Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Jack Hirschman

De Amerikaanse dichter en sociaal activist Jack Hirschman werd geboren op 13 december 1933 in New York. Hij behaalde in 1955 een Bachelor of Arts aan het City College in New York en een AM en PhD aan de Universiteit van Indiana in respectievelijk 1957 en 1961. Tijdens zijn studie aan het City College, werkte hij tevens voor de Associated Press. Toen hij 19 was stuurde hij een verhaal naar Ernest Hemingway, die hem antwoordde: "I can't help you, kid. You write better than I did when I was 19. But the hell of it is, you write like me. That is no sin. But you won't get anywhere with it." Hirschman trouwde in 1954 met Ruth Epstein. Na haar afstuderen werd Ruthprogrammadirecteur van National Public Radio en uiteindelijk algemeen directeur van Santa Monica’s radiostation KCRW. Het echtpaar kreeg twee kinderen. In de jaren 1950 en '60 doceerde Jack Hirschman aan Dartmouth College en de University of California, Los Angeles. Tijdens zijn ambtstermijn als hoogleraar aan de UCLA was Jim Morrison (The Doors) één van zijn studenten. De oorlog in Vietnam maakte een einde aan Hirschmans academische carrière; hij werd ontslagen aan de UCLA nadat hij zijn leerlingen tot verzet tegen de oorlog had aan gemoedigd. Zijn huwelijk liep op de klippen en hij verhuisde in 1973 naar San Francisco. Zijn eerste dichtbundel publiceerde Hirschman in 1960. Een kwart eeuw lang zwierf Hirschman door de straten van San Francisco, bezocht café ’s, gaf lezingen, was actief als straatdichter en als wandelende activist. Hirschman was ook een schilder en collagist, en heeft meer dan twee dozijn boeken vertaald uit het Duits, Frans, Spaans, Italiaans, Russisch, Albanees en Grieks. Tot zijn vele dichtbundels behoren “A Correspondence of Americans” (1960), “Black Alephs” (1969), “Lyripol” (1976), “The Bottom Line” (1988), en “Endless Threshold” (1992). In 1999, Hirschman trouwde nog een keer, met de Zweedse dichteres, schrijfster en kunstenares Agneta Falk. In 2006 publiceerde Hirschman zijn meest uitgebreide dichtbundel “The Arcanes”. Bovendien werd hij dat jaar benoemd tot Poet Laureate van San Francisco.

 

The Happiness

There's a happiness, a joy
in one soul, that's been
buried alive in everyone
and forgotten.

It isn't your barroom joke
or tender, intimate humor
or affections of friendliness
or big, bright pun.

They're the surviving survivors
of what happened when happiness
was buried alive, when
it no longer looked out

of today's eyes, and doesn't
even manifest when one
of us dies, we just walk away
from everything, alone

with what's left of us,
going on being human beings
without being human,
without that happiness.

 

 

All that’s Left

All that’s Left
    in the world
—whether in Cuba, Venezuela, Bolivia
as well as in China, Japan, the United States,
Europe, the Middle East, Africa—
all of them cannot,
    despite their resistance,
    despite their refusal,
stop this march of death
because they,
as well as all that’s Right
in the world,
    despite their refusal,
    despite their resistance,
already are counted among those
    in this last parade.
Communists and progressives,
nazis, fascists and reactionaries,
zionists and anarchists of every stripe—
none are excluded, none can evade the march.

This one’s not coming
with hammer and sickles or swastikas
or flags of any land.

This one’s the march
all wars surrender to.

But when?! comes the unanimous cry.
When will it really happen?
If death is peace,
when can I truly die?

You will never know,
and yet you do,
because you may already have,
and this life is your way
of paying homage to the power
that loves you enough
to have taken your life away
and left you with the taste
of immortality on your lips.

Nothing mystical: no Christ,
Allah, Jahweh or Buddha in the wings.
Even lying on your back you’re marching.

This is not a cynical or pessimist
or nihilist poem. Join death
to your life and you will live
as if there were no drum to march to.

There is no march at all.

You’re done. All will be well for all.

 

 2011018-0da27a714824e16c689c0ba42f3ebcb1.jpg
Jack Hirschman (New York, 13 december 1933)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

De blogger leest alles eerst na: je tekst verschijnt zodra die goedgekeurd is.

Susanna Tamaro, Kader Abdolah, Sophie Kinsella, Gustave Flaubert, John Osborne, Ahmad Shamlou, Vassilis Alexakis, Shrinivási

De Italiaanse schrijfster Susanna Tamaro werd geboren in Triëst op 12 december 1957. Zie ook alle tags voor Susanna Tamaro op dit blog.

Uit: Der Tannenbaum (Vertaald door Maja Pflug)

„„Nach einer Woche gab es keinen Baum und keinen Strauch im Wald, in dem sich nicht ein gemütliches, bauchiges kleines Nest verbarg.
Manche waren rund und winzig: außen weiches Moos, innen kuschelige Wolle. Andere, größere, bestanden nur aus ineinander geflochtenem Reisig. Wieder andere – ein Knäuel aus Flechten, trockenen Blättern und Zweiglein – hingen von den Bäu-
men wie Nikolausstrümpfe.
Jedes war nach den Bedürfnissen des kommenden Nachwuchses geplant und gebaut worden, mit hohen, stabilen Rändern, um in den noch kalten Nächten die laue Wärme zu speichern, die Ungezogenheiten der unternehmungslustigsten Küken auszuhalten und sie gleichzeitig vor dem Auge der Raubvögel zu schützen.
Eines schönen Tages folgte im Wald auf die rege Geschäftigkeit des Nestbaus die zärtliche Stille des Brütens.
Während die Männchen auf der Suche nach Nahrung für ihre Bräute unterwegs waren, gab es stürmische Regentage.
Der Regen peitschte Bäume und Wiesen, machte die Stämme nass und nährte den Boden, und die Samen, die geduldig in der Erde warteten, begannen anzuschwellen. Nach dem Regen schien wieder die Sonne, und das Häutchen, das die Samen wie ein zu enges Kleid umschloss, zerriss. Auch der kleine geflügelte Samen ging auf, verankerte sich mit einer winzigen Wurzel im Boden und schickte ein zartes Federchen nach oben auf der Suche nach Licht.
Im Wald begannen die Kleinen zu schlüpfen.
Die Nestlinge piepsten, während sie auf die Eltern warteten, und versteckten sich beim geringsten bedrohlichen Schatten: Auch die Raben, Sperber und Eulen hatten Nachwuchs zu versorgen.
Noch nackt schlummerten die Siebenschläfer, die Eichhörnchen und die Haselmäuschen in den Baumhöhlen, während die jungen Spitzmäuse in den Gängen unter dem Moos die ersten Schritte probten und die Nattern aus ihren zylindrischen Eiern schlüpften.“

 

 1986311-59952ce007dbd5f9cc6e862ab91db83b.jpg
Susanna Tamaro (Triëst, 12 december 1957)

 

 

De Iraans - Nederlandse schrijver Kader Abdolah (pseudoniem van Hossein Sadjadi Ghaemmaghami Farahani) werd geboren in Arak op 12 december 1954. Zie ook alle tags voor Kader Abdolah op dit blog.

Uit: Het huis van de moskee

“Duizenden jonge mieren die voor het eerst de zon zagen en zijn warmte op hun rug voelden,verdrongen elkaar.
De katten van het huis lagen naast de hooz van een afstandje toe te kijken,verbaasd over die bewegende massa. De kinderen stopten met spelen en keken naar het wonder dat op de stoep
bewoog. De vogels zongen niet meer,maar daalden neer op de takken van de granaatappelboom en strekten hun nek om de mieren te volgen.
`Grootmoeder,' riepen de kinderen, `kom kijken!'
De grootmoeders,die aan de andere kant van de tuin bezig waren,reageerden niet.
`Kom eens kijken,er lopen miljoenen miertjes!' riep een van de meisjes.
De grootmoeders kwamen.
`Zoiets heb ik nog nooit gezien',zei de ene.
`Nog nooit van gehoord',zei de ander.
Van verbazing sloegen ze hun handen voor hun mond. De massa mieren groeide met de seconde en bedekte de stoep,zodat het onmogelijk werd om via de stoep bij de voordeur te ko-
men.
De kinderen snelden naar de werkkamer van Aga Djan aan de andere kant van de binnenplaats.
`Aga Djan! Kom! Help! De mieren!'
Aga Djan deed het gordijn opzij en keek naar buiten.
`Wat is er?'
`Wilt u even komen? Straks kunnen we niet meer naar buiten, de mieren lopen naar het huis,miljoenen mieren!'
`Ik kom.'
Hij sloeg zijn lange aba over zijn schouders,zette zijn hoed op en ging met de kinderen mee.
Aga Djan had al veel meegemaakt in dit huis,maar hij had dit nog nooit gezien.”

 

 1986311-7e9bfc06cce46becf3efc68900d5d788.jpg
Kader Abdolah (Arak, 12 december 1954)
Cover 

 

De Britse schrijfster Sophie Kinsella (pseudoniem van Madeleine Wickham) werd geboren in Londen op 12 december 1969. Zie ook alle tags voor Sophie Kinsalla op dit blog.

Uit: Can You Keep a Secret?

"Of course I have secrets.
Of course I do. Everyone has a few secrets. It's completely normal.
I'm not talking about big, earth-shattering secrets. Not the-president-is planning-to-bomb-Japan-and-only-Will-Smith-can-save-the-world type secrets. Just normal, everyday little secrets.
Like, for example, here are a few random secrets of mine, off the top of my head:
1. My Kate Spade bag is a fake.
2. I love sweet sherry, the least cool drink in the universe.
3. I have no idea what NATO stands for. Or even exactly what it is.
4. I weigh 128 pounds. Not 118, like my boyfriend, Connor, thinks. (Although, in my defense, I was planning to go on a diet when I told him that. And, to be fair, it is only one number different.)
5. I've always thought Connor looks a bit like Ken. As in Barbie and Ken.
6. Sometimes, when we're right in the middle of passionate sex, I suddenly want to laugh.
7. I lost my virginity in the spare bedroom with Danny Nussbaum while Mum and Dad were downstairs watching Ben-Hur.
8. I've already drunk the wine that Dad told me to save for twenty years.
9. Sammy the goldfish at home isn't the same goldfish that Mum and Dad gave me to look after when they went to Egypt.
10. When my colleague Artemis really annoys me, I feed her plant orange juice. (Which is pretty much every day.)
11. I once had this weird lesbian dream about my flatmate Lissy.
12. My G-string is hurting me.
13. I've always had this deep-down conviction that I'm not like everybody else, and there's an amazingly exciting new life waiting for me just around the corner.
14. I have no idea what this guy in the gray suit is going on about.
15. Plus, I've already forgotten his name.
And I only met him ten minutes ago.”

 

 1986311-7842759877dc6d9ea531a2eedebf7c9b.jpg
Sophie Kinsella (Londen, 12 december 1969)

 

 

De Franse schrijver Gustave Flaubert werd op 12 december 1821 geboren in Rouen. Zie ook alle tags voor Gustave Flaubert op dit blog.

Uit Madame Bovary

« Ä Nous étions à l'Étude, quand le Proviseur entra, suivi d'un nouveau habillé en bourgeois et d'un garçon de classe qui portait un grand pupitre. Ceux qui dormaient se réveillèrent, et chacun se leva comme surpris dans son travail.
Le Proviseur nous fit signe de nous rasseoir ; puis, se tournant vers le maître d'études :
– Monsieur Roger, lui dit-il à demi-voix, voici un élève que je vous recommande, il entre en cinquième. Si son travail et sa conduite sont méritoires, il passera dans les grands, où l'appelle son âge.
Resté dans l'angle, derrière la porte, si bien qu'on l'apercevait à peine, le nouveau était un gars de la campagne, d'une quinzaine d'années environ, et plus haut de taille qu'aucun de nous tous. Il avait les cheveux coupés droit sur le front, comme un chantre de village, l'air raisonnable et fort embarrassé. Quoiqu'il ne fût pas large des épaules, son habit-veste de drap vert à boutons noirs devait le gêner aux entournures et laissait voir, par la fente des parements, des poignets rouges habitués à être nus. Ses jambes, en bas bleus, sortaient d'un pantalon jaunâtre très tiré par les bretelles. Il était chaussé de souliers forts, mal cirés, garnis de clous.
On commença la récitation des leçons. Il les écouta de toutes ses oreilles, attentif comme au sermon, n'osant même croiser les cuisses, ni s'appuyer sur le coude, et, à deux heures, quand la cloche sonna, le maître d'études fut obligé de l'avertir, pour qu'il se mît avec nous dans les rangs.
Nous avions l'habitude, en entrant en classe, de jeter nos casquettes par terre, afin d'avoir ensuite nos mains plus libres ; il fallait, dès le seuil de la porte, les lancer sous le banc, de façon à frapper contre la muraille en faisant beaucoup de poussière ; c'était là le genre.
Mais, soit qu'il n'eût pas remarqué cette manoeuvre ou qu'il n'eût osé s'y soumettre, la prière était finie que le nouveau tenait encore sa casquette sur ses deux genoux. C'était une de ces coiffures d'ordre composite, où l'on retrouve les éléments du bonnet à poil, du chapska, du chapeau rond, de la casquette de loutre et du bonnet de coton, une de ces pauvres choses, enfin, dont la laideur muette a des profondeurs d'expression comme le visage d'un imbécile. Ovoïde et renflée de baleines, elle commençait par trois boudins circulaires ; puis s'alternaient, séparés par une bande rouge, des losanges de velours et de poils de lapin ; venait ensuite une façon de sac qui se terminait par un polygone cartonné, couvert d'une broderie en soutache compliquée, et d'où pendait, au bout d'un long cordon trop mince, un petit croisillon de fils d'or, en manière de gland. Elle était neuve ; la visière brillait.°

 

 1986311-45782720bcfc8204e7a57b07e17388c7.jpg
Gustave Flaubert (12 december 1821 – 8 mei 1880)
Scene uit de gelijknamige film met Ezra Miller (Léon) en Mia Wasikowska (Emma), 2014

 

 

De Engelse toneelschrijver John James Osborne werd geboren op 12 dezember 1929 in Fulham. Zie ook alle tags voor John Osborne op dit blog.

Uit: Look Back in Anger

“The Porters' one-room flat in a large Midland town.
Early evening. April.
The scene is a fairly large attic room, at the top of a large Victorian house. The ceiling slopes down quite sharply from L. to R. Down R. are two small low windows. In front of these is a dark oak dressing table. Most of the furniture is simple, and rather old. Up R. is a double bed, running the length of most of the back wall, the rest of which is taken up with a shelf of books. Down R. below the bed is a heavy chest of drawers, covered with books, neckties and odds and ends, including a large, tattered toy teddy bear and soft, woolly squirrel. Up L. is a door. Below this a small wardrobe. Most of the wall L. is taken up with a high, oblong window. This looks out on to the landing, but light comes through it from a skylight beyond. Below the wardrobe is a gas stove, and, beside this, a wooden food cupboard, on which is a small, portable radio. Down C. is a sturdy dining table and three chairs, and, below this, L. and R., two deep, shabby leather armchairs. AT RISE OF CURTAIN, JIMMY and CLIFF are seated in the two armchairs R. and L., respectively. All that we can see of either of them is two pairs of legs, sprawled way out beyond the newspapers which hide the rest of them from sight. They are both reading. Beside them, and between them, is a jungle of newspapers and weeklies.
When we do eventually see them, we find that JIMMY is a tall, thin young man about twenty-five, wearing a very worn tweed jacket and flannels. Clouds of smoke fill the room from the pipe he is smoking. He is a disconcerting mixture of sincerity and cheerful malice, of tenderness and freebooting cruelty; restless, importunate, full of: pride, a combination which alienates the sensitive and insensitive alike. Blistering honesty, or apparent honesty, like his, makes few friends. To many he may seem sensitive to the point of vulgarity. To others, he is simply a loudmouth. To be as vehement as he is is to be almost non-committal."

 

 1986311-6de67830a64561d0470e2b127139b4a2.jpg
John Osborne (12 december 1929 - 24 december 1994)
Scene uit de gelijknamige film uit 1959 met Richard Burton als Jimmy en Mary Ure als Alison

 

 

De Iraanse dichter, schrijver en journalist Ahmad Shamlou werd geboren op 12 december 1925 in Teheran. Zie ook alle tags voor Ahmad Shamlou op dit blog en ook mijn blog van 12 december 2009

 

In This Dead-End

They smell your mouth
To find out if you have told someone:
I love you!
They smell your heart!
Such a strange time it is, my dear;
And they punish Love
At thoroughfares
By flogging.
We must hide our Love in dark closets.
In this crooked dead end of a bitter cold
They keep their fire alive
By burning our songs and poems;
Do not place your life in peril by your thoughts!
Such a strange time it is, my dear!
He who knocks on your door in the middle of the night,
His mission is to break your Lamp!
We must hide our Lights in dark closets!
Behold! butchers are on guard at thoroughfares
With their bloodstained cleavers and chopping-boards;
Such a strange time it is, my dear!
They cut off the smiles from lips,
and the songs from throats!
We must hide our Emotions in dark closets!
They barbecue canaries
On a fire of jasmines and lilacs!
Such a strange time it is, my dear!
Intoxicated by victory,
Satan is enjoying a feast at our mourning table!
We must hide our God in dark closets.

 

 1986311-7e57d9c2a1e212404a9de19611390731.jpg
Ahmad Shamlou (12 december 1925 - 24 juli 2000)

 

 

De Griekse schrijver Vassilis Alexakis werd geboren op 12 december 1943 in Athene. In 1961 trok hij naar Frankrijk om journalistiek te studeren in Lille. Zie ook alle tags voor Vassilis Alexakis op dit blog.

Uit: Paris – Athens (Vertaald door Andriana Mastor)

“On the little street where I live in Paris in the fifteenth arrondissement, there is an Arabic café across from a dance school. Only a bay window separates it from the sidewalk. You can see the dancers clearly, since the shutters that could hide them are never lowered, but you can't hear the music. However, you can hear music blaring from the café, as the door is always open. This bizarre image of young women practicing modern or classical dance to Arabic music, which makes me think of a Buster Keaton or Jacques Tati movie, makes me feel melancholy.
I have the same sense of melancholy every time I come back to France. I'm startled when the taxi drivers at Orly airport speak to me in French, as if it's hard for me to accept that I'm back again. I'm surprised to hear myself speaking French. Also, I have trouble, in the beginning, finding the right expression, enunciating words clearly, as if I'd forgotten the purpose of language, and so I always put off making that first phone call. When I finally resolve to pick up the phone, I still have the sensation that someone else is speaking with my voice: I feel like an actor watching himself in a dubbed version of his film. Of course I eventually get used to it, but the fact that after so many years I still need time to adjust means that, clearly, I will never be fully assimilated.
And yet I've spent nearly half my life in Paris. I've been working for French newspapers for twenty years, and I've written most of my books in French. I mostly speak French to my children, who were born in France.“

 

 1986311-a8d5e6e8ccf897e26f3dc792e7e30152.jpg
Vassilis Alexakis (Athene, 12 december 1943)

 

 

De Surinaamse dichter Shrinivási werd geboren op 12 december 1926 op de grond Vaderszorg, Kwatta, in het district Beneden-Suriname. Zie ook alle tags voor Shrinivási op dit blog.

 

Dit is de dag

Dit is de dag
die neergestreken
bij blinkendblauwe vleugelslag
vreugde ontsteekt
in rode angalampoes
nabij de horizon
van mijn verbijsterd hart.

 

 

Suriname

Dit land
heb ik gekozen
hier geplant
in het getij van
de dagen en nachten
mijn leven,
bij de schrokkige zee
die het strand
van mijn hart
aanvreet en
stuk slaat
op gezette tijden,
maar in een vergevingsgebaar
legt tussen de wortels
van wanhoop
kust voor de latere geslachten.

 

 1986311-702935843ab09b8e4ce3eaf377c3e081.jpg
Shrinivási (Vaderszorg, Kwatta, 12 december 1926)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 12e december ook mijn blog van 12 december 2015 deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 18:01 Reageer op dit bericht

Sint-Jan (Guido Gezelle)

 

Bij de derde zondag van de Advent

 

 1985795-afecb205b03426b034aa71c264c38dda.jpg
Salome bezoekt Johannes de Doper in de gevangenis door Il Guercino, 1619

 

 

Sint-Jan (Fragment)

In dien tijde en in die streken
een ontuchtig koning was,
die zijn huwlijk kwam te breken:
hiet Herodes Anti-pas.

‘t Was zijns broeders eigen vrouwe,
die hem hielp in dat verkeer;
zijns wel willens, en geen’ rouwe
noch geen’ ruste en had hij meer.

En Sint Jan, die zulke zaken
onbesproken nooit en liet,
zei: ‘Herodes, staken, staken
zal dat!’ Maar ‘t en staakte niet.

Dan, om ‘t lastig wijf te krijgen
tot bedaarnisse, en voortaan
dien Sint Jan te leeren zwijgen,
heeft hij hem in ‘t kot gedaan.

Staande om ‘t oude recht te plegen
zijns verjarens, korts nadien,
zond Herodes allerwegen
volk ter maaltijd inontbiên.

‘t Kwamen vele en groote mannen,
diepe drinkers dan te gaar;
volle berden, hooge kannen,
breede schalen stonden daar.

‘t Wierd gezongen, ‘t wierd gevedeld,
‘t wierd gedeeld en deurgedaan
menig vat; en, al ontedeld,
ging de blijdschap verder gaan.

Want, ‘t oneerlijk wijfgebroedsel,
Herodias’ dochter koen,
kwam, tot ‘s konings oogenvoedsel,
dansen daar, en dertel doen.

‘Kind, wat lust u? ‘k Zal ‘t u laten,’
zei de ontaarde booswicht nu:‘
g’hebt de helft van al mijn’ staten,
zoo gij wilt! Dat zwere ik u!’

Aanstonds uit de bruiloftzale
vloog de dochter: ‘Eischt den hals,
zeg ik, die met lastertale
kwetste uw’ moeder, vuil en valsch!’

‘Eischt den hals!’ Dat hoorden ze allen,
die daar zaten, buiten een’,
een’ die lag in ‘t slot gevallen
van des konings gijzelsteen.

‘Haalt het hoofd mij,’ sprak de deerne,
‘van Johannes hier beneên:
dat, o koning, hadde ik geerne,
in een snijberd afgesneên!’

Al te schriklijk woord! Het brandde
deur Herodes veege vleesch,
om zijne eedspreuke en de schande
van dien vrouwelijken eesch.

‘’k Heb ‘t gezworen, ‘t moet gebeuren!
Doch, en wete ‘t volk daarvan,
want het zou me in stikken scheuren,
roerde ‘t hoofd ik van sint Jan!’

Hij wordt boos. ‘Den beul!’ En boven
kwam dat hoofd, met eere omstraald,
daar het koninklijk beloven
mee zijn danswijf heeft betaald.

Verder weet het volk te dichten
nog een lang vertellingsnoer;
hoe die booze vrouwe sich ten
loon naar werken wedervoer.

Hoe zij, schaatsende eens bedorven,
liep een lomme in; zulker wijs,
dat, den hals intween gekorven,
‘t hoofd vloog op, zij onder ‘t ijs.

Hoe ze, in wervelwind veranderd,
maalt het mul meê van den grond;
en, verwenscht, voor eeuwig pandert,
port en pijnt, de wereld rond.

‘t Heilig hoofd, en ‘t lijk mitsgaders,
van Gods edelen boetgezant.
wierd ontweerd zijne euveldaders,
en gewijd in ‘t heilig Land.

‘Onder al die moeder minden,’
zei ‘t Lam Gods, ‘en was ooit man,
hier op ‘t aarderijk, te vinden,
die was grooter als sint Jan!’

 

 

 1985795-013d1bcb6e3bd0ca2d1f057326d38654.jpg
Guido Gezelle (1 mei 1830 - 27 november 1899)
Brugge in de kersttijd. Guide Gezelle werd geboren in Brugge.

 

 

Zie voor de schrijvers van de 11e december ook mijn vorige drie blogs van vandaag.



Geschreven door Romenu om 12:17 Reageer op dit bericht

Andrea De Carlo, Naguib Mahfouz, Marie Kessels, J.C. van Schagen, Paul Rigolle, Ludwig Laher

De Italiaanse schrijver Andrea De Carlo werd geboren in Milaan op 11 december 1952. Zie ook alle tags voor Andrea De Carlo op dit blog.

Uit:Villa Metaphora (Vertaald door Maja Pflug)

“Von der Schiffsbriicke blickt Lara Laremi auf die glitzernde Weite des Meeres. Das grelle Licht bricht sich vielfach auf der Wasserfläche, dringt durch die dunklen Gläser ihrer Sonnenbrille, überflutet ihre Gedanken. Es ist der einundzwanzigste Juni, Sommeranfang, der längste Tag des Jahres, der Tag, an dem die Sonne ihren Höchststand erreicht, und der einzige Tag, an dem die Sonne am nördlichen Polarkreis nie untergeht. Zwar sind das hier technisch gesehen italienische Gewässer, doch die geographische Breite ist afrikanisch, und das merkt man: Es sind etwa vierzig Grad, ihre alte Sonnenbrille und der in einem kleinen Geschäfl am Hafen von Lampedusa erworbene Strohhut schützen sie nur ungenügend. Hier und da auf dem Schiff haben sich Leute mit Schirmmützen, Getränken, Brötchen, MP3-Playern, Zigaretten niedergelassen. Vier Kinder albern herum, rennen hin und her und schubsen sich, lauthals getadelt von Müttern, die jedoch keine ernsthaften Anstalten machen, die Sprösslinge zu zügeln. Zwei Männer in kurzen Hosen rauchen und blicken sich träge um, zwei von der Sonne schon krebsrote Frauen reiben sich ständig mit Cremes und Lotionen ein. Lara Laremi tritt in den Schatten eines Vordaehs, setzt sich auf eine rostige weiße Metallkiste und zieht die Beine an. Ihre Mutter wirft ihr bei jedem Streit ihren »italienischen Charakter-z vor, den sie rein genetisch von ihrem Vater geerbt habe, doch an der irischen Herkunft ihrer Haut besteht keine Zweifel. Selbsr wenn sie sich der prallen Sonne ausset2te, wiirde sie wahrscheinlich eher einen Sonnenstieh bekommen, als braun zu werden, und ihre Sommersprossen würden in wenigen Tagen so zunehmen, dass sie aussähe wie eine kleine Giraffe. Sie lässt ihren Blickschweifen, schnuppcrt in der Luft; je nach Windrichtung riecht es nach Salz, Schweiß, schlechtem Parfüm, Dieselabgasen aus dem rußigen Schlot.
Sie fragt sich, ob es eine gute Idee war, Lynn Lou Shaws Einladung anzunehmen, eine Woche mit ihr auf der Insel Tari zu verbringen, als Freundin, Vertraute und Stütze für deren schwankendes psychisches Gleichgewicht. Wamm hat sie sich verpflichtet gefühlt, auf die Forderungen einer verwöhnten, labilen Schauspielerin einzugehen, die alle anderen Castmitglieder nicht ausstehen können oder sogar hassen? Nun, sie neigt dazu, Gelegenheiten, die das Schicksal ihr bietet, beim Schopf zu packen, da sie meint, sie könnten vielleicht einen verborgenen, tieferen Sinn haben.“

 

 1985788-85c6334149409abdb714cf61a4d652bf.jpg
Andrea De Carlo (Milaan, 11 december 1952)

 

 

De Egyptische schrijver Naguib Mahfouz werd geboren op 11 december 1911 in Caïro. Zie ook alle tags voor Naguib Mahfouz op dit blog.

Uit:Palace Walk (Vertaald door William M. Hutchins)

“She had been terrified of the night when she first lived in this house. She knew far more about the world of the jinn than that of mankind and remained convinced that she was not alone in the big house. There were demon who could not be lured away from these spacious, old rooms for long. Perhaps they had sought refuge there before she herself had been brought to the house, even before she saw the light of day. She frequently heard their whispers. Time and again she was awakened by their warm breath. When she was left alone, her only defense was reciting the opening prayer of the Qur'an and sura one hundred and twelve from it, about the absolute supremacy of God, or rushing to the latticework screen at the window to peer anxiously through it at the lights of the carts and the coffeehouses, listening carefully for a laugh or cough to help her regain her composure.
Then the children arrived, one after the other. In their early days in the world, though, they were tender sprouts unable to dispel her fears or reassure her. On the contrary, her fears were multiplied by her troubled soul's concern for them and her anxiety that they might be harmed. She would hold them tight, lavish affection on them, and surround them, whether awake or asleep, with a protective shield of Qur'an suras, amulets, charms, and incantations. True peace of mind she would not achieve until her husband returned from his evening's entertainment.
It was not uncommon for her, while she was alone with an infant, rocking him to sleep and cuddling him, to clasp him to her breast suddenly. She would listen intently with dread and alarm and then call out in a loud voice, as though addressing someone in the room, "Leave us alone. This isn't where you belong. We are Muslims and believe in God." Then she would quickly and fervently recite the one hundred and twelfth sura of the Qur'an about the uniqueness of God. Over the course of time as she gained more experience living with spirits, her fears diminished a good deal. She was calm enough to jest with them without being frightened. If she happened to sense one of them prowling about, she would say in an almost intimate tone, "Have you no respect for those who worship God the Merciful?
He will protect us from you, so do us the favor of going away." But her mind was never completely at rest until her husband returned. Indeed, the mere fact of his presence in the house, whether awake or asleep, was enough to make her feel secure. Then it did not matter whether the doors were open or locked, the lamp burning brightly or extinguished.”

 

 1985788-debbdfb29eee1245a8126808ed3c0c53.jpg
Naguib Mahfouz (11 december 1911 – 30 augustus 2006)

 

 

De Nederlandse schrijfster Marie Kessels werd geboren in Nederweert op 11 december 1954. Zie ook alle tags voor Marie Kessels op dit blog.

Uit: Brullen

“De fanatiekste supporters verzamelden zich vanavond al uren voor het begin van de voetbalwedstrijd in de Begijnsteeg in het centrum van de stad en goten zich daar vol bier, zodat de terrasjes in de nauwe straat met de vele cafés niet alleen bonkten van de beat uit de luidsprekers, maar ook van de steeds harder schreeuwende jongens met hun begroetingsrituelen en hun saamhorigheidsrituelen. Algauw kon ik uit de aard van hun gebrul opmaken wat ze samen te vieren hadden, daar in het beruchtste uitgaanscentrum van het land: of ze een laat gearriveerde medesupporter met gejuich en glasgerinkel binnenhaalden, of dat ze te snel te veel gedronken hadden en louter uit vrijheidsdrang hun vreugdekreten slaakten, nu ze zich voor een dag of toch minstens voor een paar uur verlost waanden van hun geldzorgen, hun relatiebeslommeringen, hun ontslagperikelen. Ze schreeuwden bij iedere gelegenheid die zich maar voordeed, nog niet als collectief, zoals later in het stadion, nog niet compleet verbroederd en machtig met hun duizenden bij elkaar en helemaal in extase, maar verdeeld in steeds verder aangroeiende groepjes, waarin ze met een steeds verder toenemende aanhankelijkheid en een steeds sterker wordend verlangen naar zelfuitwissing opgingen.
De Begijnsteeg kon al die jongens in hun vrijheidsroes maar amper omvatten, zo dicht stonden en zaten ze nu al op elkaar geperst, hutjemutje, happend naar adem. Maar zo vroeg in de avond waren de oplaaiende hartstochten nog jong en de driften nog eensgezind. De vlam sloeg nog niet zo snel in de pan. De vuist- en messengevechten worden hier ’s nachts gevoerd, aan het eind van de lange, lange bierketen, die ook het sterkste saamhorigheidsgevoel ten slotte kapottrekt, alsof er geen andere manier is om de groepsgeest tot bedaren te brengen en de omhoogkolkende energie van de eensgezinde massa te dempen, de gezworen kameraden uiteen te laten stuiven en ze hun roes te laten uitslapen.”

 

1985788-88d52d39009b602bcedb5ee734265251.jpg 
Marie Kessels (Nederweert, 11 december 1954)

 

 

De Nederlandse schrijver, dichter en graficus Johan Christiaan Jacob (Chris) van Schagen werd geboren in Vlissingen op 11 december 1891. Zie ook alle tags voor J.C. van Schagen op dit blog.

 

Aan de Geul

twee koeien lagen koei te wezen
en aan de stilte te genezen

ze zagen dat het leven goed was
waar nergens hier een moet of spoed was

ze dachten niets, dat was volkomen overbodig
een koei heeft geen gedachten nodig

't gesprek ging enkel maar per staart
zo'n staart is expressief veel waard

het gras, de vliegen en de regen
volkomen zeggen gaat alléén verzwegen

die koeien hádden het, gewoon zo met haar beiden
ik, op mijn bankje, zat ze te benijden

wat een figuur, als homo sapiens miserabilis
bij zo een Mamma onbevlekt amabilis -

 

 

Wet

En ieder leven wacht het oud verraad.
En elke bloei vervalt den ouden smaad.
En uit den schellen waanzin van den dood
Rijst eeuwig nieuw het zegevierend Zaad.



 1985788-632815d91170eac9bc681d744eddcc25.jpg
 J.C. van Schagen (11 december 1891 - 17 april 1985)
Cover

 

 

De Vlaanse dichter Paul Rigolle werd geboren in Roeselaere op 11 december 1953. Zie ook mijn blog van 11 december 2010 en ook alle tags voor Paul Rigolle op dit blog.

 

Palet
"don't be afraid of the dark" (The Robert Cray band)

Zoveel dagen zijn er. Zoveel nachten waarop ik
niet meer weet hoe, of waar ik de bergen wil.
Er is het blauw waarbij ik aarzel of ik naar
de hemel ga. Er zijn het omber en het oker.

Het geel uit Napels. Er is het schreeuwen
van het rood. Wit dat blind en stom aan al
mijn handen likt. En toch ben ik het niet.
Op hun ovaal ben ik de menger niet. De kleuren

mengen mij. Reeds aanvaardt de spiegel dat ik
in hem mijn ogen doe. En de huizen, de huizen
weten best dat ik in hen geen wanhoop, geen angst
voor het donker wil, als ik hen met zorg tussen
de sneldrogende heuvels van hun keuze schuif.

 

 

Vleugels

En of we van de wereld zijn en van de kleuren.
Pas gestart droogt de zon alweer de ochtend op.
We trappen in de boter. Maar wat ons wacht
heeft ons nu al zwaar te pakken. We kijken schuw

naar boven, vangen alsnog wind en dichten gaten,
rijden weg om niet te worden weggereden.
Lange kilometers wassen onze breinen. Denken is 
niet goed. Niet te denken is wat we moeten leren.

Tot de klim begint en we niet meer weten van waar
en van welk dorp we komen. Joel en duw ons voort,
kijk naar ons zolang het nog kan want fietsen
is behagen en louter liefde kan ons vleugels geven.

 

 1985788-fde50f27a321f5b61b9874a1e0fca2d8.jpg     
Paul Rigolle (Roeselare, 11 december 1953)
 

 

De Oostenrijkse dichter, schrijver en vertaler Ludwig Laher werd geboren op 11 december 1955 in Linz. Zie ook alle tags voor Ludwig Laher op dit blog en ook mijn blog van 11 december 2010.

Uit: Überführungsstücke

“Mahlzeit, erinnert sich Brunngraber und lugt dabei sowohl über den Rand der Lesebrille wie über jenen der Speisekarte, das Wort Mahlzeit verwendete meine Großmutter mit Vorliebe zweckentfremdet, und zwar, wenn etwas gründlich danebenging und so angerichtet war, dass die Beseitigung des Schadens einen wohl eine ganze Weile beschäftigen würde. Sofern das überhaupt im Bereich des Möglichen lag.
Na Mahlzeit! hieß es da zum Beispiel, wenn es in der Küche erbärmlich stank und die Herdplatte versaut war, weil sie die aufgestellte Milch vergessen hatte. Na Mahlzeit! lautete ihr Befund, wenn ich ihr mein neuerliches Mathematik-Scheitern beichtete, das mich mit beiden Beinen in den Abgrund zu stoßen drohte.
Sie gestatten mir an dieser Stelle einen scheinbar weiten Gedankensprung: Drüben im Justizzentrum finden sich am Stechuhrterminal, von dem vorher schon ausführlich die Rede war, mittags oft mehrere Leute zugleich ein und stellen sich brav an, um ihre Fingerabdrücke einzuspeisen, bevor sie hungrig rausströmen und ihre Pause in der dislozierten Kantine oder eben hier verbringen. Und was bekommen sie da ohne Unterlass voneinander zu hören? Richtig, alle grüßen einander mit Mahlzeit. Das kommt mir aber jedesmal wie ein Fatalitätenkommentar aus Omas Mund vor.
Vor fünfundzwanzig Jahren noch standen Fingerabdrücke fast ausschließlich für ein Verbrechen, das es aufzuklären galt. Heute dienen die wohl persönlichsten Körperdaten unter anderem längst ganz selbstverständlich als unumgängliche Touristeneintrittskarte ins gelobte Land der unbegrenzten Möglichkeiten wie als Austrittsvoraussetzung fürs Personal bei Ämtern und Behörden. Und was wird in fünfundzwanzig Jahren sein? Um mit der Oma zu sprechen: Na Mahlzeit! Ich möchte es mir gar nicht ausmalen.
Eigentlich kann ich rundweg alles empfehlen, was da auf der Karte steht. Eine exzellente Küche, Sie werden sehen oder sehen es indirekt schon jetzt. Von wegen Abstimmung mit den Füßen. Kaum noch ein Platz frei. Besonders günstig natürlich die Menüs, drei Wahlmöglichkeiten, eines davon vegetarisch, mit kleinem Nachtisch. Noch vor dem speziellen Aromadessert der Asservatenkammer.”

 

 1985788-7bd83918b62ba24140e5a613c58e740c.jpg
Ludwig Laher (Linz, 11 december 1955)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 11e december ook mijn vorige twee blogs van vandaag.

Geschreven door Romenu om 12:16 Reageer op dit bericht

Janko Ferk, Alain de Benoist, Christoph W. Bauer, Jim Harrison, Aleksandr Solzjenitsyn

De Oostenrijkse dichter, schrijver en rechter Janko Ferk werd geboren op 11 december 1958 in Sankt Kanzian am Klopeiner See, Kärnten. Zie ook alle tags voor Janko Ferk op dit blog en ook mijn blog van 11 december 2010.

Uit: Eine forensische Trilogie

„Das Recht an sich, sagt der Richter, dieses Wort klingt übergroß, wie ich bemerken muss, sei unsichtbar. Darin kann ich ihm im ersten Augenblick zwar leicht folgen, denke ich aber gründlicher nach und an meinen Aufenthaltsort in der letzten Zeit, muss ich erwidern, dass es doch mehr als spürbar ist. Fast greifbar. Allerdings nicht erreichbar. Das Recht. Unsichtbar. Lächerlich.
Auch meint der Rechtsanwender, das Recht, diese Kraft, sei eine nur im Geistigen lebende Macht, welche Erkenntnis natürlich nicht seine sei, sondern die eines viel bekannteren Berufsfreundes. Hier entgegne ich schnell, blitzschnell, dass ich nicht nur geistig in Haft war. Ich war nicht hinter geistigen Mauern verbannt. Meine Mauerwerke waren ziemlich feucht und steinern. Eigentlich unziemlich hart. Unüberwindlich und undurchlässig. Fast unvergänglich. Ekelhaft. Jedenfalls auf Dauer unerträglich.
Im Übrigen sei das Recht der zusammengefasste Inbegriff von Gesetzen für das Zusammenleben der Menschen, für die Möglichkeit von Gemeinschaftsdasein überhaupt. Es sei die stufenweise Gliederung von Rechtsregeln, die sich aus Rechtssetzungen und Entscheidungen ableiten. Dabei betonte er, dass dies alles auch für mich Geltung habe, was immer ich getan hätte.“

 

 1985786-5599625f99d5f691e7804e2fb89c5192.jpg
Janko Ferk (Sankt Kanzian, 11 december 1958)

 

 

De Franse schrijver, politiek filosoof en journalist Alain de Benoist werd geboren in Saint-Symphorien op 11 december 1943. Zie ook alle tags voor Alain de Benoit op dit blog.

Uit: Aufstand gegen die Eliten

„Die Menschen merken, daß die Europäische Union, je größer sie wird, um so weniger imstande ist, Politik zu machen, ohne sich in die Logik des Marktes zu flüchten oder Kompromisse zu schließen, die niemanden zufriedenstellen. Sie sehen, wie statt einer Macht Europa eine völlig ungeschützte Freihandelszone entsteht, die heute unfähig ist, der Marktschwemme durch chinesische Textilien Einhalt zu gebieten, und morgen ohnmächtig sein wird, das Sozialdumping innerhalb Europas und die Standortverlagerungen in Nicht-EU-Länder mit ihren Negativfolgen für die europäische Lohnentwicklung unter Kontrolle zu bringen. Ihr "Nein" zur Verfassung ist in Wirklichkeit ein "Nein" zur Globalisierung.
Ihre Haltung ist also keineswegs Ausdruck einer grundsätzlichen Ablehnung aller europäischen Institutionen. Zur Veranschaulichung mag die Stellungnahme der Politologin Chantal Delsol dienen, einer langjährigen Fürsprecherin des europäischen Föderalismus, die sich dennoch gegen die Verfassung ausgesprochen hat, weil sie sich weigere, zuzusehen, wie die Europäische Union sich verwandelt in "eine riesige Republik nach französischem Vorbild, die sich durch Zentralismus und Undurchschaubarkeit auszeichnet".
An der Wurzel dieses ganzen Unbehagens stößt man auf die grundsätzliche Frage nach den Zwecken des europäischen Einigungsprozesses. Ein Europa, das als autonome Macht einen regulierenden Einfluß auf die Globalisierung ausüben wollte, das den Nationalstaaten gewisse Vorrechte in der Frage ihrer Souveränität nur abspräche, um sie auf eine höhere politische Ebene zu verlagern und ihnen damit größeres Gewicht zu geben, schließlich ein Europa, in dem die notwendige Angleichung der Sozial- und der Steuergesetzgebung nach oben statt nach unten geschähe - durch mehr Verteilungsgerechtigkeit und Solidarität statt durch Wettbewerb und Standortverlagerungen - ein solches Europa würde bei der Mehrheit der Bürger auf Zustimmung stoßen.”

 1985786-e9b4b4ab04015ace5b56af3582e68d6b.png
Alain de Benoist (Saint-Symphorien, 11 december 1943)

 

 

De Oostenrijkse dichter, schrijver en vertaler Christoph W. Bauer werd geboren in Kolbnitz op 11 december 1968 (niet 26 september). Zie ook mijn blog van 26 september 2010 en ook alle tags voor Christoph W. Bauer op dit blog.

 

fremd bin ich eingezogen unter meine haut

fremd bin ich eingezogen unter meine haut
so lässt sich das am anschaulichsten sagen
im spiegel das visavis es bleibt unvertraut
besser so als anders kein grund, zu klagen

das hirn vollgepumpt mit sehnsuchtsdrogen
mit chimären die den winter pulverisieren
der blick hat sich den raum zurechtgebogen  
um die tür nicht aus den augen zu verlieren

sitze ich in mir mit dem rücken zur wand  
tu so als hätte es sich zwangsläufig ergeben
die koffer griffbereit den pass in der hand

wie ein schlafgänger im körpereigenen haus
keine ahnung wer mich treibt so zu leben
ich weiß nur eins fremd zieh ich wieder aus

 

 

doch manche augenblicke nisten ohne datum

doch manche augenblicke nisten ohne datum
in den stimmbändern wo alles in bezeichnung
zerfällt eine so gut wie die andere lächerlich

mag sein untiefen noch länger beschreiben zu
wollen die farben das meer ein land ist mir in
grenzen wortwärts gezogen doch mein atlantik

heisst kopf und wo böhmen ufert ist woanders
zu lesen am gaumen fahren wünsche durchs
nebelhorn auf der zunge die schiffe ahoi

 

 1985786-4029661e549d14239ed3c5b96a101f56.jpg
Christoph W. Bauer (Kolbnitz, 11 december 1968)

 

 

De Amerikaanse schrijver James "Jim" T. Harrison werd geboren op 11 december 1937 in Grayling, Michigan. Zie ook alle tags voor Jim Harrison op dit blog.

Uit: Revenge

“The coyotes would follow the vulture’s descent out of curiosity whether or not they were hungry from the night’s hunt. As the morning thermals developed more vultures would arrive until the man’s dying would have an audience.
As the dawn deepened into midmorning and the heat dried and caked the blood on the man’s face, the blood lost most of its fresh coppery odor. The man was dying fitfully now, more from the heat and dehydration than from his injuries: an arm twisted askew, chest a massive blue bruise, one cheekbone crushed in with a hematoma rising like a purple sun, his testicles inflated from a groining. And a head wound that darkened the sand and pebbles and drew him down into his near-fatal sleep of coma. Still, he kept breathing, and the hot air whistled past a broken tooth and when the whistle was especially loud the vultures were disturbed. A female coyote and her recently weaned pups stopped by but only for a moment: she snapped at the pups saying this pitiful beast is normally dangerous.
She nodded in passing to a very large, old male coyote who watched with intense curiosity from the shadow of a boulder. He watched, then dozed, even in sleep owning an alertness unknown to us. His belly was full of javelina and watching this dying man was simply the most interesting thing to happen his way in a long time. It was all curiosity though: when the man died the coyote would simply walk away and leave it to the vultures. And it had been a long vigil for him, having been close by when the naked man had been thrown from the car the night before.”

 

 1985786-35e619f62e1def4f3f2a723d1b4b260a.jpg
Jim Harrison (Grayling, 11 december 1937)

 

 

De Russische schrijver en historicus Aleksandr Isajevitsj Solzjenitsyn werd geboren in Kislovodskb op 11 december 1918. Zie ook alle tags voor Aleksandr Solzjenitsyn op dit blog.

Uit: The Gulag Archipelago 1918-1956

“This social stratum … has, during recent years, undergone the trial of universal re-evaluation.” Yes, yes, re-evaluation, as was so often said at the time. And how did that re-evaluation occur? Here’s how: “The Russian intelligentsia which entered the crucible of the Revolution with slogans of power for the people [so it had something to it after all!] emerged from it an ally of the black [not even White!] generals, and a hired [!] and obedient agent of European imperialism. The intelligentsia trampled on its own banners [as in the army, yes?] and covered them with mud.”
How, indeed, can we not cry out our hearts in repentance? How can we not lacerate our chests with our fingernails?
And the only reason why “there is no need to deal out the death blow to its individual representatives” is that “this social group has outlived its time.”
Here, at the start of the twentieth century! What power of foresight! Oh, scientific revolutionaries! (However, the intelligentsia had to be finished off anyway. Throughout the twenties they kept finishing them off and finishing them off.)
We examine with hostility the twenty-eight individual allies of the black generals, the hirelings of European imperialism. And we are especially aroused by the stench of the word Center. Now we see a Tactical Center, now a National Center, and now a Right Center. (And in our recollection of the trials of two decades, Centers keep creeping in all the time, Centers and Centers, Engineers’ Centers, Menshevik Centers, Trotskyite-Zinovievite Centers, Rightist-Bukharinite Centers, but all of them are crushed, all crushed, and that is the only reason you and I are still alive.) Wherever there is a Center, of course, the hand of imperialism can be found.”

 

 1985786-2f48a1ebf1db857a381fb221b1cf7bb2.jpg
<Aleksandr Solzjenitsyn (11 december 1918 – 3 augustus 2008)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 11e december ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 12:15 Reageer op dit bericht

Ernst van Altena, Alfred de Musset, Christian Grabbe, Maximilian von Schenkendorf, Paul Kornfeld, Marco Kugel

De Nederlandse dichter, schrijver en vertaler Ernst van Altena werd geboren in Amsterdam op 11 december 1933. Zie ook alle tags voor Ernst van Altena op dit blog.

 

Nederlandse ballade

Als ik het zie, die eindeloze lintbebouwing
van Spa tot Hasselt en van Tienen tot aan Gent
en als ik voel hoe in kleinsteedse denkvernauwing
de Vlaming altijd door zijn eigen straatje rent
als ik per auto over de kasseien martel
met om de duizend meter een gekneusde band
dan denk ik: Vlaanderen mag dan lustig zijn en dartel
maar lieve heer geef mij het nette Nederland.

Als ik zie, die eindeloze blokkedozen
van Weesp tot Arnhem, van Terneuzen tot Terlet
en als ik merk hoe uitgekauwd en uitgeplozen
de Nederlander altijd op zijn buurman let
als ik zie die tuintjes zonder avonturen
gras zonder onkruid en liguster langs de rand
dan denk ik Nederland mag schoon zijn voor de buren
maar lieve heer geef mij het dolle Vlaanderland.

Als ik de Vlaming vol van bier naar huis zie keren
de gang te wankel en de tong wat al te luid
als ik hem bitter humorloos zie opmarcheren
achter de klauwaard met te militair geluid
als ik ze hoor de Vlaamse grappen al te drollig
vaak langs, vaak op, en heel vaak ook voorbij de rand
dan denk ik: Vlaanderen mag dan driftig zijn en lollig
maar lieve heer geef mij het kalme Nederland.

Als ik ze zie, de Nederlanders in hun kerken,
hervormd, gereformeerd, nazaten van calvijn
met hun gezichten stijf als witgekalkte zerken
en met hun zekerheden uitgemalen fijn
als ik ze galmende hun waarheid hoor verkonden
nooit uit de nette plooi en nimmer uit de band
dan denk ik: Nederland mag vrij zijn van de zonde
maar lieve heer geef mij het zondig Vlaanderland.

Oh lieve god geef ons een kilo Vlaamse blijheid
een kilo trouw en plichtsbesef uit Nederland
dan mengen wij dat zelf in onze eigen vrijheid
tot vriendschap zonder oog om oog en tand om tand.


 1985783-eabd81b730589363037f0195d0e05527.jpg
Ernst van Altena (11 december 1933 – 14 juni 1999)
Cover LP 

 

 

De Franse dichter en schrijver Alfred de Musset werd geboren op 11 december 1810 in Parijs. Zie ook alle tags voor Alfred de Musset op dit blog.

 

Une promenade au Jardin des Plante

Sous ces arbres chéris, où j'allais à mon tour
Pour cueillir, en passant, seul, un brin de verveine,
Sous ces arbres charmants où votre fraîche haleine
Disputait au printemps tous les parfums du jour ;

Des enfants étaient là qui jouaient alentour ;
Et moi, pensant à vous, j'allais traînant ma peine ;
Et si de mon chagrin vous êtes incertaine
Vous ne pouvez pas l'être au moins de mon amour.

Mais qui saura jamais le mal qui me tourmente ?
Les fleurs des bois, dit-on, jadis ont deviné !
Antilope aux yeux noirs, dis, quelle est mon amante ?

Ô lion, tu le sais, toi, mon noble enchaîné ;
Toi qui m'as vu pâlir lorsque sa main charmante
Se baissa doucement sur ton front incliné.

 

 

Dans dix ans d'ici seulement

Dans dix ans d'ici seulement,
Vous serez un peu moins cruelle.
C'est long, à parler franchement.
L'amour viendra probablement
Donner à l'horloge un coup d'aile.

Votre beauté nous ensorcelle,
Prenez-y garde cependant :
On apprend plus d'une nouvelle
En dix ans.

Quand ce temps viendra, d'un amant
Je serai le parfait modèle,
Trop bête pour être inconstant,
Et trop laid pour être infidèle.
Mais vous serez encor trop belle
Dans dix ans.

 

 1985783-903d1e9daaa7043e2b01519b2f88944c.jpg
Alfred de Musset (11 december 1810 - 2 mei 1857)
Bronzen medaille door David d'Anger, 1831

 

 

De Duitse toneelschrijver Christian Dietrich Grabbe werd geboren in Detmold op 11 december 1801. Zie ook alle tags voor Christian Grabbe op dit blog.

Uit: Hannibal

“BRASIDAS. Du liebst mich?
ALITTA. Ewiges Gefrag. Muß ich stündlich wiederholen, was man kaum sagt, ohne die Tiefe des Herzens zu entweihn?
BRASIDAS. So werde mir wieder ein heiterer Stern!
ALITTA.. Ich? Die Waise?
BRASIDAS. Nicht das – Hat Dir auch die Pest furchtbar rasch die Eltern entrissen, Dir blieb –
ALITTA. Was?
BRASIDAS Der Freund. Und Karthago, die allgemeine Mutter.
ALITTA.. Ja, Die! von Stein, mit einer Menge teilnahmsloser Geschwister! – Ach, nichts Schrecklicheres als des Hauses einzige Tochter mit ihren Tränen an der Bahre der Eltern, und Millionen Volks draußen im fremden Getrieb: ein Totenlichtlein in wüster, weiter Nacht!
BRASIDAS. Zerstreue –
ALITTA.. Des kleinlichen Worts!
BRASIDAS Laß uns die alten Abende erneun, wo wir hier saßen, von Hannibal sprachen und seinen Siegen.
ALITTA.. Die beiden Sessel sind leer, in welchen die Eltern dabei saßen – – Doch! wie? – Du sprichst von dem Schwarzgelben vor Rom? Was aber tust Du?
BRASIDAS. Du zürnst? so plötzlich? Ich zittre!
ALITTA.. Vor der Stirnfalte eines Mädchens? Nun ists mir klar.
BRASIDAS. Was?
ALITTA. Das Rätsel wär einem echten Manne nicht schwer. Erbebst Du vor dem Stirnfalten der Geliebten, wie eher vor den Toren Roms!
BRASIDAS Ha!
Alitta. Zu den Stutzern, zu dem Ungeziefer erniedrigst Du Dich, das sich hier auf den Gassen brüstet, sie beschmutzt, wie Fliegen die Teller, welche an den Siegen mäkeln, bei denen mitzufechten sie sich gehütet. Der Schützer, Sieger, brauch ich ihn zu nennen? Hannibal, schändlich wird er unterstützt. Nicht zweitausend Bürger sind bei ihm, mit Negern, Nomaden, Gesindel jeder Art muß er sich von Sieg zu Sieg quälen, ohne Frucht und ohne Dank. – Sei besser, gib ein Beispiel, freiwillig zu ihm, und kämpf ihm zur Seite! (Sie ringt die Hände.) Heilige Astaroth, was hab ich gesagt!“

 

 1985783-770cdfc2b2a370bb755386978a62068e.jpg
Christian Grabbe (11 december 1801 - 12 september 1836)
Scene uit een opvoering in Senftenberg, 2009

 

 

De Duitse dichter Maximilian Gottfried von Schenkendorf werd geboren op 11 december 1783 in Tilsit in Oost-Pruisen. Zie ook alle tags voor Maximilian von Schenkendorf op dit blog.

 

Christ, ein Gärtner
Nach einem alten Bilde.

Ein Gärtner geht im Garten,
Wo tausend Blumen blühn,
Und alle treu zu warten,
Ist einzig sein Bemühn.

Der gönnt er sanften Regen,
Und jener Sonnenschein:
Das nenn' ich treues Pflegen,
Da müssen sie gedeihn.

In liebenden Gedanken
Sieht man sie fröhlich blühn,
Sie möchten mit den Ranken
Den Gärtner all umziehn.

Und wann ihr Tag gekommen,
Legt er sie an sein Herz,
Und zu den Sel'gen, Frommen
Trägt er sie himmelwärts;

Zu seinem Paradiese,
Zu seiner schönen Welt,
Die nimmermehr, wie diese,
In Staub und Asche fällt.

Hier muß das Herz verglühen,
Das Weizenkorn verdirbt;
Dort oben gilt ein Blühen,
Das nimmermehr erstirbt.

Du Gärtner, treu und milde,
O laß uns fromm und fein
Zum himmlischen Gefilde,
Zum ew'gen Lenz gedeihn!

 


 1985783-94e9b2fffd31b9c686537c3c9a5150a8.jpg
Maximilian von Schenkendorf (11 december 1783 – 11 december 1817)
Borstbeeld in Koblenz 

 

 

De Duitse schrijver Paul Kornfeld werd geboren op 11 december 1889 in Praag. Zie ook alle tags voor Paul Kornfeld op dit blog.

Uit: Legende

“lm Jahre l6l3 lebte im südlichen Böhmen, dort, wo die letzten Hügel des Böhmerwaldes in Ebene vergehen, auf seinem Cute, das groß und blühend und. von der Sonne beschienen, in allen Farben schillcrte, Graf Wratislav; außer ihm noch, neben den vielen Knechtcn, Mägden und Bauern, sein Freund und Diener Wladislav. Gemeinsam verbrachte Kindheit verband diesen und jenen ; freundlich gemeinsam verbrachte Zeiten blieben für beide eine gern getragene Fessel. Sie hatten die selben Spiele gespielt, miteinander den gleichen Unfug getrieben, die selben Felder durchflogen. die selben Wälder gerochen, und als sie allmählich Männer geworden waren, hatte sich auch allmählich ernste Freundschaft zwischen sie gestellt.
Waren alle Angelegenheiten des Tages getan, hatte Wladislav, der Diener, seine Pflichten erfüllt, war als letzter seiner Dienste das Geschirr vom Abendtisch getragen und lag Stille über der Erde und Nacht vor den Fenstern, dann saßen inmitten des großen Saales als gute Freunde die beiden, Wein vor sich, den Arm auf den Tisch gestützt, den Kopf in die Hände gelegt, von einem Flämmchen, auf den Tisch gestellt, zart nur und flaclcernd beschienen und berieten männlich, lachten dröhnend oder schwiegen freundlich miteinander.
In des Grafen Innern war vor Monaten plötzlich, wie durch Zauber, ein Gedanke aufgetaucht, der, von der Zeit genährt, von seiner Freundschaft getragen und durch sie von immer neuen Argumenten gestützt, ihm Qual und, durch seine wachsende Uberzeugungskraft, immer mehr Qual verursachte und längst schon begonnen hatte. ihm seine Ruhe zu nehmen.“

 

 1985783-1bf17099a2c2171219394ee493d4f97f.jpg
Paul Kornfeld (11 dezember 1889 - † januari 1943)
Cover

 

 

De Duitse dichter Marco Kugel werd geboren op 11 december 1979 in Stuttgart. Zie ook alle tags voor Marco Kugel op dit blog.

 

am rande des testfeldes (fragment)

waren viehhaft in den bergen
birnen – wolken – gab es auch soldaten
die versuchten was erfühlt werden konnte
und geigen gespielt was waren das flachheiten / von außen
nichts an haftung gegeben nicht an / einwirken
in beton schmelze runter gelaufen
von den bergen vom vieh blitzhaft getrennt alles /
in den ebenen gestanden

 

 1985783-f3ce69a7d544c71e731edaf139d6ec29.jpg
Marco Kugel (Stuttgart, 11 december 1979)
Kersttijd in Stuttgart

Geschreven door Romenu om 12:14 Reageer op dit bericht

Helene Uri

De Noorse schrijfster en taalkundige Helene Uri werd geboren op 11 december 1964, in Stockholm. Zij groeide echter op in Oslo. In 1996 promoveerde zij aan de Universiteit van Oslo in de taalkunde. Zij schreef zowel non-fictie- boeken als romans en kinderboeken. In haar eerste roman “Anna på fredag” (Anna op vrijdag, uit 1995) bracht zij kinderen dichter bij de aard van de taal, zoals Jostein Gaader dat met filosofie deed in “De wereld van Sofie”. Tot haar romans behoren “Dyp rød 315” (Diep rood 315) uit 2001, en “Honningtunger” (Honingtongen) uit 2002. Haar roman “De beste blant oss” (De besten onder ons) uit 2006, die zich bezighoudt met machtsstrijd, intriges en laster in academische kringen werd door de critici goed ontvangen.Terwijl ze werkte voor haar roman “Rydde ut” (Uitruimen), die speelt in Finnmark, ontdekte Uri dat haar familie deels Sami is. Dat was door het normalisatieproces van haar familie in Noorwegen in de vergetelheid geraakt. Uri was adjunct-hoogleraar aan het departement taalkunde van de universiteit van Oslo van 1998 tot 2005 toen ze stopte om een fulltime schrijver te worden. Vanaf 2012 was zij professor II in creatief schrijven aan het College van Kristiania. Zij is lid van de Noorse Academie voor Taal en Literatuur, bestuurslid van de Noorse Taalraad en jury lid van de Literatuurprijs van de Noorse Raad.

Uit: Anna am Freitag (Vertaald door Gabriele Haefs)

"Das klingt aber nicht sehr spannend", sagte ich und schaute zu dem dicken grauen Buch hinüber.
"Ist es aber! Linguistik ist ein anderes Wort für Sprach- wissenschaft. Wir studieren unterschiedliche Sprachen. Wir sehen, wie Sprachen aufgebaut sind, wie sie sich im Laufe der Zeit verändern und noch vieles andere. Was wir hier in der letzten Stunde gemacht haben, war auch Sprachwissenschaft. Und das hat doch Spaß gemacht, oder?" fragte Anna und wurde wieder ein wenig rot.
(…)

„Anna hatte mir gerade erzählt, dass so eine Kuh aus purem Zufall Kuh heiße. Sie könnte auch „Uk“ oder „Skruff“ heißen, behauptete Anna. Ich verstand nicht so ganz, wie sie das meinte. „Ich kann doch nicht plötzlich alle Kühe Skruff nennen. Dann würde mich kein Mensch mehr verstehen“, protestierte ich. „Die Skruff gibt uns Milch, das geht doch nicht.“ „Nein, stimmt“, sagte Anna. „Was ich meine, ist, dass der Klang eines Wortes nichts mit seiner Bedeutung zu tun hat. Die Laute k und u stehen in keiner logischen Verbindung zum Tier Kuh.“ „Das nicht“, sagte ich, wusste aber zugleich immer noch nicht so recht, was sie meinte. „Dass Kuh in anderen Sprachen anders heißt, ist eigentlich schon ein Beweis. Auf Französisch heißt sie vache, auf Spanisch vaca, auf Türkisch inek und auf Irisch bó.“ „Aber auf Englisch heißt sie cow, und das hat, finde ich, große Ähnlichkeit mit der Kuh.“ „Stimmt, auf Norwegisch heißt sie ku. Das liegt daran, dass Deutsch, Englisch und Norwegisch eng miteinander verwandt sind. Aber es besteht keine logische Verbindung zwischen den Klängen und ihrer Bedeutung, in keiner Sprache. Vache, vaca und bó waren ursprünglich übrigens auch dasselbe Wort.“ Ich runzelte die Stirn und versuchte, das zu begreifen. „Bist du immer noch nicht überzeugt?“, fragte Anna und latschte mitten durch eine Pfütze. „Dann versuchen wir die ganze Sache auf den Kopf zu stellen. Die beiden Buchstaben or bedeuten auf Norwegisch eine Baumsorte, auf Englisch dagegen oder und auf Französisch Gold. Verstehst du, wie zufällig das ist? Was sagt übrigens die Kuh?“ „Die sagt muuuuuh!“, antwortete ich und Helle fuchtelte beglückt mit den Händen. „Hat das etwas mit der Sache zu tun?“ „Ja, es ist nämlich kein Zufall, dass die Kuh muh sagt. Lautmalende Wörter sind niemals zufällig entstanden. Das Wort Krähe haben wir uns ausgesucht, weil es so ähnlich klingt wie der Krähenruf. Der Wind saust, sagen wir. Sausen ist auch ein lautmalendes Wort. Aber Wörter müssen sich nicht nach ihrer Bedeutung anhören. Die meisten tun das eben nicht.“.


2073199-f04dde5660e8adc64eb9e9d1b8e42397.jpg
Helene Uri (Stockholm, 11 december 1964)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Birago Diop

De Senegalese dichter en schrijver Birago Diop werd geboren op 11 december 1906 in Ouakam, een wijk in Dakar. Zijn vader verdween om onbekende redenen, twee maanden voordat Diop geboren was. De kindertijd van Diop heeft hem blootgesteld aan vele volksverhalen die hij later in zijn literaire werk gebruikt heeft. In 1920 kreeg Diop een beurs om de Franstalige school Lycée Faidherbe in Saint-Louis te bezoeken, dat toen de hoofdstad van Senegal was. Gedurende deze tijd werd hij gefascineerd door de gedichten van Victor Hugo, Charles Baudelaire, Edgar Allan Poe en diverse anderen en begon hij zelf te schrijven. In de late jaren 1920 diende hij als een verpleegkundige in een militaire ziekenhuis en later ging hij veterinaire geneeskunde aan de Universiteit van Toulouse in Frankrijk studeren. Hij werkte als dierenarts voor de Franse koloniale regering in verschillende West-Afrikaanse landen, gedurende zijn loopbaan in de burgerlijke dienst verzamelde hij volksverhalen, en schreef ook poëzie, memoires en een toneelstuk. Hij was ook van 1960 tot 1965 de eerste Senegalese ambassadeur in Tunesië. Tijdens zijn tijd in Frankrijk als veterinaire student ontmoette Diop tal van Afrikaanse en Afro-Amerikaanse studenten, waaronder Léopold Sédar Senghor, die later naar Senegal's eerste president zou worden toen het land onafhankelijk werd. Geïnspireerd door deze jonge zwarte intellectuelen, kunstenaars en dichters publiceerde Diop zijn vroegste gedichten in “L'étudiant noir”, een studentenblad, dat protesteerde tegen de assimilatieteorie ten gunste van Afrikaanse culturele waarden. In de vroege jaren veertig werd Birago Diop tijdens WO II gedwongen om twee jaar terug te keren naar Frankrijk. Ziek van heimwee begon hij bewerkingen van volksverhalen op ​​te schrijven op advies van zijn mede-Negritude schrijvers. Toen Diop eindelijk terugkeerde naar Afrika werkte hij als directeur van zoologische technische diensten in Ivoorkust en Opper Volta (hedendaags Burkina Faso). Zijn drie delen tellende “Les Contes D'Amadou Koumba “werd in 1947 gepubliceerd. Hij ontving er de Grand Prix littéraire voor. Elk van de drie delen bevatte een verzameling korte verhalen rondom dieren, waarbij de grens tussen overlevering en zijn eigen literaire inbreng niet vast te stellen is.

 

Souffles

Ecoute plus souvent
Les Choses que les Etres
La Voix du Feu s’entend,
Entends la Voix de l’Eau.
Ecoute dans le Vent Le Buisson en sanglots :
C’est le Souffle des ancêtres.

Ceux qui sont morts ne sont jamais partis :
Ils sont dans l’Ombre qui s’éclaire
Et dans l’ombre qui s’épaissit.
Les Morts ne sont pas sous la Terre :
Ils sont dans l’Arbre qui frémit,
Ils sont dans le Bois qui gémit,
Ils sont dans l’Eau qui coule,
Ils sont dans l’Eau qui dort,
Ils sont dans la Case, ils sont dans la Foule :
Les Morts ne sont pas morts.

Ecoute plus souvent
Les Choses que les Etres
La Voix du Feu s’entend,
Entends la Voix de l’Eau.
Ecoute dans le Vent
Le Buisson en sanglots :
C’est le Souffle des Ancêtres morts,
Qui ne sont pas partis
Qui ne sont pas sous la TerreQui ne sont pas morts.

Ceux qui sont morts ne sont jamais partis :
Ils sont dans le Sein de la Femme,
Ils sont dans l’Enfant qui vagit
Et dans le Tison qui s’enflamme.
Les Morts ne sont pas sous la Terre :
Ils sont dans le Feu qui s’éteint,
Ils sont dans les Herbes qui pleurent,
Ils sont dans le Rocher qui geint,
Ils sont dans la Forêt, ils sont dans la Demeure,
Les Morts ne sont pas morts.

Ecoute plus souvent
Les Choses que les Etres
La Voix du Feu s’entend,
Entends la Voix de l’Eau.
Ecoute dans le Vent
Le Buisson en sanglots,
C’est le Souffle des Ancêtres.

Il redit chaque jour le Pacte,
Le grand Pacte qui lie,
Qui lie à la Loi notre Sort,
Aux Actes des Souffles plus forts
Le Sort de nos Morts qui ne sont pas morts,
Le lourd Pacte qui nous lie à la Vie.
La lourde Loi qui nous lie aux Actes
Des Souffles qui se meurent
Dans le lit et sur les rives du Fleuve,
Des Souffles qui se meuvent
Dans le Rocher qui geint et dans l’Herbe qui pleure.
Des Souffles qui demeurent
Dans l’Ombre qui s’éclaire et s’épaissit,
Dans l’Arbre qui frémit, dans le Bois qui gémit
Et dans l’Eau qui coule et dans l’Eau qui dort,
Des Souffles plus forts qui ont pris
Le Souffle des Morts qui ne sont pas morts,
Des Morts qui ne sont pas partis,
Des Morts qui ne sont plus sous la Terre.

Ecoute plus souvent
Les Choses que les Etres
La Voix du Feu s’entend,
Entends la Voix de l’Eau.
Ecoute dans le Vent
Le Buisson en sanglots,
C’est le Souffle des Ancêtres.

 

 2037637-1e3cb217262019c1c78f4fc80c843475.jpg
Birago Diop (11 december 1906 – 25 november 1989)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Emily Dickinson, Karl Heinrich Waggerl, Reinhard Kaiser Mühlecker, Jorge Semprún, Gertrud Kolmar

De Amerikaanse dichteres Emily Dickinson werd geboren op 10 december 1830 in Amherst, Massachusetts. Zie ook alle tags voor Emily Dickinson op dit blog.

 

Hope Is The Thing With Feathers

'Hope' is the thing with feathers—
That perches in the soul—
And sings the tune without the words—
And never stops—at all—

And sweetest—in the Gale—is heard—
And sore must be the storm—
That could abash the little Bird
That kept so many warm—

I've heard it in the chillest land—
And on the strangest Sea—
Yet, never, in Extremity,
It asked a crumb—of Me.

 

"Faith" Is A Fine Invention

"Faith" is a fine invention
When Gentlemen can see—
But Microscopes are prudent
In an Emergency.

 

Love is anterior to life

Love is anterior to life,
Posterior to death,
Initial of creation, and
The exponent of breath.



 1985444-61120eb841708903a14cb62f523875f6.jpg
Emily Dickinson (10 december 1830 – 15 mei 1886)
Portret door Jerry Breen, ca.2006

 

 

De Oostenrijkse schrijver Karl Heinrich Waggerl werd geboren op 10 december 1897 in Bad Gastein. Zie ook alle tags voor Karl Heinrich Waggerl op dit blog.

Uit: Die stillste Zeit im Jahr 

„Das Gloria sangen wir selber dazu. Es klang vielleicht ein bißchen grob in unserer breiten Mundart, aber Gott schaut seinen Kindern ja ins Herz und nicht in den Kopf oder aufs Maul. Und es ist auch gar nicht so, daß er etwa nur Latein verstünde.
Mitunter stimmten wir auch noch das Lieblingslied der Mutter an, das vom Tannenbaum. Sie beklagte es ja oft, daß wir so gar keine musikalische Familie waren. Nur sie selber konnte gut singen, hinreißend schön für meine Begriffe, sie war ja auch in ihrer Jugend Kellnerin gewesen. Wir freilich kamen nie über eine Strophe hinaus. Schon bei den ersten Tönen fing die Schwester aus übergroßer Ergriffenheit zu schluchzen an. Der Vater hielt ein paar Takte länger aus, bis er endlich merkte, daß seine Weise in ein ganz anderes Lied gehörte, etwa in das von dem Kanonier auf der Wacht. Ich selber aber konnte in meinem verbohrten Grübeln, wieso denn ein Tannenbaum zur Winterzeit grüne Blätter hatte, die zweite Stimme nicht halten. Daraufhin brachte die Mutter auch mich mit einem Kopfstück zum Schweigen und sang das Lied als Solo zu Ende, wie sie es gleich hätte tun sollen. Advent, sagt man, sei die stillste Zeit im Jahr. Aber in meinem Bubenalter war es keineswegs die stillste Zeit. In diesen Wochen lief die Mutter mit hochroten Wangen herum, wie mit Sprengpulver geladen, und die Luft in der Küche war sozusagen geschwängert mit Ohrfeigen. Dabei roch die Mutter so unbeschreiblich gut, überhaupt ist ja der Advent die Zeit der köstlichen Gerüche. Es duftet nach Wachslichtern, nach angesengtem Reisig, nach Weihrauch und Bratäpfeln. Ich sage ja nichts gegen Lavendel und Rosenwasser, aber Vanille riecht doch eigentlich viel besser, oder Zimt und Mandeln.
Mich ereilten dann die qualvollen Stunden des Teigrührens. Vier Vaterunser das Fett, drei die Eier, ein ganzer Rosenkranz für Zucker und Mehl. Die Mutter hatte die Gewohnheit, alles Zeitliche in ihrer Kochkunst nach Vaterunsern zu bemessen, aber die mußten laut und sorgfältig gebetet werden, damit ich keine Gelegenheit fände, den Finger in den köstlichen Teig zu tauchen. Wenn ich nur erst den Bubenstrümpfen entwachsen wäre, schwor ich mir damals, dann wollte ich eine ganze Schüssel voll Kuchenteig aufessen, und die Köchin sollte beim geheizten Ofen stehen und mir dabei zuschauen müssen! Aber leider, das ist einer von den Knabenträumen geblieben, die sich nie erfüllt haben.“

 

 1985444-b4e848cb69d954e2eff051c338ff2bba.jpg
Karl Heinrich Waggerl (10 december 1897 – 4 november 1973)
Cover

 

 

De Oostenrijkse schrijver Reinhard Kaiser Mühlecker werd geboren op 10 december 1982 in Kirchdorf an der Krems. Zie ook alle tags voor Reinhard Kaiser Mühlecker op dit blog.

Uit: Fremde Seele, dunkler Wald

»Diese verdammten Russen«,sagte Alexander Fischer nach langem Schweigen und schob sein leeres Glas über die Theke, an der er seit dem späten Vormittag stand. »Welche Schwierigkeiten haben wir mit denen schon gehabt! Und welche werden wir erst noch haben ...«
Es war zwei Uhr; außer ihnen war niemand im Gasthaus, nur hinten am Stammtisch, in dem Halbdunkel kaum zu erkennen, saß die hochaufgeschossene Gestalt des Postboten, der Zeitung lesend zu Mittag aß; obwohl er bereits vor einer ganzen Weile gekommen war, waren seine Schuhabdrücke auf den Bodendielen noch nicht aufgetrocknet. Unter der Tür wurde ein Blatt her-
eingeweht – Birke.
»Meinst du? Hört man doch schon lange nichts mehr von dort«, sagte der Wirt, ohne Alexander anzusehen.
Er stand hinter der Theke und las ebenfalls in einer Zeitung. Seine gebräunte, pigmentfleckige Glatze glänzte, leuchtete wie aus sich selbst heraus. Er schlug die Zeitung zu und nahm Alexanders Glas. Sorgfältig spülte er es aus, hielt es unter den Zapfhahn und füllte es und schob es wieder hinüber.
»Ich lese gerade ein Buch«, sagte Alexander und umfasste das Glas. »In den vergangenen Jahrzehnten sind immer wieder russische U-Boote in schwedischen Gewässern aufgetaucht. Sogar in den letzten Jahren noch. Aber das ist nur ein Beispiel dafür, wie sie sind. Provokateure. Sie provozieren in einem fort.«
»Die Russen meinst du?«
»Ja doch. Wen denn sonst?«
»Von dieser U-Boot-Geschichte habe ich noch nie gehört.«
»Das hat schon in den Sechzigern begonnen«, sagte Alexander, ließ das Glas los und richtete sich den spiegelbesetzten Kragen seiner Uniform. »Ich muss meine Schwester einmal dazu fragen, vielleicht weiß sie mehr.
Sie lebt ja seit ein paar Jahren dort oben, mit einem Amerikaner.«
»In Schweden?«, fragte der Wirt. »Hast du nicht gesagt, sie ist in Wien?«

 

 1985444-ea04fc0ff343ccd8bf5ab2ac0cd6968b.jpg
Reinhard Kaiser Mühlecker (Kirchdorf an der Krems, 10 december 1982)

 

 

De Spaanse schrijver en politicus Jorge Semprún Maura werd geboren in Madrid op 10 december 1923. Zie ook alle tags voor Jorge Semprún op dit blogen ook mijn blog van 10 december 2010.

Uit: Was für ein schöner Sonntag! (Vertaald door Johannes Piron)

„Man kam ganz verschreckt aus Compiègne in dieser sagenhaften, unvorstellbaren Welt von Buchenwald an. Man war, schien es, ganz allein und wurde von links und rechts getriezt. Die Quarantäne, das Ungeziefer, die Schläge der SS und der grünen Kapos, sogar von einigen roten Kapos. Die Scheibe Brot, die man oft mit Fäusten gegen den Nachbarn verteidigen musste. Merde! Dein Nachbar, ein braver Büroangestellter, ein Oberst der französischen Armee, ein Professor für Zivilrecht, einfach ein Mann, der zum gierigen Raubtier geworden war, unbarmherzig, nur auf sein eigenes Überleben bedacht, offenbar zu allem bereit für einen zusätzlichen Happen Brot, einen Rest Suppe! Und dann – zwei, drei, vierzehn Tage danach: der Kontakt.
Die Partei nahm sich deiner wieder an.
Die große Überraschung in Buchenwald war das Vorhandensein einer illegalen Organisation der Partei.“
(…)

In diesem Dezember 1944 ist die Strategie der mit der Leitung des Lagers Buchenwald betrauten SS-Offiziere leicht zu erraten. Sie wollen um jeden Preis vermeiden, an die Front geschickt zu werden. Sie wollen weiter als Etappenschweine leben, in der Bequemlichkeit ihrer Sinekure. Deshalb müssen sie um jeden Preis alles vermeiden, was die Aufmerksamkeit von Berlin auf ihre Amtsführung in Buchenwald lenken und Disziplinarmaßnahmen auslösen könnte.
Aber wie lässt sich all das vermeiden? Die beste Lösung besteht darin, die internen Dinge des Lagers den deutschen Kommunisten zu überlassen, die seit Jahren die Schlüsselstellungen der Verwaltung innehaben, seit sie die normalen Strafgefangenen in einem hinterhältigen und blutigen Kampf eliminiert haben.“

 

 1985444-cf08a3ba45ec87cbbb568a99cae9e23e.jpg
Jorge Semprún (10 december 1923 - 7 juni 2011)
Cover 

 

 

De Duitse dichteres en schrijfster Gertrud Kolmar (pseudoniem van Gertrud Käthe Chodziesner) werd op 10 december 1894 in Berlijn geboren. Zie ook alle tags voor Gertrud Kolmar op dit blog.

 

Schrebergärten

Du schaust hinein. Am Zaun die Laube
In Sonntagsstimmung, frisch und blank:
Ein grünes Haus mit weißer Haube
Und ringsum wilden Weins Gerank.

Dazu zwei Mädchen mit Soldaten;
Drum lacht die Sonnenblume auch -
Ein Apfelbaum, ein Beet Tomaten,
Ein Rosenstock, ein Himbeerstrauch:

Und mitten in der Pracht ein Kleinchen,
Das kaum noch halb sein Hemdchen deckt
Und das zwei ros'ge, runde Beinchen
Aus seinem Kinderwagen streckt.

 

 

Wiegenlied

Schlafe wohl unter dem silbernen Schild,
Unter der rotroten Rose!
Sanft scheint der Mond, und das Sternlein glänzt mild -
Weich ist dein Bettchen im Moose.
:, : Abendwind,
Wieg' ein mein Kind,
Meine süße, dunkle Rose! :, :

Schmetterling gaukelt durchs Schattenblau,
Zitternd duftet der Flieder,
Rings säet glitzernde Perlen der Tau,
Nachtigall singt ihre Lieder.
:, : Vögelein,
Sing' ein, sing' ein
Die lieblichen, jungen Glieder! :, :

Träume entfliehn, und Gedanken gehn,
Zahllos und klar wie die Sterne.
Mag, was mir nah', auch im Düster verwehn,
Licht bleibt doch ewig die Ferne!
:, : Guckäuglein,
Nun schließt euch fein,
Meine lieben, schwarzen Sterne!

 

 1985444-a071e592291221cba4adbcbb7b0713e4.jpg
Gertrud Kolmar (10 december 1894 – (?) maart 1943)
Cover biografie

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 10e december ook mijn vorige twee blogs van vandaag.

Geschreven door Romenu om 11:38 Reageer op dit bericht

Jacquelyn Mitchard, Nelly Sachs, Cornelia Funke, Carolyn Kizer, Pierre Louÿs

De Amerikaanse schrijfster Jacquelyn Mitchard werd geboren in Chicago, Illinois, op 10 december 1951. Zie ook alle tags voor Jacquelyn Mitchard op dit blog.

Uit: Christmas, Present 

"But he could not frame a question that would elicit the date from Laura's cool and sharp-eyed mother. She was a busy realtor, a woman of few words except where they concerned post-and-beam construction or Carrera marble in the master bath. She would not burble forth, "And that was the last time Helen and David went anywhere together as husband and wife ... " or "I'd just bought that silver Volvo ... " or "Do you remember how adorable Laurie's sister Angela looked; she was only a junior ... " -- remarks that could be checked against a family timeline.
Their wedding album had been no help.
It was inscribed with their names, the month and day -- but, at Laura's behest, not the year. For the same reason, the photos all were in black-and-white. "Color makes pictures look dated. I want this to be always new," she'd said.
They were married December 23, and all the women, including Laura, wore red velvet, the men gray morning clothes, with top hats -- even without the help of color film, he could remember the splash they all made, like bright cardinals and sparrows against the snow. The photographer spread huge sheets of clear plastic beneath an evergreen bower for outdoor shots. Laura peeked from under the hood of a wool merino cape trimmed with rabbit fur, like a character from Little Women.
The photos were timeless; not even a single car with an identifiable grille or body shape was visible.
He might have asked his own mother outright, and she would have felt no impulse to chide him. She would have been moved by his diligence.
He had missed his mother, more or less constantly, for two years, with the persistence of a low-grade fever that spiked in spring or at moments of acute need or tenderness. Laura resembled his mother in no way; she had different habits, preferences, and talents. But his wife still somehow recalled Amy, in common sense, in pure spirit. Laura still teased him about their first date: He had confessed he might never marry at all, never find a woman the equal of his mother. Amy had died of ovarian cancer, hadn't even lived to hear Amelia, the daughter they had named for her, say her grandmother's name.”

 1985439-c7a31c6b32e76fc66aa475705ed5e3c8.png
Jacquelyn Mitchard (Chicago, 10 december 1951)

 

 

De Duitse dichteres en schrijfster Nelly Sachs werd op 10 december 1891 in Berlijn geboren. Zie ook alle tags voor Nelly Sachs op dit blog.

 

Diese Kette von Rätseln

Diese Kette von Rätseln
um den Hals der Nacht gelegt
Königswort weit fort geschrieben
unlesbar
vielleicht in Kometenfahrt
wenn die aufgerissene Wunde des Himmels
schmerzt

da
in dem Bettler der Raum hat
und auf Knieen gehend
ausgemessen hat alle Landstraßen
mit seinem Leib

denn es muß ausgelitten werden
das Lesbare
und Sterben gelernt
im Geduldigsein −

 

 

Auf und ab gehe ich

Auf und ab gehe ich
in der Stubenwärme
Die Irren im Korridor kreischen
mit den schwarzen Vögeln draußen
um die Zukunft
Unsere Wunden sprengen die böse Zeit
aber die Uhren gehen langsam -

 

 1985439-4b9bfe4ce948a1ddad77e3978adf750e.jpg
Nelly Sachs (10 december 1891 – 12 mei 1970)
Portret Helga Tiemann, 1968

 

 

De Duitse schrijfster en illustratrice Cornelia Funke werd geboren in Dorsten op 10 december 1958. Zie ook alle tags voor Cornelia Funke op dit blog.

Uit: Tintenherz

“Es fiel Regen in jener Nacht, ein feiner, wispernder Regen. Noch viele Jahre später musste Meggie bloß die Augen schließen und schon hörte sie ihn, wie winzige Finger, die gegen die Scheibe klopften. Irgendwo in der Dunkelheit bellte ein Hund, und Meggie konnte nicht schlafen, so oft sie sich auch von einer Seite auf die andere drehte.
Unter ihrem Kissen lag das Buch, in dem sie gelesen hatte. Es drückte den Einband gegen ihr Ohr, als wollte es sie wieder zwischen seine bedruckten Seiten locken. "Oh, das ist bestimmt sehr bequem, so ein eckiges, hartes Ding unterm Kopf", hatte ihr Vater gesagt, als er zum ersten Mal ein Buch unter ihrem Kissen entdeckte. "Gib zu, es flüstert dir nachts seine Geschichte ins Ohr." - "Manchmal!", hatte Meggie geantwortet. "Aber es funktioniert nur bei Kindern." Dafür hatte Mo sie in die Nase gezwickt. Mo. Meggie hatte ihren Vater noch nie anders genannt.
In jener Nacht - mit der so vieles begann und so vieles sich für alle Zeit änderte - lag eins von Meggies Lieblingsbüchern unter ihrem Kissen, und als der Regen sie nicht schlafen ließ, setzte sie sich auf, rieb sich die Müdigkeit aus den Augen und zog das Buch unter dem Kissen hervor. Die Seiten raschelten verheißungsvoll, als sie es aufschlug. Meggie fand, dass dieses erste Flüstern bei jedem Buch etwas anders klang, je nachdem, ob sie schon wusste, was es ihr erzählen würde, oder nicht. Aber jetzt musste erst einmal Licht her. In der Schublade ihres Nachttisches hatte sie eine Schachtel Streichhölzer versteckt. Mo hatte ihr verboten, nachts Kerzen anzuzünden. Er mochte kein Feuer. "Feuer frisst Bücher", sagte er immer, aber schließlich war sie zwölf Jahre alt und konnte auf ein paar Kerzenflammen aufpassen. Meggie liebte es, bei Kerzenlicht zu lesen. Drei Windlichter und drei Leuchter hatte sie auf dem Fensterbrett stehen. Sie hielt das brennende Streichholz gerade an einen der schwarzen Dochte, als sie draußen die Schritte hörte. Erschrocken pustete sie das Streichholz aus - wie genau sie sich viele Jahre später noch daran erinnerte! -, kniete sich vor das regennasse Fenster und blickte hinaus. Und da sah sie ihn.“

 

 1985439-f917e7663ece17cfd2ff0ab31d27e172.jpg
Cornelia Funke (Dorsten, 10 december 1958)

 

 

De Amerikaanse dichteres Carolyn Ashley Kizer werd geboren op 10 december 1925 in Spokane, Washington. Zie ook alle tags voor Carolyn Kizer op dit blog.

 

Where I've Been All My Life

I.
Sirs, in our youth you love the sight of us.
Older, you fall in love with what we've seen,
Would lose yourselves by living in our lives.
I'll spin you tales, play the Arabian girl;
Working close, alone in the blond arena,
Flourish my cape, the cloth on the camera.
For women learn to be a holy show.

I'll tell you where I've been, not what I am:
In Rotterdam, womb where my people sprang,
I find my face, my father, everywhere.
New cousins I must stoop to greet, the get
Of tall, whey-colored burghers, sturdy dams,
As children fed on tulip bulbs and dirt,
Tugged at dry dugs and sucked at winter's rind.

My cousins, dwarfed by war! Your forms rebuke
The butcher and the bystander alike.
To ease you I can't shrink this big Dutch frame
Got of more comfortable ancestors.
But from my Southern side I pluck a phrase,
"I'll carry you." And it means "rest in me,"
To hold you as I may, in my mind's womb.

But snap the album, get the guidebook out!
Rotterdam: her raw, gray waterfront,
Zadkine's memorial burning on the quay;
This bronze is mortal, gaping in defeat,
The form that wombed it split to let it be.
It mends; he lurches up, in blood reborn,
The empty heavens his eternal frame.

 

 1985439-7184be3ffdf3081fe978b38d5d97e3d8.jpg
Carolyn Kizer (10 december 1925 – 9 oktober 2014)

 

 

De Franse dichter en schrijver Pierre Louÿs werd geboren op 10 december 1870 in Gent. Zie ook alle tags voor Pierre Louÿs op dit blog.

 

Chanson

Le premier me donna un collier, un collier de perles qui
vaut une ville, avec les palais et les temples, et les trésors
et les esclaves.

Le second fit pour moi des vers. Il disait que mes cheveux
sont noirs comme ceux de la nuit sur la mer et mes yeux
bleus comme ceux du matin.

Le troisième était si beau que sa mère ne l'embrassait pas
sans rougir. Il mit ses mains sur mes genoux, et ses lèvres
sur mon pied nu.

Toi, tu ne m'as rien dit. Tu ne m'as rien donné, car tu es
pauvre. Et tu n'es pas beau, mais c'est toi que j'aime

 

 

Pégase
À José Maria de Heredia.

De ses quatre pieds purs faisant feu sur le sol,
La Bête chimérique et blanche s'écartèle,
Et son vierge poitrail qu'homme ni dieu n'attelle
S'éploie en un vivace et mystérieux vol.

Il monte, et la crinière éparse en auréole
Du cheval décroissant fait un astre immortel
Qui resplendit dans l'or du ciel nocturne, tel
Orion scintillant à l'air glacé d'Éole.

Et comme au temps où les esprits libres et beaux
Buvaient au flot sacré jailli sous les sabots
L'illusion des sidérales chevauchées,

Les Poètes en deuil de leurs cultes perdus
Imaginent encor sous leurs mains approchées
L'étalon blanc bondir dans les cieux défendus.

 

 1985439-6d728907d47832e045d5da87a9b5fa98.jpg
Pierre Louÿs (10 december 1870 – 6 juni 1925)
Kerstmarkt in Gent 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 10e december ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 11:35 Reageer op dit bericht

Clarice Lispector, Thomas Lux, Ara Baliozian, Christine Brückner, Rumer Godden

De Braziliaanse schrijfster Clarice Lispector werd geboren op 10 december 1925 in Podolia (Oekraïne). Zie ook alle tags voor Clarice Lispector op dit blog.

Uit: Why This World (Biografie door Benjamin Moser)

“In 1946, the young Brazilian writer Clarice Lispector was returning from Rio de Janeiro to Italy, where her husband was vice consul in Naples. She had traveled home as a diplomatic courier, carrying dispatches to the Brazilian Ministry of Foreign Relations, but with the usual routes between Europe and South America disrupted by the war, her journey to rejoin her husband followed an unconven-
tional itinerary. From Rio she flew to Natal, on the northeastern tip of Brazil, then onward to the British base at Ascension Island in the South Atlantic, to the American air station in Liberia, to the French bases in Rabat and Casablanca, and then via Cairo and Athens to Rome.
Before each leg of the trip, she had a few hours, or days, to look around. In Cairo, the Brazilian consul and his wife invited her to a cabaret, where they were amazed to see the exotic belly dance performed to the familiar strains of a hit of Rio's 1937 Carnival, Carmen Miranda's "I Want Mommy."
Egypt itself failed to impress her, she wrote a friend back in Rio de Janeiro.
"I saw the pyramids, the Sphinx--a Mohammedan read my palm in the `desert sands' and said I had a pure heart. . . . Speaking of sphinxes, pyramids, piasters, it's all in horribly bad taste. It's almost immodest to live in Cairo. The problem is trying to feel anything that hasn't been accounted for by a guide."1
Clarice Lispector never returned to Egypt. But many years later she recalled her brief sightseeing tour, when, in the "desert sands," she stared down no one less than the Sphinx herself.
"I did not decipher her," wrote the proud, beautiful Clarice. "But neither did she decipher me."
By the time she died in 1977, Clarice Lispector was one of the mythical figures of Brazil, the Sphinx of Rio de Janeiro, a woman who fascinated her countrymen virtually from adolescence. "The sight of her was a shock," the poet Ferreira Gullar remembered of their first meeting. "Her green almond eyes, her high cheekbones, she looked like a she-wolf, a fascinating wolf. . . . I thought that if I saw her again I would fall hopelessly in love with her." "There were men who couldn't forget me for ten years," she admitted.”

 

 1985434-c56999ea301b565fb3e57c1390666cb4.jpg
Clarice Lispector (10 december 1925 – 9 december 1977)

 

 

De Amerikaanse dichter Thomas Lux werd geboren op 10 december 1946 in Northampton, Massachusetts. Zie ook alle tags voor Thomas Lux op dit blog.

 

Refrigerator, 1957

More like a vault -- you pull the handle out
and on the shelves: not a lot,
and what there is (a boiled potato
in a bag, a chicken carcass
under foil) looking dispirited,
drained, mugged. This is not
a place to go in hope or hunger.
But, just to the right of the middle
of the middle door shelf, on fire, a lit-from-within red,
heart red, sexual red, wet neon red,
shining red in their liquid, exotic,
aloof, slumming
in such company: a jar
of maraschino cherries. Three-quarters
full, fiery globes, like strippers
at a church social. Maraschino cherries, maraschino,
the only foreign word I knew. Not once
did I see these cherries employed: not
in a drink, nor on top
of a glob of ice cream,
or just pop one in your mouth. Not once.
The same jar there through an entire
childhood of dull dinners -- bald meat,
pocked peas and, see above,
boiled potatoes. Maybe
they came over from the old country,
family heirlooms, or were status symbols
bought with a piece of the first paycheck
from a sweatshop,
which beat the pig farm in Bohemia,
handed down from my grandparents
to my parents
to be someday mine,
then my child's?
They were beautiful
and, if I never ate one,
it was because I knew it might be missed
or because I knew it would not be replaced
and because you do not eat
that which rips your heart with joy.

 

 1985434-2d050e68635fd5b1bd577b1c78a50582.jpg
Thomas Lux (Northampton, 10 december 1946)

 

 

De Armeense schrijver Ara Baliozian werd geboren op 10 december 1936 in Athene. Zie ook alle tags voor Ara Baliozian op dit blog.

Uit: Pages From My Diary, 1986-1995

« Sometimes in the middle of the night I receive telephone calls from distant places by individuals in search of immortality. These individuals seem to think that I have influence in those places where immortality is dispensed. I try to explain to them that I have problems of my own, that I can't even make ends meet, that my so-called influence is a figment of their imagination, that the status of an Armenian writer in our communities is that between a janitor and an unemployable misfit, and that even if I were to write to a flunky, the chances are I would be completely ignored.
The Arabs castrate rapists and cut off the hands of thieves. Both procedures may be viewed as forms of censorship. Literary censorship is even more barbaric because it attempts to castrate or maim the expression of man's mind and soul. Literary censorship is the first step on the road that leads to massacre.
Some of our academics appear to have made the brilliant discovery that, the more useless and irrelevant their field of expertise, the more they can count on institutional support. I am personally acquainted with academics who know everything that happened to us 70 or even 700 years ago but pretend to know nothing about what's happening today in their own community.
"Why have you given up writing?" I ask a friend who until very recently contributed regularly to our press.
"How can you go on writing?" he replies.
A good question. I wish I knew the answer.”

 

 1985434-eb970cc7362b9f1a6341b0d199afca66.png
Ara Baliozian (Athene, 10 december 1936)

 

 

De Duitse schrijfster Christine Brückner werd geboren op 10 december 1921 in Schmillinghausen bij Bad Arolsen in Hessen. Zie ook alle tags voor Christine Brückner op dit blog.

Uit: Jauche und Levkojen

„Vor wenigen Minuten wurde auf Poenichen ein Kind geboren. Es kniff die Augen fest zu, als wäre ihm das Licht der Morgensonne zu grell, und war nicht einmal durch leichte Schläge auf das Hinterteil zum Schreien zu bringen. Aber: Es bewegte sich, atmete, lebte. Die Hebamme hatte die Länge: 42 Zentimeter, mit Hilfe der Küchenwaage auch das Gewicht: 2450 Gramm, festgestellt und zusammen mit dem Datum, dem 8. August 1918, und der Uhrzeit: 7 Uhr 30, auf dem Formular eingetragen, und nun lag das Kind gewindelt und mit blauem Jäckchen und Mützchen bekleidet in den blaugestickten Kissen der Quindtschen Familienwiege und schlief.
Die Mutter des Kindes, Vera von Quindt geborene von Jadow, für zwei Wochen eine Wöchnerin und dann nie wieder, hatte darauf bestanden, daß ihr Kind - zum Zeitpunkt dieser Abmachung allerdings nicht einmal gezeugt - in der Charite zur Welt kommen sollte, wo ein junger unterschenkelamputierter Arzt in der Entbindungsstation arbeitete, einer ihrer Bewunderer, aber als Ehemann nicht geeignet:
bürgerlich und ohne Aussicht auf eine baldige Niederlassung in einer guten Wohngegend des Berliner Westens. Aus begreiflichen Gründen war von ihm nicht die Rede gewesen, als diese Abmachung
getroffen wurde. Die Erinnerung an den Steckrübenwinter und eine erneute Herabsetzung der Lebensmittelrationen hatten die junge Berlinerin ein pommersches Rittergut mit anderen Augen sehen
lassen. Sie war 24 Jahre alt, dunkelhaarig, hübsch, aber unvermögend, und ihre Tänzer waren an der Somme undMarne gefallen, "reihenweise" wie ihre Mutter zu sagen pflegte. ...“

 

 1985434-a488403f8b9e84bd7a7bac7a8550602d.jpg
Christine Brückner (10 december 1921 – 21 december 1996)
Scene uit de gelijknamige film uit 1978

 

 

De Engelse schrijfster Margaret Rumer Godden werd geboren op 10 december 1907 in Eastbourne, East Sussex. Zie ook alle tags voor Rumer Godden op dit blog.

Uit: In This House of Brede

“From the air. it would seem that it was the Abbey that had space, the old town below that was enclosed; steep and narrow streets ran between the ancient battlements and its houses were huddled, roof below roof, windows and eaves jutting so that they almost touched; garden yards were overlooked by other garden yards while the Abbey stood in a demesne of park, orchard, farm and garden. Its walls had been heightened since the nuns came, trees planted that had grown tall; now it was only from the tower that one could look into the town, though atnight a glow came up from the lights seeming, from inside the enclosure, to give the Abbey walls a nimbus.
The traffic made a continual hum too, heard in the house but not in the park that stretched away inland towards the open fields; it was a quiet hum because the town was quiet and old- fashioned; besides, no car or lorry could be driven quickly through Its narrow cobbled streets.
The sparrow voices of children, when they were let out of school, were heard too, but the only sound that came from the Abbey was dropped into the town by bells measuring, not the hours of time as did the parish church clock, but the liturgical hours from Lauds to Compline; the bells rang the Angelus, the call to Chapter and the Abbey news of entrances and exits; sometimes of death. There was a small bell. St John, almost tinkling by contrast; it hung in the long cloister and summoned the nuns to the refectory. The bells of the Abbey, the chimes of the parish church clock, coming across each other, each underlining the other, gave a curious sense of time outside time, of peace, and the only quarrel the town had with the Abbey now was that the nuns insisted on feeding tramps.
A winding stone stair led up to the tower, going through the belfry above the bell tribune where the hanging bell ropes had different coloured tags. Though the bells were numbered, they had names. ‘Dame Ursula says they are baptized,’ sald Sister Cecily. Dame Clare, the zelatrix, Dame Ursula's assistant, was more exact. ‘There is a ceremony in the pontifical which is called baptizing the bells; It is, rather, a consecration,‘ but to Cecily they seemed personalities. "

 

 1985434-7b1aed1806214c751ed0e007c0458715.jpg
Rumer Godden (10 december 1907 – 8 november 1998)

Geschreven door Romenu om 11:34 Reageer op dit bericht

Thomas Verbogt, Gioconda Belli, Gioconda Belli, Joe McGinniss, Wolfgang Hildesheimer, Anna Gavalda, Ödön von Horváth, John Milton

De Nederlandse schrijver Thomas Verbogt werd op 9 december 1952 geboren in Nijmegen. Zie ook alle tags voor Thomas Verbogt op dit blog.

Uit:Waaitaal

““Last.
De slijter bij wie ik soms kom, doet vaak een beetje moeilijk over de wijn die hij verkoopt. Of moeilijk, nee, dat is niet het woord: artistiek - dát is het. Als we voor de schappen staan is het net alsof we naar een tentoonstelling kijken. Graag zou ik dit illustreren aan de hand van
een voorbeeld, dus hoe hij over de wijnen praat, maar dat kan ik niet, want ik laat zijn woorden niet tot me doordringen. Ik kan doen alsof ik aandachtig luister, terwijl ik aan volstrekt andere dingen denk. Op het juiste moment zeg ik: ‘Doet u me daar maar een doosje van.’ Regel-
matig complimenteert de slijter me vanwege mijn keuze.Laatst zei hij zelfs: ‘Heel verstandig.’
Het rare is dat wanneer ik zijn winkel verlaat, hij een ander register opentrekt. Dan kan hij zeggen: ‘Smakelijke avond.’ Ik moet daar niet moeilijk over doen, maar toch heb ik last van die woorden. Ze achtervolgen me op weg naar huis.
Gisteren sloeg hij toe tijdens het afrekenen. Hij stond al een tijdje met een fles in zijn handen, ik zag zijn mond bewegen, een keer of vier ving ik het woord ‘fruitig’ op, want sommige woorden dringen toch tot me door, en toen hij weer triomfantelijk tegen het etiket tikte, zei ik:
‘Doet u me maar een doosje. ’ Hij toetste een bedrag in op de kassa, hij sprak dat bedrag ook uit en toen zei ik waarom, geen idee: ‘Dat valt mee.’ Hij keek me aan en daar kwam het: ‘Geinig voor weinig.’ Ik voelde lichte schaamte en keek automatisch naar buiten. De hemel spuugde fel natte sneeuw tegen de winkelruit.”

 

 1985191-b64efbc2b35d07b92b8410043dcbf692.png
Thomas Verbogt (Nijmegen, 9 december 1952)

 

 

De Duitse dichter, schrijver en vertaler Michael Krüger werd geboren op 9 december 1943 in Wittgendorf. Zie ook alle tags voor Michael Krüger op dit blog.

Uit: Das Irrenhaus

„Zum ersten Mal in meinem Leben wollte ich mich mit Hingabe langweilen. Ich habe in den vergangenen zwanzig Jahren alles Spekulative zur Langeweile gelesen, von den antiken Griechen bis zu Heidegger, ihn sogar mehrere Male, herrlich und nie übertroffen in seiner Klarheit und sauertöpfischen Pedanterie. Aber es ist etwas anderes, sich theoretisch mit Langeweile zu beschäftigen, als sich ihr auszusetzen. Kann man sich zur Langeweile entschließen? Ein Leergelassensein von der Welt, das wollte ich erreichen.
Ich hatte den Eindruck, das Leben sei mir zu nahe gekommen, unsichtbar zwar, aber doch bedrängend. Ich sollte mich ständig äußern, entscheiden, einen geraden Weg einschlagen. Ich sollte sagen, wer ich war und wer ich eines Tages sein wollte. Aber es war mir vollkommen unmöglich, eine Antwort auf die immer unangenehmer werdenden Fragen zu geben. Ich war weder besonders schlau, noch hatte ich starke Meinungen, kaum feste Überzeugungen und fast keinen Glauben, nur ein flüchtiges Staunen darüber, wie rasch und unkompliziert sich andere Menschen den Launen anpassen, die auf geheimnisvolle Weise in die Welt treten, sie eine Weile beherrschen und dann wie von selbst wieder verschwinden. Manchmal, wenn ich aus dem Fenster starrte, kam ich zu der nicht besonders bemerkenswerten Ansicht, zu neunzig Prozent aus Routine zu bestehen; diese Routine hielt mich am Leben. Und die restlichen zehn Prozent? Ich war mir nicht sicher, ob diese zehn Prozent an einem Spiel teilnahmen, dessen Spielregeln ich nicht kannte, oder ob ich über sie als Werkzeug der Lebensordnung, meines Lebens, verfügen konnte. Mit anderen Worten, mit jedem Tag, den ich auf der Welt war, nahm meine Unsicherheit zu. Von einer irgendwie fest umrissenen Identität konnte bei mir nicht die Rede sein; ich besaß nicht einmal den Ehrgeiz, eine zu haben.
Ich fand es immer unerträglicher, mit dem Bus oder mit der U-Bahn zu fahren und den Menschen in die Augen zu blicken. Sogar das Einkaufen im Supermarkt gleich gegenüber fiel mir schwer. Wenn ich mit meinem Einkaufskorb in einer Schlange stehen musste und gezwungen war, schrittweise vorzurücken, immer meinen Vordermann oder eine Vorderfrau im Blick, wenn ich in die fremden Körbe schauen musste, auf die trostlosen fettarmen Joghurts, auf Kekse und Zigaretten und Deodorantflaschen, stellte ich mir zwangsläufig das Leben dieser Menschen vor und wurde sofort von einem Schwindel ergriffen, von einem so überwältigenden Lebensentzug, dass ich oft genug meinen Korb einfach in das nächste Fach stellte und fluchtartig den Laden verließ.“

 

 1985191-8f23e6b7020b58b04236d08d0d04d3d5.jpg
Michael Krüger (Wittgendorf, 9 december 1943)

 

 

De Nicaraguaanse schrijfster, dichteres en ex-politica Gioconda Belli werd geboren op 9 december 1948 in Managua. Zie ook alle tags voor Gioconda Belli op dit blog.

 

The man who loves me

I.
The man who loves me should know how to part curtains
of flesh
Fathom my eye's depths
And know that in me nestles
A tender, transparent swallow.

II.
The man who loves me
Will not covet me like a commodity
Nor exhibit me like a sportsman's trophy
He will stand by me
Loving me just as I love and stand by him.

III.
The man who loves me
Will be strong as the ceibo trees
Solid and sheltering as they are,
Clear as a December morning.

 

 1985191-2977cb51a7c12f2d304d2deb85441363.jpg
Gioconda Belli (Managua, 9 december 1948)

 

 

De Amerikaanse schrijver Joe McGinniss werd geboren in New York City op 9 december 1942. Zie ook alle tags voor Joe McGinniss op dit blog.

Uit:The Rogue

“A moment later, the door flew open again. A young man in a T-shirt and blue jeans strode out. His head was shaved. He wore a goatee. His arms and neck were covered with tattoos.
“Get back inside, bitch!”
The woman lowered her hands and looked at him. Through her tears, she said, “Can’t you understand that I’d rather be dead than stuck here living with you?”
He grabbed her by a bare arm and yanked her to her feet.
The baby continued to cry.
“Listen, bitch—”
“Hey!” I shouted. “Take it easy there.”
He let go of the woman’s arm and looked down at me from the landing. “Who the f--k are you?”
“Your new neighbor?” I said.
“Let me tell you, mister,” the woman said, “you don’t want to live here.”
“Are you going to be okay?”
Advertise
She nodded, then went back inside with the man, leaving the baby crying on the landing. The rental agent still had not arrived. I got back in my car and drove off to resume my search.
The next day, Thursday, May 20, I found a “mother-in-law” apartment in a house owned by a schoolteacher in the Hillside district of Anchorage. Hillside wasn’t the most convenient area—it was at least a twenty-minute drive from downtown and more than an hour from Wasilla, where I’d be spending most of my working hours—but at $1,650 a month it was better than $2,400 and the need to put the domestic abuse hotline on my speed dial. I arranged to see the apartment at 6:00 pm.”

 

 1985191-f4071649d09d434ecda0d3a21f9a85b8.jpg
Joe McGinniss (9 december 1942 - 10 maart 2014)

 

 

De Duitse schrijver en schilder Wolfgang Hildesheimer werd geboren op 9 december 1916 in Hamburg. Zie ook alle tags voor Wolfgang Hildesheimer op dit blog.

Uit:Das Ende der Fiktionen

“Aber kommen wir zur Sache. Die Frage, die uns angeht, ist die: ist es tatsächlich heute noch die "wahre Aufgabe" des Schriftsellers, ein Meisterwerk zu schreiben? Und während ich, ein älterer Schriftsteller, sagen würde: Ja, das ist es, war es immer und bleibt es bis zum Ende der Literatur, würde die Mehrheit der jungen Schriftsteller in Deutschland allein schon den Begriff des Meisterwerkes mit Verachtung von sich weisen. Die Aufgabe des Schriftstellers, so würden sie sagen, ist, zur Veränderung der Gesellschaft beizutragen. Die Gemäßigten sehen die Aufgabe im Schärfen des Bewußtseins und der rezeptiven Fähigkeiten des Lesepublikums. Die Extremen sagen: ein Schriftsteller, der seine Aktivität nicht in den unmittelbaren Dienst der Weltrevolution stellt, ist kein Schriftsteller, sondern ein Parasit.
Ich möchte nicht gern als ein Reaktionär vor Ihnen stehen. Meine politische Position ist links. Zwar bin ich gegen Terror und Gewalt jeder Art, aber ich bin der Meinung, daß der Kapitalismus abgeschafft werden muß, daß die Reichen ihrer Privilegien beraubt werden und die Hungrigen ernährt werden müssen. Daß, in anderen Worten, die Gesellschaft verändert werden muß. Ich weiß: das ist leicht gesagt. Aber es ist ebenso leicht geschrieben. Schwer ist nur aktive Abhilfe.
Die Versuche der Literatur, einschließlich der littérature engagée, unsere Situation anhand fiktiver Modelle in den Griff zu bekommen, sind gescheitert. ... Sartre, ihr Hauptvertreter, ist noch immer politisch tätig, er reist und besucht Anarchisten im Gefängnis, er hat dem Establishment abgeschworen, den Nobelpreis demonstrativ abgelehnt; aber was schreibt er? Ein mehrbändiges Werk über Flaubert.
Kunst ist Kreativität, nicht Wiedergabe - ich darf annehmen, daß Sie das schon irgendwo gehört haben. Ich bin mir völlig darüber im klaren, daß die Wörter "Kunst", "Künstler" und "Kreativität" für den politisch engagierten Schriftsteller lächerlich, wenn nicht gar verhaßt sind.“

 

 1985191-296d7e9fb22891e1e8efd61d266e42ad.jpg
Wolfgang Hildesheimer (9 december 1916 – 21 augustus 1991)

 

 

De Franse schrijfster Anna Gavalda werd geboren op 9 december 1970 in Boulogne-Billancourt. Zie ook alle tags voor Anna Gavalda op dit blog.

Uit: Je l'aimais

" - Oh, en fait, je ne t'écris pas vraiment, j'écris ce que j'ai envie de faire avec toi..."
Il y'avait des feuilles partout. Autour d'elle, à ses peids, sur le lit. J'en ai pris une au hasard:
pique-niquetk faire la sieste au bord d'une rivière, manger des pêches, descrevettes, des croissants, du riz gluant, nager, danser, m'acheter des chaussures, de la lingerie, du parfum, lire le journal, lécher les vitrines, prendre le métro, surveiller l'heure, te pousser quand tu prends toute la place, étendre le ligne, aller à l'Opéra, à Bayreuth, à Vienne, aux coruses, au supermarché, faire des barbecues, râler quand tu as oublié le charbon, me laver les dents en même temps que toi, t'acheter des calecons, tondre la pelouse, lire le journal par dessus ton épaule, t'empêcher de manger trop de cacahouètes, visiter les caves de la Loire, et celles de la Hunter Valley, faire l'idiote, jacasser, te présenter Martha et Tino, cueillir des mûres, cuisiner, retourner au Vietnam, porter un sari, jardiner, te réveiller encore parce que ton ronfles, aller au zoo, aux puces, à Paris, à Londres, à Melrose, à Picadilly, te chanter des chansons, arrêter de fumer, te demander de me couper les ongles, acheter de la baiselle, des bêtises, des choses qui ne servent à rien, manger des glaces, regardes les gens, te battre auxc échecs, écouter du jazz, du reggae, danser le mambo et le cha-cha-cha, m'ennuyer, faire des caprices, bouder, rire, t'entortiller autour de mon petit doigt, chercher une maison avec vue sur les vaches, remplir d'incédents Caddie, repreindre un plafond, coudre des rideaux, rester des heures à table à discuter avec des gens intéressants, te tenir par la barbichette, te couper les cheveux, enlever les mauvaises herbes, laver la voiure, voir la mer, revoir de vieux nanars, t'appeler encore, te dire des mots crus, apprendre à tricoter, te tricoter uen écharpe, défaire cette horreur, recueillir des chats, deschiens, des perroquets, des éléphants, louer des bicyclettes, ne pas s'en servir, rester dans un hamac, relire les bicot de ma grand-mère, recoir les robes de Suzy, boires des margaritas à l'ombre, tricher, apprendre à me servir d'un fer à repasser, jeter le fer à repasser par la fenêtre, chanter sous la pluie, fuir les touristes, m'enivrer, te dire toute la vérité, me souvenir que toute vérité n'est pas bonne à dire, t'écouter, te donner la main, récupérer mon fer à repasser, écouter les paroles des chansons, mettre le réveil, oubleir nos valises, m'arrêter de courir, descendre les piubelles, te delander si tu m'aimes toujours, discuter avec la vosiine, te racotner mon enfance à Bahrein, les bagues de ma nounou, l'odeur du henné et les boulettes d'ambre, faire les mouilettes, des étiquettes pour les pots de confiture...
Et si ca continuait comme ca pendant dans des pages et des pages. Des pages et des pages... Je te dis là ce sui me passe par la tête, ce dont je me souviens. C'était incroyable."

 

 1985191-86cd9dfe2d40d5b311b741de763789ee.jpg
Anna Gavalda (Boulogne-Billancourt, 9 december 1970)

 

 

De Hongaars-Duitse schrijver Ödön von Horváth werd geboren op 9 december 1901 in Fiume. Zie ook alle tags voor Ödön von Horváth op dit blog.

Uit: Glaube, Liebe, Hoffnung

DIE PRANTL Grüß Gott, tritt ein zeigens her – habens Ihr Pensum hinter sich?
ELISABETH Hier – Sie überreicht der Prantl ihr Bestellbuch.
DIE PRANTL blättert: Was? Zwei Paar Straps, einen Hüfthalter und ein Korsett, das ist doch radikal nichts!
ELISABETH Das Verkaufen ist heutzutage kein Kinderspiel, die Leut schlagen einem die Türe vor der Nase zu.
DIE PRANTL Also nur keine Gemeinplätze! Sie als Vertreterin müssen bei der Kundschaft den Schönheitssinn entwickeln! Jetzt wo das ganze Volk Gymnastik treibt und wo man überall nackerte Weiber sieht, das ist doch für unsere Branche die beste Reklame! Sie müssen Ihnen halt mehr an die Herren der Schöpfung halten, mir ist noch kein Mannsbild begegnet, das wo keinen Sinn für Strapsgürtel gehabt hätte! Wie war es denn in Kaufbeuren?
ELISABETH In Kaufbeuren war nichts.
DIE PRANTL Wieso hernach nichts? Kaufbeuren war doch immer phänomenal!
ELISABETH Ich war aber nicht in Kaufbeuren.
DIE PRANTL Sondern?
ELISABETH Ich wollte nämlich Zeit sparen und bin mit einem Auto gefahren, und zwar direkt in der Luftlinie – aber plötzlich hat die Ölzufuhr ausgesetzt und ich habe in einer Scheune im Walde übernachtet."

 

 1985191-9108405d35000f1927b675d5c404e0fd.jpg
Ödön von Horváth (9 december 1901 – 1 juni 1938)
Scene uit een opvoering in Salzburg, 2009

 

 

De Engelse dichter en schrijver John Milton werd geboren op 9 december 1608 in Londen. Zie ook alle tags voor John Milton op dit blog.

Uit: Paradise Lost (Book I)

But see! the angry Victor hath recalled
His ministers of vengeance and pursuit
Back to the gates of Heaven: the sulphurous hail,
Shot after us in storm, o’erblown hath laid
The fiery surge that from the precipice
Of Heaven received us falling; and the thunder,
Winged with red lightning and impetuous rage,
Perhaps hath spent his shafts, and ceases now
To bellow through the vast and boundless Deep.
Let us not slip the occasion, whether scorn
Or satiate fury yield it from our Foe.
Seest thou yon dreary plain, forlorn and wild,
The seat of desolation, void of light,
Save what the glimmering of these livid flames
Casts pale and dreadful? Thither let us tend
From off the tossing of these fiery waves;
And, re-assembling our afflicted powers,
Consult how we may henceforth most offend
Our Enemy, our own loss how repair,
How overcome this dire calamity,
What reinforcement we may gain from hope,
If not what resolution from despair.”
Thus Satan, talking to his nearest Mate,
With head uplift above the wave, and eyes
That sparkling blazed; his other parts besides
Prone on the flood, extended long and large,
Lay floating many a rood, in bulk as huge
As whom the fables name of monstrous size,
Titanian or Earth-born, that warred on Jove,
Briareos or Typhon, whom the den
By ancient Tarsus held, or that sea-beast
Leviathan, which God of all his works
Created hugest that swim the ocean-stream.
Him, haply slumbering on the Norway foam,
The pilot of some small night-foundered skiff,
Deeming some island, oft, as seamen tell,
With fixèd anchor in his scaly rind,
Moors by his side under the lee, while night
Invests the sea, and wishèd morn delays.


 1985191-98b065166b93f422abaa1543388c2f88.jpg
John Milton (9 december 1608 – 8 november 1674)
Cover

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 9e december ook mijn blog van 9 december 2012 deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:31 Reageer op dit bericht

In Memoriam Peter van Straaten

In Memoriam Peter van Straaten

De Nederlandse cartoonist, illustrator en striptekenaar Peter van Straaten is donderdag op 81-jarige leeftijd overleden. Volgens zijn website gebeurde dat in zijn woonplaats Amsterdam. Peter van Straaten werd geboren in Arnhem op 25 maart 1935. Zie ook alle tags voor Peter van Straaten op dit blog.

 

 1985208-b34647f6b4d5f0d0ff1ff95f0dd8a700.jpg

 

*****************************

 1985208-80ff884178ec1e80582e564637af5faf.jpg   Peter Van Straaten (25 maart 1935 – 8 december 2016)




Geschreven door Romenu om 17:59 Reageer op dit bericht

Eileen Myles

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Eileen Myles werd geboren in Boston, Massachusetts, op 9 december 1949. Zij bezocht katholieke scholen in Arlington, Massachusetts, en behaalde haar BA aan de Universiteit van Massachusetts (Boston). In 1974 kwam zij bij The Poetry Project in St. Mark's in New York, waar o.a. Alice Notley, Paul Violi en Ted Berrigan haar docenten waren. In 1979 werkte ze als assistent van dichter James Schuyler. Myles's eerste grote bunde, “Not Me” werd in 1991 uitgegeven. Andere bundels zijn: “Snowflake/different streets” (2012); “Sorry, Tree”(2007); “Skies”(2001); “School of Fish”(1997), en “Maxfield Parrish” (1995). Zij is ook de auteur van twee romans, “Inferno: A Poet’s Novelroman” (2010), winnaar van de Lambda Literary Award 2011 en “Cool for You” (2000). Myles heeft ook een bundel korte verhalen geschreven, “Chelsea Girls” (1994). Ze ontving een beurs van de Warhol Foundation voor haar verzameling essays “The Importance of Being Iceland” (2009) en kreeg in 2012 een Guggenheim-fellowship. In2015 verscheen “I Must Be Living Twice: New and Selected Poems 1975-2014.” Naast het schrijven van poëzie was Myles artistiek directeur van St. Mark's Church van 1984 tot 1987 en was zij mederedacteur van de anthologie “The New Fuck You/adventures in lesbian reading” (1995). Zij schreef ook het libretto voor de opera “Hell” door Michael Webster. In 1991 lanceerde Myles een schrijfcampagne voor de president van de Verenigde Staten. Zij publiceerde in diverse bladen, waaronder ArtForum, BookForum, The Believer, The Nation en Parkett. Myles is emeritus hoogleraar schrijven en literatuur aan de universiteit van Californië, San Jose, de New York University, Columbia University, en het Naropa Institute in Boulder, Colorado.

 

The Honey Bear

Billie Holiday was on the radio
I was standing in the kitchen
smoking my cigarette of this
pack I plan to finish tonight
last night of smoking youth.
I made a cup of this funny
kind of tea I've had hanging
around. A little too sweet
an odd mix. My only impulse
was to make it sweeter.
Ivy Anderson was singing
pretty late tonight
in my very bright kitchen.
I'm standing by the tub
feeling a little older
nearly thirty in my very
bright kitchen tonight.
I'm not a bad looking woman
I suppose O it's very quiet
in my kitchen tonight I'm squeezing
this plastic honey bear a noodle
of honey dripping into the odd sweet
tea. It's pretty late
Honey bear's cover was loose
and somehow honey dripping down
the bear's face catching
in the crevices beneath
the bear's eyes O very sad and sweet
I'm standing in my kitchen O honey
I'm staring at the honey bear's face.

 

 

Movie

You're like
a little fruit
you're like
a moon I want
to hold
I said lemon slope
about your
hip
because it's one
of my words
about you
I whispered
in bed
this smoothing
the fruit &
then alone
with my book
but writing
in it the pages
wagging
against my knuckles
in the
light like a
sail.

 

 2070683-3ee4260c0be6975e2eacc80aacf72375.jpg
Eileen Myles (Boston, 9 december 1949)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Jamal Ouariachi, Louis de Bernières, Bill Bryson, Mary Gordon, Delmore Schwartz, Jim Morrison, Georges Feydeau, Horatius

De Nederlandse schrijver Jamal Ouariachi werd geboren in Amsterdam op 8 december 1978. Zie ook alle tags voor Jamal Ouariachi op dit blog.

Uit: Een honger

“Vier porties, minstens.
Dat is de gedachte, terwijl ze de pan rijst leegkiepert boven de vuilnisbak. Aan elkaar geklonterde korrels, te klef gekookt. Nu ze er met gestilde honger naar kijkt: de aanblik van een madenfamilie. Toch vonkt een luciferstreekje geluk door haar borstkas. Luxe schuilt niet in het noodzakelijke, maar in het overtollige. Doffe gong van houten lepel die laatste restjes uit pan dirigeert. Nee, het is iets anders. Plezier in de kommerloosheid waarmee ze dit klusje uitvoert. Lekker, eten weggooien. Denk aan De Kindertjes In... – Nee, ze denkt nu eens even niet aan De Kindertjes In. Met De Kindertjes In heeft ze niets te maken.
Er is maar één kindertje waarvoor Aurélie zich verantwoordelijk voelt, en dat ligt momenteel boven te slapen.
Als dat kindertje vroeg in de avond gevoederd wordt, waarbij ze steeds vaker zelf het bestek mag hanteren, dan kliedert ze de helft van het maal op slab, tafelkleed of grond, nog los van de klodders die ergens, willekeurig, op het kindergezicht blijven plakken. Het gaat niet om wat er vermorst wordt, het gaat om wat er in dat mondje verdwijnt. Denkt het kindertje aan De Kindertjes In? Nee. Het knoeit schuldeloos.
Een halve kip tuimelt de rijst achterna, evenals de inhoud van een steelpan vol satésaus en een kom gekruide sperziebonen. De vuilniszak zucht, het plastic herschikt zich, het eten zakt wat verder weg in de pedaalemmer nu er weer lucht ontsnapt is en daarmee ruimte vrijgekomen. ‘Je hebt weer veels te veel gemaakt,’ roept ze tegen Philip, die in de huiskamer naar een documentaire over waar-ging-het-ook-alweer-over zit te kijken. De mild-verwijtende toon meent ze niet. Juist charmant, zijn klungeligheid: wie een oog groter dan de maag heeft, is een optimist. Maar ze moet het van zichzelf toch even melden.
Vanuit de huiskamer klinkt een mompelbrom waaruit ze opmaakt dat hij haar maar half verstaan heeft. Of even geen zin in een discussie over zijn kookkwaliteiten. Kan ook. Korte blik op haar telefoon. Geen berichten. Zondagavond. Rust.
Ze maakt de keuken schoon omdat de schoonmaakster morgenochtend komt. Zodra de afwasmachine draait, spoedt ze zich naar boven om te kijken hoe Lydia erbij ligt.Lydia slaapt. Knuffel in knuist: een pluchen fantasiebeest met uitpuilende ogen. Rood met knalgeel haar. Het Rooie Koontje noemen ze hem. Woje Kootje, in het idioom van Lydia.”

 

 1984892-28f38b87134488a010791ec15358d8fa.jpg
Jamal Ouariachi (Amsterdam, 8 december 1978)

 

 

De Britse dichter en schrijver Louis de Bernières werd geboren in Londen op 8 december 1954. Zie ook alle tags voor Louis de Bernières op dit blog.

Uit:The Dust That Falls from Dreams

“This was the day that Daniel vaulted the wall.
 Not many weeks previously the tiny Queen had begun to lose her appetite. In Marseilles, President Kruger of South Africa, fleeing into exile laden with wealth stolen from his own people, raised the rabble to new frenzies of anti-Britishness, and hotels where British travellers were thought to be staying were besieged.
The Queen grew drowsy. She had never before shown any lapse of energy or attention, but now she nodded off even at crucial moments. She received a letter from a boy bugler in the Devons, telling her how he had been the one to sound the charge at Waggon Hill, and she managed to reply to it.
The Queen travelled from London to Osborne House, on the Isle of Wight. She loved it there, and had long considered it to be her real family home. She had her own little beach with a bathing hut, and there was a miniature house where her children, now scattered across Europe, used to play when Albert was still alive. Across the Solent she could visit the vast military hospital that she had set up at Netley, bringing the scarves that she liked to knit for the wounded soldiers.
The Queen found that she could not speak when the Brazilian ambassador came to present his credentials. She was forgetting how to talk. She failed to recognise Lord Roberts when he returned in triumph from South Africa in order to become the new Commander-in-Chief. He was bewildered and grief-stricken.
The Queen performed her last great imperial act, and proclaimed the establishment of the Commonwealth of Australia. Her visit to the Riviera was cancelled, and the Keeper of the Privy Purse was obliged to pay out £800 in compensation to the Hotel Cimiez.”
 

 1984892-03901be348079e23aa3297f3a627279e.jpg
Louis de Bernières (Londen, 8 december 1954)

 

 

De Amerikaanse schrijfster Mary Catherine Gordon werd geboren op 8 december 1949 in Far Rockaway, New York. Zie ook alle tags voor Mary Gordon op dit blog.

Uit: The Love of My Youth

„She stands before the spotted mirror. A dime-sized pool of expensive moisturizer — rose scented, ordered especially from a Romanian cosmetician in New York — spreads in the heat of her palm. Miranda wonders what Adam looks like. She tries on a long black skirt, throws it impatiently on the bed, then Nile green silk pants with wide legs. She tries on the black skirt again. Then a violet knit top, which she rejects because it emphasizes her breasts. Once a vexation to her on account of their smallness, her breasts had done all right with age. She’s glad he won’t be seeing her naked. Or in a bathing suit. Well, she is nearly sixty now, and her body shows the marks of bearing two strong healthy sons. Her legs, which, he had said, caused him a desire that was painful in its intensity when he saw them in her first miniskirt — September 1965 — but which she’d always thought too thick, too straight, these had gone flabby. She’s tried — swimming, running, yoga — but nothing really helps. Most of the time she doesn’t think of it, she doesn’t really care. It’s one of the benefits of age: such things have lost their power to scald.
She’s blonde now; he would not be accustomed to thinking of her as a blonde, and her hair is short, boyish. In the time they knew each other her hair had hung down her back at one point almost to her waist. Her hair was brown then, a light brown; he’d called it honey colored. She’d parted it in the middle or braided it into a single plait. Then she remembers: he did see her, briefly, with boyish hair. She doesn’t like to think about that time.
She looks at the lines around her eyes, her mouth. Her face has not ceased to please her, but it could never be the face that he had loved.
He has read about her. An article he found in a doctor’s office. “Does Your Office Make You Sick?” Sick buildings. She is an epidemiologist specializing in environmental threats. Her subspecialty: molds.
He thought that such work seemed ill suited to her. Quiet, painstaking work. Requiring patience, which she’d always lacked. But then he remembered: it was only with people that she was impatient. With the physical world, she held her quickness in check; she could spend hours looking, sorting.”

 

 1984892-64ff20c50d00e22b830e951af8759674.jpg
Mary Gordon (Far Rockaway, 8 december 1949)
Cover

 

 

De Amerikaanse schrijver Bill Bryson werd geboren in Des Moines (Iowa) op 8 december 1951. Zie ook alle tags voor Bill Bryson op dit blog.

Uit: African Diary

“I knew that we would probably visit a clinic from time to time and that someone in the party might occasionally have to shoot a charging animal, but I hadn't imagined anything shooting at me in return.
"So how dangerous is Kenya then?" I asked in a small controlled squeak.
"Oh, not at all," they responded in unison.
"Well, hardly," Will added.
"It depends on what you mean by dangerous, of course," said Dan.
"Like bleeding and not getting up again," I suggested. "Being shot and stabbed and so forth," I added.
They assured me that that only very rarely happened, and that it was nearly always one or the other. You had to be very unlucky to be shot and stabbed, they said.
"It's mostly diseases you have to worry about," Nick went on. "Malaria, schistosomiasis, trypanosomiasis."
"Rift Valley fever, blackwater fever, yellow fever," said Dan.
"Dengue fever, bilharzia--the usual tropical stuff," added Will.
But they pointed out that you can be inoculated against many of those and for the rest most people manage a more or less complete recovery, given time and a considered programme of physiotherapy. Many even walk again. I asked if there was anything else I should know.
"Well, the roads are a little dangerous--there are some crazy drivers out there," Will said, chuckling.
"But apart from that and the diseases and the bandits and the railway from Nairobi to Mombasa, there's absolutely nothing to worry about," Nick added.
"What's wrong with the railway?"
"Oh, nothing really. It's just the rolling stock is a little antiquated and sometimes the brakes give out coming down out of the mountains--but, hey, if you worried about all the things that might happen you wouldn't go anywhere, would you?"

 

 1984892-40131b5e864ccbcd74b6ba1b55d4cbf1.jpg
Bill Bryson (Des Moines, 8 december 1951)

 

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Delmore Schwartz werd geboren op 8 december 1913 in New York. Zie ook alle tags voor Delmore Schwarz op dit blog.

 

The Heavy Bear Who Goes With Me
'the withness of the body' --Whitehead

The heavy bear who goes with me,
A manifold honey to smear his face,
Clumsy and lumbering here and there,
The central ton of every place,
The hungry beating brutish one
In love with candy, anger, and sleep,
Crazy factotum, dishevelling all,
Climbs the building, kicks the football,
Boxes his brother in the hate-ridden city.

Breathing at my side, that heavy animal,
That heavy bear who sleeps with me,
Howls in his sleep for a world of sugar,
A sweetness intimate as the water's clasp,
Howls in his sleep because the tight-rope
Trembles and shows the darkness beneath.
--The strutting show-off is terrified,
Dressed in his dress-suit, bulging his pants,
Trembles to think that his quivering meat
Must finally wince to nothing at all.

That inescapable animal walks with me,
Has followed me since the black womb held,
Moves where I move, distorting my gesture,
A caricature, a swollen shadow,
A stupid clown of the spirit's motive,
Perplexes and affronts with his own darkness,
The secret life of belly and bone,
Opaque, too near, my private, yet unknown,
Stretches to embrace the very dear
With whom I would walk without him near,
Touches her grossly, although a word
Would bare my heart and make me clear,
Stumbles, flounders, and strives to be fed
Dragging me with him in his mouthing care,
Amid the hundred million of his kind,
the scrimmage of appetite everywhere.


 1984892-15cb02c78567ff0c82f85f99c1e4a5e9.jpg
Delmore Schwartz (8 december 1913 – 11 juli 1966)
Cover

 

 

De Amerikaanse zanger, dichter en tekstschrijver James Douglas (Jim) Morrison werd geboren in Melbourne (Florida) op 8 december 1943.Zie ook alle tags voor Jim Morrison op dit blog.

 

Awake

Shake dreams from your hair
My pretty child, my sweet one.
Choose the day and
choose the sign of your day
The day’s divinity
First thing you see.
A vast radiant beach
in a cool jeweled moon
Couples naked race down by it’s quiet side
And we laugh like soft, mad children
Smug in the woolly cotton brains of infancy
The music and voices are all around us.
Choose, they croon, the Ancient Ones
The time has come again
Choose now, they croon,
Beneath the moon
Beside an ancient lake
Enter again the sweet forest
Enter the hot dream
Come with us
Everything is broken up and dances.

 

 1984892-9fe2daa8e35c637a0c11faa0dd943449.png
Jim Morrison (8 december 1943 – 3 juli 1971)

 

 

De Franse theaterauteur Georges Feydeau werd geboren op 8 december 1862 in Parijs. Zie ook alle tags voor George Feydeau op dit blog.

Uit: Un fil à la patte

"Au lever du rideau, Marceline est debout, à la cheminée sur laquelle elle s’appuie de son bras droit, en tambourinant du bout des doigts comme une personne qui s’agace d’attendre ; pendant ce temps, dans le fond, Firmin, qui a achevé de mettre le couvert, regarde l’heure à sa montre et a un geste qui signifie : « Il serait pourtant bien temps de se mettre à table. »

Marceline, allant s’asseoir sur le canapé.
Non, écoutez, Firmin, si vous ne servez pas, moi je tombe !
Firmin, descendant à elle.
Mais, Mademoiselle, je ne peux pas servir tant que madame n’est pas sortie de sa chambre.
Marceline, maussade.
Oh ! bien, elle est ennuyeuse, ma sœur ! vraiment, moi qui la félicitais hier,… qui lui disais : « Enfin, ma pauvre Lucette, si ton amant t’a quittée… si ça t’a fait beaucoup de chagrin, au moins, depuis ce temps-là, tu te lèves de bonne heure, et on peut déjeuner à midi ! » c’était bien la peine de la complimenter.
Firmin.
Qui sait ! madame a peut-être trouvé un successeur à M. de Bois-d’Enghien ?
Marceline, avec conviction.
Ma sœur !… Oh ! non ! elle n’est pas capable de faire ça !… Elle a la nature de mon père ! c’est une femme de principes ! si elle avait dû le faire, (changeant de ton) je le saurais au moins depuis deux jours.
Firmin, persuadé par cet argument.
Ah ? alors !…
Marceline, se levant.
Et puis, quand cela serait ! ce ne serait pas encore une raison pour ne pas être debout à midi et quart !… Je comprends très bien que l’amour vous fasse oublier l’heure !… (Minaudant.) je ne sais pas… je ne connais pas la chose ! "


1984892-14511cb1e20b353bb8ff3abdf46c3827.jpg
Georges Feydeau (8 december 1862 - 5 juni 1921)
Scene uit de gelijknamige film uit 2004

 

 

De Romeinse dichter en schrijver Quintus Horatius Flaccus werd geboren op 8 december 65 v. Chr. Zie ook alle tags voor Horatius op dit blog.

Oden I.10

O Hermes, Maja's welbespraakte zoon,
die 't jonge menschdom uit zijn wilden staat
hebt opgeheven door de macht der taal
en 't worstelperk!

U geldt mijn zang, bode van 't hemelrijk,
aan wien de lier haar tooverklanken dankt,
die guitig alles wat het hart behaagt,
te stelen weet.

Apollo raasde dreigend om de koeien,
die hem zijn kleine broer had weggekaapt,
maar zocht zijn pijlen tevergeefs en barstte
in lachen uit.

Veilig hebt gij den ouden Priamus
met rijken losprijs uit benarde veste
tot midden in des vijands kamp gebracht
en weer terug.

De lichte schaar der zaligen geleidt
uw gulden staf naar betere gewesten,
beminde deelgenoot van eeuw'gen dag
en eeuw'gen nacht.

 

Vertaald door Dr. A. Rutgers van der Loeff.

 

 1984892-fa3d9448ebe52d0a9194a87e4a73c01f.jpg
Horatius (8 december 65 v. Chr. - 27 november 8 v. Chr.)
Horatius door Adalbert von Roessler, ca. 1922

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 8e december ook mijn blog van 8 december 2014 en ook mijn blog van 8 december 2013 deel 1 en ook deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:23 Reageer op dit bericht

Tatamkhulu Afrika, Dirk Sterman, Johann Nestroy, Joyce Cary, Gabriel Marcel, Willa Cather, Noam Chomsky

De Zuid-Afrikaanse dichter en schrijver Tatamkhulu Afrika werd geboren op 7 december 1920 in Egypte. Zie ook alle tags voor Tatamkhulu Afrika op dit blog.

Uit: Bitter Eden

“I am lying on the only patch of improbable grass in a corner of the camp. Balding in parts, overgrown in others, generally neglected and forlorn, it is none the less grass, gentle to the touch, sweet on the tongue. The odd wild flower glows like a light left on under the alien sun.
I am not alone. Bodies, ranging from teak to white-worm, lie scattered at angles as though a bomb had flung them there. As at a signal, conversations swell to a low, communal hum hardly distinguishable from that of the darting bees, dwindle away into a silence in which I hear a plane droning somewhere high up, frustratingly free.
I am back in the narrow wadi sneaking down to the sea. I shelter under a rock's overhang, clutching the recently shunted-off-on-to-me Hotchkiss machine gun that I still do not fully understand. Peculiarly, I am alone but I know that in the wadis paralleling mine there is a bristling like cockroaches packing a crack in a wall of thousands of others who wait for the jesus of the ships that will never come. I have stared at the grain of the rock for so long that it has become a grain on the inside of my skull.
A bomber, pregnantly not ours, lumbers over the wadi on its way to the sea, its shadow huge on the ground, its belly seeming to skim rock, scrub, sand. I dutifully pump the gun's last exotic rounds at it, marvelling that, for once, the gun does not jam. But there is no flowering of the plane into flame, no gratifying hurtling of it into the glittering enamel of the sea, and I stare after it as it rises into higher flight and am drained as one who has milked his seed into his hand.
Later, a shell explodes near the sea, the sand and the windless air deadening it into the slow-motion of a dream, and the sun sets into the usual heedless blood-hush of the sky.
I squat down beside the now useless gun, resting my back against its stand, thinking I will not sleep, staring into the heart of darkness that is a night that may not attain to any dawn. But I am wrong. There are muted thunderings, stuttering rushes of nearer sound, an occasional screaming of men or some persisting gull, but I strangely sleep, as strangely do not dream, and am woken – not by any uproar but a silence – to a sun still far from where I have slumped down into the foetal coil. I do not need any loudhailer to tell me that the lines are breached, that the sand is as ash under my feet.
Dully, I struggle up, still tripping over trailing sleep, slop petrol over the gun and the truck of anti-gas equipment deeper in under the rock, curse all the courses at Helwan that readied frightened men for the nightmare that never was. The synthetics of the suits, gloves, boots, intolerably flare.”

 

 1984521-43c45be3b150132a30c00f7d78ffc0f3.jpg
Tatamkhulu Afrika (7 december 1920 – 23 december 2002)
Cover Franse uitgave

 

 

De Duits-Oostenrijkse schrijver, presentator en cabaretier Dirk Sterman werd geboren op 7 december 1965 in Duisburg. Zie ook alle tags voor Dirk Sterman op dit blog.

Uit: Der Junge bekommt das Gute zuletzt

«Mein Vater, dein Großvater. Er hat bei einem Arbeitsunfall ein Bein verloren. Also wirklich verloren. Es sollte ihm im Spital angenäht werden, man konnte es aber nicht finden. Sie hatten es in den Kofferraum geschmissen, hieß es. Aber im Kofferraum war nur eine alte, rostfleckige
Decke. Und ein Wagenheber. Das Bein deines Großvaters nicht. Weinst du?»
«Komm zur Sache, Papa.»
«Deshalb schaute er sich später immer um. Er hat sein Bein gesucht. Jemand hatte es verlegt, ein Kollege. Wir wissen es nicht. Irgendwo liegt das Bein deines Großvaters. Das linke. Du kennst die Maschinen, die Pappkartons zerkleinern? Da war er hineingeraten. In Rohrbach. Bei uns in Hühnergeschrei gab es so was nicht. Das waren Schmerzen! Obwohl, der Körper sendet da Hilfe aus, irgendeine Chemie, die dich das alles aushalten lässt.»
«Meinst du mich? Willst du mich trösten, Papa?»
«Dich? Nein, glaube ich nicht. Da geht’s ja um richtigen körperlichen Schmerz. Bei dir, das ist ja nur Trauer, also, nur. Ich weiß schon, gut, du bist sehr traurig. Das Bein deines Großvaters war mein Lehrer.»
«Das hast du uns schon erzählt, Papa, mehr als ein Mal. Opa hat Akkordeon gespielt und beim Spielen deinen Oberschenkel an seinen gebunden. So hast du Rhythmus gelernt.»
«Richtig, Claude. So hab ich Rhythmus gelernt. Weißt du, wie merkwürdig das war, als im Hausflur nur mehr fünf Schuhe standen? Meine, Omas und seiner.»
Papa biss in das Mohnweckerl. An seinen Lippen klebten Mohnsamen und Eigelb.
«Um was geht’s, Papa?»
«Ich musste so lachen, als dein Großvater danach das erste Mal mit uns schwimmen war. Mit der fleischfarbenen Prothese. Das war zu komisch. Er stieg die Leiter aus dem Schwimmbad hinauf, und das Wasser schoss links und rechts aus seiner Prothese. Wie bei einem Auto, das man aus einem Fluss zieht, wo es dann aus den Fenstern und dem Motor rausläuft. Als er starb, hat deine Großmutter den Bestatter gefragt, ob es einen günstigeren Sarg für Einbeinige gäbe. Gab es aber nicht.»

 

 1984521-b56bff8396145cdf6d0992ab36e2da06.jpg
Dirk Sterman (Duisburg, 7 december 1965)

 

 

De Oostenrijkse schrijver Johann Nepomuk Eduard Ambrosius Nestroy werd geboren in Wenen op 7 december 1801. Zie ook alle tags voor Johann Nestroy op dit blog.

Uit: Der Zerrissene

„STIFLER (zu Lips) Aber, Herr Bruder, sag' doch, was ist's mit dir? Die Gesellschaft wird immer lauter, du wirst immer stiller, alle Gesichter verklären sich, das deine verdüstert sich, endlich lassest du uns ganz in Stich –
WIXER Sein auch richtig alle ang'stochen!
Stifler (zu Lips) Es herrscht eine allgemeine Bestürzung unter den Gästen, weil sie dich nicht sehn.
LIPS Sie sollen sich trösten, früher haben s' mich alle doppelt g'sehn, also gleicht sich das wieder aus.
Wixer Wenn s' sehn, du kommst nicht, so verlier'n sie sich halt schön stad, die Anhänglichkeit, die wir haben, die kann man nicht prätendieren von so gewöhnliche Tischfreund'.
LIPS Freilich!
WIXER Bist du lustig, ist's recht, bist du traurig, sind wir auch da und essen stumm in uns hinein, das heißt Ausdauer im Unglück!
STIFLER Sporner Auf uns kannst du zählen!
LIPS An euch drei hab' ich wirklich einen Terno g'macht.
STIFLER Komm, trink noch ein Glas Champagner mit uns!
LIPS Ich hab' keine Freud' mehr dran. Wie ich noch zwanzig Jahr' alt war, damals ja – aber jetzt!
STIFLER Ich finde jetzt alles am schönsten.
LIPS Ja, wenn man so jung is als wie du!
STIFLER Nu, gar so jung – ich bin wohl erst im Vierundfünfzigsten.
LIPS Ich aber schon im Achtunddreißigsten!
STIFLER Das schmeckt ja noch nach dem Flügelkleide!
LIPS Und doch schon Matthäi am letzten!
STIFLER Laß dir nichts träumen!“

 

 1984521-3ee48c0aa6ea21363a5cef0a183f6ebc.jpg
Johann Nestroy (7 december 1801 - 25 mei 1862) 
Scene uit een opvoering in Salzburg, 2010

 

 

De Brits - Ierse schrijver Arthur Joyce Lunel Cary werd geboren op 7 december 1888 in Derry, Ierland. Zie ook alle tags voor Joyce Cary op dit blog.

Uit:Mr. Johnson

“Mr. Johnson is a young clerk who turns his life into a romance, he is a poet who creates for himself a glorious destiny. I have been asked if he is from life. None of my characters is from life, but all of them are derived from some intuition of a person, often somebody I do not know, a man seen in a bus, a woman on a railway platform gathering her family for the train. And I remember the letters of some unknown African clerk, which passed through my hands for censorship during the war, and which were full of the most wonderful yarns for his people on the coast. He was always in danger from the Germans (who were at that moment two hundred miles away); he was pursued by wild elephants (who were even further away from our station); he subdued raging mobs of 'this savage people' with a word. In his letters he was a hero on the frontier; actually he was a junior clerk in one of the most peaceful and sleepy stations to be found in the whole country. That was one recollection. Another was of a clerk sent to me in a station in remote Borgu who once spent all night copying a report, which he had done so badly in the first place that it could not go with the mail. I had not asked him to do the work again, for I saw that it was beyond him. I meant to do my own corrections. But at six o'clock in the morning, as I sat down to the letters, he appeared suddenly and uncalled (much to the indignation of the sleepy orderly at the door) and offered me the sheaf of papers, written in[Pg 6] his school copperplate (we did not own a typewriter) which looked so reassuringly firm, and was so delusive. I saw at once that this second copy was worse even than the first. A whole line was missing on the first page; whole paragraphs were repeated.
This clerk had been a disappointment; he was stupid, and he could not be trusted with the files. He seemed also, a rare thing in an African, unapproachable. He did not always respond even to good morning. His shyness had a sullen grieved air. What he now suddenly and unexpectedly disclosed was not only a power of devotion but the imaginative enterprise to show it.”

 

 1984521-28b4c4fb64bbd2a32c724b496537edf0.jpg
Joyce Cary (7 december 1888 - 29 maart 1957)
Cover

 

 

De Franse filosoof en toneelauteur Gabriel Marcel werd geboren op 7 december 1889 in Parijs. Zie ook alle tags voor Gabriel Marcel op dit blog.

Uit:The mystery of being

“The metaphor is open to objections of two sorts.
It might be said in the first place that a road implies space; and that the notion of space is something from which a meta physical investigation, as such, must abstract. One must make the simple answer that if my metaphor must be rejected on this count, so must every kind of discursive thinking; for it is all too evident that the notion of discursiveness implies, and rests on, a simple physical image like that of walking along a road. Moreover, we shall later on have occasion to recognize the existence and philosophical rights of a sort of spatiality which might be called the spatiality of inner experience ; and it may be that this spatiality of inner experience is coextensive with the whole spiritual life.
But the objection may be put in another way, which has a dangerous look of being much more genuinely awkward. To lay down a road in a place where at first there were only tracks, is that not equivalent to fixing in advance a certain destination at which one intends to arrive, and must not that destination, itself, be very exactly located? The underlying image would be that of a grotto, a mine, or a sanctuary whose whereabouts one knew in advance. It would be a matter of showing the way there to those who for one reason or another wanted to have a look at the place, no doubt in order to profit from its riches. But does not this presuppose that the result we are working for has already been achieved, even before we start working for it : does it not presuppose a preliminary or original discovery of the grotto or the sanctuary? Well, looking at the matter in my own way, I must ask whether, in the realm of philosophy, we can really talk about results? Is not all such talk based on a misunderstanding; of the specific character of a philosophical investigation, as such? The question raised here at least obliges us to come to much closer grips \vith the very notion of a result.”

 

 1984521-2df984edd4cb51a4ca2a87670df1e1a3.jpg
Gabriel Marcel (7 december 1889 - 8 oktober 1973)

 

 

De Amerikaanse schrijfster Willa Cather werd geboren op 7 december 1873 in de buurt van Winchester, Virginia. Zie ook alle tags voor Willa Cather op dit blog en ook mijn blog van 7 december 2010.

Uit: The Professor's House

“The moving was over and done. Professor St. Peter was alone in the dismantled house where he had lived ever since his marriage, where he had worked out his career and brought up his two daughters. It was almost as ugly as it is possible for a house to be; square, three stories in height, painted the colour of ashes--the front porch just too narrow for comfort, with a slanting floor and sagging steps. As he walked slowly about the empty, echoing rooms on that bright September morning, the Professor regarded thoughtfully the needless inconveniences he had put up with for so long; the stairs that were too steep, the halls that were too cramped, the awkward oak mantles with thick round posts crowned by bumptious wooden balls, over green-tiled fire-places.
Certain wobbly stair treads, certain creaky boards in the upstairs hall, had made him wince many times a day for twenty-odd years--and they still creaked and wobbled. He had a deft hand with tools, he could easily have fixed them, but there were always so many things to fix, and there was not time enough to go round. He went into the kitchen, where he had carpentered under a succession of cooks, went up to the bath-room on the second floor, where there was only a painted tin tub; the taps were so old that no plumber could ever screw them tight enough to stop the drip, the window could only be coaxed up and down by wriggling, and the doors of the linen closet didn't fit. He had sympathized with his daughters' dissatisfaction, though he could never quite agree with them that the bath should be the most attractive room in the house. He had spent the happiest years of his youth in a house at Versailles where it distinctly was not, and he had known many charming people who had no bath at all. However, as his wife said: "If your country has contributed one thing, at least, to civilization, why not have it?" Many a night, after blowing out his study lamp, he had leaped into that tub, clad in his pyjamas, to give it another coat of some one of the many paints that were advertised to behave like porcelain, and didn't.”

 

 1984521-ba9b95ae25768bf3dd29ee3af0ce5869.jpg
Willa Cather (7 december 1873 – 24 april 1947)
Cover

 

 

De Amerikaanse taalkundige, mediacriticus en anarchistisch denker Noam Chomsky werd geboren in Philadelphia op 7 december 1928. Zie ook alle tags voor Noam Chomsky op dit blog en ook mijn blog van 7 december 2010.

Uit: De vernietiging van de 'commons’

“In zijn jaarlijkse toespraak tot de leden van het Amerikaanse Congres (State of the Union) prees President Obama de goede vooruitzichten op een eeuw van energie-zelfredzaamheid, dankzij nieuwe technieken die het mogelijk maken om koolwaterstoffen te onttrekken aan Canadees teerzand, schalie, en andere voorheen ontoegankelijke bronnen. Hij staat niet alleen. The Financial Times voorspelt een eeuw van energie-onafhankelijkheid voor de VS. Het verslag maakt melding van de destructieve lokale gevolgen van de nieuwe methoden. In deze optimistische voorspellingen komt niet ter sprake wat voor wereld deze roofzuchtige verwoestingen zal achterlaten.
Vooraan in de strijd om deze crisis een halt toe te roepen staan over de hele wereld de inheemse bevolkingen, zij die altijd het Handvest van het Woud hebben gehandhaafd. De sterkste positie wordt ingenomen door het enige land dat zij besturen, Bolivia, het armste land van Zuid-Amerika en al eeuwen het slachtoffer van westerse plundering van de overvloedige grondstoffen, in pre-Columbiaanse tijden ooit een van de meest vooruitstrevende van de ontwikkelde samenlevingen van de hemisfeer.
Na de schandelijke mislukking van de wereld-klimaatveranderingstop in Kopenhagen in 2009, organiseerde Bolivia een Top van de Volkeren met 35.000 deelnemers uit 140 landen – niet alleen maar vertegenwoordigers van regeringen, maar ook het maatschappelijk middenveld en activisten. Zij produceerden een Verdrag van de Volkeren, waarin werd opgeroepen tot zeer scherpe vermindering van uitstoot, en een Universele Verklaring van de Rechten van Moeder Aarde. Dat is de belangrijkste eis van de inheemse gemeenschappen in de hele wereld. Het wordt belachelijk gemaakt door ontwikkelde westerlingen, maar tot we in staat zijn om enkele van hun zorgen over te nemen, is het aannemelijk dat zij het laatst zullen lachen – een lach van grimmige wanhoop.”

 

 1984521-9b6fbfed76e289c14421651ce7820a31.jpg
Noam Chomsky (Philadelphia, 7 december 1928)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 7e december ook mijn blog van 7 december 2014 deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:04 Reageer op dit bericht

Karl Ove Knausgård, Peter Handke, Rafał Wojaczek, Henk van Woerden, Alfred Joyce Kilmer, Dirk Dobbrow, Sophie von La Roche

De Noorse schrijver en vertaler Karl Ove Knausgård werd geboren in Oslo op 6 december 1968. Zie ook alle tags voor Karl Ove Knausgård op dit blog.

Uit: Vrouw (Vertaald door Marianne Molenaar)

‘‘Maar het is niet voor jou’, zei Yngve. ‘Het is om iedereen die jou kent de kans te geven een feest ter ere van jou te vieren. En om überhaupt eens feest te vieren. Als je ruim op tijd uitnodigingen verstuurt zodat de mensen het kunnen plannen, een hotel en een vlucht en alles kunnen boeken, weet ik zeker dat iedereen komt. Ik heb er in elk geval hartstikke veel zin in.’
‘Daar twijfel ik niet aan’, zei ik met een glimlach. ‘Maar jij hebt je veertigste verjaardag zelf ook niet gevierd.’
‘En daar heb ik spijt van.’
‘Wat vind je ervan?’ vroeg Linda.
‘Nee’, zei ik.
Toch trok iets aan het voorstel me aan, het was waar wat Linda had gezegd, dat ik me lang genoeg had verstopt.
Waarom had ik dat gedaan?
Het was een manier om je te redden. In die vreselijke jaren als twintiger had ik geprobeerd deel te nemen aan het leven om me heen, aan het normale leven, dat wat iedereen leidde, maar het was me niet gelukt, en het gevoel van nederlaag en de glimpen van smaad waren zo sterk en zo intens dat ik langzamerhand, zelfs voor mezelf verborgen, mijn focus verplaatste, hem steeds meer op de literatuur richtte en wel op zo’n manier dat het niet de indruk wekte van een vlucht, alsof ik me schuilhield, maar dat het juist iets sterks en trots kreeg en voordat ik het wist mijn leven was geworden. Ik had verder niemand nodig, mijn leven achter de computer en met mijn gezin was voldoende, ja, meer dan voldoende. Ik trok me niet terug omdat ik problemen in sociale situaties had, het kwam doordat ik een groot schrijver was of zou worden. Dat loste al mijn problemen op en ik voelde me er lekker bij.
Maar als het klopte dat ik me verstopte, waar was ik dan bang voor?
Ik was bang voor het oordeel van de anderen en om dat te ontlopen, ontliep ik hen. Het idee dat iemand mij misschien mocht, was een bedreigende gedachte, misschien wel de meest bedreigende wat mij betrof. Ik dacht haar nooit bewust, dat durfde ik niet. Zelfs dat mama me eigenlijk wel moest mogen, dacht ik niet. Of Yngve, of Linda. Ik ging ervan uit dat ze me niet mochten, eigenlijk, maar dat de sociale en familiaire banden waarin we gevangenzaten, betekenden dat ze me toch moesten zien en moesten luisteren naar wat ik te zeggen had.”

 

 1984210-7f9c398c1d5784c73f264cdb31031b50.jpg
Karl Ove Knausgård (Oslo, 6 december 1968)

 

 

De Oostenrijkse schrijver Peter Handke werd op 6 december 1942 in Griffen in Karinthië geboren. Zie ook alle tags voor Peter Handke op dit blog.

Uit: Kali: Eine Vorwintergeschichte

„Fast zugleich mit dem allgemeinen Aufschrei ist sie hereingekommen; hat sich gezeigt. Von den vereinzelten Leuten da sind die, welche saßen, schon vorher aufgestanden, stumm, und lassen sie nun ebenso stumm an sich vorbeigehen, wie durch ein Spalier. Der immer noch nicht verklungene Klang oder Zusammenklang von vorhin hätte auch das Werk eines Mannes sein können. Aber das hier ist eine Frau wie nur je eine. So schnell war sie vorbei auf ihrem Weg in die Garderobe, daß von ihrem Aufzug kaum etwas zu erkennen war. Sie erschien auch ohne Schweiß, oder nasse Haare, wanderte herein auf die Hinterbühne gleichsam aus dem Nachtwind, und ist auch schon da durch und weitergewandert, dabei spürbar alles im Blick; denn wie sonst hätte sie, die anscheinend nur geradeaus schaute, etwas einem der Techniker Entfallenes, einen Knopf? eine Münze?, auf dem Boden wahrgenommen, es aufgehoben und ihm, dem „Richtigen“, im Vorbeiwandern zugeworfen?
Dann steht sie in der Garderobe, auch diese ausgeleuchtet fast wie eine Bühne. Wie aus großer Ferne wird hörbar das anhaltende Schreien des Publikums. Sie steht an der Tür, gerade hereingekommen und schon wieder dabei, zu gehen; umgezogen und aufbruchsbereit. Oder hat sie sich erst gar nicht umziehen müssen, setzt sich jetzt bloß eine Mütze auf und legt sich einen Mantel um? Ist mit ihrem Straßenzeug auf der Bühne erschienen und macht sich in dies em wieder davon? Ein Ansatz zu einem Rhythmus geht auf sie über, ein völlig anderer als der des Schreiens und Klatschens aus der Ferne, ein eher gegenläufiger, wie widerwilliger; bricht gleich ab. Ziemlich dunkel: so ahne ich im Moment ihre Augen, fast finster. Es ist, als halte sie sich dann die Ohren zu, nimmt die Hände dabei aber immer wieder weg, trommelt sich nun auf den Kopf. Die ganze Garderobe, mit ihrem Gesicht im Spiegel, links und rechts und im Rücken weitergespiegelt, erscheint unräumlich, und das nicht bloß wegen der Spiegel, eine vielfach verschachtelte Fläche, sich selbst reflektierend, und hier im kleinen, dort im großen, oder im schiefen Winkel, verzerrt, auf den Kopf gestellt sich wiederholend.“

 

 1984210-cb79acf29223d593d0ac56cdbe147838.jpg
Peter Handke (Griffen, 6 december 1942)
Cover

 

 

De Poolse dichter Rafał Wojaczek werd geboren in Mikołów op 6 december 1945. Zie ook alle tags voor Ralf Wojaczek op dit blog.

 

Off Season

I didn't come on time
The season hasn't opened yet
and the locals keep saying
nothing will happen here

Yesterday
I saw the professor was carried out
in a dustbin - so small was he
Right - people shrink here
savings on food
and coffin planks

The professor
The Professor was the whole epoch
He was dragging his leg
It was a sign
of the professor's latest mistress
her name was Andrew
Right - nothing will happen here

Right - I didn't come on time
Whoever lives
is dying fast
one vacant room is already being used
for storage
surely, before long
they'll take down the bars

Right - this is the end
They mop corridors
Polish floors

 

Vertaald door Jan J. Kałuża

 

 

I speak softly to you

I speak softly to you as if shining
Like stars that bloom on the meadow of blood
While my eyes gaze at the star of your blood
I speak softly - till my shadow is white

I'm a cool island for your flesh
That falls into night, a hot droplet,
I speak to you so softly as if in a dream
Your sweat is aflame on my skin

I speak to you as softly as a bird
In the morning slips sun into your eyes
I speak to you as softly
As the tear which wrinkles a face

I speak to you so softly
As you speak to me

 

Vertaald door Thomasz Gil

 

 1984210-d9a43aac97d8d6691d1aa069fb5900e9.jpg
Rafał Wojaczek (6 december 1945 – 11 mei 1971)

 

 

De Nederlandse schrijver en schilder Henk van Woerden werd op 6 december 1947 geboren te Leiden. Zie ook alle tags voor Henk van Woerden op dit blog.

Uit:Koning Eénoog

“Op 19 januari 1957 stapt een negenjarig jongetje op de ss Waterman, leren tas in de hand, mutsje over de oren, sjaal om de nek, glazen oog in de kas. Het al langer aangekondigde vertrek naar de Kaap vanaf Loods J aan de Sumatrakade in Amsterdam is een feit. Het jongetje, Henk, past goed op zijn broertje Hans en zusje Anneke, zodat zijn moeder haar aandacht kan richten op baby Carl. Het is druk en iedereen is zenuwachtig voor het vertrek. De voorbereidingen zijn voortreffelijk geweest. Maandenlang heeft moeder Jopie huisraad en kleren aangeschaft, gemaakt en vermaakt – van zomeronderbroeken tot overhemden voor vader Joop van Woerden – of zelf gebreid, zoals de hemden van jaegerwol. Ondertussen moeten ook de matrassen en kinderbedden naar Zuid-Afrika overgeheveld worden. De hele inboedel uit de eigen woning aan de Kapteynstraat in Leiden is verpakt in speciaal daarvoor gemaakte kisten. Zo ook grootmoeders ‘halsstarrige Groningse stoelen en een stijfgerugde bank, met een staande lamp uit Paterswolde waarvan het gekrulde sierijzer onbegrijpelijk blijft’. Kaapstad moet een nieuw begin worden, maar met vertrouwde spullen.
Het is het begin van een gewoon emigratieverhaal – op het glazen oog na. Net als Henk van Woerden vertrekken halverwege de jaren veertig en vijftig veel gezinnen naar West, Oost of Zuid. Emigratie is een voor de hand liggende oplossing voor problemen. De Nederlandse overheid hield er in die jaren een actieve emigratiepolitiek op na. Zuid-Afrika is voor Nederlanders niet de populairste bestemming, maar beslist de moeite van het overwegen waard.
‘Dit is Zuid-Afrika, het tweede vaderland van Engelsen, Nederlanders, Duitsers en andere immigranten, die in deze uithoek van het Zwarte Werelddeel een nieuw bestaan opgebouwd hebben,’ schrijft inleidster Margaret Lessing in een fotoboek over Zuid-Afrika uit 1956. “

 

 1984210-3db023d8ee7af9953b090ceb0896e5d2.jpg
Henk van Woerden (6 december 1947 - 16 november 2005)
Cover

 

 

De Amerikaanse journalist en dichter Alfred Joyce Kilmer werd geboren op 6 december 1886 in New Brunswick, New Jersey. Zie ook alle tags voor Alfred Joyce Kilmer op dit blog.

 

Old Poets
(For Robert Cortez Holliday)

If I should live in a forest
And sleep underneath a tree,
No grove of impudent saplings
Would make a home for me.

I'd go where the old oaks gather,
Serene and good and strong,
And they would not sigh and tremble
And vex me with a song.

The pleasantest sort of poet
Is the poet who's old and wise,
With an old white beard and wrinkles
About his kind old eyes.

For these young flippertigibbets
A-rhyming their hours away
They won't be still like honest men
And listen to what you say.

The young poet screams forever
About his sex and his soul;
But the old man listens, and smokes his pipe,
And polishes its bowl.

There should be a club for poets
Who have come to seventy year.
They should sit in a great hall drinking
Red wine and golden beer.

They would shuffle in of an evening,
Each one to his cushioned seat,
And there would be mellow talking
And silence rich and sweet.

There is no peace to be taken
With poets who are young,
For they worry about the wars to be fought
And the songs that must be sung.

But the old man knows that he's in his chair
And that God's on His throne in the sky.
So he sits by the fire in comfort
And he lets the world spin by.

 


 1984210-566556cb53c882da5f482a1a183d4f91.jpg
Alfred Joyce Kilmer (6 december 1886 – 30 juli 1918)
Plaquette in het Joyce Kilmer Memorial Forest in Graham County, North Carolina

 

 

De Duitse schrijver en acteur Dirk Dobbrow werd geboren op 6 december 1966 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Dirk Dobrow op dit blog.

Uit: Späte Störung

„Nina strich ihm mit der Hand über die Wange. Dann lehnte sie sich an einen dieser Ledersitze, stützte sich hinten ab und schlug die Beine übereinander. Sie ließ den rechten Fuß kreisen. Die Spitze des Absatzes zeichnete ein Muster in den Teppich, dabei lächelte sie den Fremden von
der Seite an. Er war kleiner als Frank, schmaler.
»Kennen wir uns?«, fragte Frank.
Der andere nickte.
»Ich träume, oder?«
Der andere schüttelte den Kopf. Frank erkannte die Art wieder, wie er sich eine Haarsträhne aus dem Gesicht strich. Aber das könnte zum Traum dazugehören, dachte er. Er stand auf unsicherem Boden, er sollte sich wieder hinlegen. Er tastete mit der Hand nach dem Treppengeländer hinter sich und hielt sich fest. Hilflos blickte er zu seiner Tochter hinüber. In einer Bar, hatte sie gesagt. Was hatte sie dort zu suchen. Sie traf ihn dort. Sie nahm ihn mit.
Sie brachte ihn ins Haus.
»Geht es dir gut, Paps?«
Er ließ das Geländer los und straffte die Schultern. »Hat er sich anständig benommen?«
»Absolut, Paps.« Sie zeichnete Kreise mit dem Absatz ihres Schuhs in den Teppich. Die Kreise wurden immer größer.
»Er hat dich angesprochen.«
»Ich bin erwachsen«, sagte Nina. Frank sah auf ihre Beine. Sie waren lang und steckten in schwarzen Strümpfen.
Den Rock kannte er nicht an ihr.
»Wollte er dich betrunken machen?«, fragte er.
»Nein.« Sie sah zu dem Fremden hinüber. Der rührte sich nicht. Auch Frank sah ihn an. Eine Weile betrachteten sie ihn wie eine seltene Tierart, die auf unerklärliche Weise in ihr Haus geraten war. Das schien ihn nicht im Geringsten zu stören. Er spielte mit dem leeren Glas in seiner Hand, und dann strich er sich wieder eine Haarsträhne aus dem Gesicht. Frank kam es vor, als täte er es nur für ihn.“

 

 1984210-fca0bcf3a9acb2772801c945f2965268.jpg
Dirk Dobbrow (Berlijn, 6 december 1966)

 

De Duitse schrijfster Sophie von La Roche werd geboren op 6 december 1730 in Kaufbeuren als Marie Sophie Gutermann von Gutershofen. Zie ook alle tags voor Sophie von La Roche op dit blog.

Uit: Ein guter Sohn ist auch ein guter Freund

„Beyde Brüder kamen nach geendigten Studien wieder nach Haus, um noch einige Zeit den väterlichen Umgang zu geniessen, ehe der ältere seine Reisen, und der jüngere seine Kriegsdienste antrat. Georg besuchte jeden Ort, welchen der edle Litleton auf seiner Reise durch Wallis, als merkwürdig angesehen hatte, und las mit Vergnügen und Bewegung des Lords Briefe darüber. Die erste Blätter[82] seines Tagbuchs fiengen mit Betrachtungen über diese Briefe an:
»Dieß ist der Ton der wahren Freundschaft, dieß ist edle Mittheilung dessen, was wir besitzen und geniessen. Möchte ich nur, edler würdiger Patriot! deinem Geist auf dem erhabenen Weg der Wissenschaft und Tugend folgen können, wie ich dem Pfad nachgieng, auf welchem du die Anhöhe des Snodons bestiegest, damit ich in dem moralischen Gebiet des Verstandes und Herzens auch so viele Kenntnisse erlange, als ich jetzo mit meinen Augen die nemliche Aussicht fasse, welche du auf dieser Stelle über das Land und das Meer hattest: und – o! mögen immer die Handlungen meines ganzen Lebens eben so weit von jeder Niederträchtigkeit entfernt seyn, als ich in diesem Augenblick über den Grund der Thäler erhoben, und näher bey dir – allmächtiger Urheber dieser Gewässer, dieser Gebürge und meines Lebens! bin!« –
Als Merioneth vor seiner Abreise den lezten Spaziergang auf den nahen Berg gemacht hatte, schrieb er noch:[83]
»Väterliches Land! mit welchem Entzüken werde ich dich wieder sehen, wenn der Eindruk des Erhabenen, den ich jetzo fühle, so stark in mir bleibt, daß ich dich, und meine würdige Eltern bey meiner Wiederkunft mit einem eben so schuldlosen Herzen, wie heut, und mit vermehrten Kenntnissen meines Geistes neu begrüssen werde!«
Theurer Jüngling! welcher Vater, welche Mutter wird nicht innig wünschen, daß dieses Verlangen deiner Seele erfüllt werde? – O! wie glüklich fanden sich Georgs Eltern, als sie dieses Stük seines Tagbuchs durchlasen, welches ihnen ihre Tochter Lydia – der Liebling ihres Georgs – ihnen heimlich brachte, als er noch zu dem Pfarrherrn gegangen war.“

 

 1984210-09794efabbff7e42ee4ae6ac3a396097.jpg
Sophie von La Roche (6 december 1730 – 18 februari 1807) 
Sophie von La Roche Museum in Bönnigheim

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 6e december ook mijn blog van 6 december 2015 deel 2.

 

Geschreven door Romenu om 18:40 Reageer op dit bericht

De nood van Sinterklaas (Felix Timmermans)

 

Bij Sinterklaas

 

 1983809-3ceba780a8e8e27757cd0ecc6bc9325e.png
Sinterklaas door Rien Poortvliet, 1977

 

Uit: De nood van Sinterklaas

“Het was koud, de maan stond hoog aan de hemel, en de sneeuw kraakte onder hun voeten. Plotseling galmde het ‘Slaap gerust’ door de vriezige stilte, vanaf de toren.
‘Nog iemand die niet slaapt!’ riep Sint Nicolaas verheugd, en Zwarte Piet stak snel zijn voet tussen de deur, die Trientje boos dicht wilde gooien.
‘Houden jullie dat mens wakker’, zei Zwarte Piet, ‘ik ben zo terug!’ en terwijl hij dat zei stootte hij de deur van Trientje zó hard weer open, dat ze in een grote mand met uien terechtkwam.
Terwijl de anderen weer naar binnen gingen, sprong Zwarte Piet op het paard van de Sint en galoppeerde door de straten. Hij hield stil bij de toren, klom langs de regenpijp omhoog tot bij Dries Andijvel, die juist in zijn kamertje ‘Er was een jager uit jagen gegaan’ op zijn viool kraste.
Dries liet van schrik zijn viool vallen, maar Zwarte Piet stelde hem gerust en vertelde hem alles.
‘Eerst zien en dan geloven!’ zei Dries. Samen met Piet ging hij naar beneden. Even later waren ze bij ‘De Suikeren Neusvleugel’ aangekomen.
Sint Nicolaas viel voor de nachtwaker op zijn knieën, en smeekte hem of hij vijfentwintig frank kon geven. Hij beloofde de nachtwaker alle geluk van de wereld als hij het deed.
Dries was ontroerd, en zei tegen de ongelovige, steenhartige Trientje: ‘Ik weet niet of hij liegt, maar zo staat Sint Nicolaas echt afgebeeld in het prentenboek van onze kleine, én in het kerkraam boven de doop- vont. Stel je nu voor Trientje, dat hij het is... Geef hem het schip maar!
Morgen betaal ik u...’
Trientje had alle vertrouwen in de torenwachter, een man die bij haar in de buurt woonde. En Sint Nicolaas kreeg het schip.
‘Ga jij nu maar snel naar huis om te slapen’, zei Sint Nicolaas tegen de kleine Cecilia, ‘we brengen dadelijk het schip...’
Het kind ging naar huis, maar het sliep niet. Ze zat onder de schoorsteenmantel met het kussen in haar armpjes te wachten op het schip... Een manestraal scheen door een kier in het gordijntje en gaf het kamertje een zilveren glans.
Hè, wat zag ze daar nu buiten! Ginder, aan de andere kant van het dorpje reed Sint Nicolaas op zijn witte schimmel. De stille vrieswind deed zijn rood-fluwelen mantel enigszins opwaaien. Zwarte Piet liep trouw naast zijn Meester voort. Cecilia volgde hen tot ze achter de grote kerk verdwenen waren. Toen keek ze naar het kussen. Tranen brandden achter haar ogen. Zwarte Piet, of de goede Heilige waren haar zeker vergeten; ze hadden het schip niet gebracht; het lag niet op het kussen…
Maar… hoe was dat nu mogelijk? Door haar tranen heen zag ze iets glinsteren. Het schip ‘de Congo’ was wél gebracht! Dáár, daar stond het, in de koude as, zonder een deukje of een barst. Wat een geluk! Het zilverpapier glansde, en er kwam wel voor zeven en een halve cent witte watten rokend uit de schoorsteen. Hoe was dit zo stil gebeurd? Hoe kon dit nu?
Ja, dát weet nu juist niemand, dat is de kundigheid en de vernuftigheid van Zwarte Piet, en dat leert hij aan niemand voort…

 

 1983809-85dc596ccc1501dfef1e777a87930ddb.jpg
Felix Timmermans (5 juli 1886 – 24 januari 1947)
Cover Duitse uitgave

 

Zie voor de schrijvers van de 5e december ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 13:11 Reageer op dit bericht

Hanif Kureishi, Alois Brandstetter, Joan Didion, Christina Rossetti, Fjodor Tjoettsjev, Calvin Trillin, Afanasy Fet, Hans Helmut Kirst

De Britse schrijver en regisseur Hanif Kureishi werd geboren op 5 december 1954 in Bromley, Kent. Zie ook alle tags voor Hanif Kureishi op dit blog.

Uit:The Last Word 

“Harry Johnson gazed out of the window of the train at the English countryside and thought that not a moment passed when someone wasn’t telling a story. And, if his luck held for the rest of the day, Harry was about to be employed to tell the story of the man he was going to visit. Indeed, he had been chosen to tell the whole story of this important man, this significant artist. How, he wondered, with a shudder, did you begin to do that? Where would you start, and how would the story, which was still being lived, end? More important, was he, Harry, capable of such a task?
Peaceful England, untouched by war, revolution, famine, ethnic or religious disturbance. Yet, if the newspapers were correct, Britain was an overcrowded little island, teeming with busy immigrants, many clinging to the edges of the country, as on a small boat about to capsize. Not only that, thousands of asylum seekers and refugees, desperate to escape disturbance in the rest of the chaotic world, were attempting to cross the border. Some were packed in lorries, or hung from the undercarriages of trains; many were tiptoeing across the English Channel on tightropes slung across the sea, while others were fired from cannons based in Boulogne. Ghosts had it easy. Meanwhile, apparently, since the financial crash, everyone on board the country was so close together and claustrophobic they were beginning to turn on one another like trapped animals. With the coming scarcity—few jobs, reduced pensions, and meager social security—people’s lives would deteriorate. The postwar safety Harry and his family had grown up in was gone. Yet, to Harry now, it seemed as if the government was deliberately injecting a strong shot of anxiety into the body politic, because all he could see was a green and pleasant England: healthy cattle, neat fields, trimmed trees, bubbling streams, and the shining, early spring sky above. It didn’t even look as though you could get a curry for miles.
There was a whoosh, and beer spattered his face. He turned his head. Rob Deveraux, sitting opposite Harry and cracking open another tin, was a respected and innovative publisher. He had approached Harry with the idea of commissioning him to write a biography of the distinguished writer, Indian-born Mamoon Azam, a novelist, essayist, and playwright Harry had admired since he was a teenage book fiend, a nerdy connoisseur of sentences, a kid for whom writers were gods, heroes, rock stars. Harry was immediately responsive and excited. After years of study and obedience, things were turning good for him, as his teachers had predicted if he concentrated his thoughts and zipped his fly and lip. This was his break; he could have wept with relief and excitement. »

 

1983776-3f6ec50636ecc73bf5c4c5e596d35e99.jpg
Hanif Kureishi (Bromley, 5 december 1954)

 

 

De Oostenrijkse schrijver en taalkundige Alois Brandstetter werd op 5 december 1938 in Aichmühl bei Pichl, Oberösterreich geboren. Zie ook alle tags voor Alois Brandstetter op dit blog.

Uit: Meine besten Geschichten

“Einladungen zu Lesungen freuen die Dichter, wenn auch die berühmteren Kollegen solche Einladungen kaum annehmen, ja meistens nicht einmal beantworten. "Habe weder Zeit noch Lust", hat uns Ernst Jünger seinerzeit ins Studentenheim geschrieben. Der Großteil der Schriftsteller rührt nicht einmal das Ohr, kaum die Schreibmaschine und sich sicher nicht vom Fleck, um ein Zeugma zu gebrauchen. Was soll's! Einladungen sind jedoch nicht gleich Einladungen, Einladungen ins Ausland, schon gar ins fremdsprachige, sind zum Beispiel etwas Besonderes. Die Erwartung aber, daß man dort mit seinen artifiziellen Subtilitäten verstanden wird, woher einen die mit etlichen rührenden Grammatikfehlern und überhaupt im Stil der Goethezeit geschriebene Invitation erreicht, ist eher gering. Will man sich aber nicht dem Vorwurf des Nationalismus aussetzen, wird man wohl reisen müssen. Bei allem, was gerade wir anderen Völkern angetan haben, ist das bißchen Unverstandensein, oder nur Nichtverstandenwerden, auch kein heroischer Akt der Wiedergutmachung oder gar Sühne, obwohl das Leiden des Autors beträchtlich sein kann! Wozu war der ganze stilistische und idiomatische Aufwand jetzt gut! Da hatte man sich gleich auf Infinitive und Nennformen beschränken können. Doch kann einem Unverständnis auch bei Landsleuten passieren. Nachdem ich bei einer Veranstaltung zum Thema "Dorf" im Innsbrucker Funkhaus einen Text aus meinem Buch "Vom Schnee der vergangenen Jahre" gelesen hatte, fragte mich anschließend ein Einheimischer am Kaffeeautomaten der Kantine, nachdem er mich zu seiner Verblüffung als den wiedererkannte, der vorhin auf der Bühne ins Mikrophon gesprochen hatte: "War das Gesätzchen eppa von Ihnen selber, was Sie da vorgerezitiert haben?" Und nachdem ich dies bejahen durfte, meinte er voll Bewunderung: "Was Sie nit sagen, alles eigene Fechsung! Dos wor nit schlecht, wohl, das war fein guat, mein Herr!"
Tirol ist immerhin Österreich.“

 

1983776-18c5963cf91cc6a3e7ef68d7e79203e4.jpg
Alois Brandstetter (Aichmühl, 5 december 1938)

 

 

De Amerikaanse schrijfster Joan Didion werd geboren in Sacramento Valley op 5 december 1934. Zie ook alle tags voor Joan Didion op dit blog.

Uit: The Year of Magical Thinking

"And then—gone." In the midst of life we are in death, Episcopalians say at the graveside. Later I realized that I must have repeated the details of what happened to everyone who came to the house in those first weeks, all those friends and relatives who brought food and made drinks and laid out plates on the dining room table for however many people were around at lunch or dinner time, all those who picked up the plates and froze the leftovers and ran the dishwasher and filled our (I could not yet think my) otherwise empty house even after I had gone into the bedroom (our bedroom, the one in which there still lay on a sofa a faded terrycloth XL robe bought in the 1970s at Richard Carroll in Beverly Hills) and shut the door. Those moments when I was abruptly overtaken by exhaustion are what I remember most clearly about the first days and weeks. I have no memory of telling anyone the details, but I must have done so, because everyone seemed to know them. At one point I considered the possibility that they had picked up the details of the story from one another, but immediately rejected it: the story they had was in each instance too accurate to have been passed from hand to hand. It had come from me.
Another reason I knew that the story had come from me was that no version I heard included the details I could not yet face, for example the blood on the living room floor that stayed there until José came in the next morning and cleaned it up.
José. Who was part of our household. Who was supposed to be flying to Las Vegas later that day, December 31, but never went. José was crying that morning as he cleaned up the blood. When I first told him what had happened he had not understood. Clearly I was not the ideal teller of this story, something about my version had been at once too offhand and too elliptical, something in my tone had failed to convey the central fact in the situation (I would encounter the same failure later when I had to tell Quintana), but by the time José saw the blood he understood.
I had picked up the abandoned syringes and ECG electrodes before he came in that morning but I could not face the blood.
In outline.
It is now, as I begin to write this, the afternoon of October 4, 2004.”

 
1983776-ec6d9daaa2ad76855e2bab1675c116f8.jpg
Joan Didion (Sacramento Valley, 5 december 1934)
 

 

De Engelse dichteres en schrijfster Christina Georgina Rossetti werd geboren in Londen op 5 december 1830. Zie ook alle tags voor Christina Rossetti op dit blog.

 

A Daughter Of Eve

A fool I was to sleep at noon,
And wake when night is chilly
Beneath the comfortless cold moon;
A fool to pluck my rose too soon,
A fool to snap my lily.

My garden-plot I have not kept;
Faded and all-forsaken,
I weep as I have never wept:
Oh it was summer when I slept,
It's winter now I waken.

Talk what you please of future spring
And sun-warm'd sweet to-morrow:
Stripp'd bare of hope and everything,
No more to laugh, no more to sing,
I sit alone with sorrow.

 

 

From Sunset To Star Rise

Go from me, summer friends, and tarry not:
I am no summer friend, but wintry cold,
A silly sheep benighted from the fold,
A sluggard with a thorn-choked garden plot.
Take counsel, sever from my lot your lot,
Dwell in your pleasant places, hoard your gold;
Lest you with me should shiver on the wold,
Athirst and hungering on a barren spot.
For I have hedged me with a thorny hedge,
I live alone, I look to die alone:
Yet sometimes, when a wind sighs through the sedge,
Ghosts of my buried years, and friends come back,
My heart goes sighing after swallows flown
On sometime summer's unreturning track.

 

1983776-3b045a09b6a5d128da9ff24ef74dabfd.jpg
Christina Rossetti (5 december 1830 - 27 december 1894)
Portret door John Brett, 1857

 

 

De Russische dichter Fjodor Tjoettsjev werd geboren op 5 december 1803 in Ovstug in het gouvernement Orjol. Zie ook alle tags voor Fjodor Tjoettsjev op dit blog.

 

Autumn Evening

The light of autumn evenings seems a screen,
Some mystery with tender glamor muffling. . . .
The trees in motley, cloaked in eerie sheen,
The scarlet leaves that languid airs are ruffling,
The still and misty azure, vaguely far,
Above the earth that waits her orphan sorrow,
And bitter winds in gusty vagrance are
Forerunners of a bleak, storm-driven morrow.
The woods are waning; withered is the sun;
Earth shows the smile of fading, meekly tender
As the high shyness of a suffering one,
In noble reticence of sad surrender.

 

 

Oh, thou, my wizard soul

Oh, thou, my wizard soul, oh, heart
That whelming agony immerses,
The threshold of two universes
In cleaving these, tears thee apart.

And so two alien worlds are thine:
Thy day of morbid passionate living,
Thy sleep, vague revelations giving
Of spirits secret and divine.

Then let the tortured bosom beat
With fatal passion and vagary;
The soul is fain, even as Mary,
To cling forever to Christ's feet.

 

Vertaald door Babette Deutsch en Avrahm Yarmolinsky

 

 1983776-7ae4dc14e77a268cbffcbed05e67b282.jpg
Fjodor Tjoettsjev (5 december 1803 – 27 juli 1873)
Portret door Stepan Aleksandrovsky, 1876

 

 

De Amerikaanse schrijver, journalist en columnist Calvin (Bud) Marshall Trillin werd geboren op 5 december 1935 in Kansas City, Missouri. Zie ook alle tags voor Calvin Trillin op dit blog.

Uit: Quite Enough of Calvin Trillin

“There really was a collie named Chubby. I wouldn't claim that the secret about him qualifies as certifiably traumatic, but maybe it explains an otherwise mysterious loyalty I had as a boy to the collie stories of Albert Payson Terhune. We owned Chubby when I was two or three years old. He was sickly. One day Chubby disappeared. My parents told my sister, Sukey, and me that he had been given to some friends who lived on a farm, so that he could thrive in the healthy country air. Many years later-as I remember, I was home on vacation from college-Chubby's name came up while my parents and Sukey and I were having dinner. I asked why we'd never gone to visit him on the farm. Sukey looked at me as if I had suddenly announced that I was thinking about eating the mashed potatoes with my hands for a while, just for a change of pace.
"There wasn't any farm," she said. "That was just what they told us. Chubby had to be put to sleep."
"Put to sleep!" I said. "Chubby's gone?"
Somebody-my mother, I think-pointed out that Chubby would have been gone in any case, since collies didn't ordinarily live to the age of eighteen.
"Isn't it sort of late for me to be finding this out?" I said.
"It's not our fault if you're slow on the uptake," my father said.
I never found myself in a memoirist gathering that required me to tell the story of Chubby, but, as it happened, I did relate the story in a book.
A week or so later, I got a phone call from Sukey.
"The collie was not called Chubby," she said. "The collie was called George. You were called Chubby."

 

1983776-8fd93dfb49734b6d7695abd80fe5056d.jpg
Calvin Trillin (Kansas City, 5 december 1935)

 

 

De Russische dichter Afanasy Afanasievich Fet werd geboren op 5 december 1820 nabij Mzensk. Zie ook alle tags voor Afanasy Fet op dit blog,

 

I always s like the northern birches

I always s like the northern birches:
Their view, so downcast and grave,
The fever, which poor souls scorches,
Cools like the mute speech of a grave.

But yet, the willow, which branches,
With their long leaves, cast in a flood,
Is closer to a dream, that scourges,
And longer lives in our heart.

Deploring groves their own,
Their meadows – with bitter tears,
Tell birches to cold wind alone
Their common sufferings and fears.

Believing that the whole ground
Is motherland of sacred grieves,
The weeping willow all around
Inclines its branches with long leaves.


Vertaald door Yevgeny Bonver

 

 1983776-e0f85819bf69208bedb47ce3254be9b7.jpg
Afanasy Fet (5 december 1820 – 3 december 1892)
Monument bij zijn voormalige huis, nu museum in Orjol

 

 

De Duitse schrijver Hans Hellmut Kirst werd geboren op 5 december 1914 te Osterode (voorm. Ost Preussen, nu Polen). Zie ook alle tags voor Hans Hellmut Kirst op dit blog.

Uit:08/15

„Jeden Samstagnachmittag beherrschte er die Kaserne. Hauptmann Derna, der Chef, anläßlich des Anschlusses von Österreich großmütig der großdeutschen Wehrmacht zur Verfügung gestellt, widmete sich seiner werdenden Familie; Leutnant Wedelmann, der Batterieoffizier, seiner jeweiligen Braut. Selbst »Knollengesicht« Luschke, Major und Abteilungskommandeur, pflegte das Wochenende zu heiligen. Der Spieß aber veranstaltete dann ungestört »Abschlußfeiern«, wobei er zäh und nicht ohne Erfolg bemüht war, der Batterie klarzumachen, »wer eigentlich Chef im Laden ist«. »Rührt euch!« rief der Hauptwachtmeister. Die Soldaten in den Drillichanzügen setzten automatisch den linken Fuß weg. Der Spieß lauerte kurz darauf, ob es einer wagen würde, zu sprechen, denn bei ihm war »Rührt euch« nicht gleichbedeutend mit Sprecherlaubnis, die er stets gesondert zu erteilen pflegte. Keiner sprach.
»Es darf gesprochen werden«, rief er gönnerhaft.
Die Soldaten zogen es vor, zu schweigen. Einige grinsten lautlos und ausgedehnt; einige sahen den Spieß dienstbereit an. Nur der Gefreite Asch, der mitten unter den Eingeteilten stand, schob den Gefreiten Wagner, Richard mit Vornamen, kräftig zur Seite und sagte: »Mach dich nicht so breit, du Armleuchter!« »Brüllen Sie hier nicht, Asch!« rief der Spieß sofort. »Wenn hier einer brüllt, bin ich das.« »Jawohl, Herr Hauptwachtmeister!« trompetete Asch zustimmend.
Hauptwachtmeister Schulz beschloß in einer Anwandlung von Großmut, sich nicht herausgefordert zu fühlen. Er rief die Funktionsunteroffiziere an seine Seite und übergab ihnen die Eingeteilten, die sofort eilig verschwanden, um auf Kammern und in Schuppen die Zeit totzuschlagen. Der Gefreite Asch bezog im Altmännertempo seinen Stammplatz auf der Bekleidungskammer, wo er gewöhnlich mit Wachtmeister Werktreu, dem zuständigen Funktionsunteroffizier, »Siebzehnundvier« zu spielen pflegte und sich dabei Mühe gab, nicht sonderlich zu gewinnen."

 

 1983776-0aaefc4a0e912024f5ea650569bfeb86.jpg
Hans Hellmut Kirst (5 december 1914 - 23 februari 1989)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 5e december ook mijn blog van 5 december 2011 deel 2 en ook mijn blog van 5 december 2010 en eveneens mijn blog van 5 december 2009.

Geschreven door Romenu om 12:12 Reageer op dit bericht

In memoriam Paul de Wispelaere

 

In Memoriam Paul de Wispelaere

De Belgische schrijver, criticus en letterkundige Paul de Wispelaere is het afgelopen weekend op 88-jarige leeftijd overleden. Paul de Wispelaere werd geboren in Assebroek op 4 juli 1928. Zie ook alle tags voor Paul de Wispelaere op dit blog.

Uit: Het Perzische tapijt (Over “Blues voor glazen blazers” Van Willy Roggeman)

“Het laatste hoofdstuk (de eindfase) staat weer in de eerste persoon: nu krijgen we het nieuwe ik, de andere pool overheen de malaise bereikt, die Peter schrijvende beheerst, doordat hij er aldus vorm en structuur aan geven kan. Dat dit laatste ik wezenlijk verschilt van het ‘ik’ en ‘hij’ uit de voorgaande fases, wordt ook nog aangeduid door Peters bedenking: ‘Willy Roggeman zal mij niet meer herkennen (...)’
In het openingstafereel slaagt Peter Witherspoon er niet in tijdens zijn jazzimprovisaties aan de blues behoorlijk vorm te geven, ze te doen stollen en glanzen: zij blijven brij, die niet boven de menselijke existentie uitstijgt. Dit alles zijn sleutelwoorden voor het werk van W. Roggeman. Overal staan de vormeloze massa van het bestaan en het artistiek gevormde fragment in scherpe antithese. Voor Peter betekent die ervaring duidelijk dat hij geen vaste greep heeft op zijn eigen realiteit. Vandaar het gevoel van machteloze ellende. Veel later, tegen het eind van het boek, bekent hij aan zichzelf: ‘Tijdens de concerten deze week ben ik geen ogenblik mijzelf geweest’. (Wij kunnen denken aan Benn: ‘Was nicht geformt ist, ist nicht da.’) Uiteindelijk wordt deze malaise overwonnen in de koele, glasheldere vreugde van de Knokke-brief: ‘Ik weet mij voltooid en nieuwgeboren onder de azuren helm van deze strenge december.’ Maar met deze schematische aanduiding zou ik allerminst willen beweren dat de roman, in de trant van een traditioneel psychologische curve, een begin en een einde zou hebben, netjes aan elkaar geketend door een weloverwogen reeks van gecommentarieerde schakels, sluitend als een bus, met de afschuwelijke pretentie van een definitieve oplossing van het geval of het probleem. Binnen zijn eigen structuur, d.w.z. van zijn eerste tot zijn laatste woord bestaande terwijl men het leest en het lezende herschept, bezit het boek een prachtige formele eenheid - hoe complex die gelukkig ook is - maar naar buiten toe, naar de wereld toe, naar de tijd toe, blijft het een open vraag. In de laatste zinnen wordt dit zelfs duidelijk gesuggereerd. Het vernieuwde inzicht in de creatieve macht duurt maar zolang als de fase van de scheppingsdaad zelf: ‘(...) een idee die wij leven, een dag, een uur, een ogenblik. Maar totaal dan.’

 

 1983698-8abad7d300104b2224c8a8c3cff66f48.jpg
Paul de Wispelaere (4 juli 1928 - 2 december 2016)

Geschreven door Romenu om 07:33 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten