Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Tom Lanoye, Kristien Hemmerechts, David Rowbotham, Norah Lofts, Cecil Scott Forester

De Belgische dichter en schrijver Tom Lanoye werd geboren te Sint-Niklaas op 27 augustus 1958. Zie ook mijn blog van 27 augustus 2006 en ook mijn blog van 27 augustus 2007.

 

Uit: Kartonnen dozen

 

“De stilte viel toen een brede man met opgezette wangen, de woordvoerder van het fonds, het spreekgestoelte beklom. Na een theatrale pauze, waarin hij, zo leek het wel, elk kind afzonderlijk in de ogen trachtte te kijken, heette hij met ronkende stem iedereen hartelijk welkom, het jonge volkje in het bijzonder, en bezong vervolgens tot in de details ons nakende verblijf in de Ardennen, alsmede de inspanningen die het fonds en zijn medewerkers niet zouden nalaten zich daarbij te getroosten. Hij bleef maar praten en bezingen, tot het gekuch en het geschuifel, geproduceerd door ouders die wel wat beters hadden te doen, ook hem begonnen op te vallen. Met een sobere volzin sloot hij zijn uiteenzetting af, wenste de tienjarigen een heilzaam verblijf toe in de gezondste streek van West-Europa, dankte de aanwezige verwekkers voor het in het fonds gestelde vertrouwen, en gaf toen, eindelijk, met een hoofdknik aan zijn assistentes het sein voor de verdeling van de kartonnen dozen. Voorlopig echter waren deze dozen nog geen dozen. Ieder kind in het feestlokaal van de Christelijke Mutualiteiten kreeg twee bladen zo groot als een halve deur, van een weerbarstig dik en bruin karton waarin tal van vouwlijnen waren geperst. Op een van beide bladen stonden aan één kant ook zwarte lijnen en stippellijnen gedrukt, zoals die op de achterkant van een uitvergrote ansichtkaart zouden staan. Dit bedrukte blad was het deksel, het andere blad de bodem van een doos die thuis na enig gepuzzel en plakwerk zou ontstaan en de afmetingen zou hebben van een reiskoffer. En dat was het ook. Mijn eerste reiskoffer. Mijn eerste kartonnen doos.”

 

 

 

 

 

Lanoye
Tom Lanoye (Sint-Niklaas, 27 augustus 1958)

 

 

 

 

 

 

De Belgische schrijfster Kristien Hemmerechts werd geboren in Brussel op 27 augustus 1955. Zie ook mijn blog van 27 augustus 2007.

 

Uit: Een zuil van zout

 

“Er komen nog meer mensen de kerk binnen, maar ze nemen allemaal plaats in de rijen achter ons. Ik voel me veilig onder de sluier, vrij om te huilen of niet te huilen, gebeden te prevelen of niet, mijn ogen open te houden of niet. De pastoor begint te praten over 'pepe' dit en 'pepe' dat en het duurt even voor ik besef dat hij het over mijn vader heeft.
'Noemden jullie papa "pepe"?' fluister ik tegen mijn schoonzus.
'Neen, nooit,' fluistert ze terug.
'Misschien zitten we bij de verkeerde begrafenis,' fluister ik, maar Eva wijst met haar kin naar de kransen op de kist waarvan althans de opschriften kloppen.
'Misschien heeft de pastoor zich van begrafenis vergist,' fluister ik, maar Eva reageert niet. Ik kijk rond en herken familieleden, buren van vroeger, kennissen. Geen van hun gezichten verraadt verwondering, laat staan verbijstering.
'Pepe was een graag geziene gast. Waar hij ook...'
Er is gestommel in de kerk en ook mijn broer en zijn vrouw verlaten hun plaats om de hostie te ontvangen . Net als iedereen sta ik op, maar in plaats van aan te schuiven in een van de twee rijen langs de lijkkist, begeef ik me via de zijbeuk naar buiten.”

 

 

 

 

Hemmerechts
Kristien Hemmerechts (Brussel, 27 augustus 1955)

 

 

 

 

 

 

De Australische dichter, schrijver en journalist David Rowbotham werd geboren in Toowoomba.in de Darling Downs van Queensland op 27 augustus 1924. In WO II diende hij aan het front in de Grote Oceaan. Hij studeerde aan de University of Queensland en werkte vele jaren als journalist. Rowbotham onderhield heel wat internationale contacten en reisde vaak naar de VS. In 1994 verschenen zijn Selected Poems, waarin zijn werk over een periode van vijftig jaat verzameld was. Dat hij nog lang niet uitgeschreven was bewezen zijn veel geprezen Poems for America die in 2002 verschenen. In 2007 ontving hij de Patrick White Award.

 

 

          HARD AS ROCK

 

          Hard as rock, I hide where you hide,
          behind the abdication of Fontainebleau:
          every boy an emperor! The rain remembers
          as you do. Treading gutters home
          to malodorous castles in forests of afternoon,
          we spent ourselves shouting like Napoleon.
          We were granted the principality of islands
          hard as rock. We had worn a continent down.
     
          The day was crazed, as if it had dismounted
          from its only eminence to stand beside
          an ordinary horse. How many of us forage
          as we ravage greenslopes for unavailable courage?
          Hidden with you behind my bedrock eyes,
          I watch bystanders for possible enemies
          as all little majors who are emperors do,
          and ride helter-skelter after spectres of  Fontainebleau.

 

          

 

           HEARTLAND
                                  

           I close my eyes, I see the distance dance,
           I hear the detonation of mischance
           that fused the sand to glass and blew the light
           to blazes. The rivers of my heartland wait.
           I call them Mississippi and Missouri,
           great arteries of the inch and wild heart cherry,
           and I sleep in winter with beasts that want my night.
           I am their calm and warmth; my stove in the barn
           grazes the snow for them;  and rivers stay born.
           Because I have lived with the eagle of the prairie,
           I am this continent as long as its rivers last
           and no reaction burns them to old rope.
           An image has been taken from an anxious past 
           that shrinks them; and what may be, is heartless hope. 
                                                       

 

                  

 

 

                  THE TRAVELLING HOUSE

 

         

          Time is a house that travels, jogging down
          by horse and buggy to the parkland of the town
          where grandfather dismounts to give it a show of draughts;
          the board was metal and its pieces slung by shafts.
          He grooms his beard and wins the mornings for me
          in matches beneath the pepperina tree.

          I hand the mornings to my mother on her knees
          where they shine like a last resort and the checkered  years
          cease to crown us with their scrubbing pain;
          the house was time in a corrugated lane.
          I  pass them towards my father’s hammering lunch
          and there they warm white knuckles at a bench.

          This was my house and the givers of mornings it won;
          and it stands like the house I am that I pass on.

 

 

 

 

 

Rowbotham
David Rowbotham (Toowoomba, 27 augustus 1924)

 

 

 

 

 

 

De Britse schrijfster Norah Lofts werd geboren op 27 augustus 1904 in Shipham, Norfolk als Norah Robinson. Zij schreef meer dan vijftig boeken, merendeels historische romans, maar ook non-fictie en korte verhalen. Onder het pseudoniem Peter Curtis schreef zij ook detectives. Haar historische romans zijn in twee soorten te verdelen: biografische romans over koninginnen als Anne Boleyn en Catharina van Aragon, en romans die spelen in East Anglia in het fictieve stadje Baildown, (gemodelleerd naar Bury St. Edmunds). Verschillende van haar boeken werden ook verfilmd.

 

Uit: The Concubine

 

“BLICKLING HALL, NORFOLK. OCTOBER 1523

The serving woman went and knelt by the hearth and busied herself with the kindling of the fire. Every movement, every line of her body, proclaimed that she was making a concession to unusual circumstance. Fifteen years and almost as many small promotions lay between her and such a lowly task: but the room, the whole house except for the kitchen, was as cold and damp as the grave, and what was left of the household was in that state of disorganization possible only to one caught unawares in the moment of relaxation following a visit from its master who has just departed and unlikely to return for some time. So Emma Arnett, a practical woman, was lighting the fire.

She had, after all, been specially charged to look after her new mistress, the pale, thin girl, stony-eyed with misery, who now stood, still in her damp riding clothes, staring out at the lashing rain. It had rained almost all the way from London, and the state of the roads had added at least two days to the miserable journey. Unless the girl were soon warmed, and coddled a little, she'd come down with a cold, and to judge by the look of her, she was in no state to shake off even the most trivial indisposition.

"Even the wood is damp," Emma said. "Or I've lost my knack."

It was as well to draw attention to the fact that she, Lady Lucia's personal body-servant, was down on her knees, blackening her hands, doing a kitchen slut's work.

"It doesn't matter," the girl said in a dull, indifferent way. "We can go to bed."

"That we can't do, yet. Apart from the servants' pallets there's not a bed in the house fi t to sleep on. Those Sir Thomas and his company used, that might have been aired, are all out in the barn, emptied and being picked over. He complained that they were lumpy, as I've no doubt they were. That slit-eyed rogue that calls himself steward is as fi t for the job as I am to be Master of Horse."

The window rattled under the onslaught of wind and rain; what little smoke had gathered in the chimney gushed out again and drifted about the room.

"A fine homecoming," Emma Arnett said.

The girl brought her hands out from under her arms and began to rub them together.”

 

 

 

 

 

norah_lofts
Norah Lofts (27 August 1904 – 10 September 1983)

 

 

 

 

 

 

De Engelse schrijver Cecil Scott Forester (pseudoniem van Cecil Lewis Troughton Smith) werd geboren in Cairo, Egypte, op 27 augustus 1899. Zie ook mijn blog van 27 augustus 2007.

 

Uit: Hornblower and the Atropos

 

“Having climbed through the locks, the canal boat was now winding over the pleasant Cotswold country. Hornblower was bubbling with good spirits, on his way to take up a new command, seeing new sights, travelling in an entirely new way, at a moment when the entirely unpredictable English weather had decided to stage a clear sunny day in the middle of December. This was a delightful way of travelling, despite the cold.

"Your pardon for a moment, ma'am," said Hornblower.

Maria, with the sleeping little Horatio in her arms, gave a sigh at her husband's restlessness and shifted her knees to allow him passage, and he rose under the restricted height of the first-class cabin and stepped out through the forward door into the open bow of the passage boat. Here he could stand on his sea-chest and look round him. She was a queer craft, fully seventy feet long and, judging by eye as he looked aft, he would think hardly five feet in beam - the same proportions as had the crazy dugout canoes he had seen in use in the West Indies. Her draught must be less than a foot; that was clear as she tore along behind the cantering horses at a speed that must certainly be all of eight knots - nine miles an hour he told himself, hurriedly, for that was the way they measured speeds here inland.

The passage boat was making her way from Gloucester to London along the Thames and Severn Canal; going far more smoothly than the stage coach, it was very nearly as fast and decidedly cheaper, at a penny a mile, even in the first class. He and Maria with the child were the only first-class passengers, and the boatman when Hornblower had paid the fares had cocked an eye at Maria's condition and had said that by rights they ought to pay two children's fares instead of one. Maria had snorted with disdain at such vulgarity, while the onlookers chuckled.”

 

 

 

 

Forester
Cecil Scott Forester (27 augustus 1899 – 2 april 1966)



Geschreven door Romenu om 20:29 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

De blogger leest alles eerst na: je tekst verschijnt zodra die goedgekeurd is.

Christopher Isherwood, Guillaume Apollinaire, Jules Romains, Walter Helmut Fritz, Julio Cortázar, Joachim Zelter, Joachim Helfer, Jürgen Kross, Boris Pahor, Ludwig Aurbacher

De Brits-Amerikaanse schrijver Christopher Isherwood werd geboren op 26 augustus 1904 in Disley in het graafschap Cheshire in Engeland. Zie ook mijn blog van 26 augustus 2006 en ook mijn blog van 26 augustus 2007.

 

Uit: All the Conspirators

 

„'ALL the time the wind was south-west you were deadly keen on seals.'

'Was I? Allen idly stopped fumbling in the pocket of his coat, then asked with interest:
'Been seeing your friend the boatman again?'

'Yes. Why?'

'This meteorological knowledge.'

'I suppose you think I'm incapable of noticing anything for myself.'

'No.'

There were blue fishing-boats in the harbour pool. Allen could see them reflected in blots
of opaque colour on the glass of a framed engraving which faced the window. Sir Cloud­esley Shovel and his men drowning between the Gilstone and Retarriers, The blots did not seem to move, but the fishing-boats were dipping and rocking as gusts darkened the water. A web of fragile brilliance lay upon the pool and upon the distant waters of the Road. The dining-room was shadowy with reflected light.

'I can actually remember your saying: "at the Zoo they'll answer to obscene names: Milly and
Gertie.'"

'The seals aren't the point,' replied Allen, be­ ginning to clean his pipe.

Philip asked: 'Then what is?' merely to keep up the discussion. Like a becalmed kite, it re­quired continual jerks. Another argument oc­curred to him.

'There'd be eight of us in the launch.'

'Nine,' Allen corrected, 'including the boatman.'

'Well, then?'

'What?'

The light played over Philip's face, which was beginning to peel. Sunburn made it agreeable,
almost handsome. But against the dark blue sky and the rakish mop-headed palms of the hotel garden, Philip, in his townish clothes, looked plump and rather absurd. Or one could put it that, behind him, the gorgeous colours of the afternoon beyond the pane seemed crude, un­ real. He was smiling with exasperation.

'Well, then, what earthly difference can it make?'

'None.'

'Then you'll come?'

'No.'

'But, if it doesn't, why won't you?'

 

 

 

 

Christopher_Isherwood
Christopher Isherwood (26 augustus 1904 – 4 januari 1986)

 

 

 

 

 

De Franstalige schrijver en dichter Guillaume Apollinaire werd in Parijs geboren op 26 augustus 1880. Zie ook mijn blog van 26 augustus 2006 en ook mijn blog van 26 augustus 2007.

 

 

   À travers l'Europe

    À M. Ch.

    Rotsoge

    Ton visage écarlate ton biplan transformable en hydroplan
    Ta maison ronde où il nage un hareng saur
    II me faut la clef des paupières
    Heureusement que nous avons vu M. Panado
    Et nous sommes tranquilles de ce côté- là
    Qu'est-ce que tu vois mon vieux M. D...
    90 ou 324 un homme en l'air un veau qui regarde à travers

    le ventre de sa mère

    J'ai cherché longtemps sur les routes
    Tant d'yeux sont clos au bord des routes
    Le vent fait pleurer les saussaies
    Ouvre ouvre ouvre ouvre ouvre
    Regarde mais regarde donc
    Le vieux se lave les pieds dans la cuvette
    Una volta ho inteso dire Chè vuoi
    Je me mis à pleurer en me souvenant de vos enfances

    Et toi tu me montres un violet épouvantable

    Ce petit tableau où il y a une voiture m'a rappelé le jour
    Un jour fait de morceaux mauves jaunes bleus
    verts et rouges
    Où je m'en allais à la campagne avec une
    charmante cheminée

    tenant sa chienne en laisse
    Il n'y en a plus tu n'as plus ton petit mirliton
    La cheminée fume loin de moi des cigarettes russes
    La chienne aboie contre les lilas
    La veilleuse est consumée
    Sur la robe ont chu des pétales
    Deux anneaux d'or près des sandales
    Au soleil se sont allumés
    Mais tes cheveux sont le trolley
    À travers l'Europe vêtue de petits feux multicolores

 

 

 

 

   Enfance

    Au jardin des cyprès je filais en rêvant,
    Suivant longtemps des yeux les flocons que le vent
    Prenait à ma quenouille, ou bien par les allées
    Jusqu'au bassin mourant que pleurent les saulaies
    Je marchais à pas lents, m'arrêtant aux jasmins,
    Me grisant du parfum des lys, tendant les mains
    Vers les iris fées gardés par les grenouilles.
    Et pour moi les cyprès n'étaient que des quenouilles,
    Et mon jardin, un monde où je vivais exprès
    Pour y filer un jour les éternels cyprès.

 

 

 

 
apollinaire_by_vlaminck_1903
Guillaume Apollinaire (26 augustus 1880 – 9 november 1918)

Portret van Guillaume Apollinaire door Maurice Vlaminck

 

 

 

 

 

 

De Franse dichter en schrijver Jules Romains, pseudoniem van Louis Henri Farigoule, werd geboren op 26 augustus 1885 in  La Chapuze. Zie ook mijn blog van 26 augustus 2007.

 

 

New York

 

New York, bouquet de bourgeons

Et furie de floraison.

Notre cime, notre ombelle.

New York, par où sort la sève,

Le bouillon d'en haut, l'écume

 

Et furie de floraison.

Notre cime, notre ombelle.

New York, par où sort la sève,

Le bouillon d'en haut, l'écume,

La jeune bave sucrée.

 

Les murs poussent, blancs, rapides,

Comme moelle de sureau ;

0 substance encore humide

Les buildings de trente étages,

De cinquante, cent étages,

Dressent par-dessus notre age

Des pylônes de bureaux.

 

Un flot de verre étincelle,

Une nuée de mica.

Les vitres volent, pollen

De ce printemps implacable.

Leur tourbillon qui s'élève

Colle après les parois neuves

Des durs palais verticaux.

 

 

 

 

Ēcoles

 

Ce sont les écoles de campagne, les écoles perdues

Entre la lande et la pierraille, entre les bois et les labours

Il y en a près des hameaux où les chemins font carrefour ;

D'autres qu'entoure le village et d'autres à l'entrée du bourg

Celles aussi qu'on a bâties à l'écart sur un monticule.

Et si nos yeux pouvaient franchir cette brume qui traîne au bout,

Ils en verraient d'autres monter d'un terrain noir contre une usine,

Pâles écoles de banlieue où l'air sent le fer et le soufre ;

Et d'autres bien creusées de cours naître du cœur des grandes villes.

 

 

 

 

 

 

 

Romain
Jules Romains (26 augustus 1885 – 14 augustus 1972)

Portret door Paul-Émile Becat

 

 

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Walter Helmut Fritz werd geboren op 26 augustus 1929 in Karlsruhe. Zie ook mijn blog van 26 augustus 2007.

 

 

Das offene Fenster

 

Das Fenster öffnet sich auf den neuen Tag, in dem viele Tage sind; auf einen Mann und eine Frau, die am Ufer entlang gehen; den Rhein, der auch befahrbar blieb, als das Land unter Eis und Schnee lag. Stromaufwärts, stromabwärts atmende Nähe und Fernsicht, die daran erinnert, Träume und Fluchtpunkte ernst zu nehmen. Das Wasser führt seinen Sand, seine Dunkelheiten und Lichter mit sich. Die Augen folgen einem der Lastkähne, von dem jemand herüberwinkt. Mit schwindelerregendem Leben zieht der Fluß fort wie das mörderische Jahrhundert, das sich auf und davon macht. Wellengeräusche. Wellenkämme, die nachglänzen und zerbrechen. Davor jetzt ein Rudel tobender Hunde.

 

 

 

 

 

So gibt ein Wort das andere

(Dem Andenken Hans Arps)

 

Weißt du, was ich las? Die Störche packen ihre Schornsteine in ihre Koffer und ziehen in das Land der Pharaonen. Schneewittchen befreundet sich mit Hagelwittchen. Auf den Wendeltreppen sitzen Sterne mit Ohrringen. Eine Hand schlägt den Sommerregen und das Gras, das vom Himmel niederwächst, wie einen Vorhang zurück. Seen hängen senkrecht als Spiegel in den Bergen. Steine sind steinalt, manchmal sind sie wie Kinder, reden so dahin, und der Bildhauer glaubt nur zu gern, was sie reden. Die Ewigkeit raucht aus uns wie aus Pfeifen. Jeder von uns ist der Kern eines zukünftigen Engels. So gibt ein Wort das andere. Dada ist schön wie die Nacht, die einen jungen Tag in ihren Armen wiegt.

 

 

 

 

 

Fritz
Walter Helmut Fritz (Karlsruhe, 26 augustus 1929)

 

 

 

 

 

 

 

De Argentijnse schrijver Julio Cortázar werd geboren op 26 augustus 1914 in Brussel. Zie ook mijn blog van 29 augustus 2006 en ook mijn blog van 26 augustus 2007.

 

Uit: Cronopios and Famas

 

„The job of having to soften up the brick every day, the job of cleaving a passage through the glutinous mass that declares itself to be the world, to collide every morning with the same narrow rectangular space with the disgusting name, filled with doggy satisfaction that everything is probably in its place, the same woman beside you, the same shoes, the same taste of the same toothpaste, the same sad houses across the street, the filthy slats on the shutters with the inscription THE HOTEL BELGIUM. Drive the head like a reluctant bull through the transparent mass at the center of which we take coffee with milk and open the newspaper to find out what has happened in whatever corner of the glass brick. Go ahead, deny up and down that the delicate act of turning the doorknob, that act which may transform everything, is done with the indifferent vigor of a daily reflex. See you later, sweetheart. Have a good day. Tighten your fingers around a teaspoon, feel its metal pulse, its mistrustful warning. How it hurts to refuse a spoon, to say no to a door, to deny everything that habit has licked to a suitable smoothness. How much simpler to accept the easy request of the spoon, to use it, to stir the coffee.”

 

 

 

 

cortazar
Julio Cortázar (26 augustus 1914 - 12 februari 1984)

 

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver Joachim Zelter werd geboren in Freiburg im Breisgau op 26 augustus 1962. Zie ook mijn blog van 26 augustus 2007.

 

Uit: Die Lieb-Haberin

 

"Ich stehe vor dem Grab des Kanzlers der großen Koalition ...' Ich stand vor dem Grab des Kanzlers. Tatsächlich war das Grab ungewöhnlich groß, eher schon ein eigener Garten als nur ein großes Grab. Ich trug ein Tweedjackett, eine halblange Pumphose, eine Sonnenbrille, eine Aktentasche mit allerlei Utensilien, die den Eindruck forscherischer Umtriebigkeit und Verstiegenheit erzeugen sollten. Ich kam aus Oxford. Mein Arbeitsgebiet: Friedhöfe. Meine Leidenschaft: Friedhöfe. Meine Bezeichnung: Friedhofsoziologe ..."

 

 

 

 

 

Zelter_Joachim
Joachim Zelter (Freiburg im Breisgau, 26 augustus 1962)

 

 

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver Joachim Helfer werd geboren in Bonn op 26 augustus 1964. Zie ook mijn blog van 26 augustus 2007.

 

Uit: Das immerwährende Dingsbumsjahr

 

„Was haben Schiller, Einstein und die Befreiung vom Naziregime miteinander zu tun? Der Autor der 'Räuber' mit dem Sieg über die gewissenloseste und erfolgreichste Räuberbande aller Zeiten? Und was hat diese Befreiung eher mit dem geschichtsphilosophischen Idealismus des späteren Schiller zu tun als, zum Beispiel, mit der aufklärenden Vernunft eines Lessing?

Was verbindet den humanistischen Naturforscher Einstein eher mit Schiller als, zum Beispiel, mit dem humanistischen Naturforscher Goethe? Und warum macht der Bundeskanzler sein Amtsgebäude zur Litfasssäule für die Sentenzen des deutschen Denkers Einstein, nicht aber für, zum Beispiel, jene des deutschen Denkers Kant?

Gleichgeschaltete Kulturorgane

 

Darf man im Schillerjahr überhaupt in ein Stück von, sagen wir, Schnitzler gehen, und wenn ja: wo stünde eines auf dem Spielplan? Werden die Freunde Bachs im nächsten, dem Mozartjahr, durch regierungsamtliche Zwangsbeschallung aller öffentlichen Räume zum Erfinder der gleichnamigen Sahnetrüffel bekehrt?

Kakophonie jedenfalls, das vom Kanzler einst bei seinem Kabinett beklagte unharmonische Durcheinander allzuviel unterschiedlicher Stimmen, wird man den weitgehend gleichgeschalteten Staats-, Medien- und Kulturorganen dieser Tage nicht vorwerfen können. “

 

 

 

 

Helfer
Joachim Helfer (Bonn, 26 augustus 1964)

 

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Jürgen Kross werd geboren op 26 augustus 1937 in Hirschberg. Zie ook mijn blog van 26 augustus 2007.

 

 

wo denn ist grenze.
und
sind schon die steine gesetzt.

am fluchtweg.
ins
jenseits der worte.

 

 

 

 

 

Kross
Jürgen Kross (Hirschberg, 26 augustus 1937)

 

 

 

 

 

 

 

De Sloveense schrijver Boris Pahor werd geboren in Triëst op 26 augustus 1913. Zie ook mijn blog van 26 augustus 2007.

 

Uit: Blumen für einen Aussätzigen

 

“Der Appellplatz in Dachau gleicht einem zerbombten weiten Zigeunerlager. Wir müssen uns ausziehen, wir stehen nackt da, in den Strohsäcken auf dem Boden sind die waagrechten Glieder. Auf dem großen Platz liegen Holzlöffel und Holzschuhe und haufenweise Lumpen herum. Dürre Körper stehen auf aus den Lumpen, ihre schuppige Haut ist von den strichähnlichen hölzernen Rippen darunter gezeichnet. Aber auch leere Strohsäcke mit dem Eiter und Horn der Körper, die man schon davongetragen hat. Liegestätte zeitgenössischer Jobgestalten unter der bayerischen Sonne. Ein enormer Abfallplatz voll Körper und Unrat, mit weißen Bändern aus Papierverbänden umschlungen, wie mit den Spuren der unwählerischen und unerbittlichen Parze.
Eine lange Reihe von Körpern liegt schon entlang der Baracke neben dem Sezierraum, wo der Arzt mit Gummihandschuhen seine überflüssige Rolle schon ausgespielt hat. Die Körper haben alle einen dicken Zopf, vom Kinn bis zum Schritt geflochten. Sie lieben alle auf dem Rücken und sind wie Skelette, nur einer ist aufgedunsen und ganz blass.
"Dein Kamerad", sagt der Norwegerjunge, als ich vor Romaz anhalte.

 

 

 

 

Pahor
Boris Pahor (Triëst, 26 augustus 1913)



De Duitse schrijver Ludwig Aurbacher werd geboren op 26 augustus 1784 in Türkheim, Schwaben.

 

Geschreven door Romenu om 20:42 Reageer op dit bericht

Brian Moore, Charles Wright, Martin Amis, Johann Herder, Maxim Biller

De Ierse schrijver. Brian Moore werd geboren in Belfast op 25 augustus 1921 in een groot katholiek doktersgezin. Zijn middelbare schooltijd herinnerde hij zich als een ramp. In de Tweede Wereldoorlog trad hij in dienst van het Britse Ministerie voor Oorlogstransporten en was actief in onder meer Algerije, Italië en Frankrijk. In 1948 vestigde hij zich in Canada en verwierf het Canadese staatsburgerschap. Vanaf de jaren 1950 begon hij te schrijven, waarvoor hij zich altijd afzonderde van zijn gezin en vrienden. In 1964 hertrouwde hij met zijn tweede vrouw, Jean Denney, bij wie hij zich veel gelukkiger voelde. Een jaar later verhuisden ze naar Californië, waar hij in 1999 overleed. Zijn meest verkochte roman, The Lies of Silence (1990) is een thriller die speelt in Belfast. Moore maakte zich zorgen over de waanzin en 'dodelijke ziekte' waar Noord-Ierland volgens hem aan leed.

 

Uit: Catholics

 

“The fog lifted. The island was there. The visitor walked to the end of the disused pier and saw it across three miles of ocean, riding the sea like an overturned fishing boat. Morning sunlight moved along a keel of mountain, above valleys black as tarred boat sides.

He thought of Rome. Surprisingly, the order itself had little descriptive information. In the Lungotevere Vaticano he had been handed an out-of-print book: Weir’s Guide to Religious Monuments.

Muck Abbey, Kerry, Ireland. On a small island off the rocky panoramic coastline of the Atlantic Ocean known as “The Ring of Kerry.” The monastery, (Albanesian order), founded 1216, rebuilt 1400–1470, has a dependency, or cell, on the mainland, the priory of Holy Cross, at Mount Coom near the village of Cahirciveen. This priory, sacked by Cromwellian troops, was, in Penal times, a site for clandestine Mass, conducted in the open air on a “Mass rock” altar. The abbey itself (on Muck Island) escaped Cromwellian despoliation and sits on the western slope of the island overlooking a splendor of sea. From the abbey tower the visitor looks down on gray waves that curl on barren rock. The monks fish and gather kelp.

He had telephoned again before breakfast. The pretty girl at the desk in his hotel cranked up an incredibly old-fashioned device to call exchange. “We’re wanting Muck Island. No, Sheilagh, it’s all right, it’s for that priest who spoke to the island last night.

“There now, Father.” He took the receiver. A bell rang and rang.

“Muck Island One,” said a crackly voice, out in the Atlantic.

The visitor gave his name. He said he had been asked to call and check on the weather.

“What was your name again, now?”

“Kinsella. Father James Kinsella.” He had learned his lesson.

“Ah, Father Kinsella. We’ll send a boat for you, to be sure. Go down to the pier now, and Padraig will be along shortly.”

Gulls, searching the remains of fish, skimmed overhead, dipped to the brackish waters beneath. Behind him, at the end of the road that led to the pier, were three roofless concrete boat sheds, floored with weeds, smelling of urine and sheep droppings. A very old car, which he had thought abandoned, sat in one of the sheds. Yesterday, when he first drove down here searching the fog for a sight of the island, he had looked in at the car. A purple silk stole lay on the front seat. At the hotel, after dinner, he asked who had built this pier. No, the monks had not built it, the Irish government built it, years ago, before the fishing became polluted. At that time, there were some twenty families living on the island. “They’ve nearly all come out since. Scattered now, to the four ends of the world.”

 

 

 

 

moorebrian
Brian Moore (25 augustus 1921 – 10 januari 1999)

 

 

 

 

 

 

De Amerikaanse dichter Charles Wright werd geboren op 25 augustus 1935 in Pickwick Dam, Tennessee. Hij volgde opleidingen aan het Davidson College en de University of Iowa. In 1983 ontving hij de National Book Award voor Country Music: Selected Early Poems en de Pulitzer Prize for Poetry voor Black Zodiac in 1998. Voor zijn vertaling van Eugenio Montale's The Storm and Other Poems kreeg hij in 1979 de PEN Translation Prize. Wright doceert ook Engels aan de University of Virginia in Charlottesville..

 

Werk o.a: Chickamauga, Buffalo Yoga, Negative Blue, Appalachia, The World of the Ten Thousand Things: Poems 1980-1990, Zone Journals and Hard Freight

 

After Reading Tu Fu, I Go Outside to the Dwarf Orchard

 

East of me, west of me, full summer.
How deeper than elsewhere the dusk is in your own yard.
Birds fly back and forth across the lawn
looking for home
As night drifts up like a little boat.

Day after day, I become of less use to myself.
Like this mockingbird,
I flit from one thing to the next.
What do I have to look forward to at fifty-four?
Tomorrow is dark.
Day-after-tomorrow is darker still.

The sky dogs are whimpering.
Fireflies are dragging the hush of evening
up from the damp grass.
Into the world's tumult, into the chaos of every day,
Go quietly, quietly.

 

 

 

Chickamauga

 

Dove-twirl in the tall grass.
End-of-summer glaze next door
On the gloves and split ends of the conked magnolia tree.
Work sounds: truck back-up-beep, wood
tin-hammer, cicada, fire horn.
History handles our past like spoiled fruit.
Mid-morning, late-century light
calicoed under the peach trees.
Fingers us here. Fingers us here and here.
The poem is a code with no message:
The point of the mask is not the mask but
the face underneath,
Absolute, incommunicado,
unhoused and peregrine.
The gill net of history will pluck us soon enough
From the cold waters of self-contentment
we drift in
One by one
into its suffocating light and air.
Structure becomes an element of belief,
syntax
And grammar a catechist,
Their words what the beads say,
words thumbed to our discontent.

 

 

 

 

 

charles_wright
Charles Wright (Pickwick Dam,  25 augustus 1935)

 

 

 

 

 

 

 

De Engelse schrijver Martin Amis werd geboren op 25 augustus 1949 in Cardiff, South Wales. Zie ook mijn blog van 25 augustus 2007.

 

Uit: House of Meetings

 

“Now that wouldn't be a bad opening sentence for the narrative proper, and I am impatient to write it. But not yet. "Not yet, not yet, my precious!" This is what the poet Auden used to say to the lyrics, the sprawling epistles, that seemed to be lobbying him for premature birth. It is too early, now, for the war between the brutes and the bitches. There will be war in these pages, inevitably: I fought in fifteen battles, and, in the seventh, I was almost castrated by a secondary missile (a three-pound iron bolt), which lodged itself in my inner thigh. When you get a wound as bad as that, for the first hour you don't know whether you're a man or a woman (or whether you're old or young, or who your father was or what your name is). Even so, an inch or two further up, as they say, and there would have been no story to tell--because this is a love story. All right, Russian love. But still love.

The love story is triangular in shape, and the triangle is not equilateral. I sometimes like to think that the triangle is isosceles: it certainly comes to a very sharp point. Let's be honest, though, and admit that the triangle remains brutally scalene. I trust, my dear, that you have a dictionary nearby? You never needed much encouragement in your respect for dictionaries. Scalene, from the Greek, skalenos: unequal.

It's a love story. So of course I must begin with the House of Meetings.

I'm sitting in the prow-shaped dining room of a tourist steamer, the Georgi Zhukov, on the Yenisei River, which flows from the foothills of Mongolia to the Arctic Ocean, thus cleaving the northern Eurasian plain—a distance of some two and a half thousand versts. Given Russian distances, and the general arduousness of Russian life, you'd expect a verst to be the equivalent of—I don't know—thirty-nine miles. In fact it's barely more than a kilometer. But that's still a very long ride. The brochure describes the cruise as "a journey to the destination of a lifetime"—a phrase that carries a somewhat unwelcome resonance. Bear in mind, please, that I was born in 1919….”

 

 

 

 

martin_amis
Martin Amis (Cardiff, 25 augustus 1949)

 

 

 

 

 

 

De Duitse dichter, schrijver, theoloog en cultuur-filosoof Johann Gottfried von Herder werd geboren in Mohrungen op 25 augustus 1744. Zie ook mijn blog van 25 augustus 2006 en ook mijn blog van 25 augustus 2007.

 

 

In Mitte der Ewigkeit

 

Ein Traum, ein Traum ist unser Leben
auf Erden hier.
Wie Schatten auf den Wegen schweben
und schwinden wir.
Und messen unsre trägen Tritte
nach Raum und Zeit;
und sind (und wissen's nicht) in Mitte
der Ewigkeit . . .

 

 

 

 

Der Mond

 

Und grämt dich, Edler, noch ein Wort
Der kleinen Neidgesellen?
Der hohe Mond, er leuchtet dort,
Und läßt die Hunde bellen
Und schweigt und wandelt ruhig fort,
Was Nacht ist, aufzuhellen.

 

 

 

 

 

 

herder4
Johann Gottfried Herder (25 augustus 1744 – 18 december 1803)

 

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver Maxim Biller werd geboren op 25 augustus 1960 in Praag. Zie ook mijn blog van 25 augustus 2007.

 

Uit: The Mahogany Elephant

 

“He waited for her for three months. He sorted out his photos, rearranged his books, moved the furniture around, and then he went on waiting. After that, he read all the letters he had ever received and threw most of them away, and then he bought a large map of India and hung it above his bed. Or, rather, he didn’t buy a map of India, but that was what he really wanted to do while he was waiting. He waited and waited, and began to write a story about waiting for her, but he didn’t know how it would end, so he stopped. Finally, he did nothing at all; he didn’t even wait anymore. He was sleeping less and less, eating nothing but bread and tomatoes and yellow supermarket cheese, and then, at last, she came back. They sat together on his sofa, and she said, “It’s been a long time.”

“Yes,” he said, although he had firmly made up his mind to say as little as possible. “It’s been a very long time.”

She had lost weight on her travels, and he didn’t think she looked better than before. She was tired, but then she was always tired; she’d gone away to recover from feeling tired all the time, and now that she was back she was still tired. And she’d grown older. Older or harder or more serious—he wasn’t sure which. There was a gray tinge to her tanned skin, the kind you usually see only on older women. Her smile was much too grave and thoughtful, and her cheekbones were even more prominent than before.

She rose to her feet and left the room. When she came back, she had a bright-colored bag in her hand.

“This is for you,” she said.

“Thank you, my love,” he said. He opened the bag. There was a small, fat black mahogany elephant in it. He put the elephant in his pocket.

“Would you like a drink?” he asked.

“Some water.”

“I bought wine for you.”

“No, water,” she said.

He stood up slowly and grazed her leg with his. Apart from the fleeting kiss when she arrived, it was their first physical contact in three months.

“Really just water?” he called from the kitchen, but she didn’t reply. “Chilled or room temperature?” he asked, and she called quietly back, “Room temperature.”

 

 

 

 

 

maxim_biller
Maxim Biller (Praag, 25 augustus 1960)



Geschreven door Romenu om 20:17 Reageer op dit bericht

Drs. P, Jorge Luis Borges, Marion Bloem, Stephen Fry, Johan Fabricius

De Nederlands-Zwitserse schrijver, tekstschrijver, componist, zanger en pianist Drs. P (eig. Heinz Hermann Polzer werd geboren in het Zwitserse Thun op  24 augustus 1919. Zie ook mijn blog van 24 augustus 2007.

 

Literatuur

 

Regenvlagen
Onbehagen
Het weer is uitgesproken guur
Ik zit binnen
Verzet mijn zinnen
Gooi een blokje in het vuur
Lekker stoken
Sigaartje roken
Onbekommerd schemeruur

Krachten sparen
Rust bewaren
Gaat vervelen op de duur
In alle hoeken
Liggen nog boeken
’t Word tijd dat ik daar eens in gluur
Dus ga ik lezen
Wat zal het wezen
Ik merk het al, ik voel het aan mijn tandglazuur 

Het is literatuur, ja het is literatuur
En dan is het nog niet eens gewoon maar literatuur
Het is een stroming
Een nieuwe stroming
Zoals ik  zeg, een nieuwe stroming in de literatuur
Een echte nieuwe stroming in de literatuur
Een hele echte nieuwe stroming in de literatuur

Een dichter heeft een aantal losse regels gepend
en toont het werk aan een bevriende koordirigent
Die in de stad een culturele ambtenaar kent
en deze heeft relaties met een boekrecensent
Die zegt; 'Het gaat niet om de vorm, het gaat om de vent
En dus is het literatuur'

De een is anecdotisch, da ander obscuur
De een is realistisch en de ander is puur
En dat stroomt maar
En dat symptoomt maar
Dat idioomt maar
In de literatuur

De eerste heeft de helderheid van griesmeelpap
De tweede vindt de eerste onvoorstelbaar knap
De derde schrijft uitsluitend voor de linkse hap
De eerste roemt de derde om zijn meesterschap
En deze gaat dan weer met nummer twee op stap
En zo bloeit de literatuur

Te koop of te huur, of te leen bij je buur, overal heb je literatuur
In theater en aether, in klooster en klas en ook aan de weg en de muur
Op het zakenadres van de buikendanseres en bij de Comtesse de Ségur

O, waar ik ook tuur zie ik literatuur
De li li li li literatuur
De liter, de liter, de liter, de liter, de liter, de liter, de literatuur
De litera titera tutera taterata
De literatuur

 

 

 

 

 

 

Drs P
Drs. P (Thun, 24 augustus 1919)

 

 

 

 

 

 

 

De Argentijnse schrijver Jorge Luis Borges werd geboren op 24 augustus 1899  in Buenos Aires. Zie ook mijn blog van 24 augustus 2006 en ook mijn blog van 24 augustus 2007.

 

Uit: The Library of Babel

 

“The universe (which others call the Library) is composed of an indefinite, perhaps an infinite number of hexagonal galleries, with enormous ventilation shafts in the middle, encircled by very low railings. From any hexagon the upper or lower stories are visible, interminably. The distribution of the galleries is invariable. Twenty shelves--five long shelves per side--cover all sides except two; their height, which is that of each floor, scarcely exceeds that of an average librarian. One of the free sides gives upon a narrow entrance way, which leads to another gallery, identical to the first and to all the otehrs, To the left and to the right of the entrnce way are two miniature rooms. One allows standing room for leeping; the other, the satisfaction of fecal necessities. Through this section passes the spiral staircase, which plunges down into the abyss and rises up to the heights. In the entrance way hangs a mirror, which faithfully duplicates appearances. People are in the habit of inferring from this mirror that the Library is not infinite (if it really were, why this illusory duplication?); I prefer to dream that the polished surfaces feign and promise infinity. . . .

Light comes from spherical fruits called by the name of lamps. There are two, running transversally, in each hexagon. The light they emit is insufficient, incessant.

Like all men of the Library, I have traveled in my youth. I have journeyed in search of a book, perhaps of the catalogue of catalogues; now that my eyes can scarcely decipher what I write, I am preparing to die a few leagues from the hexagon in which I was born. Once dead, there will not lack pious hands to hurl me over the banister; my sepulchre shall be the unfathomable air: my body will sink lengthily and will corrupt and dissolve in the wind engendered by the fall, which is infinite. I affirm that the Library is interminable. the idealists argue that the hexagonal halls are a necessary form of absolute space or, at least, of our intuition of space. they contend that a triangular or pentagonal hall is inconceivable. (The mystics claim that to them ecstasy reveals a round chamber circling the walls of the room; but their testimony is suspect; their words, obscure. That cyclical book is God.) Let it suffice me, for the time being, to repeat the classic dictum: The Library is a sphere whose consummate center is any hexagon, and whose circumference is inacessible.”

 

 

 

 

borges
Jorge Luis Borges (24 augustus 1899 – 14 juni 1986)

 

 

 

 

 

 

 

De Nederlandse dichteres en schrijfster Marion Bloem werd op 24 augustus 1952 geboren in Arnhem. Zie ook mijn blog van 24 augustus 2007.

 

 

Mijn Muze

 

Mijn muze is verhuisd naar een verpleegtehuis
De deur naar buiten zit op slot
Er is een tovercode

 

Vier cijfers die mijn muze niet meer weet
Naast de deurpost staat geschreven:
Het wachtwoord is het jaar waarin wij leven

 

Het heden wordt haar later nooit
Het vroeger is zij heden al vergeten
Later is reeds haar verleden tijd

 

Mijn muze zit gevangen
In de kamer van mijn vroeger
Kwijt is de vanzelfsprekendheid

 

 

 

 

Hollands landschap

 

Vanachter vervuilde ruiten -we reisden altijd
per trein- zag ik koeien, gras, en water
Kilometers lang luchten in duizend tinten
blauw. Ik had alleen 't kale gras van ons gazon nog
maar van héél dichtbij gezien. En als de trein
zonder reden opeens ergens stopte - de noodrem
misschien - bleven de deuren gesloten. De brug
deed de wagon rammelen als een blik
met toffee's die niemand nog lustte
wanneer ik huppelde, voldaan met mijn buit
van school naar huis. (Ze gingen nooit schoon op.)
Wij hadden geen koeien in de straat en 't
perk bij de huizen was verboden voor honden
Wij hadden geen sluizen geen rivieren of kanalen
door de achtertuin. Maar mijn moeder vulde de teil
met water als het zomer was en zette
hem op ons klein terras. Mijn vader leende
van de buurman zijn waterpas toen hijzelf
de tegels legde met wit zand, te koop per zak
Zand, van verre duinen, zei hij, gewoon
uit Nederland.

 

 

 

 

 

bloem
Marion Bloem (Arnhem, 24 augustus 1952)

 

 

 

 

 

De Engelse komiek, schrijver, acteur en presentator Stephen John Fry werd geboren in Londen op 24 augustus 1957. Zie ook mijn blog van 24 augustus 2007.

 

Uit: Ode Less Travelled

 

“The Golden Rules

RULE ONE

In our age one of the glories of poetry is that it remains an art that demonstrates the virtues and pleasures of taking your time.You can never read a poem too slowly, but you can certainly read one too fast.

Please, and I am on my knees here, please read all the sample excerpts and fragments of poetry that I include in this book (usually in indented paragraphs) as slowly as you possibly can, constantly rereading them and feeling their rhythm and balance and shape. I'm referring to single lines here as much as to larger selections.

Poems are not read like novels. There is much pleasure to be had in taking the same fourteen-line sonnet to bed with you and reading it many times over for a week. Savour, taste, enjoy. Poetry is not made to be sucked up like a child's milkshake, it is much better sipped like a precious malt whisky.Verse is one of our last stands against the instant and the infantile. Even when it is simple and childlike it is be savoured.

Always try to read verse out loud: if you are in a place where such a practice would embarrass you, read out loud inside yourself (if possible,moving your lips).Among the pleasures of poetry is the sheer physical, sensual, textural, tactile pleasure of feeling the words on your lips, tongue, teeth and vocal cords.

It can take weeks to assemble and polish a single line of poetry. Sometimes, it is true, a lightning sketch may produce a wonderful effect too, but as a general rule, poems take time.As with a good painting, they are not there to be greedily taken in at once, they are to be lived with and endlessly revisited: the eye can go back and back and back, investigating new corners, new incidents and the new shapes that seem to emerge.We are perhaps too used to the kind of writing that contains a single message.We absorb the message and move on to the next sentence. Poetry is an entirely different way of using words and I cannot emphasise enough how much more pleasure is to be derived from a slow, luxurious engagement with its language and rhythms.”

 

 

 

 

Fry
Stephen Fry (Londen, 24 augustus 1957)

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver Johan Johannes Fabricius werd op 24 augustus 1899 in Bandoeng in Nederlands-Indië geboren. Zie ook mijn blog van 24 augustus 2006 en ook mijn blog van 24 augustus 2007.

 

Uit: Jan Fabricius

 

“Mijn vader, de toneelschrijver Jan Fabricius, groeide onder zeer eenvoudige omstandigheden op als de enige zoon - hij had vier zusters - van Johan Fabricius, corrector en meesterknecht bij de Provinciale Drentsche en Asser Courant. Als jongen moest hij thuis helpen verdienen; zijn Asser carrière van twaalf ambachten dertien ongelukken eindigde hij als letterzettersmaatje op de drukkerij waar zijn vader werkte. Daarna mocht hij voor de krant de Winschoter raadsvergaderingen verslaan en voor gemengde berichten zorgen: het eerste nog schuchtere bewijs dat zijn ‘pen’ gewaardeerd werd.

Als 20-jarige solliciteerde hij naar een betrekking van chef-d'atelier - een woord dat hij voor het eerst hoorde - bij Van Dorp & Co., een grote Bataviase drukkerij; hij moest met zijn leeftijd smokkelen om de betrekking te krijgen, die hem werd toegekend op grond van zijn opvallend gestelde sollicitatiebrief en zijn verschijning, die vertrouwen schijnt te hebben ingeboezemd.

In het toenmalige Nederlands-Indië maakte hij snel carrière; via de drukkerij vond hij zijn weg naar de redactie-kamer. Hij verhuisde naar Bandoeng, om daar de door hem mede-opgerichte Preanger-bode te redigeren. Hij kon nu ook zijn meisje - Minke Dornseiffen, voortgekomen uit een Friese domineesfamilie - als ‘handschoentje’ laten overkomen.

Na tien Indische jaren dwong een ernstige leveraandoening hem te repatriëren. Hij koos Haarlem als woonplaats en werd hoofdredacteur respectievelijk van De Wereldkroniek en De Spaarnebode. In 1908 verhuisde hij naar Den Haag, om het directeurschap van De Nieuwe Courant op zich te nemen.”

 

 

 

 

FABRICIUS
Johan Fabricius (24 augustus 1899 – 21 juni 1981)


 

Geschreven door Romenu om 20:19 Reageer op dit bericht

Albert Alberts, Charles Busch, Ephraïm Kishon, William Henley, Edgar Lee Masters, Andrei Pleşu, Theobald Hock

De Nederlandse schrijver en vertaler Albert Alberts werd op 23 augustus 1911 in Haarlem geboren. Zie ook mijn blog van 23 augustus 2006 en ook mijn blog van 23 augustus 2007.

 

Uit: HET GELIJK VAN W.F. HERMANS IN DE ZAAK MULTATULI

 

“W. F. Hermans heeft een boek geschreven, een biografie van Eduard Douwes Dekker: De raadselachtige Multatuli.
We zijn in ons land niet verwend met biografen. Autobiografen willen er nog wel eens zijn en dat is op zichzelf toe te juichen. Maar ze behoren - tenminste in Nederland - tot een categorie die met enige reden tweede keus kan worden genoemd. Autobiografen zijn gewoonlijk mensen die door hun positie in de maatschappij nogal wat hebben meegemaakt. Het totaal van hun belevenissen vinden ze genoeg de moeite waard er een soort historisch monument van te maken. Als ze dat doen door de zaak zelf op te schrijven, bestaat er een relatief grote kans op een mislukking. Ze kunnen het niet, omdat ze het ambacht niet verstaan. Bekende voorbeelden hiervan zijn de autobiografieën van koningin Wilhelmina en dr. W. Drees. Als schrijfkunstprodukt onder de maat, hoewel het best mogelijk is, dat ze naderhand voor de historicus waardevolle bronnen blijken te zijn.
Een voorbeeld van een welgelukte autobiografie is het boek van mevrouw Romein-Verschoor, Omzien in verwondering. In dit geval had de auteur niet alleen belangrijke zaken te vertellen, maar ze kon nog schrijven op de koop toe. Men zal overigens begrijpen, dat de drie hierboven genoemde auteurs als voorbeelden zijn genoemd.
Met de biografieën is het in Nederland wat ingewikkelder gesteld. Vergeleken met een land als Engeland is hun aantal gering. Ook is de kwaliteit daarginds beter: een levendiger stijl en met meer humor geschreven. Bij ons wordt het leven van bekende personen eigenlijk meer herdacht dan beschreven. Bovendien gebeurt dit meestal in een soort zakformaat: de Levensberichten van de Maatschappij van Letterkunde. De biografen zijn in dit geval meer uitzonderingen dan voorbeelden. Als zodanig valt te noemen de lijvige, maar daarom niet minder leesbare biografie die Jan den Tex heeft gewijd aan Oldenbarneveld. En een even nuttig als plezierig initiatief is enkele jaren geleden genomen door Van Dishoeck met zijn Fibulareeks, waarin een biografie van graaf Floris V, geschreven door dr. J. W. N. Hugenholtz is opgenomen. Uit nagenoeg dezelfde tijd stamt de uitstekende biografie Daendels, maarschalk van Holland, door Paul van 't Veer, verschenen als Phoenix-Poeket.
Dat zijn er dan een paar en gelukkig is er nu een bijgekomen.
Het boek van Hermans is een verhaal van het leven van Eduard Douwes Dekker van voor het begin tot na het einde. Zo hoort het ook. De lezer wil weten waar zo iemand vandaan komt en wat er van hem is gebleven na zijn dood. Dit is gebeurd. Helder en duidelijk genoeg. Hermans zelf vindt allerminst volledig en meent dat 'het schrijven van zijn definitieve, volledige biografie, die minstens 1500 pagina's groot zou moeten zijn, een groepsbezigheid (zal) moeten worden...'.
Het is mogelijk. In eik geval heeft de onvolledigheid de leesbaarheid stellig niet verminderd.”

 

 

 

 

Alberts
Albert Alberts (23 augustus 1911 – 16 december 1995)

 

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver en acteur Charles Busch werd geboren op 23 augustus 1954 in New York. Na zijn middelbare schoolopleiding werd hij acteur en schrijver voor het theater. Hij trad zelf als acteur in veel van zijn stukken op zoals in Vampire Lesbians of Sodom (1984), Psycho Beach Party (1987), The Lady in Question (1989) und Red Scare on Sunset (1991). In 2001 werd The Tale of the Allergist's Wife, gespeeld op Broadway, voor een Tony genomineerd. In 1995 verscheen van hem de roman Whores of Lost Atlantis.

 

Uit: The Tale of the Allergist's Wife (Introduction)

 

“I was never in a school play and for a good reason: I couldn’t remember a line of dialogue. I nearly hyperventilated the moment I hit the stage. It was because I loved it too much. To be “up there” was almost too magical to imagine. Ever since the age of seven, when I was taken by my father to the old Metropolitan Opera House to see Joan Sutherland in La Sonnambula, I’ve been obsessed by the image of that magnificent red-headed lady drifting ethereally through a painted nineteenth-century landscape. It’s not unfair to say that my entire career has been an attempt to recreate that first impression.

I was desperate to be a child star, only there was no one willing to exploit me. I went so far as to send a snapshot of myself to the producers of the film version of Oliver offering my services for the title role. Growing up in Manhattan was helpful. Sometimes after school, I’d go to the Palace Theatre, and persuade the stage doorman to let me go onstage. I can’t even imagine what old “Pops” thought of this fragile twelve-year-old boy belting out “The Man That Got Away.”

All but one of the plays in this volume were written to allow me to be “up there”. I started out as a performer who needed lines to say and, through necessity, grew to be a writer. Along the way, I discovered that the pleasure I derived from writing nearly equaled the joy I received from being onstage. From 1984 through 1991, I was the leading lady and playwright-in-residence of  “Theatre-in-Limbo”. We were very much a throwback to the acting troupes of the nineteenth- century. Considering that the group was assembled merely on the basis of who was available and willing to work for free, it was rather remarkable that each of us filled a very specific role in the traditional stock company. Arnie Kolodner was the handsome stalwart leading man. Ken Elliott, our director, played the effete villains. Theresa Marlowe was always the ingénue. Andy Halliday was  our character man, Julie Halston, the comic soubrette, Bobby Carey, the juvenile, Meghan Robinson, the dark villainess -- and I was the leading lady, a Sarah Bernhardt of Avenue C.

The advantage of writing play after play for an ensemble is that you’re never facing a blank page. There are so many givens to constructing a plot. There must be a role for everyone in the company. The playwright has to take into consideration everyone’s strengths and weaknesses. If an actor played a small role in the last play, he’s owed a better opportunity in the next. In Theatre –in-Limbo, if an actor was in drag in the last play, he might feel the need to butch it up in the next. My early plays were Chinese puzzles constructed of promises and budgetary considerations. The style of the plays was dictated by our performing venue. The Limbo Lounge was an art gallery/after hours bar (sans liquor license)/ performance art space. There were actually two Limbo Lounges that we performed in. The first was a small floor-through on Tenth Street off First Avenue. Several months after our first show, the Limbo Lounge moved to a large garage on Ninth Street between Avenues B and C.  It was impossible to store scenery or costumes in either place, so I wrote plays that required no set and collected shopping bags to schlep the costumes back and forth.”

 

 

 

 

Busch
Charles Busch (New York, 23 augustus 1954)

Als leading lady Angela Arden in de film Die Mommie Die

 

 

 

 

De Hongaars/Israëlische schrijver Ephraïm Kishon werd op 23 augustus 1924 in Boedapest geboren. Zie ook mijn blog van 23 augustus 2007.

 

Uit: Drehn Sie sich um, Frau Lot!

 

“Man kann nie wissen ob ein Schiff, das mit Waren nach Israel unterwegs ist, auch wirklich ankommen wird. Vielleicht läuft es auf eine Sandbank auf oder wird durch eine Meuterei oder sonst etwas am Ankommen verhindert. So erklärt sich die frenetische Kaufhysterie, die unter der Bevölkerung ausbrach, als der erste Supermarkt - ein weiteres Zeichen unserer kulturellen Verbundenheit mit dem Wesen - in Tel Aviv eröffnet wurde.
Drei Tage lang übten meine Frau und ich heroische Zurückhaltung. Dann war es vorbei.


Gleich am Eingang herrschte lebensgefährliches Gedränge. Wir wurden zusammen gepresst wie - tatsächlich, da war es auch schon: "Sardinen!" rief meine Frau mit schrillem Entzücken und machte einen sehenswerten Panthersatzdirekt an den strategisch postierten Verkaufstisch, um den sich bereits zahllose Hausfrauen mit Zähnen und Klauen balgten.

Während ich den Überschuss auf unserem Einkaufswägelchen verstaute, sah ich dort noch eine Flasche Parfum, ein Dutzend Notizbücher und zehn Kilo rote Rüben liegen.
"Weib!" rief ich aus. " Das ist nicht unserer Wagen" !
"Nicht? Na wenn schon"
Ich muss gestehen, dass diese Antwort etwas für sich hatte. Es war im ganzen kein schlechter Tausch. Außer den bereits genannten Objekten enthielt unserer Wagen noch eine Anzahl freundlich gerundeter Käsesorten, Kompotte in verschiedenen Farben, Badetücher und einen Besen.
"Können wir alles brauchen" erklärte meine Frau. Wir angelten uns einen zweiten Wagen..........

Nach und nach kamen mehrere verschiedene Eierkuchen hinzu, Paprika, Zwiebeln, Kapern, eine Fahrkarte nach Capri, Zimt, Vanille, vasomotorische Störungen, Bohnen, Odol, Spargel, Speisesoda, Äpfel, Nüsse, Pfeffernüsse, Langspielplatten, Wein, Weib, Gesang, Spinat., Hanf, Melonen, ein Carabinieri, Erdbeeren, Himbeeren, Brombeeren, Blaubeeren, Haselnüsse, Kokosnüsse, Erdnüsse, Mandarinen, Mandolinen, Mandeln, Birnen, elektrische Birnen, ein Aquarium, ein ersatzreifen, ein Lippenstift, ein Mieder, Kalorien, Vitamine, Proteine, ein Sputnik und noch ein paar kleine Anschaffungen.

Unseren aus sechs Wagen bestehenden Zug zur Kassa zudirigieren war nicht ganz einfach, weil das Kalb, das ich an den letzten Wagen angebunden hatte, immer zu seiner Mutter zurück wollte. Schließlich waren wir soweit, und der Kassierer begann schwitzend die Rechnung zusammenzustellen. Ich nahm an, dass sie ungefähr dem Defizit der israelischen Handelsbilanz entsprechen würde, aber zu meinem Erstaunen belief sie sich auf nicht viel mehr als viertausend Pfund.
Nach wenigen Minuten war alles fertig verpackt,. Nur Rafi unser Sohn fehlte.
"Haben sie einen ganz kleinen Buben gesehen?" fragten wir in die Runde.
Einer der Packer kratze sich nachdenklich am Hinterkopf.
"Augenblick....Einen blonden Buben?"
"Ja, er beißt"
"Da haben Sie ihn" Der Packer öffnete einen der großen Papiersäcke. Drinnen saß Rafi und kaute zufrieden an einer Tube Zahnpasta.
"Entschuldigen Sie" sagte der Packer. "Ich dachte, Sie hätten den Kleinen hier gekauft"
Wir bekamen für Rafi zweitausendsiebenhundert Pfund zurückerstattet und verließen den Supermarkt.
Draußen warteten schon die beiden Lastautos.”

 

 

 

 

ephraim_kishon
Ephraïm Kishon (23 augustus 1924 – 29 januari 2005)

 

 

 

 

 

 

 

De Engelse dichter en schrijver William Ernest Henley werd geboren op 23 augustus 1849 in Gloucester. Zie ook mijn blog van 23 augustus 2007.

 

 

Beside the idle summer sea

 

Beside the idle summer sea,

And in the vacant summer days,

Light Love came fluting down the ways,

Where you were loitering with me.

 

Who have not welcomed even as we,

That jocund minstrel and his lays

Beside the idle summer sea

And in the vacant summer days?

 

We listened, we were fancy-free;

And lo! in terror and amaze

We stood alone – alone and gaze

With an implacable memory

Beside the idle summer sea.

 

 

 

 

 

Friends... old friends...

 

Friends... old friends...

One sees how it ends.

A woman looks

Or a man lies,

And the pleasant brooks

And the quiet skies,

Ruined with brawling

And caterwauling,

Enchant no more

As they did before,

And so it ends

With friends.

 

Friends… old friends…

And what if it ends?

Shall we dare to shirk

What we live to learn?

It has done its work,

It has served its turn;

And, forgive and forget

Or hanker and fret,

We can be no more

As we were before.

When it ends, it ends

With friends.

 

Friends… old friends...

So it breaks, so it ends.

There let it rest!

It has fought and won,

And is still the best

That either has done.

Each as he stands

The work of its hands

Which shall be more

As he was before?...

What is it ends

With friends?

 

 

 

 

 

 

William_Ernest_Henley_old
William Henley (23 augustus 1849 – 11 juli 1903)

 

 

 

 

 

 

 

De Amerikaanse dichter Edgar Lee Masters werd geboren op 23 augustus 1868 in Garnett, Kansas. Zie ook mijn blog van 23 augustus 2007.

 

 

Andy the Night-Watch

 

In my Spanish cloak,
And old slouch hat,
And overshoes of felt,
And Tyke, my faithful dog,
And my knotted hickory cane,
I slipped about with a bull's-eye lantern
From door to door on the square,
As the midnight stars wheeled round,
And the bell in the steeple murmured
From the blowing of the wind;
And the weary steps of old Doc Hill
Sounded like one who walks in sleep,
And a far-off rooster crew.
And now another is watching Spoon River
As others watched before me.
And here we lie, Doc Hill and I
Where none breaks through and steals,
And no eye needs to guard.

 

 

 

 

 

Masters
Edgar Lee Masters (23 augustus 1868 – 5 maart 1950)

 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 23 augustus 2007.

 

De Roemeense essayist, filosoof, kunsthistoricus en politicus Andrei Gabriel Pleşu werd geboren op 23 augustus 1948 in Boekarest.

 
De Duitse dichter Theobald Hock werd geboren op 23 augustus 1573 in Limbach/Pfalz-Zweibrücken.

 

Geschreven door Romenu om 20:16 Reageer op dit bericht

Annie Proulx, Dorothy Parker, Wolfdietrich Schnurre, Willem Arondéus, Irmtraud Morgner, Gustaf Fröding, Jean Regnault de Segrais, Georges de Scudéry

De Amerikaanse schrijfster en journaliste Annie Proulx werd geboren op 22 augustus 1935 in Norwich, Connecticut. Zie ook mijn blog van 22 augustus 2007.

 

Uit: Brokeback Mountain

 

“What Jack remembered and craved in a way he could neither help nor understand was the time that distant summer on Brokeback when Ennis had come up behind him and pulled him close, the silent embrace satisfying some shared and sexless hunger.

They had stood that way for a long time in front of the fire, its burning tossing ruddy chunks of light, the shadow of their bodies a single column against the rock. The minutes ticked by from the round watch in Ennis's pocket, from the sticks in the fire settling into coals. Stars bit through the wavy heat layers above the fire. Ennis's breath came slow and quiet, he hummed, rocked a little in the sparklight and Jack leaned against the steady heartbeat, the vibrations of the humming like faint electricity and, standing, he fell into sleep that was not sleep but something else drowsy and tranced until Ennis, dredging up a rusty but still useable phrase from the childhood time before his mother died, said, "Time to hit the hay, cowboy. I got a go. Come on, you're sleepin on your feet like a horse," and gave Jack a shake, a push, and went off in the darkness. Jack heard his spurs tremble as he mounted, the words "see you tomorrow," and the horse's shuddering snort, grind of hoof on stone.

Later, that dozy embrace solidified in his memory as the single moment of artless, charmed happiness in their separate and difficult lives. Nothing married it, even the knowledge that Ennis would not then embrace him face to face because he did not want to see nor feel that it was Jack he held. And maybe, he thought, they'd never got much farther than that. Let be, let be.”

 

 

 

 

brokeback_mountain

Scène uit de film Brokeback Mountain

 

 

 

 

 

 

proulx
Annie Proulx (Norwich, 22 augustus 1935)

 

 

 

 

 

De dichteres en critica Dorothy Parker werd geboren in New York op 22 augustus 1893. Zie ook mijn blog van 7 juni 2006 en van 22 augustus 2006 en ook mijn blog van 22 augustus 2007.

 

 

 

"Star Light, Star Bright--"

 

Star, that gives a gracious dole,
What am I to choose?
Oh, will it be a shriven soul,
Or little buckled shoes?

Shall I wish a wedding-ring,
Bright and thin and round,
Or plead you send me covering-
A newly spaded mound?

Gentle beam, shall I implore
Gold, or sailing-ships,
Or beg I hate forevermore
A pair of lying lips?

Swing you low or high away,
Burn you hot or dim;
My only wish I dare not say-
Lest you should grant me him.

 

 

 

 

 

Indian Summer

 

In youth, it was a way I had
To do my best to please,
And change, with every passing lad,
To suit his theories.

But now I know the things I know,
And do the things I do;
And if you do not like me so,
To hell, my love, with you!

 

 

 

 

 

Little Words

 

When you are gone, there is nor bloom nor leaf,
Nor singing sea at night, nor silver birds;
And I can only stare, and shape my grief
In little words.

I cannot conjure loveliness, to drown
The bitter woe that racks my cords apart.
The weary pen that sets my sorrow down
Feeds at my heart.

There is no mercy in the shifting year,
No beauty wraps me tenderly about.
I turn to little words- so you, my dear,
Can spell them out.

 

 

 

 

dorothy_parker
Dorothy Parker (22 augustus 1893 – 7 juni 1967)

 

 

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Wolfdietrich Schnurre werd geboren op 22 augustus 1920 in Frankfurt am Main. Zie ook mijn blog van 22 augustus 2006 en ook mijn blog van 22 augustus 2007.

 

Uit: DIE WEIHNACHTSMANNAFFÄRE

 

“...«Typisch für euch», sagte Frieda nur und zog die Decke vom Türeingang weg. «Beeilt euch gefälligst, hier drin ist geheizt.»

Es war ein riesiger kahler Raum, den wir betraten: Die Wände unverputzt, der Boden bröckelnder Lehm und rostige Eisenstreben dazwischen.

«Gemütlich», sagte Ewald knapp und schluckte.

Ich fand, so unrecht hatte er gar nicht. Zwar waren die Fenster noch nicht verglast, doch es hingen ja Decken und Elses Sommerkleider und Ottos Sonntagshose davor. Else selber war auch gut untergebracht; sie lag in der Mitte des Raumes im Bett, und daneben hockte vor einer glühenden Teertonne der Baustellenwächter und schob ein neues Scheit in die Glut, die die hartfaserplattengemusterte Decke mit waberndem Rot übergoss. Es gab ausweglosere Situationen...

 

 

 

 

 

schnurre
Wolfdietrich Schnurre (22 augustus 1920 – 9 juni 1989)

 

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver en beeldend kunstenaar Willem Arondéus werd op 22 augustus 1894 in Naarden geboren. Zie ook mijn blog van 22 augustus 2007.

 

Uit: Rudi van Dantzig, Het leven van Willem Arondeus 1894 – 1943

 

“Dinsdagavond 25 Febr.1941

 

Mevr. H.v.d. Wal Spakler

‘De Stove’

Mr Enschede weg

Aerdenhout 

 

Beste Hets, 

 

Het was vanochtend een allerongelukkigsten samenloop: moeders ziekte en de staking, waardoor je vergeefs gekomen bent (…)

De stad is hier met deze stad, een heel vreemde stad geworden. Maar iedereen is er vol van en iedereen leeft mee. Het breidt zich steeds uit, vanmiddag zijn ook de scheepswerven in staking gegaan, welk een prachtige, spontane daad is dit van ons volk! Je voelt zoo, hoe iedereen er trots op is, hoe iedereen in deze daad iets van zijn eigen wil en verlangen herkent en uitleeft. Hoe zal het aflopen? Lang kan het natuurlijk niet duren en er zullen erna wel weer bittere dingen gebeuren Maar in elk geval is het een daad die ons zelfgevoel versterkt en die, geestelijk, een diepe en grote waarde heeft – hoe het resultaat ook mag worden. (…)je T. “

 

 

 

 

ARONDEUS
Willem Arondéus (22 augustus 1894 – 1 juli 1943)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijfster Irmtraud Morgner werd geboren op 22 augustus 1933 in Chemnitz.

 

Uit: Amanda

 

“In alten Zeiten, als das Wünschen noch geholfen hat, gab es überhaupt keine halbierten Frauen.

Dann kam der Fortschritt mit seinen Kriegen. Die grossen Krie­ge waren eine Fortsetzung der kleinen Kriege mit anderen Mit­teln. In den alltäglichen kleinen Kriegen zwischen Mann und Frau siegte gewöhnlich der Mann. In den grossen Kriegen hatten beide die Chance zu verrecken.

Als in der Mitte des zwanzigsten Jahrhunderts der zweite Welt­krieg zu Ende war, glaubten viele Überlebende: Das war der letzte auf Erden. Besonders junge Überlebende glaubten es. Das Wunder, dem Inferno heil entronnen zu sein, begünstigte Wun­derglauben. Zudem verschafft die Pubertät jedem Menschen die schöne Illusion, der zu sein, mit dem die Welt erst wirklich an­fängt.

Laura Salman, Tochter des Lokführers Johann Salman und sei­ner Hausfrau Olga, war zwölf Jahre, als der zweite Weltkrieg zu Ende kam. Der Anfang nach dem Ende muss ihr als Ereignis na­türlicher Zauberei erschienen sein, weshalb ihr Gedanken an künstliche zunächst überflüssig erschienen.

Ich eröffne mein Lebenswerk mit einer Erinnerung aus dem Jah­re 1971. »Das Ende war der Anfang meiner grössten Illusion«, gestand mir Laura damals frank auf freier Strasse.

Ich hatte die Frau eben als Spielfrau angestellt. Die Strasse führte auf den Platz der Akademie, vormals Gendarmenmarkt.

»Komischer Anfang«, sagte Laura lachend. Sie lachte nur bei ernsten Gelegenheiten, das hatte ich bald heraus. Aber vom Geheimnis ihres Lebens habe ich bis zu meiner Beerdigung nichts erfahren. Erst der Roman dieser Morgner hat geplaudert. Aus Dummheit? Aus Naivität?

Das Geständnis Lauras fand jedenfalls in Berlin statt. Am Abend eines Herbstäquinoktiums. Wir bevorzugten Berlin-Mitte für intime Gespräche, da die City zu abendlicher Stunde Qualitäten einer abgelegenen Gegend erreicht. Während solcher Gesprä­che wurde reichlich spaziert und knapp geredet. »Die ersten Ta­ge nach dem 8. Mai - schlaraffig«, behauptete Laura. »Rundweg schlaraffig - natürlich nicht fürn Bauch. Der knurrte. Aber der Kopf und die anderen Schamteile alle Art. Wer sich die in seinem Leben mal hat wirklich füllen können, bleibt für Dressuren un­geeignet. Weil ich nämlich eine Pause erlebte: Die Welt stand dir sage und schreibe ein Weilchen auf dem Kopf. Kennstudas?«

 

 

 

 

Morgner
Irmtraud Morgner (22 augustus 1933 – 6 mei 1990)

 

 

 

 

 

De Zweedse dichter Gustaf Fröding werd geboren op 22 augustus 1860 in Alsters gård bij Karlstad.

 

De Franse dichter, schrijver en vertaler Jean Regnault de Segrais werd geboren op 22 augustus 1624 in Caen.

 

De Franse dichter en schrijver Georges de Scudéry werd geboren op 22 augustus 1601 in Le Havre.

 

Geschreven door Romenu om 20:17 Reageer op dit bericht

Rogi Wieg, Aubrey Beardsley, X.J. Kennedy, Frédéric Mitterrand, Robert Stone, Gennadi Ajgi, Lukas Holliger

De Nederlandse schrijver en dichter Rogi Wieg werd geboren op 21 augustus 1962 in Delft. Zie ook mijn blog van 21 augustus 2006 en ook mijn blog van 21 augustus 2007.

 

 

Mijn leven

 

Ik doe wat ik doe langzamerhand
zonder innerlijke achtergrond, ja, een jeugd
en veel in koelen bloede daarna, maar het meeste
is ijlte, een strandwandeling met dichtregels
op golftoppen, zomaar, de ijlte, niet
gevuld met ontstaansgeschiedenissen zonder Schepper.
Het is dit of dat, maar nooit dit en dat
tegelijkertijd, mijn leven komt en gaat,
als katoen, druiven, maaltijden,
komt en gaat en blijft dan ineens weg.

 

 

 

 

Brief aan mijn dochter

 

Er is altijd een thema en dat ben jij, deugniet,
simpel gezegd, niet cryptisch, niet met vergelijkingen,
of mystiek, niet met dichterlijke ingrepen, niet met
woorden die met elkaar spelen - spelende woorden

betekenen al iets ingewikkelds, het spijt me - jij bent
voor mij de mogelijkheid tot eenvoud die, in elk geval,
míj ontroert en mij doet werken op papier aan de liefde
van een vader die buiten zijn verzen wil gaan voor jou,

in een gewone brief aan mijn dochter. En elke brief aan jou
wil ik bewaren, korte brieven, zinnen die al het poëtische
ontkrachten en aantonen dat kunst soms waardeloos is. Niet
omdat de kwaliteit ontbreekt, maar om hele andere redenen.

Dit wilde ik je vanavond even zeggen, al ben ik alleen, deugniet.

 

 

 

 

Seizoenen

 

Vandaag van werk naar kamers toe
is er een lichtheid in mijn ledematen.
Ik ben niet onbekend, uit wat ik doe
blijkt onderling verband, ik werk de maten

die niet groot of klein meer lijken.
De tijd bepaalt zich niet tot ongenoegen,
het lichaam is hier niet met angst te vergelijken,
waardoor ik ondervind dat men zich in kan voegen.

Bladeren vallen naar de aarde,
de namiddag is geel en opgemaakt,
lege metro's waarin niemand ooit naar huis toe gaat.

Ik geef aan dit seizoen een waarde
van veel te grote woorden; de stilstand waakt
over het jaargetijde dat mij soms verder laat.

 

 

 

 

Wieg
Rogi Wieg (Delft, 21 augustus 1962)

 

 

 

 

De Engelse dichter, schrijver en illustrator Aubrey Vincent Beardsley werd geboren op 21 augustus 1872, Brighton. Zie ook mijn blog van 21 augustus 2007.

 

Uit: The Art of the Hoarding

 

“Advertisement is an absolute necessity of modern life, and if it can be made beautiful as well as obvious, so much the better for the makers of soap and the public who are likely to wash.
     The popular idea of a picture is something told in oil or writ in water to be hung on a room’s wall or in a picture gallery to perplex an artless public. No one expects it to serve a useful purpose or take a part in everyday existence. Our modern painter has merely to give a picture a good name and hang it.
     Now the poster first of all justified its existence on the grounds of utility, and should it further aspire to beauty of line and colour, may not our hoardings claim kinship with the galleries, and the designers of affiches pose proudly in the public eye as the masters of Holland Road or Bond Street Barbizon (and, recollect, no gate money, no catalogue)?
     Still there is a general feeling that the artist who puts his art into the poster is déclassé—on the streets—and consequently of light character. The critics can discover no brush work to prate of, the painter looks askance upon a thing that achieves publicity without a frame, and beauty without modelling, and the public find it hard to take seriously a poor printed thing left to the mercy of sunshine, soot, and shower, like any old fresco over an Italian church door.
     What view the bill-sticker and sandwich man take of the subject I have yet to learn. The first is, at least, no bad substitute for a hanging committee, and the clothes of the second are better company than somebody else’s picture, and less obtrusive than a background of stamped magenta paper.”

 

 

 

 

Beardsly
Aubrey Beardsley (21 augustus 1872 - 16 maart 1898)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse dichter, schrijver, vertaler en bloemlezer X.J. Kennedy werd geboren in Dover, New Jersey op 21 augustus 1929. Zie ook mijn blog van 21 augustus 2007.

 

 

The Devil's Advice to Poets

Molt that skin! Lift that face!—you'll go far. 
Grow like Proteus yet more bizarre. 
In perpetual throes 
Majors metamorphose— 
Only minors remain who they are. 

 

 

 

 

Nothing in Heaven Functions as It Ought


Nothing in Heaven functions as it ought: 
Peter's bifocals, blindly sat on, crack; 
His gates lurch wide with the cackle of a cock, 
Not turn with a hush of gold as Milton had thought; 
Gangs of the slaughtered innocents keep huffing 
The nimbus off the Venerable Bede 
Like that of an old dandelion gone to seed; 
And the beatific choir keep breaking up, coughing.   

But Hell, sleek Hell, hath no freewheeling part: 
None takes his own sweet time, none quickens pace. 
Ask anyone, "How come you here, poor heart?"— 
And he will slot a quarter through his face. 
You'll hear an instant click, a tear will start 
Imprinted with an abstract of his case.

 

 

 

 

 

kennedy
X.J. Kennedy (Dover, 21 augustus 1929)

 

 

 

 

 

 

De Franse schrijver, scenarioschrijver, documentairemaker en filmer Frédéric Mitterrand werd geboren op 21 augustus 1947 in Parijs. Zie ook mijn blog van 21 augustus 2007.

 

Uit: Le Festival de Cannes

 

“ Une actrice qui m'aimait bien et qui me faisait souvent des reproches parce qu'elle me devinait parfaitement malgré ma réticence à me confier m'a dit un jour: " Il y a quelque chose de profondément malade dans le désir de payer."Je suis bien d'accord et depuis le temps que je n'arrive pas à m'en guérir, j'ai eu tout le loisir d'y réfléchir; les mensonges qu'on se raconte, les vraies raisons qu'on se dissimule, je suis incollable en la matière. Je sais que c'est un travers que je traine depuis toujours; je faisais déjà trop de cadeaux en classe, l'aventure grecque n'a fait que confirmer. Le truc le plus moche qui est enraciné au coeur de cette histoire c'est le mépris: celui garçon pour le type qui le paye, celui du type qui paye à l'égard du garçon, celui des gens pour ce genre de transaction qui parait déplaisante à presque tout le monde. On peut fanfaronner en rappelant que c'est une pratique qui remonte à la nuit des temps, invoquer légèrement la commodité et le plaisir, ça ne sert à rien de faire le malin, les avantages restent pervers: le mépris protège le garçon qui se croit indemne, il flatte le désir de puissance du client, il permet à chacun de rejouer indéfiniment tous les rôles de l'humiliation et de la honte. Le vieux qui paye, c'est dégoûtant, le jeune qui paye c'est encore pire: il se dérobe à des risques de son âge en usant de l'arme déloyale de l'argent: faussaire en séduction, trafiquant de sentiments, tricheur de l'amour. Mais à quoi bon y revenir, quand on sait comment ça marche et qu'on mesure les dégâts, on ne s'en sort pas pour autant...»

 

 

 

mitterrand_2_280x600
Frédéric Mitterrand (Parijs, 21 augustus 1947)

 

 

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Robert Stone wed geboren op 21 augustus 1937 in New York. Zie ook mijn blog van 21 augustus 2007.

 

Uit: Damascus Gate

“Jerusalem, 1992

 

That morning Lucas was awakened by bells, sounding across the Shoulder of Hinnom from the Church of the Dormition. At first light there had been a muezzin's call in Silwan, insisting that prayer was better than sleep. The city was well supplied with divine services.

He climbed out of bed and went into the kitchen to brew Turkish coffee. As he stood at the window drinking it, the first train of the day rattled past, bound over the hills for Tel Aviv. It was a slow, decorous colonial train, five cars of nearly empty coaches with dusty windows. Its diminishing rhythms made him aware of his own solitude.

When the train was gone, he saw the old man who lived in one of the Ottoman houses beside the tracks watering a crop of kale in the early morning shade. The kale was deep green and fleshy against the limestone rubble from which it somehow grew. The old man wore a black peaked cap. He had high cheekbones and a ruddy face like a Slavic peasant's. The sight of him made Lucas imagine vast summer fields along which trains ran, long lines of gray boxcars against a far horizon. Once Lucas dreamed of him.

He had grapefruit and toast for breakfast and read the morning's Jerusalem Post. A border policeman had been stabbed in the Nuseirat camp in the Gaza Strip but was expected to recover. Three Palestinians had been shot to death by Shin Bet hit squads, one in Rafah, two in Gaza City. Haredim in Jerusalem had demonstrated against the Hebrew University's archeological dig near the Dung Gate; ancient Jewish burial sites were being uncovered. Jesse Jackson was threatening to organize a boycott against major league baseball. In India, Hindus and Muslims were fighting over a shrine that probably predated both of their religions. And, in a story from Yugoslavia, he saw again the phrase "ethnic cleansing." He had come across the evocative expression once or twice during the winter. “

 

 

 

 

stone2
Robert Stone (New York, 21 augustus 1937)

 

 

 

 

De Russische dichter Gennadi Ajgi werd geboren op 21 augustus 1934 in het dorpje Sjajmoerzjino in de Tsjoewasjische republiek. Zie ook mijn blog van 21 augustus 2007.

 

 

Rivier buiten het dorp

 

en lijkend op een spinnenweb

als stof uit de bodem als op de zolder

opgaand in het veld

en zijde en spinnenweb

worden er door aangetrokken

laten zich meeslepen

en verschijnen als buren net als

schaduw en stof

en lijkend op een spinnenweb

zoals zijde in vervoering niet van hier lijkt te zijn

en het verband met de wolken

uit donzig-wankel gras

de ogen misleidend

 

met een blos op het gezicht.

 

 

 

Vertaald door Lut Seys

 

 

 

 

 

Agni
Gennadi Ajgi (Sjajmoerzjino, 21 augustus 1934)

 

 

 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijver ook mijn blog van 21 augustus 2007.

 
De Zwitserse schrijver, dramaturg en redacteur Lukas Holliger werd geboren op 21 augustus 1971 in Basel.

 

Geschreven door Romenu om 20:22 Reageer op dit bericht

Maren Winter, Ernst-Jürgen Dreyer, Edgar Guest, Charles de Coster, Salvatore Quasimodo, Arno Surminski, Sylvie Richterová, Bolesław Prus

De Duitse schrijfster Maren Winter werd geboren op 20 augustus 1961 in Lübeck. Zie ook mijn blog van 20 augustus 2007.

 

Uit: Das Erbe des Puppenspielers

 

“...Da standen wir nun, mein Bruder Ansgar und ich, unmündige Burschen, die ihre Bündel an die Brust pressten und sich vor der neuen Heimat fürchteten. Weit waren wir gefahren, immer gen Norden bis an den Rand des christlichen Reiches.
Gegen den weißen Himmel erhob sich die civitas, der Fronhof von Rinhausen, ein mächtiger Bau aus Stein, umgeben von unzähligen Ställen und Scheunen, Back- und Brauhäusern. Weit breitete sich das Salland aus, dessen Erträge allein dem Fronherrn zugute kamen. Im Osten drängten sich kleine Felder mit schiefen Hütten, die ein paar Kolonenbauern ermöglichten, ihr eigenes Brot zu essen. Von der Insel im Rhein klang die Klosterglocke herüber, und wir erahnten den Gesang der Mönche, die Tag und Nacht für unser Heil beteten. Dahinter aber drohte endlos der Wald. Dort hielten sich die Sachsen verborgen.
Der Hausmeier stieß uns durch das Tor. "Wir sind zu Hause", sagte er. Das waren die ersten Worte, die er direkt an uns richtete, nachdem er uns in seine Obhut genommen hatte.
Eine Welle lärmender Geschäftigkeit rollte über uns hinweg. Wagen polterten, Kinder liefen schreiend umher, Pferdehufe klapperten, und dazwischen stoben die Hühner auseinander. Irgendwo wurden scharfe Befehle gerufen, und in einem offenen Verschlag hämmerte der Schmied ohrenbetäubend auf das Eisen. Die Luft war kalt, voll von Staub und fremden Gerüchen.
Ansgar streckte sich, und das Muster aus Lehm und Schmutz auf seinem Hals zog sich auseinander. Seine Tunika war mürbe und die Säume aufgerissen, der Stoff bedeckte nicht einmal seine Knie. Er besaß nichts anderes, sonst hätte er mir das kratzige Ding schon längst vererbt.
Ich fror. Bestimmt sah ich genauso schäbig aus.”

 

 

 

 

Winter
Maren Winter (Lübeck, 20 augustus 1961)

 

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver, dichter, vertaler en muziekwetenschapper Ernst-Jürgen Dreyer werd geboren op 20 augustus 1934 in Oschatz in Saksen. Zie ook mijn blog van 20 augustus 2007.

 

Uit: Die Spaltung

 

“Da du grad von diesem Typ Frauen sprichst: diese Frauen üben auf dich und mich, die wir aus der gleichen Klasse kommen, starke Anziehung aus. So will ich dir ein Erlebnis erzählen, das, wenn du so willst, ein ganzer Roman ist. Es ist dabei auch so eine Frau im Spiel. Aber vielleicht sollte ich, bevor ich damit beginne, analysieren, inwiefern gerade wir diesem Zauber so ausgeliefert sind. Wir sind auch der Arbeiterklasse gegenüber sehr kritisch. Klassenbewußtsein wird ja heute mit Lokalpatriotismus verwechselt. Ja der plötzliche Emanzipationsprozeß unserer Klasse setzt gerade die Eigenschaften frei, die wir schon als Kinder mit Mißtrauen betrachtet haben. Wir fallen diesen Frauen gegenüber auf folgenden Irrtum herein: Wir halten sie für das Bild dessen was unsere Mütter hätten sein sollen, aber nicht werden konnten. Dann verwundert man sich des Todes, mit welcher Grobheit man diese Frauen, die uns – auch deshalb, weil sie, wegen des Altersunterschieds, unser Begehren nicht mehr erreicht – wie Göttinnen scheinen, von ihren eigenen Töchtern behandelt sieht. Also stimmt auch da nicht alles hundertprozentig. Wir vergessen in der Verwirrung das Relative. Wir glauben uns vor ihnen bewähren zu müssen. Das ist auch an deiner Geschichte die eigentliche Pointe. Du gingst also davon mit einem Glücksgefühl, das etwas an sich hatte wie von bestandener Prüfung. Durch deine proletarische Hülle hindurch hat sie dich erkannt, glaubst du. Aber darin irrst du dich sehr. Sie sehen auf dich wie die gnädige Frau auf den Kutscher sieht, und du bist einfach ihrer vollendeten Sitten zu ungewohnt, als daß du durchschauen könntest, daß sie dich keinen Augenblick als gleichberechtigt empfunden haben. Wenn du davongehst wie auf Wolken, dann ahnst du nicht, daß du dich pausenlos und mit jedem Wort vor ihnen blamiert hast. Oder besser gesagt: sie haben dich vor sich selber blamiert auf eine so feine Art, daß du nicht einmal im Traum dahinterkämest. Genug, ich rate dir zur Vorsicht ihnen gegenüber; ihnen dein Herz auszuschütten wäre das falscheste was du tun kannst und wenn du dich auf den Boden geworfen hättest, wie du nachträglich wünschtest, so wäre deine Blamage vollkommen gewesen – so vollkommen, daß vielleicht sogar du – sagen wir, du hörst, wie sie, kaum daß du zur Tür hinaus bist, in Gelächter ausbricht (aber es gehört zu ihrer Art damit zu warten bis du es eben nicht mehr hörst) – sogar du gemerkt hättest, wo der wahre Defekt liegt, denn der liegt in aller Blamage nie beim Blamierten, sondern bei dem, der blamiert.”

 

 

 

 

ernst-juergen-dreyer
Ernst-Jürgen Dreyer (Oschatz, 20 augustus 1934)

Zelfportret

 

 

 

 

 

 

 

De Engelse dichter Edgar Albert Guest werd geboren op 20 augustus 1881 in Birmingham, Engeland. Zie ook mijn blog van 20 augustus 2006 en ook mijn blog van 20 augustus 2007.

 

 

I see you've travelled some

 

Wherever you may chance to be—
Wherever you may roam,
Far away in foreign lands;
Or just at Home Sweet Home;
It always gives you pleasure,
it makes your heart strings hum
Just to hear the words of cheer,
"I see you've travelled some."

 

When you get a brother’s greeting,
And he takes you by the hand,
It thrills you with a feeling
that you cannot understand,
You feel that bond of brotherhood
that tie that’s sure to come
When you hear him say in a friendly way
"I see you've travelled some."

 

And if you are a stranger,
In strange lands all alone
If fate has left you stranded—
Dead broke and far from home,
It thrills you—makes you dumb,
When he says with a grip of fellowship,
"I see you've travelled some."

 

And when your final summons comes,
To take a last long trip,
Adorned with Lambskin Apron White
and gems of fellowship—
The Tiler at the Golden Gate,
With Square and Level and Plumb
Will size up your pin and say "Walk In",
"I see you've travelled some."

 

 

 

 

 

edgar_a_guest
Edgar Guest (20 augustus 1881 – 5 augustus 1959)

 

 

 

 

 

 

De Belgische schrijver Charles de Coster werd geboren in München op 20 augustus 1827. Zie ook mijn blog van 20 augustus 2007.

 

Uit: De legende en de heldhaftige, vroolijke en roemrijke daden van Uilenspiegel en Lamme Goedzak in Vlaanderenland en elders

 

“In meimaand, als de hagedoorn in bloei stond, werd te Damme, in Vlaanderenland, Uilenspiegel, de zoon van Klaas geboren.

Terwijl Katelijne, de vroedvrouw, hem in warme doeken bakerde, bezag ze zijn hoofd en riep ze blijde uit:

--Hij is met den helm geboren!

Maar weldra jammerend, met den vinger een zwart stipje op den schouder van den boorling toonend:

--Laas! schreide zij, dat is het zwarte merk van den vinger des duivels!

--Heer Satan is vandaag vroeg opgestaan, antwoordde Klaas, dat hij alreeds den tijd vond om mijn zoon te teekenen?

--Satan sliep nog niet, zei Katelijne, want luister, nu eerst kraait Kanteklaar de hennen wakker.

En zij gaf het kind over aan Klaas en ging naar buiten.

De dageraad verdreef nu het nachtelijk duister, de zwaluwen vlogen kwetterend rakelings over de weide, en de zon kleurde vuurrood de kimme.

Klaas deed het venster open en sprak tot Uilenspiegel:

--Kind met den helm, zie, daar is moeder de Zon, die Vlaanderenland komt groeten. Bezie haar als uwe kijkers zullen open zijn; verkeert gij later ooit in twijfel, weet gij niet wat te doen om goed te doen, ga dan om raad bij de Zonne; zij is warm en helder: wees zoo goed als zij warm, zoo eerlijk als zij helder is.

--Klaas, mijn man, zei Soetkin, ge spreekt tot een doove; kom en drink, mijn jongen.

En de moeder stak den boorling hare schoone, blanke borsten toe.”

 

 

 

 

Coster
Charles de Coster (20 augustus 1827 - 7 mei 1879)

 

 

 

 

 

 

 

De Italiaanse dichter en criticus Salvatore Quasimodo werd geboren op 20 augustus 1901 in Modica op Sicilië. Zie ook mijn blog van 20 augustus 2006 en ook mijn blog van 20 augustus 2007.

 

 

BOOM

Van U gaat een schaduw uit
dat de mijne wel dood lijkt
al trilt die ook bij mijn bewegen
of breekt hij het frisse, zachtblauwe water
aan de oever van de Anapo, waar ik

vanavond terugkeer
omdat maart met zijn maanlicht
mij voortdrijft
rijk als hij reeds is aan kruiden
en vogels

ik leef niet alleen van schaduw
want aarde en zon en het zoete geschenk van water
hebben voor u al uw loof vernieuwd
terwijl ik mij buig en verdor
en mijn gezicht voelt aan als uw schors

 

 

 

 

Vertaald door Dr. Catharina Ypes

 

 

 

 

Salvatore_Quasimodo
Salvatore Quasimodo (20 augustus 1901 - 14 juni 1968)

 

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver Arno Surminski werd geboren op 20 augustus 1934 in Jäglack in Oostpruisen. Zie ook mijn blog van 20 augustus 2007.

 

Uit: Die Vogelwelt von Auschwitz

“
Während des Zweiten Weltkrieges erschien in einer wissenschaftlichen Zeitschrift in Wien ein Aufsatz mit dem Titel »Beobachtungen über die Vogelwelt von Auschwitz«.

Der Autor, ein Biologe, hatte als SS-Wachmann im KZ Auschwitz von 1940 bis Ende 1941 Dienst geleistet und dort die Vogelfauna erforscht, um darüber eine wissenschaftliche Arbeit zu schreiben. Der Titel dieser Novelle ist jenem Aufsatz entlehnt, die Personen, ihre Gedanken und Träume sind frei erfunden, die Welt, in der es geschah, war real.   1.

In der alten Königsstadt am Ufer der Weichsel lebte in der Mitte des 20. Jahrhunderts ein Mensch namens Marek Rogalski, den kriegerische Um stände in ein Gefangenenlager gebracht hatten. Diese Umstände begannen in den Septembertagen des Jahres 39; niemand wusste zu sagen, wie lange sie andauern würden. Marek Rogalski war jung an Jahren und gehörte in die Hörsäle der Kunst und der Wissenschaften, doch die erwähnten Umstände hatten seinen Studien ein plötzliches Ende gesetzt.

Er wusste nicht, warum sie ihn festhielten. Die alte Gewohnheit, Menschen in Gewahrsam zu nehmen oder gar zu töten, wenn sie Böses getan hatten und zu besorgen war, dass sie es weiter tun würden, reichte der neuen Zeit nicht. In jenem Krieg, der in Europa wütete, verfielen sie darauf, Menschen in Verwahrung zu nehmen, nur weil sie einem bestimmten Volk, einer Klasse, einer Rasse angehörten. Oft genügte es, denken zu können. Letzteres war Marek Rogalski zum Verhängnis geworden.

Das Lager befand sich zwischen den Flüssen Sola und Weichsel unweit der Stadt Owicim. Dort hatten sie alte Militärkasernen hergerichtet, einen Stacheldrahtzaun um sie gezogen und graue Wachtürme in die Landschaft gesetzt. Am Eingang zum Lager bauten sie ein Tor und stellten bewaffnete Posten auf, manchmal waren da auch Hunde.“

 

 

 

 

Surminski
Arno Surminski (Jäglack, 20 augustus 1934)

 

 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 20 augustus 2007.

 

De Tsjechische schrijfster Sylvie Richterová werd geboren op 20 augustus 1945 in Brno.

 
De Poolse schrijver Bolesław Prus (eig. Aleksander Glowacki) werd geboren in Hrubieszów, Lublin, op 20 augustus 1847.

 

Geschreven door Romenu om 20:51 Reageer op dit bericht

Jonathan Coe, Ogden Nash, Li-Young Lee, Frank McCourt, James Gould Cozzens, Louis Th. Lehmann, Inigo de Mendoza

De Engelse schrijver Jonathan Coe werd geboren op 19 augustus 1961 in Birmingham. Zie ook mijn blog van 19 augustus 2007.


Uit:
The Rotters Club

            

„Thursday, March 7th, 1974 was an important day, a memorable day. It was the day Philip made his first foray into journalism, and it was the day Benjamin found God. Two events which were to have far-reaching consequences.

It was also the day on which Benjamin's worst nightmare seemed about to come true.

For many days now, Philip had been hard at work on an article which he hoped to see published in the school newspaper. The Bill Board appeared once a week, on Thursday mornings, and he was one of its most avid readers. The title betrayed its humble origins as a loose collection of typewritten essays and notices which used to be posted on a bulletin board in one of the upper corridors; but this had proved an inconvenient format, in most respects, and the previous year an enterprising young English master called Mr. Serkis had overseen its transition into print. The paper now extended to eight stapled sheets of A4, put together on Tuesdays by a cartel of sixth-formers in the glamorous secrecy of an office tucked away in the rafters above The Carlton Club. It was rare, very rare, for someone as young as Philip to have anything accepted by this uncompromising crew; but today, somehow, he had managed it.

Shortly before nine o'clock that morning he was to be found sitting in the school library, reading his article for the twelfth time through eyes misty with pride and excitement. The front page of the paper contained a long editorial penned by Burrell, of the upper-sixth, lamenting the indecisive outcome of last week's general election, and the reappointment of Harold Wilson as Prime Minister. Philip couldn't possibly aspire to writing such a piece, at this stage; the front half of the paper would remain unreachable, beyond imagination. But at least his review came before the sports results, and Gilligan's cartoons. And how comfortably it nestled on the page, between Hilary Turner's magisterial discussion of The Caucasian Chalk Circle, which had just opened at the Birmingham Rep, and a few lines of appreciation—penned by Mr. Fletcher himself—about the poet Francis Piper, in advance of his keenly anticipated visit to King William's (a visit scheduled for that very morning, Philip almost-registered in his trancelike state). To see his own efforts slotted in between the work of these senior practitioners was more than he would have dared hope for.“

 

 

 

 

 

Coe
Jonathan Coe (Birmingham, 19 augustus 1961)

 

 

 

 

De Amerikaanse dichter Frederic Ogden Nash werd geboren in Rye, New York, op 19 augustus 1902. Zie ook mijn blog van 19 mei en mijn blog van 19 augustus 2006 en ook mijn blog van 19 augustus 2007.

 

 

 

A Lady Who Thinks She Is Thirty

 

Unwillingly Miranda wakes,
Feels the sun with terror,
One unwilling step she takes,
Shuddering to the mirror.

Miranda in Miranda's sight
Is old and gray and dirty;
Twenty-nine she was last night;
This morning she is thirty.

Shining like the morning star,
Like the twilight shining,
Haunted by a calendar,
Miranda is a-pining.

Silly girl, silver girl,
Draw the mirror toward you;
Time who makes the years to whirl
Adorned as he adored you.

Time is timelessness for you;
Calendars for the human;
What's a year, or thirty, to
Loveliness made woman?

Oh, Night will not see thirty again,
Yet soft her wing, Miranda;
Pick up your glass and tell me, then--
How old is Spring, Miranda?

 

 

 

 

 

A Word to Husbands

 

To keep your marriage brimming
With love in the loving cup,
Whenever you’re wrong, admit it;
Whenever you’re right, shut up.

 

 

 

 

 

 

Nash
Ogden Nash (19 augustus 1902 – 19 mei 1971)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse dichter Li-Young Lee werd geboren op 19 augustus 1957 in Jakarta, Indonesië. Zie ook mijn blog van 19 augustus 2007.

 

 

Immigrant Blues

 

People have been trying to kill me since I was born,

a man tells his son, trying to explain

the wisdom of learning a second tongue.

 

It's the same old story from the previous century

about my father and me.

 

The same old story from yesterday morning

about me and my son.

 

It's called "Survival Strategies

and the Melancholy of Racial Assimilation."

 

It's called "Psychological Paradigms of Displaced Persons,"

 

called "The Child Who'd Rather Play than Study."

 

Practice until you feel

the language inside you, says the man.

 

But what does he know about inside and outside,

my father who was spared nothing

in spite of the languages he used?

 

And me, confused about the flesh and soul,

who asked once into a telephone,

Am I inside you?

 

You're always inside me, a woman answered,

at peace with the body's finitude,

at peace with the soul's disregard

of space and time.

 

Am I inside you? I asked once

lying between her legs, confused

about the body and the heart.

 

If you don't believe you're inside me, you're not,

she answered, at peace with the body's greed,

at peace with the heart's bewilderment.

 

It's an ancient story from yesterday evening

 

called "Patterns of Love in Peoples of Diaspora,"

 

called "Loss of the Homeplace

and the Defilement of the Beloved,"

 

called "I Want to Sing but I Don’t Know Any Songs."

 

 

 

 

The Hour and What Is Dead

 

Tonight my brother, in heavy boots, is walking

through bare rooms over my head,

opening and closing doors.

What could he be looking for in an empty house?

What could he possibly need there in heaven?

Does he remember his earth, his birthplace set to torches?

His love for me feels like spilled water

running back to its vessel.


At this hour, what is dead is restless

and what is living is burning.


Someone tell him he should sleep now.


My father keeps a light on by our bed

and readies for our journey.

He mends ten holes in the knees

of five pairs of boy's pants.

His love for me is like sewing:

various colors and too much thread,

the stitching uneven. But the needle pierces

clean through with each stroke of his hand.


At this hour, what is dead is worried

and what is living is fugitive.

 

Someone tell him he should sleep now.


God, that old furnace, keeps talking

with his mouth of teeth,

a beard stained at feasts, and his breath

of gasoline, airplane, human ash.

His love for me feels like fire,

feels like doves, feels like river-water.

 

At this hour, what is dead is helpless, kind

and helpless. While the Lord lives.


Someone tell the Lord to leave me alone.

I've had enough of his love

that feels like burning and flight and running away.

 

 

 

 

 

lee4
Li-Young Lee (Jakarta, 19 augustus 1957)

 

 

 

 

 

De Iers-Amerikaanse schrijver Frank McCourt werd geboren op 19 augustus 1930 in New York. Zie ook mijn blog van 19 augustus 2007.

 

Uit: Teacher Man

 

“If I knew anything about Sigmund Freud and psychoanalysis I'd be able to trace all my troubles to my miserable childhood in Ireland. That miserable childhood deprived me of self-esteem, triggered spasms of self pity, paralyzed my emotions, made me cranky, envious and disrespectful of authority, retarded my development, crippled my doings with the opposite sex, kept me from rising in the world and made me unfit, almost, for human society. How I became a teacher at all and remained one is a miracle and I have to give myself full marks for surviving all those years in the classrooms of New York. There should be a medal for people who survive miserable childhoods and become teachers, and I should be first in line for the medal and whatever bars might be appended for ensuing miseries.

I could lay blame. The miserable childhood doesn't simply happen. It is brought about. There are dark forces. If I am to lay blame it is in a spirit of forgiveness. Therefore, I forgive the following: Pope Pius XII; the English in general and King George VI in particular; Cardinal MacRory, who ruled Ireland when I was a child; the bishop of Limerick, who seemed to think everything was sinful; Eamonn De Valera, former prime minister (Taoiseach) and president of Ireland. Mr. De Valera was a half-Spanish Gaelic fanatic (Spanish onion in an Irish stew) who directed teachers all over Ireland to beat the native tongue into us and natural curiosity out of us. He caused us hours of misery. He was aloof and indifferent to the black and blue welts raised by schoolmaster sticks on various parts of our young bodies. I forgive, also, the priest who drove me from the confessional when I admitted to sins of self-abuse and self-pollution and penny thieveries from my mother's purse. He said I did not show a proper spirit of repentance, especially in the matter of the flesh. And even though he had hit that nail right on the head, his refusal to grant me absolution put my soul in such peril that if I had been flattened by a truck outside the church he would have been responsible for my eternal damnation. I forgive various bullying schoolmasters for pulling me out of my seat by the sideburns, for walloping me regularly with stick, strap and cane when I stumbled over answers in the catechism or when in my head I couldn't divide 937 by 739. I was told by my parents and other adults it was all for my own good. I forgive them for those whopping hypocrisies and wonder where they are at this moment. Heaven? Hell? Purgatory (if it still exists)?”

 

 

 

 

 

frank_mccourt
Frank McCourt (New York, 19 augustus 1930)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver James Gould Cozzens werd geboren op 19 augustus 1903 in Chicago. Zie ook mijn blog van 19 augustus 2007.

 

Uit: Guard of Honor

 

“Colonel Ross did not have the facts on whatever other troubles Colonel Woodman had or thought he had; but he knew all about this episode of the AT-7–perhaps more than Woody thought. It was really all you needed to know. A routine order had gone from Washington to Fort Worth and from Fort Worth to Sellers Field; give an AT-7 to General Beal. Understandably, Colonel Woodman didn’t like giving away planes; but anyone not obsessed with a persecution complex need only look at a map to figure it out. The finger was put on Sellers Field because it was the point nearest Ocanara to which AT-7’s were then being delivered. Moreover, Sellers Field, as Woody so loudly protested, was not scheduled to be, and was not, ready to use all its planes. Still, standard operating procedure would be to query the order. Fort Worth grasped, at least as well as Colonel Woodman did, that basic principle of military management: always have on hand more of everything than you can ever conceivably need. If Colonel Woodman in the normal way queried Fort Worth, Fort Worth could be counted on to query Washington.”

 

 

 

 

Cozzens
James Gould Cozzens (19 augustus 1903 – 9 augustus 1978)

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver, dichter en vertaler Louis Th. Lehmann, werd geboren op 19 augustus 1920 in Rotterdam. Zie ook mijn blog van 19 augustus 2006 en ook mijn blog van 19 augustus 2007.

 

 

Denford Mill House

 

The next lock will not see the writing

the waterhen, tripping in flight

imprints upon the rushing river's schoulders.

A water mill is not a home,

the stream passes through

like time through me.

 

 

 I

 

De kleine bomen, helder in de heggen

sturen hun takken doelbewust

en sierlijker dan armen of ook vingers

door het misleidend spel der bladeren.

Zij dwingen ons met redelijke tekentaal

het wijde land rondom hen te vergeten.

 

 

II

 

In deze stad is het alleen de wind die leeft

want er zijn teveel dingen zonder vorm,

en zelfs wanneer jij bij me bent,

voelen wij nog het huis dat voor

de slagen van de wind

wankelt als een moede bokser.

 

 

 

 

 

lehmann
Louis Th. Lehmann (Rotterdam, 19 augustus 1920)

 

 

 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijver ook mijn blog van 19 augustus 2007.

 
De Spaanse dichter

Iñigo López de Mendoza werd geboren op 19 augustus 1398 in Carrión de los Condes, Palencia.

 

Geschreven door Romenu om 20:26 Reageer op dit bericht

Marc Degens, Ulrich Woelk, Jami, Alain Robbe-Grillet, Brian Wilson Aldiss, Hugo Bettauer, Václav Bolemír Nebeský

De Duitse schrijver Marc Degens werd geboren op 18 augustus 1971 in Essen. Zie ook mijn blog van 18 augustus 2007.

 

Uit: Hier keine Kunst

 

„Ich trat vor die Haustür und ein warmer, wundervoller Frühlingstag schloß mich in die Arme. Die Magnolien und die Zierkirschen in den Vorgärten blühten prachtvoll, ebenso die Wildtulpen und der Rhododendron. Am Straßenrand grünten die Kastanien, und die Sonne funkelte fröhlich am ansonsten restlos blauen Himmel. Ein Gönner hatte ringsherum Aufmerksamkeiten verteilt, rot und gelb und blau leuchtende Geschenke. Kostbare Darreichungen, die meine Augen voller Freude pflückten und in die Kammern meines Herzens schafften. Ich zündete die Zigarre an, die Manni Höttges spendiert hatte, und ließ die ersten beiden Züge tief in meiner Körperflora verschwinden. Die Drosseln flöteten, die Rotkehlchen trillerten, und die Buchfinken jubelten. Herrlich, im Herzen bin ich Rentner!
Auf der unbefahrenen Straße spielte ein Mädchentrio Seilhüpfen. Vergnügt sprangen und sangen die drei:

 

Hau Ruck
Donald Duck
Micky Maus
du bist auu

 

Die lustig in der Mitte hüpfende Elfe im Blumendirndl berührte mit der Fußspitze das Seil, geriet aus dem Gleichgewicht, vertrat sich ... Und fiel wie ein Holzbrett auf den Asphalt. Erschrocken ließen ihre Spielkameradinnen die Seilenden fallen und eilten ihr zu Hilfe. Sie reichten dem Mädchen die Hand und halfen ihr auf. Eine breite Schramme verunstaltete ihr linkes Knie, und helles Blut quoll aus der Wunde ... Doch das Mädchen ließ sich nichts anmerken. Sie lachte, klatschte zweimal laut in die Hände, rief avanti! und stürmte zurück in die Mitte:

 

Teddybär, Teddybär
dreh dich um“

 

 

 

 

degens
Marc Degens (Essen,  18 augustus 1971)

 

 

 

 

De Duitse schrijver Ulrich Woelk werd geboren op 18 augustus 1960 in Beuel bij Bonn. Zie ook mijn blog van 18 augustus 2007.

 

Uit: Einstein on the Lake

 

„MIT ZWANZIG wollte ich Schriftsteller werden. Mein erster Roman, den ich auf sechs- bis siebenhundert Seiten veranschlagte, handelte von einem Mann, für den sich die Richtung der Gravitation über Nacht umkehrte. Mein Held – eine autobiographisch gefärbte, existentialistische Charaktermixtur – wachte auf, weil er an die Zimmerdecke gefallen war, und betrachtete verwundert das über ihm schwebende Bett, das am Fußboden festzukleben schien. Ich tippte die Geschichte, eine Menge Zigaretten rauchend, auf einer elektrischen Olivetti, trank Rotwein und ergab mich mit melancholischer Inbrunst und durchdrungen von dem Wunsch, etwas Großes und Besonderes zu erschaffen, in das, was ich für mein zukünftiges Schriftstellerleben hielt. Draußen, irgendwo weit fort von mir und meinen Gedanken, war es Winter, und es fiel nicht sehr viel Licht ins Zimmer. Sowieso hatte ich den Schreibtisch gegen eine fensterlose Zimmerwand gerückt, um den kafkaesken Charakter meines Werks nicht durch störende Realitätseinflüsse zu gefährden. Akribisch und ganz von meiner literarischen Mission überzeugt beschrieb ich, wie es ist, wenn alles auf dem Kopf steht und jeder Handgriff und jede Selbstverständlichkeit zu einem gewaltigen Problem wird. Ich schlief auf einer Klappcouch, und wenn ich ein paar Absätze vollendet hatte, lag ich dort, stierte an die Zimmerdecke und dachte über diesen eigenartigen Kosmos nach, den zu erschaffen ich mich im Begriff sah. Und bei allem, was mein unglücklicher, zum Surrealismus verurteilter Held tat, ob er durch Türöffnungen kletterte oder ein Ei zum Braten in die Pfanne steigen ließ, war eines immer gewiß: Er würde das Haus, in dem er wohnte, niemals mehr verlassen können. Vor der Tür, dort, wo für andere die Welt und das Leben begann, lag für ihn nichts als ein unendlich tiefer Abgrund.
Soweit ich mich erinnere, schrieb ich rund hundert Seiten in diesem Winter, von dem ich ansonsten nur wenig mitbekommen habe. Aber im Frühjahr, als die Sonne wieder höher stieg und ein schönes Lichtmuster auf die Rauhfasertapete warf, kam ich mit dem Roman nur noch schleppend voran. Ich öffnete die Haustür, und als ich in die weiche Frühlingsluft hinaustrat mit ihrem dichten erdigen Wachstumsgeruch, den ich tief einsog, erfüllte mich der brennende Wunsch, ganz und gar in diesem einen Augenblick aufzugehen. Mein literarischer Ehrgeiz verflüchtigte sich, und irgendwann gab ich es auf, der Welt und dem Leben den Rücken zu kehren. Mein erster und einziger Roman blieb unvollendet.”

 

 

 

 

 

woelk
Ulrich Woelk (Beuel, 18 augustus 1960)

 

 

 

 

 

De Perzische dichter Moulana Nuruddin Abdorrahman Jami werd geboren op 18 augustus 1414 in een dorpje bij Jam, in het huidige Afghanistan. Zie ook mijn blog van 18 augustus 2007.

 

 

All that exists in the created universe is illusion,

fantasy, reflections in mirrors, or shadows.
But the Sun of Guidance has dawned in the shadow

of "Other than God", so be not perplexed in the desert

of error!
Who is man? The reflection of the Eternal Light.

What is the world? A wave on the Everlasting Sea.
How could the reflection be cut off from the Light?

How could the wave be separate from the Sea?
Know that this reflection and this wave are that very Light and Sea,

for here duality is impossible, impossible.
Look at the travelers on the Path of Love,

 how each has a different spiritual state.
The one sees in each atom of the world a Sun

radiant and imperishable,
Another directly witnesses in the mirror of existence

the beauty of the hidden archetypes,
And a third sees each one in the other,

without veiling or defect

 

 

 

jami-small1
Jami (18 augustus 1414 – 19 november 1492)

 

 

 

 

 

De Franse schrijver en filmmaker Alain Robbe-Grillet werd geboren in Brest op 18 augustus 1922. Robbe-Grillet wordt beschouwd als de meester van de nouveau roman, en was lid van de Académie française. Zijn echtgenote was de romanschrijfster Catherine Robbe-Grillet, die schreef onder de naam Jeanne de Berg.  Alain Robbe-Grillet studeerde agrarische wetenschappen en werkte eerst voor het nationale instituut voor statistiek in Parijs. Het begrip Nouveau Roman is terug te voeren op zijn essay Pour un Nouveau Roman uit 1963. De roman moest geen werkelijkheid weergeven of overtuigingen overbrengen, maar literaire vormen en hun ontwikkeling laten zien. Zijn eerste roman Les Gommes verscheen in 1953.

 

Uit: Le miroir qui revient

 

« Je n’ai jamais parlé d’autre chose que de moi. Comme c’était de l’intérieur, on ne s’en est guère aperçu. Heureusement. Car je viens là, en deux lignes, de prononcer trois termes suspects, honteux, déplorables, sur lesquels j’ai largement contribué à jeter le discrédit et qui suffiront, demain encore, à me faire condamner par plusieurs de mes pairs et la plupart des mes descendants : « moi », « intérieur », « parler de ».

Le second de ces petits mots à l’inoffensive apparence ressuscite à lui seul, fâcheusement, le mythe humaniste de la profondeur (notre vieille taupe, à nous autres écrivains), tandis que le dernier ramène en catimini celui de la représentation, dont le difficile procès traînait toujours. Quant au moi, de tout temps haïssable, il prépare ici sans aucun doute une entrée en scène encore plus frivole : celle du biographisme.

[…]

J’ai moi-même beaucoup encouragé ces rassurantes niaiseries. Si je me décide aujourd’hui à les combattre, c’est qu’elles me paraissent avoir fait leur temps : elles ont perdu en quelques années ce qu’elle pouvaient avoir de scandaleux, de corrosif, donc de révolutionnaire pour se ranger dorénavant parmi les idées reçues, alimentant encore le militantisme gnangnan des journaux de mode, mais avec leur place déjà préparée dans le glorieux caveau de famille des manuels littéraires. L’idéologie, toujours masquée, change facilement de figure. C’est une hydre-miroir, dont la tête coupée reparaît bien vite à neuf, présentant à l’adversaire son propre visage, qui se croyait vainqueur. »

 

 

 

 

robbe-grillet
Alain Robbe-Grillet (18 augustus 1922 – 18 februari 2008)

 

 

 

 

 

 

De Britse schrijver Brian Wilson Aldiss werd geboren in East Dereham (Norfolk) op 18 augustus 1925. Tijdens WO II iwerd Aldiss in Birma gelegerd en daarna werkte hij als boekhandelaar in Oxford. Naast korte SF-verhalen voor verschillende tijdschriften, schreef hij korte verhalen voor een tijdschrift van boekhandelaren over het leven in een denkbeeldige boekhandel. Dit trok de aandacht van de uitgever Faber and Faber en resulteerde in zijn eerste boek The Brightfount Diaries (1955), een verzameling van de boekhandelstukken.

Na publicatie van zijn eerste SF-boek Space, Time and Nathaniel (1957) wijdde hij zich geheel aan het schrijven.Tijdens de Worldcon van 1958 werd hij uitverkozen tot meest belovende nieuwe auteur en in 1960 werd hij voorzitter van de British Science Fiction Association. Gedurende de jaren 60 was hij literair redacteur bij de krant Oxford Mail. Aldiss was niet alleen met zijn eigen werk zeer succesvol, maar ook als samensteller van bloemlezingen.

 

Uit: The Glass Forest

 

“WE CAN DRAW A CLEAR LINE AT THE POINT WHERE LIFE BEGINS. The expulsion from the womb marks our entry into the world. Where a life-story begins is less clear. So mine will open with the Tea Vision. The Tea Vision marked a first awareness that I enjoyed an interior life apparently not communicable to others.

I was three years old. Our living room, high above our shop, had large windows and comfortable window seats, from which one could look out at the people coming and going in Norwich Street. Opposite was the grocers, Kingston & Hurn. In the upper windows, my 'unt' Nellie Hurn could be glimpsed occasionally, living out her life in velvets, playing patience behind her clicking bead curtains.

In the shop windows below, Nellie's husband installed an advert for Mazawattee Tea, based on Alice in Wonderland characters. There sat Alice, at the head of the table, pouring Mazawattee tea from a huge red pot into cups which the Mad Hatter and the March Hare were holding. Beaming with pleasure, they lifted the cups to their mouths to drink. When they lowered the cups, the cups were immediately refilled. No pause in the action was permitted. In those days the design would be solidly made of three-ply and worked off the electric mains.

Passers-by in the street watched the advert for a moment, smiled and walked on. I was its captive. I could not stop observing from my window. The pleasures of the Mad Hatter and the March Hare never dimmed. Their smiles never grew less. The teapot never emptied. They never had too much Mazawattee Tea.”

 

 

 

 

brian-aldiss
Brian Wilson Aldiss (East Dereham, 18 augustus 1925)

 

 

 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 18 augustus 2007.

 

De Oostenrijkse schrijver en journalist Hugo Bettauer werd geboren op 18 augustus 1872 in Baden bij Wenen.

 

De Tsjechische dichter en vertaler Václav Bolemír Nebeský werd geboren op 18 augustus 1818 in Nový Dvůr.

 

Geschreven door Romenu om 20:22 Reageer op dit bericht

Jonathan Franzen, Tsegaye Gabre-Medhin, Roger Peyrefitte, V. S. Naipaul, Ted Hughes, Anton Delvig, Robert Sabatier, Herta Müller

De Amerikaanse schrijver Jonathan Franzen werd geboren op 17 augustus 1959 in Western Springs, Illinois. Zie ook mijn blog van 17 augustus 2007.

 

Uit: The Discomfort Zone

 

„Our friend Kirby, it turned out, had charmed the owner of the Florida house, and the beer keg was fully operational, and so our last week of living like rich people unfolded amicably. I spent morbid, delicious amounts of time by myself, driven by the sort of hormonal instinct that I imagine leads cats to eat grass. The half-finished high-rises to our east were poised to engulf our idyll, even if we'd wanted to come back another year, but the transformation of a quiet, sandpiper-friendly beach into a high-density population center was such a novelty for us that we didn't even have a category for the loss it represented. I studied the skeletal towers the way I studied bad weather.

At the end of the week, my parents and I drove deeper into Florida, so that I could be taken to Disney World. My father was big on fairness, and because my brothers had once spent a day at Disneyland, many years earlier, it was unthinkable that I not be given the equivalent treat of a day at Disney World, whether or not I was too old for it, and whether or not I wanted to be there. I might not have minded going with my friend Manley, or with my not-girlfriend Hoener, and mocking and subverting the place and allowing myself to like it that way. But mocking and subverting in the presence of my parents was out of the question.

 

 

 

 

jonathan-franzen
Jonathan Franzen (Western Springs, 17 augustus 1959)

 

 

 

 

 

 

De Ethiopische schrijver Tsegaye Gabre-Medhin werd geboren op 17 augustus 1936 in Boda bij Ambo. Zie ook mijn blog van 17 augustus 2007.

 

Uit: Literature and the African Public

 

„But as to why these trees of African languages were not, so fur, given enough chance to bear fruit, demands of us, to face certain rigid factors of history and politics.

What was Africa considered to be before the colonial days? The Westerners had mostly to rely on what their travelers, their ivory hunters and slave traders reported to them, followed by the information from their missionaries and finally through the suppressed echoes of the whip of their colonial administrators. As such, the first introduction of the black man in the concept of the Western, was in the image of a humiliated humanity. The slander to his dignity, to his way of life, to his values, which so incessantly recur as a matter of fact across the "civilized" world today, drew breath, then. Although his social systems were almost, destroyed although condemned to grapple with these world wide historic and current realities which negate his values, yet, it is still not by his capacity as an individual, not by his success or failure as a member of a group reflection, but the color of his skin and his physical characteristics appeared to be the core of the element by which the Western master judged him. He is put on trial by his very appearance and played the underdog of his country's class structures.

 

Out of these and against these, the African was taught to protest in his master's ways, in his master's values, in his master's language. Yet Africa was never mute in her own heritage of self expressions before or after the colonial days. The problem is how to record her abun­dant oral literatures in her own languages and preserve them for her children, how to record the very social traditions both in their similar and contradicting shades and evolve them in a harmony of oneness through the taste of time and the criteria of their own humane level, since any language should be given a chance to develop its potential of literature.”

 

 

 

 

medhin_184
Tsegaye Gabre-Medhin (17 augustus 1936 – 25 februari 2006)

 

 

 

 

 

 

 

De Franse schrijver en diplomaat Roger Peyrefitte werd geboren op 17 augustus 1907 in  Castres. Zie ook mijn blog van 17 augustus 2007.

 

Uit: Les Amitiés particulières

 

Peyrefitte_page9c

 peyrefitte
Roger Peyrefitte (17 augustus 1907 – 5 november 2000)

 

 

 

 

 

De Britse schrijver Sir Vidiadhar Surajprasad Naipaul werd geboren op 17 augustus 1932 in Chaguanas, Trinidad en Tobago. Zie ook mijn blog van 17 augustus 2006 en ook mijn blog van 17 augustus 2007.

 

Uit: The Enigma of Arrival

 

„To see the possibility, the certainty, of ruin, even at the moment of creation: it was my temperament. Those nerves had been given me as a child in Trinidad partly by our family circumstances: the half-ruined or broken-down houses we lived in, our many moves, our general uncertainty. Possibly, too, this mode of feeling went deeper, and was an ancestral inheritance, something that came with the history that had made me: not only India, with its ideas of a world outside men's control, but also the colonial plantations or estates of Trinidad, to which my impoverished Indian ancestors had been transported in the last century – estates of which this Wiltshire estate, where I now lived, had been the apotheosis.
     Fifty years ago there would have been no room for me on the estate; even now my presence was a little unlikely. But more than accident had brought me here. Or rather, in the series of accidents that had brought me to the manor cottage, with a view of the restored church, there was a clear historical line. The migration, within the British Empire, from India to Trinidad had given me the English language as my own, and a particular kind of education. This had partly seeded my wish to be a writer in a particular mode, and had committed me to the literary career I had been following in England for twenty years.
     The history I carried with me, together with the self-awareness that had come with my education and ambition, had sent me into the world with a sense of glory dead; and in England had given me the rawest stranger's nerves. Now ironically – or aptly – living in the grounds of this shrunken estate, going out for my walks, those nerves were soothed, and in the wild garden and orchard beside the water meadows I found a physical beauty perfectly suited to my temperament and answering, besides, every good idea I could have had, as a child in Trinidad, of the physical aspect of England.”

 

 

 

naipaul1_184
V. S. Naipaul (Chaganuas, 17 augustus 1932)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Ted Hughes werd geboren op 17 augustus 1930 in Mytholmroyd, Yorkshire. Zie ook mijn blog van 17 augustus 2006.

 

Lovesong

He loved her and she loved him.
His kisses sucked out her whole past and future or tried to
He had no other appetite
She bit him she gnawed him she sucked
She wanted him complete inside her
Safe and sure forever and ever
Their little cries fluttered into the curtains

Her eyes wanted nothing to get away
Her looks nailed down his hands his wrists his elbows
He gripped her hard so that life
Should not drag her from that moment
He wanted all future to cease
He wanted to topple with his arms round her
Off that moment's brink and into nothing
Or everlasting or whatever there was

Her embrace was an immense press
To print him into her bones
His smiles were the garrets of a fairy palace
Where the real world would never come
Her smiles were spider bites
So he would lie still till she felt hungry
His words were occupying armies
Her laughs were an assassin's attempts
His looks were bullets daggers of revenge
His glances were ghosts in the corner with horrible secrets
His whispers were whips and jackboots
Her kisses were lawyers steadily writing
His caresses were the last hooks of a castaway
Her love-tricks were the grinding of locks
And their deep cries crawled over the floors
Like an animal dragging a great trap
His promises were the surgeon's gag
Her promises took the top off his skull
She would get a brooch made of it
His vows pulled out all her sinews
He showed her how to make a love-knot
Her vows put his eyes in formalin
At the back of her secret drawer
Their screams stuck in the wall

Their heads fell apart into sleep like the two halves
Of a lopped melon, but love is hard to stop

In their entwined sleep they exchanged arms and legs
In their dreams their brains took each other hostage

In the morning they wore each other's face

 

 

 

 

 

Hughes
Ted Hughes (17 augustus 1930 – 28 oktober 1998)

 

 

 

 

 

De Russische dichter Anton Delvig werd geboren op 17 augustus 1798 in Moskou. Hij studeerde samen met Aleksandr Poesjkin aan het lyceum Zarskoje Selo en raakte met hem bevriend. Samen gaven ze de Literaturnaya Gazeta uit (1830-1831). Delvig stond in de traditie van het Russische neoclassicisme.

 

 

Russisches Lied

 

Sang wohl, sang das Vögelein,
Und verstummte.
Ward dem Herzen Freude kund,
Und Vergessen.

 

Vöglein, das so gerne singt,
Warum schweigt es?
Herz, was ist mit dir geschehn,
Daß du traurig?

 

Ach, das Vöglein tötete
Rauher Schneesturm,
Und das Herz des Burschen brach
Böses Reden.

 

Wär' das Vöglein gern geflogen
Fort zum Meere,
Wär' der Bursche gern entflohen
In die Wälder.

 

In dem Meere treibt die Flut,
Doch kein Schneesturm -
Wilde Tiere birgt der Wald,
Doch nicht Menschen.

1825

 

 

 

 

Vertaald door Friedrich Bodenstedt

 

 

 

 

 

Der Dichter

 

Lang verbirgt er im Herzen die tiefen Gefühl' und Gedanken:
Scheint mit den Menschen, mit uns, nicht sie zu teilen bereit!
Selten nur so - nach demWillen des Himmels? - beginnt er zu singen,
Götter! dann bringt uns sein Lied Leben und Liebe und Glück,
Ganz wie in uraltem Wein, dem teuren Gaste kredenzet,
Schmeicheln den Sinnen zugleich: Farbe und Duft und
Geschmack!

1829

 

 

 

Vertaald door Rolf-Dietrich Keil

 

 

 

 

Delvig
Anton Delvig (17 augustus 1798 – 26 januari 1831)

 

 

 

 

 

De Franse dichter en schrijver Robert Sabatier werd geboren op 17 augustus 1923 in Parijs. Sinds 1971 is hij lid van de l'Académie Goncourt. Hij schrijft gedichten die de invloed verraden van het surrealisme. In zijn proza draait het vaak om outsiders Sabatier schreef eveneens een Histoire de la Poésie française.

 

 

 

LES FEUILLES VOLANTES

 

Adieu mon livre, adieu ma page écrite,
Se détachant de moi comme une feuille,
Me laissant nu comme un cliché d'automne.

 

Je vous dédie une arche de parole
Pour naviguer, mes amis, naviguer
Dans ma mémoire où se taisent les loups.

 

Vole ma feuille au-dessus de la ville,
Franchis le fleuve et détruis la frontière.
Amour, amour, ô ma géographie!

 

Et si tu cours au fil de l’onde, un songe
Recueillera mes images mouillées
Que dans un pré le soleil séchera.

 

Poète ici, poète comme un arbre
Offrant sa feuille à la terre gourmande
Et dans l’humus herbe ressuscitant.

 

Un autre livre, une parole neuve,
Les mêmes mots dans d’autres mariages
Et toujours l’homme et son tapis volant.

 

 

 

 

 

Sabatier
Robert Sabatier (Parijs, 17 augustus 1923)

 

 

 

 

 

 

 

De Duitse schrijfster Herta Müller werd geboren op 17 augustus 1953 in Nitzkydorf, Roemenië. Zij studeerde germanistiek en Roemeense literatuur aan de universiteit van het westen in Timişoara. Vanaf 1976 werkte zij als vertaalster in een machinefabriek, maar toen ze in 1979 niet wilde samenwerken met de Securitate werd zij ontslagen. Zij werkte tijdelijk als docente en privélerares. In 1982 kon haar eerste roman slechts in een gecensureerde versie verschijnen. In 1987 emigreerde zij met haar man naar de BRD. Ze kreeg in de volgende jaren verschillende leeropdrachten als writer in residence.

 

Uit: Der König verneigt sich und tötet

 

“In der Dorfsprache – so schien es mir als Kind – lagen bei allen Leuten um mich herum die Worte direkt auf den Dingen, die sie bezeichneten. Die Dinge hießen genauso, wie sie waren, und sie waren genauso, wie sie hießen. Ein für immer geschlossenes Einverständnis. Es gab für die meisten Leute keine Lücken, durch die man zwischen Wort und Gegenstand hindurch schauen und ins Nichts starren mußte, als rutsche man aus seiner Haut ins Leere. Die alltäglichen Handgriffe waren instinktiv, wortlos eingeübte Arbeit, der Kopf ging den Weg der Handgriffe nicht mit und hatte auch nicht seine eigenen, abweichenden Wege. Der Kopf war da, um die Augen und Ohren zu tragen, die man beim Arbeiten brauchte. Die Redewendung: »Der hat seinen Kopf auf den Schultern, damit es ihm nicht in den Hals regnet,« dieser Spruch konnte auf den Alltag aller angewendet werden. Oder doch nicht? Warum riet meine Großmutter meiner Mutter, wenn es Winter und draußen nichts zu tun, wenn mein Vater ohne Unterlaß Tage hintereinander sturzbesoffen war: »Wenn du meinst, daß du nicht durchhältst, dann räum den Schrank auf.« Den Kopf still stellen durchs Hin- und Herräumen von Wäsche. Die Mutter sollte ihre Blusen und seine Hemden, ihre Strümpfe und seine Socken, ihre Röcke und seine Hosen neu falten und stapeln oder nebeneinander hängen. Frisch beieinander sollten die Kleider der Beiden verhindern, daß er sich aus dieser Ehe heraus säuft.”

 

 

 

 

Mueller_Herta1hf_2004
Herta Müller (Nitzkydorf, 17 augustus 1953)

 

Geschreven door Romenu om 22:18 Reageer op dit bericht

Moritz Rinke, T. E. Lawrence, Charles Bukowski, Reiner Kunze, Susanne Fischer, Max Schuchart, Jules Laforgue, Pierre Henri Ritter jr., Alice Nahon

De Duitse (toneel)schrijver Moritz Rinke werd geboren op 16 augustus 1967 in Worpswede bij Bremen. Zie ook mijn blog van 16 augustus 2007.

 

Uit: Die Nibelungen

 

2. Szene

Burgund, Worms.

 

Auf dem Platz vor der Burg. Auf der einen Seite: König

Gunther, thronend, daneben seine Brüder Gernot

und Giselher. Dahinter Ortwin von Metz, Sindold und

Hunold, alle in den Diensten des Königs. Auf der anderen

Seite: Kriemhild, daneben Ute, ihre Mutter. In der

Mitte des Platzes: Hagen von Tronje. Ritter in aufwendiger

Aufmachung passieren den Thron von Gunther. Er

weist der Hälfte der Bewerber den Weg zu Kriemhild.

KRIEMHILD: Nie im Leben! Der sieht ja aus wie ein Stoffzelt!

Mutter, ich will keinen viereckigen Mann!

UTE: Nun schau doch erst mal hin! In Franken trägt man derzeit

solche Kleider!

KRIEMHILD: Mutter, ich habe nicht gut geschlafen, ich bin müde!

UTE spricht den Bewerber an: Guten Tag. Dies ist meine wunderbare

Tochter. Wie viele Männer haben Sie denn im Gefolge?

KRIEMHILD: Mutter, mir träumte schlecht. Ich ziehe einen Falken

auf, einen prächtigen Falken mit großen Flügeln. Ich stelle

ihn in einem Käfi g aus Gold in die Sonne. Ich öffne die

Tür, setze mich davor und singe ein Lied. Sie wissen doch,

welches Lied? Singt ein Lied.

UTE: Ein schöner Traum, mein Kind.

KRIEMHILD: Jetzt stürzen sich zwei Adler vom Himmel! Sie werfen

sich auf den Käfi g! Sie reißen durch die geöffnete Tür den

Falken! Sie brechen seine Flügel! Hagen, den will ich nicht,

den will ich nicht!

Hagen führt den fränkischen Bewerber ab.

UTE: Da geht er hin. In bestem Samt! Hast du das Schuhwerk

gesehen?

KRIEMHILD: Mutter, die haben meinen Falken zerhackt!

17

2. Szene

UTE: Mein Kind, den Falken, den du aufziehst, das ist ein großer,

schöner Mann.

KRIEMHILD: Ich will aber keinen Mann! Den Käfi g mit einem Lied

zu öffnen und dann das Herz so bluten sehen? Tränen laufen

über ihr Gesicht.

UTE: Kriemhild, liebes Kind. Du darfst das Herz nicht ein Leben

lang verschlossen halten, nur weil du Angst hast, es könnte

getroffen werden. Glaubst du denn, ohne Dankrat säßen wir

hier? Dieser Kuss, mein Kind! Küsst sie. Ihm ging der seine

voraus.

KRIEMHILD: Vater ist tot, und Sie sind unglücklich! Singt.

UTE: Widersprich nicht immer! Und sing nicht, wenn ich mit dir

rede! Ich war glücklich, ja! Und die Erinnerung macht mich

noch heute glücklich. Sieh, diesen treffl ichen Ritter! Spricht

einen neuen Bewerber an. Guten Tag. Dies ist meine wunderbare

Tochter, wie viele Männer haben Sie denn im Gefolge?

DER BEWERBER: Hohe Damen, fünfhundert Recken tapferen

Schlages, gehüllt in bayerischen Samt und Juwelen als Gabe.

Dort vor dem Tor. Kniet.

UTE: Alle in bayerischem Samt?

KRIEMHILD: Danke, das genügt. Was soll ich mit fünfhundert

Recken in bayerischem Samt? Tschüss.

HAGEN weist den bayerischen Bewerber ab: Besser so, keine Frau für

Euch, gute Reise.

UTE: Du schaust zu schnell! Es gibt Männer, da kommt der Charakter

nicht sofort zum Vorschein. Klugheit, Güte, sie liegen

in der Tiefe und kommen, wenn du sie brauchst. Hagen, führ

ihn zurück! Er hat einen interessanten Blick!

KRIEMHILD: Mutter, mir geht es gut. Ich brauche nicht die Tiefe

dieser Männer, danke. Hagen, sag ihm, er ist ein interessanter

Mann mit wirklich gutem Samt. Ich kann mich nur nicht mit

ihm verbinden.

GERNOT ruft über den Platz: Hagen! Sollen wir hier noch weitermachen?

Die Römer sagen: Quousque tandem? Wie lange

noch? Wie lange noch?

 

 

 

 

Rinke
Moritz Rinke (Worpswede, 16 augustus 1967)

 

 

 

 

 

 

De Britse prozaschrijver, archeoloog en militair Thomas Edward Lawrence werd geboren op 16 augustus 1888. Hij staat beter bekend als Lawrence of Arabia. Zie ook mijn blog van 16 augustus 2006.

 

Uit: Revolt in the Desert

    

"Back with our camels, we dumped the loads, and sent the animals to safe pasture near some undercut rocks from which the Arabs scraped salt. The freedmen carried down the Stokes gun with its shells; the Lewis guns; and the gelatine with its insulated wire, magneto and tools to the chosen place. The sergeants set up their toys on a terrace, while we went down to the bridge to dig a bed between the ends of two steel sleepers, wherein to hide my fifty pounds of gelatine. We had stripped off the paper wrapping of the individual explosive plugs and kneaded them together by help of the sun heat into a shaking jelly in a sandbag.

The burying of it was not easy. The embankment was steep, and in the sheltered pocket between it and the hill-side was a windlaid bank of sand. No one crossed this but myself, stepping carefully; yet I left unavoidable great prints over its smoothness. The ballast dug out from the track I had to gather in my cloak for carriage in repeated journeys to the culvert, whence it could be tipped naturally over the shingle bed of the water-course."

 

 

 

 

 

lawrence
T. E. Lawrence (16 augustus 1888 – 19 mei 1935)

 

 

 

 

 

 

De Amerikaanse dichter en fictieschrijver Charles Bukowski werd geboren op 16 augustus 1920 in Andernach, Duitsland. Zie ook mijn blog van 16 augustus 2006.

 

 

Big Night On The Town

 

drunk on the dark streets of some city,
it's night, you're lost, where's your
room?
you enter a bar to find yourself,
order scotch and water.
damned bar's sloppy wet, it soaks
part of one of your shirt
sleeves.
It's a clip joint-the scotch is weak.
you order a bottle of beer.
Madame Death walks up to you
wearing a dress.
she sits down, you buy her a
beer, she stinks of swamps, presses
a leg against you.
the bar tender sneers.
you've got him worried, he doesn't
know if you're a cop, a killer, a
madman or an
Idiot.
you ask for a vodka.
you pour the vodka into the top of
the beer bottle.
It's one a.m. In a dead cow world.
you ask her how much for head,
drink everything down, it tastes
like machine oil.

you leave Madame Death there,
you leave the sneering bartender
there.

you have remembered where
your room is.
the room with the full bottle of
wine on the dresser.
the room with the dance of the
roaches.
Perfection in the Star Turd
where love died
laughing.

 

Consummation Of Grief

 

I even hear the mountains
the way they laugh
up and down their blue sides
and down in the water
the fish cry
and the water
is their tears.
I listen to the water
on nights I drink away
and the sadness becomes so great
I hear it in my clock
it becomes knobs upon my dresser
it becomes paper on the floor
it becomes a shoehorn
a laundry ticket
it becomes
cigarette smoke
climbing a chapel of dark vines. . .
it matters little
very little love is not so bad
or very little life
what counts
is waiting on walls
I was born for this
I was born to hustle roses down the avenues of the dead.

 

 

charles_bukowski
Charles Bukowski (16 augustus 1920 – 9 maart 1994)

 

 

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Reiner Kunze werd geboren op 16 augustus 1933 in Oelsnitz, Erzgebirge. Zie ook mijn blog van 16 augustus 2006.

 

 

Der Vogel Schmerz

Nun bin ich dreißig jahre alt
und kenne Deutschland nicht:
Die grenzaxt fällt in Deutschland wald
O land, das auseinanderbricht
im menschen

Und alle brücken treiben pfeilerlos

Gedicht, steig auf, flieg himmelwärts!
Steig auf, gedicht, und sei
der vogel Schmerz

 

 

 

 

 

Die Brücken von Budapest
(für Elisabeth)

 

Die brücken erinnern ans lieben

Weil sie
überbrücken
wie die arme der liebenden die nacht
der phallus den tod

 

Weil sie
von neuem überbrücken und
dennoch
dennoch
dennoch

 

Die brücken erinnern ans lieben: spannung
wie in den muskeln liebender

 

Die Margareteninsel,
entbunden des keuschheitsgelübdes, spreizt
die schenkel ihrer brücke, der himmel
ein männerauge

 

Zwischen ferse und schulter
ein einziger bogen, erinnert ans lieben
die brücke der brücken

 

mit deinem namen

 

 

 

 

 

 

Kunze
Reiner Kunze (Oelsnitz, 16 augustus 1933)

 

 

 

 

De Duitse schrijfster Susanne Fischer werd geboren op 16 augustus 1960 in Hamburg. Zie ook mijn blog van 16 augustus 2007.

 

Uit: Interview mit meinem Stuhl

 

„Interviewerin: Bier? Wein? Schnaps?
Herr Jules: I wo. Kaffee, Wasser, Tee. Jedenfalls solange ich dabei bin.
Interviewerin: Na, das ist doch nicht schlimm.
Herr Jules: Nicht schlimm? Jetzt will ich Ihnen mal was sagen: Die Frau hat schon zwei Computertastaturen mit Kaffee ruiniert. Seit sie einen Laptop hat, ist sie vorsichtiger geworden. Aber nicht viel. Was glauben Sie wohl, warum sie mich ausgesucht hat?
Interviewerin: Weil Sie so blau sind? Und aus schönem harten Holz?
Herr Jules: Weil ich Löcher habe. Sonst müsste sie in einer Kaffeepfütze sitzen.
Interviewerin: Naja, das führt ja alles etwas weg vom Thema. Wie ist denn das nun mit dem Schreiben bei Susanne Fischer? Tut sie das gern? Ungern? Sie sind ja wohl immer dabei?
Herr Jules: Ich habe keine Ahnung. Schauen Sie sich doch mal um, wie es hier aussieht. Alles voller Papierstapel, Zeitungen, Briefe und so. Wir haben das kleinste und kälteste Zimmer im Haus. Den ganzen Tag sitzt sie woanders im Büro. Da hat sie ihren Stuhl übrigens auch schon ruiniert, die Stellschrauben sind herausgefallen; allmählich bekomme ich Angst. Abends schlendert sie dann manchmal bei mir vorbei, so um halb neun, wenn das Kind im Bett ist und andere Möbel Feierabend machen dürfen. Dann ächzt sie herum, als würde sie gequält, und lässt sich auf mich plumpsen, rücksichtslos. Und dann –
Interviewerin: – schreibt sie?
Herr Jules: Dann legt sie virtuelle Patiencen auf ihrem Computer. Das muss man sich mal vorstellen. Das ist ja wohl das Dämlichste, womit man sich überhaupt beschäftigen kann. Ich habe mich schon gefragt, ob ihr Fernseher kaputt ist, aber die ist einfach so.
Interviewerin: Könnte man das nicht als eine Art, nun, mechanische Entleerung des Kopfes vom Alltag, ein Fegen der poetischen Bühne betrachten, ein Umschalten, ehe es richtig losgeht mit der Kreativität?
Herr Jules: Na, Sie machen mir Spaß. Die Frau hat einfach Angst vorm Schreiben. Jeden Tag wieder. Soll sie doch Fernsehen gucken. Und all die Bücher, die hier ungelesen rumliegen, dabei liest sie angeblich gern. Das könnte sie doch auch abends tun. Statt dessen hängt sie vor ihrem Computer herum und ächzt und ruckelt mit dem Stuhl auf diese besonders unangenehme Weise.”

 

 

 

 

fischer
Susanne Fischer  (Hamburg, 16 augustus 1960)

 

 

 

 

 

De Nederlandse dichter, journalist en vertaler Max Schuchart werd geboren in Rotterdam op 16 augustus 1920. Hij was redacteur van het tijdschrift Proloog en het Handelsblad.

Max Schuchart was vooral bekend dankzij zijn vertaling In de ban van de Ring van The Lord of the Rings van J.R.R. Tolkien. Deze vertaling, die in 1957 voor het eerst verscheen, was de allereerste vertaling ter wereld van dit boek. Voor deze vertaling kreeg hij de Martinus Nijhoffprijs en de M.B.E., een Britse ridderorede. Hij vertaalde ook werk van Richard Adams, Daniel Defoe, D.H. Lawrence, Salman Rushdie, J.D. Salinger, Dylan Thomas en Oscar Wilde.

 

 

Het Chinese theekopje - (een studie)

 

Het porselein, het dunne,
is aan de binnenkant
wit, gelijk aangedunde
melk zonder een roomrand.
Beschilderd met figuurtjes -
een klein teer vrouwspostuurtje
met twee mannen als buurtjes -
is 't aan de buitenkant.

Ovaal is 't vrouwenkopje
en 't opgestoken haar,
zwart als knoopjesdropje
houdt een spang bij elkaar.
't Pruimenmondje coquetjes,
als gevouwen servetjes
driehoekig, vroom en netjes
't amandelogenpaar.

Kaal zijn de mannenhoofdjes,
rosig op 't schedelvlak,
en boven de spleetoogjes
wenkbrauwen dik, gitzwart.
Langs het mondje, chagrijnig,
bungelt verveeld, diklijnig,
mealncholiek, venijnig,
een snor als pruimtabak.

Drie gouden cirkellijntjes
stralen de hoofdjes om.
Grillige tierlantijntjes
op 't donkerglanzend fond:
Chinese bloemmotieven,
de Lotus der gelieven,
figuren naar believen
en goudvlakjes van zon.

 

 

 

 

Schuchart
Max Schuchart (16 augustus 1920 - 25 februari 2005)

 

 

 

 

 

 

De Franse dichter Jules Laforgue werd geboren in Montevideo op 16 augustus 1860. In 1875 remigreerde zijn familie vanuit Uruguay naar het Franse Tarbes. Eind 1876 vertrok Jules Laforgue naar Parijs om er filosofie te studeren. Nauwelijks een jaar later overleed zijn moeder als gevolg van een moeilijke bevalling. In 1879 verschenen de eerste gedichten van Laforgue in het literaire tijdschrift "L'Enfer". In Parijs sluit hij zich daarop aan bij de literaire kring van de Hydropathes, waar hij kennis maakte met de symbolisten. In 1880 verschenen al zijn eerste gedichten in "La Vie Moderne" van Paul Bourget.

 

 

Fragment

 

J'ai passé l'âge timide
Dans un stagnant pays
Où pèse un ciel torride
Sur rien que des champs de maïs

 

Tuiles, choux, commères du voisinage,
C'est là que j'ai passé mon bel âge
Et lan lan la - C'est là !
Les beaux ramiers de l'incurie
Chaque soir vers toi j'irai aussi fidèle
Que chaque soir le soleil vers l'occident

 

Puis-je me plaindre de n'être pas heureux
Quand il est des femmes à jamais laides

 

 

 

 

Encore cet astre

 

Espèce de soleil! tu songes : - Voyez-les,
Ces pantins morphinés, buveurs de lait d'ânesse
Et de café; sans trêve, en vain, je leur caresse
L'échine de mes feux, ils vont étiolés! -

 

- Eh! c'est toi, qui n'as plus que des rayons gelés!
Nous, nous, mais nous crevons de santé, de jeunesse!
C'est vrai, la Terre n'est qu'une vaste kermesse,
Nos hourrahs de gaîté courbent au loin les blés.

 

Toi seul claques des dents, car tes taches accrues,
Te mangent, ô Soleil, ainsi que des verrues
Un vaste citron d'or, et bientôt, blond moqueur,

 

Après tant de couchants dans la pourpre et la gloire,
Tu seras en risée aux étoiles sans cœur,
Astre jaune et grêlé, flamboyante écumoire!

 

 

 

 

 

Laforgue
Jules Laforgue (16 augustus 1860 - 20 augustus 1887)

 

 

 

 


De Vlaamse dichteres Alice Nahon
werd te Antwerpen geboren op 16 augustus 1896. Zie ook mijn blog van 16 augustus 2006.

 

De Nederlandse journalist, letterkundige, criticus en publicist Pierre Henri Ritter jr. werd geboren in Utrecht op 16 augustus 1882.

 

Geschreven door Romenu om 20:08 Reageer op dit bericht

Mary Jo Salter, Guillaume van der Graft, Marga Kool, Heinrich Eichen, Benedict Kiely, Thomas de Quincey, Matthias Claudius, R.J. Peskens, Daan Zonderland, Jan Campert, Edna Ferber

De Amerikaanse dichteres Mary Jo Salter werd geboren op 15 augustus 1954 in Grand Rapids, Michigan en groeide op in Detroit, Baltimore en Maryland. Zij studeerde zowel aan Harvard als aan Cambridge University. Tijdens haar verblijf aan Harvard studeerde zij samen met de dichteres Elizabeth Bisshop. Salter werkt als redacteur voor de Atlantic Monthly en de The New Republic. Ook doceerde zij sinds 1984 aan het Mount Holyoke College. Tegenwoordig doceert zij aan de John Hopkins University en zij is sinds 1995 vice presidente van de Poetry Society of America. Zij is getrouwd met de schrijver Brad Leithauser.

 

Werk o.a: Sunday Skaters, 1994, A Kiss in Space, 1999, Open Shutters, 2003

 

 

A Rainbow Over the Seine

 

Noiseless at first, a spray
of mist in the face, a nose-
gay of moisture never
destined to be a downpour.

 

Until the sodden cloud
banks suddenly empty
into the Seine with a loud
clap, then a falling ovation

 

for the undrenchable
sun--which goes on shining
our shoes while they're filling
like open boats and the sails

 

of our newspaper hats
are flagging, and seeing
that nobody thought to bring
an umbrella, puts

 

up a rainbow instead.
A rainbow over the Seine,
perfectly wrought as a draw-
bridge dreamed by a child

 

in crayon, and by the law
of dreams the connection
once made can only be lost;
not being children

 

we stand above the grate
of the Metro we're not
taking, thunder underfoot, and
soak up what we know:

 

the triumph of this arc-
en-ciel, the dazzle
of this monumental
prism cut by drizzle, is

 

that it vanishes.

 

 

 

 

salter
Mary Jo Salter (Grand Rapids, 15 augustus 1954)

 

 

De Nederlandse dichter Guillaume van der Graft (eig. Willem Barnard) werd op 15 augustus 1920 geboren in Rotterdam. Zie ook mijn blog van 15 augustus 2007.


Er is nog veel te doen,
nalezen wat ik toen
had moeten weten, orde

scheppen in wat geworden is,
tijd hebben, heten

zoals ik heb genoemd.

 

***

 

Ik ben de stilte op het spoor
waar alles mee is begonnen.

Afstanden werden uitgezet,
einders gespannen om naar te

reikhalzen, kringen getrokken
en met een midden bekroond. Hoe

centripetaal is de taal!
Ik geef mij aan een woord gewonnen,

ik ben de stilte op het spoor.

 

 

 

 

 

 

Barnard
Guillaume van der Graft
(Rotterdam, 15 augustus 1920)

 

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijfster en dichteres Marga Kool werd geboren in Beekbergen op 15 augustus 1949. Zij is vooral bekend vanwege haar werk in het Drents maar publiceert ook in het Nederlands. Kool groeide op in een boerengezin. Ze woonde op verschillende plaatsen in het oosten van het land en vanaf haar elfde jaar in het Drentse Zuidwolde. Ze werkte in het onderwijs, onder andere dertien jaar als lerares Nederlands. Daarnaast was ze bestuurder: voor D66 zat ze tien jaar in de gemeenteraad van Zuidwolde en daarna in de Provinciale Staten van Drenthe. Tussen 1991 en 1999 was ze in Drenthe gedeputeerde van Milieu en Cultuur. Sinds 2000 is ze dijkgraaf van het waterschap Reest en Wieden.
Marga Kool zette zich naast haar werk vooral actief in voor de Nedersaksische streektaal.Zij won op negentienjarige leeftijd met haar televisiespel Niemandsland een schrijfwedstrijd van de AVRO. De eenakter werd uitgezonden met Cox Habbema in de hoofdrol. Daarna publiceerde ze met tussenpozen verhalen, gedichten, toneelstukken en liedteksten, zowel in het Drents als in het Nederlands

 

Uit: Een kleine wereld

 

’s Maandags in alle vroegte kwam Lange Jan voorbijfietsen, met achter de fiets het rode fietskarretje met de wasmachine. Jan had een lange, uitgerekte Gazelle. Het fietskarretje had een lange boom met een krulvormig uiteinde, waarmee het vastgebonden was aan een pin onder het zadel.
Lange Jan fietste raar. Langzaam en amechtig. Iedere keer dat een been naar beneden trapte ging zijn bovenlijf naar voren; de kin priemde ver over het stuur.
Op het karretje stond de wasmachine, stevig vastgebonden met de zwarte binnenbanden van een fiets. De ventielen glinsterden in de zon. De wasmachine was een ronde, glimmend witte kuip, een echte snelwasser, die door de boerenvrouwen werd geminacht en door de vrouw van de hoofdonderwijzer de hemel in werd geprezen. ‘Ja, wat wil je. Zij krijgen de kleren toch niet smerig,’ spotte buurvrouw Albers. ‘Nee, en ook niet schoon,’ schamperde buurvrouw Geesje terug.
Dan lachten ze wat. Niet hardop. Ze trokken de mondhoeken naar beneden, er kwamen lachrimpeltjes rond hun ogen, ze trokken de schouders omhoog en gniffelden met de klank van leedvermaak. Ons gehucht was te klein voor notabelen. Dokter, dominee en notaris woonden ver weg in het hoofddorp. Het was een buurt van boeren, middenstanders en arbeiders. Meester was bij ons de hoogste in rang: de burgemeester van het gehucht. En zijn vrouw was dus een eigenwijs portret, vonden de mensen. Dat ze iedere maandag de elektrische wasmachine van Lange Jan huurde, maakte het er niet beter op.”

 

 

 

Kool
Marga Kool (Beekbergen, 15 augustus 1949)

 

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Heinrich Eichen werd geboren op 15 augustus 1905 in Bonn. Hij groeide op in Elbig in het toenmalige Polen. Aanvankelijk werkte hij voor de gemeente, later werd hij boekhandelaar. Al jong publiceerde hij gedichten. Nadat de Duitse bevolking uit Elbig verdreven was leefde Eichen vanaf 1945 tot aan zijn dood in Berlijn, waar hij opnieuw als boekhandelaar, maar ook als journalist werkte. Hij stond dicht bij de jeugdbeweging en steunde die ook in zijn geschriften. Als homosexueel werd Eichen in het Derde Rijk geconfronteerd met politieverhoren en andere intimidaties. Na WO II schreef hij onder diverse pseudoniemen ook voor tijdschriften voor homo’s. Zijn laatste dichtbundel heette Gesang der Plastik, een sonnettencyclus bij het werk van de beeldhouwer Georg Kolbe.

 

 

Knaben am See

Hell sang zum Himmel ihrer Jugend Lust.
Sie stürmten auf dem Grün der Erde
unbändig und voll Kraft wie junge Pferde;
und ihre Anmut war nur unbewußt.

Die Flut des Sees umspülte ihre Brust.
Sie teilten ihn mit jauchzender Gebärde,
sie glitten, trunken schwebend, ohn' Beschwerde,
und ihre Anmut war nur unbewußt.

Sie wuchsen leuchtend an des Wassers Rand.
Der Atem ihrer Leiber ging im Takt.
Der Rhytmus ihres Stehens schon war Tanz.

Der Sonne Licht hing jubelnd überm Land,
da schlanke Knaben, blühend braun und nackt,
verharrten singend in des Tages Glanz.

 

 

 

 

H_eichen
Heinrich Eichen (15 augustus 1905 – 30 mei 1986)

 

 

 

 

 

 

De Ierse schrijver en journalist Benedict Kiely werd geboren in Omagh op 15 augustus 1919. Al jong wilde Kiely schrijver worden. Tot zijn voorbeelden rekende hij schrijvers als George Bernard Shaw, H.G. Wells en Jonathan Swift. Na zijn schooltijd studeerde hij in Dublin Engels en geschiedenis. In 1941 startte hij zijn loopbaan als journalist en radiopresentator. In 1945 verscheen zijn eerste roman, Countries of Contention, en meer dan een dozijn andere werken zouden volgen.

 

Uit: The White Wild Bronco

 

“At the age of five, when asked what he wanted to be when he grew up, Isaac said he wanted to be a German. He was then blond and chubby and not at all pugnacious. Because he stuttered, he pronounced the word, German, with three, sometimes with six, initial consonants. He had heard it by his father's bedside where, propped most of the day on high pillows, the old fusilier remembered Givenchy and Messines Ridge in the hearing of his friends: Doherty the undertaker Mickey Fish, who sold fish on Fridays from a flat dray and from door to door, and who stopped young women - even under the courthouse clock - to ask them the time of evening Pat Moses Gavigan who fished pike and cut the world's best blackthorns; and the Cowboy Carson, the only man in our town who lived completely in the imagination. Occasionally the old fusilier read aloud out of one or other of the learned anthropological tomes dealing with the adventures of Tarzan the ape man, but mostly the talk was about Germans. Isaac, quiet on his creepie stool, liked the sound of the word. Bella, the loving wife of the old fusilier, had received her husband home from the war, we were told, in a glass case, the loser by a stomach shot away when - all his superior officers dead - he, the corporal, gallantly led an action to success, carried the kopje or whatever it was they carried in Flanders, and stopped just short of advancing, like the gallant Dublins, into the fire of his own artillery. Back home, stomachless in his glass case, he cheated the War Office on the delicate question of expectation of life, collected a fine pension and lived at ease until the world was good and ready for another war. No crippled veteran, left to beg at the town's end, was the old fusilier. Secure in his bed, in his lattice-windowed room in his white cottage that was snug in the middle of a terrace of seven white cottages, he talked, read about Tarzan, told how fields were won and, on big British Legion days, condescended to receive homage from visiting celebrities, including, once, Lady Haig herself.

 

 

 

 

kielybenedict
Benedict Kiely (15 augustus 1919 - 9 februari 2007)

 

 

 

 

 

De Engelse schrijver Thomas De Quincey werd geboren op 15 augustus 1785 in Manchester. Toen hij zeventien was vluchtte De Quincey, die gold als een briljante leerling die van jongs af dol was op boeken, weg van de Manchester Grammar School om enkele maanden lang berooid en hongerig door de straten van Londen te zwerven. Na zich weer verzoend te hebben met zijn familie begon hij aan een studie in Oxford dat hij echter na vier zonder diploma verliet. Hij trok naar het Engelse Lake District om in de buurt te zijn van zijn literaire helden William Wordsworth en Samuel Taylor Coleridge. Na aanvankelijk ook met hen vriendschappelijke contacten te hebben onderhouden raakte hij langzamerhand vervreemd van beide mannen, mede doordat hij vanaf 1813 steeds verslaafder werd aan opium. Gedwongen door geldnood en schulden op op aandringen van zijn goede vriend John Wilson begon hij te schrijven voor Blackwood’s Edinburgh Magazine.  Na het succes van zijn Confessions of an English Opium-Eater schreef hij meer dan 200 artikelen over onderwerpen, variërend van filosofie, geschiedenis, literatuur tot contemporaine politiek.

 

Uit: Confessions of an English Opium-Eater

“It is so long since I first took opium, that if it had been a trifling incident in my life, I might have forgotten its date: but cardinal events are not to be forgotten; and from circumstances connected with it, I remember that it must be referred to the autumn of 1804. During that season I was in London, having come thither for the first time since my entrance at college. And my introduction to opium arose in the following way. From an early age I had been accustomed to wash my head in cold water at least once a day: being suddenly seized with toothache, I attributed it to some relaxation caused by an accidental intermission of that practice, jumped out of bed, plunged my head into a basin of cold water, and with hair thus wetted went to sleep. The next morning, as I need hardly say, I awoke with excruciating rheumatic pains of the head and face, from which I had hardly any respite for about twenty days. On the twenty-first day, I think it was, and on a Sunday, that I went out into the streets; rather to run away, if possible, from my torments, than with any distinct purpose. By accident I met a college acquaintance who recommended opium. Opium! dread agent of unimaginable pleasure and pain! I had heard of it as I had of manna or of ambrosia, but no further: how unmeaning a sound was it at that time! what solemn chords does it now strike upon my heart! what heart-quaking vibrations of sad and happy remembrances! Reverting for a moment to these, I feel a mystic importance attached to the minutest circumstances connected with the place and the time, and the man (if man he was) that first laid open to me the Paradise of Opium-eaters. It was a Sunday afternoon, wet and cheerless: and a duller spectacle this earth of ours has not to show than a rainy Sunday in London. My road homewards lay through Oxford-street; and near "the stately Pantheon" (as Mr. Wordsworth has obligingly called it), I saw a druggist's shop. The druggist, unconscious minister of celestial pleasures!-as if in sympathy with the rainy Sunday, looked dull and stupid, just as any mortal druggist might be expected to look on a Sunday: and, when I asked for the tincture of opium, he gave it to me as any other man might do: and furthermore, out of my shilling, returned me what seemed to be real copper halfpence, taken out of a real wooden drawer. Nevertheless, in spite of such indications of humanity, he has ever since existed in my mind as the beatific vision of an immortal druggist, sent down to earth on a special mission to myself. And it confirms me in this way of considering him, that, when I next came up to London, I sought him near the stately Pantheon, and found him not: and thus to me, who knew not his name (if indeed he had one) he seemed rather to have vanished from Oxford-street than to have removed in any bodily fashion. The reader may choose to think of him as, possibly, no more than a sublunary druggist: it may be so: but my faith is better: I believe him to have evanesced, or evaporated. So unwillingly would I connect any mortal remembrances with that hour, and place, and creature, that first brought me acquainted with the celestial drug.”

 

 

 

thomas-de-quincey-2-sized
Thomas de Quincey (15 August 1785 – 8 December 1859)

 

 

 

 

 

 

De Duitse dichter Matthias Claudius werd op 15 augustus 1740 geboren in het Duitse stadje Reinfeld in de buurt van Lübeck. Hij studeerde theologie en rechten, maar beide studies voltooide hij niet. Hij was werkzaam als journalist en bevriend met de Duitse dichters Klopstock en Herder. Hij stierf in 1815 in Hamburg.

 

 

Der Mond ist aufgegangen

 

Der Mond ist aufgegangen,
die goldnen Sternlein prangen
am Himmel hell und klar;
der Wald steht schwarz und schweiget,
und aus den Wiesen steiget
der weiße Nebel wunderbar.

 

Wie ist die Welt so stille
und in der Dämmrung Hülle
so traulich und so holt
als eine stille Kammer,
wo ihr des Tages Jammer
verschlafen und vergessen sollt.

 

Seht ihr den Mond dort stehen?
Er ist nur halb zu sehen
und ist doch rund und schön.
So sind wohl manche Sachen,
die wir getrost belachen,
weil unsre Augen sie nicht sehn.

 

Wir stolze Menschenkinder
sind eitel arme Sünder
und wissen gar nicht viel;
wir spinnen Luftgespinste
und suchen viele Künste
und kommen weiter von dem Ziel.

 

Gott, laß dein Heil uns schauen,
auf nichts Vergänglichs bauen,
nicht Eitelkeit uns freun;
laß uns einfältig werden
und vor dir hier auf Erden
wie Kinder fromm und fröhlich sein.

 

Wollst endlich sonder Grämen
aus dieser Welt uns nehmen
durch einen sanften Tod;
und wenn du uns genommen,
laß uns in Himmel kommen,
du unser Herr und unser Gott.

 

So legt euch denn, ihr Brüder,
in Gottes Namen nieder;
kalt ist der Abendhauch.
Verschon uns, Gott, mit Strafen
und laß uns ruhig schlafen
und unsern kranken Nachbar auch.

 

 

 

 

claudiu1
Matthias Claudius (15 augustus 1740 - 21 januari 1815)

 

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver R.J. Peskens (auteursnaam van uitgever Geert van Oorschot) werd geboren in Vlissingen op 15 augustus 1909.Van Oorschot debuteerde als dichter onder eigen naam in Links Richten met socialistische verzen. Zijn poëzie werd gebundeld in De turfgravers (1930) en Gevangenis (1932). Hij was als dienstweigeraar geruime tijd
gedetineerd.Als R.J. Peskens debuteerde hij in 1964 in de reeks De Witte Olifant van zijn eigen uitgeverij met proza getiteld Uitgestelde vragen. Er volgden onder dit pseudoniem nog vijf verhalenbundels en een roman. De naam Peskens had hij ontleend aan een beruchte anarchist uit Vlissingen en de initialen stonden voor de voornamen van twee van zijn meest geliefde dichters: de 'R.' van Richard Minne en de 'J.' van Jan van Nijlen.



Er was een tijd dat ik mij dichter vond,
om welke reden wou ik dat toch wezen?
want elke regel die in mij ontstond
kon men veel mooier bij een ander lezen.



Uit: Brieven van een uitgever (aan Ant ter Braak, 5 november 1986)

"Je zult ondertussen al wel de uitnodiging voor het 'ere-doctoraat-feest' ontvangen hebben. Het is eigenlijk allemaal een beetje overdreven vind ik. Een arbeider behoort zijn werk goed te doen en dat heb ik geprobeerd. Het is natuurlijk wel plezierig als je waardering voor je werk ondervindt, maar moet dat extra 'beloond of geprezen' worden?
Het is ook een beetje een vreemd huis waarin ik nu terecht ben gekomen, maar een katholieke universiteit die een atheïst, een sociaal democraat met anarchistische afwijkingen, een dwarsligger met zo'n doctoraat 'eert' is eigenlijk niet katholiek meer."

 

 

 

peskens
R.J. Peskens (15 augustus 1909 - 18 december 1987)

 

 

 

De Nederlandse dichter Daan Zonderland (pseudoniem van Dr. Daniel Gerhard (Daan) van der Vat) werd geboren in Groningen op 15 augustus 1909. Zie ook mijn blog van 15 augustus 2006.

 

 

Letterlijk

 

"Geachte Heer, ik moet u danken
voor het postpakket dat ik ontving.
Maar u vergeeft mij ongetwijfeld
een zekere teleurstelling.

Toen ik de hand vroeg van uw dochter
die ik hartstochtelijk bemin,
deed ik zulks niet in letterlijke,
doch in overdrachtelijke zin.

 

 

 

 

De aardrijkskunde geeft geen antwoord

 

De aardrijkskunde geeft geen antwoord
Op menig interessante vraag.
Waarin bijvoorbeeld schuilt de oorzaak
Dat men moet huilen in Snikzwaag?

Woont er wellicht in Opperburen
Geen burger op begane grond?
Kent Kietvitshaar geen kievitsveren?
Is zwijgen zonde in Roermond?

In welke talen converseert men
In 't Brabants Babyloniënbroek?
Waarmee bedekt men oosterbenen
In 't vreemde plaatsje Westerbroek?

Wie zit er stil in 't dorpje Wippert?
En wie is wie in 't Friese Wie?
Zijn er alleen maar kromme benen
In het Noord-Hollands Krommenie?

Kent men in Noordeloos geen Noorden?
Wie komt in Voorin achteraan?
En moet een man in Plankenwambuis
Zijn hele leven rechtop staan?

Heeft Middenin geen buitenkanten?
Heeft Nummereen geen plaats voor twee?
Kent men in Nigtevecht geen neven?
Zegt niemand ooit in Jabeek: 'Nee!'?

Was de geboorteplaats van Nemo
Wellicht het dorpje Nergena?
En zijn er werklijk geen sopranen
In 't schone plaatsje Altena?

 

 

 

 

zonderland
Daan Zonderland (15 augustus 1909 – 5 augustus 1977)

 

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver, dichter en journalist Jan Campert werd geboren op 15 augustus 1902 in Spijkenisse.Zie ook mijn blog van 15 augustus 2006.

 

Mijn God, maak mij het sterven licht-
en zoo ik heb gefaald
gelijk een elk wel falen kan,
schenk mij dan Uw gena,
opdat ik heenga als een man
als 'k voor de loopen sta.

 

Op vrijdagavond 10 mei 1940, de eerste avond van de oorlog, schetst Jan Campert de sfeer in de stad: “Nooit was Amsterdam zoo mooi en zoo rustig als op deze eersten oorlogsavond. En zóó stil. Maar het was een stilte die van een onheilspellende geheimzinnigheid was vervuld. Want voor het eerst was Nederland’s grootste stad verduisterd.”

 

jan_campert
Jan Campert (15 augustus 1902 - 12 januari 1943)

 

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijfster Edna Ferber werd geboren op 15 augustus 1885 in Kalamazoo, Michigan. Zij was de dochter van Hongaarse immigranten. In haar werk staan vaak vrouwen centraal. In 1924 kreeg zij voor haar roman So Big de Pulitzerprijs. Veel van haar werk is ook met succes verfilmd, zoals bijvoorbeeld Giants met o.a. James Dean en Come and get It.

 

Uit: Gigolo

 

“No nonsense about them. This was the rush hour. Hungry men from the shops and offices and garages of the district were bent on food (not badinage). They ate silently, making a dull business of it. Coffee? What kinda pie do you want? No fooling here. "Hello, Jessie."

As she mopped the slab in front of him you noticed a slight softening of her features, intent so grimly on her task. "What's yours?"

"Bacon-and-egg sandwich. Glass of milk. Piece of pie. Blueberry."

Ordinarily she would not have bothered. But with him: "The blueberry ain't so good to-day, I noticed. Try the peach?"

"All right." He looked at her. She smiled. Incredibly, the dishes or

Geschreven door Romenu om 20:37 Reageer op dit bericht

Carola Herbst, Wolf Wondratschek, Danielle Steel, Erwin Strittmatter, Sir Walter Scott, Alice Rivaz, Eduardo Mallea, Julia Mann-da Silva-Bruhns, John Galsworthy, Johannes Trojan, Marie Delle Grazie, Ernest Thayer, Sibilla Aleramo

De Duitse schrijfster Carola Herbst werd geboren op 14 augustus 1960 in Rostock. Zij studeerde veeartsenijkunde. Sinds 2002 heeft zij schrijven als hoofdberoep. Zij werkt daarnaast als lector en schrijft artikelen voor regionale media. Eind 2004 verscheen haar romandebuut „Weiße Geheimnisse“, het eerste deel van een trilogie over een familie.

 

Uit: Weiße Geheimnisse

 

“Großherzogtum Mecklenburg-Schwerin, Juli 1816
Die Silhouette des Reiters war im schwindenden Licht der Dämmerung gerade noch zu erkennen.
Das Pferd war müde. Hals und Flanken überdeckte eine mehlartige Schicht angetrockneten Schweißes, die einen süßlichen Geruch verströmte. Unwillig gab das Tier durch dauerndes Kopfnicken seinem Reiter zu verstehen, dass eine Rast längst überfällig war. Dem Reiter fiel dies jedoch kaum auf. Immer wieder gab seine Nackenmuskulatur nach und sein Kopf sank ihm im Sekundenschlaf auf die Brust.
Er trug eine Uniform, die ihn als Offizier auswies. Die Qualität seiner Kleidung war unbestritten hochwertig, weil aus gutem Tuch gefertigt, doch Entbehrungen einer langen Reise hatten Spuren hinterlassen. Staub und Schlammspritzer hatten den Eindruck der vor Reiseantritt sicherlich tadellosen Uniform mächtig ruiniert.
Als das Pferd kurz einknickte, weil es mit dem rechten Huf der Vorderhand in eine Unebenheit geraten war, wachte der junge Mann ruckartig auf.
"Hast ja Recht, mein Guter", murmelte er schlaftrunken, "wir sind schon wieder viel zu lange auf der Straße, aber wirst sehen, heute wird unsere Mühe belohnt. Wenn wir den nächsten Hügel genommen haben, müssten wir es sehen können."
Aufmunternd tätschelte er seinem Wallach den muskulösen Hals. In diesem Moment musste das Pferd Witterung von Artgenossen aufgenommen haben, denn es beschleunigte seine Schritte, ohne dass es der Aufforderung des Reiters bedurft hätte.“

 

 

 

 

carolaherbst
Carola Herbst (Rostock, 14 augustus 1960)

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Wolf Wondratschek werd geboren op 14 augustus 1943 in Rudolstadt en groeide op in Karlsruhe. Hij studeerde literatuur, filosofie en sociologie in Heidelberg, Göttingen en Frankfurt am Main. In 1968 won hij de Leonce-und-Lena-Preis van Darmstadt. Het jaar daarop verscheen zijn eerste verhalenbundel Früher begann der Tag mit einer Schußwunde met het beroemde Mittagspause. Hij bleef proza en gedichten schrijven, ook toen hij gedurende de jaren tachtig langere tijd in de VS en Mexici verbleef. Na zijn terugkeer vestigde hij zich eerst in München, later in Wenen. Wondratschek schrijft ook hoorspelen en draaiboeken.

 

In den Autos

 

Wir waren ruhig,
hockten in den alten Autos,
drehten am Radio
und suchten die Straße
nach Süden.

 

Einige schrieben uns Postkarten aus der Einsamkeit,
um uns zu endgültigen Entschlüssen aufzufordern.

 

Einige saßen auf dem Berg,
um die Sonne auch nachts zu sehen.

 

Einige verliebten sich,
wo doch feststeht, daß ein Leben
keine Privatsache darstellt.

 

Einige träumten von einem Erwachen,
das radikaler sein sollte als jede Revolution.

 

Einige saßen da wie tote Filmstars
und warteten auf den richtigen Augenblick,
um zu leben.

 

Einige starben,
ohne für ihre Sache gestorben zu sein.

 

Wir waren ruhig,
hockten in den alten Autos,
drehten am Radio
und suchten die Straße
nach Süden.

 

 

 

Am Quai von Siracusa

 

Die Möven lassen sich durch Winde fallen,
die Schiffe liegen wie auf Grund.
Das Meer steht still zu dieser Stund,
der dunkelsten von allen.
 
Kein Gast bewohnt im Grand-Hotel die Räume.
Verlassen stehn die Kaufmannshäuser da.
Hier ist die Schönheit ganz dem Ende nah
und ohne Trost selbst deine Träume.
 
Den Löwen sitzt schon Moder im Gebiß.
Die Katzen gebären in leeren Palästen. Und
durch das Lächeln der Madonna geht ein Riß.
 
Eroberer sind hier an Land gegangen.
Die Fischer halten ihren Fang. Die Stadt,
Vergangenheiten überhangen, von Anfang an.

 

 

 

 

 

Wondratschek

Wolf Wondratschek (Rudolstadt, 14 augustus 1943)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijfster Danielle Steel werd geboren in New York op 14 augustus 1947. Steel heeft meer dan 60 romans geschreven, waarvan verschillende verfilmd zijn. Naast haar werk voor volwassenen heeft Steel ook een serie kinderboeken geschreven, de Max en Martha-serie. Ook schreef ze vier 'Freddie'-boeken, over gebeurtenissen in het leven van kinderen, zoals een doktersbezoek en een nacht uit logeren. Ook heeft zij een poëziebundel gepubliceerd. Steel is zeer geïnteresseerd in het welzijn van kinderen. Zelf heeft zij negen kinderen grootgebracht. Ze is vijf keer getrouwd geweest, met Claude-Eric Lazard, Danny Zugelder, William Toth, John Traina en Tom Perkins. Haar zoon Nicholas Traina pleegde op 19-jarige leeftijd zelfmoord. Steel schreef twee non-fictieboeken over Nicholas' leven en dood, Having a Baby en His Bright Light.

 

Uit: Toxic Bachelors

 

“The sun was brilliant and hot, shining down on the deck of the motor yacht Blue Moon. She was 240 feet, eighty meters, of sleek, exquisite powerboat, remarkably designed. Pool, helipad, six elegant, luxurious guest cabins, a master suite right out of a movie and an impeccably trained crew of sixteen. The Blue Moon--and her owner--had appeared in every yachting magazine around the world. Charles Sumner Harrington had bought her from a Saudi prince six years before. He had bought his first yacht, a seventy-five-foot sailboat, when he was twenty-two. She had been called the Dream. Twenty-four years later, he enjoyed life on his boat as much as he had then.

At forty-six, Charles Harrington knew that he was a lucky man. In many ways, seemingly, life had been easy for him. At twenty-one, he had inherited an enormous fortune and had handled it responsibly in the twenty-five years since. He had made a career of managing his own investments and running his family's foundation. Charlie was well aware that few people on earth were as blessed as he, and he had done much to improve the lot of those less fortunate, both through the foundation and privately.”

 

 

 

 

steel
Danielle Steel (New York, 14 augustus 1947)

 

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver Erwin Strittmatter werd geboren op 14 augustus 1912 in Spremberg. Hij behoorde tot de bekendste schrijvers uit de DDR. Hij liet aan de stad Spremberg en het dorp Bohsdorf een indrukwekkend literair monument na: de sterk autobiografisch getinte romantrilogie Der Laden.

 

Uit: Geschichten ohne Heimat

 

“Sie hatte sich ein Karrband um die Schulter und um die Brust gelegt, eine grobe Schärpe, mit der sie einen großen Handwagen, einen Hundewagen, zog. An die linke Deichselseite war ein Hund gespannt. Der hellgelbe Kettenhund zerrte mit heraushängender Zunge; er hatte es eilig, aufs Feld und aus dem Geschirr zu kommen, um nach Hasen und Mäusen jagen zu können. Die Frau lehnte sich zurück und bremste den Eifer des Hundes mit der Deichsel ab. Sie wollte den Marin betrachten, der vor dem Dorfgasthaus aus einem modernen Auto stieg.
Der Mann, der aus dem Auto stieg, erkannte die Frau und entsann sich ihres Namens: Grete Nothnick. Sie war ein paar Jahre älter als er, doch sie schien alterlos zu sein, denn ihr Haar war in der Kindheit hellblond gewesen, und jetzt mochte es grau sein, aber auf die Entfernung sah es immer noch aus wie hellblond.
Der Mann hatte ein gutes Gedächtnis für Menschengesichter; schon in der Kindheit waren sie ihm wie Bücher gewesen, in denen er mit den Jahren besser und besser lesen gelernt hatte. Er erinnerte sich, daß vor Jahrzehnten die Mutter der Frau mit dem Hundewagen auf der Chaussee entlang gefahren war. Das Mädchen Grete hatte damals den Wagen von hinten geschoben, um ihrer Mutter und dem Hunde die Last zu erleichtern. Vielleicht ists noch derselbe Hundewagen, dachte er, und es war ihm, als ob die Zeit fünfzig Jahre still gestanden hätte“ .

 

 

 

 

Strittmatter
Erwin Strittmatter (14 augustus 1912 – 31 januari 1994)

 

 

 

 

De Schotse dichter en schrijver Sir Walter Scott werd geboren in Edinburgh op 14 augustus 1771. De grondlegger van de historische roman behoort tot de invloedrijkste schrijvers uit de wereldliteratuur. Nadat hij naam had gemaakt als romantisch dichter (en verzamelaar) van historische balladen, publiceerde Walter Scott in 1814 – onder pseudoniem – Waverley, de eerste van een reeks romans over het Schotse verleden waarin een hoofdpersoon moet kiezen tussen verschillende (politieke) loyaliteiten. De beroemdste zijn Rob Roy (1817), waarin de bedreigde erfgenaam van een landgoed anno 1715 de hulp inroept van een nationalistische bandiet, The Heart of Midlothian (1818), over een 18de-eeuwse vrouw die verdacht wordt van moord op haar kind, en The Bride of Lammermoor (1819), een liefdestragedie die door Donizetti tot een opera werd bewerkt. Vanaf Ivanhoe (1819, een kruisridder helpt een dame in nood) verlegde Scott zijn aandacht naar andere landen en vroegere tijden, om in Redgauntlet (1824, een 18de-eeuwse opstand tegen de Engelse koning) weer terug te keren naar Schotland.

 

Uit: Ivanhoe

 

“I know not whether the fair Rowena would have been altogether satisfied with the species of emotion with which her devoted knight had hitherto gazed on the beautiful features, and fair form, and lustrous eyes, of the lovely Rebecca; eyes whosebrilliancy was shaded, and, as it were, mellowed, by the fringe of her long silken eyelashes, and which a minstrel would have compared to the evening star darting its rays through a bower of jessamine. 

But Ivanhoe was too good a Catholic to retain the same class of feelings towards a Jewess.  This Rebecca had foreseen, and for this very purpose she had hastened to mention her father's name and lineage; yet---for the fair and wise daughter of Isaac was not without a touch of female weakness---she could not but sigh internally when the glance of respectful admiration, not altogether unmixed with tenderness, with which Ivanhoe had hitherto regarded his unknown benefactress, was exchanged at once for a manner cold, composed, and collected, and fraught with no deeper feeling than that which expressed a grateful sense of courtesy received from an unexpected quarter, and from one of an inferior race.  It was not that Ivanhoe's former carriage expressed more than that general devotional homage which youth always pays to beauty; yet it was mortifying that one word should operate as a spell to remove poor Rebecca, who could not be supposed altogether ignorant of her title to such homage, into a degraded class, to whom it could not be honourably rendered.”

 

 

 

 

scott

Sir Walter Scott (14 augustus 1771 - 21 september 1832)

 

 

 

 

 

De Zwitserse schrijfster Alice Rivaz werd geboren op 14 augustus 1901 in Rovray, in het Franstalige deel van Zwiserland. Zij studeerde muziek en sloot haar studie af als pianiste en muzieklerares. Zij publiceerde talrijke romans en verhalenbundels. De belangrijkste werken van Alice Rivaz zijn: "Nuages dans la main" (1940), "Sans alcool" (1961), "L'Alphabet du matin" (1969), "De mémoire et d'oubli" (1973), "Jette ton pain" (1979) and "Traces de vie" (1983).

 

Uit: Wolken in der Hand (Nuages dans la main)

 

“Für Madame Lorenzo begann der Tag immer wie folgt: Auf dem Trottoir gegenüber wurden laut scheppernd zehn Milchkannen abgeladen. Dies kam einem wirklichen Zeichen gleich, denn jeden Morgen, wenn der Milchmann zu hantieren begann, hörte Fernands Schnarchen jenseits der Wand unvermittelt auf. Sie hörte, wie er sich schwerfällig im Bett umdrehte, wobei das Gestell wie ein alter Kinderwagen knarrte. Dann schlief er ruhig wieder ein. Da sie aber sozusagen nicht geschlafen hatte - größtenteils wegen seines Schnarchens -, bedeutete das grelle Blechgeklirr der Kannen immer den Gnadenstoß, der ihrer kurzen, vertanen Nacht ein Ende setzte.
Außerdem war von der Nacht jetzt nur mehr sehr wenig übrig, bloß ein paar graue, malvenfarbene, bereits zu verschwommene und durchsichtige Streifen, außerdem Schattenfetzen, die ziemlich genau die Form der Möbel und des Raumes zwischen den Möbeln annahmen. Sie wußte, diese dunklen, an den Rändern bereits angeknabberten Fetzen würden noch mehr schrumpfen, kleiner werden, allmählich aus dem Zimmer wegfließen wie Wasser, das aus einer Badewanne abläuft. Wie gerne sie diese Fetzen zurückgehalten hätte! Doch wie sollten ihre Hände das schaffen?”

 

 

 

 

rivaz2
Alice Rivaz (14 augustus 1901 – 27 februari 1998)

 

 

 

 

De Argentijnse schrijver en diplomaat Eduardo Mallea werd geboren op 14 augustus 1903 in Bahía Blanca. Hij behoorde tot de wegbereiders van de Nueva novela in Argentinië. In 1931 werd Mallea uitgever van het literaire tijdschrift La nación. Van 1955 tot 1958 vertegenwoordigde hij zijn land bij de Unesco.

 

Uit: The Sheltering Sky

 

“He awoke, opened his eyes. The room meant very little to him; he was too deeply immersed in the non-being from which he had just come. If he had not the energy to ascertain his position in time and space, he also lacked the desire. He was somewhere, he had come back through vast regions from nowhere; there was the certitude of an infinite sadness at the core of his consciousness, but the sadness was reassuring, because it alone was familiar. He needed no further consolation. In utter comfort, utter relaxation he lay absolutely still for a while, and then sank back into one of the light momentary sleeps that occur after a long, profound one. Suddenly he opened his eyes again and looked at the watch on his wrist. It was purely a reflex action, for when he saw the time he was only confused. He sat up, gazed around the tawdry room, put his hand to his forehead, and sighing deeply, fell back onto the bed. But now he was awake; in another few seconds he knew where he was, he knew that the time was late afternoon, and that he had been sleeping since lunch. In the next room he could hear his wife stepping about in her mules on the smooth tile floor, and this sound now comforted him, since he had reached another level of consciousness where the mere certitude of being alive was not sufficient. But how difficult it was to accept the high, narrow room with its beamed ceiling, the huge apathetic designs stenciled in indifferent colors around the walls, the closed window of red and orange glass. He yawned: there was no air in the room. Later he would climb down from the high bed and fling the window open, and at that moment he would remember his dream. For although he could not recall a detail of it, he knew he had dreamed. On the other side of the window there would be air, the roofs, the town, the sea. The evening wind would cool his face as he stood looking, and at that moment the dream would be there. Now he only could lie as he was, breathing slowly, almost ready to fall asleep again, paralyzed in the airless room, not waiting for twilight but staying as he was until it should come.”

 

 

 

 

mallea
Eduardo Mallea (14 augustus 1903 – 12 november 1982)

 

 

 

 

 

 

Julia Mann-da Silva-Bruhns was de moeder van (o.a.) de Duitse schrijvers Heinrich en Thomas Mann. Zij werd geboren op 14 augustus 1851 in Paraty, Brazilië. Haar vader Johann Ludwig Hermann Bruhns was vanuit Lübeck naar Brazilië geëmigreerd en daar getrouwd met Maria Luiza da Silva, dochter van een grootgrondbezitter. Zelf bezat hij enkele suikerrietplatages tussen Santos en Rio de Janeiro. Toen zij vijf was stierf haar moeder en een jaar later besloot haar vader haar terug te sturen naar Duitsland. In 1869 trouwde zij met de veertien jaar oudere senator Thomas Johann Heinrich Mann. Julia Mann schreef in 1903 haar herinneringen aan haar jeugd in Brazilië neer. Haar jongste zoon Viktor bereidde de uitgave voor, maar het boek verscheen pas in 1958 onder de titel Dodos Kindheit. (In familiekring werd zij Dodo genoemd). Haar beroemde zonen hebben romanfiguren geschapen waarvoor zij model stond. In Buddenbrooks-Verfall einer Familie was zij een voorbeeld voor Gerda Arnoldsen en Tony Buddenbrook. In Doktor Faustus is de figuur van Frau Senatorin Rodde op haar gebaseerd.

 

Uit: Doktor Faustus

 

“…er wohnte in der Rambergstrasse , nahe der Akademie , als Untermieter einer Senatorwitwe aus Bremen , namens Rodde , die dort in einem noch neuen Hause mit ihren beiden Töchtern eine Wohnung zu ebener Erde innehatte…”

(…)

“…es war künstlerische oder halbkünstlerische Welt, die sich da zusammenfand , eine sozusagen stubenreine Boheme , gesittet und dabei frei , locker , amüsant genug , um die Erwartungen zu erfüllen , die Frau Senator Rodde bestimmt hatten , ihren Wohnsitz von Bremen nach der süddeutschen Hauptstadt zu verlegen…”

 

 

 

 

JuliaMannMoeder
Julia Mann - da Silva-Bruhns (14 augustus 1851 – 11 maart 1923)

 

 

 

 

 

CasaMann
Casa Mann in Paraty

 

 

 

 

 

De Britse schrijver John Galsworthy werd geboren op 14 augustus 1867 in Kingston Hill in Surrey. Galsworthy schreef romans, verhalen en toneelstukken, waarin hij zich kritisch met het Engelse maatschappelijke leven bezighield. Zijn bekendste werk is de romancyclus The Forsyte Saga (1922). In 1932 won hij de Nobelprijs voor de Literatuur. Galsworthy is ook een van de oprichters en de eerste voorzitter van International PEN, een internationale organisatie die zich inzet voor de vrijheid van meningsuiting.

 

Uit: The Forsyte Saga

 

“Those privileged to be present at a family festival of the Forsytes have seen that charming and instructive sight—an upper middle-class family in full plumage. But whosoever of these favoured persons has possessed the gift of psychological analysis (a talent without monetary value and properly ignored by the Forsytes), has witnessed a spectacle, not only delightful in itself, but illustrative of an obscure human problem. In plainer words, he has gleaned from a gathering of this family—no branch of which had a liking for the other, between no three members of whom existed anything worthy of the name of sympathy—evidence of that mysterious concrete tenacity which renders a family so formidable a unit of society, so clear a reproduction of society in miniature. He has been admitted to a vision of the dim roads of social progress, has understood something of patriarchal life, of the swarmings of savage hordes, of the rise and fall of nations. He is like one who, having watched a tree grow from its planting—a paragon of tenacity, insulation, and success, amidst the deaths of a hundred other plants less fibrous, sappy, and persistent—one day will see it flourishing with bland, full foliage, in an almost repugnant prosperity, at the summit of its efflorescence.”

 

 

 

 

galsworthy-1
John Galsworthy (14 augustus 1867 - 31 januari 1933)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver Johannes Trojan werd geboren op 14 augustus 1837 in Danzig. Hij studeerde medicijnen in Göttingen, en toen germanistiek in Berlijn en Bonn. In 1862 werd hij assistentredacteur van de Berliner Morgenzeitung, in 1868 redacteur van het politiek-satirische Kladderadatsch en van 1886 tot 1909 de hoofdredacteur ervan. In 1898 moest hij twee maanden de gevangenis in wegens majesteitsschennis.

 

Uit: Mein Leben

 

„Meine Mutter starb, als ich noch klein war. Unter den Augen meines Vaters, eines so klugen wie gütigen Mannes, bin ich aufgewachsen, zusammen mit lieben Geschwistern, von denen eines mein Zwillingsschwesterchen war. Ich habe das Danziger Gymnasium von der Septima an besucht, um Ostern 1856 das Abiturientenexamen bestanden und dann in Göttingen, Bonn und Berlin studiert. Medizin zuerst, dann deutsche Philologie. Im Januar 1862 bin ich zur Schriftstellerei und Dichtkunst übergegangen und habe es versucht, bei der Presse etwas zu verdienen. Zuerst wurde es mir sehr sauer durchzukommen, und so manches Mal gab es bei mir nichts zu Mittag. Doch bald wurde es besser. Noch im Jahre 1862 erlangte ich eine feste Anstellung bei einem Humoristisch-satirischen Blatt, das sich damals im 14. Jahr seines Bestehens befand. Diesem Blatt habe ich jetzt 44 Jahre angehört, zuerst als Mitarbeiter, dann als Redakteur. Für viele andere Blätter noch habe ich nebenbei geschrieben. Ich kann sagen, daß ich bemüht gewesen bin, in alles, was ich schrieb - und war es die kleinste Gelegenheitssache - von meinem Eigenen, was ich zu geben hatte, hineinzutun und allen Fleiß daran zu wenden.”

 

 

 

 

Trojan3
Johannes Trojan (14 augustus 1837 – 23 november 1915)

 

 

 

 

 

 

De Oostenrijkse schrijfster Marie Eugenie Delle Grazie werd geboren op 14 augustus 1864 in Bela Crkva. Samen met Marie von Ebner-Eschenbach was zij een van de vooraanstaande schrijfsters in het Oostenrijk van rond 1900. Behalve populaire boeken schreef ze ook maatschappijkritisch werk waarin zij opkwam voor de vrijheid en de waardigheid van de mens.

 

 

Vergessen

 

In meiner Großmutter Garten,

Auf der alten Rasenbank,

Wollt' ich die Gespielen erwarten -

Vor dem Beet mit den dunklen Violen -

Sie sollten mich dort holen

Zu einem Maiengang!

 

Die Stunden kamen und gingen,

Weiß nicht, wie mir geschah -

Da hört' ich die Freunde singen

Und wußt', daß sie mich vergessen,

Dieweil ich in Träumen gesessen -

So einsam stand ich da!

 

Geschreven door Romenu om 20:36 Reageer op dit bericht

Amélie Nothomb, Nikolaus Lenau, Will Clarke, Tom Perrotta, Rudolf G. Binding, Albert Sorel

De Franstalige Belgische schrijfster Amélie Nothomb werd geboren in Kobe in Japan op 13 augustus 1967. Zie ook mijn blog van 13 augustus 2006 en ook mijn blog van 13 augustus 2007.

 

Uit: Les combustibles

 

“LE PROFESSEUR. (...) Que lisez-vous, mon enfant ?

 

MARINA (sans le regarder). La Cuirasse du prophète.

 

LE PROFESSEUR. C'est bien, ça, de lire Sorloff ! Je suis impressionné par votre soif de culture.

 

MARINA. Vous vous moquez de moi ?

 

LE PROFESSEUR. Pas du tout. Qu'une jeune fille maigre et frigorifiée ait la détermination de s'initier à un auteur difficile, en dépit des bombardements, je trouve ça sincèrement admirable.

 

MARINA (le regarde enfin, très douce). Je ne suis pas en train de m'initier à un auteur difficile, Professeur. Savez-vous ce que je suis en train de faire ? Je lis chaque phrase avec lenteur et circonspection et à chaque phrase je me demande : "Y a-t-il dans ce sujet, ce verbe, ce complément, cet adverbe, y a-t-il quoi que ce soit qui vaille une belle flambée au coeur d'un poêle ? Le sens profond (ou supposé tel) de cette phrase est-il plus nécessaire à ma vie qu'un degré de plus dans cette pièce ?" Tenez, je vous lis une ligne au hasard : "Il y avait longtemps que le silence ne lui avait semblé aussi suspect." Je n'ai rien à reprocher à cette phrase, je vois même où se situe sa profondeur, mais je me pose cette question : en quoi ce silence suspect a-t-il plus de valeur qu'une minute de chaleur ?

 

LE PROFESSEUR. Vous savez très bien qu'une phrase tirée de son contexte n'a pas d'intérêt.

 

MARINA. Je suis prête à la replacer dans son contexte : Emile a écouté les doléances de sa mère. Il l'a aidée à se remettre au lit, puis il est allé lire le journal à côté en attendant que la pauvre femme s'endorme. Je comprends son sentiment d'impuissance devant les souffrances de sa mère, je comprends en quoi le silence lui paraît suspect. Mais je persiste à ne pas comprendre en quoi ceci vaut plus qu'une minute de chaleur.

 

LE PROFESSEUR. Vous oubliez le style, Marina.

 

MARINA. Non. J'ai bien remarqué que cette succession de sifflantes avait un côté "Pour qui sont ces serpents qui sifflent sur vos têtes ?" qui rend le silence encore plus suspect. Bravo, Sorloff. En quoi ces allitérations vont-elles me faire oublier que je crève de froid ? »

 

 

 

 

amelie
Amélie Nothomb (Kobe. 13 augustus 1967)

 

 

 

 

De Oostenrijkse dichter Nikolaus Lenau werd geboren op 13 augustus 1802 in Csatád (in het Hongaarse deel van Oostenrijk-Hongarije). Zie ook mijn blog van 13 augustus 2007.

 

 

Dein ist mein Herz

 

Dein ist mein Herz,
mein Schmerz dein eigen
und alle Freuden die es sprengen;
dein ist der Wald,
mit allen Zweigen,
den Blüten allen und Gesängen.

 

Dein ist mein Herz,
mein Schmerz dein eigen
das Liebste, was ich mag erbeuten
mit Liedern die mein Herz entführten,
ist mir ein Wort daß sie dich freuten,
ein stummer Blick,
daß sie dich rührten.

 

 

 

 

Der feile Dichter

 

Die Muse muß zur Metze sich erniedern,
Der Dichter sendet sie zum Mäzenaten,
Und, frechgeschürzt, mit schaugestellten Gliedern,
Der Göttlichkeit vergessend, tief entraten,
Umtanzt sie ihn mit schnöden Schmeichelliedern,
Liebäugelnd mit den blinkenden Dukaten.
Sie muß den Gott in ihm zum Schlaf betören,
Das Tier zu wilder Glut und Flamm empören.

 

 

 

 

Jugend und Liebe

 

Die Jugend folgt, ein Rosenblatt, den Winden;
Wenn, jung getrennt, sich wiedersehn die Alten,
Sie meinen doch, in ihren ernsten Falten
Den Strahl der süßen Jugend noch zu finden.

 

Des Dauerns Wahn, wer läßt ihn gerne schwinden?
Mag auch ein Herz, das uns geliebt, erkalten,
Wir suchen immer noch den Traum zu halten,
Nur stiller sei geworden sein Empfinden.

 

Die Jugend folgt, ein Rosenblatt, den Lüften;
Noch leichter als die Jugend flieht die Liebe,
Die nur des Blattes wonnereiches Düften.

 

Und dennoch an den herben Tod des Schönen,
Im treuen Wahn, als ob es ihm noch bliebe,
Kann sich das Herz auch sterbend nicht gewöhnen

 

 

 

 

 

lenau_por
Nikolaus Lenau  (13 augustus 1802 - 22 augustus 1850)

Portret door Friedrich Amerling

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Will Clarke werd geboren op 13 augustus 1970 in Shreveport, Louisiana. Zie ook mijn blog van 13 augustus 2007.

 

Uit: The Worthy

 

„If you ignore what I have to say, it really won't surprise me. I've come to find that most people ignore the dead. If you do choose to hear me, listen closely, because what I have to tell you is a story of unholy proportions. Hopefully, if I can make you hear what I am supposed to tell you, I can finally break the ties that bind me to the secret letter society of Gamma Chi.

But before we get started, let me tell you about myself. My name is Conrad Avery Sutton III, and I am dead at age nineteen. When I was alive, I won't lie, I had it pretty good -- the Porsche, the pretty girls, and a trust fund full of oil money. When I started as a freshman at Louisiana State University there was no question that I would rush. My daddy had been a Gamma Chi as well as his daddy and all the men in the Sutton clan. Well, there was one exception, my cousin Barrow, who got blackballed and now he's got one of those rainbow stickers on the back of his truck. God, my daddy and uncle were so embarrassed; they still don't talk about it.

I went through Rush and I of course got a bid. I'll admit I thought I was the shit with my navy jersey and gold letters. Next to my Porsche, those letters got me laid more times than I can remember. Of course it was all fun and games in the beginning -- one endless keg of cold beer and blunts on command. But this mixture of chronic booze and blood oaths turned into a bitter, stinking mess.

Busted lips and broken beer bottles were all part of my pledge training. I was cocky, and the brothers saw fit to divest me of this character flaw. So I scrubbed urinals with a toothbrush to the beat of someone punching my kidneys. I served meals to my brethren walking only on my bloody knees. And when a spit cup was not readily available for an active brother, I learned to offer my hand as a spittoon. I even learned the fine art of acting. I was given the starring role in Gamma Chi's video reenactment of the "Wasabi-up-the-Nose" scene from Jackass: The Movie. I never could smell right after that.”

 

 

 

 

clarke[1]

Will Clarke (Shreveport, 13 augustus 1970)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Tom Perrotta werd geboren op 13 augustus 1961 in Garwood, Zie ook mijn blog van 13 augustus 2007.

 

Uit: The Abstinence Teacher

 

On the first day of human sexuality, Ruth Ramsey wore a short lime green skirt, a clingy black top, and strappy high-heeled sandals, the kind of attention-getting outfit she normally wouldn't have worn on a date-not that she was going on a lot of dates these days-let alone to work. It was a small act of rebellion on her part, a note to self-and anyone else who cared-that she was not a willing participant in the farce that would unfold later that morning in second-period Health & Family Life.

 

Randall kept his eyes glued to the computer screen as she approached. A stranger might have mistaken him for a dedicated Information Sciences professional getting an early start on some important research, but Ruth knew that he was actually scouring eBay for vintage Hasbro action figures, a task he performed several times a day. Randall's partner, Gregory, was a successful real-estate broker and part-time artist who built elaborate dioramas featuring the French Resistance Fighter GI Joe, an increasingly hard-to-find doll whose moody Gallic good looks were dashingly accentuated by a black turtleneck sweater and beret. In his most recent work, Gregory had painstakingly re-created a Parisian café circa 1946, with a dozen identical GI Jeans staring soulfully at each other across red-checkered tablecloths, tiny handmade Gauloises glued to their plastic fingers.”

 

 

 

 

Perotta

Tom Perrotta (Garwood, 13 augustus 1961)

 

 

 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 13 augustus 2007.

 

De Duitse dichter en schrijver Rudolf G. Binding werd geboren op 13 augustus 1867 in Basel.

 
De Franse schrijver en historicus Albert Sorel werd geboren op 13 augustus 1842 in Honfleur, Calvados.

 

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Marguerite Radclyffe Hall, Réjean Ducharme, Marcellus Emants, Hans-Ulrich Treichel, Thomas Mann

De Engelse schrijfster Marguerite Radclyffe Hall werd geboren op 12 augustus 1880 in Bournemouth. Zie ook mijn blog van 12 augustus 2007.

 

Uit: The Well of Loneliness

 

“Sir Philip never knew how much he longed for a son until, some ten years after marriage, his wife conceived a child; then he knew that this thing meant complete fulfilment, the fulfilment for which they had both been waiting. When she told him, he could not find words for expression, and must just turn and weep on her shoulder. It never seemed to cross his mind for a moment that Anna might very well give him a daughter; he saw her only as a mother of sons, nor could her warnings disturb him. He christened the unborn infant Stephen, because he admired the pluck of that Saint. He was not a religious man by instinct, being perhaps too much of a student, but he read the Bible for its fine literature, and

Stephen had gripped his imagination. Thus he often discussed the future of their child: 'I think I shall put Stephen down for Harrow', or: 'I'd rather like Stephen to finish off abroad, it widens one's outlook on life'.

 

And listening to him, Anna also grew convinced; his certainty wore down her vague misgivings, and she saw herself playing with this little Stephen, in the nursery, in the garden, in the sweet-smelling meadows.

'And himself the lovely young man,' she would say, thinking of the soft Irish speech of her peasants; 'And himself with the light of the stars in his eyes, and the courage of a lion in his heart!'

 

When the child stirred within her she would think it stirred strongly because of the gallant male creature she was hiding; then her spirit grew large with a mighty new courage, because a man-child would be born. She would sit with her needle-work dropped on her knees, while her eyes turned away to the long line of hills that stretched beyond the Severn valley. From her favourite seat underneath an old cedar, she would see these Malvern Hills in their beauty, and their swelling slopes seemed to hold a new meaning. They were like pregnant women, full-bosomed,

courageous, great green-girdled mothers of splendid sons! thus through all those summer months she sat and watched the hills, and Sir Philip would sit with her--they would sit hand in hand. And because she felt grateful she gave much to the poor, and Sir Philip went to church, which was seldom his custom, and the Vicar came to dinner, and just towards the end many matrons called to give good advice to Anna.

 

But: 'Man proposes--God disposes', and so it happened that on Christmas Eve, Anna Gordon was delivered of a daughter; a narrow-hipped, wide-shouldered little tadpole of a baby, that yelled and yelled for three hours without ceasing, as though outraged to find itself ejected into life.’

 

 

 

 

radclyffe_hall

Marguerite Radclyffe Hall (12 augustus 1880 – 7 oktober 1943)

 

 

 

 

De Canadese Franstalige schrijver Réjean Ducharme werd geboren op 12 augustus 1941 in Saint-Félix-de-Valois, Québec. Ducharme leeft teruggetrokken in Montreal en sinds het verschijnen van zijn debuut in 1966 is hij nauwelijks geintersseerd in publiciteit. Naast schrijver is hij ook beeldend kunstenaar en maakt hij sculpturen. Zijn debuutroman, L'avalée des avalés, won

Le combat des livres, een wedstrijd die was uitgeschreven door de Canadese radio. Tevens werd het werk voorgedragen voor de

Prix Goncout.

 

Werk o.a.: Le nez qui voque (1967), La fille de Christophe Colomb (1969), Les enfantomes (1976), Va savoir (1994)

 

Uit: L'Hiver de force

 

"On sent qu'on va se sentir mieux quand on sentira bon. Frotte-moi fort, que ça parte en lambeaux, comme une mue. La peau de mon dos dort; frotte, frotte-la-moi bien fort. Cours chercher les ciseaux puis coupe mes cheveux. Ras! Comme un soldat qui a de l'estomac puis qui se dégonfle pas! Donne ton sein, agnus dei pour planter mes poignards, pour éclater mes obus, pour que ma bouche pourrie morde et loge son venin, pour emmitoufler mon cri, l'endormir, le faire rêver. Mange mon nez, mange mes pieds, vorace-moi toute; que tes dents crèvent les ampoules qui soulèvent ma peau, que tu lèches les gousses éclatées de tout ce mal. L'extrémité des caresses, c'est la mort; arrêtons-nous en pleine rage, au coeur du geste. Mourir, il ne faut pas être bien intelligent pour se donner la peine de faire ça, car c'est sans conséquences. Le propre de ta mort, c'est de ne rien te faire."

 

 

 

 

 

rejeanducharme_1975

Réjean Ducharme (Saint-Félix-de-Valois, 12 augustus 1941)

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver Marcellus Emants werd op 12 augustus 1848 in Voorburg geboren. Zie ook mijn blog van 12 augustus 2007.

 

Uit: Lilith

 

Voltooid is 't grootsche werk. Het heerlijk beeld,

Dat scheppend zich Jehova dacht, zweeft vrij

In d' aether rond, door zonnegloed gedragen.

Aanbiddend staren de englen 't wonder aan,

Tot plotseling Jehova's heilge naam,

Door millioenen lippen uitgegalmd,

            Een donderslag gelijk, veel duizend malen

Van ster naar ster door 't eindloos ruim weerkaatst.

 

‘Looft, looft den Heer, die in ons sluimrend oog,

Den glans deed stralen van zijn majesteit!

Stort allen juichend neer, aanschouwt de wereld,

Welke uit het niet zijn blik te voorschijn riep!

Ziet hoe in de aarde een kiem van godlijk leven,

Op zijn gebod, in wondren zonder tal

Weldra zijn heerlijkheid zal openbaren’!

 

Zoo klinkt der englen zang door de eeuwge zalen,

Terwijl op aarde de eerste morgen daagt. -

Gelijk een kus van goddelijke lippen

Zinkt de eerste zonnestraal in Edens hof.

Het duister wijkt, het eeuwig zwijgen sterft,

En overal ontwaakt des levens pracht.

Een gouden gloed doorstroomt den morgenhemel,

Het koeltje suist, uit bloemengeur geboren,

De starre stroom verbreekt zijn winterboeien,

Het zwellend zaad ontkiemt in vruchtbare aarde,

Uit grauwe knoppen bloost een bloemtapijt

Met nooit aanschouwden glans van frissche kleuren,

Een dartle vlinderschaar zweeft fladdrend rond,

           

            Het stralend licht in bonte tinten brekend,

En door de bosschen ruischt een dankend lied

Vol morgenrood en goddelijke liefde. -

In 't midden van den hof blikt Edens heer

Nog spraakloos op de wondren om zich henen.

Wel hoort zijn oor de reine accoorden trillen,

Wel dwaalt zijn oog door 't bont gekleurd tafreel,

En drinkt zijn ziel der bloesems frissche geuren,

Maar 't brein kan nog de heerlijkheid niet vatten,

Die aan zijn blik eensklaps ontsloten werd. -

 

Nu stijgt de zon omhoog, en allerwege

Verkwijnt het grauw der laatste schaduwtint.

Daar dringt op eenmaal in den morgennevel,

Die over Adam's ziel ligt uitgespreid,

Verblindend helder de eerste lichtstraal door.

Hij heft de handen op, zijn doffen blik

Doorstroomt een gloed uit zonneglans gesproten,

En dankend paart zijn stem zich aan den jubel,

Welke al wat leeft in 't paradijs ontstijgt:

 

‘O! heerlijkheid, als mijn bewondrend oog

Tot op dees' dag er geene mocht aanschouwen,

Wie schiep uw pracht, wie schonk u aan mijn blik?

 

 

 

 

 

EMANTS

Marcellus Emants (12 augustus 1848 – 14 oktober 1923)

 

 

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver en germanist Hans-Ulrich Treichel werd geboren op 12 augustus 1952 in Versmold. Zie ook mijn blog van 12 augustus 2007.

 

 

Halbinsel Gower

 

Die Luft liegt wie Molke auf Sträuchern
und Hecken. Hier hören die Barden
die Wildpferde singen. Ich höre nichts.
Seh nur zwei Schafe, die am Bushäuschen warten.
Das liegt an der Molke. Oder am Bier. Wir trinken
noch drei im Pub König Artus: der Zauberer
Nebel, Prinzessin Wolke und ich.

 

 

 

Erinnerung

 

Ich weiß nicht, woher ich den Apfelbaum
nehme, die Katze, den Schatten, der Großvater
saß nicht vorm Haus, und nirgendwo war da
ein Sommer, ein Schwimmbad,
kein Mädchen in Rosa und keine Kabine,
ich weiß nicht, woher ich die Brombeeren nehme,
die Frau mit der Schürze, den Mann auf dem Sofa,
das Fahrrad, das Fieber, der Fleck auf der Kachel.
Was wollten noch gleich die Schwalben am Himmel?
Wer waren die Leute am Küchentisch?

 

 

 

 

Hans-Ulrich_Treichel
Hans-Ulrich Treichel (Versmold, 12 augustus 1952)

 

 

 

 

 

Op 12 augustus 1955 overleed de Duitse schrijver Thomas Mann. Zie ook mijn blog van 12 augustus 2006 en ook mijn blog van 12 augustus 2007.

 

Uit:  Buddenbrooks

 

„Und es kam, es war nicht mehr aufzuhalten, die Krämpfe der Sehnsucht hätten nicht mehr verlängert werden können, es kam, gleichwie wenn ein Vorhang zerrisse, Tore aufsprängen, Dornenhecken sich erschlössen, Flammenmauern in sich zusammensänken. . . Die Lösung, die Auflösung, die Erfüllung, die vollkommene Befrie­digung brach herein, und mit entzücktem Aufjauchzen ent­wirrte sich alles zu einem Wohlklang, der in süßem und sehn­süchtigem Ritardando sogleich in einen anderen hinüber sank ... es war das Motiv, das erste Motiv, was erklang! Und was nun begann, war ein Fest, ein Triumph, eine zügellose Orgie eben dieser Figur, die in allen Klangschattierungen prahlte, sich durch alle Oktaven ergoss, aufweinend im Tremolando verzit­terte, sang, jubelte, schluchzte, angetan mit allem brausenden, klingenden, perlenden, schäumenden Prunk der orchestralen Ausstattung sieghaft daherkam. ..

Es lag etwas Brutales und Stumpfsinniges und zugleich etwas asketisch Religiöses, etwas wie Glaube und Selbstaufgabe in dem fanatischen Kultus dieses Nichts, dieses Stücks Melodie, dieser kurzen, kindischen, har­monischen Erfindung von anderthalb Takten… etwas Laster­haftes in der Maßlosigkeit und Unersättlichkeit, mit der sie genossen und ausgebeutet wurde, und etwas zynisch Verzwei­feltes, etwas wie Wille zu Wonne und Untergang in der Gier, mit der die letzte Süßigkeit aus ihr gesogen wurde, bis zur Erschöpfung, bis zum Ekel und Überdruss, bis endlich, endlich in Ermattung nach allen Ausschweifungen ein langes, leises Arpeggio in Moll hineinrieselte, um einen Ton emporstieg, sich in Dur auflöste und mit einem wehmütigen Zögern erstarb. ­

Hanno saß noch einen Augenblick still, das Kinn auf der Brust, die Hände im Schoß. Dann stand er auf und schloss den Flügel. Er war sehr blass, in seinen Knien war gar keine Kraft, und seine Augen brannten. Er ging ins Nebenzimmer, streckte sich auf der Chaiselongue aus und blieb so lange Zeit, ohne ein Glied zu rühren.”

 

 

 

 

Thomas_Mann
Thomas Mann (6 juni 1875 - 12 augustus 1955)

Thomas Mann op 9 jarige leeftijd

 

 

 

 

 

Buddenbrookhaus_um_1870
Het Buddenbrook huis rond 1870

 

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Fernando Arrabal, Ernst Stadler, Hugidh MacDiarmid, Alex Haley, Yoshikawa Eiji

De Spaanse schrijver, dichter, dramaturg en cineast Fernando Arrabal werd geboren in Melila, Spaans Marokko op 11 augustus 1932. Zie ook mijn blog van 11 augustus 2007.

 

Uit: Baal Babylone

 

“Sie haben mir erzählt, dass jetzt alles anders ist, dass jetzt Krankheiten geheilt werden, dass man jetzt mit hoher Geschwindigkeit reist, dass die Menschheit Fortschritte gemacht hat und dass das Wohlbefinden zum Glück beiträgt. Auch du hast mir das erzählt. Als ich ihnen eine Frage stellte, erhielt ich eine Antwort. Dann habe ich aufgehört, Fragen zu stellen.

   Sie haben mir gesagt, dass man das Vaterland lieben soll, dass man sich für das Vaterland opfern soll, dass man stolz auf seine Helden sein soll, dass man Gesetz und Ordnung achten soll, dass man die Verräter anzeigen soll, dass man die Feinde hassen soll. Auch du hast mir das gesagt. Als ich ihnen eine Frage stellte, erhielt ich eine Antwort. Dann habe ich aufgehört, Fragen zu stellen.

   Sie haben mir gesagt, dass die Familie heilig ist, dass man seine Eltern achten soll, dass man ihnen dafür dankbar sein soll, dass sie einen erzogen haben, dass man ihnen gehorchen soll, dass man sie ungeachtet ihres Tuns und Handelns lieben soll. Auch du hast mir das gesagt. Als ich ihnen eine Frage stellte, erhielt ich eine Antwort. Dann habe ich aufgehört, Fragen zu stellen.

   Dann haben sie mir gesagt, das solle ich tun, also habe ich keine weiteren Fragen gestellt und es getan. Dann haben sie mir gesagt, ich solle dorthin gehen, also habe ich keine weiteren Fragen gestellt und bin dorthin gegangen.

--------------

 

Ich fragte dich: "Warum sind die Juden gemein?"

Du hast geantwortet: "Darum; das ist allgemein bekannt."

Da fragte ich dich: "Warum sind die Anarchisten gemein?"

Du hast geantwortet: "Darum; das weiß doch die ganze Welt."

 

Ich fragte dich: "Warum war Papa Jude?"

Du gabst mir keine Antwort.

Da fragte ich dich: "Warum war Papa Anarchist?"

Du gabst mir keine Antwort.

 

Ja, so war's.

 

Ich fragte dich: "Die Juden, sind das die, die Jesus umgebracht haben?"

Du sagtest: "Aber ja!"

Da fragte ich dich: "Die Anarchisten, sind das die, die Bomben legen, um Leute umzubringen?"

Du sagtest: "Aber ja!"

 

Ich fragte dich, ob ich als Erwachsener Jude sein würde.

Du sagtest: "Aber nein!"

Da fragte ich dich, ob ich als Erwachsener Anarchist sein würde.

Du sagtest: "Aber nein!"

 

Dann hast du hinzugefügt, Mama, dass ich gut sei, und hast mich umarmt.

 

Ja, so war's.“

 

 

 

 

 

arrabal
Fernando Arrabal (Melila, 11 augustus 1932)

 

 

 

 

De Duitse dichter Ernst Stadler werd geboren op 11 augustus 1883 in Colmar (Kolmar). Zie ook mijn blog van 11 augustus 2007.

 

 

An die Schönheit

 

So sind wir deinen Wundern nachgegangen
wie Kinder die vom Sonnenleuchten trunken
ein Lächeln um den Mund voll süßem Bangen
und ganz im Strudel goldnen Lichts versunken
aus dämmergrauen Abendtoren liefen.
Fern ist im Rauch die große Stadt ertrunken

 

kühl schauernd steigt die Nacht aus braunen Tiefen.
Nun legen zitternd sie die heißen Wangen
an feuchte Blätter, die von Dunkel triefen

 

und ihre Hände tasten voll Verlangen
auf zu dem letzten Sommertagsgefunkel
das hinter roten Wäldern hingegangen -

 

ihr leises Weinen schwimmt und stirbt im Dunkel.

 

 

 

 

 

Fahrt über die Kölner Rheinbrücke bei Nacht

 

Der Schnellzug tastet sich
  und stößt die Dunkelheit entlang.
Kein Stern will vor. Die ganze Welt ist nur ein enger,
  nachtumschienter Minengang,
Darein zuweilen Förderstellen
  blauen Lichtes jähe Horizonte reißen: Feuerkreis
Von Kugellampen, Dächern, Schloten,
  dampfend, strömend ... nur sekundenweis ...
Und wieder alles schwarz.
  Als führen wir ins Eingeweid der Nacht zur Schicht.
Nun taumeln Lichter her ... verirrt, trostlos vereinsamt ...
  mehr ... und sammeln sich ... und werden dicht.
Gerippe grauer Häuserfronten liegen bloß,
  im Zwielicht bleichend, tot -
  etwas muß kommen ... o, ich fühl es schwer
Im Hirn. Eine Beklemmung singt im Blut.
  Dann dröhnt der Boden plötzlich wie ein Meer:
Wir fliegen, aufgehoben,
  königlich durch nachtentrissne Luft, hoch übern Strom.
  O Biegung der Millionen Lichter, stumme Wacht,
Vor deren blitzender Parade
  schwer die Wasser abwärts rollen.
  Endloses Spalier, zum Gruß gestellt bei Nacht!
Wie Fackeln stürmend! Freudiges!
  Salut von Schiffen über blauer See! Bestirntes Fest!
Wimmelnd, mit hellen Augen hingedrängt!
  Bis wo die Stadt
  mit letzten Häusern ihren Gast entläßt.
Und dann die langen Einsamkeiten. Nackte Ufer.
  Stille. Nacht. Besinnung. Einkehr. Kommunion.
  Und Glut und Drang
Zum Letzten, Segnenden. Zum Zeugungsfest.
  Zur Wollust. Zum Gebet. Zum Meer.
  Zum Untergang.

 

 

 

 

 

stadler-001
Ernst Stadler (11 augustus 1883 – 30 oktober 1914)

 

 

 

 

 

 

De Schotse dichter Hugidh MacDiarmid werd geboren op 11 augustus 1892 als Christopher Marray Grieve in Langholm. Zie ook mijn blog van 11 augustus 2007.

 

 

The Watergaw

 

Ae weet forenicht i the yow-trummle
I saw yon antrin thing,
A watergaw wi its chitterin licht
Ayont the on-ding;
An I thocht o the last wild look ye gied
Afore ye deed!

There was nae reek i the laverock's hoose
That nicht - an nane i mine;
But I hae thocht o that foolish licht
Ever sin syne;
An I think that mebbe at last I ken
What your look meant then.



 

Vertaald:

The Unclear Rainbow


A wet early evening
In a cold July after the shearing,
I saw that rare thing,
A faint rainbow in the shivering light
Beyond the downpour;
And I thought of the last wild look on your face
Before you died.

There was no smoke in the lark's house that night -
and none in mine;
But I've thought of that foolish light
Ever since then;
And I think that perhaps at last I know
What your look meant.

 

 

 

 

 

macdiarmid
Hugidh MacDiarmid (11 augustus 1892 – 9 september 1978)

 

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Alexander Palmer Haley werd geboren in Ithaca (New York) op 11 augustus 1921. Zijn belangrijkste werken zijn The Autobiography of Malcolm X, waar hij de ghostwriter van was, en Roots: The Saga of an American Family, waarin hij de mondeling overgeleverde geschiedenis van zijn familie vertelde.

Haley groeide op in het zuiden van de Verenigde Staten in een familie die van Afrikaanse, Ierse en Cherokee afkomst was. In 1939 nam hij dienst bij de kustwacht, waar hij 20 jaar werkzaam zou blijven. Na de Tweede Wereldoorlog werd hij journalist bij de kustwacht, en na zijn pensionering in 1959 werkte hij voor Reader's Digest.

Voor Playboy maakte hij het eerste interview ooit in dat blad in september 1962, met Miles Davis.

In 1976 publiceerde Haley Roots: The Saga of an American Family, op basis van de geschiedenis van zijn eigen familie, die was teruggetraceerd tot de Mandinka Kunta Kinte die in 1767 in Gambia door slavenhandelaren was gevangen en in Amerika als slaaf werd verkocht. Het boek had tien jaar voorbereiding en onderzoek gekost, waarbij Haley meermalen in Gambia was geweest. Roots werd in 37 talen vertaald, won een Pulitzer-prijs en werd verfilmd tot een miniserie.

 

Uit: Roots

 

“Early in the spring of 1750, in the village of Juffure, four days upriver from the coast of The Gambia, West Africa, a man-child was born to Omoro and Binta Kinte. Forcing forth from Binta's strong young body, he was as black as she was, flecked and slippery with Binta's blood, and he was bawling. The two wrinkled midwives, old Nyo Boto and the baby's Grandmother Yaisa, saw that it was a boy and laughed with joy. According to the forefathers, a boy firstborn presaged the special blessings of Allah not only upon the parents but also upon the parents' families; and there was the prideful knowledge that the name of Kinte would thus be both distinguished and perpetuated.

It was the hour before the first crowing of the cocks, and along with Nyo Boto and Grandma Yaisa's chatterings, the first sound the child heard was the muted, rhythmic bomp-a-bomp-a-bomp of wooden pestles as the other women of the village pounded couscous grain in their mortars, preparing the traditional breakfast of porridge that was cooked in earthen pots over a fire built among three rocks.

The thin blue smoke went curling up pungent and pleasant, over the small dusty village of round mud huts as the nasal wailing of Kajali Demba, the village alimamo, began, calling men to the first of the five daily prayers that had been offered up to Allah for as long as anyone living could remember Hastening from their beds of bamboo cane and cured hides into their rough cotton tunics, the men of the village filed briskly to the praying place, where the alimamo led the worship: "Allahu Akbar! Ashadu an lailahailala!" (God is great! I bear witness that there is only one God!) It was after this, as the men were returning toward their home compounds for breakfast, that Omoro rushed among them, beaming and excited, to tell them of his firstborn son. Congratulating him, all of the men echoed the omens of good fortune.

Each man, back in his own hut, accepted a calabash of porridge from his wife. Returning to their kitchens in the rear of the compound, the wives fed next their children, and finally themselves. When they had finished eating, the men took up their short, bent-handled hoes, whose wooden blades had been sheathed with metal by the village blacksmith, and set off for their day's work of preparing the land for farming of the groundnuts and the couscous and cotton that were the primary men's crops, as rice was that of the women, in this hot, lush savanna country of The Gambia.”

 

 

 

 

Haley
Alex Haley (11 augustus 1921 - 10 februari 1992)

 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijver ook mijn blog van 11 augustus 2007.


De Japanse schrijver
Yoshikawa Eiji werd geboren op 11 augustus 1892.

 

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Moses Isegawa, Alfred Döblin, Kees van Kooten, Jorge Amado, Piet Bakker

De Oegandese schrijver Moses Isegawa (pseudoniem van Sey Wava) werd geboren op 10 augustus 1963 in Kawempe in Oeganda.

Hij werkte daar als leraar op een middelbare school. In 1990 kwam hij op uitnodiging van een redacteur naar Nederland en vestigde zich in Beverwijk. Isegawa leert Nederlands en haalt een diploma boekhouden. Zijn debuutroman 'Abessijnse kronieken' werd een groot succes en in negen landen uitgebracht. Na zijn naturalisatie tot Nederlander, keerde hij in 2006 terug naar Oeganda. Opvallend is dat hij zijn boeken in het Engels schrijft, waarna er een Nederlandse vertaling van gemaakt wordt.

 

Uit: Abyssinian Chronicles

 

“1971: Village Days
Three final images flashed across Serenity's mind as he disappeared into the jaws of the colossal crocodile: a rotting buffalo with rivers of maggots and armies of flies emanating from its cavities; the aunt of his missing wife, who was also his longtime lover; and the mysterious woman who had cured his childhood obsession with tall women. The few survivors of my father's childhood years remembered that up until the age of seven, he would run up to every tall woman he saw passing by and, in a gentle voice trembling with unspeakable expectation, say, "Welcome home, Ma. You were gone so long I was afraid you would never return." Taken by surprise, the woman would smile, pat him on the head, and watch him wring his hands before letting him know that he had once again made a mistake. The women in his father's homestead, assisted by some of the villagers, tried to frighten him into quitting by saying that one day he would run into a ghost disguised as a tall woman, which would take him away and hide him in a very deep hole in the ground. They could have tried milking water from a stone with better results. Serenity, a wooden expression on his face, just carried on running up to tall women and getting disappointed by them.
Until one hot afternoon in 1940 when he ran up to a woman who neither smiled nor patted him on the head; without even looking at him, she took him by the shoulders and pushed him away. This mysterious curer of his obsession won herself an eternal place in his heart. He never ran up to tall women again, and he would not talk about it, not even when Grandma, his only paternal aunt, promised to buy him sweets. He coiled into his inner cocoon, from whose depths he rejected all efforts at consolation. A smooth, self-contained indifference descended on his face so totally that he won himself the name Serenity, shortened to "Sere."
Serenity's mother, the woman who in his mind had metamorphosed into all those strange tall women, had abandoned him when he was three, ostensibly to go to the distant shops beyond Mpande Hill where big purchases were made. She never returned. She also left behind two girls, both older than Serenity, who adjusted to her absence with great equanimity and could not bear his obsession with tall women.
In an ideal situation, Serenity should have come first--everyone wanted a son for the up-and-coming subcounty chief Grandpa was at the time--but girls kept arriving, two dying soon after birth in circumstances reeking of maternal desperation. By the time Serenity was born, his mother had decided to leave. Everyone expected her to have another son as a backup, for an only son was a candle in a storm. The pressure reached a new peak when it became known that she was pregnant again. Speculation was rife: Would it be a boy or a girl, would it live or die, was it Grandpa's or did it belong to the man she was deeply in love with? Before anybody could find out the truth, she left. But her luck did not hold--three months into her new life, her uterus burst, and she bled to death on the way to the hospital, her life emptying into the backseat of a rotten Morris Minor.
As time passed, Serenity crawled deeper into his cocoon, avoiding his aunts, his cousins, and his mother's replacements, who he felt hated him for being the heir apparent to his father's estate and the miles of fertile clan land it included. The birth of Uncle Kawayida, his half-brother by a Muslim woman his father was seeing on the side, did not lessen Serenity's estrangement. Kawayida, due to the circumstances of his birth, posed little threat to Serenity's position, and thus attitudes remained unchanged. To escape the phantoms which galloped in his head and the contaminated air in his father's compound, Serenity roamed the surrounding villages. He spent a lot of time at the home of the Fiddler, a man with large feet, a large laugh and sharp onion breath who serenaded Grandpa on the weekends when he was home”.

 

 

 

Isegawa

Moses Isegawa (Kawempe, 10 augustus 1963)

 

 

 

 

De Duitse schrijver Alfred Döblin werd op 10 augustus 1878 geboren in Stettin. Zie ook mijn blog van 10 augustus 2006 en ook mijn blog van 10 augustus 2007.

 

Uit: Berlin Alexanderplatz

 

“Er wanderte die Rosenthaler Straße am Warenhaus Wertheim  vorbei, nach rechts bog er ein in die schmale Sophienstraße. Er dachte, diese Straße ist dunkler, wo es dunkel ist, wird es besser sein. Die Gefangenen werden in Einzelhaft, Zellenhaft und Gemein­schaftshaft untergebracht. Bei Einzelhaft wird der Gefangene bei Tag und Nacht unausgesetzt von andern Gefangenen gesondert ge­halten. Bei Zellenhaft wird der Gefangene in einer Zelle unterge­bracht, jedoch bei Bewegung im Freien, beim Unterricht, Gottes­dienst mit andern zusammengebracht. Die Wagen tobten und klin­gelten weiter, es rann Häuserfront neben Häuserfront ohne Aufhö­ren hin. Und Dächer waren auf den Häusern, die schwebten auf den Häusern, seine Augen irrten nach oben: wenn die Dächer nur nicht abrutschten, aber die Häuser standen grade. Wo soll ick armer Dei­bel hin, er latschte an der Häuserwand lang, es nahm kein Ende damit. Ich bin ein ganz großer Dussel, man wird sich hier doch noch durchschlängeln können, fünf Minuten, zehn Minuten, dann trinkt man einen Kognak und setzt sich. Auf entsprechendes Glockenzei­chen ist sofort mit der Arbeit zu beginnen. Sie darf nur unterbro­chen werden in der zum Essen, Spaziergang, Unterricht bestimm­ten Zeit. Beim Spaziergang haben die Gefangenen die Arme ausge­streckt zu halten und sie vor- und rückwärts zu bewegen.

Da war ein Haus, er nahm den Blick weg von dem Pflaster, eine Haustür stieß er auf, und aus seiner Brust kam ein trauriges brum­mendes oh, oh. Er schlug die Arme umeinander, so mein Junge, hier frierst du nicht. Die Hoftür öffnete sich, einer schlürfte2 an ihm vor­bei, stellte sich hinter ihn. Er ächzte jetzt, ihm tat wohl zu ächzen. Er hatte in der ersten Einzelhaft immer so geächzt und sich gefreut, daß er seine Stimme hörte, da hat man was, es ist noch nicht alles vorbei. Das taten viele in den Zellen, einige am Anfang, andere später, wenn sie sich einsam fühlten. Dann fingen sie damit an, das war noch was Menschliches, es tröstete sie. So stand der Mann in dem Hausflur, hörte das schreckliche Lärmen von der Straße nicht, die irrsinnigen Häuser waren nicht da. Mit gespitztem Munde grunzte er und er­mutigte sich, die Hände in den Taschen geballt. Seine Schultern im gelben Sommermantel waren zusammengezogen zur Abwehr.“

 

 

 

 

doeblin
Alfred Döblin (10 augustus 1878 – 26 juni 1957)

 

 

 

De Nederlandse schrijver en cabaretier Kees van Kooten werd geboren op 10 augustus 1941 in Den Haag. Zie ook mijn blog van 10 augustus 2006 en ook mijn blog van 10 augustus 2007.

 

 

I Wanna Fuck You

 

I will fuck you in the morning
Fuck you late at night
Fuck you while the moon
Or the sun is shining bright
I wanna fuck you
Yes, I wanna fuck you
I wanna fuck you baby
But your door is closed

I will fuck you at the backseat
Of my newest car
I will fuck you in the toilet
Of a well distuingished bar

I wanna fuck you
Yes, I wanna fuck you
I wanna fuck you baby
But your door is closed
I'm sorry babe

Yeah
O yeah
One more time

Oh!

I will fuck you in the kitchen
Fuck you in the woods
Fuck you as you like it
As wild and hard I'd could

I wanna fuck you
Yeah, I wanna fuck you
I wanna fuck you baby
But your little door is closed!

Yeaaaaaaaaaaaaaah, yeah

 

 

 

(Songtekst van Kees van Kooten en Wim de Bie)

 

 

 

Kees_van_Kooten

Kees van Kooten (Den Haag, 10 augustus 1941)

 

 

 

 

 

De Braziliaanse schrijver Jorge Amado de Faria werd op 10 augustus 1912 geboren in Ferradas, in de gemeente Itabuna. Zie ook mijn blog van 10 augustus 2007.

 

Uit: Dona Flor and Her Two Husbands

 

“Vadinho, Dona Flor's first husband, died one Sunday of Carnival, in the morning, when, dressed up like a Bahian woman, he was dancing the samba, with the greatest enthusiasm, in the Dois de Julho Square, not far from his house. He did not belong to the group--he had just joined it, in the company of four of his friends, all masquerading as bahianas, and they had come from a bar on Cabeca, where the whiskey flowed like water at the expense of one Moyses Alves, a cacao planter, rich and open-handed.

The group was accompanied by a small, well-rehearsed orchestra of guitars and flutes; the four-string guitar was played by Carlinhos Mascarenhas, a tall, skinny character famous in the whorehouses--ah, a divine player. The men were got up as Gypsies and the girls as Hungarian or Romanian peasants; never, however, had a Hungarian or Romanian, or even a Bulgarian or Slovak, swung her hips the way they did, those brown girls in the flower of their youth and coquetry.

When Vadinho, the liveliest of the lot, saw the group come around the corner and heard the skeleton-like Mascarenhas strumming his sublime four-string guitar, he hurried forward, and chose as his partner a heavily rouged Romanian, a big one, as monumental as a church--the Church of St. Francis, for she was a mass of golden sequins--and announced:

"Here I come, my Russian from Tororo."

 

 

 

 

 

Amado

Jorge Amado (10 augustus 1912 – 6 augustus 2001)

 

 

 

 

 

Voor onderstaande schrijver zie ook mijn blog van 10 augustus 2007.

 

De Nederlandse journalist en schrijver Piet Bakker werd geboren in Rotterdam op 10 augustus 1897.

 

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Gerrit Kouwenaar 85 jaar! Luuk Gruwez, Philip Larkin, Linn Ullmann, Pierre Klossowski, Daniel Keyes

De Nederlandse dichter Gerrit Kouwenaar werd op 9 augustus 1923 in Amsterdam geboren. Hij is vandaag dus 85 jaar geworden. Zie ook mijn blog van 9 augustus 2006 en ook mijn blog van 9 augustus 2007.

 

 

Ik heb nooit

 

Ik heb nooit naar iets anders getracht dan dit:
het zacht maken van stenen
het vuur maken uit water
het regen maken uit dorst

 

ondertussen beet de kou mij
was de zon een dag vol wespen
was het brood zout of zoet
en de nacht zwart naar behoren
of wit van onwetendheid

 

soms verwarde ik mij met mijn schaduw
zoals men het woord met het woord kan verwarren
het karkas met het lichaam
vaak waren de dag en de nacht eender gekleurd
en zonder tranen, en doof

 

maar nooit iets anders dan dit:
het zacht maken van stenen
het vuur maken uit water
het regen maken uit dorst

 

het regent ik drink ik heb dorst.

 

 

 

 

Dat is alles

 

Er is geen mens
er zijn mensen
er is poëzie geen gedicht
poëzie over langzaam voorbijgaan
geen gedicht over onbekenden

 

er zijn mensen en als ik zeg
ik bemin ze dan lieg ik
en als ik lieg ik bemin ze
dan spreek ik de waarheid
over één mens

 

en ik zeg zij alleen
maken steen steen
zij alleen maken water water

 

ik bedoel zij maken een wereld
die hun werd onthouden
door hem te bevolken
en dat is dubbel gezegd

 

zo leggen de feiten zich neer
dubbelzinnig en links
als de mensen

 

ik heb hen niet lief maar
ik sta hen bij als mijzelf
dat is alles.

 

 

 

 

 

Zo helder is het werkelijk zelden

 

Zo helder is het werkelijk zelden, men ziet
het riet wit voor de verte staan

 

iemand klopt aan, vraagt water, het is
een verdwaalde jager

 

het antwoord is drinkbaar, zijn kromme weg
uitlegbaar in taal

 

in zijn weitas een bloedplas, het water
verspreekt zich al pratend in wijn

 

kijk, zegt hij, omstreeks het riet wijzend bij wijze
van afscheid, dit is een rouwmantel

 

later staat zijn glas daar nog, men ziet
het riet en eet wat -

 

 

 

 

 

Kouwenaar

Gerrit Kouwenaar (Amsterdam, 9 augustus 1923)

 

 

 

 

 

 

De Vlaamse dichter, prozaïst en essayist Luuk Gruwez werd geboren op 9 augustus 1953 te Kortrijk. Zie ook mijn blog van 9 augustus 2007.

 

 

Het troostconcours

 

Er werd een wedstrijd in troosten gehouden.

Eén bracht een zondag mee met gregoriaans,

een worgengel, een zoon van God

en drie heel knappe jonge priesters.

Een schip naar Paramaribo.

Gezoen achter een sleutelgat

dat haast versleten van het gluren was.

    - Men geeuwde zeer voornaam en hij verloor.

 

Eén bracht er mee: een kindertijd

met voetzoekers en knalbonbons,

de boenwas van zijn oude oma,

de geur van jute en van terpentijn.

Zijn lang bewaarde eerste kies

en al zijn nederlagen in de liefde.

De mooiste ziektes, roem, de beste graven.

    - Het kon de jury niet bekoren.

 

O wat het allemaal niet deed:

een doedelzak, een hangbuikzwijn,

een heroïnehoer van vijftien jaar,

het hoofd van een gestorven meisje

met nog confetti in het haar.

Een wiegedruk uit 1510.

En het plezier van obers voor hun dienblad

om zowat vijf voor middernacht.

 

Een laatste bracht er tranen mee en groot applaus,

een spraakgebrek, wat kippevel, zichzelf.

Hij won, maar niemand weet waarom,

hij won en weende. Levenslang.

 

 

 

 

Assemblage

 

Er is maar één vrouw die mij liever is:

de rosse oksel van een fröbeljuf,

schrammen op een meisjesknie,

een loense blik, een dikke bril,

een damesdot die niemand wil.

Dit alles samen in één nacht.

 

Maar één nacht die mij liever is.

Toledo 's nachts, Naoussa 's nachts,

een nacht van straks als ik plots weet:

Ziehier helaas mijn laatste liefdesnacht.

Kom toch, mijn dood, heb mededogen

en sta daar niet te bazelen.

Doe alles dicht in slechts twee ogen.

 

Ik telde net zo vaak tot één

tot er van jou maar één meer bleef:

van alle duizend die je was

die één die, zelf niet meer in tel,

die één die domweg kanker kreeg.

 

 

 

 

 

Gruwez

Luuk Gruwez (Kortrijk, 9 augustus 1953)

 

 

 

 

De Engelse dichter Philip Larkin werd op 9 augustus 1922 geboren in Coventry. Zie ook mijn blog van 9 augustus 2006 en ook mijn blog van 9 augustus 2007.

.

 

Best Society

 

When I was a child, I thought,
Casually, that solitude
Never needed to be sought.
Something everybody had,
Like nakedness, it lay at hand,
Not specially right or specially wrong,
A plentiful and obvious thing
Not at all hard to understand.

Then, after twenty, it became
At once more difficult to get
And more desired - though all the same
More undesirable; for what
You are alone has, to achieve
The rank of fact, to be expressed
In terms of others, or it's just
A compensating make-believe.

Much better stay in company!
To love you must have someone else,
Giving requires a legatee,
Good neighbours need whole parishfuls
Of folk to do it on - in short,
Our virtues are all social; if,
Deprived of solitude, you chafe,
It's clear you're not the virtuous sort.

Viciously, then, I lock my door.
The gas-fire breathes. The wind outside
Ushers in evening rain. Once more
Uncontradicting solitude
Supports me on its giant palm;
And like a sea-anemone
Or simple snail, there cautiously
Unfolds, emerges, what I am.

 

 

 

 

I Have Started to Say

 

I have started to say
"A quarter of a century"
Or "thirty years back"
About my own life.

It makes me breathless
It's like falling and recovering
In huge gesturing loops
Through an empty sky.

All that's left to happen
Is some deaths (my own included).
Their order, and their manner,
Remain to be learnt.

 

 

 

 

 

Is It For Now Or For Always

 

Is it for now or for always,
The world hangs on a stalk?
Is it a trick or a trysting-place,
The woods we have found to walk?

Is it a mirage or miracle,
Your lips that lift at mine:
And the suns like a juggler's juggling-balls,
Are they a sham or a sign?

Shine out, my sudden angel,
Break fear with breast and brow,
I take you now and for always,
For always is always now.

 

 

 

 

Larkin
Philp Larkin (9 augustus 1922 – 2 december 1985)

 

 

 

 

 

 

De Noorse schrijfster Linn Karin Beate Ullmann werd geboren op 9 augustus 1966 in Oslo. Zie ook mijn blog van 9 augustus 2007.

 

Uit: Grace (Vertaald door Barbara Haveland)

 

“When, after an awkward pause, the young doctor delivered the latest diagnosis and began somewhat perfunctorily to describe the various treatment options, never really attempting to hide his certainty that this miserable thing would ultimately kill my friend Johan Sletten, Johan closed his eyes and thought of Mai's hair.

The doctor was a fair-haired young man and could scarcely help it if his violet eyes would have looked better on a woman. He never spoke the word death. The word he used was alarming.

"Johan!" the doctor said, trying to get Johan's attention. "Are you listening?"

Johan resented being addressed so familiarly. Not to mention the doctor's shrill voice--you would think it had never finished breaking, or perhaps he'd been castrated by parents hopeful of some future for him as a eunuch. Johan had a good mind to make a point about first names and surnames, especially in light of the difference in their ages. The doctor was younger than Johan's son, to whom he hadn't spoken for eight years. But it wasn't just a question of etiquette. It wasn't just that young people should refrain from addressing their elders familiarly as a matter of course. Johan had always been mindful of proper distances. Any intimacy between virtual strangers--like the dreadful custom of exchanging little kisses, not so much kisses as grazings of cheeks--struck him as embarrassing, even downright disrespectful.

To tell the truth, he preferred anyone to whom he was not married to address him as Mr. Sletten. He ached to tell the doctor so but didn't dare; it seemed unwise to create ill will between them at this point. The conversation might take a different tack, and the doctor might start saying unmentionable things about Johan's illness simply in retaliation for having been lectured on matters of etiquette.

"These aren't the results I was hoping for," the doctor went on.

"Hm," Johan said, mustering a smile. "But I'm feeling a lot better."

"Sometimes the body deceives us," the doctor whispered, wondering as he did whether the idea of a "deceitful" body might not be a bit much.

"Hm," Johan said again.

"Yes, well . . . ," the doctor said, turning to his computer screen, "as I said, Johan, there is some cause for alarm."

The doctor delivered a brief monologue explaining the test results and their consequences: Johan would have to undergo a new course of treatment, possibly even another operation.”

 

 

 

 

ullmann

Linn Ullmann (Oslo, 9 augustus 1966)

 

 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 9 augustus 2007.

 

De Franse schrijver, vertaler en schilder Pierre Klossowski werd geboren op 9 augustus 1905 in Parijs.

 
De Amerikaanse schrijver Daniel Keyes werd geboren in Brooklyn, New York op 9 augustus 1927.

 

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Birgit Vanderbeke, Jostein Gaarder, Sara Teasdale, Hieronymus van Alphen, Flavia Bujor, Hitomi Kanehara, Nina Berberova, Zofia Kossak-Szczucka

De Duitse schrijfster Birgit Vanderbeke werd geboren op 8 augustus 1956 in Dahme. Zie ook mijn blog van 8 augustus 2007.

 

Uit: SWEET SIXTEEN

 

„Der erste, der verschwand, war Markus Heuser, genannt Meks.

Die Angelegenheit wurde daher später offiziell als »das Heuser-Phänomen« bekannt.

Andere sprachen von »Meksomanie«.

Seinerzeit war sie nichts weiter als eine Meldung, die scheinbar über den Lahn-Dill-Kreis nicht hinauskam.

»Sechzehnjähriger verschwand am Geburtstag spurlos.«

Was war passiert?

Der Junge war am Morgen aufgestanden, die Eltern hatten ihm gratuliert, der Tisch war gedeckt gewesen, die traditionelle

Gummibärchentorte aus Meks’ ersten Jahren hatte inzwischen eine Menge mehr Kerzen drauf, Meks verzog wie

immer in den letzten Jahren das Gesicht, als er die Torte sah, und weder seine Mutter noch sein Vater hätten sagen können, ob es ein gerührt- ironisches oder ein leise verächtliches Lächeln war, womit Meks auf den Tisch, die Torte und die Geschenke reagierte und überhaupt eigentlich auf fast alles seit einiger Zeit.

Meks pustete die Kerzen aus, wischte sich die Elternküsse unauffällig von der Backe, aß ein Stück Buttercremetorte,

packte die CD aus und sagte, wär nicht nötig gewesen, aber geil.

Seine Mutter sagte, aber Markus.

Sein Vater sagte, dafür sind wir inzwischen doch etwas zu alt.

Ist ja gut, sagte Meks, ich muss dann. Mathe.

Er nahm seinen Rucksack und verschwand.

Kann ein bisschen später werden, war das letzte, was seine Eltern von ihm hörten.

Ungefähr das berichteten sie, als sie sein Verschwinden bei der Polizei meldeten.

Da hatten sie bereits in Erfahrung gebracht, dass Meks in der Schule gewesen war. Im Bus nach Hause hatte ihn niemand

gesehen. Bei Freunden war er auch nicht gewesen.

Die Mutter hatte am Geburtstagsabend schließlich die Polizei angerufen und sich angehört, dass das schon mal vorkommen könne. Was wird sein, er wird Party machen. In dem Alter machen sie alle Party.

Bei Markus kommt das nie vor, hatte sie gesagt, Markus ist ein ganz Stiller, aber die Polizistin war sicher, dass er bloß

Party machte.

Was hab ich dir gesagt, sagte Meks’ Vater nach dem Telefonat.

Schließlich waren wir auch mal jung.

Nachdem er ins Bett gegangen war, rief sie mehrere Krankenhäuser an.”

 

 

 

 

78885-b6fcc30f82e3736d0c087263b87095c6.jpg
Birgit Vanderbeke (Dahme, 8 augustus 1956)

 

 

 

 

De Noorse schrijver Jostein Gaarder werd geboren op 8 augustus 1952 in Oslo. Zie ook mijn blog van 8 augustus 2007.

 

Uit: Das Orangenmädchen (Vertaald door Gabriele Haefs)

 

“Mein Vater ist vor elf Jahren gestorben. Damals war ich erst vier. Ich hatte nie damit gerechnet, je wieder von ihm zu hören, aber jetzt schreiben wir zusammen ein Buch.
Das hier sind die allerersten Zeilen in diesem Buch, und die schreibe ich, aber mein Vater wird auch noch zum Zug kommen. Er hat schließlich das meiste zu erzählen.
Ich weiß nicht, wie gut ich mich wirklich an meinen Vater erinnern kann. Vermutlich glaube ich nur, dass ich mich an ihn erinnere, weil ich mir alle Fotos von ihm so oft angesehen habe.
Nur bei einer Erinnerung bin ich mir ganz sicher; dass sie echt ist, meine ich. Es geht um etwas, das passiert ist, als wir einmal draußen auf der Terrasse saßen und uns die Sterne anschauten.

Auf einem Foto sitzen mein Vater und ich auf dem alten Ledersofa im Wohnzimmer. Er scheint etwas Lustiges zu erzählen. Das Sofa haben wir noch immer, aber mein Vater sitzt nicht mehr dort.
Auf einem anderen Bild haben wir’s uns in dem grünen Schaukelstuhl auf der Glasveranda gemütlich gemacht. Das Bild hängt seit dem Tod meines Vaters hier. Ich sitze jetzt in dem grünen Schaukelstuhl. Ich versuche, nicht zu schaukeln, weil ich meine Gedanken in ein dickes Schreibheft schreiben will. Und später werde ich alles in den alten Computer meines Vaters eingeben.
Auch über diesen Computer gibt es etwas zu erzählen, darauf komme ich noch zurück.”

 

 

 

 

 

78885-417fdea1b4e89f4e157388deb7257381.jpg
Jostein Gaarder (Oslo, 8 augustus 1952)

 

 

 

 

De Amerikaanse dichteres Sara Teasdale werd geboren op 8 augustus 1884 in St. Louis. Zie ook mijn blog van 8 augustus 2007.

 

 

Love Me

 

Brown-thrush singing all day long
In the leaves above me,
Take my love this April song,
"Love me, love me, love me!"

When he harkens what you say,
Bid him, lest he miss me,
Leave his work or leave his play,
And kiss me, kiss me, kiss me!

 

 

 

 

Moonlight

 

It will not hurt me when I am old,
A running tide where moonlight burned
Will not sting me like silver snakes;
The years will make me sad and cold,
It is the happy heart that breaks.

The heart asks more than life can give,
When that is learned, then all is learned;
The waves break fold on jewelled fold,
But beauty itself is fugitive,
It will not hurt me when I am old.

 

 

 

 

Other Men

 

When I talk with other men
I always think of you --
Your words are keener than their words,
And they are gentler, too.

When I look at other men,
I wish your face were there,
With its gray eyes and dark skin
And tossed black hair.

When I think of other men,
Dreaming alone by day,
The thought of you like a strong wind
Blows the dreams away.

 

 

 

 

 

78885-98b4a4040114ecb7e2fd11db45b18217.jpg
Sara Teasdale (8 augustus 1884 – 29 januari 1933)

 

 

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Hieronymus van Alphen werd op 8 augustus 1746 geboren te Gouda. Zie ook mijn blog van 8 augustus 2006 en ook mijn blog van 8 augustus 2007.

 

Het geduld

 

Geduld is zulk een schoone zaak,

Om in een moeielijke taak

  Zijn oogwit uittevoeren;

Dit zag ik laatst in onze kat,

Die uuren lang gedoken zet,

  Om op een rat te loeren.

Zij ging niet heen voor zij de rat,

Gevangen, in haar klauwen had.

 

 

 

De koolmees

 

Mijn knip had in den boom een uurtje pas gehangen,

     Of deze koolmees zat er in.

Toen zei ik bij mij zelf: wat zal ik vogels vangen!

     Dat heet eerst regt een goed begin!

 

  Maar ach! het zijn wel zeven dagen,

Ik zag in al dien tijd geen vink of koolmees weêr;

  Nu ben ik heel ter neer geslagen,

Nu zeg ik bij mij zelf: er zijn geen vogels meer.

 

 

 

78885-352daff085661e909e9dd82d811534ed.jpg
Hieronymus van Alphen (8 augustus 1746 – 2 april 1803)

 

 

 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 8 augustus 2007

 

De Franse schrijfster Flavia Bujor werd geboren op 8 augustus 1988 in Roemenië. Zie ook mijn blog van 8 augustus 2007.

 

De Japanse schrijfster Hitomi Kanehara werd geboren op 8 augustus 1983 in Tokyo.

 

De Russische schrijfster Nina Nikolaevna Berberova werd geboren op 8 augustus 1901 in Sint Petersburg.

 

De Poolse schrijfster Zofia Kossak-Szczucka werd geboren op 8 augustus 1890 in Kośmin.






Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten