claquer si fort qu'à deux reprises elle avait eu l'impression qu'il s'était agi de la porte de sa chambre, ce gargouillis de tuyauterie qui envahissait la maison chaque fois que les voisins du dessus ouvraient un robinet dans la cuisine ou tiraient la chasse de la toilette.
(…)

Se raclant la gorge [le médecin], il demanda à Dosithée s'il devait essayer de sauver la mère ou l'enfant. Dosithée blêmit. Il avait déjà entendu raconter de ces histoires où un homme devait devenir Dieu et décider de la mort d'une personne. Il savait que l’Église demandait de sauver l'enfant. Il pleura, dos tourné.
"Sauvez ma femme, docteur".

 

 1897746-783e43fc565d374b57a8e6e978253421.jpg
Arlette Cousture (Saint-Lambert, 3 april 1948)

 

 

De Vlaamse schrijver Pieter Aspe (pseudoniem van Pierre Aspeslag) werd geboren in Brugge op 3 april 1953. Zie ook alle tags voor Pieter Aspe op dit blog.

Uit:Het laatste bevel

“Wat doe jij hier?’
Willem Debaes bekeek de man die voor hem in de deuropening stond tegelijk onderzoekend en argwanend. Hij leek niet veel veranderd sinds ze elkaar voor het laatst hadden gezien. Zijn haar was korter, zijn blik zelfverzekerder, voor de rest zag hij er nog dezelfde oen uit als toen, behalve dat hij nu smaakvol gekleed was, mooi gebruind, een duur horloge om had en zijn handen een regelmatig bezoek bij een manicure verraadden.
‘Ik vertegenwoordig de eigenares’, klonk het afgebeten.
‘Je bent toch geen makelaar geworden?’
‘Waarom zou ik geen makelaar geworden zijn?’
De rotzak was nog even arrogant als vroeger. De spot, het misprijzen, het meewarige hoofdschudden. Hij was het evenmin verleerd mensen te kleineren, te vernederen, hun het bloed onder de nagels vandaan te halen.
‘Omdat je van lood geen goud kunt maken, ventje.’
De man glimlachte terwijl hij de pijn verbeet van oude wonden die weer werden opengereten en probeerde zijn ademhaling onder controle te houden omdat hij Debaes niet het gevoel wilde geven dat hij nog macht over hem kon uitoefenen. Die tijd was voorgoed voorbij. Hij had de teugels zelf in handen genomen.
‘Wilt u het huis dan niet bezoeken?’
‘Natuurlijk. Waarom denk je anders dat ik de moeite heb gedaan om hiernaartoe te komen?’
Omdat je met je eigen ogen wilde zien welke gek een villa met zwembad voor die prijs te koop aanbiedt, wilde de man zeggen. Willem Debaes was behalve arrogant, dominant en harteloos ook ongelooflijk hebzuchtig. Zijn bedrijf was vijftien miljoen euro waard, zijn privévermogen werd op tien miljoen geschat. Zelfs een idealistische wereldverbeteraar wist dat iemand die van nul was begonnen een dergelijk fortuin niet op een eerlijke manier had kunnen verdienen.
‘Komt u binnen, meneer Debaes. Ik geef u een rondleiding.”

 

 1897746-6dd5c8e07fc914afce12d47acf8d5bc9.JPG
Pieter Aspe (Brugge, 3 april 1953)

 

 

De Nederlandse schrijver en dichter Karel N.L. Grazell werd geboren in Amsterdam,op 3 april 1928. Zie ook alle tags voor Karel N.L. Grazell op dit blog.

 

Lekstraat: tramremise

Bovenop het snel vergeten Amsteldorp
met huisjes en tuintjes, en met ‘n strand
dat gleed naar de rivier, stonden die dag
de trams staakstil en schudden met hun
voorbalkons van nee, we rijden niet meer
uit. Wreedheid heerst tot bloedens en tot
stervens toe in de oorlogsstraten van de
stad: de jacht op Joden dient te stoppen.
Het staken ging verwoed door alle wijken.
Maar de vijand kwam en schoot de trams
die staakten, neer. Ze bloedden metaal en
straf. Er was geen ontkomen aan: traag
begonnen de trams weer te rijden en de
wreedheid groeide in rillend Amsterdam.

 

 1897746-86de84cb30b8cdf8d3f405b87ccf1015.jpg
Karel N.L. Grazell (Amsterdam,3 april 1928)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e april ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 12:06 Reageer op dit bericht

Edward Everett Hale, Johanna Walser, Washington Irving, Josef Mühlberger, George Herbert, Bodo von Hodenberg, Friedrich Emil Rittershaus

De Amerikaanse schrijver Edward Everett Hale werd geboren op 3 april 1822 in Roxbury, Massachusetts. Zie ook alle tags voor Edward Everett Hale op dit blog.

Uit: The man without a country

“I have reason to think, from some investigations I made in the Naval Archives when I was attached to the Bureau of Construction, that every official report relating to him was burned when Ross burned the public buildings at Washington. One of the Tuckers, or possibly one of the Watsons, had Nolan in charge at the end of the war; and when, on returning from his cruise, he reported at Washington to one of the Crowninshields,—who was in the Navy Department when he came home,—he found that the Department ignored the whole business. Whether they really knew nothing about it, or whether it was a "Non mi ricordo," determined on as a piece of policy, I do not know. But this I do know, that since 1817, and possibly before, no naval officer has mentioned Nolan in his report of a cruise.
But, as I say, there is no need for secrecy any longer. And now the poor creature is dead, it seems to me worth while to tell a little of his story, by way of showing young Americans of to-day what it is to be
A MAN WITHOUT A COUNTRY.
Philip Nolan was as fine a young officer as there was in the "Legion of the West," as the Western division of our army was then called. When Aaron Burr made his first dashing expedition down to New Orleans in 1805, at Fort Massac, or somewhere above on the river, he met, as the Devil would have it, this gay, dashing, bright young fellow, at some dinner-party, I think. Burr marked him, talked to him, walked with him, took him a day or two's voyage in his flat-boat, and, in short, fascinated him. For the next year, barrack-life was very tame to poor Nolan. He occasionally availed of the permission the great man had given him to write to him. Long, high-worded, stilted letters the poor boy wrote and rewrote and copied. But never a line did he have in reply from the gay deceiver. The other boys in the garrison sneered at him, because he sacrificed in this unrequited affection for a politician the time which they devoted to Monongahela, sledge, and high-low-jack. Bourbon, euchre, and poker were still unknown. But one day Nolan had his revenge.”

 

 1897742-d074c3baa310a02cb3a94bf176bc25c4.jpg
Edward Everett Hale (3 april 1822 – 10 juni 1909)
Borstbeel door  Henry Hudson Kitson, 19e eeuw

 

 

De Duitse schrijfster en vertaalster Johanna Walser werd geboren op 3 april 1957 in Ulm. Zie ook alle tags voor Johanna Walser op dit blog.

Uit: Die Unterwerfung

„Sie fesselten Lisa, dass sie sich nicht mehr rühren konnte, und sprachen sich ihr vor, dass es Lisa traf wie Peitschenschläge. Lisa stand oft nicht gerecht da, gegenüber manchen, die diese Sätze gesprochen hatten, die Vorwürfe waren oft gerechtfertigt. Auch war es nicht so, dass Lisa die Menschen dafür hassen musste oder konnte, aber die bloße Verletzung würgte sie ziemlich. Manchmal schliefen die Besatzer, auf einmal aber konnten sie aufwachen und ihre Feste feiern in Lisa.“
(…)

„Wenn Lisa abends Musik hörte, war sie gerettet; es kam ihr vor, sie verwandle sich in Musik. Den Schmerz nahm sie dann wie eine Hostie. Dann war sie plötzlich beleidigt – nur weil die Musik sich entrüstete, zuckte wie ein stolzes, misshandeltes Pferd – oder nein, sie täuschte sich, sie war von etwas emporgehoben, das hell auffährt und alles Schwere und Niederdrückende abwirft. Helle Flucht. Jemand spielte Klavier, und eine Musikstelle versetzte Lisa in einen Augenblick, in dem sie alles einfach empfing und alles sie schön berührte, zu ihr kam, an die Augen, sanft. Der Klavierspieler wiederholte diese leise, schöne Musikstelle, wieder und wieder … sie wachte auf und wachte auf, hörte nicht auf gerade aufzuwachen.“

 

 1897742-63a9fd65642468cbfb0ecf497e82fa54.jpg
Johanna Walser (Ulm, 3 april 1957)

 

 

De Amerikaanse schrijver Washington Irving werd geboren op 3 april 1783 in Manhattan, New York. Zie ook alle tags voor Washington Irving op dit blog.

Uit: Tales of the Alhambra

“The emperor Charles V. com menced a sumptuous palace within its walls, but was deterred from completing it by repeated shocks of earthquakes. The last royal residents were Philip V. and his beautiful queen, Elizabetta of Parma, early in the eighteenth century. Great preparations were made for their reception. The palace and gardens were placed in a state of repair, and a new suite of apartments erected, and decorated by artists brought from Italy. The sojourn of the sovereigns was transient, and after their departure the palace once more became desolate. Still the place was maintained with some military state. The gov ernor held it immediately from the crown; its jurisdiction extended down into the suburbs of the city, and was independent of the captain-general of Granada.
The desertion of the court, however, was a fatal blow to the Alhambra. Its beautiful halls became desolate, and some of them fell to ruin; the gardens were destroyed, and the foun tains ceased to play. By degrees the dwellings became filled with a loose and lawless population contrabandistas, 5 who availed themselves of its independent jurisdiction to carry on a wide and daring course of smuggling ; and thieves and rogues of all sorts, who made this their place of refuge whence they might depredate upon Granada and its vicinity. The strong arm of government at length interfered; the whole community was thoroughly sifted; none were suffered to remain but such as were of honest character, and had legitimate right to a residence; the greater part of the houses were
demolished, and a mere hamlet left, with the parochial church and the Franciscan convent. During the recent troubles in Spain, when Granada was in the hands of the French, the Alhambra was garrisoned by their troops, and the palace was occasionally inhabited by the French commander.
With that enlightened taste which has ever distinguished the French nation in their conquests, this monument of Moorish elegance and grandeur was rescued from the absolute ruin and desolation that were overwhelming it. The roofs were repaired, the saloons and galleries protected from the weather, the gardens cultivated, the watercourses restored, the fountains once more made to throw up their sparkling showers; and Spain may thank her invaders for having preserved to her the most beautiful and interesting of her historical monuments.”

 

 1897742-03dd6934ddc0a0746b8f295c7ea25066.jpg
Washington Irving (3 april 1783 - 28 november 1859)
Portret door Gilbert Stuart Newton, 1830

 

 

De Engelse priester en dichter George Herbert werd op 3 april 1593 geboren, waarschijnlijk te Black Hall (Wales). Zie ook alle tags voor George Herbert op dit blog.

 

Mattins

I cannot ope mine eyes,
But thou art ready there to catch
My morning-soul and sacrifice:
Then we must needs for that day make a match.

My God, what is a heart?
Silver, or gold, or precious stone,
Or star, or rainbow, or a part
Of all these things or all of them in one?

My God, what is a heart?
That thou should'st it so eye, and woo,
Pouring upon it all thy art,
As if that thou hadst nothing else to do?

Indeed man's whole estate
Amounts (and richly) to serve thee:
He did not heav'n and earth create,
Yet studies them, not him by whom they be.

Teach me thy love to know;
That this new light, which now I see,
May both the work and workman show:
Then by a sun-beam I will climb to thee.

 

 1897742-c72d3d391850118caeb1bcaf2c34f72d.jpg
George Herbert (3 april 1593 - 1 maart 1633)
Portret door Robert White, 1674

 

 

De Duitse schrijver Josef Mühlberger werd geboren op 3 april 1903 in Trautenau in Böhmen. Zie ook alle tags voor Josef Mühlberger op dit blog.

Uit: Wo ich daheim war. Erzählungen aus dem böhmischen Riesengebirge.

“Heute, vor dem Einschlafen, fiel mir ungerufen ein, was längst vergessen schien, und hier in der Fremde, in der ich seit Jahren lebe, fiel es mir ein. Ich ging den Weg wie damals als Knabe, trat aus dem Garten um unser Haus mit dem von Balsaminen umblühten Zaun, stieg den Hang hinauf, ging durch den Hohlweg, vorbei am Steinbruch mit der fleischroten Mauer unter dem Grün der Sträucher...bis zu Pater Neumann Kreuz. ...In meiner Kindheit war kein Tag gewesen ohne diesen Weg, ...ohne daß ich den Wassertümpel besucht hätte...oft mache ich den Weg in meinen Gedanken beim Einschlafen oder an Regentagen, und gehe jetzt, in der Fremde, nach vielen Jahren, wieder vor dem Einschlafen, als könne ich morgen meinen Wassertümpel besuchen, der auf mich wartet und traurig ist, wenn ich nicht komme. Sehe unter den graubärtigen Ästen einen Knaben übers Wasser geneigt sitzen, die Wangen von der Sonne gerötet wie die Himbeeren am Strauch, die Haare schimmernd wie die Ähren der Gerste und als Gold eingelegt ins Silber des Wasserspiegels. Alles noch wirklich, und doch schon Traum.“

 

 1897742-4ef18ba80dde47b4fca689021bd94462.jpg
Josef Mühlberger (3 april 1903 – 2 juli 1985)
Tijdens een reis op jongere leeftijd 

 

 

De Duitse dichter Bodo von Hodenberg werd geboren op 3 april 1604 in Hudemühlen. Zie ook alle tags voor Bodo von Hodenberg op dit blog.

 

Vor deinen Thron tret ich (Fragment)

Gott Heilger Geist, du höchste Kraft,
des Gnade in mir alles schafft,
ist etwas Guts am Leben mein,
so ist es wahrlich alles dein.

Drum danke ich mit Herz und Mund
dir, Gott, in dieser Morgenstund
für alle Güte, Treu und Gnad,
die meine Seel empfangen hat.

Und bitt, dass deine Gnadenhand
bleib über mir heut ausgespannt;
mein Amt, Gut, Ehr, Freund, Leib und Seel
in deinen Schutz ich dir befehl.

 

 1897742-c271dc790be4674b7e642ef9505d9798.jpg
Bodo von Hodenberg (3 april 1604 - 20 september 1650)
Monument ter herinnering aande familieburcht Hodenhagen van het geslacht von Hodenberg

 


 
De Duitse koopman en schrijver Friedrich Emil Rittershaus werd geboren op 3 april 1834 in Barmen. Zie ook alle tags voor Friedrich Emil Rittershaus op dit blog.

 

Auf dem Berge

Nun bin ich auf den Berg gestiegen
Und schau‘ in’s grüne Land hinein.
Im Sonnenschein die Täler liegen;
Die Berge deckt der Sonnenschein.
Im Sonnenschein die Falter scherzen,
Im Sonnenstrahle glänzt der Quell
Und in der Brust, im tiefsten Herzen
Wird’s wieder licht und sonnenhell!

Schon lugt im Wald durch’s herbstlich falbe,
Zertretne Laub der Blüten Pracht;
Schon hat die Lerche, hat die Schwalbe
Der junge Lenz zurück gebracht.
Sie alle sind der Lust Propheten,
Propheten einer sel’gen Zeit!
Aus tausend Pforten seh‘ ich treten
Hin in die Welt die Fröhlichkeit.

Sei mir gegrüßt mit meinem Liede,
Sei mir gegrüßt aus vollster Brust,
Du wunderbarer Frühlingsfriede,
Du wundersame Frühlingslust!
Mit frohem Sinne zum Himmel wende
Ich nun die Augen tiefbewegt.
Mir ist, als hätt‘ mir seine Hände
Ein Engel auf die Stirn gelegt.

 

 1897742-b1357464c06895623c5f33d06c04def8.png
Friedrich Emil Rittershaus (3 april 1834 – 8 maart 1897)

 

Geschreven door Romenu om 12:04 Reageer op dit bericht

Bert Bakker

De Nederlandse dichter, schrijver en uitgever Bert Bakker werd geboren in Huizum (Leeuwarden) op 3 april 1912. Bakker schreef een aantal letterkundige studies, twee romans, poëzie en kinderboeken. In WO II was hij betrokken bij het verzet en werkte hij mee aan het illegale Vrij Nederland. Na de bevrijding werd hij enig directeur van de uitgeverij Bert Bakker. In 1953 richtte hij het maandblad Maatstaf op, waarvan hij tot 1969 redacteur was. Als uitgever bij Bert Bakker/Daamen had hij veel succes met de reeks Ooievaar Pockets waarvan er in eerste instantie 199 verschenen. Nadat in 1972 de laatste Ooievaar van bovengenoemde serie verscheen, werd in april 1991 een nieuwe reeks Ooievaars op stapel gezet. De serie begon met de nummers 266 tot en met 305, daarna is men doorgegaan met een serie ongenummerde Ooievaars.

 

Terug

't Wordt al gezocht en weergevonden:
dezelfde tuin onder dezelfde lucht,
hetzelfde hart, waarmee ik was verbonden
vóór mijn verraad en heimelijke vlucht.

Het is er nog; het is altijd gebleven.
Alles is weer, zooals het vroeger was.
De berken wiegen en de bloemen beven
en prachtig schijnt de zon over het voorjaarsgras.

En gij, hoe vreemd, wilt mij opnieuw ontvangen,
opnieuw mijn hoofd verbergen in uw schoot.
Zoo laat mij, láát mij dan, en merk uit mijn verlangen
hoe onuitsprekelijk het was en groot.

 

Regenlied

Vaak ligt zij stil en luistert naar den regen,
Die recht en ruischend langs haar venster stroomt.
Zij weet dan niet meer of zij waakt of droomt,
En of de boomen stilstaan of bewegen.

Het is zoo vreemd: dit onophoudelijk zingen.
Altijd hetzelfde lied - Voorbij haar open raam.
Het waait naar binnen en het raakt haar aan.
Het maakt zichzelf vertrouwd met alle dingen.

Zoo duurt het door - Zoo zal het lang nog duren.
Zij weet, dat zij het niet ontkomen kan,
Vóórdat zij sterven gaat - En dan
Zal het nòg bij haar zijn - tot in haar laatste uren.

Maar als zij eindelijk afscheid heeft genomen
En door een engel zacht is weggeleid,
Zal er het ééuwig zingen komen,
Waartoe dit haar heeft voorbereid.

 

 2016139-ae1deb8fff0312a4019d646ae48d2109.jpg

Bert Bakker (3 april 1912 – 19 september 1969)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

In Memoriam Lars Gustafson

 

In Memoriam Lars Gustafson

De Zweedse dichter en schrijver Lars Gustafsson is op 79-jarige leeftijd overleden. Lars Gustafsson werd geboren in Västeras, op 17 mei 1936. Zie ook alle tags voor Lars Gustafsson op dit blog.

 

Elegie over een dode labrador

in twee verschillende werelden: de mijne,
meest letters, een tekst die door het leven loopt,
de jouwe voornamelijk gebeuren. Je bezat een kennis
die ik dolgraag bezeten zou hebben: het vermogen
gevoel, lust, haat of liefde
als een golf door je hele lichaam te laten gaan,
van je neus tot je staartpunt, het onvermogen
om het bestaan van de maan te accepteren.
Bij volle maan huilde je steeds luid naar haar op.
Je was een beter gnosticus dan ik. En je leefde
zodoende voortdurend in het paradijs.
Je had de gewoonte al springend vlinders te vangen
en ze op te peuzelen, iets dat sommige mensen weerzinwekkend vonden.
Ik stelde dat immer op prijs. Waarom
kon ik er geen lering uit trekken? En deuren!
Voor gesloten deuren ging je liggen slapen,
vast overtuigd dat vroeg of laat degene moest komen
die de deur open zou doen. Je had gelijk.
Ik had ongelijk. Ik vraag me af, nu deze lange
woordloze vriendschap voorgoed voorbij is,
of ik mogelijkerwijs iets kon dat jou
imponeerde. Je vaste overtuiging dat
ik het was die het onweer opriep
telt niet mee. Dat was een vergissing. Ik denk
dat mijn geloof dat de bal bleef bestaan
ook wanneer hij achter de bank verscholen lag
je ergens een idee gaf van mijn wereld.
In mijn wereld lag het meeste verscholen
achter iets anders. Ik noemde je ‘hond’.
Ik vraag mij vaak af of je mij beschouwde
als een grotere, meer lawaai makende ‘hond’,
of als iets anders, voor altijd onbekend,
dat is wat het is, bestaat in de eigenschap
waarin het bestaat, een fluitje
door het nachtelijke park waarop je
gewend was terug te keren zonder eigenlijk
te weten waarnaar. Over jou, over
wie je was, wist ik niet meer.
Je zou kunnen zeggen, vanuit dit wat objektievere
standpunt: We waren twee organismen.
Twee van deze plekken waar het universum
in zichzelf verstrikt raakt, kortstondige, komplexe
proteïnestrukturen, die steeds ingewikkelder
moeten worden om te overleven, tot alles
uiteenspringt en weer eenvoudig wordt, de knoop
ontward, het raadsel vervlogen. Je was niets dan
een vraag gericht aan een andere vraag
en geen van beiden bezat andermans antwoord.


Vertaald door Bernlef

 

 1898663-eb884ab4e5bae707bc5da9c1d2921f2e.jpg
Lars Gustafsson (17 mei 1936 - 3 april 2016)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Thomas Glavinic, Ed Dorn, Émile Zola, György Konrád, Anneke Claus, Anne Waldman, Casanova, Hans Christian Andersen, Roberto Arlt

De Oostenrijkse schrijver Thomas Glavinic werd geboren op 2 april 1972 in Graz. Zie ook alle tags voor Thomas Glavinic op dit blog.

Uit: Der Jonas-Komplex

„Wer wir sind, wissen wir nicht. Beim letzten Durchzählen kam ich  auf mindestens drei Personen, die jeder von uns ist. Erstens die, die  er ist, zweitens die, die er zu sein glaubt, und drittens die, für die ihn die anderen halten sollen.
Als ich aufwache, geht es mir so elend, dass ich mit keinem der drei etwas zu tun haben will.
Ich bin zu Hause. Im Fernseher läuft das Neujahrskonzert. Ohne Ton. An der Wand hat sich jemand Notizen gemacht. Überall im Zimmer liegt Geschenkpapier. Neben mir liegt eine Frau. Ich kenne sie. Sie heißt Ina. Ich frage mich bloß, was sie da macht. Immerhin hebt und senkt sich ihr Brustkorb.
Ich versuche mich an den Sex zu erinnern. In meinem Gehirn, oder was ich dafür halte, finde ich keine Bilder davon. Vielleicht besser so.
Ich erlaube mir eine kurze Zimmerinspektion. Dem Zustand meiner Kleidung nach hatte ich eine verlustreiche Auseinandersetzung mit einem Autobus. Die Konföderiertenflagge in der Vase mit der undefinierbaren Flüssigkeit verbreitet eine gewisse Revolutionsstimmung, die mir unlieb ist. Aus den Notizen an der Wand werde ich erst recht nicht schlau, es geht um irgendeinen Bären und einen Peter. Die Schrift erinnert mich an meine.
Mir ist dieses Jahr schon jetzt nicht ganz geheuer.
Als ich meinen Körper nach Anzeichen von Gewalt absuchen will, läutet es an der Tür. Eine Sekunde Pause, dann wird wieder geläutet. Und das dritte Läuten hört gar nicht mehr auf. Es hört einfach nicht mehr auf. Es läutet. Es läutet. Es läutet. Es läutet. Es läutet. Es läutet.“

 

 1897373-3b98823d37b624393b6a3e2c56786f80.jpg
Thomas Glavinic (Graz, 2 april 1972)

 

 

De Amerikaanse dichter en letterkundige Ed Dorn werd geboren op 2 april 1929 in Villa Grove, Illinois. Zie ook alle tags voor Ed Dorn op dit blog.

 

This March Afternoon

Pride kept me away.
                               Her eyes, indelicate
as they were,
were there nonetheless
                               and her eyes guided
me into the recesses of my own
                                              untrackable
world, oh goddesses
did I like Harpagus crave a fixture rule
of this world as over the years I grow older?
A bitter clot of time rides in my throat
and Nay once again the Graces say.

 

 

Daffodil Song

The horns of yellow

        on this plain resound
    and the twist on the air
of their brilliance
                         Say where
say where I will find
a love
         or an arabetque
of such rash fortune.

 

 

 1897373-08de1605d3739a5858f345c970748c59.jpg
Ed Dorn (2 april 1929 - 10 december 1999)

 

 

De Franse schrijver Émile Zola werd geboren op 2 april 1840 te Parijs. Zie ook alle tags voor Émile Zola op dit blog.

Uit: La fortune des Rougon (Les Rougon-Macquart)

“Lorsqu'on sort de Plassans par la porte de Rome, située au sud de la ville, on trouve, à droite de la route de Nice, après avoir dépassé les premières maisons du faubourg, un terrain vague désigné dans le pays sous le nom d'aire Saint-Mittre.
L'aire Saint-MiƩre est un carré long, d'une certaine étendue, qui s'allonge au ras du troƩoir de la route, dont une simple bande d'herbe usée la sépare. D'un côté, à droite, une ruelle, qui va se terminer en cul-de-sac, la borde d'une rangée de masures ; à gauche et au fond, elle est close par deux pans de muraille rongés de mousse, au-dessus desquels on aperçoit les branches hautes des mûriers du Jas-Meiffren, grande propriété qui a son entrée plus bas dans le faubourg. Ainsi fermée de trois côtés, l'aire est comme une place qui ne conduit nulle part et que les promeneurs seuls traversent.
Anciennement, il y avait là un cimeƟère placé sous la protection de saint Mittre, un saint provençal fort honoré dans la contrée. Les vieux de Plassans, en 1851, se souvenaient encore d'avoir vu debout les murs de ce cimetière, qui était resté fermé pendant des années. La terre, que l'on gorgeait de cadavres depuis plus d'un siècle, suait la mort, et l'on avait dû ouvrir un nouveau champ de sépultures, à l'autre bout de la ville.
Abandonné, l'ancien cimeƟère s'était épuré à chaque printemps, en se couvrant d'une végétaƟon noire et drue. Ce sol gras, dans lequel les fossoyeurs ne pouvaient plus donner un coup de bêche sans arracher quelque lambeau humain, eut une ferƟlité formidable. De la route, après les pluies de mai et les soleils de juin, on apercevait les pointes des herbes qui débordaient les murs ; en dedans, c'était une mer d'un vert sombre, profonde, piquée de fleurs larges, d'un éclat singulier. On sentait en dessous, dans l'ombre des tiges pressées, le terreau humide qui bouillait et suintait la sève. »

 

 1897373-7074199256760085c9e35773d111bd78.jpg
Émile Zola (2 april 1840 - 29 september 1902)
Cover

 

 

De joods-Hongaarse schrijver György Konrád werd geboren op 2 april 1933 in Berettyóújfalu (bij Debrecen). Zie ook alle tags voor György Konrád op dit blog.

Uit: Das Schweigen der Nachbarn

„Doch bei der tatsächlichen Zusammenkunft hochrangiger, diplomierter Herren am Wannsee, wo die Idee praktische Gestalt annahm, ging es fachgerecht und ruhig zu: »Sehr ruhig, sehr freundlich, sehr höflich und sehr artig, sehr nett, und es werden nicht viele Worte gemacht. Es dauert auch nicht lange. Es wird dann ein Cognac gereicht durch die Ordonanzen, und dann ist die Sache eben vorbei«, wie sich ein Teilnehmer, Adolf Eichmann, erinnert.
Auch die Vorbereitungen in Ungarn gingen verhältnismäßig glatt und ruhig vonstatten, schritten immer nur eine Stufe weiter voran. Wenn es nun schon eine Juden- frage gab, dann musste man sich um deren Lösung bemühen, noch dazu unter gesetzlichen Rahmenbedingungen. Im Frühjahr 1944 war die Entwicklung, die zur Endlösung, zu den Vernichtungslagern führte, alltäglich und fast normal geworden.
Im ungarischen Parlament wurde das Thema von den Abgeordneten ausgiebig debattiert. Der katholische Fürstprimas und auch der Vorsitzende der reformierten Bischofskonferenz empfahlen die Vorlage der Judengesetze zur Annahme. Dem ersten Judengesetz folgte das zweite, das dritte, und dann prasselte in rasender Geschwindigkeit Verordnung auf Verordnung hernieder, wurde der Rückstand zum deutschen Vorbild wettgemacht.“

 

 1897373-7d9653e8e687f7fe4c1ff5ce67e275ab.jpg
György Konrád (Berettyóújfalu, 2 april 1933)

 

 

De Nederlandse dichteres en schrijfster Anneke Claus werd geboren op 2 april 1979 in Doetinchem. Zie ook alle tags voor Anneke Claus op dit blog.

 

Pathétique

Hij is de enige die altijd op me wacht

zwijgzame jongen

Een hardnekkig soort trouw dat ik in de loop der jaren
meer en meer ben gaan waarderen

Telkens als ik naar hem verlangde kwam hij
en als ik dat niet deed ook

er is iets in zijn gang, alsof het sterker is dan hij

Nu al enige tijd wijkt hij niet van mijn zijde
vandaag voor het eerst heb ik zijn hand genomen

die was koud en zwaar en wit

En hij heeft zulke kalme ogen
en de rest is je vergeten

Je zou je overgeven
meisjes zoals ik.

 

 1897373-5ad9f9e5bf76c969756bbd07fd04afb5.jpg
Anneke Claus (Doetinchem, 2 april 1979)

 

 

De Amerikaanse dichteres Anne Waldman werd geboren op 2 april 1945 in Millville, New Jersey. Zie ook alle tags voor Anne Waldman op dit blog.

 

Attenuate The Loss And Find

name appears
everywhere and in dream
body armor removed
what now, legacy, archivum
we female archons preserve of
intensity a durance a hand you recognize
(sounds sound)
assurance as lives on
drank of that
drank of this
almost suffocated, then drowned
downed but never
what only she could only know
as herself living in the brute time
speak of a syntax of rendition?
the politics of Empire chip away
as poetry attests, give it up
curve of a water-starved globe
to follow and be following?
racism, sexism, struggle
everything in intense grasp of
consciousness — cut in crystal observation
for her rapid and perched intellectus
privacy opens to vibrant light
this is stuff of Eros, of empathy
passionate edge of Adrienne
the American Skeptic
I feel you consociational in this light
a term of anthropology, to study
intersections in the annals we share
intergenerational, interspecies, interlanguage
move in parallelograms
getting it right as she did

 

 1897373-dee4d73159bba43bbb50b3e3accf0647.jpg
Anne Waldman (Millville, 2 april 1945)
 

 

 

De Italiaanse schrijver en avonturier Giacomo Girolamo Casanova werd geboren in Venetië op 2 april 1725. Zie ook alle tags voor Giacomo Casanova op dit blog.

Uit:The memoirs of Jacques Casanova de Seingalt (Vertaald door Arthur Machen)

“The exorcist, standing by the bed, took out his pocket ritual and the stole which he put round his neck, then a reliquary, which he placed on the bosom of the sleeping girl, and with the air of a saint he begged all of us to fall on our knees and to pray, so that God should let him know whether the patient was possessed or only labouring under a natural disease. He kept us kneeling for half an hour, reading all the time in a low tone of voice. Bettina did not stir.
Tired, I suppose, of the performance, he desired to speak privately with Doctor Gozzi. They passed into the next room, out of which they emerged after a quarter of an hour, brought back by a loud peal of laughter from the mad girl, who, when she saw them, turned her back on them. Father Mancia smiled, dipped the sprinkler over and over in the holy water, gave us all a generous shower, and took his leave.
Doctor Gozzi told us that the exorcist would come again on the morrow, and that he had promised to deliver Bettina within three hours if she were truly possessed of the demon, but that he made no promise if it should turn out to be a case of madness. The mother exclaimed that he would surely deliver her, and she poured out her thanks to God for having allowed her the grace of beholding a saint before her death.
The following day Bettina was in a fine frenzy. She began to utter the most extravagant speeches that a poet could imagine, and did not stop when the charming exorcist came into her room; he seemed to enjoy her foolish talk for a few minutes, after which, having armed himself ‘cap-a-pie’, he begged us to withdraw. His order was obeyed instantly; we left the chamber, and the door remained open. But what did it matter? Who would have been bold enough to go in?”

 

 1897373-2bd5672648946f88ceb7d7853cd423cf.jpg
Giacomo Casanova (2 april 1725 – 4 juni 1798)
David Tennant als Casanova in de Britse tv-serie uit 2005

 

 

De Deense schrijver en dichter Hans Christian Andersen werd geboren op 2 april 1805 in Odense. Zie ook alle tags voor Hans Christian Andersen op dit blog en ook voor H. C. Andersen.

Uit: De prinses op de erwt

“Er was eens een prins die zo graag een prinses wilde hebben, maar het moest een echte prinses zijn. Hij reisde de hele wereld rond om er één te vinden, maar overal kwam er iets tussen. Prinsessen waren er genoeg, maar of het echte prinsessen waren, daar kon hij nooit helemaal achter komen, altijd was er iets dat niet helemaal in de haak was. Toen kwam hij weer thuis en was erg bedroefd, want hij wilde graag een heuse prinses hebben.
Op een avond brak er een verschrikkelijk onweer los; het bliksemde en donderde, de regen stroomde neer: het was vreselijk!
Toen werd er aan de stadspoort geklopt en de oude koning ging opendoen.
Het was een prinses die buiten stond. Maar, lieve hemel, wat zag ze eruit door de regen en het noodweer! Het water liep uit haar kleren en haren, bij de punt van haar schoen liep het erin en bij de hiel er weer uit; zij zei dat ze een echte prinses was.
"Ja, daar zullen we wel achter komen!" dacht de oude koningin, maar ze zei niets. Ze ging haar slaapkamer binnen, nam al het beddengoed weg en legde een erwt op de bodem van het bed, nam toen twintig matrassen, legde die boven op de erwt en toen opnieuw twintig veren bedden boven op de matrassen. Daar moest de prinses nu 's nachts op liggen.
's Morgens vroegen ze haar hoe ze had geslapen. "O, verschrikkelijk slecht!" zei de prinses, "ik heb de hele nacht bijna geen oog dicht gedaan! De hemel weet wat er in mijn bed lag. Ik heb op iets hards gelegen en ik ben over mijn hele lichaam bont en blauw! Het is afschuwelijk!"

 

 1897373-77a7322f10d960517ddba122e32a65bf.jpg
Hans Christian Andersen (2 april 1805 - 4 augustus 1875)
Cover

 

 

De Argentijnse schrijver Roberto Godofredo Arlt werd geboren op 2 april 1900 in Buenos Aires. Zie ook alle tags voor Roberto Arlt op dit blog.

Uit: The Mad Toy (Vertaald door Michele McKay Aynesworth)

“Caressing my small monster, I would think to myself, This cannon can kill, this cannon can destroy, and the conviction of having created an obedient and mortal danger drove me wild with joy.
The neighborhood boys examined it with astonishment and saw it as a sign of my intellectual superiority. After that, on our expeditions to steal fruit or seek buried treasure in the no-man's-land that lay beyond the Maldonado Stream in San Jose de Flores, I was in charge.
The day we fired the cannon was glorious. We did the test shot in a clump of retama bushes in a huge empty lot on Avellaneda Street just before you get to San Eduardo. A circle of boys surrounded me while I, faking excitement, loaded the mouth of the culverin. Then, to measure its ballistic power, we aimed it at the zinc water tank attached to the wall of a nearby carpentry shop.
Gripped by emotion, I lit the fuse; a small shadowy flame leapfrogged in the sun, and suddenly a terrible explosion enveloped us in a nauseating cloud of white smoke. For a brief moment we were overcome with wonder: it seemed to us in that instant that we had discovered a new continent, or had been turned into owners of the earth by some strange magic.
All at once someone yelled, "Beat it! The cops!"
There was no time to make a dignified exit. Two policemen, running as fast as they could, were advancing toward us. We hesitated ... and suddenly, making prodigious leaps, we fled, abandoning the "bombard" to the enemy.
Enrique ended the conversation by telling me, "Che, if you need some scientific data, I have a collection of magazines at home called Around the World that I can let you borrow."
From that day to the night of the great danger, our friendship was like that of Orestes and Pylades.”

 

 1897373-9fe1e5ffdca69d2ad2a3d54ec3b45d53.JPG
Roberto Arlt (2 april 1900 – 26 juli 1942)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 2e april ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 12:37 Reageer op dit bericht

Edgar Hilsenrath, George Fraser, H. von Fallersleben, Johann Gleim, Pierre Zaccone, Pietro della Valle, Zwier van Haren, Joanna Chmielewska, Brigitte Struzyk

De Joods-Duitse schrijver Edgar Hilsenrath werd geboren in Leipzig op 2 april 1926. Zie ook alle tags voor Edgar Hilsenrath op dit blog.

Uit: Das Märchen vom letzten Gedanken

"Niemand kann dich hören, Thovma Khatisian", sagte der Märchenerzähler, "denn deine Rede ist stumm. Aber ich habe dich gehört."
"Hast du auch seinen Schrei gehört den Schrei des türkischen Ministerpräsidenten als er ins Bodenlose fiel?"
"Den hab ich auch gehört."
"Ich habe den türkischen Ministerpräsidenten noch einmal getroffen", sagte ich zum Märchenerzähler.
"Wann?"
"Vor einigen Sekunden."
"Und wo?"
"Im großen Sitzungssaal des Vereinten Völkerwissens. Es war während der üblichen Vollversammlung.
Er saß neben dem Regierungsvertreter, unauffällig und abseits. Wie ich erfuhr, war er nicht mehr Ministerpräsident, sondern Archivar beim Vereinten Völkergewissen, offiziell gewählt von allen vertretenen Nationen. Als er mich sah, verließ er seinen Platz und ging hinunter ins Archiv. Ich folgte ihm. Ich suche die armenische Akte, sagte ich. Es handelt sich um einen Bericht über den vergessenen Völkermord. Den vergessenen Völkermord? Ja. Und wann soll der stattgefunden haben? Im Jahre 1915. Das ist schon sehr lange her. Wir haben jetzt das Jahr 1988. Ja, sagte ich. Sehen Sie, sagte er.
Und dann führte er mich zum Aktenschrank. Er sagte: Unser Aktenschrank hat keine Schranktür. Es sind offene Regale, für jedermann zugänglich, denn wir haben keine Geheimnisse. Dann zeigen Sie mir, wo ich die armenische Akte finden kann. Das geht leider nicht, sagte er, denn eine so alte Akte wie die armenische ist längst verstaubt, so sehr verstaubt, daß sie unauffindbar geworden ist. Dann rufen Sie Ihre Putzfrau und veranlassen Sie, daß die Akte entstaubt wird.“

 

 1897364-d8f4ef9b91eafa5a802277937429dc3d.jpg
Edgar Hilsenrath (Leipzig, 2 april 1926)

 

 

De Britse schrijver en scenarioschrijver George MacDonald Fraser werd geboren in Carlisle op 2 april 1925. Zie ook alle tags voor GeorgeFraser op dit blog.

Uit: Flashman on the March

« Queen writin’ letters, a penny or more on the income tax-it’s true! Now d’you see why this silver must reach Napier double quick-if it don’t, he’ll be adrift in the middle of nowhere with not a penny to his name, and your old chum Speedicut will be a human sacrifice at the openin’ of the new Foreign Office!”
“But why should Napier need Austrian silver? Hasn’t he got any sterling?”
“Abyssinian niggers won’t touch it, or anythin’ except Maria Theresas. Purest silver,l you see, and Napier must have it for food and forage when he marches up-country to fight his war.”
“So it’s a war-chest? You never said a dam’ word about war last night.”
“You never gave me a chance, did you? Soon as I told you I was in Dickie’s meadow,2 with this damned fortune to be shipped and Sturgess in dock, what sympathy did dear old friend Flashy offer? The horse’s laugh, and wished me joy! All for England, home, and the beauteous Elspeth, you were . . . and now, ” says he, with that old leery Speedicut look, “all of a sudden, you’re in the dooce of a hurry to oblige . . . What’s up, Flash?
“Not a dam’ thing. I’m sick of Trieste and want away, that’s all!”
“And can’t wait a day? You and Hookey Walker!”
“Now, see here, Speed, d’ye want me to shift your blasted bullion, or don’t you? Well, I go tonight or not at all, and since this cash is so all-fired important to Napier, your Embassy funds can stand the row for my passage home, too, when the thing’s done! Well, what d ’ye say?”
“That something is up, no error! ” His eyes widened. “I say, the Austrian traps ain’t after you, are they-’cos if they were I daren’t assist your flight, silver or no silver! Dash it, I’m a diplomat-”
“Of course ’tain’t the traps! What sort of fellow d’ye think I am? Good God, ha’nt we been chums since boyhood?”

 

 1897364-59b18babe5864add12323e48baa3b8fc.jpg
George MacDonald Fraser (2 april 1925 - 2 januari 2008)

 

 

De Duitse schrijver August Heinrich Hoffmann von Fallersleben werd geboren in Fallersleben op 2 april 1798. Zie ook alle tags voor Hoffmann von Fallersleben op dit blog en ook voor H. von Fallersleben.

 

Ausländerei

Daß wir so das Fremde lieben!
Zu dem Fremden hingetrieben
sind wir selbst uns fremd geblieben -
Deutsch will keiner sein.
Nur von Auslands Gnaden sollen
wir bestehen wir Lebensvollen,
Selbst nichts tun und selbst nichts wollen?
Schlag der Teufel drein !

Sollen wir an uns verzagen?
Kein Gefühl im Herzen tragen,
nicht einmal zu sagen wagen,
daß wir etwas sind?
Stählt die Sinnen und Gemüter!
Seid die Schirmer, seid die Hüter
eurer eigenen deutschen Güter!
Werdet deutschgesinnt !

Was die Fremden Gutes machten,
laßt uns immer gern beachten,
aber nach dem Besten trachten
für das Vaterland!
Liebend alle Welt umfassen,
sich verachten, sich nur hassen,
kann' s der Deutsche niemals lassen? -
Armes Vaterland!

 

 

Deutschland, was fehlt dir?

Deutschland, was fehlt Dir? Was klagest du so ?
Bist ja so glücklich, und dennoch nicht froh !
Deutschland, so klage, so traure doch nicht!
Hast Du nicht alles was vielen gebricht?

Wälder und Felder, und Täler und Höhen,
alles voll Segen so herrlich und schön;
Honig und Butter, und Bier und auch Wein -
sag, warum willst du denn nicht fröhlich sein?

Handel und Wandel, und Wissen und Kunst,
dreißig Regenten mit fürstlicher Gunst,
Adel und Pfaffen und Staatskanzleien -
sag, warum willst du denn nicht fröhlich sein?

Künstler, Gelehrte, wie Sand an dem Meer,
tapferer Soldaten manch prächtiges Heer,
freie Censur und den freien Rhein -
sag, warum willst du denn nicht fröhlich sein?

Konstitutionen, beschworen so fest,
daß sich kein Wort davon austilgen läßt
Völker und Fürsten im trauten Verein -
sag, warum willst du denn nicht fröhlich sein?

Deutschland, was fehlt dir, was klagest du so?
bist ja so glücklich, und dennoch nicht froh! -
„Fröhlich wohl sollt ich und wollt ich auch sein,
Deutschland nur fehlt mir, nur Deutschland allein.“

 

 1897364-27e9bc019bb099485ab8c3c36b6604c8.jpg
Hoffmann von Fallersleben (2 april 1798 – 19 januari 1874)
Portret door Ernst Henseler, 1898 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Johann Wilhelm Ludwig Gleim werd geboren op 2 april 1719 in Ermsleben Zie ook alle tags voor Johann Gleim op dit blog.

 

Der Stern der Liebe

Am Himmel steht ein schöner Stern,
Der heißt der Stern der Liebe,
Man sucht ihn auf, man sieht ihn gern,
Und ist’s am Himmel trübe,
Dann missen wir sein schönes Licht,
Denn durch die Wolken scheint er nicht.

Wenn ich zu meinem Mädchen geh’
Im Kühlen und im Dunkeln,
Und dann den Stern der Liebe seh’
Am dunkeln Himmel funkeln,
Dann fühl’ ich Liebe, dann ruf’ ich:
Komm’ Mädchen, komm’ und küsse mich!

Dann kommt’s, dann fühlt das Mädchen sich,
Als wenn’s mich küssen müßte;
So zärtlich küßt’s, als wenn es mich
Nur mit der Seele küßte;
Dann wird’s vertraulich, nennt mich du,
Und alle Sternlein sehen zu!

 

 

Die Macht des Weins

Ein Frommer sprach: Ich möchte doch mich schämen,
Stets so vergnügt zu seyn;
Ich möchte doch mit ihm zu Herzen nehmen,
Was so viel Wunder prophezei’n;
Ich möchte doch, wie er, mich grämen,
Weil Ach und Weh’ so viel Kometen dräu’n.
Da gab ich ihm von meinem Wein;
Da rieth er mir, ich möchte mich nicht schämen,
Stets so vergnügt zu seyn.

 

 1897364-27160a37622393c7dc6bcf61e7cb55f7.JPG
Johann Gleim (2 april 1719 – 18 februari 1803)
Borstbeeld door Norman Lodahl in het Gleimhaus in Halberstadt

 

 

De Franse schrijver Pierre Zaccone werd geboren op 2 april 1817 in Douai. Zie ook alle tags voor Pierre Zaccone op dit blog.

Uit: Éric Le Mendiant

"Si elle rencontrait un malheureux qui lui tendait la main, elle ouvrait sans hésiter la petite bourse où elle renfermait le trésor de ses modestes épargnes, et jetait généreusement une petite pièce d’argent dans la main du mendiant.
 Bien souvent elle rentrait à la ferme sans la moindre obole ; et alors si son père lui disait, en prenant un air grondeur :
– Margaït ! Margaït ! vous avez fait bien des folies !
– Bon père, répondait-elle avec candeur, j’ai rencontré tant de malheureux !
Et son père l’embrassait ; il était fier d’elle, comme elle était heureuse de lui.
Aussi, quand Tanneguy, conduisant sa fille par la main se rendait le dimanche à l’église du bourg, c’était à qui chanterait sur leur passage les plus jolis guerz bretons.
Les vieillards saluaient le père qui passait gravement au milieu d’eux.
Les jeunes gens souriaient à la jeune fille dont le regard éclatait de franche gaieté.
C’était un doux murmure où l’admiration et le respect étaient mêlés et confondus, et qui les accompagnait jusqu’au seuil de la vieille église gothique, comme un pieux et touchant concert !
Telle était Margaït.
Jamais le moindre souci n’était venu mettre une ride sur son front si pur ; jamais la plus légère inquiétude n’avait troublé la sérénité calme de son cœur.
Elle allait à travers la ville comme le voyageur à travers les forêts vierges de l’Amérique, écoutant avec ravissement les douces harmonies de la nature, admirant les merveilles de cette vigoureuse et féconde végétation, s’oubliant, enfin, dans la contemplation de sublimes beautés que l’art ne peut égaler.
Margaït ne se doutait pas même des amères douleurs qui peuvent faire la vie triste et désespérée, et elle buvait sans crainte à la coupe d’or des joies terrestres dans laquelle, jusqu’alors, aucune larme n’était encore tombée de ses beaux yeux !
Depuis quelque temps cependant Margaït grandissait à vue d’œil, ses formes se développaient avec grâce, ses épaules s’arrondissaient comme sous l’amoureux ciseau d’un sculpteur invisible, une flamme discrète brillait sous ses paupières brunies."

 

 1897364-d0808aa0fc0bb54ba8a9a18d13161b08.jpg
Pierre Zaccone (2 april 1817 - † ? 1895)
Portretfoto door Félix Nadar , 1900

 

 

De Italiaanse (reis)schrijver Pietro della Valle werd geboren op 2 april 1586 in Rome. Zie ook alle tags voor Pietro della Valle op dit blog.

Uit: The Travels Of Sig. Pietro della Valle (The journey to Olaza)

“Now the good Cacciatùr having open'd mine, without hurting the lock, or medling with the linnen which he found therein, took out onely all the little mony which I then had, and had put into it, to avoid carrying its weight about me; it was in one of those long leathern purses, which are made to wear round the waste like a girdle, and was full of Spanish Rialls, a Coyn in these parts, and almost in all the world current enough. His intention, I conceive, was to leave me (as they say) naked in the Mountains in the center of India, and peradventure, to go into some Territory of the Gentiles or Mahometans, there to pass a jovial life upon my expence. But it pleas'd God, the theft being done in my Chamber, where none but he resorted, we had vehement suspition of him; and therefore the Ambassador making use of his Authority, caus'd him to be laid hold on, and we found the theft in his breeches ty'd to his naked flesh; and thus I recover'd my money. I was unwilling any hurt should be done to him, and withall, to keep him longer; nevertheless that he might not go into the Infidel-Countries, lest thereby he should lose his Religion and turn to his native errors, I sent him away with some trusty persons to Goa, giving him Letters also to Signora Maria, but such as whereby they might know that I had dismis'd him, and that he was not to be entertain'd there, though otherwise indempnifi'd. By this Story you may see how much a Man may be deceiv'd in his trusting; how little benefits prevail upon an unworthy nature; and withall, you may con∣sider to what misfortunes a Stranger is subject in strange Coun∣tries; so that if I had had nothing else, being thus depriv'd of all, I should have been left to perish miserably amongst Bar∣barians.”

 

 1897364-5cf85744d9b49a7f8be4265811a33fda.jpg
Pietro della Valle (2 april 1586 – 21 april 1652)

 

 

De Nederlandse schrijver Onno Zwier van Haren werd geboren in Leeuwarden op 2 april 1713. Zie ook alle tags voor Onno Zwier van Haren op dit blog.

Uit: Agon, Sulthan van Bantam

“Sinan
Uw wil is door myn mond verkondigd aan de Grooten,
En uw last is gebragt aan d' eerste Hof genooten:
Een ieder zal hier zyn, gelyk vereischd syn plicht,
Op de bestemde tyd, en 't uur daar toe gericht.
Schoon deze dag reeds lang voor Bantam was te wagten,
Wyl gy zoo menigmaal geuit had uw gedagten,
Heeft elk van haar niet min getoond de droeve smart,
Die 't komen van dees' dag, verspreid in ieders hart.
Agon
Die smart, hoe groot die zy, zal niet veel langer duuren,
Als tot dat morgen 't licht beschyne Bantams muuren:
Een oude Vorst verdwynd, gelyk de Maan, voor 't oog,
Wanneer de jonge Vorst klimd, als de Son, om hoog.
Sinan
Sy wagten zekerlyk een Heer van uwe handen
Die ook, gelyk als gy de Vader deezer Landen,
Haar welvaard houden zal voor syne grootste zorg,
d' Opvoeding van uw' Soons is hier voor haare borg:
Maar zoo ik uit haar naam de waarheid u mag zeggen,
En 't geen hier ieder denkt vrymoedig openleggen,
Hoe veel men van uw Soons, met reden, ook verwagt,
De onderdaan verlangd te blyven in uw magt;
Te meer dewyl men ziet Natuur u mildlyk geeven
De aangename vrugt van een gematigd leeven,
En dat de ouderdom, die elk met reeden vreest,
Niets afneemd van de kragt en vlugheid van uw geest.”

 

 1897364-754348c928dc1d1e51749b783952fc38.JPG
Onno Zwier van Haren (2 april 1713 – 2 september 1779)
Onno Zwier van Haren op een sigarenblikje 

 

 

De Poolse schrijfster Joanna Chmielewska (eig. Irena Kühn) werd geboren op 2 april 1932 in Warschau. Zie ook alle tags voor Joanna Chmielewska op dit blog.

Uit: Mord ist Trumpf (Vertaald door Anna Junuszewska)

„Auf einmal regte sich in meinem Oberstübchen eine graue Zelle und piepste mir eine gnadenlose Mitteilung zu. Nichts mit Kenntnissen, Entdeckungen und Erfolgen. Alles war gut, solange ich ihn abgöttisch bewunderte, die ersten Risse zeigten sich erst, seit ich anfing, die Geduld zu verlieren. Ich bemerkte dieses und jenes, und ein paar unangebrachte Bemerkungen rutschten mir heraus, wie ungeschickt, mit diesen blöden Augen plötzlich klar zu sehen, die Liebe machte doch angeblich blind ...
Ich benutzte die blöden Augen, um mich noch mal im Spiegel zu mustern. Während des Nachdenkens hatte ich mich fertig geschminkt. Na gut, jetzt mal ohne Quatsch, so schlimm war es gar nicht mehr, etwas hatte sich zum Besseren verändert, ich war irgendwie weniger kahl, und die Nase kam in ihrer unglaublichen Schönheit nicht mehr ganz so sehr zur Geltung. Das Heu auf dem Kopf ließ sich sogar kämmen, aber ich machte mir nichts vor, der leiseste Lufthauch würde genügen, um das Werk wieder zunichtezumachen!
Aus einem unerfindlichen Grund übte das Treppenhaus entscheidenden Einfluss auf mich aus. Ich lehnte mich plötzlich auf. Zwischen der dritten und der Mitte der ersten Etage sah ich auf einmal die andere Seite der Medaille, was insofern eine Sensation war, als ich bislang hartnäckig eine gegen mich selbst gerichtete Vogel-Strauß-Politik betrieben hatte. Betrachten wir das Ganze doch nicht so einseitig, nicht alles geschah schließlich meinetwegen, nicht alles war meine Schuld, nicht alles lag an mir!“

 

 1897364-41010dc5396478597a31bac8051abd96.jpg
Joanna Chmielewska (2 april 1932 – 7 oktober 2013)

 

 

De Duitse schrijfster en dichteres Brigitte Struzyk (eig. Brigitte Kraft) werd op 2 april 1946 geboren in Steinbach-Hallenberg/Thüringen. Zie ook alle tags voor Brigitte Struzyk op dit blog.

 

Querfeldein

Querfeldein
der Hund der Rabe
im Wechselgesang
und im Wasser
das schwankende
     Boot
der Lichtreklame

 

 

Vom Zugfenster aus

Nun fallen die roten Blätter,  
die roten Blätter fallen. 
Bald fallen die Hallen           
in sich zusammen
wie sonst auch Bahnstationen             
an der Saale hellem Strande.
Die Burgen perfekt  saniert,        
die Dächer gedeckt,
das alte Gemäuer  flankiert
von Sparkassenpavillons.
Im Kurpark spazieren,
die hier sanieren,
oft Gestalten zart und mild.

Die Wandervögel ziehen dahin,
Naumburg, Schulpforta, Bad Kösen,
vorbei an den  Nordic Walkern
hinauf zur Einkehr ins „Himmelreich“.
Bewehrt fällt der Fluss,
Großheringen,
der Zementfabrik zu.         
und der Wind streicht durch die Hallen.
Flatterband  an der Baustelle „Paradies“
vor  den Rohren der Fernleitungswärme
für Lobeda.

 

 1897364-1eaef5cf0ff8ec9012a02e1515c62c18.jpg
Brigitte Struzyk (Steinbach-Hallenberg, 2 april 1946)

Geschreven door Romenu om 12:36 Reageer op dit bericht

Jay Parini

De Amerikaanse schrijver, dichter en essayist Jay Parini werd geboren in Pittston op 1948. Parini groeide op in Pennsylvania en studeerde geschiedenis en Engelse letterkunde aan het Lafayette College en de Universiteit van St Andrews. Later doceerde hij Engels en creatief schrijven aan Dartmouth College en Middlebury College. Parini heeft acht romans geschreven, waarvan er veel gaan over het leven van literaire iconen, en daarnaast verhalen vanuit zijn eigen persoonlijke leven. Zijn internationale bestseller “The Last Station” uit 1990 gaat over de laatste maanden van Leo Tolstoy. Het werd vertaald in meer dan dertig talen en verfilmd met in de hoofdrol Helen Mirren, Christopher Plummer, James McAvoy en Paul Giamatti. De film werd uitgebracht in december 2009. Parini’s historische roman ”Benjamin’s Crossing” uit 1997 gaat over de Joodse criticus en filosoof Walter Benjamin, en zijn vlucht over de Pyreneeën uit bezet Frankrijk naar Spanje. In “The Passages van H.M. (2011) is de schrijver Herman Melville het onderwerp. Voor de biografie “Robert Frost: A Life” ontving Parini in 2000 de Chicago Tribune Heartland-prijs voor het beste non-fictie boek van het jaar. Hij schreef ook opmerkelijk biografieën over John Steinbeck, William Faulkner, Jezus en Gore Vidal, met wie hij lang bevriend was. Hij heeft non-fictie boeken gepubliceerd over uiteenlopende onderwerpen, zoals “Theodore Roethke, an American Romantic” (1980), “Some Necessary Angels: Essays on Writing and Politics” (1997), “The Art of Teaching” (2005), “Why Poetry Matters” (2008), en “Promised Land: Thirteen Books That Changed America” (2008). Zijn gedichten zijn verschenen in een breed scala van tijdschriften, waaronder The Atlantic, The New Yorker en Poetry. Verder publiceerde hij de dichtbundels “Singing in Time” (1972), “Anthracite Country” (1982), “Town Life” (1988), “House of Days” (1998), “The Art of Subtraction: New and Selected Poems” (2005), en “New and Collected Poems: 1975 - 2015 “(2015).

 

Anthracite Country

The culm dump burns all night,
unnaturally blue, and well below heaven.
It smolders like moments almost forgotten,
the time when you said what you meant
too plainly and mined your chance of love.

Refusing to dwindle, fed from within
like men rejected for nothing specific,
it lingers at the edge of town, unwatched
by anyone living near. The smell now
passes for nature. It would be missed.

Wound of the earth, offal of an age
when pitch-faced men dug marrow
from the Epine of a speechless land,
it resists a healing.
Its luminous hump cries comfortable pain.

 

 

The Lake House In Autumn

A silence in the house at summer’s wake:
the last leaves (all in one night’s wind,
the mice are eaten, and the cats begin
a rumbling sleep. There’s nothing much at stake.
It’s not quite cold enough to stoke
the furnace, and the neighbors never seem to mind
if leaves are raked. I’m staring through a blind
at less and less beside a cooling lake.

I keep forgetting that this absence, too,
must be imagined. 1 cannot just frown
or fill the vacancy with stately me.
The mind is darker, deeper than a windblown
lake that tries to mirror every hue
of feeling as the dusky season takes me down.

 

 

After The Terror

Everything has changed, though nothing has.
They’ve changed the locks on almost every door,
and windows have been bolted just in case.

It’s business as usual, someone says.
Is anybody left to mind the store?
Everything has changed, though nothing has.

The same old buildings huddle in the haze,
with faces at the windows, floor by floor,
the windows they have bolted just in case.

No cause for panic, they maintain, because
the streets go places they have been before.
Everything has changed, though nothing has.

We’re still a country that is ruled by laws.
The system’s working, and it’s quite a bore
that windows have been bolted just in case.

Believe in victory and all that jazz.
Believe we’re better off, that less is more.
Everything has changed, though nothing has.
The windows have been bolted just in case.

 

 1998979-497e7513ed0e7046152e88c1cf70cf5f.jpg
Jay Parini (Pittston, 2 april 1948)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Milan Kundera, Sandro Veronesi, Nikolaj Gogol, Arnold Aletrino, Max Nord, Urs Allemann, Rolf Hochhuth, John Wilmot

De Tsjechische schrijver Milan Kundera werd geboren in Brno op 1 april 1929. Zie ook alle tags voor Milan Kundera op dit blog.

Uit: De ondraaglijke lichtheid van het bestaan (Vertaald door Jana Beranová)

“Hoe kwam het dat ongesteldheid bij een hond haar vervulde met vrolijke tederheid, terwijl haar eigen ongesteldheid haar misselijk maakte? Het antwoord lijkt me gemakkelijk: de hond is nooit uit het paradijs verstoten. Karenin weet niets van een dualiteit tussen lichaa­m en ziel en weet niet wat walging betekent. Daarom voelt Tereza zich zo prettig en rustig met hem. (En daarom is het zo gevaarlijk een dier te veranderen in een machina animata en een koe in een automaat om melk te produceren: de mens verbreekt daardoor de draad die hem aan het paradijs bond, en in zijn vlucht door de leegte van de tijd kan niets hem meer stoppen of troosten.)
Uit deze warboel van denkbeelden ontkiemt de heiligschennende gedachte die ze niet van zich af kan zetten: de liefde die haar aan Karenin bindt is beter dan die tussen haar en Tomas. Beter, niet groter. Tereza wil Tomas noch zichzelf de schuld geven, ze wil niet beweren dat ze meer van elkaar zouden kunnen houden. Ze vindt eerder dat een mensenpaar zo geschapen is dat hun liefde a priori van een slechtere soort is dan (althans in het beste geval) de liefde die kan bestaan tussen een mens en een hond, het bizarre in de geschiedenis der mensheid dat door de Schepper waarschijnlijk niet was gepland.
Die liefde is onbaatzuchtig: Tereza wil niets van Karenin. Ze vraagt niet eens liefde. Nooit heeft ze zich de vragen gesteld die mensenparen kwellen: houdt hij van me? Heeft hij ooit van iemand anders meer gehouden dan van mij? Houdt hij meer van mij dan ik van hem? Misschien dat al deze vragen naar liefde, die liefde meten, doorgronden, onderzoeken, verhoren, haar tegelijkertijd in de kiem smoren. Misschien zijn we juist daarom niet in staat liefde te geven, omdat we ernaar verlangen liefde te krijgen, dat wil zeggen dat we steeds iets (liefde) van de ander willen in plaats van hem te benaderen zonder eisen en niets anders te willen dan zijn aanwezigheid. En dan nog iets: Tereza accepteerde Karenin zoals hij was, ze wilde hem niet naar haar eigen beeld veranderen, ze was het bij voorbaat eens met zijn hondenwereld, ze wilde hem die niet afnemen, ze was niet jaloers op zijn geheime avonturen. Ze voedde hem niet op om hem te herscheppen (zoals een man zijn vrouw en een vrouw haar man herscheppen wil), maar alleen om hem de elementaire taal te leren die het mogelijk maakte elkaar te begrijpen en met elkaar te leven.”

 

 1897091-232213e9603d8608d05dff45389ae07b.jpg
Milan Kundera (Brno, 1 april 1929)

 

 

De Italiaanse schrijver Sandro Veronesi werd geboren in Florence op 1 april 1959. Zie ook alle tags voor Sandro Veronesi op dit blog.

Uit: Die Berührten (Vertaald door Michael von Killisch-Horn

„Sein Geruchssinn war bereits wach genug, um ihn mit einem Mistgestank zu quälen. Das Morgenlicht brach sich Bahn durch die zarten Lider, die sich langsam hoben wie zwei Zwillingsleinwände, über welche die letzten Bilder des Traums liefen, der auf sie projiziert worden war. Zunächst hatte er Mühe, die Kokosnuss zu erkennen, die neben sei-nem formlosen Körper auf der Bettdecke lag. Unmöglich, dachte er und schloss schnell wieder die Augen.
Doch es war so, er musste sich damit abfinden. Aufgrund einer Reihe überraschender Enthüllungen war er gezwun-gen, die hässliche Realität dieses Morgens zu akzeptieren: Eine Kokosnuss lag neben ihm auf dem Bett; unter der Decke hatte er vollständig angekleidet geschlafen, mit Jacke und Schuhen. Besonders die Schuhe mit ihren dicken Profilsohlen aus Gummi hatten zwischen den Laken eine nichts Gutes verheißende braune Substanz verteilt. Das Telefon war auf den Boden gefallen, der Hörer, aus dem das Besetztzeichen drang, lag daneben, und irgendwo im Zim-mer summte eine Fliege. Das Zimmer war jedenfalls seins, dasjenige, in dem Mète seit sechs Monaten bis zu diesem Morgen ziemlich regelmäßig jeden Tag im Herzen Roms aufgewacht war. Reglos, außerstande, im Augenblick auch nur einen Finger zu bewegen, beschränkte er sich darauf, seine Aufmerksamkeit auf diese befremdliche Situation zu richten, die sich immer deutlicher als Folge von etwas erwies. Aber noch gelang es ihm nicht, sich zu erinnern wovon und sich den Grund für die heftigen Gewissensbisse zu erklären, die ihn jetzt quälten.
Das Erste, was er zu tun vermochte, war, den Hörer an sein Ohr zu führen, mit der zeitlupenhaften Langsamkeit eines Astronauten in der Leere des Alls. Als wie üblich Radio Vatikan aus dem Hörer tönte (es musste die Stimme des Papstes sein, die mit dem Besetztzeichen rivalisierte), war er erleichtert. Er blieb noch etwas liegen und lauschte heili-gen Worten, um seinen ganzen Mut zusammenzunehmen und aktiv zu werden.
Und jede Menge Mut brauchte er, um sich jeder einzelnen dieser Folgen zu stellen. Er zog unverzüglich die Schuhe aus und stellte sie aufs Fensterbrett. Wütend riss er Laken und Decken vom Bett, knüllte sie zusammen und schleuderte das Knäuel, fest entschlossen, es nie mehr anzurühren, in die entfernteste Ecke des Zimmers.“

 

 1897091-14e35a8c9c9b94eb1e61a2e8c5286efe.jpg
Sandro Veronesi (Florence, 1 april 1959)

 

 

De Russische schrijver Nikolaj Vasiljevitsj Gogol werd geboren in Poltawa, Oekraïne, op 1 april 1809. Zie ook alle tags voor Nikolaj Gogol op dit blog.

Uit: De revisor (Vertaald door Charles B. Timmer)

“Inspecteur van de scholen.
Groote God! en nog wel met geheime orders!
Burgemeester.
't Is of ik er een voorgevoel van gehad heb: 'k heb van nacht telkens gedroomd van twee ongewoon groote ratten. Waaracbtig. 'k had nog nooit zulke groote beesten gezien; zwart en onnatuurlijk groot! Ze kwamen. snuffelden hier en daar rond - en verdwenen weer . . . Apropos. ik zal u den briet voorlezen,dien ik zooeven van Andrèj Iwánowitsj Tsjmijchow ontving - u kent hem. Artémij Filippowitsj. Hoor. wat hij schrijft: „Geliefde vriend, peetoom en weldoener. . ." Hm! {hij mompelt voor zich heen en vliegt met de oogen dan brief door) je te berichten . . ." 0 ja. hier! . . . ‚.ik haast me je te berichten. dat zooeven een ambtenaar hier is aangekomen met het bevel. het heele gouvernement te inspecteeren, maar voornamelijk. Ons district. (Hij heft gewichtig den vinger op.) Ik heb dit bericht uit zeer betrouwbare bron vernomen; hij doet zich incognito voor. Aangezien ik weet. dat jij als ieder sterveling kleine tekortkomingen op je geweten hebt, omdat je als verstandig man je niet graag laat ontglippen. wat je in de band komt zwemmen . . . hm . . {hij houdt even op) nu... en hier... ..raad ik je aan je maatregelen te nemen: bij kan elk oogenblik komen. indien hij er al niet is en ergens incognito zijn intrek heeft genomen . . . Gisteren heb ik…”
Nu. hier volgen tarnílìeaangelegienheden . . . ‚,mijn zuster Anna Kirilowna is gisteren met haar man bij ons komen logeeren: Iwan Kirilowitsj is erg dik geworden en doet niets dan vioolspelen nu. . . enz. enz. . . . Zoo staan de zaken.
Rechter. Een merkwaardige geschiedenis. een hoogst merkwaardige geschiedenis. Daar steekt wat achter.
Schoolinspecteur. Weet u Anton Antonowitsi. waarom de revisor ons op 't dak wordt gestuurd?
Burgemeester. Waarom... ja! Dat zijn nu eenmaal de beschikkingen van het lot! ( Hij zucht.) Tot nu toe zijn goddank andere steden daarmee bezocht geworden. nu komen wij aan de beurt.
Rechter. Weet u. wat ik geloof. Anton Antonowitsi. dat 't een leep overlegd geheim is - een politiek geheim. Ik wil er dit mee zeggen . . . Rusland . . . ja. ja. Rusland wil oorlog voeren en nu stuurt het ministerie een ambtenaar uit. om te weten te komen. of hier ook verraders zijn.”

 

 1897091-146b7670be62b1d9deb78736f18d96da.jpg
Nikolaj Gogol (1 april 1809 – 4 maart 1852)
Scene uit een opvoering in Dortmund, 2014 

 

 

De Nederlandse schrijver Arnold Aletrino werd geboren in Amsterdam op 1 april 1858. Zie ook alle tags voor Arnold Aletrino op dit blog

Uit: Uit ’t leven

“Ze zaten in een hoekje van de restaurant. Om hen heen was de zaal ongemerkt leeg-geruimd, de tafels en stoelen waren eenzaam terug-gelaten onder 't helle licht. In de uitgemoeide rust van het late avond-uur suisde een doffe stilte onder de hooge zoldering, waarin het sleepend loopen van een kellner even een zacht geluid trok; ver over-luidend in de roerlooze warmte brak telkens een week getinkel van borden en glazen die werden weggedragen en daarna hing de lichtende stilte weer onbewegelijk, week neergespreid onder de vaag-doffe geluiden die van de straat naar binnen loomden.
Na 't eten waren ze blijven doorpraten zonder te letten op wat rondom hen gebeurde, recht-over-leunend boven hun tafel naar elkaar, niet wetend de uren die voortgleden boven hun hoofd in de intieme warmte in hun weggeschuild hoekje.
In jaren hadden ze elkaar niet gezien. Ze waren samen student geweest, ze waren weggedwaald van elkaar en hadden elkaar teruggevonden vol gegroeid in hun kracht, man geworden uit de laatst-gebleven-herinnering van hun jong zijn. Zij hadden zitten praten over de dagen van hun jeugd, verre beelden van vroeger, ze hadden hun leven verteld in den tijd toen zij weg waren van elkaar, alles wat gebeurd was in de ongemerkte wisseling der jaren over hun leven. En ze zaten zwijgend, napeinzend de laatste woorden die ze gesproken hadden in de stilte.
Toen op eens zei de jongste: ‘of ik pleizier heb in mijn metier? 't Is 't eenige dat ik zou willen doen, 't eenige dat ik weêr zou kiezen wanneer ik mijn leven moest over beginnen. Ik zou niet graag iets anders willen zijn dan dokter, niettegenstaande alle ellende, alle beroerdheid die je er in hebt. Ik heb 't gevoeld van den eersten dag af toen ik zieken heb gezien en 't is blijven hangen over mijn leven als een zacht-zware neveling van grijsheid die mij mijn pleizier van 't leven heeft neergedrukt. In de eerste jaren toen ik assistent was in 't ziekenhuis, dacht ik altijd dat 't wel zou wennen wanneer ik later in de praktijk zou zijn. 't Was daar in 't gasthuis ook een concentratie van misère, altijd en altijd ellende om je heen.”

 

 1897091-53f230b73579bd6ec6be9a3625eb7741.jpg
Arnold Aletrino (1 april 1858 - 17 januari 1916)
Portret door Jan Veth, 1885 

 

 

De Nederlandse dichter en journalist Max Nord werd geboren in Gorinchem op 1 april 1916. Zie ook alle tags voor Max Nord op dit blog.

 

Soms droomt zij nog ...

Soms droomt zij nog als zij is opgestaan
zoals een kind kan dromen zonder spijt
ooit te ontwaken en de wereld in te gaan
vol tegenslag, verweer en bitterheid.

Stil staat zij voor mij en ik strik haar schort,
ik streel haar hand en fluister in haar oor,
dan zie ik hoe zij langzaam wakker wordt
en lacht en wat verlegen is daardoor.

Wat weet zij van de wereld en van mij
dan dat ik als die wereld ben zo groot?
Ach, dat zij wordt als ik, ik was al zij,
dat zij die droom van mij heeft en haar dood.

Niet dat zij weten zou hoe 't haar zal gaan,
dat eens de liefste snikken zal en bang
zal liggen in haar bed en dat een traan,
veel tranen vallen zullen op haar wang.

Kom als ik sterf weer voor mij staan en droom,
dan streel ik zacht je kleine hand en fluister
iets van je schort, je strikken en je schroom
en lach je tegen mij en wordt het eindlijk duister.

 

 1897091-88247415e94a2d68148b1b750008dd58.jpg
Max Nord (1 april 1916 - 28 februari 2008)
Cover van  Le Grand Meaulnes

 

 

De Zwitserse schrijver en dichter Urs Allemann werd geboren op 1 april 1948 in Schlieren. Zie ook alle tags voor Urs Allemann op dit blog.

 

Alkäisch die elfte

Wir waren zwei. Wir hingen im Apfelbaum.
Wir seien Äpfel log ich. Du glaubtest mir.
Als unsre Stimmen ineinander
wuchsen wurden wir schwer. Wir fielen.

Wir schwirrten fleischfern, Pfiffe, durchs Radio.
Schallmückenschwärme. Du warst ganz schwarz davon.
Als dich mein Auge ansah war es
deines. Wir stürzten uns aus den Schädeln.

Ameisenbrüste. Du säugtest Tausende.
Sie frassen dich. Ich schrieb ein Naturgedicht.
Es war ganz still. Wir sprachen gar nicht
gegen die lautere Dialektik.

Die Würmer blieben draussen. Bald kröchen wir
einander in die Münder. Wir liebten uns
wo möglich. Lägen einer auf des
anderen Zunge. Nicht auszusprechen.

 

 1897091-c37adfbfe482ce2f324358fceabb8cfe.jpg
Urs Allemann (Schlieren, 1 april 1948)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Rolf Hochhuth werd geboren op 1 april 1931 in Eschwege. Zie ook alle tags voor Rolf Hochhuth op dit blog en ook mijn blog van 1 april 2011.

Uit: Essayistische Prosa und Gedichte (Der Fliehende Holländer)

“Im Hintergrund nun der Siebzehnjährige, geht, um seinen Ball aufzuheben, über die Bühne, spielt einen Moment allein mit dem Ball, bis ein Fünfzehnjähriger zu ihm tritt – sofort auch mit dem Ball anfängt, wortlos noch, bis die Mutter mit dem Mädchen wieder weg ist, die eilig in den Vordergrund zurückgelaufen war, den vergessenen Puppenwagen zu holen. Sobald die beiden nicht mehr zu sehen sind, sagt der Fünfzehnjährige, ohne sein Ballspiel mit dem Siebzehnjährigen zu unterbrechen:
Fünfzehnjähriger :
Die Deutschen haben eben ihre Eltern verhaftet, sagt meine Schwester – die sollen Juden sein und müssen umziehen, nach Polen, da sollen die arbeiten für die Deutschen!
Siebzehnjähriger, sie fußballern weiter:
Können hier doch auch arbeiten!
Fünfzehnjähriger :
Nicht Waffen bauen, die sollen in Polen Panzer und Flugzeuge bauen.
Siebzehnjähriger :
Wir müssten jeden Holländer erschießen, der für Deutsche Waffen baut!
Fünfzehnjähriger :
Mein Vater sagt, die Juden wollen das gar nicht, die werden dazu gezwungen!
Siebzehnjähriger;auch Handbewegung dorthin, wo das Kind mit der Frau abging:
Und ihre Kinder lassen die in Holland zurück, die Juden? Die Cohns, hab ich selber vorher gesehen, sind aber vor einer Stunde mit ihren Kindern abgeholt worden! Auf Lastwagen . . . bis nach Polen?
Fünfzehnjähriger :
Vielleicht nur zum Bahnhof; haben geweint.
Siebzehnjähriger :
Hab nicht gewußt, daß die Juden sind – sind Juden anders als wir Holländer?“

 

 1897091-59477349ae1889682e4a4a9a2855623c.jpg
Rolf Hochhuth (Eschwege, 1 april 1931) 

 

 

De Engelse dichter en schrijver John Wilmot 2e graaf van Rochester werd geboren in Ditchley, Oxfordshire, op 1 april 1647. Zie ook alle tags voor John Wilmot op dit blog.

 

I cannot change, as others do

I cannot change, as others do,
Though you unjustly scorn;
Since that poor swain that sighs for you,
For you alone was born.
No, Phyllis, no, your heart to move
A surer way I'll try:
And to revenge my slighted love,
Will still love on, will still love on, and die.

When, killed with grief, Amintas lies
And you to mind shall call,
The sighs that now unpitied rise,
The tears that vainly fall,
That welcome hour that ends this smart
Will then begin your pain;
For such a fauthful tender heart
Can never break, can never break in vain.

 

 1897091-4849ca712acae557c5854693f976c1c3.jpg
John Wilmot (1 april 1647 – 26 juli 1680)
Johnny Depp in de film The Liberine (The story of John Wilmot), 2004

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 1e april ook mijn blog van 1 april 2012 deel 2 en ook deel 3.



Geschreven door Romenu om 18:36 Reageer op dit bericht

Deborah Feldman

Onafhankelijk van geboortedata

De Amerikaanse schrijfster Deborah Feldman werd geboren in 1986 in de chassidische gemeenschap van Satmar in Williamsburg, Brooklyn, New York. Haar huwelijk werd gearrangeerd toen zij 17 jaar oud was, en haar zoon werd twee jaar later geboren. Op 25-jarige leeftijd publiceerde ze de New York Times bestseller memoires, “UNORTHODOX: The Scandalous Rejection of My Hasidic Roots” en twee jaar later volgde “EXODUS a memoir of post-religious alienation and identity.” Tegenwoordig werkt zij in twee media, film en schrijven. Ze is het meest geïnteresseerd in het verkennen van de kruising tussen globalisering , religie, en de vrouwelijke identiteit. Haar werk is vertaald in het Hebreeuws en het Duits. Sinds eind 2014 woont zij met haar zoon in Berlijn.

Uit: Exodus

“There she is, just across the street, sulking on the stoop. Seven years old, skin pale almost to the point of translucence, lips pursed into a sullen pout. She stares gloomily at the silver Mary Janes on her feet, the tips of which catch the last rays of sunlight quickly fading behind the three-story brownstone.
She has been scrubbed and primped in preparation for Passover, soon to arrive. Her hair hurts where it’s been pulled too tight into a bun at the top of her head. She feels each strand stretching from its inflamed follicle, especially at the nape of her neck, where an early-spring breeze raises goose bumps on the exposed skin. Her hands are folded into the lap of her brand-new purple dress, with peonies and violets splashed wildly on the fabric, smocking at the chest, and a sash tied around the waist. There are new white tights stretched over her thin legs.
This little side street in Williamsburg, Brooklyn, usually bustling with black-clad men carrying prayer books, is momentarily silent and empty, its residents indoors making preparations for the evening. The little girl has managed to sneak away in the rush, to sit alone across from the young pear tree the neighbors planted a few years ago after carving out a square of beige dirt in the stretch of lifeless asphalt. Now it f lowers gently, bulbous white blossoms dangling precariously from its boughs.
I cross the street toward her. No cars come. The silence is magnificent, enormous. She doesn’t seem to notice me approaching, nor does she look up when I sit down next to her on the stoop. I look at her face and know instantly, with the pain of a punch to the gut, exactly how long it’s been since there was a smile on it.
I put my arm around her shoulder, ever so gently, as if she might break from the weight, and I whisper into her ear, “Everything is going to be fine.”
She turns and looks at me for the first time, her face a mask of distrust.
“It’s going to be just fine. I promise.”
Snap. The hypnotherapist wakes me by clicking her fingers together in a classic stage move.
“You did good,” she says. “Go home and try to have sex tonight. Let me know what happens. I have a feeling we’ve fixed the problem. Not completely, but enough for now.”

 

 1901926-86834503996835006734851ee4748ef5.jpeg
Deborah Feldman (New York, 1986)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

In Memoriam Imre Kertész

In Memoriam Imre Kertész

De Hongaarse auteur en winnaar van de Nobelprijs voor Literatuur Imre Kertész is op 86-jarige leeftijd overleden. Kertész overleed volgens het Hongaarse staatspersbureau MTI na een lang ziekbed. Imre Kertész werd geboren op 9 november 1929 in Boedapest. Zie ook alle tags voorImre Kertész op dit blog en ook mijn blog van 9 november 2010

Uit: Fateless

“I took my own steps. No one else did. And I remained honest in the end to my given fate. The only stain or beauty flaw, I might say the only incorrectness, that anyone could accuse me of is maybe the fact that we are talking now. But thatis not my doing. Do you want all this horror and all my previous steps to lose their meaning entirely? Why this sudden turn, why this opposition? Why can’t you see that if there is such a thing as fate, then there is no freedom? If, on the other hand,” I continued, more and more surprised at myself and more and more wound up, “if, on the other hand, there is freedom, then there is no fate. That is,” and I stopped to take a breath, “that is, we ourselves are fate.” I recognized this all of a sudden and with such clarity that I had never seen before. I was a little sorry that I was only facing them and not someone more intelligent-let’s say, more worthy opponents. But they were the ones who were here, at that moment, and at any rate they were the ones who had also been there when we were saying good-bye to my father.
They too had taken their steps. They too knew. They too had seen ahead. They too had said good-bye to my father as if we were already hurrying out. Later, all they fought about was whether I should take the local tram or the local bus on the way to Auschwitz. At this point not only Uncle Steiner but also Uncle Fleischmann jumped up. He tried to restrain Uncle Steiner but was no longer able. “What?” he screamed at me, his face crimson-red and his fist beating against his chest. “What? Are we now the guilty ones-we, the victims?” I tried to explain to him: “It’s not that this is a sin. We ought to simply, modestly recognize it for the sake of our honor, so to speak.”
They had to try to understand that they couldn’t take everything away from me. It couldn’t be that I was either the victim or the vanquished, that I couldn’t be right and that I couldn’t have been mistaken, that I was not the reason or the result of anything. I almost begged them to understand this. I couldn’t simply swallow this silly bitterness simply for the sake of be- coming innocent again.”

 

 1896722-3644a1aff8014fd8b6b17ef3406b1e1d.jpg
Imre Kertész (9 november 1929 – 31 maart 2016)

Geschreven door Romenu om 19:14 Reageer op dit bericht

Stefan Hertmans, Octavio Paz, Asis Aynan, Martijn Teerlinck, Marga Minco, Enrique Vila-Matas, Rob Boudestein, Kornej Tsjoekovski

De Vlaamse dichter, schrijver en essayist Stefan Hertmans werd geboren in Gent op 31 maart 1951. Zie ook alle tags voor Stefan Hertmans op dit blog.

 

De overtocht

Het zijn die ogen in de schaduw
die dood gelezen zijn.
Waarheid is een woord met wapens.
Het gaat om angst in de woestijn,
gevleugeld beest uit lang vervlogen eeuwen,
wreedheden flitsend op een zinkend scherm.

Je moet niet met je vinger wijzen,
het was haar moeder die het zei.
Ze stak hem in haar keel,
de boot schokte zich door een storm
die de wereld overspoelde.

Haar vonnis onverstaanbaar,
iets dat zich niet liet schrijven,
een vinger in een bloedend oog,
en naamloos door de jaren drijven.

 

 

Hoe een omelet te bakken zonder het ei te breken

Leg eerst de schalen in een geur -
Aarde en wind, dat wat je bij kinderen vindt
Het dood konijntje bij de achterdeur.

Sluit dan bokaaltjes af,
Adem niet langer
Wees je eigen ruime graf.

Wacht nog een dag of twee.
Je eieren broeden met je mee.

Open de ramen op de derde dag.
Lees psalmen; onthaal je
Weggelopen liefde op en
Zorgeloze lach.

Breek open, vingernagels,
Ruk de ongedachte
Dooier uit je dichtgeknepen palm.

Warm de aarde met je hand.
Wacht nu het bakken af,
en roer, roer, roer

Tot diep in je schaalomhulde nacht.

 

 1896714-44201ba50eb39912453bb5e0e8150096.jpg
Stefan Hertmans (Gent, 31 maart 1951)

 

 

De Mexicaanse schrijver, dichter, en diplomaat Octavio Paz werd geboren op 31 maart 1914 in Mixcoac, tegenwoordig een deel van Mexico-stad. Zie ook alle tags voor Octavio Paz op dit blog.

 

Across

I turn the page of the day,
writing what I'm told
by the motion of your eyelashes.

I enter you,
the truthfulness of the dark.
I want proofs of darkness, want
to drink the black wine:
take my eyes and crush them.

A drop of night
on your breast's tip:
mysteries of the carnation.

Closing my eyes
I open them inside your eyes.

Always awake
on its garnet bed:
your wet tongue.

There are fountains
in the garden of your veins.

With a mask of blood
I cross your thoughts blankly:
amnesia guides me
to the other side of life.

 

The Street

Here is a long and silent street.
I walk in blackness and I stumble and fall
and rise, and I walk blind, my feet
trampling the silent stones and the dry leaves.
Someone behind me also tramples, stones, leaves:
if I slow down, he slows;
if I run, he runs I turn : nobody.
Everything dark and doorless,
only my steps aware of me,
I turning and turning among these corners
which lead forever to the street
where nobody waits for, nobody follows me,
where I pursue a man who stumbles
and rises and says when he sees me: nobody.

 

 1896714-f3a31e64c2e75fd8df53417dde743ed6.jpg
Octavio Paz (31 maart 1914 – 19 april 1998)

 

 

De Nederlandse schrijver Asis Aynan werd geboren in Haarlem op 31 maart 1980. Zie ook alle tags voor Asis Aynan op dit blog.

Uit:Hoe Nederlandse Marokkanen hun identiteit verkwanselden (Essay)

“Mijn vader was een arbeidsmigrant, zoals velen; halverwege de jaren zestig van de vorige eeuw kwam hij naar Nederland. Hij was het kleinkind van iemand die weigerde tegen de bezetter te vechten, bijna een eeuw geleden. De Spanjaard had zich de Noord-Marokkaanse Rif-regio toegeëigend. De Riffijnen kwamen in opstand. Het leidde tot de Rifoorlog (1921-1926), de oorlog die generaal Franco voorbereidde op het dictatorschap van Spanje.
Mijn overgrootvader wilde de wapens niet opnemen tegen de Spaanse soldaten en moest met zijn gezin vluchten. Was hij bang, een pragmaticus, pacifist, deserteur? De reden is mij onbekend. De vrijheidsstrijders bestempelden zijn houding in ieder geval als verraad.
Dwars door de familie liep een breuklijn, want de vader van mijn overgrootvader had wel tegen de Spaanse bezetter gevochten, wat hij met de dood moest bekopen. Hij kwam om het leven tijdens een vuurgevecht in het dorp Tazaghine. Waar mijn betovergrootvader begraven ligt weet niemand - we denken in een massagraf. Zijn vrouw trouwde viermaal, niet omdat ze een mannenverslindster was, maar de oorlogsmachine verzwolg ze.
Mijn overgrootvader vluchtte naar een heuvelrijk gebied met de mythische naam M'hajer. Daar was het veilig, maar het land was moeilijk te bewerken en weinig vruchtbaar, waardoor mijn vader onder miserabele omstandigheden opgroeide. Hij werd rond 1940 geboren; de hongerjaren. Hij verloor zes broertjes en zusjes door honger en armoede. De jongste was een paar maanden oud, de oudste zestien jaar.”

 

 1896714-c3e3c858fb1ffb231933dba474519521.jpg
Asis Aynan (Haarlem, 31 maart 1980)

 

 

De Vlaamse dichter en muzikant MartijnTeerlinck werd geboren op 31 maart 1987 in Lendelede. Zie ook alle tags voor Martijn Teerlinck op dit blog.

 

ZEGSWIJZE
 
wat ik doe bestaat alleen hierin,
dat ik mijn naam op veel manieren uitspreek
 
ik ben de zegswijze van deze tijd
dus wat mij recht in het gezicht gezwegen wordt
 
schep ik rond en rood en open ik
mijn woorden zijn een lange aderlating
 
uit mijn vaten stroomt mijn bloei
en ik praat slechts in vormen van wind

 

 1896714-c2c5960c6b7295183ddb48ae0b560592.jpg
Martijn Teerlinck (31 maart 1987 – 10 december 2013)

 

 

De Nederlandse schrijfster en journaliste Marga Minco, pseudoniem van Sara Minco, werd geboren in Ginneken op 31 maart 1920. Zie ook alle tags voor Marga Minco op dit blog.

Uit: Het bittere kruid. Zes fragmenten uit een kleine kroniek

“Het begon op een dag, dat mijn vader zei: ‘We gaan eens kijken of iedereen er weer is’. We waren een paar dagen weg geweest. De hele stad had moeten evacueren. In aller ijl hadden we een koffer gepakt en ons geschaard in de eindeloze rijen mensen die de stad uittrokken in de richting van de belgische grens. Bettie en Dave zaten toen in Amsterdam. ‘Die merken nergens iets van’, zei mijn moeder.
Het was een lange, gevaarlijke tocht. We vervoerden de koffer op een fiets. Aan het stuur hingen volgepropte tassen. Bomscherven en mitrailleurkogels vlogen over onze hoofden. Soms werd er iemand getroffen; dan bleef er een groepje achter. Vlak bij de belgische grens vonden wij bij boeren onderdak. Na twee dagen zagen we de bezettingstroepen al over de landweg rijden en enkele uren later trokken de evacué's weer naar de stad terug. ‘Het gevaar is geweken’, kwam een stadgenoot ons vertellen en wij gingen mee.
Thuis was alles nog zoals we het verlaten hadden. De tafel stond nog gedekt. Alleen de klok was stil blijven staan. Mijn moeder gooide meteen de ramen open. Aan de overkant hing een vrouw haar dekens over het balkon. Ergens anders klopte iemand zijn kleden uit alsof er niets gebeurd was.
Ik ging met mijn vader de straat op. Naast ons stond de buurman in zijn voortuin. Hij liep naar het hekje toen hij mijn vader aan zag komen.
‘Hebt u ze gezien?’ vroeg hij. ‘Dat is niet mals, hè?’
‘Nee’, zei mijn vader, ‘ik heb nog niets gezien. We gaan eens kijken’.
‘De hele stad wemelt er van’, zei de buurman.
‘Dat zal wel’, zei mijn vader, ‘Breda is een garnizoensstad, daar kun je zoiets verwachten’.
‘'t Zal mij benieuwen’, zei de buurman, ‘hoe lang ze het hier houden’.
‘Niet lang, dat verzeker ik u’, meende mijn vader.”

 

 1896714-d810035430d5801a0910bfda3a48d1e0.jpg
Marga Minco (Ginneken, 31 maart 1920)

 

 

De Spaanse schrijver Enrique Vila-Matas werd geboren in Barcelona op 31 maart 1948. Zie ook alle tags voor Enrique Vila-Matas op dit blog.

Uit: Bartleby & Co. (Vertaald door Jonathan Dunne)

«I laughed a lot while reading this novel, I am still laughing.
Right now, for example, I laugh while I write because it occurs to me that I am a scrivener. To fix the image better in my mind, I take one of Robert Walser's books and pick a sentence at random, which I copy down: "Over the now darkened landscape treks a solitary figure." I copy this sentence down and proceed to read it aloud with a Mexican accent, and chuckle softly to myself. And this reminds me of a story of copyists in Mexico: that of Juan Rulfo and Augusto Monterroso; for years they worked as clerks in a gloomy office where, as I understand, they behaved like pure Bartlebys, always afraid of their boss who was in the habit of shaking hands with his employees at the end of each day's work. Rulfo and Monterroso, copyists in Mexico City, would frequently hide behind a pillar because they thought that what their boss wanted was to say goodbye to them for good.
This fear of a handshake now brings to mind the story of the composition of Pedro Paramo, which its author, Juan Rulfo, explained in the following terms, revealing his human condition as a copyist: "In May I954 I bought a school exercise book and jotted down the first chapter of a novel which for years had been taking shape inside my head [ ... J. I still do not know where the intuitions that gave rise to Pedro Paramo came from. It was as if someone dictated it to me. Suddenly, in the middle of the street, an idea would occur to me and I would note it down on scraps of green and blue paper."
After the success of the novel that he wrote as if he were a copyist, Rulfo wrote nothing else in thirty years.”

 

 1896714-e684b1c3f302cee80a8d6a502de2901a.jpg
Enrique Vila-Matas (Barcelona, 31 maart 1948)

 

 

De Nederlandse dichter Rob Boudestein werd geboren op 31 maart 1947 in Den Haag. Zie ook alle tags voor Rob Boudestein op dit blog.

 

Groeten uit Drenthe (Groeidicht)

1
Vandaag weer eens de fiets bestegen
Dat hoefde nou niet zo voor mij
Maar verder valt het hier niet tegen

2
Vandaag weer eens de fiets bestegen
(Hier dé manier van voortbewegen)
Een bos gezien en heel veel hei
Dat hoefde nou niet zo voor mij
Natuur was dat niet iets voor legen?
Nou ja, de dag is weer voorbij
Maar verder valt het hier niet tegen

3
Vandaag weer eens de fiets bestegen
Zij wou graag naar een reuzenkei
En fietsen is naar men mij zei
Hier dé manier van voortbewegen
Een bos gezien en heel veel hei
Dat hoefde nou niet zo voor mij
Natuur was dat niet iets voor legen?
Nou ja, de dag is weer voorbij
Vanavond iets van balkenbrij
En morgen zwaarbewolkt met regen
Maar verder valt het hier niet tegen

 

 1896714-aa792e42d8ffcbda0f059a777021549f.jpg
Rob Boudestein (Den Haag, 31 maart 1947)
 

 

De Russische essayist, criticus en schrijver Kornej Ivanovitsj Tsjoekovski werd geboren in Sint-Petersburg op 31 maart 1882. Zie ook alle tags voor Kornej Tsjoekovski op dit blog.

 

Crocodile (Fragment)
(an old tale)

All trembling from fear,
All fear squeal.
Only one
Citizen
Not screamed,
I was not trembling -
This valiant Vanya Vasilchikov.

He is a fighter,
Well done,
He is a hero
Dashing:
He had no nanny walks through the streets.

He said, "You villain,
Devour people,
So this is my sword
Your head from your shoulders!" -
And swung his saber toy.

And said the Crocodile:
"I've won!
Do not destroy me, Vanya worked!
Pity you my crocodiles!
The crocodiles in the Nile splashing,
With tears me waiting,
Let me go to the kiddie, Vanya,
I will give you branicka".

Replied Ivan worked:
"Though I pity your crocodiles,
But you, bloodthirsty vermin,
I'm chopped up as beef.
Me, glutton, to spare you nothing:
A lot of meat you ate human".

And said the Crocodile:
"All that I swallowed,
I give back to you with joy!"

 

 1896714-6db13429a8d7f343dfafdcdd57ae0933.jpg
Kornej Tsjoekovski (31 maart 1882 – 28 oktober 1969)
Portret door Isaak Brodsky, 1915

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 31e maart ook mijn blog van 31 maart 2015 en ook mijn blog van 31 maart 2013 deel 1 en eveneens deel 2 en ook deel 3.

Geschreven door Romenu om 18:42 Reageer op dit bericht

Gerrit Komrij, Paul Verlaine, Milton Acorn, Erika Mitterer, Uwe Timm

De Nederlandse dichter, schrijver, criticus, polemist en toneelschrijver Gerrit Komrij werd geboren op 30 maart 1944 in Winterswijk. Zie ook alle tags voor Gerrit Komrij op dit blog.

 

Terribilità

De jongen is een grijze filosoof.
De knieën zijn de zetel van de wijsheid.
De Noordpool herbergt menige korenschoof.
In de Sahara heerst de grote ijstijd.

Een padvinder beheert het labyrint.
De sfinx kijkt vol begrip de wereld in.
De hemelgod is een driejarig kind.
De wereldondergang is het begin.

De olifant danst op het slappe koord.
De stier is meer dan zeven maanden drachtig.
De veldmuis heeft een tijgerkat vermoord.
De seksualiteit is mooi en prachtig.

 

 

In dit ondermaanse

Ik ben nog jong. Een ijsbaan is het leven.
De benen zweven en de zinnen zweven.
Vioolmuziek klinkt uit een megafoon.

De sneeuw maakt van de wereld een stilleven.
Ik tintel en ik draag een koningskroon.
Door eigen krachten word ik aangedreven

En vrienden zeilen schaterend voorbij.
Het is in hartje winter volop mei.
We schaatsen op een vloer van porselein

En slaan de dagen stuk om aan het end
Te stoppen bij de koek- en zopietent
Waar zure melk en bitterkoekjes zijn.

 

 

De monumenten 4

Gebouwen zijn aandoenlijk als ruïne,
Hun ziel ligt bloot. Paleizen, kerken, banken,
Geen sterveling die weet waartoe ze dienen.
Je hoort dus overal de luide klanken

Van tuba en trompet en mandoline
En ziet er mensen langs de straten trekken
Met feestgetoeter en plezier voor tienen.
Dit is een stad van louter lachebekken.

Hun meester is de Dood. Wat kan ze deren?
Wie maakt zich druk om eer en geld verdienen?
Ze dansen tot de ochtend, en verteren
Veel spijs en rijnwijn, waarna aspirine.

 

 1896315-78e7278adef8a64dcff4310c1ad12326.jpg
Gerrit Komrij (30 maart 1944 - 5 juli 2012)
In Vila Pouca da Beira, Portugal, 1994

 

 

De Franse dichter Paul Marie Verlaine werd geboren in Metz op 30 maart 1844. Zie ook alle tags voor Paul Verlaine op dit blog.

 

Impression de printemps

Il est des jours - avez-vous remarqué ? -
Où l'on se sent plus léger qu'un oiseau,
Plus jeune qu'un enfant, et, vrai ! plus gai
Que la même gaieté d'un damoiseau.

L'on se souvient sans bien se rappeler...
Évidemment l'on rêve, et non, pourtant.
L'on semble nager et l'on croirait voler.
L'on aime ardemment sans amour cependant

Tant est léger le coeur sous le ciel clair
Et tant l'on va, sûr de soi, plein de foi
Dans les autres, que l'on trompe avec l'air
D'être plutôt trompé gentiment, soi.

La vie est bonne et l'on voudrait mourir,
Bien que n'ayant pas peur du lendemain,
Un désir indécis s'en vient fleurir,
Dirait-on, au coeur plus et moins qu'humain.

Hélas ! faut-il que meure ce bonheur ?
Meurent plutôt la vie et son tourment !
Ô dieux cléments, gardez-moi du malheur
D'à jamais perdre un moment si charmant.

 

 

En bateau

L'étoile du berger tremblote
Dans l'eau plus noire et le pilote
Cherche un briquet dans sa culotte.

C'est l'instant, Messieurs, ou jamais,
D'être audacieux, et je mets
Mes deux mains partout désormais !

Le chevalier Atys, qui gratte
Sa guitare, à Chloris l'ingrate
Lance une oeillade scélérate.

L'abbé confesse bas Eglé,
Et ce vicomte déréglé
Des champs donne à son coeur la clé.

Cependant la lune se lève
Et l'esquif en sa course brève
File gaîment sur l'eau qui rêve.

 

 

Wundersame Dämmerung

Erinnerung in Dämmerlicht verglühend
Zittert und loht am fernen Himmelsrand
Der Hoffnung, die geheimnisvoll bald fliehend
Bald wachsend flammt, wie eine Scheidewand.
Wie mancher Blume farbenbunt Gewand,
Wie Dalie, Tulpe, Lilie erblühend,
Ein Gitter rings umrankend und umziehend
Mit gift'gem Hauch, der all mein Wesen bannt;
Voll schweren Wohlgeruchs, der zu mir fand,
Aus Dalie, Tulpe, Lilie erblühend,
Ertränkend Seele, Sinne und Verstand,
Bis mich mit schwerer Ohnmacht übermannt
Erinnerung in Dämmerlicht verglühend.


Vertaald door Graf Wolf von Kalckreuth

 

 1896315-77613e79a47558b8fedf1a211bbd7b40.jpg
Paul Verlaine (30 maart 1844 - 8 januari 1896) 
Portret door Frédéric Bazille, 1868

 

 

De Canadese dichter Milton James Rhode Acorn werd geboren op 30 maart 1923 in Charlottetown, Prince Edward Island.Zie ook alle tags voor Milton Acorn op dit blog.

 

Callum
In memory of a novice miner

He had hair like mustard-weed;
shoulders a scoop;
eyes a lake you see the rocks on bottom;
and his voice swung a loop
with music in what it said
that tangled inside your head.

“Callum” was his name
— pronounced as if he’d sign it on the sun.
From “The Island” he came:
don’t know which one.

We dropped to work in our cage,
hearts somewhere behind on a parachute.
That pusher was cute
— saw him a guy who’d count doing right important,
put him at a hard job beside a well
. . . a hundred and forty feet,
and he fell.

Look anywhere:
at buildings bumping on clouds,
at spider-grill bridges:
you’ll see no plaque or stone for men killed there:
         but on the late shift
the dill I’m bucking bangs his name in code
. . . “Callum”:
though where “The Island” is I’ll never know.

 

 1896315-30d1d8acab4c0f4d6d79054c90ff1bab.jpg
Milton Acorn (30 maart 1923 – 20 augustus 1986)
Cover 

 

 

De Oostenrijkse schrijfster en dichteres Erika Mitterer werd geboren op 30 maart 1906 in Wenen. Zie ook alle tags voor Eika Mitterer en voor E. Mitterer op dit blog.

 

Anemonen

Wo keine Menschen mehr wohnen,
sommers erst weidet das Vieh,
blühn jetzt die Anemonen,
und die meisten sehn das nie.

Braun ist das Gras zwischen weißen
Flecken des Schnees, der sich hält,
ob auch die Sonne mit heißen
Küssen ihn wild überfällt.

Aber die hellwachen Quellen
brausen, im Glückstaumel taub,
über den Fels und zerschellen,
tausendfarbiger Staub.

Zwischen den rötlichen Moosen,
Steinen von silberner Schicht,
glänzen die Winterrosen,
wendet sich Krokus zum Licht.

Größere, klarere Kelche,
seidig um güldenes Herz,
trinken die Sonnenglut, welche
schmeckt wie nach Feuer und Erz!

Außen vom Vließe umgeben,
das sie vor Nachfrost bewahrt:
Sternisch-vergeistetes Leben,
tierisch erwärmt und behaart ...

Ruht, wo die Menschen nicht wohnen,
Gottes schon weltmüder Blick?
Offene Berganemonen
geben ihn strahlend zurück.

 

 1896315-fa0ad9a0ce52640fcca89d4a64aaee9d.jpg
Erika Mitterer (30 maart 1906 – 14 oktober 2001)
Anemonen in een vaas door Claude Monet, 1885

 

 

De Duitse schrijver Uwe Timm werd geboren op 30 maart 1940 in Hamburg. Zie ook alle tags voor Uwe Timm op dit blog.

Uit: Vogelweide

„Er rief die Behörde an, sagte, eine Freundin, eine sehr enge, wie er betonte, komme ihn für zwei Tage besuchen. Stattgegeben, sagte der Behördenleiter und fragte, ob sonst alles in Ordnung sei. Besucher auf der Insel sind nur in den Sommermonaten erlaubt, als Gruppe, hin und wieder, und nur für eine Stunde, wenn sie sich vorher angemeldet haben. Jetzt im Herbst kam, von Bauer Jessen abgesehen, der einmal in der Woche Post und Proviant brachte, niemand mehr.
Er setzte sich an den sorgfältig gedeckten Tisch, Besteck und Serviette lagen neben dem Teller. Es waren die kleinen Rituale, die in der Einsamkeit Halt gaben. Vor Jahren hatte er auf dem Athos im Bergkloster Dionysiou einen Eremiten getroffen, der sich von den Mönchen Gemüse und Obst holte. Er hatte den frommen Mann nach seinem Tagesablauf befragt, und der hatte bereitwillig erzählt, was ein aus Deutschland stammender Novize übersetzte: vom Aufstehen mit der Sonne, dem Beten, wenn er die Stundentrommel aus dem fernen Kloster hörte, vom Fegen der Höhle mit einem Reisigbesen, vom Essen des Brots, des Käses, der Oliven, dem Trinken des Wassers und vom abermaligen Beten. Es war der Zeitplan eines Beamten, man konnte es so sehen: ein Mann, der das Heilige hienieden verwaltete.
Und so hielt auch er seinen Tagesablauf, der zudem noch von seinen Pflichten als Vogelwart bestimmt war, strikt ein, die Ordnung in dem Raum, das Bettenmachen, Fegen, die Zeiten des Essens, des Abwaschens, und gestand sich keine Lässlichkeit zu. Jetzt, vor dem Teller mit dem Brot und dem in der Zwischenzeit kalt gewordenen Tee sitzend und an den Anruf denkend, an ihre Stimme und die Ankündigung zu kommen, wich die Überraschung und erste Freude einem Zögern. Einen Moment lang versuchte er sich einzureden, dass die umständliche Anreise sie abhalten würde, aber dann musste er sich sagen, dass dreimaliges Umsteigen bei ihrer Entschiedenheit kein Grund war, nicht zu kommen, wenn sie sich den Besuch einmal in den Kopf gesetzt hatte.“

 

 1896315-5354fd08de1a79ae737ad13d6ff0efa2.jpg
Uwe Timm (Hamburg, 30 maart 1940)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 30e maart ook mijn blog van 30 maart 2014 deel 2 en eveneens deel 3.

 

Geschreven door Romenu om 18:44 Reageer op dit bericht

Geert van Istendael, Wim Brands, Eric Walz, Georg Klein, Ernst Jünger, Yvan Goll

De Vlaamse schrijver, dichter en essayist Geert van Istendael werd geboren in Ukkel op 29 maart 1947. Zie ook alle tags voor Geert van Istendael op dit blog.

 

Groot boerderijdak

Het dak ligt op zijn buik. Nee, haar buik, dak
is moederlijk. Dak mompelt ‘ons’ tot kepers
en vee en kind. Damast of voddenbak,
dak houdt ze droog. Een dak torst zon en regen,
blij en venijn verleent het onderdak.

Gebinte vouwt de vingers tot gebeden.
Als eik zo hard is de arbeid van de boer.
Hij dekt zijn dak. Zijn moeder. Dikke hoer.

 

 

Mand

Van knot gekapt op griend. Geschild. Gekloven.
Gespreid. Geweekt. Door dauw en mist gekust.
Wis laat zich willig buigen, wacht met drogen
tot hij, gevlochten om een leegte, rust
en beidt wat komt. Pak koffie. Uien. Boter.

Kijk toch hoe onze taal dit ding bemint:
korf, mars, ben, paander, gondel, kaar, karbies.
Mand draagt meer namen dan een koningskind.

 

 

De man die naast het frietkot woont

Ik heb het al wel duizend keer gezegd,
tegen de Geoffrey van het frietkot.
Uw afsluiting, da’s niet genoeg,
een plaat beton, dat moet daartegen
of avanceerstenen, ’t is eendert, als ’t maar toe is.
Maar peinst gij dat die luistert?
Hij hoort u nog allengs niet.
Altijd die écouteurs op zijne kop.

Pas op, ’t is nu nog redelijk proper rond zijn kot.
Ge zoudt ‘ne keer de vrijdag moeten komen,
als de jong’ gasten met hun brommers uitgaan,
dan ligt hier ’t een pak friet neffest ’t ander.
Ik ben al zeker drie keer uitgeschoven,
ja, op de mayonaise, op wat anders?
De vierde keer was ’t op een curryworst,
da’s nog te smerig voor een rat mee dood te doen.
En weet ge wat de Geoffrey doet als hem dat ziet?
Die lacht ‘ne keer gelijk als ‘nen onnozele.
Zie, als ’k ik niet zo ‘ne stille mens was,
ik peins da ’k ik zijn tanden uit zijn frank bakkes had geslagen,
dat hem een nieuw salle à manger kost installeren.
Ik wil maar zeggen . . . 
Kom nee, ik zeg niks meer.

 

 1895925-b238dd644eaf6083f227c172571ca58a.JPG
Geert van Istendael (Ukkel, 29 maart 1947)

 

 

De Nederlandse dichter, journalist en presentator Wim Brands werd geboren in Brummen op 29 maart 1959. Zie ook alle tags voor Wim Brands op dit blog.

 

In de eerste nacht

In de eerste nacht nadat ik had
gehoord dat hij ziek was
schrok ik wakker.

Het waaide buiten. Het waait, zei
jij, die nog geen oog dicht had
gedaan, en je glimlachte.

Ik begreep het pas later.

Wat er ook is, het zal de natuur
een zorg zijn.

Het waait, het waaide – buiten klonk
de troost van de onverschilligheid.

 

 

Ze weet soms nog

Ze weet soms nog waar ze is, als ze voor haar huis danst
meestal, na het dagelijkse voeren van de duiven

maar hoeveel mannen ze zoende, de namen van haar familie,
haar vrienden, haar vriendinnen - ze verdwenen,

zoals elke ochtend de stukken brood die gulzig hemelwaarts
worden gevlogen.

Elke avond zit ze op haar bed en luistert naar
het breken van het oude brood.

 

 1895925-76f76996d763ac4b24274a095d46f549.jpg
Wim Brands (Brummen, 29 maart 1959)

 

 

De Duitse schrijver Ernst Jünger werd geboren in Heidelberg op 29 maart 1895. Zie ook alle tags voor Ernst Jünger op dit blog.

Uit: Kriegstagebuch 1914-1918

„7. I. 15.
Von 9 Uhr ab sollten wir in den Unterständen schlafen. Es war so tropfig, daß wir kein Auge zu tun konnten. Wir spielten Karten (Hachmeiter Janetzki und ich) und vertrieben uns die Zeit, so gut wir konnten. Von 6 Uhr abends bis 8 Uhr morgens wieder das endlose Wachen. Es regnete wieder, Jasnetzki fluchte wie wild.

8. I. 15.
Am Tage hatten wir wieder Grabenwache, Gottseidank werden wir heute abgelöst. 60 Stunden ohne Schlaf in Nässe und Kälte sind endlos. Ich bekomme, wie damals in Algerien ganz and [Rest der Zeile unlesbar, vermutlich: ere] Ideale. Ein solides Studentenleben mit Lehnstuhl und weichem Bett und einem kleinen Freundeskreise ohne Verbindungseseleien, schöne Ausflüge und gute Bücher. Und eine Käfersammlung. Vorher muß ich irgendwie nach Afrika reisen, nur um zu sehen, daß man auch darin nur Phantastereien nachgejagt hat. Heute wurden wir heftig beschossen; die Shrapnells platzten vor und hinter dem Graben. Es machte mir Spaß zu beobachten, wie die Dinger in der Luft krepierten. Trotzdem der Graben offensichtlich beschossen wurde, kam mir doch kein Gefühl der Gefahr hoch. [1 Wort gestrichen, unlesbar] Am diesem Tage schlug eine Granate in die sonst so sichere Faisanderie, tötete den Batallionsadjudanten Lt. Schmidt und verwundete 2 Burschen. Vorgestern ging ein Mann zur Latrine und erhielt, grade in Hockstellung einen Schuß in die Kniekehlen. Am Abend wurden wir Gottseidank abgelöst und gingen nach Oranville zurück. Dort schlief die Kompanie in einer großen, zugigen Scheune.”

 

 1895925-7c788bfa06f68f7854fce75dba431a18.jpg
Ernst Jünger (29 maart 1895 - 17 februari 1998)
In 1918

 

 

De Duitse schrijver Eric Walz werd geboren op 29 maart 1966 in Königstein im Taunus. Zie ook alle tags voor Eric Walz op dit blog.

Uit: Schwule Schurken (Kaiser Heliogabal)

„Caracalla, der seit fünf Jahren regierende Herrscher, ist ein solcher Sohn aus soldatischem Geschlecht, er ist brutal und argwöhnisch und deshalb von allen gehasst - außer vom Heer, das er großzügig entlohnt. Lange vor Caracalla schon gibt es eine heimliche Rivalität um Einfluss zwischen den Militärs einerseits und der traditionellen Prätorianergarde, der verwöhnten römischen Leibwache der Kaiser andererseits, doch ein kleiner Vorfall lässt aus dern Gerangel einen blutigen Machtkampf werden.
Dem Gardekommandanten Macrinus wird von einem Wahrsager die Kaiserwürde prophezeit, eine gefährliche Weissagung, auf die der harmlose und gar nicht ehrgeizige Macrinus gerne verzichtet hätte, zumal sie durch eine Indiskretion bekannt wird. Wenn er jetzt nicht sofort handelt, das weiß der ältliche Mann, wird der misstrauische, an Verfolgungswahn leidende Caracalla ihn umbringen lassen. Es ist wie bei einem Duell: der Schnellere siegt. Macrinus hetzt im Nu die Prätorianer auf und befiehlt ihnen, den Kaiser zu ermorden. So geschieht es auch, zum Entsetzen der Truppen. Da Caracalla keinen direkten Verwandten hat, keine Geschwister, keine Kinder, gilt die severische Dynastie als ausgestorben, und so erfüllt sich die Prophezeiung: Macrinus lässt sich im April 217 selbst zum Kaiser ausrufen.
Nicht selten jedoch steckt die Tücke im Detail. In der römischen Provinz Syria lebt eine Tante Caracallas, Julia Maesa. Ihr vierzehnjähriger Enkel Avitus, der Sohn ihrer Tochter Soemias, dient als Oberster Priester dem orientalischen Gott Baal; er ist ein strahlender Jüngling, fröhlich und beliebt. Als Sohn der Cousine Caracallas ist diese Verwandtschaft allerdings zu weitläufig, um in dem Knaben einen ernstzunehmenden Erben der severischen Dynastie zu sehen. Daher greift die ehrgeizige Großmutter auf einen ebenso geschickten wie infamen Kniff zurück: Sie behauptet, Avitus entstamme nicht der Ehe ihrer Tochter Soemias, sondern einem Verhältnis der Soemias mit Caracalla.“

 

 1895925-cd241b14a34e0ace11f575e89fdf980a.jpg
Eric Walz (Königstein im Taunus, 29 maart 1966)
The Roses of Heliogabalus (detail) door Lawrence Alma-Tadema, 1888

 

 

De Duitse schrijver Georg Klein werd geboren op 29 maart 1953 in Augsburg. Zie ook alle tags voor Georg Klein op dit blog.

Uit: Die Sonne scheint uns

„Auch das finale Bombardement, fünf perfekt verzahnte anglo-amerikanische Tag- und Nachtangriffe, ein Meilenstein in der Geschichte des Luftkriegs, habe die kümmerlichen Karrees am Salzhafen in einer halb mitleidigen, halb verächtlichen Geste ausgespart. Bloß von einer Handvoll verirrter Sprengbomben, von einem einzigen Phosphorbehälter, seien die häßlichen Backsteinbauten getroffen worden, in denen damals Handwerk, Gewerbe und Familien den Raum bis in den letzten Hinterhofwinkel nutzten. Für mich, den Zugezogenen, verstieg sich der alte Eingeborene zu dem Witz, am Salzhafen habe man nach jenen die Stadt verheerenden Schlägen nur ein paar Kaninchenställe neu zusammennageln müssen.
Heinlein irrte, oder sein Scherz duldete keine Ausnahme. Denn zumindest einen Freiraum haben Blitz und Donner der Westalliierten auch hier bei uns in die verstockte Substanz ge-schlagen. Das Bürohaus, das uns mit Licht und Ausblick verwöhnt, wurde auf einer Bombenlücke, vielleicht der einzigen des Viertels, errichtet. Und da schon bald nach dem Krieg der Denkmalschutz seine bewahrende Hand über die engen Straßen hielt, blieb der zehngeschossige Turm auch in den folgenden Jahrzehnten unangefochten das höchste Bauwerk des Viertels. Noch sonnt er sich in seiner Größe, aber die Scheiben, durch die wir blicken, sind seit Monaten nicht mehr gereinigt worden. Unser Hochhäuschen steht leer, und bald, bald schon, sobald wir es durchstöbert und sein kleines Geheimnis gelüftet haben, soll es als ein unansehnlich gewordenes Gewächs der Zeit mit Stumpf und Stiel ausgerissen werden.
Wir warten auf den Chef. Wir nippen an fünf verschiedenen Getränken. Wir warten, ohne uns gegenseitig ein Wort zu gönnen, auf Gabor Cziffra, unseren Brötchengeber. Wir sind Kollegen auf Zeit. Und vielleicht, wer weiß, bin ich Gabor Cziffras Buchhalter. Gut könnten die anderen vier dies von mir denken, denn ich halte, seit wir beisammen sind, ein schmales Buch unter den rechten Arm geklemmt. Sitzend muß ich in dieser Pose einen komischen Anblick bieten. Jeder vernünftige Mensch hätte das Büchlein auf den Tisch gelegt oder, falls ihm etwas an ihm besonders schützenswert erschiene, auf seinen Schenkeln deponiert. Mir aber bleibt das Selbstverständliche verwehrt.“

 

 1895925-4cced235f375fc4777824a9d612d3c68.png
Georg Klein (Augsburg, 29 maart 1953)

 

 

De Duits-Franse dichter en schrijver Yvan Goll (eig. Isaac Lang) werd geboren in Saint-Dié-des-Vosges op 29 maart 1891. Zie ook alle tags voor Yvan Goll op dit blog.

 

Karawane der Sehnsucht

Unsrer Sehnsucht lange Karawane
Findet nie die Oase der Schatten und Nymphen!
Liebe versengt uns, Vögel des Schmerzes
Fressen immerzu unser Herz aus.
Ach wir wissen von kühlen Wassern und Winden:
Überall könnte Elysium sein!
Aber wir wandern, wir wandern immer in Sehnsucht!
Irgendwo springt ein Mensch aus dem Fenster,
Einen Stern zu haschen, und stirbt dafür,
Irgendeiner sucht im Panoptikum
Seinen wächsernen Traum und liebt ihn –
Aber ein Feuerland brennt uns allen im lechzenden Herzen,
Ach, und flössen Nil und Niagara
Über uns hin, wir schrien nur durstiger auf!

 

 

Ich lebe nicht, ich liebe

Aus allen Poren strömt mir die Liebe.
Meine Muskeln sind gespeist von Deiner Liebe.
Ich habe nur rote Blutkörperchen vor lauter Liebe.
Mein Haar ist gelockt von der Liebe.
In allen Zungen singe ich, daß ich dich liebe.
Tanzen muß ich immer aus Liebe
Bin ich krank vor Liebe?
Oder gesund aus Liebe?
Ich lebe nicht, ich liebe.
Ich kann nicht sterben, weil ich dich liebe.

 

 1895925-ecd2d517f99b468ac68d3be1e10f7263.jpg
Yvan Goll (29 maart 1891 – 27 februari 1950)
Claire en Yvan Goll

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 29e maart ook mijn blog van 29 maart 2015 deel 2.

Geschreven door Romenu om 19:56 Reageer op dit bericht

Walter van den Broeck, Mario Vargas Llosa, Joost de Vries, Nelson Algren, Marianne Frederiksson

De Vlaamse roman- en toneelschrijver Walter van den Broeck werd geboren in Olen op 28 maart 1941. Zie ook alle tags voor Walter van den Broeck op dit blog.

Uit: Een verliefde monnik

“Het was ook toen dat mijn leeswoede het gezelschap kreeg van een beginnende schrijfwoede, en mijn verlangen naar onsterfelijkheid begon te groeien. Nee, ik wilde geen Methusalem worden, ik wilde sporen achterlaten op deze planeet, die mijn naam zouden spreken als ik niet langer lijfelijk aanwezig was. Ik wilde eerst onsterfelijk worden en dan pas doodgaan.
Doodgaan... Wat erg toch, denk je dan. Maar dat is het pas echt als je beseft geen enkel spoor te hebben achtergelaten, niet te hebben ingegrepen op je tijd en je omgeving, de wereld niet een ietsje beter te hebben achtergelaten dan je hem had gevonden.
En je kinderen dan? Zijn zij niet het levende spoor dat jij zult achterlaten? Je schudt het hoofd, en wat beschaamd ontwijk je de vraag: gaat het om het spoor of om de spoortrekker zelve?
Nog altijd probeer ik te pennen. Nog altijd leg ik sporen. Opdat ik er altijd zal zijn.
Hoelang nog zal ik dit als een noodzaak beschouwen, heren veertigers, vijftigers, zestigers, zeventigers, tachtigers...?
Wie schrijft doet niet meer mee, is verloren voor het leven, maar gewonnen voor de eeuwigheid.
Zoals die West-Vlaamse monnik uit de 11de eeuw.”

 

 1895300-d66a8ad85a9520d490d0f5d2b1bb362f.jpg
Walter van den Broeck (Olen, 28 maart 1941)

 

 

De Peruviaanse schrijver Mario Vargas Llosa werd geboren op 28 maart 1936 in Arequipa. Zie ook alle tags voor Mario Vargas Llosa op dit blog.

Uit: Conversation in the Cathedral (Vertaald door Gregory Rabassa)

“Zoila’s right, at San Marcos he’d lose his contacts,” Popeye’s old lady said. “Boys from good families go to the Catholic University.”
“There are enough Indians at the Catholic University to give you a good scare too, mama,” Popeye said.
“With all the money Fermín’s bringing in now that he’s buddy-buddy with Cayo Bermúdez,the squirt won’t need any contacts,” the senator said. “O.K., Freckle Face, on your way.”
Popeye left the table, brushed his teeth, combed his hair and went out. It was only two-fifteen, it was better to go along marking time. Aren’t we pals, Santiago? come on, give me a little push with Teté. He went up Larco blinking in the sunlight and stopped to look in the windows of the Casa Nelson: those deerskin moccasins with brown shorts and that yellow shirt, wild. He got to the Cream Rica before Santiago, settled down at a table from where he could see the avenue, and ordered a vanilla milk shake. If he couldn’t convince Santiago to go listen to records at his house they would go to the matinee or to gamble at Coco Becerra’s, what was it that Skinny wanted to talk to him about. And at that moment Santiago came in, long face, feverish eyes: his folks had fired Amalia, Freckle Face. The doors of the branch of the Banco de Crédito had just opened and through the windows of the Cream Rica Popeye watched the revolving doors swallow up the people who had been waiting on the sidewalk. The sun was shining, the express buses went by loaded, men and women fought for taxis on the corner of Shell. Why had they waited until now to throw her out, Skinny? Santiago shrugged his shoulders, his folks didn’t want him to think that they were firing her because of the business of the other night, as if he was so stupid. He seemed even thinner with that mournful face, his jet black hair raining over his forehead. The waiter came over and Santiago pointed to Popeye’s glass, vanilla too? yes. After all, it’s not so bad, Popeye cheered him up, she’ll get another job soon, they need maids all over. Santiago looked at his nails: Amalia was a nice person, when Sparky, Teté, or I were in a bad mood they let off steam abusing her and she never told the folks on us, Freckle Face. Popeye stirred his milk shake with the straw, how can I convince you to go listen to records at your place, brother-in-law? he sucked in the froth.”

 

 1895300-30ce6893b48b8a1d25362fb932cac516.jpg
Mario Vargas Llosa (Arequipa, 28 maart 1936)
Cover

 

De Nederlandse schrijver Joost de Vries werd geboren op 28 maart 1983 in Alkmaar. Zie ook alle tags voor Joost de Vries op dit blog.

Uit: Vechtmemoires

“Door de jaren heen heeft Grunberg de adjectieven van zijn schrijverschap voornamelijk afgeschud: hij is geen cynische of nihilistische schrijver meer, daarvoor zijn er te veel kinderen zijn werk binnengekropen, te veel momenten van oprecht zoeken naar warmte en liefde en geborgenheid. Hij is geen geëngageerde schrijver, want hoeveel van zijn personages door oorlog en terrorisme en andere altijd actuele onderwerpen worden aangeraakt, juist die onderwerpen vormen zijn personages niet. Hun demonen zitten vanbinnen. ‘Kosmopolitisch’ is ook irrelevant want geografische afkomst is nooit van belang geweest in zijn werk. Hij kan niet meer als ‘joodse schrijver’ gelden, want het joodse geloof of de joodse identiteit is nauwelijks nog onderwerp voor hem, het is hooguit een cultuur die hij paraat heeft, als een aas in zijn mouw.
En toch - je kunt je eindeloos buigen over de manier waarop hij zijn humor heeft weten uit te smeren, over hoe zijn stijl is opgedroogd, zijn observaties meer gefocust zijn geraakt, en toch blijft het moeilijk om niet tot de conclusie te komen dat Grunberg de schrijver is van een oeuvre dat al geschreven is: met bijna tien romans en tal van essay- en verhalenbundels, brievenboeken en reportages is het hoogst onwaarschijnlijk dat hij nog met een boek zal komen dat je in onderwerp, toon, stijl, personages of iets anders enorm zal verrassen.
Zijn wereldvisie, tenminste die die hij in zijn romans uiteenvouwt, is uitgekristalliseerd: de mens is een wolf. Wie wil helpen wordt opgegeten. Ook slachtoffers zijn daders. Familie is een valkuil. Liefde is een product dat niet aan de wetten van de vrije markt ontkomt. Zijn romans volgen hetzelfde traject, stevenen altijd af op de publiekelijke en nietsontziende ondergang van zijn serviele, naïeve personages, die het telkens weer met dezelfde abstracte en principiële passiviteit ondergaan. Wie opzoekt hoe het de laatste tien jaar met zijn (mannelijke) personages is verlopen, stuit op een massagraf, of een overbelaste afdeling van de psychiatrische afdeling:...”

 

 1895300-ebf6be69d78bcb94958b7a59f81f7d28.jpg
Joost de Vries (Alkmaar, 28 maart 1983)

 

 

De Amerikaanse schrijver Nelson Algren werd geboren op 28 maart 1909 in Detroit. Zie ook alle tags voor Nelson Algren op dit blog.

Uit: The Man With the Golden Arm

“Frankie thought it over carefully. ‘In a couple minutes,’ he decided. ‘Half a cup anyhow.’
‘You better,’ Louie counseled him, ‘you’re likely to get so hungry around one o’clock you won’t be able to steal enough for another fix.’
Louie busied himself over the little gas plate in the corner and didn’t look around till he heard the dealer move. Frankie was swaying but he was on his feet and he’d make it fine, all night. All night and maybe the whole week end. It was hard to tell with these joy-poppers. ‘That stuff cost me more than the last batch,’ he said indifferently.
‘I know,’ Frankie grinned, ‘you told me,’ sounding bored while he used a dish towel on his chest beneath the soiled undershirt. ‘Keeps goin’ up all the time, like a kite with the string broke off.’ His eyes were growing heavy, the towel slipped out of his fingers and caught under his arm, hanging there like a flag at half-mast. The junkies’ flag of truce, to guard him as he slept. There beneath a single bulb, flat on his feet, the knees bending a little, the slight body swaying a bit, the flat-bridged nose looking peaked. Hush: he is sleeping the strange light sleep.
“I can’t help it when they up the price on me,” Louie added. “They got me, Dealer, that’s all.”
“The way you got me,” Frankie murmured knowingly. Then he smelled the coffee, got down to the table in front of a cup, took one sip and, smiling softly, started to let his head fall toward his chest. Louie got the cup out of the way of that blond mop before it bent to the table.”

 

 1895300-f60e2c54c4320d59aa8eb8dd03059f38.jpg
Nelson Algren (28 maart 1909 - 9 mei 1981)
 

 

 

De Zweedse schrijfster Marianne Fredriksson werd geboren in Göteborg op 28 maart 1927. Zie ook alle tags voor Marianne Fredriksson op dit blog en ook alle tags voor M. Fredriksson op dit blog.

Uit: Hanna's Daughters (Vertaald door Joan Tate)

“Johanna's secret world followed the clock. It opened at three in the morning and closed again at dawn.
Her world contained a wealth of images, filled with colors, scents, and voices. Other sounds, too. The roar of the falls, the wind singing in the tops of the maples, and the forest rejoicing with birdsong.
On this night the pictures she sees tremble with excitement. It is summer and early morning, with slanting rays of the sun and long shadows.
"You must be mad,"shouts the voice she knows best, her father's. He's red in the face and frightening in his agitation. She's afraid and flings her arms around his leg. He lifts her up, runs his hand over her head.
"Don't you think, girl?"he says.
But her eldest brother is standing in the middle of the room, handsome, with shiny buttons and high boots, and he's shouting, too.
"To the cave, all of you, and today, too. They might already be here tomorrow."
Then another voice, resourceful.
"Listen now, lad. Would Axel and Ole come here from Moss and would Astrid's lad come here from Fredrikshald to shoot us?"
"Yes, Mother."
"I think you've gone mad," says the voice, but now it's uncertain. And her father looks at the soldier, eye meets eye, and the old man can't mistake the gravity in the young man's eyes.
"Then we'll do as you say."
Then the pictures change, start moving. Feet stomp, burdens are lifted. She sees the earth cellar and store emptied. The great barrel of salt pork is carried out, the herring barrel, the potato bin, the cloudberry jar, the butter in its wooden tub, the hard round slabs of crispbread, all out on the ground, then carried down toward the boat. Sacks filled with blankets and clothes, all the wool in the cottage going the same way, down the slope toward the lake. She sees the brothers rowing. It's heavy going toward the promontory, easier back.“

 

 1895300-20ba555b7d8ab0ec4653ea57b92f7aeb.jpg
Marianne Frederiksson (28 maart 1927 – 11 februari 2007)
Cover 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 28e maart ook mijn twee vorige blogs van vandaag.



Geschreven door Romenu om 11:48 Reageer op dit bericht

Russell Banks, Chrétien Breukers, Maksim Gorki, Bohumil Hrabal, Lauren Weisberger

De Amerikaanse schrijver Russell Banks werd geboren op 28 maart 1940 in Newton, Massachusetts. Zie ook alle tags voor Russell Banks op dit blog.

Uit: Trailerpark

“What didn't make sense was how someone who seemed slightly cracked, as Flora came quickly to seem, could have stayed in the military long enough to end up collecting a pension for it. Here's how she first came to seem cracked. She sang out loud, in public. That's the first thing. She supposedly was raised here in Catamount, and though she had moved away when she was a girl, she still knew a lot of the old-timers in town, and she would walk into town every day or two for groceries and beer, singing in a loud voice all the way, as if she were the only person who could hear her. But by the time she had got out to Old Road, she naturally would have passed someone in the park who knew her, so she had to be aware that she wasn't the only person who could hear her. Regardless, she'd just go right on singing in a huge voice, singing songs from old Broadway musicals, mostly. She knew all the songs from Oklahoma and West Side Story and a few others as well, and she sang them, one after the other, all the way into town, then up and down the streets of town as she stopped off at the A & P, Brown's Drug Store, maybe Hayward's Hardware, finally ending up at the Hawthorne House for a beer before she headed back to the trailerpark. Everywhere she went, she sang those songs in a loud voice that was puffed up with feeling if it was a happy song or thick with melancholy if it was a sad song. You don't mind a person whistling or humming or maybe even singing to him- or herself under his or her breath while he or she does something else, sort of singing absentmindedly. But you do have to wonder about someone who forces you to listen to him or her the way Flora Pease forced everyone within hearing range to listen to her. Her voice wasn't half-bad, actually, and if she had been singing for the annual talent show at the high school, say, and you were sitting in the audience, you might have been pleased to listen, but at midday in June on Main Street, when you're coming out of the bank and about to step into your car, it can be a slightly jarring experience to see and hear a person who looks like Flora Pease come striding down the sidewalk singing in full voice…”

 

 1895289-215fd296dd7d3e1813b0649262d2887f.jpg
Russell Banks (Newton, 28 maart 1940)

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Chrétien Breukers werd geboren op 28 maart 1965 in het Limburgse Leveroy. Zie ook alle tags voor Chrétien Breukers op dit blog.

 

Kronkelpaden. Onverharde wegen.
Boerderijen in de plooien van het landschap
weggezakt. Silo's. Het notarishuis.
De pastorie. De oude en de nieuwe school.

En daar: geboortehuis. Zo levensecht.
Zo helemaal gebouwd voor een geborene.
Er hangt geen bord. Er staat geen borstbeeld voor.
Toch: er werd met ongekende kracht geworpen.

Bovendien werd er ook achttien jaar geleefd.
Getogen, heet dat dan. Eerder flink verbogen,
maar dat is nu van geen belang. Murmeltalen

klonken in het oor - kraakten uit de radio.
Verre werelden, voor later, vouwden waaiers
open als in stadse dranklokalen. Maar nee:

er zijn geen verre werelden, geen waaiers meer.

 

 

Vlees ben ik

Vlees ben ik. Van hem, van haar, van hen
die voor mij leefden; vlees dat niemand
heeft gezien. Vlees ben ik. En vocht dat
aan volle borsten werd onttrokken.

Vlees en vocht en knokenwit. Duizend
jaar en meer is het geleden dat
mijn ouders zich hier vestigden; het
is mijn ruwe schatting die ik u

vrijblijvend geef. Vlees en vocht, het wit
van knoken en papier. Eeuwige
duisternis! Ik zeg: licht. Er zou licht

zijn, staat geschreven, maar niets gebeurt.
Tot in de gaten van het heelal
donkert het maar door, met man en macht.

 

 1895289-ebb6137f991cd986c81c428a7a6127d8.jpg
Chrétien Breukers (Leveroy, 28 maart 1965)
 

 

 

De Russische schrijver Maksim Gorki (pseudoniem van Aleksej Maksimovitsj Pesjkov) werd geboren in Nizjni Novgorod op 28 maart 1868. Zie ook alle tags voor Maksim Gorki op dit blog.

Uit: Kinderjaren (Vertaald door Peter Charles)

"Waar kom je vandaan en ben je komen lopen?’ vroeg ik haar.
Ze antwoordde: ‘Van boven**, uit Nízjni Nóvgorod. En niet lopend, maar met de boot, want over water kun je niet lopen, gekkie!’
Dat was grappig maar niet te snappen: boven ons woonden   Perzen   met   geverfde   baarden   en   in   het   souterrain woonde een oude, gelige Kalmuk, die schapenhuiden verkocht. Je kon langs de leuning van de trap naar beneden glijden of, als je viel, van de treden tuimelen, dat wist ik maar al te goed. Maar dat had toch niets met water te maken? Allemaal onzin en op een grappige manier verwarrend.
‘Waarom noem je me gekkie?’
‘Waarom zijn de bananen krom...’ antwoordde ze, ook lachend.
Ze sprak liefdevol, vrolijk en begrijpelijk. Vanaf de eerste dag waren we vrienden, maar nu wil ik dat ze zo snel mogelijk met me uit deze kamer weggaat.
Mijn moeder maakt me totaal van streek; door haar tranen en uitroepen onderga ik een onbekend gevoel, een gevoel van onzekerheid en angst. Nooit eerder heb ik haar zo gezien; altijd was ze streng, sprak ze weinig; proper was ze, met een gladde huid en stevig als een paard: een robuuste vrouw met ontzettend sterke handen.
En nu ziet ze er opgeblazen uit, verfomfaaid; alles aan haar is in wanorde: de haren, die altijd onberispelijk als een fraai kleurig hoedje op haar hoofd lagen, hangen gedeeltelijk los over haar blote schouder, vallen voor haar gezicht en de rest is samengevlochten in een vlecht, die heen en weer zwaait en soms ook het gezicht van mijn vader raakt. Een hele tijd sta ik nu al in die kamer, maar ze kijkt geen ogenblik naar me op; aan één stuk huilend, haar tranen opsnuivend, kamt ze mijn vaders haar.”

 

 1895289-8137917472d0e6f2514da7cfbaa5646c.jpg
Maksim Gorki (28 maart 1868 – 18 juni 1936)
Portret door Valentin Serov, 1905

 

 

De Tsjechische schrijver Bohumil Hrabal werd geboren in Brno-´idenice op 28 maart 1914. Zie ook alle tags voor Bohumil Hrabal op dit blog.

Uit: Al te luide eenzaamheid (Vertaald door Kees Mercks)

“En toen werd het zwart voor mijn ogen, want ik die vijfendertig jaar lang stampsel en maculatuur tot balen had geplet, ik dus die niet kon leven zonder die verrassing dat ik elk moment een mooi boek als premie uit dat walgelijke papier kon vissen, ik moest onbevlekt, onmenselijk schoon papier gaan verpakken. Die tijding wierp me op de eerste keldertree en daar zat ik dan als een hansworst, geheel door die tijding uit het veld geslagen, mijn armen hingen slap over mijn knieën, met een gebarsten glimlach blikte ik naar die twee jongelieden die er niets aan konden doen, omdat hun was gezegd dat ze in de Spálená papier moesten pletten, en dus waren ze gegaan, want het was hun brood, hun opdracht, ik zag ze met de mestvork het oud papier in de trog gooien en vervolgens de groene en rode knop indrukken, en ik troostte me met de dwaze hoop dat die machine van me in staking zou gaan, dat die er de brui aan zou geven, dat ze zou veinzen dat haar tandradjes en aandrijfwielen waren vastgelopen, maar ook die mechanische pletpers van me pleegde verraad, ze werkte heel anders, net als toen ze nog jong was, ze daverde op volle toeren en zelfs wanneer ze vlak bij het fatale keerpunt kwam, tinkelde ze even en vanaf de eerste baal tinkelde ze de hele tijd, alsof ze me stond uit te lachen, alsof ze wilde aantonen dat pas onder socialistische handen haar hele capaciteit en potentialiteit ten volle konden gedijen.”

 

 1895289-940e56a17999d4a4aa13f5a8b07382bf.jpg
Bohumil Hrabal (28 maart 1914 – 3 februari 1997)

 

 

De Amerikaanse schrijfster Lauren Weisberger werd geboren op 28 maart 1977 in Scranton, Pennsylvania. Zie ook alle tags voor Lauren Weisberger op dit blog.

Uit:The Devil Wears Prada

“I ordered a Town Car to take me to the dealership, where I turned over a note I'd forged with Miranda's signature that instructed them to release the car to me. No one seemed to care whatsoever that I was in no way related to this woman, that some stranger had cruised into the place and requested someone else's Porsche. They tossed me the keys and only laughed when I'd asked them to back it out of the garage because I wasn't sure I could handle a stick shift in reverse. It'd taken me a half hour to get ten blocks, and I still hadn't figured out where or how to turn around so I'd actually be heading uptown, toward the parking place on Miranda's block that her housekeeper had described. The chances of my making it to 76th and Fifth without seriously injuring myself, the car, a biker, a pedestrian, or another vehicle were nonexistent, and this new call did nothing to calm my nerves.
Once again, I made the round of calls, but this time Miranda's nanny picked up on the second ring.
"Cara, hey, it's me."
"Hey, what's up? Are you on the street? It sounds so loud."
"Yeah, you could say that. I had to pick up Miranda's Porsche from the dealership. Only, I can't really drive stick. But now she called and wants me to pick up someone named Madelaine and drop her off at the apartment. Who the hell is Madelaine and where might she be?"
Cara laughed for what felt like ten minutes before she said, "Madelaine's their French bulldog puppy and she's at the vet. Just got spayed. I was supposed to pick her up, but Miranda just called and told me to pick the twins up early from school so they can all head out to the Hamptons."

 

 1895289-d61e9f2da73681ab6bf0d800fc906e22.jpg
Lauren Weisberger (Scranton, 28 maart 1977)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 28e maart ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 11:47 Reageer op dit bericht

Éric-Emmanuel Schmitt, Léon-Gontran Damas, Martien Beversluis, Schack von Staffeldt, Arsène Houssaye

De Franse schrijver en dramaturg Éric-Emmanuel Schmitt werd geboren op 28 maart 1960 in Lyon. Zie ook alle tags voor Éric-Emmanuel Schmitt op dit blog.

Uit: Oscar et la dame rose

«Cher Dieu,
Le petit garçon est mort.
Je serai toujours dame rose mais je serai plus Mamie-Rose. Je ne n’étais que pour Oscar. Il s’est éteint ce matin, pendant la demi-heure où ses parents et moi nous sommes allées prendre un café. Il a fait ça sans nous. Je pense qu’il a attendu ce moment-là pour nous épargner.
Comme s’il voulait nous éviter la violence de le voir disparaître.
C’était lui, en fait, qui veillait sur nous.
J’ai le cœur gros, j’ai le cœur lourd, Oscar y habite et je ne peux pas le chasser. Il faut que je garde encore mes larmes pour moi, jusqu’à ce soir, parce que je ne veux pas comparer la peine à celle, insurmontable, de ses parents.
Merci de m’avoir fait connaître Oscar. Grâce à lui, j’étais drôle, j’inventais des légendes, je m’y connaissais même en catch. Grâce à lui j’ai ri, et j’ai connu la joie. Il m’a aidée à croire en toi. Je suis pleine d’amour, ça me brule, il m’en a tant donnée que j’en au pour toutes les années à venir.
PS: Les trois derniers jours, Oscar avait posé une pancarte sur sa table de chevet. Je crois que cela te concerne. Il y avait écrit : « Seul Dieu a le droit de me réveiller.»
(…)

Plus on vieillit, plus faut faire preuve de goût pour apprécier la vie. On doit devenir raffiné, artiste. N'importe quel crétin peut jouir de la vie à dix ou vingt ans, mais à cent, quand on ne peut plus bouger , faut user de son intelligence. Je sais pas si je les ai bien convaincus. Visite-les. Finis le travail. Moi je fatigue un peu. Oscar"

 

 1895281-fe7ecdc8d3229c1a4aca14af18e7ff55.jpg
Éric-Emmanuel Schmitt (Lyon, 28 maart 1960)
Scene uit de gelijknamige film uit 2009

 

 

De Franstalige dichter uit Guyana Léon-Gontran Damas werd geboren op 28 maart 1912 in Cayenne. Zie ook alle tags voor Léon-Gontran Damas op dit blog.

 

Il n'est pas de midi qui tienne
 
Il n'est pas de midi qui tienne
et parce qu'il n'a plus vingt ans
mon coeur
ni la dent dure
de petite vieille

pas de midi qui tienne
je l'ouvrirai
pas de midi qui tienne
je l'ouvrirai
pas de midi qui tienne
j'ouvrirai
pas de midi qui tienne
j'ouvrirai la fenêtre
pas de midi qui tienne
j'ouvrirai la fenêtre au printemps
pas de midi qui tienne
j'ouvrirai la fenêtre au printemps que je veux éternel
pas de midi qui tienne

 

 

Par la fenêtre ouverte à demi

Par la fenêtre ouverte à demi
sur mon dédain du monde
une brise montait
parfumée au stéphanotis
tandis que tu tirais à TOI
tout le rideau

Telle
je te vois
te reverrai toujours
tirant à toi
tout le rideau du poème
où
Dieu que tu es belle
mais longue à être nue

 

 1895281-4739cdab00d8d6b918813e1e18772d77.jpg
Léon-Gontran Damas (28 maart 1912 – 22 januari 1978)

 

 

De Nederlandse dichter en romanschrijver Martien Beversluis werd geboren in Barendrecht op 28 maart 1894. Zie ook alle tags voor Martien Beversluis op dit blog

 

De Oorlogsidioot III
 
Dit is het levend monument
van den soldaat, die is bekend.
Dit is de grafsteen, die verschanst,
waarop de vlam van 't leven danst.
Dit zijn de bloemen die verbleeken
Dit zijn de letters die nog spreken.

In dezen afgetobden geest
klinkt nóg de angst, die is geweest.
Hier giert de jammer, die verging,
nog levend in d'herinnering.
In hem kreunt al het leed wat voor
en na hem smeekt om uitkomst... hoor!

Het maant! het eischt! het schreit! en vloekt!
het wordt geprofeteerd! geboekt!
Het ritselt in den wind alom...
Men vraagt, men bidt, men schreeuwt er om!
Ik zelf zing het U bevend voor:
Sta stil bij dezen mensch en hoor!

 

 1895281-8d896b5aea307c1621cf1a66c9482fd6.gif
Martien Beversluis (28 maart 1894 – 18 februari 1966)
Martien Beversluis en zijn vrouw. Portret door Han van Meegeren, 1942

 

 

De Deens-Duitse dichter Adolph Wilhelm Schack von Staffeldt werd geboren op 28 maart 1769 in Garz / Rügen. Zie ook alle tags voor Schack von Staffeldt op dit blog.

 

Die Stätte
Sonnet

Se fu beato chi la vide in terra,
Hor che fia dunque a rivederla in cielo!
Petrarca.

Als mich jüngst die Liebe hier beglückte
Und zum Seligsten der Welt erkohr,
Als ich mich am Wonnequell verlohr
Und an meine Brust Phanina drückte,

Weh mir! da erblaßte sie und blickte
Durch der Wehmuth feuchten Nebelflor
Schwärmerisch zum Himmelssitz empor,
Der die Heilige von fern entzückte.

»Diese Stätte wähl' ich mir zum Grabe,
Sterb' ich einst, so fließ' auf meinen Stein
Eine Thräne nur zur Todtengabe.«

Nun ich weinend sie begraben habe,
Senket, gute Götter, mein Gebein
Neben meiner Heiligen hier ein!

 

 1895281-2c40a5b3c69a096f931e8b7303b3b51b.jpg
Schack von Staffeldt (28 maart 1769 – 26 december 1826)
De Petruskerk in Garz 

 

 

De Franse dichter, schrijver en criticus Arsène Houssaye werd geboren op 28 maart 1815 in Bruyères. Zie ook alle tags voor Arsène Houssaye op dit bl

 

Adieu à Paris

Adieu, Paris, adieu, ville où le cœur oublie !
Je reconnais le chemin vert
Où j'ai quitté trop tôt ma plus douce folie ;
Salut, vieux mont de bois couvert !

J'ai perdu dans ces bois les ennuis de la veille ;
J'ai vu refleurir mon printemps ;
Après un mauvais rêve enfin je me réveille
Sous ma couronne de vingt ans !

C'est au milieu des bois, c'est au fond des vallées,
Qu'autrefois mon âme a fleuri,
C'est à travers les champs que se sont envolées
Les heures qui m'ont trop souri !

Les heures d'espérance ! adorables guirlandes
Qui se déchirent dans nos mains
Quand nous touchons du pied le noir pays des landes
Familier à tous les humains.

Ne trouverai-je pas le secret de la vie,
Seul, libre, errant au fond des bois,
À la fête suprême où le ciel me convie,
À la source vive où je bois ?

Ignorant ! Je lisais gravement dans leur livre ;
Maintenant que je vais rêvant,
Dans la verte forêt mon cœur rapprend à vivre
Et mon cœur redevient savant.

Approchez, approchez, Visions tant aimées ;
Comme la biche au son du cor,
Vous fuyez à ma voix sous les fraîches ramées,
Et pourtant je suis jeune encor.

Vous fuyez ! Et pourtant vous n'êtes pas flétries,
Sous ce beau ciel rien n'est changé :
J'entends chanter encor le pâtre en ses prairies,
Et dans les bois siffler le geai.

Ah ! ne vous cachez pas, ô Nymphes virginales !
Sous les fleurs et sous les roseaux.
Suspendez, suspendez vos courses matinales,
Sirènes, montez sur les eaux !

Amour, Illusion, Chimère, Rêverie,
Sans moi vous allez voyager.
Arrêtez ! Vous fuyez ? Adieu ! Dans ma patrie
Je ne suis plus qu'un étranger.

Il ne s'arrête pas, blondes enchanteresses,
Votre cortège éblouissant.
Heureux sont les amants, heureuses les maîtresses,
Que vous caressez en passant.

 

 1895281-c53b20d76cd47a741da76b037759c1c4.jpg
Arsène Houssaye (28 maart 1815 – 26 februari 1896)
Borstbeeld op Père Lachaise, Parijs

Geschreven door Romenu om 11:46 Reageer op dit bericht

Der Auferstandene (Rainer Maria Rilke)

 

Aan alle bezoekers en mede-bloggers een Vrolijk Pasen! 

 

 1895321-dba31ec994af48175cf6ca8fb5c2cd11.jpg
Noli me tangere door Anton Raphael Mengs, 1770-71

 

 

Der Auferstandene

Er vermochte niemals bis zuletzt
ihr zu weigern oder abzuneinen,
daß sie ihrer Liebe sich berühme;
und sie sank ans Kreuz in dem Kostüme
eines Schmerzes, welches ganz besetzt
war mit ihrer Liebe größten Steinen.
 
Aber da sie dann, um ihn zu salben,
an das Grab kam, Tränen im Gesicht,
war er auferstanden ihrethalben,
daß er seliger ihr sage: Nicht

Sie begriff es erst in ihrer Höhle,
wie er ihr, gestärkt durch seinen Tod,
endlich das Erleichternde der Öle
und des Rührens Vorgefühl verbot,

um aus ihr die Liebende zu formen
die sich nicht mehr zum Geliebten neigt,
weil sie, hingerissen von enormen
Stürmen, seine Stimme übersteigt.

 

 

 CharlesBridge2.jpg
Rainer Maria Rilke (4 december 1875 – 29 december 1926)
De Karelbrug in Praag op een vroege morgen. Rainer Maria Rilke werd geboren in Praag.

 

 

Zie voor de schrijvers van de 28e maart ook mijn drie vorige blogs van vandaag.


Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Haec Dies (Jan Engelman)

 

Aan alle bezoekers en mede-bloggers een Vrolijk Pasen! 

 

1894953-14bf2e031b108eef5e3872be5e09ce07.jpg
De Verrijzenis van Christus door Tintoretto, 1565

 

 

Haec Dies

De dood, de duist're, hield Hem niet,
geen steen, geen wade of breidel –
Hij steeg als 't eerste merellied,
want was dit wonder niet geschied:
zijn woorden bleven ijdel.

En alle leven is in 't Woord
voor wie zijn ziel kan dragen
zoo nieuw als lied'ren die men hoort
wanneer de merel, ongestoord,
het lente-licht ziet dagen.

O licht, o lied, o merelkeel
die voor den grafsteen beven –
was ooit een menschenwoord te veel
wanneer het voor een enkel deel
in Zijn geluk wil leven?

De Meesterzanger overal
maakt dronken van geluiden,
zij gaan als golven door het dal –
o zingend hart, gij weet het al:
de klok komt uit het Zuiden.

Het ritselt reeds in de spelonk
waar klare waters vloeien,
een vlam sprong uit de tondelvonk,
een lijkkleed zonk, het lichaam blonk,
geslaakt zijn alle boeien.

Hij stijgt, de horizon wordt rood,
Zijn purp'ren wonden lichten –
nu zweeft Hij boven hel en dood
en maakt het exultemus groot
in monden en gezichten.

Geen mensch is zoo melaatsch en klein
die hier niet kan genezen,
want alle wonden worden rein
en ieder ijdel woord een schijn
als Christus is verrezen.

 

 

1894953-1ad455f74fd29bfeb79c7cb174797d3b.jpg
Jan Engelman (Utrecht 7 juni 1900—Amsterdam 20 maart 1972)
Pieter Jansz. Saenredam: Gezicht op de Mariaplaats en de Mariakerk te Utrecht, 1662
Jan Engelman werd geboren in Utrecht.

 

 

Zie voor de schrijvers van de 27e maart ook mijn vorige drie blogs van vandaag.

Geschreven door Romenu om 13:17 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten