Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Delphine Lecompte, Rainer Stolz

De Vlaamse dichteres en schrijfster Delphine Lecompte werd geboren op 22 januari 1978 in Gent. Zie ook alle tags voor Delphine Lecompte op dit blog.

 

 

De hebberige oom en de naakte neushoornjager

Mijn grootmoeder heeft veertien wekkers
Dat zijn er elf te veel, beweert haar strenge zoon
Zonder kersenbonbons is hij binnengevallen
Met een zak vol maskers en wijwatervaten verlaat hij zijn moeder
Morgen zal hij de wijwatervaten verkopen aan een poëtische neushoornjager.

De neushoornjager is niet echt poëtisch
Hij schrijft gedichten, dat wel
Zijn het goede gedichten?
Ik weet het niet, ik durf mij niet uit te spreken
Over de kwaliteit van zijn groteske sonnetten.

Want toen ik ze las was ik gedrogeerd
Het spijt me, en ik doe dat nu niet meer
Maar mijn oom, mijn oom nee hij is niet braaf
Hij is vadsig, hebberig en rancuneus
Mijn grootmoeder vraagt me of ik hem wil vergiftigen.

In haar tuin staan kruiden
Die zonder sporen dodelijk zijn
Toch zal ik mijn oom laten leven
Ik ben nog veel te jong om een familielid te liquideren
En als ik het een keer doe vrees ik dat ik de smaak te pakken krijg.

Ik verlaat mijn grootmoeder met een borstzak vol teennagels

De zijne, de mijne, de hare
In de duinen spot ik de neushoornjager zonder kleren
Zijn penis is ondanks de rusttoestand groter dan een volwassen mol
Ziet hij mij naderen dan wordt de mol een alerte meerkat.

De neushoornjager vraagt hoe het met mijn rolschaatscarrière gaat
Ik antwoord: ‘Heel goed. In Bulgarije telt mijn fanclub meer dan honderd leden.’
Na deze onschuldige leugen valt zijn meerkat evenwel in duigen.

 

 

Ik imiteer mijn varaan, ik echo zijn naam

Vorige maand heb ik een varaan gekregen van een achterlijke bakker
Die twee dagen na de overhandiging van de magische hagedis is gestikt
In een hoefijzervormige magneet waaraan een lege goederenwagon kleefde
Het terrarium heb ik zelf moeten kopen
De terrariumverkoper zei: ‘Succes met je varaan. Heeft hij al een naam?’

Ik heb de winkel verlaten zonder te antwoorden
Omdat ik mij schaamde
Eerst een terrarium kopen, en dan pas nadenken over een naam
Dat is de verkeerde volgorde, weet zelfs de meest hardvochtige kleuter
In de laatste telefooncel van mijn geboortestad vond ik de naam.

De naam van de varaan lag op de grond
Tussen een jonge snijtand en een drievork
Die een gemberwortel bleek te zijn
Ik probeerde mijn muze te bellen
Maar hij stond op een telefoonloze dijk zichzelf op te hemelen.

Terug naar vandaag dan maar
De varaan met de telefooncelnaam is trots en vadsig
Sinds hij mijn woning heeft ingepalmd met zijn fiere landerigheid
Blijf ik vaker thuis om van hem te leren
Ik imiteer zijn ontzagwekkende apathie, ik faal niet.

We worden stommer en breder
Soms likt mijn varaan een ruit, tik ik terug dan glimlacht hij ondubbelzinnig
In spiegelschrift schrijf ik onze namen naast elkaar
Met een groot hart ertussen uiteraard
Want zijn koudbloedigheid is altijd een fabel geweest.

 

 

2690894-b1255e01c97c78be5a039b6ede04f06d.png
Delphine Lecompte (Gent, 22 januari 1978)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Rainer Stolz werd geboren in Hamburg op 22 januari 1966. Hij woont nu in Berlijn. Zie ook alle tags voor Rainer Stolz op dit blog.

 

Huis in We.

Er zijn nog vragen: aan de bewakers
van de grijstinten, die ’s avonds zachtjes
tegen de ramen kloppen, nog vragen
aan alle soorten weer waarvan de types
een beetje scheef zijn, zoals het huis
waar ze om vechten, vragen ook
aan de dakgoot, die soms
gelaten overbodig is, waardoor ik
me zou kunnen afvragen waarmee de zon
hierboven toch zijn geel verdient,
waar zelfs de schapen spijbelen
voordat ze in het zand bijten, verder
zouden er vragen zijn aan de schare der geesten
met hun klopsignalen: of ze zich vrijwillig
zo laten meeslepen, als was het
geen kunst, die onvergelijkbaar
nutteloos is, zoals de holtes hier
die alle vragen verplaatsen, als voedsel
voor de spinnen misschien, die me vertellen:
goed hout! is hier te krijgen – en dat ruikt
heerlijk wanneer ik weer eens
mijn hoofd gestoten heb.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

2690894-0b362b29543e81099c1f76fcb435cd77.jpg
Rainer Stolz (Hamburg, 22 januari 1966)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 22e januari ook mijn blog van 22 januari 2021 en ook mijn blog van 22 januari 2019 en ook mijn drie blogs van 22 januari 2017.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

De blogger leest alles eerst na: je tekst verschijnt zodra die goedgekeurd is.

For a Parent on the Death of a Child (John O’Donohue), Kristín Marja Baldursdóttir

 

Dolce far niente

 

 

 

2690784-208de53fac256bead2c654106eec8a00.jpg
Moeder en dochter door Bertha Wegmann, 1883

 

 

 

For a Parent on the Death of a Child

No one knows the wonder
Your child awoke in you,
Your heart a perfect cradle
To hold its presence.
Inside and outside became one
As new waves of love
kept surprising your soul.

Now you sit bereft
Inside a nightmare,
Your eyes numbed
By the sight of a grave
No parent should ever see.

You will wear this absence
Like a secret locket,
Always wondering why
Such a new soul
Was taken home so soon.

Let the silent tears flow
And when your eyes clear
Perhaps you will glimpse
How your eternal child
Has become the unseen angel
Who parents your heart
And persuades the moon
To send new gifts ashore.

 

 

 2690784-e6b1635eff9ec7d0882598da7a1fe45d.jpg
John O’Donohue (1 januari 1956 – 4 januari 2008)
De Petrus en Paulus kathedraal in Ennis, County Clare, de geboorteplaats van John O’Donohue

 

 

 

De IJslandse schrijfster Kristín Marja Baldursdóttir werd geboren op 21 januari 1949 in Hafnarfjörður. Zie ook alle tags voor Kristín Marja Baldursdóttir op dit blog.

Uit: Möwengelächter (Coletta Bürling und Renate Einarsson)

“Am Ostermorgen, als Agga mit der Aprilsonne im Nacken auf dem alten Steinpier stand und die Flundern im seichten Wasser am Ufer mit Steinen zu treffen versuchte, bekam sie dieses merkwürdige Prickeln im Bauch, das die Erwachsenen bekommen, wenn sie verliebt sind oder irgendein fürchterliches Gebräu getrunken haben. Allerdings hatte sie weder das eine noch das andere ausprobiert, und deshalb glaubte sie, das Gefühl sei ein Vorzeichen großer Ereignisse, denn genauso ging es Kidda in der Kellerwohnung immer, wenn Orkane oder Vulkanausbrüche im Anzug waren, und außerdem konnte diese plötzlich und unvermittelt Lemurengeruch wittern, was unweigerlich den Tod ankündigte. Agga schnupperte, konnte aber nichts anderes riechen als den penetranten Geruch von Seetang.
Gelbe Strahlen erleuchteten die glatte, graue Meeresoberfläche im Hafenbecken, und im Ort herrschte Grabesstille. Nur der Rauch aus den Häusern, die zum Teil halb versteckt in den Lavamulden kauerten, deutete darauf hin, dass manche bereits auf den Beinen waren. Die Uhr am Kirchturm zeigte gut zehn, und bald würden sich die Männer mit Schlägermützen und in abgewetzten Sonntagsanzügen am Hafen einfinden und mit den Händen in den Hosentaschen die alte Leier über mageren Fischfang, Reaktionäre und die verdammten Kommunisten anstimmen.
Die Möwen am Ufer kreischten laut an diesem Auferstehungstag des Gottessohnes, und Aggas Magen rumorte, als hätte sich dort ein Poltergeist eingenistet. Dass die Übelkeit von dem riesigen Schokoladenosterei herrühren könnte, das sie sich noch vor Sonnenaufgang einverleibt hatte, kam ihr nicht in den Sinn, sie glaubte eher an das Vorzeichen, spürte aber das Bedürfnis, aufzustoßen oder sich über einen Küchenhocker zu legen, um sich von Blähungen und Bauchschmerzen zu befreien. Sie trottete den alten Steinpier wieder zurück, über die Brücke, die über den Bach führte, und hielt sich bis nach Hause den Bauch. Unterwegs hörte sie aus einiger Entfernung das Klappern von hochhackigen Schuhen, war aber zu sehr mit ihren Bauchschmerzen beschäftigt, um es zu beachten. Es war ihr so egal, dass sie sich nicht einmal umdrehte, um zu sehen, wer schon so früh am Ostersonntag unterwegs war. Sie war bereits zu Hause am Gartentor angelangt, als ihr bewusst wurde, dass die Frau ihr die ganze Zeit auf den Fersen gewesen war. Da endlich drehte sie sich um.”

 

 

2690784-900fb359ee0fdc50156fc59a38d71077.jpg
Kristín Marja Baldursdóttir (Hafnarfjörður, 21 januari 1949)

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 21e januari ook mijn blog van 21 januari 2024 en ook mijn blog van 21 januari 2022 en ook mijn blog van 21 januari 2019 en ook mijn blog van 21 januari 2018.


Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

NERGENS (Anna Enquist), Stefan Popa

 

Dolce far niente

 

 

 2690777-2ec02caa5f3e9ecc2a9e4ff46fcc25bd.jpg
Moeder en dochter door Edvard Munch, 1897

 

 

 

NERGENS

En maar overal en maar
rusteloos maar zonder slaap
zonder haar overal zoeken

en zwerven om haar niet
te weten overal ook overal
in plaatsen waar zijn nooit

maar weten kan je niet
dus niet slapen niet eten
en overal kijken overal

dat had ze nooit zeggen
ze gewild maar wat
weten ze daarvan overal

waar haar schaduw haar
voetstap daar zal ook ik
gaan en in de zon gaan

en in de nacht natuurlijk
alle schepen straten treinen
er is veel te doen overal

ja ik weet ze is weg
maar wellicht wacht ze
toch overal op mij dus

ik zoek en ik kijk en ik
slaap niet maar blijf
buitengewoon waakzaam.

 

 

 

2690777-94bdd8807f0e982e4ca97327e6832cc7.jpg
 Anna Enquist (Amsterdam, 19 juli 1945)
De aula (ontvangstgebouw en dienstwoningen) van de begraafplaats Vredenhof in Amsterdam

 

 

 

De Nederlandse schrijver en journalist Stefan Popa werd op 20 januari 1989 geboren in Vleuten. Zie ook alle tags voor Stefan Popa op dit blog.

Uit: In de schaduw van de eik

“Ik druk mijn duim in de noest boven mijn voorhoofd en sleep mijn huid langs de nerf, over het taaie eikenhout, tot een splinter mijn vel in sluipt en ik op mijn tong bijt om geluidloos te kermen. Omdat ik toch iets denken moet, denk ik: ’toog’ betekent zowel ‘priestergewaad’ als ‘bar: Ik stop mijn duim in mijn mond en zuig het ijzer uit mijn lijf. Als de wond is gestold, vouw ik mijn handen kruislings over mijn borst en wacht net als iedereen het einde af. De mouwen van mijn gasten ruisen als zij hun kruisen slaan. Het moet me meer zorgen baren Ik hoor hoe de priester opnieuw rond mijn lichaam klingelt. HIJ prevelt zoetgevooisde woorden die ik niet versta. Ingenesteld in eiken tel ik mijn grafrede af. Er zit een ruimte van twee vuisten tussen neus en deksel, maar ik heb in te veel kleine keukens gewerkt om nu nog claustrofobie te ontwikkelen. Ik lig zo stijf als ik kan. Zonder de priester te zien volg ik het geketende wierookvat in zijn handen, op en neer, heen en terug, als een pendule die de toeschouwer in hypnose leidt. Mijn ingetoomde adem stuit op de deksel en keert nog warm terug. Ik begrijp beat dat je soms wordt verrast door het leven – noem het overrompeld – maar dit is niet het einde dat ik me had voorgesteld. Ik ben hier niet heen gegaan om te sterven. De priester kucht Ik bijt me door de psalmen, hymnes, gebeden en klaagzangen.
Een hoop gedoe om niets. Ik heb heel mijn leven gezegd dat ik niet gecremeerd en zeker niet begraven wilde worden. Stoof mijn lijf in een ketel met abdijbier en voer me aan het meest misbruikte dier ter wereld: het varken. Volgende keer beter. De priester neemt een slok water voor hij preekt. Hij vervloekt de globalisering, de eindeloze nood tot consumeren die zelfs is doorgedrongen tot zijn gemeente in het hoge noorden en het gebrek aan spiritualiteit die over de moderne mens is neergedaald. ‘Alex..? Hij pauzeert kort zodat alle aanwezigen mij voor zich zien, de Alex die zij zo kort kenden. te vroeg, veel te vroeg, teruggeroepen.’ Ik houd van mijn voornaam. Van mijn voornaam wel. Alex past me. Die naam heb ik te danken aan mijn vader, die mijn vader niet was. Hij gaf me bij een poldergemeente onder zeeniveau aan als Alex Petrescu. Tegen de zin van mama, zij stond erop om mij Codrin te noemen. Dat kon ze vergeten. Mijn voornaam was de naam die hij mij wilde geven om mijn vader te spelen. Het was een eenzijdig compromis. Al hield hij wel degelijk rekening met haar geboortegrond: het ging wat hem betrof tussen Daniel, Victor, Stefan, zonder komma onder de s, en Alex. Een Alex zou tenminste werk vinden in een kantoortoren. ‘Ik begraaf meer mensen dan ik doop: zegt de priester. Hij zucht – oprecht, geloof ik. ‘Dat kan ik accepteren, dat is mijn last. Maar dit…’ Hij wijst, vermoedelijk, naar mij. Ik druk mijn achterhoofd dieper in het hoofdkussen.”

 

 

2690777-160a6f0c3af73fd3c3bdb503f9427e22.jpg
Stefan Popa (Vleuten, 20 januari 1989)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 20e januari ook mijn blog van 20 januari 2024 en ook mijn blog van 20 januari 2019 deel 1 en eveneens deel 2.



Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Brother And Sister (D.H. Lawrence)

 

Dolce far niente

 

 

2690774-a3efe2bde688e46542425e07ba5f73b3.jpg
Portret van broer en zus door Sergei Pavlenko, z.j.  

 

 

Brother And Sister

The shorn moon trembling indistinct on her path,
Frail as a scar upon the pale blue sky,
Draws towards the downward slope: some sorrow hath
Worn her down to the quick, so she faintly fares
Along her foot-searched way without knowing why
She creeps persistent down the sky’s long stairs.

Some day they see, though I have never seen,
The dead moon heaped within the new moon’s arms;
For surely the fragile, fine young thing had been
Too heavily burdened to mount the heavens so.
But my heart stands still, as a new, strong dread alarms
Me; might a young girl be heaped with such shadow of woe?

Since Death from the mother moon has pared us down to the quick,
And cast us forth like shorn, thin moons, to travel
An uncharted way among the myriad thick
Strewn stars of silent people, and luminous litter
Of lives which sorrows like mischievous dark mice chavel
To nought, diminishing each star’s glitter,

Since Death has delivered us utterly, naked and white,
Since the month of childhood is over, and we stand alone,
Since the beloved, faded moon that set us alight
Is delivered from us and pays no heed though we moan
In sorrow, since we stand in bewilderment, strange
And fearful to sally forth down the sky’s long range.

We may not cry to her still to sustain us here,
We may not hold her shadow back from the dark.
Oh, let us here forget, let us take the sheer
Unknown that lies before us, bearing the ark
Of the covenant onwards where she cannot go.
Let us rise and leave her now, she will never know.

 

 

2690774-40a9f32d1ed3ccecd820df593323bb2f.jpg
D.H. Lawrence (11 september 1885 – 2 maart 1930)
St Mary’s Church in Eastwood, de geboorteplaats van D.H. Lawrence

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 19e januari ook mijn blog van 19 januari 2025 en ook mijn blog van 19 januari 2019 deel 1 en ook deel 2.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Brother And Sister (Lewis Carroll)

 

Dolce far niente

 

 


Broer en zus door Joan Eardley , 1955

 

 

Brother And Sister

“SISTER, sister, go to bed!
Go and rest your weary head.”
Thus the prudent brother said.

“Do you want a battered hide,
Or scratches to your face applied?”
Thus his sister calm replied.

“Sister, do not raise my wrath.
I’d make you into mutton broth
As easily as kill a moth”

The sister raised her beaming eye
And looked on him indignantly
And sternly answered, “Only try!”

Off to the cook he quickly ran.
“Dear Cook, please lend a frying-pan
To me as quickly as you can.”

And wherefore should I lend it you?”
“The reason, Cook, is plain to view.
I wish to make an Irish stew.”

“What meat is in that stew to go?”
“My sister’ll be the contents!”
“Oh”
“You’ll lend the pan to me, Cook?”
“No!”

Moral: Never stew your sister.

 

 


Lewis Carroll (27 januari 1832 – 14 januari 1898)
De All Saints’ parish church in Daresbury, de geboorteplaats vanLewis Carroll

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 18e januari ook mijn blog van 18 januari 2025 en ook mijn blog van 18 januari 2019 en ook mijn blog van 18 januari 2015 deel 2 en ook deel 3.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

An die Schwester (Georg Trakl)

 

Dolce far niente

 

 


Broer en zus door Emil Nolde, 1918

 

 

An die Schwester

Wo du gehst wird Herbst und Abend,
Blaues Wild, das unter Bäumen tönt,
Einsamer Weiher am Abend.

Leise der Flug der Vögel tönt,
Die Schwermut über deinen Augenbogen.
Dein schmales Lächeln tönt.

Gott hat deine Lider verbogen.
Sterne suchen nachts, Karfreitagskind,
Deinen Stirnenbogen.

 

 


Georg Trakl (3 februari 1887 – 4 november 1914)
De Evangelische Christuskirche in Salzburg, de geboorteplaats van Georg Trakl

 

 

Zie voor de schrijvers van de 17e januari ook mijn blog van 17 januari 2025 en ook mijn blog van 17 januari 2019, mijn blog van 17 januari 2017 en ook mijn blog van 17 januari 2016 deel 1 en deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Zusje (Johanna Kruit)

 

 


Broer en zus door Erich heckel, 1913

 

 

Zusje

Verdween mijn zusje onverwacht.
En niemand die haar lopen zag.
De zon sloop weg, de dag werd oud.
De maan kwam op, de nacht was koud.
We zochten haar aan strand en zee.
Misschien nam Westenwind haar mee.
We riepen hard en zongen zacht.
We zochten sporen in de nacht.
Maar alles gaat zoals het moet.
En zij bleef weg, voorgoed, voorgoed.
Nu zingt de wind een droevig lied.
Vergeet mij niet, vergeet mij niet.

 


Zusje

Het zusje dat zo dwalen moest
langs verre stranden, golven woest
zij gaf de woorden toekomst mee
en bracht ze naar de wijde zee
nu is ze weg, haar stem werd stil
maar als ik haar weer horen wil
sluit ik mijn ogen om te zien
of zij nog ergens is misschien.

 


Johanna Anna Kruit (Zoutelande, 14 december 1940)
Sint Catharinakerk, Zoutelande

 

 

Zie voor de schrijvers van de 16e januari ook mijn blog van 16 januari 2025 en ook mijn blog van 16 januari 2019 en ook mijn blog van 16 januari 2016 deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Antoine Wauters, Sascha Kokot

De Belgische dichter en schrijver Antoine Wauters werd op 15 januari 1981 geboren in Luik. Zie ook alle tags voor Antoine Wauters op dit blog.

Uit: Mahmoed of het wassende water (Vertaald door Katelijne De Vuyst)

“We zijn alleen.
Alleen zoals in de cel waar ze mijn nagels
doorboorden en op me kwamen pissen.
Mijn nagels doorboren, op me pissen.
Drie jaar.
Ik heb het nooit zo gezegd, vergeef me.
Vanaf de zomer van 87, dag van onze terugkeer uit Parijs,
tot de herfst van 90.
We hadden onze twee zonen al en onze lieve Nazifé.
Ze dwongen me regimegezinde dingen te schrijven, elke dag weer.
Domme regimegezinde dingen.
‘Ik hou van onze president. In mijn ogen is hij de
beste van allemaal.
Ik heb nooit een president gezien die zo wijs is als
president al-Assad.
Ik heb van mijn leven nooit een leider gezien als hij.
Ik heb nooit iemand gezien als hij.
Hij is de vader van het volk.
Hij helpt de armen.
Hij is tegen onrecht, tegen corruptie,
een ware Arabier.
Telkens als we door een probleem worden bedreigd,
kan alleen hij de natie op zijn schouders dragen enz.’
Ik ga weer onder water.
Zien wat mijn geheugen niet heeft onthouden.
De bomen.
Op de bodem van het meer staan nog altijd bomen.* Maar je kunt ze
onmogelijk herkennen. Sommige dragen nog altijd
hun knoppen, arme paarse klokjes
als kindertenen.
Als ik mijn lamp richt en mijn hand
naar ze uitsteek, ik wou dat je het zag,
bewegen ze zachtjes, onmerkbaar.
Als kleine knuistjes die vaarwel zwaaien.
Dan moet ik aan onze kinderen denken.
Blijf nog even, Almasji.
Ga niet weg.
Beneden, lager, op een diepte die ik niet kan
bereiken, meen ik de ingebeukte deur te zien, de regenton,
de blauwe gordijnen van het huis en, daarachter, achter de
gordijnen en de gebroken ruiten, mama die naar me glimlacht en me
wenkt om bij haar te komen, papa naast haar.
Ik zwem snel nu.”

 

2689615-5be18e7f703b70b03dbfe7604b30232b.jpg
Antoine Wauters (Luik, 15 januari 1981)

 

 

De Duitse dichter, schrijver en fotograaf Sascha Kokot werd geboren op 18 januari 1982 in Osterburg. Zie ook alle tags voor Sascha Kokot op dit blog.

 

 

dezer dagen schiet het weer in je botten

dezer dagen schiet
het weer in je botten
het nestelt zich in je gewrichten
komt dichter bij je lang voor de ochtend
dan lig je wakker weet je niet
wat er met je gebeurt, waar het vandaan komt
wat er overblijft
alleen deze smalle kamer
het verkeerd gefineerde meubilair
het gekantelde raam
een kier naar de straat
het geruis in de populieren
dreef me door de nachten
je hoort daar niets meer
en vraagt je in stilte af
wanneer begon het dat ik
niet meer dichterbij kon komen

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 2689615-7cfdd9b1bc32016f60f6ac9f1449f34b.jpg
Sascha Kokot (Osterburg, 18 januari 1982)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 15e januari ook mijn blog van 15 januari 2019 en ook  mijn blog van 15 januari 2017 deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 16:43 Reageer op dit bericht

J. Bernlef, Sascha Kokot

De Nederlandse schrijver en dichter J. Bernlef werd geboren op 14 januari 1937 in Sint Pancras. Zie ook alle tags voor J. Bernlef op dit blog.

 

 

Nieuwjaarswens

Wantrouwen in grote woorden
in kleine woorden, voegwoorden
tussenwerpsels, in het laatste woord
dat iedereen wil en niemand krijgt

Een totale gespreksstop
met strenge straffen
tong uitrukken wel het minste

Het paard langs de spoorbaan
staart de sneltreinen na
het gras wacht op de vallende nacht
een steen koestert zich in het laatste licht.

Waarom hebt u mij verlaten?
Wat een lachwekkende klacht.

 

 

Toekomstbeeld

Sommige dichters willen
dat met hen ook het licht vergaat
dat de wereld dan niet langer bestaat;
blinde woede om de eigen dood
(over die van anderen valt te praten).

Ik sta bij de rivier, u weet wel
en zie hoe het licht mij
majestueus links laat liggen;
ik slik even en schik mij
schrikkend in dit lege toekomstbeeld.

 

 

Het museum van de kindertijd

Het is altijd ergens, maar wie het bij toeval ontdekt
in een naamloze straat, stuit meestal op een
dichte deur waarachter stilte heerst

Of lijkt te heersen. De meesten lopen door
terug naar het vertrouwde stratenplan
en vergeten zijn bestaan.

Is het museum vloeibaar, opvouwbaar
bestaat het uit prisma’s, electrische velden
of valt het soms samen met wie eraan denkt?

Meestal is het verlaten, de wanden
en uitstalkasten leeg op de jaartallen na
die elkaar hun juistheid betwisten

Of het vult zich met mist, met daarin
een aarzelende stem die beweert zich
niets meer te herinneren, vrijwel niets.

Maar één gezicht, één geluid, één lichtval
kan plotseling de toegang verschaffen tot de
expositie waar alles bewaard blijkt te zijn.

 

 

2689461-9a0fa479c96ae85691febd6637b8b1aa.jpg
J. Bernlef (14 januari 1937 – 29 oktober 2012)

 

 

De Duitse dichter, schrijver en fotograaf Sascha Kokot werd geboren op 18 januari 1982 in Osterburg. Zie ook alle tags voor Sascha Kokot op dit blog.

 

 

Zodra de zon verdreven is

Zodra de zon verdreven is
duiken de zwermen op
ze cirkelen boven de daken,
gaan een ogenblik lang
op de stijve takken zitten
vliegen plotseling weer weg,
verdwijnen uit het zicht
van onze nog onverlichte ramen
breken door het dichte web van hogere vliegroutes
laten ons achter met een schemerige hemel
die we niet kunnen duiden.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 


Sascha Kokot (Osterburg, 18 januari 1982)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 14e januari ook mijn blog van 14 januari 2019 en eveneens mijn blog van 14 januari 2018 deel 2.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Edmund White, Kostís Palamás

De Amerikaanse schrijver en essayist Edmund White werd geboren op 13 januari 1940 in Cincinnati. Zie ook alle tags voor Edmund White op dit blog.

Uit: The Loves of My Life: A Sex Memoir

“I used to be shocked when Virgil Thomson the composer—who wrote the opera Four Saints in Three Acts with Gertrude Stein, which received its premiere in 1934 with an all-black cast—used to be called to the telephone. I knew him in the 1970s when he was almost in his eighties; he’d come back to the table and say, “Well, Smitty is dead,” and just sit down and continue the conversation about something else. I was amazed that he could receive the news with such indifference about such a close friend.
Now that I’m in my eighties, I realize his emotion was stoicism, not indifference; someone who outlives his contemporaries knows that he very likely will be next but that for the moment “he controls the narrative,” as pundits say. When you get to be old, everyone consults you about the biographies of your famous contemporaries. You get the last word, at least until the dead person’s Complete Letters come out.
A life, a love. I always say that Jim Ruddy was the great love of my life. What does that mean now he’s just a faint neural scratch on my brain? It seems the hippocampus delegates short-term memories to various other neurons, where they are encoded forever. Does that mean an electrode stimulating the right neurons could make Jim, his conversation, his deep voice, his big curved penis, as real as it was fifty or sixty years ago, a hologram? The wondering way he’d greet any declaration with a tentative acceptance? His always saying “Is that right?” no matter how preposterous one’s remark had been.
Maybe I’ve forgotten him because I wrote about him; I’ve always thought that writing about someone is the kiss-off. Nabokov, in Speak, Memory, was apprehensive about writing about his nanny since he liked revisiting her in his thoughts and he knew once he’d committed her to print, he’d lose her. Some people wonder why I’ve not written about them. If they’re a current part of my life, I need to keep them on life support; my husband is Michael Carroll, whom I’ve been with since 1995. I’ve never written about him; he’s too precious to me. My recent fiction is less autobiography and more thought experiment. I assemble my monsters from stolen body parts (his nape, her stutter). Often I want to lead the reader to a better (more compassionate, more forgiving, bolder, more loving) world by picturing it as if it already existed; George Meredith called that process “moral sculpture.”
What did it feel like to be in love?
Constant suspense. Does he love me yet? More? Less? Is he getting bored?”

 

 2689325-d751da11185627b4d1dcaba5b9279823.jpg

Edmund White (13 januari 1940 – 3 juni 2025)

 

 

De Nieuwgrieks dichter Kostís Palamás werd geboren op 13 januari 1859 in Patra. Zie ook alle tags voor Kostís Palamás op dit blog.

 

De markt

Steeds dorst je – zoals dorst heeft naar de eerste regen
het droge zomerweer – naar je gezegend huis,
naar een verborgen leven, als de bede van een monnik,
leven van loochening en liefde in een hoek.

Ook dorst je naar het schip dat prooi is van de zeeën,
dat vogels, vissen volgend almaar verder trekt,
welks leven rijk en vol is van de ganse aarde –
maar beide, schip en huis, zij gaven ’t antwoord: ‘nee!’

Noch het geluk in afzondering en onbewogen,
noch ook het leven dat zich steeds weer weet bezield
door elke nieuwe haven, ieder volgend land –

alleen de siddering van de slaaf, van die moet zwoegen:
sleep voort over de markt de naaktheid van je leden,
vreemde voor vreemden en voor eigen mensen vreemd.

 

 

Vertaald door Hero Hokwerda

 

 

2689325-0ee574c259e8328584b3bee903442d35.jpg

Kostís Palamás (13 januari 1859 – 27 februari 1943)
De dichters (1919) door Georgios Roilos. Het schilderij toont verschillende dichters van de generatie van 1880; in het midden, met het hoofd rustend op zijn elleboog, Kostís Palamás.

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 13e januari ook mijn blog van 13 januari 2019 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 17:09 1 reactie Reageer op dit bericht

Cees van der Pluijm, Anthony Hecht

De Nederlandse dichter, schrijver en columnist Cees van der Pluijm werd geboren op 12 januari 1954 te Radio Kootwijk (Gld.). Zie ook alle tags voor Cees van der Pluijm op dit blog.

 

 

Socialistisch realisme

Zodoende kent hij nu zijn burgerplicht –
Het volksbelang stijgt boven alles uit –
De staatscontroledienst wordt ingelicht.

(En Nikolaj weet meer van de schavuit
Bijvoorbeeld dat hij het met Olga houdt
Die door een dissident is opgeruid.

Dat is Andrej, voormalig kosmonaut,
Die zich vervreemd heeft van de onderbouw…)
Nauwkeurig rapporteert hij elke fout

En zie, de controleur verschijnt al gauw:
Tatjana is een frisse jonge vrouw.

 

 

Ondeugende roman

De bootsgezel lag uitgeput terneer,
Er viel met hem te ploegen noch te eggen
Die arme jongen – ach, hij kòn niet meer.

Hij kon zijn eigen naam niet eens meer zeggen,
Hij kwam niet verder dan een steunend ‘Moe…’
Toen zij hem vroeg hoe dit viel uit te leggen.

Het kamermeisje trok hem naar zich toe
(De koningin sliep onverstoorbaar voort)
En eiste dreigend ook een rendez-vous:

‘Zo niet dan ben jij voor de ochtend gloort
Ontmand en wel teruggekeerd aan boord.’

 

 

Lustige zeeroman

De pest breekt uit, de kapitein verdrinkt
De bottelier verhangt zich in het ruim
Hojo, hojo! Ons aantal koppen slinkt

Een zwabbergast stapt zingend in een fluim
En kiest het ruime sop op eigen kracht
Maar ’t leven is niet enkel as en schuim

De haven lonkt; wie weet wat ons daar wacht!
Wij gaan met 13 knoop naar Mexico
En ’t is geen pikbroek die daar niet naar smacht…

Het leven is een feest, ik zeg maar zo:
‘Hojo, hojo, hojo, hojo, hojo!’

 

 

2689172-8307cde42c71e09d4d97d1656508b109.png
Cees van der Pluijm (12 januari 1954 – 14 december 2014)

 

 

De Amerikaanse dichter Anthony Hecht werd geboren op 16 januari 1923 in New York. Zie ook alle tags voor Anthony Hecht op dit blog.

 

 

De Venetiaanse Vespers (Fragment)

Canto II

Daarachter een gekringeld samenvloeien
Van schuine lijnen, als de strengen van
Een zijden koord, in ’t door een lichte bries
Gerimpeld water. Zonlicht tooit de baai
Met schittering van scherven dansend zilver.
Die rimpeltjes en kopjes promeneren,
Gehaast en schertsend, geen moment verveeld.
Ils se promènent, als vrij welgestelde
Gezinnen in het Bois, op zondag. Blij om
Die zorgeloosheid en gefascineerd
Door zonne-morsetekens in de haven,
Ben ik, voor het moment, geheel genezen,
Onthecht, en los van toekomst en verleden,
Zelfs van de wetenschap dat deze Zee
Van Hadria, des Doges gemalin,
De koele, de gewijde, is afgeschuimd
Door kooplui uit haast alle werelddelen,
En al die kristallijnen breekbaarheid
Waarvoor ze zweten aan de ovens lijkt
Een wondere en breekbare triomf.
De eerste ruwe bol van glas, gestold,
Wordt aan de blaaspijp, gloeiend heet en zacht
Als toffee nog, gedompeld in een mal,
Die van metaal is en van binnen als
Een ananas met stekels is bezet.
Het glas krijgt voor de helft een regelmatig
Patroon van kuiltjes zo, en als die eenmaal
Bedekt zijn met een vloeibare glazuur,
Ontstaan er belletjes gevangen lucht,
Geëmailleerde, parelende leegtes.

 

 

Vertaald door Paul van den Hout

 

 

2689172-9d9a20a73277317bd3e9489262ac3d20.jpg
Anthony Hecht (16 januari 1923 – 20 oktober 2004)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 12e januari ook mijn blog van 12 januari 2019 deel 1 en eveneens deel 2.


Geschreven door Romenu om 16:46 Reageer op dit bericht

Katharina Hacker, Adrian Kasnitz

De Duitse dichteres en schrijfster Katharina Hacker werd geboren op 11 januari 1967 in Frankfurt am Main. Zie ook alle tags voor Katharina Hacker op dit blog.

Uit: Handbuch für Traurigkeiten

„Als ich mit den Hunden nach Hause zum Dorf zurückging, fand ich auf dem Weg Spuren von Rehen, einem sehr kleinen Pony, anderen Hunden und Menschen, Waschbären, viel-leicht einer Katze und in unregelmäßigen Abständen ein Herz, kleiner oder größer, ver-mutlich mit einem Stöckchen in den Sand gezogen, wie unterwegs, aber deutlich zu er-kennen, und vielleicht ftbaf oder sechs die Länge des Weges, der sich aufs Dorf hin wohl einen knappen Kilometer zieht.
Davor war ich auf den weiten Feldern zu den geborstenen Weiden hingelaufen, die ich von fern öfters mit meinem Vater gesehen hatte, breite, zerklüftete Stämme, kahl jetzt im Februar, und mein Vater hatte immer das Durchscheinende der winterlichen, laublosen Landschaft geliebt.
Mit meinem alten besten Freund war ich den Weg nicht mehr gegangen, denn er war vor-her gestorben, und vor zwei Jahren war ich viele Male den Weg mit meiner sterbenskran-ken Freundin im Herzen gegangen und mit meiner besten Freundin, die nach einem Herz-infarkt noch schwach gewesen, war ich ihn gegangen und wieder, als sie bei Kräften war, und unzählige Male waren wir den Weg zu viert gegangen, und meine inzwischen heran-gewachsenen Töchter auch un7ählige Male zu zweit oder mit Freundinnen. Was ich auch sah, sah ich mit vielen Augen, nur die Herzen im sandigen Weg sah ich al-leine, ohne die Menschen, die ich liebte, und anderntags würden sie schon verwischt oder vertreten oder verregnet sein.
Ich kann nicht sagen, dass ich traurig war, aber alle Traurigkeiten waren doch dabei, sehr hell und einige fröhlich, und viel Sehnsucht und auch ein zerdehntes Herz, das in die Ver-gangenheit wollte und noch etwas in die Zukunft.
Deswegen habe ich dieses Buch geschrieben.“

 

2689028-ea195354de60f77ea82a766b750ff40d.jpg
Katharina Hacker (Frankfurt am Main, 11 januari 1967)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Adrian Kasnitz werd geboren op 10 januari 1974 in Orneta, Polen. Zie ook alle tags voor Adrian Kasnitz op dit blog.

 

 

Rüschhaus

Droste in een negligé, slapeloos. (Een wesp
die haar zwellingen stak:) Geen liefdesvlek, niets
uit een droom, gewoon een niet-vlek. Kijk: zwarte zwanen
halverwege. Vanuit de erker,
het gordijn als teken. Zijn het de dierbare
familieleden die draden spinnen en opkijken
van de boekhouding? Ach, al dat schrijven…
Zo geschrokken, arm ding, zo bedrogen.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 

2689028-f1f90b1633c22f4666c95a9c28b4e79c.jpg
Adrian Kasnitz (Ometa, 10 januari 1974)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 11e januari ook mijn blog van 11 januari 2019 en ook mijn blog van 11 januari 2015 en ook mijn blog van 11 januari 2016 deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:20 Reageer op dit bericht

Saskia Stehouwer, Adrian Kasnitz

De Nederlandse dichteres Saskia Stehouwer werd geboren op 10 januari 1975 in Alkmaar. Zie ook alle tags voor Saskia Stehouwer op dit blog.

 

 

Avond

in je precieze jaren
toen je zelden buitenkwam
omdat je onder schot gehouden werd
zagen maar weinig mensen
hoe wit je haar was

als ik door de glazen deur naar buiten kijk
zie ik een trillend been naast de begonia

we zouden kunnen gaan graven
maar dat zal je rug niet rechten
we kunnen door de tuin lopen
en de plekken aanwijzen waar onkruid groeit
we laten de thee onze tong vormen
de inkt van deze lange dag op onze vingers

als we de jassen aantrekken
zal de wereld gaan draaien
zullen onze voeten bevriezen
zodat we kunnen schaatsen
tussen de hopeloos glijdende honden
op zoek naar een lijn naar een bal
naar een bot

we zullen weer naar school gaan
om schapen te leren tellen
we zullen naar de winkel gaan
omdat het prettig is om iets te kopen
voor het op is

 

 

Stem uitbrengen

een gevangene krijgt sleutel ven zijn cel
sluit de deur en verdwijnt

je zegt me te gaan slapen
nu je zelf nog wakker bent

de kampbewoners
dIe zich de woestijn eigen maken
omdat er geen gras is
vullen de bulten van hun kamelen

*

een gevangene komt terug
met de sleutel van rijn cel
als een priem in zijn hand

ik denk aan alles in mij
wat zijn nek niet uitsteekt
en loop wat sneller

ik mis mijn manieren
in mijn hoofd staan de torens recht
maar ze komen nooit buiten

een gevangene legt de sleutel
op de tafel in zijn cel

wil en stil zit een groep mensen
in een treincoupé
door het midden loopt een scheur

de rat het lieveheersbeestje
de vermoeide man
allemaal vormen vvan het kind
dat de trap afloopt
en zich uitvouwt

 

 

2688842-559bdb442a530e004b5be0f64702d1ef.jpg
Saskia Stehouwer (Alkmaar, 10 januari 1975)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Adrian Kasnitz werd geboren op 10 januari 1974 in Orneta, Polen. Zie ook alle tags voor Adrian Kasnitz op dit blog.

 

 

De nieuwslezeres

schijnwerpers glimlach lamplicht bloeiende mond
het oog een waterige ster in de avond (22:30)
hemel boven Servië waar bommenwerpers
overgeven / vanuit afvalscherven en puin wijs je
op het menselijke, op het daaronder be-
graven lichaamsdeel / even snikken en dan verder

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 

2688842-d0bd6b2dd002cdec9dda1a953f808ea2.jpg
Adrian Kasnitz (Ometa, 10 januari 1974)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 13e januari ook mijn blog van 13 januari 2019 deel 1 en eveneens deel 2.



Geschreven door Romenu om 16:50 Reageer op dit bericht

Bas Heijne, Nora Bossong

De Nederlandse schrijver, essayist, columnist en vertaler Bas Heijne werd geboren op 9 januari 1960 in Nijmegen. Zie ook alle tags voor Bas Heijne op dit blog.

Uit: Voor de democratie

“De man die zijn naam aan de Griekse ‘gouden eeuw’ gaf, de Atheense staatsman Perikles, bevond zich vrijwel zijn hele leven in dat politieke spanningsveld. Hij
was afkomstig uit een oud en voornaam geslacht, de Alkmaioniden, maar schaarde zich al vroeg aan de kant van het volk, wat hem het verwijt van populisme opleverde en veel conservatieve vijanden.
Niettemin was hij zo’n dertig jaar een leidende politieke figuur in Athene, van ongeveer 461 v.Chr. tot aan zijn dood tijdens de pestepidemie in 429 v.Chr. Dat de naam Perikles verbonden raakte met een ‘gouden tijdperk’ is grotendeels te danken aan zijn aanhoudende populariteit als politiek leider. Ieder jaar werd hij opnieuw gekozen als strategos (een van de tien bevelhebbers). Hij breidde de Atheense democratie uit, zorgde voor een financiële compensatie wanneer gewone burgers democratische verplichtingen op zich namen. Hij nam het initiatief tot grootse bouwprojecten als het
Parthenon, de Propyleeën, het Erechtheion, het Odeion. Hij voltooide de zogenaamde Lange Muren, een verdedigingswerk dat Atheners bescherming bood op de weg naar de haven van Piraeus. Ook gaf hij zijn persoonlijke vriend, de beeldhouwer Phidias, de opdracht tot het maken van het beeld van Athena Parthenos in het Parthenon, maar liefst 12 meter hoog, opgetrokken uit goud en ivoor.
Onder Perikles werd de hegemonie van Athene ten opzichte van haar bondgenoten versterkt. Zij hadden zich verenigd in de zogenaamde Delische Bond en het was Perikles die hun gezamenlijke schatkist van het eiland Delos overbracht naar Athene, waarmee behalve de oppermachtige Atheense vloot ook de prestigieuze bouwprojecten werden bekostigd – wat Perikles het verwijt van praalzucht en imperialisme bezorgde. Athene fungeerde zo’n beetje zoals de Verenigde Staten na de Tweede Wereldoorlog ten opzichte van West-Europa, dominant, maar ook een waarborg voor veiligheid. Je moest betalen, je had weinig in te brengen, maar je kreeg er een redelijk zorgeloos bestaan voor terug.
Iemand die de Atheense politiek zo lang domineerde, was vanzelfsprekend omstreden. Tijdens Perikles’ leven, maar ook in de eeuwen daarna, helemaal tot in onze tijd, is zijn reputatie en statuur onderwerp van discussie.”

 

2688680-6a1f6f99cc5f7f608c1a42125ed693af.jpg
Bas Heijne (Nijmegen, 9 januari 1960)

 

 

De Duitse dichteres en schrijfster Nora Bossong werd geboren op 9 januari 1982 in Bremen. Zie ook alle tags voor Nora Bossong op dit blog.

 

 

Siroop

Hoe ze haar vinger uitstrekt
van de mokkalepel, mijn Sudeten-grootmoeder.
Haar haar zwart
van de gedroogde bieten.
Buiten, de afdruk
van haar handen in de wind,
waar kinderen kastanjes
doorheen gooien. De aardappelen
heeft ze nooit vertrouwd en hurkte
alleen in de rook van de stokerij.
Zoals bij sommigen een bochel
langs de rug omhoog groeit,
groeit deze in haar krullen.
Dit uiteenvallen elke avond,
naakt voor de gordijnen is haar huid
slechts een scheur in de stof.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

2688680-7a8090db446202d3d1e331916dfb39a4.jpg
Nora Bossong (Bremen, 9 januari 1982)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 9e januari ook mijn blog van 9 januari 2019 en ook mijn blog van 9 januari 2016 deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 15:59 Reageer op dit bericht

Lizette Woodworth Reese

De Amerikaanse dichteres en lerares Lizette Woodworth Reese werd geboren op 9 januari 1856  in de toenmalige voorstad Waverly, vlakbij Baltimore, Maryland, als dochter van Louisa Gabler en David Reese, die in de Amerikaanse Burgeroorlog in het leger van de Confederatie had gevochten. Ze had een tweelingzus genaamd Sophia. Reese volgde onderwijs aan de openbare scholen van Baltimore en studeerde af aan Eastern High School (Baltimore), waar vandaag de dag een monument voor haar staat. Na haar afstuderen werd ze in 1873 lerares aan de St. John’s Parish School. Het jaar daarop publiceerde Reese haar eerste gedicht, “The Deserted House”, in Southern Magazine. Ze bleef publiceren in diverse tijdschriften tot haar eerste zelf gepubliceerde bloemlezing, “A Branch of May”, in 1887. Vervolgens verschenen in 1891 en 1896 respectievelijk “A Handful of Lavender” en “A Quiet Road”. Eind jaren 1890 en begin jaren 1900 schreef Reese weinig. Haar sonnet “Tears”, gepubliceerd in Scribner’s Magazine in 1899, leverde haar echter lof en erkenning op, met name van haar collega-schrijver H. L. Mencken uit Baltimore, die stelde dat Reese’s werk “one of the imperishable glories of American literature.” was. In 1918 ging Reese met pensioen na haar laatste jaren les te hebben gegeven aan Western High School (Baltimore). De Amerikaanse componisten Mildred Barnes Royse (1952) en Margaret Shelley Vance (1966) zetten Reese’s tekst op muziek in composities die beide de titel “A Christmas Folk Song” droegen. Ook de componisten Gary Bachlund, Fritz Hart, Margaret Ruthven Lang, Marilyn Rinehart en Mildred Souers zetten teksten van Reese op muziek. In 1931 werd Reese door de General Federation of Women’s Clubs benoemd tot Poet Laureate van Maryland. Ze was tevens erevoorzitter van de Poetry Society of Maryland en een van de oprichters van de Woman’s Literary Club of Baltimore in 1890. Reese overleed op 17 december 1935. Ze is begraven in de St. John’s Episcopal Church.

 

 

A Violin at Dusk

Stumble to silence, all you uneasy things,
That pack the day with bluster and with fret.
For here is music at each window set;
Here is a cup which drips with all the springs
That ever bud a cowslip flower; a roof
To shelter till the argent weathers break;
A candle with enough of light to make
My courage bright against each dark reproof.
A hand’s width of clear gold, unraveled out
The rosy sky, the little moon appears;
As they were splashed upon the paling red,
Vast, blurred, the village poplars lift about.
I think of young, lost things: of lilacs; tears;
I think of an old neighbor, long since dead.

 

 

A Song

Oh, Love, he went a-straying,
A long time ago!
I missed him in the Maying,
When blossoms were of snow;
So back I came by the old sweet way;
And for I loved him so, wept that he came not with me,
A long time ago!
Wide open stood my chamber door,
And one stepped forth to greet;
Gray Grief, strange Grief, who turned me sore
With words he spake so sweet.
I gave him meat; I gave him drink;
(And listened for Love’s feet.)
How many years? I cannot think;
In truth, I do not know—
Ah, long time ago!
Oh, love, he came not back again,
Although I kept me fair;
And each white May, in field and lane,
I waited for him there!
Yea, he forgot; but Grief stayed on,
And in Love’s empty chair
Doth sit and tell of days long gone—
’Tis more than I can bear!

 

2715580-c91abb946f4801b711911c0df5a3cbf2.jpg
Lizette Woodworth Reese (9 januari 1856 – 17 december 1935)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Waldtraut Lewin, Alfred Tomlinson

De Duitse schrijfster Waldtraut Lewin werd geboren op 8 januari 1937 in Wernigerode. Zie ook alle tags voor Waldtraut Lewin op dit blog.

Uit: Feuer: Der Luther-Roman

„Unbegreiflich. Unbegreiflich, aus welchem Grund unser allergnädigster Kurfürst Friedrich, den man den Weisen nennt, uns diesen halbtoten Augustinermönch aufgehalst hat. Die Gedanken der Großen dieser Welt sind unerforschlich wie Wolken und Winde. Einen Mann, der wider den Ablasshandel wettert – dabei betreibt unser durchlauchtigster Herr den ja selbst in üppigem Maße. Er nennt eine Unzahl von heiligen Reliquien sein eigen, die gegen ein Entgelt zu betrachten oder gar zu berühren, wie man weiß, bereits viele Jahre Ablass vom Fegefeuer garantiert. Und vom wahren Glauben abzufallen, dazu zeigt der Fürst nicht die geringste Neigung. So wenig wie der ganze thüringische Landstrich. Aber gewiss steckt feinsinnigstes Kalkül dahinter, das kein schlichter Erdenbürger zu erraten ver-mag. Sc’ ist die Meinung jener, die halb verborgen hinter den Fensterbögen des Palas stehen und mit ansehen, wie die Begleiter den seltsamen Gast vom Pferd heben. Dabei geht er in die Knie, und sie müssen ihn beinah tragen, um ihn ins Neben-gebäude zu bringen. Der Mann, dessen Name in aller Mund war! Ein schmächtiges Mönchlein, das kantige Gesicht unter der Kappe, die seine Tonsur verdeckt, vor Erschöpfung wie erloschen. Sie zucken die Achseln, gehen zur Tagesordnung über – die ganze ritterliche Mannschaft, die diese Burg im Norden Thüringens bewacht und eigentlich nichts tut als saufen, fressen, spielen, zur Jagd reiten und dem Herrgott den Tag zu stehlen. Man hatte von diesem angekündigten »Besuche heute etwas Ab-wechslung erwartet. In welcher Weise, wüsste man allerdings nicht zu sagen. Irgendetwas gegen die tägliche Langeweile. Es war allerhöchster Befehl erteilt worden, diesen gebannten Erzketzer auf seiner Heimreise vom Reichstag abzufangen und hierher zu verbringen. Nicht etwa, so wurde ihnen eingeschärft, um die ansehnliche Belohnung zu kassieren, die Kaiser und Reich darauf ausgesetzt hatten, einen Vogelfreien zu greifen und Justitiam zu überliefern, sondern ihn zu verstecken und dabei zu behandeln, als sei er wie einer von Adel. All seine Wünsche seien zu erfüllen, außer, er verlange, sein Domizil oder gar die Burg zu verlassen.“

 

 

2688555-d41c05e21703d2fff370ef0899ad394b.jpg

Waldtraut Lewin (8 januari 1937 – 20 mei 2017)

 

 

De Engelse dichter, vertaler en graficus Alfred Charles Tomlinson werd geboren op 8 januari 1927 in Stoke-on-Trent, Staffordshire. Zie ook alle tags voor Alfred Tomlinson op dit blog.

 

Dialectisch

– voor Edoardo Sanguineti

Leven is het verhaal van een lichaam, zeg jij:
het gekuch in de concertzaal is het verhaal
van een lichaam dat zichzelf niet kan bevatten,
en de Waldstein het verhaal van een leven
dat weigert zich te laten vangen
in z’n eigen lichaam, het beschadigde oor
dat z’n gaafheid terugkrijgt in een nageslacht
van noten. Ik strek
mijn verkrampte knieën. Naast elkaar
deze hele reeks van jeukende benen! Zwoegend
om het ritme uit de lucht
aan het lichaam terug te geven en
met de hak de grond steeds in te tikken.
Een gevallen programma verhaalt
van een in zichzelf verdwaald lichaam
dat één en al oor werd – zo’n oor
waarvan alleen de doven
dromen, met z’n reusachtige
boogkanalen en doolhoven, z’n
slakkenhuisje van kraakbeen
dat trilt en beeft en tot de rand gevuld is
met het door de oorschelp doorgegeven verhaal
waarin leven het verbreken is van nu gehoorde
stiltes, het dagelijks
herscheppen van een lichaam
belichaamd met lucht.

 

 

Vertaald door Peter Nijmeijer

 


Alfred Charles Tomlinson (8 januari 1927 – 22 August 2015)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 8e januari ook mijn blog van 8 januari 2025 en ook mijn blog van 8 januari 2019 en ook mijn blog van 8 januari 2017 deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:48 Reageer op dit bericht

Hester Knibbe, Carl Sandburg

De Nederlandse dichteres Hester Knibbe werd geboren op 6 januari 1946 in Harderwijk. Zie ook alle tags voor Hester Knibbe op dit blog.

 

 

Staand

Versteend sta ik op deze aarde
met lange rok en omslagdoek
die hij strak rond mijn borsten
speelde, omdat dat van de wereld
moet. Zo ben ik opgevoed.

Mijn ogen hebben iris noch pupil.
Dus kijk ik maar naar binnen, wil
al wat buiten voorvalt binnen horen.

Van wat ik waarneem ligt rondom
mijn mond een lach bevroren,
die daar maar vriezen blijft. Ontdooi me,
tooi me met een hoed van bloemen
en lange stengels in m’n lijf.

 

 

Endymion

je komt in al mijn dromen om
wat bij te praten, in mijn tuin te zwijgen,
ruggespraak te houden over een feest
dat je tezijnertijd zult geven

wat ik destijds verzweeg, vertel ik je:
blij dat je er bent, ik regel alle
dag en geef je heel mijn schijn
van licht in wisselende vorm;
donker slibt achter ons dicht

maar lang al voor de zon opkomt,
word je doorschijnend, blauw als ijs, verdwijnt
het beeld perfect als jou vermomd
je komt in al mijn dromen om

 

 

Tuin met uitzicht

Ik heb mij hoger gesetteld
dan doorgaans, ben stapel op wolken
lucht en zo meer. Nee, nee ik kijk

niet op u neer, heb nog te veel
weet van gemodder, moeizaam
gewroet daarbeneden. Maar ik

hecht nu eenmaal sterk aan
het weidse, een buigzame wuivende
blik op het leven, wil een lusthof zijn

voor wie mij betreden en een dak
voor degenen die bijna als mollen
onder mijn wortels schuilen

voor het extreme. Hierboven en
tussen de huizen ontvang ik blijmoedig

eenieder met uitzicht, een zetel om
genietend te zitten te kijken te lezen.

 

2688297-dbf1f8a02d65b1a7b62eb8bd6406d0d7.jpeg
Hester Knibbe (Harderwijk, 6 januari 1946)

 

 

De Amerikaanse dichter Carl Sandburg werd geboren op 6 januari 1878 in Galesburg, Illinois. Zie ook alle tags voor Carl Sandburg op dit blog.

 

 

Sneeuwstorm notities

Ik geef niet de pauken de schuld – ze hebben honger.
En de snaredrums – ik weet wat ze willen – die zijn ook leeg.
En de dreunende basdrums – die hebben het meeste honger van allemaal…
De huilende speren van het noordwesten verstommen.
De wiegeliedjes van het zuidwesten krijgen een kans, een moederlied.
Een wiegemaan komt tevoorschijn uit een gescheurd gat in de voddenhemel.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 

2688297-359a4d2744bb43287077adb13a24716f.jpg
Carl Sandburg (6 januari 1878 – 22 juli 1967)
Portret door William Arthur Smith, 1961

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 6e januari ook mijn blog van 6 januari 2021 en ook mijn blog van 6 januari 2019 deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 16:42 Reageer op dit bericht

Joris van Casteren, Forough Farokhzad

De Nederlandse schrijver, dichter en journalist Joris van Casteren werd geboren in Rotterdam op 5 januari 1976. Zie ook alle tags voor Joris van Casteren op dit blog.

Uit: De mensheid zal nog van mij horen

“Eva Koning ligt in de bosjes. Tegenover de apotheek aan de Bilderdijkstraat in Amsterdam. Het is droog, niemand kan haar zien. Haar dagboek heeft ze bij zich, zoals altijd. Dinsdag 3 september 1996, kwart voor twaalf ’s avonds. Met ballpoint noteert ze dat het nog niet rustig is op straat. `Veel fietsers en voetgangers? Ze schrikt van een passerende politiewagen. Eva Koning heeft een prettig handschrift. Meisjesachtig, de letters bol en rond. Regelmatig vind ik verdroogde plukjes shag tussen haar bladzijden. Soms ook een blaadje, grasspriet of geplet insect.
Gisternacht heeft ze een voorverkenning gedaan. Met hond Banjer, die ditmaal thuis is gebleven. Vermoedelijk slaapt hij. Net als Henk, haar man, die op een kantoor werkt en vroeg op moet. Hij weet niets van haar nachtelijke escapades. Ze constateerde gisteren dat de apotheek geen rolluik heeft. ‘Met een glassnijder en een brok steen moet het lukken! Inmiddels is het halfdrie en veel rustiger, ze komt in beweging. De volgende dag is het dagboek in beslag genomen, ze schrijft met potlood op een stukje papier dat later is ingeplakt. Ze bevindt zich in een psychiatrisch centrum. ‘Het plan is mislukt, de glassnijder was bot? Met de steen ramde ze op het raam. Omwonenden hoorden het en belden de politie.
Moeder Marleen is teleurgesteld, dat viel te verwachten. Het is niet haar echte moeder. Haar echte moeder bestaat wat Eva Koning betreft niet meer. Marleen Spaargaren is een fictief personage uit de boeken van Jan Mens, ooit de best verkopende schrijver van Nederland. In haar jeugd begon Eva Koning de Kleine Waarheid-trilogie van Jan Mens te lezen. Op de boerderij in Hoofddorp, waar haar drankzuchtige vader en sadistische broer Rolf tekeergingen terwijl haar moeder, Helleveeg noemt ze haar, goedkeurend toekeek. Helleveeg deed zelf geregeld ook een duit in het zakje. Door haar af te ranselen met de pollepel. Door de deur dicht te gooien als haar vingers ertussen zaten. ‘Daar word je hard van; riep ze dan.”

 

2688128-094daa998c10713ee018525a0b1b1c32.jpg
Joris van Casteren (Rotterdam, 5 januari 1976)

 

 

De Iraanse dichteres Forough Farokhzad werd geboren op 5 januari 1935 in Teheran. Zie ook alle tags voor Forough Farokhzad op dit blog.

 

 

DE VOGEL WAS ALLEEN MAAR EEN VOGEL

de vogel zei:
‘wat een geur, wat een zon, o,
de lente is gekomen
en ik ga op zoek naar mijn maat’

de vogel vloog net als op afroep
van de veranda weg

de vogel was klein
de vogel dacht aan niets
de vogel las geen kranten
de vogel had geen schulden
de vogel kende de mensen niet

de vogel vloog
in de lucht
boven de stoplichten
in de hoogte van onwetendheid
en ervoer krankzinnig
de blauwe momenten

de vogel was, ach, alleen maar een vogel

 

 

Vertaald door Iris Amir Afrassiab

 

 

2688128-722fcfb6554309531dd367d52a584d9e.jpg
Forough Farokhzad (5 januari 1935 – 13 februari 1967)

 

 

Zie voor de schrijvers van de 5e januari ook mijn blog van 5 januari 2024 en ook mijn blog van 5 januari 2021 en ook mijn blog van 5 januari 2019 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:55 Reageer op dit bericht

The Masque of the Magi (James Elroy Flecker), Andreas Altmann

 

 

 

2687940-85aa3ea05d9eed776e76cc427e3830bc.png
De aanbidding der koningen door Hendrick De Clerck, ca. 1610

 

 

The Masque of the Magi

Three Kings have come to Bethlehem
With a trailing star in front of them.
MARY
What would you in this little place,
You three bright kings?
KINGS
Mother, we tracked the trailing star
Which brought us here from lands afar,
And we would look on his dear face
Round whom the Seraphs fold their wings.
MARY
But who are you, bright kings?
CASPAR
Caspar am I: the rocky North
From storm and silence drave me forth
Down to the blue and tideless sea.
I do not fear the tinkling sword,
For I am a great battle-lord,
And love the horns of chivalry.
And I have brought thee splendid gold,
The strong man’s joy, refined and cold.
All hail, thou Prince of Galilee!
BALTHAZAR
I am Balthazar, Lord of Ind,
Where blows a soft and scented wind
From Taprobane towards Cathay.
My children, who are tall and wise,
Stand by a tree with shutten eyes
And seem to meditate or pray.
And these red drops of frankincense
Betoken man’s intelligence.
Hail, Lord of Wisdom, Prince of Day!
MELCHIOR
I am the dark man, Melchior,
And I shall live but little more
Since I am old and feebly move.
My kingdom is a burnt-up land
Half buried by the drifting sand,
So hot Apollo shines above.
What could I bring but simple myrrh
White blossom of the cordial fire?
Hail, Prince of Souls, and Lord of Love!
CHORUS OF ANGELS
O Prince of souls and Lord of Love,
O’er thee the purple-breasted dove
Shall watch with open silver wings,
Thou King of Kings.
Suaviole o flos Virginum,
Apparuit Rex Gentium.
…
“Who art thou, little King of Kings?”
His wondering mother sings.

 

 

2687940-185c7461cfc92e0c29e55c216c39d1c4.jpg
James Elroy Flecker (5 november 1884 – 3 januari 1915)
De St Stephen church in Lewisham, de geboorteplaats van James Elroy Flecker

 

 

De Duitse dichter en schrijver Andreas Altmann werd geboren in Hainichen (Sachsen) op 4 januari 1963. Zie ook alle tags voor Andreas Altmann op dit blog. Zie ook mijn blog van 8 juni 2009.

 

 

eiland hoofd

betraliede bunkerwanden liggen op de kop
van het eiland geworpen, de zee kabbelt zachtjes voort
vergane handen hebben enkele veren
aan vinger sterke draden gebonden in de steen

na de zomer zullen ze vliegen
hier zie je delen van de wortels van onderaf
zonder te sterven, steil schilfert de kust af
een roestige klok steekt uit het zand

zij is nat, voor haar vergaat deze tijd later
heb ik de zwaan voor de veren gevonden
zijn kop ontbrak, alleen op zijn lichaam
viel het beeld van zijn schaduw te veranderen

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

2687940-6d152ba7c616f4f9957411114d2aa462.jpg
Andreas Altmann (Hainichen, 4 januari 1963)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 4e januari ook mijn blog van 4 januari 2019 en ook mijn blog van 4 januari 2017 en mijn blog van 4 januari 2015 deel 1 en eveneens deel 2 en deel 3.



Geschreven door Romenu om 16:42 Reageer op dit bericht

Peter Ghyssaert, Hasso Krull

De Vlaamse dichter Peter Ghyssaert werd geboren op 3 januari 1966 te Wilrijk. Zie ook alle tags voor Peter Ghyssaert op dit blog.

 

 

Landschap van Rameau

Honderd broze botjes breekt de kip
in haar lijf. Kleine pijpen die
als takjes van de ruggegraat afhangen,
en de pijn wordt in een laag van gulden
vet gesmoord. Buiten het pluimvee om
gaan nu ook decors barsten. Krakend
vergaat een wereld van azuur en gips.
Het klavecimbel in de maneglans
zakt ten leste door zijn poten heen
van nachtschade. Wie speelt hoort met de laatste
toonladders, een rad van trillers aan
de pennen, één voor één de botten
gulzig knappen in zijn lichaam.

 

 

Monster

Moeizaam maalt hij uit de schoot,
het hevig, bloedgeblakerd kind,
zonder genade, zonder stilte voor
het wit dat hem omringt.

Alle andere kinderen en
zijn eigen ouders moeten dood,
en zijn gaven moeten glanzend tot
volmaaktheid uitvergroot.

Monster dat uit zijn omgeving alle
woede in zijn pantser rooft,
dat het liefst de schamel toe-
gedekte mensheid had gedoofd.

In het licht ontstaat een schub,
door geen verpleegster afgedroogd
en per minuut groeit het gezonde kwaad
en wordt zijn status opgehoogd.

 

 

Vierwoudstedenmeer

Blauw besteeg vanuit het meer
de bergen; sneeuw lag in een verre kreuk
in foetushouding opgerold.
Druppels verhuisden daar druppels
in hoog tempo. Je wist het zo intens
dat het te horen was.

Wat wij vanavond ook nog moesten zien
kwam voor de voet gedreven: lichtzeil
van boulevards, essentie
van een stad.

Hemel en aarde vielen in het water
zonder veel omhaal en wij
vermagerden daarbij tot twee gezichten,
hevig kijkend.

 

 

2687827-acc05ddb8381f2f04ff35536980a882a.jpg
Peter Ghyssaert (Wilrijk, 3 januari 1966)

 

 

De Estse dichter Hasso Krull werd geboren op 31 januari 1964 in Tallinn. Zie ook alle tags voor Hasso Krull op dit blog.

 

Vader, zie je niet dat ik in brand sta?

Vader, zie je niet dat ik in brand sta?
Zo sprak het jongetje tegen Freud.
Maar die was al ingedut. Een kaars
in de hand, het hoofd op de borst gezonken, zo
 
zat hij te knikkebollen en droomde: hij was nog maar
een klein jongetje, liep langs de stoeprand,
de zon scheen fel, en van boven kwam een
adelaar naar beneden en pikte hem de ogen uit.
 
Hoe moet ik zonder ogen
nu dromen krijgen, dacht Freud, hoe
moet ik op de stoep blijven? Bij
deze gedachte wordt Freud wakker.
 
Een jongetje, met dodenwakekaars in de hand,
buigt zich over hem heen en zegt:
Er was eens een man, die nog nooit
één enkele droom had gekregen.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 

2687827-4b93b70b5ebebcc36d5180abed946afe.jpg
Hasso Krull (Tallinn, 31 januari 1964)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e januari ook mijn blog van 3 januari 2019 en ook mijn blog van 3 januari 2017 en eveneens mijn blog van 3 januari 2016 deel 1, deel 2 en deel 3.

Geschreven door Romenu om 16:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten