Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Klaus Rifbjerg, Indrek Hirv, Jan Greshoff, Ingo Schulze, Simone van der Vlugt, Edna O’Brien, Hans Carossa, Nicolas Gilbert

De Deense dichter en schrijver Klaus Rifbjerg werd geboren op 15 december 1931 in Kopenhagen. Zie ook alle tags voor Klaus Rifbjerg op dit blog.

 

Die Stühle

Die Dünung ist ruhig
regelmäßig
kommt und geht.

Es ist nicht tief hier
und wenn das Meer sich zurückzieht
sitzen alle meine Freunde
auf ihren Stühlen.

Mit bloßen Füßen
die Hosenbeine hochgerollt.
Sie haben keine Angst.

Die Wellen brausen und schäumen
laufen über ihre Füße
verschwinden dann wieder
murmelnd.

Meine Freunde sitzen etwas
zu weit voneinander entfernt
um ein Gespräch zu führen.
Das Meer macht Lärm
und tatsächlich sieht es so aus
als wären sie nur interessiert an
ihrer eigenartigen Lage.
Dämmerung herrscht
die Sonne rollt sichtbar widerwillig
im Westen hinab.
Die Dunkelheit naht.

Ich strenge meine Augen an
um sie allesamt zu sehen.
Schwer unterscheidbar. Schwer
in all dem einen Sinn zu erkennen.
Ich lächele und lächele
hebe die Hand und winke.

Jetzt kommt die Gezeitenwelle
es steigt die Flut.
Das Wasser reicht schon übers Knie.
Doch keiner erhebt sich.
Nicht einer der Freunde verläßt seinen Platz.

Einige verbergen das Gesicht
in den Händen
und einer sieht weg
doch selbst als das Wasser den Hals erreicht
bleiben sie sitzen.

Unter dem glühend ins Schwarz sich färbenden Himmel
renne ich
angstvoll und verwirrt
umher auf dem Strand
niedergedrückt von der ertränkenden Unbeweglichkeit.
Schließlich zerbricht das Meer die Stühle
und hier und dort greift eine Hand
nach den Resten
ein Gesicht leuchtet weiß
es gurgelt in einem Mund.

Der Arbeit ist nicht nachzukommen am Strand
die verfügbaren Rettungsmethoden
sind ineffektiv und veraltet.
Stöhnend werfe ich mich
über die offenen Münder
schnell aber bin ich ermattet
und wer hat den Vorrang
wer?

Der Morgen spült letzte Wrackteile
den Strand hinauf
während der Himmel zerreißt:
ein aufgeblähtes Lungengewebe
über den letzten Krämpfen.


Vertaald door Lutz Volke

 1987394-40c296d55ca97897f92e433bb5729afa.jpg
Klaus Rifbjerg (Kopenhagen, 15 december 1931)

 

 

De Estse dichter, beeldend kunstenaar en vertaler Indrek Hirv werd geboren op 15 december 1956 in Kohila. Zie ook alle tags voor Indrek Hirv op dit blog.

 

olives deep in my mid-winter pocket

olives deep in my mid-winter pocket
I sleep by day — I keep watch by night
a birch in the south — at home I'm a vine
at peace and pacing — at the same time

olives deep in my mid-winter pocket
my mind drifts — steel and glass surround
I give heed to the dead — and at their behest
plant my feet firmly here on home ground

 

Vertaald door Miriam McIlfatrick

 

À toi

À toi
qui appartiens à la nuit de novembre
comme le cavalier à la selle
comme l’épée au sang
je veux aujourd’hui te jurer
une infidélité éternelle

D’un pas de maître d’armes
tu me poursuis
de vie en vie
tu rends sensées et ridicules
mes plus audacieuses folies
tu veilles en sage-femme exercée
sur mes métamorphoses

Et si un jour le temps doit venir
de la vengeance
je jure
de renoncer devant toi
à la mort la plus belle

 

Vertaald door Antoine Chalvin

 

 1987394-497b3b75f4824f9012830ea8dab55353.jpg
Indrek Hirv (Kohila, 15 december 1956) 

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Jan Greshoff werd geboren op 15 december 1888 in Nieuw Helvoet. Zie ook alle tags voor Jan Greshoff op dit blog.

 

Bildung

Waarom leert men op school een schuldloos kind
Latijn en Grieks en niet de donker talen
van zeemeerminnen en van nachtegalen
van het water, de wolken en de wind?

 

 

Liefdesverklaring

Ik houd zo van die donkre burgerheren
Die langzaam wandlen over 't Velperplein
In deze koele winterzonneschijn:
De dominee, de dokter, de notaris
En 't klerkje dat vandaag wat vroeger klaar is.
Maar 't kan verkeren.

Zo onmiskenbaar ziet men aan hun kleren
Dat zij rechtvaardig zijn, terwijl de plicht
Die eedle lijnen groefde in hun gezicht:
De dominee, de dokter, de notaris,
Drievuldig beeld van al wat wijs en waar is.
Maar 't kan verkeren.

Op aarde valt voor hen niets meer te leren,
Zij zijn volkomen gaaf en afgerond,
Oud-liberaal, wantrouwend en gezond:
De dominee, de dokter, de notaris,
Voor wie de liefde zelfs zonder gevaar is.
Maar 't kan verkeren.

Zij gaan zich nu voorzichtig laten scheren,
Om daarna, met ervaring en verstand,
Een glas te drinken op het heil van 't land:
De dominee, de dokter, de notaris.
'k Weet geen probleem dat hun na zes te zwaar is.
Maar 't kan verkeren.

Ik houd zo van die zindelijke heren,
Levende monumenten op het plein
In deze veel te heldre winterschijn:
De dominee, de dokter, de notaris,
Die denken dat uw dichter niet goed gaar is.
Maar 't kan verkeren!

 

 1987394-b631ae6fd8a45fd99235555690d1c6bb.jpg
Jan Greshoff (15 december 1888 – 19 maart 1971)
Cover

 

 

De Duitse schrijver Ingo Schulze werd geboren in Dresden op 15 december 1962. Zie ook alle tags voor Ingo Schulze op dit blog.

Uit: Simple storys

„Wir standen bei einer Tankstelle. Irgendwas war mit dem Motor oder dem Auspuff. Es schneite auf die Schirme, und die Autos fuhren mit Licht, richtiges Pannenwetter. Unser Fahrer
suchte ein Telefon. Ich weiß noch genau, wie er dann die Unterarme bewegte, so über Kreuz, hin und her. Gabriela verkündete, daß wir auf den Werkstattservice warten müßten.
Sie schlug vor, Perugia und seine Sehenswürdigkeiten zu besichtigen.
Wir holten unsere Mäntel heraus und liefen im Gänsemarsch zur Altstadt hinauf, Gabriela und der Bergsteiger vorneweg. Der war aufgebracht und bestand darauf, nach Assisi gefahren zu werden, das bei gutem Wetter angeblich von hier aus zu sehen sei. »Zum Greifen nah«, hat er immer wieder gesagt. Dabei war es ein Mordsglück, daß wir nicht irgendwo auf der Autobahn oder der Landstraße herumirren mußten.
Auf dem Fußweg blieb der Schnee inzwischen liegen. Kunstmuseum und Kirchen waren geschlossen, Mittagspause. Gabriela führte uns um den Maggiore-Brunnen, sagte einiges zum Rathaus und zur Kathedrale, die riesig wirkte, weil ihre Mauern im Nebel verschwanden. Seit über 500 Jahren stehe die Fassade unverkleidet da, worauf eine Frau aus Plauen meinte, daran gemessen schneide die DDR gar nicht schlecht ab. So spottete sie ständig. Ernst reagierte nie. Er überhörte das einfach.
Am Marktplatz verteilte sich die Gruppe auf verschiedene Lokale. Unseres hieß »Victoria«.
Bisher hatten wir nur für den Dante-Teller und ein paar Tassen Kaffee Geld ausgegeben. Deshalb beschlossen wir, uns etwas zu bestellen. Der Kellner schlängelte sich in seiner langen weißen Schürze um die wenigen Tische, die nun auf einen Schlag besetzt waren. Manchmal erstarrte er mitten in der Bewegung und reckte seinen Oberkörper einem Rufer entgegen.“

 

 1987394-53a24295864865fbce2447086ebfb404.jpg
Ingo Schulze (Dresden, 15 december 1962

 

 

De Nederlandse schrijfster Simone van der Vlugt werd geboren in Hoorn op 15 december 1966. Zie ook alle tags voor Simone van der Vlugt op dit blog.

Uit: Het laatste offer

“Bij nader inzien doet de naam Bogaards wel een belletje bij Birgit rinkelen, al zou ze niet kunnen zeggen waar of wanneer ze iets over hem gehoord of gelezen heeft. Jef licht haar met een paar zinnen in. Zijn vader is een vrij bekend archeoloog, die onlangs werkzaam was bij een opgraving in Egypte. Soms hadden ze wekenlang geen contact met elkaar, maar een maand geleden belde zijn vader hem, in grote staat van opwinding over een belangrijke ontdekking. Hij wilde er over de telefoon niet te veel over kwijt, bang dat hij werd afgeluisterd, en hij klonk behalve opgewonden ook erg opgejaagd. Hij wilde de ontdekking nog even voor zichzelf houden zodat hij die rustig kon bestuderen, maar hij had het gevoel dat hij in de gaten werd gehouden. Hij zei dat hij Jef ’s avonds terug zou bellen, maar de telefoon was niet meer gegaan.
‘Sindsdien heb ik niets meer van hem gehoord.’
Jef strijkt met een ongerust, nerveus gebaar door zijn dikke donkerblonde haar. ‘Hij reageert niet op mijn sms’jes en ik krijg zijn voicemail als ik hem bel.’
‘Waar ergens in Egypte zat je vader?’ vraagt Eline.
‘In Karnak. Daar ligt een groot tempelcomplex dat hij aan het onderzoeken was.’ Jef loopt naar het raam en kijkt door een kier in het gordijn. ‘Normaal gesproken zou ik me niet zo ongerust maken, mijn vader en ik hadden wel vaker lange tijd weinig contact. Maar de afgelopen week zijn er een paar incidenten geweest die volgens mij met elkaar te maken hebben. Eerst was er een auto die op me inreed en vervolgens werd er ingebroken in mijn huis. Ik werd gewaarschuwd door een buurvrouw, die een man met een donker uiterlijk mijn huis had zien binnengaan. Ze belde de politie, die meteen kwam. Waarschijnlijk is die man toen op de vlucht geslagen. Ik denk dat hij me op zat te wachten, want er ontbrak niets en hij had ook nergens aan gezeten. Er stond alleen een leeg bierflesje op tafel. “

 1987394-98ba20af1b766de638e9fe0af27100de.jpg
Simone van der Vlugt (Hoorn,15 december 1966)
Cover

 

 

De Ierse schrijfster Edna O’Brien werd geboren op 15 december 1930 in Tuamgraney (County Clare). Zie ook alle tags voor Edna O’Brien op dit blog.

Uit: De rode stoeltjes (Vertaald door Paul Bruijn en Molly van Gelder)

“Gilgamesj waste het stof van zijn reizen uit zijn haar, wierp zijn vuile kleren af, hulde zich in schone nieuwe gewaden; om zijn schouders een met franje versierde mantel, omgord met een schitterende sjerp.
Het dorp ontleent zijn naam aan de rivier. Het gevaarlijk razende water kolkt met een manische vrolijkheid, stukken hout en blokken ijs met zich meevoerend. In de poeltjes, waar het water aan de zijkant wordt ingesloten, doemen glimmende stenen uit de bedding op, blauw, zwart en paars, volmaakt glad en rond, als een nest grote eieren in een emmer water. Het kabaal is oorverdovend.
In het Folk Park druipt het smeltende ijs met een zacht gemurmel van de rankste takjes van de overhangende bomen en krijgt de hoepelvormige metalen sculptuur, een doorn in het oog van veel bewoners, een fraai aanzien door een grillig halssnoer van ijspegels, blauwachtig in de ijskoude nacht. Had de vreemdeling zich verder gewaagd, dan had hij de vlaggen uit allerlei landen gezien, een blijk van het kosmopolitische karakter van het plaatsje, en als eerbetoon aan vroeger tijden staan er oude landbouwmachines: een maaidorser, een molensteen en een replica van een Ierse cottage uit de tijd dat de boeren in hutjes woonden en brandnetels aten om niet te verhongeren.
Hij blijft op de oever staan, als gebiologeerd door het water.
De bebaarde man met zijn lange zwarte jas en witte handschoenen kijkt op het smalle bruggetje naar de bruisende stroom, en daarna kijkt hij, schijnbaar een beetje verloren, om zich heen; zijn aanwezigheid is het enige buitenissige op die eentonige winteravond in dat vrieskoude gat dat voor een dorp moet doorgaan en Cloonoila heet.”

 

 1987394-7cd116e769a9bde6ade65c60fbfe7c1b.jpg
Edna O’Brien (Tuamgraney, 15 december 1930)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Hans Carossa werd geboren op 15 december 1878 in Bad Tölz. Zie ook alle tags voor Hans Carossa op dit blog.

Uit: Briefe an Ernst Reiner

"Abs: Dr. Hans Carossa
31. Dezember 1943
Rittsteig, Post Schalding,
Nieder-Bayern

Lieber Herr Ernst Reiner,
gerade noch vor Ende des alten Jahres erreichen mich Ihre warmen Zeilen, für die ich Ihnen vielmals danke. Es ist mir eine besondere Freude, zu sehen, wie treulich Sie die geistige Verbindung mit der Heimat aufrechterhalten, der Sie das Schicksal so weit entrückt hat, aber Sie sind jung und dürfen hoffen, nach Ihrer Rückkehr wieder eine beruhigte Zeit zu erleben; dann werden sich die Tage, die Ihnen jetzt, unter dem fremden Himmel, zuweilen schmerzlich sind und wie verlassen vorkommen, vielleicht in wertvolle Erinnerungen verwandeln, die Ihrer Arbeit zugute kommen.
Sehr gern würde ich Ihnen eines meiner wenigen Bücher schicken, weiß nur noch nicht recht, welches Ihnen gegenwärtig am ehesten zusagen könnte. Vielleicht sende ich nach den Feiertagen »Das Jahr der schönen Täuschungen« und etwas später die Gedichte, unter welchen sich allerdings die in den letzten zwei Jahren entstandenen nicht befi nden. Diese scheinen mir einen anderen Ton zu haben als die früheren und werden sich eher zu einer Sonderausgabe eignen, die ich Ihnen, wenn es einmal so weit ist, gern übermittle.
Sie schreiben, Sie hätten Ihre Schwester gebeten, einige Zeilen an mich zu richten. Ich erinnere mich nicht, eine Nachricht von ihr erhalten zu haben; da ich aber manchmal krank, manchmal auf Reisen war und über dies meinen Wohnort gewechselt habe, so ist es nicht unmöglich, daß noch irgendwo ein Brief ungeöffnet liegt.
Bei uns ist erst heute der Winter eingekehrt. Ein Schneesturm fegt übe die Donaulandschaft, in der ich seit Jahren lebe; in wenigen Stunden werden die Neujahrsglocken läuten.
Mit herzlichen Wünschen für Sie und Ihre Kameraden
grüßt Sie Ihr Hans Carossa“

 

 1987394-e25d73e57957c553bb1efe36111a536a.jpg
Hans Carossa (15 december 1878 - 13 september 1956)

 

 

De Franse dichter Nicolas Gilbert werd geboren in Fontenoy-le-Château (Vosges) op 15 december 1750. Zie ook alle tags voor Nicolas Gilbert op dit blog.

 

Le dix-huitième siècle (Fragments)

... J'aurais pu te montrer nos duchesses fameuses,
Tantôt d'un histrion amantes scandaleuses,
Fières de ses soupirs, obtenus à grand prix,
Elles-même aux railleurs dénonçant leurs maris,
Tantôt, pour égayer leurs courses solitaires,
Imitant noblement ces grâces mercenaires,
Qui, par couples nombreux, sur le déclin du jour,
Vont aux lieux fréquentés colporter leur amour ;
Contents d'un héritier, comme eux frêle et sans force,
Les époux, très amis, vivant dans le divorce ;
Vainqueurs des préjugés, les pères bienfaisants,
Du sérail de leurs fils eunuques complaisants ;
De nouvelles Saphos, dans le crime affermies,
Maris de nos beautés sous le titre d'amies ;
Et de galants marquis, philosophes parfaits,
En petite Gomorre érigeant leurs palais.

 

 1987394-3f392898989e4694d0e9d2df6bb27a14.jpg
Nicolas Gilbert (15 december 1750 – 16 november 1780)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 15e december ookmijn blog van 15 december 2013 deel 2.

 

Geschreven door Romenu om 18:32 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

De blogger leest alles eerst na: je tekst verschijnt zodra die goedgekeurd is.

Gerard Reve, Boudewijn Büch, Hervé Guibert, Paul Eluard, Helle Helle, Regina Ullmann

De Nederlandse dichter en schrijver Gerard Reve werd op 14 december 1923 in Amsterdam geboren. Zie ook alle tags voor Gerard Reve op dit blog.

Uit: Op weg naar het einde

“Intussen is, terwijl we nog niet eens vertrokken zijn, de plee om de hoek al volgekotst en grondig verstopt. Het is, als altijd op een schip, veel te warm, en de lucht van minerale olie en opgewarmde gebakken vis, gemengde wierook der maritieme zwaarmoedigheid, maakt mijn stemming niet joliger.
Het montere tweetal gaat, misschien wegens mijn voortdurende geloer, verder weg zitten en plaatst zich vlak voor een zeer knap gelijkend, elektriek gevoed, imitatie kolenvuur. (Door welks aanblik ik mij opeens herinner dat ik jaren geleden, in een hotel in Bremen, snacht op de overloop, op een guéridon, in een vaas, een bos rozen met lampjes erin heb gezien — niet van het gewone, vulgaire soort zoals men ze op de Nieuwendijk kan kopen, maar elke roos verschillend wat betreft de dichtheid van de kelk, elke roos om zo te zeggen een individu.)
Inmiddels wordt mijn bewering over de eersteklasse reizigers aangevochten: een jongen van omtrent zeventien jaar, in verschoten blauwe lifterskleding, komt de lounge binnen, blijft enige tijd zitten, eet eenappel, en spreekt zijn reisgezel die even lelijk is als hij hartverscheurend mooi, in een stoterige, hese woordenstroom toe, die mij dwingt om sneller en dieper adem te halen. Hij wijzigt gelukkig niets aan zijn kleding, noch doet hij iets aan zijn haar, dat regen en wind op volmaakte wijze boven zijn grijze ogen hebben gearrangeerd. Mijn droomprins gaat achterover liggen op een van de zwart
lederen zitbanken, en dit is het ogenblik waarop de kellner moet ingrijpen: heeft meneer een hut? Neen. Reist hij eersteklas? Neen. Dan mag hij hier alleen blijven als hij zestien shilling suppletie betaalt, en voor nog enige shillings meer kan hij een bed huren. Het tweede bed in mijn hut is onbezet.
Een dagdroom suist door mij heen, een avonddroom, een zeedroom. Maar hoe moet ik hem door al die gangen krijgen, waar bij iedere kruising weer een andere zieke penguin op wacht zit achter een met kaartjes, volgnummers en sleutels belegd tafeltje? De jongen grijnst brutaal, verdwijnt met zijn reisgezel, en ik ga nu maar naar bed. Niet mijn, maar uw wil geschiede. Zo vaak ik een hut op een schip met een ander gedeeld heb, is het trouwens altijd een jongeman geweest van weliswaar nog een eind onder de dertig, maar met reeds een dik en uitdrukkingsloos gezicht, een lijkwitte huid onder twee lagen ondergoed, een zeer slecht figuur, een nare zeeplucht, en een das met stippeltjes — generlei herkomst, noch enig doel bezittend, en geen enkele opmerking of mededeling van mij begrijpend, zodat ik tenslotte meer en meer neig naar de overtuiging dat het doden zijn geweest, door wraakzuchtige landgoden veroordeeld om in eeuwigheid des nachts over de zeeën te varen. Men kan beter een hut alleen hebben, dan deze met zulke onheildragers te delen.”

 

 1987064-1cac0506cf50d57a5543625f499b536c.jpg
Gerard Reve (14 december 1923 – 8 april 2006)
In 1963

 

 

De Nederlandse dichter, schrijver en televisiemaker Boudewijn Maria Ignatius Büch werd geboren op 14 december 1948 in Den Haag. Zie ook alle tags voor Boudewijn Büch op dit blog.

Uit: Geestgrond

“Winkler praatte niet graag wanneer hij vloog. Al sinds zijn eerste vliegtochtje gaf hij er de voorkeur aan tijdens een vlucht te mijmeren en een beetje over zijn leven na te denken. Dat gemijmer had niets
filosofisch.
Winkler had geen denkmodellen en bezat geen diepere gronden wanneer hij vloog. Toen hij de eerste keer in een vliegtuig zat – een kwartier boven de bollenvelden met zijn lagere-schoolklas in een
propellertoestel - vond hij onmiddellijk dat vliegen slechts voor twee dingen bedoeld kon zijn: ergens zo snel mogelijk aankomen en ergens zo snel mogelijk wegkomen. Tijdens een vlucht kon Winkler mijmeren, bijvoorbeeld over een kastje dat hij thuis wilde laten timmeren, een manier om knipsels beter op te bergen of hoe hij zijn tuin kon laten herinrichten tot een grafveld.
Boven de Bering Zee bedacht Winkler een manier om beter met de eenzaamheid om te gaan. Niet een methode die gestoeld zou zijn op religieuze of psychologische principes, maar gewoon een wijze van het vullen van de tijd, zodat hij niet de kans kreeg om zich te beklagen over oprispingen van alleen-zijn. Want de eerlijkheid gebiedt te schrijven dat Winkler wel eenzaam wilde zijn, maar de eenzaamheid niet altijd kon verdragen.
Sinds zijn vroege jeugd hield Winkler zich bezig met eenzaamheidsbestrijding. Van gesprekken met jongens op school hield hij niet, van clubvorming (zijn voorzitterschap van een volstrekt onschuldige jeugdbende leidde tot niets anders dan kinderachtige schoolpleinconflicten) had hij al snel zijn bekomst gehad en de vijf weken dat hij lid van een figuurzaagclub was geweest maakten hem - als hij er vijfendertig jaar later aan dacht - nog van streek.”

 1987064-9df279df3c55b4478a638c224f5ce7b3.jpg
Boudewijn Büch (14 december 1948 – 23 november 2002)

 

 

De Franse schrijver Hervé Guibert werd geboren op 14 december 1955 in Saint-Cloud. Zie ook alle tags voor Hervé Guibert op dit blog.

Uit:Des aveugles

“J'ai beaucoup voyagé, dit Taillegueur à Josette, et j'en ai connu beaucoup de voyants, j'ai conversé avec eux, j'ai couché avec eux, je les ai questionnés, j'ai écouté leurs rêves, j'en ai torturé certains pour qu'ils me disent ce qu'ils n'auraient jamais osé, ou ce qu'ils se disent seulement entre eux, ou à la confession, ou sur le papier, et tu ne peux pas savoir comme leur âme est confuse et encombrée, fourbe, pleine de détours et de recoins, remplie à ras bords et sans cesse débordante, fuyante et tortueuse, tu ne peux pas imaginer tous leurs vices car ils semblent les fabriquer à plaisir, et tu ne peux pas imaginer leur connaissance car chez la plupart elle est infinie et inutile, et ce qu'ils érigent en beauté qui est moins que le vent, et leur régime stupide des distances et des perspectives, et la vénération des crottes de couleurs, et le culte d'eux-mêmes et le culte du soleil qui sécrète leurs cancers, tu ne peux l'imaginer, mais je te l'apprendrai, je connais l'âme des voyants mieux que n'importe quel voyant.
(…)

Quand ils firent connaissance, Robert se passionnait à étudier la résistance au frottement des objets, et Josette à les définir à la pointe de sa langue. Robert avait les poches pleines de cailloux, de billes, de petits morceaux de bois, de tessons de bouteille, il les frottait les uns contre les autres, ou simplement entre deux doigts il en grattait l'asphalte de la cour, jusqu'à ce qu'il sente un échauffement, alors il les mettait à son nez pour renifler le brûlé. Josette était habituée à ses bruits de manipulation. Non loin du coin où il se terrait, car il était sauvage, elle procédait tout autrement, à peu près avec les mêmes objets, elle les approchait du bout de sa langue pour en tester le sel, le cuivre, la poussière, le verre, le moisi. »

 

 1987064-33706fdd98244b6d638aed5e8edc7c1c.jpg
Hervé Guibert (14 december 1955 – 27 december 1991)

 

 

De Franse dichter en schrijver Paul Eluard werd geboren op 14 december 1895 in Saint Denis. Zie ook alle tags voor Paul Eluard op dit blog.

 

L'amoureuse

Elle est debout sur mes paupières
Et ses cheveux sont dans les miens,
Elle a la forme de mes mains,
Elle a la couleur de mes yeux,
Elle s'engloutit dans mon ombre
Comme une pierre sur le ciel.
Elle a toujours les yeux ouverts
Et ne me laisse pas dormir.
Ses rêves en pleine lumière
Font s'évaporer les soleils,
Me font rire, pleurer et rire,
Parler sans avoir rien à dire

 

 

L'aube impossible
Le grand enchanteur est mort! et ce pays d'illusion s'est effacé (Young)

C'est par une nuit comme celle-ci que je me suis privé du langage pour prouver mon amour et que j'ai eu affaire à une sourde.
C'est par une nuit comme celle-ci que j'ai cueilli sur la verdure perpendiculaire des framboises blanches comme du lait, du dessert pour cette amoureuse de mauvaise volonté.
C'est par une nuit comme celle-ci que j'ai régné sur des rois et des reines alignés dans un couloir de craie! Ils ne devaient leur taille qu'à la perspective et si les premiers étaient gigantesques, les derniers, au loin, étaient si petits que d'avoir un corps visible, ils semblaient taillés à facettes.

C'est par une nuit comme celle-ci que je les ai laissés mourir, ne pouvant leur donner leur ration nécessaire de lumière et de raison.

C'est par une nuit comme celle-ci que, beau joueur, j'ai traîné dans les airs un filet fait de tous mes nerfs. Et quand je le relevais, il n'avait jamais une ombre, jamais un pli. Rien n'était pris. Le vent aigre grinçait des dents, le ciel rongé s'abaissait et quand je suis tombé, avec un corps épouvantable, un corps pesant d'amour, ma tête avait perdu sa raison d'être. C'est par une nuit comme celle-ci que naquit de mon sang une herbe noire redoutable à tous les prisonniers.

 1987064-4c9fffafba40a71bc9337bd6609cff2b.png
Paul Eluard (14 december 1895 - 18 november 1952)
Hier met Picasso (rechts)

 

 

De Deense schrijfster Helle Helle werd geboren als Helle Krogh Hansen in Nakskov op 14 december 1965. Zie ook alle tags voor Helle Helle op dit blog.

Uit:Remains (Vertaald door Mark Kline)

“He walks down in stocking feet, I walk up to my apartment and stir the stew. I take the cream out of the refrigerator, pour some in the pot, put the cream back. Then I hear how he wrestles the dresser up the basement steps and sets it down in the hall. He yells up to me, asking if he could bother me one more time, if I have a flashlight he could borrow? Because he can`t find the picture but it`s down there for sure on the floor somewhere and there is still no light down there, just like he thought. I yell down to him that yes, of course.
I don't own a flashlight. For whatever reason, though, I look for one, rattling drawers so he can hear me. I end up bringing him a candle and a box of matches.
This is way too dangerous, he says. Nobody should be walking around this basement carrying a candle, all these paint cans, it`s an absolute fire trap. But maybe if I come down with him and just concentrate on holding the candle, he can look around. If I have time, that is.
Fortunately I remember my bike lights. I run up and find them in my coat pocket, hurry back down again. The one light he clips onto his shirt collar, the other he holds. He walks down into the basement again. I sit on his dresser.
I can hear him rummaging around, having no luck with finding his picture. He yells up, asking if that`s my good-looking recliner in the middle of the floor. I yell back that it belongs to the plumbers. He can’t understand why they would let such a fine recliner go to waste. Then he asks if he could use my bathroom, since he`s already there in the basement.
Of course, I yell, and I begin humming.”

 

 1987064-2af06ddded61d921136d8bd20ae5b903.jpg
Helle Helle (Nakskov, 14 december 1965)

 

 

De Oostenrijks – Zwitserse dichteres en schrijfster Regina Ullmann werd op 14 december 1884 in St. Gallen geboren. Zie ook alle tags voor Regina Ullmann op dit blog.

 

Alles ist sein…

Du willst dem Geschicke zuvorkommen,
seinen majestätischen Lauf voreilig unterbrechen,
willst dein Leben von dir werfen,
wie man Warenballen aus einem Schiffe wirft,
nur weil man befürchtet und abschätzt,
daß es sie nicht mehr zu halten vermag,
bis es das Land erblickt…
Und weißt doch nicht,
ob es nicht doch noch trägt,
oder ein anderes Wunder,
vielleicht in Gestalt eines Walfischs
sich bergend,
von seinem Wasserspiele abläßt
und vor dir in silberner Straße einherzieht,
mit seinem eigenen Leibe
das todeserschöpfende Rudern ersparend!
Und weißt nicht,
ob der Blitz im Gewölk dich nicht sucht
und dein Schiff und die Bürde so heimwärts kommt
auf gradestem Wege!
Aus der wirbelnden Sturmessäule hinaufgeschleudert!
Von seiner Hand ergriffen
und geheiligt aufgestellt im Himmelsraume.
Weißt nicht, was ihm das liebste ist:
Du selbst
oder die Bürde, um deretwillen du fährst,
oder das Schiff, worin du sie birgst,
oder das Meer, worein es verpflanzt ist. –
Denn alles ist sein.

 

 1987064-f482d5c75eeb396bfaa0bbcdec755e74.jpg
Regina Ullmann (14 december 1884 – 6 jannuari 1961)
Cover

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 14e december ook mijn blog van 14 december 2014 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:15 Reageer op dit bericht

P.C. Hooft-prijs 2017 voor Bas Heijne

P.C. Hooft-prijs 2017 voor Bas Heijne

De P.C. Hooft-prijs 2017 gaat naar de Nederlandse schrijver, essayist, columnist en vertaler Bas Heijne. Bas Heijne werd geboren op 9 januari 1960 in Nijmegen. Zie ook alle tags voor Bas Heijne op dit blog.

Uit: Onbehagen

“Op 7 januari 2015 stond ik in een Parijse boekhan¬del de op die dag verschenen nieuwe roman van Michel Houellebecq af te rekenen, toen ik een be¬richt op mijn telefoon voelde binnenkomen.
Op mijn scherm stond: Charlie Hebdo!
Even dacht ik dat de vriend die het stuurde me wilde attenderen op een bijzonder grappige of pro-vocerende cover van het beruchte satirische blad. Al snel volgden sms’jes van anderen. Daarna ver-scheen het nieuws van de krantensites op mijn scherm.
Omdat ik me niet zo ver van de redactie van Charlie Hebdo bevond, besloot ik ernaartoe te lo¬pen, ik wist eigenlijk niet goed waarom. Op de boulevard waar de redactie in een zijstraatje was gevestigd, niet ver van Place de la Bastille, hing een vreemd verstilde sfeer. Het was zo’n twee uur na¬dat de bloedige aanslag op de redactie had plaats¬gevonden. Er was politie. Het straatje waar de re¬dactie zich bevond was afgesloten met linten. Hier en daar stonden tv-journalisten met een micro¬foon in hun hand te wachten tot de camera zou gaan lopen. Maar er klonken nauwelijks geluiden. Er was weinig publiek. Verderop liepen mensen met boodschappentassen, alsof er niks gebeurd was.
Het nieuws leek nog niet doorgedrongen. Er was alleen het naakte feit, maar het was nog niet ingedaald, er was nog niets geduid. De daders wa¬ren voortvluchtig. Hier was niets meer. Het was alsof ik in een vacuüm stond, daar op die winterse boulevard. Er was iets ontzagwekkends gebeurd, maar het had nog geen betekenis gekregen.
In de dagen, weken, maanden daarna liep dat vacuüm vol met woorden, duizenden, miljoenen woorden, en evenveel beelden. Je suis Charlie werd eerst een geuzenleus, toen een alomtegenwoordige slogan en vervolgens een meme, een cultureel stop¬woordje, onderwerp van ironie en parodie. Al die woorden en beelden gaven betekenis – en vlakten die toen onvermijdelijk weer af.
Maar dat eigenaardige gevoel die middag is me bijgebleven – de gewaarwording dat ik tegenover iets stond dat ik niet kon bevatten, iets rauws en elementairs, dat zich heel even onttrok aan al mijn redelijke verklaringen en beschouwingen. De slachtpartij die zich daar had afgespeeld liet zich een paar uur lang niet inpassen in mijn werkelijk¬heid.”

 

 1986863-6a6ba57cb0d00b4e8156913341f17d3e.png
Bas Heijne (Nijmegen, 9 januari 1960)

Geschreven door Romenu om 07:31 Reageer op dit bericht

Dolce far niente, Mary Oliver, Heinrich Heine, José Eduardo Agualusa

 

Dolce far niente

 

 1986701-817819fef611a9947e8a87b4a699d86c.jpg
Vor Weihnachten door Ernst Bosch, 1868.

 

 

Making the House Ready for the Lord

Dear Lord, I have swept and I have washed but
still nothing is as shining as it should be
for you. Under the sink, for example, is an
uproar of mice –it is the season of their
many children. What shall I do? And under the eaves
and through the walls the squirrels
have gnawed their ragged entrances –but it is the season
when they need shelter, so what shall I do? And
the raccoon limps into the kitchen and opens the cupboard
while the dog snores, the cat hugs the pillow;
what shall I do? Beautiful is the new snow falling
in the yard and the fox who is staring boldly
up the path, to the door. And I still believe you will
come, Lord: you will, when I speak to the fox,
the sparrow, the lost dog, the shivering sea-goose, know
that really I am speaking to you whenever I say,
as I do all morning and afternoon: Come in, Come in.

 

 1986701-055072c4610d8e5100cab8804125c3e3.png
Mary Oliver (Maple Heights, 10 september 1935)

 

 

De Duitse dichter Heinrich Heine werd geboren in Düsseldorf op 13 december 1797. Zie ook alle tags voor Heinrich Heine op dit blog.

 

Deutschland. Ein Wintermärchen, Caput II (Fragment)

Während die Kleine von Himmelslust
Getrillert und musizieret,
Ward von den preußischen Douaniers
Mein Koffer visitieret.

Beschnüffelten alles, kramten herum
In Hemden, Hosen, Schnupftüchern;
Sie suchten nach Spitzen, nach Bijouterien,
Auch nach verbotenen Büchern.

Ihr Toren, die ihr im Koffer sucht!
Hier werdet ihr nichts entdecken!
Die Konterbande, die mit mir reist,
Die hab ich im Kopfe stecken.

Hier hab ich Spitzen, die feiner sind
Als die von Brüssel und Mecheln,
Und pack ich einst meine Spitzen aus,
Sie werden euch sticheln und hecheln.

Im Kopfe trage ich Bijouterien,
Der Zukunft Krondiamanten,
Die Tempelkleinodien des neuen Gotts,
Des großen Unbekannten.

Und viele Bücher trag ich im Kopf!
Ich darf es euch versichern,
Mein Kopf ist ein zwitscherndes Vogelnest
Von konfiszierlichen Büchern.

Glaubt mir, in Satans Bibliothek
Kann es nicht schlimmere geben;
Sie sind gefährlicher noch als die
Von Hoffmann von Fallersleben! –

Ein Passagier, der neben mir stand,
Bemerkte, ich hätte
Jetzt vor mir den preußischen Zollverein,
Die große Douanenkette.

»Der Zollverein« – bemerkte er –
»Wird unser Volkstum begründen,
Er wird das zersplitterte Vaterland
Zu einem Ganzen verbinden.

Er gibt die äußere Einheit uns,
Die sogenannt materielle;
Die geistige Einheit gibt uns die Zensur,
Die wahrhaft ideelle –

Sie gibt die innere Einheit uns,
Die Einheit im Denken und Sinnen;
Ein einiges Deutschland tut uns not,
Einig nach außen und innen.«

 

 1986701-c47346e95f81c294b9960e66f34d1fe2.jpg
Heinrich Heine (13 december 1797- 17 februari 1856)
Cover luisterboek

 

 

De Angolese schrijver José Eduardo Agualusa werd op 13 december 1960 in Huambo geboren. Zie ook alle tags voor José Eduardo Agualusa op dit blog.

Uit: Das Lachen des Geckos (Vertaald door Michael Kegler)

„Er trug einen blauen, altmodisch geschnittenen Anzug, der ihm allerdings gut stand, und hielt in der linken Hand eine lederne Aktentasche. Das Wohnzimmer verdunkelte sich. Als sei die Nacht, oder etwas, das noch düsterer war, mit ihm hereingekommen. Er zog eine Visitenkarte hervor und las laut:
»Félix Ventura. Schenken Sie Ihren Kindern eine bessere Vergangenheit.« Er lachte. Ein trauriges Lachen, aber sympathisch: »Sie selbst, nehme ich an? Ein Freund gab mir diese Karte.«
Sein Akzent ließ nicht erkennen, woher er kam. Der Mann sprach sanft und mit einer Reihe unterschiedlicher Betonungen, einer leicht slawisch anmutenden Härte, gewürzt vom Honig des brasilianischen Portugiesisch. Félix Ventura stutzte.
»Wer sind Sie?«
Der Fremde schloss die Tür, durchquerte das Wohnzimmer, die Hände auf dem Rücken, und hielt für einen längeren Moment vor dem schönen Ölgemälde, einem Porträt von Frederick Douglass, inne. Schließlich ließ er sich auf einen der Sessel nieder und lud den Albino mit eleganter Geste ein, es ihm gleichzutun. Als sei er der Herr im Haus. Gemeinsame Freunde, sagte er, und seine Stimme wurde noch sanfter, hätten ihm diese Adresse gegeben. Sie hätten ihm von einem Mann berichtet, der mit Erinnerungen handelt, Vergangenheit verkauft, heimlich, wie andere Kokain schmuggelten. Félix musterte ihn misstrauisch. Alles an dem Fremden irritierte ihn - seine sanfte und doch bestimmte Art, der archaische Schnurrbart. Er nahm im majestätischen Korbstuhl in der gegenüberliegenden Ecke des Zimmers Platz, als befürchtete er, von der Sanftheit des anderen kontaminiert zu werden.“

 

 1986701-7f98c89b7780273e57d8dea772ad545d.jpg
José Eduardo Agualusa (Huambo, 13 december 1960) 

 

 

Zie voor nog meer de schrijvers van de 13 december ook mijn blog van 13 december 2015 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:59 Reageer op dit bericht

Jack Hirschman

De Amerikaanse dichter en sociaal activist Jack Hirschman werd geboren op 13 december 1933 in New York. Hij behaalde in 1955 een Bachelor of Arts aan het City College in New York en een AM en PhD aan de Universiteit van Indiana in respectievelijk 1957 en 1961. Tijdens zijn studie aan het City College, werkte hij tevens voor de Associated Press. Toen hij 19 was stuurde hij een verhaal naar Ernest Hemingway, die hem antwoordde: "I can't help you, kid. You write better than I did when I was 19. But the hell of it is, you write like me. That is no sin. But you won't get anywhere with it." Hirschman trouwde in 1954 met Ruth Epstein. Na haar afstuderen werd Ruthprogrammadirecteur van National Public Radio en uiteindelijk algemeen directeur van Santa Monica’s radiostation KCRW. Het echtpaar kreeg twee kinderen. In de jaren 1950 en '60 doceerde Jack Hirschman aan Dartmouth College en de University of California, Los Angeles. Tijdens zijn ambtstermijn als hoogleraar aan de UCLA was Jim Morrison (The Doors) één van zijn studenten. De oorlog in Vietnam maakte een einde aan Hirschmans academische carrière; hij werd ontslagen aan de UCLA nadat hij zijn leerlingen tot verzet tegen de oorlog had aan gemoedigd. Zijn huwelijk liep op de klippen en hij verhuisde in 1973 naar San Francisco. Zijn eerste dichtbundel publiceerde Hirschman in 1960. Een kwart eeuw lang zwierf Hirschman door de straten van San Francisco, bezocht café ’s, gaf lezingen, was actief als straatdichter en als wandelende activist. Hirschman was ook een schilder en collagist, en heeft meer dan twee dozijn boeken vertaald uit het Duits, Frans, Spaans, Italiaans, Russisch, Albanees en Grieks. Tot zijn vele dichtbundels behoren “A Correspondence of Americans” (1960), “Black Alephs” (1969), “Lyripol” (1976), “The Bottom Line” (1988), en “Endless Threshold” (1992). In 1999, Hirschman trouwde nog een keer, met de Zweedse dichteres, schrijfster en kunstenares Agneta Falk. In 2006 publiceerde Hirschman zijn meest uitgebreide dichtbundel “The Arcanes”. Bovendien werd hij dat jaar benoemd tot Poet Laureate van San Francisco.

 

The Happiness

There's a happiness, a joy
in one soul, that's been
buried alive in everyone
and forgotten.

It isn't your barroom joke
or tender, intimate humor
or affections of friendliness
or big, bright pun.

They're the surviving survivors
of what happened when happiness
was buried alive, when
it no longer looked out

of today's eyes, and doesn't
even manifest when one
of us dies, we just walk away
from everything, alone

with what's left of us,
going on being human beings
without being human,
without that happiness.

 

 

All that’s Left

All that’s Left
    in the world
—whether in Cuba, Venezuela, Bolivia
as well as in China, Japan, the United States,
Europe, the Middle East, Africa—
all of them cannot,
    despite their resistance,
    despite their refusal,
stop this march of death
because they,
as well as all that’s Right
in the world,
    despite their refusal,
    despite their resistance,
already are counted among those
    in this last parade.
Communists and progressives,
nazis, fascists and reactionaries,
zionists and anarchists of every stripe—
none are excluded, none can evade the march.

This one’s not coming
with hammer and sickles or swastikas
or flags of any land.

This one’s the march
all wars surrender to.

But when?! comes the unanimous cry.
When will it really happen?
If death is peace,
when can I truly die?

You will never know,
and yet you do,
because you may already have,
and this life is your way
of paying homage to the power
that loves you enough
to have taken your life away
and left you with the taste
of immortality on your lips.

Nothing mystical: no Christ,
Allah, Jahweh or Buddha in the wings.
Even lying on your back you’re marching.

This is not a cynical or pessimist
or nihilist poem. Join death
to your life and you will live
as if there were no drum to march to.

There is no march at all.

You’re done. All will be well for all.

 

 2011018-0da27a714824e16c689c0ba42f3ebcb1.jpg
Jack Hirschman (New York, 13 december 1933)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Susanna Tamaro, Kader Abdolah, Sophie Kinsella, Gustave Flaubert, John Osborne, Ahmad Shamlou, Vassilis Alexakis, Shrinivási

De Italiaanse schrijfster Susanna Tamaro werd geboren in Triëst op 12 december 1957. Zie ook alle tags voor Susanna Tamaro op dit blog.

Uit: Der Tannenbaum (Vertaald door Maja Pflug)

„„Nach einer Woche gab es keinen Baum und keinen Strauch im Wald, in dem sich nicht ein gemütliches, bauchiges kleines Nest verbarg.
Manche waren rund und winzig: außen weiches Moos, innen kuschelige Wolle. Andere, größere, bestanden nur aus ineinander geflochtenem Reisig. Wieder andere – ein Knäuel aus Flechten, trockenen Blättern und Zweiglein – hingen von den Bäu-
men wie Nikolausstrümpfe.
Jedes war nach den Bedürfnissen des kommenden Nachwuchses geplant und gebaut worden, mit hohen, stabilen Rändern, um in den noch kalten Nächten die laue Wärme zu speichern, die Ungezogenheiten der unternehmungslustigsten Küken auszuhalten und sie gleichzeitig vor dem Auge der Raubvögel zu schützen.
Eines schönen Tages folgte im Wald auf die rege Geschäftigkeit des Nestbaus die zärtliche Stille des Brütens.
Während die Männchen auf der Suche nach Nahrung für ihre Bräute unterwegs waren, gab es stürmische Regentage.
Der Regen peitschte Bäume und Wiesen, machte die Stämme nass und nährte den Boden, und die Samen, die geduldig in der Erde warteten, begannen anzuschwellen. Nach dem Regen schien wieder die Sonne, und das Häutchen, das die Samen wie ein zu enges Kleid umschloss, zerriss. Auch der kleine geflügelte Samen ging auf, verankerte sich mit einer winzigen Wurzel im Boden und schickte ein zartes Federchen nach oben auf der Suche nach Licht.
Im Wald begannen die Kleinen zu schlüpfen.
Die Nestlinge piepsten, während sie auf die Eltern warteten, und versteckten sich beim geringsten bedrohlichen Schatten: Auch die Raben, Sperber und Eulen hatten Nachwuchs zu versorgen.
Noch nackt schlummerten die Siebenschläfer, die Eichhörnchen und die Haselmäuschen in den Baumhöhlen, während die jungen Spitzmäuse in den Gängen unter dem Moos die ersten Schritte probten und die Nattern aus ihren zylindrischen Eiern schlüpften.“

 

 1986311-59952ce007dbd5f9cc6e862ab91db83b.jpg
Susanna Tamaro (Triëst, 12 december 1957)

 

 

De Iraans - Nederlandse schrijver Kader Abdolah (pseudoniem van Hossein Sadjadi Ghaemmaghami Farahani) werd geboren in Arak op 12 december 1954. Zie ook alle tags voor Kader Abdolah op dit blog.

Uit: Het huis van de moskee

“Duizenden jonge mieren die voor het eerst de zon zagen en zijn warmte op hun rug voelden,verdrongen elkaar.
De katten van het huis lagen naast de hooz van een afstandje toe te kijken,verbaasd over die bewegende massa. De kinderen stopten met spelen en keken naar het wonder dat op de stoep
bewoog. De vogels zongen niet meer,maar daalden neer op de takken van de granaatappelboom en strekten hun nek om de mieren te volgen.
`Grootmoeder,' riepen de kinderen, `kom kijken!'
De grootmoeders,die aan de andere kant van de tuin bezig waren,reageerden niet.
`Kom eens kijken,er lopen miljoenen miertjes!' riep een van de meisjes.
De grootmoeders kwamen.
`Zoiets heb ik nog nooit gezien',zei de ene.
`Nog nooit van gehoord',zei de ander.
Van verbazing sloegen ze hun handen voor hun mond. De massa mieren groeide met de seconde en bedekte de stoep,zodat het onmogelijk werd om via de stoep bij de voordeur te ko-
men.
De kinderen snelden naar de werkkamer van Aga Djan aan de andere kant van de binnenplaats.
`Aga Djan! Kom! Help! De mieren!'
Aga Djan deed het gordijn opzij en keek naar buiten.
`Wat is er?'
`Wilt u even komen? Straks kunnen we niet meer naar buiten, de mieren lopen naar het huis,miljoenen mieren!'
`Ik kom.'
Hij sloeg zijn lange aba over zijn schouders,zette zijn hoed op en ging met de kinderen mee.
Aga Djan had al veel meegemaakt in dit huis,maar hij had dit nog nooit gezien.”

 

 1986311-7e9bfc06cce46becf3efc68900d5d788.jpg
Kader Abdolah (Arak, 12 december 1954)
Cover 

 

De Britse schrijfster Sophie Kinsella (pseudoniem van Madeleine Wickham) werd geboren in Londen op 12 december 1969. Zie ook alle tags voor Sophie Kinsalla op dit blog.

Uit: Can You Keep a Secret?

"Of course I have secrets.
Of course I do. Everyone has a few secrets. It's completely normal.
I'm not talking about big, earth-shattering secrets. Not the-president-is planning-to-bomb-Japan-and-only-Will-Smith-can-save-the-world type secrets. Just normal, everyday little secrets.
Like, for example, here are a few random secrets of mine, off the top of my head:
1. My Kate Spade bag is a fake.
2. I love sweet sherry, the least cool drink in the universe.
3. I have no idea what NATO stands for. Or even exactly what it is.
4. I weigh 128 pounds. Not 118, like my boyfriend, Connor, thinks. (Although, in my defense, I was planning to go on a diet when I told him that. And, to be fair, it is only one number different.)
5. I've always thought Connor looks a bit like Ken. As in Barbie and Ken.
6. Sometimes, when we're right in the middle of passionate sex, I suddenly want to laugh.
7. I lost my virginity in the spare bedroom with Danny Nussbaum while Mum and Dad were downstairs watching Ben-Hur.
8. I've already drunk the wine that Dad told me to save for twenty years.
9. Sammy the goldfish at home isn't the same goldfish that Mum and Dad gave me to look after when they went to Egypt.
10. When my colleague Artemis really annoys me, I feed her plant orange juice. (Which is pretty much every day.)
11. I once had this weird lesbian dream about my flatmate Lissy.
12. My G-string is hurting me.
13. I've always had this deep-down conviction that I'm not like everybody else, and there's an amazingly exciting new life waiting for me just around the corner.
14. I have no idea what this guy in the gray suit is going on about.
15. Plus, I've already forgotten his name.
And I only met him ten minutes ago.”

 

 1986311-7842759877dc6d9ea531a2eedebf7c9b.jpg
Sophie Kinsella (Londen, 12 december 1969)

 

 

De Franse schrijver Gustave Flaubert werd op 12 december 1821 geboren in Rouen. Zie ook alle tags voor Gustave Flaubert op dit blog.

Uit Madame Bovary

« Ä Nous étions à l'Étude, quand le Proviseur entra, suivi d'un nouveau habillé en bourgeois et d'un garçon de classe qui portait un grand pupitre. Ceux qui dormaient se réveillèrent, et chacun se leva comme surpris dans son travail.
Le Proviseur nous fit signe de nous rasseoir ; puis, se tournant vers le maître d'études :
– Monsieur Roger, lui dit-il à demi-voix, voici un élève que je vous recommande, il entre en cinquième. Si son travail et sa conduite sont méritoires, il passera dans les grands, où l'appelle son âge.
Resté dans l'angle, derrière la porte, si bien qu'on l'apercevait à peine, le nouveau était un gars de la campagne, d'une quinzaine d'années environ, et plus haut de taille qu'aucun de nous tous. Il avait les cheveux coupés droit sur le front, comme un chantre de village, l'air raisonnable et fort embarrassé. Quoiqu'il ne fût pas large des épaules, son habit-veste de drap vert à boutons noirs devait le gêner aux entournures et laissait voir, par la fente des parements, des poignets rouges habitués à être nus. Ses jambes, en bas bleus, sortaient d'un pantalon jaunâtre très tiré par les bretelles. Il était chaussé de souliers forts, mal cirés, garnis de clous.
On commença la récitation des leçons. Il les écouta de toutes ses oreilles, attentif comme au sermon, n'osant même croiser les cuisses, ni s'appuyer sur le coude, et, à deux heures, quand la cloche sonna, le maître d'études fut obligé de l'avertir, pour qu'il se mît avec nous dans les rangs.
Nous avions l'habitude, en entrant en classe, de jeter nos casquettes par terre, afin d'avoir ensuite nos mains plus libres ; il fallait, dès le seuil de la porte, les lancer sous le banc, de façon à frapper contre la muraille en faisant beaucoup de poussière ; c'était là le genre.
Mais, soit qu'il n'eût pas remarqué cette manoeuvre ou qu'il n'eût osé s'y soumettre, la prière était finie que le nouveau tenait encore sa casquette sur ses deux genoux. C'était une de ces coiffures d'ordre composite, où l'on retrouve les éléments du bonnet à poil, du chapska, du chapeau rond, de la casquette de loutre et du bonnet de coton, une de ces pauvres choses, enfin, dont la laideur muette a des profondeurs d'expression comme le visage d'un imbécile. Ovoïde et renflée de baleines, elle commençait par trois boudins circulaires ; puis s'alternaient, séparés par une bande rouge, des losanges de velours et de poils de lapin ; venait ensuite une façon de sac qui se terminait par un polygone cartonné, couvert d'une broderie en soutache compliquée, et d'où pendait, au bout d'un long cordon trop mince, un petit croisillon de fils d'or, en manière de gland. Elle était neuve ; la visière brillait.°

 

 1986311-45782720bcfc8204e7a57b07e17388c7.jpg
Gustave Flaubert (12 december 1821 – 8 mei 1880)
Scene uit de gelijknamige film met Ezra Miller (Léon) en Mia Wasikowska (Emma), 2014

 

 

De Engelse toneelschrijver John James Osborne werd geboren op 12 dezember 1929 in Fulham. Zie ook alle tags voor John Osborne op dit blog.

Uit: Look Back in Anger

“The Porters' one-room flat in a large Midland town.
Early evening. April.
The scene is a fairly large attic room, at the top of a large Victorian house. The ceiling slopes down quite sharply from L. to R. Down R. are two small low windows. In front of these is a dark oak dressing table. Most of the furniture is simple, and rather old. Up R. is a double bed, running the length of most of the back wall, the rest of which is taken up with a shelf of books. Down R. below the bed is a heavy chest of drawers, covered with books, neckties and odds and ends, including a large, tattered toy teddy bear and soft, woolly squirrel. Up L. is a door. Below this a small wardrobe. Most of the wall L. is taken up with a high, oblong window. This looks out on to the landing, but light comes through it from a skylight beyond. Below the wardrobe is a gas stove, and, beside this, a wooden food cupboard, on which is a small, portable radio. Down C. is a sturdy dining table and three chairs, and, below this, L. and R., two deep, shabby leather armchairs. AT RISE OF CURTAIN, JIMMY and CLIFF are seated in the two armchairs R. and L., respectively. All that we can see of either of them is two pairs of legs, sprawled way out beyond the newspapers which hide the rest of them from sight. They are both reading. Beside them, and between them, is a jungle of newspapers and weeklies.
When we do eventually see them, we find that JIMMY is a tall, thin young man about twenty-five, wearing a very worn tweed jacket and flannels. Clouds of smoke fill the room from the pipe he is smoking. He is a disconcerting mixture of sincerity and cheerful malice, of tenderness and freebooting cruelty; restless, importunate, full of: pride, a combination which alienates the sensitive and insensitive alike. Blistering honesty, or apparent honesty, like his, makes few friends. To many he may seem sensitive to the point of vulgarity. To others, he is simply a loudmouth. To be as vehement as he is is to be almost non-committal."

 

 1986311-6de67830a64561d0470e2b127139b4a2.jpg
John Osborne (12 december 1929 - 24 december 1994)
Scene uit de gelijknamige film uit 1959 met Richard Burton als Jimmy en Mary Ure als Alison

 

 

De Iraanse dichter, schrijver en journalist Ahmad Shamlou werd geboren op 12 december 1925 in Teheran. Zie ook alle tags voor Ahmad Shamlou op dit blog en ook mijn blog van 12 december 2009

 

In This Dead-End

They smell your mouth
To find out if you have told someone:
I love you!
They smell your heart!
Such a strange time it is, my dear;
And they punish Love
At thoroughfares
By flogging.
We must hide our Love in dark closets.
In this crooked dead end of a bitter cold
They keep their fire alive
By burning our songs and poems;
Do not place your life in peril by your thoughts!
Such a strange time it is, my dear!
He who knocks on your door in the middle of the night,
His mission is to break your Lamp!
We must hide our Lights in dark closets!
Behold! butchers are on guard at thoroughfares
With their bloodstained cleavers and chopping-boards;
Such a strange time it is, my dear!
They cut off the smiles from lips,
and the songs from throats!
We must hide our Emotions in dark closets!
They barbecue canaries
On a fire of jasmines and lilacs!
Such a strange time it is, my dear!
Intoxicated by victory,
Satan is enjoying a feast at our mourning table!
We must hide our God in dark closets.

 

 1986311-7e57d9c2a1e212404a9de19611390731.jpg
Ahmad Shamlou (12 december 1925 - 24 juli 2000)

 

 

De Griekse schrijver Vassilis Alexakis werd geboren op 12 december 1943 in Athene. In 1961 trok hij naar Frankrijk om journalistiek te studeren in Lille. Zie ook alle tags voor Vassilis Alexakis op dit blog.

Uit: Paris – Athens (Vertaald door Andriana Mastor)

“On the little street where I live in Paris in the fifteenth arrondissement, there is an Arabic café across from a dance school. Only a bay window separates it from the sidewalk. You can see the dancers clearly, since the shutters that could hide them are never lowered, but you can't hear the music. However, you can hear music blaring from the café, as the door is always open. This bizarre image of young women practicing modern or classical dance to Arabic music, which makes me think of a Buster Keaton or Jacques Tati movie, makes me feel melancholy.
I have the same sense of melancholy every time I come back to France. I'm startled when the taxi drivers at Orly airport speak to me in French, as if it's hard for me to accept that I'm back again. I'm surprised to hear myself speaking French. Also, I have trouble, in the beginning, finding the right expression, enunciating words clearly, as if I'd forgotten the purpose of language, and so I always put off making that first phone call. When I finally resolve to pick up the phone, I still have the sensation that someone else is speaking with my voice: I feel like an actor watching himself in a dubbed version of his film. Of course I eventually get used to it, but the fact that after so many years I still need time to adjust means that, clearly, I will never be fully assimilated.
And yet I've spent nearly half my life in Paris. I've been working for French newspapers for twenty years, and I've written most of my books in French. I mostly speak French to my children, who were born in France.“

 

 1986311-a8d5e6e8ccf897e26f3dc792e7e30152.jpg
Vassilis Alexakis (Athene, 12 december 1943)

 

 

De Surinaamse dichter Shrinivási werd geboren op 12 december 1926 op de grond Vaderszorg, Kwatta, in het district Beneden-Suriname. Zie ook alle tags voor Shrinivási op dit blog.

 

Dit is de dag

Dit is de dag
die neergestreken
bij blinkendblauwe vleugelslag
vreugde ontsteekt
in rode angalampoes
nabij de horizon
van mijn verbijsterd hart.

 

 

Suriname

Dit land
heb ik gekozen
hier geplant
in het getij van
de dagen en nachten
mijn leven,
bij de schrokkige zee
die het strand
van mijn hart
aanvreet en
stuk slaat
op gezette tijden,
maar in een vergevingsgebaar
legt tussen de wortels
van wanhoop
kust voor de latere geslachten.

 

 1986311-702935843ab09b8e4ce3eaf377c3e081.jpg
Shrinivási (Vaderszorg, Kwatta, 12 december 1926)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 12e december ook mijn blog van 12 december 2015 deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 18:01 Reageer op dit bericht

Sint-Jan (Guido Gezelle)

 

Bij de derde zondag van de Advent

 

 1985795-afecb205b03426b034aa71c264c38dda.jpg
Salome bezoekt Johannes de Doper in de gevangenis door Il Guercino, 1619

 

 

Sint-Jan (Fragment)

In dien tijde en in die streken
een ontuchtig koning was,
die zijn huwlijk kwam te breken:
hiet Herodes Anti-pas.

‘t Was zijns broeders eigen vrouwe,
die hem hielp in dat verkeer;
zijns wel willens, en geen’ rouwe
noch geen’ ruste en had hij meer.

En Sint Jan, die zulke zaken
onbesproken nooit en liet,
zei: ‘Herodes, staken, staken
zal dat!’ Maar ‘t en staakte niet.

Dan, om ‘t lastig wijf te krijgen
tot bedaarnisse, en voortaan
dien Sint Jan te leeren zwijgen,
heeft hij hem in ‘t kot gedaan.

Staande om ‘t oude recht te plegen
zijns verjarens, korts nadien,
zond Herodes allerwegen
volk ter maaltijd inontbiên.

‘t Kwamen vele en groote mannen,
diepe drinkers dan te gaar;
volle berden, hooge kannen,
breede schalen stonden daar.

‘t Wierd gezongen, ‘t wierd gevedeld,
‘t wierd gedeeld en deurgedaan
menig vat; en, al ontedeld,
ging de blijdschap verder gaan.

Want, ‘t oneerlijk wijfgebroedsel,
Herodias’ dochter koen,
kwam, tot ‘s konings oogenvoedsel,
dansen daar, en dertel doen.

‘Kind, wat lust u? ‘k Zal ‘t u laten,’
zei de ontaarde booswicht nu:‘
g’hebt de helft van al mijn’ staten,
zoo gij wilt! Dat zwere ik u!’

Aanstonds uit de bruiloftzale
vloog de dochter: ‘Eischt den hals,
zeg ik, die met lastertale
kwetste uw’ moeder, vuil en valsch!’

‘Eischt den hals!’ Dat hoorden ze allen,
die daar zaten, buiten een’,
een’ die lag in ‘t slot gevallen
van des konings gijzelsteen.

‘Haalt het hoofd mij,’ sprak de deerne,
‘van Johannes hier beneên:
dat, o koning, hadde ik geerne,
in een snijberd afgesneên!’

Al te schriklijk woord! Het brandde
deur Herodes veege vleesch,
om zijne eedspreuke en de schande
van dien vrouwelijken eesch.

‘’k Heb ‘t gezworen, ‘t moet gebeuren!
Doch, en wete ‘t volk daarvan,
want het zou me in stikken scheuren,
roerde ‘t hoofd ik van sint Jan!’

Hij wordt boos. ‘Den beul!’ En boven
kwam dat hoofd, met eere omstraald,
daar het koninklijk beloven
mee zijn danswijf heeft betaald.

Verder weet het volk te dichten
nog een lang vertellingsnoer;
hoe die booze vrouwe sich ten
loon naar werken wedervoer.

Hoe zij, schaatsende eens bedorven,
liep een lomme in; zulker wijs,
dat, den hals intween gekorven,
‘t hoofd vloog op, zij onder ‘t ijs.

Hoe ze, in wervelwind veranderd,
maalt het mul meê van den grond;
en, verwenscht, voor eeuwig pandert,
port en pijnt, de wereld rond.

‘t Heilig hoofd, en ‘t lijk mitsgaders,
van Gods edelen boetgezant.
wierd ontweerd zijne euveldaders,
en gewijd in ‘t heilig Land.

‘Onder al die moeder minden,’
zei ‘t Lam Gods, ‘en was ooit man,
hier op ‘t aarderijk, te vinden,
die was grooter als sint Jan!’

 

 

 1985795-013d1bcb6e3bd0ca2d1f057326d38654.jpg
Guido Gezelle (1 mei 1830 - 27 november 1899)
Brugge in de kersttijd. Guide Gezelle werd geboren in Brugge.

 

 

Zie voor de schrijvers van de 11e december ook mijn vorige drie blogs van vandaag.



Geschreven door Romenu om 12:17 Reageer op dit bericht

Andrea De Carlo, Naguib Mahfouz, Marie Kessels, J.C. van Schagen, Paul Rigolle, Ludwig Laher

De Italiaanse schrijver Andrea De Carlo werd geboren in Milaan op 11 december 1952. Zie ook alle tags voor Andrea De Carlo op dit blog.

Uit:Villa Metaphora (Vertaald door Maja Pflug)

“Von der Schiffsbriicke blickt Lara Laremi auf die glitzernde Weite des Meeres. Das grelle Licht bricht sich vielfach auf der Wasserfläche, dringt durch die dunklen Gläser ihrer Sonnenbrille, überflutet ihre Gedanken. Es ist der einundzwanzigste Juni, Sommeranfang, der längste Tag des Jahres, der Tag, an dem die Sonne ihren Höchststand erreicht, und der einzige Tag, an dem die Sonne am nördlichen Polarkreis nie untergeht. Zwar sind das hier technisch gesehen italienische Gewässer, doch die geographische Breite ist afrikanisch, und das merkt man: Es sind etwa vierzig Grad, ihre alte Sonnenbrille und der in einem kleinen Geschäfl am Hafen von Lampedusa erworbene Strohhut schützen sie nur ungenügend. Hier und da auf dem Schiff haben sich Leute mit Schirmmützen, Getränken, Brötchen, MP3-Playern, Zigaretten niedergelassen. Vier Kinder albern herum, rennen hin und her und schubsen sich, lauthals getadelt von Müttern, die jedoch keine ernsthaften Anstalten machen, die Sprösslinge zu zügeln. Zwei Männer in kurzen Hosen rauchen und blicken sich träge um, zwei von der Sonne schon krebsrote Frauen reiben sich ständig mit Cremes und Lotionen ein. Lara Laremi tritt in den Schatten eines Vordaehs, setzt sich auf eine rostige weiße Metallkiste und zieht die Beine an. Ihre Mutter wirft ihr bei jedem Streit ihren »italienischen Charakter-z vor, den sie rein genetisch von ihrem Vater geerbt habe, doch an der irischen Herkunft ihrer Haut besteht keine Zweifel. Selbsr wenn sie sich der prallen Sonne ausset2te, wiirde sie wahrscheinlich eher einen Sonnenstieh bekommen, als braun zu werden, und ihre Sommersprossen würden in wenigen Tagen so zunehmen, dass sie aussähe wie eine kleine Giraffe. Sie lässt ihren Blickschweifen, schnuppcrt in der Luft; je nach Windrichtung riecht es nach Salz, Schweiß, schlechtem Parfüm, Dieselabgasen aus dem rußigen Schlot.
Sie fragt sich, ob es eine gute Idee war, Lynn Lou Shaws Einladung anzunehmen, eine Woche mit ihr auf der Insel Tari zu verbringen, als Freundin, Vertraute und Stütze für deren schwankendes psychisches Gleichgewicht. Wamm hat sie sich verpflichtet gefühlt, auf die Forderungen einer verwöhnten, labilen Schauspielerin einzugehen, die alle anderen Castmitglieder nicht ausstehen können oder sogar hassen? Nun, sie neigt dazu, Gelegenheiten, die das Schicksal ihr bietet, beim Schopf zu packen, da sie meint, sie könnten vielleicht einen verborgenen, tieferen Sinn haben.“

 

 1985788-85c6334149409abdb714cf61a4d652bf.jpg
Andrea De Carlo (Milaan, 11 december 1952)

 

 

De Egyptische schrijver Naguib Mahfouz werd geboren op 11 december 1911 in Caïro. Zie ook alle tags voor Naguib Mahfouz op dit blog.

Uit:Palace Walk (Vertaald door William M. Hutchins)

“She had been terrified of the night when she first lived in this house. She knew far more about the world of the jinn than that of mankind and remained convinced that she was not alone in the big house. There were demon who could not be lured away from these spacious, old rooms for long. Perhaps they had sought refuge there before she herself had been brought to the house, even before she saw the light of day. She frequently heard their whispers. Time and again she was awakened by their warm breath. When she was left alone, her only defense was reciting the opening prayer of the Qur'an and sura one hundred and twelve from it, about the absolute supremacy of God, or rushing to the latticework screen at the window to peer anxiously through it at the lights of the carts and the coffeehouses, listening carefully for a laugh or cough to help her regain her composure.
Then the children arrived, one after the other. In their early days in the world, though, they were tender sprouts unable to dispel her fears or reassure her. On the contrary, her fears were multiplied by her troubled soul's concern for them and her anxiety that they might be harmed. She would hold them tight, lavish affection on them, and surround them, whether awake or asleep, with a protective shield of Qur'an suras, amulets, charms, and incantations. True peace of mind she would not achieve until her husband returned from his evening's entertainment.
It was not uncommon for her, while she was alone with an infant, rocking him to sleep and cuddling him, to clasp him to her breast suddenly. She would listen intently with dread and alarm and then call out in a loud voice, as though addressing someone in the room, "Leave us alone. This isn't where you belong. We are Muslims and believe in God." Then she would quickly and fervently recite the one hundred and twelfth sura of the Qur'an about the uniqueness of God. Over the course of time as she gained more experience living with spirits, her fears diminished a good deal. She was calm enough to jest with them without being frightened. If she happened to sense one of them prowling about, she would say in an almost intimate tone, "Have you no respect for those who worship God the Merciful?
He will protect us from you, so do us the favor of going away." But her mind was never completely at rest until her husband returned. Indeed, the mere fact of his presence in the house, whether awake or asleep, was enough to make her feel secure. Then it did not matter whether the doors were open or locked, the lamp burning brightly or extinguished.”

 

 1985788-debbdfb29eee1245a8126808ed3c0c53.jpg
Naguib Mahfouz (11 december 1911 – 30 augustus 2006)

 

 

De Nederlandse schrijfster Marie Kessels werd geboren in Nederweert op 11 december 1954. Zie ook alle tags voor Marie Kessels op dit blog.

Uit: Brullen

“De fanatiekste supporters verzamelden zich vanavond al uren voor het begin van de voetbalwedstrijd in de Begijnsteeg in het centrum van de stad en goten zich daar vol bier, zodat de terrasjes in de nauwe straat met de vele cafés niet alleen bonkten van de beat uit de luidsprekers, maar ook van de steeds harder schreeuwende jongens met hun begroetingsrituelen en hun saamhorigheidsrituelen. Algauw kon ik uit de aard van hun gebrul opmaken wat ze samen te vieren hadden, daar in het beruchtste uitgaanscentrum van het land: of ze een laat gearriveerde medesupporter met gejuich en glasgerinkel binnenhaalden, of dat ze te snel te veel gedronken hadden en louter uit vrijheidsdrang hun vreugdekreten slaakten, nu ze zich voor een dag of toch minstens voor een paar uur verlost waanden van hun geldzorgen, hun relatiebeslommeringen, hun ontslagperikelen. Ze schreeuwden bij iedere gelegenheid die zich maar voordeed, nog niet als collectief, zoals later in het stadion, nog niet compleet verbroederd en machtig met hun duizenden bij elkaar en helemaal in extase, maar verdeeld in steeds verder aangroeiende groepjes, waarin ze met een steeds verder toenemende aanhankelijkheid en een steeds sterker wordend verlangen naar zelfuitwissing opgingen.
De Begijnsteeg kon al die jongens in hun vrijheidsroes maar amper omvatten, zo dicht stonden en zaten ze nu al op elkaar geperst, hutjemutje, happend naar adem. Maar zo vroeg in de avond waren de oplaaiende hartstochten nog jong en de driften nog eensgezind. De vlam sloeg nog niet zo snel in de pan. De vuist- en messengevechten worden hier ’s nachts gevoerd, aan het eind van de lange, lange bierketen, die ook het sterkste saamhorigheidsgevoel ten slotte kapottrekt, alsof er geen andere manier is om de groepsgeest tot bedaren te brengen en de omhoogkolkende energie van de eensgezinde massa te dempen, de gezworen kameraden uiteen te laten stuiven en ze hun roes te laten uitslapen.”

 

1985788-88d52d39009b602bcedb5ee734265251.jpg 
Marie Kessels (Nederweert, 11 december 1954)

 

 

De Nederlandse schrijver, dichter en graficus Johan Christiaan Jacob (Chris) van Schagen werd geboren in Vlissingen op 11 december 1891. Zie ook alle tags voor J.C. van Schagen op dit blog.

 

Aan de Geul

twee koeien lagen koei te wezen
en aan de stilte te genezen

ze zagen dat het leven goed was
waar nergens hier een moet of spoed was

ze dachten niets, dat was volkomen overbodig
een koei heeft geen gedachten nodig

't gesprek ging enkel maar per staart
zo'n staart is expressief veel waard

het gras, de vliegen en de regen
volkomen zeggen gaat alléén verzwegen

die koeien hádden het, gewoon zo met haar beiden
ik, op mijn bankje, zat ze te benijden

wat een figuur, als homo sapiens miserabilis
bij zo een Mamma onbevlekt amabilis -

 

 

Wet

En ieder leven wacht het oud verraad.
En elke bloei vervalt den ouden smaad.
En uit den schellen waanzin van den dood
Rijst eeuwig nieuw het zegevierend Zaad.



 1985788-632815d91170eac9bc681d744eddcc25.jpg
 J.C. van Schagen (11 december 1891 - 17 april 1985)
Cover

 

 

De Vlaanse dichter Paul Rigolle werd geboren in Roeselaere op 11 december 1953. Zie ook mijn blog van 11 december 2010 en ook alle tags voor Paul Rigolle op dit blog.

 

Palet
"don't be afraid of the dark" (The Robert Cray band)

Zoveel dagen zijn er. Zoveel nachten waarop ik
niet meer weet hoe, of waar ik de bergen wil.
Er is het blauw waarbij ik aarzel of ik naar
de hemel ga. Er zijn het omber en het oker.

Het geel uit Napels. Er is het schreeuwen
van het rood. Wit dat blind en stom aan al
mijn handen likt. En toch ben ik het niet.
Op hun ovaal ben ik de menger niet. De kleuren

mengen mij. Reeds aanvaardt de spiegel dat ik
in hem mijn ogen doe. En de huizen, de huizen
weten best dat ik in hen geen wanhoop, geen angst
voor het donker wil, als ik hen met zorg tussen
de sneldrogende heuvels van hun keuze schuif.

 

 

Vleugels

En of we van de wereld zijn en van de kleuren.
Pas gestart droogt de zon alweer de ochtend op.
We trappen in de boter. Maar wat ons wacht
heeft ons nu al zwaar te pakken. We kijken schuw

naar boven, vangen alsnog wind en dichten gaten,
rijden weg om niet te worden weggereden.
Lange kilometers wassen onze breinen. Denken is 
niet goed. Niet te denken is wat we moeten leren.

Tot de klim begint en we niet meer weten van waar
en van welk dorp we komen. Joel en duw ons voort,
kijk naar ons zolang het nog kan want fietsen
is behagen en louter liefde kan ons vleugels geven.

 

 1985788-fde50f27a321f5b61b9874a1e0fca2d8.jpg     
Paul Rigolle (Roeselare, 11 december 1953)
 

 

De Oostenrijkse dichter, schrijver en vertaler Ludwig Laher werd geboren op 11 december 1955 in Linz. Zie ook alle tags voor Ludwig Laher op dit blog en ook mijn blog van 11 december 2010.

Uit: Überführungsstücke

“Mahlzeit, erinnert sich Brunngraber und lugt dabei sowohl über den Rand der Lesebrille wie über jenen der Speisekarte, das Wort Mahlzeit verwendete meine Großmutter mit Vorliebe zweckentfremdet, und zwar, wenn etwas gründlich danebenging und so angerichtet war, dass die Beseitigung des Schadens einen wohl eine ganze Weile beschäftigen würde. Sofern das überhaupt im Bereich des Möglichen lag.
Na Mahlzeit! hieß es da zum Beispiel, wenn es in der Küche erbärmlich stank und die Herdplatte versaut war, weil sie die aufgestellte Milch vergessen hatte. Na Mahlzeit! lautete ihr Befund, wenn ich ihr mein neuerliches Mathematik-Scheitern beichtete, das mich mit beiden Beinen in den Abgrund zu stoßen drohte.
Sie gestatten mir an dieser Stelle einen scheinbar weiten Gedankensprung: Drüben im Justizzentrum finden sich am Stechuhrterminal, von dem vorher schon ausführlich die Rede war, mittags oft mehrere Leute zugleich ein und stellen sich brav an, um ihre Fingerabdrücke einzuspeisen, bevor sie hungrig rausströmen und ihre Pause in der dislozierten Kantine oder eben hier verbringen. Und was bekommen sie da ohne Unterlass voneinander zu hören? Richtig, alle grüßen einander mit Mahlzeit. Das kommt mir aber jedesmal wie ein Fatalitätenkommentar aus Omas Mund vor.
Vor fünfundzwanzig Jahren noch standen Fingerabdrücke fast ausschließlich für ein Verbrechen, das es aufzuklären galt. Heute dienen die wohl persönlichsten Körperdaten unter anderem längst ganz selbstverständlich als unumgängliche Touristeneintrittskarte ins gelobte Land der unbegrenzten Möglichkeiten wie als Austrittsvoraussetzung fürs Personal bei Ämtern und Behörden. Und was wird in fünfundzwanzig Jahren sein? Um mit der Oma zu sprechen: Na Mahlzeit! Ich möchte es mir gar nicht ausmalen.
Eigentlich kann ich rundweg alles empfehlen, was da auf der Karte steht. Eine exzellente Küche, Sie werden sehen oder sehen es indirekt schon jetzt. Von wegen Abstimmung mit den Füßen. Kaum noch ein Platz frei. Besonders günstig natürlich die Menüs, drei Wahlmöglichkeiten, eines davon vegetarisch, mit kleinem Nachtisch. Noch vor dem speziellen Aromadessert der Asservatenkammer.”

 

 1985788-7bd83918b62ba24140e5a613c58e740c.jpg
Ludwig Laher (Linz, 11 december 1955)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 11e december ook mijn vorige twee blogs van vandaag.

Geschreven door Romenu om 12:16 Reageer op dit bericht

Janko Ferk, Alain de Benoist, Christoph W. Bauer, Jim Harrison, Aleksandr Solzjenitsyn

De Oostenrijkse dichter, schrijver en rechter Janko Ferk werd geboren op 11 december 1958 in Sankt Kanzian am Klopeiner See, Kärnten. Zie ook alle tags voor Janko Ferk op dit blog en ook mijn blog van 11 december 2010.

Uit: Eine forensische Trilogie

„Das Recht an sich, sagt der Richter, dieses Wort klingt übergroß, wie ich bemerken muss, sei unsichtbar. Darin kann ich ihm im ersten Augenblick zwar leicht folgen, denke ich aber gründlicher nach und an meinen Aufenthaltsort in der letzten Zeit, muss ich erwidern, dass es doch mehr als spürbar ist. Fast greifbar. Allerdings nicht erreichbar. Das Recht. Unsichtbar. Lächerlich.
Auch meint der Rechtsanwender, das Recht, diese Kraft, sei eine nur im Geistigen lebende Macht, welche Erkenntnis natürlich nicht seine sei, sondern die eines viel bekannteren Berufsfreundes. Hier entgegne ich schnell, blitzschnell, dass ich nicht nur geistig in Haft war. Ich war nicht hinter geistigen Mauern verbannt. Meine Mauerwerke waren ziemlich feucht und steinern. Eigentlich unziemlich hart. Unüberwindlich und undurchlässig. Fast unvergänglich. Ekelhaft. Jedenfalls auf Dauer unerträglich.
Im Übrigen sei das Recht der zusammengefasste Inbegriff von Gesetzen für das Zusammenleben der Menschen, für die Möglichkeit von Gemeinschaftsdasein überhaupt. Es sei die stufenweise Gliederung von Rechtsregeln, die sich aus Rechtssetzungen und Entscheidungen ableiten. Dabei betonte er, dass dies alles auch für mich Geltung habe, was immer ich getan hätte.“

 

 1985786-5599625f99d5f691e7804e2fb89c5192.jpg
Janko Ferk (Sankt Kanzian, 11 december 1958)

 

 

De Franse schrijver, politiek filosoof en journalist Alain de Benoist werd geboren in Saint-Symphorien op 11 december 1943. Zie ook alle tags voor Alain de Benoit op dit blog.

Uit: Aufstand gegen die Eliten

„Die Menschen merken, daß die Europäische Union, je größer sie wird, um so weniger imstande ist, Politik zu machen, ohne sich in die Logik des Marktes zu flüchten oder Kompromisse zu schließen, die niemanden zufriedenstellen. Sie sehen, wie statt einer Macht Europa eine völlig ungeschützte Freihandelszone entsteht, die heute unfähig ist, der Marktschwemme durch chinesische Textilien Einhalt zu gebieten, und morgen ohnmächtig sein wird, das Sozialdumping innerhalb Europas und die Standortverlagerungen in Nicht-EU-Länder mit ihren Negativfolgen für die europäische Lohnentwicklung unter Kontrolle zu bringen. Ihr "Nein" zur Verfassung ist in Wirklichkeit ein "Nein" zur Globalisierung.
Ihre Haltung ist also keineswegs Ausdruck einer grundsätzlichen Ablehnung aller europäischen Institutionen. Zur Veranschaulichung mag die Stellungnahme der Politologin Chantal Delsol dienen, einer langjährigen Fürsprecherin des europäischen Föderalismus, die sich dennoch gegen die Verfassung ausgesprochen hat, weil sie sich weigere, zuzusehen, wie die Europäische Union sich verwandelt in "eine riesige Republik nach französischem Vorbild, die sich durch Zentralismus und Undurchschaubarkeit auszeichnet".
An der Wurzel dieses ganzen Unbehagens stößt man auf die grundsätzliche Frage nach den Zwecken des europäischen Einigungsprozesses. Ein Europa, das als autonome Macht einen regulierenden Einfluß auf die Globalisierung ausüben wollte, das den Nationalstaaten gewisse Vorrechte in der Frage ihrer Souveränität nur abspräche, um sie auf eine höhere politische Ebene zu verlagern und ihnen damit größeres Gewicht zu geben, schließlich ein Europa, in dem die notwendige Angleichung der Sozial- und der Steuergesetzgebung nach oben statt nach unten geschähe - durch mehr Verteilungsgerechtigkeit und Solidarität statt durch Wettbewerb und Standortverlagerungen - ein solches Europa würde bei der Mehrheit der Bürger auf Zustimmung stoßen.”

 1985786-e9b4b4ab04015ace5b56af3582e68d6b.png
Alain de Benoist (Saint-Symphorien, 11 december 1943)

 

 

De Oostenrijkse dichter, schrijver en vertaler Christoph W. Bauer werd geboren in Kolbnitz op 11 december 1968 (niet 26 september). Zie ook mijn blog van 26 september 2010 en ook alle tags voor Christoph W. Bauer op dit blog.

 

fremd bin ich eingezogen unter meine haut

fremd bin ich eingezogen unter meine haut
so lässt sich das am anschaulichsten sagen
im spiegel das visavis es bleibt unvertraut
besser so als anders kein grund, zu klagen

das hirn vollgepumpt mit sehnsuchtsdrogen
mit chimären die den winter pulverisieren
der blick hat sich den raum zurechtgebogen  
um die tür nicht aus den augen zu verlieren

sitze ich in mir mit dem rücken zur wand  
tu so als hätte es sich zwangsläufig ergeben
die koffer griffbereit den pass in der hand

wie ein schlafgänger im körpereigenen haus
keine ahnung wer mich treibt so zu leben
ich weiß nur eins fremd zieh ich wieder aus

 

 

doch manche augenblicke nisten ohne datum

doch manche augenblicke nisten ohne datum
in den stimmbändern wo alles in bezeichnung
zerfällt eine so gut wie die andere lächerlich

mag sein untiefen noch länger beschreiben zu
wollen die farben das meer ein land ist mir in
grenzen wortwärts gezogen doch mein atlantik

heisst kopf und wo böhmen ufert ist woanders
zu lesen am gaumen fahren wünsche durchs
nebelhorn auf der zunge die schiffe ahoi

 

 1985786-4029661e549d14239ed3c5b96a101f56.jpg
Christoph W. Bauer (Kolbnitz, 11 december 1968)

 

 

De Amerikaanse schrijver James "Jim" T. Harrison werd geboren op 11 december 1937 in Grayling, Michigan. Zie ook alle tags voor Jim Harrison op dit blog.

Uit: Revenge

“The coyotes would follow the vulture’s descent out of curiosity whether or not they were hungry from the night’s hunt. As the morning thermals developed more vultures would arrive until the man’s dying would have an audience.
As the dawn deepened into midmorning and the heat dried and caked the blood on the man’s face, the blood lost most of its fresh coppery odor. The man was dying fitfully now, more from the heat and dehydration than from his injuries: an arm twisted askew, chest a massive blue bruise, one cheekbone crushed in with a hematoma rising like a purple sun, his testicles inflated from a groining. And a head wound that darkened the sand and pebbles and drew him down into his near-fatal sleep of coma. Still, he kept breathing, and the hot air whistled past a broken tooth and when the whistle was especially loud the vultures were disturbed. A female coyote and her recently weaned pups stopped by but only for a moment: she snapped at the pups saying this pitiful beast is normally dangerous.
She nodded in passing to a very large, old male coyote who watched with intense curiosity from the shadow of a boulder. He watched, then dozed, even in sleep owning an alertness unknown to us. His belly was full of javelina and watching this dying man was simply the most interesting thing to happen his way in a long time. It was all curiosity though: when the man died the coyote would simply walk away and leave it to the vultures. And it had been a long vigil for him, having been close by when the naked man had been thrown from the car the night before.”

 

 1985786-35e619f62e1def4f3f2a723d1b4b260a.jpg
Jim Harrison (Grayling, 11 december 1937)

 

 

De Russische schrijver en historicus Aleksandr Isajevitsj Solzjenitsyn werd geboren in Kislovodskb op 11 december 1918. Zie ook alle tags voor Aleksandr Solzjenitsyn op dit blog.

Uit: The Gulag Archipelago 1918-1956

“This social stratum … has, during recent years, undergone the trial of universal re-evaluation.” Yes, yes, re-evaluation, as was so often said at the time. And how did that re-evaluation occur? Here’s how: “The Russian intelligentsia which entered the crucible of the Revolution with slogans of power for the people [so it had something to it after all!] emerged from it an ally of the black [not even White!] generals, and a hired [!] and obedient agent of European imperialism. The intelligentsia trampled on its own banners [as in the army, yes?] and covered them with mud.”
How, indeed, can we not cry out our hearts in repentance? How can we not lacerate our chests with our fingernails?
And the only reason why “there is no need to deal out the death blow to its individual representatives” is that “this social group has outlived its time.”
Here, at the start of the twentieth century! What power of foresight! Oh, scientific revolutionaries! (However, the intelligentsia had to be finished off anyway. Throughout the twenties they kept finishing them off and finishing them off.)
We examine with hostility the twenty-eight individual allies of the black generals, the hirelings of European imperialism. And we are especially aroused by the stench of the word Center. Now we see a Tactical Center, now a National Center, and now a Right Center. (And in our recollection of the trials of two decades, Centers keep creeping in all the time, Centers and Centers, Engineers’ Centers, Menshevik Centers, Trotskyite-Zinovievite Centers, Rightist-Bukharinite Centers, but all of them are crushed, all crushed, and that is the only reason you and I are still alive.) Wherever there is a Center, of course, the hand of imperialism can be found.”

 

 1985786-2f48a1ebf1db857a381fb221b1cf7bb2.jpg
<Aleksandr Solzjenitsyn (11 december 1918 – 3 augustus 2008)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 11e december ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 12:15 Reageer op dit bericht

Ernst van Altena, Alfred de Musset, Christian Grabbe, Maximilian von Schenkendorf, Paul Kornfeld, Marco Kugel

De Nederlandse dichter, schrijver en vertaler Ernst van Altena werd geboren in Amsterdam op 11 december 1933. Zie ook alle tags voor Ernst van Altena op dit blog.

 

Nederlandse ballade

Als ik het zie, die eindeloze lintbebouwing
van Spa tot Hasselt en van Tienen tot aan Gent
en als ik voel hoe in kleinsteedse denkvernauwing
de Vlaming altijd door zijn eigen straatje rent
als ik per auto over de kasseien martel
met om de duizend meter een gekneusde band
dan denk ik: Vlaanderen mag dan lustig zijn en dartel
maar lieve heer geef mij het nette Nederland.

Als ik zie, die eindeloze blokkedozen
van Weesp tot Arnhem, van Terneuzen tot Terlet
en als ik merk hoe uitgekauwd en uitgeplozen
de Nederlander altijd op zijn buurman let
als ik zie die tuintjes zonder avonturen
gras zonder onkruid en liguster langs de rand
dan denk ik Nederland mag schoon zijn voor de buren
maar lieve heer geef mij het dolle Vlaanderland.

Als ik de Vlaming vol van bier naar huis zie keren
de gang te wankel en de tong wat al te luid
als ik hem bitter humorloos zie opmarcheren
achter de klauwaard met te militair geluid
als ik ze hoor de Vlaamse grappen al te drollig
vaak langs, vaak op, en heel vaak ook voorbij de rand
dan denk ik: Vlaanderen mag dan driftig zijn en lollig
maar lieve heer geef mij het kalme Nederland.

Als ik ze zie, de Nederlanders in hun kerken,
hervormd, gereformeerd, nazaten van calvijn
met hun gezichten stijf als witgekalkte zerken
en met hun zekerheden uitgemalen fijn
als ik ze galmende hun waarheid hoor verkonden
nooit uit de nette plooi en nimmer uit de band
dan denk ik: Nederland mag vrij zijn van de zonde
maar lieve heer geef mij het zondig Vlaanderland.

Oh lieve god geef ons een kilo Vlaamse blijheid
een kilo trouw en plichtsbesef uit Nederland
dan mengen wij dat zelf in onze eigen vrijheid
tot vriendschap zonder oog om oog en tand om tand.


 1985783-eabd81b730589363037f0195d0e05527.jpg
Ernst van Altena (11 december 1933 – 14 juni 1999)
Cover LP 

 

 

De Franse dichter en schrijver Alfred de Musset werd geboren op 11 december 1810 in Parijs. Zie ook alle tags voor Alfred de Musset op dit blog.

 

Une promenade au Jardin des Plante

Sous ces arbres chéris, où j'allais à mon tour
Pour cueillir, en passant, seul, un brin de verveine,
Sous ces arbres charmants où votre fraîche haleine
Disputait au printemps tous les parfums du jour ;

Des enfants étaient là qui jouaient alentour ;
Et moi, pensant à vous, j'allais traînant ma peine ;
Et si de mon chagrin vous êtes incertaine
Vous ne pouvez pas l'être au moins de mon amour.

Mais qui saura jamais le mal qui me tourmente ?
Les fleurs des bois, dit-on, jadis ont deviné !
Antilope aux yeux noirs, dis, quelle est mon amante ?

Ô lion, tu le sais, toi, mon noble enchaîné ;
Toi qui m'as vu pâlir lorsque sa main charmante
Se baissa doucement sur ton front incliné.

 

 

Dans dix ans d'ici seulement

Dans dix ans d'ici seulement,
Vous serez un peu moins cruelle.
C'est long, à parler franchement.
L'amour viendra probablement
Donner à l'horloge un coup d'aile.

Votre beauté nous ensorcelle,
Prenez-y garde cependant :
On apprend plus d'une nouvelle
En dix ans.

Quand ce temps viendra, d'un amant
Je serai le parfait modèle,
Trop bête pour être inconstant,
Et trop laid pour être infidèle.
Mais vous serez encor trop belle
Dans dix ans.

 

 1985783-903d1e9daaa7043e2b01519b2f88944c.jpg
Alfred de Musset (11 december 1810 - 2 mei 1857)
Bronzen medaille door David d'Anger, 1831

 

 

De Duitse toneelschrijver Christian Dietrich Grabbe werd geboren in Detmold op 11 december 1801. Zie ook alle tags voor Christian Grabbe op dit blog.

Uit: Hannibal

“BRASIDAS. Du liebst mich?
ALITTA. Ewiges Gefrag. Muß ich stündlich wiederholen, was man kaum sagt, ohne die Tiefe des Herzens zu entweihn?
BRASIDAS. So werde mir wieder ein heiterer Stern!
ALITTA.. Ich? Die Waise?
BRASIDAS. Nicht das – Hat Dir auch die Pest furchtbar rasch die Eltern entrissen, Dir blieb –
ALITTA. Was?
BRASIDAS Der Freund. Und Karthago, die allgemeine Mutter.
ALITTA.. Ja, Die! von Stein, mit einer Menge teilnahmsloser Geschwister! – Ach, nichts Schrecklicheres als des Hauses einzige Tochter mit ihren Tränen an der Bahre der Eltern, und Millionen Volks draußen im fremden Getrieb: ein Totenlichtlein in wüster, weiter Nacht!
BRASIDAS. Zerstreue –
ALITTA.. Des kleinlichen Worts!
BRASIDAS Laß uns die alten Abende erneun, wo wir hier saßen, von Hannibal sprachen und seinen Siegen.
ALITTA.. Die beiden Sessel sind leer, in welchen die Eltern dabei saßen – – Doch! wie? – Du sprichst von dem Schwarzgelben vor Rom? Was aber tust Du?
BRASIDAS. Du zürnst? so plötzlich? Ich zittre!
ALITTA.. Vor der Stirnfalte eines Mädchens? Nun ists mir klar.
BRASIDAS. Was?
ALITTA. Das Rätsel wär einem echten Manne nicht schwer. Erbebst Du vor dem Stirnfalten der Geliebten, wie eher vor den Toren Roms!
BRASIDAS Ha!
Alitta. Zu den Stutzern, zu dem Ungeziefer erniedrigst Du Dich, das sich hier auf den Gassen brüstet, sie beschmutzt, wie Fliegen die Teller, welche an den Siegen mäkeln, bei denen mitzufechten sie sich gehütet. Der Schützer, Sieger, brauch ich ihn zu nennen? Hannibal, schändlich wird er unterstützt. Nicht zweitausend Bürger sind bei ihm, mit Negern, Nomaden, Gesindel jeder Art muß er sich von Sieg zu Sieg quälen, ohne Frucht und ohne Dank. – Sei besser, gib ein Beispiel, freiwillig zu ihm, und kämpf ihm zur Seite! (Sie ringt die Hände.) Heilige Astaroth, was hab ich gesagt!“

 

 1985783-770cdfc2b2a370bb755386978a62068e.jpg
Christian Grabbe (11 december 1801 - 12 september 1836)
Scene uit een opvoering in Senftenberg, 2009

 

 

De Duitse dichter Maximilian Gottfried von Schenkendorf werd geboren op 11 december 1783 in Tilsit in Oost-Pruisen. Zie ook alle tags voor Maximilian von Schenkendorf op dit blog.

 

Christ, ein Gärtner
Nach einem alten Bilde.

Ein Gärtner geht im Garten,
Wo tausend Blumen blühn,
Und alle treu zu warten,
Ist einzig sein Bemühn.

Der gönnt er sanften Regen,
Und jener Sonnenschein:
Das nenn' ich treues Pflegen,
Da müssen sie gedeihn.

In liebenden Gedanken
Sieht man sie fröhlich blühn,
Sie möchten mit den Ranken
Den Gärtner all umziehn.

Und wann ihr Tag gekommen,
Legt er sie an sein Herz,
Und zu den Sel'gen, Frommen
Trägt er sie himmelwärts;

Zu seinem Paradiese,
Zu seiner schönen Welt,
Die nimmermehr, wie diese,
In Staub und Asche fällt.

Hier muß das Herz verglühen,
Das Weizenkorn verdirbt;
Dort oben gilt ein Blühen,
Das nimmermehr erstirbt.

Du Gärtner, treu und milde,
O laß uns fromm und fein
Zum himmlischen Gefilde,
Zum ew'gen Lenz gedeihn!

 


 1985783-94e9b2fffd31b9c686537c3c9a5150a8.jpg
Maximilian von Schenkendorf (11 december 1783 – 11 december 1817)
Borstbeeld in Koblenz 

 

 

De Duitse schrijver Paul Kornfeld werd geboren op 11 december 1889 in Praag. Zie ook alle tags voor Paul Kornfeld op dit blog.

Uit: Legende

“lm Jahre l6l3 lebte im südlichen Böhmen, dort, wo die letzten Hügel des Böhmerwaldes in Ebene vergehen, auf seinem Cute, das groß und blühend und. von der Sonne beschienen, in allen Farben schillcrte, Graf Wratislav; außer ihm noch, neben den vielen Knechtcn, Mägden und Bauern, sein Freund und Diener Wladislav. Gemeinsam verbrachte Kindheit verband diesen und jenen ; freundlich gemeinsam verbrachte Zeiten blieben für beide eine gern getragene Fessel. Sie hatten die selben Spiele gespielt, miteinander den gleichen Unfug getrieben, die selben Felder durchflogen. die selben Wälder gerochen, und als sie allmählich Männer geworden waren, hatte sich auch allmählich ernste Freundschaft zwischen sie gestellt.
Waren alle Angelegenheiten des Tages getan, hatte Wladislav, der Diener, seine Pflichten erfüllt, war als letzter seiner Dienste das Geschirr vom Abendtisch getragen und lag Stille über der Erde und Nacht vor den Fenstern, dann saßen inmitten des großen Saales als gute Freunde die beiden, Wein vor sich, den Arm auf den Tisch gestützt, den Kopf in die Hände gelegt, von einem Flämmchen, auf den Tisch gestellt, zart nur und flaclcernd beschienen und berieten männlich, lachten dröhnend oder schwiegen freundlich miteinander.
In des Grafen Innern war vor Monaten plötzlich, wie durch Zauber, ein Gedanke aufgetaucht, der, von der Zeit genährt, von seiner Freundschaft getragen und durch sie von immer neuen Argumenten gestützt, ihm Qual und, durch seine wachsende Uberzeugungskraft, immer mehr Qual verursachte und längst schon begonnen hatte. ihm seine Ruhe zu nehmen.“

 

 1985783-1bf17099a2c2171219394ee493d4f97f.jpg
Paul Kornfeld (11 dezember 1889 - † januari 1943)
Cover

 

 

De Duitse dichter Marco Kugel werd geboren op 11 december 1979 in Stuttgart. Zie ook alle tags voor Marco Kugel op dit blog.

 

am rande des testfeldes (fragment)

waren viehhaft in den bergen
birnen – wolken – gab es auch soldaten
die versuchten was erfühlt werden konnte
und geigen gespielt was waren das flachheiten / von außen
nichts an haftung gegeben nicht an / einwirken
in beton schmelze runter gelaufen
von den bergen vom vieh blitzhaft getrennt alles /
in den ebenen gestanden

 

 1985783-f3ce69a7d544c71e731edaf139d6ec29.jpg
Marco Kugel (Stuttgart, 11 december 1979)
Kersttijd in Stuttgart

Geschreven door Romenu om 12:14 Reageer op dit bericht

Helene Uri

De Noorse schrijfster en taalkundige Helene Uri werd geboren op 11 december 1964, in Stockholm. Zij groeide echter op in Oslo. In 1996 promoveerde zij aan de Universiteit van Oslo in de taalkunde. Zij schreef zowel non-fictie- boeken als romans en kinderboeken. In haar eerste roman “Anna på fredag” (Anna op vrijdag, uit 1995) bracht zij kinderen dichter bij de aard van de taal, zoals Jostein Gaader dat met filosofie deed in “De wereld van Sofie”. Tot haar romans behoren “Dyp rød 315” (Diep rood 315) uit 2001, en “Honningtunger” (Honingtongen) uit 2002. Haar roman “De beste blant oss” (De besten onder ons) uit 2006, die zich bezighoudt met machtsstrijd, intriges en laster in academische kringen werd door de critici goed ontvangen.Terwijl ze werkte voor haar roman “Rydde ut” (Uitruimen), die speelt in Finnmark, ontdekte Uri dat haar familie deels Sami is. Dat was door het normalisatieproces van haar familie in Noorwegen in de vergetelheid geraakt. Uri was adjunct-hoogleraar aan het departement taalkunde van de universiteit van Oslo van 1998 tot 2005 toen ze stopte om een fulltime schrijver te worden. Vanaf 2012 was zij professor II in creatief schrijven aan het College van Kristiania. Zij is lid van de Noorse Academie voor Taal en Literatuur, bestuurslid van de Noorse Taalraad en jury lid van de Literatuurprijs van de Noorse Raad.

Uit: Anna am Freitag (Vertaald door Gabriele Haefs)

"Das klingt aber nicht sehr spannend", sagte ich und schaute zu dem dicken grauen Buch hinüber.
"Ist es aber! Linguistik ist ein anderes Wort für Sprach- wissenschaft. Wir studieren unterschiedliche Sprachen. Wir sehen, wie Sprachen aufgebaut sind, wie sie sich im Laufe der Zeit verändern und noch vieles andere. Was wir hier in der letzten Stunde gemacht haben, war auch Sprachwissenschaft. Und das hat doch Spaß gemacht, oder?" fragte Anna und wurde wieder ein wenig rot.
(…)

„Anna hatte mir gerade erzählt, dass so eine Kuh aus purem Zufall Kuh heiße. Sie könnte auch „Uk“ oder „Skruff“ heißen, behauptete Anna. Ich verstand nicht so ganz, wie sie das meinte. „Ich kann doch nicht plötzlich alle Kühe Skruff nennen. Dann würde mich kein Mensch mehr verstehen“, protestierte ich. „Die Skruff gibt uns Milch, das geht doch nicht.“ „Nein, stimmt“, sagte Anna. „Was ich meine, ist, dass der Klang eines Wortes nichts mit seiner Bedeutung zu tun hat. Die Laute k und u stehen in keiner logischen Verbindung zum Tier Kuh.“ „Das nicht“, sagte ich, wusste aber zugleich immer noch nicht so recht, was sie meinte. „Dass Kuh in anderen Sprachen anders heißt, ist eigentlich schon ein Beweis. Auf Französisch heißt sie vache, auf Spanisch vaca, auf Türkisch inek und auf Irisch bó.“ „Aber auf Englisch heißt sie cow, und das hat, finde ich, große Ähnlichkeit mit der Kuh.“ „Stimmt, auf Norwegisch heißt sie ku. Das liegt daran, dass Deutsch, Englisch und Norwegisch eng miteinander verwandt sind. Aber es besteht keine logische Verbindung zwischen den Klängen und ihrer Bedeutung, in keiner Sprache. Vache, vaca und bó waren ursprünglich übrigens auch dasselbe Wort.“ Ich runzelte die Stirn und versuchte, das zu begreifen. „Bist du immer noch nicht überzeugt?“, fragte Anna und latschte mitten durch eine Pfütze. „Dann versuchen wir die ganze Sache auf den Kopf zu stellen. Die beiden Buchstaben or bedeuten auf Norwegisch eine Baumsorte, auf Englisch dagegen oder und auf Französisch Gold. Verstehst du, wie zufällig das ist? Was sagt übrigens die Kuh?“ „Die sagt muuuuuh!“, antwortete ich und Helle fuchtelte beglückt mit den Händen. „Hat das etwas mit der Sache zu tun?“ „Ja, es ist nämlich kein Zufall, dass die Kuh muh sagt. Lautmalende Wörter sind niemals zufällig entstanden. Das Wort Krähe haben wir uns ausgesucht, weil es so ähnlich klingt wie der Krähenruf. Der Wind saust, sagen wir. Sausen ist auch ein lautmalendes Wort. Aber Wörter müssen sich nicht nach ihrer Bedeutung anhören. Die meisten tun das eben nicht.“.


2073199-f04dde5660e8adc64eb9e9d1b8e42397.jpg
Helene Uri (Stockholm, 11 december 1964)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Birago Diop

De Senegalese dichter en schrijver Birago Diop werd geboren op 11 december 1906 in Ouakam, een wijk in Dakar. Zijn vader verdween om onbekende redenen, twee maanden voordat Diop geboren was. De kindertijd van Diop heeft hem blootgesteld aan vele volksverhalen die hij later in zijn literaire werk gebruikt heeft. In 1920 kreeg Diop een beurs om de Franstalige school Lycée Faidherbe in Saint-Louis te bezoeken, dat toen de hoofdstad van Senegal was. Gedurende deze tijd werd hij gefascineerd door de gedichten van Victor Hugo, Charles Baudelaire, Edgar Allan Poe en diverse anderen en begon hij zelf te schrijven. In de late jaren 1920 diende hij als een verpleegkundige in een militaire ziekenhuis en later ging hij veterinaire geneeskunde aan de Universiteit van Toulouse in Frankrijk studeren. Hij werkte als dierenarts voor de Franse koloniale regering in verschillende West-Afrikaanse landen, gedurende zijn loopbaan in de burgerlijke dienst verzamelde hij volksverhalen, en schreef ook poëzie, memoires en een toneelstuk. Hij was ook van 1960 tot 1965 de eerste Senegalese ambassadeur in Tunesië. Tijdens zijn tijd in Frankrijk als veterinaire student ontmoette Diop tal van Afrikaanse en Afro-Amerikaanse studenten, waaronder Léopold Sédar Senghor, die later naar Senegal's eerste president zou worden toen het land onafhankelijk werd. Geïnspireerd door deze jonge zwarte intellectuelen, kunstenaars en dichters publiceerde Diop zijn vroegste gedichten in “L'étudiant noir”, een studentenblad, dat protesteerde tegen de assimilatieteorie ten gunste van Afrikaanse culturele waarden. In de vroege jaren veertig werd Birago Diop tijdens WO II gedwongen om twee jaar terug te keren naar Frankrijk. Ziek van heimwee begon hij bewerkingen van volksverhalen op ​​te schrijven op advies van zijn mede-Negritude schrijvers. Toen Diop eindelijk terugkeerde naar Afrika werkte hij als directeur van zoologische technische diensten in Ivoorkust en Opper Volta (hedendaags Burkina Faso). Zijn drie delen tellende “Les Contes D'Amadou Koumba “werd in 1947 gepubliceerd. Hij ontving er de Grand Prix littéraire voor. Elk van de drie delen bevatte een verzameling korte verhalen rondom dieren, waarbij de grens tussen overlevering en zijn eigen literaire inbreng niet vast te stellen is.

 

Souffles

Ecoute plus souvent
Les Choses que les Etres
La Voix du Feu s’entend,
Entends la Voix de l’Eau.
Ecoute dans le Vent Le Buisson en sanglots :
C’est le Souffle des ancêtres.

Ceux qui sont morts ne sont jamais partis :
Ils sont dans l’Ombre qui s’éclaire
Et dans l’ombre qui s’épaissit.
Les Morts ne sont pas sous la Terre :
Ils sont dans l’Arbre qui frémit,
Ils sont dans le Bois qui gémit,
Ils sont dans l’Eau qui coule,
Ils sont dans l’Eau qui dort,
Ils sont dans la Case, ils sont dans la Foule :
Les Morts ne sont pas morts.

Ecoute plus souvent
Les Choses que les Etres
La Voix du Feu s’entend,
Entends la Voix de l’Eau.
Ecoute dans le Vent
Le Buisson en sanglots :
C’est le Souffle des Ancêtres morts,
Qui ne sont pas partis
Qui ne sont pas sous la TerreQui ne sont pas morts.

Ceux qui sont morts ne sont jamais partis :
Ils sont dans le Sein de la Femme,
Ils sont dans l’Enfant qui vagit
Et dans le Tison qui s’enflamme.
Les Morts ne sont pas sous la Terre :
Ils sont dans le Feu qui s’éteint,
Ils sont dans les Herbes qui pleurent,
Ils sont dans le Rocher qui geint,
Ils sont dans la Forêt, ils sont dans la Demeure,
Les Morts ne sont pas morts.

Ecoute plus souvent
Les Choses que les Etres
La Voix du Feu s’entend,
Entends la Voix de l’Eau.
Ecoute dans le Vent
Le Buisson en sanglots,
C’est le Souffle des Ancêtres.

Il redit chaque jour le Pacte,
Le grand Pacte qui lie,
Qui lie à la Loi notre Sort,
Aux Actes des Souffles plus forts
Le Sort de nos Morts qui ne sont pas morts,
Le lourd Pacte qui nous lie à la Vie.
La lourde Loi qui nous lie aux Actes
Des Souffles qui se meurent
Dans le lit et sur les rives du Fleuve,
Des Souffles qui se meuvent
Dans le Rocher qui geint et dans l’Herbe qui pleure.
Des Souffles qui demeurent
Dans l’Ombre qui s’éclaire et s’épaissit,
Dans l’Arbre qui frémit, dans le Bois qui gémit
Et dans l’Eau qui coule et dans l’Eau qui dort,
Des Souffles plus forts qui ont pris
Le Souffle des Morts qui ne sont pas morts,
Des Morts qui ne sont pas partis,
Des Morts qui ne sont plus sous la Terre.

Ecoute plus souvent
Les Choses que les Etres
La Voix du Feu s’entend,
Entends la Voix de l’Eau.
Ecoute dans le Vent
Le Buisson en sanglots,
C’est le Souffle des Ancêtres.

 

 2037637-1e3cb217262019c1c78f4fc80c843475.jpg
Birago Diop (11 december 1906 – 25 november 1989)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Emily Dickinson, Karl Heinrich Waggerl, Reinhard Kaiser Mühlecker, Jorge Semprún, Gertrud Kolmar

De Amerikaanse dichteres Emily Dickinson werd geboren op 10 december 1830 in Amherst, Massachusetts. Zie ook alle tags voor Emily Dickinson op dit blog.

 

Hope Is The Thing With Feathers

'Hope' is the thing with feathers—
That perches in the soul—
And sings the tune without the words—
And never stops—at all—

And sweetest—in the Gale—is heard—
And sore must be the storm—
That could abash the little Bird
That kept so many warm—

I've heard it in the chillest land—
And on the strangest Sea—
Yet, never, in Extremity,
It asked a crumb—of Me.

 

"Faith" Is A Fine Invention

"Faith" is a fine invention
When Gentlemen can see—
But Microscopes are prudent
In an Emergency.

 

Love is anterior to life

Love is anterior to life,
Posterior to death,
Initial of creation, and
The exponent of breath.



 1985444-61120eb841708903a14cb62f523875f6.jpg
Emily Dickinson (10 december 1830 – 15 mei 1886)
Portret door Jerry Breen, ca.2006

 

 

De Oostenrijkse schrijver Karl Heinrich Waggerl werd geboren op 10 december 1897 in Bad Gastein. Zie ook alle tags voor Karl Heinrich Waggerl op dit blog.

Uit: Die stillste Zeit im Jahr 

„Das Gloria sangen wir selber dazu. Es klang vielleicht ein bißchen grob in unserer breiten Mundart, aber Gott schaut seinen Kindern ja ins Herz und nicht in den Kopf oder aufs Maul. Und es ist auch gar nicht so, daß er etwa nur Latein verstünde.
Mitunter stimmten wir auch noch das Lieblingslied der Mutter an, das vom Tannenbaum. Sie beklagte es ja oft, daß wir so gar keine musikalische Familie waren. Nur sie selber konnte gut singen, hinreißend schön für meine Begriffe, sie war ja auch in ihrer Jugend Kellnerin gewesen. Wir freilich kamen nie über eine Strophe hinaus. Schon bei den ersten Tönen fing die Schwester aus übergroßer Ergriffenheit zu schluchzen an. Der Vater hielt ein paar Takte länger aus, bis er endlich merkte, daß seine Weise in ein ganz anderes Lied gehörte, etwa in das von dem Kanonier auf der Wacht. Ich selber aber konnte in meinem verbohrten Grübeln, wieso denn ein Tannenbaum zur Winterzeit grüne Blätter hatte, die zweite Stimme nicht halten. Daraufhin brachte die Mutter auch mich mit einem Kopfstück zum Schweigen und sang das Lied als Solo zu Ende, wie sie es gleich hätte tun sollen. Advent, sagt man, sei die stillste Zeit im Jahr. Aber in meinem Bubenalter war es keineswegs die stillste Zeit. In diesen Wochen lief die Mutter mit hochroten Wangen herum, wie mit Sprengpulver geladen, und die Luft in der Küche war sozusagen geschwängert mit Ohrfeigen. Dabei roch die Mutter so unbeschreiblich gut, überhaupt ist ja der Advent die Zeit der köstlichen Gerüche. Es duftet nach Wachslichtern, nach angesengtem Reisig, nach Weihrauch und Bratäpfeln. Ich sage ja nichts gegen Lavendel und Rosenwasser, aber Vanille riecht doch eigentlich viel besser, oder Zimt und Mandeln.
Mich ereilten dann die qualvollen Stunden des Teigrührens. Vier Vaterunser das Fett, drei die Eier, ein ganzer Rosenkranz für Zucker und Mehl. Die Mutter hatte die Gewohnheit, alles Zeitliche in ihrer Kochkunst nach Vaterunsern zu bemessen, aber die mußten laut und sorgfältig gebetet werden, damit ich keine Gelegenheit fände, den Finger in den köstlichen Teig zu tauchen. Wenn ich nur erst den Bubenstrümpfen entwachsen wäre, schwor ich mir damals, dann wollte ich eine ganze Schüssel voll Kuchenteig aufessen, und die Köchin sollte beim geheizten Ofen stehen und mir dabei zuschauen müssen! Aber leider, das ist einer von den Knabenträumen geblieben, die sich nie erfüllt haben.“

 

 1985444-b4e848cb69d954e2eff051c338ff2bba.jpg
Karl Heinrich Waggerl (10 december 1897 – 4 november 1973)
Cover

 

 

De Oostenrijkse schrijver Reinhard Kaiser Mühlecker werd geboren op 10 december 1982 in Kirchdorf an der Krems. Zie ook alle tags voor Reinhard Kaiser Mühlecker op dit blog.

Uit: Fremde Seele, dunkler Wald

»Diese verdammten Russen«,sagte Alexander Fischer nach langem Schweigen und schob sein leeres Glas über die Theke, an der er seit dem späten Vormittag stand. »Welche Schwierigkeiten haben wir mit denen schon gehabt! Und welche werden wir erst noch haben ...«
Es war zwei Uhr; außer ihnen war niemand im Gasthaus, nur hinten am Stammtisch, in dem Halbdunkel kaum zu erkennen, saß die hochaufgeschossene Gestalt des Postboten, der Zeitung lesend zu Mittag aß; obwohl er bereits vor einer ganzen Weile gekommen war, waren seine Schuhabdrücke auf den Bodendielen noch nicht aufgetrocknet. Unter der Tür wurde ein Blatt her-
eingeweht – Birke.
»Meinst du? Hört man doch schon lange nichts mehr von dort«, sagte der Wirt, ohne Alexander anzusehen.
Er stand hinter der Theke und las ebenfalls in einer Zeitung. Seine gebräunte, pigmentfleckige Glatze glänzte, leuchtete wie aus sich selbst heraus. Er schlug die Zeitung zu und nahm Alexanders Glas. Sorgfältig spülte er es aus, hielt es unter den Zapfhahn und füllte es und schob es wieder hinüber.
»Ich lese gerade ein Buch«, sagte Alexander und umfasste das Glas. »In den vergangenen Jahrzehnten sind immer wieder russische U-Boote in schwedischen Gewässern aufgetaucht. Sogar in den letzten Jahren noch. Aber das ist nur ein Beispiel dafür, wie sie sind. Provokateure. Sie provozieren in einem fort.«
»Die Russen meinst du?«
»Ja doch. Wen denn sonst?«
»Von dieser U-Boot-Geschichte habe ich noch nie gehört.«
»Das hat schon in den Sechzigern begonnen«, sagte Alexander, ließ das Glas los und richtete sich den spiegelbesetzten Kragen seiner Uniform. »Ich muss meine Schwester einmal dazu fragen, vielleicht weiß sie mehr.
Sie lebt ja seit ein paar Jahren dort oben, mit einem Amerikaner.«
»In Schweden?«, fragte der Wirt. »Hast du nicht gesagt, sie ist in Wien?«

 

 1985444-ea04fc0ff343ccd8bf5ab2ac0cd6968b.jpg
Reinhard Kaiser Mühlecker (Kirchdorf an der Krems, 10 december 1982)

 

 

De Spaanse schrijver en politicus Jorge Semprún Maura werd geboren in Madrid op 10 december 1923. Zie ook alle tags voor Jorge Semprún op dit blogen ook mijn blog van 10 december 2010.

Uit: Was für ein schöner Sonntag! (Vertaald door Johannes Piron)

„Man kam ganz verschreckt aus Compiègne in dieser sagenhaften, unvorstellbaren Welt von Buchenwald an. Man war, schien es, ganz allein und wurde von links und rechts getriezt. Die Quarantäne, das Ungeziefer, die Schläge der SS und der grünen Kapos, sogar von einigen roten Kapos. Die Scheibe Brot, die man oft mit Fäusten gegen den Nachbarn verteidigen musste. Merde! Dein Nachbar, ein braver Büroangestellter, ein Oberst der französischen Armee, ein Professor für Zivilrecht, einfach ein Mann, der zum gierigen Raubtier geworden war, unbarmherzig, nur auf sein eigenes Überleben bedacht, offenbar zu allem bereit für einen zusätzlichen Happen Brot, einen Rest Suppe! Und dann – zwei, drei, vierzehn Tage danach: der Kontakt.
Die Partei nahm sich deiner wieder an.
Die große Überraschung in Buchenwald war das Vorhandensein einer illegalen Organisation der Partei.“
(…)

In diesem Dezember 1944 ist die Strategie der mit der Leitung des Lagers Buchenwald betrauten SS-Offiziere leicht zu erraten. Sie wollen um jeden Preis vermeiden, an die Front geschickt zu werden. Sie wollen weiter als Etappenschweine leben, in der Bequemlichkeit ihrer Sinekure. Deshalb müssen sie um jeden Preis alles vermeiden, was die Aufmerksamkeit von Berlin auf ihre Amtsführung in Buchenwald lenken und Disziplinarmaßnahmen auslösen könnte.
Aber wie lässt sich all das vermeiden? Die beste Lösung besteht darin, die internen Dinge des Lagers den deutschen Kommunisten zu überlassen, die seit Jahren die Schlüsselstellungen der Verwaltung innehaben, seit sie die normalen Strafgefangenen in einem hinterhältigen und blutigen Kampf eliminiert haben.“

 

 1985444-cf08a3ba45ec87cbbb568a99cae9e23e.jpg
Jorge Semprún (10 december 1923 - 7 juni 2011)
Cover 

 

 

De Duitse dichteres en schrijfster Gertrud Kolmar (pseudoniem van Gertrud Käthe Chodziesner) werd op 10 december 1894 in Berlijn geboren. Zie ook alle tags voor Gertrud Kolmar op dit blog.

 

Schrebergärten

Du schaust hinein. Am Zaun die Laube
In Sonntagsstimmung, frisch und blank:
Ein grünes Haus mit weißer Haube
Und ringsum wilden Weins Gerank.

Dazu zwei Mädchen mit Soldaten;
Drum lacht die Sonnenblume auch -
Ein Apfelbaum, ein Beet Tomaten,
Ein Rosenstock, ein Himbeerstrauch:

Und mitten in der Pracht ein Kleinchen,
Das kaum noch halb sein Hemdchen deckt
Und das zwei ros'ge, runde Beinchen
Aus seinem Kinderwagen streckt.

 

 

Wiegenlied

Schlafe wohl unter dem silbernen Schild,
Unter der rotroten Rose!
Sanft scheint der Mond, und das Sternlein glänzt mild -
Weich ist dein Bettchen im Moose.
:, : Abendwind,
Wieg' ein mein Kind,
Meine süße, dunkle Rose! :, :

Schmetterling gaukelt durchs Schattenblau,
Zitternd duftet der Flieder,
Rings säet glitzernde Perlen der Tau,
Nachtigall singt ihre Lieder.
:, : Vögelein,
Sing' ein, sing' ein
Die lieblichen, jungen Glieder! :, :

Träume entfliehn, und Gedanken gehn,
Zahllos und klar wie die Sterne.
Mag, was mir nah', auch im Düster verwehn,
Licht bleibt doch ewig die Ferne!
:, : Guckäuglein,
Nun schließt euch fein,
Meine lieben, schwarzen Sterne!

 

 1985444-a071e592291221cba4adbcbb7b0713e4.jpg
Gertrud Kolmar (10 december 1894 – (?) maart 1943)
Cover biografie

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 10e december ook mijn vorige twee blogs van vandaag.

Geschreven door Romenu om 11:38 Reageer op dit bericht

Jacquelyn Mitchard, Nelly Sachs, Cornelia Funke, Carolyn Kizer, Pierre Louÿs

De Amerikaanse schrijfster Jacquelyn Mitchard werd geboren in Chicago, Illinois, op 10 december 1951. Zie ook alle tags voor Jacquelyn Mitchard op dit blog.

Uit: Christmas, Present 

"But he could not frame a question that would elicit the date from Laura's cool and sharp-eyed mother. She was a busy realtor, a woman of few words except where they concerned post-and-beam construction or Carrera marble in the master bath. She would not burble forth, "And that was the last time Helen and David went anywhere together as husband and wife ... " or "I'd just bought that silver Volvo ... " or "Do you remember how adorable Laurie's sister Angela looked; she was only a junior ... " -- remarks that could be checked against a family timeline.
Their wedding album had been no help.
It was inscribed with their names, the month and day -- but, at Laura's behest, not the year. For the same reason, the photos all were in black-and-white. "Color makes pictures look dated. I want this to be always new," she'd said.
They were married December 23, and all the women, including Laura, wore red velvet, the men gray morning clothes, with top hats -- even without the help of color film, he could remember the splash they all made, like bright cardinals and sparrows against the snow. The photographer spread huge sheets of clear plastic beneath an evergreen bower for outdoor shots. Laura peeked from under the hood of a wool merino cape trimmed with rabbit fur, like a character from Little Women.
The photos were timeless; not even a single car with an identifiable grille or body shape was visible.
He might have asked his own mother outright, and she would have felt no impulse to chide him. She would have been moved by his diligence.
He had missed his mother, more or less constantly, for two years, with the persistence of a low-grade fever that spiked in spring or at moments of acute need or tenderness. Laura resembled his mother in no way; she had different habits, preferences, and talents. But his wife still somehow recalled Amy, in common sense, in pure spirit. Laura still teased him about their first date: He had confessed he might never marry at all, never find a woman the equal of his mother. Amy had died of ovarian cancer, hadn't even lived to hear Amelia, the daughter they had named for her, say her grandmother's name.”

 1985439-c7a31c6b32e76fc66aa475705ed5e3c8.png
Jacquelyn Mitchard (Chicago, 10 december 1951)

 

 

De Duitse dichteres en schrijfster Nelly Sachs werd op 10 december 1891 in Berlijn geboren. Zie ook alle tags voor Nelly Sachs op dit blog.

 

Diese Kette von Rätseln

Diese Kette von Rätseln
um den Hals der Nacht gelegt
Königswort weit fort geschrieben
unlesbar
vielleicht in Kometenfahrt
wenn die aufgerissene Wunde des Himmels
schmerzt

da
in dem Bettler der Raum hat
und auf Knieen gehend
ausgemessen hat alle Landstraßen
mit seinem Leib

denn es muß ausgelitten werden
das Lesbare
und Sterben gelernt
im Geduldigsein −

 

 

Auf und ab gehe ich

Auf und ab gehe ich
in der Stubenwärme
Die Irren im Korridor kreischen
mit den schwarzen Vögeln draußen
um die Zukunft
Unsere Wunden sprengen die böse Zeit
aber die Uhren gehen langsam -

 

 1985439-4b9bfe4ce948a1ddad77e3978adf750e.jpg
Nelly Sachs (10 december 1891 – 12 mei 1970)
Portret Helga Tiemann, 1968

 

 

De Duitse schrijfster en illustratrice Cornelia Funke werd geboren in Dorsten op 10 december 1958. Zie ook alle tags voor Cornelia Funke op dit blog.

Uit: Tintenherz

“Es fiel Regen in jener Nacht, ein feiner, wispernder Regen. Noch viele Jahre später musste Meggie bloß die Augen schließen und schon hörte sie ihn, wie winzige Finger, die gegen die Scheibe klopften. Irgendwo in der Dunkelheit bellte ein Hund, und Meggie konnte nicht schlafen, so oft sie sich auch von einer Seite auf die andere drehte.
Unter ihrem Kissen lag das Buch, in dem sie gelesen hatte. Es drückte den Einband gegen ihr Ohr, als wollte es sie wieder zwischen seine bedruckten Seiten locken. "Oh, das ist bestimmt sehr bequem, so ein eckiges, hartes Ding unterm Kopf", hatte ihr Vater gesagt, als er zum ersten Mal ein Buch unter ihrem Kissen entdeckte. "Gib zu, es flüstert dir nachts seine Geschichte ins Ohr." - "Manchmal!", hatte Meggie geantwortet. "Aber es funktioniert nur bei Kindern." Dafür hatte Mo sie in die Nase gezwickt. Mo. Meggie hatte ihren Vater noch nie anders genannt.
In jener Nacht - mit der so vieles begann und so vieles sich für alle Zeit änderte - lag eins von Meggies Lieblingsbüchern unter ihrem Kissen, und als der Regen sie nicht schlafen ließ, setzte sie sich auf, rieb sich die Müdigkeit aus den Augen und zog das Buch unter dem Kissen hervor. Die Seiten raschelten verheißungsvoll, als sie es aufschlug. Meggie fand, dass dieses erste Flüstern bei jedem Buch etwas anders klang, je nachdem, ob sie schon wusste, was es ihr erzählen würde, oder nicht. Aber jetzt musste erst einmal Licht her. In der Schublade ihres Nachttisches hatte sie eine Schachtel Streichhölzer versteckt. Mo hatte ihr verboten, nachts Kerzen anzuzünden. Er mochte kein Feuer. "Feuer frisst Bücher", sagte er immer, aber schließlich war sie zwölf Jahre alt und konnte auf ein paar Kerzenflammen aufpassen. Meggie liebte es, bei Kerzenlicht zu lesen. Drei Windlichter und drei Leuchter hatte sie auf dem Fensterbrett stehen. Sie hielt das brennende Streichholz gerade an einen der schwarzen Dochte, als sie draußen die Schritte hörte. Erschrocken pustete sie das Streichholz aus - wie genau sie sich viele Jahre später noch daran erinnerte! -, kniete sich vor das regennasse Fenster und blickte hinaus. Und da sah sie ihn.“

 

 1985439-f917e7663ece17cfd2ff0ab31d27e172.jpg
Cornelia Funke (Dorsten, 10 december 1958)

 

 

De Amerikaanse dichteres Carolyn Ashley Kizer werd geboren op 10 december 1925 in Spokane, Washington. Zie ook alle tags voor Carolyn Kizer op dit blog.

 

Where I've Been All My Life

I.
Sirs, in our youth you love the sight of us.
Older, you fall in love with what we've seen,
Would lose yourselves by living in our lives.
I'll spin you tales, play the Arabian girl;
Working close, alone in the blond arena,
Flourish my cape, the cloth on the camera.
For women learn to be a holy show.

I'll tell you where I've been, not what I am:
In Rotterdam, womb where my people sprang,
I find my face, my father, everywhere.
New cousins I must stoop to greet, the get
Of tall, whey-colored burghers, sturdy dams,
As children fed on tulip bulbs and dirt,
Tugged at dry dugs and sucked at winter's rind.

My cousins, dwarfed by war! Your forms rebuke
The butcher and the bystander alike.
To ease you I can't shrink this big Dutch frame
Got of more comfortable ancestors.
But from my Southern side I pluck a phrase,
"I'll carry you." And it means "rest in me,"
To hold you as I may, in my mind's womb.

But snap the album, get the guidebook out!
Rotterdam: her raw, gray waterfront,
Zadkine's memorial burning on the quay;
This bronze is mortal, gaping in defeat,
The form that wombed it split to let it be.
It mends; he lurches up, in blood reborn,
The empty heavens his eternal frame.

 

 1985439-7184be3ffdf3081fe978b38d5d97e3d8.jpg
Carolyn Kizer (10 december 1925 – 9 oktober 2014)

 

 

De Franse dichter en schrijver Pierre Louÿs werd geboren op 10 december 1870 in Gent. Zie ook alle tags voor Pierre Louÿs op dit blog.

 

Chanson

Le premier me donna un collier, un collier de perles qui
vaut une ville, avec les palais et les temples, et les trésors
et les esclaves.

Le second fit pour moi des vers. Il disait que mes cheveux
sont noirs comme ceux de la nuit sur la mer et mes yeux
bleus comme ceux du matin.

Le troisième était si beau que sa mère ne l'embrassait pas
sans rougir. Il mit ses mains sur mes genoux, et ses lèvres
sur mon pied nu.

Toi, tu ne m'as rien dit. Tu ne m'as rien donné, car tu es
pauvre. Et tu n'es pas beau, mais c'est toi que j'aime

 

 

Pégase
À José Maria de Heredia.

De ses quatre pieds purs faisant feu sur le sol,
La Bête chimérique et blanche s'écartèle,
Et son vierge poitrail qu'homme ni dieu n'attelle
S'éploie en un vivace et mystérieux vol.

Il monte, et la crinière éparse en auréole
Du cheval décroissant fait un astre immortel
Qui resplendit dans l'or du ciel nocturne, tel
Orion scintillant à l'air glacé d'Éole.

Et comme au temps où les esprits libres et beaux
Buvaient au flot sacré jailli sous les sabots
L'illusion des sidérales chevauchées,

Les Poètes en deuil de leurs cultes perdus
Imaginent encor sous leurs mains approchées
L'étalon blanc bondir dans les cieux défendus.

 

 1985439-6d728907d47832e045d5da87a9b5fa98.jpg
Pierre Louÿs (10 december 1870 – 6 juni 1925)
Kerstmarkt in Gent 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 10e december ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 11:35 Reageer op dit bericht

Clarice Lispector, Thomas Lux, Ara Baliozian, Christine Brückner, Rumer Godden

De Braziliaanse schrijfster Clarice Lispector werd geboren op 10 december 1925 in Podolia (Oekraïne). Zie ook alle tags voor Clarice Lispector op dit blog.

Uit: Why This World (Biografie door Benjamin Moser)

“In 1946, the young Brazilian writer Clarice Lispector was returning from Rio de Janeiro to Italy, where her husband was vice consul in Naples. She had traveled home as a diplomatic courier, carrying dispatches to the Brazilian Ministry of Foreign Relations, but with the usual routes between Europe and South America disrupted by the war, her journey to rejoin her husband followed an unconven-
tional itinerary. From Rio she flew to Natal, on the northeastern tip of Brazil, then onward to the British base at Ascension Island in the South Atlantic, to the American air station in Liberia, to the French bases in Rabat and Casablanca, and then via Cairo and Athens to Rome.
Before each leg of the trip, she had a few hours, or days, to look around. In Cairo, the Brazilian consul and his wife invited her to a cabaret, where they were amazed to see the exotic belly dance performed to the familiar strains of a hit of Rio's 1937 Carnival, Carmen Miranda's "I Want Mommy."
Egypt itself failed to impress her, she wrote a friend back in Rio de Janeiro.
"I saw the pyramids, the Sphinx--a Mohammedan read my palm in the `desert sands' and said I had a pure heart. . . . Speaking of sphinxes, pyramids, piasters, it's all in horribly bad taste. It's almost immodest to live in Cairo. The problem is trying to feel anything that hasn't been accounted for by a guide."1
Clarice Lispector never returned to Egypt. But many years later she recalled her brief sightseeing tour, when, in the "desert sands," she stared down no one less than the Sphinx herself.
"I did not decipher her," wrote the proud, beautiful Clarice. "But neither did she decipher me."
By the time she died in 1977, Clarice Lispector was one of the mythical figures of Brazil, the Sphinx of Rio de Janeiro, a woman who fascinated her countrymen virtually from adolescence. "The sight of her was a shock," the poet Ferreira Gullar remembered of their first meeting. "Her green almond eyes, her high cheekbones, she looked like a she-wolf, a fascinating wolf. . . . I thought that if I saw her again I would fall hopelessly in love with her." "There were men who couldn't forget me for ten years," she admitted.”

 

 1985434-c56999ea301b565fb3e57c1390666cb4.jpg
Clarice Lispector (10 december 1925 – 9 december 1977)

 

 

De Amerikaanse dichter Thomas Lux werd geboren op 10 december 1946 in Northampton, Massachusetts. Zie ook alle tags voor Thomas Lux op dit blog.

 

Refrigerator, 1957

More like a vault -- you pull the handle out
and on the shelves: not a lot,
and what there is (a boiled potato
in a bag, a chicken carcass
under foil) looking dispirited,
drained, mugged. This is not
a place to go in hope or hunger.
But, just to the right of the middle
of the middle door shelf, on fire, a lit-from-within red,
heart red, sexual red, wet neon red,
shining red in their liquid, exotic,
aloof, slumming
in such company: a jar
of maraschino cherries. Three-quarters
full, fiery globes, like strippers
at a church social. Maraschino cherries, maraschino,
the only foreign word I knew. Not once
did I see these cherries employed: not
in a drink, nor on top
of a glob of ice cream,
or just pop one in your mouth. Not once.
The same jar there through an entire
childhood of dull dinners -- bald meat,
pocked peas and, see above,
boiled potatoes. Maybe
they came over from the old country,
family heirlooms, or were status symbols
bought with a piece of the first paycheck
from a sweatshop,
which beat the pig farm in Bohemia,
handed down from my grandparents
to my parents
to be someday mine,
then my child's?
They were beautiful
and, if I never ate one,
it was because I knew it might be missed
or because I knew it would not be replaced
and because you do not eat
that which rips your heart with joy.

 

 1985434-2d050e68635fd5b1bd577b1c78a50582.jpg
Thomas Lux (Northampton, 10 december 1946)

 

 

De Armeense schrijver Ara Baliozian werd geboren op 10 december 1936 in Athene. Zie ook alle tags voor Ara Baliozian op dit blog.

Uit: Pages From My Diary, 1986-1995

« Sometimes in the middle of the night I receive telephone calls from distant places by individuals in search of immortality. These individuals seem to think that I have influence in those places where immortality is dispensed. I try to explain to them that I have problems of my own, that I can't even make ends meet, that my so-called influence is a figment of their imagination, that the status of an Armenian writer in our communities is that between a janitor and an unemployable misfit, and that even if I were to write to a flunky, the chances are I would be completely ignored.
The Arabs castrate rapists and cut off the hands of thieves. Both procedures may be viewed as forms of censorship. Literary censorship is even more barbaric because it attempts to castrate or maim the expression of man's mind and soul. Literary censorship is the first step on the road that leads to massacre.
Some of our academics appear to have made the brilliant discovery that, the more useless and irrelevant their field of expertise, the more they can count on institutional support. I am personally acquainted with academics who know everything that happened to us 70 or even 700 years ago but pretend to know nothing about what's happening today in their own community.
"Why have you given up writing?" I ask a friend who until very recently contributed regularly to our press.
"How can you go on writing?" he replies.
A good question. I wish I knew the answer.”

 

 1985434-eb970cc7362b9f1a6341b0d199afca66.png
Ara Baliozian (Athene, 10 december 1936)

 

 

De Duitse schrijfster Christine Brückner werd geboren op 10 december 1921 in Schmillinghausen bij Bad Arolsen in Hessen. Zie ook alle tags voor Christine Brückner op dit blog.

Uit: Jauche und Levkojen

„Vor wenigen Minuten wurde auf Poenichen ein Kind geboren. Es kniff die Augen fest zu, als wäre ihm das Licht der Morgensonne zu grell, und war nicht einmal durch leichte Schläge auf das Hinterteil zum Schreien zu bringen. Aber: Es bewegte sich, atmete, lebte. Die Hebamme hatte die Länge: 42 Zentimeter, mit Hilfe der Küchenwaage auch das Gewicht: 2450 Gramm, festgestellt und zusammen mit dem Datum, dem 8. August 1918, und der Uhrzeit: 7 Uhr 30, auf dem Formular eingetragen, und nun lag das Kind gewindelt und mit blauem Jäckchen und Mützchen bekleidet in den blaugestickten Kissen der Quindtschen Familienwiege und schlief.
Die Mutter des Kindes, Vera von Quindt geborene von Jadow, für zwei Wochen eine Wöchnerin und dann nie wieder, hatte darauf bestanden, daß ihr Kind - zum Zeitpunkt dieser Abmachung allerdings nicht einmal gezeugt - in der Charite zur Welt kommen sollte, wo ein junger unterschenkelamputierter Arzt in der Entbindungsstation arbeitete, einer ihrer Bewunderer, aber als Ehemann nicht geeignet:
bürgerlich und ohne Aussicht auf eine baldige Niederlassung in einer guten Wohngegend des Berliner Westens. Aus begreiflichen Gründen war von ihm nicht die Rede gewesen, als diese Abmachung
getroffen wurde. Die Erinnerung an den Steckrübenwinter und eine erneute Herabsetzung der Lebensmittelrationen hatten die junge Berlinerin ein pommersches Rittergut mit anderen Augen sehen
lassen. Sie war 24 Jahre alt, dunkelhaarig, hübsch, aber unvermögend, und ihre Tänzer waren an der Somme undMarne gefallen, "reihenweise" wie ihre Mutter zu sagen pflegte. ...“

 

 1985434-a488403f8b9e84bd7a7bac7a8550602d.jpg
Christine Brückner (10 december 1921 – 21 december 1996)
Scene uit de gelijknamige film uit 1978

 

 

De Engelse schrijfster Margaret Rumer Godden werd geboren op 10 december 1907 in Eastbourne, East Sussex. Zie ook alle tags voor Rumer Godden op dit blog.

Uit: In This House of Brede

“From the air. it would seem that it was the Abbey that had space, the old town below that was enclosed; steep and narrow streets ran between the ancient battlements and its houses were huddled, roof below roof, windows and eaves jutting so that they almost touched; garden yards were overlooked by other garden yards while the Abbey stood in a demesne of park, orchard, farm and garden. Its walls had been heightened since the nuns came, trees planted that had grown tall; now it was only from the tower that one could look into the town, though atnight a glow came up from the lights seeming, from inside the enclosure, to give the Abbey walls a nimbus.
The traffic made a continual hum too, heard in the house but not in the park that stretched away inland towards the open fields; it was a quiet hum because the town was quiet and old- fashioned; besides, no car or lorry could be driven quickly through Its narrow cobbled streets.
The sparrow voices of children, when they were let out of school, were heard too, but the only sound that came from the Abbey was dropped into the town by bells measuring, not the hours of time as did the parish church clock, but the liturgical hours from Lauds to Compline; the bells rang the Angelus, the call to Chapter and the Abbey news of entrances and exits; sometimes of death. There was a small bell. St John, almost tinkling by contrast; it hung in the long cloister and summoned the nuns to the refectory. The bells of the Abbey, the chimes of the parish church clock, coming across each other, each underlining the other, gave a curious sense of time outside time, of peace, and the only quarrel the town had with the Abbey now was that the nuns insisted on feeding tramps.
A winding stone stair led up to the tower, going through the belfry above the bell tribune where the hanging bell ropes had different coloured tags. Though the bells were numbered, they had names. ‘Dame Ursula says they are baptized,’ sald Sister Cecily. Dame Clare, the zelatrix, Dame Ursula's assistant, was more exact. ‘There is a ceremony in the pontifical which is called baptizing the bells; It is, rather, a consecration,‘ but to Cecily they seemed personalities. "

 

 1985434-7b1aed1806214c751ed0e007c0458715.jpg
Rumer Godden (10 december 1907 – 8 november 1998)

Geschreven door Romenu om 11:34 Reageer op dit bericht

Thomas Verbogt, Gioconda Belli, Gioconda Belli, Joe McGinniss, Wolfgang Hildesheimer, Anna Gavalda, Ödön von Horváth, John Milton

De Nederlandse schrijver Thomas Verbogt werd op 9 december 1952 geboren in Nijmegen. Zie ook alle tags voor Thomas Verbogt op dit blog.

Uit:Waaitaal

““Last.
De slijter bij wie ik soms kom, doet vaak een beetje moeilijk over de wijn die hij verkoopt. Of moeilijk, nee, dat is niet het woord: artistiek - dát is het. Als we voor de schappen staan is het net alsof we naar een tentoonstelling kijken. Graag zou ik dit illustreren aan de hand van
een voorbeeld, dus hoe hij over de wijnen praat, maar dat kan ik niet, want ik laat zijn woorden niet tot me doordringen. Ik kan doen alsof ik aandachtig luister, terwijl ik aan volstrekt andere dingen denk. Op het juiste moment zeg ik: ‘Doet u me daar maar een doosje van.’ Regel-
matig complimenteert de slijter me vanwege mijn keuze.Laatst zei hij zelfs: ‘Heel verstandig.’
Het rare is dat wanneer ik zijn winkel verlaat, hij een ander register opentrekt. Dan kan hij zeggen: ‘Smakelijke avond.’ Ik moet daar niet moeilijk over doen, maar toch heb ik last van die woorden. Ze achtervolgen me op weg naar huis.
Gisteren sloeg hij toe tijdens het afrekenen. Hij stond al een tijdje met een fles in zijn handen, ik zag zijn mond bewegen, een keer of vier ving ik het woord ‘fruitig’ op, want sommige woorden dringen toch tot me door, en toen hij weer triomfantelijk tegen het etiket tikte, zei ik:
‘Doet u me maar een doosje. ’ Hij toetste een bedrag in op de kassa, hij sprak dat bedrag ook uit en toen zei ik waarom, geen idee: ‘Dat valt mee.’ Hij keek me aan en daar kwam het: ‘Geinig voor weinig.’ Ik voelde lichte schaamte en keek automatisch naar buiten. De hemel spuugde fel natte sneeuw tegen de winkelruit.”

 

 1985191-b64efbc2b35d07b92b8410043dcbf692.png
Thomas Verbogt (Nijmegen, 9 december 1952)

 

 

De Duitse dichter, schrijver en vertaler Michael Krüger werd geboren op 9 december 1943 in Wittgendorf. Zie ook alle tags voor Michael Krüger op dit blog.

Uit: Das Irrenhaus

„Zum ersten Mal in meinem Leben wollte ich mich mit Hingabe langweilen. Ich habe in den vergangenen zwanzig Jahren alles Spekulative zur Langeweile gelesen, von den antiken Griechen bis zu Heidegger, ihn sogar mehrere Male, herrlich und nie übertroffen in seiner Klarheit und sauertöpfischen Pedanterie. Aber es ist etwas anderes, sich theoretisch mit Langeweile zu beschäftigen, als sich ihr auszusetzen. Kann man sich zur Langeweile entschließen? Ein Leergelassensein von der Welt, das wollte ich erreichen.
Ich hatte den Eindruck, das Leben sei mir zu nahe gekommen, unsichtbar zwar, aber doch bedrängend. Ich sollte mich ständig äußern, entscheiden, einen geraden Weg einschlagen. Ich sollte sagen, wer ich war und wer ich eines Tages sein wollte. Aber es war mir vollkommen unmöglich, eine Antwort auf die immer unangenehmer werdenden Fragen zu geben. Ich war weder besonders schlau, noch hatte ich starke Meinungen, kaum feste Überzeugungen und fast keinen Glauben, nur ein flüchtiges Staunen darüber, wie rasch und unkompliziert sich andere Menschen den Launen anpassen, die auf geheimnisvolle Weise in die Welt treten, sie eine Weile beherrschen und dann wie von selbst wieder verschwinden. Manchmal, wenn ich aus dem Fenster starrte, kam ich zu der nicht besonders bemerkenswerten Ansicht, zu neunzig Prozent aus Routine zu bestehen; diese Routine hielt mich am Leben. Und die restlichen zehn Prozent? Ich war mir nicht sicher, ob diese zehn Prozent an einem Spiel teilnahmen, dessen Spielregeln ich nicht kannte, oder ob ich über sie als Werkzeug der Lebensordnung, meines Lebens, verfügen konnte. Mit anderen Worten, mit jedem Tag, den ich auf der Welt war, nahm meine Unsicherheit zu. Von einer irgendwie fest umrissenen Identität konnte bei mir nicht die Rede sein; ich besaß nicht einmal den Ehrgeiz, eine zu haben.
Ich fand es immer unerträglicher, mit dem Bus oder mit der U-Bahn zu fahren und den Menschen in die Augen zu blicken. Sogar das Einkaufen im Supermarkt gleich gegenüber fiel mir schwer. Wenn ich mit meinem Einkaufskorb in einer Schlange stehen musste und gezwungen war, schrittweise vorzurücken, immer meinen Vordermann oder eine Vorderfrau im Blick, wenn ich in die fremden Körbe schauen musste, auf die trostlosen fettarmen Joghurts, auf Kekse und Zigaretten und Deodorantflaschen, stellte ich mir zwangsläufig das Leben dieser Menschen vor und wurde sofort von einem Schwindel ergriffen, von einem so überwältigenden Lebensentzug, dass ich oft genug meinen Korb einfach in das nächste Fach stellte und fluchtartig den Laden verließ.“

 

 1985191-8f23e6b7020b58b04236d08d0d04d3d5.jpg
Michael Krüger (Wittgendorf, 9 december 1943)

 

 

De Nicaraguaanse schrijfster, dichteres en ex-politica Gioconda Belli werd geboren op 9 december 1948 in Managua. Zie ook alle tags voor Gioconda Belli op dit blog.

 

The man who loves me

I.
The man who loves me should know how to part curtains
of flesh
Fathom my eye's depths
And know that in me nestles
A tender, transparent swallow.

II.
The man who loves me
Will not covet me like a commodity
Nor exhibit me like a sportsman's trophy
He will stand by me
Loving me just as I love and stand by him.

III.
The man who loves me
Will be strong as the ceibo trees
Solid and sheltering as they are,
Clear as a December morning.

 

 1985191-2977cb51a7c12f2d304d2deb85441363.jpg
Gioconda Belli (Managua, 9 december 1948)

 

 

De Amerikaanse schrijver Joe McGinniss werd geboren in New York City op 9 december 1942. Zie ook alle tags voor Joe McGinniss op dit blog.

Uit:The Rogue

“A moment later, the door flew open again. A young man in a T-shirt and blue jeans strode out. His head was shaved. He wore a goatee. His arms and neck were covered with tattoos.
“Get back inside, bitch!”
The woman lowered her hands and looked at him. Through her tears, she said, “Can’t you understand that I’d rather be dead than stuck here living with you?”
He grabbed her by a bare arm and yanked her to her feet.
The baby continued to cry.
“Listen, bitch—”
“Hey!” I shouted. “Take it easy there.”
He let go of the woman’s arm and looked down at me from the landing. “Who the f--k are you?”
“Your new neighbor?” I said.
“Let me tell you, mister,” the woman said, “you don’t want to live here.”
“Are you going to be okay?”
Advertise
She nodded, then went back inside with the man, leaving the baby crying on the landing. The rental agent still had not arrived. I got back in my car and drove off to resume my search.
The next day, Thursday, May 20, I found a “mother-in-law” apartment in a house owned by a schoolteacher in the Hillside district of Anchorage. Hillside wasn’t the most convenient area—it was at least a twenty-minute drive from downtown and more than an hour from Wasilla, where I’d be spending most of my working hours—but at $1,650 a month it was better than $2,400 and the need to put the domestic abuse hotline on my speed dial. I arranged to see the apartment at 6:00 pm.”

 

 1985191-f4071649d09d434ecda0d3a21f9a85b8.jpg
Joe McGinniss (9 december 1942 - 10 maart 2014)

 

 

De Duitse schrijver en schilder Wolfgang Hildesheimer werd geboren op 9 december 1916 in Hamburg. Zie ook alle tags voor Wolfgang Hildesheimer op dit blog.

Uit:Das Ende der Fiktionen

“Aber kommen wir zur Sache. Die Frage, die uns angeht, ist die: ist es tatsächlich heute noch die "wahre Aufgabe" des Schriftsellers, ein Meisterwerk zu schreiben? Und während ich, ein älterer Schriftsteller, sagen würde: Ja, das ist es, war es immer und bleibt es bis zum Ende der Literatur, würde die Mehrheit der jungen Schriftsteller in Deutschland allein schon den Begriff des Meisterwerkes mit Verachtung von sich weisen. Die Aufgabe des Schriftstellers, so würden sie sagen, ist, zur Veränderung der Gesellschaft beizutragen. Die Gemäßigten sehen die Aufgabe im Schärfen des Bewußtseins und der rezeptiven Fähigkeiten des Lesepublikums. Die Extremen sagen: ein Schriftsteller, der seine Aktivität nicht in den unmittelbaren Dienst der Weltrevolution stellt, ist kein Schriftsteller, sondern ein Parasit.
Ich möchte nicht gern als ein Reaktionär vor Ihnen stehen. Meine politische Position ist links. Zwar bin ich gegen Terror und Gewalt jeder Art, aber ich bin der Meinung, daß der Kapitalismus abgeschafft werden muß, daß die Reichen ihrer Privilegien beraubt werden und die Hungrigen ernährt werden müssen. Daß, in anderen Worten, die Gesellschaft verändert werden muß. Ich weiß: das ist leicht gesagt. Aber es ist ebenso leicht geschrieben. Schwer ist nur aktive Abhilfe.
Die Versuche der Literatur, einschließlich der littérature engagée, unsere Situation anhand fiktiver Modelle in den Griff zu bekommen, sind gescheitert. ... Sartre, ihr Hauptvertreter, ist noch immer politisch tätig, er reist und besucht Anarchisten im Gefängnis, er hat dem Establishment abgeschworen, den Nobelpreis demonstrativ abgelehnt; aber was schreibt er? Ein mehrbändiges Werk über Flaubert.
Kunst ist Kreativität, nicht Wiedergabe - ich darf annehmen, daß Sie das schon irgendwo gehört haben. Ich bin mir völlig darüber im klaren, daß die Wörter "Kunst", "Künstler" und "Kreativität" für den politisch engagierten Schriftsteller lächerlich, wenn nicht gar verhaßt sind.“

 

 1985191-296d7e9fb22891e1e8efd61d266e42ad.jpg
Wolfgang Hildesheimer (9 december 1916 – 21 augustus 1991)

 

 

De Franse schrijfster Anna Gavalda werd geboren op 9 december 1970 in Boulogne-Billancourt. Zie ook alle tags voor Anna Gavalda op dit blog.

Uit: Je l'aimais

" - Oh, en fait, je ne t'écris pas vraiment, j'écris ce que j'ai envie de faire avec toi..."
Il y'avait des feuilles partout. Autour d'elle, à ses peids, sur le lit. J'en ai pris une au hasard:
pique-niquetk faire la sieste au bord d'une rivière, manger des pêches, descrevettes, des croissants, du riz gluant, nager, danser, m'acheter des chaussures, de la lingerie, du parfum, lire le journal, lécher les vitrines, prendre le métro, surveiller l'heure, te pousser quand tu prends toute la place, étendre le ligne, aller à l'Opéra, à Bayreuth, à Vienne, aux coruses, au supermarché, faire des barbecues, râler quand tu as oublié le charbon, me laver les dents en même temps que toi, t'acheter des calecons, tondre la pelouse, lire le journal par dessus ton épaule, t'empêcher de manger trop de cacahouètes, visiter les caves de la Loire, et celles de la Hunter Valley, faire l'idiote, jacasser, te présenter Martha et Tino, cueillir des mûres, cuisiner, retourner au Vietnam, porter un sari, jardiner, te réveiller encore parce que ton ronfles, aller au zoo, aux puces, à Paris, à Londres, à Melrose, à Picadilly, te chanter des chansons, arrêter de fumer, te demander de me couper les ongles, acheter de la baiselle, des bêtises, des choses qui ne servent à rien, manger des glaces, regardes les gens, te battre auxc échecs, écouter du jazz, du reggae, danser le mambo et le cha-cha-cha, m'ennuyer, faire des caprices, bouder, rire, t'entortiller autour de mon petit doigt, chercher une maison avec vue sur les vaches, remplir d'incédents Caddie, repreindre un plafond, coudre des rideaux, rester des heures à table à discuter avec des gens intéressants, te tenir par la barbichette, te couper les cheveux, enlever les mauvaises herbes, laver la voiure, voir la mer, revoir de vieux nanars, t'appeler encore, te dire des mots crus, apprendre à tricoter, te tricoter uen écharpe, défaire cette horreur, recueillir des chats, deschiens, des perroquets, des éléphants, louer des bicyclettes, ne pas s'en servir, rester dans un hamac, relire les bicot de ma grand-mère, recoir les robes de Suzy, boires des margaritas à l'ombre, tricher, apprendre à me servir d'un fer à repasser, jeter le fer à repasser par la fenêtre, chanter sous la pluie, fuir les touristes, m'enivrer, te dire toute la vérité, me souvenir que toute vérité n'est pas bonne à dire, t'écouter, te donner la main, récupérer mon fer à repasser, écouter les paroles des chansons, mettre le réveil, oubleir nos valises, m'arrêter de courir, descendre les piubelles, te delander si tu m'aimes toujours, discuter avec la vosiine, te racotner mon enfance à Bahrein, les bagues de ma nounou, l'odeur du henné et les boulettes d'ambre, faire les mouilettes, des étiquettes pour les pots de confiture...
Et si ca continuait comme ca pendant dans des pages et des pages. Des pages et des pages... Je te dis là ce sui me passe par la tête, ce dont je me souviens. C'était incroyable."

 

 1985191-86cd9dfe2d40d5b311b741de763789ee.jpg
Anna Gavalda (Boulogne-Billancourt, 9 december 1970)

 

 

De Hongaars-Duitse schrijver Ödön von Horváth werd geboren op 9 december 1901 in Fiume. Zie ook alle tags voor Ödön von Horváth op dit blog.

Uit: Glaube, Liebe, Hoffnung

DIE PRANTL Grüß Gott, tritt ein zeigens her – habens Ihr Pensum hinter sich?
ELISABETH Hier – Sie überreicht der Prantl ihr Bestellbuch.
DIE PRANTL blättert: Was? Zwei Paar Straps, einen Hüfthalter und ein Korsett, das ist doch radikal nichts!
ELISABETH Das Verkaufen ist heutzutage kein Kinderspiel, die Leut schlagen einem die Türe vor der Nase zu.
DIE PRANTL Also nur keine Gemeinplätze! Sie als Vertreterin müssen bei der Kundschaft den Schönheitssinn entwickeln! Jetzt wo das ganze Volk Gymnastik treibt und wo man überall nackerte Weiber sieht, das ist doch für unsere Branche die beste Reklame! Sie müssen Ihnen halt mehr an die Herren der Schöpfung halten, mir ist noch kein Mannsbild begegnet, das wo keinen Sinn für Strapsgürtel gehabt hätte! Wie war es denn in Kaufbeuren?
ELISABETH In Kaufbeuren war nichts.
DIE PRANTL Wieso hernach nichts? Kaufbeuren war doch immer phänomenal!
ELISABETH Ich war aber nicht in Kaufbeuren.
DIE PRANTL Sondern?
ELISABETH Ich wollte nämlich Zeit sparen und bin mit einem Auto gefahren, und zwar direkt in der Luftlinie – aber plötzlich hat die Ölzufuhr ausgesetzt und ich habe in einer Scheune im Walde übernachtet."

 

 1985191-9108405d35000f1927b675d5c404e0fd.jpg
Ödön von Horváth (9 december 1901 – 1 juni 1938)
Scene uit een opvoering in Salzburg, 2009

 

 

De Engelse dichter en schrijver John Milton werd geboren op 9 december 1608 in Londen. Zie ook alle tags voor John Milton op dit blog.

Uit: Paradise Lost (Book I)

But see! the angry Victor hath recalled
His ministers of vengeance and pursuit
Back to the gates of Heaven: the sulphurous hail,
Shot after us in storm, o’erblown hath laid
The fiery surge that from the precipice
Of Heaven received us falling; and the thunder,
Winged with red lightning and impetuous rage,
Perhaps hath spent his shafts, and ceases now
To bellow through the vast and boundless Deep.
Let us not slip the occasion, whether scorn
Or satiate fury yield it from our Foe.
Seest thou yon dreary plain, forlorn and wild,
The seat of desolation, void of light,
Save what the glimmering of these livid flames
Casts pale and dreadful? Thither let us tend
From off the tossing of these fiery waves;
And, re-assembling our afflicted powers,
Consult how we may henceforth most offend
Our Enemy, our own loss how repair,
How overcome this dire calamity,
What reinforcement we may gain from hope,
If not what resolution from despair.”
Thus Satan, talking to his nearest Mate,
With head uplift above the wave, and eyes
That sparkling blazed; his other parts besides
Prone on the flood, extended long and large,
Lay floating many a rood, in bulk as huge
As whom the fables name of monstrous size,
Titanian or Earth-born, that warred on Jove,
Briareos or Typhon, whom the den
By ancient Tarsus held, or that sea-beast
Leviathan, which God of all his works
Created hugest that swim the ocean-stream.
Him, haply slumbering on the Norway foam,
The pilot of some small night-foundered skiff,
Deeming some island, oft, as seamen tell,
With fixèd anchor in his scaly rind,
Moors by his side under the lee, while night
Invests the sea, and wishèd morn delays.


 1985191-98b065166b93f422abaa1543388c2f88.jpg
John Milton (9 december 1608 – 8 november 1674)
Cover

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 9e december ook mijn blog van 9 december 2012 deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:31 Reageer op dit bericht

In Memoriam Peter van Straaten

In Memoriam Peter van Straaten

De Nederlandse cartoonist, illustrator en striptekenaar Peter van Straaten is donderdag op 81-jarige leeftijd overleden. Volgens zijn website gebeurde dat in zijn woonplaats Amsterdam. Peter van Straaten werd geboren in Arnhem op 25 maart 1935. Zie ook alle tags voor Peter van Straaten op dit blog.

 

 1985208-b34647f6b4d5f0d0ff1ff95f0dd8a700.jpg

 

*****************************

 1985208-80ff884178ec1e80582e564637af5faf.jpg   Peter Van Straaten (25 maart 1935 – 8 december 2016)




Geschreven door Romenu om 17:59 Reageer op dit bericht

Eileen Myles

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Eileen Myles werd geboren in Boston, Massachusetts, op 9 december 1949. Zij bezocht katholieke scholen in Arlington, Massachusetts, en behaalde haar BA aan de Universiteit van Massachusetts (Boston). In 1974 kwam zij bij The Poetry Project in St. Mark's in New York, waar o.a. Alice Notley, Paul Violi en Ted Berrigan haar docenten waren. In 1979 werkte ze als assistent van dichter James Schuyler. Myles's eerste grote bunde, “Not Me” werd in 1991 uitgegeven. Andere bundels zijn: “Snowflake/different streets” (2012); “Sorry, Tree”(2007); “Skies”(2001); “School of Fish”(1997), en “Maxfield Parrish” (1995). Zij is ook de auteur van twee romans, “Inferno: A Poet’s Novelroman” (2010), winnaar van de Lambda Literary Award 2011 en “Cool for You” (2000). Myles heeft ook een bundel korte verhalen geschreven, “Chelsea Girls” (1994). Ze ontving een beurs van de Warhol Foundation voor haar verzameling essays “The Importance of Being Iceland” (2009) en kreeg in 2012 een Guggenheim-fellowship. In2015 verscheen “I Must Be Living Twice: New and Selected Poems 1975-2014.” Naast het schrijven van poëzie was Myles artistiek directeur van St. Mark's Church van 1984 tot 1987 en was zij mederedacteur van de anthologie “The New Fuck You/adventures in lesbian reading” (1995). Zij schreef ook het libretto voor de opera “Hell” door Michael Webster. In 1991 lanceerde Myles een schrijfcampagne voor de president van de Verenigde Staten. Zij publiceerde in diverse bladen, waaronder ArtForum, BookForum, The Believer, The Nation en Parkett. Myles is emeritus hoogleraar schrijven en literatuur aan de universiteit van Californië, San Jose, de New York University, Columbia University, en het Naropa Institute in Boulder, Colorado.

 

The Honey Bear

Billie Holiday was on the radio
I was standing in the kitchen
smoking my cigarette of this
pack I plan to finish tonight
last night of smoking youth.
I made a cup of this funny
kind of tea I've had hanging
around. A little too sweet
an odd mix. My only impulse
was to make it sweeter.
Ivy Anderson was singing
pretty late tonight
in my very bright kitchen.
I'm standing by the tub
feeling a little older
nearly thirty in my very
bright kitchen tonight.
I'm not a bad looking woman
I suppose O it's very quiet
in my kitchen tonight I'm squeezing
this plastic honey bear a noodle
of honey dripping into the odd sweet
tea. It's pretty late
Honey bear's cover was loose
and somehow honey dripping down
the bear's face catching
in the crevices beneath
the bear's eyes O very sad and sweet
I'm standing in my kitchen O honey
I'm staring at the honey bear's face.

 

 

Movie

You're like
a little fruit
you're like
a moon I want
to hold
I said lemon slope
about your
hip
because it's one
of my words
about you
I whispered
in bed
this smoothing
the fruit &
then alone
with my book
but writing
in it the pages
wagging
against my knuckles
in the
light like a
sail.

 

 2070683-3ee4260c0be6975e2eacc80aacf72375.jpg
Eileen Myles (Boston, 9 december 1949)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Jamal Ouariachi, Louis de Bernières, Bill Bryson, Mary Gordon, Delmore Schwartz, Jim Morrison, Georges Feydeau, Horatius

De Nederlandse schrijver Jamal Ouariachi werd geboren in Amsterdam op 8 december 1978. Zie ook alle tags voor Jamal Ouariachi op dit blog.

Uit: Een honger

“Vier porties, minstens.
Dat is de gedachte, terwijl ze de pan rijst leegkiepert boven de vuilnisbak. Aan elkaar geklonterde korrels, te klef gekookt. Nu ze er met gestilde honger naar kijkt: de aanblik van een madenfamilie. Toch vonkt een luciferstreekje geluk door haar borstkas. Luxe schuilt niet in het noodzakelijke, maar in het overtollige. Doffe gong van houten lepel die laatste restjes uit pan dirigeert. Nee, het is iets anders. Plezier in de kommerloosheid waarmee ze dit klusje uitvoert. Lekker, eten weggooien. Denk aan De Kindertjes In... – Nee, ze denkt nu eens even niet aan De Kindertjes In. Met De Kindertjes In heeft ze niets te maken.
Er is maar één kindertje waarvoor Aurélie zich verantwoordelijk voelt, en dat ligt momenteel boven te slapen.
Als dat kindertje vroeg in de avond gevoederd wordt, waarbij ze steeds vaker zelf het bestek mag hanteren, dan kliedert ze de helft van het maal op slab, tafelkleed of grond, nog los van de klodders die ergens, willekeurig, op het kindergezicht blijven plakken. Het gaat niet om wat er vermorst wordt, het gaat om wat er in dat mondje verdwijnt. Denkt het kindertje aan De Kindertjes In? Nee. Het knoeit schuldeloos.
Een halve kip tuimelt de rijst achterna, evenals de inhoud van een steelpan vol satésaus en een kom gekruide sperziebonen. De vuilniszak zucht, het plastic herschikt zich, het eten zakt wat verder weg in de pedaalemmer nu er weer lucht ontsnapt is en daarmee ruimte vrijgekomen. ‘Je hebt weer veels te veel gemaakt,’ roept ze tegen Philip, die in de huiskamer naar een documentaire over waar-ging-het-ook-alweer-over zit te kijken. De mild-verwijtende toon meent ze niet. Juist charmant, zijn klungeligheid: wie een oog groter dan de maag heeft, is een optimist. Maar ze moet het van zichzelf toch even melden.
Vanuit de huiskamer klinkt een mompelbrom waaruit ze opmaakt dat hij haar maar half verstaan heeft. Of even geen zin in een discussie over zijn kookkwaliteiten. Kan ook. Korte blik op haar telefoon. Geen berichten. Zondagavond. Rust.
Ze maakt de keuken schoon omdat de schoonmaakster morgenochtend komt. Zodra de afwasmachine draait, spoedt ze zich naar boven om te kijken hoe Lydia erbij ligt.Lydia slaapt. Knuffel in knuist: een pluchen fantasiebeest met uitpuilende ogen. Rood met knalgeel haar. Het Rooie Koontje noemen ze hem. Woje Kootje, in het idioom van Lydia.”

 

 1984892-28f38b87134488a010791ec15358d8fa.jpg
Jamal Ouariachi (Amsterdam, 8 december 1978)

 

 

De Britse dichter en schrijver Louis de Bernières werd geboren in Londen op 8 december 1954. Zie ook alle tags voor Louis de Bernières op dit blog.

Uit:The Dust That Falls from Dreams

“This was the day that Daniel vaulted the wall.
 Not many weeks previously the tiny Queen had begun to lose her appetite. In Marseilles, President Kruger of South Africa, fleeing into exile laden with wealth stolen from his own people, raised the rabble to new frenzies of anti-Britishness, and hotels where British travellers were thought to be staying were besieged.
The Queen grew drowsy. She had never before shown any lapse of energy or attention, but now she nodded off even at crucial moments. She received a letter from a boy bugler in the Devons, telling her how he had been the one to sound the charge at Waggon Hill, and she managed to reply to it.
The Queen travelled from London to Osborne House, on the Isle of Wight. She loved it there, and had long considered it to be her real family home. She had her own little beach with a bathing hut, and there was a miniature house where her children, now scattered across Europe, used to play when Albert was still alive. Across the Solent she could visit the vast military hospital that she had set up at Netley, bringing the scarves that she liked to knit for the wounded soldiers.
The Queen found that she could not speak when the Brazilian ambassador came to present his credentials. She was forgetting how to talk. She failed to recognise Lord Roberts when he returned in triumph from South Africa in order to become the new Commander-in-Chief. He was bewildered and grief-stricken.
The Queen performed her last great imperial act, and proclaimed the establishment of the Commonwealth of Australia. Her visit to the Riviera was cancelled, and the Keeper of the Privy Purse was obliged to pay out £800 in compensation to the Hotel Cimiez.”
 

 1984892-03901be348079e23aa3297f3a627279e.jpg
Louis de Bernières (Londen, 8 december 1954)

 

 

De Amerikaanse schrijfster Mary Catherine Gordon werd geboren op 8 december 1949 in Far Rockaway, New York. Zie ook alle tags voor Mary Gordon op dit blog.

Uit: The Love of My Youth

„She stands before the spotted mirror. A dime-sized pool of expensive moisturizer — rose scented, ordered especially from a Romanian cosmetician in New York — spreads in the heat of her palm. Miranda wonders what Adam looks like. She tries on a long black skirt, throws it impatiently on the bed, then Nile green silk pants with wide legs. She tries on the black skirt again. Then a violet knit top, which she rejects because it emphasizes her breasts. Once a vexation to her on account of their smallness, her breasts had done all right with age. She’s glad he won’t be seeing her naked. Or in a bathing suit. Well, she is nearly sixty now, and her body shows the marks of bearing two strong healthy sons. Her legs, which, he had said, caused him a desire that was painful in its intensity when he saw them in her first miniskirt — September 1965 — but which she’d always thought too thick, too straight, these had gone flabby. She’s tried — swimming, running, yoga — but nothing really helps. Most of the time she doesn’t think of it, she doesn’t really care. It’s one of the benefits of age: such things have lost their power to scald.
She’s blonde now; he would not be accustomed to thinking of her as a blonde, and her hair is short, boyish. In the time they knew each other her hair had hung down her back at one point almost to her waist. Her hair was brown then, a light brown; he’d called it honey colored. She’d parted it in the middle or braided it into a single plait. Then she remembers: he did see her, briefly, with boyish hair. She doesn’t like to think about that time.
She looks at the lines around her eyes, her mouth. Her face has not ceased to please her, but it could never be the face that he had loved.
He has read about her. An article he found in a doctor’s office. “Does Your Office Make You Sick?” Sick buildings. She is an epidemiologist specializing in environmental threats. Her subspecialty: molds.
He thought that such work seemed ill suited to her. Quiet, painstaking work. Requiring patience, which she’d always lacked. But then he remembered: it was only with people that she was impatient. With the physical world, she held her quickness in check; she could spend hours looking, sorting.”

 

 1984892-64ff20c50d00e22b830e951af8759674.jpg
Mary Gordon (Far Rockaway, 8 december 1949)
Cover

 

 

De Amerikaanse schrijver Bill Bryson werd geboren in Des Moines (Iowa) op 8 december 1951. Zie ook alle tags voor Bill Bryson op dit blog.

Uit: African Diary

“I knew that we would probably visit a clinic from time to time and that someone in the party might occasionally have to shoot a charging animal, but I hadn't imagined anything shooting at me in return.
"So how dangerous is Kenya then?" I asked in a small controlled squeak.
"Oh, not at all," they responded in unison.
"Well, hardly," Will added.
"It depends on what you mean by dangerous, of course," said Dan.
"Like bleeding and not getting up again," I suggested. "Being shot and stabbed and so forth," I added.
They assured me that that only very rarely happened, and that it was nearly always one or the other. You had to be very unlucky to be shot and stabbed, they said.
"It's mostly diseases you have to worry about," Nick went on. "Malaria, schistosomiasis, trypanosomiasis."
"Rift Valley fever, blackwater fever, yellow fever," said Dan.
"Dengue fever, bilharzia--the usual tropical stuff," added Will.
But they pointed out that you can be inoculated against many of those and for the rest most people manage a more or less complete recovery, given time and a considered programme of physiotherapy. Many even walk again. I asked if there was anything else I should know.
"Well, the roads are a little dangerous--there are some crazy drivers out there," Will said, chuckling.
"But apart from that and the diseases and the bandits and the railway from Nairobi to Mombasa, there's absolutely nothing to worry about," Nick added.
"What's wrong with the railway?"
"Oh, nothing really. It's just the rolling stock is a little antiquated and sometimes the brakes give out coming down out of the mountains--but, hey, if you worried about all the things that might happen you wouldn't go anywhere, would you?"

 

 1984892-40131b5e864ccbcd74b6ba1b55d4cbf1.jpg
Bill Bryson (Des Moines, 8 december 1951)

 

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Delmore Schwartz werd geboren op 8 december 1913 in New York. Zie ook alle tags voor Delmore Schwarz op dit blog.

 

The Heavy Bear Who Goes With Me
'the withness of the body' --Whitehead

The heavy bear who goes with me,
A manifold honey to smear his face,
Clumsy and lumbering here and there,
The central ton of every place,
The hungry beating brutish one
In love with candy, anger, and sleep,
Crazy factotum, dishevelling all,
Climbs the building, kicks the football,
Boxes his brother in the hate-ridden city.

Breathing at my side, that heavy animal,
That heavy bear who sleeps with me,
Howls in his sleep for a world of sugar,
A sweetness intimate as the water's clasp,
Howls in his sleep because the tight-rope
Trembles and shows the darkness beneath.
--The strutting show-off is terrified,
Dressed in his dress-suit, bulging his pants,
Trembles to think that his quivering meat
Must finally wince to nothing at all.

That inescapable animal walks with me,
Has followed me since the black womb held,
Moves where I move, distorting my gesture,
A caricature, a swollen shadow,
A stupid clown of the spirit's motive,
Perplexes and affronts with his own darkness,
The secret life of belly and bone,
Opaque, too near, my private, yet unknown,
Stretches to embrace the very dear
With whom I would walk without him near,
Touches her grossly, although a word
Would bare my heart and make me clear,
Stumbles, flounders, and strives to be fed
Dragging me with him in his mouthing care,
Amid the hundred million of his kind,
the scrimmage of appetite everywhere.


 1984892-15cb02c78567ff0c82f85f99c1e4a5e9.jpg
Delmore Schwartz (8 december 1913 – 11 juli 1966)
Cover

 

 

De Amerikaanse zanger, dichter en tekstschrijver James Douglas (Jim) Morrison werd geboren in Melbourne (Florida) op 8 december 1943.Zie ook alle tags voor Jim Morrison op dit blog.

 

Awake

Shake dreams from your hair
My pretty child, my sweet one.
Choose the day and
choose the sign of your day
The day’s divinity
First thing you see.
A vast radiant beach
in a cool jeweled moon
Couples naked race down by it’s quiet side
And we laugh like soft, mad children
Smug in the woolly cotton brains of infancy
The music and voices are all around us.
Choose, they croon, the Ancient Ones
The time has come again
Choose now, they croon,
Beneath the moon
Beside an ancient lake
Enter again the sweet forest
Enter the hot dream
Come with us
Everything is broken up and dances.

 

 1984892-9fe2daa8e35c637a0c11faa0dd943449.png
Jim Morrison (8 december 1943 – 3 juli 1971)

 

 

De Franse theaterauteur Georges Feydeau werd geboren op 8 december 1862 in Parijs. Zie ook alle tags voor George Feydeau op dit blog.

Uit: Un fil à la patte

"Au lever du rideau, Marceline est debout, à la cheminée sur laquelle elle s’appuie de son bras droit, en tambourinant du bout des doigts comme une personne qui s’agace d’attendre ; pendant ce temps, dans le fond, Firmin, qui a achevé de mettre le couvert, regarde l’heure à sa montre et a un geste qui signifie : « Il serait pourtant bien temps de se mettre à table. »

Marceline, allant s’asseoir sur le canapé.
Non, écoutez, Firmin, si vous ne servez pas, moi je tombe !
Firmin, descendant à elle.
Mais, Mademoiselle, je ne peux pas servir tant que madame n’est pas sortie de sa chambre.
Marceline, maussade.
Oh ! bien, elle est ennuyeuse, ma sœur ! vraiment, moi qui la félicitais hier,… qui lui disais : « Enfin, ma pauvre Lucette, si ton amant t’a quittée… si ça t’a fait beaucoup de chagrin, au moins, depuis ce temps-là, tu te lèves de bonne heure, et on peut déjeuner à midi ! » c’était bien la peine de la complimenter.
Firmin.
Qui sait ! madame a peut-être trouvé un successeur à M. de Bois-d’Enghien ?
Marceline, avec conviction.
Ma sœur !… Oh ! non ! elle n’est pas capable de faire ça !… Elle a la nature de mon père ! c’est une femme de principes ! si elle avait dû le faire, (changeant de ton) je le saurais au moins depuis deux jours.
Firmin, persuadé par cet argument.
Ah ? alors !…
Marceline, se levant.
Et puis, quand cela serait ! ce ne serait pas encore une raison pour ne pas être debout à midi et quart !… Je comprends très bien que l’amour vous fasse oublier l’heure !… (Minaudant.) je ne sais pas… je ne connais pas la chose ! "


1984892-14511cb1e20b353bb8ff3abdf46c3827.jpg
Georges Feydeau (8 december 1862 - 5 juni 1921)
Scene uit de gelijknamige film uit 2004

 

 

De Romeinse dichter en schrijver Quintus Horatius Flaccus werd geboren op 8 december 65 v. Chr. Zie ook alle tags voor Horatius op dit blog.

Oden I.10

O Hermes, Maja's welbespraakte zoon,
die 't jonge menschdom uit zijn wilden staat
hebt opgeheven door de macht der taal
en 't worstelperk!

U geldt mijn zang, bode van 't hemelrijk,
aan wien de lier haar tooverklanken dankt,
die guitig alles wat het hart behaagt,
te stelen weet.

Apollo raasde dreigend om de koeien,
die hem zijn kleine broer had weggekaapt,
maar zocht zijn pijlen tevergeefs en barstte
in lachen uit.

Veilig hebt gij den ouden Priamus
met rijken losprijs uit benarde veste
tot midden in des vijands kamp gebracht
en weer terug.

De lichte schaar der zaligen geleidt
uw gulden staf naar betere gewesten,
beminde deelgenoot van eeuw'gen dag
en eeuw'gen nacht.

 

Vertaald door Dr. A. Rutgers van der Loeff.

 

 1984892-fa3d9448ebe52d0a9194a87e4a73c01f.jpg
Horatius (8 december 65 v. Chr. - 27 november 8 v. Chr.)
Horatius door Adalbert von Roessler, ca. 1922

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 8e december ook mijn blog van 8 december 2014 en ook mijn blog van 8 december 2013 deel 1 en ook deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:23 Reageer op dit bericht

Tatamkhulu Afrika, Dirk Sterman, Johann Nestroy, Joyce Cary, Gabriel Marcel, Willa Cather, Noam Chomsky

De Zuid-Afrikaanse dichter en schrijver Tatamkhulu Afrika werd geboren op 7 december 1920 in Egypte. Zie ook alle tags voor Tatamkhulu Afrika op dit blog.

Uit: Bitter Eden

“I am lying on the only patch of improbable grass in a corner of the camp. Balding in parts, overgrown in others, generally neglected and forlorn, it is none the less grass, gentle to the touch, sweet on the tongue. The odd wild flower glows like a light left on under the alien sun.
I am not alone. Bodies, ranging from teak to white-worm, lie scattered at angles as though a bomb had flung them there. As at a signal, conversations swell to a low, communal hum hardly distinguishable from that of the darting bees, dwindle away into a silence in which I hear a plane droning somewhere high up, frustratingly free.
I am back in the narrow wadi sneaking down to the sea. I shelter under a rock's overhang, clutching the recently shunted-off-on-to-me Hotchkiss machine gun that I still do not fully understand. Peculiarly, I am alone but I know that in the wadis paralleling mine there is a bristling like cockroaches packing a crack in a wall of thousands of others who wait for the jesus of the ships that will never come. I have stared at the grain of the rock for so long that it has become a grain on the inside of my skull.
A bomber, pregnantly not ours, lumbers over the wadi on its way to the sea, its shadow huge on the ground, its belly seeming to skim rock, scrub, sand. I dutifully pump the gun's last exotic rounds at it, marvelling that, for once, the gun does not jam. But there is no flowering of the plane into flame, no gratifying hurtling of it into the glittering enamel of the sea, and I stare after it as it rises into higher flight and am drained as one who has milked his seed into his hand.
Later, a shell explodes near the sea, the sand and the windless air deadening it into the slow-motion of a dream, and the sun sets into the usual heedless blood-hush of the sky.
I squat down beside the now useless gun, resting my back against its stand, thinking I will not sleep, staring into the heart of darkness that is a night that may not attain to any dawn. But I am wrong. There are muted thunderings, stuttering rushes of nearer sound, an occasional screaming of men or some persisting gull, but I strangely sleep, as strangely do not dream, and am woken – not by any uproar but a silence – to a sun still far from where I have slumped down into the foetal coil. I do not need any loudhailer to tell me that the lines are breached, that the sand is as ash under my feet.
Dully, I struggle up, still tripping over trailing sleep, slop petrol over the gun and the truck of anti-gas equipment deeper in under the rock, curse all the courses at Helwan that readied frightened men for the nightmare that never was. The synthetics of the suits, gloves, boots, intolerably flare.”

 

 1984521-43c45be3b150132a30c00f7d78ffc0f3.jpg
Tatamkhulu Afrika (7 december 1920 – 23 december 2002)
Cover Franse uitgave

 

 

De Duits-Oostenrijkse schrijver, presentator en cabaretier Dirk Sterman werd geboren op 7 december 1965 in Duisburg. Zie ook alle tags voor Dirk Sterman op dit blog.

Uit: Der Junge bekommt das Gute zuletzt

«Mein Vater, dein Großvater. Er hat bei einem Arbeitsunfall ein Bein verloren. Also wirklich verloren. Es sollte ihm im Spital angenäht werden, man konnte es aber nicht finden. Sie hatten es in den Kofferraum geschmissen, hieß es. Aber im Kofferraum war nur eine alte, rostfleckige
Decke. Und ein Wagenheber. Das Bein deines Großvaters nicht. Weinst du?»
«Komm zur Sache, Papa.»
«Deshalb schaute er sich später immer um. Er hat sein Bein gesucht. Jemand hatte es verlegt, ein Kollege. Wir wissen es nicht. Irgendwo liegt das Bein deines Großvaters. Das linke. Du kennst die Maschinen, die Pappkartons zerkleinern? Da war er hineingeraten. In Rohrbach. Bei uns in Hühnergeschrei gab es so was nicht. Das waren Schmerzen! Obwohl, der Körper sendet da Hilfe aus, irgendeine Chemie, die dich das alles aushalten lässt.»
«Meinst du mich? Willst du mich trösten, Papa?»
«Dich? Nein, glaube ich nicht. Da geht’s ja um richtigen körperlichen Schmerz. Bei dir, das ist ja nur Trauer, also, nur. Ich weiß schon, gut, du bist sehr traurig. Das Bein deines Großvaters war mein Lehrer.»
«Das hast du uns schon erzählt, Papa, mehr als ein Mal. Opa hat Akkordeon gespielt und beim Spielen deinen Oberschenkel an seinen gebunden. So hast du Rhythmus gelernt.»
«Richtig, Claude. So hab ich Rhythmus gelernt. Weißt du, wie merkwürdig das war, als im Hausflur nur mehr fünf Schuhe standen? Meine, Omas und seiner.»
Papa biss in das Mohnweckerl. An seinen Lippen klebten Mohnsamen und Eigelb.
«Um was geht’s, Papa?»
«Ich musste so lachen, als dein Großvater danach das erste Mal mit uns schwimmen war. Mit der fleischfarbenen Prothese. Das war zu komisch. Er stieg die Leiter aus dem Schwimmbad hinauf, und das Wasser schoss links und rechts aus seiner Prothese. Wie bei einem Auto, das man aus einem Fluss zieht, wo es dann aus den Fenstern und dem Motor rausläuft. Als er starb, hat deine Großmutter den Bestatter gefragt, ob es einen günstigeren Sarg für Einbeinige gäbe. Gab es aber nicht.»

 

 1984521-b56bff8396145cdf6d0992ab36e2da06.jpg
Dirk Sterman (Duisburg, 7 december 1965)

 

 

De Oostenrijkse schrijver Johann Nepomuk Eduard Ambrosius Nestroy werd geboren in Wenen op 7 december 1801. Zie ook alle tags voor Johann Nestroy op dit blog.

Uit: Der Zerrissene

„STIFLER (zu Lips) Aber, Herr Bruder, sag' doch, was ist's mit dir? Die Gesellschaft wird immer lauter, du wirst immer stiller, alle Gesichter verklären sich, das deine verdüstert sich, endlich lassest du uns ganz in Stich –
WIXER Sein auch richtig alle ang'stochen!
Stifler (zu Lips) Es herrscht eine allgemeine Bestürzung unter den Gästen, weil sie dich nicht sehn.
LIPS Sie sollen sich trösten, früher haben s' mich alle doppelt g'sehn, also gleicht sich das wieder aus.
Wixer Wenn s' sehn, du kommst nicht, so verlier'n sie sich halt schön stad, die Anhänglichkeit, die wir haben, die kann man nicht prätendieren von so gewöhnliche Tischfreund'.
LIPS Freilich!
WIXER Bist du lustig, ist's recht, bist du traurig, sind wir auch da und essen stumm in uns hinein, das heißt Ausdauer im Unglück!
STIFLER Sporner Auf uns kannst du zählen!
LIPS An euch drei hab' ich wirklich einen Terno g'macht.
STIFLER Komm, trink noch ein Glas Champagner mit uns!
LIPS Ich hab' keine Freud' mehr dran. Wie ich noch zwanzig Jahr' alt war, damals ja – aber jetzt!
STIFLER Ich finde jetzt alles am schönsten.
LIPS Ja, wenn man so jung is als wie du!
STIFLER Nu, gar so jung – ich bin wohl erst im Vierundfünfzigsten.
LIPS Ich aber schon im Achtunddreißigsten!
STIFLER Das schmeckt ja noch nach dem Flügelkleide!
LIPS Und doch schon Matthäi am letzten!
STIFLER Laß dir nichts träumen!“

 

 1984521-3ee48c0aa6ea21363a5cef0a183f6ebc.jpg
Johann Nestroy (7 december 1801 - 25 mei 1862) 
Scene uit een opvoering in Salzburg, 2010

 

 

De Brits - Ierse schrijver Arthur Joyce Lunel Cary werd geboren op 7 december 1888 in Derry, Ierland. Zie ook alle tags voor Joyce Cary op dit blog.

Uit:Mr. Johnson

“Mr. Johnson is a young clerk who turns his life into a romance, he is a poet who creates for himself a glorious destiny. I have been asked if he is from life. None of my characters is from life, but all of them are derived from some intuition of a person, often somebody I do not know, a man seen in a bus, a woman on a railway platform gathering her family for the train. And I remember the letters of some unknown African clerk, which passed through my hands for censorship during the war, and which were full of the most wonderful yarns for his people on the coast. He was always in danger from the Germans (who were at that moment two hundred miles away); he was pursued by wild elephants (who were even further away from our station); he subdued raging mobs of 'this savage people' with a word. In his letters he was a hero on the frontier; actually he was a junior clerk in one of the most peaceful and sleepy stations to be found in the whole country. That was one recollection. Another was of a clerk sent to me in a station in remote Borgu who once spent all night copying a report, which he had done so badly in the first place that it could not go with the mail. I had not asked him to do the work again, for I saw that it was beyond him. I meant to do my own corrections. But at six o'clock in the morning, as I sat down to the letters, he appeared suddenly and uncalled (much to the indignation of the sleepy orderly at the door) and offered me the sheaf of papers, written in[Pg 6] his school copperplate (we did not own a typewriter) which looked so reassuringly firm, and was so delusive. I saw at once that this second copy was worse even than the first. A whole line was missing on the first page; whole paragraphs were repeated.
This clerk had been a disappointment; he was stupid, and he could not be trusted with the files. He seemed also, a rare thing in an African, unapproachable. He did not always respond even to good morning. His shyness had a sullen grieved air. What he now suddenly and unexpectedly disclosed was not only a power of devotion but the imaginative enterprise to show it.”

 

 1984521-28b4c4fb64bbd2a32c724b496537edf0.jpg
Joyce Cary (7 december 1888 - 29 maart 1957)
Cover

 

 

De Franse filosoof en toneelauteur Gabriel Marcel werd geboren op 7 december 1889 in Parijs. Zie ook alle tags voor Gabriel Marcel op dit blog.

Uit:The mystery of being

“The metaphor is open to objections of two sorts.
It might be said in the first place that a road implies space; and that the notion of space is something from which a meta physical investigation, as such, must abstract. One must make the simple answer that if my metaphor must be rejected on this count, so must every kind of discursive thinking; for it is all too evident that the notion of discursiveness implies, and rests on, a simple physical image like that of walking along a road. Moreover, we shall later on have occasion to recognize the existence and philosophical rights of a sort of spatiality which might be called the spatiality of inner experience ; and it may be that this spatiality of inner experience is coextensive with the whole spiritual life.
But the objection may be put in another way, which has a dangerous look of being much more genuinely awkward. To lay down a road in a place where at first there were only tracks, is that not equivalent to fixing in advance a certain destination at which one intends to arrive, and must not that destination, itself, be very exactly located? The underlying image would be that of a grotto, a mine, or a sanctuary whose whereabouts one knew in advance. It would be a matter of showing the way there to those who for one reason or another wanted to have a look at the place, no doubt in order to profit from its riches. But does not this presuppose that the result we are working for has already been achieved, even before we start working for it : does it not presuppose a preliminary or original discovery of the grotto or the sanctuary? Well, looking at the matter in my own way, I must ask whether, in the realm of philosophy, we can really talk about results? Is not all such talk based on a misunderstanding; of the specific character of a philosophical investigation, as such? The question raised here at least obliges us to come to much closer grips \vith the very notion of a result.”

 

 1984521-2df984edd4cb51a4ca2a87670df1e1a3.jpg
Gabriel Marcel (7 december 1889 - 8 oktober 1973)

 

 

De Amerikaanse schrijfster Willa Cather werd geboren op 7 december 1873 in de buurt van Winchester, Virginia. Zie ook alle tags voor Willa Cather op dit blog en ook mijn blog van 7 december 2010.

Uit: The Professor's House

“The moving was over and done. Professor St. Peter was alone in the dismantled house where he had lived ever since his marriage, where he had worked out his career and brought up his two daughters. It was almost as ugly as it is possible for a house to be; square, three stories in height, painted the colour of ashes--the front porch just too narrow for comfort, with a slanting floor and sagging steps. As he walked slowly about the empty, echoing rooms on that bright September morning, the Professor regarded thoughtfully the needless inconveniences he had put up with for so long; the stairs that were too steep, the halls that were too cramped, the awkward oak mantles with thick round posts crowned by bumptious wooden balls, over green-tiled fire-places.
Certain wobbly stair treads, certain creaky boards in the upstairs hall, had made him wince many times a day for twenty-odd years--and they still creaked and wobbled. He had a deft hand with tools, he could easily have fixed them, but there were always so many things to fix, and there was not time enough to go round. He went into the kitchen, where he had carpentered under a succession of cooks, went up to the bath-room on the second floor, where there was only a painted tin tub; the taps were so old that no plumber could ever screw them tight enough to stop the drip, the window could only be coaxed up and down by wriggling, and the doors of the linen closet didn't fit. He had sympathized with his daughters' dissatisfaction, though he could never quite agree with them that the bath should be the most attractive room in the house. He had spent the happiest years of his youth in a house at Versailles where it distinctly was not, and he had known many charming people who had no bath at all. However, as his wife said: "If your country has contributed one thing, at least, to civilization, why not have it?" Many a night, after blowing out his study lamp, he had leaped into that tub, clad in his pyjamas, to give it another coat of some one of the many paints that were advertised to behave like porcelain, and didn't.”

 

 1984521-ba9b95ae25768bf3dd29ee3af0ce5869.jpg
Willa Cather (7 december 1873 – 24 april 1947)
Cover

 

 

De Amerikaanse taalkundige, mediacriticus en anarchistisch denker Noam Chomsky werd geboren in Philadelphia op 7 december 1928. Zie ook alle tags voor Noam Chomsky op dit blog en ook mijn blog van 7 december 2010.

Uit: De vernietiging van de 'commons’

“In zijn jaarlijkse toespraak tot de leden van het Amerikaanse Congres (State of the Union) prees President Obama de goede vooruitzichten op een eeuw van energie-zelfredzaamheid, dankzij nieuwe technieken die het mogelijk maken om koolwaterstoffen te onttrekken aan Canadees teerzand, schalie, en andere voorheen ontoegankelijke bronnen. Hij staat niet alleen. The Financial Times voorspelt een eeuw van energie-onafhankelijkheid voor de VS. Het verslag maakt melding van de destructieve lokale gevolgen van de nieuwe methoden. In deze optimistische voorspellingen komt niet ter sprake wat voor wereld deze roofzuchtige verwoestingen zal achterlaten.
Vooraan in de strijd om deze crisis een halt toe te roepen staan over de hele wereld de inheemse bevolkingen, zij die altijd het Handvest van het Woud hebben gehandhaafd. De sterkste positie wordt ingenomen door het enige land dat zij besturen, Bolivia, het armste land van Zuid-Amerika en al eeuwen het slachtoffer van westerse plundering van de overvloedige grondstoffen, in pre-Columbiaanse tijden ooit een van de meest vooruitstrevende van de ontwikkelde samenlevingen van de hemisfeer.
Na de schandelijke mislukking van de wereld-klimaatveranderingstop in Kopenhagen in 2009, organiseerde Bolivia een Top van de Volkeren met 35.000 deelnemers uit 140 landen – niet alleen maar vertegenwoordigers van regeringen, maar ook het maatschappelijk middenveld en activisten. Zij produceerden een Verdrag van de Volkeren, waarin werd opgeroepen tot zeer scherpe vermindering van uitstoot, en een Universele Verklaring van de Rechten van Moeder Aarde. Dat is de belangrijkste eis van de inheemse gemeenschappen in de hele wereld. Het wordt belachelijk gemaakt door ontwikkelde westerlingen, maar tot we in staat zijn om enkele van hun zorgen over te nemen, is het aannemelijk dat zij het laatst zullen lachen – een lach van grimmige wanhoop.”

 

 1984521-9b6fbfed76e289c14421651ce7820a31.jpg
Noam Chomsky (Philadelphia, 7 december 1928)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 7e december ook mijn blog van 7 december 2014 deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:04 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten