Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Patricia Highsmith, Thomas Gsella, Paul-Eerik Rummo, Marie Koenen

De Amerikaanse schrijfster Patricia Highsmith werd geboren als Mary Patricia Plangman in Fort Worth (Texas) op 19 januari 1921. Zie ook mijn blog van 19 januari 2008 en ook mijn blog van 19 januari 2009.

 

Uit: Those Who Walk Away

 

'What are you worried about?' asked Elisabetta. She was smiling, a little merry on the champagne.

'I don't know. Nothing.' He felt faint, blank, dead or perhaps dying. Distant, high-pitched bells rang in his ears. The girl was saying something that he could not hear, looking off to one side now, and her unconcern at his condition made him feel quite alone. He breathed deeply, one deep breath after another of the tobacco-laden air. The girl did not notice. The faintness passed.

A few moments later, they were out on the street, walking. The girl said it was not far back to where they lived, and there was no boat that could be of any help. The lanes were moist under their shoes. The girl held his arm and chattered on about last summer's vacation. She had gone to visit relatives in the Ticino. They had cows and a big house. They had taken her to Zurich. She thought Zurich was much cleaner than Venice. Ray could feel the warmth of the girl's arm next to his. He did not feel faint now, but he felt alone and lost, without purpose, without identity. Wouldn't it be strange, he thought, if he really were dead, if he were dreaming all of this, or if by some strange process - which was the assumption on which nearly all ghost stories were based - he was a ghost visible to a few people, like this girl, a ghost who tomorrow would not be in the room at Signora Calliuloi's, would have left not even an unmade bed behind him, only a strange memory in the minds of the few who had seen him, a few whom other people might not believe when they spoke him?

But the dark canals were very real, and so was the rat that crossed their path twenty feet ahead, running from a hole in the stone parapet that bordered the canal, where a barge stirred sleepily against its rope mooring, making a piggish sound like schlurp. The girl had seen the rat, but had interrupted what she was saying only by a brief 'Ooh!' and gone on. A light, fixed on the corner of a house so it would illuminate four streets, seemed to burn with impatience, waiting for persons not yet arrived, persons who would carry out some action below it.

'How long are you really going to be here?' asked Elisabetta.

Ray saw that they had entered their street. 'Three or four days.'

'Thank you for this evening,' Elisabetta said in her doorway. She looked quickly at her watch., but Ray doubted if she could even see the time on it. 'I think it's before eleven. We are very good.'

He had reached a state of not hearing what she said, and yet he did not want to leave her.“

 

 

 

 

patricia-highsmith
Patricia Highsmith (19 januari 1921 - 4 februari 1995)

 

 

 

 

De Duitse dichter en satiricus Thomas Gsella werd geboren op 19 januari 1958 in Essen. Zie ook mijn blog van 19 januari 2009.

 

 

Die Bundeskanzlerin

Sie platzt vor Fleiß. Kaum graut der Tag,
Da stellt sie erste Weichen:
Sie nimmt den Armen den Belag
Vom Brot und schenkt's den Reichen.
Am Mittag geht's ins Kabinett.
Ergebnis der Debatten:
Sie kratzt den Hungrigen das Fett
Vom Brot und gibt's den Satten.
Am Abend dann das reine Glück:
Sie senkt Lohnnebenkosten.
Zehn Wessis kriegen Geld zurück
Von einer aus 'm Osten.

 

 

 

Der ICE-Zugchef

Ein Kieler Morgen, heiß und licht.
Er spricht dezent und leise:
"Die Lüftung funktioniert heut' nicht.
Wir wünschen gute Reise."
Ein Kieler Nachmittag. Man hört
Im Halbschlaf seine Worte:
"Die Oberleitung ist zerstört.
Im Bistro: alte Torte."
Die Kieler Nacht, von ihm versüßt
Dank tiefster Menschenkenntnis:
"Zwölf Stunden sind nun eingebüßt.
Wir bitten um Verständnis."

 

 

 

 

 

Thomas_Gsella
Thomas Gsella (Essen,19 januari 1958)

 

 

 

 

 

De Estlandse dichter, schrijver en politicus Paul-Eerik Rummo werd geboren op 19 januari 1942 in Tallinn. Zie ook mijn blog van 19 januari 2009.

 

 

Now give me god the strength

 

now give me god the strength to run in showers of
chances
and to recognize the inevitability amongst the many
imposing themselves on being it

 

memory is where our sufferings are nesting
no dog can gnaw through his genetic chain
but it's quite another thing to run just here in showers
of chances
but it's quite another thing to run just here in showers
of chances
inevitability, give me your hand

 

inevitability, here is my second hand
my first one has been already given to you by my
birth
inevitability, give me your hand

 

 

 

Vertaald door de dichter en Enn Soosaar

 

 

 

 

Here you grew up

 

Here you grew up. On a land which is flat.
You get your peace and balance from that.

 

The Egg Hill remains the cloud-frontier
The clouds are low and mouse-grey here.

 

One ticket to the world was meant for you.
You can still check whether it's all true.

 

What Mecca is to a Moslem believer,
these woods are to you with mushroom-fever.

 

Here you were born. On a land which is flat.
Your peace and balance stem from that.

 

 

Vertaald door Ivar Ivask

 

 

 

 

rummo
Paul-Eerik Rummo (Tallinn, 19 januari 1942)

 

 

 

 

 

De Nederlandse dichteres en schrijfster Marie Koenen werd geboren in ’s-Hertogenbosch op 19 januari 1879. Zie ook mijn blog van 19 januari 2007 en ook mijn blog van 19 januari 2008 en ook mijn blog van 19 januari 2009.

 

 

Ze kwamen

 

En toch zijn hier Gods Heiligen geland.

Hun zeilsnik kwam eens met de meeuwen strijken

Uit 't ochtendlicht, hier, aan dit zelfde strand.

 

Om met hun diepst geluk haar te verrijken,

Zochten ze zingend de overzeesche kust,

De twaalef, die op koningen gelijken.

 

Ewald en Adelbert en Werenfried

En de anderen, die met Sint Wilbert kwamen,

Veroveraars voor God en Zijn gebied.

 

De zang der zee druischt door hun heldennamen,

Zooals Gods waarheid door hun heldengeest,

Ze trekken op, sterk als een leger samen.

 

Wel even sterk in God en onbevreesd

Als 't twaalfetal door Christus uitgezonden,

Die de veroveraars van volken zijn geweest.

 

Ze hebben d'ingang tot het land gevonden,

Tusschen de duinen de open groene poort,

Waardoor de Rijn in de Noordzee komt monden.

 

Ze roeien 't schip door 't klare water voort,

De vlakte door, den droom der verte tegen,

En bidden: ‘In den aanvang was het woord’.

 

Bleef dan ook van hun stem, hun zang, hun zegen

Geen laatste naklank leven aan dit strand,

Geen zweem van hun gestalte op deze wegen,

Geen spoor meer van hun voetstap in het zand:

Gods Heiligen, ze zijn hier toch geland.

 

 

 

 

marie_koenen
Marie Koenen (19 januari 1879 - 11 juli 1959)

Geschreven door Romenu om 20:30 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

De blogger leest alles eerst na: je tekst verschijnt zodra die goedgekeurd is.

In Memoriam Bibeb



In Memoriam Bibeb

 

De Nederlandse journaliste Bibeb is op 95-jarige leeftijd in Scheveningen overleden. Dat meldde maandag tijdschrift Vrij Nederland op zijn website.

 

Bibeb, pseudoniem van Elisabeth Maria Lampe-Soutberg, werd geboren in Amsterdam op 15 juni 1914.  Bibeb begon met schrijven voor bladen van De Nieuwe Pers, in het bijzonder voor het Haarlems Dagblad, waar Walther Schaper hoofdredacteur was. Toen deze in 1936 een baan accepteerde bij De Sumatra Post in Deli, volgde zij hem een jaar later; in 1937 trouwde zij met Schaper in Deli. Voor De Sumatra Post begon zij een kinder- en moderubriek. Ook schreef zij voor het maandblad Oké. Later hertrouwde zij met George Lampe die directeur was van de Vrije Academie voor Beeldende Kunsten in Den Haag. Vanaf begin jaren vijftig tot circa 1997 publiceerde ze interviews in het weekblad Vrij Nederland. Opvallend aan haar interviews was dat zij zich als interviewster zeer sterk op de achtergrond hield, en niets over zichzelf prijsgaf in haar stukken. Haar interviews behoorden lange tijd tot de meest gelezen bijdragen aan Vrij Nederland. Haar interviews bereidde ze gedegen voor en vonden vaak in meerdere urenlange sessies plaats, bij voorkeur bij de geïnterviewde thuis; een enkele keer in haar eigen huis in Scheveningen.

 

Uit: Bibeb in gesprek met Willem Brakman

 

'Ik ben een angstgenie, ik draag de dood bij me vanaf dat ik een kind was'

 

'Ik heb altijd veel last gehad van doodsangst. Ik heb daar een talent voor. Ik ben een angstgenie. Ik draag de dood bewust bij me vanaf dat ik kind was. Het sombere gedempte geschuifel, gebogen mond en, alles ruikt muf.

M'n oudste herinnering is de dood van vrouw Prins. Op een avond, in winter, kwam een man m'n moeder halen. "Vrouw Prins ligt op het uiterste". Ik deed de gordijnen een eindje opzij en keek naar buiten. In die tijd gingen de lantarens pas aan als het echt donker was. De straat leek een duister hol. Vrouw Prins woonde aan de overkant, gelijkvloers. Ze lag altijd voor het raam, daarachter zag je haar roerloze bleke profiel.

Een sterfgeval was in Scheveningen een gebeurtenis. Iedereen liep ervoor uit. De zwarte kist werd naar buiten gedragen. Ik kon niet begrijpen dat ze daarin lag. De eerste opdonder kreeg ik toen m'n vriendje zei: "Daar komen we allemaal in." "Maar eerst word je vreselijk ziek," zei m'n broer. Ik was verpletterd.

Toen m'n opa gestorven was, hadden ze een kapelletje gemaakt in huis. Om de kist stond een zwart kamerscherm met zilveren koorden en tressen. In de diepte, onder het ruitje in het deksel, zag ik een klein blauw gezichtje. Later is mijn tante zo op opa gaan lijken. Raar hoe spoken in de levenden kruipen.'t Was net of die man weer langzamerhand opstond!'

 

 

 

(Vrij Nederland 23 mei 1981)

 

 

 

Bibeb

Bibeb (15 juni 1914 – 18 januari 2010)
Geschreven door Romenu om 17:58 1 reactie Reageer op dit bericht

Rubén Darío, Peter Stamm, Roger Bésus, Robert Anton Wilson, Arno Schmidt

De Nicaraguaanse schrijver Rubén Darío werd geboren in Metapa, tegenwoordig Ciudad Darío, op  18 januari 1867. Zie ook mijn blog van 18 januari 2007 en ook mijn blog van 18 januari 2008 en ook mijn blog van 18 januari 2009.

 

 

Nocturne

I want to express my anguish in verses that speak
of my vanished youth, a time of dreams and roses,
and the bitter defloration of my life
by many small cares and one vast aching sorrow.

And the voyage to a dim orient in half-seen ships,
the seeds of prayer that flowered in blasphemies,
the bewilderment of a swan among the puddles,
the false nocturnal blue of a sick Bohemia.

Far-off harpsichord, silent and forgotten,
that never gave my dreams the sublime sonata;
orphan skiff, heraldic tree, dark nest
which the night made lovely with its silver light;

Hope still aromatic with fresh herbs; the trill
of the nightingale in the morning in the spring;
the white lily cut down by a fatal destiny;
the search for happiness, and evil's persecutions--

And the dismal amphora with its divine poison
that causes the inner torments of this life;
the fearful knowledge of our human mire;
and the horror of knowing that we are transitory,

the horror of walking blindly, among alarms,
toward the unknowable, toward the inevitable;
and the brute nightmares that rack our weeping sleep,
from which no one but She can wake us up!

 

 

 

Vertaald door Lysander Kemp

 

 

 

 

Nightfall In The Tropics

 

There is twilight grey and gloomy

Where the sea its velvet trails;

Out across the heavens roomy

Draw the veils.

 

Bitter and sonorous rises

The complaint from out the deeps,

And the wave the wind surprises

Weeps.

 

Viols there amid the gloaming

Hail the sun that dies,

And the white spray in its foaming

"Miserere" sighs.

 

Harmony the heavens embraces,

And the breeze is lifting free

To the chanting of the races

Of the sea.

 

Clarions of horizons calling

Strike a symphony most rare,

As if mountain voices calling

Vibrate there.

 

As though dread, unseen, were waking,

As though awesome echoes bore

On the distant breeze's quaking

The lion's roar.

 

 

 

 

Vertaald door Thomas Walsh

 

 

 

 

 

ruben-dario
Rubén Darío (18 januari 1867 - 6 februari 1916)

 

 

 

 

 

De Zwitserse schrijver Peter Stamm werd geboren op 18 januari 1963 in Weinfelden. Zie ook mijn blog van 18 januari 2007  en ook mijn blog van 18 januari 2008 en ook mijn blog van 18 januari 2009.

 

Uit: Sieben Jahre

 

“Sonja stand in der Mitte des hellerleuchteten Raumes, im Zentrum wie immer. Sie hielt den Kopf etwas gesenkt und die Arme nah am Körper, ihr Mund lächelte, aber ihre Augen waren zusammengekniffen, als blende sie das Licht oder als habe sie Schmerzen. Sie wirkte abwesend,

ausgestellt wie die Bilder an den Wänden, die niemand beachtete und die doch der Anlass des Zusammenkommens waren.

Ich rauchte einen Zigarillo und beobachtete durch das große Schaufenster der Galerie, wie ein gutaussehender Mann auf Sonja zuging und sie ansprach. Es war, als erwache sie. Sie lächelte, stieß mit ihm an. Er bewegte den Mund, in ihrem Gesicht war ein fast kindliches Erstaunen zu sehen, dann lächelte sie wieder, aber selbst von hier aus sah ich, dass sie dem Mann nicht zuhörte, dass sie an etwas anderes dachte.

Sophie war neben mir stehen geblieben. Auch sie schien nachzudenken. Dann sagte sie, Mama ist die schönste Frau der Welt. Ja, sagte ich und streichelte mit der Hand über ihren Kopf. Das ist sie, deine Mutter ist die schönste Frau der Welt.

Es hatte seit dem Morgen geschneit, aber der Schnee schmolz, sobald er den Boden berührte. Mir ist kalt, sagte Sophie und schlüpfte durch die Tür, die eben jemand geöffnet hatte, in die Galerie. Ein großer, kahlköpfiger Mann war herausgekommen, eine Zigarette im Mund. Er blieb unangenehm nah vor mir stehen, als kennten wir uns, und zündete sich die Zigarette an.

Krasse Bilder, sagte er. Als ich nicht antwortete, wandte er sich ab und ging ein paar Schritte von mir weg. Er wirkte plötzlich unsicher und etwas verloren.

Ich schaute noch immer durch das Schaufenster. Sophie war zu Sonja gelaufen, deren Gesicht sich aufhellte. Der gutaussehende Mann, der immer noch neben ihr stand, schaute etwas betreten, fast beleidigt auf das Kind. Sonja beugte sich zu Sophie hinunter, die beiden redeten kurz miteinander, und Sophie zeigte nach draußen. Sonja schirmte mit der Hand die Augen ab und

schaute mit gerunzelter Stirn und einem irritierten Lächeln in meine Richtung. Ich war ziemlich sicher, dass sie mich nicht sehen konnte in der Dunkelheit.”

 

 

 

 

peter-stamm
Peter Stamm (Weinfelden,  18 januari 1963)

 

 

 

 

De Franse schrijver en beeldhouwer Roger Bésus werd geboren op 18 januari 1915 in Bayeux. Zie ook mijn blog van 18 januari 2009.

 

Uit: Journal 1962 - 1972

 

„1er juillet 1962 – Je viens d’écrire le mot Fin… Mon roman est d’un pessimisme épouvantable. Il illustre ma pensée qu’il n’y a de bonheur total qu’en échappant au monde par le rêve ou la folie. Et le mot d’émilia qui conclut mon roman est à ce titre bouleversant. J’ai sangloté tout au long du passage où Jeanne évoque son fiancé. Enfin j’aimerais qu’on me fît crédit pour tout ce qui est contradiction et foisonnement dans mes pages : cela est destiné à traduire de manière incernable la vérité, la vérité qui est incernable. Je crois que je n’aurais jamais joué aussi bien qu’ici avec le symbole et son approximation - car je lui refuse l’exactitude. évidemment je suis heureux d’avoir écrit cet ouvrage. Je le crois destiné à durer bien des générations.

(...)

 

29 mai 1970 - Aperçu hier, dans un hebdomadaire ou mensuel du style Elle ou Marie-Claire : Le mariage est contre nature. Les imbéciles, ils le remplaceront par quoi ? Car il y a les enfants. Dire « contre nature » ce qui est une institution sans doute immémoriale est du reste ne pas savoir ce qui est « naturel », naturel à l’homme, j’entends. On veut tout ramener au coït et voir en lui la seule finalité de l’homme. Mais alors c’est ne pas se soucier de l’homme naturel, c’est se soucier de l’animal dans la nature, de l’infra-homme, c’est, fût-ce symboliquement, arrêter la création un jour plus tôt. Je crois que je n’ai rien écrit d’aussi juste pour expliquer cette civilisation, que les quelques lignes de La Couleur du Gris où j’associe technocratie et pourrissement. Le technocrate, c’est le Néron moderne, qui gouverne dans le mépris de ceux qu’il endort par la satisfaction qu’il leur procure du pain et des jeux.“

 

 

 

 

Besus
Roger Bésus (18 januari 1915 – 17 februari 1994)

Hier bij een "zelfportret" 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver, filosoof, futuroloog, anarchist en onderzoeker Robert Anton Wilson werd geboren op 18 januari 1932 in New York. Zie ook mijn blog van 18 januari 2008 en ook mijn blog van 18 januari 2009.

 

Uit: Prometheus Rising

 

“The third semantic circuit handles artifacts and makes a "map" (reality-tunnel) which can be passed on to others, even across generations. These "maps" may be paintings, blueprints, words, concepts, tools (with instructions on use transmitted verbally), theories, music, etc.
Human beings (domesticated primates) are symbol-using creatures; which means, as the pioneer semanticist, Korzybski, noted, that those who rule symbols, rule us.
If Moses, Confucius, Buddha, Mohammed, Jesus and St. Paul can be considered living influences—and they are: look around the world—this is only because their Signal has been carried to us by human symbol systems. These systems include words, artworks, music, rituals and unrecognized rituals ("games") through which culture is transmitted. Marx and Hitler, Newton and Socrates, Shakespeare and Jefferson, etc. continue to "rule" parts of humanity in the same way—through the semantic circuit.
We are ruled even more, and even less consciously, by the inventors of the wheel, the plow, the alphabet, even the Roman roads.
Since words contain both denotations (referents in the sensory-existential world) and connotations (emotional tones and poetic or rhetorical hooks), humans can be moved to action even by words which have no real meaning or reference in actuality. This is the mechanism of demagoguery, advertising and much of organized religion.

 

 

 

 

wilson
Robert Anton Wilson (18 januari 1932 – 11 januari 2007)  

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver Arno Schmidt werd op 18 januari 1914 geboren in Hamburg. Zie ook mijn blog van 18 januari 2007 en ook mijn blog van 18 januari 2009.

 

Uit: Julia, oder die Gemälde

 

“Ihering: "Ja, das'ss der Fundamentalirrtum der Marx & Sozialisten : daß alle Menschen gleich seien: und man, durch bloßes Vorhalten von Wissensfutter, über Nacht ein vorbildliches Volk produzieren könnte : nichts als kluge, kulturtragende (oder gar =schaffende) EdelMenschen. Und das hätten bisher nur die Kapitalisten verhindert. - Ach nein, die Menschen sind sehr verschieden - viele dumm, schlecht, grausam; und werden noch lange so bleiben : 'Vererbung' ist kein leerer Wahn! Sinn und Geschmack für Kulturgüter sind einfach nicht vorhanden; auch nicht anzuerziehen; ja, schon das simple 'NaturGefühl' ist recht selten. Ob Arbeiter, ob Bauern, ob 'Akademiker' sind Barbaren, die sich nicht binnen einer halben Generation in Schnellkursen zu Roten RenaissanceGiganten machen lassen; sondern wie Entwicklungsvölker angesehen werden müßten; die man langsam, so 3-400 Jahre lang zu züchten & schulen versuchen müßte." (Ja, vielleicht wäre sogar das mit in Anschlag zu bringen: Wir haben eine fette Milliarde Jahre hindurch in so manchen TierVerkleidungen auf Erden gelebt, und sind nicht gut geworden - : vielleicht sollen Wir nicht gut sein?)”

(…)

 

(Über Theologen): "Wenn man diesen Wust von Gelehrsamkeit und Unwissenheit, von Scharfsinn und Borniertheit, von Weisheit und Frivolität, von unerforschlicher Geistestiefe und unglaublicher Schalheit durchstöbert, so erstaunt man über die Gesetzlosigkeit der Gesetze des Denkens, über die Vereinbarkeit der höchsten Intelligenz mit der tiefsten Finsternis, über den Mißbrauch des eminentesten Scharfsinns, der angehalten wird, die crasseste Dummheit zu beleuchten, und über die Verschwendung des allumfassendsten, oft 40=jährigen Studiums, welches sich zur Aufgabe macht Windeier auszubrüten, mit einem Ernst, als ob ein Göttergeschlecht aus diesen Eiern hervorgehen sollte!"

 

 

 

 

arnoschmidt
Arno Schmidt (18 januari 1914 – 3 juni 1979)


Zie voor nog meer schrijvers van de 18e januari ook mijn vorige twee blogs van vandaag.
Geschreven door Romenu om 20:38 Reageer op dit bericht

Franz Blei, Paul Léautaud, Montesquieu, Jon Stallworthy

De Oostenrijkse schrijver, vertaler en uitgever Frans Blei werd geboren op 18 januari 1871 in Wenen. Zie ook mijn blog van 18 januari 2009.

 

Uit: Erzählung eines Lebens

 

„Im Briefkasten des »Berner Bund«, in welcher Zeitung er das Departement der Literatur mit Ansehen und nicht ohne Einsichten verwaltete, druckte Josef Victor Widmann im Mai 1897 einige Strophen und gab dem nicht genannten Dichter wohlgemeinten Rat, daß und wie es besser zu machen. Als Bodmer und Gottsched in einer Person. Vor diesen Strophen hatte der Praeceptor in litteris die Grenze seiner kritischen Fähigkeiten erreicht. Diese Gedichte waren ungewöhnlich schön und hatten ihren eigenen Ton. Auf eine Anfrage gab der Berner Redaktor Antwort, wie der Dichter hieße und wo er wohne, in Zürich wie man selber. Ich bat ihn in einem Briefe um seinen Besuch. Und ein paar Tage drauf öffnete ich auf ein Klingeln die Türe, und davor stand ein ganz junger Mensch, sah aus wie ein wandernder Handwerksbursch in einer etwas zu knappen Jacke, aus deren kurzen Ärmeln große, etwas rote Hände kamen, die den Hut hielten, und über dem geröteten, schweizerisch knochigen Jungensgesicht struppelte ein Weizenfeld von Haaren. »Ich bin der Walser«, sagte der Wanderbursch.
Er sah in der Tat nicht nur so aus. Immer nur wenn es gerade nötig war, um ein paar Franken für ein sehr einfaches Leben zu verdienen, verdingte er seine geringen Kenntnisse, aber seine überaus schöne feine Handschrift an ein Bankgeschäft und war da ein Schreiber. Nicht ungern, nicht aufsässig. Nur wenn das Wetter mailich wurde und die Sonne schien, litt er ein wenig darunter, »verlegen kratzen zu müssen am Hals unter dem strengen Blick des Prinzipals«, gab die Winterstelle auf und zog über die Landstraßen, ein sehr sauberer und gar nicht robuster, eher zierlicher Wanderbursch, wie aus der Geschichte von Eichendorff herausspaziert. Oder wie ein Kaspar Hauser, der nach seinem Schicksal unterwegs ist. Ganz und gar nicht wie ein Dichter mit dem Schreibtäfelchen im Busen und hungrig nach dem Vers. Als Walser zum zweitenmal zu mir kam, brachte er ein in schwarzes Glanzleinen gebundenes, hübsch liniertes Schulheft mit. Darein hatte er mit seiner sauberen Hand, der des Bankkommis, seine Gedichte geschrieben, etwa vierundzwanzig waren es, keines die Pastiche eines andern; jedes war etwas und stand für sich, Klage nicht lauter als ihr Anlaß, Freude nicht stärker als ihr Grund. Voll Zartheit in der Farbe, nie im Undeutlichen verschwimmend, immer gehalten von einer guten Struktur schweizerischer Jungensknochen, die sich um nichts in der Welt in Stimmungssülze legen lassen.”

 

 

 

 

Franz_Blei
Frans Blei (18 januari 1871 – 10 juli 1942)

 

 

 

 

 

De Franse schrijver Paul Léautaud werd geboren op 18 januari 1872 in Parijs. Zie ook mijn blog van 18 januari 2009.

 

Uit: Le petit ami

 

„La région qui m'était la plus familière, celle où mes yeux s'emplissaient des images que je devais conserver toujours, était celle qui est comprise entre les rues Notre-Dame-de-Lorette et Fontaine, les boulevards de Clichy et Rochechouart, et les rues Rochechouart et Lamartine. Tout ce quartier est resté pour moi plein d'une couleur et d'une vie particulière. Né quelques rues plus bas, du côté du Palais-Royal, c'est là que j'ai grandi, après avoir été si malade que les médecins assuraient que je ne vivrais pas, là que j'ai fait tant de pas et regardé tant de choses et commencé aussi à aimer les femmes, petit garçon très lent et qui souriait à peine, malgré tout son bonheur. Les maisons où mon père habita, rue des Martyrs et rue Rodier, la maison où demeurait ma vieille bonne Marie, rue Clauzel, et les maisons où j'allais voir des dames que mon père connaissait, rue de la Tour-d'Auvergne, avenue Trudaine et boulevard des Batignolles, n'ont pas changé depuis. Lorsque je vais par là et que j'arrive, dans le faubourg Montmartre, à ce tournant où il y a, à droite, une boutique de bijouterie avec une grosse horloge à double cadran, mon émotion est toujours la même de retrouver ce quartier tel à peu près que je le connus. Et quand, plus haut, je passe devant ces maisons et que je m'arrête à leur porte pour regarder ces cours que tant de fois je traversai, seul ou tenu par la main, je me sens envahir d'une douceur et d'une tendresse que je ne saurais dire... »

 

 

 

leautaud
Paul Léautaud (18 januari 1872 – 22 februari 1956)



De Franse schrijver en filosoof Charles Louis de Secondat, baron de La Brède et de Montesquieu werd geboren op 18 januari 1689 op het kasteel La Brède bij Bordeaux. Zie ook mijn blog van 18 januari 2007 en ook mijn blog van 18 januari 2009.

 

Uit: Lettres Persanes

 

“LETTRE III. ZACHI A USBEK.

A Tauris.

    Nous avons ordonné au chef des eunuques de nous mener à la campagne; il te dira qu'aucun accident ne nous est arrivé. Quand il fallut traverser la rivière et quitter nos litières, nous nous mîmes, selon la coutume, dans des boîtes: deux esclaves nous portèrent sur leurs épaules, et nous échappâmes à tous les regards.
    Comment aurais-je pu vivre, cher Usbek, dans ton sérail d'Ispahan; dans ces lieux qui, me rappelant sans cesse mes plaisirs passés, irritaient tous les jours mes désirs avec une nouvelle violence? J'errais d'appartements en appartements, te cherchant toujours et ne te trouvant jamais, mais rencontrant partout un cruel souvenir de ma félicité passée. Tantôt je me voyais en ce lieu où, pour la première fois de ma vie, je te reçus dans mes bras; tantôt dans celui où tu décidas cette fameuse querelle entre tes femmes. Chacune de nous se prétendait supérieure aux autres en beauté. Nous nous présentâmes devant toi, après avoir épuisé tout ce que l'imagination peut fournir de parures et d'ornements: tu vis avec plaisir les miracles de notre art; tu admiras jusqu'où nous avait emportées l'ardeur de te plaire. Mais tu fis bientôt céder ces charmes empruntés à des grâces plus naturelles, tu détruisis tout notre ouvrage: il fallut nous dépouiller de ces ornements qui t'étaient devenus incommodes; il fallut paraître à ta vue dans la simplicité de la nature. Je comptai pour rien la pudeur, je ne pensai qu'à ma gloire. Heureux Usbek, que de charmes furent étalés à tes yeux! Nous te vîmes longtemps errer d'enchantements en enchantements: ton âme incertaine demeura longtemps sans se fixer, chaque grâce nouvelle te demandait un tribut, nous fûmes en un moment toutes couvertes de tes baisers; tu portas tes regards dans les lieux les plus secrets; tu nous fis passer en un instant dans mille situations différentes; toujours de nouveaux commandements, et une obéissance nouvelle. Je te l'avoue, Usbek, une passion encore plus vive que l'ambition me fit souhaiter de te plaire. Je me vis insensiblement devenir la maîtresse de ton coeur; tu me pris, tu me quittas, tu revins à moi, et je sus te retenir: le triomphe fut tout pour moi, et le désespoir pour mes rivales. Il nous sembla que nous fussions seuls dans le monde: tout ce qui nous entourait ne fut plus digne de nous occuper. Plût au ciel que mes rivales eussent eu le courage de rester témoins de toutes les marques d'amour que je reçus de toi! Si elles avaient bien vu mes transports, elles auraient senti la différence qu'il y a de mon amour au leur; elles auraient vu que, si elles pouvaient disputer avec moi de mes charmes, elles ne pouvaient disputer de sensibilité...
    Mais où suis-je? Où m'emmène ce vain récit? C'est un malheur de n'être point aimée; mais c'est un affront de ne l'être plus. Tu nous quittes, Usbek, pour aller errer dans des climats barbares. Quoi! Tu comptes pour rien l'avantage d'être aimé? Hélas! Tu ne sais pas même ce que tu perds! Je pousse des soupirs qui ne sont point entendus; mes larmes coulent, et tu n'en jouis pas; il semble que l'amour respire dans le sérail, et ton insensibilité t'en éloigne sans cesse! Ah! mon cher Usbek, si tu savais être heureux!
    Du sérail de Fatmé, le 21 de la lune de Maharram, 1711.”

 

 

 

 

montesquieu-clodion
Montesquieu (18 januari 1689 – 10 februari 1755)

Beeld van Clodion uit 1783, Louvre, Parijs.

 

 

 

 

De Engelse dichter en letterkundige Jon Stallworthy werd geboren op 18 januari 1935 in Londen. Zie ook mijn blog van 18 januari 2009.

 

 

 

At Half Past Three in the Afternoon

 

On one side of the world
I was watching the waterfall
shake itself out, a scroll unfurled
against a grey slate wall,
when on the other side
it would be half past nine, and you
in bed - when on the other side
the night was falling further than I knew.

 

And watching the water
fall from that hole in the sky
to be combed into foam, I caught
a glimpse in the pool's dark eye
of us, eating our bread
and cheese, watching the falling light
crash into darkness. "Look," you said,
"a rainbow like a dragonfly in flight."

 

On one side of the world
at half past five in the afternoon
a telephone rang, and the darkness welled
from a hole in the sky,
darkness and silence. Soon,
in search of a voice - how to recall
"a rainbow like a dragonfly
in flight" - I walked back to the waterfall.

 

The trees had lost their tongues -
as I did, coming face to face
with the glacial skeleton hung
beside our picnic place.
The spine was broken, cracked
the ribcage of the waterfall.
The pond under its cataract
knew nothing of us, knew nothing at all.

 

And what did I know, except
that you, the better part of me,
did not exist? But I have kept
your anniversary
today - or, there, tonight -
returning to the creek, and trying
to understand. I saw the light
falling, falling, and the rainbow flying.

 

 

 

 

 

stallworthy2
Jon Stallworthy (Londen,18 januari 1935)

Geschreven door Romenu om 20:35 Reageer op dit bericht

Henry A. Dobson, Alan A. Milne, Ioan Slavici, Saint-Martin, Madame de Lafayette

De Engelse dichter en essayist Henry Austin Dobson werd geboren op 18 januari 1840 in Plymouth. Zie ook mijn blog van 18 januari 2009.

 

 

On the Future of Poetry

 

 

Bards of the Future! you that come

With striding march, and roll of drum,

What will your newest challenge be

To our prose-bound community?

 

What magic will you find to stir

The limp and languid listener?

Will it be daring and dramatic?

Will it be frankly democratic?

 

Will Pegasus return again

In guise of modern aeroplane,

Descending from a cloudless blue

To drop on us a bomb or two?

 

I know not. Far be it from me

To darken dark futurity;

Still less to render more perplexed

The last vagary, or the next.

 

Leave Pindus Hill to those who list,

Iconoclast or anarchist --

So be it. "They that break shall pay."

I stand upon the ancient way.

 

I hold it for a certain thing,

That, blank or rhyming, song must sing;

And more, that what is good for verse,

Need not, by dint of rhyme, grow worse.

 

I hold that they who deal in rhyme

Must take the standpoint of the time --

But not to catch the public ear,

As mountebank or pulpiteer;

 

That the old notes are still the new,

If the musician's touch be true --

Nor can the hand that knows its trade

Achieve the trite and ready-made;

 

That your first theme is Human Life,

Its hopes and fears, its love and strife --

A theme no custom can efface,

Common, but never commonplace;

 

For this, beyond all doubt, is plain:

The Truth that pleased will please again,

And move men as in bygone years

When Hector's wife smiled through her tears.

 

 

 

 

 

(Henry)_Austin_Dobson_by_Frank_Brooks
Henry Austin Dobson (18 januari 1840 – 2 september 1921)

Portret door Frank Brooks

 

 

 

 

De Britse schrijver Alan Alexander Milne werd geboren op 18 januari 1882 in Londen. Zie ook mijn blog van 18 januari 2009.

 

Uit:  The Red House Mystery

 

„In the drowsy heat of the summer afternoon the Red House was taking its siesta. There was a lazy murmur of bees in the flower-borders, a gentle cooing of pigeons in the tops of the elms. From distant lawns came the whir of a mowing-machine, that most restful of all country sounds; making ease the sweeter in that it is taken while others are working.

It was the hour when even those whose business it is to attend to the wants of others have a moment or two for themselves. In the housekeeper's room Audrey Stevens, the pretty parlour-maid, re-trimmed her best hat, and talked idly to her aunt, the cook-housekeeper of Mr. Mark Ablett's bachelor home.

"For Joe?" said Mrs. Stevens placidly, her eye on the hat. Audrey nodded. She took a pin from her mouth, found a place in the hat for it, and said, "He likes a bit of pink."

"I don't say I mind a bit of pink myself," said her aunt. "Joe Turner isn't the only one."

"It isn't everybody's colour," said Audrey, holding the hat out at arm's length, and regarding it thoughtfully. "Stylish, isn't it?"

"Oh, it'll suit you all right, and it would have suited me at your age. A bit too dressy for me now, though wearing better than some other people, I daresay. I was never the one to pretend to be what I wasn't. If I'm fifty-five, I'm fifty-five--that's what I say."

"Fifty-eight, isn't it, auntie?"

"I was just giving that as an example," said Mrs. Stevens with great dignity.

Audrey threaded a needle, held her hand out and looked at her nails critically for a moment, and then began to sew.

"Funny thing that about Mr. Mark's brother. Fancy not seeing your brother forfifteen years." She gave a self-conscious laugh and went on, "Wonder what I should do if I didn't see Joe for fifteen years."

"As I told you all this morning," said her aunt, "I've been here five years, and never heard of a brother. I could say that before everybody if I was going to die to-morrow. There's been no brother here while I've been here."

"You could have knocked me down with a feather when he spoke about him at breakfast this morning. I didn't hear what went before, naturally, but they was all talking about the brother when I went in--now what was it I went in for--hot milk, was it, or toast?--well, they was all talking, and Mr. Mark turns to me, and says--you know his way--'Stevens,' he says, 'my brother is coming to see me this afternoon; I'm expecting him about three,' he says. 'Show him into the office,' he says, just like that. 'Yes, sir,' I says quite quietly, but I was never so surprised in my life, not knowing he had a brother. 'My brother from Australia,' he says--there, I'd forgotten that. From Australia."

 

 

 

 

 

AA_Milne
Alan Alexander Milne (18 januari 1882 - 31 januari 1956)

 

 

 

 

 

De Roemeense schrijver en journalist Ioan Slavici werd geboren op 18 januari 1848 in Siria. Zie ook mijn blog van 18 januari 2009.

 

Uit: Popa Tanda (Vertaald door Lucy Byng)

 

„God have mercy on the soul of Schoolmaster Pintilie! He was a good man, and a well known chorister. He was very fond of salad with vinegar. Whenever he was hoarse, he would drink the yolk of an egg with it; when he raised his voice, the windows rattled while he sang, "Oh, Lord, preserve Thy people." He was schoolmaster in Butucani, a fine, large town containing men of position and sound sense, and given to almsgiving and hospitality. Now Schoolmaster Pintilie had only two children: a daughter married to Petrea Tzapu, and Trandafir, Father Trandafir, priest in Saraceni.

God keep Father Trandafir! He was a good man, he had studied many books, and he sang even better than his dead father, God have mercy on his soul! He always spoke correctly and carefully as though he were reading out of a book. Father Trandafir was an industrious, careful man. He gathered from many sources, and made something out of nothing. He saved, he mended, he collected to get enough for himself and for others.

Father Trandafir went through a great deal in his youth. One does not achieve big results in a minute or two. The poor man has to go without a great deal more than he ever gets. He worked harder with his brain than with a spade and fork. But what he did was not work thrown away. Young Trandafir became priest in his native town, in Butucani, a fine large town containing men of position and good sense, but Trandafir did not enjoy the almsgiving and hospitality.”

 

 

 

 

Ioan_Slavici_(timbre_roumain)
Ioan Slavici (18 januari 1848 – 17 augustus 1925)

 

 

 

De Franse schrijver en filosoof Louis-Claude de Saint-Martin werd geboren op 18 januari 1743 te Amboise (Indre-et-Loire). Zie ook mijn blog van 18 januari 2009.

 

Uit: Extraits sur l’âme

 

„Âme humaine, tu avais oublié cette loi supérieure, lorsque, dans ton état de splendeur, tu te laissas égarer par un faux attrait ; mais cette loi inextinguible t’a poursuivie jusque dans ton abîme terrestre, parce que le principe des choses ne peut rien produire sans imprimer partout les éloquents caractères de sa langue divine. Le Ministère… : De l’Homme.

 

Âme humaine, ne perds pas un instant pour ranimer en toi toutes ces mesures, si tu les as laissé s’altérer. Fais que toutes ces puissances, chacune dans sa classe, procèdent toujours en avant de soi, sans regarder ni à droite, ni à gauche ; car c’est là ce que l’on appelle la voie de la justice. Le Ministère… : De la Parole.“

 

 

 

 

Saint_Martin
Louis-Claude de Saint-Martin (18 januari 1743 – 13 oktober 1803)

 

 

 

 

 

De Franse schrijfster Madame de Lafayette werd geboren op 18 januari 1634 in Parijs. Zie ook mijn blog van 18 januari 2009.

 

Uit: La princesse de Clèves

 

„Il se mit à repasser toutes les actions de madame de Clèves depuis qu'il en était amoureux ; quelle rigueur honnête et modeste elle avait toujours eue pour lui, quoiqu'elle l'aimât. "Car, enfin, elle m'aime, disait-il ; elle m'aime, je n'en saurais douter ; les plus grands engagements et les plus grandes faveurs ne sont pas des marques si assurées que celles que j'en ai eues. Cependant je suis traité avec la même rigueur que si j'étais haï ; j'ai espéré au temps, je n'en dois plus rien attendre ; je la vois toujours se défendre également contre moi et contre elle-même. Si je n'étais point aimé, je songerais à plaire ; mais je plais, on m'aime, et on me le cache. Que puis-je donc espérer, et quel changement dois-je attendre dans ma destinée ? Quoi ! je serai aimé de la plus aimable personne du monde, et je n'aurai cet excès d'amour que donnent les premières certitudes d'être aimé, que pour mieux sentir la douleur d'être maltraité ! Laissez-moi voir que vous m'aimez, belle princesse, s'écria-t-il, laissez-moi voir vos sentiments ; pourvu que je les connaisse par vous une fois en ma vie, je consens que vous repreniez pour toujours ces rigueurs dont vous m'accablez. Regardez-moi du moins avec ces mêmes yeux dont je vous ai vue cette nuit regarder mon portrait ; pouvez-vous l'avoir regardé avec tant de douceur, et m'avoir fui moi-même si cruellement ? Que craignez-vous ? Pourquoi mon amour vous est-il si redoutable ? Vous m'aimez, vous me le cachez inutilement ; vous-même m'en avez donné des marques involontaires. Je sais mon bonheur ; laissez-m'en jouir, et cessez de me rendre malheureux.“

 

 

 

la_fayette
Madame de Lafayette (18 januari 1634 – 26 juni 1893)

Geschreven door Romenu om 20:32 Reageer op dit bericht

Lukas Moodysson, Jörg Bernig, Ib Michael, Frank Geerk, Anne Brontë, Raoul Schrott

De Zweedse dichter, schrijver en regisseur Lukas Moodysson werd geboren op 17 januari 1969 in Malmö. Zie ook mijn blog van 17 januari 2009.

 

What Am I Doing Here (Fragment)

...
my face is corroded by cancer
tony blair smiles and kisses anna lindh's cheeks
there's an ocean of distrust between me and that kiss
the world is upside down
the police in göteborg are forced to suspend
the schengen agreement in order to stop
those who are coming to sweden to protest
against among other things precisely the schengen agreement
julius plays with the pirate ship
emil screams ouch in the corridor
you fall down
i see the red hole in your thin body
i wish that i was there
i wish i could lift you up
and carry you away from there
i wish i could talk to you
i would tell you that it's not possible
to change the world with hate
one can only change the world with love
but i don't know
i'm not so sure any more
i walk along the street
i get an overdose of life and reality
the street stones rain over me
i have to shut my eyes
my eyelids are so thin
i tie emil's pokeman shirt
like a bind over my eyes
i dont' feel at home
i feel foreign
it feels like i'm 15 years old again
i wake up and the store is
gone and there is a new world
the tv lies
the newspapers lie
i'm at a party
i'm totally alone
the telephone is quiet
nobody is calling

...

 

 

 

Vertaald door Johannes Göransson

 

 

 

 

Lukas_Moodysson
Lukas Moodysson (Malmö, 17 januari 1969)

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Jörg Bernig werd geboren op 17 januari 1964 in Wurzen. Zie ook mijn blog van 17 januari 2009.

 

 

fraglich

 

bis einmal der wunsch ausbleibt stehen einen ganzen tag auf dem fleck
vom ersten licht an das noch von unten her durch die erde sich schiebt und
über die stunde hinaus da es verlischt hinein in das blatt der welten
esche oder das blatt einer linde die das beetende markiert
stehen abgekehrt das gesicht ein wenig vom einfallenden licht
unbeweglich im fortgang der dinge den fortgang der dinge betrachtend
den fortgang von etwas das nichts ist als fraglich
aber das hinführt zu einem blatt sei's hier oder da vom moment an
des erdentspringenden lichts bis er ausbleibt einmal der wunsch

 

 

 

 

joerg-bernig
Jörg Bernig (Wurzen, 17 januari 1964)

 

 

 

 

De Deense schrijver Ib Michael (eig. Ib Michael Rasmussen) werd geboren op 17 januari 1945 in Roskilde. Zie ook mijn blog van 17 januari 2009.

 

Uit: Prinz (Vertaald door Sigrid Engeler)

 

„Über dem Kirchhügel bricht der Tag an.

Der Junge ist beim ersten Hahnenschrei auf. Wie der Wind ist er zur Tür heraus. Er hat sich aus Blumenstöcken und dem Papier von der Buttertonne einen Drachen gebaut. Der Schwanz ist aus

Zeitungspapier gebunden, und der Gärtner hat ihm eine Rolle Schnur geschenkt. Er rennt durch die Dünen, daß der Sand hinter ihm aufstiebt, und versucht, den Drachen abheben zu lassen. Der Drachen stürzt auf die Erde, erschreckt eine Möwe. Die läßt von ihrem Fischgerippe samt Kopf im Sand ab und zieht danach unbeschwert in der Luft ihre Kreise – wie es der Junge mit seiner gebrechlichen Konstruktion angestrebt hat.

Der Drachen flattert vor ihm, als er es wiederum versucht. Der Möwenschrei klingt laut über seinem Kopf - laut und verwundert. Plötzlich glückt es. Das Knallen wird zu einem hochgespannten Sausen, die Schnur biegt sich über die Hügel, und der Drachen steigt. Während er im Himmel versinkt, folgt ihm Malte atemlos. Als der Drachen so groß ist wie eine Salmiakraute, hat Malte noch immer Schnur auf der Rolle. Beinahe kommen ihm Bedenken, so hoch fliegt er, die Geräusche, die der Schwanz macht, kann er nicht länger hören, und es ist ein Stück von ihm selbst, das da oben segelt, schwindelerregend hoch über dem Strandhafer.

Den Kopf im Nacken, setzt er rasch einen Fuß vor den anderen, um dem Flug des Drachens zu folgen. Vielleicht ritzt er etwas in den blauweißen Himmelsteller; er beißt sich auf die Lippen, um nicht zu feixen, runzelt die Augenbrauen und droht seinem Gedanken. Jetzt liegt Zug auf der Schnur, ein vorwärtsgerichteter Zug, der ihn mit sich zieht. Der Drachen hat die Richtung zum Meer hin genommen,

und Malte wankt hinterher. Das Papier, glänzend vom Fett der Tonne, blinkt über seinem Kopf.

Mit einem Mal ist die Schnur schlaff, und der Drachen sinkt. Er versucht gleichzeitig zu rennen und die Schnur auf die Rolle zu winden. Der Drachen hat sich vor ihm voller Freude geschlängelt, nun darf er nicht fallen. Sobald er Widerstand spürt, hat er wieder die Kontrolle. Schritt für Schritt, die Zunge im Mundwinkel, folgt er ihm vom Strand. Währenddessen beginnt der Drachen, Achten zu beschreiben.“

 

 

 

 

ib-michael
Ib Michael (Roskilde, 17 januari 1945)

 

 

 

 

De Duitse dichter, schrijver en schilder Frank Geerk werd geboren op 17 januari 1946 in Kiel. Zie ook mijn blog van 17 januari 2009.

 

 

Unzucht


Das Roggenfeld im Abendlicht,
der Ginsterbusch, der weiße Dorn -
Ein Schatten kreuzte ihr Gesicht,
ich drückte einen Weg ins Korn.

Die Ähren schwankten gelb und fett,
und Mädchen, die schon fünfzehn sind,
sind reif genug fürs milde Bett,
zerwühlt vom schweren Sommerwind,

der pfeift drauf, wer Gesetze macht,
und pfeift darauf, was ihr Vater ist,
und daß er wacht die ganze Nacht
und ist im Amt ein Polizist.-

Ach, daß es Väter geben muß,
erpicht, mir Zuchthaus aufzubrummen,
nur weil wir tauschen Kuß für Kuß,
bis dicke Fliegen um den Samen summen.

 

 

 

 

Geerk
Frank Geerk (17 januari 1946 – 7 februari 2008)

 

 

 

 

De Engelse dichteres en schrijfster Anne Brontë werd geboren op 17 januari 1820 in Thornton. Zie ook mijn blog van 17 januari 2007 en ook mijn blog van 17 januari 2009.

 

 

 

The North Wind

 

That wind is from the North: I know it well;
No other breeze could have so wild a swell.
Now deep and loud it thunders round my cell,
The faintly dies, and softly sighs,
And moans and murmurs mournfully.
I know it’s language: thus it speaks to me:

 

‘I have passed over thy own mountains dear,
Thy northern mountains, and they still are free;
still lonely, wild, majestic,bleak and drear,
And stern, and lovely , as they used to be

 

‘When thou a young enthusiast,
As wild and free as they,
O’er rocks and glens, and snowy heights,
Didst thou love to stray.

 

‘I’ve blown the pure, untrodden snows
in whirling eddies from their brows;
And I have howled in cavern’s wild,
Where thou, a joyous mountain-child,
didst dearly love to be.
The sweet world is not changed, but thou
art pining in a dungeon now,
Where thou must ever be.

 

‘No voice but mine can reach thy ear,
And heaven has kindly sent me here
to mourn and sigh with thee,
And tell thee of the cherished land
of thy nativity.’

 

Blow on wild wind; thy solemn voice,
However sad and drear,
is nothing to the gloomy silence
I have had to bear.

 

Hot tears are streaming from my eyes,
But these are better far
Than that dull, gnawing , tearless time,
The stupor of despair.

 

Confined and hopeless as I am,
Oh, speak of liberty!
Oh, tell me of my mountain home,
And I will welcome thee!

 

 

 

 

brontesisters00a
Anne Brontë (17 januari 1820 – 28 mei 1849)

 

 

 

 

 

De Oostenrijkse schrijver Raoul Schrott werd op 17 januari 1964 geboren in Landeck, Tirol (en volgens andere bronnen op een schip „São Paulo“ dat van Brazilië onderweg was naar Europa). Zie ook mijn blog van 17 januari 2009.

 

 

Actaeon

 

mittags erst dünne zypressenschatten harkend

die sonne über den hügeln liefst du die stiege

am haus herauf an mir vorbei weniger denn wortlos

und ich sah auch an deinem offenen haar

roch daß etwas anders war

ein blick nur keine erwiderung erwartend

ich ging dir nach – deine sandalen in der diele

wo du aus dem kleid geschlüpft warst sorglos

auch deine ledertasche auf den fliesen – ich bückte

mich nicht nach ihr drückte

zögernd die tür zur dusche auf – hörte dich singen

im falsett aufschreien starrte dich an wie du

mich über den rücken hände

schmal über die brüste errötend dann

und wusste du kamst von einem andren mann

dass du nackter standest als ich dich je finden

oder die welt es würd von strähnen zu

auf die schlüsselbeine tropfte es als schlänge

sich ein netz um dich – sprich red was du willst sagen

doch daß ich dich beim jagen

auf das selbe überrascht hatte schnitt mir die zunge

ab – deine finger spritzten mir wasser hart

wie regen ins Gesicht ich sank auf die ferse

die wahrheit ein zerbrochner spiegel

scham die unsichtbare wunde

hunde hechelnd im gras unten ineinander verkrallt

ihr gebell als ob es sich in die hitze fresse

 

 

 

 

 

Schrott
Raoul Schrott (Landeck, 17 januari 1964)


Zie voor nog meer schrijvers van de 17e januari ook mijn vorige twee blogs van vandaag.
Geschreven door Romenu om 20:34 Reageer op dit bericht

Ilja Leonard Pfeijffer, Roel Houwink, Einar Schleef , Klaus M. Rarisch, William Stafford

De Nederlandse dichter en schrijver Ilja Leonard Pfeijffer werd geboren op 17 janauari 1968 in Rijswijk. Zie ook mijn blog van 17 januari 2007 en ook mijn blog van 17 januari 2008 en ook mijn blog van 17 januari 2009.

 

Uit: Het ware leven, een roman

 

“Het is weer begonnen te sneeuwen. Ik heb nauwelijks zicht. De schemer valt vroeg in. Het is maar een paar uur licht geweest. Vandaag moet ik Perovnoje vinden. Voor het donker moet ik Perovnoje vinden. Ik kan niet nog een nacht doorbrengen zonder enige andere bescherming tegen de kou dan het warme lichaam van Curruwitz. Curruwitz is mijn paard. Hij is sterker dan ik. Zonder hem was ik allang dood geweest.
Ik ben Zlev. Mijn missie is Perovnoje te vinden. Mijn missie is riskant. De exacte positie van de vijandelijke linies is onbekend. Ze kunnen niet ver zijn. Ik kan ze ruiken. Ze ruiken naar soldaten, net als ik. Ze lijden kou en ze zijn bang. Net als ik. Ze hebben nauwelijks zicht. Het enige verschil tussen hen en mij is dat zij de vijand zijn. Zij zullen mij moeten doden als ik in hun handen val. Ik moet voorkomen dat ik in hun handen val. De situatie in ons kamp is belabberd. Het is koud. Orders tot opmars naar het oosten blijven uit. De manschappen morren. Ze trekken thee van buskruit, zoals het spreekwoord zegt. De voorraden zijn zo goed als uitgeput. Daarom moet ik Perovnoje vinden.
Ik houd mijzelf in leven met dennennaalden en paardenvijg. Zonder Curruwitz was ik allang dood geweest. In Perovnoje is graan, zegt luitenant Boeb. In Perovnoje zijn varkens die je kunt pekelen en bieten en aardappelen, zegt luitenant Boeb. Daarom moet ik Perovnoje vinden.
Maar ik heb Perovnoje nog niet gevonden. Ik heb niets gevonden dan kale vlakte. De vijand is nabij. Ik mijd de wegen. De benen van Curruwitz zakken diep weg in de sneeuw. De duisternis valt in. Perovnoje vind ik niet.
Ik heb drie zonen en een paard. Mijn zonen heb ik nog nooit gezien. Zonder mijn paard was ik allang dood geweest. Ik heb een rang, een plicht en een missie. Ik heb nooit anders gewild. Mensen praten over het ware leven. Mensen praten zoveel. Er wordt te veel gepraat. Vooral door mensen. Ik neem een voorbeeld aan Curruwitz. Hij is mijn paard. Hij praat niet. Hij galoppeert als ik hem de sporen geef. Dat is het ware leven. Iemand geeft je de sporen en je galoppeert. Iemand heeft geen eten en je gaat het vinden. Iemand wil dat je naar Perovnoje gaat en je gaat naar Perovnoje. Daar zijn geen woorden voor nodig.“

 

 

 

 

Ilja Leonard Pfeiffer
Ilja Leonard Pfeijffer (Rijswijk,  17 janauari 1968)

 

 

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Roel Houwink werd geboren op 17 januari 1899 in Breda. Zie ook mijn blog van 17 januari 2007 en ook mijn blog van 17 januari 2009.

 

 

Vrouw met Bloemen

 

Van zichzelve ongeweten,

door geen spiegelbeeld verraden,

is zij sluimrend neergezeten

in den hof van God's genade -

 

tulpen bloeien aan haar voeten,

meien met hun bloesemspranken

haren teedren slaap ontmoeten,

dicht omkruifd van winde-ranken -

 

niemand kent dit droomen-zoete

dan wie over dood's ravijnen

reeds God's engelen begroetten

bij haar lijfelijk verschijnen.

 

 

 

Aan den Dood

 

Hoevele malen, dood, zijt gij voorbijgegaan

vlak onder mijn geopend raam?...

maar niet heb ik uw voet gehoord

en niet verstaan uw minziek woord.

 

hoe vaak, o dood, heb ik in uwer armen krocht

gerust van een verloren tocht?...

en sluimerde bevrijd van wee,

of 'k in mijn liefste's armen leê.

 

hoe dikmaal, dood, ben ik uw lust ontvlucht

en losgebroken uit uw tucht?...

en toch zwelt in mijn smallen schoot

gestaâg uw duistre vrucht, o dood!

 

 

 

 

houwink
Roel Houwink (17 januari 1899 – 3 juni 1987)



De Duitse schrijver en regisseur Einar Schleef werd in 1944 geboren in Sangershausen, Thüringen. Zie ook mijn blog van 17 januari 2009.

 

Uit: "Tod eines Lehrers" in DIE BANDE.

 

„[...] Eine Frau die früh 4 bis abends 11 stramm gearbeitet hat verkommt. In ersehnter Rentenruhe den Lebensabend genießen. Davon macht Ihr Euch kein Bild, schreib und schärf das auch Deinem Bruder ein. Ich meckere nicht, aber wenn ich auf dem Schragen liege, wer kümmert sich um mich, beide einfach abhauen.
Wer fragt nach mir.
Ich nummeriere meine Briefe, aber was machst Du. Ich habe Deine ganze Reise auf der Karte verfolgt, Dein Schulatlas liegt auf dem Schreibtisch genau vor Vatis Bild, kann er auch sehen wo Du Dich rumtreibst. Einfach fabelhaft. Manchen Abend blättere ich drin rum, überall der Stempel der Oberschule, daß Du Dich nicht schämst, wenn man den Atlas bei mir findet. Die Feierlichkeiten für die Lehrer sollen schon vorbei sein, da klingle ich einfach heute Abend, steh vor der Tür. Ich habe herrliche weiße Gladiolen. Vati hab ich auch seine rausgetragen. Wieviel Jahre du mich vertröstet, wir kümmern uns gemeinsam um einen Stein, es ist bis jetzt keiner draußen. Rings alles pompös, keiner denkt, ich kann den mir nicht leisten, das ist lächerlich, man denkt, ich will ihn nicht. Vati wünschte sich einen Findling, den soll er erhalten aber woher. Ich tigere durch die Umgebung, rauf zur Schachthalde, nirgendswo ein geeigneter zu entdecken, ja wär ich früher drauf gekommen, den Friedhofsgärtner mit Intershop eingepackt, hätte der Vati einen, hinten die alte Schrift ab und die unsere neu. In Gold oder Natur. Oder einfach Schwarz. Ich habe soviele Fragen an Dich und kein Mensch ist da. Aber daß ich so völlig von der Welt abgeschnitten, wer sich das denken können. Jammern, ich kann hier nicht weg, müßte ja den Vati ausbuddeln und wo sollte ich hin, euch folgen, nein der Vati hält mich fest, das ist auch besser so.
Schreib Deinem Lehrer. Wieoft warst Du bei ihm. Kannst Du das einfach vergessen. Ich bin ja unwichtig. Die Laster donnern am Gaswerk vorbei, jeden Tag, die Lampe zittert, der Schreibtisch wackelt. Ich bin alt geworden, muß mich jedesmal festhalten. Abends stiebt der Qualm durch die Mogkstraße, rote Funken mache sofort die Fenster zu, früh sitzen trotzdem dicke, schwarze Noppen in der Gardine.
Hoffentlich erreicht Dich mein Brief und antworte sofort.

Dich lieb grüßend

Deine Mutter.

 

 

 

 

schleef
Einar Schleef (17 januari 1944 – 21 juli 2001)

 

 

 

 

De Duitse dichter Klaus M. Rarisch werd geboren op 17 januari 1936 in Berlijn. Zie ook mijn blog van 17 januari 2009.

 

 

 

Deep blue

 

Viele Zwerge glauben: Klein

sind wir an Statur und Klasse,

aber nicht an Zahl und Masse.

Schraube los? Wir schrauben ein!

 

Macht aus faulen Trauben Wein,

doch laßt ab von eurem Hasse

gegen unsre Däumlingsrasse,

laßt das Bauernrauben sein!

 

Was wir in das Blech gesteckt,

das hat Int’ligenz geweckt,

adelt Variantenschutt!

 

Was der Gegner auch bezweckt -

wir sind schneller, sind perfekt!

Input … Output … Liliput.

 

 

 

 

Tod im Café

 

Ein Dichter will sich aufs Papier verschwenden –

Statt dessen nimmt ein Weib an ihm Gefallen.

Man trinkt und schweigt in langen Intervallen.

Dem Dichter zieht es süßlich in den Lenden …

 

Da flammt sie auf – der Wein aus den Kristallen

Verzischt, als Essig rinnt er von den Wänden –

Manon hielt eben Flieder noch in Händen? –

Jetzt krampft sie Asche in geborstnen Krallen.

 

Ringsher fängt zähes Lachen an zu fließen,

Wie Sand aus einem leeren Portemonnaie.

Die Kellner lassen es sich nicht verdrießen –

 

Der Dichter zahlt und hetzt aus dem Café.

Er muß sich jetzt in freie Rhythmen gießen:

Die liest er morgen auf der Sturmsoirée!

 

 

 

 

 

Rarisch
Klaus M. Rarisch (Berlijn, 17 januari 1936)

 

 

 

 

De Amerikaanse dichter William Edgar Stafford werd geboren op 17 januari 1914 in Hutchinson, Kansas. Zie ook mijn blog van 17 januari 2009.

 

 

When I Met My Muse 

 

I glanced at her and took my glasses

off--they were still singing. They buzzed

like a locust on the coffee table and then

ceased. Her voice belled forth, and the

sunlight bent. I felt the ceiling arch, and

knew that nails up there took a new grip

on whatever they touched. "I am your own

way of looking at things," she said. "When

you allow me to live with you, every

glance at the world around you will be

a sort of salvation." And I took her hand.

 

 

 

 

Notice What This Poem Is Not Doing 

 

The light along the hills in the morning

comes down slowly, naming the trees

white, then coasting the ground for stones to nominate.

 

Notice what this poem is not doing.

 

A house, a house, a barn, the old

quarry, where the river shrugs--

how much of this place is yours?

 

Notice what this poem is not doing.

 

Every person gone has taken a stone

to hold, and catch the sun. The carving

says, "Not here, but called away."

 

Notice what this poem is not doing.

 

The sun, the earth, the sky, all wait.

The crowns and redbirds talk. The light

along the hills has come, has found you.

 

Notice what this poem has not done. 

 

 

 

 

Stafford
William Stafford (17 januari 1914 – 28 augustus 1993)

Geschreven door Romenu om 20:17 Reageer op dit bericht

Jan Van Droogenbroeck, Dorothee Wong Loi Sing, Nevil Shute, Mrs Henry Wood, George Lyttelton, Hella Eckert

De Vlaamse schrijver Jan Van Droogenbroeck werd geboren te Sint-Amands op 17 januari 1835. Zie ook mijn blog van 17 januari 2007 en ook mijn blog van 17 januari 2009.

 

 

Het zieke broerken

 

De moeder zit aan 't vensterraam,

Zij heeft een kind op haren schoot

En vouwt de handen biddend saam:

Ons broederken is bijna dood!

[p. 50] Hoe ligt het daar, op haren schoot,

Wat is het bleek, het arme wicht!

Mijn broederken is bijkans dood,

Dat nog op ons zijne oogen richt.

 

Wat ziet het bleek, het arme wicht!

Het legt zijn hoofdje moede neer

Terwijl 't op ons zijn oogen richt;

Want het bemint ons nog zoo teer!

 

Het legt het moede hoofdje neer

En zoekt in moeders armen rust.

Ach! het bemint ons nog zoo teer:

Het heeft ons gistren nog gekust...

 

Nu zoekt het bij de moeder rust.

Het wilde,.... maar en kan niet meer,

Het heeft ons gistren nog gekust:

Omarm ons, lieve, nog een keer!

 

Het wil wel, maar het kan niet meer!

 

 

 

 

Droogenbroeck

Jan Van Droogenbroeck (17 januari 1835 - 27 mei 1902)

 

 

 

 

 

De Surinaamse schrijfster en beeldend kunstenares Dorothee Wong Loi Sing werd geboren in Paramaribo op 17 januari 1954. Zie ook mijn blog van 17 januari 2009.

 

Uit: Witmans hel

 

„Daar gaan ze dan: vergezeld van een voortdurend innerlijk kontakt met mij, de Mamaisa, die de hoogmoedswaanzin, het onterechte superioriteitsgevoel, en de hebzuchtige egocentriciteit van de valse broeders en zusteren wil nivelleren.

In mij sluimeren ook onrustig de Witmensen, geplaagd door angstige voorspellende visioenen van hel en verdoemenis, want hoe goed hebben zij geweten, dat hun daden niet tot in alle eeuwigheid ongestraft zouden blijven, en dat zij de verstikte stem van hun eigen geweten niet voor immer zouden kunnen blijven negeren. Onrustig sliepen hun beenderen in mij, bedekt door marmeren praalgraven met lovende in-memoriams: de Suzanna Duplessis'en, de Cecil Rhodes'en, de tallozen. Onrustig keerden hun schimmen telkens en telkens terug naar de plaatsen waar zij hun wandaden bedreven hadden, tot zelfs de minst gevoelige arbeider, wandelaar of toerist op voormalige executieplaatsen, voormalige slavenplantages, in musea en antiekzaken (waar nog authentieke brandijzers en folterwerktuigen te koop zijn! Om als versiering voor je huis te dienen!) het gevoel kreeg, iets op te hebben gevangen van een echo uit het schuldige verleden. Ook de witmensen van toen bekleed ik met nieuw vlees, maar ik plaats ze in parallelle werelden, waar de historie ná hun succesvolle historische wandaden nèt iets anders verloopt Enkelen ge-

[p. 186]nieten de twijfelachtige eer, in dezelfde parallelwereld te mogen reïncarneren, waar ze in historische tijden zo'n ongebreidelde macht uitoefenden en aanzien genoten. Daar zullen ze verdwaald en angstig moeten toezien, hoe de afstammelingen der slaven nu gelijk zijn in velerlei, of zelfs superieur in sommige aspecten. En dan laat ik ze lòs, allen, op het door hen gekozen tijdstip.

En verklaar de ‘jacht’ voor geopend.“

 

 

 

 

Sing
Dorothee Wong Loi Sing (Paramaribo, 17 januari 1954)

 

 

 

 

De Engelse schrijver Nevil Shute werd geboren op 17 januari 1899 in Ealing. Zie ook mijn blog van 17 januari 2009.

 

Uit: The Far Country

 

„They went back to the hotel, and rested for a time in the lounge with glasses of cold beer, and dined, and went out to see Worm’s Eye View, and laughed themselves silly. They got up late by their standards next day, and early by those of the hotel, and went down to their breakfast in the dining room. As country folk they were accustomed to a cooked breakfast and the hotel was accustomed to station people; half a pound of steak with two fried eggs on top of it was just far enough removed from normal to provide a pleasant commencement for the day for Jack. Jane ate more modestly - three kidneys on toast and a quarter of a pound of bacon. Fortified for their day’s work they set out to look at pictures with a view to buying one.

The first gallery they went to was full of pictures of the central Australian Desert. The artist had modeled his style upon that of a short-sighted and eccentric old gentleman called Cezanne, who had been able to draw once but had got tired of it; this smoothed the path of his disciples a good deal. The Dormans wandered, nonplused, from mountain after mountain picture, glowing in rosy tints, all quite flat upon the canvas, with queer childish brown scrawls in the foreground that might be construed into aboriginals. A few newspaper clippings, pinned to the wall, hailed the artist as one of the outstanding landscape painters of the century.

Jack Dorman, deep in gloom at the impending waste of money, said, "Which do you like best? That’s a nice one, over there."

Jane said, "I don’t like any of them. I think they’re horrible."

"Thank God for that," her husband replied. The middle-aged woman seated at the desk looked at them with stern disapproval.

They went out into the street. "It’s this modern stuff," Jane said. "That’s not what I want at all."

"What is it you want?" he asked. "What’s it got to be like?"

She could not explain to him exactly what she wanted, because she did not know herself. "It’s got to be pretty," she said, "and in bright colours, in oils, so that when it’s raining or snowing in the winter you can look at it and like it. And it’s got to be like something, not like those awful daubs in there."

The next gallery that they went into had thirty-five oil paintings hung around the walls. Each picture depicted a vase of flowers standing on a polished table that reflected the flowers and a curtain draped behind; thirty-five oil paintings all carefully executed, all with the same motif. A few newspaper cuttings pinned up announced the artist as the outstanding flower painter of the century.“

 

 

 

 

Shute
Nevil Shute (17 januari 1899 – 12 januari 1960)

 

 

 

 

 

De Engelse schrijfster Mrs Henry Wood werd geboren in Worcester op 17 januari 1814 als Ellen Price. Zie ook mijn blog van 17 januari 2009.

 

Uit: Reality Or Delusion?

 

„THIS is a ghost story. Every word of it is true. And I don't mind confessing that for ages afterwards some of us did not care to pass the spot alone at night. Some people do not care to pass it yet.

  It was autumn, and we were at Crabb Cot. Lena had been ailing; and in October Mrs. Todhetley proposed to the Squire that they should remove with her there, to see if the change would do her good.

  We Worcestershire people call North Crabb a village; but one might count the houses in it, little and great, and not find four-and-twenty. South Crabb, half a mile off, is ever so much larger; but the church and school are at North Crabb.

  John Ferrar had been employed by Squire Todhetley as a sort of overlooker on the estate, or working bailiff. He had died the previous winter; leaving nothing behind him except some debts; for he was not provident; and his handsome son Daniel. Daniel Ferrar, who was rather superior as far as education went, disliked work: he would make a show of helping his father, but it came to little. Old Ferrar had not put him to any particular trade or occupation, and Daniel, who was as proud as Lucifer, would not turn to it himself. He liked to be a gentleman. All he did now was to work in his garden, and feed his fowls, ducks, rabbits, and pigeons, of which he kept a great quantity, selling them to the houses around and sending them to market.

  But, as every one said, poultry would not maintain him. Mrs. Lease, in the pretty cottage hard by Ferrar's, grew tired of saying it. This Mrs. Lease and her daughter, Maria, must not be confounded with Lease the pointsman: they were in a better condition of life, and not related to him. Daniel Ferrar used to run in and out of their house at will when a boy, and he was now engaged to be married to Maria. She would have a little money, and the Leases were respected in North Crabb.“

 

 

 

 

Wood
Mrs Henry Wood (17 januari 1814 – 10 februari 1887)

 

 

 

 

De Engelse schrijver, politicus en staatsman George Lyttelton, 1e Baron Lyttelton werd geboren in Hagley, Worcestershire op 17 januari 1709. Zie ook mijn blog van 17 januari 2009.

 

Uit: Dialogues of the Dead

 

„_Mr. Hampden_.--I wished for peace too, as ardently as your lordship, but I saw no hopes of it.  The insincerity of the king and the influence of the queen made it impossible to trust to his promises and declarations. Nay, what reliance could we reasonably have upon laws designed to limit and restrain the power of the Crown, after he had violated the Bill of Rights, obtained with such difficulty, and containing so clear an assertion of the privileges which had been in dispute?  If his conscience would allow him to break an Act of Parliament, made to determine the bounds of the royal prerogative, because he thought that the royal prerogative could have no bounds, what legal ties could bind a conscience so prejudiced? or what effectual security could his people obtain against the obstinate malignity of such an opinion, but entirely taking from him the power of the sword, and enabling themselves to defend the laws he had passed?

_Lord Falkland_.--There is evidently too much truth in what you have said.  But by taking from the king the power of the sword, you in reality took all power.  It was converting the government into a democracy; and if he had submitted to it, he would only have preserved the name of a king.  The sceptre would have been held by those who had the sword; or we must have lived in a state of perpetual anarchy, without any force or balance in the government; a state which could not have lasted long, but would have ended in a republic or in absolute dominion.“

 

 

 

 

George_Lyttelton
George Lyttelton (17 januari 1709 – 24 augustus 1773)

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijver ook mijn blog van 17 januari 2009.

 

De Duitse schrijfster Hella Eckert werd geboren op 17 januari 1948 in Bremen.

 

Geschreven door Romenu om 20:14 Reageer op dit bericht

Inger Christensen, Susan Sontag, Reinhard Jirgl, Brian Castro, José Soares

De Deense dichteres, schrijfster en essayiste Inger Christensen werd geboren op 16 januari 1935 in de stad Vejle aan de oostkust van Jutland. Zie ook mijn blog van 16 januari 2008 en ook mijn blog van 16 januari 2009.

 

Uit: alphabet

 

(1) die aprikosenbäume gibt es, die aprikosenbäume gibt es

 

 

(2) die farne gibt es; und brombeeren, brombeeren

     und brom gibt es; und den wasserstoff, den wasserstoff

 

 

(3) die zikaden gibt es; wegwarte, chrom

     und zitronenbäume gibt es;

     die zikaden gibt es; die zikaden, zeder, zypresse, cerebellum

 

 

(4) die tauben gibt es; die träumer, die puppen

     die töter gibt es; die tauben, die tauben;

     dunst, dioxin und die tage; die tage

     gibt es; die tage den tod; und die gedichte

     gibt es; die gedichte, die tage, den tod

 

 

(5) den herbst gibt es; den

     nachgeschmack und das nachdenken

     gibt es; und das insichgehn gibt es; die engel,

     die witwen und den elch gibt es; die einzelheiten

     gibt es, die erinnerung, das licht der erinnerung;

     und das nachleuchten gibt es, die eiche und die ulme

     gibt es, und den wacholderbusch, die gleichheit, die einsamkeit

     gibt es, und die eiderente und die spinne gibt es,

     und den essig gibt es, und die nachwelt, die nachwelt

 

 

 (6) den fischreiher gibt es, mit seinem graublau gewölbten

     rücken gibt es ihn, mit seinem federschopf schwarz

     und seinen schwanzfedern hell gibt es ihn; in kolonien

     gibt es ihn; in der sogenannten Alten Welt;

     gibt es auch die fische; und den fischadler, das schneehuhn

     den falken; das mariengras und die farben der schafe;

     die spaltprodukte gibt es und den feigenbaum gibt es;

     die fehler gibt es, die groben, die systematischen,

     die zufälligen; die fernlenkung gibt es und die vögel;

     und die obstbäume gibt es und das obst im obstgarten wo

     es die aprikosenbäume gibt, die aprikosenbäume gibt,

     in ländern wo die wärme genau die farbe im fleisch

     erzeugen wird die aprikosenfrüchte haben

 

 (…)

 

 

Vertaald door Hanns Grössel

 

 

 

 

christensen
Inger Christensen (16 januari 1935 – 2 januari 2009)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijfster en essayiste Susan Sontag werd geboren op 16 januari 1933 in New York. Zie ook mijn blog van 16 januari 2007  en ook mijn blog van 16 januari 2008 en ook mijn blog van 16 januari 2009.

 

Uit: Regarding the Pain Of Others

 

„In June 1938 Virginia Woolf published Three Guineas, her brave, unwelcomed reflections on the roots of war. Written during the preceding two years, while she and most of her intimates and fellow writers were rapt by the advancing fascist insurrection in Spain, the book was couched as the very tardy reply to a letter from an eminent lawyer in London who had asked, "How in your opinion are we to prevent war?" Woolf begins by observing tartly that a truthful dialogue between them may not be possible. For though they belong to the same class, "the educated class, a vast gulf separates them: the lawyer is a man and she is a woman. Men make war. Men (most men) like war, since for men there is "some glory, some necessity, some satisfaction in fighting" that women (most women) do not feel or enjoy. What does an educated -- read: privileged, well-off -- woman like her know of war? Can her recoil from its allure be like his?
Let us test this "difficulty of communication," Woolf proposes, by looking together at images of war. The images are some of the photographs the beleaguered Spanish government has been sending out twice a week; she footnotes: "Written in the winter of 1936-37." Let's see, Woolf writes, "whether when we look at the same photographs we feel the same things." She continues:

 

‚This morning's collection contains the photograph of what might be a man's body, or a woman's; it is so mutilated that it might, on the other hand, be the body of a pig. But those certainly are dead children, and that undoubtedly is the section of a house. A bomb has torn open the side; there is still a bird-cage hanging in what was presumably the sitting room . . .’


The quickest, driest way to convey the inner commotion caused by these photographs is by noting that one can't always make out the subject, so thorough is the ruin of flesh and stone they depict. And from there Woolf speeds to her conclusion. We do have the same responses, "however different the education, the traditions behind us," she says to the lawyer.

 

 

 

 

susanSontag
Susan Sontag (16 januari 1933 – 28 december 2004)

 

 

 

 

De Duitse schrijver Reinhard Jirgl werd op 16 januari 1953 in Oost-Berlijn geboren. Zie ook mijn blog van 16 januari 2007  en ook mijn blog van 16 januari 2008 en ook mijn blog van 16 januari 2009.

 

Uit: Die Stille

 

“–Und wenn schon nicht in den Mittelpunkt Derwelt, so waren seine Auftritte genau das rechte, um eine=gewisse Sorte von Frauen anzulocken & sie mit dem hellen Schein seiner nie verlöschenden

Redelampen in seine Fänge zu treiben. Allen voran die Tochter des Wirts: Theresa.

–Aber so erzählt, Lizi, kämes viel zu schlau&listig, viel zu ausgekocht für ihn heraus, für diesen Partikulier mit seinem für die Eismonate eingemotteten Äppelkahn. Der ihm nich mal gehörte, den er gepachtet hatte, denn ?woher hätt der Sohn 1 ruinierten Bauern von jenseits der Oder wohl Dasgeld nehmen solln für den Kauf eines Frachtkahns. Nein, Lizi, es war gewiß anders: Er ging vor allen andern sich selber in-die-Fänge, verhedderte sich im Netz der eigenen Fant-Astereien; war am-Ende der 1zige der an all sein Gerede auch wirklich glaubte voll tiefer Überzeugung u mit Herzen’s in-Brunst so, wie kleine Kinder wenn sie Opernsänger spielen, anfangs sich bekugeln über all den opulenten Stimmen&töneschwulst, um schließlich, Tränen auf den Wangen, dem wohligen Schauder aus solch Gedröhns & bombastischen Gebärden voller Glut sich hinzugeben –

–Appro Po hingeben: Er hat sie damit gekriegt, die Wirtstochter

Theresa. Und hat sie noch vor der Hochzeit geschwängert, so daß sie heiraten !mußten Damals=35. Auch,weil TheresasVater, derWirt vom »Krug«, mit der Flinte im Anschlag dem August gedroht hatte, daß, wenn er seine Tochter entehrt, er ihn übern-Haufen-knallen wird u: sollte er dafür zehnmal unters Fallbeil kommen. Und damit nicht genug:

Er hat im Dorf auch ordentlich Stimmung gemacht gegen diesen Schwiegersohn, u: somit war die Hochzeitsfeier eben alles andre als Einefeier geworden. Denn das-ganze-Dorf blieb zuhause, verfolgte hinter den Schießscharten ihrer Butzenfenster den Hochzeitszug die Dorfstraße runter und der weiße Schleier der Braut schleifte durch den Matsch an jenem Apriltag 1935, u: niemand war da, weder Brautjungfer noch Trauzeugen, um ihr den Brautschleier zu tragen. ?Und ?er: Derherr=Bräutigam schritt aufrecht & erhobenen Kopfes, ohne Blick zur Seite, voran, als hätt er das Metermaß der recht-Schaffenheit verschluckt & könnte geraden Augs in die Sonne der Zukunft schaun –, nur seine Braut stolperte in ungewohnt hochhackigen Schuhen über Katzenkopf & Modder dieser Gegenwart hinweg –“

 

 

 

 

Jirgl_Reinhard
Reinhard Jirgl (Oost-Berlijn, 16 januari 1953)

 

 

 

 

De Australische schrijver en essayist Brian Castro werd geboren op 16 januari 1950 in Hongkong. Zie ook mijn blog van 16 januari 2009.

 

Uit: Double-Wolf

 

“KATOOMBA

Winter, 1978

(A misty rain is falling.

It smears the glass like somebody's spit. Somebody talking too loud, too fast.

It is cold, but not cold enough. Not yet. In the late afternoon when it is almost dark there will be rumours of snow. Perhaps one of the last snowfalls here for all time. The eucalypts brood in the chasms, as black as the shelf of rocks worn and wet on the other side. Far better than trying to outrun fires roaring up the gorges in those mad summers. Wet black rocks fired from the bowels of another millennium.

This used to be a coal siding. 'The Crushers' it was called then, subsiding escarpments and waterfalls crushing the breath out of you a thousand metres above sea level on an uplifted plateau outside of Sydney. Nowadays Katoomba is littered with hotels, hospitals, mental institutions.

The mist drifts into old boarding houses, finds the damp courses, settles into rotting floorboards, drips into the stew of vegetation underneath. It's so cold you can no longer smell anything. Your urine steams, traces a line of pain from kidneys to bladder, makes patterns of blood in the snow. But you'll have to wait until it snows for that morsel of creativity. If it happens then you'll have to go out in it ... purge everything. The indistinction of the valleys, happily, guards against the possibility of romance and sentiment. You get tired of views.

There is a house here in Katoomba worth visiting. Nobody knows about it. Tourists visit it by chance, perhaps as an afterthought, nostalgically trying to recover the twenties or the thirties, searching for stories. They wouldn't believe what you tell them ... that a wolf once escaped from somebody's private menagerie and roams these ridges and plateaux ... or that the imagination held in check might gnaw itself to death. True, in the valley below they keep wolves. It's illegal, not a Southern Hemisphere thing to do, un-neighbourly, what with sheep and deer farms nearby.

If you stand still now, among the low, smoky cottages you will hear somebody playing Satie's 'Monotones', pausing, plunging onto what sounds like wrong notes, wrong moods, like the houses about to tumble into chasms, weatherboard, low-roofed, pitched between escarpments and valleys, out of joint even in summer when the paper petals of bougainvillea cling gaudily to their walls in a brief climax of colour.“

 

 

 

 

castro
Brian Castro (Hongkong, 16 januari 1950)

 

 

 

De Braziliaanse schrijver, theaterproducent, talk show host, acteur, schilder en musicus Jô Soares werd geboren op 16 januari 1938 in Rio de Janeiro. Zie ook mijn blog van 16 januari 2009.

 

Uit: Twelve Fingers: Biography of an Anarchist

 

„Banja Luka, Bosnia-1897
At the same instant that the tragedy was taking place in Ouro Preto, in the Bosnian city of Banja Luka, on the banks of the Vrbas River, Dimitri Borja Korozec was born. Dimitri's story is curious to say the least. His mother, Isabel, is a Brazilian contortionist born in
São Borja
in the state of Rio Grande do Sul. Daughter of a beautiful black slave from the Bantu nation and an unknown father, she came into the world on September 28, 1871, born free of the fetters of slavery: as the pampas echoed her first cries, in Rio de Janeiro Princess Isabel was signing the Law of the Free Womb, declaring that all children born to slaves were free at birth. The girl was baptized with the name of her benefactress and that of her birthplace.
As was common in such cases, the evil tongues of the town swore that the little mixed-blood girl was the illegitimate fruit of a carnal rapture of the young lieutenant colonel Manuel do Nascimento Vargas, later to be the father of Getúlio. Manuel had distinguished himself as a military hero in the Paraguayan War and, still single at the age of twenty-six, had established himself in 1870 as a rancher in São Borja. The insinuation had been vehemently denied and discounted as gossip. Nevertheless, the surprising resemblance between the little girl and the rancher had fed this slander.
In 1890, Isabel had arrived in Bosnia as part of an Italian circus. At fifteen the young woman had run away from home with an acrobat-clown, one of the Brothers Temperani, when the famous troupe had toured Brazil in 1886. In her baggage were two gifts from her mother: a photograph of Princess Isabel and the novel Mota Coqueiro, by José do PatrocÃ?nio, the great black abolitionist hero.
In Doboj, the young woman deserts her juggling clown for Ivan Korozec, a Serbian linotypist who fell in love with the dark-skinned Brazilian woman and followed her throughout her Balkan tour. A hardened anarchist, Ivan is affiliated with the cabalistic Poluskopzi brotherhood. At that time there was an ancient secret Russian society, the Skopzi, or "the Castrati of Russia," whose adherents castrated themselves to attain spiritual wholeness. Those initiated into the Poluskopzi, or "Half Castrati," an ultraradical sect, practice the removal of just one of the testicles: the right one. The gesture is political, symbolizing that all of their descendants will perforce be of the left. The inflexible Poluskopzi boasts fewer than forty members.“

 

 

 

 

Soares
José Soares (Rio de Janeiro, 16 januari 1938)


Zie voor nog meer schrijvers van de 16e januari ook
mijn vorige twee blogs van vandaag.
Geschreven door Romenu om 22:59 Reageer op dit bericht

Anthony Hecht, Aleksandar Tišma, Franz Tumler, Jules Supervielle

De Amerikaanse dichter Anthony Hecht werd geboren op 16 januari 1923 in New York. Zie ook mijn blog van 16 januari 2009.

 

 

More Light! More Light! 

 

For Heinrich Blucher and Hannah Arendt

Composed in the Tower before his execution

These moving verses, and being brought at that time

Painfully to the stake, submitted, declaring thus:

"I implore my God to witness that I have made no crime."

 

Nor was he forsaken of courage, but the death was horrible,

The sack of gunpowder failing to ignite.

His legs were blistered sticks on which the black sap

Bubbled and burst as he howled for the Kindly Light.

 

And that was but one, and by no means one of he worst;

Permitted at least his pitiful dignity;

And such as were by made prayers in the name of Christ,

That shall judge all men, for his soul's tranquility.

 

We move now to outside a German wood.

Three men are there commanded to dig a hole

In which the two Jews are ordered to lie down

And be buried alive by the third, who is a Pole.

 

Not light from the shrine at Weimar beyond the hill

Nor light from heaven appeared. But he did refuse.

A Luger settled back deeply in its glove.

He was ordered to change places with the Jews.

 

Much casual death had drained away their souls.

The thick dirt mounted toward the quivering chin.

When only the head was exposed the order came

To dig him out again and to get back in.

 

No light, no light in the blue Polish eye.

When he finished a riding boot packed down the earth.

The Luger hovered lightly in its glove.

He was shot in the belly and in three hours bled to death.

 

No prayers or incense rose up in those hours

Which grew to be years, and every day came mute

Ghosts from the ovens, sifting through crisp air,

And settled upon his eyes in a black soot. 

 

 

 

 

Hecht
Anthony Hecht (16 januari 1923 – 20 oktober 2004)

 

 

 

 

 

De Servische schrijver Aleksandar Tišma werd op 16 januari 1924 geboren in Vojvodina. Zie ook mijn blog van 16 januari 2009.

 

Uit: Schneck (Vertaald door Barbara Antkowiak)

 

„Schneck wurde vom Kopfweh wach. Die nächtliche Finsternis legte sich schwer auf seine Augen, als er sie öffnete. lch nehme eine Tablette, dachte er, dann ist es morgen früh vorbei. Er schob die Hand vor - schon diese winzige Bewegung steigerte den Schmerz -, aber noch ehe er sie bis zum Nachtschränkchen ausgestreckt hatte, fiel ihm ein, daß er nicht zu Hause war, sondern in Loznica, im Hotel, und daß seine Medikamente ganz unten im Koffer lagen, dener auf dem Bänkchen neben der Tür abgesetzt hatte. Er mochte nicht aufstehen, ängstigte sich vor den Peisn verursachenden Bewegungen; während er zögerte, fielen ihm die Augen wieder zu; und obwohl er wußte, daß er eine Dummheit beging und am nächsten Tag krank sein würde, überließ er sich dem Schlaf.
Aber am Morgen war der Schmerz verschwunden. Schneck wunderte sich; nie war er sein Kopfweh ohne Medikamente losgeworden. Er hatte Eltern, die beide häufig unter Kopfschmerzen litten, und kannte seit seiner Kindheit alle Phasen dieser Beschwernis und die entsprechenden Maßnahmen zu seiner Bekämpfung. Sein Vater war magenleidend und bekam nach üppigeren Mahlzeiten außer Leibschmerzen auch Kopfweh, und seine Mutter lief sozusagen ständig mit verbundenem Kopf umher, schon am Morgen benommen und taumelig, um sich zwischen den häuslichen Pflichten- die sie ratenweise und mit Mühe verrichtete - für ganze Stunden ins Dunkel des Schlafzimmers zurückzuziehen. Medikamente wurden hier in großen Mengen genommen, aber gerade deshalb gab es von Zeit zu Zeit Versuche, ohne sie auszukommen. Dann hörte er jedesmal den Dialog zwischen Vater und Mutter, von denen einer die Hände an die Stirn preßte: "Wird es besser?" - "Im Gegenteil, schlimmer." - "Hast du versucht, einen Kaffee zu trinken?" - "Schon seit drei heute morgen, aber es
hilft nicht." - "Dann mußt du halt eine Tablette nehmen." Er selbst ging so ein Risiko des Verzichts ungern ein, zumal er im Vergleich mit den Eltern seltener Kopfweh hatte: alle drei, vier Tage oder in noch größeren Abständen. Und nun hatte er sich durch Zufall davon überzeugt, daß die Beschwerden auch von selbst verschwinden konnten.“

 

 

 

 

tisma
Aleksandar Tišma (16 januari 1924 – 16 februari 2003)



De Oostenrijkse dichter en schrijver Franz Tumler werd geboren op 16 januari 1912 in Gries bij Bozen. Zie ook mijn blog van 16 januari 2009.

 

Uit: Volterra

 

„Die Sonne ist noch am Himmel, aber man sieht sie nicht mehr, sie geht am Himmel schon unter in der Zone aus Staub, die sich über der winterlichen Erdhälfte nicht mehr löst; - gestern noch über dem Meer: auf seinen Horizont, der als Berg aufstieg, setzte die Sonne einen weichen Fuß auf sank langsam ein; und das grüne Leuchtfeuer auf dem Vorgebirge war zu erkennen, und das rote Leuchtfeuer vor dem Hafen, das wegweisende und das hemmende Feuer, sie blitzten schon lange herüber; und jetzt male ich es dir auf die Scheibe: grün, rot, und dazwischen die Stadt, über die du gegangen bist, eine ebene Tafel: Ansedonia auf dem Hügel von Cosa; Mauerwerk, Pflaster, Rinnsal, die hochgehobene Stadt, verlassen, ausgegraben, der Stein an den Tag gelegt, von wem bewohnt -

Ansedonia: ich war zuerst allein oben. Ich ging zu Mittag in die Höhe zwischen Geröll und Gestrüpp, die Zikaden schnellten mir auf die Haut und sprangen ins Laub ab; Dornenstrauch, Heidekraut, rote Erde; Kirschenfrüchte, orangenfarben, stachlig; Paradiesesbaum; ein Dornenwall versperrte mir den Einstieg in die kyklopische Mauer. An ihrem Fuß fauliger Müll, der Meerhorizont aus Kreide, eine Rauchfahne, ein Inselrücken wie ein Schlammhaufen, die Rauchfahne rückt vor, und nun erinnere ich mich: so weit draußen gehen die Schiffe vorrüber -

Volterra: Es war Sonntagnachmittag und Herbst. Wenig Fremde im Land, da bekommt es sein eigenes Leben zurück. Erde und Himmel trocken, das Laub gelichtet, von Dürre geschrumpft, auch die Äcker abgeräumt, die Früchte geerntet. Vor dem Bauernhof liegen die Maiskolben auf den Steinen; ein Nest fauliger Feigen in dem geschlitzten Weidenkorb auf dem flachen Dach zieht die Wespen an. Die struppigen Hunde zittern an der lang gelassenen Kette. Gefaserte Rindenhaut der Zypresse über dem Grabhügel, dann kommt der Ginster und die Asche aus zwei Jahrtausenden, eingeäscherte Zeit, Mondbahn, die schräg ziehenden schwefligen Rauchfahnen aus Erdspalten, und weit draußen der rotgoldenen Glanzstrich des Meeres. Davor die Stadt Volterra auf der Erdkralle, die dunkle Halskrausse ihrer Festung, die ein Zuchthaus ist: eisern geschmiedeter Reif, gelbe Erde, blaue Straßen, ungetauft, Vorhölle, Limbo; der Ort, zu dem Christus hinabstieg. Deutlich sind in dem Land nur die Gräber: schwerer Grabdeckel mit dem weißen Engel, vor dem die rote Magdalena erschrickt - ihr Gewand in der Farbe der Liebe, dasselbe Rot wie auf den Flügeln der Engel, die als gefiederte Geschosse das Sterbelager Mariae umschwirren. Volterra - eine Stadt, die lebt: mit Häusern, Sontagsruhe, aufgehängter Wäsche zwischen den etruskischen Mauern. Das etruskische Tor, breit genug für das Postauto, das in Richtung auf das Meer zu fährt. Dort weit draußen die andere Stadt, unbewohnte Klippe, Weideplatz zwischen den Mauern. Der Unterschied ist nicht groß – „

 

 

 

 

tumler
Franz Tumler (16 januari 1912 – 20 oktober 1998)

 

 

 

 

De Franstalige dichter en schrijver Jules Supervielle werd geboren op 16 januari 1884 in Montevideo, Uruguay. Zie ook mijn blog van 16 januari 2009.

 

 

L'orage

 

  Chaque arbre est immobile, attentif à tout bruit.

Même le peuplier tremblant retient son souffle

L'air pèse sur le dos des collines, il luit

Comme un métal incandescent et l'heure essouffle.

 

Les moineaux buissonniers se sont tous dispersés

Avec le vol aigu et les cris d'hirondelles,

Et des mouettes vont, traînant leurs larges ailes,

Dans l'air lourd à gravir et lourd à traverser.

 

L'éclair qui brille au loin semble une brusque entaille

Et, tandis que hennit un cheval de labour,

Les nuages vaillants qui vont à la bataille

Escaladent l'azur âpre comme une tour.

 

Mais soudain, l'arc-en-ciel luit comme une victoire

Chaque arbre est un archer qui lance des oiseaux,

Et les nuages noirs qu'un soleil jeune moire,

Enivrés, sont partis pour des combats nouveaux.

 

 

 

 

supervielle_bis

Jules Supervielle (16 januari 1884 – 17 mei 1960)
Geschreven door Romenu om 22:17 Reageer op dit bericht

Robert W. Service, Kálmán Mikszáth, Saint-Simon, Nel Benschop

De Canadese dichter en schrijver Robert William Service werd geboren op 16 januari 1874 in Preston, Engeland. Zie ook mijn blog van 16 januari 2009.

 

 

To the Man of the High North

 

My rhymes are rough, and often in my rhyming

I've drifted, silver-sailed, on seas of dream,

Hearing afar the bells of Elfland chiming,

Seeing the groves of Arcadie agleam.

 

I was the thrall of Beauty that rejoices

From peak snow-diademed to regal star;

Yet to mine aerie ever pierced the voices,

The pregnant voices of the Things That Are.

 

The Here, the Now, the vast Forlorn around us;

The gold-delirium, the ferine strife;

The lusts that lure us on, the hates that hound us;

Our red rags in the patch-work quilt of Life.

 

The nameless men who nameless rivers travel,

And in strange valleys greet strange deaths alone;

The grim, intrepid ones who would unravel

The mysteries that shroud the Polar Zone.

 

These will I sing, and if one of you linger

Over my pages in the Long, Long Night,

And on some lone line lay a calloused finger,

Saying: "It's human-true--it hits me right";

Then will I count this loving toil well spent;

Then will I dream awhile--content, content.

 

 

 

 

 

robertservice
Robert W. Service (16 januari 1874 – 11 september 1958)

 

 

 

 

De Hongaarse schrijver en journalist Kálmán Mikszáth werd op 16 januari 1847 in Szklabonya (tegenwoordig Slowakije) geboren. Zie ook mijn blog van 16 januari 2009.

 

Uit: Annie Bede's Debt (Vertaald door W. B. Worswick)

 

„It was a thick, foggy morning; the fog seemed densest in the precincts of the Court House. It had enveloped completely this gloomy building, making it look more repellent than ever. It had settled there as if with a fixed determination to remain.

The very air in the hall smelt of this damp fog, and even the whisky whose odour permeated the entire place was giving way to it. The circular ventilator in the highest window-pane was choked by it, and revolved but slowly.

The judges leaned wearily back in their comfortable chairs; one closed his eyes, and sleepily listened to the scratching of the clerk's pen; another yawningly drummed with his pencil on the green table, whilst the president, balancing his glasses on the tip of his nose, was mopping his perspiring brow with his handkerchief. In the interval of rest this noble gentleman perspired freely he scrutinized fixedly the door, through which but a few moments previous those people interested in the case just tried had passed.

There is a silence in the court, which is broken by his harsh and bored voice demanding "If there is any one still there?"

"Only a girl," was the reply.

"Show that girl in, then."

The door slowly opening, she entered. It seemed as if all of a sudden the fog had partially cleared; the faces of the judges appeared to have emerged from the gloom, whilst their eyes were no longer shut. Surely a ray of sunshine had brightened up the scene. She was a pretty creature, this girl. She had an erect and well-proportioned figure, dressed simply in a flower-embroidered bodice; her eyes modestly cast down hid for the time their beauteous colour, whilst the perfect roundness of her forehead was slightly marred by the furrows which played thereon. Her appearance revealed a charm, her very movement grace, and in the rustling of her skirt lurked witchcraft.

The indifferent voice of the Chief Justice is heard saying,

"What can I do for you?" (Creatures of his like have no feeling.)

The poor child murmurs sadly,

"I have great trouble, very great sorrow, my kind sir."

Her voice is mellow and mournful. It touches the heart like the music which, even when it dies away, seems to be still hovering in the air, changing everybody, everything!“

 

 

 

Mikszath

Kálmán Mikszáth (16 januari 1847 – 28 mei 1910)

 

 

 

 

De Franse schrijver Louis de Rouvroy, hertog van Saint-Simon werd geboren op 16 januari 1675 in Versailles. Zie ook mijn blog van 16 januari 2009.

 

Uit: Mémoires de Saint-Simon

 

„En même temps, elle s'appliquait à m'élever le courage, et à m'exciter de me rendre tel que je pusse réparer par moi-même des vides aussi difficiles à surmonter. Elle réussit à m'en donner un grand désir. Mon goût pour l'étude et les sciences ne le seconda pas, mais celui qui est comme né avec moi pour la lecture et pour l'histoire, et conséquemment de faire et de devenir quelque chose par l'émulation et les exemples que j'y trouvais, suppléa à cette froideur pour les lettres; et j'ai toujours pensé que si on m'avait fait moins perdre de temps à celles-ci, et qu'on m'eût fait faire une étude sérieuse de celle-là, j'aurais pu y devenir quelque chose.

Cette lecture de l'histoire et surtout des Mémoires particuliers de la nôtre, des derniers temps depuis François Ier, que je faisais de moi-même, me firent naître l'envie d'écrire aussi ceux de ce que je verrais, dans le désir et dans l'espérance d'être de quelque chose et de savoir le mieux que je pourrais les affaires de mon temps. Les inconvénients ne laissèrent pas de se présenter à mon esprit; mais la résolution bien ferme d'en garder le secret à moi tout seul me lut remédier à tout. Je les commençai donc en juillet 1694, étant mestre de camp d'un régiment de cavalerie de mon nom, dans le camp de Guinsheim sur le Vieux-Rhin, en l'armée commandée par le maréchal-duc de Lorges.

En 1691, j'étais en philosophie et commençais à monter à cheval à l'académie des sieurs de Mémon et Rochefort, et je commençais aussi à m'ennuyer beaucoup des maîtres et de l'étude, et à désirer fort d'entrer dans le service. Le siège de Mons, formé par le roi en personne, à la première pointe du printemps, y avait attiré presque tous les jeunes gens de mon âge pour leur première campagne; et ce qui me piquait le plus, M. le duc de Chartres y faisait la sienne.“

 

 

 

saint-simon
Saint-Simon (16 januari 1675- 2 maart 1755)

 

 

 

 

De Nederlandse dichteres Nel Benschop werd geboren op 16 januari 1918 te Den Haag. Zie ook mijn blog van 16 januari 2007 en mijn blog van 16 januari 2008 en ook mijn blog van 16 januari 2009.

 

 

Verlangen naar de lente

 

God, ik verlang zo naar een straaltje zon

en naar de eerste warme lentedagen,

naar witte wolken, die door 't blauw heen jagen

op weg naar iets, dat ik niet vinden kon.

 

Ik wil de tulpen ruiken als 'k ze pluk,

ik wil de kersenbloesem weer zien zweven,

magnolia 's, de kelken opgeheven

of ze een dronk uitbrengen op 't geluk.

 

Ik wil de knoppen weer zien opengaan

van berken, mooiste onder alle bomen;

ik wil, nu 'k aan de winter ben ontkomen,

met nieuwe ogen in Uw schepping staan.

 

 

 

 

benschop
Nel Benschop (16 januari 1918 – 31 januari 2005)

Geschreven door Romenu om 22:14 Reageer op dit bericht

Uwe Grüning

De Duitse schrijver, vertaler  en politicus Uwe Grüning werd geboren op 16 januari 1942 in Pabianice bij Lodz, Polen en groeide op in Glauchau in Saksen. Hij studeerde van 1960 tot 1966 aan de Technische Universiteit Ilmenau en werkte daar vervolgens als assistent en senior assistent  tot hij in 1970 zijn titels behaalde. Van 1975 tot 1982 werkte hij als leraar techniek in Jena. Sinds 1966 publiceerde hij gedichten, essays en korte verhalen in bloemlezingen en tijdschriften. Een ander literair werk gebied is de vertaling van werken van Franse en Russische schrijvers, zoals Arthur Rimbaud, Valery Bryusov, Anna Achmatova. Sinds 1982 werkt hij als freelance schrijver. Vanaf de Duitse hereniging is hij ook politiek actief. Van 1990 tot 2004 zat hij in het Saksische parlement voor de CDU.

 

 

Sonett an die Form

 

Fäden, so zart, doch machtvoll ausgesendet
Vom Blütenduft zu einer Blüte Rand,
So wie der sonst unsichtbare Brillant,
Von eines Ringes Rund umspannt, uns blendet.

 

Der Phantasie Gestalten: hergewendet
und dann - gleich eilen Wolken - fortgesandt,
Leben Jahrhunderte, in Stein gebannt,
In einen Satz, geschliffen und vollendet.

 

Und ich, ich wünsch, daß alle meine Träume,
Zur Welt gelangt im flügelnden, im Wort,
Die Fäden fänden, die ersehnten Räume.

 

So seist du, Freund - leg nicht die Zeilen fort -
Berauscht vom Wohllaut, der die Verse füllt,
Und von der Lettern ruhig schönem Bild.

 

Valery Bryusov, vertaald door Uwe Grüning

 

 

 

Im gesunkenen Licht toter Städte

Die um Erkenntnis sich mühn
wie Betörte um Frauen:
Sie senden Faden und Pfeil
ins Labyrinth ihres Denkens.

 

Dunkel werden die Gänge,
niedrig und eng die Gelasse.

 

Wenn eine Spielzeugbahn
im Tunnel entgleist,
heben Kinderhände den Fels
und richten die Gleise.

 

Sie aber, denen die Füße
im Wildbach erstarrt sind:
Sie suchten die Quellen.

 

 

 

Uwe Grüning

 

 

 

802056-a487ff7a1458ec5b7d84b40b2f49e157.jpg
Uwe Grüning (Pabianice, 16 januari 1942)
Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Osip Mandelstam, Mihai Eminescu, Johannes Beilharz, Molière, Franz Grillparzer

De Russische dichter Osip Mandelstam werd geboren op 15 januari 1891 in Warschau. Zie ook mijn blog van 15 januari 2007 en ook mijn blog van 15 januari 2008 en ook mijn blog van 15 januari 2009.

 

*** 

 

Nur noch Kinderbücher zu lesen,

Nur noch Kindergedanken zu hegen,

Alles Große ganz weit zu verwehen,

Aus tiefem Kummer stets aufzuerstehn.

 

Ich bin vom Leben so tödlich geschafft,

Dass ich von ihm nichts mehr annehmen werde,

Ich liebe jedoch diese kärgliche Erde,

Weil ich noch nie eine andere sah.

 

Ich schaukelte in einem Garten, weit fort,

Auf einer einfachen, hölzernen Schaukel.

Hohe Tannen am dunklen Ort

Sah ich, erinnernd, durch Traumnebel gaukeln.

 

 

 

 

Vertaald door Erich Boerner

 

 

 

 

Brothers, let us glorify freedom’s twilight 

 

Brothers, let us glorify freedom’s twilight –

the great, darkening year.

Into the seething waters of the night

heavy forests of nets disappear.

O Sun, judge, people, your light

is rising over sombre years

 

Let us glorify the deadly weight

the people’s leader lifts with tears.

Let us glorify the dark burden of fate,

power’s unbearable yoke of fears.

How your ship is sinking, straight,

he who has a heart, Time, hears.

 

We have bound swallows

into battle legions - and we,

we cannot see the sun: nature’s boughs

are living, twittering, moving, totally:

through the nets –the thick twilight - now

we cannot see the sun, and Earth floats free.

 

Let’s try: a huge, clumsy, turn then

of the creaking helm, and, see -

Earth floats free. Take heart, O men.

Slicing like a plough through the sea,

Earth, to us, we know, even in Lethe’s icy fen,

has been worth a dozen heavens’ eternity.

 

 

 

Vertaald door A. S. Kline

 

 

 

 

mandelstam_osip
Osip Mandelstam (15 januari 1891 – 27 december 1938)

 

 

 

 

De Roemeense dichter Mihai Eminescu (eigenlijk Mihail Eminovici) werd geboren op 15 januari 1850 in Botoşani bij Czernowitz. Zie ook mijn blog van 15 januari 2007 en ook mijn blog van 15 januari 2009.

 

 

Zum Stern

 

Zum Stern, der gerade aufgetaucht,

Der Weg ist lang und seicht,

Es viele tausend Jahre braucht

Bis uns sein Licht erreicht.

 

Vielleicht erlosch schon längst sein Schein

Durch blaue leuchtend’ Sterne,

Nur noch sein Strahl so schön und rein

Flimmert jetzt aus der Ferne.

 

Des toten Sternes Bild so nah

Erklimmt des Himmels Licht

Er war, als man ihn noch nicht sah,

Heut’ sehn wir ihn... ist nicht.

 

Gleich unsrer Wehmut, wie ein Dieb,

Verschwand im dunklen Glimmer

Das Licht der uns erloschnen Lieb,

Verfolgt uns heut noch immer.

 

 

 

 

Oh, Mutter...

 

Oh, Mutter, liebste Mutter, aus Nebeldunkelheit

Durch Blätterrauschen rufst mich in deine Ewigkeit;

Über die dunklen Schatten der heilig kalten Gruft

Schütteln Akazien Blätter gedrängt von Herbst und Luft,

Die Zweige rauschen leise, als sprächen sie dein Wort...

Sie ewig werden rauschen, du ewig ruhest dort.

 

Und wenn ich sterb’, Geliebte, so weine nicht um mich;

Den Zweig von unsrer Linde mit zartem Finger brich,

An meinem Haupt mit Sorgfalt den Zweig sollst du begraben

Und deine feuchten Tränen lass’ auf ihn runterfallen;

Ich werde seinen Schatten empfinden immerfort...

Und ewig wächst der Schatten, ich ruh’ an diesem Ort.

 

Doch wenn das Schicksal möchte, dass wir gemeinsam sterben,

Soll man uns nicht begraben in düstren Friedhofserden,

Das Grabe man uns schaufle am Bachesufer Rande

In einen Sarg, Geliebte, uns bette dort im Sande;

An meiner Brust für ewig wirst sein und immerfort...  

Der Bach wird uns beweinen, wir ruh’n an diesem Ort.

 

 

 

Vertaald door Christian W. Schenk

 

 

 

 

eminescu

Mihai Eminescu (15 januari 1850 - 15 juni 1889)

Borstbeeld in Boekarest 

 

 

 

De Duitse dichter, schrijver, vertaler en schilder Johannes Beilharz werd geboren op 15 januari 1956 in Oberndorf am Neckar. Zie ook mijn blog van 15 januari 2009.

 

 

Wer interessiert sich für mich?

                                      Gewidmet allen Poeten mit mehr Poeten als Publikum

 

Nach einem solchen Titel muss jetzt etwas vollkommen Unerwartetes kommen,
zum Beispiel etwas über die Binder grober Besen aus Birkenreisig.

 

Oder über die Wahr- oder Unwahrscheinlichkeit eines Krieges,
oder etwas über die Wahrheit, ihre Findung oder Verhüllung,

 

oder etwas über Gynäkologie, die immer desolater werdende Situation
der Reformhäuser in Deutschland (diese Altersmüdigkeit, diese

 

Verfehlung einst hehrer Ziele) oder den Verfall eines bestimmten
Mietshauses mit langweilig-klobigen Linien, gebaut in den

 

Neunzehnhundertsechzigern, zu finden östlich des Wagenburg-
tunnels in Stuttgart Ost. Sonne, auch heute bist du aufgegangen.

 

 

 

 

Beilharz
Johannes Beilharz (Oberndorf am Neckar, 15 januari 1956)

 

 

 

 

De Franse toneelschrijver en acteur Molière (pseudoniem van Jean-Baptiste Poquelin) werd geboren in Parijs op 15 januari 1622. Zie ook mijn blog van 15 januari 2007  en ook mijn blog van 15 januari 2008 en ook mijn blog van 15 januari 2009.

 

 

Uit:  Le Tartuffe, ou l’Imposteur

ACTE I, Scène première

 

MADAME PERNELLE

Allons, Flipote, allons, que d'eux je me délivre.

ELMIRE

Vous marchez d'un tel pas qu'on a peine à vous suivre.

MADAME PERNELLE

Laissez, ma bru, laissez, ne venez pas plus loin:

Ce sont toutes façons dont je n'ai pas besoin.

ELMIRE

De ce que l'on vous doit envers vous on s'acquitte.

Mais, ma mère, d'où vient que vous sortez si vite?

MADAME PERNELLE

C'est que je ne puis voir tout ce ménage-ci,

Et que de me complaire on ne prend nul souci.

Oui, je sors de chez vous fort mal édifiée:

Dans toutes mes leçons j'y suis contrariée,

On n'y respecte rien, chacun y parle haut,

Et c'est tout justement la cour du roi Pétaut.

DORINE

Si...

MADAME PERNELLE

Vous êtes, mamie, une fille suivante

Un peu trop forte en gueule, et fort impertinente:

Vous vous mêlez sur tout de dire votre avis.

DAMIS

Mais...

MADAME PERNELLE

Vous êtes un sot en trois lettres, mon fils.

C'est moi qui vous le dis, qui suis votre grand'mère;

Et j'ai prédit cent fois à mon fils, votre père,

Que vous preniez tout l'air d'un méchant garnement,

Et ne lui donneriez jamais que du tourment.

 

 

 

 

OrangeOperaMoliere1_WEB

Molière (15 januari 1622 - 17 februari 1673)

Borstbeeld bij de Opera van Orange

 

 

 

 

De Oostenrijkse dichter en schrijver Franz Grillparzer werd geboren in Wenen op 15 januari 1791. Zie ook mijn blog van 15 januari 2007 en ook mijn blog van 15 januari 2009.

 

Uit: Tagebuch auf der Reise nach Deutschland

 

“Komisch war anzusehen, wie eine Station vor Iglau der Schmied des Ortes den Kondukteur auf den Bruch der Achse aufmerksam machte. Der Mann hatte auf eine fast unbegreifliche Weise das am unteren Teile der Achse befindliche Gebrechen im Vorbeigehen sogleich bemerkt. Kaum aber hatte er es ausgesprochen, als alles über ihn herfiel, ihn mit Schimpfworten überhäufte, seine angebotenen Dienste zurückwies, und doch war die Achse wirklich gebrochen und wir waren ihm eher Dank schuldig. Ich erkundigte mich und erfuhr nun, daß der Mann, wie gesagt, Schmied des Ortes, und wohl oft ohne Arbeit, sich ein eigenes Geschäft daraus mache, den ankommenden Wagen aufzulauern und den Leuten die gute Laune durch Entdeckung eines Gebrechens an denselben zu verleiden. Daher ist der Mann bekannt und verhaßt. Niemand läßt etwas bei ihm reparieren, sondern man fährt aus Abgunst lieber mit Gefahr eine Station weiter, und doch setzt der Schmied sein odiöses Geschäft immer fort.

Ich bewunderte, wie ruhig er fortging, wie er auf alle Schmähungen nicht ein Wort erwiderte, als ob die anderen ein Recht hätten, sie ihm zu sagen. Er souteniert wenigstens seinen Charakter,

In Iglau zwei Stunden, während der Wiederherstellung der Achse herumgeschlendert. Die Stadt nicht übel, der Menschenschlag hübsch. Ein Haus nahe dem Thor von oben bis unten mit beinahe ganz geschwärzten Malereien bedeckt. Oben und unten biblische Geschichten, in der mittleren Reihe den Einzug eines großen Herrn darstellend, Karls V., wie man mir sagte. Das ganze recht gut gemalt; besonders scheinen in dem Festzuge die Gesichter all dieser Ritter und Herren meist mehr Ausgedrücktes und Bezeichnendes gehabt zu haben, als von einer solchen Schilderei zu erwarten ist.

 

 

 

 

Franz_Grillparzer_Aquarell

Franz Grillparzer (15 januari 1791 - 21 januari 1872)

Aquarel van M.M. Daffinger, 1827

Geschreven door Romenu om 20:44 Reageer op dit bericht

Willem de Clercq, Louis Guilloux, Franz Fühmann, Martha Saalfeld, Xu Zhimo

De Nederlandse dicher en (dagboek)schrijver Willem de Clercq werd geboren in Amsterdam op 15 januari 1795. Zie ook mijn blog van 15 januari 2009.

 

Uit: Dagboek van Willem de Clercq 1811-1830

 

“Woensdag 8 Juny 1814

Afreis Eindelijk weder op reis. Dus sprak ik in mij- zelven toen ik de eerste voetstap buiten de Haarlemmerpoort deed. Het weder was gunstig alles was bekoorlijk. Na een vrij levendig discours in de trekschuit met een ex garde d'honneur en een geangliseerde hollander bereikte ik Kenaus wallen. Eene visite bij den heer Walré afleggende geraakte ik met zijn E. in zulk een langdurig letterkundig gesprek dat ik na meer dan twee uren onderhoud mij eindelijk los moest rukken. Toen stapte ik met de stok in de hand de poort uit en deed met het uiterste genoegen de wandeling na Leyden over Hillegom Lis en Sassenheim. In de eersten herinnerde mij nog ieder plekje aan genotene genoegens. Overheerlijk is deze weg tot zulk een togt geschikt. Schone lustplaatsen bomen in 't kort steeds

afwisseling. Voorbij Sassenheim sloeg ik den weg naar Warmond in en deze beviel mij uitstekend. Een brede zandweg door buitenplaatsen omzoomd door schone bomen beschaduwd voerde mij door het aangename Warmond tot aan een brug over de vaart gelegen waarvan het gezigt treffend is.

Eindelijk genaakte ik Leyden en het gelukte mij het huis van den Heer Kemper op te sporen. Hetzelve is overheerlijk gelegen op die statige Breestraat zeker een der schoonste straten van ons land en vlak tegenover het stadhuis een ouderwetsch gebouw met torens en klokkespel. De professor ontving mij met open armen. De goede man was overstroomd met werk en verzoekschriften van amptbegerige supplianten.

Wij zagen in schemeravond eene boekenverkoping die juist al weinig te betekenen had. Hij maakte mij burger in zijne uitgebreide bibliotheek en hiermede was ook het werk van dien dag geeindigd.“

 

 

 

 

Willem_de_Clercq_door_HW_Couwenberg
Willem de Clercq (15 januari 1795 - 4 februari 1844)

Portret door HW Couwenbergh

 

 

 

De Franse schrijver Louis Guilloux werd geboren op 15 januari 1899 in Saint-Brieuc. Zie ook mijn blog van 15 januari 2009.

 

Uit: Le sang noir

 

“"Il avait traîné jusqu'à la porte ses pas entravés et souriait vaguement, debout sur le seuil, géant difforme à la tête trop petite, aux bras et aux jambes trop longs. Un vieux veston de chasseur en velours marron, criblé de taches d'encre et de graisse, auquel manquaient plus de la moitié des boutons. Autour de son cou s'enroulait un cache-nez rouge dont il avait rejeté un pan sur l'épaule, comme le pan d'hermine de sa robe d'agrégé, les jours de distribution solennelle des prix, ou quand on enterrait un collègue. Au bout d'une ficelle pendait sur sa poitrine un petit sifflet d'un sou qui lui servait pour rappeler sa chienne Mireille qui aimait tant courir au loin, sauter, bondir, au risque de se faire mordre par un chien enragé ou couvrir par un bâtard. Son pantalon gris, ravaudé, mal retenu par une ceinture en cuir, s'affaissait sur ses pantoufles. Et sous le veston, un petit gilet noir et démodé s'ouvrait, montrant une chemise que les puces avaient abondamment tachée."

(...)

 

" Son petit chapeau de toile rabattu sur l'œil, sa peau de bique flottante, sa canne tenue comme une épée, et cet effort si pénible à chaque pas pour arracher comme d'une boue gluante ses longs pieds de gugusse, (il) avait l'air dans la rue d'un somnolent danseur de corde. Sa myopie accusait le côté ahuri de son visage, donnait à ses gestes un caractère ralenti, vacillant, d'ivrogne ou de joueur à colin-maillard. Il avait toujours l'air de lutter contre un coup de vent et, sur le trottoir, il avançait en rasant les murs, le menton pointé comme un éperon, fouettant l'air derrière lui avec sa canne comme pour chasser d'invisibles monstres acharnés à ses trousses. Ses lèvres remuaient comme celles de qui récite des prières, peut-être des exorcismes. Et sous son coude, il serrait une serviette noire, sa vieille serviette d'étudiant devenue sa serviette de professeur…"

 

 

 

Guilloux
Louis Guilloux (15 januari 1899 – 14 oktober 1980)



De Duitse dichter en schrijver Franz Fühmann werd geboren op 15 januari 1922 in Rochlitz (in het huidige Tsjechië). Zie ook mijn blog van 15 januari 2009.

 

 

Aber kein Kerker...

Aber kein Kerker ist härter
als der in die Seele gesenkt,
was sind Schlösser und Schwerter,
wenn der Geist ein Bild nicht mehr denkt,
sich versagt ihm, versargt es für immer
in des Hirns versiegeltes Fort,
keine Schauer, keine Schimmer
kommen je wieder von dort.

 

Freilich: Auch alle die Blitze
und Blicke, die uns entzückt,
die blanke, blendende Spitze
des Witzes: sie sind entrückt
mit den Plänen und Plagen, den bösen,
zusammen geht es ins Grab,
da ist nichts herauszulösen,
alles muß hinab,

 

das Ganze zugemauert,
daß nichts mehr deutbar sei,
kein Trost, keine Trauer, die dauert,
alles ist vorbei,
eine Grabeszelle
in der Seele, nicht Schmerz, nicht Lust,
eine tote Stelle,
mir schon unbewußt,

 

schon Legende, Lüge,
daß dies wäre geschehn.
Keine vertrauten Züge,
nichts mehr zu verstehn.
Verschlossen ein Bild für immer
im härtesten, festesten Fort,
keine Schauer, keine Schimmer
kommen je wieder von dort.

 

 

 

 

fuehrmann
Franz Fühmann (15 januari 1922 – 8 juli 1984)

 

 

 

 

De Duitse dichteres en schrijfster Martha Saalfeld werd geboren op 15 januari 1898 in Landau. Zie ook mijn blog van 15 januari 2009.

 

 

Wie schwimmt der Berg im Blauen

 

Wie schwimmt der Berg im Blauen! Milde schmeckt

Der Wind nach früher Blüte. Süßes Gras

Schwillt in der Mulde. Es erklingt wie Glas

Die dünne Luft. Mit trockner Zunge leckt

 

Die zärtliche den feuchten Spiegel, drin

Der Himmel steht, die Pappel und der Pflug

Des Ackerers. Gestirn und Wolkenzug –

O starke Schrift vom mildesten Beginn!

 

Die Traubenhyazinthe hat das Blau

Des Himmels eingesogen. Morgenstern

Und Miere blühn im Wingert. Aber fern –

Her kommt der Trunkene. Er atmet lau.

 

 

 

 

saalfeld
Martha Saalfeld (15 januari 1898 – 14 maart 1976)

 

 

 

 

De Chinese dichter Xu Zhimo werd geboren op 15 januari 1897 in de provincie Zhejiang. Zie ook mijn blog van 15 januari 2009.

 

 

 

I Don't Know Which Direction the Wind is Blowing

 

I don't know,

Which direction the wind is blowing------

I am in a dream,

Her tenderness, my fascination.

 

I don't know,

Which direction the wind is blowing-------

I am in a dream,

Sweetness is the glory of the dream.

 

I don't know,

Which direction the wind is blowing-------

I am in a dream,

Her betrayal, my depression.

 

I don't know,

Which direction the wind is blowing-------

I am in a dream,

Heartbreaking in the gloom of the dream.

 

I don't know,

Which direction the wind is blowing-------

I am in a dream,

Dimness is the glory of the dream.

 

 

 

 

xu_zhimo
Xu Zhimo (15 januari 1897 – 19 november 1931)
Geschreven door Romenu om 20:39 Reageer op dit bericht

Walter Serner, Alexander Moszkowski, Aleksandr Gribojedov, Sidonia Zäunemann, Peter Christen Asbjør

De Duitse schrijver Walter Serner werd op 15 januari 1886 in de Tsjechische plaats Karlsbad (Bohemen) geboren. Zie ook mijn blog van 15 januari 2009.

 

Uit: Die Tigerin

 

„Dennoch gingen sie etwa eine Viertelstunde noch neben, vor und hinter einander einher, bis endlich Fec das unerträglich gewordene Schweigen brach, indem er, in einer unwiderstehlichen Laune, den sehr unverständlichen Wunsch aussprach: "Gib mir eine Bohne und ich werde dir sagen, daß jene Wurst blau ist."
Bichette wartete, ob nicht noch etwas folgen würde. Dann lachte sie häßlich und laut. "Wie wärs, hein, wenn du diese geholten Sachen ließest?"
Fec wurde mit einem Blick lebendig. "Das ist es! Das ist es! Geholte Sachen! Geholte Sachen!"
Bichette lachte noch lauter und noch häßlicher. "Machen wir uns, Herr Baron? Oder machen wir uns nicht."
"Das ist es. Wir machen uns."
"Schlingue! Was denn! So sprich doch schon!" Bichette stupste Fec, seinen Ellbogen packen, vorwärts.
Fec blieb sofort stehen. "Sprachst du nicht gestern von der Tatsache, daß wir uns lieben? Und daß es feststünde, wir wüßten bloß nicht - warum, und nicht - wie? Wenn aber ..." Er hielt, seine Hand auf Bichettes Unterarm, inne, um die Wirkung dessen, was er sagen wollte, noch zu erhöhen. "Wenn aber das Warum fehlt und das Wie, wie steht es dann mit der Tatsache?"
Bichette riß sich zornig seine Hand herunter. "Was willst du damit sagen, hein?"
"Folgendes." Fec ging, die Hände vor der Brust schließend, langsam weiter. "Weder du hattest recht, noch hatte ich recht. Die Prügelei in der Jetée hat sich nicht ereignet, weil wir doch leer laufen, aber auch nicht, weil wir nicht mehr leer laufen. Unsere Abmachung ist durchaus nicht etwas anderes geworden. Sie ist geblieben, was sie war."
 

 

 

 

walter-serner
Walter Serner (15 januari 1886 – augustus 1942)

Portret door Christian Schad

 

 

 

 

De Duitse schrijver en satiricus Alexander Moszkowski werd geboren in Pilica, Polen, op 15 januari 1851. Zie ook mijn blog van 15 januari 2009.

 

 

Weltgeschichte
 
Stets bei einer Zeitenwende
Nach der Länderkarte greift man,
Was sich da geändert fände
Mit den Blicken überschweift man;
Und da sieht man: die Rumänen
Sind von rechts nach links schraffiert,
Während wieder die Hellenen
Meist von links nach rechts liniiert;
Aber in Bulgarien, merke,
Da verläuft's horizontal.
Während wiederum der Terke
Liniiert ist vertikal,
Solche Karte, auf der Platte
Zinkgeätzt und stahlgestichelt,
Wird, wie man es nötig hätte,
So gestrichelt, -- so gestrichelt.
Wenn wir dann noch weiter leben,
Kommt ein neues Blatt heraus,
Da radiert und kratzt man eben
Wieder ein paar Strichel aus;
Banden wüten, Schlachten toben,
Völkerbrand und Massakrierung,
Das ergibt dann, unten, oben,
Eine andere Schraffierung.
Schändung, Greuel und Gezeter,
Pulver, Schwert und Dynamit,
Das bedeutet, daß man später --
Ein paar neue Strichel sieht.
Und den Völkern knackt die Schwarte,
Und Europa macht Spektakel,
Resultat: auf dieser Karte,
Ein paar neue Krikelkrakel.
Immer neue Varianten
Gibt's beim Sengen und beim Morden,
Und die älteren Atlanten
Sind dann immer falsch geworden;
Unablässig wird die vorige
Karte wieder umgewühlt,
Ein Beweis, daß die Historie
Stets mit falschen Karten spielt.

 

 

 

 

Moskowski
Alexander Moszkowski (15 januari 1851 – 26 september 1934)

 

 

 

 

 

De Russische schrijver Aleksandr Sergejevitsj Gribojedov werd geboren in Moskou op 15 januari 1795. Zie ook mijn blog van 15 januari 2009.

 

Uit: WOE FROM WIT (Lijden door verstand, vertaald door A.S.Vagapov)

 

„L i z i e

It's you, sir ?

F a m u s o v

Yes, it's me.

( stops the clock music)

You naughty little mischief maker ! I didn't know !

I had just wondered what it could be:

Now it's a flute, now it's a piano,

It's much too early in the day

For Sofia to play.

L i z i e

No, sir . . . For once . . .

I did it quite by chance.

F a m u s o v

That's it:

I must be on the watch indeed,

It was intended to be sure.

 

(cuddles up to her)

 

You naughty girl, you mischief maker, you are ! . .

L i z i e

Naughty yourself ! The words you say

Do not befit you, do they ?

F a m u s o v

You're modest but the frivolous kind,

Frivolities and mischief are all you have in mind.“

 

 

 

 

Griboyedov
Aleksandr Gribojedov (15 januari 1795 – 11 februari 1829)

Portret door Ivan Kramskoi

 

 

 

 

De Duitse dichteres Sidonia Hedwig Zäunemann werd geboren op 15 januari 1714 in Erfurt. Zie ook mijn blog van 15 januari 2009.

 

 

Das brennende Erfurt (Fragment)

Ach! vergiß nicht einen Tag,
Da sich Wind und Gluth verschworen,
Nicht zu ruhn in deinen Thoren,
Biß ein Theil in Staube lag;
Da die Luft von Stürmen brüllte,
Und der Dampf den Tag verhüllte.
O wie fassest du betrübt
Auf den heissen Feuer-Stäten!
Gott ließ dich vergebens beten,
Biß sein Grimm war ausgeübt,
Und dein Sabbath gab dir, leider!
Feuer für die Feyer-Kleider.

 

O! Was erhebt sich vor ein Sturm!
Wie braußt der Wind in unsern Gassen!
Dort wankt ein hochgespizter Thurm,
Den hunderttausend Wirbel fassen.
Hier kracht ein schwach und mürbes Haus;
Sein Grimm bricht Kalch und Ziegel aus;
Er pfeift durch Gärten und Gebäude.
Entstünd ein Feuer ohngefehr,
Wo nähmen wir jezt Rettung her;
Wie schlecht wär unsre Sabbaths-Freude!

 

O weh uns! kaum gedenk ich dran,
So hör ich Feuer! Feuer! schreyen.
Die Funken steigen Himmel an,
Und scheinen uns den Tod zu dräuen.
Die ganze Stadt erschrikt und bebt,
Und was in unsern Mauren lebt,
Erzittert, läuft und eilt zum Retten.
Der stark und ungeheure Wind
Treibt Gluth und Flammen so geschwind,
Als ob sie güldne Flügel hätten.

 

 

 

 

zauenemann
Sidonia Zäunemann (15 januari 1714 – 11 december 1740)

 

 

 

De Noorse schrijver Peter Christen Asbjørnsen werd geboren op 15 jamuari 1812 in Kristiania, tegenwoordig Oslo. Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 15 januari 2007 en ook mijn blog van 15 januari 2009.

 

Uit: Per Gynt

 

„"Ei, ob du gerade oder krumm bist, du sollst mich doch weiterlassen," sagte Per Gynt, denn er merkte, daß er im Kreise herumging und der Krumme sich um die Sennhütte herumgeschlängelt hatte. Bei diesen Worten schob sich der Krumme ein wenig auf die Seite, so daß Per Gynt an die Sennhütte hingelangen konnte. Als er hineinkam, war es da drinnen nicht heller als draußen; er stolperte und tastete an den Wänden umher, denn er wollte seine Flinte abstellen und seine Jagdtasche ablegen. Aber während er so suchend umhertappte, fühlte er wieder das Kalte, Große und Schlüpfrige.

"Wer ist denn das nun?" rief Per Gynt.

"Ach, ich bin der große Krumme," lautete die Antwort. Und wohin er auch faßte, und wohin er den Fuß setzte, überall fühlte Per Gynt den Ring, den der Krumme um ihn gezogen hatte.

"Hier ist nicht gut sein," dachte Per Gynt, "weil dieser Krumme ebensogut hier drinnen als draußen ist; aber ich werde diesem Ruhestörer bald ein Ende machen." Er nahm seine Flinte, ging wieder hinaus und tastete an dem Krummen entlang, bis er den Kopf fand.

"Wer bist du denn eigentlich?" fragte er.

"Ach, ich bin der große Krumme von Etnedal," sagte der große Troll. Da machte Per Gynt kurzen Prozeß und schoß ihm drei Kugeln mitten durch den Kopf.

"Schieß noch einmal!" rief der Krumme. Aber Per Gynt wußte es besser, denn wenn er noch einmal geschossen hätte, wäre die Kugel auf ihn selbst zurückgeprallt. Als dies getan war, faßten Per Gynt und die Hunde fest zu und zogen den großen Troll aus der Sennhütte hinaus, damit sie es sich in der Hütte bequem machen könnten. Währenddessen lachte und höhnte es von allen Bergen ringsum.

"Per Gynt zog viel, aber die Hunde zogen mehr!" ertönte es.

Am Morgen wollte Per Gynt hinaus auf die Jagd. Als er tief in die Berge hineinkam, sah er ein Mädchen das Schafe und Ziegen über einen Berggipfel trieb. Als er aber den Gipfel erreicht hatte, war das Mädchen mit seiner Herde verschwunden, und Per Gynt sah nichts als ein großes Rudel Bären.“

 

 

 

asbjoernsen_statue

Peter Christen Asbjørnsen (15 januari 1812 – 6 januari 1885)

Standbeeld in Oslo

 

Geschreven door Romenu om 20:36 Reageer op dit bericht

J. Bernlef, Yukio Mishima, John Dos Passos, Edward St Aubyn, Anchee Min

De Nederlandse schrijver en dichter J. Bernlef werd geboren op 14 januari 1937 in Sint Pancras. Zie ook mijn blog van 14 januari 2007 en ook mijn blog van 14 januari 2008 en ook mijn blog van 14 januari 2009.

 

 

Naderend onweer

 

Heel in de verte nog
rolt iemand van de trap

Dronken verhuizer
die de rommelzolder

Volstapelt met duister
rondkolkend huisraad

Met bijl en snijbrander
nadert hij ons interieur

In de palm van zijn hand
nu vlak boven ons

Valt in een flits
zijn plan te lezen.

 

 

 

 

Uit het oog uit het hart

 

Als het iemand is
is het dus die iemand
die ons neerslaat
wegmaait, al ons gras

Ik ben niet bestand tegen dit
alles vernietigende beeld

Daarom leg ik een steen
in een doos, sluit de deksel
begraaf zo de stilte achter zijn naam

Als het iemand is
is hij hier niet
is hij die steen in die doos
ook niet.

 

 

 

 

Het laatste woord

 

Wantrouwen in grote woorden

in kleine woorden, voegwoorden

tussenwerpsels, in het laatste woord

dat iedereen wil en niemand krijgt.

 

Een totale gespreksstop

met strenge straffen

tong uitrukken wel het minste.

 

Het paard langs de spoorbaan

staart de sneltreinen na

het gras wacht op de vallende nacht

de steen koestert zich in het lage licht.

 

‘Waarom hebt u mij verlaten?’

 

Wat een lachwekkende klacht!

 

 

 

 

 

bernlef
J. Bernlef (Sint Pancras, 14 januari 1937)

 

 

 

 

De Japanse schrijver Yukio Mishima werd geboren op 14 januari 1925 in Tokyo. Zie ook mijn blog van 14 januari 2007  en ook mijn blog van 14 januari 2008 en ook mijn blog van 14 januari 2009.

 

Uit: Fountains in the Rain (Vertaald door John Bester)

 

“The boy was tired of walking in the rain dragging the girl, heavy as a sandbag and weeping continually, around with him. A short while ago, in a tea shop in the Marunouchi Building, he had told her he was leaving her.
The first time in his life that he'd broken with a woman!
It was something he had long dreamed of; it had at last become a reality. It was for this alone that he had loved her, or pretended to love her; for this alone he had assiduously undermined her defenses; for this alone he'd furiously sought the chance to sleep with her, slept with her - till lo, the preparations were complete and it only remained to pronounce the phrase he had longed to pronounce just once with his own lips, with due authority, like the edict of a king:
"It's time to break it off!"
Those words, the mere enunciation of which would be enough to rend the sky asunder...those words that he had cherished so passionately even while half-resigned to the impossibility of the fact...that phrase, more heroic, more glorious than any other in the world, which would fly in a straight line through the heavens like an arrow released from its bow...that spell which only the most human of humans, the most manly of men, might utter...in short:
"It's time to break it off!"

 

 

 

 

mishima
Yukio Mishima (14 januari 1925 - 25 november 1970)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver John Dos Passos werd geboren op 14 januari 1896 in Chicago. Zie ook mijn blog van 14 januari 2007  en ook mijn blog van 14 januari 2008 en ook mijn blog van 14 januari 2009.

 

Uit: The Big Money

 

“Their first child was born in December. It was a boy. They named him Wheatley. When Gladys came back from the hospital instead of coming back to the apartment she went into the new house out at Grosse Pointe that still smelt of paint and raw plaster. What with the hospital expenses and the furniture bills and Christmas, Charley had to borrow twenty thousand from the bank. He spent more time than ever talking over the phone to Nat Benton’s [his broker’s] office in New York. Gladys bought a lot of new clothes and kept tiffany glass bowls full of freesias and narcissus all over the house. Even on the dressingtable in her bathroom she always had flowers. Mrs. Wheatley said she got her love of flowers from her grandmother Randolph, because the Wheatleys had never been able to tell one flower from another. When the next child turned out to be a girl, Gladys said, as she lay in the hospital, her face looking drawn and yellow against the white pillows, beside the great bunch of glittering white orchids Charley had ordered from the florist at five dollars a bloom, she wished she could name her Orchid. They ended by naming her Marguerite after Gladys’s grandmother Randolph.”

 

 

 

 

dospassos
John Dos Passos (14 januari 1896 – 28 september 1970)

Luis Quintanilla schilderde Dos Passos als zondagschilder

 

 

 

 

De Britse schrijver en journalist Edward St Aubyn werd geboren op 14 januari 1960 in Londen. Zie ook mijn blog van 14 januari 2009.

 

Uit: Some Hope

 

„Patrick walked toward the well. In his hand he carried a gray plastic sword with a gold handle, and swished it at the pink flowers of the valerian plants that grew out of the terrace wall. When there was a snail on one of the fennel stems, he sliced his sword down the stalk and made it fall off. If he killed a snail he had to stamp on it quickly and then run away, because it went all squishy like blowing your nose. Then he would go back and have a look at the broken brown shell stuck in the soft gray flesh, and would wish he hadn't done it. It wasn't fair to squash the snails after it rained because they came out to play, bathing in the pools under the dripping leaves and stretching out their horns. When he touched their horns they darted back and his hand darted back as well. For snails he was like a grown-up.

One day, when he was not intending to go there, he had been surprised to find himself next to the well and so he decided that the route he had discovered was a secret short cut. Now he always went that way when he was alone. He walked through a terrace of olive trees where yesterday the wind had made the leaves flick from green to gray and gray to green, like running his fingers back and forth over velvet, making it turn pale and dark again.

He had shown Andrew Bunnill the secret short cut and Andrew said it was longer than the other way, and so he told Andrew he was going to throw him down the well. Andrew was feeble and had started to cry. When Andrew flew back to London, Patrick said he would throw him out of the plane. Blub, blub, blub. Patrick wasn't even on the plane, but he told Andrew he would be hiding under the floor and would saw a circle around his chair. Andrew's nanny said that Patrick was a nasty little boy, and Patrick said it was just because Andrew was so wet.“

 

 

 

 

StAubyn
Edward St Aubyn (Londen, 14 januari 1960)

 

 

 

 

De Chinese schrijfster Anchee Min werd geboren in Shanghai op 14 januari 1957. Zie ook mijn blog van 14 januari 2009.

 

Uit: Red Azalea

 

„I was raised on the teachings of Mao and on the operas of Madam Mao, Comrade Jiang Ching. I became a leader of the Little Red Guards in elementary school. This was during the Great Proletarian Cultural Revolution when red was my color. My parents lived like--as the neighbors described them--a pair of chopsticks: always in harmony My father was an instructor of industrial technique drawing at Shanghai Textile Institute, although his true love was astronomy. My mother was a teacher at a Shanghai middle school. She taught whatever the Party asked, one semester in Chinese and the next in Russian. My parents both believed in Mao and the Communist Party, just like everybody else in the neighborhood. They had four children, each one a year apart. I was born in 1957. We lived in the city, on South Luxuriant Road in a small two-story townhouse occupied by two families. The house was left by my grandfather, who had died of tuberculosis right before I was born.
I was an adult since the age of five. That was nothing unusual. The kids I played with all carried their family's little ones on their backs, tied with a piece of cloth. The little ones played with their own snot while we played hide-and-seek. I was put in charge of managing the family because my parents were in their working units all day, just like everyone else's parents.
I called my sisters and brother my children because I had to pick each one of them up from kindergarten and nursery school while I myself was only a kindergartner. I was six when my sister Blooming was five, my second sister Coral was four and my brother Space Conqueror was three. My parents made careful choices in the names they gave us, They were considered eccentric because the neighbors named their children Guard of Red, Big Leap, Long March, Red Star, Liberation, Revolution, New China, Road of Russia, Resist U.S., Patriotic Forerunner, Matchless Red Soldier, etc. My parents had their own ideas. First they called me Lin-Shuan--Rising Sun at a Mountain. They dropped it because Mao was considered the only sun. After further contemplation, they named me Anchee--Jade of Peace. Also, it sounded like the Chinese pronunciation of the English word "angel." They registered me with it. Blooming and Coral were named after the sound of chee (jade). There were two reasons why my parents named my brother Space Conqueror: one was that my father loved astronomy; the second was to respond to Mao's call that China would soon build its own spaceship.

 

 

 

 

AncheeMin
Anchee Min (Shanghai, 14 januari 1957)


Zie voor nog meer schrijvers van de 14e januari ook mijn twee vorige blogs van vandaag.
Geschreven door Romenu om 20:29 Reageer op dit bericht

Mary Robison, Martin Auer, Marek Hlasko, Tillie Olsen, Rudolf Hagelstange

De Amerikaanse schrijfster Mary Robison werd geboren op 14 januari 1949 in Washington D.C. Zie ook mijn blog van 14 januari 2009.

 

Uit: A Seasonal Thing

 

„I know there’s something big here. As soon as he calls I know. Judy knows too. It must be in my voice because she doesn’t ask when I hang up and reach for my jacket and keys. She stands and kisses me lightly on the corner of the mouth.
   “We’ll talk,” I say.
  She knows.
  On the drive over it’s nagging me. Why am I even meeting this guy? He got what he wanted. Not like me. Why call me? Why now? I don’t even have any hair.
  I park in the lot. He’s in town, I tell myself. It’s been a while. When a guy gets older he starts to think, I tell myself. That’s why. He just wants to catch up.
  The choice is deliberate. We used to hang out at this place—Mickey’s, now, but then it was called Delorio’s—when we were kids. He must need something. I walk in. The place hasn’t changed much but I feel—and this bugs me—that this is no place that I should be. It’s early yet and the crowd is small: just a few young suits and a couple of perky-looking girls hovering around the taps. I walk past them and head toward the seating area in the back. He’s already at a table, already ordered a round even. He hasn’t lost any hair and I think that he probably won’t, either. I’m sorry I came.
  He waves a Hollywood wave and perks up the corners of his mouth distractedly. His eyes are a brighter blue than I remember and his hair’s a deeper brown. He doesn’t stand to greet me or move to shake my hand. Instead he scoots his chair back a few inches from the table and gestures magnanimously toward the chair across from him. I sit.
  At this moment I think that there is no one who knows me.
   “How are you,” I say.
   “Gin and tonic,” he says, pointing at the drink sitting on the table in front of me. I pick it up and sip from the glass. I hope that the coil in my stomach will stop tightening.
  He launches right into some thing about Bogart movies and I think what nerve this guy has. Fifteen years and not even a hello. I sip my drink methodically, watching his eyes slither around the room, avoiding mine. When his eyes finally land on my face, my skin feels oily.
  After the story he rolls his eyes around in his head like one of the Three Stooges. When he rolls them back into place a waiter appears with fresh drinks. I hadn’t notice mine was empty.
  This waiter is young and looks it. His hair is thick and dark and hangs in his eyes. His skin is smooth and lineless. He probably works out and has a pretty blonde girlfriend with pink lips who won’t screw with the lights on.”

 

 

 

 

Robison
Mary Robison (Washington, 14 januari 1949)

 

 

 

 

De Oostenrijkse dichter en schrijver, musicus en cabaretier Martin Auer werd geboren op 14 januari 1951 in Wenen. Zie ook mijn blog van 14 januari 2009.

 

Uit: Das Kloster der Erleuchteten

 

„Im dreiundzwanzigsten Jahrhundert, in der ausklingenden Altzeit, lehrte in einem Erleuchteten- Kloster auf der Erde der Meister Deng Dsö-Ling, auch genannt der Dreizehnte Buddha oder der Meister des Eins-Seins.

Unter den zweitausend Mönchen, die bei ihm studierten, waren auch zwei Brüder Lu, von denen er den einen wie einen Heiligen verehrte, den anderen aber wie einen Teufel verabscheute. "Wie kann das sein?" fragten ihn eines Tages einige seiner Schüler. "Wie kann es sein, daß du den einen Lu wie einen Heiligen verehrst und den anderen wie einen Teufel verabscheust? Beide gleichen sich doch wie ein Ei dem anderen, beide sündigen in einem fort, huren und saufen und brechen die Klosterregeln, schlafen in den Tag hinein, fressen sich voll wie die Hunde und singen unzüchtige Lieder! Wie kannst du den einen verehren und den anderen verachten?"

Lange schwieg der Meister, dann sagte er: "Gebt mir drei Tage Zeit, dann will ich eure Frage beantworten". Die Jünger zogen sich zurück, und der Meister fastete und betete drei Tage lang. Dann rief er seine Schüler wieder zu sich. Er ließ alle zweitausend sich im Klosterhof versammeln und begann seine Lehrpredigt, indem er die beiden Brüder Lu zu sich rief.

Lu dem Bösen versetzte er einige Stockschläge, aber vor Lu dem Heiligen kniete er nieder, legte seinen Kopf vor ihm in den Staub, ergriff mit beiden Händen seinen Fuß und setzte sich diesen auf den Kopf. Dann erhob er sich wieder und sprach zu seinen Jüngern: "Wahrlich, ihr habt mir eine ernsthafte Frage gestellt, und ich will sie euch ernsthaft beant worten. Wie kommt es, fragt ihr, daß ich den einen Lu wie einen Teufel verachte und den anderen Lu wie einen Heiligen verehre, wo sie doch beide huren und saufen und sündigen in einem fort? Doch seht sie euch an: dieser hier sündigt, weil er das Böse will. Er sündigt, weil er sich selber haßt, er tötet jeden Tag sein Gewissen. Er säuft den Wein, um sich zu erniedrigen, er schwängert die Jungfrauen, um ihre Unschuld zu zerstören, er singt schweinische Lieder, um unser Ohr zu kränken. Nun aber seht euch diesen an: Dieser hier weiß nichts von Sünde, er säuft den Wein, wie ein Kind an der Mutterbrust saugt, er schwängert die Jungfrauen, wie der Wind die Blüten bestäubt, er singt die schweinischsten Lieder, wie eine Nachtigall ihre Weisen pfeift. Er ist völlig eins mit der Sünde, und darum ist sie bei ihm wie Reinheit und Unschuld. Ich hoffe, ihr versteht".

 

 

 

martin_auer
Martin Auer (Wenen, 14 januari 1951)



De Poolse schrijver Marek Hlasko werd geboren op 14 januari 1934 in Warschau. Zie ook mijn blog van 14 januari 2009.

 

Uit: The Beautiful Twenty-Year-Olds

 

"I remember my first visit paid to Sandauer; I went to borrow some money. Sandauer started to read Białoszewski's poems to me, I was sitting, understanding nothing. Finally Sandauer stopped reading.
    -"Do you understand?"
    -"No", said I.
    -"Please listen", said he and resumed reading. I was sitting, still understanding nothing.
    -"Do you understand?"
    -"No", said I.
    -"Nothing?"
    -"Nothing at all".
    -"Please listen", said Sandauer and again resumed reading ... After a few séances Sandauer concluded I was an idiot and threw me out of his flat. It was at the time when he resolved to crush on the Polish literature, making no allowances. As far as I remember, Adolf Rudnicki was the first one to come under his fire. Sandauer read to me his manuscript, in which he wrote down those sentences from Adolf's prose where he failed to express himself accurately in Polish. I was surprised that a man of such intelligence should be glad to have found such failings. A critic is entitled to despair, but he is not entitled to what they call Schadenfreude.

(…)

 

    -"What are you aiming for", interrupted Sandauer.
    -"I don't know", said I. "But I hope you can explain it to me using this opportunity".
    -So he explained: it was when I received the Publishers' Award; Sandauer was the first to start persecuting me, he was indeed doing it without making any allowances. At that time they would not print me any more; the publishers had rejected my two new books, and all the Marxist critics found me a pervert and a degenerate.

 

 

 

 

Hlasko
Marek Hlasko (14 januari 1934 – 14 juni 1969)

 

 

 

 

 

De Joods-Amerikaanse schrijfster, dichteres en feministe Tillie Lerner Olsen werd geboren in Omaha (Nebraska) op 14 januari 1912. Zie ook mijn blog van 14 januari 2009.

 

Uit: Silences

 

„What is it that happens with the creator, to the creative process, in that time? What are creation’s needs for full functioning? Without intention of or pretension to literary scholarship, I have had special need to learn all I could of this over the years, myself so nearly remaining mute and having to let writing die over and over again in me. These are not natural silences–what Keats called agonie ennuyeuse (the tedious agony)–that necessary time for renewal, lying fallow, gestation, in the natural cycle of creation. The silences I speak of here are unnatural: the unnatural thwarting of what struggles to come into being, but cannot. In the old, the obvious parallels: when the seed strikes stone; the soil will not sustain; the spring is false; the time is drought or blight or infestation; the frost comes premature. The great in achievement have known such silences–Thomas Hardy, Melville, Rimbaud, Gerard Manley Hopkins. They tell us little as to why or how the creative working atrophied and died in them–if ever it did. Kin to these years-long silences are the hidden silences; work aborted, deferred, denied–hidden by the work which does come to fruition. Hopkins rightfully belongs here; almost certainly William Blake; Jane Austen, Olive Schreiner, Theodore Dreiser, Willa Cather, Franz Kafka, Katherine Anne Porter, many other contemporary writers. Censorship silences. Deletions, omissions, abandonment of the medium (as with Hardy); paralyzing of capacity (as Dreiser’s ten-year stasis on Jennie Gerhardt after the storm against Sister Carrie). Publishers’ censorship, refusing subject matter or treatment as “not suitable” or “no market for.” Self-censorship. Religious, political censorship–sometimes spurring inventiveness–most often (read Dostoyevsky’s letters) a wearing attrition. The extreme of this: those writers physically silenced by governments. Isaac Babel, the years of imprisonment, what took place in him with what wanted to be written? Or in Oscar Wilde, who was not permitted even a pencil until the last months of his imprisonment?”

 

 

 

 

olsen
Tillie Olsen (14 januari 1912 – 1 januari 2007)

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Rudolf Hagelstange werd geboren op 14 januari 1912 in Nordhausen. Zie ook mijn blog van 14 januari 2009.

 

 

Die Hummel

 

Heidekraut und Heckenrose,

Himmelsschlüssel, Hahnenfuß –

seht die Hummel, wie sie lose

jeden Kelch beschnüffeln muss!

Grade steck sie ihren Rüssel

in den gelben Himmelsschlüssel.

Wenn sie dabei brummt, so wisst,

dass es nicht vor Ärger ist.

Manche brummen vor Vergnügen,

wenn sie was Besondres kriegen.

 

 

 

 

Denn Freiheit...

 

Denn Freiheit ist der Odem unseres Lebens,
das Salz der Speise und der Wind im Segel,
der Stolz des Löwen und das Glück der Vögel;
das Recht des Mannes. Und es lebt vergebens,

 

wer dieses nicht mehr hat: ein freies Lachen,
ein eigen Lied und seines Herzens Glauben.
Sie haben Stummen und sie haben Tauben
nur noch die Scham voraus, und ihr Erwachen

 

ist Gang ins Joch und Treten in den Schatten.
Und, ach, wie bald ist mit des Freien Rede
auch Haus und Hof und alles, was sie hatten,

 

verwirkt, verloren, und sie tragen jede
Erniedrigung. Ach, hätten sie erkannt:
Nur Freien bleibt ein freies Vaterland.

 

 

 

 

hagelstange
Rudolf Hagelstange (14 januari 1912 – 5 augustus 1984)
Geschreven door Romenu om 20:25 Reageer op dit bericht

Anatoli Rybakov, Werner Helwig, Zacharias Topelius, Isaäc da Costa, Ida Dehmel

De Russische schrijver Anatoli Rybakov werd geboren op 14 januari 1911 in Tsjernihiv. Zie ook mijn blog van 14 januari 2009.

 

Uit: The Children of the Arbat

 

„To whom had Lenin been indebted? Some emigres in London and Geneva? And Peter the Great? To Menshikov and Lefort? The fact that his power had been inherited didn't change the essence of the point. To reach the pinnacle of power, the monarch had to destroy the entourage that had become accustomed to seeing him as a puppet. That's how it had been with Peter, and the same was true of Ivan the Terrible.

Stalin hadn't become leader because he had managed to wipe out his opponents. He had wiped out his opponents because he was leader. It was he who had been destined to run the country. His enemies hadn't understood that and therefore they were defeated. They still didn't understand it, and so they had to be destroyed. The failed pretender is always a potential enemy.

History's choice had fallen on him because he was the only one who understood the secret of supreme power in this country, the only one who knew how to rule this nation, the only one who knew its every virtue and shortcoming. Especially its shortcomings.

The Russians were a nation of the collective. The commune had been their way of life since time immemorial; equality was at the root of their national character. This provided the right conditions for the sort of society the people were building now in Russia. Tactically, Lenin's NEP had been the right maneuver, but the idea that it should be applied "seriously and for a long time" had been mistaken. The move had been a temporary deal with the peasants in order to get more food. "Seriously and for a long time" implied a policy based on the wealthy land-owning farmer, the kulaks. Farmers implied the path of inequality, and that was contrary to the psychological makeup of the people.

Stalin went to the bookshelf and took down a volume of Lenin and reread the passage where Lenin had said: "To get every member of the population to take part in the cooperative venture by way of the NEP would take an entire historical epoch. Without universal literacy and adequate know-how, and without teaching the population how to use books, without the material basis and some measure of assurance against, say, crop failure or famine and so on, without all this we will not attain our goal." He closed the book and put it back.“

 

 

 

 

rybakov
Anatoli Rybakov (14 januari 1911 – 23 december 1998)

Met zijn vrouw 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Werner Helwig werd op 14 januari 1905 in Berlijn geboren. Zie ook mijn blog van 14 januari 2009.

 

Uit: Das Steppenverhör

 

„Ich verhalte mich unbeweglich, mit höchstens einer kleinen Tätigkeit in den Fingerspitzen, in den Knien, am Ende der Wirbelsäule oder im Kopf. Mein Geist weilt weit ab, in einem hohen Gebirge. Meine Augen werfen Licht zurück, brechen Strahlen, lassen Sonnenflecken springen. Ich habe keine Wurzeln. Ich lasse nichts anderes hinter mir zurück als eine Spur in weißem Staub. Ich lege die Betonung auf Atem. Politik ist für den Geschmack des Tages arrangierte Geschichte. Die Termitenlogik der Parteibonzen ist ohne Salz. Die Erlösungslehren, die der Staat bereithält, haben keine Seele. Das Gerede vom Fortschritt ist Aberglaube. Großartig ist allein der Gleichmut der Schöpfung. Jede Nacht hißt der Himmel seine Tätowierungen. Jeden Morgen verwüstet ein Brand die einförmige Steppe des Dunkels. Jeder Mittag gießt dem Schläfer im Freien kochendes Öl in die Ohren. Jeden Tag sammeln sich erneut die Fäserchen eines prähistorischen Schmutzes unter den Fingernägeln. Ich strenge mich an, nichts Verpflichtendes zu sprechen. Ich will nicht zu diesen, ich will nicht zu jenen gehören. Die Statik der Zeit und des Raums, für mich ist sie in diesem Moment, in dieser miesen Hütte zusammengedrängt. Mein klappriger Gaul ist wirklicher als eure Radaranlagen. Stellt mich dem Atommeiler eurer unermüdlichen Produktivität gegenüber - ich niese ihn weg.“

 

 

 

 

Helwig1954
Werner Helwig (14 januari 1905 – 4 februari 1985)

Helwig in 1954

 

 

 

 

De Finse dichter en schrijver Zacharias Topelius  werd geboren in Nykarleby op 14 januari 1818. Zie ook mijn blog van 14 januari 2009.

 

Uit: The King's Ring

 

„The old grandmother sat on the stuffed sofa in her brown woollen shawl, and near her the schoolmaster, Svenonius, with his blue handkerchief and brass spectacles. Captain Svanholm, the postmaster, who had lost a finger in the last war, was on the right; on the left pretty Anne Sophie, eighteen years old, with a high tortoise-shell comb in her long brown hair; and around them, on the floor or on stools, sat six or seven playful children, with mouths now wide open, as if they had heard a ghost story. The first to disturb the silence was Anne Sophie, who sprang with a cry from her chair, stumbled, and fell into the schoolmaster's arms. The entranced company, who were still at Liitzen, were as much disturbed by this interruption as if Isolani's Croats had suddenly broken into the room. The postmaster, still in the midst of the battle, sprang up and trod heavily upon old grandma's sore foot with his iron heel. The schoolmaster was quite upset, not at all realising the value of the burden in his arms —perhaps the first and also the prettiest in his whole life; the children fled in all directions, and some crept behind the surgeon's high chair. But Andreas, who had just followed the Finnish cavalry in theircharge over the trenches, seized the surgeon's silver- headed Spanish cane, and prepared to receive the Croats at the point of the bayonet Old Back was undisturbed; he produced his tobacco box, bit off a piece, and mildly said, " What is the matter with you, Anne Sophie?"

 

 

 

 

topelius
Zacharias Topelius (14 januari 1818 – 12 maart 1898)

 

 

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Isaäc da Costa werd geboren in Amsterdam op 14 januari 1798. Zie ook mijn blog van 14 januari 2007 en ook mijn blog van 14 januari 2009.

 

 

 

De verlossing van Nederland (Fragment)

 

Als 't aardrijk weêr begint te bloeien,

Als 't land zich dekt met geurig groen,

De stroomen onverhinderd vloeien,

Na 's harden winters hevig woên;

Als blad en bloem de sneeuw vervangen,

Een Zefir d' onbetoombren storm,

Dan klinken Philomeles zangen,

De mensch herleeft - de kleinste worm.

 

Zoo grijp ik ook, schoon dicht'ren zingen,

Het speeltuig in de zwakke hand;

Ook ik, ik wil de either dwingen

Voor 't vrij geworden Vaderland.

Hoe flaauw mijn laaggespannen snaren,

Hoe kunsteloos mijn zangster zij,

Mijn hart gebiedt, dat 'k uw altaren,

O Nederland! dit offer wij'!

 

 

 

Wy zijn dan eind'lijk vrij! Wy zijn den ijz'ren band

o Dwing'land! dan ontrukt, waarin gy Nederland

Zoo lang gekluisterd hieldt. De ketens zijn aan stukken,

Waarvoor de fiere kop van Hollands leeuw moest bukken,

Dien leeuw, te lang door u en door uw volk veracht,

Dien leeuw, die reeds te lang naar wraak, naar vrijheid smacht.

 

Gelijk de reiziger, die aan 't geweld der baren

Ontrukt, zijn Vaderland na duizend doodsgevaren

Herziet, met warm gevoel dien dierbren grond betreedt,

En sprakeloos van vreugd, 't geleden kwaad vergeet,

Het zoetst genoegen smaakt, nu hy het woên der winden,

De golf die 't ranke schip al draaiend ging verslinden,

Al d' ijsselijken nood, waaraan 't ten prooie lag,

In veiligheid aan gade en kind'ren schetsen mag,

Zoo moet ge, o Hollandsch volk! het slaafsche juk herdenken,

Waardoor een vreemd tiran uw voor'ge roem dorst krenken,

En zweren by de deugd der vad'ren, by het bloed

Van hen, door wie weleer uw vrijheid is behoed:

(Wier geesten tot uw heil nog om dees landen zweven)

Dat ge eer uw stad, uw land der vlam ten prooi zult geven,

Of dat ge uw dijken eer doorbreken zult, uw werk

Vernielen, en de zee doen dondren uit haar perk,

Eer vreemde meesters weêr van vrijheid u berooven,

En in vergetelheid uw' schoonen naam verdoven. -

o Hoon! o slavernij! o nooit vergeetbre schand!

 

 

 

 

DaCosta

Isaäc da Costa (14 januari 1798 – 28 april 1860)

 

 

 

 

De Duitse dichteres en strijdster voor vrouwenrechten Ida Dehmel werd geboren op 14 januari 1870 in Bingen. Zie ook mijn blog van 14 januari 2007 en ook mijn blog van 14 januari 2009.

 

 

Psalm zweier Sterblichen

Der Mann:
Göttin Zukunft,
mit gefesselten Händen hältst du
eine geschlossene Schriftrolle,
drin mein Schicksal verzeichnet steht.
Langsam, Tag für Tag,
ringe ich deinen Fingern
Zoll für Zoll die Urkunde ab,
Zeile für Zeile.
Bis der Augenblick kommt,
wo das entrollte Papier,
eh ich das letzte Wort noch las,
meinem erschöpftem Arm entfällt;
und mit gefesselten Händen
gibst du den Winden zur Sage anheim,
was ich tat.

Das Weib:
Schicksalsgöttin,
ich liege vor dir auf den Knieen.
Du hältst in deinen, ach, gefesselten Händen
eine goldene Tafel,
drin die Namen nur derer eingegraben stehn,
die Unvergeßliches taten.
Auf den Knieen, Schicksalsgöttin,bitte ich dich:
Laß mich nicht ins Namenlose versinken !
Spreng deine Fesseln - oder
nur einen Augenblick
reich mir die goldenen Tafel,
und neben die Runen der Helden und der Weisen
schreib ich hinsinkend:
Ich liebte.

 

 

 

Ida und Richard Dehmel

 

 

 

 

dehmel
Ida Dehmel (14 januar 1870 - 29 september 1942)

Geschreven door Romenu om 20:22 Reageer op dit bericht

Edmund White, Jay McInerney, Daniel Kehlmann, Lorrie Moore, Jurgis Kunčinas, Clark Ashton Smith

De Amerikaanse schrijver en essayist Edmund White werd geboren op 13 januari 1940 in Cincinnati. Zie ook mijn blog van 13 januari 2007 en ook mijn blog van 13 januari 2008 en ook mijn blog van 13 januari 2009.

 

Uit: City Boy

 

„In the 1970s in New York everyone slept till noon.

It was a grungy, dangerous, bankrupt city without normal services most of the time. The garbage piled up and stank during long strikes of the sanitation workers. A major blackout led to days and days of looting. We gay guys wore whistles around our necks so we could summon help from other gay men when we were attacked on the streets by gangs living in the projects between Greenwich Village and the West Side leather bars.

The upside was that the city was inexpensive, and Manhattan, especially the part of it below Fourteenth Street, was full of young actors-singers-dancers-waiters who made enough money working their restaurant shifts three nights a week to pay for their acting lessons and their cheap rents. Unlike our hometowns back in the Midwest, where the sidewalk was rolled up at six p.m., the delis and coffee shops were open all night and the bars till four in the morning. That whole army of actor-waiters saw their restaurant jobs as just another opportunity for "scene study" ("Who am I tonight? An Austrian aristocrat who's fallen on bad times? A runaway from an incestuous family in the Tennessee Hills? A Swedish gymnast?"). No matter how big their tips were, they managed to drink them away in a bar after the restaurants closed as they talked excitedly about their art and their loves. Everyone smoked all the time, and when you French-kissed someone, it was like rubbing one ashtray against another.

New York seemed either frightening or risible to the rest of the nation. To us, however, it represented the only free port on the entire continent. Only in New York could we walk hand in hand with a member of the same sex. Only in New York could we ignore a rat galloping across our path and head out for a midnight play reading. Artists on the Lower East Side were recycling the most primitive and worthless materials — junk, really.

But there was also a mandarin New York, a place where painters and choreographers and novelists and poets strove to produce serious art of the highest order. This was an elite group of people, scattered throughout the Village and the emerging neighborhood of Chelsea and the comfortable, kicked-out Upper West Side; in this mandarinate artists and intellectuals still felt connected to the supreme artists of the past, still thought that their work would be the latest installment in a quasi-divine legacy.“

 

 

 

 

White
Edmund White (Cincinnati, 13 januari 1940)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Jay McInerney werd geboren op 13 januari 1955 in Hartford, Connecticut. Zie ook mijn blog van 13 januari 2007 en ook mijn blog van 13 januari 2008 en ook mijn blog van 13 januari 2009.

 

Uit: How It Ended

 

„It came to seem like our own special Thanksgiving tradition-one of us inevitably behaving very badly. The role was passed around the table from year to year like some kind of ceremonial torch, or a seasonal virus: the weeping and gnashing of teeth, the breaking of glass, the hurling of accusations, the final nosedive into the mashed potatoes or the shag carpet. Sometimes it even fell to our guests-friends, girlfriends, wives-the disease apparently communicable. We were three boys who'd lost their mother-four if you counted Dad, five if you counted Brian's best friend, Foster Creel, who'd lost his own mother about the same time we did and always spent Thanksgiving with us-and for many years there had been no one to tell us not to pour that pivotal seventh drink, not to chew with our mouths open, not to say fuck at the dinner table.
We kept bringing other women to the table to try to fill the hole, but they were never able to impose peace for long. Sometimes they were catalysts, and occasionally they even initiated the hostilities-perhaps their way of trying to fit in. My father never brought another woman to the table, though many tried to invite themselves, and our young girlfriends remarked on how handsome he was and what a waste it was. “I had my great love, and how could I settle for anything less?” he'd say as he poured himself another Smirnoff and the neighbor widows and divorcées dashed themselves against the windowpanes like birds.
Sometimes, although not always, the mayhem boiled up again at Christmas, in the sacramental presence of yet another turkey carcass, with a new brother or guest in the role of incendiary device, though memories of the most recent Thanksgiving were often enough to spare us the spectacle for another eleven months. I suppose we all had a lot to be thankful for, socioeconomically speaking, but for some reason we chose to dwell instead on our grievances. How come you went to Aidan's high school play and not mine? How could you have fucked Karen Watley when you knew I was in love with her?“


 

 

JayMcInerney
Jay McInerney (Hartford, 13 januari 1955)

 

 

 

 

De Duitse schrijver Daniel Kehlmann werd op 13 januari 1975 in  München geboren. Zie ook mijn blog van 13 januari 2008 en ook mijn blog van 13 januari 2009.

 

Uit: Ruhm

 

„Noch bevor Ebling zu Hause war, läutete sein Mobiltelefon. Jahrelang hatte er sich geweigert, eines zu kaufen, denn er war Techniker und vertraute der Sache nicht. Wieso fand niemand etwas dabei, sich eine Quelle aggressiver Strahlung an den Kopf zu halten?
Aber Ebling hatte eine Frau, zwei Kinder und eine Handvoll Arbeitskollegen, und ständig hatte sich jemand über seine Unerreichbarkeit beschwert. So hatte er endlich nachgegeben, ein Gerät erworben und gleich vom Verkäufer aktivieren lassen. Wider Willen war er beeindruckt: Schlechthin perfekt war es, wohlgeformt, glatt und elegant. Und jetzt, unversehens, läutete es.
Zögernd hob er ab.
Eine Frau verlangte einen gewissen Raff, Ralf oder Rauff, er verstand den Namen nicht.

Ein Irrtum, sagte er, verwählt. Sie entschuldigte sich und legte auf.
Am Abend dann der nächste Anruf. “Ralf!” rief ein heiserer Mann. “Was ist, wie läuft es, du blöde Sau?”
“Verwählt !” Ebling saß aufrecht im Bett. Es war schon zehn Uhr vorbei, und seine Frau betrachtete ihn vorwurfsvoll. Der Mann entschuldigte sich, und Ebling schaltete das Gerät aus.
Am nächsten Morgen warteten drei Nachrichten. Er hörte sie in der S-Bahn auf dem Weg zur Arbeit. Eine Frau bat kichernd um Rückruf. Ein Mann brüllte, daß er sofort herüberkommen solle, man werde nicht mehr lange auf ihn warten; im Hintergrund hörte man Gläserklirren und Musik. Und dann wieder die Frau: “Ralf, wo bist du denn ?”
Ebling seufzte und rief den Kundendienst an. Seltsam, sagte eine Frau mit gelangweilter Stimme. So
et was könne über haupt nicht passieren. Niemand kriege eine Nummer, die schon ein anderer habe. Da gebe es jede Menge Sicherungen.
“Es ist aber passiert!”
Nein, sagte die Frau. Das sei gar nicht möglich.
“Und was tun Sie jetzt?”
Wisse sie auch nicht, sagte sie. So etwas sei nämlich gar nicht möglich.
Ebling öffnete den Mund und schloß ihn wieder.“

 

 

 

 

daniel_kehlmann
Daniel Kehlmann (München, 13 januari 1975)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijfster Lorrie Moore werd geboren op 13 januari 1957 in Glens Falls, New York. Zie ook mijn blog van 13 januari 2009.

 

Uit: Anagrams

 

„Gerard Maines lived across the hall from a woman named Benna, who four minutes into any conversation always managed to say the word penis. He was not a prude, but, nonetheless, it made him wince. He worked with children all day, taught a kind of aerobics to pre-schoolers, and the most extreme language he was likely to hear seemed to him to be in code, in acronyms, or maybe even in German — boo-boo, finky, peenick — words that were difficult to figure out even in context, and words, therefore, from which he felt quite safe. He suspected it was not unlike people he knew who hated operas in translation. "Believe me," they would explain, "you just don't want to know what they're saying."

Today they were talking about families.

"Fathers and sons," she said, "they're like governments: always having sword fights with their penises."

"Really," said Gerard, sitting at her kitchen table, gulping at near-beer for breakfast. He palmed his beard like a man trying to decide.

"But what do I know." She smiled and shrugged. "I grew up in a trailer. It's not like a real family with a house." This was her excuse for everything, her own self-deprecating refrain; she'd grown up in a trailer in upstate New York and was therefore unqualified to pronounce on any of the subjects she continued to pronounce on.

Gerard had his own line of self-excuse: "I was a retard in my father's play."

"A retard in your father's play?"

"Yes," he said, realizing that faced with the large questions of life and not finding large answers, one must then settle for makeshift, little answers, just as on any given day a person must at least eat something, even if it was not marvelous and huge.

"He wrote plays in our town. Then he did the casting and directing. It was harder to venture out through the rest of life after that."

"How awful for you," said Benna, pouring more near-beer into both their glasses.

"Yes," he said. He loved her very much.“

 

 

 

 

lorrie_moore
Lorrie Moore (Glens Falls,13 januari 1957)

 

 

 

 

De Litouwse schrijver en vertaler Jurgis Kunčinas werd geboren op 13 januari 1947 in Alytus. Zie ook mijn blog van 13 januari 2009.

 

Uit: Tula (Vertaald door Markus Roduner)

 

„Sprich zu mir, Tūla, flüster mir etwas, wenn das Abendrot die hohen, auch so schon roten Wände der Bernhardiner immer roter werden lässt, wenn unter all ihren Brücken die Vilnelė wie Lava brodelt, doch am heftigsten hier, bei den Bernhardinern, wenn seltene Passanten, beim Anblick einer schweren Regenwolke ihren Schritt beschleunigen und ängstlich sich umsehend in ihre Stadt-Höhlen eilen, wenn die Wolke schon ganz nahe am Himmel hängt ─ über dem Hügel von Bekeš und Panonietis, über der dunkelroten Felsklippe ─ sprich und sag, was wird uns noch an die wie eine Seuche ansteckende Liebe erinnern, nicht herausgeschrien in den Innenhöfen am Mittelmeer, dafür nicht mit dem Schmutz der Stadt behaftet, so verspätet und von niemandem gebraucht ─ nicht einmal benötigt von dieser auf den Regen vorbereiteten Straße, von der Schar alter Bäume am Ufer, auch nicht vom Abendrot, das die Bernhardiner beleuchtet hat und von jener immer näher kommenden Wolke, die über dem Bekeš-Turm stehen geblieben ist, wer, nun sag es schon, wer?

Sag es mir Tūla, sag es mir, denn nur du kannst diese wie jene Wolke am Himmel hängenden Fragen beantworten ─ nur du, denn die Natur ist in der Stadt immer leicht unecht ─ zu festlich oder was? ─ und stumm. Noch keine Dekoration, keine Nachbildung, keine Requisite, doch auch schon nicht mehr Natur. Ich sage dir. Schau, Tūla, ich komme in deine ärmliche Bleibe über die ungedeckte Vilnelė-Brücke, unter der ewig das schwarz-grüne Wasser mit kaum hellerem Schaum brodelt, ich komme zu deinem Fenster, deinen Augen, in denen sich der niedrige Himmel und die Türme der Bernhardiner spiegeln, ich komme zu deinem Gewebe, zur Klarheit deiner Knochen, zu deinen Urzeit-Nerven, die bei Berührung erzittern und Töne erklingen lassen: das Brausen des Windes, das Murmeln des Wassers, das Rascheln des Grases, und wenn man sie stärker anzupft, sich anspannen, und die Töne werden lauter ─ ich höre das Quietschen eines aufgescheuchten Tierchens, die beharrlich etwas erklärende Stimme eines Nachtvogels, ich höre das Flattern der Flügel über mir und sehe Augen ─ die geheimnisvollen Augen des Vogels der Finsternis in deinem Gesicht, weiß wie ein Laken; deine Augen, Tūla, sind Vogel-Augen und Wolken-Augen; ich komme im Mondschein und werfe einen schweren Schatten auf den vergangenen Tag, auf den kommenden Tag und unsere gemeinsame Nacht, auf diese Stadt, die uns beide in ihren dunklen Schoß aufgesogen und zusammen mit Schlamm, Lehm, all den Scherben und Gefäßen wieder ausgespuckt hat, und auch mit dem alten Geld, das keine Macht hat weder in dieser noch in jener Welt ─ haben wir denn wirklich einmal darin gewohnt? Einen gebrochenen, schiefen Schatten werfe ich auch auf den Hügel von Bekeš und seinem Heerführer Vaduš Panonietis, wo immer noch jene bedrohliche, mit Sturm-Staub vollgesogene Wolke hängt…“

 

 

 

 

kuncinas
Jurgis Kunčinas (13 januari 1947 – 13 december 2002)

 

 

 

 

De Amerikaanse dichter, schrijver en beeldhouwer Clark Ashton Smith werd geboren in Long Valley (Californië) op 13 januari 1893. Zie ook mijn blog van 13 januari 2009.

 

 

Arabesque

 

Like arabesques of ebony,

The cypresses, in silhouette,

Fantastically cleave and fret

A moon of yellow ivory.

 

Like orient lamps the rays illume

A leafy pattern manifold,

And all the field is overscrolled

With curiously figured gloom.

 

Like arabesques of ebony,

Or like Arabian lattices,

For ever seem the cypresses,

Before a moon of ivory.

 

 

 

 

Dancer

 

O dancer with the dove-swift feet and hands,

So palely swaying

Against the moon's replenished rondure,

Thou treadest not this autumn ground alone:

But in my heart, as in some high-piled press,

Dancing, thou crushest out with thy wan feet

A vintage strong, a wine sanguinolent

That shall restore the summer.

 

 

 

 

ashton

Clark Ashton Smith (13 januari 1893 – 14 augustus 1961)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 13e januari ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 20:21 Reageer op dit bericht

Kostís Palamás, Karl Bleibtreu, Victor de Laprade, Jan de Bas, Eduard von Bauernfeld, Maler Müller, Mark Alexander Boyd

De Nieuwgrieks dichter Kostís Palamás werd geboren op 13 januari 1859 in Patra. Zie ook mijn blog van 13 januari 2009.

 

 

At night we wanted to depart

 

At night we wanted to depart, to leave the city
To climb up to the Heights, and to the rising sun
From the far away sea in its full beauty:
To take pleasure in the expected happiness of original man.

 

But the sleep deceived us, in the city we forgot,
And without satisfying our wish, we fled to other settlements.
All dreams about sunlight I saw in my sleep;
But somewhere I awoke, sunless is always my path through the night.

 

 

 

 

palamas
Kostís Palamás (13 januari 1859 - 27 februari 1943)

Standbeeld in Athene

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver en criticus Karl August Bleibtreu werd geboren op 13 januari 1859 in Berlijn. Zie ook mijn blog van 13 januari 2009.

 

Uit: Andere Zeiten, andere Lieder

 

„Und nun gar erst die Lyrik! Wer kennt die unsterbliche Annette von Droste-Hülshoff! Wer kennt nicht die Backfischlieder und weihevollen Formbegeisterungen des seligen Geibel! Nicht wahr, Majestätsbeleidigung? Nächstens werde ich noch gar die Butzenscheiben-Poesei unseres Julius Wolff antasten! "Meine teueren Hallermünder, o ich kenn' Euch gar zu gut", lacht der Mustertypus eines Originaldichters. Heine mag sich aber im Grabe mit der Thatsache befreunden, daß Platens Geist ihn besiegte - der Geist der "schönen Form", welche die Armut des Inhalts und die Mattigkeit des dichterischen Feuers durch schwungvolle Sprachdrechselung maskiert. "Das sind Platens echte Erben, echtes Platenidenblut", zitiere ich immer so für mich hin, wenn ich einen Neuen "von Gottes Gnaden" wie einen Koloß von Rhodus sich vor mir aufbauschen sehe, der dann auf meine Bitte "Hic Rhodus, hic salta" einen Eiertanz kunstvoller Metren und ein Phrasendrauflosgestürme à la Herwegh produziert. Das Volkslied, auf dem Umweg über Goethe, wird von den meisten kritischen Päpsten als einzig giltige Norm der sogenannten "echten Lyrik" angenommen. Nun, da halte ich mich lieber an Goethe selber, der in diesem Genre doch nie erreicht werden kann. Wozu die Kopien! Neues, Neues - das ist die gebieterische Forderung an jeden schöpferischen Geist. Natürlich gehört aber mehr wahres Verständnis dazu, daß Neue zu begreifen und zu würdigen, als in doktrinärer Beschränktheit die schablonenhafte Nachahmungslyrik zu preisen. Dies gilt auch direkt von der sklavischen Schulmeistervergötzung Goethes, der uns absolut als allumfassender Gesetzgeber der Poesie aufgedrängt werden soll. Goethe, dem der Begriff des Dramas und des Dramatischen völlig verschlossen war, der mit Geringschätzung über Heinrich v [!] Kleist urteilte, konnte in der Lyrik unmöglich etwas anderes, als Naturstimmung und Erotik behandeln. Soll dies etwa für uns darum der Fingerzeig sein, in diesem "ewig weiblichen" Stimmungsgedusel in alle Ewigkeit die wahre Lyrik zu suchen? Sollen wir deshalb das Historische - "das große gewaltige Schicksal, welches den Menschen erhebt, wenn es den Menschen zermalmt" - aus der Lyrik verbannen, weil es Goethe an Sinn dafür gebrach?“

 

 

 

 

bleibtreu
Karl Bleibtreu (13 januari 1859 – 30 januari 1928)

 

 

 

 

 

De Franse dichter en criticus Victor Richard de Laprade werd geboren op 13 januari 1812 in Montbrison. Zie ook mijn blog van 13 januari 2009.

 

 

Une voix dans l'herbe


Voix des torrents, des mers, dominant toute voix,
Pins au large murmure.
Vous ne dites pas tout, grandes eaux et grands bois,
Ce que sent la nature.

Vous n'exhalez pas seuls, ô vastes instruments,
Ses accords gais ou mornes ;
Vous ne faites pas seuls, en vos gémissements,
Parler l'être sans bornes.

Vous ne dites pas seuls les mots révélateurs
D'un invisible monde ;
L'âme éclate à travers de plus humbles chanteurs,
Une âme aussi profonde !

Le filet d'eau caché sous l'herbe, le buisson,
La touffe de bruyère,
L'épi, le brin de mousse, ont aussi leur chanson,
Ont aussi leur prière.

Bruit de la goutte d'eau monotone et plaintif,
Cri des feuilles froissées,
Où, seul, trouve un accent le poète attentif
Aux choses délaissées ;

Murmure inaperçu du brin d'herbe odorant
Qui tremble à ma fenêtre,
Tu sors, comme la voix du chêne et du torrent,
Des entrailles de l'être !

Tu parles d'infini, comme sur les sommets
L'orgue des bois immenses.
Qui commencent aussi, sans l'achever jamais,
L'accord que tu commences.

Ainsi vous, coeurs perdus dans l'ombre et dans l'oubli,
Coeurs muets pour la foule,
Filet d'eau sous la pierre ou l'herbe enseveli,
Brin de mousse qu'on foule ;

L'harmonie est en vous, l'accord triste ou joyeux !
Et qui bien vous écoute,
Distingue avec amour le flot mystérieux
Qui filtre goutte à goutte.

Ce soupir contenu qui s'exhale à regret
N'en est pas moins sublime ;
C'est un monde profond autant qu'il est secret,
Que ce murmure exprime.

Mais pour l'entendre, il faut, vers l'humble voix penché,
Dans un lieu solitaire,
Comme vers le ruisseau sous ces gazons caché,
S'arrêter et se taire.

Or, le sage, écoutant, loin du monde moqueur,
Dieu dans la moindre brise,
Saisit pour son clavier et garde dans son coeur
Tous ces bruits qu'on méprise ;

Car tous, là-haut, soupirs exhalés, sans témoin,
Du brin d'herbe ou du hêtre,
Pour l'éternel concert, avec le même soin,
Sont notés par le Maître !

 

 

 

laparde

Victor de Laprade (13 januari 1812 – 13 december 1883)

Standbeeld in Montbrison

 

 

 

 

De Nederlandse historicus en dichter Jan de Bas werd geboren op 13 januari 1964. Zie ook mijn blog van 13 januari 2008 en ook mijn blog van 13 januari 2009.

 

 

Dat wat leven lijkt

 

Er gebeurt iets.
Er gebeurt iets altijd.
Een man rent van de bakker naar de slager.
Een vrouw hangt uit het raam.
Ze schreeuwt:
dit is de binnenstad van Pisa.

Geen mens weet precies wat de dingen met elkaar te maken hebben.
Velen denken dat toeval niet bestaat.
Is het God die de vrouw net niet uit het raam laat vallen?
De man bukt.
Hij heeft iets gevonden.
Ik schrijf: zijn leven heeft zin.

 

 

 

 

 

debas
Jan de Bas (13 januari 1964)

 

 

 

 

De Oostenrijkse dichter en schrijver Eduard von Bauernfeld werd geboren op 13 januari 1802 in Wenen. Zie ook mijn blog van 13 januari 2009.

 

 

Beschränkung

Kannst du das Schönste nicht erringen,
so mag das Gute dir gelingen.
Ist nicht der große Garten dein,
wird doch ein Blümchen für dich sein.

Nach Großem drängt's dich in die Seele?
Daß sie im Kleinen nur nicht fehle!
Tu heute recht - so ziemt es dir;
der Tag kommt, der dich lohnt dafür!

So geht es Tag für Tag; doch eben
aus Tagen, Freund, besteht das Leben.
Gar viele sind, die das vergessen:

Man muß es nicht nach Jahren messen.

 

 

 

 

eduard_von_bauernfeld
Eduard von Bauernfeld (13 januari 1802 – 9 augustus 1890)

 

 

De Duitse dichter en schilder Maler (Friedrich) Müller werd geboren op 13 januari 1749 in Kreuznach. Zie ook mijn blog van 13 januari 2009.

 

Der Mahler

 

Er zeichnet richtig mit Fleiß und Müh',

Er färbet lieblich, klar und rein,

Er pinselt fertig, leicht: doch nie

War er, noch wird er Mahler seyn.

»Ein Räthsel! Ha, wo fehlts denn? Wie?«

Am Einzigen, an Phantasie.

 

 

 

Amor und Venus

 

Was schlägst du mich mit diesem Veilchen?

Ach liebe Mutter! ach! halt ein! –

Was gabst du Gleimen deine Pfeilchen?

Du mußt, du mußt bestrafet seyn! –

Ach schone mich! mich armen Jungen!

Er sang auch gar zu schön! – Du Schelm! –

Von Zevs hätt' er den Bliz ersungen,

Vom Kriegsgott Schwert und Helm! –

Und hätt' Apoll ihn selbst gelehret!

Schweig, Bube! – Liebes Mütterlein!

Ach! hättest du ihn nur gehöret,

Gewiß wär' auch dein Gürtel sein!

 

 

 

 

mueller2

Maler Müller (13 januari 1749 - 23 april 1825)

Ets van Ludwig E. Grimm, 1816

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijver ook mijn blog van 13 januari 2007.

 

De Schotse dichter Mark Alexander Boyd werd geboren op 13 januarri 1562.

Geschreven door Romenu om 20:18 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten