Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Hans Carossa, François de La Rochefoucauld, Nicolas Gilbert, Maxwell Anderson, Muriel Rukeyser, Y. M. Dangre

De Duitse dichter en schrijver Hans Carossa werd geboren op 15 december 1878 in Bad Tölz. Zie ook alle tags voor Hans Carossa op dit blog.

 

 

Geist und Schmetterling am Ufer

 

Ich bin ein Geist, für kurze Frist gebannt
An dieses Flusses klüftereichen Strand,
Wo Schilfrohr bräunlich blüht, wo die Libellen
Wie heisse blaue Nadeln mich durchschnellen
Und manchmal mit unwirksamer Gewalt
Ein menschlich Lied mich Schauenden umhallt.

Urseele, die nicht endet, nicht beginnt,
Selbst formlos, nur in Formen lebt und sinnt,
Sie hat mich in die Luft hervorgerufen;
Sie weiss für mich noch viele, viele Stufen,
Und jede macht mich lauterer und neuer.
Am Ende werd ich wohl als reines Feuer
Der alten Flamme wieder zugezündet,
Mein Glück erfüllt, mein heiliger Lauf gegründet.

O Stundengang! o Segen irdischer Haft!
Wie fühl ich meine lichtgeborene Kraft
So gross und leidlos über Fisch und Welle!
Was aber bricht an jener Uferstelle
Den gelben Ton der grauen Weidenrinde?-
Zwei Flügel sinds, goldblau mit Purpurbinde,
Die manchmal sich gedankenstill bewegen,
Als ob die Freudenwoge drüber ging

Ich kenne dies; es ist ein Schmetterling,
Ein Wesen mit verwandt, vom Strahl begnadet,
Das trunken lebt und keinem andern schadet.
O wie's den Äther saugt! Mit starkem Duft
Wie reife Beeren würzt es rings die Luft -

Doch still! Der selten Farbenfolge Bann
Lockt aus der Flut schon einen Feind heran,
Strandbürtig Volk, verwegene nackte Knaben;
Ein jeder will das lichte Kleinod haben.
Hier wird Gefahr! Ein Geisterrecht gebrauch ich,
Ich winde mich um ihn, unmerkbar hauch ich
Die Flügel ihm zusammen o so leicht,
Dass er im Nu der dürren Rinde gleicht.
Ein Häscher stutzt schon, beugt sich zweifelnd vor,
Mit halben Blicken streifend Baum und Rohr;
Ein andrer findet Muscheln unterdessen.
Bald, schöner Schmetterling, bist du vergessen.
Nun lass dich erst mir hoher Lust beschauen!
In Flügelunterflächen, scheinbar grauen,
Rankt seltsam goldne Schrift, - Ein Netz von Zügen,
Die sich so zart und streng zusammenfügen
Wie leichter Sand auf klangbeseeltem Glas.
Zu welchem Wunder aber wird mir das!
Die goldne Schrift glänzt auf, - ich kann sie lesen!
Luft, Feuer, Wasser, Stein, mein eigenes Wesen
Erfahr ich schmerzentzückt zum ersten Mal -
Fort! Fort! Ich will kein Wissen keine Wahl!
Ein Heisses, Kreisendes will mich bezwingen,
Vom Geisterdienste los, muss ich mich ringen, -
Wohin? Ich seh es nicht, ich fühle nur:
Ein fremdes Reich lockt mich auf glühende Spur.
Hinunter schwingts. Mein Ätherblut wird wärmer,
Ich brenne, - halt! flieh nicht! bleib, goldner Schwärmer!
Nur einen Blick noch in Dein Zauberbuch! -
Er gaukelt weg, ihn hält kein Flehn, kein Fluch -

 

 

 

 1053331-e25d73e57957c553bb1efe36111a536a.jpg

Hans Carossa (15 december 1878  - 13 september 1956)

 

 

 


De Franse schrijver
François de La Rochefoucauld werd geboren op 15 december 1613 in Parijs. Zie ook alle tags voor François de La Rochefoucauld 
op dit blog.

 

 

Maximen:

 

 

“Alleen grote mannen kunnen zich grote gebreken veroorloven.”

 

“Bij het ouder worden wordt men zowel gekker als wijzer.”

 

“Twisten zouden niet lang duren als het ongelijk slechts aan één zijde was.”

 

 

 

1053331-77f764b95bbd7f2a38bde35e49fde2e4.jpg 

François de La Rochefoucauld (15 december 1613 - 17 maart 1680)

 

 

 

 

 

De Franse dichter Nicolas Gilbert werd geboren in Fontenoy-le-Château (Vosges) op 15 december 1750. Zie ook mijn blog van 15 december 2008 en ook mijn blog van 15 december 2009 en ook mijn blog van 15 december 2010.

 

 

Le poète malheureux (Fragment)

 

C'en est donc fait : déjà la perfide espérance
Laisse de mes longs jours vaciller le flambeau ;
A peine il luit encore, et la pâle indigence
M'entrouvre lentement les portes du tombeau.
Mon génie est vaincu : voyez ce mercenaire,
Qui, marchant à pas lourds dans un sentier scabreux,
Tombe sous son fardeau ; longtemps le malheureux
Se débat sous le poids, lutte, se désespère,
Cherchant au loin des yeux un bras compatissant :
Seul il soutient la masse à demi soulevée ;
Qu'on lui tende la main, et la vie est sauvée.
Nul ne vient, il succombe, il meurt en frémissant :
Tel est mon sort. Bientôt je rejoindrai ma mère,
Et l'ombre de l'oubli va tous deux nous couvrir.

Ô Rives de la Saône, où ma faible paupière
A la clarté des cieux commença de s'ouvrir,
Lieux où l'on sait au moins respecter l'innocence,
Vous ne me verrez plus ! Mon dernier jour s'avance,
Mes yeux se fermeront sous un ciel inhumain.
Amis !... vous me fuyez ?... cruels ! je vous implore,
Rendez-moi ces pinceaux échappés de ma main...
Je meurs... ce que je sens, je veux le peindre encore.

 

 

 

 1053331-c776b97623842018e717a174c168894d.jpg

Nicolas Gilbert (15 december 1750 – 16 november 1780)

Standbeeld in Fontenoy-Le-Château

 

 

 

 


De Amerikaanse schrijver en songwriter
Maxwell Anderson werd geboren op 15 december 1888 in Atlantic Pennsylvania. Zie ook mijn blog van 15 december 2008 en ook mijn blog van 15 december 2009 en ook mijn blog van 15 december 2010.

 

 

Atons Cat

 

The warmth and light, Kiss

all the land, and

Raising up my comforting

hand, placing a disk

to play their ghosts

to let them dance;

the feline hosts.

 

Nefertiti strokes the tail

as it coils around, slow

like a snail.

A pleasant purr, accents

the sentiment; Wine in abundant

Jugs, spiritual sediment.

 

Nairobi plains adjust to heat...

The Nile has her disciples

The sermon complete!

The fur of ancient Gods

Like silk, the sun bathes

The soul in mothers milk.

 

Accordingly like a conspired

kill, the heart gives up its

living thrills; into the afterworld

Where its guardian has kept,

Atons grace

Where the animal once slept.

 

 

 

 1053331-3d163ef4d06b58e480288784f9b34b10.jpg

Maxwell Anderson (15 december 1888 – 28 februari 1959)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse dichteres, schrijfster en politiek activiste Muriel Rukeyser werd geboren op 15 december 1913 in New York. Zie ook mijn blog van 15 december 2008 en ook mijn blog van 15 december 2009 en ook mijn blog van 15 december 2010.

 

 

Myth

 

Long afterward, Oedipus, old and blinded, walked the

roads. He smelled a familiar smell. It was

the Sphinx. Oedipus said, 'I want to ask one question.

Why didn't I recognize my mother?' 'You gave the

wrong answer,' said the Sphinx. 'But that was what

made everything possible,' said Oedipus. 'No,' she said.

'When I asked, What walks on four legs in the morning,

two at noon, and three in the evening, you answered,

Man. You didn't say anything about woman.'

'When you say Man,' said Oedipus, 'you include women

too. Everyone knows that.' She said, 'That's what

you think.'

 

 

 

Painters

 

In the cave with a long-ago flare

a woman stands, her arms up. Red twig, black twig, brown twig.

A wall of leaping darkness over her.

The men are out hunting in the early light

But here in this flicker, one or two men, painting

and a woman among them.

Great living animals grow on the stone walls,

their pelts, their eyes, their sex, their hearts,

and the cave-painters touch them with life, red, brown, black,

a woman among them, painting.

 

 

 1053331-c335c3c84950f8fdde221d30c2c898f1.jpg

Muriel Rukeyser (15 december 1913 – 12 februari 1980)

 

 

 

 

Onafhankelijk van geboortedata:

 

 

De Vlaamse dichter en schrijver Y.M. (Yannick) Dangre werd geboren in 1987 in Kapellen. Hij publiceerde in literaire tijdschriften als Het Liegend Konijn, Met Andere Zinnen en Deus Ex Machina. Dangre schreef onder meer pastiches op de Franse symbolisten en een hommage aan Hugo Claus. In Print is dead verscheen in 2009 een fragment uit Vulkaanvrucht, waaraan hij uiteindelijk drie jaar heeft gewerkt. In januari 2011 verscheen zijn debuutbundel Meisje dat ik nog moet.

 

 

Naoogst

Ik ben een veld met kloven, met nagelsporen
Van al wie mij bewerkt heeft en achteloos
Het zwellend onkruid met de spinnenwebben
Uit mijn hoofd trok.

Boven mij rusten de anderen, de avonden
Die zich met afgetrapte schoenen in mijn ziel
Planten en modder doen opspatten uit de voren
Van mijn melancholie.

In mijn aren hangt hun tijd te drogen,
Op kousenvoeten te vergaan van geduld,
Want mijn lijf van graan en gras is oud
En verschraald van zovele jaren
Grazen op mijn blakende naam.

 

 

 

 1053331-a554c255bab0979a79380b1d7b170d8e.jpg

Y.M. Dangre (Kapellen, 1987)

Geschreven door Romenu om 19:48 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

De blogger leest alles eerst na: je tekst verschijnt zodra die goedgekeurd is.

Gerard Reve, Boudewijn Büch, Hervé Guibert, Paul Eluard

De Nederlandse dichter en schrijver Gerard Reve werd op 14 december 1923 in Amsterdam geboren. Zie ook alle tags voor Gerard Reve op dit blog.

 

Uit: De Avonden

 

“Daarna nam hij een slok levertraan uit een fles op zijn schrijftafel, kleedde zich uit en sliep spoedig in.
Hij meende muziek te horen, maar telkens als de klanken bijna duidelijker werden, nam de wind in kracht toe en blies alle geluid weg. Even daarna liep hij langs de rivier.
In zijn hand had hij een bos bloemen in papier. Over het water kwam langzaam een grote witte zwaan op hem toezwemmen. Het dier klom moeizaam, maar toch vrij snel de steile walkant op en liep op hem af. Het was een gewone zwaan, zoals er in parken te zien zijn. De poten echter staken in damesschoenen, maar dit verontrustte hem niet.
Hij wilde iets zeggen, maar had geen stem. Toch voelde hij zich niet bevreesd. Het dier was nu vlak bij hem gekomen, strekte de hals uit, scheurde pikkend het papier van de bos en ging in de bloemen happen. Het waren sterke witte chrysanten. Elke pik bracht nieuwe beschadigingen teweeg. De witte kroonblaadjes woeien weg naar de rivier. Als ze boven het water waren gekomen, vormden ze een sneeuwstorm.

 

1052665-277d6b0640d53e35cb728b1e218c802e.jpg
Scene uit de speelfim uit 1989 met Thom Hoffman als Frits van Egters

 

 

 

Soms beet de vogel een hele bloem van de steel en spuugde die uit. Spoedig was de bos kaal. Frits wierp hem op de grond.
Toen kwam de kop van de vogel dichter bij hem. Eerst werd de kop aldoor groter, toen alleen het oog. Het oog groeide en naderde steeds dichter. Het was in een oogwenk zo groot als zijn eigen hoofd. Hij keek er in en werd geheel rustig. Hij wist, dat, wanneer hij zich niet verzette, dit zijn ondergang zou zijn, maar hij wilde niet weerstreven. Het dier zou hem doden, maar hij kreeg bij de aanblik van het oog, dat nu zo groot was, dat hij er zich in kon spiegelen, een gevoel van voldoening: het was hem onverschillig
Hij werd wakker, draaide zich om en probeerde zich de droom te herinneren, maar dat lukte niet. Hij herinnerde zich alleen, dat er een zwaan in was voorgekomen, sliep weer in en droomde die nacht niet meer.”

 

 

 1052665-928fcfda79c1689842cd20e6c3502889.jpg

Gerard Reve (14 december 1923 – 8 april 2006)

 

 

 

 

 

De Nederlandse dichter, schrijver en televisiemaker Boudewijn Maria Ignatius Büch werd geboren op 14 december 1948 in Den Haag. Zie ook alle tags voor Boudewijn Büch op dit blog.

 

Uit: Het Carnaval Der Rouwenden

 

„Het is vijfenveertig jaar gelden dat ik een vriendje zag stikken in een pinda. Het klinkt banaal, maar zo is het precies gegaan. Mijn vriendje stierf voor mijn ogen en ik wist niet wat ik met mijn verdriet moest doen. Samen met al mijn klasgenoten zijn we later naar mijn opgebaarde vriendje gaan kijken. En we zwegen. We huilden ook niet. We durfden dat niet. Nog later brachten we hem naar de begraafplaats. Toen zijn kistje in de aarde zakte, bleven we zwijgen. We huilden nog steeds niet, omdat we dat nog steeds niet durfden. Ik denk nog vaak aan die gebeurtenis, vijfenveertig jaar geleden. Het was een raadsel dat we beleefden. We begrepen de dood niet en niemand die het ons uit kon leggen. En zo hoorde het. En zo hoort het naar mijn smaak eigenlijk nog steeds te zijn.

De dood verdient geen applaus. Moord heeft geen recht op een bloemenhulde. Rouw moet niet begeleid worden door voetballiederen. Dat vind ik en het zal wel een ouderwets standpunt zijn, want nu de dood van ons allemaal geworden is en live op de televisie wordt uitgezonden, is er geen plaats meer voor die verstilde woede vanbinnen.

Er is geen plek meer voor de slapeloze nachten met gepieker over het feit dat één man met een pistool van mooie lentedagen een hel kan maken. Een hel van uitzinnige rouw, van rouwenden met spandoeken, van waxinelichtjes en van boeketten, talloze boeketten.

En de ouderwetse rouwkaart valt nergens meer op de deurmat, de stilte van de kokosmat.

Begon vroeger de dood in de vestibule, nu is de rouw van de straat.

Het is zeker waar: de politiek moet aan de mensen teruggegeven worden. Zo heet dat tegenwoordig en daar ben ik het mee eens. Maar de dood moet op haar beurt weer terug naar zoals het vroeger was. Het sterven hoort niet op voorpagina te staan, de rouw mag geen jongen zijn die vanuit een lantaarnpaal schreeuwt. De rouwstoet is geen file van de dood. De teraardebestelling is geen gebeurtenis voor de Firma Kijkgraag.

Hoe nu verder? – is mij gevraagd. De politiek moet verder, de kussens Den Haag moeten worden opgeschud en de politiek moet weer van de straat worden. Dat heeft iedereen nu tot vervelens toe gezegd, beaamd en bepleit. En die noodzaak begrijp ik. Maar de dood moet van de straat af, het rouwbeklag moet van de spandoeken verwijderd worden en de gezichten van de mensen dienen weer stil verdriet uit te stralen. Zoals vroeger.“

 

 

 1052665-025053e4a829a1195ba5618e885c447b.jpg

Boudewijn Büch (14 december 1948 – 23 november 2002)

 

 

 

 

De Franse schrijver Hervé Guibert werd geboren op 13 december 1955 in Saint-Cloud. Zie ook mijn blog van 14 december 2008 en ook mijn blog van 14 december 2009.en ook mijn blog van 14 december 2010.

 

Uit: Fou de Vincent

 

“L'être qui manque à ma vie : celui qui saura me battre ; j'ai cru longtemps qu'il sortirait de T., que ce serait un être compris dans lui qui s'en dédoublerait, mais il n'en a rien été ; j'ai cru longtemps que ce serait Vincent, mais il n'en est rien. Parfois je redoute la nécessité d'une notation, comme celle-ci, mais l'écriture fait aussitôt tomber ce qui en elle s'annonçait de tortueux : l'indicible.”

(…)

 

“Dans la nuit du 25 au 26 novembre, Vincent tombait d'un troisième étage en jouant au parachute avec un peignoir de bain. Il a bu un litre de téquila, fumé une herbe congolaise, sniffé de la cocaïne. Le retrouvant inanimé, ses camarades appellent les pompiers. Vincent se redressa brusquement, marcha jusqu'à sa voiture, démarra. Les pompiers le coursent, s'engouffrent dans son immeuble, montent avec lui dans l'ascenseur, pénètrent dans sa chambre, Vincent les injurie. Il dit " Laissez-moi me reposer ", eux : " Andouille, tu risques de ne jamais te réveiller. " Dans la chambre d'à côté, ses parents continuent de dormir. Vincent a foutu les pompiers dehors. Il s'est endormi comme un charme. À neuf heures moins le quart, sa mère le secoue pour l'envoyer au travail, il ne peut plus bouger d'un pouce, elle le transporte à l'hôpital. Le 27 novembre, prévenu par Pierre, je rendis visite à Vincent à Notre-Dame-du-Perpétuel-secours. Deux jours plus tard il mourait des suites d'un éclatement de la rate.”

 

 

1052665-33706fdd98244b6d638aed5e8edc7c1c.jpg
Hervé Guibert (14 december 1955 – 27 december 1991)

 

 

 

 

De Franse dichter en schrijver Paul Eluard werd geboren op 14 december 1895 in Saint Denis. Zie ook alle tags voor Paul Eluard op dit blog.

 

 

La mort, l’amour, la vie

 

J’ai cru pouvoir briser la profondeur de l’immensité
Par mon chagrin tout nu sans contact sans écho
Je me suis étendu dans ma prison aux portes vierges
Comme un mort raisonnable qui a su mourir
Un mort non couronné sinon de son néant
Je me suis étendu sur les vagues absurdes
Du poison absorbé par amour de la cendre
La solitude m’a semblé plus vive que le sang
Je voulais désunir la vie
Je voulais partager la mort avec la mort
Rendre mon cœur au vide et le vide à la vie
Tout effacer qu’il n’y ait rien ni vire ni buée
Ni rien devant ni rien derrière rien entier
J’avais éliminé le glaçon des mains jointes
J’avais éliminé l’hivernale ossature
Du voeu de vivre qui s’annule

 

Tu es venue le feu s’est alors ranimé
L’ombre a cédé le froid d’en bas s’est étoilé
Et la terre s’est recouverte
De ta chair claire et je me suis senti léger
Tu es venue la solitude était vaincue
J’avais un guide sur la terre je savais
Me diriger je me savais démesuré
J’avançais je gagnais de l’espace et du temps
J’allais vers toi j’allais sans fin vers la lumière
La vie avait un corps l’espoir tendait sa voile
Le sommeil ruisselait de rêves et la nuit
Promettait à l’aurore des regards confiants
Les rayons de tes bras entrouvraient le brouillard
Ta bouche était mouillée des premières rosées
Le repos ébloui remplaçait la fatigue
Et j’adorais l’amour comme à mes premiers jours.

 

Les champs sont labourés les usines rayonnent
Et le blé fait son nid dans une houle énorme
La moisson la vendange ont des témoins sans nombre
Rien n’est simple ni singulier
La mer est dans les yeux du ciel ou de la nuit
La forêt donne aux arbres la sécurité
Et les murs des maisons ont une peau commune
Et les routes toujours se croisent.
Les hommes sont faits pour s’entendre
Pour se comprendre pour s’aimer
Ont des enfants qui deviendront pères des hommes
Ont des enfants sans feu ni lieu
Qui réinventeront les hommes
Et la nature et leur patrie
Celle de tous les hommes
Celle de tous les temps.

 

 

 

 1052665-b0c28886d8773a61e2e5a687a210820f.jpg

Paul Eluard (14 december 1895 - 18 november 1952)

Portret door Salvador Dali, 1929

 

 

 Zie voor nog meer schrijvers van de 14e december ook mijn vorige blog van vandaag.

 
Geschreven door Romenu om 19:36 Reageer op dit bericht

Shirley Jackson, Regina Ullmann, Andreas Mand, Charles Wolfe, Helle Helle, Marianne Fritz

De Amerikaans schrijfster Shirley Jackson werd geboren in San Francisco op 14 december 1919. Zie ook mijn blog van 14 december 2008 en ook mijn blog van 14 december 2009 en ook mijn blog van 14 december 2010.

 

Uit:The Lottery

 

“The morning of June 27th was clear and sunny, with the fresh warmth of a full-summer day; the flowers were blossoming profusely and the grass was richly green. The people of the village began to gather in the square, between the post office and the bank, around ten o'clock; in some towns there were so many people that the lottery took two days and had to be started on June 26th. but in this village, where there were only about three hundred people, the whole lottery took less than two hours, so it could begin at ten o'clock in the morning and still be through in time to allow the villagers to get home for noon dinner.

The children assembled first, of course. School was recently over for the summer, and the feeling of liberty sat uneasily on most of them; they tended to gather together quietly for a while before they broke into boisterous play, and their talk was still of the classroom and the teacher, of books and reprimands. Bobby Martin had already stuffed his pockets full of stones, and the other boys soon followed his example, selecting the smoothest and roundest stones; Bobby and Harry Jones and Dickie Delacroix-- the villagers pronounced this name "Dellacroy"--eventually made a great pile of stones in one corner of the square and guarded it against the raids of the other boys. The girls stood aside, talking among themselves, looking over their shoulders at the boys, and the very small children rolled in the dust or clung to the hands of their older brothers or sisters.

Soon the men began to gather, surveying their own children, speaking of planting and rain, tractors and taxes. They stood together, away from the pile of stones in the corner, and their jokes were quiet and they smiled rather than laughed. The women, wearing faded house dresses and sweaters, came shortly after their menfolk. They greeted one another and exchanged bits of gossip as they went to join their husbands. Soon the women, standing by their husbands, began to call to their children, and the children came reluctantly, having to be called four or five times. Bobby Martin ducked under his mother's grasping hand and ran, laughing, back to the pile of stones. His father spoke up sharply, and Bobby came quickly and took his place between his father and his oldest brother.“

 

 

 1052643-af754c2c4862196ee85e95c81b07c959.jpg

Shirley Jackson (14 december 1919 – 8 augustus 1965)

 

 

 

 

 

De Oostenrijks – Zwitserse dichteres en schrijfster Regina Ullmann werd op 14 december 1884 in St. Gallen geboren. Zie ook mijn blog van 14 december 2008 en ook mijn blog van 14 december 2010.

 

 

Erwachen

 

Ich lag in Dir noch unverzweigt,

Du tiefer Felsen einer Nacht;

so kalt wie Stein und trostesarm.

 

Da fühlt ich plötzlich, wie der Tag

Sich an dem Sein im Licht verfing

Und liebewarm und flammenhaft

Sich an die kleinsten Dinge hing.

 

Da war ich wach.

Doch war mir noch ein Silberklang,

Der sich an einem Zimbal schlug,

erhörbar,

und meines Engels Morgengang.




Im Mohnfeld zur Gewitterszeit

 

Ich ging im Mohnfeld zur Gewitterszeit

vor vielen Jahren —

und es war mein Kleid

von rotem Seidenstoff und mächtig weit ...

wie umgestülpter Mohn aus Seidenhaaren.

 

Und schlug ein Rad aus mir und deckt’das Feld

Vor den Gefahren

 

und rief als Zeugen mich der höhern Welt,

die mich auf dieses rote Feld bestellt

für diesen Tag vor ungezählten Jahren!

 

 

 

 1052643-2458aa9057f72ad04ff716484543b2e5.jpg

Regina Ullmann (14 december 1884 – 6 jannuari 1961)

Hier met haar dochters 

 

 

 

 

De Duitse schrijver Andreas Mand werd geboren op 14 december 1959 in Duisburg. Zie ook mijn blog van 14 december 2008.

 

Uit: Kleinstadthelden

 

„Es stimmte ja, daß die Briefkästen klapperten, wenn sich ein schwerer Lieferwagen vorbeizwängte, und es stimmte wohl auch, daß ein Vormieter seinen Beamtenstatus verloren hatte, weil die lieben Nachbarn den verfassungsfeindlichen Inhalt seines Wandschmuckes der Polizei gemeldet hatten. Das komische daran war, daß die achtundsiebzigjährige Vermieterin die skandalösen Bilder ganz genau beschreiben konnte.
Mein Vorhang war aus dem dichtesten Stoff, den das Kaufhaus liefern konnte. Die Tagesgardine war eine Dauerleihgabe der Vermieterin, die sie auch ständig waschen wollte, was ich aber zu vermeiden wußte, da es mit der Mühe des Fensterputzens verbunden war. Ich hatte kein einziges Bild an der Wand hängen, nur die Abfahrtzeiten der Bundesbahn.
Mein Wohngefährte Manfred war angestellter Steuerberater; wir sahen uns selten und störten uns fast nie. Wir belegten verschiedene Ecken in den häßlichen weißen Küchenregalen und dem komplett vereisten Kühlschrank. Wir aßen zu verschiedenen Zeiten und auch ganz verschiedene Sachen. Er aß Dosenfleisch, Dosenravioli, Heringsdip oder eine besonders widerliche einheimische Spezialität namens "Wurstebrot". Meine Kochkünste beschränkten sich auf Rührei mit Zwiebeln und Tomatenstückchen und eine atavistische Art, ein Schnitzel zu braten. Ich probierte alle Rezepte durch, die auf der blauen Haferflockenpackung standen.
Wenn Manfred und ich uns trafen, redeten wir wenig. Ich meine, wir verständigten uns schon, wer die nächste Klopapierrolle kaufen gehen sollte. Wir hatten ein echtes Sprachproblem, denn ich verstand seinen genuschelten, ländlichen Akzent genauso schlecht wie er meine fremdwortgespickte Hochsprachlichkeit, in die ich immer fiel, wenn mich einer nicht verstand.
Wir lebten nebeneinander in verschiedenen Welten. Er bügelte seine Hosen. Er trug jedes Oberhemd genau einen Tag und hängte es dann ungewaschen bis zur nächsten Woche an die Stange.“

 

 

1052643-732912b89cb0ae19be16a426edec9ef2.jpg 

Andreas Mand (Duisburg, 14 december 1959)

 

 



De Ierse dichter
Charles Wolfe werd geboren op 14 december 1791 in Blackhall, County Kildare. Zie ook mijn blog van 14 december 2008.

 

 

To Mary

 

If I had thought thou couldst have died,

I might not weep for thee;

But I forgot, when by thy side,

That thou couldst mortal be:

It never through my mind had past

The time would e'er be o'er,

And I on thee should look my last,

And thou shouldst smile no more!

 

And still upon that face I look,

And think 'twill smile again;

And still the thought I will not brook,

That I must look in vain.

But when I speak—thou dost not say

What thou ne'er left'st unsaid;

And now I feel, as well I may,

Sweet Mary, thou art dead!

 

If thou wouldst stay, e'en as thou art,

All cold and all serene—

I still might press thy silent heart,

And where thy smiles have been.

While e'en thy chill, bleak corse I have,

Thou seemest still mine own;

But there—I lay thee in thy grave,

And I am now alone!

 

I do not think, where'er thou art,

Thou hast forgotten me;

And I, perhaps, may soothe this heart

In thinking too of thee:

Yet there was round thee such a dawn

Of light ne'er seen before,

As fancy never could have drawn,

And never can restore!

 

 

 1052643-12ceef4ac468d4501e2347312dabadd4.jpg

Charles Wolfe (14 december 1791 – 21 februari 1823)

 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 14 december 2008.

  

De Deense schrijfster Helle Helle werd geboren als Helle Krogh Hansen in Nakskov op 14 december 1965.

 

De Oostenrijkse schrijfster Marianne Fritz werd als Marianne Frieß geboren op 14 december 1948 in Weiz in de Steiermark.

Geschreven door Romenu om 19:25 Reageer op dit bericht

Heinrich Heine, José Eduardo Agualusa, Kenneth Patchen, Robert Gernhardt

De Duitse dichter Heinrich Heine werd geboren in Düsseldorf op 13 december 1797. Zie ook alle tags voor Heinrich Heine op dit blog.

 

Uit: Aus den Memoiren des Herren von Schnabelewopski

 

“Mein Vater hieß Schnabelewopski; meine Mutter hieß Schnabelewopska; als beider ehelicher Sohn

wurde ich geboren den ersten April 1795 zu Schnabelewops. Meine Großtante, die alte Frau von Pipitzka, pflegte meine erste Kindheit und erzählte mir viele schöne Märchen und sang mich oft in den Schlaf mit einem Liede, dessen Worte und Melodie meinem Gedächtnisse entfallen. Ich vergesse aber nie die geheimnisvolle Art, wie sie mit dem zitternden Kopfe nickte, wenn sie es sang, und wie wehmütig ihr großer einziger Zahn, der Einsiedler ihres Mundes, alsdann zum Vorschein kam. Auch erinnere ich mich noch manchmal des Papagois, über dessen Tod sie so bitterlich  weinte. Die alte Großtante ist jetzt ebenfalls tot, und ich bin in der ganzen weiten Welt wohl der einzige Mensch, der an ihren lieben Papagoi noch denkt. Unsere Katze hieß Mimi, und unser Hund hieß Joli. Er hatte viel Menschenkenntnis und ging mir immer aus dem Wege, wenn ich zur Peitsche griff. Eines Morgens sagte unser Bedienter, der Hund trage den Schwanz etwas eingekniffen zwischen den Beinen

und lasse die Zunge länger als gewöhnlich hervorhängen; und der arme Joli wurde, nebst einigen

Steinen, die man ihm an den Hals festband, ins Wasser geworfen. Bei dieser Gelegenheit ertrank er. Unser Bedienter hieß Prrschtzztwitsch. Man muß dabei niesen, wenn man diesen Namen ganz richtig aussprechen will. Unsere Magd hieß Swurtszska, welches im Deutschen etwas rauh, im Polnischen aber äußerst melodisch klingt. Es war eine dicke, untersetzte Person mit weißen Haaren und blonden Zähnen. Außerdem liefen noch zwei schöne schwarze Augen im Hause herum, welche man Seraphine nannte. Es war mein schönes herzliebes Mühmelein, und wir spielten zusammen im Garten und belauschten die Haushaltung der Ameisen und haschten Schmetterlinge und pflanzten Blumen. Sie lachte einst wie toll, als ich meine kleinen Strümpfchen in die Erde pflanzte, in der Meinung, daß ein paar große Hosen für meinen Vater daraus hervorwachsen würden.

Mein Vater war die gütigste Seele von der Welt und war lange Zeit ein wunderschöner Mann; der

Kopf gepudert, hinten ein niedlich geflochtenes Zöpfchen, das nicht herabhing, sondern mit einem Kämmchen von Schildkröte auf dem Scheitel befestigt war.

Seine Hände waren blendend weiß, und ich küßte sie oft. Es ist mir, als röche ich noch ihren süßen Duft und er dränge mir stechend ins Auge. Ich habe meinen Vater sehr geliebt; denn ich habe nie daran gedacht, daß er sterben könne. Mein Großvater väterlicher Seite war der alte Herr von Schnabelewopski; ich weiß gar nichts von ihm, außer daß er ein Mensch und daß mein Vater sein Sohn war.”

 

 

 1051837-c8888b87b9b36791b00901500b10d679.jpg

Heinrich Heine (13 december 1797- 17 februari 1856)

Heine monument van Waldemar Grzimek in Berlijn

 

 

 

 

De Angolese schrijver José Eduardo Agualusa werd op 13 december 1960 in Huambo geboren. Zie ook mijn blog van 13 december 2008 en ook mijn blog van 12 december 2009 en ook mijn blog van 13 december 2010.

 

Uit: My Father’s Wives (Vertaald door Daniel Hahn)

 

“Karen came to pick me up at the hotel and we walked down to the beach. We spent part of the morning, and several hours after lunch, talking about the movie. We sketched out a plot. We want to tell the story of a Portuguese documentary-maker who travels to Luanda for the funeral of her father, Faustino Manso, the famous Angolan singer and composer. At a certain point Laurentina decides to trace her father’s travels, which saw him in the sixties and seventies covering the whole southern African coast from Luanda to Mozambique Island. Faustino would spend two or three years in each city, sometimes a little more, start a little family, then get back on the road. In each city she visited Laurentina would record testimonies from Faustino’s widows, and his countless children, as well as from many other people who spent time with him. The picture that begins to emerge bit by bit is of a mysteriously complex man. At the end Laurentina discovers that Faustino was infertile.

(…)

 

“Hours later I [Agualusa] met Orlando on the veranda, sitting in a plastic chair, eyes lost in the vast darkness. I wanted to know who this Dancer was. My friend smiled. An engrossed smile.

“No one,” he said. “She lived here . . .”

“She lived here?!”

“That’s it. She lived here. She lived with a sapper. The Dancer and the sapper. Can you imagine a stranger love story than that?”

“What happened?”

“What do you think happened? One day the sapper went to work and never came back. One of the mines exploded while he was defusing it. The next day they found her dancing, naked, on the minefield.” . . .

“And what’s she doing here?”

“Just sits and breathes. She doesn’t do anything any more. A while ago she knocks on the door and I let her in. She’s sort of a ghost, but without the impertinence that ghosts have.”

 

 

 1051837-7f98c89b7780273e57d8dea772ad545d.jpg

José Eduardo Agualusa (Huambo, 13 december 1960)

 

 



 

De Amerikaanse dichter  Kenneth Patchen werd geboren op 13 december 1911. Zie ook alle tags voor Kenneth Patchen op dit blog.

 

 

The Slums

 

That should be obvious

Of course it won't

Any fool knows that.

Even in the winter.

Consider for a moment.

What?

Consider what!

They never have.

Why now?

Certainly it means nothing.

It's all a lie.

What else could it be?

That's right.

Sure.

Any way you look at it.

A silk hat.

A fat belly.

A nice church to squat in.

My holy ass...

What should they care about?

It's quaint.

Twelve kids on the fire escape...

Flowers on the windowsill...

You're damn right.

That's the way it is.

That's just the way it is.

 

 

 

 

There Are Not Many Kingdoms Left

 

I write the lips of the moon upon her shoulders. In a

temple of silvery farawayness I guard her to rest.

 

For her bed I write a stillness over all the swans of the

world. With the morning breath of the snow leopard I

cover her against any hurt.

 

Using the pen of rivers and mountaintops I store her

pillow with singing.

 

Upon her hair I write the looking of the heavens at

early morning.

 

-- Away from this kingdom, from this last undefiled

place, I would keep our governments, our civilization, and

all other spirit-forsaken and corrupt institutions.

 

O cold beautiful blossoms of the moon moving upon

her shoulders . . . the lips of the moon moving there . . .

where the touch of any other lips would be a profanation.

 

 

 

1051837-b11f136479690b690b4764d970e14606.jpg
Kenneth Patchen (13 december 1911 – 8 januari 1972)

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver  Robert Gernhardt werd op 13 december 1937 in het Estische Reval (het huidige Tallinn) geboren. Zie ook alle tags voor Robert Gernhardt op dit blog.

 

 

Dorlamm liest

 

Dichter Dorlamm liest in einem Buch,
doch er wird aus diesem Buch nicht klug.

 

Liest darin und legt es wieder hin -
nein, er kommt nicht hinter seinen Sinn.

 

Legt es hin und denkt, sooft er las:
"Ich kapier das nicht. Was soll denn das?"

 

Denkt: "Was soll das? Wer schreibt solchen Mist?"
Und schaut nach, wer der Verfasser ist.

 

Schaut aufs Buch, und plötzlich ist ihm klar,
daß der Autor ein Herr Dorlamm war.

 

Dorlamm? Dorlamm selbst hat es geschrieben!
Peinlich? Rasend peinlich, meine Lieben!

 

 

 

 

Dorlamm meint

 

Dichter Dorlamm läßt nur äußerst selten
andre Meinungen als seine gelten.

 

Meinung, sagt er, kommt nun mal von mein,
deine Meinung kann nicht meine sein.

 

Meine Meinung - ja, das läßt sich hören!
Deine Deinung könnte da nur stören.

 

Und ihr andern schweigt! Du meine Güte!
Eure Eurung steckt euch an die Hüte!

 

Laßt uns schweigen, Freunde! Senkt das Banner!
Dorlamm irrt. Doch formulieren kann er.

 

  

 

 1051837-ccf47001d19c1158dc82f177449c8b64.jpg

Robert Gernhardt (13 december 1937 – 30 juni 2006)



Zie voor nog meer schrijvers van de 13e december ook
mijn vorige blog van vandaag.
Geschreven door Romenu om 19:25 Reageer op dit bericht

Ida Vos, Jevgeni Petrov, Jean Rouaud, Laurens Jan van der Post, Emily Carr

De  Joods-Nederlandse schrijfster Ida Vos (meisjesnaam Gudema) werd geboren in Groningen op 13 december 1931. Zie ook mijn blog van 13 december 2008 en ook mijn blog van 12 december 2009 en ook mijn blog van 13 december 2010.

 

 

Heilig

 

Wat heeft ze in de tijd dat ze is ondergedoken al veel mooie boeken gelezen over heiligen. Over de heilige Bernadette, over de heilige Jeanne d'Arc, over de heilige Theresia. Zo heilig zou ze willen zijn, maar ze is niet katholiek. Een joodse heilige zal er wel nooit zijn geweest.

‘Ik wil katholiek worden,’ zegt ze tegen tante.

Tante is heel verrast.

‘Meen je dat?’ vraagt ze. ‘Goed, de pastoor weet toch dat jullie hier zijn. We zullen vragen of hij vanavond eens komt praten.’

‘Ik wil ook katholiek worden,’ zegt Esther.

‘Goed, over jou praten we ook,’ belooft tante.

's Avonds zit meneer pastoor bij hen in de keuken.

‘Ria en Maaike willen katholiek worden,’ zegt tante.

‘Dat is een goeie keus,’ knikt meneer pastoor. ‘Morgen ga ik met de ouders praten. Jullie horen van mij.’

De volgende dag praten ze over gedoopt worden.

‘Jullie mogen voor één keer mee naar de kerk,’ zegt tante. ‘En ik ga jullie schoenen poetsen en je krijgt bloemen in je haar.’

Ze worden er helemaal vrolijk van. Ondergedoken zijn en toch naar buiten gaan. Hoe kan dat?

‘Als ik gedoopt ben, word ik later heilig,’ zegt ze. ‘Net als Bernadette en Jeanne en Theresia.’

Meneer pastoor brengt een droevige boodschap mee.

‘De ouders willen niet dat ze gedoopt worden. “Later, als ze zelf kunnen beslissen en ze willen nog,” heeft de vader gezegd.’

Ze moet vreselijk huilen. Daar gaat het uitje naar de kerk. Daar gaan de bloemen, en heilig worden kan nu ook niet.

‘Ik zie dat je huilt,’ zegt meneer pastoor. ‘Dat is goed. Nu zijn jullie martelaren voor het geloof. Voordat de heilige Bernadette en de heilige Jeanne en de heilige Theresia heilig werden verklaard, waren ze martelaren. Dat zijn jullie nu ook. Ik heb van tante gehoord dat jullie iedere dag bidden. Blijf dat doen.’

‘Amen,’ zegt ze.

‘Amen,’ zegt Esther.

 

 

1051831-e33b9d9458f094db0b53d5358629912c.jpg 

Ida Vos (13 december 1931 - 3 april 2006)

 

 

 

 

De Russische schrijver Jevgeni Petrov werd geboren in Odessa op 13 december 1903. Zie ook mijn blog van 13 december 2008 en ook mijn blog van 12 december 2009 en ook mijn blog van 13 december 2010 


Uit:
The 12 Chairs

 

„The desk at which Ippolit Matveyevich worked resembled an ancient gravestone. The left-hand corner had been eaten away by rats. Its wobbly legs quivered under the weight of bulging tobacco-coloured files of notes, which could provide any required information on the origins of the town inhabitants and the family trees that had grown up in the barren regional soil.
      On Friday, April 15, 1927, Ippolit Matveyevich woke up as usual at half past seven and immediately slipped on to his nose an old-fashioned pince-nez with a gold nosepiece. He did not wear glasses. At one time, deciding that it was not hygienic to wear pince-nez, he went to the optician and bought himself a pair of frameless spectacles with gold-plated sidepieces. He liked the spectacles from the very first, but his wife (this was shortly before she died) found that they made him look the spitting image of Milyukov, and he gave them to the man who cleaned the yard. Although he was not shortsighted, the fellow grew accustomed to the glasses and enjoyed wearing them.
      "Bonjour!" sang Ippolit Matveyevich to himself as he lowered his legs from the bed. "Bonjour" showed that he had woken up in a. good humour. If he said "Guten Morgen" on awakening, it usually meant that his liver was playing tricks, that it was no joke being fifty-two, and that the weather was damp at the time.
      Ippolit Matveyevich thrust his legs into pre-revolutionary trousers, tied the ribbons around his ankles, and pulled on short, soft-leather boots with narrow, square toes. Five minutes later he was neatly arrayed in a yellow waistcoat decorated with small silver stars and a lustrous silk jacket that reflected the colours of the rainbow as it caught the light. Wiping away the drops of water still clinging to his grey hairs after his ablutions, Ippolit Matveyevich fiercely wiggled his moustache, hesitantly felt his bristly chin, gave his close-cropped silvery hair a brush and, then, smiling politely, went toward his mother-in-law, Claudia Ivanovna, who had just come into the room.
      "Eppole-et," she thundered, "I had a bad dream last night."
      The word "dream" was pronounced with a French "r".
      Ippolit Matveyevich looked his mother-in-law up and down. He was six feet two inches tall, and from that height it was easy for him to look down on his mother-in-law with a certain contempt.
      Claudia Ivanovna continued: "I dreamed of the deceased Marie with her hair down, and wearing a golden sash."
      The iron lamp with its chain and dusty glass toys all vibrated at the rumble of Claudia Ivanovna's voice. "I am very disturbed. I fear something may happen." These last words were uttered with such force that the square of bristling hair on Ippolit Matveyevich's head moved in different directions. He wrinkled up his face and said slowly:
      "Nothing's going to happen, Maman. Have you paid the water rates?"

 

 

 1051831-ec3c7214fde91e8c5e309e6b9a07f1d9.jpg

Jevgeni Petrov (13 december 1903 - 2 juli 1942)

Jevgeny Petrov (rechts) en Ylya Ilf (links) in New York, 1935

 

 

 


De Franse schrijver
Jean Rouaud werd geboren op 13 december 1952 in Campbon (Loire-Atlantique). Zie ook mijn blog van 13 december 2008 en ook mijn blog van 12 december 2009 en ook mijn blog van 13 december 2010
 

Uit: Comment gagner sa vie honnêtement

 

« Sur la question de savoir comment gagner sa vie honnêtement, on n'a presque rien écrit qui puisse retenir l'attention. » J'avais noté la réflexion de Thoreau dans un petit répertoire téléphonique rouge tenant dans la paume d'une main, où je collectais pêle-mêle les noms de personnes, peu nombreuses au vrai, qui ne me disent plus grand-chose aujourd'hui, sur lesquelles j'essaie vainement

de coller un visage, mais qui peuvent-elles bien être ? à quelle occasion avais-je trouvé utile de solliciter leurs coordonnées ? et d'autres, beaucoup plus connues, auxquelles je n'ai jamais fait faux bond, quand, d'ordinaire, c'est moi qui ne fais pas montre d'une fidélité exemplaire. Et cette permanence du sentiment est liée essentiellement à la notoriété de celles-ci, ce qui pourrait faire de moi un adepte du name-dropping, mais pas au sens où on l'entend couramment, de ces convives qui

prennent un vif plaisir à semer tout au long du repas la liste glorieuse de leurs relations. J'étais bien trop pauvre pour m'approcher des lumières du monde, bien trop démuni, et d'ailleurs je n'en éprouvais aucun désir, ces fumerolles alimentées par des émanations éphémères ne m'éclairaient pas, n'étaient d'aucun secours à ma désolation.

Non, en fait, ceux-là, consignés dans mon carnet rouge, je les annexais d'autorité, sans leur demander leur avis. Alors que je n'étais rien, je profitai de mon extrême solitude pour dialoguer avec eux et leur demander conseil et soutien. Et en dépit de leur immense renommée, jamais ils n'ont failli. Ils ont toujours répondu présents.

Ils constituent encore aujourd'hui les éléments inamovibles de ma garde rapprochée.

Ainsi à la lettre C, au milieu de quelques adresses auxquelles je ne me suis jamais rendu — mais qu'estce que j'aurais bien été faire à V. —, on trouve Chateaubriand (François-René) (vicomte de) Saint- Malo 1768 - Paris 1848. Pas de téléphone, en visà-vis, bien sûr, mais il me suffisait de lire la date de sa mort pour entendre le vieil écrivain alité, le corps tordu par l'arthrose et les rhumatismes, réagissant aux coups de canon de la révolution de 1848 qui avaient percé sa surdité, et lâchant dans un dernier souffle :

C'est bien fait, à l'attention du monarque exécré qui avait trahi la cause des Bourbons en écartant du trône le souverain légitime, le petit comte de Chambord, baptisé avec l'eau du Jourdain, rapportée dans une fiole par ce même Chateaubriand au retour de son périple à Jérusalem, lequel, vexé peut-être que son eau précieuse n'ait pas fait de miracle, savourait à sa dernière heure, comme un plat froid, ce nouveau revirement de l'histoire qu'il ponctuait par ce mot à double fond.“

 

 

 1051831-113b29b480edb4a43b1a4dc8dcf4edf6.jpg

Jean Rouaud (Campbon, 13 december 1952)

 

 

 

 

De Engelstalige en van oorsprong Zuid-Afrikaanse schrijver en officier Laurens Jan van der Post werd geboren in Philippopolis op 13 december 1906. Zie ook mijn blog van 13 december 2008 en ook mijn blog van 12 december 2009 en ook mijn blog van 13 december 2010.

 

Uit: A Far Off Place

 

„After such a night Francois would know that he was even closer to Nonnie. Just the merest touch of her skin startled him with its message, as if one skin enclosed them both. And his being closer to her, to Nuin-Tara and to Xhabbo, sustained him when away alone hunting. He would remember the physical nearness of Nonnie and the look of trust with which Xhabbo would always watch him go in the morning. It was the same look Xhabbo had given him the day he rescued him from the lion-trap. It was a look Francois had seen elsewhere only in Hintza and the animals who had never before looked into the eyes of other men. He remembered Mopani telling him about this very look that one sees, as he put it, "only in the virgin eyes of the children of nature. It is a look one must never betray, little cousin."
          He could almost hear the beloved voice itself there in the desert where he walked alone:   "One can perhaps betray oneself if one must, and hope some time for pardon from life, and one can betray the men of the twentieth century because they have all betrayed one another for so long that they have some kind of terrible immunity to betrayal. But for people of nature and animals and birds still capable of such a look, there is no such immunity, and betrayal is death to them as it is ultimately to the betrayer."
          Intangible as all these feelings and intimations and recollections were, they did Francois more good than any amount of medicine, ammunition or the help of others could have done. Once they were recognized, welcomed and made at home in his daily reckoning, he would be reassured, composed and more resolute. And he would come back, tired as he was, night after night, with whatever little of food he had gathered from the desert, eagerly looking forward to seeing those dear, trusting faces, dismayed though he would be by noticing again how ill and thin they looked, asking only that they should open their eyes and show him that the ancient, first look of trust was still there.“

 

 1051831-736d5a120642f38f3fc7e0bf251c770c.jpg

Laurens Jan van der Post (13 december 1906 - 16 december 1996)

 

 

 

 

De Canadeese schilderes en schrijfster  Emily Carr werd geboren in Victoria op 13 december 1871. Zie ook mijn blog van 13 december 2008 en ook mijn blog van 12 december 2009 en ook mijn blog van 13 december 2010
 

Uit Old Attic

 

„THE ATTIC was no older than the rest of the house. Yet, from the first to me it was very old, old in the sense of dearness, old as the baby you hug and call "dear old thing" is not old in years, but just in the way he has tangled himself round your heart, has become part of you so that he seems always to have existed, as far back as memory goes. That was the way with my attic. Immediately I came into the house the attic took me, just as if it had always "homed" me, became my special corner-the one place really my own.

The whole house, my flat, even my own studio, was more or less public. People could track me down in any part of the house or even in the garden. Nobody ever thought of tracking me up to my attic.

I had a fine bedroom off the studio, but I kept that as a guest room, preferring to sleep in my attic. A narrow, crooked little stair in one corner of the studio climbed to a balcony, no more than a lower lip outside the attic door. If people could not find me about house or garden, they stood in the studio and shouted.

 

 

 

1051831-f6e550092c0f4634c193539c043df640.jpg 

Emily Carr: Tree in Autumn

 

 

Out I popped on the tiny balcony, high up on the studio wall, like a cuckoo popping out of a clock.

In the attic I could wallow in tears or in giggles; nobody saw.

There was an outer hall and front door shared by the doll's flat and my own. If the doorbell rang while I was in my attic, I stuck my head out of the window in the gable without being seen, and called, "Who? Down in a second!"

That second gave me a chance to change my face. Those experienced in landladying told me, "Develop the 'landlady face,' my dear-not soft, not glad, not sorry, just blank."

  

 

1051831-e2500a66c3eab69f2e2c7bb576bae695.jpg
Emily Carr (13 december 1871 – 2 maart 1945)

Geschreven door Romenu om 19:20 Reageer op dit bericht

Kader Abdolah, Susanna Tamaro, Sophie Kinsella, Vassilis Alexakis, Ahmad Shamlou

De Iraanse schrijver Kader Abdolah (pseudoniem van Hossein Sadjadi Ghaemmaghami Farahani) werd geboren in Arak op 12 december 1954. Zie ook mijn blog van 12 december 2008 en ook mijn blog van 12 december 2009 en ook mijn blog van 12 december 2010.

 

Uit: De Koning

 

„De sjah had een zware erfenis gekregen van zijn vader.
De situatie in het land was slecht, de schatkist was leeg, het leger verkeerde in een armzalige staat, de bevolking was grotendeels analfabeet en leefde in armoede en onzekerheid. En altijd dreigde er oorlog aan de grens met India, waar de Britten de macht in handen hadden.
Het waren allemaal kwesties die de sjah tijdens zijn koningschap zou moeten aanpakken, maar hij wist niet hoe en hij liet het liever aan zijn vizier over. Mirza Kabir had wel een plan, een groots plan waar hij de instemming van de sjah voor nodig had. Zolang de sjah met zijn eigen zaken bezig was, had de vizier zijn handen vrij om voorbereidingen te treffen die nodig waren om zijn ideeën wat betreft hervormingen en de ontwikkeling van het land te realiseren.

De eerste zorg van de koning was de huisvesting van zijn vrouwen. Zijn vader had meer dan 1.200 vrouwen in zijn harem gehad, maar sjah Naser had er slechts 230. Ze waren nu al ruim twee weken onderweg om van de Russische grensstad Tabriz naar Teheran te komen.
De sjah ontving Ghadje Bashi, de baas van zijn harem. De vader van deze man was een trouwe knecht van de overleden koning geweest en hij had zijn zoon, toen hij nog een kind was, laten castreren zodat deze later als eunuch in de harem zou kunnen werken. Toen de jongen volwassen was, stuurde de oude koning hem naar Tabriz om in de harem van de kroonprins dienst te doen. Zijn trouw bezorgde hem later de titel Ghadje, een hoge koninklijke onderscheiding voor een eunuch.
Ghadje Bashi kreeg rechtstreeks opdrachten van de sjah en na de sjah had hij het voor het zeggen in de harem. Alles wat de vrouwen nodig hadden, werd door hem verzorgd. Zonder zijn toestemming mocht geen enkele vrouw een stap buiten de harem zetten. Ghadje bewaakte de toegang. De sjah kon via een doorgang van de harem naar zijn slaapkamer gaan.
Ghadje was nu door de sjah ontboden om verslag uit te brengen over de nieuwe huisvesting. De sjah stond midden in de spiegelzaal toen zijn hofmeester, een zwijgzame man in een lange zwarte strakke jas, vroeg of hij Ghadje Bashi mocht binnenlaten. De sjah knikte.“

  

 

 1051131-a91bcd660d594b740da49df766d019e3.jpg

Kader Abdolah (Arak, 12 december 1954)

 

 

 

 

 

De Italiaanse schrijfster Susanna Tamaro werd geboren in Triëst op 12 december 1957. Zie ook mijn blog van 12 december 2008 en ook mijn blog van 12 december 2009 en ook mijn blog van 12 december 2010.

 

Uit: Rispondimi (Vertaald door John Cullen)

 

„In fact, it was just this past Christmas, the last holidays I spent at my aunt and uncle's. The weather was cold, and fog blanketed the village. Life there was as boring as always, nobody ever called, nobody ever came to see me. My uncle fell asleep watching the dancers on television, my aunt crocheted huge bedspreads. The plastic tree blinked in the semidarkness like a broken traffic light.

Even at midday, fog lay over the house like a shroud. Every half hour I looked out the window to see if the sun had broken through. You could never see a thing. At night I dreamed I had long, long arms, so long that I could reach the sky. I reached up there and grabbed the clouds and pushed them aside, one after the other, as though they were curtains in a movie theater. I started to get angry. Does the sun really exist? I wondered. At last I found it, its bright ray struck me in the middle of my forehead. It struck me and no one else, because I had been the one looking for it, I I had flushed it out with my enormous arms, with the force of my will.

On New Year's Eve I went into the woodshed and got drunk. At intervals, the sounds of passing cars reached me from the outside. Everyone was in motion, hurtling through the fog. Going where? Going to kill themselves, perhaps, out of pure sadness, even before they ate the big New Year's Eve dinner. The wood smelled moldy. It looked wet and glossy, like the wood of a sunken galleon. Everything was whirling around me, and I thought, I'm in the belly of the whale. It's swallowed me, and I'll never be able to escape. I'm a prisoner in a castle dungeon, or maybe I'm already in the afterlife and this is my grave. The wood is rotting, and my bones have started rotting, too. If this is the grave, where's the next world? Eventually a crack should open, the Light should come in somewhere. Or flames should blaze up.

Was I supposed to believe this? To fall back into the trap and keep on believing?“

 

 

 1051131-413bdd3887ccd29ff9480ef74428d3cf.jpg

Susanna Tamaro (Triëst, 12 december 1957)

 

 

 

 

De Britse schrijfster Sophie Kinsella (pseudoniem van Madeleine Wickham) werd geboren in Londen op 12 december 1969. Zie ook mijn blog van 12 december 2010.

 

Uit: Remember Me?

 

“How long have I been awake? Is it morning yet?

I feel so rough. What happened last night? God, my head hurts. Okay, I'm never drinking again, ever.

I feel so woozy I can't even think, let alone . . .

***

Oww. How long have I been awake?

My head is splitting and kind of foggy. And my mouth is parched. This is the most monster hangover I've ever had. I'm never drinking again, ever.

Is that a voice?

No, I have to sleep . . .

***

How long have I been awake? Five minutes? Half an hour, maybe? It's kind of hard to tell.

What day is it, anyway?

For a moment I just lie still. My head is pounding with a rhythmic pain, like some sort of massive concrete-breaker. I'm dry-throated and aching all over. My skin feels like sandpaper.

Where was I last night? What's wrong with my brain? It's like a fog has descended over everything. I'm never drinking again. I must have alcohol poisoning or something. I'm trying to remember last night as hard as I can-but all that's coming into my head is stupid stuff. Old memories and images from the past, flashing by in random order, like some kind of iPod shuffle in my brain.

Sunflowers waving against a blue sky . . .

Amy as a newborn baby, looking like a little pinksausage in a blanket . . .

A plate of salty french fries on a wooden pub table; hot sunshine on my neck; my dad sitting opposite in a Panama hat, blowing out cigar smoke and telling me, "Eat up, sweetheart" . . .

The sack race at school. Oh God, not this memory again. I try to block it out, but too late, it's rushing in. . . . I'm seven years old, it's sports day, and I'm winning by miles, but it feels so uncomfortable to be out front that I stop and wait for all my friends. They catch up-then somehow in the melee I trip and wind up coming in last. I can still feel the humiliation, hear the laughter, feel the dust in my throat, the taste of bananas . . .”

 

 

1051131-7842759877dc6d9ea531a2eedebf7c9b.jpg
Sophie Kinsella (Londen, 12 december 1969)

 

 

 

 

De Griekse schrijver Vassilis Alexakis werd geboren op 12 december 1943 in Athene. In 1961 trok hij naar Frankrijk om journalistiek te studeren in Lille. Zie ook mijn blog van 12 december 2010.

 

Uit: Foreign Words (Vertaald door Alyson Waters)

 

“The first word of Sango I learned was baba, “papa.” It’s easy to remember, of course. “My father” is translated as baba ti mbi. The possessive adjective “my” apparently doesn’t exist in Sango, for baba ti mbi literally means “the father of me.” Kodoro means both “village” and “country.” If I had to say something about my identity, I would say, “Kodoro ti mbi is Greece.”

Is there a word in Sango for Greece? But I don’t want to talk about me (I repeat, mbi). I think I have exhausted the subject of my comings and goings between Athens and Paris. I realize in fact that it has become oppressively commonplace: several flights a day link the two capitals, and they’re almost always full. And I don’t feel like inventing a story. I suppose I should, for my published novels are so few and far between. I must admit, translating my own works from Greek into French or French into Greek takes so much time. My bibliography would surely be more extensive if I had not written each of my books twice.

These last few months I’ve had no ideas for a novel. Was I discouraged by

The Tin Soldier’s lukewarm, not to say cold (de, in Sango) reception last year? The adventures of Martine, the book’s heroine (a little girl in love with a toy soldier) had been so moving to me, and I thought the public would be moved as well. Alas, this was not the case.

“Your book came out either too early or too late,” my publisher said as he gazed absent-mindedly out the window. “The French don’t feel like crying this year.”

The Tin Soldier will be published in Greek at the end of the year, with the same title (O Molyvénios stratiotis). I made several changes to the novel as I translated it. I got rid of quite a few sentences and abridged Martine’s interior monologue in the basement of the Galeries Lafayette.“

 

 

 1051131-1438d6bb5c977c37f209af42fbbd5919.jpg

Vassilis Alexakis (Athene, 12 december 1943)

 

 

 

 

 

De Iraanse dichter, schrijver en journalist Ahmad Shamlou werd geboren op 12 december 1925 in Teheran. Zie ook mijn blog van 12 december 2008 en ook mijn blog van 12 december 2009 en ook mijn blog van 12 december 2010.

 

 

Die Wüste

 

Die Wüste ist über und über mit Nebel bedeckt.

Verborgen des Dorfes Licht.

Eine warme Woge durchzieht der Wüste Blut.

Müde die Wüste

mit stummen Lippen

gebrochnem Atem

im Fieberwahn des Nebels rinnt ihr Schweiß

aus jeder Öffnung.

           

„Die Wüste ist über und über mit Nebel bedeckt.“ sagt sich der Wanderer.

Still die Hunde im Dorf.

In die Kutte des Nebels gehüllt erreiche ich das Haus. Golku ist ahnungslos.

Erblickt mich plötzlich in der Tür. Mit einer Träne im Auge,

 

einem Lächeln um die Lippen wird sie sagen:

Die Wüste ist über und über mit Nebel bedeckt ... Im Stillen dachte ich: Wenn der Nebel nur

bis ins Frühlicht reichte, könnten die Tapferen

zurückkehren, ihre Liebsten zu sehen.“

 

Die Wüste ist
über und über
mit Nebel bedeckt.
Verborgen des Dorfes Licht, eine warme Woge durchzieht der Wüste Blut.
Müde die Wüste mit stummen Lippen gebrochnem Atem im Fieberwahn des Nebels rinnt

 ihr Schweiß langsam aus jeder Öffnung ...

 

 

 1051131-f200debde27aabb8a8ffb569b8c910f9.jpg

Ahmad Shamlou (12 december 1925  - 24 juli 2000)




Zie voor nog meer schrijvers van de 12e december ook mijn vorige blog van vandaag en eveneens mijn eerste blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 20:51 Reageer op dit bericht

Gustave Flaubert, John Osborne, Beat Sterchi, Hans Keilson

De Franse schrijver Gustave Flaubert werd op 12 december 1821 geboren in Rouen. Zie ook alle tags voor Gustave Flaubert op dit blog.

 

Uit: Madame Bovary (Vertaald door Hans van Pinxteren)

 

„Soms bedacht zij dat dit toch de mooiste dagen van haar leven waren, de wittebroodsweken, zoals dat heette. Om daar ten volle van te genieten hadden zij beslist een reis moeten maken naar zo'n land met een klinkende naam, waar het nietsdoen van de eerste huwelijksdagen zoveel zaliger is! In postkoetsen, achter blauw-zijden gordijntjes, rijdt men stapvoets de steile wegen op, terwijl het lied van de postiljon in de bergen weerklinkt, met het geklingel van de geitebel en het gedaver van de waterval. Bij zonsondergang ademt men aan de baai de geur van citroenen in; en 's avonds, op het terras van een villa, kijkt men samen, de handen ineengestrengeld, naar de sterren en maakt plan- nen voor de toekomst. Er waren bepaalde streken op aarde, meende zij, waar het geluk tot bloei komt, als een plant die speciaal aan die bodem is gehecht en die nergens anders goed gedijt. Kon zij maar in een Zwitsers chalet over het balkon leunen, of zich vol weemoed opsluiten in een Schotse cottage, met een echtgenoot in een zwartfluwelen kostuum met lange panden, die soepele laarzen draagt, een spitse hoed en kanten kragen. Wellicht had zij graag eens vertrouwelijk over dit alles gepraat. Maar hoe geef je uiting aan een vaag gevoel van onvrede, dat even veranderlijk is als de wolken en wervelend als de wind. Daartoe ontbraken haar de woorden, de gelegenheid, de moed. En toch, als Charles het maar had gewild, als hij het had aangevoeld, als zijn blik ook maar één keer haar gedachte tegemoet was gekomen, dan zou, meende zij, haar hart zich ineens hebben uitgestort, zoals een overvloed van rijpe vruchten uit de fruitboom valt zodra je je hand ernaar uitstrekt. Maar naarmate de intimiteit in hun leven vastere vormen aannam, vervreemdde zij innerlijk van hem, waardoor hij steeds verder van haar af kwam te staan. Charles' gesprekken waren zo vlak als de stoep in de straat waarover de ideeën van alleman kuierden in alle- daagse kleren, niet in staat om enige emotie te wekken, geen lach, geen illusie. Toen hij studeerde in Rouen, had hij, zei hij, nooit zin gehad om in de schouwburg te gaan kijken naar de toneelspelers uit Parijs. Hij kon niet zwemmen, niet schermen, niet schieten, en op een dag kon hij haar een ruiterterm, die zij was tegengekomen in een roman, niet verklaren. Maar een man diende toch juist alles te weten?„

 

 

 1051117-06946e4c1f3d772592fd9aa304c03cc7.jpg

Gustave Flaubert (12 december 1821 – 8 mei 1880) 

Standbeeld in Trouville-sur-mer

 

 

 

 

De Engelse toneelschrijver John James Osborne werd geboren op 12 dezember 1929 in Fulham. Zie ook alle tags voor John Osborne op dit blog.

 

Uit: Look Back in Anger

 

„HELENA. Haven’t you finished?

[He can smell blood again, and he goes on calmly, cheerfully]

JIMMY. [to Allison] Are you going to let yourself be taken in by this saint in Dior’s clothing? I will tell you the simple truth about her. [articulating with care] She is a cow. I wouldn’t mind that so much, but she seems to have become a sacred cow as well!

CLIFF. You’ve gone too far, Jimmy. Now dry up!

HELENA. Oh, let him go on.

JIMMY. [to Cliff] I suppose you’re going over to that side as well. Well, why don’t you? Helena will help to make it pay off for you. She’s an expert in the New Economics — the Economics of the Supernatural. It’s all a simple matter of payments and penalties. She’s one of those apocalyptic share pushers who are spreading all those rumours about a transfer of power. [His imagination is racing, and the words pour out] Reason and Progress, the old firm, is selling out! Everyone get out while the going’s good. Those forgotten shares you had in the old traditions, the old beliefs are going up — up and up and up. There’s going to be a change over. A new Board of Directors, who are going to see that the dividents are always attractive, and that they go to the right people. Sell out everything you’ve got: all those stocks in the old, free inquiry. The Big Crash is coming, you can’t escape it, so get in on the ground floor with Helena and her friends whil there’s still time. And there isn’t much of it left. Tell me, what could be more gilt-edged than the next world? It’s a capital gain, and it’s all yours. You see, I know Helena and her kind so very well. In fact, her kind are everywhere, you can’t move for them. They’re a romantic lot. They spend their time mostly looking forward to the past. The only place they can see the light is the Dark Ages. She’s moved long ago into a lovely little cottage of the soul, cut right off from the ugly problems of the twentieth century altogether. She prefers to be cut off from all the conveniences we’ve fought to get for centuries. She’d rather go down to the ecstatic little shed at the bottom of the garden to relieve her sense of guilt. Our Helena is full of ecstatic wind — aren’t you?

[He waits for her to reply]“

 

 

 

 1051117-a22c0d05e81fddbbde602591b2e40f56.jpg

John Osborne (12 december 1929 - 24 december 1994)

 

 

 

 

De Zwitserse dichter, schrijver en essayist Beat Sterchi werd geboren in Bern op 12 december 1949. Zie ook mijn blog van 12 december 2008 en ook mijn blog van 12 december 2010.

  

 

Schweizerdeutsch für Deutsche


Wo ihr fegt da tun wir wischen,
und dem Angeln sagen wir halt Fischen.
Anstatt doch doch sagen wir: mo mou.
Für ganz ernsthaft einfach: ohni Kou.
Bitte sehr, heisst hier: was wotsch?
Und die dumme Kuh, das ist der Totsch.

Wo ihr glättet da tun wir bügeln
und wo ihr umzieht da tun wir zügeln.
Das Bier bestellen wir in Stangen,
die Backen, das sind unsere Wangen,
Kanapee heisst das Ruhebett
und bitte merken: Schüfeli und Bäseli,
das ist bei uns die Kehrgarnitur im Zweiersett.

Wo ihr schreit, da tun wir möggen
und die Poppel sind bei uns die Pööggen.
Nume hüh, heisst vorwärts bitte.
Das Butterbrot ist eine Schnitte,
Der Chnebu, das ist ein Knüttel
und der freche Löu, das ist der Rüppel.

Wo ihr marschiert, da tun wir steissen,
symer gange, will lasst uns gehen heissen.
D Wöhli ist das grosse Glück,
und der Füfliber ist ein Fünffrankenstück.
Houssi heisst bei uns der Hans
und das tumme Güetzi ist die blöde Gans.

Wo ihr geht, da tun wir laufen,
gänggele sagen wir dem frivolen Kaufen.
Der Schlotterfritz, das ist bei uns der Gfrürli
aber ein Purli ist nicht etwa ein Pürli.
Dem Motorrad sagen wir halt Töff
und der arrogante Laffe, das ist der blöde Möff!

Wo ihr entwertet, da tun wir stempeln
müpfen sagen wir anstatt rempeln.
Der Bahnsteigt ist bei uns das Perron
Excüsé sagen wir dort lieber als Pardon!
Der Schaffner heisst hier überall dr Kondi
und die schöne Blondine, das ist die heissi Blondi!

Wo ihr hetzt und hastet tun wir jufeln,
anstatt meckern tun wir moffeln.
Die Pfannen sind bei uns auch Töpfe
und die Gringen, das sind die Köpfe.
Der Schnupfen heisst bei uns oft Pfnüsel
und das Ekelpaket, das ist der Grüsel.

Wo Ihr springt da tun wir gumpen,
das Taschentuch heisst der Nasenlumpen.
Verdammt heisst Gopferdeckel,
und der Schweinehund Schafseckel.
Haut d'Schnurre heisst halt den Mund!
Und der Gauner ist der Lumpenhund.

 

 

 

 1051117-cb2bad70aca434604529325e049bc478.jpg

Beat Sterchi (Bern, 12 december 1949)

 

 

 


De Duits-Nederlands schrijver, arts en psychiater
Hans Alex Keilson werd geboren in Bad Freienwalde op 12 december 1909. Hans Keilson overleed op 31 mei van dit jaar op 101-jarige leeftijd. Zie ook mijn blog van 12 december 2010 en ook mijn blog van 1 juni 2011.

 

Uit: Das Leben geht weiter

 

»Es ist gut, daß Sie kommen, Frau Seldersen«, sagte der Wirt, »ich spreche eben mit Ihrem Mann.«
»Was gibt es denn?« fragte die Mutter Óngstlich. Der Wirt begann von neuem zu erzÓhlen. Frau Seldersen härt zu, und ein großer Schreck çberfÓllt sie. Doch zuerst zeigt sie sich noch beherrscht, bald wird sie unruhig, abwechselnd geht ihr Blick von dem Wirt auf den Vater, der wie abwesend dasteht, als sollte keiner seine Gedanken erraten, und wieder zurçck auf den Wirt. Schon nach wenigen SÓtzen hat sie verstanden, um was es hier geht. Der Vater ist in dieser Lage wie ein Kind, hilflos, ungeschickt, wÓre sie nicht im richtigen Augenblick dazugekommen, er hÓtte alles schweigend hingenommen, nichts erwidert und nur im geheimen seine Gedanken gehabt. »Das ist fçr uns immerhin eine gewaltige Zumutung«, beginnt sie, »wenn man schon mehr als zwanzig Jahre in diesem Laden hier steht. Und jetzt wollen Sie uns hinauswerfen.« »Hinauswerfen, wo Sie bloß hindenken, keine Rede von Hinauswerfen. Nebenan in den Eckladen sollen Sie ziehen, ist das nicht außerordentlich?“

 

 

 

1051117-3af17317b33317b9a58ad9d42e5d732e.jpg
Hans Keilson (12 december 1909 -  31 mei 2011)

 

Geschreven door Romenu om 20:51 Reageer op dit bericht

Shrinivási, Christian Dotremont, Tsjingiz Ajtmatov, Manès Sperber, Else Buschheuer, Patrick O’Brian

De Surinaamse dichter Shrinivási werd geboren op 12 december 1926 op de grond Vaderszorg, Kwatta, in het district Beneden-Suriname. Zie ook mijn blog van 12 december 2006 en ook mijn blog van 12 december 2008 en ook mijn blog van 12 december 2010.

 

 

marie pompoen

 

Goud en donker

als de troepiaal is mijn hart

als de wind speelt in de bomen

een dartele toemba

vandaag zingt de zee

nabij jouw huis

waarom?

 

Laat de zee zingen

haar mond kan niemand snoeren

haar ogen niet verbieden

open te staan

haar armen niet weigeren

om dit land te omhelzen

 

Laat de wind spelen en

om jouw huis drentelen

verlegen maar ongezien

en praten met jou

in je oor fluisteren

woorden van weleer

goud en donker

waarom?

 

En waarom in je ring

die druppel bloed

en waarom in je ogen

een doffe aanwezigheid

en waarom in je handen

de onvrijheid

van de slaaf

waarom?

 

Goud en donker

als de troepiaal

is mijn hart

maar vandaag sluit ik

mijn ogen;

voor zijn zang alleen

in de goudgedreven morgen

staan mijn oren open

want dan ervaar ik jou

als je land en

de zingende zee;

als je land en

de wenkende wind;

als je land en

de lonkende zon.

 

 

 1051110-887576b3868c95c60050871bde6c605e.jpg

Shrinivási (Vaderszorg, Kwatta, 12 december 1926)

 

 

 

 

 

De Belgische kunstschilder, schrijver en dichter Christian Dotremont werd geboren in Tervuren op 12 december 1922. Zie ook mijn blog van 12 december 2010.

 

 

 1051110-385e5814febc2efe71d66a56e847a029.jpg

Hvem Hvor Hvad - Vink Til Gauguin, 1962

 

 

 

Te Tervuren de taxi naar Brussel

 

Te Tervuren de taxi naar Brussel, in Brussel de trein naar Kopenhagen, de trein op de boot op de Baltische zee, in Kopenhagen de trein voor Mjölby in Zweden, de trein op de boot op de Oeresund, in Mjölby de trein voor Boden, in Boden de trein voor Haparanda, in Haparanda de taxi naar Tornio in Finland, in Tornio de trein voor Rovaniemi, in Rovaniemi de autobus van de posterijen naar Ivalo, in Ivalo de autobus der posterijen naar Kaamanem, in Kaamanem de hondeslee naar Sevettijärvi, in Sevetttijärvi niets anders meer dan sleeën-schuiten, het bruuske van schokkende sleeën getrokken door een rendier, en ook de traagheid, eindelijk de absolute traagheid, alsof ik dood was, om alleen naar nergens te gaan, het nergens waar enorme sneeuw- en ijsvlakten zijn met de sterren en de lucht, eindeloos veel lucht tot mijn adem stokt, alsof ik in leven was.

 

 

 

 1051110-0b5a2470f1a62e0f626cd0ad00f34c28.jpg

Christian Dotremont (12 december 1922 - 20 augustus 1979)

 

 

 

 

De Kirgizische schrijver Tsjingiz Ajtmatov werd op 12 december 1928 geboren in het Kirgizische dorp Sheker, in wat toen een deelrepubliek was van de Sovjet-Unie. Zie ook mijn blog van 12 december 2010.

 

Uit: Das Kassandramal (Vertaald door Friedrich Hitzer)

 

“Er schwamm lange im Ozean. Inmitten der Wale. Und es wurde heiß im Wasser. Wieder waren ihm die Wale im Traum erschienen, und zwar so glaubwürdig, daß er ihnen in die Augen blickte. Er begriff, was die wellenüberspiel­ten Walaugen ausdrückten. Er war ja auch ein Wal. Sie schwammen im Keil, wie damals, als er aus dem Flug­zeug blickte. Eine unerklärliche Kraft zog sie vorwärts ans Ende des Horizonts, als erwartete sie dort etwas, wenn sie auftauchten. Der Horizont entfernte sich, und sie alle schwammen dahin, und ihre mächtigen Körper zerteilten die Wogen. Das Wasser im Ozean wurde immer heißer. Die heranrollenden Wellen verbrühten sie. Und je weiter sie sich fortbewegten, desto schwieriger und schrecklicher war es, in den siedenden Brechern zu schwimmen. Da ent­deckte er sie und begriff plötzlich, warum der Ozean so unerträglich zu kochen begann. Über dem Ozean erschie­nen zwei Sonnen auf ein Mal. Zwei feurige purpurbraune Kugeln lohten wie ein Paar Scheinwerfer brüllend heiß vom Himmel über dem Horizont. Aber welche Sonne war nun die echte und ewige, welche dagegen die zweite, mutierte, von irgendwoher verirrte oder konkurrierende Sonne? Das konnte er nicht unterscheiden und erschrak furchtbar. Und er schrie den Walen, die neben ihm schwammen, zu: "Seht doch, seht, ihr Wale; meine Brü­der! Zwei Sonnen sind am Himmel! Zwei Sonnen gleich­zeitig! Was hat das zu bedeuten? Hört ihr mich? Das ist furchtbar! Der Ozean wird kochen, und wir kommen darin um! Zwei Sonnen - wie schrecklich!" Robert Bork schrie noch lange in dem tosenden Ozean unter den Walen, die sich hin und her warfen - und erwachte schweißgebadet; sein Herz klopfte heftig und war in den Ohren als Echo zu hören. Bis er zu sich kam, glaubte er nicht, daß es tatsächlich ein Traum gewesen war. Zwei Sonnen, die über dem Ozean betäubend glühten, wollten sein Vorstellungs­vermögen nicht mehr verlassen und prägten sich ihm so stark ein, als hätte er sie tatsächlich in der Welt gesehen. Die Wale waren ihm des öfteren im Traum erschienen, aber daß zwei Sonnen von oben flammten! Die Vorstellung war ungeheuerlich, geradezu unheimlich.”

 

 

 1051110-f42916583e0dbcdacb7614a573c09534.jpg

Tsjingiz Ajtmatov (12 december 1928 – 10 juni 2008)

 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 12 december 2010.

 

De Duitse schrijfster, journaliste en televisiepresentatrice Else Buschheuer werd geboren op 12 december 1965 in Eilenburg in Sachsen. Zie ook mijn blog van 12 december 2008.

 

De Oostenrijks - Franse schrijver, essayist en psycholoog Manès Sperber werd geboren op 12 december 1905 in Zabłotów, Galicië. Zie ook mijn blog van 12 december 2008.

 

De Engelse schrijver Patrick O’Brian werd geboren op 12 december 1914 in Chalfont St. Peter, Buckinghamshire. Zie ook mijn blog van 12 december 2008.

Geschreven door Romenu om 20:04 Reageer op dit bericht

Andrea De Carlo, Naguib Mahfouz, Marco Kugel, Annette von Droste-Hülshoff

De Italiaanse schrijver.Andrea De Carlo werd geboren in Milaan op 11 december 1952. Zie ook mijn blog van 11 december 2008 en ook mijn blog van 11 december 2009 en ook mijn blog van 11 december 2010.

 

Uit: Als Durante kam (Vertaald door Maja Pflug)

 

„Am 19. Mai nachmittags um vier Uhr zwanzig saß ich bei einer Arbeitspause auf der Wiese vor dem Haus, ohne an etwas Bestimmtes zu denken. Das Thermometer, das in dem Bogen zwischen Haus und Werkstatt hing, zeigte siebenundzwanzig Grad im Schatten, doch in der Sonne waren es mindestens dreißig. Mein Kopf brannte, die Augen schmerzten beinahe. Das zum Teil schon verdorrte Gras pikte mich an Fußsohlen und Knöcheln. Mücken, Bienen und andere Insekten unterschiedlicher Größe ließen sich auf mir nieder oder summten um mich herum. Ab und zu wedelte ich mit den Händen, um sie zu verjagen; ich atmete langsam. Manchmal fuhr auch ein leichter Luſthauch

durch die Schwüle und kräuselte die schwache Welle von electric blues, die aus den Fenstern drang. Stieglitze, Buch - finken und Turteltauben mit Halsband sangen in den Bäumen und Büschen; die Hügellandschaſt rundherum war bezaubernd wie immer, obgleich die Farben durch die lange Trockenheit und das grelle Licht schon etwas verblasst waren. Insgesamt hätte ich sagen können, dass negative und positive Empfindungen sich die Waage hielten, vielleicht überwogen die negativen ein ganz klein wenig, was der Hitze und der Langeweile geschuldet war, die sich hinter meiner Gedankenlosigkeit anstauten.

Dann hörte ich ein Auto die Schotterstraße herunterkommen und sprang auf. Oscar, der Hund, begann zu bellen: kurze, tiefe Laute, in rhythmischen Abständen. Astrid, meine Freundin, streckte den Kopf aus einem der offenen Fenster und fragte: »Wer ist das?«

»Keine Ahnung!«, antwortete ich, während ich im Gras herumstolperte und nach meinen Filzschlappen tastete, die am großen Zeh schon ganz durchlöchert waren.

Ich ging an die Stelle, wo das steile Sträßchen die Ebene des Hauses erreicht, mit den zwiespältigen Gefühlen dessen, der weitab von der Geschäſtigkeit der urbanen Gesellschaft lebt und die ständige Begegnung mit Menschen nicht mehr gewohnt ist: genervt, beunruhigt, neugierig, instinktiv auf Verteidigung meines Reviers eingestellt. Oscar bellte aufgeregter und zerrte an der gestrafften Kette. Zwischen den Sauerkirschbäumen, Heckenrosen, dem wilden Fenchel und dem hohen Gras tauchte ein kleines weißes Auto auf und hielt ein paar Meter vor mir. Auch ich blieb abrupt stehen, alle Muskeln meines Körpers und meines Gesichts angespannt, mir plötzlich meines verwaschenen

militärgrünen T-Shirts und meiner ausgebeulten schwarzen Leinenhose bewusst, den Kopf schon voller verneinender und abwehrender Gesten und Sätze.“

 

 

 

 1050326-833667d343cc1e13e97b6b4ef5efdfa3.jpg

Andrea De Carlo (Milaan, 11 december 1952)

 

 

 

 

De Egyptische schrijver Naguib Mahfouz werd geboren op 11 december 1911 in Caïro. Zie ook alle tags voor Naguib Mahfouz op dit blog.

 

Uit: Palace Walk (Vertaald door William M. Hutchins)

 

„She woke at midnight. She always woke up then without having to rely on an alarm clock. A wish that had taken root in her awoke her with great accuracy. For a few moments she was not sure she was awake. Images from her dreams and perceptions mixed together in her mind. She was trouble by anxiety before opening her eyes, afraid sleep had deceived her. Shaking her head gently, she gazed at the total darkness of the room. There was no clue by which to judge the time. The street noise outside her room would continue until dawn. She could hear the babble of voices from the coffeehouses and bars, whether it was early evening, midnight, or just before daybreak. She had no evidence to rely on except her intuition, like a conscious clock hand, and the silence encompassing the house, which revealed that her husband had not yet rapped at the door and that the tip of his stick had not yet struck against the steps of the staircase.
Habit woke her at this hour. It was an old habit she had developed when young and it had stayed with her as she matured. She had learned it along with the other rules of married life. She woke up at midnight to await her husband's return from his evening's entertainment. Then she would serve him until he went to sleep. She sat up in bed resolutely to overcome the temptation posed by sleep. After invoking the name of God, she slipped out from under the covers and onto the floor. Groping her way to the door, she guided herself by the bedpost and a panel of the window. As she opened the door, faint rays of light filtered in from a lamp set on a bracketed shelf in the sitting room.“

 

 

 

1050326-ecb587b26f3e3fc1c4a9cf32c6f8a5e7.jpg
Naguib Mahfouz (11 december 1911 – 30 augustus 2006)

 

 

 

 

 

De Duitse dichter Marco Kugel werd geboren op 11 december 1979 in Stuttgart. Zie ook ook mijn blog van 11 december 2009. en ook mijn blog van 11 december 2010.

 

 

vorbereitungen und stoffsaumpläne

 

letzes jahr und das heißt lang ist nach sektkorken
silvester die schmusedecke im einsatz ganz eng um den
körper gestopft worden die dellen der haut fühlt man nicht
glatt unter der decke leider bist du ein wintertier
mit dünnen lippen mal um mal verkniffen wieder jetzt in gemeinsamkeit von
sonne und ihrem drang nach haut dir etwas zu schenken für die
langen tage ob missmutig der nachmittag mit zuviel pfunden
schlechten klamotten dafür oder fehlendem blickkontakt letztens gab
etwas ein küssen dass leicht und schnell wieder ging von den leeren
tischen und sesseln und aus deinem bett verschwand die decke
ganz fest um dich du schwörst den nächsten lässt du nimmer los
für diesen schwur gibts dieses kleid das man nur einmal tragen will
an einem nachmittag mit rosa und mit weißem himmel
und du kaufst dir eis in diesen farben

 

 

 1050326-a608e203a29866cd9dc0713871c7c920.jpg

Marco Kugel (Stuttgart, 11 december 1979)

Neues Schloss in Stuttgart

 

 

 

 

Onafhankelijk van geboortedata (Bij de derde zondag van de Advent):

 

De Duitse dichteres en schrijfster Annette von Droste-Hülshoff werd op 10 januari 1797 op het slot Hülshoff in Westfalen geboren. Zie ook alle tags voot Anette von Droste-Hülshoff op dit blog.

 

 

Am dritten Sonntage im Advent

Evang.: Johannes sendet zu Christo

 

Auf keinen Andern wart' ich mehr:

Wer soll noch Liebres kommen mir?

Wer soll so mild und doch so hehr

Mir treten an des Herzens Tür?

Wer durch des Fiebers Qual und Brennen

So liebreich meinen Namen nennen,

Ein Balsamträufeln für und für?

 

Du wußtest es von Ewigkeit,

Daß der Gedanken Übermaß,

Dem Sinn entzogner Herrlichkeit,

Zersprengen müßt' mein Hirn wie Glas;

So kommst du niedrig meinesgleichen,

Wie zu der Armut Fromme schleichen,

Dich setzend wo der Bettler saß.

 

Wenn fast zum Schwindeln mich gebracht

Der wirbelnden Betrachtung Kreis,

Dann trittst du aus der Dünste Nacht,

Und deine Stimme flüstert leis:

»Hier bin ich, bin ich, woll' mich fassen,

Dann magst du alles Andre lassen;

Auf meinem Kreuze liegt der Preis.«

 

O Stimme, immer mir bekannt,

O Wort, das stets verständlich mir,

Du legst mir auf der Liebe Band,

Und meine Schritte folgen dir!

In Liebe glaub' ich, Liebesglauben

Fürwahr soll keine Macht mir rauben;

Geschlossen ist des Grübelns Tür.

 

Gehemmt die Jagd, durch scharfen Stein

Und Dornen hetzend meinen Fuß;

Ich ruh' in deinem kühlen Hain

Und lausche deinem sanften Gruß.

Die Blinden sehn, die Kalten glühen,

Und aus des Irren Haupte ziehen

Der dumpfen Schatten Menge muß.

 

Ich folge dir zu Berges Höhn,

Wo Leben von den Lippen fließt,

Und deine Tränen darf ich sehn,

O tausendmal mit Heil gegrüßt;

Muß in Gethsemane erzittern,

Daß Schrecken Gottes Leib erschüttern,

Blutschweiße Gottes Stirn vergießt.

 

Er hat gehorsam bis zum Tod,

Ja, zu des Todes eitlem Graus,

Gekostet jede Menschennot

Und trank den vollen Becher aus:

So richte dich aus Dorn und Höhle,

Du meine angstgeknickte Seele;

Auch du nur trägst ein irdisch Haus.

 

Laß wanken denn die Türme grau

Und mische deine Tränen nur

Mit deines Heilands blut'gem Tau,

Gequälter Sklave der Natur;

Er, dessen Schweiß den Grund gerötet,

Er weiß es, wie ein Seufzer betet,

Mein Jesus, meine Hoffnungsau!

 

 

 

 1050326-5e37988b6441b71170f86db94a38b826.jpg

Annette von Droste-Hülshoff (10 januari 1797 – 24 mei 1848)

Woonkamer in het Rüschhaus, waar Droste van 1826 tot 1846 woonde

 

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 11e december ook mijn vorige blog van vandaag en eveneens mijn eerste blog van vandaag.
Geschreven door Romenu om 13:07 Reageer op dit bericht

Paul Rigolle, Ludwig Laher, Janko Ferk, Alain de Benoist, Aleksandr Solzjenitsyn

De Vlaanse dichter Paul Rigolle werd geboren in Roeselaere op 11 december 1953. Zie ook mijn blog van 11 december 2010.

 

 

Krijger (Brugge-Damme en terug)  

 

Op de oevers zal men wuiven. Water waarover
men lopen kan en dat gestold de beide steden bindt.
Met duizenden komen ze aangewaaid. Levensgroot,
alsof ze zichzelf hebben aangebonden, groeien ze
boven hun schoenen uit. Een bril, de muts diep
over de ogen, oren ingepakt, Winterhart. Niemand
kan hem zien. Wulken, oliebollen, warme wijn.
Nering, krijg de tering. Hou de klapschaats
aan de praat. Zachtjes buigend, een hand op de rug,
heeft hij zich gemengd. Krappe krijger. In het feest
van oude klare slijpt hij krijtwit zichzelf terug,
komt tenslotte voor het donker aan, versluisd,
verdoofd, als een brief in een bus.

 

 


Honing

 

Steden houden op waar het open veld begint.
Uitzicht hebben en plaats te vinden, huis
te houden is wat hem beweegt als wind.
Wat van ooit en toen dateert hangt zich aan muren op.
Foto’s, prenten, portretten in de galerij,

 

Stilte na de storm, vastgepinde tijd, alle nagels
trekken krom. Meer een man van stenen
dan van sterren vindt hij de stem, het woord terug

 

dat in hem verloren leek. De imker die de hamers
doorheen zijn ramen joeg, schuift gulzig aan.
Eet in hem de honing uit zijn droom.

 

 

 

 1050323-fde50f27a321f5b61b9874a1e0fca2d8.jpg

Paul Rigolle (Roeselare, 11 december 1953)

 

 

 

 

De Oostenrijkse dichter, schrijver en vertaler Ludwig Laher werd geboren op 11 december 1955 in Linz. Zie ook mijn blog van 11 december 2008 en ook mijn blog van 11 december 2009 en ook mijn blog van 11 december 2010.

 

Uit: Ich habe unter euch gewohnt

 

„Daheim waren die Rosenfels in der kleinen Innviertler Gemeinde Weng unweit von Altheim, wo die Familie seit 1895 auch das Heimatrecht und bald ein Grab auf dem Ortsfriedhof besaß. In der kalten Jahreszeit lebten sie in einem bescheidenen Holzhäuschen an der Hauptstraße, in der warmen waren sie mit Pferd und Wagen auf Reisen. "Die Zigeuner sind wieder da!", hieß es dann eines schönen Tages im Herbst, und die Dorfbuben freuten sich schon aufs Raufen mit Adolf, Klemens und Co, aber auch aufs Zuhören, weil sie in völlig ungewohnter Besetzung, etwa Gitarre und Akkordeon, so außergewöhnlich schön musizierten.

So eine heimatberechtigte Sintigroßfamilie fand sich in vielen oberösterreichischen Dörfern vom Zuschnitt Wengs, in Bachmanning im Hausruckviertel etwa ein anderer Zweig der Rosenfels, in Buchkirchen bei Wels die Blachs, in Hochburg-Ach an der bayerischen Grenze die Kerndlbachers. Und überall sind ähnliche Bilder aus den 1930er-Jahren erhalten, ein Schüppel Kinder vor dem Schulhaus, in der Klasse, bei der Erstkommunionfeier, eines oder zwei etwas dunkler als die anderen. Überall auch werden ähnliche Geschichten erzählt, etwa von den drei Kerndlbacher-Buben, die in der Kirche zweistimmig notierte Adventlieder dreistimmig und solo zum Besten gaben, weil der Lehrer an den Fähigkeiten des gesamten Volksschuljahrganges fürs Chorsingen verzweifelt war. Noch heute geraten alte Leute ins Schwärmen, wenn sie davon berichten.

Seit dem späten 15. Jahrhundert leben diese Menschen hier, immer wieder Verfolgungen ausgesetzt, als vermeintliche Zauberer, Spione der Türken, rassische Untermenschen oder was sich die Mehrheit in Abständen sonst als Grund für Mord und Totschlag einfallen ließ. Oberdonau schließlich, der Heimatgau des Führers, verpflichtete sich zur besonders vorbildlichen Lösung des Zigeunerproblems und brachte gleich über neunzig Prozent von ihnen um.“

 

 

1050323-7bd83918b62ba24140e5a613c58e740c.jpg 

Ludwig Laher (Linz, 11 december 1955)

 

 

 

 

De Oostenrijkse dichter, schrijver en rechter Janko Ferk werd geboren op 11 december 1958 in Sankt Kanzian am Klopeiner See, Kärnten. Zie ook mijn blog van 11 december 2008 en ook mijn blog van 11 december 2009 en ook mijn blog van 11 december 2010.

 

Uit: Landnahme und Fluchtnahme

 

„Er über sich.
Wegen der gebotenen Grundsätzlichkeit der Erwägung müßte er in sein Inneres, in dieses - beim Schreiben - zusammengekrümmte Etwas.
Er könnte es - wie ein anderer - Selbstbezichtigung nennen. Oder wie ein weiterer anderer Was mich betrifft. Dann fiel ihm das unzulängliche Wort Lebenslauf ein. Auch Denkmal, wie belustigend. Oder ein Wort, das er wirklich nicht mögen konnte, Autobiographie. Oder gar, wie altmodisch, Curriculum vitae.
Alles das hat nichts, aber schon gar nichts mit ihm oder dem Schreiben zu tun, das ja grundsätzlich und eigentlich ein Sitzen ist. ( Wie er diese Wörter liebt: grundsätzlich und mehr noch: eigentlich. )
Sitzen.
"An seinen Bewegungen, seinem Sitzen, wenn auch beim Schreiben, ist er nicht auszuloten", hat sie geschrieben und er sog es in sich - wie eine Botschaft, ein Zeugnis, das große Verständnis.
Beim Schreiben bleiben die Augen im Kopf.
Die Distanz, die eigentlich Introversion heißt, und der er sich hemmungslos ausliefert, beschwört Distanz, Distanz, Distanz.
Einmal im Schreiben, war und ist er immer ein anderer. Das alter ego, das schizoide Ich, der mit dem Bewußtsein des Schreibsitzenden und Sitzschreibenden.
Sitzen ist Schreiben.
Und dann der berühmte Umkehrschluß:
Schreiben ist Sitzen.
Dennoch hebt er in den besten Augenblicken behutsam ab.
Es ist die innere Zärtlichkeit des Wohl-Fühlens. Dann liebt er dich selbst - und alle anderen.
Schreiben heißt, das Aufbringen der unbändigen Energiezärtlichkeit, der Tatkraftzärtlichkeit.
Im Kopf. Und überhaupt überall. Über.
Dann wird er bewegungslos. Die Gedanken entdecken mit einem Mal ein Eigenleben und er wird eigen und bleibt es. Lange. Er wird auf einmal gesund. Er spürt das Heil. Mit Geschichte. Deshalb ist das Schreiben letztlich seine Heilsgeschichte.“

 

 1050323-2e175c414115529595688dacbbfa87ad.jpg

Janko Ferk (Sankt Kanzian, 11 december 1958)

 

 

 

 

 

De Franse schrijver, politiek filosoof en journalist Alain de Benoist werd geboren in Saint-Symphorien op 11 december 1943. Zie ook mijn blog van 11 december 2008 en ook mijn blog van 11 december 2009 en ook mijn blog van 11 december 2010.

 

Uit: Glühender Haß auf die Gesellschaft

 

„Worauf warten wir, bevor wir das Feuer anzünden?" fragte vor einiger Zeit ein Lied der Rap-Gruppe

NTM (Nique Ta Mère - "Fick Deine Mutter"). Die Antwort ließ nicht lange auf sich warten.

Tausende verbrannte Autos, Brände in Schulen, Sporthallen, Kraftstoffdepots, Läden und

Busbahnhöfen, Feuergefechte mit Polizisten und Feuerwehr; Ordnungskräfte wurden mit Steinen,

Hämmern, Boulekugeln, Flaschen voll Schwefelsäure beworfen, Einkaufswagen von Dächern

gestoßen, Journalisten körperlich angegriffen, Schulen, Kindergärten, Polizeiwachen, Postämter und

Sozialeinrichtungen verwüstet, Banken und Lagerhallen geplündert, Erste-Hilfe-Zentren belagert:

Seit zwei Wochen stehen die französischen Vorstädte (Banlieues) in Flammen.

Inzwischen existieren über 600 "rechtlose Zonen"

Erstaunlich an diesen Ausschreitungen, über die Presse, Funk und Fernsehen weltweit ausführlich

berichten, ist weniger, daß sie ausgebrochen sind, als daß sie nicht früher ausbrachen. Im April 2005

beispielsweise machten am Rande einer Schülerdemonstrationen in Paris etwa tausend Einwanderer-

Jugendliche aus den tristen Vorstädten "Jagd" auf die meist weißen Gymnasiasten, schlugen auf sie

ein und raubten ihre Mobiltelefone. Manch Beutestück wurde sogar vor den Augen der entsetzten

Schüler zertreten, nur um sie zu demütigen.

Dennoch traf ein solch vorhersehbares Ereignis wie die nächtelangen Ausschreitungen jetzt die

politische Klasse - Bürgerliche wie Linke - unvorbereitet, die eine brutale Verstädterung betrieben

und zugelassen hat, daß in den letzten zwanzig Jahren über sechshundert "rechtlose Zonen"

entstanden, Ghettoviertel also, in denen fast ausschließlich Einwanderer wohnen, wo keine Post

ausgeliefert wird, Rettungsdienste, Ärzte und Feuerwehr sich nicht hinwagen und die Polizei nur

schwerbewaffnet erscheint. Diese "Gegengesellschaften" kennen nur das Recht des Stärkeren, die

Schwarzwirtschaft und alle möglichen illegalen Händel.“

 

 

 1050323-03d9c4353f59292b4eaa1d85e0582978.jpg

Alain de Benoist (Saint-Symphorien, 11 december 1943)




 

De Russische schrijver en historicus Aleksandr Isajevitsj Solzjenitsyn werd geboren in Kislovodskb op 11 december 1918. Zie ook alle tags voor Aleksandr Solzjenitsyn op dit blog.

 

Uit: Meine amerikanischen Jahre  (Vertaald door Andrea Wöhr en Fedor Poljakov)

 

“Die beste Quellensammlung für die Geschichte der russischen Revolution, die Hoover Institution in Stanford, lud mich ein, dort zu arbeiten und schickte mir sackweise Kopien von Materialien. So konnte ich anhand der zeitgenössischen Zeitungsberichte den Mord an Stolypin, der mich seit meiner Jugend nicht losgelassen hatte, nachzeichnen, ja sogar das riesige Gebäude des März siebzehn erahnen. Dank der Bemühungen von Jelena Paschina kamen die Mikrofilme aller Petersburger Zeitungen aus der Revolutionszeit hinzu; das war ein überaus kostbares Geschenk.
Eine große Anzahl von Erinnerungen an die Revolution erhielt ich schließlich von Zeitzeugen, die damals noch am Leben waren. Aus letzter Kraft, mit den Resten ihres Sehvermögens, manchmal mit den letzten Schriftzügen hatten mir diese Leute im hohen Alter von 85 bis 89 Jahren als Antwort auf meinen Appell ihre Schilderungen geschickt. Mal handelte es sich dabei um ausführliche Lebensberichte, mal um Erzählungen von einzigartigen Begebenheiten, die man nirgendwo sonst hätte finden können, oder aber um Erinnerungen, die den Autoren seinerzeit von ihren inzwischen verstorbenen Verwandten anvertraut worden waren und die verlorengegangen wären. Mehr als dreihundert solcher Berichte erreichten mich, und es kamen immer neue und neue hinzu. Anfangs nahm sich meine Frau Alja dieses Zustroms von Materialien an, sie korrespondierte mit den Autoren, las die Texte, suchte darin jene Stellen aus, die mir möglicherweise später von Nutzen sein könnten. Meine vordringliche Aufgabe war es jedoch zunächst, Zeugnisse über das sowjetische Lagersystem zusammenzutragen, um die endgültige Fassung meines Archipel Gulag fertigzustellen, und es kamen etwa drei Dutzend zusätzliche Zeugen hinzu, die meine in der Sowjetunion gesammelten Informationen nunmehr ergänzten. Erst im Herbst 1980 konnte ich mich jenen Erinnerungen widmen, die sich ausschließlich mit der Revolutionszeit befassten. Auf diese Weise sandte mir die Erste russische Emigration, kurz bevor ihre irdischen Wege zu Ende waren, mit ihrem letzten Atemzug eine Welle, die mich weitertragen sollte. Die Kontinuität der Zeiten, die von den Bolschewiken blutig auseinander gerissen worden war, wurde unerwartet, wundersam im letzten denkbar möglichen Augenblick wiederhergestellt.”

 

 

1050323-213ce02dbbc1a211c6d299f22d8fb293.jpg 

Aleksandr Solzjenitsyn (11 december 1918 – 3 augustus 2008)

Geschreven door Romenu om 13:00 Reageer op dit bericht

Ernst van Altena, Alfred de Musset, Christian Grabbe, Maximilian von Schenkendorf, Paul Kornfeld

De  Nederlandse dichter, schrijver en vertaler Ernst van Altena werd geboren in Amsterdam op 11 december 1933. Zie ook mijn blog van 11 december 2008 en ook mijn blog van 11 december 2009 en ook mijn blog van 11 december 2010. 

 

 

Bomen

 

In oktober zijn de bomen

van hun zomerwee bekomen
en ze zuchten dan: we zijn weer onder ons…..
Geen gebrom meer of geknetter, geen getetter of geschetter…
En ze kleden zich in feestlijk goud en brons.

En dan houden zij een party in het Spaanderswoud

met de varens en de mossen en het kreupelhout.

En ze lachen en ze bomen met elkaar.

Kijk, de eiken staan te prijken met hun bruine, brede kruinen.

De kastanje met oranje kroonjuwelen….
En de vlieren staan gevieren
populieren te versieren.
bij de vennen kussen dennen de abelen….

En de ceders doen wat teders met de els.

Westwinden strijken linden door hun pels.
Coniferen converseren met de sterke blanke berken.
Ook de essen en cipressen komen los
van september tot november in het bos!

Maar helaas een weekje later

heeft haast elke boom een kater
van dat al te vrolijk najaarszonnefeest.
En zij laten met z’n allen al hun bronzen blaren vallen.
En ze denken ’t is weer mooi genoeg geweest.

Bij de eerste najaarsstormen in het Spaanderswoud

gooien zij elkaar met eikels en met stukken hout.
En zo vechten alle bomen met elkaar
op die eerste winterdagen van het jaar.
Ja, dan beuken alle beuken op de eiken die niet wijken,
maar geniepen met de iepen en de berken…
En de sparren harrewarren met de vlieren,
die weer klieren door de tere coniferen te bewerken…

Populieren staan te tieren naar de olm…
En die dwaze beukt de hazelaar tot molm!
Alle dennen slaan hun pennen naar de essen en cipressen.

Ook krakelen de abelen er op los…

In november en december in het bos!

 

 1050315-eabd81b730589363037f0195d0e05527.jpg

Ernst van Altena (11 december 1933 – 14 juni 1999)

 

 

 

 

De Franse dichter en schrijver Alfred de Musset werd geboren op 11 december 1810 in Parijs. Zie ook alle tags voor Alfred de Musset op dit blog.

 

 

Morgenständchen

 

Genug des Schlafes, Süße!

Am Söller wiehert Grüße

      Bereits Dein Falber kühn!

Die Beizer komm' zu schauen,

Der Falken schwarze Klauen

      Auf ihrer Ärmel Grün.

 

Sieh', Pagen und Bereiter

Im Aufzug flott und heiter,

      Nicht Wams noch Stahlgewand;

Am Hut die Hahnenfeder,

Den Zelter fest am Leder,

      Die Armbrust in der Hand.

 

Schau' dort im grünen Grunde

Windspiele, prächtige Kunde,

      Und Teckel, kläffend hell;

Zur Jagd, die glückerlesen,

Setze, geliebtes Wesen,

      Den Fuß in Bügel schnell!

 

Zuvor in Schmerz doch hülle

Des schönen Busens Fülle,

      Den Arm von Elfenbein;

Damit dem Aug' die reinen

Göttlichen Formen scheinen

      Erratbar bloß allein.

 

Wie lieb' ich's, strählst Du zierlich

Mit weißer Hand manierlich

      Dein Schwarzhaar, neigend Dich,

Das, Morgens aufgebunden,

Gelöst in Abendstunden

      Durch Dich wird und durch mich.

 

Wohlan denn, meine Milde,

Zu Ross durch Herbstgefilde,

      Dass hell der Huf erklingt;

Indeß, gleich einer Lanze,

Dein Narr im muntern Tanze

      Den Sonnenschirm Dir schwingt!

 

Und jetzt noch rasch die Binde

Um's Schulterrund Dir winde,

      Ums Goldkorsett geschwind;

Dann in des Mantels Falten

Will tragen ich und halten

      Dich wie ein schlummernd Kind!

 

 

 

Vertaald door Adolf Strodtmann

 

 

 

1050315-a7fdea56021745b5a8b0c597f4cc77ef.jpg
Alfred de Musset (11 december 1810 -  2 mei 1857)

Portret door Eisler 

 

 

 

 

De Duitse toneelschrijver Christian Dietrich Grabbe werd geboren in Detmold op 11 december 1801. Zie ook mijn blog van 11 december 2008 en ook mijn blog van 11 december 2009 en ook mijn blog van 11 december 2010.
 

Uit: Etwas über den Briefwechsel zwischen Schiller und Goethe

 

„Die Guillotine der Revolution steht still und ihr Beil rostet, – mit ihm verrostet vielleicht auch manches Große, und das Gemeine, in der Sicherheit, daß ihm nicht mehr der Kopf abgeschlagen werden kann, erhebt gleich dem Unkraut sein Haupt. Napoleons Schlachtendonner sind gleichfalls verschollen. Seine Feinde denken seiner nicht mehr, weil sie ihn nicht mehr sehen noch hören, – Freunde, die ihn kannten, sterben allmählig aus, – jugendliche Enthusiasten bewundern wohl seinen Kriegesglanz, von dem ihnen noch einige Augenzeugen zu erzählen wissen, begreifen aber schwerlich seinen Character, seine Sendung und seine Zeit.

Mit Napoleons Ende ward es mit der Welt, als wäre sie ein ausgelesenes Buch, und wir ständen, aus ihr hinausgeworfen, als die Leser davor, und repetirten und überlegten das Geschehene. In succum et sanguinem haben wir es indeß noch nicht vertirt, selbst die historischen Compendien-Fabrikanten und Guckkastenzeiger, wozu insbesondere die deutschen Geschichtschreiber mehr oder weniger gehören, nicht ausgeschlossen. Und was soll man da hoffen? Was wenigstens bei unsren Landsleuten? Eine Recension, von irgend einem Laffen zusammengeschrieben, ist ihnen oft mehr werth als das recensirte Buch, denn – es ist eine Recension, – eine Pflanze lernen sie eher aus Linnés System kennen, als in der Natur selbst, denn – sie steht in einem System. Analogisch geht's ihnen grade so bei den Weltbegebenheiten.

Aber so ruhig unsere Zeit scheinen, so ruhig man sie betrachten mag, der nachdenkende Beobachter schaudert doch zuletzt zusammen: unter den Gebildeten (und diese wirken auf die Masse vermöge der vielen Mittheilungsmittel mehr zurück als je) Weltüberdruß allethalben, – selbst der Mystiker ist von ihm angesteckt, nur flüchtet er davor nicht in den sinnlichen Wust des Lebens, sondern in seine überirdischen Himmel. Wie wenig Achtung vor den alt-bürgerlichen und religiösen Institutionen! Wie viel Tausende, welche diese Achtung zu haben glauben, brauchen nur geprüft zu werden, um selbst zu fühlen und Anderen zu beweisen, daß sie dieselbe nicht besitzen.“

 

 

 1050315-fe2e37c6d549906f5c23b40f814c95fd.jpg

Christian Grabbe (11 december 1801 - 12 september 1836)

 

 

 

 

 

De Duitse dichter Maximilian Gottfried von Schenkendorf werd geboren op 11 december 1783 in Tilsit in Oost-Pruisen. Zie ook mijn blog van 11 december 2008 en ook mijn blog van 11 december 2009 en ook mijn blog van 11 december 2010.

 

 

 

An Goethe

 

Nun hab' ich dich gesehen,

Du hohes Heldenhaupt,

In fernen, sel'gen Höhen,

Von frischem Kranz umlaubt.

 

Apollo's goldner Bogen

Der Stirne lichter Bau,

Ein Firmament, umzogen

Von ewig klarem Blau.

 

Das milde, weise Lächeln,

Das um die Lippe wallt,

Wie linder Weste Fächeln

Zu mildern die Gewalt.

 

Wie traten aus dem Dunkeln

Die Formen klar und rein,

Die Blicke sah ich funkeln

Wie goldner Sterne Schein.

 

Mit Worten dich zu grüßen,

Hat Stolz mich nie verführt,

Die Hand nur möcht' ich küssen,

Die so die Saiten rührt.

 

Du Herzog sonder Gleichen,

Du sel'ger Dichterfürst,

Der du in deinen Reichen

Doch ewig herrschen wirst!

 

O laß dir's noch gefallen

Hienieden gern und lang;

Auch in des Aethers Hallen,

Tönt ja nur dein Gesang.

 

 

 

 1050315-23df0447e783b3f5d56b093058bef52e.jpg

Maximilian von Schenkendorf (11 december 1783 – 11 december 1817)

 

 

 

 

De Duitse schrijver Paul Kornfeld werd geboren op 11 december 1889 in Praag. Zie ook mijn blog van 11 december 2008 en ook mijn blog van 11 december 2009 en ook mijn blog van 11 december 2010. 

 

Uit: Der umgekehrte Fontane (Recensie van Blanche oder Das Atelier im Garten door Gert Ueding)

 

„Das ganze Personal dieses umfangreichen Romans könnte man Revue passieren lassen und würde überall einer großen charakterlichen Vielspältigkeit und Feinheit begegnen, die sich noch dazu oft mit hochgradiger ästhetischer Empfindlichkeit mischen.Hier taucht das Projekt des Ästhetizismus in neuer Wendung auf. Denn die Kunst wird wieder zur Heimstatt der menschlichen Wunschexistenz, damit zum Bollwerk gegen eine feindliche Außenwelt, gegen die flache, materialistische Gesellschaft und eine ungenügende Natur, die nur ästhetisiert, als Gartenlandschaft, zugelassen ist und allenfalls das Seelenleben der Personen widerspiegelt.Doch weiß Paul Kornfeld nur allzu genau um die Flüchtigkeit der aus Traum und Kunst gewobenen Scheinwelt. Einerseits dient ihm ihre minutiöse Beschreibung mit all ihren ästhetischen Raffinessen dazu, das Leben der bürgerlichen Gesellschaft, in seiner Beschränktheit und geschwätzigen Trostlosigkeit im Kontrast erkennbar zu machen. Darin ist er gleichsam ein umgekehrter Fontane, denn er bemüht die Form des Konversationsromans dazu, die Perversion des gebildeten, humanen Gesprächs zum eitlen, leeren Gerede darzustellen. Auf der anderen Seite läßt Kornfeld nie einen Zweifel daran, daß der Traum von einer schönen Wirklichkeit keinen Bestand haben kann.Kornfelds erst posthum und spät, 1957, erschienener Roman gehört zu den wenigen Großwerken der deutschen Literatur dieses Jahrhunderts, in denen man sich verlieren kann, weil sie, mit Ernst Jünger, Einblick geben "in das Gefüge der Welt, mit Paradiesen und Höllen, mit Gipfeln und Abgründen", die dem unmittelbaren stofflichen Leserinteresse ebensoviel wie dem Kunstverstand bieten. Das Sentimentale setzt sich in hohe Kunst fort, bildet den Absprung in eine feinnervige dichterische Welt, daß man sich oft ins Universum Prousts versetzt glaubt.“

 

 

 

1050315-1217b38cc110d31b2da12712fd71656a.jpg
Paul Kornfeld (11 dezember 1889 -  † januari 1943)

Geschreven door Romenu om 12:54 Reageer op dit bericht

Emily Dickinson, Jorge Semprún, Nelly Sachs, Gertrud Kolmar

De Amerikaanse dichteres Emily Dickinson werd geboren op 10 december 1830 in Amherst, Massachusetts. Zie ook alle tags voor Emily Dickinson op dit blog.

 

 

I reason, Earth is short --

 

I reason, Earth is short --

And Anguish -- absolute --

And many hurt,

But, what of that?

 

I reason, we could die --

The best Vitality

Cannot excel Decay,

But, what of that?

 

I reason, that in Heaven --

Somehow, it will be even --

Some new Equation, given --

But, what of that?

 

 

 

Pain has an element of blank

 

Pain has an element of blank;
It cannot recollect
When it began, or if there was
A time when it was not.

 

It has no future but itself,
Its infinite realms contain
Its past, enlightened to perceive
New periods of pain.

 

 

 

Some things that fly there be --

 

Some things that fly there be --

Birds -- Hours -- the Bumblebee --

Of these no Elegy.

 

Some things that stay there be --

Grief -- Hills -- Eternity --

Nor this behooveth me.

 

There are that resting, rise.

Can I expound the skies?

How still the Riddle lies!

 

 

 

 1049962-e559f70e527a85dd9e66a903f6c593e7.jpg

Emily Dickinson (10 december 1830 – 15 mei 1886)

Op een t-shirt 

 

 

 


De Spaanse schrijver en politicus
Jorge Semprún Maura werd geboren in Madrid op 10 december 1923. Jorge Semprún overleed op 7 juni van dit jaar op 87-jarige leeftijd. Zie ook mijn blog van 10 december 2008 en ook mijn blog van 10 december 2009 en ook mijn blog van 10 december 2010.

 

Uit: Die große Reise (Vertaald door Abelle Christaller)

 

"Es war der letzte Winter des Krieges, der kälteste Winter dieses Krieges, dessen Ausgang sich in Kälte und Schnee entschied. Die Deutschen waren durch eine große russische Offensive, die durch ganz Polen brandete, zurückgeschlagen worden und evakuierten, soweit die Zeit reichte, die in den polnischen Lagern angesammelten Gefangenen. Tagelang, wochenlang sahen wir in der Nähe von Weimar, im Buchenwald oberhalb von Weimar, die Evakuierungstransporte ankommen. Die polnischen Juden waren tagelang, bis zu zweihundert in einem Güterwagen zusammengepfercht und ohne Essen und Trinken gelassen, in der Kälte des Winters, dem kältesten dieses Krieges gereist. Wenn man im Lagerbahnhof die Schiebetüren öffnete, regte sich zunächst überhaupt nichts, die meisten Juden waren vor Kälte und Hunger stehend gestorben, man mußte die Wagen entladen, als bestünde ihre Fracht aus Holz, und die Leichen fielen stocksteif auf den Bahnhof, man warf sie auf Haufen und fuhr sie lastwagenweise zum Krematorium. Und doch gab es noch Überlebende und Sterbende...Eines Tages...entdeckten wir (in einem Wagen) plötzlich eine Gruppe jüdischer Kinder...Die SS-Männer machten zunächst etwas ratlose Gesichter, als wüssten sie nicht so recht, was sie mit den Kindern machen sollten, diesen etwa acht- bis zwölfjährigen Kindern, von denen manche freilich durch ihre entsetzlich mageren Körper und den Ausdruck ihrer Augen eher wie Greise erschienen...Ich erinnere mich noch, wie die Kinder sich umblickten, sie blickten die SS-Männer an, sie glaubten am Anfang wohl, man wolle sie nur zum Lager begleiten...Aber die SS-Männer ließen die Hunde los und begannen, mit Knüppeln auf die Kinder einzuschlagen...Bald blieben nur noch zwei von ihnen übrig, ein großer und ein kleiner...die SS-Männer brüllten hinter ihnen, auch die Hunde begannen zu brüllen, der Blutgeruch brachte sie außer sich, aber da hielt der größere der Jungen im Laufen inne und nahm die Hand des kleineren, der schon stolperte, und sie legten zusammen noch ein paar Meter zurück, die linke Hand des Jüngeren in der rechten des Älteren, bis die Knüppel auch sie niederstreckten und sie nebeneinander mit dem Gesicht zu Boden fielen, ihre Hände auf immer vereint."

 

 

 1049962-7c1c9e7cffb47b8cd50c5d0831fc1081.jpg

Jorge Semprún (10 december 1923 - 7 juni 2011)

 

 

 

 

 

De Duitse dichteres en schrijfster Nelly Sachs werd op 10 december 1891 in Berlijn geboren. Zie ook alle tags voor Nelly Sachs op dit blog.

 

 

Geschirmt

Geschirmt sind die Liebenden
unter dem zugemauerten Himmel.
Ein geheimes Element schafft ihnen Atem
und sie tragen die Steine in die Segnung
und alles was wächst
hat nur noch eine Heimat bei ihnen.

Geschirmt sind die Liebenden
und nur für sie schlagen noch die Nachtigallen
und sind nicht ausgestorben in der Taubheit
und des Waldes leise Legenden, die Rehe,
leiden in Sanftmut für sie.

Geschirmt sind die Liebenden
sie finden den versteckten Schmerz der Abendsonne
auf einem Weidenzweig blutend -
und üben in den Nächten lächelnd das Sterben,
den leisen Tod
mit allen Quellen, die in Sehnsucht rinnen

 

 

 

Kind

 

Kind
im Orkan des abschieds
stoßend mit der Zehen weißflammendem Gischt
gegen den brennenden Horizontenring
suchend den geheimen Ausweg des Todes.

Schon ohne Stimme - ausatmend Rauch -

Liegend wie das Meer
nur mit Tiefe darunter
reißend an der Vertauung
mit den Springwogen der Sehnsucht -

Kind
Kind
mit der Grablegung deines Hauptes
der Träume Samenkapsel
schwer geworden
in endlicher Ergebung
bereit anderes Land zu besäen.

Mit Augen
umgedreht zum Muttergrund -

 

 

 

1049962-4b9bfe4ce948a1ddad77e3978adf750e.jpg
Nelly Sachs (10 december 1891 – 12 mei 1970)

 

 

 

 

 

De Duitse dichteres en schrijfster Gertrud Kolmar (pseudoniem van Gertrud Käthe Chodziesner) werd op 10 december 1894 in Berlijn geboren. Zie ook alle tags voor Gertrud Kolmar op dit blog.

 

 

Junilied

 

Meine Hand streicht übers Korn;
Silberblondes Rauschen weht:
Läute, läute, liebe Glocke,
Die in meinem Herzen geht.

Jauchze jedem frohen Tag
Wie der Vogelruf im Ried,
Decke alle heißen Tränen
Zu mit einem dunklen Lied.

All mein Tun in schönstem Klang,
Der sich liebem Freunde bringt -
Läute, läute, goldne Glocke,
Die mit meinem Leben schwingt!

 

 

 

 

Ich kehre müde heim zu später Stunde

 

Ich kehre müde heim zu später Stunde.
Die Straßen schimmerlos, verwölkt die Sterne,
Die Nächste weit, gespenstisch nah die Ferne
Und schreckhaft gellend das Gebell der Hunde.

Es sitz ein Haus geduckt am Himmelsgrunde
Im tiefen Bläulichgrau gleich schwarzem Kerne,
Ein goldenes Fenster bei sich als Laterne,
Durchspäht’s die nächtlich engbegrenzte Runde.

Rings Niemandsland an namenlosen Wegen.
So denkt ich denn, daß Deinem Dorf entgegen
Mit meinem Schuh das liebste Mädchen schreitet,

Daß heute die Pascher du beschleichen müßtest
Und, wie du droben dich zum Gange rüstest,
Dein Licht mich schaut, mir zustrebt und mich leitet.

 

 

 

 1049962-2092f00019cb79f9546f2a11b86354a6.jpg

Gertrud Kolmar (10 december 1894 – (?) maart 1943)
Portret door Wolf Bertram Becker, 2009



 

Zie voor nog meer schrijvers van de 10e december ook mijn vorige blog van vandaag en eveneens mijn eerste blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 19:30 Reageer op dit bericht

Karl Heinrich Waggerl, Carolyn Kizer, Pierre Louÿs, Rumer Godden

De Oostenrijkse schrijver Karl Heinrich Waggerl werd geboren op 10 december 1897 in Bad Gastein. Zie ook mijn blog van 10 december 2008 en ook mijn blog van 10 december 2009 en ook mijn blog van 10 december 2010.

 

Uit: Worüber das Christkind lächeln musste

 

“Als Josef mit Maria von Nazareth her unterwegs war, um in Bethlehem anzugeben, dass er von David abstamme, was die Obrigkeit so gut wie unsereins hätte wissen müssen, weil es ja längst geschrieben stand, - um jene Zeit also kam der Engel Gabriel heimlich noch einmal vom Himmel herab, um im Stall nach dem Rechten zu sehen. Es war sogar für einen Erzengel in seiner Erleuchtung schwer zu begreifen, warum es nun der allererbärmlichste Stall sein musste, in dem der Herr zur Welt kommen sollte, und seine Wiege nichts weiter als eine Futterkrippe.

Aber Gabriel wollte wenigstens noch den Winden gebieten, dass sie nicht gar zu grob durch die Ritzen pfiffen, und die Wolken am Himmel sollten nicht gleich wieder in Rührung zerfließen und das Kind mit ihren Tränen überschütten, und was das Licht in der Laterne betraf, so musste man ihm noch einmal einschärfen, nur bescheiden zu leuchten und nicht etwa zu blenden und zu glänzen wie der Weihnachtsstern.

Der Erzengel stöberte auch alles kleine Getier aus dem Stall, die Ameisen und die Spinnen und die Mäuse, es war nicht auszudenken, was geschehen konnte, wenn sich die Mutter Maria vielleicht vorzeitig über eine Maus entsetzte! Nur Esel und Ochs durften bleiben, der Esel, weil man ihn später für die Flucht nach Ägypten zur Hand haben musste, und der Ochs, weil er so riesengroß und so faul war, dass ihn alle Heerscharen des Himmels nicht hätten von der Stelle bringen können.

Zuletzt verteilte Gabriel noch eine Schar Engelchen im Stall herum auf den Dachsparren, es waren solche von der kleinen Art, die fast nur aus Kopf und Flügeln bestehen. Sie sollten ja auch bloß still sitzen und Acht haben und sogleich Bescheid sagen geben, wenn dem Kinde in seiner nackten Armut etwas Böses drohte. Noch ein Blick in die Runde, dann hob der Mächtige seine Schwingen und rauschte davon.”

  


1049959-b4e848cb69d954e2eff051c338ff2bba.jpg
Karl Heinrich Waggerl (10 december 1897 – 4 november 1973)

Het Waggerl Haus in Wagrain

 

 

 

 

De Amerikaanse dichteres Carolyn Ashley Kizer werd geboren op 10 december 1925 in Spokane, Washington. Zie ook mijn blog van 10 december 2008 en ook mijn blog van 10 december 2009 en ook mijn blog van 10 december 2010.
 

 

Parent's Pantoum

for Maxine Kumin

Where did these enormous children come from,
More ladylike than we have ever been?
Some of ours look older than we feel.
How did they appear in their long dresses

More ladylike than we have ever been?
But they moan about their aging more than we do,
In their fragile heels and long black dresses.
They say they admire our youthful spontaneity.

They moan about their aging more than we do,
A somber group--why don't they brighten up?
Though they say they admire our youthful spontaneity
The beg us to be dignified like them

As they ignore our pleas to brighten up.
Someday perhaps we'll capture their attention
Then we won't try to be dignified like them
Nor they to be so gently patronizing.

Someday perhaps we'll capture their attention.
Don't they know that we're supposed to be the stars?
Instead they are so gently patronizing.
It makes us feel like children--second-childish?

Perhaps we're too accustomed to be stars.
The famous flowers glowing in the garden,
So now we pout like children. Second-childish?
Quaint fragments of forgotten history?

Our daughters stroll together in the garden,
Chatting of news we've chosen to ignore,
Pausing to toss us morsels of their history,
Not questions to which only we know answers.

Eyes closed to news we've chosen to ignore,
We'd rather excavate old memories,
Disdaining age, ignoring pain, avoiding mirrors.
Why do they never listen to our stories?

Because they hate to excavate old memories
They don't believe our stories have an end.
They don't ask questions because they dread the answers.
They don't see that we've become their mirrors,

We offspring of our enormous children.

 

 

 

1049959-7184be3ffdf3081fe978b38d5d97e3d8.jpg
Carolyn Kizer (Spokane, 10 december 1925)
 

 

 

 

 

De Franse dichter en schrijver Pierre Louÿs werd geboren op 10 december 1870 in Gent. Zie ook mijn blog van 10 december 2008 en ook mijn blog van 10 december 2009 en ook mijn blog van 10 december 2010.
 

 

Ouvre sur moi tes yeux si tristes...

 

Ouvre sur moi tes yeux si tristes et si tendres,
Miroirs de mon étoile, asiles éclairés,
Tes yeux plus solennels de se voir adorés,
Temples où le silence est le secret d'entendre.

Quelle île nous conçut des strophes de la mer?
Onde où l'onde s'enroule à la houle d'une onde,
Les vagues de nos soirs expirent sur le monde
Et regonflent en nous leurs eaux couleur de chair.

Un souffle d'île heureuse et de santal soulève
Tes cheveux, innombrables ailes, et nous fuit
De la nuit à la rose, arôme, dans la nuit,
Par delà ton sein double et pur, Delphes du rêve.

Parle. Ta voix s'incline avec ta bouche. Un dieu
Lui murmure les mots de la mélancolie
Hâtive d'être aimée autant qu'elle est jolie
Et qui dans les ferveurs sent frémir les adieux.

Ta voix, c'est le soupir d'une enfance perdue.
C'est ta fragilité qui vibre de mourir.
C'est ta chair qui, toujours plus fière de fleurir,
Toujours se croit dans l'ombre à demi descendue.

Enlaçons-nous. Le vent vertigineux des jours
Arrache la corolle avant la feuille morte.
Le vent qui tourne autour de la vie et l'emporte
Sans vaincre nos désirs peut rompre nos amours.

Et s'il veut nous ravir à la vertu d'éclore,
Que nous restera-t-il de ce jour surhumain?
La fièvre du front lourd, trop lourd pour une main,
Et le songe, qui meurt brusquement à l'aurore.

 

 

  

 1049959-14f34d0811c15671c25901e57b4a4d33.jpg

Pierre Louÿs (10 december 1870 – 6 juni 1925)

 

 

 

 

De Engelse schrijfster Margaret Rumer Godden werd geboren op 10 december 1907 in Eastbourne, East Sussex. Zie ook mijn blog van 10 december 2008 en ook mijn blog van 10 december 2009 en ook mijn blog van 10 december 2010.
 

Uit: A Time to Dance, No Time to Weep

 

„Some things are a pleasure to buy. I went to the pottery shops and chose deep blue cups and saucers, plates, dishes and bowls in the cheap Kashmiri pottery that is made in strong native colours, blue, yellow, green or brown. I bought Kashmiri numdahs [rugs], pale fawn with white edges, and, for curtains, hand-printed khuddha – Indian cotton cloth – with small designs in yellow and black of stylised flowers on cream; they would be lined with pink to match the three-bears Cantonese enamel bowls. ... For lights I still had the oil lamps I had bought for very little in the Thieves Bazaar in Calcutta to take to Jinglam, and also, my one extravagance, a papier-mâché lamp, golden, painted with kingfishers in deep rich colours. There had been, almost unbelievably, six pounds left over from the three hundred. I should have kept it for emergencies, but I spent it entirely on the lamp, ninety-six rupees. "What is the difference in it to cost all that?" ... I touched the lamp – it was a pleasure to touch its sheen – "This is made of hand-made paper from a village that has made it for generations. It is pulped and moulded by hand and painted with colours ground from semi-precious stones; the blue is lapis lazuli, the pink, carnelian, the gold, real gold leaf. Its painting is so fine it takes two weeks to do one lamp, the pattern is traditional, and after it is painted, it is lacquered with a lacquer of amber and oil. It will last longer than I shall."

 

 

 1049959-7b1aed1806214c751ed0e007c0458715.jpg

Rumer Godden (10 december 1907 – 8 november 1998)

Geschreven door Romenu om 19:23 Reageer op dit bericht

Jacquelyn Mitchard, Thomas Lux, Clarice Lispector, Ara Baliozian, Christine Brückner

De Amerikaanse schrijfster Jacquelyn Mitchard werd geboren in Chicago, Illinois, op 10 december 1951. Zie ook mijn blog van 10 december 2008 en ook mijn blog van 10 december 2009 en ook mijn blog van 10 december 2010.

 

Uit: Second Nature

 

“This is what I know.

My father stood in the center aisle of the Lady Chapel—that hunched, hexed little building he hated as a father and as a firefighter— under the lowering band of sooty, mean-colored smoke, and he looked right at me. He understood what had happened to me, and although he couldn’t tell me then, he was still happy. He thought I was one of the lucky ones.

I was.

This is what I remember.

There were fifty of us in the Lady Chapel that late afternoon, December 20, the shortest day of the year. Inside, in winter, it was always about as warm and bright as an igloo. Wearing our coats and mittens as we sang “O Come, O Come, Emmanuel,” we could see our breath.

As a place of worship and a historic structure, the Lady Chapel was exempt from all the building codes and conformed to none of them, which was why Dad despised the very sight of it. The mahogany pews, each with a different intricate carving, massaged for seventy years with layers of flammable polish, were nothing but tinder to him. Raw and reckless new structures, when they burned, were flimsy as tents. But the old chapel had stone walls a foot thick and had been reroofed so many times that Dad said that it could have withstood a phosphorus bomb.

It didn’t take anything as potent as a bomb, only a small candle in a small draft.

That day, just as the choirmaster, Mr. Treadwell, brought together his fingertips and held them up to his delicate cheekbones, twinkly as a ballerina (looking back, I think Mr. Treadwell was twinkly all the

time, what my mother called “a confirmed bachelor”), first one and then the other Christmas tree on either side of the altar went up like ten-foot sparklers. A few kids simply stood, flat-footed and amazed, as though the pyrotechnics were some sort of holiday surprise. I knew better than to think that, even for a second.”

 

 

 1049956-00943afb79a8d2bcf443633727b8f58f.jpg

Jacquelyn Mitchard (Chicago, 10 december 1951)

 

 

 

 

De Amerikaanse dichter Thomas Lux werd geboren op 10 december 1946 in Northampton, Massachusetts. Zie ook mijn blog van 10 december 2008 en ook mijn blog van 10 december 2009 en ook mijn blog van 10 december 2010.

 

 

Motel Seedy

 

The artisans of this room, who designed the lamp base
(a huge red slug with a hole
where its heart should be) or chose this print
of a butterscotch sunset,
must have been abused in art class
as children, forced to fingerpaint
with a nose, or a tongue. To put this color
green--exhausted grave grass--to cinder blocks
takes an understanding of loneliness
and/or institutions that terrifies.
It would seem not smart to create
a color scheme in a motel room
that's likely to cause impotence in men
and open sores in women,
but that's what this puce bedspread
with its warty, ratty tufts could do. It complements
the towels, torn and holding awful secrets
like the sail on a life raft
loaded with blackened, half-eaten corpses . . .
I think I owned this desk once, I think
this chair is where I sat
with the Help Wanted ads spread and wobbling
before me as I looked for jobs
to lead me upward: to rooms
like this, in America, where I dreamed
I lived . . . Do I deprive tonight
the beautician and her lover,
a shower-head salesman, of this room?
He is so seldom in town.
I felt by their glance in the hallway
that my room, no. 17, means
something (don't ask me to explain this) special
to them. Maybe they fell fiercely
into each other here for the first time,
maybe there was a passion preternatural. I'm glad
this room, so ugly, has known some love
at $19.00 double occupancy--
though not tonight, for a dollar fifty less.

 

 

 

 1049956-2d050e68635fd5b1bd577b1c78a50582.jpg

Thomas Lux (Northampton, 10 december 1946)

 

 

 

 

 

De Braziliaanse schrijfster Clarice Lispector werd geboren op 10 december 1925 in Podolia (Oekraïne). Zie ook mijn blog van 10 december 2008 en ook mijn blog van 10 december 2009 en ook mijn blog van 10 december 2010.

 

Uit: Água Viva (Vertaald door Andrea)

 

“The sunflower is the great child of the sun. Both turn their huge corolla towards their creator. It doesn’t matter if it is mother or father. I do not know. Is the sunflower male or female? I think male.

 

The violet is introverted and her insight is profound. They say she hides herself out of modesty. This is not the case. She hides to capture her own secret. Her barely sensible scent is of muggy glory but demands too much of those who seek her. She doesn’t shout out loud her perfume. Violet speaks with lightness what no-one else can say.

 

The evergreen is always dead. Its dryness tends towards eternity. The name in Greek means: golden sun.

 

The daisy is a jolly little flower. She is simple and down to earth. She has only one layer of petals. The center is a child’s playful joke.

 

The gorgeous orchid is exquisite and dislikable. She is not spontaneous. Requires glass cover. But she is a splendid woman and that cannot be denied. Nor can you deny that she is noble because she is an epiphyte. Epiphytes are born on other plants but don’t take away their nutrition. In fact I was lying when I said she is dislikable. I adore orchids. They are born artificial, already born as works of art.

 

The tulip is tulip only in Holland. A single tulip simply is not. She needs the open field to be tulip.

 

The cornflower only can live among the wheat. In her humility she has the audacity to appear in various shapes and colors. The cornflower is biblical. In Spanish nativity scenes she is not separated from the wheat. She is a small beating heart.

 

 

 

 1049956-aedf770c2a193967475ce97bfcd37c7c.jpg

Clarice Lispector (10 december 1925 – 9 december 1977)

 

 

 

 

 

De Armeense schrijver Ara Baliozian werd geboren op 10 december 1936 in Athene. Zie ook alle tags voor Ara Baliozian op dit blog.

 

Uit: Pages From My Diary, 1986-1995

 

„It is a mistake to name our schools after millionaires because it sets our children a bad example. Since every illiterate may become a millionaire, a child may be justified in thinking that he doesn't have to bother with arithmetic and spelling because when he grows up he will be a millionaire; and as everyone knows, a millionaire can always hire a secretary and an accountant (who are a dime a dozen) who will handle both his spelling and arithmetic.
If the choice is between schools that bear a millionaire's name and no school at all: then let us at least have the decency to explain to our children that our hands are tied and that the name of the school is a matter of necessity rather than free choice,and that financial profit and the accumulation of wealth are not the noblest and most admirable pursuits in life.

So much valuable time is wasted in life to prove to morons that you are not a moron.

Loyal, dependable reliable: I loathe these terms. Superiors use them to describe those they exploit. I have worked for a large variety of employers none of whom was, and for that matter, cared to be, loyal, dependable, and reliable. Loyal to profit, yes. Loyal to their employees, certainly not. Loyal to principles and ideals—don't make me laugh.

The two supreme aims of American behavioral sciences: (i) How to make workers more productive; and (ii) How to make consumers more greedy. Understand this and you will understand many other facets of American life.

Thomas Carlyle: "I do not believe in the collective wisdom of individual ignorance."

Will anyone ever brag that he studied political science in Beirut, literary criticism in Teheran, historiography in Ankara, and architecture in Yerevan?

There are people whose only talent consists in being consistently wrong, and they are the very same people who insist on telling others what to think.“

 

 

 1049956-b588e90cec0922e6ef9932acc8ec22ba.jpg

Ara Baliozian (Athene, 10 december 1936)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijfster Christine Brückner werd geboren op 10 december 1921 in Schmillinghausen bij Bad Arolsen in Hessen. Zie ook mijn blog van 10 december 2008 en ook mijn blog van 10 december 2009 en ook mijn blog van 10 december 2010..

 

Uit: Jauche und Levkojen

 

„Suchen Sie Dramburg, immerhin eine Kreisstadt (poln. Drawsko), an der Drage gelegen, die Einwohnerzahl unter zehntausend. Etwa 30 Kilometer südwestlich von Dramburg liegt Arnswalde (poln. Choszczno), kaum größer als Dram­burg, ebenfalls eine Kreisstadt; südöstlich in etwa derselben Entfernung dann Deutsch Krone (poln. Walcz), nicht mehr Hinterpommern, sondern bereits Westpreußen, Teil des ehe­maligen Königreiches Polen, gleichfalls eine Kreisstadt. Wenn Sie nun diese drei Städtchen durch drei Geraden miteinander verbinden, entsteht ein leidlich rechtwinkliges Dreieck. Wenn Sie die geometrische Mitte dieses Städte-Dreiecks ausmachen, stoßen Sie auf Poenichen. Gut Poenichen und gleichnamiges Dorf Poenichen, 187 Seelen, davon 22 zur Zeit im Krieg. Die beiden Seen, von einem einfallslosen Vorfahren >großer Poe­nichen< und >Blaupfuhl< genannt, nördlich davon die Poeni­cher Heide. Ein Areal von reichlich zehntausend Morgen. >Pommersche Streubüchse< von den einen, >Pommersche Seenplatte< von den anderen genannt, beides zutreffend; seit fast dreihundert Jahren im Besitz der Quindts.
Die Geburt des Kindes war, wie bei allen diesen Front­urlauberkindern, nahezu auf den Tag genau festgelegt. Man starrte der jungen Baronin vom ersten Tage an ungeniert auf den Bauch, sobald sie das Haus verließ. Wenn sie ausreiten wollte, sagte Riepe: »Die Frau Baronin sollten aber vorsichtig sein und nur einen leichten Trab einschlagen.« Daraufhin warf sie ihm einen ihrer hellen, zornigen Blicke zu und gab dem Pferd die Sporen.
Zum zweiten Frühstück kochte ihr Anna Riepe eine große Tasse Bouillon. »Das wird der Frau Baronin in ihrem Zu­stand guttun! « Jede Suppe kostete einer Taube das Leben. Der Taubenschlag leerte sich zusehends. Es wurde Frühling, dann Frühsommer: Im Schafstall blökten die neugeborenen Lämmer, auf dem Dorfanger führten die Gänse ihre Gösseln aus, auf dem Gutshof suhlten sich neben der dampfenden Dungstätte die Sauen in der Sonne, an ihren Zitzen hingen schmatzend die Ferkel in Zweierreihen, auf der Koppel stan­den die Fohlen am Euter der Stuten, und auf dem Rondell vorm Haus lag Dinah, die Hündin, und säugte ihre fünf Jun­gen.“

 

 

 1049956-b0b22839ce9154145b4fdcec9be040c1.jpg

Christine Brückner (10 december 1921 – 21 december 1996)
Hier met haar man Otto Heinrich Kühner

Geschreven door Romenu om 19:18 Reageer op dit bericht

Gioconda Belli, Michael Krüger, Wolfgang Hildesheimer, Anna Gavalda

De Nicaraguaanse schrijfster, dichteres en ex-politica Gioconda Belli werd geboren op 9 december 1948 in Managua. Zie ook alle tags voor Gioconda Belli op dit blog.

 

 

Zandkastelen

 

Waarom zei je me niet dat je bezig was
dat zandkasteel te bouwen?

 

Het zou zo heerlijk geweest zijn
om dat kleine poortje binnen te treden,
door zijn zoute gangen te lopen
je op te wachten in kamers van schelpen,
je toe te spreken vanaf het balkon
mijn mond vol wit schuim en even transparant
als mijn woorden,
die vederlichte woorden die ik tot je sprak,
die niet zwaarder zijn dan de lucht
tussen mijn tanden

 

Het is zo heerlijk naar zee te kijken

 

En de zee zou zo mooi geweest zijn
vanaf ons zandkasteel,
de tijd likkend
met de intense en diepe tederheid
van het water,
ronddwalen d in de verhalen die men ons vertelde
toen wij, kinderen, een en al oor waren
voor de natuur

 

Het wassende water heeft je zandkasteel
nu meegenomen.
Heeft alles weggeveegd, de torens
en de grachten
het poortje waarlangs wij bij laagtij
zouden binnengetreden zijn,
als de werkelijkheid veraf was
en er op het strand
zandkastelen zijn...

 

 

Vertaald door Germain Droogenbroodt

 

 

 

 

BRIEF LESSONS IN EROTICISM

I
To sail the entire length of a body is to circle the world
To navigate the rose of the winds without a compass
Islands gulfs peninsulas breakwaters against crashing waves
It isn't easy, though it is enjoyable
Don't think you can do it in one day or night of consoling the sheets
There are enough secrets in the pores to fill many moons
II
The body is an astral chart in a coded language
Find a star and perhaps you’ll begin
To change course when suddenly a hurricane or piercing scream
Makes you tremble in fear
A dip in the hand you didn't expect
III
Go over the entire length many times
Find the lake with the white water lilies
Caress the lily's center with your anchor
Plunge deep drown yourself stretch your limbs
Don't deny yourself the smell the salt the sugar
The heavy winds cumulonimbus-lungs
The brain's dense fog
Earthquake of legs
Sleeping tidal wave of kisses

 

 

 

Vertaald door Steven F. White

 

 

 

1049358-2977cb51a7c12f2d304d2deb85441363.jpg
Gioconda Belli (Managua, 9 december 1948)

Rubin Dario, Gioconda Belli en Ernesto Cardina, portret door Erin Currier

 

 

 

 

 

De Duitse dichter, schrijver en vertaler Michael Krüger werd geboren op 9 december 1943 in Wittgendorf. Zie ook mijn blog van 9 december 2008 en ook mijn blog van 9 december 2009 en ook mijn blog van 9 december 2010.

 

 

Auf dem See

 

I

Die Zeit schwimmt achtlos

an uns vorbei,

gegen die Wellen, die sich

hinter dem Boot wieder treffen,

ohne nachtragend zu sein,

während wir in diesem Boot

sitzen und rudern,

auf einen Punkt zu am Ufer,

der kleiner wird

bei kürzer werdendem Abstand.

 

 

II

Über uns schludrige Wolken,

von einem närrischen Föhn

über den Himmel gejagt.

Erregt und streitsüchtig das Wasser,

und späte Vögel,

die über die Wellen flitzen.

Menschen lagen am Ufer

wie träge Sommerfliegen,

als wir abstießen vom Steg

lange vor dem Gewitter.



 

 

III

Wie Gras sieht das Wasser aus,

graues Gras, an der Wurzel gepackt.

 

 

 

1049358-8f23e6b7020b58b04236d08d0d04d3d5.jpg
Michael Krüger (Wittgendorf, 9 december 1943)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver en schilder Wolfgang Hildesheimer werd geboren op 9 december 1916 in Hamburg. Zie ook mijn blog van 9 december 2008 en ook mijn blog van 9 december 2009 en ook mijn blog van 9 december 2010.
 

Uit: Tynset

 

“Ich liege im Bett, in meinem Winterbett. Es ist Schlafenszeit. Aber wann wäre es das nicht? Es ist still, beinah still. Nachts weht hier meist ein Wind, und es krähen ein oder zwei Hähne. Aber jetzt weht kein Wind, und es kräht kein Hahn, noch nicht. Dafür knackt es hin und wieder im Holz der Täfelung meiner Wände, irgendwo spaltet sich eine Füllung, wirft sich und löst sich schrumpfend aus dem Rahmen, uralter Leim bröckelt in Perlen ab oder rieselt als Mehl, oder ein Riss huscht entlang einem Balken der Zimmerdecke, von einer Ecke bis tief in die andere, und darüber hinaus, durch die hölzerne Wand, weiter dem Balken entlang, in das nächste Zimmer, das leere Zimmer, wo er versickert und verklingt.”

(…)

 

Ja, ich bin im wahren Sinne des Wortes ein Nachtwandler. Nur schlafe ich beim Wandeln nicht, ich bin ein wacher Wandler, hellhörig, wie man es nur im Dunkeln ist. So gehe ich denn durch das Haus, klopfe auf die Scheiben der Barometer, hinter denen es aber ewig veränderlich bleibt, besehe mir in Schränken und Fächern und Regalen stumme Portraits oder beredte Reliquien, entdecke im Staub eine Haarlocke – aber von wem? –, in einem Gefäß den Schlüssel einer Uhr – aber von welcher Uhr? Wann ist sie stehen geblieben? – ich prüfe eine Landschaft an der Wand, und plötzlich bannt sie mich ...”

 

 


1049358-296d7e9fb22891e1e8efd61d266e42ad.jpg
Wolfgang Hildesheimer (9 december 1916 – 21 augustus 1991)

 

 

 

 

 

De Franse schrijfster Anna Gavalda werd geboren op 9 december 1970 in Boulogne-Billancourt. Zie ook mijn blog van 9 december 2008 en ook mijn blog van 9 december 2009 en ook mijn blog van 9 december 2010.
 

Uit: Anna Gavalda, Happy Meal

 

„Cette fille, je l’aime. J’ai envie de lui faire plaisir. J’ai envie de l’inviter à déjeuner.

Une grande brasserie avec des miroirs et des nappes en tissu. M’asseoir près d’elle, regarder son profil, regarder les gens tout autour et tout laisser refroidir. Je l’aime.

« D’accord, me dit-elle, mais on va au McDonald. » Elle n’attend pas que je bougonne (brummen). « Cela fait si longtemps…ajoute-t-elle en posant 5 son livre près d’elle, si longtemps… »

Elle exagère, ça fait moins de deux mois. Je sais compter. Mais bon. Cette jeune personne aime les nuggets et la sauce barbecue, qu’y puisje ?

Si on reste ensemble assez longtemps, je lui apprendrai autre chose. Je lui apprendrai la sauce gribiche (würzige Kräutersauce) et les crêpes Suzette par exemple. Si on reste ensemble assez longtemps, je lui apprendrai que les garçons des grandes brasseries n’ont pas le droit de toucher nos serviettes, qu’ils les font glisser en soulevant la première assiette. Elle sera bien étonnée.

Il y a tellement de choses que je voudrais lui montrer… Tellement de choses. Mais je ne dis rien. Je prends mon pardessus en silence. Je sais comment sont les filles avec l’avenir : juste prometteuses. Je préfère l’emmener dans ce putain de McDo et la rendre heureuse un jour après l’autre.

Dans la rue, je la complimente sur ses chaussures. Elle s’en offusque : « Ne me dis pas que tu ne les avais jamais vues, je les ai depuis Noël ! » Je pique du nez, elle me sourit, alors je la complimente sur ses chaussettes. Elle me dit que je suis bête. Tu penses si je le savais. C’est la plus jolie fille de la rue.“

 

 

1049358-86cd9dfe2d40d5b311b741de763789ee.jpg
Anna Gavalda (Boulogne-Billancourt, 9 december 1970)




Zie voor nog meer schrijvers van de 9e december ook mijn vorige blog van vandaag.
Geschreven door Romenu om 19:55 Reageer op dit bericht

Ödön von Horváth, John Milton, Jan Křesadlo, Maksim Bahdanovič, Dalton Trumbo

De Hongaars-Duitse schrijver Ödön von Horváth werd geboren op 9 december 1901 in Fiume. Zie ook alle tags voor Ödön von Horváth op dit blog.

 

Uit: Jugend ohne Gott

 

“Draussen scheint noch die Sonne, fein muss es sein im Park! Doch Beruf ist Pflicht, ich korrigiere die Hefte und schreibe in mein Büchlein hinein, wer etwas taugt oder nicht. Das von der Aufsichtsbehörde vorgeschriebene Thema der Aufsätze lautet: »Warum müssen wir Kolonien haben?

« Ja, warum? Nun, lasset uns hören!

Der erste Schüler beginnt mit einem B: er heisst Bauer, mit dem Vornamen Franz. In dieser Klasse gibts keinen, der mit A beginnt, dafür haben wir aber gleich fünf mit B. Eine Seltenheit, so viele B's bei insgesamt sechsundzwanzig Schülern! Aber zwei B's sind Zwillinge, daher das Ungewöhnliche.

Automatisch überfliege ich die Namensliste in meinem Büchlein und stelle fest, dass B nur von S fast erreicht wird – stimmt, vier beginnen mit S, drei mit M, je zwei mit E, G, L und R, je einer mit F, H, N, T, W, Z, während keiner der Buben mit A, C, D, I, O, P, Q, U, V, X, Y beginnt.

Nun, Franz Bauer, warum brauchen wir Kolonien?

»Wir brauchen die Kolonien«, schreibt er, »weil wir zahlreiche Rohstoffe benötigen, denn ohne Rohstoffe könnten wir unsere hochstehende Industrie nicht ihrem innersten Wesen und Werte nach beschäftigen, was zur unleidlichen Folge hätte, dass der heimische Arbeitsmann wieder arbeitslos werden würde.« Sehr richtig, lieber Bauer! »Es dreht sich zwar nicht um die Arbeiter« – sondern, Bauer? –, »es dreht sich vielmehr um das Volksganze, denn auch der Arbeiter gehört letzten Endes zum Volk.«

Das ist ohne Zweifel letzten Endes eine grossartige Entdeckung, geht es mir durch den Sinn und plötzlich fällt es mir wieder auf, wie häufig in unserer Zeit uralte Weisheiten als erstmalig formulierte Schlagworte serviert werden. Oder war das immer schon so?

Ich weiss es nicht.

Jetzt weiss ich nur, dass ich wiedermal sechsundzwanzig Aufsätze durchlesen muss, Aufsätze, die mit schiefen Voraussetzungen falsche Schlussfolgerungen ziehen. Wie schön wärs, wenn sich »schief« und »falsch« aufheben würden, aber sie tuns nicht. Sie wandeln Arm in Arm daher und singen hohle Phrasen.

Ich werde mich hüten als städtischer Beamter, an diesem lieblichen Gesange auch nur die leiseste Kritik zu üben! Wenns auch weh tut, was vermag der Einzelne gegen Alle? Er kann sich nur heimlich ärgern. Und ich will mich nicht mehr ärgern!

Korrigier rasch, Du willst noch ins Kino!“

 

 

1049352-bb12d10a7f4af4e6ae53d2dacbad33f1.jpg
Ödön von Horváth (9 december 1901 – 1 juni 1938)

 

 

 



De Engelse dichter en schrijver
John Milton werd geboren op 9 december 1608 in Londen. Zie ook alle tags voor John Milton op dit blog.

 

Uit: Paradise Lost (Book I)

 

„Say first, for Heav'n hides nothing from thy view

Nor the deep Tract of Hell, say first what cause

Mov'd our Grand Parents in that happy State,

Favour'd of Heav'n so highly, to fall off

From thir Creator, and transgress his Will

For one restraint, Lords of the World besides?

Who first seduc'd them to that foul revolt?

Th' infernal Serpent; he it was, whose guile

Stird up with Envy and Revenge, deceiv'd

The Mother of Mankind, what time his Pride

Had cast him out from Heav'n, with all his Host

Of Rebel Angels, by whose aid aspiring

To set himself in Glory above his Peers,

He trusted to have equal'd the most High,

If he oppos'd; and with ambitious aim

Against the Throne and Monarchy of God

Rais'd impious War in Heav'n and Battel proud

With vain attempt. Him the Almighty Power

Hurld headlong flaming from th' Ethereal Skie

With hideous ruine and combustion down

To bottomless perdition, there to dwell

In Adamantine Chains and penal Fire,

Who durst defie th' Omnipotent to Arms.

Nine times the Space that measures Day and Night

To mortal men, he with his horrid crew

Lay vanquisht, rowling in the fiery Gulfe

Confounded though immortal: But his doom

Reserv'd him to more wrath; for now the thought

Both of lost happiness and lasting pain

Torments him; round he throws his baleful eyes

That witness'd huge affliction and dismay

Mixt with obdurate pride and stedfast hate:

At once as far as Angels kenn he views

The dismal Situation waste and wilde,

A Dungeon horrible, on all sides round

As one great Furnace flam'd, yet from those flames

No light, but rather darkness visible

Serv'd onely to discover sights of woe,

Regions of sorrow, doleful shades, where peace

And rest can never dwell, hope never comes

That comes to all; but torture without end

Still urges, and a fiery Deluge, fed

With ever-burning Sulphur unconsum'd:

Such place Eternal Justice had prepar'd

For those rebellious, here thir Prison ordain'd

In utter darkness, and thir portion set

As far remov'd from God and light of Heav'n

As from the Center thrice to th' utmost Pole.

O how unlike the place from whence they fell!

There the companions of his fall, o'rewhelm'd

With Floods and Whirlwinds of tempestuous fire,

He soon discerns, and weltring by his side

One next himself in power, and next in crime,

Long after known in Palestine, and nam'd

Beelzebub. To whom th' Arch-Enemy,

And thence in Heav'n call'd Satan, with bold words

Breaking the horrid silence thus began.“

 

 


1049352-5e9a5aeb86301a55393e14b5978f63d8.jpg
John Milton (9 december 1608 – 8 november 1674)

Milton dicteert zijn dochters „Paradise Lost“, Eugène Delacroix, ca 1826

 

 

 

 

 

De Tsjechische psycholoog, schrijver en dichter Jan Křesadlo (pseudoniem van Václav Jaroslav Karel Pinkava) werd geboren op 9 december 1926 in Praag. Zie ook mijn blog van 9 december 2006 en ook mijn blog van 9 december 2008 en ook mijn blog van 9 december 2010.

 

Uit: GraveLarks (Vertaald door Václav Pinkava)

 

“It is about ten o’clock in the morning on a Friday. A red squirrel and a black one are chasing each another through the cemetary trees, a small blood-red mite runs around the stony labyrinths of the gravestones, houseleeks are starting to bud, bees are buzzing from flower to flower and so on.

The graveyard is pulsating with the joy of life and at this moment Zderad is engaged in his cover occupation.

A widow in mourning leans on her son’s arm, crying, the priest sprinkles the grave with holy water and the gravediggers have already put the straps around their shoulders.

The white handkerchiefs contrast aesthetically with the black clothing.

The last farewells are underway and the quartet intones the favourite song of the deceased:

“O’er the lake of Stachov,
Ruffled by the breeze,
O’er the lake they’re flying,:
Flocks of wild grey geese..”

In his choice of song the dead shoemaker displays unusually good taste of a clearly archetypally superindividualistic origin.

Kukula has piously arranged the beautiful, simple, mildly melancholy melody, without forgetting to make use of the “waldhornquinten” harmonies, to which the melody lends itself. The main harmonic tricks occur in the second tenor and Zderad is performing them with gusto.

It is not Lake Stachov, which he doesn’t know, that emerges in his mind’s eye, but the wide and glistening surface of Lake Posel. He contemplates the fact that he not only has enough money to take up his detective work, but also to drop in on Sylva’s birthplace, to surprise both wife and son and possibly even to establish a friendly relationship with the old ram. After all he might have conceded by now that it’s no use by his own standards, since he recognises neither illegitimate children nor divorces.“

 

 

 1049352-9c257fa5a4521c6d3f7fe5cfb8e0a7b5.jpg

Jan Křesadlo (9 december 1926 - 13 augustus 1995)

 

 

 

 

 

De Wit-Russische (Belarussische) dichter, journalist en criticus Maksim Bahdanovič werd geboren op 9 december 1891 in Minsk. Zie ook mijn blog van 9 december 2006 en ook mijn blog van 9 december 2008 en ook mijn blog van 9 december 2010.

 

 

Uit: In The Village

 

Once upon a working day in summer-time
I passed through a village. In a dreary line
On both sides of the winding narrow lane, the houses
Stood there, grey, decayed, like old rags, dull and frowsty;
In the walls their windows staring blindly back,
And even the thatch itself was rotted black.
All was ruins, grown old; here death had come crawling.
Only here and there was something still adorning
The village dreariness. The poppy still unfurled
Bright flowers like butterflies, where many colours swirled,
Beside the path, and with them made the soul grow carefree.
Then, too, one might notice here and there a pear-tree,
Crooked, gnarled with age. . . and that, indeed, was all —
But no one to be seen, no people, none at all —
All in the fields. No trace of bright skirt for a moment,
No new bride passed with pails to bear the water homeward.
No white caps of peasants to be seen, nowhere,
No sounds of colts’ neighing echoes in the air,
No sad song was heard, floating, ringing, flying.
Then, how strange! There came the sound of infant crying.
Hearing this, I started and looked round. Alas!
I’d scared a little boy. He crawled upon the grass
Beside the path, on hands and knees, poor little baby,
Towards his nursemaid — she a girl of eight years, maybe —
And now he’d reached her, and into her lap straightway
He hid his little head, voice fearful with dismay,
And, as the tip of a small birch nods in the breezes,
The girl bent to the little boy to calm and ease him.
And wiped his tears, and started murmuring to him,
Exactly, as a mother would. And thus, within
One living form, the two mingled and merged together,
The stature of a girl, the manner of a mother.
At that moment she, childlike in form, and thin,
Seemed sudden to appear filled to the very brim
With some far-spreading native loveliness within her,
And, I recall, my soul grew finer for an instant,
But maybe in the girl it was not loveliness —
In that thin, grubby, puny lit tle girl expressed —
But something higher which great Raphael endeavoured
To show through the features of Our Lord’s own Mother.

  

 

Vertaald door Vera Rich

 

 

 1049352-8de181ac03aba96059fe99cb6ad924ee.jpg

Maksim Bahdanovič (9 december 1891 – 25 mei 1917)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver en sceenwriter James Dalton Trumbo werd geboren op 9 december 1905 in het plaatsje Montrose in Colorado. Zie ook mijn blog van 9 december 2008 en ook mijn blog van 9 december 2010.

 

Uit: Johnny Got His Gun

 

„He froze all over stiff and rigid like a dead cat. There was something wrong about this pricking and pulling and friction heat. He could feel the things they were doing to his arm and yet he couldn't rightly feel his arm at all. It was like he felt inside his arm. It was like he felt through the end of his arm. The nearest thing he could think of to the end of his arm was the heel of his hand. But the heel of his hand the end of his arm was high high high as his shoulder.

Jesus Christ they'd cut his left arm off.

They'd cut it right off at the shoulder he could feel it plain now.

Oh my god why did they do a thing like that to him?

They couldn't do it the dirty bastards they couldn't do it. They had to have a paper signed or something. It was the law. You can't just go out and cut a man's arm off without asking him without getting permission because a man's arm is his own and he needs it. Oh Jesus I have to work with that arm why did you cut it off? Why did you cut my arm off answer me why did you cut my arm off? Why did you why did you why did you?

He went down into the water again and fought and fought and then came up with his belly jumping and his throat aching. And all the time that he was under the water fighting with only one arm to get back he was having conversation with himself about how this thing couldn't possibly happen to him only it hadSo they cut myarm off. How am I going to work now? They don't think of that. They don't think of anything but doing it their own way. Just another guy with a hole in his arm let's cut it off what do you say boys? Sure cut the guy's arm off. It takes a lot of work and a lot of money to fix up a guy's arm. This is a war and war is hell and what the hell and so to hell with it. Come on boys watch this. Pretty slick hey? He's down in bed and can't say anything and it's his tough luck and we're tired and this is a stinking war anyhow so let's cut the damn thing off and be done with it.“

 

 

 1049352-6fdf60b983447bbd547474d1575b8cf8.jpg

Dalton Trumbo (9 december 1905 – 10 september 1976)

Geschreven door Romenu om 19:51 Reageer op dit bericht

Louis de Bernières, Bill Bryson, Mary Gordon, Delmore Schwartz, James Thurber, Hervey Allen

De Britse schrijver Louis de Bernières werd geboren in Londen op 8 december 1954. Zie ook mijn blog van 8 december 2008 en ook mijn blog van 8 december 2009. en ook mijn blog van 8 december 2010.

 

Uit: Birds Without Wings

 

„Yusuf the Tall strode up and down the room, waving his hands, protesting and expostulating, sometimes burying his face in his hands. Kaya had not seen him so anguished and begrieved since the death of his mother three years before. He had painted the tulip on the headstone with his own hands, and had taken bread and olives so that he could eat at the graveside, imagining his mother underneath the stones, but unable to picture her as anything but living and intact.
Yusuf had passed the stage of anger. The time had gone when these patrollings of the room had been accompanied by obscenities so fearful that Kaya and her children had had to flee the house with their hands over their ears, their heads ringing with his curses against his daughter and the Christian: "Orospu çocu¢gu! Orospu çocu¢gu! Piç!"
By now, however, Yusuf the Tall was in that state of grief which foreknew in its full import the horror of what was inescapably to come. His face glistened with anticipatory tears, and when he threw his head back and opened his mouth to groan, thick saliva strung itself across his teeth.
Overtaken, finally, by weariness, Kaya had given up pleading with him, partly because she herself could see no other way to deal with what had occurred. If it had been a Muslim, perhaps they could have married her to him, or perhaps they could have repeated what had been done with Tamara Hanim. Perhaps they could have kept her concealed in the house, unmarried for ever, and perhaps the child could have been given away. Perhaps they could have left it at the gates of a monastery. Perhaps they could have sent her away in disgrace, to fend for herself and suffer whatever indignities fate and divine malice should rain upon her head. It had not been a Muslim, however, it had been an infidel.

Yusuf was an implacable and undeviating adherent to his faith. Originally from Konya, he was not like the other Muslims of this mongrel town who seemed to be neither one thing nor the other, getting converted when they married, drinking wine with Christians either overtly or in secret, begging favours in their prayers from Mary Mother of Jesus, not asking what the white meat was when they shared a meal, and being buried with a silver cross wrapped in a scrap of the Koran enfolded in their hands, just because it was wise to back both camels in salvation’s race.“

 

 1048691-f585a3bd28b965153e484815285b048a.jpg

Louis de Bernières (Londen, 8 december 1954)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijfster Mary Catherine Gordon werd geboren op 8 december 1949 in Far Rockaway, New York. Zie ook mijn blog van 8 december 2008 en ook mijn blog van 8 december 2009. en ook mijn blog van 8 december 2010.

 

Uit: The Love of My Youth

 

„“I hope it won’t be strange or awkward. I mean, what seemed strange to me, or would seem strange, is not to do it. Because in a way it is strange, isn’t it, really, the two of you in Rome at the same time, the both of you phoning me the same day?”

Irritation bubbles up in Miranda. Had Valerie always been so garrulous? So vague? Had she, Miranda, always found her so annoying — the qualifications, the emendations, laid down, thrown out like straw on a road to muffle the noise of passing carriages when there’d been a death in the house? Where did that come from? Some novel of the nineteenth century. The early twentieth. And now it is the twenty-first, the first decade nearly done for. There’s no point in thinking this way, focusing on Valerie’s habits of speech and diction. As if that were the point. The point is simply: she must decide whether or not to go.

It has been nearly forty years since she has seen him. Or to be exact — and it is one of the things she values in herself, her ability to be exact — thirty-six years and four months. She saw him last on June 23, 1971. The day had changed her.

Adam tries to remember if he had ever been genuinely fond of Valerie. What he can recall is that, of Miranda’s many friends, Valerie was the one who seemed most interested in him. The one who asked him questions and then listened to his answers, who assumed he had a life whose details might be worthy of her attention. 1966, ’67, ’68, ’69, ’70, ’71. A time when he spent his days trying to determine the perfect fingering, the ideal tempo, for a Beethoven sonata, a Bach partita. A way of spending time that Miranda’s friends considered almost criminally beside the point. The point was stopping the war. Stopping racism. Stopping poverty. Diminishing the injustice of the world.

  

 

 1048691-64ff20c50d00e22b830e951af8759674.jpg

Mary Gordon (Far Rockaway, 8 december 1949)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Bill Bryson werd geboren in Des Moines (Iowa) op 8 december 1951. Zie ook mijn blog van 8 december 2007 en ook mijn blog van 8 december 2008 en ook mijn blog van 8 december 2009. en ook mijn blog van 8 december 2010. 

Uit: A Walk In The Woods

 

“Stephen, you awake?" I whispered.
"Yup," he replied in a weary but normal voice.
"What was that?"
"How the hell should I know."
"It sounded big."
"Everything sounds big in the woods."
This was true. Once a skunk had come plodding through our camp and it had sounded like a stegosaurus. There was another heavy rustle and then the sound of lapping at the spring. It was having a drink, whatever it was.
I shuffled on my knees to the foot of the tent, cautiously unzipped the mesh and peered out, but it was pitch black. As quietly as I could, I brought in my backpack and with the light of a small flashlight searched through it for my knife. When I found it and opened the blade I was appalled at how wimpy it looked. It was a perfectly respectable appliance for, say, buttering pancakes, but patently inadequate for defending oneself against 400 pounds of ravenous fur.
Carefully, very carefully, I climbed from the tent and put on the flashlight, which cast a distressingly feeble beam. Something about fifteen or twenty feet away looked up at me. I couldn't see anything at all of its shape or size--only two shining eyes. It went silent, whatever it was, and stared back at me.
"Stephen," I whispered at his tent, "did you pack a knife?"
"No."
"Have you get anything sharp at all?"
He thought for a moment. "Nail clippers."
I made a despairing face. "Anything a little more vicious than that? Because, you see, there is definitely something out here."
"It's probably just a skunk."
"Then it's one big skunk. Its eyes are three feet off the ground."
"A deer then."
I nervously threw a stick at the animal, and it didn't move, whatever it was. A deer would have bolted. This thing just blinked once and kept staring.
I reported this to Katz.
"Probably a buck. They're not so timid. Try shouting at it."

 

 

 1048691-dd88b926312a4a1372a7c665f8c5792f.jpg

Bill Bryson (Des Moines, 8 december 1951)

 

 

 

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Delmore Schwartz werd geboren op 8 december 1913 in New York. Zie ook mijn blog van 8 december 2008 en ook mijn blog van 8 december 2009. en ook mijn blog van 8 december 2010.

 

 

Faust In Old Age

 

"Poet and veteran of childhood, look!

See in me the obscene, for you have love,

 

For you have hatred, you, you must be judge,

Deliver judgement, Delmore Schwartz.

 

Well-known wishes have been to war,

The vicious mouth has chewed the vine.

 

The patient crab beneath the shirt

Has charmed such interests as Indies meant.

 

For I have walked within and seen each sea,

The fish that flies, the broken burning bird,

 

Born again, beginning again, my breast!

Purple with persons like a tragic play.

 

For I have flown the cloud and fallen down,

Plucked Venus, sneering at her moan.

 

I took the train that takes away remorse;

I cast down every king like Socrates.

 

I knocked each nut to find the meat;

A worm was there and not a mint.

 

Metaphysicians could have told me this,

But each learns for himself, as in the kiss.

 

Polonius I poked, not him

To whom aspires spire and hymn,

 

Who succors children and the very poor;

I pierced the pompous Premier, not Jesus Christ,

 

I picked Polonius and Moby Dick,

the ego bloomed into an octopus.

 

Now come I to the exhausted West at last;

I know my vanity, my nothingness,

 

now I float will-less in despair's dead sea,

Every man my enemy.

 

Spontaneous, I have too much to say,

And what I say will no one not old see:

 

 

If we could love one another, it would be well.

But as it is, I am sorry for the whole world, myself

apart. My heart is full of memory and desire, and in

its last nervousness, there is pity for those I have

touched, but only hatred and contempt for myself."

 

 

 

 1048691-ed4ba34bb56f1929cdbd7634f860917f.jpg

Delmore Schwartz (8 december 1913 – 11 juli 1966)




 

De Amerikaanse schrijver James Thurber werd geboren op 8 december 1894 in Columbus, Ohio. Zie ook alle tags voor James Thurber op dit blog.

 

Uit: The Last Clock

 

“Wuld wuzzle?” the ogre wanted to know. He hiccuped, and something went spong!

“That was an area man, but the wrong area,” the ogress explained. “I’ll get a general practitioner.” And she went away and came back with a general practitioner.

“This is a waste of time,” he said. “As a general practitioner, modern style, I treat only generals. This patient is not even a private. He sounds to me like a public place — a clock tower, perhaps, or a belfry..”

“What should I do?” asked the ogress. “Send for a tower man, or a belfry man?”

“I shall not venture an opinion,” said the general practitioner. “I am a specialist in generals, one of whom has just lost command of his army and of all his faculties, and doesn’t know what time it is. Good day.” And the general practitioner went away.

The ogre cracked a small clock, as if were a large walnut, and began eating it. “Wulsy wul?” the ogre asked.

The ogress, who could now talk clocktalk fluently, even oilily, but wouldn’t, left the room to look up specialists in an enormous volume entitled “Who’s Who in Areas.” She soon became lost in a list of titles: clockmaker, clocksmith, clockwright, clockmonger, clockician, clockometrist, clockologist, and a hundred others dealing with clockness, clockism, clockship, clockdom, clockation, clockition, and clockhood.

The ogress decided to to call on an old inspirationalist who had once advised her father not to worry about a giant he was worrying about. The inspirationalist had said to the ogress’s father, “Don’t pay any attention to it, and it will go away.” And the ogress’s father had paid no attention to it, and it had gone away, taking him with it, and this had pleased the ogress. The inspirationalist was now a very old man whose inspirationalism had become a jumble of mumble. “The final experience should not be mummum,” he mumbled.

The ogress said, “But what is mummum?”

“Mummum,” said the inspirationalist, “is what the final experience should not be.” And he mumbled to a couch, lay down upon it, and fell asleep.

  

 

 1048691-cfd41be162bdb15dbd13c0def97b3bba.jpg

James Thurber (8 december 1894 – 2 november 1961)

 

 

 

 

De Amerikaanse dichter en schrijver William Hervey Allen werd geboren op 8 december 1889 in Pittsburgh. Zie ook mijn blog van 8 december 2008 en ook mijn blog van 8 december 2009. en ook mijn blog van 8 december 2010.
 

 

Beyond debate

 

Out from the wrought-iron gate
Miss Perdee drives in state;
Miss Perdee wears the thin smile
And the sleeves of 1888.
Miss Perdee's face is stifled as a sonnet;
Upon her wire-tight hair a duck-shaped bonnet
Nests, nodding with a cachepeigne  
Of violets on it.
East Bay, some tea and talk, them home by King.   
The horses have an antiquated plod;
The team is old, but not too old to balk
If driven north of Broad.   
Miss Perdee wears the sure air of a queen,
Which only queens and Perdees can achieve.
The Perdees had blue blood in Adam's veins
When Adam had the rib he gave to Eve.
Back through the wrought-iron gate
Miss Perdee drives in state.
Miss Perdee lives down on the Battery!
Beyond debate.

 

 

 1048691-54b8ccfb98b5f7ab116549846706e9ad.jpg

Hervey Allen (8 december 1889 – 28 december 1949)

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 8e december ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 20:07 Reageer op dit bericht

Georges Feydeau, Horatius, Carmen Martín Gaite, Nikos Gatsos, Jura Soyfer, Bjørnstjerne Bjørnson, Joel Chandler Harris

De Franse theaterauteur Georges Feydeau werd geboren op 8 december 1862 in Parijs. Zie ook alle tags voor George Feydeau op dit blog.

 

Uit: On purge bébé

 

„Surgissant en trombe par la porte, pan coupé. Tenue de souillon ; peignoir-éponge dont la cordelière non attachée traîne par ; petit jupon de soie sur la chemise de nuit qui dépasse par en bas : bigoudis dans, les cheveux ; bas tombant sur les savates. Elle tient un seau de toilette plein d’eau à la main.

JULIE :                     Alors, quoi ? Tu ne peux pas te déranger ? Non ?
FOLLAVOINE :
       Ah! Je t’en prie, n’entre donc pas toujours comme une bombe!… Ah!
JULIE :                     
Oh! Pardon!  Tu ne peux pas te déranger ? Non ?
FOLLAVOINE :
       Eh bien! Et toi ? Pourquoi faut-il que ce soit moi qui me dérange plutôt que toi ?
JULIE :                    
 C’est juste! C’est juste! Nous sommes mariés, alors!…
FOLLAVOINE :      
Quoi ? Quoi ? Quel rapport ?…
JULIE :                     
Ah! Je serais seulement la femme d’un autre, il est probable que!…
FOLLAVOINE :      
Ah! Laisse-moi donc tranquille! Je suis occupé, v’là tout!
JULIE :                    
Occupé! Monsieur est occupé! C’est admirable!
FOLLAVOINE :      
Oui, occupé! Ah!
JULIE :
 Quoi ?
FOLLAVOINE :
       Ah çà! Tu es folle ? Tu m’apportes ton seau de toilette ici, à présent ?
JULIE :                    
Quoi, "mon seau" ? Où ça, "mon seau" ?
FOLLAVOINE :
       Ça!
JULIE :                    
Ah! Là! C’est rien. C’est mes eaux sales.
FOLLAVOINE :      
Qu’est-ce que tu veux que j’en fasse ?
JULIE :                    
 Mais c’est pas pour toi! C’est pour les vider.
FOLLAVOINE :      
Ici ?
JULIE :                     
Mais non, pas ici! Que c’est bête ce que tu dis-là ! Je n’ai pas l’habitude de vider mes eaux dans ton cabinet de travail ; j’ai du tact.
FOLLAVOINE :
       Alors, pourquoi me les apportes-tu ?
JULIE :                      Mais pour rien! Parce que j’avais le seau en main pour aller le vider quand Rose
est venue me rapporter ta charmante réponse : alors, pour ne pas te faire attendre…
FOLLAVOINE :       Tu ne pouvais pas le laisser à la porte ?
JULIE :                     
Ah! Et puis tu m’embêtes ! Si ça te gêne tant, tu n’avais qu’à te déranger quand je te demandais de venir ; mais Monsieur était occupé ! à quoi ? Je te le demande.“
 

 

 1048687-748b096cc4f1ae187c50784f7fe7443c.jpg

Georges Feydeau (8 december 1862 - 5 juni 1921)

Opvoering van On purge bébé in de Salle polyvalente de Tonnerre, 2010

 

 



 

De Romeinse dichter en schrijver Quintus Horatius Flaccus werd geboren op 8 december 65 v. Chr. Zie ook alle tags voor Horatius op dit blog.

 

 

Ode I.22

 

Een man van onbesproken levenswandel,
die heeft geen assegaaien noodig, Fuscus,
geen koker pijlen in vergif gedrenkt,

 

al reist hij naar het Africaansche strand,
de barre toppen van den Caucasus,
de droomomsponnen oevers van den Ganges.

 

Zoo ging voor mij een wolf laatst op den loop,
terwijl ik onbezorgd en ongewapend
in het Sabijnsche woud, heel ver van huis,
mijn lieve Lalage liep te bezingen,
een beest nogwel, als zelfs het Daunisch land
niet herbergt in zijn wijde wildernissen,
noch de Sahara in haar zandwoestijnen,
de dorre voedster van den fellen leeuw.

 

Verplaatst mij naar het druilend Poolgebied,
waar zomerzon geen enklen boom verkwikt,
waar kille mist den rand der aarde dekt,
of naar den vuurgloed van het brandend Zuid,
dat voor ons menschen onbewoonbaar heet:
ik blijf den lieven lach, de lieve stem
van Lalage, zoo daar als hier, beminnen.

 

 

 

Vertaald door Dr. A. Rutgers van der Loeff

 

 

 1048687-0bd60e11e85da0204fd65aa5e63db3c2.jpg

Horatius (8 december 65 v. Chr. - 27 november 8 v. Chr.)

Op een Italiaanse postzegel

 

 

 

 

De Spaanse schrijfster, vertaalster en journaliste  Carmen Martín Gaite werd geboren op 8 december 1925 in Salamanca. Zie ook mijn blog van 8 december 2008 en ook mijn blog van 8 december 2010.

 

Uit: Los parentescos (Relaties)

 

“Mon père m'a fait un chèque pour mon anniversaire et parce que j'ai réussi, avec de bonnes notes, mon examen d'entrée à l'université. C'est pour cette raison que nous nous sommes donné rendez-vous ici. A la maison on se voit peu. [...]
- C'est mon fils, Baltasar - dit mon père a son ami, tout juste arrivé.
j'ouvre les yeux, je ne le connais pas. Je lui sourit sans envie, car il est en train de me poser les questions basiques, quel âge j'ai et qu'est-ce que je fais comme études. Moi, je me tais et la même voix qui avant me sermonnait, dit que je ferais surement de l'économie mais que je veux entreprendre trop de choses et que je ne me centre sur aucune. Et l'autre dit qu'il a le même problème avec ses enfants, enfin, à tous les jeunes, c'est le manque de stimulation, ce n'est pas non plus de leur faute, l'université espagnole est encombrée, c'est une vraie tombola, tu vois des gens qui font de l'architecture alors que ce qui les branchait c'était d'être médecin, et des licenciés en Histoire de l'Art travaillant dans un bar, le mieux c'est un Master aux Etats-Unis. J'ai entendu ce discours beaucoup trop de fois, je bois mon martini à petites gorgées, j'aime cette couleur de rubis avec les reflets de lumière; lui je ne crois pas que ce soit un ami à mon père car il vient juste de dire: "je ne savais pas que tu avais des enfants", et il ne lui a rien demandé à propos de maman.”

 

 

 1048687-c1fd0369e5da363e9111d0f180e22f96.jpg

Carmen Martín Gaite (8 december 1925 – 22 juli 2000)  

 

 

 

 

 

De Griekse dichter en schrijver Nikos Gatsos werd geboren op 8 december 1911 in Kato Asea in Arcadië. Zie ook mijn blog van 8 december 2008 en ook mijn blog van 8 december 2010.

 

 

Amorgos (Fragment)

 

With their country tied to their sails and their oars hung on

      the wind

The shipwrecked slept tamely like dead beasts on a bedding

      of sponges

But the eyes of seaweed are turned toward the sea

Hoping the South Wind will bring them backwith their

       lateen-sails new-painted

For one lost elephant is always worth much more than the

       quivering breasts of a girl

Only if the roofs of deserted chappels should light up with the

       caprice of the Evening Star

Only if birds should ripple amid the masts of the lemon trees

With the firm white flurry of lively footsteps

Will the winds come, the bodies of swans that remained im-

       maculate, unmoving and tender

When steamrollers rolled through shops, when hurricanes

       whirled through vegetation

When the eyes of women became coal and the hearts of the

       chestnut hawkers were broken

When the harvest was done and the hopes of crickets began.

 

And indeed this is why, my brave young men, with kisses, wine,

        and leaves on your mouth

I would like to stride naked by the rivers

To sing of the Barbary Coast like the woodsman hunting the

         mastic shrub

Like the viper slithering through gardens of barley

With the proud eyes of irritation

Like the lightning-bolt as it threshes youth.

Vertaald door Kimon Friar

 

 

 

 1048687-f2fa03b4b2237b99bee91200cf46265a.jpg

Nikos Gatsos (8 december 1911 – 12 mei 1992) 

 

 

  

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 8 december 2010.

 

De Oostenrijkse schrijver Jura Soyfer werd op 8 december 1912 in Charkov, Oekraïne, geboren. Zie ook mijn blog van 8 december 2006 en ook mijn blog van 8 december 2008.

 

De Noorse dichter, schrijver, journalist en politicus Bjørnstjerne Bjørnson werd geboren op 8 december 1832 in Kvikne bij Tynset. Zie ook mijn blog van 8 december 2006 en ook mijn blog van 8 december 2008.

 

De Amerikaanse schrijver Joel Chandler Harris werd geboren op 8 december 1848 in Eatonton, Georgia. Zie ook mijn blog van 8 december 2008.

Geschreven door Romenu om 19:59 Reageer op dit bericht

Tatamkhulu Afrika, Johann Nestroy, Friedrich Schlögl

De Zuid-Afrikaanse dichter en schrijver Tatamkhulu Afrika werd geboren op 7 december 1920 in Egypte. Zie ook alle tags voor Tatamkhulu Afrika op dit blog.

 

 

The knifing

 

Black workers pass
me carrying their tools.
I call to them for help:
the stone
masks of their faces turn
aside,
do not look my way again.
He flails the blade
across the top of my skull
(does he see it as a fruit,
splittable, spewing seed?),
slashes, then,
the tender guardians of my wrists,
drives the knife-point in
below my left side’s bottom rib,
and runs.
I leave a spoor
like a wounded beast’s,
make it to the little Indian shop
that sells boiled eggs with mayonnaise,
sway,
falling about in my own blood,
eyes shouting “Help!”
They carry me to the ambulance.
The clouds sweep
me with their sad sides:
yet I hear someone speak
of the bright day
and what a shame it is that this should be done
to anyone on such a day.
A face stares
at me through the wire-mesh
of a police van.
It is his; he sees
my wretched body pass,
blood leaking at every seam:
blood that is also on his hands;
turns away, then with a suddenness that says
more than any tongue,
burrows his face into his hands.
What does he see?
They stitch and stitch,
let my head hang down
when the lights go round and I feel
sense slipping from me like a skin,
and I am the unadorned
genitals of my need.
She screams and screams,
like a cat on heat,
like a little girl drumming her heels.
But she is seventeen:
he beat her until she was all
broken up inside.
I stare at the fluorescent tube;
it shrinks
to a filament of fire in my brain.
Blood still sees
from the black Khayelitsha youth’s
panga-riven-skull;
black bruises prowl
over the old man opposite’s
white-as-his-sheet-skin.
Only I do not sleep.
Time is a pendulum that swings
unlinked to any clock:
only the black window’s scowling back
tell of night; pain writhes
through me like an eel.
I watch the glucose drip,
drop by dizzying drop,
into my veins, wake
to sunlight on the walls,
starlings flirting past the glass,
Khayelitsha mopping blood from his neck,
grinning, saying
I can borrow his pee-bottle if I want.
I sag on the bed,
glucose mellow-honey in my veins,
small pulse of reluctant life
kick-starting way back.
Khayelitsha takes my hand,
hopes I’ll soon be well;
goes out then,
moving slowly amongst the slow-
moving coterie of his friends.
Desultory Xhosa clicks
snap like trodden sticks,
fade down
an inner tribal trial.
I face him then:
his neck nuzzling my palm.
His face still hidden in his hands.
What does he see?
I think to set him free.
How shall he be free?
Or I?
Testicle to testicle, we are trussed
by the winding round
us, rambling plastic coils.
Roaring down each other’s throats,
bellowing of our need,
we are skewered on the sharp
white lightning of his blade.

 

  

 

1048064-43c45be3b150132a30c00f7d78ffc0f3.jpg 

Tatamkhulu Afrika (7 december 1920 – 23 december 2002)

 

 

 

 

De Oostenrijkse schrijver Johann Nepomuk Eduard Ambrosius Nestroy werd geboren in Wenen op 7 december 1801. Zie ook alle tags voor Johann Nestroy op dit blog.

 

Uit: Einen Jux will er sich machen

 

„Erster Aufzug

Zimmer in Herrn Zanglers Hause; die allgemeine Eingangstüre im Prospekt, jedoch gegen die rechte Seite; links am Prospekt ein ziemlich breiter Ofenschirm, rechts und links eine Seitentüre, zu beiden Seiten Tisch und Stuhl

Erster Auftritt

 

Zangler Ich habe Ihnen jetzt ein für allemal g'sagt –

Sonders Und ich Ihnen ein für allemal erklärt –

Zangler Daß Sie meine Nichte und Mündel nicht kriegen!

Sonders Daß Marie die Meine werden muß!

Zangler Das werd' ich zu verhindern wissen!

Sonders Schwerlich so sicher, als ich es durchzusetzen weiß!

Zangler Kecker Jüngling!

Sonders Hartherziger Mann! Was haben Sie gegen mich? Meine Tante in Brüssel ist reich.

Zangler Gratulier'!

Sonders Ich werde sie beerben.

Zangler Aber wann?

Sonders Sonderbare Frage! Nach ihrem Tode.

Zangler Und bis wann wird sie sterb'n? Aha, da stockt die Antwort. So eine Tant' in Brüssel kann leben, so lang sie will.

Sonders Das wünsch' ich ihr vom Herzen, denn ich weiß, daß sie auch bei Lebzeiten reichlich zu meinem Glücke beitragen wird.

Zangler Reichlich beitragen – wieviel is das in Brüssel? Reichlich beitragen is hier das unbestimmteste Zahlwort, was es gibt, und in unbestimmten Zahlen schließ' ich kein Geschäft. Und kurz und gut, ins Ausland lass' ich meine Mündel schon durchaus nicht heiraten.

Sonders So heirate ich sie und bleibe hier.

Zangler Und derweil schnappt dort ein anderer die Erbschaft weg, das wär' erst gar das Wahre! Mit ei'm Wort, g'horsamer Diener! Plagen Sie sich auch nicht zu sehr mit unnötigem Herumspekulier'n um mein Haus! Meine Nichte is heut' früh an den Ort ihrer Bestimmung abgereist.

Sonders Wie, Marie fort –?

Zangler Ja, nach Dingsda – logiert in der ungenannten Gassen, Numero soundso viel, im beliebigen Stock, rechts bei der zug'sperrten Türe, da können S' anläuten, so oft S' wollen, hineinlassen wer'n s' Ihnen aber nicht.“

 

 

 

 1048064-a3f437215ce61fcede81e0c3e3689ad1.jpg

Johann Nestroy (7 december 1801 - 25 mei 1862)

Wenzel Scholz, Karl Treumann en Nestroy, 
Lithographie van Joseph Kriehuber, 1855

 

 

 

 

De Oostenrijkse schrijver en columnist Friedrich Kilian Schlögl werd geboren op 7 december 1821 in de Weense voorstad Laimgrube (nu Wenen). Zie ook mijn blog van 7 december 2010.

 

Uit: Sonderbare Käuze

 

»Mit dem alten Wien – oder vielmehr mit den Empfindungen der alten Wiener – verfährt die Demolierungsära recht grausam. Stück um Stück, woran die liebsten Erinnerungen haften, fallen in Schutt und Trümmer, und bald wird der letzte Rest der einstigen Heimstätte trauter Gemütlichkeit verschwunden sein, um Platz zu schaffen für die anstürmenden Jünger einer neuen Epoche, für die räumlichen Bedürfnisse einer modernen Weltstadt.«

»Die Metamorphose vollzieht sich rasch und rastlos und unaufhaltsam. Mit Beil und Axt kommen sie herangezogen, die unbarmherzigen Apostel der neuen Lehre, welche da heißt: ›Entwickelung‹, und unter ihren Schlägen stürzen die grünsten Bäume, in deren Schatten wir tausendmal gewandelt, und stürzen die Mauerhüllen der altehrwürdigsten Asyle, wohin wir in trüben Stunden geflüchtet, und unter den Fäusten pietätloser Reformen zerbröckelt, was uns einst wert und teuer war!«

So klagte dieser Tage ein alter Wiener, als er während seines gewohnten Spazierganges dazukam, wie die ersten Spatenstiche den Erdhügel des Paradiesgärtchens aufzuwühlen begannen und Hieb um Hieb auf die ächzenden Bäume und Sträucher niederfielen. – Der arme Mann hatte vielleicht eine kleine Berechtigung zu seufzen und zu jammern. Verjagte man ihn doch aller Orten, wo es ihm wohl und heimisch war und sich sein Herz erfreute. Die Basteien nahm man ihm, mit den schön gepflegten Wegen und der entzückenden Fernsicht nach den blauen Bergen des Südens; das Glacis, die Arena seiner Jugendspiele, verschwand, und statt des grünen Kranzes, der die Stadt umsäumte, erhob sich ein kahler Wall ihm fremdartiger Gebäude; den Prater, das urwüchsige Kleinod Wiens, reguliert man ihm bis zur Unkenntlichkeit, und schon rüttelt ein unheimlich Gerücht auch noch an anderen, viellieben Vermächtnissen edelmütiger Herzen, indem die vandalste Spekulation ihre gierigen Augen gerade auf die populärsten Parkidyllen warf, um statt der nutzlosen Baumgruppen und Blumenbeete dividendenfähige Baukomplexe zu gründen. Inzwischen, bis dieses Crimen patronisiert, demoliert man ihm den letzten Aussichtspunkt: das reizende Paradiesgärtchen.“

 

 

 

1048064-07cb1367759499ac0821b0fcbe28785d.jpg
Friedrich Schlögl (7 december 1821 - 7 oktober 1892)




Zie voor nog meer schrijvers van de 7e december ook mijn vorige blog van vandaag.
Geschreven door Romenu om 19:29 Reageer op dit bericht

Gabriel Marcel, Noam Chomsky, Willa Cather, Samuel Gottlieb Bürde

De Franse filosoof en toneelauteur Gabriel Marcel werd geboren op 7 december 1889 in Parijs. Zie ook alle tags voor Gabriel Marcel op dit blog.

 

Uit: Awakenings (Vertaald door Peter S. Rogers)

 

„This summer day of 1899 was a terrible date in the life of a child, as  I learned that we were going to leave Stockholm and return to Paris.  How can I ever forget the heavy heart with which I received this  news? As my father suffered somewhat from the Swedish climate and  didn't much care for the worldly and formal aspects of diplomatic  life, he was going to switch positions with a senior member of the  Council of State, Monsieur Catusse. This meant first of all that I  could no longer hope to spend vacation in Finland or in Norway.  What may seem peculiar is that nothing, or almost nothing, attracted
me in the Paris where we were to settle definitively. I also felt that our  return would be, sooner or later, followed by my entrance into the  lycée, something I vaguely feared since, until then, I had been edu-
cated at home. I can't recall whether it was immediately before or  after our stay in Stockholm that, for some months, I attended classes  at Rue Royale where my fellow students were mainly young girls.

What had I most appreciated in the Swedish capital? Without hesitation I would say the landscapes. I remember a discussion with my  father on the topic during a boat ride on the Saltsjön. He was essen-
tially a man of the Midi, the French South, and this somewhat uniform and sad nature bored him. Yet there was something in it that  exalted me. But what words could I use to translate that emotion?

I must have expressed myself rather awkwardly. But when I think  about what I had lived during that year in Stockholm, I see this: it  was as though I had been removed from the humdrum life I was to
suffer from so much later on, by the fact of being far away, and on  the edge of countries that were still farther away and which attracted me.“

 

  

 1048061-2df984edd4cb51a4ca2a87670df1e1a3.jpg

Gabriel Marcel (7 december 1889 - 8 oktober 1973)

 

 

 

 

De Amerikaanse taalkundige, mediacriticus en anarchistisch denker Noam Chomsky werd geboren in Philadelphia op 7 december 1928. Zie ook mijn blog van 7 december 2007 en ook mijn blog van 7 december 2008 en ook mijn blog van 7 december 2009 en ook mijn blog van 7 december 2010.

 

Uit: Chronicles of Dissent, 1992

 

„QUESTION: One of your books, The Fateful Triangle, focuses specifically on the Middle East, and I was wondering if you could talk about your position on a possible two-state solution to the Palestinian question.

CHOMSKY: I don't think that's the optimal solution, but it has been the realistic political settlement for some time. We have to begin with some fundamentals here. The real question is: there are plainly two national groups that claim the right of self-determination in what used to be Palestine, roughly the area now occupied by Israel minus the Golan Heights, which is part of Syria.

So there are two national groups which claim national self-determination. One group is the indigenous population, or what's left of it -- a lot of it's been expelled or driven out or fled. The other group is the Jewish settlers who came in, originally from Europe, later from other parts of the Middle East and some other places. So there are two groups, the indigenous population and the immigrants and their descendants. Both claim the right of national self-determination. Here we have to make a crucial decision: are we racists or aren't we? If we're not racists, then the indigenous population has the same rights of self-determination as the settlers who replaced them. Some might claim more, but let's say at least as much right. Hence if we are not racist, we will try to press for a solution which accords them -- we'll say they are human beings with equal rights, therefore they both merit the claim to national self-determination. I'm granting that the settlers have the same rights as the indigenous population; many do not find that obvious but let's grant it. Then there are a number of possibilities. One possibility is a democratic secular society. Virtually nobody is in favor of that. Some people say they are, but if you look closely they're not really. There are various models for multi-ethnic societies, say Switzerland or whatever. And maybe in the long run these might be the best idea, but they're unrealistic.“

 

 

1048061-e3ebdcb2eadbf38810da47493c1fae70.jpg
Noam Chomsky (Philadelphia, 7 december 1928)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijfster Willa Cather werd geboren op 7 december 1873 in de buurt van Winchester, Virginia. Zie ook mijn blog van 7 december 2006 en ook mijn blog van 7 december 2009 ook mijn blog van 7 december 2010.

 

Uit: The Song of the Lark

 

"She was getting back to the earliest source of gladness that she could remember. She had loved the sun, and the brilliant solitudes of sand and sun, long before these other things had come along to fasten themseves upon her and torment her. That night, when she clambered into her big German feather bed, she felt completely released from the enslaving desire to get on in the world. Darkness had once again the sweet wonder that it had in childhood...

(...)

"She used to wonder at her own inactivity. She could lie there hour after hour in the sun and listen to the strident whirr of the big locusts, and to the light, ironical laughter of the quaking asps. All her life she had been hurrying and sputtering, as if she had been born behind time and had been trying to catch up. Now, she reflected...it was as if she were waiting for something to catch up with her. She had got to a place where she was out of the stream of meaningless activity and undirected effort.

(...)

"Here she could lie for half a day undistracted, holding pleasant and incomplete conceptions in her mind--almost in her hands. They were scarcely clear enough to be called ideas. They had something to do with fragrance and color and sound, but almost nothing to do with words. She was singing very little now, but a song would go through her head all morning, as a spring keeps welling up, and it was a pleasant sensation indefinitely prolonged. It was much more like a sensation than like an idea, or an act of remembering. Music had never before come to her in that sensuous form. It had always been a thing to be struggled with, had always brought anxiety and exaltation and chagrin--never content and indolence."

 

 

 1048061-ba9b95ae25768bf3dd29ee3af0ce5869.jpg

Willa Cather (7 december 1873 – 24 april 1947)

 

 

 


De Duitse dichter
Samuel Gottlieb Bürde werd geboren op 7 december 1753 in Breslau. Zie ook mijn blog van 7 december 2010.

 

 

Geist der Wahrheit, lehre mich

 

Geist der Wahrheit, lehre mich

aller Weisheit Quelle kennen!

Jesum kann ich nur durch dich

meinen Herrn und Heiland nennen.

Du nur kannst ihn mir verklären

und mein Herz in Gott belehren.

 

Du nur machst das Herz gewiß

und erleuchtest meine Seele,

daß ich in der Finsterniß

nicht den Weg des Heils verfehle.

Du nur führst auf Gottes Pfaden,

zeugst von Wahrheit und von Gnaden.

 

Heiligung und Reinigkeit

und ein gottgefällig Leben,

selige Zufriedenheit,

wahre Weisheit kannst du geben.

Selig, die an deinen Gaben

theil durch Lieb und Glauben haben.

 

Was mir fehlt, find ich in dir,

nur durch dich kann ich genesen.

Mache Wohnung ganz in mir,

daß werd neu mein ganzes Wesen!

Dann wird meine Schwachheit Stärke

und ich wirke Gottes Werke.

 

 


 1048061-d93199ff65ad83905a611b6614703116.jpg

Samuel Gottlieb Bürde (7 december 1753 - 28 april 1831)

Breslau, raadhuis (Geen portret beschikbaar)

Geschreven door Romenu om 19:25 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten