Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Dolce far niente

Romenu had even vrij vandaag. Morgen weer de gebruikelijke berichten en ook de schrijvers van de 17e augustus.

 

 

 

DOLCE FAR NIENTE

 

Ik lig in Hollands dierbaar duin,

Zo zacht in ’t lauwe zand,

En naast mij zit een blozend

kind, Een dochter van het strand.

 

Een zilvren wolkje speelt en drijft

Aan ’s Hemels blauwe boog;

Een zoele vrede straalt en daalt
Op aarde van omhoog.

 

Het zilvren wolkje lacht en lokt,

Als riep het:`o ga mee,

Reis met mij naar een beter land,

Ver over zee bij zee!

 

Zeg knaap, indien ge eens vleuglen hadt,

Zeg vloodt gij de aarde niet?

 ’t Is heerlijk in dees vrije lucht,

In ’t grensloos wolkgebied.’

 

Maar ik – ik lig in Hollands duin,

Zo goed in ’t lauwe zand,

En naast mij zit een blozend

kind, Een aardig kind van ’t strand...

 

Neen, schoon ik, wolkje, met u mee

Mocht vliên naar ’t schoonste land...

’k Ben nu te lui, ’k heb nu te lief, ’

k Bleef liggen hier in’t zand.

 

 

 

974936-bf6997c296bfdc3c0e260b18a4117f69.jpg
P.A. de Génestet (21 november 1829 – 2 juli 1861)

Bernardus Johannes Blommers, Badende jongens in Het Kanaal, 1908

 

 

 


Holland

 

Holland, ze zeggen, je grond is zo dras,

Maar mals zijn je weiden en puik is je gras,

En vet zijn je glanzende koeien.

Fris waait de wind door je wuivende riet,

Groen zijn je dorpjes in 't nevelig verschiet;

Rijk staan je gaarden te bloeien.

Blank is je water en geurig je hooi.

Holland, mijn Holland, ik vind je zo mooi.

 

Holland ze zeggen, je bent maar zo klein,

Maar wijd is je zee en je lucht is zo rein,

En breed zijn je krachtige stromen.

Goud is je graan op je zand en je klei

Purper het kleed van je golvende hei;

Stoer zijn je ruisende bomen.

Holland, ik min je om je heerlijke tooi:

Holland, mijn Holland, ik vind je zo mooi.

 

 

 

974936-e9232b7ccaf2dd30dc04c4820f4ea4a7.jpg
S. Abramsz (23 april 1867 - 28 januari 1924)

J. Kelderman, Dorpsgezicht op Edam (s. a.)

 

 

 

 

Holland

 

Grauw is uw hemel en stormig uw strand,

   Naakt zijn uw duinen en effen uw velden,

U schiep natuur met een stiefmoeders hand,

Toch heb ik innig u lief, o mijn Land!

 

Al wat gij zijt, is der Vaderen werk;

   Uit een moeras wrocht de vlijt van die helden,

Beide de zee en den dwing’land te sterk,

Vrijheid een’ tempel en Godsvrucht een kerk.

 

Blijf, wat gij waart, toen ge blonkt als een bloem;

   Zorg, dat Europa den zetel der orde,

Dat de verdrukte zijn wijkplaats u noem’,

Land mijner Vaad’ren, mijn lust en mijn roem.

 

En wat de donkere toekomst bewaart,

   Wat uit haar zwangere wolken ook worde,

Lauw’ren behooren aan ’t vleklooze zwaard,

Land, eens het vrijst’ en gezegendst’ der aard’.

 

 


974936-e5b5db0a838e4b46592a18da8b049c1d.jpg
E.J. Potgieter (27 juni 1808 – 3 februari 1875)

Anthonie Pieter Schotel, Gezicht op het Gele bruggetje, Volendam, (s.a.)

 

 

 

Nog eens Holland

 

Ik hou van deze veel te lage grauwe

lucht boven dit nog eens zo lage land.

Kom kameraden, klim eens op een krant

en jubel dat we Holland willen houen.

 

Of ga eens juichen aan het vlakke strand

en waai van Callantsoog naar Westerschouwen.

In vijf minuutjes ben je al verkouwen

met natte voeten en een neus vol zand.

 

Al scheppend zag God neer uit den hoge

en scheidde toen het natte van het droge.

Dat hoeft hier niet. Bij ons schept Waterstaat

water uit land, en land waar water staat.

We plassen in de plassen met een boogje

en hebben er ons natje en ons droogje.

 

 

 

974936-be7538b3b9f400811f147297bbc3eb31.jpg
Kees Stip (25 augustus 1913 - 27 juni 2001)

Gezicht op Hoorn van Hendrick Cornelisz Vroom 1622

Geschreven door Romenu om 20:04 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

De blogger leest alles eerst na: je tekst verschijnt zodra die goedgekeurd is.

Charles Bukowski, Reiner Kunze, Moritz Rinke

De Amerikaanse dichter en fictieschrijver Charles Bukowski werd geboren op 16 augustus 1920 in Andernach, Duitsland. Zie ook mijn blog van 16 augustus 2006 en ook mijn blog van 16 augustus 2008 en ook mijn blog van 16 augustus 2009 en ook mijn blog van 16 augustus 2010.

 

 

To The Whore Who Took My Poems

 

some say we should keep personal remorse from the
poem,
stay abstract, and there is some reason in this,
but jezus;
twelve poems gone and I don't keep carbons and you have
my
paintings too, my best ones; its stifling:
are you trying to crush me out like the rest of them?
why didn't you take my money? they usually do
from the sleeping drunken pants sick in the corner.
next time take my left arm or a fifty
but not my poems:
I'm not Shakespeare
but sometime simply
there won't be any more, abstract or otherwise;
there'll always be mony and whores and drunkards
down to the last bomb,
but as God said,
crossing his legs,
I see where I have made plenty of poets
but not so very much
poetry.

 

 

 

Yes Yes

 

when God created love he didn't help most
when God created dogs He didn't help dogs
when God created plants that was average
when God created hate we had a standard utility
when God created me He created me
when God created the monkey He was asleep
when He created the giraffe He was drunk
when He created narcotics He was high
and when He created suicide He was low

when He created you lying in bed
He knew what He was doing
He was drunk and He was high
and He created the mountians and the sea and fire at the same time

He made some mistakes
but when He created you lying in bed
He came all over His Blessed Universe.

 

 

 

Rain Or Shine

 

the vultures at the zoo
(all three of the)
sit very quietly in their
caged tree
and below
on the ground
are chunks of rotten meat.
the vultures are over-full.
our taxes have fed them
well.

we move on to the next
cage.
a man is in there
sitting on the ground
eating
his own shit.
i recognize him as
our former mailman.
his favorite expression
had been:
"have a beautiful day."

that day i did.

 

 

 

 974017-c8ec91852440a654907f87c71f50ddde.jpg

Charles Bukowski (16 augustus 1920 – 9 maart 1994)

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Reiner Kunze werd geboren op 16 augustus 1933 in Oelsnitz, Erzgebirge. Zie ook mijn blog van 16 augustus 2006 en ook mijn blog van 16 augustus 2008 en ook mijn blog van 16 augustus 2009 en ook mijn blog van 16 augustus 2010.

 

Die Liebe

 

Die liebe
ist eine wilde rose in uns
Sie schlägt ihre wurzeln
in den augen,
wenn sie dem blick des geliebten begegnen
Sie schlägt ihre wurzeln
in den wangen,
wenn sie den hauch des geliebten spüren
Sie schlägt ihre wurzeln in der haut des armes,
wenn ihn die hand des geliebten berührt
Sie schlägt ihre wurzeln,
wächst wuchert
und eines abends
oder eines morgens
fühlen wir nur:
sie verlangt
raum in uns

Die liebe
ist eine wilde rose in uns,
unerforschbar vom verstand
und ihm nicht untertan
Aber der verstand
ist ein messer in uns

Der verstand
ist ein messer in uns,
zu schneiden der rose
durch hundert zweige
einen himmel

 

 

 

 974017-c1d4681402e72970ea237e12c46c53ab.jpg

Reiner Kunze (Oelsnitz, 16 augustus 1933)

 

 

 

 

 

De Duitse (toneel)schrijver Moritz Rinke werd geboren op 16 augustus 1967 in Worpswede bij Bremen. Zie ook mijn blog van 16 augustus 2007 en ook mijn blog van 16 augustus 2008 en ook mijn blog van 16 augustus 2009 en ook mijn blog van 16 augustus 2010.

 

Uit: Zehn Tage im April: Eine Reise nach Ramallah, Jericho und in das Flüchtlingslager Jenin

 

“Vielleicht war es ein guter Moment, um in Palästina einzureisen. Die ersten heißen Tage, starker Wind, die Straße am Checkpoint Qalandija staubte so, dass ich weder den Anfang noch das Ende des Staus sehen konnte. Irgendwann lief ein israelischer Soldat um das Auto vom Goethe-Institut herum, aber wirklich Lust, im Staub zu stehen, schien auch keiner zu haben. Ich war sogar etwas enttäuscht: Man darf eben nicht mit einem Auto vom Goethe-Institut durch die Welt reisen, wenn man wissen will, wie das Leben ist. Da war es am Flughafen Ben Gurion in Tel Aviv schon gründlicher, wer „Ramallah“ und „Jenin“ als Zielort angibt, lernt automatisch die Herren von der Flughafen-Polizei kennen, die Verhöre führen, wie ich sie bisher nur aus Filmen über die CIA kannte. Direkt hinter dem Checkpoint sehe ich Palästinenser, sie standen Stunden in der Schlange und haben alle weiße Haare voller Staub, auch die Kleider, sie sehen aus wie die Überlebenden aus dem World Trade Center. Wer die „Permission“ hat, sich zwischen Orten in Israel, Gaza und der Westbank zu bewegen, muss im Sommer täglich durch den Staub, dieser unerträgliche Staub ist also ein Privileg.

Adania Shibli, die palästinensische Autorin, die ich in Ramallah treffen werde, hat über den Qalandija-Staub geschrieben: „Er hat seine Existenzberechtigung, denn er beweist, dass ich den Checkpoint durchquert habe, deshalb muss ich ihn so lange wie möglich ertragen, das ist das Mindeste.“ Adania treffe ich zwei Stunden später, eine junge Frau mit dunklen wachen Augen, sie hat auch Weiß in den Haaren, aber es sind schon graue Haare, sie sieht aus wie eine Mischung aus Susan Sontag und Ariane Mnouchkine in Jung.

„Hast du meinen Namen am Flughafen gesagt?“ „Nein“, sage ich, „nur den von Goethe, den kannten die aber nicht“.

 

 

 974017-68af7d99317380db930c835d1d8efe6c.jpg

Moritz Rinke (Worpswede, 16 augustus 1967)




Zie voor nog meer schrijvers van de 16e augustus ook mijn vorige blog van vandaag.
Geschreven door Romenu om 11:56 Reageer op dit bericht

Alice Nahon, Jules Laforgue, T. E. Lawrence, Max Schuchart, Pierre Henri Ritter jr.

De Vlaamse dichteres Alice Nahon werd te Antwerpen geboren op 16 augustus 1896.  Zie ook mijn blog van 16 augustus 2006 en ook mijn blog van 16 augustus 2008 en ook mijn blog van 16 augustus 2009 en ook mijn blog van 16 augustus 2010.

 

M’n poëzie

 

O! Snaren van m’n jonge ziel
Ik voelde uw trillen zacht,
Wijl ’t woordje op u nederviel,
Dat door m’n tranen lacht.

O! Zacht en zangerige woord,
Waarin ik peerlen vind,
Hebt gij m’n vreugde niet gehoord
Toen ‘k worden mocht uw kind?

O Gij, die m’n gedachtjes kust
En wiegt m’n droefenis,
’t Is of m’n innerlijke rust
Door u beveiligd is.

O lieflijkheid! o zang getril!
Verwarm het harte mijn,
Dat arm verlaten hart, en wil,
M’n eeuw’ge rijkdom zijn.

 

 

 

Regendag

 

Grijs gewelf met grauwe vegen,
Koepel van ons huis,
Waarom stort ge uwe tranen tegen
't Venster van m'n kluis?

Ziet ge niet in bei m'n ogen
Tranen die ik schrei?
Waarom zonder mededogen
Stort ge er de uwe bij?

Tranen lekken langs m'n wangen
Om m'n eigen wee...
Zingen dan uw weemoedzangen,
Droppels, met me mee?

Tranen lekken langs de ramen
Van m'n kamerkijn...
Dropplen droef, we schreien samen
Om wat zonneschijn...

 

 

 974013-fb339e5f5e05bac28152ebcc428add44.jpg

Alice Nahon (16 augustus 1896 -  21 mei 1933)

 

 

 

De Franse dichter Jules Laforgue werd geboren in Montevideo op 16 augustus 1860. Zie ook mijn blog van 16 augustus 2008 en ook mijn blog van 16 augustus 2009 en ook mijn blog van 16 augustus 2010.

 

 

A La mémoire d'une chatte naine que j'avais

 

Ô mon beau chat frileux, quand l'automne morose
Faisait glapir plus fort les mômes dans les cours,
Combien passâmes-nous de ces spleeniques jours
À rêver face à face en ma chambre bien close.

 

Lissant ton poil soyeux de ta langue âpre et rose
Trop grave pour les jeux d'autrefois et les tours,
Lentement tu venais de ton pas de velours
Devant moi t'allonger en quelque noble pose.

 

Et je songeais, perdu dans tes prunelles d'or
- Il ne soupçonne rien, non, du globe stupide
Qui l'emporte avec moi tout au travers du Vide,

 

Rien des Astres lointains, des Dieux ni de la Mort?
Pourtant!... quels yeux profonds!... parfois... il m'intimide
Saurait-il donc le mot? - Non, c'est le Sphinx encor.

 

 

 974013-e15c4dd1841a80c985c486cb763e5f15.jpg

Jules Laforgue (16 augustus 1860 - 20 augustus 1887)

 

 

 

 

De Britse prozaschrijver, archeoloog en militair Thomas Edward Lawrence werd geboren op 16 augustus 1888. Hij staat beter bekend als Lawrence of Arabia. Zie ook mijn blog van 16 augustus 2006 en mijn blog van 16 augustus 2008 en ook mijn blog van 16 augustus 2009 en ook mijn blog van 16 augustus 2010.

 

Uit: Seven Pillars of Wisdom

 

“This creed of the desert seemed inexpressible in words, and indeed in thought. It was easily felt as an influence, and those who went into the desert long enough to forget its open spaces and its emptiness were inevitably thrust upon God as the only refuge and rhythm of being. The Bedawi might be a nominal Sunni, or a nominal Wahabi, or anything else in the Semitic compass, and he would take it very lightly, a little in the manner of the watchmen at Zion's gate who drank beer and laughed in Zion because they were Zionists. Each individual nomad had his revealed religion, not oral or traditional or expressed, but instinctive in himself; and so we got all the Semitic creeds with (in character and essence) a stress on the emptiness of the world and the fullness of God; and according to the power and opportunity of the believer was the expression of them.

(…)

 

Men have looked upon the desert as barren land, the free holding of whoever chose; but in fact each hill and valley in it had a man who was its acknowledged owner and would quickly assert the right of his family or clan to it, against aggression. Even the wells and trees had their masters, who allowed men to make firewood of the one and drink of the other freely, as much as was required for their need, but who would instantly check anyone trying to turn the property to account and to exploit it or its products among others for private benefit. The desert was held in a crazed communism by which Nature and the elements were for the free use of every known friendly person for his own purposes and no more. Logical outcomes were the reduction of this licence to privilege by the men of the desert, and their hardness to strangers unprovided with introduction or guarantee, since the common security lay in the common responsibility of kinsmen.”

 

 


974013-b6b3f2536a0c8552f2ed912f91ecf321.jpg
T. E. Lawrence (16 augustus 1888 – 19 mei 1935)

 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 16 augustus 2010.

 

De Nederlandse dichter, journalist en vertaler Max Schuchart werd geboren in Rotterdam op 16 augustus 1920. Zie ook mijn blog van 16 augustus 2008.

 

De Nederlandse journalist, letterkundige, criticus en publicist Pierre Henri Ritter jr. werd geboren in Utrecht op 16 augustus 1882. Zie ook mijn blog van 16 augustus 2008.

Geschreven door Romenu om 11:55 Reageer op dit bericht

Guillaume van der Graft, Leonie Ossowski. Mary Jo Salter, Daan Zonderland, Jan Campert

De Nederlandse dichter Guillaume van der Graft (eig. Willem Barnard) werd op 15 augustus 1920 geboren in Rotterdam. Zie ook mijn blog van 15 augustus 2007 en ook mijn blog van 15 augustus 2009 en ook mijn blog van 21 november 2010 en ook mijn blog van 15 augustus 2010.

 

 

Wij speelden op het strand

 

Wij speelden op het strand, wij waren
van voor de oorlog en de zee
was toen nog een uitgestrekte vrede.

Hij had iets behouden van dat voormalige
of het niet ophield, of het niet afliep
of het nooit uitlopen zou

op een landinwaarts dat zich uitrekt
achter ons om
tot het de zee weer tegenkomt.

 

 

 

Van Lieverleed

 

Al wat voorbij is
en nooit voorbij

niet meer van mij is
voorgoed voor mij

van lieverlede
zal het weer komen

een schijn van vrede
over de bomen

van lieverlei

als het weer mei is
maar niet voor mij.

 

 

 

De tijd weet van niets

 

Oud worden is niet moeiijk,
het is onmogelijk, men blijft

het nadenkende kind, de popelende
minnaar, de man, de beschaamde vader,

maar steeds meer afgedane tijd begraaft zich
in huid en lijf en leden tot

alles is eengeworden met de dagen
die zijn voorbijgegaan. Men sterft vanzelf.

 

 

 

 

 973568-7d7cfcfb80ccfc81186aee57ff18a38b.jpg

Guillaume van der Graft (15 augustus 1920 – 21 november 2010)

 

 

 

 

De Duitse schrijfster Leonie Ossowski werd als Jolanthe von Brandenstein geboren op 15 augustus 1925 in Röhrsdorf. Zij wordt vandaag 85 jaar. Zie ook mijn blog van 15 augustus 2009 en ook mijn blog van 15 augustus 2010.

 

Uit: Neben der Zärtlichkeit

 

"Da fielen die Blätter von den Bäumen, und die Blüten verdorrten. Der Himmel verlor sein Blau, und die Vögel finden zu schreien an. Die Luft dröhnte,die Sonne zerbrach. Über die Häuser wuchs Moos und klebte die Fenster zu. Tag und Nacht fielen zusammen , alles war grau und undurchsichtig, faulig und von Hannes so weit weg .... Hannes der würde es fertig bringen, die Blätter wieder an die Bäume zu nähen, den Himmel blau zu streichen, den Vögeln die Tränen abzuwischen, die Häuser von Moss zu befreien, die Sonne zusammen zu setzen und den Tag von der Nacht zu retten."
(…)


" Sie hatte verloren, die Liebe war nicht zu machen. Und Wanda antwortete: Meine Hoffnung ist es, die ich verloren habe, meine Liebe und meine Träume vom Glück.... Auch in der folgenden Zeit rückte der Freund der Schwester nicht mit Wandas Liebe heraus, gab ihr die Hoffnung nicht zurück und ließ keine Träume vom Glück zu. Er schlief nur mit ihr. Aber Wanda gab sich damit nicht zufrieden.Ohne Liebe begann auch sie der Freund der Schwester zu langweilen, ohne Hoffnung hatte sie nichts zu erwarten und ohne die Träume vom Glück war ein Mann wie der andere."

 

 

 

973568-fe0294e964967ef4d4adb0a6bb30b024.jpg
Leonie Ossowski (Röhrsdorf, 15 augustus 1925)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse dichteres Mary Jo Salter werd geboren op 15 augustus 1954 in Grand Rapids, Michigan. Zie ook mijn blog van 15 augustus 2008 en ook mijn blog van 15 augustus 2009 en ook mijn blog van 15 augustus 2010.

 

 

Advent

 

Wind whistling, as it does   

in winter, and I think   

nothing of it until

 

it snaps a shutter off

her bedroom window, spins   

it over the roof and down

 

to crash on the deck in back,   

like something out of Oz.

We look up, stunned—then glad

 

to be safe and have a story,   

characters in a fable   

we only half-believe.

 

Look, in my surprise

I somehow split a wall,   

the last one in the house

 

we’re making of gingerbread.   

We’ll have to improvise:   

prop the two halves forward

 

like an open double door   

and with a tube of icing   

cement them to the floor.

 

Five days until Christmas,

and the house cannot be closed.   

When she peers into the cold

 

interior we’ve exposed,   

she half-expects to find   

three magi in the manger,

 

a mother and her child.   

She half-expects to read   

on tablets of gingerbread

 

a line or two of Scripture,   

as she has every morning   

inside a dated shutter

 

on her Advent calendar.   

She takes it from the mantel   

and coaxes one fingertip

 

under the perforation,   

as if her future hinges

on not tearing off the flap

 

under which a thumbnail picture   

by Raphael or Giorgione,   

Hans Memling or David

 

of apses, niches, archways,   

cradles a smaller scene   

of a mother and her child,

 

of the lidded jewel-box   

of Mary’s downcast eyes.   

Flee into Egypt, cries

 

the angel of the Lord   

to Joseph in a dream,

for Herod will seek the young

 

child to destroy him. While   

she works to tile the roof   

with shingled peppermints,

 

I wash my sugared hands   

and step out to the deck   

to lug the shutter in,

 

a page tom from a book   

still blank for the two of us,   

a mother and her child.

 

 

 

973568-07ac0aa6f6970dba8dcca8f6b5404ef1.jpg
Mary Jo Salter (Grand Rapids, 15 augustus 1954)

 

 

 

 

 

De Nederlandse dichter Daan Zonderland (pseudoniem van Dr. Daniel Gerhard (Daan) van der Vat) werd geboren in Groningen op 15 augustus 1909. Zie ook mijn blog van 15 augustus 2006 en ook mijn blog van 15 augustus 2008 en ook mijn blog van 15 augustus 2009 en ook mijn blog van 15 augustus 2010.

 

 

Er woonde in Jemeppe

 

Er woonde in Jemeppe
(Een plaatsje dicht bij Luik)
Een graaf die Vlaams en Frans sprak
En bovendien nog buik.

Vlaams sprak hij met de boeren
En Frans met de pastoor.
En met zijn knechten sprak hij Vlaams
Met Frans er tussendoor.

Doch buik sprak hij uitsluitend
In zijn studeervertrek,
Als hij behoefte voelde
Aan een intiem gesprek.

 

 

 973568-fb1351e3b19a9ef4d75c9fd2c07aba80.jpg

Daan Zonderland (15 augustus 1909 – 5 augustus 1977)





De Nederlandse schrijver, dichter en journalist Jan Campert werd geboren op 15 augustus 1902 in Spijkenisse.Zie ook mijn blog van 15 augustus 2006 en ook mijn blog van 15 augustus 2008 en ook mijn blog van 15 augustus 2009 en ook mijn blog van 15 augustus 2010.

 

 

Terzinen

 

Er zijn veel dingen, die wij niet begrijpen,
het avond-rood en 't zingen van de wind,
het vreemd geluk, dat stil in mij gaat rijpen

als ik de spiegels van lief's ogen vind,
en uit de lage tuin de geur der rozen
door de verrukte nacht, waarin 'k haar heb bemind,

waarvan niets blijft dan dit éne, broze,
het weten dat we voor elkaar verloren gaan
en tot een korte poos geluk maar zijn verkozen,

zolang als wast de jonge zomer-maan,
tot als de ochtend schuchtert over landen
we als bleke vreemden naast elkander staan,

en tevergeefs het machteloos gebaar der handen
nog wat te redden van wat is geweest,
dat het door laat're dagen zacht mag branden,

een lichte lamp voor wie het duister vreest,
moed, die de kracht ons geeft te weren,
een troost en deernis allermeest -

maar alle uren brengen niet haar keren,
wij moeten verder met de roekeloze wind,
en schuilen nimmer veilig voor zijn deren,

voordat gij, God, Uw leen weer int!

 

 

 

973568-9f3fa78ef54cd0fd9bba0fbea7263e1e.jpg
Jan Campert (15 augustus 1902 - 12 januari 1943)



Zie voor nog meer schrijvers van de 15e augustus ook mijn vorige blog van vandaag.
Geschreven door Romenu om 17:38 Reageer op dit bericht

Susanne Mischke, Wanda Schmidt, Marga Kool, Benedict Kiely, Thomas de Quincey, Matthias Claudius, R.J. Peskens, Roger Willemsen, Edna Ferber, Heinrich Eichen

De Duitse schrijfster en draaiboekauteur Susanne Mischke werd geboren op 15 augustus 1960 in Kempten. Zie ook mijn blog van 15 augustus 2009 en ook mijn blog van 15 augustus 2010.

 

Uit: Rosengift

 

“Dann legte sie sich auf den Rücken und beobachtete die kleinen, fedrigen Wolken über ihr. Ein leichter Wind trieb sie voran, es sah aus, als wollte der Himmel davoneilen. Matilda genoss es, wie die Sonne ihre durchgekühlte Haut wieder erwärmte. Der altmodische Begriff „ein Sonnenbad nehmen“ kam ihr in den Sinn. 

Ein Schatten huschte vorbei, jemand setzte sich neben sie. „Entschuldige, wenn ich eben zu frech war“, sagte Christopher.
„Schon gut“, murmelte Matilda, ohne den Blick vom Himmel zu wenden. Sie blinzelte in die Sonne, dann schloss sie die Augen. Bunte, um sich selbst kreisende Muster tanzten hinter ihren Lidern. Sie hörte die Stimmen der anderen und atmete die Gerüche des Sommers ein: frisch gemähtes Gras, Sonnencreme, Grillwürstchen, ab und zu der schwache Rauch einer Zigarette. Wie einfach das Leben sein konnte, in solchen Momenten. Da war eine Hand, die ihr Haar berührte, Finger, die es sachte durchkämmten, Strähnen zwirbelten und wieder glätteten. Es fühlte sich angenehm an, sehr sogar. Sie lächelte, die Augen noch immer geschlossen. Seine Fingerkuppen zeichneten nun die Konturen ihres Gesichts nach, Stirn, Augenbrauen, Nase, Mund, Kinn, als wäre er blind und müsste sich auf diese Weise ein Bild von ihr machen. Jetzt nahm er ihre rechte Hand und schien jeden Finger einzeln zu prüfen, zuerst mit den Fingerspitzen, dann mit seinen Lippen. Er zupfte mit seinen Zähnen ganz, ganz sachte an der Haut über ihren Fingerknöcheln. Matilda bekam eine Gänsehaut, sie hoffte, dass er es nicht bemerken würde. Aber eigentlich war ihr auch das egal. Seine Hand fuhr über ihren Handrücken und die Handfläche, dann die Arme hinauf bis zu ihrem Schlüsselbein”.

 

 

 973565-6d888a099c632b3ba94f10b8c54ce97f.jpg

Susanne Mischke (Kempten, 15 augustus 1960)

 

 

 

 

De Zwitserse dichteres en schrijfster Wanda Schmid werd geboren op 15 augustus 1947 in Zürich. Zie ook mijn blog van 15 augustus 2009 en ook mijn blog van 15 augustus 2010.

 

 

FEUERSCHUTZ

Deine Angst wird
mich anspringen
die Lampe
umstossen

dein Mund
hat mein Wort
zerschnitten

seit Tagen
spiel im mit dem Feuer
und brenne nicht

im Dunkeln
hör ich den Lockvogel
Türen schlagen

 

 

 973565-fe7ecdc8d3229c1a4aca14af18e7ff55.jpg

Wanda Schmid (Zürich, 15 augustus 1947)

 

 

 

 

De Nederlandse schrijfster en dichteres Marga Kool werd geboren in Beekbergen op 15 augustus 1949. Zie ook mijn blog van 15 augustus 2008 en ook mijn blog van 15 augustus 2009 en ook mijn blog van 15 augustus 2010.

 

Anders

 

Er hangt de laatste tijd
langer een waas over de landen
steeds vroeger
worden bossen blauw

de laatste takken breek je
minder graag
en minder gauw

dat wat de handen doen
smaakt bitterzoet
in de verleden tijd
vervoegen zich de dromen

de laatste bloesem
heeft de kleur van tederheid
en in je lijf stolt het verlangen
tot vruchtbegin
van eenzaamheid

de laatste jaren ruikt
de lente anders:
minder belofte
en meer spijt

 

 

 973565-506b203fe790e8f3e39e238994e1ffcb.jpg

Marga Kool (Beekbergen, 15 augustus 1949)

 

 

 

 

De Ierse schrijver en journalist Benedict Kiely werd geboren in Omagh op 15 augustus 1919. Zie ook mijn blog van 15 augustus 2008.en ook mijn blog van 15 augustus 2009 en ook mijn blog van 15 augustus 2010.

 

Uit: The Collected Stories Of Benedict Kiely

 

“Dreaming at a safe distance, Isaac saw himself coaxing the savage with gently-proffered lumps of sugar, and all through the white one's novitiate under Tansey, Isaac was in constant, reverent attendance. But no coaxing, no lump sugar, no whispers or magic hands, could reconcile the untamed tinker-spirit of Ballinasloe to the base servility of the shafts of a dray.

'He has good blood in him,' Tansey said. 'I'll try him in a trap.'

Some of the fragments of the trap, they say, were found fifty yards away on the railway line, and the great white creature stood shivering as if, if it were human, it would burst into hysterical sobs. For a whole fortnight, with Isaac perched on high walls or drays or snug on the hay in the hayshed, the wooing went on, and it was one evening in the stable that Isaac said: Give him to me, Mr. Tansey. I'll tame him for you.

For one half second while the carter, distracted, turned and laughed, the horse lunged and snapped, the razor teeth grazing the back of Tansey's skull and gashing the lobe of his left ear. The blood came out like a spout and Tansey dyed his hand in it. Then, disregarding it, he looked sadly at the animal. With no sign of temper he went to the back of the stable, picked up a crowbar from a heap of rusting metal and, with the deliberation of God, struck the animal between the eyes and stunned it. When it woke up an hour later it went, almost of its own accord, to the shafts. Isaac's sugar lumps were never needed.

By the fusilier's bedside that evening the Cowboy was sitting straddle on a stool, knees in, feet out, hands wide, showing how he had held the reins and stayed in the saddle when lesser men had bitten the dust of the rodeo ring. Isaac chewed toffee. He said, 'Tansey the carter broke a bronc today. I saw him.'

He told his story.

'Tansey's a brute,' said Doherty the undertaker. 'He'd slay his six sisters before he'd lose two pounds sterling.'

'You'd benefit,' said Pat Moses Gavigan. 'Six coffins.'

'They're six fine big girls,' said Mickey Fish.”

 

 

 973565-ea67a0094f37aa9d6de3bedd870cfae0.jpg

Benedict Kiely (15 augustus 1919 - 9 februari 2007)

 

 

 

 

De Engelse schrijver Thomas De Quincey werd geboren op 15 augustus 1785 in Manchester. Zie ook mijn blog van 15 augustus 2008 en ook mijn blog van 15 augustus 2009 en ook mijn blog van 15 augustus 2010.

 

Uit: Confessions of an English Opium-Eater

 

“But crude opium, I affirm peremptorily, is incapable of producing any state of body at all resembling that which is produced by alcohol, and not in _degree_ only incapable, but even in _kind_: it is not in the quantity of its effects merely, but in the quality, that it differs altogether.  The pleasure given by wine is always mounting and tending to a crisis, after which it declines; that from opium, when once generated, is stationary for eight or ten hours: the first, to borrow a technical distinction from medicine, is a case of acute--the second, the chronic pleasure; the one is a flame, the other a steady and equable glow.  But the main distinction lies in this, that whereas wine disorders the mental faculties, opium, on the contrary (if taken in a proper manner), introduces amongst them the most exquisite order, legislation, and harmony.  Wine robs a man of his self-possession; opium greatly invigorates it.  Wine unsettles and clouds the judgement, and gives a preternatural brightness and a vivid exaltation to the contempts and the admirations, the loves and the hatreds of the drinker; opium, on the

contrary, communicates serenity and equipoise to all the faculties, active or passive, and with respect to the temper and moral feelings in general it gives simply that sort of vital warmth which is approved by the judgment, and which would probably always accompany a bodily constitution of primeval or antediluvian health.” 

 

 

 973565-d2aea2d265d8fc29c1989e7d124dd21f.jpg

Thomas de Quincey (15 August 1785 – 8 December 1859)

 

 

 

 

De Duitse dichter Matthias Claudius werd op 15 augustus 1740 geboren in het Duitse stadje Reinfeld in de buurt van Lübeck. Zie ook mijn blog van 15 augustus 2008 en ook mijn blog van 15 augustus 2009 en ook mijn blog van 15 augustus 2010.

 

 

Der Frühling, am ersten Maimorgen

 

Heute will ich fröhlich, fröhlich sein.

Keine Weis'  und keine Sitte hören;

Will mich wälzen und für Freude schrein,

Und der König soll mir das nicht wehren;

 

Denn er kommt mit seiner Freuden Schar

Heute aus der Morgenröte Hallen,

Einen Blumenkranz um Brust und Haar

Und auf seiner Schulter Nachtigallen;

 

Und sein Antlitz ist ihm rot und weiß,

Und er träuft von Tau und Duft und Segen -

Ha! Mein Thyrsus sei ein Knospenreis,

Und so tauml' ich meinem Freund entgegen.

 

 

 

 973565-3c84dcc4118556282e6e1c0b55fd7233.jpg

Matthias Claudius (15 augustus 1740 - 21 januari 1815)

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 15 augustus 2010.

 

De Nederlandse schrijver R.J. Peskens (auteursnaam van uitgever Geert van Oorschot) werd geboren in Vlissingen op 15 augustus 1909. Zie ook mijn blog van 15 augustus 2008. en ook mijn blog van 15 augustus 2009

 

De Duitse schrijver, essayist en televisiepresentator Roger Willemsen werd geboren in Bonn op 15 augustus 1955. Zie ook mijn blog van 15 augustus 2009.

 

De Amerikaanse schrijfster Edna Ferber werd geboren op 15 augustus 1885 in Kalamazoo, Michigan. Zie ook mijn blog van 15 augustus 2008 en ook mijn blog van 15 augustus 2009.

 

De Duitse dichter en schrijver Heinrich Eichen werd geboren op 15 augustus 1905 in Bonn. Zie ook mijn blog van 15 augustus 2008 en ook mijn blog van 15 augustus 2009.

Geschreven door Romenu om 17:11 Reageer op dit bericht

Wolf Wondratschek, Danielle Steel, Erwin Strittmatter, Sir Walter Scott, Julia Mann - da Silva-Bruhns

De Duitse dichter en schrijver Wolf Wondratschek werd geboren op 14 augustus 1943 in Rudolstadt. Zie ook mijn blog van 14 augustus 2008. en ook mijn blog van 14 augustus 2009 en ook mijn blog van 14 augustus 2010.

 

Uit: Mozarts Friseur

 

„Der Friseur, so die Legende, ist eine Mischung aus einem arabischen Findelkind und einem (gewordenen) Wiener, aufgefunden von Nomaden und von ihnen am Leben gehalten, gesäugt von Kamelen, nachts warm gehalten von ihrem Dung, bemuttert von Palmenschatten, in die man ihn während der Ruhepausen bettete. Die Hölle war es trotzdem. Mit dem Lebenswillen eines Weggeworfenen wehrte er sich gegen das Verdursten und Verhungern, gegen Fieber und das Verbrennen der Augen. Bedürfnislos wie die Tiere, die ihn trugen, kam er durch. Eine Gruppe von Matrosen, die um eine Wasserpfeife saß, nahm das verlorene kleine Bündel in Port Said an Bord ihres Frachters (mit Ziel São Paulo), in keiner Absicht. In den Wüsten, erklärten sie, sei der Sand, am Himmel die Sonne, auf See jede Welle wahnsinnig. Daran solle er sich unter Menschen bis zu seiner Todesstunde erinnern.
Der Friseur kann den Wortlaut dieser seltsam bedrohlichen, knapp und endgültig klingenden Botschaft noch heute, fast ein halbes Menschenleben später, im Schlaf aufsagen, ist aber dem Entschluß zu seiner Entschlüsselung aus Gründen, über die er erst lange nachdenken müßte, bisher immer ausgewichen. Nicht, daß ihm dazu die Zeit gefehlt hätte, natürlich nicht. Aber es klappte beim Nachdenken mit den Gedanken nicht, sie waren nie zu dressieren. Und trainiert hat er das Denken später auch nie. Er geht noch immer auf Sand oder Wasser, wenn er denkt. Es gibt keinen Grund, keinen festen Boden, er sinkt ein, das Gehen seiner Gedanken ist schwer und ermüdend. Auch deshalb erinnert er sich jener lange zurückliegenden Zeit, als er an Gedanken noch nicht einmal gedacht hatte. Das Schweigen der Männer, die ihn aufgezogen hatten, war so selbstverständlich wie ihre Befehle verständlich waren. Unterhielten sie sich, benutzten sie nicht Worte, sondern machten Musik, einige tanzten. Sie lasen keine Bücher, schrieben keine Briefe, stellten keine Fragen, auch ihm nicht. Die Sonne ging morgens auf und abends ging sie unter, kein Gedanke würde daran etwas ändern, auch der Gedanke an Profite nicht. Es war das Leben ein stummes Vorwärtskommen auf beschwerlichen Routen, ein Ausruhen zwischendurch, ein Aufbrechen zu einem Ziel, von dem aus sie nach einigen Tagen oder Wochen wieder in die Wüste zurückkehrten, wieder beladen, wieder im Kampf mit dem Auftrag, eine Ladung ins Landesinnere zu bringen, zu Oasen oder Handelsstationen, und von dort eine andere zurück zum Fluß oder zur Küste.
Da ihm Gefahren unbekannt waren, dachte er über sie auch nicht nach. Luftspiegelungen, falls er sie überhaupt wahrnahm, hielt er für wirklich. Ein Spiel war nichts, was ihm widerfuhr. Er spielte nicht, mit nichts, nicht unterwegs. Er dachte sich auch nichts bei dem Spaß, unter die Bäuche der Kamele zu kriechen, um die dort herunterhängenden Haarbüschel erst zu entflechten, um sie anschließend wieder zu kleinen Zöpfen binden zu können. Mach nur weiter so, sagten die Männer und gaben ihm Fußtritte.
Das alles änderte sich mit den Matrosen.”

 

 

 972734-653e7983725556b6c552d58cd16bce01.jpg

Wolf Wondratschek (Rudolstadt, 14 augustus 1943)

 

 

 


De Amerikaanse schrijfster
Danielle Steel werd geboren in New York op 14 augustus 1947.
Zie ook mijn blog van 14 augustus 2008 en ook mijn blog van 14 augustus 2009 en ook mijn blog van 14 augustus 2010.

 

Uit: To Love Again

 

“In every city there is a time of year that approaches perfection. After the summer heat, before the winter bleakness, before snow and rain are even dreamed of. A time that stands out crystal clear, as the air begins to cool; a time when the skies are still bright blue, when it feels good to wear wool again, and one walks faster than one has in months. A time to come alive again, to plan, to act, to be, as September marches into October. It is a time when women look better, men feel better, even the children look crisp again as they return to school in Paris or New York or San Francisco. And maybe even more so in Rome. Everyone is home again after the lazy months of summer spent clattering along in ancient taxis from the piazza to the Marina Piccola in Capri, or they are fresh from the baths in Ischia, the sun-swept days at San Remo, or even simply the public beach in Ostia. But in late September it is over, and autumn has arrived. A businesslike month, a beautiful month, when it feels good just to be alive.

Isabella di San Gregorio sat sedately in the backseat of the limousine. She was smiling to herself, her dark eyes dancing, her shining black hair held away from her face by two heavy tortoise shell combs as she watched passersby walking quickly through the streets. Traffic was as Roman traffic always is: terrifying. She was used to it, she had lived there all her life, except for her occasional visits to her mother’s family in Paris and the one year she had spent in the States at twenty-one. The following year she had married Amadeo and become a legend of sorts, the reigning queen of Roman couture. She was by birth a princess in that realm, and by marriage something more, but her legend had been won by her talent, not only by acquiring Amadeo’s name. Amadeo di San Gregorio had been the heir to the House of San Gregorio, the tabernacle of Roman couture, the pinnacle of prestige and exquisite taste in the eternal international competition between women of enormous means and aspirations.”

 

 

 972734-1112bda3b2e2c7cc71241e645ff2f39d.jpg

Danielle Steel (New York, 14 augustus 1947)

 

 

 

 

De Duitse schrijver Erwin Strittmatter werd geboren op 14 augustus 1912 in Spremberg. Zie ook mijn blog van 14 augustus 2008 en ook mijn blog van 14 augustus 2009 en ook mijn blog van 14 augustus 2010.

 

Uit: Ochsenkutscher

 

“Es klatscht. Lope fährt aus seinem Traum in die Wirklichkeit. Seine rechte Wange brennt. Er ist quellwach und setzt sich im Bett auf. Mutters wehende Rockfahne verschwindet bei der Tür. Das Türschloß schnappt knallend ein. - Eine Ohrfeige. Er hat eine Ohrfeige erhalten, weiter nichts. Lope kennt das. Mutter hatte ihn geweckt, er schlief wieder ein, sie wurde ärgerlich.
Trude spielt mit einem Käferchen. Ein Viereck des rotweiß gemusterten Bettbezuges ist für Trude ein Zaun. Darüber darf das Insekt nicht hinaus. Trudes dünner Zeigefinger wacht darüber. Der Nagel an Trudes Finger ist abgeknabbert und feucht. Lope lugt zum Waschkorb. Der Säugling schläft. Die Mutter hat ihn trockengelegt. Sie ist schon aufs Feld gegangen. Lope ist zufrieden. Er bewegt sich ganz leise. Die Kleine muß bis zum Mittag schlafen. Das erspart ihm das Trockenlegen. Er flüstert zu Trude hinüber: "Du bist still. Ich nehm dir sonst den Käfer weg." Trude nickt. Er läßt sich wieder zurückfallen. Einschlafen. Vielleicht findet er seinen Traum wieder.
Der Traum war so: Er saß auf der Schulbank. Es war der Platz des Klassenersten.
Sonst sitzt er auf der Läusebank. Er verhielt sich still. Der Lehrer mußte gleich eintreten. Die Klasse lärmte.
Er lispelte die Hausaufgabe vor sich hin. Er wollte den Lehrer nicht enttäuschen. Der Lehrer trat ein. Die Klasse brüllte:
"Guten Morgen!"
Der hagere Lehrer sagte schrill und drahtig: "Moan!"
Sein geschwungener, glatt angedrückter Schnurrbart zitterte...”

 

 

 972734-628a1f4566770332f94252fb480247a3.jpg

Erwin Strittmatter (14 augustus 1912 – 31 januari 1994)

 

 

 

 

De Schotse dichter en schrijver Sir Walter Scott werd geboren in Edinburgh op 14 augustus 1771. Zie ook mijn blog van 14 augustus 2008 en ook mijn blog van 14 augustus 2009 en ook mijn blog van 14 augustus 2010.

 

 

My Native Land

 

Breathes there the man, with soul so dead,
Who never to himself hath said,
This is my own, my native land!
Whose heart hath ne'er within him burn'd,
As home his footsteps he hath turn'd
From wandering on a foreign strand!
If such there breathe, go, mark him well;
For him no Minstrel raptures swell;
High though his titles, proud his name,
Boundless his wealth as wish can claim;
Despite those titles, power, and pelf,
The wretch, concentred all in self,
Living, shall forfeit fair renown,
And, doubly dying, shall go down
To the vile dust, from whence he sprung,
Unwept, unhonour'd, and unsung.

 

 

 

 

Harp of the North, Farewell!

 

Harp of the North, farewell! The hills grow dark,
On purple peaks a deeper shade descending;
In twilight copse the glow-worm lights her spark,
The deer, half-seen, are to the covert wending.
Resume thy wizard elm! the fountain lending,
And the wild breeze, thy wilder minstrelsy;
Thy numbers sweet with nature’s vespers blending,
With distant echo from the fold and lea,
And herd-boy’s evening pipe, and hum of housing bee.

Yet, once again, farewell, thou Minstrel Harp!
Yet, once again, forgive my feeble sway,
And little reck I of the censure sharp
May idly cavil at an idle lay.
Much have I owed thy strains on life’s long way,
Through secret woes the world has never known,
When on the weary night dawned wearier day,
And bitterer was the grief devoured alone.—
That I o’erlive such woes, Enchantress! is thine own.

Hark! as my lingering footsteps slow retire,
Some spirit of the Air has waked thy string!
’Tis now a seraph bold, with touch of fire,
’Tis now the brush of Fairy’s frolic wing.
Receding now, the dying numbers ring
Fainter and fainter down the rugged dell;
And now the mountain breezes scarcely bring
A wandering witch-note of the distant spell—
And now, ’tis silent all!—Enchantress, fare thee well!

 

 

 

 972734-f725d5f6f27dee00033ca483e293cbbf.jpg

Sir Walter Scott (14 augustus 1771 - 21 september 1832)

Monument in Edinburgh

 

 

 

 

De moeder van (o.a.) de Duitse schrijvers Heinrich en Thomas Mann, Julia Mann-da Silva-Bruhns werd geboren op  14 augustus 1851 in Paraty in Brazilië. Zie ook mijn blog van 14 augustus 2008.en ook mijn blog van 14 augustus 2009 en ook mijn blog van 14 augustus 2010.

 

Uit: Herkunft und Lebensverhältnisse der Eltern und Großeltern der Brüder Heinrich und Thomas Mann (door Philip Hauer)

 

“Der Lübecker Weinhandelskaufmann Johann Ludwig Bruhn, der Großvater Thomas und Heinrich Manns mütterlicherseits, wanderte mit 19 Jahren nach Brasilien aus, wo er 1841 in Sao Paulo eine Exportfirma gründete, die florierte und sich rapide entwickelte. 1848 heiratete er Maria da Silva, die Tochter eines wohlhabenden Grundbesitzers mit portugiesischer Abstammung.

1851 kam Julia da Silva Bruhns, die Mutter der Gebrüder Mann, zur Welt. Als Maria da Silva Bruhns bei der Geburt eines weiteren Kindes stirbt, siedelte die gesamte Familie Bruhns 1856 nach Lübeck um. Johann Ludwig Bruhn fühlte sich bald sehr unwohl in der protestantischen Enge der Hansestadt und kehre nach Brasilien zurück, wobei er Julia mit ihren Schwestern in einem Lübecker Mädchenpensionat zurückließ. Nur zu gut, kann man sich den Kulturschock der 7jährigen Julia vorstellen, als sie von Brasilien in den kühlen, strengen Norden Deutschlands gebracht wird.

Obwohl sie 1869 schließlich Thomas Johann Heinrich Mann heiratete, bliebt sie für die traditionsbewusste hanseatische Kaufmannwelt, der ihr Mann angehörte, stets ein Fremdwesen. Dass sie sich nie wirklich wohl fühlte, zeigt sich, als sie nach dem Tod ihres Mannes aus Lübeck fortzog. Ihr südländisches, lebensfrohes Temperament vertrug sich nicht mit der kalten Strenge Lübecks. Ihre musische Art und ihre Leidenschaftlichkeit übertrüg sie auf ihre Kinder, Thomas und Heinrich Mann.

Thomas Mann beschrieb seine Mutter als Frau der schönen Künste: „Ihre sinnlich-praeartistische Natur äußert sich in Musikalität, geschmackvollem, bürgerlich ausgebildetem Klavierspiel und einer feinen Gesangskunst, der ich meine gute Kenntnis des deutschen Liedes verdanke.“

 

 

972734-a0973c551eddbd1b1deb58d7dc819a18.jpg
Julia Mann - da Silva-Bruhns (14 augustus 1851 – 11 maart 1923)




Zie voor nog meer schrijvers van de 14e augustus ook mijn vorige blog van vandaag.
Geschreven door Romenu om 14:00 Reageer op dit bericht

John Galsworthy, Marie Delle Grazie, Johannes Trojan, Ernest Thayer, Carola Herbst, Sibilla Aleramo, Alice Rivaz

De Britse schrijver John Galsworthy werd geboren op 14 augustus 1867 in Kingston Hill in Surrey. Zie ook mijn blog van 14 augustus 2008 en ook mijn blog van 14 augustus 2009 en ook mijn blog van 14 augustus 2010.

 

 Uit: The Forsyte Saga

 

“Over against the piano a man of bulk and stature was wearing two waistcoats on his wide chest, two waistcoats and a ruby pin, instead of the single satin waistcoat and diamond pin of more usual occasions, and his shaven, square, old face, the colour of pale leather, with pale eyes, had its most dignified look, above his satin stock. This was Swithin Forsyte. Close to the window, where he could get more than his fair share of fresh air, the other twin, James--the fat and the lean of it, old Jolyon called these brothers--like the bulky Swithin, over six feet in height, but very lean, as though destined from his birth to strike a balance and maintain an average, brooded over the scene with his permanent stoop; his grey eyes had an air of fixed absorption in some secret worry, broken at intervals by a rapid, shifting scrutiny of surrounding facts; his cheeks, thinned by two parallel folds, and a long, clean-shaven upper lip, were framed within Dundreary whiskers. In his hands he turned and turned a piece of china. Not far off, listening to a lady in brown, his only son Soames, pale and well-shaved, dark-haired, rather bald, had poked his chin up sideways, carrying his nose with that aforesaid appearance of 'sniff,' as though despising an egg which he knew he could not digest. Behind him his cousin, the tall George, son of the fifth Forsyte, Roger, had a Quilpish look on his fleshy face, pondering one of his sardonic jests. Something inherent to the occasion had affected them all.

Seated in a row close to one another were three ladies--Aunts Ann, Hester (the two Forsyte maids), and Juley (short for Julia), who not in first youth had so far forgotten herself as to marry Septimus Small, a man of poor constitution. She had survived him for many years. With her elder and younger sister she lived now in the house of Timothy, her sixth and youngest brother, on the Bayswater Road. Each of these ladies held fans in their hands, and each with some touch of colour, some emphatic feather or brooch, testified to the solemnity of the opportunity.

In the centre of the room, under the chandelier, as became a host, stood the head of the family, old Jolyon himself. Eighty years of age, with his fine, white hair, his dome-like forehead, his little, dark grey eyes, and an immense white moustache, which drooped and spread below the level of his strong jaw, he had a patriarchal look, and in spite of lean cheeks and hollows at his temples, seemed master of perennial youth. He held himself extremely upright, and his shrewd, steady eyes had lost none of their clear shining. Thus he gave an impression of superiority to the doubts and dislikes of smaller men. Having had his own way for innumerable years, he had earned a prescriptive right to it. It would never have occurred to old Jolyon that it was necessary to wear a look of doubt or of defiance.”

 

 

972728-758c3af52ab088dbd213df8d18d82def.jpg
John Galsworthy (14 augustus 1867 - 31 januari 1933)

 

 

 

 

De Oostenrijkse dichteres en schrijfster Marie Eugenie Delle Grazie werd geboren op 14 augustus 1864 in Bela Crkva.  Zie ook mijn blog van 14 augustus 2008. en ook mijn blog van 14 augustus 2009 en ook mijn blog van 14 augustus 2010.

 

 

Lenzenskunde

Mit schwanken Zweigen pocht der Wind
An meine Fensterbogen:
"Heraus, heraus, Du bleiches Kind
Der Lenz ist eingezogen.

Gebrochen ist des Winters Macht,
Verscheucht sind seine Sorgen,
Die Blumen blüh'n, die Sonne lacht,
Anbricht der gold'ne Morgen.

Der Himmel strahlt so rein, so blau,
Die Lerche singt so helle,
So grün und duftig winkt die Au,
So munter schwatzt die Quelle.

O komm heraus geschwind', geschwind,
Und blick' mir nicht so bange,
Ich fächle leis, ich küsse lind
Die Thrän' von Deiner Wange!"

So flüstert er voll Lieb und Lust
Die süße Lenzeskunde;
Was soll sie mir – in meiner Brust
Brennt noch die alte Wunde.

Noch fühl' ich tief in's Herz hinein,
Daß mir kein Glück beschieden,
Daß ich so ganz, so ganz allein
Hinzieh', ohn' Ruh und Frieden!

Und wenn ich dann die Menschen all
Von Lieb' und Lust hör' singen,
Will mir das Herz vor Angst und Qual,
Vor Leid und Schmerz zerspringen.

 

 

 

972728-6aa10d3ce3e937de67e34c7cb84fdb27.jpg
Marie Delle Grazie (14 augustus 1864 – 19 februari 1931)

 




 

De Duitse dichter en schrijver Johannes Trojan werd geboren op 14 augustus 1837 in Danzig. Zie ook mijn blog van 14 augustus 2007 en ook mijn blog van 14 augustus 2010.

 

Hasensalat

 

Morgens in den Garten trat

Liese, klein und niedlich

Saß ein Häslein im Salat,

Schmaust und tat sich gütlich.

 

Liese sprach: Du armes Tier,

Wart einmal, indes ich

Lauf ins Haus und hole dir

Zum Salat den Essig.

 

Kommt zurück schon mit dem Krug,

Niemals lief sie schneller-

Essig gießt sie jetzt genug

Auf den Hasenteller.

 

Lieselchen, ich danke dir,

Sprach der kleine Fresser,

Eigentlich doch schmeckt es mir

Ohne Essig besser.

 

 


972728-a9559019d178019f520e857ff3d1423a.jpg
Johannes Trojan (14 augustus 1837 – 23 november 1915)

Danzig (Gdańsk)

 

 

 

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Ernest Lawrence Thayer werd geboren op 14 augustus 1863 in Lawrence, Massachusetts. Zie ook mijn blog van 14 augustus 2007 en ook mijn blog van 14 augustus 2010.

 

Casey at the Bat (fragment)

 

From the benches, black with people, there went up a muffled roar,
Like the beating of the storm-waves on a stern and distant shore;
"Kill him! Kill the umpire!" shouted some one on the stand;
And it's likely they'd have killed him had not Casey raised his hand.

With a smile of Christian charity great Casey's visage shone;
He stilled the rising tumult; he bade the game go on;
He signaled to the pitcher, and once more the dun sphere flew;
But Casey still ignored it, and the umpire said, "Strike two!"

"Fraud!" cried the maddened thousands, and echo answered "Fraud!"
But one scornful look from Casey and the audience was awed.
They saw his face grow stern and cold, they saw his muscles strain,
And they knew that Casey wouldn't let that ball go by again.

The sneer has fled from Casey's lip, his teeth are clenched in hate;
He pounds with cruel violence his bat upon the plate.
And now the pitcher holds the ball, and now he lets it go.
And now the air is shattered by the force of Casey's blow.

Oh, somewhere in this favored land the sun is shining bright;
The band is playing somewhere, and somewhere hearts are light,
And somewhere men are laughing, and little children shout;
But there is no joy in Mudville--great Casey has struck out.

 

 

972728-c7f6d1c26b5dbb59a2de591c139a8ea0.gif
Ernest Thayer (14 augustus 1863 – 21 augustus 1940)

 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook  mijn blog van 14 augustus 2010.

 

 

De Duitse schrijfster Carola Herbst werd geboren op 14 augustus 1960 in Rostock. Zie ook mijn blog van 14 augustus 2008 en ook mijn blog van 14 augustus 2009.

 

De Italiaanse dichteres en schrijfster Sibilla Aleramo (eig. Rina Faccio) werd geboren in Alessandria op 14 augustus 1876. Zie ook mijn blog van 14 augustus 2007.


De Zwitserse schrijfster
Alice Rivaz werd geboren op 14 augustus 1901 in Rovray, in het Franstalige deel van Zwiserland. Zie ook mijn blog van 14 augustus 2007.

Geschreven door Romenu om 13:50 Reageer op dit bericht

Amélie Nothomb, Jens Bisky, Nikolaus Lenau, Tom Perrotta

De Franstalige Belgische schrijfster Amélie Nothomb werd geboren in Kobe in Japan op 13 augustus 1967. Zie ook mijn blog van 13 augustus 2010 en eveneens alle tags voor  Amélie Nothomb op dit blog.

 

Uit: Attentat (Vertaald door Wolfgang Krege)

 

“Als ich mich zum ersten Mal im Spiegel sah,mußte ich lachen: Unglaublich, das sollte ich sein?

Wenn ich mich heute sehe, lache ich, weil ich nun weiß, ich bin es. Und soviel Häßlichkeit hat etwas

Lustiges. Schnell flog mir ein Spitzname zu. Ich muß sechs gewesen sein, als ein Junge auf dem Hof

mir zurief: »Quasimodo!« Begeistert wiederholten die anderen im Chor: »Quasimodo! Quasimodo!«

Dabei hatte keiner von ihnen je von Victor Hugos Glöckner gehört. Aber der Name schien so gut zu passen, daß man ihn nur einmal gehört haben mußte, und er saß.

Bald hieß ich nur noch Quasimodo.

Niemandem außer den Scheusalen sollte erlaubt sein, von der Schönheit zu reden. Ich bin das häßlichste Geschöpf, das ich kenne; also glaube ich mich dazu berechtigt. Dies ist ein solches Privileg, daß ich mein Schicksal nicht beklage.

Und außerdem ist es eine Lust, häßlich zu sein. Welch ein Vergnügen, zum Beispiel, durch die Straßen zu schlendern und in den Gesichtern der Passanten den herrlichen Moment zu erfassen, in dem ich in ihr Blickfeld trete! Freudig koste ich ihre Reaktionen aus: Entsetzen, angewiderte Grimassen, verlegenes Zur-Seite-Schauen; und ich sonne mich in der kindlichen Verzückung mancher Leute, die den Blick gar nicht von mir abwenden können.

Ich möchte ihnen zurufen: »Das ist noch gar nichts, Sie sehen ja nur mein Gesicht! Wie würden

Sie erst staunen, wenn Sie meinen Körper sähen!«

Mit der Schönheit hat es etwas auf sich, das nicht angemessen gewürdigt wird: Man ist sich einig, daß

es weniger auf das Äußere als auf Seele, Charakter, innere Werte usw. ankommt. Trotzdem stellt man

unbeirrt die wohlgeratenen Körper und ebenmäßigen Gesichter ins Scheinwerferlicht, während man

Mißgeburten wie Mich in die dunklen Winkel verbannt.

Woran man sieht, wie die Leute lügen. Ich frage mich, ob ihnen das klar ist. Die Vorstellung, daß sie lügen könnten, ohne es zu wissen, regt mich auf.

Ich hätte Lust, ihnen ins Gesicht zu sagen: »Gebt euch so feingeistig und seelenvoll, wie ihr wollt!

Wenn es euch Spaß macht, dann behauptet nur weiter, ihr würdet die Menschen nicht nach ihrem Aussehen beurteilen! Aber seid nicht so blöd, es selber zu glauben!«

 

 

 972218-8d2e6523468b94952fa4f475087aa1a7.jpg

Amélie Nothomb (Kobe, 13 augustus 1967)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver en journalist Jens Bisky werd geboren op 13 augustus 1966 in Leipzig. Zie ook mijn blog van 13 augustus 2010

 

Uit: Die deutsche Frage

 

“Wir verstehen die Welt nicht mehr
Warum es eine neue deutsche Frage gibt
Manches fiele heute leichter, hätte man das Vereinigungsmanage­ment einem Mann wie C. R. MacNamara anvertrauen können, der 1961 in Billy Wilders Film «Eins, zwei, drei» demonstriert hat, wie man Ost-Menschen zu Glück und Erfolg in der freien Welt verhilft. In wenigen Stunden gelang es dem Chef der Coca-Cola-Filiale West­-Berlin, den fanatischen Jungkommunisten Otto Ludwig Piffl in einen adretten Demokraten zu verwandeln, von dem man sicher sein kann, dass er auf seinem Weg nach oben alle Erwartungen erfüllen wird. Für das «Reeducation»-Programm brauchte MacNamara kaum mehr als einige loyale Angestellte und eine prall gefüllte Brieftasche. Unterstützt wurde er von den schönen Augen einer Amerikanerin. Er ließ den Jungkommunisten die Schrecken des ostdeutschen Geheim­dienstes erleben, kaufte ihm ordentliche Anzüge und einen Wagen, verschaffte ihm einen neuen Lebenslauf und einen Job, und schließ­lich lehrte er ihn ein paar Floskeln, die in der Freiheit weiterhelfen konnten, weil der Boss sie gerne hörte: «Die Lage ist ernst, aber nicht hoffnungslos.» Piffls Wiedergeburt glückte beispielhaft.
So vulgär der Westen in «Eins, zwei, drei» auch erscheint, sosehr seine Helden von menschlichen Begierden gehetzt werden - dem Charme dieses Lebens, zu dem man sich nicht anders als ironisch verhalten kann, erliegen Piffl und die Zuschauer gemeinsam. Mac­Namaras Methode der Umerziehung setzte nichts voraus als den Egoismus jedes Einzelnen, seinen Willen, glücklich zu leben. Das Glücksstreben hat kleinliche Seiten, offenbart in jedem Augenblick die Unvollkommenheiten der Charaktere, ja, ihre Schäbigkeit. Doch nur auf diese Weise ist das Happy End gesichert. Keiner erhält all das, was er sich wünschte, keiner geht vollständig leer aus.”

 

 

 972218-2b2731d3934f18bb6f8f87e13316a027.jpg

Jens Bisky (Leipzig, 13 augustus 1966)

 

 

 

 

De Oostenrijkse dichter Nikolaus Lenau werd geboren op 13 augustus 1802 in Csatád (in het Hongaarse deel van Oostenrijk-Hongarije). Zie ook mijn blog van 13 augustus 2007 en ook mijn blog van 13 augustus 2008 en ook mijn blog van 13 augustus 2009. en ook mijn blog van 13 augustus 2010

 


Leichte Trübung

 

Woher dies plötzliche Verstummen?
Und diese Wolken kummerschwer,
Die mir dein Angesicht vermummen,
Das erst so froh gestrahlt, woher?

„Siehst du den blauen Berg dort ragen,
Der Felsen in die Lüfte hebt,
An welchen selbst die Gemsen zagen,
Und der erschrockne Jäger bebt? —
Von seinem Gipfel schleudre du
Ein Steinchen spielend in die Tiefen:
Du störst der Lüfte schwanke Nuh',
Und Nebel steigen, die dort schliefen.

So warfst du, seine Kraft nicht ahnend,
Ein Wörtchen mir in meine Brust,
Ein Wörtchen, leise, aber mahnend,
Und sieh, nun stieg der trübe Wust
Von Nebelbildern alter Kränkung
Aus ihrer stillen Nachtversenkung."

 



Sommerfäden

Mädchen, sieh', am Wiesenhange,
Wo wir oft gewandelt sind,
Sommerfäden, leichte, lange,
Gaukeln hin im Abendwind.

Deine Worte, laut und munter,
Flattern in die kühle Luft;
Keines mehr, wie sonst, hinunter
In des Herzens Tiefe ruft.

Winter spinnet los und leise
An der Fäden leichtem Flug,
Webt daran aus Schnee und Eise
Bald den Leichenüberzug.

Künden mir die Sommerfäden,
Daß der Sommer welk und alt,
Merk' ich es an deinen Reden,
Mädchen, daß dein Herz wird kalt!

 


Mein Herz

Schlaflose Nacht, der Regen rauscht,
Sehr wach ist mir das Herz und lauscht,
Zurück bald nach vergangnen Zeiten,
Bald horcht es, wie die künft'gen schreiten.

O Herz, dein Lauschen ist nicht gut;
Sey ewig, Herz, und hochgemuth!
Da hinten ruft so manche Klage,
lind vorwärts zittert manche Frage.

Wohlan! was sterblich war, sey todt!
Naht Sturm! wohlan! — wie einst das Boot
Mit Christus Stürme nicht Zerschellten,
So ruht in dir der Herr der Welten.

 

972218-91f6fb5b19ae3ec23a93bd1eeb05fbe9.jpg



Nikolaus Lenau  (13 augustus 1802 - 22 augustus 1850)
Monument in Wenen 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Tom Perrotta werd geboren op 13 augustus 1961 in Garwood. Zie ook mijn blog van 13 augustus 2007 en ook mijn blog van 13 augustus 2008 en ook mijn blog van 13 augustus 2009. en ook mijn blog van 13 augustus 2010

 

Uit: The Wishbones

 

“Spring is not the time to leave the South. This is the season when Mississippi is truly the belle of the ball, dressed in vibrant azalea frills, white lace dogwoods, and bridal wreath. The promise of money drifts on the dirt-scented breeze that blows across freshly planted soil. For those of us with Irish blood and the heritage of farming, this is the beginning of the gambling season, when futures will rest on the unpredictable weather and the possibility of a good crop.

My great-great-grandmother Alice planted and farmed the land around Dahlia House. She stood each spring, hands on her hips, determining what to plant, where, how much. One wrong decision could mean the loss of the land—which to a Delaney is equal to the loss of our soul. Year after year she bet and won, hanging on to the plantation against all odds. I won't be planting this year. Like Alice, I'm taking a gamble. Not on crops, but on my own talent.

Sitting on the front porch of Dahlia House with my mother's battered red "good-luck" suitcase at my feet, I'm going to my new life.

Whenever I think of the future, my stomach jigs and lurches. As hard as that is, it's better than thinking of the past and all that is gone and can never be again. Somewhere between the two is the lost dream of Sheriff Coleman Peters and a family of our own, living here in my ancestral home, raising our children, and continuing on with a life that once sounded near perfect.

"He was never less than married." The voice drifts to me from inside the open front door.

Jitty, the resident haint at Dahlia House, has come, at last, to tell me farewell. I was afraid I'd have to go without saying good-bye.

"Now that I'm leaving, do you think Coleman will divorce Connie?" I asked her. In the year I've been home, I gave my heart to Coleman but never my body.

"Did you really want him to leave his wife to be with you?"

I drummed my fingernails on the gray floorboards of the porch and wished for a cigarette. Instead, I pulled out a stick of gum. Jitty stabbed too close to home. I didn't want him if I had to take him from someone else. I didn't want him if I had to "take" him at all. Love has to be a willing surrender.”

 

 

972218-a958238e9dc3ed32b3e4ce8560e5a087.jpg
Tom Perrotta (Garwood, 13 augustus 1961)




Zie voor nog meer schrijvers van de 13e augustus ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 16:42 Reageer op dit bericht

Rudolf G. Binding, Vladimir Odojevski, Julia Mann, Will Clarke, Rappa, Albert Sorel

De Duitse dichter en schrijver Rudolf G. Binding werd geboren op 13 augustus 1867 in Basel. Zie ook mijn blog van 13 augustus 2007 en ook mijn blog van 13 augustus 2009. en ook mijn blog van 13 augustus 2010

 

 

August

 

Ernster August! Versengst du

mit dörrenden Stürmen die Liebe?

Brechen Wellen des Meeres

ein in die Müde der Augen?

 

Zittert das Licht aus zu hoher

Wölbung des Äthers?

oder wehrt sich das Herz

übermächtiger Glut?

 

Nun sind die Felder geleert.

Die Wälder verdunkeln.

Lichter süßer und liebender

hat uns der Mai einst umarmt.

 

Wehre dich, Herz!

Sammle das Süße in dir.

Sammle es heimlich zum Süßesten.

 

Jetzt reift die Süßeste blutend –

reift die Brombeere

unter dem Dornengerank.

 

 

 

September

 

Trunken steht nun der Baum.

Rundum gestützt trägt sein Schoß

tausend Früchte des Jahrs.

Liebe des Sommers war groß.

 

Tropft auch der Seim aus in der Frucht,

klopft auch der Apfel ins Gras –

keine des Blühens im Mai,

keiner der Liebe vergaß.

 

Reife, reife auch du,

Liebe, in uns wie der Saft

der in der reifenden Frucht

Keim neuen Lebens erschafft.

 

 

 

Oktober

 

Großes Jahr! In jedem Fass

schwillt der Wein zu süßer Schwere.

Herbst berauscht ohn Unterlass

wo ich liebe und begehre.

 

Weiß ich noch von Lieb und Hass

wenn ich herbstlich so sie büße?

Licht! Oh, Licht wird niemals blass

wo ich liebe, wo ich grüße.

 

 


972206-5ab05137aa82a1d04d0dc644cf769e94.jpg
Rudolf G. Binding (13 augustus 1867 – 4 augustus 1938)
  

Basel

 

 

 

De Russische schrijver en muziekcriticus Prins Vladimir Fjodorovitsj Odojevski werd geboren op 13 augustus 1803 in Moskou. Zie ook mijn blog van 13 augustus 2010

 

Uit: Prinzessin Mimi. Prinzessin Zizi (Vertaald doo rPeter Urban)

 

“Ihr gefiel es, auf Bällen das Parkett nicht zu verlassen, auf Abendgesellschaften nie die Zeit zum Nachdenken zu finden, immer einige Gefährten zum Ausritt um sich zu scharen; doch nie gestattete sie sich auch nur einen einzigen Blick, aus dem man hätte herauslesen können, daß sie dem einen den Vorzug vor dem andern gebe, weder heftiges Entzücken noch heftige Freude, noch heftige Erbitterung - kurz, nichts von dem, was die Seele in Bewegung versetzt: bei alledem, sei es aus Pflichtgefühl, sei es aus widernatürlicher Liebe zu ihrem Mann, - daß sie beweisen wollte, ihn nicht aus Berechnung geheiratet zu haben, - oder nur einfach deshalb, weil die oben genannte Bemerkung des Beobachters zutraf, oder schließlich aus einer Vereinigung all dieser Gründe, war die Baronesse ihrem Mann ebenso treu, wie ihr die Beauty treu war; ohne ihren Mann fuhr sie nirgendwohin aus, sie bat ihn sogar um Rat in Fragen ihrer Toilette; der Baron, seinerseits, zweifelte nicht an Elizas Anhänglichkeit, gestattete ihr zu tun, was immer sie wollte, und ergab sich in aller Ruhe seinen Lieblingsbeschäftigungen: morgens schnupfte er Tabak, abends spielte er Whist, und in der Zwischenzeit kümmerte er sich darum, Belohnungen für sich einzuheimsen. In der Stadt hatten die tugendhaften Damen längst den Gegenstand der Zärtlichkeiten der Baronesse ausgemacht; als sie jedoch zur allgemeinen Beratung zusammentraten, um die Frage zu lösen, nannte die eine den einen, die andere einen andern, die dritte einen dritten, und die Sache endete im Streit. Vergeblich gingen sie alle jungen Männer der Gesellschaft durch: Hatten sich alle auf den einen geeinigt, so heiratete dieser oder begann, eine andre zu hofieren, - es war zum Verzweifeln! Am Ende wurden die Wahrerinnen der Sittsamkeit der beständigen Mißerfolge überdrüssig: sie fanden, die Baronesse stehle ihnen nur die Zeit für die Beobachtung anderer Damen; einstimmig beschlossen sie deshalb, daß die Kunst der Baronesse, den äußeren Anstand zu wahren, Ausdruck einer höheren Sittsamkeit sei, daß man sie den andern Frauen als Beispiel hinstellen müsse, und verschoben den Fall der Baronesse bis zu möglichen, in der Zukunft auftretenden Umständen.§Die Baronesse wußte, daß Prinzessin Mimi zu diesem sittsamen Stande gehörte, sie wußte auch, daß dieser”

 

 

972206-03583ec33f93d0c05c0c4a440905d4a0.jpg
Vladimir Odojevski (13 augustus 1803 – 11 maart 1867)

 

 

 

 

De oudste zuster van de schrijvers Thomas en Heinrich Mann Julia Mann werd geboren op 13 augustus 1877 in Lübeck. Zie ook mijn blog van 13 augustus 2010

 

Uit: Das geerbte Unglück (Der Spiegel: Interview met familie Mann onderzoekster Marianne Krüll)

 

“SPIEGEL: In der Rückschau deutet sich ja alles einfach, und vieles wirkt schlüssig. Aber hätten die Brüder im Geiste der Familientradition nicht auch einen schwunghaften Getreidehandel betreiben können?

Krüll: Das glaube ich nicht. In meiner familiendynamischen Sicht ist das Entscheidende über die Mutter Julia gelaufen. Deren Vater war ja, wie auch der Mannsche Großvater, Kaufmann und lebte lange in Brasilien. Seine Tochter Julia hatte ein sehr ambivalentes Verhältnis zu ihrem Vater und verteilte entsprechende Botschaften an ihre Kinder.

SPIEGEL: Der Großvater selbst war ja für Thomas und Heinrich abwesend.

Krüll: Genau. Ich denke, die unbewussten Geschichten, die nicht gewussten Geschichten wirken am tiefsten, wenn sie nicht aufgearbeitet werden können. Julia hat ihre eigene Lebensgeschichte - dass ihre Mutter starb, dass ihr Vater sie als kleines Kind von Brasilien ins kalte Lübeck verpflanzte und sie dort ins Internat steckte - vertuscht und beschönigt. Ich denke, sie war erfüllt von tiefer Sehnsucht nach ihrer Heimat und voller Schmerz über den frühen Verlust der Mutter. Ihr Vater heiratete Julias liebste Tante und gründete erneut eine Familie, was Julia übel nahm - es kam ihr wie ein Verrat vor. Julia übertrug einige ihrer ambivalenten Gefühle auf ihre Söhne, unbewusst natürlich, und auf die Töchter Carla und Julia Elisabeth, die beide später Selbstmord verübten.

 

 

972215-b2cde6f0f535e5cb6cfb59467db5eee4.jpg
Julia Mann (13 augustus 1877 –10 mei 1927)

Moeder Julia, Julia, Heinrich en Thomas Mann 

 

 


Zie voor onderstaande schrijvers ook
mijn blog van 13 augustus 2010

 

De Amerikaanse schrijver Will Clarke werd geboren op 13 augustus 1970 in Shreveport, Louisiana. Zie ook mijn blog van 13 augustus 2007 en ook mijn blog van 13 augustus 2008 en ook mijn blog van 13 augustus 2009.

 

De Surinaamse schrijver Rappa (pseudoniem van Robby Jonathan Parabirsing) werd geboren in Paramaribo op 13 augustus 1954. Zie ook mijn blog van 13 augustus 2009.

 

De Franse schrijver en historicus Albert Sorel werd geboren op 13 augustus 1842 in Honfleur, Calvados. Zie ook mijn blog van 13 augustus 2007 en ook mijn blog van 13 augustus 2009.

Geschreven door Romenu om 16:30 Reageer op dit bericht

Thomas Mann, Hans-Ulrich Treichel, Marguerite Radclyffe Hall, Marcellus Emants

Op 12 augustus 1955 overleed de Duitse schrijver Thomas Mann. Zie ook mijn blog van 12 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Thomas Mann op dit blog.

 

Uit: Buddenbrooks

 

„Die allgemeine Munterkeit hatte nun ihren Gipfel erreicht, und Herr Köppen verspürte das deutliche Bedürfnis, ein paar Knöpfe seiner Weste zu öffnen; aber das ging wohl leider nicht an, denn nicht einmal die alten Herren erlaubten sich dergleichen. Lebrecht Kröger saß noch genau so aufrecht an seinem Platze wie zu Beginn der Mahlzeit, Pastor Wunderlich blieb weiß und formgewandt, der alte Buddenbrook hatte sich zwar ein bißchen zurückgelegt, wahrte aber den feinsten Anstand, und nur Justus Kröger war ersichtlich ein wenig betrunken.
Wo war Doktor Grabow? Die Konsulin erhob sich ganz unauffällig und ging davon, denn dort unten waren die Plätze von Mamsell Jungmann, Doktor Grabow und Christian frei geworden, und aus der Säulenhalle klang es beinahe wie unterdrücktes Jammern. Sie verließ schnell hinter dem Folgmädchen, das Butter, Käse und Früchte serviert hatte, den Saal - und wahrhaftig, dort im Halbdunkel, auf der runden Polsterbank, die sich um die mittlere Säule zog, saß, lag oder kauerte der kleine Christian und ächzte leise und herzbrechend.
"Ach Gott, Madamchen!" sagte Ida, die mit dein Doktor bei ihm stand, "Christian, dem Jungchen, ist gar so schlecht... "

 

 

 971572-5037f489eef451c07d33efd8b30ee3cf.jpg

Het graf van Thomas Mann in Kilchberg bij Zürich

 


"Mir ist übel, Mama, mir ist verdammt übel!" wimmerte Christian, während seine runden, tiefliegenden Augen über der allzu großen Nase unruhig hin und her gingen.
Er hatte das "verdammt" nur aus übergroßer Verzweiflung hervorgestoßen, die Konsulin aber sagte:
"Wenn wir solche Worte gebrauchen, straft uns der liebe Gott mit noch größerer Übelkeit! "
Doktor Grabow fühlte den Puls; sein gutes Gesicht schien noch länger und milder geworden zu sein.
"Eine kleine Indigestion... nichts von Bedeutung, - Frau Konsulin!" tröstete er. Und dann fuhr er in seinem langsamen, pedantischen Amtstone fort: "Es dürfte das beste sein, ihn zu Bette zu bringen... ein bißchen Kinderpulver, vielleicht ein Täßchen Kamillentee zum Transpirieren ... Und strenge Diät, - Frau Konsulin? Wie gesagt, strenge Diät. Ein wenig Taube, - ein wenig Franzbrot..."

 

 

 971572-7ef7cdbffe987ed33fa92fd1db0c48ea.jpg

Thomas Mann (6 juni 1875 - 12 augustus 1955)

 

 

 


De Duitse dichter en schrijver en germanist
 Hans-Ulrich Treichel werd geboren op 12 augustus 1952 in Versmold. Zie ook mijn blog van 12 augustus 2007 en ook mijn blog van 12 augustus 2008 en ook mijn blog van 12 augustus 2009 en ook mijn blog van 12 augustus 2010

 

Uit: Tristanakkord

 

Dann hatte es Georg, nach einigen Jahren musikalischen Stillstands, mit der Gitarre probiert. Auslöser für Georgs Gitarrenbegeisterung war eine Schallplatte mit einem grünen Etikett und der Aufschrift »Odeon«. Auf der Schallplatte war der erste Beatles-Song seines Lebens. Er dauerte 2 Minuten 27 Sekunden und hatte den Titel: »I want to hold your hand«. Der Song bemächtigte sich seiner so sehr, dass er schon nach dem ersten Hören wusste: Ich bin ein Beatle. Nun musste er nur noch das Gitarrenspiel lernen. Es fügte sich, dass in der Schule ein Gitarrenkurs angeboten wurde und dass sich schnell eine kleine Gruppe von Gleichaltrigen fand, die ebenso wie Georg eingebildete Johns, Georges oder Pauls waren. Alle hatten sie vorher noch niemals eine Gitarre in der Hand gehabt und somit die besten Voraussetzungen, das Instrument von Grund auf zu erlemen. Die Blockflöte schaffte vor allem Verlegenheiten, verlangte Unterwerfung und war für eine Popkarriere gänzlich ungeeignet. Anders die Gitarre, die eine rebellische Aura hatte und von der sich Georg einiges erhoffte. Er wollte kein aus dem Munde tropfender Flötenspieler mehr sein, sondem ein Held der Gitarre. Allerdings hatten schon die ersten Zupfversuche das bewunderte Saiteninstrument in gewisser Weise wieder in eine BIockflöte zurückverwandelt. In ein Instrument also, das vor allem Unterwerfung verlangte. Er hatte davon geträumt, die Luft elektrisch zu laden und Tonblitze in den Himmel zu schicken, und musste sich statt dessen monatelang anstrengen, um wenigstens ein notdürftiges »Auld lang syne« in einer mehr als schlichten Bearbeitung zupfen zu können. Da er trotz fleissigen Übens über dieses »Auld lang syne« niemals wirklich hinausgelangte, hängte Georg das Instrument an den Nagel und widmete sich fortan der Luftgitarre. Die Luftgitarre, der Name besagt es, besteht zu hundert Prozent aus Luft. Sie hängt an einem ledernen Luftgurt und ist, da es sich in der Regel um eine elektrische Gitarre handelt, an einen Luftverstärker und eine Luftbox angeschlossen. Es versteht sich, dass die Luftgitarre vor einem Luftpublikum gespielt wird. Nur die mutigsten tun es vor dem Spiegel. Auch Georg hatte es gelegentlich vor dem Spiegel getan. Bis zu dem Tag, an dem er in seinem Spiegelbild keinen strahlenden Gitarrenvirtuosen erblickt hatte, sondem einen etwas zu dick geratenen pubertären Knaben, blass, verschwitzt und ungelenk. Diesem Knaben wollte Georg nicht mehr begegnen. Er hängte ein Handtuch über den Spiegel und beschloss statt dessen, nur noch Schallplatten zu hören. Wenn Georg Schallplatten hörte, dann konnte er sein Spiegelbild vergessen.

 

 

971572-970aada9cd774b651deacac433e4d556.jpg
Hans-Ulrich Treichel (Versmold, 12 augustus 1952)

 

 

 

 

De Engelse dichteres en schrijfster Marguerite Radclyffe Hall werd geboren op 12 augustus 1880 in Bournemouth. Zie ook mijn blog van 12 augustus 2007 en ook mijn blog van 12 augustus 2008 en ook mijn blog van 12 augustus 2009 en ook mijn blog van 12 augustus 2010

 

 

If you were a Rose and I were the Sun

 

(Song)

 

IF you were a Rose and I were the Sun

 

What then, little girl, what then ?

I'd kiss you awake when day had begun,

 

My sweet little girl, what then ?

I'd waken you out of your valley of dreams

And open your heart with my passionate beams,

'Till you lifted your face to my ruddiest gleams,

 

My own little girl, yes then.

 

If you were the Earth and I were the Dew,

 

What then, little girl, what then ?

Why surely the thing all lovers would do,

 

My sweet little girl, what then ?

I'd steal through the twilight, o'er valley and lea,

And flood you with kisses, both tender and free

Till the soul in you throbbed with the love that's

in me,

 

My own little girl, yes then,

 

But I am a man and you are a maid,

 

What then, little girl, what then ?

You're cold in your pride, and I am afraid,

 

My sweet little girl, what then ?

If you cannot love me and I cannot die

There's nothing in life but the ghost of a sigh,

And the day growing dark 'neath a colourless sky ;

 

My own little girl, yes then.

 

 

 971572-0c196902e345f7006027196fd3663277.jpg

Marguerite Radclyffe Hall (12 augustus 1880 – 7 oktober 1943)

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver Marcellus Emants werd op 12 augustus 1848 in Voorburg geboren. Zie ook mijn blog van 12 augustus 2007 en ook mijn blog van 12 augustus 2008 en ook mijn blog van 12 augustus 2009 en ook mijn blog van 12 augustus 2010
 

Uit: Op zee

 

„En weer was hij vroeg bij de hand om snel, door het duistere, duffe gangetje en de saai schemerende kajuit heen, op te klimmen naar het brede, lichte, fris overwaaide dek.

Weer onderging hij die zonderlinge sensasie van zich roerloos en willoos, in een verdovende ontspanning, immer voort te voelen trillen door een lege ruimte naar een ledig eind.

Rusteloos eentonig stampte de masjiene toengatoenga, toengatoenga, toengatoenga; rusteloos eentonig beefde het stugge plankier onder zijn voeten; rusteloos eentonig sneed het hoogstille schip door het opklotsende water zijn breed-uit-schuimend spoor.

Melkwitte nevelwebben ragden nu aan over de eindeloos golvende wateren, die borrelend en sissend van de klievende boot wegvloeiden in diepe, dof grijze voren en verderop weer omhoog zwalpten tot lange, bleke, glinsterend overspatte ruggen. En die nevelen doezelden over hemelsblauw en horiezontlijn, mat witte vervloeiende plekken: op en neer zwevende, hier flets uiteenscheurende, ginds grijs aandichtende schimmen, terwijl brede zonlichtvallingen, neerzijgend door de dwarrelende dampen, verblindend opglanzende, fluks dovende schitterstrepen heentrokken over het zwaar wegdeinend gewiegel van de baren. -

 1)Bij de plaatsing van deze novelle acht de redactie het niet overbodig mede te deelen, dat het handschrift reeds den 19en Maart 1897 in haar bezit kwam. Op verzoek van den schrijver wordt zijn werk eerst nu geplaatst.

Nog was 't leeg op het pas geschrobde dek. Onder het strak gespannen, grauwe tentzeil stonden de druipende rieten vouwstoelen in een lange dubbele rij dicht opeen tegen de masjiene-kamer aan; daarvóór liep een zwaar gebaarde Engelsman snel stappend heen en weer, het blanke morgenlicht donker doorvlekkend. –„

 

 


971572-c68dbb5ef301d6f3d677879752ea175c.jpg
Marcellus Emants (12 augustus 1848 – 14 oktober 1923)

Portret door J.Bauwens


Zie voor nog meer schrijvers van de 12e augustus ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 18:08 Reageer op dit bericht

Anthony Swofford, Stefano Benni, Jacinto Benavente, Réjean Ducharme, Robert Southey

De Amerikaanse schrijver Anthony Swofford werd geboren op 12 augustus 1970 in Fairfield, California. Zie ook mijn blog van 12 augustus 2009 en ook mijn blog van 12 augustus 2010

 

Uit: Jarhead

 

“There is talk that many Vietnam films are antiwar, that the message is war is inhumane and look what happens when you train young American men to fight and kill, they turn their fighting and killing everywhere, they ignore their targets and desecrate the entire country, shooting fully automatic, forgetting they were trained to aim. But actually, Vietnam war films are all pro-war, no matter what the supposed message, what Kubrick or Coppola or Stone intended. Mr. and Mrs. Johnson in Omaha or San Francisco or Manhattan will watch the films and weep and decide once and for all that war is inhumane and terrible, and they will tell their friends at church and their family this, but Corporal Johnson at Camp Pendleton and Sergeant Johnson at Travis Air Force Base and Seaman Johnson at Coronado Naval Station and Spec 4 Johnson at Fort Bragg and Lance Corporal Swofford at Twentynine Palms Marine Corps Base watch the same films and are excited by them, because the magic brutality of the films celebrates the terrible and despicable beauty of their fighting skills. Fight, rape, war, pillage, burn. Filmic images of death and carnage are pornography for the military man; with film you are stroking his c----, tickling his b----- with the pink feather of history, getting him ready for his real First F---. It doesn't matter how many Mr. and Mrs. Johnsons are antiwar — the actual killers who know how to use the weapons are not.

We watch our films and drink our beer and occasionally someone begins weeping and exits the room to stand on the catwalk and stare at the Bullion Mountains, the treacherous, craggy range that borders our barracks. Once, this person is me. It's nearly midnight, the temperature still in the upper nineties, and the sky is wracked with stars. Moonlight spreads across the desert like a white fire. The door behind me remains open, and on the TV screen an ambush erupts on one of the famous murderous hills of Vietnam.”

 

 

 

 971568-92f73c928fa40baa37874149c83b984e.jpg

Anthony Swofford (Fairfield, 12 augustus 1970)





De Italiaanse schrijver, satiricus en journalist Stefano Benni werd geboren op 12 augustus 1947 in Bologna. Zie ook mijn blog van 12 augustus 2009 en ook mijn blog van 12 augustus 2010

 

Uit: The Story of First-Aid and Beauty Case (Vertaald door Chad Davidson Marella Morris)

 

“When the going gets tough
the tough get going.
—John Belushi

 

Our neighborhood is directly behind the train station. One of these days, a train will steal us all away, or perhaps we'll steal a train. Yes, because our neighborhood is called Slyhand: you come in with what you got, but you leave without it. Without what? Without car radio, without wallet, without dentures, without earrings, without tires. They'll even steal your chewing gum if you're not careful: there are kids who work in pairs, one gives you a kick in the balls, you spit out your gum, and the other one grabs it on the run. Just to give you an idea.

First-Aid and Beauty Case were both born here. First-Aid is a good kid, sixteen-years-old. His dad works as a tire beautician: that is, he steals new tires and sells them to replace the old ones. His mother has a dairy farm, the smallest dairy farm in the world. Pretty much just a fridge. First-Aid was conceived inside there, at thirty degrees below zero. When he was born, instead of placing him in a cradle, they put him in the oven to defrost.

Ever since he was little, First-Aid had a passion for motors. When his dad brought First-Aid to work with him, that is to go steal tires, he'd place First under the hood of the car. In this way, First spent a good deal of his childhood stretched out between the pistons, and mechanics really had no more mystery for him. At six-years-old he built by himself a tricycle powered by a blender. It did ten miles an hour on a half-gallon of milk shake. He had to dismantle it when his mom found out he was stealing her milk.

So he stole his first motorcycle, a Guzzi Imperial Black Mammuth 6700. To reach the pedals, he steered holding on underneath the gas tank, like a Koala Bear on the back of its mother: and the Guzzi itself seemed like the Flying Dutchman, because you couldn’t see anyone steering it.”

 

 

 971568-40628ce0b4ef2e489518004aadffa7b9.jpg

Stefano Benni (Bologna,12 augustus 1947)

 

 

 

 

 

De Spaanse dichter en schrijver Jacinto Benavente werd geboren in Madrid op 12 augustus1866. Zie ook mijn blog van 12 augustus 2009 en ook mijn blog van 12 augustus 2010

 

Uit: No Smoking  (No Fumadores, vertaald door John Garrett Underhill)

 

“Young Lady. For mercy's sake, mamma ! What will this gentleman think? I hope you don't mind mamma.

Lady. Keep quiet, for heaven's sake ! Such women !

And they didn't stop there. One of them, tired of gabbling, I suppose, takes out a book if you please, and settles herself down to read. And what a book ! There was a woman on the cover in her chemise, fanning herself.

Gentleman. Evidently hot. . . .

Lady. You needn't tell me it was hot.

The Gentleman, with a detached air, reaches for a hook which has been lying on tfie seat beside him.

Gentleman. You cannot always be sure. Sometimes the publishers — so as to attract attention — And then it turns out that there is nothing in the book, after all.

Lady. You needn't tell me. Why, didn't she begin to laugh right out loud, and the other one wanted to know what she was laughing at ? And she started in to read to her, at the top of her voice. It was too much for me this time.

There we sat in that compartment, helpless, wondering what was coming next. I made up my mind I'd have to ask them to show some consideration for the girl. I'd better have held my tongue ! How they did go for us ! I didn't ring the alarm and stop the train because I was too exoited. It isn't safe to travel with people who begin to gabble and talk the minute they lay eyes on you, and tell you all their private affairs just as if you were one of the family. People ought to be careful what they say. The very least that happens is that they tell you some scandal or dishonesty or something of the sort about Mr, So-and-so — that he is this way or that he is that way, and the next thing you know he turns out to be your father. And a person who would talk like that about your father, what wouldn't he say about your uncle or your cousins or any one else in the family .'* And there you are !

The Conductor enters.”.

 

 

 971568-9b275173ddd90d89262115787f293fa2.jpg

Jacinto Benavente (12 augustus 1866 – 14 juli 1954)

Portret door Joaquín Sorolla

 

 

 

 

De Canadese Franstalige schrijver Réjean Ducharme werd geboren op 12 augustus 1941 in Saint-Félix-de-Valois, Québec. Zie ook mijn blog van 12 augustus 2008 en ook mijn blog van 12 augustus 2009 en ook mijn blog van 12 augustus 2010

 

Uit: Les Enfantômes

 

« Le blan a toujours cygnifié pour moi la faîte, cymbalisé la disponibilité, l’envie soudaine de laisser tomber les vieux habits armés, cesser de dire non kankon a envie de oui. Le blan c’est le drapo de mon bato avec toi.» Et ma soeur avait signé ta tite Feuille. Et j ‘ai tout compris de travers, bien entendu. Et ça continue. Putain! »

(…)

 

“ A quoi bon fuir ? Oui, à quoi bon ? Puisque nul ne peut se quitter lui-même. Toute la sagesse de vivre tient là-dedans : savoir qu'il faut en sortir mais qu'on ne peut pas partir... »

 



971568-d39b4cf9d484267ff929dfd8ae4db011.jpg
Réjean Ducharme (Saint-Félix-de-Valois, 12 augustus 1941) 

 

 

 

 

 

De Engelse dichter en schrijver Robert Southey werd geboren in Bristol op 12 augustus 1774. Zie mijn blog van 12 augustus 2009 en ook mijn blog van 12 augustus 2010

 

 

The Battle Of Blenheim

 

IT was a summer evening,

Old Kaspar's work was done,

And he before his cottage door

Was sitting in the sun,

And by him sported on the green

His little grandchild Wilhelmine.

 

She saw her brother Peterkin

Roll something large and round

Which he beside the rivulet

In playing there had found;

He came to ask what he had found,

That was so large, and smooth, and round.

 

Old Kaspar took it from the boy,

Who stood expectant by;

And then the old man shook his head,

And with a natural sigh,

"'Tis some poor fellow's skull," said he,

"Who fell in the great victory.

 

"I find them in the garden,

For there's many here about;

And often when I go to plough,

The ploughshare turns them out!

For many thousand men," said he,

"Were slain in that great victory."

 

"Now tell us what 'twas all about,"

Young Peterkin, he cries;

And little Wilhelmine looks up

With wonder-waiting eyes;

"Now tell us all about the war,

And what they fought each other for."

 

"It was the English," Kaspar cried,

"Who put the French to rout;

But what they fought each other for

I could not well make out;

But everybody said," quoth he,

"That 'twas a famous victory.

 

"My father lived at Blenheim then,

Yon little stream hard by;

They burnt his dwelling to the ground,

And he was forced to fly;

So with his wife and child he fled,

Nor had he where to rest his head.

 

"With fire and sword the country round

Was wasted far and wide,

And many a childing mother then,

And new-born baby died;

But things like that, you know, must be

At every famous victory.

 

"They said it was a shocking sight

After the field was won;

For many thousand bodies here

Lay rotting in the sun;

But things like that, you know, must be

After a famous victory.

 

"Great praise the Duke of Marlbro' won,

And our good Prince Eugene."

"Why, 'twas a very wicked thing!"

Said little Wilhelmine.

"Nay ... nay ... my little girl," quoth he,

"It was a famous victory."

 

"And everybody praised the Duke

Who this great fight did win."

"But what good came of it at last?"

Quoth little Peterkin.

"Why, that I cannot tell," said he,

"But 'twas a famous victory."

 

 

 

 971568-ee31ef34323c15d0b7ff1e6c4770ad67.jpg

Robert Southey (12 augustus 1774 – 21 maart 1843)

Portret “English School”

Geschreven door Romenu om 18:05 Reageer op dit bericht

Ernst Stadler, Hugh MacDiarmid, Yoshikawa Eiji, Fernando Arrabal

De Duitse dichter Ernst Stadler werd geboren op 11 augustus 1883 in Colmar (Kolmar). Zie ook mijn blog van 11 augustus 2007 en ook mijn blog van 11 augustus 2008 en ook mijn blog van 11 augustus 2009 en ook mijn blog van 11 augustus 2010.

 


Aus der Dämmerung

 

In Kapellen mit schrägen Gewölben· zerfallnen Verließen

und Scheiben flammrot wie Mohn und wie Perlen grün

und Marmoraltären über verwitterten Fliesen

sah ich die Nächte wie goldne Gewässer verblühn:

 

der schlaffe Rauch zerstäubt aus geschwungnen Fialen

hing noch wie Nebel schwankend in starrender Luft·

auf Scharlachgewirken die bernsteinschillernden Schalen

schwammen wie Meergrundwunder im bläulichen Duft.

 

In dämmrigen Nischen die alten süßen Madonnen

lächelten müd und wonnig aus goldrundem Schein.

Rieselnde Träume hielten mich rankend umsponnen·

säuselnde Lieder sangen mich selig ein.

 

Des wirbelnden Frühlings leise girrendes Locken·

der Sommernächte Duftrausch weckte mich nicht:

Blaß aus Fernen läuteten weiße Glocken . .

Grün aus Kuppeln sickerte goldiges Licht . .

 

 

 

Die Rosen im Garten

 

Die Rosen im Garten blühn zum zweiten Mal. Täglich schießen sie in dickenBündeln

In die Sonne. Aber die schwelgerische Zartheit ist dahin,

Mit der ihr erstes Blühen sich im Hof des weiß und roten Sternenfeuers wiegte.

Sie springen gieriger, wie aus aufgerissenen Adern strömend,

Über das heftig aufgeschwellte Fleisch der Blätter.

Ihr wildes Blühen ist wie Todesröcheln,

Das der vergehende Sommer in das ungewisse Licht des Herbstes trägt.

 

 

 

Fluß im Abend

 

Der Abend läuft den lauen Fluß hinunter,

Gewittersonne übersprengt die Ufersenkung bunter.

Es hat geregnet. Alle Blätter dampfen Feuchte.

Die Weidenwildnis streckt mit hellen Tümpeln sich ins witternde Geleuchte.

Weiße Nebel sich ins Abendglänzen schwingen.

Unterm seichten Fließen dumpf und schrill die mitgezognen Kiesel klingen.

Die Pappeln stehn im Licht, traumgroße Kerzen dick mit gelbem Honigseimbeträuft –

Mir ist, als ob mein tiefstes Glück durch grüne Ufer in den brennenden Gewitterabendläuft.

 

 


970845-7792585891ad2962f4af3eb9d0c05311.jpg
Ernst Stadler (11 augustus 1883 – 30 oktober 1914)

Colmar

 

 

 

 

De Schotse dichter Hugh MacDiarmid werd geboren op 11 augustus 1892 als Christopher Marray Grieve in Langholm. Zie ook mijn blog van 11 augustus 2007 en ook mijn blog van 11 augustus 2008 en ook mijn blog van 11 augustus 2009 en ook mijn blog van 11 augustus 2010. 

 

The Eemis Stane ('the unsteady stone')

 

I' the how-dumb-deid o' the cauld hairst nicht
The warl' like an eemis stane
Wags i' the lift;
An' my eerie memories fa'
Like a yowdendrift.

 

Like a yowdendrift so's I couldna read
The words cut oot i' the stane
Had the fug o' fame
An' history's hazelraw
No' yirdit thaim.

 

 

 

 

The Little White Rose

 (To John Gawsworth)

 

The rose of all the world is not for me.

I want for my part

Only the little white rose of Scotland

That smells sharp and sweet—and breaks the heart.

 

 

 

 970845-cc76d55d3cc860eedc707207ea17f758.jpg

Hugh MacDiarmid (11 augustus 1892 – 9 september 1978)

Sculptuur van Alan Thornhill

 

 

 

 

De Japanse schrijver Yoshikawa Eiji werd geboren op 11 augustus 1892 in de prefectuur Kanagawa. Zie ook mijn blog van 11 augustus 2007 en ook mijn blog van 11 augustus 2008 en ook mijn blog van 11 augustus 2009 en ook mijn blog van 11 augustus 2010.
 

Uit: Musashi Vertaald door Werner Peterich)

 

"Nein, ganz gewiß nicht. Da kennst du mich schlecht!" Nach Atem ringend, sich auf den Ellbogen vorwärts schleppend und die Beine steif hinter sich herschleifend, kroch Matahachi Handbreit um Handbreit auf seinen Freund zu.
"Ich kann es kaum glauben, daß auch du davongekommen bist. Wir müssen die beiden einzigen Überlebenden sein."
"Freu dich nicht zu früh! Ich hab bis jetzt noch nicht versucht aufzustehen." "Ich helfe dir. Laß uns machen, daß wir hier rauskommen!"
Unter großen Mühen halfen die beiden Freunde einander auf. Langsam schafften sie humpelnd und den Arm dem anderen um die Schulter gelegt den Weg übers Schlachtfeld. In der Sicherheit der bewaldeten Hügel brachen sie zusammen, doch nachdem sie sich eine Weile ausgeruht hatten, machten sie sich auf die Suche nach etwas Eßbarem. Zwei Tage lang ernährten sie sich in den verschlammten Senken des Ibuki-Berges von wilden Kastanien und Kräutern.
Der Sturm am fünfzehnten hatte den Schlußpunkt der herbstlichen Wirbelstürme gebildet. Jetzt, nur zwei Nächte später, funkelte ein kalter weißer Mond grimmig vom wolkenlosen Himmel herab.
Die Freunde waren sich darüber im klaren, wie gefährlich es sei, im gleißenden Mondlicht unterwegs zu sein; ihre schattenhaften Umrisse boten jeder Patrouille, die unterwegs war, versprengte Samurai aufzugreifen, eine willkommene Zielscheibe. Den Entschluß, es dennoch zu wagen, hatte Takezo gefaßt. Da Matahachi so übel daran war, daß er erklärte, lieber wolle er in Gefangenschaft geraten als versuchen, sich zu Fuß weiter durchzuschlagen, mußten sie danach trachten, irgendwo eine Bleibe zu finden, um zu ruhen. Langsam glaubten sie auf diese Weise in Richtung auf die kleine Stadt Tarui vorzurücken.
"Schaffst du's?" fragte Takezo immer wieder. Er hatte sich den Arm seines Freundes über die Schulter gelegt, um ihm beim Gehen zu helfen. Matahachis keuchender Atem beunruhigte ihn.
"Alles in Ordnung." Matahachi bemühte sich, sich seine Verzagtheit nicht anmerken zu lassen, doch sein Gesicht war bleicher als der Mond über ihnen. Selbst wenn er seine Lanze als Krückstock benutzte, schaffte er es kaum, einen Fuß vor den anderen zu setzen.

 

 

 

970845-d9fa384325e5c9499c7ae149c6624a5b.jpg
Yoshikawa Eiji (11 augustus 1892 – 7 september 1962)





De Spaanse schrijver, dichter, dramaturg en cineast
Fernando Arrabal werd geboren in Melila, Spaans Marokko op 11 augustus 1932. Zie ook mijn blog van 11 augustus 2007 en ook mijn blog van 11 augustus 2008 en ook mijn blog van 11 augustus 2009 en ook mijn blog van 11 augustus 2010.
 

 

 

In memoriam Christian Dupeyron

Salut,  éditeur!

 

Tu  polissais l'œuf et la poule.

Tu cherchais exils et retours.

Tu fleurissais l'arbre et la vie.

Tu alliais signes et signaux.

Tu incendiais  oublis et naufrages.

 

 

Tu protégeais les jupes de ton poulailler.

Tu  déchiffrais le fil et le secret.

Tu accordais  questions et réponses.

Tu transformais  l'éternité et ses instants.

Tu rêvais sans chimère ni utopie.

 

 

Tu interrogeais la poule sur ses oeufs.

Tu sortais sur ta terrasse et tes étoiles.

Tu atteignais  astres et   astérisques.

Tu  visitais l'or et le pavillon.

Tu forgeais esprit et fantaisie.

 

 

Tu   argumentais avec ta poule  et ses labyrinthes.

Tu enrichissais lisières et chevelures.

Tu transmettais essence et existence.

Tu multipliais vagues et traces.

Tu glissais harmonieux et différent.

 

 

Tu pénétrais mes doutes avec ta poule.

Tu embrassais les espoirs sans épines.

Tu brisais grilles et intransigeances.

Tu piaffais sur le coursier du Big-bang.

Tu cherchais l'ineffable dans l'oeuf.

 

Tu arrivais à Baratavia et à moi,

livre après livre,

par les babels  de Babel.

Salut, éditeur!

 

 

 

 970845-eb0b994cb864d4e1ffef6224182c6b1e.jpg

Fernando Arrabal (Melila, 11 augustus 1932)



Zie voor nog meer schrijvers ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 16:18 Reageer op dit bericht

Andre Dubus, Alex Haley, Enid Blyton, Karl Hoche

De Amerikaanse schrijver en essayist Andre Dubus werd geboren op 11 augustus 1936 in Lake Charles, Louisiana. Zie ook mijn blog van 11 augustus 2009 en ook mijn blog van 11 augustus 2010.

 

Uit: Killings

 

'He walks the Goddamn streets,' Matt said.

'I know. He was in my place last night, at the bar. With a girl.'

'I don't see him. I'm in the store all the time. Ruth sees him. She sees him too much. She was at Sunnyhurst today getting cigarettes and aspirin, and there he was. She can't even go out for cigarettes and
aspirin. It's killing her.'

'Come back in for a drink.'

Matt looked at his watch. Ruth would be asleep. He walked with Willis back into the house, pausing at the steps to look at the starlit sky. It was a cool summer night; he thought vaguely of the Red Sox, did not
even know if they were at home tonight; since it happened he had not been able to think about any of the small pleasures he believed he had earned, as he had earned also what was shattered now forever: the
quietly harried and quietly pleasurable days of fatherhood. They went inside. Willis's wife, Martha, had gone to bed hours ago, in the rear of the large house which was rigged with burglar and fire alarms. They
went downstairs to the game room: the television set suspended from the ceiling, the pool table, the poker table with beer cans, cards, chips,
filled ashtrays and the six chairs where Matt and his friends had sat, the friends picking up the old banter as though he had only been away vacation; but he could see the affection and courtesy in their eyes Willis went behind the bar and mixed them each a Scotch and soda; he stayed behind the bar and looked at Matt sitting on the stool.

'How often have you thought about it?' Willis said.

'Every day since he got out. I didn't think about bail. I thought I wouldn't have to worry about him for years. She sees him all time. It makes her cry.'

'He was in my place a long time last night. He'll be back.'

'Maybe he won't.'

'The band. He likes the band.'

 

 

 

970833-24d21ca7db41023c40296b20edad5c08.jpg
Andre Dubus (11 augustus 1936 -  24 februari 1999)

In 1963 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Alexander Palmer Haley werd geboren in Ithaca (New York) op 11 augustus 1921. Zie ook mijn blog van 11 augustus 2009 en ook mijn blog van 11 augustus 2010.

 

Uit: Roots

 

“” Omoro then walked out before all of the assembled people of the village. Moving to his wife's side, he lifted up the infant and, as all watched, whispered three times into his son's ear the name he had chosen for him. It was the first time the name had ever been spoken as this child's name, for Omoro's people felt that each human being should be the first to know who he was.

The tan-tang drum resounded again; and now Omoro whispered the name into the ear of Binta, and Binta smiled with pride and pleasure. Then Omoro whispered the name to the arafang, who stood before the villagers.

"The first child of Omoro and Binta Kinte is named Kunta!" cried Brima Cesay.

As everyone knew, it was the middle name of the child's late grandfather, Kairaba Kunta Kinte, who had come from his native Mauretania into The Gambia, where he had saved the people of Juffure from a famine, married Grandma Yaisa, and then served Juffure honorably till his death as the village's holy man.

One by one, the arafang recited the names of the Mauretanian forefathers of whom the baby's grandfather, old Kairaba Kinte, had often told. The names, which were great and many, went back more than two hundred rains. Then the jaliba pounded on his tan-tang and all of the people exclaimed their admiration and respect at such a distinguished lineage.

Out under the moon and the stars, alone with his son that eighth night, Omoro completed the naming ritual. Carrying little Kunta in his strong arms, he walked to the edge of the village, lifted his baby up with his face to the heavens, and said softly, "Fend kiling dorong leh warrata ka iteh tee." (Behold-the only thing greater than yourself.)””

 

 

 970833-c83496b6643d02079a5b3a8a561cf1f9.jpg

Alex Haley (11 augustus 1921 - 10 februari 1992)

 

 

 

 

De Britse schrijfster Enid Blyton werd geboren in Londen op 11 augustus 1897. Zie ook mijn blog van 11 augustus 2009 en ook mijn blog van 11 augustus 2010.

 

Uit: The Magic Faraway Tree

 

“” The children read the note one after another.  Their eyes began to shine.  “Shall we go?” said Fanny.  “Better not,” said Jo.  “Something silly is sure to happen to us.  It always does.”

“Oh, Jo!  Do let’s go!” said Bessie.  “You know how exciting the Enchanted Wood is at night, too, with all the fairy folk about—and the Faraway Tree lit with lanterns and things.  Come on, Jo—say we’ll go.”

“I really think we’d better not,” said Jo.  “Dick might do something silly again.”

“I would not!” said Dick in a temper.  “It’s not fair of you to say that.”

“Don’t quarrel,” said Bessie.  “Well, listen—if you don’t want to go, Jo, Fanny and I will go with Dick.  He can look after us.”

“Pooh!  Dick wants looking after himself,” said Jo.

Dick gave Jo a punch on the shoulder and Jo slapped back.

“Oh, don’t!” said Bessie.  “You’re not in the Land of Do-As-You-Please now!”

That made everyone laugh.  “Sorry, Jo,” said Dick.  “Be a sport.  Let’s all go to-night.  Or at any rate, let’s go up the tree and hear what Silky and Moon-Face can tell us about this new land.  If it sounds at all dangerous we won’t go.  See?”

“All right,” said Jo, who really did want to go just as badly as the others, but felt that he ought not to keep leading the girls into danger.  “All right.  We’ll go up and talk to Silky and Moon-Face.  But mind—if I decide not to go with them, there’s to be no grumbling.”

“We promise, Jo,” said Bessie.  And so it was settled.  They would go to the Enchanted Wood that night and climb the Faraway Tree to see their friends.

It was exciting to slip out of bed at half-past eleven and dress.  It was very dark because there was no moon.

“We shall have to take a torch,” said Jo.  “Are you girls ready?  Now don’t make a noise, or you’ll wake Mother.”

 

 

 970833-6468d125ea272623306acd7d8b55161f.jpg

Enid Blyton (11 augustus 1897 - 28 november 1968)

 

 



De Duitse schrijver en satiricus
Karl Hoche  werd geboren in Ústí nad Labem (Schreckenstein), Bohemen, op 11 augustus 1936. Zie ook mijn blog van 11 augustus 2009 en ook mijn blog van 11 augustus 2010.

 

Uit: Ihr Kinderlein kommet nicht

 

“”Was war das für ein Mythos? Am Anfang gab es zwei Prinzipien, das Reich des Lichts und das Reich der Finsternis. Der Fürst der Finsternis drang in das Lichtreich ein, ihm stellte sich der von Gottvater gezeugte Urmensch, ein Lichtwesen entgegen. Er und seine Söhne wurden besiegt und von dem Finsterling verschlungen; damit war das Licht gefangen. Der Vater berief den Lebendigen Geist, der den Urmenschen befreite, die Lichtpartikel aber in der Finsternis beließ. Aus einigen Besiegten machte er Himmel und Erde, das Licht nahm er heraus und bildete damit die Sonne und den Mond. Der Fürst der Finsternis wollte auch Lichtgestalten schaffen, er ließ seine Kinder sich paaren und verschlang die Frucht. Dann paarte er sich mit seinem eigenen Weibe und erzeugte den Menschen. Dieser ist also ein Kind der Finsternis, aber er trägt das Licht in sich, das einst in den Söhnen der Finsternis war. Für den Menschen kommt es nun darauf an, durch Befreiung der Lichtpartikel und durch Abstinenz vom Finsteren sich immer mehr dem Lichtgott anzunähern. Der Same enthält das Licht, auch Pflanzensamen. Man aß also Pflanzen, die Samen enthielten, und man befreite seinen eigenen Samen so oft wie möglich aus der Finsternis des Körpers. Die Zeugung aber hätte bedeutet, das Licht erneut in die Gefangenschaft der Finsternis zu bringen.
    Bei Lichte betrachtet ist der Manichäismus nichts anderes als eine Fortsetzung der Gnosis mit phantasievolleren Mitteln. Mani liest sich wie Tolkien, und die Zeiten waren damals so mythensüchtig wie heute. Und wieder gab es asketische und geile Manichäer. Die einen wollten mit der Finsternis überhaupt nichts zu tun haben (da ist auch schon wieder die gefährliche Nähe zur christlichen "Jungfräulichkeit"), den anderen ging es darum, so viel Licht wie nur irgend möglich auszusenden, auf daß die Finsternis erleuchtet werde. Und wieder waren beide Richtungen gegen Ehe und Zeugung. [...]””

 

 

970833-fd20f01bfe870de4e1a117f43f709f9e.jpg
Karl Hoche (Ústí nad Labem, 11 augustus 1936)

De burcht Schreckenstein

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

70 Jaar Kees van Kooten, Alfred Döblin, Moses Isegawa, Mark Doty, Jerzy Pilch

De Nederlandse schrijver en cabaretier Kees van Kooten werd geboren op 10 augustus 1941 in Den Haag. Zie ook mijn blog van 10 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Kees van Kooten op dit blog. Kwees van Kooten viert vandaag zijn 70e verjaardag.

 

Uit: Scheren

 

‘Het is niet zoals er sommigen zijn die dit de laatste tijd overal schijnen rond te beweren (achter mijn rug en hun hand natuurlijk altijd hoor, zo doen de dames en heren wel, want kom je ze ergens gewoon tegen dan zijn ze een en al Hoe gaat het en ooh dan zie je er ineens ZO goed uit en dan vinden ze je toch ZO'N leuke broek aandragen en zo die dingen) maar ik herhaal dat het dus ABsoluut niet is dat ik het mij niet zou kunnen verOORloven, een elektries scheerapparaat.

Toevallig heb ik namelijk zojuist DUIZEND GULDEN op DE BANK gezet tegen een looptijd van achtenkwart procent over zeven jaar, dat ik dat sommetje daar rustig kan laten liggen staffelen, dus dan zou IK mij als diegene geen electries scheerapparaat kunnen behappen?! Nou al is het een electroniese digitaal-shaver met 24 koppen en ingebouwde elektret-mikrofoons - die koop ik namelijk ZO, als ik hem zou willen. Want dan wil ik diezelfde mensen die mij op deze insinuerende wijze rondstrooien wel even verklappen dat ik namelijk toevallig NOG EEN KEER DUIZEND GULDEN op een ANDERE BANK heb staan uitgroeien! En wel expres mijn bedje een beetje verspreid à zevenhalf procent over zes jaar tijds. Dus hiermee moge ik dan definitief het praatje van de wereld afdoen dat ik bepaalde zaken niet zou kunnen betalen. Ik kan ALLES betalen. Ik kan elk electries apparaat, ALS het maar bestaat, in huis halen, als ik hier behoefte voor zou voelen hebben. Wat mijn ogen zien, kunnen mijn handen neertellen. En of bepaalde mensen hier vooral goede nota van willen knopen! De enige reden dat ik geen electries scheerapparaat heb, is, dat ik geen electries scheerapparaat heb. Ik heb geen electries scheerapparaat omdat ik mij nog steeds niet electries scheer.

En wel hierom: dat ik mij nooit electries ben gaan scheren, maar altijd aan het mesje heb vastgehouden.

Aan extra haargroei blijft het bij mij bij mijn bovenlip (maar dan daarboven) en de Kin Rondom. Maar die moeten dan ook elke dag ontdaan worden. Een Baard als zodanig ontspringt mij echter niet. Met een eenvoudig Krabbertje scheer ik mijn gezicht binnen vier minuten Het Heertje. Tegen vieren 's middags, als mijn opkomende snor zijn “shadow” over mijn hoofd begint te “five o'clocken” schaaf ik de boel in een extra beurtje voor als ik ergens heenmoet wel eens opnieuw helemaal morgenschoon. Verder niks geen problemen. Wat mijn kwaliteit van Scheren aangaat draai ik ergens middenin het grote slappe mannenpeloton mijn rondjes”.

 

 

 970060-7bfac24cc4ec0c66b8571194c9175a49.jpg

Kees van Kooten (Den Haag, 10 augustus 1941)

In zijn rol van het vieze mannetje 

 

 

 


De Duitse schrijver
Alfred Döblin werd op 10 augustus 1878 geboren in Stettin. Zie ook
mijn blog van 10 augustus 2006 en ook mijn blog van 10 augustus 2007 en ook mijn blog van 10 augustus 2008 en ook mijn blog van 10 augustus 2009 en ook mijn blog van 10 augustus 2010

 

Uit: Berlin Alexanderplatz

 

“Das weiß ich, seufzte er in sich, daß ich hier rin muß und daß ich aus dem Gefängnis entlassen bin. Sie mußten mich ja entlassen, die Strafe war um, hat seine Ordnung, der Bürokrat tut seine Pflicht. Ich geh auch rin, aber ich möchte nicht, mein Gott, ich kann nicht.

Er wanderte die Rosenthaler Straße am Warenhaus Tietz vorbei, nach rechts bog er ein in die schmale Sophienstraße. Er dachte, diese Straße ist dunkler, wo es dunkel ist, wird es besser sein. Die Gefangenen werden in Einzelhaft, Zellenhaft und Gemeinschaftshaft untergebracht. Bei Einzelhaft wird der Gefangene bei Tag und Nacht unausgesetzt von andern Gefangenen gesondert gehalten. Bei Zellenhaft wird der Gefangene in einer Zelle untergebracht, jedoch bei Bewegung im Freien, beim Unterricht, Gottesdienst mit andern zusammengebracht. Die Wagen tobten und klingelten weiter, es rann Häuserfront neben Häuserfront ohne Aufhören hin. Und Dächer waren auf den Häusern, die schwebten auf den Häusern, seine Augen irrten nach oben: wenn die Dächer nur nicht abrutschten, aber die Häuser standen grade. Wo soll ick armer Deibel hin, er latschte an der Häuserwand lang, es nahm kein Ende damit. Ich bin ein ganz großer Dussel, man wird sich hier doch noch durchschlängeln können, fünf Minuten, zehn Minuten, dann trinkt man einen Kognak und setzt sich. Auf entsprechendes Glockenzeichen ist sofort mit der Arbeit zu beginnen. Sie darf nur unterbrochen werden in der zum Essen, Spaziergang, Unterricht bestimmten Zeit. Beim Spaziergang haben die Gefangenen die Arme ausgestreckt zu halten und sie vor- und rückwärts zu bewegen.

Da war ein Haus, er nahm den Blick weg von dem Pflaster eine Haustür stieß er auf, und aus seiner Brust kam ein trauriges brummendes oh, oh. Er schlug die Arme umeinander, so mein Junge, hier frierst du nicht. Die Hoftür öffnete sich ...”

 

 

970060-9b043a3aeb74a3e7dbbdf8015ad82154.jpg
Alfred Döblin (10 augustus 1878 – 26 juni 1957)

De Alexanderplatz in 1908

 

 

 

 

De Oegandese schrijver Moses Isegawa (pseudoniem van Sey Wava) werd geboren op 10 augustus 1963 in Kawempe in Oeganda. Zie ook mijn blog van 10 augustus 2008 en ook mijn blog van 10 augustus 2009 en ook mijn blog van 10 augustus 2010

 

Uit: Snakepit

 

“On the way to the hotel the events of the past weeks had rolled through his mind. A month ago he had completed his post-graduate degree at Cambridge University in Britain and decided to return to Uganda to seek his fortune. So much had happened during his time away. Fifty thousand Indians and 180,000 Africans from different countries had been expelled, leaving many places open in the civil service. It seemed that flag independence was giving way to economic independence, and he wanted to be part of it. He remembered the euphoria and uncertainty which had marked his arrival, the application letters to government ministries and parastatal organizations, and the encouragement from family and friends. Now he was on his way to meet the Minister of Power and Communications in the sanctity of his favourite toy, the Mirage Avenger. It looked almost too good to be true. He remembered exiting the car and walking on the red carpet to the steps, the wind in his face, all kinds of thoughts in his mind. Inside, he walked through a corridor to a comfortable compartment. The background was dominated by a huge portrait of Marshal Amin making the salute, huge fingers jutting, the medals on his chest shining. There were files on a table, a battery of golden Parker pens, a black telephone, and a general's woolen hat.
Suddenly, General Bazooka's imposing frame obstructed the light. He had emerged from another compartment and stood erect in an immaculate uniform adorned with medals, a gleaming holster at his side, a swagger stick in one hand. He measured Bat up for one long moment before stepping forward, bending a little and gripping his hand in a crushing handshake which was meant to show him who the boss was. He sat down with a grin on his face, commented on the fine weather, patted his hair, strapped himself in the seat and gave the order to take off.
"I am sure that we are going to have a very good working relationship. You can tell a man by the way he shakes hands. First, I am taking you on a tour. If at the end you are unimpressed, then I will interview somebody else. But I have never been wrong in my estimation of a man."

 

 


970060-c97dfdac0e63b2f52aea23137fa61b8c.jpg
Moses Isegawa (Kawempe, 10 augustus 1963)

 

 

 

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Mark Doty werd geboren op 10 augustus 1953 in Maryville, Tennessee. Zie ook mijn blog van 10 augustus 2009 en ook mijn blog van 10 augustus 2010

 

1. Faith

 

"I've been having these

awful dreams, each a little different,

though the core's the same-

 

we're walking in a field,

Wally and Arden and I, a stretch of grass

with a highway running beside it,

 

or a path in the woods that opens

onto a road. Everything's fine,

then the dog sprints ahead of us,

 

exicted; we're calling but

he's racing down a scent and doesn't hear us,

and that's when he goes

 

onto the highway. I don't want to describe it.

Sometimes it's brutal and over,

and others he's struck and takes off

 

so we don't know where he is

or how bad. This wakes me

every night, and I stay awake;

 

I'm afraid if I sleep I'll go back

into the dream. It's been six months,

almost exactly, since the doctor wrote

 

not even a real word

but an acronym, a vacant

four-letter cipher

 

that draws meanings into itself,

reconstitutes the world.

We tried to say it was just

 

a word; we tried to admit

it had power and thus to nullify it

by means of our acknowledgement.

 

I know the current wisdom:

bright hope, the power of wishing you're well.

He's just so tired, though nothing

 

shows in any tests, Nothing,

the doctor says, detectable:

the doctor doesn't hear what I de,

 

that trickling, steadily rising nothing

that makes him sleep all say,

vanish into fever's tranced afternoons,

 

and I swear sometimes

when I put my head to his chest

I can hear the virus humming

 

like a refrigerator.

Which is what makes me think

you can take your positive attitude

 

and go straight to hell.

We don't have a future,

we have a dog.

Who is he?

 

Soul without speech,

sheer, tireless faith,

he is that -which-goes-forward,

 

black muzzle, black paws

scouting what's ahead;

he is where we'll be hit first,

 

he's the part of us

that's going to get it.

I'm hardly awake on our mourning walk

 

-always just me and Arden now-

and sometimes I am still

in the thrall if the dream,

 

which is why, when he took a step onto Commercial

before I'd looked both ways,

I screamed his mane and grabbed his collar.

 

And there I was on my knees,

both arms around his nieck

and nothing coming,

 

and when I looken into that bewildered face

I realized I didn't know what it was

I was shouting at,

 

I didn't know who I was trying to protect."

 

 

 

970060-2cb49f388056ef46185ba93b0a513561.jpg
Mark Doty (Maryville, 10 augustus 1953)

 

 

 


De Poolse schrijver
Jerzy Pilch werd geboren op 10 augustus 1952 in Wisla. Zie ook mijn blog van 10 augustus 2009 en ook mijn blog van 10 augustus 2010

 

Uit: His Current Woman (Vertaald door Bill Johnston)

 

“By the by, thinks Kohoutek, I wonder how it's possible that no one ever goes into the stove room and yet everyone knows that there are three Skoczów woolen blankets on the wooden benches in there. A curious paradox. Kohoutek would like to pursue his inquiry, since he senses subconsciously that it may bring relief to his fraught nerves; but no such luck, there's no chance of relief as yet another fear pierces his body and soul like a darkling blade. What will happen tomorrow morning when at the crack of dawn everyone continues the search for the two-liter jar of beef meatballs which they had thus far failed to find? They might start looking in the old slaughterhouse, and if they don't find it in the old slaughterhouse they'll climb up to the attic of the old slaughterhouse, and then they're absolutely sure to find something, only it won't be a two-liter jar of beef meatballs, but instead they'll find my current woman. True, I did build her a shelter which the most meticulous searcher would never find; but they, the members of my family-they're bound to find it.
Kohoutek turns on his side and assumes the fetal position; and, as always when in the fetal position, his thoughts turn to crime. Best of all, he whispers to himself, seized with a sudden rage, best of all would be to kill her. I ought to get up, go out and kill her. When they find the body there'll be a row anyway, but not such a fearful one as if they'd found her alive. If they find her alive there'll be such a fearful row that they're all likely to end up killing each other. Father'll try to kill me, Grandfather will defend me so Father will kill Grandfather, Oma will kill Father, Mother will kill Oma, the Pastor will kill Mother, the Pastor's wife will kill the Pastor, then, taking advantage of the situation, since she's long hated her, Miss Wandzia's mother will kill the Pastor's wife, Miss Wandzia will kill her mother because she doesn't want to play the violin, I of course will be killed by my own wife, and the long and the short of it will be that for weeks on end everyone will be offended with everyone else to the point that no one will be speaking to anyone.”

 

 


970060-663f5023e2c2ada849c9ae63072dab54.jpg
Jerzy Pilch (Wisla, 10 augustus 1952)



Zie voor nog meer schrijvers van de 10e augustus ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 13:11 Reageer op dit bericht

Robin Pilcher, Jorge Amado, René Crevel, Blanca Varela, Barbara Erskine, Michail Zosjtsjenko, Philipp Nicolai, Joseph Bialot, Piet Bakker

De Britse schrijver Robin Pilcher werd geboren op 10 augustus 1950 in Dundee. Zie ook mijn blog van 10 augustus 2009 en ook mijn blog van 10 augustus 2010

 

Uit: The Long Way Home

 

Alloa, Scotland‚December 1988

As she left the driveway and ran down the narrow lane leading to the farm, the silence of that cold winter morning was absolute, save for the crunch of breaking ice as her Doc Martens stamped through the puddles that ran ribbon-like along the rutted track. Tears glistened on her rosy cheeks, but the broad smile on her face showed that they were due to the frigid air nipping at her brown eyes rather than from any feeling of unhappiness. In fact, Claire Barclay could not have been happier. The cold that penetrated her padded jacket and bit at her ears through the woolly hat she wore pulled over her short hennaed hair was counteracted by a tingling warmth flooding from deep within.

Because Claire Barclay was most definitely in love.

Actually, she had been in love with Jonas Fairweather, expert motor mechanic and budding champion rally driver, ever since she had first come to Scotland at the age of eleven, but even though she had spent nearly every day of the next seven years in his company, she had never told him. And he had never said anything to her. They had never even kissed.

So the question that had arisen on so many occasions in Claire's mind was when to broach this subject, and take their friendship from its present stage into one of deep and everlasting affection.

Today was the day, the time was right. She had finished with school and now had nine months to spend with Jonas before she went on to university at St. Andrews. And it was Christmas, the season of glad tidings. The previous evening, they had been together in the workshop, and they had talked and laughed while he worked on his car until well after eleven o'clock. When she left, his farewell had not been the usual muffled goodbye called out from the depths of the car engine. He had walked with her to the door and stood close, spinning a spanner in his hand, catching her eye and smiling at her. She had sensed then that something was going to happen, but he had just slipped the spanner into the pocket of his coveralls, pushed the door open and said, "See you tomorrow then."

 

 

 970053-1f8f9cb236ca6456f2391fb0fdce4889.jpg

Robin Pilcher (Dundee, 10 augustus 1950)

 

 

 

 

 

De Braziliaanse schrijver Jorge Amado de Faria werd op 10 augustus 1912 geboren in Ferradas, in de gemeente Itabuna. Zie ook mijn blog van 10 augustus 2007 en ook mijn blog van 10 augustus 2008 en ook mijn blog van 10 augustus 2009 en ook mijn blog van 10 augustus 2010

 

Uit: The War Of The Saints  (Vertaald door Gregory Rabassa)

 

"Look after her during the crossing. Pay particular attention at the mouth of the river–the currents are tricky there, and the wind blows hard. God go with you."
Aided by the vicar, the sexton, and Dona Canô, amidst the prayers and applause of a fidgety gathering of church biddies, the priest and the nun proceeded with the embarkation ceremony.
During the slippery descent, however, they preferred to entrust the litter that bore the figure on its pilgrimage into the seafaring hands of Master Manuel and his wife Maria Clara, who deposited it with reverential care in the stern of the sloop. There, standing erect, the majestic effigy of the Catholic saint looked like a ship's figurehead, a votive carving for the bow, a pagan and protective entity.
The Nun and the Priest
As the late afternoon breeze filled its proud sails, the sloop sped along with the saint.
At the helm, Master Manuel smiled at the reverend father and the good sister: Don't be afraid, Saint Barbara's in no danger.
Sitting alongside the litter, Maria Clara saw to the stability of the saint, prevented the lurching of the sloop from upsetting its balance. "Don't you worry," she had added to reassure them, while she examined and praised the extravagance of the lining of the litter, made with all the refinements of brocade and ribbon, trimming and lace fashioned for the occasion by the devout ladies of the sisterhood of Our Lady of the Good Death in the neighboring town of Cachoeira, pious old women, first-rate artists. Oh, if it had been up to them, the saint would have traveled all covered with gold and silver, old gold, sterling silver, but the director of the museum had peremptorily turned them down. He'd even refused the sisterhood's reliquary–nasty man!

 

 

 970053-dee1071f2c5cf0454f743d1c3f3393f0.jpg

Jorge Amado (10 augustus 1912 – 6 augustus 2001)

 

 

 

 

De Franse dichter en schrijver René Crevel werd geboren op 10 augustus 1900 in Parijs. Zie ook mijn blog van 10 augustus 2009 en ook mijn blog van 10 augustus 2010

 

 

Tu as le remords

 

Tu as le remords d'avoir tué ton père sans avoir même acquis cent années de souvenirs.
Toujours les neurasthénies comme des fleurs en mie de pain.
Si tu essayais du tric-trac.
Sautent les dés.
Homme ou femme?
Chien ou chat?
Mais il y aura le chien qui sera tout de même un chat,
encore la vieille chanson des départs qui restent
et puis ce fauteuil de bois.
Les poitrines n'ont plus qu'un sein tout en haut des corps sans sexes;
Ton enfance fut aux curés en jupes de femmes;
dans la crypte du Sacré-Coeur tu n'as pas su faire l'amour.
Un oiseau dans ton cerveau.
Cet oiseau sans voix,
cet oiseau qui n'a pas volé,
cet oiseau qui n'a pas chanté,
apte au seul frisson de l'inutilité.
Comme des frères il aimait,
les bateaux petits;
bateaux colibris,
leur essaim posé
n'a rien enseigné.
Rouille, sang de carcasses
figé dans la mort,
et puis toujours et puis encor
alentour une eau si lasse
avec le plomb des ménagères
trop souvent mères.
Tu as froid mais ne sait ni mourir ni pleurer.
Triste entre les quais méchants
que tout homme ici-bas méprise,
tu vas, fleuve des villes grises
et sans espoir d'océan

 

 

 970053-41d725f427233b1791c14c6b9761e439.jpg

René Crevel (10 augustus 1900 – 18 juni 1935)

 

 

  

De Peruaanse dichteres Blanca Leonor Varela Gonzáles werd geboren in Lima op 10 augustus 1926. Zie ook mijn blog van 10 augustus 2009 en ook mijn blog van 10 augustus 2010

 

 

Distant Yet Never So Close

 

distant yet never so close
we walk a sinking earth
lying down on her or simply standing
we feel the bucking of time
 
it's not about fearful flames
nor ungovernable seas
on this earth mind and body
have the same ebb and flow
in the air that lacks weight
since nothing differs in memory
from what we have seen or imagined 

we dream as we live
waiting without certainty or science
the only thing we suspect beyond question
the last chord in this vague music
which envelops us
 
sometimes doubt
explicit as a flower
persuades us with petals and signs
to swirl on our axis
to thirst
stained with ink to drink imagined lips
from the oldest and most mortal wineskin
 
the sky would be a dark place
a space of light
in the eye that looks at itself
in the hand that closes
to clutch hold of itself
out in the immense open
 
when all's said and done like the one who closes the coffin
or a letter
a ray of sunlight
will rise up like a sword to blind us
and gradually open the darkness
like an unexpectedly wounded fruit
like a door which hides nothing
and guards nothing more

Vertaald door Gwenn MacKeith

 

 

970053-c52340b13616ce21bbf2469545f1d3bd.jpg 

Blanca Varela (10 augustus 1926 - 12 maart 2009)

 

 

 

 


De Britse schrijfster
Barbara Erskine (eig. Barbara Hope-Lewis) werd geboren op 19 augustus 1944 in Nottingham. Zie ook mijn blog van 10 augustus 2009 en ook mijn blog van 10 augustus 2010

 

Uit: Lady of Hay

 

” London—1985

"Basically I like the idea,” Bet Gunning leaned across the table, her eyes, as they focused on Jo’s face, intense behind the large square lenses of her glasses.

Jo was watching her intently, admiring Bet’s professionalism after the relaxed lunch at Wheeler’s.

Their eyes met and both women smiled appreciatively. They had been friends for five years, ever since Bet had taken over as editor of Women in Action. Jo had been on the staff then, learning the trade of journalism. She learned fast. When she left to go freelance it was because she could name her figure for the articles she was producing.

“‘Anything Ethnic,’ ‘Medieval Medicine,’ ‘Cosmic Consciousness’—my God, what’s that?—‘Meditation and Religion’—you’ll have to keep that light—” Bet was going through the list in her head. “‘Regression: Is history still alive?’ That’s the reincarnation one, yes? I read an article about it somewhere quite recently. It was by an American woman, if I remember, and totally credulous. I must try to look it up. You will, of course, be approaching it from quite the opposite standpoint.”

Jo smiled. “They tried it on me once, at the university. That’s what gave me the idea. The world authority on the subject, Michael Cohen, tried to put me under—and failed. He gave me the creeps! The whole thing is rubbish.”

Bet gave a mock sigh. “Okay, Jo, show me the outlines. I’m thinking in terms of a New Year or spring slot so you’ve got plenty of time. Now, what about illustrations? Are you fixed up or do you want them done in house?”

“I want Tim Heacham.”

“You’ll be lucky! He’s booked solid these days. And he’d cost.”

“He’ll do it for me.”

Bet raised an eyebrow. “Does he know that?”

“He will soon.”

“And what will Nick say?”

Jo’s face tightened for a moment. “Nick Franklyn can go take a running jump, Bet.”

“I see. That bad?”

“That bad.”

“He’s moved out?”

“He’s moved out. With cream, please.” Jo smiled up at the waiter who had approached with the coffeepot.

 

 

970053-8d1015da8e03a7c5bbc6c3a68f0beccc.jpg
Barbara Erskine (Nottingham, 10 augustus 1944)

 

 

 

 

 

Zie voor onderstaande dichters ook mijn blog van 10 augustus 2010

 

De Russische schrijver Michail Michailovitsj Zosjtsjenko werd geboren in Sint-Petersburg op 10 augustus 1895.

 

De Duitse dichter en pastor Philipp Nicolai werd geboren in Mengeringhausen op 10 augustus 1556

 

De Franse schrijver Joseph Bialot werd op 10 Augustus 1923 geboren in Warschau.

 

De Nederlandse journalist en schrijver Piet Bakker werd geboren in Rotterdam op 10 augustus 1897. Zie ook mijn blog van 10 augustus 2007 en ook mijn blog van 10 augustus 2009. (deel 2)

Geschreven door Romenu om 13:10 Reageer op dit bericht

Luuk Gruwez, Philip Larkin, Gerrit Kouwenaar, Henk Romijn Meijer

De Vlaamse dichter, prozaïst en essayist Luuk Gruwez werd geboren op 9 augustus 1953 te Kortrijk. Zie ook mijn blog van 9 augustus 2007 en ook mijn blog van 9 augustus 2008 en ook mijn blog van 9 augustus 2009 en ook mijn blog van 9 augustus 2010.

 

 

Mutter Courage

 

Aan elke heer die bellen blies
in haar hoofd van waspoeder en zeep
bood zij haar mond van eeuwen aan,
haar hele ziel in ondergoed,

opdat zij niet voorbij zou gaan.
Maar debuterend in de malle troost
van kinderneuzen vol met snot,
heeft zij voor eeuwigheid geen tijd.

Het regent, maar zij blijft gezond,
gezond zoals een moeder moet
- een trage, weldoorvoede kloek,
voorgoed begraven in haar kroost.

Zo leert zij leven van recepten
en van remedies tegen zeer
dat, eer het komt, genezen wordt.
En eeuwigheid is kinderspel.

 

 

 

Lamento voor Juul

 

Juul heeft de allertraagste fiets,
bestemd om nergens aan te komen.
Hij loopt ernaast als naast een ouwe ezel
bepakt met ouwe ezelsdromen.
Maar nu is Juul plots dood.
Plots foetsie naar een beter niets?
Juul had zelf ook een ezelskop.
Waarschijnlijk van Henri Matisse.
Het is de vraag hoezeer hij niet meer is,
want niemand, niemand die hem mist.
Al is dit altijd zo geweest, het blijft baldadig triest
in alle straten waar hij loopt noch fietst.

 

 

 

Hoevenzavel

 

Men opent een raam en zegt Ziehier de wereld.
Men bootst het wonen na in tal van talen.
En het dorp wordt een stad en de stad
de wereld, als ging de hele wereld in een straat.
Soms staat men voor een horizon als voor een hek,
maar de straat wordt een dorp en de stad de wereld

die ruikt naar sjasliek, shish kebab en moussaká,
naar al dat elders van te ver en van te velen.
En men verlaat zijn straat, op zoek naar een dorp.
Men droomt van grootse liefdes in betere steden
en men kijkt uit het raam in een huis in een dorp.
En het dorp wordt een stad en de stad de wereld.

 

 

 

 969368-009ce6082c53c12f5c3034355fda9383.jpg

Luuk Gruwez (Kortrijk, 9 augustus 1953)

 

 

 

 

 

De Engelse dichter Philip Larkin werd op 9 augustus 1922 geboren in Coventry. Zie ook mijn blog van 9 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Philip Larkin op dit blog.

 


A Study Of Reading Habits

 

When getting my nose in a book

Cured most things short of school,

It was worth ruining my eyes

To know I could still keep cool,

And deal out the old right hook

To dirty dogs twice my size.

 

Later, with inch-thick specs,

Evil was just my lark:

Me and my coat and fangs

Had ripping times in the dark.

The women I clubbed with sex!

I broke them up like meringues.

 

Don't read much now: the dude

Who lets the girl down before

The hero arrives, the chap

Who's yellow and keeps the store

Seem far too familiar. Get stewed:

Books are a load of crap.

 

 

 

Ambulances

 

Closed like confessionals, they thread

Loud noons of cities, giving back

None of the glances they absorb.

Light glossy grey, arms on a plaque,

They come to rest at any kerb:

All streets in time are visited.

 

Then children strewn on steps or road,

Or women coming from the shops

Past smells of different dinners, see

A wild white face that overtops

Red stretcher-blankets momently

As it is carried in and stowed,

 

And sense the solving emptiness

That lies just under all we do,

And for a second get it whole,

So permanent and blank and true.

The fastened doors recede. Poor soul,

They whisper at their own distress;

 

For borne away in deadened air

May go the sudden shut of loss

Round something nearly at an end,

And what cohered in it across

The years, the unique random blend

Of families and fashions, there

 

At last begin to loosen. Far

From the exchange of love to lie

Unreachable insided a room

The trafic parts to let go by

Brings closer what is left to come,

And dulls to distance all we are.

 

 

 

Arrival

 

Morning, a glass door, flashes

Gold names off the new city,

Whose white shelves and domes travel

The slow sky all day.

I land to stay here;

And the windows flock open

And the curtains fly out like doves

And a past dries in a wind.

 

Now let me lie down, under

A wide-branched indifference,

Shovel-faces like pennies

Down the back of the mind,

Find voices coined to

An argot of motor-horns,

And let the cluttered-up houses

Keep their thick lives to themselves.

 

For this ignorance of me

Seems a kind of innocence.

Fast enough I shall wound it:

Let me breathe till then

Its milk-aired Eden,

Till my own life impound it-

Slow-falling; grey-veil-hung; a theft,

A style of dying only.

 

 

 

 969368-4dd91fb6cde09f58ab1b3bb64da18517.jpg

Philip Larkin (9 augustus 1922 – 2 december 1985)

 

 

 

 

De Nederlandse dichter Gerrit Kouwenaar werd op 9 augustus 1923 in Amsterdam geboren. Hij is vandaag dus 85 jaar geworden. Zie ook mijn blog van 9 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Gerrit Kouwenaar op dit blog.

 

 

10 mei 1994

 

Vanavond gehoord van je dood op een uur
dat de dag haast stilstond van vrede

 

maar onder een andere hemel verstreek een andere tijd
ontplofte het licht en je was verdwenen

 

hier in mijn schemer vonkt nog het oude volledige leven
en bekvecht het uitgesteld vlees met de geest

 

een verwonderde muze wacht op het donker en vlecht
nog een kraai en een nachtegaal tussen de regels

 

niets is voor niets geweest nu niets meer beweegt
voorgoed lig je vast in je taal en je tekens
in wat je steeds luider totaler verzwijgt -

 

 

totaal witte kamer

 

Laten wij nog eenmaal de kamer wit maken
nog eenmaal de totaal witte kamer, jij, ik

 

dit zal geen tijd sparen, maar nog eenmaal
de kamer wit maken, nu, nooit meer later

 

en dat wij dan bijna het volmaakte napraten
alsof het gedrukt staat, witter dan leesbaar

 

dus nog eenmaal die kamer, de voor altijd totale
zoals wij er lagen, liggen, liggen blijven
witter dan, samen -

 

 

 

in de boomgaard

 

Dichter, ik ben er weer even, ik schrok
in je wakker, loop met je mee
door de roerloze toekomst van ons verleden

 

alles is dichtgegroeid, aan dit leven
valt niets meer te doen, alles volledig
overal schemer, licht zonder hemel, is dit
een foto, waar de bodem, waar is
de steen op de zucht van de hond

 

je zit voor het raam, ik zie helder
wat ik niet zie, een lichaam bekneld
in zijn stilstand, zijn woorden

 

ooit zagen wij in een vitrine een steen
als de onmondige sprekend gelijkende
duurzame geest van een brood

 

dichter, niets rijmt op dood, ik streel
het ontaarde fluweel van mijn nachtgoed, ga weer
in je slapen -

 

 

 969368-4cf9190ad213dfb5e5256f89f2395ff0.jpg

Gerrit Kouwenaar (Amsterdam, 9 augustus 1923)

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver en taalkundige Henk Romijn Meijer werd geboren in Zwolle op 9 augustus 1929. Zie ook mijn blog van 9 augustus 2009.

 

Uit: Vanuit mijn raam gezien

 

“‘We nemen een slok en doen ons best om het proeven buiten te sluiten. Het lukt niet helemaal. Het vocht is een lauw anijswater dat ze van blokjes bereidt waaraan ze een wijnkleurige stof toegevoegd heeft, want vorig jaar zijn alle druiven door de hagel vernield.
In elk glas drijven twee of drie vliegen die in de fles zijn verdronken.
“We komen afscheid nemen!”
“Wat zegt u?”
“Afscheid!”
“Godverdomme!”
We zijn hier op een van de stilste plekken in een stille omgeving. De haan kraait nu en dan en heel ver weg gonst een brommer. Hij komt dichterbij en ploft zich met moeite tegen de heuvel op. Op het erf geeft hij een knal en slaat af.’

(…)

 

‘Hoewel menselijk gedrag zich niet laat voorspellen, geloven we wel dat het gevaar van de uitnodiging afgewend is en we trekken de lering dat je een oplossing niet moet forceren en de dingen op hun beloop moet laten.’

 

 

 

969368-99aa80cb5459149c2b556d508d7ca4a0.jpg
Henk Romijn Meijer (9 augustus 1929 – 23 februari 2008)




Zie voor nog meer schrijvers van de 9e augustus ook mijn vorige blog van vandaag.
Geschreven door Romenu om 14:30 Reageer op dit bericht

Linn Ullmann, P. L. Travers, Pierre Klossowski, Daniel Keyes, Leonid Andreyev, John Oldham, Izaak Walton

De Noorse schrijfster Linn Karin Beate Ullmann werd geboren op 9 augustus 1966 in Oslo. Zie ook mijn blog van 9 augustus 2007 en ook mijn blog van 9 augustus 2008 en ook mijn blog van 9 augustus 2009 en ook mijn blog van 9 augustus 2010.

 

Uit: A Blessed Child

 

“The Road

In the winter of 2005, Erika went to see her father, Isak Lövenstad. The journey was taking longer than expected, and she felt a strong urge to turn around and drive back to Oslo, but she pressed on, keeping her mobile phone on the seat beside her so she could ring him at any time and say that the visit was off. That she wasnt coming after all. That they would have to do it another time. She could say it was because of the weather, the heavy snowfall. The change of plan would have been a great relief to both of them.

Isak was eighty-four years old and lived by himself in a white limestone house on Hammarsö, an island off the east coast of Sweden. A specialist in gynecology, he had made his name as one of the pioneers of ultrasound. Now in retirement, he was in good health and his days passed pleasantly. All his basic needs were met by Simona, a lifelong resident of the island. Simona saw to it that he had a hot lunch and dinner every day; she gave the house a thorough weekly cleaning; she shopped, dusted, and did his laundry, of which there was not much. She also helped him with his annual income tax return and payments. Isak still had all his teeth, but in the past year he had developed a cataract in his right eye. He said it was like looking at the world through water.

Isak and Simona rarely talked to each other. Both preferred it that way.

After a long, full life in Stockholm and Lund, Isak had moved to Hammarsö for good. The house had stood empty for twelve years, during which time he had more than once considered selling it. Instead he decided to sell his flats in Stockholm and Lund and spend the rest of his life as an islander. Simona, whom Isak had hired back in the early seventies to help Rosa take care of the house (in spite of knowing that Rosa was the kind of woman, quite different from his previous wife and mistresses, who rarely needed help with anything, and especially not with the house, which by Rosa was kept to perfection), insisted that he allow her to take him in hand and cut his hair regularly.”

 

 

969363-2576bb339ac5a8eece473e9ce66e2e78.jpg
Linn Ullmann (Oslo, 9 augustus 1966)



 

De Australische schrijfster
Pamela Lyndon Travers werd als Helen Lyndon Goff op 9 augustus 1899 geboren in Maryborough in Australië. Zie ook mijn blog van 9 augustus 2009 en ook mijn blog van 9 augustus 2010.

 

Uit: Mary Poppins

 

"Ha!" said Mr. Banks, drawing in his head very quickly. "Admiral's telescope says East Wind. I thought as much. There is frost in my bones. I shall wear two overcoats." And he kissed his wife absentmindedly on one side of her nose and waved to the children and went away to the City. Now, the City was a place where Mr. Banks went every day--except Sundays, of course, and Bank Holidays--and while he was there he sat on a large chair in front of a large desk and made money. All day long he worked, cutting out pennies and shillings and half-crowns and threepenny-bits. And he brought them home with him in his little black bag. Sometimes he would give some to Jane and Michael for their money-boxes, and when he couldn't spare any he would say, "The Bank is broken," and they would know he hadn't made much money that day. Well, Mr. Banks went off with his black bag, and Mrs. Banks went into the drawing-room and sat there all day long writing letters to the papers and begging them to send some Nannies to her at once as she was waiting; and upstairs in the Nursery, Jane and Michael watched at the window and wondered who would come. They were glad Katie Nanna had gone, for they had never liked her. She was old and fat and smelt of barley-water. Anything, they thought, would be better than Katie Nanna--if not much better. When the afternoon began to die away behind the Park, Mrs. Brill and Ellen came to give them their supper and to bath the Twins. And after supper Jane and Michael sat at the window watching for Mr. Banks to come home, and listening to the sound of the East Wind blowing through the naked branches of the cherry-trees in the Lane. The trees themselves, turning and bending in the half light, looked as though they had gone mad and were dancing their roots out of the ground. "There he is!" said Michael, pointing suddenly to a shape that banged heavily against the gate. Jane peered through the gathering darkness. "That's not Daddy," she said. "It's somebody else." Then the shape, tossed and bent under the wind, lifted the latch of the gate, and they could see that it belonged to a woman, who was holding her hat on with one hand and carrying a bag in the other. As they watched, Jane and Michael saw a curious thing happen. As soon as the shape was inside the gate the wind seemed to catch her up into the air and fling her at the house. It was as though it had flung her first at the gate, waited for her to open it, and then had lifted and thrown her, bag and all, at the front door”

 

.

 969363-401751445c0ffa7b78f81427bb16c6f1.jpg

P. L. Travers (9 augustus 1899 – 23 april 1996)

 

 

 

 

 

De Franse schrijver, vertaler en schilder Pierre Klossowski werd geboren op 9 augustus 1905 in Parijs. Zie ook mijn blog van 9 augustus 2007 en ook mijn blog van 9 augustus 2009 en ook mijn blog van 9 augustus 2010.

 

Uit: Gide et Maître Pierre (post op blog e-gide) 

 

« Très vite, Gide abandonne l'idée d'en faire son secrétaire : Maître Pierre est bien trop artiste, insouciant voire négligent quand il s'agit de relire les épreuves des Faux monnayeurs ou de Si le Grain ne meurt que Gide lui a confiées... Il est donc décidé de l'envoyer au lycée Janson de Sailly en classe de philosophie. Gide devient son «répondant», une sorte de tuteur attentif mais exigeant comme en témoignent quelques lettres publiées en 1985* :
«Maître Pierre ne m'écrit pas, alors qu'il aurait tant de choses à me dire, et bientôt quand il voudra m'écrire, il ne saura par où commencer. Où en es-tu avec Yves ? Où en es-tu avec Mademoiselle Sutter ? Je ne sais presque rien de votre aventure, que par Marc, et très insuffisamment. Au revoir, enfant terrible. Tu as éveillé ma curiosité et mon affection. Tu te dois de les satisfaire.» (lettre datée du 22 mars 1924)
«Pour le moment je ne puis penser qu'à l'impasse où t'acculent ta négligence, ton désordre et ta légèreté.» (lettre datée du 25 avril 1924).
Les frères Klossowski gravitent encore pendant plusieurs années dans l'orbite gidienne comme on le voit dans les Cahiers de la Petite Dame : ils sont là pour aider aux préparatifs des départs au Congo et en URSS. Mais Pierre se trouve d'autres maîtres : Denis de Rougemont auprès de qui il est un temps tenté par le protestantisme, l'extravagant Louis Massignon pendant son expérience monastique...
Il revient à la vie laïque en 1947 et épouse Denise. Ce mariage met un terme à un itinéraire tortueux et tourmenté que Klossowski qualifie lui-même de «trop longue adolescence». Il ne sera plus question d'homosexualité sauf à la fin de sa vie - réminiscence gidienne ? - dans un contexte d'Eros socratique, notamment dans son livre L'adolescent immortel ».

 

 

 969363-6e25de39dfb67f59ad09be4ae4734594.jpg

Pierre Klossowski (9 augustus 1905 – 12 augustus 2001)

Hier met de schrijver Jacques Henric (links)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Daniel Keyes werd geboren in Brooklyn, New York op 9 augustus 1927. Zie ook mijn blog van 9 augustus 2007 en ook mijn blog van 9 augustus 2009 en ook mijn blog van 9 augustus 2010.

 

 Uit: Flowers for Algernon

 

“Dr Strauss rote some things on a peice of paper and prof Nemur talkd to me very sereus. He said you know Charlie we are not shure how this experamint will werk on pepul because we onley tried it up to now on animils. I said thats what Miss Kinnian tolld me but I dont even care if it herts or anything because Im strong and I will werk hard.

I want to get smart if they will let me. They said they got to get permissen from my familie but my uncle Herman who use to take care of me is ded and I dont rimember about my familie. I dint see my mother or father or my littel sister Norma for a long long long time. Mabye their ded to. Dr. Strauss askd me where they use to live. I think in brooklin. He sed they will see if mabye they can find them.

I hope I dont have to rite to much of these progris riports because it takes along time and I get to sleep very late and Im tired at werk in the morning. Gimpy hollered at me because I droppd a tray full of rolles I was carrying over to the oven. They got derty and he had to wipe them off before he put them in to bake. Gimpy hollers at me all the time when I do something rong, but he reely likes me because hes my frend. Boy if I get smart wont he be serprised."

 

 

 

 969363-6c9fbdd9d9bf09b2175b82a14632f4ac.jpg

Daniel Keyes (New York, 9 augustus 1927)

 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 9 augustus 2010.

 

 

De Russische schrijver Leonid Andreyev werd geboren op 9 augustus 1871 in Orjol. Zie ook mijn blog van 9 augustus 2009.

 

De Engelse dichter en vertaler John Oldham werd geboren in Shipton Moyne (Gloucestershire) op 9 augustus 1653. Zie ook mijn blog van 9 augustus 2009.

 

De Engelse schrijver Izaak Walton werd geboren in Stafford op 9 augustus 1593. Zie ook mijn blog van 9 augustus 2009.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Jostein Gaarder, Klaus Ebner, Birgit Vanderbeke, Gernot Wolfram, Nina Berberova

De Noorse schrijver Jostein Gaarder werd geboren op 8 augustus 1952 in Oslo. Zie ook mijn blog van 8 augustus 2007 en ook mijn blog van 8 augustus 2008 en ook mijn blog van 8 augustus 2009 en ook mijn blog van 8 augustus 2010

 

Uit: Das Kartengeheimnis

 

„Ich war einer von vielen, die nach dem Zweiten Weltkrieg einen neuen Zufluchtsort suchten. Halb Europa hatte sich in ein Flüchtlingslager verwandelt. Ein ganzer Erdteil lebte im Zeichen des Aufbruchs. Aber wir waren nicht nur politische Flüchtlinge, wir waren auch heimatlose Seelen, auf der Suche nach uns selber.
Ich mußte Deutschland verlassen, um mir ein neues Leben aufzubauen, aber für einen Unteroffizier der Armee des Dritten Reiches gab es nicht viele Fluchtmöglichkeiten. Ich gehörte nicht nur einer zerschlagenen Nation an; aus dem Land im Norden hatte ich auch eine zerschlagene Liebe mitgebracht. Die ganze Welt um mich herum lag in Scherben.
Ich wußte, ich würde nicht in Deutschland leben können, aber ich konnte auch nicht nach Norwegen zurückkehren. Am Ende schlug ich mich durch die Berge und gelangte iJ;l die Schweiz. Ich irrte einige verwirrte Wochen umher, doch dann kam ich nach Dorf und lernte den alten Bäcker Albert Klages kennen.
Ich kam aus den Bergen und war entkräftet vom Hunger und von den vielen Tagen meiner Wanderung, als ich das kleine Dorf entdeckte. Der Hunger ließ mich wie ein gehetztes Reh durch den dichten Laubwald rennen, dann brach ich vor einem alten Holzhaus zusammen. Ich hörte die Bienen summen und roch den Duft von Milch und Honig.
Der alte Bäcker muß es geschafft haben, mich ins Haus zu tragen. Als ich auf einer Pritsche erwachte, sah ich einen weißhaarigen Mann in einem Schaukelstuhl sitzen und Pfeife rauchen. Als er sah, daß ich die Augen öffnete, stand er sofort neben mir.
»Du bist nach Hause gekommen, lieber Sohn«, sagte er tröstend. »Ich wußte, daß du eines Tages an meine Tür kommen würdest. Um den Schatz zu holen, mein Junge.«
Dann muß ich wieder eingeschlafen sein. Als ich erwachte, war ich allein. Ich stand auf und ging hinaus auf die Vordertreppe. Dort beugte sich der Alte über einen Tisch aus Steinen. Auf der schweren Tischplatte stand ein schönes Glasgefäß. Darin schwamm ein bunter Goldfisch. Es kam mir gleich sehr seltsam vor, daß ein kleiner Fisch aus einem weit entfernten Meer so munter hier oben in den Bergen mitten in Europa herumschwimmen konnte. Ein Stück des lebendigen Meeres war in die Schweizer Alpen getragen worden”

 

.

 968757-aade0a03a93122109065e4463d81f27b.jpg

Jostein Gaarder (Oslo, 8 augustus 1952)

 

 

 

 

De Oostenrijkse schrijver Klaus Ebner werd geboren op 8 augustus 1964 in Wenen. Zie ook mijn blog van 8 augustus 2009 en ook mijn blog van 8 augustus 2010

 

Uit: Notruf

 

“Warum es ausgerechnet ein anderer Planet sein musste, wollte niemand beantworten, doch es führte wohl kein Weg daran vorbei, so klar lagen die Beweise seiner Existenz. Das Haus stand an der Straßenecke, weißgetüncht, die Architektur so, wie man sie von amerikanischen Vororten kennt, und gleich gegenüber, auf der anderen Straßenseite, wohnte eine arabische Familie, die erst kürzlich dort eingezogen war. In gewisser Weise suchten wir ja nach einem Ausweg, doch zweifelten wir nicht daran, dafür noch eine ganze Weile zu brauchen. Am Nachmittag schnappte Serena schließlich ihre Tuchent und stapfte hinüber zum Haus der Nachbarn, von denen wir noch immer nicht so recht wussten, ob sie uns wohlgesonnen waren oder heimlich an einer Bombe bauten. Serena wollte bei ihnen übernachten, weil ihr der Lärm in unserem Haus unerträglich geworden war, immerhin hatte Theo, völlig sinnlos, sogar die Kreissäge angeworfen, nur um ihr Kreischen zu hören, das er genüsslich als Schnurren abtat. Das halb versunkene Bullauge befand sich hingegen auf einem anderen Himmelskörper, mitten im Ozean schwimmend, dessen sattblaue Farbe auf mich völlig unnatürlich wirkte. Das Fensterglas ragte zur Hälfte aus dem Wasser, obwohl es wiederholt von sanftem Wellengeplätscher überspült wurde. Dahinter glaubte ich zwei Gesichter zu erkennen, Theos und mein eigenes, und wir blickten hinaus, schrien – anscheinend völlig tonlos – und klopften an die Scheibe, wollten irgendjemanden auf unsere missliche Situation aufmerksam machen, damit er uns helfe. Den Zusammenhang zwischen dem Bullauge und dem in der Sonne hell glänzenden Haus gelang mir nicht zu durchschauen, denn schließlich gerieten alle, die später ankommen sollten, geradewegs ins Innere des Gebäudes und nicht in das unwirkliche Meer. In der Zwischenzeit, nachdem Serena von dannen gezogen war, machte sich eine Stimmung der Verlorenheit auch in unserem Haus breit und zu dritt (ich hatte den Namen des Dritten vergessen, den ich seit Beginn unsympathisch fand) klagten wir über unser Leid und überlegten, wie wir Hilfe holen konnten, da wir auf keinen Fall die Araber anzurufen gedachten, denen wir misstrauten. Schon längst tapsten auf dem Bullauge die Möwen herum und wir erkannten, dass eine solche Anomalie wohl am besten geeignet wäre, die Aufmerksamkeit potenzieller Helfer zu erregen.”

 

 

968757-cafd1403b7c5288e3f186198be285dd5.jpg
Klaus Ebner (Wenen, 8 augustus 1964)

 

 

 

 

De Duitse schrijfster Birgit Vanderbeke werd geboren op 8 augustus 1956 in Dahme. Zie ook mijn blog van 8 augustus 2007 en ook mijn blog van 8 augustus 2008 en ook mijn blog van 8 augustus 2009 en ook mijn blog van 8 augustus 2010
 

Uit: Abgehägt

 

“Einmal hatte ich Meyer-Bromberger gefragt, was man mit solchen Büchern machen solle, und er hatte gesagt, Ihre Kollegen tragen sie meistens zum Antiquar, und ich hatte gesagt, aber sie sind noch in Plastikhüllen verpackt und ganz neu.
Nun, hatte er geantwortet, Sie können sie auch als Isoliermaterial verwenden, wenn Sie ein Haus bauen wollen. Bücher isolieren phantastisch. Allerdings brennen sie auch vorzüglich.
Meyer-Bromberger hält mich für beschränkt, und in gewisser Weise muß ich zugeben, daß er recht hat. Von seinem Standpunkt aus hat er natürlich recht; allerdings ist es ein Standpunkt, von dem aus sich Menschen in mehr oder weniger goldene Kühe verwandeln, und je weniger sie golden sind, um so beschränkter müssen sie sein. Schon wegen Meyer-Brombergers Prozenten.
Es ist noch nicht lange her, da gab es hier nur meine Bücher und Serges Bücher, Serges Noten, die Platten und Simmys Zeug, das sich manchmal hierher verläuft und dann nicht wieder zurückfindet in Simmys Zimmer.
Dann passierte dieses Mißverständnis, dieser Irrtum mit dem Erfolg von 'Als ob' und später der mit 'Sphinx', und natürlich haben solche Irrtümer trotz allem sehr erfreuliche Folgen, nicht nur für Meyer-Bromberger, sondern für Simmy und Serge und mich, aber eben nicht nur erfreuliche, weil offensichtlich sehr viele Leute sich falsche Vorstellungen machen. Im Grunde ist ein Mißverständnis ja nichts anderes, als daß jemand denkt, er hat etwas über einen blauen Elefanten gelesen, während er in Wirklichkeit etwas über ein grünes Nilpferd gelesen hat, und fortan besteht er auf einem blauen Elefanten, und ein Irrtum ist nichts anderes, als daß jemand denkt, er weiß, wie etwas ist, und wenn es dann anders ist, als er vorher gedacht hat, daß es ist, wird er ungeduldig mit dem, wie es ist, und versucht, es dazu zu bringen, so zu sein, wie er vorher gedacht hat, daß es ist und jetzt immer noch denken möchte, wie es ist, und wenn es viele Leute sind, die sich denken, daß jemand, dessen Foto in Zeitungen gewesen ist, gern von anderen Schicksale erzählt und Bücher geschickt bekommen möchte, dann schicken viele Leute so jemandem Schicksale und Bücher, und der Irrtum ist um so größer, je mehr Schicksale und Bücher so jemand erhält, der ja im übrigen nicht so jemand ist, sondern bloß er selbst, und dann weiß er nicht, was er machen soll mit den Büchern voller Kühe, die unsere eigenen Bücher bedrängen und wegdrängen und wahrscheinlich anstecken werden, so wie sie mehr und mehr werden und ihr Inhalt sich ungelesen verbreiten kann in unserer Wohnung, ohne daß jemand sie eingeladen hat oder lesen oder rausschmeißen würde, sie sind irrtümlich einfach angekommen, und jetzt sind sie da.
Wenn einer von uns ein Paket aufmacht, und es sind wieder Bücher drin, sagt er, ach bitte nein, nicht schon wieder.”

 

 

968757-f359e60258fdb1f72d66ebc04b2fd70e.jpg
Birgit Vanderbeke (Dahme, 8 augustus 1956)

 

 

 

 

De Duitse schrijver en journalist Gernot Wolfram werd geboren op 8 augustus 1975 in Zittau. Zie ook mijn blog van 8 augustus 2009 en ook mijn blog van 8 augustus 2010

 

Uit: Das Wüstenhaus

 

“Er faltete langsam die Briefseiten mit der Erzählung zusammen und verstaute sie in der Schublade seines Schreibtischs in einer Mappe, in der sich neben Zeitungsartikeln, Fotos und Majas Heft Notizen befanden, die er in der letzten Woche akribisch gesammelt hatte. Auf die Mappe hatte er mit schwarzem Stift in Druckbuchstaben das Wort »Insel« geschrieben. Er ging zum Fenster, goss sich frischen Kaffee in seine Tasse und blickte in den Hof hinaus. Die Männer des Transportdienstes standen vor der Restaurantküche und warfen sich gegenseitig Bierbüchsen zu, die sie aus einem Karton holten. Seit der Rückkehr aus Frankreich fiel es ihm schwer, sich auf seine Arbeit zu konzentrieren.
Warum ging ihm bloß die Begegnung mit Maja nicht mehr aus dem Kopf? Warum hatte er ständig das Bedürfnis, sie anzurufen, ihre Stimme zu hören und zu erfahren, wie es ihr ging? Und jetzt noch dieser merkwürdig lange, ausführliche Brief von ihrem Onkel, den er nicht mal kannte und der glaubte, Majas Verhalten rechtfertigen zu müssen. Die Bäume im Hof trugen immer noch kräftig grüne Blätter, obgleich einige von ihnen an den Rändern schon bräunlich zu werden begannen. Es wurde kälter.
In der Restaurantküche sah er die Leute, die nun die in Cellophanfolie eingehüllten Platten vom Mittagsbüfett abräumten und durch das Fenster mit den Männern des Transportdienstes redeten. Er erinnerte sich, dass er noch vor Kurzem daran gedacht hatte, in einem Zustand der Zuverlässigkeit angekommen zu sein, hier, an diesem vertrauten Ort, umgeben von seinen Sachen, den Bildern an der Wand, den in der Ecke aufgestapelten Exemplaren seines neuen Buches. Stattdessen hatte er nach dem Treffen mit Maja wichtige Termine abgesagt, hatte sich eine Pressekarte für die Ausstellung besorgt und sich bei den Behörden in Paris gemeldet, um seinen Aufenthalt in dem Hotel zu Protokoll zu geben.”

 

 

968757-8fbd0984fc3ace4f5e355a9a73098e6b.jpg
Gernot Wolfram (Zittau, 8 augustus 1975)




 

De Russische schrijfster Nina Nikolaevna Berberova werd geboren op 8 augustus 1901 in Sint Petersburg. Zie ook mijn blog van 8 augustus 2007 en ook mijn blog van 8 augustus 2008 en ook mijn blog van 8 augustus 2009 en ook mijn blog van 8 augustus 2010

 

Uit: The Little Stranger (Vertaald door Marian Schwartz)

 

“It was as if all the furniture in her soul had been rearranged: everything had changed. In Paris she had had a habitable, well-worn, not always comfortable, not always well-swept room, an old bookshelf over the sofa, a window looking out on another building. Now everything was different. Out her window were eucalyptus and orange tress, books lay on a pedestal table, though she didn’t know how they’d gotten there, the carpet was rolled up to reveal a beautiful waxed parquet floor that you could slide on. The day was meted out so that there was not time for self-contemplation. And at night sleep was sweet in her low, fresh bed.

(…)

 

Having lost my faith in everything once and for all, I’m like a simple peasant woman. I await a miracle. Miracles sometimes occur, of course, but on in an intact world. What kind of miracle can one expect in our, where everything is backwards: people are silent when they could speak out and speak when they should be silent; the sole act that can lead them to harmony is considered suicide. By leaving the world, I will merge with it.”.

 

 

 968757-bda79b5d896d7289c582455ee7999b0c.jpg

Nina Berberova (8 augustus 1901 – 26 september 1993)



Zie voor nog meer schrijvers van de 8e augustus ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 19:36 Reageer op dit bericht

Sara Teasdale, Hieronymus van Alphen, Marjorie Kinnan Rawlings, Zofia Kossak-Szczucka, Hitomi Kanehara, Flavia Bujor, Franco Biondi, Reinhold Hauschka

De Amerikaanse dichteres Sara Teasdale werd geboren op 8 augustus 1884 in St. Louis. Zie ook mijn blog van 8 augustus 2007 en ook mijn blog van 8 augustus 2008 en ook mijn blog van 8 augustus 2009 en ook mijn blog van 8 augustus 2010

 

 

Because

 

Oh, because you never tried
To bow my will or break my pride,
And nothing of the cave-man made
You want to keep me half afraid,
Nor ever with a conquering air
You thought to draw me unaware --
Take me, for I love you more
Than I ever loved before.

And since the body's maidenhood
Alone were neither rare nor good
Unless with it I gave to you
A spirit still untrammeled, too,
Take my dreams and take my mind
That were masterless as wind;
And "Master!" I shall say to you
Since you never asked me to.

 

 

 

Gray Eyes

 

It was April when you came
The first time to me,
And my first look in your eyes
Was like my first look at the sea.

We have been together
Four Aprils now
Watching for the green
On the swaying willow bough;

Yet whenever I turn
To your gray eyes over me,
It is as though I looked
For the first time at the sea.

 

 

 968733-684e7362de654fef90b3efb453f7b9cd.jpg

Sara Teasdale (8 augustus 1884 – 29 januari 1933)

 





De Nederlandse dichter en schrijver
Hieronymus van Alphen werd op 8 augustus 1746 geboren te Gouda. Zie ook mijn blog van 8 augustus 2006 en ook mijn blog van 8 augustus 2007  en ook mijn blog van 8 augustus 2008 en ook mijn blog van 8 augustus 2009 en ook mijn blog van 8 augustus 2010

 

 

De gezondheid

 

Gezondheid is een grote schat
Om vergenoegd te leven.
Ofschoon ik grote rijkdom had,
Wat voordeel zou het geven,
Zo ik, doorknaagd van angst en pijn,
Mij zelve tot een last moest zijn.

Maar zou ik dan mijn Vaders raad
Niet ijverig betrachten?
En gulzigheid en overdaad
Niet mijden en verachten?
Die nooit genoeg heeft voor zijn mond,
Leeft zelden vrolijk en gezond.

 

 

 

De ware vriendschap

 

Een vriend, die mij mijn feilen toont,
Gestreng bestraft, en nooit verschoont,
Heeft op mijn hart een groot vermogen;-
Maar...`t laag gemoed, dat altoos vleit,
Verdenk ik van baatzuchtigheid;-
Ik kan zijn bijzijn niet gedogen.
Die zelden prijst, spreekt vriendentaal:
Die altoos vleit, liegt menigmaal.

 

 

968733-352daff085661e909e9dd82d811534ed.jpg
Hieronymus van Alphen (8 augustus 1746 – 2 april 1803)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijfster Marjorie Kinnan Rawlings werd geboren op 8 augustus 1896 in Washington. Zie ook mijn blog van 8 augustus 2009 en ook mijn blog van 8 augustus 2010

 

Uit: The Yearling

 

“They watched after him indifferently. They were a sorry pair, he thought, good for nothing but the chase, the catch and the kill. They had no interest in him except when he brought them their plates of table scraps night and morning. Old Julia was a gentle thing with humans, but her worn-toothed devotion was only for his father, Penny Baxter. Jody had tried to make up to Julia, but she would have none of him.

"You was pups together," his father told him, "ten year gone, when you was two year old and her a baby. You hurted the leetle thing, not meanin' no harm. She cain't bring herself to trust you. Hounds is often that-a-way."

He made a circle around the sheds and corn-crib and cut south through the black-jack. He wished he had a dog like Grandma Hutto's. It was white and curly-haired and did tricks. When Grandma Hutto laughed and shook and could not stop, the dog jumped into her lap and licked her face, wagging its plumed tail as though it laughed with her. He would like anything that was his own; that licked his face and followed him as old Julia followed his father. He cut into the sand road and began to run east. It was two miles to the Glen, but it seemed to Jody that he could run forever. There was no ache in his legs, as when he hoed the corn. He slowed down to make the road last longer. He had passed the big pines and left them behind. Where he walked now, the scrub had closed in, walling in the road with dense sand pines, each one so thin it seemed to the boy it might make kindling by itself. The road went up an incline. At the top he stopped. The April sky was framed by the tawny sand and the pines. It was as blue as his homespun shirt, dyed with Grandma Hutto's indigo. Small clouds were stationary, like bolls of cotton. As he watched, the sunlight left the sky a moment and the clouds were gray.

 

 

968733-0122b53c1c5f4ca2b8a8ae36b9e6a484.jpg
Marjorie Kinnan Rawlings (8 augustus 1896 – 14 december 1953)

 

 

 

 

 

De Poolse schrijfster Zofia Kossak-Szczucka werd geboren op 8 augustus 1890 in Kośmin. Zie ook mijn blog van 8 augustus 2007 en ook mijn blog van 8 augustus 2010

 

Uit: Protest

 

“In the Warsaw Ghetto, behind walls separating it from the outside world, several hundred thousand condemned are awaiting death. There is no hope for any rescue, no help comes. Streets are patrolled by executioners, who fire at anyone who dares to leave his house. They also fire at anyone standing by the windows. On pavements rot unburied human corpses.

Daily shipments as ordered by the authorities are set at 8-10 thousand of victims. Jewish policemen are ordered to deliver them into the hands of German executioners. If they fail, they will be killed. Children unable to walk by themselves are loaded on wagons. The loading process is so cruel, that only a small number of them reaches the railway platform alive. Mothers seeing it go insane. The number of the insane from despair and horror equals the number of the shot-down.

There are railcars waiting at the platform. The executioners are forcibly packing over 150 captives in each one. Thick layers of lime and chlorine are put on the floor of railcars and splashed with water. The doors of the railcar are securely bolted. Trains sometimes start immediately after the load, however sometimes wait one or two days on the side rail... No one cares. Of the people packed so densely that the dead cannot fall down and are standing arm to arm with the living, of the people dying of the lime and chlorine gases, without air, a drop of water, without food - noone will survive. These death-trains, whenever and wherever they arrive will bring only dead bodies.”.



 968733-44bc4d477d9f4c973ba045d4d1e69ab4.jpg

Zofia Kossak-Szczucka (8 augustus 1890 – 9 april 1968)

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 8 augustus 2010

 

De Japanse schrijfster Hitomi Kanehara werd geboren op 8 augustus 1983 in Tokyo. Zie ook mijn blog van 8 augustus 2007 en ook mijn blog van 8 augustus 2009.

 

De Franse schrijfster Flavia Bujor werd geboren op 8 augustus 1988 in Roemenië. Zie ook mijn blog van 8 augustus 2007.

 

De Duitstalige schrijver Franco Biondi werd geboren op 8 augustus 1947 in Forli in Italië. Zie ook mijn blog van 8 augustus 2009.

 

De Duitse dichter en schrijver Reinhold Hauschka werd geboren op 8 augustus 1926 in Aussig in Bohemen. Zie ook mijn blog van 8 augustus 2009.

Geschreven door Romenu om 19:26 Reageer op dit bericht

Michael Roes, John Birmingham, Vladimir Sorokin, Cees Buddingh’, Garrison Keillor

De Duitse dichter, schrijver en filmmaker Michael Roes werd geboren op 7 augustus 1960 in Rhede. Zie ook mijn blog van 7 augustus 2007 en ook mijn blog van 7 augustus 2008 en ook mijn blog van 7 augustus 2009 en ook mijn blog van 7 augustus 2010.

 

Uit: Geschichte der Freundschaft

 

“Wir sitzen am Strand reden über sein Studium, über Literatur und Philosophie und über die Schwierigkeiten des Übersetzens. Plötzlich ändert sich sein Ton. Heute Nacht habe ich von dir geträumt, sagt er. Im Traum hattest du die Gestalt eines Elefanten. Aber ich wusste von Anfang an, dass du es warst. Zunächst fürchtete ich, du würdest alles zertrampeln, die Obstkisten vor den Geschäften, die Tische und Stühle vor den Cafés. Doch du bewegst dich ganz vorsichtig durch die enge Straße, lässt dich von den Kindern streicheln und hebst die Mutigeren von ihnen mit deinem Rüssel sogar auf deinen Rücken. Als du dann mich packst, bekomme ich doch Angst. Ich will etwas rufen, aber halte dann lieber den Mund, um den Elefanten nicht zu erschrecken.”

 

 

 968040-f209d11747f188bbc488561e543b9379.jpg

Michael Roes (Rhede, 7 augustus 1960)

 

 

 

 

De Australische schrijver John Birmingham werd geboren op 7 augustus 1964 in Liverpool, Engeland. Zie ook mijn blog van 7 augustus 2009 en ook mijn blog van 7 augustus 2010.

 

Uit: Final Impact

 

“D-Day. 3 May 1944. 0300 hours.

In transit.

The lead helicopter hammered across the English Channel at the edge of its performance envelope, close enough to the waves that Lieutenant Gil Amundson thought he could feel a fine mist of sea spray stirred up by their passage through the darkness.

The seven men in his chalk were quiet, each alone in his own cocoon of anticipation and fear. Amundson could hear Sergeant Nunez beside him, reciting rapid-fire Hail Marys, working through a set of rosary beads in what looked to the young cavalry officer like record time. Across the cabin Private Clarke was nervously tapping his heel on the steel plating of the floor, the tempo increasing until it sounded like one of those rock-and-roll drummers. Then he'd curse, punch himself on the leg, and go still for a moment before starting all over again.

On either side of him a couple of the boys were dozing fitfully. Or at least pretending to.

That's how it went the whole way across. Each man playing out what might be his last hour as he saw fit. Some checked their equipment, before checking their buddy's. Some leaned over to get a view of the invasion fleet as it headed for the coast. Corporal Gadsden craned his head skyward, the bulky lens of his Gen2 Starlite goggles tracking his gaze as he picked out Dakotas, gliders, Mustang night fighters, and, at one point, a squadron of Sabers miles overhead, all screaming toward France.

Amundson forced himself to go through the plan again. The rapid insertion, the assembly point for his platoon, the mental map of their objective.

He used what little space he had in the chopper to perform a set of isometric exercises, lest his butt fall asleep before they jumped into Hitler's front garden. He stretched his arms and legs and craned his neck from side to side, a full extension in each direction, which gave him a clear view of the rest of the cav squadron as it thundered toward the enemy in 132 Hueys, with another forty Cobra gunships riding shotgun".

 

 

968040-ad6e0a8bbdeff8f9517b6748dec3434a.jpg
John Birmingham (Liverpool, 7 augustus 1964)

 

 

 

 

 

De Russische schrijver Vladimir Sorokin werd geboren op 7 augustus 1955 in Bykovo bij Moskou. Zie ook mijn blog van 7 augustus 2007 en ook mijn blog van 7 augustus 2008 en ook mijn blog van 7 augustus 2009 en ook mijn blog van 7 augustus 2010.
 

Uit: Ice Trilogy

 

“Miss, would you deign to share this modest meal with me?” an old voice with a strange accent sounded next to her.

Olga lowered her eyes and saw an old man sitting alone at a table. All of the tables here were for two, but most of them were pushed together to form national groups. Virtually no loners remained. She hadn’t noticed this old man earlier.

“Believe me, I wouldn’t dare to insist. if you have other preferences, do not hesitate to follow them. But I would be extraordinarily touched even by your brief presence at this miserable little table.”

He spoke perfect, terribly old-fashioned English. But the accent indicated that the old man wasn’t English. Olga placed her tray on his table and sat down across from him.

“Marvelous. I thank you.” The old man stood, his shaking hands raising his napkin to his narrow, colorless lips and wiping them. “Let me introduce myself — Ernst Wolf.”

“Olga Drobot,” she said, reaching over the food to shake his hand.

The old man touched his lips to her hand. His bald head trembled slightly.

“You betrayed us with the Jerries.” The Russian table laughed caustically.

“Are you German?” Olga asked.

“Yes.”

“Why don’t you sit at the German table? There are so many of you here.”

“There are two reasons, my dear Miss Drobot. First, in the course of fifty-eight years of imprisonment, I have come to understand that solitude is a gift from on high. Second, I simply have nothing to talk about with my current compatriots. We have no common themes.”

“And you think that they will emerge with me?” Olga broke off a piece of her roll.

“You reminded me of a certain lady who was very dear to me. A very long time ago.”

“And it was only for this that you . . .” Olga lifted her fork to put a piece of fish in her mouth but suddenly realized exactly what he had told her. “What? Fifty-eight years? You’ve been here fifty-eight years?”

“Well, not exactly here.” He smiled, baring his old dentures. “But with them. With the Brothers of the Light.”

 

 

968040-4e5f8a4a9354abec01c3c9af41a947ce.jpg
Vladimir Sorokin (Bykovo, 7 augustus 1955)

 

 

 

 

De Nederlandse dichter en prozaïst Cees Buddingh’ werd op 7 augustus 1918 geboren in Dordrecht. Zie ook mijn blog van 7 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Cees Budding’ op dit blog.

 

 

Zo zijn onze manieren

 

op dfc-reünies
hoor je altijd veel sterke verhalen
maar zelden zo sterk en frappant
als dit jaar van leo van bruggen
hij (leo) zat op het gymnasium
toen zijn leraar nederlands over
moderne poëzie kwam te praten
en een aantal namen noemde
waaronder ook de naam 'buddingh'
'buddingh', zei leo, die ken ik wel:
die zit altijd elke zondag
bij ons op dfc'.
waarop de leraar sprak: 'jongen,
ga jij de klas maar uit!'

 

 

 

Een gedicht

 

Je krijgt de kaarten gedeeld, zelf mag je niets
uitzoeken, er hooguit één of twee
ruilen, en dan nog alleen een vier voor een zes,
of - als 't meezit - een tien voor een boer, verder moet je maar zien.

'Spelen maar!' roept een stem. Maar je kent zelfs de regels
niet. Hoe moet het? Wat doe je? Je schudt ze en legt
ze uit op de tafel. Misschien is 't toch best leuk. Soms lijkt het
net of er iets uitkomt: hapt er een vrouw in een aas.

Maar soms gooit er een hand plots een kaart op: je moet bekennen.
Je aarzelt, weet het niet, hijgt, bijt een stuk uit je lip:
onmiddellijk is de hand er met leukoplast.

'Dank je wel', zeg je. Maar moet je nu ook al de heer
en de negen opgooien? Dan houd je toch niets meer over?
En het schemert al half. En het licht doet het ook niet meer.

 

 

 

 968040-d104fc8059b5e3b755f34724472354c3.jpg

Cees Buddingh’ (7 augustus 1918 - 24 november 1985)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver en radiomaker Garrison Keillor werd geboren op 7 augustus 1942 in Anoka, Minnesota. Zie ook mijn blog van 7 augustus 2007 en ook mijn blog van 7 augustus 2008 en ook mijn blog van 7 augustus 2009 en ook mijn blog van 7 augustus 2010.
 

Uit: Good Poems: American Places

 

“In the classic tradition, poets strove for universality, and so Emily Dickinson did not tell us if the Horses whose heads turned toward Eternity were Percherons or Shetland ponies, nor if the narrow fellow in the grass was a black snake or a garter. Nor did Robert Frost have a specific boy swing on those birches, wearing U.S. Keds and blowing Fleer's bubblegum while singing "Alexander's Ragtime Band." Serious poets did not step in the mundane for fear it would date them, diminish the universality, and perhaps also because — well, because America was rather vulgar with all those asphalt parking lots and shopping malls — and poets felt obliged to rise above the vulgar immediate, up to the distant ideal.

The upward-striving poets are happy enough to drop European places into their work — In a café in Verona, I suddenly thought of my father — romantic places (Rome, Genoa, Venice, Paris of course) being preferable to Sweden or (arghh) Germany — which paid off twice: (1) you immediately elevated yourself by placing yourself in Paris, smoking a Gitane, sipping Pernod, walking in the footsteps of legends, and (2) you could write with a freer hand, knowing your American readers could not hold you so closely to account as they would if the poem were set in the middle of Kansas. And maybe the Upward-Strivers hoped their work might be lionized in the Times Literary Supplement — so, better to leave out the reference to one on, two out, in the bottom of the ninth.

 

 

968040-48459da0a5350138d31b4ff85d230b1f.jpg
Garrison Keillor (Anoka, 7 augustus 1942)



Zie voor nog meer schrijvers van de 7e augustus ook mijn vorige blog van vandaag.
Geschreven door Romenu om 20:23 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten