Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Jan Brokken, Christoph Meckel

De Nederlandse schrijver Jan Brokken werd geboren op 10 juni 1949 in Leiden. Zie ook alle tags voor Jan Brokken op dit blog.

Uit: De weemoed van de reiziger 

“Ik was in Collioure en zag een brievenbus op de begraafplaats. Niet een namaakkastje, nee, een echte brievenbus van de Franse posterijen, bevestigd aan een staande grafsteen. Of beter nog: half ingemetseld in die steen. Je kon er een brief in posten, en aan de klep te voelen, die soepel openging, hadden heel wat mensen dat in de loop der tijden gedaan. De brievenbus moest er al lang hangen, de oorspronkelijk gele kleur was vervaagd, het ijzer geoxideerd. Het was een rouwende brievenbus geworden maar het logo van de Franse posterijen bleef duidelijk herkenbaar.
Over het uur van de lichting gaf de brievenbus geen uitsluitsel, en in het licht van de eeuwigheid is dat ook wel te begrijpen. Haast houdt op bij het hek van het kerkhof.
Je moest je diep vooroverbuigen om een brief te posten. Na een vluchtige blik om me heen knielde ik neer, want dat leek me de beste manier om het te proberen. Mijn linkerknie vond steun op de liggende grafsteen, wat ik toch een tikkeltje oneerbiedig vond. Ik richtte me snel weer op en vergewiste me ervan dat niemand me had opgemerkt.
Ik bleef geruime tijd wachten, in de schaduw van een paar parasoldennen en een enkele cipres. Waar hoopte ik op? Dat een oud dametje er een brief kwam posten, een brief op hemelsblauw papier die ze eigenlijk al haar hele leven had willen schrijven? Of dat een jongeman met halflang sluik haar en het brilletje van een boekenwurm zou neerknielen voor het graf en een paar woorden zou prevelen, als was het een gebed. Of dat de postbode een brief met wel vijf postzegels kwam bezorgen, postzegels in alle kleuren van de regenboog, een brief die in Sevilla was gepost of in Buenos Aires of in Santiago de Chile?
Na twee uur en vijftig minuten – ik kreeg dorst en had net op mijn horloge gekeken – verscheen een echtpaar met twee kinderen, een jongen van een jaar of tien en een meisje dat van een onbepaalde leeftijd was en zowel elf als veertien kon zijn. Ik verschool me half achter een zerk. De ouders bogen eerbiedig het hoofd, zoon en dochter keken elkaar even aan alsof ze zich afvroegen waar deze poppenkast voor nodig was. Maar de dood is een griezelfilm voor alle leeftijden. Ze trokken hun gezicht in een benauwde plooi, staarden naar de grond en vouwden de handen.”

 


Jan Brokken (Leiden, 10 juni 1949)

 

 

De Duitse dichter, schrijver en graficus Christoph Meckel werd geboren op 12 juni 1935 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Christopher Meckel op dit blog.

 

Een andere aarde

Zodra de bomen geteld zijn en de bladeren
blad voor blad naar de instanties zijn gebracht,
zullen we weten wat de aarde waard was.
Duiken in rivieren vol water
en kersen plukken op een ochtend in juni
zal een voorrecht zijn, niet voor velen.
Graag zullen we aan de versleten wereld
Terugdenken, toen de tijd zich vermengde
met monsters en engelen, toen de lucht
een open schacht was voor de rook
en vogels in zwermen over de snelweg vlogen
(we stonden in de tuin, en onze gesprekken
hielden de tijd tegen, het sterven van de bomen
vluchtige legendes van brandnetelkruid).
Shut up. Een andere aarde, een ander huis.
(Een haviksvleugel in de kast. Een blad. Een water.)

 

Vertaald door Frans Roumen

 


Christoph Meckel (Berlijn, 12 juni 1935)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 10e juni ook mijn blog van 10 juni 2024 en ook mijn blog van 10 juni 2021 en ook mijn blog van 10 juni 2020 en eveneens blog van 10 juni 2019 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 15:14 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

De blogger leest alles eerst na: je tekst verschijnt zodra die goedgekeurd is.

Pfingstlied (Georg Weerth), Marie Howe

 

Prettige Pinksterdagen!

 

 


Vuurwerk van de Geest door Christel Holl, z.j.

 

 

Pfingstlied

Sie herzten sich und sie küssten sich
Mit liebevoller Gebärde.
Der junge Herr Frühling wonniglich,
Der besuchte die alte Frau Erde.

Er ist der guten, ehrlichen Frau
Mit eins an den Hals gesprungen,
Dass bis hinauf in den Himmel blau
Nur Lust und Jubel erklungen.

“Mein Sohn, es freut mich, dass du hier!
Lang währte des Winters Tosen.
Meine Felder brauchen die goldne Zier,
Meine Gärten Lilien und Rosen.

Verstummt sind all meine Nachtigalln,
Seit ich dich verloren hatte;
Drum schmücke den Vögeln die grünen Halln
Und den Hirschen die blumige Matte.

Ich habe so oft an dich gedacht,
Wenn es stürmte wilder und wilder;
Doch sprich, was hast du mir mitgebracht
Für die lieblichen Menschenbilder?”

“Für die Menschenbilder?” versetzte da
Der junge Herr Frühling stutzend –
In die Tasche griff er behend: “Voilà!
Revolutionen ein Dutzend.”

 

 


Georg Weerth (17 februari 1822 – 30 juli 1856)
De Erlöserkirche in Detmold, de geboorteplaats van Georg Weerth

 

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Amerikaanse dichteres Marie Howe werd geboren in 1950 in Rochester, New York. Zie ook alle tags voor Marie Howe op dit blog.

 

 

Naar huis lopend

Alles sterft, zei ik. Hoe kwam ik daarbij?
Een boom? De winter? Ik niet, zei ze.

En ik zei: O ja? En zij zei: Ik reïncarneer.
Ha, zei ze, Tot over een paar duizend jaar!

Waarom jaren, wilde ik weten, waarom geen minuten? Dagen?
Ze vond dat zo grappig – Ha Ha – dubbelgevouwen –

Jaren, zei ze vol vertrouwen.
Ik denk dat jij en ik elkaar al een paar levens kennen, zei ik.

Ze zei: Ik ben nog nooit eerder een ziel op deze aarde geweest.
(Het was koud. We hadden honger.) De volgende keer ben jij de moeder, zei ik.

No way, Jose, zei ze, terwijl we de laatste winderige bocht omsloegen.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 


Marie Howe (Rochester, 1950)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 9e juni ook mijn blog van 9 juni 2024 en ook mijn blog van 9 juni 2020 en eveneens mijn blog van 9 juni 2019 en ook mijn blog van 9 juni 2018 deel 2.

Geschreven door Romenu om 15:07 Reageer op dit bericht

Pfingstlied (Gustav Falke), Nikki Giovanni

 

Prettige Pinksterdagen!

 

 


De uitstorting van de Heilige Geest door Otto van Veen, 1873

 

 

Pfingstlied

Pfingsten ist heut, und die Sonne scheint,
Und die Kirschen blühn, und die Seele meint,
Sie könne durch allen Rausch und Duft
Aufsteigen in die goldene Luft.

Jedes Herz in Freude steht,
Von neuem Geist frisch angeweht,
Und hoffnungsvoll aus Tür und Tor
Steckt’s einen grünen Zweig hervor.

Es ist im Fernen und im Nah’n
So ein himmlisches Weltbejah’n
In all dem Lieder- und Glockenklang,
Und die Kinder singen den Weg entlang.

Wissen die Kindlein auch zumeist
Noch nicht viel vom heiligen Geist,
Die Hauptsach spüren sie fein und rein:
Heut müssen wir fröhlichen Herzens sein.

 

 


Gustav Falke (11 januari 1853 – 8 februari 1916)
De St. Marienkirche in Lübeck, de geboorteplaats van  Gustav Falke

 

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Nikki Giovanni werd geboren op 7 juni 1943 in Knoxville, Tennessee. Zie ook alle tags voor Nikki Giovanni op dit blog.

 

 

ik ben niet eenzaam

ik ben niet eenzaam
nu ik helemaal alleen slaap

je denkt dat ik bang ben
maar ik ben een grote meid
ik huil niet
of zoiets

ik heb een heerlijk
groot bed
om in te rollen
en veel ruimte
en ik droom geen
nare dromen
meer
zoals vroeger waarin
je me verliet

nu je weg bent
droom ik niet
en wat je ook denkt
ik ben niet eenzaam
nu ik helemaal alleen
slaap

 

 

Vertaald door Frans Roumen 

 


Nikki Giovanni (Knoxville, 7 juni 1943)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 7e juni ook mijn blog van 7 juni 2020 en eveneens mijn blog van 7 juni 2019 en ook mijn blog van 7 juni 2015 deel 2.

Geschreven door Romenu om 17:26 Reageer op dit bericht

Orhan Pamuk, Nikki Giovanni

De Turkse schrijver Orhan Pamuk werd geboren op 7 juni 1952 in Istanbul. Zie ook alle tags voor Orhan Pamuk op dit blog.

Uit: Het museum van de onschuld (Vertaald door Margreet Dorleijn)

“Het bleek het gelukkigste moment van mijn leven te zijn, maar ik besefte het niet. Als ik het wél had beseft, had ik dat geluk dan in stand kunnen houden? Had alles dan een totaal andere wending genomen? Zeker, als ik me had gerealiseerd dat dit het allergelukkigste moment van mijn leven was geweest, had ik het nooit zomaar weg laten glippen. Dit wonderbaarlijke, gouden moment waarin ik volledig vervuld was van een diepe sereniteit duurde misschien niet langer dan een paar seconden, maar het geluk leek zich voor mij over uren, ja jaren uit te strekken. Het moment deed zich voor rond kwart voor drie op maandag, de z6ste mei van het jaar 1975. Het was alsof wij verlost waren van alle schuld, zonde, straf en berouw, en de wereld vrij was van de wetten van zwaartekracht en tijd. Ik kuste Fsuns schouder, die bezweet was van het vrijen, sloeg behoedzaam mijn armen van achter om haar heen, drong voorzichtig bij haar binnen en beet zachtjes in haar linkeroor. Toen was het of de oorbel die ze in had een moment in de lucht zweefde en vervolgens uit zichzelf naar beneden viel. Z,6 gelukkig waren we dat we die oorbel totaal niet leken op te merken, die oorbel waar ik die dag in het geheel geen aandacht aan had geschonken, en we gingen gewoon door met kussen. Buiten glansde de hemel zoals hij dat alleen maar doet op een lentedag in Istanbul. Door de warmte raakten de inwoners van de stad bezweet; ze hadden hun winterse gewoonten nog niet afgelegd. Binnen, in winkels en gebouwen, en onder de linde- en kastanjebomen was het echter nog koel. Een dergelijke koelte steeg ook op uit het muf ruikende dunne matras, waarop wij hadden liggen vrijen, alles om ons heen vergetend als twee gelukkige kinderen. Een lentebries blies door de open balkondeuren, geurend naar lindebloesem en zee, liet de vitrages opbollen en zwaar op onze rug vallen zodat kippenvel over onze naakte lichamen trok. Vanuit de achterkamer in het appartement op de tweede verdieping, vanaf het bed waarop we lagen, konden we kinderen zien voetballen in de achtertuin, ze vloekten verbeten in de meiwarmte. Het drong tot ons door dat de onbehoorlijke dingen die ze elkaar toeriepen, precies die dingen waren die wij met elkaar aan het doen waren, we stopten even midden in onze vrijpartij, keken elkaar diep in de ogen en glimlachten. Maar ons geluk was zo groot en allesomvattend, dat we de grap die ons vanuit de achtertuin werd aangereikt onmiddellijk weer vergaten, net als de oorbel.”

 


Orhan Pamuk (Istanbul, 7 juni 1952)

 

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Nikki Giovanni werd geboren op 7 juni 1943 in Knoxville, Tennessee. Zie ook alle tags voor Nikki Giovanni op dit blog.

 

 

Altijd Zijn Er De Kinderen

en altijd zijn er de kinderen

er zullen kinderen zijn in de hitte van de dag
er zullen kinderen zijn in de kou van de winter

kinderen als een gewatteerde deken
worden verwelkomd in onze ouderdom

kinderen als een blok ijs voor een woestijnsjeik
zijn tekenen van status in onze jeugd

we voeden de kinderen met onze cultuur
opdat ze onze beproevingen mogen begrijpen

we voeden de kinderen op met onze goden
opdat ze respect mogen begrijpen

we drijven de kinderen in onze voetsporen
opdat ons ras niet tekort zal schieten

maar onze kinderen zijn niet van ons
en wij niet van hen, zij zijn de toekomst, wij zijn het verleden

hoe verwelkomen we de toekomst
niet met het kolonialisme van het verleden
want dat is ons probleem
niet met het racisme van het verleden
want dat is hun probleem
niet met de angst voor onze eigen status
want geschiedenis wordt geleefd, niet gedicteerd

we verwelkomen de jongeren van alle groepen
als de onze met de stevige voedingsstoffen
van voedsel en warmte

we bereiden de weg met de stevige
voedingsstoffen van zelfontplooiing

we moedigen alle jongeren aan zich voor te bereiden op de jeugd,
want er zullen altijd kinderen zijn.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 


Nikki Giovanni (Knoxville, 7 juni 1943)
In 1973

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 7e juni ook mijn blog van 7 juni 2020 en eveneens mijn blog van 7 juni 2019 en ook mijn blog van 7 juni 2015 deel 2.

Geschreven door Romenu om 11:59 Reageer op dit bericht

150 Jaar Thomas Mann, Nikki Giovanni

150 Jaar Thomas Mann

De Duitse schrijver Thomas Mann werd geboren in Lübeck op 6 juni 1875. Zie ook alle tags voor Thomas Mann op dit blog. Dat is vandaag precies 150 jaar geleden.

Uit: Buddenbrooks

„Ich komme zum erstenmal auf, aber niemand ist so nahe, daß er mich fassen kann; ich komme zum zweitenmal auf, allein die Schute geht mir über den Kopf. Es waren Leute genug da, die mich gerne retten wollten, allein sie mußten erst schieben, daß die Jagd und Schute nicht über mich kämen, und all’ ihr Schieben hätte doch nichts geholfen, wenn nicht in diesem Augenblick ein Tau auf einer Nordfahrerjagd von selbst gerissen wäre, wodurch die Jagd hinaustrieb, und ich also durch Gottes Verhängnis Raum erhielt, und obwohl ich zum drittenmal nicht weiter aufkam, als daß nur die Haare zur Sicht kamen, so gelang es, weil alle die Köpfe, der eine hier, der andere dort, aus der Schute über dem Wasser waren, daß einer, der nach vorne zu aus der Schute lag, mich an den Haaren faßte, und ich griff ihn am Arm. Allein da er sich selbst nicht halten konnte, schrie und brüllte er so gewaltig, daß die anderen es hörten und ihn so geschwind an den Hüften faßten und mit Macht festhielten, daß er standhalten konnte. Auch ich hielt immer fest, wenngleich er mich in den Arm biß, und kam es dadurch dahin, daß er auch mir helfen konnte …« Und dann folgte ein sehr langes Dankgebet, das der Konsul mit feuchten Augen überlas.
»Ich könnte gar vieles anführen«, hieß es an anderer Stelle, »wenn ich gewilligt wäre, meine Leidenschaften zu entdecken, allein …« Nun, hierüber ging der Konsul hinweg und begann hie und da ein paar Zeilen aus der Zeit seiner Verheiratung und seiner ersten Vaterschaft zu lesen. Diese Verbindung war, sollte er ehrlich sein, nicht gerade das gewesen, was man eine Liebesheirat nennt. Sein Vater hatte ihm auf die Schulter geklopft und ihn auf die Tochter des reichen Kröger, die der Firma eine stattliche Mitgift zuführte, aufmerksam gemacht, er war von Herzen einverstanden gewesen und hatte fortan seine Gattin verehrt, als die ihm von Gott vertraute Gefährtin …
Mit der zweiten Heirat seines Vaters hatte es sich ja nicht anders verhalten.

 


De familie Buddenbrook: v.l.n.r.: Tony (Jessica Schwarz), Christian (August Diehl), Johann (Armin Mueller-Stahl), Thomas (Mark Waschke) en Elisabeth (Iris Berben) in de film Buddenbrooks van regisseur Heinrich Breloer uit 2008


»Ein guter Mann, ein braver Mann,
Ein Mann von Complaisancen« …
trällerte er leise im Schlafzimmer. Bedauerlich, wie wenig Sinn er für alle diese alten Aufzeichnungen und Papiere besaß. Er stand mit beiden Beinen in der Gegenwart und beschäftigte sich nicht viel mit der Vergangenheit der Familie, wenngleich er ehemals dem dicken Goldschnittheft immerhin ein paar Notizen in seiner etwas schnörkeligen Handschrift hinzugefügt hatte, und zwar hauptsächlich in betreff seiner ersten Ehe.
Der Konsul schlug die Blätter auf, die stärker und rauher waren als das Papier, das er selbst hineingeheftet, und die schon zu vergilben begannen … Ja, Johann Buddenbrook mußte diese erste Gattin, die Tochter eines Bremer Kaufmannes, in rührender Weise geliebt haben, und das eine, kurze Jahr, das er an ihrer Seite hatte verleben dürfen, schien sein schönstes gewesen zu sein. »L’année la plus heureuse de ma vie«, stand dort, mit einer krausen Wellenlinie unterstrichen, auf die Gefahr hin, daß Madame Antoinette es las …“

 

 


Thomas Mann (6 juni 1875 – 12 augustus 1955)

 

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Nikki Giovanni werd geboren op 7 juni 1943 in Knoxville, Tennessee. Zie ook alle tags voor Nikki Giovanni op dit blog.

 

 

Mooie zwarte mannen

(Met complimenten en excuses aan iedereen die niet bij naam genoemd wordt)

Ik wil gewoon iets zeggen
over die prachtige, prachtige, prachtige, prachtige, geweldige
zwarte mannen
die met hun afro’s
over straat lopen
‘t is hetzelfde oude gevaar
maar een gloednieuw plezier

die op stoepen zitten, in bars, naar kantoren gaan
getallen verwerken op hun hoeren letten
preken in kerken, hun varkens hoeden
hun honden uitlaten, naar me knipogen
in hun vuurrode, limoengroene, verbrand oranje
koningsblauwe strakke broeken die omvatten
wat ik graag omvat

jerry butler, wilson pickett, the impressions
temptations, machtige, machtige sly
hoeven niets anders te doen dan te lopen
op het podium
en ik schreeuw en stamp en schreeuw
zie een nieuwe generatie mannen in een generatie allemaal
dashiki pakken met bijpassende overhemden
de voering die de stropdassen complimenteert
die glimlachen naar de sandalen
waar vieze tenen me aanstaren
en ik schreeuw en stamp en schreeuw
om meer mooie mooie mooie
zwarte mannen met geweldige afro’s

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 


Nikki Giovanni (Knoxville, 7 juni 1943)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 6e juni ook mijn blog van 6 juni 2020 en eveneens mijn blog van 6 juni 2019 en ook mijn blog van 6 juni 2015 deel 2.

Geschreven door Romenu om 17:06 Reageer op dit bericht

Federico García Lorca, Paul Farley

De Spaanse dichter en toneelschrijver Federico Garcia Lorca werd geboren op 5 juni 1898 in Fuente Vaqueros, Granada. Zie ook alle tags voor Federico Garcia Lorca op dit blog.

 

 

Klaaglied
December 1918
(Granada)

Als een wierookvat vol verlangen
loop jij door de klaarlichte avond
met je donkere lijf van verschaalde nardus
en een brandende begeerte in je blik.

In je mond draag je de melancholie
van dode reinheid, en in de dionysische
kelk van je buik de spin
die de steriele sluier weeft om jouw schoot
waaraan de rozen des levens,
vrucht van de kussen, nooit ontloken.

In je witte handen
draag je de streng van je voor immer
gestorven illusies, en op je hart
de hongerige passie van hete kussen
en jouw moederliefde die wegdroomt
naar wiegjes in rustige sferen
waar lippen blauwe sprookjes spinnen.

Als de sluimerende liefde jouw lichaam
zou raken schonk je als Ceres je gulden aren
en ontsprong aan jouw borsten,
als bij de Maagd Maria, een andere melkweg.

Maar als de magnolia zul jij verwelken.
Niemand zal jouw gloeiende dijen omhelzen
en nooit zullen vingers jouw haren naderen
om ze te bespelen als de snaren van de harp.

O krachtige vrouw van ebbehout en nardus!
jouw adem heeft de witheid van de jasmijn,
o Venus in stola van Manila
die de wijn van Malaga kent en de gitaren.

O zwarte zwaan, jouw vijver heeft
waterlelies van pijlen, golven van oranjeappels
en schuim van rode anjers die de fletse
kinderen onder jouw vleugels parfumeren.

Niemand bevrucht je. Andalusische martelares,
jouw kussen moesten onder een pergola blijven,
vol van de stilte van de nacht
en het troebele ritme van gestagneerd water.

Maar de kringen onder jouw ogen worden groter
en jouw zwarte haar zal zilver worden;
jouw borsten verslappen en vergieten hun geur.
Je fraaie rug begint zich al te krommen.

O slanke, moederlijke, hartstochtelijke vrouw!
Maagd van smarten met alle sterren van de hemel
diep in het hart geslagen,
hart dat de hoop verloren heeft.

Spiegel ben je van een Andalusië
dat mateloos lijdt en zwijgt,
een lijden gewiegd door de waaiers
en de mantilla’s om de kelen
die beven van bloed, van sneeuw,
en de rode schrammen, krabben van blikken.

Door de nevel van de herfst ga je heen,
maagd als Agnes, als Cecilia en de zoete Clara,
jij die als een bacchante had willen dansen
met wingerd en wijnrank bekranst.

De intense droefheid die flakkert in jouw ogen
spreekt van een leven gebroken en mislukt,
van sleur in je povere bedoening, waar je
achter je raam de mensen ziet voorbijgaan
en de regen hoort tikken op de bittere
en oude, dorpse straat, terwijl in de verte het geklaag klinkt
van klokslagen, troebel en vaag.

Vergeefs luisterde je naar het lispelen van de wind.
Nooit kwam tot jouw oren de lieflijke serenade.
Maar aan je raam blijf je hunkerend staren.
Hoe diep moet de treurnis zijn in je ziel
als jouw vermoeide en uitgeputte boezem
het vuur van een pas verliefd meisje voelt!

Ongeschonden door emoties
zal jouw lichaam ten grave gaan.
Over de donkere aarde
zal een morgen gloren.
Uit jouw donkere ogen zullen twee bloedende anjers wellen
en uit jouw borsten rozen, wit als sneeuw.
Maar jouw grote droefheid zal met de sterren verbleken,
als een andere ster waardig ze te wonden en te overstralen.

 

 

Vertaald door Robert Lemm

 

 


Federico García Lorca (5 juni 1898 – 19 augustus 1936)
Standbeeld in Madrid

 

 

De Britse dichter en schrijver Paul Farley werd geboren op 5 juni 1965 in Liverpool. Zie ook alle tags voor Paul Farley op dit blog.

 

 

Liverpool verdwijnt voor een miljardste van een seconde

Korter dan het geknisper in het geknisper dat het nationale elektriciteitsnet
soms laat horen, wanneer je je omdraait
naar een kamer en zegt: Was dat alleen bij mij het geval?

Mensen die aan tafel zitten, hebben niet het gevoel dat
hun stoelen worden weggehaald/weer teruggezet
veel sneller dan die truc met tafelkleden.

Een trein die de Olive Mount binnenrijdt,
trilt, maar geen enkele passagier
klaagt als hij bijna op tijd arriveert.

De vogels voelen het echter wel, en als je
spreeuwen in een school ziet, meeuwen die de
kathedraalrichels verlaten, of een zwerm duiven

die opstijgt van een plein als bij geweervuur,
wees gewaarschuwd dat het misschien gebeurt, maar dan
zij die gevoelig zijn voor vleermuisgepiep in

hun nek, die beweren het verre gebrul
van kometen in de bocht te horen – die zullen misschien wel glimlachen
om een herstelde wereld, in één stuk; Hoewel elke plek

waar mineraal Liverpool naartoe gaat, niet zou geloven
waardoor het getroffen werd: al die zandsteen in zee
of vermengd met de wijken van Keulen.

Ik heb het een paar keer gevoeld toen ik thuiskwam,
zo niet vaker nu ik oud ben,
en de tijd ertussen wordt steeds korter.

 

Vertaald door Frans Roumen

 


Paul Farley (Liverpool,. 5 juni 1965)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 5e juni ook mijn blog van 5 juni 2020 en eveneens mijn blog van 5 juni 2019 en ook mijn blog van 5 juni 2017 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:27 Reageer op dit bericht

In Memoriam Edmund White

In Memoriam Edmund White

 

De Amerikaanse schrijver en essayist Edmund White is afgelopen dinsdag, 3 juni, op 85-jarige leeftijd gestorven. Edmund White werd geboren op 13 januari 1940 in Cincinnati. Zie ook alle tags voor Edmund White op dit blog.

Uit: Jack Holmes and His Friend

“Jack had feared that his father would oppose his studying Chinese art history but no, he thought that China was the future and Jack was smart to be out ahead. What Jack didn’t bother to tell his father was that he was studying mid-Ching painting and classical Chinese and that he had no interest in mastering contemporary conversational Mandarin. Nor did he much want to visit China; the land of his dreams lay entirely in the past. He took a few conversation classes to throw his father off his scent, but he was too embarrassed by the strange tonal sounds to be able to speak the language out loud. He did help one of his teachers translate a history of Buddhist art written in classical Chinese.
Jack was a tall, rangy guy with stomach muscles as hard as a turtle’s shell. His straight hair was called dirty-blond, but in fact he kept it squeaky-clean with Breck shampoo, though he knew that product was for women. Girls who liked him said he had a “boy-next-door look,” but if they really liked him, they said they could imagine him as the pitcher on a baseball team. Any hint of praise or interest in him made him perk up foolishly (which he instantly regretted). He wondered if he’d been undernoticed by his strange parents.
In boarding school, the boys had watched movies on Saturday evenings with girls from their sister school. The boys, especially the boarders, were as awkward as monks around women, and it was hard to convince them to talk to their guests during the cookie-and-cider reception after the projection. The day boys, who usually weren’t around on weekends, were a lot more relaxed when they happened to attend. They treated women as if they were members of the same species at least, whereas the boarders gulped and turned funny colors and jabbed each other in the ribs, almost as if a girl were something like a newly purchased thoroughbred horse, valuable but hard to ride.
Jack got along with girls and boys because he was a classic “good guy.” He had a way of addressing a total stranger with a highly specific, off beat question. Standing in front of a student photo exhibit, he might say to a stranger, without any introduction, “You can tell all these pictures were taken by the same person, can’t you? They all look like people in the 1930s.” Odd as the approach might be, it required nothing from his interlocutor but an opinion. It suggested they’d known each other forever.”

 

 


Edmund White (13 januari 1940 – 3 juni 2025)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Ralf Thenior, Daniela Dröscher

De Duitse dichter en schrijver Ralf Thenior werd geboren op 4 juni 1945 in Bad Kudowa. Zie ook alle tags voor Ralf Thenior op dit blog.

 

Ostfriesland Dreamin’

Ein Wochenende im Best Western Hotel
in Leer / Ostfriesland ein echter Verholer

Hallo! Das Best Western in Leer / Ostfriesland
Ein Doppel und ein Einzel Fenster zum Bahnsteig

wenig Zugverkehr und jeder ankommende Zug
ein Ereignis so viele Leben die durcheinander wuseln

als Gestalten auf dem Perron stehen erst drei dann sieben
dann vierzehn eine Menge die im Zug verschwindet

der Bahnsteig leer Wir kommen gegen zwanzig Uhr
Bitte stellen Sie eine Flasche Sekt im Doppelzimmer kalt

zwei Gläser Obst Bionade und Strohhalme für das Kind
Das erste Ziel der Zuflussort die Leda mündet in die Ems

kleinster großer Fluss Deutschlands strömt in den Dollart
durchfließt ihn mündet in die Nordsee mit Strömungskraft

die tief bis vor die Küste reicht da hinten wo es dunkel wird
verliert sich süßes Flusswasser mischt sich mit Seesalz

zurück auf Holzstegen das schlafende Kind
du und ich und die Elektrizität deiner Nackenhärchen

ein Wochenende im Best Western Hotel
in Leer / Ostfriesland wär ne Wucht

 

 

Nachtregen

Der Nachtregen auf den Kastanienblüten,
der Geldumlauf im Blut, die Straßenlaterne,
langsam kommen sie zur Ruhe.
Der Tag sammelt stumme Erinnerung.

 

 

Ostende, unruhige Stunde

Die winzigen Spinnen, die am Erkerfenster
vorbei flogen an durchsichtigen Fäden —
ich erwartete dich voller Sehnsucht.

Hatte nur das Einbettzimmer, Klo im Flur,
doch wenn du kamst, zogen wir in unsere
Nummer 12, schoben den Tisch ans Fenster

und gossen Whisky in unseren Whisky.
Duschten in einer futuristischen Nasszelle,
bekamen Milchkaffee und Croissants ans Bett.

Und immer, ob wir uns liebten, Kaffee tranken
oder Whisky, ein Blick aus dem Fenster:
Wir sahen ein Haus, das abgerissen wurde.

Es verschwand an diesem Wochenende,
an dem wir uns liebten, tranken und redeten,
bis wir Hunger bekamen und Frietjes essen gingen.

Und nun, fünfundzwanzig Jahre später,
ist Ostende eine futuristische Nasszelle
und der Parkplatz kostet eine Übernachtung.

Und der Groentemarkt, Liebste, der Groentemarkt,
wie wir ihn liebten, den gibt es nicht mehr.

 

 

Pastorale

's Avonds, bijna donker,
de merel zingt in de achtertuin,
de enige vogelstem
op dit tijdstip van de nacht, beste herbergvader,
de vogelklok klopt ook niet meer,
althans sinds de merels
de Star Trek-titelmelodie
vanuit het struikgewas tjilpen – het
is bijna nacht, tweeëntwintig uur,
eind mei in West-Duitsland,
mijn kat staat op het kattenmeubel
en leunt tegen de bloempot op het balkon,
felgekleurde bloemen in de schemering,
ik heb net Alice Munro gelezen
en zie onze komende vijftien jaar
voor me afspinnen, zonder
fouten, we zijn dol op de merel.

 

Vertaald door Frans Roumen

 


Ralf Thenior (Bad Kudowa, 4 juni 1945)

 

 

De Duitse schrijfster Daniela Dröscher werd geboren op 4 juni 1977 in München. Zie ook alle tags voor Daniela Dröscher op dit blog.

Uit: Zeige deine Klasse: Die Geschichte meiner sozialen Herkunft

„Während die Großeltern väterlicherseits bei ihren Vornamen genannt wurden – »Berta Oma« und »Willy Opa« – hießen die mütterlicherseits nach ihrem Nachnamen: »Biela Oma« und »Biela Opa«.” Mit »Biela Oma« ging ich Pilze sammeln und puzzelte viele Nachmittage lang, mit »Berta Oma« bepflanzte und bewässerte ich den Gemüsegarten, der in einer Reihe mit anderen Kleingärten lag, erntete Beeren, Kartoffeln und Bohnen und pulte dann später, im Hof sitzend, säckeweise Erbsen. Mit »Willy Opa« ging ich spazieren, er sang »Dschingderassabumm«, las Geschichten vor und brachte mir die Namen aller Bäume und Wiesenblumen bei. Mit der spiegelblanken Glatze meines »Biela Opas« ist das Wort »unter ‘Page« verknüpft. Er hat sein halbes Leben im Erdinneren, ohne Tageslicht, verbracht.” Der unausgesprochene Konflikt zwischen den beiden Parteien war natürlich der Krieg. Mein Opa Alois war in russischer Gefangenschaft gewesen und zeit seines Lebens ein erklärter Gegner Hitlers, mein Opa Willy war als unüberzeugtes, aber passives Parteimitglied und Versorger von der deutschen Armee nicht eingezogen worden. Der eine hatte gehungert und gelitten im Namen des Deutschen Volkes, das ihn nun aber im Alltag nicht als Deutschen anerkannte. Der andere hatte zu essen gehabt sowie dazu noch einen französischen Kriegsgefangenen: «Paul aus Paris, Für meine deutsche Oma Berta waren die Eltern meiner Mutter VON DRÜBEN. Sie warf sie in einen Topf mit den Vertriebenen aus den ehemaligen deutschen Ostgebieten – Schlesien, Vorpommern, Ostpreußen -, denen die Einheimischen im Dorf nach dem Krieg buchstäblich im eigenen Haus hatten Platz machen müssen. Alois und Berta aber waren erst 1958 nach Deutschland gekommen, als Aussiedler, nicht als Vertriebene? Mein Großvater legte viel Wert darauf, dass dieses »A« sogar in seinem deutschen Pass vermerkt war. Er hatte sich die Ausreise teuer erkauft, indem er über Jahre hinweg geduldig korrupte polnische Beamten bestochen hatte. Zum anderen war das, was zwischen ihnen stand, schlicht Neid.

 


Daniela Dröscher (München, 4 juni 1977)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 4e juni ook mijn blog van 4 juni 2020 en eveneens mijn blog van 4 juni 2019 en ook mijn blog van 4 juni 2018 en ook mijn blog van 4 juni 2017 deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:55 Reageer op dit bericht

Monika Maron, Ralf Thenior

De Duitse schrijfster Monika Maron werd geboren op 3 juni 1941 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Monika Maron op dit blog.

Uit: Krähengekrächz

„Es ist schon länger her, dass ich in der Zeitung gelesen habe, Krähen könnten menschliche Gesichter erkennen. Später las ich, dass sie sich selbst im Spiegel erkennen und einen roten Fleck, den man ihnen aufs Gefieder geklebt hatte, als Fremdkörper identifizieren können und obendrein entfernen, und zwar an sich selbst, ohne auch nur den irrigen Versuch zu unternehmen, das Spiegelbild zu säubern.
Noch später las ich, dass sie Nüsse auf die Fahrbahn legen, um sie von Autos knacken zu lassen. Außerdem habe ich selbst beobachtet, wie mein Hund nach einigen Versuchen, die Krähen, von denen es in unseren Straßen unzählige gibt, aufzuscheuchen, als wären sie schreckhafte Spatzenschwärme, von ihnen so demütigend gefoppt wurde, dass er seitdem ihre Nähe respektvoll ignoriert, auch wenn eine von ihnen dicht vor ihm herumhüpft. Er weiß, dass sie, würde er losspringen, auf den kleinen Zaun vom Spielplatz fliegen würde und von da, versuchte er, ihr zu folgen, auf den unteren Ast der Kastanie und ihm dann, während er, um wenigstens einen kleinen Sieg zu erringen, den Stamm der Kastanie anpinkelt, mit höhnischem Krächzen scharf über den Kopf fliegen würde.
Aber erst als ich las, dass die Krähen den Menschen seit Anbeginn begleiten, dass sie seine ersten Schritte im aufrechten Gang gesehen, seine ersten artikulierten Laute gehört haben, alle seine Kriege erlebt und von seinen Leichenfeldern gelebt haben,
dass sie Toten- und Galgenvögel genannt wurden, weil sie überall auftauchten, wo die Menschen ihre Opfer hinterlassen hatten, erst als ich mir das vorstellte, begannen sich die Krähen aus meiner Straße in mein nächstes Buch zu drängen.
Natürlich hätte ich mich auch für die Krähen interessieren können, ohne gleich ihren literarischen Nutzen zu bedenken. Aber aus Gründen, die genau zu benennen mir fast unmöglich ist, komme ich beim Nachdenken über die Menschen ohne die Tiere nicht mehr aus. Vielleicht liegt es am Alter, am allmählichen Verfall und dem nahenden Sterben, das mich das Tier im Menschen so deutlich erkennen lässt. Mein kindlicher Blick hat die Tiere vermenschlicht, unser Hund war mein Bruder, mein Freund. Dass auch ich ein Tier bin, kam mir damals nicht in den Sinn, aber vielleicht habe ich es ja empfunden. Inzwischen sehe ich den Menschen als Sonderfall der großen Tierfamilie und kann mich nicht einmal entscheiden, ob die menschliche Besonderheit eher ein Glück oder ein Unglück ist.“

 

 


Monika Maron (Berlijn, 3 juni 1941)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Ralf Thenior werd geboren op 4 juni 1945 in Bad Kudowa. Zie ook alle tags voor Ralf Thenior op dit blog.

 

 

Alma

Een sneeuwwitte hond
als een sneeuwvlok waait hij
over het stoppelveld hupt
als een vlinder door de lucht
rent als een circuspaard
doet alsof hij remt
en springt met een hinde-achtige sprong
jubelend (zo lijkt het) over de strostapels
nog één en nog één
vol elegantie en levenslust
Morgen zullen ze het stro
tot balen persen overmorgen
glinsteren zwarte kluiten
in het zonlicht

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 


Ralf Thenior (Bad Kudowa, 4 juni 1945)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e juni ook mijn blog van 3 juni 2021 en ook mijn blog van 3 juni 2019 en eveneens mijn blog van 3 juni 2018 deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:33 1 reactie Reageer op dit bericht

Eckhart Nickel, Ralf Thenior

De Duitse schrijver en journalist Eckhart Nickel werd geboren op 2 juni 1966 in Frankfurt am Main. Zie ook alle tags voor Eckhart Nickel op dit blog.

Uit: Punk

„Gespenstische Stille erfüllte den Saal, niemand traute sich, auch nur einen Finger zu rühren. Irgendwann aber begann wie bei einem dieser modernen Stücke, wenn das Publikum sich nicht ganz sicher ist, ob der letzte gewaltige Ton auch wirklich den Schluss der Partitur bedeutet, jemand weit hinten zaghaft zu klatschen. Der Applaus entwickelte sich erst zögerlich, wuchs aber bald zu einem immer stärker anschwellenden Tosen, das, wie ich eingetrübt durch meine Tränen sehen konnte, selbst unsere Klavierlehrerin nicht unbewegt zu lassen schien. Obwohl ihre Lider immer noch ruhten, begann sie langsam und beständig zu nicken. Wahrscheinlich aus Angst davor, was nach dem Klatschen kommen würde, hörte das Publikum lange nicht auf. Keiner wollte der Letzte sein, und so ging es immer wieder
von vorne los, nur in ständig schwächer werdenden Wellen, bis es wirklich vorbei war. Madame Frambois6e erhob sich und ging getragenen Schrittes zum Pult mit Mikrofon, das auf ihrer Seite der Bühne stand. Sie richtete den Blick nach oben über die Menge hinweg, als könnten in einer derartig kompromittierenden Situation nur noch die Götter selbst als adäquate Ansprechpartner dienen. Ihre Stimme zitterte, der französisch eingefärbte Tonfall, der sonst eher streng klang wie die französisch eingefärbte Tonfall, der sonst eher streng klang wie die Betonung eines höfischen Rituals, wirkte nun trotz des sarkastischen Tons fast schon zerbrechlich: »Wir bleiben mit unserem nächsten Kandidaten nach Mozart, von dem man, wie sie ja sehen und hören durften, nie genug bekommen kann, direkt beim Thema: Erik ist nicht nur der Vorname des Schülers, nein, auch des Komponisten, den er uns vorstellt mit seinen Vexations, zu Deutsch in etwa Quälereien, ein Werk, dessen Motiv der endlosen Wiederholung und Variation schönste Erinnerungen an meine eigenen Klavierstunden weckt und als absolutes Meisterwerk, ja als Vorreiter der seriellen Musik gilt. Viel Vergnügen mit Satie!« Sie schaute fahrig in die Menge, als ob sie Ihren Schüler mitten im grellen Gegenlicht entdecken könnte. Ich fragte mich, ob sie schon vor dem Konzert zu trinken angefangen hatte.
Nach jeder Stunde geriet ich mit Kirsten tierisch aneinander, weil wir uns nie einig werden konnten, was sich hinter dem speziellen Odeur von Madame Framboisee verbarg. War es ein exklusives Eau de Parfum aus Paris, das sich einfach nur sehr unglücklich mischte mit ihrem Make-up, dessen Puder nach Moschus und Vanille duftete, dem kokoslastigen Haaröl ihrer Dauerwellen-Mähne und der Schweißbildung unter den Kunstfaser-Ärmeln ihrer schreibunten Blumenblusen, mit denen sie ihre Leibesfülle so elegant kaschierte?“

 

 


Eckhart Nickel (Frankfurt am Main, 2 juni 1966)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Ralf Thenior werd geboren op 4 juni 1945 in Bad Kudowa. Zie ook alle tags voor Ralf Thenior op dit blog.

 

 

Oude man in het winterpark

Onder zijn muts de hemel,
in zijn milt een vlucht meeuwen,
dun ijs in zijn broekzakken.
en schimmel in zijn rechterschoen,

Een winterig licht in zijn kniegewricht,
Dat luchtig de leegte draagt,
Hij staat daar recht als een pijnboom,
spoedig tot planken verzaagd.

 

Vertaald door Tsead Bruinja

 

 


Ralf Thenior (Bad Kudowa, 4 juni 1945)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 2e juni ook mijn blog van 2 juni 2021 en ook mijn blog van 2 juni 2019 en ook mijn blog van 2 juni 2018 deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:47 Reageer op dit bericht

Wiel Kusters, Connie Wanek, Ralf Thenior

De Nederlandse dichter, schrijver en letterkundige Wiel Kusters werd geboren in Spekholzerheide op 1 juni 1947. Zie ook alle tags voor Wiel Kusters op dit blog.

 

 

Hohner

In een la van de keukenkast
lagen de sigaretten van mijn vader
een boekje over eerste hulp bij ongelukken
(een man is uit voorzorg op een plank gaan staan
en trekt met een wandelstok
de elektrische draad
van het lichaam van de geëlektrocuteerde ander)
een alarmpistool –
veel dat mij is ontschoten
en een mondharmonica van het merk
Hohner – The Echo Harp.

Op het doosje een berglandschap
een houten huis
rook uit de schoorsteen
en op de voorgrond een man
die een pad bewandelt
naar ons toe.

Mijn broer bespeelde The Echo Harp
La Paloma
of schoot met het pistool
wanneer hij niet tekende, schaakte, las
of al het andere waar hij
goed in was.

Nooit kwam ik tot muziek
op zijn Hohner
nooit tot iets anders dan een sireneachtig
in en uit van adem

wel proef ik het hout
ruik daarvan de wat zoete geur
wanneer het vochtig wordt
van mijn speeksel
voel hoe mijn mond
dorstig wordt en droog.

Het is geen muziek
waarmee mijn broer nu
uit het gebergte van zijn dood
nader treedt

het is een ademen
een ademen alleen
in in in

en een janken
zoals vroeger nooit
door hem
geuit.

 

Broer

Zolang je Kaspar Hauser was
bleef je ongeboren
en wat ik later van je las
lag als adem op mijn ruit
bevroren.

Ik wist niet hoe jij jezelf verstond.
Ik adem op jouw woord
en zie hoe dit zich smelten laat
maar ook hoe je ontdooiend spreken
jou verstoort.

 

 

Vis een visser, met vis in zijn schuit

Ik zwem door mazen, maar er is geen net,
kan alle kanten op, ook achteruit.
Mijn soort is in dit water uitgezet,
maar vissers hebben het voor ons verbruid
door niet te talen naar de oude wet
dat zelfs het water zijn beperking kent
voor wie er uit de maalstroom wordt gered
omdat hij snel voorbij zijn kieuwen zwemt.

Ik ben een vis, ik ben een hele school
tot in mijn graten toe, die niemand eet.
Vermenigvuldigd door die ene angst:
dat ik ontkomen zal bij elke vangst,
dat ik de enige ben die men vergeet,
die als ondood door zijn woorden doolt.

 

 


Wiel Kusters (Spekholzerheide, 1 juni 1947)

 

 

De Amerikaanse dichteres Connie Wanek werd geboren op 1 juni 1952 in Madison, Wisconsin. Zie ook alle tags voor Connie Wanek op dit blog.

 

The Coin Behind Your

Before you knew you owned it
it was gone, stolen, and you were a fool.
How you never felt it is the wonder,
heavy and thick,
lodged deep in your hair like a burr.
You still see the smile of the magician
as he turned the coin in his long fingers,
which had so disturbed your ear
with their caress. You watched him
lift it into the light, bright as frost,
and slip it into his maze of pockets.
You felt vainly behind your ear
but there was no second coin,
nothing to tempt him back.
No one cared to know why he did it,
only how.

 

BROOM

A blossom on its long stem
the broom is a hag of a tulip.
It is a woman who tics back
her hair with wire,
who wears burlap,
who eats clay.

For its fidelity
the broom has been granted
the ability to carry the witch
to the clouds. Who was the first
to slip it between her legs
and vanish?

 


Connie Wanek (Madison, 1 juni 1952)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Ralf Thenior werd geboren op 4 juni 1945 in Bad Kudowa. Zie ook alle tags voor Ralf Thenior op dit blog.

 

 

Oud worden met Penelope Cruz

Kijk niet naar de huid
dat is bijzaak
kijk naar de hersens
als je kunt
natuurlijk wil je
stokoud worden ouwe bok
met het oog op die zeventienjarige
meisjes maar dat vriend
is belachelijk kijk nou eens
naar Penelope haar rimpels
verdiepen haar lachje
weven het doek

 

 

Vertaald door Tsead Bruinja

 


Ralf Thenior (Bad Kudowa, 4 juni 1945)

 

 

Zie voor de schrijvers van de 1e juni ook mijn blog van 1 juni 2020 en eveneens mijn blog van 1 juni 2019 en ook mijn blog van 1 juni 2018.

Geschreven door Romenu om 09:40 Reageer op dit bericht

The Visitation (Elizabeth Jennings), Walt Whitman

Bij Maria Visitatie

 

 


De Visitatie door Juan Bautista Maíno, 1636

 

 

The Visitation

She had not held her secret long enough
To covet it but wished it shared as though
Telling would tame the terrifying moment
When she, most calm in her own afternoon,
Felt the intrepid angel, heard
His beating wings, his voice across her prayer.

This was the thing she needed to impart,
The uncalm moment, the strange interruption,
The angel bringing pain disguised as joy,
But mixed with this was something she could share
And not abandon, simply how
A child sprang in her like the first of seeds.

And in the stillness of that other day
The afternoon exposed its emptiness
Shadows drift from light, the long road turning
In a dry sequence of the sun. And she
No apprehensive figure seemed,
Only a moving silence though the land.

And all her journeying was a caressing
Within her mind of secrets to be spoken.
The simple fact of birth soon overshadowed
The shadow of the angel. When she came
Close to her cousin’s house she kept
Only the message of her happiness.

And those two women in their quick embrace
Gazed at each other with looks undisturbed
By men or miracles. It was the child
who laid his shadow on their afternoon
By stirring suddenly, by bringing
Back the broad echoes of those beating wings.

 

 


Elizabeth Jennings (18 juli 1926 – 26 oktober 2001)
De St Botolph’s kerk in Boston, Lincolnshire, de geboorteplaats van Elizabeth Jennings

 

 

De Amerikaanse dichter Walt Whitman werd geboren op 31 mei 1819 in Westhills, Long Island, New York. Zie ook alle tags voor Whalt Whitman op dit blog.

 

 

HET LIED VAN MIJN EIGEN IK

3.

Heeft iemand ooit gemeend, dat het gelukkig was geboren
te zijn?
Ik haast mij hem of haar te zeggen, dat ’t even gelukkig is te
sterven, en ik weet dat.

Ik ga den dood door met den stervende en het leven door
met het zoo-even ontbonden kind, en wat gij daar van mij
ziet tusschen laarzen en hoed is niet mijn geheele Ikheid.
Mijn leven is het leven der menigvuldigheid en in die menigvuldigheid
zijn daar niet twee eveneens en allen zijn goed,
De aarde goed, de sterren goed en alles wat daarop of omheen
leeft goed.

Ik ben geen aarde, ook geen satelliet van een aarde,
Ik ben de maat en gezel van menschen die allen even onsterflijk
en vademloos zijn als ik-zelf ben,
(Zij weten niet hoe onsterflijk, maar ik weet ’t).

Iedere mensch leeft voor zichzelf en voor wat zijn leven is,
ik leef voor mij en weet wat mijn is, mannelijk en
vrouwelijk,
Zij zijn mijn die knapen geweest zijn en vrouwen begeeren,
Hij is mijn de man, de fiere, die het steken voelt der
geringschatting,
Zij is mijn de verloofde, en de oude maagd is mijn, zij zijn
mijn de moeders en de moeders van moeders,
Mijn zijn de lippen die glimlachen en de oogen die tranen
storten,
Mijn zijn de kinderen en die kinderen gewinnen.

Naakt! Voor mij hebt gij geen schuld, door mij wondt gij niet
uitgeworpen, door mij niet geminacht,
Ik zie U door kleed en hemd in de ziel,
Ik omgeef U, ik laat niet af voor ik U gewonnen heb, ik ben
onvermoeid, gij kunt mij niet afschudden.

 

 

Vertaald door Maurits Wagenvoort

 

 


Walt Whitman (31 mei 1819 – 26 maart 1893)
Portret door Herbert Gilchrist, 1887

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 31e mei ook mijn blog van 31 mei 2020 en eveneens mijn blog van 31 mei 2019 en ook mijn blog van 31 mei 2017 en ook mijn blog van 31 mei 2015 deel 2.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

In Memoriam Ngũgĩ wa Thiong’o

 

In Memoriam Ngũgĩ wa Thiong’o

 

De Keniase schrijver Ngũgĩ wa Thiong’o is afgelopen woensdag op 87-jarige leeftijd overleden. Ngũgĩ wa Thiong’o werd geboren op 5 januari 1938 in Kamiriithu, Limuru, Kenia. Zie ook alle tags voor Ngũgĩ wa Thiong’o op dit blog.

Uit: In the House of the Interprete

“I’m so engrossed in these thoughts that I forget to take note of the landscape around me. But instinct suddenly tells me that I have gotten home . . . or where home should be. I stop, put down the box, and look around me. The hedge of ashy leaves that we planted looks the same, but beyond it our homestead is a rubble of burnt dry mud, splinters of wood, and grass. My mother’s hut and my brother’s house on stilts have been razed to the ground. My home, from where I set out for Alliance only three months ago, is no more. Our pear tree is still standing, but like the ashy hedge, it’s a silent witness. Casting my eyes beyond, I suddenly realize the whole village of homesteads has disappeared. The paths that had crisscrossed the landscape, linking the scattered dwellings into a community, now lead from one mound of rubble to another, tombs of what has been. There is not a soul in sight. Even the birds flying above or chirping in the hedges emphasize the emptiness. Bewildered, I sit on my box under the pear tree, as if hoping it will share with me what it knows. The tree, at least, has defied the desolation, and I pick a few ripe pears to eat in baffled silence. How could a whole village, its people, history, everything, vanish, just like that?
The sight of two rats chasing each other amid the rubble shakes me out of my reverie. I think of going toward the only houses still standing, the Kahahus’, despite their ghostly aura, for an answer. Once again I stagger along with the box. At the hedge, I see a man and recognize Mwangi, part of a group of workers who have always rendered loyal services to the Kahahu family. As children, we called him Mwangi wa Kahahu, although he was not blood related. He always had gossip about the goings-on in the big house on the hill. Now he and I are the only humans in a desolate landscape.

You mean you don’t know that all the people have been moved to near the home guard post? Oh, but of course you have come home on school break. Go up, and you will see for yourself, he says, gesturing vaguely in the direction of the ridge.
His delivery is matter-of-fact. I stare at him, waiting for more, but he walks away. Normally he would have taken the time to tell tales of the Kahahu family, his favorite subject, but today he does not have the words. Slowly I work my way up the ridge, past more piles of rubble, charred funeral pyres of a rural community. From the top of the ridge, now bereft of all memories, I put the box down and look at the valley below. A completely new vista of grass-thatched roofs lies before me.”

 

 

 Thiongo
Ngũgĩ wa Thiong’o (5 januari 1938 – 28 mei 2025)

Geschreven door Romenu om 17:38 Reageer op dit bericht

Oscar van den Boogaard, Elizabeth Alexander

De Nederlandse schrijver Oscar van den Boogaard werd geboren in Harderwijk op 30 mei 1964. Zie ook alle tags voor Oscar van den Boogaard op dit blog.

Uit: In de naam van de zoon

“Beter dan op het scherm te kijken, laat ik me gidsen door de Fransman op mijn boordcomputer die zo opgewekt klinkt dat een hellevaart een zegetocht lijkt.
Via slingerende wegen over beboste heuvels, door wijngaarden en dorpen met vakwerkhuizen waarvan ik de namen ken van de drijvende etiketten in mijn moeders ondergelopen wijnkelder, is hij het die me door de Elzas richting Zwitserland leidt.
Een enorme omweg, maar toch laaf ik me aan iedere bocht die ik neem, het is als diep ademhalen. Voor het eerst ben ik alleen op weg naar de plek waarvan ik nog steeds niet kan geloven dat die werkelijk bestaat. Terwijl de zon ondergaat, veranderen de heuvels en bomen en huizen in schaduwbeelden. Ik zie de koffiekan, de theepot, de suikerpot in zwart basalt, met op de deksels de weeping widows. Het Wedgwood-rouwservies, alle familiepijn zat erin.
Als kind verstopte ik het als we op vakantie gingen. Het idee dat het gestolen zou worden vond ik onverdraaglijk. Voorzichtig wikkelde ik het in krantenpapier en zette het in een doos op de kruipzolder.
‘De kans dat je het breekt is groter dan dat iemand het pikt,’ zei mijn moeder laconiek.
Haar kon het niet schelen, zij was nergens aan gehecht, zelfs niet aan het leven.
Toen ik in de jaren negentig in Brussel woonde, bewaarde ik het servies in een doos in de kelder onder mijn kunstgalerie. Een van de werkmannen moet het hebben meegenomen. En ook de doos met de Märklin-trein, de locomotief, de wagonnetjes.
Mijn aantekeningen, drie dozen vol waarin ook de envelop met foto’s en brieven van Bernhard, zijn in de loop der jaren in die vochtige kelder vermolmd, toen ik verhuisde heb ik het als compost op een kruiwagen geschept. Vruchtbaar was het.
Het navigatiescherm schakelt over op de donkere nachtstand. Er valt geen stad, geen rivier, geen berg op te herkennen. Een militair zou ermee verdwalen, maar voor mij is het een perfect instrument. Ik laveer tussen zwart en wit, binnen en buiten, alles en niets.
De eerste nacht logeer ik in het oude familiehotel aan het Meer van Zug waar ik als kind met mijn moeder ben geweest. Het restaurant is al dicht en vanaf mijn balkon zie ik alleen de nacht met hier en daar een lichtje. Mijn druiven en noten zijn op, ik kan van de honger niet slapen.
Ik zie mijn moeder weer staan bij het raam, ze tilt de vitrage opzij en kijkt naar het terras beneden. Bernhard kan ieder moment daar zijn. Ze bestelt iets te drinken, het is haar zoveelste glas. Ze vertelt dat de hoge berg in de verte naar Pilatus is vernoemd.”

 

 vandenboogaard
Oscar van den Boogaard (Harderwijk, 30 mei 1964)

 

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Elizabeth Alexander werd geboren op 30 mei 1962 in New York. Zie ook alle tags voor Elizabeth Alexander op dit blog.

 

Negentien

Die zomer in Culpepper was er alleen maar wit te eten:
bloemkool, bot, witte saus, wit ijs.
Ik sloop rond met een oudere man die me niet vertelde
dat hij getrouwd was. Ik was de baby, dronk rum-cola
terwijl de mannen wiet rookten die ze van de campers hadden gestolen.
Ik sloop met mijn geliefde naar met gif begroeide velden en kampeerbusjes.
Ik sliep nooit. Om de twee weken keerde ik terug naar de stad,
zwart en stoffig, met een vuilniszak vol vuile kleren.

Op mijn negentiende was het mijn eerste zomer weg van huis.
Zijn baard rook muf. Zijn ogen waren zwart. “De dames zijn dol op mijn haar,”
zei hij, en ik glimlachte als een dwaas. Hij wist alles
over marihuana, hoe droog het moest zijn om te branden,
hoe je het moest pletten, eraan moest ruiken, de zaadjes eruit moest halen. Hij zei
dat hij dat allemaal in Vietnam had geleerd. Hij bracht zijn zoon mee op bezoek
na een van zijn vrije dagen. Ik had me nooit een moeder voorgesteld.
“Mag ik een kus stelen?” zei hij, de eerste innige nacht in het veld.

Ik vroeg en vroeg naar Vietnam, hoe elk litteken aanvoelde,
hoe de strijd was, hoe de jungle rook. Hij luisterde
veel naar Marvin Gaye, was alles wat hij zei, en greep
tussen mijn benen. Ik zou voor de ochtend naar mijn bedje kruipen.
Ik zou dat witte eten eten. Dit was voordat ik begreep
dat niets in één klap kapot kon gaan. Een plotselinge
harde storm stak die nacht op; hij schoot de bus in.
“De regen klonk precies zo,” zei hij, “daar op de daken.”

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 

alexander3005
Elizabeth Alexander (New York, 30 mei 1962)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 30e mei ook mijn blog van 30 mei 2020 en eveneens mijn blog van 30 mei 2019 en ook mijn blog van 30 mei 2017 en ook mijn blog van 30 mei 2015 deel 2.

Geschreven door Romenu om 17:07 Reageer op dit bericht

Hemelvaart (Anton Ent), Elizabeth Alexander

 

Bij Hemelvaartsdag

 

 

 


De Hemelvaart van de Heer door Francisco Bayeu, 1769

 

 

 

Hemelvaart

Glorieuze napijn van Gods wet
de horizon wordt overeind gezet

Die vernederd werd tot dode man
neemt de treden van het licht
opgetogen naar Gods aangezicht
waaronder men weer spelen kan

De vaart die mens en God verbindt
geeft mij de rust van ’t spelende kind
dat hoogst verbaasd hand aan de mond
zichtbaar voet krijgt aan de grond

Glorieuze voorpost van het bericht
dat de horizon weer open ligt

 

 


Anton Ent (Rotterdam, 20 januari 1939)
De. HH. Laurentius & Elisabeth Kathedraal in Rotterdam

 

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Elizabeth Alexander werd geboren op 30 mei 1962 in New York. Zie ook alle tags voor Elizabeth Alexander op dit blog.

 

Apollo

We stoppen
bij een kraampje
in Massachusetts
om mannen

op de maan te zien lopen. We deden
hetzelfde
bij drie, twee, één, lancering, en nu

zien we dezelfde mannen
in en uit
kraters stuiteren. Ik wil
een cola en een hamburger.

Omdat de mannen
op de maan lopen,
die nu ontegenzeggelijk
niet groen is, geen kaas,

geen glimmend dubbeltje dat zweeft
in een koud blauw,
zoals ik had gedacht,
merken de mensen bij het kraampje

niet dat we een zwarte
familie zijn, niet van daar,
zoals het meestal gaat.
Dit gepraat door

ruis, stuiteren in ruimtelaarzen,
vastgebonden aan snoeren is veel
vreemder, vreemder

nog dan wij zijn.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 


Elizabeth Alexander (New York, 30 mei 1962)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 29e mei ook mijn blog van 29 mei 2022 en ook mijn blog van 29 mei 2021 en ook mijn blog van 29 mei 2019 en ook mijn blog van 29 mei 2018 en eveneens mijn blog van 29 mei 2016 deel 2.

Geschreven door Romenu om 17:39 1 reactie Reageer op dit bericht

Ad Zuiderent, Vladislav Chodasevitsj

De Nederlandse dichter en criticus Ad Zuiderent werd geboren in ’s-Gravendeel op 28 mei 1944. Zie ook alle tags voor Ad Zuiderent op dit blog.

 

 

Gedroomd wielrijden

Met begeleiding Kathleen Ferrier gehoord:
in de afgebroken volkstuinhuisjes zong zij
van dood en opstanding. Rijp lag op het gras
naast de Kruislaan en bij de proefboerderij
klonk het orkest met Mahler. Licht rillend
richtten wij het stuur naar het kanaal,
waar uitspanningen gesloten waren,
schepen op het droge, de weg doodliep
op de spoorlijn, alle ellende
van een winterzondag op de fiets. Goddank
bleef de begeleiding een vertrouwde dissonant,
waren de opritten naar de dijk te steil
en reden wij gedrieën en luisterden.
Er was geen mens. Het was geen weer
om op te staan, laat staan om te gaan liggen.

 

 

Tocht langs de rivier

Wij fietsten langs de Amstel naar het zuiden.
Niet lang geleden had ik hier geluk.
Wat moest ik doen als ik het weer had? Terugdenken?

Maar er was geen muziek, die de herinneringen ordent;
dit zuiden was niet warm; geen zware transportfiets meer,
‘De Poëtische Vervoering’ geheten, en ik rechtop daarop de wereld overziend.

Gelukkig dacht ik nu, krom boven mijn tien versnellingen,
aan mijn gezondheid, aan mijn jongensdroom van een zittend bestaan
en alles bezweren, de dikke kerk van Nes, geëmailleerde reclameborden.

De banden gleden stil over de weg. Onder de dampen van Uithoorn wist ik dat dit
mijn toekomst was, een training voor een langer leven vol geheugen,
geen inspiratie meer tot meer.

 

 

Onder vrienden

Gepraat aan tafel over hoe je je gedraagt
als je bedreigd wordt. Je cursus leidde
tot dit onderwerp; wij knikten,
want onder vrienden komt ieder woord terecht.

Met mes en vork bevrijdden wij de sfeer
van amicaliteit. Zo scherpten wij aan
saus en kruiden het eigen vlees.
Het woord was op, gebaren bleven over,
en sentiment kwam dreigend boven tafel.

 


Ad Zuiderent (’s-Gravendeel, 28 mei 1944)
Portret door Frans van Steenhoven, 1984

 

 

De Russische schrijver en dichter Vladislav Felitsianovitsj Chodasevitsj werd geboren in Moskou op 28 mei 1885. Zie ook alle tags voor Vladislav Chodasevitsj op dit blog.

 

 

Variatie

Om deze schouders, deze handen
te warmen op ’t balkon gegaan
zit ik, – maar alle aardse klanken
komen als uit een droom vandaan.

En plots ben ‘k van versmachting vol
en zwem: zelf weet ik niet waarheen;
maar mijn heelal dijt uit in golven
die ijlen kringsgewijs uiteen.

Bestendig u, liefkozend wonder!
Een andere kring kom ik nu in
en ‘k hoor mijn schommelstoel wel bonken
in vaste maat, maar al van ginds.

 

Vertaald door Marko Fondse

 

 


Vladislav Chodasevitsj (28 mei 1885 – 14 juni 1939)
Portret door Valentina Mikhailovna, 1915

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 28e mei ook mijn blog van 28 mei 2023 en ook mijn blog van 28 mei 2019 en ook mijn blog van 28 mei 2017 deel 2 en ook mijn blog van 28 mei 2016.

Geschreven door Romenu om 16:27 Reageer op dit bericht

Linda Pastan

De Amerikaanse dichteres Linda Pastan werd geboren op 27 mei 1932 in New York. Zie ook alle tags voor Linda Pastan op dit blog.

 

 

The Safecracker

On nights when the moon seems impenetrable—
a locked porthole to space;
when the householder bars his windows
and doors, and his dog lies until dawn,
one jeweled eye open; when the maiden sleeps
with her rosy knees sealed tightly together,
on such nights the safecracker sets to work.
Axe . . . Chisel . . . Nitroglycerin . . .
Within the vault lie forty thousand
tons of gold; the heaped up spoils
of Ali Baba’s cave; the secrets of the molecule.
He sands his fingertips
to feel the subtle vibrations
of wheel lining up, just so, with wheel.
His toolmarks are his fingerprints.
And now a crack appears on the side
of the egg, a single fault line,
and within: the golden yolk just waiting.
A kind of wind . . . a door flies open . . . a glitter
of forsythia forced out of the branch.
With smoothest fingertips you touch
the locked cage of my ribs . . . just so.
My knees fall open. And Cleopatra smiles,
whose own Egyptians first invented the lock.

 

 

The Quarrel

If there were a monument
to silence, it would not be
the tree whose leaves
murmur continuously
among themselves;

nor would it be the pond
whose seeming stillness
is shattered
by the quicksilver
surfacing of fish.

If there were a monument
to silence, it would be you
standing so upright, so unforgiving,
your mute back deflecting
every word I say.

 

 

A RAINY COUNTRY

Je suis comme le roi d’un pays pluvieux Baudelaire

The headlines and feature stories alike
leak blood all over the breakfast table,
the wounding of the world mingling
with smells of bacon and bread.

Small pains are merely anterooms for larger,
and every shadow has a brother, just waiting.
Even grace is sullied by ancient angers.
I must remember it has always been like this:

those Trojan women, learning their fates;
the simple sharpness of the guillotine.
A filigree of cruelty adorns every culture.
I’ve thumbed through the pages of my life,

longing for childhood whose failures
were merely personal, for all
the stations of love I passed through.
Shadows and the shadow of shadows.

I am like the queen of a rainy country,
powerless and grown old. Another morning
with its quaint obligations: newspaper,
bacon grease, rattle of dishes and bones.

 

 

Insomnia

Ik herinner me nog dat mijn lichaam
een vriend was,

toen de slaap als een brave hond
kwam wanneer ik die riep.

De deur naar de toekomst
stond nog niet op het punt dicht te gaan,

en op mijn rug liggen
tussen koude lakens

voelde niet
als een repetitie.

Nu duikt het licht dat er nog is
op – een vlek in het oosten,

en de slaap, geeft me
als een drukke dokter,

met tegenzin, een beetje
van zijn tijd.

 

Vertaald door Frans Roumen

 


Linda Pastan (27 mei 1932 – 30 januari 2023)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 27e mei ook mijn blog van 27 mei 2023 en ook mijn blog van 27 mei 2020 en eveneens mijn blog van 27 mei 2019 en ook mijn blog van 27 mei 2018 deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:26 1 reactie Reageer op dit bericht

Alan Hollinghurst, Maxwell Bodenheim

De Britse dichter en schrijver Alan Hollinghurst werd geboren op 26 mei 1954 in Stoud, Gloucestershire. Zie ook alle tags voor Alan Hollinghurst op dit blog.

 

 

Confidential Chats with Boys

1.

There are things in trousers called men,
almost too well-mannered, passing
as gentlemen – human skunks
hatched from rattlesnakes’ eggs.

You meet them in fashionable hotels
where families stay, playing croquet
and the gallant, sought after for charades;
their impersonations are famous.

Avoid these men who avoid
real men and manly sports,
who prefer to go bathing with boys
and plan a pretty five-mile walk.

Their germs are everywhere, in schools,
on hotel towels and drinking cups,
left on linen and the tasting-spoon;
their breath is the fog of blindness.

Keep your eye on that jug,
that candlestick, and when he moves,
hit him to leave him scarred:
scar the skunk and coward for life.

 

5.

With mother ill at Christmas
there was no Swiss crib
or consolation for her
withdrawn presence.

Not to make a noise
I lay in state on the floor,
a black speaker at each ear,
to hear my Russian music:

with lilies on the suicide’s grave,
with Lorelei and the cold river,
with the girl’s toy drum burying
her soldier, brother, lover,

each day I reduced
the box of liqueur chocolates,
crushing the little barrels
between my molars, coughing

and warming at the stuff on my tongue:
sweet, unpleasant, but addictive,
an overdrawn bachelor’s gift
not likely to be missed.

 

Mud

November was always mud.
Crossing a ploughed field
our feet grew footballs of clay;
matted with leaves its crust
dropped on bootroom floors.
Its odour was sharp and cold
as a rocket’s nitre, cold as
gardeners’ hands daubing the hot tap.

Grandfather’s eastward view
was mud, deepening and retentive.
His fingers were never free of it,
holding letters broken at their creases
with folding, pressing into a shelled church
for shelter, opening smoke-darkened wings
of a Flemish triptych.

At Cairo it flooded the lift
and he ordered duckboards
to be laid across the Mess,
and left at dusk to walk
barefoot on the red carpets of a mosque.

In peacetime at his dig
the sprigged Orpheus and running hare
shone dully for one day
before the villa’s hidden spring
sapped the bank of earth
and closed their eyes with mud.

Mud is piled on the tarpaulin
at the grave’s edge, curls up
round our polished black welts,
and sends its chill rising
through the soles of the feet like worms.

 

 


Alan Hollinghurst (Stoud, 26 mei 1954)

 

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Maxwell Bodenheim werd geboren op 26 mei 1892 in Hermanville, Mississippi. Zie ook alle tags voor Maxwell Bodenheim op dit blog.

 

 

Fabrieksmeisje

Waarom zijn je ogen als droge bruine bloempeulen,
Nog steeds, gegrepen door de herinnering aan verloren bloemblaadjes?
Ik voel dat ze, als ik ze aanraak,
Zouden verbrokkelen tot vallend bruin stof,
En jij zou daar staan met een zichtbare blindheid.
Toch zou je niet terugdeinzen, want je leven
Is al lang geleden uit je hoofd geleerd,
En ogen zouden alleen maar wegsmelten tegen de hoge wanden.
Bovendien, bij het maken van dozen,
Bestrooid met ruwe vergeet-mij-nietjes,
Ben je merkwaardig gezegend als je ogen dood zijn.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 


Maxwell Bodenheim (26 mei 1892 – 6 februari 1954)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 26e mei ook mijn blog van 26 mei 2020 en eveneens mijn blog van 26 mei 2019 en ook  mijn blog van 26 mei 2018.

Geschreven door Romenu om 17:08 Reageer op dit bericht

Egyd Gstättner, Theodore Roethke

De Oostenrijkse schrijver en essayist Egyd Gstättner werd geboren op 25 mei 1962 in Klagenfurt. Zie ook alle tags voor Egyd Gstättner op dit blog.

Uit: Leopold der Letzte

„Gestern stand in der Zeitung, dass ich gestorben war. Marion zeigte mir den Artikel mit der Todesnachricht beim Frühstück, als ich mich gerade daran machen wollte, mit einem präzisen Querschnitt ihr weiches Ei zu guillotinieren, wie ich es immer getan hatte: zuerst ihres, dann meines. Sie kochte die Eier. Ich köpfte sie. Das war unser Ritual. Eierköpfen erfüllte mich immer mit großer Lust. Jetzt schaute ich groß. Im ersten Augenblick war ich ein wenig erstaunt, denn ich hatte mir mein Leben lang vorgestellt, in der Abenddämmerung eines späten Dezembertags zu sterben, während es draußen in dichten Flocken schneit; ohne Kampf, ohne Schmerzen außer einem bisschen Abschiedsschmerz vielleicht, aber durch gepflegten Weltekel gelindert. Ich mochte zugeschneit werden. Meine Seele mochte zugeschneit werden. Meine Seele wollte sterben, indem sie eingeschneit würde mit warmen, warmen Flocken. Zwischen friedlichen Weihnachten und friedlichem Neujahr hatte ich friedlich sterben wollen, wie etliche Figuren in meinen Büchern gestorben waren – um das Wort Helden zu vermeiden: Was war schon ein Held! Marion und Ira würden bei mir sein, hatte ich mir vorgestellt, sie würden an meiner Bettkante hocken und mit feuchten Augen abwechselnd meine Hand halten. Schließlich würde ich den eingeschläferten Körper ablegen und meine Seele aus allen Gliedern zusammenfließen lassen, in den Augen lagern und zu einem funkelnden Diamanten gepresst auf dem Sofa hinterlassen. Erlöst. Vom Menschsein erlöst. Beethovens vierte Symphonie, Adagio – Allegro vivace, leise. Mein Engel Marion und ich hatten zeit unseres Zusammenlebens davon geträumt, gemeinsam zu sterben. Das war kokett, das wäre nur im Fall eines Unfalls, einer Katastrophe oder eines Doppelselbstmords möglich gewesen. Jetzt ging ich ihr voraus. Jetzt ließ ich sie allein, wenn auch mit allen meinen Geschichten auf der Welt zurück. Ihr blieb das Sichten und das Ordnen. Ich konnte Marions Gedanken lesen, wie Marion meine Gedanken lesen konnte, auch jetzt noch natürlich, wir verstanden uns blind, gewissermaßen tot, zwischen uns waren nicht mehr viele Worte nötig.“

 


Egyd Gstättner (Klagenfurt, 25 mei 1962)

 

 

De Amerikaanse dichter Theodore Huebner Roethke werd geboren in Saginaw, Michigan op 25 mei 1908. Zie ook alle tags voor Theodore Roethke op dit blog.

 

Zijn bange vermoeden

I
Vissen deinen mee met de zee.
Ik, levend, bied nog het hoofd
Aan de ongegronde vrees
Ver, ver vandaan te zijn
Van een lieflijke persoon.

II
Gedachte na gedachte kan
Een last zijn voor de ziel.
Wie kent van alles het eind?
Als ik stilsta, praat met een steen,
Komt de dauw dichterbij.

III
Ik overzing de wind
En hoor mezelf, ik keer
Terug tot het niets, alleen.
Het eenzaamste dat ik ken
Is mijn eigen geest die speelt.

IV
Is zij bezit van het licht?
Ik snuif de duisterende lucht
En luister naar mijn eigen voeten.
Een storm wakkert aan waar
Wind en water elkaar ontmoeten.

 

Vertaald door Ria Loohuizen

 


Theodore Roethke (25 mei 1908 – 1 augustus 1963)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 25e mei ook mijn blog van 25 mei 2020 en eveneens mijn blog van 25 mei 2019 en ook mijn blog van 25 mei 2017 en ook mijn blog van 25 mei 2015 deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:42 1 reactie Reageer op dit bericht

Michael Chabon, Joseph Brodsky

De Amerikaanse schrijver Michael Chabon werd geboren op 24 mei 1963 in Washington. Zie ook alle tags voor Michael Chabon op dit blog.

Uit: De Jiddische politiebond (Vertaald door Christien Jonkheer en Gerda Baardman)

“Al negen maanden bivakkeert Landsman in hotel Zamenhof zonder dat een van zijn medegasten vermoord is. En nu heeft iemand de bewoner van kamer 208, een jehoede die zich Emanuel Lasker noemde, een kogel door het hoofd gejaagd.
‘Hij nam de telefoon niet meer op, deed de deur niet meer open,’ zegt Tenenboim de nachtportier als hij Landsman uit bed komt halen. Landsman woont op 505, met uitzicht op het neonbord van het hotel aan de overkant van Max Nordau Street. Dat is hotel Blackpool, een woord dat door Landsmens nachtmerries spookt ‘Ik heb mezelf toegang moeten verschaffen.’
De nachtportier is een voormalige Amerikaanse marinier die zijn eigen heroïneverslaving de baas is geworden in de jaren zestig, toen hij terugkwam van de puinhopen van de Cubaanse oorlog. Hij treedt de verslaafde bewoners van het Zamenhof met moederlijke zorg tegemoet. Hij leent ze geld en zorgt ervoor dat ze mm mrt gelaten worden als ze dat nodig hebben.
‘Heb je in de kamer ergens aan gezeten?’ vraagt Landsman.
‘Alleen aan het geld en de juwelen,’ zegt Tenenboim.
Landsman trekt zijn broek en schoenen aan en hijst zijn bretels op. Daarna draaien hij en Tenenboim zich om naar de deurknik, waar een stropdas aan hangt, rood met grote bruine strepen, voorgestrikt om tijd te besparen. Landsman heeft nog acht uur voordat hij w aan de bak moet. Acht rattenuren, lurkend aan de fles, in zijn glazeneer kooi tussen de houtwol. Landsman zucht en pakt zijn das. Hij laat hem over zijn hoofd glijden en schuift de strop omhoog tegen zijn boord. Hij trekt zijn jasje aan, voelt of zijn portefeuille en politiepenning in zijn borstzak zitten, en geeft een klopje op de sjolem die hij in een holster onder zijn oksel draagt, een korte Smith & Wesson Model 39.
‘Ik maak je niet graag wakker, inspecteur,’ zegt Tenenboim. ‘Maar ik heb gemerkt dat je niet echt slaapt.’
‘Ik slaap wel, hoor,’ zegt Landsman. Hij pakt het borrelglas waar hij op het ogenblik een relatie mee heeft, een souvenir van de Wereldtentoonstelling van 1977. ‘Ik doe het alleen in mijn ondergoed.’ Hij heft het glas en brengt een toast uit op de dertig jaar die er sinds de Wereldtentoonstelling in Sitka verstreken zijn. Een hoogtepunt van de Joodse beschaving in het noorden, zeggen ze, en wie is hij om dat te betwisten? Veertien was Meyer Landsman die zomer, en hij ontdekte net de verrukkingen van Joodse vrouwen, die in 1977 ook op hun hoogtepunt geweest moeten zijn. ‘Rechtop in een stoel.’ Hij drinkt het glas leeg. ‘Met een sjolem om’.

 


Michael Chabon (Washington, 24 mei 1963)

 

 

De Russisch-Amerikaanse dichter en schrijver Joseph Brodsky werd op 24 mei 1940 in Leningrad (het huidige St.Petersburg) geboren als Iosif Brodski. Zie ook alle tags voor Joseph Brodsky op dit blog.

 

 

Rotterdams dagboek

I
De regen klettert. Woensdag. Schemering.
‘k Zie paraplu’s en opgezette kragen.
Ze bombardeerden Rotterdam vier dagen,
en toen was deze stad herinnering.
Niet mensen, steden schuilen als het regent
in een portiek. En in een bui beland
bewaren straten, huizen hun verstand
en roepen niet om zoete wraak, neerzijgend.

II
Een hete julidag. Er lekt een wafel
ijs op een buik. Een kinderstemmenkoor.
Moderne flats, kantoor omarmt kantoor.
Le Corbussier deelt dìt met de Luftwaffe,
dat beide fanatiek hebben getracht
het aanzien te veranderen van Europa.
Wat rest na ’t razend spel van de cyclopen
wordt op een tekentafel koel volbracht.

III
De tijd heelt, maar hoe heilzaam ook die kracht,
een beenstomp kan van middel doel niet scheiden,
heeft van een panacee nog meer te lijden,
en jeukt. Een jaar of dertig later. Nacht.

We drinken wijn en voeren dialogen
in een gebouw dat naar de sterren reikt –
op een niveau dat eerder werd bereikt
door hen die hier destijds de lucht in vlogen.

 

Vertaald door Peter Zeeman

 


Joseph Brodsky (24 mei 1940 – 28 januari 1996)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 24e mei ook mijn blog van 24 mei 2020 en eveneens mijn blog van 24 mei 2018 en ook mijn blog van 24 mei 2015 deel 2.

Geschreven door Romenu om 15:36 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten