Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Philip Sidney, John McCrae, Winston Churchill, Lucy Maud Montgomery, Rudolf Lavant, John Bunyan, Sergio Badilla Castillo, David Mamet, Wil Mara

De Engelse schrijver Sir Philip Sidney werd geboren op 30 november 1554 in het  kasteel van Penshurst in het graafschap Kent. Zie ook mijn blog van 30 november 2006 en ook mijn blog van 30 november 2008 en ook mijn blog van 30 november 2009.

 

 

The Bargain

 

My true love hath my heart, and I have his,

By just exchange one for another given:

I hold his dear, and mine he cannot miss,

There never was a better bargain driven:

My true love hath my heart, and I have his.

 

His heart in me keeps him and me in one,

My heart in him his thoughts and senses guides:

He loves my heart, for once it was his own,

I cherish his because in me it bides:

My true love hath my heart, and I have his.

 

 

 

795685-d45ba0b6d96ffc1cc0c8a24d8d11d487.jpg
Sir Philip Sidney (30 november 1554 – 17 oktober 1586)

Standbeeld in Shrewsbury

 

 

 

 

 

De Canadese dichter, arts, auteur, kunstenaar, militair John Alexander McCrae werd geboren in Guelph (Ontario) op 30 november 1872. Zie ook mijn blog van 30 november 2008 en ook mijn blog van 30 november 2009.

 

 

Anarchy 

 

I saw a city filled with lust and shame,

Where men, like wolves, slunk through the grim half-light;

And sudden, in the midst of it, there came

One who spoke boldly for the cause of Right.

 

And speaking, fell before that brutish race

Like some poor wren that shrieking eagles tear,

While brute Dishonour, with her bloodless face

Stood by and smote his lips that moved in prayer.

 

"Speak not of God! In centuries that word

Hath not been uttered! Our own king are we."

And God stretched forth his finger as He heard

And o'er it cast a thousand leagues of sea.

 

 

 

The Night Cometh

 

Cometh the night. The wind falls low,
The trees swing slowly to and fro:
Around the church the headstones grey
Cluster, like children strayed away
But found again, and folded so.

No chiding look doth she bestow:
If she is glad, they cannot know;
If ill or well they spend their day,
Cometh the night.

Singing or sad, intent they go;
They do not see the shadows grow;
"There yet is time," they lightly say,
"Before our work aside we lay";
Their task is but half-done, and lo!
Cometh the night.

 

 

 

 795685-a9cc8a11fcd483d8a4e38ec542589a47.jpg

John McCrae (30 november 1872 - 28 januari 1918)

McCrae in 1912

 

 

 

 

De Britse staatsman en schrijver Sir Winston Leonard Spencer Churchill werd geboren in Woodstock op 30 november 1874. Zie ook mijn blog van 30 november 2007 en ook mijn blog van 30 november 2008  ook mijn blog van 30 november 2009.

 

Uit: The River War

 

„The north-eastern quarter of the continent of Africa is drained and watered by the Nile. Among and about the headstreams and tributaries of this mighty river lie the wide and fertile provinces of the Egyptian Soudan. Situated in the very centre of the land, these remote regions are on every side divided from the seas by five hundred miles of mountain, swamp, or desert. The great river is their only means of growth, their only channel of progress. It is by the Nile alone that their commerce can reach the outer markets, or European civilisation can penetrate the inner darkness. The Soudan is joined to Egypt by the Nile, as a diver is connected with the surface by his air-pipe. Without it there is only suffocation. Aut Nilus, aut nihil!

The town of Khartoum, at the confluence of the Blue and White Niles, is the point on which the trade of the south must inevitably converge. It is the great spout through which the merchandise collected from a wide area streams northwards to the Mediterranean shore. It marks the extreme northern limit of the fertile Soudan. Between Khartoum and Assuan the river flows for twelve hundred miles through deserts of surpassing desolation. At last the wilderness recedes and the living world broadens out again into Egypt and the Delta. It is with events that have occurred in the intervening waste that these pages are concerned.“

 



795685-b14a6464d68fbbf7e650433e7686215a.jpg
Winston Churchill (30 november 1874 - 24 januari 1965)

Churchill in 1914 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 30 november 2009.

 

De Canadese schrijfster Lucy Maud Montgomery werd geboren in Clifton op 30 november 1874. Zie ook mijn blog van 30 november 2008.

 

De Duitse dichter en schrijver Rudolf Lavant (eig. Richard Cramer) werd geboren op 30 november 1844 in Leipzig. Zie ook mijn blog van 30 november 2008.

 

De Engelse dichter en schrijver John Bunyan werd geboren op 30 november 1628 in Harrowden bij Bedford. Zie ook mijn blog van 30 november 2006 en ook mijn blog van 30 november 2008.

De Chileense dichter en schrijver Sergio Badilla Castillo werd geboren in Valparaíso op 30 november 1947. Zie ook mijn blog van 30 november 2008.

 

De Amerikaanse toneelschrijver en filmregisseur David Mamet werd geboren op 30 november 1947 in Chicago. Zie ook mijn blog van 30 november 2008.

 

De Amerikaanse schrijver Wil Mara werd geboren op 30 november 1966 in de buurt van Long Beach Island, New Jersey. Zie ook mijn blog van 30 november 2008.


Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

De blogger leest alles eerst na: je tekst verschijnt zodra die goedgekeurd is.

Mario Petrucci, Carlo Levi, Jean-Philippe Toussaint, C.S. Lewis, Silvio Rodríguez

De Engelse dichter en schrijver Mario Petrucci werd geboren op 29 november 1958 in Londen. Zie ook mijn blog van 29 november 2008 en ook mijn blog van 29 november 2009.

 

 

Ambient

 

How easy for me, your son,

youthful lungs trawling in one sweep -

 

cigar smoke, omelette, the girl

next door. One day I told you

 

how in physics we'd calculated

each lungful held billions of atoms Galileo'd inhaled.

 

It took a full week

for you retort - as always

 

off the nail. Must be I've used it all then -

from Siberia to Antarctica,

 

slack-pit to spire.

That's why each draw's so bloody hard.

 

Left me speechless.

Till, catching you that night at the foot

 

of your Jacob's Ladder, ascending

to the one bulb of the landing toilet,

 

I told you how I'd checked with sir:

You can't use it all, I piped

 

not in a hundred million years.

You'll get better dad, just wait and see.

 

Your mouth a slur, suspended

over your chest. Fist

 

white on the rail.

Don't hold your breath son, you said.

 

 

 

 

Feeling For Eggs

 

You have given, and given, until giving has grown

into habit - so that you move to the stove

without thought, without word, the moment

the green of my jacket stipples your window:

ladle the soup that is always ready, rearrange

the condiments, or slop eggs for the beaten track

of an omelette. Sometimes, I can almost believe

you pass the day moving from stove to telly and back

again; or taking the one leather bag to the shops

for the loaf, the eggs you stow as though they might

ignite, two words with the butcher: was tender; was tough.

The odd hour spent in the husbandry of bills.

You hoard your knowledge of the man who died, left you

with sons: onion skin copies with their own

lives. You keep that knowledge safe, as though telling

might erase it. The pruning of decades takes your words

beyond the graft of mine. So, you listen, tolerate

the electric hotplate, the central heating;

were happier with the sooted cauldron twenty of you

could have your fill from, the firewood chopped

by your father, brought by donkey. You grew

maize from seed, knew how to feel

for an egg in the chicken. We sit in silence now,

with English tea to sip, some soup, until I have

to go. You follow as far as the empty drive, wave

as you stoop for a windfall branch,

add it to the wood pile you keep in the garage

that year by year inches towards the eaves.

 

 

 

 794817-e2655a975324a3810e6c2d8c60e836d8.jpg

Mario Petrucci (Londen, 29 november 1958)

 

 

 

 

 

De Italiaanse schrijver, schilder, arts en politicus Carlo Levi werd geboren op 29 november 1902 in Turijn. Zie ook mijn blog van 29 november 2008 en ook mijn blog van 29 november 2009.

 

Uit: Christus kwam niet verder dan Eboli (Vertaald door Margriet Agricola)

 

„In deze sacrale sfeer bracht ik mijn dagen door, ‘s nachts beschermd door de engelen en overdag door de heksenwijsheden van Giulia. Ik behandelde de zieken, ik schilderde, ik schreef wat en ik las veel, temidden van een door geesten en dieren bewoonde eenzaamheid. Ik deed mijn best zoveel mogelijk uit de buurt te blijven van de vetes en de dorpsintriges, en door zoveel mogelijk thuis te blijven lukte mij dat redelijk. ‘s Ochtends kwam ik ze echter altijd tegen, de heren, als ik naar het gemeentehuis moest om mijn handtekening te zetten. Dan kwam ik langs het balkon van de school waar don Luigino in hemdsmouwen en met de aanwijsstok in zijn hand zat te roken. Ook na de lunch, als ik koffie ging drinken bij dokter Milillo, kon ik ze niet ontwijken. Maar vooral kwam ik ze tegen als ´s avonds de hele dorpsbevolking zich verzamelde in afwachting van het uitdelen van de post en de kranten.

Ook de maand oktober met al zijn eendere dagen was voorbij en de eerste koude dagen hadden we al gehad. De eerste regens trouwens ook, maar zonder dat het landschap opeens groen was geworden – het zag er nog precies eender uit met zijn geelwitte bleekheid. Op mooie dagen trok ik er vaak op uit om te schilderen, maar ik werkte vooral thuis, in het atelier of op het terras. Ik schilderde veel stillevens en soms liet ik ook de kinderen poseren die inmiddels regelmatig bij mij over de vloer kwamen en dan de hele dag om mij heen hingen. Graag had ik ook portretten van de boeren gemaakt, maar de mannen hadden altijd wat te doen op hun land, en de vrouwen reageerden afwerend, hoezeer zij zich ook gevleid voelden door mijn verzoeken. Ook Giulia had nooit tijd als ik haar vroeg om te poseren, en ik begreep dat er een of andere duistere reden moest zijn die het haar belette. Giulia beschouwde mij als haar baas en ze zou geen enkel verzoek van mij weigeren; het was zelfs zo dat zij op heel vanzelfsprekende wijze karweitjes deed die ik nooit zelf van haar gevraagd zou hebben. Zo had ik uit Bari een geëmailleerde gietijzeren badkuip laten komen om ‘s ochtends een bad te kunnen nemen. Ik had hem in mijn slaapkamer gezet en als ik een bad nam, sloot ik de deur naar de keuken waar zij met haar zoontje bezig was. Giulia vond het maar vreemd. Op een dag kwam ze de slaapkamer binnenstormen, en zonder zich iets aan te trekken van mijn naaktheid, vroeg ze mij hoe het mogelijk was een bad te nemen zonder dat iemand mijn rug inzeepte en mij hielp met afdrogen.“

 

 

 

794817-00149b54493a59f9f2a6cb3e98311aae.jpg
Carlo Levi
(29 november 1902 – 4 januari 1975)

 

 

 

 

 

De Belgische schrijver Jean-Philippe Toussaint werd op 29 november 1957 geboren in Brussel. Zie ook mijn blog van 29 november 2006 en ook mijn blog van 29 november 2007 en ook mijn blog van 29 november 2008 en ook mijn blog van 29 november 2009.

 

Uit: La salle de bain

 

„Nous avons fait le tour de l’appartement vide. Nous bu du bordeaux assis sur le parquet. Nous avons vidé les caisses, déficelé les cartons, défait les valises. Nous avons ouvert les fenêtres pour faire disparaître l’odeur des anciens locataires. Nous étions chez nous ; il faisait froid, nous nous querellions au sujet d’un chandail que nous voulions tous les deux de revêtir.
38) La crémaillère fut pendue. Le couple que nous avions invité arriva très en avance. C’était des amis d’enfance d’Edmondsson. Ils s’installèrent dans le canapé, nettoyèrent leurs lunettes en soufflant sur les verres. Pendant l’apéritif, je me retrouvai seul avec ces jeunes gens, Edmondsson ayant dû s’absenter pour préparer le dîner. Ils gardaient le silence. Ils se croisaient les jambes, regardaient les murs autour d’eux. Après m’avoir adressé quelques sourires polis, ils se désintéressèrent de moi et commencèrent à converser ensemble à voix basse. Sans plus me prêter d’attention, ils évoquaient des soirées récentes, des souvenirs de vacances, leur dernier séjour aux sports d’hiver. Puis, comme Edmondsson ne revenait pas, ils prirent des magazines qui se trouvaient à leur portée. Ils les feuilletaient, se montraient mutuellement les photos. Je me levais, mis un disque et allai me rasseoir."

 

 

 

794817-adf481fc2534ee727cae190f6c4e91ee.jpg
Jean-Philippe Toussaint (Brussel, 29 november 1957)

 

 

 

 

 

De Ierse schrijver C.S. Lewis werd geboren op 29 november 1898 in Belfast. Zie ook mijn blog van 29 november 2006 en ook mijn blog van 29 november 2008 en ook mijn blog van 29 november 2009.

 

Uit: Till We Have Faces

 

“But, Sister, you will follow me soon. You don’t think any mortal life seems a long thing to me tonight? And how would it be better if I had lived? I suppose I should have been given to some king in the end—perhaps such another as our father. And there you can see again how little difference there is between dying and being married. To leave your home—to lose you, Maia, and the Fox—to lose one’s maidenhead—to bear a child—they are all deaths. Indeed Orual, I am not sure that this which I go to is not the best.” “What had I to look for if I lived? Is the world—this palace, this father—so much to lose? We have already had what would have been the best of our time. I must tell you something, Orual, which I never told to anyone, not even you.”...“What is it?” said I, looking down at her lap where our four hands were joined. “This,” she said, “I have always—at least, ever since I can remember—had a kind of longing for death.” “Ah, Psyche,” I said, “have I made you so little happy as that?” “No, no, no,” she said. “You don’t understand. Not that kind of longing. It was when I was happiest that I longed most. It was on happy days when we were up there on the hills, the three of us, with the wind and the sunshine… where you couldn’t see Glome or the palace. Do you remember? The colour and the smell, and looking across at the grey mountain in the distance? And because it was so beautiful, it set me longing, always longing. Somewhere else there must be more of it. Everything seemed to be saying, Psyche come! But I couldn’t (not yet) come and I didn’t know where I was to come to. It almost hurt me. I felt like a bird in a cage when the other birds of its kind are flying home.”
"Orual," she said, her eyes shining, "I am going, you see, to the mountain. You remember how we used to look and long? And all the stories of my gold and amber house, up there against the sky, where we thought we should never really go? The greatest King of all was going to build it for me. If only you could believe it, Sister! No, listen. Do not let grief shut up your ears and harden your heart –“

 

 

 

794817-5c3fa2a6b5baab2fac7e0ca2b71ed36b.jpg
C.S. Lewis (29 november 1898 – 22 november 1963)

Standbeeld in Belfast

 

 

 

 

De Cubaanse dichter en singer-songwriter Silvio Rodríguez Domínguez werd geboren in San Antonio de Los Baños op 29 november 1946. Zie ook mijn blog van 29 november 2008 en ook mijn blog van 29 november 2009.

 

 

Pourvu que (Ojala)

 

Pourvu que les feuilles ne touchent pas ton corps en tombant,

pour que tu ne puisses pas les transformer en cristal.

Pourvu que la pluie cesse d'être un miracle qui

descend sur ton corps.

Pourvu que la lune puisse se lever sans toi.

Pourvu que la terre ne baise pas tes pas.

 

Pourvu que disparaissent ton regard constant,

ta parole précise, ton sourire parfait.

Pourvu qu'il arrive quelque chose qui t'efface soudainement,

une lumière aveuglante, une bourrasque de neige.

 

Pourvu au moins que la mort m'emporte,

pour ne plus te voir autant, pour ne plus te voir tout le temps.

A chaque seconde, à chaque vision.

Pourvu que je ne puisse même plus te toucher en chansons

 

Pourvu que l'aurore ne pousse pas de cris dans mon dos.

Pourvu que cette voix oublie ton nom.

Pourvu que les murs ne retiennent pas le bruit de tes pas

fatigués.

Pourvu que le désir s'en aille avec toi,

vers ton vieux gouvernement de défunts et de fleurs.

 

Pourvu que disparaissent ton regard constant,

ta parole précise, ton sourire parfait.

Pourvu qu'il arrive quelque chose qui t'efface soudainement,

une lumière aveuglante, une bourrasque de neige.

 

Pourvu au moins que la mort m'emporte,

pour ne plus te voir autant, pour ne plus te voir tout le temps.

A chaque seconde, à chaque vision.

Pourvu que je ne puisse même plus te toucher en chansons.

 

 

 

794817-368b07719e7089a4bf89db28d56fa504.jpg
Silvio Rodríguez (San Antonio de Los Baños, 29 november 1946)



Zie voor nog meer schrijvers van de 29e november ook mijn vorige blog van vandaag en eveneens mijn eerste blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 18:04 Reageer op dit bericht

Louisa May Alcott, Wilhelm Hauff, Ludwig Anzengruber, Madeleine L'Engle

De Amerikaanse schrijfster Louisa May Alcott werd geboren op 29 november 1832 in Germantown, Pennylvania. Zie ook mijn blog van 29 november 2006  en ook mijn blog van 29 november 2008 en ook mijn blog van 29 november 2009.

 

Uit: Little women (Onder moedervleugels, vertaling door Almine, Amsterdam 1876)

 

"Als je "dédain" bedoelt, dan moest je dat zeggen en niet over "étain" praten, alsof Vader een tinnen peperbus was," spotte Jo lachend.

"Ik weet heel goed, wat ik zeggen wil, en je hoeft er niet zoo "satiriek" over te zijn. Het is heel goed om juiste uitdrukkingen te gebruiken en zoo je "vocabulaire" te verrijken," zeide Amy deftig.

"Nu, vlieg elkaar maar niet aan, kinderen! Zou jij niet willen, Jo, dat we al het geld nog hadden, dat Vader verloor, toen we nog klein waren? Hè, wat zouden we gelukkig en goed zijn, als we niets hadden, wat ons hinderde," zei Meta, die zich betere dagen herinnerde.

"En gisteren heb je nog gezegd, dat je ons veel gelukkiger vond dan de kinderen King, omdat die altijd vochten en kibbelden, niettegenstaande ze zooveel geld hebben."

"Dat heb ik ook gezegd, Bets; en ik geloof ook wel, dat het waar is, want al moeten wij ook werken, we hebben toch pret onder elkaar, en zijn een "moppig" troepje, zou Jo zeggen."

"Jo gebruikt ook zulke platte uitdrukkingen," zei Amy en zag afkeurend naar de lange gestalte op het haardkleed. Jo ging dadelijk rechtop zitten, stak de handen in de zakken van haar schort en begon te

fluiten.

"Doe het toch niet, Jo, 't is zoo jongensachtig."

"Daarom doe ik het juist."

"Ik heb het land aan ruwe, onbeschaafde meisjes."

"En ik aan gemaakte, opgeprikte nuffen."

"Ieder vogeltje zingt, zooals het gebekt is," zei Bets, de vredestichtster, met zulk een grappig gezichtje, dat de beide scherpe stemmen zich in lachen oplosten en het "aanvliegen" voor 't oogenblik

gedaan was.

"Kinderen, jullie hebt beiden schuld," zei Meta, en begon als oudste zuster de les te lezen. "Jo, je bent nu oud genoeg om die jongensmanieren af te schaffen en je verstandig te gedragen. Het kwam

er niet zooveel op aan, toen je nog een klein meisje was, maar nu je zoo lang bent geworden en je haar opgestoken draagt, moet je bedenken dat je langzamerhand een dame wordt."

 

 

 

 794805-fd6d049d1581f0bc6b5ad32122ac6df9.jpg

Louisa May Alcott (29 november 1832 – 6 maart 1888)

Boekomslag

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Wilhelm Hauff werd geboren in Stuttgart op 29 november 1802. Zie ook mijn blog van 29 november 2006 en ook mijn blog van 29 november 2008 en ook mijn blog van 29 november 2009.

 

 

Sehnsucht (Lied aus der Ferne)


Ihr Töne meiner Saiten,
Ihr tönt so sanft, so mild,
Mit Träumen ferner Freuden
Habt ihr mein Herz erfüllt.
Des Liebchens Kuß, des Liebchens Blick,
Führt mir der sanfte Ton zurück,
Der eurem Hauch entquillt!
O lispelt leise, leise!
Dann träum ich schönre Zeiten
Und meiner Liebe Bild.

Wenn auf der Berge Höhen
Der Strahl des Morgens fällt,
Möcht ich mit Windeswehen
Zu meiner Jugendwelt,
Möcht eilen mit des Morgens Strahl
Zum blauen Berg, zum fernen Tal,
Das sie umfangen hält.
Vergebens, ach vergebens!
Mir blüht kein Wiedersehen
In meiner Jugendwelt.

 

 

 

 

Amor der Räuber

Nach dem Italienischen

Die Unschuld saß in grüner Laube,
Sie hielt ein Täubchen in dem Schoß;
Und Amor kam: »Gib mir die Taube;
Ein Weilchen nur gib deine Taube«,
Die Unschuld ließ sie lächelnd los,
Doch hielt sie Täubchen an dem Band,
Das sich um Täubchens Flügel wand.

Doch kaum hat er die weiße Taube;
So schneidet er den Faden ab;
Und höhnisch lachend mit dem Raube
Entflieht der Räuber aus der Laube
Und nimmer kehrt der lose Knab.
Und als ihr Täubchen nimmer kam,
Ward sie dem Räuber ewig gram.

 

 

 

 

 794805-e8967042039c3f6e62232f64e073db5a.jpg

Wilhelm Hauff  (29 november 1802 - 18 november 1827)

Monument in Lichtenstein-Honau

 

 

 

 

 

De Oostenrijkse schrijver Ludwig Anzengruber werd geboren op 29 november 1839 in Wenen. Zie ook mijn blog van 29 november 2006 en ook mijn blog van 29 november 2008 en ook mijn blog van 29 november 2009.

 

 

Der gute Hirte

 

Als jüngstens beim Spazierengehen

Nach allen Seiten meine Augen irrten,

Da hab' ich einen Schild gesehen

Vor einer Fleischerbank, »zum guten Hirten«.

 

»Der gute Hirte«, die Parabel

Thut mit viel Lehrnis in der Bibel stehen,

Doch leider darf bei keiner Fabel,

Noch irgend sonst, bis auf den Grund man gehen.

 

Den guten Hirten immer denn in Ehren,

Er sucht in Liebe das verirrte Lamm,

Er rastet nicht und bringt's zurück dem Herren.

 

Wozu er aber sich die Mühe nahm?

Je nun, 's ist Hirtenpflicht. Das Lamm indessen

Es wird geschoren und dann aufgefressen.

 

 

 

 

Der Kapitalisten Notschrei

 

Die Zeit ist reich, wie man's so nennt,
Wir armen Kapitalisten,
Wir geben Geld zu ein Prozent,
Um nur das Leben zu fristen.
Der Reiche wird zum armen Mann,
Die Revenue ist zum Darben,
Ein Elend, das sich kleiden kann
Nur noch in glänzende Farben,
So daß der Bettler sie durchguckt,
Wenn auch der Firnis noch blanke;
Und wie das Haupt der Hydra zuckt
Empor der grause Gedanke:
Vor dieses Unheils mächt'gem Prall
Da bricht zusammen zu Staube
Der Menschheit letztes Ideal,
Ans Geld der heilige Glaube!

 

 

 

 794805-3e400a8bfaf1432b1b88cbfa3f2f60fd.jpg

Ludwig Anzengruber (29 november 1839 – 10 december 1889)

Monument in Wenen

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijfster Madeleine L'Engle werd geboren in New York op 29 november 1918. Zie ook mijn blog van 29 november 2008 en ook mijn blog van 29 november 2009.

 

Uit: The Joys of Love

 

„The Summer Theatre was on a pier that jutted off from the boardwalk over the sand. Sometimes when there was a storm and the tide was unusually high the actors could hear the soft swish of water underneath the stage; and the assistant stage manager, one of whose duties was to sweep the stage, was always in a rage at the sand which blew up between the floorboards and through the canvas floorcloth so that ten minutes after he had swept there would be a soft white dust over everything.

On the warm summer nights after the curtain had come down on the evening’s performance, the actors would hurry out of costume and makeup and stroll down the boardwalk, stopping for ice cream or Cokes, or drifting into town where there were restaurants and nightclubs. The apprentices, who

served as ushers, would walk along in their bright summer evening clothes, and in the ice cream parlors would talk loudly of the evening’s performance and of the problems of acting, so that everybody would know that they belonged to the theatre.

Sometimes, if Elizabeth had received a tip, she would go with the other apprentices; sometimes she would walk into town to a midnight movie with Ben Walton, the assistant stage manager, who was also an apprentice actor; but usually she stayed backstage, doing odd jobs for any of the professional actors who needed anything, waiting for a word or a gesture from Kurt Canitz.

Kurt Canitz was the director at the theatre, but occasionally he would take a role that appealed to him and then he would have Elizabeth cue him.When he grew tired of that, he would say, “I’m sick of working. Come and talk with me, Elizabeth.”

And then he would take her to the restaurant in his hotel, the Ambassador, and talk to her for hours about the theatre, about the productions he had directed on Broadway, about Elizabeth’s own talent as an actress. I have never lived before, Elizabeth thought. Until this summer I did not know what it was to be alive.“

 

 

 

794805-99ce69cfa7b1bed0946fb990fc34b293.jpg
Madeleine L’Engle (29 november 1918 – 6 september 2007)

Geschreven door Romenu om 17:53 Reageer op dit bericht

Franz Stelzhamer, Antanas Škėma, Andrés Bello, Maurice Genevoix

De Oostenrijkse dichter en schrijver Franz Stelzhamer werd geboren in Großpiesenham op 29 november 1802. Zie ook mijn blog van 29 november 2008 en ook mijn blog van 29 november 2009.

 

 

Winterwanderung

 

Da liegt sie, die große Pastete,

Die weite Landschaft vor mir,

Herr Winter, der wack’re Konditor,

Versah sie mit Schmuck und Zier.

 

Daß er so viel Zucker streute,

Geschah den Kindern zulieb,

Doch was er mit glitzernder Reimschrift

Darauf und darüber schrieb -

 

Das ist für den Wanderer,

Das ist für mich, für mich,

Und ich deut’ und entziff’re

Die Schrift auch Strich für Strich.

 

Das nichtigste Ding erglänzet

Im Strahl des Sonnenlichts,

Was macht nach diesem Exempel

Manch Einer aus seinem Nichts!

 

Drauf krächzt die heisere Dohle,

Ich nick’ und lache dazu,

Im Thale wirds trüb und neblig,

Es ballt sich der Schnee am Schuh -

 

Und gleich kommt ein and’rer Gnome

Mit melancholischem Gesicht,

Behaucht sich mit warmen Athem

Die frierenden Hände und spricht:

 

Du mußt dich begraben lan,

Ein in’s Leichentuch dreh’n,

Auf daß neugeboren dann

Du wieder magst aufersteh’n!

 

Doch kaum ist der Fröstler verschwunden

Im grauen Nebelduft,

Erschüttert Schellengeklingel

Und schallendes Schäckern die Luft.

 

Gottlob, die »Dreikönig« vorüber,

Es winkt schon der Karneval,

Fünf Schlitten mit munterem Völklern

Kutschieren in’s Städtchen zum Ball.

 

Mag sein, auch Hochzeitleute,

Wer weiß das so genau,

Es spielen ja Kinder schon gerne

Das Spiel von »Herr und Frau«.

 

Doch sieh, hintenauf was hockt doch?

Das Mäulchen zum Spotte gespitzt,

Ein kicherndes, zappelndes Gnömchen

Und horch, was singt es itzt?

 

Allimmer und ewig auf Fasching

Fiel Fasten, auf Freude folgt Leid,

Doch glaubt mir, ihr glücklichen Thoren,

Ihr bleibt stets so froh wie ihr seid.

 

D’rauf huscht das Fuhrwerk von dannen,

Geklingel und Knallen verhallt,

Ein leises eisiges Lüftchen

Durchschauert Feld und Wald.

 

Ei Winter, ei Winter, wie lehrreich

Wie lustig und launig du bist,

Wer aus deinen nur scheinbar blanken,

Blühweißn Blättern liest.

 

 

 

 794793-2e4d8515271aa94cfd93038b1e9c1c42.jpg

Franz Stelzhamer (29 november 1802 – 14 juni 1874)

Standbeeld in Ried im Innkreis

 

 

 

 

De Litouwse dichter en schrijver Antanas Škėma werd op 29 november 1910 geboren in Lodz in Polen. Zie ook mijn blog van 29 november 2008 en ook mijn blog van 29 november 2009.

 

 

SECOND REQUEST

 

I grew in the north.

Summers are short there.

I never saw a winter.

As a child, every Sunday,

I assisted in the Mass.

I never heard an organ.

My last love was in my youth.

I never loved a woman.

I never commited suicide.

Once I wanted to jump from the fifth floor.

A pregnant woman walked along the pavement.

How could I frighten her?

Write me letters. Write to me.

How shall we live?

 

 

Vertaald door Aldona en Robert Page

 

 


794793-1b250c9704f518c3387bc180cd7da14a.jpg
Antanas Škėma (29 november 1910 – 11 augustus 1961)

 

 

 

 

 

De Chileens-Venezolaanse dichter, wetgever, filosoof, politicus, diplomaat, wetenschapper, humanist en taalkundige Andrés Bello werd geboren in Caracas, Venezuela,  op 29 november 1781. Zie ook mijn blog van 29 november 2008 en ook mijn blog van 29 november 2009.

 

 

Miserere

 

Mercy, mercy, my God!

That your mercy may come to my aid!

According to the fullness

Of your mercies, erase by faults.

 

From my iniquities

Clean me more and more, so that my depraved

Heart may be cleaned

Of the horrifying spot of sin.

 

Because, Lord, I know

All the ugliness of my offense,

Any my own conscience

Accuses me and raises its hue and cry.

 

Against you only have I sinned;

Before you I worked evil; so that

Your justice may shine, and defeated

The one who judges trembles and kneels down.

 

Object of your wrath

I was born, of iniquities stained,

And in the maternal womb

The shadow of sin covered my being.

 

You delight in truth

And to my greater shame and affront,

You showed me treasures

Of hidden celestial wisdom.

 

But with the hyssop

I will be sprinkled, and no slight spot

Will I then have. You will clean me,

And I will be whiter than snow.

 

In my ears will sound the accents

Of your consolation and of peace

And heavenly joy

Will move my bones.

 

Depart, then, Depart

Your face from me, oh God! from my horrible wickedness

Remnant of fault ignited by your wrath.

 

In my entrails it raises

A heart that with ardent desire

Looks for you; a pure soul,

In love with the just and the right.

 

From your sweet presence,

Into which the tearful sinner you receive,

Cast me not out angry

Nor deprive me of your holy inspiration.

 

Restore me in your grace,

Which the health of the soul; life and happiness;

And instill in this weak breast

The breath of a royal and noble soul:

I see to it that the unjust man

By reason shall know he has strayed;

I will show your footpath to him,

And to your Holy Law the impious shall return.

 

But free me of blood,

My God, my Savior! Great fount

Of mercy! And my tongue

Shall praise your justice eternally.

 

You will untie my lips,

If holiness does reach a sinner who cries,

And joyfully my tongue shall declare

Your praises to all peoples.

 

If victims were pleasing

To you, you would immolate them in time;

But it is not sacrifice, which consumes

The fire which brings you delight.

 

A suffering heart,

Is the expiation which pleases your justice

The victim which you accept,

Is a contrite and humbled soul.

 

Return your blessings upon Sion,

Your main face, and your loving mercy

And lift up the humble walls

Of Jerusalem, Lord,

 

And pure offerings,
Shall overwhelm your altars, and

Propitious you will receive that day

The great immaculate sacrifice.

 

 

 

 794793-48ff3dfe692c93ddfc693b1f787645fd.jpg

Andrés Bello (29 november 1781 - 10 oktober 1865)

Portret door Raymond Monvoisin.


Uit: Les Eparges

"Le colonel Boisredon a téléphoné une fois de plus: " Trois cents tués au régiment; un millier de blessés;
plus de vingt officiers hors de combat, dont dix tués; des tranchées vides, ou du moins "tactiquement"
vides; la crête perdue si les Boches contre-attaquent encore... " Le colonel Tillien a répondu: "
Qu'ils tiennent. Qu'ils tiennent quand même, coûte que coûte. "

Comme s'ils savaient, les Boches répondent eux aussi. Et , c'est pire, au long du temps martelé d'obus
énormes, de chutes sombres et multipliées. Le grand caporal a éteint son réchaud: il est parti, les autres
avec lui. On redevient ce qu'on était hier, cette nuit, un peu plus las encore, sans étonnement d'être si las.
Et malgré cette fatigue dont nous avons les reins brûlés, une lucidité vibrante rayonne de nous sur le
monde, touche doucement et nous donne d'un seul coup toutes les choses que nous percevons, nous
les impose entières, si totalement que nous souffrons surtout de cela, de ce pouvoir terrible et nouveau
qui nous oblige à subir ainsi, continuellement et tout entières, la laideur et la méchanceté du monde.
Elles sont infimes, par les gouttes de la bruine, par les écorchures de nos mains gercées, par le
tintement d'une gamelle qu'on heurte, par la respiration imperceptible de Lardin ; mais si grandes, si
monstrueuses qu'elles soient par l'étalement ignoble des cadavres, par le fracas sans fin des plus lourdes
torpilles, elles ne peuvent l'être assez pour dépasser notre force de sentir, pour l' étouffer enfin, aidant
notre immense fatigue. Plus nous sommes fatigués, plus notre être s'ouvre et se creuse, avide malgré
nous, odieusement, de toute laideur et de toute méchanceté. Que tombent encore ces milliers d'obus, et
pour n'importe quelle durée ! Entre les 77, les 150 et les 210, notre ouïe distingue au plus lointain les
éclatements. Qu'ils sifflent plus raide encore! Que tout arrive ! Que tous ceux qui doivent être blessés le
soient dans cet instant, et s'en aillent ! Que tous ceux qui doivent être tués cessent enfin d'être
condamnés !“








 

Geschreven door Romenu om 17:47 Reageer op dit bericht

Erwin Mortier, Sherko Fatah, Alberto Moravia, Rita Mae Brown, Julian Randolph Stow

De Vlaamse dichter en schrijver Erwin Mortier werd geboren in Nevele op 28 november 1965. Zie ook mijn blog van 28 november 2006 en ook mijn blog van 28 november 2007 en ook mijn blog van 28 november 2008 en ook mijn blog van 28 november 2009.

 

Uit: Godenslaap

 

“Natuurlijk was ik jaloers, en ik ben het nog steeds. Jaloers op de schilders, op hun woordenschat van coloriet. Jaloers omdat ik de taal niet kan fijnstampen in een mortier en naar goeddunken vloeiend of pasteus kan maken door er olie doorheen te mengen, noch een nieuwe kleur kan scheppen door wat poeder van het ene woord aan wat poeder van het andere toe te voegen. Jaloers ook, omdat er geen taal bestaat waarmee je eerst een ondergrond kunt aanbrengen, die door het kleurenweefsel dat je erbovenop legt heen blijft schemeren. Jaloers omdat ik een taal zou willen die geen betekenis draagt, maar bovenal intensiteit, een betekenis die aan de betekenis ontstijgt, en die je niet zozeer zou moeten lezen, als wel bezien, met de geletterdheid van het oog, de eruditie van het netvlies.”

(…)

 

“Het was zonder meer een vredig tafereel, en een even vredige, melancholieke septemberochtend, en voor de zoveelste keer verwonderde ik me erover hoe snel we, na slechts enkele uren voordien voor de vleugels van het noodlot te hebben geschuild de alledaagsheid als een taai kleed over de kraters en de doden wierpen- en ik weet nog steeds niet of ik zulks een vorm van genade vond, een teken van onverzettelijkheid, of een soort zelfverdoving, de kalmte van een schaap dat in de nabijheid van een roedel wolven te dichtbij om ze te kunnen ontvluchten, een glorieus fatalisme over zich afroept en zijn fatum kalm in de ogen blikt. “

(...)

 

“We hebben zerken nodig, iets tastbaars dat de dode toedekt, ons de toegang tot de Hades verspert, een offertafel of een wierookschaal waarin we het gevoelen van schuld kunnen verbranden nadat we de doden, die al een keer gestorven zij n, in de spelonken van onze geest nog een tweede keer in de rug hebben geschoten, om ver de kunnen. “(Dit is een metaforische manier van aanduiden hoe we met de doden uit een oorlog moeten omgaan.)

 

 

 794132-0c3331be0a5a14e9dbf2487fecf5187b.jpg

Erwin Mortier (Nevele, 28 november 1965)

 

 

 

 

De Duitse schrijver Sherko Fatah werd geboren op 28 november 1964 in Oost-Berlijn. Zie ook mijn blog van 28 november 2008 en ook mijn blog van 28 november 2009.

 

Uit: Im Grenzland

 

„Als der zugereiste Gast von dem Trauerfall hörte, war der Schmuggler schon seit Tagen unterwegs. Ohne vom nunmehr offiziell bestätigten Tod seines Sohnes zu wissen, hatte sich der Mann auf den Weg gemacht. Vorher jedoch verließ er den Rest seiner Familie, seine Frau und die beiden halbwüchsigen Kinder. Als ahnte er etwas vom Bevorstehenden, hatte der Schmuggler begonnen, die Brücken hinter sich abzubrechen.

Die letzten Tage vor seinem Aufbruch übernachtete er im Hause seiner älteren Schwester, einer stillen, kleinen, aber in allem, was sie tat, beharrlichen Frau, die mehrfach versuchte herauszufinden, was mit ihm geschehen war. Aber der Schmuggler schwieg, und wahrscheinlich tröstete sie sich damit, daß es sich nur um eine vorübergehende Krise handele. Mit der Nachricht vom lange zurückliegenden Tod des Jungen hatte sich nun alles in nicht abzuschätzender Weise verschlimmert.

Der Gast sah seine ihm bis dahin nur aus Erzählungen bekannte Tante, bei der er für die kurze Zeit seines Aufenthaltes wohnte, wie einen Geist durch das Haus huschen. Wie sie fragte er sich, was der Schmuggler tun würde, wenn er zurückkäme und das erführe, was er seit Jahren befürchtet hatte.

Er ging zum Haus des Schmugglers, um dessen Frau zu kondolieren. Es war ein offenes Haus, in das er kam; die Tür war angelehnt. Jeder konnte hineingehen, nicht nur um sein Beileid auszusprechen, sondern um eine Zeitlang mitzutrauern. Er schob die Tür auf und bahnte sich einen Weg durch Haufen von Schuhen wie im Vorraum einer Moschee. Um sie leichter wiederzufinden, zog er seine Schuhe erst aus, als er schon zwischen den männlichen Trauergästen stand, denen das Untergeschoß

vorbehalten war. Sie lehnten an den Wänden, hockten am Bo- den, und ihr gedämpftes Sprechen erfüllte die Zimmer. Er arbeitete sich gleich zur Treppe durch, ohne einen Blick in den Hauptraum zu werfen, da er von den Gästen hier ohnehin niemanden kannte.“

 

 

 794132-7597c3ed900a030c8ebb250cc5d53a85.jpg

Sherko Fatah (Oost-Berlijn, 28 november 1964)

 

 

 

 


De Italiaanse schrijver
Alberto Moravia werd geboren in Rome op 28 november 1907. Zie ook mijn blog van 28 november 2006 en ook mijn blog van 28 november 2008 en ook mijn blog van 28 november 2009.

 

Uit: Die Römerin (Vertaald door Michael von Killisch-Horn)

 

„Mit sechzehn war ich eine wirkliche Schönheit. Mein Gesicht war ein vollkommenes Oval, schmal an den Schläfen und unten etwas breiter, mit lang gezogenen, großen, sanften Augen, einer geraden Nase, die eine Linie mit der Stirn bildete, und einem großen Mund mit schönen roten, vollen Lippen,

die, wenn ich lachte, regelmäßige und strahlend weiße Zähne zeigten. Die Mama sagte, ich sähe wie eine Madonna aus. Ich stellte fest, dass ich einer Filmschauspielerin ähnlich sah, die damals sehr beliebt war, und begann mich wie sie zu frisieren.

Die Mama sagte, ich hätte zwar ein schönes Gesicht, mein Körper sei aber noch hundertmal schöner; einen Körper wie meinen, sagte sie, finde man in ganz Rom nicht noch einmal. Ich kümmerte mich damals nicht um meinen Körper, für mich lag die Schönheit allein im Gesicht, aber heute glaube ich,

dass die Mama Recht hatte. Ich hatte gerade, kräftige Beine, runde Hüften, einen langen, in der Taille schmalen Rücken und breite Schultern. Und ich hatte schon immer einen leicht gewölbten Bauch; den Bauchnabel sah man fast nicht, so sehr war er ins Fleisch gebettet, aber die Mama sagte, das mache

mich nur noch schöner, ein Bauch müsse sich vorwölben und dürfe nicht flach sein, wie es heute Mode sei. Auch mein Busen war üppig, aber er war hoch und straff, sodass ich keinen Büstenhalter benötigte; auch von ihm sagte die Mama, wenn ich mich über seine Größe beklagte, dass er wunderschön sei, die Brüste der heutigen Frauen könnten sich damit nicht messen.

Nackt wirkte ich, wie man mir später sagte, groß und füllig wie eine Statue, angezogen jedoch sah ich aus wie ein kleines Mädchen, und niemand ahnte, wie mein Körper wirklich war. Der Maler, dem ich Modell zu stehen begann, erklärte, das läge an den Proportionen meines Körpers.

Die Mama hatte diesen Maler für mich gefunden: Bevor sie geheiratet hatte und Hemdennäherin geworden war, hatte sie als Modell gearbeitet; als ein Maler ihr Hemden in Auftrag gegeben

hatte, hatte sie sich an ihren alten Beruf erinnert und ihm vorgeschlagen, mich als Modell zu beschäftigen. Als ich den Maler zum ersten Mal aufsuchte, wollte die Mama mich unbedingt begleiten, obwohl ich protestierte. Ich schämte mich, nicht so sehr, weil ich mich zum ersten Mal in meinem Leben vor einem Mann ausziehen sollte, sondern vor allem weil ich ahnte, was die Mama sagen würde, um den Maler zu überreden, mich posieren zu lassen.“

 

 

 

794132-aff132ebca8b95a3440869d89a87523f.jpg
Alberto Moravia (28 november 1907 – 26 september 1990)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijfster Rita Mae Brown werd geboren in Hanover, Pennsylvania op 28 november 1944. Zie ook mijn blog van 28 november 2008 en ook mijn blog van 28 november 2009.

 

Uit: Hounded to Death

 

„Rose twilight lingered over Shaker Village in central Kentucky, which, this Saturday, May 24, was hosting the Mid-America Hound Show.

Jane Arnold, master of Jefferson Hunt Hounds in Virginia, drove alongside dry-laid stone walls, quietly relishing the village’s three thousand well-tended acres of land. It was as if the spirits of the Shakers hovered everywhere. Sister Jane, as she was known, respected the sect’s unswerving devotion to equality, peace, and love, qualities that suffused those past lives like the rose-lavender tinted twilight suffused the rolling pastures with ethereal beauty.

Pared-down functionalism, the essence of Shaker design, pure as fresh rainwater, prefigured later architectural and furniture development. Sister admired the care and intelligence the Shakers used to build their houses while fortifying their spirits with song and hard work.

Much as she admired their clean straight lines, she herself felt more at home in a mix of eighteenth-century exuberance allied with modern comfort.

She laughed to herself that her nickname, Sister Jane, meant she’d fit right in if only she could slip back in time to work alongside the Shakers. However, she’d soon have run afoul of the sisters and brothers as they did not practice sex, which had eventually resulted in the extinction of the sect. No one had ever accused Sister of being celibate.

Shaker ideas and ideals lived after them. Perhaps most people hope to leave something behind, usually in the form of progeny. But some are able to also impart inventions, artistic achievements, or new ways of seeing the same old problems. What Sister hoped to leave behind was a love of the environment, belief in the protection of American farmland, and respect for all living creatures. Foxhunting was one of the best ways to do that because a person could inhale the best values while having more fun than the legal limit.“

 

 

 

794132-871ce3291b63d226298e55f8e6777367.jpg
Rita Mae Brown (Hanover, 28 november 1944)

 

 

 

 

 

De Australische dichter en schrijver Julian Randolph Stow werd geboren in Geraldton in het westen van Australië op 28 november 1935. Julian Randolph Stow overleed op 29 mei van dit jaar op 74-jarige leeftijd. Zie ook mijn blog van 28 november 2008  en ook mijn blog van 28 november 2009.

 

 

As he lay dying

 

As he lay dying, two fat crows

        Sat perched above in a strangling vine,

             And one crow called to the other:

                     “Brother,

              Harvest his eyes, his tongue is mine.”

 

 As he lay dying, two lithe hawks

            Caressed the wind and spied two crows;

                   And one hawk hissed to the other:

                      “Brother,

                 Mine is the sleekest one of those.”

 

 As he lay dying, two eagles passed

           And saw two hawks that hung in flying,

                And one said soft to the other:

                        “Brother,

               Mark your prey.” As he lay dying.

 

 

 

794132-cde19be0b4ad1913d86672742c843347.jpg
Julian Randolph Stow (28 november 1935 – 29 mei 2010)



Zie voor nog meer schrijvers van de 28e november ook
mijn vorige blog van vandaag en eveneens mijn eerste blog van vandaag.


Geschreven door Romenu om 19:22 Reageer op dit bericht

Philippe Sollers, Hugo Pos, Nancy Mitford, Stefan Zweig, Dawn Powell

De Franse schrijver Philippe Sollers werd geboren op 28 november 1936 in Bordeaux. Zie ook mijn blog van 28 november 2008 en ook mijn blog van 28 november 2009.

 

Uit: Un vrai roman. Mémoires

 

„(François Mauriac)

Il écrit son «Bloc-Notes» assis sur un petit lit, Mauriac, papier sur ses genoux, à l'écoute. Il est incroyablement insulté à longueur de temps, et il y répond par des fulgurations et des sarcasmes (ressemblance avec Voltaire, après tout). Il est très drôle. Méchant? Mais non, exact. Sa voix cassée surgit, très jeune, la flèche part, il se fait rire lui-même, il met sa main gauche devant sa bouche. Homosexuel embusqué ? On l'a dit, en me demandant souvent, une lueur dans l'œil, si à mon égard, etc. Faribole. Mauriac était très intelligent et généreux, voilà tout. Fondamentalement bon. Beaucoup d'oreille (Mozart), une sainte horreur de la violence et de sa justification, quelle qu'elle soit. Les sujets abordés, après les manipulations, les mensonges et les hypocrisies de l'actualité? Proust, encore lui, et puis Pascal, Chateaubriand, Rimbaud. Les écrivains sont étranges: avec Ponge, je suis brusquement contemporain de Démocrite, d'Epicure, de Lautréamont, de Mallarmé. Avec Mauriac, de saint Augustin, des «Pensées», d'«Une saison en enfer».

(...)

 

(Alain Robbe-Grillet)

Dans les péripéties malheureuses et confuses entre cinéma et littérature, l'échec le plus révélateur est quand même celui de Robbe-Grillet. Au début du «nouveau roman», il écrit contre toute image «la Jalousie», ascèse ennuyeuse mais intéressante. Ensuite, il veut filmer ses fantasmes érotiques, et c'est le kitsch. Une telle bouffée de laideur méritait bien une élection à l'Académie française.“

 

 

 

 794131-a65567d99aaa2e24c543e2f46c118c67.jpg

Philippe Sollers (Bordeaux, 28 november 1936)

 

 

 

 


De Surinaamse schrijver, dichter en jurist
Hugo Pos werd geboren in Paramaribo op 28 november 1913. Zie ook mijn blog van 28 november 2008 en ook mijn blog van 28 november 2009.

 

Uit: In Triplo. Op weg naar Tokio I

 

„Ik bevond mij in Tarakan toen Japan op 15 augustus 1945 capituleerde en kreeg de opdracht om me per vliegtuig naar Brisbane te begeven. Vandaar zou het eerste schip met de omineuze naam de Van Heutz met een paar honderd militairen en burgerpersoneel naar Java vertrekken. Dat vertrek ging met een paar moeilijkheden gepaard, omdat de Australische havenarbeiders na het uitroepen van de Republiek door Soekarno weigerden Nederlandse schepen te laden. Omdat staken in Australië zelfs tijdens de oorlog een veel voorkomend verschijnsel was werd dat nogal gelaten opgevat. Het betekende wel dat het schip door de troepen zelf moest worden geladen. Ondanks deze vertraging begaven we ons welgemoed aan boord. Onder de passagiers bevond zich ook kolonel Spoor, toen nog geen generaal, het hoofd van de nefis, de militaire inlichtingendienst. Die dienst was blijkbaar beter op de hoogte van de situatie in de buitengewesten dan van die op Java, waar ze tijdens de oorlog geen voet aan de grond heeft kunnen krijgen. In ieder geval begon de luchthartige stemming aan boord om te slaan toen de radioberichten vanuit Batavia steeds verontrustender luidden. In plaats van een hartelijk welkom voor de bevrijders van Indië - en dat waren we toch - moesten we op een vijandige ontvangst rekenen.

Dat laatste viel nogal mee. In Tandjong Priok, waar we op 4 oktober aankwamen, wapperden weliswaar overal de roodwitte vlaggen van de Republiek op de daken, maar er werd niet op ons geschoten. De verwarring in Batavia-Djakarta was groot, het rood-wit en het rood-wit-blauw gaven aan welke gebouwen al dan niet door de aanhangers van de Republiek bezet waren.“

 

 

 

794131-511c7e57ab3ebe384d60a71e2d924ccb.jpg 

Hugo Pos (28 november 1913  - 11 november 2000)

 

 

 

 

 

De Oostenrijkse schrijver Stefan Zweig werd op 28 november 1881 in Wenen. Zie ook mijn blog van 28 november 2006 en ook mijn blog van 28 november 2008 en ook mijn blog van 28 november 2009.

 

Uit: Der Partner

 

„Die Lokomotive schrie heiser auf: Der Semmering 1 war erreicht. Eine Minute rasteten die schwarzen Wagen im silbrigen Licht der Höhe, warfen ein paar bunte Menschen aus, schluckten andere ein, Stimmen gingen geärgert hin und her, dann schrie vorne wieder die heisere Maschine und riss die schwarze Kette rasselnd in die Höhle des Tunnels hinab. Rein ausgespannt, mit klaren, vom nassen Wind reingefegten Hintergründen lag wieder die hingebreitete Landschaft.

Einer der Angekommenen, jung, durch gute Kleidung und eine natürliche Elastizität des Schrittes sympathisch auffallend, nahm den andern rasch voraus einen Fiaker zum Hotel. Ohne Hast trappten die Pferde den ansteigenden Weg. Es lag Frühling in der Luft. Jene weißen, unruhigen Wolken flatterten am Himmel, die nur der Mai und der Juni hat, jene weißen, selbst noch jungen und flattrigen Gesellen, die spielend über die blaue Bahn rennen, um sich plötzlich hinter hohen Bergen zu verstecken, die sich umarmen und fliehen, sich bald wie Taschentücher zerknüllen, bald in Streifen zerfasern und schließlich im Schabernack den Bergen weiße Mützen aufsetzen. Unruhe war auch oben im Wind, der die mageren, noch vom Regen feuchten Bäume so unbändig schüttelte, dass sie leise in den Gelenken krachten und tausend Tropfen wie Funken von sich wegsprühten. Manchmal schien auch Duft vom Schnee kühl aus den Bergen herüberzukommen, dann spürte man im Atem etwas, das süß und scharf war zugleich. Alles in Luft und Erde war Bewegung und gärende Ungeduld. Leise schnaubend liefen die Pferde den jetzt niedersteigenden Weg, die Schellen klirrten ihnen weit voraus.“

 

 

 

794131-130438d927722c783a5e255b8b5952dc.jpg
Stefan Zweig (28 november 1881 – 22 februari 1942)

Hier staande, met zijn broer Alfred, Wenen, 1900

 

 

 

 

De Engelse schrijfster Nancy Mitford werd geboren op 28 november 1904 in Londen. Zie ook mijn blog van 28 november 2008 en ook mijn blog van 28 november 2009.

 

Uit: Love in a Cold Climate

 

„I am obliged to begin this story with a brief account of the Hampton family, because it is necessary to emphasise the fact once and for all that the Hamptons were very grand as well as very rich. A short session with Burke or with Debrett would be quite enough to make this clear, but these large volumes are not always available, while the books on the subject by Lord Montdore’s brother-in-law, Boy Dougdale, are all out of print. His great talent for snobbishness and small talent for literature have produced three detailed studies of his wife’s forebears, but they can only be read now by asking a bookseller to get them at second hand. (The bookseller will put an advertisement in his trade paper, The Clique: “H. Dougdale, any by.” He will be snowed under with copies at about a shilling each and will then proudly inform his customer that he has “managed to find what you want,” implying hours of careful search on barrows, dirt cheap, at 30/- the three.) Georgiana Lady Montdore and Her Circle, The Magnificent Montdores and Old Chronicles of Hampton, I have them beside me as I write, and see that the opening paragraph of the first is:

 “Two ladies, one dark, one fair, both young and lovely, were driving briskly towards the little village of Kensington on a fine May morning. They were Georgiana, Countess of Montdore and her great friend Walburga, Duchess of Paddington, and they made a delightfully animated picture as they discussed the burning question of the hour—should one or should one not subscribe to a parting present for poor dear Princess Lieven?”

 This book is dedicated, by gracious permission, to Her Royal Highness, the Grand Duchess Peter of Russia, and has eight full-page illustrations.

 It must be said that when this trilogy first came out it had quite a vogue with the lending-library public.

 “The family of Hampton is ancient in the West of England, indeed Fuller, in his Worthies mentions it as being of stupendous antiquity.”

 

 

 

794131-8fc22dfcb5159d0c946607303a775db1.jpg
Nancy Mitford (28 november 1904 – 30 juni 1973)

Portret door Mogens Tvede

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijfster Dawn Powell werd geboren op 28 november 1896 in Mount Gilead, Ohio. Zie ook mijn blog van 28 november 2008 en ook mijn blog van 28 november 2009.

 

Uit: The Golden Spur

 

„Only eighteen hours in New York, and he loved everything, every inch of it. Ah, the square! He crossed Waverly and stood at the corner by the playground. He beamed at the ferociously determined child aiming a scooter straight at him, and jumped out of the way of a chain of girl roller-skaters advancing rhythmically toward him. An enormous-busted, green-sweatered girl with a wild bush of hair, black skin-tight pants outlining thick thighs and mighty buttocks, came whooping along, clutching the legs of a screaming bearded young man she bore on her shoulders.

"Let me down, now! Now you let me down!" he yelled, waving his arms. A short muscular girl with ape face and crew-cut, in stained corduroy shorts and red knee socks, ran behind, shouting with laughter.

"Didn't I tell you that Shirley is the strongest dyke in Greenwich Village?"

The big gorilla girl stopped abruptly, letting the young man fall headlong over her shoulders and sprawl crabwise over the green.

"Don't you dare call me a dyke!" she shouted, shaking the smaller girl by the shoulders.

The lad snatched the moment to pick himself up, with a sheepish grin at Jonathan, and tore down the street, combing his long, sleek locks as he ran.

"Go ahead, Shirley, pick up this one, go ahead!" the small girl yelled, pointing at Jonathan while she wriggled neatly out of her attacker's hands. Too startled to move for a few seconds, Jonathan saw the big girl's eye fall on him with a speculative smile. He clutched his briefcase and ran, the girls howling behind him. He made for the fenced-in space where the smallest kiddies, drunk with popsicles, were wobbling on teeter-totters or reeling behind their buggies. He knocked one of these live dolls over and quickly snatched it up in his arms as Big Shirley came toward him.

"Look out, he's going to throw the kid at you, Shirley!" the short girl yelled warning. "Come on, let's go."

They loped away, stopping for the younger ape to leap expertly onto Shirley's back. With a sigh of relief, Jonathan set down the howling child carefully.

"Thank you very much, sir," he said to the child, picking up the raspberry Good Humor his savior had dropped and restoring it to the open red mouth. He remembered that he hadn't had anything to eat since last night's hamburger in the station and he was ravenous. A benign white-haired old gentleman, wide-brimmed black hat on lap, black ribbons fluttering from his spectacles, sat on a bench reading a paperback copy of The Dance of Life. Reassured by the title, Jonathan coughed to get his attention.“

 

794131-2306e8076bf71451e9347a3eacdf4ba7.jpg
Dawn Powell (28 november 1896 – 14 november 1965)

Geschreven door Romenu om 19:15 Reageer op dit bericht

Dennis Brutus, Alexander Blok, William Blake, Carl Jonas Love Almqvist, Yves Thériault

De Zuidafrikaanse dichter en (oud-)verzetsstijder Dennis Brutus werd geboren op 28 november 1924 in Harare in Zimbabwe. Zie ook mijn blog van 28 november 2008 en ook mijn blog van 28 november 2009.

 

 

Prayer

O let me soar on steadfast wing
that those who know me for a pitiable thing
may see me inerasably clear:

grant that their faith that I might hood
some potent thrust to freedom, humanhood
under drab fluff may still be justified.

Protect me from the slightest deviant swoop
to pretty bush or hedgerow lest I droop
ruffled or trifled, snared or power misspent.

Uphold—frustrate me if need be
so that I mould my energy
for that one swift inenarrable soar

hurling myself swordbeaked to lunge
for lodgement in my life’s sun-targe—
a land and people just and free.

 

 

 

 

Sequence for South Africa

1.

Golden oaks and jacarandas
flowering:
exquisite images
to wrench my heart.

2.

Each day, each hour
is not painful,
exile is not amputation,
there is no bleeding wound
no torn flesh and severed nerves;
the secret is clamping down
holding the lid of awareness tight shut—
sealing in the acrid searing stench
that scalds the eyes,
swallows up the breath
and fixes the brain in a wail—
until some thoughtless questioner
pries the sealed lid loose;

I can exclude awareness of exile
until someone calls me one.


 

 794125-70ac35cd933483289e38e23e6864c244.jpg

Dennis Brutus (28 november 1924 – 26 december 2009)

 

 

 

 

 

De Russische schrijver en dichter Alexander Blok werd geboren op 28 november 1880 in St. Petersburg. Zie ook mijn blog van 28 november 2006 en ook mijn blog van 28 november 2008 en ook mijn blog van 28 november 2009.

 

 

Der Dichter im Exil, im Zweifel

 

Der Dichter im Exil, im Zweifel
Steht an der Kreuzung zweier Wege.
Die nächtlichen Visionen weichen,
Der bleiche Morgen scheint entlegen.

Kein Hinweis hilft aus dem Vergangnen,
Was will er, wohin soll er gehn?
Und er, im Zweifel, in Verbannung
Bleibt plötzlich auf dem Wege stehn.

Doch scheint im Auge Hoffnung wieder,
Die der Verstand nicht greifen kann,
Der Tag erwacht, hebt seine Lider,
Und in die Weite blickt er dann.

 

 

 

 

Du lebtest mehr, ich sang dafür …

für N. Gun

 

Du lebtest mehr, ich sang dafür …
Das Leid, das Leben dich beschäftigt.
Ein Geist flog unsichtbar zu mir,
Der mir ein Meer von Klang eröffnet …

Schon längst liegt deine Seel vertaut;
Er rührten Wirbel sie und Sturm;
Meine ist frei: so feiner Staub
Fliegt mit dem Wind rauf zum Azur.

Mein Freund, ich spüre es schon längst,
Dass bald auch mich berührt das Leben …
Im Boden wird das Herz versenkt
Und kann sich niemals mehr erheben!

Wenn wir ermüden auf dem Weg
Und uns das Nebeldunkel deckt,
Dann komm, um auszuruhn, zu mir,
Wie ich, ersehnter Freund, zu dir!

 

 

 

Vertaald door Eric Boerner

 

 

 

794125-6fc7950c72dcdb76db6eba5eecbfc713.jpg
Alexander Blok (28 november 1880 – 7 augustus 1921)

 

 

 

 

 

De Engelse schrijver, dichter en schilder William Blake werd geboren op 28 november 1757 in Londen. Zie ook mijn blog van 28 november 2006 en ook mijn blog van 28 november 2008 en ook mijn blog van 28 november 2009.

 

 

To The Evening Star

 

Thou fair-hair'd angel of the evening,

Now, whilst the sun rests on the mountains, light

Thy bright torch of love; thy radiant crown

Put on, and smile upon our evening bed!

Smile on our loves, and while thou drawest the

Blue curtains of the sky, scatter thy silver dew

On every flower that shuts its sweet eyes

In timely sleep. Let thy west wind sleep on

The lake; speak silence with thy glimmering eyes,

And wash the dusk with silver. Soon, full soon,

Dost thou withdraw; then the wolf rages wide,

And then the lion glares through the dun forest:

The fleeces of our flocks are cover'd with

Thy sacred dew: protect them with thine influence!

 

 

 

 

 794125-3c4bfb93b0c1e86668a60e25db8d564e.jpg

William Blake (28 november 1757 – 12 augustus 1827)

Satan Exulting over Eve, door William Blake

 

 

 

 

 

De Zweedese dichter, schrijver, criticus en reiziger Carl Jonas Love Almqvist werd geboren in Stockholm op 28 november 1793. Zie ook mijn blog van 28 november 2008.

 

 

God's War

 

His mighty weapon drawing,

God smites the world he loves;

Thus, worthy of him growing,

She his reflection proves.

God's war like lightning striking,

The heart's deep core lays bare,

Which fair grows to his liking

Who is supremely fair.

 

Escapes no weakness shame,

No hid, ignoble feeling;

But when his thunder pealing

Enkindles life's deep flame,

And water clear upwelleth,

Flowing unto its goal,

God's grand cross standing, telleth

His truth unto the soul.

Sing, God's war, earth that shakes!

Sing, sing the peace he makes!

 

 


794125-eba4df9d3a5db38c74d14cc1f8c88c5f.jpg
Carl Jonas Love Almqvist (28 november 1793 - 26 september 1866)

 

 

 

 

 

De Canadese schrijver Yves Thériault werd geboren op 28 november 1915 in Quebec. Zie ook mijn blog van 28 november 2008.

 

Uit: Agaguk

 

„Or, il n'y avait qu'un seul animal capable de créer ce tableau. Le Grand Loup Blanc? Le seul qui pouvait faire tache pâle sur l'ombre.

Agaguk, rivé au sol, complètement immobile, mais le fusil bien en joue, attendit que l'animal vint encore plus près. Bientôt l'odeur en fut si forte qu'il en ressentit de la nausée. Et ce n'était plus une tache, mais la forme bien identifiée d'un loup rampant sur le ventre. Lui aussi à l'affût de sa proie, cherchant à retrouver la silhouette d'Agaguk maintenant écrasée sur le sol, comme fondue dans la nuit.

L'homme en face de la bête, deux ruses s'affrontant.

Si le loup venait assez proche, Agaguk lâcherait le coup, la balle tuerait l'animal.

Et s'il le manquait?

Une hélée de distance. Puis la distance d'un lancer, et finalement cent pas, cinquante... Le loup était presque à portée de la main. Seulement, il se dirigeait droit sur Agaguk, une cible étroite, difficile à déterminer dans le noir.

Agaguk colla l'œil sur la mire, la bête bien en joue contre le soleil de minuit à l'horizon.

Dix pas. C'était alors le temps ou jamais. Tout dépendait d'un geste, la pression rapide sur la gâchette, le coup, la balle... L'instant d'une seconde, et moins encore. Un destin fixé. La mort du loup? La mort de l'homme?

Agaguk pressa la détente.“

 

 

 

 794125-28aec4eabfff62afae6f5bdfc2c0aae6.jpg

Yves Thériault (28 november 1915 – 20 oktober 1983)

Geschreven door Romenu om 19:07 Reageer op dit bericht

Navid Kermani, James Agee, Philippe Delerm, Nicole Brossard

De Duits-Iraanse schrijver en islamist Navid Kermani werd geboren op 27 november 1967 in Siegen. Zie ook mijn blog van 27 november 2008 en ook mijn blog van 27 november 2009.

 

Uit: Du sollst

 

“– Sag nicht, daß du mich liebst.
Er sah, daß sie sah, daß er den Atem anhielt. Eine Sekunde, ihre fragenden braunen Augen, zwei Sekunden, die Kontraktion ihrer Scheide, drei, ihr offener Mund. Als er ausatmete, hatte sie es nicht gesagt.
Nie sagten sie sich, daß sie sich liebten. Er wollte das nicht, er hatte es ihr verboten. Seine Liebe hatte er erklärt, indem er erklärte, niemals von Liebe zu sprechen.
– Ich werde niemals sagen, daß ich dich liebe, und versprich mir, daß du es auch nie sagst, noch mich danach fragst.
– Wie bitte?
– Ich werde niemals sagen, daß ich dich liebe, und versprich mir, daß du es auch nie sagst, noch mich danach fragst.
– Was soll das? Was meinst du?
– Versprich es mir einfach.
Weil sie nichts sagte, legte er seine rechte Hand um ihren Hals und küßte sie zum ersten Mal. Er küßte sie auf den Mund. Das war gefährlich, denn sie hatte noch nicht versprochen, von Liebe nicht zu sprechen. Ihm fiel auf, daß ihre Lippen trocken waren. Seine waren es nicht. Ihm fiel auf, wie seine Lippen die ihren benetzten. Er öffnete die Augen, die Lippen noch immer auf ihrem Mund, die Zunge darinnen, und blickte auf ihre gesenkten Lider, in denen sich Äderchen wie gehaucht verästelten. Sein Blick spazierte auf der oberen Hälfte ihres Gesichts umher. Wie schön sie war, dachte er, das Gesicht so schmal, daß er es mit beiden Augen umarmte. Er spürte ihre Wangenknochen, die sich sanft erhoben. Eine braune Linie entdeckte er in der Narbe, die sie auf der Stirn trug, fingerkuppenlang. Es war keine spontane Entscheidung gewesen, sie zu küssen. Er hatte es sich für den Fall ihres Zögerns überlegt. Wenn er sie küßte, so hatte er gedacht, würde sie ihm seine Liebe glauben, ohne daß er sie aussprach, und er brächte sie vielleicht dazu, das Versprechen abzugeben, ohne es zu verstehen. Erklären konnte er es nicht. Sie mußte es unbesehen versprechen: nicht zu reden, über alles zu reden, aber nicht darüber. Unscharf wegen der Nähe, beobachtete er, wie sich im Winkel ihres rechten Auges eine Träne bildete.”

 

 

 

793442-68e6140a5f21c8a90ef384227f5545b1.jpg
Navid Kermani (Siegen, 27 november 1967)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse dichter en prozaïst James Agee werd geboren in Knoxville, Tennessee.op 27 november 1909. Zie ook mijn blog van 27 november 2006 en ook mijn blog van 27 november 2008.en ook mijn blog van 27 november 2009.

 

Uit: Knoxville summer of 1915

 

„We are talking now of summer evenings in Knoxville Tennessee in that time that I lived there so successfully disguised to myself as a child.
... It has become that time of evening when people sit on their porches, rocking gently and talking gently and watching the street and the standing up into their sphere of possession of the tress, of birds' hung havens, hangars. People go by; things go by. A horse, drawing a buggy, breaking his hollow iron music on the asphalt: a loud auto: a quiet auto: people in pairs, not in a hurry, scuffling, switching their weight of aestival body, talking casually, the taste hovering over them of vanilla, strawberry, pasteboard, and starched milk, the image upon them of lovers and horsemen, squared with clowns in hueless amber. A streetcar raising its iron moan; stopping; belling and starting, stertorous; rousing and raising again its iron increasing moan and swimming its gold windows and straw seats on past and past and past, the bleak spark crackling and cursing above it like a small malignant spirit set to dog its tracks; the iron whine rises on rising speed; still risen, faints; halts; the faint stinging bell; rises again, still fainter; fainting, lifting, lifts, faints foregone: forgotten. Now is the night one blue dew.

Now is the night one blue dew, my father has drained, he has coiled the hose.
Low on the length of lawns, a frailing of fire who breathes...
Parents on porches: rock and rock. From damp strings morning glories hang their ancient faces.
The dry and exalted noise of the locusts from all the air at once enchants my eardrums.

On the rough wet grass of the back yard my father and mother have spread quilts. We all lie there, my mother, my father, my uncle, my aunt, and I too am lying there... They are not talking much, and the talk is quiet, of nothing particular, of nothing at all in particular, of nothing at all. The stars are wide and alive, they seem each like a smile of great sweetness, and they seem very near. All my people are larger bodies than mine, ... with voices gentle and meaningless like the voices of sleeping birds. One is an artist, he is living at home. One is a musician, she is living at home. One is my mother who is good to me. By some chance, here they are, all on this earth; and who shall ever tell the sorrow of being on this earth lying on quilts, on the grass, in a summer evening, among the sounds of the night. May God bless my people, my uncle, my aunt, my mother, my good father, oh, remember them kindly in their time of trouble; and in the of hour of their taking away.
After a little I am taken in and put to bed. Sleep, soft smiling, draws me unto her; and those receive me, who quietly treat me, as one familiar and well-beloved in that home; but will not, oh, will not, not now, not ever; but will not ever tell me who I am.“

 

 

 

 793442-d2a31df21199159a6b02893aeacadc90.jpg

James Agee (27 november 1909 - 16 mei 1955)

Foto door Walker Evans, Old Field, Long Island, New York, zomer 1937

 

 

 

 

 

De Franse schrijver Philippe Delerm werd geboren op 27 november 1950 in Auvers-sur-Oise. Zie ook mijn blog van 27 november 2008 en ook mijn blog van 27 november 2009.

Uit: Les amoureux de l'Hôtel de Ville

“Le baiser de l’Hôtel de Ville. Je n’aimais pas cette photo. Tout ce noir et ce blanc, ce gris flou, c’était juste les couleurs que je ne voulais pas pour la mémoire. L’amour happé au vol sur un trottoir, la jeunesse insolente sur fond de grisaille parisienne bien sûr… Mais il y avait la cigarette que le garçon tenait dans sa main gauche. Il ne l’avait pas jetée au moment du baiser. Elle semblait presque consumée pourtant. On y sentait qu’il avait le temps, que c’était lui qui commandait. Il voulait tout, embrasser et fumer, provoquer et séduire. La façon dont son écharpe épousait l’échancrure de sa chemise trahissait le contentement de soi, la désinvolture ostentatoire. Il était jeune. Il avait surtout cette façon d’être jeune que je n’enviais pas, mais qui me faisait mal, pourquoi ? La position de la fille était émouvante : son abandon à peine raidi, l’hésitation de son bras droit surtout, de sa main le long du corps. On pouvait la sentir à la fois tranquille et bouleversée, offerte et presque réticente. C’était elle qui créait le mystère de cet arrêt sur image. Lui, c’était comme s’il bougeait encore. Mais elle, on ne la connaissait pas. Il y avait son cou fragile, à découvert, et ses paupières closes –moins de plaisir que de consentement, moins de volupté que d’acquiescement… au bonheur, sans doute. Mais déjà le désir avait dans sa nuque renversée la crispation du destin ; déjà l’ombre penchée sur son visage recelait une menace. Je trichais, évidemment ; je mentais, puisque je les connaissais. Enfin, je croyais les connaître.
L’homme au béret, la femme aux sourcils froncés donnaient à la scène une tension qui en faisait aussi le prix. Et puis il y avait Paris, une table, une chaise de café, l’Hôtel de Ville, la calandre d’une automobile. Dans la rumeur imaginée, le gris brumeux, il y avait la France aussi, toute une époque. Trop. C’était beaucoup trop facile, la photo de Doisneau, beaucoup trop à tout le monde. On la trouvait partout. Le Baiser de l’Hôtel de Ville. 1950. Comme on eût dit L’Embarquement pour Cythère ou Le Déjeuner sur l’herbe.“

 

 


793442-00053ed78a6f79456577dc5b3a81cd4f.jpg
Philippe Delerm (Auvers-sur-Oise, 27 november 1950)

 

 

 

 

 

De Canadese dichteres en schrijfster Nicole Brossard werd geboren op 27 november 1943 in Montreal (Quebec). Zie ook mijn blog van 27 november 2006 en ook mijn blog van 27 november 2007 en ook mijn blog van 27 november 2008 en ook mijn blog van 27 november 2009.

 

Uit: Vertige de l'avant-scène

 

 

beaucoup de mots s’emparent de nos vies
à notre insu
le présent nous garde en équilibre
au bord du futur à force de caresses
nous vivons nos meilleurs moments
l’étrange disparition très douce de la nuit dans un miroir
sans image pour la retenir

 

 

*

 

notre vie bien remplie
de Sibérie, Antilles, e-mail
au futur un vaste goût de soudain
entre nos yeux fous de virtuel et l’étrange
vraie vie de griffes et de quotidien
notre humanité violente
masse d’eau et de silence
je dis
souvent votre nudité déplace
ma vie bien remplie

 

 

 

 793442-33e8e04c570d459649a3311a945bb31d.jpg

Nicole Brossard (Montreal, 27 november 1943)



Zie voor nog meer schrijvers van de 27e november ook mijn vorige blog van vandaag.
Geschreven door Romenu om 19:54 Reageer op dit bericht

Jacques Godbout, Klara Blum, Jos. Habets, Friedrich von Canitz, Dennis Gaens

De Canadese dichter, schrijver, essayist en filmmaker  Jacques Godbout werd geboren op 27 november 1933 in Montreal, Quebec. Zie ook mijn blog van 27 november 2008 en ook mijn blog van 27 november 2009.

 

Uit: Les Têtes à Papineau

 

„Nous sommes venus au Royal Victoria Hospital rencontrer le Dr Gregory B. Northridge, autrefois attaché à l'institut des anciens combattants de Vancouver (B.C.). C'est lui qui nous a aimablement invités à le faire, par téléphone, il y a de cela plusieurs semaines. Il devait de toute manière se rendre à Montréal. Il avait entendu parler de nos deux têtes. Il affirmait connaître le sujet, notre situation lui était familière. Il désirait procéder à quelques examens dont il avait seul le secret, et peut-être par la suite allait-il nous offrir une intervention chirurgicale définitive ? Définitive.

Les anciens combattants sont tous tellement anciens aujourd'hui qu'ils ont dépassés depuis longtemps l'âge des défis. C'est pourquoi notre jeunesse l'intéresse. Nous sommes une aventure.

Nous nous serions présentés plus tôt à son bureau, mais nous avions des problèmes personnels qui nous en empêchaient.

Par la suite ce fut au Dr Northridge d'être empêché. Vous savez ce que c'est. Il avait été mandé au chevet du shah d'Iran, à New-York, à propos d'un cancer de l'oesophage et d'une rate trop dilatée . Les chefs d'État n'ont pas que des plaisirs. Le Dr Northridge est reconnu aux USA où il s'est spécialisé en diverses chirurgies. Il est diplômé, si l'on peut dire, de la célèbre Clinique Mayo. C'est un cas intéressant : cette clinique est célèbre parce que des gens célèbres y amènent leurs viscères . De là la rate du sha. A. Mayo, le Dr Northridge était aussi capitaine de l'équipe de basket. Il porte ses cheveux ambre coupés dru et court depuis cette époque. C'est un chirurgien hors pair. Il a opéré le monarque qui a pu subséquemment se retirer à Panama, dans les bras de sa chatte. Cela se passait au cours de l'automne de l'année mille neuf cent soixante-dix-neuf.“

 

 

 

 793439-0bb176423930aa04d4ae53da33715b90.jpg

Jacques Godbout (Montreal, 27 november 1933)

 

 

 

 

De Duitstalige, joodse, Oostenrijkse, Russische en Chinese schrijfster Klara Blum werd geboren op 27 november 1904 in Czernowitz in de Bukowina. Zie ook mijn blog van 27 november 2006 en ook mijn blog van 27 november 2008 en ook mijn blog van 27 november 2009.

 

Uit: Wie aus Klara Blum Dhsu Bai-Lan wurde (Fragment)

 

Mutter

Du glaubst, dass mich nur Puppen interessieren.

Du hältst mich für ein Kind. Du kennst mich schlecht ...

Du willst vom Vater weg, du willst studieren,

Ich merk es wohl und finde: du hast recht.

 

Ich bin acht Jahre alt. Ich sitz und spiele,

Doch meine Meinung mach ich mir allein,

Es kommen Gäste, dicke, dumme, viele,

Die streicheln mich und schwatzen auf mich ein.

 

 

Sie sitzen im Salon und spielen Karten.

Baron Griborcza schnalzt bei jedem Stich,

Die Gouvernante weint versteckt im Garten –

Das alles hier ist nichts für dich und mich.

 

Lass sie dich Blaustrumpf nennen mit Gekicher,

Ich spiele still und merk mir jedes Wort.

Zeig mir die Bilder deiner vielen Bücher

Und denk dir aus: wie kommen wir hier fort ?

 

Du musst mir alles vom Prozess jetzt sagen.

Vom Richter ist das eine Schweinerei,

So zu entscheiden, ohne mich zu fragen.

Egal. Wir sind geflüchtet, wir sind frei.

 

Darum sagt er, muss ich beim Vater bleiben ?

Was heißt „wirtschaftlich stärker?“ Heißt das reich?

Die Polizei versucht mich aufzutreiben ?

Nun, Wien ist groß, sie finden uns nicht gleich.

 

Wir sind hier unter deinem Mädchennamen,

Ich weiß schon, Mutter, ich versteh dich glatt,

Ich sage niemandem, woher wir kamen:

„Aus Czernowitz ? Ja gibt’s denn diese Stadt ?“

 

So schön sind hier in der Pension die Zimmer,

So kahl, so frei, so einfach und so klein.

Du wirst studieren dort beim Lampenschimmer,

Wirst die gescheiteste Studentin sein.

 

 

 

793439-d9b0592d7beed2fa0150b2f32a55ea27.jpg
Klara Blum (27 november 1904 - 4 mei 1971)

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver, priester en archivaris Joannes Josephus (Jozef) Habets werd geboren in Oirsbeek op 27 november 1829. Hij wordt beschouwd als een grondlegger van de Limburgse archeologie­ en geschiedbeoefening. Zijn hoofdwerk, de Geschiedenis van het bisdom Roermond, vormde voor historici vaak de eerste kennismaking met de Limburgs historie tot de Franse tijd. Na zijn opleiding te Rolduc werd hij in 1856 tot priester gewijd. In 1880 werd Jos Habets lid van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen te Amsterdam. Van het het Oudheidkundig Genootschap in Limburg was hij president. In deze hoedanigheid redigeerde hij de "Publications du Limbourg". Ook schreef hij eigen bijdragen. Ook was hij een van de schrijvers van het tijdschrift de Maasgouw. Dit tijdschrift dat 2 keer per maand verscheen ging over limburgse geschiedenis, taal en letterkunde. Jos Habets was schrijver van vele artikelen en teksten zoals onder ander "Een Valkenburgsch Dorp in 1789", "levensschets van Egidius Slanghen", en "Levensbericht van Martinus Joseph Jansen".

 

Uit: Levensbericht van Martinus Joseph Jansen

 

„Reeds in zijne vroege jeugd had Jansen den lust gekregen om bijzonderheden aan te teekenen en boeken te verzamelen betrekkelijk dit gedeelte van Limburg, hetwelk vroeger tot het hertogdom Gulik heeft behoord. Wij herinneren ons daarvan den volgenden trek. In 't begin des jaars 1867 - Jansen was toen nog maar een jongeling - had eene boekverkooping plaats ten sterfhuize van den WelEerwaarden Heer J.W. Smeets, pastoor te Limbricht. Deze waardige geestelijke stond bekend als een bijzonder liefhebber en kenner van boeken en kunstvoorwerpen; hij bezat onder anderen eene merkwaardige verzameling schilderijen en gravuren, en in zijne rijke bibliotheek was het vak onzer provinciale geschiedenis bij uitstek goed vertegenwoordigd. Wij waren daar met eenige liefhebbers vergaderd om 't een of ander voor eigen gebruik aan te koopen. Zulks lukte evenwel maar half. Wie daár de duurte in de boeken bracht was een jongeheer die, per fas et nefas alle Limburgensia, waarop wij onze aandacht gevestigd hadden tot de hoogste prijzen opdreef. Deze heer was niemand anders dan Martin Jansen. Wij maakten met hem na afloop van de verkooping kennis, en uit die kennismaking is onze latere vriendschap geboren.

De werkkring, dien zich Jansen tijdens zijn verblijf te Sittard tot bijzonder veld zijner historische studiën had gekozen, bepaalde zich tot het voormalig ambt Borne en de overige plaatsen van Limburg, die vroeger deel hebben gemaakt van het hertogdom Gulik. Het ambt Borne lag tusschen de Maas, het Bovenkwartier van Gelderland, het land van Valkenburg en de heerlijkheid Heinsberg. De voornaamste plaatsen van dit gebied waren Borne, Sittard, Susteren en Limbricht. In de middeleeuwen bevonden er zich eigen heeren aan het hoofd, die behoorden tot de geslachten van Borne, Valkenburg, Heinsberg-Loon, Salm en Wied.“



 

 

 793439-c7776d2c5b431e49f7a33fa2a84060ab.jpg

Jos. Habets (27 november 1829 - 22 juni 1893)

Oirsbeek (Geen portret beschikbaar)

 

 

 

 

De Duitse dichter, schrijver en diplomaat Friedrich Ludwig Rudolf Freiherr von Canitz werd geboren op 27 november 1654 in Berlijn. Canitz studeerde vanaf 1671 in Leiden en Leipzig rechten en reisde naar Italië, Frankrijk, Engeland en Nederland. Keurvorst Friedrich III. benoemde hem tot staatraad in 1697 en vervolgens tot geheim staatsraad. In 1698 werd hij verheven tot rijksbaron. Hij was in diplomatieke dienst en nam in 1699  als gevolmachtigd minister in Den Haag deel aan de onderhandelingen over de Spaanse Successieoorlog.  Von Canitz schreef gedichten als ook vertalingen uit het Franse Classicisme (Nicolas Boileau), die eigenlijk niet bedoeld waren voor publicatie. Beroemd is zijn rouwgedicht om de dood van zijn vrouw Doris.

 

 

Das Neue Jahr

 

So bleibt auf ewig nun das alte Jahr zurücke.

Wie teilt der Sonnen Lauf so schnett die Zeiten ab!

Wie schleppet und so bald das Alter in das Grab!

Das heißt wohl schlecht gelebt die wenig Augenblicke,

 

In welchen viel Verdruß vermischt mit schlechtem Glücke

Und lauter Unbestand sich zu erkennen gab!

Das heißt wohl schlecht gewohnt wenn uns der Wanderstab

Nie aus den Händen kömmt, wenn wir durch List und Stricke

 

Hinstraucheln in der Nacht, da wenig Licht zu sehn

Und Licht, dem allemal nicht sicher nachzugehn.

Denn so der Höchste nicht ein eignes Licht will weisen,

 

Das, wenn wir uns verirrt, uns Sinn und Auge rührt,

Ist alles Licht ein Licht, das zur Verdammnis führt.

O gar zu kurze Zeit! O gar zu schweres Reisen!

 

 

 

793439-ea85671b00b60adde89a1126cd499788.jpg
Friedrich von Canitz (27 november 1654 - 11 augustus 1699)

 

 

 

 

Dennis Gaens nieuwe stadsdichter van Nijmegen

 

 

De Nederlandse dichter Dennis Gaens wordt de nieuwe stadsdichter van Nijmegen. Dat is gisterenavond op het Wintertuinfestival bekendgemaakt door wethouder van Cultuur van Nijmegen Henk Beerten. Per 1 januari 2011 zal hij de vorige stadsdichter, Jaap Robben, opvolgen. Zie ook mijn blog van 1 juni 2009 en ook mijn blog van 1 juni 2010.

 

 

De besluitvorming hier

 

Zo'n wereld is toe aan eindelijk
weer een beslissing. Ik (bijvoorbeeld)
duur te lang zoals ik ben.

 

Eenvoudige oplossingen verwijzen
vaak naar de breekbaarheid van
bepalende kenmerken, bijvoorbeeld:
kaaklijnen, cd-collecties en herinneringen.

 

Ter voorbereiding maak ik lijstjes, mixtapes
en schetsen. Monteer ze op de muur
met vier verschillende soorten plakband en
probeer aantrekkelijke patronen te ontwaren.

 

De manier waarop ik nieuwe kleren draag
grenst aan zelfvertrouwen, mijn haar houd
ik overtuigend op mijn hoofd en elke ochtend
was ik mijn gezicht, is er koffie bij het ontbijt.

 

Mijn mondhoeken stijgen en dalen met mijn
sneller wordende hartslag. Mijn botten maken
klikgeluiden, alsof ze aftellen. Er staat iets
te gebeuren. Locatie: in mijn schoenen.

 

 

 

 793439-24304ff1e340e4580e42a3bd2f4b8d5d.jpg

Dennis Gaens (Susteren, 1982)

Dennis Gaens op het terras van Lux in Nijmegen

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Eugène Ionesco, Marilynne Robinson, William Cowper, Louis Verbeeck, Luisa Valenzuela, René Becher

De Frans-Roemeense schrijver Eugène Ionesco werd geboren op 26 november 1912 in Slatina, Roemenië. Zie ook mijn blog van 26 november 2006 en ook mijn blog van 26 november 2007 en ook mijn blog van 26 november 2008 en ook mijn blog van 26 november 2009.

 

Uit: The Bold Soprano

 

„SCENE: A middle-class English interior, with English armchairs. An English evening. Mr. Smith, an Englishman, seated in his English armchair and wearing English slippers, is smoking his English pipe and reading an English newspaper, near an English fire. He is wearing English spectacles and a small gray English mustache. Beside him, in another English armchair, Mrs. Smith, an Englishwoman, is darning some English socks. A long moment of English silence. The English clock strikes 17 English strokes.

MRS. SMITH: There, it's nine o'clock. We've drunk the soup, and eaten the fish and chips, and the English salad. The children have drunk English water. We've eaten well this evening. That's because we live in the suburbs of London and because our name is Smith.

MR. SMITH [continues to read, clicks his toungue.]

MRS. SMITH: Potatoes are very good fried in fat; the salad oil was not rancid. The oil from the grocer at the corner is better quality than the oil from the grocer across the street. It is even better than the oil from the grocer at the bottom of the street. However, I prefer not to tell them that their oil is bad.

MR. SMITH [continues to read, clicks his tongue.]

MRS. SMITH: However, the oil from the grocer at the corner is still the best.

MR. SMITH [continues to read, clicks his tongue.]

MRS. SMITH: Mary did the potatoes very well, this evening. The last time she did not do them well. I do not like them when they are well done.

MR. SMITH [continues to read, clicks his tongue.]

MRS. SMITH: The fish was fresh. It made my mouth water. I had two helpings. No, three helpings. That made me go to the w.c. You also had three helpings. However, the third time you took less than the first two times, while as for me, I took a great deal more. I eat better than you this evening. Why is that? Usually, it is you who eats more. It is not appetite you lack.

MR. SMITH [clicks his tongue.]

MRS. SMITH: But still, the soup was perhaps a little too salt. It was saltier than you. Ha, ha, ha. It also had too many leeks and not enough onions. I regret I didn't advise Mary to add some aniseed stars. The next time I'll know better.“

 

 

 

 792657-1278c655fee1f362ed4309d2e8d383a4.jpg

Eugène Ionesco (26 november 1912 – 28 maart 1994)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijfster Marilynne Robinson werd geboren in Sandpoint, Idaho op 26 november 1943. Zie ook mijn blog van 26 november 2008 en ook mijn blog van 26 november 2009.

 

Uit: Housekeeping

 

“My name is Ruth. I grew up with my youngersister, Lucille, under the care of my grandmother, Mrs.Sylvia Foster, and when she died, of her sisters-in-law,Misses Lily and Nona Foster, and when they fled, ofher daughter, Mrs. Sylvia Fisher. Through all thesegenerations of elders we lived in one house, my grandmother'shouse, built for her by her husband, EdmundFoster, an employee of the railroad, who escaped thisworld years before I entered it. It was he who put usdown in this unlikely place. He had grown up in theMiddle West, in a house dug out of the ground, withwindows just at earth level and just at eye level, so thatfrom without, the house was a mere mound, no more ahuman stronghold than a grave, and from within, theperfect horizontality of the world in that place foreshortenedthe view so severely that the horizon seemedto circumscribe the sod house and nothing more. Somy grandfather began to read what he could find oftravel literature, journals of expeditions to the mountainsof Africa, to the Alps, the Andes, the Himalayas,the Rockies. He bought a box of colors and copied amagazine lithograph of a Japanese painting of Fujiyama.He painted many more mountains, none of them identifiable,if any of them were real. They were all suavecones or mounds, single or in heaps or clusters, green,brown, or white, depending on the season, but alwayssnowcapped, these caps being pink, white, or gold, dependingon the time of day. In one large painting he hadput a bell-shaped mountain in the very foreground andcovered it with meticulously painted trees, each of whichstood out at right angles to the ground, where it grewexactly as the nap stands outon folded plush. Every treebore bright fruit, and showy birds nested in the boughs,and every fruit and bird was plumb with the warp in theearth. Oversized beasts, spotted and striped, could beseen running unimpeded up the right side and unhasteneddown the left. Whether the genius of thispainting was ignorance or fancy I never could decide.“

 

 

 

792657-ecfc3d54d305d975bc2288906a11ed16.jpg
Marilynne Robinson (Sandpoint, 26 november 1943)

 

 

 

 

De Argentijnse schrijfster Luisa Valenzuela werd geboren op 26 november 1938 in Buenos Aires. Zie ook mijn blog van 26 november 2009.

 

Uit: I'm your horse in the night (Vertaald door Deborah Bonner)

 

„The doorbell rang: three short rings and one long one. That was the signal, and I got up, annoyed and a little frightened; it could be them, and then again, maybe not; at these ungodly hours of the night it could be a trap. I opened the door expecting anything except him, face to face, at last.

He came in quickly and locked the door behind him before embracing me. So much in character, so cautious, first and foremost checking his - our - rear guard. Then he took me in his arms without saying a word, not even holding me too tight but letting all the emotions of our new encounter overflow, telling me so much by merely holding me in his arms and kissing me slowly. I think he never had much faith in words, and there he was, as silent as ever, sending me messages in the form of caresses.

We finally stepped back to look at one another from head to foot, not eye to eye, out of focus. And I was able to say Hello showing scarcely any surprise despite all those months when I had no idea where he could have been, and I was able to say

I though you were fighting up north

I thought you'd been caught

I thought you were in hiding

I thought you'd been tortured and killed

I thought you were theorizing about the revolution in another country.

Just one of many ways to tell him I'd been thinking of him. I hadn't stopped thinking of him or felt as if I'd been betrayed. And there he was, always so goddamn cautious, so much the master of his actions.

"Quiet, Chiquita. You're much better off not knowing what I've been up to."

Then he pulled out is treasures, potential clues than at the time eluded me: a bottle of cachaca and a Gal Costa record. What had he been up to in Brazil? What was he planning to do next? What had brought him back, risking his life, knowing they were after him? Then I stopped asking myself questions (quiet, Chiquita, he'd say). Come here Chiquita, he was saying, and I chose to let myself sink into the joy of having him back again, trying not to worry. What would happen to us tomorrow, and the days that followed?“

 


 

792657-63909a250b7933a2b5dd6107442a65c8.jpg
Luisa Valenzuela (Buenos Aires, 26 november 1938)

 

 

 

 

De Engelse dichter William Cowper werd geboren op 26 november 1731 in Berkhamstead, Herford. Zie ook mijn blog van 26 november 2006 en ook mijn blog van 26 november 2008 en ook mijn blog van 26 november 2009.

 

 

Retirement

 

Far from the world, O Lord, I flee,

From strife and tumult far;

From scenes where Satan wages still

His most successful war.

 

The calm retreat, the silent shade,

With prayer and praise agree;

And seem, by Thy sweet bounty made,

For those who follow Thee.

 

There if Thy Spirit touch the soul,

And grace her mean abode,

Oh, with what peace, and joy, and love,

She communes with her God!

 

There like the nightingale she pours

Her solitary lays;

Nor asks a witness of her song,

Nor thirsts for human praise.

 

Author and Guardian of my life,

Sweet source of light Divine,

And, -- all harmonious names in one, --

My Saviour! Thou art mine.

 

What thanks I owe Thee, and what love,

A boundless, endless store,

Shall echo through the realms above,

When time shall be no more.

 

 

 

 792657-6acd4999b57fd58181272196bfacc6d3.jpg

William Cowper (26 november 1731 – 25 april 1800)

Portret door Lemuel Francis Abbott, 1792

 

 

 

 

 

De Vlaamse dichter en schrijver Louis Verbeeck werd geboren in Tessenderlo op 26 november 1932. Zie ook mijn blog van 26 november 2009.

 

 

Opa

 

Er was eens een grootvader op een portret,
Die vroeger veel bloempjes had buitengezet,
hij hing aan de schouw en soms dacht hij met spijt
Nog even terug aan die heerlijke tijd. 

 

De heerlijke tijd van de sjarreleston,
die niemand kon dansen gelijk hij dat kon.
Soms welde er dan fluks een traan naar zijn oog,
maar hij kon niet huilen: portretten staan droog.

 

Soms kijkt men naar hem en men murmelt heel zoet:
“Ach ach, wat was opa toch braaf en toch goed!”
Dan heeft hij veel last om zijn lach in te houden,
want ze hebben hem nooit gekend voor hij trouwde.

 

 

 

 792657-da32900c97604f34f234e403c8a16aa8.jpg

Louis Verbeeck (Tessenderlo, 26 november 1932)

Foto: Theo Klerkx, Hasselt

 

 

 

 

Onafhankelijk van geboortedata:

 

 

De Duitse schrijver René Becher werd geboren in 1977 in Bayreuth. Zie ook mijn blog van 26 november 2009.

 

Uit: Schreien

 

„Dann haben mir die Schweine auch noch die Elfi weggenommen. Ich saß gerade an meiner Novelle, auf meiner sandfarbenen Couch, stand vor dem tuberkulösen Spiegel im Bad, da musste es passiert sein. Diese Saftsäcke! Wo sie mir doch bereits im Juli des vorangegangenen Jahres den toten Säugling Sven von der Terrasse stibitzt hatten. Ich erinnere mich noch gut: Ich ließ die Rollläden ab, in der Ferne sah ich Leuchtraketen in den Himmel steigen, sie hatten gewonnen. Wollte schon schreien. Die Wurstigkeit hatte sich endgültig Bahn gebrochen, wie auch Bärbel jetzt sagen würde, wäre sie verdammtnochmal hier.

Und was hätte ich dem Sven nicht noch alles beibringen können? Ich hätte ihm vielleicht Geschichten vorgetragen. Die wahnwitzigen Räuberpistolen eines Wilhelm Hauff beispielsweise, als das Wünschen noch half, und Sven hätte gewiehert vor Glück und ich hätte mit ihm gelacht, hätte ihm Sprache beigebracht (vielleicht), ihm gezeigt, wie man schreibt (wohl eher nicht).

Im vergangenen Jahr beschäftigte ich mich noch mit Büchern. Ich nahm ein Buch aus dem Regal (wahrscheinlich den Pascal, den Storm, das Autorenlexikon, und ich vergewisserte mich, dass im Zeichen des Zwillings geborene Schriftsteller die allerschlimmsten sind) und stellte es wieder zurück.

Das Bücherregal in der Ecke meines Wohnzimmers. Darin Bücher, die in zweiterdritter Reihe parkten, Zettel zwischen Seite 112/113.

Zettelwirtschaft auf meinem Schreibtisch, zum Kotzen! Also verschob ich die Bücher, ordnete sie dem Alphabet nach, säuberte daraufhin meinen Schreibtisch, trat einen Schritt zurück und beguckte, was ich da eben angerichtet hatte.“

 

 

 792657-c7d69eecaa6fa12ee5d3dd9f16effa14.jpg

René Becher (Bayreuth, 1977)
Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Maarten 't Hart, Connie Palmen, Alexis Wright, Arturo Pérez-Reverte

De Nederlandse schrijver Maarten 't Hart werd geboren op 25 november 1944 in Maassluis. Zie ook mijn blog van 25 november 2006 en ook mijn blog van 25 november 2008 en ook mijn blog van 25 november 2009.

 

Uit: De som van misverstanden: De wilde ganzen van Selma Lagerlöf

 

“Nooit kan ik in voor- of najaar wilde ganzen zien overtrekken zonder aan de wonderbare reis van Niels Holgersson te denken. Maar dat is niet altijd zo geweest. Als kind wilde ik het boek over Niels Holgersson niet lezen. Ik had gehoord dat er sprekende dieren in voorkwamen en daarvan had ik vanaf mijn prilste jeugd een grote afkeer. Hoe ik aan dat ongelukkige en eigenaardige vooroordeel kwam weet ik niet maar ik weet wel dat ook Niels Holgerssons wonderbare reis taboe voor me was om die reden. Maar omdat ik vaak, noodgedwongen, bij gebrek aan boeken die ik echt graag wilde lezen soms moest uitwijken naar boeken die ik graag had dicht gelaten (maar het verlangen om te lezen was altijd sterker dan het slechtste boek) kwam er een zondag waarop ik het boek leende van een neef die niets anders voor me had en wrevelig begon ik te lezen. Het is vreemd dat die wreveligheid op zondag zo merkwaardig harmonieerde met het begin van Niels Holgersson. Daardoor leek het wel alsof ik over mij zelf las en dat gevoel werd nog versterkt toen ik de naam Maarten (zo heet immers de tamme ganzerik) aantrof. Als kind - en ik denk dat dat voor alle kinderen geldt en het is iets omrekening mee te houden als men een kind een boek cadeau geeft - vond ik niets zo heerlijk als het feit dat een persoon uit een boek Maarten heette en ik heb het altijd maar moeilijk kunnen verkroppen dat ik niet één kinderboek kende met een Maarten als hoofdpersoon. Zelfs De Waterman van Van Schendel, later, kon dat niet meer goedmaken.

Lezend in Niels Holgersson bemerkte ik al spoedig dat de dieren zich erin gedroegen zoals zij zich in werkelijkheid, al naar hun aard gedragen. Selma Lagerlöf heeft zich bijzonder precies gehouden aan hetgeen rond 1900 bekend was over het gedrag van dieren. Daar zij uit eigen waarneming en op grond van vrij uitgebreide studies goed op de hoogte was van het gedrag van dieren, is een werk ontstaan waarin maar heel weinig feitelijke onjuistheden voorkomen.”

 

 

 

791690-de89f3aa34b0f1f445de20cb285870a7.jpg 

Maarten ’t Hart (Maassluis, 25 november 1944)

 

 

 

 

De Nederlandse schrijfster Connie Palmen werd op 25 november 1955 geboren in Sint Odiliënberg. Zie ook mijn blog van 25 november 2006 en ook mijn blog van 25 november 2007 en ook mijn blog van 25 november 2008 en ook mijn blog van 25 november 2009.

 

Uit: Luzifer (Vertaald door Hanni Ehlers)

 

“Das Wissen um den Tod ist ein Wissen, das mit anderen geteilt werden muss. Es ist zu schwer, als dass man es allein tragen könnte, und zu sensationell, um es zu verschweigen. So, wie sich ein Schauspieler auf die Wirkung bestimmter Passagen auf sein Publikum freut, freuen sich die Lebenden auf den Eindruck, den eine unerwartete Todesnachricht auf einen noch Unwissenden machen wird. Das ist nicht schlimm, das ist menschlich. Jemand, der sich nicht an so einer Neuigkeit weiden möchte und aus Pietät schweigt, macht sich zum Außenseiter. Nur die nächsten Angehörigen des Toten würden gerne schweigen, um mit ihrem Lieben auch im Tod innig allein zu sein, jeder andere möchte den Tod mitteilen, am liebsten als Erster. Er möchte die Bestürzung hervorrufen, die er selbst empfunden hat, als ihn die Todesbotschaft erreichte. Er möchte die Tiefe des Schauderns und der Erschütterung ausloten, um immer wieder darin einzutauchen. So oft und so lange wie möglich möchte er diesen freien Fall wiederholen. Deshalb reisen schlechte Nachrichten schnell. Das hat nichts damit zu tun, dass man sich am Leiden weidet, sondern was lockt, ist die Gemeinschaft des Schauderns, in ihr wollen sich alle zusammenfinden. Und in dieser Gemeinschaft ist der ehrfurchtgebietende Tod König, und vor diesem einsamen Herrscher verneigt man sich demütig.“

(...)

 

„... er schaut ängstlich und fasziniert die wilde Bekümmerung von Mica van Hoorn an. Je lauter sie weint, desto herzloser und kälter kommt er sich vor, als kühler Beobachter, der Verhalten, Bewegungen und Laute registriert, um sie irgendwann einmal in einem Theaterstück verwenden zu können. Zu Emotionen, wie er sie hier zu sehen glaubt, hält er sich selbst nicht für fähig. Weil er sich zu lauten, exaltierten Frauen hingezogen fühlt, hat sich bei ihm der Irrglaube festgesetzt, seine Ruhe und sein stummes Zusehen sprächen für seine Gefühlsarmut.“

 

 

 

791690-546154f7de472daa7b9ab92061826274.jpg
Connie Palmen (Sint Odiliënberg, 25 november 1955
)

 

 

 

 

De Australische (Aboriginal) schrijfster Alexis Wright werd geboren op 25 November 1950 in de Gulf of Carpentaria. Zie ook mijn blog van 25 november 2008 en ook mijn blog van 25 november 2009.

 

Uit : Carpentaria

 

„This tidal river snake of flowing mud takes in breaths of a size that is difficult to comprehend. Imagine the serpent's breathing rhythms as the tide flows inland, edging towards the spring waters nestled deeply in the gorges of an ancient limestone plateau covered with rattling grasses dried yellow from the prevailing winds. Then with the outward breath, the tide turns and the serpent flows back to its own circulating mass of shallow waters in the giant water basin in a crook of the mainland whose sides separate it from the open sea.

To catch this breath in the river you need the patience of one who can spend days doing nothing. If you wait under the rivergum where those up-to-no-good Mission-bred kids accidentallyhanged Cry-baby Sally, the tip of the dead branch points to where you will see how the serpent's breath fights its way through in a tunnel of wind, creating ripples that shimmer silver, similar to the scales of a small, nocturnal serpent, thrashing in anger whenever the light hits its slippery translucent body, making it writhe and wrench to escape back into its natural environment of darkness.

The inside knowledge about this river and coastal region is the Aboriginal Law handed down through the ages since time began. Otherwise, how would one know where to look for the hidden underwater courses in the vast flooding mud plains, full of serpents and fish in the monsoon season? Can someone who did not grow up in a place that is sometimes underwater, sometimes bone-dry, know when the trade winds blowing off the southern and northern hemispheres will merge in summer? Know the moment of climatic change better than they know themselves? Who fishes in the yellowcoloured monsoonal runoff from the drainages, with sheets of deep water pouring into the wide rivers swollen over their banks, filling vast plains with flood waters? The cyclones linger and regroup, the rain never stops pouring, but the fat fish are abundant.“

 

 

 

791690-dd1adcdc2d001b91047798483d839e82.jpg
Alexis Wright (Gulf of Carpentaria, 25 November 1950)

 

 

 

 


De Spaanse schrijver
Arturo Pérez-Reverte werd geboren op 25 november 1951 in Cartagena. Zie ook mijn blog van 25 november 2008 en ook mijn blog van 25 november 2009.

 

Uit: Purity Of Blood (Vertaald door Margaret Sayers Peden)

 

“That day there were bullfights in the Plaza Mayor, but constable Martín Saldaña’s festive fire had been doused. A woman had been found in a sedan chair in front of the church of San Ginés, strangled. In her hand was a pouch containing fifty escudos and a handwritten, unsigned note bearing the words, For masses for your soul.

A pious old woman on her way to early church had found the body. She advised the sacristan, and he had informed the parish priest who, after a hurried absolution, sub conditione, made a report to the authorities. By the time the chief constable showed up to make his token appearance in the small plaza of San Ginés, local residents and curious bystanders were milling around the sedan chair. The chair and its contents had become the object of a local pilgrimage, and a number of Saldaña’s catchpoles were needed to hold back the crowd while the judge and the scribe drew up their documents and Martín Saldaña made his cursory examination of the corpse.

The chief constable set about his task in the most leisurely fashion, as if he had time to burn. Perhaps it was because of his history as a former soldier—he had served in Flanders before his wife (at least it was said it had been she) obtained his present position for him. In any case, Madrid’s chief constable went about his duties at a pace that a certain satiric poet—the gifted-in-wealth-as-well-as-talent Ruiz de Villaseca—had described in a poisonous décima as paso de buey, an ox’s pace. It was a clear allusion to the lethargy with which the chief constable picked up his staff of office, or attempted to parry the staffs his wife welcomed. In any case, if it is true that Martín Saldaña was slow in certain things, he was definitely not so when it came to drawing his sword, or dagger, or poniard, or the well-oiled pistols he was wont to wear in his waistband—all of which clanged like sounds issuing from a smithy.”

 

 

 

791690-17b5af739b16f26c0744122beb76b4ae.jpg
Arturo Pérez-Reverte (Cartagena, 25 november 1951)




Zie voor nog meer schrijvers van de 25e november ook mijn vorige blog van vandaag.
Geschreven door Romenu om 18:04 Reageer op dit bericht

Augusta de Wit, Joseph Zoderer, Ba Jin, Isaac Rosenberg, José Eça de Queiroz, Lope de Vega

De Nederlandse schrijfster Augusta de Wit werd geboren in Sibolga (Sumatra) op 25 november 1864. Zie ook mijn blog van 25 november 2008 en ook mijn blog van 25 november 2009.

 

 Uit: Orpheus in de dessa

 

“Hij wachtte, elken voorbijtrekkenden toon naluisterend, of de vlucht van geluiden zich niet zou schikken tot een melodie. Maar éen voor éen kwamen ze nog steeds er aan scheren, elk op zich zelf in zijn eigen zuivere volheid uitklinkend. Geen die door een vorig getemperd werd, geen die in een volgend vervloeide; zonder merkbare modulatie of maat.

Als vallende droppels.

Nu! nu op dien hoogen, langaangehouden toon die trilde, of hij nog even stil wilde blijven, voor hij opschietend de hoogte invloog! Nu moest de melodie beginnen!

Maar het daalde weer, daalde, bleef een lange seconde hangen, en begon dan op en neer te wiegelen, op en neer, in langzame zwevingen.

Als het gemurmel van een beek, die voort wil over de steenen, en soms, met een iets sterkere golf, stroomt zij er overheen, en soms, weer neergezegen, vloeit zij er langs, er komt geen bruisen, er komt geen stokken, er komt geen eind aan het kabbelend geklok; zoo vloeide het fluitedeuntje voort, in effen bestendigheid, onwillekeurig, onaandoenlijk, zichzelven onbewust - een natuurgeluid kabbelend over menschelijke lippen, waar de slag in beeft van het purperen hart.

De instinctief-gevoelde tegenstelling lokte den luisteraar met de bekoring, waarmede het onbegrijpelijke ons lokt, - elk onbegrijpelijk ding, ook het schijnbaar nietigste - een duizelige schrede nader lokt tot die afgrond-diepe onbegrijpelijkheid van het eigen bestaan.

Maar hij meende dat 't slechts nieuwsgierigheid was naar den onzichtbaren fluitspeler, die hem den nacht in trok.

‘Waar mag hij wel zitten?’

Hij tuurde of hij niet ergens een donkere gedaante ontwaarde.

Het was zoo licht, dat op het tuinpad elk wit kiezelsteentje afzonderlijk blonk. Het bamboe-boschje, doorgloord van manelicht, vervloot in nevelige glanzen en doorschijnende donkerheid. Luchtig als een wolk hing het boven het nauw-beschaduwde gras.

Daarbuiten, langs het stille fabrieksplein, schemerden de woningen der employés met witte pilaren door de looverduisternis der tuintjes.

Hij ging den landweg op, die langs de rivier loopt; de tamarinden van den oever wierpen er luchtige grijze teekeningen over.”

 

 

 791687-be3a3c0dfc8ce44103bad283c38bea1d.jpg

Augusta de Wit (25 november 1864 - 9 februari 1939) 

Sibolga, Sumatra

 




De Duitstalige (Italiaanse) dichter en schrijver
Joseph Zoderer werd geboren op 25 november 1925 in Meran in Zuid-Tirol. Zie ook mijn blog van 25 november 2008 en ook mijn blog van 25 november 2009.

 

 

Uit: Liebe auf den Kopf gestellt

 

 

Klebt demnächst dein Atem/ von Blütenstaub/
     ist es nicht das Angstblut/ der vergangenen
Nacht/ Greif in das Gelb/ der Forsythien/ tarne
     dich/ mit der Lust des Aprils/ bald
kannst du deine Winterlügen/ mit Apfelblüten
     zudecken/ Vielleicht nimmt dich/ ein
grippekranker Kormoran mit/ in sein Krankenbett

 

Vor deiner nimmersatten Hingabe/ verfällt
     meine Zerstreutheit ins Hüsteln/ Ich könnte
wie du öffentlich oder geheim/ saftigen Waldklee
     kauen/ dieses Wundermittel gegen Ängstlichkeit/
und die Fichtennadeln - grün oder braun -/helfen die
   gegen das unerlaubte Gähnen/ der Phantasie?/
Was wenn jeder Kuß/ eine Narbe hinterläßt/ auf
     der Innenseite der Haut?/ Vergiß nicht
die Tiefe/ aus der das Hüsteln steigt/ Unergründlich
     das Dunkel und doch rationiert/ wie Milch
und Brot zur Kriegszeit/ Wir werden uns eindecken
     müssen/ auf dem Schwarzmarkt der Liebe

 

Drei oder vier Gitarrensaiten/ es sind doch meine?/
     hängen/ zwischen Lunge und Leber mir/ ich
bin nicht gar so musikalisch/ aber die Mauersegler
     wippen daran/ als hätten sie Seile/ zum Musizieren/
Ich liege auf dem Rücken/ weit weg vom letzten Sommer/
     Zwischen der einen und der anderen Gitarrensaite
schiebt sich/ ein Schiffskiel durch die Häuserwände/
     Die Mauersegler schmeicheln/ jedem Frauenmund/
in meinen Träumen/ Der letzte Sommer/ hat noch nicht begonnen

  

 

 

 791687-3a203fbbc8862a98f2ffde883a36026a.jpg

Joseph Zoderer (Meran, 25 november 1935)

 

 

 

 

 

De Chinese schrijver Ba Jin werd op 25 november 1904 geboren in Chengdu. Zie ook mijn blog van 25 november 2006 en ook mijn blog van 25 november 2008 en ook mijn blog van 25 november 2009.

 

Uit: A Battle For Life

 

“I believe that this film will be well made because I discovered that the writer of the scenario also came to love his hero. One evening when I met the writer in the hospital, both of us stood on the veranda outside the window of the isolation ward. The light was very bright in the room and the doctor was dropping a new kind of medicine on Lao Chiu's right leg. Lao Chiu lay on the bed and was in such pain that his whole body trembled. My heart was very sad indeed. As I looked at the writer I noticed that he was almost weeping. Later the doctor gave a sedative injection and Lao Chiu gradually began to fall asleep. When the writer and I were leaving the hospital we stood again outside the window of the patient's room for a while. The lights were low inside now and the patient was lying silently on the bed.

A joint consultation of medical and surgical specialists was held that evening on the roof garden outside the isolation ward and the consultation was not concluded until midnight. This was already 36 days after Lao Chiu's admission to the hospital. His condition appeared to be worse this day. His right leg had become seriously infected. The polymyxin applied hitherto could no longer control the bacillus pyocyaneus which had developed a strong resistance to polymyxin. On the same afternoon a new kind of bacteriophage had been given a trial. This kind of medicine was made experimentally by the professors and students of the No. 2 Medical College specially for Lao Chiu. It was very effective when it was tested in the tube, destroying a culture of the bacillus pyocyaneus from Lao Chiu's body. But the doctors were not certain whether it would be effective when used clinically. These twenty-four hours were a critical period for Lao Chiu. When the doctors who participated in the consultation were leaving, not a smile appeared on any face. Everybody seemed to pin his hope on "tomorrow."

 

 

 

 791687-bd7307a7f13f6c1cc9f24a1e2bea36e5.jpg

Ba Jin (25 november 1904 – 17 oktober 2005)

 

 

 

 

 

De Engelse dichter Isaac Rosenberg werd geboren in Bristol op 25 november 1890. Zie ook mijn blog van 25 november 2006 en ook mijn blog van 25 november 2008 en ook mijn blog van 25 november 2009.

 

 

Break of Day in the Trenches

 

The darkness crumbles away

It is the same old druid Time as ever,

Only a live thing leaps my hand,

A queer sardonic rat,

As I pull the parapet's poppy

To stick behind my ear.

Droll rat, they would shoot you if they knew

Your cosmopolitan sympathies,

Now you have touched this English hand

You will do the same to a German

Soon, no doubt, if it be your pleasure

To cross the sleeping green between.

It seems you inwardly grin as you pass

Strong eyes, fine limbs, haughty athletes,

Less chanced than you for life,

Bonds to the whims of murder,

Sprawled in the bowels of the earth,

The torn fields of France.

What do you see in our eyes

At the shrieking iron and flame

Hurled through still heavens?

What quaver -what heart aghast?

Poppies whose roots are in men's veins

Drop, and are ever dropping;

But mine in my ear is safe,

Just a little white with the dust.

 

 

 

791687-c4c28ac3fdb6409231c114cbe2ae9634.jpg
Isaac Rosenberg (25 november 1890 – 1 april 1918)

Zelfportret

 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 25 november 2008.

 

De Portugese schrijver José Maria Eça de Queiroz werd geboren op 25 november 1845 in Póvoa de Varzim. Zie ook mijn blog van 25 november 2006.


De Spaanse dichter en schrijver
Lope de Vega werd geboren op 25 november 1562 in Madrid. Zie ook mijn blog van 25 november 2006.

Geschreven door Romenu om 17:58 Reageer op dit bericht

Jules Deelder, Einar Kárason, Thomas Kohnstamm, Ahmadou Kourouma, Wen Yiduo

De Nederlandse dichter en schrijver Jules Deelder werd geboren op 24 november 1944 te Rotterdam, in de wijk Overschie. Zie ook mijn blog van 24 november 2006 en ook mijn blog van 24 november 2007  en ook mijn blog van 24 november 2008. en ook mijn blog van 24 november 2009.

 

 

Mariniersbrug

De Maasbrug
symbool van on-
verzett’lijkheid
leed aan metaal-
moeiheid en was
gedoemd – Geen

mariníer die ‘t
stage knagen van
den tijd een halt
toeriep – integen-
deel! Reeds rees
uit Rotown’s harte-

bloed een nieuw
symbool ons tege-
moet – scharlaken
in de neongloed –
De Mariniersbrug
Poort die naar
Heden voert!

 

 

 

 

Beknopte topografie van de Rijnmond

 

Rotterdam
Schiedam
Vlaardingen
Maassluis

hoekie om
trappie af

gekkenhuis

 

 

 

 

Warm vlees

Warm vlees
in koelen bloede

zoekt kennis met
broodje tartaar

om samen oud mee
te worden

Uitjes geen
bezwaar

 



791018-829d3e6b8dbefe9958cfca54eb4a72fe.jpg
Jules Deelder (Rotterdam, 24 november 1944)

 

 

 

 

 

De IJslandse schrijver Einar Kárason werd op 24 november 1955 geboren in Reykjavík. Zie ook mijn blog van 24 november 2008 en ook mijn blog van 24 november 2009.

 

Uit: Feindesland (Vertaald door Helmut Lugmayr)

 

„Ich kann es mir vielleicht nicht leisten, mich groß über Hurerei, Saufgelage und Schlägereien aufzuregen, aber ich hatte trotzdem die Nase voll von all dem in Trondheim, diesem Rattennest.

Wie lange war ich eigentlich schon dort? Viel zu viele Jahre auf jeden Fall…

Wer sein Leben in der Nähe des norwegischen Königshofs verbringt, der wird zum Jammerlappen. Auf Dauer hält es dort auch keiner aus – außer Lumpenpack, wie ich…

Und doch übt der Name dieser Stadt überall im Norden eine magische Anziehungskraft aus, nicht zuletzt seit sich König Hákon hier niedergelassen hat. Vogeljäger von den Hebriden, färöische Walfänger, schwedische Bauernlümmel und norwegische Kaufmannssöhne, aber in erster Linie Verbrecher, Mörder und verbitterte Landstreicher von Grönland im Westen bis zum Baltischen Meer im Osten kommen hierher, um in den Soldatenlagern Unterschlupf zu suchen, in der Hoffnung auf Beförderung und fette Beute auf Kriegszügen an friedlicheren Gestaden. Oder um in die Palastwache aufgenommen zu werden und dort ihre Lust an Mord und anderen Grausamkeiten zu stillen. Und schließlich kommen auch Männer aus Island hierher, nicht zuletzt Söhne angesehener Sippenoberhäupter, wie ich, den Kopf voll wirrer Träume: Vasall des Königs zu werden und von ihm Titel und Ländereien verliehen zu bekommen, oder Lobgesänge auf Fürsten und Herzöge zu dichten und Schiffe und kostbare Geschenke als Lohn dafür zu empfangen… Ich weiß nicht mehr, was es war. Ich weiß nur, dass ich nicht mehr die geringste Ahnung hatte, in welcher Absicht ich an diesen üblen Ort gekommen war.

Bevor ich von zu Hause aufbrach, hatte man allerdings davon gesprochen, dass mir eine große Karriere am Königshof so gut wie sicher sei, auch wenn das nicht der Grund für meinen Aufbruch aus dem Haus meines Vaters gewesen war. Alle hatten gesagt, man würde mich in Norwegen wie einen Fürsten empfangen, wegen der Blutsbande und der Freundschaft, die den König mit meiner Sippe verbindet. Und zu Anfang stand mir auch wirklich so manche Tür offen, solange die Leute wussten, dass ich genug Geld im Sack hatte.“

 

 

 

 791018-7bcf0b0e2ed264d553fb518adc5537a8.jpg

Einar Kárason (Reykjavík, 24 november 1955)

 

 

 

 

 

De Ivoriaanse schrijver Ahmadou Kourouma werd geboren op 24 november 1927 in Togobala. Zie ook mijn blog van 24 november 2008 en ook mijn blog van 24 november 2009.

 

Uit: Allah n’est pas obligé

 

“Je décide le titre définitif et complet de mon blablabla est Allah n'est pas obligé d'être juste dans toutes ses choses ici-bas. Voilà. Je commence à conter mes salades.

Et d'abord... et un... M'appelle Birahima. Suis p'tit nègre. Pas parce que suis black et gosse. Non! Mais suis p'tit nègre parce que je parle mal le français. C'é comme ça. Même si on est grand, même vieux, même arabe, chinois, blanc, russe, même américain; si on parle mal le français, on dit on parle p'tit nègre, on est p'tit nègre quand même. Ça, c'est la loi du français de tous les jours qui veut ça.

... Et deux... Mon école n'est pas arrivée très loin; j'ai coupé cours élémentaire deux. J'ai quitté le banc parce que tout le monde a dit que l'école ne vaut plus rien, même pas le pet d'une vieille grand-mère. (C'est comme ça on dit en nègre noir africain indigène quand une chose ne vaut rien. On dit que ça vaut pas le pet d'une vieille grand-mère parce que le pet de la grand-mère foutue et malingre ne fait pas de bruit et ne sent pas très, très mauvais.) L'école ne vaut pas le pet de la grand-mère parce

que, même avec la licence de l'université, on n'est pas fichu d'être infirmier ou instituteur dans une des républiques bananières corrompues de l'Afrique francophone. (République bananière signifie apparemment démocratique, en fait régie par des intérêts privés, la corruption.) Mais fréquenter jusqu'à cours élémentaire deux n'est pas forcément autonome et mirifique. On connaît un peu, mais pas assez; on ressemble à ce que les nègres noirs africains indigènes appellent une galette aux deux

faces braisées. On n'est plus villageois, sauvages comme les autres noirs nègres africains indigènes: on entend et comprend les noirs civilisés et les toubabs sauf les Anglais comme les Américains noirs du Liberia.”

 

 

 791018-6e42cf8f314b945e283bffa9e571a259.jpg

Ahmadou Kourouma (24 november 1927 – 11 december 2003)

 

 

 

 

De Chinese dichter en schrijver Wen Yiduo werd geboren op 24 november 1899 in Xishui, Hubei. Zie ook mijn blog van 24 november 2008 en ook mijn blog van 24 november 2009.

 

 

Laundry Song

 

Clothes-washing is the most common occupation of Chinese in America . Students studying abroad are thus often asked, “Does your dad work in a laundry?” Many cannot bear such insults. However, clothes-washing does contain an element of mystery. At least I've thought so, and so write this “Laundry Song”.

 

(one clothing, two clothing, three clothing)

Washing clothes must washing clean!

(four clothing, five clothing, six clothing)

Ironing clothes must ironing straight!

 

I wash dry handkerchiefs grief get wet,

I wash white sweaty shirt guilt make black,

Grease of greed and ash of desire fire…

In your house every dirty things,

              Give to me washing, give to me washing.

 

Bronze is so stinky, blood is so smell,

Dirty things you can not no washing,

Clean things still get dirty again,

You stand these people or can you ignore?

              Washing for them! Washing for them!

 

You say laundry business low,

Low task only Tang person can do?

Your priest telling me, say:

Jesus his daddy do carpentry,

              You believe that? You believe that?

 

Soapy white water give you nothing pretty,

Washing clothes not building battleship.

I say too is no great big deal—

Wash yourself in blood washing other man's sweat?

              Would you doing that? Would you doing that?

 

Year come year go a drop of homesick tear,

Three in the morning one lamp of laundryman…

Low or no low you never mind,

Just see where no clean and where no straight,

              Ask Chinaman, ask Chinaman.

 

I wash dry handkerchiefs grief get wet,

I wash white sweaty shirt guilt make black,

Grease of greed and ash of desire fire,

In your house every dirty things,

              Give to me washing, give to me washing.

 

(one clothing, two clothing, three clothing)

Washing clothes must washing clean!

(four clothing, five clothing, six clothing)

Ironing clothes must ironing straight!

 

 

Vertaald door Lucas Klein

 

 

 

791018-a0702fc35ba94e790aa46ddcd0f323a4.jpg
Wen Yiduo (24 november 1899 – 15 juli 1946)

Standbeeld in Beijing

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Thomas Kohnstamm werd geboren in Seattle, Washington op 24 november 1975. Zie ook mijn blog van 24 november 2008 en ook mijn blog van 24 november 2009.

 

Uit: Do Travel Writers Go to Hell?

 

„While I may push things further than most travel writers, I know of many others who have experienced the same trials and dilemmas to varying degrees. We all do. But, up to now, no one has given voice to the everyday life of the gritty miners of travel information, those who dig up the material that is then polished and sold to consumers as Travel Gospel. No one has talked about the roguish misfits out there with years’ worth of nights logged in dingy hostels, pounding the pavement from bars to restaurants to nightclubs and back, doing their best to be, or pretend to be, experts on everything going around them. It has also been my experience that the editors, who are our closest work companions, don’t really know how we do what we do. Maybe they don’t want to know.
This book is not intended to be an exposé and it is not intended to discourage the purchase or use of travel guidebooks. I almost always take a guidebook with me when I travel, and it invariably helps me in some way that makes it worth its price and worth its weight in my pack. It is my hope that this book will help to demystify the origins of travel writing and show that when thousands of travelers follow a guidebook word-for-word, recommendation-for-recommendation, it not only harms contemporary international travel but can also do serious harm to places in developing countries. A guidebook is not the singular or necessarily the correct way to approach a destination.“

 

 

 791018-5de3031a98002a9a3dd480e254b6cbad.jpg

Thomas Kohnstamm (Seattle, 24 november 1975)



Zie voor nog meer schrijvers van de 24e november ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 19:56 Reageer op dit bericht

Hans Sahar

De Nederlandse schrijver van Marokkaanse afkomst Hans Sahar (pseudoniem van Farid Boukakar) werd geboren in Al Hoceima, Marokko, in 1974. Zie ook mijn blog van 14 mei 2010.

 

Uit: Hoezo bloedmooi

 

„Voordat hij in slaap viel, dacht hij aan die vorige vakantie toen ze met z’n allen naar Marokko waren geweest. Wat een geluk! Het gevoel dat je thuiskomt,dat je welkom bent, dat je gelijk bent aan alle anderen, dat niemand vuile kankerturk tegen je zegt. Elke dag naar het strand en de haven met alle bars. Zoveel zon en warmte. Wat was hij daar hard aan toe. Het enige wat er nog moest gebeuren... verdomme, hij zou alles in één klap oplossen.”

(...)

 

„Weer werd hij somber. Ben je negentien en heb je al een paar jaar gezeten. Zit je weer in de bak. Wat is dit voor leven? Zinloos. Als je zo doorgaat haal je de vijfentwintig niet. Dit is niet vol te houden. Je bent een groot brok dynamiet met een vervloekt klein lontje. En telkens ontploft de hele klerezooi. En tenslotte komt een keer de grote knal en is alles voorbij.
Als je nou zeker wist dat er een hemel was, dan kon je eigenlijk maar beter doodgaan.“

 

 

 

913024-a06109cb7cfc26af5ad6f333b783c4d8.jpg
Hans Sahar (Al Hoceima, 24 november 1974)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Laurence Sterne, Cissy van Marxveldt, Arundhati Roy, Carlo Collodi, Ludwig Bechstein, Gerhard Bengsch

De Engels-Ierse schrijver Laurence Sterne werd geboren op 24 november 1713 in Clonmel, Tipperary, Ierland. Zie ook mijn blog van 24 november 2006 en ook mijn blog van 24 november 2008 en ook mijn blog van 24 november 2009.

 

Uit: The Life and Opinions of Tristram Shandy, Gentleman

 

„To my uncle Mr. Toby Shandy do I stand indebted for the preceding anecdote, to whom my father, who was an excellent natural philosopher, and much given to close reasoning upon the smallest matters, had oft, and heavily, complain'd of the injury; but once more particularly, as my uncle Toby well remember'd, upon his observing a most unaccountable obliquity, (as he call'd it) in my manner of setting up my top, and justifying the principles upon which I had done it,-the old gentleman shook his head, and in a tone more expressive by half of sorrow than reproach,-he said his heart all along foreboded, and he saw it verified in this, and from a thousand other observations he had made upon me, That I should neither think nor act like any other man's child:--But alas! continued he, shaking his head a second time, and wiping away a tear which was trickling down his cheeks, My Tristram's misfortunes began nine months before ever he came into the world.
--My mother, who was sitting by, look'd up,-but she knew no more than her backside what my father meant,--but my uncle, Mr. Toby Shandy, who had been often informed of the affair,-understood him very well.
I know there are readers in the world, as well as many other good people in it, who are no readers at all,-who find themselves ill at ease, unless they are let into the whole secret from first to last, of every thing which concerns you.
It is in pure compliance with this humour of theirs, and from a backwardness in my nature to disappoint any one soul living, that I have been so very particular already. As my life and opinions are likely to make some noise in the world, and, if I conjecture right, will take in all ranks, professions, and denominations of men whatever,-be no less read than the Pilgrim's Progress itself---and, in the end, prove the very thing which Montaigne dreaded his essays should turn out, that is, a book for a parlour-window;-I find it necessary to consult every one a little in his turn; and therefore must beg pardon for going on a little further in the same way: For which cause, right glad I am, that I have begun the history of myself in the way I have done; and that I am able to go on tracing every thing in it, as Horace says, ab Ovo.”

 

 

 

791015-92565fbeedd5b74b87f6d86d697bcbcc.jpg
Laurence Sterne (24 november 1713 – 18 maart 1768)

Marmeren buste van Sterne in Shandy Hall, Coxwold, York

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijfster Cissy van Marxveldt werd geboren in Oranjewoud op 24 november 1889. Zie ook mijn blog van 24 november 2006 en ook mijn blog van 24 november 2008 en ook mijn blog van 24 november 2009.

 

Uit: De dochter van Joop Ter Heul

 

„We vliegen naar het eind van de vacantie toe. Ik ben zo bruin als een okkernoot, en ik heb twee weken bij Opa van Dil en twee weken bij Opa Heultje gelogeerd. O, het is best leuk geweest, alleen hebben de beide Opa's een kousendrama veroorzaakt. Dat kwam zo. De eerste dag de beste zei Tante Suzanna: "Morgen ga jij met mij het dorp in om kousen te kopen." We zaten in de tuin, waar Mams in de oertijd ook gezeten heeft. Ik hing lui in een stoel, met mijn prachtig bruinverbrande benen uitgestrekt.
Ik vroeg, ofschoon ik het al lang doorhad: "Voor wie? Voor U?"
"Joop, wees alsjeblieft niet brutaal. Voor jou natuurlijk."
"Voor mij? Maar ik draag nooit kousen. Alleen in de winter, bij vorst."
"Maar hier draag je wèl kousen. Ik heb er verleden jaar niets van gezegd, maar nu je zestien bent........ Het is geen gezicht," besloot Tante Suzanna. Tante Suzanna droeg een mouselientje, zwart met witte noppen, tot op haar tenen en met een boord.
"Ik kan gewoonweg geen kousen dragen. Ze kriebelen mij. En, ik ben altijd uit mijn humeur."
"Dan maar uit je humeur. We gaan morgenochtend samen naar het dorp.
Dus de volgende morgen, een dag om te stikken, togen Tante Suzanna en ik naar het dorp. Alle mensen, die haar tegenkwamen, groetten. Dat was natuurlijk van de linkerhand, die niet weet, wat de rechter doet. Tante Suzanna kocht vier paar bruine kousen, niet van de dunsten, en 's middags had ik er een paar aan.“

 

 

791015-930e0defc682c3974d37d5aede3061cf.jpg
Cissy van Marxveldt (24 november 1889 – 31 oktober 1948)

 

 

 

 

 

De Indiase schrijfster Arundhati Roy werd geboren op 24 november 1961 in Shillong. Zie ook mijn blog van 24 november 2006 en ook mijn blog van 24 november 2008 en ook mijn blog van 24 november 2009.

 

Uit: Der Gott der kleinen Dinge (Vertaald door Anette Grube)

 

"Sollen wir sie aufwecken?" fragte Estha.

Streifen des spätnachmittäglichen Lichts schlichen sich durch die Vorhänge ins Zimmer und fielen auf Ammus mandarinenförmiges Transistorradio, das sie immer mit zum Fluss nahm. (Mandarinenförmig war auch das Ding gewesen, das Estha in seiner klebrigen anderen Hand in Meine Lieder, meine Träume getragen hatte.)

Helle Sonnenlichtstreifen brachten Ammus zerzaustes Haar zum Glänzen. Sie wartete unter der Haut ihres Traumes, wollte ihre Kinder nicht hereinlassen.

"Sie hat gesagt, man soll träumende Menschen langsam aufwecken", sagte Rahel. "Sonst kriegen sie leicht einen Herzinfarkt."

Sie beschlossen, dass es am besten wäre, sie diskret zu stören, statt sie abrupt zu wecken. Sie öffneten Schubladen, sie räusperten sich, sie flüsterten laut, sie summten eine kleine Melodie. Sie verrückten Schuhe. Und fanden eine Schranktür, die quietschte.

Ammu, die sich unter der Haut ihres Traumes ausruhte, beobachtete sie und liebte sie so sehr, daß es weh tat...“

 

 

 791015-4634a8e6d2038e70d380c9af5589a363.jpg

Arundhati Roy (Shillong, 24 november 1961)

 

 

 

 

 

De Italiaanse schrijver Carlo Collodi werd als Carlo Lorenzi op 24 november 1826 in Florence geboren. Zie ook  Zie ook mijn blog van 24 november 2006 en ook mijn blog van 24 november 2009.

 

Uit: Pinocchio (Vertaald door Charlotte Birnbaum)

 

„Es war einmal –

»Ein König!«, ruft ihr gewiss alle, wenn ihr diese Geschichte lest. Falsch geraten! Es war einmal – ein

Stück Holz. Es war kein besonderes Holz, sondern nur ein einfaches langes Holzscheit, wie man es winters in den Kamin wirft, damit es den Menschen Wärme gibt.

Ich weiß nicht, wie es kam, aber dieses Stück Holz geriet eines schönen Tages in die Werkstatt eines alten Schreiners. Er hieß eigentlich Meister Anton, doch jeder nannte ihn Meister Kirsche wegen seiner Nasenspitze, die dunkelrot glänzte wie eine reife Kirsche.

Nun hielt unser Meister Kirsche just Ausschau nach Arbeit. Da fiel sein Blick auf dieses Stück Holz. Er wurde ganz heiter, rieb sich zufrieden die Hände und brummte vor sich hin:

»Du kommst mir gerade recht. Ich will ein Tischbein aus dir machen.«

Gesagt, getan. Er holte die Axt und schärfte sie, damit er die Rinde recht sauber abschälen könne; sie kam ihm sehr fest vor. Meister Kirsche hob die Axt und wollte gerade zuhauen, da blieb ihm der Arm vor Schreck in der Luft stehen. Denn er hörte ein fiepsfeines Stimmchen flehentlich bitten: »Hau mich

nicht!«

Ihr könnt euch denken, wie dem guten alten Meister Kirsche zumute war. Seine Augen irrten suchend in der Werkstatt umher. Wo um alles in der Welt sollte dieses Stimmchen hergekommen sein? Er sah unter die Bank – niemand; er sah in einen Schrank, der immer zugeschlossen war – niemand; er öffnete die Tür der Werkstatt und warf einen Blick auf die Straße – niemand. Also?

Da kratzte er sich die Perücke und lachte und sagte: »Sieh einmal an. Ich habe mir das Stimmchen eingebildet. Gehen wir wieder an die Arbeit.« Und er nahm die Axt in die Hand und schlug kräftig auf das Stück Holz los.“

 

 

 

791015-db453e3be307e6699b8d37b4c39db88d.jpg
Carlo Collodi (24 november 1826 – 26 oktober 1890)

Pinocchio, scene uit de Disney film uit 1940

 

 

 

 

De Duitse dichter, schrijver, bibliothecaris en archibaris Ludwig Bechstein werd geboren op 24 november 1801 in Weimar. Zie ook mijn blog van 24 november 2008 en ook mijn blog van 24 november 2009.

 

Uit: Der Dunkelgraf

 

„Geheimnißvoll murmeln die Wellen und schlagen nur leise an die Ufer des friedlichen Busens, in welchen das Flüßchen Jahde, vorüber rinnend an den einzelnen Häusern des friesischen Dorfes gleichen Namens und der Jahdekirche, sich geräuschlos einsenkt, um dann als breite Stromfläche aus dem zur Fluthzeit fast gerundet erscheinenden Becken mit dem Weserausstrome sich zu vereinen und in die Nordsee sich zu ergießen. Nur wenige größere Fahrzeuge liegen an der Rhede von Färhuk vor Anker, mit Kaufmannsgütern befrachtet, oder auf Einschiffung solcher harrend; es sind Schmakschiffe, die mit vierzig bis fünfzig Lasten die Erzeugnisse des Landes Oldenburg dem Verkehr der nachbarlichen Seehäfen zuführen, und außer ihnen ungleich mehr Barken und Kähne für die Vermittelung des nächstnahen Handelsbetriebes der ausgedehnten Marschlande. Tief in das Land eingebettet, mehr einem großen Binnensee ähnlich, als einem eigentlichen Meerbusen, vor Stürmen geschützt, wie vor heftiger Brandung selbst bei höchster Fluth, ruht dieses Gewässer, und dabei befahrbar von den größten Schiffen, von Klippen frei wie von Treibeis, an jeder Stelle trefflichen Ankergrund darbietend. Es ist derselbe Jahdebusen, auf welchen in der Gegenwart sich hoffnung- und freudevoll die Blicke zahlreicher deutscher Vaterlandsfreunde richten; auf dem die schwarz-weiße Flagge Preußens von stolzen Kriegsschiffen, die hier ihren Hafen fanden, wehen, und diesem Winkel zwischen Land und Meer dereinst vielleicht eine hohe geschichtliche Bedeutung verleihen wird. Sechs Jahrzehnte zurück! Eine dunkle Frühlingsnacht und dichter Märznebel schleiern all’ die Wellen und Wogen, die Geesten und Sielen ein; kaum erreicht die dämmernde Helle der in den Häusern des Dorfes Jahde brennenden Lichter den Deichdamm, der das Jahder Watt umgrenzt.“

  

 

791015-8af35d92a8d7ef19b566b2a136b019b5.jpg
Ludwig Bechstein (24 november 1801 – 14 mei 1860)

 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijver ook mijn blog van 24 november 2008. 

 

De Duitse schrijver Gerhard Bengsch werd geboren op 24 november 1928 in Berlijn.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Paul Celan, Marcel Beyer, Jennifer Michael Hecht


De Duits-Roemeense dichter Paul Celan werd onder de naam Paul Antschel op 23 november 1920 geboren in Czernowitz, toentertijd de hoofdstad van de Roemeense Boekovina, nu behorend bij de Oekraïne. Zie ook mijn blog van 23 november 2006 en ook mijn blog van 29 maart 2006  en ook mijn blog van 23 november 2007 en ook mijn blog van 23 november 2008 en ook mijn blog van 23 november 2009.

 

 

Sprich auch du

Sprich auch du,
sprich als letzter,
sag deinen Spruch.

Sprich -
Doch scheide das Nein nicht vom Ja.
Gib deinem Spruch auch den Sinn:
gib ihm den Schatten.

Gib ihm Schatten genug,
gib ihm so viel,
als du um dich verteilt weißt zwischen
Mittnacht und Mittag und Mittnacht.

Blicke umher:
sieh, wie's lebendig wird rings -
Beim Tode! Lebendig!
Wahr spricht, wer Schatten spricht.

 

Nun aber schrumpft der Ort, wo du stehst:
Wohin jetzt, Schattenentblößter, wohin?
Steige. Taste empor.
Dünner wirst du, unkenntlicher, feiner!
Feiner: ein Faden,
an dem er herabwill, der Stern:
um unten zu schwimmen, unten,
wo er sich schimmern sieht: in der Dünung
wandernder Worte

 

 

 

 

Harnischstriemen

Harnischstriemen, Faltenachsen,
Durchstich-
punkte:
dein Gelände.

An beiden Polen
der Kluftrose, lesbar:
dein geächtetes Wort.
Nordwahr. Südhell.

 

 

 

 

 

Met wisselende sleutel

Met wisselende sleutel
ontsluit je het huis, waarin
de sneeuw van 't verzwegene woedt.
Naar gelang het bloed opwelt
uit je oog of je mond of je oor
wisselt je sleutel.

Wisselt je sleutel, wisselt het woord
dat woeden mag met de vlokken.
Naar gelang de wind die jou wegstoot,
balt om het woord zich de sneeuw.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 

 

 790203-42d263f8e9a1c9afb52e7526f7d2802d.jpg

Paul Celan (23 november 1920 – 20 april 1970)

 

 

 

 

 

De Duitse dichter, schrijver en essayist Marcel Beyer werd op 23 november 1965 in Tailfingen / Württemberg geboren. Zie ook mijn blog van 23 november 2006 en ook mijn blog van 23 november 2008 en ook mijn blog van 23 november 2009.

 

 

 

Hotel Kaliningrad

 

Na komm. Im Nachbarbett verhaken sich die Finger,

die Wand ist Packpapier, im Dunkeln rieche

ich nach Fisch. Die Tür war offen, angelehnt, als

 

ich den langen Flur herunterkam. Nun komm, komm

schneller. Sie lachten nicht, ich dachte immer,

daß sie lachen, wenn sie im Nachbarzimmer sich

 

betrachten. Das Bett, die Wäsche ist so grob gemustert,

ich kann darin den nackten Fuß nur schwer

erkennen. Na komm, nicht schlafen, nicht ermüden,

 

steh. Lang kann es nicht mehr dauern, die Hand ist warm,

das Muster grob, das Fenster Zellophan. Es dauert

nicht mehr lang, dann schiebt der Tabakhändler seinen

 

Ring der dunklen Nachtgenossin auf den kleinen Zeh.

 

 

 

 

Wespe, komm

 

Wespe, komm in meinen Mund,

mach mir Sprache, innen,

und außen mach mir was am

Hals, zeig’s dem Gaumen, zeig es

 

uns. So ging das. So gingen die

achtziger Jahre. Als wir jung

und im Westen waren. Sprache,

mach die Zunge heiß, mach

 

den ganzen Rachen wund, gib mir

Farbe, kriech da rein. Zeig mir

Wort- und Wespenfleiß, mach’s

dem Deutsch am Zungengrund,

 

innen muß die Sprache sein. Immer

auf Nesquik, immer auf Kante.

Das waren die Neunziger. Waren

die Nuller. Jahre. Und: so geht das

 

auf dem Land. Halt die Außensprache

kalt, innen sei Insektendunst, mach

es mir, mach mich gesund,

Wespe, komm in meinen Mund.

 

 

 

 790203-18ea15d66955afaff479c6f9335c1a33.jpg

Marcel Beyer (Tailfingen, 23 november 1965)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Jennifer Michael Hecht werd geboren op 23 november 1965 in New York. Zie ook mijn blog van 23 november 2006 en ook mijn blog van 23 november 2008 en ook mijn blog van 23 november 2009.

 

 

 

Funny Strange

 

We are tender and our lives are sweet

 

and they are already over and we are

visiting them in some kind of endless

reprieve from oblivion, we are walking

around in them and after we shatter

with love for everything we settle in.

 

Thou tiger on television chowing,

thou very fact of dreams, thou majestical

roof fretted with golden fire. Thou wisdom

of the inner parts. Thou tintinnabulation.

 

Is it not sweet to hand over the ocean's

harvest in a single wave of fish? To bounce

a vineyard of grapes from one's apron

and into the mouth of the crowd? To scoop up

bread and offer up one's armful to the throng?

Let us live as if we were still among

 

the living, let our days be patterned after

theirs. Is it not marvelous to be forgetful?

 

 

 

September

Tonight there must be people who are getting what they want.
I let my oars fall into the water.
Good for them. Good for them, getting what they want.

The night is so still that I forget to breathe.
The dark air is getting colder. Birds are leaving.

Tonight there are people getting just what they need.

The air is so still that it seems to stop my heart.
I remember you in a black and white photograph
taken this time of some year. You were leaning against
a half-shed tree, standing in the leaves the tree had lost.

When I finally exhale it takes forever to be over.

Tonight, there are people who are so happy,
that they have forgotten to worry about tomorrow.

Somewhere, people have entirely forgotten about tomorrow.
My hand trails in the water.
I should not have dropped those oars. Such a soft wind.

 

 

 

 790203-1cfe1a6a1a3765f72ba2e1c00a72410f.jpg

Jennifer Michael Hecht (New York, 23 november 1965)



Zie voor nog meer schrijvers van de 23e november ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 23:03 Reageer op dit bericht

Sait Faik Abasıyanık, Guy Davenport, Nigel Tranter, Marieluise Fleißer, Nirad C. Chaudhuri


De Turkse schrijver
Sait Faik Abasıyanık werd geboren op 23 november 1906 in Adapazarı. Zie ook mijn blog van 23 november 2008. 

 

Uit: Hisht, Hisht!... (Vertaald door Ufuk Özdağ)

 

„Maybe it’s a bird. Maybe it’s a tortoise. Maybe a hedgehog. Or maybe a fish, a monster, calling out from the sea nearby. Maybe a cormorant. Maybe a mihaliki1 bird.

Or better still, why don’t I, myself, start a “hisht hisht.” Right at that instant, I began murmuring a sound, not at all resembling the hisht hisht sound that was going on . . . a sound, though I wrestled, that would not resemble the sound I had been hearing.

All of a sudden, a man and a woman appeared ahead of me. They asked for the road to Kalpazankaya.2 “You’re right on it,” I replied. It seemed as though the road moved . . .  as though they didn’t walk. They became distant to me in a matter of steps. I noticed the priest’s son lying facedown among the sheep. From his face rose a creature, silly and like a freckled rooster. He wiped saliva from his mouth. He grabbed the lamb by its legs. He fell with the lamb. He kissed the lamb on its nose. He stared about with an ugly, silly, jerk-off’s face. Now I was in a flower field. It was, no doubt, some kind of bird that kept saying “hisht hisht” to me. Y’see, there certainly are birds like that. They do not go “chirp chirp”; they go “hisht hisht.” A bird it was, a bird.

A man was spading the ground. He was stepping on the metal of the spade, and was tilling the soil, reddish in color, upside down.

“Hello there, my fellow friend!” he said.“

 

 

 790184-cb197561de2b0c57c114fad7043a7b0c.jpg

Sait Faik Abasıyanık (23 november 1906 – 11 mei 1954)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver, vertaler, schilder, illustrator Guy Mattison Davenport werd geboren op 23 november 1927 in Anderson, South Carolina. Zie ook mijn blog van 23 november 2008.

 

Uit: The Dawn

 

„At the gymnasium he had finished his presses and curls, walked springfooted to the

showers, tossed his shorts and jockstrap into his locker, and lifted his face to the cold torrent that

sprayed him until he was gooseflesh and shivers, his scrotum tight.

Wittgenstein’s mornings were spent in gardens, forests, Cambridge fields. His hands in

the pockets of his leather jacket, he walked around trees, his eyes puzzled by their beauty.

(...)

 

The attendant Hans, a tall, steep-chested boy with a wad of hair at his jugular notch, had brought

him a fresh towel. A redstone kouros from Sounion, this strapping young Amsterdammer,

translated into the slenderer grace of the modern gramivore. He wore only a thin-bretelled blue

undershirt that rucked under his pectoral mass but stretched creaseless across his myronic flanks.

Adriaan regarded his stout cock with philosophic admiration, male envy tempered by apolegamy.“

 

 

 

790184-1f9b4e55689d8dff91de70a5c6a74c9b.jpg
Guy Davenport (23 november 1927 – 4 januari 2005)

 

 

 

 

 

De Schotse schrijver en historicus Nigel Tranter werd geboren op 23 november 1909 in Glasgow. Zie ook mijn blog van 23 november 2008.

 

Uit: The Queen’s Scotland

 

“Monikie, Craigton and Newbigging.

This rural parish lies eight miles north-east of Dundee and four north of Monifieth, and is readily identified, both on the ground and on the map, by the double Monikie Reservoirs of the Dundee Waterworks, of 73 and 46 acres, which, with a third one two miles to the north at Crombie, supply some 650 million gallons. The parish is medium-sized, of about 9000 acres, and contains the villages of Craigton and Newbigging. Monikie itself consists of two hamlets, the Kirkton and that at the former railway-station a mile to the west; plus another, reduced to a scatter of houses, at Guildy farther to the east. Two small ranges of hills divide the parish into three districts of differing character, traversed by the streams and dens of Monikie, Pitairlie and Buddon Burns.The larger, Monikie, hamlet at the west end of the reservoirs, is quite an attractive place, with a surprisingly large granary, formerly a seed-crushing mill, to find in such a rural site, the works of the Panmure Trading Company, which dries and stores grain from a wide area, especially barley for the distilleries. The branch-line and former railway-station are closed. Half a mile to the north-west is the highly interesting Auchinleck or Affleck Castle. This is an excellent example of the sturdy and massive free-standing tower of the late 15th century, little altered, five storeys and 60 feet high, with corbelled parapet and two distinctly unusual square caphouses, the flat roofs of which form lofty watch-platforms.“

 

 

 

790184-db7e1005c0a9996f27e093e8d1194ff2.jpg
Nigel Tranter (23 november 1909 – 9 januari 2000)

Glasgow 

 



 

De Duitse schrijfster Marieluise Fleißer werd geboren op 23 november 1901 in Ingolstadt. Zie ook mijn blog van 23 november 2008.

 

Uit: Hiltrud Häntzschel: Marieluise Fleißer. Eine Biographie

 

„Zu Marieluise Fleißers 70. Geburtstag im November 1971 forderte der Dramatiker Franz Xaver Kroetz in der Süddeutschen Zeitung: "Der Suhrkamp Verlag sollte endlich auch eine Gesamtausgabe der Fleißerschen Werke herausbringen." Es gab damals nicht nur keine Gesamtausgabe, das literarische Früh- und Hauptwerk der Schriftstellerin Marieluise Fleißer war so gut wie verschollen, ungelesen, unüberprüfbar. Ein Jahr zuvor erst hatte "das Wunder" begonnen, das Wunder ihrer Wiederentdeckung, Wiedererkennung, begleitet vom großen späten Ruhm.
Zweimal in ihrem Leben hatte sie wirklich Erfolg. Der erste, 1929 mit der Berliner Aufführung der Pioniere in Ingolstadt, war so glanzvoll wie umstritten und brach - in Verbindung mit persönlichen Umständen - ihre Karriere ab. Der zweite am Ende ihres Lebens kam zu spät, aus Ruhm wurde Nachruhm, aus Nachruhm Legende. Dazwischen liegen Jahrzehnte eines unglücklichen, engen, einzig an Mangel, Entbehrungen, Enttäuschungen reichen Lebens: materieller Mangel, nackter Hunger und völlige Mittellosigkeit, Mangel an Liebe, an erfüllter Sexualität, Mangel an intellektuellen Kontakten, an Austausch mit Ebenbürtigen, Mangel an öffentlicher Anerkennung ihres Schreibens, an Erfolg. Wären da nicht ihre "Fluchtwege im Kopf", ihre einzigartige dichterische Könnerschaft, es lohnte kaum, von ihr zu erzählen.
Heute ist Marieluise Fleißer auf sonderbare Weise unbekannt und prominent zugleich: Es gibt Marieluise-Fleißer-Straßen und eine Briefmarke, ein ICE führt unter ihrem Namen. Ihre Lebensgeschichte - oder was davon in die Legenden einging, das Brecht-Erlebnis vor allem - hat sich verselbständigt, wieder in Literatur verwandelt.

 

 

 

790184-cab2fd2f35216e267118ed880c9828d0.jpg
Marieluise Fleißer (23 november 1901 – 2 februari 1974)

Omslag biografie 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijver ook mijn blog van 23 november 2008.

 

De Bengaals-Indische schrijver Nirad C. Chaudhuri werd geboren op 23 november 1897 in Kishoreganj.

 

 

Geschreven door Romenu om 20:40 Reageer op dit bericht

In Memoriam Guillaume van der Graft


In Memoriam Guillaume van der Graft

 

 

In zijn woonplaats Utrecht is afgelopen zondag, 21 november, op 90-jarige leeftijd de Nederlandse dichter, schrijver en theoloog Guillaume van der Graft overleden. Guillaume van der Graft werd op 15 augustus 1920 geboren in Rotterdam. Zie ook mijn blog van 15 augustus 2007 en ook mijn blog van 15 augustus 2008 en eveneens mijn blog van 15 augustus 2009 en mijn blog van 15 augustus 2010.

 

 

Met de mensen mee

 

Met de vogels mee om vermoeidheidsredenen
reed ik de berg af, zij volgden mij,
enkelen rolden een groot rond ei
tussen zich in, sommigen deden

 

driftige ave's met hun vleugels;
gaandeweg werd de weg steenachtiger,
een reiger hijgde als een tachtiger,
allerlei onbewoonde geheugens

 

lagen verspreid in de groene kommen,
huppelend liepen de kleinsten naast mij,
veerkrachtig de arenden, zonder haast
de pienteren en kwaadsprekend de dommen.

 

Waarom? vroeg ik mij eensklaps af;
vogels zijn vlammen, ze slaan naar boven,
ze kunnen staan in een vurige oven,
maar mensen zijn as in een koud graf.

 

 

 

 

 789694-300ac0a4b03656520c495c507600b176.jpg

Guillaume van der Graft (15 augustus 1920 – 21 november 2010)

Geschreven door Romenu om 08:16 Reageer op dit bericht

Henri Borel

De Nederlandse schrijver en journalist Henri Jean Francois Borel werd geboren in Dordrecht op 23 november 1869. Hij was de zoon van kapitein der artillerie (later luitenant-kolonel en generaal-majoor) George Frederik Willem Borel. Een van zijn voorouders was waarschijnlijk de Franse zwartromantische schrijver Petrus Borel. Borel studeerde in Leiden en was vervolgens (van 1894-1899) tolk in China en ambtenaar voor Chinese aangelegenheden in Nederlands-Indië. Na zijn terugkeer in Nederland, in 1913, werd hij journalist en literair criticus voor De Telegraaf en Het Vaderland. Daarnaast schreef hij diverse boeken. Als romancier werd hij bekend met „Het jongetje“ (1898) en „Het zusje“ (1900). Door de kritiek werden deze doorgaans afgewezen, getuige de vele drukken werden ze door het grote publiek gewaardeerd. Ook Louis Couperus bewonderde Borel zeer, zoals te lezen is in Couperus roman Metamorphose (1897). Verder schreef hij Chinees-wijsgerige boeken als Wijsheid en schoonheid van China (1895), Kwan Yin: een boek van de goden en de hel (1896), De Chineesche filosofie toegelicht voor niet-sinologen (drie delen, 1896-1931) en De geest van China (1916). Hij was bevriend met Frederik van Eeden, Johan Thorn Prikker en Louis Couperus.

 

Uit: Het jongetje

 

“Hij was nog een heel erg Jongetje. Hij vond zichzelf al een beetje een meneer, sedert hij op de Hoogere Burgerschool was, en een lange broek aan had. Ook wist hij zoo nog al het een en ander, wat schooljongens in den Haag al zoo heel gauw weten, en hij vloekte ook wel, als de andere er bij waren, en lachte om allerlei leelijke dingen, zonder de gemeenheid te voelen.

Maar in zijn hart was hij nog een heel erg Jongetje gebleven. En ik zeg dit, omdat ik het weten kan. Hij liep meestal in een zwart pakje, dat stond hem het beste, zei moê; zijn lange broek had hij nog maar kort aan; en daarom liepen zijn beenen er nog wat moeilijk en verlegen in, alsof hij nog niet goed groot durfde zijn. Hij droeg een rond zwart hoedje, met zijde geboord en met een zijden lint. Onder een wit liggend boordje droeg hij een breedgestrikte das, en aan zijn mouwen vastgespeld witte manchetten. Een wit zakdoekje kwam uit zijn vestjeszak kijken. Voor al die dingen zorgde moê. Maar het boordje en de manchetten waren heel gauw vuil, en hij beet gaatjes in zijn zakdoeken, en smeerde er inkt aan. Hij had een wandelstok met een gouden knop, dien hij zooveel mogelijk op straat liet zien. Nog al een deftig jongetje was hij, en wou dat ook erg graag zijn. Hij was in den groei, en erg tenger, met een bleek gezicht, en hij wist dat dit een beetje voornaam was. Hij wist ook, dat de meisjes hem wel mochten, en liep een heele boel meisjes tegelijk na. Op de groote kinderbals in den Haag kwam hij vroeger in zwart fluweel, met korte broek, zwart zijden kousen en verlakte schoentjes met strikken, en dan maakte hij zichzelf wijs dat hij een prins of een graaf was. Vol decoraties, gouden sterren en bloemen van de cotillon, kwam hij daarvan thuis, en dan stond hij zich heel lang in den spiegel te bekijken, met al die glorie op zijn borst, vóór hij in bed ging. Een roosje en een lintje van het állerliefste meisje, - van een klein, wonderteer wezentje, feeëriek in tulle en kant -, ging meê, onder zijn kussen. - Maar hij had telkens weer een ánder allerliefst meisje, en was heel ontrouw, ofschoon hij een ridder wilde zijn.”

 

 


911308-7a588aa5ff148e9c02a0b481330ab773.jpg
Henri Borel (23 november 1869 - 31 augustus 1933)
Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Sipko Melissen

De Nederlandse dichter en schrijver Sipko Melissen werd geboren in Scheveningen op 23 november 1944. Melissen debuteerde in 1985 met de dichtbundel Gezicht op Sloten. In 1997 ontving hij voor zijn roman Jonge mannen aan zee de Anton Wachterprijs (voor het beste debuut). In 2000 verscheen De huid van Michelangelo en in 2003 De vendelzwaaier. Ook heeft Melissen een dichtbundel gepubliceerd in 1985, Gezicht op Sloten. In zijn romans spelen zelfonderzoek, de zoektocht naar inzicht en vriendschap tussen al dan niet homoseksuele mannen een belangrijke rol.

 

 

Buitenhuis

 

De appelboom staat al weer klaar
de bloesems komen dit voorjaar
laat maar zij komen niettemin

want in de takken huist geduld
een winter lang zijn zij vervuld
van niets dan breekt voor ons de knop

de bloei gebeurt in lichte tint
dan komen vlinders en de wind
de blaadjes worden losgerukt

en in de zomer als wij komen
hangen de appels aan de bomen
eten wij appels uit de hand

de takken raken leeggeplukt
ik overdenk het kort geluk
tussen bloesem en appelmoes

de appelboom is een parabel
die vrucht afwerpt in menig fabel
en aan mijn houten keukentafel

 

 

 

 899230-a1753a409dda68b3cc53a65f2205681e.jpg

Sipko Melissen (Scheveningen, 23 november 1944)
Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten