Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Cor Bruijn, Virginie Loveling, Dorothy Richardson, Jacint Verdaguer, Mischa Andriessen, Eva Schmidt

De Nederlandse schrijver Cor Bruijn werd geboren in Wormerveer op 17 mei 1883. Zie ook mijn blog van 17 mei 2007.

 

Uit: Langs de waterkant

 

“Siembroer werkte ijverig door. Hij was niet groot voor zijn leeftijd, tenger gebouwd, en hij liep wat moeilijk. Daarom noemden de jongens hem Kreupelen Siem, maar daar bedoelden ze niets onaangenaams mee. Ik zelf heb hem altijd zoo genoemd en hij was toch een van mijn beste vrienden.

't Was een klein huisje, waarin ze woonden. Van den vaartweg af kon je er niets van zien. 't Speelde heelemaal verstoppertje achter het groote, houten huis van Keesbuur. Eerst als je de steeg daarnaast inliep, zag je het er achter tegen aanleunen. 't Was een klein huisje, en 't was ook een oud huisje. Vroeger hoorde het bij het huis van Keesbuur en het diende zoowat voor bijkeuken en bergplaats. Maar toen de kinderen van Keesbuur langzamerhand getrouwd waren en hij met zijn vrouw Jannetje alleen bleef in het groote huis, vond hij, dat hij met dat aanbouwseltje nog wel wat verdienen kon. De binnendeur werd dichtgespijkerd, er werd een en ander in vertimmerd en nu was het het huis van Siem en Japie. Ze woonden er al een paar jaar met hun moeder. Japie wist niet beter, of hij had er altijd gewoond, maar Siem wist nog best van dat groote huis van vroeger. En dat was ook niet zoo oud.

Dat was in den tijd, toen vader nog leefde. Het stond ook aan den vaartweg en je had er een groote kamer, een klein kamertje, een keuken, een portaal en een grooten zolder, waar ze allemaal sliepen. Maar na vaders dood, konden ze daar niet blijven wonen en toen had moeder dit huisje gehuurd. Een gulden in de week moest ze er voor aan Keesbuur betalen, dan mocht ze ook nog dat stukje grond hebben, om er wat aardappelen en groente op te telen.”

 

 

 915012-0e645f5a8e085d43285d82672e28876a.jpg

Cor Bruijn (17 mei 1883 - 6 november 1978)

 

 



De Vlaamse dichteres en schrijfster
Virginie Loveling werd geboren in Nevele op 17 mei 1836. Zie ook mijn blog van 17 mei 2007.

 

 

Bij het sterfbed

 

Hij stond voor haar gebogen,

Zich zelve nauw bewust;

Hij stond haar aan te staren:

Daar lag zij in eeuwige rust.

 

Het waslicht beeft en wemelt

Op 't levenloos gezicht,

De zaal is groot en somber,

'Is zij het, die daar ligt?'

 

Wat denkt die diepbedroefde,

Daar bij het dodenbed?

- Hij denkt aan kleine vreugden,

Die hij haar heeft belet.

 

Hij denkt aan haar goedheid,

Aan menig gruwzaam woord,

Hem soms in toorn ontschoten,

Door haar alleen gehoord.

 

Hij hief het oog ten hemel,

En sloeg de handen saam,

Als om vergeving smekend,

En fluistert hare naam.

 

Hij wil het hoofd afwenden,

En kan niet henen gaan:

'Och, opende ze eenmaal hare ogen,

Och, zag ze mij nog eens aan!'

 

Vergeefs ! Gij krijgt geen antwoord,

In al uw wilde smart,

Geen blik dier gesloten ogen,

Geen klopping van dat hart.

 

Zijn droefheid steeg ten toppunt,

Hij weende en snikte luid,

En sloeg de hand aan 't hoofd,

En ijlde de kamer uit.

 

En zij, die 't bespieden zeiden:

" Wat heeft hij haar toch bemind;

Hij stond als verpletterd bij 't sterfbed,

En weende gelijk een kind!"

 

 

 915012-68f59350bc1e6ee2aa2b01c574d3e079.jpg

Virginie Loveling (17 mei 1836 – 1 december 1923)

 

 

 

 

De Engelse schrijfster Dorothy Miller Richardson werd geboren op 17 mei 1873 in Abington, Oxfordshire. Zie ook mijn blog van 17 mei 2007.

 

Uit: Pilgrimage

 

“It was the Thursday afternoon piano-organ, the one that was always in tune. It was early to-day.

She drew back from the window as the bass chords began thumping gently in the darkness. It was better that it should come now than later on, at dinnertime. She could get over it alone up here.

She went down the length of the room and knelt by the fireside with one hand on the mantel-shelf so that she could get up noiselessly and be lighting the gas if anyone came in.

The organ was playing "The Wearin' o' the Green."

It had begun that tune during the last term at school, in the summer.

It made her think of rounders in the hot school garden, singing-classes in the large green room, all the class shouting "Gather roses while ye may," hot afternoons in the shady north room, the sound of turning pages, the hum of the garden beyond the sun-blinds, meetings in the sixth form study. . . . Lilla, with her black hair and the specks of bright amber in the brown of her eyes, talking about free-will.

She stirred the fire. The windows were quite dark. The flames shot up and shadows darted.

That summer, which still seemed near to her, was going to fade and desert her, leaving nothing behind. To-morrow it would belong to a world which would go on without her, taking no heed. There would still be blissful days. But she would not be in them.“

 

 

 915012-68b74b0074363df979e299c71b7d5eb4.jpg

Dorothy Richardson (17 mei 1873 - 17 juni 1957)

 

 

 


De Catalaanse dichter en schrijver
Jacint Verdaguer i Santaló werd geboren op 17 mei 1845 in Folgueroles.

 

La Maladet (Fragment)

 

Years passed, centuries piled on centuries,
Before this bone-frame of primeval giants
Dressed itself in topsoil and timberland,
Before the crags grew moss, the meadows flowers,
Before the forests filled with thronging birds,
The thronging birds with song.

 

 

Vertaald door Ronald Puppo

 

 

 

Uit: The Montserrat Cycle (Fragment)

The angels used a golden saw
To notch these peaks and shape your palace:
Queen of heaven whom seraphim sent,
May your blue mantle shelter us.

 

Breaking dawnlight crowned by stars,
City of God that David dreamed,
At your feet the moon bows down,
The sun lays out your gown of beams.

 

Of Catalonia ever Princess,
To Spain you are the Eastern Star;
To virtuous be a pillar of stength,
To sinners be safe haven and harbor.

 

Comfort those who long to see
Your summits, exiled far away;
Hear every prayer on land and sea,
Bring back to God all hearts that stray.

 

 

 

 915012-cf3fbc3b47cde8888bd7f018ae541a03.jpg

Jacint Verdaguer (17 mei 1845 – 10 juni 1902)

Standbeeld in Montserrat

 

 

 

Onafhankelijk van geboortedata:

 

De Nederlandse dichter Mischa Andriessen werd geboren in Apeldoorn in 1970.

 

 

D. en ik rijden graag auto

 

D. en ik rijden graag auto,
liefst zonder doel, als het weer
een beetje tegen zit of we
een afspraak hebben waar we echt
niet onderuit kunnen. D.
stuurt, ik bedien radio en raampjes
en zorg voor commentaar.
D. en ik vinden beide dat autorijden
zonder bruut gekanker
op de bestuurder, gelijk stukken minder
interessant wordt. Zeker
in de witte dodge die bij D’s ouders
achter in de tuin staat.
D. heeft me beloofd dat hij dit jaar
nog zijn rijbewijs haalt.

 

 

 915012-63be7a0d2b44702f1fca4017731a5273.jpg

Mischa Andriessen (Apeldoorn, 1970)

 

 

 

Zie voor alle bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 17 mei 2009 en ook mijn blog van 17 mei 2010.

 

Zie ook voor onderstaande schrijver ook mijn blog van 17 mei 2009.

 

De Oostenrijkse schrijfster Eva Schmidt werd geboren op 17 mei 1952 in Lustenau / Vorarlberg.

Geschreven door Romenu om 18:54 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

De blogger leest alles eerst na: je tekst verschijnt zodra die goedgekeurd is.

Adrienne Rich, Paul Gellings, Friedrich Rückert, Jakob van Hoddis

De Amerikaanse dichteres Adrienne Rich werd 16 mei 1929 geboren te Baltimore. Zie ook mijn blog van 16 mei 2007 en ook mijn blog van 16 mei 2008 en ook mijn blog van 16 mei 2009 en ook mijn blog van 16 mei 2010

 

 

Living In Sin

 

She had thought the studio would keep itself;

no dust upon the furniture of love.

Half heresy, to wish the taps less vocal,

the panes relieved of grime. A plate of pears,

a piano with a Persian shawl, a cat

stalking the picturesque amusing mouse

had risen at his urging.

Not that at five each separate stair would writhe

under the milkman's tramp; that morning light

so coldly would delineate the scraps

of last night's cheese and three sepulchral bottles;

that on the kitchen shelf amoong the saucers

a pair of beetle-eyes would fix her own--

envoy from some village in the moldings...

Meanwhile, he, with a yawn,

sounded a dozen notes upon the keyboard,

declared it out of tune, shrugged at the mirror,

rubbed at his beard, went out for cigarettes;

while she, jeered by the minor demons,

pulled back the sheets and made the bed and found

a towel to dust the table-top,

and let the coffee-pot boil over on the stove.

By evening she was back in love again,

though not so wholly but throughout the night

she woke sometimes to feel the daylight coming

like a relentless milkman up the stairs.

 

 

 

Miracle Ice Cream

 

Miracle's truck comes down the little avenue,

Scott Joplin ragtime strewn behind it like pearls,

and, yes, you can feel happy

with one piece of your heart.

 

Take what's still given: in a room's rich shadow

a woman's breasts swinging lightly as she bends.

Early now the pearl of dusk dissolves.

Late, you sit weighing the evening news,

fast-food miracles, ghostly revolutions,

the rest of your heart.

 

 

 

Rural Reflections

 

This is the grass your feet are planted on.

You paint it orange or you sing it green,

But you have never found

A way to make the grass mean what you mean.

 

A cloud can be whatever you intend:

Ostrich or leaning tower or staring eye.

But you have never found

A cloud sufficient to express the sky.

 

Get out there with your splendid expertise;

Raymond who cuts the meadow does not less.

Inhuman nature says:

Inhuman patience is the true success.

 

Human impatience trips you as you run;

Stand still and you must lie.

It is the grass that cuts the mower down;

It is the cloud that swallows up the sky.

 

 

 914379-3f7ed7e043cbb0697680e544da7e7f34.jpg

Adrienne Rich (Baltimore, 16 mei 1929)

 

 

 

 

De Nederlandse dichter en vertaler Paul Johann Gellings werd geboren in Amsterdam op 16 mei 1953. Zie ook mijn blog van 16 mei 2007 en ook mijn blog van 16 mei 2008 en ook mijn blog van 16 mei 2009 en ook mijn blog van 16 mei 2010

 

 

Het straatje

 

Wanneer je het straatje nog weet,

ga dan eens terug naar die middag

in het slapende hart van een zomer.

 

Je zult zien, er is heel weinig

veranderd, omlijst als het blijft

door die ene altijddurende tel.

 

Bijna niets. Onweer verstopt in

de lucht. Blad slap en donker.

Geen wiekslag. Geen klokslag.

 

Ongemerkt vertakt zich de tijd

tot vandaag. Trekt als een web

door bestoft licht over daken en

 

vrouwen, langs een hoofdje zonder

gezicht in de deur. Daar sta je

dan tegenover ons huis, warm en

 

verweerd. Jij, bijna onveranderd

in die ene tel op weg naar het

straatje, eeuwig vanmiddag.

 

 

 

ZORGVLIED

 

Kon toen de slaap nooit vatten

in de zomer. Te veel licht. Te veel

muziek beneden in de tuinen.

 

Van wat daarachter lag te rusten

voornamelijk vermoeden, vertaald

in ijzeren ledikantjes met

bemoste lakens. Altijd koel.

 

Nu is het donker, hoor je alleen

het dwarrelen van blad - en toch

de slaap niet kunnen vatten?

 

Wat moet het heerlijk zijn je na

de val van verf en roest één keer

nog in te laten stoppen!

 

Je nog eens om te draaien en dan

de allerzwartste Amstel over. 

 

 

 914379-876aa7998b1682eda2d23fa2f32394c5.jpg

Paul Gellings (Amsterdam, 16 mei 1953)

 

 

 

 

De Duitse dichter Johann Michael Friedrich Rückert werd geboren in Schweinfurt op 16 mei 1788. Zie ook mijn blog van 16 mei 2010 en verder alle tags voor Friedrich Rückert op dit blog.

 

Uit: Geharnischte Sonnette

 

I

 

Der Mann ist wacker, der, sein Pfund benutzend,

Zum Dienst des Vaterlands kehrt seine Kräfte:

Nun denn, mein Geist, geh auch an dein Geschäfte,

Den Arm mit den dir eignen Waffen putzend.

 

Wie kühne Krieger jetzt, mit Glutblick trutzed,

In Reihn sich stellend, heben ihre Schäfte;

So stell’ auch Krieger, zwar nur nachgeäffte,

Geharnischter Sonette ein paar Dutzend.

 

Auf denn, die ihr aus meines Busens Ader

Aufquellt, wie Riesen aus des Stromes Bette,

Stellt euch in eure rauschenden Geschwader!

 

Schließt eure Glieder zu vereinter Kette,

Und ruft, mithadernd in den großen Hader,

Erst: Waffen! Waffen! und dann: Rette! Rette!

 

 

 

II

 

O daß ich stünd auf einem hohen Turme,

Weit sichtbar rings in allen deutschen Reichen,

Mit einer Stimme, Donnern zu vergleichen,

Zu rufen in den Sturm mit mehr als Sturme:

 

Wie lang willst du dich winden gleich dem Wurme,

Krumm unter deines Feinds Triumphrads Speichen?

Hat er die harte Haut noch nicht mit Streichen

Dir g’nug gerieben, daß dichs endlich wurme?

 

Die Berge, wenn sie könnten, würden rufen:

Wir selber fühlten mit fühllosem Rücken

Lang g’nug den Druck von eures Feindes Hufen.

 

Des Steins Geduld bricht endlich auch in Stücken,

Den Götter zum Getretensein doch schufen –

Volk mehr als Stein, wie lang darf man dich drücken?

 

 

 

Waldandacht

 

Orgeltöne brausen

Durch der Tannen Haar,

Und mit stillem Grausen

Knie' ich am Altar,

Den in Waldeshallen

Mir der Frühling baut,

Und des Herzens Wallen

Wird im Liede laut.

 

Seinen Sabbat feiert,

Schöpfung, der dich schuf,

Und die Seel' umschleiert

Seines Friedens Ruf.

Wenn du Vaterstrafen,

Kind, nicht fürchten mußt,

Kannst du ruhig schlafen

An der Mutter Brust.

 

 

 914379-686de563754ae2e3be7d65ed9a23f93b.jpg

Friedrich Rückert (16 mei 1788 - 31 januari 1866)

Monument in Schweinfurt

 

 

 

De Duitse dichter Jakob van Hoddis (pseudoniem van Hans Davidsohn) werd geboren in Berlijn op 16 mei 1887.Zie ook mijn blog van 16 mei 2007 en ook mijn blog van 16 mei 2008 en ook mijn blog van 16 mei 2009 en ook mijn blog van 16 mei 2010

 

 

Die Stadt

 

Ich sah den Mond und des Ägäischen
Grausamen Meeres tausendfachen Pomp.
All meine Pfade rangen mit der Nacht.

 

Doch sieben Fackeln waren mein Geleit
Durch Wolken glühend, jedem Sieg bereit.

 

"Darf ich dem Nichts erliegen, darf mich quälen
Der Städte weiten Städte böser Wind?
Da ich zerbrach den öden Tag des Lebens!"

 

Verschollene Fahrten! Eure Siege sind
Zu lange schon verflackt. Ah! helle Flöten
Und Geigen tönen meinen Gram vergebens.

 

 

 

Aurora

 

Nach Hause stiefeln wir verstört und alt,
die grelle, gelbe Nacht hat abgeblüht.
Wir sehn, wie über den Laternen, kalt
und dunkelblau, der Himmel droht und glüht.

Nun winden sich die langen Straßen, schwer
und fleckig, bald, im breiten Glanz der Tage.
Die kräftige Aurore bringt ihn her,
mit dicken, rotgefrorenen Fingern, zage.

 

 

 

 914379-7fe0b2beca5a5571e563b34ff9e491d6.jpg

Jakob van Hoddis (16 mei 1887 – mei/juni ? 1942)

Getekend door Bernd Zeller



Zie voor nog meer schrijvers van de 16e mei ook mijn vorige blog van vandaag.
Geschreven door Romenu om 18:57 Reageer op dit bericht

Juan Rulfo, Olga Berggolts, Lothar Baier, Olaf J. de Landell, Casper Fioole

De Mexicaanse schrijver Juan Rulfo werd geboren op 16 mei 1917 in Sayula. Zie ook mijn blog van 16 mei 2007 en ook mijn blog van 16 mei 2009 en ook mijn blog van 16 mei 2010

 

Uit: Pedro Páramo (Vertaald door Dagmar Ploetz)

 

»Das sind die Zeiten, Señor.«

Ich hatte mir vorgestellt, alles durch die Erinnerungen meiner Mutter zu sehen, mit ihrem Heimweh, zwischen Seufzerfetzen. Ihr Leben lang hat sie sich nach Comala, nach der Rückkehr gesehnt. Doch sie kehrte nie zurück. Jetzt komme ich an ihrer Statt. Ich bringe die Augen mit, mit denen sie diese Dinge anschaute, denn sie gab mir ihre Augen, um zu sehen. „Hinter Puerto Colimotes gibt es eine wunderschöne Aussicht auf eine grüne Ebene, gelbgetüpfelt vom reifen Mais. Von dort aus sieht man Comala, weiß liegt es da und beleuchtet die Erde bei Nacht.“ Und ihre Stimme klang heimlich, fast erloschen, als spreche sie mit sich selbst … Meine Mutter.

»Und wozu kommen Sie nach Comala, wenn man das wissen darf?« wurde ich gefragt.

»Ich will meinen Vater besuchen«, antwortete ich.

»Ach!« sagte er.

Und wir schwiegen erneut.

Wir gingen bergab, hörten den widerhallenden Trott der Esel. Die Augen schwer vor Müdigkeit, in den

Hundstagen des August.

»Das wird ja ein Fest geben«, hörte ich wieder die Stimme dessen, der neben mir ging. »Es wird ihn freuen, jemanden zu sehen, nachdem so viele Jahre lang niemand vorbeigekommen ist.«

Dann fügte er noch hinzu: »Wer auch immer Sie sind, er wird sich freuen, Sie zu sehen.«

In der flirrenden Sonne wirkte die Ebene wie eine durchsichtige Lagune, aufgelöst in Dunstschwaden,

durch die ein grauer Horizont zu erahnen war. Und jenseits davon eine Bergkette. Und noch weiter weg die weite Ferne.

»Wie ist es um Ihren Vater bestellt, wenn man fragen darf?«

»Ich kenne ihn nicht«, sagte ich zu ihm. »Ich weiß nur, dass er Pedro Páramo heißt.«

»Ach ja?«

»Ja, so soll er heißen, wurde mir gesagt.«

Erneut hörte ich das »Ach!« des Viehtreibers.“

 

 

914374-9d38f019add2f000f215dc0b5a6b26a7.jpg
Juan Rulfo (16 mei 1917 - 8 januari 1986)

 

 

 

 

De Russische dichteres en schrijfster Olga Fyodorovna Berggolts werd geboren op 16 mei 1910 in Sint Petersburg. Zie ook mijn blog van 16 mei 2009 en ook mijn blog van 16 mei 2010

 

 

Before the seperation

 

All that we shared to you I am leaving:

All that was best

of each brief year bequeathing,

All the old tenderness;

all the old loyalty

And, on my knees, I renew oath of fealty,

Raise to my lips

the standard of happiness

Then let it fall, war-tattered and rigorous.

As for you and for me, though our road may be long,

Such happiness will not again befall us.

Yet still I believe that the best of my song

Will immortalize its discarded colours...

The first swallow too, to you I am leaving

That dauntless returned to blockade and calamity

'Neath our miserable roof her gallant nest weaving.

You shall hear her again in your hour of extremity.

And I shall pack up as my portion our crosses

Taking with me our tears,

and our blows,

and our losses,

All our rash daring,

all our insecurity,

Our difficult, hard-won, fine-tempered maturity,

The cradle-song I never sang

to our daughter,

Composed in a war-night of blizzard and slaughter,

That I never sang-you never shall hear it.

It swells not, it fades not, and I alone bear it...

Farewell then, my bright one! I loved you

Right dearly.

Your lot shall be richer-and I have dealt fairly.

 

 

 

Vertaald door Avril Pyman

 

 

 914374-1190646fc9784da12141313dd4166605.jpg

Olga Berggolts (16 mei 1910 – 13 november 1975)

Monument in St. Petersburg

 

 

 

 

De Duitse schrijver, vertaler en essayist Lothar Baier werd geboren in Karlsruhe op 16 mei 1942. Zie ook mijn blog van 16 mei 2007 en ook mijn blog van 16 mei 2009 en ook mijn blog van 16 mei 2010

 

Uit: Keine Zeit. 18 Versuche über die Beschleunigung

 

„Wenn wir auch sonst nichts haben, haben wir immerhin Zeit, riefen französische Arbeitslose bei einer ihrer Demonstrationen. Der Slogan kommt an bei den Zaungästen: Sie sind zwar arm dran, die Arbeitslosen, aber in gewisser Hinsicht auch nicht ärmer als wir, die wir zwar manches haben, nur keine Zeit. Am ärmsten dran sind in dieser Hinsicht vielleicht sogar diejenigen, die in den die Arbeits chancen und Zeitbudgets zuteilenden Kommandozentralen sitzen, meint Hans Magnus Enzensberger: »Bizarrerweise sind es gerade die Funktionseliten, die über ihre eigene Lebenszeit am wenigsten frei verfügen können. Das ist nicht in erster Linie eine quantitative Frage, obwohl viele Angehörige dieser Schicht bis zu achtzig Stunden in der Woche arbeiten; viel eher sind es ihre vielfältigen Abhängigkeiten, die sie versklaven. Man erwartet von ihnen, dass sie jederzeit erreichbar sind und auf Abruf bereitstehen. Im übrigen sind sie an Terminkalender gebunden, die auf Jahre hinaus in die Zukunft reichen«, heißt es unter dem Motto: »Die Zeit. Das wichtigste aller Luxusgüter.«

 

 

914374-b8805fe5dcf748b825132e0f9c05dcd7.jpg
Lothar Baier (16 mei 1942 – 11 juli 2004)

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver Olaf J. de Landell werd geboren in Cirebon op Java in Nederlands-Indië op 16 mei 1911. Zie ook mijn blog van 16 mei 2007 en ook mijn blog van 16 mei 2008 en ook mijn blog van 16 mei 2010

 

Uit: De harp der minne

 

„Soms vraag ik me af, of de Liefde vandaag-de-dag nog altijd een harp is. Is zij niet een ketelmuziek-achtige popband met teveel electrisch lawaai en bar weinig inhoud? Menigeen verheft zijn stem zonder kennis van zang of van liefde, en rumoert over jij-en-ik-en-wij.
Als men over liefde praat is het up-to-date om daar het bed bij ter sprake te brengen. Voor vele is het ene begrip synoniem met het andere, en men behandelt het met een aan verveling grenzende kennis van zaken.
Maar wie weet nog wat LIEFDE is?“

 

 

 914374-fcfa646178173d0bc5f798b08a7186c9.jpg

Olaf J. de Landell (16 mei 1911 - 26 april 1989)

 

 

 

 

Onafhankelijk van geboortedata:

 

De Nederlandse dichter Casper Fioole werd geboren in 1975. Zie ook mijn blog van 16 mei 2009 en ook mijn blog van 16 mei 2010

 

 

Optekenen

 

op de wedstrijd om de joodse god
van een naam te voorzien
ik zond sara in
is zo gereageerd dat
joodse namen voortaan niet meer worden
opgeschreven of uitgesproken

 

het artikel dat melding maakt
van het massaal opeten
van katholieken in vaticaanstad
is vol respect afgedrukt
op eetbaar papier

 

de persbroeders bejubelen
deze nieuwe stappen
als logisch en eindelijk weer
te verslaan, bijzonder
westelijk en vrij

bescheidenheid tekent de visionair

 

 

 914374-57e9c2b8acbd3af19f3f868111905c8e.jpg

 Casper Fioole (1975)

Geschreven door Romenu om 18:49 Reageer op dit bericht

Arthur Schnitzler, Albert Verwey, Michael Lentz, Pem Sluijter, Max Frisch

De Oostenrijkse schrijver en arts Arthur Schnitzler werd geboren in Wenen op 15 mei 1862.  Zie ook mijn blog van 15 mei 2007 en ook mijn blog van 15 mei 2008 en ook mijn blog van 15 mei 2009 en ook mijn blog van 15 mei 2010

 

Uit: Fräulein Else

 

„Du willst wirklich nicht mehr weiterspielen, Else?“ – „Nein, Paul, ich kann nicht mehr. Adieu. – Auf Wiedersehen, gnädige Frau.“ – „Aber, Else, sagen Sie mir doch: Frau Cissy. – Oder lieber noch: Cissy, ganz einfach.“ – „Auf Wiedersehen, Frau Cissy.“ – „Aber warum gehen Sie denn schon, Else? Es sind noch volle zwei Stunden bis zum Dinner.“ – „Spielen Sie nur Ihr Single mit Paul, Frau Cissy, mit mir ist’s doch heut’ wahrhaftig kein Vergnügen.“ – „Lassen Sie sie, gnädige Frau, sie hat heut’ ihren ungnädigen Tag. – Steht dir übrigens ausgezeichnet zu Gesicht, das Ungnädigsein, Else. – Und der rote Sweater noch besser.“ – „Bei Blau wirst du hoffentlich mehr Gnade finden, Paul. Adieu.“

Das war ein ganz guter Abgang. Hoffentlich glauben die Zwei nicht, daß ich eifersüchtig bin. – Daß sie was miteinander haben, Cousin Paul und Cissy Mohr, darauf schwör’ ich. Nichts auf der Welt ist mir gleichgültiger. – Nun wende ich mich noch einmal um und winke ihnen zu. Winke und lächle. Sehe ich nun gnädig aus? – Ach Gott, sie spielen schon wieder. Eigentlich spiele ich besser als Cissy Mohr; und Paul ist auch nicht gerade ein Matador. Aber gut sieht er aus – mit dem offenen Kragen und dem Bösen-Jungen-Gesicht. Wenn er nur weniger affektiert wäre. Brauchst keine Angst zu haben, Tante Emma ...

Was für ein wundervoller Abend! Heut’ wär’ das richtige Wetter gewesen für die Tour auf die Rosetta-Hütte. Wie herrlich der Cimone in den Himmel ragt! – Um fünf Uhr früh wär’ man aufgebrochen. Anfangs wär’ mir natürlich übel gewesen, wie gewöhnlich. Aber das verliert sich. – Nichts köstlicher als das Wandern im Morgengrauen. – Der einäugige Amerikaner auf der Rosetta hat ausgesehen wie ein Boxkämpfer. Vielleicht hat ihn beim Boxen wer das Aug’ ausgeschlagen. Nach Amerika würd’ ich ganz gern heiraten, aber keinen Amerikaner. Oder ich heirat’ einen Amerikaner und wir leben in Europa. Villa an der Riviera. Marmorstufen ins Meer. Ich liege nackt auf dem Marmor. – Wie lang ist’s her, daß wir in Mentone waren? Sieben oder acht Jahre. Ich war dreizehn oder vierzehn. Ach ja, damals waren wir noch in besseren Verhältnissen. – Es war eigentlich ein Unsinn die Partie aufzuschieben. Jetzt wären wir jedenfalls schon zurück.“

 

 

 

 913778-49f7442cc0f4e8c303161f8e0916c0bd.jpg

Arthur Schnitzler (15 mei 1862 - 21 oktober 1931)

 

 

 

 

De Nederlandse dichter, essayist en letterkundige Albert Verwey werd geboren in Amsterdam op 15 mei 1865. Zie ook mijn blog van 15 mei 2010 en verder alle tags voor Albert Verwey op dit blog.

 


Ik drink mijn zonden op als rijpe wijn

 

Ik drink mijn zonden op als rijpe wijn
Waar een kap'laan zich heim'lijk aan bedrinkt: –
Hij feest zijn oog aan 't glas, dat halfvol blinkt
Binnen de lichtkring van de lamp, wier schijn

Wemelt rondom en scheem'ring wordt in 't klein
Vertrek, waar vóor hem zich een heir verdringt
Van dromen, tot zijn hoofd halfdromend zinkt:
Hij prevelt stukjes van een vroom refrein:

Hij droomt zich Kardinaal of Paus, maar houdt
De grendel op de deur – zijn pausschap komt
Niet verder dan de drempel van zijn cel:

De andre dag treedt need'rig en devoot
De priester, die in 't oud gewaad zich kromt,
Voor 't altaar en hij leidt de ritus wèl...

 

 

 

Kuddedichters

 
Poëzie is geen voer voor een kaste

Maar een dronk voor de vrije mens -

Tot de kudde die vastte en die braste

Zich ophief in dwingend gedrens

En de slechte poëten kwamen

Van wie zij schijn voor wezen namen.

 

 

 

Van de liefde die vriendschap heet

 

I.

 

Licht van mijn ziel! ik zag u steeds van ver,
En wist wel dat gij eindlijk komen zoudt; –
Woorden, die ik niemand heb betrouwd,
Gaan uit als bleke vlammen, – als een ster,

Die in ’t azuur, maar blanker, lieflijker,
Zie ’k in uw lokken liggen ’t licht gelaat;
’t Mysterie van veel leeds, maar nooit van haat,
Droomt in uw ogen; – ’k zag het steeds van ver.

Ik al u zien, mijn Licht, zo zie gij mij:
In éen zoet waas van gloed, waar ieder woord
Doorheenvlamt van de lippen en saamglijdt

Met andere tot één lichtende enigheid –
En elk van ons droomt in een glorie voort,
En andre glorie gaat ons stil voorbij.

 

 

 

 913778-b3b0c92fb4144172cf23337a02969e64.jpg

Albert Verwey (15 mei 1865 -  8 maart 1937)

Portret door Jan Veth, 1885 (Detail)

 

 

 

 

De Duitse dichter, schrijver, literatuurwetenschapper en musicus Michael Lentz werd geboren in Düren op 15 mei 1964. Zie ook mijn blog van 15 mei 2009 en ook mijn blog van 15 mei 2010

 

Uit: Muttersterben

 

“Friederike berichtet von einem haus das langsam verschwindet; und jemand ist bei ihr und hört ihr zu. Und jemand ist bei ihr und veröffentlicht sein ohr.
Während Friederike berichtet und jemand ist bei ihr und hört ihr zu und jemand der bei ihr ist veröffentlicht sein ohr verausgabt sein ohr, verschwindet langsam ein haus.
Jemand schreitet oder geht durchs tor oder törchen oder schreitet und geht über den kiesweg hinter dem tor, und jemand öffnet viel zu verzögert das ohr des tores den förmigrunden kugellauf den blaugefassten metallkopf, des tores wachhund, verdreht einer wie gerufen den knauf, und langsam verschwindet ein haus.
Es ist ihr haus, es ist mein haus. Und der blick dieser vonstatten gehende blick dieser jetztblick dieses blicklings vor augen stellen: Friederike grünblatt weißblatt Friederike ich. Bist du mit mir über den kiesweg geschritten; apfelmoräne muräne schattenmorelle? Dort auf der tanne verhallten schritt und ruf einer person wie Mutter.
Und sollte das nun, dieser haufen selbstvermehrte überziehung, sollte das nun so etwas wie ein letztes auge sein, ein hingeworfenes zurückgefedertes augenpaar, sollte das nun so etwas wie ein letztes auge sein? So wie auf dem foto wo du stramm stehst und es gibt noch jene unbebauung sagen wir mal bestrafung unbereinigte flur natürlich kurze hose schultüte rosenbeet und jemand steht neben dir und achtundsechzig ist spurlos an ihm vorbeigegangen "geflutscht" steht aufrecht steht so dahin.“

 

 


913778-e7dae926f94cfb334c48617f6f9ada96.jpg
Michael Lentz (Düren, 15 mei 1964)

 

 

 

 

De Nederlandse dichteres en schrijfster Pem Sluijter werd geboren in Middelburg op 15 mei 1939. Zie ook mijn blog van 15 mei 2009 en ook mijn blog van 15 mei 2010

 

 

Reizigers

 

Vanaf de hoogste top

in  nietsontziende stromen

tot op de laagst gelegen

wegen -op de Sedom-

Ein Gediweg- zijn regens

onbeheersbaar neergekomen.

 

Doorschud kijken zij op

tegen het gebergte dat

weliswaar vruchtbaar is;

waterdoorlaatbaar niet.

 

In de bus, aan tafel,

naast het zwembad

-een puzzelblad paraat-

keert hij haar toe

zijn beter horend oor;

hij luistert als zij praat.

Leent haar zijn bril.

 

Verscherpt verstaat zij nu

de gruwelen die hij ziet:

zijn onnbespreekbaar leed.

 

 

 

913778-4ee0f1fde213ddac2ff395c5ac2caba3.jpg
Pem Sluijter (15 mei 1939 - 18 december 2007)

 

 

 

 

 

De Zwitserse schrijver en architect Max Frisch werd geboren in Zürich op 15 mei 1911. Zie ook mijn blog van 15 mei 2007 en ook mijn blog van 15 mei 2008 en ook mijn blog van 15 mei 2009 en ook mijn blog van 15 mei 2010
 

Uit: Mein Name sei Gantenbein

 

„Es ist ein Tag im September, und wenn man aus den finstern und gar nicht kühlen Gräbern wieder ans Licht kommt, blinzeln wir, so grell ist der Tag; ich sehe die roten Schollen der Äcker über den Gräbern, fernhin und dunkel das Herbstmeer, Mittag, alles ist Gegenwart, Wind in den staubigen Disteln, ich höre Flötentöne, aber das sind nicht die etruskischen Flöten in den Gräbern, sondern Wind in den Drähten, unter dem rieselnden Schatten einer Olive steht mein Wagen grau von Staub und glühend, Schlangenhitze trotz Wind, aber schon wieder September: aber Gegenwart, und wir sitzen an einem Tisch im Schatten und essen Brot, bis der Fisch geröstet ist, ich greife mit der Hand um die Flasche, prüfend, ob der Wein (Verdicchio) auch kalt sei, Durst, dann Hunger, Leben gefällt mir –

 

 


913778-69e92ed5d1ee9b1bec5d1cae490ea0d3.jpg
Max Frisch (15 mei 1911 - 4 april 1991)



Zie voor nog meer schrijvers van de 15e mei ook mijn vorige blog van vandaag en eveneens mijn eerste blog van vandaag.
Geschreven door Romenu om 19:01 Reageer op dit bericht

Judith Hermann, Peter Shaffer, Raymond Federman, W.J.M. Bronzwaer, Frits van Oostrom

De Duitse schrijfster Judith Hermann werd geboren op 15 mei 1970 in Berlijn-Tempelhof. Zie ook mijn blog van 15 mei 2007 en ook mijn blog van 15 mei 2008 en ook mijn blog van 15 mei 2009 en ook mijn blog van 15 mei 2010

 

Uit: Nichts als Gespenster

 

„Ruth sagte »Versprich mir, daß du niemals etwas mit ihm anfangen wirst«. Ich erinnere mich, wie sie aussah dabei. Sie saß auf dem Stuhl am Fenster, die nackten Beine hochgezogen, sie hatte geduscht und sich die Haare gewaschen, sie trug nur ihre Unterwäsche, ein Handtuch um den Kopf geschlungen, ihr Gesicht sehr offen, groß, sie sah mich interessiert an, eher belustigt, nicht ängstlich. Sie sagte »Versprich mir das, ja?«, und ich sah an ihr vorbei aus dem Fenster, auf das Parkhaus auf der anderen Straßenseite, es regnete und wurde schon dunkel, die Parkhausreklame leuchtete blau und schön, ich sagte »Also hör mal, warum sollte ich dir das versprechen, natürlich fange ich nichts mit ihm an«. Ruth sagte »Ich weiß. Versprich es mir trotzdem«, und ich sagte »Ich verspreche es dir«, und dann sah ich sie wieder an, sie hätte es nicht sagen sollen.
Ich kenne Ruth schon mein Leben lang.
Sie kannte Raoul seit zwei oder drei Wochen. Er war für ein Gastspiel an das Schauspielhaus gekommen, an dem sie für zwei Jahre engagiert war, er würde nicht lange bleiben, vielleicht hatte sie es deshalb so eilig. Sie rief mich in Berlin an, wir hatten zusammen gewohnt, bis sie wegen des Engagements umziehen mußte, wir konnten nicht gut damit umgehen, voneinander getrennt zu sein, sie rief mich eigentlich jeden Abend an.

Ich vermißte sie. Ich saß in der Küche, die jetzt leer war bis auf einen Tisch und einen Stuhl, ich starrte auf die Wand, während ich mit ihr telefonierte, an der Wand hing ein kleiner Zettel, den sie dort irgendwann aufgehängt hatte, »tonight, tonight its gonna be the night, the night«. Ich dachte ständig darüber nach, ihn abzureißen, aber dann tat ich es nie.“

 

 

 913776-5fa0b65d41ff339c4e346828f3225c9e.jpg

Judith Hermann (Berlijn-Tempelhof, 15 mei 1970)

 

 

 

 

 

De Britse toneelschrijver Peter Shaffer werd geboren op 15 mei 1926 in Liverpool.  Zie ook mijn blog van 15 mei 2007 en ook mijn blog van 15 mei 2008 en ook mijn blog van 15 mei 2009 en ook mijn blog van 15 mei 2010

 

Uit: Black Comedy

 

“[Complete darkness. Two voices are heard: BRINDSLEY and CAROL: They must give the impression of two people walking round a room with absolute confidence, as if in the light. We hear sounds as of furniture being moved. A chair is dumped down.]


BRINDSLEY: There! How do you think the room looks?
CAROL [quacking]: Fabulous! I wish you could always have it like this. That lamp looks divine there. And those chairs are just the right colour. I told you green would look well in here.
BRINDSLEY: Suppose Harold comes back?
CAROL: He is not coming back till tomorrow morning.
BRINDSLEY [pacing nervously]: I know. But suppose he comes tonight?. He's mad about his antiques. What do you think he'll say if he goes into his room and finds out we've stolen them?
CAROL: Don't dramatise. We haven't stolen all his furniture. Just three chairs, the sofa, that table, the lamp, the bowl and the vase of flowers, that's all.
BRINDSLEY: And the Buddha. That's more valuable than anything. Look at it.
CAROL: Oh, do stop worrying, darling.
BRINDSLEY: Well, you don't know Harold. He won't even let anyone touch his antiques.”

 

 

 913776-6254c5f5c2e7887341792f01ce7404ed.jpg

Peter Shaffer (Liverpool 15, mei 1926)

 

 

 

 

De Amerikaanse dichter, schrijver, essayist, criticus, vertaler en literatuurwetenschapper Raymond Federman werd geboren in het Franse Montrouge op 15 mei 1928. Zie ook mijn blog van 15 mei 2007  en en ook mijn blog van 15 mei 2009 en ook mijn blog van 15 mei 2010

 

 

 

ANATOMY OF THE POET'S SKULL

 

Unenhanced and enhanced CT scans of the skull obtained:

ventricles and sucli age appropriate

no midline shift no focal gray or white matter abnormality

nor bleed noted 2x1 cm. slightly enhancing soft

tissue plaque abutting the internal auditory canal

on the right laterally and slightly indenting

upon the right cerebellar peduncle.

 

Enhanced axial and coral CT scans of the orbits obtained:

Globes optic nerves optic chiasm and extra ocular muscles

symmetrically normal no abnormal intrachonal

or extrachonal inflammatory or neoplastic changes

bony orbits intact but pronounced leftward nasoseptal deviation

concha bullosa of the right middle turbinate

and low grade inflammatory mucoperiosteal

thickening of the right maxillary antrum.

 

Minimally enhancing and en plaque soft tissue mass

in right cerebellar pontine angle with differential

diagnosis of meningioma acoustic neuroma and epidermoid.

 

Detailed evaluation of posterior fossa with gadolinium is suggested.

 

Otherwise all is well with the poet's skull.

 

 

 

 913776-4f3130a5fdf53d65189197e9285a225a.jpg

Raymond Federman (15 mei 1928 – 6 oktober 2009)

 

 

 

 

De Nederlandse letterkundige, essayist en criticus W.J.M. Bronzwaer werd geboren op 15 mei 1936 in Heerlen. Zie ook mijn blog van 15 mei 2008 en ook mijn blog van 15 mei 2009 en ook mijn blog van 15 mei 2010

 

Uit: Lessen in lyriek

 

“Het gevolg van deze stelselmatige toepassing van een vormprincipe is, dat de concrete of referentiële betekenis als relatief van minder belang wordt voorgesteld. Wie wil weten op welke dag het meisje zich nu precies met de dood verzoende, komt bedrogen uit: het gedicht beweert dat het op de derde, vierde, vijfde of zesde dag kan zijn geweest.

We stuiten hier op een probleem dat al door Plato aan de orde werd gesteld en onder andere door Multatuli is behandeld. In het eerste hoofdstuk van Max Havelaar laat hij Batavus Droogstoppel een bezwaar tegen de poëzie verwoorden dat deze ook aan de dichter van de Kalevala had kunnen richten: ‘Wil men de woorden in 't gelid zetten, goed! Maar zeg niets wat niet waar is. De lucht is guur, en 't is vier uur. Dit laat ik gelden, als het werkelijk guur en vier uur is. Maar als 't kwartier voor drieën is, kan ik, die mijn woorden niet in 't gelid zet, zeggen: de lucht is guur, en 't is kwartier voor drieën.’ Wat Multatuli hier satirisch aan de orde stelt is het onvermogen van Droogstoppel in te zien dat de pragmatische instructie waaraan de dichter gehoorzaamt een andere is dan die waaraan iemand die concrete feiten meedeelt gebonden is. Het gedichtje over guur en vier uur vertoont onmiskenbaar het kenmerk van de geperiodiseerde herhaling (Droogstoppel zegt dat de woorden ‘in 't gelid staan’) en deze werkt als een signaal dat de ‘waarheid’ die bij deze tekst in het geding is een andere ‘waarheid’ is dan die welke de kroniekschrijver van concrete feiten wil meedelen. Droogstoppels geborneerdheid is dat hij slechts één waarheidsbegrip kent, dat van de harde, bloedeloze positivist voor wie alleen de feiten tellen.”

 

 913776-c6411f1313e71920b2a0caacb834de50.jpg

W.J.M. Bronzwaer (15 mei 1936 – 20 januari 1999)

Multatuli  (Geen portrtet van W.J.M. Bronzwaer beschikbaar)

 

 

 

 

 

De Nederlandse historisch letterkundige Frits van Oostrom werd geboren in Utrecht op 15 mei 1953. Zie ook mijn blog van 15 mei 2009 en ook mijn blog van 15 mei 2010

 

 Uit: Stemmen op schrift

 

„De humanisten brandmerkten de eeuwen tussen 500 en 1500 als geestloze middenperiode, vandaar de term ‘Middeleeuwen’, die de aansluiting verstoorde tussen de grandioze Oudheid en henzelf. Toch waren ze wel degelijk geïnteresseerd in documenten uit die dorre tussentijd, vooral wanneer die licht wierpen op de vroegste stadia der Europese talen.
In 1591 toont de Luikse kanunnik Arnold Wachtendonck Justus Lipsius het handschrift dat nog steeds kan gelden als het alleroudste Nederlandse boek: de Wachtendonckse psalmen. Het manuscript dateerde uit omstreeks 900 en was geschreven in een klooster nabij Luik.
Boven de Latijnse psalmwoorden stonden Germaanse equivalenten genoteerd. De psalmen waren de basisteksten waaruit jonge monniken (en ook wel nonnen) hun eerste lessen kregen in lezen en taal. Hun alfabetisering verliep via het Latijn, een voor hen vreemde taal, die de kinderen in het begin wel met behulp van hun moedertaal moesten interpreteren – en vandaar de glossen. De codex is na Lipsius nooit meer gezien, evenals Lipsius’ afschrift van het oude boek. We moeten ons behelpen met kopieën (van kopieën). Dankzij de woordenlijstjes Nederlands-Latijn zoals Lipsius die aanlegde, is een klein deel van het alleroudste Nederlands bewaard gebleven.
Het Gruuthuse-handschrift kwam omstreeks 1400 nabij Brugge tot stand. Ook deze codex heeft een rechtstreekse connectie met de psalmen. Het handschrift opent met een dichterlijke meditatie op een psalm. De tekst zet in met het Latijnse vers van de psalm, waarop een vrije parafrase in het Vlaams volgt. Ten opzichte van de Wachtendonckse psalmen is de hiërarchie van de twee talen volledig omgekeerd.“

 

 

913776-dcfa0b1e3214ff9c0ab0dc29cb22600a.jpg
Frits van Oostrom (Utrecht, 15 mei 1953)

Geschreven door Romenu om 18:54 Reageer op dit bericht

Paul Zindel, Mikhail Bulgakov, Lyman Frank Baum, Katherine Anne Porter, René Regenass

De Amerikaanse schrijver Paul Zindel werd geboren op 15 mei 1936 in New York. Zie en ook mijn blog van 15 mei 2009 en ook mijn blog van 15 mei 2010

 

Uit: The Effect of Gamma Rays on Man-in-the-Moon Marigolds

 

"In front of my eyes, one part of the world was becoming another. Atoms exploding . . . atom after atom breaking down into something new . . . It would go on for millions of years . . ."

"This long street, with all the doors of the houses shut and everything crowded next to each other . . . And then I start getting afraid that the vegetables are going to spoil . . . and that nobody's going to buy anything . . ."

"Well, they say I came out of my room . . . and I started down the stairs, step by step . . . and I heard the choking and banging on the bed . . ."

The Setting
A room of wood which was once a vegetable store -- and a point of debarkation for a horse-drawn wagon to bring its wares to a small town.

But the store is gone, and a widow of confusion has placed her touch on everything. A door to Nanny's room leads off from this main room, and in front of the door hang faded curtains which allow ventilation in the summer. There is a hallway and a telephone. A heavy wood staircase leads to a landing with a balustrade, two doors, and a short hall. Beatrice sleeps in one room; Tillie and Ruth share the other.

Objects which respectable people usually hide in closets are scattered about the main room: newspapers, magazines, dishes; empty bottles; clothes; suitcases; last week's sheets. Such carelessness is the type which is so perfected it must have evolved from hereditary processes; but in all fairness to the occupants, it can be pointed out that after twilight, when shadows and weak bulbs work their magic, the room becomes interesting.“

 

 

 913770-d6ed09c7dee1e76d2ce5054329759831.jpg

Paul Zindel (15 mei 1936 – 27 maart 2003)

 

 

 

 

De Russische schrijver Mikhail Afanasjevitsj Bulgakov werd geboren op 15 mei 1891 in Kiev. Zie ook mijn blog van 15 mei 2007 en ook mijn blog van 15 mei 2009 en ook mijn blog van 15 mei 2010

 

Uit: The Master and Margarita (Vertaald door Michael Glenny)

 

'A glass of lemonade, please,'said Berlioz.
     'There isn't any,'replied the woman  in the kiosk. For some reason  the request seemed to offend her.
     'Got any beer?' enquired Bezdomny in a hoarse voice.
     'Beer's being delivered later this evening' said the woman.
     'Well what have you got?' asked Berlioz.
     'Apricot juice, only it's warm' was the answer.
     'All right, let's have some.'
     The apricot juice produced a rich  yellow froth, making the  air  smell like a hairdresser's. After drinking it the two writers immediately began to hiccup.  They paid and  sat down on a bench facing  the pond, their backs to Bronnaya  Street.Then occurred  the second oddness,  which  affected Berlioz
alone.  He suddenly stopped  hiccuping, his heart  thumped and for  a moment vanished, then  returned  but  with  a  blunt  needle sticking  into it.  In addition  Berlioz was seized  by a  fear that was groundless but so powerful that he had an immediate impulse  to run away from Patriarch's Ponds without looking back.
     Berlioz gazed  miserably  about him, unable  to say what had frightened him.  He went pale,  wiped his forehead with his handkerchief and thought: '
What's  the  matter with me?  This has never happened  before. Heart playing tricks . . .  I'm overstrained ... I think it's time  to chuck everything up and go and take the waters at Kislovodsk. . . .'
     Just then the sultry air coagulated and wove itself into the shape of a man--a  transparent man of the strangest appearance. On his small head was a jockey-cap and he wore a short check bum-freezer made of  air.  The man  was seven feet tall but narrow in the shoulders, incredibly thin and with a face made for derision.”

 


   913770-9474eac32241f76a9fd4a40c5285aa3a.jpg 

  Mikhail Bulgakov (15 mei 1891 - 10 mei 1940)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Lyman Frank Baum werd geboren in Chittenango op 15 mei 1856. Zie ook mijn blog van 15 mei 2007 en ook mijn blog van 15 mei 2009 en ook mijn blog van 15 mei 2010

 

Uit: The Wonderful Wizard of Oz

 

„It was Toto that made Dorothy laugh, and saved her from growing as gray as her other surroundings. Toto was not gray; he was a little black dog, with long silky hair and small black eyes that twinkled merrily on either side of his funny, wee nose. Toto played all day long, and Dorothy played with him, and loved him dearly.

Today, however, they were not playing. Uncle Henry sat upon the doorstep and looked anxiously at the sky, which was even grayer than usual. Dorothy stood in the door with Toto in her arms, and looked at the sky too. Aunt Em was washing the dishes.

From the far north they heard a low wail of the wind, and Uncle Henry and Dorothy could see where the long grass bowed in waves before the coming storm. There now came a sharp whistling in the air from the south, and as they turned their eyes that way they saw ripples in the grass coming from that direction also.

Suddenly Uncle Henry stood up.

"There's a cyclone coming, Em," he called to his wife. "I'll go look after the stock." Then he ran toward the sheds where the cows and horses were kept.

Aunt Em dropped her work and came to the door. One glance told her of the danger close at hand.

"Quick, Dorothy!" she screamed. "Run for the cellar!"

Toto jumped out of Dorothy's arms and hid under the bed, and the girl started to get him. Aunt Em, badly frightened, threw open the trap door in the floor and climbed down the ladder into the small, dark hole. Dorothy caught Toto at last and started to follow her aunt. When she was halfway across the room there came a great shriek from the wind, and the house shook so hard that she lost her footing and sat down suddenly upon the floor.“

 

 

 

913770-627d265499ec2522993c634fe359f130.jpg
Lyman Frank Baum
(15 mei 1856 - 6 mei 1919)

 

 


De Amerikaanse schrijfster en journaliste
Katherine Anne Porter werd geboren op 15 mei 1890 in Indian Creek, Texas. Zie ook mijn blog van 15 mei 2009 en ook mijn blog van 15 mei 2010

 

Uit: Portrait: Old South

 

„My grandfather, a soldier, toward the end of the War was riding along one very cold morning, and he saw, out of all reason, a fine big thick slice of raw bacon rind lying beside the road. He dismounted, picked it up, dusted it off and made a hearty breakfast of it. “The best piece of bacon rind I ever ate in my life,” said my grandfather. These little yarns are the first that come to mind out of hundreds; they were the merest surface ripples over limitless deeps of bitter memory. My elders all remained nobly unreconstructed to their last moments, and my feet rest firmly on this rock of their strength to this day.

The woman who made That Brew and the soldier who ate the bacon rind had been bride and groom in a Kentucky wedding somewhere around 1850. Only a few years ago a cousin of mine showed me a letter from a lady then rising ninety-five who remembered that wedding as if it had been only yesterday. She was one of the flower girls, carrying a gilded basket of white roses and ferns, tied with white watered-silk ribbon. She couldn’t remember whether the bride’s skirt had been twentyfive

feet or twenty-five yards around, but she inclined to the latter figure; it was of white satin brocade with slippers to match.

The flower girl was allowed a glimpse of the table set for the bridal banquet. There were silver branched candlesticks everywhere, each holding seven white candles, and a crystal chandelier holding fifty white candles, all lighted.“

 

 

 913770-526754f17ecc2061e7c77d78896e7a3c.jpg

Katherine Anne Porter (15 mei 1890 – 18 september 1980)

 

 

 

 

De Zwitserse dichter, schrijver en beeldend kunstenaar René Regenass werd geboren op 15 mei 1935 in Basel. Zie ook mijn blog van 15 mei 2009.

 

 

Gedicht über das Gotthelf-Schulhaus

 

Ich kannte Gotthelf nicht,
als ich kleiner Wicht
in diesem Schulhaus stand,
verängstigt an der Wand.

 

Mein Name wurde aufgerufen,
ich erklomm die Treppenstufen,
befand mich bald in einem Zimmer -
da sass ich nun, mir schien's für immer.

 

Lernte rechnen und auch schreiben,
aber schöner war das wilde Treiben
draussen, in den langen Pausen.
Weg war alle Angst und alles Grausen.

 

Der Lehrer brachte täglich jedem bei,
wie wichtig jetzt die Schule sei.
Das hatten wir vergessen,
schon vor dem nächsten Mittagessen.

 

Herr Fässler war der kluge Mann,
an den ich mich erinnern kann.
Als Lehrer stand er vor der Klasse,
mit viel Gewicht und mit Grimasse.

 

Die Stimme einmal laut, meist tief,
wenn er einem Schüler rief.
Verlor er aber die Geduld,
sprang er schnell herab vom Pult.

 

Er duldete nicht Lärm noch Schwatzen,
sonst gab's auf Hand und Hintern Tatzen...
Dennoch denk ich gern an jene Zeit,
an diese Gotthelf-Herrlichkeit!

 

 

 

 913770-68896bf0d870c539bd5f59ea4b7a02e4.jpg

René Regenass (Basel, 15 mei 1935)

Geschreven door Romenu om 18:48 Reageer op dit bericht

Jo Gisekin, Jens Sparschuh, Karl-Markus Gauß, Eoin Colfer, Gaby Hauptmann, Dante Alighieri

De Vlaamse dichteres Jo Gisekin werd geboren in Gent op 14 mei 1942. Zie ook mijn blog van 14 mei 2007 en ook mijn blog van 14 mei 2008 en ook mijn blog van 14 mei 2009 en ook mijn blog van 14 mei 2010.

 

 

Vader

 

Vaders zijn er altijd geweest met het
beheerste gebaar in de armen. Het broze
in elk van hun vingers. Het kind op schoot.
Onuitgepakt cadeau met verstrengelde
beentjes. Als mastiek ontrold.

 

Ze zijn van tel in het huiselijk bestaan. Ze
schuiven gordijnen open. Hun kijk op akkers
in bloei. Wrijven het dekentje glad en
smoren gevaren ondergronds. Een pluim op de hoed.
Ze denken dieper na hoe ze het armpje
of het hoofd moeten steunen.
Ze aarzelen bij elke stap. Gaan wijdbeens
op de voorplecht staan. In evenwicht.
Ze tellen ribben en
tenen en waken bij het gewicht in de wieg.
Geen wind mag in de zeilen slaan.

 

Het interval van de adem verschuift in hun
oor. Ze zoeken naar maat en volgen de
weg die de sluimer inslaat tot aan
de slaap.
Rust is aan vaders nooit besteed. Ze timmeren
een dak boven het hoofd van het kind: de herfst
wordt dramatisch dit jaar.
Ze springen in laarzen en dammen het land.
Geen watersnood binnen de oevers.
Liever eelt op de hand.

 

Vaders zijn tot alles in staat. Ze tekenen
hun zelfportret uit op het kind.
Het geringste voortbestaan.

 

 

 

 

De nacht is veel te groen

 

De nacht is veel te groen
om krekels van het
blauw te onderscheiden

waar is het licht
dat leeggezogen weiden
uit hun stramme schaduw dwingt?

Je hoort geen stilte
die luider snikt
dan legers meeldraden
- ze vechten voor wat licht -

schrijf met glazen woorden
de scherven op hun dode bloemenmond.


de tijd eet geld met hopen
en af en toe
zich rond.

 

 


913168-911971be4be8d344a04c04bced0c63f3.jpg
Jo Gisekin
(Gent, 14 mei 1942)

 

 

 

 

De Duitse schrijver Jens Sparschuh werd geboren op 14 mei 1955 in Karl-Marx-Stadt en groeide op in Oost-Berlijn. Zie ook mijn blog van 14 mei 2008 en ook mijn blog van 14 mei 2009 en ook mijn blog van 14 mei 2010.

 

Uit: Eins zu eins

 

“Auf dem hopste in eigensinnigen Schlenkern ein Autoreifen davon. Das alles stand deutlich vor meinen Augen. Rad ab! dachte ich noch. Doch schon wenig später konnte ich mich an Einzelheiten kaum noch erinnern. Das Bild zerfiel. So wie morgens ein Traum. Eben noch mit beiden Händen zu greifen, entzieht er sich - ein Schwindelgefühl, über einem Abgrund, hinterlassend - plötzlich ins Unterbewußtsein und läßt sich von dort schon nicht mehr zurückrufen. Je angestrengter ich mir das eben Gesehene klarmachen wollte, desto verschwommener wurde es. Am Ende blieb: die Erinnerung an einen Alptraum, der angeschmort nach Gummi roch und aus dem ein Autoreifen mit unbekanntem Ziel davonrollte. Die Trottenburg erwartete mich schon. Kaum hatte sie mich in ihr Zimmer gelotst, schloß sie, was sie sonst nie tut, die Tür. Da ahnte ich, daß was passiert sein mußte. Normalerweise steht ihr Büro offen. Wenn man auf unserer Etage unterwegs ist (zum Kopierer, zum Kartenraum, zur Kochnische, zum Klo), kommt man also nicht dort vorbei, ohne im dunklen Eichenholzrahmen das höchst lebendige Bild unserer Chefin Cora Trottenburg zu sehen: wie sie, elegant in Schwarz, vor dem Weiß des Tapetenhintergrunds, telefoniert, diktiert, tippt, redigiert, Kaffee trinkt - oft in den riskantesten Kombinationen, manchmal auch, wie der indische Gott Shiva, mit werweißwievielen Armen alles gleichzeitig -, und trotzdem bleibt ihr immer noch Zeit für ein Nicken und/oder Winken nach draußen in den Flur, zu uns, zu den Vorübergehenden. "Was ist denn los?" wollte ich wissen und zog mir einen Stuhl heran. Sie antwortete nicht sofort. Dann fragte sie: "Wieso bist du eigentlich gleich auf Wenzel gekommen?" "Keine Ahnung. Nur so eine . . .", ich verdrehte die Augen. "Ahnung", vervollständigte sie leise. "Genau." Seit Donnerstag letzter Woche ist Wenzel nicht mehr im Büro gewesen. Natürlich hatte ich das bemerkt, ohne mir aber groß Gedanken darüber zu machen. Das war nicht ungewöhnlich - schließlich gibt es laufend irgendwelche Besichtigungen vor Ort, Vermessungen und Abgleichungen, gerade wenn es in die letzte Phase geht. Außerdem, ich war ganz froh darüber, daß der Schreibtisch mir gegenüber ein paar Tage leer geblieben war, ich brauchte dringend Ruhe, um endlich meine interne Diskussionsvorlage wenigstens ein Stück weit voranzubringen. Einem langfristig vereinbarten Gesprächstermin am Freitag, 11 Uhr, in Potsdam war Wenzel ebenfalls ohne Angabe von Gründen ferngeblieben. Der zuständige Abteilungsleiter vom Landesvermessungsamt hatte daraufhin bei der Trottenburg nachgefragt. Sie wußte aber nicht Bescheid - peinliche Situation.

 

 

 

913168-b16cb2b52cbd00c138932837deb6ffec.jpg
Jens Sparschuh (Karl-Marx-Stadt, 14 mei 1955) 
 





De Oostenrijkse schrijver, essayist en uitgever Karl-Markus Gauß werd geboren op 14 mei 1954 in Salzburg. Zie ook
mijn blog van 14 mei 2008 en ook mijn blog van 14 mei 2009 en ook mijn blog van 14 mei 2010.

Uit:
Im Wald der Metropolen

 

„Den ärgsten Grimassierer meines Lebens habe ich in Beaune gesehen. Der Ort sei von Touristen überlaufen, hatte uns ein Tourist gewarnt, der glaubte, wir würden seine Selbsttäuschung teilen und uns, bloß weil wir auf eigenen Wegen und nicht nach dem Pauschalangebot eines Reisebüros

unterwegs waren, für Nomaden der Moderne halten. Der Hass des Touristen auf den Touristen

ähnelt dem des Provinzlers auf den Provinzler, er gebiert kuriose Selbstentwürfe, von denen der Abenteurer mit der Kreditkarte einer der apartesten ist. Man begegnet ihm überall, in der Wüste und im Hochgebirge verursacht er abenteuerliches Gedränge, und seine Flotte pflegt über entlegene Inseln im Pazifik, die ihm alleine bekannt sind, herzufallen. Wir hatten nicht vor, in Beaune, einem von Touristen überlaufenen Ort, zu übernachten. Aber als wir das berühmte Hôtel-Dieu besichtigt hatten, machten wir uns doch auf die Suche nach einem Quartier in dieser großen kleinen Stadt.

Was der burgundische Kanzler Nicolas Roulin und seine Gemahlin Guilon de Salins beabsichtigten, als sie 1443 das Hôtel-Dieu errichten ließen, war nach den Worten des Kanzlers nichts anderes, als ihre Seele mit einem mildtätigen Werk für die Ewigkeit zu retten. Mehr als sechshundert Jahre diente das Hôtel-Dieu, großzügig angelegt über alles bekannte Maß hinaus, als Krankenhaus der Armen, die hier medizinische Behandlung wie religiösen Beistand erfuhren. Der gotische Krankensaal ist fünfzig Meter lang und vierzehn Meter breit, an den beiden Längsseiten stehen Betten, aus denen die Kranken auf die Kapelle und den Altar, die die Stirnseite des Saales beschließen, blicken konnten, sodass sie sich nicht vom Krankenlager erheben mussten, um der Heiligen Messe beizuwohnen.“

 

 

 913168-22ca2b4c7dc9ad0cb6bebcd59d0594d5.jpg

Karl-Markus Gauß (Salzburg, 14 mei 1954)

 

 

 

 

De Ierse schrijver Eoin Colfer (zijn voornaam wordt uitgesproken als Owen) werd geboren in Wexford op 14 mei 1965. Zie ook mijn blog van 14 mei 2007 en ook mijn blog van 14 mei 2008 en ook mijn blog van 14 mei 2009 en ook mijn blog van 14 mei 2010. 
 

Uit: Artemis Fowl

 

„Artemis was perhaps the only person alive who could take full advantage of his recent acquisition. He still retained a childlike belief in magic, tempered by an adult determination to exploit it. If there was anybody capable of relieving the fairies of some of their magical gold, it was Artemis Fowl the Second.

It was early morning before they reached Fowl Manor. Artemis was anxious to bring up the file on his computer, but first he decided to call in on Mother.

Angeline Fowl was bedridden. She had been since her husband's disappearance. Nervous tension, the physicians said. Nothing for it but rest and sleeping pills. That was almost a year ago.

Butler's little sister, Juliet, was sitting at the foot of the stairs. Her gaze was boring a hole in the wall. Even the glitter mascara couldn't soften her expression. Artemis had seen that look already, just before Juliet had suplexed a particularly impudent pizza boy. The suplex, Artemis gathered, was a wrestling move. An unusual obsession for a teenage girl. But then again she was, after all, a Butler.

"Problems, Juliet?"

Juliet straightened hurriedly. "My own fault, Artemis. Apparently I left a gap in the curtains. Mrs. Fowl couldn't sleep."

"Hmm," muttered Artemis, scaling the oak staircase slowly.

He worried about his mother's condition. She hadn't seen the light of day in a long time now. Then again, should she miraculously recover, emerging revitalized from her bedchamber, it would signal the end of Artemis's own extraordinary freedom. It would be back off to school, and no more spearheading criminal enterprises for you, my boy.

He knocked gently on the arched double doors.

"Mother? Are you awake?"

 

 

 913168-6b80ebc35d1291194da147d96c96a4e2.jpg

Eoin Colfer (Wexford, 14 mei 1965)

 

 

 

 

De Duitse schrijfster Gaby Hauptmann werd geboren op 14 mei 1957 in Trossingen. Zie ook mijn blog van 14 mei 2008 en ook mijn blog van 14 mei 2009 en ook mijn blog van 14 mei 2010. 

 

Uit: Ticket ins Paradies

 

„Clara bohrte ihren grossen Zeh in den warmen Sand und sah den feinen Sandkörnern zu, wie sie sofort nachrieselten und sich um ihre Haut schlossen. Ihr Zeh war weg – ganz wie ihr früheres Leben. Clara hatte sich aufgesetzt, die Arme um ihre nackten Beine gelegt, und ihr Blick glitt hinüber zu Andrés’ Füßen. Er hatte schöne Füße, einen ausgeprägten Spann, die Zehen gleichmäßig, Männerfüße, die man gern betrachtete. Clara zog ihren großen Zeh aus dem Sand. Ein Sandhäufchen hatte sich darauf gebildet und floss nun nach allen Seiten ab. Clara wartete, bis nur noch eine feine Schicht Körner übrig war, die ihren roten Nagel und die braune Haut mit einem leichten Schimmer bedeckten, dann schob sie ihren Fuß langsam hinüber zu Andrés. Sie sahen gut aus, nebeneinander, sie passten zusammen.

Andrés schlief. Seine Bauchdecke hob und senkte sich gleichmäßig, und Clara schob ihre gespreizten Finger durch seine lockigen Brusthaare, die sich kurz um ihre Finger schmiegten, länger wurden und sich sofort wieder einrollten, sobald sie ihre Hand wegzog. Zärtlich betrachtete sie ihn. Sein Körper war ihr vertraut, der weiche Zug um seine Lippen rief in ihr ein Gefühl der Zärtlichkeit hervor, das Clara mit Dankbarkeit erfüllte. Sie hätte nie gedacht, dass sie für einen Mann noch einmal so würde empfinden können.“

 

 

913168-3fcd8aab22617e535c63eb6d7524a3b0.jpg
Gaby Hauptmann (Trossingen, 14 mei 1957)

 

 


De Italiaanse dichter
Dante Alighieri werd tussen 14 mei en 13 juni 1265 (volgens hemzelf in de
Divina Comedia in de Goede Week en in het teken van de Tweelingen) in Florence geboren. Zie ook mijn blog van 14 mei 2007 en ook mijn blog van 14 mei 2008 en ook mijn blog van 14 mei 2009 en ook mijn blog van 14 mei 2010. 
 

Uit: Divina Comedia

 

Canto I (Fragment)

 

Through diver passages, the world's bright lamp

Rises to mortals, but through that which joins

Four circles with the threefold cross, in best

 

Course, and in happiest constellation set

He comes, and to the worldly wax best gives

Its temper and impression.  Morning there,

 

Here eve was by almost such passage made;

And whiteness had o'erspread that hemisphere,

Blackness the other part; when to the left

 

I saw Beatrice turn'd, and on the sun

Gazing, as never eagle fix'd his ken.

As from the first a second beam is wont

 

To issue, and reflected upwards rise,

E'en as a pilgrim bent on his return,

So of her act, that through the eyesight pass'd

 

Into my fancy, mine was form'd; and straight,

Beyond our mortal wont, I fix'd mine eyes

Upon the sun.  Much is allowed us there,

 

That here exceeds our pow'r; thanks to the place

Made for the dwelling of the human kind

 

I suffer'd it not long, and yet so long

That I beheld it bick'ring sparks around,

As iron that comes boiling from the fire.

 

And suddenly upon the day appear'd

A day new-ris'n, as he, who hath the power,

Had with another sun bedeck'd the sky.

 

 

Vertaald door H. F. Cary

 

 

 

913168-d6356903e75ecf1359d20e90c913efc9.jpg
Dante Alighieri (14 mei/13 juni 1265 - 13/14 september 1321)

Portret door Francesco Signorelli (Detail)


Zie voor nog meer schrijvers van de 14e mei ook mijn vorige blog van vandaag.
Geschreven door Romenu om 19:31 Reageer op dit bericht

Krister Axel, Evelyn Sanders, Walter E. Richartz, Karin Struck, Kasper Peters, Arjen Bakker

De Amerikaanse dichter en musicus Krister Axel werd geboren op 14 mei 1974 in Parijs. Zie ook mijn blog van 14 mei 2009 en ook mijn blog van 14 mei 2010.

 

 

After the Derby

 

God I’ve waited for this
The rush of sounds this madness
Of purpose in such perfect stealth
And when I understand the greatness
Of this world in simple terms
The presence of kindred spirits
Moments of authenticity
The birth of a revolution

 

 

 

The Arrival

 

Strong words like big rocks
Leaning against each other this
Garden of giants
You came ashore like an eclipse
And blinded us all. In
The shape of a promise
The wings of a summer day
Spread their feathers across the sky
It was like magic, unpolished
From some ancient place
And it didn’t rain
As if the clouds couldn’t speak
The illusion of innocence
But the heart knows better
Cold to the touch, yet
Hot like a black stove
In the sun

 

 

 913165-5ec422ba20a1002640cb88ea829707f2.jpg

Krister Axel (Parijs, 14 mei 1974)

 

 

 

 

De Duitse schrijfster Evelyn Sanders werd geboren op 14 mei 1934 in Berlijn. Zie ook mijn blog van 14 mei 2010.

 

Uit: Advent fängt im September an

 

„Dass man Teenager in regelmäßigen Abständen füttern muss, ist eine allgemein bekannte Tatsache; allerdings gibt es Erwachsene, die auch fünfundzwanzig Jahre später noch dieser Gewohnheit abhängen, und dazu gehört Stefanie. Also suchen wir ein Strandrestaurant mit verglaster Terasse auf und bestellen tortilla francesca; klingt richtig gut, entpuppte sich aber als simples Omelett mit ohne was dazu. Mangelnde bzw. so gut wie keine Kenntnisse der Sprache sorgen in einem fremden Land häufig für Überraschungen. Zum Beispiel auch dann, wenn ein freier Parkplatz zwar wirklich frei ist, aber nur für Anwohner mit entsprechender disco de estacionamiento, bei uns zu Hause Parkscheibe genannt.“

 

 

 913165-12ec2068b609a8c48595b2efe57ca614.jpg

Evelyn Sanders (Berlijn, 14 mei 1934)

 

 

 

 

De Duitse schrijver en chemicus Walter E. Richartz werd op 14 mei 1927 in Hamburg geboren. Zie ook mijn blog van 14 mei 2010.

 

Uit: Büroroman

 

„"Mehr Härte. Mehr Dynamik. Das Kostenverhältnis muß günstiger werden. Dr. Altenberg, metallisch: 'Mehr Kosteneffektivneß -- wie man drüben sagt.' -- 'Neue Methoden des Marketing.' Wir haben die finanziellen Möglichkeiten und müssen sie rücksichtslos einsetzen. Mehr 'Pauer' fordert er, mehr 'Pusch' -- und ballt eine Faust vor dem Mikrophon.
Doch nun mildert Dr. Altenberg seinen Tonfall, er läßt jetzt Herzlichkeit aufkommen. Blaublitzende, blühende Herzlichkeit. Trotz aller Schwierigkeiten den Optimismus behalten. Unsere Ässets. 'Unsere Haupt-Ässets sind unsere Menschen', sagt Dr. Altenberg."

(...)

 

"Kuhlwein lebte allein, oder, im Büro, mit zwei Menschen. Er fühlte sich unwohl in Menschenmengen. Reden, Rufen, Mikrophone. [...] Die Wiederholungen. Wenn bestimmte Worte dauernd wiederholt wurden, hörte man schließlich nichts anderes mehr. Dann wartete man nur noch auf diese bestimmten Worte. 'Leeschenunleschen' ... 'Itawaiter, Itawaiterinnen' ... 'Betriebs ..., Betriebsrat' immer wieder: 'Riehb-Rab -- Riehb-Rab'. Gewisse schneidende Worte, wie die des Gewerkschafters. Kamen auf ihn zu, wie Zeigefinger.
Die wollen doch was! Was wollen die denn? Was soll ich denn tun?"

 

 

 913165-aad275c192ff8a8e982b9a5ff8c1c483.jpg

Walter E. Richartz (14 mei 1927 – 3 februari 1980)

 

 

 

 

De Duitse schrijfster Karin Struck werd geboren op 14 mei 1947 in Schlagtow. Zie ook mijn blog van 14 mei 2008.

 

Uit: Karin Struck über Hubert Selby: Der Dämon

 

„Der Dämon" ist das dritte ins Deutsche übersetzte Buch von Hubert Selby. Ich habe es atemlos gelesen, wie man so sagt: verschlungen, und es hat mich getroffen und betroffen gemacht. Es erzählt die Geschichte von "Harry dem Aufreißer", beginnt leichtzüngig mit diesem Satz: "Die, die ihn kannten, nannten ihn Harry den Aufreißer."

Im Ton eines Unterhaltungsromans, wie erzählt aus der Perspektive von Harrys Sportsfreunden und Kumpels, teilt der Autor uns auf den ersten Seiten mit, daß Harry ein junger Angestellter einer expandierenden New Yorker Firma ist, als dreißigjähriger Mann noch bei seinen Eltern wohnt und gern verheirateten Frauen nachjagt. Rasch verläßt der Erzähler jedoch die leichte Tonlage und geht ins Zentrum, ins düstere Innenleben von "Harry dem Aufreißer": Hinter der Fassade des Frauenhelden, des frauenfressenden Potenzbrockens steckt ein tiefunglücklicher, kranker, abhängiger, süchtiger, einsamer, kaputter Mann. Süchtig nach der Droge Frau, oder besser: der Droge Erregung und Sexualität, noch genauer: für Harry sind Sinnlichkeit, Sexualität, Liebe, sind Frauen zur Droge geworden.

Harry der Aufreißer ist süchtig. Er hat montags rote, getrübte Augen und hat immer ein Fläschchen mit Augentropfen in der Schreibtischschublade bereit. (Haschisch-, Alkohol- und sonstige Süchtige bieten ein ähnliches Erscheinungsbild: diese entzündeten Kaninchenaugen und getrübtes Augenweiß.) Das Wort Sucht wird, glaube ich, gar nicht einmal erwähnt, aber noch niemand, so scheint es mir, hat Sucht so atembeklemmend, atemlos, ungeheuerlich beschrieben wie Hubert Selby.

 

 


913165-a2057f5f7c85c6d516932e9c7748a632.jpg
Karin Struck (14 mei 1947 – 6 februari 2006)

 

 

 

 

Onafhankelijk van geboortedata:

 

De Nederlandse dichter, schrijver, dramaturg en toneelspeler Kasper Peters werd geboren in Doetinchem in 1973. Zie ook mijn blog van 14 mei 2009 en ook mijn blog van 14 mei 2010.

 

 

Laat maar

 

Jij hebt teveel gezegd
de zin die niet mocht
en de waarschuwing
is vaak gegeven

Laat maar

het is te laat om
woorden terug te draaien

Laat maar

en leg de sleutel
maar op het kastje
bij de voordeur
als je weggaat
mijn adres en het boek
dat je nooit las
mag je houden

Laat maar

totdat wij elkaar
opnieuw begroeten
zoals kennissen dat doen

 

 


 913165-47e226abcc0ef5cab681cefd860b7f10.jpg

Kasper Peters (Doetinchem, 1973)

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijver ook mijn blog van 14 mei 2009.

 

De Nederlandse dichter Arjen Bakker werd geboren in Groningen in 1981.

Geschreven door Romenu om 19:18 Reageer op dit bericht

Bruce Chatwin, Daphne du Maurier, Kathleen Jamie, Armistead Maupin, Gregor von Rezzori

De Engelse schrijver Bruce Chatwin werd op 13 mei 1940 in Sheffield geboren. Zie ook mijn blog van 13 mei 2007 en ook mijn blog van 13 mei 2008 en ook mijn blog van 13 mei 2009 en ook mijn blog van 13 mei 2010.

 

Uit: On The Black Hill

 

„Every morning their alarm went off at six.  They listened to the farmers' broadcast as they shaved and dressed.  Down-stairs, they tapped the barometer, lit the fire and boiled a kettle for tea.  Then they did the milking and foddering before coming back for breakfast.

 

All the birds were silent in the sillness that precedes a storm. Thistledown floated upwards, and a shriek tore out across the valley. The labour pains had begun...

 

The oarsman was a boy in a red-striped blazer; and in the stern, half-hidden under a white parasol, sat a girl in a lilac dress.  Her fair hair hung in thick tresses, and she trailed her fingers through the lapping green wavelets.

 

She was a good woman who hoped the world was not as bad as everyone said.  She had a bad heart brought on by poverty and overwork...

...She never forgot an insult and she never forgot a kindness.  She felt crushed and ashamed -- ashamed of her boys and ashamed of being ashamed of them.

 

The Reverend Thomas Tuke was a classical scholar of private means...

...He knew the whole of Homer by heart: each morning, between a cold bath and breakfast, he would compose a few hexameters of his own...

...Most of the women were in love with him -- or transported by the timbre of his voice.“

 

 

 

912576-1ac481c94daf87a3bee9b2340852a728.jpg
Bruce Chatwin (13 mei 1940 – 18 januari 1989)

 

 

 

 

De Britse schrijfster Daphne du Maurier werd geboren in Londen op 13 mei 1907. Zie ook mijn blog van 13 mei 2007 en ook mijn blog van 13 mei 2008 en ook mijn blog van 13 mei 2009 en ook mijn blog van 13 mei 2010.

 

Uit: Call of the Jaguar

 

“In the distance, the jungle resumed, green and dense, and beyond that, a reddish-colored mountain floated above the treetops.
"Is that El Castillo?" Alex asked.
"Yes, that's my mountain." Her heart lifted at the sight. At least that hadn't changed. The plane's shadow flitted over the green jungle below as they neared the peak. "Look," Rachel said. "There's a landing strip."
Alex flew lower, tilting the wings as he circled the strip of rough red dirt slashed out of the jungle. "I don't see any ruins."
Rachel peered across him, looking out his side window, searching for any sign of the archaeological site. Alex wheeled the plane again and they spiraled lower. As they neared the landing strip, several men stepped out of the jungle. They were dressed in camouflage fatigues and gripped automatic rifles in their hands.
Alex stiffened and gripped the yoke nervously. "Uh-oh. Was your professor expecting us?"
Oh crap, she
had
told him she had an urgent message for Dr. Kerby, hadn't she? "I doubt it," she said. "I couldn't call—no phone, no fax. No electricity."
The men on the ground raised their rifles to their shoulders. Alex jerked back the yoke. "Shit!"
Shots rang out around them as the plane climbed suddenly and steeply, leaving Rachel's stomach somewhere near her feet. She ducked her head beneath the window. Bullets pinged off the exterior of the plane.
"Goddamn it!" Alex shouted toward his side window. "Can't they see we're civilians? The pinging of bullets stopped and Alex leveled off. Rachel pulled herself together, sat up straight, and chanced a look out the window. "We made it." She heaved a sigh of relief. "We're out of range."

 

 912576-77121f82e86e7b8c7c1ee601b1b56099.jpg

Daphne du Maurier (13 mei 1907 – 19 april 1989)

 

 

 

 

De Schotse dichteres Kathleen Jamie werd geboren op 13 mei 1962 in Currie, Edinburgh. Zie ook mijn blog van 13 mei 2007 en ook mijn blog van 13 mei 2008 en ook mijn blog van 13 mei 2009 en ook mijn blog van 13 mei 2010.

 

 

Merry Jesters

 

Beneath not a forest
canopy, but calm
domestic skies,
grow myriad greens,
a fan of jagged black.

 

Here every leaf
must have its day: each
heart-shape or spear's
equal to every other -
for this is a jungle

 

republic, where naturalised
exotics flower
angelically bright,
and a placid bird presides.
But she whose wings

 

drape her like a vestment
merely observes
as half-a-dozen denizens
of the deeply municipal
conduct some ritual

 

or prank - which we
have interrupted, so the animals
(bar the sad excluded one)
are regarding us. But what
have we intruded upon?

 

What requires the red
funnel, the pallid stick,
the so-suburban milk bottle
stolen, one suspects,
from a polished step?

 

We can enquire, but not
one of them, not the bear,
or the frond-
obscured fugitive
by the bear's head,

 

the dog-faced monkeys,
or even that wise bird
will spill the beans,
and frankly, there's no good
reason why they should.

 

 

 

912576-5fdc4c26236b741fa014f49cff77e671.jpg
Kathleen Jamie (Currie, 13 mei 1962)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Armistead Jones Maupin Jr. werd geboren op 13 mei 1944 in Washington. Zie ook mijn blog van 13 mei 2007 en ook mijn blog van 13 mei 2008 en ook mijn blog van 13 mei 2009 en ook mijn blog van 13 mei 2010.

 

Uit: Tales of the City

 

„"Well, then why ...

"I'm not coming home, Mom."

Silence. Then, dimly in the distance, a television voice began to tell Mary Ann's father about the temporary relief of hemorrhoids. Finally, her mother spoke: "Don't be silly, darling."

"Mom . . . I'm not being silly. I like it here. It feels like home already."

"Mary Ann, if there's a boy

"There's no boy.... I've thought about this for a long time."

"Don't be ridiculous! You've been there five days!"

"Mom, I know how you feel, but . . . well, it's got nothing to do with you and Daddy. I just want to start making my own life . . . have my own apartment and all."

"Oh, that. Well, darling . . . of course you can. As a matter of fact, your daddy and I thought those new apartments out at Ridgemont might be just perfect for you. They take lots of young people, and they've got a swimming pool and a sauna, and I could make some of those darling curtains like I made for Sonny and Vicki when they got married. You could have all the privacy you . . ."

"You aren't listening, Mom. I'm trying to tell you I'm a grown woman."

"Well, act like it, then! You can't just . . . run away from your family and friends to go live with a bunch of hippies and mass murderers!"

"You've been watching too much TV."

"O.K. . . . then what about The Horoscope?"

"What?"

"The Horoscope. That crazy man. The killer."

"Mom . . . The Zodiac."



 

 

 912576-aaf6f2e1a8da1323dea68f3efe50789a.jpg

Armistead Maupin ( Washington, 13 mei 1944)

Hier (r) met zijn partner Christopher Turner 

 

 



De Oostenrijkse schrijver en acteur
Gregor von Rezzori werd geboren op 13 mei 1914 in Czernowitz. Zie ook mijn blog van 13 mei 2009
en ook mijn blog van 13 mei 2010.

 

Uit: Denkwürdigkeiten eines Antisemiten

 

„Die Ansicht hatte sich bald allseits zur Unbestreitbarkeit gefestigt. Es war so: mein unausweichlicher Bestimmungsort war früher oder später ein Gefängnis. Ich selbst blieb darüber kaum noch im Zweifel.
Zu den trivialen Lebensweisheiten, die meine Generation der »Frommen Helene« Wilhelm Buschs verdankt, gehört der Spruch: »Ist der Ruf erst ruiniert, lebt es sich recht ungeniert.« Aber auch diese optimistische Behauptung entspricht eher dem Wunschdenken als einer praktischen Erfahrung. Ich für mein Teil würde sicherlich, hätte man mich zu jener Zeit nach meinem Gemütszustand gefragt, tief aufseufzend erwidert haben: »Skutschno!«. Denn obwohl es an gelegentlichen rebellischen Aufwallungen bei mir nicht fehlte, schleppte ich mich, oder vielmehr: ließ ich mich im Schneckengang der Tage lustlos durch mein ödes Dasein schleppen, niemals ledig der Bürde eines Schuldgefühls, das nicht aus den Motiven kommen wollte, die man ihm zu unterschieben versuchte, obwohl die eigentlichen Gründe nicht weit davon entfernt lagen. Hätte ich die feine und komplexe Unterscheidung erklären können, so wäre manches gut geworden. Aber eben dazu war ich nicht imstande.
Mein Bild von damals sehe ich vor mir wie auf einem Schnappschuß aus einer jener feinmechanisch schräubchen- und hebelreichen Kameras, deren glotzäugige Linsen und faltige, von nickelblitzenden Scherengestellen wie Harmonikas ausziehbare Bälge aus schwarzem Leder vom selben, der Pferdekutschenwelt noch nahen Epochengeist gebildet waren wie die klar winkeligen, hochrädrigen Autos jener Tage, die meine Knabenphantasie bis zur Leidenschaft erregten.“

 

 

 

912576-d335c73ae5df67be90493f8d89cc79e6.jpg
Gregor von Rezzori (13 mei 1914 – 23 april 1998)



Zie voor nog meer schrijvers van de 13e mei ook
mijn vorige blog van vandaag en eveneens mijn eerste blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 19:35 Reageer op dit bericht

Alphonse Daudet, Theo van Baaren, Reinhold Schneider, Jacob Haafner

De Franse schrijver Alphonse Daudet werd geboren in Nîmes op 13 mei 1840. Zie ook mijn blog van 13 mei 2007 en ook mijn blog van 13 mei 2008 en ook mijn blog van 13 mei 2009 en ook mijn blog van 13 mei 2010.

 

Uit: Le petit chose

 

„JE suis né le 13 mai 18..., dans une ville du Languedoc où l'on trouve, comme dans toutes les villes du Midi, beaucoup de soleil, pas mal de poussière, un couvent de carmélites et deux ou trois monuments romains.
Mon père, M. Eyssette, qui faisait à cette époque le commerce des foulards, avait, aux portes de la ville, une grande fabrique dans un pan de laquelle il s'était taillé une habitation commode, tout ombragée de platanes, et séparée des ateliers par un vaste jardin.
C'est là que je suis venu au monde et que j'ai passé les premières, les seules bonnes années de ma vie.
Aussi ma mémoire reconnaissante a-t-elle gardé du jardin, de la fabrique et des platanes un impérissable souvenir, et lorsque à la ruine de mes parents il m'a fallu me séparer de ces choses, je les ai positivement regrettées comme des êtres.
Je dois dire, pour commencer, que ma naissance ne porta pas bonheur à la maison Eyssette. La vieille Annou, notre cuisinière, m'a souvent conté depuis comme quoi mon père, en voyage à ce moment, reçut en même temps la nouvelle de mon apparition dans le monde et celle de la disparition d'un de ses clients de Marseille, qui lui emportait plus de quarante mille francs ; si bien que M. Eyssette, heureux et désolé du même coup, se demandait, comme l'autre, s'il devait pleurer pour la disparition du client de Marseille, ou rire pour l'heureuse arrivée du Petit Daniel... Il fallait pleurer, mon bon monsieur Eyssette, il fallait pleurer doublement.“

 

 

 

912564-33733f5760580caee4c42de284d88c95.jpg
A
lphonse Daudet (13 mei 1840 - 17 december 1897)

„Alphonse Daudet et Sa Fille“ door Eugene Carriere, 1887

 

 

 

 

De Nederlandse dichter, vertaler en godsdiensthistoricus Theo van  Baaren werd op 13 mei 1912 geboren in Utrecht. Zie ook mijn blog van 13 mei 2007 en ook mijn blog van 13 mei 2008 en ook mijn blog van 13 mei 2009 en ook mijn blog van 13 mei 2010.

 

Uit: The Waste Land (T. S. Eliot, fragment)

 

„........ De nymphen zijn vertrokken.
Hun vrienden ook, de luierende zoons van grote zakenlui;
Vertrokken, zonder achterlating van adres.
Aan de wateren van Leman zat ik teneer en weende. . .
Lieflijke Theems, stroom zacht, tot ik eindig mijn zang,
Lieflijke Theems, stroom zacht, want ik spreek niet luid noch lang.
Maar achter mijn rug in koude vlagen hoor
Ik beenderen ratelen, en grinniken gespreid van oor tot oor.

 

In Highbury geboren. In Richmond en Kew verloren.
'k Verhief mijn knieën in Richmond aangekomen,
Achterover in mijn smalle kano uitgestrekt.'
'Mijn voeten zijn te Moorgate, en mijn hart
Onder mijn voeten. Toen het was gebeurd
Beloofde hij" een nieuw begin" vol smart.
Ik heb' t niet goed- noch afgekeurd. Waarom verbitterd of getreurd ?'
'Op' t strand van Margate
Kan ik verbinden
Niets met niets.
Gebroken nagels van vuile handen.
Mijn familie, kleine lui, die niets
Verwachten. '
lala

Te Carthago kwam ik toen“

 

 

 

 

Vertaald door Theo van  Baaren

 

 

 

912564-4429b3c8990beca9b70909c41fe547b7.jpg
Theo van  Baaren
(13 mei 1912  -  4 mei 1989)

 

 

 

 

De Duitse dichter Reinhold Schneider werd op 13 mei 1903 geboren in Baden-Baden. Zie ook mijn blog van 13 mei 2006 en ook mijn blog van 13 mei 2009 en ook mijn blog van 13 mei 2010.

 

 

Entfremdet ist das Volk mir

 

Entfremdet ist das Volk mir, nur sein Leiden

Bedrängt mich nachts, und furchtbar drückt die Not,

Daß ich nicht spreche nach des Herrn Gebot

Und schweigend seh das Heilige verscheiden.


Ob aller Augen sich am Glänze weiden,

Seh ich die Nacht, das Unheil und den Tod,

Und wie der Untergang im Siege droht

Und sich in falschen Ruhm Verderber kleiden.


Verkehrt sind alle Zeichen, stumm die Dichter.

Es bannt das Wort nicht mehr die Todesmächte,

Die deine Seele, Volk, in Fesseln schlagen.


Mein Volk, mein Volk, wie wird der ewige Richter

Dereinst uns wägen nach dem ewigen Rechte,

Wenn er nicht zählte, was wir stumm getragen!

 

 

 

 912564-e62c2a559979fb26312dbed6480d31a3.jpg

Reinhold Schneider (13 mei 1903 – 6 april 1958)

Buste van Albert Schilling, 1954

 

 

 

 

De Duits-Nederlandse schrijver Jacob Gottfried Haafner werd geboren op 13 mei (volgens anderen op 13 maart) 1754 in Halle an der Saale. Zie ook  mijn blog van 13 mei 2007 en ook mijn blog van 13 mei 2009 en ook mijn blog van 13 mei 2010.

 

Uit: Reize in eenen Palanquin; of lotgevallen en merkwaardige aanteekeningen op eene reize langs de kusten Orixa en Choromandel.

 

‘Ramsander!’ zeide ik tot mijnen Dobasch ‘wij zullen de Thonij in Gods naam maar laten zeilen. - Ik ga over land! - bestel mij acht Koelies! - Morgen met den dageraad wil ik vertrekken. Mijn vriend martin zal mij wel eenen Palanquin leenen; hij heeft er twee - of anders moet gij er eenen zien te huren; bezorg mij ook een paar flesschen Arak, en vijf honderd Sheroutes; haast u, en maak dat alles gereed is.’

De zaak was eigenlijk zoo gelegen. Ik moest naar Mazulipatnam - en was in het begin voornemens die reize in eene Thonij te doen, die toen juist op de reede lag en derwaarts stond te vertrekken. De gelegenheid was zoo kwaad niet; als alles wel ging, en wij doorzeilden, zoude het op zijn hoogst een reisje van drie of vier dagen zijn; want wij waren in het saizoen, waarin wij wind en stroom zouden mede hebben.

Doch bij nadere overweging en herinnering, aan hoe vele ongemakken men in zoo eene Thonij is blootgesteld, (want ik had meer met dezelve gevaren,) hoe ellendig en bekrompen men er zich in moet behelpen, hoe langdurig en vervelend somtijds de kortste reizen in dergelijke vaartuigen zijn - de onkunde en vreesachtigheid der Tandels, die gemeenlijk des nachts ten anker gaan, bij den minsten sterken wind in de eerste de beste haven vlugten, altoos langs den wal houden, om den ankergrond niet te verliezen, en andere onaangenaamheden meer, veranderde ik van gedachten, en nam voor, de reis over land te doen.“

 

 

 912564-e227a1ed96ddcd6c218d980ce0da3a69.jpg

Jacob Haafner (13 mei 1754 – 4 september 1809)

Boekomslag

Geschreven door Romenu om 19:26 Reageer op dit bericht

Koji Suzuki, Roch Carrier, Adolf Muschg, Franz Michael Felder

De Japanse schrijver Koji Suzuki werd geboren op 13 mei 1957 in Hamamatsu. Zie ook mijn blog van 13 mei 2009.

 

Uit: The Ring (Vertaald door Bernhard Liesen en Katrin Marburger)

 

“Am nördlichen Rand eines Neubaugebiets, direkt neben dem Sankeien-Park gelegen, stand eine Reihe von jeweils 14-stöckigen Häusern mit Eigentumswohnungen. Obwohl der Gebäudekomplex

erst kürzlich errichtet worden war, hatten fast alle Wohnungen bereits Käufer gefunden. Jedes Haus beherbergte beinahe einhundert nicht besonders geräumige Eigentumswohnungen, doch die meisten der dort lebenden Menschen hatten ihre Nachbarn noch nie gesehen. Nur nachts, wenn die Fenster erleuchtet waren, schien man sicher sein zu können, dass hier wirklich Menschen lebten.

Weiter südlich reflektierte das ölverschmierte Wasser des Meeres die funkelnden Lichter einer Fabrik. An ihren Wänden verlief ein Wirrwarr von Rohren und Kabeln, das an Blutgefäße oder Muskelgewebe erinnerte. Auf der Vorderfassade der Fabrik tanzten zahllose Lichter wie in der Finsternis glühende Insekten, sodass man dieser bizarren Szenerie eine gewisse Schönheit nicht absprechen konnte.

Ein paar hundert Meter weiter, mitten in dem Neubaugebiet, stand zwischen mit mathematischer Präzision angelegten, bisher noch unbebauten Grundstücken ein vereinzeltes, einstöckiges Haus mit Garage, dessen Eingangstür direkt auf die von Norden nach Süden verlaufende Straße ging. Es war ein ganz gewöhnliches Eigenheim, wie man es in jeder beliebigen Neubausiedlung fand, doch bis jetzt waren weder die daneben noch die dahinter liegenden Grundstücke bebaut worden. Vielleicht lag es an der schlechten Verkehrsanbindung, dass bisher erst wenige Grundstücke verkauft worden waren. Folglich wiesen entlang der Straße immer wieder Schilder darauf hin, dass für diese Grundstücke

noch Interessenten gesucht wurden. Verglichen mit dem Gebäudekomplex mit den Eigentumswohnungen wirkte die Neubausiedlung ziemlich verwaist.”

 

 


912558-da402b2df0ad10e4b04feb684160fd54.jpg
Kōji Suzuki (Hamamatsu, 13 mei 1957)

 

 

 

 

 

De Zwitserse schrijver en literatuurwetenschapper Adolf Muschg werd geboren op 13 mei 1934 in Zollikon, kanton Zürich. Zie ook  mijn blog van 13 mei 2007 en ook mijn blog van 13 mei 2009.

 

Uit: Atsuko soll heiraten

 

„Atsukos Eltern wohnen am Rande Tokios in einem eigenen kleinen Haus, um das, dicht wie eine zweite Wand, eine immergrüne mannshohe Hecke läuft. Es gibt nur eine Lücke darin, und die ist geplant: durch sie kann man vom westlichen, europäisch eingerichteten Raum aus den Fuji sehen. Im

Sommer nicht, aber an klaren Herbst- und Wintermorgen; selbst dann weiß man nicht immer, ob man recht sieht: eine von einer kleinenWolke kaum zu unterscheidende Erhebung hinter den Hakone-Bergen, aus wenig anderem Stoff als der weiße Himmel, mit dem sie gegen Mittag verschwimmt. Atsukos Vater ist Professor für »Audio-visual Education« an einer kleinen, aber angesehenen Privatuniversität. ImWestzimmer steht der Fernsehempfänger. Abends sitzt der Vater gern davor, hält aber meist die Zeitung zwischen sich und den Bildschirm; nur bei seinem eigenen Auftritt, jeden Freitagabend, läßt er sie sinken. Dann setzt sich die Mutter hinten in der Ecke auf ihrem Stuhl zurecht, und die Kinder verlassen das Zimmer. Kinder sind sie nur noch in den Augen ihrer Eltern: Ichiro 30, Yoji 28, Atsuko 22. Solche Kinder heiraten.

Vor einem Jahr war es an Ichiro gekommen. Seine Verheiratung bot kein Problem, weil er selbst keines war. In seiner Bankbeamtenstelle, die ihn wenig mit passenden Mädchen zusammenführte, war er froh um die traditionellenWege der Heiratsvermittlung, die eine Freundin der Familie mit Takt

und Umsicht für ihn ging. Der Erfolg war vorauszusagen.

Die jungen Leute trafen sich, fanden nichts gegeneinander einzuwenden und heirateten, nachdem die gehörigen Fristen, fast nur der Form zuliebe, verstrichen waren. Atsuko hätte es nicht verwundert, wenn Yoji, der zweite Bruder, den Anfang gemacht hätte, denn sonst war der für jeden Fürwitz zu haben – doch, in diesem Fall hätte es sie gewaltig verwundert. Yoji im Hochzeitsfrack; was hätten sie beide dazu für ein Gesicht gemacht?“

 

 

 

912558-5aeba6905a8b35f0792aeb6bfdbc712f.jpg
Adolf Muschg (Zollikon
, 13 mei 1934)

 

 

 

 

De Canadese schrijver Roch Carrier werd geboren op 13 mei 1937 in Sainte-Justine, Quebec. Zie ook mijn blog van 13 mei 2007 en ook mijn blog van 13 mei 2009.

Uit: The Hockey Sweater

„I remember very well the winter of 1946. We all wore the same uniform as Maurice Richard, the red, white, and blue uniform of the Montréal Canadiens, the best hockey team in the world. We all combed our hair like Maurice Richard, and, to keep it in place we used a kind of glue - a great deal of glue. We laced our skates like Maurice Richard, we taped our sticks like Maurice Richard. We cut his pictures out of all the newspapers. Truly, we knew everything there was to know about him.

On the ice, when the referee blew his whistle, the two teams would rush at the puck. We were five Maurice Richards against five other Maurice Richards, throwing themselves on the puck. We were ten players all wearing the uniform of the Montréal Canadiens, all with the same burning enthusiasm. We all wore the famous number 9 on our backs.

How could we forget that?

One day, my Montréal Canadiens sweater was too small for me and it was ripped in several places. My mother said, "If you wear that old sweater, people are going to think we are poor."

Then she did what she did whenever we needed new clothes. She started to look through the catalogue that the Eaton Company in Montreal sent us in the mail every year. My mother was proud. She never wanted to buy our clothes at the general store. The only clothes that were good enough for us were the latest styles from Eaton's catalogue.“

 

 

 

912558-f7639b7652eb6160e82041778b1d311d.jpg
Roch Carrier (Sainte-Justine, 13 mei 1937)

 

 

 

 

 

De Oostenrijkse schrijver Franz Michael Felder werd geboren op 13 mei 1839 in Schoppernau. Zie ook mijn blog van 13 mei 2007. en ook mijn blog van 13 mei 2009.

 

Uit: Gespräche des Lehrers Magerhuber mit seinem Vetter Michel

 

Michel: Herrliche Herbsttage das! Noch glaubte man kaum, daß es schon November sei, wenn man nicht auch dich, den sicheren Wintervogel, wieder kommen sähe. Aber das, Vetter, das war ein trauriger Sommer! Ich hätte nicht mehr geglaubt, daß du meinen Ältesten noch einmal sehen würdest. Man kann sich wohl kaum vorstellen, wie mir ward, als ich in der Zeitung las, wie jetzt die Rosse mehr wert seien als die Menschen. Es war furchtbar!

Lehrer: Es war wie immer, wenn von einem oder einigen ein Zweck verfolgt wird und die Mittel, die Werkzeuge, nur so viel gelten, als sie zur Erreichung dieses ihres Zweckes wert sind. Da kann es einem gar oft begegnen, daß man weniger als ein Tier, ja weniger als eine Maschine geschätzt und auch danach behandelt wird.

M.: Ja, ja, der Krieg ist das allerschrecklichste.

L.: Und doch muß man ihn, wie die Welt nun einmal ist, ein notwendiges Übel nennen. M.: Geht denn Macht vor Recht?

L.: Ja. –

M.: Mensch – Kerl – und dich läßt man noch Lehrer sein?

L.: Nur ruhig! In unseren Schulen haben wir nichts mit der Gegenwart, ihren Schlagwörtern und Forderungen zu tun. Wir haben ja von Abraham und Isaak und ähnlichen Helden der guten alten Zeit vorzutragen; jener Zeit, da der Mensch noch Gut und Blut einsetzte für seine Überzeugung. Damals war das Recht Macht, wie die Lebensgeschichte vieler beweist; heutzutage aber gleicht das Recht fast der von den einen heiß, den andern kalt gedachten Sonne hoch oben am oft bewölkten Himmel. Die armen Menschlein sitzen auf einem Hügel und warten auf ihre Strahlen, die sie ein wenig erwärmen und die Früchte an den Bäumen neben ihnen reif machen sollen.

 

 

 

912558-e530ff7d0fca42d5f2fbc1fef24b1ac5.jpg
Franz Michael Felder (13 mei 1839 – 26 april 1869)

Geschreven door Romenu om 19:21 Reageer op dit bericht

Reinout Verbeke

De Vlaamse dichter Reinout Verbeke werd geboren op 13 mei 1981 in Roeselare. Zie ook mijn blog van 29 mei 2009 en ook mijn blog van 29 mei 2010.

 

 

Waterloper

 

Rood kleurt de rivier achter mij
Ik ben zwaar, maar voeten tasten vederlicht af
de weg naar de bron

 

Bij een bocht vind ik rust op een rots
Langs mijn linkerbeen snijdt wat voorbijglijdt
zich verder in de verte kronkelt
Geen wier zal hier vertellen wat de bocht
verbergt: (verdrinkingsdood? roeiboot? een vrouw
als een dam?)

 

Wenkbrauwen wegen op mijn oogleden.
Rood is de rivier achter mij
Bron blijkt monding.

 

Ik geef horizontaal toe aan het water
terwijl aan mijn mond
het druppelen begint

 

 

 

921228-80f091fb00b4405e2041b7e058da0ffb.jpg
Reinout Verbeke (Roeselare, 13 mei 1981)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Hagar Peeters, Bertus Aafjes, August Vermeylen, Andrej Voznesensky, Eva Demski

De Nederlandse dichteres Hagar Peeters werd geboren in Amsterdam op 12 mei 1972. Zie ook mijn blog van 12 mei 2007 en ook mijn blog van 12 mei 2008 en ook mijn blog van 12 mei 2009 en ook mijn blog van 12 mei 2010

 

 

Je bewoont al jaren

 

Je bewoont al jaren
alle kamers in mijn hoofd.
Het lukt maar niet
je te verdrijven.

Ik heb er andere namen
in gestopt, maar geen
wil zo beklijven
als die van jou.

Ik vind hem terug in het
merk kleren dat ik koop,
je speelt mee in alle
films die ik zie

en zo vaak roept iemand je
op straat dat ik
me afvraag hoe het kan
dat je uniek bent
en toch zo gangbaar.

Je speelt denk ik niet
in films, en mijn hoofd
bewonen doe je zeker niet.
Was het maar waar. Je woont

ergens in een huisje aan zee
en tuurt daar uit het raam.
Je wacht. Op mij. Maar
je vergat mijn naam.

 

 

 

''Kijk eens''

 

hengelt haar rechterbeen
onophoudelijk in de lucht,
hinken vliegensvlug haar vingers
rond het linker op en neer
en gaan in één armbeweging over
naar haar haren.
Haar handen likt ze alsof,
en strijkt ermee langs haar gezicht.
Steeds hoger kruipt haar rokje
maar daar gaat het nu niet om.
Het gaat erom, dat zij de vlieg nadoet.

 

 

 

 911964-df3b3f8832ba578c6caf9b1e7b01db5e.jpg

Hagar Peeters (Amsterdam, 12 mei 1972)

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver en dichter Bertus Aafjes (pseudoniem Jan Oranje) werd geboren in Amsterdam op 12 mei 1914. Zie ook mijn blog van 12 mei 2010 en eveens alle tags voor Bertus Aafjes op dit blog.

 

 

De tijd is heen

 

De tijd is heen waarin ik, licht van toon
En snel van geest, de dingen dezer aarde
Loofde en prees of in mijn hart bewaarde
Als de Madonna elk woord van haar Zoon.

Een graazge wei, een wulpse rozengaarde,
Een vlindertje, een vlieg, een anemoon,
Elk kreeg zijn aureool van zichtbaar schoon
Als ik het in mijn liederen verklaarde.

Die tijd is heen, want gij zijt ver van hier,
Mijn pareltje, mijn duifje, mijn saffier,
En zonder u gaat al mijn liefde dood;
Waartoe der dingen schoonheid nog geprezen,
Die slechts bestond bij gratie van uw wezen,
Als bij de zon 't ochtend- en avondrood.

 

 

En ook des morgens

 

En ook des morgens in het nieuwe licht
Voel 'k mij zo los, als ik met open ogen
Mijzelf verrast vind naar de plek gebogen
Waarop gij eertijds laagt met uw gezicht.

Als ik dan zie, dat gij er nergens zijt,
Maar met een snelle vleugelslag ontkomen
Uit de bosschages van mijn nachtlijk dromen,
Dan stroomt mijn lichaam vol van lege spijt,

Dan voel ik aan mijn ogen dat zij leeg zijn,
Wanneer zij zijn verstoken van uw beeld;
Dan voel ik aan mijn lippen dat zij leeg zijn,
Waarop geen kus meer bloeit, geen lach meer speelt;
Dan voel ik aan mijn leden dat zij leeg zijn,
Wanneer ik niet in u word voortgeteeld.

 

 

 

911964-32062d6e83b0b1e806bc7c5d8dbee65e.jpg 

Bertus Aafjes (12 mei 1914 - 22 april 1993)

 

 

 

 

De Vlaamse schrijver, dichter, kunsthistoricus en politicus August Vermeylen werd geboren in Brussel, op 12 mei 1872. Zie ook mijn blog van 12 mei 2007 en ook mijn blog van 12 mei 2008 en ook mijn blog van 12 mei 2009 en ook mijn blog van 12 mei 2010

 

Uit: Twee vrienden

 

„In de staminee, waar hij met zijn gewone vrienden uit de buurt whist speelt, vertelt vader Balders dien avond, quasi achteloos, terwijl hij den waaier van zijn kaarten overziet, dat zijn zoon Frans - ‘ge weet wel, die gestudeerd heeft,’ - over een paar dagen zal terug zijn, uit Wenen, waar hij in het laboratorium van professor Harwig heeft gewerkt. ‘Harwig, ge hebt zijn naam al wel gehoord; een beroemdheid.’ Natuurlijk kennen ze den naam: Balders heeft er dikwijls genoeg van opgegeven. Hij verduidelijkt nog terloops: ‘Toepassing van de physico-chemie op de geneeskunde,’ en onderstreept het door even zijn benen te verzetten en de anderen met halfopen mond een ogenblik aan te gluren, als iemand die best op de hoogte is.

Ja, het is een zware opoffering geweest, dien jongen nog een jaar naar Oostenrijk te zenden, na die al zo lange medische studiën. Maar tegenwoordig moet ge naar Wenen, als ge een groot dokter worden wilt. Een spiering in 't water smijten om een kabeljauw te vangen...

Als de kaarten opnieuw worden uitgedeeld, neemt Van Veteren, de drogist, zijn pijp uit den mond, drinkt een teug faro, en spreekt: ‘Hij mag gelukkig zijn dat hij een papa heeft.’

  Balders wrijft zelfvoldaan over zijn sik. ‘Ge moet voor uw kinderen wat kunnen doen. Een flinke jongen; zijn broodje is gebakken.’ En na een korte stilte: ‘Hij zal wel een automobiel moeten hebben.’

Die automobiel maakt indruk. Balders staat al niet weinig in aanzien. Van armen komaf, zoon van een timmerman, heeft hij onmiddellijk na den oorlog van '70 met houthandel een aardigen duit verdiend, daarna ook met grondspeculaties en huisjesmelkerij, en is thans, in ruim vijfentwintig jaren, een rijk man geworden. Die zoon, die ‘een groot dokter’ zal worden, moet de bekroning van zijn glorie zijn.

Het uur van zijn aankomst heeft Frans niet naar het ouderhuis, maar alleen zijn vriend Mark Kervaan geseind: Mark for ever! Die is toch nummer één! En om Frans op te wachten heeft Mark zijn vacantie aan zee enkele dagen verschoven.

 

 

 

 911964-574d949cbbbcfb925a396a7331d7d7f8.jpg

August Vermeylen (12 mei 1872 – 10 januari 1945)

 

 

 

 

De Russische dichter Andrej Andreyevich Voznesensky werd geboren in Moskou op 12 mei 1933. Zie ook mijn blog van 12 mei 2007 en ook mijn blog van 12 mei 2008 en ook mijn blog van 12 mei 2009 en ook mijn blog van 12 mei 2010

 

 

FATE


Fate is above me. Why should I browse?

Sleeping in dosses, an outcast, I rove.

Grief is a cellar,

that opens in every old house.

A ditch is below me and fate is above.

 

What did I want? Well, a life of contentment.

What did I get? Just a coffin and wreath...

Under the cradle a grave has been latent.

Fate is above me, a ditch is beneath.

 

Up in the sky my soul, like a hound,

howls, despaired,

the trigger to pull it was keen.

Fate has come over my family background,

and on the earth where fate is my kin.

 

What have I done, apart from the simple

poems I've written in passing to date?

I've been a lightening conductor for people.

Now I have broken my back. Such is fate.

 

 

 

THE SONG

 

Sailor, my dear, my heaven-made spouse!

There is one thing that I beg of you, man:

Kiss any strangers, and give them your flowers,

love many women. But, pray, don't love one.

 

These are the words that I send with my letter,

piercing land after land they will moan;

stay there as long as you wish, and you'd better

love all the countries, but, pray, don't love one.

 

Give me a whistle -- when tired of roving.

Held in sweet bondage, or about to drown,

play with your life as you wish, when you're roaming,

but don't ruin ours because it is one.

 

 

911964-7f7da8b1bcf6efa8009b96b11f16e075.jpg 

Andrej Voznesensky (12 mei 1933 – 1 juni 2010)

 

 

 

 

De Duitse schrijfster Eva Demski werd geboren op 12 mei 1944 in Regensburg. Zie ook mijn blog van 12 mei 2007 en ook mijn blog van 12 mei 2009 en ook mijn blog van 12 mei 2010

 

Uit: Lesbos

 

„Das Juwel der Insel zeigt sich wie eine Erscheinung, eineinhalb Stunden von Mytilini entfernt und mehr als sieben Bergen – Molyvos, in der Antike hieß es Mithymna, im Mittelalter Molyvos, jetzt steht auf den Schildern wieder Mithymna, und die Bewohner nennen es trotzdem Molyvos. So einfach ist das. Von einer mächtigen Burg beherrscht, sind an den Fels, der sich nicht schroff, sondern sachte aus dem Meer erhebt, Hunderte von kleinen Häusern gebaut, haben steile, krumme Gassen gebildet, Treppen sind zwischen ihnen aus dem Stein gehauen, und die Terrassen der Kneipen hängen wie Schwalbennester über dem Abgrund. Das ganze Dorf – eigentlich ist es ein Städtchen – steht unter Denkmalschutz, und die Hotels am Ufer können mit dem wunderschönen Blick vom Strand aus werben. Wer Genaueres wissen will, muss klettern und kraxeln, sich die Knöchel verstauchen und gelegentlich aus Gründen des Atemschöpfens vor einem der kleinen Schaufenster in der Marktgasse stehen bleiben.....“

 

 

 911964-c961b1e66146ad120994b4c49e919ddd.jpg

Eva Demski (Regensburg, 12 mei 1944)



Zie voor nog meer schrijvers van de 12e mei ook mijn vorige blog van vandaag en eveneens mijn eerste blog van vandaag.



Geschreven door Romenu om 19:25 Reageer op dit bericht

Sabine Imhof, Werner Bräunig, Farley Mowat, Dante Gabriel Rossetti, Cäsar Flaischlen, Edward Lear

De Zwitserse dichteres Sabine Imhof werd geboren in Brig in 1976. Zie ook mijn blog van 1 juli 2009 en ook mijn blog van 12 mei 2010

 

 

patentrezept für einen gelungenen regentag

ein schiff aus papier im rinnstein
ein loch im schuh und deshalb nasse socken
der verliebte junge steht vor einer pfütze und denkt daran

er hat geld für eine handvoll zucker
die frau im kiosk löst kreuzworträtsel
hofft auf eine urlaubsreise für zwei und denkt daran

ihr mann macht liebe mit einem fernseher
bevor er ihn aus dem fenster wirft
er zieht die gardinen zu und denkt daran

zwei harmlose diebe verpassen den krimi
trinken den besten kaffee der stadt hinter glas
sie reden nicht viel und denken daran

die bedienung hat nichts zu verlieren
schminkt sich im trüben licht auf der toilette
sie ist wunderschön und denkt daran

der liebhaber träumt von der sehnsucht
er nimmt ein mittel gegen die zeit
er denkt daran und verliert

schläft ein am bauch einer schnurrenden katze.

 

 

 

911949-2c057104558d7e403d5171c8e6c775f7.jpg
Sabine Imhof (Brig, 12 mei 1976)

 

 

 

 


De Duitse schrijver
Werner Bräunig werd geboren op 12 mei 1934 in Chemnitz. Zie ook mijn blog van 12 mei 2009 en ook mijn blog van 12 mei 2010

 

Uit: Rummelplatz

 

“Christian Kleinschmidt dachte: Das ist also die Wismut. Baracken, Dreck, hölzerne Fördertürme, die wenig vertrauenerweckend aussahen, nochmals Dreck und dieses zerknitterte Männlein, das beim Sprechen kaum die Lippen auseinanderbrachte. Das Männlein nuschelte etwas von Einweisung, Essenstalons, Wolldecken und Küchenzeiten. Es stand erhaben wie der Evangelist Markus bei der Bekanntgabe der Abfütterung der fünftausend. Er aber, Christian Kleinschmidt, er pfiff auf Evangelien. Auf das von der guten und ausreichenden Ernährung - bei ausreichender Arbeit, versteht sich - besonders. Er dachte: hier stehst du, Abitur in der Tasche, und diesen Brief, der deine Immatrikulation auf unbestimmte Zeit verschiebt, zum Trost aber immerhin empfiehlt, dich vorläufig einem praktischen Beruf zuzuwenden. Hier stehst du, du kannst nicht anders, Gott hilft dir nicht, amen. Man hatte sich leider einen für diese Zeiten völlig untauglichen Vater ausgesucht.”

 

 

911949-b1917b2f9cb815a53d612d0ded78cf23.jpg
Werner Bräunig (12 mei 1934 – 14 augustus 1976)

 

 

 


De Canadese schrijver
Farley Mowat werd geboren in Belleville, Ontario, op 12 mei 1921. Zie ook mijn blog van 12 mei 2007 en ook mijn blog van 12 mei 2008 en ook mijn blog van 12 mei 2009 en ook mijn blog van 12 mei 2010

 

Uit: Eastern Passage

 

„We had been waiting almost a month for Gunnar’s plane when, on the first day of October, I stepped out of the cabin to find the nearby gravel ridges alive with dense flocks of ptarmigan making their way south ahead of winter. When I paddled off to haul the net upon which we were now largely dependent for food, I had to break through a scum of ice that had formed overnight. There could be no doubt about it – if we were not picked up within the next few days, we would be marooned for another six or seven weeks until, and if, a ski-equipped plane could land on the frozen bay.

 We woke on October 9 to a falling thermometer, a plunging barometer, and a sky darkening with snow clouds. A storm was brewing, and even the usually irrepressible Tegpa was reluctant to go outside until, just before noon, he flung himself at the cabin door in a paroxysm of barking.

 Seconds later the Norseman roared low over the crest of the Ghost Hills and slammed down on Windy Bay, its floats shattering the skim ice like a hardball smashing a plate-glass window. Gunnar had finally arrived. Although more than a month late, he offered no explanation or apology. When I pressed for one, he replied casually:

 “Pranged a drifting oil barrel on take-off a while back. Buggered a float and this old bitch pretty near sank. Took a while to patch her up. But what the hell, let’s get the show on the fuckin’ road!”

 Time was always of the essence with Gunnar. I heaved our gear (it didn’t amount to much) on board, while Fran and Tegpa squeezed into the cramped little cabin even as Gunnar began opening the throttle and Andy shouted his goodbyes.“

 

 
 

 911949-c354856bbd600b8e15e30abf66b68188.jpg

Farley Mowat (Belleville, 12 mei 1921)

 

 

 


De Engelse schilder en dichter
Dante Gabriel Rossetti werd op 12 mei 1828 in Londen geboren. Zie ook mijn blog van 12 mei 2010 en eveneens alle tags voor Dante Gabriel Rossetti op dit blog.

 

 

Antwerp To Ghent 

 
We are upon the Scheldt. We know we move

Because there is a floating at our eyes

Whatso they seek; and because all the things

Which on our outset were distinct and large

Are smaller and much weaker and quite grey,

And at last gone from us. No motion else.

We are upon the road. The thin swift moon

Runs with the running clouds that are the sky,

And with the running water runs—at whiles

Weak 'neath the film and heavy growth of reeds.

The country swims with motion. Time itself

Is consciously beside us, and perceived.

Our speed is such the sparks our engine leaves

Are burning after the whole train has passed.

The darkness is a tumult. We tear on,

The roll behind us and the cry before,

Constantly, in a lull of intense speed

And thunder. Any other sound is known

Merely by sight. The shrubs, the trees your eye

Scans for their growth, are far along in haze.

The sky has lost its clouds, and lies away

Oppressively at calm: the moon has failed:

Our speed has set the wind against us. Now

Our engine's heat is fiercer, and flings up

Great glares alongside. Wind and steam and speed

And clamour and the night. We are in Ghent.

 

 

 

911949-1f8e7a0c5f2972941480e40cda5729df.jpg
Dante Gabriel Rossetti (12 mei 1828 - 9 april 1882)

Portret door George Frederic Watts, rond 1871

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Cäsar Flaischlen werd geboren op 12 mei 1864 in Stuttgart. Zie ook mijn blog van 12 mei 2009 en ook mijn blog van 12 mei 2010

 

 

Du bist alles . .

Du bist alles, was ich habe,
was ich träume, laut und leis,
Wunsch und Fülle,
Sturm und Stille,
was ich bin und was ich bete,
was ich will und was ich weiß!

Über uns in wieder grünen
Wipfeln rauscht das Lied des Mai's . .
lass, o lass mich knien, und leise
lass mich dir die Hände küssen
und dir danken, ach, mit allem,
was ich bin und was ich habe . .

lass mich knien und nimm mein Leben!
nimm es wie das Lied des Mai's!
nimm es wie ein blühend Reis!
dir zu Preis!
du bist alles, was ich bete,
was ich will und was ich weiß!

 

 

 911949-c455554ddbd96bdb8d9f6b904a6a015d.jpg

Cäsar Flaischlen (12 mei 1864 – 16 oktober 1920)

Stuttgart, Stiftskerk en Schillermonument

 

 

 

 

De Engelse dichter, schrijver en illustrator Edward Lear werd geboren op 12 mei 1812 in Highgate. Zie ook mijn blog van 12 mei 2009 en ook mijn blog van 12 mei 2010

 

 

Imitation of The Olden Poets 

 

Time is a taper waning fast!

Use it, man, well whilst it doth last:

Lest burning downwards it consume away,

Before thou hast commenced the labour of the day.

 

Time is a pardon of a goodly soil!

Plenty shall crown thine honest toil:

But if uncultivated, rankest weeds

Shall choke the efforts of the rising seeds.

 

Time is a leasehold of uncertain date!

Granted to thee by everlasting fate.

Neglect not thou, ere thy short term expire,

To save thy soul from ever-burning fire.

 

 

 

Limerick: There was a Young Lady of Turkey 

 

There was a Young Lady of Turkey,

Who wept when the weather was murky;

When the day turned out fine,

She ceased to repine,

That capricious Young Lady of Turkey.

 

 

 

 911949-f7d1a9eb0d5c9f2a29e3fe7aef9d8293.jpg

Edward Lear (12 mei 1812 – 29 januari 1888)

Geschreven door Romenu om 19:12 Reageer op dit bericht

Diana Raznovich, Andrej Amalrik, Maurice Carême, Massimo Bontempelli, Nicolaas Anslijn

De Argentijnse schrijfster, theatermaakster en caricaturiste Diana Raznovich werd geboren op 12 mei 1945 in Buenos Aires. Zie ook mijn blog van 12 mei 2009 en ook mijn blog van 12 mei 2010

 

Uit: Herbstzeitlose  (Vertaald door Gerd-Rainer Prothmann)

 

“GRISELDA Und es ist Karneval?
ROSALIA Es ist Donnerstag, der 22. September. Und ich habe vor einem Monat

eine Freundin, die Señorita, die bei mir lebt, sagen wir meine Mieterin,

eingeladen, die ganze Nacht mit mir wach zu bleiben.

GRISELDA Du hast recht. Entschuldige. Ich bin eingeschlafen. Sag mir, was ich zu

tun habe. Was trinkst du in deinen schlaflosen Nächten?

ROSALIA Milch.

GRISELDA Milch?

ROSALIA Whisky.

GRISELDA Importierten?

ROSALIA Gib du dich mit 'm einheimischen zufrieden.

GRISELDA Importierten!

ROSALIA geht hinaus. GRISELDA schläft wieder ein. Beim

Zurückkommen sieht ROSALIA sie schlafen. Sie schenkt ihr ein und weckt

sie.

ROSALIA Ich hab 'n Termin bei Félix.

GRISELDA Du hast immer 'n Termin bei Félix.

ROSALIA Immer zu einer anderen Zeit.

GRISELDA Welche Zeit?

ROSALIA Um halb vier nachmittags.

GRISELDA Dann versäumst du das Teletheater.

ROSALIA Ich werde da sein. Du wirst schon sehn. Ich muss zu Félix. Jupiter steht

schlecht über meinem Mond, aber diese Woche befreie ich mich. Ich habe

beschlossen, eine andere zu werden.

GRISELDA Ich auch. Gib mir noch mehr Whisky”.

 

 

 911945-e4433087c31644d20cd7b2d72f77fe40.jpg

Diana Raznovich (Buenos Aires,12 mei 1945)

 

 

 

 

De Russische schrijver en dissident Andrej Aleksejevitsj Amalrik werd geboren in Moskoui op 12 mei 1938. Zie ook mijn blog van 12 mei 2007.

 

Uit: Involuntary Journey to Siberia

 

“All we needed now was witnesses. The local schoolmistress, who just happened to come into the village soviet at that moment, agreed to sign as witness for my wife, and the chairman of the soviet, a talkative old man of about sixty, agreed to sign for me. After this he went out into the next room, changed the expression on his face, and returned in his capacity as a representative of Authority. Congratulating us in pompous language, he handed me the marriage certificate. This was the last official act in which he was to take part; a few days later he was fired for embezzlement.
That evening we returned home to be greeted by the squalling of our famished cat. With the fifty kopecks left over from our advance, we had bought same sugar in Novokrisheino and for the first time in many days drank our tea sweet. This was how we celebrated our wedding.“

 

 

 911945-25694920f823feea4b6a63671adeb99b.jpg

Andrej Amalrik (12 mei 1938  - 12 november 1980)

 

 

 

 

De Belgische, Franstalige, dichter en schrijver Maurice Carême werd geboren op 12 mei 1899 in Waver bij Brussel. Zie ook mijn blog van 12 mei 2009 en ook mijn blog van 12 mei 2010

 

 

Le Nuage

 

Un nuage, parmi les autres,

Reforme sans cesse un visage.

 

Il promène sur les villages

Un regard dont il ne sait rien,

Et s'il sourit au paysage,

Ce sourire n'est pas le sien.

 

Mais l'homme qui le voit sourire

Et qui sourit à son passage,

En sut-il jamais davantage ?

 

 

 

 911945-11514b7adf3bf35bb0ebf0397e546932.jpg

Maurice Carême (12 mei 1899 - 13 januari 1978)

 

 

 

 

De Italiaanse schrijver en dichter Massimo Bontempelli werd geboren op 12 mei 1878 in Como. Zie ook mijn blog van 12 mei 2009.

 

Uit: The Chess Set in the Mirror (Vertaald door Estelle Gilson)

 

„But, stretching up like that, the following thought occurred to me. “That mirror contains everything in this room, the blue walls, the chessboard, and its pieces, so I ought to be in it, too.”

Then a very funny thing happened.

The White King, not the real one who was on this side but the slightly paler one up there on the other side, stopped staring at his counterpart, and instead looked at me. He shook himself a bit and spoke.

He spoke directly to me, as if he had read my mind.

“Of course you’re in it,” he said. “You’re down below. Come on up here and you’ll see.”

Every time I’ve thought about that moment, it seemed to me that it was extremely odd, almost unbelievable. And now, recounting it, it still seems that way. But at the time, I didn’t find anything strange about it. I answered calmly.

“I’d be happy to, but first of all, I don’t know how. Secondly, your Lordship must know I’ve been ordered not to move from here until someone comes to let me out.”

The White King in the mirror protested.

“When I say that you’ll be here, I mean that there’ll be another just like you here—your image. Come on. There are two of you, just like me and that White King over there on your side. Therefore, if you come here from where you are, it’s only natural, it seems to me, that your image will be back there.“

 

 

 911945-8051883c342c42f8cd46f42ea8a9df07.jpg

Massimo Bontempelli (12 mei 1878 – 21 juli 1960)

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver Nicolaas Anslijn werd op 12 mei 1777 geboren in Leiden. Zie ook mijn blog van 12 mei 2007 en ook mijn blog van 12 mei 2010

 

Uit: De brave Hendrik

 

„Jan.

Ha! goeden morgen vriend Hendrik! Hoe komt het toch, dat gij altijd zoo vrolijk en vergenoegd zijt?

Hendrik.

Wel, dat is eene zonderlinge vraag. Zijt gij dan niet tevreden?

Ik heb alles, wat ik noodig heb, en zou ik dan niet vrolijk en vergenoegd zijn?

Willem.

Ja, maar gij hebt toch geen lekker eten en drinken.

Hendrik.

Ei! zijt gij zulk een vriend van lekker eten en drinken? Ik lust het ook wel. Maar mijn vader zegt, dat het lekkerste eten en drinken dikwijls schadelijk is, en dat men matig moet zijn om gezond te wezen.

Willem.

Ik geloof, dat uw vader u maar iets wijs maakt.

Hendrik.

Neen, dat doet mijn vader niet. Hij zegt het tot mijn best.

Hij weet ook beter, wat mij nuttig is, dan ik het weet.

Hendrik heeft geen fraaije kleederen, maar zij zijn altijd even zindelijk. - Men ziet nooit een vlekje daaraan.

Wat is toch de reden, dat Hendrik altijd zoo netjes voor den dag komt?

Zijne ouders zullen hem zeker dikwijls nieuwe kleederen koopen.

Neen, dat doen zij niet. - Ik heb laatst zijn broertje daarnaar gevraagd, en die zeide mij, dat zijn broêr altijd zorg draagt, dat hij zijne kleederen niet verwaarloost.

Als hij zich des avonds uitkleedt, dan legt hij zijn goed ordelijk op eenen stoel.

Hij laat nooit zijne kleederen door de kamer zwerven, zoo als slordige kinderen doen.“

 

 

 911945-efd7fc40fec68ab49fc00177974c862b.jpg

Nicolaas Anslijn (12 mei 1777 — 18 september 1838)

Geschreven door Romenu om 19:02 Reageer op dit bericht

In Memoriam Clark Accord


In Memoriam Clark Accord

 

 

De Surinaamse schrijver Clark Accord is woensdag op 50-jarige leeftijd overleden. Hij was ernstig ziek. Accord stierf in het OLVG-ziekenhuis in Amsterdam.  Accord is maandag nog door de Surinaamse president onderscheiden met de Ere-orde van de Gele Ster. Die wordt toegekend ’voor verdiensten voor de staat en het volk’. Clark Accord werd op 6 maart 1961 geboren in Paramaribo. Zie ook mijn blog van 6 maart 2011.

 

Uit: Shirley in Allochtonie

 

„In tegenstelling tot de centrale markt brengen hier voornamelijk Marronvrouwen hun waar aan de man. Rondom liggen de meest uiteenlopende producten uitgestald: pimpadoti, bita, luwanguteté, sangafu, dibriká, enzovoorts – stuk voor stuk garanderen ze de spirituele gezondheid.             “Als je ’t om vier uur ’s nachts inneemt, dan heb je om zeven uur effect. De rest van de dag hoef je je geen zorgen meer te maken.”             “Hoef ik voor de rest van de dag dan niet meer te gaan?”            “Als het goed is niet...” Ze kijkt om zich heen. “Meestal niet,” verbetert ze zichzelf. “Het kan zijn dat je er nog één of twee keer last van hebt.” Alsof het heel breekbaar is, reikt ze me het doorschijnende plastic flesje met de bruingroene vloeistof aan. Die nacht kom ik om drie uur ’s nachts thuis drijfnat van een tropische regenbui. Het zien van het flesje op de aanrecht maakt mij in één slag nuchter. Terwijl ik mijn natte kleding op de achterveranda neerleg, bereid ik mij voor op de aanranding van mijn smaakpapillen. Langzaam schroef ik de witte dop van het flesje. Ik haal een paar keer diep adem en sla de inhoud met tegenzin achterover. Ik wacht. Het protest van mijn lichaam blijft uit. Ik herken de smaak van melasse.“

 

 

 

911715-ee51706177a62e1315713f4f5d6fcfeb.jpg
Clark Accord (6 maart 1961 - 11 mei 2011)

Geschreven door Romenu om 13:15 Reageer op dit bericht

Ida Gerhardt, Rubem Fonseca, Henning Boëtius, Camilo José Cela, Rose Ausländer

De Nederlandse dichteres Ida Gerhardt werd geboren in Gorinchem op 11 mei 1905. Zie ook mijn blog van 11 mei 2010 en eveens alle tags voor Ida Gerhardt op dit blog.

 

 

Wieg

 

Geur van honing
en jonge melk
van een nestdiertje
dat slaapt.
Een ademhalen van dons
En speurbaar
aan de neusvleugels
de geur van wat er gebeurd is;
geboorte,
geheim.

 

 

 

De akelei (Dürer)

 

Toen hij het kleine plantje vond,
boog hij aandachtig naar de grond
en dan, om wortels en om mos
groef hij de fijne aarde los,
voorzichtig - dat zijn hand niets schond.
Behoedzaam rondom aangevat
droeg hij het langs het slingerpad
van bos en akker voor zich uit,
en schoof het thuis in 't licht der ruit
zoals hij het gevonden had.

Dan, fluitende en welgezind
mengde hij zoekend eerst de tint;
diepblauw en zwart ineengevloeid,
met enk'le druppels rood doorgloeid,
dat het tot purper samenbindt.

En uur aan uur trok stil voorbij;
zó diep verzonken werkte hij,
dat het hem soms was of zijn hand
de vezels tastte van de plant-
zo glanzend kwam de omtrek vrij.

Totdat het gaaf te prijken stond:
de wortels scheem'rend afgerond,
het uitgesprongen groene blad
scherp in zijn karteling gevat
tegen de lichte achtergrond;

de bloemkroon purper violet,
de hokjes om het hart gebed
en boven de geknikte steel
de honingsporen, het juweel
vijfvlakkig: kantig neergezet.

In 't vallend donker toefde hij
nog dralend bij zijn akelei;
dan, in het laatste licht van 't raam
schreef hij de letters van zijn naam
en 't jaartal glimlachend erbij.

 

 

 

 911274-fb320270bd548a9b5f3f306f8f4d8080.jpg

Ida Gerhardt (11 mei 1905 – 15 augustus 1997)

 

 

 

 

 

De Braziliaanse schrijver José Rubem Fonseca werd geboren op 11 mei 1925 in Juiz de Fora. Zie ook mijn blog van 11 mei 2009 en ook mijn blog van 11 mei 2010.

 

Uit: The Taker And Other Stories (Vertaald door Clifford E. Landers)

 

„I arrived home with my briefcase bulging with papers, reports, studies, research, proposals, contracts. My wife, who was playing solitaire in bed, a glass of whiskey on the nightstand, said, without glancing

up from the cards, “You look tired.” The usual house sounds: my daughter in her room practicing voice modulation, quadraphonic music from my son’s room. “Why don’t you put down that suitcase?” my wife asked. “Take off those clothes, have a nice glass of whiskey. You’ve got to learn to relax.”

I went to the library, the place in the house where I enjoy being by myself, and as usual did nothing. I opened the research volume on the desk but didn’t see the letters and numbers. I was merely waiting.

“You never stop working. I’ll bet your partners don’t work half as hard and they earn the same.” My wife came into the room, a glass in her hand. “Can I tell her to serve dinner?” The maid served the meal French style.

My children had grown up, my wife and I were fat. “It’s that wine you like,” she said, clicking her tongue with pleasure. My son asked for money during the coffee course, my daughter asked for money during the liqueur. My wife didn’t ask for anything; we have a joint checking account.

“Shall we go for a drive?” I asked her.

I knew she wouldn’t go—it was time for her soap opera.

“I don’t see what you get out of going for a drive every night, but the car cost a fortune, it has to be used. I’m just less and less attracted to material things,” she replied.

The children’s cars were blocking the garage door, preventing me from removing my car. I moved both cars and parked them in the street, removed my car and parked it in the street, put the other two cars back in the garage, and closed the door. All this maneuvering left me slightly irritated, but when I saw my car’s jutting bumpers, the special chrome plated double reinforcement, I felt my heart race with

euphoria. I turned the ignition key.“

 

 

 911274-dd88d97300670a5e19a36a9067c53a5f.jpg

Rubem Fonseca (Juiz de Fora, 11 mei 1925)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver Henning Boëtius werd geboren op 11 mei 1939 in Langen, Hessen. Zie ook mijn blog van 11 mei 2007 en ook mijn blog van 11 mei 2009 en ook mijn blog van 11 mei 2010.

 

Uit: Rom kann sehr heiß sein

 

“Jeder Mensch braucht seine Wüste. Sie muss nicht unbedingt aus Sand sein. Sie kann auch aus Wasser bestehen oder aus Häusern, aus Menschen, sogar aus einem selbst. Man könnte auch sagen, jeder Mensch braucht sein Patagonien, eine Landschaft, in der Schönheit und Unwirtlichkeit

eine einmalige Verbindung eingehen. Ehe ich diese Lebensweisheit begriff, musste vieles geschehen. Vielleicht ist es besser, die Dinge der Reihe nach zu erzählen, obwohl ich wenig vom Nacheinander eines Ablaufs von Begebenheiten halte. Das konstante Vorrücken des Uhrzeigers täuscht etwas

vor, das es eigentlich gar nicht gibt: Die Zeit ist alles andere als eine Straße, die nur in eine Richtung führt. Wer einmal in einer echten Wüste war, weiß, dass sich zwischen ihren endlosen Sanddünen, die sich alle so ähnlich sind, obwohl keine der anderen gleicht, das Gefühl für Raum und Zeit verliert. Aus dem Nacheinander wird unweigerlich ein Zugleich. Man fühlt sich, spätestens wenn das Abendlicht einsetzt und blaue Schatten die Dünenhänge emporwachsen, als sei man überall und nirgends und das für immer oder auch nur für einen Augenblick. Dieses endlose Rieseln der Sandkörner, das ein feines, fast unhörbares Geräusch erzeugt, verschüttet die Sekunden genauso wie die Jahre. Die Sanduhr, die schon in der Antike als Sinnbild für die Kürze menschlichen Lebens galt, ist in Wahrheit ein Symbol für die Ewigkeit. Wenn der obere Trichter leer ist, dreht jemand sie um, und alles beginnt von neuem.”

 

 

911274-75bec93528634120c957ddd409f5539f.jpg
Henning Boëtius (Langen, 11 mei 1939)

 

 

 

 

De Spaanse schrijver Camilo José Cela werd geboren op 11 mei 1916 in Iria Flavia. Zie ook mijn blog van 11 mei 2007 en ook mijn blog van 11 mei 2008 en ook mijn blog van 11 mei 2009 en ook mijn blog van 11 mei 2010

 

Uit: SAN CAMILO, 1936 (Vertaald door John H. Polt)

 

“Aviacion remains on the side of the Republic, the first morning birds, the sparrows, like friendly cats, springing and independent, fly chirping over the Republic's Coat of Arms, at the airdrome of Getafe, Capitan Gascon addresses the troops, we must move against the fascists of the artillery regiment! long live the Republic! you must admit that no one keeps a Phrygian cap in his night table, the insignias that can lead a man to heroism and death only serve to adorn his grandchildren's carnival, already on the way and if by chance three groups are formed under the commands of Teniente Fernandez Franch, Teniente Valle and Master Sergeant Sol Aparicio, with them also go four dozen civilians of the United Socialist Youth and the Communist Party armed with rifles, romantic and prestigious machines, the artillery regiment does not put up too much resistance and surrender at the first air attack, attacking Campamento is more difficult, the airplanes from Cuatro Vientos bomb the barracks of the regiment of Engineers and kill an officer, the situation is confused, General Garcia de la Herran, Coronel

Cañedo, and Teniente Coronel Alvarez Rementerria study the plan of attack, no, the prudent thing to do is to place two artillery pieces on the road and two heavier ones on the esplanade, it is necessary to prevent any attack by land and put Cuatro Vientos out of commission, Teniente Coronel León Trejo refuses to surrender the airdrome to the Military Junta, long live the Republic! we must not attempt to march on Madrid under fire from the air, order to unhitch! at the barracks of La Montana the situation is not desperate, long live Spain! they have not yet been attacked, there is no news of the engineers regiment of Leganes, nor from the other barracks in Madrid, it is still night, perhaps it is dawning bit by bit, the attack on Campamento comes as a surprise, where did these clowns get that artillery?”

 

 

 

911274-734ede14994c71e0684bf762bd54a112.jpg
Camilo José Cela (11 mei 1916 – 17 januari 2002)

Buste in Iria Flavia

 

 

 

De Oostenrijks-Roemeens-joods-Amerikaanse dichteres Rose Ausländer werd geboren in Czernowitz op 11 mei 1901. Zie ook mijn blog van 11 mei 2007 en ook mijn blog van 11 mei 2008 en ook mijn blog van 11 mei 2009 ook mijn blog van 11 mei 2010

 

 

Mutterland

 

Mein Vaterland ist tot

sie haben es begraben

im Feuer

 

Ich lebe

in meinem Mutterland

Wort

 

 


Das Glück

 

Schlafen möcht' ich,

Der Wind wiegt mich ein,

Und die Sehnsucht singt mich zur Ruh'.

Weinen möcht' ich.

Schon die Blumen allein

Flüstern Tränen mir zu.

 

Sieh die Blätter:

Sie blinken im Wind

Und gaukeln Träume mir vor.

Ja und später -

Lacht wo ein Kind,

Und irgendwo hofft ein Tor.

 

Sehnsucht hab' ich

Wohl nach dem Glück?

Nach dem Glück.

Fragen möcht' ich:

Kommt es zurück?

Nie zurück.

 

 

 

911274-283495a5ebede1ce56d98d9c0de1c94a.jpg
Rose Ausländer (11 mei 1901 - 3 januari 1988)




Zie voor nog meer schrijvers van de 11e mei ook
mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 18:59 Reageer op dit bericht

Rachel Billington, Carl Hauptmann, Latīf Nāzemī, Ethel Lilian Voynich, Leopoldo de Luis

De Britse schrijfster Rachel Billington werd geboren op 11 mei 1942 in Londen. Zie ook mijn blog van 11 mei 2009.

 

Uit: Dancemoon

 

„‘We’re dancing to the moon,’ said Arthur, moving, it has to be admitted, a little stiffly like the old man he was. ‘Oh, darling,’ agreed Poppy, although her eyes, often out of control (they were large and blue) sidled towards Gary who was, admittedly gay, but perhaps not irremediably. ‘And what a moon!’ she added because, after all, Arthur was her husband, probably her final husband. ‘I think I’ll regain the fire,’ said Arthur puffily. ‘The fire that warms the heart. The heart that warms the blood.’

Poppy, still swaying, watched as he sank comfortably into a large armchair. She thought he talked too much – she’d noticed this fault on their first meeting – but it became particularly obvious at moments like this when bodily expression was the currency. Or should be. Flinging her arms above her pretty head, she swung round in Gary’s direction. Unfortunately, he, too, was sinking into the upholstery. That’s the trouble about gays, thought Poppy bitterly. They consort with too many clever older men who, like Arthur, think words can compete with the moon! Abruptly changing tack, Poppy glided out of the French windows and onto the terrace where the moon was even more spectacular.

The music reached her quite easily and she swooped about for some time, the moon and its lugubrious smile as good a dancing partner as any other. It was when she paused for a breather that she noticed a dark shadow on the parapet, near the end where the fig tree grew and beyond that the mountains on the other side of the valley and beyond that the open sky. The figure was hunched and human, she thought, bending forward with the suppleness of her recent exercise, most likely a fellow houseguest. Certainly, male.”

 

 

 911270-2e8f3eefe34fa0435a43b35f9cb33dd3.jpg

Rachel Billington (Londen, 11 mei 1942)

 

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Carl Ferdinand Max Hauptmann werd geboren op 11 mei 1858 in Obersalzbrunn. Zie ook mijn blog van 11 mei 2007 en ook mijn blog van 11 mei 2009 en ook mijn blog van 11 mei 2010.

 

 

Einmal schien die Welt...

 

Einmal schien die Welt

Dir so weit, so weit.

Einmal schien die Stunde

Dir wie Ewigkeit.

Einmal schien das Leben

Sonnig überreich.

Einmal deuchtest du

Dich Göttern gleich.

 

Aber einmal muß

Die Sonne trüber sein.

Einmal geht der Weg

Dir enger ein.

Einmal schreitest du

Nur sorglich Schritt für Schritt;

Einmal schreitet

Ein Begleiter mit.

 

Richtet dein Blick

Dann unverwandt

auf ein blumiges

Gräbergartenland.

Einmal wirst du

Unter Erd´und Rosen liegen

Einmal wird dein Sein

Wie Hauch verfliegen.

 

 

 

 911270-4a605c8f2bb8ed6a7c2ba3b4cd0a76c5.jpg

Carl Hauptmann (11 mei 1858 – 4 februari 1921)

Buste door Cyrillo dell’ Antonio, rond 1920.

 

 

 

 

De Afghaanse dichter, schrijver en criticus Latif Nazemi werd geboren op 11 mei 1947 in Herat. Zie ook mijn blog van 11 mei 2009 en ook mijn blog van 11 mei 2010.

 

 

Meine Heimat

 

Wenn mich jemand fragt woher ich komme,

dann antworte ich:

Ich komme aus einem Land, der tiefe Wunde in sich birgt.

Wunden die nicht heilen wollen.

Weit weg von hier, hinter den Bergen Hindukushs,

in einem schönen Tal, im Herzen Asiens.

Einst, eine Stadt aus tausend und eine Nacht.

Nun eine Stadt , wo die Menschen

das Wort Frieden nicht mehr kennen und sagen:
Frieden ist ein Ort , fern ab von hier

Frieden ist ein Wort, uns nicht geläufig

Frieden ist ein Wünsch, geschrieben in den Sternen.

Frieden ist ein Traum ,der nicht Wahr wird

Frieden ist ein Wind , der hier nicht weht...

In meinem Land sind die Augen voller Tränen

In den Augen der Menschen verbirgt sich das Elend des Krieges

Ihre Augen sind ein Spiegel der Zeit, die nicht vergessen.

Eine Zeit, die schlimmer hätte nicht kommen können

Eine Zeit, in dem der Tot allgegenwärtig war

Eine Zeit, ohne Erbarmen, ohne Rücksicht, ohne Gefühle

Eine Zeit, voller Trauer, voller Leid, voller Schmerz

Ich komme aus dem Land der Mienen

Wo man Blumen nicht kennt

Ich komme aus dem Land der Krüppel

Wo man das Lachen nicht sieht

Ich komme aus dem Land der Waisen

Wo man die Freude vermisst

Ich komme aus dem Land des Feuers

In dem kein Fluss mehr fließt..

 

 


911270-73b3186ab73c197f20f527f7b63d699c.jpg
Latīf Nāzemī (Herat, 11 mei 1947)

 

 

 

 

 

De Engelse schrijfster, vertaalster en componiste Ethel Lilian Voynich werd geboren op 11 mei 1864 in County Cork, Ierland. Zie ook mijn blog van 11 mei 2007 en ook mijn blog van 11 mei 2009 en ook mijn blog van 11 mei 2010.

 

Uit: The Gadfly

 

"You should not have gone up to college so soon; you were tired out with sick-nursing and being up at night. I ought to have insisted on your taking a thorough rest before you left Leghorn."

"Oh, Padre, what's the use of that? I couldn't stop in that miserable house after mother died. Julia would have driven me mad!"

Julia was his eldest step-brother's wife, and a thorn in his side.

"I should not have wished you to stay with your relatives," Montanelli answered gently. "I am sure it would have been the worst possible thing for you. But I wish you could have accepted the invitation of your English doctor friend; if you had spent a month in his house you would have been more fit to study."

"No, Padre, I shouldn't indeed! The Warrens are very good and kind, but they don't understand; and then they are sorry for me,--I can see it in all their faces,--and they would try to console me, and talk about mother. Gemma wouldn't, of course; she always knew what not to say, even when we were babies; but the others would. And it isn't only that----"

"What is it then, my son?"

Arthur pulled off some blossoms from a drooping foxglove stem and crushed them nervously in his hand.

"I can't bear the town," he began after a moment's pause. "There are the shops where she used to buy me toys when I was a little thing, and the walk along the shore where I used to take her until she got too ill. Wherever I go it's the same thing; every market-girl comes up to me with bunches of flowers--as if I wanted them now! And there's the church-yard--I had to get away; it made me sick to see the place----"

 

 


911270-7628e01c6f37e3876fca10541c3fe59b.jpg
Ethel Lilian Voynich (11 mei 1864 – 28 juli 1960)

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 11 mei 2007.

 

De Spaanse dichter Leopoldo de Luis werd geboren op 11 mei 1918 in Córdoba.

Geschreven door Romenu om 18:51 Reageer op dit bericht

Andre Rudolph

De Duitse dichter en schrijver Andre Rudolph werd geboren in Warschau op 11 mei 1975 en groeide op in Leipzig. Zie ook mijn blog van 8 juni 2009 en ook mijn blog van 8 juni 2010

 

Uit: Vollendung einer Kathedrale

 

„Also anfangen. Sich an die mäandernden Sätze gewöhnen, die wuchernden Attribute und Einschübe. Der erste Teil des ersten Bandes heißt Combray und besteht wiederum aus Teil I und II. Combray I, siebzig Seiten lang, ist nicht gerade handlungsintensiv, man ächzt – um dann, wenn man vielleicht schon aufgeben will, mit Combray II in die erste jener Einzelgeschichten zu gleiten, die das Suchtpotential der Recherche ausmachen: eine Kindheits- und Feriengeschichte in einem gleichsam ewigen Sommer. Jedes Jahr reist das Kind Marcel mit den Eltern aufs Land, nach Combray, wo Großtante Leonie ein Haus besitzt, in dem sich auch die Großeltern und die Schwestern der Großmutter einfinden, alle betreut von Françoise, der ergebenen Dienerin und vorzüglichen Köchin. Man isst gut, geht spazieren und wartet abends auf die Besuche von Monsieur Swann, der leider, leider eine Frau geheiratet hat, die man nicht empfängt. Tag um Tag vergeht im sommerlichen Nichtstun, und zwischen all den Verwandten, Freunden und Fremden bewegt sich das schauende und lesende Kind, das, als Erzähler, gleichzeitig ein Erwachsener ist. Wer Frankreich liebt, wer ihm quasi in seiner Essenz begegnen will, dem offenbart es sich in diesem Buch. Die Kleinstadt Combray entpuppt sich als Mikrokosmos, aus dem der Makrokosmos der französischen Gesellschaft entspringt, der in den folgenden Bänden der Recherche bis ins einzelne ziseliert wird. Aus Combray stammen die adligen Guermantes, die bürgerliche Familie Marcels, der unglückliche Komponist Vinteuil, um nur einige zu nennen, und wer da nicht wohnt, kommt zu Besuch. In Combray sind sie alle beisammen, in einer lichterfüllten Landschaft, und so warmherzig, so nachsichtig geschildert in all ihrer Komik und Beschränktheit wie später nie mehr.“

 

 

 

928558-c9e10348bec3796a92493568e9ded60a.jpg
Andre Rudolph (Warschau, 11 mei 1975)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Jan Hendrik Leopold

De Nederlandse dichter  en classicus Jan Hendrik Leopold werd geboren in ’s-Hertogenbosch op 11 mei 1865. Zie ook mijn blog van 11 mei 2010 en eveneens alle tags voor J. H. Leopold op dit blog.

 

 

Om mijn oud woonhuis peppels staan

 

Om mijn oud woonhuis peppels staan
'mijn lief, mijn lief, o waar gebleven'
een smalle laan
van natte blaren, het vallen komt.

Het regent, regent eender te horen
'mijn lief, mijn lief, o waar gebleven'
en altijd door en
den treuren uit, de wind verstomt.

Het huis is hol en vol duisternis
'mijn lief, mijn lief, o waar gebleven'
gefluister is
boven op zolder, het dakgebint.

Er woont er een voorovergebogen
'mijn lief, mijn lief, o waar gebleven'
met lege ogen
en die zijn vrede en rust niet vindt.

 

 

 

 

O nachten van gedragene extase

 

O nachten van gedragene extase
en diep gedronkene verzadiging,
als elk met zijn geluk te rade ging
en van alleenzijn langzaam wij genazen.

Te denken de ononderbroken uren
aan de volkomen overvloed van dit
verwezenlijkte; onvervreemd bezit,
dat blijven zal en ongeschonden duren;

het onbesefbare van deze gave
van ene andere en die naast ons was
ter vereenzelviging en zelve pas
het inzicht vond van banden, die begaven.

Te horen naar de rustig ingezogen
teugen des ademens en het geruis,
dat op en af het geheimzinnig huis
doorstroomde, in een eb en vloed bewogen.

En innerlijker naar de drift te horen
van de verborgen donkre hartenklop,
de wortelstok des levens; wat look op
en wat werd in de arbeidsnacht geboren?

En eindelijk het nauw te speuren zweven
van de twee wimpers, van de wonderlicht
bewerktuigde, die werden slank gezwicht
en dan oneindig slepende geheven;

waaraan wij in het donker open wisten
de andere ogen, die het nu behaald
geluk bewaakten en die onverdwaald
op oog en mond, al het dierbare rustten.

 

 

 

 

ZO stil, als lang nog na een onweersbui

 

ZO stil, als lang nog na een onweersbui
het laatste vocht zijgt van de zomertakken,
de avond valt, maar in het ronde drupt het
zo gul, zo stil:

Zo stil zinkt weemoed neder in mijn ziel,
gedachten, die een zacht verdriet meebrengen,
druppelen neer en vloeien effen uit
zo droef, zo stil.

 

 

 

 918705-ae8901387e958223654acb8f48250ad2.jpg

J. H. Leopold (11 mei 1865 - 21 juni 1925)

Hardstenen reliëf bij het Erasmiaans gymnasium in Rotterdam

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten