Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

George Albert Aurier, Henryk Sienkiewicz, Richard Watson Dixon, Wouter Steyaert, Catullus

De Franse dichter, schilder en criticus George Albert Aurier werd geboren op 5 mei 1865 in Châteauroux (Indre Zie ook alle tags voor George Albert Aurier op dit blog.

 

Uit: The Isolated Ones: Vincent van Gogh (Les Isolés : Vincent van Gogh)

 

„Yet, this respect and his love for the reality of things does not suffice alone to explain or to characterize the profound, complex, and quite distinctive art of Vincent van Gogh. No doubt, like all the painters of his race, he is very conscious of material reality, of its importance and its beauty, but even more often, he considers this enchantress only as a sort of marvelous language destined to translate the Idea. He is, almost always, a Symbolist . . . who feels the continual need to clothe his ideas in precise, ponderable, tangible forms, in intensely sensual and material exteriors. In almost all his canvases, beneath this morphic exterior, beneath this flesh that is very much flesh, beneath this matter that is very much matter, there lies, for the spirit, that knows how to find it, a thought, an idea, and this Idea, the essential substratum of the work, is, at the same time, its efficient and final cause. As for the brilliant and radiant symphonies of colour and line, whatever may be their importance for the painter in his work they are simply expressive means, simply methods of symbolization. Indeed, if we refuse to acknowledge the existence of these idealistic tendencies beneath this naturalist art, a large part of the body of work that we are studying would remain utterly incomprehensible. How would we explain, for example, The Sower that august and disturbing sower, that rustic with his brutally brilliant forehead (bearing at times a distant resemblance to the artist himself), whose silhouette, gesture, and labour have always obsessed Vincent van Gogh, and whom he painted and repainted so often, sometimes beneath skies rubescent at sunset, sometimes amid the golden dust of blazing noons--how could we explain The Sower without considering that idée fixe. that haunts his brain about the necessary advent of a man, a messiah, sower of truth, who would regenerate the decrepitude of our art and perhaps our imbecile and industrialist society?“

 

 

 1150976-bb38d307f60ac237aab075ec314e5b9c.jpg

George Albert Aurier (5 mei 1865 – 5 oktober 1892)

Vincent van Gogh, De zaaier


 

 

 

De Poolse schrijver en journalist Henryk Sienkiewicz werd geboren in Wola Okrzejska op 5 mei 1846. Zie ook alle tags voor Henryk Sienkiewicz op dit blog.

 

Uit: Quo Vadis? (Vertaald door Paul Seliger)

 

»Sei gegrüßt, Petronius,« sagte der Jüngling, als er mit elastischem Schritte das Tepidarium betrat; »mögen alle Götter dir Glück schenken, namentlich Asklepios und Kypris, denn unter ihrem schützenden Beistande kann dir nichts Übles zustoßen.«

»Willkommen in Rom! Mögest du dich der Ruhe nach dem Kriege erfreuen,« antwortete Petronius, indem er seine Hände aus den Falten des weichen Musselingewebes, das ihn umhüllte, hervorstreckte. »Was gibt es Neues in Armenien, und bist du während deines Aufenthaltes in Asien nicht auch nach Bithynien gekommen?«

Petronius hatte früher Bithynien verwaltet, und was mehr bedeuten wollte, sein Amt mit Strenge und Gerechtigkeit geführt. Dies stand in merkwürdigem Gegensatz zu dem Charakter des Mannes, der wegen seiner Weichlichkeit und seines Hanges zur Üppigkeit allgemein bekannt war; daher liebte er es, sich jener Zeiten zu erinnern, weil sie ein Beweis dafür waren, was aus ihm hätte werden können, wenn er gewollt hätte.

»Ich war zufällig in Herakleia,« entgegnete Vinicius. »Corbulo hatte mich dorthin geschickt mit dem Befehl, Verstärkungen zusammenzuziehen.«

»Ach ja, Herakleia! Ich kannte dort ein Mädchen aus Kolchis, für das ich alle hiesigen geschiedenen Frauen, Poppaea selbst nicht ausgeschlossen, hingegeben hätte. Aber das sind vergangene Geschichten. Erzähle mir lieber, was es Neues an der parthischen Grenze gibt. Wahrlich, diese Vologesus, Tiridates, Tigranes und all diese Barbaren sind mir zuwider, welche, wie mir der junge Arulanus erzählt, bei sich zu Hause noch auf allen vieren kriechen und sich nur in unserer Gegenwart als Menschen gebärden. Aber man spricht jetzt viel von ihnen in Rom, wenn auch nur deshalb, weil es gefährlich ist, von etwas anderem zu sprechen.«

»Der Krieg geht schlecht vorwärts, und wenn Corbulo nicht wäre, so könnte er möglicherweise zu einer Niederlage führen.«

 

 

 1150976-1ab5f00035eb85c8d010e1e7a6495caf.jpg

Henryk Sienkiewicz (5 mei 1846 - 15 november 1916)

Geportretteerd door Kazimierz Mordasewicz, 1899

 

 

 

 

De Engelse dichter Richard Watson Dixon werd geboren in Islington op 5 mei 1833. Zie ook alle tags voor Richard Watson Dixon op dit blog.

 

 

Song

 

WHY fadest thou in death,

Oh yellow waning tree?

Gentle is autumn’s breath,

And green the oak by thee.

 

But with each wind that sighs

The leaves from thee take wing;

And bare thy branches rise

Above their drifted ring.

 

 

 

 1150976-9e25553c45a72df630169fe134d3b4ad.jpg

Richard Watson Dixon (5 mei 1833 - 23 januari 1900)

 

 

 

 

Onafhankelijk van geboortedata:

 

 

De Vlaamse dichter Wouter Steyaert werd geboren in Gent in het jaar 1982. Zie ook alle tags voor Wouter Steyaert op dit blog.

 

 

zij wandelt op iets groens, zij wandelt in zwart
het water achterna. op haar omgekeerde kop
de mensen tegemoet – zij wandelt

op de ogen van de stilte, op vossensokken
andere wandelende mensen zeggen
dat zij zo dun is als een spleet – zo

onschuldig als een foetus – ze zeggen
dat zij vergiftigd is door haar zintuigen
dat het hoofd van haar

op twee verschillende voeten lijkt, twee
verschillende gelijksoortige vissen – met
in haar haar een weinig helium verstopt

 

 

 1150976-04b050686fa768bdc88ff8f0220d27a5.jpg

Wouter Steyaert (Gent, 1982)

 

 

 

 

De Romeinse dichter Gaius Valerius Catullus werd geboren in 87 v. Chr, in Sirmione bij Verona Zie ook alle tags voor Catullus op dit blog.

 

Carmina

 

II

 

Kleine vogel, speeltje van mijn lieveling,
jij, met wie ze zich vermaakt, jij, op haar schoot,
jij, naar wiens snavel ze haar vinger uitsteekt
om hem tot scherpe pikjes te prikkelen,
wanneer ze maar zin heeft, haar blik vonkend van
verlangen naar mij, in een lief spel met jou -
als tedere troost voor haar pijn, denk ik,
zodat de gloed van haar hartstocht tot rust komt -
kon ik toch maar met jou spelen zoals zij,
en het verdriet dat mijn hart drukt verlichten!

 

 

Vertaald door Lucette M. Oostenbroek

 

 

 

LI

 

Hij schijnt mij aan een god gelijk te zijn,
ja, God vergeef mij, meer zelfs dan een god,
die naast u zittend onverzadiglijk
u ziet, en hoort
uw lieven lach, wat mij, verliefden dwaas,
slaat met verbijstering; want, Lesbia,
zoodra ik u aanschouw, verstomt mijn stem,
o Lesbia,
mijn tong verstart, een fijne vlam doortrilt
mijn heele lijf, het ruischend bloed verdooft
mijn ooren, van mijn beide oogen dekt
de nacht het licht.

Niets doen, Catullus, is je heele kwaal.
Niets doen wekt overdreven sentiment.
Niets doen heeft koningsmacht ten val gebracht
en stedenbloei.

 

 

Vertaald door A. Rutgers van der Loeff.

 

 

 

 1150976-e35f2b5a3142fe3f9bd9dc2a9304111d.jpg

Catullus (87 v. Chr – 54 v. Chr.)

Catullus bij Lesbia door Sir Laurence Alma Tadema, 1865.

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 5e mei ook mijn blog van 5 mei 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:34 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

De blogger leest alles eerst na: je tekst verschijnt zodra die goedgekeurd is.

Willem Wilmink, Amos Oz, Christiaan Weijts, Monika van Paemel


Bij 4 mei

 

 1150318-a10a89d4d6361451c5c00bc7f25e9ca9.jpg

'Channel Crossing to life’ in Hoek van Holland

Monument door Frank Meisler

 

 

Een foto

 

Van die razzia's zijn foto's

Jonas Daniël Meijerplein

waar de Duitse militairen

joden aan het treiteren zijn

 

Een bange man met keurige schoenen

lange jas en vlinderdas

wordt over het plein gedreven

of het daar een veemarkt was

 

Kijk, daar staan drie Duitse soldaten

met een spottend lachje bij

en daar kijkt een vierde Duitser

misschien toch beschaamd, opzij

 

Stel je voor je zag die foto

van de man met vlinderdas

en je zou opeens ontdekken

dat het je eigen vader was

 

Soms moet ik er ook aan denken

hoe het die andere zoon vergaat

die ontdekte, kijk mijn vader

is die lachende soldaat

 

 

 

 1150318-b2f3c1e34e465d828b6a40c7391926ed.jpg

Willem Wilmink (25 oktober 1936 – 2 augustus 2003)

 

 

 

 

De Israëlische schrijver Amos Oz, (eig. Amos Klausner) werd geboren in Jeruzalem op 4 mei 1939. Zie ook alle tags voor Amos Oz op dit blog.

 

Uit: Scenes From Village Life

 

“The stranger was not quite a stranger. Something in his appearance repelled and yet fascinated Arieh Zelnik from first glance, if it really was the first glance: he felt he remembered that face, the arms that came down nearly to the knees, but vaguely, as though from a lifetime ago.   The man parked his car right in front of the gate. It was a dusty, beige car, with a motley patchwork of stickers on the rear window and even on the side windows: a varied collection of declarations, warnings, slogans and exclamation marks. He locked the car, rattling each door vigorously to make sure they were all properly shut. Then he patted the hood lightly once or twice, as though the car were an old horse that you tethered to the gatepost and patted affectionately to let him know he wouldn’t have long to wait. Then the man pushed the gate open and strode toward the vine-shaded front veranda. He moved in a jerky, almost painful way, as if walking on hot sand.   From his swing seat in a corner of the veranda Arieh Zelnik could watch without being seen. He observed the uninvited guest from the moment he parked his car. But try as he might, he could not remember where or when he had come across him before. Was it on a foreign trip? In the army? At work? At university? Or even at school? The man’s face had a sly, jubilant expression, as if he had just pulled off a practical joke at someone else’s expense. Somewhere behind or beneath the stranger’s features there lurked the elusive suggestion of a familiar, disturbing face: was it someone who once harmed you, or someone to whom you yourself once did some forgotten wrong?   Like a dream of which nine-tenths had vanished and only the tail was still visible.   Arieh Zelnik decided not to get up to greet the newcomer but to wait for him here, on his swing seat on the front veranda.   As the stranger hurriedly bounced and wound his way along the path that led from the gate to the veranda steps, his little eyes darted this way and that as though he were afraid of being discovered too soon, or of being attacked by some ferocious dog that might suddenly leap out at him from the spiny bougainvillea bushes growing on either side of the path.   The thinning flaxen hair, the turkey-wattle neck, the watery, inquisitively darting eyes, the dangling chimpanzee arms, all evoked a certain vague unease.”  

 

 

 1150318-bee5c7a3bb001d58c8132e9b3ea6fd14.jpg

Amos Oz (Jeruzalem, 4 mei 1939)

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver Christiaan Weijts werd geboren in Leiden op 4 mei 1976. Zie ook alle tags voor Christiaan Weijts op dit blog.

 

Uit: De laatste enclave voor de geest. Een dag in het NIAS

 

“13.00 De reden voor het Limburgs zuurvlees wordt duidelijk: er valt een delegatie van een man of twintig binnen, bijna allemaal met een rugzakje op, merkwaardigerwijs. Navraag leert dat het om een afvaardiging gaat van het P.J. Meertensinstituut, die in onze conference building een workshop over ‘lokale identiteiten’ volgt, en de Limburgse in het bijzonder.
Een cultureel-antropoloog naast me aan tafel, Erik Bähre, is zelf Limburger van geboorte. ‘Zuurvlees wordt traditioneel van paardenvlees gemaakt,’ weet hij. Bij voorkeur van een witte schimmel, antwoord ik.     Erik was gisteravond namelijk op de rug van zo’n dier het terrein op komen rijden, met een mijter, baard en staf, geflankeerd door Jo Spaans (theologe aan de Universiteit Utrecht) als hoofdpiet. Het was voor het eerst in mijn leven dat het er allemaal exact uitzag als in de prentenboeken, compleet met sikkelmaan die door de kale boomtakken scheen.
Gistermiddag had er een lezing over Zwarte Piet op het programma gestaan, die wegens ziekte verviel. Ik vermoed dat anders de jaarlijkse discussie over het racistische karakter van het Sinterklaasfeest aan de orde was gekomen.
We hebben nogal wat fellows uit Nigeria en Kameroen, en dat mijn zoon (2) ze abusievelijk voor Zwarte Piet aanzag, is gênant maar vergoelijkbaar. Toen we echter collectief het ‘Daar wordt aan de deur geklopt’ inzetten, murmelen we wat ongemakkelijk bij de frase: Ook al ben ik zwart als roet, ‘k meen het toch goed.
Voor die Afrikaanse jongens is het hier trouwens al helemaal het paradijs op aarde. Ayo Ojebode (van de universiteit van Ibadan, Nigeria) schrijft er een vermakelijke serie over op de site van de Wereldomroep – ‘Africans going Dutch’. Verbaasd staart hij naar onze fietspaden en trottoirs: ‘We don’t have walkways in most cities and so, animals, beggars, pedestrians, cyclists (okada), car drivers, bus drivers, tanker drivers struggle over the same piece of poor road. (…) In Holland students ask each other, “How’s study?” In Nigeria, students ask “How are you surviving?” As if life is warfare or a plague.’

 

 

 1150318-fa895e14e6b3740eb77a1c877f885c8a.jpg

Christiaan Weijts (Leiden, 4 mei 1976)

 

 

 

 


De Vlaamse schrijfster
Monika van Paemel werd geboren op 4 mei 1945 in Poesele in Oost-Vlaanderen. Zie ook alle tags Monika van Paemel op dit blog.

 

Uit: De mens in de stroom van de tijd. Het vrouwbeeld in het werk van Hella Haasse

 

„Toen de leden van het bestuur van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde mij vroegen om ‘het vrouwbeeld’ in het werk van Hella Haasse te bespreken: dat is driemaal vrouwelijk, heb ik overwogen de heren in dit gezelschap te vragen de zaal te verlaten, zodat wij dit onderwerp onder deskundigen konden afhandelen. Ik doe dit niet omdat seksisme mij vreemd is, en vooral omdat noch de persoon noch het werk van Hella Haasse zich voor een dergelijke eenzijdige interpretatie leent.

In de eerste romans van Hella Haasse zijn de hoofdpersonages mannen. Net zoals in het werk van mannelijke auteurs vrouwelijke hoofdpersonages voorkomen. Dat is bij schrijvers, vrouwelijk of mannelijk, niet onnatuurlijk.

Wat bij Hella Haasse meteen opvalt is dat zij ook in haar mannelijke personages de mens, of het menselijke, vóór het seksgebondene stelt. Dit in tegenstelling met het vrouwbeeld zoals wij dat uit het werk van veel schrijvers kennen, waar de stereotiepen, of datgene wat als typisch vrouwelijk geldt, vóór het persoonlijke of het menselijke komt.

In Oeroeg, het prozadebuut van Hella Haasse, staat de ambivalente verhouding tussen het Indische en het Hollandse kind centraal. Is het toeval dat Oeroeg en zijn vriend jongens zijn, of is de ontwikkeling van de hoofdpersonages - de vrienden staan niet alleen emotioneel, maar ook politiek-maatschappelijk tegenover elkaar, in de historische context - eerder een, tussen aanhalingstekens, ‘mannelijk gebeuren’? Oeroeg is tevens het afscheid van het land van herkomst, een afscheid dat ook een breuk is, waardoor een bewustzijnsproces op gang komt dat veelzijdig is, en naast het persoonlijke ook een historische dimensie heeft. Het standpunt van de schrijfster, het omvatten van het algemene in het persoonlijke, waarbij de menselijke verhoudingen belangrijker zijn dan de geslachtelijke, zonder die te miskennen of te onderschatten, is vanaf het eerste werk betekenisvol voor deze auteur.“

 

 

 1150318-7652413b856bd680ce3455ca68631d21.jpg

Monika van Paemel (Poesele, 4 mei 1945)

 

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 4e mei ook mijn vorige blog van vandaag.
Geschreven door Romenu om 18:20 Reageer op dit bericht

Graham Swift, David Guterson, Jan Mulder

De Engelse schrijver Graham Swift werd geboren op 4 mei 1949 in Londen. Zie ook alle tags voor Graham Swift op dit blog.

 

Uit: Wish You Were Here

 

“There is no end to madness, Jack thinks, once it takes hold. Hadn’t those experts said it could take years before it flared up in human beings? So, it had flared up now in him and Ellie.

Sixty-five head of healthy-seeming cattle that finally succumbed to the rushed-through culling order, leaving a silence and emptiness as hollow as the morning Mum died, and the small angry wisp of a thought floating in it: Well, they’d better be right, those experts, it had better damn well flare up some day or this will have been a whole load of grief for nothing.
So then.
Healthy cattle. Sound of limb and udder and hoof—and mind. “Not one of them mad as far as I ever saw,” Dad had said, as if it was the start of one of his rare jokes and his face would crack into a smile to prove it. But his face had looked like simply cracking anyway and staying cracked, and the words he might have said, by way of a punchline, never left his lips, though Jack thinks now that he heard them. Or it was his own silent joke to himself. Or it’s the joke he’s only arrived at now; “We must be the mad ones.”
And if ever there was a time when Jack’s dad might have put his two arms round his two sons, that was it. His arms were certainly long enough, even for his sons’ big shoulders—both brothers out of the same large Luxton mould, though with all of eight years between them. Tom would have been fifteen then, but growing fast. And Jack, though it was a fact he sometimes wished to hide, even to reverse, already had a clear inch over his father.
The three of them had stood there, like the only life left, in the yard at Jebb Farm.
But Michael Luxton hadn’t put his arms round his two sons. He’d done what he’d begun to do, occasionally, only after his wife’s death. He’d looked hard at his feet, at the ground he was standing on, and spat.”

 

 

 1150315-1c25a2b0d546e94309536bbd2798ea7c.jpg

Graham Swift (Londen, 4 mei 1949)




De Amerikaanse schrijver David Guterson werd geboren op 4 mei 1956 in Seattle. Zie ook alle tags voor David Guterson op dit blog.

 

Uit: Ed King

 

How wonderful it was – wonderful and surprising – to be attracted to a guy, to want sex. Diane found, once she was naked with him, that there were things she really liked in his performance, including, foremost, that he was relentlessly, acutely, even obsessively servile. It was fine with Ed to spend a half-hour massaging her feet and squeezing her ankles, followed by nearly equal devoted caressing of her shins and calves; next, moving up, he gave substantial attention to her knees and thighs, and when, in her massage trance, she hoped and believed that his hands would surely go where they would do the most good, Ed didn't go there, he flipped her over instead and massaged, kneaded, stretched, rubbed, pinched, flicked, feathered, licked, kissed, and gently bit her shoulders, neck, back, and butt. Again she believed that he was on the verge of getting a hand between her legs, especially when, while massaging the small of her back, he found the tip of her tailbone. How long was he going to go on with the erotic massage and general body worship without getting to her quim? Would he please just go ahead and do something not frustrating? But she knew, before long, what he had to be waiting for. He was waiting for a display of need. So she took him by the wrist and moved the base of his hand into her pubic hair until his middle fingertip settled on the no-man's-land between her 'front parlor' and 'back door' (those were the quaint, prudish terms of her girlhood), she got him on the node between neighbouring needs (both of which had been explored by johns who almost never tarried). She gave him this particular sign, this clear permission, and he began a careful prodding of her perineum, which was as good a starting place as any for Diane, because it instigated those processes of memory her sexuality required. It triggered memories with the uncanny force of déjà vu, and what she thought of, as Ed slaved away, was a boy from her village who had fingered her adroitly in a greenhouse thick with green tomatoes.”

 

 

 1150315-079530f846b238bc9257c4d4b5043b7e.jpg

David Guterson (Seattle, 4 mei 1956)

 

 

 

 

 

De Nederlandse columnist, schrijver, ex-voetballer, en televisiepersoonlijkheid Jan Mulder werd geboren in Bellingwolde op 4 mei 1945. Zie ook alle tags voor Jan Mulder op dit blog.

 

Uit: Tom Boonen (Column in Humo, 17 juni 2008)

 

“Wat zou Tom Boonen hebben bezield toen hij die coke snoof? Je weet toch dat er vliegende controles bestaan? Je weet toch dat het minste of geringste verkeerde tabletje dodelijk kan zijn voor je carrière?

Spelers in de Bundesliga bijvoorbeeld, draaien elk onschuldig dropje voor een verkoudheid of officieel bij de Duitse voetbalbond aangemelde zalfje tegen een eczeemallergie drie keer om en laten het daarna nog eens testen door een onafhankelijke arts voordat ze het inslikken.

Boonen snuift op een dag tussen twee voorjaarsklassiekers in een gram coke.

Niet wegens het gebruik van doping of drugs (zo zwaar was de dosis niet), maar om de ergerlijke, aan onnozelheid en brutaliteit grenzende slordigheid van deze toprenner zou Quick-Step hem op staande voet moeten ontslaan.

Op de persconferentie las Tom Boonen een door een advocatenteam opgestelde verklaring voor. Hij zei nog altijd het vertrouwen van Quick-Step te genieten, maar voorlopig op 'low-profile' te gaan. Ploegleider Lefevre maakte bekend dat ontslag niet aan de orde was geweest, en: 'Tom gaat nu toch even in de wachtstand.'

In de wachtstand.

Het einde van een wielrenner kon niet treffender onder woorden worden gebracht.

Maar is het het einde?

Nee.“

 

 

1150315-566caab3edb3ff11ef33b5de39c93320.jpg
Jan Mulder (Bellingwolde, 4 mei 1945)

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 4e mei ook mijn blog van 4 mei 2011 deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 18:14 Reageer op dit bericht

Jehuda Amichai, Erik Lindner, Ben Elton, Johan de Boose, Jens Wonneberger

De Duits-Israëlische dichter en schrijver Jehuda Amichai werd op 3 mei 1924 geboren in Würzburg. Zie ook alle tags voor Jehuda Amichai op dit blog.

 

 

Great Serenity: Questions and Answers

 

People in a hall that’s lit so brightly
It hurts
Spoke of religion
In the lives of contemporary people
And on the place of God

People spoke in excited voices
Like in an airport
I left them
I opened an iron door that had written on it
“Emergency and I entered within.
Great serenity: Questions and answers

 

 

 

 

My Father

 

The memory of my father is wrapped up in
white paper, like sandwiches taken for a day at work.

Just as a magician takes towers and rabbits
out of his hat, he drew love from his small body,

and the rivers of his hands
overflowed with good deeds.

 

 

 

 

My Child Wafts Peace

 

My child wafts peace.
When I lean over him,
It is not just the smell of soap.

All the people were children wafting peace.
(And in the whole land, not even one
Millstone remained that still turned).

Oh, the land torn like clothes
That can't be mended.
Hard, lonely fathers even in the cave of the Makhpela*
Childless silence.

My child wafts peace.
His mother's womb promised him
What God cannot
Promise us.


* The traditional burial place in Hebron of Abraham
and the other Patriarchs and Matriarchs of Israel.


Vertaald door Benjamin en Barbara Harshav

 

 

 

 1149500-0de7ab273aa516c63a5abfa039b04c76.jpg

Jehuda Amichai (3 mei 1924 – 22 september 2000)

Foto: Rina Castelnuovo

 

 

 

De Nederlandse dichter Erik Lindner werd geboren op 3 mei 1968 in Den Haag. Zie ook alle tags voor Erik Lindner op dit blog.

 

 

Wandeling

 

Om het Onland, heide met jeneverbesstruik.

Ik kroop onder de struik en vond een kind, een baby nog,
met wit gezicht. De armpjes opgericht alsof ze iets of iemand
wegduwden, afweerden, weerhielden. De handen daarop horizontaal, voetstukken op pilaren. De blik van het kind zei dat het gevaar voorlopig niet was geweken.

Kon ik het oppakken? Kon ik het in mijn armen nemen en
voorovergebogen de geur van het hoofd, de lichte haarinplan-
ting waarnemen? Het kind bezag me met minachting. Ik
inspecteerde het lichaam op kneuzingen, wondjes, schrammen.
Het kind keek mee. Het kind keek waar ik keek.

Verder op de weg staken we een rivier over.

 

 

 

Bomen buigen weg van de kust

 

Bomen buigen weg van de kust
voor het huis schuift een steiger

de rechte gevel en rechte steiger
zijn bomen die naar je wuiven

het huis vanuit een rijdende tram
helt in de wind die van zee komt

je buigt je hoofd onder de steiger
kijkt naar buiten als je thuis bent.

 

 

 

 1149500-9898f84387b4c34eef4931d69a086107.jpg

Erik Lindner (Den Haag, 3 mei 1968)

 





De Belgische dichter en schrijver Johan de Boose werd geboren in Gent op 3 mei 1962. Zie ook alle tags voor Johan de Boose op dit blog.

 

Uit: De vrijheid van zwijgen

 

 

Na elke bocht verandert wat ik wist.
Ik dacht, ik ken het landschap maar
Hoe het zich verwijdert. (Er is iets met het licht.)

*

Ik weet, het zijn de groeven in mijn lichaam.
Het zijn verwensingen van lieverlee
Niet te vermijden. (Afzien van schoonheid.)

*

Reizend heb ik een geduldig lijnenlabyrint
Getekend. Het is de schets van een gezicht,
Mij welbekend. (Een spiegelschrift.)

*

Ik blijf vertrekken en verdwalen. Het is
Nooit af. Sta toe dat anderen gaan baden
In de volgelopen holten. (Waken in liefde.)

 

 

 

 1149500-0736ab44ea50ad2e2a1ba292987b174d.jpg

Johan de Boose (Gent, 3 mei 1962)

 

 

 

 

De Britse schrijver en komiek Ben Elton werd geboren in Londen op 3 mei 1959. Zie ook alle tags voor Ben Elton op dit blog.

 

Uit: Chart Throb

 

'I just want this so much,' she repeated. 'I really, really do. I want it so much. It's all I ever wanted. Since I was a little girl . . . It's my . . . It's my . . .'
At the very last linguistic hurdle, emotion defeated Shaiana and words failed her.
'Dream?' Keely coaxed. 'Is it your dream? Is that what you're trying to tell us? That it's your dream?'
'That's right, Keely,' Shaiana sniffed. 'That is so right. It's my dream.'
Keely's bronzed, cadaverously muscular arms enfolded Shaiana's shoulders. Momentarily entwined, they made quite a contrast: the golden girl and the girl with the dream. It all looked slightly uncomfortable as Shaiana's arm (the one which she had raised to wipe away the famous tear) became trapped in Keely's skeletal embrace. Briefly Shaiana's hand rested in the hollow of Keely's armpit and Keely's teeth rattled against Shaiana's big hoop earrings. Neither woman seemed to notice the awkwardness or if they did, they did not care. Emotions were running too high. It was all too much.
'You go, girl,' Keely whispered. 'Just you go, girl.'
'Yeah,' Shaiana sniffed, raising her eyes towards what would have been the stars had it not been daytime and had she not been indoors. 'God gave me this chance and I'm going to rock their asses!'

 

 

 1149500-cae12d80ca65da871424a4b034a19e45.jpg

Ben Elton (Londen, 3 mei 1959)




De Duitse schrijver
Jens Wonneberger werd in Großröhrsdorf geboren op 3 mei 1960. Zie ook alle tags voor Jens Wonneberger op dit blog.

 

Uit: P. Dienemann Nachf.

 

„P. Dienemann Nachf., Buchhandlung und Antiquariat, befindet sich in der Nähe vom Bahnhof Neustadt in einem alten Haus, dessen Eingang man nur über den Hof erreicht.
Vor der Haustür liegt ein Gitterrost aus Stahl. Bitte die Füße abtreten, steht auf einem Schild an der Haustür.
Vor der Zwischentür liegt ein Fußabtreter aus Bürsten. Bitte die Füße abstreichen, steht auf einem Schild an der Zwischentür.
Vor der Ladentür liegt eine Fußmatte aus Kokos. Auf dem Schild an der Ladentür steht, Bitte die Füße sorgfältig abstreichen.
P. Dienemann Nachf. ist privat. Privat heißt, daß am Montag geschlossen ist. Hier gehen die Uhren anders, sagt Fräulein Leukroth. Fräulein Leukroth ist die Tochter des Nachfolgers und in einem Alter, in dem das Wort Fräulein eine Offenbarung ist. Sie kommt jeden Morgen mit gesenktem Kopf und kleinen, schnellen Schritten in das Geschäft. Jeden Morgen trägt sie ein anderes Kleid. Die Kleider sehen alle gleich aus. Jeden Morgen trägt Fräulein Leukroth einen Stoffbeutel ins Geschäft, der aussieht wie ihr Kleid. Wenn sie kommt, hat sie einen steifen Arm, der beim Gehen fast den Boden berührt. Bevor sie das Geschäft betritt, hat sie sich zweimal normal und einmal sorgfältig die Schuhe abgetreten. Das Linoleum im Laden ist so oft gebohnert worden, daß es kein Muster mehr hat, nur auf den vier kleinen Kreisen um die Füße eines Tisches ist es noch zu erkennen.“

 

 

 1149500-8ba4c24655808427d49a528434c2b22e.jpg

Jens Wonneberger (Großröhrsdorf, 3 mei 1960)

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e mei ook mijn vorige blog van vandaag.
Geschreven door Romenu om 18:08 Reageer op dit bericht

Klaus Modick, Tatjana Tolstaja, Agnès Desarthe, Paul Bogaert, Juan Gelman

De Duitse schrijver Klaus Modick werd geboren in Oldenburg op 3 mei 1951. Zie ook alle tags voor Klaus Modick op dit blog.

 

Uit: Vatertagebuch

 

“Freitag, 2. Januar
Emily und Marlene sind auf dem Land aufgewachsen, haben ihregesamte Kindheit bis in die Pubertät zwischen Feld, Wald,Wiesen und See im Mollberger Haus verbracht.
Dennoch wissensie nicht recht, wie mit der umständlichen und antiquierten Technikdes Hauses umzugehen ist. Die Wasserversorgung an- undabzustellen, die Heizungen und Öfen zu bedienen, haben sienicht gelernt, weil das immer von den Erwachsenen erledigt wurde.Jetzt, da sie das Haus nutzen wollen, wächst ihnen mit derleipraktischen Mühen auch Selbständigkeit und Verantwortung zu.Erwachsensein ist eine lästige Angelegenheit.
Ich fahre nach Mollberg, um nachzusehen, ob Marlene nachder Party dort das Haus aufgeräumt und winterfest hinterlassenhat; etwas schlechtes Gewissen dabei, weil's so nach Kontrolettiaussieht, rechne zwar nicht mit Chaos, aber doch mit geöffnetenFenstern oder/und laufenden Heizungen. Es ist aber alles tadellosin Ordnung. Das Haus, das immer freundliche Geborgenheitausgestrahlt hat, deprimiert mich in seiner verlassenen Kälte undklammen Unbewohntheit. Seit unserem Umzug vor dreieinhalbJahren haben wir dort kaum einen Handschlag investiert. SchleichenderVerfall macht sich breit, den man spüren, sehen und riechenkann, und sobald die Haustür von außen verschlossen ist,tanzen wieder die Mäuse auf dem Tisch. Wir müssen das Hauswohl verkaufen; die Doppelbelastung können wir uns langfristignicht leisten, und die kommenden Jahre werden finanziell nichtleichter. Als Idylle ihrer Kindheit bleibt das Haus den Mädchenvermutlich sogar besser im Gedächtnis, wenn es ihnen real nichtmehr zugänglich ist.”

 

 

 1149499-533acc071ada039889b4fb1ba39e6b07.jpg

Klaus Modick (Oldenburg, 3 mei 1951)

 

 

 

 

De Russische schrijfster Tatjana Tolstaja werd geboren op 3 mei 1951 in Leningrad. Zie ook alle tags voor Tatjana Tolstaja op dit blog.

 

Uit: The Tragedy Of Tolstoy

 

“First Memories of Yasnaya Polyana

     We are playing lotto. Father enters, his hands behind his leather belt, and looks at us smiling. I feel a great desire to make him like me.

     I cannot read yet, but know by heart the inscriptions under all the pictures in my book and pretend to read aloud -- "The spruce is always green," and "The June bug is brown" -- at the same time looking sideways to see what impression it makes on him. He is laughing.

     Everything that surrounded father seemed especially important: his study with the vaulted ceiling into which big rings were screwed; [Footnote: It was said that in the days when Prince N. S. Volkonskiy owned the house this had been a storeroom and hams were hung on those rings in the ceiling.] the desk, the big, old- fashioned armchair -- so long that one could stretch out in it as if in a bed; and the peculiar smell, perhaps of leather and perhaps of old paper, which emanated from all his things. It could not possibly occur to me to take a pencil away from his desk or to draw a smiling or a melancholy pig on one of the scraps of paper that littered it.

     What a joyous event it was when father played with us! All of a sudden, after dinner, he would call, "Little ones, come along!" We excitedly run and skip after him to his study. In the corner, near grandfather's old-fashioned red washstand, stands a laundry basket. Father throws some rags out of it. "Get in! Who's first?" Vanichka goes in first, because he is the younger. The lid is closed and the basket is carried by father with the help of one of the family or a house guest. Usually this is the task of Aleksandr Nikiforovich Dunayev -- Nikiforych as we call him -- a friend of the family who is very fond of Vanichka and me. Vanichka in the laundry basket is being carried all over the house, I am running after. Finally the basket is deposited in some unusual place -- under the table or on the dresser or in some dark corner. "Vanichka, now guess where you are!" But Vanichka cannot guess, he is too little for that; he only likes to have a ride.“

 

 

 1149499-a926629362d3c4c2c260b20618577784.jpg

Tatjana Tolstaja (Leningrad, 3 mei 1951)

 

 

 

 

De Franse dichteres en schrijfster Agnès Desarthe werd geboren op 3 mei 1966 in Parijs. Zie ook alle tags voor Agnès Desarthe op dit blog.

 

Uit: La légende du Baron Hachem

 

„Quand il lui arrivait d'apercevoir son reflet dans un miroir, il songeait qu'une douche serait la bienvenue, mais son cerveau reprenait aussitôt le dessus. Cela peut encore attendre, se disait-il, inutile d e gaspiller du bon savon et de la bonne eau. Il se servait un bol de soupe, dans lequel il avait jeté un flan à la vanille, histoire de faire d'une pierre deux coups, et se rassurait en se répétant que le bien le plus précieux était la faculté de penser et qu'aucune de ses nouvelles manières ne venait l'entraver. Au contraire, il gagnait un temps fou; ce qui le confortait dans l'idée qu'il avait découvert un système de vie tout à fait mirobolant.
Le seul ennui, c'était la solitude, chaque jour grandissante. Les commerçants eux-mêmes refusaient de le servir et sa famille se détachait de lui. Les visites, se firent, puis inexistantes. Les habitants du village ne lui parlaient plus, il parlaient de lui et c'était même un de leurs sujets favoris. Celui qui, autrefois avait porté le surnom de grand sage, se faisait maintenant appeler le grand sale et les gens riaient, ils riaient et se vengeaient, de quoi? C'est un mystère qui en vaut un autre. Toujours est-il que la réputation du Baron Hachem était épouvantable.
Dans ce désert, une seule personne se tourna vers lui. C'était Malki, le voyou.
- Vous et moi, on est pareils, lui dit-il un jour.
- Comment ça, demanda le Baron Hachem, tout étonné qu'on lui adresse la parole.
- Personne ne nous aime, mais on s'en fiche. On se fiche de tout et surtout des autres.
- Jeune homme, dit le Baron Hachem, tu te méprises. J'aime mes semblables et je fais tout ce qui est en mon pouvoir pour améliorer leur quotidien en mettant à l'épreuve la sagesse de mon grand âge.“

 

 

 1149499-0f2cc968e5b0d8f3783c961d9adee79e.jpg

Agnès Desarthe (Parijs, 3 mei 1966)

 

 

 

 

De Vlaamse dichter en schrijver Paul Bogaert werd geboren in Brussel op 3 mei 1968. Zie ook alle tags voor Paul Bogaert op dit blog.

 

 

WELCOME HYGIENE

 

Wat je zei was onverdund.
En het bleek ook efficiënt:
ik zie niks meer. Mijn hoofd is proper
nu en wit. Het is gedaan.

Ik duwde eerst mijn ogen in
en hield mijn hoofd naar achteren.
Dan goot ik de gaten vol
met eau de javel en white spirit.

Dat alles weggaat is een waan.
Het is de lucht die ijlig is.
Geef me tijd om bij te komen.

Begraaf me waar ik water
vroeg en laat me zijn - buiten bereik -
van vis.

 

 

 

Dit is de eeuw van de knoppen

 

Dit is de eeuw van de knoppen.
Elke foto wordt sceptisch bekeken,
ook al toont ze de realiteit.
Flatteus verlicht en charmant gekadreerd
lijkt elk zwembad de moeite (privé).

 

Dit is de eeuw van de weldoeners
en de doorligwond. Echte schapenvacht
vermindert de schuifkrachten.
Synthetische schapenvacht wordt afgeraden.
Dit is de eeuw van de moeilijk te sluiten peignoir.

 

Dit is de eeuw ook van medleys helaas,
van spierwitte luxe en voodoo en stocks.
Elke dag sterven er mensenvrienden.
We zijn zeker van bijkans niks.
Maar we tonen ons lichaam zoals het is.

 

 

 

 1149499-ca86ef81a91ece6d8b06be163e62e33a.jpg

Paul Bogaert (Brussel, 3 mei 1968)

 

 

 

 

De Argentijnse dichter Juan Gelman werd geboren op 3 mei 1930 in Buenos Aires. Zie ook alle tags voor Juan Gelman op dit blog.

 

 

Gotan

The woman was like the word never,
a special charm rose up from her neck,
a kind of forgetfulness where her eyes were safe,
the woman settled in my left side.

Watch out watch out I'd scream watch out
but she possessed me like love, like the night,
and the last signals I made that autumn
settled down quietly under the surf of her hands.

Sharp sounds exploded inside me,
rage, sadness, fell down in shreds,
the woman came down like a sweet rain
on my bones standing in the solitude.

She left me shivering like someone condemned
and I killed myself with a quick knife-thrust,
I'll spend all my death laid out with her name,
it will be the last thing to move my lips.
                                                                                                                                         

 

 

He was born on the edge of a disastrous day

he was born on the brink of a disastrous day
face to face with another just like it but
in the split or opening between the two
he had a kind of warm feeling so

he saw happiness
as a sudden break
in the heart of those identical
doomed barren painful times

when his life was snuffed out
his eyes were soft with subdued anger
or were falling like autumn leaves
in hard transparent sheets

that toured the world
and toured the heart
yet no one breathed a word
to sergeant MacIntire about this

 

 

 

Vertaald door Hardie St. Martin

 

 

 1149499-8e7d5724b1f606eaa69cc724f9b747f3.jpg

Juan Gelman (Buenos Aires, 3 mei 1930)

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e mei ook mijn blog van 3 mei 2001 deel 3.

Geschreven door Romenu om 18:02 Reageer op dit bericht

Gottfried Benn, Esther Freud, Novalis, James Holmes, Georges-Arthur Goldschmidt, Angela Krauß

De Duitse dichter en schrijver Gottfried Benn werd geboren in Mansfeld op 2 mei 1886. Zie ook alle tags voor Gottfried Benn op dit blog.

 

 

Schöne Jugend

 

Der Mund eines Mädchens, das lange im Schilf gelegen hatte,
sah so angeknabbert aus.
Als man die Brust aufbrach, war die Speiseröhre so löcherig.
Schließlich in einer Laube unter dem Zwerchfell
fand man ein Nest von jungen Ratten.
Ein kleines Schwesterchen lag tot.
Die anderen lebten von Leber und Niere,
tranken das kalte Blut und hatten
hier eine schöne Jugend verlebt.
Und schön und schnell kam auch ihr Tod:
Man warf sie allesamt ins Wasser.
Ach, wie die kleinen Schnauzen quietschten!

 

 

 

Nachtcafé

 

Der Frauen Liebe und Leben.
Das Cello trinkt rasch mal. Die Flöte
rülpst tief drei Takte lang: das schöne Abendbrot.
Die Trommel liest den Kriminalroman zu Ende.

Grüne Zähne, Pickel im Gesicht
winkt einer Lidrandentzündung.

Fett im Haar
spricht zu offenem Mund mit Rachenmandel
Glaube Liebe Hoffnung um den Hals.

Junger Kropf ist Sattelnase gut.
Er bezahlt für sie drei Biere.

Bartflechte kauft Nelken,
Doppelkinn zu erweichen.

B-moll: die 35. Sonate
Zwei Augen brüllen auf:
Spritzt nicht das Blut von Chopin in den Saal,
damit das Pack drauf rumlatscht!
Schluß! He, Gigi! -

Die Tür fließt hin: Ein Weib.
Wüste ausgedörrt. Kanaanitisch braun.
Keusch. Höhlenreich. Ein Duft kommt mit.
Kaum Duft.
Es ist nur eine süße Verwölbung der Luft
gegen mein Gehirn.

Eine Fettleibigkeit trippelt hinterher.

 


 

 1148770-1dd933fbb0339ef17916355822fba2a0.jpg

Gottfried Benn (2 mei 1886 - 7 juli 1956)

 

 



De Engelse schrijfster
Esther Freud werd geboren in Londen op 2 mei 1963. Zie ook alle tags voor Esther Freud op dit blog.

 

Uit: Love Falls

 

'Where?'

'To Italy.'

Lara shook her head. She'd been to India with her mother on a bus, through Belgium, Germany, Greece and Turkey, through Iran (although they'd called it Persia to make the days pass faster) into Afghanistan and across the Khyber Pass. She'd been to Scotland too, had lived there for seven years, so maybe that didn't count, but she'd never been to Italy.

He was still looking at her. 'I thought maybe you'd like to come.'

'With you?'

He nodded.

'Really? I mean yes. I would.'

They smiled at each other—a seal on their pact, and then spirals of alarm, of dread, of delirious excitement shot through her body with such force that her appetite disappeared and finishing her breakfast seemed suddenly as arduous a task as being asked to plough a field.

Lara's father, Lambert Gold, lived in a dark and thickly padded flat halfway up a wide, carpeted stairway. There was a small kitchen, a small sitting room, a large study, and a bedroom into which she'd only ever glanced, but which had a pale-green plant of such beauty growing up against one wall that it always surprised her, it seemed so out of keeping with the dark interior of the rest of the flat. Through the half-open door the heart-shaped leaves and twining stems seemed to be actually breathing, stretching towards the light, shivering very slightly in a breeze, the leaves always in spring colour, whatever time of year. This plant was the one thing that reminded her that Lambert had ever known her mother. She also had a plant, a lemon-scented geranium on a low table beside her bed, but unlike Lambert's—for which she didn't have a name—the geranium was forever changing, ageing, growing new shoots, darkening and lightening with the time of year. The stalk was gnarled and brown, the dead leaves dropped in a little curling pile on to the plate below, but when you rubbed against it a scent so rich and airy filled the room that it made you stop whatever you were doing, and breathe in.“

 

 

 1148770-9f4063546d169b510d314642b6393e85.jpg

Esther Freud (Londen, 2 mei 1963)

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Novalis werd geboren in Oberwiederstedt op 2 mei 1772. Zie ook alle tags voor Novalis op dit blog.

 

 

Geistliche Lieder V

 

Wenn ich ihn nur habe,

Wenn er mein nur ist,

Wenn mein Herz bis hin zum Grabe

Seine Treue nie vergißt:

Weiß ich nichts von Leide,

Fühle nichts, als Andacht, Lieb' und Freude.

 

Wenn ich ihn nur habe,

Lass' ich alles gern,

Folg' an meinem Wanderstabe

Treugesinnt nur meinem Herrn;

Lasse still die Andern

Breite, lichte, volle Straßen wandern.

 

Wenn ich ihn nur habe,

Schlaf' ich fröhlich ein,

Ewig wird zu süßer Labe

Seines Herzens Fluth mir seyn,

Die mit sanftem Zwingen

Alles wird erweichen und durchdringen.

 

Wenn ich ihn nur habe,

Hab' ich auch die Welt;

Selig, wie ein Himmelsknabe,

Der der Jungfrau Schleyer hält.

Hingesenkt im Schauen

Kann mir vor dem Irdischen nicht grauen.

 

Wo ich ihn nur habe,

Ist mein Vaterland;

Und es fällt mir jede Gabe

Wie ein Erbtheil in die Hand;

Längst vermißte Brüder

Find' ich nun in seinen Jüngern wieder.

 

 

 

Badelied

 

Auf Freunde herunter das heiße Gewand

Und tauchet in kühlende Flut

Die Glieder, die matt von der Sonne gebrannt,

Und holet von neuem euch Mut.

 

Die Hitze erschlaffet, macht träge uns nur,

Nicht munter und tätig und frisch,

Doch Leben gibt uns und der ganzen Natur

Die Quelle im kühlen Gebüsch.

 

Vielleicht daß sich hier auch ein Mädchen gekühlt

Mit rosichten Wangen und Mund,

Am niedlichen Leibe dies Wellchen gespielt,

Am Busen so weiß und so rund.

 

Und welches Entzücken! dies Wellchen bespült

Auch meine entkleidete Brust.

O! wahrlich, wer diesen Gedanken nur fühlt,

Hat süße entzückende Lust.

 

 

 1148770-f759e80f59f0e99446d603388b8625bd.jpg

Novalis (2 mei 1772 -  25 maart 1801)

Borstbeeld in Weißenfels

 

 

 

 

De Amerikaanse dichter en vertaler James Stratton Holmes werd geboren in Collins, Iowa, op 2 mei 1924. Zie ook alle tags voor James Holmes op dit blog.

 

 

THE SAILOR’S SUICIDE

 

The sailor
hears the voice of the Lorelei
he looks at his watch
and jumps in the water

 

 

 

MARC GREETS THINGS IN THE MORNING

 

Hi boy with the bike on the vase on the bloom
                                                          ploom ploom
hi chair by the table
hi bread on the table
hi fisher-of-fish with the pipe
                       and
hi fisher-of -fish with cap
              cap and pipe
    of the fisher-of-fish


H i i i —i fish
hi little fish
hi tiny fishy-fine of mine

 

 

 

 

Paul van Ostaijen, vertaald door James Holmes

 

 

 

 1148770-99e5b5ab7464ab000303cb1f1055c78c.jpg

James Holmes (2 mei 1924 - 6 november 1986)

 

 

 

 

De Frans-Duitse schrijver, essayist en vertaler Georges-Arthur Goldschmidt werd geboren op 2 mei 1928 in Reinbek bij Hamburg. Zie ook alle tags voor Georges-Arthur Goldschmidt op dit blog.

 

Uit: Die Faust im Mund

 

„In dem strengen Internat in den Alpen Hochsavoyens, wo ich zu der Zeit lebte, gab es außer Lateinlehrbüchern und einem vom Verlag J. de Gigord eigens für katholische Lehranstalten herausgegebenen Handbuch mit Ausgewählten Stücken nur wenige Bücher. In der Jugend überfliegt man mehr, als man liest.

Es gab ein Exemplar von Pascals Gedanken, die in ihrer Knappheit Schauer hervorrufen können, dank derer man über das Lesen das ursprüngliche Staunen wiederfindet. Der Blick stockte bei der „unendlichen Bewegung: der Punkt, der alles erfüllt, der Augenblick der Ruhe. Unendlich ohne meßbare Größe, unteilbar und unendlich“. Das war kein Begreifen, sondern ein Ergriffenwerden. „Das ewige Schweigen dieser unendlichen Räume erschreckt mich.“ Es war das gleiche, was mir eben passiert war, allein, im Schlafsaal ganz oben im Haus, ein plötzliches Gepacktsein, das einem den Atem verschlägt.

Der Körper war also so nah an den Worten, daß „Gedanken“ erbeben lassen und den Atem nehmen konnten. Unter den Ausgewählten Stücken waren auch die Maximen von La Rochefoucauld, dessen heller Zynismus, wohltuende Bosheiten und Bedeutungsumkehrungen den Stoff des Denkens prägten. Es zog einem den Magen zusammen bei diesen schnellen, zugespitzten Maximen, durch sie erwies sich die französische Sprache als lebhaft, flink und präzise. Im Körper hinterließ dieses schlanke Französisch, das stracks auf sein Ziel losging, einen sonderbar schneidenden, fast heiteren Eindruck.“

 

 

 1148770-d19f3f84f1499a73e16014e2b5ca87b0.jpg

Georges-Arthur Goldschmidt (Reinbek, 2 mei 1928)



 

De Duitse dichteres en schrijfster Angela Krauß werd geboren op 2 mei 1950 in Chemnitz. Zie ook alle tags voor Angela Krauß op dit blog.

 

Uit: Ich muß mein Herz üben

 

Sei ganz ruhig.
Das Leben besteht nicht aus Sensationen,
es läuft nicht davon,
es bietet keine verpaßten Gelegenheiten,
es wird nicht einmal weniger mit dem Jahren.
Dreh dich nur beiläufig um :
Es wird mehr.

 

 

Uit: Im schönsten Fall

 

Liebe ist beweglich,

eine unüberschaubare Teilchenmasse,

eine selbstgewisse inwendige Form,

ich kann sie ziehen lassen.

Mitunter fühle ich sie irgendwo anstoßen,

in der Halsgegend, mal unter den Achseln

stupst sie mich, ein großer sanfter Fisch, der gleichmütig beidreht,

als wüsste er einen Ozean um sich.

 

 

 

1148770-f62215e1fcc41befbd28822094fa74d1.jpg
Angela Krauß (Chemnitz, 2 mei 1950)

 

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 2e mei ook mijn blog van 2 mei 2011 deel 2 en eveneens deel 3.
Geschreven door Romenu om 18:56 Reageer op dit bericht

Tilman Rammstedt

De Duitse schrijver Tilman Rammstedt werd geboren op 2 mei 1975 in Bielefeld. Na de middelbare school en vervangende dienstplicht in Bielefeld studeerde Tilman Rammstedt een aantal dingen, vooral filosofie en literatuur, eerst in Edinburgh, toen in Tübingen en Berlijn. Maar nog tijdens zijn masterscriptie over beelden van de oorlog brak hij zijn studie echter af en schreef hij zijn eerste boek, „Erledigungen vor der Feier“ (2003). In voorgaande jaren werkte hij veel met de illustrator Silke Schmidt samen en trad hij op met de kunstenaarsgroep "violett" en "monamur", o.a. in Berlijn, Zürich en Moskou. 2001-2006 was hij lid van de Lesebühne "Visch &Fersel." Ramstedt is ook songwriter en muzikant in de groep "Fön", waarmee hij in 2004, onder het pseudoniem McCoy,  de avonturenroman „Mein Leben als Fön“ publiceerde. In 2005 werd zijn roman „Wir bleiben in der Nähe“ gepubliceerd, in 2008 volgde "Der Kaiser von China". Voor twee stukken van muziektheater ensemble "leitundlause", geregisseerd door Matthias Rebstock schreef hij de teksten: "Referentinnen. Geschichten aus der zweiten Reihe." (2008) en "Brachland. Geschichten vom Nichts." (2010)

 

Uit: Der Kaiser von China

 

“Franziska sagte, dass ich sofort kommen solle, sie sagte etwas von Identifizieren, sie sagte etwas von Einäschern, sie sagte etwas von Stammbuch, mich ließ sie dabei kaum zu Wort kommen. "Wie geht es dir?", fragte ich in eine ihrer seltenen Atempausen hinein. "Wie soll es mir schon gehen", sagte sie, "beschissen natürlich", dabei schluckte sie, "Beeil dich", sagte sie dann noch, bevor sie auflegte, was sie immer sagt und immer auch meint, auch wenn es ihr dann doch nie schnell genug geht, weil es ganz unmöglich ist, sich so zu beeilen, wie Franziska sich das vorstellt, weil niemand so schnell ist wie Franziska, immer wartet sie auf einen, immer dreht sie sich nach einem um, immer beendet sie die Sätze für einen, weil sie nicht nur schneller spricht, sondern auch schneller hört als andere, sie hört Dinge, die noch gar nicht gesagt worden sind, manchmal noch nicht einmal gedacht. Franziska ist immer schon schnell gewesen, sechs aufeinanderfolgende Jahre, so fand ich heraus, war sie Jugendmeisterin im Sprint, das ist alles dokumentiert, von Anfang an ging es ihr nicht rasch genug, zwei volle Monate ist sie zu früh auf die Welt gekommen, lernte dennoch, so zumindest behauptet es ihre Mutter, noch in ihrem ersten Jahr Laufen und Sprechen, Franziska wurde vorzeitig eingeschult, um dann noch zwei Klassen, die sechste und die elfte, zu überspringen; ich habe vergessen, in wie viel Semestern sie ihr Jurastudium absolvierte, es war eine lächerlich kleine Zahl, bei ihrer Mutter hängt ein gerahmter Zeitungsausschnitt ("Im Dauerlauf durchs Examen", daneben ein Foto, Franziska, die den Fuß auf einen Stapel Gesetzbücher stellt wie auf ein erlegtes Stück Großwild). Ab diesem Zeitpunkt ist wenig gesichert, und sie selbst weicht Fragen aus, anscheinend ging sie in die USA, um zu promovieren, anscheinend arbeitete sie eine Zeit lang für Kanzleien, die, wie sie es ausdrückt, "davon leben, dass jemand einen Finger in seinen Cornflakes findet", anscheinend bekam sie dann selbst eines Tages Ärger mit der Justiz, "ein Missverständnis", behauptet sie und lächelt so, dass man ihr nicht glaubt. Franziska spricht nicht gern über ihre Vergangenheit, "Die ist immer schon so lange her", sagt sie, kneift die Augen ein paarmal zusammen und wechselt das Thema. Bevor Franziska meine Frau wurde, ist sie meine letzte Großmutter gewesen. "Ihr werdet euch jetzt öfter sehen", hat mein Großvater gesagt, damals, beim ersten gemeinsamen Abendessen mit ihr, bei dem alles stimmen sollte, und tatsächlich, überraschenderweise, alles stimmte. Franziska ging den Tisch entlang, gab reihum jedem von uns die Hand, und wir stellten uns vor. "Keith", sagte ich, "Echt?", fragte Franziska, und als ich nickte, strich sie mir Anteil nehmend über den Arm. "Ich werde dich nie so nennen."

 

 

 1257527-11091bc6b694a988a513e3335d3eab8a.jpg

Tilman Rammstedt (Bielefeld, 2. Mai 1975)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Dolce far niente 8 (Bij de Dag van de Arbeid)


Romenu heeft er nog wat vrije dagen aangeplakt. Binnenkort weer de gebruikelijke berichten.


1147810-b955116c63593ff23ef930edbf6fc356.jpg
De sterke uren door Richard Roland Holst, 1911

Gebouw van de Algemene Diamantbewerkersbond (‘De Burcht’), Amsterdam

 

 

 

Van uit een nieuwe wereld treedt een man

 

Van uit een nieuwe wereld treedt
een man mij aan met enge kleed,
schittrend zooals ik nimmer zag,
met ‘t hoofd zoo stralend als de dag.

Hij heeft geen enkel sieraad aan
van slaafschheid en geen enklen waan,
maar hij is zuiver als een man
naakt opgegroeid maar wezen kan.

Hij heeft den arm in zuivre vuist,
hij heeft het been tot zuivren voet,
en om het trotsch gelaat, gekuischt,
hangt stil en hoog een sterke gloed.


 

Van uit een nieuwe wereld treedt een vrouw

 

Van uit een nieuwe wereld treedt
een vrouw mij toe met hangend kleed,
zoo helder als ik nimmer zag,
het oog zoo stralend als de dag.

Zij heeft geen enkel sieraad aan
van schuwheid, en geen enklen waan,
maar zij is zuiver als een glas,
alsof ze zoo geboren was.

Haar arm is in een zuivren hoek,
in schoone stralen valt haar doek,
en om haar schoon gelaat gezond
speelt 't helderst licht van keel en mond.

 

 

 

 1147810-92114cdbc13b0d6ba690e50048826faf.jpg

Herman Gorter(26 november 1864 - 15 september 1927)
Geschreven door Romenu om 15:00 Reageer op dit bericht

Dlce far niente 7

Romenu heeft er nog wat vrije dagen aangeplakt. Binnenkort weer de gebruikelijke berichten.

 

 

 

 1147256-3fe009b6c46bf7495deb92a8fcadb6d9.jpg

Noordeinde door Floris Arntzenius (1864 - 1925)

 

 

 

Koninginnedag

 

Ze kwamen aan uit Veghel, Vaals en Vorden
Ter ere van hun jarige vorstin

Met bloemen en prullaria van tin

Met kussens, koeken, kannetjes en borden


Toch ging er al meteen aan het begin

Een bange vraag door de oranje horde:

Waar is de prins? Hij is toch wel in orde?

Hoe zit dat? Had Prins Claus vandaag geen zin?


Prins Claus wou inderdaad maar al te graag

Een keer aan de joecheisasa ontbreken

De prins was op de vrijmarkt in Den Haag


Hij zat daar met een lach en een sigaar

Met vóór hem op een vieze, wollen deken

De goedbedoelde troep van vorig jaar.

 

 

 

1147256-d969fc2aada456e26b8fdb1a296b92d5.jpg
Ivo de Wijs
(Tilburg, 13 juli 1945)
Geschreven door Romenu om 20:24 Reageer op dit bericht

Dolce far niente 6


Romenu heeft er nog wat vrije dagen aangeplakt. Binnenkort weer de gebruikelijke berichten.

 

 

1146586-18785dff233c40419e38221fc25a4112.jpg 

Jan van Vuuren, Straatje in Elburg

 

 

 

Zondag

 

De stilte, nu de klokken doven,
Wordt hoorbaar over zondags land
En dorpse woningen, waarboven
Een schelpenkleurge hemel spant

 

De jeugd keert weer voor d’ in gedachten
Verzonkene, die zich hervindt
Een warm, van onbestemd verwachten,
In zondagsstilte eenzelvig kind.

 

En tussen toen en nu: ‘t verwarde
Bestaan, dat steeds zijn heil verdreef;
De scherpe dagen, waar de flarde
Van ‘t wonde hart aan hangen bleef.

 

Niet te verzoenen is het leven.
Ten einde is dit wellicht nog ‘t meest:
Te kunnen zeggen: het is even
Tussen twee stilten luid geweest.

 

 

1146586-d8b4761c0b50914406a1c7e95e4bda89.jpg 

J.C. Bloem (10 mei 1887 – 10 augustus 1966)
Geschreven door Romenu om 20:14 Reageer op dit bericht

Dolce far niente 5

Romenu heeft even vrij vandaag. Morgen weer de gebruikelijke berichten en ook de schrijvers van de 28e april.

 

 

 

 1145477-e65cfdd5509959b78853218385ffd0ac.jpg

Three Boys on the Shore door Winslow Homer, 1873

 

 

 

Middagzee

 

Vlakke middagzee plooit even
Aan heur rand in vlotte reven
Van het doode tij:
Ruischingen als ademhalen
Die in langer stilten dalen,
Murmelen voorbij.

 

Lichtdoorvloeide neevlen kleuren
Al de kommen die zij beuren
Bij het hemelsche gezicht,
Dat de schepen die er gleeën
Langs de verre stille zeeën,
Zweven in 't verwolkte licht.

 

Over wazen wallen henen
Stort de zon in overlenen
Stroomen klaren gloed;
Van de stralen die zij wasschen
In de grondelooze plassen,
Stijgt een gouden gloed.

 

Jonge ranke knapen waden
Door de spiegelende baden,
Zingend hand in hand,
Naar waar neevlen openschijnen
En de zuivre kusten lijnen
Van een zalig land.

 

 

 

 1145477-dd931a7096e319e9d37a10ccb8a572c1.jpg

P.C. Boutens (20 februari 1870 – 14 maart 1943)

Geschreven door Romenu om 13:11 Reageer op dit bericht

Astrid Roemer, Hovhannes Shiraz, August Becker, Jules Lemaître, Edwin Morgan

De Surinaamse dichteres en schrijfster Astrid Roemer  werd in Paramaribo geboren op 27 april 1947. Zie ook alle tags voor Astrid Roemer op dit blog..

 

 

Hoeveel huid heb je
maagdelijk gehouden om te strelen
om ook mij te warmen
hoeveel zicht heb je nog
op de donkere kamer van je
 archief waarin sporen van ons en
reikt je gehoor ver genoeg om te ervaren
dat alles eindeloos beweegt van mij af
sinds ik naar jou

toe nou: ruik het bloed dat spat uit mijn
zevenmijlslaarzen
de verbloemde adem van nog een gloed-
nieuwe dag te lang
monddood

ach ik weet het, mijn lief: je hebt
de smaak te pakken gekregen van een bestaan
dat je tegen-
staat weiger
niet als slotstuk nog mij te
beproeven.

 

 

 

frustratie

 

spiraal van leven

maakt me

lang

doorzichtig

dun

ik glijd poreuze

vlakten

in

bloedrode misdaad

gelige liefde

zwarte wanhoop

zilveren

korruptie

poreus leven

ik

zonder bloed

zonder ziel

geen doel

gemaakt door

spiraal van leven

begrijp alles

kan leven

 

 

 

 1144956-bf2abb0d288ff638f629ee983e8856d1.jpg

Astrid Roemer (Paramaribo, 27 april 1947)

 

 

 

 

De Armeense dichter Hovhannes Shiraz werd geboren op 27 april 1915 in Alexandropol in het toenmalige Russische rijk (tegenwoordig Gyumri). Zie ook alle tags voor Hovhannes Shiraz op dit blog..

 

Snow falls

 

Snow falls,

flutters down

like angel-wing feathers

upon my mother's grave.

 

Snow falls,

piles high

like a tombstone

on the distant grave.

 

Snow falls,

and God gently lays

snow flake upon snow flake

so that my mother,

pained long ago by Life,

will not hurt again.

 

Snow falls,

and turns to marble.

God Himself

carves my mother's tombstone.

 

 

 

Vertaald door Knarik O. Meneshian

 

 

 

 1144956-3dd6045760a1c5afbe720b90ce38e11f.jpg

Hovhannes Shiraz (27 april 1915 – 14 maart 1984)

 

 

 


De Duitse schrijver August Becker werd geboren op 27 april 1828 in Klingenmünster. Zie ook alle tags voor August Becker op dit blog..

Uit: Es geht um

 

Und der Kontrolleur begann, beschwichtigt, sich das Kinn zu streicheln und den Zimmerboden zu betrachten, während der Doktor fortfuhr: »Ein angesehener junger Mann, ein hübscher junger Mann...«

»Bitte recht sehr, Herr Doktor! Bitte!«

»Ein junger Mann mit den schönsten Aussichten, aber ein Beamter – und gar von drüben herüber! Sie können voll Gold hängen, und kämen doch nicht an. Wissen Sie, wie man euch Altbayern – Sie sind aus dem Bayreuthschen, ich weiß, weiß, gleichviel – man hat euch alle auf dem Strich!«

»Aber warum denn?«

»Warum! Fragen Sie lang, warum! Man sieht alle Stellen mit euch besetzt, man verabscheut die Maut, man stellt sich in Opposition, man jubelt der Linken im Landtag zu, kurz, man regt sich auf. In Zweibrücken und sonst gärt's unter Bürgern und Beamten.

»Ah«, sagte der Kontrolleur, »was soll denn gären?«

»Es gärt«, versicherte Doktor Flax. »Meinen Sie, der Siebenpfeiffer gibt Ruh? Da kennen Sie ihn schlecht. Geben Sie acht, ob's nicht bald losgeht wie voriges Jahr in Paris, Brüssel, Braunschweig, Warschau. Man hat die rote Kappe schon in der Tasche. Und wenn die Freiheitsbäume in die Höhe wachsen, na! Ich möcht' Ihren Kopf nicht auf meinen Schultern sitzen haben. Fühlen Sie ihn nicht wackeln? He? Wir wohnen hier in einer heißen Ecke, müssen Sie wissen, auf der Hackmesserseite. Nehmen Sie sich in acht, Herr Kontrolleur. Und wenn die Burschen von Oberhofen hören, was Sie herführt, na! Die Hiebe! In Ihrer Haut möcht' ich nicht stecken!«

 

 

 1144956-80ea0d0e8abc67cd9fa36788546c7442.jpg

August Becker (27 april 1828 – 23 maart 1891)

 

 

 

 

De Franse schrijver en dichter Jules Lemaître werd geboren op 27 april 1853 in Vennecy, Loiret. Zie ook alle tags voor Jules Lemaître op dit blog..

 

La Lyre d'Orphée

 

... A sa voix se leva le prince des Aèdes,
Et son Luth animé, plein de souffles ardents,
Si douloureusement vibra sous ses doigts raides,

Que les tigres rayés et les lions grondants
Le suivaient, attendris, et lui faisaient cortège,
Doux, avec des lambeaux de chair entre les dents.

Choeur monstrueux conduit par un divin Chorège !
Les grands pins, pour mieux voir l'étrange défilé,
En cadence inclinaient leurs fronts chargés de neige.

Les gouttes de son sang sur le Luth étoilé
Brillaient. Charmant sa peine au son des notes lentes,
L'Aède, fils du ciel, se sentit consolé :

Car tout son coeur chantait dans les cordes sanglantes.

 

 

 

 1144956-d90d308820a154c678c564287ce0514d.JPG

Jules Lemaître (27 april 1853 – 5 augustus 1914)

 

 

 

De Schotse dichter en vertaler Edwin Morgan werd geboren in Glasgow op 27 april 1920. Zie ook alle tags voor Edwin Morgan op dit blog..

  Seven Decades

 

At ten I read Mayakovsky had died,
learned my first word of Russian, lyublyu;
watched my English teacher poke his earwax
with a well-chewed HB and get the class
to join his easy mocking of my essay
where I'd used verdant herbage for green grass.
So he was right? So I hated him!
And he was not really right, the ass.
A writer knows what he needs,
as came to pass.

At twenty I got marching orders, kitbag,
farewell to love, not arms, (though our sole arms
were stretchers), a freezing Glentress winter
where I was coaxing sticks at six to get
a stove hot for the cooks, found myself picked
quartermaster's clerk – 'this one seems a bit
less gormless than the bloody others' – did
gas drill in the stinging tent, met
Tam McSherry who farted at will
a musical set.

At thirty I thought life had passed me by,
translated Beowulf for want of love.
And one night stands in city centre lanes –
they were dark in those days – were wild but bleak.
Sydney Graham in London said, 'you know
I always thought so', kissed me on the cheek.
And I translated Rilke's Loneliness
is like a rain, and week after week after week
strained to unbind myself,
sweated to speak.

At forty I woke up, saw it was day,
found there was love, heard a new beat, heard Beats,
sent airmail solidarity to Saõ
Paulo's poetic-concrete revolution,
knew Glasgow – what? – knew Glasgow new – somehow –
new with me, with John, with cranes, diffusion
of another concrete revolution, not bad,
not good, but new. And new was no illusion:
a spring of words, a sloughing,
an ablution.

At fifty I began to have bad dreams
of Palestine, and saw bad things to come,
began to write my long unwritten war.
I was a hundred-handed Sindbad then,
rolled and unrolled carpets of blood and love,
raised tents of pain, made the dust into men
and laid the dust with men. I supervised
a thesis on Doughty, that great Englishman
who brought all Arabia back
in his hard pen.

At sixty I was standing by a grave.
The winds of Lanarkshire were loud and high.
I knew what I had lost, what I had had.
The East had schooled me about fate, but still
it was the hardest time, oh more, it was
the worst of times in self-reproach, the will
that failed to act, the mass of good not done.
Forgiveness must be like the springs that fill
deserted furrows till they wait
until – until –

At seventy I thought I had come through,
like parting a bead curtain in Port Said,
to something that was shadowy before,
figures and voices of late times that might
be surprising yet. The beads clash faintly
behind me as I go forward. No candle-light
please, keep that for Europe. Switch the whole thing
right on. When I go in I want it bright,
I want to catch whatever is there
in full sight.

 


 


 1144956-bc21617fe8b7439ada75d18ef582e369.jpg

   Edwin Morgan (27 april 1920 - 19 augustus 2010)

 

 


Zie voor nog meer schrijvers van de 27e april ook mijn blog van 27 april 2011 deel 1 en eveneens
deel 2.
Geschreven door Romenu om 18:40 Reageer op dit bericht

Bernard Malamud, Vincente Alexandre, Leo Stilma

De Amerikaanse schrijver Bernard Malamud werd op 26 april 1914 in Brooklyn, New York, geboren. Zie ook mijn blog van 26 april 2007 en ook mijn blog van 26 april 2008 en ook mijn blog van 26 april 2009 en ook mijn blog van 26 april 2010 en ook mijn blog van 26 april 2011. 


Uit: The assistant

 

“He found a penciled spot on the worn counter, near the cash register, and wrote a sum under “Drunk Woman.” The total now came to $2.03, which he never hoped to see. But Ida would nag if she noticed a new figure, so he reduced the amount to $1.61. His peace - the little he lived with - was worth forty-two cents.
Immediately I felt I was in safe hands; safer than Morris’s store anyway. He moved to the US for a new life, but “he had hoped for much in America and got little. And because of him Helen and Ida had less. He had defrauded them, he and the bloodsucking store.” Helen is his daughter, and the centre point of the triangle which The Assistant describes (and very much the centre point of the older cover above). Morris spends most of his time out the back of the store, waiting for custom that rarely comes - “Waiting he thought he did poorly. When times were bad time was bad” - and when Helen comes home to the store:
“Me,” she called, as she had done from childhood. It meant that whoever was sitting in the back should sit and not suddenly think he was going to get rich.
The third point is Frank Alpine, a drifter who volunteers to work in Morris’s store to make up for various misdemeanours which it would be inappropriate to reveal.
If he could root out what he had done, smash and destroy it; but it was done, beyond him to undo. It was where he could never lay his hands on it any more - in his stinking mind.
And “he was troubled by the thought of how easy it was for a man to wreck his whole life with a single wrong act.” Well, he has at least one more wrong act in him, but in the meantime Frank manages to turn around Morris’s grocery store, bringing its best turnover since the opening of the rival delicatessen around the corner. Morris suspects Frank’s success is due to goyish customers being more willing to deal with their own kind than with a Jew, though as is often the case in The Assistant, he is misinformed - or underinformed anyway.”

 

 

1144270-66055a69ffac8688a3b8facb6756a30c.jpg 

Bernard Malamud (26 april 1914 – 18 maart 1986)

 

 

 

 

De Spaanse dichter Vincente Aleixandre (eig. Vicente Pío Marcelino Cirilo Aleixandre y Merlo) werd geboren op 26 april 1898 in Sevilla. Zie ook mijn blog van 26 april 2008 en ook mijn blog van 26 april 2009 en ook mijn blog van 26 april 2010 en ook mijn blog van 26 april 2011. 

 


The Old Man And The Sun

 

      He had lived a long time,

the old man.  In the evenings at sunset he used to rest there on the large,

      solid trunk of a fallen tree.

At the end of the day I’d pass that place and stop and look at him.

He was an old man with his face full of lines and his eyes dim, but not

      sad.

He rested on his log, and at first the sun drew close to him and gently

      nibbled at his feet—

then it seemed to curl up and rest for awhile.

Soon it rose slowly and went flowing over him, flooding him,

pulling him gently toward it, making him whole in its sweet light.

As the old man lived, as he waited, how the sun thinned him out!

How slowly it burned away the last wrinkles, his sad lined skin, the

      record of his misery,

how long it took, stripping and polishing everything!

In the silence the old man went slowly toward nothing, slowly

      surrendering himself,

the way a stone in a tumbling river gets sweetly abraded

and submits to the sound of punding love.

And I saw the powerful sun slowly bite at him with great love, putting

      him to sleep

so as to take him bit by bit, so as to dissolve him with light bit by tiny bit,

the way a mother might bring her child very softly back to her breast.

 

      I used to go there and see him.  But sometimes I could see nothing

      but a face made of air, just the lightest lacework of a person.

All that was left after the loving man, the kind old man had passed over

      into light

and was slowly, slowly pulled off in the last rays of the sun,

like so many other things we cannot see in this world.

 

 

 

1144270-796c9507a481b847cc7a6c594c3f8371.jpg
Vicente Aleixandre (26 april 1898 – 14 december 1984)

 

 

 

 

  

De Nederlandse dichter Leo Stilma werd geboren op 26 april 1953 in Hilversum. Zie ook mijn blog van 17 mei 2009 en ook mijn blog van 26 april 2010 en ook mijn blog van 26 april 2011. 

 


INZICHT 

 
 We reden een uur lang door

het doolhof van de Botlek, langs

kokende ketels, hoge hijskranen

en donkere sissende pijpen. 
 

En ergens, tussen al dat grauwe

grijs zagen we een kleine ronde buis

flonkeren die op ons netvlies bleef

branden en niet verdween. 
 

Opeens schoot het door me heen:

de Botlek is ons zenuwstelsel

en die rode buis de hersenstam

waardoor alles leeft en beweegt 
 

en ik werd bang want even een

piepklein scheurtje en ik ruik

de geur van jodium en het zweet

van de somber kijkende zuster. 
 

Zwijgend reden we naar huis

gevangen in een geheimzinnig web

wetend dat de spin lacht, gaapt

de tijd verteert en ons ook. 
 

  

1144270-ea97fe5d54c5f969b5ac02459e66e292.jpg

Leo Stilma (Hilversum, 26 april 1953)




 

Zie voor nog meer schrijvers van de 26e april ook mijn blog van 26 april 2011 deel 1 en eveneens deel 2
Geschreven door Romenu om 21:45 Reageer op dit bericht

Walter de la Mare, James Fenton, Ted Kooser, Ross Franklin Lockridge Jr., Richard Anders

De Engelse dichter Walter John de la Mare werd geboren op 25 april 1873 in Charlton, Kent. Zie ook alle tags voor Walter John de la Mare op dit blog.

 

 

John Mouldy

 

I spied John Mouldy in his celler,
Deep down twenty steps of stone;
In the dusk he sat a-smiling
Smiling there all alone.

He read no book, he snuffed no candle;
The rats ran in, the rats ran out,
And far and near, the drip of water
Went whisp'ring about.

The dusk was still, with dew a-falling,
I saw the Dog-star bleak and grim,
I saw a slim brown rat of Norway
Creep over him.

I spied John Mouldy in his celler,
Deep down twenty steps of stone;
In the dusk he sat a-smiling
Smiling there all alone.

 

 

 

Brueghel's Winter

 

Jagg'd mountain peaks and skies ice-green
Wall in the wild, cold scene below.
Churches, farms, bare copse, the sea
In freezing quiet of winter show;
Where ink-black shapes on fields in flood
Curling, skating, and sliding go.
To left, a gabled tavern; a blaze;
Peasants; a watching child; and lo,
Muffled, mute--beneath naked trees
In sharp perspective set a-row--
Trudge huntsmen, sinister spears aslant,
Dogs snuffling behind them in the snow;
And arrowlike, lean, athwart the air
Swoops into space a crow.

But flame, nor ice, nor piercing rock,
Nor silence, as of a frozen sea,
Nor that slant inward infinite line
Of signboard, bird, and hill, and tree,
Give more than subtle hint of him
Who squandered here life's mystery.

 

 

1143487-83c0123e8ce05a869ffe8bd0cca3f04f.jpg 

Walter John de la Mare (25 april 1873 – 22 juni 1956)

 

 



De Engelse dichter, schrijver, criticus en letterkundige James Fenton werd geboren op 25 april 1949 in  Lincoln.
Zie ook alle tags voor James Fenton op dit blog.

 

 

A German Requiem (Fragment)

 

It is not what they built. It is what they knocked down.
It is not the houses. It is the spaces in between the houses.
It is not the streets that exist. It is the streets that no longer exist.
It is not your memories which haunt you.
It is not what you have written down.
It is what you have forgotten, what you must forget.
What you must go on forgetting all your life.
And with any luck oblivion should discover a ritual.
You will find out that you are not alone in the enterprise.
Yesterday the very furniture seemed to reproach you.
Today you take your place in the Widow's Shuttle.

*

The bus is waiting at the southern gate
To take you to the city of your ancestors
Which stands on the hill opposite, with gleaming pediments,
As vivid as this charming square, your home.
Are you shy? You should be. It is almost like a wedding,
The way you clasp your flowers and give a little tug at your veil. Oh,
The hideous bridesmaids, it is natural that you should resent them
Just a little, on this first day.
But that will pass, and the cemetery is not far.
Here comes the driver, flicking a toothpick into the gutter,
His tongue still searching between his teeth.
See, he has not noticed you. No one has noticed you.
It will pass, young lady, it will pass.

*

How comforting it is, once or twice a year,
To get together and forget the old times.
As on those special days, ladies and gentlemen,
When the boiled shirts gather at the graveside
And a leering waistcoast approaches the rostrum.
It is like a solemn pact between the survivors.
They mayor has signed it on behalf of the freemasonry.
The priest has sealed it on behalf of all the rest.
Nothing more need be said, and it is better that way-

 

 

 

1143487-171b2caa9293b3fd35584691f9d0f3f2.jpg
James Fenton (Lincoln, 25 april 1949)

 

 

 

 

De Amerikaanse dichter Ted Kooser werd geboren op 25 april 1939 in Ames, Iowa. Zie ook alle tags voor Ted Kooser op dit blog.

 

 

Porch Swing in September

 

The porch swing hangs fixed in a morning sun

that bleaches its gray slats, its flowered cushion

whose flowers have faded, like those of summer,

and a small brown spider has hung out her web

on a line between porch post and chain

so that no one may swing without breaking it.

She is saying it’s time that the swinging were done with,

time that the creaking and pinging and popping

that sang through the ceiling were past,

time now for the soft vibrations of moths,

the wasp tapping each board for an entrance,

the cool dewdrops to brush from her work

every morning, one world at a time.

 

 

 

Dishwater

 

 

 

1143487-ffcec97a97b2cb264fda7f34fd709c03.jpg 

Ted Kooser (Ames, 25 april 1939)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Ross Franklin Lockridge Jr. werd geboren op 25 april 1914 in Bloomington, Indiana. Zie ook alle tags voor Ross Franklin Lockridge Jr. op dit blog.

 

Uit: Raintree County

 

„The death of fathers is a common theme, but the suicide on Saturday evening, March 6, 1948, of Ross Lockridge, Jr., author of the novel Raintree County, was improbable enough to be the subject of many editorials. At his death his novel was first on the New York Herald Tribune's best-seller list, had won the enormous MGM Novel Award, had been excerpted in Life, and had recently been the Main Selection of Book-of-the-Month Club. He left a wife and four children.

"The death, apparently by suicide, of Ross Lockridge, Jr., author of Raintree County, has stirred a wave of shocked speculation among his countrymen," noted the Washington Evening Star. "What more, they wonder, could a man ask of life than had been granted this 33-year-old writer, whose first book, an unabashed attempt at the great American novel, brought him wealth and fame and recognition.... Curiously enough, one of the book's most notable aspects was its staunch repudiation, through its hero, of materialism, its repeated affirmation of faith in the American dream and the American destiny. How did the author lose the hope and optimism expressed by the hero who was presumably his spokesman? . . . We shall never know, since evidently the only testament he left is his questing, vital, sprawling book. He seems to have gained the whole world and then to have wondered what it profited a man. We can only pity the desolation and confusion of his going."

 

 

1143487-763c36bf3fd1f0b270b304d95ed9c2e8.jpg 

Ross Franklin Lockridge Jr. (25 april 1914 – 6 maart 1948)

Vader en zoon 

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Richard Anders werd geboren op 25 april 1928 in Ortelsburg, tegenwoordig Szczytno, Polen. Zie ook alle tags voor Richard Anders op dit blog.

 

 

Sacre du printemps

für Fred Apke

 

Kurz wie ein Rock ist der Rausch
eine Zunge ohne Gesicht
ein Rätsel das sein Gedächtnis sucht
die Mitternacht zwischen zwei Engeln

 

wo man Rosen jagt
im Hinterkopf
und lange Blicke
geworfen werden

 

Du bist hinuntergesprungen
zwischen die Augen
und dein schwarzer Anzug
folgt dir auf dem Fuß

 

Die Laternen schielen
mit großen Ohren
zu den bewimperten Perlen
die aus der Haut fahren

 

wie ein Schrei der lautlos
über die Lippen kommt
wenn es im Hitzkopf
von Einfällen hagelt

 

die im buttrigen Körper
stecken bleiben
der auf flacher
Pfanne schmilzt

 

Die Spitze einer Flamme
berührt dein Herz
das bis zum zerspringen
in lauter Blutstropfen hämmert

 

So viel du auch kochst
es wird Spitze sein
landläufig jedenfalls
wie die Esser behaupten

 

denen die Zungen
auf den Strich gehen
wie geschürte Mädchen
die es in sich haben

 

Im Frühling wenn Liebe stinkt

 

 

 

 

1143487-dd8d99ca100960ef5d8bbb245fa3d9a3.jpg 

Richard Anders (Ortelsburg, 25 april 1928)



Zie voor nog meer schrijvers van de 25e april ook mijn vorige blog van vandaag.


Geschreven door Romenu om 22:49 Reageer op dit bericht

Julius Grosse, Leopoldo Alas, Sigmund von Birken, Jindrich Horejsi, William Temple

De Duitse dichter en schrijver Julius Waldemar Grosse werd geboren op 25 april 1828 in Erfurt  Zie ook alle tags voor Julius Grosse op dit blog.

 

 

Begegnung

Du holde Traumgestalt,
Wie aus verschwundnen Zeiten,
Wie kommt's, daß du so kalt
Mir kannst vorüberschreiten?
Und doch - dein Aug', das klare,
Nachleuchtet gnadenmild,
Als blickte vom Altare
Ein sanft Madonnenbild.

Und kommt ein andrer Tag,
Am selben öden Orte
Zähl' ich der Stunden Schlag
Und harr' an dunkler Pforte,
Und zähl' des Herzens Schläge,
Das dein, du Liebste, denkt,
Ob heut auch auf dem Wege
Dein Auge scheu sich senkt.

Doch flammt ein innres Glühn
Auf Wangen dir, den blassen,
Wer fände Muth, sich kühn
Ein ganzes Herz zu fassen!
Du gehst, und wieder nüchtern
Und öde ist der Ort -
Wer lehrt die Lippen schüchtern
Das erste Liebeswort!

 

 

 

1143436-086feaee948b2cbe503ec3913506f123.jpg
Julius Grosse (25 april 1828 – 9 mei 1902)

 

 

 

 

De Spaanse schrijver Leopoldo Alas  (wereldwijd bekend als ‘Clarín’) werd geboren op 25 april 1852 in Zamora. Zie ook alle tags voor Leopoldo Alas op dit blog.

 

Uit: Socrates' Rooster (El gallo de Sócrates, vertaald door Lydia Davis)

 

„The rooster ran and the philosopher followed within reach. When he was about to grab with his hand the rooster flapped his wings and by way of a flight (or hop) and extreme exertion , brought on by panic, he managed to get on top of the head of a statue representing none other than the goddess Athena.

“Oh irreverent rooster,” the philosopher yelled, making himself a fanatical inquisitor, pardon the anachronism. He quieted down the shouting of his honest conscience, which said: Don’t steal that rooster, with a pseudo-pious sophism and thought: Now you surely deserve death on account of your sacrilege. You’ll be mine. You’ll be sacrificed.

The philosopher got on his tip toes, stretching himself as much as possible, and made short pathetic hops. But to no avail.“

 

 

1143436-26a39519264fe16b1270e923fe426572.jpg 

Leopoldo Alas (25 april 1852 – 13 juni 1901)

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Sigmund von Birken werd geboren op 25 april 1626 in Wildstein nabij Eger. Zie ook alle tags voor Sigmund von Birken op dit blog.

 

 

Um Weißheit und Verstand, das Gute zu erwählen

 

Nach der Singweise: Auf, auf! mein Hertz, und du mein ganzer Sinn, usw.

 

1.

Auf Erden hier wohnt lauter Unverstand,

Der Himmel ist der Weißheit Vatterland:

Dahin will ich mich jetzt im Geiste schwingen,

Witz und Verstand mit mir zurücke bringen.

 

2.

Zum Sionsberg heb ich die Augen auf

Und mit Gebet mir Raht und Hülfe kauff:

Dort quellen auf die rechten Musenbrunnen,

Aus welchen kommt Witz und Verstand gerunnen.

 

3.

Laß deinen Geist, O Gott, mich feuren an,

Der nur allein mich geistig machen kan:

Ohn dich ist nichts mein Dichten und mein Wachen,

Es kan ohn dich mein Machen wenig machen.

 

4.

Gib ihn mir zu als einen treuen Raht,

Wann meine Wahl wankt zwischen Nutz und Schad,

Daß mein Verstand nit mög deß Guten fehlen,

Und daß der Will das Bäste mög erwählen.

 

 

 

1143436-f4b22917420b77b13cf2af95b9f4503b.jpg
Sigmund von Birken (25 april 1626 – 21 juni 1681)

 

 

 

 

 

De Tsjechische dichter en vertaler Jindřich Hořejší werd geboren op 25 april 1886 in Praag. Zie ook alle tags voor Jindřich Hořejší op dit blog.

 

Uit: Le Brave soldat ChvéÏk (Vertaling door Jindřich Hořejší)

 

„C’est du propre ! M’sieur le patron, prononça la logeuse de M. Chvéïk qui, après avoir été déclaré « complètement idiot » par la commission médicale, avait renoncé au service militaire et vivait maintenant en vendant des chiens bâtards, monstres immondes, pour lesquels il fabriquait des pedigrees de circonstance.

Dans ses loisirs, il soignait aussi ses rhumatismes, et, au moment où la logeuse l’interpella, il était justement en train de se frictionner les genoux au baume d’opodeldoch.

— Quoi donc ? fit-il.

— Eh ! bien, notre Ferdinand… il n’y en a plus !

— De quel Ferdinand parlez-vous, M’ame Muller ? questionna Chvéïk tout en continuant sa friction. J’en connais deux, moi. Il y a d’abord Ferdinand qui est garçon chez le droguiste Proucha et qui lui a bu une fois, par erreur, une bouteille de lotion pour les cheveux. Après, il y a Ferdinand Kokochka, celui qui ramasse les crottes de chiens. Si c’est l’un de ces deux-là, ce n’est pas grand dommage ni pour l’un, ni pour l’autre.“

 

 

1143436-b9b126df166e79c73c8523f9920484e6.jpg
Jindřich Hořejší (25 april 1886 – 30 mei 1941)




De Engelse essayist en diplomaat Sir William Temple werd geboren in Londen op 25 april 1628. Zie ook alle tags voor Willam Temple
op dit blog.

 

Uit: Observations upon the United Provinces of the Netherlands

 

„In the first constitution of this government, after the revolt from Spain, all the power and rights of Prince William of Orange, as Governor of the Provinces, seem to have been carefully reserved. But those which remained inherent in the Sovereign, were devolved upon the assembly of the States-General, so as in them remained the power of making peace and war, and all foreign alliances, and of raising and coining of monies: in the Prince, the command of all land and sea forces, as Captain-general and Admiral, and thereby the disposition of all military commands, the power of pardoning the penalty of crimes, the chusing of magistrates upon the nomination of the towns; for they presented three to the Prince, who elected one out of that number. Originally the States-General were convoked by the council of State, where the Prince had the greatest influence: nor, since that change, have the States used to resolve any important matter without his advice. Besides all this, as the States-General represented the sovereignty, so did the Prince of Orange the dignity, of this State, by public guards, and the attendance of all military officers; by the application of all foreign ministers, and all pretenders at home; by the splendor of his court and magnificence of his expence; supported not only by the pensions and rights of his several charges and commands, but by a mighty patrimonial revenue in lands and sovereign principalities and lordships, as well in France, Germany, and Burgundy, as in thy several parts of the Seventeen Provinces; so as Prince Henry was used to answer some that would have flattered him into the designs of a more arbitrary power, that he had as much as any wise Prince would desire in that State; since he wanted none indeed, besides that of punishing men, and raising money; whereas he had rather the envy of the first should lie upon the forms of the government, and he knew the other could never be supported, without the consent of the people, to that degree which was necessary for the defence of so small a State against so mighty Princes as their neighbours.“

 

 

1143436-d38bbc222987362e8e3fb2b8b650ba40.jpg
William Temple (25 april  1628  –  27 januari 1699)

Portret door Sir Peter Lely


Geschreven door Romenu om 22:25 Reageer op dit bericht

Frans Coenen, Eric Bogosian, Michael Schaefer, Robert Penn Warren

De Nederlandse schrijver, essayist en criticus Frans Coenen werd in Amsterdam geboren op 24 april 1866. Zie ook alle tags voor Frans Coenen op dit blog.

 

Uit: Een avond

 

„Langzamerhand waren ze vanzelf opgewandeld naar ‘Schreuder’, het koffiehuis aan den overkant der rivier.

Het zou daar koel zitten zijn, na dezen snikheeten Julidag en het was tenminste een eindpunt voor doelloos slenteren langs dompige straten, waar de warme, loome lucht nog zwaar hing en het benauwend rook naar heete stof, die pijnlijk prikkelde in den neus.

Toch altijd nog beter hièr, dan op de lauw-warme kamer, waar een atmosfeer was, als in een kast, die lang gesloten is geweest.

Het was tegen acht uur, toen zij over de groote brug gingen, aan het andere einde waarvan ‘Schreuder’ lag.

De zon ging rosgoud gloeiend onder, rechts boven de rivier, hoog achter de violette huizenstad, maar zij zagen het niet, hadden alleen een vagen indruk van den wijden hemelbrand en de breede verte van het watervlak, dat blauwzilver tintelde.

Onderweg, in hun lange, moeie slentering hadden ze zonder belangstelling loopen praten over de dagelijksch gewone dingen, over wat op het bureau gebeurd was: ‘Zeg, wat was die Beukels weer gek!’ of: ‘Ben je nog uit geweest gisteravond?’ of: ‘Weet je wie ik gezien heb? Die meid van laatst, je weet wel, die zwarte....’

Eindelijk hadden ze 't over de warmte gehad. Cnoop vertelde, hoe hij maar eens in zijn leven zoo'n zelfde hitte had bijgewoond: dat was nou twee jaar gelejen bij de wielerwedstrijden in Arnhem.....

‘Ik kwam daar, got! zooals je gewoonlijk na die dingen toegaat, hè! in velicopède-kostuum, met een shirt an en korte broek en m'n jas over me arm.... Dan ka'je toch waarachtig niet zeggen, dat je dik gekleed bent, nie waar?’

‘Nee, waarachtig niet,’ zei de ander.

‘Nou maar, meneer! ik verzeker je, ik was nog geen half uur op de baan of ik stierf gewoon van de hitte!.... en zoo in eens kwam dat! We waren hier weggegaan.... ja met warm weer.... een graad of 70, 72 nie meer. Maar toe in de trein veranderde 't.... en got! 't was om gek te worden! De lui kònne niet meer op d'r karren blijven... ik heb er twee zóó af zien donderen!’

 

 

 1142579-6f5efd8740d29dfc13b85f7b6a91f564.jpg

Frans Coenen (24 april 1866 - 23 juni 1936)

Portret door Thérèse Schwartze

De Amerikaanse schrijver en acteur Eric Bogosian werd geboren op 24 april 1953 in Woburn, Massachusetts. Zie ook alle tags voor Eric Bogosian op dit blog.

 

Uit: Perforated Heart

 

„The winner, a tweedy, aging Ivy Leaguer, florid-faced and wet-eyed (due to the quarts of vintage wine he has consumed daily since his first literary bestseller) jogged up to the podium. The lickspittles leapt to their feet and applauded. With his usual tennis club jocularity he snatched the prize from Catherine Zeta-Jones, took her in his arms and kissed her on the mouth. I shivered with disgust.

The victor leaned into the microphone, thanked his wife, his agent, his housemaid and, of course, Leon, who digested this morsel with beatific sliteyed joy. I could only think, don't thank me, motherfucker. Your writing is vapid and ironic to no purpose. It is a wretched blend of overwrought creative writing school frosting. It is "cute" and it is pointless. All designed to sucker in the peanut gallery. I could never write what you write my friend. I don't "do" sentimentality and I don't do glib. I don't do cliché.

BUT WAIT, what the fuck had I been smoking? I forgot our hero's spot on the bestseller lists! I overlooked the most important aspect of this enterprise, that we're all in it to get RICH! Of course! The true measure of the artist. Does your stuff SELL? Why would anyone be doing this, making all this effort, if not to sell millions of "units" so that the authorhero can become a wealthy author-hero! Then the author-hero can attend more dinners and receive more awards and sell more movie options to the corporate leviathans, and spend more time at more Hamptons get-togethers to cluck and kiss the other author-heros' bronzed cheeks, dazzled by the reflection of the collective genius present. The artist is the antenna of the race and the race is venal and shallow.“

 

 

 1142579-6cbd1f595e9709bf4c48d197ba7490ce.jpg

Eric Bogosian (Woburn, 24 april 1953)

De Amerikaanse dichter en schrijver Robert Penn Warren werd geboren op 24 april 1905 in Guthrie, Kentucky. Zie ook alle tags voor Robert Penn Warren op dit blog.

 

 

Waiting

 

You will have to wait. Until it. Until The last owl hoot has quavered to a

Vibrant silence and you realize thre is no breathing Beside you, and dark curdles toward dawn. Until

Drouth breaks, too late to save the corn, But not too late for flood, and the dog-fox, stranded

On a sudden islet, barks in hysteria in the alder-brake.

Until the doctor enters the waiting room, and His expression betrays all, and you wish He'd take his God-damned hand off your shoulder. Until

The woman you have lived with all the years Says, without rancor, that life is the way life is, and she

Had never loved you, had believed the lie only for the sake of the children.

Until you become uncertain of French irregular verbs And by a strange coincidence begin to take Catholic instruction from Monsignor O'Malley, who chews a hangnail. Until

You realize, truly, that our Saviour died for us all, And as tears gather in your eyes, you burst out laughing,

For the joke is certainly on Him, considering What we are. Until

You pick the last alibi off, like a scab, and Admire the inwardness, as beautiful as inflamed flesh

Or summer sunrise. Until you
Remember, suprisingly, that common men have done good deeds. Until it

Grows on that, at least, God
Has allowed us the grandeur of certain utterances.

 

 

 

 1142579-3bcb93077f6cbe946d396e52cfceb99d.jpg

Robert Penn Warren (24 april 1905 – 15 september 1989)
Portret door  Marcella Comès,1945

 

 

 

 

De Duitse schrijver Michael Schaefer werd geboren op 24 april 1976 in Bielefeld. Zie ook alle tags voor Michael Schaefer op dit blog.

 

Uit: Im Kreis der Falken

 

„Parkhotel Old Westshire

Ben schultert seine eilig zusammengepackte Sporttasche. Der Jet war bereits drei Stunden nach dem Telefonat in Los Angeles und Ben aalte sich gerade in der Badewanne. Aus irgendeinem unerfindlichen Grund hatte er angenommen, dass der Jet aus Aberdeen kam und erst den großen Teich überqueren musste. Wie es auch immer war, er hat in dem geräumigen kleinen Flugzeug

sehr gut schlafen können und ist nun des Morgens um 11 Uhr in Aberdeen angekommen. Im großen Foyer blickt er sich fragend um und entdeckt ein edel aussehendes Schild mit dem Schriftzug der Anwaltskanzlei Friedburgh & Partners an den Ausgangstüren des Privatflughafens. Es war für Ben nicht das erste Mal in einem Privatjet zu fliegen. Vor drei Jahren kurz nachdem er eine Festanstellung bekommen hatte, hat sein Chef ihn und zwei weitere Mitarbeiter für zwei Tage in die Schweiz mitgenommen, wo sie dann auf ihre Kollegen stießen, welche mit ihnen zwei Tage über Kundenzufriedenheit und einem neuen bankeigenen Programm sprachen, welches die Spezialisten in der Schweiz entwickelt hatten. Der Flug eben allerdings war schon etwas besonderes. Eine Stewardess kümmerte sich nur um seine Wünsche und verwöhnte ihn nach Strich und Faden. Ben hatte es genossen. Schön zumindest für einen Tag im Leben jemand Besonderer sein zu dürfen. Aber jetzt, als er das Schild sieht ist er doch ziemlich verwirrt. Denn auf dem Schild steht nicht seiner

sondern ein völlig fremder Name. Er kann deutlich „Rudolf & Sabine Falkenhag“ lesen. Neugierig bleibt er in der Nähe des uniformierten Chauffeurs in mittleren Alter stehen. Ganz offensichtlich

ist Ben nicht der einzige der erst kurz vor Toresschluss von diesem Testament erfahren hat.“

 

 

 1142579-df0517778271e9a386d642a9b4c5f2b1.jpg

Michael Schaefer (Bielefeld, 24 april 1976)

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 24e april ook mijn vorige blog van vandaag en eveneens mijn eerste blog van vandaag.
Geschreven door Romenu om 19:28 Reageer op dit bericht

Carl Spitteler, Marcus Clarke, Anthony Trollope, Carl Immermann

De Zwitser dichter, schrijver, essayist en criticus Carl Friedrich Georg Spitteler (eig. Carl Felix Tandem) werd geboren op 24 april 1845 in Liestal bij Basel. Zie ook alle tags voor Carl Spitteler op dit blog.

 

 

Pfauenauge

 

Ein kühles Schloß, ein schattiger Palast von Nesseln. -

 

Dicke Marienkäferchen mit rundem Schild

Reisen geschäftig trippelnd durch die Jalousien.

Zuoberst unterm Dache, am Mansardenfenster

Sitzt äsend eine schwarze, blaugeperlte Raupe.

 

Plötzlich ein dunkler Tulpenschein verdeckt die Aussicht -

Und schlüpfend in die Nesseln durch das schmale Fenster

Ein Pfauenauge zieht in seine Jugendheimat.

 

Flatternd durcheilt es die geliebten Säle, rot

Mit blut'gem Flammenlicht erhellend den Palast.

 

Plötzlich entspringt es durch die Tür. Ein Blitz. Verschwunden.

 

Aber die Raupe, ob dem Purpurflammenspiel

Jählings erfaßt von unnennbarer Seelensehnsucht,

Steigt auf das Dach und klettert an der steilen Mauer

Empor zum Sims. Daselbst, hangend in freier Luft,

Spinnt sie sich ab von aller Welt und träumt und dichtet.

 

Ob ihrem Träumen färbt und schildert sich ihr Wesen;

Ob ihrem Dichten füllt sie sich mit rotem Herzblut;

Während die Wintersonne, glitzernd überm Eis,

Schmückt ihr den Helm mit Gold und stählt den Schild und Panzer.

 

Bis daß nach langer Zeit an einem Mai und Morgen

Die Grille zirpt und schreit die Lerche überm Saatfeld:

 

Da zwängt und drängt sie sich ans Licht nach heft'gen Krämpfen

Und weint fünf Tropfen zähen Blutes. Plötzlich - ha! -

 

Bin ich es selbst? Mich dünkt, ich spüre Geist und Flügel!

Es hebt und trägt mich! Auf! empor zum hohen Himmel!

Gefahr zu suchen und die weite Welt zu messen.

 

Das höchste Los und Glück auf Erden nenn' ich mein:

 

Leibhaft zu wissen meinen besten Seelenschein

Und was ich vormals stumm bewundert selbst zu sein.

 

 

 1142574-d4244e470e56d54a2b9db07509a14a74.jpg

Carl Spitteler (24 april 1845 – 29 december 1924)

 

 

 

De Australische schrijver Marcus Clarke werd geboren op 24 april 1846 in Londen. Zie ook alle tags voor Marcus Clarke op dit blog.

 

Uit: For the Term of His Natural Life

 

„Having thus made preparations for supper, he ascended a pathway which led to the highest point of the rock. His fetters compelled him to take short steps, and, as he walked, he winced as though the iron bit him. A handkerchief or strip of cloth was twisted round his left ankle; on which the circlet had chafed a sore. Painfully and slowly, he gained his destination, and flinging himself on the ground,
gazed around him. The afternoon had been stormy, and the rays of the setting sun shone redly on the turbid and rushing waters of the bay. On the right lay Sarah Island; on the left the bleak shore of the opposite and the tall peak of the Frenchman's Cap; while the storm hung sullenly over the barren hills to the eastward. Below him appeared the only sign of life. A brig was being towed up the harbour
by two convict-manned boats.
The sight of this brig seemed to rouse in the mind of the solitary of the rock a strain of reflection, for, sinking his chin upon his hand, he fixed his eyes on the incoming vessel, and immersed himself
in moody thought. More than an hour had passed, yet he did not move. The ship anchored, the boats detached themselves from her sides, the sun sank, and the bay was plunged in gloom. Lights began to twinkle along the shore of the settlement. The little fire died, and the water in the iron pot grew cold; yet the watcher on the rock did not stir. With his eyes staring into the gloom, and fixed steadily on the vessel, he lay along the barren cliff of his lonely prison as motionless as the rock on which he had stretched himself.
This solitary man was Rufus Dawes.“

 

 

1142574-0bcb13d769dd22cd429e040e82793f25.jpg 

Marcus Clarke (24 april 1846 – 2 augustus 1881)

 

 

 

 

De Engelse schrijver Anthony Trollope werd geboren in Londen op 24 april 1815. Zie ook alle tags voor Anthony Trollope op dit blog.

 

Uit: The Genius of Nathaniel Hawthorne

 

„And so in the world of melancholy romance, of agony more realistic than melancholy, to which Hawthorne brings his readers, there is compensation to the reader in the feeling that, in having submitted himself to such sublime affliction, he has proved himself capable of sublimity. The bird that feeds upon your vitals would not have gorged himself with common flesh. You are beyond measure depressed by the weird tale that is told to you, but you become conscious of a certain grandness of nature in being susceptible of such suffernig. When you hear what Hawthorne has done to others, you long to search his volumes. [p. 239] When he has operated upon you, you would not for worlds have foregone it. You have been ennobled by that familiarity with sorrow. You have been, as it were, sent through the fire and purged of so much of of your dross. For a time, at least, you have been free from the mundane touch of that beef and ale with which novelists of a meaner school will certainly bring you in contact. No one will feel himself ennobled at once by having read one of my novels. But Hawthorne, when you have studied him, will be very precious to you. He will have plunged you into melancholy, he will have overshadowed you with black forebodings, he will almost have crushed you with imaginary sorrows; but he will have enabled you to feel yourself an inch taller during the process. Something of the sublimity of the transcendent, something of the mysery of the unfathomable, something of the brightness of the celestial, will have attached itself to you, and you will all but think that you too ought to live to be sublime and revel in mingled light and mystery.

The creations of American literature generally are no doubt more given to the speculative, -- less given to the realistic, -- than are those of English literature. On our side of the water we deal more with beef and ale, and less with dreams.“

 

 

 1142574-46889bb0abd54c30d7d5faf0e3766179.jpg

Anthony Trollope (24 april 1815 - 6 december 1882)

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Karl Leberecht Immermann werd geboren op 24 april 1796 in Magdeburg. Zie ook alle tags voor Karl Immermann op dit blog.

 

 

Bei trübem Wetter

 

Sie sprach zu mir in dieser Tage Grauen,

Wo alle Wolkenschläuche niederregnen:

Wenn Sonne scheinet, will ich dir begegnen

An unsrem Haag, auf unsrere Blumen-Auen.

 

So laß, o schöne Sonne, laß dich schauen!

Blick' neubelebt aus deinem Leichentuche,

Und mach', entlastet von dem nassen Fluche,

Den Himmel reingewaschen wieder blauen.

 

Belohnt wird, ich versprech's, dir deine Güte.

Willst du dich meinen Wünschen gnädig neigen,

Soll sich das Schönste deinen Augen zeigen.

 

Glaubst du etwa, es prahle mein Gemüte?

Das Liebchen kommt, wenn unsre Sonne strahlet;

Nun güldnes Tages-Aug', hab' ich geprahlet?

 

 

 

 1142574-80c016c2203c33a597fccf186fd71f7e.jpg

Karl Immermann (24 april 1796 – 25 augustus 1840)

Standbeeld in Düsseldorf

Geschreven door Romenu om 19:23 Reageer op dit bericht

Otto Leixner von Grünberg, L. J. M. Feber, Karl Lappe, Gaston Martens

De Duitse dichter, schrijver, criticus en historicus Otto Leixner von Grünberg werd geboren op 24 april 1847 in Schloß Saar, Mähren.Zie ook alle tags voor Otto Leixner von Grünberg op dit blog.

 

           

Das verlassene Mädchen

 

Ich sitze manchen langen Tag

Mit meinem Kind am grünen Hag,

Wo ich an seinem Herzen lag,

Am Herzen lag.

 

Da nahm er mich in seinen Arm

Und küßte mich so warm, so warm -

Davon mir wurde bittrer Harm,

Ja bittrer Harm.

 

Sie stießen aus dem Elternhaus

In Nacht und Nebel mich hinaus -

Da ging mir wohl das Lachen aus,

Das Lachen aus.

 

Ich wäre tot schon sicherlich,

Mein armes Kind, du dauerst mich,

Möcht' fluchen dir und küsse dich,

Und küsse dich.

 

 

 

1142571-4898b12ec78c01b486dd75309aa6635c.jpg
Otto Leixner von Grünberg (24 april 1847 – 12 april 1907) 

Schloß Saar, Mähren

 

De Nederlandse schrijver en politicus Louis Jean Marie Feber werd geboren in Bergen op Zoom op 24 april 1885. Zie ook alle tags voor L. J. M. Feberop dit blog.

 

Uit:Goethe

 

„Goethe verstond de kunst van zekere waarheden van nuttige levenspraktijk, alsook in den grond vaak tamelijk nuchtere bevindingen te condenseeren in fonkelende verzen. Evenwel zonder dat hij de kracht en de geladenheid evenaarde van bijvoorbeeld een Omar Khayam. Hij heeft geen ethisch en wijsgeerig systeem gewrocht, dat daar zou liggen als fundament voor de cultuur der menschheid tot in lengte van eeuwen. Ook in Faust is een dergelijke grondslag niet te vinden.

Als philosophisch drama is Faust in de profane litteratuur zonder weerga. In de profane litteratuur - want ondanks haar tragische pracht, ondanks haar geweldige poetische apparatuur, verbleekt deze Welttragödie naast de hoogheid en diepte en kosmische monumentaliteit van een boek Job. De faustische drang tot weten, tot doorgronden van het wezen der dingen, is in ieder geval geen ontdekking van Goethe en nog minder een schepping, die hij als drijvende kracht in de menschheid zou hebben ingestort. Die drang is zoo oud als de mensch en daarvan is hij zich, met zijn verduisterde verstand, bewust geweest van den aanvang af, vóór dat die impuls hem in het beeld en de gelijkenis van Faust voor oogen werd gesteld.

Bij volledige erkenning van Goethe's poetisch genie moet worden vastgesteld, dat de conceptie der Faust-figuur behalve weidsch en universeel van den anderen kant tamelijk klein en burgerlijk aandoet. Multatuli stootte er zich al aan, dat Faust, na in den beginne geweldig te hebben opgegeven over zijn hemelbestormend streven naar inzicht, wel heel makkelijk van zijn kosmische wijs raakt, zoo gauw Satan de vrouw in zijn leven voert.“

 

 

 1142571-58cdd0ba64c9c983bb234826e6a2e991.jpg

L. J. M. Feber (24 april  1885 - 3 juli  1964)

De Duitse dichter en schrijver Karl Lappe werd geboren op 24 april 1773 in Wusterhusen (Pommern). Zie ook alle tags voor Karl Lappe op dit blog. 

 

 

An unsern Bach

 

Der du in Silberhelle

Um das Gestade webst,

Und auf der leichten Welle

Die Fischerpolte hebst,

Mein liebes Dorf begrenzest,

Und seiner Wiesen Rand

Mit stillen Blumen kränzest,

Bachbung' und Todtenhand:

 

O du, ein Bild vom Frieden,

O du, ein Bild der Ruh!

Dir sei ein Lied beschieden,

So sanft, so still wie du.

Noch pflück' ich dir zur Seite

Die Blümchen weiß und blau.

Bald treibt mich in die Weite

Das Leben ernst und rauh.

 

 

 

 1142571-44bfc574c6539f5c6cf6e01b9d5e9628.jpg

Karl Lappe (24 april 1773 – 28 oktober 1843)
 



De Vlaamse (toneel) schrijver Gaston Marie Martens werd geboren in Zulte op 24 april 1883. Zie ook alle tags voor Gasron Martens op dit blog.

 

Uit: Paus van Hagendonck (Bespreking door Lode Monteyne)

 

„Dit nu blijkt ook het geval met «Paus van Hagendonck», voor welk stuk een titel als « Armhuis » heel wat beter passen zou. Van af het eerste bedrijf kennen we het milieu door en door, liever: we kennen de visie, welke Martens op dit midden heeft. Het schilderij is levendig en frisch van kleur. Enkele figuurtjes werden met liefde geteekend: zoo de brutale Jan, de drankzuchtige Pulle, het naïeve Landerke, dat met lichte toetsjes werd opgekleurd en op zichzelf een knusjes afgewerkt beeldeken is, en het oude Trieneke, Landerke's vrouw. De minst geslaagde uitbeelding lijkt ons deze van Pulle, die voortdurend als een slagwoord zijn verlangen naar drank herhaalt in een schor: Hij moet trakteeren! En Jan is «brutaal» zonder meer. Alleen in het laatste bedrijf wordt het dieper-menschelijke wakker in dien eeuwigen bullebak en dan geschiedt dit, wijl de auteur het niet kwaad achtte Jan's onvrijwilligen moord te stellen tegenover het zedelijke kwaad door den liederlijken Prins gesticht. Minder éénzijdig is de knappe karakteriseering van Landerken, zijn vrouw en hun verhouding van door den kloosterregel gescheiden echtgenooten. Hier kondenseerde Martens in een paar korte, mooi-geschreven, diep doorvoelde tooneeltjes de wrange tragiek, die het hart van die twee oudjes doorschrijnt.“

 

 

1142571-435efb304a9b3c473afe275526ab7965.jpg
Gaston Martens (24 april 1883 - 11 mei 1967)

Geschreven door Romenu om 19:18 Reageer op dit bericht

William Shakespeare, Andrey Kurkov, Pascal Quignard, Peter Horst Neumann

De Engelse dichter en schrijver William Shakespeare werd geboren in Londen op, vermoedelijk, 23 april 1564. Zie ook alle tags voor William Shakespeare op dit blog.

 

Uit: King Lear

 

„Enter KING LEAR and Fool 
KING LEAR 
Blow, winds, and crack your cheeks! rage! blow!
You cataracts and hurricanoes, spout
Till you have drench'd our steeples, drown'd the cocks!
You sulphurous and thought-executing fires,
Vaunt-couriers to oak-cleaving thunderbolts,
Singe my white head! And thou, all-shaking thunder,
Smite flat the thick rotundity o' the world!
Crack nature's moulds, an germens spill at once,
That make ingrateful man!

Fool 
O nuncle, court holy-water in a dry
house is better than this rain-water out o' door.
Good nuncle, in, and ask thy daughters' blessing:
here's a night pities neither wise man nor fool.

KING LEAR 
Rumble thy bellyful! Spit, fire! spout, rain!
Nor rain, wind, thunder, fire, are my daughters:
I tax not you, you elements, with unkindness;
I never gave you kingdom, call'd you children,
You owe me no subscription: then let fall
Your horrible pleasure: here I stand, your slave,
A poor, infirm, weak, and despised old man:
But yet I call you servile ministers,
That have with two pernicious daughters join'd
Your high engender'd battles 'gainst a head
So old and white as this. O! O! 'tis foul!

Fool 
He that has a house to put's head in has a good
head-piece.
The cod-piece that will house
Before the head has any,
The head and he shall louse;
So beggars marry many.
The man that makes his toe
What he his heart should make
Shall of a corn cry woe,
And turn his sleep to wake.
For there was never yet fair woman but she made
mouths in a glass.

KING LEAR 
No, I will be the pattern of all patience;
I will say nothing“.

 

 

 1141651-9e9dd460555b9f6649095281df0994f0.jpg

William Shakespeare (23 april 1564 – 23 april 1616)

"King Lear and the Fool in the Storm" door William Dyce (1806-1864)

 

 

 

 

De Oekraïense schrijver Andrey Kurkov werd geboren op 23 april 1961 in Leningrad. Zie ook alle tags voor Andrey Kurkov op dit blog.

 

Uit: Pinguine frieren nicht (Vertaald door Sabine Grebing)

 

»Ach komm, lassen wir das.« Der Moskauer seufzte. »Ich bin der Bankier Stanislaw Bronikowski. Ich verstecke mich hier. Zu Hause haben sie mich reingelegt. Siehst du, ich sage dir gleich die Wahrheit. Und was machst du hier?« »Ich verstecke mich auch«, gestand Viktor, entwaffnet durch die Ehrlichkeit des Bankiers.
»Das ist gut«, sagte Bronikowski.
»Was ist daran gut?« wunderte sich Viktor.
»Nichts. Es ist einfach gut, daß wir Kollegen sind. Du hättest ja auch jemand sein können, den sie geschickt haben, um mich zu töten...«
Viktor betrachtete den Bankier mitfühlend, aber verständnislos.
»Ich weiß ja, daß das nicht stimmt... Na ja, sie haben mich schließlich auch hier gekriegt. . .«
Es herrschte eine Pause von einigen Minuten, und Viktor schickte sich schon an, dieses stille Krankenzimmer zu verlassen, aber der Bankier hatte Viktors Absicht gespürt und wandte ihm wieder den Blick zu.
»Komm öfter mal vorbei. Ich habe ein Schachspiel hier... Ich kann dir helfen!« sagte er geheimnisvoll.
Viktor ging, nachdem er versprochen hatte, in ein paar Stunden wiederzukommen. Von da an ging er wirklich oft zu Bronikowski – Zeit hatte Viktor ja reichlich. Es war ziemlich kalt draußen, wenn auch viel wärmer, als er gedacht hatte. Nur minus fünfzehn Grad. Aber die Heizung im Wohngebäude funktionierte hervorragend. Und in der Krankenabteilung erst recht. So spielten er und Bronikowski Schach und unterhielten sich dabei über alles mögliche. Viktor merkte manchmal, daß der Bankier ihn mit seinen Fragen ausforschte, doch das war nicht weiter sonderbar. Bronikowski litt eindeutig an Verfolgungswahn. Und das in fortgeschrittenem Stadium. Viktor selbst hätte nie gedacht, daß man ihm, Viktor Solotarew, einen Killer in die Antarktis hinterherschicken könnte. Wer war er denn schließlich? Aber dieser Bankier war tatsächlich eine wichtigere Figur.“

 

 

1141651-f811da7e146d926ae41a01a1e2f134ca.jpg
Andrey Kurkov (Leningrad, 23 april 1961)

 




De Franse schrijver Pascal Quignard werd geboren op 23 april 1948 in Verneuil-sur-Avre. Zie ook alle tags voor Pascal Quignard op dit blog.

 

Uit: Les Ombres Errantes

 

„Ils sont très beaux quoique leurs joues soient blanches et creuses.
— En vérité tu n’aimas pas ceux que tu aimas à la suite de celui-ci ? demande à cet instant le maître pêcheur à son épouse.
— Non.
— Tu ne m’as pas aimé ?
— Non.
— Tu as toujours préféré un mort à un vivant ?
— Oui.
— Pourquoi ? La femme ne répond pas.
— Dis-moi pourquoi, insiste le pêcheur.
— Non.
Après qu’elle a dit non, l’épouse morte lui tourne le dos. Elle s’apprête à reprendre sa route sur le sentier.
Son visage est extraordinairement lumineux.
Le chantre se lève lui aussi prenant appui sur sa canne.
Le maître pêcheur se précipite.
La femme morte se courbe en deux, prend ses Les ombres errantes 96 jupes dans ses mains, se met à courir sur le sentier à pic.
Mais le maître de pêche, empoignant un genêt, sautant sur une roche en saillie, parvient à la dépasser.
Le veuf hurle.
Il brandit les poings. Il pleure aussi.
Il empêche son épouse morte de passer.
La corniche au-dessus de la mer était si étroite à cet endroit que la morte se serait blessée en tombant, ou bien elle aurait abîmé ses vêtements en lin.
L’épouse reste immobile devant son ancien mari“.

 

 

 1141651-7fc88a6afdd020947043306497f37bef.jpg

Pascal Quignard (Verneuil-sur-Avre, 23 april 1948)

 

 

 

 

De Duitse dichter, essayist en literatuurwetenschapper Peter Horst Neumann werd geboren op 23 april 1936 in Neisse. Zie ook alle tags voor Peter Horst Neumann op dit blog.

 

 

 

Flachliegende Grabplatte

 

Unsterblich war ich

Noch am letzten Tag,

als mir der Tod

die Sterblichkeit bewies.

Glaubt ihm kein Wort.

 

 

 

Frühes Photo der Eltern

 

Da bin ich
noch nicht dabei,
da waren sie erst verlobt,
da hätten sie’s noch
verhindern können.

 

Wie gern bin ich da.

 

 

 

 1141651-5162e9b13afe1c176889bcbd2fd4d629.jpg

Peter Horst Neumann (23 april 1936 – 27 juli 2009)
Hier met de schrijver Hans Wollschläger (links)

 


Zie voor nog meer schrijvers van de 23e april ook mijn vorige blog van vandaag en eveneens mijn eerste blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 16:13 Reageer op dit bericht

Christine Busta, Adelheid Duvanel, Marion Titze, Halldór Laxness, Egon Hostovský

De Oostenrijkse dichteres Christine Busta werd geboren op 23 april 1915 in Wenen. Zie ook alle tags voor Christine Busta op dit blog.

 


Baum im Winter

 

Seltsame Früchte hat er heut getragen:
im Morgenfrost den roten Sonnenapfel,
am Abend eine Silberschote Mond.

 

 

 

Muttersprache

       Nicht, was die Mutter sagt,
   beruhigt und tröstet die Kinder.
Sie verstehen´s zunächst noch gar nicht.

           Wie sie es sagt,
    der Tonfall, der Rhythmus,
     die Monotonie der Liebe
    in den wechselnden Lauten
öffnet die Sinne dem Sinn der Worte,
  bringt uns ein in die Muttersprache.

           Ein Gleiches
        geschieht auch
           im Gedicht.

 

 

 

1141646-d537b716a5980d54dc4aaa97dcc10daa.jpg
Christine Busta (23 april 1915 – 3 december 1987)

 

 

 

 

De Zwitserse schrijfster Adelheid Duvanel werd geboren op 23 april 1936 in Basel. Zie ook alle tags voor Adelheid Duvanel op dit blog.

 

Uit: Beim Hute meiner Mutter

 

“Die Fledermaus räusperte sich, beugte sich über den Tisch und sprach einige geflügelte Worte, worauf das Figürchen, das Kaspar eben tüchtig und liebevoll geknetet hatte, wuchs, rostbraunes Haar bekam und blaue Augen, einen lächelnden Mund, niedliche Händchen und Füßchen, die sich bewegten. Da es möglicherweise schamhaft war, wurde es in ein weißes Spitzenkleid gehüllt, das, einer Schneewolke gleich, zum Fenster hereinschwebte. Kaspar, der nicht wußte, wie ihm geschah, stammelte: «Wie schön du bist» und betrachtete das Wunder von allen Seiten, als ob er seine Vollkommenheit anzweifelte. Während er noch von einem Fuß auf den andern trat, ohne sich dieser kindlichen Angewohnheit bewußt zu werden, erhob sich die Mutter aus ihrer Ecke, in welcher sie wie ein Pilz im finstern Wald gesessen hatte, öffnete ihren Mund, auf welchem Staub lag, und meinte, diese Figur sei ihrem Sohn

besonders gut gelungen, und er werde sie wohl teuer verkaufen können. Das schöne Mädchen lächelte, als Kaspar sagte: «Ja,

Mama», denn es schien, als wäre nicht er es, der diese Wort sprach, da seine Zunge sich nicht bewegte, sondern auf seiner Lippe lag. Er erinnerte sich, daß er bis jetzt Frauen geküßt hatte, wie man sonderbare Tiere streichelt, um sie, mehr noch sich selbst, zu beschwichtigen. Noch während verschiedene, nicht unangenehme Gedanken durch seinen Sinn gingen, begann der Hut der Mutter zu wanken, neigte sich wie ein Schneemann, den die Sonne streichelt, wurde weich, es bildeten sich Tropfen, die zu Boden fielen, doch er schmolz nicht, wie Kaspar erwartete, sondern hob sich, flog majestätisch zum Fenster hinaus, immer höher und höher, mitten in den weißen, wirbelnden Himmel hinein, wo er einen Augenblick lang stillstand, einen blutroten Mond vortäuschte und dann erlosch.”

 

 

1141646-6cb47015b6ee4a3d0abb8ae624392bf2.jpg 

Adelheid Duvanel (23 april 1936 – 8 juli 1996)

Basel

 

 

 

 

De Duitse schrijfster Marion Titze werd geboren op 23 april 1953 in Lichtenwalde/Chemnitz. Zie ook alle tags voor Marion Titze op dit blog.

 

Uit: Unbekannter Verlust

 

“Sie hatten mir den Makel verpaßt. Makel ist die zerstörerische Arbeit des Sich-seibst-Herabsetzens, das unsichtbare Flammenzeichen auf der Stirn. das dritte Auge, welches schmäht, was es bewohnt, unseren Leib. So entsteht das leibhaftige Grauen, die Angst. Die etwas anderes ist als Furcht. Furcht ist ein notwendiges Lebenssignal. Sie zeigt etwas Wirkliches an, während Angst etwas Unwirkliches aufbringt, ein selbstgemachtes Phantom, das, einmal vorhanden, durchaus mit Wirklichkeit aufgefüllt wird. Am Ende, am schlimmen Ende, ist sie die einzig verbliebene Realität. Es waren diese Symptome, die ich mit Daniel teilte und die sich einfanden an seltsamen Orten. Schau, sagte Daniel, von der Raufhalle kommend. Ich weiß nicht, warum es geschieht, sie geben mir sämtlich die faulen Apfelsinen, nur oben auf die Tüte wird eine gute gelegt. Und ich lasse es geschehen, weil ich tief im Inneren denke: Ich bin also der für die faulen Apfelsinen. einer, mit dem man es machen kann, weil man es einmal mit ihm hat machen können Es war so unwahrscheinlich, daß ich es gar nicht erzählte. Mir passierten dieselben Dinge. Ich ging nach meinem Umzug in eine mir unvertraute Kaufhalle. Man mußte den Kohl dort auswiegen lassen. Das bedeutete, eine Verkäuferin zu suchen, sich zu entschuldigen, daß man sie in Anspruch nahm, daß man zu einer anderen geschickt wurde, sich erneut entschuldigte und darum bat, sie möge den Kohl auf die Waage legen.”

 

 

 1141646-d121f71c4086146b9e7f0989d643c290.jpg

Marion Titze (Lichtenwalde, 23 april 1953)

Cover

 

 

 

De IJslandse schrijver Halldór Laxness (eig. Halldór Guðjónsson) werd geboren in Reykjavik op 23 april 1902. Zie ook alle tags voor Halldór Laxness op dit blog.

 

Uit: Iceland's Bell (Vertaald door Philipp Roughton)

 

"You don't say," the old man mumbled hoarsely, in a voice that seemed to come from a great distance. "All the same, it's the Creator who rules."
"I have a letter to prove it," said the king's emissary.
"Oh, for sure," said the old man. "Everyone's got letters these days. All sorts of letters."
"Are you calling me a liar, you old devil?" asked the king's emissary.
The old man didn't want to risk coming any closer to the travelers, so he sat down on the remains of the wall encircling the courthouse and looked at them. He was no different from any other old man: he had a gray beard, red eyes, a chimney-cap, and gnarled legs, and he clenched his blue hands around his walking stick and leaned forward upon it tremblingly. His dog came over inside the wall and sniffed at the men without barking, as dogs do when concealing their savagery.
"No one had letters in the old days," murmured the old man softly.
Swarthy, the pale man's guide, exclaimed: "Right you are, pal! Gunnar of Hlíbarendi* had no letters."
"And who are you?" asked the old man.
"Oh, this is a cord-thief from Akranes; he's been lying about in the irælakista at Bessastabir* since Easter," answered the king's emissary, and he kicked angrily at the dog.
The black-haired man spoke up and sneered, baring his gleaming white teeth: "That's the king's hangman from Bessastabir. All the dogs piss on him."
The old man on the crumbling wall said nothing, and his expression remained for the most part blank. He continued to look at them and blinked a little as he sat there trembling.“

 

 1141646-f3d76761ca7c33e7d285e2de14ff3021.jpg

Halldór Laxness (23 april 1902 – 8 februari 1998) 

 

 

 

 

De Tsjechische schrijver Egon Hostovský werd geboren op 23 april 1908 in Hronov. Zie ook alle tags voor Egon Hostovský op dit blog.

 

Uit: Siebenmal in der Hauptrolle (Vertaald door Markus Sedlaczek)

 

„Seit zehn Tagen und Nächten quäle ich mich mit dem dumpfen Schweigen, das mir Kavalskýs Tod

aufbürdete, der genauso bizarr war wie all das (ich zögere, es als Leben zu bezeichnen), was ihm vorausging.

Er starb angeblich an einer Krankheit, an der man in der Regel nicht stirbt. Einer Grippe, einer

Angina – oder etwas Ähnlichem. Der Konsul sagte mir auch, daß er die Nachricht von seinem Tod sofort an den Präsidenten und die Regierung nach London1 telegrafiert habe, nicht weil er den Verstorbenen für eine besonders bedeutende Persönlichkeit hielt, sondern »eher aus Pietät gegenüber allem, was heute in unserer armseligen Exilkultur geschieht«. Und er fuhr fort: »Das Exil hat ihn arg mitgenommen, er war bis auf die Knochen abgemagert, und als er Kräfte gebraucht

hätte, um sich vom Lager zu erheben und einer eigentlich leichten Krankheit Widerstand entgegenzusetzen, zeigte sich, daß er über keinerlei Kraft verfügte. Sein Visum war in Ordnung, ein Besuchervisum mit einjähriger Gültigkeit. Die Exilzeitungen in Amerika schreiben immer noch über ihn. Ich wußte nicht, daß er russischer Abstammung war. Sie haben ihn wohl ziemlich gut gekannt, nicht wahr?«

Ich erinnere mich nicht, was ich dem Konsul geantwortet habe. Schon seit zehn Tagen und Nächten

vergesse ich, was ich einen Augenblick vorher gesagt habe oder was man mir gesagt hat.“

 

 

 1141646-706da235cc94628a6d9298b47cfee94d.jpg

Egon Hostovský (23 april 1908 – 7 mei 1973)

Geschreven door Romenu om 16:09 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten