Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Rita Bullwinkel

De Amerikaanse schrijfster Rita Ann Bullwinkel werd geboren op 2 september 1988 in Stanford, California. Rita Bullwinkel is bekend is om haar debuutroman” Headshot” uit 2024, die op de longlist stond voor de Booker Prize van 2024. Ze is ook de auteur van de bundel korte verhalen “Belly Up” uit 2018, die in 2022 een Whiting Award kreeg.Bullwinkle is professor aan de Universiteit van San Francisco, waar ze creatief schrijven doceert. Haar andere werken zijn verschenen in literaire tijdschriften, waaronder The White Review, BOMB, NOON en Guernica. In 2024 werd Bullwinkel redacteur van het literaire tijdschrift McSweeney’s Quarterly, nadat ze sinds 2016 als hoofdredacteur had gewerkt.

Uit: Headshot

“The industrial bulbs of Bob’s Boxing Palace cast omnipresent white like the lighting seen in theaters. In stage acting, makeup must be twice as caked to even show up to the eyes of the audience. Because of this, in this washed-out ring of light, Rose Mueller and Tanya Maw both look like they have monochrome white faces. Rose Mueller’s hair is cut so short that you can barely see it under her headgear. Tanya Maw has woven her long hair into two looped braids. Her ovals of hair stick out of her headgear and place droopy circles on her back. Tanya Maw has her shoulders pulled forward over the center of her spine. Tanya Maw pushes her hands towards Rose Mueller and Rose Mueller moves her own hands to greet them. They’re not clapping, but their hands are smacking each other in rhythm. Tanya Maw can hear clapping rhymes as her fists touch the fists of Rose Mueller. I’m an actor, says Tanya Maw, in her head, to herself. Tanya Maw needs to play the part of the winner.

* * *

The most famous hand-clapping game Tanya Maw knows is the one about the tugboat, where the last line of every verse morphs from a normal word into a crude trick. Tanya Maw used to love this game, although now, at seventeen, she is decidedly too old to play it. There had been something wonderful about listening to even her best, most well-behaved classmates put words in their mouths that changed mid-breath from banal to naughty. The words had changed while still lodged in their throats. She could see the words themselves shape-shifting, the strangeness of the word ask changing into ass, a fly bug changing into a crotch-covering zipper. As a young girl, playing hand-clapping games for hours on end, Tanya Maw had seen small, one-inch sculptures of the morphing words on the tongues of her playmates. When her playmates got to the end of a verse, she could see the sculpture of the word remold itself from something boring into something forbidden, and then these forbidden word sculptures were spit out into a pile on the pavement between the two girls who were at play. The more verses the girls got through, the more forbidden word sculptures they made. In those early days of girlhood there were piles of these sculptures all over the playground. It was a graveyard of hand-clapping games that had been played earlier that day. Tanya Maw has never met Rose Mueller before, but the way that Rose is clenching on her mouth guard makes Tanya think Rose is about to spit out a forbidden word sculpture. There is something foul inside the mouth of Rose Mueller.”

 

 


Rita Bullwinkel (Stanford, 2 september 1988)

 

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

De blogger leest alles eerst na: je tekst verschijnt zodra die goedgekeurd is.

W. F. Hermans, Sabine Scho, Babs Gons

De Nederlandse dichter en schrijver Willem Frederik Hermans werd geboren op 1 september 1921 in Amsterdam. Zie ook alle tags voorW. F. Hermans op dit blog.

Uit: De tranen der acacia’s

“De boerenmeid (of -vrouw) had tenslotte niet geprotesteerd toen hij zijn kin op haar schouder liet rusten. Zij had zelfs haar hoofd even bewogen, zodat haar naar zeep geurende haar langs zijn neus en mond streek. Kort daarop had hij alleen nog maar vermoeidheid gevoeld en niet de minste begeerte. Van Zwolle af had hij gestaan, aldoor tegen die vrouwelijke rug aangedrukt. Het was al over zessen. In de trein brandde geen licht. Luidruchtige jongens die zeker dagelijks heen en weer reisden naar een school van een soort als er in Kampen niet was, speelden soms met handdynamo’s en sigarettenaanstekers. De raampjes van de portieren stonden allebei open. Maar grove mannen stonden er tegenaan gedrukt, zodat de lucht bijna niet werd ververst; in de coupé hing zwaar de geur van naar geschroeide paardehoeven stinkende tabak die hem bijna braken deed. Toen begon de trein nog langzamer te rijden en hield daarna geheel stil. De gesprekken werden luider, als het gekakel van in manden opgesloten vogels die op de markt worden neergezet. Maar zij waren nog niet in Kampen. Buiten viel geen licht te bekennen, alleen grijze, hier en daar met nog donkerder wolken zwart besmeurde mist. Hij had geen woord met het meisje gewisseld en ook zij sprak noch tegen hem noch tegen anderen. Hij had erover gedacht haar hand te strelen, hij zou die, zachtjes tastend langs haar dij, behoedzaam moeten vinden, maar hij dacht: waarom eigenlijk? Terwijl de hilariteit van de schooljongens nog even opleefde kwamen de wagens weer in beweging, zo traag, dat de wielen bij iedere las een sonoor geluid gaven alsof het gongen waren. Toen de trein in het station ten slotte stopte, zeeg hij bijna door zijn knieën van vermoeidheid, maar de andere reizigers, die zich tegen hem aanwrongen, hielden hem overeind. Hij wilde net als zij naar zijn koffers grijpen en reikte naar de overzijde van de coupé waar deze in het net moesten liggen. Maar de anderen waren haastiger dan hij. Zij drongen hem neer op de bank, op een plaats waar juist iemand was opgestaan. Daar bleef hij zitten, tot allen de coupé verlaten hadden. Hij steunde zijn hoofd in de handen en was liefst in slaap gevallen.
Hij dacht met weemoed aan het meisje, maar was toch blij dat hij haar feitelijk niet had gezien; immers de kans dat zij lelijk was, was de grootste. Eindelijk stond hij met zijn twee zware koffers bij de controle, er waren nog slechts vijf of zes mensen voor hem. Overigens viel er, behalve een man met een lantaarn die tussen de rails liep, niemand op het hele emplacement te bekennen.”

 

 

W. F. Hermans (1 september 1921 – 27 april 1995)

 

 

De Duitse dichteres en schrijfster Sabine Scho werd geboren op 1 september 1970 in Ochtrup. Zie ook alle tags voor Sabine Scho op dit blog.

 

chartreuse

geloof dat toch alsjeblieft niet
wat men zegt, wat men ziet
de onderbelichte deprivaties
de heldere vlek, en vraag
niet naar correcties, schilderen
heeft toch iets, men kan
ook zakparaplu’s klonen
en beweren dat ze gestolen zijn
totdat daarvan iets zichtbaar wordt
blijft regen regen, “het loopt
de lege façade rolt«
heeft het ooit iemand geïnteresseerd
wat men daarachter hoe distilleert?

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Sabine Scho (Ochtrup, 1 september 1970)

 

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Nederlands schrijfster, dichteres, columniste en spoken-word performer Babs Gons werd geboren in een klein dorp in de VS in 1971. Zie ook alle tags voor Babs Gons op dit blog.

 

 

ALS JE NOOIT IN HAAR SCHOENEN HEBT GELOPEN

als je nooit in haar schoenen hebt gelopen
nooit met je sleutels tussen je vingers door het donker hebt
     gefietst
een extra large hoodie over je jurk hebt aangetrokken
je hakken verwisseld voor sneakers
om zo hard mogelijk door de nacht naar huis te trappen

als je nooit in haar schoenen hebt gelopen
niet weet hoe uitputtend het is om ogen en oren
over je hele lichaam te dragen
de haren in je nek je als alarmbellen
te laten vertellen
wanneer je moet maken dat je wegkomt
je altijd in je hoofd aan het rekenen bent,
hoe laat je waar aankomt,
wanneer je moet vertrekken
en of je dan nog net op tijd
niet hardlopen in het donker
niet via het park
groepjes vermijden
nooit je drankje uit het oog verliezen

als je nooit in haar schoenen hebt gelopen
niet weet hoe het is om
oogcontact te vermijden, te doen alsof je belt
stoerder te gaan lopen
een busje haarlak in je mouw te dragen
via winkelruiten in de gaten te houden
wie er achter je loopt
een omweg te maken zodat je achtervolger
niet ziet waar je woont
om dan soms het grootste gevaar
in je eigen huis te treffen
het zijn toch vaak bekenden

als je nooit in haar schoenen hebt gestaan
het gevoel niet kent geen adem meer te kunnen halen
omdat iemand opeens een deur in het slot draait
de taxi onverwachts afslaat

als je niet weet hoe het is om in haar schoenen te staan
niet weet hoe het voelt
niet gehoord, niet geloofd
niet geholpen te worden
om de volgende ochtend
gewoon weer een nieuwe dag te beginnen
de verse wonden, de schade
onzichtbaar
onder je kleding, je huid
vanachter een glimlach
de dag zien door te komen

vertel dan nooit
wat zij moet doen
wat ze moet dragen
dat ze moet baren 
en hoe zich te gedragen

hoe te bewegen
wanneer te spreken
hoe ze haar lichaam
hoe ze haar leven

maar leer de wereld van haar houden
zo hard dat ze nooit meer achterom hoeft te kijken
zo hard dat ze mag dansen wanneer ze wil
gaan waar ze wil
laat de wereld nu verdomme eens beginnen
hartgrondig van haar te houden

 

Babs Gons (1971)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 1e september ook mijn blog van 1 september 2020 en eveneens mijn blog van 1 september 2018.

Geschreven door Romenu om 17:20 Reageer op dit bericht

Sander Kok, Wolfgang Hilbig

De Nederlandse schrijver Sander Kok (ook bekend fotomodel) werd geboren in Arnhem op 31 augustus 1981. Zie ook alle tags voor Sander Kok op dit blog.

Uit: Nagelaten namen (over Godfried Bomans)

“Vorige maand bracht een medewerkster van het Literatuurmuseum me uit hun ondergronds archief een stapel stukken uit Bomans’ nalatenschap. Een losbladig schriftje trok door zijn paarsblauwe kaft direct mijn aandacht. Bomans en kleur vormt een opmerkelijke combinatie. We kennen beelden van de, toegegeven, kleurrijke Bomans van de stemmige zwart-wittelevisie. Bomans heeft ook in kleur bestaan, dat bewijzen de schaarse kleurenfoto’s, maar die zien eruit alsof er iets mee aan de hand is: alsof ze later zijn ingekleurd. In ons collectief geheugen bestaat Bomans in zwart-wit.
En nu strekt zijn zwart-wit-arm zich uit over het tafeltje en schuift me dat paarsblauwe schriftje toe. Op de met rood-witte blokjes omrande sticker heeft hij in potlood geschreven: ‘Jeugdherinneringen + „Erik”’. Wie de blik langer op het witte vlak richt, ziet in de verte de vage potloodlijnen van een uitgegumd woord – of nee, het is een naam: Godfried Bomans. Ook na zijn dood nog de zwart-witte eigenaar van dit bonte schrift.
Erik gaat over een kleine jongen die op de logeerkamer van zijn grootouders een schilderij binnenstapt, en daarmee de wereld van de insecten. Elke soort waant zich er bevoorrecht, net als de mens. Het is een speels en ernstig werk, in lijn met het karakter van de schrijver. Hoe zei hij het zelf ook weer? ‘Humor is een prachtige waterlelie die wortelt in het troebele water van verdriet.’ Bomans omhelsde zijn tegenstellingen, vond in zijn innerlijk conflict de motor van zijn kunstenaarschap. Hij was eeuwig kind en eeuwig filosoof – tegelijkertijd. De bladzijden van het schriftje heeft de kind-filosoof verluchtigd met krullen en gezichtjes. Tien keer schreef hij zijn naam op het papier. Slordig, dan weer in schoonschrift of in nepdrukletters.
Wie een pen vasthoudt en zich verveelt, schrijft al snel de eigen naam – dat is wat mensen doen. Een intieme handeling, die nooit kan plaatsvinden in de buurt van anderen. Misschien worden we ook zelden meer geconfronteerd met de eigen individualiteit, dan wanneer we ons vervelen.
Van alle speelsheden, waaronder het kinderlijke, in trotse hoofdletters geschreven EINDE op de laatste pagina, vind ik die herhaalde naam het meest boeiend. Het suggereert intimiteit – van de schrijver met zichzelf. Die krullen en gezichtjes trekken als eerste de aandacht, maar zeggen weinig over de persoonlijkheid van de schrijver. Iedereen maakt ze. Dan de eigen naam, in veelvoud opgeschreven, als een argument dat door herhaling aan kracht moet winnen – die intrigeert, die zet de verbeelding aan het werk. Hoe zou die niet kunnen boeien? Een kind dat leert schrijven, begint met de eigen naam. Een verveelde schrijver die zijn eigen naam schrijft, keert terug naar zijn oorsprong.”

 

Sander Kok (Arnhem, 31 augustus 1981)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Wolfgang Hilbig werd geboren in Meuselwitz op 31 augustus 1941. Zie ook alle tags voor Wolfgang Hilbich op dit blog.

 

Windmolens watermolens

van mildheid vervullen de watermolens mij maar de windmolens
jagen mij angst aan

de windmolens knarsen in de herfst en het lange gras het ongekamde
lange oud-zijn geselt van haat vervuld de zwarte houten trappen de
windmolens zijn kadavers door hun naakte ribben vaart de toornige
adem gods

echter de watermolens zijn de molens des zomers zij zijn de bruine
ogen der dalen en de blauwe beken wier blauwe namen de ananke
dragen van de slaap zij vloeien door een groeve midden door de
slaapkamer heen

daar zijn de kachels koud de trappen gewassen het is zomer de blikken
van allen zijn betoverd en in de watermolens worden de klokken
van hout gemaakt hun tijd gaat zo stil hun klank brengt het lichte
spel van de zonnevlekken teweeg op de wanden

maar in de windmolens wonen weerwolven en hyena’s ’s nachts als
een bloedig lichten over de heuvels spoedt spuwen de windmolens
de molenstenen uit de gele tanden en houden hun vleugels in

om de watermolens sluit de wijn zich dichter en zachter stromen de
beken onder de molenraderen wanneer de zwervers tot het nachtmaal
genood zijn onder het babbelend loof in de schaduw der appelbomen
maakt hen dronken het zoete brood

echter de windmolens zijn gods molens geen ridder waagt de strijdkreet
tegen hun heuvels en ’s ochtends voor de geopende ramen der
watermolens praalt het wijnloof waar van de witte oogleden der
zwervers de slaap niet wil wijken

iedereen heeft de watermolens lief maar de windmolens jagen
hen angst aan zij zijn ouder dan de mens

want gods molens malen langzaam.

 

 

Vertaald door Ad den Besten

 

 

Wolfgang Hilbig (31 augustus 1941 – 2 juni 2007)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 31e augustus ook mijn blog van 31 augustus 2020 en eveneens mijn blog van 31 augustus 2019 en ook  mijn blog van 31 augustus 2018 en ook mijn blog van 31 augustus 2017.

Geschreven door Romenu om 08:58 Reageer op dit bericht

Charles Reznikoff, Rita Dove

De Amerikaanse dichter Charles Reznikoff werd op 30 augustus 1894 in New York geboren. Zie ook alle tags voor Charles Reznikoff op dit blog.

 

KING DAVID (Fragment)

“And David said to Solomon, ‘My son, as for me, it was in my mind to build an house unto the name of the Lord my God: But the word of the Lord came to me, saying, Thou has shed blood abun-dandy, and hast made great wars: thou shall not build an house unto my name, because thou hast shed much blood upon the earth in my sight.” —I Chronicles XXII: 7,8.

I
His height was six cubits and a span;
his helmet brass,
the weight of his coat-of-mail is five thousand shekels of brass,
he had greaves of brass upon his legs,
and a target of brass upon his shoulders;
the staff of his spear is like a weaver’s beam,
the weight of his spearhead is five hundred shekels of iron.
He stood before our camp and shouted,
Am I not a Philistine and you servants of Saul?
Choose a man to fight with me;
if he is able to kill me, we are your servants,
if not, you are ours.
And we stood there, dismayed—
even Jonathan.
Now there had come to the camp a lad from Bethlehem,
whose three eldest brothers had followed Saul to battle:
the lad brought them parched corn, and loaves and cheese for their captain.
And he asked of the soldiers, Who is this Philistine that he should
……………………..challenge the armies of the living God?
They told him how the king had said that he would enrich the man
……………………who killed the Philistine,
and give the man Michal—the king’s daughter—for a wife;
and then the soldiers jeered at him and said, Do you think to kill him?
His eldest brother pushed through the soldiers and said,
What are you doing here?
With whom have you left our few sheep in the wilderness?
I know your naughtiness: you have come to see the battle.
The lad answered them all, I will go and fight with this Philistine,
and they reasoned with him: What are you thinking of?
You are only a lad and he has been a man of war since his youth.
I will go with my staff and sling and the stones in my scrip.
Goliath called out, Am I a dog that you come against me with a stick?
Come on, and I will give your flesh to the birds of heaven and the beasts
………………………..of the field,
but as he lifted his spear,
the lad took a stone and slung it, and it sank into Goliath’s forehead.
At this we rushed upon the Philistines.
Jonathan
has given the lad his own robe, girdle, sword and bow;
now David shall stay among the men of war,
and be Michal’s husband.

 

 

Charles Reznikoff (30 augustus 1894 – 22 januari 1976)

 

 

De Amerikaanse schrijfster en dichteres Rita Frances Dove werd geboren op 28 augustus 1952 in Akron, Ohio. Zie ook alle tags voor Rita Dove op dit blog.

 

 

Dagorders

Na de gebulderde wekroep de koude druppelwasbeurt
en het opmaken van onze bedden; nadat de taken waren uitgedeeld
en we brood kruimelden in de zure kool, om vervolgens

te worden geteld in de rij, je nummer beduidde je lot;
was er een ogenblik – vóór het rennen naar de klas,
uitkijkposten onder de zolderkast, niet meer dan

een zweem, een helder, wreed herinneren –
dat we weer onszelf werden,
met spuuglok en vlecht, blozend van gepikte appels

of weggestopt snoep. We hurkten niet in de regen
nadat we geteld waren en rilden niet
onder dakspanten om vast te houden aan

onze dromen van de buitenwereld.
We waren nog maar kinderen. En dat
korte vergeten, die woeste bedwelming

die we stil trachtten te houden in ons hoofd
als in een boordevolle bokaal
tot de dag loodrecht aanrukte, zijn orders blafte –

was het meest zalige of schokkende moment
dat we op aarde zouden doormaken:
op deze harde, stuurse aarde

die we niet langer herkenden maar waar we
onze ziel maar al te snel aan zouden toevertrouwen
als ten slotte onze lichamen verkruimelden

hun laatste rustplaats in.

 

 

Vertaald door Jabik Veenbaas

 

 

Rita Dove (Akron, 28 augustus 1952)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 30e augustus ook mijn blog van 30 augustus 2023 en ook mijn blog van 30 augustus 2019 en ook mijn blog van 30 augustus 2017 en ook mijn blog van 30 augustus 2016.

Geschreven door Romenu om 17:05 Reageer op dit bericht

Elma van Haren, Rita Dove

De Nederlandse dichteres en beeldend kunstenares Elma van Haren werd geboren in Roosendaal op 29 augustus 1954. Zie ook alle tags voor Elma van Haren op dit blog.

 

 

Alcatraz

Precies aan het einde van de televisiefilm,
– waarin iedere aanzwellende muzieknoot betekende,
dat er een bewaker aankwam door de lange holle gang –
breekt er buiten een reusachtig onweer los.
De mensen zitten vast in hun huizen.
Zij halen nauwelijks adem bij zoveel razernij.
Boven me hoor ik hen voorzichtig bewegen.
Zij kreunen zacht,
…. zij hijgen opgewonden.
Een bliksemflits!
…..Dan rolt de donder over hun gefluister!
De bewaker is genaderd.
Ik kruis mijn vingers voor hen.
Zij zijn zich aan het uitgraven
en mogen op dit ogenblik niet betrapt worden.

 

 

Cadeau

Groen is Mathilde
en blauw kleine Joris,
rood is het oog van het paard
als het draaft.

Wat glinstert het goud
in de ring van de visboer!
Zijn handen vol zilver
van schubben van schollen en

de man van oud ijzer
pakt kinderen mee,
die op hun verjaardag
geen snoepjes trakteren.

Doch wees maar niet bang!
Verzamel veel stenen.
Als de klok twaalf slaat ’s nachts in 2000
zullen die een uur lang van marsepein zijn en

elk kind dat tot dan toe is wakker gebleven
zal er van eten zal er van eten
en in januari ontwaken
met kleur in zijn ogen,

zodat hij ziet,

dat groen is Mathilde
en blauw kleine Joris
en dat het rood in het oog van het paard
als het draaft
ook het rood is
van de mond van Marie
als ze lacht.

 

 

Verstaan

Volgens het principe van ‘hier zet men koffie en over’
zwaait de man nu gedag in plaats van de scepter.
….Trouwens, zijn bergschoenen had ie toch altijd al aan!
Alsmaar stond ie klaar om te gaan wandelen, bergen tekst op,
dal van taal in, poëtisch smeltwater tot aan de lippen,
op zoek naar de eeuwige bron van zijn Nijl en langs
the heart of the matter en the end of the affair
van levende en dode schrijvers.

Want het droevige aan dode schrijvers is, dat zij
nooit meer zullen schrijven en het prettige gevolg ervan,
dat ieder spoortje woord en dagboekblad, geheime brief of
erotische notitie, elk vreemdgaan in de taal
nauwkeurig op zijn plank belandt in
het museum van de boordevolle woorden,
….waar het als levend oeuvre elk nieuwsgierig Aagje
….met zijn geurvlag pesten mag.

Kijk: daar wandelt ie zomaar zijn museum uit.
….Laat hem maar gaan! Wuif hem vrolijk na,
wens hem alle geluk en liefde op zijn reis.
….Schenk hem die open-einde-waan!
….Op een dag volgen de bergschoenen vanzelf
….de sporen terug en nestelen zich op hun plek
….op de planken, waar ze zich laten verstaan
….als de tred van een man in de schat van zijn pen.

 

 

Elma van Haren (Roosendaal, 29 augustus 1954)

 

 

De Amerikaanse schrijfster en dichteres Rita Frances Dove werd geboren op 28 augustus 1952 in Akron, Ohio. Zie ook alle tags voor Rita Dove op dit blog.

 

 

De zusters: zwanenzang

We stierven een voor een,
allemaal ronder dan de spiegel
ons zag. We gingen hoffelijk heen,
rammelend met sleutelbossen en
cocktailsieraden, oefenend op
onze spookachtige toegiften.

Blij dat we van onze speldenkrullen
en gebeden af waren, eeltknobbels
brandend tussen
gesteven lakens – zongen we
onze treurliederen, prezen God
en gingen kalm

onze gang, werden beweend
in satijn en chrysanten,
whisky en taart, oude roddels
verdampend tot waarschuwende verhalen.
Maakt het uit wie er
het eerst ging? Corinna of Fay,

hartkwaal of slagader,
roekeloze scalpel of
nonchalant leven – de overblijvers
hielden de tel bij op de krimpende
rozenkrans: Suzanna, Kit.
Mary. Violet. Pearl.


 

Vertaald door Jabik Veenbaas

 

Rita Dove (Akron, 28 augustus 1952)

 

 

Zie voor de schrijvers van de 29e augustus ook mijn blog van 29 augustus 2020 en eveneens  mijn blog van 29 augustus 2018 en eveneens mijn blog van 29 augustus 2017 en ook mijn blog van 29 augustus 2016 en ook mijn blog van 29 augustus 2015 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 15:58 Reageer op dit bericht

IT’S HOT (Shel Silverstein), 275 jaar Johann Wolfgang von Goethe

 

 

Sur la Plage  door Josine Vignon, jaren 1960

 

 

IT’S HOT


It’s hot!
I can’t get cool,
I’ve drunk a quart of lemonade.
I think I’ll take my shoes off
And sit around in the shade.

It’s hot!
My back is sticky.
The sweat rolls down my chin.
I think I’ll take my clothes off
And sit around in my skin.

It’s hot!
I’ve tried with ’lectric fans,
And pools and ice cream cones.
I think I’ll take my skin off
And sit around in my bones.

 

It’s still hot!

 

 

Shel Silverstein (25 september 1930 – 10 mei 1999)
Zomer in Chicago, de geboorteplaats van Shel Silverstein

 

 

De Duitse dichter en schrijver Johann Wolfgang von Goethe werd geboren op 28 augustus 1749 in Frankfurt am Main. Zie ook alle tags voor Johann Wolfgang von Goethe op dit blog. Dat is vandaag precies 275 jaar geleden.

 

 

Wer nie sein Brot mit Tränen aß,

Wer nie sein Brot mit Tränen aß,
Wer nie die kummervollen Nächte
Auf seinem Bette weinend saß,
Der kennt euch nicht, ihr himmlischen Mächte.

Ihr führt ins Leben uns hinein,
Ihr lasst den Armen schuldig werden,
Dann überlasst ihr ihn der Pein:
Denn alle Schuld rächt sich auf Erden.

Ihm färbt der Morgensonne Licht
Den reinen Horizont mit Flammen,
Und über seinem schuldigen Haupte bricht
Das schöne Bild der ganzen Welt zusammen.

 

 

Weltseele

Verteilet euch nach allen Regionen
Von diesem heilgen Schmaus!
Begeistert reißt euch durch die nächsten Zonen
Ins All und füllt es aus!

Schon schwebet ihr in ungemeßnen Fernen
Den selgen Göttertraum,
Und leuchtet neu, gesellig, unter Sternen
Im lichtbesäten Raum.

Dann treibt ihr euch, gewaltige Kometen,
Ins Weit und Weitr’ hinan;
Das Labyrinth der Sonnen und Planeten
Durchschneidet eure Bahn.

Ihr greifet rasch nach ungeformten Erden
Und wirket schöpfrisch jung,
Daß sie belebt und stets belebter werden
Im abgemeßnen Schwung.

Und kreisend führt ihr in bewegten Lüften
Den wandelbaren Flor
Und schreibt dem Stein in allen seinen Grüften
Die festen Formen vor.

Nun alles sich mit göttlichem Erkühnen
Zu übertreffen strebt;
Das Wasser will, das unfruchtbare, grünen,
Und jedes Stäubchen lebt.

Und so verdrängt mit liebevollem Streiten
Der feuchten Qualme Nacht;
Nun glühen schon des Paradieses Weiten
In überbunter Pracht.

Wie regt sich bald, ein holdes Licht zu schauen,
Gestaltenreiche Schar,
Und ihr erstaunt, auf den beglückten Auen,
Nun als das erste Paar,

Und bald verlischt ein unbegrenztes Streben
Im selgen Wechselblick.
Und so empfangt mit Dank das schönste Leben
Vom All ins All zurück.

 

 

Erinnerung

Willst du immer weiter schweifen?
Sieh, das Gute liegt so nah,
Lerne nur das Glück ergreifen,
Denn das Glück ist immer da.

 

 

Annonce

“Gezocht: een kleine hond
Die niet bromt en niet bijt,
Gebroken glazen vreet
En diamanten schijt.”

 

Vertaald door Peter Verstegen

 

 

Johann Wolfgang von Goethe (28 augustus 1749 – 22 maart 1832)
Standbeeld door Fritz Schaper uit 1880, Großer Tiergarten, Berlijn.

 

 

Zie voor de schrijvers van de 28e augustus ook mijn blog van 28 augustus 2023 en ook mijn blog van 28 augustus 2020 en eveneens  mijn blog van 28 augustus 2018 en eveneens mijn blog van 28 augustus 2017 en ook mijn blog van 28 augustus 2016 en ook mijn twee blogs van 28 augustus 2015.

Geschreven door Romenu om 18:36 Reageer op dit bericht

Tom Lanoye, Guillaume Apollinaire

De Belgische dichter, schrijver en vertaler Tom Lanoye werd geboren te Sint-Niklaas op 27 augustus 1958. Zie ook alle tags voor Tom Lanoye op dit blog.

Uit: Het goddelijke monster

“Katrien Deschryver schoot haar man dood. Per ongeluk. Ze wist dat geen mens haar zou geloven maar het wás een malheur — dom, abrupt en onherroepelijk. Typisch iets voor jou, zou haar man hebben gebruld. Indien hij nog had kunnen brullen. Ze was verraden door haar noodlot, eens te meer. Vanaf haar jeugd was het zo gegaan. Men noemde haar aantrekkelijk, intelligent en elegant tot ze het zelf geloofde. En hoe meer ze het geloofde, hoe meer ze veranderde in wat men haar toedichtte. Tot, op een lelijke dag, haar masker viel en iedereen met open mond staarde naar wat ze werkelijk was. Een doodgewoon meisje, een vrouw uit de honderdduizend. Een plastic spiegeltje waarin de wereld zichzelf had gezien en verliefd was geworden.
Haar heldere kant laat zich vlot beschrijven. Als kleuter al koket, was ze verzot op vormen, op verpakking: nieuwe kleertjes. Ze paradeerde erin rond alsof ze, met elke stap, een nog mooier rokje moest verdienen. Elke woensdagmiddag danste ze op de catwalk van het lage salontafeltje heen en weer, haar spulletjes tonend aan haar drie kinderloze tantes. Die klapten verrukt in de handen en kochten als beloning voor haar een grotere garderobe bijeen dan ze zelf bezaten. De zondvloed van afdragertjes ging naar Gudrun, Katriens enige en jongere zus. Rond Gudruns lijfje leken jurken en bloesjes de glans te verliezen die ze hadden bezeten rond het lichaam van Katrien. Toch haatte Gudrun haar zus niet, integendeel. Ze dweepte met haar zoals alleen een jongere zus dat kan en was trots op haar als had ze zelf meegewerkt aan ieder van haar verschijningen. Als plechtige communicant betrad Katrien de kathedraal in een miniatuur trouwjurk, inclusief boeketje. Ze werd omkranst door wierook en orgelmuziek. Alle hoofden draaiden zich om naar háár, kindvrouwtje uit een Parijs’ modeblad, geschminkt door Moeder Natuur —wangen geblanket door de zenuwen, ogen donker van de angst, lipjes gestift door de opwinding. Ze schreed naar een altaar dat glom van goud en heiligheid en lelies die verwelkten. Kinderen zagen een engel, klaar om de vleugels te ontvouwen. Vrouwen zagen een icoon van zuiverheid, op de drempel der ontmaagding. Mannen zagen een belofte van wellust, op dezelfde drempel. En van alle communicantjes die de kardinaal die dag met zalvende duim een kruisje op het voorhoofd mocht strelen, zou ’s avonds alleen haar gelaatje hem bijblijven. Kwijnend van godsvrucht maar bizar zuchtend onder zijn duim. En de drie tantes? Die zaten gelukzalig te grienen op de eerste rij, fantaserend over de echtgenoot die zij nooit hadden ontmoet maar die, in luttele jaren slechts, hun troetelnicht ten deel zou vallen.”

 

Tom Lanoye (Sint-Niklaas, 27 augustus 1958)

 

 

De Franstalige schrijver en dichter Guillaume Apollinaire werd in Parijs geboren op 26 augustus 1880. Zie ook alle tags voor Guillaume Apollinaire op dit blog.

 

 

Rijnlied in de herfst

De kinderen der gestorvenen komen spelen
Op het kerkhofgras
Martin Gertrude Hans en Henri
Geen haan heeft vandaag aan kraaien gedaan
Kikiriki

De oude vrouwen
Schuiven en huilen huilen
De brave ezels de grauwe
Balken ia en beginnen te schransen
Van de kerkhofkransen

’t Is de dag van de doden en al hun zielen
De kinderen en de oudjes knielen
En steken flakkerende kaarsen aan
Waar een katholiek in een graf is gedaan
De sluiers der ouden
De wolken dik
Hebben de kleur van een geitensik

De lucht beeft zacht van vlammen en gebeden

Het kerkhof is een mooie tuin een plein
Vol met grijze zuilen en vol roosmarijn
Ge treft er uw oude vrienden aan
O wat ligt ge op dit kerkhof welgedaan
Gij bedelaars in bier verdronken
Gij blinden ach zo moest het zijn
En gij kinderen onder het bidden gestorven

O wat ligt ge op dit kerkhof welgekozen
Gij burgemeesters en gij matrozen
Gij advocaten van de stad
Ook gij zigeuners zonder namen
Het leven gaf u zorgen zat
Het kruis moet ons vaak beschamen

De koelte van de Rijn komt zoeken naar de uilen
En dooft de kaarsen die de kinderen weer ontsteken
En de blaren de dode
Laten de doden schuilen

Soms praten dode kinderen met hun moeder
Soms willen doden de weg terug weer zoeken

Ik wilde niet dat gij mij achterliet
De herfst is vol van afgehakte handen
Neen neen het zijn de blaren de dode
Het zijn de handen der lieve doden
Het zijn uw eigen handen

Wij hebben te veel gehuild vandaag
Met de doden hun kinderen de oude vrouwen
Onder de hemel grauw en laag
Op het kerkhof vol van flambouwen

Nu keren wij terug in de wind de wind

Kastanjes vallen voor onze voeten
De bolsters scheuren
Als het treurende hart der Lieve Vrouw
Wellicht heeft ook haar huid de kleuren
Van kastanjes in het najaar

 

Vertaald door Gabriël Smit

 

Guillaume Apollinaire (26 augustus 1880 – 9 november 1918)
Portret door Jean Metzinger, 1908

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 27e augustus ook mijn blog van 27 augustus 2023 en ook mijn blog van 27 augustus 2019 en ook mijn blog van 27 augustus 2018 en ook mijn blog van 27 augustus 2017 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:56 Reageer op dit bericht

Paula Hawkins, Guillaume Apollinaire

De Britse schrijfster Paula Hawkins werd geboren op 26 augustus 1972 en groeide op in Salisbury (het huidige Harare in Zimbabwe) in Rhodesië. Zie ook alle tags voor Paula Hawkins op dit blog.

Uit:  Het meisje in de trein (Vertaald doorMiebeth van Horn)

“Vrijdag 5 juli 2013
Ochtend
Er ligt een stapel kleren naast het spoor. Lichtblauwe stof – misschien een shirt – op een hoop gegooid met iets vuil wits. Waarschijnlijk afval, deel van een lading die stiekem in het miezerige bosje naast het spoor is gedumpt. Het kan zijn achtergelaten door de baanwerkers die aan dit deel van het
spoor werken, die zijn hier vaak genoeg. Of het is iets anders.
Mijn moeder zei vroeger altijd dat ik een veel te levendige fantasie had; Tom zei dat ook. Ik kan het niet helpen: zodra ik die weggegooide vodden zie, een smerig T-shirt of een eenzame schoen, kan ik aan niets anders denken dan aan die andere schoen, aan de voeten die in die schoenen pasten.
De trein komt schokkend, schrapend en piepend weer in beweging, het hoopje kleren verdwijnt uit zicht en met het vaartje van iemand die stevig hardloopt rollen we verder richting Londen. Iemand op de stoel achter me slaakt een zucht van onbeholpen irritatie; de stoptrein van 8.04 uur van
Ashbury naar Euston kan het geduld van zelfs de meest ervaren forens behoorlijk op de proef stellen. De reis wordt geacht 54 minuten te duren, maar dat is zelden het geval: dit deel van de spoorbaan is oeroud, versleten, er zijn voortdurend problemen met de seinen en er wordt onophoudelijk aan de
rails gewerkt.
De trein kruipt verder; hij schommelt langs pakhuizen en watertorens, bruggen en loodsen, voorbij eenvoudige victoriaanse huizen, die het spoor nadrukkelijk hun rug toekeren.
Met mijn hoofd tegen het raampje geleund kijk ik hoe deze huizen langs me heen schuiven als een tracking shot in een
film. Ik zie ze zoals niemand anders ze ziet; zelfs hun eigenaars zien ze waarschijnlijk niet vanuit dit perspectief. Twee maal per dag krijg ik heel even een inkijkje aangeboden in andermans leven. Het heeft iets troostends om onbekenden veilig thuis te zien zitten.
Iemands telefoon gaat over, een uit de toon vallend vrolijk, opgewekt melodietje. Er wordt niet snel opgenomen en het blijft maar om me heen rinkelen. Ik voel hoe mijn medereizigers op hun plaats zitten te schuiven, met hun krant ritselen, op hun laptop tikken. De trein schokt en waggelt de bocht
om, gaat langzamer rijden voor een rood sein. Ik probeer niet op te kijken, ik probeer door te lezen in de gratis krant die ik bij binnenkomst op het station uitgereikt heb gekregen, maar de woorden vervagen voor mijn ogen en niets kan mijn aandacht vasthouden. In gedachten zie ik nog steeds dat eenzame hoopje kleren naast de spoorbaan liggen.”

 

 

Paula Hawkins (Salisbury, 26 augustus 1972)

 

 

De Franse schrijver en dichter Guillaume Apollinaire werd in Parijs geboren op 26 augustus 1880. Zie ook alle tags voor Guillaume Apollinaire op dit blog.

 

 

MAANDAG CHRISTINASTRAAT

De moeder van de beheerster en de beheerster laten iedereen door
Ben je een echte man dan kom je mee vanavond
’t is voldoende als er eentje de wagenpoort bewaakt
Terwijl de ander naar boven gaat

Drie brandende gaslampen
De bedrijfsleidster is teringlijdster
Wanneer je zo klaar bent dan spelen we een partijtje backgammon
Een orkestleider die pijn heeft aan zijn keel
Wanneer je naar Tunis komt dan laat ik je hash roken

Dat lijkt te rijmen

Stapels schoteltjes bloemen een kalender
Ram bam bim
Mijn huisbazin moet nog bijna 300 franc van me
Ik verwond nog liever me kont dan dat haar te geven

Om drie voor half negen moet ik weg
Zes spiegels staren elkaar altijd aan
Ik denk dat we nog verder verstrikt zullen raken
Mijn allerbeste
U bent een heer die maar half presteert
Die dame heeft een neus die lijkt op een lintworm
Louise heeft haar bontjas vergeten
Ik heb geeneens een bontjas en ik heb ’t niet koud
De Deen rookt een sigaret en leest de dienstregeling
De zwarte kat doorkruist de brasserie

Die flensjes waren heerlijk
De fontein stroomt
Jurk zwart als haar nagels
Dat is volkomen onmogelijk
Kijkt u meneer
De ring met malachiet
De vloer is bestrooid met zaagsel
Het is dus waar
Een boekhandelaar nam het rossige dienstertje mee

Een journalist die ik voor de rest heel vaag ken

Luister Jacques het is ernstig wat ik je ga zeggen

Gemengde Scheepvaart-Maatschappij

Hij zei me meneer wilt u zien welke etsen en schilderijen ik kan maken
Ik heb alleen een dagmeisje

Na de lunch café du Luxembourg
Eenmaal daar stelt hij me aan een dikkerd voor
Die me zegt
Luister ’t is leuk
In Smyrna in Napels in Tunesië
Maar waar is het in godsnaam
De laatste keer dat ik in China was
Is acht of negen jaar geleden
De eerbaarheid hangt vaak af van welk uur het heit
Het spel is uit

 

 

Vertaald door Wouter van der Land

 

Guillaume Apollinaire (26 augustus 1880 – 9 november 1918)
Portret door Maurice de Vlaminck, ca. 1905

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 26e augustus ook mijn blog van 26 augustus 2023 en ook mijn blog van 26 augustus 2021 en ook mijn blog van 26 augustus 2020 en eveneens mijn blog van 26 augustus 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 17:04 Reageer op dit bericht

Martin Amis, Charles Wright

De Engelse schrijver Martin Amis werd geboren op 25 augustus 1949 in Cardiff, South Wales. Zie ook alle tags voor Martin Amis op dit blog.

Uit: Het interessegebied (Vertaald door Janneke van der Meulen)

“Liefde?”
“Ik zei: het léék liefde. Kijk niet zo geschrokken. Het léék liefde. Een gevoel van onvermijdelijkheid. Je weet wel. Als het begin van een langdurige, heerlijke romance. Romantische liefde”.
“Déjà vu en de hele santenkraam? Ga door. Help mijn geheugen een handje”.
“Tja. Pijnlijke bewondering. Pijnlijk, ja. En gevoelens van nederigheid en onwaardigheid. Zoals jij met Esther”.
“Dat is iets heel anders”, zei hij en priemde met een vinger naar me. “Dat is puur vaderlijk. Je snapt het wel als je haar ziet”.
“Hoe dan ook. Toen was het voorbij en ik… En ik vroeg me gewoon af hoe ze eruit zou zien zonder kleren aan”.
Zie je nou wel? Ik vraag me nooit af hoe Esther eruit zou zien zonder kleren aan. Als het gebeurde, zou ik ontzet zijn. Ik zou mijn ogen afwenden”.
“En zou jij je ogen afwenden, Boris, van Hannah Doll?”
“Hmm. Wie had gedacht dat de Ouwe Zuiplap zo’n mooie vrouw zou hebben”.
“Ik weet het. Niet te geloven”.
“Die Ouwe Zuiplap. Maar even serieus. Ik weet zeker dat hij altijd al een zuiplap was. Maar hij is niet altijd oud geweest”.
Ik zei: “De meisjes zijn wat? Twaalf, dertien? Dus zij is van onze leeftijd. Of iets jonger”.
“En de Ouwe Zuiplap bezwangerde haar toen ze wat – achttien was?”
“Toen hij van onze leeftijd was”.
“Goed dan. Dat ze met hem getrouwd is, moeten we haar dus maar vergeven; zei Boris. “Achttien. Maar ze is niet bij hem weggegaan, hé. Hoe wil je dat rechtbreien?”
“Weet ik. Het is moeilijk om..”’
“Mmm. Ze is te lang voor mij. En nu ik erbij stilsta, ze is ook te lang voor de Ouwe Zuiplap”.
En opnieuw stelden we elkaar de vraag: waarom zou iemand zijn vrouw en kinderen hierheen halen? Hierheen?
Ik zei: “Deze omgeving is meer geschikt voor mannen”.
“0, dat weet ik niet. Sommige vrouwen vinden het niet erg. Sommige vrouwen zijn net zoals de mannen. Jouw tante Gerda bijvoorbeeld. Die zou het hier uitstekend naar haar zin hebben”.
“Tante Gerda zou er geen principieel bezwaar tegen hebben”, zei ik. “Maar dat ze het hier naar haar zin zou hebben, nou nee”.
“Zal Hannah het hier naar haar zin krijgen?’
“Ze maakt niet de indruk”
“Nee, dat is waar. Maar ze is nog steeds de echtgenote van Paul Doll, vergeet dat niet”.

 

 

Martin Amis (25 augustus 1949 – 19 mei 2023)

 

 

De Amerikaanse dichter Charles Wright werd geboren op 25 augustus 1935 in Pickwick Dam, Tennessee. Zie ook alle tags voor Charles Wright op dit blog.

 

 

Stone Canyon Nocturne

Oude van Dagen, oude vriend, niemand gelooft dat je terugkomt.
Niemand gelooft nog in zijn eigen leven.
De maan, als een dood hart, koud en onstartbaar, hangt aan een zijden draadje
Aan de rand van de aarde,
Eindelijk ontrouw, de varens en de roze struiken bevlekkend.
In de andere wereld maken kinderen de knopen in hun telkoorden los.
Ze zingen liedjes en hun vingers worden bleek.
En hier, waar de zwaan neuriet in zijn holte, waar bloedwortel
En belladonna aandringen op onze troost,
Waar de vos in de kloofwand onze handen leegt, extatisch voor meer,
Wentelt als een parel heldere olie de Genezer door de nachtwind,
Deels oog, deels traan, niet bereid ons te herkennen.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Charles Wright (Pickwick Dam, 25 augustus 1935)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 25e augustus ook mijn blog van 25 augustus 2020 en eveneens mijn blog van 25 augustus 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Stephen Fry, Charles Wright

De Engelse komiek, schrijver, acteur en presentator Stephen John Fry werd geboren in Londen op 24 augustus 1957. Zie ook alle tags voor Stephen Fry op dit blog.

Uit: Speelbal van de goden (Vertaald door Paul van den Hout)

“Plough Lane 41, Hampstead, Londen N W3
maandag, 2 juni 1980

Liefste Ned,
Het spijt me van het luchtje. Ik hoop dat je deze brief ergens hebt opengemaakt waar je helemaal alleen bent. Anders pesten ze je dood. Het heet Rive Gauche, dus ik voel me een beetje als Simone de Beauvoir en ik hoop dat jij je voelt als Jean-Paul Sartre. Eigenlijk hoop ik van niet, want als je het mij vraagt heeft hij zich tegenover haar nogal achterlijk gedragen. Ik schrijf dit boven na een ruzie met Pete en Hillary. Ha, ha, ha! Pete en Hillary, Pete en Pete en Hillary. Je vindt het vreselijk hè, als ik ze zo noem? & hou ontzettend veel van je. Als je mijn dagboek zag, zou je het bestérven. Ik heb vanochtend twee hele bladzijden geschreven. Ik heb een lijst opgesteld van alles wat heerlijk en fantastisch aan je is en op een dag als we voor altijd bij elkaar zijn laat ik het je misschien wel lezen en dan besterf je het wéér. Ik heb je geschreven dat je ouderwets bent. Punt één: de eerste keer dat we elkaar zagen stond jij op toen ik binnenkwam, wat lief was, maar het was in het Hard Rock Café binnenkwam, wat lief was, maar het was in het Hard Rock Café en ik kwam uit de keuken om je bestelling op te nemen. Punt twee: telkens als ik pap en mam Pete en Hillary noem, krijg je een rooie kop en knijp je je lippen samen. Punt drie: toen je voor het eerst met Pete en — oké, jij je zin —toen je voor het eerst met pap en mam sprak, heb je ze door laten bazelen over particulier onderwijs en de gezondheidszorg en hoe vreselijk het daarmee is gesteld en wat een ramp de regering is en je hebt geen w66rd gezegd. Dat je vader voor de Conservatieven in het Lagerhuis zit, bedoel ik. Je hebt heel leuk over het weer zitten praten en onbegrijpelijk over cricket. Maar je hebt niks laten merken. En daar ging die ruzie vandaag nou juist over. Je vader was tussen de middag op Weekend World, je hebt hem schijnwaarlijk wel gezien. (Trouwens, ik hou van je, jezus, ik hou van je.) ‘Waar halen ze die lui vandáán? blafte Pete, terwijl hij naar de televisie wees. ‘Waar halen ze die lui in hémelsnaam vandaan? ‘Welke lui?’ vroeg ik kil terwijl ik me voorbereidde op een ruzie. ‘Lieden,’ zei Hillaty. ‘Die levende anachronismen met hun tweed jasjes,’ zei Pete. ‘Moet je die ouwe zak zien. Wat voor recht heeft hij om het over de mijnwerkers te hebben? Hij zou nog geen brok steenkool herkennen als het in zijn bord ossenstaartsoep viel.’ ‘Herinner je je die jongen nog waar ik vorige week mee thuiskwam? vroeg ik, met wat neutrale waarnemers vast en zeker een ijzige kalmte zouden hebben genoemd. ‘Werkgelegenheid, zegt-ie!’ schreeuwde Pete tegen het scherm. ‘Wanneer heb jij je ooit druk hoeven maken over werkgelegenheid, meneer Eton-en-Oxbridge? Toen keek hij mij aan. `Huh? Wat voor jongen? Wanneer? Dat doet hij altijd als je hem iets vraagt — eerst zegt hij iets anders, wat er helemaal niets mee te maken heeft, en dan beantwoordt hij je vraag met een wedervraag. Of twee wedervragen. Ik word er gék van. (Ook van jou, liefste Neddy. Maar gek van tomeloze liefde.)”

 

 

Stephen Fry (Londen, 24 augustus 1957)

 

 

De Amerikaanse dichter Charles Wright werd geboren op 25 augustus 1935 in Pickwick Dam, Tennessee. Zie ook alle tags voor Charles Wright op dit blog.

 

 

LEVENS VAN DE HEILIGEN

Een losse knoop in een kort touw,
Mijn leven blijft onder me vandaan glijden, intact maar
Aflopend,
…………….Het patroon wordt patroonloos,
De blauwe afgrond van alledaagse lucht
inademend en uitademend,
……………………………in kleine wolkjes als rook,
In kleine windslierten en draden.

Alles wat het potlood zegt is uitwisbaar,
In tegenstelling tot onze stemmen, waarvan de woorden zwart en permanent zijn,
Ons leven besmeurend als kolenstof,
…………………………………………in tegenstelling tot onze herinneringen,
Geëtst als een skyline tegen de geest,
In tegenstelling tot onze onherstelbare daden .. .
Het potlood morst alles, en neemt dan alles terug.

Bijvoorbeeld, hier ben ik op Hollywood Boulevard en Vine,
Bijna 60, kerstavond, de vlees-flitsers en pooiers
En onvermoeibare Walk of Famers
………………………………………die hun joints uitdrukken,
In de hoop dat er iets niet al te vreselijks gebeurt aan de overkant van de straat.
De regenbui is opgezogen en weggevaagd,
De palmbladeren bungelen spiegelglad.
……………………………………………Het leven, zeggen ze, is mooi.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Charles Wright (Pickwick Dam, 25 augustus 1935)

Zie voor de schrijvers van de 24e augustus ook mijn blog van 24 augustus 2020 en eveneens mijn blog van 24 augustus 2019 en ook mijn blog van 24 augustus 2018.

Geschreven door Romenu om 14:47 Reageer op dit bericht

Malcolm Cowley

De Amerikaanse dichter en schrijver Malcolm Cowley werd geboren op 24 augustus 1898 in Belsano, Pennsylvania. Hij werd bekend als kroniekschrijver van de Amerikaanse moderniteit, in het bijzonder als auteur van “Exile’s Return” (1934), een ontnuchterende inventarisatie van de toestand van de ‘Lost Generation’ na hun terugkeer uit Europa. Cowley studeerde vanaf 1915 aan de Harvard University, waar hij onder meer lezingen volgde van de dichteres Amy Lowell. Toen de Verenigde Staten in 1917 aan de Eerste Wereldoorlog deelnamen, onderbrak hij zijn studie en sloot zich aan bij de American Field Service; hij werkte als ambulancechauffeur in Frankrijk. Gedurende deze tijd schreef hij oorlogsrapporten voor de Pittsburgh Gazette. In 1918 keerde hij terug en trouwde met de kunstenaar Peggy Baird. In 1920 voltooide hij zijn studie aan Harvard en verhuisde terug naar Frankrijk, waar hij zijn studie voortzette in Montpellier. In Europa sloot Cowley vriendschap met andere Amerikaanse expats, waaronder literaire grootheden uit die tijd als Gertrude Stein, Ernest Hemingway, Ezra Pound en TS Eliot. In 1923 vestigde hij zich in Greenwich Village in New York en werd zo niet alleen een getuige van de Parijse Lost Generation, maar ook van de New York Jazz Age. In die tijd had hij vooral een hechte vriendschap met de dichter Hart Crane. Hij verdiende onder meer de kost door boekrecensies te schrijven voor het tijdschrift The Dial; Zijn eerste dichtbundel verscheen in 1929. Cowley’s huwelijk eindigde in een scheiding in 1931 en zijn ex-vrouw woonde bij Hart Crane totdat hij in april 1932 zelfmoord pleegde. Kort daarna trouwde Cowley voor de tweede keer met Muriel Maurer. Van 1929 tot 1944 was hij mederedacteur van The New Republic, een van de meest invloedrijke kranten van Amerikaans links. Zoals veel Amerikaanse intellectuelen uit die tijd raakte hij in de jaren dertig actief betrokken bij het politieke leven en werd hij steeds radicaler onder invloed van Theodore Dreiser; In 1935 was hij een van de oprichters van de linkse schrijversvereniging League of American Writers, waaruit hij in 1940 vertrok vanwege haar communistische oriëntatie. In 1937 verdedigde Cowley de Moskouse processen in de Nieuwe Republiek. In 1941, tijdens de Tweede Wereldoorlog, werd Cowley de plaatsvervanger van Archibald MacLeish bij het Office of Facts and Figures, een agentschap van de regering-Roosevelt. Door tussenkomst van J. Edgar Hoover en rechtse journalisten werd hij echter al na een jaar ontslagen vanwege zijn politieke opvattingen. In 1949 werden ze opnieuw een probleem toen hij getuigde in het proces tegen Alger Hiss en de belangrijkste getuige van de aanklager, Whittaker Chambers, tegensprak. In de jaren vijftig werd Cowley medewerker van Viking Press, waarvoor hij edities van Amerikaanse klassiekers redigeerde. Cowley overleed op 27 maart 1989 in New Milford, Connecticut.

 

 

Boy in Sunlight

The boy having fished alone
down Empfield Run from where it started on stony ground,
in oak and chestnut timber,
then crossed the Nicktown Road into a stand
of bare-trunked beeches ghostly white in the noon twilight-

having reached a place of sunlight
that used to be hemlock woods on the slope of a broad valley,
the woods cut twenty years ago for tanbark
and then burned over, so the great charred trunks
lay crisscross, wreathed in briars, grey in the sunlight,
black in the shadow of saplings grown
scarcely to fishing-pole size: black birch and yellow birch,
black cherry and fire cherry-

having caught four little trout that float, white bellies up,
in a lard bucket half-full of lukewarm water-
having unwrapped a sweat-damp cloth from a slap of pone
to eat with dewberries picked from the heavy vine-
now sprawls above the brook on a high stone,
his bare scratched knees in the sun, his fishing pole beside him,
not sleeping but dozing awake like a snake on the stone.
Waterskaters dance on the pool beneath the stone.

A bullfrog goes silently back to his post among the weeds.
A dragonfly hovers and darts above the water.
The boy does not glance down at them
or up at the hawk now standing still in the pale-blue mountain sky,
and yet he feels them, insect, hawk, and sky,
much as he feels warm sandstone under his back,
or smells the punk-dry hemlock wood,
or hears the secret voice of water trickling under stone.
The land absorbs him into itself,
as he absorbs the land, the ravaged woods, the pale sky,
not to be seen, but as a way of seeing;
not to be judged, but as a way of judgment;
not even to remember, but stamped in the bone.
“Mine,” screams the hawk, “Mine,” hums the dragonfly,
and “Mine,” the boy whispers to the empty land
that folds him in, half-animal, half-grown,
still as the sunlight, still as the hawk in the sky,
still and relaxed and watchful as a trout under the stone.

 

 

POVERTY HOLLOW

Here in a mountain valley
we worked our fields till even the bottom land
was ribbed and gaunt as the horses, as the men.
This year our corn is blighted.
The valley is too narrow, and we have driven
our plows against the bony shanks of a hill.

Now rest, my brothers,
lie down together in a furrow. Rest,
and some day when the mineral earth has grown
cold as the moon’s craters, when the sun
fades in perpetual starlight, then our hills
will fold like wrinkles in a forehead, press
the valley out between than like slow fingers
against a bone-hard thumb, and so provide
for us magnificent burial, my kin.

Cold hills already lie
staring down at our cornfields hungrily.

 

 

Malcolm Cowley (24 augustus 1898 – 27 maart 1989)
Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Koos Dijksterhuis, Serhiy Zhadan

De Nederlandse schrijver, journalist en dichter Koos Dijksterhuis werd geboren op 23 augustus 1962 in Amersfoort. Zie ook alle tags voor Koos Dijksterhuis op dit blog.

 

Klimaatvakantie

De leiders komen samen in Egypte
Het is daar lekker zonnig en nog warm
Dus allen in de chartervlucht naar Sharm
El Sheikh, met een excursie naar de crypten

Voorzichtig met die sla – pas op voor darm-
Problemen, en wie gister te veel nipte
Van arak, of wie op z’n ego tripte
Denkt katerig: klimaat? Da’s loos alarm

Zodat men, trots de dreigende gevaren
Door zon gestoofd en rood- of bruinverbrand
De aanpak uitstelt met een aantal jaren

Maar nu ligt dat niet aan het onverstand
Het ligt ook niet aan praktische bezwaren
Want dit keer ligt het lekker aan het strand

 

 

Verelendung

Ik kende Marx, ik kende mijn klassieken
de vakbond heb ik jarenlang versterkt
(ik was modelarbeider in fabrieken)
Als staker heb ik duidelijk gemerkt:
actief noemt men degene die niet werkt

 

 

De man van mijn buurvrouw

Haar echtgenoot heeft een te korte lont
Mijn buurvrouw wordt frequent door hem geslagen
Men noemt zoiets wel huiselijk geweld

Ik hoor haar gillen, bijna alle dagen
Wat mij na zoveel jaar niet minder kwelt
Kon zij maar als geliefde tot mij komen!

Ik heb haar dat natuurlijk nooit verteld
Maar neem haar in mijn armen, in mijn dromen
Zij sluit haar ogen, opent loom haar mond

Wat zou ik graag privé haar gadeslaan
Ik moest misschien toch eens haar gade slaan

 

 

Koos Dijksterhuis (Amersfoort, 23 augustus 1962)

 

 

De Oekraïense dichter, romanschrijver, essayist en vertaler Serhiy Viktorovych Zhadan werd geboren op 23 augustus 1974 in in Starobilsk, in het gebied Loehansk. Zie ook alle tags voor Serhiy Zhadan op dit blog.

 

 

PAPRIKA

Achter een groene opflakkering van groenten,
achter twee tieners die elkaars hand vasthouden,
loop je ’s avonds te midden van de supermarkt.
Het meisje kiest citroenen en zoete peper,
laat die door haar vriendje vastnemen en legt ze lachend terug.
Tien minuten voor tien, lang hiervoor
hebben ze ruzie gemaakt, zij wou van hem weggaan, hij overtuigde haar te blijven;
hun zakken vol groene dingen,
gouden Assyrische munten, pijnstillers,
zoete liefde, betoverde paprika.

draag weg, toe, draag hiervandaan onze vochtige ziel, elke gestorven vrucht en het bloed van aardbeien, vissen gedood in zuidelijke staten door schroeven van oude stoomboten, vissen gevuld met oorbellen en Britse punkernaalden, kreunen van de cafeïne in hun kieuwen, van zwarte ziekten en groen licht, alsof ze smeken

draag weg, toe draag ons hiervandaan, naar de dichtstbijzijnde parkeerplaats, de dichtstbijzijnde garage, de dichtstbijzijnde koude oceaan, zo lijken ze te tonen, met hun kromme rug, met hun vochtige zielen, terwijl de schroeven in de hemel boven de supermarkt ’s avonds de sappige lucht ontwrichten, terwijl cafeïne onder je nagels koekt

draag weg, toe vooruit, verstop in jullie zakken de warme groene opflakkeringen, leg zilveren en gouden munten onder jullie tong, tot aan de dichtstbijzijnde schuilplaats, het dichtstbijzijnde stadion, bloed om bloed, de heer roept ons, hij beroert onze vinnen

Omdat zoals hij haar vasthoudt, ik nooit
iemand ooit vast kan houden, ga ik niet onaangedaan
voorbij aan dit dode weefsel, ik aarzelde zo al te lang,
zonder kracht om te bewegen, zodat ik hen nu wel moet volgen.

Je weet toch wat hen te wachten staat, niet? Daar waar je nu staat, waar je
toevallig bent, kan je hun alles voorspellen: nog twee-drie jaar ademloos gouden
tienergeluk in gras van augustus, verspillen van munten aan allerlei
gif, en gedaan – herinnering vult de ruimte in jou waar vroeger tederheid was.

Omdat zoals zij om hem bevreesd is, ik nooit
om iemand bevreesd kan zijn, omdat met de lichtheid
waarmee zij die warme citroenen in zijn handen legt, ik nooit
iemand ook maar iets kan geven;
zal ik hen verder volgen,
in het lange slopende schemerdonker van de supermarkt,
met geel gras onder de voeten,
met een dode vis in de handen
terwijl ik het vissenhart verwarm
met mijn adem,
terwijl ik mijn adem
verwarm met dat hart.

 

Vertaald door Eric Metz

 

Serhiy Zhadan (Starobilsk, 23 augustus 1974)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 23e augustus ook mijn blog van 23 augustus 2020 en eveneens mijn blog van 23 augustus 2018 en ook mijn blog van 23 augustus 2016 en ook mijn blog van 23 augustus 2015 deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:26 Reageer op dit bericht

Griet Op de Beeck, Dorothy Parker

De Vlaamse schrijfster en columniste Griet Op de Beeck werd geboren in Turnhout op 22 augustus 1973. Zie ook alle tags voor Griet Op de Beeck op dit blog.

Uit: Jij mag alles zijn

“Het is de eerste dag van de zomervakantie. Lexi zit thuis. Of beter, ze ligt. Omgekeerd, in de sofa, met haar benen recht omhoog tegen de leuning. Ondersteboven kan ze beter nadenken. En als je nadenkt, ben je je niet aan het vervelen, zegt oma. Het is hier stil. Stil zoals in winkels die gesloten zijn, of in lege straten waar de wind amper waait, of in bossen waar alle dieren slapen. Papa is op kantoor. Hij moet altijd hard werken om geld te verdienen voor hen. En Floortje is al op vakantie vertrokken. Ze blijft drie weken weg. Lexi zal blij zijn als ze terugkomt, want Floortje is haar beste vriendin. Ze kan haar oren bewegen zonder ze aan te raken, en ook heel mooi zingen en goed hardlopen. En als ze verliest met bijvoorbeeld vier op een rij, zegt ze dat ze blij is voor jou dat jij gewonnen hebt, en dat meent ze nog ook. Later gaan Lexi en Floortje samenwerken of samenwonen, dat moeten ze nog beslissen. Soms praat Lexi tegen Aap, maar die is er nu even niet. Ze vraagt zich af waar hij uithangt. Maar ze weet: als hij honger heeft, komt hij wel weer aanwaaien. Papa beweert dat dieren niet begrijpen wat je tegen ze zegt, maar Lexi denkt soms dat Aap dat wel kan. Want als Lexi bijvoorbeeld iets verdrietigs vertelt, dan kijkt hij haar aandachtig aan, en meestal komt hij daarna bij haar gekropen. Aap is trouwens geen aap, maar een kat. Lexi heeft de naam gekozen. Papa probeerde nog of ze Minoes niet leuker vond, of Simba, maar Lexi liet zich niet vermurwen. Het eerste wat Aap deed toen hij als klein poesje hun huis binnenkwam, was in de gordijnen slingeren en overal op klimmen. Als hij het had mogen beslissen, was hij vast een aap geweest. zoals Lexi liever iemand anders zou zijn. Maar zoiets kan je niet kiezen.
Het is 13.38 uur, zegt de klok. Misschien moet ze de tafel maar eens dekken. Lexi klautert op het aanrecht om bij de goede borden te kunnen. Ze legt bestek op tafel en zet zelfs schoteltjes onder de kopjes. ze haalt alles uit de koelkast wat er nog fris uitziet en schikt het keurig op plankjes. Ze heeft mama eens horen zeggen dat ze houdt van een mooi gedekte tafel. Lexi probeert altijd goed te onthouden wat mama zegt. Ze maakt ook nog een kopje koffie. Of ja, de espressomachine doet dat. En zij zet het op tafel. Als ze klaar is, inspecteert ze de boel nog een laatste keer. Ze heeft aan alles gedacht. Of nee. ze is nog iets vergeten. Vanmorgen heeft ze een kaart getekend.
En zij zet net op tafel. Als ze klaar is, inspecteert ze de boel nog een laatste keer. Ze heeft aan alles gedacht. Of nee, ze is nog iets vergeten. Vanmorgen heeft ze een kaart getekend, met blije mensen op een strand en een onstuimige zee op de achtergrond. Die moet er nog bij, als opvrolijking. Ze schrijft erin: voor de liefste mama, met drie kruisjes, een hartje en haar naam.”

 

 

Griet Op de Beeck (Turnhout, 22 augustus 1973)

 

 

De Amerikaanse dichteres en critica Dorothy Parker werd geboren in New York op 22 augustus 1893. Zie ook alle tags voor Dorothy Parker op dit blog.

 

 

Bohème

Schrijvers en dichters en lui aan ’t toneel,
Die weten van niks en die weten nooit veel,
Beeldhouwers, zangers, en meer van die klieren,
Ze praten alleen over wat ze versieren.
Dramaturgen en dichters en dergelijk geks,
Waar ze ook mee beginnen, het eindigt met seks.
Dagboekaniers, recensenten e.d.,
Ze zeggen nooit iets en ze zeggen nooit nee.
’t Is met dat Artiestenvolk altijd gezeur,
O God, doet u mij maar een assuradeur.

 

Vertaald door Peter Bergsma

 

Dorothy Parker (22 augustus 1893 – 7 juni 1967)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 22e augustus ook mijn blog van 22 augustus 2020 en eveneens mijn blog van 22 augustus 2019 en ook mijn blog van 22 augustus 2016 en ook mijn blog van 22 augustus 2015 deel 1 en ook deel 2.

Geschreven door Romenu om 17:09 Reageer op dit bericht

X. J. Kennedy, Aubrey Beardsley

De Amerikaanse dichter, schrijver, vertaler en bloemlezer X.J. Kennedy werd geboren in Dover, New Jersey op 21 augustus 1929. Zie ook alle tags voor X. J. Kennedy op dit blog.

 

 

NATIONAL SHRINE

Sanctioned by eagles, this house. Here they’d met,
Undone their sword belts, smoked a while and posed
Gazes that could not triumph or forget,
And held their jowls set till a shutter closed.

Kentucky rifle now, and Parrot gun
Cohabit under glass. Connecticut
And Alabama, waxed sleek in the sun,
Reflect like sisters in the parking lot.

Lee’s troops led home to gutted field and farm
Mules barely stumbling. Borne off in each car,
The wounded sun and instant Kodachromc
Render our truces brighter than they are.

 

 

PEACE AND PLENTY

Bound to the road by chains
Of motels, the great plains
Under the moon lie stunned.
An Adirondack stirs
Winds, groping for her firs.
Engines are gunned

And, not knowing which path to choose
Through the chemical plant, the river
Choked with refine Upturns a blithering stare
To the exhausted air.
Crows hover.

Let the new fallen snow
Before she change her mind
Lay bare her body to the Presto-Blo,
The drooped rose her
Quietus find
Head down inside the in-sink waste-disposer.

 

 

ON BEING ACCUSED OF WIT

No, I am witless. Always in despair
At long-worked botches crumpled, pitched away.
A few lines worth the keeping, they arc rare.
Blind chance not wit entices words to stay
And recognizing luck is artifice
That comes unlearned. The rest is taking pride
In boring duty. This and only this.
On keyboards sweat alone makes fingers glide.

Witless, that juggler rich in discipline
To whom the Virgin might have dealt short shrift,
Flat on his back with beatific grin,
Gracing the air with slow-revolving gift;
Witless, La Tour, that painter none too bright,
His draftsman’s compass waiting in the wings,
Measuring how a lantern stages light
Until a dark room overflows with rings.

 

 

X. J. Kennedy (Dover, 21 augustus 1929)

 

 

De Engelse dichter, schrijver en illustrator Aubrey Vincent Beardsley werd geboren op 21 augustus 1872 in Brighton. Zie ook alle tags voor Aubrey Bewardsley op dit blog.

 

De drie musici

Op ’t pad dat langs de bosrand leidt
Gaan de drie musici; zij zijn
Blij met zichzelf, elks tierigheid,
Franz Himmel’s laatste dansrefrein,
’t Gedane werk, een nieuw motief, ontbijt en zomerzonneschijn.

d’ Eén een sopraan, in moesselien
Wit-luchtig, dat men ’t speels ajour
Van zijden kousen juist kan zien,
Rose elleboogtip en armen stoer,
Ruches aan rokken en zo meer, en blaast de gloeiwind, een contour.

De slanke knaap die naast haar loopt,
Schikt haar de krullentooi charmant,
Hoopt vurig op haar gunst en hoopt
Op bis! bravo! van alle kant
In Wenen en St. Petersburg, Parijs, en ook in Engeland.

De derde is pianist, en Pools,
Een drukbezette kunstenaar,
Met licht hart en met ijz’ren pols
En dichte lokken goudblond haar
En vingers vol arpeggio, tot wanhoop van de stuntelaar.

De verderdrentelende drie
Trekken de aar van ’t rijpe koorn,
Neuriën flarden melodie,
Bespotten ’t bos met Siegfried’s hoorn,
Vullen de lucht met Gluck en vullen de toerist in tweed met toorn.

Het Pools genie sluit nu de rij
En talmt waar het papavers plukt,
En slaat de strijk- en blaaspartij
Van een verbeeld concert, verrukt
Dat nu door tucht en maatgevoel van het orkest zijn leiding lukt.

De vocaliste, een moment
Te rust gevlijd op haar gemak,
Ziet, in het zomers zinderend
Verschiet, van haar château het dak;
Zij waaiert, luikt de ogen half, trekt om haar knieën ’t jurkje strak.

De slanke jongen aan haar voet
Dubt of zijn durf fortuin beduidt;
Zijn vrees smelt snel in middaggloed,
En de toerist, die ’t oog niet sluit,
Bloost als zijn Baedeker, beent door en spreekt een beê voor Frankrijk uit.

 

 

Vertaald door D. J. Spinalta

 

Aubrey Beardsley (21 augustus 1872 – 16 maart 1898)
Portret door Jacques-Emile Blanche, 1895

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 21e augustus ook mijn blog van 21 augustus 2020 en eveneens mijn blog van 21 augustus 2019 en ook mijn blog van 21 augustus 2016 en ook mijn blog van 21 augustus 2016 deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:51 Reageer op dit bericht

Anneke Brassinga, Charles Reznikoff

De Nederlandse dichteres, schrijfster en vertaalster Anneke Brassinga werd geboren in Schaarsbergen op 20 augustus 1948. Zie ook alle tags voor Anneke Brassinga op dit blog.

 

 

Oor

Verdiept in het adagio smacht ik sostenuto
naar jouw lieflijk zondoorschenen oor waarin
het zich vergiet. Zo binnendwalend de muziek
en bevend ongewis kunnen wij kuis verlustigd
voelen rijpen ons onvermijdelijkst verdriet.

 

 

Gevallen vrouw (een burleske)

Ik wil weer leren krom en kreupel te jongleren,
me los te rukken uit cadans, die pijn verdooft;

ik ben bevangen in scanderen – loodzwaar harnas
dat geen zwier gedoogt. Het voet voor voetje moeten

wankelgaan op strakstaand koord, eronder gretig
’t lege waar het vege lijf een doodsmak wacht,

heeft mij dit afgemeten schrijden bijgebracht.
Hoe lief had ik het pirouetteren

in bokkesprongen uit de maat en krolse gibbon-
capriolen, minne lovend in wier naam

de grootste bruut genâ betoont; gelovend heilig
dat elk dolen terug zou voeren naar de plek

(nu overwoekerd monument) vanwaar zo dartel,
kreupel, driest en krom ’t gelukzoekspel begon

dat boven het te snel ontdekt ravijn van rouw
fatale koorddans werd van blindeman en ezelvrouw.

 

 

Aanzoek

Ik ben al vaak door mezelf op straat gezet,
heengezonden, onbewoonbaar verklaard,
uitgerookt, door ploffende kachels beroet.
En nu hier, het lekt er en tocht. Te moe
voor ander onderdak. Maar ruimte is er
te over voor wie ik bij me heb, in armen sluit
als liefste, doorluchte, als kroonluchter
ontvlammen laat, in rust voel aan ’t geraamte.

Een klein maar taai oneetbaar hart blijft fier
zich weren tegen binnenschuivend donker. Blijf.
Blijf met mij hokken in dit schrale ribbenkast
in het innig bed van geest, bij het weerlicht
getemperd door weemoed, van ons verstand.

 

 

Anneke Brassinga (Schaarsbergen, 20 augustus 1948) 

 

 

 De Amerikaanse dichter Charles Reznikoff werd op 30 augustus 1894 in New York geboren. Zie ook alle tags voor Charles Reznikoff op dit blog.

 

Uit: Het zuiden, 1891-1900: Eigendom

Bristol was de kassier van een bedrijf
waar West een partij vaten voor had gemaakt.
Toen West naar het magazijn van de zaak ging
om af te rekenen, en de gebruikelijke 5 1/2 cent per vat vroeg,
zei Bristol dat ze nu nog maar vijf cent betaalden
voor vaten met zes hoepels
en West antwoordde, luidkeels en boos,
dat ze hem dat hadden moeten zeggen,
en dat hij gewoon 5 1/2 cent per vat wilde.

Bristol legde uit dat het verschil maar 15 cent was –
de moeite niet om je druk over te maken,
maar West vloekte en begon nog harder te schreeuwen
totdat Bristol zijn geduld verloor en zei: ‘Verdomde gek!’
Daarop pakte West een stoel
en kwam ermee op Bristol af, maar
na een moment van besluiteloosheid
zette hij hem weer neer
en Bristol, die zich herinnerde dat de veel sterkere West
hem een keer door een raam had geslagen,
liep snel naar zijn kantoor,
graaide een presse-papier van zijn bureau
en knipte zijn mes open.

Hij keerde terug en bleef staan bij de opening in de balie
en zei tegen West dat hij weg moest gaan;
West kwam echter weer op hem af
en Bristol wilde juist uithalen met de presse-papier,
maar voordat hij zijn arm kon opheffen,
pakte West hem vast. Het volgende moment
lagen ze vechtend op de grond.
Bristol stak West in zijn heup,
kwam als eerste half overeind
en stak hem nog eens, in zijn schouder.

 

 

Vertaald door Maarten Elzinga

 

 

Charles Reznikoff (30 augustus 1894 – 22 januari 1976)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 20e augustus ook mijn blog van 20 augustus 2020 en eveneens mijn blog van 20 augustus 2019 en ook mijn blog van 20 augustus 2017 deel 1 en ook deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 16:31 Reageer op dit bericht

Jonathan Coe, Li-Young Lee

De Engelse schrijver Jonathan Coe werd geboren op 19 augustus 1961 in Birmingham. Zie ook alle tags voor Jonathan Coe op dit blog.

Uit: Nummer 11 (Vertaald door Otto Biersma en Luud Dorresteijn)

“De ronde toren rees zwart en glanzend op tegen de leigrijze lucht van eind oktober. Rachel en haar broer liepen vanuit het oosten over de hei naar de toren, die werd geflankeerd door twee bladerloze, skeletachtige essen. Het was het uur voor het invallen van de duisternis op een windstille middag. Als ze bij de bomen waren, zouden ze kunnen uitrusten op het bankje dat daar stond, met uitzicht op Beverley, dat niet al te ver weg lag, met de keurig gerangschikte huizen en in het midden als contrast de hoog oprijzende monumentale, grauwgele torens van de kloosterkerk.
Nicholas plofte neer op de bank. Rachel — destijds pas zes jaar oud, acht jaar jonger dan hij — ging niet naast hem zitten, ze stond te popelen om snel door te lopen naar de zwarte toren en hem van dichtbij te bekijken. Ze liet haar broer achter op het bankje en haastte zich verder, ze baande zich een weg door de door de koeien omgewoelde modder die de toren omringde tot ze aan de voet van het bouwwerk stond en haar handen op de glimmende, zwarte bakstenen kon leggen. Met haar beide vlakke handen tegen de toren keek ze omhoog naar de nauwelijks te bevatten grootte en omvang van het geheel, de volmaakt gladde kromming als van een gebolde rug, tegen de dreigende lucht waar nu een paar krassende roeken eindeloos in cirkels rondvlogen.
Wat is het vroeger geweest?’ vroeg ze.
Nicholas had zich intussen bij haar gevoegd. Hij haalde zijn schouders op.
“Geen idee. Een soort windmolen, misschien.’
“Denk je dat we erin kunnen komen?’
“Hij is helemaal dichtgemetseld. Rond de voet van de toren stond een cirkelvormige bank, en toen Nicholas erop ging zitten, nestelde Rachel zich naast hem en keek naar zijn lichtblauwe, koele ogen die haar ondanks hun kilte het gevoel gaven dat ze zich gelukkig en gezegend mocht prijzen met zo’n grote broer, die zo knap en zelfverzekerd was. Ze hoopte dat haar haren ooit net zo blond zouden zijn als die van hem, haar mond net zo welgevormd en haar huid net zo zacht en gaaf. Ze nestelde zich tegen zijn schouder, zo dichtbij als ze durfde. Ze wilde niet dat hij haar als een blok aan zijn been zou zien of zich er al te zeer van bewust werd dat hij de enige was die haar een gevoel van geborgenheid gaf in deze vreemde, onbekende stad.
“Heb je het koud, of zo?’ vroeg hij met een blik omlaag op haar.

“Een beetje: Ze schoof een stukje bij hem vandaan. ‘Zou het warm zijn waar zij zitten?’
“Natuurlijk. Het heeft geen zin om op vakantie te gaan naar een plek waar het niet warm is, toch?’
“Ik wou dat ze ons hadden meegenomen, zei Rachel nukkig.
“Ja, maar dat hebben ze dus niet gedaan. Het is niet anders.”
Ze zaten een tijdje zwijgend naast elkaar, ze probeerden allebei voor de zoveelste keer het raadsel te doorgronden waarom hun ouders er tijdens de herfstvakantie zonder hen tussenuit waren gegaan. Toen de kou echt voelbaar werd, sprong Nicholas overeind.”

 

Jonathan Coe (Birmingham, 19 augustus 1961)

 

 

De Amerikaanse dichter Li-Young Lee werd geboren op 19 augustus 1957 in Jakarta, Indonesië. Zie ook alle tags voor Li-Young Lee op dit blog.

 

OM VAST TE HOUDEN

Dus we zijn stof. Ondertussen maken mijn vrouw en ik
het bed op. We houden de tegenoverliggende hoekpunten van het laken vast,
tillen het op, laten het opbollen, trekken het dan strak,
meten het op het oog terwijl het uitgelijnd wordt
tussen ons. We trekken, vouwen, stoppen in. En als ik geluk heb;
herinnert ze zich een recente droom en vertelt me die.

Op een dag zullen we gaan liggen en niet meer opstaan.
Op een dag zal alles wat we bewaken achtergelaten worden.

Tot die tijd zullen we blijven leren te herkennen
wat we liefhebben, en wat er nodig is
om te zorgen voor wat niet voor óns is.
Zo vaak heeft angst me ertoe gebracht
om los te laten wat ik weet dat ik op moet opgeven. Maar voor nu
zal ik naar haar droom luisteren,
en zij naar de mijne, ons wederzijdse gehoor roept
steeds meer details in het licht
van een gezamenlijke en kwetsbare bewaring.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Li-Young Lee (Jakarta, 19 augustus 1957)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 19e augustus ook mijn blog van 19 augustus 2020 en eveneens mijn blog van 19 augustus 2019 en ook mijn blog van 19 augustus 2017 deel 2.

Geschreven door Romenu om 15:08 Reageer op dit bericht

Marc Degens, Ted Hughes

De Duitse schrijver Marc Degens werd geboren op 18 augustus 1971 in Essen. Zie ook alle tags voor Marc Degens op dit blog.

Uit: Auf Sendung

„Der Zug fährt pünktlich ein. Du stehst am Gleis und siehst, wie sich jemand vor den einfahrenden Zug wirft. Rote Jacke, blonde Haare. Der Zug überrollt die Person, wird langsamer, hält an. Leute strömen an dir vorbei. Du weißt nicht, was du tun sollst. Du läufst in die andere Richtung, durch die Glastür in die Bahnhofshalle. Der Schalter der Auskunft ist frei, und drei Angestellte in Uniform unterhalten sich. Du unterbrichst ihr Gespräch und sagst, dass sich auf Gleis eins gerade jemand vor den Zug geworfen hat. Die drei werden bleich. Und das am frühen Morgen, stöhnt einer. Der hinter dem Tresen sitzende Bahnmitarbeiter ruft in der Zentrale an, sie ist schon informiert. Durch die Glastür siehst du immer mehr Menschen in Richtung des Zugs laufen. Warum laufen die denn da jetzt alle hin, fragt der älteste der drei Männer. Du trittst einen Schritt zurück und schaust auf die Anzeige unter der Decke. In siebzig Minuten sollst du im Funkhaus sein, in neunzig Minuten beginnt die Sendung. Wahrscheinlich musst du eine Zeugenaussage machen, weil du gesehen hast, wie sich jemand vor den Zug warf. Flink mit einer Vorwärtsrolle, direkt vor den Zug auf die Gleise. Kaum war die Person auf die Gleise gesprungen, rollte der Triebwagen über sie. Einen Schrei hast du nicht gehört. Vielleicht standest du zu weit weg, vielleicht zwanzig oder fünfundzwanzig Meter. Aber auch wenn du keine Zeugenaussage machen musst, weißt du nicht, ob du jetzt ins Funkhaus gehen kannst, gehen sollst. Ob das Sinn hat, gleich in einer Sendung aufzutreten, live. Deine Fahrkarte ist schon abgestempelt. Wahrscheinlich wirst du es nicht mehr rechtzeitig ins Funkhaus schaffen. Zwei der drei Bahnmitarbeiter sind verschwunden. Einer sitzt noch da, leichenfahl, mit dem Rücken zum Gleis, und blickt immer wieder ängstlich über seine Schulter. Du trittst zu ihm und entschuldigst dich. Du sagst, dass du einen wichtigen Termin in Köln hast, und fragst, wie du am schnellsten dorthin kommst. Der Bahnmitarbeiter nickt. Nach Köln wird in der nächsten Stunde nichts mehr fahren, antwortet er, du sollst die Zweiundsechzig nehmen, auf die andere Rheinseite fahren und in den Intercity steigen. Du bedankst dich, verlässt das Gebäude und gehst über die Straße zur Haltestelle. Die nächste Bahn nach Beuel soll in neun Minuten eintreffen. Du setzt dich auf die Bank unter der Überdachung, holst aus dem Rucksack dein iPad und lässt dir die Verbindungen nach Köln anzeigen. Mit dem Zug wirst du es wahrscheinlich nicht rechtzeitig schaffen. Du hast nur zwanzig Euro bei dir und gehst zurück in das Bahnhofsgebäude. Vor dem Informationsschalter stehen inzwischen ganz viele Menschen. Du stellst dich zu ihnen, und der Bahnmitarbeiter erklärt ihnen dasselbe wie vorhin dir. Du verlässt das Bahnhofsgebäude zum zweiten Mal. Die Zweiundsechzig ist schon da. Bei Rot läufst du über die Straße, steigst in die Bahn und setzt dich auf einen freien Platz. Die Abfahrt verzögert sich immer wieder, weil mehr und mehr Menschen in die Bahn steigen. Endlich fährt die Bahn los.”

 

Marc Degens (Essen,  18 augustus 1971)

 

 

De Engelse dichter en schrijver Ted Hughes werd geboren op 17 augustus 1930 in Mytholmroyd, Yorkshire. Zie ook alle tags voor Ted Hughes op dit blog.

 

 

Kerkhof van Heptonstall

Wind beukt over heuveltoppen.
Wolk van druppels stuift omhoog.

Jij klauwt je een weg over
Een reusachtige vliegende vleugel.

En Thomas en Walter en Edith
Zijn levende veren,

Esther en Sylvia
Levende veren

Waar alle horizonnen vleugels uitslaan,
Een familie van donkere zwanen

Die laag door stormzilver klapwiekt
Richting Atlantische Oceaan.

 

Vertaald door Peter Nijmeijer

 

Ted Hughes (17 augustus 1930 – 28 oktober 1998)
Portret door Michael Newton, 2021

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 18e augustus ook mijn blog van 18 augustus 2018 en ook mijn blog van 18 augustus 2017 en ook mijn blog van 18 augustus 2016 en ook mijn blog van 18 augustus 2013 deel 1 en ook deel 2.

Geschreven door Romenu om 11:53 Reageer op dit bericht

Jonathan Franzen, Ted Hughes

De Amerikaanse schrijver en essayist Jonathan Franzen werd geboren op 17 augustus 1959 in Western Springs, Illinois. Zie ook alle tags voor Jonathan Franzen op dit blog.

Uit: De correcties (Vertaald door Marian Lameris, Gerda Baardman en Huub Groeneweg)

“De angst voor bonnen, in een la waarin kaarsen in artistieke herfstkleuren lagen. De bonnen werden bijeengehouden met een elastiek, en Enid besefte dat hun uiterste geldigheidsdatums (vaak zwierig rood omcirkeld door de fabrikant) maanden en zelfs jaren voorbij waren: dat die ruim honderd bonnen, met een totale nominale waarde van meer dan zestig dollar (wat kon oplopen tot honderdtwintig dollar bij de Chiltsville-supermarkt, waar ze bonnen verdubbelden), allemaal waardeloos geworden waren. Tilex, zestig cent korting. Excedrin PM, een dollar korting. De data waren niet eens kortgeleden. De data waren historisch. De alarmbel luidde al falen. Ze schoof de bonnen weer terug tussen de kaarsen en deed de la dicht. Ze zocht een brief die een paar dagen geleden per aangetekende post was gekomen. Alfred had de postbode op de deur horen kloppen en had zo hard: `Enid! Enid!’ geschreeuwd dat hij niet hoorde dat ze terug schreeuwde: ‘Al, ik ga wel!’ Hij was haar naam blijven schreeuwen, terwijl hij steeds dichterbij kwam, en omdat de afzender van de brief de Axon Corporation, 24 East Industrial Serpentine, Schwenksville, PA was, en omdat er aspecten aan de Axon-situatie waren waar Enid van wist en Alfred hopelijk niet, had ze de brief vlug ergens weggestopt, minder dan vijf meter bij de voordeur vandaan. Alfred was uit het souterrain te voorschijn gekomen, brullend als een of ander graafwerktuig: ‘Er is iemand aan de deur!’ en zij had zo ongeveer gekrijst: ‘De postbode! De postbode!’ en hij had zijn hoofd geschud omdat het allemaal zo gecompliceerd was. Enid was ervan overtuigd dat haar eigen hoofd wel zou opklaren als ze zich maar niet elke vijf minuten hoefde af te vragen wat Alfred uitvoerde. Maar hoe ze ook haar best deed, hij bleef ongeïnteresseerd in het leven. Als
ze hem aanmoedigde om zijn metallurgie weer op te nemen, keek hij haar aan alsof ze haar verstand verloren had. Als ze vroeg of hij niet iets aan de tuin kon doen, zei hij dat hij pijn in zijn benen had. Als ze hem eraan herinnerde dat de echtgenoten van haar vriendinnen allemaal een hobby hadden (Dave Schumpert zijn gebrandschilderde glas, Kirby Root zijn fijnbewerkte chaletjes voor nestelende roodmussen, Chuck Meisner zijn beleggingsportefeuille die hij ieder uur naliep), deed Alfred alsof zij hem probeerde af te leiden van een groot werk dat hij onder handen had. En wat was dat werk? Het verandameubilair overschilderen? Hij was al vanaf Labor Day bezig het bankje te schilderen. Ze meende zich te herinneren dat hij de vorige keer dat hij de meubels had geschilderd twee uur over het bankje had gedaan. Nu ging hij iedere ochtend naar zijn werkplaats, en na een maand waagde ze het te gaan kijken hoe het ging, en het enige wat hij van het bankje had geschilderd waren de poten.”

 

Jonathan Franzen (Western Springs, 17 augustus 1959)

 

 

De Engelse dichter en schrijver Ted Hughes werd geboren op 17 augustus 1930 in Mytholmroyd, Yorkshire. Zie ook alle tags voor Ted Hughes op dit blog.

 

Fabrieksruïnes

Op een ochtend
Gaf de boemel de geest en kwam
Niet meer terug. (Japan had hem gevangen
In een nagebouwd weefgetouw gejat
Van glimlachende gekken uit Todmorden.)

Linnen hing daar te rotten, ondanks de behandeling.
De grote gonzende abdijen werden tot graftombes.

En de kinderen
Van rots en water en de tochtige afwezigheid
Van al het andere
Dat naar restjes zocht,

Verpletterden alles wat verpletterd kon worden,
Verbrandden wat niet verpletterd kon worden –
En wat niet verbrand kon worden

Werd losgewrikt en van heuvels afgeduwd.

En toen doelloos huiswaarts gesleept
Door de eerste
Thuisloze Noormannen.

 

 

Vertaald door Peter Nijmeijer

 

 

Ted Hughes (17 augustus 1930 – 28 oktober 1998)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 17e augustus ook mijn blog van 17 augustus 2021 en ook mijn blog van 17 augustus 2019 en ook mijn blog van 17 augustus 2016 en ook mijn blog van 17 augustus 2014 deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:03 1 reactie Reageer op dit bericht

Miriam Van hee, Charles Bukowski

De Vlaamse dichteres en slaviste Miriam Van hee werd geboren in Gent op 16 augustus 1952. Zie ook alle tags voor Miriam Van hee op dit blog.

 

de ribben zijn van het geraamte

de ribben zijn van het geraamte
het mooiste onderdeel, ze doen
aan vleugels denken of een soort
accordeon waar leven in- en uitgaat
je ziet ze beter
na de hongersnood of in het massagraf
het zijn de rimpels in het zand
als de zee zich heeft teruggetrokken
het zijn de breekbaarste takken
van de bomen die in open vrachtwagens
worden weggevoerd

 

 

op de snelweg

wij zagen een hond op een terras
het was ochtend en koud, toch
was de deur achter hem
half geopend, naast het huis
stonden dennen en
aan de sneeuw op hun takken
kon je nog zien hoe
de wind had gewaaid

het was zondag, een ochtend
uit zijn en ons leven
hij stond er zo stil
als een paard in de wei
voorbij te gaan

wij hebben een uur
of nog langer gezwegen
toen nam ik papier en ik schreef
er stond een hond op een terras
het was ochtend en koud
en wij snelden voorbij
op de wegen

 

 

station, ’s avonds

lichtreclames haperen
en in dat licht verschijnen
en verdwijnen weer
wachtende gezichten

er is vrede in de stad
de avondklokken luiden
in de huizen gaan de lichten
en de televisie aan

soms komen dan onaangekondigd
treinen uit de schemering
eentonig slaan hun wielen
op de sporen, ze voeren graan
of zand of wapens of misschien
verstekelingen ergens heen

eens was er bloed
dat aan de bumper kleefde,
dons en veren en

geen regen, nee
oostenwind hield dagen aan
’s nachts kon je de sterren zien
en de maan die op de aarde leek
met haar bergen en valleien
met haar winterlicht
en haar geheimen

 

 

Miriam Van hee (Gent, 16 augustus 1952)

 

 

De Amerikaanse dichter en fictieschrijver Charles Bukowski werd geboren op 16 augustus 1920 in Andernach, Duitsland. Zie ook alle tags voor Charles Bukowski op dit blog.

 

En de maan en de sterren en de wereld

Lange avondwandelingen –
dat is goed voor de ziel:
naar buren gluren
zien hoe vermoeide huisvrouwen
hun bezopen echtgenoten
van het lijf proberen te houden.

 

Vertaald door Gert Jan de Vries

 

Charles Bukowski (16 augustus 1920 – 9 maart 1994)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 16e augustus ook mijn blog van 16 augustus 2019 en ook mijn blog van 16 augustus 2016 en ook mijn blog van 16 augustus 2015 deel 2.

Geschreven door Romenu om 14:45 Reageer op dit bericht

Guillaume van der Graft, Mary Jo Salter

De Nederlandse dichter Guillaume van der Graft (eig. Willem Barnard) werd op 15 augustus 1920 geboren in Rotterdam. Zie ook alle tags voor Guillaume van der Graft op dit blog.

 

 

Liefde

Als ik eens dood zal zijn
laat de deur open blijven
tussen mij en mijn leven
sluit niet je hart

Breng mij het voedsel der doden
een schotel liefde, een glas
glimlach, ik zal je zien staan
op de tafel der dingen

Vergeet mij niet en ik zal
zorgen dat je niet oud wordt
lieveling voor de val
vergeet mij niet, ik zou sterven.

 

 

Eucharistie

DAGELIJKS gaat gij teloor
in licht op het water
in woord op het land
en dagelijks komt gij tot stand
in brood op de tafel

Rood is de tegenstand
van bloed en tranen
maar gij die woont in mijn hand
gij wint zonder moeite
de wijsheid terug uit de maan
het leven terug uit de dood
Uw naam is met wijn geschreven.

WIJ SPREKEN woorden van brood
wij gieten liederen wijn uit

wij luisteren met onze handen
en met onze lippen horen wij

woorden van brood worden vlees
terwijl de wijn zich tot bloed zingt

dan groeien wij in de tijd
terug tot de dag van de schepping
vooruit tot het einde der wereld.

 

 

Zo is dat

de kinderen worden
nog altijd geboren
in de vanouds
bekende vorm
compleet met heel kleine oren
alsof er haast niets
te horen viel
behalve het zinloos gepraat
van moeders
en met heel grote ogen
alsof er heel veel was te zien
behalve de goede borst
behalve het goede gezicht
maar dat gaat gauw genoeg over
dan worden de oren groter
dan worden de ogen kleiner
dan worden zij net als wij
net als de tantes
net als de ooms
net als de grijze
soldaten buiten net als de bruine
interieurs
kortom
in de vereiste vorm

 

Guillaume van der Graft (15 augustus 1920 – 21 november 2010)

 

 

De Amerikaanse dichteres Mary Jo Salter werd geboren op 15 augustus 1954 in Grand Rapids, Michigan. Zie ook alle tags voor Mary Jo Salter op dit blog en ook mijn blog van 15 augustus 2010.

 

LIAM

Hij is weer beneden, een duik in een droom
van melk, en Teresa die veel
te moe is om weer te gaan slapen, gaat terug
naar de tafel waar ze de punt
van haar pen test, als de speen op een fles.

In een fles met permanente inkt
doopt ze haar pen en begint
over haar potloodstrepen op de voorkant
van het spiraalvormige plakboek de naam te tekenen die ze kozen voor
wie nog nooit van een naam heeft gedroomd.

Het is William, net als zijn vader, maar
ze is pas bij Will gekomen
(de dubbele L, een andere spiraal
naar de Liam zoals ze hem nu noemen), waardoor
ze nog steeds drie letters van de man moet

spellen die zich heeft opgerold in I am.
—De vreemdeling in de wieg die
langer lijkt elke keer dat ze hem eruit tillen
en zal ontdekken dat, hoewel zij het verhaal een naam hebben gegeven,
het aan hem is om het te schrijven.

 

Vertaald door Frans Roumen

Mary Jo Salter (Grand Rapids, 15 augustus 1954)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 15e augustus ook mijn blog van 15 augustus 2020 en eveneens mijn blog van 15 augustus 2019 en ook mijn blog van 15 augustus 2016 en eveneens mijn blog van 15 augustus 2015 deel 2 en ook deel 3.

Geschreven door Romenu om 16:45 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten