De Nederlandse schrijver, vertaler, slavist en essayist Kees Verheul werd geboren in Hengelo op 9 februari 1940. Zie ook alle tags voor Kees Verheul op dit blog.
Uit: Rusland begint bij de IJssel – Dagboekfragmenten mei-juni 1984
“20/V Prettig om niet te hoeven aansluiten bij wat ik gisteren heb opgeschreven, het niet eens te hoeven overlezen, als bij een verhaal of een stuk voor een krant. Elke dag en elke aantekening zijn eigen vorm en inhoud. Wat waren de sterkste indrukken? De jongen die ik vanmorgen besloop tijdens de orthodoxe mis, tot ik schuin achter hem kwam te staan en hem nu en dan voorzichtig aanraakte. De zoals altijd feilloos en diep werkende combinatie van het erotische en religieuze. Hij was een jaar of achttien, had iets teers en ingetogens, ging ernstig op in de dienst. De kleine moedervlek op zijn kin waar een haar uit groeide, ontroerde me. Natuurlijk durfde ik hem bij het uitgaan van de kerk niet aan te spreken. Troostte mezelf met de mooie gedachte dat het zo, in alle eenzijdigheid en onbepaaldheid, beter was. Twee kaarsen gekocht en aangestoken: een voor Cees die ik vanmorgen tot zijn vreugde weer opbelde, om hem een goede reis voor Rome te wensen. Gegrepen door de golven van collectieve emotie die tijdens het gezang door de kerk sloegen – vooral bij het ‘Christus is opgestaan’, waarvan ik niet wist dat het zo lang na Pasen nog klonk – het stond ook in kermisachtige lampjes boven de doorgang naar de middenruimte. Kon niet nalaten aan het eind van de dienst in de rij te gaan staan om, voor het eerst in mijn leven, het kruis te kussen, natuurlijk achter de in stilte aanbeden jongeman. Op het laatste moment schoof zich een dik oud vrouwtje tussen ons in, zodat niet zíjn lippen vlak voor de mijne het kruis beroerd hadden, maar haar aanraking er tussen lag. Moest inwendig lachen: je verdiende loon! het gevoel van opgenomen te zijn in iets essentieels en dierbaars verdween er niet door. Als ik ergens bij wil horen, al is het maar zo lang als het duurt, dan is het dit. Tijdens de dienst heerste er één groot levend gevoel, zowel bij de celebranten als bij het heen en weer schuifelende, kaarsen aanstekende en zich individueel, in opwellingen bekruisende ‘volk’. De gezichten van althans twee van de mannen in gewaad kwamen me sympathiek voor, vriendelijk, intelligent en doorleefd. Het viel me ook op dat veel van de oude vrouwen in de kerk met een stok liepen, net als ik in verband met mijn pijnlijke ingezwachtelde enkel.
Tussen de voorbijgangers op straat de gedachte: zijn dit mijn vijanden, moeten we hier raketten op richten? Dacht aan Pasternak die in een – niet al te goed – gedicht de anonieme landgenoten die hij in een trein ziet, ‘verafgoodt’. Dat zelfde gevoel heb ik hier ook. Is het sentimentaliteit en moet ik meer denken aan het lot van Misja? Dat kan niet, want ik denk er de hele dag aan.
Om vier uur afgesproken bij de D’s te komen eten. De balkondeur staat open en laat een zee van jong groen zien – ze wonen op de vijfde verdieping, op boomkruinhoogte. De lucht plotseling dreigend betrokken. Als er verweg een onweersflits te zien is mompelt Xenia Pasternaks titel ‘Ogenblikkelijk onweer voor eeuwig’. Het is ook een van mijn favoriete titels en herkenning – ik denk ook aan de ‘honderd verblindende foto’s’ die het onweer in dat gedicht neemt – geeft het samen naar de donderwolken kijken voor een paar zwijgende seconden een voelbare diepte.”
Kees Verheul (Hengelo, 9 februari 1940)
De Amerikaanse dichteres en schrijfster Elizabeth Bishop werd geboren op 8 februari 1911 in Worcester, Massachusetts. Zie ook alle tags voor Elizabeth Bishop op dit blog.
Een zomerdroom
Naar de verzakte werf
konden maar weinig boten komen.
De bevolking telde twee reuzen,
een idioot, een dwerg,
een vriendelijke winkelier
dommelend achter zijn toonbank,
en onze aardige hospita –
de dwerg naaide haar kleren.
De idioot kon worden verleid
met geplukte bramen,
maar gooide die meteen weer weg.
De gekrompen naaister lachte gevleid.
Aan zee gelegen
blauw als een makreel
ons pension, streperig
alsof het had gehuild.
Buitensporige geraniums
dromden voor de ramen,
de vloeren, belegd met
losse stukken zeil, glommen.
Iedere nacht spitsten wij de oren
hopend op een ransuil.
In de spitse vlam van de lamp
glansde het behang.
De stotterende reus
was de zoon van de hospita
en zat op de trap te mompelen
boven een oude grammatica.
Hij was somber,
maar zij opgewekt.
De slaapkamer was koud
het veren bed benauwend.
We werden in het donker gewekt
door de slaapwandelende beek
onderweg naar zee,
hoorbaar dromend nog.
Vertaald door J. Bernlef
Elizabeth Bishop (8 februari 1911 – 6 oktober 1979)
Zie voor nog meer schrijvers van de 9e februari ook mijn blog van 9 februari 2022 en ook mijn blog van 9 februari 2019 en mijn blog van 9 februari 2017 en ook alle drie blogs van 9 februari 2014.


Kees Verheul, Elizabeth Bishop
Elizabeth Bishop (8 februari 1911 – 6 oktober 1979)

Lioba Happel (Aschaffenburg, 7 februari 1957)

Heinz Kahlau (6 februari 1931 – 6 april 2012)

Heinz Kahlau (6 februari 1931 – 6 april 2012)


Ferdinand Schmatz (Korneuburg, 3 februai 1953)

Cordula Wöhler (17 juni 1845 – 6 februari 1916)
Günter Eich (1 februari 1907 – 20 december 1972)

Helen Maria Hunt Jackson (18 oktober 1830 – 12 augustus 1885)
Hugo von Hofmannsthal (1 februari 1874 – 15 juli 1929)
Hasso Krull (Tallinn, 31 januari 1964)

Maik Lippert (Erfurt, 28 januari 1966)

Hans Plomp (Amsterdam, 29 januari 1944)
Maik Lippert (Erfurt, 28 januari 1966)

Maik Lippert (Erfurt, 28 januari 1966)

Harvey Shapiro (27 januari 1924 – 7 januari 2013)
Iduna Paalman (Rolde, 1991)

Simone Atangana Bekono (Dongen, 1991)
Martijn den Ouden (Nieuw-Lekkerland, 1983)
Michiel van Rooij (Eindhoven, 1982)

John Donne (24 januari 1572 – 31 maart 1631)
Derek Walcott (23 januari 1930 – 17 maart 2017)

Derek Walcott (23 januari 1930 – 17 maart 2017)

Rainer Stolz (Hamburg, 22 januari 1966)

Edward Hirsch (Chicago, 20 januari 1950