Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Moeder (Karel Jonckheere)

 

Bij Moederdag

 

 1595696-678434a267158762d5c2cf466fb19cb7.jpg
Moeder en kinderen aan het strand door Jozef Israëls, eind 19e eeuw

 

 

Moeder

Zo lang zij rustig leeft
kunnen wij haar vergeten,
ze kost ons zorg noch geld,
ze doet ons nimmer zeer;
tweemaal in 't jaar, misschien,
gaan wij nog bij haar eten
en lachen als zij zegt:
Het is de laatste keer.

Maar één kort spoedbericht
maakt ons tot zonen,
wat ons gewichtig werd
valt plots en dwaas uiteen,
wij dachten in onze eeuw
en werk te wonen
tot wij beschaamd en leeg
haar kleine huis betreên.

Ze heeft op ons gewacht.
Tenzij ze is gestorven.
Daar ligt wie onze moeder was,
het arm gezichtwaarin veel eenzaamheid
berusting heeft gekorven
beschenen voor het laatst
in reeds vervreemdend licht.

Dat wij voorgoed alleen zijn thans,
dat alle bronnen vervloeien in de tijd,
bedroeft ons hart zo niet.
Maar dat onze overmoed
zich nimmer heeft bezonnen
over haar eenzaamheid,
dit wordt ons taaist verdriet

 

 

 1595696-25b9513ccf4137a224316d1ec632d578.jpg
Karel Jonckheere (9 april 1906 - 13 december 1993)
Oostende (Karel Jonckheere werd geboren in Oostende

 

 

Zie voor de schrijvers van de 11e mei ook mijn vorige twee blogs van vandaag.

Geschreven door Romenu om 08:47 Reageer op dit bericht

1 reactie op dit bericht

Frankie11 mei 2014 om 14:13

Aangrijpend

Moederdagse zondagpost ! Frankies 3 blogbodes gebruiken hun vrije dag om zo veel mogelijk leuke blogmoeders en blogoma's te bezoeken. En evenzeer de anderen. Ze geven u te denken over wat er zoal voor bizars in de wereld gebeurt en meer. Frankie---->7.gif Zondag--->57.gif Ahazozo--->9.gif

Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

De blogger leest alles eerst na: je tekst verschijnt zodra die goedgekeurd is.

J. H. Leopold, Ida Gerhardt, Andre Rudolph, Rubem Fonseca, Henning Boëtius, Camilo José Cela

De Nederlandse dichter en classicus Jan Hendrik Leopold werd geboren in ’s-Hertogenbosch op 11 mei 1865. Zie ook alle tags voor J. H. Leopold op dit blog.

 

Hoe ver, hoe ver ik dit alles vind

Hoe ver, hoe ver ik dit alles vind,
het werd een spel, een lief gezeg
van andere mensen, zó is het weg
en vreemd van dat, wat nu begint,

nu dat mijn leven zal gezonken
zijn tot een ernst, die 't al beschreit
en tot één grote innigheid
van heenbeklagen gaan geslonken,

en nauwelijks een flauwe lach
gebleven is van medelijden
om wat nog even van ons beiden
opleeft in mijn gedenken, ach

hoe liefelijk, zoals wij gerust
van ons geluk waren en verkozen
ons te behoren, argelozen
in wie er nimmer werd bewust,

dat wij vrezen moesten, dat, wat gegeven,
in deemoed wilde zijn aangenomen
een zorg voor hem, die der dagen komen
goed weet; en zie, wat is gebleven?

weet ik nog, dat een hemel stil
van licht en mildheid in mij hing?
ik luister naar mijn herinnering;
een stem wegwankelt, die sterven wil.

 

 

Herfstbladen op en af

De vensters langs en straf
over de ruit; gekneusd, gedeukt,
geplet, geplakt, gekreukt
en vaal en grauw van kleur,
een eenzang en een zeur.
O het omslachtig wezen
deze sleur,
mijn ziel verzinkt in ongenezen
verveling
En dan in eens staat overeind
de koestering, de vreugde:
blij, treurig, om het even,
dat ik dit mag beleven,
dat ik dit rijk gebeur
bespeur,
dat deze ogen
zo in de verte zien mogen,
gezonken ik
dit ogenblik
weer in zweven
opgeheven,
als dit blad, dit verbleekte
en natgeweekte.

 

 

Zoek heil...

Zoek heil en heul in uw gedichten; doe als ik
en denk om roem en eer geen ogenblik,
maar vind in verzen vrede en zielsgeluk.

Veracht de wereld en zijn vals behagen
in afbreuk doen, wat groot is te verlagen
en al het kleine en slinkse hoog te dragen.

 

 1595688-d1ec2322cd4ec9fc67aef3eb1f647d05.jpg
J. H. Leopold (11 mei 1865 - 21 juni 1925)

 

 

 

De Nederlandse dichteres Ida Gerhardt werd geboren in Gorinchem op 11 mei 1905. Zie ook alle tags voor Ida Gerhardt op dit blog.

 

De hazelaar

Onverwacht mij tegen
in 't nog winters jaar
op de sprong der wegen
bloeit de hazelaar.
Tegen 't licht gehangen
slingertjes van goud;
aarzelend, bevangen
raak ik aan het hout.

Trillend dwaalt van boven
't fijne wolken los;
en met bloei bestoven
in het naakte bos

blijf ik in een beven
teruggehouden staan,
en ik raak nog even
't donker stamhout aan.

 

 

Pelgrimstocht

Hervonden na tien jaren tijds
de plek waar geen sterveling komt.
Waar het stil is als in een crypt.
Waar zij zijn in blauw-zwarte lei.
Twee adelaarsvarens, manshoog,
vereeuwigd fossiel in steen.
Ik adem, ik heb het bereikt.

Er komt mistige kou van de wand
waar hun werend domein is, waar zij
ongenaakbaar, met zwijgend gezag,
mij doen weten dat ik níets weet.

 

 

Onder vreemden

Het speelt het liefste ver weg op het strand,
het kind dat nooit zijn eigen vader ziet,
die overzee is in dat andere land.

Het woont bij vreemden en het went er niet.
Zij fluisteren erover met elkaar.
Heimwee huist in zijn kleren en zijn haar.

En altijd denkt het dat hij komen zal:
Vandaag niet meer; maar morgen, onverwacht -
en droomt van hem en roept hem in de nacht.

Ik wacht u, Vader van de overwal.

 

 1595688-93c42f39def70182e4d8ab509de6c3e8.gif
Ida Gerhardt (11 mei 1905 – 15 augustus 1997)

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Andre Rudolph werd geboren in Warschau op 11 mei 1975 en groeide op in Leipzig. Zie ook alle tags voor Andre Rudolph op dit blog.

 

unsre worte waren eiswürfel.
                        wir warfen sie in coctailgläser.

 sie klirrten. die luft war klar
                         wie in gedanken an ritter.

der rohrzucker, in dem sie
                        fielen, war nicht das meer.

 wir wurden getroffen. als das
                         gespräch bereits meinte, uns

lange zu kennen, zeigte sich:
                         unsre strohhalme waren lanzen,

durch ihre adern liefen cola
                         und rum. (dj's waren zugegen.) spät

drehten wir die limetten-
                         scheiben auf stumm. cuba libre

 

 

 1595688-71d22219516102202a01fef0a48a89fd.jpg
Andre Rudolph (Warschau, 11 mei 1975)

 

 

De Braziliaanse schrijver José Rubem Fonseca werd geboren op 11 mei 1925 in Juiz de Fora. Zie ook alle tags voor Rubem Fonseca op dit blog.

Uit: The Taker And Other Stories (Vertaald door Clifford E. Landers)

“It was a powerful motor that generated its strength silently beneath the aerodynamic hood. As always, I left without knowing where I would go. It had to be a deserted street, in this city with more people than flies. Not the Avenida Brasil – too busy.
I came to a poorly lighted street, heavy with dark trees, the perfect spot. A man or a woman? It made little difference, really, but no one with the right characteristics appeared. I began to get tense. It always happened that way, and I even liked it – the sense of relief was greater. Then I saw the woman. It could be her, even though a woman was less exciting because she was easier.
She was walking quickly, carrying a package wrapped in cheap paper – something from a bakery or the market. She was wearing a skirt and blouse. There were trees every twenty yards along the sidewalk, an interesting problem demanding a great deal of expertise. I turned off the headlights and accelerated. She only realized I was going for her when she heard the sound of the tires hitting the curb. I caught her above the knees, right in the middle of her legs, a bit more toward the left leg – a perfect hit. I heard the impact break the large bones, veered rapidly to the left, shot narrowly past one of the trees, and, tires squealing, skidded back onto the asphalt. The motor would go from zero to sixty in eight seconds. I could see that the woman’s broken body had come to rest, covered with blood, on top of the low wall in front of a house.
Back in the garage, I took a good look at the car. With pride I ran my hand lightly over the unmarked fenders and bumper. Few people in the world could match my skill driving such a car.”

 

 1595688-b2a1b6a13bf97e87d89441517ef52a4d.jpg
Rubem Fonseca (Juiz de Fora, 11 mei 1925)
Cover

 

 

De Duitse schrijver Henning Boëtius werd geboren op 11 mei 1939 in Langen, Hessen. Zie ook alle tags voor Henning Boëtius op dit blog.

Uit: Rom kann sehr heiß sein

„Hätte ich gewusst, wie sehr ich selbst in eine solche verstörende und schockierende Bilderwelt hineingeraten würde, ich hätte Hieronymus Bosch vermutlich bei weitem mehr Interesse entgegengebracht als dem Kirchenfürsten.
Eigentlich ist Hieronymus ein Vorname griechischen Ursprungs. Er lebt fort im englischen Gerome und im französischen Jerome, dessen berühmtester Träger Napoleon Bonaparte war, doch ich nehme an, nur seine Mutter durfte ihn so nennen. Hieronymus bedeutet "heiliger Name", und auch dies passt nicht so recht in unsere unheilige Zeit. Der heilige Hieronymus ist jedoch von allergrößter Wichtigkeit für die Menschheitsgeschichte. Ohne ihn wäre sie vermutlich anders verlaufen. Er ist einer der vier großen Kirchenväter. Im Gegensatz zu den anderen dreien, Ambrosius, Augustinus und Gregor dem Großen, wirkt er bis heute nach, ohne dass uns dies bewusst ist. Seine Bearbeitung der alten lateinischen Bibel wurde als Vulgata zum Urbuch der Christenheit, zur geistigen Hausordnung der nordeuropäischen Religionen. Vor allem seine Übersetzung der Evangelien hatte und hat bis heute einen starken, wenn auch gleichsam unterirdischen Einfluss auf unser Lebensgefühl. Als im 16. Jahrhunderts die Reformation einen desorientierenden Einfluss auf die Gläubigen zu nehmen begann, beschloss die katholische Kirche auf dem Konzil zu Trient nicht von ungefähr, die Vulgata zur allein selig machenden Basis des Lebens und der Lehre zu erklären. Der heilige Hieronymus als Gegengift gegen die gefährlichen Einflüsse, die von Norden her über die Alpenpässe drangen!“

 

 1595688-4ddf8239ba3d2fb2cdc0b0a0c4d24624.jpg
Henning Boëtius (Langen, 11 mei 1939)

 

 

De Spaanse schrijver Camilo José Cela werd geboren op 11 mei 1916 in Iria Flavia. Zie ook alle tags voor Camilo José Cela op dit blog.

Uit:The Family of Pascual Duarte (Vertaald door Anthony Kerrigan)

“The walls were hung with a variety of objects. A very pretty calendar showed a young girl fanning herself in a boat and beneath her there was a line of letters which seemed like silver dust and read MODESTO RODRÍGUEZ. FINE FOODS FROM OVERSEAS. MÉRIDA, BADAJOZ, PROVINCE. Then there was a portrait of the bullfighter Espartero in his bullfighting costume, in full color. There were three or four photographs, some small and some medium-sized, of various unknown faces; I had always seen them there, and so it never occurred to me to ask who they were. An alarm clock hung on the wall, and, though it isn’t much to say for it, the thing always worked perfectly. And there was a scarlet plush pincushion, with a number of pretty little glass-headed pins stuck into it, all the heads of a different color. The furniture in the kitchen was as sparse as it was simple: three chairs, one of which was quite delicate and fine, with curved back and legs and a wicker bottom, and a pinewood table with a drawer of its own, somewhat low for the chairs to slip under, but which served its purpose. It was a nice kitchen: there was plenty of room, and in the summertime, before we had to light the autumn fires, it was cool to sit on the hearthstone at the end of the day with the doors wide open. In the wintertime we were warmed by the fire, and oftentimes, if the embers were well enough tended, they would give off a bit of heat all through the night. We used to watch our shadows on the wall when the small flames were dancing in the grate. They came and went, sometimes slowly and then again in little playful leaps. When I was very young I remember that I was frightened by the shadows; I feel a shiver even now when I think of how afraid I used to be.”

 

 1595688-3c6c7896dd5516af3992a585d68c9f9a.jpg
Camilo José Cela (11 mei 1916 – 17 januari 2002)

Standbeeld in Padrón

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 11e mei ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 08:24 Reageer op dit bericht

Rachel Billington, Rose Ausländer, Carl Hauptmann, Ethel Lilian Voynich, Latīf Nāzemī, Leopoldo de Luis

De Britse schrijfster Rachel Billington werd geboren op 11 mei 1942 in Londen. Zie ook alle tags voor Rachel Billington op dit blog.

Uit: Friendship

“It can start in all sorts of strange places: in a pram, up a climbing frame, over a desk, in hospital, under water, up a mountain, at a baby party, on a roof. It positively eschews low lights and seductive music and doesn’t expect roses on Saint Valentine’s Day. It’s not so much the love that dare not speak its name but the love that no-one bothers to mention.
This is friendship, that long-lasting love affair between two consenting adults that has no ring, no anniversaries and usually outlives every other tie. Despite its importance, no magazines are sold on its name, few books, no operas, few plays and the one television programme which might give it a boost, actually called Friends, reminds me of Oscar Wilde’s cheerful adage: A true friend stabs you in the front.
When I started writing A Woman’s Life, I didn’t plan it to be about friendship. I knew it was about three women, American, English and Irishwoman who were all born in 1940 and whose lives would become intertwined. They might have hated each other. They might have crossed continents to avoid each other. But it didn’t turn out that way. They had too much to offer each other and couldn’t resist the pull of friendship. To my surprise, that was what the book became about, a kind of holding theme against the love affairs, wars, marriages and deaths.“

 1595683-64bc6d117b0b9667b46322c7d3d14c01.jpg
Rachel Billington (Londen, 11 mei 1942)

 

 

De Oostenrijks-Roemeens-joods-Amerikaanse dichteres Rose Ausländer werd geboren in Czernowitz op 11 mei 1901. Zie ook alle tags voor Rose Ausländer op dit blog.

 

Ich

bin
eine Koralle
im Meer der
Erinnerungen
und warte
auf den Wind

Prinzessin
fisch
mich auf
leg mich
um deinen Hals

Das wär
mein Glück

 

 

Ich weiss nur


Du fragst mich
was ich will
Ich weiß es nicht

Ich weiß nur
dass ich träume
dass der Traum mich lebt
und ich in seiner
Wolke schwebe

Ich weiß nur dass ich
Menschen liebe
Berge Gärten das Meer
weiß nur daß viele Tote
in mir wohnen

Ich trinke meine
Augenblicke
weiß nur
es ist das Zeitspiel
Aufundab

 

 1595683-2d3700f2495c7ca8d21a10d0dfdce8cd.jpg
Rose Ausländer (11 mei 1901 - 3 januari 1988)
In 1931 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Carl Ferdinand Max Hauptmann werd geboren op 11 mei 1858 in Obersalzbrunn. Zie ook alle tags voor Carl Hauptmann op dit blog.

 

Hoch im Licht

Wenn der Herbst die Birke goldet,
Und im Tale Nebel wehen,
Ziehen wundersame Träume
Wie die Wandervögel aus —
Wollen über Heimatberge
Hoch hinein in blaue Himmel.
Alte Sehnsucht rührt die Seele,
Möchte nimmermehr nach Haus.
Fort ins Weite! Fern nach Wundern
Regt die Seele ihre Schwingen.
Ach, so fern und ferner dringen
Hoch im Licht muß Jubel seini
Über Wälder, über Meere —
Hin wo weiße Pfauen klagen.
Auf verträumter Pinieninsel.
Tauch' ich ganz in Jugend ein.

 

 

Mich selber

Ich will mich selber finden
Im flüchtigen Erdengang —
Was andres nie ergründen —
Ich will mich selber künden
In meinem Seelenklang.

Im eignen Quellgrund graben,
Daß frische Wasser sprühn —
Mich selber will ich laben —
Aus meinen eignen Waben
Den süßen Honig ziehn.

Kann ich mich selber geben
In dieser flüchtigen Welt —
Verlodernd Glut und Leben —
Dann hab ich hingegeben
Mein einziges Lösegeld.

 

 1595683-2c4f74bba6ac5ed128a9256ca08f102f.jpg
Carl Hauptmann (11 mei 1858 – 4 februari 1921)
Borstbeeld in Dresden 

 

De Engelse schrijfster, vertaalster en componiste Ethel Lilian Voynich werd geboren op 11 mei 1864 in County Cork, Ierland. Zie ook alle tags voor Ethel Lilian Voynich op dit blog.

Uit: The Gadfly

“He broke off and sat tearing the foxglove bells to pieces. The silence was so long and deep that he looked up, wondering why the Padre did not speak. It was growing dark under the branches of the magnolia, and everything seemed dim and indistinct; but there was light enough to show the ghastly paleness of Montanelli’s face. He was bending his head down, his right hand tightly clenched upon the edge of the bench. Arthur looked away with a sense of awe-struck wonder. It was as though he had stepped unwittingly on to holy ground.
“My God!” he thought; “how small and selfish I am beside him! If my trouble were his own he couldn’t feel it more.”
Presently Montanelli raised his head and looked round. “I won’t press you to go back there; at all events, just now,” he said in his most caressing tone; “but you must promise me to take a thorough rest when your vacation begins this summer. I think you had better get a holiday right away from the neighborhood of Leghorn. I can’t have you breaking down in health.”
“Where shall you go when the seminary closes, Padre?”
“I shall have to take the pupils into the hills, as usual, and see them settled there. But by the middle of August the subdirector will be back from his holiday. I shall try to get up into the Alps for a little change. Will you come with me? I could take you for some long mountain rambles, and you would like to study the Alpine mosses and lichens. But perhaps it would be rather dull for you alone with me?”

 

 1595683-55c22cd8043db7bdc46c912d7d0214d3.jpg
Ethel Lilian Voynich (11 mei 1864 – 28 juli 1960)

 

 

De Afghaanse dichter, schrijver en criticus Latif Nazemi werd geboren op 11 mei 1947 in Herat. Zie ook alle tags voor Latif Nazemi op dit blog.

 

Die Bitte

Bringt mich in meine Heimat zurück.
In den blühenden Gärten voller Oliven und Feigen
Zu Besuch bei Rosenblüten und dem bezaubernden Duft von Mehlbeeren,
falls der Krieg etwas von ihnen übrig gelassen hat.
 
Bringt mich in meiner Heimat zurück,
auf dem Gipfel des Pamir Gebirges.
Auf dem weichen Bett des alten Schnees,
um dort laut aufzuschreien:
 
Sieht her, ich trage keine Waffen
Und auch ihr solltet mit mir ohne Waffen sprechen,
falls ihr ohne Waffen sprechen könnt.
 
Bringt mich in meine Heimat zurück,
unter dem Lapislazuli blauen Himmel.
Damit ich meinen Körper mit der Luft meiner Heimat fühle,
falls der stechende Geruch von Schießpulver es erlaubt.
 
Bringt mich in meiner Heimat zurück,
um die Schlüssel meiner alten Wohnung,
um die verstaubten Bücher,
und meine Blumenvasen zu suchen.
Blumen, die ich seit vierzehn Jahren nicht gegossen habe, 
falls ich meine Wohnung unter all den Trümmern wiederfinde.
 
Bringt mich in meine Heimat zurück,
um meinen verlorenen Ausweis zu suchen.
Ihn hoch oben in den Kuppeln des Kölner Doms zu hängen,
damit alle wissen, dass auch ich eine Heimat habe,
falls sie meine Heimat bis dahin nicht verkauft haben.

 

 1595683-237a44c6e96088a6c0bddf117613c683.jpg

Latīf Nāzemī (Herat, 11 mei 1947)

 

Zie voor onderstaande schrijver ook mijn blog van 11 mei 2007.

De Spaanse dichter Leopoldo de Luis werd geboren op 11 mei 1918 in Córdoba.

Geschreven door Romenu om 08:19 Reageer op dit bericht

J.C. Bloem, Herman Leenders, Didi de Paris, Ralf Rothmann, Jeremy Gable, Petra Hammesfahr

De Nederlandse dichter J. C. Bloem werd geboren op 10 mei 1887 in Oudshoorn. Zie ook alle tags voor J. C. Bloem op dit blog en ook mijn blog van 10 mei 2013 en ook deze tags voor J. C. Bloem.

 

October

De hooge vloed des zomers is vergleden;
Nog gister wiegden we in zijn diepen schoot,
Nu proeven wij, bij 't 's morgens buiten treden,
Iets in de lucht van zaligheid en dood.

Dit is de teerste maand van 't jaar: October,
Die, van in damp gebroken licht verzaad,
Geheiligd, onaantastbaar-kuisch en sober,
Langs een gewijde en stille wereld gaat.

Een nieuwe weelde lokt: het zijn de stralen,
Van warmte en wellust algeheel ontdaan,
Die door een sfeer van ijle nevels dalen,
Als najaarsdraden in een vochte laan.

En, nauw-omstrengeld, zwerven door die prachten
Twee zielen, waarvan de een voor de' ander zwicht,
Broeder en zuster van mijn herfstgedachten:
De dunne schaduw en het dunne licht.

De schaduw heeft allengs het fulpen donker
Van 't zomerlijke lommer afgeleid.
En aan het milde licht bleef glans noch flonker,
Alleen een wonderlijke helderheid.

De luister van deze aarde is niet te dooven.
Mijn liefde wemelt in een zonnestraal
Rondom de laatste rozen dezer hoven
Als spel van luiten aan een koningsmaal.

En mijn verlangens trekken met de scharen
Van vogels krijtend langs de blauwe lucht,
Die dichtbij 't stralend hart des hemels varen,
Terwijl mijn loomte aan de aarde kleeft en zucht.

Ik denk aan U, droom van dit korte leven,
En van zijn barren gloed het rustloos vuur,
Het bloed mijns harten wilde ik U geven —
Zie, 't werd een roode wingerd langs den muur

0 latere geliefden langs deez' paden —
Wanneer mijn stof al wervelt op den wind,
Herdenkt mij: toen mijn voeten hen betraden,
Heb ik dit landschap ook zóózeer bemind.

Herdenkt, herdenkt mij dan, maar niet verweven
Met de gedachte aan die de harten bluscht,
Maar als gij naar de grenzen reikt van 't leven,
In najaarsnachten, warm van liefde en lust.

 

 

Aanvaarding

Toen ik jong was, bestond ik in vormen
Van het leven dat komen zou:
Een vervoerend de wereld doorstormen,
Een lied en een eindlijke vrouw.

Het is bij dromen gebleven;
Ik heb, wat een ander ontsteelt
Aan het immer weerbarstige leven,
Slechts als mogelijkheden verbeeld.

Want ik wist door een keuze verloren
Ieder ander verlokkend bestaan.
Ik heb dan ook niets verkoren,
Maar het leven is voortgegaan.

En het eind, dat ik wilde ontvluchten,
Is de aanvang gelijk, die het had:
Onder Hollandse regenluchten,
In een kleine Hollandse stad.

Ingelijfd bij de bedaarden
Wordt het hart, dat geen tegenstand bood.
Men begint met het leven te aanvaarden
En eindlijk aanvaardt men de dood.

 

 1595643-53d00950efac659b8f0c9e8376ca6693.jpg
J.C. Bloem (10 mei 1887 – 10 augustus 1966)
Met collega dichter Adriaan Roland Holst (rechts)

 

 

De Vlaamse dichter en schrijver Herman Leenders werd geboren te Brugge op 10 mei 1960. Zie ook alle tags voor Herman Leenders op dit blog.

 

Forens

Hij gaat naar het werk
De mensen in de trein zien niets aan hem
Ook de collega’s weten niet beter
Hij antwoordt, verzendt, ontvangt
Pompt koffie op
Niemand merkt dat hij er (niet) is
Terwijl hij telefoneert
Vergaderingen bijwoont
Handen schudt
Zij weten niet wat handen doen
Als ze geen handen schudden
Of vingers wanneer ze niet typen
Zij weten niet wat een mond doet
Als hij niet drinkt of eet
Of waaraan een hoofd denkt
Terwijl het spreekt 

Naar waarheid zullen zij zeggen:
Op elke beerput ligt een deksel.

 

Als ik schrijf 

Als ik schrijf weet ik wat jij zegt
Wat je zegt vind ik helemaal terecht
Het past bij wat ik denk en wie ik ben
Botst nooit met wat ik zou zeggen

Als ik schrijf doe jij
Wat ik denk dat jij zou doen
Tussen wat jij doet en wat ik denk
Dat jij doet bestaat geen verschil

Daarom dat ik ook schrijf
Wat jij schrijft
Het is beter dat jij niet schrijft
Als we onder elkaar zijn 

Kunnen we rustig zwijgen.

 

 1595643-923772892723b704b91ad85ab9df540f.jpg
Herman Leenders (Brugge, 10 mei 1960)

 

 

De Vlaamse dichter en schrijver Didi de Paris werd geboren op 10 mei 1957 in Leuven. Zie ook alle tags voor Didi de Paris op dit blog.

Uit: Negerinnetettekes

“Ik droomde. Ik droomde dat ik groeien zou. En moeiteloos boven de toonbank uitkomen.
Time is money, begreep ik al vroeg in mijn leven. Uren wachtte ik. Zonder er een cent aan over te houden. Één keer per week streek mijn Bomma neer in de winkel van Dikke Anna van de Koster. Het marktgebeuren gaat altijd gepaard met keiharde onderhandelingen. Er moest natuurlijk wat worden besteld en verteld. De besprekingen tussen Bomma en Anna konden uren duren. Ondertussen had ik niemand om mee te praten. Behalve het plaasteren negertje op de toog. Dat voor quasi geen geld zijn kopje bewoog. Zijn snoet zwart als roet, zijn lijf omhangen met kleurrijke koninklijke gewaden. Hij zat op een doos, zijn troon, zijn schatkist, het offerblok waarin het geld bewaard werd. Als men in een gleuf in zijn plaasteren rug een cent stak – het deed er niet toe hoeveel – dan ging zijn kleine hoofdje aan het knikken. Hoe dat in zijn werk ging begreep ik niet. Nog begrijp ik niet wat geld allemaal in beweging kan zetten.
Om de tijd te doden gaf men mij altijd “negerinnetettekes” - om op te eten. En dan voelde ik door mijn prille lijfje zoete dromen stromen. Ik droomde dat ik een keer Monopoly™ zou spelen zonder met mijn handen in de bank te graaien. Ik droomde dat ik een keer Monopoly™ zou spelen zonder ruzie te maken met mijn zus. En droomde dat wij daarna winkeltje zouden spelen, en dat mijn zus en ik zouden blijven spelen. Ik droomde dat ook mijn vader en mijn moeder winkeltje speelden. Ik droomde dat mijn mama en mijn papa vake en moeke speelden. En dat ze altijd zouden blijven, altijd.
Ik had een droom over mijn vader die een droom had en met mijn moeder een eigen zaak opstartte. Ik zag het voor me hoe die mensen beestachtig hard werkten, om als Brabantse trekpaarden een zaak uit de klei op te trekken. Als dank zouden ze krijgen stank van een zoon, a rebel without a cause, the bad boy from a good family.”
  

 

 1595643-b130f74271392e680bee4f43509dc27f.jpg
Didi de Paris (Leuven, 10 mei 1957)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Ralf Rothmann werd op 10 mei 1953 geboren in Schleswig. Zie ook alle tags voor Ralf Rothmann op dit blog.

 

Liebestöter

Ich sah deinen blitzenden Blick im Rauch, deine
Hüften wie Donner – das peitschte mich auf
und ich fiel dir zu Füßen
in einer Laune aus Gin.
Jetzt hab ich dein eisernes Lächeln am Hals
die Flut deiner Briefe
und daß du hier aufkreuzt jeden Abend
im goldenen Schlachtschiff „Liebe“.
Jetzt ist die Ginflasche leer.
Verzeih daß ich nicht leben kann
unter deiner blonden Sonne
daß mir nicht mehr warm wird in deiner Umarmung.
Verzeih daß ich dich ansprach damals
Nur das eine im Kopf
Das andere werweißwo.

 

 

Mit der Brille auf der Nase

Hab mich im Griff
dass es wehtut, Baby
verirre mich selten
in tiefen Gefühlen
brauch alle Kraft
um bei Kräften zu bleiben
brauch jede Nacht
um im Trüben zu wühlen
bin für die Liebe verloren.
Das Tier in mir
hat Schlappohren.

 

 

 1595643-7205186205b235d43089e19f417419fb.jpg
Ralf Rothmann (Schleswig, 10 mei 1953)
Schleswig 

 

 

De Amerikaanse toneelschrijver Jeremy Gable werd geboren op 10 mei 1982 in Lakenheath, Suffolk, in Engeland. Zie ook alle tags voor Jeremy Gable op dit blog. 

Uit: The 15th Line

“JANUARY 29TH

PATRICK: Read today’s City Press for an interview with Angela Giannini, miracle survivor of first car in 15th Line subway accident.
ANGELA: So, I’m totally a celebrity now.  However, I barely remember the accident.  Come to think of it, I barely remember the interview.
ANGELA: And hey, there’s the text from Brandon!  Funny how the universe works, isn’t it?
SETH: One of the subway crash survivors is in my American Pop Culture class.  Why didn’t I know that?  Oh yeah, because she didn’t tell me.
PATRICK: Check today’s City Press for stories from witnesses of the derailment, including a high school class that helped in the rescue.
DUSTIN: Thanks to those giving love and support.  And to those criticizing me for mentioning Erica’s death on Twitter, leave me alone.
DUSTIN: I’m not saying you’re wrong, but leave me alone. ».

 

 1595643-5802035a0d9c46d5b4e9e06da8e134d2.jpg
Jeremy Gable (Lakenheath, 10 mei 1982)
Hier als acteur met Christina Martinez in het stuk “The Remote”

 

 

De Duitse schrijfster Petra Hammesfahr werd geboren in Immerrath op 10 mei 1951. Zie ook alle tags voor Petra Hammesfahr op dit blog.

Uit: Der Puppengräber

„Ich fühle mit seiner Mutter - Trude Schlösser. Auch wenn ich ihr Verhalten nicht billige, verurteilen kann ich sie nicht. Und am Ende gelang es ihr, ungeachtet der Konsequenzen, die es für sie selbst hatte, über den eigenen Schatten zu springen. Für ihr Geständnis bin ich Trude zu großem Dank verpflichtet. Nur ihre schonungslose Offenheit versetzt mich in die Lage, den Fall restlos zu klären und nun Bens Geschichte publik zu machen. Bekannt werden muß sie. Vielleicht hilft es mir, mein eigenes Entsetzen zu verarbeiten. Vielleicht vergehen die Alpträume, die mich auch nach all der Zeit noch nachts aus dem Schlaf reißen.
In diesen Träumen begleite ich ihn auf seinen Runden durchs Feld. Ich liege von Gestrüpp verborgen auf dem Bauch, spähe mit ihm durch das Fernglas, fiebere mit ihm den jungen Mädchen entgegen. Ich schaue über seine Schulter, wenn er den Spaten ansetzt. Dann wache ich schweißgebadet auf und frage mich, wie ich ihn eingeschätzt hätte, wäre ich ihm in diesen furchtbaren Sommerwochen begegnet, womöglich noch in der Nacht - auf einem einsamen Feldweg.
Zweiundzwanzig war er in dem Sommer. Ein Riese von einem Kerl, massig und schwer, mit einem sanften Blick, einem Fernglas vor den Brust, einem Klappspaten am Taillenriemen, meist einem Messer in der Hosentasche und dem IQ eines zweijährigen Kindes. Hätte ich ihn gefürchtet? Oder hätte ich gedacht wie viele andere, zweijährige Kinder sind harmlos, sie nehmen allenfalls ihr Spielzeug auseinander.
Daß er Puppen zerriß, war allgemein bekannt. Es wußten auch viele, daß er ständig unterwegs war in seinen dunkelblauen Anzügen. Nicht die eleganten mit den weißen Hemden. Er trug nur die bequemen mit Gummizügen um Taille und Fußknöchel. Damit war er unabhängig, konnte seine Notdurft im Freien verrichten.“

 

 1595643-1ed5160b547a81c976753d9b2fa77f9d.jpg
Petra Hammesfahr (Immerrath, 10 mei 1951)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 10e mei ook mijn vorige twee blogs van vandaag.

Geschreven door Romenu om 14:37 Reageer op dit bericht

Jayne Cortez, Roberto Cotroneo, Barbara Taylor, Benito Pérez Galdós, Johann Peter Hebel

De Amerikaanse dichteres en performster Jayne Cortez werd geboren op 10 mei 1936 in Fort Huachuca, Arizona. Zie ook alle tags voor Jayne Cortez op dit blog.

 

Jazz Fan Looks Back

I crisscrossed with Monk
Wailed with Bud
Counted every star with Stitt
Sang “Don’t Blame Me” with Sarah
Wore a flower like Billie
Screamed in the range of Dinah
& scatted “How High the Moon” with Ella Fitzgerald
as she blew roof off the Shrine Auditorium
                   Jazz at the Philharmonic

I cut my hair into a permanent tam
Made my feet rebellious metronomes
Embedded record needles in paint on paper
Talked bopology talk
Laughed in high-pitched saxophone phrases
Became keeper of every Bird riff
every Lester lick
as Hawk melodicized my ear of infatuated tongues
& Blakey drummed militant messages in
soul of my applauding teeth
& Ray hit bass notes to the last love seat in my bones
I moved in triple time with Max
Grooved high with Diz
Perdidoed with Pettiford
Flew home with Hamp
Shuffled in Dexter’s Deck
Squatty-rooed with Peterson
Dreamed a “52nd Street Theme” with Fats
& scatted “Lady Be Good” with Ella Fitzgerald
as she blew roof off the Shrine Auditorium
                   Jazz at the Philharmonic

 

 1595636-46e6979da84a6d9aec25da9ef3a91aa1.jpg
Jayne Cortez (Fort Huachuca, 10 mei 1936)

 

 

De Italiaanse schrijver Roberto Cotroneo werd op 10 mei 1961 geboren in Alessandria. Zie ook alle tags voor Roberto Cotroneo op dit blog.

Uit: Letters to my son on the love of books (Vertaald door N. S. Thompson)

“In Treasure Island everything sails along with the wind astern and the seemingly wicked characters, the dreadful looking ones, disappear from the early chapters, deceiving everyone. You see, Francesco, when I read the book for the first time as a child I was afraid of the wrong people. My nightmare was meeting Blind Pew. You will be frightened when you come to the chapter called "The Black Spot." Jim is a likeable boy who has lived a normal life without any great problems until, one day, a knock on the door brings the captain with his tarred pigtail, his sea-chest, his clasp-knife, and his frightening song:

"Fifteen men on the dead man's chest—
Yo-ho-ho, and a bottle of rum!
Drink and the devil had done for the rest—
Yo-ho-ho, and a bottle of rum!"

It's not a pleasant song, is it, Francesco? But pirates, real pirates, don't play around. They're cruel, so cruel as to appear stupid. They're also weak and greedy, and among the worst people you could ever possibly meet. Jim must have become aware of this when he first met the man with "his hands ragged and scarred, with black, broken nails; and the sabre cut across one cheek, a dirty, livid white." This is the old sea dog, Bill, or—as he calls himself—the "Captain." Bill is a vagabond who sailed with Flint, the most feared pirate on the high seas, and he owns a very important map that shows the position of Flint's treasure. Apart from the other pirates, no one knows of its existence, let alone Jim and his parents, who run the little inn called "The Admiral Benbow."

 

 1595636-7ddb6ed722413d4ae0eb18f5e01c49cb.jpg
Roberto Cotroneo (Alessandria, 10 mei 1961)

 

 

 

De Engelse schrijfster Barbara Taylor Bradford werd geboren in Leeds, West Yorkshire op 10 mei 1933. Zie ook alle tags voor Barbara Taylor Bradford op dit blog.

Uit: Where You Belong

“My name is Valentine Denning, and I'm a New Yorker born and bred, but now I base myself in Paris, where I work as a photojournalist for Gemstar, a well-known international news-photo agency. With the exception of my grandfather, no one in my family ever thought I would become a photojournalist. When I was a child, Grandfather had spotted my desire to record everything I saw and bought me my first camera. My parents never paid much attention to me, and what I would do when I grew up never seemed to cross their minds. My brother Donald, to whom I was much closer in those days and tended to bully since he was younger, was forever after me to become a model, a job that held no attraction for me whatsoever. Donald kept pointing out that I was tall and slim, with long legs and an athletic build, as if I didn't know my own body. I know I'm not pretty enough, but at least I don't look too bad in the pictures Jake and Tony have taken of me. But I'm not much into clothes; I like T-shirts, khaki pants, white cotton shirts, and bush jackets, workmanlike clothes that are perfect for the life I lead.
I'm thirty-one years old, constantly traveling, living out of a suitcase, and then there are the crazy hours, the lack of comfort, even of the most basic of amenities, when I'm on the front lines covering wars and other disasters, not to mention the danger I often find myself facing.
But I prefer this life to walking down a catwalk, showing off Paris couture. »

 

 1595636-5d3704ffb40daf706d6b1424d8df15a9.jpg
Barbara Taylor Bradford (Leeds, 10 mei 1933)

 

 

De Spaanse schrijver Benito Pérez Galdós werd geboren in Las Palmas op 10 mei 1843. Zie ook alle tags voor Benito Pérez Galdós op dit blog.

Uit: Doña Perfecta (Vertaald door Mary J. Serrano)

"Is there a restaurant or a bedroom in the station of Villahorrenda?" said the traveller to the man with the lantern.
"There is nothing here," answered the latter brusquely, running toward the men who were putting the freight on board the cars, and assuaging them with such a volley of oaths, blasphemies, and abusive epithets that the very chickens, scandalized by his brutality, protested against it from their baskets.
"The best thing I can do is to get away from this place as quickly as possible," said the gentlemen to himself. "The conductor said that the beasts were here."
Just as he had come to this conclusion he felt a thin hand pulling him gently and respectfully by the cloak. He turned round and saw a figure enveloped in a gray cloak, and out of whose voluminous folds peeped the shrivelled and astute countenance of a Castilian peasant. He looked at the ungainly figure, which reminded one of the black poplar among trees; he observed the shrewd eyes that shone from beneath the wide brim of the old velvet hat; the sinewy brown hand that grasped a green switch, and the broad foot that, with every movement, made the iron spur jingle.
"Are you Senor Don Jose de Rey?" asked the peasant, raising his hand to his hat.
"Yes; and you, I take it," answered the traveller joyfully, "are Dona Perfecta's servant, who have come to the station to meet me and show me the way to Orbajosa?"
"The same. Whenever you are ready to start. The pony runs like the wind. And Senor Don Jose, I am sure, is a good rider. For what comes by race—"

 

 1595636-29f3a8b1289c78fd3113b4e4f7106d7c.jpg
Benito Pérez Galdós (10 mei 1843 - 4 januari 1920)

 

 

 

De Duitse dichter,schrijver, pedagoog en theoloog  Johann Peter Hebel werd geboren op 10 mei 1760 in Basel. Zie ook alle tags voor Johann Peter Hebel op dit blog.

Uit: Unglück der Stadt Leiden 

„Diese Stadt heißt schon seit undenklichen Zeiten Leiden, und hat noch nie gewußt, warum, bis am 12. Jänner des Jahrs 1807. Sie liegt am Rhein in dem Königreich Holland, und hatte vor diesen Tagen eilftausend  Häuser, welche von 40 000 Menschen bewohnt waren, und war nach Amsterdam wohl die größte Stadt im ganzen Königreich. Man stand an diesem Morgen noch auf, wie alle Tage; der Eine betete sein „Das walt Gott", der andere ließ es sein, und niemand dachte daran, wie es am Abend aussehen wird, obgleich ein Schiff mit siebenzig Fässern voll Pulver in der Stadt war. Man aß zu Mittag und ließ sich's schmecken, wie alle Tage, obgleich das Schiff noch immer da war. Aber als Nachmittags der Zeiger auf dem großen Turm auf halb fünf stand, - fleißige Leute saßen daheim und arbeiteten, fromme Mütter wiegten ihre Kleinen, Kaufleute gingen ihren Geschäften nach, Kinder waren beisammen in der Abendschule, müßige Leute hatten lange Weile, und saßen im Wirtshaus beim Kartenspiel und Weinkrug, ein Bekümmerter sorgte für den ändern Morgen, was er essen, was er trinken, womit er sich kleiden werde, und ein Dieb steckte vielleicht gerade einen falschen Schlüssel in eine fremde Türe, - und plötzlich geschah ein Knall. Das Schiff mit seinen siebenzig Fässern Pulver bekam Feuer, sprang in die Luft, und in einem Augenblick (ihr könnt's nicht so geschwind lesen, als es geschah), in einem Augenblick waren ganze lange Gassen voll Häuser mit allem, was darin wohnte und lebte, zerschmettert und in einen Steinhaufen zusammengestürzt oder entsetzlich beschädigt. Viele hundert Menschen wurden lebendig und tot unter diesen Trümmern begraben oder schwer verwundet. Drei Schulhäuser gingen mit allen Kindern, die darin waren, zu Grunde; Menschen und Tiere, welche in der Nähe des Unglücks auf der Straße waren, wurden von der Gewalt des Pulvers in die Luft geschleudert, und kamen in einem kläglichen Zustand wieder auf die Erde. Zum Unglück brach auch noch eine Feuersbrunst aus, die bald an allen Orten wütete, und konnte fast nimmer gelöscht werden, weil viele Vorratshäuser voll Öl und Tran mit ergriffen wurden.“

 

 1595636-0422cedec2f8341d1a4be387d04fb1d5.jpg
Johann Peter Hebel (10 mei 1760 – 22 september 1826)
Cover

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 10e mei ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 14:21 Reageer op dit bericht

Antonine Maillet, Ivan Cankar, Martin Boelitz, Ariel Durant, Fritz von Unruh, Leonard Buys

De Canadese schrijfster Antonine Maillet werd geboren op 10 mei1929 in Bouctouche, New Brunswick. Zie ook alle tags voor Antonine Maillet op dit blog.

Uit: La Sagouine

« Ç’a été la boune ânnée du pauvre monde. Vous compornez, avec un hiver de doux temps, un été de coques et pis un automne d’aléctions, tout ça la même ânnée, quoi c’est que vous voulez que je demandions de plusse nous autres ? Pornez une boune grousse hiver frette où c’est qu’une parsoune a grandement besoin de se chauffer. Eh ben, si j4avons du frette, j’avons de la glace ; et si j’avons de la glace sus la baie, je pouvons travorser en petite traîne dans l’anse y ragorner nos écopeaux et nos hâriottes pour nous chauffer. C’te ânnée, c’était un hiver doux, pas de glace, ben pas de frette ; pas d’écopeaux, ben pas besoin de chauffer le poêle à blanc et pis de nous assire dessus. C’est ben arrangé comme ça, et j’ai pour mon dire qu’y a un Bon Djeu exprès pour le pauvre monde…
[…]

Pour les citoyens à part entchére, je manquons de rien, ça faut le dire. Moi je me lève de bon matin et je fais des crêpes pour que j’en ayons toute la jornée. Arrivé le souère, ils avont été réchauffées deux fois, ça fait que je les mangons avec de la mélasse pour outer le goût. Pis le samedi pis le dimanche, c’est des fayots.
 […]

Ça fait que là, moi pis Gapi je pouvons aller nous coucher. Un vrai matelas avec des ressorts que le prêtre nous a douné. Même que les ressorts nous rentront dans l’échine si je pornons pas garde. »

 

 1595630-65260c00ed10947fdb50571823da65d3.jpg
Antonine Maillet (Bouctouche, 10 mei 1929)

 

 

De Sloveense schrijver, dichter en toneelschrijver. Ivan Cankar werd geboren in Vrhnika op 10 mei 1876. Zie ook alle tags voor Ivan Cankar op dit blog.

Uit: A Cup of Coffee (Vertaald door Louis Adamie)

“I have often been unjust, unfair to people whom I loved. Such injustice is an unpardonable sin, permanent, enduring, unforgettable in one's conscience. Sometimes the sin is forgotten, eroded from your life, drowned in the eventfulness of the days; but suddenly, perhaps in the middle of a beautiful enjoyable day, perhaps at night, it comes back upon you, to weigh down your soul, to pain and burn your conscience as though you have just committed it. Almost every other sin or bitter memory may be washed away with atonement and good thought, except this sin of injustice against someone whom you love. It becomes a black spot in your heart and there it remains.
A man may perhaps try to lie to his soul.—"It wasn't so bad as that. Your restlessness has created a black night out of mere shadows. It was but a trifle, an every-day occurrence."—Such words are lies, and the man knows it. The heart is not a penal code in which crimes and offenses are defined. Nor is it a catechism in which sins are classified. The human heart is a judge, just and exact.
Pardonable is a sin which can be described by word of mouth and atoned for. But heavy, tremendously heavy, is a sin which remains with you—in your heart—indescribable, formless. You confess it to yourself when you tremble in fear before death, or at night when the covers of your bed seem like mountains piled upon you.
Fifteen years ago I came home and remained three weeks. Throughout that time I was gloomy, tired and discontented. My mother's dwelling seemed empty, blank, and I thought that on all of us lingered repulsive shadows, dampness.
The first few night I slept in the large room, and as I awoke in the middle of the night, I saw my mother sitting by the table. She appeared motionless, her head resting on her knuckles, her face illumined in the darkness. As I listened, I did not hear the breathing of a sleeping person, but subdued sobbing. I pulled the covers over my head, but even then I heard her sobbing.
I moved to the attic, where in that dismal humor of mine, I began writing my first love stories. I had been forcibly directing my thoughts to beautiful scenes—parks, woods, creeks, pastures.”

 

 1595630-d721c55e6d07c46c501a25e143254ca1.jpg
Ivan Cankar (10 mei 1876 - 11 december 1918)
Borstbeeld in de Nationale Galerie, Ljubljana 

 

 

 

De Duitse dichter Martin Boelitz werd geboren op 10 mei 1874 in Wesel. Vanaf 1902 leidde hij de uitgeverij Nieter in Nürnberg. Zie ook alle tags voor Martin Boelitz op dit blog.

 

Nacht

Holde Nacht, wie still bist du, wie still!
Drunten fließen ruhelos die Wogen,
kommt ein Lichtlein noch heraufgezogen,
das in seinen Hafen will.

Ach, mein Sinn ist wundersam bewegt:
Wer sein armes, armes Herz begriffen,
möchte gerne in bekränzten Schiffen
dorthin, wo man alles schlafen legt.

Hell und heller grüßt der Sterne Schein,
und mir ist, als ob es Frühling werde ...
Überm Heimwehland der dunklen Erde,
ach, wie tief muß da der Friede sein!

 

 1595630-37910e0cba2add2b00dc6bbdcd7fe6e3.jpg
Martin Boelitz (10 mei 1874 – 5 december 1918)

 

 

 

De Amerikaanse schrijfster Ariel Durant (eig, Chaya Kaufman) werd geboren op 10 mei 1898 in Proskoeriv, tegenwoordigChmelnytsky in de Oekraïne. Zie ook alle tags voor Ariel Durant op dit blog..

Uit: Napoleon (Samen met Will Durant)

“He was absurdly short for a general, being only five feet and six inches in height; the command had to be in the eyes. Cardinal Caprara, coming to negotiate the Concordat, wore "an immense pair of green spectacles" to soften the glare of Napoleon's eyes. [Scorpio ascendant] General Vandamme, fearing their hypnosis, confessed, "That devil of a man exercises upon me a fascination that I cannot explain to myself; and in such degree that though I fear neither God nor devil, I am ready to tremble like a child when I am in his presence, and he could make me go through the eye of a needle to throw myself into the fire.
The Emperor's complexion was sallow, brightened, however, by facial muscles quickly reflecting—if he wished—each turn of feeling or idea. Napoleon's head was large for his stature, but was well shaped; his shoulders were broad, his chest well developed, suggesting a strong constitution.
He dressed simply, leaving finery to his marshals; his complex hat, spreading like a folded waffle, had no adornment but a tricolor cockade. Usually he wore a gray coat over the uniform of a colonel of his guard. He carried a snuffbox on his waistband, and resorted to it occasionally. He preferred knee breeches and silk stockings to pantaloons. He never wore jewelry, but his shoes were lined with silk and bound with buckles of gold. In dress, as in his final political philosophy, he belonged to the Ancien Régime. »

 

 1595630-037f5c47738a5d79882403f5183b83fd.jpg
Ariel Durant (10 mei 1898 – 25 oktober 1981)
Hier met haar man Will

 

 

De Duitse schrijver Fritz von Unruh werd geboren op 10 mei 1885 in Koblenz. Zie ook alle tags voor Fritz von Unruh op dit blog.

Uit: Opfergang

„In letzten Januartagen wurden wir verladen, feindlicher Flieger wegen' bei Nacht. Niemand wußte wohin. Unser Vizefeldwebel, Lehrer Clemens, sprach zwar bedenklich:
„Das geht auf Verdun", aber wir gaben nichts darauf. Unbekanntem drängten Blut und Eisenbahn zu. Tambour- Gefreiter Preis, der galt, weil er einmal von den Füßen seines Hauptmanns französische Handgranaten geistgegenwärtig aufgerissen und feindgeschleudert hatte, rief über strunkige Rübenfelder zurück: „Du Mausefalle und Rattengewirr! verfluchter Schützengraben, Nordfrankreich, ade!
Meine Nase zieht mich gen Süden!" — „Nach Ägypten!" rief Heinz, der Kriegsfreiwillige und schwenkte die Mütze. Auf die Schulter schlug ihn der Trommler: „Willst Du den Sonnenstich? Mir summt's im Ohr: Straßburg, o Straßburg ..." und die anderen fielen ein: „Du wunderschöne Stadt". Gesang wuchs und trug in Begeisterungshöhen.
Sergeant Hillbrand, des Lehrers Freund und Kollege, schüttelte den Kopf. Eine Karte an das kuglige Glas der Deckenlampe haltend, sagte er, Einwand verbittend: „Da liegen die Argonnen, dort zittert Paris", und stemmte sich in wuchtiger Gestalt gegen die Wände. Über unsere Beine stieg er ans Fenster und sah aus dem Wagen. Vize Clemens' fragende Augen folgten ihm scheu; wie warnend behielt er seinen Zeigefinger scharf, langsam in Bewegung.
Singend griff ihn der Trommler: „Was gibt's, Professor?" Seufzendes Gegenwort: „Jungens, Jungens!" „Schwarzseher?" Scherzende Gefreitenfäuste sausten nieder. Clemens lachte unter Schmerzen auf, aber der Trommler rief:
„Wir wollen Generalmarsch! Meine Trommel, die Welt!

 

 1595630-7f64ab855dc3d381f8e10674deec331e.jpg
Fritz von Unruh (10 mei 1885 – 29 november 1970)
Rond 1921

 

 

Zie voor onderstaande schrijver ook mijn blog van 10 mei 2011.

De Vlaamse schrijver en dichter Leonard Buyst (ook wel Léonard) werd geboren in Lokeren op 10 mei 1847. Zie ook alle tags voor Leonard Buyst op dit blog.

Geschreven door Romenu om 14:10 Reageer op dit bericht

Pieter Boskma, Jotie T'Hooft, Charles Simic, Jan Drees, Leopold Andrian, Alan Bennett, Lucian Blaga

De Nederlandse dichter en schrijver Pieter Boskma werd geboren in Leeuwarden op 9 mei 1956. Zie ook alle tags voor Pieter Boskma op dit blog.

 

De mist vriest aan

De mist vriest aan: het bos is wit.
Vier harige uitheemse ossen,
huiverend, hun kop gebogen,
staren naar de harde mossen.
Ik schrik ervan hoezeer zij lijken
op een mens die al zijn dromen
plots is kwijtgeraakt en weet
er niks voor in de plaats te krijgen.
Goed, nieuwe winter aan de kust,
de gloed van waanzin in mijn ogen
dempt je kou die door mijn leden trekt,
dus ik maak me niet meer druk
om wat oprukt tussen de bomen,
de tanden blinkend in de gesperde bek.

 

 

Onder de lichtboom (Fragment)

Zoals golven, zonder duidelijk begin,
misschien als rimpeling veroorzaakt
door een vis, zich naargelang de wind,
onstuimig of gedwee, verheffen uit de zee
– hun uitwaaierend schuim al zien
  ontbloeien tot bewolking –, en een
moment in evenwicht van gravitatie
en cohesie wachten op het breekpunt
waarvoor zij zich gesteld zien door
de wereld der verschijnselen,

zo raakt ook de mens – geboren uit het weids
gebaar van een korrel zand – op de toppen
van zijn bloei, zijn wil, zijn werk, zijn visie,
er plots van doordrongen dat hij ten hemel
dacht te reiken in een almaar magistraler
expanderend vergezicht, maar in feite slechts
zijn idolen achterna stuift op de rimpelloze stranden
terwijl nieuwe kelen fluisteren van het tegenlicht
dat al in de ogen van de volgelingen openbreekt,
verwonderd hoe virtuoos en hoe viriel dat gaat,

en staat men op een dag – het regent zonder twijfel,
onzekerheid beweegt de lucht –  onder een boom
in juni, telt als voor het eerst de vingers van zijn
hand, leest in de nerven van een blad de vele
namen van de liefdes die men dacht verdrongen,
en huivert, voelt opnieuw de oude kou van
afscheid nemen, het nieuwe schrijnen in de wond
die ons doet wankelen, en die boom in juni, sacraler
dan een kathedraal, breder dan een boulevard,
staat daar maar – al meer dan honderd jaar.

 

 1595290-0ec5ce4e322b502d93f3b11fa9d4f06c.jpg
Pieter Boskma (Leeuwarden, 9 mei 1956)

 

 

De Vlaamse dichter en schrijver Jotie T'Hooft werd geboren in Oudenaarde op 9 mei 1956. Zie ook alle tags voor Jotie T’Hooft op dit blog.

 

De dichter is een gedicht

De dichter is een gedicht, 24 uur per dag.
De dichter is een alchemist die van het lood
des dagelijksen leven het goud weet te maken.
Zijn gedichten spreken voor zichzelf.

 

 

Liefde en ellende

Brood van weken oud heb ik geweekt in water
en opgegeten, terwijl de kou aan mijn tenen
knaagde. Met naalden heb ik in mijn bloed
gewoeld en gezocht. En niets gevonden.
Ik heb op straatstenen geslapen met honger
die door niets nog gestild kon worden
leek het wel.

In nachten, nat en donker, was ik alleen
en mijn stem hoorde niemand. Ziektes
hebben mij bezocht in de jaren, ik wou
vluchten in de dood.

Maar niets was erger dan nu, ik wou
dat je bij me kwam en in mijn ogen keek.

 

 1595290-51f15c61db6ef3d373e7b95ff06deea0.jpg
Jotie T'Hooft (9 mei 1956 – 6 oktober 1977)

 

 

De Amerikaanse dichter Charles Simic werd geboren in Belgrado op 9 mei 1938. Zie ook alle tags voor Charles Simic op dit blog.

 

Heights Of Folly

O crows circling over my head and cawing!
I admit to being, at times,
Suddenly, and without the slightest warning,
Exceedingly happy.

On a morning otherwise sunless,
Strolling arm in arm
Past some gallows-shaped trees
With my dear Helen,
Who is also a strange bird,

With a feeling of being summoned
Urgently, but by a most gracious invitation
To breakfast on slices of watermelon
In the company of naked gods and goddesses
On a patch of last night's snow.

 

 

Hotel Insomnia

liked my little hole,
Its window facing a brick wall.
Next door there was a piano.
A few evenings a month
a crippled old man came to play
"My Blue Heaven."

Mostly, though, it was quiet.
Each room with its spider in heavy overcoat
Catching his fly with a web
Of cigarette smoke and revery.
So dark,
I could not see my face in the shaving mirror.

At 5 A.M. the sound of bare feet upstairs.
The "Gypsy" fortuneteller,
Whose storefront is on the corner,
Going to pee after a night of love.
Once, too, the sound of a child sobbing.
So near it was, I thought
For a moment, I was sobbing myself.

 

 1595290-8fdb650e903dd1d099d2c81fc6336e7f.jpg
Charles Simic (Belgrado, 9 mei 1938)

 

 

De Duitse schrijver Jan Drees werd geboren op 9 mei 1979 in Haan. Zie ook alle tags voor Jan Drees op dit blog.

Uit:Letzte Tage, jetzt

„Ich glaube nicht mehr an uns. Es geht mir (jetzt, bloß) darum, ein Leben zu bekommen, irgendeines. Ich will vergessen und wünsche mir gleichzeitig doch, daß alles ein bißchen wie früher wird, daß alles wie früher werden kann …
Wie damals, als es anfing, mit Nebil, der mich jeden Tag nach den Uni-Seminaren in den Arm nahm und leidenschaftlich auf den Mund küßte. Im April, Mai, Juni.
In diesen Monaten verbrachten wir späte Abende an einem Baggersee, badeten nackt in dem sich leicht abkühlenden Wasser und blieben am schmalen Stadtstrand liegen, bis es nicht mehr kühler werden konnte. "Es sind immer noch dreiundzwanzig Grad!" rief ich begeistert zu Nebil hinauf, der im nächtlichen Schatten lag und mich beschützte. Meine Erinnerung daran: Picknicke und späte Mücken, die sich auf unsere rostbraune Haut setzten, kleine Feuerpunkte hinterließen. Wir tranken Discount-Prosecco zu Erdbeeren, in die man greifen konnte, um klebrig zu werden. Nebil tauchte mit mir unter mondlichtbeschienenen Flusenalgen. Manchmal fanden wir ein wind-, sicht- und brennesselgeschütztes Dunkelwaldfleckchen, von wo gemeinsam kitschige Plejadennebel zu betrachteten waren. Glühwürmchen gab es, auf dem Heimweg, zwischen Ginster.
Beim Türken kauften wir Melonenviertel oder in verschiedenen schattig-kühlen Buchgeschäften Südfruchtprosa, die wie Kandis schmeckte und beim Lesen schmolz, als wäre sie Himbeereis: Es begann, mir zu gefallen. Es fing an, daß ich genauso schreiben wollte, als dufte das Papier wie eine Kinopopcorn- Tüte.“

 

 

 1595290-8f803fea500110ccb0cafa38c7805bdf.jpg
Jan Drees (Haan, 9 mei 1979)

 

 

De Oostenrijkse dichter, schrijver en diplomaat Leopold Andrian werd op 9 mei 1875 in Berlijn geboren. Zie ook alle tags voor Leopold Andrian op dit blog.

 

Mit Handschuhen für Leopold Andrian
Eines Dichters Handschuhe reden und sagen:

Wir sind das Kleid für eine kleine Hand:
Aus dieser fällt dereinst auf Andrian
Mehr Gloria und goldnes Lorbeerlaub,
Als je die starken Hände heimgebracht
Der Vorgeborenen, die nun im Grab
Mit nackten weißen Knochen kreuzweis ruhn,
Und hätten sie gleich David auch geschleppt
Des Ruhmes abgeschlagnes Riesenhaupt,
Um ihre Finger wickelnd sein Gelock!

Der Dichter antwortet:

Wie schlaffe Segel achte ich den Ruhm,
Wie Küsse, drin so wenig Liebe wohnt
Als süßer Traubensaft im Kern der Nuß,
Wie Schlaf und anderes, das kommt und geht:
Die alle sagen nichts: viel aber sagt
Der Abend, wenn die schwarzen Bäume beben,
Und viel das wechselnde Gesicht der Nacht,
Die kleinen gelben Häuser in der Stadt
Und jedes Wesen, das sein Leben lebt ...

Die Handschuhe erwidern:

Groß wie die Nacht, wenn du es recht bedenkst,
Ein solches Ding ist auch der Ruhm und rauscht
Mit hohen Segeln wie ein großes Schiff.

 

Dit gedicht schreef Hugo von Hofmannsthal voor Andrian

 

 

 1595290-2281d7c698692996198b8e048898bfa3.jpg
Leopold Andrian (9 mei 1875 – 19 november 1951)
Unter den Linden, Berlijn door Karl Friedrich Fechhelm, 1770

 

 

De Britse schrijver en acteur Alan Bennett werd geboren op 9 mei 1934 in Armley in Leeds, Yorkshire. Zie ook alle tags voor Alan Bennett op dit blog.

Uit: The Uncommon Reader

“It was the City of Westminster travelling library, a large removal-like van parked next to the bins outside one of the kitchen doors. This wasn’t a part of the palace she saw much of, and she had certainly never seen the library parked there before, nor presumably had the dogs, hence the din, so having failed in her attempt to calm them down she went up the little steps of the van in order to apologise.
The driver was sitting with his back to her, sticking a label on a book, the only seeming borrower a thin ginger-haired boy in white overalls crouched in the aisle reading. Neither of them took any notice of the new arrival, so she coughed and said, ‘I’m sorry about this awful racket,’ whereupon the driver got up so suddenly he banged his head on the Reference section and the boy in the aisle scrambled to his feet and upset Photography & Fashion.
She put her head out of the door. ‘Shut up this minute, you silly creatures,’ which, as had been the move’s intention, gave the driver/ librarian time to compose himself and the boy to pick up the books.
‘One has never seen you here before, Mr …’
‘Hutchings, Your Majesty. Every Wednesday, maam.’
‘Really? I never knew that. Have you come far?’
‘Only from Westminster, maam.’

 

 1595290-02fe31721e3f26cf184959d5f3fa8ac1.jpg
Alan Bennett (Armley, 9 mei 1934)

 

 

De Roemeense dichter, schrijver en filosoof Lucian Blaga werd geboren op 9 mei 1895 in Lancrăm, bij Alba Iulia. Zie ook alle tags voor Lucian Blaga op dit blog.

 

Paradies im Zerfall

Der geflügelte Pförtner hält noch umspannt
den Griff eines Schwerts ohne Flammen.
Er kämpft gegen niemand,
doch er fühlt sich übermannt.
Überall auf den Weideplätzen und jedem Ackerstück
gibt's ergraute Seraphim im Land,
die nach Wahrheit dürsten,
doch es weisen die Wasser der Brunnen
ihnen die Eimer zurück.
Ackernd ohne Lust und Stolz
mit Pflügen aus Holz
beklagen die Erzengel sich,
daß die Last ihrer Schwingen sie drückt.
Zwischen benachbarten Sonnen dahin
schwebt die Taube des Heiligen Geistes,
sie löscht mit dem Schnabel die letzten Lichter darin.
Nachts gehn die nackten Engel
frostdurchschauert zur Ruh:
O weh mir,o weh dir,was solln wir beginnen?
Besudelt ist das lebendige Wasser von vielen Spinnen,
dereinst vermodern auch die Engel im Grabe drinnen,
und der Erdenstaub trocknet all die Legenden
aus dem traurigen Leib.

 

Vertaald door Ruth Herrfurth

 

 1595290-b1594441d4a77572b94c1001c3d2b899.jpg
 Lucian Blaga (9 mei 1895 – 6 mei 1961)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 9e mei ook mijn blog van 9 mei 2012 deel 1 en ook deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:34 Reageer op dit bericht

Thomas Pynchon, Roddy Doyle, Pat Barker, Gary Snyder, Gertrud Fussenegger, James Worthy

De Amerikaanse schrijver Thomas Pynchon werd op 8 mei 1937 geboren in Glen Cove, Long Island, New York. Zie ook alle tags voor Thomas Pynchon op dit blog.

Uit: Bleeding Edge

„It's the first day of spring 2001, and Maxine Tarnow, though some still have her in their system as Loeffler, is walking her boys to school. Maybe they're past the age where they need an escort, maybe Maxine doesn't want to let go just yet. It's only a couple blocks, it's on her way to work, she enjoys it, so?
This morning, all up and down the streets, what looks like every Callery Pear tree on the Upper West Side has popped overnight into identical white clouds of pear blossoms. As Maxine watches, sunlight finds its way past rooflines and water tanks to the end of the block and into one particular tree, which all at once is filled with light.
"Mom?" Ziggy in the usual hurry. "Yo."
"Guys, check it out, that tree?"
Otis takes a minute to look. "Awesome, Mom."
"Doesn't suck," Zig agrees. The boys keep going, Maxine enjoys the tree half a minute more before catching up. At the corner by long-implanted reflex she drifts into a pick so as to stay between them and any driver whose idea of sport is to come around the corner and run you over.
Sunlight reflected from apartment windows has begun to show up in blurry patterns on the fronts of the buildings across the street. Two-part buses, new on the routes, creep the crosstown blocks like giant insects. Steel shutters are being rolled up, early trucks are double-parking, guys are out with hoses cleaning off their piece of sidewalk. Unhoused people sleep in doorways, scavengers with huge plastic sacks full of empty beer and soda cans head for the markets to cash them in, work crews wait in front of buildings for the super to show up. Runners are bouncing up and down at the curb waiting for the lights to change. Cops are in coffee shops dealing with bagel deficiencies. Kids, parents, and nannies wheeled and afoot are heading in all different directions for schools in the neighborhood. Half the kids seem to be on new Razor scooters, so to the list of things to keep alert for, add ambush by rolling aluminum.”

 

 1594759-b1105b260cd675ce37fa1f3b12edee1a.jpg
Thomas Pynchon (Glen Cove, 8 mei 1937)

 

 

De Ierse schrijver Roddy Doyle werd geboren in Dublin op 8 mei 1958. Zie ook alle tags voor Roddy Doyle op dit blog.

Uit: The Commitments

“We‟ll ask Jimmy, said Outspan. –
Jimmy‟ll know.
Jimmy Rabbitte knew his music. He knew his stuff alright. You‟d never see Jimmy coming home from town without a new album or a 12-inch or at least a 7-inch single. Jimmy ate Melody Maker and the NME every week and Hot Press every two weeks. He listened to Dave Fanning and John Peel. He even read his sisters‟ Jackie when there was no one looking. So Jimmy knew his stuff.
The last time Outspan had flicked through Jimmy‟s records he‟d seen names like Microdisney, Eddie and the Hot Rods, Otis Redding, The Screaming Blue Messiahs, Scraping Foetus off the Wheel ( – Foetus, said Outspan. – That‟s the little young fella inside the woman, isn‟t it?
–  Yeah, said Jimmy.
–  Aah, that‟s fuckin‟ horrible, tha‟ is.);
groups Outspan had never heard of, never mind heard. Jimmy even had albums by Frank Sinatra and The Monkees. –
So when Outspan and Derek decided, while Ray was out in the jacks, that their group needed a new direction they both thought of Jimmy. Jimmy knew what was what. Jimmy knew what was new, what was new but wouldn‟t be for long and what Hollywood and he‟d started slagging them months before anyone realized that they where no goog. Jimmy knew his stuff.“

 

 1594759-fe374130e04b3282a402cabb8f3798c3.jpg
Roddy Doyle (Dublin, 8 mei 1958)

 

 

De Engelse schrijfster Pat Barker werd geboren in Thornaby-on-Tees op 8 mei 1943. Zie ook alle tags voor Pat Barker op dit blog.

Uit: Border Crossing

“Tom kept his eyes down, hearing Lauren's voice go on and on, as soft and insistent as the tides that, slapping against crumbling stone and rotting wood, worked bits of Newcastle loose. Keep talking, he said to clients who came to him for help in saving their marriages, or—rather more often—for permission to give up on them altogether. Now, faced with the breakdown of his own, he thought, Shut up, Lauren. Please, please, please shut up.
Bits of blue plastic, half-bricks, a seagull's torn-off wing. Tom's gaze was restricted to a few feet of pocked and pitted ground into which his feet intruded rhythmically. All other boundaries were gone. Though he did not raise his head to search for them, he was aware of their absence: the bridge, the opposite bank, the warehouses with the peeled and blistered names of those who had once owned them. All gone.
A gull, bigger and darker than the rest, flew over, and he raised his eyes to follow it. Perhaps this focus on the bird's flight explained why, in later years, when he looked back on that day, he remembered what he couldn't possibly have seen: a gull's-eye view of the path. A man and a woman struggling along; the man striding ahead, eager to escape, hands thrust deep into the pockets of a black coat; the woman, fair-haired, wearing a beige coat that faded into the gravel, and talking, always talking. Though the red bps move, no sound comes out. He denies her his attention in memory, as he did in life. The perspective lengthens to include the whole scene, right up to the mist-shrouded warehouses that rise above them like cliffs, and now a third figure appears, coming out from between the derelict buildings.“

 

 1594759-2d2a887bc22ec4cc4976d141fbd2da35.jpg
Pat Barker (Thornaby-on-Tees, op 8 mei 1943)


 

De Amerikaanse dichter Gary Snyder werd geboren op 8 mei 1930 in San Francisco. Zie ook alle tags voor Gary Snyder op dit blog.

 

December at Yase

You said, that October,
In the tall dry grass by the orchard
When you chose to be free,
"Again someday, maybe ten years."

After college I saw you
One time. You were strange.
And I was obsessed with a plan.

Now ten years and more have
Gone by: I've always known
where you were--
I might have gone to you
Hoping to win your love back.
You still are single.

I didn't.
I thought I must make it alone. I
Have done that.

Only in dream, like this dawn,
Does the grave, awed intensity
Of our young love
Return to my mind, to my flesh.

We had what the others
All crave and seek for;
We left it behind at nineteen.

I feel ancient, as though I had
Lived many lives.
And may never now know
If I am a fool
Or have done what my
karma demands.

 

 

 1594759-83654369715703cde991a77a28dd9f18.jpg
Gary Snyder (San Francisco, 8 mei 1930)
In 1975

 

 

De Oostenrijkse schrijfster Gertrud Fussenegger werd geboren op 8 mei 1912 in Pilsen. Zie ook alle tags voor Gertrud Fussenegger op dit blog.

Uit: Bourdanins Kinder

„Im ersten Augenblick war ihm, als hörte er jemanden atmen. Doch es war nur das Rasen des eigenen Herzschlags, das ihn täuschte. Jetzt galt es das Kühnste: Licht zu schlagen. Irgendwie.
Wie von Geisterhänden geleitet, fand er eine Schachtel Zünder. Zischend fuhr die erste Flamme aus dem Phosphorkopf. Sie blendete nur; erst die zweite und dritte ließ was erkennen: Das zerrüttetet Bett, davor die Reitstiefel, kreuz und quer durcheinandergeworfen. Auf dem Tisch eine halbgeleerte Flasche, Uniformstücke da und dort: Unordnung überall. Aber wo war die Waffe? Balthasar stürzte auf den offenen Schrank zu, streckte die Arme in die Liegefächer, wühlte hier, wühlte dort: Nichts. Er riß die Lade des Nachttischs auf: Nichts. Er riß die Schiebefächer der Kommode auf: Nichts. In einem Koffer lag schmutzige Wäsche. Von einem Bord kippten Bücher. Auch hinter ihnen: Nichts. Balthasar suchte immer verzweifelter. Anfangs hatte ihm jedes Geräusch wie Donnergepolter in den Ohren gedröhnt, jetzt gab er nicht mehr acht, Zündholz nach Zündholz flammte zwischen seinen Fingern auf, die verflackerten warf er zu Boden.
Schließlich das letzte Hölzchen ließ ihn innehalten: Über dem Waschtisch hing, mit einem Reißnagel an den Spiegelrahmen gespießt, das Bild einer Frau. Hätte Balthasar es genauer ansehen können, er hätte erkennen müssen, es war nichts als ein Buntdruck, aus einer Zeitschrift geschnitten; aber das Flackerlicht zeigte ihm nur einen weibliche Gestalt, die mit entblößtem Busen in roten Kissen lehnte, schwelgerisch ausgestreckt.“

 

 1594759-c0e7087f1be8740803b57b8076ea595e.jpg
Gertrud Fussenegger (8 mei 1912 – 19 maart 2009)

 

 

Onafhankelijk van geboortedata:

De Nederlandse schrijver James Worthy werd geboren in Amsterdamin 1980. Zie ook alle tags voor James Worthy op dit blog.

Uit: James Worthy

"James, ik wil met je praten, mag ik naar huis komen?’
‘Hoe bedoel je huis?’
‘Dat ding waar wij twee fantastische jaren in hebben beleefd.’
‘O, mijn huis. Ja, kom maar langs, Polly. Natuurlijk.’
Misschien wil ze me terug, waarom niet, ik heb immers een nieuwe broek én nieuwe schoenen. Die heb ik vorige week speciaal voor Polly gekocht. Donkerblauwe bordeelsluipers en een kaki corduroy broek. Ze vond mijn kledingstijl vroeger, over het algemeen genomen, infantiel. Nu ga ik haar dus proberen te overdonderen met klasse en raffinement. Jezus, wie hou ik nou voor de gek? Alsof een paar klompen van suède en de ribfluwelen broek van een boswachter haar onbuigzame aversie jegens mij kan doen knakken. Polly heeft niets tegen mijn garderobe, ze heeft iets tegen onze relatie, wat blijkbaar, ik weet het niet, een demonisch kankergezwel van een relatie was.
‘James, we zijn perfect voor elkaar, maar niet voor onszelf,’ zei ze glunderend in ons laatste tête-à-tête. Haar dumpspeech. Alsof ze blij was met die ene zin, zeg maar bijzonder trots op zo’n tegeltjestekst.
‘Is zweverig taalgebruik belangrijker dan de reden waarom ik vanavond alleen slaap? Wat is jouw motief? Waarom steek je een nagenoeg foutloze relatie in de rug? Neuk ik je verkeerd? Ben ik niet succesvol genoeg? Vertrouw je me niet? Zeg iets, godverdomme, daar heb ik recht op.’
Polly ontweek oogcontact en kwam met de volgende shakespeariaanse woorden op de proppen: ‘Het ligt niet aan jou, James. Het ligt aan mij. De fout ligt bij mij.’

 

 1594759-d7bde1d2724005b9e366b7b6f4c11229.jpg
James Worthy (Amsterdam. 1980)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 8e mei ook mijn blog van 8 mei 2012 deel 2 en ook mijn blog van 8 mei 2011 deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 18:27 Reageer op dit bericht

Willem Elsschot, Almudena Grandes, Christoph Marzi, Edgar Cairo, Volker Braun, Robert Browning, Peter Carey

De Vlaamse schrijver en dichter  Willem Elsschot  werd in Antwerpen geboren op 7 mei 1882. Zie ook alle tags voor Willem Elschot op dit blog.

Uit: Kaas

“Eindelijk schrijf ik je weer omdat er groote dingen staan te gebeuren en wel door toedoen van mijnheer Van Schoonbeke.
Je moet weten dat mijn moeder gestorven is.
Een nare geschiedenis natuurlijk, niet alleen voor haar maar ook voor mijn zusters, die er zich bijna dood aan gewaakt hebben.
Zij was oud, zeer oud. Op een paar jaar na weet ik niet hoe oud zij precies was. Ziek was zij eigenlijk niet, maar grondig versleten.
Mijn oudste zuster, waar ze bij inwoonde, was goed voor haar. Zij weekte haar brood, zorgde voor stoelgang en gaf haar aardappelen te schillen om ze bezig te houden. Zij schilde, schilde, als voor een leger. Wij brachten allemaal onze aardappelen bij mijn zuster en dan kreeg zij die van madame van boven en van een paar buren óók nog, want toen ze eens geprobeerd hadden haar een emmer reeds geschilde aardappelen nog eens te doen overschillen, wegens gebrek aan voorraad, toen had zij 't gemerkt en warempel gezegd ‘die zijn al geschild’.
Toen zij niet meer schillen kon, omdat handen en oogen niet goed meer samenwerkten, toen gaf mijn zuster haar wol en kapok te pluizen dat door het beslapen tot harde nopjes verworden was. Het maakte veel stof, en moeder zelf was een en al pluis, van kop tot teen.
Zoo ging het maar steeds door, bij nacht zoowel als bij dag: dommelen, pluizen, dommelen, pluizen. En daar af en toe een glimlach doorheen, God weet tot wie.
Van mijn vader, die pas een jaar of vijf dood was, wist zij niets meer af. Die had nooit bestaan, al hadden zij negen kinderen gehad.
Wanneer ik haar kwam bezoeken sprak ik wel eens over hem om te probeeren zoodoende hare levensgeesten weer aan te wakkeren.
Ik vroeg haar dan of zij waarachtig Krist niet meer kende, want zoo had hij geheeten.
Zij deed zich vreeselijk geweld aan om mij te volgen. Zij scheen te begrijpen dat zij iets begrijpen moest, kwam voorover in haren zetel en staarde mij aan met een gespannen gezicht en zwellende slaapaders: een uitgaande lamp die dreigt te ontploffen bij wijze van afscheid.”

 

 1594202-3a7d3c3e7d5bdb9a7f9d908abda0d090.jpg
Willem Elsschot (7 mei 1882 – 31 mei 1960)
Laarmans (Willem Elsschots alter ego) op de stripmuur in de Antwerpse beeldverhaalroute.

 

 

De Spaanse schrijfster Almudena Grandes Hernández werd geboren op 7 mei 1960 in Madrid. Zie ook alle tags voor Almudena Grandes op dit blog.

Uit: De vijand van mijn vader (Vertaald door Mia Buursma)

“De mensen zeggen dat het in Andalusië altijd mooi weer is, maar in mijn dorp hadden we het in de winter verschrikkelijk koud.
Al eerder dan de sneeuw kwam, als bij verraad, het ijs. Als de dagen nog lang waren, als de zon overdag nog warmte gaf en we ’s middags bij de rivier gingen spelen, werd de lucht plotseling scherp en helder en dan kwam de wind, een gure ijle wind, alsof hij van kristal was, een vluchtig transparant kristal dat fluitend uit de bergen kwam maar het stof in de straten met rust liet. En dan, aan het begin van zomaar een avond in oktober, of als we geluk hadden november, haalde de wind ons in nog vóór we thuis waren, en dan wisten we dat het gedaan was met al het moois. Het maakte niet uit dat we elke ochtend weer op een van die oude, kleurige affiches die don Eusebio op school zo graag aan de muren hing, konden lezen dat de winter op 21 december begint. Dat zou wel in Madrid zijn. In mijn dorp begon de winter als de wind dat wilde, als de wind er zin in kreeg ons door de straten achterna te zitten en met zijn kristallen nagels aan onze gezichten te krabben alsof hij nog een oude rekening met ons te vereffenen had, een schuld die pas vroeg in de ochtend werd voldaan, omdat hij onafgebroken bleef zoemen aan de andere kant van de gesloten deuren en ramen, tot hij plotseling ophield alsof hij zich op dat uur waarop zelfs de slapelozen al slapen, schaamde voor zijn eigen razernij. En in die bedrieglijke, onopvallende stilte, in weerwil van de boeken en de kalenders en al stond het op geen enkel affiche, werden we overvallen door de eerste vorst. Daarna was het echt winter.”

 

 1594202-03387dfe61635e59681e9dbcb7c21336.jpg
Almudena Grandes (Madrid, 7 mei 1960 )

 

 

De Duitse schrijver Christoph Marzi werd geboren op 7 mei 1970 in Mayen. Zie ook alle tags voor Christoph Marzi op dit blog.

Uit: Grimm

“Vesper Gold, in deren grün schimmernden Augen sich unverhohlener Trotz zeigte, saß nahezu regungslos auf dem Stuhl im Vorzimmer der Direktorin und wartete darauf, dass ihre Mutter eintraf. Sie trug die wilde Entschlossenheit, sich nicht unterkriegen zu lassen, so eng umschlungen wie den petrolfarbenen Schal, den ihre Finger langsam entknoteten. Tage wie dieser, an denen alles schieflief, waren eindeutig dazu bestimmt, dass man seine Krallen ausfuhr.
»Was haben Sie sich nur dabei gedacht?«, fragte die Sekretärin, schüttelte den Kopf und hantierte lärmend am Kopierer herum. Sie war rundlich, zu laut und trug eine modische Brille in Neonorange, dazu kurzgeschnittene wasserstoffblondierte Haare, die wie verdorrter Rasen im Sommer aussahen.
»Nichts«, erwiderte Vesper mürrisch, »ich habe mir überhaupt gar nichts dabei gedacht.« Diese leidige Frage würde sie gleich noch mehrere Male zu hören bekommen. Warum stellten Erwachsene diese Art von Fragen überhaupt, wenn sie die Antwort ohnehin wussten. Natürlich hatte sie sich etwas dabei gedacht; sie war schließlich keines dieser hirnlosen Püppchen, die den Lehrern schöne Augen machten, um an gute Noten zu kommen.
»Auf was für dumme Ideen die Schüler heutzutage nur kommen«, murmelte die Sekretärin vor sich hin, geradelaut genug, dass Vesper sie verstehen konnte. »Ärztliche Atteste einfach so zu fälschen.« Übertrieben fassungslos schüttelte sie den Kopf, murmelte: »Und das mehrmals«, machte laut und vernehmlich »ts, ts, ts« und sah fast persönlich beleidigt aus.“

 

 1594202-d63aecdda2d3bde192cc0d51829f2ca8.jpg
Christoph Marzi (Mayen, 7 mei 1970)

 

 

De Surinaamse schrijver Edgar Eduard Cairo werd geboren in Paramaribo op 7 mei 1948. Zie ook alle tags voor Edgar Cairoop dit blog.

Uit:De Negerhaan

 “Het was er smoorheet, dag en nacht, en 't lekte als ik weet niet wat. Geen wonder dat we met z'n allen als uitgestalde lijken na een bloedbad, bij elkaar sliepen in de piepkleine huiskamer, het zogenaamde voorhuis. Doordat er aan de voorzijde van de loods over de hele linie een soort aanbouwsel in de vorm van een galerij gemaakt was, kon je in een gulle bui nog spreken van een half-open keuken. Sommige van die huizen hadden, doordat ze aan het begin of het eind van de lintworm (de loods bestaande uit kamerwoninkjes) zaten, iets eigens in de vorm van een extra zijraam of een kookvenster, een kokeraam dus. De echte ramen zaten aan de achterkant, zij het dat het uitzicht zwaar geblokkeerd werd door de metershoge houtopslag: elk hokje met een klein, benauwend ding, bestaand uit een ellendig kozijn dat menigmaal scheefgetrokken was en twee dito uitklappers, die je links en rechts openzwaaide via hun piepscharnieren. Soms bestond het gedeelte dat aan de scharnieren hing ook maar uit één uitklapper. Binnen was het meestal verdomd warm, hoewel de planken schutting ons ook behoorlijk beschermde tegen wind en tocht, zij het niet gehéél naar behoren, getuige het feit dat er weleens ongedierte van de manjabomen achter het huis zomaar door de kieren kon binnenkruipen. Omdat het klimaat warm was, had je sowieso niet al te vaak last van de wind, en was het juist weer goed dat er zoveel kieren in het huis zaten, die voor enige afkoeling zorgden. Maar wanneer het plensde in de Grote Regentijd en de sibibusi [slagregen] raasde, dan kon je het behoorlijk koud hebben, zozeer dat menigeen van een in huis gevatte kou z'n krabnade [ribbenkast] niet op kon richten.”

 

 1594202-577ea31f3cd2100a6e6ecc21037b2529.jpg
Edgar Cairo (7 mei 1948 – 16 november 2000)
Affiche documentaire over Cairo

 


De Duitse dichter en schrijver Volker Braun werd geboren op 7 mei 1939 in Dresden. Zie ook alle tags voor Volker Braun op dit blog.

 

Die Austern
(Für Alain Lance)

Ich lebe nicht oft wirklich, du seit Stunden
In meiner Küche brichst die eingereisten
(mit viel Papieren) Austern auf, und mit
Schmerzender Hand in dem Plasteschurz

Singst du. Und die Wolfs, an nichts mehr
Denken die da als ans Fressen, was sie
Wie alles, gründlich tun. Das sind noch Menschen.
Und ich, mit viel Zitrone, betäube

Die nackten Tierchen erst und meinen Gaumen
Und schlucke mutlos, während du zwei Dutzend
Schlürfst mit Wollust und Ekel, diese kleinen
Fotzen der See. So, sage ich nun, das

Leben zwischen Gier und Abscheu
Zergehen lassen auf der Zunge, ja.

 

 

Das Magma in der Brust des Tuareg

Mit dem deutschen Paß am Agadir Aerport
In der Wintersonne: ein Identitätstausch
Sklaven belauern mich, und Diebe
Streichen um meinen Fuß, wer bin ich
Ein Nomade im 4-Sterne-Hotel, Zimmer mit Meerblick
Ich kann mir die Jahreszeit aussuchen
FREIZEIT EINE EPIDEMIE noch in der Montur
Des Touristen ein Arbeitsloser lungernd
In den last-minute-Ländern  LEBENSLÄNGLICH
Der Wegwerfmensch, nur COCA COLA braucht mich
Die Teetrinker Marrakeschs sind noch zu bekehren
Zu den globalen Göttern, und ich
Nicht mehr getrieben, den Ort zu finden und die Formel
Zugehörig allen unnützen Völkern.

 

 1594202-a2a4fa4b88c59fb4fbec1617f1ffa328.jpg
Volker Braun (Dresden, 7 mei 1939)

 

 

 

De Engelse dichter en schrijver Robert Browning werd geboren op 7 mei 1812 in Londen. Zie ook alle tags voor Robert Browning op dit blog.

 

Saul (Fragment)

III.
Then I, as was meet,
Knelt down to the God of my fathers, and rose on my feet,
And ran o'er the sand burnt to powder. The tent was unlooped;
I pulled up the spear that obstructed, and under I stooped
Hands and knees on the slippery grass-patch, all withered and gone,
That extends to the second enclosure, I groped my way on
Till I felt where the foldskirts fly open. Then once more I prayed,
And opened the foldskirts and entered, and was not afraid
But spoke, ``Here is David, thy servant!'' And no voice replied.
At the first I saw nought but the blackness but soon I descried
A something more black than the blackness---the vast, the upright
Main prop which sustains the pavilion: and slow into sight
Grew a figure against it, gigantic and blackest of all.
Then a sunbeam, that burst thro' the tent-roof, showed Saul.

 

IV.
He stood as erect as that tent-prop, both arms stretched out wide
On the great cross-support in the centre, that goes to each side;
He relaxed not a muscle, but hung there as, caught in his pangs
And waiting his change, the king-serpent all heavily hangs,
Far away from his kind, in the pine, till deliverance come
With the spring-time,---so agonized Saul, drear and stark, blind and dumb.

 

 1594202-c38fc4e3433e21fc3539b2b8a7c6c0f8.jpg
Robert Browning (7 mei 1812 – 12 december 1889)
Cover biografie door G. K. Chesterton

 

 

De Australische schrijver Peter Carey werd geboren in Bacchus Marsh, Victoria, op 7 februari 1943. Zie ook Zie ook alle tags voor Peter Carey op dit blog.

Uit:Oscar and Lucinda

“Lucinda might sneak from her own house at midnight to place a wager somewhere else, but she dared not touch the pack that lay in her own sideboard. She knew how passionate he had become about his 'weakness.' She dared not even ask him how it was he had reversed his opinions on the matter. But, oh, how she yearned to discuss it with him, how much she wished to deal a hand on a grey wool blanket. There would be no headaches then, only this sweet consummation of their comradeship.
But she said not a word. And although she might have her 'dainty' shoes tossed to the floor, have her bare toes quite visible through her stockings, have a draught of sherry in her hand, in short appear quite radical, she was too timid, she thought, too much a mouse, to reveal her gambler's heart to him. She did not like this mouselike quality. As usual, she found herself too careful, too held in.
Once she said: 'I wish I had ten sisters and a big kitchen to laugh in.'
Her lodger frowned and dusted his knees.
She thought: He is as near to a sister as I am likely to get, but he does not understand.
She would have had a woman friend so they could brush each other's hair, and just, please God, put aside this great clanking suit of ugly armor.
She kept her glass dreams from him, even whilst she appeared to talk about them. He was an admiring listener, but she only showed him the opaque skin of her dreams--window glass, the price of transporting it, the difficulties with builders who would not pay their bills inside six months. He imagined this was her business, and of course it was, but all the things she spoke of were a fog across its landscape which was filled with such soaring mountains she would be embarrassed to lay claim to them.”

 

 1594202-7d47c713a677e4f68c558eba6e40159d.jpg
Peter Carey (Bacchus Marsh, 7 mei 1943)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 7e mei ook mijn blog van 7 mei 2012 deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:49 Reageer op dit bericht

Willem Kloos, Hélène Gelèns, Ariel Dorfman, Erich Fried, Yasushi Inoue, Harry Martinson, Christian Morgenstern

De Nederlandse dichter en schrijver Willem Kloos werd geboren in Amsterdam op 6 mei 1859. Zie ook alle tags voor Willem Kloos op dit blog.

 

Ik ben de zoeker

Ik ben de zoeker naar het Nooit-Behaalde.
Ik ben de Strever naar het Ware Zijn,
Ik ben de dronkene van `s Levens wijn,
Die wonderlijk-krachtig mijn spieren staalde

Wen ik, als onverschrokken duiker, daalde
Tot in de krochten van het Diepste Zijn,
Waar ik dan uit meebracht een luttel grein
Waarheid, die klaar gelijk juwelen, straalde :

Laat mij dan maar in mijn vreemd-lijkend Zijn,
Droevige om `t Zijnde en als edelsteen rein;
Want, schoon mijn geest somtijds in `t zoeken faalde,
En op verlokkende zij-wegen dwaalde,
Zou toch mijn strijd niet de allerschoonste zijn,
Daar ik staag, worstlend, verschopte alle Schijn?

 

 

Homo Sum II

Ik ben de Dúivel-god dier grúwbre oorkónde,
't Vervlóekte Boék van laffe deémoed, klein,
Die loert, die loert, koud-donker, donker-rein,
Of Hij die ménsjes niet verdérven kónde.

Ook Hij droeg fier, op 't lijf vol eeuw'ge pijn,
Eén matelóze, toégeschroeide wonde,
Dat alles had zó anders kunnen zijn. -
Zijn Zijn.... Mysterie, maar zijn Schijn.... Dood-zonde.

Want ook Ik viel, uit een licht Rijk van 't Goede
In dit groot Duister, dat nu Mijn Licht zij,
En waar Ik eeuwig als Verdoemde in brand.

Maar, in de pracht van mijne staat'ge woede,
Voel Ik mij groot en heerlijk, dat Ik vrij
Haten en kwaad-doen mag, met sterke hand.

 

 

Ave Maria

Ik droomde van een kálme, bláuwe nacht;
De matte maan lag laag in mistig glimmen –
Maar hóóg scheen van de schemerende kimmen
Der klare starren wolkenloze wacht.

Toen, tussen maan en starren, rees Zij zacht –
Mij zoeter dan de Muze! – en scheen een schimme,
Wijl ’k om haar hoofd als diademen klimmen
En dalen zag der starren gouden pracht.

O liefste Mijne! éer ik een gróete vond –
Ave Maria! ruiste ’t door mijn ziele,
En heel mijn ziele ruiste U toe – één zucht...

Totdat op eenmaal door de stille lucht
Al die miljoenen gouden droppels vielen,
En Ge als een heilige in die glorie stond...

 

 

 1593675-bb75200ed61e28353b849635424f55ea.jpg
Willem Kloos (6 mei 1859 – 31 maart 1938)
Rond 1936

 

 

De Nederlandse dichteres Hélène Gelèns werd geboren in Bergschenhoek op 6 mei 1967. Zie ook alle tags voor Hélène Gelèns op dit blog.

 

Sluitingstijd

je bepaalt: dat is pluis dat is niet pluis
dit hier pluis dat daar niet pluis
vroeger niet pluis nu pluis en straks

vanuit het donker applaus
en je zegt ijdelheid ijdelheid
alles is ijdelheid, je schrapt
(ijdelheid der ijdelheden)
zegt alles is! alles is!
alles is maar wat het is, je schrapt
alles! alles! zeg je ineens
vijf uur is de sluitingstijd van alles

terwijl je nog schrapt: alle all al a
applaus vanuit het donker
en je weet niet: pluis of niet pluis

 

 

niet wij rennen

we denken aan doelloos aan ongeremd rennen
we rennen en rennen vertragen het beeld
zet af zweef en land

elk pas rolt van de hak
naar de bal van de voet naar de grote teen
elke afzet vol kracht elke pas wordt een sprong
zet af zweef en land zet af en zweef

we zweven en zweven in ongeremd rennen
we luchtklieven meer dan we grond raken
zet af zweef en land zet af en zweef land zet af

we denken ons doelloos ons ongeremd rennend
we lopen ons leeg het lijf tot een pijl
moeiteloos rennen we niets doet nog pijn

niet wij rennen
het pad rent

 

 1593675-d09115fc2d7be711f8db1c595a3dace0.jpg
Hélène Gelèns (Bergschenhoek, 6 mei 1967)

 

 

 

De Chileens-Amerikaanse toneelschrijver, essayist, dichter, novellist, cartoonist Ariel Dorfman werd op 6 mei 1942 in Buenos Aires geboren. Zie ook alle tags voor Ariel Dorfman op dit blog.

Uit: Burning City

“I thought you had the day off.”
“It’s from Mom and Dad.”
“Really? What’s it say?”
“Haven’t read it.”
Eric kept quiet, thought about it. Then:
“They should be coming back soon.”
“I’d like to think so. . . .”
Grandfather forced a chuckle. “You make it sound like they’re dead.”
“I do not,” Heller said. “I just know how it can be with them.”
The two of them watched the sky. An ambulance cried in the distance. Heller wondered at the emergency.
Thought about a phone call at three in the morning. Thought about a family waiting for news thousands of miles away. Thought too much.
“Did you see Silvia today?” Eric asked.
“. . . I stopped by the coffee shop,” Heller said cautiously. “She was there.”
“When do I get to meet her?”
“Soon.”
“I know your grandmother’s been wanting to meet her for a long time. . . . Heller?”
“I know how she feels. . . .”
“Heller?” Eric repeated, voice softer this time.
“Yeah?”
“We should have had some sort of celebration, you know.”
“I like celebrating like this.”
“Are you happy living with your grandmother and me?”
“You know I am.”
“Are you sure?”
“You know I am,” Heller said.
“Mom and Dad are fine, I promise.”
“Now you make it sound like they’re dead.”
“I don’t think you’re hearing me right.”

 

 1593675-c308138bd09f2f4b2120322b3d9c4d88.jpg
Ariel Dorfman (Buenos Aires, 6 mei 1942)

 

 

De Oostenrijkse dichter, schrijver, essayist en vertaler Erich Fried werd geboren op 6 mei 1921 in Wenen. Zie ook alle tags voor Erich Fried op dit blog.

 

Das richtige Wort     

Nicht Schlafen mit dir
nein: Wachsein mit dir
ist das Wort
das die Küsse küssen kommt
und das das Streicheln streichelt
 
und das unser Einatmen atmet
aus deinem Schoß
und deinen Achselhöhlen
in meinen Mund
und aus meinem Mund
und aus meinem Haar
zwischen deine Lippen
 
und das uns die Sprache gibt
Von dir für mich
und von mir für dich
eines dem anderen verständlicher
als alles
 
Wachsein mit dir
das ist die endliche Nähe
des Sichineinanderfügen
der endlosen Hoffnungen
durch das wir einander kennen
 
Wachsein mit dir
und dann
Einschlafen mit dir

 

 

Aber solange ich atme

Auch was
auf der Hand liegt
muß ich
aus der Hand zu geben
bereit sein
und muß wissen
wenn ich liebe
daß es wirklich
die Liebe zu dir ist
und nicht nur
die Liebe zur Liebe zu dir
und daß ich nicht
eigentlich
etwas Uneigentliches will
Aber
solange ich atme
will ich
wenn ich den Atem
anhalte
deinen Atem
noch spüren
in mir

 

 1593675-e9c65f9cf9741cb068ca6521a7642395.jpg
Erich Fried (6 mei 1921 – 22 november 1988)

 

 

De Japanse schrijver Yasushi Inoue werd geboren op 6 mei 1907 in Asahikawa. Zie ook alle tags voor Yasushi Inoue op dit blog.

Uit: The Hunting Gun (Vertaald door Michael Emmerich)

"You will no doubt be puzzled by what I am about to explain, coming as it does out of the blue, but I have here three letters that were addressed to me. I intended to burn them, but now, having read your poem and learnt of your existence, I find myself wanting to share them with you. I will send them, along with my sincere apologies for disturbing you, under separate cover; I hope only that should you have a moment to spare you might be so gracious as to peruse them, understanding that I have no other motive in sending them to you than this. I would like for you to understand the ‘desolate, dried-up riverbed’ you glimpsed within me. We humans are, in the end, stupid creatures who cannot help desiring that someone know us as we are. I have never felt such a yearning, but now that I know you are out there, and know of the special interest you have so kindly taken in me, I would like you to know everything. Once you have read the letters, you may destroy all three in my stead. I might add that when you saw me in Izu, it was most likely shortly after these letters came into my possession. My interest in hunting goes back several years, however, to a period when I was not as utterly alone as I am today, when my life, in both its public and its private dimensions, was without major disruption. Already, then, I could not do without the hunting gun on my shoulder. I mention this by way of closing."

 

 1593675-cfd23bdaee95c34177d63aac4536a354.jpeg
Yasushi Inoue (6 mei 1907 – 29 januari 1991)

 

 

De Zweedse dichter en schrijver Harry Martinson werd geboren op 6 mei 1904 in Jämshög in het zuidoosten van Zweden. Zie ook alle tags voor Harry Martinson op dit blog

 

The great trouble

Nature's laws are already on the way
to stand us all against the wall.
That wall is law's own nature.
It is missing an evangel.
That great trouble all of us must share.
Then it will be possible to bear.
The great trouble is to take great trouble.
That is what all of us must learn.

Amid all shoulds and should have beens
there is one must for all.
All must learn to take great trouble with the world.

Now that man has gotten power enough
to bring about the trouble of the world

the time is now
to heal the trouble of the world in time
before all nature has become
everybody's troubled child.

This is called taking trouble in time.
True trouble
which sees in time to what it sees.

 

 1593675-12f4054c6bac47fecd547c0573f6204f.jpg
Harry Martinson (6 mei 1904 – 11 februari 1978)

 

 

De Duitse dichter, schrijver en vertaler Christian Morgenstern werd geboren in München op 6 mei 1871. Zie ook alle tags voor Christian Morgenstern op dit blog.

 

Butterblumengelbe Wiesen

Butterblumengelbe Wiesen,
sauerampferrot getönt,   -
o du überreiches Sprießen,
wie das Aug dich nie gewöhnt!

Wohlgesangdurchschwellte Bäume,
wunderblütenschneebereift  -
ja,  fürwahr,   ihr zeigt uns Träume,
wie die Brust sie kaum begreift.

 

 

Es war ein solcher Vormittag ...

Es war ein solcher  Vormittag, 
wo man die Fische singen hörte,
kein Lüftchen lief, kein Stimmchen störte, 
kein Wellchen wölbte sich zum Schlag. 
    

Nur sie, die Fische, brachen leis
der weit und breiten Stille Siegel
und sangen millionenweis' 
dicht unter dem durchsonnten Spiegel.

 

 1593675-fa745eade55cdbba6dba5cc1c18a6e65.jpg
Christian Morgenstern (6 mei 1871 – 31 maart 1914)
Cover

Zie voor nog meer schrijvers van de 6e mei ook mijn blog van 6 mei 2012 deel 2 en ook deel 3.

Geschreven door Romenu om 18:46 Reageer op dit bericht

Sasja Janssen

De Nederlandse dichteres en schrijfster Sasja Janssen werd geboren op 6 mei 1968 in Venlo. Zij studeerde Nederlandse Taal- en Letterkunde. Zij geeft taalles en inburgeringscursussen aan anderstaligen. Janssen debuteerde in 1999 in De Revisor met een fragment uit “De brieven”, een ongepubliceerde novelle van haar hand. In 2001 verscheen de roman “De kamerling”, gevolgd door “Teresa zegt” in 2005. Vanaf 2006 schrijft zij voornamelijk gedichten, gebundeld in het in 2007 verschenen debuut “Papaver”, in 2010 verschijnt “Wie wij schuilen” (genomineerd voor de Jo Peters poëzieprijs). In april 2014 verscheen “Ik trek mijn species aan”.

 

Manier om een hand te begraven

De melk kookt ochtendgeel over het emaillen pannetje
zijn bodem als jonge zwarte aarde, dat angst
niet van nachthuilers is, of van zwarte gal, of het eindige
het kwaadaardige talud en zijn papavers.
Waar is het dan wel van, kleine melk?

Van diepe tuinen waar luchtwortels je de adem afpakken
pissebedden in je schede schuilen, vingers uit je buik
draaien. Ik haal mijn schouders op, jut het vuur op.
Met de steel tegen mijn middenrif voel ik hoe kleine melk
Mijn hand heet bespot, met verse aarde om hem in te begraven.

 

 

Wij snijden onze beweging

Soms zijn wij misbaar meestal nemen we de voordeur vaker
de achterom
wij dringen ons niet aan de mensen op, liever als een dief
meestal zijn wij ergens anders, hoeveel tijd er overblijft voor soms
berekenen wij niet
wij staan graag op de uitkijk zonder daden toch
zijn wij onmisbaar, ook als er een man niet onze man het huis uitkomt
dat zie je niet maar wat jij niet ziet zijn wij wel, wij stellen geen prijs
op een diagnose snijden onze honger zelf wel uit,
wij zeggen graag nooit nooit
heersen we over onze tekorten, wat jij ziet is er niet
maken wij hier de dienst uit, of wat!

 

 

 1682106-165425877cbceff56f5addc946dab140.jpg
Sasja Janssen (Venlo, 6 mei 1968)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Het kind uit vijfenveertig (Anna Enquist)

 

Bij Bevrijdingsdag

 

 

 1593147-dfe46ff1e286286f7c38a41c73e5dc8e.jpg
Het Nationale Bevrijdingsmonument in Wageningen

 

 

Het kind uit vijfenveertig

Mijn vader had twee levens. Eén
kort en vlammend, zonder mij. En één
daarna. Mijn vrijheid was een plicht.

Ik speelde in een pasgeboren luwte;
wat ik voor vol aanzag was innerlijk
ontwricht. Verhalen gingen onvoorspelbaar

dicht en vragen ketsten terug. Ik zweeg.
Als ik aan tafel zat stond er een horde
hol van honger in mijn rug. Ik at.

Hij nam een boot. Geen vijand kan
op open water schuilen. Mijn vader
klemde in zijn vuisten schoot en roer.

Gevangen in een cel van hout dwong
hij de vrede af. Hij vocht met storm.
Opluchting dreigde als een tweede dood.

Mijn vader had twee levens: één
sloeg zijn brandmerk in het ander
en het ander joeg een schaduw over mij.

Ik ging aan land, ik voel de wind
en in die schaduw ben ik vrij.

 

 

 

 1593147-49eda4a359f79a136acd39e5df616c5f.jpg
Anna Enquist (Amsterdam, 19 juli 1945)
De dokwerker aan het Jonas Daniel Meijerplein in Amsterdam

 

 

Zie voor de schrijvers van de 5e mei ook mijn vorige blog van vandaag en ook mijn blog van 5 mei 2013 deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:47 Reageer op dit bericht

Petra Else Jekel, Miklós Radnóti, Morton Rhue, Christopher Morley, George Albert Aurier, Henryk Sienkiewicz

De Nederlandse dichteres Petra Else Jekel werd in Arnhem geboren op 5 mei 1980. Zie ook alle tags voor Petra Else Jekel op dit blog.

 

De tweelingvrouw

1
de tweelingvrouw, de twee Frida’s
zij hebben slechts één paar voeten

haar duimen raken alle vingers
stuk voor stuk en heen en terug
als in die eerste dansles waarin
zij een cirkel van haar hand en
arm omheen haar buik maakt

de tweelingvrouw, de twee Frida’s
houden de duimen aan de borst

zij raken onder water aan elkaar
het bodemsteen naar hen geslepen
biedt als huis een grot met genoeg
onderwatergewaden om te blijven
nog net verandert zij van lichaam

 

2
de eerste Frida roept mij bij zich
zij roept me over water vanuit zee
maar op de wal laat ze me staan
ik zet me neer en wacht op regen

de tweede Frida praat heel zachtjes
zegt wat niet waar is aan het water
dat ik helder moet zijn van woorden
als ik geluisterd heb neemt zij me mee

neem een sjaal zegt zij, het zal er waaien
breng een jas tegen het water, vergeet
hoe te zwemmen, adem ook onder water
door, wees als het levend bloedkoraal

 

 1593142-d02360842da63d30053819cd8228d69f.jpg
Petra Else Jekel (Arnhem, 5 mei 1980)

 

 

De Hongaarse dichter en schrijver Miklós Radnóti werd geboren op 5 mei 1909 in Boedapest. Zie ook alle tags voor Miklós Radnóti op dit blog.

 

Forced March

Crazy, who, from collapsing, gets up for new advance,
and moves in stumbling torture the limbs to get his chance,
and still is heading forward as if with wings he'd fly,
in vain the trench is calling, he does not dare to die.
He'd answer to your question, what for this strain's to stand,
that there's a dear wife waiting, and perhaps a wiser end.
Yet this good guy's quite crazy, through his old home behind
since long the winds are blowing, from blaze and ashes blind.
The back wall fell to pieces, the plum tree's broken down,
and gotten rough from scaring those nights so sweet at home.
Oh, couldn't I believe yet - not kept in heart alone -
that there is still a homeland, so dear for me to roam;
if there were still the old porch, and sitting in the sun,
and peaceful bees were humming while cools the jelly plum,
the ending summer dozing o'er the garden's dreamy flair,
and midst green foliage swaying the fruit so firm and bare,
and Fanni stands there waiting, blonde, the hawthorn hedge aside,
and shadows written slowly by a slow late morning's light. -
Could all this still come true yet! The moon's so round today!
Don't stride ahead, my comrade, shout at me - I can't stay!

 

 1593142-4042695095c8d48ea606e330e155e0ba.jpg
Miklós Radnóti (5 mei 1909 – 9 november 1944

 

 

De Amerikaanse schrijver Morton Rhue (pseudoniem van Todd Strasser) werd geboren op 5 mei 1950 in New York. Zie ook alle tags voor Morton Rhue op dit blog.

Uit: Die Welle (Vertaald door Hans-Georg Noack)

“David saß wartend auf dem Beifahrersitz in Brians Wagen. Sie parkten in der Nähe der Tennisplätze, die auch während der Nacht in Betrieb waren, denn David wusste, dass Laurie immer diesen Weg wählte, wenn sie nach Anbruch der Dunkelheit nach Hause ging. Die hellen Lichter von den Tennisplätzen gaben ihr ein Gefühl der Sicherheit.
Seit fast einer Stunde saßen sie jetzt im Auto. Brian saß auf dem Fahrersitz und hielt im Rückspiegel nach Laurie Ausschau. Dabei pfiff er eine Melodie, die David nicht erkannte, weil Brian falsch pfiff. David sah den Tennisspielern zu und lauschte auf das monotone Geräusch der hin und her geschlagenen Bälle.
„Brian, darf ich dich etwas fragen?“, sagte er nach langem Schweigen.
„Was denn?“
„Was pfeifst du da eigentlich?“
Brian schien überrascht zu sein.
„Take me out to the ball game“, sagte er. Dann pfiff er noch ein paar Takte, das Lied blieb völlig unkenntlich. „ Erkennst du es jetzt?“ David nickte. „Ja, sicher, Brian, sicher“. Er sah wieder den Tennisspielern zu. Einen Augenblick später richtete Brian sich auf. David wandte sich um und schaute die Straße hinunter. Laurie kam auf dem Fußweg sehr schnell näher. Er griff zur Tür. „Gut, und jetzt lass mich die Sache allein erledigen“, sagte er.
„Solange sie vernünftig ist“, antwortete Brian. „Aber wir spielen jetzt nicht mehr“.
„Sicher, Brian“, erwiderte David und stieg aus dem Wagen. Jetzt klang Brian schon ebenso wie Robert.
Er musste schnell laufen, um Laurie einzuholen, und er war sich die ganze Zeit nicht im Klaren darüber, wie er die Sache anpacken sollte. Er wusste nur, dass er es besser machen konnte als Brian. Er holte sie ein, aber Laurie blieb nicht stehen, und er musste schnell gehen, um mit ihr Schritt zu halten.”

 

 1593142-b8bab586813e110091b9250a53e1b9a2.jpg
Morton Rhue / Todd Strasser (New York, 5 mei 1950)

 

 

De Amerikaanse dichter, schrijver en journalist Christopher Morley werd geboren op 5 mei1890 in Haverford, Pennsylvania. Zie ook alle tags voor Christopher Morley op dit blog.

 

Reading Aloud

ONCE we read Tennyson aloud
In our great fireside chair;
Between the lines my lips could touch
Her April-scented hair.

How very fond I was, to think
The printed poems fair,
When close within my arms I held
A living lyric there!

 

 

Smells

WHY is it that the poet tells
So little of the sense of smell?
These are the odors I love well:

The smell of coffee freshly ground;
Or rich plum pudding, holly crowned;
Or onions fried and deeply browned.

The fragrance of a fumy pipe;
The smell of apples, newly ripe;
And printer's ink on leaden type.

Woods by moonlight in September
Breathe most sweet, and I remember
Many a smoky camp-fire ember.

Camphor, turpentine, and tea,
The balsam of a Christmas tree,
These are whiffs of gramarye. . .
A ship smells best of all to me!

 

 1593142-6c4f7fc8819163ab1eca5f3f4f1f2dd5.jpg
Christopher Morley (5 mei 1890 – 28 maart 1957)

 

 

De Franse dichter, schilder en criticus George Albert Aurier werd geboren op 5 mei 1865 in Châteauroux (Indre Zie ook alle tags voor George Albert Aurierop dit blog.

Uit: Le Symbolisme en peinture - Paul Gauguin

« Aujourd'hui qu'en littérature nous assistons - cela commence à devenir évident - à l'agonie du naturalisme, alors que nous voyons se préparer une réaction idéaliste, mystique même, il faudrait s'étonner si les arts plastiques ne manifestaient aucune tendance vers une pareille évolution. La Lutte de Jacob avec l'Ange, que j'ai tenté de décrire en exorde de cette étude, témoigne assez, je crois, que cette tendance existe, et l'on doit comprendre que les peintres engagés dans cette voie nouvelle ont tout intérêt à ce qu'on les débarrasse de cette absurde étiquette d'« impressionnistes », qui implique, il faut le répéter, un programme directement contradictoire du leur. Cette petite discussion sur les mots, ridicule peut-être en apparence, était pourtant, j'estime, nécessaire : le public, suprême juge en matière d'art, ayant l'incurable habitude, qui ne le sait? de ne juger les choses que sur leurs noms. Donc, qu'on invente un nouveau vocable en « -iste » (il y en a tant déjà qu'il n'y paraîtra point !) pour les nouveaux venus, à la tête desquels marche Gauguin : synthétistes, idéistes, symbolistes, comme il plaira, mais surtout qu'on renonce à cette inepte appellation générale d'impressionnistes, et qu'on réserve strictement ce titre aux peintres pour lesquels l'art n'est qu'une traduction des sensations et des impressions de l'artiste. »

 

 1593142-6b163cfa7a73abdb1c2bb5ce98653131.jpg
George Albert Aurier (5 mei 1865 – 5 oktober 1892)
Paul Gauguin, zelfportret, 1893
 

 

De Poolse schrijver en journalist Henryk Sienkiewicz werd geboren in Wola Okrzejska op 5 mei 1846. Zie ook alle tags voor Henryk Sienkiewicz op dit blog.

Uit: With Fire and Sword (Vertaaald door W. S. Kuniczak)

“THE YEAR 1647 was that wonderful year in which manifold signs in the heavens and on the earth announced misfortunes of some kind and unusual events. Contemporary chroniclers relate that beginning with spring−time myriads of locusts swarmed from the Wilderness, destroying the grain and the grass; this was a forerunner of Tartar raids. In the summer there was a great eclipse of the sun, and soon after a comet appeared in the sky. In Warsaw a tomb was seen over the city, and a fiery cross in the clouds; fasts were held and alms given, for some men declared that a plague would come on the land and destroy the people. Finally, so mild a winter set in, that the oldest inhabitants could not remember the like of it. In the southern provinces ice did not confine the rivers, which, swollen by the daily melting of snows, left their courses and flooded the banks.
Rainfalls were frequent. The steppe was drenched, and became an immense slough. The sun was so warm in the south that, wonder of wonders! in Bratslav and the Wilderness a green fleece covered the steppes and plains in the middle of December. The swarms in the beehives began to buzz and bustle; cattle were bellowing in the fields. Since such an order of things appeared altogether unnatural, all men in Russia who were waiting or looking for unusual events turned their excited minds and eyes especially to the Wilderness, from which rather than anywhere else danger might show itself.
At that time there was nothing unusual in the Wilderness,—no struggles there, nor encounters, beyond those of ordinary occurrence, and known only to the eagles, hawks, ravens, and beasts of the plain. For the Wilderness was of this character at that period. The last traces of settled life ended on the way to the sooth, at no great distance beyond Chigirin on the side of the Dnieper, and on the side of the Dniester not far from Uman; then forward to the bays and sea there was nothing but steppe after steppe, hemmed in by the two rivers as by a frame. At the bend of the Dnieper in the lower country beyond the Cataracts Cossack life was seething, but in the open plains no man dwelt; only along the shores were nestled here and there little fields, like islands in the sea. The land belonged in name to Poland, but it was an empty land, in which the Commonwealth permitted the Tartars to graze their herds; but since the Cossacks prevented this frequently, the field of pasture was a field of battle too."

 

 1593142-947c61ae5f338ebaa367318c7d2f0218.jpg
Henryk Sienkiewicz (5 mei 1846 - 15 november 1916)
Laatste portret door Kazimierza Pochwalskiego, 1915

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 5e mei ook mijn blog van 5 mei 2013 deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:44 Reageer op dit bericht

Roni Margulies

De Turkse schrijver, dichter, vertaler en journalist Roni Margulies werd geboren op 5 mei 1955 in Istanbul. Na zijn eindexamen gymnasium studeerde hij in Engeland aan verschillende universiteiten en behaalde hij een doctoraat in de economie. Ondanks zijn Joodse achtergrond positioneert hij zich kritisch tegenover het zionistische beleid. Hij is lid van DSIP (Revolutionaire Socialistische Arbeiderspartij). Hij publiceerde zijn eerste dichtbundel in 1991. Margulies heeft zes dichtbundels, vier poëtische boeken, vertalingen, jeugdherinneringen en een groot aantal krantenartikelen in vele tijdschriften en kranten geschreven. In Turkije werkt hij momenteel voor de krant Taraf als columnist.

 

The Slipper

One day a few months ago
an old woman appeared
at the entrance of the underground station.
She was begging.

        Her clothes were torn but white as white.
She reminded me of my grandmother:
her eyes full of fear,
her last days.

        Each time I passed by her
I made a habit of saying ‘Good morning,’
and giving her some bread or money.
She never said a word.

       The other day I tried to say more,
she looked, but obviously didn’t understand.
She took what I gave her,
turned her head the other way.

      When I passed by yesterday,
she wasn’t at her usual place,
on the ground I saw a single slipper
in faded pink, sequined, on its left side

     a blood-red plastic heart.
Tiny and glittering.
As if it would, at any moment
start beating.

 

 

Vertaald door Saliha Paker en Mel Kenne

 

 

 1594495-6e472a856b6f9f94d5b22dd47dec0dfb.jpg
Roni Margulies (Istanbul, 5 mei 1955)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Een mooie dag om stilte te verscheuren (Ramsey Nasr)

 

Bij 4 mei

 

 1592596-51228a2940c498468dabf8e5f5b4d3af.jpg
Dodenherdenking op de Dam

 

 

Een mooie dag om stilte te verscheuren

Een mooie dag om stilte te verscheuren.
Oud-strijders staan te beven aan de kant
de blikken op zwartwit - en het gebeurt.
Gewoon, omdat het kan. Omdat één man.

Het is de wet van Nederland.
Bij ons moet alles vroeg of laat een keer gebeuren
dus dan ook dit. Elkeen zoekt naar het licht
als hamsters in een bak met open deuren.

Ik heb vandaag mijn oorlogsland herdacht
en struikel voort in ongeremdheid
zozeer bevrijd dat ik een kind vertrap.

Vlak voor mijn voeten valt een hoogbejaarde
in zijn soldatenpak. Hij huilt. Ik kijk.
Waar alles mag, is ieder vogelvrij.

 

 

 1592596-48ab61f47a7d1d1e82402df628c242b8.jpg
Ramsey Nasr (Rotterdam, 28 januari 1974)
Zadkines, De verwoeste stad, Rotterdam (Nasr werd geboren in Rotterdam

 

 

Het gedicht werd door de toenmalige Dichter des Vaderlands geschreven bij de verstoring van de Dodenherdenking op de Dam in Amsterdam, 4 mei 2010

 

 

Zie voor de schrijvers van de 4e mei ook mijn vorige twee blogs van vandaag.

Geschreven door Romenu om 14:15 Reageer op dit bericht

Christiaan Weijts, Amos Oz, Monika van Paemel, Graham Swift, David Guterson, Jan Mulder, Werner Fritsch

De Nederlandse schrijver Christiaan Weijts werd geboren in Leiden op 4 mei 1976. Zie ook alle tags voor Christiaan Weijts op dit blog.

Uit: Euforie

“Concentreren nu. Terwijl het ene deel van hemzelf het busje meester probeert te worden, is het andere het afgelegde traject bliksemsnel aan het nalopen op een gemist stoplicht, een te hoge snelheid – best mogelijk op zo’n lang recht stuk – of nog erger. Ach zeik niet, als ik iemand had aangereden dan had ik dat goddomme toch wel...
Dan schuift het raampje alsnog open, heel kalmpjes, mis­plaatst gelijkmatig: de slaafse onverstoorbaarheid van elektro­nica heeft iets onuitstaanbaars. Wat de agent te melden heeft verdrinkt in de herrie. Het is een cd, dezelfde Philip Glassach­tige zenuwmuziek die Olivier – Vermeers compagnon en de ei­genaar van dit voertuig – vaak tijdens het werk draait. Hier is het de begeleiding bij een druk mimende agent, die iets uitlegt en in de verte wijst. Het enige wat Vermeer opvangt is: ‘De laad­ruimte, die is leeg?’
‘Zo goed als,’ roept hij. ‘Alleen wat karton.’
De agent wil dat blijkbaar met eigen ogen vaststellen. Zonder toestemming te vragen schuift hij de laaddeur aan de zijkant open, voert een minimale inspectie uit en trekt de deur weer dicht, die met een smak in het slot valt. Er volgt een uitleg waar Vermeer opnieuw niets van meekrijgt, totdat de man zijn helm­hoofd de auto in duwt en schreeuwt, als boven aan een trap te­gen iemand beneden: ‘Als u mij volgt, dan breng ik u d’r heen.’
Er is geen tijd om vragen te stellen. Zodra Vermeer knikt, ver­laat de helm hem. De agent klapt het vizier dicht en bestijgt zijn tweewieler weer. Gedwee wijkt het verkeer als hij de trambaan op zwenkt. Als Vermeer wil volgen slaat z’n motor af, wat hem vaker overkomt in vreemde auto’s, vooral in diesels. Hij start opnieuw, concentreert zich op het samenspel van de pedalen, en rijdt het gat dicht. Achter hem tingelt nijdig een tram die hij niet zag aankomen. Die takketrams ook altijd. Antoni Gaudí was in Barcelona omvergereden door een tram – hij vond dat voetgangers principieel voorrang hadden – en omdat de archi­tect van de Sagrada Família eruitzag als een dronken zwerver wilde geen enkele taxi hem naar het ziekenhuis rijden. Hij stierf een paar dagen later in het armenhospitaal waar de politie hem had gedropt.”

 

 1592590-fa895e14e6b3740eb77a1c877f885c8a.jpg
Christiaan Weijts (Leiden, 4 mei 1976)

 

 

De Israëlische schrijver Amos Oz, (eig. Amos Klausner) werd geboren in Jeruzalem op 4 mei 1939. Zie ook alle tags voor Amos Oz op dit blog.

Uit: Scenes From Village Life

“From his concealed vantage point in the shade of a creeping vine, Arieh Zelnik noted that the man was large-framed but slightly flabby, as if he had just recovered from a serious illness, suggesting that he had been heavily built until quite recently, when he had begun to collapse inward and shrink inside his skin. Even his grubby beige summer jacket with its bulging pockets seemed too big for him, and hung loosely from his shoulders.
Though it was late summer and the path was dry, the stranger paused to wipe his feet carefully on the mat at the bottom of the steps, then inspected the sole of each shoe in turn. Only once he was satisfied did he go up the steps and try the mesh screen door at the top. After tapping on it politely several times without receiving any response he finally looked around and saw the householder planted calmly on his swing seat, surrounded by large flowerpots and ferns in planters, in a corner of the veranda, in the shade of the arbor.
The visitor smiled broadly and seemed about to bow; he cleared his throat and declared:
“You’ve got a beautiful place here, Mr. Zelkin! Stunning! It’s a little bit of Provence in the State of Israel! Better than Provence—Tuscany! And the view! The woods! The vines! Tel Ilan is simply the loveliest village in this entire Levantine state. Very pretty! Good morning, Mr. Zelkin. I hope I’m not disturbing you, by any chance?”
Arieh Zelnik returned the greeting drily, pointed out that his name was Zelnik, not Zelkin, and said that he was unfortunately not in the habit of buying anything from door-to-door salesmen.
“Quite right, too!” exclaimed the other, wiping his forehead with his sleeve. “How can we tell if someone is a bona fide salesman or a con man? Or, heaven forbid, a criminal who is casing the joint for some gang of burglars? But as it happens, Mr. Zelnik, I am not a salesman. I am Maftsir!”
“Who?”

 

 1592590-6fa5878ec95b5409ae2607077b22acdf.jpg
Amos Oz (Jeruzalem, 4 mei 1939)

 

 

 

De Engelse schrijver Graham Swift werd geboren op 4 mei 1949 in Londen. Zie ook alle tags voor Graham Swift op dit blog.

Uit:Wish You Were Here

“And Jack, who long ago took his last look at that yard, looks now from an upstairs window at a grey sea, at a sky full of wind-­driven rain, but sees for a moment only smoke and fire.
Sixty-­five head of cattle. Or, to reckon it another way (and never mind the promised compensation): ruin. Ruin, at some point in the not-­so-­distant future, the ruin that had been creeping up on them anyway since Vera Luxton had died.
Cattle going mad all over England. Or being shoved by the hundred into incinerators for the fear and the risk of it. Who would have imagined it? Who would have dreamed it? But cattle aren’t people, that’s a fact. And when trouble comes your way, at least you might think, though it’s small comfort and precious little help: Well, we’ve had our turn now, our share.
But years later, right here in this seaside cottage, Jack had switched on the TV and said, “Ellie, come and look at this. Come and look, quick.” It was the big pyre at Roak Moor, back in Devon. Thousands of stacked-­up cattle, thousands more lying rotting in fields. The thing was burning day and night. The smoke would surely have been visible, over the far hills, from Jebb. Not to mention the smell being carried on the wind. And someone on the TV—­another of those experts—­was saying that burning these cattle might still release into the air significant amounts of the undetected agent of BSE. Though it was ten years on, and this time the burnings were for foot-­and-­mouth. Which people weren’t known to get. Yet.
“Well, Jack,” Ellie had said, stroking the back of his neck, “did we make a good move? Or did we make a good move?”
But he’d needed to resist the strange, opposite feeling: that he should have been there, back at Jebb, in the thick of it; it was his proper place.”

 

 1592590-fa77aed571a85a5649fa15af505b2bae.jpeg
Graham Swift (Londen, 4 mei 1949)

 

 

De Vlaamse schrijfster Monika van Paemel werd geboren op 4 mei 1945 in Poesele in Oost-Vlaanderen. Zie ook alle tags Monika van Paemel op dit blog.

Uit: Weduwenspek

‘Zwijgen kan niet worden verbeterd’, met dat gezegde placht hij haar het zwijgen op te leggen. Hij excelleerde in de alleenspraak, maar terwijl hij hoogdravend filosofeerde of haar temerig de les las ging er in Olivia een opstandige stem tekeer, argumenterend en weerstrevend, tot ze zich niet langer kon bedwingen en heftig uitviel. Waarop hij haar de mond snoerde met die afgezaagde frase.
Zwijgen kan niet worden verbeterd. Verstikt had ze lange betogen bedacht, op een dag zou ze haar gal spuwen, pal in zijn pedante facie, zodat hij er niet meer onderuit kon. Maar toen ze hem, toch nog onverwacht, aan het infuus zag liggen, met sondes als artificiële aders, wist ze niet meer waar te beginnen of wat te zeggen. Zij had het verleerd om hem aan te spreken en in stilte verzonken dreigde hij vrijuit te gaan. Je kwam altijd te laat om je gram te halen, alles voltrok zich achteraf.”

 

 1592590-7652413b856bd680ce3455ca68631d21.jpg
Monika van Paemel (Poesele, 4 mei 1945)

 

 

 

De Amerikaanse schrijver David Guterson werd geboren op 4 mei 1956 in Seattle. Zie ook alle tags voor David Guterson op dit blog.

Uit: The Other

“Examining the Impala one afternoon, she insisted that its windshield appeared pitted by an airborne pollutant no one talked about. The plants in the yard were dying, too -- everything looked bleached to the wrong color, in her eye, especially the laurel hedges. One Saturday night, John William explained, his father decided to weather-treat, in the basement, his sailing sloop's teak hatch covers. Before long, his mother got her car keys, trapped a note under a refrigerator magnet -- rand, you've poisoned us with varathane -- and told John William to get his coat.
John William was eleven. His mother drove off after forcing him into the back seat, where he kept a stack of comic books. They made their way south on old 99, and by midnight they'd driven around Puget Sound and were speeding west, toward the true ocean of breakers and swells -- the ocean as opposed to the inland sea near Seattle -- which his mother believed was cleansing. She told him this. There were mythic overtones to the ocean, she said, that shouldn't be underestimated. John William replied that from his point of view it didn't seem normal to leave for the ocean so late at night without planning and without Dad. His mother struck back with a lecture on Varathane. The entire family of polyurethanes posed a threat to humankind, she told him. They reached the coast in darkness and knew they were there from the din of the surf and the line of white rollers in the Impala's diffuse headlights. "Ah, love," said John William's mother, pressing the button that let down her window and quoting from Matthew Arnold's "Dover Beach," "let us be true to one another," and then she began crying with a hand over her mouth while the ocean air funneled in. »

 

 1592590-079530f846b238bc9257c4d4b5043b7e.jpg
David Guterson (Seattle, 4 mei 1956)

 

 

 

De Nederlandse columnist, schrijver, ex-voetballer, en televisiepersoonlijkheid Jan Mulder werd geboren in Bellingwolde op 4 mei 1945. Zie ook alle tags voor Jan Mulder op dit blog.

Uit: Opmars der strafschopgebieden

“Mijn vader maakte in zijn vrije tijd de lange laarzen voor het plaatselijke politiekorps en liet de agenten soms weken wachten op de levering. Hij was dan ondertussen aan een paar voetbalschoenen voor mij bezig. Het eerste paar dat hij voor me maakte herinner ik me nog goed. Er waren nog geen schroefnoppen van aluminium in die tijd, maar leren dingen waar spijkers uitstaken. Die werden onder de zool geslagen. Zo nu en dan ging er wel eens een spijkertje doorheen. [...] Wanneer het bovenleer was gestikt en het met een platte tang om de leest werd getrokken zag je de voltooiing naderen. Een wezenloos bovenstuk werd in een paar handomdraaien ineens schoen. Razendsnel verdwenen de spijkertjes van zijn mond naar de zool en als ik vier keer had gedacht “dit is de laatste” kwam er toch nog eentje tussen de lippen vandaan. Ik heb jaren genoten van zijn geperfectioneerde vakmanschap.”

 

 1592590-1ac9acbc7df63072327107fd211ccf51.jpg
Jan Mulder (Bellingwolde, 4 mei 1945)
Hier als voetballer in actie, 1972-73 

 

 

De Duitse schrijver Werner Fritsch werd op 4 mei 1960 in Waldsassen geboren. Zie ook alle tags voor Werner Fritsch op dit blog.

Uit: Die Alchemie der Utopie

„Im honiggelben Licht des lange Schatten hervorrufenden Oktobers steh ich, wie oft schon?, wie oft noch?, am Ufer der Wondreb. Wie als Kind, denke ich, als ich am Ufer des Baches dachte, ist das, was jetzt ist, ein Traum oder Wirklichkeit.
Noch immer zieht das Magnetfeld Mnemosynes dies Jetzt in jene Jetzte hinein, die nun als
Ein Jetzt erscheinen.
Wer ist der, der lange Schatten wirft über die Wirbel des Wassers? Wer ist das Lichtloch im Wogenschwarz, das Sterne schleudernde?
Wer ist der, der der ist, der er ist? Wer der, der nie vergisst, dass er nie mehr der ist, der in den Fluß geschaut, aber immer der, der in den Fluß schaut und sich vergisst und den Fluß vergißt, weil er der Fluß ist, der mündet und entspringt im Strom unseres Bewußtseins, umbrandet vom Meer, was mehr als nichts ist?
So wie sich die Wondreb ihr Bett, von Quelle oder Mündung zu träumen, mit Wucht, Wut, Trauer, Ausdauer, mit variierender Wiederholung oder mit Ewigkeitsschleifen durch den granitdominierten Grund der Erde meiner Heimat gräbt, so muß das Bewußtsein Mäander machen, der Fluß der Gedanken sich neue Wege suchen…“

 

  1592590-091fd06cd44a94ec725f94b8f5200b12.jpg
Werner Fritsch (Waldsassen 4, mei 1960)
Waldsassen, de abdij

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 4e mei ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 14:07 Reageer op dit bericht

Jacques Lanzmann, Ishita Bhaduri, Wilhelm Lehmann, Gerlind Reinshagen, Maxence Van der Meersch, Olia Lialina

De Franse schrijver, journalist en tekstschrijver Jacques Lanzmann werd geboren op 4 mei 1927 in Bois-Colombes. Zie ook alle tags voor Jacques Lanzmann op dit blog.

Uit: Le têtard

« Chez les Tavernier, j'avais souffert de quoi, au juste ? D'un peu de tout et de tout à fond : poil, coeur, sexe, race, religion, terreur vitale et péché mortel. Un cocktail qui vous saoule à la fois la petite enfance et l'adolescence. Difficile de s'en tirer lorsqu'on a trinqué comme ça si tôt avec la vie et fait tinter contre elle son verre qui s'est brisé. On en voit de ces enfants ivres de coups du sort traîner leurs angoisses à travers le temps, le long des êtres et des buffets. Moi, je m'en suis assez bien sorti. J'ai eu la chance d'entrer dans le monde adulte avec une enfance fêlée mais pas cassée et une volonté farouche de vivre à chaque instant.
Comme il me fallait rattraper tout ce temps perdu où j'avais souffert de ma naïveté et de la certitude des grands, je me suis mis à courir après le bonheur pour me le fourrer dans le coeur et dans la poche. Ce bonheur, je me le suis gardé sous la main et je l'ai senti bouger et je l'ai serré jusqu'à l'étouffer pour qu'il ne s'en aille pas. Bien sûr qu'il est parti, mais il est aussitôt revenu, parce que, lui comme moi, on n'a jamais pu se passer l'un de l'autre. Bonheur, malheur, la vie, la mort, l'argent, la fauche, tout ça c'est poison et antipoison, mais quand on est petit et seul on se laisse refiler la rage et on peut en crever parce que personne n'est là pour vous dire que le vaccin existe. Moi, mon vaccin, c'était de penser au bonheur et lorsque j'y pensais, à ce bonheur de mes vingt ans, je voyais toujours la même image devant mes yeux extasiés : un homme, moi, une femme, la mienne. Elle et moi : tout nus, assis, sereins, autour d'une table de cuisine et mangeant silencieux, avec la même fourchette, des spaghettis très chauds qu'on tirait, elle pour moi et moi pour elle, d'une grande marmite d'émail orange. Grâce à cette vision de ma vie d'adulte, matériau simple, ô combien ! je me suis sans cesse reconstruit quand j'étais écroulé. »

 

 1592587-df5f44a1b5907f07eb8b607406391ac7.jpg
Jacques Lanzmann (4 mei 1927 – 21 juni 2006)
Cover

 

 

De Indiase dichteres Ishita Bhaduri werd geboren op 4 mei 1961 in Kolkata in West-Bengalen. Zie ook alle tags voor Ishita Bhaduri op dit blog.

 

Blue Sky In The Internet

You posted rains on the Facebook…..
Two lacs fifty thousand likes……
Still the rains did not come.
Instead some dark clouds
Ashened the whole sky
With a fistful of soft breeze.

Not by Facebook or Tweeter
Send me rains in an envelope
Accompanied by Nor’westers too
Seal the lips of the envelope
             securely with glue
So that no cloud chips fall off
               midway elsewhere.
With the rains send me also smell of damp earth.
I will mail you a cornice-full of sunshine
And send you through the Internet a whole blue sky.

 

Vertaald door Soma Roy

 

 

 1592587-9ff3752e34cee3c2990821d769e9bb94.jpg
Ishita Bhaduri (Kolkata, 4 mei 1961)

 

 

De Duitse schrijver en dichter Wilhelm Lehmann werd geboren op 4 mei 1882 in Puerto Cabello. Zie ook alle tags voor Wilhelm Lehmann op dit blog.

 

Abgeblühter Löwenzahn

Verwandle dich und werde leicht,
Zerfasere zu Samenhaar,
Gemindert schwebt, ein dünnes Korn,
Was gestern Strahlenball noch war.

Verwandlungsträchtig, warst du kaum,
Und saugst dich frisch im Leben fest,
Das dich und mich, treuloser Staub,
An keiner Stelle weilen lässt.

Begleite Vers die Flüchtigkeit.
Gebiete er, gebiete zart;
Sei, wie von meinem Finger du,
Das Schwindende von ihm bewahrt.

Ein zweites Dasein überwächst
Das erste, das geopfert liegt.
Verweh es denn wie Löwenzahn,
Damit es traumgekräftigt fliegt.

 

 

Der Dank

Zurückgeballt ins Kurze, Baumäonen,
In Eichel, Ecker breite Kronen.

Oktoberlicht steht jäh im Windeszug
Wie Katapult schießt Busch zu Busche Hänflingsflug.

Kastanie öffnet Kugelschrein,
Ins Mahagoni ihre Innern lädt sie ein.

Ihr habt mich oft euch eingestimmt.
Was gebe ich, der von euch nimmt?

Die Achsel zuckt: nichts als Gedichte?
Gemach! Auch sie sind Weltgeschichte.

 

 

 1592587-30d1e62b0e58ac8ec11d9b08897a2718.jpg
Wilhelm Lehmann (4 mei 1882 – 17 november 1968)
Cover biografie

 

 

De Duitse schrijfster Gerlind Reinshagen werd geboren op 4 mei 1926 in Königsberg. Zie ook alle tags voor Gerlind Reinshagen op dit blog.

Uit: Vom Feuer

„Wie beschreibe ich dir, Vermißter, was nicht zu beschreiben ist? Wovon niemand mehr spricht? An das sich keiner, den ich frage, mehr erinnern will, was keiner denken kann im Ganzen: das tausendfache Sterben unserer Stadt, drei Tage vor Kriegsende. Fahr ich zurück, geh ich durch fremde, neu gezogene Straßen, bekomme ich auf falsch gestellte Fragen falsche Antwort. Als wäre der Tod nicht zu greifen mit Worten. Die Früheren immerhin sangen den Krieg, den Sieg, das Morgenrot. Die Alten heute hör ich lamentieren über das verlorene Porzellan, das eingestürzte Haus, den Sonnenuntergang in Öl, der nicht zu retten war. Die Jungen stoßen, achselzuckend, Flüche aus, aber nur leise, wie nebenbei, so wie man im Stillen Elern verflucht.
Wie kommt ie abder, höre ich dich, Vermißter, fragen, daß du nicht mitfluchst, ich höre dich deutlich wie nie: den großen Todesfluch, das Spottgedicht, warum schaffst du es nicht?
Früher, als ich mich anmaßte, den Tod zu kennen, hätt ichs dir leichter hingeschrieben, Freund, Jetzt ist er fremd. Jetzt bleibt mir das Woer weg.“

 

 1592587-a2160b0b6a6007abd5843dd45654a5eb.jpg
Gerlind Reinshagen (Königsberg, 4 mei 1926)

 

 

De Franse schrijver van Vlaamse afkomst Maxence Van der Meersch werd geboren op 4 mei 1907 in Roubaix. Zie ook alle tags voor Maxence Van der Meersch op dit blog.

Uit: La maison dans la dune

« Tout son accoutrement était couvert de plaques de mortier, et d’une fine poussière de chaux. Il avait ficelé sur la barre horizontale du cadre de sa bicyclette une pelle de maçon, à fer carré.
Et, tenant d’une main le guidon de son vélo, il équilibrait de l’autre, sur son épaule, un sac à ciment qui était censé contenir sa truelle et ses outils.
« Pas de tabac ?
– Une paire de paquets. »
Pour la femme qui les lui demandait, Sylvain tira de son sac deux paquets d’une demi-livre.
« Combien ?
– Vingt francs. »
Il reçut l’argent.
« Faut pas repasser la semaine prochaine ?
– Non. Dans quinze jours, tu pourras revenir.
– Merci. »
Et Sylvain repartit plus loin, continua de sonner aux portes, partout où il avait des clients connus. Ailleurs, il n’allait pas, sauf dans les quartiers déserts, les hameaux en pleine campagne, les fermes isolées.”

 

 1592587-40f4e8144872e848ed6d71932104eb3a.jpg
Maxence Van der Meersch (4 mei 1907 - 14 januari 1951)

 

 

De Russische netkunstenares Olia Lialina werd geboren op 4 mei 1971 in Moskou. Zie ook alle tags voor Olia Lialina op dit blog.

Uit: Invisible and Very Busy

« Invisible computers, or more accurately the illusion of the computerless, is destroyed if we continue to talk about “user interfaces”. This is why Interface Design starts to rename itself to Experience Design — whose primary goal is to make users forget that computers and interfaces exist. With Experience Design there is only you and your emotions to feel, goals to achieve, tasks to complete.
The field is abbreviated as UXD, where X is for eXperience and U is still for the Users. Wikipedia says Don Norman coined the term UX in 1995. However, in 2012 UX designers avoid to use the U-word in papers and conference announcements, in order not to remind themselves about all those clumsy buttons and input devices of the past. Users were for the interfaces. Experiences, they are for the PEOPLE!3
In 2008 Don Norman simply ceased to address Users as Users. At an event sponsored by Adaptive Path, a user interface design company, Norman stated “One of the horrible words we use is users. I am on a crusade to get rid of the word ‘users’. I would prefer to call them ‘people.’”4 After enjoying the effect of his words on the audience he added with a charming smile, “We design for people, we don’t design for users.
A noble goal in deed, but only when perceived in the narrow context of Interface Design. Here, the use of the term “people” emphasizes the need to follow the user centered in opposition to an implementation centered paradigm. The use of “people” in this context is a good way to remind software developers that the User is a human being and needs to be taken into account in design and validation processes”.

 

 1592587-92c7fe905d867c08a44bee845004a62d.jpg
Olia Lialina (Moskou, 4 mei 1971)

Geschreven door Romenu om 13:33 Reageer op dit bericht

Am zweiten Sonntage nach Ostern (Annette von Droste-Hülshoff)

 

Am zweiten Sonntage nach Ostern

 

1592583-dfb95fa29391bb1c83b821cb979ade48.jpg
De Goede Herder door Philippe de Champaigne, ca.1650-60

 

 

Am zweiten Sonntage nach Ostern

Evang.: Vom guten Hirten

Ein guter Hirt läßt seine Schafe nimmer!
O wehe, Hirt! den ein verkümmert Lamm Einst klagend nennen wird mit Angstgewimmer,
Ein blutend wundes, eins voll Wust und Schlamm.
Was willst du sagen? Schweig!
Dein Wort ist tot, der Stirne Zeichen Kains gleich.

Weh' Fürsten euch! die ihr des Volkes Seelen
Gen Vorteil wägt und irdisches Gedeihn.
Weh', Eltern! denen Kindes glänzend Fehlen
Weit lieber ist, als Einfalt sonder Schein.
Ihr warbt euch das Gericht; Sprecht nicht von Ehre! Eure kennt man drüben nicht.

Hausväter, wehe! die ein dienend Wesen
Nur an sich nahmen wie gedingten Leib;
Unwürdig seid zu Hirten ihr erlesen
Freundlosem Manne, unberatnem Weib.
Habt ihr gewußt und schwiegt?
Seht, jeder Flecken brandig an der Hand euch liegt!

Und wehe, wehe Allen! deren Händen
Ward anvertraut ein überschwenglich Gut.
Weh' Lehrer euch! die Herzen, leicht zu wenden,
Vergiftet habt mit Hohn und Übermut.
Die Pfund', euch vorgestreckt,
Nicht wohl vergrubt ihr sie, habt sie mit Rost befleckt.

Doch bist du frei? darfst du so kühn denn sprechen
Das Bannwort über tausend Menschen aus?
Wem Kron' und Macht, wem Haus und Hof gebrechen,
Schließt ihn die Pflicht von ihren Schranken aus?
Denk' nach, schwer ist die Frag';
Um dein und fremde Seele gilt's: denk nach!

Wenn Kinderohr an deinen Lippen hänget,
Wenn Kinderblick in deinen Augen liest,
Wenn jedes kecke Wort, das vor sich dränget,
Wie glühend Blei in zarte Ohren fließt:
Bist du dann nicht der Hirt?
Ist dein die Schuld nicht, wenn das arme Lamm verirrt?

Und wenn ein schwach Gemüt, ein stumpfes Sinnen
Neugierig horcht auf jedes Wort von dir,
Um alles möchte Gleichheit sich gewinnen,
Aufzeichnet jede Miene mit Begier:
O, spricht nicht dies Gesicht:
"Ich acht' auf dich, bei Gott! verdirb mich nicht?"

Hast du mir, Herr, an diesem Tag erschlossen,
Wem nie so ernst zuvor ich nachgedacht,
So ruf' ich denn, in Flehen hingegossen:
Hier ist der Wille, gib mir nun die Macht;
Der Sinn so rasch und leicht -
Leg' deine schwere Hand auf ihn, bis er entweicht!

Gewitter kannst mit deinem Hauch du hemmen,
Aus dürrem Sande Palmeninseln ziehn;
O hilf auch mir den wilden Strom zu dämmen,
Laß nicht an meiner Stirn das Kainszeichen glühn!
Und steht vielleicht es dort,
Nimm meine Tränen, Herr, und lösch es fort!

 

 

 1592583-c6f809abba70bf32e156c5f8f5417fd5.jpg
Annette von Droste-Hülshoff (10 januari 1797 – 24 mei 1848)
De Meersburg, waar von Droste-Hülshoff op het eind van haar leven woonde

Geschreven door Romenu om 13:24 Reageer op dit bericht

Jehuda Amichai, Erik Lindner, Ben Elton, Johan de Boose, Jens Wonneberger, Klaus Modick, Paul Bogaert

De Duits-Israëlische dichter en schrijver Jehuda Amichai werd op 3 mei 1924 geboren in Würzburg. Zie ook alle tags voor Jehuda Amichai op dit blog.

 

Ich bin ein Gast in diesem Leben

Ich bin ein Gast in diesem Leben, doch ich sehe,
meine Gastgeber werden allmählich
müde und ungeduldig.
Bäume zittern, Wolken ziehen
schweigend, Berge rücken
von einem Ort zum andern, der Himmel gähnt.
In den Nächten bewegen die Winde
unruhig allerlei Dinge: Rauch, Menschen, Lichter.

Ich trage mich in Gottes Gästebuch ein:
Ich kam, verweilte, es war gut,
ich habe genossen, habe gesündigt, betrogen –
der Empfang in dieser Welt
hat mich sehr beeindruckt.

 

 

Ein arabischer Hirte sucht nach einer Ziege

Ein arabischer Hirte sucht nach einer Ziege auf dem Berg Zion
und auf dem Berg gegenüber suche ich meinen kleinen Sohn.
Ein arabischer Hirte und ein jüdischer Vater
in ihrem zeitlichen Versagen.
Unsere Stimmen treffen sich über
dem Sultansbecken im Tal in der Mitte.
Wir beide wollen, dass weder der Junge noch die Ziege
hineingeraten in die Mühlen der schrecklichen Maschine „Chad Gadja“.*

Dann fanden wir sie zwischen den Büschen
und unsere Stimmen kehrten zu uns zurück und weinten und lachten innerlich.

Die Suche nach einer Ziege oder einem Jungen
war seit jeher
der Beginn einer neuen Religion in diesen Bergen.

 

 

Der Körper ist der Grund der Liebe

Der Körper ist der Grund der Liebe.
Danach ist er die Burg, die sie bewahrt.
Danach ist er der Kerker der Liebe.
Doch stirbt der Körper, tritt die Liebe aus ihm heraus

frei und in großer Fülle,
wie ein Glücksautomat, der zersprungen ist,
und mit einem Mal spuckt er
ratternd alle Münzen
aller Glücksgenerationen
aus.

 

1592149-c0701258ac4d7ad7cd1691758170d33c.jpg
Jehuda Amichai (3 mei 1924 – 22 september 2000)

 

 

De Nederlandse dichter Erik Lindner werd geboren op 3 mei 1968 in Den Haag. Zie ook alle tags voor Erik Lindner op dit blog.

 

Ostende

1.
Een bot ligt in het zand
van een eiland dat niet stilstaat

vast is de vorm
de geschiedenis van de wind
het stuwen van merg en steen

de wind raakt zoek op zee
geen golf heeft dezelfde afmeting

zand kleurt rood in de zon
op de renbaan waar stof opwaait
en de hoeven dezelfde ritmes slaan
de hoeven het zand in stukken slaan

over een eiland loopt de wind
en bewerkt er zijn eerdere afdrukken
het mergsteen van het strand
de renbaan aan de kust
de regen in de zee.

 

2.
De zee heeft de omvang van de wind
en stroomt over op het mergsteen
door de wind bewerkt voor de zee

een strandloper loopt langs de wind
en telt met zijn stappen
de losse delen van het zand
en de losgewaaide koppen van de zee
en de losgekomen vlokken van de wind

rollende kruipende schuivende stukken
van een eiland dat voor even stilstaat
op de rand van de zee

hoeven vergruizelen het steen
de zee draagt het bot naar de kant
het zand koelt af in de wind

schuimvlokken meten de omvang
van een eiland dat tijdelijk ontstaat
onder de voetstap van een strandloper

buiten de wind boven de zee.

 

 1592149-9898f84387b4c34eef4931d69a086107.jpg
Erik Lindner (Den Haag, 3 mei 1968)

 

 

De Belgische dichter en schrijver Johan de Boose werd geboren in Gent op 3 mei 1962. Zie ook alle tags voor Johan de Boose op dit blog.

Uit: Gaius

“Raadsel: het hangt onzichtbaar in de kamer en doorboort alles met één dooiemannenoog en één oog als een speer – wat is het?
De majordomus in zijn glanzende wikkel, genaamd Vespertilio, oftewel de Vleermuis in de taal van Seneca en Cicero. Voor Gaius is hij vele dieren tegelijk: als hij in de deur staat, is hij een spin, zijn stem stal hij bij een haan, en zijn hoofdhaar doet denken aan natte vogelveren.
Hij komt Gaius helpen met zijn toilet, hoewel die hem niets heeft gevraagd en überhaupt geen hulp wil. Hij jaagt hem weg als een wesp bij zijn oor – nog een dier – maar dat raakt de griezel niet. Hij is, denkt Gaius, vast verstoten door zijn moeder om zijn lelijkheid toen hij aan haar borst ging liggen.
‘Mag ik even?’ vraagt hij. Hij drukt de huid van Vespertilio’s pols tussen zijn nagels alsof hij een luis doodknijpt. Het raakt de slavenbaas niet. Hij is geboren zonder zintuigen of zenuwen. Gaius vraagt naar diens relatie met Crapularius, maar Vespertilio reikt hem onbewogen een zalfkruikje aan en kraait: ‘Balsemien!’
‘Rattenkruit!’ zegt Gaius om hem te tergen.
De majordomus trekt zijn wenkbrauw boven het glazen oog op.
Tot het souper doodt Gaius de tijd met uitpakken.Onder in zijn reismand zit een blokvormig stuk elzenhout, een voet lang en zo dik als een vrouwenpols. Meer dan dertig jaar heeft hij het al bij zich. Tempora labuntur, de tijd verglijdt, zoals Ovidius zei, tacitisque senescimus annis, en ongemerkt worden wij ouder. Ondanks zijn twijfelzucht is hij het stuk hout altijd als een amulet blijven beschouwen. Wie durfde te beweren dat een amulet níét helpt als er niets rampzaligs gebeurt zolang je hem wél bij je hebt?”

 

 1592149-07756bd4459626ba33f6c11e3af55a61.jpg
Johan de Boose (Gent, 3 mei 1962)

 

 

De Britse schrijver en komiek Ben Elton werd geboren in Londen op 3 mei 1959. Zie ook alle tags voor Ben Elton op dit blog.

Uit: Popcorn

‘You like to watch, fat boy?’
The terrified man says nothing. His answer is to bury his face in the floor as hard as he can and wrap his arms around his head. Wayne’s POV is now just the top of the man’s balding head with his pudgy hand pressed against it, holding the half-chewed burger. There is a loud bang and a hole appears in the top of the bald head. Blood runs out as if from a tap, not a spurt but a silent, almost gentle, welling-up, a small flood, so to speak, which quickly forms a large pool, soaking into the hamburger and turning it completely red.
Cut back to Wayne, who is ignoring his victim completely, and is grinding his hips against Scout.”
(…)

“But what did they want, craning their necks by the side of the street like that? It certainly wasn’t peace, bread and freedom. So what? They couldn’t see anything: all limos had mirrored windows, so all they could see was themselves. Another irony; Bruce was full of them today. The harder those people tried to look into his world the more intensely they saw their own images staring back at them. That was it! The whole truth in one startling image. Why were Bruce’s movies so successful? Because people saw themselves reflected in them. Maybe better-looking and a little cooler but none the less themselves, with their fears, their lusts, their most secret desires and fantasies. That damned professor had been wrong and he, Bruce, had been right. He was a mirror. He did not create a world for people to watch; they created a world for him to film.”

 

 1592149-5a91277d5c8755463d157a9d5bae0163.jpg
Ben Elton (Londen, 3 mei 1959)

 

De Duitse schrijver Jens Wonneberger werd in Großröhrsdorf geboren op 3 mei 1960. Zie ook alle tags voor Jens Wonneberger op dit blog.

Uit: Heimatkunde Dresden

„Als Kind hatte ich manchmal den Verdacht, dass es Dresden gar nicht gibt. Ich wohnte damals mit meinen Eltern und Großeltern in einem Dorf gut dreißig Kilometer östlich jener Gegend, in der die Stadt hinter sanften Hügeln und Wäldern zu vermuten war, und immer wieder wurde mir erzählt, dass man vom Dachfenster unseres Hauses in der Nacht des 13. Februar 1945, der Nacht von Faschingsdienstag auf Aschermittwoch, den Lichtschein des brennenden Dresden habe sehen können und dass noch Tage später die Reste verkohlten Papiers wie schwarzer Schnee auf das Haus herabgerieselt seien. Die Großeltern waren seltsam erregt und sprachen sogar von Christbäumen, die angeblich den Himmel erleuchtet hätten und dabei ganz langsam herabgesunken seien, aber ich hatte damals schon den Verdacht, auch den Weihnachtsmann könne es nicht geben. Dazu Eine Annäherung oder Auf der Suche nach mildernden Umständen kam, dass der Bücherschrank, ein riesiges Monstrum aus Eichenholz mit schweren Türen aus geschliffenem Glas, mit kunstvoll gedrechselten Säulen und raffiniert gewundenen Messinggriffen, den Flüchtlinge rechtzeitig vor der Bombardierung in Sicherheit gebracht und bei uns auf dem Land untergestellt hatten, entgegen der Absprache nie abgeholt worden war. Der Schrank, in dem dann in der hintersten Ecke des Dachbodens jahrelang die leeren Einweckgläser staubfrei auf die nächste Ernte warteten, steht noch heute in meinem Arbeitszimmer, ein Relikt des Dresdner Bürgertums aus der Zeit der vorletzten
Es schien also klar, Dresden gab es nicht mehr, Dresden war Vergangenheit, es war ein Mythos. Bei uns kam nicht einmal der berühmte Christstollen aus Dresden, weil die Frauen damals noch jedes Jahr einige Wochen vor Weihnachten mit einem Handwagen voller Zutaten zum Bäcker zogen, der neben der Backstube auch eine Heißmangel betrieb.“

 

 1592149-ee5b38d606c304835b273c2065af5d83.jpg
Jens Wonneberger (Großröhrsdorf, 3 mei 1960)
Dresden 

 

 

De Duitse schrijver Klaus Modick werd geboren in Oldenburg op 3 mei 1951. Zie ook alle tags voor Klaus Modick op dit blog.

Uit: Die Schatten der Ideen

„Das Summen. Wie sehr fernes, fremdes Stimmengemurmel. Zur Melodie des Kühlschranks gehörte vielleicht auch ein Text. Eine Stimme aus dem Gestern. Oder Vorgestern. Aus einer Zeit, in der man sich Weine der Jahrgänge 40 folgende in den Keller gelegt hatte. Weine, die nie getrunken worden waren. Aber warum nicht? Ob die wohl noch trinkbar waren? Oder auf Weinauktionen bei Sammlern horrende Preise erzielen würden? Nicht sein Bier, gewiß, nicht einmal sein Wein, und trotzdem … Er nippte am Kaffee, steckte sich eine Zigarette an. Die Wirbel des Rauchs stiegen zur Decke. Der Ventilator zerschlug sie zu formlosem Dunst. Der Staub, den er im Keller aufgewirbelt hatte, müßte sich inzwischen wieder gesetzt haben. Einfach mal nachsehen. Die Stiege knarrte bei jedem Schritt. Von dem 48er Bordeaux Trimoulet Grand Cru gab es sieben Flaschen. Als er eine aus dem Regal zog, rutschte der Stapel auseinander, so daß die Flaschen nicht mehr übereinander, sondern nebeneinander auf dem Brett lagen und den Blick auf etwas freigaben, was sich zwischen den Flaschenböden und der Kellerwand befand - noch ein Stapel. Aber das waren keine Flaschen, sondern Bücher. Oder Schreibkladden? Daneben ein brauner Pappkarton mit dem aufgedruckten Schriftzug Western Union Delivery Service. Carlsen stellte die Flaschen vorsichtig auf den Boden und zog den Papierstapel nach vorn. Zehn Composition Books, gebunden in schwarz-weiß melierte Pappe, mit Leinenstreifen am Rücken verstärkt, Aufsatzhefte, wie sie in fast unveränderter Form auch heute noch am College benutzt wurden. 40 Sheets - 10 X 7 7/8 - College & Margin stand auf den Etiketten. Die Felder für Name, Class und Instructorwaren nicht ausgefüllt, die einzelnen Kladden jedoch durchnumeriert von 1 bis 10, die Ziffern in blauer Tinte mit energischem Zug geschrieben. Die 1 war kein einfacher Strich, wie im Amerikanischen üblich, sondern mit Aufstrich versehen,und auch die 7 wies den europäischen Querstrich auf. Was hielt Carlsen da in Händen? Aufsatzhefte aus dem Collegebetrieb der vierziger Jahre? Die linierten, an den Rändern vergilbten und verstaubten Blätter waren rechtsseitig gleichmäßig beschrieben; auf den linken Seiten standen mit Pfeilen und Kreuzen markierte Einschübe, Korrekturen oder Nachträge.“

 

 1592149-533acc071ada039889b4fb1ba39e6b07.jpg
Klaus Modick (Oldenburg, 3 mei 1951)

 

 

De Vlaamse dichter en schrijver Paul Bogaert werd geboren in Brussel op 3 mei 1968. Zie ook alle tags voor Paul Bogaert op dit blog.

 

Hoe opvallend

Hoe opvallend zijn de letters
op het draaiend, voortdurend ooit
beschaduwd oppervlak.
Wat een achtergrond! In het licht
daarvan kan niets onopvallend zijn.
Men kijkt het best op een afstand toe.
Straks komt er specie uit
de opening die zich ergens
concreet en zinvol instort.
Hoe veraf is het betonrot nu.

 

 

Select all

Ik zei: het zijn de zenuwen,
de dokter: het zijn ratten in uw lijf.
Ik sprak:
ga weg, leef zonder mij.

Nu ik alleen ben, resten mij de resten.
Zichtbaar alleen de glans op mij,
op de lege vinger na
het aanraken van de zelfontspanner.

 

 1592149-ca86ef81a91ece6d8b06be163e62e33a.jpg
 Paul Bogaert (Brussel, 3 mei 1968)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e mei ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 14:05 Reageer op dit bericht

Juan Gelman, Tatjana Tolstaja, Agnès Desarthe, Pierre Emmanuel, August von Kotzebue, Dodie Smith, Nélida Piñon, Soma Morgenstern

De Argentijnse dichter Juan Gelman werd geboren op 3 mei 1930 in Buenos Aires. Zie ook alle tags voor Juan Gelman op dit blog.

 

PLAATS XIX (heilige theresia)

en met een lichaam zo gekneusd / en koud /
een hart bevangen door de kou alsof
er geen ziel meer in zat / of waar nog adem
halen / sterven / de ziel tot leven brengen

dit dagenlang verduren / als
ondraaglijk lijden dat zichzelf verteert /
en de ziel strompelt maar verder door on-
troostbaarheid als jij / woord dat diep uit jou

vanbinnen kome / en geen pijn meer brenge /
geen kippenvel me geve / me niet dooddoe /
me niet tegenspoede / en me niet verstrooie /
kortom jij hou van me / jij hou van mij

 

 

Kanttekening II (heilige theresia)

met de liefde die me te buiten gaat en neerstroomt /
overal in het rond vreten zich de
beestjes vol die voer vinden in
jouw afwezigheid / of is het je aanwezigheid
die mij zo klein maakt als voeten die treurnis
vertrappen op de oever van wat gaat zingen /
als grote zegepraal waarin
mijn zielen klaarten zijn van jou?

 

Vertaald door Guy Posson en Stefaan van den Bremt.

 

 

 1592145-18d6de4069387ea138bd822dc7ababd1.JPG
Juan Gelman (3 mei 1930 – 14 januari 2014)

 

 

De Russische schrijfster Tatjana Tolstaja werd geboren op 3 mei 1951 in Leningrad. Zie ook alle tags voor Tatjana Tolstaja op dit blog.

Uit: See the other side

“The postcard—which he dropped in a mailbox, lightheartedly entrusting it to two unreliable postal services, the Italian and the Russian—depicts Heaven: the Lord sits amid a blindingly green paradise of eternal spring, white sheep grazing all around. Those two unreliable postal services had bent the corners of the postcard, but it didn’t matter—the message was received and everything could be seen.
If Heaven exists, then my father is there now. Where else would he be? The only thing is, he died—he died and he doesn’t write me postcards with exclamation points anymore; he no longer sends tidings from all parts of the globe: I’m here, I love you. Do you love me? Do you share my pleasure and joy? Do you see the beauty that I see? Greetings! Here’s a postcard! Here’s a cheap, glossy photograph—I was here! It’s wonderful! Oh, if only you could be here, too!
He travelled all over the world, and he liked the world. Now, as much as I can, I follow in his footsteps. I go to the same towns and try to see them through his eyes, try to imagine him young, turning that corner, climbing those steps, leaning on the railing of the embankment with a cigarette between his teeth.
This time I’m in Ravenna, a stuffy, exhausting place, like all tourist destinations where crowds fill narrow streets. It’s a dead, hollow, hot town, with no place to sit down. The tomb of Dante, exiled from his native Florence. The tomb of Theodorich. The mausoleum of Galla Placidia, sister of Flavius Honorius, the very man who made Ravenna the capital of the Western Empire. Fifteen centuries passed. Everything changed.”

 

 1592145-a926629362d3c4c2c260b20618577784.jpg
Tatjana Tolstaja (Leningrad, 3 mei 1951)

 

 

De Franse dichteres en schrijfster Agnès Desarthe werd geboren op 3 mei 1966 in Parijs. Zie ook alle tags voor Agnès Desarthe op dit blog.

Uit: Comment j'ai appris à lire

« Je suis née au mois de mai 1966. À cette époque, les hommes, même jeunes, portaient des costumes, des cravates, et parfois des chapeaux. Les femmes avaient des sous-vêtements à armatures, des gaines, des guêpières. Leurs seins, projetés vers l'avant par les coutures, les baleines - que sais-je ? -, étaient pointus, coniques, très durs. Il n'y avait pas de télévision. Nous possédions un téléphone, parce que mon père était médecin, mais tous les foyers n'en étaient pas équipés.
Deux ans plus tard, certaines choses changèrent.
Cependant, sur la photo prise lors d'un anniversaire auquel nous avions été invités, mon frère et moi - disons que c'était vers fin 67 -, je pose, conventionnelle et sérieuse, inconsciente de la révolution imminente : genoux de bébé en X, chaussures vernies aux pieds, robe immaculée et raide, très fière de mon sac à main blanc à fermoir doré. A dix-huit mois, j'ai l'air d'avoir soixante-treize ans.
Un matin du printemps suivant, je déclare, cartable au dos, que je désire aller à l'école. Ma mère m'y conduit (à l'époque, on n'avait pas besoin de s'inscrire... ou peut-être Pétais-je déjà). Je déteste ça. À onze heures trente, le même jour, j'affirme que je n'y retournerai jamais.
Je ne retournerai jamais à l'école, dis-je, avec l'élocution parfaite qui enorgueillissait mes parents, et mon autorité naissante qui ne devait pas les rassurer. Pourtant, quelques mois plus tard (a-t-on laissé passer l'été ?), j'y entre pour de bon. Pour toujours, ai-je envie d'écrire.”

 

 1592145-e2f7d3075cd233baf27f64bdb376f5a8.jpg
Agnès Desarthe (Parijs, 3 mei 1966)

 

 

De Franse dichter en schrijver Pierre Emmanuel (eig. Noël Mathieu) werd geboren op 3 mei 1916 in Gan (Pyrénées-Atlantiques). Zie ook alle tags voor Pierre Emmanuel op dit blog.

 

Naître

Plus je regarde à mon passé
Et plus je m'apparais béant
Terreur d'être sans fondement
O ma mère terre où es-tu

Tant aimé j'ai aimé si peu
Qu'encore aujourd'hui je ne sais
Quel sens donner au mot donner
O ma mère terre où es-tu

Pardonnez-moi j'ai trop reçu
Sans en être jamais conscient
Coupable de ce manquement
O ma mère terre où es-tu

Toi qui seule m'auras manqué
Jamais je ne fus ton enfant
Vieux je t'appelle maintenant
O ma mère terre où es-tu

La lie du non-amour sans fond
Me vient aux lèvres comme aux yeux
C'est son dégoût qu'en tout je veux
O ma mère terre où es-tu

Qui me rendra ce goût perdu
Sans l'avoir possédé jamais
D'avoir aimé ce que j'aimais
O ma mère terre où es-tu

Cette mort que je sens en moi
Me tendre un sein bruni au brou
Et me bercer au fond du trou
O ma mère terre est-ce toi

Aimer c'est naître de ma mort
Quelqu'un avec ma propre voix
A grand effort m'arrachera
O terre ô mère qui me tues

 

 1592145-9789289aacc64c981cef361b5db10eaf.jpg
Pierre Emmanuel (3 mei 1916 – 24 september 1984)

 

 

 

De Duitse dichter en toneelschrijver August Friedrich Ferdinand von Kotzebue werd in Weimar geboren op 3 mei 1761. Zie ook alle tags voor August von Kotzebue op dit blog.

 

Ariette

Das war ein Tier, mein Mauleselein!
Konnt' alle Tag' ein Ratsherr sein,
trat einher mit festem Schritte,
ging auf dem Wege stets in der Mitte,
reckte bei jedem Schall das Ohr
zwanzig Zoll hoch zierlich empor,
trug ohne Murren, wie Menschen nie pflegen,
schwere Lasten auf schweren Wegen,
scheute nicht Hitze, scheute nicht Frost,
nahm verlieb mit magerer Kost;
schritt so sicher auf glattem Eise,
sprach kein Wörtchen auf der Reise.

 

 

O, der Krieg, der Krieg!

O, der Krieg, der Krieg! Was die Natur
Mit stillen Fleiß in langen Jahren schafft,
Zerstört ein Augenblick des blut'gen Wahnsinns,
Es muss der blinden Habgier alles weichen;
Zu jedem Greuel sinkt sie tief hinab;
Es häuft der Mensch auf Leichen frische Leichen
Und düngt mit Blut doch nur sein eignes Grab.

 1592145-68d8ba2b3346f41f57361bb9781802a6.jpg
August von Kotzebue (3 mei 1761 - 23 maart 1819)
Cover biografie 

 

 

De Engelse schrijfster Dodie Smith werd geboren op 3 mei 1896 in Whitefield. Zie ook alle tags voor Dodie Smith op dit blog.

Uit: The Hundred and One Dalmatians

‘Ladies and gentlemen,’ she said, dramatically, ‘puppies are arriving earlier than expected. Mr and Mrs Dearly ask you to remember that Missis has never before been a mother. She needs absolute quiet.’
There was an instant silence, broken only by a stifled sneeze. Then the guests rose, drank a whispered toast to the young mother, and tiptoed from the house.
All except Cruella de Vil. When she reached the hall she went straight to Nanny Butler, who was seeing the guests out, and demanded:
‘Where are those puppies?’
Nanny Butler had no intention of telling, but Cruella heard the Dearly voices’ and ran upstairs. This time she was wearing a black satin dress with ropes of pearls, but the same absolutely simple white mink cloak. She had kept it round her all through dinner, although the room was very warm (and the pepper very hot).
‘I must, I must see the darling puppies,’ she cried.
The cupboard door was a little open. The Dearlys were inside, soothing Missus. Three puppies had been born before Nanny Butler, on bringing Missus a nourishing chicken dinner, had discovered what was happening.
Cruella flung open the door and stared down at the three puppies.
‘But they’re mongrels – all white, no spots at all!’ she cried. ‘You must drown them at once.’
‘Dalmatians are always born white,’ said Mrs Dearly, glaring at Cruella. ‘The spots come later.’
‘And we wouldn’t drown them even if they were mongrels,’ said Mrs Dearly, indignantly.”

 

 1592145-c3afa5a23b83a919a8edda3cbf6ec5e8.jpg
Dodie Smith (3 mei 1896 – 24 november 1990)

 

 

 

De Braziliaanse schrijfster Nélida Piñon werd geboren op 3 mei 1937 in Rio de Janeiro als dochter van Spaanse immigranten. Zie ook alle tags voor Nélida Piñon op dit blog.

Uit: La maison de la passion (Vertaald door Geneviève Leibrich)

« Je me sacrifierai au soleil, mon corps est pétri de mousses et d'herbes antiques, ceux de ma maison ont fait de ma sueur plaies et élixirs, jusqu'à mon père qui attend mon sommeil dans l'espoir d'extraire de ma sueur l'effet bienfaisant de mes vices, de mes vaines métamorphoses, car je ne cesse de me transformer au contact des arbres, des ombres, de la mémoire d'un corps vénéré au temps des sacrifices au soleil, ce soleil qui embrase mes reins, qui effeuille ma peau avec une rudesse si tactile que je deviens eau dans la coupe, j'en épouse les contours, je suis la chair que le soleil dénude... »

 

Uit:I love my Husband (Vertaald door Annick Moreau)

« Que veux-tu de plus, femme, nous sommes mariés sous le régime de la communauté, cela ne te suffit pas ? Il affirmait que j’étais une partie de son avenir, un avenir qu’il avait seul pourtant le droit de construire. Alors, j’ai compris que la générosité de l’homme m’autorisait à n’être que la maîtresse d’un passé dont les règles étaient dictées par la vie commune. »

 

 1592145-1354527cb880da179924fd03d92ab598.jpg
Nélida Piñon (Rio de Janeiro, 3 mei 1937)

 

 

De Duitse schrijver Soma Morgenstern (eig. Salomo) werd geboren op 3 mei 1890 in Budzanów in Oostgalicië. Zie ook alle tags voor Soma Morgenstern op dit blog.

Uit: Joseph Roths Flucht und Ende

»Diesmal führte er mich in eine abseitige Allee, wo es zu dieser Tageszeit menschenleer war. Als wir dort im Schatten saßen, sagte er zu mir: ›Weißt du, warum ich dich hierhergeschleppt habe? Ich wollte dich bitten, daß du mir meine zwei Lieblingslieder singst. In unserem Zimmer im Hotel ist vermutlich niemand zum Singen und auch nicht zum Hören aufgelegt.‹ Ich sang ihm also zuerst das jüdische Lied Es war einmal eine Geschichte, und auf sein weiteres Drängen auch das ukrainische Hyla, hyla. Mit beiden Händen auf seinen Stock gestützt, gesenkten Kopfs, hörte er zu, dann schwieg er eine lange Zeit, und ich sah, wie seine Tränen auf seine bleichen Hände fielen.
Mir stockte der Atem. Ich hatte Roth in nüchternem Zustand noch nie offen weinen sehn. Es war das letzte Mal, daß ich ihm ein Lied gesungen habe. Es war sein letzer Spaziergang. «

 

 1592145-fa745eade55cdbba6dba5cc1c18a6e65.jpg
Soma Morgenstern (3 mei 1890 – 17 april 1976)
Cover 

Geschreven door Romenu om 13:47 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten