Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Karel van het Reve, Gijs Ijlander, Jodi Picoult, Ruskin Bond

De Nederlandse letterkundige, vertaler, essayist, schrijver en columnist Karel van het Reve werd geboren in Amsterdam op 19 mei 1921. Zie ook alle tags voor Karel van het Reve op dit blog.

 

Uit: In die doos zat weer een doos. De artistieke functie van het kader-procédé

 

„Bovendien kan door de soort verteller die men kiest de achtergrond van het verhaal naar believen veranderd worden. C.F. Meyer vertelt de geschiedenis van Thomas Becket ‘nicht in unmittelbarer Darstellung (...), wo sie durch ihre Rätselhaftigkeit leicht verwirren könnte, sondern legt sie in den Mund eines schlichten und trauherzigen Schweizers, der sich von seinem unbeirrbaren Sittlichkeitsgefühl nicht ablenken lässt’. Zo noemt Thomas Mann de figuur van Serenus Zeitblom, die hij de geschiedenis van Adrian Leverkün laat vertellen ‘bitter notwendig, um eine gewisse Durchheiterung des düsteren Stoffes zu erzielen und mir selbst, wie dem Leser, seine Schrecknisse erträglich zu machen. Das Dämonische durch ein exemplarisch undämonisches Mittel gehen zu lassen, eine humanistisch fromme und schlichte, liebend verschreckte Seel mit seiner Darstellung zu beauftragen, war an sich eine komische Idee, entlastend gewissermassen, denn es erlaubte mir, die Erregung durch alles Direkte, Persönliche, Bekenntnishafte, das der unheimlichen Konzeption zu Grunde lag, ins Indirekte zu schieben und sie in der Verwirrung, dem Händezittern jener bangen Seele travestierend sich malen zu lassen’.

Nog een ander voordeel, dat met dit alles samenhangt: de auteur die zijn verhaal zelf vertelt wordt wel ‘de alles wetende schrijver’ genoemd. Gedachten, die de held nimmer aan enig levend wezen heeft toevertrouwd, zijn de auteur bekend. Het doosprocédé nu geeft de auteur gelegenheid zijn alwetendheid af te schuiven. De lezer kan op dit gebied geen eisen meer aan hem stellen. De auteur kan als hij dat wil zaken die door de lezer als zeer belangrijk worden gevoeld (beslissende gebeurtenissen in het leven van de held, zijn reacties daarop etc.) niettemin onbeschreven laten omdat de ‘ik’ er niet bij geweest is.

Deze groep technische voordelen vindt men bij vele varianten van het doosprocédé, al zijn ze niet overal gerealiseerd: de stijl van de vertellende Odysseus verschilt niet van die van de vertellende Homerus, de vertellers in de Decamerone hebben dezelfde stijl; menige ‘ik’ zegt dingen die wel degelijk de mening van de schrijver weergeven - kortom, deze aspecten van het procédé geven de auteur de mogelijkheid bepaalde effecten te bereiken, maar die effecten treden niet automatisch op.“

 

 

 1160258-3007bdba13cbe45401bc299d44609b46.jpg

Karel van het Reve (19 mei 1921 – 4 maart 1999)

 

 

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Gijs IJlander (eig. Gijs Hoetjes) werd op 19 mei 1947 in Alkmaar geboren. Zie ook alle tags voor Gijs IJslander op dit blog.

 

Uit: Het veerhuis

 

„Pepping!

De deur klemt, maar is niet afgesloten. Ik werk mij de schemerige gang in en snuif een lichte pisgeur op.

Pepping! Volk!

In het trapgat hangt een verschoten veloursgordijn, er valt weinig licht naarbinnen. Ik zie dat de kelderdeur, onder de trap, op een kier staat. Klinkt er gerommel van beneden? Het blijft stil. Ik roep nog maar eens volk!

Boven zal hij ook niet zijn, de bovenverdieping heeft hij ‘afgedaan’ om op de stookkosten te besparen. Hij heeft het over ‘afdoen’, Pepping, ook de bestelwagen die naast het huis staat zou hij willen ‘afdoen’ alsof het een hoofddeksel was, maar hij heeft hem nog nodig voor het brood.

Pepping?

Ik schuifel door de gang, stoot met mijn knie de keukendeur open, zet de doos met broden op de tafel. Nu ga ik eerst zitten. De broden heb ik vanmorgen vroeg bij Blitterswijk gehaald, nog voordat de winkel openging; ik ben twaalf kilometer naar hier komen fietsen, met één hand aan het stuur, mijn andere hand aan de doos op de bagagedrager. Daarbij nog de wind. Er zit van alles scheef aan mij, daarom moet ik zitten, aan de tafel met het plastic zeil, waarop nog het ontbijtbord van Pepping staat en het melkglas waarin een vlokkige rand is achtergebleven. Hier zit ik dan, met pluizige jas en natte rug, het zweet breekt mij uit, het bloed bonkt aan mijn slapen. Ik zou best wel een kop koffie lusten. Waar blijft Pepping toch? Gisteravond nog gebeld. Groof! Ik denk al: ik hoor niks meer van Groof! Pepping met zijn hoge stem die in de hoorn stond te schreeuwen. Ja, ik heb nog kippies! Twintig broden voor

[p. 85]

kippie! We zien wel! Kippen genoeg en brood kan ik altijd gebruiken!

Ik doe wat oefeningen met mijn schouders, om ze weer recht te krijgen. Het stuur van mijn fiets trekt naar één kant, dat is ook niet goed.“

 

 

 1160258-b8939da3a22cd123ec80ce9a21ee7b9d.jpg

Gijs IJlander (Alkmaar, 19 mei 1947)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijfster Jodi Lynn Picoult werd geboren op 18 mei 1966 in Nesconset op Long Island, New York. Zie ook alle tags voor Jodi Picoult op dit blog.

 

Uit: Nineteen Minutes

 

„In nineteen minutes, you can mow the front lawn; color your hair; watch a third of a hockey game. In nineteen minutes, you can bake scones or get a tooth filled by a dentist; you can fold laundry for a family of five.

Nineteen minutes is how long it took the Tennessee Titans to sell out of tickets to the playoffs. It’s the amount of time it takes to listen to the Yes song Close to the Edge. It’s the length of a sitcom, minus the commercials. It’s the driving distance from the Vermont border to the town of Sterling, NH.

In nineteen minutes, you can order a pizza and get it delivered. You can read a story to a child or have your oil changed. You can walk two miles. You can sew a hem.

In nineteen minutes, you can stop the world; or you can just jump off it.

In nineteen minutes, you can get revenge.

· · · · · ·

As usual, Alex Cormier’s life was running late. It took thirty-two minutes to drive from her house in Sterling to the Superior Court in Grafton County, NH, and that was only if she speeded through Orford. She hurried downstairs in her stockings, carrying her heels and the files she’d brought home with her over the weekend. She twisted her thick copper hair into a knot and anchored it at the base of her neck with bobby pins, transforming herself into the person she needed to be before she left her house.“

 

 

 1160258-e8a403ec554685bb1602d881e3976542.jpg

Jodi Picoult (Nesconset, 19 mei 1966)

 

 

 

 

De Indiase dichter en schrijver Ruskin Bond werd geboren op 19 mei 1934 in Kasauli. Zie ook alle tags voor Ruskin Bond op dit blog.

 

 

Do you believe in ghosts


“Do you believe in ghosts?”
Asked the passenger
On platform number three.
‘I am a rational man,’ said I
‘I believe in what I can see –
Your hands, your feet, your beard!’
‘Then look again,’ said he,
And promptly disappeared!

 

 

 

My Dream

 

There is a knight in shining Armor, he picks me up and transports me to Mussorie.....Have landed under the Chestnut tree, where Mr. Bond is busy scribbling his thoughts. He is shocked to see me...Hey Gal what are you doing here?
Sir, I had a dream to meet you and here I am with a small request.
He asks me, What?
Sir will you take me through the mountains, the pools, the river, the nook & corner of Mussorie?
Will you let me put my arms in the crook of your arm?
Will you show me these places with your eyes?
Will you show me how to see the beauty in these simple things?
I want to learn to live with these simple things, I want to smile on the simplest things...
Sir, will you teach me????
I will also thank him for being with me through my sad days & bad days, will thank him for making me realise through his writings that life is all about loving, caring, finding joy in small things & living.. Its about meeting new people making memories with them, take them with you if they want to, if they don’t gift them some memories so that even if you are not around you are missed....its about letting go and moving forward in life.....

Am still waiting for his answer, but I don’t want this dream to end....

 

 

 1160258-7aa73b5af9a35f1438b03de89996e456.jpg

Ruskin Bond (Kasauli, 19 mei 1934)

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 19e mei ook mijn vorige blog van vandaag.
Geschreven door Romenu om 11:12 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

De blogger leest alles eerst na: je tekst verschijnt zodra die goedgekeurd is.

Lorraine Hansberry, Fritz Rudolf Fries, Rahel Varnhagen, Anna Jameson

De Amerikaanse schrijfster Lorraine Hansberry werd geborenop 19 mei 1930 in Chigago. Zie ook alle tags voor Lorraine Hansberry op dit blog.

 

Uit: A Raisin in the Sun

 

“Mama: You must not dislike people ’cause they well off, honey.

Beneatha: Why not? It makes just as much sense as disliking people ’cause they are poor, and lots of people do that.

Ruth: [a wisdom-of-the-ages manner. To Mama] Well, she’ll get over some of this –

Beneatha: Get over it? What are you talking about, Ruth? Listen,

I’m going to be a doctor. I’m not worried about who I’m going to marry yet – if I ever get married.

Mama and Ruth: If!

Mama: Now, Bennie –

Beneatha: Oh, I probably will … but first I’m going to be a doctor, and George, for one, still thinks that’s pretty funny. I couldn’t be bothered with that. I am going to be a doctor and everybody around here better understand that!

Mama: [kindly ] ’Course you going to be a doctor, honey, God willing.

Beneatha: [drily ] God hasn’t got a thing to do with it.

Mama: Beneatha – that just wasn’t necessary.

Beneatha: Well – neither is God. I get sick of hearing about God.

Mama: Beneatha!

Beneatha: I mean it! I’m just tired of hearing about God all the time. What has He got to do with anything? Does he pay tuition?

Mama: You ’bout to get your fresh little jaw slapped!

Ruth: That’s just what she needs, all right!

Beneatha: Why? Why can’t I say what I want to around here, like everybody else?”

 

 

1160253-19656a7ac6c3faa0f42a22eb4b9d42e4.jpg
Lorraine Hansberry (19 mei 1930 – 12 januari 1965)

 

 

 

 

De Duitse schrijver en vertaler  Fritz Rudolf Fries werd geboren op 19 mei 1935 in Bilbao als zoon van een Duitse koopman. Zie ook alle tags voor Fritz Rudolf Fries op dit blog.

 

Uit: Der Weg nach Oobliadooh

 

„… hinter Schwaden von Tabakrauch und in den leisen Passagen in ihrer Musik beinahe zugedeckt von den unbekümmert geführten Gesprächen am Tisch, die Ostinato waren, durchaus anregend gedacht wie die ständige Begleitung auf dem Schlagzeug, unterbrochen oder gesteigert durch das Klirren eines zerbrochenen Glases, das Aufschlagen der Bestecke auf einem geleerten Teller und der unerwartet in die Höhe steigenden Spirale eines Lachens, das auch das der Sängerin sein konnte, die auch heute auf ihre Gardenie im Haar nicht verzichtet hatte und deren abgezehrter Körper unmöglich diese Stimme beherbergen konnte, die stammelte wie ein kleines Mädchen und dann wieder stöhnte wie eine auf den Wogen der Lust reitende Geliebte, und die ihre Kollegen animierte, aus ihren Trompeten und Saxophonen, Gitarren und Bässen die letzten Geständnisse herauszupressen, die sie der Sängerin und uns machen wollten, an diesem Abend und dann nie wieder.“

 

 

1160253-dda9b354babdcaf2f4691ce161366a7e.jpg 

Fritz Rudolf Fries (Bilbao, 19 mei 1935)

 

 

 

 

De Duitse schrijfster Rahel Varnhagen werd geboren op 19 mei 1771 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Rahel Varnhagen op dit blog.

 

Uit: Gedanken, Beobachtungen und Erinnerungen

 

„Viel sprechen würd' ich immer, weil ich viel denke. Hierüber mündlich: daß das nämlich ein Irrtum ist, zu glauben, daß die, welche viel denken, schweigen. Wer plappert, freilich, der hat keine Zeit zum Denken. Aber wer Ideen hat, muß sie mitteilen.

Ehrlich sein im Denken, dann ist man wahr. Und nur die Wahrheit ist Heil! Wer ohne sie ist, altert; die Runzeln allein machen nicht altern. Daher auch kommt es, daß ich die nicht altern sehe, die ich liebe.

Wenn jemand sagte: »Sie glauben wohl, es ist so etwas Leichtes, originell zu sein! Nein, man muß sich viel Mühe geben; und es kostet ein ganzes Leben voll Anstrengung«, so würde man ihn nur für verrückt halten und gar keine Frage mehr anstellen. Und doch wäre die Behauptung ganz wahr und dabei ganz simpel. Originell wäre gewiß jeder Mensch und müßte es sein, wenn die Menschen nicht beinahe immer ganz unverzehrte Sprüche in ihrem Kopf annähmen und auch so wieder hinausließen. Wer sich ehrlich fragt und sich aufrichtig antwortet, ist mit allem, was ihm im Leben vorkommt, immerfort beschäftigt und erfindet unablässig, es sei auch noch so oft und lange vor ihm erfunden worden.

Es gehört Ehrlichkeit zum Denken, und es gibt gewiß beinah so wenig absolute Stumpfköpfe als Genies... . Imbéciles [Schwachköpfe] wären gewiß immer originell; es gibt aber fast keinen reinen; sie haben meist noch Verstand genug, unehrlich zu sein.“

 

 

 1160253-687e1f18b4ae04c1e57b8390a35c3097.jpg

Rahel Varnhagen (19 mei 1771 – 7 maart 1833)

 

 

 

 

De Britse schrijfster Anna Jameson werd geboren op 19 mei 1797 in Dublin. Zie ook alle tags voor Anna Jameson op dit blog.

 

Uit: The Diary of an Ennuyée

 

„July 12.—"Quel est à Paris le suprême talent? celui d'amuser: et quel est le suprême bonheur? l'amusement."

Then le suprême bonheur may be found every evening from nine to ten, in a walk along the Boulevards, or a ramble through the Champs Elysées, and from ten to twelve in a salon at Tortoni's.

What an extraordinary scene was that I witnessed to-night! how truly French! Spite of myself and all my melancholy musings, and all my philosophic allowances for the difference of national character, I was irresistibly compelled to smile at some of the farcical groups we encountered. In the most crowded parts of the Champs Elysées this evening (Sunday), there sat an old lady with a wrinkled yellow face and sharp features, dressed in flounced gown of dirty white muslin, a pink sash and a Leghorn hat and feathers. In one hand she held a small tray for the contribution of amateurs, and in the other an Italian bravura, which she sung or rather screamed out with a thousand indescribable shruggings, contortions, and grimaces, and in a voice to which a cracked tea-kettle, or a "brazen candlestick turned," had seemed the music of the spheres. A little farther on we found two elderly gentlemen playing at see-saw; one an immense corpulent man of fifteen stone at least, the other a thin dwarfish animal with gray mustachios, who held before him what I thought was a child, but on approaching, it proved to be a large stone strapped before him, to render his weight a counterpoise to that of his huge companion. We[Pg 4] passed on, and returning about half an hour afterwards down the same walk, we found the same venerable pair pursuing their edifying amusement with as much enthusiasm as before.“

 

 

 1160253-bc519e1549cd7d318db4f9557c7959b8.jpg

Anna Jameson (17 mei 1797 – 17 maart 1860)

Geschreven door Romenu om 11:08 Reageer op dit bericht

Constantin Göttfert

De Oostenrijkse dichter en schrijver Constantin Göttfert werd op 19 mei 1979 in Wenen geboren. Zie ook mijn blog van 29 december 2010.

 

Uit: Im Hotelzimmer

“Auf dem Bett lagen ein Mann und eine Frau, beide völlig nackt. In einem Anflug von Zärtlichkeit hatte er eben ihren Kopf zu sich herangezogen, mit beiden Händen hielt er ihn jetzt, ihre spitzen Ohren zwischen Zeige- und Mittelfinger eingeklemmt, als das Telefon am Nachtkästchen kurz klingelte, nicht öfter als zwei oder dreimal, lang genug jedoch, um ihn aus seinem Tagtraum zu reißen.
  Es war ein grünes Tastentelefon. Wählen Sie 0 für den Zimmerservice stand dort in mehreren Sprachen. Es ängstigte ihn. Er wollte jetzt alles fallenlassen und aufstehen, den riesigen Zimmerschlüssel aus dem Aschenbecher nehmen, aber er hatte nicht die Kraft dazu.
  Die Balkontür war nur angelehnt, er hörte die Brandung und die Möwen, die über den nackten, roten Felsen gegen den Wind ankämpften, er hörte ihr Kreischen wie das von Kindern. Eine graue Wolkenschicht überdeckte das Dorf mit seinen unzähligen Giebeln und Kirchturmspitzen, hüllte es ein, verschlang es.
  Eine Hitze stieg in ihm hoch. Er musste sich darüber klar werden, wo er war. Der Kopf der jungen Frau lag in seinen Handschalen, immer noch waren ihre Augen geschlossen. Der Ausdruck in ihrem Gesicht erschien ihm jetzt vielmehr unverbindlich als liebevoll, ein Lächeln wie es Zimmermädchen hatten, die in Anwesenheit des Gastes die Decke glatt strichen. Sie schlief noch fest, er wollte sie nicht wecken.”

 

 

1305635-c2408aed556edc2b5841536019d1c27a.jpg
Constantin Göttfert (Wenen, 19 mei 1979)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Markus Breidenich, Yi Mun-yol, W.G. Sebald, François Nourissier, Gunnar Gunnarsson, Ernst Wiechert, Omar Khayyam

De Duitse dichter en schrijver Markus Breidenich werd geboren in Düren op 18 mei 1972. Zie ook alle tags voor Markus Breidenich op dit blog.

 

 

Poesie, seismisch

 

Sterntasten. Jede Form der Berührung. Drahtlos
ist der Anruf der Götter. Fragiles Gelände.
Klingeltonscherben. Im Mondscheintarif. Könnte sein:
Ein Handyschütteln. Das Rauschen eines Bauchs. SMS.
Oder auch: der Boden unter Füßen.
Auf Richterskalen, zwischen fünf und sechs. Morgens,
im Türrahmen eines Partykellers. Sicher.

 

 

 

Grauer Star

 

Die alten Lider. Im Scheinwerferlicht
noch einmal der große Wurf eines
Schattens. Für Augenblicke. Für jetzt

ist diese Landschaft von Höhen und
Tiefen ein immer noch schöner
Fleck auf der Retina. Etwas, das

dunkler wird. Trübe hinter den Linsen.
Aber nicht unterzukriegen ist. Ein
Mythos. Ein stilles, spätes Come back.

 

 

 

1159969-3f038307544c02cea1975192e90347dd.jpg 

Markus Breidenich (Düren, 18 mei 1972)

 

 

 

 

De Zuidkoreaanse schrijver Yi Mun-yol werd geboren op 18 mei 1948 in Yongyang. Zie ook alle tags voor Yi Mun-yol op dit blog.

 

Uit: L'île anonyme (Vertaald door Patrick Maurus)

 

„Au début du printemps de cette année-là, je venais tout juste de quitter l'école normale, et ma pre- mière affectation avait été une école primaire perdue dans un coin de province dont je n'ai pas particulièrement envie de dévoi- ler le nom. Le village en question était à soixante lis* de la bourgade où se trouvait la sous-préfecture, et, pour atteindre cette campagne, il fallait franchir deux cols escarpés au-delà desquels personne ne semblait vivre. En descendant le premier jour à l'arrêt du bus, sur la route en pente, je m'étais soudain sentie envahie par un terrible sentiment de solitude. Les hautes montagnes étaient comme les murs d'une prison où j'allais devoir passer le restant de mes jours, et le village au loin, malgré sa centaine de maisons, semblait une ruine déserte. Quant à l'école que je devais chercher, elle restait invisible, ensevelie dans l'ombre d'une montagne. 

Entre-temps, les deux ou trois personnes qui étaient descendues du bus avec moi avaient déjà disparu, j'ai fait quelques pas, pensant demander mon chemin à l'épicerie de l'endroit. Avais-je fait trois ou quatre pas? Le sentiment d'être transpercée par une lueur aiguë m'a immobilisée. J'ai regardé devant moi, il n'y avait qu'un type assis sur l'estrade de l'épicerie et qui me toisait d'un air distrait. Son pantalon usé et crasseux était fait d'une étoffe méconnaissable et en guise de veste il portait une parka militaire teinte en noir, aux manches élimées, aux boutonnières déchirées. J'ai examiné son visage, m'interrogeant sur la provenance de cette lueur perçante. Un visage émacié, mat, le nez assez haut, des pommettes... A cet instant précis, j'ai senti à nouveau la lueur transpercer ma peau. C'était bien son regard, l'instant d'après couvert d'un voile de folie.“ 

 

 

 1159969-219472086634ee259b5e3f2e0307316a.jpg

Yi Mun-yol (Yongyang, 18 mei 1948)

 

 

 

 

De Duitse schrijver W.G. Sebald werd geboren in Wertach (Allgäu) op 18 mei 1944. Zie ook alle tags voor W. G. Sebald op dit blog.

 

Uit: Austerlitz  (Vertaald door Anthea Bell).

 

„Although Austerlitz did not reappear in the Glove Market in Antwerp that June day in 1967 on which, in the end, I went out to Breendonk, our paths kept crossing, in a way that I still find hard to understand, on all my Belgian excursions of that time, none of them planned in advance. A few days after our first encounter in the Salle des pas perdus of the Centraal Station, I met him again in an industrial quarter on the southwestern outskirts of the city of Liege, which I had reached towards evening, coming on foot from St. Georges-sur-Meuse and Flemalle. The sun was just breaking once again through the inky blue wall of cloud heralding a storm, and the factory buildings and yards, the long rows of terraced housing for the laborers, the brick walls, the slate roofs, and the windowpanes shone as if a fire were glowing within them.

When the rain began lashing down on the streets I took refuge in a tiny bar called, as I remember, the Cafe des Esperances, where to my considerable surprise I found Austerlitz bent over his notes at one of the Formica tables. On this second meeting, as on all subsequent occasions, we simply went on with our conversation, wasting no time in commenting on the improbability of our meeting again in a place like this, which no sensible person would have sought out. From where we sat until late that evening in the Cafe des Esperances, you could look through a back window down into a valley, perhaps a place of water meadows in the past, where now the reflected light from the blast furnaces of a gigantic iron foundry glared against the dark sky, and I remember clearly how, as we both gazed intently at this spectacle, Austerlitz launched into a discourse of over two hours on the way in which, during the nineteenth century, the vision of model towns for workers entertained by philanthropic entrepreneurs had inadvertently changed into the practice of accommodating them in barracks just as our best-laid plans, said Austerlitz, as I still remember, always turn into the exact opposite when they are put into practice.“

 

 

 1159969-650bb5da47c36f6f56c21479176af8d4.jpg

W.G. Sebald (18 mei 1944 – 14 december 2001)

 

 



De Franse schrijver
François Nourissier werd geboren op 18 mei 1927 in Parijs. Zie ook alle tags voor François Nourissier op dit blog.

 

Uit: Lettre à mon chien

 

« Je me suis souvent demandé, au long des insomnies, quand j’écoute ta respiration, quand tu pèses de tout ton abandon sur ma jambe ou mon dos, ou lors de ces quelques nuits blanches passées à te veiller, je me suis demandé ce que signifient ces excès de ma tendresse pour toi, cette peur viscérale de te voir souffrir ou de te sentir menacée. « Fertiliser le cœur », c’est vite dit. Je tourne autour de cette espèce de maladie du sentiment sans parvenir à l’expliquer. Seules peuvent évoquer mon angoisse à ton endroit celles qu’il m’arriva de ressentir à imaginer mes enfants blessés, ou la maladie et la mort d’une femme aimée. J’insiste là-dessus : il s’agit de la même qualité de sentiment. Je n’établis pas une hiérarchie entre ce que les humains éveillent en moi de compassion ou de tendresse, et ce que j’essaie d’expliquer ici te concernant. Le ferais-je, je mentirais, puisque cette similitude des angoisses, cette ressemblance entre des amours réputés différents que je voudrais, les soulignant, les approfondissant, expliquer. Je n’y arriverai pas, je commence à le savoir. Au moins serais-je heureux si j’allégeais les scrupules de quelques-uns de ceux qui, comme moi, feignent de s’inquiéter de leur attachement à tes copains alors qu’il les émerveille. »

 

 

1159969-3c0519b9d8722dc070471ac61329b566.jpg 

François Nourissier (18 mei 1927 – 15 februari 2011)

 

 

 

 

De IJslandse dichter en schrijver Gunnar Gunnarsson werd geboren op 18 mei 1889 in  Fljótsdalur. Zie ook alle tags voor Gunnar Gunnarsson op dit blog.

 

Uit: Father And Son (Vertaald door Peter Foote)

 

“Snjolfur's wife worked at fish-drying for the factor in the summer months, but good drying-days could not be counted on and the money was not much. She lived just long enough to bring little Snjolfur into the world, and the last thing she did was to decide his name. From then on, father and son lived alone in the cabin.

Little Snjolfur had vague memories of times of desperate misery. He had to stay at home through days of unrelieved torment and agony. There had been no one to look after him while he was too small to go off in the boat with his father, and old Snjolfur was forced to tie the boy to the bed-post to keep him out of danger in his absence. Old Snjolfur could not sit at home all the time: he had to get something to put in the pot.

The boy had more vivid memories of happier times, smiling summer days on a sea glittering in the sunshine. He remembered sitting in the stern and watching his father pulling in the gleaming fish. But even those times were mingled with bitterness, for there were days when the sky wept and old Snjolfur rowed out alone.

But in time little Snjolfur grew big enough to go off with his father, whatever the weather. From then on they contentedly shared most days and every night: neither could be without the other for more than a minute. If one of them stirred in his sleep, the other was awake on the instant; and if one could not get to sleep, the other did not close his eyes either.

One might think that it was because they had a lot to talk about that they were so wrapped up in each other. But that was not so. They knew each other so well and their mutual confidence was so complete that words were unnecessary. For days on end no more than scattered phrases fell between them; they were as well content to be silent together as to be talking together. The one need only look at the other to make himself understood.“

 

 

 1159969-9e273a4d3ccc824db68834c2e9438390.jpg

Gunnar Gunnarsson (18 mei 1889 – 21 november 1975)



 


De Duitse dichter en schrijver
Ernst Wiechert werd geboren op 18 mei 1887 in Kleinort bij Sensburg in Oostpruisen.(Tegenwoordig Polen). Zie ook alle tags voor Ernst Wiechert op dit blog.

 

Uit: Der Knecht Gottes Andreas Nyland

 

„Ich war im Zorn von Gott gegangen. Schon im "Wald" hatte ich die Faust an seine Tür geschlagen, weil der Soldat, durch das Chaotische das wahre Antlitz der Welt erblickend, von ihr hatte sagen müssen. "Und siehe, es war nicht gut."
Ich ging durch die Zeit wie durch eine finstere Nacht. Die Gründe wankten, und unter den Sternen lag ein Licht wie über den Küsten von Patmos. Allerorten geschah die Geburt der Propheten, und aus Leidenschaft und Schmerz entstand der "Totenwolf". Nicht mehr schlug ich nur an Gottes Tür. Ich riß sie auf und stand vor seinem Thron, und ohne Demut sprach ich, hart und böse, als sitze ein schuldiger Mensch vor meiner Klage. Und hart und böse verließ ich sein Haus, um in die leere Welt zu gehen.
Sie war leer. So leer, daß ich vor ihr stand wie vor einem gläsernen Haus, durch das ich hindurchblicken konnte. Wand und Raum, und dahinter sah ich die Öde des Tages und die Dumpfheit der Nacht. Da ging ich an die Grenzen der Welt und setzte mich nieder, dem Leben den Rücken wendend, und begann zu bedenken, was mein Leben bisher erfüllt hatte: Menschen und Dinge, Amt und Tätigkeit, Religionen und Parteien. Und als ich das alles zwischen meinen Fingern hin und her wendete, als ich von allem den Staub wischte, mit dem der Lärm der Jahre und der Straßen es bedeckt hatte, da erschrak ich tief. Denn es zerbröckelte zwischen meinen Händen, was mir als ewig erschienen war: es verblaßte vor meinen Augen, was glänzend am Rand meiner Träume gestanden hatte.
Und was zurückblieb, aller Namen und Dogmen entkleidet, ein paar Menschen, Erkenntnisse und Bewußtheiten: es hob sich wie aus einem tiefen Wasser, anderen Zeiten und Welten angehörig.

 

 

 1159969-f626f9bbeadf3bb99d007c4a77d420d5.jpg

Ernst Wiechert (18 mei 1887 – 24 augustus 1950)

Portret door K. William Kapp

 

 

 

 

De Perzische dichter Omar Khayyám, of zoals zijn arabische naam luidt, al-Imâm Abu Hafs 'Omar ebn Ebrâhim al-Khayyâmi, werd geboren op 18 mei 1048 te Nishapur. Zie ook alle tags voor Omar Khayyám op dit blog.

 

Uit: De Rubáiyát (Omar Khayam)

 

 

IX
Uit de taveerne klonk een stem op straat:
‘o drinkens zot, die u te buiten gaat,
sta op en vul de schenkpint van den wijn,
voordat gevuld wordt van u zelf de maat.'

 

 

X
Hoe lang nog zal ik om mijn toekomst beven?
hoe lang om mijn geluk in zorgen zweven?
schenk in; ik weet niet eenmaal of ik thans
de ingehaalde lucht weer uit zal geven.


XI
De kan gevuld ... en vorst Mahmoed regeert,
de harpe klinkt ... en David psalmodeert,
wat was, wat zijn zal, wil er niet om geven,
geniet wat is; een dwaas die meer begeert.

 

 

 

Vertaald door J.H. Leopold.

 

 

1159969-b6ec9ac4e0c34f3f8eeea052750ffd8e.jpg 

Omar Khayyam (18 mei 1048 - 4 december 1131)

Illustratie uit De Rubáiyát

 



Zie voor nog meer schrijvers van de 18e mei ook
mijn blog van 18 mei 2011 deel 2.
Geschreven door Romenu om 18:59 Reageer op dit bericht

Christi Himmelfahrt (Annette von Droste-Hülshoff)


Bij Hemelvaart

 

 

 1158805-ce61fa8b2d8c24b369303aec1801bb2e.jpg

'L’Ascensione di Cristo' door Il Garofalo, 1510-1520

 

 

 

Christi Himmelfahrt

 

Er war ihr eigen drei und dreißig Jahr.

Die Zeit ist hin, ist hin!

Wie ist sie doch nun alles Glanzes bar,

Die öde Erd', auf der ich atm' und bin!

Warum durft' ich nicht leben, als sein Hauch

Die Luft versüßte, als sein reines Aug'

Gesegnet jedes Kraut und jeden Stein?

Warum nicht mich? Warum nicht mich allein

O Herr, du hättest mich gesegnet auch!

 

Dir nachgeschlichen wär' ich überall

Und hätte ganz von fern,

Verborgen von gebüschesgrünem Wall,

Geheim betrachtet meinen liebsten Herrn.

Zu Martha hätt' ich bittend mich gewandt

Um einen kleinen Dienst für meine Hand:

Vielleicht den Herd zu schüren dir zum Mahl,

Zum Quell zu gehn, zu lüften dir den Saal –

Du hättest meine Liebe wohl erkannt.

 

Und draußen in des Volkes dichtem Schwarm

Hätt' ich versteckt gelauscht,

Und deine Worte, lebensreich und warm,

So gern um jede andre Lust getauscht;

Mit Magdalena hätt' ich wollen knien,

Auch meine Träne hätte sollen glühn

Auf deinem Fuß; vielleicht dann, ach, vielleicht

Wohl hätte mich dein selig Wort erreicht:

Geh hin, auch deine Sünden sind verziehn!

 

Umsonst! Und zwei Jahrtausende nun fast

Sind ihrem Schlusse nah',

Seitdem die Erde ihren süßen Gast

Zuletzt getragen in Bethania.

Schon längst sind deine Märtyrer erhöht,

Und lange Unkraut hat der Feind gesät;

Gespalten längst ist deiner Kirche Reich,

Und trauernd hängt der mühbeladne Zweig

An deinem Baume; doch die Wurzel steht.

 

Geboren bin ich in bedrängter Zeit;

Nach langer Glaubensrast

Hat nun verschollner Frevel sich erneut;

Wir tragen wieder fast vergeßne Last,

Und wieder deine Opfer stehn geweiht.

Ach, ist nicht Lieben seliger im Leid?

Bist du nicht näher, wenn die Trauer weint.

Wo Drei in deinem Namen sind vereint,

Als Tausenden in Schmuck und Feierkleid?

 

'S ist sichtbar, wie die Glaubensflamme reich

Empor im Sturme schlägt,

Wie Mancher, der zuvor Nachtwandlern gleich,

Jetzt frisch und kräftig seine Glieder regt.

Gesundet sind die Kranken; wer da lag

Und träumte, ward vom Stundenschlage wach;

Was sonst zerstreut, verflattert in der Welt,

Das hat um deine Fahne sich gestellt,

Und jeder alte, zähe Firnis brach.

 

Was will ich mehr? Ist es vergönnt dem Knecht,

Die Gabe seines Herrn

Zu meistern? Was du tust, das sei ihm recht!

Und ist dein Lieben auch ein Flammenstern,

Willst läutern du durch Glut, wie den Asbest,

Dein Eigentum von fauler Flecken Pest:

Wir sehen deine Hand und sind getrost,

Ob über uns die Wetterwolke tost,

Wir sehen deine Hand und stehen fest.

 

 

 

 1158805-d604de6403b6ca9f47829bd43742776b.jpg

Annette von Droste-Hülshoff (10 januari 1797 – 24 mei 1848)

Burcht Hülshoff bij Münster op een ansichtkaart

 

 

 

Zie voor de schrijvers van de 17e mei ook mijn vorige blog van vandaag.
Geschreven door Romenu om 10:03 Reageer op dit bericht

Lars Gustafsson, Peter Høeg, Gary Paulsen, Dennis Potter, Henri Barbusse

De Zweedse dichter en schrijver Lars Gustafsson werd geboren in Västeras, op 17 mei 1936. Zie ook alle tags voor Lars Gustafsson op dit blog.

 

 

Elegie auf einen Labrador

 

Mitten im Sommer gibt es bei uns Tage,

an denen es plötzlich Herbst ist.

Die Krähen im Baum schlagen schärfere Töne an.

Die Klippen ragen deutlicher aus dem See als sonst.

Sie wissen etwas. Sie haben es immer gewußt.

Wir auch, doch wollen wir nichts davon wissen.

Auf dem Heimweg bist du oft am Bug gestanden,

an solchen Abenden, hast den Gerüchen nachgespürt,

die übers Wasser kamen, mit ruhig gesammelten Blick,

den Abend entziffert, die schwache Rauchfahne

eines Sommerhauses, den Pfannkuchen, der irgendwo

drei Kilometer weiter briet, einen Dachs bemerkt,

der ich weiß nicht wo in der Dämmerung stand

und etwas witterte, ganz wie du. Unsere Freundschaft

war natürlich ein Kompromiß: wir lebten zusammen

in zwei verschiedenen Welten, der meinigen

mit ihren Buchstaben, einem lebenslänglichen Text,

und der deinen mit ihren Gerüchen. Ich hätte viel

für deine Kenntnisse gegeben, für dein Vermögen,

ein Gefühl wie Eifer, Haß oder Liebe wie eine Welle

über den ganzen Körper hinlaufen zu lassen

von der Nase bis zum Schwanz, für deine Unfähigkeit,

dich damit abzufinden, daß der Mond eine Tatsache ist.

Bei Vollmond hast du dich lauthals darüber beklagt.

Als Gnostiker warst du mir überlegen, und somit

hast du dauernd im Paradies gelebt. Auch pflegtest du

Schmetterlinge aufzuschnappen im Sprung und sie dann

hinunterzuschlucken. Abstoßend fanden manche das.

Mir gefiel es. Warum habe ich es dir darin

nie gleichtun können? Und dann die Türen!

Waren sie zu, so legtest du dich hin und schliefst ein;

irgend jemand würde sie sicherlich öffnen,

früher oder später. Du hattest recht. Ich hatte unrecht.

Heute, da diese lange, stumme Freundschaft vorbei ist

für immer, frage ich mich, ob auch ich am Ende

etwas konnte, was dir imponiert hat. Ich meine nicht

deinen festen Glauben, daß ich es war, der die Gewitter

hervorrief. Das war ein Wahn. Ich denke eher,

mein sichres Gefühl dafür, daß der Ball vorhanden war,

auch wenn er sich hinter dem Sofa versteckt hielt,

hat dir eine Ahnung verschafft von meiner Welt.

Fast alles in meiner Welt hält sich versteckt

hinter etwas anderem. Ich nannte dich  “Hund”.

Ich frage mich ganz im Ernst: Hast du mich wohl

für einen größern, lauteren “Hund” gehalten,

oder für etwas anderes, etwas für immer Unbekanntes,

das einfach ist, was es ist, und existiert

auf seine Weise und damit basta: den Pfiff

durch den nächtlichen Park, dem zu folgen

man sich angewöhnt hat ohne so recht zu wissen,

was das ist, dem man folgt. Und ich

wußte ebensowenig von dir und davon, was du warst.

Von diesem objektiveren Standpunkt aus

waren wir zwei Organismen, zwei jener Orte,

an denen das Universum sich in sich selber

verknotet, verwickelt, kurzlebige, komplexe Strukturen

aus Eiweiß, die sich immer weiter verheddern müssen,

um zu überleben, bis das Ganze versagt

und sich wieder vereinfacht, der Knoten sich löst,

das Rätsel verschwindet. Du warst eine Frage,

gerichtet an eine andere Frage, sonst nichts,

und keine von beiden konnte der andern Antwort geben.

 

 

 

Vertaald door Hans Magnus Enzensberger

 

 

 1158800-f8d853090e131d453925a57c33f4e982.jpg

Lars Gustafsson (Västeras, 17 mei 1936)

 

 

 

 

De Deense schrijver Peter Høeg werd geboren in Kopenhagen op 17 mei 1957. Zie ook alle tags voor Peter Høeg op dit blog.

 

Uit: The Quiet Girl (Vertaald door Nadia Christensen)

 

„SheAlmighty had tuned each person in a musical key, and Kasper could hear it. Best in the brief, unguarded moments when people were nearby but didn't yet know he was listening. So he waited by the window, as he was doing now.

It was cold. The way it could be only in Denmark, and only in April. When, in mad enthusiasm for the spring light, people turned off the central heating, brought their fur coats to the furrier, dispensed with their long underwear, and went outside. And only when it was too late, discovered that the temperature was at freezing, the relative humidity 90%, and the wind was from the north and went straight through clothing and skin, deep into the body, where it wrapped itself around the heart and filled it with Siberian sadness.

The rain was colder than snow, a heavy, fine rain that fell like a gray silk curtain. From behind that curtain a long black Volvo with tinted windows appeared. A man, a woman, and a child got out of the car, and at first it looked promising.

The man was tall, broad-shouldered, used to getting his own way—and capable of having a powerful impact on those around him if he didn't. The woman was blond as a glacier and looked like a million bucks; she also looked smart enough to have earned it herself. The little girl had dignity and wore expensive clothes. It was like a tableau of a holy, wealthy family.

They reached the center of the courtyard, and Kasper got his first sense of their musical key. It was D-minor, at its worst. As in Toccata and Fugue in D-Minor. Great fateful pillars of music.

Then he recognized the little girl. At that precise moment the silence occurred.

It was very brief, perhaps a second, perhaps not at all. But while it lasted, it obliterated reality. It took away the courtyard, the rehearsal ring, Daffy's office, the window. The bad weather, the April month. Denmark. The present time.

Then it was over. Vanished, as if it had never existed“.

 

 

 1158800-9e6eaf68b3241e6ecb1eb36b806216c9.jpg

Peter Høeg (Kopenhagen, 17 mei 1957)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Gary Paulsen werd geboren op 17 mei 1939 in Minneapolis, Minnesota. Zie ook alle tags voor Gary Paulsen op dit blog.

 

Uit: Brian's Return

 

„Brian sat quietly, taken by a peace he had not known for a long time, and let the canoe drift forward along the lily pads. To his right was the  shoreline of a small lake he had flown into an hour earlier. Around him was the lake itself, an almost circular body of water of approximately  eighty acres surrounded by northern forest—pine, spruce, poplar and birch—and thick brush.
It was late spring—June 3, to be exact—and the lake was teeming, crawling, buzzing and flying with life. Mosquitos and flies filled the  air, swarming on him, and he smiled now, remembering his first horror at the small blood drinkers. In the middle of the canoe he had an old coffee  can with some kindling inside it, and a bit of birchbark, and he lit them and dropped a handful of green poplar leaves on the tiny fire. Soon smoke  billowed out and drifted back and forth across the canoe and the insects left him. He had repellant with him this time—along with nearly two  hundred pounds of other gear—but he hated the smell of it and found it didn't work as well as a touch of smoke now and then. The blackflies and  deerflies and horseflies ignored repellant completely—he swore they seemed to lick it off—but they hated the smoke and stayed well off the  canoe.

The relief gave him time to see the rest of the activity on the lake. He remained still, watching, listening.“

 

 

1158800-d292541243388f950ae30273d68903e2.jpg
Gary Paulsen (Minneapolis, 17 mei 1939)

 

 

 

 

De Britse schrijver Dennis Potter werd geboren op 17 mei 1935 in Forest of Dean, Gloucestershire. Zie ook alle tags voor Dennis Potter op dit blog.

 

Uit: Dennis Potter: Showing 'The Very Age and Body of the Time His Form and Pressure' (Dissertatie van Paul A. Ferguson)

 

'Adieu, Adieu, Adieu. Remember Me': Karaoke and Cold Lazarus

There's an uneasy moment towards the end of the third episode of Cold Lazarus when, as Martina Matilda Masdon speaks across the Atlantic via autocube to Emma Porlock, the writing begins to seem profoundly awkward, uncharacteristic, forced, un-natural even:

 

Masdon: … register what I have to say.
Emma: I am registering, Ms Masdon.
Masdon's voice: First, why do you behave in a way that could lead an uncharitable person to conclude that you are a nasty two-faced, two-timing sewer rat?
Emma: Which uncharitable person would that be, Ms Masdon? I only know of one such.

 

It may seem uncharitable of me to mention such a lapse, and indeed in so doing it might be seen as a progression down the slope towards the subjective 'nastiness' of Literary Criticism indicated by Philip Marlow with 'swine to the left of [me], swine to the right of [me], grunt grunt'. But then that would be to assume, again uncharitably, that in making such a point I merely wanted to say that Potter 'didn't write this bit very well'. Although evidently a point of departure, this is not my intention.“

 

 

1158800-b4cb375da337e6e2e16823a053870b6c.jpg
Dennis Potter (17 mei 1935 – 7 juni 1994)

 

 

 


De Franse dichter en schrijver
Henri Barbusse werd geboren op 17 mei 1873 in Asnières-sur-Seine. Zie ook alle tags voor Henri Barbusse op dit blog.

 

 

La Pleureuse

 

Oh bien des fois, au gré du rêve où tu te penches,

Tu vis le hameau calme avec ses maisons blanches,

Et la paix de l’azur a fait pleurer ta paix.

Et bien des fois, la nuit, lorsque tu regardais,

J’ai senti ta douleur monter jusqu’aux étoiles,

Et te vis épier dans l’ombre aux ombres pâles

Cet immense malheur qu’on ne peut pas savoir...

Lorsque nous regardons monter la mer du soir,

Ainsi que deux faux dieux sur les mornes rivages,

Nous voyons devant nous passer de grands veuvages

Et c’est ton désespoir qui souffre avec douceur.

Désert de ton frisson, pauvreté de ton cœur !

Et tu vas inquiète, et très calme et très seule,

Ô si jeune âme avec des mains comme une aïeule,

Toi qui, pauvre rêveuse, avais aux temps lointains

Dans les nuits de bonheur des songes enfantins,

Qui, bercée à la voix d’aurore qui se lève

Et souriante encor d’une écharpe de rêve,

Dans le ciel du matin n’as trouvé que l’azur !

Si le dieu de cœur simple est le seul dieu très pur,

Pleure la grande vie et tout ce que vous faites,

Ô vous qui souriez, ô ceux que tu rachètes

Quand lasse, dans les champs d’étés et de sommeil,

Tu sens se dévaster la pitié du soleil !

Et je te dis souvent que nous sommes sublimes

Et qu’il est un mystère, et que nous l’entendîmes ;

Et je te dis cela quand nous nous effleurons,

Quand le demi-sommeil laisse errer nos deux fronts

Et que la lampe est douce au fond de l’âme close...

Et sans me regarder, tu pleures d’autre chose.

 

 

 1158800-94dac48abd3a84f9f5a512839cd12ff0.jpg

Henri Barbusse (17 mei 1873 –30 augustus 1936)


Zie voor nog meer schrijvers van de 17e mei ook mijn blog van 17 mei 2011 deel 2.

Geschreven door Romenu om 09:58 Reageer op dit bericht

Adrienne Rich, Paul Gellings, Friedrich Rückert, Jakob van Hoddis

De Amerikaanse dichteres Adrienne Rich werd 16 mei 1929 geboren te Baltimore. Adrienne Rich overleed op 27 maart van dit jaar op 82-jarige leeftijd. Zie ook alle tags voor Adrienne Rich op dit blog.

 

 

Quarto
June 8, 2009

 

1.
Call me Sebastian, arrows sticking all over
The map of my battlefields. Marathon.
Wounded Knee. Vicksburg. Jericho.
Battle of the Overpass.
Victories turned inside out
But no surrender

Cemeteries of remorse
The beaten champion sobbing
Ghosts move in to shield his tears

 

2.
No one writes lyric on a battlefield
On a map stuck with arrows
But I think I can do it if I just lurk
In my tent pretending to
Refeather my arrows

I'll be right there! I yell
When they come with their crossbows and white phosphorus
To recruit me
Crouching over my drafts
lest they find me out
and shoot me

 

3.
Press your cheek against my medals, listen through them to my heart
Doctor, can you see me if I'm naked?

Spent longer in this place than in the war
No one comes but rarely and I don't know what for

Went to that desert as many did before
Farewell and believing and hope not to die

Hope not to die and what was the life
Did we think was awaiting after

Lay down your stethoscope back off on your skills
Doctor can you see me when I'm naked?

 

4.
I'll tell you about the mermaid
Gets legs for dancing Sheds swimmable tail
Sings like the sea with a choked throat
Knives straight up her spine
Lancing every step
There is a price
There is a price
For every gift
And all advice 

 

 

 1158502-3f7ed7e043cbb0697680e544da7e7f34.jpg

Adrienne Rich (16 mei 1929 – 27 maart 2012)

 

 

 

 

De Nederlandse dichter en vertaler Paul Johann Gellings werd geboren in Amsterdam op 16 mei 1953. Zie ook alle tags voor Paul Gellings op dit blog.

 

 

De peperbus spreekt

 

De dichter van de stad kijkt uit zijn zolderraam.
Dat doet hij iedere ochtend en bijna iedere avond.
Hij zoekt een tel en ziet mij in de verte staan.

 

Even luistert hij naar het spelen van de beiaardier
en droomt mij op de voorplecht van een stenen schip
dat onverstoorbaar meevaart met de aarde hier.

 

In de romp valt soms de zon door glas in lood,
soms trillen kaarsenvlammen in het halfdonker,
gebeden, vragen over het leven en de dood.

 

Alleen ieder antwoord gaat in raadselen gehuld,
nieuwe geheimen, een wolk, zoals die bronzen
nevel waar ons carillon de stad mee vult.

 

Wie ben ik toch? Voor late reizigers een baken,
tot na de laatste trein wacht ik hier goudgehelmd,
vuurtoren die uitkijkt op een zee van daken.

 

Zo ben ik bij daglicht ook een gids voor iedereen.
Voor wie mij kent is het onmogelijk verdwalen.
Opeens weet je het weer: daar moet je heen.

 

De dichter van de stad kijkt uit zijn dakkapel.
Hij heeft me laten spreken – maar de beiaard
is de echte stem waarmee ik mijn verhaal vertel.

 

 

 

Western

 

schemer in de stad
in de huizen
trillen testbeelden
kleuren en strepen
en vlekken in ogen

en de stad is nacht
nu de vlekken hoofden zijn
de kleuren Arizona
de strepen pistolen
de schemer vergeten
tot morgen
waar de tijd
verdoofd
per oog – te paard
heen gaat

 

 

 

 1158502-b6f981cff1f55c940e81d6860785d16d.jpg

Paul Gellings (Amsterdam, 16 mei 1953)

 

 

 

 

De Duitse dichter Johann Michael Friedrich Rückert werd geboren in Schweinfurt op 16 mei 1788. Zie ook alle tags voor Friedrich Rückert op dit blog.

 

Uit: Geharnischte Sonnette

 

IV

 

Ihr, die ihr klebt an eurem Werkgerüste,

Um Holz und Stein nach eurem Maß zu hauen.

Damit nur jeder laß ein Werklein schauen,

Sich jeder nur als kleiner Schöpfer brüste!

 

Wann lasset ihr das törichte Gelüste,

Ein grundlos Nichts auf euren Sand zu bauen?

Ihr bauet Hüttlein, und es sinkt mit Grauen

Indes die Beste, Vaterland, in’s Wüste.

 

O sammlet, sammlet euch, zerstreute Haufen,

Legt euer kleines Werkgerät bei Seiten,

Wollt nicht euch um die Mörtelsteine raufen!

 

Erst gilt’s den Mittelpunkt euch zu erstreiten,

Der Freiheit Grundstein erst gilts zu erkaufen

Mit Blut; dann baut drauf eure Einzelheiten.

 

 

V.

 

Ihr, die der Himmel hat bestellt, als Lichter

Zu leuchten denen, die im Finstern klimmen,

Wie habt ihr also euer Amt zum schlimmen

Mißbraucht, ihr Lehrer, Denker, Forscher, Dichter!

 

Den Schlaf der Trägheit, aller Kraft Vernichter,

Drin aufgelöst ihr euer Volk seht schwimmen,

Statt es zu wecken draus mit euren Stimmen,

Wiegt ihr’s noch meht in eitle Traumgesichter.

 

Eins ist uns Not! Wach sein zum Kampfgewitter,

Wollt ihr nicht mehren selbst der Kämpfer Summe,

Schmelzt sie nur nicht durchs Klimpern eurer Zither.

 

Hört wohl ein Gott eu’r loses Wortgesumme?

Er hört’s daß er die Lei’r euch schlag’ in Splitter,

Und euch schlag’ auf den Mund, daß er verstumme.

 

 

 

Heiland Frühling

 

Heiland Frühling ist ins Land gekommen;
Bring' er Heil und Heilung allem, allen!
Heile von Beklemmung, was beklommen,
Heile vom Verfalle, was verfallen,
Von der Überfrömmigkeit die Frommen,
Fromme Tauben von des Geiers Krallen.
Alles Unvollkommne sei vollkommen,
Und auf Erden Gottes Wohlgefallen!

 

 

 

 1158502-3f3b54b63ce72ad4d6a702500da8a015.jpg

Friedrich Rückert (16 mei 1788 - 31 januari 1866)

Gedenksteen aan Rückerts geboortehuis in Schweinfurt

 

 

 

 

De Duitse dichter Jakob van Hoddis (pseudoniem van Hans Davidsohn) werd geboren in Berlijn op 16 mei 1887. Zie ook alle tags voor Jakob von Hoddis op dit blog.

 

Der Todesengel

 

II

Er kommt aus einer Höhle, wo ein Knabe
ihn als Geliebte wunderzart umfing.
Er flog durch seinen Traum als Schmetterling
und ließ ihn Meere sehn als Morgengabe.

 

Und Lüfte Indiens, wo an Fiebertagen
das greise Meer in gelbe Buchten rennt.
Die Tempel, wo die Priester Zimbeln schlagen,
um Öfen tanzend, wo ein Mädchen brennt.

 

Sie schluchzt nur leise, denn der Schar Gesinge
zeigt ihr den Götzen, der auf Wolken thront
und Totenschädel trägt als Schenkelringe,
der Flammenqual mit schwarzen Küssen lohnt.

 

Betrunkne tanzen nackend zwischen Degen,
und einer stößt sich in die Brust und fällt.
Und während blutig sich die Schenkel regen,
versinkt dem Knaben Tempel, Traum und Welt.

 

 

III

Dann flog er hin zu einem alten Manne
und kam ans Bett als grüner Papagei.
Und krächzt das Lied: »O schmähliche Susanne!«
Die längst vergessne Jugendlitanei.

 

Der stiert ihn an. Aus Augen glasig blöde
blitzt noch ein Strahl. Ein letztes böses Lächeln
zuckt um das zahnlose Maul. Des Zimmers Öde
erschüttert jäh ein lautes Todesröcheln.

 

 

 

 1158502-b932c50cb6f7013faea6ec618d30f4ea.jpg

Jakob van Hoddis (16 mei 1887 – mei/juni ? 1942)

Postkaart, ontworpen door Achim Knorr



Zie voor nog meer schrijvers van de 16e mei ook mijn blog van 16 mei 2011 deel 2.
Geschreven door Romenu om 19:15 Reageer op dit bericht

In Memoriam Carlos Fuentes


In Memoriam Carlos Fuentes

 

De Mexicaanse schrijver Carlos Fuentes is in een ziekenhuis in Mexico-Stad op 83-jarige leeftijd overleden. Het bericht over zijn dood werd dinsdag via Twitter bevestigd door president Calderón. Carlos Fuentes Macías werd op 11 november 1928 in Panama-Stad geboren. Zie ook alle tags voor Carlos Fuentes op dit blog.

 

Uit: Inez (Vertaald door Margaret Sayers Peden)

 

„Could this round seal be the key to his own personal dwelling? Not the physical house where he was living in Salzburg; not the transitory houses he had lived in throughout his itinerant profession; not his childhood house in Marseilles, tenaciously forgotten so that he would not have to recall ever again, the migrant's poverty and humiliation; not even the cave, our first castle, we can reconstruct in our imagination. Could it be the original space, the intimate, inviolable, irreplaceable circle that contains us all but at the price of exchanging sequential memory for an initial memory that is complete in itself and has no need to consider the future?
Baudelaire evokes a deserted house filled with moments now dead. Is it enough to open a door, uncork a bottle, take down an old suit, for a soul to come back to fill it?
Inez.
He repeated the woman's name.
Inez.
It rhymed with "regress," Ee-ness, and in the crystal seal the maestro hoped to find the impossible reflection of both: Inez and a return to a time before the years prohibiting his love. Inez. Regress.
It was a crystal seal. Opaque but luminous. That was its greatest marvel. In its place on the tripod by the window, light could shine through it, and then the crystal scintillated. It shot delicate sparks, and illegible letters appeared, revealed by the light: letters of a language unknown to the aged orchestra conductor, a score in a mysterious alphabet, perhaps the language of a lost people, maybe a voiceless clamor that came from a long-ago time and in a certain way mocked the professional artist who was so faithful to the composition that even knowing it by memory he had to have it before his eyes as he directed...
Light in silence.
Lyrics without voice.“

 

 

 

1158047-24e4726fb39fd49522eca8298cfdc346.jpg
Carlos Fuentes (11 november 1928 – 15 mei 2012)

Geschreven door Romenu om 07:46 Reageer op dit bericht

Arthur Schnitzler, Albert Verwey, Michael Lentz

150 Jaar Arthur Schnitzler

 

De Oostenrijkse schrijver en arts Arthur Schnitzler werd geboren in Wenen op 15 mei 1862.  Dat is vandaag precies 150 jaar geleden. Zie ook alle tags voor Arthur Schnitzler op dit blog.

 

Uit: Traumnovelle

 

„Und so saßen Mann und Frau, im Grunde froh, einem enttäuschend banalen Maskenspiel entronnen zu sein, bald wie zwei Liebende unter andern verliebten Paaren im Büfettraum bei Austern und Champagner, plauderten sich vergnügt, als hätten sie eben erst Bekanntschaft miteinander geschlossen, in eine Komödie der Galanterie, des Widerstandes, der Verführung und des Gewährens hinein; und nach einer raschen Wagenfahrt durch die weiße Winternacht sanken sie einander daheim zu einem schon lange Zeit nicht mehr so heiß erlebten Liebesglück in die Arme. Ein grauer Morgen weckte sie allzubald. Den Gatten forderte sein Beruf schon in früher Stunde an die Betten seiner Kranken; Hausfrau- und Mutterpflichten ließen Albertine kaum länger ruhen. So waren die Stunden nüchtern und vorbestimmt in Alltagspflicht und Arbeit hingegangen, die vergangene Nacht, Anfang wie Ende, war verblaßt, und jetzt erst, da beider Tagewerk vollendet, das Kind schlafen gegangen und von nirgendher eine Störung zu gewärtigen war, stiegen die Schattengestalten von der Redoute, der melancholische Unbekannte und die roten Dominos, wieder zur Wirklichkeit empor; und jene unbeträchtlichen Erlebnisse waren mit einemmal vom trügerischen Scheine versäumter Möglichkeiten zauberhaft und schmerzlich umflossen. Harmlose und doch dauernde Fragen, verschmitzte, doppeldeutige Antworten wechselten hin und her; keinem von beiden entging, daß der andere es an der letzten Aufrichtigkeit fehlen ließ, und beide fühlten sich zu gelinder Rache aufgelegt. Sie übertrieben das Maß der Anziehung, das von ihren unbekannten Redoutenpartnern auf sie ausgestrahlt hätte, spotteten der eifersüchtigen Regungen, die der andere merken ließ, und leugneten ihre eigenen weg. Doch aus dem leichten Geplauder über die nichtigen Abenteuer der verflossenen Nacht gerieten sie in ein ernsteres Gespräch über jene verborgenen, kaum geahnten Wünsche, die auch in die klarste und reinste Seele trübe und gefährliche Wirbel zu reißen vermögen, und sie redeten von den geheimen Bezirken, nach denen sie kaum Sehnsucht verspürten und wohin der unfaßbare Wink des Schicksals sie doch einmal, und wär’s auch nur im Traum, verschlagen könnte.

Fridolin nickte. "Was war’s mit dem?" fragte er.“

 

 

 1157763-72e724e93fe4a6a06320f77efc24af16.jpg

Arthur Schnitzler (15 mei 1862 - 21 oktober 1931)

Monument in het Türkenschanzpark in Wenen

 

 

 

 

 

De Nederlandse dichter, essayist en letterkundige Albert Verwey werd geboren in Amsterdam op 15 mei 1865. Zie ook alle tags voor Albert Verwey op dit blog.

 

 

Van de liefde die vriendschap heet

 

2

Licht van mijn Liefde, dat nu donker werd,
Daar ge in een mist van tranen altijd weent; –
’k Zie als een vlam, die trillende overleent,
Een wonder en een glorie in uw hart.

En gloeiende in het donker uwer smart
Slaat ze uit en zoekt, tot alles zich vereent
Met mijne liefde, en vreugd, die om u weent
En in mijn diepste ziel uw naadren mart.

In éen lange gemeenschap zal uw leed
Zich menglen met mijn ziele in enigheid
En zoet verkeer van vlammen in de lucht;

En om ons beiden weven wij een kleed
Van tranenvolle teerheid, waar ge in schreit
Om weedom, maar nooit meer in weedom zucht.

 

 

 

19

Wanneer ik tot u kom, dan lacht gij zacht,
En somtijds klaagt gij, maar als zij, die spreken
Van vroegre smarten, die als dromen weken
En waar men in den droom om weent en lacht.

Maar als ’k alleen ben hoor ik dag en nacht
Uw snikken en ik zie uw tranen leken,
En voel uw hart wild slaan, alsof ’t wil breken,
Maar kan niet, dàn verneem ’k uw luide klacht.

En dat zijt gij, dat weet ik, en ik wil
Niet leven voor uw schijnbaar zelf, dat lacht,
Maar voor de ziel der ziel, die in u lijdt, –

En als gij schijnbaar kalm en blijde zijt,
Zal ’k uw gedachten horen schreien zacht,
Of gij van verre staat en schreit – heel stil.

 

 

 

 

21

Sinds ik u álles gaf, ál wat ik ben,
En thans in ú mijzelven heerlijkst vind,
Wat klage ik dan, daar gij een andren mint,
Daar ik me, als de uwe, eraan meêplichtig ken?

En daar ik ú ben, ben ’k dan niet verblind,
Zo ’k op u toorn en dus mijzelven schen?
En me aan úw liefde zoveel minder wen
Dan aan mijn eigne, die ons zó verbindt?

Moet ik niet vinden dat gij rijker zijt,
Daar ge ál die liefde in u alleen vereent,
En blij zijn dat ’k uw rijkdom met u deel?

Zou ’t mij niet winst zijn dat ’k in ú altijd
U min èn mij èn hem, om wien gij weent,
Drieën in éen en d’énen reeds zoveel.

 

 

 

 1157763-b3b0c92fb4144172cf23337a02969e64.jpg

Albert Verwey (15 mei 1865 -  8 maart 1937)

 

 

 

 

 

De Duitse dichter, schrijver, literatuurwetenschapper en musicus Michael Lentz werd geboren in Düren op 15 mei 1964. Zie ook alle tags voor Michael Lentz op dit blog.

 

Verzeih

 

ich habe immer genau sein wollen
dass die tür schließt wenn sie schließt
dass dies der letzte blick ist zurück
dein mund der warm ist deine hand
die umarmung die umarmung
dass die wiederholung nichts wiederholt
nur bestärkt ich habe ganz einfach
die dinge einmal klar stellen wollen: für immer
nun stehen sie ganz verloren da
als gäbe es immer nur was in den blick gerät
ich möchte mich später doch nicht ins einzelne verlieren
- eine handvoll blick verfliegt
und später ist immer
und der rede folgt die widerrede und dem wunder des körpers
der wunderliche schatten
und von den dingen zuletzt liebten wir den schatten
vom wald liebten wir den schatten
den geruch der aus dem schatten tritt
und wenn wir uns sommers erschrecken gingen liebten wir
den spitzen schatten der bäume
in den wir heimlos versanken
so kühl so schützend
und dass wir ohne schatten sind verzeih
die liebe ist eine koppel die leer ist
die liebe ist ein wort das auf der stelle tritt
aber du bist nicht allein allein
ist das nicht die größte einsamkeit nicht allein zu sein?
einmal einen klaren gedanken fassen und die hand färbt ihn ein
die hand die noch warm ist der mund
dass dies der letzte blick ist zurück
und dass die tür wenn sie schließt verschlossen bleibt

 

 

 1157763-f2b6ea24bb99af85918134030d8d7683.jpg

Michael Lentz (Düren, 15 mei 1964)

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 15e mei ook mijn vorige blog van vandaag
Geschreven door Romenu om 19:21 Reageer op dit bericht

Pem Sluijter, Max Frisch, W.J.M. Bronzwaer, Frits van Oostrom

De Nederlandse dichteres en schrijfster Pem Sluijter werd geboren in Middelburg op 15 mei 1939. Zie ook alle tags voor Pem Sluijter op dit blog.

 

 

Niet meer dezelfden

 

Drie koningen staan  

uit aanbidding op niet meer dezelfden.

De sterreus die hen

de onzekere tocht deed wagen

met weerbarstige kamelen nukkige

drijvers en uitflakkerend vuur

moet teruggekeerd zijn in haar baan,

mogelijk als supernova ingestort;

zwart groeiend gat waar eerst

de hemel openstond --je zag en hoorde.

 

De nacht springt op onveilig.

 

Een Nessushemd is ten paleize uitgelegd

na hun bezoek. Zij, die de Koning

der koningen onder koningen zochten

misleid door eigen logica,

vertrekken omzichtig.

   

De ezel balkt kort naar de os,

in Rama laat een vrouw

haar rouwkreet horen.

 

Deze Geboorte betekent niet minder

dan de Dood, dood voor hen.

Bittere folterende pijn. Nooit meer

dezelfden; geen geruststelling

vinden in het leven dat zij kennen

waaraan zij zijn gewend waarnaar zij

terugkeren in hun koninkrijken.

 

 

 

 1157752-d6ac2c682d376b09121742f86e1608d1.jpg

Pem Sluijter (15 mei 1939 - 18 december 2007)

Middelburg, Abdijplein met de Lange Jan toren

 

 

 

 

De Zwitserse schrijver en architect Max Frisch werd geboren in Zürich op 15 mei 1911. Zie ook alle tags voor Max Frisch op dit blog.

 

Uit: Max Frisch (Biografie door Volker Hage)

 

“Frisch, siebzig Jahre alt, erlebt die Stabilität seines Ruhms. Zu Popularität brachte er es schon bald drei Jahrzehnte zuvor, nicht sogleich mit den ersten Veröffentlichungen, doch früh genug, um den Erfolg als Rückenstärkung zu erleben. Nun erweist sich, dass das kein Saisonerfolg gewesen ist.Max Frisch ist längst ein moderner Klassiker, attraktiv geblieben auch für ein junges Publikum, das ihn nicht nur für die Schule liest. Es wundert ihn, dass seine Ansichten über Liebe und Ehe auch für junge Leute interessant sind, nicht nur für Germanisten. Und er sagt: Das ist natürlich etwas Schönes, diese Leserpräsenz. Er spricht nüchtern über seine Popularität, nicht eigentlich bescheiden, durchaus selbstbewusst: Es sind eben Fakten. Wozu Versteck spielen? Und doch zeigt sich mit jedem Wort, dass Frisch nicht zu den Selbstgefälligen gehört.Was er geleistet hat, ist schwer errungen. Darauf ist er vielleicht ein wenig stolz: es ausgehalten zu haben. Erfolg? Der nimmt den Zweifel nicht weg.

Seine Theaterstücke Biedermann und die Brandstifter und Andorra zählen zu den meistgespielten deutschsprachigen Dramen des 20. Jahrhunderts. Sein Prosawerk – Romane, Tagebücher und

Erzählungen – wird seit Jahrzehnten gelesen und diskutiert. Stiller, Homo faber undMeinName sei Gantenbein haben nicht nur beim Publikum, sondern auch in der Forschung nachhaltig Resonanz

gefunden.”

 

 

 1157752-605f3dc434bd8a1fb07900a64183b2df.jpg

Max Frisch (15 mei 1911 - 4 april 1991)


 

 

De Nederlandse letterkundige, essayist en criticus W.J.M. Bronzwaer werd geboren op 15 mei 1936 in Heerlen. Zie ook alle tags voor W. J. M. Bronzwaer op dit blog.

 

Uit: Lessen in Lyriek

 

„Emotie en uitdrukking

En de dansende vrouwen hieven een beurtzang aan en zongen:
‘Bij duizenden sloeg Saul ze neer,
Maar David bij tienduizenden!’
(1 Samuel 18, 6)

 

In deze korte episode uit het oudtestamentische verslag van de oorlog tussen de Filistijnen en de Israëlieten maken we, als het ware, de geboorte van de poëzie mee. Poëzie is een bijzondere vorm van taalgebruik en de belangrijkste kenmerken ervan laten zich aan het voorbeeld aflezen.

Allereerst is in het fragment niet alle taal poëtisch. Het gedeelte dat we als poëtisch herkennen wordt voorafgegaan door een niet-poëtische, als men wil prozaïsche, mededeling. Het poëtische gedeelte is ingebed in een niet-poëtisch kader. De verschillen tussen het kader en de poëtische inbedding doen de bijzondere kenmerken van het poëtische taalgebruik door contrastwerking opvallen. Nu is het zeker niet zo dat wij poëzie altijd aantreffen in zo'n kader. Meestal wordt een gedicht zonder inleidende of uitluidende tekst gepresenteerd. Maar er zijn vele redenen om aan te nemen dat de poëzie in de vroegste stadia van haar bestaan, waarin zij bovendien altijd mondeling werd voorgedragen, doorgaans het karakter had van een tekst die op bijzondere wijze fungeerde binnen een niet-poëtisch kader. Die vroegste poëzie bestond uit arbeidsliederen, marsliederen, lofliederen, klaagzangen, jubelzangen en rituele gezangen, die als het ware steeds ‘op instructie’ werden gezongen. De instructie kwam voort uit een praktische situatie, waarin doelmatig werd gehandeld: er werd gewerkt, gedanst, gemarcheerd, de godheid werd vereerd, een held werd bejubeld. In ons voorbeeld wordt het kader van de poëtische tekst gevormd door de doelmatige of pragmatische situatie die door de geschiedschrijver in prozaïsche vorm wordt meegedeeld. De eerste zin van het fragment bevat de schriftelijke neerslag door de kroniekschrijver van de pragmatische instructie, die de Israëlitische vrouwen in poëzie doet uitbarsten.“

 

 

1157752-f8e230da47f53fd5a09cb3c147497b86.jpg
W.J.M. Bronzwaer (15 mei 1936 – 20 januari 1999)

 

 

 

 

De Nederlandse historisch letterkundige Frits van Oostrom werd geboren in Utrecht op 15 mei 1953. Zie ook alle tags voor Frits van Oostrom op dit blog.

 

Uit: Stemmen op schrift

 

„In het Latijn zijn ons uit de middeleeuwse Lage Landen volop handschriften overgeleverd.
In 975 schonken de Hollandse graaf Dirk II en zijn gemalin Hildegard de benedictijner abdij Egmond een zeer kostbaar evangelie: het Evangelarium van Egmond. Volgens kenners is het boek in het derde kwart van de negende eeuw in Reims (Noord-Frankrijk) vervaardigd. Aan het begin van elk van de vier evangeliën staat een illustratie. Achter in het boek zijn twee grote tekeningen toegevoegd. De ene afbeelding toont Dirk en Hildegard geknield voor de beschermheilige van Egmond. De andere afbeelding toont hoe Dirk en Hildegard het evangelie plechtig plaatsen op het Egmondse altaar.
Het Latijn had in de tiende eeuw nog het alleenrecht op bijbel en liturgie. Hoezeer Latijn binnen de muren domineerde, blijkt overduidelijk uit de bewaarde boekenlijst uit omstreeks 1530. In totaal beloopt de inventarisatie zo’n 250 banden. En hoewel de lijst uit 1530 zeker niet het complete boekenbezit van Egmond documenteert, is het heel sprekend dat het bij al die items exclusief om boeken gaat in het Latijn. Op één item na: een psalter met glossen in het Diets of Duits.
Er werd veel geschreven in Egmond en het alleroudste Nederlandstalige boek werd omstreeks 1100 in dit klooster geschreven. Het boek staat bekend als de Egmondse Williram. Abt Williram schreef rond 1060 nabij München een commentaar op het oudtestamentische Hooglied. Het handschrift bevat de tekst van de Vulgaat, de nieuwe berijming in het Latijn en het commentaar in het Oudnederlands.“

 

 

 1157752-56f947c09c1fca818b790691f519d606.jpg

Frits van Oostrom (Utrecht, 15 mei 1953)



Zie voor nog meer schrijvers van de 15e mei ook mijn blog van 15 mei 2011 deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 19:17 Reageer op dit bericht

Edwin Muir

De Schotse dichter, schrijver en vertaler Edwin Muir werd geboren op 15 mei 1887 in Deerness op de Orkney-eilanden, waar zijn moeder ook geboren werd. In 1901, toen hij 14 was, verloor zijn vader de boerderij en verhuisde het gezin naar Glasgow. In snelle opeenvolging stiereven zijn vader, twee broers en zijn moeder binnen een paar jaar. Zijn leven als een jonge man was een deprimerende ervaring, en betrof een reeks onaangename banen in fabrieken en kantoren, met inbegrip van het werken in een fabriek, waar uit botten houtskool werd gemaakt. Muir trouwde in 1919 met Willa Anderson en verhuisde naar Londen. Over deze, Muir schreef gewoon 'Mijn huwelijk was de meest gelukkige gebeurtenis in mijn leven'. Zij zouden later samen werken aan veelgeprezen Engels vertalingen van schrijvers als Franz Kafka, Gerhart Hauptmann, Sholem Asch, Heinrich Mann en Hermann Broch .
Tussen 1921 en 1923, Muir leefde in Praag, Dresden, Italië, Salzburg en Wenen. Hij keerde terug naar het Verenigd Koninkrijk in 1924. Tussen 1925 en 1956 publiceerde Muir zeven bundels poëzie die werden verzameld na zijn dood en gepubliceerd in 1991 als The Complete Poems van Edwin Muir. Verder publiceerde hij drie romans, en in 1935 kwam hij naar St. Andrews, waar hij zijn controversiële Scott en Schotland (1936) schreef. Van 1946 tot 1949 was hij directeur van de British Council in Praag en Rome. 1950 zag zijn benoeming tot directeur van Newbattle Abbey College (een school voor werkende klasse mannen) in Midlothian, waar hij collega-Orcadian dichter, George Mackay Brown, ontmoette. In 1955 werd hij Norton hoogleraar Engels aan de Universiteit van Harvard. Hij keerde terug naar Groot-Brittannië in 1956, maar stierf in 1959 op Swaffham Prior, Cambridge, en werd daar begraven.

 

 

The Castle

 

All through that summer at ease we lay,
And daily from the turret wall
We watched the mowers in the hay
And the enemy half a mile away
They seemed no threat to us at all.

For what, we thought, had we to fear
With our arms and provender, load on load,
Our towering battlements, tier on tier,
And friendly allies drawing near
On every leafy summer road.

Our gates were strong, our walls were thick,
So smooth and high, no man could win
A foothold there, no clever trick
Could take us, have us dead or quick.
Only a bird could have got in.

What could they offer us for bait?
Our captain was brave and we were true....
There was a little private gate,
A little wicked wicket gate.
The wizened warder let them through.

Oh then our maze of tunneled stone
Grew thin and treacherous as air.
The cause was lost without a groan,
The famous citadel overthrown,
And all its secret galleries bare.

How can this shameful tale be told?
I will maintain until my death
We could do nothing, being sold;
Our only enemy was gold,
And we had no arms to fight it with.

 

 

Merlin

 

O Merlin in your crystal cave
Deep in the diamond of the day,
Will there ever be a singer
Whose music will smooth away
The furrow drawn by Adam's finger
Across the memory and the wave?
Or a runner who'll outrun
Man's long shadow driving on,
Break through the gate of memory
And hang the apple on the tree?
Will your magic ever show
The sleeping bride shut in her bower,
The day wreathed in its mound of snow
and Time locked in his tower?

 

 

 1297208-bc9dfc6d34672442c531b7acd008aa25.jpg

Edwin Muir (15 mei 1887 -  3 januari 1959)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Jo Gisekin, Karl-Markus Gauß, Eoin Colfer, Gaby Hauptmann, Dante Alighieri, Krister Axel, Jens Sparschuh

De Vlaamse dichteres Jo Gisekin werd geboren in Gent op 14 mei 1942. Zie ook alle tags voor Jo Gisekin op dit blog.

 

 

Gedicht voor de meester van mijn zoon

Het leek een morgen om niet te vergeten
een beetje kil een beetje klam
bedampt nog van de nacht
waarlangs de zomer
stiekem voorbij was gegaan

Ik had de wekker gehoord
het aanzwellend kabaal
van drie paar kindervoetjes
op de trap
het doorspoelen na het zoveelste
plasje

tegen de afgebladderde muur
weerbarstige kamperfoelie in mijn tuin
en een herfstroos
zich moeizaam ontplooiend
in het behang van een spinneweb

En dan de speelplaats
platgewalst door duizend voetjes
en moeders zichtbaar opgedirkt
door Elisabeth Arden en geur
van Chanel dixneuf
met bruine benen uit Guadaloupe
sieraad van een zilte zomer
op hooggehakte pumps

In langgerekte rijen
een beetje loom een beetje lam voor 't eerst mijn zoon
zijn blauwe dasje om, zijn grotemensenhemd
en in zijn veel te holle boekentas
een stift, een potlood en een gom en
schriftjes voor de letters s en c en h
van school

En plots
als een punt
op een heel grote i
de reus in de straat van kabouters
met baard en sjaal en kaki
duffelcoat
de Meester

de meester van mijn zoon

Ik dacht
mocht het straks regenen
van droefenis
in de ogen van mijn zoon
kan hij heimelijk gan schuilen
in de opgestikte zak
van zijn meesters jas.

 

 

1156947-f8014c419b542dd6bbb072eb57be24a9.jpg 

Jo Gisekin (Gent, 14 mei 1942)

 

 

 

 

De Oostenrijkse schrijver, essayist en uitgever Karl-Markus Gauß werd geboren op 14 mei 1954 in Salzburg. Zie ook alle tags voor Karl-Markus Gauß op dit blog.

 

Uit: Im Wald der Metropolen

 

„Der Saal wird von einem prachtigen Spitzbogen uberwolbt. Das Interessanteste an der eleganten Deckenkonstruktion sind die holzernen Querbalken, die aus dem Rachen speiender Drachen zu ragen scheinen und mit possierlichen Gesichtern versehen sind, denen wiederum groteske Tierkopfe gegenubergesetzt wurden. Die Gesichter waren bekannten Burgern von Beaune nachempfunden,

und die Tierkopfe, von denen jeder einem bestimmten der einfaltig grinsenden Burgergesichter zugeordnet ist, sollten etwas uber den Charakter derer verraten, die hier wie fur alle Zeiten in ihrer Lasterhaftigkeit gezeichnet wurden. Wir staunten uber die kluge Funktionalitat, mit der der Krankensaal seinem medizinischen Zweck entsprechend ausgestattet wurde, uber die spirituelle

Kraft, auf die er, der sich auf den Altar hin ausrichtet, bezogen ist; doch am allermeisten staunten wir, in einem Bauwerk, das doppelt ernstem Zweck gewidmet war, der Heilung des Korpers, der Erlosung der Seele, solchen Aberwitz zu finden, wie er sich uber den Kranken in der Holzkonstruktion des Gewolbes manifestierte, solchem Spott, der den wohlhabenden Leuten von Beaune, die das ihre zur Ausstattung und zum Unterhalt des Hospizes beizusteuern hatten, zweifach zuteil wurde: in Form ihrer

zum Lachen, zum Verlachen dummen Gesichter – und in jener der Tierkopfe, die ihren Geiz, ihre Gier, Beschranktheit und Gemeinheit blosstellten.“

 

 

 1156947-e6b684d34ede285d35da16101557ea6f.jpg

Karl-Markus Gauß (Salzburg, 14 mei 1954)

 

 

 

 

De Ierse schrijver Eoin Colfer (zijn voornaam wordt uitgesproken als Owen) werd geboren in Wexford op 14 mei 1965. Zie ook alle tags voor Eoin Colfer op dit blog.

 

Uit: Artemis Fowl

 

“Something smashed against the other side of the door. It sounded expensive. 'Of course I'm awake! How can I sleep in this blinding glare?' Artemis ventured inside. An antique four-poster bed threw shadowy spires in the darkness, and a pale sliver of light poked through a gap in the velvet curtains. Angeline Fowl sat hunched on the bed, her pale limbs glowing white in the gloom. 'Artemis, darling, where have you been?' Artemis sighed. She recognized him. That was a good sign. 'School trip, Mother. Skiing in Austria.' 'Ah, skiing,' crooned Angeline. 'How I miss it. Maybe when your father returns.' Artemis felt a lump in his throat. Most uncharacteristic. 'Yes. Perhaps when Father returns.' 'Darling, could you close those wretched curtains. The light is intolerable.' 'Of course, Mother.' Artemis felt his way across the room, wary of the low-level clothes chests scattered about the floor. Finally his fingers curled around the velvet drapes. For a moment he was tempted to throw them wide open, then he sighed and closed the gap. 'Thank you, darling. By the way, we really have to get rid of that maid. She is good for absolutely nothing.' Artemis held his tongue. Juliet had been a hardworking and loyal member of the Fowl household for the past three years. Time to use Mother's absent-mindedness to his advantage. 'You're right of course, Mother. I've been meaning to do it for some time. Butler has a sister I believe would be perfect for the position. I think I've mentioned her. Juliet?' Angeline frowned. 'Juliet? Yes, the name does seem familiar. Well, anyone would be better than that silly girl we have now. When can she start?' 'Straight away. I'll have Butler fetch her from the lodge.' 'You're a good boy, Artemis. Now give Mummy a hug.' Artemis stepped into the shadowy folds of his mother's robe. She smelled perfumed, like petals in water. But her arms were cold and weak. 'Oh, darling,' she whispered, and the sound sent goosebumps popping down Artemis's neck. 'I hear things. At night. They crawl along the pillows and into my ears.'

 

 

 1156947-b0fc264330ac49a249693de438bdbfbd.jpg

Eoin Colfer (Wexford, 14 mei 1965)

 

 

 

 

De Duitse schrijfster Gaby Hauptmann werd geboren op 14 mei 1957 in Trossingen. Zie ook alle tags voor Gaby Hauptmann op dit blog.

 

Uit: Hängepartie

”Der frühe Windstoss fährt in den leichten Stoff und bauscht den Vorhang vor dem off enen Fenster auf. Der Stoff tanzt hin und her und entlässt den Störenfried schließlich mit einem leisen Rascheln ins Zimmer. Mit ihm zieht der Duft nach feuchter Erde und herben Kräutern herein. Carmen zieht ihre leichte Sommerdecke etwas höher. Sie möchte noch nicht aufwachen, sich dem Tag noch nicht stellen. Sie möchte weiterträumen. Träumen ist so schön, so weit weg von allem, was im Büro auf sie wartet. Sie vergräbt den Kopf im Kopfkissen, doch dann dringt der werbende Ruf des Amselmännchens an ihr Ohr, und während sie seinem Gesang lauscht, fängt ihr Gehirn an zu arbeiten und stellt fest, dass Sonntag ist. Carmen hält die Augen geschlossen, aber sie sieht den Morgentau auf dem Gras vor sich, den blauen Lack ihrer Gartenbank und das Amselnest im alten Apfelbaum. Und sie freut sich für die Amselmama, dass ihr Mann so nett um sie wirbt.
Es muss früh sein, sagt sie sich. Für einen freien Tag sehr früh. Zu früh.
Noch immer hält Carmen ihre Augen geschlossen. Wenn sie sie erst einmal geöff net hat, wird sie nicht mehr einschlafen können. Vielleicht kann sie die schönen Bilder, die sie in ihrem Kopf hat, in den nächsten Traum einweben. Manchmal kann sie das.
Carmen versucht, dem Geruch, den Bildern und dem Vogelgesang eine Geschichte zu geben, irgendetwas, das sie zurück in einen Traum ziehen kann, aber gleichzeitig spürt sie, wie ihre Sinne erwachen und gegen den Schlaf ankämpfen. Sie fühlt ein Kribbeln die weiche Innenseite ihrer Beine her auf ziehen und sich mit forderndem Pochen und Ziehen in ihrem Schoß vereinigen. Die pure Lust. Carmen genießt das Gefühl und überlegt, ob sie so früh am Morgen schon hinüberlangen kann, hinüber zu David, dem dieses Pochen und Ziehen gilt. Ihre Hand stiehlt sich auf die andere Seite des Betts, langsam und tastend. Noch immer hält sie die Augen geschlossen. Sie möchte ihn erfühlen, seine bettwarme Nähe, seinen vertrauten Körper.”

 

 

 1156947-4a605c8f2bb8ed6a7c2ba3b4cd0a76c5.jpg

Gaby Hauptmann (Trossingen, 14 mei 1957)

 

 

 

De Italiaanse dichter Dante Alighieri werd tussen 14 mei en 13 juni 1265 (volgens hemzelf in de Divina Comedia in de Goede Week en in het teken van de Tweelingen) in Florence geboren. Zie ook alle tags voor Dante Alighieri op dit blog.

 

Uit: Divina Comedia

 

Canto I (Fragment)

 

Her eyes fast fix'd on the eternal wheels,

Beatrice stood unmov'd; and I with ken

Fix'd upon her, from upward gaze remov'd

 

At her aspect, such inwardly became

As Glaucus, when he tasted of the herb,

That made him peer among the ocean gods;

 

Words may not tell of that transhuman change:

And therefore let the example serve, though weak,

For those whom grace hath better proof in store

 

If I were only what thou didst create,

Then newly, Love! by whom the heav'n is rul'd,

Thou know'st, who by thy light didst bear me up.

 

Whenas the wheel which thou dost ever guide,

Desired Spirit! with its harmony

Temper'd of thee and measur'd, charm'd mine ear,

 

Then seem'd to me so much of heav'n to blaze

With the sun's flame, that rain or flood ne'er made

A lake so broad.  The newness of the sound,

 

And that great light, inflam'd me with desire,

Keener than e'er was felt, to know their cause.
Whence she who saw me, clearly as myself,

To calm my troubled mind, before I ask'd,
Open'd her lips, and gracious thus began:
"With false imagination thou thyself

 

Vertaald door H. F. Cary

 

 

 1156947-b3ecb144d936fb6106e9b8c089a51cf4.jpg

Dante Alighieri (14 mei/13 juni 1265 - 13/14 september 1321)




 

De Amerikaanse dichter en musicus Krister Axel werd geboren op 14 mei 1974 in Parijs. Zie ook alle tags voor Krister Alex op dit blog.

 

 

if I could paint my heart for you right now

 

if I could paint my heart for you right now

the colors would blind us both
I am in mid-explosion and I can’t help it

afraid to push open the door to this new understanding


Only now do I realize how far I have wandered

what it will take to bring me back

 

I am glad for you, such a beautiful image

of young and deliberate passion

time has not allowed you much failure


that cleansing fire of regret

your heart is as big as any canyon

even as my feet begin to slip

 

if I could paint my heart for you

an empty shell is all you would see

Choosing from among these pretty cages

I find strength because you are still so free

I am in mid-explosion and I can’t help it

you are a flower blooming patiently

 

 

1156947-24149dd3e365c31ffd14ffd55f4228b9.jpg
Krister Axel (Parijs, 14 mei 1974)

 

 

 

 

De Duitse schrijver Jens Sparschuh werd geboren op 14 mei 1955 in Karl-Marx-Stadt en groeide op in Oost-Berlijn Zie ook alle tags voor Jens Sparschuh op dit blog.

 

Uit: Stinkstiefel

 

„Ja, was macht denn der Herr Dinkhübel da unter seinem grünen Sofa?

Ist ihm was passiert?

Nur seine Beine gucken heraus und zappeln aufgeregt in der Luft.

Ah, jetzt kommt der ganze Herr Dinkhübel hervorgekrochen. Er klopft sich die Jacke ab, schüttelt den staubigen Kopf aus und schleicht weiter durch die Wohnung. Langsam, wie ein Kriminalinspektor. Auf Socken!

Dabei späht er nach allen Seiten. Er öff-net Schränke und Schubläden, steigt sogar auf den Fernsehsessel - ohne Erfolg -, schaut in leere Töpfe hinein und kriecht unter Tischen und Stühlen hindurch.

Wo sind nur all die Marzipanhasen, Schokoladenkugeln und die vielen Ostereier geblieben, die er gestern Abend, wie immer vor Ostern, überall versteckt hat? Keine Ahnung!

Und da auf eines Verlass ist, nämlich auf Dinkhübels Vergesslichkeit, geht die große Sucherei weiter.

Als die Uhr elfmal schlägt, liegt der große runde Wohnzimmertisch voller Süßigkeiten. Staunend steht Herr Dinkhübel davor.

Wer hätte das gedacht! So eine Überraschung!“

 

 

1156947-a4fae0998e0885c0cae90ffa54cac63f.jpg
Jens Sparschuh (Karl-Marx-Stadt, 14 mei 1955) 
 

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 14e mei ook mijn blog van 14 mei 2011 deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:47 Reageer op dit bericht

Martinus Nijhoff, Jan Lauwereyns, Reinout Verbeke, Bruce Chatwin, Daphne du Maurier, Kathleen Jamie, Armistead Maupin

Bij Moederdag

 

 

 

 

 cassatt-y-thomas.jpg

Mary Cassat, Young Thomas And His Mother, 1893

 

 

 

Herinnering


Moeder, weet je nog hoe vroeger
Toen ik klein was, wij tesaam
Iedere nacht een liedje, moeder,
Zongen voor het raam?


Moe gespeeld en moe gesprongen
Zat ik op uw schoot en dacht
In mijn nachtgoed, kleine jongen,
Aan 't geheim der nacht.


Want als wij dan gingen zingen
't Oude altijd-eendre lied
Hoe God alle, alle dingen
Die wij doen, beziet, 
Hoe zijn eeuwige, grote wondren
Steeds beschermend om ons zijn
- Nimmer zong je moeder, zonder 'n
Beven dat refrein - , 
Dan zag ik de sterren flonkren
En de maan door de wolken gaan,
D' Oude nacht met wijze, donkre
Ogen voor me staan.

 

 

 

 1155968-2d7258ee39b242ef68abd0addf25eb7b.jpg

Martinus Nijhoff (20 april 1894 – 26 januari 1953)

 

 

 

 

De Vlaamse dichter Jan Lauwereyns werd geboren op 13 mei 1969 in Antwerpen. Zie ook alle tags voor Jan Lauwereyns op dit blog.

 

 

Wanneer je in slaap valt

 

Wanneer je in slaap valt,
je hardgekookte lichaam nog

op pijnlijke prikkels reageert,
van houding verandert,

wanneer je halsbrekende rechterarm te lang
onder mijn hoofdkussen gekneld zit,

slaap ik,

Type-3-communicatie verstoord.

Wat het gevolg kan zijn
van over gloeiende kooltjes lopen

in plaats van één te worden

met het ochtendgloren.

 

 

 

Gedicht/Niet-gedicht deel 1

 

Bij Rainer Maria Rilke's "Lied vom Meer"

Oeroud gewaai van zee, zeewind bij nacht
Jij gaat naar geen die waakt of zien zal hoe
Oeroud gewaai van zee, zeewind bij nacht
Jou te weerstaan! Oeroud gewaai van zee
Jij gaat naar geen die waakt of zien zal hoe
Versteend is van louter ruimte rijten
Jou te weerstaan! Oeroud gewaai van zee
Zo gevoel je vijgboom, hoog in maanschijn
Versteend is van louter ruimte rijzen.
Zo gevoel je vijgboom, hoog in maanschijn.

 

 

 1155968-98d8ebda93498890038744af7e472509.jpg

Jan Lauwereyns (Antwerpen, 13 mei 1969)

 

 

 

 

 

De Vlaamse dichter Reinout Verbeke werd geboren op 13 mei 1981 in Roeselare. Zie ook alle tags voor Reinout Verbeke op dit blog.

 

 

Nanomeisje

 

Een meisje tot de min negende macht
is mijn liefde aan het meten. Niet mijn oogopslag
de trilling in mijn stem, maar stuwing van bloed
aantallen eiwitten per kubieke centimeter

 

Een meisje op een miljardste meter. Meisje molecuul
van goudpartikels en van kwarts. Ik heb haar nodig lief
Zij mijn vreemde lichaam, ik haar voorspelbaarheid

 

Ben ik haar proefdier
en dubbelblind Oidipous gelijk?

 

Ik wil het haar vragen
maar alleen van meetbaarheid
wil ze spreken, zoals:
stijgt de liefde voor het heengaan?

 

 

 

 86-Reinout%20Verbeke%20scilogs.jpg

Reinout Verbeke (Roeselare, 13 mei 1981)

 

 

 

 

De Engelse schrijver Bruce Chatwin werd op 13 mei 1940 in Sheffield geboren. Zie ook alle tags voor Bruce Chatwin op dit blog.

 

Uit: In Patagonia

 

“Never in my life have I wanted anything as I wanted that piece of skin. My grandmothersaid I should have it one day, perhaps. And when she died I said: ‘Now I can have thepiece of brontosaurus,’ but my mother said: ‘Oh, that thing! I’m afraid we threw it away.’

  At school they laughed at the story of the brontosaurus. The science master said I’dmixed it up with the Siberian mammoth. He told the class how Russian scientists haddined off deep-frozen mammoth and told me not to tell lies. Besides, he said,brontosauruses were reptiles. They had no hair, but scaly armoured hide. And he showedus an artist’s impression of the beast—so different from that of my imagination—grey-green, with a tiny head and gigantic switchback of vertebrae, placidly eating weed in alake. I was ashamed of my hairy brontosaurus, but I knew it was not a mammoth.It took some years to sort the story out. Charley Milward’s animal was not a brontosaurus,but the mylodon or Giant Sloth. He never found a whole specimen, or even a wholeskeleton, but some skin and bones, preserved by the cold, dryness and salt, in a cave onLast Hope Sound in Chilean Patagonia. He sent the collection to England and sold it to theBritish Museum. This version was less romantic but had the merit of being true.My interest in Patagonia survived the loss of the skin; for the Cold War woke in me apassion for geography. In the late 1940s the Cannibal of the Kremlin shadowed our lives;you could mistake his moustaches for teeth. We listened to lectures about the war he wasplanning. We watched the civil defence lecturer ring the cities of Europe to show thezones of total and partial destruction. We saw the zones bump one against the otherleaving no space in between. The instructor wore khaki shorts. His knees were white andknobbly, and we saw it was hopeless. The war was coming and there was nothing wecould do.Next, we read about the cobalt bomb, which was worse than the hydrogen bomb andcould smother the planet in an endless chain reaction.I knew the colour cobalt from my great-aunt’s paintbox. almostentirely religious. She did lots of St Sebastians, always against a cobalt-blue background,always the same beautiful young man, stuck through and through with arrows and still onhis feet.So I pictured the cobalt bomb as a dense blue cloudbank, spitting tongues of flame at theedges.”

 

 

 1155968-fdce25e99b635128f0990b51503d6d90.jpg

Bruce Chatwin (13 mei 1940 – 18 januari 1989)

In 1984

 

 

 

De Britse schrijfster Daphne du Maurier werd geboren in Londen op 13 mei 1907. Zie ook alle tags voor Daphne du Maurier op dit blog.

 

Uit: Rebecca

 

“The drive was a ribbon now, a thread of its former self, with gravel surface gone, and choked with grass and moss. The trees had thrown out low branches, making an impediment to progress; the gnarled roots looked like skeleton claws. Scattered here and again amongst this jungle growth I would recognize shrubs that had been landmarks in our time, things of culture and grace, hydrangeas whose blue heads had been famous. No hand had checked their progress, and they had gone native now, rearing to monster height without a bloom, black and ugly as the nameless parasites that grew beside them. On and on, now east now west, wound the poor thread that once had been our drive. Sometimes I thought it lost, but it appeared again, beneath a fallen tree perhaps, or struggling on the other side of a muddied ditch created by the winter rains. I had not thought the way so long. Surely the miles had multiplied, even as the trees had done, and this path led but to a labyrinth, some choked wilderness, and not to the house at all. I came upon it suddenly; the approach masked by the unnatural growth of a vast shrub that spread in all directions, and I stood, my heart thumping in my breast, the strange prick of tears behind my eyes. There was Manderley, our Manderley, secretive and silent as it had always been, the grey stone shining in the moonlight of my dream, the mullioned windows reflecting the green lawns and the terrace. Time could not wreck the perfect symmetry of those walls, nor the site itself, a jewel in the hollow of a hand. The terrace sloped to the lawns, and the lawns stretched to the sea, and turning I could see the sheet of silver placid under the moon, like a lake undisturbed by wind or storm.”

 

 

1155968-2b34c9ea0671b74ce4a0a67859081ba1.jpg
Daphne du Maurier (13 mei 1907 – 19 april 1989)

 

 

 

 

De Schotse dichteres Kathleen Jamie werd geboren op 13 mei 1962 in Currie, Edinburgh. Zie ook alle tags voor Kathleen Jamie op dit blog.

 

 

Skeins o Geese

 

Skeins o geese write a word

across the sky. A word

struck lik a gong

afore I wis born.

The sky moves like cattle, lowin.

I'm as empty as stane, as fields

ploo'd but not sown, naked

as blin as a stane. Blin

tae the word, blin

tae a' soon but geese ca'ing.

Wire twists lik archaic script

roon a gate. The barbs

sign tae the wind as though

it was deef. The word whustles

ower high for ma senses. Awa.

No lik the past which lies

strewn aroun. Nor sudden death.

No lik a lover we'll ken

an connect wi forever.

The hem of its goin drags across the sky.

Whit dae birds write on the dusk?

A word niver spoken or read.

The skeins turn hame,

on the wind's dumb moan, a soun,

maybe human, bereft.

 

 

 

 1155968-ff9f45a894e66a114dc7aa8c9df7f271.jpg

Kathleen Jamie (Currie, 13 mei 1962)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Armistead Jones Maupin Jr. werd geboren op 13 mei 1944 in Washington. Zie ook alle tags voor Armistead Maupin op dit blog.

 

Uit: The Night Listener

 

„I don't want that to happen when I talk about Pete. I will try to lay out the facts exactly as I remember them, one after the other, as unbejewelled as possible. I owe that much to my son, to both of us, really, and to the unscripted intrigues of everyday life. But, most of all, I want you to believe this. And that will be hard enough as it is.
I wasn't myself the afternoon that Pete appeared. Or maybe more severely myself than I had ever been. Jess had left me two weeks earlier, and I was raw with the realization of it. I have never known sorrow to be such a physical thing, an actual presence that weighed on my limbs like something wet and woolen. I couldn't write or wouldn't, at any rate unable to face the grueling self-scrutiny that fiction demands. I would feed the dog, walk him, check the mail, feed myself, do the dishes, lie on the sofa for hours watching television.

Everything seemed pertinent to my pain. The silliest coffee commercial could plunge me into profound Chekhovian gloom. There was no way around the self-doubt or the panic or the anger. My marriage had exploded in midair, strewing itself across the landscape, and all I could do was search the rubble for some sign of a probable cause, some telltale black box.“

 

 

1155968-59050f45252f16e7cad7f3cd006b012b.jpg
Armistead Maupin ( Washington, 13 mei 1944)

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 13 mei ook mijn blog van 13 mei 2011 deel 1 en eveneens deel 2.
Geschreven door Romenu om 17:12 Reageer op dit bericht

Hagar Peeters, Bertus Aafjes, August Vermeylen, Andrej Voznesensky

De Nederlandse dichteres Hagar Peeters werd geboren in Amsterdam op 12 mei 1972. Zie ook alle tags voor Hagar Peeters op dit blog.

 

 

Raadsels van de regen

 

Wat is zelfgenoegzaam? Regen.
Wat is een kapstok? Een stille vriend.
Hoeveel gaten telt een knoop?
Het dubbele van een knoopsgat.
Wat wil dansen maar kan het niet? Regen.
Wat wil vuur zijn maar kan het niet worden? Regen!
Wat ligt daadwerkelijk stil? Het hart van een dode.
Wat klopt het hardst: het hart of de voet van de baby?

 

 

 

Denkend aan de dood

 

Ik heb zo vaak mijn eigen eind bedacht
dat het niet langer onverhoeds kan komen.

Het moet wel zijn zoals ik het voorzag;
de angstige uren in de nacht

zullen ten langen leste lonen
voor wie beseft dat van alle gedachten

die ooit werden gedacht die aan de dood
behoorden tot de meest gewone.

 

 

 

Bij Geboorte 1

 

Als opgebaard leven ligt daar de boreling.
Wie met hem te doen heeft, benijdt hem.

Nog nauwelijks het niets ontrukt
drukt hem al het juk van de vreugde

De pose naast de teddybeer
die opzichtig voor zijn beste vriend doorgaat.

De bezoekers koeren;
een hogere vorm van ademen.

 

 

 

 1155611-376e8bfb94443ec4c0a6ce4b7ce53c08.jpg

Hagar Peeters (Amsterdam, 12 mei 1972)

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver en dichter Bertus Aafjes (pseudoniem Jan Oranje) werd geboren in Amsterdam op 12 mei 1914. Zie ook alle tags voor Bertus Aafjes op dit blog.

 

Twee parels

 

Twee parels aan een glooiing saamgegleden,
Zo lagen in omstrengeling van leden,
Op een rustbed van gloeiend karmijn,
Twee meisjes in verinnigd samenzijn;
Een als de een zich teder overboog,
Rees teerder nog de ander naar omhoog,
En als twee zwanen tot elkaar gegleden,
Omsnoerden zij elkaar de bleke leden …

En als twee zwanen, een bleek zusterpaar,
Bewegend licht, bevoeren zij elkaar,
Beheerst, in een stil vloeispel, in een vlijen
En als met zachte zwemvliezen de dijen
Wegwentelende, enkel vrezend om
Te diepe dracht in spiegelgladde kom
Van schoot, opdat door de beroering niet
De diepe drift de vijveren verliet.

 

 

 

De vogel

 

Ik lig vaak onbetoverd in de warme
Nachten, als voor de tweede maal weer kind,
Met losse benen en met losse armen,
Nu ik u niet meer te omhelzen vind.

De maan draait langzaam aan de open hemel
Gelijk een gouden scheepje over zee;
De sterren in hun eeuwenoud gewemel
Drijven als kleine waterlelies mee.

Dan vliegt gij soms door 't open venster binnen
Gelijk een vogel die vergaat van dorst;
Ik voel uw voetjes tripplen door het linnen;
Snel drinkt gij aan de vijver van mijn borst.
Gij vouwt uw vleugels samen rond mijn hart,
Eer gij verdwijnt in 't nachtlijk blauw en zwart.

 



 

 1155611-8e5c4e3f73a9135a0d0e81cf79c8bcbb.jpg

Bertus Aafjes (12 mei 1914 - 22 april 1993)

 

 

 

 

 

De Vlaamse schrijver, dichter, kunsthistoricus en politicus August Vermeylen werd geboren in Brussel, op 12 mei 1872. Zie ook alle tags voor August Vermeylen op dit blog.

 

Uit: Heimwee

 

“Hij werd wakker, zijn hoofd zwaar, als in watergesoes, onbewust, half in dien droom nog, - met onbekende & onrustige vergezichten, wegen uitschuivend naar vèr-weg...

De flauwe morgen die in de kamer was ging vóór zijn oogen open. De dingen stonden in donkervaag gelijn, alles vast wezenlijk. Hij voelde zich zoo moê-beklemd, laf van zijn vleesch, heel zijn lichaam af-moê, & wendde zich nog eens om in sluimering, & bleef wat liggen op den rug lang-uit, starend. En een logge moeite om eindelijk uit het bed te glijden. Onzeker gemijmer, griezelig & verkleumd, in het hoofd.

Weer een dag die begon! De morgen schaduwde het lange kruis der vensterramen op de vaal afgetaande rolgordijnen, waaronder een licht oudwit, een matte mistlicht doorspleet, & vulde met diffuze bleekheid - glimmig op een somber meubel - tusschen het opgaan der wanden de héél-stille & toeë tapijtkamer.

Die kamer scheen hem zoo vreemd, alsof daar zooeven iets gebeurd ware, alsof daar nog een ontastbare aanwezigheid...

Hij ging kijken naar de pendule op de marmerschouw - een verouderde pendule met onuitstaanbare bizonderheden, haar insektgetik cadanseerde het stilzwijgen langdurig, in de holle kamer. Het was bijna zeven uur. Hij begon zich te kleeden, treuzelig, gedachtenijl.

Een dag als gisteren, als morgen; alles wezenlijk, gewoon. En, toen hij de gordijnen optrok, hetzelfde licht - als gisteren, als morgen - dat zich op dezelfde zwaardonkere ladetafel, en glad op dien killen

spiegel, vaststelde - uitgeschenen op de afgegane bloemen der deurbehangsels, & wat gelend dien ivoren Christus boven 't bed, met een glansje op zijn puntige knieën.“

 

 

 1155611-887e8d7657a2d8631109a0efd318100c.jpg

August Vermeylen (12 mei 1872 – 10 januari 1945)

Borstbeeld in Middelheim, Antwerpen 

 

 

 

 

De Russische dichter Andrej Andreyevich Voznesensky werd geboren in Moskou op 12 mei 1933. Zie ook alle tags voor Andrej Voznesensky op dit blog.

 

 

The Antiworlds

 

There is Bukashkin, our neighbor,
in underpants of blotting paper,
and, like balloons, the Antiworlds
hang up above him in the vaults.

Up there, like a magic daemon,
he smartly rules the Universe,
Antibukashkin lies there giving
Lollobrigida a caress.

The Anti-great-academician
has got a blotting paper vision.

Long live creative Antiworlds,
great fantasy amidst daft words!
There are wise men and stupid peasants,
there are no trees without deserts.

There're Antimen and Antilorries,
Antimachines in woods and forests.
There's salt of earth, and there's a fake.
A falcon dies without a snake.

I like my dear critics best.
The greatest of them beats the rest
for on his shoulders there's no head,
he's got an Antihead instead.

At night I sleep with windows open
and hear the rings of falling stars,

From up above skyscrapers drop and,
like stalactites, look down on us.

High up above me upside down,
stuck like a fork into the ground,
my nice light-hearted butterfly,
my Antiworld, is getting by.

I wonder if it's wrong or right
that Antiworlds should date at night.
Why should they sit there side by side
watching TV all through the night?
They do not understand a word.
It's their last date in this world.
They sit and chat for hours, and
they will regret it in the end!
The two have burning ears and eyes,
resembling purple butterflies...

...A lecturer once said to me:
"An Antiworld? It's loonacy!"

I'm half asleep, and I would sooner
believe than doubt the man's word...
My green-eyed kitty, like a tuner,
receives the signals of the world.

 

 

Vertaald door Alec Vagapov

 

 

 1155611-56db015abad119f1b5cd5952636a2e78.jpg

Andrej Voznesensky (12 mei 1933 – 1 juni 2010)

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 12e mei ook mijn vorige blog van vandaag.
Geschreven door Romenu om 16:58 Reageer op dit bericht

Eva Demski, Sabine Imhof, Farley Mowat, Dante Gabriel Rossetti

De Duitse schrijfster Eva Demski werd geboren op 12 mei 1944 in Regensburg. Zie ook alle tags voor Eva Demski op dit blog.

 

Uit: Von Liebe, Reichtum, Tod und Schminke

 

„Die sogenannte Jogginghose und ihre arschkonturierende Schwester Leggin sowie die dazugehörigen namenlosen Oberteile sind nichts anderes als ein großes Sichaufgegebenhaben. Wie gesagt, meine Klage und mein Schauder werden von manchen geteilt, auch öffentlich. Aber die da in Meersburg oder auf Föhr, in Garmisch oder Rostock herumwandern, hören es nicht, sie hören es nicht, und sehen tun sie sich ganz offenbar auch nicht. Jenes zerflossene wamperte Monster, das mit einem grünlichen Doppelsack als Beinkleid und der Aufschrift California Dream Boy auf seinem lila Bierranzen in einer Schaufensterscheibe oder im Spiegel eines Schuhgeschäfts aufscheint, kann sich als Ich ganz offenbar nicht wahrnehmen, er müßte doch sonst weinend im Rinnstein zusammensinken. Und die Frau neben ihm, deren Beine von Leopardenmuster so eng umhüllt sind, daß man deutlich die kleinen Säckchen an den Kniekehlen und weiter oben die Kimme sehen kann, die ist sich selber offenbar genauso unsichtbar. Oder sind sie alle so resigniert, so mit sich selber zerfallen, so -titanisch unglücklich über die Unzulänglichkeit des Menschen an sich, daß sie so was anziehen?
Der Jugend sehen wir viel nach und gedenken zärtlich jener Schrecknisse, die wir den eigenen Eltern bereitet haben (weißgekalkte Lippen und Metallreifen um die Mitte). Daß die Mädels für eine schöne Zeit ihres Lebens aussehen, als hätte man sie unter einem nassen Stein gefunden und ihnen dann Zement um die Füße gegossen – macht nichts. Das gibt sich, und wenn man Kinder davon abhalten kann, sich an allzu sichtbarer Stelle ein Tattoo anbringen zu lassen (»Schätzchen, wie glaubst du, daß ein Drachen auf der Stirn aussieht, wenn du vierzig bist?« Antwort: »Das werd ich nie! Eher erschieß ich mich!«) – also wenn es einem gelingt, das zu vermeiden, dann steht einer attraktiven modischen Entwicklung abseits des Freizeitkleidungsstammes, dieser Troglodyten, nichts im Weg.“

 

 

 1155608-2baa1abac2fa3556ee45ef6098c4d637.jpg

Eva Demski (Regensburg, 12 mei 1944)



 

De Zwitserse dichteres Sabine Imhof werd geboren in Brig in 1976. Zie ook alle tags voor Sabine Imhof op dit blog.

 

 

Old Man River
(In Erinnerung an Heath Ledger)

 

Blaue Flecken,
einmal um die Welt gereist
das milde Fleisch des Lammes
im letzten Zucken der lächerlichen Zeit

hat die Nacht einen Stern verloren
der Fluß seine Richtung
am Wegesrand melkt
ein Verlegener das letzte Rot
aus deinen Wangen

ein gestohlener Tropfen
auf dem heißen Stein
der neuesten Meldungen
flechtet jemand Reime
in das gerettete Haar

konserviert in einem gut
ausgespülten Marmeladenglas
werden Gebetsanfänge und Namen
endgültig gemacht

ein letzter Griff in die Hosentasche
neben deinem nackten Tod
bedeckt man die abfallende Temperatur
mit dem Mantel eines alten Mannes

einer kommt und tapeziert die Wand
auf der Zunge einen schalen Klassiker
ganz in der Nähe schläft er mit offenen Augen
421 Broome Street,
weiße Sprenkel überall, ein Speichelfaden
teilt das Flimmern des Bildschirms entzwei

Steine in deinen Schuhen
sie stehen im Weg,
beschweren den Aufstieg
er rettet sich aus dem Riss –

im Himmel fallen Äpfel wie Regen
auf deinen geschlossenen Mund
lege ich eine letzte Zeile
Atemnot.

 

 

1155608-2c057104558d7e403d5171c8e6c775f7.jpg 

Sabine Imhof (Brig, 12 mei 1976)

Cover

 

 

 

 

De Canadese schrijver Farley Mowat werd geboren in Belleville, Ontario, op 12 mei 1921. Zie ook alle tags voor Farley Mowat op dit blog.

 

Uit: Lost in the Barrens

 

„The month of June was growing old. It had been a year since Jamie Macnair left Toronto, the city of his birth, to take up a new life in the subarctic forests of northern Canada. Beside the shores of Macnair Lake the tamaracks were greening now after the winter’s blackness. Out on the lake great loons cried shrilly. As Jamie squatted in front of the log cabin, helping his uncle bale up the winter’s catch of furs, he tried to remember how he had felt on that day, a year past, when he climbed out of the train at the lonely frontier town called The Pas to meet his uncle.
Jamie’s uncle, Angus Macnair, had been a trader in the arctic, the master of a sealing schooner in the Bering Sea, and finally a trapper who roamed over the broad forests of the north. To Jamie, his uncle was almost a legend, and when the telegram came from him it filled the boy with excitement.
ARRANGEMENTS MADE FOR YOU TO JOIN ME AT THE PAS STOP LETTER WITH DETAILS FOLLOWS.
ANGUS MACNAIR
That eagerly awaited letter had brought with it some unhappiness for Jamie. It had reminded him sharply of the tragedy of his parents’ deaths in a car accident seven years ago. And it had made clear something he had never really faced before – that apart from his uncle, whom he had never seen, he was truly alone.“

 

 

 1155608-d8d7bf64eebf84fc27cc0c1a35b63b0e.jpg

Farley Mowat (Belleville, 12 mei 1921)

 

 

 


De Engelse schilder en dichter Dante Gabriel Rossetti werd op 12 mei 1828 inLonden geboren.
Zie ook alle tags voor Dante Gabriel Rossetti op dit blog.

 

Adieu

 

WAVING whispering trees,
What do you say to the breeze
And what says the breeze to you?
'Mid passing souls ill at ease,
Moving murmuring trees,
Would ye ever wave an Adieu?
Tossing turbulent seas,
Winds that wrestle with these,
Echo heard in the shell,—

'Mid fleeting life ill at ease,
Restless ravening seas,—
Would the echo sigh Farewell?
Surging sumptuous skies,
For ever a new surprise,
Clouds eternally new,—
Is every flake that flies,
Widening wandering skies,
For a sign—Farewell, Adieu?
Sinking suffering heart
That know'st how weary thou art,—
Soul so fain for a flight,—
Aye, spread your wings to depart,
Sad soul and sorrowing heart,—
Adieu, Farewell, Good-night.

 

 

 

 1155608-c6e9c3a3260117767b9a96064a7b75de.jpg

Dante Gabriel Rossetti (12 mei 1828 - 9 april 1882)

Portret door William Holman Hunt,, c. 1870

Geschreven door Romenu om 16:53 Reageer op dit bericht

J. H. Leopold, da Gerhardt, Andre Rudolph, Rubem Fonseca, Henning Boëtius, Camilo José Cela, Rose Ausländer

De Nederlandse dichter  en classicus Jan Hendrik Leopold werd geboren in ’s-Hertogenbosch op 11 mei 1865. Zie ook alle tags voor J. H. Leopold op dit blog.

 

 

Regen

 

De bui is afgedreven;
aan de gezonken horizont
trekt weg het opgestapelde, de rond-
gewelfde wolken; over is gebleven
het blauw, het kille blauw, waaruit gebannen
een elke kreuk, blank en opnieuw gespannen.

En hier nog aan het vensterglas
aan de bedroefde ruiten
beeft in wat nu weer buiten
van winderigs in opstand was
een druppel van de regen,
kleeft aangedrukt er tegen,
rilt in het kille licht.

en al de blinking en het vergezicht,
van hemel en van aarde, akkerzwart,
stralende waters, heggen, het verward
beweeg van mensen, die naar buiten komen,
ploegpaarden langs de weg, de oude bomen
voor huis en hof en over hen de glans
der daggeboort, de diepe hemeltrans
met schitterzon, wereld en ruim heelal:
het is bevat in dit klein trilkristal.

 

 

 

Het was een morgen, kristallijn gezet

 

Het was een morgen, kristallijn gezet
op vochte weiden, waar de droppeldauw
de sprieten, stengels buigen deed, aan kelk en steel
schakerend in het lichte grijs gezegen
op gras en groene halmen, in de lucht
heldere vinkenslag, over de vlonder
het reppen van de voeten, de witte tandenlach,
het zingen van de melkster, aan de kimmen
de zomen
ging God om

Dat was geweest; dat had nu zijn bekomst

 

 

 

Cheops (fragment)

 

Zo dit groot monument, dit uitgekozen
koninklijk gloriestuk en pronkkleinood,
de rijke rotsklomp, kantig en behouwen
als een gekloofd juweel, de bergkolos,
die dromende onder het marmerpantser
de leden rekt, de torenstapeling
van duizenden op duizenden getild
door honderdduizenden, getuigenis
van onbedwongen almacht uitgevierd
tot zwijmelhoogte, van een fel bewind,
dat zijn vermeten en zijn netten wierp
over de namelozen, de verloren
tot ondergang gedoemde drom, gebukt
over hun donkre moeite en zweet, het hoofd
zuchtend en trillende het harde pogen
in handen en gerei, tesaamgeschoold
tot hunne taak de bange en als lood
lag dodelijk op de bekommerden
de doffe wil, het onverwrikt gebod
van de ver tronende, meedogenloze,
van hem, de eigenzinnige despoot.

 

 

 

 1155060-d1ec2322cd4ec9fc67aef3eb1f647d05.jpg

J. H. Leopold (11 mei 1865 - 21 juni 1925)

 

 

 

 

De Nederlandse dichteres Ida Gerhardt werd geboren in Gorinchem op 11 mei 1905. Zie ook alle tags voor Ida Gerhardt op dit blog.

 

 

Het carillon

 

Ik zag de mensen in de straten,
hun armoe en hun grauw gezicht, -
toen streek er over de gelaten
een luisteren, een vleug van licht.

Want boven in de klokkentoren
na ’t donker-bronzen urenslaan
ving, over heel de stad te horen,
de beiaardier te spelen aan.

Valerius: - een statig zingen
waarin de zware klok bewoog,
doorstrooid van lichter sprankelingen,
‘Wij slaan het oog tot U omhoog.’

En één tussen de naamloos velen,
gedrongen aan de huizenkant
stond ik te luist’ren naar dit spelen
dat zong van mijn geschonden land.

Dit sprakeloze samenkomen
en Hollands licht over de stad –
Nooit heb ik wat ons werd ontnomen
zo bitter, bitter liefgehad.

 

 

 

De reiskameraad

 

Op een onaards uur vertrokken,
wars van alles, zonder reisplan,
elke overlegging mijdend
en mij weidend in mijn vrijheid
bij het dansen van de draden,
weet ik feestelijk in mijn jaszak
het kompas, dat onder Arkel
ik als kind eens op een morgen
heb gevonden in de wegberm.

Dat mijn trots was, dat het nog is,
dat ik Boreas gedoopt heb.
Waaraan nooit iets gemankeerd heeft.
Of ik zuidwaarts ga of zigzag,
onomkoopbaar, onverbiddelijk
richt zich de magneetnaald noordwaarts.
Eindelijk reizen wij weer samen,
twee die bij elkander horen,
twee die aan elkaar gewaagd zijn.

 

 

 

Rivierbaken

Gorinchem, 22 april 1988

 

Daar waar 't water was,

daar waar het, later, wás

wat ik als kind al wist.

 

Daar waar 't water is,

daar waar 't baken is

waarin het is gegrift.

 

 

 

 1155060-53593aab6bb34ec539dc9a2342fddd5f.jpg

Ida Gerhardt (11 mei 1905 – 15 augustus 1997)

Het rivierbaken in Gorinchem met bovenstaande tekst 

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Andre Rudolph werd geboren in Warschau op 11 mei 1975 en groeide op in Leipzig. Zie ook alle tags voor Andre Rudolph op dit blog.

 

 

das wahre troja liegt innen

 

einmal,

während jener belagerungszustände,

in die wir unsere körper

durch den reichlichen gebrauch von cocktails

versetzten, als wären wir

seefahrer oder huren nicht nur im traum,

 

wurdest du so nahbar,

dass mir davon die augen bluteten

 

die stadt lag friedlich wie je

und bemerkte gar nicht,

dass sie gerade beschossen wurde

 

ganze straßenzüge wurden unterdessen

ausgelöscht;

wir waren die einzigen, die das sahn

 

aber wir saßen fest

und warteten ab, dass es vorüberginge

 

dann sprudelte draußen

aus den abgeschlagnen köpfen der hydranten

frisches leben

und überschwemmte alles

 

du erinnerst dich, lieber christoph

wir gingen hinaus,

du mit deinem komischen hut

und ich mit ein paar hasenohren

 

aber wir kamen gut durch,

die laternen beugten sich mit ihren gebogenen

hälsen zu uns herunter,

friedliche saurier

 

sie fraßen uns

das licht aus der hand,

 

und ich erzählte dir,

dass ich neuerdings meditiere,

gegen die tödliche nervosität,

die mein ganzes leben bestimmt

 

 

 

 1155060-c9e10348bec3796a92493568e9ded60a.jpg

Andre Rudolph (Warschau, 11 mei 1975)

 

 

 

 

De Braziliaanse schrijver José Rubem Fonseca werd geboren op 11 mei 1925 in Juiz de Fora. Zie ook alle tags voor Rubem Fonseca op dit blog.

 

Uit: Bufo & Spallanzani (Vertaald door Karin von Schweder-Schreiner)

 

“Delfina Delamare begleitete ihren Mann nicht auf all seinen Reisen. Eigentlich reiste sie gar nicht gern. Die Schiffe waren immer voll alter Rentner und häßlicher Frauen, an Bord herrschte verlogene Eleganz, und im Laufe der Reise trat die unersprießliche Gewöhnlichkeit der Menschen zutage. Flugzeuge hatten den Vorteil, schneller zu sein, schufen aber eine klaustrophobische Nähe zu jedermann, in der man unter dicken, verschlafenen Männern ohne Schuhe begraben wurde, selbst in der ersten Klasse. Kurz, sie hatte Reisen immer als unangenehm empfunden. Sie blieb lieber in Rio und widmete sich ihren Werken der Nächstenliebe.
Die Begegnung zwischen Delfina und Guedes fand in einer der wenigen Situationen statt, in denen dies überhaupt möglich war. Es geschah auf der Straße, versteht sich, aber auf eine für beide überraschende Weise. Delfina befand sich in ihrem Mercedes in der Rua Diamantina, einer Sackgasse hoch oben im Stadtteil Jardim Botânico. Als Guedes zum Ort der Begegnung kam, wußte er bereits, daß Delfina nicht schlief, wie die Leute, die sie gefunden hatten, aufgrund ihres friedlichen Gesichtsausdrucks und der bequemen Haltung ihres Körpers im Autositz zunächst angenommen hatten. Guedes hingegen hatte noch auf der Wache von Delfinas tödlicher Verletzung erfahren, die unter ihrer Seidenbluse verborgen war.
Die Stelle war bereits von der Polizei abgesperrt worden. Zu beiden Seiten der Rua Diamantina standen Bäume, und an diesem frühen Morgen strahlte die Sonne durch die Baumkronen auf die metallicgelbe Motorhaube des Wagens, so daß er glänzte, als wäre er aus Gold.“

 

 

1155060-db0b92ea01e6e11a79107bb033403651.jpg
Rubem Fonseca (Juiz de Fora, 11 mei 1925)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver Henning Boëtius werd geboren op 11 mei 1939 in Langen, Hessen. Zie ook alle tags voor Henning Boëtius op dit blog.

 

Uit: Geschichte der Elektrizität

 

„In Märchen, Naturreligionen und Mythologie haben früheste Erfahrungen mit Elektrizität ihren Niederschlag gefunden. Für Blitz und Donner, Elmsfeuer, Irrlichter, Nordlichter, Magnetsteine, Bernsteine wurden Götter verantwortlich gemacht, aber auch Hexen und Zauberer. Es wimmelte von Gerüchten, in denen Schiffe Opfer von magnetischen Kräften wurden oder Menschen von Irrlichtern in tödliche Sümpfe gelockt wurden.
Eine damals beliebte Heilkraft gegen die Angst und das Unverständliche war ihre Beschwörung in Form einer Geschichte, einer Anekdote, eines erzählten Geschehens am abendlichen Kamin. Das Ungemütliche hatte dadurch auch eine gemütliche Seite, das Unheimliche eine heimelige. Vermutlich hat die Literatur in dieser weit verbreiteten Therapie gegen die Angst ihre Wurzeln.
Zu den wenigen anscheinend völlig harmlosen Rätseldingen zählte der Bernstein. Er sah aus wie ein Stein und war dennoch seltsam leicht. Das machte ihn zu einem anfassbaren Wunder. Ihm verdankt die Elektrizität ihren Namen. Bernstein heißt auf Lateinisch Electrum . Das deutsche Wort Bernstein kommt von niederdeutsch bernen = brennen. Das hat seinen Grund in der Tatsache, dass sich Bernstein auch anzünden lässt. Er brennt dann mit heller Flamme, wobei ein angenehmer Duft entsteht.“

 

1155060-cf1d7371ebf639f471710d26fefcb4d6.jpg 

Henning Boëtius (Langen, 11 mei 1939)

 

 

 


 

De Spaanse schrijver Camilo José Cela werd geboren op 11 mei 1916 in Iria Flavia. Zie ook alle tags voor Camilo José Cela op dit blog.

 

Uit: The Family of Pascual Duarte (Vertaald door Anthony Kerrigan)

 

„As was only natural, the village contained good houses and bad, the bad far outnumbering, as is usual, the good. There was one house, two stories high, belonging to Don Jesús, which was a pleasure to see, with its entranceway faced with tile and lined with flowerpots. Don Jesús had always been a strong believer in plants, and I suppose he kept after the housekeeper to watch over the geraniums, the heliotropes, the palms and the mint with the same loving care she might have given children. In any case, the old woman was always walking up and down with a kettle in her hand, watering the pots and pampering them with an attention they must have appreciated, to judge by the look of the shoots, so fresh and green. Don Jesús' house faced the plaza, and yet it was different from all the other houses, not only in its several points of superiority, but also in one aspect where it seemed less than the rest: though its owner was wealthy and did not stint, its front was completely plain, its color was the natural color of the stone, and it was not whitewashed, as even the poorest houses were. Don Jesús must have had his reasons for leaving it that way. A stone shield was carved and fixed in the wall over the door; the carving was said to be of great value; the top part represented the heads of two ancient warriors wearing headpieces decorated with plumes; one warrior looked to the east and the other toward the west, as if they were keeping watch against any threat from either direction.
Behind the plaza, on the same side as the house of Don Jesús, lay the parish church, with its stone bell tower and the bell which was like a hand bell and sounded in a strange way I could never describe, but which I can hear at this moment as if it were clanging around the corner . . .“



1155060-047c27a96825b6c34b1f03308f0a47c2.jpg
Camilo José Cela (11 mei 1916 – 17 januari 2002)

Portret door Nils Burwitz, 1989

 

 

 


De Oostenrijks-Roemeens-joods-Amerikaanse dichteres
Rose Ausländer werd geboren in Czernowitz op 11 mei 1901. Zie ook alle tags voor Rose Ausländer op dit blog.

 

 

Versöhnung

 

Wieder ein Morgen
ohne Gespenster
im Tau funkelt der Regenbogen
als Zeichen der Versöhnung

Du darfst dich freuen
über den vollkommenen Bau der Rose
darfst dich im grünen Labyrinth
verlieren und wiederfinden
in klarerer Gestalt

Du darfst ein Mensch sein
arglos

Der Morgentraum erzählt dir
Märchen du darfst
die Dinge neu ordnen
Farben verteilen
und wieder
schön sagen

an diesem Morgen
du Schöpfer und Geschöpf

 

 

 

Königlich arm

 

Königlich arm
den Wortschatz
im blutenden Mund

Die Gefallenen
heben wir auf
bedecken sie
mit dem Tränentuch

rebellieren
gegen die Schützen im Feld
im Allüberall

Heimathungrig

Unsern täglichen Tod
begraben wir im Wort
Auferstehung

 

 

 

 1155060-b11d04fa0bfae2dbc70bc2a526d08399.jpg

Rose Ausländer (11 mei 1901 - 3 januari 1988)




Zie voor nog meer schrijvers van de 11e mei ook mijn blog van 11 mei 2011 deel 2.
Geschreven door Romenu om 18:54 Reageer op dit bericht

J.C. Bloem, Herman Leenders, Didi de Paris, Petra Hammesfahr, Ralf Rothmann, Jeremy Gable, Roberto Cotroneo

De Nederlandse dichter J. C. Bloem werd geboren op 10 mei 1887 in Oudshoorn. Zie ook alle tags voor J. C. Bloem op dit blog.

 

 

Zondag

 

De stilte, nu de klokken doven,
Wordt hoorbaar over zondags land
En dorpse woningen, waarboven
Een schelpenkleurge hemel spant

De jeugd keert weer voor d' in gedachten
Verzonkene, die zich hervindt
Een warm, van onbestemd verwachten,
In zondagsstilte eenzelvig kind.

En tussen toen en nu: 't verwarde
Bestaan, dat steeds zijn heil verdreef;
De scherpe dagen, waar de flarde
Van 't wonde hart aan hangen bleef.

Niet te verzoenen is het leven.
Ten einde is dit wellicht nog 't meest:
Te kunnen zeggen: het is even
Tussen twee stilten luid geweest.

 

 

 

In Memoriam

 

De blaren vallen in de gele grachten;
Weer keert het najaar en het najaarsweer
Op de aarde, waar de donkre harten smachten
Der levenden. Hij ziet het nimmermeer.

Hoe had hij dit bemind, die duistre straten,
Die atmosfeer van mist en zaligheid,
Wanneer het avond wordt en het verlaten
Plaveisel vochtig is en vreemd en wijd.

Hij was geboren voor de stille dingen,
Waarmee wij leven - maar niet even lang -
Waarvan wij 't wezen slaken in ons zingen,
Totdat wij zinken, en met ons de zang.

Het was een herfst als nu: de herfsten keren,
Maar niet de harten, na hun korte dag;
Wij stonden, wreed van menselijk begeren,
In de ademloze kamer, waar hij lag.

En voor altijd is dit mij bijgebleven:
Hoe zeer veel stiller dood dan slapen is;
Dat het een daaglijks wonder is, te leven,
En elk ontwaken een herrijzenis.

Nu weer hervind ik mij in het gewijde
Seizoen, waar de gevallen blaren zijn
Als het veeg zonlicht van een dood getijde,
En denk: hoelang nog leef ik in die schijn?

Wat blijft ons over van dit lange derven,
Dat leven is? Wat, dat ik nog begeer?
Voor hem en mij een herfst, die niet kan sterven:
Zon, mist en stilte, en dan voor immermeer.

 

 

 

 1154392-d8b4761c0b50914406a1c7e95e4bda89.jpg

J.C. Bloem (10 mei 1887 – 10 augustus 1966)

 

 

 

 

De Vlaamse dichter en schrijver  Herman Leenders werd geboren te Brugge op 10 mei 1960. Zie ook alle tags voor Herman Leenders op dit blog.

 

 

De landloper

 

1.

De bus laat hem achter in een wolk.

Om hem heen groeit de stilte.

De vogels scharrelen in het struikgewas.

Onwennig zet hij zijn eerste stap,

 

strekt zijn benen,

stijf van het lange zitten achter glas.

Zoals een dier de vrijheid krijgt

waarmee het niets vermag.

           

 

2.

Hij stapt niet door

zoals het hoort voor mensen met een doel.

Hij kijkt teveel naar boven

alsof hij een vliegtuig ziet,

 

een ballon met een boodschap van de Generale Bank,

salami, margarine of sterke drank.

Hij kijkt in de lucht

terwijl hij in zijn zak naar tabak zoekt.

           

 

3.

Hij komt door het dorp.

Zijn passen botsen tegen de huizen op.

Er hangen dekens uit de ramen

hartstochtelijk te zwaaien.

 

Over een muur leunen takken

zwaar van het rood van de appels

en in een moestuintje schiet de sla op,

bleke stammen uit de geborgenheid van de krop.

 

 

 

 1154392-923772892723b704b91ad85ab9df540f.jpg

Herman Leenders (Brugge, 10 mei 1960)

 

 

 

 

 

De Vlaamse dichter en schrijver Didi de Paris werd geboren op 10 mei 1957 in Leuven. Zie ook alle tags voor Didi de Paris op dit blog.

 

 

Dooi

 

Twee engeltjes verblind door een gloed
vergaten hun ochtendgebed
gooiden de sprei van zich af
sprongen uit bed, wrongen hun voetjes
in sloffen, sloegen een kamerjas om
en liepen naar: het venster.

 

IJsbloemen werden tot opens toe beademd:
over de wereld lag een wit tapijt gespreid.
Een dweil aan de waslijn en een jutten zak
waar steenkool in gezeten had, alles verstijfd
zoals de kruiwagen op het gazon verloren
had eindelijk zijn vaste vorm gekregen.

 

Het winterkoninkje, het koolmeesje
en het roodborstje waren getuige:
overal fonkelde kristal. Een onzichtbare hand
had alles tot rijp geslagen op rijm gezet.
En het land was bang te breken, durfde
niet meer te bewegen.

 

In de poriën van het perzikenboompje
had de wind witte lijntjes getatoeëerd
en de uitwaseming van de nieuwe dag
zich tot poëzie gekristalliseerd.

 

En zilveren webben verbonden alles
van hier tot aan de dooi.

 

 

 1154392-b130f74271392e680bee4f43509dc27f.jpg

Didi de Paris (Leuven, 10 mei 1957)

 

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Ralf Rothmann werd op 10 mei 1953 geboren in Schleswig. Zie ook alle tags voor Ralf Rothmann op dit blog.

 

Uit: Ein Winter unter Hirschen

 

„Carl winkte ab. Er hatte alles gesichert und stellte den Fernseher an. In Paris, und nicht nur dort, flogen Brocken durch die Luft, doch er lachte, klopfte mit der Hand auf das Sofapolster. Ich blieb stehen. Eine ganze Veranda schrammte über die Champs-Elysees, wie ein Schiff aus Plexiglas; kleine gelbe Aschenbecher rollten ihr voraus. Dann fiel eine Platane um, mitten auf die menschenleere Straße, alles splitterte, und die Äste ragten wie Arme durch die Fenster der Wagen.

Bei uns hatte es in der Nacht geschneit. Am Morgen war der Waldrand weiß gewesen, dann fegte Wind die Tannen frei, und von dem abschüssigen Feld vorm Haus stiegen Schneewirbel auf, immer wieder. Seltsame Formen oft, wie Menschen in langen Mänteln. Die Spanplatten, mit denen Carl den Wintergarten verkleidet hatte, rappelten gegen die Rahmen, ein knöchernes Geräusch, das nicht nur mir auf die Nerven ging. Fips, sein Jagdteckel, verkroch sich unter Angelas Bett, und ich sagte: »Vielleicht solltest du die Drähte fester ziehen?«

Doch Carl starrte auf die Trümmer im Fernsehen, trank einen Schnaps und antwortete nicht. Obwohl ich einen Pullover trug, zog ich noch eine Wolljacke an, ging von einem Fenster zum anderen und merkte zu spät, daß ich mir schon wieder die Nagelhaut blutig geknibbelt hatte. Ich versuchte gerade, mit dem Rauchen aufzuhören. Es wurde mir einfach zu teuer.“

 

 

1154392-8941d62ee83dd7bbfe3189d5e480246f.jpg 

Ralf Rothmann (Schleswig, 10 mei 1953)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijfster Petra Hammesfahr werd geboren in Immerrath op 10 mei 1951. Zie ook alle tags voor Petra Hammesfahr op dit blog.

 

Uit: Die Freundin

 

„So ein zugiges und halbdunkles Kellergewölbe im November ist wahrhaftig kein Ort, an dem man sich längere Zeit auf­halten möchte, um in rosigen Zukunftsperspektiven zu schwel­gen. Aber ich sehe auch nur schwarz, und hier habe ich wenigs­tens meine Ruhe. Die brauche ich jetzt dringend, um erst mal meine Gefühle zu sortieren. Ich weiß nicht, ob ich traurig bin, verzweifelt oder wütend. Wahrscheinlich von allem etwas. Ich fühle mich beschissen, weil ich auch beim besten Willen nicht weiß, wie ich einem Menschen den Wahnsinn erklären soll, der sich zwischen Silvie, Marieclaire und mir abgespielt hat.
Es war Wahnsinn, vom ersten Tag an. In den letzten Tagen war es sogar Größenwahnsinn. Ich habe wirklich gedacht, es sei einen Versuch wert. Und jetzt ist Silvie tot - seit ungefähr einer halben Stunde, schätze ich. Auf die Uhr habe ich nicht geschaut, ich hatte etwas anderes zu tun.
Im Geist höre ich den Staatsanwalt schon reden. «Paul Schmalbach hatte mehr Schulden als Haare auf dem Kopf.» Und ich habe noch ziemlich dichtes Haar. «Paul Schmalbach brachte eine reiche Erbin dazu, ihn zu heiraten, in der Absicht, sie schnellstmöglich wieder loszuwerden und sich zu sanieren. Und damit hat er sich nicht viel Zeit gelassen.»
Was soll ich dagegenhalten? «Hohes Gericht, so war es nicht. »
Bei allem, was mir heilig ist, so war es wirklich nicht. Das wird mir nur niemand glauben, fürchte ich. Die werden mich dermaßen verknacken, ich komme mein Lebtag nicht wieder raus. Das ist so sicher wie das Amen in der Kirche.”

 

 

1154392-77ce2b38a2ac3aaa9618e1376b2036ea.jpg
Petra Hammesfahr (Immerrath, 10 mei 1951)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse toneelschrijver Jeremy Gable werd geboren op 10 mei 1982 in Lakenheath, Suffolk, in Engeland. Zie ook alle tags voor Jeremy Gable op dit blog.

 

Uit: The 15th Line

 

JANUARY 26TH
PATRICK: Confirmed - 15th Line subway accident kills 29, injures 22.  Subway line closed until further notice.
SETH: Taking a taxi to school today.  Yesterday keeps playing in my head.  Keep reading about people who stayed and helped.
ANGELA: So...yes, I was in the subway accident.  I’m feeling okay, just really really sore.  I’m leaving the hospital today.
ANGELA: And I can go to class tomorrow.  I didn’t go today.  Or yesterday.  So I probably should.
DUSTIN: Erica’s in critical condition.  Please send her your prayers.
PATRICK: Mayor Hodgins holds press conference; promises a full investigation into 15th Line subway derailment.

 

JANUARY 27TH
SETH: I am Cheerios, plain and simple.
SETH: I meant to say I am EATING Cheerios, plain and simple.
DUSTIN: I canceled all appointments today.  Erica’s condition is up in the air.  I hate the unknowable.
ANGELA: Dear everyone...Stop asking if I’m okay.  I’m okay.“

 

 1154392-20190e9206cb8c2097303fc14196014e.jpg

Jeremy Gable (Lakenheath, 10 mei 1982)

Hier als acteur met Christina Martinez in het stuk “The Remote”


 

 

De Italiaanse schrijver Roberto Cotroneo werd op 10 mei 1961 geboren in Alessandria. Zie ook alle tags voor Roberto Cotroneo op dit blog.

.

Uit: Die Jahre aus Blei (Vertaald door Karin Krieger)

 

“Am 25. April, vier Tage nach dem Unfall, erhielt ich einen Anruf von einer mir unbekannten Frau, von Stefania, Cristianos Schwester. Sie sagte, sie wolle mich treffen, bevor sie nach Südafrika zurückkehre, und verabredete sich in einer Kaffeebar an der Piazza Trilussa mit mir. Sie kam mit einer

Aktenmappe voller Papiere, die sie mir mit der Bemerkung aushändigte, ich solle das alles lesen und sie danach anrufen.

Im letzten Jahr habe ich mich mit nichts anderem beschäftigt, habe den Roman, an dem ich schrieb, liegenlassen und bin um die halbe Welt gereist, um Bewegungen nachzuvollziehen, Bestätigungen zu finden und zu verstehen, was Cristiano und Giulia zugestoßen war. Doch bereits Ende Juni beschloß ich, damit aufzuhören. Diese Geschichte ließ sich nicht erzählen. Und in zu viele dunkle Aspekte ihres Lebens konnte ich einfach kein Licht bringen.

Bis der Zufall es wollte, daß ich sie nun plçtzlich vor mir sah. Ich schaute sie unentwegt an, stand aber nicht auf,umzu ihnen zu gehen. Das konnte ich natürlich nicht. Der Kellner brachte ihnen zwei Vorspeisen und eine FlascheWasser. Keine halbe Stunde später gingen sie wieder. Ich stand auf, ohne zu zahlen. Ich wollte ihnen folgen, doch sie waren bereits im Gewirr der kleinen Straßen rings um die Piazza verschwunden.

Noch in derselben Nacht sortierte ich die letzten von Stefanias Unterlagen und wußte, daß ich keine Wahl mehr hatte: Ich mußte die Geschichte von Giulia und Cristiano erzählen. Wenn sie noch am Leben waren, während alle sie für tot hielten, stimmten die Vermutungen und die unerklärlichen Fakten, auf die ich gestoßen war, wohl tatsächlich.”

 

 

 1154392-39ec5de872d291d1c237e6638facb880.jpg

Roberto Cotroneo (Alessandria, 10 mei 1961)

 

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 10e mei ook mijn blog van 10 mei 2011 deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 18:55 Reageer op dit bericht

Pieter Boskma, Jotie T'Hooft, Charles Simic, Jan Drees, Bulat Okudzhava, Leopold Andrian

De Nederlandse dichter en schrijver Pieter Boskma werd geboren in Leeuwarden op 9 mei 1956. Zie ook alle tags voor Pieter Boskma op dit blog.

 

 

Tijding

 

Nu de Grote Nieuwe Laatste Moederlijke Oorlog
slechts drie weken duurde, honderddrieënzeventig
doden snik aan onze kant, enkele tienduizenden
bij nou ja de vijand, en het lentezonnetje schijnt
en op het balkon bloeien de planten allerkleurigst

nu de wapenen gesproken de schedels gespleten
de ledematen bloederig uit de moskeeën trippelen
bovendien de gramstorige lama op een berg in India
zijn glas gekookt water drinkt en het verder wel gelooft

nu de rivieren allemaal zijn omgelegd en van de zee
landinwaarts stromen, de paden op de lanen in,
dorpen bergen lijken allerwegen overstromen

en de vissen ach de vissen zie hen eens vakantie vieren
achter hun vissenogenkleine zonnebrillen want zij kennen
het bestraald geweten van de generaal de kardinaal
de pederast en zelfs de pronograaf in celibaat

als de vissen mensen wisten zouden zij wenen de zee
als de vissen eens wisten dat zij reeds weenden de zee

nu de lange tijd die ons werd gegeven plots nogal verkort
begint te lijken op de droom waar je al half uit ontwaakt
met scherven op je ogen en een suizen in de oren
- het terneergestort lawaai van de gewonnen strijd -

nu ziet het er toch echt naar uit dat de kruik zeer lang
te water ging langer nog dan dorst verdroeg te lang
want statig zinken reeds de barsten in een schotschrift
dat amper opgesteld de vinger alweer op de trekker legt
en die in slow motion met veel tromgeroffel overhaalt.

 

 

 1153738-0ec5ce4e322b502d93f3b11fa9d4f06c.jpg

Pieter Boskma (Leeuwarden, 9 mei 1956)

 

 

 


De Vlaamse dichter en schrijver
Jotie T'Hooft werd geboren in Oudenaarde op 9 mei 1956. Zie ook alle tags voor Jotie T’Hooft op dit blog.

 

 

Vogelschrik

 

Op het veld dat de zeis maaide
en dat ik aan de uitkanten proper houd
met sikkels en scharen van licht
staat een vogelschrik te kijk

Hij is een mens waaraan de kauwen
vreten, oud lichaam traag draaiend
in de winden van een te vroeg april
Een zotskap die de boer te gortig was
staat op zijn halmenhoofd en armen

stokstijf van angst wijzen twee windrichtingen
aan die hem langzaam kaalplukken
tot jas op stok, tot vuile hoed,
tot mensenschrik op het avondveld

 

 

 

Paranoia

 

Het zijn gewoon de oren, begrijpt u wel
die kraakbenen schelpjes bedekt met vel
horen alsmaar geluiden die op onheil duiden.

En die niet echt zijn of iets anders blijken.
Heel normaal eigenlijk als iedereen je zo aanstaart
op straat, alsof je de baarlijke duivel waart.

Jij werd vast ook achterdochtig
als iedereen over je fluisterde.
Ja, het is hier tochtig
maar ik laat de deur zo, stel dat er iemand aan luisterde.

Ik: Wat was dat?
Hoorde jij dat ook?
Jij: Was gewoon een rat.
Ik: Zo, dus jij bedondert me ook!

 

 

 

1153738-a8df53bda1e628013a1bcaa0238791dc.jpg 

Jotie T'Hooft (9 mei 1956 – 6 oktober 1977)

Cover biografie in beelden

 

 

 

 

De Amerikaanse dichter Charles Simic werd geboren in Belgrado op 9 mei 1938. Zie ook alle tags voor Charles Simic op dit blog.

 

 

Country Fair

for Hayden Carruth

If you didn't see the six-legged dog,
It doesn't matter.
We did, and he mostly lay in the corner.
As for the extra legs,

One got used to them quickly
And thought of other things.
Like, what a cold, dark night
To be out at the fair.

Then the keeper threw a stick
And the dog went after it
On four legs, the other two flapping behind,
Which made one girl shriek with laughter.

She was drunk and so was the man
Who kept kissing her neck.
The dog got the stick and looked back at us.
And that was the whole show.

 

 

 

Summer In The Country

 

One shows me how to lie down in a field of clover.
Another how to slip my hand under her Sunday skirt.
Another how to kiss with a mouth full of blackberries.
Another how to catch fireflies in jar after dark.

Here is a stable with a single black mare
And the proof of God's existence riding in a red nightgown.
Devil's child--or whatever she was?
Having the nerve to ask me to go get her a whip.

 

 

 1153738-8fdb650e903dd1d099d2c81fc6336e7f.jpg

Charles Simic (Belgrado, 9 mei 1938)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver Jan Drees werd geboren op 9 mei 1979 in Haan. Zie ook alle tags voor Jan Drees op dit blog.

 

Uit: Kassettendeck

 

„United States of Love“ – Westbam // »Ich erinnere mich, dass ich einmal als Kind bei William im Auto saß und er sich so einen Mitschnitt anhörte, wo Leute reden. Daran erinnert sich William vielleicht gar nicht, aber mir fällt das jetzt ein, ganz faszinierend im Grunde. Das war so eine Gesprächsrunde, er und seine friends wollten eine Party machen, und die friends sagten: Ja, sie wollen eine Band, weil es doch scheiße ist, wenn da so Retortenmusik läuft. Und der William meldet sich zu Wort und sagt: Ich muss ja sagen, ich stehe auf Retortenmusik. Und ich weiß, dass ich als Kind hinten im Auto sitze und das höre. Und, ich glaube, den williamschen Standpunkt teile.«

In dieser sehr prägnanten Kassettenszene buchstabiert WestBam einen Teil seines »Alphabets« im 1997 erschienenen Merve-Bändchen Mix, Cuts & Scratches, das im Gespräch mit Rainald Goetz entstanden ist, »im schattigen Korbsessel-Ambiente eines angeblich Hotel Phoenix genannten Hotels in San Francisco«.

Das ist nun auch schon wieder 14 Jahre her, und  WestBam spielt nach wie vor Musik für 20-Jährige, »die tanzen um einen herum und es ist wie 1983 – und dann merkt man an bestimmten Sachen, dass trotzdem etwas anders ist.«

 

 

 1153738-843024012c270a5e1d63829c63f5f76d.jpg

Jan Drees (Haan, 9 mei 1979)

Hier met Live-DJ Christian Vorbau (rechts)

 

 

 


De Russische schrijver, dichter en zanger
Bulat Shalvovich Okudzhava werd geboren in Moskou op 9 mei 1924. Zie ook alle tags voor Bulat Okudzhava op dit blog.

 

 

The Happy Drummer

 

Get up early

when the birds begin to clamour,

when the caretakers turn up in the yards.

You will see the happy drummer

yes, you'll see the happy drummer

take his drum and maple drumsticks in his hands.

 

There will be another day of fuss and tumult,

streams of people and the rambling of a tram,

you just listen, you will hear,

and you'll see the happy drummer

walking lively down the pavement with his drum.

 

Night will come, -- the wicked plotter and the shammer,

streets will sink into the darkness, growing calm;

take a good look you will see, yes,

you will see the happy drummer,

walking lively down the pavement with his drum.

 

Roll of drum... now fading in, now fading out,

coming through the midnight, bustle, fog and hum...

Can't you hear the happy drummer,

make the loud rhythmic sound

can't you see him carry proudly his drum?!

 

 

Vertaald door Alec Vagapov

 

 

 1153738-0e7674dd482d16c1b84c641f2e5da4a2.jpg

Bulat Okudzhava (9 mei 1924 – 12 juni 1997)

 

 

 

 

De Oostenrijkse dichter, schrijver en diplomaat Leopold Andrian werd op 9 mei 1875 in Berlijn geboren. Zie ook alle tags voor Leopold Andrian op dit blog.

 

Uit: Der Garten der Erkenntnis

 

“Plötzlich zuckte über die Wand der Schimmer einer Laterne, etwas Schweres schlug gegen das

Holz und jemand hustete. Es mußte ein Fenster an der Wand sein und eine menschliche Gestalt

bei diesem Fenster und diese Gestalt kam seinetwegen und sie wartete auf ihn ... Aber wie er ein

Licht anzündete und die Wand beleuchtet hatte, war kein Fenster da; ein Spiegel hatte ihn

getäuscht, ein kleiner Spiegel aus Goisern, über dessen vergoldeten Rahmen das Mondlicht

gefahren war, wie ihn der leise Wind, der sich erhoben hatte, gegen die Wand warf. Hinlegen

wollte er sich nicht mehr; dieser Wind mußte auch den Morgen bedeuten, und zitternd vor

Begierde lehnte er an die Wand, und seine Seele genoß die Erinnerung an die Lust seines Leibes

und gestand, daß es der wahrhaftigste Drang des Menschen sei, seinen Leib an den Leib eines

andern Menschen zu pressen, weil in dieser geheimnisvollen Vernichtung des Daseins eine

Erkenntnis ist. [...] In der folgenden Zeit war die Erinnerung an diese Nacht dem Erwin

unangenehm; er war gefallen [...].”

 

 

 1153738-94ca56a761f0900acc514a6554bc9830.jpg

Leopold Andrian (9 mei 1875 – 19 november 1951)

Berlijn, Unter den Linden, rond 1900 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 9e mei ook mijn vorige blog van vandaag.
Geschreven door Romenu om 18:53 Reageer op dit bericht

Alan Bennett, Lucian Blaga, Mona Van Duyn, Gamal al-Ghitani, Richard Adams, James Barrie, Pitigrilli

De Britse schrijver en acteur Alan Bennett werd geboren op 9 mei 1934 in Armley in Leeds, Yorkshire. Zie ook alle tags voor Alan Bennett op dit blog.

 

Uit: The Clothes They Stood Up In

 

"I mean," said Mrs. Ransome, "it's getting like a hotel."
"I wish you wouldn't keep saying 'I mean,'" said Mr. Ransome. "It adds nothing to the sense."
He got enough of what he called "this sloppy way of talking" at work; the least he could ask for at home, he felt, was correct English. So Mrs. Ransome, who normally had very little to say, now tended to say even less.
When the Ransomes had moved into Naseby Mansions the flats boasted a commissionaire in a plum-colored uniform that matched the color of the building. He had died one afternoon in 1982 as he was hailing a taxi for Mrs. Brabourne on the second floor, who had forgone it in order to let it take him to hospital. None of his successors had shown the same zeal in office or pride in the uniform and eventually the function of commissionaire had merged with that of the caretaker, who was never to be found on the door and seldom to be found anywhere, his lair a hot scullery behind the boiler room where he slept much of the day in an armchair that had been thrown out by one of the tenants.
On the night in question the caretaker was asleep, though unusually for him not in the armchair but at the theater. On the lookout for a classier type of girl he had decided to attend an adult education course where he had opted to study English; given the opportunity, he had told the lecturer, he would like to become a voracious reader. The lecturer had some exciting though not very well formulated ideas about art and the workplace, and learning he was a caretaker had got him tickets for the play of the same name, thinking the resultant insights would be a stimulant to group interaction. It was an evening the caretaker found no more satisfying than the Ransomes did Così and the insights he gleaned limited: "So far as your actual caretaking was concerned," he reported to the class, "it was bollocks." The lecturer consoled himself with the hope that, unknown to the caretaker, the evening might have opened doors. In this he was right: the doors in question belonged to the Ransomes' flat“.

 

 

 1153736-036b87996d615aead8128f0b8b216e3e.jpg

Alan Bennett (Armley, 9 mei 1934)

In 1973 

 

 

 

 

De Roemeense dichter, schrijver en filosoof Lucian Blaga werd geboren op 9 mei 1895 in Lancrăm, bij Alba Iulia. Zie ook alle tags voor Lucian Blaga op dit blog.

 

 

Silence

 

Such a deep silence surrounds me, that I think I hear
moonbeams striking on the windows.

In my chest,
a strange voice is awakens
and a song plays inside me
a longing that is not mine.

They say that ancestors, dead before their time,
with young blood still in their veins,
with great passion in their blood,
with the sun still burning in their blood
come,
come to continue to live
within us
their unfinished lives.

Such a deep silence surrounds me, that I think I hear
moonbeams striking on the windows.

O, who knows, soul of mine, in which chest you will sing
you also, after centuries,
in soft ropes of silence,
on harps of obscurity - the drowned longing
and the pleasure of living torn? Who knows?
Who knows?

 

 

Vertaald door Mari Goes

 

 

1153736-b1594441d4a77572b94c1001c3d2b899.jpg 

Lucian Blaga (9 mei 1895 – 6 mei 1961)

Met zijn dochter Dorli 

 

 

 

De Amerikaanse dichteres Mona Van Duyn werd geboren op 9 mei 1921 in Waterloo, Iowa. Zie ook alle tags voor Mona Van Duyn op dit blog.

 

Uit: Endings

 

Setting the V.C.R. when we go to bed
to record a night owl movie, some charmer we missed
we always allow, for unprogrammed unforeseen,
an extra half hour. (Night gods of the small screen
are ruthless with watchers trapped in their piety.)
We watch next evening, and having slowly found
the start of the film, meet the minors and leads,
enter their time and place, their wills and needs,
hear in our chests the click of empathy's padlock,
watch the forces gather, unyielding world
against the unyielding heart, one longing's minefield
laid for another longing, which may yield.
Tears will salt the left-over salad I seize
during ads, or laughter slow my hurry to pee.
But as clot melts toward clearness a black fate
may fall on the screen; the movie started too late.
Torn from the backward-shining of an end
that lights up the meaning of the whole work,
disabled in mind and feeling, I flail and shout,
"I can't bear it! I have to see how it comes out!"
For what is story if not relief from the pain
of the inconclusive, from dread of the meaningless?
Minds in their silent blast-offs search through space--
how often I've followed yours!--for a resting-place.
And I'll follow, past each universe in its spangled
ballgown who waits for the slow-dance of life to start,
past vacancies of darkness who vainglory
is endless as death's, to find the end of the story.

 

 

 

 1153736-797be4bdcc1d257c8570531d1926dfbc.jpg

Mona Van Duyn (9 mei 1921 - 2 december 2004)

 

 

 

 

De Egyptische schrijver Gamal al-Ghitani werd geboren op 9 mei 1945 in Guhaina, maar groeide op in Caïro. Zie ook alle tags Gamal al-Ghitani op dit blog.

 

Uit: Seini Barakat (Vertaald door Hartmut Fähndrich)

 

“Die Verhältnisse im Lande Ägypten sind in diesen Tagen sehr verworren. Kairo erscheint mir fremd, nicht so, wie es mir von früheren Reisen her vertraut ist. Die Unterhaltungen der Menschen sind irgendwie anders. Sprache und Dialekte des Landes sind mir inzwischen bekannt. Die Stadt macht einen kränklichen, verschüchterten Eindruck, als sei sie drauf und dran, in Tränen auszubrechen, wie eine verängstigte Frau, die sich in dunkler Nacht vor Gewalttaten fürchtet. Selbst der Himmel ist nur dünnlich blau, nicht so klar wie sonst, ja, trübe, bedeckt mit Nebeln, die aus fernen Ländern kommen. Die kleinen Dörfer Indiens fallen mir ein. Wenn die Pest sie heimsuchte, war nachts die Luft schwer und feucht, und die Häuser warteten auf etwas, was ein oder zwei Tage später schon eintreffen konnte. Ich lausche den Hufen, die auf dem Straßenpflaster klappern, sich immer weiter entfernen. Vorsichtig blicke ich durch das Gitterfenster des Hauses hinab, darauf bedacht, von niemandem gesehen zu werden. Die Dunkelheit umhüllt die Häuser. Das Minarett der neuen, erst vor ein paar Jahren errichteten Sultan-Ghauri-Moschee kann ich nicht erkennen. Bei meinem letzten Aufenthalt hier, vor meiner langen Reise in den Osten, habe ich es noch nicht gesehen; nur von den Bauvorbereitungen hatte ich vernommen, und von der Errichtung der gewaltigen Kuppel gegenüber.”

 

 

 1153736-9aca8766e9b2752a8de4f37578e7a154.jpg

Gamal al-Ghitani (Guhaina, 9 mei 1945)

 

 

 

 

De Engelse schrijver Richard Adams werd geboren in Newbury op 9 mei 1920. Zie ook alle tags voor Richard Adams op dit blog.

 

Uit  Watership Down

 

"I'm sick and tired of it," he said. "It's the same all the time. These are my  claws, so this is my cowslip.' These are my teeth, so this is my burrow.' I'll  tell you, if ever I get into the Owsla, I'll treat outskirters with a bit of  decency."

"Well, you can at least expect to be in the Owsla one day," answered Fiver.

"You've got some weight coming and that's more than I shall ever have."

"You don't suppose I'll leave you to look after yourself, do you?" said Hazel.

"But to tell you the truth, I sometimes feel like clearing out of this warren  altogether. Still, let's forget it now and try to enjoy the evening. I tell  you what—shall we go across the brook? There'll be fewer rabbits and we can  have a bit of peace. Unless you feel it isn't safe?" he added.

The way in which he asked suggested that he did in fact think that Fiver was  likely to know better than himself, and it was clear from Fiver's reply that  this was accepted between them.

"No, it's safe enough," he answered. "If I start feeling there's anything  dangerous I'll tell you. But it's not exactly danger that I seem to feel about the place. It's-oh, I don't know-something oppressive, like thunder: I can't tell what; but it worries me. All the same, I'll come across with you."

 

 

 1153736-dcb5b46a394bf0f4c732301ac167540b.jpg

Richard Adams (Newbury, 9 mei 1920)

 

 

 

 

De Schotse schrijver James Barrie werd op 9 mei 1860 in Kirriemuir nabij Dundee geboren Zie ook alle tags voor James Barrie op dit blog.

 

Uit: The Adventures of Peter Pan

 

“Foolish Tootles was standing like a conqueror over Wendy's body when the other boys sprang, armed, from their trees.

"You are too late," he cried proudly, "I have shot the Wendy. Peter will be so pleased with me."

Overhead Tinker Bell shouted "Silly ass!" and darted into hiding. The others did not hear her. They had crowded round Wendy, and as they looked a terrible silence fell upon the wood. If Wendy's heart had been beating they would all have heard it.

Slightly was the first to speak. "This is no bird," he said in a scared voice. "I think this must be a lady."

"A lady?" said Tootles, and fell a-trembling.

"And we have killed her," Nibs said hoarsely.

They all whipped off their caps.

"Now I see," Curly said: "Peter was bringing her to us." He threw himself sorrowfully on the ground.

"A lady to take care of us at last," said one of the twins, "and you have killed her!"

They were sorry for him, but sorrier for themselves, and when he took a step nearer them they turned from him.

Tootles' face was very white, but there was a dignity about him now that had never been there before.

"I did it," he said, reflecting. "When ladies used to come to me in dreams, I said, `Pretty mother, pretty mother.' But when at last she really came, I shot her."

He moved slowly away.“

 

 

 1153736-5b665b312f5f279cf2dcc904dd0f0e94.jpg

James Barrie (9 mei 1860 – 19 juni 1937)

 

 

 


De Italiaanse schrijver
Pitigrilli (pseudoniem voor Dino Serge) werd geboren te Turijn op 9 mei 1893. Zie ook alle tags voor Pitigrilli op dit blog.

 

Uit: Kokain (Vertaald door Maria Gagliardi)

 

"Auf welche Weise Tito der Geliebte der Armenierin geworden ist, kann der Leser in ausführlichster Schilderung in jedem beliebigen anderen Roman nachlesen; ich empfehle insbesondere solche, die der Reihe nach alle Phasen der Verliebtheit projizieren und die mit tadelloser Keuschheit genau in den Augenblick enden, in dem er und sie, nachdem dreihundert Seiten mit nichts­sagenden Mätzchen sterilisiert wurden, sich den ersten würdevollen Kuss geben."

(...)

 

"Gott ist kein Künstler. Um die Menschen zu töten, nimmt er seine Zuflucht zu so unendlich kleinen Meuchelmördern, dass man nicht einmal weiß, ob sie vegetabilischer oder animalischer Natur sind."

 

 

 1153736-da49c454d551cb3e5743d4192c81d8eb.jpg

Pitigrilli (9 mei 1893 – 8 mei 1975)

Geschreven door Romenu om 18:45 Reageer op dit bericht

Thomas Pynchon, Roddy Doyle, Gertrud Fussenegger, Pat Barker, Gary Snyder

De Amerikaanse schrijver Thomas Pynchon werd op 8 mei 1937 geboren in Glen Cove, Long Island, New York. Zie ook alle tags voor Thomas Pynchon op dit blog.

 

Uit: The Crying of Lot 49

 

„It took her till the middle of Huntley and Brinkley to remember that last year at three or so one morning there had come this long-distance call, from where she would never know (unless now he'd left a diary) by a voice beginning in heavy Slavic tones as second secretary at the Transylvanian Consulate, looking for an escaped bat; modulated to comic-Negro, then on into hostile Pachuco dialect, full of chingas and maricones; then a Gestapo officer asking her in shrieks did she have relatives in Germany and finally his Lamont Cranston voice, the one he'd talked in all the way down to Mazatlan. "Pierce, please," she'd managed to get in, "I thought we had --- "

"But Margo,"earnestly, "I've just come from Commissioner Weston, and that old man in the fun house was murdered by the same blowgun that killed Professor Quackenbush," or something.

"For God's sake," she said. Mucho had rolled over and was looking at her.

"Why don't you hang up on him," Mucho, suggested, sensibly.

"I heard that," Pierce said. "I think it's time Wendell Maas had a little visit from The Shadow." Silence, positive and thorough, fell. So it was the last of his voices she ever heard. Lamont Cranston. That phone line could have pointed any direction, been any length. Its quiet ambiguity shifted over, in the months after the call, to what had been revived: memories of his face, body, things he'd given her, things she had now and then pretended not to've heard him say. It took him over, and to the verge of being forgotten. The shadow waited a year before visiting. But now there was Metzger's letter. Had Pierce called last year then to tell her about this codicil? Or had he decided on it later, somehow because of her annoyance and Mucho's indifference? She felt exposed, finessed, put down. She had never executed a will in her life, didn't know where to begin, didn't know how to tell the law firm in L. A. that she didn't know where to begin.“

 

 

 1153071-65e391c14902fd9c8cb308ab97377dcc.jpg

Thomas Pynchon (Glen Cove, 8 mei 1937)

 

 

 

 

De Ierse schrijver Roddy Doyle werd geboren in Dublin op 8 mei 1958. Zie ook alle tags voor Roddy Doyle op dit blog.

 

Uit: A Greyhound of a Girl

 

“Mary O'Hara was walking up her street, to the house she lived in with her parents and her brothers. The school bus had dropped her at the corner, at the bottom of the hill. The street was long, straight, and quite steep, and there were huge old chestnut trees growing all along both sides. It was raining, but Mary wasn't getting very wet, because the leaves and branches were like a roof above her. Anyway, rain and getting wet were things that worried adults, but not Mary - or anyone else under the age of twenty-one. Mary was twelve. She'd be twelve for another eight months. Then she'd be what she already felt she was - a teenager.
She came home at the same time most days, and she usually came home with her best friend, Ava. But today was different, because Ava wasn't with Mary. Ava had moved to another part of Dublin the day before, with her family. Today, some of the neighbors looked out their windows and saw Mary, alone. They knew all about it, of course. These were people who looked out windows. They'd seen the removals lorry outside Ava's house. They'd seen Mary and Ava hug each other, and they'd seen Ava get into their car and follow the removals lorry.
As the car moved slowly up the street, they'd seen Mary wave, and run into her house. They might have heard the front door slam. They might have heard Mary's feet charging up the stairs, and the springs under Mary's mattress groan when she fell facedown on the bed. They probably didn't hear her crying, and they definitely didn't hear the softer sound of the bedsprings a little later when Mary realized that, although she was heartbroken, she was also starving. So she got up and went downstairs to the kitchen and ate until her face was stiff.”

 

 

 1153071-ec39438e4d689be23f67108971ceedc9.jpg

Roddy Doyle (Dublin, 8 mei 1958)

 

 

 

 

De Oostenrijkse schrijfster Gertrud Fussenegger werd geboren op 8 mei 1912 in Pilsen. Zie ook alle tags voor Gertrud Fussenegger op dit blog.

 

Uit: Goethe und wir Katholiken

 

„Die das ganze 18. Jahrhundert beherrschende Aufklärung übte - wie hätte es anders sein sollen? - auch auf den jungen Goethe ihren Einfluß aus. Dem Pubertierenden und Adoleszenten fehlte es nicht an Freude am Tabubruch, an Grobianismus und prometheischer Aufmüpfigkeit gegen den Himmel. In Leipzig hatte er den elegant und scharmutzierenden Rokoko-Kavalier, dazu den kokettkühnen Eisläufer und Verseschmied gespielt, der sich von einer modischen Gesellschaft sehr gern bewundern liess.

Aber bald war Goethes Leben auf einen anderen Ton gestimmt. Er wurde krank, mußte nach Frankfurt zurück, nach Hause in die bedenksame Stille einer engen Krankenstube und sehr zögerlichen Genesung. Nun hatte er Zeit, sich aus seinen Leipziger Oberflächlichkeiten herauszuwickeln. Bei einer Freundin seiner Mutter, einem Fräulein von Klettenberg lernte er den tiefen religiösen Ernst einer aufrichtigen Pietistin kennen. Dieser Ernst bliebt nicht ohne Echo bei ihm. Er verbrannte seine Leipziger Poetereien, doch noch wußte er nicht, wohinaus es mit ihm sollte.

Dann die Wende: Straßburg. Hier trifft er Herder, hier bestaunt er das Münster. Zum erstenmal weht ihm die Größe einer Gesinnung an, die einst, in gotischer Zeit, einen religiösen Weltentwurf zuwege gebracht hat. Er nennt das Münster ein Werk deutscher Baukunst, wo es doch tatsächlich in der Tradition französischer Kathedralenkunst steht. Was tut's? Er erlebt ein Gesamtkunstwerk deutlich metaphysischer Dimension.

Auch die Beziehung zu Herder wirkt auf Goethe wie eine Erweckung und eine neue Aufforderung, die Formalismen des Rokoko und den kahlen Rationalismus der Aufklärung zu durchstoßen. Herder, der Pastor, bekennt sich mit Leidenschaft und Begeisterung zur Vielgestaltigkeit der Völker und ihrer Poesien und verehrt in jeder ihr sozusagen geheiligte Urwüchsigkeit“.

 

 

 1153071-c0e7087f1be8740803b57b8076ea595e.jpg

Gertrud Fussenegger (8 mei 1912 – 19 maart 2009)

 

 

 

 

 

De Engelse schrijfster Pat Barker werd geboren in Thornaby-on-Tees op 8 mei 1943. Zie ook alle tags voor Pat Barker op dit blog.

 

Uit: Border Crossing

 

“One
They were walking along the river path, away from the city, and as far as they knew they were alone.
They'd woken that morning to a curious stillness. Clouds sagged over the river, and there was mist like a sweat over the mud flats. The river had shrunk to its central channel, and seagulls skimmed low over the water. The colour was bleached out of houses and gardens and the clothes of the few passers-by.
They'd spent the morning indoors, picking away at their intractable problems, but then, just before lunch, Lauren had announced that she had to get out. They might have done better to drive to the coast, but instead they donned raincoats and boots and set off to walk along the river path.
They lived on the edge of what had once been a thriving area of docks, quays, and warehouses, now derelict and awaiting demolition. Squatters had moved into some of the buildings. Others had suffered accidental or convenient fires, and were surrounded by barbed-wire fences, with pictures of Alsatians and notices saying DANGER. KEEP OUT.”

 

 

 1153071-2d2a887bc22ec4cc4976d141fbd2da35.jpg

Pat Barker (Thornaby-on-Tees, op 8 mei 1943)




De Amerikaanse dichter Gary Snyder werd geboren op 8 mei 1930 in San Francisco. Zie ook alle tags voor Gary Snyder op dit blog.

 

 

North Beach Alba

 

waking half-drunk in a strange pad

making it out to the cool gray

   san francisco dawn –

white gulls over white houses,

   fog down the bay,

tamalpais a fresh green hill in the new sun,

driving across the bridge in a beat old car

   to work.

 

 

 

A spring night in Shokoku-ji

 

Eight years ago this May

We walked under cherry blossoms

At night in an orchard in Oregon.

All that I wanted then

Is forgotten now, but you.

Here in the night

In a garden of the old capital

I feel the trembling ghost of Yugao

I remember your cool body

Naked under a summer cotton dress.

 

 

 1153071-ad1c1b0e983fefe0d7b8d56ad8ec3ae6.jpg

Gary Snyder (San Francisco, 8 mei 1930)


 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 8e mei ook mijn vorige blog van vandaag.
Geschreven door Romenu om 19:36 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten