Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Silke Scheuermann, Olivier Guez

De Duitse dichteres en schrijfster Silke Scheuermann werd geboren op 15 juni 1973 in Karlsruhe. Zie ook alle tags voor Silke Scheuermann op dit blog.

 

 

VERWANDELTE WEIDE

Mein Halt im Boden war beinah
vergessen Ich beugte
mich tief Spöttisch
inspizierte der Sturm
den Widerstand meiner Zweige
begann dann ernsthaft
den Kampf

Es war etwas am Wind das Gedanken freisetzte
hindurch strich sie ausdünnte
und etwas das mich ans Sterben erinnerte
mir singend verriet das hier sei keine
Welt im Gleichgewicht
Es werde mal dieser Mal jener
Platz nach nicht genauer bekannten Befehlen
geräumt – leisen Befehlen
gegeben in Stille Wo

ich stand fand
ich meine Angst wieder
Sie leistete allen erdenklichen Widerstand
Wollte sich nicht
auf ein Anderswo richten Noch
war sie Kontrolleur
Lange noch? Letztlich
war sie doch nur
Anfängerin
machte in Wolken

Ich sah überall um mich Wagen
mit schwarzen Scheiben als gäbe es
nicht weit von mir
ein unheimliches
Unternehmen das
ständig wuchs
wie Holzhandel wachsen und
Fäulnis Was genau

würde es sein das ich
als erstes losließ? Den Schmerz
der mich weniger brauchte als ich ihn?

Ich würde so leicht werden
als schwebte ich über den Jahren
ein schwarzes Zeichen
so hoch gewachsen dass es
nicht mehr lesbar war

 

 

ES WAR WOMÖGLICH OPHELIAS LIEBLINGSQUALLE

Sie kam vom Ostwind angeschwemmt
Formlos Wenig mehr als die Frage
nach dem was da war bevor das Meer nach ihr trat
und wir seine Verbündeten
sie mit den Fußspitzen kitzelten

Ophelias Liebe zum Beispiel All die wilden
Spiele mit der See Das gewagte
Herumgeschubse von Schwimmern
als Strafe dass sie
dermaßen schlecht im Sichvorstellen warn
wer sonst noch lebte und zuckte
Nicht so nachgemacht wie die Wasserfrau
in den Schaukästen saß

Wir etwa: Kein Seestück an das wir uns erinnerten
kein Rocksaum mit blauen Muschelketten besetzt und doch –
gibt es uns hier Heute So sicher wie auf Papier
und nicht auf irgendeiner Insel draußen auf der
niemand uns kennt oder erwartet und ernst nehmen will
die beiden Fremden die auf den Boden starren
die Qualle ansehn und denken Die Welt

 

 

VAN DE WILG DIE VERANDERDE

Mijn houvast in de grond was bijna
vergeten Ik boog
diep voorover Spottend
inspecteerde de storm
de weerstand van mijn takken
ging vervolgens serieus
de strijd aan

Er was iets in de wind wat gedachten losmaakte
er doorheen streek ze uitdunde
en iets wat me aan sterven herinnerde
mij zingend verried dat dat hier geen
wereld in evenwicht is
dat nu deze dan die
plek op niet nader bekende bevelen
ontruimd wordt – gedempte bevelen
gegeven in stilte Waar

ik stond vond
ik mijn angst terug
Die verzette zich uit alle macht
Wilde zich niet
op een elders richten Nu
was hij nog controleur
Nog lang? Tenslotte
was hij toch maar
beginneling
deed in wolken

Ik zag overal om mij heen wagens
met zwarte ruiten alsof er
niet ver van mij vandaan
een onheilspellende
onderneming was die
gestaag groeide
zoals houthandels groeien en
verrotting Wat precies

zou het zijn wat ik
als eerste losliet? De pijn
die mij minder nodig had dan ik hem?

Ik zou zo licht worden
alsof ik boven de jaren zweefde
een zwart teken
zo in de hoogte geschoten dat het
niet meer leesbaar was

 

Vertaald door Monique de Waal

 

Silke Scheuermann (Karlsruhe, 15 juni 1973)

 

 

De Franse schrijver,  essayist en journalist Olivier Guez werd geboren op 15 juni 1974 in Straatsburg. Zie ook alle tags voor Olivier Guez op dit blog.

Uit: Grand Tour Europa (Vertaald door Katelijne de Vuyst)

“Het is absurd, suïcidaal haast. Sinds de jaren 1950 bouwen we aan een monumentale constructie, maar we vergeten de fundamenten ervan te verstevigen. We bouwen om beurten, zonder de bewoners met elkaar in contact te brengen; we zien het cement over het hoofd, de verstandhouding die ervoor moet zorgen dat we samen kunnen leven en dromen: de cultuur. En we voorzien niet in de middelen om ons te identificeren met het spannende avontuur van de Europese integratie. Alsof we opzettelijk vanaf de zijlijn blijven toekijken. De wijken van de Europese instellingen in Brussel, Luxemburg en Straatsburg zien er glad, functioneel en luguber uit. Niemand gaat er op zondag wandelen. In de Brusselse Wetstraat werd een beeldhouwwerk opgericht, Stepping Forward. Vanaf zijn voetstuk zet een slaapwandelaar een stap in het ijle: bloedstollende symboliek. En onze bankbriefjes… In plaats van het gezicht van Dante, Goethe, Mozart of Victor Hugo, in plaats van Toscaanse of Beierse landschappen of een Griekse tempel heeft men er kunstmatige computerbeelden van bruggen en bogen op gezet. Zijn we dan bang van onszelf, onze geschiedenis, onze identiteit? Of zijn we te lui om die te definiëren en ervoor uit te komen? Een Chinees die een reis maakt in onze contreien zou dat niettemin moeiteloos kunnen doen. Zelfs een Amerikaan uit het Middenwesten zou erin slagen het Europese erfgoed in grote lijnen te herkennen. Als de toeristen in het zuiden van Europa rondkuieren, kunnen ze met hun eigen ogen de Grieks-Romeinse invloeden vaststellen, of het Saraceense stempel in Andalusië en de Balkan. Overal, van het noorden tot het zuiden en van het oosten tot het westen, kunnen ze kerken en kloosters, kathedralen en basilieken bewonderen. In het jaar i000 was Europa christelijk en hadden alle Europese vorsten, met uitzondering van de Litouwse heersers, zich tot het christendom bekeerd. Een gids zou vertellen dat Europa tot aan de grote slachtpartijen van de toste eeuw het uitverkoren land was van de Joden, en dat het continent vorm heeft gekregen op basis van supranationale ideeën.”

 

Olivier Guez (Straatsburg, 15 juni  1974)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 15e juni ook mijn blog van 15 juni 2021 en eveneens mijn blog van 15 juni 2019 en ook mijn blog van 15 juni 2017 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 15:22 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

De blogger leest alles eerst na: je tekst verschijnt zodra die goedgekeurd is.

Alex Boogers, Silke Scheuermann

De Nederlandse schrijver Alex Boogers werd geboren op 14 juni 1970 in Vlaardingen. Zie ook alle tags voor Alex Boogers op dit blog.

Uit: Alle dingen zijn schitterend

“De laatste jaren heb ik geen verhaal gehoord dat me niet al eens eerder was verteld. Elk gesprek was een herhaling van een ander gesprek. Elke nieuwe gebeurtenis leek zich al eens te hebben afgespeeld, op een ander moment, met andere gezichten en namen. Misschien lag het aan mij. Voordat ik vanochtend van huis vertrok zei Taij: “Jij bent, pap, ik heb het paard verplaatst naar C4.” “Vanavond, als ik weer thuis ben, goed?” “Nee, nu, papa!” “Je moet zo naar school.” “Het is bijna vakantie, we doen geen belangrijke dingen meer. De juf zegt dat dit de pretuurtjes zijn.” “Zegt ze dat, pretuurtjes? Gaat het er zo aan toe tegenwoordig? Ik had geen pretuurtjes vroeger.” Ik aaide hem over zijn hoofd, ritste mijn groene winterjack dicht en gaf hem een kus. “Pretuurtjes,” zei ik, met een lichte verbazing in mijn stem. “Vergeet je snoepjes niet in te nemen.” Hij ging met zijn hand door zijn blonde haar, alsof hij mijn aanraking ongedaan wilde maken. Hij was tien, een overdreven liefkozing werd al snel als iets kinderachtigs gezien. De lokken vielen onmiddellijk weer voor zijn gezicht “Dat zijn geen snoepjes, pap!”
Een half uur later sta ik op een parkeerterrein bij het kleine winkelcentrum, vlak bij Albert Heijn, want daar hebben ze mooie, had Stephanie gezegd. De motor draait. De verwarming staat aan. Buiten wachten mannen met bomberjacks en verkleumde gezichten op klanten. Ik toets het nummer van Bleeker in en druk de telefoon tegen mijn oor. “Hallo?” De vertrouwde stem van Bleeker, haastig, nerveus als altijd, alsof hij in een migrantenwijk in Gouda, Den Haag of Rotterdam met een bord om zijn nek loopt waarop staat:
MOSLIMS OPROTTEN! “Bleeker.” “Arthur? Waar ben je? Kom je nog hierheen? Wacht… Ja, ik ben er. Vijf minuutjes, ik moet zo een vergadering in. Lukt dat?” Ik zeg: “Ik moet een boom oppikken en ik heb nog een interview om uit te tikken. Maar luister -” “Wacht, Art, iemand zegt hier iets – wat?” De mannen bij het plein slepen de kerstbomen aan hun netten uit de verroeste container. Ze staan er al een week en doen me denken aan visserlieden op de Beringzee die in de vrieskou de kooien met degenkrabben binnenhalen, hopend op een vangst die het seizoen veiligstelt. Mannen met een ongeschoren gezicht, verkleumde handen, een kleine wollen muts op, en een opgebrand shaggie in de mondhoek. Ze houden elkaar warm met verhalen over Feyenoord. Ze grijnzen en stoten wolkjes rook naar buiten.”

 

Alex Boogers (Vlaardingen, 14 juni 1970)

 

 

De Duitse dichteres en schrijfster Silke Scheuermann werd geboren op 15 juni 1973 in Karlsruhe. Zie ook alle tags voor Silke Scheuermann op dit blog.

 

Uraniavlinder

Wat was ons doel; we waren voortdurend ’s nachts
met vertraging onderweg destijds, toen de discotheken ons nog
hun liefde iets te luid verklaarden en ons dat niet opviel,
omdat we ons in het centrum van de straling bevonden; het was toen
altijd klaarlichte dag, wij voortdurend met onze lichamen
in de weer, die oneindig veel sterker waren dan verwacht,
pretentieus, mooi; de droom loste op in de tijd;
we waren beschikbaar voor elkaar. Wij wilden vergeten,
wilden de vloek van onze afkomst vergeten. Hoe de
priester het bloed dronk, de zondagen ons vlees roosterden,
vader barbecuede, terwijl moeder het brood brak. In de tuin
rijpten tomaten, wij groeiden op, vlinders
op natuurlijke bloemen. Maar dan: de wereld op zijn kop,
nieuwe natuurervaringen. Licht flikkerde, stenen werden gerookt.
Welk doel, ik herinner mij het niet, en waarom geloofden
wij toen alles bereikt hebben? Omdat wij in de
steden altijd door licht gestuurd werden, door
autokoplampen, reclameborden, glitters
reflecterende winkelcentra? Omdat we
dode insecten van de vloer raapten in lichte appartementen,
afscheid namen van vrienden die het hadden over vermoeidheid?
Ze zeiden dat ze op de rand van uitputting balanceerden,
kregen er niet eens applaus voor. Welk doel toch,
vandaag zie ik vreemde mannen door de straten snellen,
weet niet waarheen, en jij bent een van hen.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Silke Scheuermann (Karlsruhe, 15 juni 1973)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 13e juni ook mijn blog van 13 juni 2021 en ook mijn blog van 13 juni 2020 en eveneens mijn blog van 13 juni 2019 en ook mijn blog van 13 juni 2017 en mijn blog van 13 juni 2015 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:42 Reageer op dit bericht

Thomas Heerma van Voss, Christoph Meckel

De Nederlandse schrijver Thomas Heerma van Voss werd geboren in Amsterdam op 13 juni 1990. Zie ook alle tags voor Thomas Heerma van Voss op dit blog.

Uit: Omwegen

“Vlak voor mijn vriendin besloot dat ze niet langer mijn vriendin was, ging ik met haar familie een week wandelen in de Ardennen. Van tevoren had ik speciale schoenen gekocht, waterdicht en met dikke zolen. De verkoper zei: ‘Deze kunnen niet stuk. Hier ga je de rest van je leven profijt van hebben.’
Thuis had ik de schoenen alvast ingelopen, dat had mijn vader aangeraden. Zoals hij me ook jaren terug, rond mijn achttiende, adviseerde om met leren schoenen zo snel mogelijk in plassen regen te stappen. ‘Wij hebben enorm brede voeten, dan moet je zulke trucjes toepassen. Om te wennen.’
In aanloop naar mijn wandelvakantie gaf hij me een plattegrond van de Ardennen mee. Ik wist al dat ik hem niet zou bekijken en toch had ik de kaart in mijn rugzak gestoken, die verder gevuld was met een waterfles, antimuggencrème, blarenpleisters, een opschrijfboekje en kleren natuurlijk, vooral T-shirts, omdat ik verwachtte dat ik de komende dagen veel zou zweten.
Zuid-België in de ochtend. Bushaltes waarvan je niet direct kon zien of ze nog in gebruik waren. Kerken met daaromheen een bakkertje en een begraafplaats, losstaande huizen die leken te twijfelen bij welk gehucht ze hoorden. Het weinige leven dat hier was speelde zich af achter rolluiken of in een van de imposante bossen, die met glooiende weilanden en middeleeuwse bruggetjes aan elkaar waren verbonden.
Verkeer was er nauwelijks, we moesten alleen vaart minderen voor groepjes wielrenners. Een paard in sukkeldraf. Twee tractoren. Als we nog even doorreden over deze weg zouden we in Frankrijk belanden, maar in plaats daarvan parkeerde mijn schoonvader zijn minibusje vlak bij Bouillon. Camping Halliru. We gingen er niet slapen, alleen de auto zou hier achterblijven, op dit afgelegen grind en beschut door een rij bomen, het was allemaal van tevoren uitgedacht.
Mijn schoonfamilie hield van deze streek. De ouders hadden er een huisje waar ik inmiddels twee kersten had doorgebracht en alle vijf waren ze gewend aan wandelvakanties. Vorige zomer nog trokken ze met zijn vijven door de Italiaanse bergen, en heel geroutineerd controleerden ze nu hun bagage. Mijn schoonzusje ging na of ze genoeg mueslirepen bij zich had. Mijn vriendin benutte het moment om haar rugzak alsnog, overvallen door een plotse haast die ik niet begreep, opnieuw in te delen. Zoals gebruikelijk trok mijn schoonbroer intussen de meeste aandacht, met zijn fladderige overhemd, zijn sandalen, het ongewassen haar dat tot aan zijn middel kwam, en met de gitaar die hij als voornaamste bagage had meegenomen en waarvan hij nu kort de snaren beroerde.”

 

Thomas Heerma van Voss (Amsterdam, 13 juni 1990)

 

 

De Duitse dichter, schrijver en graficus Christoph Meckel werd geboren op 12 juni 1935 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Christopher Meckel op dit blog.

 

Hotel voor slaapwandelaars

Komen slapend overal vandaan,
mijn huis is een altijd donker verblijf
voor dwaallichtjagers, mummies, winterdieren
en voor de slapeloze handelaars die op de glinsterende
boulevard van de Maanlicht Hotels
vermoeidheid uit hun hoorn des overvloeds verkopen.

Over een windstille viaductspoorweg trekken jullie
met vrachters en wagons in een slaapkonvooi
van het licht naar het donker, de tunnels
van de schemering ertussen houden jullie niet lang op.

Uiteindelijk kloppen jullie op mijn deur en smeken
met een stem verstikt door dromen, met zieke vleugels
en gescheurde schoenen om een ontwaken
uit je wereldreis door de verlaten
nachtmerrieachtige nacht.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Christoph Meckel (Berlijn, 12 juni 1935)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 13e juni ook mijn blog van 13 juni 2021 en ook mijn blog van 13 juni 2020 en eveneens mijn blog van 13 juni 2019 en ook mijn blog van 13 juni 2017 en mijn blog van 13 juni 2015 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 11:14 Reageer op dit bericht

Christoph Meckel

De Duitse dichter, schrijver en graficus Christoph Meckel werd geboren op 12 juni 1935 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Christopher Meckel op dit blog.

Uit: Eine Tür aus Glas, weit offen

„Die Tür aus Glas ist im Sommer offen, auch nachts und im Regen, und wenn ich in die Gemeinde fahre, um Post zu holen und Brot zu kaufen. In meiner Abwesenheit tritt niemand ein. Es ist nicht dasselbe, wenn ich zu Hause bin.
In der offenen Tür tauchen Leute auf (sie erscheinen im Winter hinter Glas), vertraute und unbekannte, erwünschte und falsche, Gesichter und Mäntel im Gegenlicht, ein Uhrenhändler im Wagen aus Marseille, ein Nachbar, der Honig bringt, um erzählen zu können, ein vom Bergweg abgeirrter Tourist. Ein Lavendelbauer kommt an Erntetagen und bittet um Hilfe. Der Gemeindediener liest die Wasser-uhr und trinkt etwas Wein. Es kommen Zigeuner, die Körbe verkaufen, und es kommen zwei Damen der christlichen Redseligkeit, sie bieten Broschüren und Bibeln an. Eine Viper rutschte, als ich im Zeichnen war, grau und langsam über die Schwelle, krümmte sich an den Wänden entlang und verschwand hinter Büchern. Jahrelang bewegte sich, nachts um elf, eine Kröte hangabwärts durch das Licht. Der Marder (er scheint mein Marder zu sein) trug die Kopf- und die Schwanzhälfte eines zerlegten Gecko nacheinander an der Tür vorbei. Der Kater des Nachbarn erscheint mit einer Maus. Junge Vögel fliegen ins Zimmer, prallen ans Fenster und stürzen ab, verwirrt, betäubt, mit gebrochenen Flügeln.
Elstern schwirren laut vorbei, randalierende Diebe der Vogelwelt, verschlagen und frech wie alte Füchse, und schaffen beiseite, was Licht fängt: Kupferteile, Scherben, Silberpapier. Eine Brille, lang verschwunden, wurde nach Jahren im Bach entdeckt.
Es ist ein Raum, in dem gearbeitet wird. Vor der Tür steht ein alter Tilleul, er trägt zu allem bei, was mir möglich ist. Die Türe öffnet sich in dichtes Laub (im Winter in kahles Geäst), ich atme und schlafe im Baum, in Geräusch und Schatten des Baums, in seinem Duft. Die Wurzeln wachsen unter das Fundament, die Äste berühren das Dach und scheuern im Wind an den Ziegeln. Der Baum muss
gelichtet werden, ich schneide die Äste. Er filtert Hitze, Licht und Wind, lässt den Regen erzählen, wirft bewegliche Schatten auf Gras und Mauern, grünen Schatten auf Tisch und Gläser, Sonnenflecken auf das Papier. Vögel durchfliegen ihn ohne Geräusch, Bienen halten sich auf, im Schatten brummend. Im ausgehöhlten Stamm ein Nest von Hornissen, das ich nachts mit Zement verschloss.
Hinter dem Baum geht das Grasland hangaufwärts nach Süden. Unter Weißdorngestrüpp verfällt eine Mauer, die Lavendelfeld und Wiesen trennte. Wiesen und Feld sind verbraucht, voll Kraut und Dornen, das Gras ist üppig, aber verfilzt und wertlos, saftig im Frühling, im Sommer verdorrt, das Land vor Augen wird an den Hundstagen grau. Grau sind Bergrücken, Gräser und Steine, grün wie grau ist das staubige Laub.“

 

 

Half oktober

Heeft de herfstmaan een slaapmuts op,
vergeet hij afscheid te nemen van de vlier,
de wind trekt gouden handschoenen aan,
om de laatste bladeren van de acacia
in zijn dagboek te leggen;
het eerste sneeuwvlokje aarzelt nog,
het laat zich op mijn schouder vallen.
De regen meent het goed met mij,
Hij wandelt op het dak van de wereld
In onhoorbare pantoffels.
Maar Onze Lieve Heer heeft zevenmijlslaarzen aan
en gaat voorbij aan de jaren waarin ik leef.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Christoph Meckel (12 juni 1935 – 29 januari 2020)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 12e juni ook mijn blog van 12 juni 2020 en eveneens mijn blog van 12 juni 2019 en ook mijn blog van 12 juni 2016 deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:35 Reageer op dit bericht

Sophie van der Stap, Christoph Meckel

De Nederlandse schrijfster Sophie van der Stap werd geboren in Amsterdam op 11 juni 1983. Zie ook alle tags voor Sophie van der Stap op dit blog.

Uit: Een blauwe vlinder zegt gedag

“27 maart 2007. Slechts een datum, maar ook zoveel meer dan dat. Die dag reed ik weg van huis. De opeenvolging van pijnlijke herinneringen ging te snel om van me af te schudden. Zelfs niet voor een dag, een minuut, of een moment. Ik reed met een omweg door Duitsland naar Spanje, maar algauw bleek Spanje niet groot en ver genoeg. De kilometers gingen hard, bijna net zo hard als mijn gedachten. Mijn hoofd stond bol van de woorden, de spiegels vol van de vrachtwagens, maar de weg voor mij was leeg. Blank. En vooral: vrij. 240.638, las ik op de display. Slechts de laatste 638 kilometers waren van mij. Ik reed weg van Amsterdam, van alles wat mijn leven beheerste en bepaalde, op weg naar een nieuwe, lege dag, die, in gedachten, alleen ingevuld kon worden in Spanje. Maar helaas kun je eenzaamheid niet vullen, daar ben ik inmiddels wel achter. Het was de eenzaamheid die mij vulde. Het leven bepaalde meer voor mij dan ik voor mijn leven. De rollenwisseling die hieraan vooraf was gegaan heb ik machteloos moeten toestaan, steeds verder weg rakend van mijn eigen speelterrein, de zijlijn op. Misschien dat het wel altijd zo geweest is. Misschien dat het gewoon zo is. Misschien dat mijn geloof in maakbaarheid meer weg heeft van dromen dan van wakker zijn. Dat weet ik niet. Hoe het ook zij, mijn ongeloof in grenzen knaagde als een bezetene aan mijn geloof in mogelijkheden. De acceptatie dat het leven van meer toevalligheden en omstandigheden aan elkaar hangt dan ik me ooit heb voorgenomen te accepteren, kroop grillig als een naaktslak bij me naar binnen. Het was oorlog binnen mijn eigen filosofie en het geschil had ik zelf op te lossen. Enerzijds volgde ik de paden van een droom, anderzijds vertrok ik uit een eerdere droom, die ik los moest zien te vlechten van mijn toekomst. Met het afsterven van Chantal en het inkrimpen van mijn hart, raakte ik meer en meer verstikt in de leegte, die als een koude deken om me heen was geslagen.
De werkelijkheid verschuift en verwachtingen schuiven mee. Ze passen zich stilletjes aan de nieuwe straatstenen aan, die ik twee jaar geleden op een winderige ochtend in januari voor het eerst bewandelde. Vanaf die ochtend was alles anders. Het is moeilijk te bevatten wat er met je gebeurt als op jonge leeftijd de weg vooruit ophoudt te bestaan. Je kunt niet meer dromen en je durft niet meer te dromen zonder de pijn te voelen van de eenzaamheid die niet in te vullen blijkt.”

 

Sophie van der Stap (Amsterdam, 11 juni 1983)

 

De Duitse dichter, schrijver en graficus Christoph Meckel werd geboren op 12 juni 1935 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Christopher Meckel op dit blog.

 

Vogel

DE VOGEL IS HET TEGENOVERGESTELDE VAN ALLES –
Maar niet het tegenovergestelde van lucht en hemel
zij zijn het paleis en de danszaal van de vogelvolken.

Tot het einde van de nacht een kauw,
die in de laatste sneeuw van de maartochtend roept,
Het zou een ekster kunnen zijn, het zilveren kettinkje van Stella
in de snavel, waar laat je het. Hij is niet
het tegenovergestelde van het licht, de zee, de zomer,
van stormen uit negentig richtingen van het nadir.

Hij is de zwarte wouw en heeft geen vijanden.
Mijn vogel, maar hij kent mij niet.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Christoph Meckel (12 juni 1935 – 29 januari 2020)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 11e juni ook mijn blog van 11 juni 2021 en ook mijn blog van 11 juni 2020 en eveneens mijn blog van 11 juni 2019 en ook mijn blog van 11 juni 2017 deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:37 Reageer op dit bericht

Louis Couperus, Christoph Meckel

De Nederlandse schrijver Louis Couperus werd op 10 juni 1863 geboren in Den Haag. Zie ook alle tags voor Louis Couperus op dit blog.

Uit: De stille kracht

“De volle maan, tragisch dien avond, was reeds vroeg, nog in den laatsten dagschemer opgerezen als een immense, bloedroze bol, vlamde als een zonsondergang laag achter de tamarindeboomen der Lange Laan en steeg, langzaam zich louterende van hare tragische tint, in een vagen hemel op. Een doodsche stilte spande alom als een sluier van zwijgen, of, na de lange middagsiësta, de avondrust zonder overgang van leven begon. Over de stad, wier wit gepilaarde villa-huizen laag wegscholen in het geboomte der lanen en tuinen, hing een donzende geluideloosheid, in de windstille benauwdheid der avondlucht, als was de matte avond moê van den zonneblakenden dag der Oostmoesson. De huizen, zonder geluid, doken weg, doodstil, in het loover van hunne tuinen, met de regelmatig opblankende rissen der groote gekalkte bloempotten. Hier en daar werd een licht al ontstoken. Plotseling blafte een hond, en antwoordde een andere hond en verscheurde de donsende stilte in lange, ruwe flarden; de nijdige hondekelen, heesch, ademloos, schor vijandig; plotseling ook zwegen zij stil.
Aan het einde der Lange Laan lag diep in zijn voortuin het Rezidentie-huis. Laag, dadelijk in den nacht der waringinboomen, zigzagde het zijne pannendaken, het eene achter het andere, naar de schaduw van den achtertuin toe, met een primitieve lijn van dakteekening, over iedere galerij een dak, over iedere kamer een dak, tot éene lange daksilhouet. Vóor echter, rezen de witte zuilen der voorgalerij, met de witte zuilen der portiek, hoog blank en aanzienlijk op, met breede tusschenruimten, met groote openheid van ontvangst, met eene uitbreiding van indrukwekkend paleisportaal. Door de open deuren verschoot de middengalerij vaag naar achteren toe, met een enkel licht opgeglimd.
Een oppasser ontstak de lantarens ter zij van het huis. Halfcirkels van groote, witte potten met rozen en chrysanten, met palmen en caladiums, bogen links en rechts wijd voor het huis naar ter zijde uit. Een breede grindlaan vormde den oprit tot in de witgezuilde portiek; dan strekte zich uit een wijd dor gazon, met potten omgeven, en, in het midden op een gemetseld voetstuk, een monumentale vaaspot, met een groote latania.”

 

Louis Couperus (10 juni 1863 – 16 juli 1923)
Borstbeeld van Couperus in Den Haag (detail)

 

 

De Duitse dichter, schrijver en graficus Christoph Meckel werd geboren op 12 juni 1935 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Christopher Meckel op dit blog.

 

 Slapeloos

Omdat het zandmannetje zijn zak verloor,
zal ik dit millennium slapeloos zijn,
Ik zal de gescheurde sandalen van de boze repareren
waarmee hij over gedempte tapijten loopt.

Voor het feit dat zijn sombere bloemen,
zijn wilde lachen mij opvrolijkt,
voor het feit dat zijn hel mij slaap belooft,
warme, bruine, rokende slaap,
wil ik hem mijn dood als fooi geven.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Christoph Meckel (Berlijn, 12 juni 1935)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 10e juni ook mijn blog van 10 juni 2023 en ook mijn blog van 10 juni 2021 en ook mijn blog van 10 juni 2020 en eveneens mijn blog van 10 juni 2019 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 15:54 Reageer op dit bericht

Maarten Doorman, Marie Howe

De Nederlandse dichter, schrijver, criticus en filosoof Maarten Doorman werd geboren op 9 juni 1957 in Medina Sidonia (Spanje). Zie ook alle tags voor Maarten Doorman op dit blog.

 

Populieren

Populieren
van oude kranten gemaakte
stijve regenwuivers,
hun wintertakken
kreukels zonder schaduw,
populieren
nog eerder geknakt
dan omgehakt, op papier
alleen levend
sluiten ze
zonder mee te tellen
hoogstens ergens
een veldje af
na het spelen.
Populieren
niet in staat zelfs
in hun kalme regens
nog iets voor te stellen,
door de bomen
eens bos te zijn.

Maar ’s zomers soms
langs een kanaal
of op een flinke akker
in rijen geplant
nemen ze je ertussen,
krijgen ze klein

 

 

Luik / Rue des Ramons

Tegen de helling word je een optocht
in jezelf, de huizen
leunen hoe laag ook als gewelf
op je schouders, vogels
komen niet hoger dan hun open kooi
in het kozijn.
De erewacht van woningen
ontbeert veerkracht tot het eind
en valt hogerop uiteen
in een carrosseriebedrijf en een tuin
achter een hekje uit een tijd voorbij.
Schuin houdt dit op en schijnbaar
gaat deze hang open
door uit te lopen op iets anders
door de dwang opzij te kruipen
of het hoofd tegen de lucht te stompen.
Ook rugwaarts ontsnap ik niet
uit dit verkrompen randgebied.

 

 

Île d’amour

Kom er maar eens op,
het ziet uit op alle kanten
die je niet op kunt. Het kan niet
op – met lucht op water
tekenen ze zich af, de golven
opposanten van een strand
zonder afstand tot het land
alsof het zand niets anders
dan zichzelf omgaf – kom
er maar eens af.

 

Maarten Doorman (Medina Sidonia, 9 juni 1957)

 

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Amerikaanse dichteres Marie Howe werd geboren in 1950 in Rochester, New York. Zie ook alle tags voor Marie Howe op dit blog.

 

 

Wat de stilte zei

Geloof je nog steeds in grenzen?
Vogels vliegen op boven je kaarten en muren, en dat is altijd zo geweest.
Je hebt misschien wel eens gezien hoe de rook van je eigen vuur
reisde op de wind die je niet kon zien
zwevend over de vallei
en omhoog en over de heuvels en over de volgende vallei en de volgende heuvel.

Heb je de dieren niet horen huilen en zingen?
Of de stilte gehoord van de dieren die niet langer zongen?
Nu weet je wat het is om bang te zijn.
Je denkt dat dit een droom is? Het is geen
droom. Denk je dat dit een theoretische vraag is?
Waar hou je meer van dan van wat je denkt dat jouw unieke leven is?
Het water wordt helderder. De zwanen vestigen zich daar en dobberen er.

Ben jij bereid om weer je plek in het bos in te nemen? leem en schors te worden
een vallend blad te zijn. vanaf grote hoogte. om de worm te zijn die het blad eet
en de vogel die de worm eet? Kijk naar de lucht: ben je
bereid om weer de lucht te zijn?

Je denkt dat deze les
te moeilijk voor je is. Je wilt dat de time-out eindigt. Je wil
naar de film gaan zoals voorheen, met je vrienden samenzitten en eten.
Het kan nu eindigen, maar niet op de manier zoals jij je voorstelt Je kent
de geest die al zo lang tegen je praat – de geest die
alles kan verklaren? Luister niet.

Je was ooit een staatsburger van een land genaamd Ik Weet Het Niet.
Herinner je je de brandende boot die je daar naartoe bracht? Klim erin.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Marie Howe (Rochester, 1950)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 9e juni ook mijn blog van 9 juni 2020 en eveneens mijn blog van 9 juni 2019 en ook mijn blog van 9 juni 2018 deel 2.

Geschreven door Romenu om 11:02 Reageer op dit bericht

Marguerite Yourcenar, Nino Haratischwili, Marie Howe

De Belgisch-Amerikaanse, Franstalige schrijfster Marguerite Yourcenar werd geboren in Brussel op 8 juni 1903. Zie ook alle tags voor Marguerite Yourcenar op dit blog.

Uit: Memoirs of Hadrian (Vertaald door Grace Frick, in samenwerking met de schrijfster)

“In spite of the legends surrounding me, I have cared little for youth, and for my own youth least of all. This much vaunted portion of existence, considered dispassionately, seems to me often a formless, opaque, and unpolished period, both fragile and unstable. Needless to say I have found a certain number of exquisite exceptions to the rule, and two or three were admirable; of these, Mark, you yourself will have been the most pure. As for me, I was at twenty much what I am today, but not consistently so. Not everything in me was bad, but it could have been : the good or the better parts served to support the worse. I look back with shame on my ignorance of the world, which I thought that I knew, and on my impatience, and on a kind of frivolous ambition and gross avidity which I then had. Must the truth be told ? In the midst of the studious life of Athens, where all pleasures, too, received their due, I regretted not Rome itself but the atmosphere of the place where the business of the world is continually done and undone, where are heard the pulleys and gears in the machine of governmental power. The reign of Domitian was drawing to a close; my cousin Trajan, who had covered himself with glory on the Rhine frontier, ranked now as a popular hero; the Spanish tribe was gaining hold in Rome. Compared with that world of immediate action, the beloved Greek province seemed to me to be slumbering in a haze of ideas seldom stirred by change, and the political passivity of the Hellenes appeared a somewhat spiritless form of renunciation. My appetite for power, and for money (which is often with us a first form of power) was undeniable, as was the craving for glory (to give that beautiful and impassioned name to what is merely our itch to hear ourselves spoken of). There was mingled confusedly with these desires the feeling that Rome, though inferior in many things, was at least superior in its demand that its citizens should take part in public affairs, those citizens at least who were of senatorial or equestrian rank. I had reached the point where I felt that the most ordinary debate on such a subject as importation of Egyptian wheat would have taught me more about government than would the entire Republic of Plato.
Even a few years earlier, as a young Roman broken to military discipline, I could see that I had a better understanding than my professors of what it meant to be a Spartan soldier, or an athlete of Pindar’s time. I left the mellow light of Athens for the city where men wrapped and hooded in heavy togas battle against February winds, where luxury and debauch are barren of charm, but where the slightest decision taken affects the fate of some quarter of the world. There a young and eager
provincial, not wholly obtuse but pursuing at first only vulgar ambitions, was little by little to lose such aspirations in the act of fulfilling them; he was to learn to contend both with men and with things, to command, and what is perhaps in the end slightly less futile, to serve.”

 

Marguerite Yourcenar (8 juni 1903 – 17 december 1987)

 

 

De Georgische schrijfster en regisseuse Nino Haratischwili werd geboren op 8 juni 1983 in Tbilisi. Zie ook alle tags voor Nino Haratischwili op dit blog.

Uit: De kat en de generaal (Vertaald door Elly Schippers en Jantsje Post) 

“Ze keek naar de lucht. Door het dichte wolkendek zag ze een akelig felle cirkel. Ze had het gevoel dat ze dwars door het verblindende wit de gloeiende botten zou kunnen zien, als ze maar lang genoeg bleef turen, als ze het maar verdroeg dat haar netvlies vlam vatte. Maar ze wendde haar blik af, de lucht was in een paar seconden betrokken en de wolken dreven de mist de bergkloof in.
Weer die minachtende blikken toen ze het marktplein op liep, ze werd achtervolgd door gefluister. Ook de kleverige gele hagedissenblikken van de oude vrouwen brandden op haar huid. Ze waren vast weer over haar aan het roddelen omdat ze zonder hoofddoek door het dorp liep.
De mist pakte zich razendsnel samen boven de kloof. Zwaar en stil was hij de dorpen binnengekropen en met zijn onverzadigbare muil had hij alles en iedereen opgeslokt. Je moest je geweldig inspannen om een hand voor ogen te kunnen zien.
De mist en de vochtige kou maakten de mensen gespannener, prikkelbaarder, de toch al ijzige sfeer in het dorp was om te snijden. De vrouwen slopen op kousenvoeten rond en deden stilletjes hun dagelijks werk, terwijl de mannen zich met een ernstig en geheimzinnig gezicht in groepjes terugtrokken in de achterkamertjes.
De winter zou hier binnenkort even meedogenloos als altijd aanbreken. De bewoners wapenden zich en stelden zich in op de koude, heldere nachten en de ijzige ochtendwinden. Maar er hing nog iets anders in de lucht, nee, het lag op de loer, ze kon het niet onder woorden brengen, ze kende deze sfeer niet, ze wist alleen dat die niet veel goeds voorspelde. In tegenstelling tot alle anderen wilde
ze zich echter niet door zorgen en angsten laten verlammen. Ze wilde zich net als andere jaren verheugen op de eerste sneeuw. Ze wilde met de kleine Asma sneeuwballengevechten houden en sleetjerijden – ondanks het gejeremieer van haar moeder dat zulk gedrag niet gepast was voor een jonge vrouw van haar leeftijd. Ze wilde het geknerp onder haar voeten voelen, de witte dekentjes van de dunne mosgroene sparrentakken schudden en lachen om niets, gewoon zomaar, zoals ze altijd had gedaan.”

 

Nino Haratischwili (Tbilisi, 8 juni 1983)

 

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Amerikaanse dichteres Marie Howe werd geboren in 1950 in Rochester, New York. Zie ook alle tags voor Marie Howe op dit blog.

 

Slecht weer

Wat maakt het uit dat deze koude juni aanbreekt, nog een bord
op de keukenvloer, rinkelend onder de tafelpoten.
Dus is de lange bezem nodig, een keer extra bukken.
Het moet er onderuit. Als de zon terugkomt. Als de regen stopt.

Maar er klopt iets niet. Iets klopt er niet.
De wasmachine loopt vast en zoemt te luid. De mezen
vallen uit de bomen. Er zit een zwaluw vast in de schoorsteen.
Het kleinste ramlammetje eet niet. De dagen gaan voorbij.

Juni is te koud. De spinnen die in de spanten huizen
dreigen het nest te overspoelen, Ze kunnen niet snel genoeg gegeten worden.
De moeder, buiten zichzelf, heeft dit slechts één keer eerder zien gebeuren,
de eitjes gehuld in een gaas.

Er komen geen brieven. De kleine tinnen vlag is neergelaten. Het huis kruipt
verder van de weg. Het gras rijst op in de regen. De zeisen
roesten en snijden niet. De messen piepen en zuchten, niets
te doen. Wij sluiten de portiekdeuren, maar elke avond

gaan ze een klein stukje open. We horen het vanuit de slaapkamer,
een zacht kraken. Er is niemand. De kou ligt in de wei,
waar de schapen goedgelovig en stoer en stom zijn, maar
het ramlam wil niet eten. Zijn moeder is het al vergeten.

De ramen blijven niet dicht. Zelfs de kleine spijkers
die we erin rammen, zitten ’s ochtends los en de schermen klapperen
een beetje in de zachte koude wind. Van onder de dekens,
zie ik hoe je door het huis beweegt en de kapotte dingen repareert:

de bureaulamp, de broodrooster, de radio die nog steeds niet wil praten.
De rode duiven hebben al een week niet gelegd. Er is niets wat we kunnen doen.
Niets. Het zou tien jaar geleden kunnen zijn. Ik zou kunnen dromen.
Dit zou de afgelopen winter geheel van voren af aan kunnen zijn

met het opgestapelde hout en de sneeuw die van kilometers ver aanstormt.
Ook de bomen leunden een beetje raar en de kat
was dagenlang verdwenen. Niets zou maken dat zij terugkwam.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Marie Howe (Rochester, 1950)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 8e juni ook mijn blog van 8 juni 2020 en eveneens mijn blog van 8 juni 2019 en ook mijn blog van 8 juni 2018 en eveneens mijn blog van 8 juni 2017.

Geschreven door Romenu om 15:01 Reageer op dit bericht

Orhan Pamuk, Nikki Giovanni

De Turkse schrijver Orhan Pamuk werd geboren op 7 juni 1952 in Istanbul. Zie ook alle tags voor Orhan Pamuk op dit blog.

Uit: De nachten van de pest (Vertaald door Hanneke van der Heijden)

“In de wandelgangen van het paleis deed in die dagen het gerucht de ronde dat die kwalijke bedoelingen eruit bestonden het pasgetrouwde paar uit Istanbul weg te krijgen en te laten creperen in door gele koorts geplaagde Aziatische contreien of in een door cholera geteisterde Arabische woestijn, maar er waren er ook die daartegen inbrachten dat je altijd pas begreep waar Abdülhamit op uit was als hij eenmaal klaar was met zijn machinaties. Dokter Schoonzoon had een positievere kijk op de zaak. Hij was een zeer succesvolle en hardwerkende quarantainearts van achtendertig jaar. Hij had het Osmaanse Rijk vertegenwoordigd op internationale congressen over gezondheidszorg. Met zijn successen had hij de aandacht van Abdülhamit getrokken, hij had met hem kennisgemaakt, en geconstateerd wat veel quarantaineartsen al wisten, namelijk dat de sultan niet alleen verzot was op detectiveromans, maar ook op innovaties in de Europese geneeskunst. De sultan volgde de ontwikkelingen inzake bacteriën, laboratoria en vaccins op de voet en wilde de laatste medische ontdekkingen in Istanbul en het Osmaanse Rijk introduceren. Ook had dokter Nuri bemerkt dat de sultan op de hoogte was van nieuwe besmettelijke ziekten die uit Azië en dan met name China oprukten, en dat hij daar bezorgd over was.
Omdat het windstil was op de Middellandse Zee vorderde de reis van het statelijk jacht Aziziye sneller dan voorzien. Hoewel het niet op de vooraf bekendgemaakte routebeschrijving stond, had het schip de haven van Izmir aangedaan. Terwijl de Aziziye de in nevelen gehulde Izmirse kade naderde, waren de leden van het comité om de haverklap het smalle trapje naar de stuurhut op geklauterd om daar om uitleg te vragen, maar ze kregen slechts te horen dat er een mysterieuze passagier aan boord zou komen. De Russische kapitein zei dat zelfs hij niet wist wie er zou aanmonsteren.
De mysterieuze passagier die de Aziziye betrad was de inspecteur-generaal van volksgezondheid, de befaamde scheikundige en apotheker Bonkowski pasja. De vermoeide maar levendige zestigjarige was de hofscheikundige van de sultan en de oprichter van het moderne Osmaanse apothekerswezen. Daarnaast was hij een semisuccesvolle zakenman en de voormalig eigenaar van diverse firma’s die rozenwater en geurtjes produceerden, mineraalwater bottelden en geneesmiddelen maakten. De laatste tien jaar was hij uitsluitend werkzaam geweest als inspecteur-generaal van volksgezondheid in dienst van het Osmaanse Rijk, in het kader waarvan hij rapporten over cholera en pestepidemieën schreef voor de sultan, en daarnaast van epidemie naar epidemie, van haven naar haven, van stad naar stad reisde om in naam van de sultan ter plekke toezicht te houden op de maatregelen met betrekking tot quarantaine en volksgezondheid.”

 

 

Orhan Pamuk (Istanbul, 7 juni 1952)

 

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Nikki Giovanni werd geboren op 7 juni 1943 in Knoxville, Tennessee. Zie ook alle tags voor Nikki Giovanni op dit blog.

 

Een gedicht over de moord op Robert F. Kennedy

Bomen worden nooit gekapt. . . in de zomer . . . Niet als er nog vruchten. . .
gedragen moeten worden. . . Nooit vóór de belofte. . . wordt vervuld. . .
Niet wanneer hun verkoelende schaduw. . . nog moet troosten. . .

Toch zijn er die. . . geen acht slaand op de natuur. . . onverschillig tegenover
ecologie. . . onwetend van de behoefte. . . die. . . met bijl en geslepen
zaag . . . zouden . . . in laarzen. . . naar voren treden en schaden. . .

Niet de boom. . . want die valt. . . Maar die. . . in
zomerhitte. . . of winterkou. . . de schoonheid . . .
zouden beschouwen

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 

Nikki Giovanni (Knoxville, 7 juni 1943)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 7e juni ook mijn blog van 7 juni 2020 en eveneens mijn blog van 7 juni 2019 en ook mijn blog van 7 juni 2015 deel 2.

Geschreven door Romenu om 14:39 Reageer op dit bericht

Thomas Mann, Nikki Giovanni

De Duitse schrijver Thomas Mann werd geboren in Lübeck op 6 juni 1875. Zie ook alle tags voor Thomas Mann op dit blog.

Uit: Herr und Hund

„Im letzten Augenblick aber und dicht vor dem Anprall weiß er zu bremsen und einzuschwenken, was sowohl für seine körperliche als seine geistige Selbstbeherr­schung zeugt; und nun beginnt er, ohne Laut zu ge­ben – denn er macht einen sparsamen Gebrauch von seiner sonoren und ausdrucksfähigen Stimme -, einen wirren Begrüßungstanz um mich herum zu vollführen, bestehend aus Trampeln, maßlosem Wedeln, das sich nicht auf das hierzu bestimmte Ausdruckswerkzeug des Schwanzes beschränkt, sondern den ganzen Hinter­leib bis zu den Rippen in Mitleidenschaft zieht, ferner einem ringelnden Sich zusammenziehen seines Kör­pers, sowie schnellenden, schleudernden Luftsprüngen nebst Drehungen um die eigene Achse, – Aufführun­gen, die er aber merkwürdigerweise meinen Blicken zu entziehen trachtet, indem er ihren Schauplatz, wie ich mich auch wende, immer auf die entgegengesetzte Seite verlegt. In dem Augenblick jedoch, wo ich mich niederbeuge und die Hand ausstrecke, ist er plötzlich mit einem Sprunge neben mir und steht, die Schulter gegen mein Schienbein gepreßt, wie eine Bildsäule: schräg an mich gelehnt steht er, die starken Pfoten gegen den Boden gestemmt, das Gesicht gegen das meine erhoben, so daß er mir verkehrt und von unten herauf in die Augen blickt, und seine Reglosigkeit, während ich ihm unter halblauten und guten Worten das Schulterblatt klopfe, atmet dieselbe Konzentration und Leidenschaft wie der vorhergegangene Taumel.“ Es ist ein kurzhaariger deutscher Hühnerhund, – wenn man diese Bezeichnung nicht allzu streng und strikt nehmen, sondern sie mit einem Körnchen Salz verstehen will; denn ein Hühnerhund wie er im Buche steht und nach der peinlichsten Observanz ist Bauschan wohl eigentlich nicht. Für einen solchen ist er erstens vielleicht ein wenig zu klein, – er ist, dies will betont sein, entschieden etwas unter der Größe eines Vorstehhundes; und dann sind auch seine Vorderbeine nicht ganz gerade, eher etwas nach außen gebogen, – was ebenfalls jenem Idealbilde reiner Züchtung nur ungenau entsprechen mag. Die kleine Neigung zur »Wamme«, das heißt: zu jener faltigen Hautsackbildung am Halse, die einen so würdigen Ausdruck verleihen kann, kleidet ihn ausgezeichnet; doch wurde auch sie wohl von unerbittlichen Zuchtmeistern als fehlerhaft beanstandet werden, denn beim Hühnerhund, höre ich, soll die Halshaut glatt die Kehle umspannen. Bauschans Färbung ist sehr schon. Sein Fell ist rostbraun im Grunde und schwarz getigert. Aber auch viel Weiß mischt sich darein, das an der Brust, den Pfoten, dem Bauche entschieden vorherrscht, wahrend die ganze gedrungene Nase in Schwarz getaucht erscheint. Auf seinem breiten Schädeldach sowie an den kühlen Ohrläppchen bildet das Schwarz mit dem Rostbraun ein schönes, samtenes Muster, und zum Erfreulichsten an seiner Erscheinung ist der Wirbel, Büschel oder Zipfel zu rechnen, zu dem das weiße Haar an seiner Brust sich zusammendreht, und der gleich dem Stachel alter Brustharnische waagerecht vorragt. Übrigens mag auch die etwas willkürliche Farbenpracht seines Felles demjenigen für »unzulässig« gelten, dem die Gesetze der Art vor den Persönlichkeitswerten gehen, denn der klassische Hühnerhund hat möglicherweise einfarbig oder mit abweichend gefärbten Platten geschmückt, aber nicht getigert zu sein.“

 

Thomas Mann (6 juni 1875 – 12 augustus 1955)
De schrijver en Bauschan. Bronzen standbeeld in Gmund am Tegernsee, waar Thomas Mann in 1918 aan deze novelle werkte.

 

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Nikki Giovanni werd geboren op 7 juni 1943 in Knoxville, Tennessee. Zie ook alle tags voor Nikki Giovanni op dit blog.

 

Skydiving

Ik hang aan de rand
van dit universum
zing vals
praat te luid
omarm mezelf
om de val op te vangen

Ik zal tuimelen
in de diepe ruimte
nooit in deze vorm
of met dit gevoel
om terug te keren naar de aarde

Het is niet tragisch

Ik zal spiraalsgewijs
door dat zwarte gat gaan
huid ledematen verliezen
interne organen
mijn naakte ziel
verschroeien

Landen
in het volgende sterrenstelsel
met alleen mijn essentie
mezelf omarmen
terwijl

ik droom over jou

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Nikki Giovanni (Knoxville, 7 juni 1943)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 6e juni ook mijn blog van 6 juni 2020 en eveneens mijn blog van 6 juni 2019 en ook mijn blog van 6 juni 2015 deel 2.

Geschreven door Romenu om 17:29 Reageer op dit bericht

Federico García Lorca, Paul Farley

De Spaanse dichter en toneelschrijver Federico Garcia Lorca werd geboren op 5 juni 1898 in Fuente Vaqueros, Granada. Zie ook alle tags voor Federico Garcia Lorca op dit blog.

 

Kindertijd en dood

Op zoek naar mijn kindertijd, God nog toe,
ben ik rotte sinaasappels gaan eten, oud papier, uitgewoonde duivetillen,
en toen ontdekte ik onderin de put mijn kinderlijkje
door ratten opgevreten, onder dossen haar afgeknipt van de gekken.
Mijn matrozenpakje
was niet doordrenkt met walvistraan
maar had het kwetsbaar eeuwige van foto’s.
Verdronken, goed en wel verdronken, slaap kindje slaap
kindje gevloerd op school en door de wals der gewonde roos,
confuus van het sombere gloren van dons op de dijen,
confuus van de man in je, links pruimend op tabak.
Ik hoor een dorre rivier vol conservenblikken
waar de riolen in uitzingen en bebloede hemden uitbraken,
rivier van rottende katten die bloemkronen nadoen en anemonen
om de maan te misleiden dat die ze komt koesteren.
Hier heel alleen met mij verdronkene.
Hier heel alleen in tocht uit koude mossen en blikken deksels.
Hier heel alleen zie ik dat voor mij de deur is dichtgedaan.
Ze hebben de deur voor mij dichtgedaan en er is een groep doden
aan het schijfschieten, en nog een groep doden
in de keuken op zoek naar schillen van meloen
en eenzaam een blauwe onverklaarbare dode
op zoek naar mij de trappen op, en die in de put graait,
terwijl de sterren het slotgat der kathedralen opvullen met as
en iedereen ineens in kinderkleertjes blijft.Op zoek naar mijn kindertijd, God nog toe,
ben ik leeggeknepen citroenen gaan eten, stalvloeren, verschoten kranten,
maar mijn kindertijd bleek een rat, weggeglipt door een hele donkere tuin,
een rat met tussen zijn tandjes een doodkist van goud,
op een huis van piano’s af, fel door de maan bestookt.

 

Vertaald door Dolf Verspoor

 

 

Processie

Door het steegje komen
wonderlijke eenhoorns.
Uit welke streek,
uit welk mythologisch bos?
Dichterbij
lijken ze wel astronomen.
Fantastische Merlijnen
en de Ecce Homo.
De betoverde Durendael.
Orlando Furioso.

 

 

Juan Breva

Juan Breva had
het lijf van een reus
en de stem van een meisje.
Niets klonk als zijn hoge triller.
Het was de pijn
zelf die zong
achter een glimlach.
Hij roept de citroentuinen op
van het slapende Málaga,
en zijn klaagzang
smaakt naar het zout van de zee.
Zoals Homerus zong hij
blind. Zijn stem had iets
van een zee zonder licht
en een sinaasappel die uitgeknepen is.

 

 

Vertaald door Elly de Vries-Bovée

 

Federico García Lorca (5 juni 1898 – 19 augustus 1936)

 

 

De Britse dichter en schrijver Paul Farley werd geboren op 5 juni 1965 in Liverpool. Zie ook alle tags voor Paul Farley op dit blog.

 

Voor Sint-Hiëronymus

Bewaker van de datumstempel en kaartcatalogus,
bewaarder van kennis, en een memobord voor het personeel
vol geprikt met dronkaards en mannen die de atlassen likken,
ga met me mee terwijl ik de boemannen weg tipp-ex
en Glade sproei in de krantensectie.
Zuurpruim, leer me hoe ik moet glimlachen terwijl ik een boete geef
aan de zondaars die onlangs in het ziekenhuis hebben gelegen,
met stomheid geslagen door de bliksem, of vergeten.
Leer mij hun snippers en bladwijzers te verdragen
met de standvastigheid waarvoor je niet beroemd bent:
de buskaartjes, ansichtkaarten, plakjes bacon
en voor één keer- geef me de kracht- een dichtgeknoopt condoom.
Poortwachter, waak over uitgeleende boeken;
hun maanden van vagevuur doorgebracht in badstoom
of onder bedden. Waak over degenen die in de steek zijn gelaten
op busstoelen of parkbanken. Genees de ingescheurden.
Haal ze terug uit huizen met de mazelen.
Informeer Milieugezondheid onmiddellijk.
En leer mij met een korzelige houding te werken,
En het martelaarschap van de index, die van jou was;
om me uit te spreken in de stilte van je feestdag
waarvan de wijdverbreide viering allang had moeten plaatsvinden.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Paul Farley (Liverpool,. 5 juni 1965)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 5e juni ook mijn blog van 5 juni 2020 en eveneens mijn blog van 5 juni 2019 en ook mijn blog van 5 juni 2017 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Ralf Thenior, Daniela Dröscher

De Duitse dichter en schrijver Ralf Thenior werd geboren op 4 juni 1945 in Bad Kudowa. Zie ook alle tags voor Ralf Thenior op dit blog.

 

Alma

Ein schneeweißer Hund
schneeflockengleich weht er
übers Stoppelfeld hüpft
wie ein Schmetterling durch die Luft
läuft einem Zirkusgaul gleich
täuscht Bremsung vor
und setzt mit rehgleichem Satz
jubelnd (scheint es) über Strohwälle
noch einer und noch einer
voller Eleganz und Lebensfreude
Morgen werden sie das Stroh
zu Ballen pressen übermorgen
glänzt schwarze Scholle
im Sonnenlicht

 

 

Köln, Völkerkundemuseum

An der Haltestelle der Straßenbahn Nr. 16
schnäuzt sich ein Sachse, Salier niesen, drei
Ubier steigen zu, ein Hunne, Bässe im Hirn,
Knöpfe im Ohr, alte Karolingerin spricht über
Clubs, die es nicht mehr gibt, Seifenspender
damals eins a, zwei Latinas schnattern rasant,
dort malt eine Hand in Schönschrift Shitsos
an die Wand – der Tag frostklar, zerbrechlich.

Urformen der Kunst im Rautenstrauch-Joest-
Museum, Fotos von Bloßfeldt, frischer Trieb
einer Trichterlilie, weibliche Figur der Songye
aus dem Kongo – gefährliche Ähnlichkeiten
verstellen den Blick – der Keimblattkopf
der Christrose mit Schwanenhals kraftvoll
wie die Götterfigur der Nukuoro, Karolinen
– aus dem Erlebnis des Wachsens gebildet?

Der Wärter der asiatischen Götter empfiehlt
die Hühnersuppe aus dem Heißgetränkeautomat
mit slawischem Vibrato: hatte schon Schlechteres.
Das Adjektiv luftbekleidet weht mich an. Versuche
die Gesten der Erleuchteten – Fingerstellungen:
Schutzgebärde, Erdanrufung, Gabengewährung.
Ein sterbender Buddha kneift lachend ein Auge
zu. Draußen verändert sich krachend die Welt.

 

 

Ein Anflug von etwas

oh die Botschaft von der zyklischen Weisheit des
Körpers kommt im Umschlag eines unbedachten
Augenblicks GUTEN MORGEN der Frühling ist da
kein Weiß kein Rot kann so erglühn in Zärtlichkeit
wie dieses Grün und alle Knöpfe platzen auf
die Zunge taumelt dir im Munde wie springt vom
Fuß der Hochzeitsschuh von diesem winzigen
Gefühl das sich bewegt und eine Wunde legt aus
der die Blumen sprießen die schon gefressen sind

 

 

Fièvre Tangerienne

Het is niet gemakkelijk te krijgen
Je moet betrouwbaar zijn
Het is beter als je hier al een tijdje woont

De mensen kennen jou weten dat je cool bent
Het beste is een dealer in de buurt
Even aanbellen en voor weinig geld een pietsje

Met een harsachtige hand kom je thuis
Je snuift eraan fièvre tangerienne
Je kunt ontspannen de dag is binnen

Terwijl Dealer een paniekaanval krijgt
Lieve God, ik zou nooit walvissen doden!
Nooit! Nooit! En jij ’s nachts tegen je balkon –

Reling leunend -het schoolplein van de Lessing-
Basisschool gadeslaat en naar deze magische lamp
Kijkt boven de trap van de achteringang

Die het dahlia-achtige licht in de nacht verdoezelt

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Ralf Thenior (Bad Kudowa, 4 juni 1945)

 

 

De Duitse schrijfster Daniela Dröscher werd geboren op 4 juni 1977 in München. Zie ook alle tags voor Daniela Dröscher op dit blog.

Uit: Lügen über meine Mutter

„Meine Mutter passt in keinen Sarg. Sie ist zu dick, sagt sie. Nach ihrem Tod soll die Asche nicht in einer Urne aufbewahrt werden, sondern einfach über das offene Wasser zerstreut. Seit ein paar Jahren lebt meine Mutter am Haff Es ist der nordöstlichste Punkt des Landes. Näher an Polen, also dem Land ihrer Geburt, geht es nicht. Wir sprechen viel über den Tod. Eigentlich spricht nur sie davon. Es ist ihr Gewicht, das ihr zu schalen macht, und das, obwohl sie keines der klassischen Leiden hat, die Ärzte dicken Menschen unbesehen attestieren. Ihre Schmerzen sitzen in den Muskeln, den Gelenken. Ich kann über vieles mit meiner Mutter reden. Über fast alles eigentlich. Das Einzige, woran wir nie rühren, ist die Frage nach dem Geld. Wie es aussieht, wird sie dieses Geheimnis niemals preisgeben. Sie selbst würde vermutlich bestreiten, je ein Geheimnis gehabt zu haben. Und ob du welche hast, denke ich. So wie jeder Mensch drei Leben hat. Ein öffentliches, ein privates und ein geheimes. Mein Blick wandert über ihre Bücherregale. Tolstoi, überlege ich. Meine Mutter liebt Anna Karenina. Vielleicht könnten wir über den dramatischen Ruin von Tolstois Heldin ins Gespräch kommen? »Alle glücklichen Familien …«<, hebe ich an, doch da dreht meine Mutter bereits den schönen Kopf beiseite. »Ach was. Unglück.« Jawohl, Unglück!, denke ich. Ihr Unglück lag meine ganze Kindheit und Jugend über wie Blei auf meinen Schultern. Deshalb ist das hier nicht nur ihre es ist auch meine Geschichte. »Wenn du nicht endlich redest«, drohe ich, »muss ich etwas erfinden. Ich muss lügen.« »Nur zu. Das ist ja dein Beruf «
Meine Mutter lächelt geschmeichelt und keineswegs beeindruckt. Fast so, als wäre sie gern die Heldin in meinem Roman. Ich dagegen klinge wie ein schüchternes Kind. Nicht wie eine Schriftstellerin. Die Geschichte, die mir vorschwebt, ist eine Geschichte mit viel Schminke, blonden Perücken, Trapez und doppeltem Boden. Eine in vielerlei Hinsicht absolut dktive Geschichte. In der Philosophie beschreibt die Fiktion ein »methodisches Hilfsmittel bei der Lösung eines Problems«. Mein Problem lautet: Es gibt in meiner Familie so viele Geheimnisse, dass ich nicht weiß, wo ich anfangen soll. Die Sache mit dem Geld ist nur eines davon. Dass auch meine Mutter, obwohl sie mir so nah ist, manchmal so rätselhaft vorkommt, liegt auch an meinem Vater. Für ihn ist sie der mysteriöseste Mensch der Welt. Zugleich behauptet er, bis ins letzte Detail über sie Bescheid zu wissen.“

 

Daniela Dröscher (München, 4 juni 1977)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 4e juni ook mijn blog van 4 juni 2020 en eveneens mijn blog van 4 juni 2019 en ook mijn blog van 4 juni 2018 en ook mijn blog van 4 juni 2017 deel 2.

Geschreven door Romenu om 11:48 Reageer op dit bericht

Norbert Gstrein, Ralf Thenior

De Oostenrijkse schrijver Norbert Gstrein werd geboren op 3 juni 1961 in Mils bei Imst, Tirol. Zie ook alle tags voor Norbert Gstrein op dit blog.

Uit: Als ich jung war

„Nach dem Unglück, das dort vor dreizehn Jahren passiert ist, hätte ich nie gedacht, dass im Schlossrestaurant jemals wieder Hochzeitsfeiern stattfinden würden, und schon gar nicht, dass ausgerechnet mein Bruder sie von neuem anbieten könnte. Bis dahin und noch ein Jahr darüber hinaus, weil so lange der Vertrag lief, war unser Vater der Pächter gewesen. Danach hatte sich über Monate kein Nachfolger gefunden, und dann fand sich einer, der auf eine ganz andere Klientel aus war, eine Pizzeria eröffnete, im Keller eine Kegelbahn einrichtete, zwei Zielscheiben für Darts aufhängte und darauf setzte, dass die Geschichte mit der toten Braut entweder in Vergessenheit geraten oder im Gegenteil sogar eine makabere Attraktion werden würde. Man hatte meinem Bruder gegenüber mehreren Mitbewerbern den Vorzug gegeben, als die Pacht im vergangenen Jahr erneut ausgeschrieben worden war, und er hatte das Restaurant in kürzester Zeit zu seinem früheren Ruf gerührt, ja, sich sogar weit über die Region hinaus Anerkennung erkocht, wie es hieß, und wollte deswegen in Zukunft auch wieder an die alte Tradition mit der Heiraterei anschließen. In meiner Kindheit hatten wir gewöhnlich zwei oder drei Wochen nach Ostern, wenn die Wintersaison vorbei war, unser Hotel in den Bergen verlassen und das Restaurant bezogen, und dann begann es auch schon mit den Hochzeiten, Wochenende für Wochenende, oft zwei, eine am Frei-tag, eine am Samstag, bis in den September hinein oder gar bis Anfang Oktober. Das Hotel blieb im Sommer geschlossen, unser Vater fuhr alle paar Tage hin, um nach dem Rechten zu sehen, und erst nach Allerheiligen, wenn es oft schon wieder schneite, packten wir unsere Sachen zusammen, verriegelten alles und kehrten nach Hause zurück. Ich war damit aufgewachsen, im Winter das Hotel und die Skischule, im Sommer die Hochzeitsfabrik, wie zuerst unser Vater sie ironisch nannte, wie sie dann aber von allen ernsthaft tituliert wurde, ohne dass dadurch die Anziehungskraft litt. Man heiratete im Schloss, auch wenn es in Wirklichkeit keines war und nur so hieß, man heiratete bei unserem Vater, der diese Position irgendwann ein für alle Mal besetzt hatte. Kaum jemand aus den umliegenden Dörfern schlug sein Angebot aus, aber die Leute kamen auch aus der Stadt, entschieden sich für eine der drei Möglichkeiten, Standard, Medium oder Extraklasse, und ließen sich von unserem Vater beraten, der für alles garantierte, nur nicht für das Glück.“

 

 

Norbert Gstrein (Mils, 3 juni 1961)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Ralf Thenior werd geboren op 4 juni 1945 in Bad Kudowa. Zie ook alle tags voor Ralf Thenior op dit blog.

 

Adventsraam Amsterdam

Gekookte aardappelen met bloemkool en hollandaise saus
nerveuze Darjeeling een uitzicht vanuit het raam boven
Dikker & Thijs zijn DeliCATessenshop de tram
schreeuwt als een gewonde hond en beneden loopt de kleine
man met een pet waar twee armen uit steken met twee
handen eraan en als hij aan het lint trekt, klappen ze
de dwalende geest door de vroege avond in de schaduw
van een stad zonder meeuwen, gehaast leven niet gehaast leven
of zoals ze zei een spacecake en de tafel heeft drie
erotische benen (Amors aroma) neon salami merkper-
soonlijkheden een goliath-melange de tijd loopt altijd
nog door zei ze en nou en tuitte haar mond Spui Spöe Amor
of tremor de tweeklanken verschuiven de tijd loopt
The Kiss Of The Spider-Woman het nachtprogramma

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Ralf Thenior (Bad Kudowa, 4 juni 1945)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e juni ook mijn blog van 3 juni 2021 en ook mijn blog van 3 juni 2019 en eveneens mijn blog van 3 juni 2018 deel 2.

Geschreven door Romenu om 14:50 Reageer op dit bericht

Wien, Fronleichnam 1939 (Theodor Kramer), Eckhart Nickel, Ralf Thenior

 

 

Sacramentsprocessie in een dorp door Jean-Louis Demarne, ca. 1804

 

 

Wien, Fronleichnam 1939

Wenige waren es, die Stellung nahmen
unterm Himmel, um zur Stadt zu gehn;
als sie singend ihres Weges kamen,
blieben viele auf den Steigen stehn.

Schütter quoll der Weihrauch und die Reiser
längs der Straße standen schier erlaubt;
klagend sang der kleine Chor sich heiser
und das Volk entblößte still das Haupt.

Manche kannten nur vom Hörensagen
noch den Umgang; doch dem baren Haar
tat es wohl, daß selbst in diesen Tagen
irgendetwas manchen heilig war.

Und indessen sie dem Zug nachstarrten,
salzigen Auges, Mannsvolk, Weib und Kind,
schwenkten aus den Fenstern die Standarten
alle das verbogne Kreuz im Wind.

 

 

Theodor Kramer (1 januari 1897 – 3 april 1958)
De Parochiekerk van Niederhollabrunn, Oostenrijk, de geboorteplaats van Theodor Kramer

 

 

De Duitse schrijver en journalist Eckhart Nickel werd geboren op 2 juni 1966 in Frankfurt am Main. Zie ook alle tags voor Eckhart Nickel op dit blog.

Uit: Spitzweg

„Gleichzeitig ließ er aber mit ausgestrecktem Arm nahezu geräuschlos seinen Zeichenblock sehr langsam über das Porträt von Kirsten gleiten, bis dieser es vollends bedeckte. Ich weiß bis heute nicht, warum mich diese seine Bewegung unwillkürlich an den Mondschatten erinnerte, wie er sich bei einer Finsternis vor die Sonne schiebt. Aber ich hielt augenblicklich die Luft an, weil ich befürchtete, mein Ausatmen würde ihn verraten. Obwohl ich dem »Neuen«, wie ihn die meisten nannten, bis zu diesem Zeitpunkt eher skeptisch gegenübergestanden hatte, fühlte ich, wie uns von diesem Moment an so etwas wie eine erzwungene Komplizenschaft verband. Sie wuchs mit jedem Millimeter, den der Zeichenblock, nun mit dem Porträt von Kirsten darunter, wieder in Richtung Carl zurückwanderte, bevor er unmerklich vor ihm zum Halt kam. Carl war anders, er sprach mit niemandem von uns. Der erste und einzige Satz, den ich von ihm außerhalb des Unterrichts gehört hatte, fiel auf dem Hof, kurz vor Ende der großen Pause am Getränkeautomaten. Er war vor mir an der Reihe und hatte nach dem Einwerfen der Münzen ziemlich unentschlossen und gelangweilt auf die Auswahl gesehen, bevor er schließlich die Rückgabetaste gedrückt und das Kleingeld wieder in seine Hosentasche gesteckt hatte. Dabei musste ich ihn wohl etwas zu unverblümt angestarrt haben, jedenfalls schnipste er mit den Fingern in die Luft, als ob er mich wie ein Zauberer aus der Trance zurückrufen würde. Dazu lächelte er mir gequält ins Gesicht und sagte mit einem entschuldigenden Achselzucken: »Ich frequentiere Milch. Und daran fehlt es hier offensichtlich, wie an vielem anderen mehr.« Womit er mehr als recht hatte. »So habe ich es ja gar nicht gemeint!«, murmelte Frau Hügel kopfschüttelnd in die beklemmende Ruhe des Saals, aber eher zu sich selbst. Als ich gerade etwas zu Kirstens Verteidigung sagen wollte, streifte mein Blick Carl, der eine Augenbraue hochgezogen hatte und mir direkt in die Augen sah. Sein Daumen zog vor dem Mund einen imaginären Reißverschluss zu, dann fletschte er für den Bruchteil einer Sekunde seine Zähne und nahm sofort wieder seine übliche Pose ein — eine betont teilnahmslose Ernsthaftigkeit.“

 

 

Eckhart Nickel (Frankfurt am Main, 2 juni 1966)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Ralf Thenior werd geboren op 4 juni 1945 in Bad Kudowa. Zie ook alle tags voor Ralf Thenior op dit blog.

 

Agenda

Ik geef niet op.
Ik koop tulpen.

Mijn kat is dood.
Ik kan niet meer schrijven.
Mijn tuin, chemisch vervuild.

Geen courgettes, zegt de
provinciale gezondheidsfunctionaris.

De tulpen gaan open.
Ze bloeien op de keukentafel.

Ik heb roze met een witte rand
uitgekozen, frivool hangen ze in de lucht.

Ik verdedig mijn strandstoel.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Ralf Thenior (Bad Kudowa, 4 juni 1945)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 2e juni ook mijn blog van 2 juni 2021 en ook mijn blog van 2 juni 2019 en ook mijn blog van 2 juni 2018 deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:40 Reageer op dit bericht

Wiel Kusters, Connie Wanek, Ralf Thenior

De Nederlandse dichter, schrijver en letterkundige Wiel Kusters werd geboren in Spekholzerheide op 1 juni 1947. Zie ook alle tags voor Wiel Kusters op dit blog.

 

Parabel

Nog geen dag of drie logé geweest
of heel mijn heimwee vierde feest.

Mijn tante was mijn moeder niet,
terwijl ze op haar leek.

Mijn vader zag ik nergens meer,
mijn oom leek op mijn neef.

Ik wist nu niet wie wie nog was
en sliep niet meer voor straf.

De huiswei bood nog apppels aan
de ochtend van vertrek.

Ik raapte ze voor thuis en dacht:
Kijk, Mam, ik heb iets meegebracht.

Mijn koffertje was bijna leeg,
want tante hield de vuile was.

De appels rolden bonkend rond.

In de bus was ik beschaamd:
te vroeg ging ik naar huis.

Mijn koffertje lag in het rek.
Het wegdek had een zere plek –

daar lag mijn koffer op de grond.
Appels door de hele bus.

Ik raapte ze beschaamd weer op,
iemand lachte, iemand riep.

Ze rolden steeds bij mij vandaan
als ik mij bukte in een bocht

of snel en langzaam de chauffeur
mij heen en weer bewoog.

Misschien dat dit het leven was,
misschien ook wel de dood.

Ik wist dat niet, ik was pas acht,
ik had nog niet veel nagedacht.

De appels rolden door het stof
en ik hoorde daar bij, mijn god.

Ik werd er kotskotsmisselijk van.
De chauffeur gaf vrolijk gas.

 

 

Ballon

We kochten een ballon,
een zilveren, met gas.
Hij wilde hoog en hoger.
Jij hield hem vast.

Naar bed. Maar de ballon moet mee.
Het touwtje los. Daar zweeft hij,
mooi gezicht. Het is alsof je slaapt.
Je slaapt.

 

 

De kolenman

Zijn hoofd is een vaas.
Zijn ziel is een kind.

Zijn borst is van leem.
Zijn adem is wind.

Zakken vol steen.
Gruis draagt de wind.

Hij sjouwt door mijn droom
En noemt mij zijn kind.

 

Wiel Kusters (Spekholzerheide, 1 juni 1947)

 

 

De Amerikaanse dichteres Connie Wanek werd geboren op 1 juni 1952 in Madison, Wisconsin. Zie ook alle tags voor Connie Wanek op dit blog.

 

 

Amaryllis

A flower needs to be this size
to conceal the winter window,
and this color, the red
of a Fiat with the top down,
to impress us, dull as we’ve grown.

Months ago the gigantic onion of a bulb
half above the soil
stuck out its green tongue
and slowly, day by day,
the flower itself entered our world,

closed, like hands that captured a moth,
then open, as eyes open,
and the amaryllis, seeing us,
was somehow undiscouraged.
It stands before us now

as we eat our soup;
you pour a little of your drinking water
into its saucer, and a few crumbs
of fragrant earth fall
onto the tabletop.

 

Radiator

Mittens are drying on the radiator,
boots nearby, one on its side.
Like some monstrous segmented insect
the radiator elongates under the window.

Or it is a beast with many shoulders
domesticated in the Ice Age.
How many years it takes
to move from room to room!

Some cage their radiators
but this is unnecessary
as they have little desire to escape.

Like turtles they are quite self-contained.
If they seem sad, it is only the same sadness
we all feel, unlovely, growing slowly cold.

 

Connie Wanek (Madison, 1 juni 1952)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Ralf Thenior werd geboren op 4 juni 1945 in Bad Kudowa. Zie ook alle tags voor Ralf Thenior op dit blog.

 

Ogenblik in de lente

Op deze smerige jasmouw
fladdert haar hand neer
en vliegt meteen weer op –
een vleugje vingertop
heeft de stof aangeraakt.

De woorden, doorzichtige
vissen, borrelen op uit een
bron, die niet
zal opdrogen.

 

 

Vertaald door Tsead Bruinja

 

 

Ralf Thenior (Bad Kudowa, 4 juni 1945)

 

Zie voor de schrijvers van de 1e juni ook mijn blog van 1 juni 2020 en eveneens mijn blog van 1 juni 2019 en ook mijn blog van 1 juni 2018.

Geschreven door Romenu om 15:29 Reageer op dit bericht

Uber die Heimsuchung Mariä (Andreas Gryphius), Walt Whitman

 

 

De Visitatie door Raphael, ca. 1517

 

 

Uber die Heimsuchung Mariä

Kind! nicht gebohren Kind/ doch schon der Welt Verlangen!
Kind das noch eh als Mensch der Menschen Tröster heist
Das dieses Kind besucht/ das voll von Flamm und Geist
Dich in der Mutter Leib mit Hüpffen hat empfangen!

Schau Kind/ schau Freuden-Kind/ wie mit bethränten Wangen
Ich in der Wehmuth schwimm/ in Wehmuth die mich beist
In Wehmuth/ die mein Hertz umschlossen hält/ und reist.
Daß ich offt wünsch’ ich wär in Mutterleib vergangen

.
O komm doch süsses Kind/ du kanst mich frölich machen!
Komm/ komm/ mein Geist wird dir mit Lust entgegen gehn
Und ob er liegt/ durch dich in lauter Wonn auffstehn!

Gleich wie Elisabeth fühlt ihre Frucht auffwachen
Wen du besuchst/ fühlt/ ob er schon nicht sieht
Dich Lebens-Krafft/ durch die das Leben blüht.

 

 

Andreas Gryphius (2 oktober 1616 – 16 juli 1664)
Głogów (Duits: Glogau), de geboorteplaats van Andreas Gryphius, met de Corpus-Christi-Kirche

 

 

De Amerikaanse dichter Walt Whitman werd geboren op 31 mei 1819 in Westhills, Long Island, New York. Zie ook alle tags voor Whalt Whitman op dit blog.

 

 

HET LIED VAN MIJN EIGEN IK

2.

Ik heb den praat gehoord van de praters, den praat over het
begin en het einde;
Maar ik praat niet over het begin en het einde.

Nooit was het begin aanvankelijker dan het nu is,
Nooit was er meer jeugd of oudheid dan er nu is,

En nooit zal er meer volkomenheid zijn dan er nu is.
{13} Evenmin ietwat meer hemel of hel dan er nu is.
Vooruitgang was het begin, vooruitgang zal het eind zijn,
De scheppende vooruitgang van de wereld altijd en immer.

Licht is in duisternis en beiden gaan evenredig voort, altijd
en overal is het wezen, altijd zal de kunne er zijn;
Altijd de vereeniging van wat aantrekt, altijd het zich-zelf
blijven der verscheidenheden, altijd een nieuw geslacht.

Hier tegen in te gaan heeft geen nut, geleerd of ongeleerd
gevoelt dat dit de waarheid is.

Zeker als de onwankelbare zekerheid, lood in de rechtstandigheid,
goed doorvoegd, gesteund in de balken,
Moedig als een paard, vol kracht van liefde, onbevangen,
electrisch,
Staan wij hier in het leven, ik en dit mysterie.

Zuiver en zoet is mijn ziel, en zuiver en zoet is alles wat
niet is mijn ziel.
Waar een ontbreekt ontbreken beiden, en het ongeziene wordt
door het zichtbare bewezen,
Totdat ook dit onzichtbaar wordt en bewezen wordt op
zijn tijd.

 

Vertaald door Maurits Wagenvoort

 

Walt Whitman (31 mei 1819 – 26 maart 1893)
Portret van Walt Whitman door Robert Lacy, 2010

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 31e mei ook mijn blog van 31 mei 2020 en eveneens mijn blog van 31 mei 2019 en ook mijn blog van 31 mei 2017 en ook mijn blog van 31 mei 2015 deel 2.

Geschreven door Romenu om 14:42 Reageer op dit bericht

Oscar van den Boogaard, Elizabeth Alexander

De Nederlandse schrijver Oscar van den Boogaard werd geboren in Harderwijk op 30 mei 1964. Zie ook alle tags voor Oscar van den Boogaard op dit blog.

Uit: In de naam van de zoon

“TERWIJL ER NIETS leek te gebeuren is alles veranderd. Ik ben opgehouden te leven maar beginnen te bestaan. De cocon is deze morgen opengescheurd. Ik zet de doos met aantekeningen in mijn auto. ‘Het jaar van de metamorfose’ staat op het karton gekrabbeld. Ik zal de planten nog een keer water geven, de thermostaat op het maantje zetten, de mezoeza een handkus geven, het huis goed afsluiten, voorzichtig rijden, iedere twee uur stoppen, een hotel nemen zo vaak ik het nodig heb. Ik heb mijn middeltjes bij me. Een blik op het dashboardklokje en de tijd begint te tikken. 2200 kilometer, berekent het navigatiesysteem. Ik heb achtenveertig uur om Italië binnen te rijden. Het is wennen om terug te zijn in de wereld, terwijl die op slot zat vergat ik dat tijd en ruimte bestaan. In mijn hoofd hoefde ik geen afstanden te overbruggen. Mijn man was zich de laatste maanden zorgen gaan maken omdat ik hele dagen in mezelf gekeerd was. Ik zou nog in mezelf verdwijnen. Druiven en noten houden me de eerste paar honderd kilometer gefocust, de radio blijft uit, zozeer ben ik van de stilte gaan houden. In Luxemburg kan ik me niet goed oriënteren. Een tikje met mijn zoekende vinger en de kaart draait plots om. Ik ga zelf over de kop, een seconde maar, een kortsluiting in mijn hoofd. Ik zet mijn auto aan de kant. In een flits zie ik het schitterend wrak, de sportwagen met de witte banden glanst onaangetast, maar de hele voorkant is verbrijzeld. Het portier staat keurig open. De krantenfoto die mijn moeder vroeger bewaarde in de doos waarop ze `P.B.’ had geschreven komt tot leven. Bernhard had eerst zijn brilletje kunnen rechtzetten en is grijnzend uitgestapt terwijl hij het stof van zijn kleren klopt. Was de motor van de Ford cabriolet losgekomen, toen hij in 1937 in Diemen met honderdzestig kilometer per uur tegen een zandwagen botste, had hij hem verpletterd. Ik zou zevenentwintig jaar later niet zijn geboren.
Ik stel mijn navigatiesysteem opnieuw in. Het is de man die ik vader noemde niet gelukt om mij kaart te leren lezen. De militair had met mij geen geduld. Ik leefde te veel in mijn fantasie en te weinig in de realiteit. Ik zou de oorlog nooit kunnen winnen. ‘Welke oorlog, papa?’ Het was voor hem altijd oorlog. Daarom bewaarde hij een pistool in de onderste la van zijn nachtkastje. In een legergroene washand. Als er thuis een conflict was, dreigde hij zichzelf neer te schieten. Onbewust begreep ik de boodschap. Als ik zou vertellen dat hij niet mijn biologische vader was, ging de trekker over. Dat is wat ik nog steeds niet kan begrijpen. Ik heb me monddood laten maken. Ik had de kracht niet, ik was al zo lang niet meer aanwezig in mijn lichaam.”

 

Oscar van den Boogaard (Harderwijk, 30 mei 1964)

 

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Elizabeth Alexander werd geboren op 30 mei 1962 in New York. Zie ook alle tags voor Elizabeth Alexander op dit blog.

 

Minnesota Fats beschrijft zijn jeugd

Ik heb gegeten
als een sultan
sinds ik twee dagen oud was.

Ik had een moeder
en drie zussen
die mij aanbaden.

Toen ik twee jaar oud was
Kwakten ze mij altijd
in een bed met een ziljoen

satijnen kussens
en besproeiden mij
met exotische parfums

en seringenwater,
en dan
schoten ze de druiven op mij af.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Elizabeth Alexander (New York, 30 mei 1962)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 30e mei ook mijn blog van 30 mei 2020 en eveneens mijn blog van 30 mei 2019 en ook mijn blog van 30 mei 2017 en ook mijn blog van 30 mei 2015 deel 2.

Geschreven door Romenu om 10:36 Reageer op dit bericht

Eduard Escoffet, Elizabeth Alexander

De Catalaanse dichter, schrijver en vertaler Eduard Escoffet werd geboren op 29 mei 1979 in Barcelona. Zie ook alle tags voor Eduard Escoffet op dit blog.

 

 

es gibt die frau

es gibt die frau, die dir zuhört, und die andere.
es gibt die frau, die mit der nacht den mond abstumpft und die du triffst, und es gibt die andere.
es gibt die frau, die du siehst,
und die andere, und die, die du gern sehen würdest… und die andere.
es gibt die frau, so glaubst du dich zu erinnern, die dich die welt
hat vergessen lassen, und die andere. auch
gibt es die frau, die dich sie vergessen lässt und die andere, die auch.
es gibt die frau und den wind, ungezähmt, und sie sind rede
und sie sind worte und ein traum, der geht. und flieht. und die andere.
es gibt die frau, die du gern kennen lernen würdest, und die andere.
es gibt die andere und die frau, an die du dich nicht erinnerst.
es gibt die frau und die andere, die du gern
vergessen würdest. es gibt die frau ohne augen, die
weinschläuche sind in der dämmerung eines segelboots, das
schluss gemacht hat mit dem meer und dir sagt, dass es keine meerjungfrauen
gesehen habe. die andere auch nicht. es gibt die frau, die
schreien wird, dass sie das feuer nicht angerührt habe,
dass ihr die augen verbunden gewesen seien, und es gibt die andere,
der du die augen verbunden hast, und auch du stehst,
die augen mit den wurzeln herausgerissen, zwischen dem spiegel
und dem sonnenlicht. es gibt die frau, die murrt
und es gibt die andere. es gibt die frau, die wäsche aufhängt
oder die zerbrechlichkeit der welt neu ordnet, und es gibt die andere.
es gibt die frau, fleisch geworden, die im licht ist und im dunkel ist,
und es gibt die andere, im dunkel und im licht.
es gibt die frau und den sex. auch den sex. und die andere.

 

 

Vertaald door Roger Friedlein

 

 

Eduard Escoffet (Barcelona, 29 mei 1979)

 

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Elizabeth Alexander werd geboren op 30 mei 1962 in New York. Zie ook alle tags voor Elizabeth Alexander op dit blog.

 

Het nieuws van vandaag

Wereldkampioen zwaargewicht Mike Tyson
brak zijn vuist tijdens een straatgevecht in Harlem
om drie uur ’s nachts buiten een nachtwinkel voor kleding
waar hij een witte leren jas
van 800 dollar kocht. De andere kerel zei op tv:
“Het was een onverwachte slag.” Mohammed Ali zei
dat Tyson niet mooi genoeg is om wereldkampioen
zwaargewicht te zijn. Jaren geleden gooide een nieuwe Ali
zijn Olympisch goud in de Ohio
River, zei dat hij het zou ophalen als zwarte mensen echt
vrij zouden zijn in dit land. In Zuid-Afrika bestaat er een dans
die zegt we hebben geen werk, we zijn het beu jij hebt
een rots geraakt. Ik zag het op het nieuws van vandaag.

Ik wilde geen gedicht schrijven waarin stond: ‘zwartheid
is,” omdat wij beter weten dan wie dan ook
dat we niet één, tien of tienduizend dingen zijn
Geen één gedicht. We konden onszelf voor altijd tellen
en het nooit eens worden over het aantal. Wanneer de eerste
zwarte Olympische turnster zwart was en op TVI
naar huis belde om te zeggen dat het in kleur was op kanaal drie
in negentienachtentachtig. De meeste ochtenden tegenwoordig
komt Ralph Edwards de slaapkamer binnen en zegt: “Elizabeth,
dit is je leven. Sta op en zoek naar kleur,
zoek overal naar kleur.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 

Elizabeth Alexander (New York, 30 mei 1962)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 29e mei ook mijn blog van 29 mei 2022 en ook mijn blog van 29 mei 2021 en ook mijn blog van 29 mei 2019 en ook mijn blog van 29 mei 2018 en eveneens mijn blog van 29 mei 2016 deel 2.

Geschreven door Romenu om 09:43 Reageer op dit bericht

Ad Zuiderent, Linda Pastan

De Nederlandse dichter en criticus Ad Zuiderent werd geboren in ’s-Gravendeel op 28 mei 1944. Zie ook alle tags voor Ad Zuiderent op dit blog.

 

Gedicht in zand

Wie is de gelukkige? Die zonder
pennestreek of ademstoot zich afstaat
aan de luwe eenzaamheid, besloten
tot een eigen oase? Die zijn verhaal
als plakkerige handen afveegt aan
het stof om zich heen, in de woestijn
zichzelf aanboort; iemand die roept?
Of, onder het gehoor van samoem en
sirocco, jij in de duistere wind,
je huid droog, je adem al sneller, en
je vinger klaar om in wat je aanwaait
te schrijven dat je gewassen wilt worden.
Wie is dat? Wie is de gelukkige?

 

 

Water

Wolken hangen als een koets met zwartbepluimde paarden
boven de bergkam boven het dal van Skjåk
lekt de zon uit een haren vergiet

Groeit het oevergras, waar geen water is?
Stofwolken waarschuwen de tegenligger
voor een bocht in het pad door de pas
dalen zij gevolgd door een vuurkolom snachts

De violist voorop speelt met bonthulzen
om de vingers tegen de kou valt geen vuist
te maken geen muziek verbergt de stomme lippen

Is er een oever, waar geen water is?
Zacht regent gruis uit hun voetstappen
iedereen sluit zich aan de ogen
op een kier om de levensgeesten te luchten

De veerman van Skjåk neemt hen op
de schouders in de bestofte bedding zij blijven staan
tot ook de kluiten zijn neergedaald om hen heen
hangen de pluimen als uitgebluste wolken

 

 

Vuur

Onder het rookgat brandt al een vuur
voor de midzomernacht buiten de tent
zwerven gedachten van mannen als vlammen
over de stoffige toendra

Waar is de weg naar de plaats waar
het licht zich verdeelt in warmte en
dood door verstikking? Wie in de nacht
passeert kan uit de dwaallichten geen wijs
en rijdt maar noordwaarts

Als dode bomen groeien de rendieren
uit hun kracht zij bieden geen verzet
aan droogte of bedwelming met hun gewei
blijven zij hangen in de rode gloed

Wie in de nacht passeert ruikt meer
dan onraad offermalen aan de zon
as regent op de weg naar de plaats waar
het vuur zich verdeelt in tongen en rook

 

 Ad Zuiderent (’s-Gravendeel, 28 mei 1944)

 

 

De Amerikaanse dichteres Linda Pastan werd geboren op 27 mei 1932 in New York. Zie ook alle tags voor Linda Pastan op dit blog.

 

Wachtend op mijn leven

Ik wachtte tot mijn leven zou beginnen,
jarenlang staande bij bushaltes
kijkend naar de verte in een bocht,
denkend dat elke bus de verkeerde bus was;
of verloren in boeken waar ik naartoe zou reizen
zonder bagage van de ene pagina
naar de andere; waar het enige briesje
het geritsel was van het omslaan van pagina’s,
en levens opkwamen en ten onder gingen
in de gewelddadige kleuren van zonnen.

Soms hoestte en hoestte mijn leven:
een stilstaande auto die werd ingehaald,
en ik zou iemand in mijn armen houden,
ook al was het altijd iemand anders die ik wilde.
Of ik stapte in een willekeurige bus, verdrongen
door dijen en ellebogen die wisten
waar ze heen gingen; verzamelde restjes
van gesprek, ze vastleggend als vogelgezang
in mijn notitieboekje, waar ik ooit heen zou gaan
op zoek naar mijn leven.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Linda Pastan (27 mei 1932 – 30 januari 2023) 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 28e mei ook mijn blog van 28 mei 2019 en ook mijn blog van 28 mei 2017 deel 2 en ook mijn blog van 28 mei 2016.

Geschreven door Romenu om 16:34 Reageer op dit bericht

Linda Pastan,

De Amerikaanse dichteres Linda Pastan werd geboren op 27 mei 1932 in New York. Zie ook alle tags voor Linda Pastan op dit blog.

 

 

ALL WE HAVE TO GO BY

As if I had dreamed the snow
into falling,
I wake to a world
blanked out
in its particulars,
nearly erased.

This is the silence
of absolute whiteness—the mute
birds nowhere
in sight, the car
and animal tracks
filled in,

all boundaries,
as in love,
ambiguous.
Sometimes all we have
to go by
is the weather:

a message
the snow writes
in invisible ink,
what the sky means
by its litmus colors.

Now my breath
on the chilly window
forms a cloud
which may turn
to rain later,
somewhere else.

 

 

The Answering Machine

I call and hear your voice
on the answering machine
weeks after your death,
a fledgling ghost still longing
for human messages.

Shall I leave one, telling
how the fabric of our lives
has been ripped before
but that this sudden tear will not
be mended soon or easily?

In your emptying house, others
roll up rugs, pack books,
drink coffee at your antique table,
and listen to messages left
on a machine haunted

by the timbre of your voice,
more palpable than photographs
or fingerprints. On this first day
of this first fall without you,
ashamed and resisting

but compelled, I dial again
the number I know by heart,
thankful in a diminished world
for the accidental mercy of machines,
then listen and hang up.

 

 

THE DOGWOODS

I remember, in the week
of the dogwoods, why sometimes
we give up everything
for beauty, lose our sense
and our senses, as we do now
for these blossoms, sprinkled
like salt through the dark woods.

And like the story of pheasants
with salt on their tails
to tame them,
look how we are made helpless
by a brief explosion
of petals
one week in April.

 

 

Ik ben met je getrouwd

Ik ben om allemaal verkeerde redenen met je getrouwd,
gecharmeerd door je gevaarlijke familiegeschiedenis,
door de onschuldige spieren, uitpuilend als verborgen
wapens onder je shirt, door je onnozele dassen,
de kleuren van geschilderde stukjes zonsondergang.
Ik was ook gecharmeerd van jouw aannames
over mij: mijn sereniteit – die spiegel die wacht om te
barsten, mijn flitsende acrobatiek met messen in de keuken.
Hoe mis we het allebei hadden over elkaar,
en hoe gelukkig we zijn geweest.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Linda Pastan (27 mei 1932 – 30 januari 2023)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 27e mei ook mijn blog van 27 mei 2023 en ook mijn blog van 27 mei 2020 en eveneens mijn blog van 27 mei 2019 en ook mijn blog van 27 mei 2018 deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:47 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten