Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Charles Reznikoff, François Cheng, Jiři Orten

De Amerikaanse dichter Charles Reznikoff werd op 30 augustus 1894 in New York geboren. Zie ook mijn blog van 30 augustus 2010.en alle tags voor Charles Reznikoff op dit blog.

 

 

Meditations on the Fall and Winter Holidays

 

I

 

New Year's

 

The solid houses in the mist

are thin as tissue paper;

the water laps slowly at the rocks;

and the ducks from the north are here

at rest on the grey ripples.

 

The company in which we went

so free of care, so carelessly,

has scattered. Good-bye,

to you who lie behind in graves,

to you who galloped proudly off!

Pockets and heart are empty.

 

This is the autumn and our harvest--

such as it is, such as it is--

the beginnings of the end, bare trees and barren ground;

but for us only the beginning:

let the wild goat's horn and the silver trumpet sound!

 

Reason upon reason

to be thankful:

for the fruit of the earth,

for the fruit of the tree,

for the light of the fire,

and to have come to this season.

 

The work of our hearts is dust

to be blown about in the winds

by the God of our dead in the dust

but our Lord delighting in life

(let the wild goat's horn

and the silver trumpet sound!)

our God Who imprisons in coffin and grave

and unbinds the bound.

 

You have loved us greatly and given us

Your laws

for an inheritance,

Your sabbaths, holidays, and seasons of gladness,

distinguishing Israel

from other nations--

distinguishing us

above the shoals of men.

And yet why should we be remembered--

if at all--only for peace, if grief

is also for all? Our hopes,

if they blossom, if they blossom at all, the petals

and fruit fall.

 

You have given us the strength

to serve You,

but we may serve or not

as we please;

not for peace nor for prosperity,

not even for length of life, have we merited

remembrance; remember us

as the servants

You have inherited.

 

 

 

1227239-a530aa4976edc47b73aba465921d7834.jpg 

Charles Reznikoff (30 augustus 1894 – 22 januari 1976)

 

 

 

 

 

De Chinees-Franse dichter, schrijver en vertaler François Cheng werd geboren op 30 augustus 1929 in Nanchang in China. Zie ook mijn blog van 30 augustus 2010 en eveens alle tags voor François Cheng op dit blog.

 

 

Une prière à la Transcendance

 

Nous voici dans l’abîme,
Tu en restes l’énigme.

 

Si Tu dis un seul mot,
Et nous serons sauvés.

 

Tu restes muet encore,
Jusqu’au bout sembles sourd

 

Nos cœurs ont trop durci,
En nous l’horreur sans fond.

 

Viendrait-elle de nous
Une lueur de douceur ?

 

Si nous disons un mot,
Et Tu seras sauvé.

 

Nous restons muets encore,
Jusqu’au bout restons sourds

 

Te voici dans l’abîme,
Nous en sommes l’énigme.

 

 

 

 1227239-754f884c013d002dda317be5ef4b130c.jpg

François Cheng (Nanchang, 30 augustus 1929)

 

 

 

 

De Tsjechische dichter Jiří Orten (eig. Jiří Ohrenstein) werd geboren op 30 augustus 1919 bij Kutná Hora. Zie ook mijn blog van 30 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Jiří Orten op dit blog.

 

 

Goodbye Letter

 

Oh, pain will die, I swear, when I succeed
in making a Myshkin of these tears
to master agony, quietly, there
where I burn with beautiful helpless need,

where voices go mute, and feelings wake late,
before finally disbanding.
To smile (to reach understanding)
just as He said. And not to wait.

So far. At a higher elevation
than the rise and fall of simple speech.
Who can’t write his way to conciliation
lived for the coffin. He should be betrayed.

And that’s me, woman, that’s me,
fullness rotting and being dispersed
and all that was suffered for will go
there where you wounded me the worst

where the air is fragrant with kisses
and fate forces those who’ve been tried
to love what so terribly isn’t,
about which I endlessly know.

 

 

 

Vertaald door Lyn Coffin en Leda Pugh

 

 

 1227239-7461b86642085975a34e904f6194a8f8.jpg

Jiří Orten (30 augustus 1919 – 1 september 1941)




Zie voor nog meer schrijvers van de 30e augustus ook mijn blog van 30 augustus 2011 deel 1 en eveneens deel 2.
Geschreven door Romenu om 20:02 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

De blogger leest alles eerst na: je tekst verschijnt zodra die goedgekeurd is.

Maurice Maeterlinck, Elma van Haren, Hugo Brandt Corstius

De Belgische dichter en schrijver Maurice Maeterlinck werd geboren op 29 augustus 1862 in Gent. Zie ook mijn blog van 29 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Maurice Maeterlinck op dit blog.

 

 

Quinze Chansons

 

 

II

 

Et s'il revenait un jour

  Que faut-il lui dire?

- Dites-lui qu'on l'attendit

  Jusqu'à s'en mourir...

 

Et s'il m'interroge encore

  Sans me reconnaître?

- Parlez-lui comme une sœur,

  II souffre peut-être...

 

Et s'il demande où vous êtes

  Que faut-il repondre?

- Donnez-lui mon anneau d'or

  Sans rien lui répondre...

 

Et s'il veut savoir pourquoi

  La salle est déserte ?

- Montrez-lui la lampe éteinte

  Et la porte ouverte...

 

Et s'il m'interroge alors

  Sur la dernière heure?

- Dites-lui que j'ai souri

  De peur qu'il ne pleure...

 

 

 

V

 

Les trois sœurs aveugles

    (Espérons encore)

Les trois sœurs aveugles

Ont leurs lampes d'or;

 

 Montent à la tour,

    (Elles, vous et nous)

Montent à la tour,

Attendent sept jours...

 

Ah ! dit la première,

    (Espérons encore)

Ah ! dit la première,

J'entends nos lumières...

 

Ah ! dit la seconde,

    (Elles, vous et nous)

Ah ! dit la seconde,

C'est le roi qui monte...

 

Non, dit la plus sainte,

    (Espérons encore)

Non, dit la plus sainte,

Elles se sont éteintes...

 

 

 

 1226628-5a6d6454bc588b5a32894663b2b03983.jpg

Maurice Maeterlinck (29 augustus 1862 - 6 mei 1949)

 

 

 


De Nederlandse dichteres en beeldend kunstenares
Elma van Haren werd geboren in Roosendaal op 29 augustus 1954. Zie ook alle tags voor Elma van Haren op dit blog en eveneens mijn blog van 29 augustus 2010.

 

 

Algebraballade van het Nergens I

 

Ik ga achter de straat staan.
Achter de straat heeft ook een naam.
Het is een andere straat, waar mijn eigen
straat voor staat.
Centrum stad is maar heel betrekkelijk.
Het ligt er maar aan bij welke straat je betrokken bent.
Mijn straat, zijn straat, haar straat ...
Eenrichtingsverkeer helpt iedereen een eind op weg,
maar niet richting ‘onze’ straat.
Aparte straten heb je ook,
een beetje opzij, niet voor niet achter.
Wel altijd met twee richtingen, een open straat
die voor iedereen vanzelf apart zal zijn.
Of je nu wilt of niet,
hoe graag je ook verbinding maakt,
of de oversteek overweegt,
recht, dwars, via een rotonde,
apart blijf je en dat is gelijk aan
een lichtjes duizelende.

 

 

 

1226628-39017f47ce98cdc79329d21cd6a1e26f.jpg 

Elma van Haren (Roosendaal, 29 augustus 1954)

Cover

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver en wetenschapper Hugo Brandt Corstius werd geboren in Eindhoven op 29 augustus 1935. Zie ook mijn blog van 29 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Hugo Brandt Cortius op dit blog.

 

Uit: Witgele lenteroos wiegelt renteloos

 

„Honderdduizend keren komt het voor dat een Nederlands woord uit dezelfde letters bestaat, maar in een andere volgorde, als een ander Nederlands woord. Men noemt zulke woorden anagrammen. Dat het er 100.000 zijn, weten wij pas sinds in het jaar 2000 de dertiende druk van Van Dale in cd-vorm verscheen. Het getal berust op een steekproef, dus het kunnen er enkele duizenden meer of minder zijn.

Van geen taal ter wereld is mij zo'n groot aantal anagrammen bekend. Schattingen over het Nederlandse anagrammental kwamen nooit boven de 40.000 uit. De 720.000 woordvormen op de Van Dale-cd zijn voor het merendeel lange woorden. Voor een lang woord is het moeilijker een anagram te zijn. Maar er zijn zo veel lange woorden, dat ik het aantal anagrammen op de cd op 80.000 stel, terwijl er nog 20.000 via enkele trucjes direct zijn af te leiden uit niet-opgenomen woordvormen (aanvoegende wijs, meervoud van verkleinwoord, verbogen vorm van deelwoord enz.).

Niemand zal die 100.000 anagrammen willen zien. Er zitten parels onder, maar het zal jaren duren voor die opgedoken worden. Ik doe hier iets bescheidens. Ik onderzoek de anagrammen die het resultaat zijn van twee simpele processen, en ik geef er de naar mijn smaak mooiste voorbeelden van.

Wanneer is een anagram mooi? Dat kan om semantische redenen zijn (latent talent, rekkelijk kerkelijk), maar ik ontleen mijn waardering vooral aan de verrassing. Zelfs bij de twee simpele processen zijn er anagrammen die verbazen. Als u de vier woorden in de titel bekijkt, dan merkt u natuurlijk direct dat renteloos en lenteroos anagrammen zijn, vanwege het rijm. De twee woorden hebben de plaatsen van de r en de l verwisseld. Datzelfde proces van verwisseling van twee letters levert ook het andere paar woorden uit de titel, witgele en wiegelt, waarin de letters van de derde en laatste plaats zijn verwisseld.“

 

 

 1226628-0931c305b1420b2e593db4c905f6477a.jpg

Hugo Brandt Corstius (Eindhoven, 29 augustus 1935)

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 29e augustus ook mijn blog van 29 augustus 2011 deel 1 en eveneens deel 2.
Geschreven door Romenu om 21:01 Reageer op dit bericht

Hermann Löns

De Duitse dichter en schrijver en journalist Hermann Löns werd geboren in Culm op 29 augustus 1866. Zijn vader was daar leraar aan het gymnasium. Toen hij een jaar oud was, werd zijn vader overgeplaatst naar Deutsch Krone. Hier groeide Löns op en bezocht het gymnasium. In 1884 verhuisde de familie naar Münster, waar Löns het gymnasium afrondde. Vervolgens begon hij in een studie medicijnen in Greifswald en Göttingen en wisselde in 1889 naar een studie natuurwetenschappen in Münster. Löns rondde zijn studies echter niet af. In de jaren negentig begon hij als journalist te werken en schreef gedichten en novellen. Pas tegen het eind van zijn (tamelijk kortstondige) leven werd hij met - name dankzij zijn romans zoals bijvoorbeeld Der Wehrwolf (1910) en Das zweite Gesicht (1911) - een geliefde literaire persoonlijkheid. Zoals zoveel andere Duitsers meldde ook Löns zich na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog als 48-jarige vrijwilliger in het Duitse leger. Hij sneuvelde tijdens een patrouille in Loivre in het Franse departement Marne, slechts drie weken nadat hij in dienst was getreden. In 1934 werd hij herbegraven in Duitsland. Tijdens de naziperiode genoot zijn werk als zogeheten Heimatkunst een zekere populariteit. Met - volgens de Hermann Löns Vereniging - 139 gedenkplaatsen is hij een van de meest herdachte personen in Duitsland. Löns is de auteur van het Engeland-Lied, dat door de Duitse Wehrmacht in het begin van de Tweede Wereldoorlog frequent werd gezongen.

 

 

 

Auf der Lüneburger Heide

 

Auf der Lüneburger Heide,

In dem wunderschönen Land

Ging ich auf und ging ich unter,

Allerlei am Weg ich fand;

Valleri, vallera,

Und juchheirassa,

Bester Schatz, bester Schatz,

Denn du weißt es weißt es ja.

 

Brüder, laßt die Gläser klingen,

Denn der Muskatellerwein

Wird vom langen Stehen sauer,

Ausgetrunken muß er sein;

Valleri, vallera,

Und juchheirassa,

Bester Schatz, bester Schatz,

Denn du weißt es weißt es ja.

 

Und die Bracken und die bellen,

Und die Büchse und die knallt,

Rote Hirsche woll'n wir jagen

In dem grünen, grünen Wald;

Valleri, vallera,

Und juchheirassa,

Bester Schatz, bester Schatz,

Denn du weißt es weißt es ja.

 

Ei du Hübsche, ei du Feine,

Ei du Bild, wie Milch und Blut,

Uns're Herzen woll'n wir tauschen,

Denn du glaubst nicht, wie das tut;

Valleri, vallera,

Und juchheirassa,

Bester Schatz, bester Schatz,

Denn du weißt es weißt es ja.

 

 

 

Es blühen die Rosen

 

Es blühen die Rosen
die Nachtigall singt
mein Herz ist voll Freude
voll Freude es springt
Ein Reiter zu Pferde
so reit' ich durch´s Land
für Kaiser und König
und Vaterland

 

Im Wirtshaus am Wege
da kehren wir ein
und trinken ein Gläschen
vom funkelnden Wein
Ei, du Hübsche, du Feine
komm setz´ dich zu mir
ein Ringlein von Golde,
das schenk´ ich dir

 

Und ist sie geschlagen
die blutige Schlacht
und haben wir Frieden
mit Frankreich gemacht
dann bind´ ich den Schimmel
wieder hier an
denn treu ist, ja treu ist
der Reitersmann

 

 

 

 1424425-e4c67e60badf624aeda5db36cf4ea645.jpg

Hermann Löns (29 augustus 1866 - 26 september 1914)

Standbeeld in Walsrode

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Johann Wolfgang von Goethe, A. Moonen, Maria Barnas

De Duitse dichter en schrijver Johann Wolfgang von Goethe werd geboren op 28 augustus 1749 in Frankfurt am Main. Zie ook mijn blog van 28 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Johann Wolfgang von Goethe op dit blog.

 

 

Erlkönig

 

Wer reitet so spät durch Nacht und Wind?
Es ist der Vater mit seinem Kind;
Er hat den Knaben wohl in dem Arm,
Er faßt ihn sicher, er hält ihn warm.

Mein Sohn, was birgst du so bang dein Gesicht? -
Siehst Vater, du den Erlkönig nicht?
Den Erlenkönig mit Kron und Schweif? -
Mein Sohn, es ist ein Nebelstreif. -

»Du liebes Kind, komm, geh mit mir!
Gar schöne Spiele spiel ich mit dir;
Manch bunte Blumen sind an dem Strand,
Meine Mutter hat manch gülden Gewand.«

Mein Vater, mein Vater, und hörest du nicht,
Was Erlenkönig mir leise verspricht? -
Sei ruhig, bleibe ruhig, mein Kind;
In dürren Blättern säuselt der Wind. -

»Willst, feiner Knabe, du mit mir gehn?
Meine Töchter sollen dich warten schön;
Meine Töchter führen den nächtlichen Reihn
Und wiegen und tanzen und singen dich ein.«

Mein Vater, mein Vater, und siehst du nicht dort
Erlkönigs Töchter am düstern Ort? -
Mein Sohn, mein Sohn, ich seh es genau:
Es scheinen die alten Weiden so grau. -

»Ich liebe dich, mich reizt deine schöne Gestalt;
Und bist du nicht willig, so brauch ich Gewalt.«
Mein Vater, mein Vater, jetzt faßt er mich an!
Erlkönig hat mir ein Leids getan! -

Dem Vater grauset’s, er reitet geschwind,
Er hält in den Armen das ächzende Kind,
Erreicht den Hof mit Mühe und Not;
In seinen Armen das Kind war tot.

 

 

 

 

An den Mond

 

Füllest wieder Busch und Tal
Still mit Nebelglanz,
Lösest endlich auch einmal
Meine Seele ganz;

Breitest über mein Gefild
Lindernd deinen Blick,
Wie des Freundes Auge mild
Über mein Geschick.

Jeden Nachklang fühlt mein Herz
Froh und trüber Zeit
Wandle zwischen Freud und Schmerz
In der Einsamkeit.

Fließe, fließe, lieber Fluß!
Nimmer werd ich froh,
So verrauschte Scherz und Kuß,
Und die Treue so.

Ich besaß es doch einmal,
Was so köstlich ist!
Daß man doch zu seiner Qual
Nimmer es vergißt!

Rausche, Fluß, das Tal entlang,
Ohne Rast und Ruh,
Rausche, flüstre meinem Sang
Melodien zu.

Wenn du in der Winternacht
Wütend überschwillst,
Oder um die Frühlingspracht
Junger Knospen quillst.

Selig, wer sich vor der Welt
Ohne Haß verschließt,
Einen Freund am Busen hält
Und mit dem genießt

Was, von Menschen nicht gewußt
Oder nicht bedacht,
Durch das Labyrinth der Brust
Wandelt in der Nacht.

 

 

 

 

Wandrers Nachtlied

 

Über allen Gipfeln
Ist Ruh,
In allen Wipfeln
Spürest du
Kaum einen Hauch;
Die Vögelein schweigen im Walde.
Warte nur, balde
Ruhest du auch.

 

 

 

 1226060-81845e2a11d7967dd02a3ad8859ec3b4.jpg

Johann Wolfgang von Goethe (28 augustus 1749 – 22 maart 1832)

Monument in Chigaco: "To Goethe, the mastermind of the German people"

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver A. Moonen, (spreek uit: 'a-punt-moonen') werd geboren in Rotterdam op 28 augustus 1937. Zie ook mijn blog van 28 augustus 2010 en eveneens alle tags voor A. Moonen op dit blog.

 

Uit: Waakvlamseks

 

„Tegen vitrage- en gordijnloze tuinkamerruit met erachter de overwegend zwarte avond heb ik rechts de knaapjeskontfoto en links de door een kennis enige tijd terug gekiekt achterwerk van ogenschijnlijk een jongeman geplaatst, pervers zo bestringslipt (lichtblauw), dus minder gaaf-stevig, weliswaar zonder verzakking doch wel enkele plooien onderaan zitvlees. Maar ik weet zeker dat het een begin-zestiger betreft, want ben 't zelf die binnen kokende huiskamer langdurig heeft geposeerd in een roes van voordegekhouwerij mezelf als topnaaktmodel presenterend aan de arbeidende fotograaf, iemand die net nog iets gekker dan ik blijkt te zijn, maar even gedreven vakkundig minstens.

Toch kreeg ik ondanks de gruwelijke hitte van augustus de kans om aan het familiegraf bospolder te ontkomen voor een tijdje. Goed, ik kijk vaak op mijn horloge en veelvuldig in de spiegel naar tweede nog jeugdige gezicht, doch 't meest controleer ik de thermometer. Zodra het boven de 25 graden Celcius wordt, pas ik voor alles. Dan ben ik 't liefst dood. Maar de zesde augustus telefoneerde Vallentgoed: of ik op de amsterdamse Parade in een woonwagen wou voorlezen. De volgende dag reisde ik af naar Leiden om de boel nader te regelen met de literaire baron. De vijf tropische dagen achtereen moesten nog volgen, maar het bleek al tamelijk warm. De bolle rekende voor wat de handel kon opleveren. Wij moesten het van de recette hebben. Hij zou als spreekstalmeester het publiek binnenlullen. Van de negende tot de zestiende augustus moest de bradende pret gaan duren.

De onverwachte uithuizigheid beviel mij best. Smiddags rond vier uur die zaterdag waren wij per taxi vanaf spoorstation Rai na een voorspoedige treinreis ter plekke. Ik snoof zowel gras als circusgeur op. De kermisklanten dienden zo vroeg al aanwezig te zijn, waar er nog heel wat te regelen was. Dat kon ik gerust aan de ander overlaten trouwens. Daar gingen we dan om acht uur van start. Achterin de woonwagen zat ik op een verhoginkje gereed voor de eerste beurt, in minirok en hoogbehakt. De in tropenkostuum geklede Vallentgoed deed zijn best, maar er kwam niemand naar binnen. Om negen uur zouden wij het opnieuw proberen. De verdere twee voorstellingen konden wij totaal op twintig bezoekers rekenen. Ik meen dat Vallentgoed een dertigtal klapstoeltjes had geplaatst in de woonwagen. We zouden het de volgende dag nogmaals proberen. Dat werd dus zondag de tiende augustus.“

 

 

 1226060-e8dcf4fb36943b7f365044d95357b338.jpg

A. Moonen (28 augustus 1937 – 24 januari 2007)

 

 

 

 

De Nederlandse schrijfster, dichter en beeldend kunstenaar Maria Barnas werd geboren in Hoorn op 28 augustus 1973. Zie ook mijn blog van 28 augustus 2010 en ook mijn blog van 28 augustus 2011.

 

 

Mannen

 

Ik denk aan de man die ik liefhad.
Heb ik hem lief?
Hoeveel angsten zijn dat?

Onze borden raakten leger
En aan de rand ligt een bloem. gesneden
uit radijsjes. Een klein uitbundig leven.

Niet om te eten, weet hij.

 

 

 

 

Een ogenblik, een man slaapt


Het opstaan, het baden en voortdurend
het gaan van jou. Het is laat
en ik zeg dat ik plaats maak,
er is geen tijd om te rekken

als tijd. Met lange nagels
kras ik zigzag over de lakens
en een ooglid trilt. Er is een ogenblik.
De man ontwaakt. Hoe val ik

in het licht? Je draait me in de leegte
van een bed. Terwijl: binnen de randen
van een ronde handspiegel zoek

ik de meest gunstige uitsnede
van mijn met vlees gewatteerde,
droge huid. Zo zag ik eruit.

 

 

 

 1226060-10a2dac789cf557bf3f349b372c38714.jpg

Maria Barnas (Hoorn, 28 augustus 1973)

 

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 28e augustus ook mijn blog van 28 augustus 2011 deel 1 en eveneens deel 2.
Geschreven door Romenu om 21:43 Reageer op dit bericht

Tom Lanoye, Jeanette Winterson, Lolita Pille, Lernert Engelberts, Kristien Hemmerechts

De Belgische dichter en schrijver Tom Lanoye werd geboren te Sint-Niklaas op 27 augustus 1958. Zie ook mijn blog van 27 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Tom Lanoye op dit blog.

 

Uit: Een slagerszoon met een brilletje

 

“Om half twaalf 's nachts word ik geboren. Ik leef amper. Ik zie blauw en heb een te lage temperatuur. Geen nood mevrouw, glimlachen de verpleegsters, een paar uurtjes in een

van onze splinternieuwe couveuses helpen hem er zó bovenop.

Gerustgesteld valt mijn moeder in slaap. De volgende dag blijk ik op gaan, dan liever in mijn

armen dan in zo'n rotmachine, zegt mijn moeder, vooruit geef hem aan mij. Ze legt me op haar warme lichaam, dekt me onder, wrijft me warm en probeert me te zogen. Ik spuw de melk weer uit.

Op dat moment komt mijn vader binnen. In zijn spoor mijn broers en glunderende zusje. Voor de deur van de winkel thuis moet nu het bord hangen 'Gesloten Wegens Blijde Geboorte'.

'En hoe gaat het met onze patiënt?' roept Bob opgewekt. 'Slecht,' antwoord ik, 'ik kan maar niet beslissen of ik eraan zal beginnen of niet.' Dat komt goed uit, wij hebben nog niet beslist of we je wel willen!' zegt Guy om mijn zusje Laurie te pesten. Zij roept 'jawel, jawel!' en

begint te huilen. Mijn moeder maant tot stilte.
'Luister,' zeg ik, 'ik weet niet of het wel de moeite loont. Ik zou tegelijk een goed dichter willen

worden, én een kruising tussen Frank Sinatra, Fred Astaire en Michael Jackson. Dat is onmogelijk. En bovendien: als een bundel hier een oplage haalt van duizend exemplaren,

dan is dat al een onverhoopt succes. En wat zou ik op een podium moeten aanvangen? Had ik maar een stem die alle big bands de baas kan. Groot zal ik niet worden, en slank, dat zit er ook niet voor me in. Als ik een goede danser aan het werk zie, word ik misselijk van jaloezie. In de turnkring zal ik op elke jongen verliefd worden, zonder ooit mijn bek open te durven

doen natuurlijk. Kon ik maar geboren worden op 50 kilometer van Broadway, als een prachtige neger die ook nog saxofoon en piano speelt.”

 

 

1225315-13488682d7835ef90811cce8e5314a9c.jpg
Tom Lanoye (Sint-Niklaas, 27 augustus 1958)

 

 

 

 

De Britse schrijfster Jeanette Winterson werd geboren in Manchester op 27 augustus 1959. Zie ook mijn blog van 27 augustus 2009 en ook mijn blog van 27 augustus 2010

 

Uit: Why Be Happy When You Could Be Normal?

 

“There were six books in our house.

One was the Bible and two were commentaries on the Bible. My mother was a pamphleteer by temperament, and she knew that sedition and controversy are fired by printed matter. Ours was not a secular house, and my mother was determined that I should have no secular influences.

I asked my mother why we couldn’t have books and she said, “The trouble with a book is that you never know what’s in it until it’s too late.”

I thought to myself, Too late for what?

I began to read books in secret—there was no other way—and every time I opened the pages, I wondered if this time it would be too late; a final draught (draft) that would change me forever, like Alice’s bottle, like the tremendous potion in Dr. Jekyll and Mr. Hyde, like the mysterious liquid that seals the fate of Tristan and Isolde.

In myths, in legends, in fairy stories, and in all the stories that borrow from these basics, both size and shape are approximate, and subject to change. This includes the size and shape of the heart, where the beloved can suddenly be despised, or where the loathed can become the loved. Look what happens in Shakespeare’s A Midsummer Night’s Dream when Puck’s eyedrops turn Lysander from an opportunistic womaniser into a devoted husband. In Shakespeare’s use of the magic potion, it is not that the object of desire itself is altered—the women are who they are— rather that the man is forced to see them differently.

In the same play, Titania briefly falls for a clod wearing an ass’s head—a mischievous use of the transforming potion, but one that questions reality: Do we see what we think we see? Do we love as we believe we love?

 

Growing up is difficult. Strangely, even when we have stopped growing physically, we seem to have to keep on growing emotionally, which involves both expansion and shrinkage, as some parts of us develop and others must be allowed to disappear  ... Rigidity never works; we end up being the wrong size for our world.”

 

 

 1225315-0303ae5d66229ab6651d16e0311a5b6c.jpg

Jeanette Winterson (Manchester, 27 augustus 1959)

 

 

 


De Franse schrijfster
Lolita Pille werd geboren op 27 augustus 1982 in Sèvres. Zie ook mijn blog van 27 augustus 2010

 

Uit: Hell

 

„Tant pour qu'on puisse se foutre en l'air, et si peu de ce qui compte vraiment. Et on finit par ne plus savoir ce qui compte, justement. Les limites s'estompent. On est comme un électron libre. On a une carte de crédit à la place du cerveau, un aspirateur à la place du nez, et rien à la place du cœur, on va en boîte plus qu'on ne va en cours, on a plus de maisons qu'on a de vrais amis, et deux cents numéros dans notre répertoire qu'on n'appelle jamais. On est la jeunesse dorée. Et on n'a pas le droit de s'en plaindre, parce qu'il paraît qu'on a tout pour être heureux. Et on crève, dans nos appartements trop grands, des moulures à la place du ciel, repus, bourrés de coke et d'antidépresseurs, et le sourire aux lèvres."
"Nous sommes en quantité infime dans la masse, mais nous nous sentons nombreux car nous ignorons ce qui se passe en dessous, à l'heure où vous allez bosser, nous nous couchons, ivres et béats d'avoir claqué en une nuit le montant de vos courses alimentaires de la semaine, voire votre loyer, voire votre salaire. Et le pire, c'est que c'est normal, et qu'on recommencera demain, et après-demain, et tous les jours jusqu'à ce qu'on s'en lasse.
Ca vous exaspère ? Tant mieux, c'est fait pour.
Je suis un petit con, un sale petit con qui se la pète du haut de ses vingt-deux ans et de ses millions. Mon optique ? Emmerder le monde, vous compris.
Car emmerder le monde est la solution, la panacée contre l'ennui. Enerver, emmerder, exaspérer les hypocrites, les déclassés, les intolérants, les prétentieux sans raison, les voisins, les bourgeois, les radins, les mythomanes, les incurables médiocres, ceux qui parlent politique, ceux qui traitent les filles de salopes parce qu'ils ne les ont pas sautées, ceux qui critiquent les livres qu'ils n'ont pas lus, ceux qui ne prêchent que pour leur église, ceux qui balancent des billets à la gueule des serveurs, ceux qui n'aiment pas les flics, et j'en passe et des pires."

 

 

 1225315-7782f871806e0cc042c5e656c77509c5.jpg

Lolita Pille (Sèvres, 27 augustus 1982)

 

 

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Lernert Engelberts werd geboren op 27 augustus 1977 in Leerdam. Zie ook mijn blog van 27 augustus 2010

 

 

 

Ineens

 

Twee dagen terug speelde ik op de bank met K.
een potje scrabble. Een gewone woensdagavond.
Het eerste woord van K. was 'touw'.
Ik volgde met 'tijdschrift'. Toen volgde K. met
'eenzaam', 'verlaten', 'dood', 'koud', 'angst'.
Hij won.

De dag daarop kwam ik zijn nieuwe aquarium
bezichtigen. Hij stond in de gang met twee
verschillende touwen in zijn handen en vroeg:
'Welke is het stevigst?'
Ik koos het touw in zijn rechterhand.

Vanmorgen kreeg ik het telefoontje van
de moeder van K.
Zo overstuur.

 

 

 

1225315-69dd097bbd3b1a5d632a0fccd8d0b158.jpg
Lernert Engelberts (Leerdam, 27 augustus 1977)



 

 

De Belgische schrijfster Kristien Hemmerechts werd geboren in Brussel op 27 augustus 1955. Zie ook mijn blog van 27 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Kristien Hemmerechts op dit blog.

 

 

Uit: De dood heeft mij een aanzoek gedaan

 

„Geef mij een goede reden om in leven te blijven.
Een andere reden dan het verdriet dat je derden aandoet. Al is dat een ijzersterk argument. Wat ik mis is vreugde. Die is uit mijn leven weggemept. Door wat men het lot noemt. Maar ook door mijn lieve medemens. Ik ben bang geworden voor mensen. Voor hun gemene tong. Hun venijn. Nooit valt te voorspellen wanneer je er een portie van toegediend zult krijgen.
Morgen wordt in het cultureel centrum van Strombeek een zaal naar papa genoemd. Een straat zou leuker zijn. Of een plein. Op de uitnodiging voor de inhuldiging staat zijn foto. Telkens opnieuw draai ik die om. Ik verdraag de aanblik van die foto niet. Waarom? Omdat hij dood is? Omdat hij ons in de steek heeft gelaten?“

(...)

 

‘Zoals wij haar kindertijd zijn vergeten, zo zal zij onze volwassen jaren vergeten zijn. Dit gebarsten nu waarin wij elkaar steeds moeizamer vinden. Nooit zal zij weten wie wij ooit voor haar zijn geweest, wilden zijn. Kinderen en ouders leven niet in dezelfde tijdzone. Je kijkt nooit door één oog, nooit vind je elkaar in hetzelfde geluk, hetzelfde verdriet. Het gruwelijke besef: zij zijn ons vreemd.’

 

 

 

 1225315-775759329a884f0d8a20b1d26615b69f.jpg

Kristien Hemmerechts (Brussel, 27 augustus 1955)

 

 


Zie voor nog meer schrijvers van de 27e augustus ook mijn blog van 27 augustus 2011 deel 2.
Geschreven door Romenu om 20:40 Reageer op dit bericht

Christopher Isherwood, Guillaume Apollinaire, Jules Romains, Julio Cortázar

De Brits-Amerikaanse schrijver Christopher Isherwood werd geboren op 26 augustus 1904 inDisley in het graafschap Cheshire in Engeland. Zie ook mijn blog van 26 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Christopher Isherwood op dit blog.

 

Uit: Goodbye to Berlin

 

„To-morrow I am going to England. In a few weeks I shall return, but only to pick up my things, before leaving Berlin altogether.

Poor Frl. Schroeder is inconsolable: "I shall never find another gentleman like you, Herr Issyvoo—always so punctual with the rent.... I'm sure I don't know what makes you want to leave Berlin, all of a sudden, like this...."

It's no use trying to explain to her, or talking politics. Already she is adapting herself, as she will adapt herself to every new régime. This morning I even heard her talking reverently about "Der Führer" to the porter's wife. If anybody were to remind her that, at the elections last November, she voted communist, she would probably deny it hotly, and in perfect good faith. She is merely acclimatizing herself, in accordance with a natural law, like an animal which changes its coat for the winter. Thousands of people like Frl. Schroeder are acclimatizing themselves. After all, whatever government is in power, they are doomed to live in this town.

* * *

 

To-day the sun is brilliantly shining; it is quite mild and warm. I go out for my last morning walk, without an overcoat or hat. The sun shines, and Hitler is master of this city. The sun shines, and dozens of my friends—my pupils at the Workers' School, the men and women I met at the I.A.H. [Internationale Arbeiter-Hilfe]—are in prison, possibly dead. But it isn't of them that I am thinking—the clear-headed ones, the purposeful, the heroic; they recognized and accepted the risks. I am thinking of poor Rudi, in his absurd Russian blouse. Rudi's make-believe, story-book game has become earnest; the Nazis will play it with him. The Nazis won't laugh at him; they'll take him on trust for what he pretended to be. Perhaps at this very moment Rudi is being tortured to death.

I catch sight of my face in the mirror of a shop, and am horrified to see that I am smiling. You can't help smiling, in such beautiful weather. The trams are going up and down the Kleiststrasse, just as usual. They, and the people on the pavement, and the teacosy dome of the Nollendorfplatz station have an air of curious familiarity, of striking resemblance to something one remembers as normal and pleasant in the past—like a very good photograph.

No. Even now I can't altogether believe that any of this has really happened.... „

 

 

 

 1224734-23189759a38e5784a15e0ee96a307a4f.jpg

Christopher Isherwood (26 augustus 1904 – 4 januari 1986)

 

 

 

 


De Franstalige schrijver en dichter
Guillaume Apollinaire werd in Parijs geboren op 26 augustus 1880. Zie ook mijn blog van 26 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Guillaume Apollinaire op dit blog.

 

 

 

Le pont Mirabeau

 

Sous le pont Mirabeau coule la Seine
Et nos amours
Faut-il qu'il m'en souvienne
La joie venait toujours après la peine

 

Vienne la nuit sonne l'heure
Les jours s'en vont je demeure

 

Les mains dans les mains restons face à face
Tandis que sous
Le pont de nos bras passe
Des éternels regards l'onde si lasse

 

Vienne la nuit sonne l'heure
Les jours s'en vont je demeure

 

L'amour s'en va comme cette eau courante
L'amour s'en va
Comme la vie est lente
Et comme l'Espérance est violante

 

Vienne la nuit sonne l'heure
Les jours s'en vont je demeure

 

Passent les jours et passent les semaines
Ni temps passés
Ni les amours reviennent
Sous le pont Mirabeau coule la Seine

 

Vienne la nuit sonne l'heure
Les jours s'en vont je demeure.

 

 

 

 1224734-f653cd1ad45d4510c5039328ba878e06.jpg

Guillaume Apollinaire (26 augustus 1880 – 9 november 1918)

 

 

 

 

De Franse schrijver Jules Romains, pseudoniem van Louis Henri Farigoule, werd geboren op 26 augustus 1885 in La Chapuze in het kanton Saint-Julien-Chapteuil. Zie ook mijn blog van 26 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Jules Romain op dit blog.

 

Uit: KNOCK

 

“Un silence .
KNOCK ,
la fait asseoir.
: Vous vous rendez compte de votre état?
LA DAME : Non.
KNOCK ,
il s'assied en face d'elle
. : Tant mieux. Vous avez envie de guérir, ou vous n'avez pas envie?
LA DAME : J'ai envie.
KNOCK : J'aime mieux vous prévenir tout de suite que ce sera très long et très coûteux.
LA DAME : Ah! Mon Dieu! Et pourquoi ça?
KNOCK : Parce qu'on ne guérit pas en cinq minutes un mal qu'on traîne depuis quarante ans.
LA DAME : Depuis quarante ans?
KNOCK : Oui, depuis que vous êtes tombée de votre échelle.
LA DAME : Et combien que ça me coûterait?
KNOCK : Qu'est-ce que valent les veaux, actuellement?
LA DAME : Ca dépend des marchés et de la grosseur. Mais on ne peut guère en avoir de propres à moins de quatre ou cinq cents francs.
KNOCK : Et les cochons gras?
LA DAME : Il y en a qui font plus de mille.
KNOCK : Eh bien! ça vous coûtera à peu près deux cochons et deux veaux.
LA DAME : Ah! Là! Là! Près de trois mille francs? C'est une désolation, Jésus Marie!
KNOCK : Si vous aimez mieux faire un pèlerinage, je ne vous en empêche pas.
LA DAME : Oh! un pèlerinage, ça revient cher aussi et ça ne réussit pas souvent.
(Un silence.)
Mais qu'est-ce que je peux donc avoir de si terrible que ça?
KNOCK ,
avec une grande courtoisie . : Je vais vous l'expliquer en une minute au tableau noir. (Il va au tableau et commence un croquis.) Voici votre moelle épinière, en coupe, très schématiquement, n'est-ce pas? Vous reconnaissez ici votre faisceau de Turck et ici votre colonne de Clarke. Vous me suivez ? Eh bien! Quand vous êtes tombée de l'échelle, votre Turck et votre Clarke ont glissé en sens inverse (il trace des flèches de direction)
de quelques dixièmes de millimètre. Vous me direz que c'est très peu. Évidemment. Mais c'est très mal placé. Et puis vous avez ici un tiraillement continu qui s'exerce sur les multipolaires.
Il s'essuie les doigts.
LA DAME : Mon Dieu! Mon Dieu!
KNOCK : Remarquez que vous ne mourrez pas du jour au lendemain. Vous pouvez attendre.
LA DAME : Oh! Là! là! J'ai bien eu du malheur de tomber de cette échelle!
KNOCK : Je me demande même s'il ne vaut pas mieux laisser les choses comme elles sont. L'argent est si dur à gagner. Tandis que les années de vieillesse, on en a toujours bien assez. Pour le plaisir qu'elles donnent!”

 

 

 

 1224734-38342535fc6cf356c0ad5f0f832f16c4.jpg

Jules Romains (26 augustus 1885 – 14 augustus 1972)

 

 

 

 

De Argentijnse schrijver Julio Cortázar werd geboren op 26 augustus 1914 in Brussel. Zie ook mijn blog van 26 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Julio Cortázar op dit blog.

 

Uit: Hopscotch

 

“…all of this from a kind of music that horrifies solid citizens who think that nothing is true unless there are programs and ushers, and that's the way things are and jazz ie like a bird who migrates or emigrates or immigrates or transmigrates, roadblock jumper, smuggler, something that runs and mixes in and tonight in Vienna Ella Fitzgerald is singing while in Paris Kenny Clarke is helping open a new cave and in Perpignan Oscar Peterson's fingers are dancing around and Satchmo, everywhere, with that gift of omnipresence given him by the Lord, in Birmingham, in Warsaw, in Milan, in Buenos Aires, in Geneva, in the whole world, is inevitable, is rain and bread and salt, something completely beyond national ritual, sacred traditions, language and folklore: a cloud without frontiers, a spy of air and water, an archetypal form, something from before, from below, that brings Mexicans together with Norwegians and Russians and Spaniards, brings them back into obscure and forgotten central flame, clumsily and badly and precariously he delivers them back to a betrayed origin, he shows them that perhaps there have been other paths and that the only one they took was maybe not the only one or the best one, or perhaps that there have been other paths that made for softer walking and that they had not taken those, or that they only took them in a halfway sort of way, and that a man is always more than a man and always less than a man, more than a man because he has in himself all that jazz suggests and lies in wait for and even anticipates, and less than a man because he has made an aesthetic and sterile game out of this liberty, a chessboard where one must be bishop or knight, a definition of liberty which is taught in school, in the very schools where the pupils are never taught ragtime rhythm or the first notes of the blues, and so forth and so on.”

 

 

 

 1224734-9e9c04286fe4238276dd2335b5323cdc.jpg

Julio Cortázar (26 augustus 1914 - 12 februari 1984)




Zie voor nog meer schrijvers van de 26e augustus ook mijn blog van 26 augustus 2011 deel 1 en eveneens deel 2.
Geschreven door Romenu om 22:02 Reageer op dit bericht

Dolce far niente (Nijmegen, Dennis Gaens)


Dolce far niente

 

 

 

Hoeveel steden deze stad is


I

Dan is er altijd nog de stad die ik via sluiproutes langs buitenwegen binnenkom.

Over de straten aan de rand fietsen meisjes met onhandige benen die snel vrouwen willen worden en tot die tijd kauwgom kauwen. Wat verder leunt een man op zijn rollator, wachtend op een bus die hij ook vandaag niet neemt.

Het is die stad met een plein dat een lakmoesproef is, waar de mannen van de welpen worden gescheiden en waaromheen jongens cirkelen op scooters waarvan het voorwiel niet altijd gebruikt wordt.

Dan is er de plek waar alle bussen, ongeacht hun bestemming, samenkomen voor vertrek – daar waar we elkaars richting van een display lezen.

 

 

 

 1224055-43e31825029aba65309f1fb34972f5f1.jpg

Ooijpolder bij Nijmegen

 

 

II

Dan is er nog die stad waar fietsen op de stoep gestapeld staan, waar studentenkamers stof vangen. Aluminiumfolie, geplooid langs pitjes van gasfornuizen, kan niet voorkomen dat keukens waar meer dan zeven man koken, plakkerig worden. Ook de aardappels zijn hier al dente en alles smaakt een beetje naar de afwas van gisteren.

Er zijn lange straten vol huizen die naar oud hout ruiken. Een nieuwe vloerbedekking wordt zorgvuldig aan de vormen van een antieke trap aangepast. Er komt een laklaag op de leuning. Er staan daar watercoolers, espressomachines en in de koelkasten: enkel melk en broodbeleg. De gangen zijn breder en de plafonds hoger, daar waar we alleen op afspraak naar binnen gaan.

Dan zijn er nog de tuinen waar de partytenten bijna jaarrond achter de deur staan, al is het maar zodat de frietpan droog blijft. Er is een aparte koelkast voor het bier. Alleen op oudejaarsavond wordt de tent voor een week ingeklapt.


 

 1224055-8f86ef187720f02def518dba2f8118fe.jpg

Bussen bij Centraal Station Nijmegen

 

 

 

III

Dan is er nog de stad waar de Italiaan bij de Turk zijn inkopen doet. Waar goed volk elkaar gedag zegt. Waar de buurtwinkel nog bestaansrecht heeft.

Er staan hier genoeg bomen, alsof we ze verzamelen. De waarheid is: we vinden het leuk om naar dingen te kijken. Eén keer per jaar trekken we meubels naar buiten, al was het maar om elkaar te zien lachen en de bezoekers te begroeten.

 

 

1224055-002bb126a64986fc9fab40f4797b9402.jpg
Waalkade, Nijmegen


 

Waar ‘s zomers de kampvuren op het strand de boten de weg naar de kade wijzen.

Meer dan dat is het de stad die als een decor achter de Waal staat gestapeld. Waar we niet terugkomen naar de mensen, maar naar de verhalen die er wonen.

Het is de stad die ik elke dag dwars door het centrum verlaat en van een afstand welterusten wens.

 

 

 

 1224055-24304ff1e340e4580e42a3bd2f4b8d5d.jpg

Dennis Gaens (Susteren, 1982)

 

 

 

 

Zie voor de schrijvers van de 25e augustus ook mijn blog van 25 augustus 2012 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 20:37 1 reactie Reageer op dit bericht

Dolce far niente (Bergen, Adriaan Roland Holst)



Dolce far niente

 

 

 

Een Winteravondval

 

Gouden stille kusten en de zee nog blauw,

en de blijde vele golven, die er spelen,

en die witte vlucht van vooglen - o, de vele

meeuwen zwevend door de zuiverende kou,

 

zwermend als een bui, als een gevleugeld sneeuwen,

en hun kreten af en aan over mijn hoofd;

heb ik ooit wel in een ander lied geloofd

hier op aard dan de verloren kreet der meeuwen?

 

En zij zwenken en verdwijnen, en het is

nu weer stiller, en het gouden uur wordt later,

en ik loop verloren verder langs het water

van der eeuwen eenzame geheimenis.

 

En de kust wordt grijzer, en de schemeringen

komen nu, en ook de groote zee wordt grijs,

en de golven zingen - o, de vreemde wijs

van die andre wereld, die de golven zingen -

 

En zij zingen nader en mijn hart bevangt

een onmetelijk vervreemden uit dit leven,

en ik loop als in een bijna overzweven

naar dat rijk, waarheen ik altijd heb verlangd.

 

 

 1223436-6bb9bf5ec091addd4f9c5f9bb15fc3c2.jpg

Bergen aan Zee, duinen

 

           

Spiegelende ligt het uit de zee verschenen

ver en in het westen en den dood voorbij -

die daar leven zingen, en zij roepen mij,

maar de zee, zij zingt en glinstert om hen henen.

 

Eeuwig eiland - o, der zaligen domein,

waarheen onder zeilen hunner laatste droomen

slechts de stervende vervoerden overkomen -

waar de menschen eenzamer en schooner zijn.

 

En ik weet niet, is het heimwee of verlangen,

een herinnering of al een voorgevoel?

Houdt het leven met een ongeweten doel

mij, bevlogene, hier hunkerend gevangen?

 

O, waarom dan die herinnering, waarom

geen geheel onterven en een niet meer weten?

Wat kan ik hier doen? Als ik niet kan vergeten

waar ik eenmaal leefde ga ik dolend om,

 

om, zonder een dak, zonder een doel, geboren

aan de droeve zijde van den vreemden dood,

en ik werp mij uit der menschen oude nood

altijd weer in mijnen droom terugverloren....

 

 

 1223436-d8cd71675eb28fd2338c6f122559fa1f.jpg

Bergen aan Zee, strand

 

 

Toen.... een antwoord toch?....neen, een voorbijgaand mensch

en zijn vluchtig avondgroeten langs mij henen;

'k zag hem na tot hij in donker was verdwenen,

toch misschien zijn broeder aan der wereld grens?

 

't Was een visscher uit het oude dorp, daarginter

waar de duinen lager worden, en hij ging

bukkend onder wrakhout door de schemering,

denkend aan de lange nooden van den winter.

           

En ik ga hem na, maar langzamer dan hij,

bukkend onder leed, dat ik had moeten lijden -

o, verzuimde smart - o, wroeging, waar de tijden

nu geen redding meer uit geven, en de zee

 

 

 1223436-58bc91bd18171882eed9dbad99c4c145.jpg

…de “lage herberg” Het Huis met de Pilaren in Bergen…

 

 

 

zingt, maar lokt niet meer, en ik blijf aangewezen

op dit klein bestek van weedom en berouw,

en de winteravond valt, en door de kou

wankel ik - en toch, ik voel, er is genezen

 

in rampzaligheid, en, huivrend, weet ik weer

hoe het heimwee, dat deze aarde houdt bevlogen,

mij - waarom dan ook - het zingende vermogen

schonk, en verder valt er niet te vragen, en ik keer

 

tot het oud gehucht, dat daar ligt weggedoken,

minder eenzaam toch, en zie, daar op het duin

in de lage herberg waar de visschers zijn

wordt de lamp nu voor den avond opgestoken.

 

 

 

 1223436-ff12ae015539ac164382356caece8290.jpg

Adriaan Roland Holst (23 mei 1888 - 5 augustus 1976)

Standbeeld door Marie Andriesse in Bergen

 

 

 

Zie voor de schrijvers van de 24e augustus ook mijn blog van 24 augustus 2011 deel 1 en eveneens deel 2.
Geschreven door Romenu om 19:19 Reageer op dit bericht

Dolce far niente (Amsterdam, J. C. Bloem)

 

Dolce far niente

 

 

 

 

 1223095-afbe423da3c72b0d8dca2478d9ff2146.jpg

De Dapperstraat

 

 

 

De Dapperstraat

 

Natuur is voor tevredenen of legen.
En dan: wat is natuur nog in dit land?
Een stukje bos, ter grootte van een krant,
Een heuvel met wat villaatjes ertegen.

 

Geef mij de grauwe, stedelijke wegen,
De’ in kaden vastgeklonken waterkant,
De wolken, nooit zo schoon dan als ze, omrand
Door zolderramen, langs de lucht bewegen.

 

Alles is veel voor wie niet veel verwacht.
Het leven houdt zijn wonderen verborgen
Tot het ze, opeens, toont in hun hogen staat.

 

Dit heb ik bij mijzelven overdacht,
Verregend, op een miezerigen morgen,
Domweg gelukkig, in de Dapperstraat.

 

 

  

 1223095-974c9e69b655f378258617e58f20b79e.png

J. C. Bloem (10 mei 1887 - 10 augustus 1966)




Zie voor de schrijvers van de 23e augustus ook mijn blog van 23 augustus 2011 deel 1 en eveneens deel 2.
Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Gorch Fock

De Duitse schrijver Gorch Fock  (pseudoniem van Johann Wilhelm Kinau) werd geboren op 22 augustus 1880 in Finkenwerder. Daar ging hij naar school. Omdat hij ongeschikt was voor werk op zee vanwege zijn fysieke conditie begon hij  in 1895 een opleiding bij zijn oom in Geestemünde (nu onderdeel van Bremerhaven). 1897-1898, studeerde hij af aan de handelsschool in Bremerhaven. Vanaf 1899 werkte hij op als accountant en boekhouder in Meiningen. Bremen en Halle (Saale). In 1904 keerde hij terug naar Hamburg en in 1907 werd hij aangesteld als accountant voor de Hamburg-Amerika Lijn. Vanaf 1904 publiceerde hij 1904, meestal in zijn moedertaal, het Nederduits, schreef gedichten en verhalen onder de pseudoniemen Gorch Fock, Jakob Holst en Giorgio Focco, die in Hamburgse kranten verschenen. De voornaam Gorch is dus een lokaal typische variatie van Georg.
In 1908 trouwde hij met Rosa Elizabeth Reich, met wie hij drie kinderen had. Zijn muze en soulmate was echter tijdens de jaren van zijn schrijverschap de actrice Aline Bussmann.
In 1913 verscheen zijn beroemdste werk „Seefahrt ist not!“ , waarin op een heroïserende manier het leven van de diepzeevissers van Finkenwerder wordt beschreven. In WO I diende Gorch Fock eerst als infanterist in Servië en Rusland, en later bij Verdun. In maart 1916 werd hij op eigen verzoek door het leger naar de marine overgeplaatst  en gestationeerd op de lichte kruiser SMS Wiesbaden. In de Slag bij Jutland ging hij samen met de kruiser ten onder. Zijn lichaam werd in augustus 1916 gevonden in de buurt van Fjällbacka  en begraven op het Zweedse eiland Stensholmen bij Kalvö samen met andere Duitse en Britse zeelieden. Gorch Focks broers Jakob en vooral Rudolf Kinau verwierven als Nederduitse (Heimat-) schrijvers bekendheid. Later zijn twee opleidingsschepen van de Duitse marine naar Gorch Fock genoemd.

 

Uit: Seefahrt ist not!

 

»Insonderheit aber bitten wir dich für die, die auf dem Wasser ihre Nahrung suchen. Segne, segne die Fischerei auf der See und im Fluß, behüte Mann und Schiff in allen Gefahren!«

Pastor Bodemann beugte den grauen Kopf tiefer als zuvor. Da hatte er laut und warm für seinen alten Kaiser gebetet, laut und warm, wie es ihm von Herzen kam, nicht leise und kalt wie sein Vorgänger, ein zäher Welfe, der nur der kirchlichen Vorschrift nachgekommen war:

»Laß deine Gnade groß werden über deinem Knecht Wilhelm, unserem Kaiser und Herrn, und über dem ganzen kaiserlichen Haus.«

Die gefurchte Stirn berührte fast das schwarze Tuch, mit dem die Kanzel vom Sonntag Reminiszere bis zum stillen Freitag bedeckt war. Es schien, als wenn die Stimme ihm versagte und er aufhören müßte. Und er hielt überwältigt inne und ließ die große Stille kommen.

Totenstill wurde es in der Kirche auf Finkenwärder. Regungslos saß die Gemeinde. In die Augen kam eine Dunkelheit wie von aufsteigenden Tränen.

Denn die See nahm das Wort, die Nordsee, die Mordsee – mit ihren jagenden, zerrissenen Wolken, mit ihrem pfeifenden, brausenden Sturm, mit ihren haushohen, schäumenden, brüllenden Seen, mit Brand und Wetterleuchten, mit Dünung und Gewitter – mit geborstenen Segeln, gebrochenen Masten, blakenden Notfackeln, verlorenen Wracks und hilferufenden Fahrensleuten.

Und es war niemand da, der nicht ihre Stimme vernommen hätte.

Die hellhaarigen Jungen auf den Bänken neben dem Altar, die als große Schleefen [Schlingel] zu den gegenübersitzenden Konfirmandinnen hinübergelacht und ihnen zugenickt hatten,

besannen sich, legten beschämt die Hände zusammen und sahen vor sich hin, weil ihnen in der heiligen Stille die Väter und Brüder in den Sinn kamen, die draußen waren, und weil sie daran dachten, daß sie nach Ostern selbst in die Fischerei hineinkamen.

Auch bei den rotbackigen Mädchen wurde es still. Alle falteten rasch die Hände, und manches

Kinderherz bebte – vergessen war, daß sie abends am Deich einzuhüten hatten und daß die

Jungen dort vor den Fenstern trommelten und pfiffen, bis sie hineingelassen wurden und

Blindekuh oder Sechsundsechzig mitspielen durften.“

 

 

 1425182-d11bddafda490308bd89f748f17fbfd6.jpg

Gorch Fock (22 augustus 1880 - 31 mei 1916)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Dolce far niente (Amsterdam, Theo Thijssen)


Dolce far niente


Uit:
Jongensdagen


‘Juffrouw, m'n broertje kocht daarnet een pakje postzegels van drie cent, maar er zit zoowat niks in. Nou staat hij buiten te huilen, - Ko kreeg zelf tranen in z'n oogen van de gedachte - en of u het nou niet ruilen wil.’

‘Heeremenschen!’ riep de juffrouw verontwaardigd uit, en zij maakte zich gereed weer naar achter te gaan. ‘Heeremenschen, sta je dáárvoor volk te schreeuwen. Ruilen doen we niet, hoor.’

Ko bleef haar sprakeloos aankijken; de enveloppe hield hij haar voor.

‘Ga maar gauw m'n winkel uit, marsch!’ zei de juffrouw.

‘Maar voor drie centen is toch afzetterij!’ riep toen Ko ineens uit.

‘Heb ik van me leven!’ schreeuwde de juffrouw, en zij kwam achter haar toonbank vandaan geloopen, regelrecht op Ko af. Die holde weg, den winkel uit. Midden op straat bleef hij staan. ‘Afzetter!’ riep hij. Henk kwam naar hem toe; hij begreep alles. ‘Afzetter!’ schreeuwde hij mee.

De juffrouw keek niet eens meer, en ging weer naar haar kamer achter den winkel.

Een man bleef staan op straat. ‘Wat is er?’ vroeg hij nieuwsgierig.

Het was een meneer; een groote, deftige meneer. Misschien kon die helpen. Ko begon te vertellen; hij liet de enveloppe zien.




1222519-bc82b17b812a4762d0dda70a2ef578aa.jpg
Zicht vanuit de Jordaan op de Westerkerk




‘Verschillende, en buitenlandsche staat er op!’ zei Henk.

‘En dàt zit er in!’ sprak Ko bitter; en hij liet den heer de postzegels zien.

‘'t Zijn toch mooie postzegels, voor drie centen,’ meende de heer. Hij lachte even en liep verder.

Stom van verbazing keken de broers elkaar aan. Dát mooie postzegels!

‘Laat dan nòg eens kijken,’ zei Henk.

En voor den derden keer keken ze de postzegels na. Er was geen enkele bijzondere bij. Ze wierpen woedende blikken naar het winkeltje.

‘Ga mee maar, Henk!’ zei toen Ko, ‘ga nou maar mee naar huis. Tegen zulke afzetterij kunnen wij niet op.’

En hij nam de mand weer aan z'n arm, en stapte voort.

Henk volgde met een bedrukt gezicht en sprak geen woord.

Zoo liepen ze stil door tot de Westermarkt.

‘Jammer, hè?’ vroeg Ko zacht.

‘Wat?’ kwam Henk onnoozel.

‘Van je drie centen,’ antwoordde Ko.

Henk zuchtte eens, en gaf geen antwoord. Het wàs hard.“



1222519-abd0301aa347d13e4a920f957b7a272c.jpg
Theo Thijssen
(16 juni 1879 - 23 december 1943)

Beeld van Theo Thijssen in de Amsterdamse Jordaan door Hans Bayens




Zie voor de schrijvers van de 22e augustus ook
mijn blog van 22 augustus 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Dolce far niente (Haarlem, Sylvia Hubers, Bertus Aafjes)

Dolce far niente

 

 

 

 

Voor Haarlem

 

Ik droomde me een man als een kunstwerk
en ik moest naar Haarlem gaan  

 

Ik droomde van Oude Meesters, op een vingerknip
beschikbaar, om de hoek van de straat
en ik moest naar Haarlem gaan 

 

Ik droomde me kunstenaars in galeries
kunstenaars op terrassen, kunstenaars als vrienden
en ik moest in Haarlem zijn 

 

 

 

1221561-092a450857552362a27fa9bfe34e33c1.jpg 

Haarlem, Sint Bavo

 

 

 

Ik droomde vaten vol kunstig bier
door bierkunstenaars gebrouwen en ik moest
in Haarlem drinken 

 

Ik droomde me een stad die niet bestaat
een stad als een kunstwerk, uitgevouwen
over de grond door vaardige creatoren  

 

een stad waarin ik rond zou lopen
o en ah zou zuchten 

 

ik droomde me een stad
die bestaat
van mooi

 

 

 

 1221561-2f9c99b2d99c6da9496c6dad8ea145a8.jpg

Sylvia Hubers  (Sassenheim, 28 mei 1965)

 

 

 

 

Meester Frans

Ja meester Frans, purperen meester Frans,
je werd net blauw genoeg in het gelaat
om de regenten en de regentessen
bedorven naakt te zien zoals zij zijn.

Vrolijke Frans, onnoozle hals, Frans Hals,
je mensenleven lang bleek niet bestand
tegen het blozende, het al te blozende,
het weelderige van de zeug, het warme,
het heerlijke heilzame, het volksgezonde,
olijven, witte gele wijn, gebraad,
het jonge van het ravezwarte haar.

 Plotseling was de tinnen kroes vol stof,
de blauwe veer het sein van de beroerte;
de streek, weet je nog wel, de wrame streek
van het penseel, plotseling was hij weg.

En het bederf werd overal aanschouwd
de barensnood en doodsnood van de dingen.

Zij zaten voor je neer de regentessen,
zij waren eens de liefjes van 't palet,
van 't roze, van de vleesgeworden verf.
Hoe zoet hun lichaam eenmaal was: likeur.

 

 

 

 1221561-6630c5d760b368b4ac50cb0d76cc5b64.jpg

Frans Hals 'De regenten van het Oudemannenhuis te Haarlem' 1664

 

 



Maar iederer jaar het telde en werd boete
en aan hun bleke brein ontsproot de hel:
eerst tere vlammen, bloemen aan een strodak,
maar allengs loeiende en allengs luider,
totdat hun wezen wit van waanzin was.

Hun handen trokken saam, verschroeid, tot klauwen
en hun gelaat verschrompelde tot kleinzeer
en o de ogen, de hyena-ogen
en o de dunne neus vol lijkeschennis
en o hun greep van demon op de kleinen
in naam van God en van het zelfverwijt.

Je schilderde de cirkel van de dood
in de bedorven ring van regentessen,
de vale slang, onzichtbaar voor het oog,
rond deze Laokoon-groep van berouw.
Mag ik iets vragen? vroeg je en verstomde,
want was er iets te vragen in de stilte,
de stilte van het graf?

 

 

 1221561-caef7c191a51511a73a532d222b1028f.jpg

Frans Hals  Museum, binnenplaats



Er was alleen de treurige pendant;
de mannen en hun sluwe zelfontvluchting
in witte kraak van kant, in lege lubben,
in de geheime ontucht van de drank;
je zag het wel, dat levensgroot gezwel
met de verzopen ogen van de moordlust:
het keek en keek en keek en at je ziel.

Ja meester Frans, de engel van 't verderf
greep uit je hand het romige penseel
en stak ermee tot aan het heft in 't hart.
En Holland werd geboren op het doek
onsterfelijk verschrikkelijk. Ik weet het:
het doodszweet steeg reeds in je haar, de wortels:
moeras. Toen stond je op. Je wit voorgoed.
Je sloot de deur.

 

 

 

1221561-8e5c4e3f73a9135a0d0e81cf79c8bcbb.jpg
Bertus Aafjes 12 mei 1914 - 22 april 1993)


 

 

Zie voor de schrijvers van de 21e augustus ook mijn blog van 21 augustus 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 20:32 Reageer op dit bericht

Dolce far niente (Amsterdam, Gerard Reve)

Dolce far niente


Uit:
De Avonden

“Het was nog donker, toen in de vroege morgen van de tweentwintigste december 1946 in onze stad, op de eerste verdieping van het huis Schilderskade 66, de held van deze geschiedenis, Frits van Egters, ontwaakte. Hij keek op zijn lichtgevend horloge, dat aan een spijker hing. Kwart voor zes, mompelde hij, het is nog nacht. Hij wreef zich in het gezicht. Wat een ellendige droom, dacht hij. Waar ging het over? Langzaam kon hij zich de inhoud te binnen brengen. Hij had gedroomd, dat de huiskamer vol bezoek was. Het wordt dit weekeind goed weer, zei iemand. Op hetzelfde ogenblik kwam een man met een bolhoed binnen.


1220878-ace8ab73a9d19be2a3656721e301c79a.jpg

Op de hoek: Jozef Israëlskade (Schilderskade 66)



Niemand lette op hem en hij werd door niemand begroet, maar Frits bekeek hem scherp. Opeens viel de bezoeker met een zware bons op de grond.
Was dat alles? dacht hij. Wat gebeurde er verder? Niets, geloof ik. Hij sliep weer in. De droom ging voort, waar hij was opgehouden. De man lag, met de bolhoed over zijn gezicht gedrukt, in een zwarte doodskist, die in een hoek van de kamer op een lage tafel stond. Die tafel ken ik niet, dacht hij, zou die geleend zijn? Hij keek in de kist en zei luid: Daar zitten we in ieder geval morgen nog mee opgescheept. Dat hoeft niet, zei een man met een kaal hoofd, een rood gezicht en een bril, wedden dat ik de begrafenis nog op vanmiddag twee uur geregeld kan krijgen?
Hij werd opnieuw wakker. Het was twintig minuten over zes. Ik ben al uitgeslapen, zei hij bij zichzelf, daarom word ik zo vroeg wakker. Ik heb nog een flink uur.
Hij sluimerde langzaam in en trad voor de derde maal de huiskamer binnen. Er was niemand. Hij liep op de kist toe, keek erin en dacht: Hij is dood en begint te bederven.

(…)


1220878-3d28d009c5bfeee26262bdfcf7cdd18a.jpg

In het midden: Jozef Israëlskade (Schilderskade 66)



“Een heerlijke verkwikkend ochtendwandeling’ mompelde hij. Bij het afdalen van de trap kefte een hond bij de benedenburen, toen hij hun deur passeerde. Hij trok de straatdeur zacht dicht en volgde de met ijs bedekte gracht tot de rivier. Die, uitgezonderd in het midden, met een donkere ijslaag was toegevoren.”


1220867-b6cb6c6669770238cc74f92951eab605.jpg

Gerard Reve (14 december 1923 - 8 april 2006)





Zie voor de schrijvers van de 20e augustus ook
mijn blog van 20 augustus 2011`deel 1 en eveneens deel 2 en eveneens
deel 3.



Geschreven door Romenu om 19:29 Reageer op dit bericht

Dolce far niente (Amsterdam, Jan Campert)

Dolce far niente

 

 

Lied van Amsterdam

 

Verlaat ‘t Centraal en zie de stad,
die zich voor de stad ontvouwt
gelijk een waaier, baan naast baan,
van parelgrijs en goud.
Het parelgrijs der morgenlucht,
die over de Amstel stijgt,
het goud van zon en herfstseizoen,
dat al ten einde neigt.

 

Welk oord gij ook om haar verliet,
zij komt u tegemoet
met kaden, Damrak en de Beurs
en schepen onder ‘t roet,
met torens rank breed en sterk van steen
en rank van makelij
en, als ge goede oren hebt,
met roepen over ‘t Y.

 

Daar is geen stad als Amsterdam
zoo ruim en zoo vertrouwd;
als ik een huis te bouwen had,
ik had het hier gebouwd
met vensters waar al ‘t licht door stroomt,
dat van den Amstel slaat,
wanneer de winter ‘t water stremt
en ‘t volk te schaatsen gaat.

 

Wie ’s avonds voor die vensters staat
hij ziet den warmen gloed,
die boven Leidsche en Rembrandtplein
de wolken walmen doet doet;
hij ziet, wanneer hij oogen heeft,
de onbewogen wacht
van Heerengracht en Keizersgracht
bij ‘t ingaan van de nacht.

 

 

 1220255-837d6aaf0955faf4482ba0478eb35e16.jpg

Keizersgracht

 

 

 

Die, trouwloos van aard als ik,
eens Amsterdam verried,
hij vindt geen rust aleer zijn schuld
gedelgd is met een lied
en waar hij zwerft en wat hij zoekt
vindt hij ter wereld niet,
voordat hij weer de duiven rond
den Westertoren ziet.

 

En niet aleer zijn voetstap weer
de oude stad hervindt,
de Wallen, ‘t Kolkje, de Zeedijk,
of voordat hij de wind
bij Schreierstoren heeft gevoeld
te waaien door zijn haar,
niet eer houdt Amsterdam voor hem
haar liefste vreugde klaar.

 

 

 1220255-5710d71c3f03d3ed8c979df6a43371f4.jpg

Zeedijk

 

 

Want die het diepste wordt bemind
zij toeft in Amsterdam,
zoo brandt, in edel goud gevat,
‘t juweel gelijk een vlam,
en waar het hart slaat van mijn land
slaat ook haar franke hart
rood is haar mond, o Amsterdam,
en zie haar haren zwart.

 

Nu dit beeld mij niet meer verlaat,
bij dag niet noch bij nacht
weet ik dat ieder sterveling
wel eens wordt thuisgebracht.
Hij neemt zijn staf, hij schoeit den voet
en keert vanwaar hij kwam;
hij delgt zijn schuld en dicht een lied
voor haar en Amsterdam

 

 

 1220255-905c59d475aac98bca1048c20a869825.jpg

Jan Campert (15 augustus 1902 - 12 januari 1943)

 

 

 

 

Zie voor de schrijvers van de 19e augustus ook mijn blog van 19 augustus 2011 deel 1 en ook deel 2.
Geschreven door Romenu om 20:03 Reageer op dit bericht

Dolce far niente (Amsterdam, Mezrab, verhalen aan het IJ)

Dolce far niente

 

 

De Iraanse dichter, zanger, acteur en politiek wetenschapper Fereydoun Farrokhzad werd geboren op 7 oktober 1938 Teheran. Farokhzad voltooide de opleiding politieke wetenschappen met een doctoraat in de Bondsrepubliek Duitsland. Hij was de jongere broer van de beroemde Perzische dichteres Forough Farrokhzad. Farokhzad wordt nog steeds beschouwd als een van de meest bekende zangers en entertainers van de moderne Iraanse muziek geschiedenis. Veel sterren van de Iraanse muziek scene van de jaren 1970 bereikten in zijn uitzendingen een grotere bekendheid.  In politieke opzicht zette Farokhzad zich in voor een seculiere koers en voor de scheiding tussen staat en religie. Hij pleitte voor het herstel van het Iraanse Keizerrijk op een democratische grondslag en thematiseerde dat, net zo goed als zijn verzet tegen de heersende geestelijken sinds 1979, in politieke strijdliederen. Als criticus van het theocratische regime in Iran vanaf 1979 werd hij op 6 Augustus vermoord in 1992 in zijn huis in Bonn. Fereydoun Farrokhzad werd begraven op de Bonner Nordfriedhof.

 

 

Atombombe


Sie wollen uns überzeugen,
dass es nur ein weisser Pilz ist -
der mit den Pappeln flüstert.
Oder ein Pfau der gerade  sein Rad schlägt.
Aber der weisse Pilz hat schwarze Schatten –
und der junge Pfau trägt giftige Pfeile.
Man kann ein Buch –
über den Kopf halten –
und an Wunder glauben.
Man kann auch wie ein kranker Hund –
unter den Tisch kriechen -
und sich einen besseren Tod wünschen.

 



1219712-1dfbb1215f62835839d9ec49139abfac.jpg
Mezrab, naast het Wilhelmina Pakhuis, Veemkade


 

Warmates



Warmates, Warmates were human and free
Men and women of pride and simplicity
Had put themselves amongst the nation's unrest
Warmates, Warmates

 

Their death cloths, tri color Flag of Iran
In their minds, nothing but a promise and a pact
The pact which would charge them in the battlefield
Warmates, Warmates

 

They were loaded with the love of nation
They were away from temptations of the spirit and body
They were the green sincerity of "The Word"
Warmates, Warmates

 

Warmates were the heroes of dignity
All their lives, they have struggled only for one goal
Until they had opened the doors of freedom
Warmates, Warmates

 

Warmates were like rain drops
Pure and honest, they were Warmates to all lovers
They were the lion and sun of the Iranian Flag
Warmates, Warmates

 

They have risen up and become martyrs
They have climbed beyond the inferior human needs
They have reached the pure human integrity
Warmates, Warmates

 

They have risen and died for us
They have died amongst our arms
They have left us the pieces of motherland
Warmates, Warmates

 

The children who will be born tomorrow
Will know about the story of our Warmates
Will read their names upon the sunshine
Warmates, Warmates

 

Where are those brave men and women today?
That our being is due to their uprising!
That their hearts are beating inside the Iranian Flag
Warmates, Warmates

 

Once again we will all gather around
We will speak of our Warmates
We will write in the history and on the sorrow, about our
Warmates, Warmates

 

Thousands of springs and summers will come and go
Thousands of snows and rains will fall
Masses will once again love "The essence of Love"
By the will of our
Warmates, Warmates ……

 

 

 

Vertaald door Ahreeman X

 

 


1219712-70a67d810f63dcb170de850c08906639.jpg
Fereydoun
Farrokhzad (7 oktober 1938 - 6 augustus 1992)

 

 

 

Zie voor de schrijvers van de 18e augustus ook mijn blog van 18 augustus 2011 deel 1 en eveneens deel 2.
Geschreven door Romenu om 21:40 Reageer op dit bericht

Samar Yazbek

De Syrische schrijfster en journaliste Samar Yazbek werd geboren in Jableh op 18 augustus 1970. Zij studeerde Arabische literatuur. Haar werk omvat een breed scala aan genres - romans, korte verhalen, filmscripts, televisie drama's, film-en tv kritiek. Ze heeft een documentaire gemaakt over de Syrische geleerde Anton Maqdesi. Ook werkte zij mee aan Women of Syria, een feministische e-zine.
Yazbek is een prominente stem in de ondersteuning van de mensenrechten en de rechten van vrouwen in Syrië. Haar debuutroman, genaamd Tiflat as-Sama (Heavenly Girl) behandelde bestaande taboes in de Syrische samenleving. Yazbek is lid van de Alawi gemeenschap, maar is een tegenstander van het regime van haar mede-gelovige president Bashar al-Assad. Ze nam deel aan de protesten in 2011 tegen het regime van Assad, en werd vervolgens vastgehouden door de veiligheidstroepen. Ook werd haat verboden te reizen buiten Syrië. In 2010 werd Yazbek geselecteerd als een van de Beirut39, een groep van 39 Arabische schrijvers onder de leeftijd van 40 jaar, gekozen door middel van een wedstrijd georganiseerd door het Banipal magazine en het Hay Festival. In 2012 werd ze gekozen voor de prestigieuze PEN / Pinter prijs "International writer of courage ", als erkenning voor haar boek A Woman in the Crossfire. Zij werd in hetzelfde jaar ook bekroond met de Zweedse Tucholsky Prijs

 

Uit: Schrei nach Freiheit. Bericht aus dem Inneren der syrischen Revolution

(A Woman In The Crossfire, vertaald door Larissa Bender)

 

“Bei der ersten Zusammenkunft mit dem hohen Offizier war ich vollkommen am Ende, denn zwei der Männer, die mich in dem weißen Auto von zu Hause abgeholt hatten, hatten mir die Augen verbunden, was ich höchst verwunderlich fand. Mir ging durch den Kopf, dass ich niemanden

informiert hatte, und Nawwara war noch immer im Dorf. Ich vermutete, dass meine Verhaftung wohl unmittelbar bevorstehe und dass ich lange im Gefängnis bleiben würde. Dies war in der Zeit, bevor sie auf einer Website des syrischen Geheimdienstes einen Artikel veröffentlichten, in dem sie mich des Agententums und des Verrats bezichtigten.

Ich kam an einen merkwürdigen Ort, vielleicht in Mezzeh, genau wusste ich es nicht, aber plötzlich fand ich mich in einem geräumigen Büro mit dem hohen Offizier wieder. Er musterte mich so angewidert, als hätte er es mit einer verwesten Leiche zu tun. Dann packte er mich derart hart am Handgelenk, dass er mir fast die Hand zerquetschte und meine Haut zu brennen begann, und plötzlich verpasste er mir eine Ohrfeige, die mich zu Boden warf. Er spuckte auf mich herunter und sagte: «Du Miststück!» Meine Augen waren geschlossen, in meinen Ohren vernahm ich ein gellendes Dröhnen. Mir war, als würde mir schwindelig werden, es glich einem Gefühl wie ein Erschauern. Ich stand nicht auf, ich konnte es nicht, obwohl er schrie, ich solle aufstehen, aber ich war nicht dazu in der Lage. Mein Körper war zerbrechlich, mir schwindelte. Was für eine Ironie! Eine einzige Ohrfeige hatte mich zu Boden geworfen!

«Steh auf!», schrie er. Ich rührte mich nicht, ich hielt die Augen geschlossen und dachte bei mir, ich werde nicht aufstehen, soll er doch machen, was er will. Das Messer, das ich normalerweise in meiner Tasche bei mir trage, steckte in meinem Büstenhalter, das gleiche kleine Klappmesser. Ich dachte, ich werde nicht darauf warten, dass er oder irgendjemand anderer mich beleidigt, ich werde mir das Messer ins Herz stoßen.”

 

 

1329187-ac028808b51a5ebcfd6fb36caeffa526.jpg 

Samar Yazbek (Jableh, 18 augustus 1970)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

In Memoriam Willem G. van Maanen

In Memoriam Willem G. van Maanen

 

 

 

De Nederlandse schrijver Willem G. van Maanen is vrijdag op 91-jarige leeftijd overleden. Willem Gustaaf (Willem G.) van Maanen werd geboren in Kampen op 30 september 1920. In 2004 kreeg hij voor zijn gehele oeuvre de Constantijn Huygensprijs. Zie ook mijn blog van 30 september 2011.

 

Uit: De onrustzaaier

 

'Hoe bevalt het je bij ons?' vroeg ik [Pilaar], toen het na enige dagen zover was. (...)

'Goed,' antwoordde hij [Chris]. 'Er is hier veel te doen, en ik doe het ook.'

'Teveel misschien,' zei ik.

'Er is mij zelden iets teveel.'

'Ik bedoel jou niet,' zei ik, 'ik bedoel de anderen. Ik heb wel eens de indruk dat je de mensen dingen leert die ze niet aankunnen.'

'Dat beschouw ik ook als mijn taak,' zei hij. 'Ze groeien ervan, en over een tijdje zullen ze het wel aankunnen.' (...)

'Over wat je met de kinderen doet zijn we heel tevreden,' zei ik kalm. Ik was woedend over zijn opmerking, maar liet niets merken. Ik wilde dit gesprek winnen, al wist ik nog niet wat ik wilde bereiken. (...)

'We zijn heel tevreden over je prestaties als hoofd,' herhaalde ik. 'Het hele bestuur, mevrouw Droog inbegrepen.'

'Dat begrijp ik,' antwoordde hij zelfverzekerd. 'Sinds ik hier ben zijn er twaalf leerlingen bijgekomen.'

'Twaalf apostelen, meester Christus,' zei ik spottend. 'Maar ik geloof dat het er elf zijn, als ik me de gegevens van de laatste bestuursvergadering goed herinner.'

'Wilt u me sparen voor Judas?' vroeg hij, en hij keek me strak aan. 'Meneer Pilatus,' zei hij toen, na een korte stilte.

Hij bracht me in verwarring. Ik wist niet of hij me op de groftse manier beledigde, of dat hij alleen maar een woordspeling op mijn naam maakte, zoals ik op de zijne. En ik weet het nog niet.”

(…)

 

 

“Dat was ons laatste gesprek, want vanmiddag, toen hij voorgoed afscheid kwam nemen, hebben we nauwelijks enkele woorden gewisseld. Niet uit vijandschap, maar omdat er niets meer te zeggen was. Hoewel ik nog zoveel zou willen zeggen. Ik wilde hem zeggen dat hij het goed heeft geprobeerd, maar de mensen hier zijn nog niet klaar voor zijn hervormde ideeën. Ook wilde ik hem zeggen dat ik hem altijd heb bewonderd om zijn strijdlust tegen alles en iedereen. Maar dat is nu te laat, hij is nu weg en heeft die verschrikkelijke rugzak in ieder geval meegenomen.”

 

 

 

 1224398-3f9e9188d5a46b4c81cc0adbedd5c51a.jpg

Willem G. van Maanen (30 september 1920 – 17 augustus 2012)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Dolce far niente (Amsterdam, Simon Carmiggelt)

Dolce far niente

 

 

Uit: Vreemdeling in Amsterdam

 

„Daar onze badkamer, door hoge ouderdom, geheel poreus geworden is, zijn ingrijpende, gruis verwekkende verbouwingen nodig, die ons aards verblijf een tijdje volstrekt onbewoonbaar maken. Daarom zitten we nu in een hotel.

In Amsterdam Centrum.

Het is een interessante situatie, die je kijk op de eigen stad verandert. Het dagelijks leven heeft een nieuw decor gekregen, dat je nooit eerder op deze manier hebt bekeken.

Het was er wel, maar je maakte er zelf deel van uit. Nu zit je er aan het ontbijt, of in het café een eindje verderop, waar je vroeger nooit kwam, naar te staren als een toerist uit den vreemde, die een paar dagen Amsterdam doet.

Mijn woning staat ook in het centrum, maar die keek uit op een plantsoentje, waar elke ochtend weer dezelfde vrouwen en mannen verschenen om hun honden de zo broodnodige recreatie te verschaffen. Omdat ze door die beesten werden gemotiveerd, had hun aanwezigheid een zekere logica.

 

 

 1219057-c696355ef438ddf6b0c02f88e69a79f6.jpg

Eerste Weteringplantsoen met Kronkelpad

 

 

 

Maar in het gedrag van de voorbijgangers die ik nu zie lopen zit geen enkele lijn. Er zijn er bij die kennelijk ergens naar toe gaan, maar zij vormen een te verwaarlozen minderheid. De meesten druilen maar wat rond, blijven om onverklaarbare redenen plotseling stilstaan of keren eensklaps op hun schreden met een niet te becijferen doel, dat echter spoedig weer als een fata morgana vervluchtigt.

Het is fascinerend om in deze stoet der duistere improvisaties opeens een man en een vrouw te zien met een zichtbaar ideaal. Zij dragen namelijk een vensterruit van zowat twee bij drie meter. Aangezien het geen voorwerp is dat men spelenderwijs onder de arm neemt, staat vast dat ze er ergens mee naar tóé moeten.“

 

 

 

 1219057-d3bafb12e8a4169dbec5d53e6658d753.jpg

Simon Carmiggelt (7 oktober 1913 – 30 november 1987)

Borstbeeld van Carmiggelt aan het Kronkelpad met tekstplaat:
"Als ik u raden mag: wordt schrijver".

 

 

 

Zie voor de schrijvers van de 17e augustus ook mijn blog van 17 augustus 2011 deel 1 en eveneens deel 2.
Geschreven door Romenu om 19:32 Reageer op dit bericht

Dolce far niente (Harlingen, Simon Vestdijk)


Dolce far niente


Uit: Terug tot Ina Damman


“Tegenover de HBS, aan de overkant van de Werfgracht, die hier de breedte van een binnenhaven bereikte, lag, als een wond in het stadsbeeld, de oude scheepswerf, aan drie zijden omgeven door half ingezakte schuttingen, die met palen gestut moesten worden. De gehele dag joegen daar de werkers hun koperachtig tinkelende klanken op: een kalm, zomers geluid, dat wel aan teergeur deed denken, of aan weke, zonnige golvingen in water dat door een olievlies is bedekt. Het geluid zweefde aan, verijlde weer, werd soms plotseling onderbroken, om dan, op[ zoek naar een nieuw ritme, aarzelend en nadenkend te worden, als een uiterst verlangzaamd morsestelsel. Als de jongens in de klas niet naar de kabbelende lichtrimpels keken tegen de zolder bij het raam, dan luisterden ze naar die werf. In de gracht lagen gewoonlijk nog wat loodskotters.



1218495-575c681aceefc77cdfeb215a7f6b6a3a.jpg
Zuiderhaven Harlingen/ Werfgracht Lahringen

Links van het midden met zonneschermen stond de HBS / Nu R.K. verpleeghuis St-Hubertus.



Een paar huizen links van de school begon de Werfstraat, die de Werfgracht met de Achterweg verbond en zich daar in een reeks geulachtige stegen voortzette in de richting van de Hoofdstraat. Vier maal per dag fietsten daar de leraren doorheen, vier maal per dag kwam ook de directeur door deze straat aan- of wegwandelen, zorgvoldig oplettend of er soms jongens waren die aan hun petten tikten in plaats van ze af te nemen.. Alleen mijnheer Greve koos hardnekkig de Hamerstraat. Zelfs bij stormweer deed hij dat, en dan bleef zijn fiets soms stilstaan op de hoek van de Werfgracht, en hevige rukwinden van opzij dreigden hem in het klotsende water voort te stuwen en zijn pet zat tot ver over zijn oren getrokken, diezelfde pet, waar hij altijd tegen aansloeg, tegen aan m
ócht slaan, hij alleen van de hele school! Wie zal zeggen om welke reden hij de Hamerstraat koos? Mischien alleen omdat hij niet de Werfstraat kiezen wilde. Of om zich tegen het klimaat te harden. Of om zijn wil te stalen, die zes uur lang zo hoog opgevoerd blijven zou.



1218487-bbc476ed5459a6a46b1d375d0dcce763.jpg

Rozengracht Harlingen / Tuingracht Lahringen




Of had hij hoop, op dat hachelijke hoekpunt dioor de westenwind gegrepen en teruggeblazen te worden, de andere richting uit, over het licht hellende Werfplein heen, langs de Tuingracht met de dorre, bruine bladeren op de grond, in een meer dan razende snelheid de Singelbrug over, voorbij het Singellaantje en de tram en de plantsoentjes, en dan, bij god, naar het station en nooit meer terug?…

Dit was de school – en de omgeving van de school.”



1218487-0e4ef62a4c3780a0e6d3bc9554087b27.jpg

Simon Vestdijk (17 oktober 1898 – 23 maart 1971)

Beeld van Anton Wachter door Suze Boschma-Berkhout




Zie voor de schrijvers van de 16e augustus ook
mijn blog van 16 augustus 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Dolce far niente (Enkhuizen, Joost van den Vondel, Harme Bevoort)

Dolce far niente

 

 

 

 1217898-1b62525868d6d7ab4e0f15c7255e8fbd.jpg

Stadhuis Enkhuizen

Beneden links het kanon, daarboven het klinckdicht van Vondel

 

 

 

Op het Roode Paert met zijn metaelen Kanon, uit den overwonnen Duinkercker, onder den zeestrijt, in hopman Volkaert Kanonijx oorlogsschip Oorloghsschip overgesprongen, in den jaere 1622, den 3 in Wijnmaent.

 

Fatalis Equs Saltu Super Ardua Venit

 

 

Klinckdicht

 

Wat heeft de stoffery der ouden ons vervaert
Met Perseus, en Pegaes die, over zee gevlogen
De werelt sloegh voor ’t hooft met een gedichte logen
Een logen, in’t gestarnt gesteigert hemelwaert

Het brave Enckhuizen draeft, vol moedts, op ’t Roode Paert
Met zijnen kopren mont, dat glo
ê
nde blixems braeckte,
En donderklooten, daer Noortzee en lucht af kraeckte,
Een paert, op ‘t Prinsenhof in Eeuwigheid bewaert.

Het quam , toen Volckaert dien Duinkercker hadt gedrongen,
Uit ‘s meesters zeekasteel, in’t Hollantsch slot gesprongen.
De Zeehelt greep het by den zeetoom zonder last.

Het opent met zijn hoef een Bronaêr voor den Zanger.
Wij drincken op Parnas noch Helikon niet langer.
Dit is ons paerdebron, hier is geen droom aen vast.

 

 

 

 1217898-111fdbcc08cc627ac7adf0cf20699283.jpg

Joost van den Vondel (17 november 1587 - 5 februari 1679)

 

  

 

     

De laatste buis verkocht (Fragment)

 

Verbreek, o Stedemaagd, Uw wapen,
     Dat beeld der oude Haringstad!
Ruk ze af, de kroon van Uwe slapen,
     En trek het rouwkleed aan voor 't feestkleed dat Gij hadt.
Uw roem, Uw glorie is gevallen.
     Haast ziet ge in Uw ontvolkte wallen
Door mind'ring van bedrijf vermind'ring van bestaan.
     De armoede en gebrek vermeeren,
En wat U vroeger kon vereeren
     Geheel en al ten onder gaan.



1217898-31fe0cb634541577212896df7cbaff8b.jpg

Enkhuizen, met zicht op de Zuiderkerk

 


Nog tover ik mij vroeger dagen
     Met alles, wat hier is geweest,
Met alles, wat mijn, oogen zagen.
     O, schoon verleden, hoe verrijst gij voor mijn geest.
Wat al bedrijf, gewoel en leven,
     Wat vlaggen aan den mast geheven,
Wat voorraad nog in haast aan 't glanzend boord gebracht.
     Wat afscheidsgroete klinkt ons tegen,
Wat bidden om vernieuwden zegen,
     Zoo hart'lijk, hoopvol ingewacht.
O Buisjesdag, o dag van hope
     Van 't eens zoo schitterend weleer,
Wat ooit mijn lier tot zingen nope,
     Ontvlamm' mij mijn ziel voor dat verleden weer.
Ja, 'k zie een tal van vreemdelingen
     Om onze havens zich verdringen;
'k Hoor nog de afscheidsgroet, die klinkt langs wal en zee.
     Ik zie de opgeheschen zeilen zwellen,
De mutsen vliegen af, ja God moge U verzellen
     O, wakk're zonen van de zee.

 

 


 

 1217898-6252d197fd6475e6084cc15af25c9311.jpg

Enkhuizen, met zicht op de Drommedaris

 

 

En nu, nu nog zoo kort geleden
     Een zestal buizen voer naar zee;
Wat brachten zij bedrijvigheden
     En voor zoo menig huis geluk en zegen mee.
En even blijde en opgeheven
     Stond oud en jong hen na te ogen,
Zooals zoo menigmaal te voren was geschied
     En van Enkhuizens ronde toren
Deed zich 't vaarwel in klanken hooren
     In 't welbekend Wilhelmuslied.

 

Ach, ach, die dagen zijn vervlogen geslacht.
     En daar, waar puin en balken vielen,
De zonen bij 't lijk eens vaders nederknielen
     Geen buis ontrolt zijn vlag, en hijscht
Die schoone dagen van weleer.
     Vergeefs naar 't zuiderend heengetogen: zijn zeilen weer.
En op de plaats van 't vroeger leven,
     De baan ter slooping prijs gegeven.
De beenderen ontbloot van 't vroegere geslacht
     Als offer aan hun schim gebracht.

 

 

 

 1217898-b965d6b1b853623bd63e37e6996ac03b.jpg

Harme Bevoort (23 oktober 1801 - 8 mei 1874)

 

 

 

 

Zie voor de schrijvers van de 15e augustus ook mijn blog van 15 augustus 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 19:52 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten