Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Jenny Colgan, William Carlos Williams

De Schotse schrijfster Jenny Colgan werd geboren op 14 september 1972 in Prestwick, Ayrshire. Zie ook alle tags voor Jenny Colgan op dit blog.

Uit: Het eindeloze strand (Vertaald door Els van Son)

“Zelfs vroeg in de lente is het nog vrij donker op Mure.
Het kon Flora niet schelen; ze hield ervan ’s morgens samen wakker te worden, dicht tegen elkaar aan, in het pikkedonker. Joël sliep heel licht (Flora wist niet dat hij voordat hij haar ontmoette nauwelijks een oog dichtdeed) en was meestal al wakker als zij haar ogen uitwreef, zijn gewoonlijk afstandelijke, behoedzame gezicht verzacht omdat hij naar haar keek, en dan glimlachte ze naar hem, elke keer weer verrast, overrompeld en bang door de diepte van haar gevoelens; hoe ze leefde op het ritme van zijn hartslag.
Ze hield zelfs van de koudste ochtenden, waarop ze zich moest vermannen om uit bed te komen en aan de dag te beginnen. Dat was heel iets anders dan een uur lang in een
overvolle trein te moeten reizen voordat je op je werk was, met miljoenen andere forenzen in een wagon opgepropt staan, die tegen je aan duwden, bacteriën verspreidden en het leven veel oncomfortabeler maakten dan het hoorde te zijn.
In plaats daarvan pookte ze nu de vochtige turf op in de houtkachel van het prachtige gastenverblijf waarin Joël woonde nu hij een baan als jurist had aangenomen bij Colton Rogers, de miljardair die het halve eiland bezat. Ze blies de vlammen nieuw leven in en de ruimte werd meteen nog gezelliger dan ze al was door het flakkerende licht van het haardvuur dat schaduwen wierp op de witgekalkte wanden.
Het enige wat Joël per se had willen hebben was het superdure, supermoderne espressoapparaat waarmee hij nu in de weer was terwijl hij tegelijkertijd inlogde op zijn werkcomputer en zoals elke dag een opmerking maakte over de vele en talloze
mankementen van de internetverbinding op het eiland. Flora trok dan meestal een oude trui aan, waarna ze met een mok koffie naar het raam liep om boven op de ouderwetse
oliegestookte radiator te gaan zitten – het soort radiator dat ze kende van vroeger op school en waarvoor Colton nu een fortuin had betaald. Dan tuurde ze uit over de donkere zee; soms voorspelden de witte schuimkoppen op de golven een
stormachtige dag en andere keren was het ongewoon helder, waardoor ze, zelfs ’s ochtends vroeg, de koude schittering van de sterren boven haar kon zien – op Mure was geen luchtvervuiling – die groter leken dan Flora zich herinnerde uit haar jeugd.
Joël zette de douche aan en met haar handen om haar hete
mok gevouwen riep ze: ‘Waar ga je vandaag naartoe?’
Joël stak zijn hoofd om de deur van de badkamer. ‘Hartford, om te beginnen,’ zei hij. ‘Via Reykjavik.’
‘Kan ik mee?’
Joël keek haar ontstemd aan. Werk was niet iets waar je grappen over maakte.”

 

 


Jenny Colgan (Prestwick, 14 september 1972)

 

 

 

De Amerikaanse dichter William Carlos Williams werd geboren in Rutherford (New Jersey) op 17 september 1883. Zie ook alle tags voor William Carlos Williams op dit blog.

 

De rode kruiwagen

Er hangt zoveel af
van
een rode krui-
wagen
glanzend van regen-
water
naast de witte
kippen

 

 

Vertaald door Huub Beurskens

 

 


William Carlos Williams (17 september 1883 – 4 maart 1963)
Portret door Sophie Herxheimer, z.j.

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 14e september ook mijn blog van 14 september 2020 en eveneens mijn blog van 14 september 2018 en ook  mijn blog van 14 september 2017 en ook mijn blog van 14 september 2015.

Geschreven door Romenu om 17:03 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

De blogger leest alles eerst na: je tekst verschijnt zodra die goedgekeurd is.

Nicolaas Beets, William Carlos Williams

De Nederlandse dichter, predikant en hoogleraarr Nicolaas Beets werd geboren op 13 september 1814 in Haarlem. Zie ook mijn blog van 13 september 2010 en eveneens alle tags voor Nicolaas Beets op dit blog.

Uit: Camera Obscura

“De bakker zet een verlegen gezicht en neemt voor, zich te houden als of hij het niet gehoord heeft; maar bedenkt zich, haalt zijn tabaksdoos uit, steekt er met een echte bakkersgulzigheid zijn aandeel uit in de bleeke kaken, en antwoordt geestig: “Motje mijn hebben?”
Intusschen zit de eigenaar met de zonen van den huize bij den boschbaas om den haard, waar een boekenblok van de grootte van een ossenrib, van ’t hout van verleden jaar, aanligt, afkomstig van een boom die den boschbaas toevallig zoozeer is meegevallen, dat hij aan het ophout zijn geld waard was en hij den stam nog vrij had. Daar zit dan ook de dorpssecretaris met zijn doornenstokje, groene wanten, en grijzen kop, en de beambte uit de stad, ten wiens overstaan “de aanzienlijke partij hout zal verkocht worden.” Een praatje, een kop koffie – daar gaat de bengel, en alles verzamelt zich bij nommer Een.
Nu worden de veilconditiën voorgelezen, met verschrikkelijke bedreigingen tegen degenen die niet contant, dat is binnen zes weken, betalen, de gaten niet behoorlijk dichten, of, bij de rooiing, honden in het bosch meebrengen; bedreigingen die, bij gebrek aan dwangmiddelen, de kracht hebben van vriendelijke verzoeken. Daarop vangt het gedrang en de drukte aan. Sommigen koopen in ’t begin omdat het “wel rais gaandeweg praiziger worden wil;” anderen stellen het uit, in de hoop “dat het meeste volk zachtjes aan af zal trekken,” en de beste koopjes op ’t laatst te doen zullen zijn. De secretaris doet zijn best om ten duurste te veilen, en de koopers om voor het minste geld klaar te komen. Allerlei aardigheden worden over en weer gewisseld, en te meerder naarmate de houthakkers lustiger met het vaatje rondgaan en de kleine stalletjes, die overal tusschen het gehakte hout zijn opgezet, meer te doen krijgen.
“Hadje nou je geld bewaerd!” zegt de secretaris, met een ongeveinsde bewondering voor het perceel dat hij met het uiterste van zijn stokje aanraakt; “jonges, jonges! wat en boomen! Daar kenje wel twee jaer van stoken! Hoe veul voor dat parkie? Wie zet dat nou rais in voor twalef gulden? Al wou je maar zes geven? niet allemaal te gelaik, kindertjes? Drie gulden, met je drieën wel.” enz.”

 


Nicolaas Beets (13 september 1814 – 13 maart 1903)

 

 

De Amerikaanse dichter William Carlos Williams werd geboren in Rutherford (New Jersey) op 17 september 1883. Zie ook alle tags voor William Carlos Williams op dit blog.

 

 

Pastorale

De kleine mussen
hippen losjes rond
over de stoep
met schelle stemmen
hakketakkend
over van alles
wat hen boeit.
Maar wij die wijzer zijn
trekken rond ons zelf
muren van zwijgen op
en niemand weet
of we iets goed vinden
of slecht.
Onderwijl
loopt de oude man die overal
hondenpoep bij elkaar veegt
zonder op te kijken
door de goot
en zijn passen
zijn waardiger dan
die van de dominee in toga
die de kansel nadert
voor de zondagspreek.
Dit alles
slaat mij met stomheid.

 

Vertaald door Ad Zuiderent

 

 


William Carlos Williams (17 september 1883 – 4 maart 1963)
Portret door Emmanuel Romano, 1951

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 13e september ook mijn blog van 13 september 2020 en eveneens  mijn blog van 13 september 2018 en ook mijn blog van 13 september 2015 deel 1 en ook deel 2.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Chris van Geel, Werner Dürrson

De Nederlandse dichter en tekenaar Christiaan Johannes van Geel werd geboren op 12 september 1917 in Amsterdam. Zie ook alle tags voor Chris van Geel op dit blog.

 

 

Sloot

Zo oud niet of hun jeugd treurt in de wilgen,
het water spiegelt ze nooit rimpelloos,
het gladde blad en niet bladerloos,
het is een dak waarover zij zich spreiden,
waarop een eend in landschap weggezakt,
met een gevluchte in de grond bevriend,
laag water zoekt en boven water tracht
een nieuwe eend te vinden die haar dient

 

 

Mijn landgoed….

Mijn landgoed is niet groter dan
mijn eigen huid, de omvang van
mijn schoen, de omvang van mijn vuist,
ik gaf het namen in de kleur van regen,
ik keek er dwars doorheen, vluchtige stof
en zag de horizon, de lengte van
mijn armen, van mijn benen.

 

 

Bouwdoos

Je oogopslag ligt in een bouwdoos,
je nagels, je haren, je stem;
voorzichtig het spanen deksel in
de houten gleuven schuiven – dicht.
Nog even het plaatje bekijken
waarop vijfmaal een ander huis
te bouwen van dezelfde stenen.
Zo bouwde ik nooit, naar tekening,
maar ook dit keer waren wij blij
met een zorgvuldig opgeborgen
afbraak waaraan geen steen ontbreekt.

 

 


Chris van Geel (12 september 1917 – 8 maart 1974)

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Werner Dürrson werd geboren op 12 september 1932 in Schwenningen am Neckar. Zie ook alle tags voor Werner Dürrson op dit blog.

 

 

“De open lucht in”:

Ingeklemd in het systeem van
verkochte landschappen blijft
het meer nog over, loop ik het voor-
geschreven pad af,
door borden begluurd,
langs muren hekken, voorbij het
kasteel, kom ik bij de
gevangenispoortbrede kustlijn
van de bezitlozen:
ruimte die zich
opent, vreemde uitgestrektheid,
schaduwloos licht, frisse
wind om mijn heupen, kan ik
door modder, door slib,
in sociaal gezuiverd afvalwater waden,
met verre stranden voor ogen, weg
zwemmen tot ik uitgeput ben.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 


Werner Dürrson (12 september 1932 – 17 april 2008)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 12e september ook mijn blog van 12 september 2020 en eveneens mijn blog van 12 september 2018 en ook mijn blog van 12 september 2015 deel 2.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

David van Reybrouck, Mary Oliver

De Vlaamse dichter, schrijver en wetenschapper David Van Reybrouck werd geboren in Brugge op 11 september 1971. Zie ook alle tags voor David van Reybrouck op dit blog.

Uit: Odes

“En daar zaten we ineens weer. Een Brussels café, vorige week maandag. Het was avond en we zaten naast elkaar, net zoals vroeger. Naar de mensen kijken, elkaars dij voelen, denken aan die ene zin van Antoine de Saint-Exupéry: Aimer, ce nest pas se regarder l’un l’autre, c’est regarder ensemble dans la méme direction.’ Ja, wij hebben vaak in dezelfde richting gekeken. Zes jaar lang. Begaan met zoveel, verwonderd over nog meer en soms simpelweg gelukkig met het appel-wortel-gembersap dat we op zondagochtend voor elkaar persten. En hier zaten we nu. Na drie maanden stilte. Ze bestelde een port. Wat vreemd, dat deed ze vroeger nooit. Alles was anders, en toch leek het als vanouds. Wie zijn toch die mensen die we ooit zo hebben liefgehad? Het woord ‘ex’ doet geen recht aan de intense, veellagige verhoudingen die we overhouden aan onze vroegere liefdes. Misschien staan oud-geliefden wel garant voor de meest duurzame relaties in een mensenleven. De liefde ging voorbij, het verleden blijft, zoiets. Maar waarom moet dat zo vaak ondraaglijk zijn? Zo verbitterd blijven? Verdriet dat zich vermomt als hardheid. Verlies dat zich uitdrukt in nijd. Doodzonde. Het is toch niet omdat een relatie voorbij is dat de vriendschap ophoudt? Het is toch niet omdat het vormpje niet meer past dat de inhoud is verdampt? Soms vloeien levens samen, soms vloeien ze weer uiteen. Rodaan Al Galidi schreef daarover het mooiste afscheidsgedicht uit de Nederlandse poëzie:

Morgen
ga ik naar de vrouw van wie ik hou
en geef ik haar haar vleugels terug.

Natuurlijk is het nog beter als die vleugels nooit afgenomen werden tijdens de relatie, maar vleugels zijn zo licht, je weet vaak niet eens of je ze nog op hebt of niet. Ik heb nooit zussen gehad, maar oud-geliefden komen in de buurt, denk ik. Vrouwen die me door en door kennen, bij wie ik niets te verbergen heb, die ik ondanks alles nog steeds graag zie. Niet zeker of ik met een van hen zou willen herbeginnen, maar heel zeker dat ik de tijd met hen voor geen geld ter wereld had willen missen. Ze mogen allemaal op mijn overlijdensbrief komen te staan.”

 

 


David van Reybrouck (Brugge, 11 september 1971)

 

 

De Amerikaanse dichteres Mary Oliver werd geboren op 10 september 1936 in Maple Heights, Ohio. Zie ook alle tags voor Mary Oliver op dit blog.

 

 

Spreeuwen in de winter

Gedrongen en luidruchtig,
maar met sterren in hun zwarte veren,
springen ze van de telefoondraad
en onmiddellijk

zijn het acrobaten
in de ijskoude wind.
En nu, in het luchttheater,
balanceren ze boven gebouwen,

duikend en stijgend;
ze zweven als één gestippelde ster
die opengaat,
even fragmentarisch wordt,

en dan weer sluit;
en je kijkt
en je probeert het
maar je kunt je gewoon niet voorstellen

hoe ze het doen
zonder duidelijke instructies, zonder pauze,
alleen de stille bevestiging
dat ze dit opmerkelijke ding zijn,

dit wiel met vele onderdelen,
dat steeds weer kan opkomen en draaien,
vol prachtig leven.

Ach, wereld, wat een lessen bereid je ons voor,
zelfs in de bladerloze winter,
zelfs in de asgrauwe stad.
Ik denk nu
aan verdriet, en hoe ik er overheen kom;

Ik voel mijn laarzen
die proberen de grond los te laten,
ik voel mijn hart
hard bonzen. Ik wil

weer aan gevaarlijke en nobele dingen denken.
Ik wil licht en dartel zijn.
Ik wil onwaarschijnlijk mooi zijn en nergens bang voor,
als had ik vleugels.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 


Mary Oliver (10 september 1935 – 17 januari 2019)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 11e september ook mijn blog van 11 september 2021 en ook mijn blog van 11 september 2020 en eveneens mijn blog van 11 september 2018 en ook mijn blog van 11 september 2016 deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 16:29 Reageer op dit bericht

Edmund de Waal, Mary Oliver

De Britse schrijver, keramist en hoogleraar Edmund Arthur Lowndes de Waal werd geboren op 10 september 1964 in Nottingham. Zie ook alle tags voor Edmund de Waal op dit blog.

Uit: De wiite weg: verslag van een obsessie (Vertaald door Jan Pieter van der Sterre)

“Ik ben in China. Ik probeer een weg over te steken in Jingdezhen in de provincie Jiangxi, de porseleinstad, het legendarische Ur waar het allemaal begon; schoorstenen van ovens die de hele nacht branden, de stad ‘als één grote oven met talloze ventilatieopeningen waar vlammen uit komen’, fabrieken voor de huishouding van de keizer, de plaats in de bergplooi waar mijn kompas heen wijst. Dit is de plaats waar keizers afgezanten naartoe stuurden met bestellingen van onmogelijk diepe porseleinen waterbekkens voor karpers in een paleis, bekers met een voet voor rituelen of tienduizenden kommen voor hun huishouding. Het is de plaats waar kooplieden platte schotels bestelden voor feesten van prinsen uit de Timoeridendynastie, wasbekkens voor sjeiks en eetserviezen voor koninginnen. De stad van de geheimen, duizend jaren vakmanschap, vijftig generaties die witte aarde dolven, zuiverden en mengden, er porselein van maakten en er kennis van hadden, vol ateliers, pottenbakkers, glazuurders en decorateurs, kooplui, oplichters en spionnen. Het is elf uur ’s avonds en vochtig, de stad is een zee van neon en verkeer, het lijkt Manhattan wel. Er valt een licht zomerregentje en ik weet niet precies hoe ik bij mijn logeeradres moet komen. Ik heb het opgeschreven als ‘Naast porseleinfabriek no. z’ en dacht dat ik dat wel kon uitspreken in het Mandarijn, maar ik stuit op drukdoend onbegrip, en een man probeert me schildpadden te verkopen, waarvan de kaken zijn dichtgebonden met touw. Ik wil zijn schildpadden niet, maar hij weet zeker dat ik ze wel wil. Het voelt absurd om zo ver van huis te zijn. Er is mahjong op televisie, die keihard staat in de woonkamers, waar glitterballen hangen, wat de associatie oproept aan een disco uit de jaren zeventig. In de noedeltentjes is het nog steeds druk. Een man loopt langs met zijn dochtertje; ze huilt en houdt hem bij een vinger vast. Iedereen heeft een paraplu, behalve ik. Er komt een handkar voorbij met porseleinen katten onder een plastic zeil, scooters zigzaggen eromheen. Belachelijk genoeg draait iemand keihard Tosca. Ik ken maar één persoon in de hele stad. Ik heb geen kaart. Wel heb ik mijn aan elkaar geniete fotokopie van de brieven van Père d’Entrecolles, een Franse jezuïet die hier driehonderd jaar geleden woonde en die de fabricage van porselein levendig heeft beschreven. Die heb ik meegebracht omdat ik dacht dat hij mijn gids kon zijn. Op dit moment lijkt me dat een ietwat vergezocht initiatief, en al helemaal niet slim.”

 

 


Edmund de Waal (Nottingham, 10 september 1964)

 

 

De Amerikaanse dichteres Mary Oliver werd geboren op 10 september 1936 in Maple Heights, Ohio. Zie ook alle tags voor Mary Oliver op dit blog.

 

 

Uitnodiging

Oh, heb je tijd om
voor slechts even
te verwijlen
buiten je drukke

en zeer belangrijke dag
voor de putters
die zich verzameld hebben
in een veld met distels

voor een muzikale strijd,
om te zien wie
de hoogste noot,
of de laagste kan zingen ,

of de meest expressief vrolijke,
of de meest tedere?
Hun sterke, stompe snavels
drinken de lucht

terwijl ze zich inspannen
melodieus
niet voor jou
en niet voor mij

en niet om te winnen
maar uit puur genot en dankbaarheid –
geloof ons, zeggen ze,
het is een serieuze zaak

om gewoon te leven
op deze frisse ochtend
in de gebroken wereld.
Ik smeek je,

loop niet voorbij
zonder even stil te staan om
deze nogal belachelijke voorstelling
bij te wonen.

Het zou iets kunnen betekenen.
Het zou alles kunnen betekenen.
Het zou kunnen zijn wat Rilke bedoelde, toen hij schreef:
Je moet je leven veranderen.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 


Mary Oliver (10 september 1935 – 17 januari 2019)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 10e september ook mijn blog van 10 september 2024 en ook mijn blog van 10 september 2020 en eveneens mijn blog van 10 september 2018 en ook mijn blog van 10 september 2017 deel 2.

Geschreven door Romenu om 17:34 Reageer op dit bericht

C. O. Jellema, Mary Oliver

De Nederlandse dichter, essayist en germanist C. O, Jellema werd geboren op 9 september 1936 in Groningen. Zie ook alle tags voor C. O. Jellema op dit blog.

 

 

Van een ziekte herstellend; ’s morgens

het licht is bij mij ingetrokken
de man is uit mij weggegaan

beweging als het slapend klokken
van water onder het open raam

een wijdheid die mij heeft betrokken
bij elk geluid van het bestaan

dienstmeisjes die de kleden kloppen
de bel gaat voor de tweede maal

 

 

Toekomstroman

in een lege afgedankte trein
dat is één wagon zonder locomotief
[die was nog te goed zeiden ze]
rijd ik rond

over de hei tussen de bomen
van het bos maar het liefst
dicht langs de huizen
over het trottoir

ik zie je in een achterkamer
tafeldekken het rinkelend servies
is de kinderstemmen net iets te vlug af
en bij elk bordje leg je
het schoolverhaal dat er bij past
[dat ze straks voor je meenemen]
maar onzichtbaar want zoals op je verjaardag
doe je of je niet weet wat je krijgt

meestal ben je te bezig om te kunnen wuiven
maar ik kijk altijd overal naar binnen
ik begrijp niet dat de politie
het niet verbiedt

 

 

Oudsaksisch

Rook stijgt van brandend loof
op uit gerooide velden. Tussen
de ingekuilde bieten, rieten daken
een totempaal scheef bij de waterput.

Hout en handen gekloofd.
Van jaren zand onder de nagels.
De kleren stroef van moeheid, klam
van koeiedampen.
Aarde worden zelf en oud

en in de winter zwaar
aan godsdienst doen met niets
dan voren, zaad en graan
voor ogen.
In opstanding geloven
en hemelvaart.

 

 


C. O. Jellema (9 september 1936 – 19 maart 2003)

 

 

De Amerikaanse dichteres Mary Oliver werd geboren op 10 september 1936 in Maple Heights, Ohio. Zie ook alle tags voor Mary Oliver op dit blog.

 

 

Afgezien van het lichaam

Afgezien van het lichaam
van iemand van wie je houdt,
inclusief alle uitingen daarvan
in de privésfeer en in het openbaar,

zijn bomen, denk ik,
de mooiste
vormen op aarde.

Hoewel, toegegeven,
als dit een wedstrijd was,
zouden de bomen op
een zeer verre tweede plaats komen.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 


Mary Oliver (10 september 1935 – 17 januari 2019)

 

 

Zie voor de schrijvers van de 9 september ook mijn blog van 9 september 2020 en eveneens mijn blog van 9 september 2018 deel 1 en ook deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:34 Reageer op dit bericht

Elly de Waard, Mary Oliver

De Nederlandse dichteres, vertaalster, recensente en popcritica Elly de Waard werd geboren in Bergen (NH) op 8 september 1940. Zie ook alle tags voor Elly de Waard op dit blog.

 

 

Vannacht

Vannacht was je opnieuw dichtbij
ik was zelfs vergeten dat ik dat vergat –
had nog gedacht: vergeet dit niet
voor ik weer dieper verder sliep.
Het was een lange, lange droom
waarin ik, wang tegen jouw wang gedrukt
een diepe tederheid beleefde
die ik ook aan je uit kon spreken.
Ik nam zelfs waar dat ik je rook.

Dat dit gevoel nog in mij leeft!
Er werd een hele generatie groot
sinds ik en jij ons lichaam deelden –
maar het bestaat en steekt zijn kop
op in de nacht, als dag en ik
zijn uitgeschakeld, teruggebracht
tot wat de kern is van mijn wezen
die steeds wordt luchtgespiegeld in
de slaap, die wolk, die ring, waarrond
mijn schamele woorden zweven.

 

 

Vijver

Fluweel gemarmerd water,
fluwelen karper ademt.

Hoe hoger de zon stijgt
hoe meer er aan het licht komt
van dit schaduwrijk.

Totdat weerspiegeling
zich mengt met dieper zien.

 

 

In Zomer

I

Oud hout van horren, bruine boot.
Het zonlicht druipt, als water uit een goot,
Van takken, dik in het groen, wiegende
Vlekken lekt het op mijn schoen.
Het roestig gaas golft als het water toen
Ik langs je voer in mijn geleende boot.
Wat was je klein, daar wuivend op de dijk,
Wat voelde ik me, liggend op

De voorplecht groot. Het zeil,
Die nagel van de wind, duwde mij voort
Langs het verzonken land. Een stadje,
In een blauwe oplossing van lucht en zand,
Rees, aan zijn torenspitsjes opgetild,
Als fata morgana uit het water.
Ik schuimde je kust af, klokke
Kwart voor een blies ik de scheepshoorn.

Vreemd was het de molen om je huis heen
Te zien draaien, om jou heen.
De buik van het schip was bruin met
Ribben, de zwaarden zoemden aan hun
Koorden, hartslag echode van de boorden,
Ommelandvaarder uit negentieneen.
De mijne was luider te horen
Tot ook jij, onder je violette kam

Van populieren, in zee verdween.
Wij gingen door de wind, voeren
Van dichtbij langs de haven van
Volendam, door de heilige maagd,
Navigare necesse est, bewaakt.
Maria, Sterre der zee: ‘Gij, die alleen
Zijt, zult bij sterke wind niet varen,
Gij zult niet verdrinken.’ Dichter

Was ik bij je dan in jaren,
Mijn slaap droeg je gezicht.

 

 


Elly de Waard (Bergen, 8 september 1940)

 

 

De Amerikaanse dichteres Mary Oliver werd geboren op 10 september 1936 in Maple Heights, Ohio. Zie ook alle tags voor Mary Oliver op dit blog.

 

 

Dorst

Op een andere ochtend word ik wakker met dorst
naar het goede dat ik niet heb. Ik loop
naar de vijver en de hele weg heeft God ons
zulke prachtige lessen gegeven. O Heer,
ik was nooit een snelle leerling, maar zat te mokken
en over mijn boeken gebogen tot na het uur
en de bel; geef me, in uw genade,
nog wat tijd. Liefde voor de aarde
en liefde voor U voeren zo’n lang
gesprek in mijn hart. Wie weet wat
er uiteindelijk zal gebeuren of waar ik naartoe gestuurd word,
en toch heb ik al heel veel weggegeven,
in de verwachting dat ik niets hoef in te pakken,
behalve de gebeden die ik, met deze dorst,
langzaam aan het leren ben.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 


Mary Oliver (10 september 1935 – 17 januari 2019)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 8e september ook mijn blog van 8 september 2018 deel 1 en ook deel 2.

Geschreven door Romenu om 17:18 Reageer op dit bericht

Indian Summer (Diane Glancy), Merijn de Boer, C. J. Dennis, Mary Oliver

 

Dolce far niente

 


Warm of Indian Summer door Oleg Riabchuk, 2023

 

 

Indian Summer

There’s a farm auction up the road.
Wind has its bid in for the leaves.
Already bugs flurry the headlights
between cornfields at night.
If this world were permanent,
I could dance full as the squaw dress
on the clothesline.
I would not see winter
in the square of white yard-light on the wall.
But something tugs at me.
The world is at a loss and I am part of it
migrating daily.
Everything is up for grabs
like a box of farm tools broken open.
I hear the spirits often in the garden
and along the shore of corn.
I know this place is not mine.
I hear them up the road again.
This world is a horizon, an open sea.
Behind the house, the white iceberg of the barn.

 


Diane Glancy (Kansas City, 18 maart 1941)
Kansas City

 

 

De Nederlandse schrijver Merijn de Boer werd geboren in Heemstede op 7 september 1982. Zie ook alle tags voor Merijn de Boer op dit blog.

Uit: Lieve Hannibal: Schrijver in New York, Jeruzalem en Tunesië

“In tegenstelling tot de rest van de aardbewoners had ik het nooit zo op New York. Waarschijnlijk kwam dat door het linkse, anti-Amerikaanse milieu waarin ik opgroeide. Bovendien had ik op mijn twintigste Reis naar het einde van de nacht van Céline gelezen en de hoofdpersoon in dat boek, Bardamu, is nergens zo ongelukkig als in die kille ‘rechtopstaande stad; terwijl hij ook in Vlaanderen was geweest tijdens de Eerste Wereldoorlog. We zochten een huis in Brooklyn, maar vlak buiten Manhattan, zodat mijn vrouw niet al te ver hoefde te reizen naar haar kantoor in Midtown. De meest voor de hand liggende wijken waren Williamsburg en DUMBO. Die laatste buurt ligt ten zuiden van het Financial District, net aan de overkant van de East River, ingeklemd tussen de Brooklyn en de Manhattan Bridge. Onze makelaar liet eerst een paar appartementen in Williamsburg zien. Hoewel de potentiële huizen vlak bij elkaar waren, verplaatste ze zich per auto. Hiervoor had ze zelfs een chauffeur ingehuurd, een zeer dikke en op het oog zwakzinnige neef van haar die er telkens minuten over deed om een parkeerplaats te vinden. Terwijl zij in de auto stapten, wandelde ik met onze dochter naar het volgende appartement, waar ik dan telkens op hen moest wachten. In DUMBO lagen de huizen nog dichter bij elkaar, maar ook hier ging ze steeds met de auto. Al snel werd me duidelijk dat ik in deze wijk wilde wonen. DUMBO leek me namelijk de perfecte locatie voor een roman. Het inzicht was louter intuïtief. Van tevoren had ik me sterk afgevraagd of ik onze tijd in New York wel literair zou kunnen gebruiken. Aan romans die zich afspelen in New York is immers geen gebrek. De stad voelde voor mij als een cliché, zowel in het echt als in de literatuur.
DUMBO is echter een relatief onbekende wijk, die niet alleen interessant is door haar ligging, maar ook door haar omvang: de buurt bestaat uit maar een paar straten. Als een dorp, zo ervoer ik DUMBO toen ik haar voor het eerst met de makelaar bezocht. En ik ging een roman schrijven over dit dorp binnen de metropool. Projectontwikkelaars beschouwden de wijk lange tijd als de dode hoek van New York, vooral vanwege het onophoudelijke metrolawaai.”

 

 


Merijn de Boer (Heemstede, 7 september 1982)

 

 

De Australische dichter en journalist (Clarence Michael James Stanislaus) C. J. Dennis werd geboren op 7 september 1876 in Auburn, Zuid-Australië. Zie ook alle tags voor C. J. Dennis op dit blog.

 

Tea Talk

‘Excuse me if I sit on you,’ the cup said to the saucer.
‘I fear I’ve been here all the afternoon.’
‘Spare excuses,’ said the saucer; ‘you have sat on me before, sir.’
‘Oh, I’ll stir him up directly,’ said the spoon.
‘Stop your clatter!  Stop your clatter!’ cried the bread-and-butter platter
‘Tittle-tattle!’ sneered the tea-pot, with a shrug;
‘Now, the most important question is my chronic indigestion.’
‘Ah, you’ve taken too much tannin,’ jeered the jug.
‘Hey, hey, hey!’ sang the silver-plated tray,
‘It’s time you had your faces washed.  I’ve come to clear away!’

 


C. J. Dennis (7 september 1876 – 22 juni 1938)

 

 

De Amerikaanse dichteres Mary Oliver werd geboren op 10 september 1936 in Maple Heights, Ohio. Zie ook alle tags voor Mary Oliver op dit blog.

 

 

Ik daal af naar de kust

Ik daal af naar de kust als het licht wordt,
en, gebonden aan het uur, zie ik golven
die aanrollen of zich verwijderen,
en ik zeg: O, ik voel me ellendig,
wat zal –
wat moet ik doen? En de zee zegt
met zijn lieflijke stem:
Het spijt me, ik heb het nu te druk.

 

 

Vertaald Arie Sonneveld

 

 


Mary Oliver (10 september 1935 – 17 januari 2019)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 7e september ook mijn blog van 7 september 2021 en ook mijn blog van 7 september 2020 en eveneens mijn blog van 7 september 2018.

Geschreven door Romenu om 17:21 Reageer op dit bericht

Christopher Brookmyre, Cyrus Atabay

De Schotse schrijver Christopher Brookmyre werd geboren op 6 september 1968 in Glasgow. Zie ook alle tags voor Christopher Brookmyre op dit blog.

Uit: All Fun And Games Until Somebody Loses An Eye

‘It would encourage me, you know, to think … or rather it would comfort me, no, wrong word, well, maybe the right word, but it would, you know, inspire me but at the same time sort of soothe me in an all-is-well-in-heaven-and-earth kind of way to think, ah, what am I trying to say here?’
Som was sitting on an upturned black flight case, rocking it back ten or fifteen degrees as he rolled his heels on the frosted gravel in front of Bett’s mansion. Lex wished he wouldn’t do that, really wished he wouldn’t do that. Okay, it was Som’s case, Som’s stuff, and maybe he was cool with the contents getting clattered in the less-than-improbable event that his feet slipped and put him on his skinny Thai ass, but that wasn’t the point. It was bad practice. There were several black flight cases sitting out there with the three of them in the cold tonight, as on any such night, and Lex didn’t much like the thought of Som using the vessel of her fragile, delicately packed and fastidiously inventoried kit as a makeshift shooting stick. Weighing further upon her discomfiture was the fact that Armand’s flight cases were occasionally known to accommodate materials sufficient to denude the im-mediate vicinity of any standing structure, mammalian life, or even vegetation.
‘Som, you’re 404-ing,’ she warned him.
‘Sorry. I’m just saying, wouldn’t you love to believe that somewhere in this
world there really is at least one – just one – hollowed-out volcano containing a super high-tech ops base under the command of a fully-fledged evil genius? I mean, I could live with all the havoc the evil genius might wreak simply to know there was a facility like that in existence. It would just make the world a more fantastical place, don’t you reckon? In a Santa-really-does-exist-after-all kind of way, you know?’
‘Would it need to have a retractable roof for space-rockets and nuclear missiles to launch through?’ Armand asked, bringing a measured irritation to bear in the precision of his accented pronunciation.
‘I’d settle for a submarine dock,’ Som responded, with an equally measured, de-liberate guilelessness.
‘So,’ the Frenchman said, ’the thought of an actual, existent, staffed and fully functioning underground base doesn’t, how would you say, blow your hair back? It must be inside a hollowed-out volcano and run by a cackling megalomaniac or it’s merely part of the crushing ordinariness of life’s relentlessly drab ennui?’

 

 


Christopher Brookmyre (Glasgow, 6 september 1968)

 

 

De Duitstalige, Iraanse dichter en schrijver Cyrus Atabay werd geboren op 6 september 1929 in Teheran. Zie ook alle tags voor Cyrus Atabay op dit blog.

 

 

Stadskaart van Samarkand

Aanbeland in de smogsteden,
die zich met de uitwerpselen
van de machine voeden,
was ik verdwaald,
die toch minstens één keer mijn weg
vond in de onderwereld.
Ah, ik kende andere steden,
waarvan de maten Händels muziek
vertaalden naar architectuur.
Op de stadskaart van Samarkand,
vond ik de tuin
en de karavanserai,
ook de straat
waarin jij woont—
Ik ben een reiziger,
op weg naar Samarkand.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 


Cyrus Atabay (6 september 1929 – 26 januari 1996)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 6e september ook mijn blog van 6 september 2019 en ook mijn blog van 6 september 2017 en ook mijn blog van 6 september 2015 deel 2.

Geschreven door Romenu om 17:04 Reageer op dit bericht

Marcel Möring, Richard Jones

De Nederlandse dichter en schrijver Marcel Möring werd geboren in Enschede op 5 september 1957. Zie ook alle tags voor Marcel Möring op dit blog.

Uit: Mordechai

“Toen Mordechai Gompertz zijn interviewer buiten westen sloeg was hij tweeënzeventig jaar oud en bevond hij zich op het toppunt van zijn roem. Hij was een haarbreedte verwijderd van een Nobelprijs — en die zou hij waarschijnlijk allang hebben gekregen als hij niet zoveel over joden en zo weinig over politiek had geschreven —, hij bezat een villa in het noordoosten van Nederland en een roodgeverfd houten huis op een eiland in de Stockholmse archipel, zijn boeken waren in vijfendertig talen vertaald en brachten meer geld binnen dan hij met zijn huizen en ex-geliefdes kon opmaken. Hij was jaloersmakend gezond, lang voor iemand van zijn generatie en de weerbarstige bos haar die het zo goed deed op publiciteitsfoto’s was weliswaar grijs geworden maar had niet aan indrukwekkendheid ingeboet. Hij had alles waarvan hij ooit had kunnen dromen, hij was de man die hij altijd had willen zijn en als hij nog wensen zou hebben dan kon hij die elk moment op eigen kracht in vervulling laten gaan. Als een Gompertz kon hij bogen op een voorgeslacht dat tot diep in de zestiende eeuw reikte. Een verre Amerikaanse nicht had ooit opdracht gegeven tot genealogisch onderzoek en de stamboom die dat opleverde ving aan met een zekere Ephraim (t 1530) in Emmerich en produceerde daarna vijfhonderd jaar lang de ene Ephraim na de andere Mordechai, in Kleef, in Emmerich, zelfs even in de Elzas, tot een van hen van Worms naar Nederland emigreerde. Een geslacht van weerbarstige joden die zich niet voor niets op een bepaald moment met die merkwaardige naam hadden getooid: Gompertz van het Germaanse Gundbert, de strijdlustige, traditioneel een bijnaam voor twee oudtestamentische namen, Ephraim en Mordechai. Die hadden alle eerstgeboren mannen in het geslacht gedragen en iedereen die ooit met een Gompertz te maken had gehad was het erover eens dat de Oudgermaanse betekenis het karakter van vijf eeuwen familieleden beter beschreef dan wat dan ook. In die zin was het niet verrassend dat Mordechai op zijn leeftijd nog zo krachtig kon uithalen dat de interviewer over het rieten salontafeltje in de serre zeilde, twee spots op standaards meenam en, terwijl het geraas verstomde, tot rust kwam tussen de scherven van een theeservies dat nog van Mordechai’s grootmoeder was geweest.”

 


Marcel Möring (Enschede, 5 september 1957)

 

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Amerikaanse dichter Richard Jones werd geboren in Londen, Engeland, op 8 augustus 1953.  Zie ook alle tags voor Richard Jones op dit blog.

 

Ierland

In Ierland liep mijn dochter over de kliffen
of klom ze via rotskloven naar de zee.
De woeste golven beukten en donderden,
en overstemden haar vaders stem die haar riep.

Hetzelfde gold voor de winderige Burren.
Ze dwaalde ver weg, sprong over de klippen –
die gladde kalkstenen gletsjerplaveien –
om in de spleten te zoeken naar bloemen om in haar veldboek

te persen: Ierse ogentroost, brandnetelroos,
bossalie, bergnagelkruid, margrieten,
orchideeën en fuchsia’s, grasklokjes en gentiaan.
Mijn hart zei me dat ik haar vrij moest laten

terwijl ik wachtte bij het eenzame dolmengraf
dat duizenden en duizenden jaren oud is.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 


Richard Jones (Londen, 8 augustus 1953)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 5e september ook mijn blog van 5 september 2020 en eveneens mijn blog van 5 september 2018 en ook mijn blog van 5 september 2017 en ook mijn blog van 5 september 2015 deel 2.

Geschreven door Romenu om 17:02 Reageer op dit bericht

Jaap Zijlstra

De Nederlandse dichter, schrijver en predikant Jacob Roelof (Jaap) Zijlstra werd geboren in Wassenaar op 5 september 1933.  Zijlstra groeide op in een timmermansgezin in de arbeidersbuurt van Wassenaar; zijn ouders kwamen uit Friesland. Het gezin telde vijf broers en een zus; een jongere broer is de latere filosoof Onno Zijlstra (1949). Een neef van moederskant was de latere predikant, schrijver en tv-presentator Sipke van der Land (1937-2015), die ook in Wassenaar opgroeide. Zowel Van der Land (voor het proza) als Jaap Zijlstra (voor de poëzie) hielpen een jonge Boudewijn Büch met diens vroege schreden op het schrijverspad. Zijlstra volgde de mulo en werkte vervolgens als boekhouder bij de gemeente en in een meubelfabriek; in de avonduren haalde hij zijn praktijkdiploma. Na zijn militaire diensttijd was hij tien jaar administrateur op het Rijnlands Lyceum Wassenaar. Zijlstra was sinds 1967 gereformeerd predikant en  was vaste voorganger in Duurswoude (vanaf 1966), Delfzijl (vanaf 1971), Vorden (vanaf 1978) en Amsterdam (vanaf 1986); ook heeft hij in veel andere plaatsen gepreekt. Van de jaren tachtig tot het eind van zijn leven woonde Zijlstra in een grachtenpand in Amsterdam, waar hij een tijdlang evangelisatiepredikant was bij de oecumenische stichting Diensten Met Belangstellenden. In de jaren tachtig presenteerde hij voor de NCRV vier jaar het programma Kerkepad, een rondgang langs kerken in Nederland. In 1983 kwam hij tijdens een preek in Ermelo voor zijn homoseksuele geaardheid uit. Vervolgens heeft hij veel homoseksuele mensen, en later ook mensen met aids, pastoraal begeleid. Als dichter debuteerde Zijlstra bij uitgeverij Callenbach met “Voor de gelukkige vinder” (1965). Hij heeft ruim twintig dichtbundels gepubliceerd. Verder zijn er van hem een roman, twee novelles, liederen, beschouwelijke teksten en verspreide verhalen verschenen. Hij droeg een aantal liederen bij aan het Liedboek voor de Kerken. De dichtbundel “Ik zie je zo graag”  uit 1991 gaat over zijn liefde voor jongens en kreeg de Prijs van de Vlaamse Poëziedagen. In 2005 schreef hij het libretto voor de inhuldiging van een kerkorgel in Antwerpen, waarvoor Willem Ceuleers de muziek componeerde. Zijlstra’s Verzamelde gedichten verschenen in 2010 bij uitgeverij Kok. In dat jaar kreeg hij ook de Dr. C. Rijnsdorp Prijs voor zijn hele oeuvre.

 

Vreugde

ik zou van blijdschap
een klarinet willen zijn
een diepe fagot
van ontzag

ik zou
tomeloos willen draven
een hinde
tokkelend over de aarde

een carillon
zou ik willen zijn
een octaaf duiven
wirwar over de stad

mijn handen mijn occarino
mijn voeten hindelopen
mijn hart mijn naftali

en al de klanken van mijn vreugde
uitstrooien in het licht
een luisterrijke fontein
een welluidende waterval

o overvloed van leven
bron van geluk
geloofd zij God
met diepe teugen

 

 

Roeierslied

Oude mannen,
neigend naar de aarde,
heffen de kist.

Zo hief jij,
met jonge mannen,
de roeiboot.

Ze zingen ij je graf,
de tongriemen
redden het niet.

Laat je maar gaan,
acht zonder stuur, stroomaf
op je verdriet.

 

 

Dijk

Verdronken land
van wat ik was
valt soms weer droog.
Gaande over een dijk,
bevriend met de vlagen zon,
de zachte zweep van de regen,
de wolken stormenderhand,
vaar ik weer als een boot
door de wind
met niemand aan boord
dan de jongen,
de opkomende man
die de tegenkanting van het getij
te woord staat
uit alle macht,
in alle eenzaamheid.

 

 

2703773-e78f7916ab32dc1203c133774d805b7e.jpg
Jaap Zijlstra (5 september 1933 – 22 december 2015)



Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Helga Ruebsamen, Richard Jones

De Nederlandse schrijfster Helga Ruebsamen werd op 4 september 1934 geboren in Batavia, in Nederlands lndië. Zie ook alle tags voor Helga Ruebsamen op dit blog.

Uit: Op Scheveningen

“Koos had de kleine in de kofferbak van zijn Mercedes gefrommeld, het lag niet in zijn natuur om slachtoffers o straat achter te laten. Gedachteloos eigenlijk, want wat haalde je aan? Het aanrijdinkje was niet eens door iemand gezien, in deze dooie uithoek van de stad was het om vier uur ’s nachts uitgestorven. Op de radio hadden ze gewaarschuwd voor ijzel, dus er was geen verkeer te bekennen geweest en nergens een mens te voet. Behalve dan de onverwachte vogelverschrikster die zich vanaf een straathoek plotseling op de voetgangersoversteek en toen boem op zijn rechtervoorbumper had gesmeten. Zoiets overkwam je wel vaker als je de wagen net had gespoten. Bahamagoud, deze keer, waarin roest niet opviel en bloed maar een beetje. Geintje! Nog net op tijd kreeg hij een tegen de stoeprand weggeslingerd katoenen tasje in de gaten, het was bedrukt met blauwe en gele vlinders. Hij had het snel naar binnen gegrist. Maar nou verder. Koos was in één ruk door naar huis gereden, naar moeder. Hij had haar onvoorzichtig gewekt door haar aan beide brede schouders, die klam en stevig aanvoelden als hammen, omhoog te trekken uit bed. `Ssst,’ deed hij meteen, voor ze ging piepen, ‘ik heb een dooie aan boord, misschien wel.’ Moeder Cootje had geenszins de aanvechting om te piepen, daarvoor had ze al te veel meegemaakt in haar leven. Ze vroeg niet eens wat en hoe, maar schoot in haar pon de straat op naar zijn wagen, waarvan hij de kofferdeksel op een kier voor haar opendeed. De kleine lag nog een beetje voor pampus, maar ademde lawaaiig, moeder vloog terug het huis in, keerde weer met een deken en wikkelde als de weerlicht het hele ding erin. Voor je pap kon zeggen lag het binnen bij hun thuis op de grond. Behalve dat zijn boef op de voorbank als een gek had zitten blaffen, omdat er even geen aandacht aan haar werd besteed, leek alles gewoon. Of hij thuiskwam als anders. Vanwege het blaffen geen zorg. Voor een blaffende boef kwamen de steekneuzen en bemoeiallen hier in de buurt hun bedden niet uit. Daarvoor moesten er eerst stoeptegels door hun eigen ramen heenvliegen. Koos was met Blondie in haar nekvel en in zijn andere hand het tasje toch wat schichtig de kamer ingewandeld en hij had het tasje onbeholpen aan het hoofdeind van de vertoning op de grond neergezet, zo van: meer kan ik er niet van maken. Toen knipte Cootje, na te hebben gecontroleerd of de overgordijnen goed dicht zaten, de lamp aan en vouwde de deken open.”

 


Helga Ruebsamen (4 september 1934 – 8 november 2016)

 

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Amerikaanse dichter Richard Jones werd geboren in Londen, Engeland, op 8 augustus 1953.  Zie ook alle tags voor Richard Jones op dit blog.

 

 

De Weg

Ook ik zou mijn oude auto tot stilstand brengen
aan de kant van een landweg
en de sterren tellen of een zonsondergang bewonderen
of een middag lang rustig zitten…

Ik zou de deur openen en gaan wandelen
als James Wright over een weiland,
waar ik het oor van een pony zou kunnen aanraken en
in bloei zou kunnen komen; of, zoals Hayden

Carruth, gesteund door de aanblik
van koeien die ’s nachts in de wei grazen,
zou ik sprakeloos staan in de grote duisternis;
ik zou zelfs zoeken op een veelgebruikte weg

zoals Phil Levine in de New Yorker van deze week,
de dichter die met zijn auto naar een boomgaard rijdt
buiten de stad waar hij voor vijf dollar
een mand met verdomde appels vult.

 

Vertaald door Frans Roumen

 


Richard Jones (Londen, 8 augustus 1953)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 4e september ook mijn blog van 4 september 2024 en ook mijn blog van 4 september 2018.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Jacq Firmin Vogelaar, Adrian Matejka

De Nederlandse dichter, schrijver en literatuurcriticus Jacq Firmin Vogelaar (pseudoniem van Franciscus Wilhelmus Maria (Frans) Broers) werd geboren in Tilburg op 3 september 1944. Zie ook alle tags voorJacq Firmin Vogelaar op dit blog.

Uit: Hoe krijg ik mijn ouders terug?

“Zoals wel meer kinderen had ik ouders. Nu heb ik er geen meer. Ik had eerst grote ouders, mijn vader 1.85 en mijn moeder 1.72. Daarna had ik kleine ouders, vijf centimeter ongeveer. En nu heb ik helemaal geen ouders – tenminste niet bij me. Ze liggen in de la van mijn onderwijzer. Dat klinkt misschien vreemd, maar als ik het heb uitgelegd, zullen jullie begrijpen dat ik echt met een probleem zit.
Je hebt grote en kleine mensen. De grote gaan gewoonlijk sneller dood dan de kleine. Met wensen is het omgekeerd: de grote gaan langer mee en worden bovendien al groter en groter; de kleine wensen verdwijnen sneller.
Ik wil bij voorbeeld een reep chocola; niet zo’n grote wens. Heb je vijftig cent, dan is die wens gauw verdwenen. De reep chocola is nog sneller weg. Volgende wens: een tweede reep. Daarvoor heb je nog eens een halve gulden nodig. Maar, zou je in een land leven zonder chocola, dan wordt die kleine wens vanzelf groter, tot je tenslotte nog alleen maar aan chocola denkt.
Het zijn vreemde dingen, wensen, je weet niet eens waar ze vandaan komen. Opeens duiken ze in je hoofd op, en soms ook in je borst of buik. Alsof iemand ze er opgemerkt in stopt. En hoe meer moeite je doet om een wens te vergeten, hoe opdringeriger hij wordt. Iedereen kent dat gevoel, toch weet niemand hoe het in elkaar zit.
Wensen, daar weet ik toevallig alles van, daarom heb ik het erover.
Sommige gaan in vervulling, meestal zijn dat de kleine, een enkele keer ook wel een grote – dat je een week naar een ponykamp mag, bij voorbeeld.
Er zijn andere wensen die blijven. Ze lijken wel muizen in je hoofd: je hoort ze, je weet dat ze er zijn, af en toe steekt er een z’n kopje naar buiten, maar of je ze ziet of niet, je weet dat ze voortdurend ergens in je binnenste knagen.
Of een andere wens. Een rekenmachientje lijkt me wel wat, onzichtbaar, dat in een ommezien al mijn sommen oplost. Ik houd namelijk niet van rekenen. Ook zou ik graag een vriendin hebben die altijd tijd heeft om met mij te spelen, dat wil zeggen als ik daar zin in heb. Een vriendin die vaak bij me logeert, van dezelfde muziek houdt, en aan wie ik alles kan vertellen, alles wat je aan geen ander mens kunt vertellen. Van een grote hond droom ik. Dan ben ik niet meer zo vaak verdrietig als ik aan de oude Rosa denk die vorig jaar gestorven is, van ouderdom en een enorme bult in haar buik.”

 


Jacq Firmin Vogelaar (3 september 1944 — 9 december 2013)

 

 

De Afro-Amerikaanse dichter Adrian Matejka werd geboren in Neurenberg, Duitsland, op 5 september 1971 en groeide op in Californië en Indiana. Zie ook alle tags voor Adrian Matejka op dit blog.

 

 

Verdi’s Il Trovatore

Toen ik de aria voor het eerst hoorde,
was het als de zonsopgang na een zware storm.

De stem van de man werd steeds luider,
alsof het verlangen naar dat alles

hem de adem benam. Zoals wegwerkzaamheden,
wanneer je jezelf hebt neergeslagen.

Zoals Tommy Burns die mijn leverstoot opvangt.
Zoals het eerste wat ik van Etta zag.

Zoals het geluid van de menigte in Reno,
toen Jeffries niet verder kon. Zoals ik

de trappen van Café de Champion beklom,
nadat er een schot klonk in Etta’s

kamer. Zoals ik Etta op de grond vond,
met een halo van bloed, die steeds groter werd.

Zoals de verpleegsters niet verpleegden,
maar huilden, & naar het pistool wezen

nog steeds heet in Etta’s hand, zoals ze zich realiseerden
dat Etta nog steeds ademde, een libretto

fluisterde met haar laatste ademtocht:
Jij hebt dit gedaan, papa. Jij hebt dit gedaan.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 


Adrian Matejka (Neurenberg, 5 september 1971)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e september ook mijn blog van 3 september 2024 en ook mijn blog van 3 september 2018 en ook mijn blog van 3 september 2017.

Geschreven door Romenu om 16:19 Reageer op dit bericht

Willem de Mérode, Sabine Scho, Nelio Biedermann

De Nederlandse dichter en schrijver Willem de Mérode (pseudoniem van Willem Eduard Keuning) werd op 2 september 1887 geboren in Spijk. Zie ook alle tags voor Willem de Mérode op dit blog.

 

Sonnet

Gij hield van daden en ik hield van droomen.
Gij kendet vreugde, ik alleenlijk smart.
Terzelfder ure heeft ons beider hart
Met zachten drang de liefde voelen komen.

Een oogwenk gleed gelijk een wazig doomen
Verwondring langs uw oogen en verward
Hebt gij gebloosd en aarzelend gemard
Mij aan te zien, wijl gij mijn blik wist komen.

Maar dan dorst gij mij recht in d’oogen zien.
En ‘k wist gij zoudt niet van mijn smart verschrikken,
Maar die met zachte woorden kozen streelen.

En toen ik u geen enkle vreugd kon biên,
Hebt gij, wijl g’aan mijn tafel woudt schikken,
Uw vreugd gebroken om met mij te delen.

 

 

Voor Okke

Als gij voor ’t orgel hoog gezeten zijt
En zwaar het heilig Gloria doet hooren
Of ’t lied van ’t Kindeken, dat, nieuw geboren,
Om onze ondeugden zuivre tranen schreidt,

En zingt: ‘ziet, wat de liefde doet’, benijdt
Gij mij niet, die uw liefde heb verloren?
Wilt gij vergeten, wat eens was verkoren?
Liefde blijft heerschen over dood en tijd

Gij kunt mij niet meer uit uw leven dringen,
Omdat ik heersch in uw herinneringen,
Zooals een damp naakt opstijgt uit de zee
Om in zijn witte duister u te hullen,
En heel uw worstlend wezen te vervullen,
Met zijn benauwing en verstikkend wee.

 

 

De spin

O kunstenaar, die onbekommerd
Uw wezen aan de wereld toont,
Waar zonneluwte heerscht of ’t lommert,
In zelfgeschapen woning woont;

Ze is luchtig, los, de winden waaien
Er scheerlings langs en dwars door heen.
Gij laat haar liederlijk doorlaaien
Van ieder schijnsel dat er scheen.

Gij hebt uw ziel, als web gespannen,
Verzichtbaard, loerend om een buit
Door uw bedwelming te overmannen
En drinkt zijn reine leven uit.

Ineengedoken en doodveinzend
Bespiedt gij levens dwaze spoed,
Ten sprong gereed, en spottend peinzend
Op krachtig en onnoozel bloed.

Al wat er vlerkt en wat er vleugelt,
Vreest en staat toch betooverd stil,
Door lust verlokt, door list beteugeld,
En vastgebonden door uw wil.

Nu komt u al uw stille wreede
Verbeelding openlijk te baat.
Uw woning scheen een huis der vrede
En is een hol van pijn en haat.

Maar dan – een hand greep toe en scheurde
En trof u, bol vol boos venijn.
Met afschuw denkt men, onbetreurde
Aan uw bestaan en uw festijn.

De zomer geurt, de gaarde dommelt,
En ligt bedwelmd door de jasmijn.
En wat er gonst en wat er hommelt
Vliegt veilig in Gods zonneschijn.

 


Willem de Mérode (2 september 1887 – 22 mei 1939)

 

 

De Duitse dichteres en schrijfster Sabine Scho werd geboren op 1 september 1970 in Ochtrup. Zie ook alle tags voor Sabine Scho op dit blog.

 

 

chimpansee

Ik heb de aap
gevoerd
die je gisteravond
geslagen hebt

je wilde hem
allicht
opvoeden

vergeef me
hij was zo devoot
geïntimideerd
en gulzig

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 


Sabine Scho (Ochtrup, 1 september 1970)

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Zwitserse schrijver Nelio Biedermann werd in 2003 geboren in Thalwil aan het Meer van Zürich, waar hij samen met zijn zus opgroeide. Zijn familie, van vaderskant, is van Hongaarse adel; zijn grootouders vluchtten in de jaren vijftig naar Zwitserland. Biedermann studeerde in 2022 af aan de kantonnale school Enge. Zijn Matura-scriptie – een roman getiteld “Verwischte Welt” (Vervaagde Wereld) en een bundel korte verhalen – werd door het kanton Zürich erkend als een van de vijf beste werken. Zijn debuutroman, “Anton will bleiben”, werd in 2023 uitgegeven door de Zwitserse uitgeverij Arisverlag. In “Anton will bleiben” vertelt Biedermann het verhaal van een oude man die aan kanker lijdt en op het punt staat te sterven. Hij werd in vakkringen al voor zijn debuutroman omschreven als een “uitzonderlijk talent”. In de zomer van 2024 streden zeven Duitstalige uitgevers om de publicatierechten voor “Lázár”, zijn tweede roman. In het kader van de Frankfurter Buchmesse in het najaar van 2024 werden buitenlandse licenties verleend door twintig internationale uitgevers, waaronder uit de Verenigde Staten, Engeland, Frankrijk, Spanje, Polen en Hongarije. Biedermann studeert Duits en filmwetenschappen aan de Universiteit van Zürich.

Uit: Anton will bleiben

Die Welt ist so, wie wir sie wahrnehmen; für einen Tauben ist sie still, für einen Hund schwarz-weilt und für Anton und mich war sie nun mal beängstigend schnell geworden. Die Autos zum Beispiel rauschten mittlerweile in schwindelerregendem Tempo durch die Stadt, das Wasser kochte schon über, obwohl man es gerade erst aufge-setzt hatte, die öffentlichen Verkehrsmittel fuhren einem immer vor der Nase weg und die Sonne ging auf und wieder unter, ehe man Notiz von ihr nahm. Das hätte man aushalten können, wenn es allen so ergangen wäre, doch die an-deren Menschen schienen ebenfalls schneller geworden zu sein, denn sie zeigten keinerlei Probleme, wie gewohnt ihrem Leben nachzugehen Nur Anton und ich konnten nicht mehr Schritt halten. Für ihn war das schlimm, denn es ging ihm ja gerade darum, nicht unterzugehen, sondern auf sich aufmerksam zu machen. Aber so ganz ohne Kontext mit den Angsten eines Menschen herauszuplatzen, scheint mir geschmacklos, deshalb nach einer kurzen Aufklärung mehr zu Antons Furcht, vergessen zu werden.
Am Tag nach der Diagnose wachte Anton ungewöhnlich früh auf. Seit Anna ihn nicht mehr mit dem Rascheln der umblätternden Buchseiten weckte, schlief er bis neun Uhr. Er war froh über seinen Schlafrhythmus, denn zu viele in seinem Alter plagte Schlaflosigkeit. Doch an jenem Morgen wurde er durch ein hartes, schabendes Schlagen geweckt. Obwohl er das Geräusch deutlich hörte, hielt er die Augen geschlossen, in der Hoffnung, es sei nur ein Traum und nichts, das seinen geordneten Alltag aus dem Gleichgewicht bringen könnte. Als ihm einfiel, dass er nie träumte, versuchte er herauszufinden, woran ihn das Geräusch erinnerte; kramte in seinem Gedächtnis wie in einer Antiquitätenkiste. Und er wird fündig: eine Erinnerung an seine Mutter, die mit dem groben Strohbesen die Steinstufen vor der Eingangstür fegt, die Haare noch kastanienbraun und das Kind noch im Haus. Aber nun legte sich unter das schabende Schlagen auch noch ein Kratzen, so als würde man mit einem scharfen Nagel über Holz fahren. Anton öffnete die Augen und drehte den Kopf zum offenen Fenster, von wo die Geräusche kamen. Zuerst erkannte er nichts, der Schlaf und die Gardinen verschleierten ihm noch die Sicht.“

 

 


Nelio Biedermann (Thalwil, 2003)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 2e september ook mijn blog van 2 september 2020 en eveneens mijn blog van 2 september 2018 deel 1 en ook deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:18 Reageer op dit bericht

September (Koos Schuur), W. F. Hermans, Sabine Scho

Bij het begin van september

 

 


September Afternoon door Joseph DeCamp, ca. 1895

 

 

September

Blond lief, de laatste gouden dagen
wuiven ten afscheid en wij achten ’t niet,
de bomen en de struiken dragen
hun laatste tooi en in het riet
schuilen de vissen en hun trage
vinslag verraadt hen niet.

Het wordt nu tijd ons te bezinnen;
de bossen kleuren dieper bruin
en lila herfstasters beginnen
hun ijle bloeien in mijn tuin.

Het wordt nu tijd om te bedenken:
de zomer houdt niet eeuwig stand;
zij schonk ons al wat zij kon schenken –
de laatste gouden dagen wenken
en herfst komt reeds in feller kleuren drenken
de bloemen van dit dierbaar land.

 


Koos Schuur (4 oktober 1915 – 1 december 1995)
Het Veenkoloniaal museum in Veendam, de geboorteplaats van Koos Schuur

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Willem Frederik Hermans werd geboren op 1 september 1921 in Amsterdam. Zie ook alle tags voorW. F. Hermans op dit blog.

Uit: Onder professoren

“Het boerderijtje, juister een voormalige boerenarbeiderswoning, min of meer tot buitenhuisje verbouwd, stond te druipen van de regen, die er de hele nacht op neergeplensd was. Die herfstige zaterdagmorgen ging de zon precies om een minuut voor zevenen op en juist op datzelfde ogenblik opende, in de slaapkamer van het huisje, de hooggeleerde Professor Doctor Rufus (roepnaam Roef) Dingelam zijn ogen. Hoogleraar in de technische scheikunde aan een universiteit in het Noorden van ons land, had hij, als iedereen, op zaterdag vrij. Hij zou dus rustig wat later wakker hebben kunnen worden. Maar dat lukte hem nu eenmaal niet, want van maandag tot en met vrijdag werd hij ook altijd om even voor zevenen wakker. En net als op die werkdagen, Samen ook nu zijn gedachten onmiddellijk op zijn beroepsbezigheden. `Dat gelazer,’ mompelde hij. Had hij, even voor het ontwaken, een kwade droom doorstaan, een nachtmerrie die voortsproot uit de ergernissen waaraan hij op zijn laboratorium dagelijks onderworpen was? Sinds de universiteiten waren gedemocratiseerd, wat inhield dat hij bijna elke week vele uren moest vergaderen om mensen die niets afwisten van de zaken waar ze over praatten, de gelegenheid te geven van hun democratische recht gebruik te maken er toch het hoogste woord over te voeren, ergerde hij zich. Al drie jaar moest hij nu zijn tijd aan deze onbenullige nieuwigheid verknoeien. Tot wetenschappelijke arbeid van enige betekenis kwam hij niet meer. Een tweede ergernis was zijn slechte verstandhouding met zijn naaste collega, Professor Doctorandus Knellis Tamstra, een man die nooit hoogleraar had mogen worden, die er alleen maar in geslaagd was het zo ver te brengen, wisten insiders, door met veel openbaar vertoon van het rooms-katholieke op het gereformeerde geloof over te stappen. Het laatste wat Tamstra had bedacht om Dingelam te pesten, was Dingelam te verdrijven uit diens mooie kamer aan de voorzijde van het laboratorium gebouw en daar een assistent van zichzelf in te stoppen. Twee dagen had de Laboratoriumraad, samengesteld uit twee hoogleraren, twintig wetenschappelijke ambtenaren, vijftig studenten en dertig secretaresses, instrumentmakers, laboranten, werksters en schoonmaken, benevens de portier, hierover vergaderd van ’s ochtends elf tot ’s avonds elf. Er was gestemd.

 

 


W. F. Hermans (1 september 1921 – 27 april 1995)

 

 

De Duitse dichteres en schrijfster Sabine Scho werd geboren op 1 september 1970 in Ochtrup. Zie ook alle tags voor Sabine Scho op dit blog.

 

Kreeft

Hij staat bekend als een lastig gerecht
sorteert zijn bestek
links, neemt de enorme klem
hem in de tang, dat
was ooit een naziproject
op Helgoland
grijpen, voelen en
trancheren, leren
mensen van hem

nu, schrik er maar niet van
hij houdt rekening met linkshandigheid
heeft een goed geheugen, onder-
scheidt geweldig het relevante van het slechts
licht interessante, dat geldt
over het algemeen als intelligent

wordt levend gekookt
wat voelt een kreeft daarbij
over het algemeen interesseert dat
hongerigen geen moer

ook een pantserkreeft
eist zijn deel van het geluk
vrijheid van pijn? Wat voor
buitengewone omstandigheden! receptoren
bestaan maar om één reden

dat prikkels dringen door
het hardste pantser, denk aan de
Führerbunker, die kregen ze nauwelijks
opgeblazen, die was zo stevig bekleed
en toch drong er nog iets binnen
zodat de erin weggekropen wezens
ruw en door hun eigen hand
ophielden te bestaan

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 
Sabine Scho (Ochtrup, 1 september 1970)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 1e september ook mijn blog van 1 september 2020 en eveneens mijn blog van 1 september 2018.

Geschreven door Romenu om 17:48 Reageer op dit bericht

Sander Kok, Wolfgang Hilbig

De Nederlandse schrijver Sander Kok (ook bekend fotomodel) werd geboren in Arnhem op 31 augustus 1981. Zie ook alle tags voor Sander Kok op dit blog.

Uit: Het feest van de almacht (Over Lodewijk van Deyssel)

“Voor Van Deyssel was het bijhouden van een masturbatiedagboek meer dan een wapen in de strijd tegen een machtige vijand, het was een manier om het gedrag van zijn lichaam en geest tot het diepst te doorgronden en te verbeteren. Het Van Deyssel-archief in het Literatuurmuseum bevat ook een slaapdagboek, een verkoudheidsdagboek en een weerdagboek, die de schrijver hetzelfde doel dienden.
Al in 1884, hij was toen twintig, stelt hij als een volleerde eenentwintigste-eeuwse volgeling van zelfhulpgoeroes een lijst met doelen op. Die is niet bescheiden. Binnen vier jaar zou hij eenentwintig romans publiceren en duizenden pagina’s aan kritiek, dagboek en kroniek. In de avonduren – want de genoemde arbeid vond alleen plaats in de namiddag – zou hij zich buigen over zijn studie rechten en zijn promotie in de letteren. De daaropvolgende vier jaar zou hij uitsluitend in de avonduren dertig toneelstukken, driehonderd sonnetten en tachtig novellen schrijven, en overdag zowel schilder, ingenieur als architect zijn. Vier jaar later zou hij president worden van Nederland, dat tegen die tijd een Republiek zou heten. Onbekend is of hij voor zichzelf een rol zag bij het omverwerpen van het koninkrijk.
Natuurlijk was de twintigjarige Tachtiger niet volledig serieus, maar het is duidelijk dat hij zin had om aan de slag te gaan. Hij zou zijn tijd niet verbeuzelen.
Het stalen skelet van zijn leven was de zelfdwang, de zelftucht. Van Deyssel dwong zijn lichaam tot kadaverdiscipline. Alles moest voor zijn obsessies wijken – een bekende schrijverskwaal. Niet rukken, maar ook: iedere ochtend vroeg opstaan. Voor Van Deyssel was dat vier uur ‘s nachts. In zijn slaapdagboek merkt hij eens chagrijnig op dat het weer niet is gelukt, ‘omdat mijn vrouw mij niet wekte’.
De vele korzeligheidjes vinden hun tegenwicht in euforie, wanneer iets wél lukt:

Hoera, ik gevoel mij zoo heerlijk en gelukkig als in geen tijden. Dit komt alleen door het volmaakte scheiten, dat ik gedaan heb.

Ik stelde de vraag al in het eerste artikel over dit onderwerp. Is die Van Deyssel een gek? Een vreemde vogel was hij zeker. Maar alle negentiende-eeuwse schrijvers waren gek. Ik ken geen biografieën waaruit het tegendeel blijkt. Ze lopen op 82-jarige leeftijd weg bij hun vrouw (Tolstoj), verschijnen op een feest in roze smoking (Couperus) of ontzeggen zichzelf orgasmes (Balzac, onder anderen). En het probleem van iemand een gek noemen, is dat het woord een hoop lijkt te verklaren, terwijl het juist een verklaring vervangt. Het stempel ‘gek’ verklaart niks. En die negentiende eeuw was zelf gek. Toch moet ik toegeven dat hoe verder ik in het dagboek doordrong, hoe meer ik begon te denken dat de schrijver wel degelijk, laat ik zeggen, gestoorde trekjes had.
Door de syfilis? – Had hij dat? Kon hij het ook niet hebben? Een gezonde man had syfilis, in die tijd. Of gewoon door het schrijven? Schrijven is een gevaarlijke bezigheid, dat weet elke schrijver.”

 


Sander Kok (Arnhem, 31 augustus 1981)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Wolfgang Hilbig werd geboren in Meuselwitz op 31 augustus 1941. Zie ook alle tags voor Wolfgang Hilbich op dit blog.

 

 

Natureingang
(vrij naar Geoffrey Chaucer)

Ah, wanneer april met zachte buien
de droge aderen van het leven tot in de wortel baadt
en de zoete adem van de zefier alle scheuten
in bos en veld voor een korte tijd oplaadt
en de jonge zon al half de boog
van ram tot stierenhoorn heeft doorlopen
en wanneer de herinnering uit vloeiend verval
de blik opheft:
zoals vogels ’s nachts met open ogen slapen –
o, dan begint de tijd ook mijn geest te verruimen:
verleden dat niet geleefd
winter waarin we elkaar niet tegenkwamen
zijn nietig wanneer een oud hart zich opnieuw verheft.

Nog steeds met gebroken lieren en door vorst ontstemde snaren:
aan jouw kust
rijk aan bloemen
ontvouwd door getijden
moet ik je, met zonlicht gewapend, tegemoet rijden.

 

Vertaald door Frans Roumen

 


Wolfgang Hilbig (31 augustus 1941 – 2 juni 2007)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 31e augustus ook mijn blog van 31 augustus 2020 en eveneens mijn blog van 31 augustus 2019 en ook  mijn blog van 31 augustus 2018 en ook mijn blog van 31 augustus 2017.

Geschreven door Romenu om 16:24 Reageer op dit bericht

Charles Reznikoff, Wolfgang Hilbig

De Amerikaanse dichter Charles Reznikoff werd op 30 augustus 1894 in New York geboren. Zie ook alle tags voor Charles Reznikoff op dit blog.

 

 

Autobiography: New York

VI
Now it is cold: where the snow was melting
the walk crackles with black ice beneath my careful steps;
and the snow is old and pitted,
here grey with ashes and there yellow with sand.
The walks lie in the cold shadow
of houses;
pigeons and sparrows are in a hollow
for cold, out of the wind; but here,
where the sunshine pours through a narrow street
upon a little tree, black and naked of every leaf,
the sparrows are in the sun, thick upon the twigs.
Those who in their lives braved the anger of their fellows,
bronze statues now,
with outstretched arm or sword
brave only the weather.

I find myself talking aloud
as I walk;
that is bad.
Only Don Juan would believe
I am in conversation with the
snow-covered statues;
only St. Francis
that I am talking to the sparrows
in the naked bushes,
to the pigeons
in the snow.

VII
The ropes in the wind
slapping the flag-pole
(the flag has been hauled down);
behind the bare tree-tops
the lights of an aeroplane
moving away slowly.

A star or two shining
between factory chimneys;
the street dark and still
because the street-lamp has been broken
and it is cold and late.

VIII
Bright upon the table
for your birthday,
the burning candles will dissolve
in rays
and lumps of wax.
Unlike a skull,
they say politely,
This is you!

IX
I am afraid
because of the foolishness
I have spoken.
I must diet
on silence;
strengthen myself
with quiet.

Where is the wisdom
with which I may be medicined?
I will walk by myself
and cure myself
in the sunshine and the wind.

X
I do not believe that David killed Goliath.
It must have been—
you will find the name in the list of David’s captains.
But, whoever it was, he was no fool
when he took off the helmet
and put down the sword and the spear and the shield
and said, The weapons you have given me are good,
but they are not mine:
I will fight in my own way
with a couple of pebbles and a sling.

 

 


Charles Reznikoff (30 augustus 1894 – 22 januari 1976)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Wolfgang Hilbig werd geboren in Meuselwitz op 31 augustus 1941. Zie ook alle tags voor Wolfgang Hilbich op dit blog.

 

 

Nog

Verre verzameling vage gedachten
die nog zwijgen
door oude grenzen beschermd
door het grenzeloze ingesneeuwd –
door tijd
en wind bestormd –
nog wil zich hun donkere oorsprong niet laten zien.

Brandende sneeuwbuien vlogen door het gezwaai van lampen
en voetafdrukken leidden
nog onverloren over het ijs –
geen enkele herinnering roert zich in het donkere wit.

Het was de laatste sneeuw van het afgelopen jaar
hij toonde slechts de werveling om zich zelf
niets meer: en niet mijn ik in de witte cirkel.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 


Wolfgang Hilbig (31 augustus 1941 – 2 juni 2007)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 31e augustus ook mijn blog van 31 augustus 2020 en eveneens mijn blog van 31 augustus 2019 en ook  mijn blog van 31 augustus 2018 en ook mijn blog van 31 augustus 2017.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Elma van Haren, Rita Dove

De Nederlandse dichteres en beeldend kunstenares Elma van Haren werd geboren in Roosendaal op 29 augustus 1954. Zie ook alle tags voor Elma van Haren op dit blog.

 

 

De nieuwe 2e Leeghwaterstraat

Omdat je ergens beginnen moet het uitgangspunt te vinden
is iedere invalshoek mogelijk.
Lastiger is het je los te maken
van het woord ‘willekeurig’.
Je hecht nog aan versplintering.
Zo winden honderden straten zich rond je wijzende vinger.
Zoek de as van de stad is het hart van de stad, vesting
rond de bloeiende binnenkoer met de beerput;
is het brein van de stad; kronkelig
samenkleven van energiespeldenprikpunten,
die aan alle kanten de kop opsteken en
een uitweg zoeken als
oprit naar hun veilige haven.
Alsof je een binnenschipper bent
zwalk je op je benen over straat.
Maar je bent van de straten af.
Nu heb je een adres.

Links rechts inslaan kriskras hoek om stoep op en af
achteloos ingehaakte omgeklapte enkel in de tramrail.
Je vist je voet eruit. Dwaaltocht door niemands land.
Bent niemands kind meer,
niemands kraai.
Geen vogel in de hand, geen hond in de lucht,
geen paard op de rug, geen kip op de stok van je slaap.
Hier was ooit een blok. Nu staat er een straat.
En daar, waar nooit gewoond werd, is je toegewezen adres.
De kroon op je registratie en
de bevestiging van je naam als alibi
voor het plegen van al die verworven jaren.

Daar ligt in transparante lagen vijf hoog op elkaar.
Elke huisraad voorstelbaar; inhoud ijskast geur van beddengoed,
geronk van de was speelhoek televisie plafondspots kamerplant.
En jouw lichaam daar ijl tegenover,
nog op de drempel, traag in beweging.
Het zoeken moet met je mee, daar waar
de ruiten zijn gevallen in de mistige muur en glinsteren.
Het gebit van de gevel.
Het buiten weerspiegelen om het spiegelbeeld
te doen schrikken van zichzelf en van binnenuit
het struikelen te zien van je verglazing.
Het rinkelen!

 

 


Elma van Haren (Roosendaal, 29 augustus 1954)

 

 

De Amerikaanse schrijfster en dichteres Rita Frances Dove werd geboren op 28 augustus 1952 in Akron, Ohio. Zie ook alle tags voor Rita Dove op dit blog.

 

 

Bezoedelde Psalm

Ze werd wakker en dacht: zondag.
Het moest wel – die lichtstraal
die haar voetstappen
van bed naar bad doorsneed, stilte
die haar eenzaamheid zalfde.
Zaligheid. Een woord dat haar moeder
vaak aanbood,
siste terwijl stoom vrijkwam
uit de gehavende ketel
die zegenend boven
haar favoriete theekopje werd gehesen…

Nee. Haar moeder haatte thee,
werd betrapt op het kauwen
van rauwe koffiebonen
tussen haar zwangerschappen.
Wiens herinnering
had ze geleend, welke
gekwetste schijnheiligheid?
Het kon geen zondag zijn –
dat was gisteren. Of
zal het morgen zijn. Hoe dan ook,
er was werk aan de winkel.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 


Rita Dove (Akron, 28 augustus 1952)

 

 

Zie voor de schrijvers van de 29e augustus ook mijn blog van 29 augustus 2020 en eveneens  mijn blog van 29 augustus 2018 en eveneens mijn blog van 29 augustus 2017 en ook mijn blog van 29 augustus 2016 en ook mijn blog van 29 augustus 2015 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:43 Reageer op dit bericht

Maria Barnas, Rita Dove

De Nederlandse schrijfster, dichter en beeldend kunstenaar Maria Barnas werd geboren in Hoorn op 28 augustus 1973. Zie ook alle tags voor Maria Barnas op dit blog.

 

2 X 1

Hoe moet ik gaan liggen in het bed
van een woedende man?
Ik heb hem zo gemaakt

Ik vroeg hem dingen en ik hield niet op
de dingen te vragen die van elk bestaan
een versleten vloerkleed maken

Vergeef me ik ben moe
Ik weet niet altijd wat ik doe. Hier.

Ga je weg?
Wil je dat ik ga?

Maar voordat je gaat. Wat bedoelde je precies
met Fuck jou duizend jaar?

 

 

1 X 2

‘Trek je toch niet alles aan’ zeg je

Ik zie een grotere man voor mij
met een ligbad en meloen in de tuin aan zee

Hij schenkt witte wolken
in mijn glas blauwe lucht

IJsblokjes rinkelen in het landschap

En de dag is een tafel van twee. Precies
en zo overzichtelijk

dat ik een lied wil zingen
Ik kan niet zingen

De man zegt ‘Trek je toch niet alles aan’

Dan mis ik jou zo:
ik zal je nooit laten gaan

 

 

Santa Maria Magiare

Er is een hoge koepel hier
waar julirozen vallen
als zomersneeuw

ik zie geen handen
want wij moeten een mirakel zien

 


Maria Barnas (Hoorn, 28 augustus 1973)

 

 

De Amerikaanse schrijfster en dichteres Rita Frances Dove werd geboren op 28 augustus 1952 in Akron, Ohio. Zie ook alle tags voor Rita Dove op dit blog.

 

Getuigenis

Ooit toen de aarde nieuw was
en de hemel enkel fluistering,
toen de namen van dingen
zich nog niet hadden gehecht;

ooit toen de flauwste briesjes
zomer versmolten tot herfst
en alle populieren beefden
bevallig in het gelid . . .

riep de wereld en antwoordde ik.
Elke oogwenk ontvlamde tot aanblik.
Ik hield mijn adem in en noemde dat leven,
bezwijmde tussen lepels vol citroenijs.

Ik was pirouette en bloei.
Ik was vlam en filigraan.
Hoe kon ik mijn zegeningen tellen
zonder kennis van hun namen?

Ooit toen alles nog moest komen,
lekte geluk uit alle kieren,
Ik gaf de wereld mijn belofte,
en de wereld volgde me tot hier.

 

 

Vertaald door Jabik Veenbaas

 

 


Rita Dove (Akron, 28 augustus 1952)

 

 

Zie voor de schrijvers van de 28e augustus ook mijn blog van 28 augustus 2020 en eveneens  mijn blog van 28 augustus 2018 en eveneens mijn blog van 28 augustus 2017 en ook mijn blog van 28 augustus 2016 en ook mijn twee blogs van 28 augustus 2015.

Geschreven door Romenu om 17:22 Reageer op dit bericht

Tom Lanoye, Guillaume Apollinaire

De Belgische dichter, schrijver en vertaler Tom Lanoye werd geboren te Sint-Niklaas op 27 augustus 1958. Zie ook alle tags voor Tom Lanoye op dit blog.

Uit: ReinAard: Schelmenroman

Wat is er fokking fout met mij?
Ik smeet mij wel, zelfs voor goed geld,
Op het verminken van the Shake
En het verbasteren van Vondel.
Geen meesterwerk was mij te heilig –
Amok en bagger maakte ik
Van Goethe en antieke Grieken,
Van tering-Tsjechov, schele Sartre
En de rest van de reutemeteuten…

Geen vege voorvader bleef veilig:
Ik goot ze door mijn zeefje tot
Ze klonken als door God gezonden.
(Wel eerst door mij gevierendeeld,
Verknipt, verknapt en weer verbonden.)

Maar nooit, putain! – hoe is dat mogelijk? –
Zocht ik mijn stuff in eigen streek.
Juist ik. Gescheten, uitgespogen,
In ’t Zotte Land van Waas & Wee
Waar ooit een vos de wellust preekte.

Een glorieus en geestig beest,

Ontwapenend gewetenloos,
Van zeden los en los van God –
Een rot in zijn vak,
Een dot van een schoft,
Het kruim van het schuim,
The best of the beasts:

EEN VOS

 


Tom Lanoye (Sint-Niklaas, 27 augustus 1958)

 

 

De Franstalige schrijver en dichter Guillaume Apollinaire werd in Parijs geboren op 26 augustus 1880. Zie ook alle tags voor Guillaume Apollinaire op dit blog.

 

In de tuin van Anna

Gewis indien wij in het jaar zeventienzestig hadden geleefd 

Is dat de datum die u ontcijfert Anna op die bank van steen

En als per ongeluk ik Duitser was geweest
Maar per geluk heel dicht bij u zou zijn geweest
Zouden we vagelijk en vrijwel aldoor in het Frans
Gesproken hebben over liefde
En hartstochtelijk hangend aan mijn arm
Had u mij horen praten van Pythagoras
Daarbij aan de koffie denkend
Van over een half uur 

En de herfst zou net als die herfst geweest zijn
Dat de berberissen en wijnranken kronen kregen

En onverwacht zou ik gebogen hebben
Voor nobele dames dik en smachtend

Ik zou geheel alleen en langzaam
Gedurende lange avonden
Dikke tokajer of malvezij savoureren
Ik zou mijn Spaans gewaad gedragen hebben
Om de weg op te gaan waarover
In een oude koets mijn grootmoeder arriveert
Die het vertikt om Duits te verstaan

Ik had verzen vol mythologie geschreven
Over uw borsten het landleven en de dames
Uit de omstreken

Menige wandelstok had ik gebroken
Op de ruggen van landmannen

Ik zou ervan gehouden hebben om naar muziek te luisteren
Terwijl ik ham at

Ik had in het Duits gevloekt ik zweer het u
Als u me verrast zou hebben door die rosse dienstmeid
Vol op de mond te kussen

U zou zich verontschuldigd hebben in dat bosje van blauwbessen

Even zou ik geneuried hebben
Dan zouden we naar de geluiden van de schemering geluisterd hebben

 

 

Vertaald door Leo van der Sterren

 


Guillaume Apollinaire (26 augustus 1880 – 9 november 1918)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 27e augustus ook mijn blog van 27 augustus 2023 en ook mijn blog van 27 augustus 2019 en ook mijn blog van 27 augustus 2018 en ook mijn blog van 27 augustus 2017 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:13 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten