Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Frederic Mistral

Frederic Mistral ( 8 september 1830 – 25 maart 1914)


De Franse dichter en schrijver Frederic (Frédéric) Mistral werd geboren op 8 september 1830 in Maillane, een dorp gelegen ten noorden van de stad Arles in zuid-Frankrijk. Hij is misschien wel de bekendste auteur van de moderne Occitaanse letterkunde. Hij schreef zijn werk in het Provençaals, een Occitaans dialect. In 1854 behoorde hij tot de oprichters, van de "Félibrige", een vereniging van schrijvers en dichters met als doel de bevordering van de Provençaalse taal en culturele identiteit. Ook een van zijn vrienden, Alphonse Daudet, trad toe tot dit genootschap. In 1859 verschijnt het lange gedicht Mireio (Mireille) waar hij vele jaren aan heeft gewerkt. In 1904 ontving Mistral de Nobelprijs voor literatuur.

 

 

Coupe Sainte

Provençaux, voici la coupe
Qui nous vient des Catalans
Tour à tour buvons ensemble
Le vin pur de notre cru.

Coupe sainte
Et débordante
Verse à pleins bords
verse à flots
Les enthousiasmes
Et l'énergie des forts !

D'un ancien peuple fier et libre
Nous sommes peut-être la fin ;
Et, si les Félibres tombent
Tombera notre nation.

D'une race qui regerme
Peut-être somme nous les premiers jets ;
De la patrie, peut-être, nous sommes
Les piliers et les chefs.

Verse nous les espérances
et les rêves de la jeunesse,
Le souvenir du passé
Et la foi dans l'an qui vient.

Verse nous la connaissance
Du Vrai comme du Beau,
Et les hautes jouissances
Qui se rient de la tombe.

Verse nous la Poésie
Pour chanter tout ce qui vit,
Car c'est elle l'ambroisie
Qui transforme l'homme en Dieu.

Pour la gloire du pays
Vous enfin nos complices
catalans, de loin, ô frères,
Tous ensemble, communions !

 

Geschreven door Romenu om 21:22 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

De blogger leest alles eerst na: je tekst verschijnt zodra die goedgekeurd is.

Jenny Aloni, Willem Bilderdijk

Jenny Aloni (7 september 1917 – 30 september 1993)


De Duits – Israëlische dichteres en schrijfster Jenny Aloni (eig. Jenny Rosenbaum werd geboren op 7 september 1917 in Paderborn. In november 1939 kwam zij met een uit joodse kinderen en jongeren bestaand transport via Triëst aan in Palestina. Daar studeerde zij aan de Hebreeuwse universiteit en verdiende ze haar brood met huishoudelijk werk. In 1942 meldde zij zich bij de joodse brigade van het Britse leger. In 1946 nezocht zij een school voor sociaal werk. Ook verbleef zij in dat jaar in  München en Parijs om „Displaced Persons“ te helpen bij terugkeer naar hun vaderland of met hun emigratie naar Palestina. In 1948 trouwe Jenny Rosenbaum met Esra Aloni. Oas in 1955 bezocht Jenny Aloni weer voor het eerst sinds 1935 haar geboortestad. Sinds 1957 leefde de familie Aloni in Ganei Yehuda bij Tel Aviv. Aloni schreef ook na haar emigratie voornamelijk in het Duits. Haar werk bestaat uit gedichten, romans, verhalen en dagboeken. Het is sterk autobiografisch van inslag. Aan de ene kant beschrijft het de eerste jaren van het Derde Rijk, later – in Palestina – ontstannd teksten over het nieuwe vaderland en de joodse identiteit.

 

 

Oh, Jerusalem

 

Oh, Jerusalem in den Bergen,
ruhende Karawane
kamelhöckriger Hügel,
heilige Stadt des Friedens,
immer wieder entweiht,
immer wieder umkämpft,
mit Gassen der Bitt- und Bußgänger;
gepflastert mit Patronenhülsen
und Scherben zerbrochener Hoffnungen,
mit Kirchen, Moscheen und Synagogen
neben Spelunken
der Haschisch- und Opiumraucher,
neben Klöstern und Häusern der Freude,
neben fensterlosen Läden,
in denen sie Weihrauch und
Blut gefärbte Teppiche verkaufen.
Wollen Sie eine Kerze, reines Wachs?
Wollen Sie Haschisch, beste Qualität?
Wollen Sie Anteil am Jenseits,
garantiert echt?
Wollen Sie die Freude einer Nacht?
Auch eine Stunde wäre möglich.
Versichern Sie Ihr Seelenheil.
Lassen Sie uns für Sie beten,
preiswert, für nur dreißig Dollar.
Priester mit Käppchen auf Tonsur,
Rabbi mit Käppchen über Schläfenlocken,
Mulla mit rotem Fez.
Lastträger und Würdenträger.
Kutten züchtiger Nonnen
neben nacktem Fleisch
entblößter Arme
und entblößter Blicke.
Kerzen krümmen sich
und träufeln Wachs
in offene Mäuler
von Mosaiklöwen.
Du hast sie zertreten,
die wächsernen Bitten
der alten Frauen
mit den in schwarzes Tuch
gebundenen Köpfen.
Du hast die letzte Hoffnung
aus den Gesichtern gewischt.
Du hast die Zettel in den Ritzen
der Klagemauer zerrissen.
Bettler sammeln Tränen
in verbeulten Tassen,
versprechen Anteil
an künftigem Leben,
Auferstehung aus den Gräbern
am Ölberg,
Aufsteigen zum Himmel
wie Elias, Jesus und Mohammed.
Münzen fallen in blecherne Schalen
aus jungen und alten Händen.
Aber die Mädchen und Burschen
mit den blinkenden Augen
und gebräunten Füßen
in Zehsandalen
verweigern lachend
erbetene Gabe.
Was kümmern sie morgen und Jenseits?
Vor vergitterter Luke
über dem Kidrontal,
über Oliven und Absaloms Grab,
über Geröll und dem Garten Gethsemane
weben Spinnen ihr Netz.


De Nederlandse dichter en schrijver Willem Bilderdijk werd geboren op 7 september 1756 in Amsterdam. Zie ook mijn blog van 7 september 2006.

 

Tijdverveling

(Op gegeven rijmklanken.)

Zeg my wat is tijdvervelen
Waar zoo menig over klaagt? —
Wel u die ’t onwetend vraagt!
t Is een pijnlijk zelfonstelen,
’t Slimste spook dat iemand plaagt.

’t Is een ziekte, niet te heelen
By die ze eenmaal met zich draagt
Zweep, die elk in ’t ronde jaagt,
In gedurig zielverkwelen;
Adder, die de rust verknaagt: —

Vrucht van leêge bekkeneelen
Nooit van ’t spinrach uitgeraagd,
Als, voor ’t zelfgevoel vertsaagd,
’t Hart aan bloote schimtafreelen
Welzijn en vertrouwen waagt: —

Onbestemd verlangen-telen
Als de ziel zich-zelv mishaagt,
Van verholen lust belaagd,
Wreevlig om zijn lotbedeelen;
Nevel, waar geen licht by daagt.

’t Is Verbeeldings woelig spelen,
(Maar, door werkloosheid vertraagd,)
Zonder dat haar poging slaagt,
Als zy ’t leed wel zoekt te streelen,
Maar geen kwelling van ons vaagt.

Zalig, god, in Uw gareelen,
(Gy, die in ons lot voorzaagt!)
Als Gy onze zwakheid schraagt,
En naar ’t Edelst der Juweelen
’t Zich mistroostend hart vergraagt!

 

Geschreven door Romenu om 21:41 Reageer op dit bericht

Jessica Durlacher

Jessica Durlacher (Amsterdam, 6 september 1961)


De Nederlandse schrijfster Jessica Durlacher werd geboren in Amsterdam op 6 september 1961. Durlacher is getrouwd met schrijver Leon de Winter. Jessica Durlacher was, voordat ze debuteerde als schrijfster, criticus en columniste. Zij stelde verschillende literaire bloemlezingen samen en maakte deel uit van de redactie van het tijdschrift De Held. Haar vader is de auteur G.L. Durlacher (1928-1996), die een indrukwekkend autobiografisch oeuvre schreef over zijn herinneringen aan de holocaust. Voor haar romandebuut kreeg Jessica Durlacher de Debutantenprijs en Het Gouden Ezelsoor, ook werd het genomineerd voor de NS Publieksprijs. Ook verscheen het boek in het Duits en werd genomineerd voor de Literatuurprijs Nordrhein/Westfalen. Haar tweede roman De dochter, waarvan in Nederland rond de 175.000 exemplaren zijn verkocht, werd vertaald in Duitsland, Zweden en Italië.

 

Uit: Emoticon (2004)

 

“Gelijktijdig stonden ze op, alsof de verandering van licht een teken was geweest, en begonnen langzaam en voorzichtig, als om elkaar niet te laten schrikken, net zoals vroeger in de richting van de trap naar de bovenverdieping te lopen. Boven kwamen ze langs oude, moderne schilderijen. Ester, die voorop liep, hield als vanzelf stil bij een vuilwit doek waar praktisch niets opstond dan wat uitsteeksels en marginale kleurverschillen. Achter zich hoorde ze Lola’s voetstappen eveneens tot stilstand komen. Ze hoorden elkaar ademen – dat was even het enige wat er bestond. Ester draaide zich om naar Lola. ‘We zijn slechte goede vrienden, Lo’, zei ze. ‘Ik wens je zoveel geluk als je maar dragen kan.’ Lola lachte niet. ‘Dat is best veel, geloof ik,’ zei ze. Heel even kneep ze in Esters arm. Er was genoeg gepraat. Wat nu verzwegen was, zou altijd ongezegd blijven.”

 

Geschreven door Romenu om 21:46 Reageer op dit bericht

Jennifer Egan, Carmen Laforet, Julien Green

Jennifer Egan (Chicago, 6 september 1962)


De Amerikaanse schrijfster Jennifer Egan werd geboren in Chicago op 6 september 1962.Ze studeerde af aan San Francisco University High School voordat ze naar de Universiteit van Pennsylvania en St John's College ging. Egan is auteur van drie romans, The Keep, The Invisible Circus en Look at Me, dat finalist van voor de National Book Award, en een collectie van korte verhalen, Emerald City. Haar meest recente boek, The Keep (2006), ontving gunstige recensies van The New York Times Book Review. Ze heeft ook fictie gepubliceerd in The New Yorker, Harper's Magazine, Zoetrope: All-Story en in Ploughshares.

 

Uit: Look at Me

 

“After the accident, I became less visible. I don't mean in the obvious sense that I went to fewer parties and retreated from general view. Or not just that. I mean that after the accident, I became more difficult to see.

In my memory, the accident has acquired a harsh, dazzling beauty: white sunlight, a slow loop through space like being on the Tilt-A-Whirl (always a favorite of mine), feeling my body move faster than, and counter to, the vehicle containing it. Then a bright, splintering crack as I burst through the windshield into the open air, bloody and frightened and uncomprehending.

The truth is that I don't remember anything. The accident happened at night during an August downpour on a deserted stretch of highway through corn and soybean fields, a few miles outside Rockford, Illinois, my hometown. I hit the brakes and my face collided with the windshield, knocking me out instantly. Thus I was spared the adventure of my car veering off the tollway into a cornfield, rolling several times, bursting into flame and ultimately exploding. The air bags didn't inflate; I could sue, of course, but since I wasn't wearing my seatbelt, it's probably a good thing they didn't inflate, or I might have been decapitated, adding injury to insult, you might say. The shatterproof windshield did indeed hold fast upon its impact with my head, so although I broke virtually every bone in my face, I have almost no visible scars.”



Voor onderstaande schrijvers zie ook
mijn blog van 6 september 2006.

 

 

De Frans – Amerikaanse schrijver Julien Green werd geboren op 6 september 1900 in Parijs.

 

 

De Spaanse schrijfster Carmen Laforet werd geboren op 6 september 1921 in Barcelona.

 

Geschreven door Romenu om 21:45 Reageer op dit bericht

Christoph Wieland, Margaretha Ferguson, Heimito von Doderer, Peter Winnen, Jos Vandeloo

Christoph Wieland (5 september 1733 - 20 januari 1813)


De Duitse dichter en schrijver Christoph Martin Wieland werd geboren in Oberholzheim op 5 september 1733. Wieland streng piëtistisch opgevoed; hij leerde Latijn en ging in 1747 op internaat in Magdeburg. In 1749 verbleef hij een jaar in Erfurt, maar hij keerde in 1750 naar Zwaben terug, alwaar hij zich met zijn nicht, Sophie Gutermann, verloofde. Dit zou hem er voor het eerst toe hebben aangezet, gedichten te schrijven. Vervolgens studeerde hij nog twee jaar recht in Tübingen: tijdens die periode begon hij een grote productiviteit aan de dag te leggen. Hij schreef epen en oden, veelal in hexameters, duidelijk door de Messias van Klopstock beïnvloed. Deze gedichten wekten de interesse van Johann Jakob Bodmer: in 1752 nodigde Bodmer Wieland bij hem in Zürich uit. Rond 1760 kwam een drastische ommekeer in de opvattingen van Wieland, niet in het minst doordat hij geïnteresseerd raakte in de roman en de 'lichte' kunstvormen van het Rococo. Vanaf 1762 begon hij de stukken van Shakespeare naar het Duits te vertalen. In 1774 publiceerde hij, in afleveringen, de satire Die Abderiten, eine sehr wahrscheinliche Geschichte, die pas in 1780 voltooid was en in 1781 compleet gepubliceerd werd. Het is een ironische schildering van de antieke stadsstaat Abder, een provinciaal, kleinburgerlijk en geborneerd staatje, dat bevolkt wordt door dwaze, lichtgelovige mensen die hun eigen domheid niet inzien. De receptie van Wieland is sinds de Romantiek zeer slecht geweest. Pas na de WO II is zijn ironische gave gerehabiliteerd; men begrijpt hem nu als een belangrijk, pan-Europees exponent van een stroming waartoe ook Sterne behoorde en als de enige Duitse Rococo-auteur van betekenis.

Uit: Das Hexameron von Rosenhain

 

“Ein junger Mann, der, statt seines wahren Namens, einstweilen von Falkenberg heißen mag, wurde auf einer Reise nach W. durch einen Zufall in dem kleinen Marktflecken Erlebach aufgehalten. Glücklicherweise für ihn traf sich's, daß der jährliche Markt, der eben an diesem Tage gehalten wurde, dem unbedeutenden Orte eine ziemliche Lebhaftigkeit gab, zumal die schöne Jahreszeit und das günstigste Wetter eine Menge Personen allerlei Standes und Gewerbes aus der ganzen Gegend herbeigezogen hatte. Falkenberg liebte diese Art von Volksfesten, wo ihm, unter allen Rollen, so dabei gespielt werden, die des bloßen Zuschauers die unterhaltendste deuchte. Er befand sich gerade in der heitern Unbefangenheit und Leerheit, worin man bereit ist, sich, wie Tristram Shandy, sogar mit einem Esel in ein Gespräch einzulassen oder den Bewegungen einer Schnecke zuzusehen. In dieser Stimmung war er eine gute Weile von einer Bude zur andern herumgeschlendert und hatte die Bemerkungen, wozu ihm das Glücksrad, der Marktschreier, der Marmottenjunge und die um sie her schwärmenden Volksgruppen Gelegenheit gaben, ziemlich bald erschöpft, als er in der Tür eines Kramladens eine junge Frauensperson gewahr wurde, deren Gestalt und Gesichtsbildung einen so auffallenden Abstich von den Gestalten und Gesichtern des sich hinzudrängenden Gesindels machte, daß er dem Verlangen nicht widerstehen konnte, sich näher mit ihr bekannt zu machen. Ihrem sehr einfachen Anzug nach, und weil er sie mit vieler Munterkeit beschäftigt sah, allerlei Waren, die ihr in Päckchen und Schachteln herabgelangt wurden, auf den Ladentisch auszulegen, glaubte er nicht zu irren, wenn er sie, trotz ihrer vornehmen Miene und der Grazie, die alle ihre Bewegungen begleitete, für die Eigentümerin des Kramladens ansah. Er näherte sich dem Tisch, und nachdem er sie, ohne Zutun seines Willens, mit mehr Ehrerbietung gegrüßt hatte, als eine Person ihres Standes von seinesgleichen erwarten konnte, wollte er die Bekanntschaft damit anfangen, daß er sich durch Einkauf einiger ihm sehr überflüssiger Artikel in Gunst bei ihr setzte, und erkundigte sich, im Ton eines Käufers, der nicht lange zu feilschen gesonnen ist, nach dem Preise.”

Zie voor onderstaande schrijvers mijn blog van 5 september 2006.

 

De Belgische schrijver Jos Vandeloo werd geboren op 5 september 1925 in Zonhoven, Belgisch-Limburg.

 

De Nederlandse schrijver Peter Winnen werd geboren op 5 september 1957 in Ysselsteyn.

 

Franz Carl Heimito von Doderer werd geboren op 5 september 1896 in Weidlingau, Oostenrijk.

 

De Nederlandse prozaschrijfster Margaretha Ferguson wered geboren op 5 september 1920 in Arnhem.
Geschreven door Romenu om 21:50 Reageer op dit bericht

Richard Wright, Antonin Artaud, François René de Chateaubriand, Constantijn Huygens, Helga Ruebsamen

Richard Wright, (4 september 1908 – 28 november 1960)


De Amerikaanse schrijver Richard Nathaniel Wright werd geboren in Roxie, Mississippi op 4 september 1908. In 1937 ging hij naar New York, waar hij uitgever van het communistische blad Daily Workers werd. In 1938 verscheen zijn eerste boek Uncle Tom's Children, een bundel verhalen over rascisme in de zuidelijke staten. In 1939 trouwde Wright met de blanke danseres Dhimah Rose Meadman; in 1940 ging het paar echter weer uit elkaar. In dat jaar verscheen ook de roman Native Son – in een verminkte versie. Scenes over de sexuele fantasie van de zwarte hoofdpersoon Bigger Thomas over blanke vrouwen werden pas in een nieuwe oplage in 1993 gedrukt. Het boek was wel de eerste bestseller van een afro-amerikaanse schrijver. Binnen drie weken werden er meer dan tweehonderdduizend exemplaren van gedrukt. In 1941 werd een toneelversie van Native Son uitgevoerd in de regie van Orson Welles.

 

Uit: Uncle Tom's Children

 

“My first lesson in how to live as a Negro came when I was quite small. We were living in Arkansas. Our house stood behind the railroad tracks. Its skimpy yard was paved with black cinders. Nothing green ever grew in that yard. The only touch of green we could see was far away, beyond the tracks, over where the white folks lived. But cinders were good enough for me and I never missed the green growing things. And, anyhow, cinders were fine weapons. You could always have a nice hot war with huge black cinders. AH you had to do was crouch behind the brick pillars of a house with your hands full of gritty ammunition. And the first woolly black head you saw pop out from behind another row of pillars was your target. You triedyour very best to knock it off. It was great fun.

I never fully realized the appalling disadvantages of a cinder environment till one day the gang to which I belonged found itself engaged in a war with the white boys who lived beyond the tracks. As usual we laid down our cinder barrage, thinking that this would wipe the white boys out. But they replied with a steady bombardment of broken bottles. We doubled our cinder barrage, but they hid behind trees, hedges, and the sloping embankments of their lawns. Having no such fortifications, we retreated to the brick pillars of our homes. During the retreat a broken milk bottle caught me behind the ear, opening a deep gash which bled profusely. The sight of blood pouring over my face completely demoralized our ranks. My fellow-combatants left me standing paralyzed in the center of the yard, and scurried for their homes. A kind neighbor saw me and rushed me to a doctor, who took three stitches in my neck.”


Zie voor onderstaande schrijvers mijn blog van 4 september 2006.

 

 

De Franse schrijver Antonin Artaud werd geboren op 4 september 1896 in Marseille.

 

De Franse schrijver François René de Chateaubriand werd geboren op 4 september 1768 in Saint Malo.

 

De Nederlandse schrijver Constantijn Huygens werd geboren op 4 september 1596 in Den Haag.

 

De Nederlandse schrijfster Helga Ruebsamen is op 4 september 1934 geboren in Batavia, in Nederlands lndië.

 

Geschreven door Romenu om 21:28 Reageer op dit bericht

Alison Lurie

Alison Lurie (Chigaco, 3 september 1926)


De Amerikaanse schrijfster en literatuurwetenschapster Alison Lurie werd geboren op 3 september 1926 in Chicago, Illinois. Haar jeugd bracht zij door in White Plains. Zij bezocht het Radcliffe College in Cambridge (Massachusetts) waar zij in 1947 een graad haalde in Engels en geschiedenis. In 1948 trouwde zij met Jonathan Peale Bisshop met wie ze drie zonen kreeg. In 1985 kwam het tot een scheiding. Al gedurende haar jaren als huisvrouw publiceerde zij haar eerste romans. Zij werkte van 1969 tot 1998 als docente, en later als hoogleraar en buitengewoon hoogleraar voor Amerikaanse literatuur aan de Cornell University in Ithaca (New York). Tegenwoordig is zij getrouwd met de schrijver Edward Hower. Voor Foreign Affairs kreeg zij in 1984 de Pulitzer prijs.

 

 

Uit: Foreign Affairs

 

“As I walked by myself

And talked to myself,

Myself said unto me,

Look to thyself,

Take care of thyself,

For nobody cares for thee.

Old Song

On a cold blowy February day a woman is boarding the ten a.m. flight to London, followed by an invisible dog. The woman’s name is Virginia Miner: she is fifty-four years old, small, plain, and unmarried—the sort of person that no one ever notices, though she is an Ivy League college professor who has published several books and has a well-established reputation in the expanding field of children’s literature.

The dog that is trailing Vinnie, visible only to her imagination, is her familiar demon or demon familiar, known to her privately as Fido and representing self-pity. She visualizes him as a medium-sized dirty-white long-haired mutt, mainly Welsh terrier: sometimes trailing her silently, at other times whining and panting and nipping at her heels; when bolder, dashing round in circles trying to trip her up, or at least get her to stoop down so that he may rush at her, knock her to the ground, and cover her with sloppy kisses. Vinnie knows very well that Fido wants to get onto the plane with her, but she hopes to leave him behind, as she has successfully done on other trips abroad. Recent events, however, and the projected length of her stay, make this unlikely.

Vinnie is leaving today for six months in England on a foundation grant. There, under her professional name of V. A. Miner, she will continue her study of the folk-rhymes of schoolchildren. She has made this journey a number of times, and through a process of trial and error reduced its expense and discomfort to a minimum. She always chooses a daytime charter flight, preferring those on which no films are shown. If she could afford it, she would pay the regular fare so as to avoid boarding delays (she has already stood in various lines for nearly an hour); but that would be foolishly extravagant. Her grant is small, and she will have to watch expenses carefully as it is.”

 

Geschreven door Romenu om 22:25 Reageer op dit bericht

Johan Daisne

Johan Daisne (2 september 1912 – 9 augustus 1978)



De Belgische schrijver Johan Daisne werd op 2 september 1912 in Gent geboren als Hermanus Thiery. Zie ook mijn blog van 2 september 2006.

 

 

Biecht

 

O zoet mysterie van de biecht!

We staken zo vol angst en spoken,

we zaten zo geklemd, gebroken,

en zie, nauw hebben we gesproken:

een rookje blauwt, een witte vogel vliegt!

 

We waren in het slik geraakt -

een kind zoekt altijd vreemde spelen -

voor vreemden moeten we 't verhelen,

maar één kan alles met ons delen:

o Moeder, jij hebt ons weer schoongemaakt!

 

Jij hebt de vogelziel gered,

de klem gebroken, 't hart doen spreken,

de wraakfantomen weggestreken,

de wijsheid zachtjes laten preken,

je tussen onze Heer en ons gezet -

 

o zoet mysterie, Moeder-van-m'n-biecht!

 

Geschreven door Romenu om 20:25 Reageer op dit bericht

Joseph Roth

Joseph Roth (2 september 1894 - 27 mei 1939)



De Oostenrijks – Hongaarse schrijver en journalist Joseph Roth werd geboren op 2 september 1894 in Brody in Galicië. Zie ook mijn blog van 2 september 2006.

 

 

Uit: The Wandering Jews

 

“The Eastern Jew in his homeland knows nothing of the social injustice of the West; nothing of the habitual bias that governs the actions, decisions, and opinions of the average Western European; nothing of the narrowness of the Western perspective, jagged with factory smokestacks and framed by power plants; nothing of the sheer hatred that, like a life-prolonging (though lethal) drug, is so powerful that it is tended like a sort of Eternal Flame, at which these selfish people and nations warm themselves. The Eastern Jew looks to the West with a longing that it really doesn't merit. To the Eastern Jew, the West signifies freedom, justice, civilization, and the possibility to work and develop his talents. The West exports engineers, automobiles, books, and poems to the East. It sends propaganda soaps and hygiene, useful and elevating things, all of them beguiling and come-hitherish to the East. To the Eastern Jew, Germany, for example, remains the land of Goethe and Schiller, of the German poets, with whom every keen Jewish youth is far more conversant than our own swastika'd secondary school pupils. In the course of the War the Eastern Jew was lucky enough to come across the general who issued a high-sounding proclamation to the Polish Yids—drafted for him by his press department—not that other general who never read a single work of literature but managed to lose the war, just the same.”

 

Geschreven door Romenu om 20:23 Reageer op dit bericht

Peter Adolphsen

Peter Adolphsen (Århus, 1 september 1972)


De Deense schrijver Peter Adolphsen werd geboren op 1 september 1972 in Århus en groeide op in Aalborg, Wenen en Greenbay, Wisconsin. In Århus bezocht ij de toneelschool en in Kopenhagen de schrijversschool. Hij woonde enkele jaren in Spanje en studeerde daar filologie. Adolphsen debuteerde in 1991 als dichter in een door Poul Borum uitgegeven bloemlezing. Bekend werd hij door twee bundels verhalen (Små Historier), die in 1996 en 2000 verschenen. Van invloed op zijn werk zijn Kafka en de filmer Lars von Trier.

 

 

Uit: Brummstein (Vertaald door Hanns Grössel)

 

“Josef ließ sich mit einem dumpfen Geräusch auf den schlammigen Boden fallen, das er nur spürte, nicht hörte. Während seine mit den Gehörorganen verbundenen Neuronen in ihren Ausgangszustand zurückfanden, versuchte er, sich die Töne einzuprägen, die sich in seinem Kopf im Kreise drehten. Er versuchte mitzusingen, obwohl er nicht hören konnte, dass er es tat. Als die Heultöne allmählich verebbten und sein Gehör zurückkehrte, beschloss er, niemand von dem wummernden Felsen zu erzählen. Vorläufig. Mit dem Geologenhammer schlug er ein Stück von dem Felsen ab. Ein Echo rikoschettierte ins Dunkel hinaus. Vorsichtig hielt er das Felsstück ans Ohr; es brummte nicht, zitterte aber ganz leicht, wie er im gleichen Moment bemerkte. Er steckte das rätselhafte Ding in die Tasche."

"Das wurde aber Zeit", war Betscharts einziger Kommentar, als Josef kurz darauf zurückkehrte. "Ich habe gesehen, was ich wollte", sagte Josef, und ohne noch groß miteinander zu sprechen, legten sie den langen Weg aus dem Hölloch hinaus zurück, rechneten die vereinbarten acht Schweizerfranken ab und gingen jeder seines Weges. Zurück im Hôtel des Grottes, legte Josef das walnussgroße grauschwarze Felsstück auf den Nachttisch und schlief ein. Etwas später kam Andrea von einem Spaziergang im Bödmerenwald zurück, sank auf den Bettrand nieder, bemerkte den Stein auf dem Nachttisch, nahm ihn in die Hand und spürte ein seltsames Kitzeln in den Fingerspitzen.”

 

Geschreven door Romenu om 11:40 Reageer op dit bericht

Blaise Cendrars

Blaise Cendrars (1 september 1887 – 21 januari 1961)


De Franstalige, Zwitserse dichter en schrijver
Blaise Cendrars werd geboren op 1 september 1887 in La Chaux-de-Fonds, Neuchâtel. Hij maakte vele reizen, de hele wereld over en bezocht o.a. Rusland en China. Hij leidde het leven van een avonturier totdat hij in Bern medicijnen en filosofie ging studeren. In 1910 ging hij voor het eerst naar Parijs waar hij kennis maakte met mensen als met Guillaume Apollinaire, Marc Chagall, Robert en Sonia Delaunay, Fernand Léger, Amedeo Modigliani. Vanaf 1950 woonde Cendrars permanent in Parijs. Zijn gehele werk omvat zo’n veertig delen.

 

Trouées

 

Echappées sur la mer
Chutes d'eau
Arbres chevelus moussus
Lourdes feuilles caoutchoutées luisantes
Un vernis de soleil
Une chaleur bien astiquée
Reluisance
Je n'écoute plus la conversation animée de mes amis qui se partagent les nouvelles que j'ai apportées de Paris
Des deux côtés du train toute proche ou alors de l'autre côté de la vallée lointaine
La forêt est là et me regarde et m'inquiète et m'attire comme le masque d'une momie
Je regarde
Pas l'ombre d'un œil

 

 

 

Couchers de soleil

Tout le monde parle des couchers de soleil
Tous les voyageurs sont d'accord pour parler des cou-
chers de soleil dans les parages
Il y a plein de bouquins où l'on ne décrit que les couchers
de soleil
Les couchers de soleil des tropiques
Oui c'est vrai c'est splendide
Mais je préfère de beaucoup les levers de soleil
L'aube
Je n'en rate pas une
Je suis toujours sur le pont
A poils
Et je suis toujours le seul à les admirer
Mais je ne vais pas décrire les aubes
Je vais les garder pour moi seul

 

Geschreven door Romenu om 11:39 Reageer op dit bericht

W. F. Hermans

W. F. Hermans (1 september 1921 – 27 april 1995)




De Nederlandse schrijver Willem Frederik Hermans werd geboren op 1 september 1921 in Amsterdam. Zie ook mijn blog van 1 september 2006.

 

 

Uit: Nooit meer slapen

 

“Een van de oorzaken waardoor de meeste leesboeken altijd over dezelfde dingen handelen, is de bezorgdheid van de auteurs dat iedereen zal kunnen begrijpen waar het over gaat. Vaktermen zijn uit den boze. Hele categorieën van bezigheden en beroepen zijn nooit in een roman beschreven, omdat het zonder vaktermen onmogelijk zou zijn de werkelijkheid te benaderen. Van andere beroepen: politie, dokters, cowboys, zeelui, spionnen, bestaan alleen de karikaturen die corresponderen met de waanvoorstellingen van de leken voor wie de lectuur is bestemd.”

 

(…)

 

“Al vind ik dan geen meteoorkrater, ik kan niet beweren dat ik helemaal niets vind, al heeft wat ik vind met geologie niets te maken, al is het helemaal niet onder te brengen in de wetenschappen van aarde of kosmos. In geen enkele wetenschap voorlopig. Hier is sprake van een geval door Wittgenstein beschreven, waarin de manier waarop iemand ertoe gekomen is iets te begrijpen, verdwijnt in datgene dat hij begrepen heeft. Alsof je zou zeggen: dat heb ik begrepen nadat ik sterke koffie had gedronken. Maar de koffie heeft niets te maken met wat ik begrepen heb.”

 

Geschreven door Romenu om 11:36 Reageer op dit bericht

Hubert Lampo

Hubert Lampo (1 september 1920 - 12 juli 2006)




De Belgische schrijver Hubert Lampo werd geboren op 1 september 1920 geboren in Het Kiel, Antwerpen. Zie ook mijn blog van 1 september 2006.

 

 

Uit: De verdwaalde carnavalsvierder

 

‘Ik dacht aan het jodenmopje met de langste baard dat ik ken... Schrik maar niet, het wordt geen parabel... Het mopje over Mozes die er zijn vrouw van verdenkt hem met Sam te bedriegen. Let op de originele keuze van de namen. Zijn buurman, een slimme goj, geeft hem de raad ongemerkt de twee te volgen. Nee, zoals beloofd maak ik er geen verhaaltje van, het is te stom... Enfin, het komt hierop neer dat hij zijn mooie Rachel in een stil laantje van het Stadspark in Samuels armen ziet vallen, hen volgt tot bij hun geheime pied à terre, op zijn tenen in het donker mee de trap op sluipt, hen door het sleutelgat beloert terwijl zij zich uitkleden...’

‘De arme stakker,’ zei Miranda, ‘en verder...?’

‘Inderdaad, de arme stakker! Hij is zijn ganse leven met zijn twijfel blijven zitten. Op dat moment deed Sam het licht uit.’

 

Geschreven door Romenu om 11:34 Reageer op dit bericht

Wolfgang Hilbig

Wolfgang Hilbig (31 augustus 1941 - 2 juni 2007)



De Duitse dichter en schrijver Wolfgang Hilbig werd geboren in Meuselwitz op 31 augustus 1941. Hilbig woonde en werkte jarenlang in Oost-Duitsland, alvorens hij zich in West-Duitsland vestigde. Tijdens zijn Oost-Duitse periode was hij in eerste instantie in verscheidene technische banen werkzaam, onder meer als stoker. Eind jaren zeventig gaf hij daar de brui aan en besloot zich geheel toe te leggen op het schrijven, in eerste instantie voornamelijk van gedichten. Uitgebracht werk in West-Duitsland deed hem een paar weken in voorarrest belanden en leverde hem een geldboete op omdat hij zich hiermee aan een deviezenmisdrijf zou hebben schuldig gemaakt. In 1985 wist hij een visum voor West-Duitsland te bemachtigen en verkaste naar dat land. In 1989 debuteerde Hilbig met zijn eerste roman, Eine Übertragung, die lovende kritieken ontving. In 1993 kwam Ich uit, een roman waarin vanuit het perspectief van een informant van de Stasi de laatste periode van de DDR wordt beschreven en waarmee hij de meeste bekendheid verwierf. Daarna verschenen nog een aantal andere werken, waaronder Das Provisorium (2000) dat autobiografisch is getint. Centraal in zijn boeken staat het dubbelleven als arbeider en schrijver in de DDR en de zoektocht naar individualiteit. Hij ontving tijdens zijn leven een heel scala aan prijzen, waaronder op het laatst - in 2002 - ook de gerenommeerde Georg-Büchner-Preis, de hoogste literatuurprijs van Duitsland. Wolfgang Hilbig overleed op 2 juni jongstleden aan kanker.

Nicht neu kann sein was du beginnst –

denn immer nimmst du was dir längst gegeben

und gibst es hin:

                                    wie in der Liebe da es mir gebricht

an jeder Kenntnis: rot wie die Buchen Laub verstreun

maßlos am Wegrand wo ich schon sehr frühe ging …

und kannte nicht den Weg

                                                und kenn ihn jetzt noch nicht

und kenne nicht das Kind des Schatten mir vorausläuft

und weiß nichts von der Sonne die ihr rotes Gold

dem Blattwerk einbrennt.

                                                Und weiß nicht mehr den Herbst

der ernst in meinem Rücken ging und dem ich Schatten

war: stets neu entworfner Schatten ungezählter Herbste.

 

 

 

 

Berlin. Sublunar

 

Die Zeit ist wieder eingekehrt in Berlin

und die Hochstapler defilieren in der Oranienburger Straße

um Mitternacht gen Himmel deutend: die Zeit

ist retour aus dem Exil.

 

Die ganze Stadt in den Fesseln silbergrauer Magie

der Vollmond rollt: und wir die Marionetten seines Lichts –

Unwirklichkeiten die uns glänzend informieren.

Wir und die Toten

                                          über Schattengräben wandelnd

wir sprechen uns ein letztes Mal die Unsterblichkeit zu.

O dieser stark leuchtende Staub zwischen den Investruinen

und welcher April noch so kurz vor dem dritten Jahrtausend!

Wir wollen nicht mehr weiterzählen

 

die grünen Wasser in den alten Häusern brennen langsam ab.

 

 

 

 

L’île Méditérranée

 

Wenn Weißdorn ausbricht in der Nacht die mein

Erleuchten ist dann träum ich plötzlich dort zu sein

auf jener Insel: doch der Traum ist dein …

 

Auch mein Herz will die Insel deines Traums bewahren –

dein Traum in meinem Traum: wie eine Insel in der Nacht …

dein Tag in meiner Nacht … des Weißdorns Düfte sind erwacht

mit einem Mal …

                                    und es ist Zeit für dich dorthin zu fahren

wo stärker noch die Düfte sind und helle Quellen im Gestein.

 

 


 
Geschreven door Romenu om 20:29 Reageer op dit bericht

William Saroyan

William Saroyan (31 augustus 1908 – 18 mei 1981)




De Amerikaanse schrijver William Saroyan werd geboren op 31 augustus 1908 in Fresno, Californië. Zie ook mijn blog van 31 augustus 2006.

 

 

Uit: Here Comes There Goes You Know Who

 

“I believed from the beginning of remembered experience that I was somebody with an incalculable potential for enlargement, somebody who both knew and could find out, upon whom demands could be made with the expectation of having them fulfilled.

I felt at the same time, and pretty much constantly, that I was nothing in relation to Enormity, the Unknown, and the Unknowable. I was too vulnerable, too lacking in power, a thing of subtle reality, liable to be blown away without a moment's warning, a migrant with no meaning, no guide, no counsel, an entity in continuous transition, a growing thing whose stages of growth always went unnoticed, a fluid and flawed thing. Thus, there could be no extreme vanity in my recognition of myself, if in fact there could be any at all. I did frequently rejoice in the recognition, but I may have gotten that from some of the Protestant hyms I had heard, and knew, and had sung, such as Joy to the World. The simple fact was that if the song wasn't about me, I couldn't see how it could possibly be about anybody else, including the one I knew it was supposed to be about, and good luck to him, too.”

 

Geschreven door Romenu om 20:26 Reageer op dit bericht

Elizabeth von Arnim

Elizabeth von Arnim (31 augustus 1866 – 9 februari 1941)



De Engelse schrijfster Elizabeth von Arnim, nicht van Katherine Mansfield, werd op 31 augustus 1866 geboren in Kirribilli Point in de buurt van Sydney, Australië. Ze trouwde eerst met graaf von Arnim, met wie ze vijf kinderen had, en later met graaf Russell, broer van Bertrand. Haar eerste en meest succesvolle roman, Elizabeth en haar Duitse tuin (1898), is een sfeervol portret van de jaren die ze met haar eerste echtgenoot doorbracht op het landgoed van de familie in Pommeren. Daar creëerde en vereeuwigde ze de plek die haar zo na aan het hart stond – haar tuin.

 

Uit: Elizabeth and Her German Garden

 

"'I enjoyed the winter immensely,' I persisted when they were a little quieter; 'I sleighed and skated, and then there were the children, and shelves and shelves full of---' I was going to say books, but stopped.  Reading is an occupation for men; for women it is a reprehensible waste of time.  And how could I talk to them of the happiness I felt when the sun shone on the snow, or of the deep delight of hoar-frost days?'"

 

Geschreven door Romenu om 20:24 Reageer op dit bericht

Théophile Gautier

Théophile Gautier (31 augustus 1811 – 23 oktober 1872)




De Franse dichter en schrijver Théophile Gautier werd op 31 augustus 1811 geboren in Tarbes (departement Hautes-Pyrénées). Zie ook mijn blog van 31 augustus 2006.

 

 

Adieux à la poésie

 

Allons, ange déchu, ferme ton aile rose ;
Ôte ta robe blanche et tes beaux rayons d'or ;
Il faut, du haut des cieux où tendait ton essor,
Filer comme une étoile, et tomber dans la prose.

Il faut que sur le sol ton pied d'oiseau se pose.
Marche au lieu de voler : il n'est pas temps encor ;
Renferme dans ton coeur l'harmonieux trésor ;
Que ta harpe un moment se détende et repose.

Ô pauvre enfant du ciel, tu chanterais en vain
Ils ne comprendraient pas ton langage divin ;
À tes plus doux accords leur oreille est fermée !

Mais, avant de partir, mon bel ange à l'oeil bleu,
Va trouver de ma part ma pâle bien-aimée,
Et pose sur son front un long baiser d'adieu !

 

 

 

Sérénade

 

Sur le balcon où tu te penches
Je veux monter... efforts perdus !
Il est trop haut, et tes mains blanches
N'atteignent pas mes bras tendus.

Pour déjouer ta duègne avare,
Jette un collier, un ruban d'or ;
Ou des cordes de ta guitare
Tresse une échelle, ou bien encor...

Ôte tes fleurs, défais ton peigne,
Penche sur moi tes cheveux longs,
Torrent de jais dont le flot baigne
Ta jambe ronde et tes talons.

Aidé par cette échelle étrange,
Légèrement je gravirai,
Et jusqu'au ciel, sans être un ange,
Dans les parfums je monterai !

 

Geschreven door Romenu om 20:20 Reageer op dit bericht

Libuše Moníková

Libuše Moníková (30 augustus 1945 – 12 januari 1998)



De Duitstalige, Tsjechische schrijfster Libuše Moníková werd geboren op 30 augustus 1945 in Praag. Daar studeerde zij tot 1968 germanistiek. Om politieke redenen emigreerde zij in 1971 naar de BRD. Daar werkte zij op verschillende plaatsen als docente. Vanaf 1981 woonde zij als zelfstandig schrijfster in Berlijn. Tot de schrijvers die van invloed waren op haar werk behoren Kafka, Borges en Arno Schmidt.

 

Uit: Lebendiges Feuer

 

“Das einzige, was die Tochter nach dem Tod ihrer Mutter aus dem Konzentrationslager bekam, war ein Zahn. "Ich wollte dir eine Freude machen", sagte die Frau aus Ravensbrück, die ihn brachte, zu der sechzehnjährigen Jana. Dazu kamen Berichte, Zeugnisse von Mitgefangenen, die überlebt hatten, die Zeichnung einer Polin aus dem Lager. Aber erst der Zahn, "das Bruchstück ihres Lächelns", brachte der Tochter den unumstößlichen Beweis, daß ihre Mutter, Milena Jesenská, tot war.

Das letzte Mal, als Jana Cerná ihre Mutter gesehen hatte, war auf dem Flur der Gestapo in Prag im Sommer 1940. Mager, das Haar hing bis auf die Schultern, vorspringende Backenknochen und riesige blaue Augen. Sie erkannte sie erst an ihrem Hinken. Die Berichte der Frauen aus Ravensbrück verbanden sich mit früheren Erinnerungen von Freunden, Feinden, von Mitarbeiterinnen aus der Redaktion, mit eigenen Erfahrungen der Tochter. Aber ein klares Bild wollte sich nicht einstellen.

Ende der sechziger Jahre sollte ein mühsam erstellter Erinnerungsband von Jesenskás Freundin Jaroslava Vondrácková auf Umwegen in Kafkas deutschem Verlag publiziert werden. Nach Jahren Bedenkzeit hat der Verlag noch ein Gutachten eingeholt, das dem umfangreichen Manuskript attestierte: "Keine nennenswerte Bedeutung in bezug auf Kafka."

 

Geschreven door Romenu om 21:29 Reageer op dit bericht

Mary Shelley

Mary Shelley (30 augustus 1797 – 1 februari 1851)




De Engelse schrijfster Mary Wollstonecraft Shelley werd geboren op 30 augustus 1797. Zie ook mijn blog van 30 augustus 2006.

 

Uit: Frankenstein

 

“To Mrs. Saville, England St. Petersburgh, Dec. 11th, 17--

You will rejoice to hear that no disaster has accompanied the commencement of an enterprise which you have regarded with such evil forebodings. I arrived here yesterday; and my first task is to assure my dear sister of my welfare, and increasing confidence in the success of my undertaking.

I am already far north of London; and as I walk in the streets of Petersburgh, I feel a cold northern breeze play upon my cheeks, which braces my nerves, and fills me with delight. Do you understand this feeling? This breeze, which has travelled from the regions towards which I am advancing, gives me a foretaste of those icy climes. Inspirited by this wind of promise, my day dreams become more fervent and vivid. I try in vain to be persuaded that the pole is the seat of frost and desolation; it ever presents itself to my imagination as the region of beauty and delight. There, Margaret, the sun is for ever visible, its broad disk just skirting the horizon, and diffusing a perpetual splendour. There--for with your leave, my sister, I will put some trust in preceding navigators--there snow and frost are banished; and, sailing over a calm sea, we may be wafted to a land surpassing in wonders and in beauty every region hitherto discovered on the habitable globe. Its productions and features may be without example, as the phenomena of the heavenly bodies undoubtedly are in those undiscovered solitudes. What may not be expected in a country of eternal light? I may there discover the wondrous power which attracts the needle; and may regulate a thousand celestial observations, that require only this voyage to render their seeming eccentricities consistent for ever. I shall satiate my ardent curiosity with the sight of a part of the world never before visited, and may tread a land never before imprinted by the foot of man. These are my enticements, and they are sufficient to conquer all fear of danger or death, and to induce me to commence this laborious voyage with the joy a child feels when he embarks in a little boat, with his holiday mates, on an expedition of discovery up his native river. But, supposing all these conjectures to be false, you cannot contest the inestimable benefit which I shall confer on all mankind to the last generation, by discovering a passage near the pole to those countries, to reach which at present so many months are requisite; or by ascertaining the secret of the magnet, which, if at all possible, can only be effected by an undertaking such as mine.”
Geschreven door Romenu om 21:27 Reageer op dit bericht

Jiří Orten

Jiří Orten (30 augustus 1919 – 1 september 1941)















De Tsjechische dichter Jiří Orten (eig. Jiří Ohrenstein) werd geboren op 30 augustus 1919 bij Kutná Hora. Hij studeerde vreemde talen en bezocht ook het conservatorium in Praag. Dat laatste was geen succes.In 1939 en 1940 werd hij wegens zijn joodse afkomt uitgesloten. Daarna publiceerde hij onder de namen Karel Jílek en Jiří Jakub. Hij nam deel aan dichtersavonden en aan het studententheater, waarbij hij ook als acteur optrad. Op zijn 22e verjaardag werd hij door een Duitse ziekenauto aangereden. Hij stierf twee dagen later.

 

 

At Night

 

The bread of prayer is begged bread.

And the night wind of humiliation wildy squeals.

 

You shine at each other only,

lights.

 

Requiem, pain-quieting,

the rain plays darkly on brows.

 

And one tone deeper, hunger,

cannot grasp the sacrifice, the vain, the most vain,

 

by which, to life and love, you gave your word,

for which you died.

 

4.iii.1940

 

 

 

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten