Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Romain Gary, Edmund Wilson, Peter Benchley, James Worthy

De Franse schrijver, vertaler regisseur en diplomaat Romain Gary werd geboren op 8 mei 1914 in Vilnius, Litouwen. Zie ook alle tags voor Romain Gary op dit blog.

 

Uit: La promesse de l’aube

 

„Je restai là, le cigare idiot aux lèvres, avec ma veste de cuir, ma casquette sur l'oeil, mon air dur, mes mains dans les poches, cependant que la terre entière devenait soudain un lieu inhabité. C'est de cela que je me souviens surtout aujourd'hui: une sensation d'étrangeté, comme si les lieux les plus familiers, le sol, les maisons et toutes les certitudes fussent devenues autour de moi une planète inconnue où je n'avais jamais mis les pieds auparavant. Tout mon système de poids et mesures s'écroulait d'un seul coup. J'avais beau me dire que les belles histoires d'amour finissent toujours mal, j'avais cru malgré tout que la mienne finirait mal aussi, mais après justice rendue. Que ma mère pût mourir avant que j'eusse le temps de me jeter dans le plateau de la balance pour la redresser, pour rétablir l'équilibre et démontrer ainsi clairement, irréfutablement, l'honorabilité du monde, témoigner de l'existence, au coeur des choses, d'un dessein honnête et secret me paraissait une négation de la plus humble, de la plus élémentaire dignité humaine, comme une interdiction de respirer. Je n'ai pas besoin d'insister auprès de mes lecteurs sur l'extrême jeunesse dont une telle attitude témoignait. Je suis, aujourd'hui, un homme expérimenté. Je n'ai pas besoin d'en dire plus, on a compris.“

 

 

 1153069-97254649f437a6b53a6312a4d0366241.jpg

Romain Gary (9 mei 1914 – 2 december 1980)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver en criticus Edmund Wilson werd geboren op 8 mei 1895 in Red Bank, New Jersey. Zie ook alle tags voor Edmund Wilson op dit blog.

 

Uit: The Fifties

 

„It is as if I had ended by subsiding into this comfortable and familiar atmosphere when I ought to be doing other things. [ Wilson spent the 1964-65 academic year at the Wesleyan Center for Advanced Studies. ] I had meant to do so much with Russian, but have only read Nabokov's Onegin and started on, but not finished, Oblomov. Wellfleet, Summer 1966

These awards I am getting make me rather nervous. [ Wilson had received the National Medal for Literature and an award from the American Academy of Arts and Sciences. ] They mean that I am an O.K. character like Thornton Wilder. When I think about how stupid old frauds like Herbert Hoover and John F. Dulles get buildings and things named after them, without people's seriously protesting or considering it inappropriate, I realize that an accepted reputation can be derived from no real merit whatever. In Jordan, Spring 1967

Now that I can see far behind and a little beyond, the period of my own life and in fact that of known history seems to me extremely retreci [ shrunken ] . I used to find history exciting and shall continue to read it, but I now feel that I know more or less the kind of things that happen. The closer to life you get, the more the great events diminish; the easier transportation and communication become, the less strange other places and peoples seem. (I am writing this in Jordanian Jerusalem and am not at ease with the Arabs, but since I was here last, this part of the city has been modernized and is more like any Western city.)“

 

 

1153069-381a896bdc98ff20133cc4c01d79dd09.jpg
Edmund Wilson (8 mei 1895 – 14 juni 1972)

Portret door Richard Merkin

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Peter Benchley werd geboren in New York City op 8 mei 1940. Zie ook alle tags voor Peter benchley op dit blog.

 

Uit: Shark Trouble

 

“Then there's the oceanic whitetip, whose Latin name so aptly describes the creature that I'll burden you with it: C. Iongimanus, or "long-hands." This shark's pectoral fins are extraordinarily long and graceful, resembling the wings of a modern fighter jet. Longimanus tends to stay in the deep ocean, and nobody on earth has the vaguest notion about total numbers of long-hand attacks because the people they do attack are either adrift, alone, or survivors of shipwrecks, who don't much care what species of shark it is that's harassing them. I'd bet that many of the crewmen of the Indianapolis, in 1945, were killed by long-hands, but no one will ever know.

I do know, however, that longimanus is unpredictable, scary, and demonstrably capable of killing a human. There's a story about one that attacked two U.S. Navy divers in the deep waters of the Tongue of the Ocean in the Bahamas. The shark took a big bite out of one of the divers and then, as the diver's mate fought it for possession of his friend, dragged the diver into the abyss. Finally, at a depth of about three hundred feet—far beyond safe scuba depth—the mate had to choose between letting go of his friend and dying himself, and he watched as shark and body disappeared into the gloom.

Long-hands are my personal betes noires—one of the few species of shark of which I am genuinely and viscerally afraid. A couple of decades ago one made an honest effort to eat me. I don't blame the shark for trying, because my situation fell well within the bounds of Stupid Things You Should Avoid at All Costs, but the near-miss scared me— and scarred me permanently— nevertheless.

 

 

 1153069-db2a7b64563ee63ce0219d7b3cdff3ee.jpg

Peter Benchley (8 mei 1940  - 11 februari 2006)

 

 

 

 

Onafhankelijk van geboortedata:

 

De Nederlandse schrijver James Worthy werd geboren in Amsterdamin 1980. Zie ook alle tags voor James Worthy op dit blog.

 

Uit: James Worthy

 

„De ontwakende zon gebruikt het IJ als spiegel terwijl de maan voor pampus ligt. Amsterdam is op dit soort momenten op haar mooist, jammer alleen dat de mensen rond dit tijdstip op hun lelijkst zijn. Een reiger in een halfgezonken roeibootje spreidt trots zijn vleugels.

Ik wil hem bedanken voor het schouwspel en schop mijn suikervrije kauwgom in zijn richting.

‘Haat je mij?’ vraagt Pete.

Ik aai hem over zijn bol. ‘Ja, ik haat je. Het liefst zou ik je hier ter plekke neer willen steken met een schroevendraaier. Diep in de halsslagader. Verrukkelijk. Maar, beste Pete, ik haat mezelf nog veel meer. Jij hebt Polly niet van me afgepakt, ik heb haar weggejaagd.’

Om en nabij het Scheepvaartmuseum spot ik twee aan lager wal geraakte types, van die voortandmissende aderzoekers. Eentje komt me bekend voor, ik heb hem twee weken geleden nog vijftig cent gegeven omdat hij zo nodig zijn dealer moest bellen. De ander, die in verregaande staat van ontbinding lijkt te verkeren, kijkt ons strak aan en heeft een verroest fietsslot in zijn handen. ‘Hebben jullie misschien wat kleingeld voor ons?’

Normaliter geef ik junks altijd wel een kleinigheidje, niet eens zozeer omdat ik hun levensstijl support, maar van een tevreden junk heb je gewoonweg minder last. Een tevreden junk gaat naar een rustig plekje, zoekt een ader in één van zijn schriele armpjes en is voor korte tijd een tevreden medemens. Een ontevreden junk daarentegen valt uit pure wanhoop onschuldige voorbijgangers in lange

jassen aan met een fietsslot.“

 

 

 1153069-fd70adc900fab3a8eebc99ffa8d4b591.jpg

James Worthy (Amsterdam. 1980)

 

 

 

Voor nog meer schrijvers van de 8e mei zie ook mijn blog van 8 mei 2011 deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 19:20 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

De blogger leest alles eerst na: je tekst verschijnt zodra die goedgekeurd is.

Libris Literatuur Prijs voor A. F.Th. van der Heijden

De schrijver A.F.Th. van der Heijden heeft met zijn boek 'Tonio' de Libris Literatuur Prijs gewonnen. Juryvoorzitter Robbert Dijkgraaf, president van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, maakte dat maandagavond bekend in het Amstel Hotel in Amsterdam. Aan de prijs is een bedrag verbonden van 50.000 euro. Zie ook alle tags voor A. F. Th. van der Heijden op dit blog.

Uit: Tonio

‘We kunnen ons wel blijven volhouden dat we zijn leven tot aan 23 mei 2010 nog hebben om in de herinnering te koesteren, maar dat is niet meer hetzelfde leven dat we van nabij gekend hebben. Het is in al zijn verschijningsvormen aangetast door de dood die het afsneed. Geen herinnering is meer puur en onbevangen. Het geheugen verstikt in de schaduw van Tonio’s vroege einde, en de erin opgeslagen beelden raken in hun vorm en lichtheid aangetast.   
Het ergste: de ooit zo zuivere herinneringen worden met terugwerkende kracht verklikkers van de dood. Wat ze voorafgaand aan Pinksteren niet hadden, krijgen ze nu: een voorspellende kracht, die zich in het geheugen van de zich herinnerende openbaart. Ze voorspelen het sterven van de jongen die er de hoofdrol in speelt.

(…)

 

“Ik schrijf het in de eerste plaats voor jou. Nee, niet voor je zielenrust. Ik hoop juist de aandacht van je ziel te trekken. Hij moet verontrust raken. Via hem wil ik je laten weten dat de pijn die jij een half etmaal lang ondergaan hebt, door ons is overgenomen. Levenslang. Niks rust zacht. In die pijn zijn we voortaan verenigd. Jij, Mirjam en ik. En mocht de ziel bestaan, ook de onze, dan komt met ons sterven aan die vereniging geen einde.

 

 

 1152887-52dcc950766a14753dff1951369ee73c.jpg

A. F.Th. van der Heijden (Geldrop, 15 oktober 1951)
Geschreven door Romenu om 15:07 Reageer op dit bericht

Willem Elsschot, Almudena Grandes, Christoph Marzi, Edgar Cairo, Volker Braun

De Vlaamse schrijver en dichter  Willem Elsschot  werd in Antwerpen geboren op 7 mei 1882. Zie ook alle tags voor Willem Elschot op dit blog.

 

 

Brief

 

Lamme smeerlap, met je baard,
dor van geest maar dicht behaard,
die ons daar stond aan te staren
of wij huursoldaten waren.

'k Weet nog alles, luizig dier,
ook al zit je ver van hier,
teruggetrokken en stokoud
in een blokhuis vol met goud.

Dat je er Stein hebt uitgetrapt
nadat hij je had verklapt
hoe je schatten kon verdienen
met de bouw van zijn machinen.

Hoe je Berends in de stront
hebt gewreven, als een hond,
toen hij 't boekjaar niet kon sluiten
door die fout van zeven duiten.

Hoe die halfwas, smal en bleek,
van zijn gulden in de week
vijftig centen af zag romen,
want hij was te laat gekomen.

'k Weet het nog, zoals je ziet,
maar ik snap vandaag nog niet
hoe die negen duizend koppen
dat zo lijdzaam bleven kroppen.

Had een flinke delegatie,
na 't verwerpen van je gratie
je maar even beet gepakt,
even op de vloer gesmakt,

je die baard eens afgeschoren,
met of zonder je twee oren,
je die broek eens afgedaan
om je voor je kont te slaan.

Maar al is het niet gebeurd,
uitgesteld is niet verbeurd.
Wij staan klaar om ons te wreken
zonder je de nek te breken.

Want komt ooit de rode tijd
door je slaven lang verbeid,
vóór nog dat je met je botten
bent gedolven, om te rotten,

dan word jij benoemd per se
om de piesbak en de plee
schoon te maken als het hoort
in de Beurs of Delftse Poort.

 

 

 

 1152314-3dde47e967b7ea18cd343f686d371184.jpg

Willem Elsschot (7 mei 1882 – 31 mei 1960)

 

 

 

 

De Spaanse schrijfster Almudena Grandes Hernández werd geboren op 7 mei 1960 in Madrid. Zie ook alle tags voor Almudena Grandes op dit blog.

 

Uit: The Wind from the East (Vertaald door Samantha Schnee)

 

“Before breaking into a run toward him, in a gesture that had become second nature, he checked Alfonso's fly and confirmed with relief that it was closed. His poor brother-who continued sniffing the air like the slow, confused creature he was-would be the focus of plenty of attention in that sterile, private community, even without holding his sex in the palm of his hand. Arriving at Alfonso's side Juan hugged him carefully, smiling at him, and kissed him on the cheek before putting his arm around his shoulders to guide him. Alfonso moved his head up and down three times in a row, so sharply it seemed he would shake his head from his neck. It was his way of showing agreement. While the two brothers walked along the narrow sidewalk, not unlike a little road up to a dollhouse, the wind swirled a tumult of bougainvillea petals around them, pink, red, purple, inert, light as feathers, and Alfonso Olmedo finally smiled. Tamara, leaning against a wall waiting for them, clutching a colored jewelry box, two books, and a Barbie to her chest, received them with laughter. Her two uncles had blossomed. The petals dusted Alfonso's bald head and Juan's hair, their pants, their shirts, and their arms, giving them a comic but ambiguous appearance, something between two badly camouflaged soldiers and two street mimes that had decided to dress as trees to attract children's attention. Juan shook himself off and brushed the petals off Alfonso while all three laughed, before gently herding his family into the vestibule. As he closed the door he wondered if all this, the new house, the new job, the new town, so many hundreds of miles away, had not been a mistake. He thought to himself that it was still too early to know.”


 

 1152314-3008e11c54a3f277d1da89025be00cf2.jpg

Almudena Grandes (Madrid, 7 mei 1960 )

 

 

 


De Duitse schrijver
Christoph Marzi werd geboren op 7 mei 1970 in Mayen. Zie ook alle tags voor Christoph Marzi op dit blog.

 

Uit: Lyra

 

“My sweet Laura Lee.
Er schloss die Augen und ließ den kühlen Wind seine Haut berühren und sein dunkles Haar zerzausen. Die Melodie des Songs war noch immer da, als sei sie ihm gerade durch die Finger geflossen.
Life lay in your eyes,
in your smile and your anger and voice.
Dann blinzelte er ins Licht der bald untergehenden Sonne.
Jemand, der ihn dort hätte stehen sehen, wäre unweigerlich an alte englische Lieder erinnert worden. An Balladen, die Hobos unterwegs auf ihren Gitarren und Mundharmonikas spielen, wenn überall die Sonne am Horizont versinkt und das weite Land in braune und rote Farben taucht. An Geschichten, in denen Männer einsam an den steilen Klippen stehen und aufs Meer hinausblicken, schweigsam, mit bitterem Salz auf den Lippen, die Augen zusammengekniffen, weil die Sonne die Gischt berührt und Traumbilder funkeln lässt.
My sweet Laura Lee.
Ein ganzes Leben hatte er in diesem Song heraufbeschworen. Er hatte ihn ihr vorgesungen, am Ufer des Red Lake Creek, wo sie damals gezeltet hatten. Es war das Lied ihrer Liebe und von allem, was noch vor ihnen liegen sollte.
Life was there 'cause of you.
Und jetzt?
Er schaute den Möwen hinterher, die über den Wellen im Wind segelten. Sunny war fort. Seit Wochen schon.
Die Scherben lagen überall herum. Unter jedem Schritt knirschten sie, leise Schreie, erstickt und krächzend und anklagend. Der dunkle Rhythmus, zu dem er regungslos dastand und den Gedanken nachhing, die nicht mal der Wind mit sich nehmen wollte.
Ja, Danny war noch hier, vor dem alten Leuchtturm, dessen Lichter schon lange nicht mehr über die sanften Wogen des Lake Superior glitten.“
 

 

1152314-d63aecdda2d3bde192cc0d51829f2ca8.jpg 

Christoph Marzi (Mayen, 7 mei 1970)

 

 

 

 

De Surinaamse schrijver Edgar Eduard Cairo werd geboren in Paramaribo op 7 mei 1948. Zie ook alle tags voor Edgar Cairo op dit blog.

 

Uit: Djari/Erven

 

„Vroegvroeg in de morgen. De kinderen stonden op, om manja's op te rapen. Manja's! Van hun eigen erf, waar ze waren komen wonen, al kort geleden! Dan volgden ook amandelen, van voorop op 't erf aan straatkant. Of 't lukte - maar dat werd sluipwerk, kwamen de zusterappelen van buurman aan de beurt: hard labour! Feitlijk fo niets! Vruchten hadden ze genoeg! Maar 't ging nu eenmaal om de spanning die met je meekroop, dwars door de prikkeldraadafscheiding. Als buurman ze zag, jonge...! Maar toch vooral als hun p'pa ze zou zien...!

Ach, hun vader was nóg vroeger opgestaan! Hij had zijn werkbak genomen, vol timmerwerkdinges. Had zijn gefrommelde blauwkakhibroek aan z'n mars getrokken - zoals Mamsi 't scheldend schreeuwde - hij had zijn dwarspet nie vergeten. En hij was op die kraakfiets van 'em geslingerd. Aldus nog minstens tot de hoek zijn evenwicht zoekend op de weg vol kuilen, zou hij aan de asfaltweg komen en naar zijn werk rijen.

Savens zouden ze hem terugzien pas, wanneer dat hij met donker kwam terugkeren, moe en onhoudbaar voor 't eten, 'n krasse tijger die op verscheuren stond.

De twee broertjes Gunno en Drew zetten snelsnel hun kom met manja's neer. Het kon nog net, dat wat ze zouden gaan doen, voordat buurman z'n slaapogen zou opendoen met erfwandelen. Drew hield het prikkeldraad wijd open en duwde Gunno met z'n ene knie tegen diens zijbuik: ‘Maak gauw, voordat iets gebeurt! Doe snel no?!’ De meisjes, Oslien en KleinNita stonden van spanning op hun kleine slippers te trippelen. ‘Doe snel! Doe snel!’

 

 

 

 1152314-7360044f830d9c4bbaf71ab4e9be827a.jpg

Edgar Cairo (7 mei 1948 – 16 november 2000)

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Volker Braun werd geboren op 7 mei 1939 in Dresden. Zie ook alle tags voor Volker Braun op dit blog.

 

Uit: Die hellen Haufen

 

„Der Aufstand, von dem hier berichtet wird, hat nicht stattgefunden. Er war auch mehr ein Krieg, der nur von einer Seite geführt wurde, und die andere hat stillgehalten. Wenn er seine Wahrheit hat, so nicht, weil er gewesen wäre, sondern weil er denkbar ist. Man glaubt die Geschichte zu kennen,

aber sie hat mehr in sich, als sich ereignet: auch das Nichtgeschehene, Unterbliebene, Verlorene

liegt in dem schwarzen Berg. All das Ersehnte, nicht Gewagte, und die alte Lust zu handeln. Tief verborgen, verschüttet, zubetoniert der Widerstand; die hellen Haufen, die nicht losgezogen sind, um die Schlacht zu schlagen.

Ich beginne wie ein Narr mit den Fakten.

Am 7. April blieben die Bitterröder im Schacht. Die Frühschicht, die mit 175 Mann in der Grube

war, weigerte sich auszufahren. Auf dieses Signal hin wurde auch übertage das Werk besetzt.

Berndt, mit Fieber angetreten, hielt mit unten aus.

Er hatte den Platz von Rüttemann in der Instandsetzung übernommen, der als Betriebsrat freigestellt

worden war. Barbara hatte Berndt zuhausehalten wollen und ein hartes Gesicht gezogen, weil er krank zur Arbeit ging. Aber Arbeit war nichts, was man ruhen ließ.

Jetzt brannte vorn an der Wache ein Feuer. Dort war seit Jahr und Tag eine Steintafel angebracht:

DIE MACHT SOLL GEGEBEN WERDEN DEM GEMEINEN VOLK. Das war so etwas wie ein Firmenschild des Thomas-Müntzer-Schachts. Wer sie geben soll, war nicht vermerkt, und ob es sie haben will, wurde nicht gefragt. Das Volk hier: arbeitssam, zaumselig; Untertanen über Tag, Untermänner im Schacht.“

 

 

 1152314-a2a4fa4b88c59fb4fbec1617f1ffa328.jpg

Volker Braun (Dresden, 7 mei 1939)

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 7e mei ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 18:59 Reageer op dit bericht

Robert Browning, Archibald MacLeish, Peter Carey, Rabindranath Tagore, Horst Bienek

De Engelse dichter en schrijver Robert Browning werd geboren op 7 mei 1812 in Londen. Zie ook alle tags voor Robert Browning op dit blog.

 

 

Earth's Immortalities

 

FAME.

See, as the prettiest graves will do in time,
Our poet's wants the freshness of its prime;
Spite of the sexton's browsing horse, the sods
Have struggled through its binding osier rods;
Headstone and half-sunk footstone lean awry,
Wanting the brick-work promised by-and-by;
How the minute grey lichens, plate o'er plate,
Have softened down the crisp-cut name and date!

LOVE.

So, the year's done with
(_Love me for ever!_)
All March begun with,
April's endeavour;
May-wreaths that bound me
June needs must sever;
Now snows fall round me,
Quenching June's fever---
(_Love me for ever!_)

 

 

 

 1152312-9b67a3584ec7ddcfb794e73bf2b9b3a1.jpg

Robert Browning (7 mei 1812 – 12 december 1889)

Portret in brons door Thomas Woolner, 1856

 

 

 

 

De Amerikaanse dichter en politicus Archibald MacLeish werd geboren op 7 mei 1892 in Glencoe, Illinois. Zie ook alle tags voor Archibald MacLeish op dit blog.

 

 

Immortal Autumn

 

I speak this poem now with grave and level voice
In praise of autumn, of the far-horn-winding fall.

I praise the flower-barren fields, the clouds, the tall
Unanswering branches where the wind makes sullen noise.

I praise the fall: it is the human season.
Now
No more the foreign sun does meddle at our earth,
Enforce the green and bring the fallow land to birth,
Nor winter yet weigh all with silence the pine bough,

But now in autumn with the black and outcast crows
Share we the spacious world: the whispering year is gone:
There is more room to live now: the once secret dawn
Comes late by daylight and the dark unguarded goes.

Between the mutinous brave burning of the leaves
And winter’s covering of our hearts with his deep snow
We are alone: there are no evening birds: we know
The naked moon: the tame stars circle at our eaves.

It is the human season. On this sterile air
Do words outcarry breath: the sound goes on and on.
I hear a dead man’s cry from autumn long since gone.
I cry to you beyond upon this bitter air.

 

 

1152312-7d97e10c2bcee489cf40eda0df7c0288.jpg
Archibald MacLeish (7 mei 1892 – 20 april 1982)

 

 

 

 

De Australische schrijver Peter Carey werd geboren in Bacchus Marsh, Victoria, op 7 februari 1943. Zie ook  Zie ook alle tags voor Peter Carey op dit blog.

 

Uit: Parrot and Olivier in America

 

“My childhood was neither blessed nor tainted by the célérifère, and I would not have mentioned it at all, except—here it is before us now.
Typically, the Austrian draftsman fails to suggest the three dimensions.
However:
Could there be a vehicle more appropriate for the task I have so recklessly set myself, one that you, by-the-by, have supported by taking this volume in your hands? That is, you have agreed to be transported to my childhood where it will be proven, or if not proven then strongly suggested, that the very shape of my head, my particular phrenology, the volume of my lungs, was determined by unknown pressures brought to bear in the years before my birth.
So let us believe that a grotesque and antique bicycle has been made available to us, its wooden frame in the form of a horse, and of course if we are to approach my home this way, we must be prepared to push my uncle’s hobby across fallen branches, through the spinneys. It is almost useless in the rough ground of the woods, where I and the Abbé de La Londe, my beloved Bébé, shot so many hundreds of larks and sparrows that I bruised my little shoulder blue.
“Careful Olivier dear, do be careful.”
We can ignore nose bleeding for the time being, although to be realistic the blood can be anticipated soon enough—spectacular spurts, splendid gushes—my body being always too thin-walled a container for the passions coursing through its veins, but as we are making up our adventure let us assume there is no blood, no compresses, no leeches, no wild gallops to drag the doctor from his breakfast.“

 

 

 1152312-93b47dd7b0b26cd3df491f1d44163400.jpg

Peter Carey (Bacchus Marsh, 7 mei 1943)

 

 

 

 

De Bengaalse dichter en schrijver Rabindranath Tagore werd op 7 mei 1861 in Calcutta (tegenwoordig: Kolkata) geboren. Zie ook alle tags voor Rabindranath Tagore op dit blog.

 

  

Closed Path

 

I thought that my voyage had come to its end
at the last limit of my power,---that the path before me was closed,
that provisions were exhausted
and the time come to take shelter in a silent obscurity.

But I find that thy will knows no end in me.
And when old words die out on the tongue,
new melodies break forth from the heart;
and where the old tracks are lost,
new country is revealed with its wonders.

 

 

 1152312-96b2ab65522c6ec9e0792f4a6736d143.jpg

Rabindranath Tagore (7 mei 1861 – 7 augustus 1941)

 

 

  

 

De Duitse dichter en schrijver Horst Bienek werd geboren op 7 mei 1930 in Gleiwitz. Zie ook alle tags voor Horst Bienek op dit blog.

 

Uit: Die erste Polka

 

“Angehalten von den Behörden, deutsch zu predigen, tat er es auch, aber wenn er etwa die Seelenmesse ansagte für die verstorbene Franziska Kandrzyn, die sieben Kinder zurückgelassen hatte und einen Trinker, der sich als Vater dieser armen Würmer bezeichnete, den sie aber schon einige Jahre vorher aus dem Haus geworfen hatte, so spulte er das zuerst rasch auf deutsch herunter, und die Oberkörper der Beter schwankten in den Bänken hin und her, müde und erschöpft von der schweren Tagesarbeit auf dem Gut oder in der Kohlengrube; sagte er es jedoch etwas langsamer auf polnisch, dann hoben sie ihre Köpfe und hörten genauer hin Swieta Maria6 seufzten sie und sahen sich dabei an, ein Jahr ist es schon her, dass die Franziska weggegangen ist.
Und im März oder April, bei den Kreuzwegandachten, rutschte die Gemeinde von einer Kreuzwegstation zur andern, und wenn der Pfarrer Starczewski vor der neunten Station mit seiner schönen, die ganze Kirche ausfüllenden Bassstimme sang: Und Jesus fällt zum dritten Male unter dem Kreuze, dann beteten die Frauen vor sich her: Wir bitten dich, erhöre uns o Herr, die einen deutsch, die andern polnisch, keiner störte sich daran, nicht einmal der Sprechrhythmus veränderte sich dabei. Jene, die nicht Polnisch konnten, waren meistens Beamte, die aus dem Reich hierher versetzt waren, die waren sowieso protestantisch, und dort in der Luther-Kirche waren sie ganz unter sich...
So kam es, dass Valeska Wondraczek das Alphabet zuerst deutsch, das Vaterunser zuerst polnisch gelernt hatte, und auch heute noch geschah es, dass ihr das Mariengebet auf polnisch leichter von den Lippen ging, und ihre Gottanrufungen konnte sie sich in einer anderen Sprache gar nicht vorstellen: moj ty Boze kochany...”

 

 

 1152312-42078fdfc58573804f02532c796b3755.jpg

Horst Bienek (7 mei 1930 – 7 december 1990)
Gedenkplaat aan zijn geboortehuis

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 7e mei ook mijn blog van 7 mei 2011 deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 18:54 Reageer op dit bericht

Willem Kloos, Ariel Dorfman, Erich Fried, Yasushi Inoue

De Nederlandse dichter en schrijver Willem Kloos werd geboren in Amsterdam op 6 mei 1859. Zie ook  alle tags voor Willem Kloos op dit blog.

 

 

Verzen

 

VII.

 

Ik wijd aan U dees verzen, zwaar geslagen

Van Passie, en Verdoemenis, en Trots,

In doods-bleek marmer of dooraderd rots,

Al naar mijn kunstnaars-wil en welbehagen.

 

Zij zijn doorleefd: 'k heb daarin neêrgedragen,

Rijk-handig, al wat, in den loop des Lots,

Aan menschen-liefde of hooge Liefde Gods,

Dit dood-arm Wezen heeft te voelen wagen.

 

Ik, die mijn Leven uit-te-zeggen zoek,

Heb al mijn lieve voelen, zoeken, tasten

En weten in dit somber boek gevat.

 

En 'k bied, met dit mijn eerste en laatste boek,

Een laatsten groet aan U, die met uw vasten

Stap naast mijn àl te wankle schreden tradt.

 

 

 

Homo Sum I

 

Ik was de gróte Minnaar zonder ruste,
Die ging hoog-heerlijk in triomf door 't Leven,
Jeugdig omklemmend in een stórm van beven
Al zielen, gróte en kleine, naar het lustte

Dit Hoog Hart, dat toch nóoit zijn droefheid suste,
Droefheid om Liéfde's wil, die géén kon geven:
Nu weêr om Zélf's wil, wijl ik zelf moest sneven,
Dán wijl ik nédersloeg, wie 'k éven kuste.

Ik brak de harten op mijn tocht, zo glorie-vol -.
't Mijn brak mee, maar, nóg schoner dan te voren,
Greep het naar nieuwe, blonde of donkre, lokken;

Liefde vliedt héen thans, maar in haar historie-rol
Sta ik geboekt als het Hart Uitverkoren,
't Hárt dat geen Hárt vond en stierf zonder mókken.

 

 

 

Aan een pseudo-volksleider

 

Gij zijt een bruut en absoluut genieter
Van 't heerlijk Leven, waar het zich maar aanbood,
Maar zoudt gij even willen worden schaamrood
Omdat gij zijt bruut, absoluut verniet'ger

Van al het echte dat naar u zich saamgooit
Tot één groot mens-zijn, niet om te verdriet'gen
Uw zwak, klein zelf, maar om u te verniet'gen
U, mens, die waart voor elk echt mens een aanstoot.

Aanstootje afschuwlijk, die uw klein ikje aanhangt
Als één verniet'gend doemen van u zelven.
O gij die zijt een ijdeltuit afgrijslijk,

Gij gaat u zelf een gruwbre afgrond delven,
Daar 't groot Hollands volk niets meer voor u aanvangt
Dan dat het vindt uw houdinkjes vrij prijslijk.

 

 

 

 1151447-bb75200ed61e28353b849635424f55ea.jpg

Willem Kloos  (6 mei 1859 – 31 maart 1938)

Hein Boeken en Willem Kloos rond 1900 

 

 

 

 

De Chileens-Amerikaanse toneelschrijver, essayist, dichter, novellist, cartoonist Ariel Dorfman werd op 6 mei 1942 in Buenos Aires geboren. Zie ook alle tags voor Ariel Dorfman op dit blog.

 

Uit: Blake's Therapy

 

„Now look at how our future patient calls Hector in, apologizes for having lost his temper, lets the valet carefully take care of the clothes, the tie, how Graham Blake twitches his head ironically when Hector asks him if he'll be needing condoms. Is that a yes? Is that a no? Even Blake is not clear what he himself answered. What is clear is how he smiles now at his valet. See that smile? It changes his whole face, it's easy to understand why Hector likes his boss, would do anything to make him happy, why we have to be wary of falling under Blake's influence while he's here.

    Conclusions, just from this snap of a scene?

    Graham Blake is a man used to giving orders. Graham Blake does not like mistreating others, especially subordinates. Graham Blake has more charm than is good for him, he covers up his mistakes with that smile, since he's been a child he's smiled his way out of every mistake he's ever made. Graham Blake may be used, therefore, to getting what he wants, but isn't willing to pay the price. He cares, perhaps excessively, about how the world perceives him, what others say about him.

    So this is going to take some time. The treatment. Longer than he expects, longer than I let on when I apprised him at the end of our inaugural session of the extreme measures necessary to remedy his quasi-terminal anguish, relieve him of the condition that medical journals in the future may well call Tolgate's syndrome.

    So. Who is this man?

    Graham Blake, forty-three years old. Mother died when he was six. Father died when he was eighteen. Two children, one boy, one girl. Divorced. Happily divorced. Meaning it was a good divorce. No cheating on his wife, no beating up on each other, no lawsuits. No bickering in front of the kids, Thomas and Georgina, cute little things, later you can take a look at some outtakes from home movies, courtesy of Graham Blake, model parent. A perfect divorce, perfect and quick like most things in Graham Blake's quick life. Not that he had much choice: He was in partnership, still is, with his wife, Jessica Owen, bioengineer. Kept her maiden name. Yes. A woman bioengineer, specializing in gene manipulation.“

 

 

 1151447-c308138bd09f2f4b2120322b3d9c4d88.jpg

Ariel Dorfman (Buenos Aires, 6 mei 1942)

 

 

 

 

De Oostenrijkse dichter, schrijver, essayist en vertaler Erich Fried werd geboren op 6 mei 1921 in Wenen. Zie ook alle tags voor Erich Fried op dit blog.

 

 

AUFHEBUNG ...


Sein Unglück
ausatmen können,
tief ausatmen,
so daß man wieder
einatmen kann.


Und vielleicht auch sein Unglück
sagen können
in Worten,
in wirklichen Worten,
die zusammenhängen
und Sinn haben,
und die man selbst noch
verstehen kann,
und die vielleicht sogar
irgendwer sonst versteht
oder verstehen könnte.


Und weinen können!

Das wäre schon,
fast wieder Glück!

 

 

 

DICH KÜSSEN ...

 

Wenn ich Dich küsse
ist es nicht nur Dein Mund,
nicht nur Dein Nabel,
nicht nur Dein Schoß,
den ich küsse.

Ich küsse auch Deine Fragen
und Deine Wünsche.
Ich küsse Dein Nachdenken,
Deine Zweifel
und Deinen Mut,
Deine Liebe zu mir
und Deine Freiheit von mir.
Deinen Fuß,
der hergekommen ist
und der wieder fortgeht.


Ich küsse Dich
wie Du bist
und wie Du sein wirst,
morgen und später
und wenn meine Zeit vorbei ist.

 

 

 

COMPUTERANALYSE ...

Du,

 

sprach der Computerfachmann
zu seiner Freundin,
mit Deiner Hardware bin ich
zu neunundneunzigkommasex Prozent
zufrieden,
aber Deine Software
lässt noch zu wünschen übrig:
Sie muss einfach noch viel,
viel benutzerfreundlicher werden.

 

O.k.?

 

 

1151447-e9c65f9cf9741cb068ca6521a7642395.jpg
Erich Fried (6 mei 1921 – 22 november 1988)

Rond 1947 

 

 

 

 

De Japanse schrijver Yasushi Inoue werd geboren op 6 mei 1907 in Asahikawa. Zie ook alle tags voor Yasushi Inoue op dit blog.

 

Uit: Der Tod des Teemeisters (Vertaald door Ursula Gräfe)

 

„Seit damals hat sich nichts verändert:

die Kalligraphie des Prinzen Son-En-Po an der Wand, die Tenmoku-Teeschale aus Ise, das unablässig knisternde und zischende Kohlebecken, das an das Säuseln von Kiefern im Wind erinnert und auf das er so stolz ist. Der Raum entsprach ganz dem Geschmack des ehrwürdigen Herrn Toyobo, der als Wabisukisha – ein Liebhaber schlichter Strenge – bekannt ist. Er bewirtete mich nach

allen Regeln der Teekunst, und ich wähnte mich wie in einem Traum.

Anschließend holte er eine Teeschale hervor, die Meister Rikyu ihm geschenkt hatte, und stellte sie vor mich hin. Ich war voller Dankbarkeit und fühlte mich von der aufrichtigen, herzlichen Fürsorge des alten Herrn geehrt. Beinahe hatte ich das Gefühl, meinem Meister gegenüber zu sitzen. Wie viele Jahre hatte ich diese ebenmäßige, schwarzglasierte Teeschale mit dem leicht nach innen

abgerundeten Rand, so unsagbar schön und elegant, nicht gesehen!

Chojiro hat sie geschaffen, und für mich sind viele Erinnerungen mit dieser schwarzen Schale verknüpft. Es macht mich froh, daß sie sich nun in der Obhut des ehrwürdigen Toyobo befindet.

Es war bereits stockfinster, als ich den Teeraum des Shinnyodo verließ und mich auf den Heimweg in meineKlause machte, wo ich unser Gespräch noch einmal an mir vorüberziehen ließ und mich einsamen Grübeleien hingab.

Es gab Dinge, die ich Herrn Toyobo hätte sagen sollen, aber nicht gesagt hatte, und Fragen, die ich ihm hätte stellen sollen, indes versäumt hatte zu stellen. Ebenso hatte ich Antworten gegeben, die vielleicht anders hätten lauten sollen. Zweifel plagten mich, warum ich dies und nicht jenes gesagt hatte. Aber natürlich hatte mich nach all den Jahren die erste Begegnungmit einem alten Freund

Meister Rikyus so aufgewählt, daß in meinem Kopf Tausende von Wörtern in heillosem Durcheinander herumwirbelten.“

 

 

 1151447-8db39d300d30771946462cd576085dca.jpg

Yasushi Inoue (6 mei 1907 – 29 januari 1991)

 



Zie voor nog meer schrijvers van de 6e mei ook mijn vorige blog van vandaag en eveneens mijn eerste blog van vandaag.
Geschreven door Romenu om 14:10 Reageer op dit bericht

Harry Martinson, Carl Ludwig Börne, Christian Morgenstern, Ferdinand Sauter, Eugène Labiche

De Zweedse dichter en schrijver Harry Martinson werd geboren op 6 mei 1904 in Jämshög in het zuidoosten van Zweden. Zie ook alle tags voor Harry Martinson op dit blog.

 

 

The electrons

 

With their round dance the electrons spin
chrysalises of that which abides,
the inmost cocoons
which do not open of their own accord
but are of that which abides.

 

There it is not a matter of hatching out.
There it is a matter of tending and protecting
the metamorphoses of the inmost
deeper-down swaying,
the innermost playing of women in dance.

 

 

Vertaald door Stephen Klass

 

 

 

Anni

Anni, Glitzerauge.
Erinnerst du dich noch? Wir waren damals sieben.
Wir versteckten uns im Roggenfeld,
auf einem großen Stein, der „Hügel der Riesen“ hieß.

-Rings um uns die gelbe Flut des Roggens.
-Rings um uns der gelbe Meerbusen des Roggens,
der die lange Zunge des Tannenwaldes umarmte.
Anni, erinnerst du dich an die rote Bake der Kate
auf dem Kap Horn der Wälder?

Rund um unsere einsame Insel tuschelten die Ähren,
ich küsste deinen Mund,
blaue Feldmäuse schwammen vorbei wie die Wale dort draußen
mitten im Meer.
Die Sonne und die Heuschrecken: die Tümmler der Ähren.

Wie ein Schwerer Prahm trieb unsere Pflegemutter auf uns zu.
Sie lotste uns heim in den Hafen der Kate.
Schläge mit dem Haselnussstock und Schreie wie Notpfiffe.
Erinnerst du dich noch, Anni?


Vertaald door Berd Jentzsch

 

 

 

 1151442-2de173b1424cc491f07c2461e43b290a.jpg

Harry Martinson (6 mei 1904 – 11 februari 1978)

 

 

 

 

De Duitse schrijver,  journalist en criticus Carl Ludwig Börne werd in Frankfurt geboren als Juda Löb Baruch op 6 mei 1786. Zie ook alle tags voor Carl Ludwig Börne op dit blog.

 

Uit: Briefe aus Paris

 

„Karlsruhe, Sonntag, den 5. September 1830

Ich fange an, den guten Reisegeist zu spüren, und einige von der Legion Teufel, die ich im Leibe habe, sind schon ausgezogen.

Aber je näher ich der französischen Grenze komme, je toller werde ich. Weiß ich doch jetzt schon, was ich tun werde auf der Kehler Brücke, sobald ich der letzten badischen Schildwache den Rücken zukehre. Doch darf ich das keinem Frauenzimmer verraten.

Gestern abend war ich bei S. Die hatten einmal eine Freude, mich zu sehen! Sie wußten gar nicht, was sie mir alles Liebes erzeugen sollten, sie hätten mir gern die ganze Universität gebraten vorgesetzt. Mir Ärmsten mit meinem romantischen Magen! Nicht der Vogel Rock verdaute das. Die W. hat einen prächtigen Jungen. Ich sah eine schönere Zeit in rosenroter Knospe. Wenn die einmal aufbricht! Wie gern hätte ich ihn der Mutter gestohlen und ihn mit mir über den Rhein geführt, ihn dort zu erziehen mit Schlägen und Küssen, mit Hunger und Rosinen, daß er lerne frei sein und dann zurückkehre, frei zu machen.

In Heidelberg sah ich die ersten Franzosen mit dreifarbigen Bändern. Anfänglich sah ich es für Orden an, und mein Ordensgelübde legte mir die Pflicht auf, mich bei solchem Anblicke inbrünstig zu ärgern. Aber ein Knabe, der auch sein Band trug, brachte mich auf die rechte Spur.

Ich mußte lachen, als ich nach Darmstadt kam und mich erinnerte, daß da vor wenigen Tagen eine fürchterliche Revolution gewesen sein soll, wie man in Frankfurt erzählte. Es ist eine Stille auf den Straßen, gleich der bei uns in der Nacht, und die wenigen Menschen, die vorübergehen, treten nicht lauter auf als die Schnecken. Erzählte man sich sogar bei uns, das Schloß brenne, und einer meiner Freunde stieg den hohen Pfarrturm hinauf, den Brand zu sehen! Es war alles gelogen. Die Bürger sind unzufrieden, aber nicht mit der Regierung, sondern mit den Liberalen in der Kammer, die dem Großherzoge seine Schulden nicht bezahlen wollen. Das ist deutsches Volksmurren, das lass' ich mir gefallen; darin ist Rossinische Melodie.“

 

 

 1151442-f06fa4c58852408b115f1d3bd5940828.jpg

Ludwig Börne (6 mei 1786 – 12 februari 1837)

Cover biografie door Willi Jasper

 

 

 

 

De Duitse dichter, schrijver en vertaler Christian Morgenstern werd geboren in München op 6 mei 1871. Zie ook alle tags voor Christian Morgenstern op dit blog.

 

 

Nun wohne DU darin

 

Nun wohne DU darin,
in diesem leeren Hause,
aus dem der Welt Gebrause
herausfloh und dahin.

Was ist nun noch mein Sinn, -
als daß auf eine Pause
ich einzig DEINE Klause,
mein Grund und Ursprung bin!

 

 

 

Vogelschau

 

Begriffst du schon ein Wunder wie dies eine,

dass die Erde um die Sonne fliegt?

0 Nacht, vor deinem Sternenscheine

liegt all mein Menschliches besiegt ...


Ein riesenhafter Erdkloss kreist

unaufhörlich um ein grosses Feuer:

Da gebiert die Scholle Geist -:

der Mensch wird, Zwerg und Ungeheuer, -

 

Und ruft, Ausschlag der Bodenrinde,

Erd und Himmel tönend an -

und spielt sein Spiel in Weib und Mann ..

gleich einem ewigen Kinde ...

 

Ja, Kinder-Spiel ist, was da ist,

das sagt dir jede stille Nacht,

und nur dein tiefes Kind-Sein macht,

dass du noch weiter fröhlich bist.

 

 

 

 1151442-fa745eade55cdbba6dba5cc1c18a6e65.jpg

Christian Morgenstern (6 mei 1871 – 31 maart 1914)

Het oude raadhuis in München rond 1900

 

 

 

 

De Oostenrijkse dichter Ferdinand Sauter werd geboren op 6 mei 1804 in Wenen. Zie ook alle tags voor Ferdinand Sauter op dit blog.

 

 

Wehmuth im Frühlinge

 

Wieder ist der Lenz gekommen,

Blühend Wiese, Wald und Hag,

Außen ist der Glanz entglommen -

Innen wird es nimmer Tag.

 

Tausend buntgeschmückte Blüthen

Dringen aus der Erde Schooß,

Tief im Busen Stürme wüthen,

Lassen keine Blume los.

 

Aus den frischbelaubten Zweigen

Tönt der muntern Sänger Chor,

Meine Lieder müssen schweigen,

Denn sie klagen taubem Ohr.

 

Auf den Seen, auf den Bächen

Schaukeln Zephyrs Flügel sich,

Meine Rinde möchte brechen,

Doch es labt kein Zephyr mich.

 

Ferne blaue Berge winken

Mich in rein're Luft hinauf;

Mooresdünste muß ich trinken,

Fesseln hemmen meinen Lauf.

 

Geister tauchen kühne Schwingen

In des Forschens tiefe Flut,

Nicht zur Klarheit kann ich dringen,

Fühlen nur des Herzens Glut.


Liebende im Morgenscheine

Wandeln durch der Wiesen Grün;

Ob ich klage, ob ich weine,

Keine Lieb' ist mein Gewinn.

 

Frühling, schütte deine Schätze

Aus auf Flur und Jugendlust,

Laß mich trauern und verletze

Nicht die schmerzbewegte Brust!

 

 

 

 1151442-7979200e3a530f7a05d6f08082eb9922.jpg

Ferdinand Sauter (6 mei 1804 – 30 oktober 1854)

Wenen, de Praterstraße rond 1900

 

 

 

 

De Franse (blijspel)schrijver Eugène Marin Labiche werd geboren op 6 mei 1815 in Parijs. Zie ook alle tags voor Eugène Labiche op dit blog.

 

Uit: Un chapeau de paille d'Italie

 

« Où courez- vous, bonnes gens? Là-bas, assez loin d'ici, par le monde, à travers les arrondissements de Paris et peut-être la banlieue ». Hippolyte Parigot, critique dramatique contemporain de Labiche, met ici en évidence le caractère vivant du théâtre de vaudeville qu'il nomme la "comoedia motoria" à savoir la comédie mouvementée, en opposition à la comoedia stataria des Anciens, plus calme. Cette dimension vaudevillesque est également révélée étymologiquement ; le mot vaudeville est, en effet, formé à partir de deux verbes "vauder" signifiant aller et "virer" (tourner). Le vaudeville est, en outre, une pièce légère entrecoupée de ballets et chansons comiques, relatant des anecdotes satiriques et développant des thèmes assez immoraux comme ceux de la farce, comme ici l'infidélité conjugale. Ce genre théâtral, où l'aspect scénique est très important, aspect participant au divertissement du spectateur, est toutefois bien construit, l'intrigue progresse à grands renforts de quiproquos et coups de théâtre. Un Chapeau de paille d'Italie regroupe toutes ces caractéristiques vaudevillesques et l'intrigue y est farfelue: Fadinard doit retrouver un chapeau de paille identique à celui que son cheval a mangé afin de sauver l'honneur de la femme mariée qui le portait. Cette intrigue va amener Fadinard à repousser sans cesse les obstacles s'y opposant, à suivre aveuglément ce but. L'extrait à l'étude concerne l'ultime obstacle, le chapeau convoité s'accroche à un réverbère sous les yeux du mari trompé. Fadinard parvient finalement à le récupérer et à en coiffer Anaïs, ce qui amène le dénouement de l'intrigue.

 

 

 1151442-4df36cf195fc58280d31fa0d3510b136.jpg

Eugène Labiche (6 mei 1815 – 22 januari 1888)

Geschreven door Romenu om 14:05 Reageer op dit bericht

Gaston Leroux, Júlio César de Mello e Souza, Marie-Aude Murail, Paul Alverdes, Erik Bindervoet

De Franse schrijver Gaston Leroux werd geboren op 6 mei 1868 in Parijs. Zie ook alle tags voor Gaston Leroux op dit blog.


Uit:
Le fantôme de l'Opéra


“
Des portraits de Vestris, de Gardel, de Dupont, de Bigottini. Cette loge paraissait un palais aux gamines du corps de ballet, qui étaient logées dans des chambres communes, où elles passaient leur temps à chanter, à se disputer, à battre les coiffeurs et les habilleuses et à se payer des petits verres de cassis ou de bière ou même de rhum jusqu’au coup de cloche de l’avertisseur.

La Sorelli était très superstitieuse. En entendant la petite Jammes parler du fantôme, elle frissonna et dit :

« Petite bête ! »

Et comme elle était la première à croire aux fantômes en général et à celui de l’Opéra en particulier, elle voulut tout de suite être renseignée.

« Vous l’avez vu ? interrogea-t-elle.

– Comme je vous vois ! » répliqua en gémissant la petite Jammes, qui, ne tenant plus sur ses jambes, se laissa tomber sur une chaise.

Et aussitôt la petite Giry, – des yeux pruneaux, des cheveux d’encre, un teint de bistre, sa pauvre petite peau sur ses pauvres petits os, – ajouta :

« Si c’est lui, il est bien laid !

– Oh ! oui », fit le chœur des danseuses.

Et elles parlèrent toutes ensemble. Le fantôme leur était apparu sous les espèces d’un monsieur en habit noir qui s’était dressé tout à coup devant elles, dans le couloir, sans qu’on pût savoir d’où il venait. Son apparition avait été si subite qu’on eût pu croire qu’il sortait de la muraille.“


1151440-879f831826ce5923ecf2c632b696fed8.jpg

Gaston Leroux (6 mei 1868 – 15 april 1927)

Gerard Butler in de film The Phantom of the Opera (2004) van Joel Schumacher



De Braziliaanse schrijver

Júlio César de Mello e Souza werd geboren op 6 mei 1895 in Rio de Janeiro. Zie ook alle tags voor Júlio César de Mello e Souza op dit blog.

 

Uit: The Four Fours

”Seeing that Beremiz was interested in buying the turban. I said, “Such an extravagance  seems mad to me. We have only a little money, and we have not yet paid for our  lodgings.”
“It is not the turban that interests me,” replied Beremiz. “Did you notice that this shop  is called The Four Fours. This is a coincidence of unusual importance.”
“A coincidence? Why?”
“The name of this business recalls one of the wonders of calculus: using four fours, we  can get any number whatsoever.” And before I could ask him about this mystery, Beremiz explained by writing in the  fine sand that was scattered on the floor.
“Do you want to get zero? Nothing simpler. Just write:
44 - 44
Here you have four fours in an equation that equals zero. “What about the number 1?
Here is the easiest way:
44 / 44
This fraction represents the quotient of 44 divided by 44, or 1.
“Would you like to see the number 2? We can easily use the four fours and write:
4/4 + 4/4
The sum of the two fractions is exactly 2. Three is even easier. Just write the expression
(4 + 4 + 4) / 4
Notice that the dividend adds up to 12, which when divided by 4 yields 3. So 3, too,
can be made from lour fours.”

 

 

 1151440-7870b242e63b8abfd2c7aeb43bc00ae4.jpg

Júlio César de Mello e Souza (6 mei 1895 – 18 juni 1974)

 

 

 

 

De Franse schrijfster Marie-Aude Murail werd geboren op 6 mei 1954 in Le Havre. Zie ook alle tags voor Marie-Aude Murail op dit blog.

Uit: Jésus comme un roman

 

„-  Eh bien, que dis-tu ? insista l’homme.

Jésus s’était mis à écrire sur le sol avec son doigt, traçant des mots dans la poussière. Il releva la tête, regarda la femme qui tremblait de peur dans l’attente d’une mort horrible et il dit en la montrant :

-  Si quelqu’un ici n’a jamais péché, qu’il lui jette la première pierre.

Baissant la tête, il écrivit de nouveau sur le sol. Un de ceux qui accusaient la femme, sans doute le plus âgé, quitta le groupe et s’éloigna dans une ruelle. Il fut peu à peu suivi par les autres. L’homme armé d’un bâton s’en alla le dernier. Alors, Jésus effaça les traces sur le sol et se redressa. La femme était toujours là, effrayée, misérable.

-  Où sont-ils passés ? lui demanda Jésus. Personne ne t’a condamnée ?

-  Personne, Rabbi, murmura-t-elle.

-  Va. Moi non plus, je ne te condamne pas.“

 

 

 1151440-f3416918dc3ebe9dd018ba7e77012d91.jpg

Marie-Aude Murail (Le Havre, 6 mei 1954)

 

 

 

 

De Duitse schrijver Paul Alverdes werd geboren op 6 mei 1897 in Straatsburg. Zie ook alle tags voor Paul Alverdes op dit blog.

 

Uit: Brief an Georg Britting

 

“2.September 1944

Ja, einstweilen bin ich noch Schriftleiter, aber schon hat es Röslein erwischt, und sie rüstet sich, ab nächster Woche acht Stunden täglich hier auf dem Schneidertisch zu sitzen und Soldatenmäntel zu nähen; doch bleibt uns wenigstens unsere alte Grete noch erhalten, sie kann mir den Kaffee aufwärmen und das Kraut aus dem Rohr ge-ben, wenn ich von der Ausfahrt mit der Strobler Feuer-wehr zurückkomme, denn dort bin ich nun der Fahrer des Motorwagens geworden! Beim nächsten Angriff auf Mün-chen oder Augsburg steure ich ihn durch die Nacht nach Salzburg, wo die Strobler dann Wache halten. Alle freuen sich schon auf die Fahrt mit mir, nachdem ich nun vier Jahre kein Lenkrad in der Hand gehalten und kenne mich vollends mit Lastwägen nicht aus. Ich denke aber, daß die Uniform mir gut lassen wird, ich werde aussehen wie ein Statist in der Fahnenweihe von Ruederer.

[...]Die Landschaften des Todes gefallen mir sehr; ich freue mich, sie in das letzte Heft zu stellen, und wenn es irgend mit dem Raum zu machen ist, Unter hohen Bäu-men.

Nächste Woche reise ich zu Carossa, um ihm eigen-händig einen Beitrag für das nächste Heft zu entreißen, er tut es nicht billiger.”

 

 

 1151440-9fc2792156bb372580c27404efe0083f.jpg

Paul Alverdes (6 mei 1897 – 28 februari 1979)

 

 

 

 

Onafhankelijk van geboortedata:

 

De Nederlandse dichter, schilder en vertaler Erik Bindervoet werd geboren in het jaar 1962 in Oostzaan. Zie ook alle tags voor Erik Bindervoet op dit blog.

 

 

Radio Perec (eerste uitzending)

(opgedragen aan 't hele Barre Land)


Ik ben bezig met de voorbereidingen.

Eerst opschrijven

Wat ik wil zien
Wat ik ga zien
Wat ik zie
Wat ik niet zie
Wat ik had kunnen zien
Wat ik had moeten zien
Wat anderen zien

Dan uitwerken, maar

Je hebt je beperkingen, natuurlijk.

 



 

 1151440-3a0ac4ad76620c725e0972c79e9ccc5f.jpg

Erik Bindervoet (Oostzaan, 1962)

Hier met Hanz Mirck (rechts) 

 

Geschreven door Romenu om 14:01 Reageer op dit bericht

Gouden Boekenuil 2012 voor David Pefko

De Nederlandse schrijver David Pefko heeft de Gouden Boekenuil gewonnen. Hij krijgt de belangrijkste literaire prijs van Vlaanderen voor zijn boek Het Voorseizoen. Dat heeft de organisator van de prijs, Boek.be, bekendgemaakt. David Pefko werd op 25 december 1983 geboren in Amsterdam. Zie ook alle tags voor David Pefko op dit blog.

 

Uit: Het Voorseizoen

 

Opeens moet ik denken aan de foto van haar moeder die op de afzuigkap geplakt zat.
‘Maakt dat niet uit, het is warm daar, Sue,’ had ik gezegd.
‘Ze had het altijd koud, dat weet je toch,’ was het antwoord dat me weer op slag verliefd had gemaakt.
‘Je glimlacht,’ fluistert Anca in mijn oor.
‘Ach ja, ik weet niet of ik nou kan zeggen dat het een slecht huwelijk was, het was meer dat ze na een tijd alles kapotmaakte.’
‘Als het aan jou had gelegen waren jullie nu nog bij elkaar geweest?’ ‘Ja, dat denk ik wel. Ik denk wel eens dat we nu nog samen zouden zijn als ik mijn regenpijp niet had laten vernieuwen.’
We drinken glaasjes brandewijn. Ik lig languit naast haar op bed. Ze trekt haar benen op en gaat dicht tegen me aan liggen, houdt me stevig vast, zo stevig als mogelijk. Ik zoen alles wat maar in de buurt van mijn mond komt.
‘Vertel verder,’ fluistert ze in mijn oor.
‘Het is een stom verhaal, Anca, je wilt het niet horen.’
‘Kom nou, ik vertel jou ook genoeg stomme dingen, ik vind iets niet zo gauw stom.’
‘Nou oké,’ zeg ik, ‘het was ergens in oktober. De bladeren waren van de bomen gevallen, Wigston is erg mooi in deze tijd van het jaar, weet je dat? Echt heel mooi, alles is roestbruin en vochtig. Maar goed, de goot zat constant verstopt, en toen begon het dagen achtereen te regenen, zo hevig dat we binnenbleven. We speelde spelletjes en Susan kookte de laatste groente uit de tuin. De oogst was gigantisch geweest die zomer en ik had de hele vriezer vol met bonen en courgettes, aubergines, paprika’s, ga zo maar door. Die dag maakte ze iets met de courgettes, geloof ik. Ja, ik kan me ook nog precies herinneren wat het was dat ze maakte: een stoofschotel met lamsvlees. Die avond zat de goot zo verstopt dat het regenwater niet meer weg kon. Toen begon de ellende… Het eerste kwam de goot naar beneden, met een enorme klap, toen de regenpijp…’

 

 

 1151273-f5fdfc1fe5911bfb39001ee785bc456f.jpg

David Pefko(Amsterdam, 25 december 1983)
Geschreven door Romenu om 09:18 Reageer op dit bericht

J. C. Bloem, Petra Else Jekel, Morton Rhue, Miklós Radnóti, Christopher Morley

Bij 5 mei


1150986-0d2acab741fff6d46454d67dd659f317.jpg
Bevrijding

Monument door Paul Elshout, Geertruidenberg



Na de bevrijding


Schoon en stralend is, gelijk toen, het voorjaar,
Koud des morgens, maar als de dagen verder
Opengaan, is de eeuwige lucht een wonder
Voor de geredden.


In 't doorzichtig waas over al de brake
Landen ploegen weder trage paarden
Als altijd, wijl nog de nabije verten
Dreunen van oorlog.


Dit beleefd te hebben, dit heellijfs uit te
Mogen spreken, ieder ontwaken weer te
Weten: heen is, en nu voorgoed, de welhaast
Duldloze knechtschap –


Waard is het, vijf jaren gesmacht te hebben,
Nu opstandig, dan weer gelaten, en niet
Eén van de ongeborenen zal de vrijheid
Ooit zo beseffen.



1150986-d8b4761c0b50914406a1c7e95e4bda89.jpg
J. C. Bloem
(10 mei 1887 - 10 augustus 1966)





De Nederlandse dichteres
Petra Else Jekel werd in Arnhem geboren op 5 mei 1980. Zie ook alle tags voor Petra Else Jekel op dit blog.



Het Groninger Museum


1

Te zien als luchtspiegeling
in grachtwateroppervlak

met in je gouden woontoren
vierkante appartementen
waar schatbewaarders wonen

drijf je zowel op water als
in lucht nabijheid in

terwijl langs glazen puien schuiven
zij die zeggen: wij kennen het
niet het is ons te nabij.



2

Na in lange sessies eiland reeksen
zweept het Groninger Museum
grachtwater cummulerend golfslag
op.

Afzijdig was degene die
de puzzel paste, uiteen trok,
in water te drijven legde,
gangen groef.

Na bruggen, poorten laat
ingang de bezoeker zakken
naar waar de zoektocht
over paviljoenen start,

zichzelf een route tekent:
zoet en zwaar,
glas en lood,
doorschijnende wanden

en niemand die van bouwen wist.




1150986-24345feebc25b9020c67111ccb6277d3.jpg
Petra Else Jekel (Arnhem, 5 mei 1980)





De Amerikaanse schrijver
Morton Rhue (pseudoniem van Todd Strasser) werd geboren op 5 mei 1950 in New York.
Zie ook alle tags voor Morton Rhue op dit blog.


Uit:
Asphalt Tribe


„NEW YEAR’S EVE

Maggot said we should go up to Times Square to watch the ball drop and pick some pockets, but we never got around to it. Instead we hung out in front of the Good Life Deli like we always did. Maggot, Rainbow, 2Moro, and me. A cold mist drifted out of the dark, the little

droplets sparkling in the streetlights. Maggot and me sat under the awning of the newspaper stand on the corner. The damp matted down our hair. Black puddles dotted the street and steam rose like ghosts from the manhole covers. Rainbow sat cross-legged against the wall, loose strands of blond hair falling out of a blue wool cap, her head nodding almost down to her lap. 2Moro leaned against the streetlight with her arms crossed, not saying anything to anyone one, just waiting for someone to say It was one of those nights.when there wasn’t much traffic on the streets of New York. Most of the New Year’s partiers were done with their stupid celebrations and back in the four-walled cells they called apartments. Prisoners of the system, Maggot said. Now, only the newspaper delivery trucks and taxis passed, their tires making squishy noises on the wet, black pavement. Out here in the cold where we weren’t walled in, we were free to go where we pleased.

“Guess the cops have the night off,” Maggot said, his brown dreadlocks stringy from the mist; his breath a small cloud of fog.

“The rest of the world, too,” muttered 2Moro. She was wearing a red-and-orange patchwork jacket, a tight black skirt, and high black boots. Her short dyed red hair was matted down on her forehead like a cap. The piercings in her ears and eyebrow and nose glinted in the streetlight. Tattooed around her neck was a circle of black barbed wire.“



1150986-ef608518113ca9fb340b37bd7e59d3ec.jpg
Morton Rhue/Todd Strasser (New York, 5 mei 1950)





De Hongaarse dichter en schrijver
Miklós Radnóti werd geboren op 5 mei 1909 in Boedapest. Zie ook alle tags voor Miklós Radnóti op dit blog.


Postcard 2
written October 6, 1944 near Crvenka, Serbia

A few miles away they're incinerating
the haystacks and the houses,
while squatting here on the fringe of this pleasant meadow,
the shell-shocked peasants quietly smoke their pipes.
Now, here, stepping into this still pond, the little shepherd girl
sets the silver water a-ripple
while, leaning over to drink, her flocculent sheep
seem to swim like drifting clouds.




Postcard 3

written October 24, 1944 near Mohács, Hungary

The oxen dribble bloody spittle;
the men pass blood in their piss.
Our stinking regiment halts, a horde of perspiring savages,
adding our aroma to death's repulsive stench.



Vertaald door Michael R. Burch




1150986-3360af490c52d2c182396e19eeaacc23.jpg
Miklós Radnóti (5 mei 1909 – 9 november 1944)





De Amerikaanse dichter, schrijver en journalist
Christopher Morley werd geboren op 5 mei1890 in Haverford, Pennsylvania.
Zie ook alle tags voor Christopher Morley op dit blog.



At the Mermaid Caffeteria


TRUTH is enough for prose:
Calmly it goes
To tell just what it knows.

For verse, skill will suffice-
Delicate, nice
Casting of verbal dice.

Poetry, men attain
By subtler pain
More flagrant in the brain-

An honesty unfeigned,
A heart unchained,
A madness well restrained.




The barren music of a word or phrase


THE barren music of a word or phrase,
The futile arts of syllable and stress,
He sought. The poetry of common days
He did not guess.

The simplest, sweetest rhythms life affords-
Unselfish love, true effort truly done,
The tender themes that underlie all words-
He knew not one.

The human cadence and the subtle chime
Of little laughters, home and child and wife,
He knew not. Artist merely in his rhyme,
Not in his life.



1150986-c81a6c42aa595f86db23a6a77c320788.jpg
Christopher Morley (5 mei 1890 – 28 maart 1957)




Zie voor nog meer schrijvers van de 5e mei ook
mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 18:45 Reageer op dit bericht

George Albert Aurier, Henryk Sienkiewicz, Richard Watson Dixon, Wouter Steyaert, Catullus

De Franse dichter, schilder en criticus George Albert Aurier werd geboren op 5 mei 1865 in Châteauroux (Indre Zie ook alle tags voor George Albert Aurier op dit blog.

 

Uit: The Isolated Ones: Vincent van Gogh (Les Isolés : Vincent van Gogh)

 

„Yet, this respect and his love for the reality of things does not suffice alone to explain or to characterize the profound, complex, and quite distinctive art of Vincent van Gogh. No doubt, like all the painters of his race, he is very conscious of material reality, of its importance and its beauty, but even more often, he considers this enchantress only as a sort of marvelous language destined to translate the Idea. He is, almost always, a Symbolist . . . who feels the continual need to clothe his ideas in precise, ponderable, tangible forms, in intensely sensual and material exteriors. In almost all his canvases, beneath this morphic exterior, beneath this flesh that is very much flesh, beneath this matter that is very much matter, there lies, for the spirit, that knows how to find it, a thought, an idea, and this Idea, the essential substratum of the work, is, at the same time, its efficient and final cause. As for the brilliant and radiant symphonies of colour and line, whatever may be their importance for the painter in his work they are simply expressive means, simply methods of symbolization. Indeed, if we refuse to acknowledge the existence of these idealistic tendencies beneath this naturalist art, a large part of the body of work that we are studying would remain utterly incomprehensible. How would we explain, for example, The Sower that august and disturbing sower, that rustic with his brutally brilliant forehead (bearing at times a distant resemblance to the artist himself), whose silhouette, gesture, and labour have always obsessed Vincent van Gogh, and whom he painted and repainted so often, sometimes beneath skies rubescent at sunset, sometimes amid the golden dust of blazing noons--how could we explain The Sower without considering that idée fixe. that haunts his brain about the necessary advent of a man, a messiah, sower of truth, who would regenerate the decrepitude of our art and perhaps our imbecile and industrialist society?“

 

 

 1150976-bb38d307f60ac237aab075ec314e5b9c.jpg

George Albert Aurier (5 mei 1865 – 5 oktober 1892)

Vincent van Gogh, De zaaier


 

 

 

De Poolse schrijver en journalist Henryk Sienkiewicz werd geboren in Wola Okrzejska op 5 mei 1846. Zie ook alle tags voor Henryk Sienkiewicz op dit blog.

 

Uit: Quo Vadis? (Vertaald door Paul Seliger)

 

»Sei gegrüßt, Petronius,« sagte der Jüngling, als er mit elastischem Schritte das Tepidarium betrat; »mögen alle Götter dir Glück schenken, namentlich Asklepios und Kypris, denn unter ihrem schützenden Beistande kann dir nichts Übles zustoßen.«

»Willkommen in Rom! Mögest du dich der Ruhe nach dem Kriege erfreuen,« antwortete Petronius, indem er seine Hände aus den Falten des weichen Musselingewebes, das ihn umhüllte, hervorstreckte. »Was gibt es Neues in Armenien, und bist du während deines Aufenthaltes in Asien nicht auch nach Bithynien gekommen?«

Petronius hatte früher Bithynien verwaltet, und was mehr bedeuten wollte, sein Amt mit Strenge und Gerechtigkeit geführt. Dies stand in merkwürdigem Gegensatz zu dem Charakter des Mannes, der wegen seiner Weichlichkeit und seines Hanges zur Üppigkeit allgemein bekannt war; daher liebte er es, sich jener Zeiten zu erinnern, weil sie ein Beweis dafür waren, was aus ihm hätte werden können, wenn er gewollt hätte.

»Ich war zufällig in Herakleia,« entgegnete Vinicius. »Corbulo hatte mich dorthin geschickt mit dem Befehl, Verstärkungen zusammenzuziehen.«

»Ach ja, Herakleia! Ich kannte dort ein Mädchen aus Kolchis, für das ich alle hiesigen geschiedenen Frauen, Poppaea selbst nicht ausgeschlossen, hingegeben hätte. Aber das sind vergangene Geschichten. Erzähle mir lieber, was es Neues an der parthischen Grenze gibt. Wahrlich, diese Vologesus, Tiridates, Tigranes und all diese Barbaren sind mir zuwider, welche, wie mir der junge Arulanus erzählt, bei sich zu Hause noch auf allen vieren kriechen und sich nur in unserer Gegenwart als Menschen gebärden. Aber man spricht jetzt viel von ihnen in Rom, wenn auch nur deshalb, weil es gefährlich ist, von etwas anderem zu sprechen.«

»Der Krieg geht schlecht vorwärts, und wenn Corbulo nicht wäre, so könnte er möglicherweise zu einer Niederlage führen.«

 

 

 1150976-1ab5f00035eb85c8d010e1e7a6495caf.jpg

Henryk Sienkiewicz (5 mei 1846 - 15 november 1916)

Geportretteerd door Kazimierz Mordasewicz, 1899

 

 

 

 

De Engelse dichter Richard Watson Dixon werd geboren in Islington op 5 mei 1833. Zie ook alle tags voor Richard Watson Dixon op dit blog.

 

 

Song

 

WHY fadest thou in death,

Oh yellow waning tree?

Gentle is autumn’s breath,

And green the oak by thee.

 

But with each wind that sighs

The leaves from thee take wing;

And bare thy branches rise

Above their drifted ring.

 

 

 

 1150976-9e25553c45a72df630169fe134d3b4ad.jpg

Richard Watson Dixon (5 mei 1833 - 23 januari 1900)

 

 

 

 

Onafhankelijk van geboortedata:

 

 

De Vlaamse dichter Wouter Steyaert werd geboren in Gent in het jaar 1982. Zie ook alle tags voor Wouter Steyaert op dit blog.

 

 

zij wandelt op iets groens, zij wandelt in zwart
het water achterna. op haar omgekeerde kop
de mensen tegemoet – zij wandelt

op de ogen van de stilte, op vossensokken
andere wandelende mensen zeggen
dat zij zo dun is als een spleet – zo

onschuldig als een foetus – ze zeggen
dat zij vergiftigd is door haar zintuigen
dat het hoofd van haar

op twee verschillende voeten lijkt, twee
verschillende gelijksoortige vissen – met
in haar haar een weinig helium verstopt

 

 

 1150976-04b050686fa768bdc88ff8f0220d27a5.jpg

Wouter Steyaert (Gent, 1982)

 

 

 

 

De Romeinse dichter Gaius Valerius Catullus werd geboren in 87 v. Chr, in Sirmione bij Verona Zie ook alle tags voor Catullus op dit blog.

 

Carmina

 

II

 

Kleine vogel, speeltje van mijn lieveling,
jij, met wie ze zich vermaakt, jij, op haar schoot,
jij, naar wiens snavel ze haar vinger uitsteekt
om hem tot scherpe pikjes te prikkelen,
wanneer ze maar zin heeft, haar blik vonkend van
verlangen naar mij, in een lief spel met jou -
als tedere troost voor haar pijn, denk ik,
zodat de gloed van haar hartstocht tot rust komt -
kon ik toch maar met jou spelen zoals zij,
en het verdriet dat mijn hart drukt verlichten!

 

 

Vertaald door Lucette M. Oostenbroek

 

 

 

LI

 

Hij schijnt mij aan een god gelijk te zijn,
ja, God vergeef mij, meer zelfs dan een god,
die naast u zittend onverzadiglijk
u ziet, en hoort
uw lieven lach, wat mij, verliefden dwaas,
slaat met verbijstering; want, Lesbia,
zoodra ik u aanschouw, verstomt mijn stem,
o Lesbia,
mijn tong verstart, een fijne vlam doortrilt
mijn heele lijf, het ruischend bloed verdooft
mijn ooren, van mijn beide oogen dekt
de nacht het licht.

Niets doen, Catullus, is je heele kwaal.
Niets doen wekt overdreven sentiment.
Niets doen heeft koningsmacht ten val gebracht
en stedenbloei.

 

 

Vertaald door A. Rutgers van der Loeff.

 

 

 

 1150976-e35f2b5a3142fe3f9bd9dc2a9304111d.jpg

Catullus (87 v. Chr – 54 v. Chr.)

Catullus bij Lesbia door Sir Laurence Alma Tadema, 1865.

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 5e mei ook mijn blog van 5 mei 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:34 Reageer op dit bericht

Willem Wilmink, Amos Oz, Christiaan Weijts, Monika van Paemel


Bij 4 mei

 

 1150318-a10a89d4d6361451c5c00bc7f25e9ca9.jpg

'Channel Crossing to life’ in Hoek van Holland

Monument door Frank Meisler

 

 

Een foto

 

Van die razzia's zijn foto's

Jonas Daniël Meijerplein

waar de Duitse militairen

joden aan het treiteren zijn

 

Een bange man met keurige schoenen

lange jas en vlinderdas

wordt over het plein gedreven

of het daar een veemarkt was

 

Kijk, daar staan drie Duitse soldaten

met een spottend lachje bij

en daar kijkt een vierde Duitser

misschien toch beschaamd, opzij

 

Stel je voor je zag die foto

van de man met vlinderdas

en je zou opeens ontdekken

dat het je eigen vader was

 

Soms moet ik er ook aan denken

hoe het die andere zoon vergaat

die ontdekte, kijk mijn vader

is die lachende soldaat

 

 

 

 1150318-b2f3c1e34e465d828b6a40c7391926ed.jpg

Willem Wilmink (25 oktober 1936 – 2 augustus 2003)

 

 

 

 

De Israëlische schrijver Amos Oz, (eig. Amos Klausner) werd geboren in Jeruzalem op 4 mei 1939. Zie ook alle tags voor Amos Oz op dit blog.

 

Uit: Scenes From Village Life

 

“The stranger was not quite a stranger. Something in his appearance repelled and yet fascinated Arieh Zelnik from first glance, if it really was the first glance: he felt he remembered that face, the arms that came down nearly to the knees, but vaguely, as though from a lifetime ago.   The man parked his car right in front of the gate. It was a dusty, beige car, with a motley patchwork of stickers on the rear window and even on the side windows: a varied collection of declarations, warnings, slogans and exclamation marks. He locked the car, rattling each door vigorously to make sure they were all properly shut. Then he patted the hood lightly once or twice, as though the car were an old horse that you tethered to the gatepost and patted affectionately to let him know he wouldn’t have long to wait. Then the man pushed the gate open and strode toward the vine-shaded front veranda. He moved in a jerky, almost painful way, as if walking on hot sand.   From his swing seat in a corner of the veranda Arieh Zelnik could watch without being seen. He observed the uninvited guest from the moment he parked his car. But try as he might, he could not remember where or when he had come across him before. Was it on a foreign trip? In the army? At work? At university? Or even at school? The man’s face had a sly, jubilant expression, as if he had just pulled off a practical joke at someone else’s expense. Somewhere behind or beneath the stranger’s features there lurked the elusive suggestion of a familiar, disturbing face: was it someone who once harmed you, or someone to whom you yourself once did some forgotten wrong?   Like a dream of which nine-tenths had vanished and only the tail was still visible.   Arieh Zelnik decided not to get up to greet the newcomer but to wait for him here, on his swing seat on the front veranda.   As the stranger hurriedly bounced and wound his way along the path that led from the gate to the veranda steps, his little eyes darted this way and that as though he were afraid of being discovered too soon, or of being attacked by some ferocious dog that might suddenly leap out at him from the spiny bougainvillea bushes growing on either side of the path.   The thinning flaxen hair, the turkey-wattle neck, the watery, inquisitively darting eyes, the dangling chimpanzee arms, all evoked a certain vague unease.”  

 

 

 1150318-bee5c7a3bb001d58c8132e9b3ea6fd14.jpg

Amos Oz (Jeruzalem, 4 mei 1939)

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver Christiaan Weijts werd geboren in Leiden op 4 mei 1976. Zie ook alle tags voor Christiaan Weijts op dit blog.

 

Uit: De laatste enclave voor de geest. Een dag in het NIAS

 

“13.00 De reden voor het Limburgs zuurvlees wordt duidelijk: er valt een delegatie van een man of twintig binnen, bijna allemaal met een rugzakje op, merkwaardigerwijs. Navraag leert dat het om een afvaardiging gaat van het P.J. Meertensinstituut, die in onze conference building een workshop over ‘lokale identiteiten’ volgt, en de Limburgse in het bijzonder.
Een cultureel-antropoloog naast me aan tafel, Erik Bähre, is zelf Limburger van geboorte. ‘Zuurvlees wordt traditioneel van paardenvlees gemaakt,’ weet hij. Bij voorkeur van een witte schimmel, antwoord ik.     Erik was gisteravond namelijk op de rug van zo’n dier het terrein op komen rijden, met een mijter, baard en staf, geflankeerd door Jo Spaans (theologe aan de Universiteit Utrecht) als hoofdpiet. Het was voor het eerst in mijn leven dat het er allemaal exact uitzag als in de prentenboeken, compleet met sikkelmaan die door de kale boomtakken scheen.
Gistermiddag had er een lezing over Zwarte Piet op het programma gestaan, die wegens ziekte verviel. Ik vermoed dat anders de jaarlijkse discussie over het racistische karakter van het Sinterklaasfeest aan de orde was gekomen.
We hebben nogal wat fellows uit Nigeria en Kameroen, en dat mijn zoon (2) ze abusievelijk voor Zwarte Piet aanzag, is gênant maar vergoelijkbaar. Toen we echter collectief het ‘Daar wordt aan de deur geklopt’ inzetten, murmelen we wat ongemakkelijk bij de frase: Ook al ben ik zwart als roet, ‘k meen het toch goed.
Voor die Afrikaanse jongens is het hier trouwens al helemaal het paradijs op aarde. Ayo Ojebode (van de universiteit van Ibadan, Nigeria) schrijft er een vermakelijke serie over op de site van de Wereldomroep – ‘Africans going Dutch’. Verbaasd staart hij naar onze fietspaden en trottoirs: ‘We don’t have walkways in most cities and so, animals, beggars, pedestrians, cyclists (okada), car drivers, bus drivers, tanker drivers struggle over the same piece of poor road. (…) In Holland students ask each other, “How’s study?” In Nigeria, students ask “How are you surviving?” As if life is warfare or a plague.’

 

 

 1150318-fa895e14e6b3740eb77a1c877f885c8a.jpg

Christiaan Weijts (Leiden, 4 mei 1976)

 

 

 

 


De Vlaamse schrijfster
Monika van Paemel werd geboren op 4 mei 1945 in Poesele in Oost-Vlaanderen. Zie ook alle tags Monika van Paemel op dit blog.

 

Uit: De mens in de stroom van de tijd. Het vrouwbeeld in het werk van Hella Haasse

 

„Toen de leden van het bestuur van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde mij vroegen om ‘het vrouwbeeld’ in het werk van Hella Haasse te bespreken: dat is driemaal vrouwelijk, heb ik overwogen de heren in dit gezelschap te vragen de zaal te verlaten, zodat wij dit onderwerp onder deskundigen konden afhandelen. Ik doe dit niet omdat seksisme mij vreemd is, en vooral omdat noch de persoon noch het werk van Hella Haasse zich voor een dergelijke eenzijdige interpretatie leent.

In de eerste romans van Hella Haasse zijn de hoofdpersonages mannen. Net zoals in het werk van mannelijke auteurs vrouwelijke hoofdpersonages voorkomen. Dat is bij schrijvers, vrouwelijk of mannelijk, niet onnatuurlijk.

Wat bij Hella Haasse meteen opvalt is dat zij ook in haar mannelijke personages de mens, of het menselijke, vóór het seksgebondene stelt. Dit in tegenstelling met het vrouwbeeld zoals wij dat uit het werk van veel schrijvers kennen, waar de stereotiepen, of datgene wat als typisch vrouwelijk geldt, vóór het persoonlijke of het menselijke komt.

In Oeroeg, het prozadebuut van Hella Haasse, staat de ambivalente verhouding tussen het Indische en het Hollandse kind centraal. Is het toeval dat Oeroeg en zijn vriend jongens zijn, of is de ontwikkeling van de hoofdpersonages - de vrienden staan niet alleen emotioneel, maar ook politiek-maatschappelijk tegenover elkaar, in de historische context - eerder een, tussen aanhalingstekens, ‘mannelijk gebeuren’? Oeroeg is tevens het afscheid van het land van herkomst, een afscheid dat ook een breuk is, waardoor een bewustzijnsproces op gang komt dat veelzijdig is, en naast het persoonlijke ook een historische dimensie heeft. Het standpunt van de schrijfster, het omvatten van het algemene in het persoonlijke, waarbij de menselijke verhoudingen belangrijker zijn dan de geslachtelijke, zonder die te miskennen of te onderschatten, is vanaf het eerste werk betekenisvol voor deze auteur.“

 

 

 1150318-7652413b856bd680ce3455ca68631d21.jpg

Monika van Paemel (Poesele, 4 mei 1945)

 

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 4e mei ook mijn vorige blog van vandaag.
Geschreven door Romenu om 18:20 Reageer op dit bericht

Graham Swift, David Guterson, Jan Mulder

De Engelse schrijver Graham Swift werd geboren op 4 mei 1949 in Londen. Zie ook alle tags voor Graham Swift op dit blog.

 

Uit: Wish You Were Here

 

“There is no end to madness, Jack thinks, once it takes hold. Hadn’t those experts said it could take years before it flared up in human beings? So, it had flared up now in him and Ellie.

Sixty-five head of healthy-seeming cattle that finally succumbed to the rushed-through culling order, leaving a silence and emptiness as hollow as the morning Mum died, and the small angry wisp of a thought floating in it: Well, they’d better be right, those experts, it had better damn well flare up some day or this will have been a whole load of grief for nothing.
So then.
Healthy cattle. Sound of limb and udder and hoof—and mind. “Not one of them mad as far as I ever saw,” Dad had said, as if it was the start of one of his rare jokes and his face would crack into a smile to prove it. But his face had looked like simply cracking anyway and staying cracked, and the words he might have said, by way of a punchline, never left his lips, though Jack thinks now that he heard them. Or it was his own silent joke to himself. Or it’s the joke he’s only arrived at now; “We must be the mad ones.”
And if ever there was a time when Jack’s dad might have put his two arms round his two sons, that was it. His arms were certainly long enough, even for his sons’ big shoulders—both brothers out of the same large Luxton mould, though with all of eight years between them. Tom would have been fifteen then, but growing fast. And Jack, though it was a fact he sometimes wished to hide, even to reverse, already had a clear inch over his father.
The three of them had stood there, like the only life left, in the yard at Jebb Farm.
But Michael Luxton hadn’t put his arms round his two sons. He’d done what he’d begun to do, occasionally, only after his wife’s death. He’d looked hard at his feet, at the ground he was standing on, and spat.”

 

 

 1150315-1c25a2b0d546e94309536bbd2798ea7c.jpg

Graham Swift (Londen, 4 mei 1949)




De Amerikaanse schrijver David Guterson werd geboren op 4 mei 1956 in Seattle. Zie ook alle tags voor David Guterson op dit blog.

 

Uit: Ed King

 

How wonderful it was – wonderful and surprising – to be attracted to a guy, to want sex. Diane found, once she was naked with him, that there were things she really liked in his performance, including, foremost, that he was relentlessly, acutely, even obsessively servile. It was fine with Ed to spend a half-hour massaging her feet and squeezing her ankles, followed by nearly equal devoted caressing of her shins and calves; next, moving up, he gave substantial attention to her knees and thighs, and when, in her massage trance, she hoped and believed that his hands would surely go where they would do the most good, Ed didn't go there, he flipped her over instead and massaged, kneaded, stretched, rubbed, pinched, flicked, feathered, licked, kissed, and gently bit her shoulders, neck, back, and butt. Again she believed that he was on the verge of getting a hand between her legs, especially when, while massaging the small of her back, he found the tip of her tailbone. How long was he going to go on with the erotic massage and general body worship without getting to her quim? Would he please just go ahead and do something not frustrating? But she knew, before long, what he had to be waiting for. He was waiting for a display of need. So she took him by the wrist and moved the base of his hand into her pubic hair until his middle fingertip settled on the no-man's-land between her 'front parlor' and 'back door' (those were the quaint, prudish terms of her girlhood), she got him on the node between neighbouring needs (both of which had been explored by johns who almost never tarried). She gave him this particular sign, this clear permission, and he began a careful prodding of her perineum, which was as good a starting place as any for Diane, because it instigated those processes of memory her sexuality required. It triggered memories with the uncanny force of déjà vu, and what she thought of, as Ed slaved away, was a boy from her village who had fingered her adroitly in a greenhouse thick with green tomatoes.”

 

 

 1150315-079530f846b238bc9257c4d4b5043b7e.jpg

David Guterson (Seattle, 4 mei 1956)

 

 

 

 

 

De Nederlandse columnist, schrijver, ex-voetballer, en televisiepersoonlijkheid Jan Mulder werd geboren in Bellingwolde op 4 mei 1945. Zie ook alle tags voor Jan Mulder op dit blog.

 

Uit: Tom Boonen (Column in Humo, 17 juni 2008)

 

“Wat zou Tom Boonen hebben bezield toen hij die coke snoof? Je weet toch dat er vliegende controles bestaan? Je weet toch dat het minste of geringste verkeerde tabletje dodelijk kan zijn voor je carrière?

Spelers in de Bundesliga bijvoorbeeld, draaien elk onschuldig dropje voor een verkoudheid of officieel bij de Duitse voetbalbond aangemelde zalfje tegen een eczeemallergie drie keer om en laten het daarna nog eens testen door een onafhankelijke arts voordat ze het inslikken.

Boonen snuift op een dag tussen twee voorjaarsklassiekers in een gram coke.

Niet wegens het gebruik van doping of drugs (zo zwaar was de dosis niet), maar om de ergerlijke, aan onnozelheid en brutaliteit grenzende slordigheid van deze toprenner zou Quick-Step hem op staande voet moeten ontslaan.

Op de persconferentie las Tom Boonen een door een advocatenteam opgestelde verklaring voor. Hij zei nog altijd het vertrouwen van Quick-Step te genieten, maar voorlopig op 'low-profile' te gaan. Ploegleider Lefevre maakte bekend dat ontslag niet aan de orde was geweest, en: 'Tom gaat nu toch even in de wachtstand.'

In de wachtstand.

Het einde van een wielrenner kon niet treffender onder woorden worden gebracht.

Maar is het het einde?

Nee.“

 

 

1150315-566caab3edb3ff11ef33b5de39c93320.jpg
Jan Mulder (Bellingwolde, 4 mei 1945)

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 4e mei ook mijn blog van 4 mei 2011 deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 18:14 Reageer op dit bericht

Jehuda Amichai, Erik Lindner, Ben Elton, Johan de Boose, Jens Wonneberger

De Duits-Israëlische dichter en schrijver Jehuda Amichai werd op 3 mei 1924 geboren in Würzburg. Zie ook alle tags voor Jehuda Amichai op dit blog.

 

 

Great Serenity: Questions and Answers

 

People in a hall that’s lit so brightly
It hurts
Spoke of religion
In the lives of contemporary people
And on the place of God

People spoke in excited voices
Like in an airport
I left them
I opened an iron door that had written on it
“Emergency and I entered within.
Great serenity: Questions and answers

 

 

 

 

My Father

 

The memory of my father is wrapped up in
white paper, like sandwiches taken for a day at work.

Just as a magician takes towers and rabbits
out of his hat, he drew love from his small body,

and the rivers of his hands
overflowed with good deeds.

 

 

 

 

My Child Wafts Peace

 

My child wafts peace.
When I lean over him,
It is not just the smell of soap.

All the people were children wafting peace.
(And in the whole land, not even one
Millstone remained that still turned).

Oh, the land torn like clothes
That can't be mended.
Hard, lonely fathers even in the cave of the Makhpela*
Childless silence.

My child wafts peace.
His mother's womb promised him
What God cannot
Promise us.


* The traditional burial place in Hebron of Abraham
and the other Patriarchs and Matriarchs of Israel.


Vertaald door Benjamin en Barbara Harshav

 

 

 

 1149500-0de7ab273aa516c63a5abfa039b04c76.jpg

Jehuda Amichai (3 mei 1924 – 22 september 2000)

Foto: Rina Castelnuovo

 

 

 

De Nederlandse dichter Erik Lindner werd geboren op 3 mei 1968 in Den Haag. Zie ook alle tags voor Erik Lindner op dit blog.

 

 

Wandeling

 

Om het Onland, heide met jeneverbesstruik.

Ik kroop onder de struik en vond een kind, een baby nog,
met wit gezicht. De armpjes opgericht alsof ze iets of iemand
wegduwden, afweerden, weerhielden. De handen daarop horizontaal, voetstukken op pilaren. De blik van het kind zei dat het gevaar voorlopig niet was geweken.

Kon ik het oppakken? Kon ik het in mijn armen nemen en
voorovergebogen de geur van het hoofd, de lichte haarinplan-
ting waarnemen? Het kind bezag me met minachting. Ik
inspecteerde het lichaam op kneuzingen, wondjes, schrammen.
Het kind keek mee. Het kind keek waar ik keek.

Verder op de weg staken we een rivier over.

 

 

 

Bomen buigen weg van de kust

 

Bomen buigen weg van de kust
voor het huis schuift een steiger

de rechte gevel en rechte steiger
zijn bomen die naar je wuiven

het huis vanuit een rijdende tram
helt in de wind die van zee komt

je buigt je hoofd onder de steiger
kijkt naar buiten als je thuis bent.

 

 

 

 1149500-9898f84387b4c34eef4931d69a086107.jpg

Erik Lindner (Den Haag, 3 mei 1968)

 





De Belgische dichter en schrijver Johan de Boose werd geboren in Gent op 3 mei 1962. Zie ook alle tags voor Johan de Boose op dit blog.

 

Uit: De vrijheid van zwijgen

 

 

Na elke bocht verandert wat ik wist.
Ik dacht, ik ken het landschap maar
Hoe het zich verwijdert. (Er is iets met het licht.)

*

Ik weet, het zijn de groeven in mijn lichaam.
Het zijn verwensingen van lieverlee
Niet te vermijden. (Afzien van schoonheid.)

*

Reizend heb ik een geduldig lijnenlabyrint
Getekend. Het is de schets van een gezicht,
Mij welbekend. (Een spiegelschrift.)

*

Ik blijf vertrekken en verdwalen. Het is
Nooit af. Sta toe dat anderen gaan baden
In de volgelopen holten. (Waken in liefde.)

 

 

 

 1149500-0736ab44ea50ad2e2a1ba292987b174d.jpg

Johan de Boose (Gent, 3 mei 1962)

 

 

 

 

De Britse schrijver en komiek Ben Elton werd geboren in Londen op 3 mei 1959. Zie ook alle tags voor Ben Elton op dit blog.

 

Uit: Chart Throb

 

'I just want this so much,' she repeated. 'I really, really do. I want it so much. It's all I ever wanted. Since I was a little girl . . . It's my . . . It's my . . .'
At the very last linguistic hurdle, emotion defeated Shaiana and words failed her.
'Dream?' Keely coaxed. 'Is it your dream? Is that what you're trying to tell us? That it's your dream?'
'That's right, Keely,' Shaiana sniffed. 'That is so right. It's my dream.'
Keely's bronzed, cadaverously muscular arms enfolded Shaiana's shoulders. Momentarily entwined, they made quite a contrast: the golden girl and the girl with the dream. It all looked slightly uncomfortable as Shaiana's arm (the one which she had raised to wipe away the famous tear) became trapped in Keely's skeletal embrace. Briefly Shaiana's hand rested in the hollow of Keely's armpit and Keely's teeth rattled against Shaiana's big hoop earrings. Neither woman seemed to notice the awkwardness or if they did, they did not care. Emotions were running too high. It was all too much.
'You go, girl,' Keely whispered. 'Just you go, girl.'
'Yeah,' Shaiana sniffed, raising her eyes towards what would have been the stars had it not been daytime and had she not been indoors. 'God gave me this chance and I'm going to rock their asses!'

 

 

 1149500-cae12d80ca65da871424a4b034a19e45.jpg

Ben Elton (Londen, 3 mei 1959)




De Duitse schrijver
Jens Wonneberger werd in Großröhrsdorf geboren op 3 mei 1960. Zie ook alle tags voor Jens Wonneberger op dit blog.

 

Uit: P. Dienemann Nachf.

 

„P. Dienemann Nachf., Buchhandlung und Antiquariat, befindet sich in der Nähe vom Bahnhof Neustadt in einem alten Haus, dessen Eingang man nur über den Hof erreicht.
Vor der Haustür liegt ein Gitterrost aus Stahl. Bitte die Füße abtreten, steht auf einem Schild an der Haustür.
Vor der Zwischentür liegt ein Fußabtreter aus Bürsten. Bitte die Füße abstreichen, steht auf einem Schild an der Zwischentür.
Vor der Ladentür liegt eine Fußmatte aus Kokos. Auf dem Schild an der Ladentür steht, Bitte die Füße sorgfältig abstreichen.
P. Dienemann Nachf. ist privat. Privat heißt, daß am Montag geschlossen ist. Hier gehen die Uhren anders, sagt Fräulein Leukroth. Fräulein Leukroth ist die Tochter des Nachfolgers und in einem Alter, in dem das Wort Fräulein eine Offenbarung ist. Sie kommt jeden Morgen mit gesenktem Kopf und kleinen, schnellen Schritten in das Geschäft. Jeden Morgen trägt sie ein anderes Kleid. Die Kleider sehen alle gleich aus. Jeden Morgen trägt Fräulein Leukroth einen Stoffbeutel ins Geschäft, der aussieht wie ihr Kleid. Wenn sie kommt, hat sie einen steifen Arm, der beim Gehen fast den Boden berührt. Bevor sie das Geschäft betritt, hat sie sich zweimal normal und einmal sorgfältig die Schuhe abgetreten. Das Linoleum im Laden ist so oft gebohnert worden, daß es kein Muster mehr hat, nur auf den vier kleinen Kreisen um die Füße eines Tisches ist es noch zu erkennen.“

 

 

 1149500-8ba4c24655808427d49a528434c2b22e.jpg

Jens Wonneberger (Großröhrsdorf, 3 mei 1960)

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e mei ook mijn vorige blog van vandaag.
Geschreven door Romenu om 18:08 Reageer op dit bericht

Klaus Modick, Tatjana Tolstaja, Agnès Desarthe, Paul Bogaert, Juan Gelman

De Duitse schrijver Klaus Modick werd geboren in Oldenburg op 3 mei 1951. Zie ook alle tags voor Klaus Modick op dit blog.

 

Uit: Vatertagebuch

 

“Freitag, 2. Januar
Emily und Marlene sind auf dem Land aufgewachsen, haben ihregesamte Kindheit bis in die Pubertät zwischen Feld, Wald,Wiesen und See im Mollberger Haus verbracht.
Dennoch wissensie nicht recht, wie mit der umständlichen und antiquierten Technikdes Hauses umzugehen ist. Die Wasserversorgung an- undabzustellen, die Heizungen und Öfen zu bedienen, haben sienicht gelernt, weil das immer von den Erwachsenen erledigt wurde.Jetzt, da sie das Haus nutzen wollen, wächst ihnen mit derleipraktischen Mühen auch Selbständigkeit und Verantwortung zu.Erwachsensein ist eine lästige Angelegenheit.
Ich fahre nach Mollberg, um nachzusehen, ob Marlene nachder Party dort das Haus aufgeräumt und winterfest hinterlassenhat; etwas schlechtes Gewissen dabei, weil's so nach Kontrolettiaussieht, rechne zwar nicht mit Chaos, aber doch mit geöffnetenFenstern oder/und laufenden Heizungen. Es ist aber alles tadellosin Ordnung. Das Haus, das immer freundliche Geborgenheitausgestrahlt hat, deprimiert mich in seiner verlassenen Kälte undklammen Unbewohntheit. Seit unserem Umzug vor dreieinhalbJahren haben wir dort kaum einen Handschlag investiert. SchleichenderVerfall macht sich breit, den man spüren, sehen und riechenkann, und sobald die Haustür von außen verschlossen ist,tanzen wieder die Mäuse auf dem Tisch. Wir müssen das Hauswohl verkaufen; die Doppelbelastung können wir uns langfristignicht leisten, und die kommenden Jahre werden finanziell nichtleichter. Als Idylle ihrer Kindheit bleibt das Haus den Mädchenvermutlich sogar besser im Gedächtnis, wenn es ihnen real nichtmehr zugänglich ist.”

 

 

 1149499-533acc071ada039889b4fb1ba39e6b07.jpg

Klaus Modick (Oldenburg, 3 mei 1951)

 

 

 

 

De Russische schrijfster Tatjana Tolstaja werd geboren op 3 mei 1951 in Leningrad. Zie ook alle tags voor Tatjana Tolstaja op dit blog.

 

Uit: The Tragedy Of Tolstoy

 

“First Memories of Yasnaya Polyana

     We are playing lotto. Father enters, his hands behind his leather belt, and looks at us smiling. I feel a great desire to make him like me.

     I cannot read yet, but know by heart the inscriptions under all the pictures in my book and pretend to read aloud -- "The spruce is always green," and "The June bug is brown" -- at the same time looking sideways to see what impression it makes on him. He is laughing.

     Everything that surrounded father seemed especially important: his study with the vaulted ceiling into which big rings were screwed; [Footnote: It was said that in the days when Prince N. S. Volkonskiy owned the house this had been a storeroom and hams were hung on those rings in the ceiling.] the desk, the big, old- fashioned armchair -- so long that one could stretch out in it as if in a bed; and the peculiar smell, perhaps of leather and perhaps of old paper, which emanated from all his things. It could not possibly occur to me to take a pencil away from his desk or to draw a smiling or a melancholy pig on one of the scraps of paper that littered it.

     What a joyous event it was when father played with us! All of a sudden, after dinner, he would call, "Little ones, come along!" We excitedly run and skip after him to his study. In the corner, near grandfather's old-fashioned red washstand, stands a laundry basket. Father throws some rags out of it. "Get in! Who's first?" Vanichka goes in first, because he is the younger. The lid is closed and the basket is carried by father with the help of one of the family or a house guest. Usually this is the task of Aleksandr Nikiforovich Dunayev -- Nikiforych as we call him -- a friend of the family who is very fond of Vanichka and me. Vanichka in the laundry basket is being carried all over the house, I am running after. Finally the basket is deposited in some unusual place -- under the table or on the dresser or in some dark corner. "Vanichka, now guess where you are!" But Vanichka cannot guess, he is too little for that; he only likes to have a ride.“

 

 

 1149499-a926629362d3c4c2c260b20618577784.jpg

Tatjana Tolstaja (Leningrad, 3 mei 1951)

 

 

 

 

De Franse dichteres en schrijfster Agnès Desarthe werd geboren op 3 mei 1966 in Parijs. Zie ook alle tags voor Agnès Desarthe op dit blog.

 

Uit: La légende du Baron Hachem

 

„Quand il lui arrivait d'apercevoir son reflet dans un miroir, il songeait qu'une douche serait la bienvenue, mais son cerveau reprenait aussitôt le dessus. Cela peut encore attendre, se disait-il, inutile d e gaspiller du bon savon et de la bonne eau. Il se servait un bol de soupe, dans lequel il avait jeté un flan à la vanille, histoire de faire d'une pierre deux coups, et se rassurait en se répétant que le bien le plus précieux était la faculté de penser et qu'aucune de ses nouvelles manières ne venait l'entraver. Au contraire, il gagnait un temps fou; ce qui le confortait dans l'idée qu'il avait découvert un système de vie tout à fait mirobolant.
Le seul ennui, c'était la solitude, chaque jour grandissante. Les commerçants eux-mêmes refusaient de le servir et sa famille se détachait de lui. Les visites, se firent, puis inexistantes. Les habitants du village ne lui parlaient plus, il parlaient de lui et c'était même un de leurs sujets favoris. Celui qui, autrefois avait porté le surnom de grand sage, se faisait maintenant appeler le grand sale et les gens riaient, ils riaient et se vengeaient, de quoi? C'est un mystère qui en vaut un autre. Toujours est-il que la réputation du Baron Hachem était épouvantable.
Dans ce désert, une seule personne se tourna vers lui. C'était Malki, le voyou.
- Vous et moi, on est pareils, lui dit-il un jour.
- Comment ça, demanda le Baron Hachem, tout étonné qu'on lui adresse la parole.
- Personne ne nous aime, mais on s'en fiche. On se fiche de tout et surtout des autres.
- Jeune homme, dit le Baron Hachem, tu te méprises. J'aime mes semblables et je fais tout ce qui est en mon pouvoir pour améliorer leur quotidien en mettant à l'épreuve la sagesse de mon grand âge.“

 

 

 1149499-0f2cc968e5b0d8f3783c961d9adee79e.jpg

Agnès Desarthe (Parijs, 3 mei 1966)

 

 

 

 

De Vlaamse dichter en schrijver Paul Bogaert werd geboren in Brussel op 3 mei 1968. Zie ook alle tags voor Paul Bogaert op dit blog.

 

 

WELCOME HYGIENE

 

Wat je zei was onverdund.
En het bleek ook efficiënt:
ik zie niks meer. Mijn hoofd is proper
nu en wit. Het is gedaan.

Ik duwde eerst mijn ogen in
en hield mijn hoofd naar achteren.
Dan goot ik de gaten vol
met eau de javel en white spirit.

Dat alles weggaat is een waan.
Het is de lucht die ijlig is.
Geef me tijd om bij te komen.

Begraaf me waar ik water
vroeg en laat me zijn - buiten bereik -
van vis.

 

 

 

Dit is de eeuw van de knoppen

 

Dit is de eeuw van de knoppen.
Elke foto wordt sceptisch bekeken,
ook al toont ze de realiteit.
Flatteus verlicht en charmant gekadreerd
lijkt elk zwembad de moeite (privé).

 

Dit is de eeuw van de weldoeners
en de doorligwond. Echte schapenvacht
vermindert de schuifkrachten.
Synthetische schapenvacht wordt afgeraden.
Dit is de eeuw van de moeilijk te sluiten peignoir.

 

Dit is de eeuw ook van medleys helaas,
van spierwitte luxe en voodoo en stocks.
Elke dag sterven er mensenvrienden.
We zijn zeker van bijkans niks.
Maar we tonen ons lichaam zoals het is.

 

 

 

 1149499-ca86ef81a91ece6d8b06be163e62e33a.jpg

Paul Bogaert (Brussel, 3 mei 1968)

 

 

 

 

De Argentijnse dichter Juan Gelman werd geboren op 3 mei 1930 in Buenos Aires. Zie ook alle tags voor Juan Gelman op dit blog.

 

 

Gotan

The woman was like the word never,
a special charm rose up from her neck,
a kind of forgetfulness where her eyes were safe,
the woman settled in my left side.

Watch out watch out I'd scream watch out
but she possessed me like love, like the night,
and the last signals I made that autumn
settled down quietly under the surf of her hands.

Sharp sounds exploded inside me,
rage, sadness, fell down in shreds,
the woman came down like a sweet rain
on my bones standing in the solitude.

She left me shivering like someone condemned
and I killed myself with a quick knife-thrust,
I'll spend all my death laid out with her name,
it will be the last thing to move my lips.
                                                                                                                                         

 

 

He was born on the edge of a disastrous day

he was born on the brink of a disastrous day
face to face with another just like it but
in the split or opening between the two
he had a kind of warm feeling so

he saw happiness
as a sudden break
in the heart of those identical
doomed barren painful times

when his life was snuffed out
his eyes were soft with subdued anger
or were falling like autumn leaves
in hard transparent sheets

that toured the world
and toured the heart
yet no one breathed a word
to sergeant MacIntire about this

 

 

 

Vertaald door Hardie St. Martin

 

 

 1149499-8e7d5724b1f606eaa69cc724f9b747f3.jpg

Juan Gelman (Buenos Aires, 3 mei 1930)

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e mei ook mijn blog van 3 mei 2001 deel 3.

Geschreven door Romenu om 18:02 Reageer op dit bericht

Gottfried Benn, Esther Freud, Novalis, James Holmes, Georges-Arthur Goldschmidt, Angela Krauß

De Duitse dichter en schrijver Gottfried Benn werd geboren in Mansfeld op 2 mei 1886. Zie ook alle tags voor Gottfried Benn op dit blog.

 

 

Schöne Jugend

 

Der Mund eines Mädchens, das lange im Schilf gelegen hatte,
sah so angeknabbert aus.
Als man die Brust aufbrach, war die Speiseröhre so löcherig.
Schließlich in einer Laube unter dem Zwerchfell
fand man ein Nest von jungen Ratten.
Ein kleines Schwesterchen lag tot.
Die anderen lebten von Leber und Niere,
tranken das kalte Blut und hatten
hier eine schöne Jugend verlebt.
Und schön und schnell kam auch ihr Tod:
Man warf sie allesamt ins Wasser.
Ach, wie die kleinen Schnauzen quietschten!

 

 

 

Nachtcafé

 

Der Frauen Liebe und Leben.
Das Cello trinkt rasch mal. Die Flöte
rülpst tief drei Takte lang: das schöne Abendbrot.
Die Trommel liest den Kriminalroman zu Ende.

Grüne Zähne, Pickel im Gesicht
winkt einer Lidrandentzündung.

Fett im Haar
spricht zu offenem Mund mit Rachenmandel
Glaube Liebe Hoffnung um den Hals.

Junger Kropf ist Sattelnase gut.
Er bezahlt für sie drei Biere.

Bartflechte kauft Nelken,
Doppelkinn zu erweichen.

B-moll: die 35. Sonate
Zwei Augen brüllen auf:
Spritzt nicht das Blut von Chopin in den Saal,
damit das Pack drauf rumlatscht!
Schluß! He, Gigi! -

Die Tür fließt hin: Ein Weib.
Wüste ausgedörrt. Kanaanitisch braun.
Keusch. Höhlenreich. Ein Duft kommt mit.
Kaum Duft.
Es ist nur eine süße Verwölbung der Luft
gegen mein Gehirn.

Eine Fettleibigkeit trippelt hinterher.

 


 

 1148770-1dd933fbb0339ef17916355822fba2a0.jpg

Gottfried Benn (2 mei 1886 - 7 juli 1956)

 

 



De Engelse schrijfster
Esther Freud werd geboren in Londen op 2 mei 1963. Zie ook alle tags voor Esther Freud op dit blog.

 

Uit: Love Falls

 

'Where?'

'To Italy.'

Lara shook her head. She'd been to India with her mother on a bus, through Belgium, Germany, Greece and Turkey, through Iran (although they'd called it Persia to make the days pass faster) into Afghanistan and across the Khyber Pass. She'd been to Scotland too, had lived there for seven years, so maybe that didn't count, but she'd never been to Italy.

He was still looking at her. 'I thought maybe you'd like to come.'

'With you?'

He nodded.

'Really? I mean yes. I would.'

They smiled at each other—a seal on their pact, and then spirals of alarm, of dread, of delirious excitement shot through her body with such force that her appetite disappeared and finishing her breakfast seemed suddenly as arduous a task as being asked to plough a field.

Lara's father, Lambert Gold, lived in a dark and thickly padded flat halfway up a wide, carpeted stairway. There was a small kitchen, a small sitting room, a large study, and a bedroom into which she'd only ever glanced, but which had a pale-green plant of such beauty growing up against one wall that it always surprised her, it seemed so out of keeping with the dark interior of the rest of the flat. Through the half-open door the heart-shaped leaves and twining stems seemed to be actually breathing, stretching towards the light, shivering very slightly in a breeze, the leaves always in spring colour, whatever time of year. This plant was the one thing that reminded her that Lambert had ever known her mother. She also had a plant, a lemon-scented geranium on a low table beside her bed, but unlike Lambert's—for which she didn't have a name—the geranium was forever changing, ageing, growing new shoots, darkening and lightening with the time of year. The stalk was gnarled and brown, the dead leaves dropped in a little curling pile on to the plate below, but when you rubbed against it a scent so rich and airy filled the room that it made you stop whatever you were doing, and breathe in.“

 

 

 1148770-9f4063546d169b510d314642b6393e85.jpg

Esther Freud (Londen, 2 mei 1963)

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Novalis werd geboren in Oberwiederstedt op 2 mei 1772. Zie ook alle tags voor Novalis op dit blog.

 

 

Geistliche Lieder V

 

Wenn ich ihn nur habe,

Wenn er mein nur ist,

Wenn mein Herz bis hin zum Grabe

Seine Treue nie vergißt:

Weiß ich nichts von Leide,

Fühle nichts, als Andacht, Lieb' und Freude.

 

Wenn ich ihn nur habe,

Lass' ich alles gern,

Folg' an meinem Wanderstabe

Treugesinnt nur meinem Herrn;

Lasse still die Andern

Breite, lichte, volle Straßen wandern.

 

Wenn ich ihn nur habe,

Schlaf' ich fröhlich ein,

Ewig wird zu süßer Labe

Seines Herzens Fluth mir seyn,

Die mit sanftem Zwingen

Alles wird erweichen und durchdringen.

 

Wenn ich ihn nur habe,

Hab' ich auch die Welt;

Selig, wie ein Himmelsknabe,

Der der Jungfrau Schleyer hält.

Hingesenkt im Schauen

Kann mir vor dem Irdischen nicht grauen.

 

Wo ich ihn nur habe,

Ist mein Vaterland;

Und es fällt mir jede Gabe

Wie ein Erbtheil in die Hand;

Längst vermißte Brüder

Find' ich nun in seinen Jüngern wieder.

 

 

 

Badelied

 

Auf Freunde herunter das heiße Gewand

Und tauchet in kühlende Flut

Die Glieder, die matt von der Sonne gebrannt,

Und holet von neuem euch Mut.

 

Die Hitze erschlaffet, macht träge uns nur,

Nicht munter und tätig und frisch,

Doch Leben gibt uns und der ganzen Natur

Die Quelle im kühlen Gebüsch.

 

Vielleicht daß sich hier auch ein Mädchen gekühlt

Mit rosichten Wangen und Mund,

Am niedlichen Leibe dies Wellchen gespielt,

Am Busen so weiß und so rund.

 

Und welches Entzücken! dies Wellchen bespült

Auch meine entkleidete Brust.

O! wahrlich, wer diesen Gedanken nur fühlt,

Hat süße entzückende Lust.

 

 

 1148770-f759e80f59f0e99446d603388b8625bd.jpg

Novalis (2 mei 1772 -  25 maart 1801)

Borstbeeld in Weißenfels

 

 

 

 

De Amerikaanse dichter en vertaler James Stratton Holmes werd geboren in Collins, Iowa, op 2 mei 1924. Zie ook alle tags voor James Holmes op dit blog.

 

 

THE SAILOR’S SUICIDE

 

The sailor
hears the voice of the Lorelei
he looks at his watch
and jumps in the water

 

 

 

MARC GREETS THINGS IN THE MORNING

 

Hi boy with the bike on the vase on the bloom
                                                          ploom ploom
hi chair by the table
hi bread on the table
hi fisher-of-fish with the pipe
                       and
hi fisher-of -fish with cap
              cap and pipe
    of the fisher-of-fish


H i i i —i fish
hi little fish
hi tiny fishy-fine of mine

 

 

 

 

Paul van Ostaijen, vertaald door James Holmes

 

 

 

 1148770-99e5b5ab7464ab000303cb1f1055c78c.jpg

James Holmes (2 mei 1924 - 6 november 1986)

 

 

 

 

De Frans-Duitse schrijver, essayist en vertaler Georges-Arthur Goldschmidt werd geboren op 2 mei 1928 in Reinbek bij Hamburg. Zie ook alle tags voor Georges-Arthur Goldschmidt op dit blog.

 

Uit: Die Faust im Mund

 

„In dem strengen Internat in den Alpen Hochsavoyens, wo ich zu der Zeit lebte, gab es außer Lateinlehrbüchern und einem vom Verlag J. de Gigord eigens für katholische Lehranstalten herausgegebenen Handbuch mit Ausgewählten Stücken nur wenige Bücher. In der Jugend überfliegt man mehr, als man liest.

Es gab ein Exemplar von Pascals Gedanken, die in ihrer Knappheit Schauer hervorrufen können, dank derer man über das Lesen das ursprüngliche Staunen wiederfindet. Der Blick stockte bei der „unendlichen Bewegung: der Punkt, der alles erfüllt, der Augenblick der Ruhe. Unendlich ohne meßbare Größe, unteilbar und unendlich“. Das war kein Begreifen, sondern ein Ergriffenwerden. „Das ewige Schweigen dieser unendlichen Räume erschreckt mich.“ Es war das gleiche, was mir eben passiert war, allein, im Schlafsaal ganz oben im Haus, ein plötzliches Gepacktsein, das einem den Atem verschlägt.

Der Körper war also so nah an den Worten, daß „Gedanken“ erbeben lassen und den Atem nehmen konnten. Unter den Ausgewählten Stücken waren auch die Maximen von La Rochefoucauld, dessen heller Zynismus, wohltuende Bosheiten und Bedeutungsumkehrungen den Stoff des Denkens prägten. Es zog einem den Magen zusammen bei diesen schnellen, zugespitzten Maximen, durch sie erwies sich die französische Sprache als lebhaft, flink und präzise. Im Körper hinterließ dieses schlanke Französisch, das stracks auf sein Ziel losging, einen sonderbar schneidenden, fast heiteren Eindruck.“

 

 

 1148770-d19f3f84f1499a73e16014e2b5ca87b0.jpg

Georges-Arthur Goldschmidt (Reinbek, 2 mei 1928)



 

De Duitse dichteres en schrijfster Angela Krauß werd geboren op 2 mei 1950 in Chemnitz. Zie ook alle tags voor Angela Krauß op dit blog.

 

Uit: Ich muß mein Herz üben

 

Sei ganz ruhig.
Das Leben besteht nicht aus Sensationen,
es läuft nicht davon,
es bietet keine verpaßten Gelegenheiten,
es wird nicht einmal weniger mit dem Jahren.
Dreh dich nur beiläufig um :
Es wird mehr.

 

 

Uit: Im schönsten Fall

 

Liebe ist beweglich,

eine unüberschaubare Teilchenmasse,

eine selbstgewisse inwendige Form,

ich kann sie ziehen lassen.

Mitunter fühle ich sie irgendwo anstoßen,

in der Halsgegend, mal unter den Achseln

stupst sie mich, ein großer sanfter Fisch, der gleichmütig beidreht,

als wüsste er einen Ozean um sich.

 

 

 

1148770-f62215e1fcc41befbd28822094fa74d1.jpg
Angela Krauß (Chemnitz, 2 mei 1950)

 

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 2e mei ook mijn blog van 2 mei 2011 deel 2 en eveneens deel 3.
Geschreven door Romenu om 18:56 Reageer op dit bericht

Tilman Rammstedt

De Duitse schrijver Tilman Rammstedt werd geboren op 2 mei 1975 in Bielefeld. Na de middelbare school en vervangende dienstplicht in Bielefeld studeerde Tilman Rammstedt een aantal dingen, vooral filosofie en literatuur, eerst in Edinburgh, toen in Tübingen en Berlijn. Maar nog tijdens zijn masterscriptie over beelden van de oorlog brak hij zijn studie echter af en schreef hij zijn eerste boek, „Erledigungen vor der Feier“ (2003). In voorgaande jaren werkte hij veel met de illustrator Silke Schmidt samen en trad hij op met de kunstenaarsgroep "violett" en "monamur", o.a. in Berlijn, Zürich en Moskou. 2001-2006 was hij lid van de Lesebühne "Visch &Fersel." Ramstedt is ook songwriter en muzikant in de groep "Fön", waarmee hij in 2004, onder het pseudoniem McCoy,  de avonturenroman „Mein Leben als Fön“ publiceerde. In 2005 werd zijn roman „Wir bleiben in der Nähe“ gepubliceerd, in 2008 volgde "Der Kaiser von China". Voor twee stukken van muziektheater ensemble "leitundlause", geregisseerd door Matthias Rebstock schreef hij de teksten: "Referentinnen. Geschichten aus der zweiten Reihe." (2008) en "Brachland. Geschichten vom Nichts." (2010)

 

Uit: Der Kaiser von China

 

“Franziska sagte, dass ich sofort kommen solle, sie sagte etwas von Identifizieren, sie sagte etwas von Einäschern, sie sagte etwas von Stammbuch, mich ließ sie dabei kaum zu Wort kommen. "Wie geht es dir?", fragte ich in eine ihrer seltenen Atempausen hinein. "Wie soll es mir schon gehen", sagte sie, "beschissen natürlich", dabei schluckte sie, "Beeil dich", sagte sie dann noch, bevor sie auflegte, was sie immer sagt und immer auch meint, auch wenn es ihr dann doch nie schnell genug geht, weil es ganz unmöglich ist, sich so zu beeilen, wie Franziska sich das vorstellt, weil niemand so schnell ist wie Franziska, immer wartet sie auf einen, immer dreht sie sich nach einem um, immer beendet sie die Sätze für einen, weil sie nicht nur schneller spricht, sondern auch schneller hört als andere, sie hört Dinge, die noch gar nicht gesagt worden sind, manchmal noch nicht einmal gedacht. Franziska ist immer schon schnell gewesen, sechs aufeinanderfolgende Jahre, so fand ich heraus, war sie Jugendmeisterin im Sprint, das ist alles dokumentiert, von Anfang an ging es ihr nicht rasch genug, zwei volle Monate ist sie zu früh auf die Welt gekommen, lernte dennoch, so zumindest behauptet es ihre Mutter, noch in ihrem ersten Jahr Laufen und Sprechen, Franziska wurde vorzeitig eingeschult, um dann noch zwei Klassen, die sechste und die elfte, zu überspringen; ich habe vergessen, in wie viel Semestern sie ihr Jurastudium absolvierte, es war eine lächerlich kleine Zahl, bei ihrer Mutter hängt ein gerahmter Zeitungsausschnitt ("Im Dauerlauf durchs Examen", daneben ein Foto, Franziska, die den Fuß auf einen Stapel Gesetzbücher stellt wie auf ein erlegtes Stück Großwild). Ab diesem Zeitpunkt ist wenig gesichert, und sie selbst weicht Fragen aus, anscheinend ging sie in die USA, um zu promovieren, anscheinend arbeitete sie eine Zeit lang für Kanzleien, die, wie sie es ausdrückt, "davon leben, dass jemand einen Finger in seinen Cornflakes findet", anscheinend bekam sie dann selbst eines Tages Ärger mit der Justiz, "ein Missverständnis", behauptet sie und lächelt so, dass man ihr nicht glaubt. Franziska spricht nicht gern über ihre Vergangenheit, "Die ist immer schon so lange her", sagt sie, kneift die Augen ein paarmal zusammen und wechselt das Thema. Bevor Franziska meine Frau wurde, ist sie meine letzte Großmutter gewesen. "Ihr werdet euch jetzt öfter sehen", hat mein Großvater gesagt, damals, beim ersten gemeinsamen Abendessen mit ihr, bei dem alles stimmen sollte, und tatsächlich, überraschenderweise, alles stimmte. Franziska ging den Tisch entlang, gab reihum jedem von uns die Hand, und wir stellten uns vor. "Keith", sagte ich, "Echt?", fragte Franziska, und als ich nickte, strich sie mir Anteil nehmend über den Arm. "Ich werde dich nie so nennen."

 

 

 1257527-11091bc6b694a988a513e3335d3eab8a.jpg

Tilman Rammstedt (Bielefeld, 2. Mai 1975)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Dolce far niente 8 (Bij de Dag van de Arbeid)


Romenu heeft er nog wat vrije dagen aangeplakt. Binnenkort weer de gebruikelijke berichten.


1147810-b955116c63593ff23ef930edbf6fc356.jpg
De sterke uren door Richard Roland Holst, 1911

Gebouw van de Algemene Diamantbewerkersbond (‘De Burcht’), Amsterdam

 

 

 

Van uit een nieuwe wereld treedt een man

 

Van uit een nieuwe wereld treedt
een man mij aan met enge kleed,
schittrend zooals ik nimmer zag,
met ‘t hoofd zoo stralend als de dag.

Hij heeft geen enkel sieraad aan
van slaafschheid en geen enklen waan,
maar hij is zuiver als een man
naakt opgegroeid maar wezen kan.

Hij heeft den arm in zuivre vuist,
hij heeft het been tot zuivren voet,
en om het trotsch gelaat, gekuischt,
hangt stil en hoog een sterke gloed.


 

Van uit een nieuwe wereld treedt een vrouw

 

Van uit een nieuwe wereld treedt
een vrouw mij toe met hangend kleed,
zoo helder als ik nimmer zag,
het oog zoo stralend als de dag.

Zij heeft geen enkel sieraad aan
van schuwheid, en geen enklen waan,
maar zij is zuiver als een glas,
alsof ze zoo geboren was.

Haar arm is in een zuivren hoek,
in schoone stralen valt haar doek,
en om haar schoon gelaat gezond
speelt 't helderst licht van keel en mond.

 

 

 

 1147810-92114cdbc13b0d6ba690e50048826faf.jpg

Herman Gorter(26 november 1864 - 15 september 1927)
Geschreven door Romenu om 15:00 Reageer op dit bericht

Dlce far niente 7

Romenu heeft er nog wat vrije dagen aangeplakt. Binnenkort weer de gebruikelijke berichten.

 

 

 

 1147256-3fe009b6c46bf7495deb92a8fcadb6d9.jpg

Noordeinde door Floris Arntzenius (1864 - 1925)

 

 

 

Koninginnedag

 

Ze kwamen aan uit Veghel, Vaals en Vorden
Ter ere van hun jarige vorstin

Met bloemen en prullaria van tin

Met kussens, koeken, kannetjes en borden


Toch ging er al meteen aan het begin

Een bange vraag door de oranje horde:

Waar is de prins? Hij is toch wel in orde?

Hoe zit dat? Had Prins Claus vandaag geen zin?


Prins Claus wou inderdaad maar al te graag

Een keer aan de joecheisasa ontbreken

De prins was op de vrijmarkt in Den Haag


Hij zat daar met een lach en een sigaar

Met vóór hem op een vieze, wollen deken

De goedbedoelde troep van vorig jaar.

 

 

 

1147256-d969fc2aada456e26b8fdb1a296b92d5.jpg
Ivo de Wijs
(Tilburg, 13 juli 1945)
Geschreven door Romenu om 20:24 Reageer op dit bericht

Dolce far niente 6


Romenu heeft er nog wat vrije dagen aangeplakt. Binnenkort weer de gebruikelijke berichten.

 

 

1146586-18785dff233c40419e38221fc25a4112.jpg 

Jan van Vuuren, Straatje in Elburg

 

 

 

Zondag

 

De stilte, nu de klokken doven,
Wordt hoorbaar over zondags land
En dorpse woningen, waarboven
Een schelpenkleurge hemel spant

 

De jeugd keert weer voor d’ in gedachten
Verzonkene, die zich hervindt
Een warm, van onbestemd verwachten,
In zondagsstilte eenzelvig kind.

 

En tussen toen en nu: ‘t verwarde
Bestaan, dat steeds zijn heil verdreef;
De scherpe dagen, waar de flarde
Van ‘t wonde hart aan hangen bleef.

 

Niet te verzoenen is het leven.
Ten einde is dit wellicht nog ‘t meest:
Te kunnen zeggen: het is even
Tussen twee stilten luid geweest.

 

 

1146586-d8b4761c0b50914406a1c7e95e4bda89.jpg 

J.C. Bloem (10 mei 1887 – 10 augustus 1966)
Geschreven door Romenu om 20:14 Reageer op dit bericht

Dolce far niente 5

Romenu heeft even vrij vandaag. Morgen weer de gebruikelijke berichten en ook de schrijvers van de 28e april.

 

 

 

 1145477-e65cfdd5509959b78853218385ffd0ac.jpg

Three Boys on the Shore door Winslow Homer, 1873

 

 

 

Middagzee

 

Vlakke middagzee plooit even
Aan heur rand in vlotte reven
Van het doode tij:
Ruischingen als ademhalen
Die in langer stilten dalen,
Murmelen voorbij.

 

Lichtdoorvloeide neevlen kleuren
Al de kommen die zij beuren
Bij het hemelsche gezicht,
Dat de schepen die er gleeën
Langs de verre stille zeeën,
Zweven in 't verwolkte licht.

 

Over wazen wallen henen
Stort de zon in overlenen
Stroomen klaren gloed;
Van de stralen die zij wasschen
In de grondelooze plassen,
Stijgt een gouden gloed.

 

Jonge ranke knapen waden
Door de spiegelende baden,
Zingend hand in hand,
Naar waar neevlen openschijnen
En de zuivre kusten lijnen
Van een zalig land.

 

 

 

 1145477-dd931a7096e319e9d37a10ccb8a572c1.jpg

P.C. Boutens (20 februari 1870 – 14 maart 1943)

Geschreven door Romenu om 13:11 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten