Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Bernard Dewulf, Maik Lippert

De Vlaamse dichter, schrijver en journalist Bernard Dewulf werd op 30 januari 1960 in Brussel geboren. Zie ook alle tags voor Bernard Dewulf op dit blog. 

 

Bedtijd

Zij komt in de kamer, zij weet wie zij is.
Een vertoning waarin ik mij vergis.
Als zij mij ziet voegt zij ons samen –
de lach is voor mij, de mond van haar.
Haar stap heeft gelijk, hij draagt graag.

En zie, uit een kamerjas haalt een vrouw
de vrouw die ik liefheb. Ik herken haar
aan duizend gebaren, tekenen van het begin.
Maar wie is het die jaren daarna zomaar
haar plek in ons bed terugvindt.

 

De slapeloze

De slapeloze waakt in kamers vol schimmen.
Met muggenpoten raakt hij zijn ogen aan,
in zijn liezen keert oud zweet terug.
Alleen de slapeloze ziet in de nacht:

waar kinderen tegen vuurtorens vliegen,
vreemde gasten het gras lopen te maaien,
waar de buren door de muren ademen,
waar niemand is waar hij dagelijks bestaat.

De slapeloze verzamelt alle gedachten,
hij denkt voor duizend insecten,
in zijn benen schuren kiezelstenen.
De slapeloze ligt als een gewicht op wacht,

zijn lichaam draait hem mee in de uren.
In zijn laken hangt al de lucht van de dag,
aan de gordijnen brandt langzaam de maan.
Alleen de slapeloze herhaalt ’s nachts zijn naam.

 

Aan het water

Nu ik nooit van hier zal zijn
en dagelijks afkomstiger ben van elders,

nu ik hier dan toch in een bocht
aan het water een straat heb gelegd,

een vindplaats heb ingericht voor een kind,
een berk en wat rozen,

nu het kind over de latere voetpaden
steeds meer afkomstig zal zijn

uit die straat aan het snelle water
tussen de oude berk en de rozen,

zal ik nooit meer van hier zijn dan nu.

 

Bernard Dewulf (30 januari 1960 – 23 december 2021)

 

De Duitse dichter en schrijver Maik Lippert werd geboren op 28 januari 1966 in Erfurt. Zie ook alle tags voor Maik Lippert op dit blog.

 

Radio kerkdienst

voor Symeon

je strekt je armen uit
reikt
naar het apparaat in retro-look
gods oog is een analoge
frequentieweergave
met een blauwe glans
onbereikbaar ver boven
op het keukenrek
jij op de grond
oefent wanhopig in tongen
taal

 

Maik Lippert (Erfurt, 28 januari 1966)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 30e januari ook mijn blog van 30 januari 2019 en ook mijn blog van 30 januari 2016 deel 2.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

De blogger leest alles eerst na: je tekst verschijnt zodra die goedgekeurd is.

Tonio Schachinger, Hans Plomp, Maik Lippert

De Oostenrijkse schrijver. Antonio “Tonio” Schachinger werd geboren op 29 januari 1992 in New Delhi, India. Zie ook alle tags voor Tonio Schachinger op dit blog.

Uit: Echtzeitalter

„Sieht man diesen Ort zum ersten Mal, das Schloss mit der schönbrunner-gelben Fassade und der abbröckelnden graugelben Rückseite, den Park mit seinen Wiesen und Sportplätzen, seinem bewaldeten Hügel und seiner Grotte, dann ist die Mauer, die ihn umgibt und deren Höhe je nach Steigung der Argentinier- und Favoritenstraße zwischen zwei und vier Metern schwankt, wahrscheinlich das Letzte, was einem auffällt. Warum sollte man auch an die Mauer denken beim Tag der offenen Tür? Die Kinder sehen ja so viel anderes, die Tennis- und Beachvolleyballplätze, das Hallenbad, den Parkettturnsaal, die Multifunktionshalle, die Sala terrena und, wenn sie ihren Blick nach unten auf die eigenen Füße richten, den Steinboden, dessen große Platten über die Jahrhunderte von Tausenden Schlapfen glatt geschliffen wurden. Außerdem zeigt man den Kindern die Fußballplätze, die zwei Fun-courts, den Hartplatz, den Firsty-Platz und vor allem den Großen Platz, der auf allen Fotos abgebildet ist und dem Park, gemeinsam mit der ihn umgebenden Laufbahn, etwas Offizielles. etwas Highschoolhaftes verleiht, auch wenn sie nach dem Tag der offenen Tür nie wieder dort spielen werden, weil der Große Platz Gegenstand eines seit Jahren andauern-den Rechtsstreits ist, dem mit dem Hinweis: Platz gesperrt, Betreten auf
eigene Gefahr! Rechnung getragen wird. Von alldem wissen die zukünftigen Marianisten noch nichts. Man er-zählt ihnen vom Fremdsprachenangebot, von Schulreisen, Austauschpro-grammen, sogenannten Unverbindlichen Übungen, in denen die Schüler jeder denkbaren Leidenschaft von Schach Ober Skifahren bis Aquaristik nachgehen können, aber man zeigt ihnen nicht die Stelle beim Konferenzzimmer. an der trotz einer zusätzlichen Schicht Farbe noch immer der Name des ehemaligen Erziehungsleiters durchscheint, begleitet von den Worten: du Kinderficker!
Den Firsty-Platz zeigt man ihnen zwar, aber ohne zu erklären, was das ist, ein Firsty, was es bald für jeden von ihnen bedeuten wird, von Älteren als Firsty behandelt zu werden, ein ganzes Jahr lang, und dass sie selbst sich gegen alle Vorsätze in diese nach Alter gegliederte Nahrungskette einfügen und schon ein Jahr später den neuen Firstys gegenüber genauso verhalten werden: Weil sie anderen nicht ersparen wollen, was ihnen nicht erspart geblieben ist.“

 

Tonio Schachinger (New Dehli, 29 januari 1992)

 

De Nederlandse dichter en schrijver Hans Plomp werd op 29 januari 1944 in Amsterdam geboren. Zie ook alle tags voor Hans Plomp op dit blog.

 

Een nieuw gebed

voor mijn saturnale vriend Gerben Hellinga aan het begin van de jaren ’80

Grote Bom die in de hemel is en op aarde
en in de wateren van de zee,
o Bom, voor U knielen wij op deze nieuwe dag van ons leven.
Wij danken U, o Bom, dat Gij niet gevallen zijt vannacht,
dat Gij ons, zondaars, weer een dag schenkt.
Grote Bom, aan Uw goedertierenheid danken wij ons leven
en onze veiligheid.
Onder Uw alziend oog groeien onze kinderen op,
o Grote Bom, Balans van de Angst, Heerser over dood en leven,
wij loven U en besteden onze beste krachten aan U.
Een derde van ons inkomen offeren wij U.
Waarachtig, Gij zijt de God aller volken!
Gij smelt de mensheid samen,
de volkeren der aarde sidderen voor U.
O Grote Bom, gesel Gods, Bestraffer onzer zonden,
schenk ons genade en barmhartigheid.
Gij zijt het vleesgeworden Woord,
de Beeltenis van God,
het Licht der Wereld.
O Grote Bom die in de hemel is,
mogen ook onze kinderen in respekt voor U knielen,
opdat Uw toorn niet over ons ontbrande!
Gij zijt streng maar rechtvaardig,
U is het koninkrijk en de macht
en de veiligheid tot in eeuwigheid,
Amen

 

Kupido’s klaaglied

Waar is het woord dat door de doornen boort
Waar zijn de krachten die ooit liefde brachten
Toon mij de machten die haar verkrachten
Mijn liefde zo zwaar beproefd
Verpletterd op het slagveld van de lusten
Onverdacht toen wij in liefde kusten
Teveel bloed heeft Eros al geproefd.
Laat hem binnen in de oorden
Waar zijn pijlen niet vermoorden
om u eeuwig te beminnen, laat hem binnen,
om uw hart voor mij te winnen.

 

Hans Plomp (Amsterdam, 29 januari 1944)

 

De Duitse dichter en schrijver Maik Lippert werd geboren op 28 januari 1966 in Erfurt. Zie ook alle tags voor Maik Lippert op dit blog.

 

Huxley’s geluk ongefilterd

Het kunnen waarnemen
Eindigt bij het instappen
Van de tram
Klootzak roept het kind
Waarom zijn jullie zo geparfumeerd?
Zweet en urinegeur
Zijn uit te houden
Maar deze met douchegel gedoopten
Dit olfactorische mengsel als geur
Toverhazelaar met menthol
Lilial met kunstmatige muskus
Laat het kind kokhalzen
Zelfs achter het masker van fatsoen
Ervaar ik zo elke dag het ruiken
Als overweldiging
Door de neuswortel naar de hersenen
Een steken en geen bevrijding

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Maik Lippert (Erfurt, 28 januari 1966)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 29e januari ook mijn blog van 29 januari 2019 en ook mijn blog van 29 januari 2017 deel 2 en eveneens deel 3.
Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Ramsey Nasr, Maik Lippert

De Nederlandse dichter, schrijver en acteur Ramsey Nasr werd geboren in Rotterdam op 28 januari 1974. Zie ook alle tags voor Ramsey Nasr op dit blog.

 

Een mooie dag om stilte te verscheuren

een mooie dag om stilte te verscheuren.
oud-strijders staan te beven aan de kant
de blikken op zwart-wit – en het gebeurt.
gewoon omdat het kan. omdat één man.

het is de wet van nederland. bij ons
moet alles vroeg of laat een keer gebeuren
dus dan ook dit. elkeen zoekt naar het licht
als hamsters in een bak met open deuren.

ik heb vandaag mijn oorlogsland herdacht
en struikel voort in volle ongeremdheid
zozeer bevrijd dat ik een kind vertrap.

vlak voor mijn voeten valt een hoogbejaarde
in zijn soldatenpak. hij huilt. ik kijk.
waar alles mag is ieder vogelvrij.

 

Mijn wit plafond

Mijn wit plafond en ik
wij ontwaken weer tezamen.
Het bedmetaal en ik
wij scheiden minnaars van elkaar.
‘k Heb niemand nodig. Kijk
hoe ik de theekop stevig kus.
Ik wijdopen dode ramen
en je geur is buitenlucht.

 

Tafelgenoten

Al wie dit hoort: schrikt niet.
Peinst niet dat ik echt in ’t radiomachien
of in uw woonst verborgen zit – hier klinkt
uw eigen onbekende stem van ether.
Modern-kekke mens, komt toch aan tafel
laat ons een kleine geschiedenis eten.

Hangt eerst uw beleefdheden in de gang.
Legt goede smaak op de bestemde plank.
Veegt voeten, handen, eigenschappen.
Trekt uw beroep uit. Laat u zich gaan.
Staat u mij toe de laatste dromen
en vaste lastjes van u af te slaan.

Ik moet u, als in vroeger dagen
vragen het ras voorzichtig los te pellen.
Afkomst verwijderen, kleur ontkennen.
Wandelt nu rond, geheel doorschijnend
door alle lege kamers van het lijf.
Doden gelijk. En o ja: zeg jij tegen mij.

We zijn nu bijna zonder opsmuk.
Ontkleed je. Ga nu door tot op de huid.
Kijken we samen naar je buik, je rug
tien vingers, één navel, het vet in je zij
alle botten, wervels en kiezen verzameld
alle trilharen aan tafel. Dat ben jij.

En in deze schaamte zijn wij vrij.
Ik proost vandaag op onze naaktheid
in de hoop dat niemand ooit
het werelddeel in je ontdekt
je longen bezet, opvult met honger
en zijn geloof in je plant als een schoffel.

Zet je schrap tegen mij. Alleen hier
in weerloosheid zijn we vrij.

 

Ramsey Nasr (Rotterdam, 28 januari 1974)

 

De Duitse dichter en schrijver Maik Lippert werd geboren op 28 januari 1966 in Erfurt. Zie ook alle tags voor Maik Lippert op dit blog.

 

Niets nieuws op het werkfront

In het begin vecht je nog
Later wil je niet
Je collega’s in de steek laten
Sinds kort zit er iemand aan het bureau
In slaap gevallen
De rechterhand nog om de muis
Geklauwd
De noodarts had moeite
Om hem los te krijgen
In Outlook stonden zeventien
Onbeantwoorde e-mails
Neem jij dit over
Zei de divisiemanager tegen mij

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Maik Lippert (Erfurt, 28 januari 1966)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 28e januari ook mijn blog van 28 januari 2019 en ook mijn blog van 28 januari 2018 deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Paolo Cognetti, Harvey Shapiro, Iduna Paalman

De Italiaanse schrijver Paolo Cognetti werd geboren in Milaan op 27 januari 1978. Zie ook alle tags voor Paolo Cognetti op dit blog.

Uit: Antonia (Vertaald door Yond Boeke en Patty Krone)

“Antonia was een meisje uit Milaan dat verliefd was op de bergen. Ze werd geboren in de winter, op 23 februari 1912. Ook ik ben in de winter in Milaan geboren en ben vaak langs haar huis gelopen, een statige woning aan de Via Mascheroni, met op de voorgevel het bouwjaar,1914, dus het was nieuw toen de Pozzi’s er introkken. Het is een chique buurt, met veel huizen en villa’s 7 van een beschaafde industriële bourgeoisie die in Milaan nu niet meer bestaat, vlak bij het Parco Sempione waar Antonia, zo stel ik me voor, vaak naartoe ging omdat ze er iets van de bomen, de grasvelden en het water vond die ze in de rest van de stad zo node miste. Ze had geen band met dat huis, waarover ze nooit iets heeft geschreven, en overigens ook niet met de rest van Milaan, met uitzondering van de muziek die in de Scala en op het conservatorium werd uitgevoerd en de denkbeelden die opgeld deden op het Manzoni-lyceum en de Staatsuniversiteit, waar ze de mensen leerde kennen die voor haar het belangrijkst zouden blijken. Ze voelde zich meer thuis op het platteland van Lombardije, in de buurt van Paria. Haar moeder kwam daar vandaan: de Cavagna Sangiuliani’s, graven van Gualdana, hadden uitgestrekte landerijen bezeten langs de oevers van de Ticino, met bossen, velden, boerderijen, jacht- en visgebieden, maar ook een bibliotheek met tachtigduizend boeken, waaronder veel kostbare antiquarische werken. Haar grootvader was een gerespecteerd intellectueel geweest, die zich in het bijzonder had beziggehouden met de geschiedenis van Lombardije. Haar grootmoeder Nena, op-en-top een negentiende-eeuwse gravin, woonde nog steeds in het nabijgelegen Bereguardo, op een groot landgoed waar Antonia haar vaak ging opzoeken. De slootjes, de rijstvelden, de dijken en de mist vormden voor haar een vertrouwd landschap, net als de bochten en de draaikolken in de rivier. Toen ze in 1929 gedichten begon te schrijven, wijdde ze het eerste aan deze plek.

Vertewee

Ik herinner me dat, wanneer ik in het huis
van mijn moeder was, midden in de vlakte,
ik een raam had dat uitkeek
over de velden; ver weg, achter de bosrand
ging de Ticino schuil, en nog verder weg
zag je een donkere lijn van heuvels.
Ik had de zee toen nog maar één keer gezien,
maar daaraan dacht ik
met bittere weemoed terug als aan een geliefde.
Tegen de avond tuurde ik naar de horizon;
ik kneep mijn ogen half dicht, liefkoosde
met mijn wimpers contouren en kleuren:
en de lijn van de heuvels effende zich,
trillend, blauw: het deed me denken aan een zee
en die was me liever dan de echte.
Milaan, 24 april 1929”

 

Paolo Cognetti (Milaan, 27 januari 1978)

 

De Amerikaanse dichter Harvey Shapiro werd op 27 januari 1924 in Chicago geboren in een joodse familie uit Kiev. Zie ook alle tags voor Harvey Shapiro op dit blog.

 

Juli

Jullie dichters van de Late Tang sturen mij berichten
deze morgen.
De oostelijke hemel is roodgekleurd.
Schakels van vogelzang vormen een zwevende ketting.
In een uithoek van de wereld, omringd door de oceaan
en de lucht,
kan ik terugkijken op zoveel destructieve dagen
en nachten,
en ook vooruit, ego-demonen voor zover
de geest reikt.
Hier blijft, voor even, het licht hangen.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Harvey Shapiro (27 januari 1924 – 7 januari 2013)

 

Onafhankelijk van geboortedata

De  Nederlandse dichteres, schrijfster, presentatrice en columniste Iduna Paalman werd geboren in Rolde in 1991. Zie ook alle tags voor Iduna Paalman op dit blog.

Hitteplan

Ik werd een paal onder het viaduct. Ik was moe
en las: wil je rechtop blijven staan, moet je
een ledemaat zijn van de stad. 

Voel je de pols van het beton, de neerslag die klaarstaat
in maatpak, vanavond op sissende daken zal slaan? 

Er is een hitteplan geschreven: wees als de eenden.
Nestel je naakt in het gruis, kruip in de buizen
of broed op gloeiende tegels je kuikentjes uit. We overleven
alleen als we de zalen verlaten, ons in staaldraden sluiten,
omkleden met steen.

Kijk, de hagedis met bonzende romp, uit haar bek
de damp van de metrostations. Ze legt haar vel af,
verdwijnt in de spleet, wij volgen traag
haar voorbeeld.

 

A Queens Krönungsmesse

de rit begint niet in de vettige vacht van onze ma
maar met een dienst in een deftige buurt, een glanzend
pakket van boudoirs en vieze bedden, in de handen
van wie betaalt en zijn mond houdt

voor wie de attractie omzeilt is ons lichaam te winnen, het dunne
raam drukken wij als etiket tegen onze borst maar het draagt ons
niet als we vallen, wij zijn Mozart aan het hof: we zoeken een bergplaats
voor ons talent

wie zingt er mee in de sopraanaria, dit gillende gewelf
het geweld dat ons in elke sponning vastzet
ons dichtslaat als een deur

wie heeft ons in handen, wie opent de vitrine
en bedekt het bloed, wie heft het glinsterende hoofd
welk wezen, in godsnaam?

 

Iduna Paalman (Rolde, 1991)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 27e januari ook mijn blog van 27 januari 2019 en ook mijn blog van 27 januari 2018 deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Nora Gomringer, Simone Atangana Bekono, Martijn den Ouden, Michiel van Rooij

De Zwitsers-Duitse dichteres Nora Gomringer werd geboren op 26 januari 1980 in Neunkirchen an der Saar. Zie ook alle tags voor Nora Gomringer op dit blog.

 

Der Rose kündigen für den Tag, an dem alle nach Dornen fragen

An süßduftenden Tagen, an denen Regen auf allen Bänken sitzt
und ein Rentner über die Rohheit der Jugend erzürnt
-denn der Regen ist jung und tritt die Bänke mit Wasserfüßen-,
an schweren, dunstigen, ebendiesen Tagen
ist der Garten ein Revier der Zierde,
der Schnecken und Würmer,
der Zähne der Löwen,
der Größe der Rosen,
der Majestät und des Grüns.
Ich sitze und gehe manchmal,
es ist ein Tanzschritt eher als ein Wegbereiter,
ich komme nicht an, ja ich verlaufe mich sogar.
Ich trete auf die Zehen meines Baumes.
Mein zarter Schuh versucht ein Muster, versucht etwas bleibendes zu zeichnen,
der Regen wird kommen und wird vergessen machen.
Ich werde mich wegspülen, ich werde unter der Straße gluckern, ich werde mich
wenden, an Ecken an die Oberfläche sprudeln,
ich werde Wände hinauf und hinabsteigen.
Meine Hände spielen im Haar der Farne
und ertasten das Zarte und Gegangene.
Ich denke bei mir, wie leicht und sonderbar die Flächen sind, auf denen wir
                                                                                               wandern
und gar nicht leben.
Der Rose lecke ich den Hals, den schlanken und ihre breite Stola lässt mich im
Schatten weilen.
Der Dorn, der kleine Sarazene, ist voller Eifersucht. Sein Schwert ist alt und meine
Lust sehr jung. Die bunte Dame gewährt, dass ich ein Blatt von ihrer Brust ablöse,
ein Blütensegel, ein bauschiges Tüchlein, das ich mir um Lippen und Fingerkuppen
lege, um, wie ein Schwärmer, dummer Junge, kleiner Muck vor ihr zu lagern und
                                                                                                               wie
einer, der nur Rosenworte reden darf.
Meine Dame hat ihr Herz auf meine Zunge gelegt mit dem einen Kuss.
An Tagen, wie ebendiesen. In Nächten wie jenen,
entsage ich dem Duft und schicke mich, um sie zu betrügen,
an die Hände und Münder anderer Sträucher.
Ich beiße in die Tomate, ich feiere die Röte der Völle.
Hin und her schwingt mein Verdacht,
der Garten raunt. Ich bin entdeckt,
enttarnt als Larve, die ein Blatt zerreißt.
Die Ameise kommt, um nach mir zu sehen.
Die treue Amme trägt mich hinab.
Manchmal bin ich ein Haus, das verlassen wurde von einer Schnecke.
Ich liege als stille Erinnerung am Rand und Halme wachsen in mich hinein
und Vögel hallen wider.
Meine Mauern, die gewunden und wund, zittern wie einsturzgefährdet.
Kein Denken an die fröhlichen Feste.
Sie fragen nach Dornen, die Undankbaren.
Für ebendiesen Tag, sage ich, habe ich der Rose gekündigt.

 

VERSIES

en
een boot legt aan
Böcklin schildert een boot, die aanlegt.
schimmig,
zwelgend.
Een bootsman, naamloos,
al te gewillig, zich prijs te geven.
Hitler bezat een versie,
Utøya werd een
eiland
schimmig,
zwelgend.
Een boot legt aan,
aan boord een dood
een overgangsadvocaat
Böcklin schildert een boot, die aanlegt
Een bootsman naamloos,
Versies van Breivik.
Aan boord een dood,
rusteloos,
verzwolgen,
schimmenrijk,
zonder silhouet,
een eiland
en

 

Vertaald door Maud Vanhauwaert

 

Nora Gomringer (Neunkirchen an der Saar, 26 januari 1980)

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Nederlandse dichteres en schrijfster Simone Atangana Bekono werd in 1991 geboren in het Brabantse Dongen als dochter van een Kameroense vader en een Nederlandse moeder. Na het Sint-Oelbertgymnasium in Oosterhout studeerde ze een tijd Media & Cultuur aan de Universiteit van Amsterdam. Deze studie heeft ze niet afgerond. In 2016 studeerde ze af in creative writing aan hogeschool ArtEZ. Atangana Bekono debuteerde in 2017 met de dichtbundel Hoe de eerste vonken zichtbaar waren, waarvoor zij de Poëziedebuutprijs aan Zee 2018 en het Charlotte Köhler Stipendium 2019 ontving. In 2019 riep de Volkskrant haar uit tot een van de literaire talenten van 2020. In 2020 verscheen haar roman “Confrontaties”, waarin discriminatie en racisme centraal staan en de hoofdpersoon worstelt met angst, teleurstelling en woede. Het boek kwam op de shortlist voor de Libris Literatuurprijs 2021 en werd bekroond met de prijs Beste Boek voor Jongeren 2021 van de Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek. Ook de Hebban Debuutprijs 2021 en de Anton Wachterprijs 2022 werden aan haar toegekend. Ze trad twee keer op tijdens het literatuurfestival Winternachten, in 2017 en 2020. De Universiteit van Amsterdam benoemde Atangana Bekono per 1 november 2022 tot ‘Honorary Fellow’ aan de Faculteit der Geesteswetenschappen van de Universiteit, met als leidraad ‘Intimiteit in literatuur’.

 

vt I (origin0

de stad is heel mooi vandaag
regen valt rustig op zoevende auto’s
zilver zoals staal lekt op tapijten in de huizen van anderen
jij bent solide ergens anders
ik ga een blokje om

ik was oranje
jij een bleek soort blauw heel diep
scheuren ze langs de grachten als strepen
geen geslacht, die auto’s, slordig
als ik door de deuropening kijk zie ik je zoute glimlach
ooit mocht ik die van je gezicht slaan werd je zeiknat
de echte is er een die plastic smolt

snijd de tijd eruit
ik was weids en overdonderend een periode lang
ik zag een soort grotesk onvormlijk iets zo mooi
het deed bam bam je borsten of een zeilschip
het deed een spook na het was je wijsvinger of god
mijn richting uit gestoken of gewoon gewillig
ik draai me om maar kwam mezelf niet uit
zo groots zo vochtig nee ik loop dieper in mezelf en ben
ijskoude witte muren en de vloer is zo diepbruin
dat het pijn doet een kleur die zijn toekomst zoekt
glimmend en

ik snijd tijd eruit en tijd die toekijkt
een vloer die om zichzelf heen kromt
alles om me heen elk voorwerp – krom
elke hand ook elk rimpelend gat elk mes
blindslag in de hals gelegd niet ideaal maar wat er uit je
kruipt of dat expres is
samen tot één tentakel dat zich aan me vastzoog
                    me naar zich toetrok

ik of ik in mezelf
ik wil er meer van wat het ook is
ik at de houtskool op en dronk de inkt
wil de omheining worden niet omheind
ik kneed tijd strompel een rondje
maar jij stond gewoon stil!
en leeft!
en bewoog je!

 

Simone Atangana Bekono (Dongen, 1991)

 

De Nederlandse dichter en beeldend kunstenaar Martijn den Ouden werd geboren in Nieuw-Lekkerland in 1983.Zie ook alle tags voor Martijn den Ouden op dit blog.

 

Paradijzen

paradijs 1

het goed onderhouden buitenzwembad in Emmeloord omringd met eindeloze bossen en sportvelden waar ’s zomers beeldige atleten in gestreept badgoed lenig van de hoge springen

paradijs 2

de weelderig gedekte eettafel van de familie Tukker eerste kerstdag 1972 waar grootvader zich met het broodmes de keel doorsnijdt na zijn bekentenis de kinderen te hebben misbruikt

paradijs 3

het zonnewerend naaldbos dat bij 37 graden Celsius haar poriën opent en uit volle overgave het leven onder haar rokken verleidt zich voort te planten

paradijs 4

het steriele dierenasiel waar hopeloze dieren op een pijnloze wijze het tijdelijke met het eeuwige verwisselen op een met zonlicht bestreken behandeltafel

 

Martijn den Ouden (Nieuw-Lekkerland, 1983)

 

De Nederlandse dichter en schrijver Michiel van Rooij werd geboren in Eindhoven in 1982. Zie ook alle tags voor Michel van Rooij op dit blog.

 

Het verlangen naar Berlijn

Soms voel je een verlangen zo hevig
dat je het op dat moment al bijna
meemaakt. Vreemde momenten.

Zoals het biertje waar je naar op weg
bent en dat je eigenlijk al proeft.
Of het meisje dat je later ziet.

Opeens zat ik te ontbijten in Berlijn.
Zomaar een Imbiss.
Ergens half acht in de ochtend.

Ik kon het Brötchen horen kraken.
Rook de koffie en voelde de krant
ritselen tussen mijn vingers.

Om me heen dat kenmerkende
gedempte geroezemoes van openbare
ruimten, het klonk als het verlangen zelf.

 

Michiel van Rooij (Eindhoven, 1982)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 26e januari ook mijn blog van 26 januari 2019 en ook mijn blog van 26 jauari 2016 en mijn blog van 26 januari 2014 deel 1 en deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Lisa Weeda, John Donne

De Nederlandse schrijfster Lisa Weeda werd geboren in Dordrecht op 25 januari 1989. Zie ook alle tags voor Lisa Weeda op dit blog.

Uit: Aleksandra

“Mensen zoals ik,” bijt ze, “dit is geen plek voor jou. Kom terug als de oorlog voorbij is. Je dooie neef gaat heus nergens naartoe, geloof mij maar. Hop, ga opzij, ik moet een pokkeneind lopen naar huis en dan ook nog koken.”
“Kan ik niet met u mee,” dram ik door, “zodra we Loegansk bereiken ga ik mijn eigen weg, als ik mijn familie gebeld heb.”
“En als ze niet opnemen? Blijf je dan bij mij? Ik ga in de avond naar mijn kelder, nog steeds, na vier jaar. Kom je dan naast me in mijn eenpersoonsbedje liggen? Moet ik je verhalen vertellen over betere tijden tot je in slaap valt?”
“Papieren, mevrouw,” zegt de soldaat en steekt zijn arm uit.
“Ja, ja.”
De vrouw sist naar me en tilt haar tassen op een lange tafel. Uit haar beha trekt ze een Oekraïens paspoort en een paspoort van de Volksrepubliek Loegansk. De soldaat kijkt naar haar gezicht en naar de foto”s. Dan opent hij een voor een haar tassen. Hij is niet veel ouder dan ik, zie ik nu. Zijn handen bewegen door de spullen, weckpotten met augurken, pakken melk, bebloemde onderbroeken, in knisperend plastic verpakte panty”s, een broccoli, een artisjok, blikken bonen, knakworsten, smalle blikjes met sardientjes, geel-blauw gestreepte plastic bekers, een zwart brood, plastic borden met felroze bloemen erop.
“Waarom was u in Oekraïne?”
“Pensioen. Groente. Brood, panty”s. Een paar nieuwe onderbroeken.”
“Wat komt u hier doen?”
“Man, man, man, je zou me inmiddels moeten herkennen. Je zou me over die gammele brug naar huis moeten dragen. Ja! In die grote armen van je, waar je de hele dag deze lichte paspoortjes mee vasthoudt.”
“Mevrouw –”
“Ik ben het zat. Zo zat. Ben jij het niet zat? Dit circus, dit theaterspel.”
“Mevrouw, alstublieft, nu staat u zelf de rij op te houden. Wij doen meer dan paspoorten controleren, dat weet u ook.”
“Ja, aan díé kant!”
Ze wijst achter zich, naar Oekraïne, en lacht schamper: “Wat een mop. Iedereen loopt hier altijd maar grenswachtertje te spelen. Er is geen bal veranderd in al die tijd dat ik hier leef.”

 

Lisa Weeda (Dordrecht, 25 januari 1989)

 

De Engelse dichter John Donne werd ergens tussen 24 januari en 19 juni 1572 geboren in Londen. Zie ook alle tags voor John Donne op dit blog.

 

Holy Sonnets

III

Keer weer, gij zuchten, tranenstroom, en spoed
Terug naar borst en oog, vanwaar gij ging
Opdat ik in heilige begoocheling
Nu rouw met vrucht. Ik heb vergeefs geboet.
Wat scheurde het hart om niet, welde er een vloed
Van tranen, – straf om mijn verafgoding.
Dat lijden was mijn zonde; ik zie het nu in –
Omdat ik leed, is het pijn die ik lijden moet.
De dronkaard, dief die “s nachts veel onheil sticht,
De opschepper en hij die steeds wel lust
Weten hoe fijn het was, als tegenwicht
Voor pijn die komen zal. Geen enkele rust
Krijgt arme ik: lange, hevige pijnen gaf
Mij oorzaak en gevolg, zonde en straf.

 

Vertaald door Jan Jonk

 

John Donne (24 januari 1572 – 31 maart 1631)
Borstbeeld door Nigel Boonham, 2012, St Paul”s Cathedral Churchyard

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 25e januari ook mijn blog van 25 januari 2021 en ook mijn blog van 25 januari 2019 en ook mijn blog van 25 januari 2017 en ook mijn blog van 25 januari 2015 deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

E. Th. A. Hoffmann, Derek Walcott

De Duitse dichter en schrijver Ernst Theodor Amadeus Hoffmann werd geboren in Koningsbergen op 24 januari 1776. Zie ook alle tags voor E. Th. A. Hoffmann op dit blog.

Uit: Ridder Gluck. Een herinnering uit het jaar 1809 (Vertaald door Albert Verwey)

“Het late najaar in Berlijn heeft gewoonlijk nog eenige schoone dagen. De zon treedt vriendelijk uit de wolken te voorschijn, en snel verdampt de nattigheid in de lauwe lucht die door de straten waait. Dan ziet men een lange rij, bont door elkaar – dandy’s, burgers met de vrouw en de lieve kleinen in zondagskleeren, geestelijken, jodinnen, ambtenaren, lichtekooien, professoren, modistes, balletdansers, officieren en anderen – door de Linden naar de Thiergarten trekken. Weldra zijn alle plaatsen bij Klaus en Weber bezet; de cichorei-koffie dampt, de dandy’s steken hun cigarros aan; men spreekt, men twist over oorlog en vrede, over de schoenen van Mad. Bethmann, of zij onlangs grijs of groen waren, over de gesloten handelsstaatGa naar voetnoot1) en het bederf van de pasmunt, tot alles in een aria uit Fanchon vervloeit, waarmee een ontstemde harp, een paar niet gestemde violen, een teringachtige fluit en een kortademige fagot zich en de toehoorders plagen.
Dicht bij het hek dat het terrein van Weber scheidt van de straatweg, staan verscheidene kleine ronde tafels en tuinstoelen; hier ademt men vrije lucht, kijkt naar de gaanden en komenden, is op een afstand van het kakaphonisch geweld van dat vermale. dijd orkest. Daar ga ik zitten, me aan het luchte spel van mijn fantasie overlatend, die mij bevriende gestalten toevoert, met wie ik over wetenschap, over kunst, over alles wat de mensch het dierbaarst zijn moet, me onderhoud. Bonter en bonter golft de stroom van de wandelaars langs me; maar niets stoort me, niets kan mijn gefantaseerd gezelschap doen vluchten. Alleen het vervloekte trio van een allerlaaghartigste wals ontrukt me aan mijn droomen. De knarsende bovenstem van de viool en fluit en de brommende grondbas van de fagot alleen hoor ik; zij gaan op en neer, vast bij elkaar blijvend in octaven, die het oor verscheuren, en onwillekeurig, als iemand wie een brandende smart doorwoelt, roep ik uit:
‘Welk een razende muziek! Die afschuwelijke octaven!’
Naast mij murmelt het:
‘Verdoemelijk noodlot! Alweer zoo’n octavenjager!’

 

E. Th. A. Hoffmann (24 januari 1776 – 25 juni 1822)
Zelfportret, voor 1822

 

De Westindische dichter en schrijver Derek Walcott werd geboren op 23 januari 1930 op St. Lucia, een van de kleine Bovenwindse Eilanden. Zie ook alle tags voor Derek Walcott op dit blog.

 

In de Village

II

Iedereen in New York zit in een sitcom.
Ik zit in een Latijns-Amerikaanse roman, één
waarin een viejo met zilverreigerhaar met wat
onzichtbaar verdriet trilt, een obscene aandoening,
en het in het geheim beschrijft, totdat het in zijn gezicht te zien is,
de rimpels tussen haakjes bevestigen zijn fictie
tot zijn diepe schaamte. Kijk het is
gewoon het oude verhaal van een hart dat maar niet wil stoppen
wat de kansen ook zijn, wereldvreemd. Het is slechts één dat
niemands hart zal breken, zelfs niet als de grijze kolonel
van zijn paard tuimelt in een cavalerie-aanval, in een gevecht
dat hem niet to standbeeld maakt. Het is de hel
van gewone, onbeantwoorde liefde. Kijk naar deze zilverreigers
in een slordige groep, witte vlaggen, die over het gazon sjokken
hopeloos achterop; zij zijn de verbleekte spijt
van de memoires van een oude man, gedrukte strofen.
hun gescharnierde vleugels tonend als wijd open geheimen.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Derek Walcott (23 januari 1930 – 17 maart 2017)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 24e januari ook mijn blog van 24 januari 2021 en ook mijn blog van 24 januari 2019 en ook mijn blog van 24 januari 2017 en ook mijn blog van 24 januari 2016 deel 2.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Wouter van Heiningen, Derek Walcott

De Nederlandse dichter Wouter van Heiningen werd geboren op 23 januari 1963 in Leidschendam. Zie ook alle tags voor Wouter van Heiningen op dit blog.

 

Lijnen

Waarom die verticale precies en die
horizontale minder precies die dikte

heeft is uit de rangschikking niet
objectief op te maken. De schepper

heeft er vast zijn redenen voor gehad
maar of het telt weet geen van de

belangstellenden. Uitleg blijft uit of
anders gezegd wordt niet gegeven.

Misschien is hier sprake van gezichts-
bedrog of enige mate van vertekening.

 

Geen vluchtig moment

Dit is niet slechts passeren,
geen terloops
geworpen blik

je ogen afvegen, desnoods deppen,
aan dat ene moment,
geen vluchtig rendez vous

dit is meer dan kijken, zien
zonder ogen, weten wat blijft
en beklijft

het is niet slechts passeren,
dit is kleven en grijpen,
vasthaken met tentakels

 

Tussen jou en mij

Praat niet geringschattend over de taal
van mijn mond, mijn handen
die kracht zouden ontberen

bergen heb ik verzet voor jou
luchten geschilderd in het felste blauw
het zonlicht beschreven als ware
het een pasgeborene

hou niet van me
om mijn daden,
bewonder me niet
om wie je ziet

geef me een vinger
een oogopslag, daaraan
heb ik genoeg

 

Wouter van Heiningen (Leidschendam, 23 januari 1963)

 

De Westindische dichter en schrijver Derek Walcott werd geboren op 23 januari 1930 op St. Lucia, een van de kleine Bovenwindse Eilanden. Zie ook alle tags voor Derek Walcott op dit blog.

 

Kaart van de Nieuwe Wereld

1 Archipels

Aan het einde van deze zin begint het te regenen.
Aan de rand van de regen, een zeil.

Langzaam zal het zeil de eilanden uit het oog verliezen;
In een nevel verdwijnen zal het geloof in havens
van een heel ras.

De tienjarige oorlog is voorbij.
Helena’s haar, een grijze wolk.
Troje, een witte askuil
bij de druilerige zee.

De motregen wordt strakker als de snaren van een harp.
Een man met troebele ogen pikt de regen op
En tokkelt het eerste vers van de Odyssee.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Derek Walcott (23 januari 1930 – 17 maart 2017)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 23e januari ook mijn blog van 23 januari 2019 en ook mijn blog van 23 januari 2016 deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Delphine Lecompte, Rainer Stolz

De Vlaamse dichteres en schrijfster Delphine Lecompte werd geboren op 22 januari 1978 in Gent. Zie ook alle tags voor Delphine Lecompte op dit blog.

 

Dit gedicht gaat niet over een metafysische kaarsenmaker die ‘s nachts van kleur verschiet

Vijf jaar geleden toen mijn vader nog een beroep had
Was hij op een zondag jarig zonder bombarie
De dag voordien had ik al een verjaardagscadeau gekocht
Ik moest het vervoeren met een kruiwagen
Hij weigerde de gemummificeerde orang-oetang te aanvaarden.

Vandaag is mijn vader opnieuw jarig
Een prachtig cadeau werd mij in de schoot geworpen
Gisteren heb ik namelijk een onverwoestbare kaasstolp gewonnen
In de reeuwse parochiezaal van het West-Vlaamse gehucht
Waar ik als tienjarige voodoolessen heb gekregen van een schele looier.

Mijn vader is verzot op kaas
Een beroep heeft hij niet meer
Vier jaar geleden kreeg hij zijn ontslag
Nadat hij werd betrapt op sodomie met een hond
Het was de labrador van de onderdirecteur van de roeispanenfabriek.

Mijn vader houdt van water
Zijn favoriete water is de Noordzee
Zijn lievelingskaas is belegen
Hij doet de deur open
Omdat ik de stolp voor mijn kop hou schrikt hij zich een hoedje.

Na te zijn bekomen zet hij zijn kroon recht
Hij neemt de stolp aan
En kust mij met lippen
Die vandaag nog geen enkele andere dochter hebben gekust
Zijn enige andere dochter is nog onderweg.

In de woonkamer ken ik de twee aanwezige feeën:
De blondine assisteert hem dagelijks bij zijn kaasproeverij,
En de roodharige helpt mijn vader wekelijks met de ontwenning van zijn waterfixatie,
Zijn enige andere dochter komt maandelijks de ukeleles herbesnaren.

 

Misantropie en goedertierenheid leven in dezelfde winkel, likken dezelfde zolen

Ik vind drie puzzelstukjes op de drempel
Van de misantropische schoenmaker
Het zijn twee lamakoppen en een vorksteel
De schoenmaker is misantropisch geworden
Na de galblaasverwijdering van zijn favoriete dochter.

Ze heeft de operatie niet overleefd
Met blote voeten is ze gecremeerd
Op haar sweater stond een sledehond
Aan de linkerpijp van haar jeansbroek plakte
Een sinaasappelsticker, of was het een clementine?

De kater van de schoenmaker heet ‘Goedertierenheid’
Zo heet hij al jaren
Ik sar hem niet met mijn veters
Ik laat hem likken: stroop van mijn nagelriemen,
Honing van mijn onetherische zolen.

Ik probeer mij niet af te vragen waar
De andere puzzelstukjes zijn gebleven
Ik stel mij geen 997 stukjes voor
Met de afbeelding naar beneden
Op een vals marmeren keukenvloer.

Ik beeld mij in dat de puzzelstukjes liggen
Op de dode borst van een vergiftigde paardendief
Met de afbeelding naar boven
Is de lucht gegroepeerd
Maar de lama’s en de picknickende anesthesisten
Zijn hopeloos verstrooid.

 

Delphine Lecompte (Gent, 22 januari 1978)

 

De Duitse dichter en schrijver Rainer Stolz werd geboren in Hamburg op 22 januari 1966. Hij woont nu in Berlijn. Zie ook alle tags voor Rainer Stolz op dit blog.

 

slingerende lading

“Slingerende lading, heel lastig”
zegt mijn buurman, terwijl hij het leeggoed balanceert
op zijn fietsstuur, onder zijn arm
folders (“we blijven hier!”), opnieuw
stuit ik op de leesreflex: “ga weg!-
schade!”, ervaar live hoe hij ruimte inneemt
de sanering in mij, die ik de afslag
naar de alkpunk gemist heb – of
kan het ook met moutbier? rond te hangen hier
tussen de waardepapieren, onderweg te zijn
met het hersenschimzeil bij het herkenteren
van de vakantie in het detail van een uitwijkstrook
van de uitleendienst van de lucht en van de lectuur
die zich opent op de rand van de vlucht, van het succes
een dag te stelen, en nog een, zo
dat overschotten nestkasten worden
en schommelingen vleugelslagen?

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Rainer Stolz (Hamburg, 22 januari 1966)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 22e januari ook mijn blog van 22 januari 2021 en ook mijn blog van 22 januari 2019 en ook mijn blog van 22 januari 2017 deel 1, deel 2 en deel 3.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Louis Menand, Edward Hirsch

De Amerikaanse schrijver en letterkundige Louis Menand werd geboren op 21 januari 1952 in Syracuse, New York. Zie ook alle tags voor Louis Menand op dit blog.

Uit: The War On Chaplin (The New Yorker, 20 Nov. 2023)

“Chaplin’s run of silents continued into the talkie era. Two of the most iconic silent movies ever made, “City Lights” (1931) and “Modern Times” (1936), were made long after the shift to sound. Chaplin gambled that there was still an audience for silent movies. He also knew that once the Tramp spoke he would cease being an Everyman and become merely an Englishman.
Those films embodied, for many people, a distinctive attitude toward life in the twentieth century. City Lights became the name of the San Francisco publisher that put out Allen Ginsberg’s “Howl” (1956) and other dissident works; Les Temps Modernes was the name of the intellectual journal founded in Paris in 1945 by the existentialists Jean-Paul Sartre and Simone de Beauvoir. The Tramp was evoked during the Berkeley Free Speech Movement in the nineteen-sixties and the Solidarity movement in Poland in the nineteen-eighties. The Tramp stood for the Individual against the System.
In 1940, Chaplin made his first talkie, a satire of Hitler and Mussolini called “The Great Dictator.” It was a huge hit. And then the sky fell. The country, or a very noisy part of it, turned against him, and eventually, after a decade of critical and political abuse, Chaplin left the United States, cashed out his American assets, bought a house in Switzerland, and did not return for twenty years.
That was in 1972, when Chaplin was eighty-two and frail. He came back to accept an honorary Oscar, and was greeted with a twelve-minute ovation, said to be the longest in the history of the Academy Awards. By then, accusations that had once been damaging—of sexual libertinage and Communist sympathies—had lost most of their force.
Still, even for people who were not around when the reputational crash occurred, the shadow of the old charges lingered. The image of Chaplin the man had become virtually the inverse of the Tramp’s: oversexed, ungenerous, anti-American. Scott Eyman’s “Charlie Chaplin vs. America” (Simon & Schuster) is an attempt to explain what happened.
The story is not new. Sadly, it’s not old, either. As Eyman says, it “eerily foretells the homicidal cultural and political life of the twenty-first century.” Chaplin was set upon by the mid-century equivalent of social media—newspaper columnists—and was targeted by a “weaponized” government agency, the F.B.I.
Chaplin’s chief antagonists among the columnists—whose audiences, in the days before television, were considerably larger than the audiences today for Fox News and MSNBC—were gossip columnists like Hedda Hopper and Walter Winchell (who also had a weekly radio show heard by twenty million people) and anti-Communist flamethrowers like Westbrook Pegler and Ed Sullivan, a vigorous enemy of subversives before he became defanged by serving as the man who introduced the Beatles to America. The proximate cause of Chaplin’s exile was the cancellation of his reëntry permit by Harry Truman’s Attorney General after Chaplin had taken his family on a trip abroad.”

 

Louis Menand (Syracuse, 21 januari 1952)

 

De Amerikaanse dichter en letterkundige Edward Hirsch werd geboren op 20 januari 1950 in Chicago. Zie ook alle tags voor Edward Hirsch op dit blog.

 

De wijder wordende hemel

Ik ben zo klein als ik over het strand loop
’s nachts onder de steeds wijder wordende hemel.
Het natte zand versnelt onder mijn voeten
en de golven donderen tegen de kust.

Ik beweeg me weg van de promenade
met zijn kleurrijke slingers van mensen
en de hotels met hun knipperende lichten.
De wind zucht honderden kilometers lang.

Ik verdwijn zo ver in het donker
Dat ik uit het zicht ben verdwenen.
Ik ben een kleine zeeschelp
die in het geheim aan land is gedreven

en het geluid draagt van de oceaan
die door zijn lichaam stroomt.
Ik ben zo klein dat niemand mij kan zien.
Hoe kan ik vervuld worden met zo’n enorme liefde?

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Edward Hirsch (Chicago, 20 januari 1950

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 21e januari ook mijn blog van 21 januari 2022 en ook mijn blog van 21 januari 2019 en ook mijn blog van 21 januari 2018.

Geschreven door Romenu om 17:19 Reageer op dit bericht

Stefan Popa, Edward Hirsch

De Nederlandsche schrijver en journalist Stefan Popa werd op 20 januari 1989 geboren in Vleuten. Zie ook alle tags voor Stefan Popa op dit blog.

Uit: In de schaduw van de eik

“Ik druk mijn duim in de noest boven mijn voorhoofd en sleep mijn huid langs de nerf, over het taaie eikenhout, tot een splinter mijn vel in sluipt en ik op mijn tong bijt om geluidloos te kermen. Omdat ik toch iets denken moet, denk ik: ’toog’ betekent zowel ‘priestergewaad’ als <bar’ Ik stop mijn duim in mijn mond en zuig het ijzer uit mijn lijf. Als de wond is gestold, vouw ik mijn handen kruislings over mijn borst en wacht net als iedereen het einde af. De mouwen van mijn gasten ruisen als zij hun kruisen slaan. Het moet me meer zorgen baren Ik hoor hoe de priester opnieuw rond mijn lichaam klingelt. Hij prevelt zoetgevooisde woorden die ik niet versta. Ingenesteld in eiken tel ik mijn grafrede af. Er zit een ruimte van twee vuisten tussen neus en deksel, maar ik heb in te veel kleine keukens gewerkt om nu nog claustrofobie te ontwikkelen. Ik lig zo stijf als ik kan. Zonder de priester te zien volg ik het geketende wierookvat in zijn handen, op en neer, heen en terug, als een pendule die de toeschouwer in hypnose leidt. Mijn ingetoomde adem stuit op de deksel en keert nog warm terug. Ik begrijp best dat je soms wordt verrast door het leven – noem het overrompeld – maar dit is niet het einde dat ik me had voorgesteld. Ik ben hier niet heen gegaan om te sterven. De priester kucht. Ik bijt me door de psalmen, hymnes, gebeden en klaagzangen.
Een hoop gedoe om niets. Ik heb heel mijn leven gezegd dat ik niet gecremeerd en zeker niet begraven wilde worden. Stoof mijn lijf in een ketel met abdijbier en voer me aan het meest misbruikte dier ter wereld: het varken. Volgende keer beter. De priester neemt een slok water voor hij preekt. Hij vervloekt de globalisering, de eindeloze nood tot consumeren die zelfs is doorgedrongen tot zijn gemeente in het hoge noorden en het gebrek aan spiritualiteit die over de moderne mens is neergedaald. Hij pauzeert kort zodat alle aanwezigen mij voor zich zien, de Alex die zij zo kort kenden. .is te vroeg, veel te vroeg, teruggeroepen: Ik houd van mijn voornaam. Van mijn voornaam wel. Alex past me. Die naam heb ik te danken aan mijn vader, die mijn vader niet was. Hij gaf me bij een poldergemeente onder zeeniveau aan als Alex Petrescu. Tegen de zin van mama, zij stond erop om mij Codrin te noemen. Dat kon ze vergeten. Mijn voornaam was de naam die hij mij wilde geven om mijn vader te spelen. Het was een eenzijdig compromis. Al hield hij wel degelijk rekening met haar geboortegrond: het ging wat hem betrof tussen Daniel, Victor, Stefan, zonder komma onder de s, en Alex. Een Alex zou tenminste werk vinden in een kantoortoren. ‘Ik begraaf meer mensen dan ik doop: zegt de priester. Hij zucht – oprecht, geloof ik. ‘Dat kan ik accepteren, dat is mijn last. Maar dit…’ Hij wijst, vermoedelijk, naar mij. Ik druk mijn achterhoofd dieper in het hoofdkussen. Met mijn vingers hamer ik rond de kloppende schotwond in mijn buik. Soms druk ik mijn wijsvinger erop, zo hard als ik aankan, om vast te stellen hoe dood ik wel niet ben.”

 

Stefan Popa (Vleuten, 20 januari 1989)

 

De Amerikaanse dichter en letterkundige Edward Hirsch werd geboren op 20 januari 1950 in Chicago. Zie ook alle tags voor Edward Hirsch op dit blog.

 

Een gedeeltelijke geschiedenis van mijn domheid

Er kwam veel verkeer van de brug af,
en ik nam de weg naar rechts, de verkeerde,
en zat urenlang vast in de auto.

De meeste nachten haastte ik me de avond in
zonder op de bomen te letten,
waarvan ik de namen niet wist,
of de vogels, die achteloos verder vlogen.

Ik kon mijn verlangens niet opgeven
of ze accepteren, en dus slenterde ik verder
als een tijger die wilde springen,
maar was nog steeds bang voor de wildernis in mij.

De ijzeren staven leken onzichtbaar voor anderen,
maar ik droeg een kooi in mij rond.

Het kon mij teveel schelen wat andere mensen dachten
en maakte opmerkingen die ik niet had moeten maken.
Ik zweeg terwijl ik had moeten spreken.

Vergeef mij, filosofen,
Ik heb de stoïcijnen gelezen, maar ze nooit begrepen.

Ik had het gevoel dat ik het verkeerde leven leidde,
geestelijk gesproken,
terwijl over de halve de wereld
duizenden mensen werden afgeslacht,
sommigen van hen door mijn landgenoten.

Dus liep ik verder – afgeleid, in gedachten verzonken –
en vergat aandacht te besteden aan degenen die leden
ver weg, dichtbij.

Vergeef me, geloof, dat ik er nooit een heb gehad.

Ik geloofde niet in God,
die mij ontging.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Edward Hirsch (Chicago, 20 januari 1950)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 20e januari ook mijn blog van 20 januari 2019 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Bert Natter, Edward Hirsch

De Nederlandse schrijver, uitgever en journalist Bert Natter werd geboren in Baarn op 19 januari 1968. Zie ook alle tags voor Bert Natter op dit blog.

Uit: Begeerte heeft ons aangeraakt

“Als je ophoudt met zingen zal ik je alles vertellen. Ons verhaal begon tien dagen geleden, toen de koningin naar het Residentieel Museum kwam om de nieuwbouw feestelijk te openen. Het paviljoen van vijftien miljoen zoals de kranten het die morgen noemden. Wisten zij veel dat het meer had gekost? Een kapitaal dat listig was losgepraat bij de overheid en het bedrijfsleven. Daar was Krystel Buwalda goed in. Ze deed haar bedelpakje aan en mannen die rijk en dik waren geworden door hun personeel uit te knijpen, sloegen hunkerend het bedrijfsspaarvarken stuk. Zij begreep niet dat een jonge man van nog geen veertig conservator bleef van wat zij noemde ‘het stilste orkest ter wereld’, terwijl ze me zes jaar eerder zelf had gepaaid en aangenomen in de functie van Hoofd Oude Muziekinstrumenten. Krystel beschouwde de collectie die ik beheerde als een kerkhof waarbij je beter niet te dicht in de buurt kon komen. Alles ‘van nu’ achtte zij altijd ‘relevanter’ dan het verleden. Ik denk dat ze van mij had verwacht dat ik bijzondere vondsten zou toevoegen aan de collectie: instrumenten die hadden toebehoord aan beroemde componisten, of die gemaakt waren door bekende bouwers, maar hoezeer ik ook in aanzien stond bij collega’s, nooit had ik een wereldschokkende ontdekking gedaan. Dat Krystel zich niet interesseerde voor de collectie zoals die was, maar vooral voor aanwinsten die publiciteit konden genereren, had ik kunnen weten, want kort voordat ik voor haar ging werken liet ze me de eerste nota lezen die ze als directeur had afgescheiden: Het Residentieel Museum moet een structureel en kernachtig beeld geven van het voortdurend in beweging zijnde en snel veranderende eigentijdse moderne-kunstlandschap in Nederland door onderdak te bieden aan cruciale en toonaangevende vormexperimenten van levende kunstenaars die de huidige maatschappelijke ontwikkelingen als vitale grondstof zien voor hun werk. Re-Muse werd het paviljoen gedoopt. Bij ‘paviljoen’ denk jij misschien aan een rustiek prieeltje in de tuinen van Versailles waar onder het getinkel van een klavecimbel gesuikerde rozenblaadjes worden geserveerd, maar Re-Muse heeft meer van een Spartaanse kazerne. Het monumentale hoofdgebouw van het Residentieel Museum verschrompelt erbij tot een verdwaalde maquette uit het naburige Madurodam. Hoogtepunt van de tentoonstelling was het laatste kunstwerk, een concept van E. Kracht, dat bestond uit een kubus zo groot als een eengezinswoning die je alleen kon betreden door in een camera inside te zeggen. De deur ging open en binnen was je gezicht terug te zien op grote schermen, vertraagd en zonder geluid. Wilde je naar buiten, dan moest je in een andere camera nothing zeggen. Ik ging de dag voor de opening rechtstreeks van Schiphol naar het museum en wilde Krystel meteen verslag doen van mijn reis.”

 

Bert Natter (Baarn, 19 januari 1968)

 

De Amerikaanse dichter en letterkundige Edward Hirsch werd geboren op 20 januari 1950 in Chicago. Zie ook alle tags voor Edward Hirsch op dit blog.

 

De taak

Je had nooit verwacht
zoveel uren door te brengen
starend naar een leeg vel
gelinieerd papier
onder de harde binnenlampen
van een nachtelijk diner,
en je hart te verpesten
boven ‘t ene na ‘t andere
kopje bittere koffie
en Meister Eckhart te lezen
of Sint-Jan van het Kruis
of een andere mysticus
van het niets
op een felgekleurde bank
naast een raam
uitkijkend
op een verlaten afrit
of onvoltooide brug
of opzichtig verlichte parkeerplaats
voorbij
Detroit of Houston
of een andere stad
verlaten om drie uur ‘s nachts
met eenlingen
en slapelozen
het hoofd biedend aan de duisternis
van een eindeloze nacht
die zich uitstrekte over maanden
en jaren.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Edward Hirsch (Chicago, 20 januari 1950)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 19e januari ook mijn blog van 19 januari 2019 deel 1 en ook deel 2.

Geschreven door Romenu om 17:14 Reageer op dit bericht

James Brasfield

De Amerikaanse dichter en vertaler James Brasfield werd geboren op 19 januari 1952 in Savannah, Georgia. Hij studeerde af aan Armstrong State College en Columbia University, met een MFA. Zijn werk is verschenen in AGNI, Chicago Review, Colorado Review, Crazyhorse, The Iowa Review, New Orleans Review, Poetry Wales, The Seattle Review en The Southern Review. Hij was van 1993 tot 1994 een Fulbright Scholar aan de Nationale Universiteit Kiev-Mohyla Academie, Oekraïne en keerde later terug naar Oekraïne om les te geven aan de Yuri Fedkovych State University in 1999. Hij gaf les aan de Western Carolina University en was gasthoogleraar aan de University of Memphis in 2008 tot 2009. Brasfield geeft momenteel les aan de sectie Engels aan de Pennsylvania State University.

 

 

Early Afternoon, Having Just Left the Chapel of San Francesco

Radiant the delayed calmness,
—Do you feel it, I said. —Yes, you said,

of what only each can know,
kernel of radiance, the globo terrestre

of a water drop, not the passing adaptations
of canonical light, but seconds stilled—

our hearts beating through the moments—centuries
of the next tick of a watch relieved,

a world enough in time to imagine
Piero walk to work across cobblestones

toward a completion, his close attention
to sunlight passing through shadows

owned by the sharp angles of buildings,
sunrays warming what they touch. 
  
Piero, first a painter, is not a monk. 
He will make what welcomes light

a source of light: slow the day
he will add lucent black wings

to white feathers of the magpie
ever alight on a roof-edge.

I found a feather on a stone, feather I thought
from the angel’s wing, that arc of light

held aloft in descent, shared with us
and Constantine in his dream. 

I think of a white egret returning home near
the high creek, through unwavering

evening light, to sleep, sleep at Sansepolcro,
where we were headed in a rental car.

 

 

Expleasure

How time slowed when any thought
or apprehension of the next instant
vanished (no obligation, then or later),

how in that long moment, all at once,
yet without surprise, how what was close
was present in a sudden suspense,

as such things rarely exist
as they did then, each apart from all,
seen as it might be truly,

and gave way to a pleasure
that had long been missing,
to expleasure, as if I were akin

to the smallest things—ribs
of a leaf, penny on a dresser—
of a saving stillness, doubtless

always here, just beyond
the scrim of what calls us
from that silent astonishment,

the more so since the feeling
dissolves with its presence of detail
merging with a distant seeing,

as when I walk through a room
and nothing is equal there to the calm
from the simply seen.

 

 

James Brasfield (Savannah, 19 januari 1952)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Peter Stamm, Sascha Kokot

De Zwitserse schrijver Peter Stamm werd geboren op 18 januari 1963 in Weinfelden. Zie ook alle tags voor Peter Stamm op dit blog.

Uit: In einer dunkelblauen Stunde

„Ich weiß nicht, wie viel Zeit mir bleibt, sagt Wechsler, aber wer weiß das schon? Es gab Momente, in denen mir das Ende näher schien als jetzt. Er steht am Ufer der Seine, der Himmel ist bedeckt, ein paar Tauben fliegen vorüber. Wechsler macht eine unbestimmte Handbewegung, als wolle er den Ge-danken verscheuchen. Im Hintergrund ist ein Touristenschiff zu sehen, das mit überraschend hoher Geschwindigkeit vorüberfährt. Wechsler dreht sich von der Kamera weg, schaut auf den Fluss, zuckt mit den Schultern. Damit könnten wir doch anfangen. Das war, nachdem er uns von jenem Unfall in den Bergen erzählt hat, nicht wahr?, sagt Tom. Er sitzt auf dem Bett und liest etwas. Was liest du da? Es war kein Unfall. Nur beinah. Für Wechsler war das ein Schlüsselmoment. Sollen wir mit ihm in die Berge fahren und filmen, wie er da herumstolpert und sich erinnert? Wenn er überhaupt kommt. Die Geschichte haben wir doch schon. Thomas. Seit kurzem will er, dass ich ihn Thomas nenne. Warum will jemand, der vier-zig Jahre lang Tom gewesen ist, plötzlich Thomas sein? Ich springe zurück. Es wäre schön, wenn wir die Aufnahme in den Bergen machen könnten, sagt Tom. Berge sind immer schön. Paris, das Dorf, die Berge. Vermutlich wird die Geschichte mit jedem Mal erzählen etwas dramatischer. Was liest du da? Den Hotelprospekt. Eine kleine Entdeckungsreise durch unser Hotel, umgeben von einer abwechslungsreichen Landschaft in einem verträumten Weinbauerndorf Eine hochstehende Gastronomielandschaft, die für jeden Gaumen etwas Passendes bereithält. Bei uns lassen sich Arbeit und Vergnügen bestens verbinden. Nichtraucherzimmer, freier Internetzugang, ein Eldorado für jeden Geschäftsmann. Und für die Geschäftsfrau? Da ist es. Ich schalte auf normale Geschwindigkeit. … hatte mich im Weg geirrt, sagt Wechsler, aber statt zurückzugehen … ich habe es immer gehasst, Wege zurückzugehen. Das Gelände wurde steiler und steiler, alles rutschte, es kam mir vor, als sei die ganze Welt in Bewegung, nichts mehr fest. Und dann waren da plötzlich Felsen. Da habe ich gedacht, jetzt … dass ich sterblich bin, wurde mir da erst so richtig … habe ich da erst begriffen. Er hat die unangenehme Angewohnheit, Sätze nicht zu Ende zu sprechen. Man weiß zwar, was er meint, aber er sagt es nicht. Wir können keinen Film aus lauter angefangenen Sätzen machen. Ich drücke auf schnellen Vorlauf. … wer weiß das schon, sagt Wechsler. Es gab Momente, in denen mir das Ende näher schien als jetzt. Wir könnten das auch ganz an den Schluss nehmen, sagt Tom. Quasi als Ausblick. Der Film ist zu Ende, aber das Leben geht weiter. Und dann verschwindet er in den Sonnenuntergang, da an dem kleinen See.“

 

Peter Stamm (Weinfelden, 18 januari 1963)

 

De Duitse dichter, schrijver en fotograaf Sascha Kokot werd geboren op 18 januari 1982 in Osterburg. Zie ook alle tags voor Sascha Kokot op dit blog.

 

het beddengoed blijft liggen

het beddengoed blijft liggen
voor een paar dagen
als een gevederde afdruk
van mijn beweging in deze
ruzie twee meter boven
de grond blijft het smeulen
woelen de kinderen de jouwe
en de mijne daarin rond
spelen burcht of grot
zo dik gewatteerd doet hun
niets pijn liggen ze niet
gewond op dit slagveld

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Sascha Kokot (Osterburg, 18 januari 1982)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 18e januari ook mijn blog van 18 januari 2019 en ook mijn blog van 18 januari 2015 deel 2 en ook deel 3.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Ilja Leonard Pfeijffer, Raoul Schrott

De Nederlandse dichter en schrijver Ilja Leonard Pfeijffer werd geboren op 17 janauari 1968 in Rijswijk. Zie ook alle tags voor Ilja Leonard Pfeijffer op dit blog.

Uit: Alkibiades

“lk heb niet de reputatie dat ik snel geneigd ben tot schaamte en hoewel ik begrijp dat ik deze reputatie met mijn daden vaker heb gevoed dan ontkracht, heb ik ooit een man gekend die in elk opzicht zo evident superieur aan mij was dat ik mij schaamde zodra ik hem zag en ik vraag jullie mij te geloven als ik zeg dat ik op sleutelmomenten in mijn leven, toen ik mij gedwongen zag beslissingen te nemen die bepalend waren voor mijn carrière en voor de toekomst van onze stad, zijn satyrkop met wijd opengesperde neusgaten en uitpuilende ogen voor mij zag en werd vervuld van schaamte bij het besef van mijn eigen ontoereikendheid. Nu ik het plan heb opgevat om deze momenten te herbeleven in gedachten en in geschrifte voor jullie uiteen te zetten welke strategie mij daarbij telkens voor ogen stond en op welke wijze ik, ook op die momenten waarop men in de straten en in de volksvergadering van Athene zeker meende te weten dat ik Athene verraden had, op mijn niet altijd even conventionele manier onophoudelijk de belangen van onze stad heb trachten te dienen, zie ik hem opnieuw levendig voor mij, hoewel hij op dit moment ver weg van mij onder jullie verkeert, en schaam ik mij niet alleen voor mijn tekortkomingen maar ook voor mijn overmoed om een trillende rietstengel op te pakken en mijn vertrouwen te stellen in de eloquentie van deze knisperende papyrus, terwijl hij nog nooit een woord geschreven heeft, hoewel zijn gedachten en redenaties de mijne en die van velen in Athene, in Hellas en in de grote rijken der barbaren tot banaliteiten doen verbleken. Maar deze zelfde man heeft mij ooit gezegd dat een leven dat niet wordt onderzocht niet de moeite van het leven waard is en hoewel hij daarmee met zekerheid niet heeft bedoeld dat deze analyse en beoordeling van het eigen leven op schrift met het volk van Athene gedeeld dienen te worden, is het idee dat ik gehoorzaam aan de geest van zijn voorschrift de enige gedachte die mij de moed verschaft om verder te schrijven. Waar ik mij op dit moment bevind, terwijl ik met het voornemen tot volmaakte oprechtheid het woord evenzeer tot mijzelf richt als tot jullie, zou ik om veiligheidsredenen beter verzwijgen. Sinds de recente gebeurtenissen is de klank van mijn naam in het gefluister over mijn huidige onderneming een signaal van hoop voor velen en jullie weten beter dan ik dat de hoop van velen de oorzaak is van afgunst bij sommigen. De belangen zijn groot, zoals vaak in mijn leven, en wanneer de inzet wordt verhoogd, neemt ook de verbetenheid van tegenstanders toe.”

 

Ilja Leonard Pfeijffer (Rijswijk, 17 janauari 1968)

 

De Oostenrijkse dichter schrijver Raoul Schrott werd op 17 januari 1964 geboren in Landeck, Tirol (en volgens andere bronnen op een schip „São Paulo“ dat van Brazilië onderweg was naar Europa). Zie ook alle tags voor Raoul Schrott op dit blog.

 

Cefalù

Toen het de stad van de saracenen was dompelden vrouwen
Hun wasgoed in zoetwaterbekkens aan zee · golven vloeiden
de kanalen binnen en spoelden de zeep uit en
dropen schuimend weer af · boven de klont huizen
verrees de rots van schelpkalk en verhief
zijn vorm van een hoofd: en in zijn reliëf
lag het zuiverste wit · toevoeging van lood
aan het looi gaf een glans als van markasiet
verdigris kwam uit Griekenland en was als groenspaan
zout dat uit koper werd gewonnen · voor de moskeeën
kwam turkoois uit nishapur en spiegelde het groen
aan zee en van ver daar weer achter ook ultramarijn
fijngemalen lapislazuli uit de hindukush
dat boven het vuur tot wit glas werd geblust
fijn geraspeld uit takken van de indiase waid werd indigo
maar de wasvrouwen noemden het anders: al-nil
vanwege het poeder dat zo blauw was als de rivier die ze
nooit hadden gezien en de tinctuur uit smyma: al-azarah
sap uit de wortels van de meekrap · niets echter
was kostbaarder dan het secreet van een slakje: purper
dat aan de rode zee nog tot steen verstarde · rehj al-ghar
daarentegen was ertsstof en kwam in holen voor
verhit verdampte het domweg · op de golven en hun licht
daarentegen verpulverde het arseen nacht na nacht
tot het fijnkorrelige goudkleurige pigment
van de zon en de schreefjes waarmee elke soera hier begint
de zee tot ver in de verte een stukgelezen foliant
waarvan de pagina’s de klippen bleken · koud branden
in het kalk om de ochtend opnieuw zijn wit af te vangen.

toen het de stad van de saracenen was wrongen vrouwen
op stenen wasplanken de was uit · het opspannen
ervan gebeurde ergens hogerop in de tuinen
een beeld van de zomer · hitte vol schaduwschimmen
woorden die ver door de stille namiddag drongen
en nergens iemand om ze in woorden te vangen
een taal waarvan ik de vloeiende letters slechts leen –
met al die sierlijke staarten die ik teken als kustlijn
met havens als puntjes erboven – om jou te schrijven:
zoals anderen die misschien geen brieven schreven
maar van een reis kleine zakjes met kleuren toonden
om uit te drukken wat woorden niet konden
door de donkere kleurstof op een leeg blad uit te schudden
hun blik gericht op degene die ze als geliefde hadden

atelier sul mare 31 xii 00

 

Vertaald door Ard Posthuma

 

Raoul Schrott (Landeck, 17 januari 1964)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 17e januari ook mijn blog van 17 januari 2019, mijn blog van 17 januari 2017 en ook mijn blog van 17 januari 2016 deel 1 en deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 14:59 Reageer op dit bericht

Ester Naomi Perquin, Anthony Hecht

De Nederlandse dichteres Ester Naomi Perquin werd geboren in Utrecht op 16 januari 1980. Zie ook alle tags voor Ester Naomi Perquin op dit blog.

 

Leefwijze

Ooit was Zijn naam misschien een vredig gefluister aan de rand
van je bed, aan de rand van de nacht, een warm besef
dat in het straffeloze slapen achterbleef.

Wie lispelde je toe dat Hij vervangen moest? Wie leerde jou Hem
gaandeweg te willen zijn? Hij groeide groter in je borst.
Langzaam. Steeds breder, verder opgezwollen.

Hij kreeg je overtuigde blik, je kamervullende gelijk. Je gaf Hem
afkeer waar de liefde zat, verving Zijn humor door chagrijn.
Vormde kruisbeeld om tot zwaard van God.

Maar Hij laat zijn woord niet vangen in jouw omgekeerd gebed.
Hij kruipt niet in je harde hand, niet in je brood, je wijn.
Jouw schrift is losgezongen van Zijn wet.

Schrijf Zijn naam en zie de jouwe staan. Je eigen vrije wil.
Je uitverkoren staat. Wie god tot wapen maakt
verliest zijn schild.

 

Schaderapport

Er is een eendagsgod ontwaakt. Hij kent misschien
zijn eindigheid, zijn eigen haast. Men geeft
elkaar advies en zet zich schrap.
Dit is zijn dag. Zijn kans. De kleine chaos trilt al
in zijn hand, de zweep die suist en straft.
Hij blaast kolossen van de weg, licht daken op,
slaat bomen om. Hij spot met zwaartekracht
en werkdag – geen muur, geen ruit,
geen fietser houdt hem tegen.
Er nadert evenveel rotzooi als kaalslag, leegte.
Soms kijkt men op en schreeuwt
tegen het razen in.
Het heeft, goddank, geen zin. Niets is van ons.
We knielen neer en vegen onze straten
tot de plek waar, uren later,
alles tot bedaren komt

 

Latere mensen

Ze waren er niet toen de grenzen vielen, toen het vuur ‘s nachts,
toen kinderen soldaten werden en je in hun ogen zag
hoeveel marcheren op begraven leek.

Toen de ontploffing haast iedereen omhelsde, verduisterende as,
de armen om elkaar geslagen, bezig aan een droom waarin
elk kind nog vleugels had. Niet toen de halve stad
neerkwam en steeds dezelfde namen klonken,
sleets al van vergeefse moeite.

Toen de ratelende tanks met de vierkante mannen,
toen de wind niet meer ging liggen en elke boom,
alsof hij weg wilde lopen, zijn wortels naar boven bewoog.
Toen de bliksem kwam, de kanteling die alles verschoof,
het stampen van laarzen, sprinkhanend geknaag.

Ze kwamen toen alles al was opgeruimd, bijgelegd en
ingekleurd. Toen alles was gemaakt en iedereen
begraven. Er was niemand om te vragen
wat er was gebeurd.

Ze kwamen na de helft. In gouden tijden.
Er was niemand om hen te benijden.
Behalve, af en toe, zijzelf.

 

Ester Naomi Perquin (Utrecht, 16 januari 1980)

 

De Amerikaanse dichter Anthony Hecht werd geboren op 16 januari 1923 in New York. Zie ook alle tags voor Anthony Hecht op dit blog.

 

Het feest van Stephen

III

Denk aan die kale plaatsen waar mannen samenkomen
Om te handelen in de verschrikkelijke naam van rechtschapenheid,
Van puistige schaamte, punkers trots, spierkracht of kunstgras,
De magere superioriteit van de pestkop.
Denk aan de Sturm-Abteilungs-kommandant
Die van Beethoven houdt en Degas verzamelt,
Of de blonde jongens in jeans waarvan de samengeknepen ogen
Zijn gefocust door een harde en gesmoorde lust,
Die lanterfanten in een bestudeerde nabootsing van rust,
Hun energieke kontjes in het hoogstaand onkruid werpen,
En hun haar kammen in de spiegel van gebarsten ramen
Van een verlaten pakhuis waar ze
In verduisterde gereedheid voor als hun tijd komt
Het touw, de kettingen, handboeien en benzine bewaren.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Anthony Hecht (16 januari 1923 – 20 oktober 2004

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 16e januari ook mijn blog van 16 januari 2019 en ook mijn blog van 16 januari 2016 deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 16:11 Reageer op dit bericht

Antoine Wauters, Sascha Kokot

De Belgische dichter en schrijver Antoine Wauters werd op 15 januari 1981 geboren in Luik. Zie ook alle tags voor Antoine Wauters op dit blog.

Uit: Mahmoed of het wassende water (Vertaald door Katelijne De Vuyst)

Dode algen.
Ik negeer ze.
Ik wil niets zien van de nacht.
Alles is troebel geel en groen op deze grote diepte.
Het water hoe langer hoe kouder.
Zuiverder.
Als ik mijn lamp uitdeed, zou het donker zijn,
en behalve de luchtbellen die ik spaarzaam
loslaat en het plankton dat me omhult,
zou er niets zijn.
Ik duik dieper.
Hier aangekomen in de afdaling denk ik aan jou in
ons bed, roerloos wellicht, of onder de pruimenboom,
terwijl je de Russische dichters leest van wie je zo houdt.
Majakovski.
Achmatova.
Telkens als je Russische dichters leest, is je hart
een lichtende struik.
Maar ik kan je niet meer zeggen dat ik van je hou.
We hebben Beiroet en Damascus gekend, Parijs, waar
mijn gedichten ons in de zomer van 87 naartoe hebben gebracht.
We hebben zovele malen van elkaar genoten,
samengeleefd zonder dat onze liefde ooit opdroogde,
we hebben angst, honger, eenzaamheid gekend, en nu, nu
ik tegen je praat, ben ik gebroken, Sarah, afgesneden van
mijn eigen leven.
Ik kan het niet meer, klaar!
Als je een kind hebt verloren, of verschillende kinderen,
of een broer, of wie ook die waanzinnig veel voor je
betekende, kun je geen lichtende
struik meer hebben in je hart. Je kunt alleen nog
een belachelijk stukje vreugde hebben. Een nietige strohalm.
En je voelt je zoals ik al die lange tijd:
afgesneden.
Gesloopt.
Ik blijf trappen, soepel, steeds soepeler,
om het water niet te verwonden.
Verwond het niet, oude Almasji.

 

Antoine Wauters (Luik, 15 januari 1981)

 

De Duitse dichter, schrijver en fotograaf Sascha Kokot werd geboren op 18 januari 1982 in Osterburg. Zie ook alle tags voor Sascha Kokot op dit blog.

 

zodra de stad tot rust gekomen is
kan ik de dieren nog horen
hun ingetogen roepen en klauwen
oude zwerfpaden langssnellen
waar het afval blijft vastzitten en woest wegrot
hebben ze de laatste niet afgedichte ruimtes uitgegraven
hun bouw moet tot ver onder onze keldergewelven reiken
in heggen achter hekken tussen spoorbedden uitmonden
vroeger zag Ik ze daar sporadisch verdwijnen
nu zijn alleen de sporen van hun jacht te vinden
of uitwerpselen als duiding van het gerommel
dat al een tijdje in de muren te horen is
en in mijn dromen aanzwelt

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Sascha Kokot (Osterburg, 18 januari 1982)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 15e januari ook mijn blog van 15 januari 2019 en ook  mijn blog van 15 januari 2017 deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

J. Bernlef, Sascha Kokot

De Nederlandse schrijver en dichter J. Bernlef werd geboren op 14 januari 1937 in Sint Pancras. Zie ook alle tags voor J. Bernlef op dit blog.

 

Vrede

Eigenlijk zouden wij deze foto’s hier willen begraven
Onder de kale kinderhoofdjes afdalen om het
Dagelijks leven terug te leggen waar het eens bestond

En waar zijn camera hen vond, verstrikt in
Overleven, als konijnen in het licht verstijfd,
Verstomd, al half gestikt in het verkeer

Van handen, van eindeloos repareren
Gaten dichten, verwikkeld in een slijtageslag
Om het naderend onheil af te weren.

Eigenlijk zouden wij deze foto’s willen keren
Maar wij kunnen niet, hun verleden is daarvoor te sterk
Dringt dwars door het negatief terug in de lens

Die niets dan vrede ziet
Niets dan laaiende vrede schiet
In deze godverlaten straten.

 

Misleid instinkt

Zoals men de zee in een jampot mee nam naar huis
vroeger, nu het verdrinken zonder water
en met gelijk resultaat.

De rust binnenshuis
achter het papier is werkelijk ontstellend
terwijl aan de overkant toch een man
duidelijk levend op de veranda staat en zich uitrekt
en een merel wormen uit het kolenhok probeert te trappen.

Misleid instinkt doet mij glimlachen. Waarom eigenlijk?
Want ook dit is niet waar.

Meisje, waar is de zee gebleven?
Jongen, ik weet het niet.

 

Gelukkiger leven

De billen van de mandril
schijnen te zeggen: hoera hier eindig ik
daar begint de wereld

ik daarentegen ben zo anders bloot
als een avond aan het strand de rollende stenen
mijn handpalmen buigen en wuiven

wuiven en buigen
en mijn stem lijkt uit een ets te komen
ik vergelijk ik luister en soms

rangschikkend als een kind zijn speelgoed
heerst er orde in mijn kamer
trek ik een grens steeds weer verdwenen

hoe goed kon ik luidruchtige billen gebruiken
die ik de wereld zou toedraaien
met gekleurde billen zou het gelukkiger leven zijn.

 

J. Bernlef (14 januari 1937 – 29 oktober 2012)

 

De Duitse dichter, schrijver en fotograaf Sascha Kokot werd geboren op 18 januari 1982 in Osterburg. Zie ook alle tags voor Sascha Kokot op dit blog.

 

Sluiter

ook deze nacht valt
achter jouw huis op de grond
je hebt vrij zicht diep naar binnen
weet van de zendmasten de rustplaatsen
hoe Transit erlangs zijn weg vervolgt
er met rood licht de sedimenten afrijdt
wat achterbleef donkerder wordt
veel heb je daar opgeborgen
koppig in jouw kamer geplaatst
drijfhout van jouw afkomst
nu rest je het uitzicht vanaf het balkon
op de halve grijze stad de ontmantelde rails
de koude rooiing werd gevolgd door stilte
jouw thuis is een inloopbaar wezen
waarin onze afwezigheid schuilt

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Sascha Kokot (Osterburg, 18 januari 1982)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 14e januari ook mijn blog van 14 januari 2019 en eveneens mijn blog van 14 januari 2018 deel 2.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Edmund White, Adrian Kasnitz

De Amerikaanse schrijver en essayist Edmund White werd geboren op 13 januari 1940 in Cincinnati. Zie ook alle tags voor Edmund White op dit blog.

Uit: The Humble Lover

“He said to his very pale, very young companion, “It must be such a thrill to be a ballet dancer and have hundreds, thousands, of fans applauding you.”
The young man, whose name was August Dupond, said dryly, “Yeah, I guess it is nice. A dream come true.”
“Did you ever think you’d be a soloist in the greatest company in New York?”
The boy smiled weakly. “Well, that was the idea. Three classes every day for years, except for performance days, when I have only one afternoon class. Now or never, I guess.” He smiled and took a sip of water. “Do you think they’d have Gatorade here?”
“What’s that?”
“Gatorade. Oh, gosh, athletes drink it. Electrolytes.”
“Gaston!”
“Yes, Monsieur West?”
“Monsieur Dupond would like a Gatra-Aid. I’ll have a champagne cocktail. And the usual hors d’oeuvres.”
August said hopefully, “A Gatorade?”
“I’m sorry, jeune homme, but I’ve never—”
“Is there a deli near here?”
“Not open, I fear.”
“Skip it,” August said with a tarnished smile. “Bring me a decaffeinated tea, please.”
“Tout de suite!” the waiter said. He’d known Mr. West for nine or ten years and felt sorry that he was always accompanied by these underdressed youths who invariably ordered a hamburger or spaghetti, had strange food dislikes like mushrooms, and seldom would eat fish. One boy had asked him if the Dover sole was chicken.
“I’m so embarrassed they didn’t have your health drink,” Aldwych West said. He pulled out his agenda with its own gold pencil. “Here, if you’ll just scribble the name of the drink I’ll have a case delivered tomorrow.”
“Why?”
“We might come back here some day. It’s so close to the theater.”
“Le thé décaféiné pour le jeune monsieur. Et le champagne pour Monsieur West!’
“Merci.”
“What language are you guys speaking?”
“French. Sorry. It must be very rude—
“I thought it might be French. Real French. I’m French Canadian.”
“Then you must understand—”
“No. Not really. We speak a funny French.”
“They say that Canadian French is seventeenth-century French, the purest.”

 

Edmund White (Cincinnati, 13 januari 1940)

 

De Duitse dichter en schrijver Adrian Kasnitz werd geboren op 10 januari 1974 in Orneta, Polen. Zie ook alle tags voor Adrian Kasnitz op dit blog.

 

In de zomer had ik een omhelzing
ik waarschuw je, het voelde als wind aan
het smaakte licht, wat ik in mijn mond stopte
ik veegde kleine dingen weg, half droog, half nat
de rivier was meer kruimels, meer haar
snel trok ik mijn enkel er weer uit
stak mijn vinger er weer in
de wind bleef even hangen in mijn haar, even op de huid
een en ander smaakt bitter, ik waarschuw je
een en ander is ijs dat langs vingers en enkel druipt

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Adrian Kasnitz (Ometa, 10 januari 1974)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 13e januari ook mijn blog van 13 januari 2019 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Cees van der Pluijm, Adrian Kasnitz

De Nederlandse dichter, schrijver en columnist Cees van der Pluijm werd geboren op 12 januari 1954 te Radio Kootwijk (Gld.). Zie ook alle tags voor Cees van der Pluijm op dit blog.

Uit: Momenten

1963

Ze was misschien een saaie, domme griet
Maar jarig, dus je deed aan dit corvee
Als buurkind moedig mee, niet om de pret
Maar om de taart. Je speelde Pim Pam Pet

Je ging op reis (Parijs!) en je nam mee…
Verbeurde pand of ergerde je je niet
Totdat het kinderfeestje werd verstoord
Je moeder had iets vreselijks gehoord

Wij hadden televisie, haast als eerste
(Er ging een verre ouwe tante dood
De rouw was kort, de weelde was compleet)

Daar zag ik wat die dag het nieuws beheerste:
Een man die in een zwarte auto reed
En iemand die met kogels op hem schoot

 

1972

Al achttien, maar je woonde nog gevangen
In ouderhuis en middelbare school
En diep van binnen woelde het verlangen
Je eigen baas zijn was daar het parool

Je eigen lied gaan zingen, geen gezangen
Van anderen. Dag dorp! Ha metropool!
Het leven werd een schitterende reis
Eén ding ontbrak er nog: een rijbewijs

Je had die dag je eindexamen Frans
Je durfde op de goede afloop hopen
En greep diezelfde middag nog de kans

Om ook je rij-examen te doorlopen
Voor beide toetsen slaagde je met glans
Wat leek de weg naar vrijheid mooi en open

 

1993

Je had haast alles meegemaakt
De dag gevierd, de nacht gebraakt
Je schreefje boeken, zong je lied
Je leefde niet voor je verdriet

Werd soms door het geluk geraakt —
De toekomst lag in het verschiet
Haast veertig jaar in dit bestaan
Misschien nog veertig jaar te gaan

Maar wat er van je werk beklijft
En of je nog herinnerd wordt
Of alle bloei voorgoed verdort

Dat weet geen sterveling — je blijft
Hooguit een kruimel op een schort
En hij verwaait die dit nu schrijft

 

Cees van der Pluijm (12 januari 1954 – 14 december 2014)

 

De Duitse dichter en schrijver Adrian Kasnitz werd geboren op 10 januari 1974 in Orneta, Polen. Zie ook alle tags voor Adrian Kasnitz op dit blog.

 

ZIEKENHUIS AAN DE RAND VAN DE STAD
Is grijze steen aan de andere kant van de stad
gemaakt van cement en toevoegsel is een afgesloten plaats
nu, waar alles om draait, is desondanks een komen
en gaan, je komt staande en
gaat liggend, zeggen de oudjes die bij de uitgang staan te roken
de jongeren lachen mee zonder te begrijpen
dat ook zij bedoeld worden als het misgaat
is een grijze steen in je maag die eruit
moet worden gesneden is een stolsel
een gezwel, een weefsel, een wrat, een waan
is niet te stelpen, is niet te lijmen
is een grijze steen met grijze hersenen en
grijze gedachten, als je het niet verleerd bent
het denken en liefhebben is een ding
dat in de put valt en daar blijft zitten
in je longen komt en daar blijft zitten
is iets dat je de adem beneemt
tot er een lange pauze ontstaat
……….. lange
……………….. lange
…………………………pauze

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Adrian Kasnitz (Ometa, 10 januari 1974)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 11e januari ook mijn blog van 11 januari 2019 en ook mijn blog van 11 januari 2015 en ook mijn blog van 11 januari 2016 deel 2.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten