Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

In Memoriam Carlos Fuentes


In Memoriam Carlos Fuentes

 

De Mexicaanse schrijver Carlos Fuentes is in een ziekenhuis in Mexico-Stad op 83-jarige leeftijd overleden. Het bericht over zijn dood werd dinsdag via Twitter bevestigd door president Calderón. Carlos Fuentes Macías werd op 11 november 1928 in Panama-Stad geboren. Zie ook alle tags voor Carlos Fuentes op dit blog.

 

Uit: Inez (Vertaald door Margaret Sayers Peden)

 

„Could this round seal be the key to his own personal dwelling? Not the physical house where he was living in Salzburg; not the transitory houses he had lived in throughout his itinerant profession; not his childhood house in Marseilles, tenaciously forgotten so that he would not have to recall ever again, the migrant's poverty and humiliation; not even the cave, our first castle, we can reconstruct in our imagination. Could it be the original space, the intimate, inviolable, irreplaceable circle that contains us all but at the price of exchanging sequential memory for an initial memory that is complete in itself and has no need to consider the future?
Baudelaire evokes a deserted house filled with moments now dead. Is it enough to open a door, uncork a bottle, take down an old suit, for a soul to come back to fill it?
Inez.
He repeated the woman's name.
Inez.
It rhymed with "regress," Ee-ness, and in the crystal seal the maestro hoped to find the impossible reflection of both: Inez and a return to a time before the years prohibiting his love. Inez. Regress.
It was a crystal seal. Opaque but luminous. That was its greatest marvel. In its place on the tripod by the window, light could shine through it, and then the crystal scintillated. It shot delicate sparks, and illegible letters appeared, revealed by the light: letters of a language unknown to the aged orchestra conductor, a score in a mysterious alphabet, perhaps the language of a lost people, maybe a voiceless clamor that came from a long-ago time and in a certain way mocked the professional artist who was so faithful to the composition that even knowing it by memory he had to have it before his eyes as he directed...
Light in silence.
Lyrics without voice.“

 

 

 

1158047-24e4726fb39fd49522eca8298cfdc346.jpg
Carlos Fuentes (11 november 1928 – 15 mei 2012)

Geschreven door Romenu om 07:46 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

De blogger leest alles eerst na: je tekst verschijnt zodra die goedgekeurd is.

Arthur Schnitzler, Albert Verwey, Michael Lentz

150 Jaar Arthur Schnitzler

 

De Oostenrijkse schrijver en arts Arthur Schnitzler werd geboren in Wenen op 15 mei 1862.  Dat is vandaag precies 150 jaar geleden. Zie ook alle tags voor Arthur Schnitzler op dit blog.

 

Uit: Traumnovelle

 

„Und so saßen Mann und Frau, im Grunde froh, einem enttäuschend banalen Maskenspiel entronnen zu sein, bald wie zwei Liebende unter andern verliebten Paaren im Büfettraum bei Austern und Champagner, plauderten sich vergnügt, als hätten sie eben erst Bekanntschaft miteinander geschlossen, in eine Komödie der Galanterie, des Widerstandes, der Verführung und des Gewährens hinein; und nach einer raschen Wagenfahrt durch die weiße Winternacht sanken sie einander daheim zu einem schon lange Zeit nicht mehr so heiß erlebten Liebesglück in die Arme. Ein grauer Morgen weckte sie allzubald. Den Gatten forderte sein Beruf schon in früher Stunde an die Betten seiner Kranken; Hausfrau- und Mutterpflichten ließen Albertine kaum länger ruhen. So waren die Stunden nüchtern und vorbestimmt in Alltagspflicht und Arbeit hingegangen, die vergangene Nacht, Anfang wie Ende, war verblaßt, und jetzt erst, da beider Tagewerk vollendet, das Kind schlafen gegangen und von nirgendher eine Störung zu gewärtigen war, stiegen die Schattengestalten von der Redoute, der melancholische Unbekannte und die roten Dominos, wieder zur Wirklichkeit empor; und jene unbeträchtlichen Erlebnisse waren mit einemmal vom trügerischen Scheine versäumter Möglichkeiten zauberhaft und schmerzlich umflossen. Harmlose und doch dauernde Fragen, verschmitzte, doppeldeutige Antworten wechselten hin und her; keinem von beiden entging, daß der andere es an der letzten Aufrichtigkeit fehlen ließ, und beide fühlten sich zu gelinder Rache aufgelegt. Sie übertrieben das Maß der Anziehung, das von ihren unbekannten Redoutenpartnern auf sie ausgestrahlt hätte, spotteten der eifersüchtigen Regungen, die der andere merken ließ, und leugneten ihre eigenen weg. Doch aus dem leichten Geplauder über die nichtigen Abenteuer der verflossenen Nacht gerieten sie in ein ernsteres Gespräch über jene verborgenen, kaum geahnten Wünsche, die auch in die klarste und reinste Seele trübe und gefährliche Wirbel zu reißen vermögen, und sie redeten von den geheimen Bezirken, nach denen sie kaum Sehnsucht verspürten und wohin der unfaßbare Wink des Schicksals sie doch einmal, und wär’s auch nur im Traum, verschlagen könnte.

Fridolin nickte. "Was war’s mit dem?" fragte er.“

 

 

 1157763-72e724e93fe4a6a06320f77efc24af16.jpg

Arthur Schnitzler (15 mei 1862 - 21 oktober 1931)

Monument in het Türkenschanzpark in Wenen

 

 

 

 

 

De Nederlandse dichter, essayist en letterkundige Albert Verwey werd geboren in Amsterdam op 15 mei 1865. Zie ook alle tags voor Albert Verwey op dit blog.

 

 

Van de liefde die vriendschap heet

 

2

Licht van mijn Liefde, dat nu donker werd,
Daar ge in een mist van tranen altijd weent; –
’k Zie als een vlam, die trillende overleent,
Een wonder en een glorie in uw hart.

En gloeiende in het donker uwer smart
Slaat ze uit en zoekt, tot alles zich vereent
Met mijne liefde, en vreugd, die om u weent
En in mijn diepste ziel uw naadren mart.

In éen lange gemeenschap zal uw leed
Zich menglen met mijn ziele in enigheid
En zoet verkeer van vlammen in de lucht;

En om ons beiden weven wij een kleed
Van tranenvolle teerheid, waar ge in schreit
Om weedom, maar nooit meer in weedom zucht.

 

 

 

19

Wanneer ik tot u kom, dan lacht gij zacht,
En somtijds klaagt gij, maar als zij, die spreken
Van vroegre smarten, die als dromen weken
En waar men in den droom om weent en lacht.

Maar als ’k alleen ben hoor ik dag en nacht
Uw snikken en ik zie uw tranen leken,
En voel uw hart wild slaan, alsof ’t wil breken,
Maar kan niet, dàn verneem ’k uw luide klacht.

En dat zijt gij, dat weet ik, en ik wil
Niet leven voor uw schijnbaar zelf, dat lacht,
Maar voor de ziel der ziel, die in u lijdt, –

En als gij schijnbaar kalm en blijde zijt,
Zal ’k uw gedachten horen schreien zacht,
Of gij van verre staat en schreit – heel stil.

 

 

 

 

21

Sinds ik u álles gaf, ál wat ik ben,
En thans in ú mijzelven heerlijkst vind,
Wat klage ik dan, daar gij een andren mint,
Daar ik me, als de uwe, eraan meêplichtig ken?

En daar ik ú ben, ben ’k dan niet verblind,
Zo ’k op u toorn en dus mijzelven schen?
En me aan úw liefde zoveel minder wen
Dan aan mijn eigne, die ons zó verbindt?

Moet ik niet vinden dat gij rijker zijt,
Daar ge ál die liefde in u alleen vereent,
En blij zijn dat ’k uw rijkdom met u deel?

Zou ’t mij niet winst zijn dat ’k in ú altijd
U min èn mij èn hem, om wien gij weent,
Drieën in éen en d’énen reeds zoveel.

 

 

 

 1157763-b3b0c92fb4144172cf23337a02969e64.jpg

Albert Verwey (15 mei 1865 -  8 maart 1937)

 

 

 

 

 

De Duitse dichter, schrijver, literatuurwetenschapper en musicus Michael Lentz werd geboren in Düren op 15 mei 1964. Zie ook alle tags voor Michael Lentz op dit blog.

 

Verzeih

 

ich habe immer genau sein wollen
dass die tür schließt wenn sie schließt
dass dies der letzte blick ist zurück
dein mund der warm ist deine hand
die umarmung die umarmung
dass die wiederholung nichts wiederholt
nur bestärkt ich habe ganz einfach
die dinge einmal klar stellen wollen: für immer
nun stehen sie ganz verloren da
als gäbe es immer nur was in den blick gerät
ich möchte mich später doch nicht ins einzelne verlieren
- eine handvoll blick verfliegt
und später ist immer
und der rede folgt die widerrede und dem wunder des körpers
der wunderliche schatten
und von den dingen zuletzt liebten wir den schatten
vom wald liebten wir den schatten
den geruch der aus dem schatten tritt
und wenn wir uns sommers erschrecken gingen liebten wir
den spitzen schatten der bäume
in den wir heimlos versanken
so kühl so schützend
und dass wir ohne schatten sind verzeih
die liebe ist eine koppel die leer ist
die liebe ist ein wort das auf der stelle tritt
aber du bist nicht allein allein
ist das nicht die größte einsamkeit nicht allein zu sein?
einmal einen klaren gedanken fassen und die hand färbt ihn ein
die hand die noch warm ist der mund
dass dies der letzte blick ist zurück
und dass die tür wenn sie schließt verschlossen bleibt

 

 

 1157763-f2b6ea24bb99af85918134030d8d7683.jpg

Michael Lentz (Düren, 15 mei 1964)

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 15e mei ook mijn vorige blog van vandaag
Geschreven door Romenu om 19:21 Reageer op dit bericht

Pem Sluijter, Max Frisch, W.J.M. Bronzwaer, Frits van Oostrom

De Nederlandse dichteres en schrijfster Pem Sluijter werd geboren in Middelburg op 15 mei 1939. Zie ook alle tags voor Pem Sluijter op dit blog.

 

 

Niet meer dezelfden

 

Drie koningen staan  

uit aanbidding op niet meer dezelfden.

De sterreus die hen

de onzekere tocht deed wagen

met weerbarstige kamelen nukkige

drijvers en uitflakkerend vuur

moet teruggekeerd zijn in haar baan,

mogelijk als supernova ingestort;

zwart groeiend gat waar eerst

de hemel openstond --je zag en hoorde.

 

De nacht springt op onveilig.

 

Een Nessushemd is ten paleize uitgelegd

na hun bezoek. Zij, die de Koning

der koningen onder koningen zochten

misleid door eigen logica,

vertrekken omzichtig.

   

De ezel balkt kort naar de os,

in Rama laat een vrouw

haar rouwkreet horen.

 

Deze Geboorte betekent niet minder

dan de Dood, dood voor hen.

Bittere folterende pijn. Nooit meer

dezelfden; geen geruststelling

vinden in het leven dat zij kennen

waaraan zij zijn gewend waarnaar zij

terugkeren in hun koninkrijken.

 

 

 

 1157752-d6ac2c682d376b09121742f86e1608d1.jpg

Pem Sluijter (15 mei 1939 - 18 december 2007)

Middelburg, Abdijplein met de Lange Jan toren

 

 

 

 

De Zwitserse schrijver en architect Max Frisch werd geboren in Zürich op 15 mei 1911. Zie ook alle tags voor Max Frisch op dit blog.

 

Uit: Max Frisch (Biografie door Volker Hage)

 

“Frisch, siebzig Jahre alt, erlebt die Stabilität seines Ruhms. Zu Popularität brachte er es schon bald drei Jahrzehnte zuvor, nicht sogleich mit den ersten Veröffentlichungen, doch früh genug, um den Erfolg als Rückenstärkung zu erleben. Nun erweist sich, dass das kein Saisonerfolg gewesen ist.Max Frisch ist längst ein moderner Klassiker, attraktiv geblieben auch für ein junges Publikum, das ihn nicht nur für die Schule liest. Es wundert ihn, dass seine Ansichten über Liebe und Ehe auch für junge Leute interessant sind, nicht nur für Germanisten. Und er sagt: Das ist natürlich etwas Schönes, diese Leserpräsenz. Er spricht nüchtern über seine Popularität, nicht eigentlich bescheiden, durchaus selbstbewusst: Es sind eben Fakten. Wozu Versteck spielen? Und doch zeigt sich mit jedem Wort, dass Frisch nicht zu den Selbstgefälligen gehört.Was er geleistet hat, ist schwer errungen. Darauf ist er vielleicht ein wenig stolz: es ausgehalten zu haben. Erfolg? Der nimmt den Zweifel nicht weg.

Seine Theaterstücke Biedermann und die Brandstifter und Andorra zählen zu den meistgespielten deutschsprachigen Dramen des 20. Jahrhunderts. Sein Prosawerk – Romane, Tagebücher und

Erzählungen – wird seit Jahrzehnten gelesen und diskutiert. Stiller, Homo faber undMeinName sei Gantenbein haben nicht nur beim Publikum, sondern auch in der Forschung nachhaltig Resonanz

gefunden.”

 

 

 1157752-605f3dc434bd8a1fb07900a64183b2df.jpg

Max Frisch (15 mei 1911 - 4 april 1991)


 

 

De Nederlandse letterkundige, essayist en criticus W.J.M. Bronzwaer werd geboren op 15 mei 1936 in Heerlen. Zie ook alle tags voor W. J. M. Bronzwaer op dit blog.

 

Uit: Lessen in Lyriek

 

„Emotie en uitdrukking

En de dansende vrouwen hieven een beurtzang aan en zongen:
‘Bij duizenden sloeg Saul ze neer,
Maar David bij tienduizenden!’
(1 Samuel 18, 6)

 

In deze korte episode uit het oudtestamentische verslag van de oorlog tussen de Filistijnen en de Israëlieten maken we, als het ware, de geboorte van de poëzie mee. Poëzie is een bijzondere vorm van taalgebruik en de belangrijkste kenmerken ervan laten zich aan het voorbeeld aflezen.

Allereerst is in het fragment niet alle taal poëtisch. Het gedeelte dat we als poëtisch herkennen wordt voorafgegaan door een niet-poëtische, als men wil prozaïsche, mededeling. Het poëtische gedeelte is ingebed in een niet-poëtisch kader. De verschillen tussen het kader en de poëtische inbedding doen de bijzondere kenmerken van het poëtische taalgebruik door contrastwerking opvallen. Nu is het zeker niet zo dat wij poëzie altijd aantreffen in zo'n kader. Meestal wordt een gedicht zonder inleidende of uitluidende tekst gepresenteerd. Maar er zijn vele redenen om aan te nemen dat de poëzie in de vroegste stadia van haar bestaan, waarin zij bovendien altijd mondeling werd voorgedragen, doorgaans het karakter had van een tekst die op bijzondere wijze fungeerde binnen een niet-poëtisch kader. Die vroegste poëzie bestond uit arbeidsliederen, marsliederen, lofliederen, klaagzangen, jubelzangen en rituele gezangen, die als het ware steeds ‘op instructie’ werden gezongen. De instructie kwam voort uit een praktische situatie, waarin doelmatig werd gehandeld: er werd gewerkt, gedanst, gemarcheerd, de godheid werd vereerd, een held werd bejubeld. In ons voorbeeld wordt het kader van de poëtische tekst gevormd door de doelmatige of pragmatische situatie die door de geschiedschrijver in prozaïsche vorm wordt meegedeeld. De eerste zin van het fragment bevat de schriftelijke neerslag door de kroniekschrijver van de pragmatische instructie, die de Israëlitische vrouwen in poëzie doet uitbarsten.“

 

 

1157752-f8e230da47f53fd5a09cb3c147497b86.jpg
W.J.M. Bronzwaer (15 mei 1936 – 20 januari 1999)

 

 

 

 

De Nederlandse historisch letterkundige Frits van Oostrom werd geboren in Utrecht op 15 mei 1953. Zie ook alle tags voor Frits van Oostrom op dit blog.

 

Uit: Stemmen op schrift

 

„In het Latijn zijn ons uit de middeleeuwse Lage Landen volop handschriften overgeleverd.
In 975 schonken de Hollandse graaf Dirk II en zijn gemalin Hildegard de benedictijner abdij Egmond een zeer kostbaar evangelie: het Evangelarium van Egmond. Volgens kenners is het boek in het derde kwart van de negende eeuw in Reims (Noord-Frankrijk) vervaardigd. Aan het begin van elk van de vier evangeliën staat een illustratie. Achter in het boek zijn twee grote tekeningen toegevoegd. De ene afbeelding toont Dirk en Hildegard geknield voor de beschermheilige van Egmond. De andere afbeelding toont hoe Dirk en Hildegard het evangelie plechtig plaatsen op het Egmondse altaar.
Het Latijn had in de tiende eeuw nog het alleenrecht op bijbel en liturgie. Hoezeer Latijn binnen de muren domineerde, blijkt overduidelijk uit de bewaarde boekenlijst uit omstreeks 1530. In totaal beloopt de inventarisatie zo’n 250 banden. En hoewel de lijst uit 1530 zeker niet het complete boekenbezit van Egmond documenteert, is het heel sprekend dat het bij al die items exclusief om boeken gaat in het Latijn. Op één item na: een psalter met glossen in het Diets of Duits.
Er werd veel geschreven in Egmond en het alleroudste Nederlandstalige boek werd omstreeks 1100 in dit klooster geschreven. Het boek staat bekend als de Egmondse Williram. Abt Williram schreef rond 1060 nabij München een commentaar op het oudtestamentische Hooglied. Het handschrift bevat de tekst van de Vulgaat, de nieuwe berijming in het Latijn en het commentaar in het Oudnederlands.“

 

 

 1157752-56f947c09c1fca818b790691f519d606.jpg

Frits van Oostrom (Utrecht, 15 mei 1953)



Zie voor nog meer schrijvers van de 15e mei ook mijn blog van 15 mei 2011 deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 19:17 Reageer op dit bericht

Edwin Muir

De Schotse dichter, schrijver en vertaler Edwin Muir werd geboren op 15 mei 1887 in Deerness op de Orkney-eilanden, waar zijn moeder ook geboren werd. In 1901, toen hij 14 was, verloor zijn vader de boerderij en verhuisde het gezin naar Glasgow. In snelle opeenvolging stiereven zijn vader, twee broers en zijn moeder binnen een paar jaar. Zijn leven als een jonge man was een deprimerende ervaring, en betrof een reeks onaangename banen in fabrieken en kantoren, met inbegrip van het werken in een fabriek, waar uit botten houtskool werd gemaakt. Muir trouwde in 1919 met Willa Anderson en verhuisde naar Londen. Over deze, Muir schreef gewoon 'Mijn huwelijk was de meest gelukkige gebeurtenis in mijn leven'. Zij zouden later samen werken aan veelgeprezen Engels vertalingen van schrijvers als Franz Kafka, Gerhart Hauptmann, Sholem Asch, Heinrich Mann en Hermann Broch .
Tussen 1921 en 1923, Muir leefde in Praag, Dresden, Italië, Salzburg en Wenen. Hij keerde terug naar het Verenigd Koninkrijk in 1924. Tussen 1925 en 1956 publiceerde Muir zeven bundels poëzie die werden verzameld na zijn dood en gepubliceerd in 1991 als The Complete Poems van Edwin Muir. Verder publiceerde hij drie romans, en in 1935 kwam hij naar St. Andrews, waar hij zijn controversiële Scott en Schotland (1936) schreef. Van 1946 tot 1949 was hij directeur van de British Council in Praag en Rome. 1950 zag zijn benoeming tot directeur van Newbattle Abbey College (een school voor werkende klasse mannen) in Midlothian, waar hij collega-Orcadian dichter, George Mackay Brown, ontmoette. In 1955 werd hij Norton hoogleraar Engels aan de Universiteit van Harvard. Hij keerde terug naar Groot-Brittannië in 1956, maar stierf in 1959 op Swaffham Prior, Cambridge, en werd daar begraven.

 

 

The Castle

 

All through that summer at ease we lay,
And daily from the turret wall
We watched the mowers in the hay
And the enemy half a mile away
They seemed no threat to us at all.

For what, we thought, had we to fear
With our arms and provender, load on load,
Our towering battlements, tier on tier,
And friendly allies drawing near
On every leafy summer road.

Our gates were strong, our walls were thick,
So smooth and high, no man could win
A foothold there, no clever trick
Could take us, have us dead or quick.
Only a bird could have got in.

What could they offer us for bait?
Our captain was brave and we were true....
There was a little private gate,
A little wicked wicket gate.
The wizened warder let them through.

Oh then our maze of tunneled stone
Grew thin and treacherous as air.
The cause was lost without a groan,
The famous citadel overthrown,
And all its secret galleries bare.

How can this shameful tale be told?
I will maintain until my death
We could do nothing, being sold;
Our only enemy was gold,
And we had no arms to fight it with.

 

 

Merlin

 

O Merlin in your crystal cave
Deep in the diamond of the day,
Will there ever be a singer
Whose music will smooth away
The furrow drawn by Adam's finger
Across the memory and the wave?
Or a runner who'll outrun
Man's long shadow driving on,
Break through the gate of memory
And hang the apple on the tree?
Will your magic ever show
The sleeping bride shut in her bower,
The day wreathed in its mound of snow
and Time locked in his tower?

 

 

 1297208-bc9dfc6d34672442c531b7acd008aa25.jpg

Edwin Muir (15 mei 1887 -  3 januari 1959)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Jo Gisekin, Karl-Markus Gauß, Eoin Colfer, Gaby Hauptmann, Dante Alighieri, Krister Axel, Jens Sparschuh

De Vlaamse dichteres Jo Gisekin werd geboren in Gent op 14 mei 1942. Zie ook alle tags voor Jo Gisekin op dit blog.

 

 

Gedicht voor de meester van mijn zoon

Het leek een morgen om niet te vergeten
een beetje kil een beetje klam
bedampt nog van de nacht
waarlangs de zomer
stiekem voorbij was gegaan

Ik had de wekker gehoord
het aanzwellend kabaal
van drie paar kindervoetjes
op de trap
het doorspoelen na het zoveelste
plasje

tegen de afgebladderde muur
weerbarstige kamperfoelie in mijn tuin
en een herfstroos
zich moeizaam ontplooiend
in het behang van een spinneweb

En dan de speelplaats
platgewalst door duizend voetjes
en moeders zichtbaar opgedirkt
door Elisabeth Arden en geur
van Chanel dixneuf
met bruine benen uit Guadaloupe
sieraad van een zilte zomer
op hooggehakte pumps

In langgerekte rijen
een beetje loom een beetje lam voor 't eerst mijn zoon
zijn blauwe dasje om, zijn grotemensenhemd
en in zijn veel te holle boekentas
een stift, een potlood en een gom en
schriftjes voor de letters s en c en h
van school

En plots
als een punt
op een heel grote i
de reus in de straat van kabouters
met baard en sjaal en kaki
duffelcoat
de Meester

de meester van mijn zoon

Ik dacht
mocht het straks regenen
van droefenis
in de ogen van mijn zoon
kan hij heimelijk gan schuilen
in de opgestikte zak
van zijn meesters jas.

 

 

1156947-f8014c419b542dd6bbb072eb57be24a9.jpg 

Jo Gisekin (Gent, 14 mei 1942)

 

 

 

 

De Oostenrijkse schrijver, essayist en uitgever Karl-Markus Gauß werd geboren op 14 mei 1954 in Salzburg. Zie ook alle tags voor Karl-Markus Gauß op dit blog.

 

Uit: Im Wald der Metropolen

 

„Der Saal wird von einem prachtigen Spitzbogen uberwolbt. Das Interessanteste an der eleganten Deckenkonstruktion sind die holzernen Querbalken, die aus dem Rachen speiender Drachen zu ragen scheinen und mit possierlichen Gesichtern versehen sind, denen wiederum groteske Tierkopfe gegenubergesetzt wurden. Die Gesichter waren bekannten Burgern von Beaune nachempfunden,

und die Tierkopfe, von denen jeder einem bestimmten der einfaltig grinsenden Burgergesichter zugeordnet ist, sollten etwas uber den Charakter derer verraten, die hier wie fur alle Zeiten in ihrer Lasterhaftigkeit gezeichnet wurden. Wir staunten uber die kluge Funktionalitat, mit der der Krankensaal seinem medizinischen Zweck entsprechend ausgestattet wurde, uber die spirituelle

Kraft, auf die er, der sich auf den Altar hin ausrichtet, bezogen ist; doch am allermeisten staunten wir, in einem Bauwerk, das doppelt ernstem Zweck gewidmet war, der Heilung des Korpers, der Erlosung der Seele, solchen Aberwitz zu finden, wie er sich uber den Kranken in der Holzkonstruktion des Gewolbes manifestierte, solchem Spott, der den wohlhabenden Leuten von Beaune, die das ihre zur Ausstattung und zum Unterhalt des Hospizes beizusteuern hatten, zweifach zuteil wurde: in Form ihrer

zum Lachen, zum Verlachen dummen Gesichter – und in jener der Tierkopfe, die ihren Geiz, ihre Gier, Beschranktheit und Gemeinheit blosstellten.“

 

 

 1156947-e6b684d34ede285d35da16101557ea6f.jpg

Karl-Markus Gauß (Salzburg, 14 mei 1954)

 

 

 

 

De Ierse schrijver Eoin Colfer (zijn voornaam wordt uitgesproken als Owen) werd geboren in Wexford op 14 mei 1965. Zie ook alle tags voor Eoin Colfer op dit blog.

 

Uit: Artemis Fowl

 

“Something smashed against the other side of the door. It sounded expensive. 'Of course I'm awake! How can I sleep in this blinding glare?' Artemis ventured inside. An antique four-poster bed threw shadowy spires in the darkness, and a pale sliver of light poked through a gap in the velvet curtains. Angeline Fowl sat hunched on the bed, her pale limbs glowing white in the gloom. 'Artemis, darling, where have you been?' Artemis sighed. She recognized him. That was a good sign. 'School trip, Mother. Skiing in Austria.' 'Ah, skiing,' crooned Angeline. 'How I miss it. Maybe when your father returns.' Artemis felt a lump in his throat. Most uncharacteristic. 'Yes. Perhaps when Father returns.' 'Darling, could you close those wretched curtains. The light is intolerable.' 'Of course, Mother.' Artemis felt his way across the room, wary of the low-level clothes chests scattered about the floor. Finally his fingers curled around the velvet drapes. For a moment he was tempted to throw them wide open, then he sighed and closed the gap. 'Thank you, darling. By the way, we really have to get rid of that maid. She is good for absolutely nothing.' Artemis held his tongue. Juliet had been a hardworking and loyal member of the Fowl household for the past three years. Time to use Mother's absent-mindedness to his advantage. 'You're right of course, Mother. I've been meaning to do it for some time. Butler has a sister I believe would be perfect for the position. I think I've mentioned her. Juliet?' Angeline frowned. 'Juliet? Yes, the name does seem familiar. Well, anyone would be better than that silly girl we have now. When can she start?' 'Straight away. I'll have Butler fetch her from the lodge.' 'You're a good boy, Artemis. Now give Mummy a hug.' Artemis stepped into the shadowy folds of his mother's robe. She smelled perfumed, like petals in water. But her arms were cold and weak. 'Oh, darling,' she whispered, and the sound sent goosebumps popping down Artemis's neck. 'I hear things. At night. They crawl along the pillows and into my ears.'

 

 

 1156947-b0fc264330ac49a249693de438bdbfbd.jpg

Eoin Colfer (Wexford, 14 mei 1965)

 

 

 

 

De Duitse schrijfster Gaby Hauptmann werd geboren op 14 mei 1957 in Trossingen. Zie ook alle tags voor Gaby Hauptmann op dit blog.

 

Uit: Hängepartie

”Der frühe Windstoss fährt in den leichten Stoff und bauscht den Vorhang vor dem off enen Fenster auf. Der Stoff tanzt hin und her und entlässt den Störenfried schließlich mit einem leisen Rascheln ins Zimmer. Mit ihm zieht der Duft nach feuchter Erde und herben Kräutern herein. Carmen zieht ihre leichte Sommerdecke etwas höher. Sie möchte noch nicht aufwachen, sich dem Tag noch nicht stellen. Sie möchte weiterträumen. Träumen ist so schön, so weit weg von allem, was im Büro auf sie wartet. Sie vergräbt den Kopf im Kopfkissen, doch dann dringt der werbende Ruf des Amselmännchens an ihr Ohr, und während sie seinem Gesang lauscht, fängt ihr Gehirn an zu arbeiten und stellt fest, dass Sonntag ist. Carmen hält die Augen geschlossen, aber sie sieht den Morgentau auf dem Gras vor sich, den blauen Lack ihrer Gartenbank und das Amselnest im alten Apfelbaum. Und sie freut sich für die Amselmama, dass ihr Mann so nett um sie wirbt.
Es muss früh sein, sagt sie sich. Für einen freien Tag sehr früh. Zu früh.
Noch immer hält Carmen ihre Augen geschlossen. Wenn sie sie erst einmal geöff net hat, wird sie nicht mehr einschlafen können. Vielleicht kann sie die schönen Bilder, die sie in ihrem Kopf hat, in den nächsten Traum einweben. Manchmal kann sie das.
Carmen versucht, dem Geruch, den Bildern und dem Vogelgesang eine Geschichte zu geben, irgendetwas, das sie zurück in einen Traum ziehen kann, aber gleichzeitig spürt sie, wie ihre Sinne erwachen und gegen den Schlaf ankämpfen. Sie fühlt ein Kribbeln die weiche Innenseite ihrer Beine her auf ziehen und sich mit forderndem Pochen und Ziehen in ihrem Schoß vereinigen. Die pure Lust. Carmen genießt das Gefühl und überlegt, ob sie so früh am Morgen schon hinüberlangen kann, hinüber zu David, dem dieses Pochen und Ziehen gilt. Ihre Hand stiehlt sich auf die andere Seite des Betts, langsam und tastend. Noch immer hält sie die Augen geschlossen. Sie möchte ihn erfühlen, seine bettwarme Nähe, seinen vertrauten Körper.”

 

 

 1156947-4a605c8f2bb8ed6a7c2ba3b4cd0a76c5.jpg

Gaby Hauptmann (Trossingen, 14 mei 1957)

 

 

 

De Italiaanse dichter Dante Alighieri werd tussen 14 mei en 13 juni 1265 (volgens hemzelf in de Divina Comedia in de Goede Week en in het teken van de Tweelingen) in Florence geboren. Zie ook alle tags voor Dante Alighieri op dit blog.

 

Uit: Divina Comedia

 

Canto I (Fragment)

 

Her eyes fast fix'd on the eternal wheels,

Beatrice stood unmov'd; and I with ken

Fix'd upon her, from upward gaze remov'd

 

At her aspect, such inwardly became

As Glaucus, when he tasted of the herb,

That made him peer among the ocean gods;

 

Words may not tell of that transhuman change:

And therefore let the example serve, though weak,

For those whom grace hath better proof in store

 

If I were only what thou didst create,

Then newly, Love! by whom the heav'n is rul'd,

Thou know'st, who by thy light didst bear me up.

 

Whenas the wheel which thou dost ever guide,

Desired Spirit! with its harmony

Temper'd of thee and measur'd, charm'd mine ear,

 

Then seem'd to me so much of heav'n to blaze

With the sun's flame, that rain or flood ne'er made

A lake so broad.  The newness of the sound,

 

And that great light, inflam'd me with desire,

Keener than e'er was felt, to know their cause.
Whence she who saw me, clearly as myself,

To calm my troubled mind, before I ask'd,
Open'd her lips, and gracious thus began:
"With false imagination thou thyself

 

Vertaald door H. F. Cary

 

 

 1156947-b3ecb144d936fb6106e9b8c089a51cf4.jpg

Dante Alighieri (14 mei/13 juni 1265 - 13/14 september 1321)




 

De Amerikaanse dichter en musicus Krister Axel werd geboren op 14 mei 1974 in Parijs. Zie ook alle tags voor Krister Alex op dit blog.

 

 

if I could paint my heart for you right now

 

if I could paint my heart for you right now

the colors would blind us both
I am in mid-explosion and I can’t help it

afraid to push open the door to this new understanding


Only now do I realize how far I have wandered

what it will take to bring me back

 

I am glad for you, such a beautiful image

of young and deliberate passion

time has not allowed you much failure


that cleansing fire of regret

your heart is as big as any canyon

even as my feet begin to slip

 

if I could paint my heart for you

an empty shell is all you would see

Choosing from among these pretty cages

I find strength because you are still so free

I am in mid-explosion and I can’t help it

you are a flower blooming patiently

 

 

1156947-24149dd3e365c31ffd14ffd55f4228b9.jpg
Krister Axel (Parijs, 14 mei 1974)

 

 

 

 

De Duitse schrijver Jens Sparschuh werd geboren op 14 mei 1955 in Karl-Marx-Stadt en groeide op in Oost-Berlijn Zie ook alle tags voor Jens Sparschuh op dit blog.

 

Uit: Stinkstiefel

 

„Ja, was macht denn der Herr Dinkhübel da unter seinem grünen Sofa?

Ist ihm was passiert?

Nur seine Beine gucken heraus und zappeln aufgeregt in der Luft.

Ah, jetzt kommt der ganze Herr Dinkhübel hervorgekrochen. Er klopft sich die Jacke ab, schüttelt den staubigen Kopf aus und schleicht weiter durch die Wohnung. Langsam, wie ein Kriminalinspektor. Auf Socken!

Dabei späht er nach allen Seiten. Er öff-net Schränke und Schubläden, steigt sogar auf den Fernsehsessel - ohne Erfolg -, schaut in leere Töpfe hinein und kriecht unter Tischen und Stühlen hindurch.

Wo sind nur all die Marzipanhasen, Schokoladenkugeln und die vielen Ostereier geblieben, die er gestern Abend, wie immer vor Ostern, überall versteckt hat? Keine Ahnung!

Und da auf eines Verlass ist, nämlich auf Dinkhübels Vergesslichkeit, geht die große Sucherei weiter.

Als die Uhr elfmal schlägt, liegt der große runde Wohnzimmertisch voller Süßigkeiten. Staunend steht Herr Dinkhübel davor.

Wer hätte das gedacht! So eine Überraschung!“

 

 

1156947-a4fae0998e0885c0cae90ffa54cac63f.jpg
Jens Sparschuh (Karl-Marx-Stadt, 14 mei 1955) 
 

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 14e mei ook mijn blog van 14 mei 2011 deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:47 Reageer op dit bericht

Martinus Nijhoff, Jan Lauwereyns, Reinout Verbeke, Bruce Chatwin, Daphne du Maurier, Kathleen Jamie, Armistead Maupin

Bij Moederdag

 

 

 

 

 cassatt-y-thomas.jpg

Mary Cassat, Young Thomas And His Mother, 1893

 

 

 

Herinnering


Moeder, weet je nog hoe vroeger
Toen ik klein was, wij tesaam
Iedere nacht een liedje, moeder,
Zongen voor het raam?


Moe gespeeld en moe gesprongen
Zat ik op uw schoot en dacht
In mijn nachtgoed, kleine jongen,
Aan 't geheim der nacht.


Want als wij dan gingen zingen
't Oude altijd-eendre lied
Hoe God alle, alle dingen
Die wij doen, beziet, 
Hoe zijn eeuwige, grote wondren
Steeds beschermend om ons zijn
- Nimmer zong je moeder, zonder 'n
Beven dat refrein - , 
Dan zag ik de sterren flonkren
En de maan door de wolken gaan,
D' Oude nacht met wijze, donkre
Ogen voor me staan.

 

 

 

 1155968-2d7258ee39b242ef68abd0addf25eb7b.jpg

Martinus Nijhoff (20 april 1894 – 26 januari 1953)

 

 

 

 

De Vlaamse dichter Jan Lauwereyns werd geboren op 13 mei 1969 in Antwerpen. Zie ook alle tags voor Jan Lauwereyns op dit blog.

 

 

Wanneer je in slaap valt

 

Wanneer je in slaap valt,
je hardgekookte lichaam nog

op pijnlijke prikkels reageert,
van houding verandert,

wanneer je halsbrekende rechterarm te lang
onder mijn hoofdkussen gekneld zit,

slaap ik,

Type-3-communicatie verstoord.

Wat het gevolg kan zijn
van over gloeiende kooltjes lopen

in plaats van één te worden

met het ochtendgloren.

 

 

 

Gedicht/Niet-gedicht deel 1

 

Bij Rainer Maria Rilke's "Lied vom Meer"

Oeroud gewaai van zee, zeewind bij nacht
Jij gaat naar geen die waakt of zien zal hoe
Oeroud gewaai van zee, zeewind bij nacht
Jou te weerstaan! Oeroud gewaai van zee
Jij gaat naar geen die waakt of zien zal hoe
Versteend is van louter ruimte rijten
Jou te weerstaan! Oeroud gewaai van zee
Zo gevoel je vijgboom, hoog in maanschijn
Versteend is van louter ruimte rijzen.
Zo gevoel je vijgboom, hoog in maanschijn.

 

 

 1155968-98d8ebda93498890038744af7e472509.jpg

Jan Lauwereyns (Antwerpen, 13 mei 1969)

 

 

 

 

 

De Vlaamse dichter Reinout Verbeke werd geboren op 13 mei 1981 in Roeselare. Zie ook alle tags voor Reinout Verbeke op dit blog.

 

 

Nanomeisje

 

Een meisje tot de min negende macht
is mijn liefde aan het meten. Niet mijn oogopslag
de trilling in mijn stem, maar stuwing van bloed
aantallen eiwitten per kubieke centimeter

 

Een meisje op een miljardste meter. Meisje molecuul
van goudpartikels en van kwarts. Ik heb haar nodig lief
Zij mijn vreemde lichaam, ik haar voorspelbaarheid

 

Ben ik haar proefdier
en dubbelblind Oidipous gelijk?

 

Ik wil het haar vragen
maar alleen van meetbaarheid
wil ze spreken, zoals:
stijgt de liefde voor het heengaan?

 

 

 

 86-Reinout%20Verbeke%20scilogs.jpg

Reinout Verbeke (Roeselare, 13 mei 1981)

 

 

 

 

De Engelse schrijver Bruce Chatwin werd op 13 mei 1940 in Sheffield geboren. Zie ook alle tags voor Bruce Chatwin op dit blog.

 

Uit: In Patagonia

 

“Never in my life have I wanted anything as I wanted that piece of skin. My grandmothersaid I should have it one day, perhaps. And when she died I said: ‘Now I can have thepiece of brontosaurus,’ but my mother said: ‘Oh, that thing! I’m afraid we threw it away.’

  At school they laughed at the story of the brontosaurus. The science master said I’dmixed it up with the Siberian mammoth. He told the class how Russian scientists haddined off deep-frozen mammoth and told me not to tell lies. Besides, he said,brontosauruses were reptiles. They had no hair, but scaly armoured hide. And he showedus an artist’s impression of the beast—so different from that of my imagination—grey-green, with a tiny head and gigantic switchback of vertebrae, placidly eating weed in alake. I was ashamed of my hairy brontosaurus, but I knew it was not a mammoth.It took some years to sort the story out. Charley Milward’s animal was not a brontosaurus,but the mylodon or Giant Sloth. He never found a whole specimen, or even a wholeskeleton, but some skin and bones, preserved by the cold, dryness and salt, in a cave onLast Hope Sound in Chilean Patagonia. He sent the collection to England and sold it to theBritish Museum. This version was less romantic but had the merit of being true.My interest in Patagonia survived the loss of the skin; for the Cold War woke in me apassion for geography. In the late 1940s the Cannibal of the Kremlin shadowed our lives;you could mistake his moustaches for teeth. We listened to lectures about the war he wasplanning. We watched the civil defence lecturer ring the cities of Europe to show thezones of total and partial destruction. We saw the zones bump one against the otherleaving no space in between. The instructor wore khaki shorts. His knees were white andknobbly, and we saw it was hopeless. The war was coming and there was nothing wecould do.Next, we read about the cobalt bomb, which was worse than the hydrogen bomb andcould smother the planet in an endless chain reaction.I knew the colour cobalt from my great-aunt’s paintbox. almostentirely religious. She did lots of St Sebastians, always against a cobalt-blue background,always the same beautiful young man, stuck through and through with arrows and still onhis feet.So I pictured the cobalt bomb as a dense blue cloudbank, spitting tongues of flame at theedges.”

 

 

 1155968-fdce25e99b635128f0990b51503d6d90.jpg

Bruce Chatwin (13 mei 1940 – 18 januari 1989)

In 1984

 

 

 

De Britse schrijfster Daphne du Maurier werd geboren in Londen op 13 mei 1907. Zie ook alle tags voor Daphne du Maurier op dit blog.

 

Uit: Rebecca

 

“The drive was a ribbon now, a thread of its former self, with gravel surface gone, and choked with grass and moss. The trees had thrown out low branches, making an impediment to progress; the gnarled roots looked like skeleton claws. Scattered here and again amongst this jungle growth I would recognize shrubs that had been landmarks in our time, things of culture and grace, hydrangeas whose blue heads had been famous. No hand had checked their progress, and they had gone native now, rearing to monster height without a bloom, black and ugly as the nameless parasites that grew beside them. On and on, now east now west, wound the poor thread that once had been our drive. Sometimes I thought it lost, but it appeared again, beneath a fallen tree perhaps, or struggling on the other side of a muddied ditch created by the winter rains. I had not thought the way so long. Surely the miles had multiplied, even as the trees had done, and this path led but to a labyrinth, some choked wilderness, and not to the house at all. I came upon it suddenly; the approach masked by the unnatural growth of a vast shrub that spread in all directions, and I stood, my heart thumping in my breast, the strange prick of tears behind my eyes. There was Manderley, our Manderley, secretive and silent as it had always been, the grey stone shining in the moonlight of my dream, the mullioned windows reflecting the green lawns and the terrace. Time could not wreck the perfect symmetry of those walls, nor the site itself, a jewel in the hollow of a hand. The terrace sloped to the lawns, and the lawns stretched to the sea, and turning I could see the sheet of silver placid under the moon, like a lake undisturbed by wind or storm.”

 

 

1155968-2b34c9ea0671b74ce4a0a67859081ba1.jpg
Daphne du Maurier (13 mei 1907 – 19 april 1989)

 

 

 

 

De Schotse dichteres Kathleen Jamie werd geboren op 13 mei 1962 in Currie, Edinburgh. Zie ook alle tags voor Kathleen Jamie op dit blog.

 

 

Skeins o Geese

 

Skeins o geese write a word

across the sky. A word

struck lik a gong

afore I wis born.

The sky moves like cattle, lowin.

I'm as empty as stane, as fields

ploo'd but not sown, naked

as blin as a stane. Blin

tae the word, blin

tae a' soon but geese ca'ing.

Wire twists lik archaic script

roon a gate. The barbs

sign tae the wind as though

it was deef. The word whustles

ower high for ma senses. Awa.

No lik the past which lies

strewn aroun. Nor sudden death.

No lik a lover we'll ken

an connect wi forever.

The hem of its goin drags across the sky.

Whit dae birds write on the dusk?

A word niver spoken or read.

The skeins turn hame,

on the wind's dumb moan, a soun,

maybe human, bereft.

 

 

 

 1155968-ff9f45a894e66a114dc7aa8c9df7f271.jpg

Kathleen Jamie (Currie, 13 mei 1962)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Armistead Jones Maupin Jr. werd geboren op 13 mei 1944 in Washington. Zie ook alle tags voor Armistead Maupin op dit blog.

 

Uit: The Night Listener

 

„I don't want that to happen when I talk about Pete. I will try to lay out the facts exactly as I remember them, one after the other, as unbejewelled as possible. I owe that much to my son, to both of us, really, and to the unscripted intrigues of everyday life. But, most of all, I want you to believe this. And that will be hard enough as it is.
I wasn't myself the afternoon that Pete appeared. Or maybe more severely myself than I had ever been. Jess had left me two weeks earlier, and I was raw with the realization of it. I have never known sorrow to be such a physical thing, an actual presence that weighed on my limbs like something wet and woolen. I couldn't write or wouldn't, at any rate unable to face the grueling self-scrutiny that fiction demands. I would feed the dog, walk him, check the mail, feed myself, do the dishes, lie on the sofa for hours watching television.

Everything seemed pertinent to my pain. The silliest coffee commercial could plunge me into profound Chekhovian gloom. There was no way around the self-doubt or the panic or the anger. My marriage had exploded in midair, strewing itself across the landscape, and all I could do was search the rubble for some sign of a probable cause, some telltale black box.“

 

 

1155968-59050f45252f16e7cad7f3cd006b012b.jpg
Armistead Maupin ( Washington, 13 mei 1944)

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 13 mei ook mijn blog van 13 mei 2011 deel 1 en eveneens deel 2.
Geschreven door Romenu om 17:12 Reageer op dit bericht

Hagar Peeters, Bertus Aafjes, August Vermeylen, Andrej Voznesensky

De Nederlandse dichteres Hagar Peeters werd geboren in Amsterdam op 12 mei 1972. Zie ook alle tags voor Hagar Peeters op dit blog.

 

 

Raadsels van de regen

 

Wat is zelfgenoegzaam? Regen.
Wat is een kapstok? Een stille vriend.
Hoeveel gaten telt een knoop?
Het dubbele van een knoopsgat.
Wat wil dansen maar kan het niet? Regen.
Wat wil vuur zijn maar kan het niet worden? Regen!
Wat ligt daadwerkelijk stil? Het hart van een dode.
Wat klopt het hardst: het hart of de voet van de baby?

 

 

 

Denkend aan de dood

 

Ik heb zo vaak mijn eigen eind bedacht
dat het niet langer onverhoeds kan komen.

Het moet wel zijn zoals ik het voorzag;
de angstige uren in de nacht

zullen ten langen leste lonen
voor wie beseft dat van alle gedachten

die ooit werden gedacht die aan de dood
behoorden tot de meest gewone.

 

 

 

Bij Geboorte 1

 

Als opgebaard leven ligt daar de boreling.
Wie met hem te doen heeft, benijdt hem.

Nog nauwelijks het niets ontrukt
drukt hem al het juk van de vreugde

De pose naast de teddybeer
die opzichtig voor zijn beste vriend doorgaat.

De bezoekers koeren;
een hogere vorm van ademen.

 

 

 

 1155611-376e8bfb94443ec4c0a6ce4b7ce53c08.jpg

Hagar Peeters (Amsterdam, 12 mei 1972)

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver en dichter Bertus Aafjes (pseudoniem Jan Oranje) werd geboren in Amsterdam op 12 mei 1914. Zie ook alle tags voor Bertus Aafjes op dit blog.

 

Twee parels

 

Twee parels aan een glooiing saamgegleden,
Zo lagen in omstrengeling van leden,
Op een rustbed van gloeiend karmijn,
Twee meisjes in verinnigd samenzijn;
Een als de een zich teder overboog,
Rees teerder nog de ander naar omhoog,
En als twee zwanen tot elkaar gegleden,
Omsnoerden zij elkaar de bleke leden …

En als twee zwanen, een bleek zusterpaar,
Bewegend licht, bevoeren zij elkaar,
Beheerst, in een stil vloeispel, in een vlijen
En als met zachte zwemvliezen de dijen
Wegwentelende, enkel vrezend om
Te diepe dracht in spiegelgladde kom
Van schoot, opdat door de beroering niet
De diepe drift de vijveren verliet.

 

 

 

De vogel

 

Ik lig vaak onbetoverd in de warme
Nachten, als voor de tweede maal weer kind,
Met losse benen en met losse armen,
Nu ik u niet meer te omhelzen vind.

De maan draait langzaam aan de open hemel
Gelijk een gouden scheepje over zee;
De sterren in hun eeuwenoud gewemel
Drijven als kleine waterlelies mee.

Dan vliegt gij soms door 't open venster binnen
Gelijk een vogel die vergaat van dorst;
Ik voel uw voetjes tripplen door het linnen;
Snel drinkt gij aan de vijver van mijn borst.
Gij vouwt uw vleugels samen rond mijn hart,
Eer gij verdwijnt in 't nachtlijk blauw en zwart.

 



 

 1155611-8e5c4e3f73a9135a0d0e81cf79c8bcbb.jpg

Bertus Aafjes (12 mei 1914 - 22 april 1993)

 

 

 

 

 

De Vlaamse schrijver, dichter, kunsthistoricus en politicus August Vermeylen werd geboren in Brussel, op 12 mei 1872. Zie ook alle tags voor August Vermeylen op dit blog.

 

Uit: Heimwee

 

“Hij werd wakker, zijn hoofd zwaar, als in watergesoes, onbewust, half in dien droom nog, - met onbekende & onrustige vergezichten, wegen uitschuivend naar vèr-weg...

De flauwe morgen die in de kamer was ging vóór zijn oogen open. De dingen stonden in donkervaag gelijn, alles vast wezenlijk. Hij voelde zich zoo moê-beklemd, laf van zijn vleesch, heel zijn lichaam af-moê, & wendde zich nog eens om in sluimering, & bleef wat liggen op den rug lang-uit, starend. En een logge moeite om eindelijk uit het bed te glijden. Onzeker gemijmer, griezelig & verkleumd, in het hoofd.

Weer een dag die begon! De morgen schaduwde het lange kruis der vensterramen op de vaal afgetaande rolgordijnen, waaronder een licht oudwit, een matte mistlicht doorspleet, & vulde met diffuze bleekheid - glimmig op een somber meubel - tusschen het opgaan der wanden de héél-stille & toeë tapijtkamer.

Die kamer scheen hem zoo vreemd, alsof daar zooeven iets gebeurd ware, alsof daar nog een ontastbare aanwezigheid...

Hij ging kijken naar de pendule op de marmerschouw - een verouderde pendule met onuitstaanbare bizonderheden, haar insektgetik cadanseerde het stilzwijgen langdurig, in de holle kamer. Het was bijna zeven uur. Hij begon zich te kleeden, treuzelig, gedachtenijl.

Een dag als gisteren, als morgen; alles wezenlijk, gewoon. En, toen hij de gordijnen optrok, hetzelfde licht - als gisteren, als morgen - dat zich op dezelfde zwaardonkere ladetafel, en glad op dien killen

spiegel, vaststelde - uitgeschenen op de afgegane bloemen der deurbehangsels, & wat gelend dien ivoren Christus boven 't bed, met een glansje op zijn puntige knieën.“

 

 

 1155611-887e8d7657a2d8631109a0efd318100c.jpg

August Vermeylen (12 mei 1872 – 10 januari 1945)

Borstbeeld in Middelheim, Antwerpen 

 

 

 

 

De Russische dichter Andrej Andreyevich Voznesensky werd geboren in Moskou op 12 mei 1933. Zie ook alle tags voor Andrej Voznesensky op dit blog.

 

 

The Antiworlds

 

There is Bukashkin, our neighbor,
in underpants of blotting paper,
and, like balloons, the Antiworlds
hang up above him in the vaults.

Up there, like a magic daemon,
he smartly rules the Universe,
Antibukashkin lies there giving
Lollobrigida a caress.

The Anti-great-academician
has got a blotting paper vision.

Long live creative Antiworlds,
great fantasy amidst daft words!
There are wise men and stupid peasants,
there are no trees without deserts.

There're Antimen and Antilorries,
Antimachines in woods and forests.
There's salt of earth, and there's a fake.
A falcon dies without a snake.

I like my dear critics best.
The greatest of them beats the rest
for on his shoulders there's no head,
he's got an Antihead instead.

At night I sleep with windows open
and hear the rings of falling stars,

From up above skyscrapers drop and,
like stalactites, look down on us.

High up above me upside down,
stuck like a fork into the ground,
my nice light-hearted butterfly,
my Antiworld, is getting by.

I wonder if it's wrong or right
that Antiworlds should date at night.
Why should they sit there side by side
watching TV all through the night?
They do not understand a word.
It's their last date in this world.
They sit and chat for hours, and
they will regret it in the end!
The two have burning ears and eyes,
resembling purple butterflies...

...A lecturer once said to me:
"An Antiworld? It's loonacy!"

I'm half asleep, and I would sooner
believe than doubt the man's word...
My green-eyed kitty, like a tuner,
receives the signals of the world.

 

 

Vertaald door Alec Vagapov

 

 

 1155611-56db015abad119f1b5cd5952636a2e78.jpg

Andrej Voznesensky (12 mei 1933 – 1 juni 2010)

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 12e mei ook mijn vorige blog van vandaag.
Geschreven door Romenu om 16:58 Reageer op dit bericht

Eva Demski, Sabine Imhof, Farley Mowat, Dante Gabriel Rossetti

De Duitse schrijfster Eva Demski werd geboren op 12 mei 1944 in Regensburg. Zie ook alle tags voor Eva Demski op dit blog.

 

Uit: Von Liebe, Reichtum, Tod und Schminke

 

„Die sogenannte Jogginghose und ihre arschkonturierende Schwester Leggin sowie die dazugehörigen namenlosen Oberteile sind nichts anderes als ein großes Sichaufgegebenhaben. Wie gesagt, meine Klage und mein Schauder werden von manchen geteilt, auch öffentlich. Aber die da in Meersburg oder auf Föhr, in Garmisch oder Rostock herumwandern, hören es nicht, sie hören es nicht, und sehen tun sie sich ganz offenbar auch nicht. Jenes zerflossene wamperte Monster, das mit einem grünlichen Doppelsack als Beinkleid und der Aufschrift California Dream Boy auf seinem lila Bierranzen in einer Schaufensterscheibe oder im Spiegel eines Schuhgeschäfts aufscheint, kann sich als Ich ganz offenbar nicht wahrnehmen, er müßte doch sonst weinend im Rinnstein zusammensinken. Und die Frau neben ihm, deren Beine von Leopardenmuster so eng umhüllt sind, daß man deutlich die kleinen Säckchen an den Kniekehlen und weiter oben die Kimme sehen kann, die ist sich selber offenbar genauso unsichtbar. Oder sind sie alle so resigniert, so mit sich selber zerfallen, so -titanisch unglücklich über die Unzulänglichkeit des Menschen an sich, daß sie so was anziehen?
Der Jugend sehen wir viel nach und gedenken zärtlich jener Schrecknisse, die wir den eigenen Eltern bereitet haben (weißgekalkte Lippen und Metallreifen um die Mitte). Daß die Mädels für eine schöne Zeit ihres Lebens aussehen, als hätte man sie unter einem nassen Stein gefunden und ihnen dann Zement um die Füße gegossen – macht nichts. Das gibt sich, und wenn man Kinder davon abhalten kann, sich an allzu sichtbarer Stelle ein Tattoo anbringen zu lassen (»Schätzchen, wie glaubst du, daß ein Drachen auf der Stirn aussieht, wenn du vierzig bist?« Antwort: »Das werd ich nie! Eher erschieß ich mich!«) – also wenn es einem gelingt, das zu vermeiden, dann steht einer attraktiven modischen Entwicklung abseits des Freizeitkleidungsstammes, dieser Troglodyten, nichts im Weg.“

 

 

 1155608-2baa1abac2fa3556ee45ef6098c4d637.jpg

Eva Demski (Regensburg, 12 mei 1944)



 

De Zwitserse dichteres Sabine Imhof werd geboren in Brig in 1976. Zie ook alle tags voor Sabine Imhof op dit blog.

 

 

Old Man River
(In Erinnerung an Heath Ledger)

 

Blaue Flecken,
einmal um die Welt gereist
das milde Fleisch des Lammes
im letzten Zucken der lächerlichen Zeit

hat die Nacht einen Stern verloren
der Fluß seine Richtung
am Wegesrand melkt
ein Verlegener das letzte Rot
aus deinen Wangen

ein gestohlener Tropfen
auf dem heißen Stein
der neuesten Meldungen
flechtet jemand Reime
in das gerettete Haar

konserviert in einem gut
ausgespülten Marmeladenglas
werden Gebetsanfänge und Namen
endgültig gemacht

ein letzter Griff in die Hosentasche
neben deinem nackten Tod
bedeckt man die abfallende Temperatur
mit dem Mantel eines alten Mannes

einer kommt und tapeziert die Wand
auf der Zunge einen schalen Klassiker
ganz in der Nähe schläft er mit offenen Augen
421 Broome Street,
weiße Sprenkel überall, ein Speichelfaden
teilt das Flimmern des Bildschirms entzwei

Steine in deinen Schuhen
sie stehen im Weg,
beschweren den Aufstieg
er rettet sich aus dem Riss –

im Himmel fallen Äpfel wie Regen
auf deinen geschlossenen Mund
lege ich eine letzte Zeile
Atemnot.

 

 

1155608-2c057104558d7e403d5171c8e6c775f7.jpg 

Sabine Imhof (Brig, 12 mei 1976)

Cover

 

 

 

 

De Canadese schrijver Farley Mowat werd geboren in Belleville, Ontario, op 12 mei 1921. Zie ook alle tags voor Farley Mowat op dit blog.

 

Uit: Lost in the Barrens

 

„The month of June was growing old. It had been a year since Jamie Macnair left Toronto, the city of his birth, to take up a new life in the subarctic forests of northern Canada. Beside the shores of Macnair Lake the tamaracks were greening now after the winter’s blackness. Out on the lake great loons cried shrilly. As Jamie squatted in front of the log cabin, helping his uncle bale up the winter’s catch of furs, he tried to remember how he had felt on that day, a year past, when he climbed out of the train at the lonely frontier town called The Pas to meet his uncle.
Jamie’s uncle, Angus Macnair, had been a trader in the arctic, the master of a sealing schooner in the Bering Sea, and finally a trapper who roamed over the broad forests of the north. To Jamie, his uncle was almost a legend, and when the telegram came from him it filled the boy with excitement.
ARRANGEMENTS MADE FOR YOU TO JOIN ME AT THE PAS STOP LETTER WITH DETAILS FOLLOWS.
ANGUS MACNAIR
That eagerly awaited letter had brought with it some unhappiness for Jamie. It had reminded him sharply of the tragedy of his parents’ deaths in a car accident seven years ago. And it had made clear something he had never really faced before – that apart from his uncle, whom he had never seen, he was truly alone.“

 

 

 1155608-d8d7bf64eebf84fc27cc0c1a35b63b0e.jpg

Farley Mowat (Belleville, 12 mei 1921)

 

 

 


De Engelse schilder en dichter Dante Gabriel Rossetti werd op 12 mei 1828 inLonden geboren.
Zie ook alle tags voor Dante Gabriel Rossetti op dit blog.

 

Adieu

 

WAVING whispering trees,
What do you say to the breeze
And what says the breeze to you?
'Mid passing souls ill at ease,
Moving murmuring trees,
Would ye ever wave an Adieu?
Tossing turbulent seas,
Winds that wrestle with these,
Echo heard in the shell,—

'Mid fleeting life ill at ease,
Restless ravening seas,—
Would the echo sigh Farewell?
Surging sumptuous skies,
For ever a new surprise,
Clouds eternally new,—
Is every flake that flies,
Widening wandering skies,
For a sign—Farewell, Adieu?
Sinking suffering heart
That know'st how weary thou art,—
Soul so fain for a flight,—
Aye, spread your wings to depart,
Sad soul and sorrowing heart,—
Adieu, Farewell, Good-night.

 

 

 

 1155608-c6e9c3a3260117767b9a96064a7b75de.jpg

Dante Gabriel Rossetti (12 mei 1828 - 9 april 1882)

Portret door William Holman Hunt,, c. 1870

Geschreven door Romenu om 16:53 Reageer op dit bericht

J. H. Leopold, da Gerhardt, Andre Rudolph, Rubem Fonseca, Henning Boëtius, Camilo José Cela, Rose Ausländer

De Nederlandse dichter  en classicus Jan Hendrik Leopold werd geboren in ’s-Hertogenbosch op 11 mei 1865. Zie ook alle tags voor J. H. Leopold op dit blog.

 

 

Regen

 

De bui is afgedreven;
aan de gezonken horizont
trekt weg het opgestapelde, de rond-
gewelfde wolken; over is gebleven
het blauw, het kille blauw, waaruit gebannen
een elke kreuk, blank en opnieuw gespannen.

En hier nog aan het vensterglas
aan de bedroefde ruiten
beeft in wat nu weer buiten
van winderigs in opstand was
een druppel van de regen,
kleeft aangedrukt er tegen,
rilt in het kille licht.

en al de blinking en het vergezicht,
van hemel en van aarde, akkerzwart,
stralende waters, heggen, het verward
beweeg van mensen, die naar buiten komen,
ploegpaarden langs de weg, de oude bomen
voor huis en hof en over hen de glans
der daggeboort, de diepe hemeltrans
met schitterzon, wereld en ruim heelal:
het is bevat in dit klein trilkristal.

 

 

 

Het was een morgen, kristallijn gezet

 

Het was een morgen, kristallijn gezet
op vochte weiden, waar de droppeldauw
de sprieten, stengels buigen deed, aan kelk en steel
schakerend in het lichte grijs gezegen
op gras en groene halmen, in de lucht
heldere vinkenslag, over de vlonder
het reppen van de voeten, de witte tandenlach,
het zingen van de melkster, aan de kimmen
de zomen
ging God om

Dat was geweest; dat had nu zijn bekomst

 

 

 

Cheops (fragment)

 

Zo dit groot monument, dit uitgekozen
koninklijk gloriestuk en pronkkleinood,
de rijke rotsklomp, kantig en behouwen
als een gekloofd juweel, de bergkolos,
die dromende onder het marmerpantser
de leden rekt, de torenstapeling
van duizenden op duizenden getild
door honderdduizenden, getuigenis
van onbedwongen almacht uitgevierd
tot zwijmelhoogte, van een fel bewind,
dat zijn vermeten en zijn netten wierp
over de namelozen, de verloren
tot ondergang gedoemde drom, gebukt
over hun donkre moeite en zweet, het hoofd
zuchtend en trillende het harde pogen
in handen en gerei, tesaamgeschoold
tot hunne taak de bange en als lood
lag dodelijk op de bekommerden
de doffe wil, het onverwrikt gebod
van de ver tronende, meedogenloze,
van hem, de eigenzinnige despoot.

 

 

 

 1155060-d1ec2322cd4ec9fc67aef3eb1f647d05.jpg

J. H. Leopold (11 mei 1865 - 21 juni 1925)

 

 

 

 

De Nederlandse dichteres Ida Gerhardt werd geboren in Gorinchem op 11 mei 1905. Zie ook alle tags voor Ida Gerhardt op dit blog.

 

 

Het carillon

 

Ik zag de mensen in de straten,
hun armoe en hun grauw gezicht, -
toen streek er over de gelaten
een luisteren, een vleug van licht.

Want boven in de klokkentoren
na ’t donker-bronzen urenslaan
ving, over heel de stad te horen,
de beiaardier te spelen aan.

Valerius: - een statig zingen
waarin de zware klok bewoog,
doorstrooid van lichter sprankelingen,
‘Wij slaan het oog tot U omhoog.’

En één tussen de naamloos velen,
gedrongen aan de huizenkant
stond ik te luist’ren naar dit spelen
dat zong van mijn geschonden land.

Dit sprakeloze samenkomen
en Hollands licht over de stad –
Nooit heb ik wat ons werd ontnomen
zo bitter, bitter liefgehad.

 

 

 

De reiskameraad

 

Op een onaards uur vertrokken,
wars van alles, zonder reisplan,
elke overlegging mijdend
en mij weidend in mijn vrijheid
bij het dansen van de draden,
weet ik feestelijk in mijn jaszak
het kompas, dat onder Arkel
ik als kind eens op een morgen
heb gevonden in de wegberm.

Dat mijn trots was, dat het nog is,
dat ik Boreas gedoopt heb.
Waaraan nooit iets gemankeerd heeft.
Of ik zuidwaarts ga of zigzag,
onomkoopbaar, onverbiddelijk
richt zich de magneetnaald noordwaarts.
Eindelijk reizen wij weer samen,
twee die bij elkander horen,
twee die aan elkaar gewaagd zijn.

 

 

 

Rivierbaken

Gorinchem, 22 april 1988

 

Daar waar 't water was,

daar waar het, later, wás

wat ik als kind al wist.

 

Daar waar 't water is,

daar waar 't baken is

waarin het is gegrift.

 

 

 

 1155060-53593aab6bb34ec539dc9a2342fddd5f.jpg

Ida Gerhardt (11 mei 1905 – 15 augustus 1997)

Het rivierbaken in Gorinchem met bovenstaande tekst 

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Andre Rudolph werd geboren in Warschau op 11 mei 1975 en groeide op in Leipzig. Zie ook alle tags voor Andre Rudolph op dit blog.

 

 

das wahre troja liegt innen

 

einmal,

während jener belagerungszustände,

in die wir unsere körper

durch den reichlichen gebrauch von cocktails

versetzten, als wären wir

seefahrer oder huren nicht nur im traum,

 

wurdest du so nahbar,

dass mir davon die augen bluteten

 

die stadt lag friedlich wie je

und bemerkte gar nicht,

dass sie gerade beschossen wurde

 

ganze straßenzüge wurden unterdessen

ausgelöscht;

wir waren die einzigen, die das sahn

 

aber wir saßen fest

und warteten ab, dass es vorüberginge

 

dann sprudelte draußen

aus den abgeschlagnen köpfen der hydranten

frisches leben

und überschwemmte alles

 

du erinnerst dich, lieber christoph

wir gingen hinaus,

du mit deinem komischen hut

und ich mit ein paar hasenohren

 

aber wir kamen gut durch,

die laternen beugten sich mit ihren gebogenen

hälsen zu uns herunter,

friedliche saurier

 

sie fraßen uns

das licht aus der hand,

 

und ich erzählte dir,

dass ich neuerdings meditiere,

gegen die tödliche nervosität,

die mein ganzes leben bestimmt

 

 

 

 1155060-c9e10348bec3796a92493568e9ded60a.jpg

Andre Rudolph (Warschau, 11 mei 1975)

 

 

 

 

De Braziliaanse schrijver José Rubem Fonseca werd geboren op 11 mei 1925 in Juiz de Fora. Zie ook alle tags voor Rubem Fonseca op dit blog.

 

Uit: Bufo & Spallanzani (Vertaald door Karin von Schweder-Schreiner)

 

“Delfina Delamare begleitete ihren Mann nicht auf all seinen Reisen. Eigentlich reiste sie gar nicht gern. Die Schiffe waren immer voll alter Rentner und häßlicher Frauen, an Bord herrschte verlogene Eleganz, und im Laufe der Reise trat die unersprießliche Gewöhnlichkeit der Menschen zutage. Flugzeuge hatten den Vorteil, schneller zu sein, schufen aber eine klaustrophobische Nähe zu jedermann, in der man unter dicken, verschlafenen Männern ohne Schuhe begraben wurde, selbst in der ersten Klasse. Kurz, sie hatte Reisen immer als unangenehm empfunden. Sie blieb lieber in Rio und widmete sich ihren Werken der Nächstenliebe.
Die Begegnung zwischen Delfina und Guedes fand in einer der wenigen Situationen statt, in denen dies überhaupt möglich war. Es geschah auf der Straße, versteht sich, aber auf eine für beide überraschende Weise. Delfina befand sich in ihrem Mercedes in der Rua Diamantina, einer Sackgasse hoch oben im Stadtteil Jardim Botânico. Als Guedes zum Ort der Begegnung kam, wußte er bereits, daß Delfina nicht schlief, wie die Leute, die sie gefunden hatten, aufgrund ihres friedlichen Gesichtsausdrucks und der bequemen Haltung ihres Körpers im Autositz zunächst angenommen hatten. Guedes hingegen hatte noch auf der Wache von Delfinas tödlicher Verletzung erfahren, die unter ihrer Seidenbluse verborgen war.
Die Stelle war bereits von der Polizei abgesperrt worden. Zu beiden Seiten der Rua Diamantina standen Bäume, und an diesem frühen Morgen strahlte die Sonne durch die Baumkronen auf die metallicgelbe Motorhaube des Wagens, so daß er glänzte, als wäre er aus Gold.“

 

 

1155060-db0b92ea01e6e11a79107bb033403651.jpg
Rubem Fonseca (Juiz de Fora, 11 mei 1925)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver Henning Boëtius werd geboren op 11 mei 1939 in Langen, Hessen. Zie ook alle tags voor Henning Boëtius op dit blog.

 

Uit: Geschichte der Elektrizität

 

„In Märchen, Naturreligionen und Mythologie haben früheste Erfahrungen mit Elektrizität ihren Niederschlag gefunden. Für Blitz und Donner, Elmsfeuer, Irrlichter, Nordlichter, Magnetsteine, Bernsteine wurden Götter verantwortlich gemacht, aber auch Hexen und Zauberer. Es wimmelte von Gerüchten, in denen Schiffe Opfer von magnetischen Kräften wurden oder Menschen von Irrlichtern in tödliche Sümpfe gelockt wurden.
Eine damals beliebte Heilkraft gegen die Angst und das Unverständliche war ihre Beschwörung in Form einer Geschichte, einer Anekdote, eines erzählten Geschehens am abendlichen Kamin. Das Ungemütliche hatte dadurch auch eine gemütliche Seite, das Unheimliche eine heimelige. Vermutlich hat die Literatur in dieser weit verbreiteten Therapie gegen die Angst ihre Wurzeln.
Zu den wenigen anscheinend völlig harmlosen Rätseldingen zählte der Bernstein. Er sah aus wie ein Stein und war dennoch seltsam leicht. Das machte ihn zu einem anfassbaren Wunder. Ihm verdankt die Elektrizität ihren Namen. Bernstein heißt auf Lateinisch Electrum . Das deutsche Wort Bernstein kommt von niederdeutsch bernen = brennen. Das hat seinen Grund in der Tatsache, dass sich Bernstein auch anzünden lässt. Er brennt dann mit heller Flamme, wobei ein angenehmer Duft entsteht.“

 

1155060-cf1d7371ebf639f471710d26fefcb4d6.jpg 

Henning Boëtius (Langen, 11 mei 1939)

 

 

 


 

De Spaanse schrijver Camilo José Cela werd geboren op 11 mei 1916 in Iria Flavia. Zie ook alle tags voor Camilo José Cela op dit blog.

 

Uit: The Family of Pascual Duarte (Vertaald door Anthony Kerrigan)

 

„As was only natural, the village contained good houses and bad, the bad far outnumbering, as is usual, the good. There was one house, two stories high, belonging to Don Jesús, which was a pleasure to see, with its entranceway faced with tile and lined with flowerpots. Don Jesús had always been a strong believer in plants, and I suppose he kept after the housekeeper to watch over the geraniums, the heliotropes, the palms and the mint with the same loving care she might have given children. In any case, the old woman was always walking up and down with a kettle in her hand, watering the pots and pampering them with an attention they must have appreciated, to judge by the look of the shoots, so fresh and green. Don Jesús' house faced the plaza, and yet it was different from all the other houses, not only in its several points of superiority, but also in one aspect where it seemed less than the rest: though its owner was wealthy and did not stint, its front was completely plain, its color was the natural color of the stone, and it was not whitewashed, as even the poorest houses were. Don Jesús must have had his reasons for leaving it that way. A stone shield was carved and fixed in the wall over the door; the carving was said to be of great value; the top part represented the heads of two ancient warriors wearing headpieces decorated with plumes; one warrior looked to the east and the other toward the west, as if they were keeping watch against any threat from either direction.
Behind the plaza, on the same side as the house of Don Jesús, lay the parish church, with its stone bell tower and the bell which was like a hand bell and sounded in a strange way I could never describe, but which I can hear at this moment as if it were clanging around the corner . . .“



1155060-047c27a96825b6c34b1f03308f0a47c2.jpg
Camilo José Cela (11 mei 1916 – 17 januari 2002)

Portret door Nils Burwitz, 1989

 

 

 


De Oostenrijks-Roemeens-joods-Amerikaanse dichteres
Rose Ausländer werd geboren in Czernowitz op 11 mei 1901. Zie ook alle tags voor Rose Ausländer op dit blog.

 

 

Versöhnung

 

Wieder ein Morgen
ohne Gespenster
im Tau funkelt der Regenbogen
als Zeichen der Versöhnung

Du darfst dich freuen
über den vollkommenen Bau der Rose
darfst dich im grünen Labyrinth
verlieren und wiederfinden
in klarerer Gestalt

Du darfst ein Mensch sein
arglos

Der Morgentraum erzählt dir
Märchen du darfst
die Dinge neu ordnen
Farben verteilen
und wieder
schön sagen

an diesem Morgen
du Schöpfer und Geschöpf

 

 

 

Königlich arm

 

Königlich arm
den Wortschatz
im blutenden Mund

Die Gefallenen
heben wir auf
bedecken sie
mit dem Tränentuch

rebellieren
gegen die Schützen im Feld
im Allüberall

Heimathungrig

Unsern täglichen Tod
begraben wir im Wort
Auferstehung

 

 

 

 1155060-b11d04fa0bfae2dbc70bc2a526d08399.jpg

Rose Ausländer (11 mei 1901 - 3 januari 1988)




Zie voor nog meer schrijvers van de 11e mei ook mijn blog van 11 mei 2011 deel 2.
Geschreven door Romenu om 18:54 Reageer op dit bericht

J.C. Bloem, Herman Leenders, Didi de Paris, Petra Hammesfahr, Ralf Rothmann, Jeremy Gable, Roberto Cotroneo

De Nederlandse dichter J. C. Bloem werd geboren op 10 mei 1887 in Oudshoorn. Zie ook alle tags voor J. C. Bloem op dit blog.

 

 

Zondag

 

De stilte, nu de klokken doven,
Wordt hoorbaar over zondags land
En dorpse woningen, waarboven
Een schelpenkleurge hemel spant

De jeugd keert weer voor d' in gedachten
Verzonkene, die zich hervindt
Een warm, van onbestemd verwachten,
In zondagsstilte eenzelvig kind.

En tussen toen en nu: 't verwarde
Bestaan, dat steeds zijn heil verdreef;
De scherpe dagen, waar de flarde
Van 't wonde hart aan hangen bleef.

Niet te verzoenen is het leven.
Ten einde is dit wellicht nog 't meest:
Te kunnen zeggen: het is even
Tussen twee stilten luid geweest.

 

 

 

In Memoriam

 

De blaren vallen in de gele grachten;
Weer keert het najaar en het najaarsweer
Op de aarde, waar de donkre harten smachten
Der levenden. Hij ziet het nimmermeer.

Hoe had hij dit bemind, die duistre straten,
Die atmosfeer van mist en zaligheid,
Wanneer het avond wordt en het verlaten
Plaveisel vochtig is en vreemd en wijd.

Hij was geboren voor de stille dingen,
Waarmee wij leven - maar niet even lang -
Waarvan wij 't wezen slaken in ons zingen,
Totdat wij zinken, en met ons de zang.

Het was een herfst als nu: de herfsten keren,
Maar niet de harten, na hun korte dag;
Wij stonden, wreed van menselijk begeren,
In de ademloze kamer, waar hij lag.

En voor altijd is dit mij bijgebleven:
Hoe zeer veel stiller dood dan slapen is;
Dat het een daaglijks wonder is, te leven,
En elk ontwaken een herrijzenis.

Nu weer hervind ik mij in het gewijde
Seizoen, waar de gevallen blaren zijn
Als het veeg zonlicht van een dood getijde,
En denk: hoelang nog leef ik in die schijn?

Wat blijft ons over van dit lange derven,
Dat leven is? Wat, dat ik nog begeer?
Voor hem en mij een herfst, die niet kan sterven:
Zon, mist en stilte, en dan voor immermeer.

 

 

 

 1154392-d8b4761c0b50914406a1c7e95e4bda89.jpg

J.C. Bloem (10 mei 1887 – 10 augustus 1966)

 

 

 

 

De Vlaamse dichter en schrijver  Herman Leenders werd geboren te Brugge op 10 mei 1960. Zie ook alle tags voor Herman Leenders op dit blog.

 

 

De landloper

 

1.

De bus laat hem achter in een wolk.

Om hem heen groeit de stilte.

De vogels scharrelen in het struikgewas.

Onwennig zet hij zijn eerste stap,

 

strekt zijn benen,

stijf van het lange zitten achter glas.

Zoals een dier de vrijheid krijgt

waarmee het niets vermag.

           

 

2.

Hij stapt niet door

zoals het hoort voor mensen met een doel.

Hij kijkt teveel naar boven

alsof hij een vliegtuig ziet,

 

een ballon met een boodschap van de Generale Bank,

salami, margarine of sterke drank.

Hij kijkt in de lucht

terwijl hij in zijn zak naar tabak zoekt.

           

 

3.

Hij komt door het dorp.

Zijn passen botsen tegen de huizen op.

Er hangen dekens uit de ramen

hartstochtelijk te zwaaien.

 

Over een muur leunen takken

zwaar van het rood van de appels

en in een moestuintje schiet de sla op,

bleke stammen uit de geborgenheid van de krop.

 

 

 

 1154392-923772892723b704b91ad85ab9df540f.jpg

Herman Leenders (Brugge, 10 mei 1960)

 

 

 

 

 

De Vlaamse dichter en schrijver Didi de Paris werd geboren op 10 mei 1957 in Leuven. Zie ook alle tags voor Didi de Paris op dit blog.

 

 

Dooi

 

Twee engeltjes verblind door een gloed
vergaten hun ochtendgebed
gooiden de sprei van zich af
sprongen uit bed, wrongen hun voetjes
in sloffen, sloegen een kamerjas om
en liepen naar: het venster.

 

IJsbloemen werden tot opens toe beademd:
over de wereld lag een wit tapijt gespreid.
Een dweil aan de waslijn en een jutten zak
waar steenkool in gezeten had, alles verstijfd
zoals de kruiwagen op het gazon verloren
had eindelijk zijn vaste vorm gekregen.

 

Het winterkoninkje, het koolmeesje
en het roodborstje waren getuige:
overal fonkelde kristal. Een onzichtbare hand
had alles tot rijp geslagen op rijm gezet.
En het land was bang te breken, durfde
niet meer te bewegen.

 

In de poriën van het perzikenboompje
had de wind witte lijntjes getatoeëerd
en de uitwaseming van de nieuwe dag
zich tot poëzie gekristalliseerd.

 

En zilveren webben verbonden alles
van hier tot aan de dooi.

 

 

 1154392-b130f74271392e680bee4f43509dc27f.jpg

Didi de Paris (Leuven, 10 mei 1957)

 

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Ralf Rothmann werd op 10 mei 1953 geboren in Schleswig. Zie ook alle tags voor Ralf Rothmann op dit blog.

 

Uit: Ein Winter unter Hirschen

 

„Carl winkte ab. Er hatte alles gesichert und stellte den Fernseher an. In Paris, und nicht nur dort, flogen Brocken durch die Luft, doch er lachte, klopfte mit der Hand auf das Sofapolster. Ich blieb stehen. Eine ganze Veranda schrammte über die Champs-Elysees, wie ein Schiff aus Plexiglas; kleine gelbe Aschenbecher rollten ihr voraus. Dann fiel eine Platane um, mitten auf die menschenleere Straße, alles splitterte, und die Äste ragten wie Arme durch die Fenster der Wagen.

Bei uns hatte es in der Nacht geschneit. Am Morgen war der Waldrand weiß gewesen, dann fegte Wind die Tannen frei, und von dem abschüssigen Feld vorm Haus stiegen Schneewirbel auf, immer wieder. Seltsame Formen oft, wie Menschen in langen Mänteln. Die Spanplatten, mit denen Carl den Wintergarten verkleidet hatte, rappelten gegen die Rahmen, ein knöchernes Geräusch, das nicht nur mir auf die Nerven ging. Fips, sein Jagdteckel, verkroch sich unter Angelas Bett, und ich sagte: »Vielleicht solltest du die Drähte fester ziehen?«

Doch Carl starrte auf die Trümmer im Fernsehen, trank einen Schnaps und antwortete nicht. Obwohl ich einen Pullover trug, zog ich noch eine Wolljacke an, ging von einem Fenster zum anderen und merkte zu spät, daß ich mir schon wieder die Nagelhaut blutig geknibbelt hatte. Ich versuchte gerade, mit dem Rauchen aufzuhören. Es wurde mir einfach zu teuer.“

 

 

1154392-8941d62ee83dd7bbfe3189d5e480246f.jpg 

Ralf Rothmann (Schleswig, 10 mei 1953)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijfster Petra Hammesfahr werd geboren in Immerrath op 10 mei 1951. Zie ook alle tags voor Petra Hammesfahr op dit blog.

 

Uit: Die Freundin

 

„So ein zugiges und halbdunkles Kellergewölbe im November ist wahrhaftig kein Ort, an dem man sich längere Zeit auf­halten möchte, um in rosigen Zukunftsperspektiven zu schwel­gen. Aber ich sehe auch nur schwarz, und hier habe ich wenigs­tens meine Ruhe. Die brauche ich jetzt dringend, um erst mal meine Gefühle zu sortieren. Ich weiß nicht, ob ich traurig bin, verzweifelt oder wütend. Wahrscheinlich von allem etwas. Ich fühle mich beschissen, weil ich auch beim besten Willen nicht weiß, wie ich einem Menschen den Wahnsinn erklären soll, der sich zwischen Silvie, Marieclaire und mir abgespielt hat.
Es war Wahnsinn, vom ersten Tag an. In den letzten Tagen war es sogar Größenwahnsinn. Ich habe wirklich gedacht, es sei einen Versuch wert. Und jetzt ist Silvie tot - seit ungefähr einer halben Stunde, schätze ich. Auf die Uhr habe ich nicht geschaut, ich hatte etwas anderes zu tun.
Im Geist höre ich den Staatsanwalt schon reden. «Paul Schmalbach hatte mehr Schulden als Haare auf dem Kopf.» Und ich habe noch ziemlich dichtes Haar. «Paul Schmalbach brachte eine reiche Erbin dazu, ihn zu heiraten, in der Absicht, sie schnellstmöglich wieder loszuwerden und sich zu sanieren. Und damit hat er sich nicht viel Zeit gelassen.»
Was soll ich dagegenhalten? «Hohes Gericht, so war es nicht. »
Bei allem, was mir heilig ist, so war es wirklich nicht. Das wird mir nur niemand glauben, fürchte ich. Die werden mich dermaßen verknacken, ich komme mein Lebtag nicht wieder raus. Das ist so sicher wie das Amen in der Kirche.”

 

 

1154392-77ce2b38a2ac3aaa9618e1376b2036ea.jpg
Petra Hammesfahr (Immerrath, 10 mei 1951)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse toneelschrijver Jeremy Gable werd geboren op 10 mei 1982 in Lakenheath, Suffolk, in Engeland. Zie ook alle tags voor Jeremy Gable op dit blog.

 

Uit: The 15th Line

 

JANUARY 26TH
PATRICK: Confirmed - 15th Line subway accident kills 29, injures 22.  Subway line closed until further notice.
SETH: Taking a taxi to school today.  Yesterday keeps playing in my head.  Keep reading about people who stayed and helped.
ANGELA: So...yes, I was in the subway accident.  I’m feeling okay, just really really sore.  I’m leaving the hospital today.
ANGELA: And I can go to class tomorrow.  I didn’t go today.  Or yesterday.  So I probably should.
DUSTIN: Erica’s in critical condition.  Please send her your prayers.
PATRICK: Mayor Hodgins holds press conference; promises a full investigation into 15th Line subway derailment.

 

JANUARY 27TH
SETH: I am Cheerios, plain and simple.
SETH: I meant to say I am EATING Cheerios, plain and simple.
DUSTIN: I canceled all appointments today.  Erica’s condition is up in the air.  I hate the unknowable.
ANGELA: Dear everyone...Stop asking if I’m okay.  I’m okay.“

 

 1154392-20190e9206cb8c2097303fc14196014e.jpg

Jeremy Gable (Lakenheath, 10 mei 1982)

Hier als acteur met Christina Martinez in het stuk “The Remote”


 

 

De Italiaanse schrijver Roberto Cotroneo werd op 10 mei 1961 geboren in Alessandria. Zie ook alle tags voor Roberto Cotroneo op dit blog.

.

Uit: Die Jahre aus Blei (Vertaald door Karin Krieger)

 

“Am 25. April, vier Tage nach dem Unfall, erhielt ich einen Anruf von einer mir unbekannten Frau, von Stefania, Cristianos Schwester. Sie sagte, sie wolle mich treffen, bevor sie nach Südafrika zurückkehre, und verabredete sich in einer Kaffeebar an der Piazza Trilussa mit mir. Sie kam mit einer

Aktenmappe voller Papiere, die sie mir mit der Bemerkung aushändigte, ich solle das alles lesen und sie danach anrufen.

Im letzten Jahr habe ich mich mit nichts anderem beschäftigt, habe den Roman, an dem ich schrieb, liegenlassen und bin um die halbe Welt gereist, um Bewegungen nachzuvollziehen, Bestätigungen zu finden und zu verstehen, was Cristiano und Giulia zugestoßen war. Doch bereits Ende Juni beschloß ich, damit aufzuhören. Diese Geschichte ließ sich nicht erzählen. Und in zu viele dunkle Aspekte ihres Lebens konnte ich einfach kein Licht bringen.

Bis der Zufall es wollte, daß ich sie nun plçtzlich vor mir sah. Ich schaute sie unentwegt an, stand aber nicht auf,umzu ihnen zu gehen. Das konnte ich natürlich nicht. Der Kellner brachte ihnen zwei Vorspeisen und eine FlascheWasser. Keine halbe Stunde später gingen sie wieder. Ich stand auf, ohne zu zahlen. Ich wollte ihnen folgen, doch sie waren bereits im Gewirr der kleinen Straßen rings um die Piazza verschwunden.

Noch in derselben Nacht sortierte ich die letzten von Stefanias Unterlagen und wußte, daß ich keine Wahl mehr hatte: Ich mußte die Geschichte von Giulia und Cristiano erzählen. Wenn sie noch am Leben waren, während alle sie für tot hielten, stimmten die Vermutungen und die unerklärlichen Fakten, auf die ich gestoßen war, wohl tatsächlich.”

 

 

 1154392-39ec5de872d291d1c237e6638facb880.jpg

Roberto Cotroneo (Alessandria, 10 mei 1961)

 

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 10e mei ook mijn blog van 10 mei 2011 deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 18:55 Reageer op dit bericht

Pieter Boskma, Jotie T'Hooft, Charles Simic, Jan Drees, Bulat Okudzhava, Leopold Andrian

De Nederlandse dichter en schrijver Pieter Boskma werd geboren in Leeuwarden op 9 mei 1956. Zie ook alle tags voor Pieter Boskma op dit blog.

 

 

Tijding

 

Nu de Grote Nieuwe Laatste Moederlijke Oorlog
slechts drie weken duurde, honderddrieënzeventig
doden snik aan onze kant, enkele tienduizenden
bij nou ja de vijand, en het lentezonnetje schijnt
en op het balkon bloeien de planten allerkleurigst

nu de wapenen gesproken de schedels gespleten
de ledematen bloederig uit de moskeeën trippelen
bovendien de gramstorige lama op een berg in India
zijn glas gekookt water drinkt en het verder wel gelooft

nu de rivieren allemaal zijn omgelegd en van de zee
landinwaarts stromen, de paden op de lanen in,
dorpen bergen lijken allerwegen overstromen

en de vissen ach de vissen zie hen eens vakantie vieren
achter hun vissenogenkleine zonnebrillen want zij kennen
het bestraald geweten van de generaal de kardinaal
de pederast en zelfs de pronograaf in celibaat

als de vissen mensen wisten zouden zij wenen de zee
als de vissen eens wisten dat zij reeds weenden de zee

nu de lange tijd die ons werd gegeven plots nogal verkort
begint te lijken op de droom waar je al half uit ontwaakt
met scherven op je ogen en een suizen in de oren
- het terneergestort lawaai van de gewonnen strijd -

nu ziet het er toch echt naar uit dat de kruik zeer lang
te water ging langer nog dan dorst verdroeg te lang
want statig zinken reeds de barsten in een schotschrift
dat amper opgesteld de vinger alweer op de trekker legt
en die in slow motion met veel tromgeroffel overhaalt.

 

 

 1153738-0ec5ce4e322b502d93f3b11fa9d4f06c.jpg

Pieter Boskma (Leeuwarden, 9 mei 1956)

 

 

 


De Vlaamse dichter en schrijver
Jotie T'Hooft werd geboren in Oudenaarde op 9 mei 1956. Zie ook alle tags voor Jotie T’Hooft op dit blog.

 

 

Vogelschrik

 

Op het veld dat de zeis maaide
en dat ik aan de uitkanten proper houd
met sikkels en scharen van licht
staat een vogelschrik te kijk

Hij is een mens waaraan de kauwen
vreten, oud lichaam traag draaiend
in de winden van een te vroeg april
Een zotskap die de boer te gortig was
staat op zijn halmenhoofd en armen

stokstijf van angst wijzen twee windrichtingen
aan die hem langzaam kaalplukken
tot jas op stok, tot vuile hoed,
tot mensenschrik op het avondveld

 

 

 

Paranoia

 

Het zijn gewoon de oren, begrijpt u wel
die kraakbenen schelpjes bedekt met vel
horen alsmaar geluiden die op onheil duiden.

En die niet echt zijn of iets anders blijken.
Heel normaal eigenlijk als iedereen je zo aanstaart
op straat, alsof je de baarlijke duivel waart.

Jij werd vast ook achterdochtig
als iedereen over je fluisterde.
Ja, het is hier tochtig
maar ik laat de deur zo, stel dat er iemand aan luisterde.

Ik: Wat was dat?
Hoorde jij dat ook?
Jij: Was gewoon een rat.
Ik: Zo, dus jij bedondert me ook!

 

 

 

1153738-a8df53bda1e628013a1bcaa0238791dc.jpg 

Jotie T'Hooft (9 mei 1956 – 6 oktober 1977)

Cover biografie in beelden

 

 

 

 

De Amerikaanse dichter Charles Simic werd geboren in Belgrado op 9 mei 1938. Zie ook alle tags voor Charles Simic op dit blog.

 

 

Country Fair

for Hayden Carruth

If you didn't see the six-legged dog,
It doesn't matter.
We did, and he mostly lay in the corner.
As for the extra legs,

One got used to them quickly
And thought of other things.
Like, what a cold, dark night
To be out at the fair.

Then the keeper threw a stick
And the dog went after it
On four legs, the other two flapping behind,
Which made one girl shriek with laughter.

She was drunk and so was the man
Who kept kissing her neck.
The dog got the stick and looked back at us.
And that was the whole show.

 

 

 

Summer In The Country

 

One shows me how to lie down in a field of clover.
Another how to slip my hand under her Sunday skirt.
Another how to kiss with a mouth full of blackberries.
Another how to catch fireflies in jar after dark.

Here is a stable with a single black mare
And the proof of God's existence riding in a red nightgown.
Devil's child--or whatever she was?
Having the nerve to ask me to go get her a whip.

 

 

 1153738-8fdb650e903dd1d099d2c81fc6336e7f.jpg

Charles Simic (Belgrado, 9 mei 1938)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver Jan Drees werd geboren op 9 mei 1979 in Haan. Zie ook alle tags voor Jan Drees op dit blog.

 

Uit: Kassettendeck

 

„United States of Love“ – Westbam // »Ich erinnere mich, dass ich einmal als Kind bei William im Auto saß und er sich so einen Mitschnitt anhörte, wo Leute reden. Daran erinnert sich William vielleicht gar nicht, aber mir fällt das jetzt ein, ganz faszinierend im Grunde. Das war so eine Gesprächsrunde, er und seine friends wollten eine Party machen, und die friends sagten: Ja, sie wollen eine Band, weil es doch scheiße ist, wenn da so Retortenmusik läuft. Und der William meldet sich zu Wort und sagt: Ich muss ja sagen, ich stehe auf Retortenmusik. Und ich weiß, dass ich als Kind hinten im Auto sitze und das höre. Und, ich glaube, den williamschen Standpunkt teile.«

In dieser sehr prägnanten Kassettenszene buchstabiert WestBam einen Teil seines »Alphabets« im 1997 erschienenen Merve-Bändchen Mix, Cuts & Scratches, das im Gespräch mit Rainald Goetz entstanden ist, »im schattigen Korbsessel-Ambiente eines angeblich Hotel Phoenix genannten Hotels in San Francisco«.

Das ist nun auch schon wieder 14 Jahre her, und  WestBam spielt nach wie vor Musik für 20-Jährige, »die tanzen um einen herum und es ist wie 1983 – und dann merkt man an bestimmten Sachen, dass trotzdem etwas anders ist.«

 

 

 1153738-843024012c270a5e1d63829c63f5f76d.jpg

Jan Drees (Haan, 9 mei 1979)

Hier met Live-DJ Christian Vorbau (rechts)

 

 

 


De Russische schrijver, dichter en zanger
Bulat Shalvovich Okudzhava werd geboren in Moskou op 9 mei 1924. Zie ook alle tags voor Bulat Okudzhava op dit blog.

 

 

The Happy Drummer

 

Get up early

when the birds begin to clamour,

when the caretakers turn up in the yards.

You will see the happy drummer

yes, you'll see the happy drummer

take his drum and maple drumsticks in his hands.

 

There will be another day of fuss and tumult,

streams of people and the rambling of a tram,

you just listen, you will hear,

and you'll see the happy drummer

walking lively down the pavement with his drum.

 

Night will come, -- the wicked plotter and the shammer,

streets will sink into the darkness, growing calm;

take a good look you will see, yes,

you will see the happy drummer,

walking lively down the pavement with his drum.

 

Roll of drum... now fading in, now fading out,

coming through the midnight, bustle, fog and hum...

Can't you hear the happy drummer,

make the loud rhythmic sound

can't you see him carry proudly his drum?!

 

 

Vertaald door Alec Vagapov

 

 

 1153738-0e7674dd482d16c1b84c641f2e5da4a2.jpg

Bulat Okudzhava (9 mei 1924 – 12 juni 1997)

 

 

 

 

De Oostenrijkse dichter, schrijver en diplomaat Leopold Andrian werd op 9 mei 1875 in Berlijn geboren. Zie ook alle tags voor Leopold Andrian op dit blog.

 

Uit: Der Garten der Erkenntnis

 

“Plötzlich zuckte über die Wand der Schimmer einer Laterne, etwas Schweres schlug gegen das

Holz und jemand hustete. Es mußte ein Fenster an der Wand sein und eine menschliche Gestalt

bei diesem Fenster und diese Gestalt kam seinetwegen und sie wartete auf ihn ... Aber wie er ein

Licht anzündete und die Wand beleuchtet hatte, war kein Fenster da; ein Spiegel hatte ihn

getäuscht, ein kleiner Spiegel aus Goisern, über dessen vergoldeten Rahmen das Mondlicht

gefahren war, wie ihn der leise Wind, der sich erhoben hatte, gegen die Wand warf. Hinlegen

wollte er sich nicht mehr; dieser Wind mußte auch den Morgen bedeuten, und zitternd vor

Begierde lehnte er an die Wand, und seine Seele genoß die Erinnerung an die Lust seines Leibes

und gestand, daß es der wahrhaftigste Drang des Menschen sei, seinen Leib an den Leib eines

andern Menschen zu pressen, weil in dieser geheimnisvollen Vernichtung des Daseins eine

Erkenntnis ist. [...] In der folgenden Zeit war die Erinnerung an diese Nacht dem Erwin

unangenehm; er war gefallen [...].”

 

 

 1153738-94ca56a761f0900acc514a6554bc9830.jpg

Leopold Andrian (9 mei 1875 – 19 november 1951)

Berlijn, Unter den Linden, rond 1900 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 9e mei ook mijn vorige blog van vandaag.
Geschreven door Romenu om 18:53 Reageer op dit bericht

Alan Bennett, Lucian Blaga, Mona Van Duyn, Gamal al-Ghitani, Richard Adams, James Barrie, Pitigrilli

De Britse schrijver en acteur Alan Bennett werd geboren op 9 mei 1934 in Armley in Leeds, Yorkshire. Zie ook alle tags voor Alan Bennett op dit blog.

 

Uit: The Clothes They Stood Up In

 

"I mean," said Mrs. Ransome, "it's getting like a hotel."
"I wish you wouldn't keep saying 'I mean,'" said Mr. Ransome. "It adds nothing to the sense."
He got enough of what he called "this sloppy way of talking" at work; the least he could ask for at home, he felt, was correct English. So Mrs. Ransome, who normally had very little to say, now tended to say even less.
When the Ransomes had moved into Naseby Mansions the flats boasted a commissionaire in a plum-colored uniform that matched the color of the building. He had died one afternoon in 1982 as he was hailing a taxi for Mrs. Brabourne on the second floor, who had forgone it in order to let it take him to hospital. None of his successors had shown the same zeal in office or pride in the uniform and eventually the function of commissionaire had merged with that of the caretaker, who was never to be found on the door and seldom to be found anywhere, his lair a hot scullery behind the boiler room where he slept much of the day in an armchair that had been thrown out by one of the tenants.
On the night in question the caretaker was asleep, though unusually for him not in the armchair but at the theater. On the lookout for a classier type of girl he had decided to attend an adult education course where he had opted to study English; given the opportunity, he had told the lecturer, he would like to become a voracious reader. The lecturer had some exciting though not very well formulated ideas about art and the workplace, and learning he was a caretaker had got him tickets for the play of the same name, thinking the resultant insights would be a stimulant to group interaction. It was an evening the caretaker found no more satisfying than the Ransomes did Così and the insights he gleaned limited: "So far as your actual caretaking was concerned," he reported to the class, "it was bollocks." The lecturer consoled himself with the hope that, unknown to the caretaker, the evening might have opened doors. In this he was right: the doors in question belonged to the Ransomes' flat“.

 

 

 1153736-036b87996d615aead8128f0b8b216e3e.jpg

Alan Bennett (Armley, 9 mei 1934)

In 1973 

 

 

 

 

De Roemeense dichter, schrijver en filosoof Lucian Blaga werd geboren op 9 mei 1895 in Lancrăm, bij Alba Iulia. Zie ook alle tags voor Lucian Blaga op dit blog.

 

 

Silence

 

Such a deep silence surrounds me, that I think I hear
moonbeams striking on the windows.

In my chest,
a strange voice is awakens
and a song plays inside me
a longing that is not mine.

They say that ancestors, dead before their time,
with young blood still in their veins,
with great passion in their blood,
with the sun still burning in their blood
come,
come to continue to live
within us
their unfinished lives.

Such a deep silence surrounds me, that I think I hear
moonbeams striking on the windows.

O, who knows, soul of mine, in which chest you will sing
you also, after centuries,
in soft ropes of silence,
on harps of obscurity - the drowned longing
and the pleasure of living torn? Who knows?
Who knows?

 

 

Vertaald door Mari Goes

 

 

1153736-b1594441d4a77572b94c1001c3d2b899.jpg 

Lucian Blaga (9 mei 1895 – 6 mei 1961)

Met zijn dochter Dorli 

 

 

 

De Amerikaanse dichteres Mona Van Duyn werd geboren op 9 mei 1921 in Waterloo, Iowa. Zie ook alle tags voor Mona Van Duyn op dit blog.

 

Uit: Endings

 

Setting the V.C.R. when we go to bed
to record a night owl movie, some charmer we missed
we always allow, for unprogrammed unforeseen,
an extra half hour. (Night gods of the small screen
are ruthless with watchers trapped in their piety.)
We watch next evening, and having slowly found
the start of the film, meet the minors and leads,
enter their time and place, their wills and needs,
hear in our chests the click of empathy's padlock,
watch the forces gather, unyielding world
against the unyielding heart, one longing's minefield
laid for another longing, which may yield.
Tears will salt the left-over salad I seize
during ads, or laughter slow my hurry to pee.
But as clot melts toward clearness a black fate
may fall on the screen; the movie started too late.
Torn from the backward-shining of an end
that lights up the meaning of the whole work,
disabled in mind and feeling, I flail and shout,
"I can't bear it! I have to see how it comes out!"
For what is story if not relief from the pain
of the inconclusive, from dread of the meaningless?
Minds in their silent blast-offs search through space--
how often I've followed yours!--for a resting-place.
And I'll follow, past each universe in its spangled
ballgown who waits for the slow-dance of life to start,
past vacancies of darkness who vainglory
is endless as death's, to find the end of the story.

 

 

 

 1153736-797be4bdcc1d257c8570531d1926dfbc.jpg

Mona Van Duyn (9 mei 1921 - 2 december 2004)

 

 

 

 

De Egyptische schrijver Gamal al-Ghitani werd geboren op 9 mei 1945 in Guhaina, maar groeide op in Caïro. Zie ook alle tags Gamal al-Ghitani op dit blog.

 

Uit: Seini Barakat (Vertaald door Hartmut Fähndrich)

 

“Die Verhältnisse im Lande Ägypten sind in diesen Tagen sehr verworren. Kairo erscheint mir fremd, nicht so, wie es mir von früheren Reisen her vertraut ist. Die Unterhaltungen der Menschen sind irgendwie anders. Sprache und Dialekte des Landes sind mir inzwischen bekannt. Die Stadt macht einen kränklichen, verschüchterten Eindruck, als sei sie drauf und dran, in Tränen auszubrechen, wie eine verängstigte Frau, die sich in dunkler Nacht vor Gewalttaten fürchtet. Selbst der Himmel ist nur dünnlich blau, nicht so klar wie sonst, ja, trübe, bedeckt mit Nebeln, die aus fernen Ländern kommen. Die kleinen Dörfer Indiens fallen mir ein. Wenn die Pest sie heimsuchte, war nachts die Luft schwer und feucht, und die Häuser warteten auf etwas, was ein oder zwei Tage später schon eintreffen konnte. Ich lausche den Hufen, die auf dem Straßenpflaster klappern, sich immer weiter entfernen. Vorsichtig blicke ich durch das Gitterfenster des Hauses hinab, darauf bedacht, von niemandem gesehen zu werden. Die Dunkelheit umhüllt die Häuser. Das Minarett der neuen, erst vor ein paar Jahren errichteten Sultan-Ghauri-Moschee kann ich nicht erkennen. Bei meinem letzten Aufenthalt hier, vor meiner langen Reise in den Osten, habe ich es noch nicht gesehen; nur von den Bauvorbereitungen hatte ich vernommen, und von der Errichtung der gewaltigen Kuppel gegenüber.”

 

 

 1153736-9aca8766e9b2752a8de4f37578e7a154.jpg

Gamal al-Ghitani (Guhaina, 9 mei 1945)

 

 

 

 

De Engelse schrijver Richard Adams werd geboren in Newbury op 9 mei 1920. Zie ook alle tags voor Richard Adams op dit blog.

 

Uit  Watership Down

 

"I'm sick and tired of it," he said. "It's the same all the time. These are my  claws, so this is my cowslip.' These are my teeth, so this is my burrow.' I'll  tell you, if ever I get into the Owsla, I'll treat outskirters with a bit of  decency."

"Well, you can at least expect to be in the Owsla one day," answered Fiver.

"You've got some weight coming and that's more than I shall ever have."

"You don't suppose I'll leave you to look after yourself, do you?" said Hazel.

"But to tell you the truth, I sometimes feel like clearing out of this warren  altogether. Still, let's forget it now and try to enjoy the evening. I tell  you what—shall we go across the brook? There'll be fewer rabbits and we can  have a bit of peace. Unless you feel it isn't safe?" he added.

The way in which he asked suggested that he did in fact think that Fiver was  likely to know better than himself, and it was clear from Fiver's reply that  this was accepted between them.

"No, it's safe enough," he answered. "If I start feeling there's anything  dangerous I'll tell you. But it's not exactly danger that I seem to feel about the place. It's-oh, I don't know-something oppressive, like thunder: I can't tell what; but it worries me. All the same, I'll come across with you."

 

 

 1153736-dcb5b46a394bf0f4c732301ac167540b.jpg

Richard Adams (Newbury, 9 mei 1920)

 

 

 

 

De Schotse schrijver James Barrie werd op 9 mei 1860 in Kirriemuir nabij Dundee geboren Zie ook alle tags voor James Barrie op dit blog.

 

Uit: The Adventures of Peter Pan

 

“Foolish Tootles was standing like a conqueror over Wendy's body when the other boys sprang, armed, from their trees.

"You are too late," he cried proudly, "I have shot the Wendy. Peter will be so pleased with me."

Overhead Tinker Bell shouted "Silly ass!" and darted into hiding. The others did not hear her. They had crowded round Wendy, and as they looked a terrible silence fell upon the wood. If Wendy's heart had been beating they would all have heard it.

Slightly was the first to speak. "This is no bird," he said in a scared voice. "I think this must be a lady."

"A lady?" said Tootles, and fell a-trembling.

"And we have killed her," Nibs said hoarsely.

They all whipped off their caps.

"Now I see," Curly said: "Peter was bringing her to us." He threw himself sorrowfully on the ground.

"A lady to take care of us at last," said one of the twins, "and you have killed her!"

They were sorry for him, but sorrier for themselves, and when he took a step nearer them they turned from him.

Tootles' face was very white, but there was a dignity about him now that had never been there before.

"I did it," he said, reflecting. "When ladies used to come to me in dreams, I said, `Pretty mother, pretty mother.' But when at last she really came, I shot her."

He moved slowly away.“

 

 

 1153736-5b665b312f5f279cf2dcc904dd0f0e94.jpg

James Barrie (9 mei 1860 – 19 juni 1937)

 

 

 


De Italiaanse schrijver
Pitigrilli (pseudoniem voor Dino Serge) werd geboren te Turijn op 9 mei 1893. Zie ook alle tags voor Pitigrilli op dit blog.

 

Uit: Kokain (Vertaald door Maria Gagliardi)

 

"Auf welche Weise Tito der Geliebte der Armenierin geworden ist, kann der Leser in ausführlichster Schilderung in jedem beliebigen anderen Roman nachlesen; ich empfehle insbesondere solche, die der Reihe nach alle Phasen der Verliebtheit projizieren und die mit tadelloser Keuschheit genau in den Augenblick enden, in dem er und sie, nachdem dreihundert Seiten mit nichts­sagenden Mätzchen sterilisiert wurden, sich den ersten würdevollen Kuss geben."

(...)

 

"Gott ist kein Künstler. Um die Menschen zu töten, nimmt er seine Zuflucht zu so unendlich kleinen Meuchelmördern, dass man nicht einmal weiß, ob sie vegetabilischer oder animalischer Natur sind."

 

 

 1153736-da49c454d551cb3e5743d4192c81d8eb.jpg

Pitigrilli (9 mei 1893 – 8 mei 1975)

Geschreven door Romenu om 18:45 Reageer op dit bericht

Thomas Pynchon, Roddy Doyle, Gertrud Fussenegger, Pat Barker, Gary Snyder

De Amerikaanse schrijver Thomas Pynchon werd op 8 mei 1937 geboren in Glen Cove, Long Island, New York. Zie ook alle tags voor Thomas Pynchon op dit blog.

 

Uit: The Crying of Lot 49

 

„It took her till the middle of Huntley and Brinkley to remember that last year at three or so one morning there had come this long-distance call, from where she would never know (unless now he'd left a diary) by a voice beginning in heavy Slavic tones as second secretary at the Transylvanian Consulate, looking for an escaped bat; modulated to comic-Negro, then on into hostile Pachuco dialect, full of chingas and maricones; then a Gestapo officer asking her in shrieks did she have relatives in Germany and finally his Lamont Cranston voice, the one he'd talked in all the way down to Mazatlan. "Pierce, please," she'd managed to get in, "I thought we had --- "

"But Margo,"earnestly, "I've just come from Commissioner Weston, and that old man in the fun house was murdered by the same blowgun that killed Professor Quackenbush," or something.

"For God's sake," she said. Mucho had rolled over and was looking at her.

"Why don't you hang up on him," Mucho, suggested, sensibly.

"I heard that," Pierce said. "I think it's time Wendell Maas had a little visit from The Shadow." Silence, positive and thorough, fell. So it was the last of his voices she ever heard. Lamont Cranston. That phone line could have pointed any direction, been any length. Its quiet ambiguity shifted over, in the months after the call, to what had been revived: memories of his face, body, things he'd given her, things she had now and then pretended not to've heard him say. It took him over, and to the verge of being forgotten. The shadow waited a year before visiting. But now there was Metzger's letter. Had Pierce called last year then to tell her about this codicil? Or had he decided on it later, somehow because of her annoyance and Mucho's indifference? She felt exposed, finessed, put down. She had never executed a will in her life, didn't know where to begin, didn't know how to tell the law firm in L. A. that she didn't know where to begin.“

 

 

 1153071-65e391c14902fd9c8cb308ab97377dcc.jpg

Thomas Pynchon (Glen Cove, 8 mei 1937)

 

 

 

 

De Ierse schrijver Roddy Doyle werd geboren in Dublin op 8 mei 1958. Zie ook alle tags voor Roddy Doyle op dit blog.

 

Uit: A Greyhound of a Girl

 

“Mary O'Hara was walking up her street, to the house she lived in with her parents and her brothers. The school bus had dropped her at the corner, at the bottom of the hill. The street was long, straight, and quite steep, and there were huge old chestnut trees growing all along both sides. It was raining, but Mary wasn't getting very wet, because the leaves and branches were like a roof above her. Anyway, rain and getting wet were things that worried adults, but not Mary - or anyone else under the age of twenty-one. Mary was twelve. She'd be twelve for another eight months. Then she'd be what she already felt she was - a teenager.
She came home at the same time most days, and she usually came home with her best friend, Ava. But today was different, because Ava wasn't with Mary. Ava had moved to another part of Dublin the day before, with her family. Today, some of the neighbors looked out their windows and saw Mary, alone. They knew all about it, of course. These were people who looked out windows. They'd seen the removals lorry outside Ava's house. They'd seen Mary and Ava hug each other, and they'd seen Ava get into their car and follow the removals lorry.
As the car moved slowly up the street, they'd seen Mary wave, and run into her house. They might have heard the front door slam. They might have heard Mary's feet charging up the stairs, and the springs under Mary's mattress groan when she fell facedown on the bed. They probably didn't hear her crying, and they definitely didn't hear the softer sound of the bedsprings a little later when Mary realized that, although she was heartbroken, she was also starving. So she got up and went downstairs to the kitchen and ate until her face was stiff.”

 

 

 1153071-ec39438e4d689be23f67108971ceedc9.jpg

Roddy Doyle (Dublin, 8 mei 1958)

 

 

 

 

De Oostenrijkse schrijfster Gertrud Fussenegger werd geboren op 8 mei 1912 in Pilsen. Zie ook alle tags voor Gertrud Fussenegger op dit blog.

 

Uit: Goethe und wir Katholiken

 

„Die das ganze 18. Jahrhundert beherrschende Aufklärung übte - wie hätte es anders sein sollen? - auch auf den jungen Goethe ihren Einfluß aus. Dem Pubertierenden und Adoleszenten fehlte es nicht an Freude am Tabubruch, an Grobianismus und prometheischer Aufmüpfigkeit gegen den Himmel. In Leipzig hatte er den elegant und scharmutzierenden Rokoko-Kavalier, dazu den kokettkühnen Eisläufer und Verseschmied gespielt, der sich von einer modischen Gesellschaft sehr gern bewundern liess.

Aber bald war Goethes Leben auf einen anderen Ton gestimmt. Er wurde krank, mußte nach Frankfurt zurück, nach Hause in die bedenksame Stille einer engen Krankenstube und sehr zögerlichen Genesung. Nun hatte er Zeit, sich aus seinen Leipziger Oberflächlichkeiten herauszuwickeln. Bei einer Freundin seiner Mutter, einem Fräulein von Klettenberg lernte er den tiefen religiösen Ernst einer aufrichtigen Pietistin kennen. Dieser Ernst bliebt nicht ohne Echo bei ihm. Er verbrannte seine Leipziger Poetereien, doch noch wußte er nicht, wohinaus es mit ihm sollte.

Dann die Wende: Straßburg. Hier trifft er Herder, hier bestaunt er das Münster. Zum erstenmal weht ihm die Größe einer Gesinnung an, die einst, in gotischer Zeit, einen religiösen Weltentwurf zuwege gebracht hat. Er nennt das Münster ein Werk deutscher Baukunst, wo es doch tatsächlich in der Tradition französischer Kathedralenkunst steht. Was tut's? Er erlebt ein Gesamtkunstwerk deutlich metaphysischer Dimension.

Auch die Beziehung zu Herder wirkt auf Goethe wie eine Erweckung und eine neue Aufforderung, die Formalismen des Rokoko und den kahlen Rationalismus der Aufklärung zu durchstoßen. Herder, der Pastor, bekennt sich mit Leidenschaft und Begeisterung zur Vielgestaltigkeit der Völker und ihrer Poesien und verehrt in jeder ihr sozusagen geheiligte Urwüchsigkeit“.

 

 

 1153071-c0e7087f1be8740803b57b8076ea595e.jpg

Gertrud Fussenegger (8 mei 1912 – 19 maart 2009)

 

 

 

 

 

De Engelse schrijfster Pat Barker werd geboren in Thornaby-on-Tees op 8 mei 1943. Zie ook alle tags voor Pat Barker op dit blog.

 

Uit: Border Crossing

 

“One
They were walking along the river path, away from the city, and as far as they knew they were alone.
They'd woken that morning to a curious stillness. Clouds sagged over the river, and there was mist like a sweat over the mud flats. The river had shrunk to its central channel, and seagulls skimmed low over the water. The colour was bleached out of houses and gardens and the clothes of the few passers-by.
They'd spent the morning indoors, picking away at their intractable problems, but then, just before lunch, Lauren had announced that she had to get out. They might have done better to drive to the coast, but instead they donned raincoats and boots and set off to walk along the river path.
They lived on the edge of what had once been a thriving area of docks, quays, and warehouses, now derelict and awaiting demolition. Squatters had moved into some of the buildings. Others had suffered accidental or convenient fires, and were surrounded by barbed-wire fences, with pictures of Alsatians and notices saying DANGER. KEEP OUT.”

 

 

 1153071-2d2a887bc22ec4cc4976d141fbd2da35.jpg

Pat Barker (Thornaby-on-Tees, op 8 mei 1943)




De Amerikaanse dichter Gary Snyder werd geboren op 8 mei 1930 in San Francisco. Zie ook alle tags voor Gary Snyder op dit blog.

 

 

North Beach Alba

 

waking half-drunk in a strange pad

making it out to the cool gray

   san francisco dawn –

white gulls over white houses,

   fog down the bay,

tamalpais a fresh green hill in the new sun,

driving across the bridge in a beat old car

   to work.

 

 

 

A spring night in Shokoku-ji

 

Eight years ago this May

We walked under cherry blossoms

At night in an orchard in Oregon.

All that I wanted then

Is forgotten now, but you.

Here in the night

In a garden of the old capital

I feel the trembling ghost of Yugao

I remember your cool body

Naked under a summer cotton dress.

 

 

 1153071-ad1c1b0e983fefe0d7b8d56ad8ec3ae6.jpg

Gary Snyder (San Francisco, 8 mei 1930)


 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 8e mei ook mijn vorige blog van vandaag.
Geschreven door Romenu om 19:36 Reageer op dit bericht

Romain Gary, Edmund Wilson, Peter Benchley, James Worthy

De Franse schrijver, vertaler regisseur en diplomaat Romain Gary werd geboren op 8 mei 1914 in Vilnius, Litouwen. Zie ook alle tags voor Romain Gary op dit blog.

 

Uit: La promesse de l’aube

 

„Je restai là, le cigare idiot aux lèvres, avec ma veste de cuir, ma casquette sur l'oeil, mon air dur, mes mains dans les poches, cependant que la terre entière devenait soudain un lieu inhabité. C'est de cela que je me souviens surtout aujourd'hui: une sensation d'étrangeté, comme si les lieux les plus familiers, le sol, les maisons et toutes les certitudes fussent devenues autour de moi une planète inconnue où je n'avais jamais mis les pieds auparavant. Tout mon système de poids et mesures s'écroulait d'un seul coup. J'avais beau me dire que les belles histoires d'amour finissent toujours mal, j'avais cru malgré tout que la mienne finirait mal aussi, mais après justice rendue. Que ma mère pût mourir avant que j'eusse le temps de me jeter dans le plateau de la balance pour la redresser, pour rétablir l'équilibre et démontrer ainsi clairement, irréfutablement, l'honorabilité du monde, témoigner de l'existence, au coeur des choses, d'un dessein honnête et secret me paraissait une négation de la plus humble, de la plus élémentaire dignité humaine, comme une interdiction de respirer. Je n'ai pas besoin d'insister auprès de mes lecteurs sur l'extrême jeunesse dont une telle attitude témoignait. Je suis, aujourd'hui, un homme expérimenté. Je n'ai pas besoin d'en dire plus, on a compris.“

 

 

 1153069-97254649f437a6b53a6312a4d0366241.jpg

Romain Gary (9 mei 1914 – 2 december 1980)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver en criticus Edmund Wilson werd geboren op 8 mei 1895 in Red Bank, New Jersey. Zie ook alle tags voor Edmund Wilson op dit blog.

 

Uit: The Fifties

 

„It is as if I had ended by subsiding into this comfortable and familiar atmosphere when I ought to be doing other things. [ Wilson spent the 1964-65 academic year at the Wesleyan Center for Advanced Studies. ] I had meant to do so much with Russian, but have only read Nabokov's Onegin and started on, but not finished, Oblomov. Wellfleet, Summer 1966

These awards I am getting make me rather nervous. [ Wilson had received the National Medal for Literature and an award from the American Academy of Arts and Sciences. ] They mean that I am an O.K. character like Thornton Wilder. When I think about how stupid old frauds like Herbert Hoover and John F. Dulles get buildings and things named after them, without people's seriously protesting or considering it inappropriate, I realize that an accepted reputation can be derived from no real merit whatever. In Jordan, Spring 1967

Now that I can see far behind and a little beyond, the period of my own life and in fact that of known history seems to me extremely retreci [ shrunken ] . I used to find history exciting and shall continue to read it, but I now feel that I know more or less the kind of things that happen. The closer to life you get, the more the great events diminish; the easier transportation and communication become, the less strange other places and peoples seem. (I am writing this in Jordanian Jerusalem and am not at ease with the Arabs, but since I was here last, this part of the city has been modernized and is more like any Western city.)“

 

 

1153069-381a896bdc98ff20133cc4c01d79dd09.jpg
Edmund Wilson (8 mei 1895 – 14 juni 1972)

Portret door Richard Merkin

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Peter Benchley werd geboren in New York City op 8 mei 1940. Zie ook alle tags voor Peter benchley op dit blog.

 

Uit: Shark Trouble

 

“Then there's the oceanic whitetip, whose Latin name so aptly describes the creature that I'll burden you with it: C. Iongimanus, or "long-hands." This shark's pectoral fins are extraordinarily long and graceful, resembling the wings of a modern fighter jet. Longimanus tends to stay in the deep ocean, and nobody on earth has the vaguest notion about total numbers of long-hand attacks because the people they do attack are either adrift, alone, or survivors of shipwrecks, who don't much care what species of shark it is that's harassing them. I'd bet that many of the crewmen of the Indianapolis, in 1945, were killed by long-hands, but no one will ever know.

I do know, however, that longimanus is unpredictable, scary, and demonstrably capable of killing a human. There's a story about one that attacked two U.S. Navy divers in the deep waters of the Tongue of the Ocean in the Bahamas. The shark took a big bite out of one of the divers and then, as the diver's mate fought it for possession of his friend, dragged the diver into the abyss. Finally, at a depth of about three hundred feet—far beyond safe scuba depth—the mate had to choose between letting go of his friend and dying himself, and he watched as shark and body disappeared into the gloom.

Long-hands are my personal betes noires—one of the few species of shark of which I am genuinely and viscerally afraid. A couple of decades ago one made an honest effort to eat me. I don't blame the shark for trying, because my situation fell well within the bounds of Stupid Things You Should Avoid at All Costs, but the near-miss scared me— and scarred me permanently— nevertheless.

 

 

 1153069-db2a7b64563ee63ce0219d7b3cdff3ee.jpg

Peter Benchley (8 mei 1940  - 11 februari 2006)

 

 

 

 

Onafhankelijk van geboortedata:

 

De Nederlandse schrijver James Worthy werd geboren in Amsterdamin 1980. Zie ook alle tags voor James Worthy op dit blog.

 

Uit: James Worthy

 

„De ontwakende zon gebruikt het IJ als spiegel terwijl de maan voor pampus ligt. Amsterdam is op dit soort momenten op haar mooist, jammer alleen dat de mensen rond dit tijdstip op hun lelijkst zijn. Een reiger in een halfgezonken roeibootje spreidt trots zijn vleugels.

Ik wil hem bedanken voor het schouwspel en schop mijn suikervrije kauwgom in zijn richting.

‘Haat je mij?’ vraagt Pete.

Ik aai hem over zijn bol. ‘Ja, ik haat je. Het liefst zou ik je hier ter plekke neer willen steken met een schroevendraaier. Diep in de halsslagader. Verrukkelijk. Maar, beste Pete, ik haat mezelf nog veel meer. Jij hebt Polly niet van me afgepakt, ik heb haar weggejaagd.’

Om en nabij het Scheepvaartmuseum spot ik twee aan lager wal geraakte types, van die voortandmissende aderzoekers. Eentje komt me bekend voor, ik heb hem twee weken geleden nog vijftig cent gegeven omdat hij zo nodig zijn dealer moest bellen. De ander, die in verregaande staat van ontbinding lijkt te verkeren, kijkt ons strak aan en heeft een verroest fietsslot in zijn handen. ‘Hebben jullie misschien wat kleingeld voor ons?’

Normaliter geef ik junks altijd wel een kleinigheidje, niet eens zozeer omdat ik hun levensstijl support, maar van een tevreden junk heb je gewoonweg minder last. Een tevreden junk gaat naar een rustig plekje, zoekt een ader in één van zijn schriele armpjes en is voor korte tijd een tevreden medemens. Een ontevreden junk daarentegen valt uit pure wanhoop onschuldige voorbijgangers in lange

jassen aan met een fietsslot.“

 

 

 1153069-fd70adc900fab3a8eebc99ffa8d4b591.jpg

James Worthy (Amsterdam. 1980)

 

 

 

Voor nog meer schrijvers van de 8e mei zie ook mijn blog van 8 mei 2011 deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 19:20 Reageer op dit bericht

Libris Literatuur Prijs voor A. F.Th. van der Heijden

De schrijver A.F.Th. van der Heijden heeft met zijn boek 'Tonio' de Libris Literatuur Prijs gewonnen. Juryvoorzitter Robbert Dijkgraaf, president van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, maakte dat maandagavond bekend in het Amstel Hotel in Amsterdam. Aan de prijs is een bedrag verbonden van 50.000 euro. Zie ook alle tags voor A. F. Th. van der Heijden op dit blog.

Uit: Tonio

‘We kunnen ons wel blijven volhouden dat we zijn leven tot aan 23 mei 2010 nog hebben om in de herinnering te koesteren, maar dat is niet meer hetzelfde leven dat we van nabij gekend hebben. Het is in al zijn verschijningsvormen aangetast door de dood die het afsneed. Geen herinnering is meer puur en onbevangen. Het geheugen verstikt in de schaduw van Tonio’s vroege einde, en de erin opgeslagen beelden raken in hun vorm en lichtheid aangetast.   
Het ergste: de ooit zo zuivere herinneringen worden met terugwerkende kracht verklikkers van de dood. Wat ze voorafgaand aan Pinksteren niet hadden, krijgen ze nu: een voorspellende kracht, die zich in het geheugen van de zich herinnerende openbaart. Ze voorspelen het sterven van de jongen die er de hoofdrol in speelt.

(…)

 

“Ik schrijf het in de eerste plaats voor jou. Nee, niet voor je zielenrust. Ik hoop juist de aandacht van je ziel te trekken. Hij moet verontrust raken. Via hem wil ik je laten weten dat de pijn die jij een half etmaal lang ondergaan hebt, door ons is overgenomen. Levenslang. Niks rust zacht. In die pijn zijn we voortaan verenigd. Jij, Mirjam en ik. En mocht de ziel bestaan, ook de onze, dan komt met ons sterven aan die vereniging geen einde.

 

 

 1152887-52dcc950766a14753dff1951369ee73c.jpg

A. F.Th. van der Heijden (Geldrop, 15 oktober 1951)
Geschreven door Romenu om 15:07 Reageer op dit bericht

Willem Elsschot, Almudena Grandes, Christoph Marzi, Edgar Cairo, Volker Braun

De Vlaamse schrijver en dichter  Willem Elsschot  werd in Antwerpen geboren op 7 mei 1882. Zie ook alle tags voor Willem Elschot op dit blog.

 

 

Brief

 

Lamme smeerlap, met je baard,
dor van geest maar dicht behaard,
die ons daar stond aan te staren
of wij huursoldaten waren.

'k Weet nog alles, luizig dier,
ook al zit je ver van hier,
teruggetrokken en stokoud
in een blokhuis vol met goud.

Dat je er Stein hebt uitgetrapt
nadat hij je had verklapt
hoe je schatten kon verdienen
met de bouw van zijn machinen.

Hoe je Berends in de stront
hebt gewreven, als een hond,
toen hij 't boekjaar niet kon sluiten
door die fout van zeven duiten.

Hoe die halfwas, smal en bleek,
van zijn gulden in de week
vijftig centen af zag romen,
want hij was te laat gekomen.

'k Weet het nog, zoals je ziet,
maar ik snap vandaag nog niet
hoe die negen duizend koppen
dat zo lijdzaam bleven kroppen.

Had een flinke delegatie,
na 't verwerpen van je gratie
je maar even beet gepakt,
even op de vloer gesmakt,

je die baard eens afgeschoren,
met of zonder je twee oren,
je die broek eens afgedaan
om je voor je kont te slaan.

Maar al is het niet gebeurd,
uitgesteld is niet verbeurd.
Wij staan klaar om ons te wreken
zonder je de nek te breken.

Want komt ooit de rode tijd
door je slaven lang verbeid,
vóór nog dat je met je botten
bent gedolven, om te rotten,

dan word jij benoemd per se
om de piesbak en de plee
schoon te maken als het hoort
in de Beurs of Delftse Poort.

 

 

 

 1152314-3dde47e967b7ea18cd343f686d371184.jpg

Willem Elsschot (7 mei 1882 – 31 mei 1960)

 

 

 

 

De Spaanse schrijfster Almudena Grandes Hernández werd geboren op 7 mei 1960 in Madrid. Zie ook alle tags voor Almudena Grandes op dit blog.

 

Uit: The Wind from the East (Vertaald door Samantha Schnee)

 

“Before breaking into a run toward him, in a gesture that had become second nature, he checked Alfonso's fly and confirmed with relief that it was closed. His poor brother-who continued sniffing the air like the slow, confused creature he was-would be the focus of plenty of attention in that sterile, private community, even without holding his sex in the palm of his hand. Arriving at Alfonso's side Juan hugged him carefully, smiling at him, and kissed him on the cheek before putting his arm around his shoulders to guide him. Alfonso moved his head up and down three times in a row, so sharply it seemed he would shake his head from his neck. It was his way of showing agreement. While the two brothers walked along the narrow sidewalk, not unlike a little road up to a dollhouse, the wind swirled a tumult of bougainvillea petals around them, pink, red, purple, inert, light as feathers, and Alfonso Olmedo finally smiled. Tamara, leaning against a wall waiting for them, clutching a colored jewelry box, two books, and a Barbie to her chest, received them with laughter. Her two uncles had blossomed. The petals dusted Alfonso's bald head and Juan's hair, their pants, their shirts, and their arms, giving them a comic but ambiguous appearance, something between two badly camouflaged soldiers and two street mimes that had decided to dress as trees to attract children's attention. Juan shook himself off and brushed the petals off Alfonso while all three laughed, before gently herding his family into the vestibule. As he closed the door he wondered if all this, the new house, the new job, the new town, so many hundreds of miles away, had not been a mistake. He thought to himself that it was still too early to know.”


 

 1152314-3008e11c54a3f277d1da89025be00cf2.jpg

Almudena Grandes (Madrid, 7 mei 1960 )

 

 

 


De Duitse schrijver
Christoph Marzi werd geboren op 7 mei 1970 in Mayen. Zie ook alle tags voor Christoph Marzi op dit blog.

 

Uit: Lyra

 

“My sweet Laura Lee.
Er schloss die Augen und ließ den kühlen Wind seine Haut berühren und sein dunkles Haar zerzausen. Die Melodie des Songs war noch immer da, als sei sie ihm gerade durch die Finger geflossen.
Life lay in your eyes,
in your smile and your anger and voice.
Dann blinzelte er ins Licht der bald untergehenden Sonne.
Jemand, der ihn dort hätte stehen sehen, wäre unweigerlich an alte englische Lieder erinnert worden. An Balladen, die Hobos unterwegs auf ihren Gitarren und Mundharmonikas spielen, wenn überall die Sonne am Horizont versinkt und das weite Land in braune und rote Farben taucht. An Geschichten, in denen Männer einsam an den steilen Klippen stehen und aufs Meer hinausblicken, schweigsam, mit bitterem Salz auf den Lippen, die Augen zusammengekniffen, weil die Sonne die Gischt berührt und Traumbilder funkeln lässt.
My sweet Laura Lee.
Ein ganzes Leben hatte er in diesem Song heraufbeschworen. Er hatte ihn ihr vorgesungen, am Ufer des Red Lake Creek, wo sie damals gezeltet hatten. Es war das Lied ihrer Liebe und von allem, was noch vor ihnen liegen sollte.
Life was there 'cause of you.
Und jetzt?
Er schaute den Möwen hinterher, die über den Wellen im Wind segelten. Sunny war fort. Seit Wochen schon.
Die Scherben lagen überall herum. Unter jedem Schritt knirschten sie, leise Schreie, erstickt und krächzend und anklagend. Der dunkle Rhythmus, zu dem er regungslos dastand und den Gedanken nachhing, die nicht mal der Wind mit sich nehmen wollte.
Ja, Danny war noch hier, vor dem alten Leuchtturm, dessen Lichter schon lange nicht mehr über die sanften Wogen des Lake Superior glitten.“
 

 

1152314-d63aecdda2d3bde192cc0d51829f2ca8.jpg 

Christoph Marzi (Mayen, 7 mei 1970)

 

 

 

 

De Surinaamse schrijver Edgar Eduard Cairo werd geboren in Paramaribo op 7 mei 1948. Zie ook alle tags voor Edgar Cairo op dit blog.

 

Uit: Djari/Erven

 

„Vroegvroeg in de morgen. De kinderen stonden op, om manja's op te rapen. Manja's! Van hun eigen erf, waar ze waren komen wonen, al kort geleden! Dan volgden ook amandelen, van voorop op 't erf aan straatkant. Of 't lukte - maar dat werd sluipwerk, kwamen de zusterappelen van buurman aan de beurt: hard labour! Feitlijk fo niets! Vruchten hadden ze genoeg! Maar 't ging nu eenmaal om de spanning die met je meekroop, dwars door de prikkeldraadafscheiding. Als buurman ze zag, jonge...! Maar toch vooral als hun p'pa ze zou zien...!

Ach, hun vader was nóg vroeger opgestaan! Hij had zijn werkbak genomen, vol timmerwerkdinges. Had zijn gefrommelde blauwkakhibroek aan z'n mars getrokken - zoals Mamsi 't scheldend schreeuwde - hij had zijn dwarspet nie vergeten. En hij was op die kraakfiets van 'em geslingerd. Aldus nog minstens tot de hoek zijn evenwicht zoekend op de weg vol kuilen, zou hij aan de asfaltweg komen en naar zijn werk rijen.

Savens zouden ze hem terugzien pas, wanneer dat hij met donker kwam terugkeren, moe en onhoudbaar voor 't eten, 'n krasse tijger die op verscheuren stond.

De twee broertjes Gunno en Drew zetten snelsnel hun kom met manja's neer. Het kon nog net, dat wat ze zouden gaan doen, voordat buurman z'n slaapogen zou opendoen met erfwandelen. Drew hield het prikkeldraad wijd open en duwde Gunno met z'n ene knie tegen diens zijbuik: ‘Maak gauw, voordat iets gebeurt! Doe snel no?!’ De meisjes, Oslien en KleinNita stonden van spanning op hun kleine slippers te trippelen. ‘Doe snel! Doe snel!’

 

 

 

 1152314-7360044f830d9c4bbaf71ab4e9be827a.jpg

Edgar Cairo (7 mei 1948 – 16 november 2000)

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Volker Braun werd geboren op 7 mei 1939 in Dresden. Zie ook alle tags voor Volker Braun op dit blog.

 

Uit: Die hellen Haufen

 

„Der Aufstand, von dem hier berichtet wird, hat nicht stattgefunden. Er war auch mehr ein Krieg, der nur von einer Seite geführt wurde, und die andere hat stillgehalten. Wenn er seine Wahrheit hat, so nicht, weil er gewesen wäre, sondern weil er denkbar ist. Man glaubt die Geschichte zu kennen,

aber sie hat mehr in sich, als sich ereignet: auch das Nichtgeschehene, Unterbliebene, Verlorene

liegt in dem schwarzen Berg. All das Ersehnte, nicht Gewagte, und die alte Lust zu handeln. Tief verborgen, verschüttet, zubetoniert der Widerstand; die hellen Haufen, die nicht losgezogen sind, um die Schlacht zu schlagen.

Ich beginne wie ein Narr mit den Fakten.

Am 7. April blieben die Bitterröder im Schacht. Die Frühschicht, die mit 175 Mann in der Grube

war, weigerte sich auszufahren. Auf dieses Signal hin wurde auch übertage das Werk besetzt.

Berndt, mit Fieber angetreten, hielt mit unten aus.

Er hatte den Platz von Rüttemann in der Instandsetzung übernommen, der als Betriebsrat freigestellt

worden war. Barbara hatte Berndt zuhausehalten wollen und ein hartes Gesicht gezogen, weil er krank zur Arbeit ging. Aber Arbeit war nichts, was man ruhen ließ.

Jetzt brannte vorn an der Wache ein Feuer. Dort war seit Jahr und Tag eine Steintafel angebracht:

DIE MACHT SOLL GEGEBEN WERDEN DEM GEMEINEN VOLK. Das war so etwas wie ein Firmenschild des Thomas-Müntzer-Schachts. Wer sie geben soll, war nicht vermerkt, und ob es sie haben will, wurde nicht gefragt. Das Volk hier: arbeitssam, zaumselig; Untertanen über Tag, Untermänner im Schacht.“

 

 

 1152314-a2a4fa4b88c59fb4fbec1617f1ffa328.jpg

Volker Braun (Dresden, 7 mei 1939)

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 7e mei ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 18:59 Reageer op dit bericht

Robert Browning, Archibald MacLeish, Peter Carey, Rabindranath Tagore, Horst Bienek

De Engelse dichter en schrijver Robert Browning werd geboren op 7 mei 1812 in Londen. Zie ook alle tags voor Robert Browning op dit blog.

 

 

Earth's Immortalities

 

FAME.

See, as the prettiest graves will do in time,
Our poet's wants the freshness of its prime;
Spite of the sexton's browsing horse, the sods
Have struggled through its binding osier rods;
Headstone and half-sunk footstone lean awry,
Wanting the brick-work promised by-and-by;
How the minute grey lichens, plate o'er plate,
Have softened down the crisp-cut name and date!

LOVE.

So, the year's done with
(_Love me for ever!_)
All March begun with,
April's endeavour;
May-wreaths that bound me
June needs must sever;
Now snows fall round me,
Quenching June's fever---
(_Love me for ever!_)

 

 

 

 1152312-9b67a3584ec7ddcfb794e73bf2b9b3a1.jpg

Robert Browning (7 mei 1812 – 12 december 1889)

Portret in brons door Thomas Woolner, 1856

 

 

 

 

De Amerikaanse dichter en politicus Archibald MacLeish werd geboren op 7 mei 1892 in Glencoe, Illinois. Zie ook alle tags voor Archibald MacLeish op dit blog.

 

 

Immortal Autumn

 

I speak this poem now with grave and level voice
In praise of autumn, of the far-horn-winding fall.

I praise the flower-barren fields, the clouds, the tall
Unanswering branches where the wind makes sullen noise.

I praise the fall: it is the human season.
Now
No more the foreign sun does meddle at our earth,
Enforce the green and bring the fallow land to birth,
Nor winter yet weigh all with silence the pine bough,

But now in autumn with the black and outcast crows
Share we the spacious world: the whispering year is gone:
There is more room to live now: the once secret dawn
Comes late by daylight and the dark unguarded goes.

Between the mutinous brave burning of the leaves
And winter’s covering of our hearts with his deep snow
We are alone: there are no evening birds: we know
The naked moon: the tame stars circle at our eaves.

It is the human season. On this sterile air
Do words outcarry breath: the sound goes on and on.
I hear a dead man’s cry from autumn long since gone.
I cry to you beyond upon this bitter air.

 

 

1152312-7d97e10c2bcee489cf40eda0df7c0288.jpg
Archibald MacLeish (7 mei 1892 – 20 april 1982)

 

 

 

 

De Australische schrijver Peter Carey werd geboren in Bacchus Marsh, Victoria, op 7 februari 1943. Zie ook  Zie ook alle tags voor Peter Carey op dit blog.

 

Uit: Parrot and Olivier in America

 

“My childhood was neither blessed nor tainted by the célérifère, and I would not have mentioned it at all, except—here it is before us now.
Typically, the Austrian draftsman fails to suggest the three dimensions.
However:
Could there be a vehicle more appropriate for the task I have so recklessly set myself, one that you, by-the-by, have supported by taking this volume in your hands? That is, you have agreed to be transported to my childhood where it will be proven, or if not proven then strongly suggested, that the very shape of my head, my particular phrenology, the volume of my lungs, was determined by unknown pressures brought to bear in the years before my birth.
So let us believe that a grotesque and antique bicycle has been made available to us, its wooden frame in the form of a horse, and of course if we are to approach my home this way, we must be prepared to push my uncle’s hobby across fallen branches, through the spinneys. It is almost useless in the rough ground of the woods, where I and the Abbé de La Londe, my beloved Bébé, shot so many hundreds of larks and sparrows that I bruised my little shoulder blue.
“Careful Olivier dear, do be careful.”
We can ignore nose bleeding for the time being, although to be realistic the blood can be anticipated soon enough—spectacular spurts, splendid gushes—my body being always too thin-walled a container for the passions coursing through its veins, but as we are making up our adventure let us assume there is no blood, no compresses, no leeches, no wild gallops to drag the doctor from his breakfast.“

 

 

 1152312-93b47dd7b0b26cd3df491f1d44163400.jpg

Peter Carey (Bacchus Marsh, 7 mei 1943)

 

 

 

 

De Bengaalse dichter en schrijver Rabindranath Tagore werd op 7 mei 1861 in Calcutta (tegenwoordig: Kolkata) geboren. Zie ook alle tags voor Rabindranath Tagore op dit blog.

 

  

Closed Path

 

I thought that my voyage had come to its end
at the last limit of my power,---that the path before me was closed,
that provisions were exhausted
and the time come to take shelter in a silent obscurity.

But I find that thy will knows no end in me.
And when old words die out on the tongue,
new melodies break forth from the heart;
and where the old tracks are lost,
new country is revealed with its wonders.

 

 

 1152312-96b2ab65522c6ec9e0792f4a6736d143.jpg

Rabindranath Tagore (7 mei 1861 – 7 augustus 1941)

 

 

  

 

De Duitse dichter en schrijver Horst Bienek werd geboren op 7 mei 1930 in Gleiwitz. Zie ook alle tags voor Horst Bienek op dit blog.

 

Uit: Die erste Polka

 

“Angehalten von den Behörden, deutsch zu predigen, tat er es auch, aber wenn er etwa die Seelenmesse ansagte für die verstorbene Franziska Kandrzyn, die sieben Kinder zurückgelassen hatte und einen Trinker, der sich als Vater dieser armen Würmer bezeichnete, den sie aber schon einige Jahre vorher aus dem Haus geworfen hatte, so spulte er das zuerst rasch auf deutsch herunter, und die Oberkörper der Beter schwankten in den Bänken hin und her, müde und erschöpft von der schweren Tagesarbeit auf dem Gut oder in der Kohlengrube; sagte er es jedoch etwas langsamer auf polnisch, dann hoben sie ihre Köpfe und hörten genauer hin Swieta Maria6 seufzten sie und sahen sich dabei an, ein Jahr ist es schon her, dass die Franziska weggegangen ist.
Und im März oder April, bei den Kreuzwegandachten, rutschte die Gemeinde von einer Kreuzwegstation zur andern, und wenn der Pfarrer Starczewski vor der neunten Station mit seiner schönen, die ganze Kirche ausfüllenden Bassstimme sang: Und Jesus fällt zum dritten Male unter dem Kreuze, dann beteten die Frauen vor sich her: Wir bitten dich, erhöre uns o Herr, die einen deutsch, die andern polnisch, keiner störte sich daran, nicht einmal der Sprechrhythmus veränderte sich dabei. Jene, die nicht Polnisch konnten, waren meistens Beamte, die aus dem Reich hierher versetzt waren, die waren sowieso protestantisch, und dort in der Luther-Kirche waren sie ganz unter sich...
So kam es, dass Valeska Wondraczek das Alphabet zuerst deutsch, das Vaterunser zuerst polnisch gelernt hatte, und auch heute noch geschah es, dass ihr das Mariengebet auf polnisch leichter von den Lippen ging, und ihre Gottanrufungen konnte sie sich in einer anderen Sprache gar nicht vorstellen: moj ty Boze kochany...”

 

 

 1152312-42078fdfc58573804f02532c796b3755.jpg

Horst Bienek (7 mei 1930 – 7 december 1990)
Gedenkplaat aan zijn geboortehuis

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 7e mei ook mijn blog van 7 mei 2011 deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 18:54 Reageer op dit bericht

Willem Kloos, Ariel Dorfman, Erich Fried, Yasushi Inoue

De Nederlandse dichter en schrijver Willem Kloos werd geboren in Amsterdam op 6 mei 1859. Zie ook  alle tags voor Willem Kloos op dit blog.

 

 

Verzen

 

VII.

 

Ik wijd aan U dees verzen, zwaar geslagen

Van Passie, en Verdoemenis, en Trots,

In doods-bleek marmer of dooraderd rots,

Al naar mijn kunstnaars-wil en welbehagen.

 

Zij zijn doorleefd: 'k heb daarin neêrgedragen,

Rijk-handig, al wat, in den loop des Lots,

Aan menschen-liefde of hooge Liefde Gods,

Dit dood-arm Wezen heeft te voelen wagen.

 

Ik, die mijn Leven uit-te-zeggen zoek,

Heb al mijn lieve voelen, zoeken, tasten

En weten in dit somber boek gevat.

 

En 'k bied, met dit mijn eerste en laatste boek,

Een laatsten groet aan U, die met uw vasten

Stap naast mijn àl te wankle schreden tradt.

 

 

 

Homo Sum I

 

Ik was de gróte Minnaar zonder ruste,
Die ging hoog-heerlijk in triomf door 't Leven,
Jeugdig omklemmend in een stórm van beven
Al zielen, gróte en kleine, naar het lustte

Dit Hoog Hart, dat toch nóoit zijn droefheid suste,
Droefheid om Liéfde's wil, die géén kon geven:
Nu weêr om Zélf's wil, wijl ik zelf moest sneven,
Dán wijl ik nédersloeg, wie 'k éven kuste.

Ik brak de harten op mijn tocht, zo glorie-vol -.
't Mijn brak mee, maar, nóg schoner dan te voren,
Greep het naar nieuwe, blonde of donkre, lokken;

Liefde vliedt héen thans, maar in haar historie-rol
Sta ik geboekt als het Hart Uitverkoren,
't Hárt dat geen Hárt vond en stierf zonder mókken.

 

 

 

Aan een pseudo-volksleider

 

Gij zijt een bruut en absoluut genieter
Van 't heerlijk Leven, waar het zich maar aanbood,
Maar zoudt gij even willen worden schaamrood
Omdat gij zijt bruut, absoluut verniet'ger

Van al het echte dat naar u zich saamgooit
Tot één groot mens-zijn, niet om te verdriet'gen
Uw zwak, klein zelf, maar om u te verniet'gen
U, mens, die waart voor elk echt mens een aanstoot.

Aanstootje afschuwlijk, die uw klein ikje aanhangt
Als één verniet'gend doemen van u zelven.
O gij die zijt een ijdeltuit afgrijslijk,

Gij gaat u zelf een gruwbre afgrond delven,
Daar 't groot Hollands volk niets meer voor u aanvangt
Dan dat het vindt uw houdinkjes vrij prijslijk.

 

 

 

 1151447-bb75200ed61e28353b849635424f55ea.jpg

Willem Kloos  (6 mei 1859 – 31 maart 1938)

Hein Boeken en Willem Kloos rond 1900 

 

 

 

 

De Chileens-Amerikaanse toneelschrijver, essayist, dichter, novellist, cartoonist Ariel Dorfman werd op 6 mei 1942 in Buenos Aires geboren. Zie ook alle tags voor Ariel Dorfman op dit blog.

 

Uit: Blake's Therapy

 

„Now look at how our future patient calls Hector in, apologizes for having lost his temper, lets the valet carefully take care of the clothes, the tie, how Graham Blake twitches his head ironically when Hector asks him if he'll be needing condoms. Is that a yes? Is that a no? Even Blake is not clear what he himself answered. What is clear is how he smiles now at his valet. See that smile? It changes his whole face, it's easy to understand why Hector likes his boss, would do anything to make him happy, why we have to be wary of falling under Blake's influence while he's here.

    Conclusions, just from this snap of a scene?

    Graham Blake is a man used to giving orders. Graham Blake does not like mistreating others, especially subordinates. Graham Blake has more charm than is good for him, he covers up his mistakes with that smile, since he's been a child he's smiled his way out of every mistake he's ever made. Graham Blake may be used, therefore, to getting what he wants, but isn't willing to pay the price. He cares, perhaps excessively, about how the world perceives him, what others say about him.

    So this is going to take some time. The treatment. Longer than he expects, longer than I let on when I apprised him at the end of our inaugural session of the extreme measures necessary to remedy his quasi-terminal anguish, relieve him of the condition that medical journals in the future may well call Tolgate's syndrome.

    So. Who is this man?

    Graham Blake, forty-three years old. Mother died when he was six. Father died when he was eighteen. Two children, one boy, one girl. Divorced. Happily divorced. Meaning it was a good divorce. No cheating on his wife, no beating up on each other, no lawsuits. No bickering in front of the kids, Thomas and Georgina, cute little things, later you can take a look at some outtakes from home movies, courtesy of Graham Blake, model parent. A perfect divorce, perfect and quick like most things in Graham Blake's quick life. Not that he had much choice: He was in partnership, still is, with his wife, Jessica Owen, bioengineer. Kept her maiden name. Yes. A woman bioengineer, specializing in gene manipulation.“

 

 

 1151447-c308138bd09f2f4b2120322b3d9c4d88.jpg

Ariel Dorfman (Buenos Aires, 6 mei 1942)

 

 

 

 

De Oostenrijkse dichter, schrijver, essayist en vertaler Erich Fried werd geboren op 6 mei 1921 in Wenen. Zie ook alle tags voor Erich Fried op dit blog.

 

 

AUFHEBUNG ...


Sein Unglück
ausatmen können,
tief ausatmen,
so daß man wieder
einatmen kann.


Und vielleicht auch sein Unglück
sagen können
in Worten,
in wirklichen Worten,
die zusammenhängen
und Sinn haben,
und die man selbst noch
verstehen kann,
und die vielleicht sogar
irgendwer sonst versteht
oder verstehen könnte.


Und weinen können!

Das wäre schon,
fast wieder Glück!

 

 

 

DICH KÜSSEN ...

 

Wenn ich Dich küsse
ist es nicht nur Dein Mund,
nicht nur Dein Nabel,
nicht nur Dein Schoß,
den ich küsse.

Ich küsse auch Deine Fragen
und Deine Wünsche.
Ich küsse Dein Nachdenken,
Deine Zweifel
und Deinen Mut,
Deine Liebe zu mir
und Deine Freiheit von mir.
Deinen Fuß,
der hergekommen ist
und der wieder fortgeht.


Ich küsse Dich
wie Du bist
und wie Du sein wirst,
morgen und später
und wenn meine Zeit vorbei ist.

 

 

 

COMPUTERANALYSE ...

Du,

 

sprach der Computerfachmann
zu seiner Freundin,
mit Deiner Hardware bin ich
zu neunundneunzigkommasex Prozent
zufrieden,
aber Deine Software
lässt noch zu wünschen übrig:
Sie muss einfach noch viel,
viel benutzerfreundlicher werden.

 

O.k.?

 

 

1151447-e9c65f9cf9741cb068ca6521a7642395.jpg
Erich Fried (6 mei 1921 – 22 november 1988)

Rond 1947 

 

 

 

 

De Japanse schrijver Yasushi Inoue werd geboren op 6 mei 1907 in Asahikawa. Zie ook alle tags voor Yasushi Inoue op dit blog.

 

Uit: Der Tod des Teemeisters (Vertaald door Ursula Gräfe)

 

„Seit damals hat sich nichts verändert:

die Kalligraphie des Prinzen Son-En-Po an der Wand, die Tenmoku-Teeschale aus Ise, das unablässig knisternde und zischende Kohlebecken, das an das Säuseln von Kiefern im Wind erinnert und auf das er so stolz ist. Der Raum entsprach ganz dem Geschmack des ehrwürdigen Herrn Toyobo, der als Wabisukisha – ein Liebhaber schlichter Strenge – bekannt ist. Er bewirtete mich nach

allen Regeln der Teekunst, und ich wähnte mich wie in einem Traum.

Anschließend holte er eine Teeschale hervor, die Meister Rikyu ihm geschenkt hatte, und stellte sie vor mich hin. Ich war voller Dankbarkeit und fühlte mich von der aufrichtigen, herzlichen Fürsorge des alten Herrn geehrt. Beinahe hatte ich das Gefühl, meinem Meister gegenüber zu sitzen. Wie viele Jahre hatte ich diese ebenmäßige, schwarzglasierte Teeschale mit dem leicht nach innen

abgerundeten Rand, so unsagbar schön und elegant, nicht gesehen!

Chojiro hat sie geschaffen, und für mich sind viele Erinnerungen mit dieser schwarzen Schale verknüpft. Es macht mich froh, daß sie sich nun in der Obhut des ehrwürdigen Toyobo befindet.

Es war bereits stockfinster, als ich den Teeraum des Shinnyodo verließ und mich auf den Heimweg in meineKlause machte, wo ich unser Gespräch noch einmal an mir vorüberziehen ließ und mich einsamen Grübeleien hingab.

Es gab Dinge, die ich Herrn Toyobo hätte sagen sollen, aber nicht gesagt hatte, und Fragen, die ich ihm hätte stellen sollen, indes versäumt hatte zu stellen. Ebenso hatte ich Antworten gegeben, die vielleicht anders hätten lauten sollen. Zweifel plagten mich, warum ich dies und nicht jenes gesagt hatte. Aber natürlich hatte mich nach all den Jahren die erste Begegnungmit einem alten Freund

Meister Rikyus so aufgewählt, daß in meinem Kopf Tausende von Wörtern in heillosem Durcheinander herumwirbelten.“

 

 

 1151447-8db39d300d30771946462cd576085dca.jpg

Yasushi Inoue (6 mei 1907 – 29 januari 1991)

 



Zie voor nog meer schrijvers van de 6e mei ook mijn vorige blog van vandaag en eveneens mijn eerste blog van vandaag.
Geschreven door Romenu om 14:10 Reageer op dit bericht

Harry Martinson, Carl Ludwig Börne, Christian Morgenstern, Ferdinand Sauter, Eugène Labiche

De Zweedse dichter en schrijver Harry Martinson werd geboren op 6 mei 1904 in Jämshög in het zuidoosten van Zweden. Zie ook alle tags voor Harry Martinson op dit blog.

 

 

The electrons

 

With their round dance the electrons spin
chrysalises of that which abides,
the inmost cocoons
which do not open of their own accord
but are of that which abides.

 

There it is not a matter of hatching out.
There it is a matter of tending and protecting
the metamorphoses of the inmost
deeper-down swaying,
the innermost playing of women in dance.

 

 

Vertaald door Stephen Klass

 

 

 

Anni

Anni, Glitzerauge.
Erinnerst du dich noch? Wir waren damals sieben.
Wir versteckten uns im Roggenfeld,
auf einem großen Stein, der „Hügel der Riesen“ hieß.

-Rings um uns die gelbe Flut des Roggens.
-Rings um uns der gelbe Meerbusen des Roggens,
der die lange Zunge des Tannenwaldes umarmte.
Anni, erinnerst du dich an die rote Bake der Kate
auf dem Kap Horn der Wälder?

Rund um unsere einsame Insel tuschelten die Ähren,
ich küsste deinen Mund,
blaue Feldmäuse schwammen vorbei wie die Wale dort draußen
mitten im Meer.
Die Sonne und die Heuschrecken: die Tümmler der Ähren.

Wie ein Schwerer Prahm trieb unsere Pflegemutter auf uns zu.
Sie lotste uns heim in den Hafen der Kate.
Schläge mit dem Haselnussstock und Schreie wie Notpfiffe.
Erinnerst du dich noch, Anni?


Vertaald door Berd Jentzsch

 

 

 

 1151442-2de173b1424cc491f07c2461e43b290a.jpg

Harry Martinson (6 mei 1904 – 11 februari 1978)

 

 

 

 

De Duitse schrijver,  journalist en criticus Carl Ludwig Börne werd in Frankfurt geboren als Juda Löb Baruch op 6 mei 1786. Zie ook alle tags voor Carl Ludwig Börne op dit blog.

 

Uit: Briefe aus Paris

 

„Karlsruhe, Sonntag, den 5. September 1830

Ich fange an, den guten Reisegeist zu spüren, und einige von der Legion Teufel, die ich im Leibe habe, sind schon ausgezogen.

Aber je näher ich der französischen Grenze komme, je toller werde ich. Weiß ich doch jetzt schon, was ich tun werde auf der Kehler Brücke, sobald ich der letzten badischen Schildwache den Rücken zukehre. Doch darf ich das keinem Frauenzimmer verraten.

Gestern abend war ich bei S. Die hatten einmal eine Freude, mich zu sehen! Sie wußten gar nicht, was sie mir alles Liebes erzeugen sollten, sie hätten mir gern die ganze Universität gebraten vorgesetzt. Mir Ärmsten mit meinem romantischen Magen! Nicht der Vogel Rock verdaute das. Die W. hat einen prächtigen Jungen. Ich sah eine schönere Zeit in rosenroter Knospe. Wenn die einmal aufbricht! Wie gern hätte ich ihn der Mutter gestohlen und ihn mit mir über den Rhein geführt, ihn dort zu erziehen mit Schlägen und Küssen, mit Hunger und Rosinen, daß er lerne frei sein und dann zurückkehre, frei zu machen.

In Heidelberg sah ich die ersten Franzosen mit dreifarbigen Bändern. Anfänglich sah ich es für Orden an, und mein Ordensgelübde legte mir die Pflicht auf, mich bei solchem Anblicke inbrünstig zu ärgern. Aber ein Knabe, der auch sein Band trug, brachte mich auf die rechte Spur.

Ich mußte lachen, als ich nach Darmstadt kam und mich erinnerte, daß da vor wenigen Tagen eine fürchterliche Revolution gewesen sein soll, wie man in Frankfurt erzählte. Es ist eine Stille auf den Straßen, gleich der bei uns in der Nacht, und die wenigen Menschen, die vorübergehen, treten nicht lauter auf als die Schnecken. Erzählte man sich sogar bei uns, das Schloß brenne, und einer meiner Freunde stieg den hohen Pfarrturm hinauf, den Brand zu sehen! Es war alles gelogen. Die Bürger sind unzufrieden, aber nicht mit der Regierung, sondern mit den Liberalen in der Kammer, die dem Großherzoge seine Schulden nicht bezahlen wollen. Das ist deutsches Volksmurren, das lass' ich mir gefallen; darin ist Rossinische Melodie.“

 

 

 1151442-f06fa4c58852408b115f1d3bd5940828.jpg

Ludwig Börne (6 mei 1786 – 12 februari 1837)

Cover biografie door Willi Jasper

 

 

 

 

De Duitse dichter, schrijver en vertaler Christian Morgenstern werd geboren in München op 6 mei 1871. Zie ook alle tags voor Christian Morgenstern op dit blog.

 

 

Nun wohne DU darin

 

Nun wohne DU darin,
in diesem leeren Hause,
aus dem der Welt Gebrause
herausfloh und dahin.

Was ist nun noch mein Sinn, -
als daß auf eine Pause
ich einzig DEINE Klause,
mein Grund und Ursprung bin!

 

 

 

Vogelschau

 

Begriffst du schon ein Wunder wie dies eine,

dass die Erde um die Sonne fliegt?

0 Nacht, vor deinem Sternenscheine

liegt all mein Menschliches besiegt ...


Ein riesenhafter Erdkloss kreist

unaufhörlich um ein grosses Feuer:

Da gebiert die Scholle Geist -:

der Mensch wird, Zwerg und Ungeheuer, -

 

Und ruft, Ausschlag der Bodenrinde,

Erd und Himmel tönend an -

und spielt sein Spiel in Weib und Mann ..

gleich einem ewigen Kinde ...

 

Ja, Kinder-Spiel ist, was da ist,

das sagt dir jede stille Nacht,

und nur dein tiefes Kind-Sein macht,

dass du noch weiter fröhlich bist.

 

 

 

 1151442-fa745eade55cdbba6dba5cc1c18a6e65.jpg

Christian Morgenstern (6 mei 1871 – 31 maart 1914)

Het oude raadhuis in München rond 1900

 

 

 

 

De Oostenrijkse dichter Ferdinand Sauter werd geboren op 6 mei 1804 in Wenen. Zie ook alle tags voor Ferdinand Sauter op dit blog.

 

 

Wehmuth im Frühlinge

 

Wieder ist der Lenz gekommen,

Blühend Wiese, Wald und Hag,

Außen ist der Glanz entglommen -

Innen wird es nimmer Tag.

 

Tausend buntgeschmückte Blüthen

Dringen aus der Erde Schooß,

Tief im Busen Stürme wüthen,

Lassen keine Blume los.

 

Aus den frischbelaubten Zweigen

Tönt der muntern Sänger Chor,

Meine Lieder müssen schweigen,

Denn sie klagen taubem Ohr.

 

Auf den Seen, auf den Bächen

Schaukeln Zephyrs Flügel sich,

Meine Rinde möchte brechen,

Doch es labt kein Zephyr mich.

 

Ferne blaue Berge winken

Mich in rein're Luft hinauf;

Mooresdünste muß ich trinken,

Fesseln hemmen meinen Lauf.

 

Geister tauchen kühne Schwingen

In des Forschens tiefe Flut,

Nicht zur Klarheit kann ich dringen,

Fühlen nur des Herzens Glut.


Liebende im Morgenscheine

Wandeln durch der Wiesen Grün;

Ob ich klage, ob ich weine,

Keine Lieb' ist mein Gewinn.

 

Frühling, schütte deine Schätze

Aus auf Flur und Jugendlust,

Laß mich trauern und verletze

Nicht die schmerzbewegte Brust!

 

 

 

 1151442-7979200e3a530f7a05d6f08082eb9922.jpg

Ferdinand Sauter (6 mei 1804 – 30 oktober 1854)

Wenen, de Praterstraße rond 1900

 

 

 

 

De Franse (blijspel)schrijver Eugène Marin Labiche werd geboren op 6 mei 1815 in Parijs. Zie ook alle tags voor Eugène Labiche op dit blog.

 

Uit: Un chapeau de paille d'Italie

 

« Où courez- vous, bonnes gens? Là-bas, assez loin d'ici, par le monde, à travers les arrondissements de Paris et peut-être la banlieue ». Hippolyte Parigot, critique dramatique contemporain de Labiche, met ici en évidence le caractère vivant du théâtre de vaudeville qu'il nomme la "comoedia motoria" à savoir la comédie mouvementée, en opposition à la comoedia stataria des Anciens, plus calme. Cette dimension vaudevillesque est également révélée étymologiquement ; le mot vaudeville est, en effet, formé à partir de deux verbes "vauder" signifiant aller et "virer" (tourner). Le vaudeville est, en outre, une pièce légère entrecoupée de ballets et chansons comiques, relatant des anecdotes satiriques et développant des thèmes assez immoraux comme ceux de la farce, comme ici l'infidélité conjugale. Ce genre théâtral, où l'aspect scénique est très important, aspect participant au divertissement du spectateur, est toutefois bien construit, l'intrigue progresse à grands renforts de quiproquos et coups de théâtre. Un Chapeau de paille d'Italie regroupe toutes ces caractéristiques vaudevillesques et l'intrigue y est farfelue: Fadinard doit retrouver un chapeau de paille identique à celui que son cheval a mangé afin de sauver l'honneur de la femme mariée qui le portait. Cette intrigue va amener Fadinard à repousser sans cesse les obstacles s'y opposant, à suivre aveuglément ce but. L'extrait à l'étude concerne l'ultime obstacle, le chapeau convoité s'accroche à un réverbère sous les yeux du mari trompé. Fadinard parvient finalement à le récupérer et à en coiffer Anaïs, ce qui amène le dénouement de l'intrigue.

 

 

 1151442-4df36cf195fc58280d31fa0d3510b136.jpg

Eugène Labiche (6 mei 1815 – 22 januari 1888)

Geschreven door Romenu om 14:05 Reageer op dit bericht

Gaston Leroux, Júlio César de Mello e Souza, Marie-Aude Murail, Paul Alverdes, Erik Bindervoet

De Franse schrijver Gaston Leroux werd geboren op 6 mei 1868 in Parijs. Zie ook alle tags voor Gaston Leroux op dit blog.


Uit:
Le fantôme de l'Opéra


“
Des portraits de Vestris, de Gardel, de Dupont, de Bigottini. Cette loge paraissait un palais aux gamines du corps de ballet, qui étaient logées dans des chambres communes, où elles passaient leur temps à chanter, à se disputer, à battre les coiffeurs et les habilleuses et à se payer des petits verres de cassis ou de bière ou même de rhum jusqu’au coup de cloche de l’avertisseur.

La Sorelli était très superstitieuse. En entendant la petite Jammes parler du fantôme, elle frissonna et dit :

« Petite bête ! »

Et comme elle était la première à croire aux fantômes en général et à celui de l’Opéra en particulier, elle voulut tout de suite être renseignée.

« Vous l’avez vu ? interrogea-t-elle.

– Comme je vous vois ! » répliqua en gémissant la petite Jammes, qui, ne tenant plus sur ses jambes, se laissa tomber sur une chaise.

Et aussitôt la petite Giry, – des yeux pruneaux, des cheveux d’encre, un teint de bistre, sa pauvre petite peau sur ses pauvres petits os, – ajouta :

« Si c’est lui, il est bien laid !

– Oh ! oui », fit le chœur des danseuses.

Et elles parlèrent toutes ensemble. Le fantôme leur était apparu sous les espèces d’un monsieur en habit noir qui s’était dressé tout à coup devant elles, dans le couloir, sans qu’on pût savoir d’où il venait. Son apparition avait été si subite qu’on eût pu croire qu’il sortait de la muraille.“


1151440-879f831826ce5923ecf2c632b696fed8.jpg

Gaston Leroux (6 mei 1868 – 15 april 1927)

Gerard Butler in de film The Phantom of the Opera (2004) van Joel Schumacher



De Braziliaanse schrijver

Júlio César de Mello e Souza werd geboren op 6 mei 1895 in Rio de Janeiro. Zie ook alle tags voor Júlio César de Mello e Souza op dit blog.

 

Uit: The Four Fours

”Seeing that Beremiz was interested in buying the turban. I said, “Such an extravagance  seems mad to me. We have only a little money, and we have not yet paid for our  lodgings.”
“It is not the turban that interests me,” replied Beremiz. “Did you notice that this shop  is called The Four Fours. This is a coincidence of unusual importance.”
“A coincidence? Why?”
“The name of this business recalls one of the wonders of calculus: using four fours, we  can get any number whatsoever.” And before I could ask him about this mystery, Beremiz explained by writing in the  fine sand that was scattered on the floor.
“Do you want to get zero? Nothing simpler. Just write:
44 - 44
Here you have four fours in an equation that equals zero. “What about the number 1?
Here is the easiest way:
44 / 44
This fraction represents the quotient of 44 divided by 44, or 1.
“Would you like to see the number 2? We can easily use the four fours and write:
4/4 + 4/4
The sum of the two fractions is exactly 2. Three is even easier. Just write the expression
(4 + 4 + 4) / 4
Notice that the dividend adds up to 12, which when divided by 4 yields 3. So 3, too,
can be made from lour fours.”

 

 

 1151440-7870b242e63b8abfd2c7aeb43bc00ae4.jpg

Júlio César de Mello e Souza (6 mei 1895 – 18 juni 1974)

 

 

 

 

De Franse schrijfster Marie-Aude Murail werd geboren op 6 mei 1954 in Le Havre. Zie ook alle tags voor Marie-Aude Murail op dit blog.

Uit: Jésus comme un roman

 

„-  Eh bien, que dis-tu ? insista l’homme.

Jésus s’était mis à écrire sur le sol avec son doigt, traçant des mots dans la poussière. Il releva la tête, regarda la femme qui tremblait de peur dans l’attente d’une mort horrible et il dit en la montrant :

-  Si quelqu’un ici n’a jamais péché, qu’il lui jette la première pierre.

Baissant la tête, il écrivit de nouveau sur le sol. Un de ceux qui accusaient la femme, sans doute le plus âgé, quitta le groupe et s’éloigna dans une ruelle. Il fut peu à peu suivi par les autres. L’homme armé d’un bâton s’en alla le dernier. Alors, Jésus effaça les traces sur le sol et se redressa. La femme était toujours là, effrayée, misérable.

-  Où sont-ils passés ? lui demanda Jésus. Personne ne t’a condamnée ?

-  Personne, Rabbi, murmura-t-elle.

-  Va. Moi non plus, je ne te condamne pas.“

 

 

 1151440-f3416918dc3ebe9dd018ba7e77012d91.jpg

Marie-Aude Murail (Le Havre, 6 mei 1954)

 

 

 

 

De Duitse schrijver Paul Alverdes werd geboren op 6 mei 1897 in Straatsburg. Zie ook alle tags voor Paul Alverdes op dit blog.

 

Uit: Brief an Georg Britting

 

“2.September 1944

Ja, einstweilen bin ich noch Schriftleiter, aber schon hat es Röslein erwischt, und sie rüstet sich, ab nächster Woche acht Stunden täglich hier auf dem Schneidertisch zu sitzen und Soldatenmäntel zu nähen; doch bleibt uns wenigstens unsere alte Grete noch erhalten, sie kann mir den Kaffee aufwärmen und das Kraut aus dem Rohr ge-ben, wenn ich von der Ausfahrt mit der Strobler Feuer-wehr zurückkomme, denn dort bin ich nun der Fahrer des Motorwagens geworden! Beim nächsten Angriff auf Mün-chen oder Augsburg steure ich ihn durch die Nacht nach Salzburg, wo die Strobler dann Wache halten. Alle freuen sich schon auf die Fahrt mit mir, nachdem ich nun vier Jahre kein Lenkrad in der Hand gehalten und kenne mich vollends mit Lastwägen nicht aus. Ich denke aber, daß die Uniform mir gut lassen wird, ich werde aussehen wie ein Statist in der Fahnenweihe von Ruederer.

[...]Die Landschaften des Todes gefallen mir sehr; ich freue mich, sie in das letzte Heft zu stellen, und wenn es irgend mit dem Raum zu machen ist, Unter hohen Bäu-men.

Nächste Woche reise ich zu Carossa, um ihm eigen-händig einen Beitrag für das nächste Heft zu entreißen, er tut es nicht billiger.”

 

 

 1151440-9fc2792156bb372580c27404efe0083f.jpg

Paul Alverdes (6 mei 1897 – 28 februari 1979)

 

 

 

 

Onafhankelijk van geboortedata:

 

De Nederlandse dichter, schilder en vertaler Erik Bindervoet werd geboren in het jaar 1962 in Oostzaan. Zie ook alle tags voor Erik Bindervoet op dit blog.

 

 

Radio Perec (eerste uitzending)

(opgedragen aan 't hele Barre Land)


Ik ben bezig met de voorbereidingen.

Eerst opschrijven

Wat ik wil zien
Wat ik ga zien
Wat ik zie
Wat ik niet zie
Wat ik had kunnen zien
Wat ik had moeten zien
Wat anderen zien

Dan uitwerken, maar

Je hebt je beperkingen, natuurlijk.

 



 

 1151440-3a0ac4ad76620c725e0972c79e9ccc5f.jpg

Erik Bindervoet (Oostzaan, 1962)

Hier met Hanz Mirck (rechts) 

 

Geschreven door Romenu om 14:01 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten