Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Das alte Jahr vergangen ist (Hoffmann von Fallersleben), Maria Luise Weissmann

 

 

2687451-1fa1ff01480991f9095470b4040328de.jpg
Wintergezicht op Veere door Lucie van Dam van Isselt, ca. 1920 – 1925

 

 

Das alte Jahr vergangen ist

Das alte Jahr vergangen ist,
Das neue Jahr beginnt.
Wir danken Gott zu dieser Frist,
Wohl uns, daß wir noch sind!
Wir sehn auf’s alte Jahr zurück,
Und haben neuen Mut:
Ein neues Jahr, ein neues Glück!
Die Zeit ist immer gut.

Ja, keine Zeit war jemals schlecht:
In jeder lebet fort
Gefühl für Wahrheit, Ehr’ und Recht
Und für ein freies Wort.
Hinweg mit allem Weh und Ach!
Hinweg mit allem Leid!
Wir selbst sind Glück und Ungemach,
Wir selber sind die Zeit.

Und machen wir uns froh und gut,
Ist froh und gut die Zeit,
Und gibt uns Kraft und frohen Mut
Bei jedem neuen Leid.
Und was einmal die Zeit gebracht,
Das nimmt sie wieder hin –
Drum haben wir bei Tag und Nacht
Auch immer frohen Sinn.

Und weil die Zeit nur vorwärts will,
So schreiten vorwärts wir;
Die Zeit gebeut, nie stehn wir still,
Wir schreiten fort mit ihr.
Ein neues Jahr, ein neues Glück!
Wir ziehen froh hinein,
Denn vorwärts! vorwärts! nie zurück!
Soll unsre Losung sein.

 

 

2687451-dcb2976c6da49933a6da4f4c212c2e36.png
Hoffmann von Fallersleben (2 april 1798 – 19 januari 1874)
Schloss Fallersleben, met op de benedenverdieping het Hoffmann-von-Fallersleben-Museum.

 

 

De Duitse dichteres Maria Luise Weissmann  werd geboren op 20 augustus 1899 in Schweinfurt. Zie ook alle tags voorMaria Luise Weissmann op dit blog.

 

 

Einde van het jaar

Jij oud geworden jaar: zo op ’t eind belust,
Haast je snel en sneller. Je verlangt naar rust
In een diepe, grenzeloze dood.
Maar zie: ik haast me sneller, naar het rood
Van de nieuwe ochtend, voor jou uit.
O kom! Ga over! Wis uit, wis uit!
Wat getekend is, belast, bevlekt
met grote moeheid, met pijn bedekt —
Verga— ik word. Sterf—en ik vermag
Op te staan: O nieuwe, reinste dag!

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 

2687451-4cc3c9361dc3a782688988846a4b5fb2.png
Maria Luise Weissmann (20 augustus 1899 – 7 november 1929)
Vuurwerk boven het oude stadhuis in Schweinfurt, de geboorteplaats van Maria Luise Weissmann

 

 

Zie voor de schrijvers van de 31e december ook mijn blog van 31 december 2018 deel 1 en ook deel 2 en eveneens deel 3.



Geschreven door Romenu om 16:01 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

De blogger leest alles eerst na: je tekst verschijnt zodra die goedgekeurd is.

Peter Buwalda, Norbert Hummelt, Lukas Bärfuss

De Nederlandse schrijver, journalist en redacteur Peter Buwalda werd geboren in Blerick op 30 december 1971. Zie ook alle tags voor Peter Buwalda op dit blog.

Uit: De jaknikker

“Naar bed. Eindelijk.
Zoals meestal stelt Barbara voor naar boven te gaan, ook dat geduld heeft hij weten op te brengen. Ze klapt haar boek dicht; hij laat het zijne zakken. Al een paar uur lukt het hem heel behoorlijk zijn gewone zelf te spelen, de kalme, tevreden echtgenoot die ondanks een lange werkdag de rust en concentratie vindt om dertig, veertig bladzijden te lezen in een honderd jaar oude roman. Met dank aan de spierverslappers. Zonder had hij het niet volbracht, in zijn hoek van de bank, een kuil die zich tijdens hun Sakhalinse regime gevormd heeft naar zijn inerte kont. Hij zou om de halve alinea hebben opgekeken of zelfs zijn opgestaan om door de kamer te ijsberen, Barbara afschepend met smoesjes over zijn werk. Maar nee, hij heeft zijn blik onverstoorbaar op The Secret Agent gehouden, in de gewoonlijke stilte, onderworpen aan ramp- en contrascenario’s, ramp en contra, ramp en contra, de hele tijd, Barbara’s sterke, nietsvermoedende voeten op zijn schoot, soms onder zijn knieholten. Ze heeft de neiging ze gestadig tegen elkaar aan te wrijven, de hoge wreef van de ene tegen de zool van de andere, onbewust, zegt ze, wat een huiselijk maar hinderlijk geschuur teweegbrengt. Zo kan hij niet lezen. Net als op gewone avonden greep hij er eentje bij de bal vast, spartelende tenen in haar brandschone sok, en adviseerde de voet zoals je een peuter zou toespreken zijn krachten te sparen voor wanneer er weer gelopen moest worden, zijn stem gewoon genoeg om haar flauw te laten glimlachen.
‘The Reef,’ zegt ze proevend. ‘Mja. Goeie Wharton, onderschat, zegt mijn gevoel. In zekere opzichten beter dan Mirth en Innocence.’
‘Want?’
‘Vertel ik boven, ik ben heel moe. Ben jij niet moe?’
‘Valt mee,’ zegt hij. Ook weer om normaal over te komen, pakt hij het boek uit haar hand, krabbelt over het linnen, en bladert er wat in. Reef, denkt hij, is dat geen klip? Iets waaraan een schip zijn romp kan openrijten? Nu hem zijn publieke steniging is aangezegd, kan zijn betrekkingswaan ermee uit de voeten. Wat met The House of Mirth en The Secret Agent overigens ook geen probleem is. Hij streelt het leeslint. Maar hij zal zich niet laten stenigen, heeft hij zichzelf tijdens de urenlange stilte bezworen, niet vanwege een oude koe, en zeker niet door Orthel. Niet nu nog.”

 

2687333-d21d0ae28cc6ce84b12dd216c11de6bb.png
Peter Buwalda (Brussel, 30 december 1971)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Norbert Hummelt werd geboren op 30 december 1962 in Neuss. Zie ook alle tags voor Norbert Hummel top dit blog en ook mijn blog van 24 juni 2009.

 

 

Vermoeden

de vlieg schiet over mijn vingertoppen
ik heb je naast me horen ademen
weerlichten, dan een eerste bliksem
ik heb tot vierentwintig geteld
dan heet het dat er een dode door de kamer
is gegaan, ik heb de koude luchtstroom
bemerkt .. hoe kan het zijn, is mijn
bloed dan zo zoet dat die mug,
die ik ergens vaag vermoedde, de hele
nacht mijn lichaam niet meer losliet

 

Vertaald door Jan Baeke

 

2687333-67df70d25c2f7c599f4c7630933b89db.jpg
Norbert Hummelt (Neuss, 30 december 1962)

 

 

De Zwitserse schrijver en dramaturg Lukas Bärfuss werd geboren op 30 december 1971 in Thun. Zie ook alle tags voor Lukas Bärfuss op dit blog.

Uit: Die Krume Brot

„Niemand weiß, wo Adelinas Unglück seinen Anfang nahm, aber vielleicht begann es lange vor ihrer Geburt, fünfundvierzig Jahre vorher, um genau zu sein, an der Universität in Graz. Dort hatte ihr Großvater, ein Mann namens Angelo Mazzerini, während seines Studiums der Rechtswissenschaften die verbotenen Schriften von Cesare Battisti gelesen, und von da an verehrte er die Karstlandschaft Istriens als heiligen Boden, hasste er das Imperium, den österreichischen Kaiser und seine Henker. Für den Studenten aus Triest fand jede Frage ihre Antwort in der Geschichte, und mit Barzini sah er seine Heimatstadt als Bollwerk der römischen Zivilisation. Ohne den Abwehrkampf an der Adria hätten die Slawen längst das Abendland überrannt. Die Habsburger, deren Untertan er war, stützten diese Horden mit ihrem Geld, ihren Waffen und ihren Gerichten. Italiener wie er, Abkömmlinge eines Weltreichs, hatten im Himmel einen Verbündeten, auf Erden standen sie seit fünfzehnhundert Jahren alleine im Kampf gegen die Vernichtung. Ungeheure Mächte hatten sich verschworen, um die Latinität auszurotten, wie es in Dalmatien geschehen war, und wenn viele in Triest ihn für verrückt hielten, dann nur, weil sie sich von Wien hatten kaufen lassen.
Als Italien im Mai 1915 Österreich den Krieg erklärte, befand sich Angelo auf Urlaub in seiner Heimatstadt, und nach einer schlaflosen Nacht, in der er sich betend an Fortunatus wandte, den Patriarchen von Grado, der sich im achten Jahrhundert ebenfalls gegen ein Imperium, gegen Byzanz, gestellt hatte, zerriss er den Einberufungsbefehl des Kaisers und verließ im Morgengrauen, ohne von seinen Eltern Abschied zu nehmen, die Wohnung an der Via dell’Istria.
Über Udine, Padua, Ferrara und Bologna kam er bis nach Rom. Dort schloss er sich als Freiwilliger den Granatieri di Sardegna an und wurde nach einer dreiwöchigen Ausbildung an die Front bei Monfalcone verlegt.
Beim Sturm auf die österreichischen Stellungen erlitt er eine Beinverletzung, und die Monate darauf, bis zu seiner Genesung, saß er als Leutnant der Territorialmiliz in den Bergen bei Garda ab, bevor man Angelo in ein Regiment versetzte, das im Mai 1916 auf der Hochebene bei Asiago fast vollständig aufgerieben wurde. Mit einer Tapferkeitsmedaille in Gold nahm er unter dem Herzog von Aosta an der Schlacht von Caporetto teil und kehrte nach dem Waffenstillstand von Villa Giusti im November 1918 in seine Heimatstadt zurück.“

 

 


Lukas Bärfuss (Thun, 30 december 1971)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 30e december ook mijn blog van 30 december 2018 deel 2 en eveneens deel 3.



Geschreven door Romenu om 17:19 Reageer op dit bericht

Stefan Brijs, Norbert Hummelt

De Vlaamse schrijver Stefan Brijs werd geboren op 29 december 1969 in Genk. Zie ook alle tags voor Stefan Brijs op dit blog.

Uit: Het geduld van de bloemen

“Kort nadat mijn vrouw en ik begin april 2014 in ons huis waren getrokken, probeerde een paartje boerenzwaluwen een nest te bouwen op het terras. Hun pogingen mislukten
echter keer op keer doordat de modder niet bleef plakken aan de houten balken van het dak. Inderhaast hing ik een kunstnest op dat ik uit België had meegenomen en al binnen
een dag begon het paartje de binnenkant ervan met strootjes en veertjes te bekleden. Een week later had het vrouwtje haar eerste ei gelegd. In mijn verbeelding hoorde ik haar een zucht van verlichting slaken.
In de volgende jaren kwam er een tweede en een derde paartje bij, hun – soms zelfgemaakte – nesten keurig verspreid over de breedte van het terras, één aan de linkerkant, één in het midden en één aan de rechterkant, telkens een meter of drie ertussen. De paartjes keerden jaar na jaar terug (met 14 februari als vroegste datum) of werden na wat schermutselingen door een ander paartje afgelost. De nesten telden telkens twee legsels met vier tot vijf jongen. Cijfers heb ik nooit bijgehouden, maar alles bij elkaar moeten hier in acht jaar meer dan honderd jongen zijn geboren en uitgevlogen. En als dank weerklonk de hele lente en zomer vrolijk gekwetter op het terras.
Toen mijn moeder in januari 2021 ernstig ziek werd, was ik voor het eerst een langere periode onafgebroken in België. Het huis bleef ruim een maand leeg achter, het terras was al die tijd verlaten. Twee paartjes boerenzwaluwen waren al teruggekeerd voor ik half april vertrok, het derde nest was een jaar eerder leeg gebleven. Ik hoopte bij mijn terugkeer een nieuw paartje te mogen verwelkomen.
Mijn moeder stierf op 7 mei 2021. Ze zwaaide nog een laatste keer naar ons en vertrok voorgoed. In de dagen tussen haar dood en haar crematie maakte ik lange wandelingen in natuurreservaat De Maten in Genk, aan de rand waarvan ik enkele jaren gewoond heb. Een zwarte specht toonde me van dichtbij haar rouwkleed. Een roerdomp liet zijn weemoedigste roep horen. Vanaf een duin staarde ik naar het water van een ven dat de hemel weerspiegelde.”

 

2687208-9116bf676b93b441a86833940bd1e139.jpg
Stefan Brijs (Genk, 29 december 1969)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Norbert Hummelt werd geboren op 30 december 1962 in Neuss. Zie ook alle tags voor Norbert Hummlt top dit blog en ook mijn blog van 24 juni 2009.

 

interlokaal gesprek

op deze dag was het stil in berlijn jij was al
enkele uren geleden uit het huis vertrokken ik
voelde me enigszins ontspoord en had verhoging
en een tijdje met de benen omhoog liggen ik hield
de hoorn vast en kreeg verbinding en hoorde in het
haperen van de tijd de klokken luiden verderop in
het westen luid en duidelijk alsof ze naast me hingen.
ik zakte langzaam in elkaar en dacht ik ruik de rijn
weer en hoorde het water om me heen klotsen en wou
nog niet geboren zijn en wat van de andere kant
kwam klonk als gedempte radiostemmen
achter een groot en donker membraam .. ik hield
de hoorn vast en liet niets merken en hoorde
hoe jij met de sleutel kwam en slikte nog iets
en wil niet sterven toen was de opwinding
weer voorbij het was een vrije dag begin oktober
aan het gesprek waren geen kosten verbonden.

 

 

Vertaald door Jan Baeke

 

2687208-ae288e8fb1528385c4f43c466e101be6.jpg
Norbert Hummelt (Neuss, 30 december 1962)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 29e december ook mijn blog van 29 december 2018.

Geschreven door Romenu om 16:25 Reageer op dit bericht

Burkhard Spinnen, Alexander Gumz

De Duitse schrijver Burkhard Spinnen werd geboren op 28 december 1956 in Mönchengladbach. Zie ook alle tags voor Burkhard Spinnen op dit blog.

Uit: Vorkriegsleben

„Montag, 14. Februar 2022. Die Mutter sitzt in ihrem Sessel, den Rücken zum Fens-ter. Sie trägt keine Maske, und sie wird keine aufsetzen; die Pandemie hat sie von Anfang an nicht verstanden. Seine eigene Maske hat Morjan schon abgenommen. Ein Besuch damit ist völlig undenkbar. Jetzt muss er es sagen, und er tut es: »Hallo, Mama!« Der Text könnte kaum simpler sein, aber er muss den richtigen Ton treffen. Es muss klingen, als käme er gerade von der Schule nach Hause. Ein freundlicher Gruß, aber eigentlich die Aufforderung, heiter zu sein, von Sorgen nicht zu reden und nicht danach zu fragen. »Hallo«, antwortet die Mutter. Es fehlt der Name. Kein Richard, das ist ein schlechtes Zeichen. Womöglich hält sie ihn heute wieder für ihren Vater oder ihren Ehemann oder ihren Bruder, alle tot seit vielen Jahren. Morjan setzt sich ihr gegenüber. Zwischen ihnen steht der runde Tisch, der noch aus dem Elternhaus stammt. Soffy legt sich darunter, den Blick zur Tür gerichtet. Sie meidet die Mutter; vielleicht weiß sie auf ihre Art, dass etwas mit der alten Frau nicht stimmt. Die Mutter ihrerseits nimmt niemals Notiz von der Hündin. Sie meidet Themen, in denen sie sich nicht auskennt, und die gibt es wahrlich zur Genüge. Morjan trägt Anzug mit Hemd und Krawatte, weil er gleich noch einen offiziellen Termin hat. Jeans, kariertes Hemd und Parka wie damals zu Schulzeiten wären besser. Manchmal helfen sie der Mutter, ihn als den zu erkennen, der er ist: ihr einziges Kind. Doch wichtiger ist sein Gesichtsausdruck. Der muss unbedingt
zum Tonfall der Begrüßung passen: ein unironisches, entspanntes Lächeln. Die Mutter missversteht die ganze Welt, aber Gesichter kann sie noch lesen, natürlich nur ohne Maske. Morjan beherrscht dieses Lächeln, aber es fühlt sich falsch an. »Ach«, sagt die Mutter. »Gut, dass du kommst« Das sagt sie immer. Was dahintersteckt, hört Morjan an der Melodie. Sie kann es sagen, als käme jemand, von dem sie einen guten Rat erhofft. Heute sagt sie es so, als hätte man sie in der Wildnis ausgesetzt. »Was gibt es denn?«, sagt Morjan durch sein Lächeln hindurch. »Die«, sagt die Mutter. Aber schon ist da eine Lücke. Man hat ihr etwas angetan, aber sie weiß nicht mehr, wer das war. »Die haben mich —« Weiter kommt sie nicht. Sie hat die Täter vergessen und die Tat Aber dass man sie verletzt oder missachtet oder beleidigt hat, das weiß sie, und davon wird sie sich nicht abbringen lassen, erst recht nicht durch Sätze wie den, etwas könne nicht schlimm sein, wenn man es so schnell vergessen habe.“

 

 

2687096-4a5efe7c0e2b8fb0b8933175d72f1bfa.jpg
Burkhard Spinnen (Mönchengladbach, 28 december 1956)

 

 

De Duitse dichter, schrijver en vertaler Alexander Gumz werd geboren op 19 december 1974 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Alexander Gunz op dit blog.

 

ozon in de avond

ik vind het fijn dat we ’s avonds lichter worden,
met onze groene handschoenen het weer trotseren.

ik hou van het friendly fire van de radiostations,
de hobby’s van keepers uit de regionale competitie.

wie geen tuin heeft, moet door het platteland kruipen,
de horizon verkleinen, vogelgeluiden

met ballen bekogelen. natuurlijk, het gezelschap
van bierblikjes is niet half zo fijn als vroeger.

toen elke dag zaterdag heette, telden doelpunten
dubbel. ik vind het geweldig als spitsen

de regen in stappen, hun positie uitschakelen
(de voorzetten van de dropshots). geen score

bereikt hen meer. In de schemering
sist er niets anders om onze oren dan ozon.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

2687096-03c2bc6194999394653e7a912cc4fc9e.jpg
Alexander Gumz (Berlijn, 19 december 1974)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 28e december ook mijn blog van 28 december 2018 en ook mijn blog van 28 december 2015 en eveneens mijn blog van 28 december 2014 deel 2.



Geschreven door Romenu om 16:29 Reageer op dit bericht

Marc-Édouard Nabe, Alexander Gumz

De Franse dichter, schrijver, schilder en musicus Marc-Édouard Nabe (eig. Alain Zannini) werd geboren in Marseille op 27 december 1958. Zie ook alle tags voor Marc-Edouard Nabe op dit blog.

Uit: L’âge du Christ

“J’ai trente-trois ans. Tous les hommes meurent à trente-trois ans, tous les hommes de trente-trois ans ressuscitent. D’abord la mort. Qu’est-ce qui est mort en moi ? Tant de choses… Il faut bien accepter que les choses meurent en vous à votre place, sinon c’est le colt sur la tempe. La multiplication des petits suicides, ça me connaît. J’en aurai tué des Moi haïssables, et même des Moi adorables ! A cet âge, je n’ai plus que trois obsessions : l’art, l’amour et la religion, dans le désordre. Il y a toujours quelque chose de vrai dans ce qu’on me reproche. Ça ne m’aide pas à mieux me connaître, ça m’aide à ne plus avoir envie de me connaître. Je gâche ce que je veux, je me suicide quand je veux, à chaque livre je me suicide. Il est trop tôt pour réfléchir. J’ai envie de foncer. Michel-Ange, en sculptant, disait : “Je hais ce marbre qui me sépare de ma statue.” D’après ce que je crois comprendre, si j’étais moins exalté, méprisant, malin, fanfaron, religieux, froid, excessif, organisé, injuste, ma littérature serait acceptable. Ça me dégoute, les gens qui se recherchent eux-mêmes. Il n’y a rien à trouver au bout de soi-même. J’aimerais bien m’intéresser à moi, mais je me tombe des mains. Souvent, je m’imagine sous la forme d’un instrument de musique : un saxophone, un trombone. Quand je mourrai, on me remettra dans ma boîte, dans mon étui. Au départ, on nous offre une mélodie, il faut l’harmoniser. Ça sonne ou ça ne sonne pas. Autour de moi, je ne rencontre que des êtres en chantier ou en ruine. Je ne vois pas l’intérêt de passer ma vie à me demander pourquoi c’est moi qui la vis. Je ne suis pas le premier homme à avoir trente-trois ans, mais j’ai le droit d’être effaré de constater que la plupart des trentenaires passent de trente-deux à trente-trois ans sans se poser de questions. Ils franchissent le cap à la légère. Ils ne ressentent pas combien ce chiffre fatidique, à la fois christique (33) et diabolique (2*33=66), desquame l’homme de sa jeunesse comme un serpent se débarrasse de sa vieille peau.”

 

2686972-bf4835a2ba301c118bd31afccc109686.jpg
Marc-Édouard Nabe (Marseille, 27 december 1958)

 

 

De Duitse dichter, schrijver en vertaler Alexander Gumz werd geboren op 19 december 1974 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Alexander Gunz op dit blog.

 

Schaduwwerper

de troebele dichtheid van een glazen wand, voor het stadscentrum
geplaatst. aan zeven heuvels

hangen camera’s volgen de stand van de zon.
ze willen weten wat voor hen

brug genoemd wordt hoeveel ze voor de autoriteiten
moeten verzwijgen.

op de rivieroever verdringen zich geluidsinstallaties,
eenvoudige relais: aan of uit.

sociale woningbouwpaleisjes staan op de weide, hun daken
rood, dan bruin. natuurlijk.

zou de zuurstof erover kunnen waken,
zouden de draagbare radio’s eens even

hun bek houden, de geboorteplaatsen van de helden
niet langer naast de snelweg gebouwd worden.

zoiets moeten constructeurs toch weten! ook ratten ruiken
waar ze het goedkoopste voedsel kunnen vinden.

ze strekken hun snuiten uit, krabben met hun klauwen,
en rennen steeds weer tegen deze glazen wand aan.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

2686972-9c9796208b7b9e671e47030bddfea72f.jpg
Alexander Gumz (Berlijn, 19 december 1974)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 27e december ook mijn blog van 27 december 2018 en ook mijn blog van 27 december 2015 deel 1 en eveneens deel 2 en ook deel 3.



Geschreven door Romenu om 16:43 Reageer op dit bericht

Christmas Tree (James Merrill), Rainer Maria Rilke

 

 

2686832-6a15340eaa325d031aca7efccf3f3dd8.jpg
Kinderen bij de kerstboom door Leopold Graf von Kalckreuth, ca. 1912

 

 

Christmas Tree

To be
Brought down at last
From the cold sighing mountain
Where I and the others
Had been fed, looked after, kept still,
Meant, I knew—of course I knew—
That it would be only a matter of weeks,
That there was nothing more to do.
Warmly they took me in, made much of me,
The point from the start was to keep my spirits up.
I could assent to that. For honestly,
It did help to be wound in jewels, to send
Their colors flashing forth from vents in the deep
Fragrant sables that cloaked me head to foot.
Over me then they wove a spell of shining—
Purple and silver chains, eavesdropping tinsel,
Amulets, milagros: software of silver,
A heart, a little girl, a Model T,
Two staring eyes. Then angles, trumpets, BUD and BEA
(The children’s names) in clownlike capitals,
Somewhere a music box whose tiny song
Played and replayed I ended before long
By loving. And in shadow behind me, a primitive IV
To keep the show going. Yes, yes, what lay ahead
Was clear: the stripping, the cold street, my chemicals
Plowed back into the Earth for lives to come—
No doubt a blessing, a harvest, but one that doesn’t bear,
Now or ever, dwelling upon. To have grown so thin.
Needles and bone. The little boy’s hands meeting
About my spine. The mother’s voice: Holding up wonderfully!
No dread. No bitterness. The end beginning. Today’s
Dusk room aglow
For the last time
With candlelight.
Faces love-lit
Gifts underfoot.
Still to be so poised, so
Receptive. Still to recall, praise.

 

 

2686832-57c2ec95b1b932366892cf802b309759.jpg
James Merrill (3 maart 1926 – 6 februari 1995) 
Kerstmis in New York, de geboorteplaats van James Merrill

 

 

Onafhankelijk van geboortedata

Kerstmis

Ja, Kerstmis is de stilste dag van ’t jaar.
Dan hoor je alle harten vurig slaan
als klokken die de avond doen verstaan
dat Kerstmis is de stilste dag van ’t jaar.

Dan worden alle kinderogen groot,
alsof de dingen groeiden die ze zien,
en moederlijker worden alle vrouwen
en alle kinderogen worden groot.

Dan moet je buiten in het wijde land,
wil je de kerstnacht zien, de onbezeerde,
alsof je zinnen nooit de stad begeerden,
zo moet je buiten in het wijde land.

Daar schemert menig hemel boven jou
die op de verre witte bossen staat.
Onder de schoen de weg die groeien gaat
waar menig hemel schemert boven jou.

En in de grote luchten staat een ster
die opbloeit als een felle gentiaan.
De verten rollen als een golfslag aan
en in de grote luchten staat een ster.

 

Vertaald door Piet Thomas

 

 

2686832-c85ec49ce6d0a5cf0d4e99d41adbeb1b.jpg
Rainer Maria Rilke (4 december 1875 – 29 december 1926)
Kerstmis in Praag, de geboorteplaats van Rainer Maria Rilke

 

 

Zie voor de schrijvers van de 26e december ook mijn blog van 26 december 2018 deel 1 en ook deel 2 en eveneens deel 3.



Geschreven door Romenu om 11:38 Reageer op dit bericht

Wird Christus tausendmal in Bethlehem geboren (Angelus Silesius)

 

 

 

2686705-0c69a5bde37175ab72bc70731b7fdeb6.jpg
De geboorte van jezus Christus door Carl Bloch, 1867

 

 

Wird Christus tausendmal in Bethlehem geboren

Wird Christus tausendmal in Bethlehem geboren
und nicht in dir, du bleibst noch ewiglich verloren.

Gott schleußt sich unerhört in Kindes Kleinheit ein:
Ach möchte ich doch ein Kind in diesem Kinde sein.

Ach könnte nur dein Herz zu einer Krippe werden,
Gott würde noch einmal ein Kind auf dieser Erden.

Merk, in der stillen Nacht wird Gott, ein Kind, geboren,
und wiederum ersetzt, was Adam hat verloren.

Ist deine Seele still und dem Geschöpfe Nacht,
so wird Gott in dir Mensch und alles wiederbracht.

Hier liegt das werte Kind, der Jungfrau erste Blum,
der Engel Freud und Lust, der Menschen Preis und Ruhm.

Soll er dein Heiland sein und dich zu Gott erheben,
so musst du nicht sehr weit von seiner Krippe leben.

Der Himmel senkte sich, er kommt und wird zur Erden;
wann steigt die Erd empor und wird zum Himmel werden?

 

2686705-0607def3641e31e8b64df1f5a2b7177e.png
Angelus Silesius (25 december 1624 – 9 juli 1677)
Breslau, de geboorteplaats van Angelus Silesius

 

 

Zie voor nog meer gedichten over Kerstmis ook alle tags voor Kerstmis op dit blog.  



Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Weihnacht (Julius Sturm), Ingo Baumgartner

 

 

2686656-37c5678a13acd502c861b7ff39bd0e9e.jpg
De aanbidding door de herders door Luca Giordano, ca. 1688

 

 

Weihnacht

Es sangen himmlische Heere
In heilig stiller Nacht:
Gott in der Höh‘ sei Ehre,
Sei Lob und Ehr‘ gebracht.

Und Friede sei mit allen
Auf Erden weit und breit,
Der Mensch ein Wohlgefallen
Dem Herrn der Herrlichkeit,

So klang es über der Erde
In der geweihten Nacht,
Wo bei der schlafenden Herde
Die frommen Hirten gewacht.

Das Lied aus Engelmunde
Erklungen vom Himmelszelt,
Es klingt bis diese Stunde
Noch durch die weite Welt.

Der Heiland ward geboren,
Des‘ freue sich groß und klein,
Wir waren alle verloren
Und sollen nun selig sein.

 

2686656-0acccb48997ae3d02af2d217e471f311.jpg
Julius Sturm (21 juli 1816 – 2 mei 1896)
Bad Köstritz, de geboorteplaats van Julius Sturm

 

 

De Oostenrijkse dichter en schrijver Ingo Baumgartner werd op 24 december 1944 in Oberndorf an der Salzach geboren. Zie ook alle tags voor Ingo Baumgärtener op dit blog.

 

 

Es riecht nach Schnee

Es riecht nach Schnee und Pfefferkuchen,
Nach Bienenwachs und Nadelduft.
Schon denkt man an das Herbergssuchen,
Den Christbaum, wenn das Glöcklein ruft.

In Gassen flimmern Weihnachtssterne,
Die Straße säumt ein Lampenband.
Auf Plätzen plaudern Leute gerne,
Erwärmt vom Trunk am Glühweinstand.

Man muss nicht Kind sein, sich zu freuen,
Nicht fromm und gläubig, auch nicht Christ,
Es reicht, Gedanken einzustreuen,
Was Frieden heißt und Hoffnung ist.

 

 

Vorweihnachtliche Ecke

Den Esstisch in der Stubenecke
versieht man mit der Weihnachtsdecke,
die Tannenbaum  und Waldgetier
am Saume trägt zu froher Zier.

Ein Kranz aus dichten Nadelzweigen
bringt Flackerlicht ins Abendschweigen.
Er weist dem Kinderblick als Ziel
ein Wachsquartett mit Flammenspiel.

Da liegen Äpfel Aphrodites,
die Glanzerheller des Gemütes.
Ein Schmunzelengel trägt sein Haar
als flachsgeflochtnes Zöpfepaar.

Der süße Seim des Bienenfleißes
verbirgt sich, doch ein jeder weiß es,
im Döschen aus gebranntem Ton,
er kommt nicht unbenascht davon.

Adventlich steht nach alter Sitte
ein Teller Backwerk in der Mitte,
der leert sich schnell bis Mitternacht,
wenn niemand diese Pracht bewacht.

 


Ingo Baumgartner (24 december 1944 – 16 juli 2015)

 

 

Onafhankelijk van geboortedata

 

Geboorte van Christus

Was er je eenvoud niet, hoe kon jou dan
gebeuren wat nu de nacht verlicht?
Zie, God hield volken toornend in zijn ban,
maar Hij wordt mild, nu jij Hem baart: een wicht.

Verscheen Hij groter in je droomgedicht?

Wat is dat, grootheid? Dwars en uitermate
recht is deze weg die ’t lot Hem bood.
Zelfs voor een ster is zo geen baan gelaten,
want, zie je, deze koningen zijn groot

en slepen schatten aan tot voor je schoot,

de schatten waar ze ’t meest van houden;
dat die bestonden had je nooit gedacht –
maar zie toch hoe Hij in je doek met vouwen
ligt en nu al alles overtreft in kracht.

Van ver al d’amber over zee gebracht

en al het goud, de strelende en pure
kruiden, bedwelmend in hun wazigheid:
maar dit zijn alles dingen die niet duren,
en aan het einde wacht je rouw en spijt.

Maar Hij (dat merk je nog wel), Hij verblijdt

 

Vertaald door Piet Thomas

 

 


Rainer Maria Rilke (4 december 1875 – 29 december 1926)

Cover

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 24e december ook mijn blog van 24 december 2021 en ook mijn blog van 24 december 2018 deel 1 en eveneens deel 2.



Geschreven door Romenu om 16:22 Reageer op dit bericht

Robert Bly

De Amerikaanse dichter en schrijver Robert Bly werd geboren op 23 december 1926 in Madison, Minnesota. Zie ook alle tags voor Robert Bly op dit blog.

 

 

THE LIFE OF WEEDS

The cry of those being eaten by America,
Others pale and soft being stored for later eating

And Jefferson
Who saw hope in new oats

The wild houses go on
With long hair growing from between their tots
The feet at night get up
And run down the long white roads by themselves

Dams reverse themselves and want to go stand alone in the desert

Ministers who dive headfirst into the earth
The pale flesh
Spreading guiltily into new literatures

This is why these poems are so sad
The long dead running over the fields

The mass sinking down
The light in children’s faces fading at six or seven
The world will soon break up into small colonies of the saved

 

 

ISEULT AND THE BADGER

The ink we use to write seeps in through our fingers.
What we call reason is the way the parasite
Learns to live in the saint’s intestinal tract.

Even the finest reason still contains the darkness
From feathers packed together; General Patton
Was a salmon who grew large in the Etruscan pool.

Poetry, being language, is woven from animal hair.
The badgers and the thrushes soak up the stain of separation,
Just as lanolin makes the shearer’s hands soft.

The old thinkers of quiddity remind us
Of the fear the hogs feel hanging by their hind legs;
For we know our throats are open to the unfaithful.

Iseult said, “I was climbing on the sounds of my lover’s
Name toward God! Then a badger ran past.
When I said, ‘Oh badger,’ I fell to earth.”

Perhaps if we used no words at all in poems
We could continue to climb, but things seep in.
We are porous to the piled leaves on the ground.

 

 

The Fat Old Couple Whirling Around

The drum says that the night we die will be a long night.
It says the children have time to play. Tell the grownups
They can pull the curtains around the bed tonight.

The old man wants to know how the war ended.
The young girl wants her breasts to cause the sun to rise.
The thinker wants to keep misunderstanding alive.

It’s all right if the earthly monk is buried near the altar.
It’s all right if the singer fails to turn up for her concert.
It’s good if the fat old couple keeps whirling around.

Let the parents sing over the cradle every night.
Let the pelicans go on living in their stickly nests.
Let the duck go on loving the mud around her feet.

It’s all right if the ant always remembers his way home.
It’s all right if Bach keeps reaching for the same note.
It’s all right if we knock the ladder away from the house.

Even if you are a puritan it would be all right
If you join the lovers in their ruined house tonight.
It’s good if you become a soul and then disappear.

 

 

Verbaasd over een opeenhoping van sneeuw

Ik had alleen in mijn verduisterde huis lopen zingen
over een man die erin toestemt te lijden.
De deur ging open, ik was verbaasd dat de lucht dik was;
het paard had zijn romp naar het noorden gekeerd.
Sneeuw glijdt langs de valleien van zijn rug.
Het witte dak stond kalm tussen de zwarte bomen.

Het is schokkend dat de sneeuw op de hele boerderij viel
terwijl de zanger alleen en op zichzelf in zijn woning bleef.
Net alsof de Afrikaanse reiger, gesneden uit een buffelhoorn,
plotseling zijn bek open zou doen en zou roepen,
of een klok onder glas die op zou stijgen en slaan.
De hoef van het paard schraapt een zeeschelp tevoorschijn
en de boer vindt een Indiaanse steen met een gat dwars er doorheen.

 

 

Vertaald door J. Bernlef

 


Robert Bly (23 december 1926 – 21 november 2021)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 23e december ook mijn blog van 23 december 2018 deel 1 en ook deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 16:54 Reageer op dit bericht

Astrid Lampe, Kenneth Rexroth

De Nederlandse dichteres en schrijfster Astrid Lampe werd geboren in Tilburg op 22 december 1955. Zie ook alle tags voor Astrid Lampe op dit blog.

 

 

Inktslag zwart

de anderpoot sleept hij
zwaar van de laars
– de nog éne –
want incompleet het paar

het zou de geweldenaar niet zijn
als hij – bol, bliksem aan bast –
zijn kans niet wachtte

splijt
schors met leer
het priemen van de hak zonder
gezicht
inktslag zwart
tot pek het tere binnen
zo kurkbestoft het binnen
van de boom

in een nacht

treur niet mijn meisje
– de botterik –
hij heeft zijn zweetschans
aan de wilg gehangen
die kwijnt
mét de kruin
wie zou niet treuren
de arme lede,
lam
zo moe ook daar nog bij

moe van jaren

korst, vuil,
bloed
traag als pek
spoedt weg uit mij
maak

de kruin weer vrij opdat
ik treure
en hete tranen laat
een geiser gelijk

dit
drek –
wie kon bevroeden
de ingehouden adem erachter

korst en bloed
spoedt weg van mij
opdat ik kijke en
– leze de les –
mijns gelijk

 

 

agressors die melkpoeder doneren

internetbruiden die zweren bij melkpoeder trilplaatfitness
en de verholen agressie van een natuur die op de drempel van bed naar bad
piketpaaltjes plaatst

het containerschip strandt

de menselijke waarden bereiken ons niet

niet eerder dan dat
het bad ezelinnenmelk met een boel tamtam leegloopt
een ik met een enkelband
de haven ontmijnt

 

 

2686366-d6467eaea21a119225e1173cee999385.jpg
 Astrid Lampe (Tilburg, 22 december 1955)

 

 

De Amerikaanse dichter Kenneth Rexroth werd geboren in South Bend (Indiana) op 22 december 1905. Zie ook alle tags voor Kenneth Rexroth op dit blog.

 

 

Lucht en Engelen: Alleen deze Nacht

Maanlicht nu op Malibu
De winternacht, de paar sterren
Ver weg, miljoenen kilometers
De zee die eindeloos doorgaat
Voor altijd rond de aarde
Ver zo ver, als je lippen dichtbij zijn
Gevuld met hetzelfde licht als jouw ogen
Liefje, liefje, liefje
De toekomst is allang voorbij
En het verleden zal nooit gebeuren
We hebben alleen deze
Onze ene voor altijd
Zo klein, zo oneindig
Zo vluchtig, zo immens
Onsterfelijk als onze handen die elkaar aanraken
Onsterfelijk als de wijn die we drinken bij het vuur
Almachtig als deze ene kus
Die geen begin heeft
Die nooit
Nooit
Eindigt

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

2686366-251d5d5fb381d6cdede9631bdbc80e18.jpg
Kenneth Rexroth (22 december 1905 – 6 juni 1982)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 22e december ook mijn blog van 22 december 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 17:09 1 reactie Reageer op dit bericht

Das Weihnachtsbäumlein (Christian Morgenstern), Ted van Lieshout

 

 

2686232-57806107d2ab076a65c58140dccd8ac2.jpg
Kerstboom met kaarsjes door Rudolf Bernhard Willman, 1905

 

 

Das Weihnachtsbäumlein

Es war einmal ein Tännelein
mit braunen Kuchenherzlein
und Glitzergold und Äpflein fein
und vielen bunten Kerzlein:
Das war am Weihnachtsfest so grün
als fing es eben an zu blühn.

Doch nach nicht gar zu langer Zeit,
da stands im Garten unten,
und seine ganze Herrlichkeit
war, ach, dahingeschwunden.
Die grünen Nadeln war’n verdorrt,
die Herzlein und die Kerzlein fort.

Bis eines Tags der Gärtner kam,
den fror zu Haus im Dunkeln,
und es in seinen Ofen nahm –
Hei! Tat`s da sprühn und funkeln!
Und flammte jubelnd himmelwärts
in hundert Flämmlein an Gottes Herz.

 

2686232-75e008bdeddcdaa80f6832ab22a6bd8b.png
Christian Morgenstern (6 mei 1871 – 31 maart 1914)
Adventstijd in München, de geboorteplaats van Christian Morgenstern

 

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Ted van Lieshout werd geboren op 21 december 1955 in Eindhoven. Zie ook alle tags voor Ted van Lieshout op dit blog.

 

 

Papegaaivis

Waarorn ben jij zo
blauw, zo blauwer
nog dan de zee?

Er is geen spiegel
waarin je jezelf
kunt bewonderen,

dus wat heeft het
mooiste blauw
voor zin? Alleen

aan die andere vis
zie je hoe blauw je
zelf eigenlijk bent.

Is dat verliefd?
zien aan een ander
hoe mooi je bent

 

 

Vier minuten

Een vlinder spartelde tegen het raam, zocht door
de ruit een weg naar buiten. Ik vouwde mijn handen
voorzichtig om hem heen en ving wat niet te vangen

leek. Ik liep naar de tuin en deed mijn handen open
van ga! Hij bleef zitten op mijn vinger, klapte zijn
vleugels open en weer dicht, open en dicht en tijd

ging voorbij. Kostbare tijd in een vlinderleven. Na
vier minuten zei ik zacht: moet jij niet eens gaan?
Toen vloog de vlinder de lucht in en verdween.

In het grote boek der levende natuur heb ik gezocht
wat voor zeldzame vlinder het was. Een dagpauwoog.
Die komen veel voor, behalve de Dagpauwoogopmijnhand.

Dat is een van de allerzeldzaamste soorten op aarde.
In het korte leven van één ervan ben ik even,
nee, lang, heel lang een veilig huis geweest.

 

 

2686232-bbf2973b3b4f99a7f6a7d4874f11766f.png
Ted van Lieshout (Eindhoven, 21 december 1955)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 21e december ook mijn blog van 21 september 2018 en ook mijn blog van 21 december 2014 deel 2 en eveneens deel 3.



Geschreven door Romenu om 15:07 1 reactie Reageer op dit bericht

Hans van Willigenburg, Friederike Mayröcker

De Nederlandse dichter, schrijver en journalist Hans van Willigenburg werd geboren in Utrecht op 20 december 1963. Zie ook alle tags voor Hans van Willigenburg op dit blog.

 

Dissident

Wat ik tot dusver heb gedaan met mijn leven is weinig,
ik heb het niet op straat gegooid,
niet geslagen,
niet geaaid,
niet één keer nauwkeurig bekeken.

Ik houd mijn handen thuis en sluit bij voorkeur mijn ogen.

Wat ik tot dusver heb gedaan met mijn leven is weinig,
nee schudden,
zuchten,
steunen,
uitblazen van niets,
daar ben ik grotendeels mee bezig geweest.

Ik behoor bij uitstek tot de mensensoort
die men oproept te ontwaken,
ter verbetering van het één of ander.

Met het leven weinig doen
is iets waarvan ik merk dat anderen dan ik
zich er ongemakkelijk bij voelen.

Aangezien ik niet van plan ben me ongemakkelijk te gaan voelen
ga ik gewoon door
met het leven weinig te doen.

Ik zeg: laat het maar een opdracht voor die anderen zijn
hun gevoelens van ongemak te leren beheersen
terwijl ik mijn leven alweer niet oppak
hangend in een stoel volle dagen
naar iets staar
waarvan ik niets verlang

het minste een droom of idee waaraan ik zou kunnen werken.

 

 

Kent u dat?

Kent u dat?
Een soortgelijk gevoel?

Niet begrijpen volwassen te zijn
op de snelweg in een auto te zitten
in nette kleren
achter het stuur
met een – voor zover bekend – naadloos kloppend hart
en het plotselinge verlangen het stuur om te gooien
een eerstvolgende afslag te nemen
om het even naar welke negorij?

Vervolgens de luxe te proeven
de tijd te hebben het stuur daadwerkelijk om te gooien
en in een vreemde omgeving met bekende attributen
– Shell station, verkeersborden, Albert Heijn, zebra’s – 
terecht te komen
alles op te nemen
ieder detail
niet te weten waarom
slechts het vermoeden iets belangrijks te doen?

En daarna
– weer terug op de snelweg –
niet weten trots of misplaatste trots te voelen
de negorij tegen alle statistieken in
en zonder aanwijsbare reden
bezocht te hebben?

Kent u dat?
Een soortgelijk gevoel?

 

2686076-da86c474a10691b18306369187a1d4e0.jpg
Hans van Willigenburg (Utrecht, 20 december 1963)

 

 

De Oostenrijkse dichteres en schrijfster Friederike Mayröcker werd op 20 december 1924 in Wenen geboren. Zie ook alle tags voor Friederike Mayröcker op dit blog.

 

 

van ’t omarmen van een aloë-, een laurierboompje in de behandelkamer van mijn fysiotherapeute

ik kan op geen plaats i bloem ik bedoel ik kan geen bloem zien in
m’n tuin in m’n huis, ook de ogen van m’n ziel die als bloemen
zijn bloeiden op geen plek op de grassen van verleden zomer
hebben gewaaid en ik heb ze aangeraakt en heb ze geplukt en
ze hebben me aangestaard en ik heb ze aangestaard en de maan
heeft de hl. grassen naar zich toegehaald en de maan heeft de golven
van de zee naar zich toegehaald namelijk aan zijn borst en de golven
van de zee hebben mijn voeten overspoeld en de golven van de zee
hebben het aloë- en laurierboompje aangehaald en de tranen
van de maan hebben mij beweend en mij in de diepe slaap / de
doodsslaap, en als i lieve tijger overvalt mij de slaap geheimzinnig
namelijk iriserend en vreemd, en de mistflard van kalmoesgeur
aan de voetjes van de onooglijk kleine bloempjes / iets van de geur
van een fijngewreven notelaarsblad

 

Vertaald door Ton Naaijkens

 

 

2686076-8b52b69e425f01b2d0272cfc64839574.jpg
Friederike Mayröcker (20 december 1924 – 4 juni 2021)

 

 

Zie voor de schrijvers van de 20e december ook mijn blog van 20 december 2024 en ook mijn blog van 20 december 2021 en ook mijn blog van 20 december 2018 en ook mijn blog van 20 december 2015 deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 16:59 Reageer op dit bericht

Paolo Giordano, Alexander Gumz

De Italiaanse schrijver Paolo Giordano werd geboren in Turijn op 19 december 1982. Zie ook alle tags voor Paolo Giordano op dit blog.

Uit: Tasmanië (Vertaald door Manon Smits)

“In die tijd ging mijn kleine persoonlijke catastrofe me veel meer aan het hart dan de planetaire, dan de ophoping van broeikasgassen in de atmosfeer, de terugtrekking van de gletsjers en de stijging van de oceanen. Het was vooral om er even tussenuit te kunnen dat ik aan de Corriere della Sera vroeg of ze een accreditatie voor me wilden aanvragen bij de klimaatconferentie in Parijs, ook al was de inschrijftermijn al verstreken. Ik moest dan ook echt bij ze smeken, alsof dit iets was wat ik absoluut niet mocht missen. Ze hoefden alleen maar te betalen voor de vlucht en de artikelen die ik zou schrijven. Een slaapplaats zou ik wel regelen bij een vriend.
Giulio woonde in een donker tweekamerappartement in het veertiende, de Rue de la Gaîté. De Straat van de Vrolijkheid? zei ik toen ik binnenkwam. Niet echt toepasselijk.
Nee, inderdaad. Ik zou me maar niet te veel illusies maken als ik jou was.
Jaren eerder hadden we in Turijn een flat gedeeld, Giulio als student van buiten de stad, ik als rijkeluiszoon die graag op kamers wilde ook al was de uni maar een halfuur met de bus vanaf mijn ouders. In tegenstelling tot mij was Giulio na zijn afstuderen wel in de natuurkunde bezig gebleven. Hij had in talloze steden gewerkt, uitsluitend in Europa omdat hij politiek gezien een onoverkomelijke weerstand koesterde jegens de Verenigde Staten. Intussen was hij getrouwd en gescheiden, had een zoontje gekregen en was ten slotte in Frankrijk neergestreken, met een onderzoeksbeurs aan de École Polytechnique, waar hij zich bezighield met chaostheorieën toegepast op de financiële wereld.
We schepten allebei een bord pasta vol alsof we twintigers waren en aten aan een ongedekte tafel, terwijl ik hem vertelde over de reden van mijn bezoek, de officiële reden tenminste. Giulio ging op een schap naar een boek zoeken. Heb je dit gelezen?
Ik zei nee en liet de rand van de pagina’s onder mijn duim door glijden. Ondergang, mompelde ik, dat klinkt perfect.
Hij heeft een interessante kijk op uitsterving. Hou het maar.
Het woord ‘uitsterving’ bleef even in mijn hoofd hangen, als het label van een persoonlijk lot. Ik ruimde af terwijl Giulio me snel bijpraatte over Adriano, die alweer vier jaar was.
Ik was een beetje slaperig geworden door de koolhydraten, maar de wijn was op, dus gingen we de deur uit zodat we konden blijven drinken.”

 

2685904-c3d8e21619e15989be76e4b07faebe3d.jpg
Paolo Giordano (Turijn, 19 december 1982)

 

 

De Duitse dichter, schrijver en vertaler Alexander Gumz werd geboren op 19 december 1974 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Alexander Gunz op dit blog.

 

 

strak omheind groen

het einde van ons verlangen: opgetrokken
wenkbrauwen voor een rijtjeshuis.

zoveel kansen krijgt hier anders niemand.
het gras onder onze zolen wordt drie keer verkocht.

één keer aan de slager in Oberdorf, twee keer
aan kleinkinderen op de rondweg.

haal je jurk uit de kast, die strakke,
en dans met mij in het zwembad.

wij nemen nooit meer de bus van negen uur.
we zullen ons slechts alles herinneren,

toen het klein was. vóór de crashes, de gaten in het hek,
de roest in onze hand.

heb je het fornuis in de keuken aan laten staan
of wat is dat voor geur?

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

2685904-fa4a23e4559b5269375caff695b58167.jpg
Alexander Gumz (Berlijn, 19 december 1974)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 19e december ook mijn blog van 19 december 2018 en eveneens mijn blog van 19 december 2015 deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:49 Reageer op dit bericht

A. M. Homes, Gatien Lapointe

De Amerikaanse schrijfster Amy Michael Homes werd geboren op 18 december 1961 in Washington DC. Zie ook alle tags voor A. M. Homes op dit blog.

Uit: Dit boek redt je leven (Vertaald door Wim Scherpenisse en Gerda Baardman)

“Hij kwam niet op het idee iemand te roepen, wie had hij moeten roepen, wat had hij moeten zeggen, hoe had hij het moeten beschrijven — waar zat de pijn precies? Overal, desoriënterend, zweterig, duizelingwekkend. Zo snel mogelijk, nu hij het nog kon, kleedde hij zich aan. Hij liep de slaapkamer in en trok een mooie broek met een riem aan, een trui, schoenen en sokken. Hij kleedde zich alsof hij met vrienden uit zou gaan of bij iemand ging eten, iets informeels, gedempte kleuren, zachte stoffen. Onder het aankleden bedacht hij dat hij misschien de heuvel af moest, naar een dokter, zonder zich te realiseren dat iedereen op dit late uur ongetwijfeld allang naar huis was. Hij ging op de bank liggen, wat hij nog nooit had gedaan; dat was tegen de regels, de eigen persoonlijke regels die iedereen voor zichzelf opstelt: liggen mag alleen in bed en nooit overdag. Hij lag op de bank en probeerde een prettige houding te vinden; had hij op de hometrainer iets raars gedaan, een verkeerde beweging gemaakt? Had hij iets onder de leden, een virus, een griepje? De pijn bleef. Waar kwam die vandaan? Was die pa, ontstaan of was hij er altijd en viel hij hem nu pas op? Hij stond op, nam een paar ibuprofentabletten en bleef bij hei raam over de stad staan uitkijken, naar de auto’s op de boulevard beneden die de bocht namen en de heuvels in reden. De. lucht begon al te verbleken, de koplampen waren aan, de huizen lichtten op, vol leven. De coyotes huilden. De stad in de verte was tegelijk heel groot en heel klein. Hij stond voor het raam – bevangen door pijn. Alles klapte in, alle bloedvaten, alle zenuwen, alle vezels van zijn lichaam krompen ineen alsof ze uitgehongerd, uitgedroogd waren. Hij stond bij het raam en leed ondraaglijke pijn, en het vreemdste was dat hij niet wist waar het pijn deed, dat hij niets voelde. Hij begon te huilen. Hij huilde geluidloos en toen hij merkte dat hij huilde, concludeerde hij uit dat feit, of uit de angst die dat opriep, dat er iets heel erg mis was. Toen moest hij nog erger huilen. Was het dan nu zover? Ging het zo? Was hier iets aan vooraf. gegaan, iets wat hij had moeten merken, een waarschuwing? Of was dit de waarschuwing? Dit was de waarschuwing of het uur U.
Hij toetste het alarmnummer in. ‘Politie, brandweer, ambulance.’ ‘Dokter,’ zei hij. ‘Politie, brandweer, ambulance.’ ‘Noodgeval,’ zei hij. ‘Politie, brandweer, ambulance.’ Het was een computer. ‘Ambulance,’ zei hij. ‘Ogenblikje.’ Hij wachtte tot hij werd doorverbonden en in dat moment van stilte hield de pijn op. De pijn ging over en hij dacht al haast dat het een nachtmerrie was geweest, een dagdroom, een slechte maaltijd die verkeerd was gevallen.”

 

 2685734-665457668499bc93d6dfb9455deefc42.png

A. M. Homes (Washington DC, 18 december 1961)

 

 

De Canadese dichter en schrijver Gatien Lapointe werd geboren op 18 december 1931 in Québec. Zie ook alle tags voor Gathien Lapointe op dit blog.

 

 

Lente in Quebec

Adem van vuur in de keel van de sneeuw,
Wortels die de diepe kleur oproepen –
Uit welke ballingschap komt deze kreet van lente en bladeren?

Een woord barst los in onze vuisten in de voren van vogels,
Op paden van sterren rijst wilde hoop.
Onze handen rijden op de jonge dauw,
O, de rivier viert al eilanden en zwaluwen!
Met één enkele eeuwigheid bewonen we de wereld.
Een tak ontsproot bij de eerste stap van de tijd,
Gloeiend rood zwaard in de ogen van onze geschiedenis,
De aarde beeft tot aan onze kindertijd.
We worden geboren – horizon van levendige golven,
De dag staat in de menselijke strijd.
Voor altijd sluit de april van vuur onze wonden,
Van mond tot mond openen we de drempel van een vaderland.
Nog steeds bloedend onder de vleugel van de zon,
Met de eerste tak van het jaar,
Vindt een volk zijn vrijheid op aarde.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 2685734-00b1536bee1c32005b86fec8f6e5b46c.jpg

Gatien Lapointe (18 décember 1931 – 15 september 1983)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 18e december ook mijn blog van 18 december 2018 en eveneens mijn blog van 18 december 2016 deel 2.



Geschreven door Romenu om 17:08 Reageer op dit bericht

Yvonne Keuls, Rafael Alberti

De Nederlandse schrijfster Yvonne Keuls werd geboren op 17 december 1931 in Batavia, toen nog een onderdeel van Nederlands-Indië. Zie ook alle tags voor Yvonne Keuls op dit blog. Yvonne Keuls overleed op 16 november jongstleden op 93-jarige leeftijd..

Uit: Koningin van de nacht

“Toen Daan klein was, dacht hij dat er binnen in zijn hoofd plaatjes zaten, die hij in zijn droom verzamelde. Als hij zijn ogen sloot, kon hij naar binnen kijken en navertellen wat
hij zag. Dat noemden de mensen fantaseren.
‘Daan is een kleine fantast,’ zei Isabel, die voor hem en zijn vijf jaar oudere zusje Roos zorgde, en ze lachte erbij, dus vond ze het leuk. Later, toen hij al op school zat en ‘groot’
was, begreep hij dat hij die plaatjes in zijn hoofd zelf maakte. Van alle gebeurtenissen in zijn leven hield hij zo’n plaatje over. ‘Gebeurtenis’ was ook niet zomaar een woord, het
betekende: er gebeurt iets wat belangrijk genoeg is om in een nis te bewaren. Want niets mag vergeten worden. Wat gezien wordt of gevoeld, heeft betekenis en kan het leven
een andere wending geven. En als je doodging, zei Isabel, zag je die plaatjes nog één keer langskomen, dan wist je wat je op de wereld gedaan had. Er was natuurlijk niet één wereld. Er waren er twee. In de ene gebeurde er van alles met Daan en kon hij alleen maar verwonderd toekijken, en in de andere kon hij fantaseren, kon hij zélf alles laten gebeuren.
Als hij dat wilde, kon hij zelfs zijn moeder laten bestaan in álle dingen. Dan was ze overal in huis. In haar boeken, haar muziekboeken, die ze met rond appeltjeshandschrift in de
kantlijn van aantekeningen had voorzien. In de foto’s, waarin ze de tijd doorliep. In haar toneelkijker, die ze meenam naar de opera. In haar verzameling vingerhoedjes, die hij op
al zijn vingers zette, waarna hij net zolang op het tafelblad trommelde tot Isabel riep: ‘Daan, schei ermee uit en leg ze terug!’ En in de slaapkamerspiegel, waarin hij ieder ogenblik haar beeld verwachtte. In al die kleine dingen, de parfumkaartjes tussen haar zakdoeken, de gedroogde rozen, de poederdons met de onvergelijkelijke geur, maar vooral in haar klerenkast, die zo groot was dat hij erin kon lopen, haar luchtje opsnuivend – alweer die geur. Hij bevoelde de glanzende stof van haar jurken, die zij droeg wanneer ze een concert gaf. Ze waren versierd met borduursel en glitters, en terwijl hij zich er een weg doorheen baande, was het alsof zijzelf langs zijn gezicht gleed. Zie je wel, ze bestond! Omdat híj het wilde!”

 

2685571-03fc1f32fa6d166b2086f8fe313c0a50.png
Yvonne Keuls (17 december 1931 – 16 november 2025)

 

 

De Spaanse dichter en schrijver Rafael Alberti werd geboren op 16 december 1902 in El Puerto de Santa María (Cádiz). Zie ook alle tags voor Rafael Alberti op dit blog.

 

De duif

De duif vergiste zich op een dag.
Ze vergiste zich, keer op keer.

Ze ging naar het Zuiden in plaats
van het Noorden.
Ze verwarde koren met water.
Ze vergiste zich, keer op keer.

Ze dacht dat de zee de lucht was,
en de nacht, de ochtend.
Ze vergiste zich, telkens weer.

(ze dacht) dat de sterren
dauwdruppels waren
en warmte, vorst
Ze vergiste zich, keer op keer.

(ze dacht) dat je rok je blouse was,
en je hart haar huis.
Ze vergiste zich, telkens weer.

(Ze viel in slaap aan de oever;
Jij daarboven op een tak.)

 

Vertaald door Petra Pustjens

 

2685571-10a8181d32968260b145a4350cc8db49.jpg
Rafael Alberti (16 december 1902 – 27 oktober 1999)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 17e december ook mijn blog van 17 december 2018 en eveneens mijn blog van 17 december 2017 deel 1 en eveneens deel 2.




Geschreven door Romenu om 17:15 Reageer op dit bericht

Adriaan van Dis, Rafael Alberti

De Nederlandse schrijver en televisiemaker Adriaan van Dis werd op 16 december 1946 geboren in het Noord-Hollandse Bergen aan Zee. Zie ook alle tags voor Adriaan van Dis op dit blog.

Uit: Indische duinen

“De meisjes wilden de kust zien. Ze hoorden opgewonden stemmen op de gang en een luidspreker galmde over alle dekken: Nederland in zicht. De stoomfluit loeide, voetstappen bonkten op de trap, meeuwen krijsten. De meisjes klommen uit hun kooi en schoven de hutkoffer voor de patrijspoort. De kleinste mocht eerst, haar twee zusters tilden haar op. Ze drukte haar neus tegen het glas en zei: ‘Alleen maar golven.’ De ruit besloeg.
In de hoek van de hut, naast de deur, waste de moeder zich boven het fonteintje, het water spatte op de plankenvloer, ze nam haar handdoek van de haak en keek in de
spiegel. Ze zuchtte, elke morgen stond ze bekaf op en het was een troost dat het dampende water ook de spiegel besloeg, zodat ze onder het afdrogen niet de diepe lijnen in haar gezicht hoefde te zien. Het was benauwd in de hut, ze liep naar de patrijspoort en draaide de vleugelmoeren los. Een zilte koude lucht stroomde de kamer binnen, de meisjes rilden en trokken een trui over hun pyjama aan. Een meeuw vloog langs, vadsiger dan het soort dat hun schip gewoonlijk volgde; dit moest een landmeeuw zijn.
‘Nu ik,’ zei het middelste meisje, ze duwde haar moeder opzij en stak haar hoofd door de patrijspoort. Ze trok een vies gezicht. Geen land te bekennen.
‘Je moet naar omlaag kijken,’ zei de oudste, ‘Nederland ligt onder de zeespiegel.’ Ze ging wijdbeens op de koffer staan, duwde haar billen naar achter en maakte een verrekijker van haar handen. Iemand klopte op de deur. Een kale man kwam binnen, hij was al aangekleed en hield een korte militaire jas in zijn hand. De kleinste rende op hem toe en sprong in zijn armen. Ze klemde haar benen om zijn middel en liet zich met uitgestoken armen achterover vallen: ‘Justin, Justin,’ riep ze, ‘ik heb de Hollandse zee gezien!’ Hij legde het kind voorzichtig op bed en knuffelde haar bruine buik. ‘Dat is de Noordzee,’ zei hij, ‘nog een paar uur en we zijn in Amsterdam.’ Hij kuste de moeder en bukte zich naar het middelste meisje. Ze dook opzij. ‘Ada,’ zei de moeder, ‘zeg dag als Justin je groet.’
‘Dag,’ snauwde Ada. Ze liep naar het fonteintje en begon haar tanden te poetsen. De kale man haalde lachend zijn schouders op en liep naar het raam: ‘Kom Jana, je vat kou’, hij sloeg zijn arm om haar heupen en drukte haar tegen zich aan, ‘je kijkt de verkeerde kant op, de kust ligt aan stuurboord.’ De moeder zag in het tegenlicht hoe mager Jana’s benen door haar pyjamabroek schenen.”

 

2685413-874a3798f89821726f58441c6c410084.jpg
Adriaan van Dis (Bergen aan Zee, 16 december 1946)

 

 

De Spaanse dichter en schrijver Rafael Alberti werd geboren op 16 december 1902 in El Puerto de Santa María (Cádiz). Zie ook alle tags voor Rafael Alberti op dit blog.

 

De engel der vrekkigheid

Mensen op de straathoeken
van steden en landen die op geen kaait staan
bespraken het:
– Die man is gestorven
En hij weet het niet.
Hij wil de banken bestormen,
wolken, sterren, gouden kometen stelen,
het allermoeilijkste kopen:
de hemel.

En die man is gestorven.
Onderaardse schokken schudden zijn slapen.
dolzinnige echo’s,
verwarde klank van schoppen en houwelen
treffen zijn oren;
en zijn ogen
acyteleenlampen,
klamme, goudglanzende gaanderijen,
en zijn hart
explosies van stenen, gejuich, dynamiet.
Hij droomt van mijnen.

 

 

Vertaald door G. J. Geers

 

2685413-d46e33f370153ce6282806643c18910d.jpg
Rafael Alberti (16 december 1902 – 27 oktober 1999)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 16e december ook mijn blog van 16 december 2018 deel 2 en eveneens deel 3.



Geschreven door Romenu om 16:46 Reageer op dit bericht

Ingo Schulze, Klaus Rifbjerg

De Duitse schrijver Ingo Schulze werd geboren in Dresden op 15 december 1962. Zie ook alle tags voor Ingo Schulze op dit blog.

Uit: Zu Gast im Westen: Aufzeichnungen aus dem Ruhrgebiet

„Prolog: Neu in Mülheim-Broich
Sonnenschein, Herbstlaub, Ende Oktober ist es hier noch einmal so warm geworden wie sonst nur in südlichen Gefilden. Lange werden die Farben nicht mehr da sein. Ich mache mich auf die Suche nach einem Supermarkt in der Nähe. »Haben Sie denn kein Auto? Auch kein Fahrrad?« Meine Nachbarn, mit denen ich von Garten zu Garten spreche, sind überrascht und bieten mir Hilfe an. Was ich Garten nenne, ist in meinem Fall von der Anmutung her ein Park im Bonsai-Format mit Brückchen und Schalen und einer Bank, es fehlen eigentlich nur Goldfische. Stattdessen steht ein riesiger Buddha auf dem Weg und lächelt durch mich hindurch. Eine stattliche Doppelhaushälfte steht mir vom Keller bis unters Dach zur Verfügung. Die Einfamilienhäuser des Broicher Waldwegs, an denen entlang ich der abfallenden Straße folge, ließen sich als »schmuck« bezeichnen, alles tipptopp. Neben alten Straßennamen (Brandenberg, Liehberg) lauten die neuen Uranusbogen oder Jupiterweg, es gibt eine Ferienwohnung namens »Saturn«. Ein Mehrfamilienhaus ist im Bau, davor steht ein alter roter Rolls-Royce, der erst beim näheren Hinsehen auffällt, weil seine Karosse nicht wie die der anderen Wagen glänzt. Es folgen ein paar dörflich anmutende Häuser, bevor sich der Weg zu einer Grünfläche öffnet, die vielleicht einmal der Dorfanger gewesen ist. Am Ende quert eine große Straße, deren Namen, Saarner Straße, ich mir einprägen will. Jenseits davon ein breiter Häuserriegel von acht oder neun Stockwerken, darunter eine Tankstelle, Busstationen auf beiden Straßenseiten, eine Apotheke an der Ecke. Der »Lindenhof« nimmt sich zwischen den anderen Häusern aus wie eine Ansichtskarte, deren Farben schon leicht verblichen sind. Der Supermarkt, so bin ich überzeugt, kann nicht mehr weit sein. Als ich einen Mann meines Alters danach frage, antwortet er grimmig und ohne aufzusehen: »Fahr ich jetzt nach Herne wegen dem Scharnier?!« Er telefoniert. Ich entschuldige mich gestenreich und will mich abwenden, da sieht er auf und weist, seinen freien Arm heftig schwenkend, als sollte ich mich beeilen, weiter in Richtung meines bisherigen Weges.“

 

 

2685302-bd01ff15776bf8ef5c0a35f20025b939.jpg
Ingo Schulze (Dresden, 15 december 1962)

 

 

De Deense dichter en schrijver Klaus Rifbjerg werd geboren op 15 december 1931 in Kopenhagen. Zie ook alle tags voor Klaus Rifbjerg op dit blog.

 

 

Finale

Nu zingen de vogels in zichzelf gekeerd.
de laatste lange klankguirlandes
worden opgerold en aan de kant gelegd
alles kan wachten.

Schuwheid verspreidt zich.
de merel laat zich pas
tegen de avond zien en huppelt op jacht
naar een verloren graankorrel bijna zijwaarts

de kwikstaart is allang vertrokken
en de kleine zangertjes knikken elkaar
verontschuldigend toe en verdwijnen
geruisloos tussen de rimpelrozen.

De energie van de zwaluw is slechts schijn
hij vliegt met zijn snavel open verder,
zonder ook maar iets te vangen.

men moet genoegen nemen met halve porties.
bescheidenheid zegeviert.
geluidloosheid concurreert
met caloriegebrek.

De windhaan kraait niet meer;
brengt alleen nog een droog gekraak voort
wanneer hij bij
het eerste beste briesje draait.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 

2685302-c91a149fb9b4048af34381a6ed80f1f6.jpg
Klaus Rifbjerg (15 December 1931 – 4 April 2015)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 15e december ook mijn blog van 15 december  2023 en ook mijn blog van 15 december 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 17:55 Reageer op dit bericht

Advent (Karl Gerok), Gerard Reve, Paul Eluard

 

 

 

2685115-08a722b04f6f09cf13bf88375e792ec1.jpg
“Neudorf im Advent (Erzgebirge)” door Dieter Jacob, 2009

 

 

Advent

Offenb. 3, 20.
Siehe, ich stehe vor der Tür und
klopfe an.

Ich klopfe an zum heiligen Advent
Und stehe vor der Tür!
O selig, wer des Hirten Stimme kennt,
Und eilt und öffnet mir.
Ich werde Nachtmahl mit ihm halten,
Ihm Gnade spenden, Licht entfalten,
Der ganze Himmel wird ihm aufgetan,
Ich klopfe an.

Ich klopfe an, da draußen ists so kalt
In dieser Winterszeit;
Von Eise starrt der finstre Tannenwald,
Die Welt ist eingeschneit,
Auch Menschenherzen sind gefroren,
Ich stehe vor der verschlossnen Toren,
Wo ist ein Herz, den Heiland zu empfahn?
Ich klopfe an.

Ich klopfe an, sähst du mir nur einmal
Ins treue Angesicht,
Den Dornenkranz, der Nägel blutig Mahl, —
O du verwärst mich nicht!
Ich trug um dich so heiß Verlangen,
Ich bin so lang dich suchen gangen,
Vom Kreuze her komm ich die blut’ge Bahn:
Ich klopfe an.

Ich klopfe an, der Abend ist so traut,
So stille nah und fern,
Die Erde schläft, vom klaren Himmel schaut
Der lichte Abendstern;
In solchen heilgen Dämmerstunden
Hat manches Herz mich schon gefunden;
O denk, wie Nikodemus einst getan:
Ich klopfe an!

Ich klopfe an und bringe nichts als Heil
Und Segen für und für,
Zachäus ‘ Glück, Marias gutes Teil
Bescheert‘ ich gern auch dir,
Wie ich den Jüngern einst beschieden
In finstrer Nacht den süßen Frieden,
So möchte‘ ich dir mit holdem Gruße nahn;
Ich klopfe an.

Ich klopfe an, bist, Seele du, zu Haus,
Wenn dein Geliebter pocht?
Blüht mir im Krug ein frischer Blumenstrauß,
Brennt deines Glaubens Docht?
Weißt du, wie man den Freund bewirtet?
Bist du geschürzet und gegürtet?
Bist du bereit mich bräutlich zu umsahn?
Ich klopfe an.

Ich klopfe an, klopft dir dein Herze mit
Bei meiner Stimme Ton?
Schreckt dich der treusten Mutterliebe Tritt
Wie fernen Donners Drohn?
O hör‘ auch deines Herzens Pochen,
In deiner Brust hat Gott gesprochen:
Wach‘ auf, der Morgen graut, bald kräht der Hahn,
Ich klopfe an.

Ich klopfe an; spricht nicht: es ist der Wind,
Er rauscht im dürren Laub; —
Dein Heiland ists, dein Herr, dein Gott, mein Kind,
O stelle dich nicht taub;
Jetzt komm‘ ich noch im sanften Sausen,
Doch bald vielleicht im Sturmesbrausen,
O glaub‘, es ist kein eitler Kinderwahn:
Ich klopfe an.

Ich klopfe an, jetzt bin ich noch dein Gast
Und steh vor deiner Tür,
Einst, Seele, wenn du hier kein Haus mehr hast,
Dann klopfest du bei mir;
Wer hier getan nach meinem Worte,
Denn öffn‘ ich dort die Friedenspforte,
Wer mich verstieß, dem wird nicht aufgetan;
Ich klopfe an.

 

2685115-800905c0da4f1e38a467533d2849dd74.jpg
Karl Gerok (30 januari 1815 – 14 januari 1890)
Advent in Vaihingen an der Enz, de geboorteplaats van Karl Gerok

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Gerard Reve werd op 14 december 1923 in Amsterdam geboren. Zie ook alle tags voor Gerard Reve op dit blog.

Uit: Brief uit Berlijn

“Berlijn-Zehlendorf, Paaszondag 1962. Naarmate de trein de grens van Oost-Duitsland – waar men, zoals bekend, doorheen moet reizen om West-Berlijn te bereiken – nadert, groeit er, met mijn nieuwsgierigheid over wat ik te zien zal krijgen, ook een zonderlinge hoop: de hoop, dat alles zich veel betrekkelijker en veel minder ernstig zal laten aanzien, en dat de voorstelling die ik uit de berichtgeving van vele jaren heb opgebouwd, veel meer een projektie van mijn eigen, dikwijls zeer absoluut gestelde problematiek zal blijken te zijn, dan een met de werkelijkheid vergelijkbaar beeld.
Men kent de voorstelling van de Duitse Bondsrepubliek zoals die wordt gekoesterd door de mensen voor wie de in de bezetting ondergane verschrikking een levenvullende tijdloosheid heeft gekregen; een voorstelling waaraan ook, vooral uit gemakzucht, wordt vastgehouden door mensen die politiek nooit volwassen willen worden; een voorstelling die haar voortbestaan in veel grotere mate aan de communistiese propaganda dankt dan men in het algemeen wel vermoedt. Volgens deze voorstelling is de Westduitse democratie een schijndemocratie, waarin de nazi’s en het grootkapitaal bezig zijn een nieuwe autoritaire Duitse staat naar een nieuwe veroveringsoorlog te voeren. De kracht van deze voorstelling berust in niet geringe mate op het ontbreken van een redelijke hoeveelheid feitelijk bewijsmateriaal: materiaal dat er niet is, kan men immers niet aanvechten. In werkelijkheid wordt slechts een handvol voorvallen gebruikt om de al van te voren axiomaties aangenomen agressiviteit van West-Duitsland te illustreren. Feiten zoals de nog nooit in de Duitse geschiedenis vertoonde impopulariteit van de Westduitse dienstplicht – waarvoor iedereen zich probeert te drukken – en de verbijsterend geringe percentages stemmen, die neo-, semi-nazistiese of andere ultra-rechtse groeperingen, voordat ze bij de wet werden verboden, bij verkiezingen behaalden zelfs in die deelstaten, die indertijd de typiese voedingsbodem waren van het nationaal-socialisme – die feiten zeggen de politieke dommelaar niets. Voor het handhaven van zijn op onvruchtbare moffenhaat steunende visie heeft hij slechts een paar berichten per jaar over geschonden Joodse begraafplaatsen, op muren geschilderde hakenkruisen of over de ontmaskering van een op een verantwoordelijke post gekomen oorlogsmisdadiger nodig.”

 

2685115-d32b0e3d65d0bdf448ce10c766a084d0.jpg
Gerard Reve (14 december 1923 – 8 april 2006)
Reve met Woelrat en kat op schoot

 

 

De Franse dichter en schrijver Paul Eluard werd geboren op 14 december 1895 in Saint Denis. Zie ook alle tags voor Paul Eluard op dit blog.

 

Ik houd van je

Ik houd van je om alle vrouwen
Die ik niet heb gekend
Ik houd van je om alle tijden
Dat ik niet heb geleefd
Om de geur van het ruime sop
En de geur van warm brood
Om de sneeuw die smelt
Om de eerste bloemen
Om de zuivere dieren
Die de mens niet verschrikt
Ik houd van je om lief te hebben
Ik houd van je om alle vrouwen
Die ik niet liefheb

Wie anders spiegelt mij dan jij zelf
Ik zie ik mij amper
Zonder jou zie ik enkel
Een verlaten vlakte
Tussen vroeger en vandaag
Waren al die doden
Waar ik doorheen
Loop op stro
Ik kon geen gat boren
In de muur van mijn spiegel
Ik moest het leven leren
Woord voor woord
Zoals men vergeet

Ik houd van je om jouw wijsheid
Die niet van mij is
Om de gezondheid houd ik
Van je ondanks alles dat enkel illusie is
Om het onsterfelijke hart
Dat ik niet beheer
Je meent twijfel te zijn
En je bent slechts rede
Je bent de grote zon
Die mij naar het hoofd stijgt
Als ik zeker ben van mezelf
Als ik zeker ben van mezelf.

 

 

Vertaald door Theo Festen

 

 

2685115-a910501c4be82e9c06132ff42a417c8b.jpg
Paul Eluard (14 december 1895 – 18 november 1952)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 14e december ook mijn blog van 14 december 2021 en ook mijn blog van 14 december 2018 en ook mijn blog van 14 december 2014 deel 2 en eveneens deel 3.




Geschreven door Romenu om 17:55 Reageer op dit bericht

José Eduardo Agualusa, Heinrich Heine, Olaf Lüken

De Angolese schrijver José Eduardo Agualusa werd op 13 december 1960 in Huambo geboren. Zie ook alle tags voor José Eduardo Agualusa op dit blog.

Uit: Regentijd (Vertaald door Harrie Lemmens)

“Die nacht droomde Lídia over de zee. Een diepe, doorzichtige zee vol trage wezens die gemaakt leken van hetzelfde weemoedige licht als je hebt in de schemering. Lídia wist niet waar ze was, maar ze wist wel dat die wezens kwallen waren. Terwijl ze wakker werd zag ze ze nog door de muren van haar kamer heen glippen, en toen moest ze denken aan haar oma, dona Josephine do Carmo Ferreira, alias nga[1] Fina Diá Makulussu, beroemd droomduidster. Volgens de oude vrouw stond dromen over de zee gelijk aan dromen over de dood.
Het eerste wat ze zag toen ze haar ogen opende was de tijd op de grote wandklok: twintig over twaalf. Angola was dus al twintig minuten onafhankelijk, dacht ze, en ze verbaasde zich over het feit dat ze in dat bed lag, in het oude huis in Ingombotas[2]. Wat deed ze hier, in het centrum van Luanda, wat deed ze in dit land? Een zinloze vraag die haar dag in dag uit kwelde.
Maar op dat moment had de vraag wat ze daar deed een andere betekenis.
Haar hoofd was helder en ze voelde niets, noch de verbittering van een verliezer, noch de euforie van een overwinnaar (die nacht was ze het allebei). Het is de nacht van de sprinkhaan, dacht ze, en ze zag zichzelf als pasgeboren baby met een grote bidsprinkhaan op haar borst.
Toen ze klein was, had de oude Jacinto haar dat verteld: ‘Vlak na je geboorte zag je moeder toen ze naar je keek een enorme bidsprinkhaan op je borst zitten.’ Lang daarna herinnerde oma Fina haar aan het voorval en zei: ‘Het leven zal jou verslinden.’
Oma Fina was die maand honderdvijf geworden, maar ze was nog even fris en fit als altijd. Lídia geloofde alles wat ze zei, ook haar voorspellingen. Heel even dacht ze erover haar te wekken en haar droom te vertellen, maar ze deed het niet, had er de kracht niet voor. Ze ademde diep de met kikombo-parfum[3] doordrenkte lucht in en voelde zich lichter. Een ver en vet rumoer drong haar oren binnen; ze kon de geluiden niet van elkaar onderscheiden maar wist dat het ging om geweerschoten, ontploffingen en kreten van pijn, woede en euforie. Eén en al razernij, maar er moest ook liefdesgekreun tussen zitten, geblaf van honden en het bonzen van harten. Lídia dacht aan Viriato da Cruz, dacht aan de dood, dacht aan het leven, dat buiten de dichte ramen van haar slaapkamer doorging. Ze ging rechtop zitten, stak haar hand uit naar het nachtkastje en pakte een langwerpig zwart notitieboekje, zo een waarin kruideniers met potlood hun dagomzet noteren.”

 2684976-715e480d8b8ff217e342f993e1accdf5.jpg
José Eduardo Agualusa (Huambo, 13 december 1960)

 

 

De Duitse dichter Heinrich Heine werd geboren in Düsseldorf op 13 december 1797. Zie ook alle tags voor Heinrich Heine op dit blog.

 

 

Verwording

Krijgt de natuur, steeds dieper zinkend,
Al fouten met de mens gemeen?
Mij dunkt – de planten en de dieren
Die liegen nu als iedereen.

‘k Geloof niet aan de kuise lelie,
Zij houdt het met de bonte zot
Die vlinder heet; dat zoent en fladdert
Nog met haar onschuld heen tot slot.

’t Viooltje lijkt dan wel bescheiden,
Maar ‘k moet nog zien. De kleine bloem
Lokt aan met haar koket aroma,
Maar in ’t geniep dorst zij naar roem.

Doorvoelt de nachtegaal zijn zingen? –
Daar ga ik ook al niet in mee;
Hij slooft zich uit, snikt en slaakt trillers –
Lijkt mij – als pure routinier.

 

 

Vertaald door Marko Fondse en Peter Verstegen

 

 2684976-892a0388212530aad2d6ddeb051e0104.jpg
Heinrich Heine (13 december 1797- 17 februari 1856)
Heinrich Heine monument in Düsseldorf

 

 

De Duitse dichter en schrijver Olaf Lüken werd geboren op 13 december 1952 in Herne (Westfalen). Zie ook alle tags voor Olaf Lüken op dit blog. 

 

Advent – die Ankunft

Am Fenster glitzern Eiskristalle.
Es ruht das Wirtschaftswunderland.
In weißen Dörfern, grauen Städten,
blicken wir Menschen – wie gebannt.

Nicht Elend, sondern Herzenswärme
und jede Menge Zuversicht.
Vorfreude steckt wohl in uns allen,
weil Jesu Wiederkunft anbricht.

Heute, eine kurze Zeit vorher,
geben wir uns Tagträumen hin.
Zwischen all dem, was ist dort draußen,
steckt auch in uns ein tiefer Sinn.

 

 2684976-503cfd0d8133b712a745b59e60c58aba.jpg
Olaf Lüken (Herne, 13 december 1952)
Herne in de Adventstijd

 

 

Zie voor nog meer de schrijvers van de 13e december ook mijn blog van 13 december 2021 en ook mijn blog van 13 december 2018 en ook mijn blog van 13 december 2015 deel 1 en eveneens deel 2.

—————————————————

[1] Nga: afkorting van nganga, ‘mevrouw’.
[2] Ingombotas: wijk in Luanda.
[3] Kikombo: hout waarvan bedden werden gemaakt omdat men geloofde dat de sterke geur ervan wantsen weghield.
[4] 11 november 1975: dag waarop de Angolese onafhankelijkheid werd uitgeroepen. 



Geschreven door Romenu om 16:33 Reageer op dit bericht

Susanna Tamaro, Helen Dunmore, Kader Abdolah

De Italiaanse schrijfster Susanna Tamaro werd geboren in Triëst op 12 december 1957. Zie ook alle tags voor Susanna Tamaro op dit blog.

Uit: Voor altijd (Vertaald door Philip Supèr)

“Er is zoveel over mezelf dat ik je nooit heb verteld. We waren nog zo jong, zo vol van enthousiasme voor de tijd waarin we leefden. Er was het heden – de tijd van onze liefde – en de toekomst, de tijd die we in de komende jaren met z’n tweeën zelf vorm zouden geven: werk, een huis, kinderen.
We waren vast van plan de wereld beter achter te laten dan we hem aangetroffen hadden. Alles wat achter ons lag was van geen enkel belang, we waren ervan overtuigd dat onze hartstocht en liefde elk obstakel zouden overwinnen.
Jij vergeleek ons leven altijd met water dat stroomt. ‘Nu zijn we een bergbeek,’ zei je dan, ‘onstuimig schieten we vooruit, springen we over steenmassa’s heen, vormen we watervallen; ons kolkende geraas vult de hele omgeving, van de bergtop tot het dal. Maar op een dag worden we rivieren in vlak land – bedaard, gezwollen, lui – en verstommen we, dan hoor je alleen nog het gefluit van de wind die door de wilgen strijkt.’
‘Is dat saai?’
‘Nee, dat is de natuur.’
’s Nachts in bed, starend naar het plafond, speelden we vaak ‘Welke-rivier-wil-je-zijn?’
‘Wil jij de Dora Baltea zijn?’ vroeg ik aan je. Waarop jij in de dekens begon te trappelen en riep: ‘Nee! Niet de Dora Baltea!’ Die vond je te klein, te bescheiden en daarbij stond het idee je tegen uit te komen in de Po. ‘Ik wil geen zijrivier zijn,’ zei je. ‘Ik wil een rivier zijn die direct in zee uitstroomt.’
Jouw ideaal was de Amazone, Uren kon je me vertellen over de schitterende fauna die je waarnam op je tocht: vlinders, papegaaien en roze dolfijnen, die tegen je stroom in zwommen.”

 

2684856-f5330f9341948b1c88f9f2725e8c0b48.jpg
Susanna Tamaro (Triëst, 12 december 1957)

 

 

De Britse dichteres en schrijfster Helen Dunmore werd geboren op 12 december 1952 in Beverley, Yorkshire. Zie ook alle tags voor Helen Dunmore op dit blog.

 

Wat een flauwekul

Waarom zei je dat ze stil moesten zijn
en rechtop moesten zitten tot je terugkwam?
Die flauwekul zou je naar ze toe hebben geleid.

Je loopt van de ene geparkeerde auto naar de andere
en tuurt door de beslagen ramen
voordat je het kenteken controleert.

Je zakken puilen uit. Je hebt snoep voor ze gekocht
maar de condens zit aan de binnenkant van de ramen.
Hoeveel kinderen ademen er?

Die flauwekul is over achter in de auto.
Buiten de ramen is de dag voorbij.
Er is geen straatlantaarn aangegaan.

Je hebt ze kokkels in azijn gevoerd,
je hebt ze op de speelautomaten gezet.
Je keek maar één keer weg.

Je keek maar één keer weg
terwijl je tegen de toonbank van de snackbar leunde,
en veertig jaar waren voorbij.

Je hebt ze telkens weer gezegd:
Hou op met die flauwekul daar achterin!
En nu hebben ze het gedaan.
Is dat mist, of water met adem erin?

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 

2684856-97751decdf996aa9f9b30a6a2690920b.jpg
Helen Dunmore (12 december 1952 – 5 juni 2017)

 

 

Rectificatie

De Iraans – Nederlandse schrijver Kader Abdolah (pseudoniem van Hossein Sadjadi Ghaemmaghami Farahani) werd geboren in Arak op 12 november (niet 12 december) 1954. Zie ook alle tags voor Kader Abdolah op dit blog.

Uit: Ze vliegen nog altijd over de Schie

“Ernesto was niet de echte naam van Ernesto.
Een tijdlang wist hij niet waarom hij zo genoemd werd, of hoe het zover gekomen was dat hij uiteindelijk Ernesto werd.
Misschien had iemand hem, voorafgaand aan zijn verleden, met deze naam geroepen, en was hij sindsdien Ernesto geworden.
Hij wist ook niet waar hij vandaan kwam.
Naast Arabisch sprak hij Spaans, maar hij was geen Spanjaard, en ook geen Zuid-Amerikaan. Zijn voorkomen deed eerder vermoeden dat hij tot een van de oude culturen uit Syrië, Libanon, Palestina of waar dan ook behoorde.
Ernesto wist lange tijd niet dat hij een groot deel van zijn herinneringen was kwijtgeraakt door een klap, veroorzaakt door het instorten van het plafond van de kamer waarin hij sliep.
Pas later, toen hij na veel ronddwalingen uiteindelijk in Nederland was terechtgekomen, kreeg hij stapsgewijs stukjes van zijn achtergrond terug in zijn dromen en nachtmerries.
Maar wat er ook met hem gebeurd was: die klap was net voor zijn vijfendertigste geweest, als zijn berekeningen klopten, tenminste.
Ernesto kende zichzelf dus goed sinds zijn vijfendertigste, vanaf het moment dat hij Ernesto was geworden. Later zou hij zich duidelijk dat moment van zijn bewustwording herinneren: hij stond op het oude, drukke plein van de bazaar in Caïro, precies als iemand die zojuist uit een diepe slaap ontwaakt was en zich ineens op een plein bevond waar hij nooit eerder was geweest.
Daarna liep hij maar gewoon met de mensenmassa mee de historische Khan El-Khalili-bazaar binnen.
Die bazaar of soek was een van de oudste, meest levendige en kleurrijke bazaars in de Arabische wereld, en is dat nog steeds.
Vanaf dat moment begon het leven van Ernesto, of anders gezegd: hij begon met een nieuw leven.”

 

2684856-65a56af8b8458a6148dda79a6cbc4356.jpg
Kader Abdolah (Arak, 12 november 1954)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 12e december ook mijn blog van 12 december 2021 en ook mijn blog van 12 december 2020 en eveneens mijn blog van 12 december 2018 en ook mijn blog van 12 december 2015 deel 2 en eveneens deel 3.



Geschreven door Romenu om 16:38 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten