Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Edmund White, Kostís Palamás

De Amerikaanse schrijver en essayist Edmund White werd geboren op 13 januari 1940 in Cincinnati. Zie ook alle tags voor Edmund White op dit blog.

Uit: The Loves of My Life: A Sex Memoir

“I used to be shocked when Virgil Thomson the composer—who wrote the opera Four Saints in Three Acts with Gertrude Stein, which received its premiere in 1934 with an all-black cast—used to be called to the telephone. I knew him in the 1970s when he was almost in his eighties; he’d come back to the table and say, “Well, Smitty is dead,” and just sit down and continue the conversation about something else. I was amazed that he could receive the news with such indifference about such a close friend.
Now that I’m in my eighties, I realize his emotion was stoicism, not indifference; someone who outlives his contemporaries knows that he very likely will be next but that for the moment “he controls the narrative,” as pundits say. When you get to be old, everyone consults you about the biographies of your famous contemporaries. You get the last word, at least until the dead person’s Complete Letters come out.
A life, a love. I always say that Jim Ruddy was the great love of my life. What does that mean now he’s just a faint neural scratch on my brain? It seems the hippocampus delegates short-term memories to various other neurons, where they are encoded forever. Does that mean an electrode stimulating the right neurons could make Jim, his conversation, his deep voice, his big curved penis, as real as it was fifty or sixty years ago, a hologram? The wondering way he’d greet any declaration with a tentative acceptance? His always saying “Is that right?” no matter how preposterous one’s remark had been.
Maybe I’ve forgotten him because I wrote about him; I’ve always thought that writing about someone is the kiss-off. Nabokov, in Speak, Memory, was apprehensive about writing about his nanny since he liked revisiting her in his thoughts and he knew once he’d committed her to print, he’d lose her. Some people wonder why I’ve not written about them. If they’re a current part of my life, I need to keep them on life support; my husband is Michael Carroll, whom I’ve been with since 1995. I’ve never written about him; he’s too precious to me. My recent fiction is less autobiography and more thought experiment. I assemble my monsters from stolen body parts (his nape, her stutter). Often I want to lead the reader to a better (more compassionate, more forgiving, bolder, more loving) world by picturing it as if it already existed; George Meredith called that process “moral sculpture.”
What did it feel like to be in love?
Constant suspense. Does he love me yet? More? Less? Is he getting bored?”

 

 2689325-d751da11185627b4d1dcaba5b9279823.jpg

Edmund White (13 januari 1940 – 3 juni 2025)

 

 

De Nieuwgrieks dichter Kostís Palamás werd geboren op 13 januari 1859 in Patra. Zie ook alle tags voor Kostís Palamás op dit blog.

 

De markt

Steeds dorst je – zoals dorst heeft naar de eerste regen
het droge zomerweer – naar je gezegend huis,
naar een verborgen leven, als de bede van een monnik,
leven van loochening en liefde in een hoek.

Ook dorst je naar het schip dat prooi is van de zeeën,
dat vogels, vissen volgend almaar verder trekt,
welks leven rijk en vol is van de ganse aarde –
maar beide, schip en huis, zij gaven ’t antwoord: ‘nee!’

Noch het geluk in afzondering en onbewogen,
noch ook het leven dat zich steeds weer weet bezield
door elke nieuwe haven, ieder volgend land –

alleen de siddering van de slaaf, van die moet zwoegen:
sleep voort over de markt de naaktheid van je leden,
vreemde voor vreemden en voor eigen mensen vreemd.

 

 

Vertaald door Hero Hokwerda

 

 

2689325-0ee574c259e8328584b3bee903442d35.jpg

Kostís Palamás (13 januari 1859 – 27 februari 1943)
De dichters (1919) door Georgios Roilos. Het schilderij toont verschillende dichters van de generatie van 1880; in het midden, met het hoofd rustend op zijn elleboog, Kostís Palamás.

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 13e januari ook mijn blog van 13 januari 2019 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 17:09 Reageer op dit bericht

1 reactie op dit bericht

Rud13 januari 2026 om 19:03

Avondgroetjes

Geniet van deze avond

Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

De blogger leest alles eerst na: je tekst verschijnt zodra die goedgekeurd is.

Cees van der Pluijm, Anthony Hecht

De Nederlandse dichter, schrijver en columnist Cees van der Pluijm werd geboren op 12 januari 1954 te Radio Kootwijk (Gld.). Zie ook alle tags voor Cees van der Pluijm op dit blog.

 

 

Socialistisch realisme

Zodoende kent hij nu zijn burgerplicht –
Het volksbelang stijgt boven alles uit –
De staatscontroledienst wordt ingelicht.

(En Nikolaj weet meer van de schavuit
Bijvoorbeeld dat hij het met Olga houdt
Die door een dissident is opgeruid.

Dat is Andrej, voormalig kosmonaut,
Die zich vervreemd heeft van de onderbouw…)
Nauwkeurig rapporteert hij elke fout

En zie, de controleur verschijnt al gauw:
Tatjana is een frisse jonge vrouw.

 

 

Ondeugende roman

De bootsgezel lag uitgeput terneer,
Er viel met hem te ploegen noch te eggen
Die arme jongen – ach, hij kòn niet meer.

Hij kon zijn eigen naam niet eens meer zeggen,
Hij kwam niet verder dan een steunend ‘Moe…’
Toen zij hem vroeg hoe dit viel uit te leggen.

Het kamermeisje trok hem naar zich toe
(De koningin sliep onverstoorbaar voort)
En eiste dreigend ook een rendez-vous:

‘Zo niet dan ben jij voor de ochtend gloort
Ontmand en wel teruggekeerd aan boord.’

 

 

Lustige zeeroman

De pest breekt uit, de kapitein verdrinkt
De bottelier verhangt zich in het ruim
Hojo, hojo! Ons aantal koppen slinkt

Een zwabbergast stapt zingend in een fluim
En kiest het ruime sop op eigen kracht
Maar ’t leven is niet enkel as en schuim

De haven lonkt; wie weet wat ons daar wacht!
Wij gaan met 13 knoop naar Mexico
En ’t is geen pikbroek die daar niet naar smacht…

Het leven is een feest, ik zeg maar zo:
‘Hojo, hojo, hojo, hojo, hojo!’

 

 

2689172-8307cde42c71e09d4d97d1656508b109.png
Cees van der Pluijm (12 januari 1954 – 14 december 2014)

 

 

De Amerikaanse dichter Anthony Hecht werd geboren op 16 januari 1923 in New York. Zie ook alle tags voor Anthony Hecht op dit blog.

 

 

De Venetiaanse Vespers (Fragment)

Canto II

Daarachter een gekringeld samenvloeien
Van schuine lijnen, als de strengen van
Een zijden koord, in ’t door een lichte bries
Gerimpeld water. Zonlicht tooit de baai
Met schittering van scherven dansend zilver.
Die rimpeltjes en kopjes promeneren,
Gehaast en schertsend, geen moment verveeld.
Ils se promènent, als vrij welgestelde
Gezinnen in het Bois, op zondag. Blij om
Die zorgeloosheid en gefascineerd
Door zonne-morsetekens in de haven,
Ben ik, voor het moment, geheel genezen,
Onthecht, en los van toekomst en verleden,
Zelfs van de wetenschap dat deze Zee
Van Hadria, des Doges gemalin,
De koele, de gewijde, is afgeschuimd
Door kooplui uit haast alle werelddelen,
En al die kristallijnen breekbaarheid
Waarvoor ze zweten aan de ovens lijkt
Een wondere en breekbare triomf.
De eerste ruwe bol van glas, gestold,
Wordt aan de blaaspijp, gloeiend heet en zacht
Als toffee nog, gedompeld in een mal,
Die van metaal is en van binnen als
Een ananas met stekels is bezet.
Het glas krijgt voor de helft een regelmatig
Patroon van kuiltjes zo, en als die eenmaal
Bedekt zijn met een vloeibare glazuur,
Ontstaan er belletjes gevangen lucht,
Geëmailleerde, parelende leegtes.

 

 

Vertaald door Paul van den Hout

 

 

2689172-9d9a20a73277317bd3e9489262ac3d20.jpg
Anthony Hecht (16 januari 1923 – 20 oktober 2004)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 12e januari ook mijn blog van 12 januari 2019 deel 1 en eveneens deel 2.


Geschreven door Romenu om 16:46 Reageer op dit bericht

Katharina Hacker, Adrian Kasnitz

De Duitse dichteres en schrijfster Katharina Hacker werd geboren op 11 januari 1967 in Frankfurt am Main. Zie ook alle tags voor Katharina Hacker op dit blog.

Uit: Handbuch für Traurigkeiten

„Als ich mit den Hunden nach Hause zum Dorf zurückging, fand ich auf dem Weg Spuren von Rehen, einem sehr kleinen Pony, anderen Hunden und Menschen, Waschbären, viel-leicht einer Katze und in unregelmäßigen Abständen ein Herz, kleiner oder größer, ver-mutlich mit einem Stöckchen in den Sand gezogen, wie unterwegs, aber deutlich zu er-kennen, und vielleicht ftbaf oder sechs die Länge des Weges, der sich aufs Dorf hin wohl einen knappen Kilometer zieht.
Davor war ich auf den weiten Feldern zu den geborstenen Weiden hingelaufen, die ich von fern öfters mit meinem Vater gesehen hatte, breite, zerklüftete Stämme, kahl jetzt im Februar, und mein Vater hatte immer das Durchscheinende der winterlichen, laublosen Landschaft geliebt.
Mit meinem alten besten Freund war ich den Weg nicht mehr gegangen, denn er war vor-her gestorben, und vor zwei Jahren war ich viele Male den Weg mit meiner sterbenskran-ken Freundin im Herzen gegangen und mit meiner besten Freundin, die nach einem Herz-infarkt noch schwach gewesen, war ich ihn gegangen und wieder, als sie bei Kräften war, und unzählige Male waren wir den Weg zu viert gegangen, und meine inzwischen heran-gewachsenen Töchter auch un7ählige Male zu zweit oder mit Freundinnen. Was ich auch sah, sah ich mit vielen Augen, nur die Herzen im sandigen Weg sah ich al-leine, ohne die Menschen, die ich liebte, und anderntags würden sie schon verwischt oder vertreten oder verregnet sein.
Ich kann nicht sagen, dass ich traurig war, aber alle Traurigkeiten waren doch dabei, sehr hell und einige fröhlich, und viel Sehnsucht und auch ein zerdehntes Herz, das in die Ver-gangenheit wollte und noch etwas in die Zukunft.
Deswegen habe ich dieses Buch geschrieben.“

 

2689028-ea195354de60f77ea82a766b750ff40d.jpg
Katharina Hacker (Frankfurt am Main, 11 januari 1967)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Adrian Kasnitz werd geboren op 10 januari 1974 in Orneta, Polen. Zie ook alle tags voor Adrian Kasnitz op dit blog.

 

 

Rüschhaus

Droste in een negligé, slapeloos. (Een wesp
die haar zwellingen stak:) Geen liefdesvlek, niets
uit een droom, gewoon een niet-vlek. Kijk: zwarte zwanen
halverwege. Vanuit de erker,
het gordijn als teken. Zijn het de dierbare
familieleden die draden spinnen en opkijken
van de boekhouding? Ach, al dat schrijven…
Zo geschrokken, arm ding, zo bedrogen.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 

2689028-f1f90b1633c22f4666c95a9c28b4e79c.jpg
Adrian Kasnitz (Ometa, 10 januari 1974)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 11e januari ook mijn blog van 11 januari 2019 en ook mijn blog van 11 januari 2015 en ook mijn blog van 11 januari 2016 deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:20 Reageer op dit bericht

Saskia Stehouwer, Adrian Kasnitz

De Nederlandse dichteres Saskia Stehouwer werd geboren op 10 januari 1975 in Alkmaar. Zie ook alle tags voor Saskia Stehouwer op dit blog.

 

 

Avond

in je precieze jaren
toen je zelden buitenkwam
omdat je onder schot gehouden werd
zagen maar weinig mensen
hoe wit je haar was

als ik door de glazen deur naar buiten kijk
zie ik een trillend been naast de begonia

we zouden kunnen gaan graven
maar dat zal je rug niet rechten
we kunnen door de tuin lopen
en de plekken aanwijzen waar onkruid groeit
we laten de thee onze tong vormen
de inkt van deze lange dag op onze vingers

als we de jassen aantrekken
zal de wereld gaan draaien
zullen onze voeten bevriezen
zodat we kunnen schaatsen
tussen de hopeloos glijdende honden
op zoek naar een lijn naar een bal
naar een bot

we zullen weer naar school gaan
om schapen te leren tellen
we zullen naar de winkel gaan
omdat het prettig is om iets te kopen
voor het op is

 

 

Stem uitbrengen

een gevangene krijgt sleutel ven zijn cel
sluit de deur en verdwijnt

je zegt me te gaan slapen
nu je zelf nog wakker bent

de kampbewoners
dIe zich de woestijn eigen maken
omdat er geen gras is
vullen de bulten van hun kamelen

*

een gevangene komt terug
met de sleutel van rijn cel
als een priem in zijn hand

ik denk aan alles in mij
wat zijn nek niet uitsteekt
en loop wat sneller

ik mis mijn manieren
in mijn hoofd staan de torens recht
maar ze komen nooit buiten

een gevangene legt de sleutel
op de tafel in zijn cel

wil en stil zit een groep mensen
in een treincoupé
door het midden loopt een scheur

de rat het lieveheersbeestje
de vermoeide man
allemaal vormen vvan het kind
dat de trap afloopt
en zich uitvouwt

 

 

2688842-559bdb442a530e004b5be0f64702d1ef.jpg
Saskia Stehouwer (Alkmaar, 10 januari 1975)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Adrian Kasnitz werd geboren op 10 januari 1974 in Orneta, Polen. Zie ook alle tags voor Adrian Kasnitz op dit blog.

 

 

De nieuwslezeres

schijnwerpers glimlach lamplicht bloeiende mond
het oog een waterige ster in de avond (22:30)
hemel boven Servië waar bommenwerpers
overgeven / vanuit afvalscherven en puin wijs je
op het menselijke, op het daaronder be-
graven lichaamsdeel / even snikken en dan verder

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 

2688842-d0bd6b2dd002cdec9dda1a953f808ea2.jpg
Adrian Kasnitz (Ometa, 10 januari 1974)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 13e januari ook mijn blog van 13 januari 2019 deel 1 en eveneens deel 2.



Geschreven door Romenu om 16:50 Reageer op dit bericht

Bas Heijne, Nora Bossong

De Nederlandse schrijver, essayist, columnist en vertaler Bas Heijne werd geboren op 9 januari 1960 in Nijmegen. Zie ook alle tags voor Bas Heijne op dit blog.

Uit: Voor de democratie

“De man die zijn naam aan de Griekse ‘gouden eeuw’ gaf, de Atheense staatsman Perikles, bevond zich vrijwel zijn hele leven in dat politieke spanningsveld. Hij
was afkomstig uit een oud en voornaam geslacht, de Alkmaioniden, maar schaarde zich al vroeg aan de kant van het volk, wat hem het verwijt van populisme opleverde en veel conservatieve vijanden.
Niettemin was hij zo’n dertig jaar een leidende politieke figuur in Athene, van ongeveer 461 v.Chr. tot aan zijn dood tijdens de pestepidemie in 429 v.Chr. Dat de naam Perikles verbonden raakte met een ‘gouden tijdperk’ is grotendeels te danken aan zijn aanhoudende populariteit als politiek leider. Ieder jaar werd hij opnieuw gekozen als strategos (een van de tien bevelhebbers). Hij breidde de Atheense democratie uit, zorgde voor een financiële compensatie wanneer gewone burgers democratische verplichtingen op zich namen. Hij nam het initiatief tot grootse bouwprojecten als het
Parthenon, de Propyleeën, het Erechtheion, het Odeion. Hij voltooide de zogenaamde Lange Muren, een verdedigingswerk dat Atheners bescherming bood op de weg naar de haven van Piraeus. Ook gaf hij zijn persoonlijke vriend, de beeldhouwer Phidias, de opdracht tot het maken van het beeld van Athena Parthenos in het Parthenon, maar liefst 12 meter hoog, opgetrokken uit goud en ivoor.
Onder Perikles werd de hegemonie van Athene ten opzichte van haar bondgenoten versterkt. Zij hadden zich verenigd in de zogenaamde Delische Bond en het was Perikles die hun gezamenlijke schatkist van het eiland Delos overbracht naar Athene, waarmee behalve de oppermachtige Atheense vloot ook de prestigieuze bouwprojecten werden bekostigd – wat Perikles het verwijt van praalzucht en imperialisme bezorgde. Athene fungeerde zo’n beetje zoals de Verenigde Staten na de Tweede Wereldoorlog ten opzichte van West-Europa, dominant, maar ook een waarborg voor veiligheid. Je moest betalen, je had weinig in te brengen, maar je kreeg er een redelijk zorgeloos bestaan voor terug.
Iemand die de Atheense politiek zo lang domineerde, was vanzelfsprekend omstreden. Tijdens Perikles’ leven, maar ook in de eeuwen daarna, helemaal tot in onze tijd, is zijn reputatie en statuur onderwerp van discussie.”

 

2688680-6a1f6f99cc5f7f608c1a42125ed693af.jpg
Bas Heijne (Nijmegen, 9 januari 1960)

 

 

De Duitse dichteres en schrijfster Nora Bossong werd geboren op 9 januari 1982 in Bremen. Zie ook alle tags voor Nora Bossong op dit blog.

 

 

Siroop

Hoe ze haar vinger uitstrekt
van de mokkalepel, mijn Sudeten-grootmoeder.
Haar haar zwart
van de gedroogde bieten.
Buiten, de afdruk
van haar handen in de wind,
waar kinderen kastanjes
doorheen gooien. De aardappelen
heeft ze nooit vertrouwd en hurkte
alleen in de rook van de stokerij.
Zoals bij sommigen een bochel
langs de rug omhoog groeit,
groeit deze in haar krullen.
Dit uiteenvallen elke avond,
naakt voor de gordijnen is haar huid
slechts een scheur in de stof.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

2688680-7a8090db446202d3d1e331916dfb39a4.jpg
Nora Bossong (Bremen, 9 januari 1982)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 9e januari ook mijn blog van 9 januari 2019 en ook mijn blog van 9 januari 2016 deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 15:59 Reageer op dit bericht

Lizette Woodworth Reese

De Amerikaanse dichteres en lerares Lizette Woodworth Reese werd geboren op 9 januari 1856  in de toenmalige voorstad Waverly, vlakbij Baltimore, Maryland, als dochter van Louisa Gabler en David Reese, die in de Amerikaanse Burgeroorlog in het leger van de Confederatie had gevochten. Ze had een tweelingzus genaamd Sophia. Reese volgde onderwijs aan de openbare scholen van Baltimore en studeerde af aan Eastern High School (Baltimore), waar vandaag de dag een monument voor haar staat. Na haar afstuderen werd ze in 1873 lerares aan de St. John’s Parish School. Het jaar daarop publiceerde Reese haar eerste gedicht, “The Deserted House”, in Southern Magazine. Ze bleef publiceren in diverse tijdschriften tot haar eerste zelf gepubliceerde bloemlezing, “A Branch of May”, in 1887. Vervolgens verschenen in 1891 en 1896 respectievelijk “A Handful of Lavender” en “A Quiet Road”. Eind jaren 1890 en begin jaren 1900 schreef Reese weinig. Haar sonnet “Tears”, gepubliceerd in Scribner’s Magazine in 1899, leverde haar echter lof en erkenning op, met name van haar collega-schrijver H. L. Mencken uit Baltimore, die stelde dat Reese’s werk “one of the imperishable glories of American literature.” was. In 1918 ging Reese met pensioen na haar laatste jaren les te hebben gegeven aan Western High School (Baltimore). De Amerikaanse componisten Mildred Barnes Royse (1952) en Margaret Shelley Vance (1966) zetten Reese’s tekst op muziek in composities die beide de titel “A Christmas Folk Song” droegen. Ook de componisten Gary Bachlund, Fritz Hart, Margaret Ruthven Lang, Marilyn Rinehart en Mildred Souers zetten teksten van Reese op muziek. In 1931 werd Reese door de General Federation of Women’s Clubs benoemd tot Poet Laureate van Maryland. Ze was tevens erevoorzitter van de Poetry Society of Maryland en een van de oprichters van de Woman’s Literary Club of Baltimore in 1890. Reese overleed op 17 december 1935. Ze is begraven in de St. John’s Episcopal Church.

 

 

A Violin at Dusk

Stumble to silence, all you uneasy things,
That pack the day with bluster and with fret.
For here is music at each window set;
Here is a cup which drips with all the springs
That ever bud a cowslip flower; a roof
To shelter till the argent weathers break;
A candle with enough of light to make
My courage bright against each dark reproof.
A hand’s width of clear gold, unraveled out
The rosy sky, the little moon appears;
As they were splashed upon the paling red,
Vast, blurred, the village poplars lift about.
I think of young, lost things: of lilacs; tears;
I think of an old neighbor, long since dead.

 

 

A Song

Oh, Love, he went a-straying,
A long time ago!
I missed him in the Maying,
When blossoms were of snow;
So back I came by the old sweet way;
And for I loved him so, wept that he came not with me,
A long time ago!
Wide open stood my chamber door,
And one stepped forth to greet;
Gray Grief, strange Grief, who turned me sore
With words he spake so sweet.
I gave him meat; I gave him drink;
(And listened for Love’s feet.)
How many years? I cannot think;
In truth, I do not know—
Ah, long time ago!
Oh, love, he came not back again,
Although I kept me fair;
And each white May, in field and lane,
I waited for him there!
Yea, he forgot; but Grief stayed on,
And in Love’s empty chair
Doth sit and tell of days long gone—
’Tis more than I can bear!

 

2715580-c91abb946f4801b711911c0df5a3cbf2.jpg
Lizette Woodworth Reese (9 januari 1856 – 17 december 1935)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Waldtraut Lewin, Alfred Tomlinson

De Duitse schrijfster Waldtraut Lewin werd geboren op 8 januari 1937 in Wernigerode. Zie ook alle tags voor Waldtraut Lewin op dit blog.

Uit: Feuer: Der Luther-Roman

„Unbegreiflich. Unbegreiflich, aus welchem Grund unser allergnädigster Kurfürst Friedrich, den man den Weisen nennt, uns diesen halbtoten Augustinermönch aufgehalst hat. Die Gedanken der Großen dieser Welt sind unerforschlich wie Wolken und Winde. Einen Mann, der wider den Ablasshandel wettert – dabei betreibt unser durchlauchtigster Herr den ja selbst in üppigem Maße. Er nennt eine Unzahl von heiligen Reliquien sein eigen, die gegen ein Entgelt zu betrachten oder gar zu berühren, wie man weiß, bereits viele Jahre Ablass vom Fegefeuer garantiert. Und vom wahren Glauben abzufallen, dazu zeigt der Fürst nicht die geringste Neigung. So wenig wie der ganze thüringische Landstrich. Aber gewiss steckt feinsinnigstes Kalkül dahinter, das kein schlichter Erdenbürger zu erraten ver-mag. Sc’ ist die Meinung jener, die halb verborgen hinter den Fensterbögen des Palas stehen und mit ansehen, wie die Begleiter den seltsamen Gast vom Pferd heben. Dabei geht er in die Knie, und sie müssen ihn beinah tragen, um ihn ins Neben-gebäude zu bringen. Der Mann, dessen Name in aller Mund war! Ein schmächtiges Mönchlein, das kantige Gesicht unter der Kappe, die seine Tonsur verdeckt, vor Erschöpfung wie erloschen. Sie zucken die Achseln, gehen zur Tagesordnung über – die ganze ritterliche Mannschaft, die diese Burg im Norden Thüringens bewacht und eigentlich nichts tut als saufen, fressen, spielen, zur Jagd reiten und dem Herrgott den Tag zu stehlen. Man hatte von diesem angekündigten »Besuche heute etwas Ab-wechslung erwartet. In welcher Weise, wüsste man allerdings nicht zu sagen. Irgendetwas gegen die tägliche Langeweile. Es war allerhöchster Befehl erteilt worden, diesen gebannten Erzketzer auf seiner Heimreise vom Reichstag abzufangen und hierher zu verbringen. Nicht etwa, so wurde ihnen eingeschärft, um die ansehnliche Belohnung zu kassieren, die Kaiser und Reich darauf ausgesetzt hatten, einen Vogelfreien zu greifen und Justitiam zu überliefern, sondern ihn zu verstecken und dabei zu behandeln, als sei er wie einer von Adel. All seine Wünsche seien zu erfüllen, außer, er verlange, sein Domizil oder gar die Burg zu verlassen.“

 

 

2688555-d41c05e21703d2fff370ef0899ad394b.jpg

Waldtraut Lewin (8 januari 1937 – 20 mei 2017)

 

 

De Engelse dichter, vertaler en graficus Alfred Charles Tomlinson werd geboren op 8 januari 1927 in Stoke-on-Trent, Staffordshire. Zie ook alle tags voor Alfred Tomlinson op dit blog.

 

Dialectisch

– voor Edoardo Sanguineti

Leven is het verhaal van een lichaam, zeg jij:
het gekuch in de concertzaal is het verhaal
van een lichaam dat zichzelf niet kan bevatten,
en de Waldstein het verhaal van een leven
dat weigert zich te laten vangen
in z’n eigen lichaam, het beschadigde oor
dat z’n gaafheid terugkrijgt in een nageslacht
van noten. Ik strek
mijn verkrampte knieën. Naast elkaar
deze hele reeks van jeukende benen! Zwoegend
om het ritme uit de lucht
aan het lichaam terug te geven en
met de hak de grond steeds in te tikken.
Een gevallen programma verhaalt
van een in zichzelf verdwaald lichaam
dat één en al oor werd – zo’n oor
waarvan alleen de doven
dromen, met z’n reusachtige
boogkanalen en doolhoven, z’n
slakkenhuisje van kraakbeen
dat trilt en beeft en tot de rand gevuld is
met het door de oorschelp doorgegeven verhaal
waarin leven het verbreken is van nu gehoorde
stiltes, het dagelijks
herscheppen van een lichaam
belichaamd met lucht.

 

 

Vertaald door Peter Nijmeijer

 


Alfred Charles Tomlinson (8 januari 1927 – 22 August 2015)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 8e januari ook mijn blog van 8 januari 2025 en ook mijn blog van 8 januari 2019 en ook mijn blog van 8 januari 2017 deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:48 Reageer op dit bericht

Hester Knibbe, Carl Sandburg

De Nederlandse dichteres Hester Knibbe werd geboren op 6 januari 1946 in Harderwijk. Zie ook alle tags voor Hester Knibbe op dit blog.

 

 

Staand

Versteend sta ik op deze aarde
met lange rok en omslagdoek
die hij strak rond mijn borsten
speelde, omdat dat van de wereld
moet. Zo ben ik opgevoed.

Mijn ogen hebben iris noch pupil.
Dus kijk ik maar naar binnen, wil
al wat buiten voorvalt binnen horen.

Van wat ik waarneem ligt rondom
mijn mond een lach bevroren,
die daar maar vriezen blijft. Ontdooi me,
tooi me met een hoed van bloemen
en lange stengels in m’n lijf.

 

 

Endymion

je komt in al mijn dromen om
wat bij te praten, in mijn tuin te zwijgen,
ruggespraak te houden over een feest
dat je tezijnertijd zult geven

wat ik destijds verzweeg, vertel ik je:
blij dat je er bent, ik regel alle
dag en geef je heel mijn schijn
van licht in wisselende vorm;
donker slibt achter ons dicht

maar lang al voor de zon opkomt,
word je doorschijnend, blauw als ijs, verdwijnt
het beeld perfect als jou vermomd
je komt in al mijn dromen om

 

 

Tuin met uitzicht

Ik heb mij hoger gesetteld
dan doorgaans, ben stapel op wolken
lucht en zo meer. Nee, nee ik kijk

niet op u neer, heb nog te veel
weet van gemodder, moeizaam
gewroet daarbeneden. Maar ik

hecht nu eenmaal sterk aan
het weidse, een buigzame wuivende
blik op het leven, wil een lusthof zijn

voor wie mij betreden en een dak
voor degenen die bijna als mollen
onder mijn wortels schuilen

voor het extreme. Hierboven en
tussen de huizen ontvang ik blijmoedig

eenieder met uitzicht, een zetel om
genietend te zitten te kijken te lezen.

 

2688297-dbf1f8a02d65b1a7b62eb8bd6406d0d7.jpeg
Hester Knibbe (Harderwijk, 6 januari 1946)

 

 

De Amerikaanse dichter Carl Sandburg werd geboren op 6 januari 1878 in Galesburg, Illinois. Zie ook alle tags voor Carl Sandburg op dit blog.

 

 

Sneeuwstorm notities

Ik geef niet de pauken de schuld – ze hebben honger.
En de snaredrums – ik weet wat ze willen – die zijn ook leeg.
En de dreunende basdrums – die hebben het meeste honger van allemaal…
De huilende speren van het noordwesten verstommen.
De wiegeliedjes van het zuidwesten krijgen een kans, een moederlied.
Een wiegemaan komt tevoorschijn uit een gescheurd gat in de voddenhemel.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 

2688297-359a4d2744bb43287077adb13a24716f.jpg
Carl Sandburg (6 januari 1878 – 22 juli 1967)
Portret door William Arthur Smith, 1961

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 6e januari ook mijn blog van 6 januari 2021 en ook mijn blog van 6 januari 2019 deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 16:42 Reageer op dit bericht

Joris van Casteren, Forough Farokhzad

De Nederlandse schrijver, dichter en journalist Joris van Casteren werd geboren in Rotterdam op 5 januari 1976. Zie ook alle tags voor Joris van Casteren op dit blog.

Uit: De mensheid zal nog van mij horen

“Eva Koning ligt in de bosjes. Tegenover de apotheek aan de Bilderdijkstraat in Amsterdam. Het is droog, niemand kan haar zien. Haar dagboek heeft ze bij zich, zoals altijd. Dinsdag 3 september 1996, kwart voor twaalf ’s avonds. Met ballpoint noteert ze dat het nog niet rustig is op straat. `Veel fietsers en voetgangers? Ze schrikt van een passerende politiewagen. Eva Koning heeft een prettig handschrift. Meisjesachtig, de letters bol en rond. Regelmatig vind ik verdroogde plukjes shag tussen haar bladzijden. Soms ook een blaadje, grasspriet of geplet insect.
Gisternacht heeft ze een voorverkenning gedaan. Met hond Banjer, die ditmaal thuis is gebleven. Vermoedelijk slaapt hij. Net als Henk, haar man, die op een kantoor werkt en vroeg op moet. Hij weet niets van haar nachtelijke escapades. Ze constateerde gisteren dat de apotheek geen rolluik heeft. ‘Met een glassnijder en een brok steen moet het lukken! Inmiddels is het halfdrie en veel rustiger, ze komt in beweging. De volgende dag is het dagboek in beslag genomen, ze schrijft met potlood op een stukje papier dat later is ingeplakt. Ze bevindt zich in een psychiatrisch centrum. ‘Het plan is mislukt, de glassnijder was bot? Met de steen ramde ze op het raam. Omwonenden hoorden het en belden de politie.
Moeder Marleen is teleurgesteld, dat viel te verwachten. Het is niet haar echte moeder. Haar echte moeder bestaat wat Eva Koning betreft niet meer. Marleen Spaargaren is een fictief personage uit de boeken van Jan Mens, ooit de best verkopende schrijver van Nederland. In haar jeugd begon Eva Koning de Kleine Waarheid-trilogie van Jan Mens te lezen. Op de boerderij in Hoofddorp, waar haar drankzuchtige vader en sadistische broer Rolf tekeergingen terwijl haar moeder, Helleveeg noemt ze haar, goedkeurend toekeek. Helleveeg deed zelf geregeld ook een duit in het zakje. Door haar af te ranselen met de pollepel. Door de deur dicht te gooien als haar vingers ertussen zaten. ‘Daar word je hard van; riep ze dan.”

 

2688128-094daa998c10713ee018525a0b1b1c32.jpg
Joris van Casteren (Rotterdam, 5 januari 1976)

 

 

De Iraanse dichteres Forough Farokhzad werd geboren op 5 januari 1935 in Teheran. Zie ook alle tags voor Forough Farokhzad op dit blog.

 

 

DE VOGEL WAS ALLEEN MAAR EEN VOGEL

de vogel zei:
‘wat een geur, wat een zon, o,
de lente is gekomen
en ik ga op zoek naar mijn maat’

de vogel vloog net als op afroep
van de veranda weg

de vogel was klein
de vogel dacht aan niets
de vogel las geen kranten
de vogel had geen schulden
de vogel kende de mensen niet

de vogel vloog
in de lucht
boven de stoplichten
in de hoogte van onwetendheid
en ervoer krankzinnig
de blauwe momenten

de vogel was, ach, alleen maar een vogel

 

 

Vertaald door Iris Amir Afrassiab

 

 

2688128-722fcfb6554309531dd367d52a584d9e.jpg
Forough Farokhzad (5 januari 1935 – 13 februari 1967)

 

 

Zie voor de schrijvers van de 5e januari ook mijn blog van 5 januari 2024 en ook mijn blog van 5 januari 2021 en ook mijn blog van 5 januari 2019 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:55 Reageer op dit bericht

The Masque of the Magi (James Elroy Flecker), Andreas Altmann

 

 

 

2687940-85aa3ea05d9eed776e76cc427e3830bc.png
De aanbidding der koningen door Hendrick De Clerck, ca. 1610

 

 

The Masque of the Magi

Three Kings have come to Bethlehem
With a trailing star in front of them.
MARY
What would you in this little place,
You three bright kings?
KINGS
Mother, we tracked the trailing star
Which brought us here from lands afar,
And we would look on his dear face
Round whom the Seraphs fold their wings.
MARY
But who are you, bright kings?
CASPAR
Caspar am I: the rocky North
From storm and silence drave me forth
Down to the blue and tideless sea.
I do not fear the tinkling sword,
For I am a great battle-lord,
And love the horns of chivalry.
And I have brought thee splendid gold,
The strong man’s joy, refined and cold.
All hail, thou Prince of Galilee!
BALTHAZAR
I am Balthazar, Lord of Ind,
Where blows a soft and scented wind
From Taprobane towards Cathay.
My children, who are tall and wise,
Stand by a tree with shutten eyes
And seem to meditate or pray.
And these red drops of frankincense
Betoken man’s intelligence.
Hail, Lord of Wisdom, Prince of Day!
MELCHIOR
I am the dark man, Melchior,
And I shall live but little more
Since I am old and feebly move.
My kingdom is a burnt-up land
Half buried by the drifting sand,
So hot Apollo shines above.
What could I bring but simple myrrh
White blossom of the cordial fire?
Hail, Prince of Souls, and Lord of Love!
CHORUS OF ANGELS
O Prince of souls and Lord of Love,
O’er thee the purple-breasted dove
Shall watch with open silver wings,
Thou King of Kings.
Suaviole o flos Virginum,
Apparuit Rex Gentium.
…
“Who art thou, little King of Kings?”
His wondering mother sings.

 

 

2687940-185c7461cfc92e0c29e55c216c39d1c4.jpg
James Elroy Flecker (5 november 1884 – 3 januari 1915)
De St Stephen church in Lewisham, de geboorteplaats van James Elroy Flecker

 

 

De Duitse dichter en schrijver Andreas Altmann werd geboren in Hainichen (Sachsen) op 4 januari 1963. Zie ook alle tags voor Andreas Altmann op dit blog. Zie ook mijn blog van 8 juni 2009.

 

 

eiland hoofd

betraliede bunkerwanden liggen op de kop
van het eiland geworpen, de zee kabbelt zachtjes voort
vergane handen hebben enkele veren
aan vinger sterke draden gebonden in de steen

na de zomer zullen ze vliegen
hier zie je delen van de wortels van onderaf
zonder te sterven, steil schilfert de kust af
een roestige klok steekt uit het zand

zij is nat, voor haar vergaat deze tijd later
heb ik de zwaan voor de veren gevonden
zijn kop ontbrak, alleen op zijn lichaam
viel het beeld van zijn schaduw te veranderen

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

2687940-6d152ba7c616f4f9957411114d2aa462.jpg
Andreas Altmann (Hainichen, 4 januari 1963)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 4e januari ook mijn blog van 4 januari 2019 en ook mijn blog van 4 januari 2017 en mijn blog van 4 januari 2015 deel 1 en eveneens deel 2 en deel 3.



Geschreven door Romenu om 16:42 Reageer op dit bericht

Peter Ghyssaert, Hasso Krull

De Vlaamse dichter Peter Ghyssaert werd geboren op 3 januari 1966 te Wilrijk. Zie ook alle tags voor Peter Ghyssaert op dit blog.

 

 

Landschap van Rameau

Honderd broze botjes breekt de kip
in haar lijf. Kleine pijpen die
als takjes van de ruggegraat afhangen,
en de pijn wordt in een laag van gulden
vet gesmoord. Buiten het pluimvee om
gaan nu ook decors barsten. Krakend
vergaat een wereld van azuur en gips.
Het klavecimbel in de maneglans
zakt ten leste door zijn poten heen
van nachtschade. Wie speelt hoort met de laatste
toonladders, een rad van trillers aan
de pennen, één voor één de botten
gulzig knappen in zijn lichaam.

 

 

Monster

Moeizaam maalt hij uit de schoot,
het hevig, bloedgeblakerd kind,
zonder genade, zonder stilte voor
het wit dat hem omringt.

Alle andere kinderen en
zijn eigen ouders moeten dood,
en zijn gaven moeten glanzend tot
volmaaktheid uitvergroot.

Monster dat uit zijn omgeving alle
woede in zijn pantser rooft,
dat het liefst de schamel toe-
gedekte mensheid had gedoofd.

In het licht ontstaat een schub,
door geen verpleegster afgedroogd
en per minuut groeit het gezonde kwaad
en wordt zijn status opgehoogd.

 

 

Vierwoudstedenmeer

Blauw besteeg vanuit het meer
de bergen; sneeuw lag in een verre kreuk
in foetushouding opgerold.
Druppels verhuisden daar druppels
in hoog tempo. Je wist het zo intens
dat het te horen was.

Wat wij vanavond ook nog moesten zien
kwam voor de voet gedreven: lichtzeil
van boulevards, essentie
van een stad.

Hemel en aarde vielen in het water
zonder veel omhaal en wij
vermagerden daarbij tot twee gezichten,
hevig kijkend.

 

 

2687827-acc05ddb8381f2f04ff35536980a882a.jpg
Peter Ghyssaert (Wilrijk, 3 januari 1966)

 

 

De Estse dichter Hasso Krull werd geboren op 31 januari 1964 in Tallinn. Zie ook alle tags voor Hasso Krull op dit blog.

 

Vader, zie je niet dat ik in brand sta?

Vader, zie je niet dat ik in brand sta?
Zo sprak het jongetje tegen Freud.
Maar die was al ingedut. Een kaars
in de hand, het hoofd op de borst gezonken, zo
 
zat hij te knikkebollen en droomde: hij was nog maar
een klein jongetje, liep langs de stoeprand,
de zon scheen fel, en van boven kwam een
adelaar naar beneden en pikte hem de ogen uit.
 
Hoe moet ik zonder ogen
nu dromen krijgen, dacht Freud, hoe
moet ik op de stoep blijven? Bij
deze gedachte wordt Freud wakker.
 
Een jongetje, met dodenwakekaars in de hand,
buigt zich over hem heen en zegt:
Er was eens een man, die nog nooit
één enkele droom had gekregen.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 

2687827-4b93b70b5ebebcc36d5180abed946afe.jpg
Hasso Krull (Tallinn, 31 januari 1964)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e januari ook mijn blog van 3 januari 2019 en ook mijn blog van 3 januari 2017 en eveneens mijn blog van 3 januari 2016 deel 1, deel 2 en deel 3.

Geschreven door Romenu om 16:00 Reageer op dit bericht

Nyk de Vries, Jimmy Santiago Baca

De Nederlandse dichter Nyk de Vries werd geboren in Noordbergum op 2 januari 1971. Zie ook alle tags voor Nyk de Vries op dit blog.

 

 

Dinosauriër

Begin jaren negentig probeerde ik de band te overtuigen van de verschrikkelijke uitwerking van de technologische vooruitgang, maar onze drummer zei: ‘Ik geloof jouw onheilsvoorspellingen niet. De eindtijd is al zo vaak aangekondigd. We zullen het wel weer overleven.’ Hij was een weldenkend mens, maar hij vergat dat het voortleven niet per se voor alle soorten zou gelden. ‘Kijk naar de dinosauriërs,’ riep ik, ‘die zijn mooi van de aardbodem verdwenen.’ Maar spoedig bleek mijn ongelijk. Alles kwam terug. De dino’s kwamen terug, zelfs mijn vader stond ineens weer voor onze deur. Hij ging zitten aan de keukentafel en begon te vertellen. Nog steeds dezelfde zwetsverhalen.

 

 

Twente

Ik was in slaap gevallen in de laadbak van een pick-up truck. Ik weet niet hoeveel later ik wakker werd. Het was donker geworden. Het voelde alsof ik ergens in Mexico was, maar aan de gevel van een boerderij zag ik dat ik me in Twente bevond. Achter mij schenen felle koplampen op een houten wand. Verderop stond een groepje mannen: donkere silhouetten met hooivorken in hun hand. Ik staarde naar hen en een sterke angst bekroop mij, een oude angst, tot ik blijkbaar bewoog en een klomp van een van de mannen mijn aandacht trok. Het ding schoof met de punt door het zand. En daarmee draaide alles om, het hele universum. Ik keek niet naar hen. Zij keken naar mij.

 

 

Anne en Arie

Vannacht in een droom
ben ik het strand opgegaan

Vannacht eindelijk een voet
buiten dat stille tehuis

Vannacht op het strand
stond mijn SOS er zomaar:

Wanneer Anne kan ik weer
bij je kruipen?

 

 2687700-18d95c5d3ec7fc2e40b20e6fe8bb083d.jpg
Nyk de Vries (Noordbergum, 2 januari 1971)

 

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Jimmy Santiago Baca werd geboren in Santa Fe, New Mexico, op 2 januari 1952. Zie ook alle tags voor Jimmy Santiago Baca op dit blog.

 

 

Als een dier

Achter de gladde textuur
Van mijn ogen, diep in mij,
Is een deel van mij gestorven:
Ik beweeg mijn bebloede vingernagels
Er overheen, hard als een schoolbord,
Laat mijn vingers erlangs glijden,
De krijtwitte littekens
Die zeggen: IK BEN BANG,
Bang voor wat er zou kunnen gebeuren
Met mij, de echte ik,
Achter deze gevangenismuren.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 2687700-ab5b11b5c8708bb5f15a45c4604d8e8b.jpg
Jimmy Santiago Baca (Santa Fe, 2 januari 1952)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 2e januari ook mijn blog van 2 januari 2024 en ook mijn blog van 2 januari 2023 en ook mijn blog van 2 januari 2019 en ook mijn blog van 2 januari 2016 deel 2 en ook deel 3



Geschreven door Romenu om 15:54 Reageer op dit bericht

Een nieuw jaar (Toon Tellegen), Conor O’Callaghan

 

 

 

2687587-6974f5d2dcd4fee7d24b25f061687a28.jpg

Wintergezicht bij Hillegersberg door Herman Bieling, 1933

 

 

Een nieuw jaar

Het is bijna zover
en een man dacht dat er iets ging beginnen,
iets wat niet kon beginnen, niet mocht beginnen,
iets met lente.
met water,
met vrijheid

.
en een engel sloeg hem neer
en zei:
er is geen beginnen,
er is nooit een begin geweest

.
en vrijheid werd aan een stuk hout gebonden
en losgelaten,
zodat iedereen haar kon zien,
ze hing hoog in de lucht tussen de wolken,
dreef langzaam weg

.
en de man kroop over de grond,
stilstand klemde zich aan hem vast,
en hij kromp ineen
tot hij een stofje was
en met zijn stoffigheid pronkte, lonkte

.
en het werd zomer, water werd vuur.

 

 

2687587-f301c76ae5cd891f8be8ddf395bf1328.jpg
Toon Tellegen (Brielle, 18 november 1941) 

 

 

Onafhankelijk van geboortedata

 

Januari-droogte

Het hoeft geen vuurmaker te zijn, in deze tijd van het jaar,
een sigaret waarmee je twijfelt tussen auto en struiken.

Het perkament van het bos barst
bij de eerste windvlaag al open.

Gisteren kwam een grote plataan over First Street
en Hawthorne Street en staat er nog steeds.

De kranten zeggen dat het moet gebeuren,
al is het maar in kleine beetjes op de asbestgevel.
Maar vanavond zijn het emmers vol sterren, zo hard en droog als dubbeltjes
.

De voorraad etenswaren voor een maand stapelt zich op in de gootsteen.
Thee wordt gezet met water uit een volgelopen bad,
en elke dorst die ik heb opgebouwd, wordt gelest met de gedachte aan jou,
stukje voor stukje, een kerstcadeau dat verstopt ligt
en weken later wordt gevonden: het lint, de doos.

Ik heb een reservoir aan wensen, genoeg
om vele nachten in de vrieskou door te brengen.

 

Vertaald door Frans Roumen

 


Conor O’Callaghan (Newry, 20 september 1968)
Newry

 

 

Zie ook alle tags voor nieuwjaar op dit blog.

Zie voor de schrijvers van de 1e januari ook mijn blog van 1 januari 2023 en ook mijn vier blogberichten van 1 januari 2019.



Geschreven door Romenu om 16:47 Reageer op dit bericht

John O’Donohue

De Ierse dichter, schrijver, priester en Hegeliaanse filosoof John O’Donohue werd op 1 januari 1956 geboren in County Clare, waar zijn vader Patrick O’Donohue steenhouwer was en zijn moeder Josie O’Donohue huisvrouw. O’Donohue werd op 18-jarige leeftijd novice in Maynooth, in het noorden van County Kildare, waar hij aan St Patrick’s College in County Kildare diploma’s behaalde in Engels, filosofie en theologie. Hij werd op 6 juni 1979 tot katholiek priester gewijd. O’Donohue verhuisde in 1986 naar Tübingen, Duitsland, en voltooide in 1990 zijn proefschrift over de Duitse filosoof Georg Wilhelm Friedrich Hegel voor zijn doctoraat in de filosofische theologie aan de Universiteit van Tübingen. In 1990 keerde hij terug naar Ierland om zijn priesterlijke taken voort te zetten en begon hij aan zijn postdoctoraal onderzoek naar de 13e-eeuwse mysticus Meister Eckhart. O’Donohue’s eerste gepubliceerde prozawerk, “Anam cara” (1997), katapulteerde hem naar een meer publiek leven als auteur, spreker en docent, met name in de Verenigde Staten. O’Donohue verliet het priesterschap in 2000. Hij wijdde zijn energie ook aan milieuactivisme en wordt beschouwd als een van de drijvende krachten achter de Burren Action Group, die zich verzette tegen de ontwikkelingsplannen van de overheid en uiteindelijk het gebied van Mullaghmore en de Burren, een karstlandschap in County Clare, wist te behouden. Later in zijn leven werd O’Donohue een prominent spreker over creativiteit op de werkvloer. Hij adviseerde leidinggevenden in het bedrijfsleven “over het integreren van een gevoel van ziel en schoonheid in hun leiderschap en hun verbeeldingskracht ten aanzien van de mensen met wie ze werken.” Slechts twee dagen na zijn 52e verjaardag en twee maanden na de publicatie van zijn laatste voltooide werk, “Benedictus: A Book of Blessings”, overleed O’Donohue plotseling in zijn slaap op 4 januari 2008 tijdens een vakantie in de buurt van Avignon, Frankrijk. De exacte doodsoorzaak is niet door zijn familie bekendgemaakt, waardoor schrijvers van non-fictie moeten speculeren over de oorzaak. Artikelen en berichten hebben een aneurysma, een hartprobleem en aspiratie als mogelijke oorzaken genoemd. Tot zijn postume publicaties behoren een herdruk van “The Four Elements”, een essaybundel, in 2010 en “Echoes of Memory” (2011), een vroeg werk met gedichten dat oorspronkelijk in 1994 werd verzameld. In 2015 werd een reeks radiogesprekken die hij had opgenomen met zijn goede vriend en voormalig RTÉ-presentator John Quinn gebundeld en gepubliceerd onder de titel “Walking on the Pastures of Wonder”

 

For Loneliness

When the light lessens,
Causing colors to lose their courage,
And your eyes fix on the empty distance
That can open on either side
Of the surest line
To make all that is
Familiar and near
Seem suddenly foreign,
When the music of talk
Breaks apart into noise
And you hear your heart louden
While the voices around you
Slow down to leaden echos
Turning silence
Into something stony and cold,
When the old ghosts come back
To feed on everywhere you felt sure,
Do not strengthen their hunger
By choosing fear;
Rather, decide to call on your heart
That it may grow clear and free
To welcome home your emptiness
That it may cleanse you
Like the clearest air
You could ever breathe.
Allow your loneliness time
To dissolve the shell of dross
That had closed around you;
Choose in this severe silence
To hear the one true voice
Your rushed life fears;
Cradle yourself like a child
Learning to trust what emerges,
So that gradually
You may come to know
That deep in that black hole
You will find the blue flower
That holds the mystical light
Which will illuminate in you
The glimmer of springtime.

 

2690781-72e75c6218bde9922a9b83cb48398593.jpg
John O’Donohue (1 januari 1956 – 4 januari 2008)




Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Das alte Jahr vergangen ist (Hoffmann von Fallersleben), Maria Luise Weissmann

 

 

2687451-1fa1ff01480991f9095470b4040328de.jpg
Wintergezicht op Veere door Lucie van Dam van Isselt, ca. 1920 – 1925

 

 

Das alte Jahr vergangen ist

Das alte Jahr vergangen ist,
Das neue Jahr beginnt.
Wir danken Gott zu dieser Frist,
Wohl uns, daß wir noch sind!
Wir sehn auf’s alte Jahr zurück,
Und haben neuen Mut:
Ein neues Jahr, ein neues Glück!
Die Zeit ist immer gut.

Ja, keine Zeit war jemals schlecht:
In jeder lebet fort
Gefühl für Wahrheit, Ehr’ und Recht
Und für ein freies Wort.
Hinweg mit allem Weh und Ach!
Hinweg mit allem Leid!
Wir selbst sind Glück und Ungemach,
Wir selber sind die Zeit.

Und machen wir uns froh und gut,
Ist froh und gut die Zeit,
Und gibt uns Kraft und frohen Mut
Bei jedem neuen Leid.
Und was einmal die Zeit gebracht,
Das nimmt sie wieder hin –
Drum haben wir bei Tag und Nacht
Auch immer frohen Sinn.

Und weil die Zeit nur vorwärts will,
So schreiten vorwärts wir;
Die Zeit gebeut, nie stehn wir still,
Wir schreiten fort mit ihr.
Ein neues Jahr, ein neues Glück!
Wir ziehen froh hinein,
Denn vorwärts! vorwärts! nie zurück!
Soll unsre Losung sein.

 

 

2687451-dcb2976c6da49933a6da4f4c212c2e36.png
Hoffmann von Fallersleben (2 april 1798 – 19 januari 1874)
Schloss Fallersleben, met op de benedenverdieping het Hoffmann-von-Fallersleben-Museum.

 

 

De Duitse dichteres Maria Luise Weissmann  werd geboren op 20 augustus 1899 in Schweinfurt. Zie ook alle tags voorMaria Luise Weissmann op dit blog.

 

 

Einde van het jaar

Jij oud geworden jaar: zo op ’t eind belust,
Haast je snel en sneller. Je verlangt naar rust
In een diepe, grenzeloze dood.
Maar zie: ik haast me sneller, naar het rood
Van de nieuwe ochtend, voor jou uit.
O kom! Ga over! Wis uit, wis uit!
Wat getekend is, belast, bevlekt
met grote moeheid, met pijn bedekt —
Verga— ik word. Sterf—en ik vermag
Op te staan: O nieuwe, reinste dag!

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 

2687451-4cc3c9361dc3a782688988846a4b5fb2.png
Maria Luise Weissmann (20 augustus 1899 – 7 november 1929)
Vuurwerk boven het oude stadhuis in Schweinfurt, de geboorteplaats van Maria Luise Weissmann

 

 

Zie voor de schrijvers van de 31e december ook mijn blog van 31 december 2018 deel 1 en ook deel 2 en eveneens deel 3.



Geschreven door Romenu om 16:01 Reageer op dit bericht

Peter Buwalda, Norbert Hummelt, Lukas Bärfuss

De Nederlandse schrijver, journalist en redacteur Peter Buwalda werd geboren in Blerick op 30 december 1971. Zie ook alle tags voor Peter Buwalda op dit blog.

Uit: De jaknikker

“Naar bed. Eindelijk.
Zoals meestal stelt Barbara voor naar boven te gaan, ook dat geduld heeft hij weten op te brengen. Ze klapt haar boek dicht; hij laat het zijne zakken. Al een paar uur lukt het hem heel behoorlijk zijn gewone zelf te spelen, de kalme, tevreden echtgenoot die ondanks een lange werkdag de rust en concentratie vindt om dertig, veertig bladzijden te lezen in een honderd jaar oude roman. Met dank aan de spierverslappers. Zonder had hij het niet volbracht, in zijn hoek van de bank, een kuil die zich tijdens hun Sakhalinse regime gevormd heeft naar zijn inerte kont. Hij zou om de halve alinea hebben opgekeken of zelfs zijn opgestaan om door de kamer te ijsberen, Barbara afschepend met smoesjes over zijn werk. Maar nee, hij heeft zijn blik onverstoorbaar op The Secret Agent gehouden, in de gewoonlijke stilte, onderworpen aan ramp- en contrascenario’s, ramp en contra, ramp en contra, de hele tijd, Barbara’s sterke, nietsvermoedende voeten op zijn schoot, soms onder zijn knieholten. Ze heeft de neiging ze gestadig tegen elkaar aan te wrijven, de hoge wreef van de ene tegen de zool van de andere, onbewust, zegt ze, wat een huiselijk maar hinderlijk geschuur teweegbrengt. Zo kan hij niet lezen. Net als op gewone avonden greep hij er eentje bij de bal vast, spartelende tenen in haar brandschone sok, en adviseerde de voet zoals je een peuter zou toespreken zijn krachten te sparen voor wanneer er weer gelopen moest worden, zijn stem gewoon genoeg om haar flauw te laten glimlachen.
‘The Reef,’ zegt ze proevend. ‘Mja. Goeie Wharton, onderschat, zegt mijn gevoel. In zekere opzichten beter dan Mirth en Innocence.’
‘Want?’
‘Vertel ik boven, ik ben heel moe. Ben jij niet moe?’
‘Valt mee,’ zegt hij. Ook weer om normaal over te komen, pakt hij het boek uit haar hand, krabbelt over het linnen, en bladert er wat in. Reef, denkt hij, is dat geen klip? Iets waaraan een schip zijn romp kan openrijten? Nu hem zijn publieke steniging is aangezegd, kan zijn betrekkingswaan ermee uit de voeten. Wat met The House of Mirth en The Secret Agent overigens ook geen probleem is. Hij streelt het leeslint. Maar hij zal zich niet laten stenigen, heeft hij zichzelf tijdens de urenlange stilte bezworen, niet vanwege een oude koe, en zeker niet door Orthel. Niet nu nog.”

 

2687333-d21d0ae28cc6ce84b12dd216c11de6bb.png
Peter Buwalda (Brussel, 30 december 1971)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Norbert Hummelt werd geboren op 30 december 1962 in Neuss. Zie ook alle tags voor Norbert Hummel top dit blog en ook mijn blog van 24 juni 2009.

 

 

Vermoeden

de vlieg schiet over mijn vingertoppen
ik heb je naast me horen ademen
weerlichten, dan een eerste bliksem
ik heb tot vierentwintig geteld
dan heet het dat er een dode door de kamer
is gegaan, ik heb de koude luchtstroom
bemerkt .. hoe kan het zijn, is mijn
bloed dan zo zoet dat die mug,
die ik ergens vaag vermoedde, de hele
nacht mijn lichaam niet meer losliet

 

Vertaald door Jan Baeke

 

2687333-67df70d25c2f7c599f4c7630933b89db.jpg
Norbert Hummelt (Neuss, 30 december 1962)

 

 

De Zwitserse schrijver en dramaturg Lukas Bärfuss werd geboren op 30 december 1971 in Thun. Zie ook alle tags voor Lukas Bärfuss op dit blog.

Uit: Die Krume Brot

„Niemand weiß, wo Adelinas Unglück seinen Anfang nahm, aber vielleicht begann es lange vor ihrer Geburt, fünfundvierzig Jahre vorher, um genau zu sein, an der Universität in Graz. Dort hatte ihr Großvater, ein Mann namens Angelo Mazzerini, während seines Studiums der Rechtswissenschaften die verbotenen Schriften von Cesare Battisti gelesen, und von da an verehrte er die Karstlandschaft Istriens als heiligen Boden, hasste er das Imperium, den österreichischen Kaiser und seine Henker. Für den Studenten aus Triest fand jede Frage ihre Antwort in der Geschichte, und mit Barzini sah er seine Heimatstadt als Bollwerk der römischen Zivilisation. Ohne den Abwehrkampf an der Adria hätten die Slawen längst das Abendland überrannt. Die Habsburger, deren Untertan er war, stützten diese Horden mit ihrem Geld, ihren Waffen und ihren Gerichten. Italiener wie er, Abkömmlinge eines Weltreichs, hatten im Himmel einen Verbündeten, auf Erden standen sie seit fünfzehnhundert Jahren alleine im Kampf gegen die Vernichtung. Ungeheure Mächte hatten sich verschworen, um die Latinität auszurotten, wie es in Dalmatien geschehen war, und wenn viele in Triest ihn für verrückt hielten, dann nur, weil sie sich von Wien hatten kaufen lassen.
Als Italien im Mai 1915 Österreich den Krieg erklärte, befand sich Angelo auf Urlaub in seiner Heimatstadt, und nach einer schlaflosen Nacht, in der er sich betend an Fortunatus wandte, den Patriarchen von Grado, der sich im achten Jahrhundert ebenfalls gegen ein Imperium, gegen Byzanz, gestellt hatte, zerriss er den Einberufungsbefehl des Kaisers und verließ im Morgengrauen, ohne von seinen Eltern Abschied zu nehmen, die Wohnung an der Via dell’Istria.
Über Udine, Padua, Ferrara und Bologna kam er bis nach Rom. Dort schloss er sich als Freiwilliger den Granatieri di Sardegna an und wurde nach einer dreiwöchigen Ausbildung an die Front bei Monfalcone verlegt.
Beim Sturm auf die österreichischen Stellungen erlitt er eine Beinverletzung, und die Monate darauf, bis zu seiner Genesung, saß er als Leutnant der Territorialmiliz in den Bergen bei Garda ab, bevor man Angelo in ein Regiment versetzte, das im Mai 1916 auf der Hochebene bei Asiago fast vollständig aufgerieben wurde. Mit einer Tapferkeitsmedaille in Gold nahm er unter dem Herzog von Aosta an der Schlacht von Caporetto teil und kehrte nach dem Waffenstillstand von Villa Giusti im November 1918 in seine Heimatstadt zurück.“

 

 


Lukas Bärfuss (Thun, 30 december 1971)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 30e december ook mijn blog van 30 december 2018 deel 2 en eveneens deel 3.



Geschreven door Romenu om 17:19 Reageer op dit bericht

Stefan Brijs, Norbert Hummelt

De Vlaamse schrijver Stefan Brijs werd geboren op 29 december 1969 in Genk. Zie ook alle tags voor Stefan Brijs op dit blog.

Uit: Het geduld van de bloemen

“Kort nadat mijn vrouw en ik begin april 2014 in ons huis waren getrokken, probeerde een paartje boerenzwaluwen een nest te bouwen op het terras. Hun pogingen mislukten
echter keer op keer doordat de modder niet bleef plakken aan de houten balken van het dak. Inderhaast hing ik een kunstnest op dat ik uit België had meegenomen en al binnen
een dag begon het paartje de binnenkant ervan met strootjes en veertjes te bekleden. Een week later had het vrouwtje haar eerste ei gelegd. In mijn verbeelding hoorde ik haar een zucht van verlichting slaken.
In de volgende jaren kwam er een tweede en een derde paartje bij, hun – soms zelfgemaakte – nesten keurig verspreid over de breedte van het terras, één aan de linkerkant, één in het midden en één aan de rechterkant, telkens een meter of drie ertussen. De paartjes keerden jaar na jaar terug (met 14 februari als vroegste datum) of werden na wat schermutselingen door een ander paartje afgelost. De nesten telden telkens twee legsels met vier tot vijf jongen. Cijfers heb ik nooit bijgehouden, maar alles bij elkaar moeten hier in acht jaar meer dan honderd jongen zijn geboren en uitgevlogen. En als dank weerklonk de hele lente en zomer vrolijk gekwetter op het terras.
Toen mijn moeder in januari 2021 ernstig ziek werd, was ik voor het eerst een langere periode onafgebroken in België. Het huis bleef ruim een maand leeg achter, het terras was al die tijd verlaten. Twee paartjes boerenzwaluwen waren al teruggekeerd voor ik half april vertrok, het derde nest was een jaar eerder leeg gebleven. Ik hoopte bij mijn terugkeer een nieuw paartje te mogen verwelkomen.
Mijn moeder stierf op 7 mei 2021. Ze zwaaide nog een laatste keer naar ons en vertrok voorgoed. In de dagen tussen haar dood en haar crematie maakte ik lange wandelingen in natuurreservaat De Maten in Genk, aan de rand waarvan ik enkele jaren gewoond heb. Een zwarte specht toonde me van dichtbij haar rouwkleed. Een roerdomp liet zijn weemoedigste roep horen. Vanaf een duin staarde ik naar het water van een ven dat de hemel weerspiegelde.”

 

2687208-9116bf676b93b441a86833940bd1e139.jpg
Stefan Brijs (Genk, 29 december 1969)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Norbert Hummelt werd geboren op 30 december 1962 in Neuss. Zie ook alle tags voor Norbert Hummlt top dit blog en ook mijn blog van 24 juni 2009.

 

interlokaal gesprek

op deze dag was het stil in berlijn jij was al
enkele uren geleden uit het huis vertrokken ik
voelde me enigszins ontspoord en had verhoging
en een tijdje met de benen omhoog liggen ik hield
de hoorn vast en kreeg verbinding en hoorde in het
haperen van de tijd de klokken luiden verderop in
het westen luid en duidelijk alsof ze naast me hingen.
ik zakte langzaam in elkaar en dacht ik ruik de rijn
weer en hoorde het water om me heen klotsen en wou
nog niet geboren zijn en wat van de andere kant
kwam klonk als gedempte radiostemmen
achter een groot en donker membraam .. ik hield
de hoorn vast en liet niets merken en hoorde
hoe jij met de sleutel kwam en slikte nog iets
en wil niet sterven toen was de opwinding
weer voorbij het was een vrije dag begin oktober
aan het gesprek waren geen kosten verbonden.

 

 

Vertaald door Jan Baeke

 

2687208-ae288e8fb1528385c4f43c466e101be6.jpg
Norbert Hummelt (Neuss, 30 december 1962)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 29e december ook mijn blog van 29 december 2018.

Geschreven door Romenu om 16:25 Reageer op dit bericht

Burkhard Spinnen, Alexander Gumz

De Duitse schrijver Burkhard Spinnen werd geboren op 28 december 1956 in Mönchengladbach. Zie ook alle tags voor Burkhard Spinnen op dit blog.

Uit: Vorkriegsleben

„Montag, 14. Februar 2022. Die Mutter sitzt in ihrem Sessel, den Rücken zum Fens-ter. Sie trägt keine Maske, und sie wird keine aufsetzen; die Pandemie hat sie von Anfang an nicht verstanden. Seine eigene Maske hat Morjan schon abgenommen. Ein Besuch damit ist völlig undenkbar. Jetzt muss er es sagen, und er tut es: »Hallo, Mama!« Der Text könnte kaum simpler sein, aber er muss den richtigen Ton treffen. Es muss klingen, als käme er gerade von der Schule nach Hause. Ein freundlicher Gruß, aber eigentlich die Aufforderung, heiter zu sein, von Sorgen nicht zu reden und nicht danach zu fragen. »Hallo«, antwortet die Mutter. Es fehlt der Name. Kein Richard, das ist ein schlechtes Zeichen. Womöglich hält sie ihn heute wieder für ihren Vater oder ihren Ehemann oder ihren Bruder, alle tot seit vielen Jahren. Morjan setzt sich ihr gegenüber. Zwischen ihnen steht der runde Tisch, der noch aus dem Elternhaus stammt. Soffy legt sich darunter, den Blick zur Tür gerichtet. Sie meidet die Mutter; vielleicht weiß sie auf ihre Art, dass etwas mit der alten Frau nicht stimmt. Die Mutter ihrerseits nimmt niemals Notiz von der Hündin. Sie meidet Themen, in denen sie sich nicht auskennt, und die gibt es wahrlich zur Genüge. Morjan trägt Anzug mit Hemd und Krawatte, weil er gleich noch einen offiziellen Termin hat. Jeans, kariertes Hemd und Parka wie damals zu Schulzeiten wären besser. Manchmal helfen sie der Mutter, ihn als den zu erkennen, der er ist: ihr einziges Kind. Doch wichtiger ist sein Gesichtsausdruck. Der muss unbedingt
zum Tonfall der Begrüßung passen: ein unironisches, entspanntes Lächeln. Die Mutter missversteht die ganze Welt, aber Gesichter kann sie noch lesen, natürlich nur ohne Maske. Morjan beherrscht dieses Lächeln, aber es fühlt sich falsch an. »Ach«, sagt die Mutter. »Gut, dass du kommst« Das sagt sie immer. Was dahintersteckt, hört Morjan an der Melodie. Sie kann es sagen, als käme jemand, von dem sie einen guten Rat erhofft. Heute sagt sie es so, als hätte man sie in der Wildnis ausgesetzt. »Was gibt es denn?«, sagt Morjan durch sein Lächeln hindurch. »Die«, sagt die Mutter. Aber schon ist da eine Lücke. Man hat ihr etwas angetan, aber sie weiß nicht mehr, wer das war. »Die haben mich —« Weiter kommt sie nicht. Sie hat die Täter vergessen und die Tat Aber dass man sie verletzt oder missachtet oder beleidigt hat, das weiß sie, und davon wird sie sich nicht abbringen lassen, erst recht nicht durch Sätze wie den, etwas könne nicht schlimm sein, wenn man es so schnell vergessen habe.“

 

 

2687096-4a5efe7c0e2b8fb0b8933175d72f1bfa.jpg
Burkhard Spinnen (Mönchengladbach, 28 december 1956)

 

 

De Duitse dichter, schrijver en vertaler Alexander Gumz werd geboren op 19 december 1974 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Alexander Gunz op dit blog.

 

ozon in de avond

ik vind het fijn dat we ’s avonds lichter worden,
met onze groene handschoenen het weer trotseren.

ik hou van het friendly fire van de radiostations,
de hobby’s van keepers uit de regionale competitie.

wie geen tuin heeft, moet door het platteland kruipen,
de horizon verkleinen, vogelgeluiden

met ballen bekogelen. natuurlijk, het gezelschap
van bierblikjes is niet half zo fijn als vroeger.

toen elke dag zaterdag heette, telden doelpunten
dubbel. ik vind het geweldig als spitsen

de regen in stappen, hun positie uitschakelen
(de voorzetten van de dropshots). geen score

bereikt hen meer. In de schemering
sist er niets anders om onze oren dan ozon.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

2687096-03c2bc6194999394653e7a912cc4fc9e.jpg
Alexander Gumz (Berlijn, 19 december 1974)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 28e december ook mijn blog van 28 december 2018 en ook mijn blog van 28 december 2015 en eveneens mijn blog van 28 december 2014 deel 2.



Geschreven door Romenu om 16:29 Reageer op dit bericht

Marc-Édouard Nabe, Alexander Gumz

De Franse dichter, schrijver, schilder en musicus Marc-Édouard Nabe (eig. Alain Zannini) werd geboren in Marseille op 27 december 1958. Zie ook alle tags voor Marc-Edouard Nabe op dit blog.

Uit: L’âge du Christ

“J’ai trente-trois ans. Tous les hommes meurent à trente-trois ans, tous les hommes de trente-trois ans ressuscitent. D’abord la mort. Qu’est-ce qui est mort en moi ? Tant de choses… Il faut bien accepter que les choses meurent en vous à votre place, sinon c’est le colt sur la tempe. La multiplication des petits suicides, ça me connaît. J’en aurai tué des Moi haïssables, et même des Moi adorables ! A cet âge, je n’ai plus que trois obsessions : l’art, l’amour et la religion, dans le désordre. Il y a toujours quelque chose de vrai dans ce qu’on me reproche. Ça ne m’aide pas à mieux me connaître, ça m’aide à ne plus avoir envie de me connaître. Je gâche ce que je veux, je me suicide quand je veux, à chaque livre je me suicide. Il est trop tôt pour réfléchir. J’ai envie de foncer. Michel-Ange, en sculptant, disait : “Je hais ce marbre qui me sépare de ma statue.” D’après ce que je crois comprendre, si j’étais moins exalté, méprisant, malin, fanfaron, religieux, froid, excessif, organisé, injuste, ma littérature serait acceptable. Ça me dégoute, les gens qui se recherchent eux-mêmes. Il n’y a rien à trouver au bout de soi-même. J’aimerais bien m’intéresser à moi, mais je me tombe des mains. Souvent, je m’imagine sous la forme d’un instrument de musique : un saxophone, un trombone. Quand je mourrai, on me remettra dans ma boîte, dans mon étui. Au départ, on nous offre une mélodie, il faut l’harmoniser. Ça sonne ou ça ne sonne pas. Autour de moi, je ne rencontre que des êtres en chantier ou en ruine. Je ne vois pas l’intérêt de passer ma vie à me demander pourquoi c’est moi qui la vis. Je ne suis pas le premier homme à avoir trente-trois ans, mais j’ai le droit d’être effaré de constater que la plupart des trentenaires passent de trente-deux à trente-trois ans sans se poser de questions. Ils franchissent le cap à la légère. Ils ne ressentent pas combien ce chiffre fatidique, à la fois christique (33) et diabolique (2*33=66), desquame l’homme de sa jeunesse comme un serpent se débarrasse de sa vieille peau.”

 

2686972-bf4835a2ba301c118bd31afccc109686.jpg
Marc-Édouard Nabe (Marseille, 27 december 1958)

 

 

De Duitse dichter, schrijver en vertaler Alexander Gumz werd geboren op 19 december 1974 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Alexander Gunz op dit blog.

 

Schaduwwerper

de troebele dichtheid van een glazen wand, voor het stadscentrum
geplaatst. aan zeven heuvels

hangen camera’s volgen de stand van de zon.
ze willen weten wat voor hen

brug genoemd wordt hoeveel ze voor de autoriteiten
moeten verzwijgen.

op de rivieroever verdringen zich geluidsinstallaties,
eenvoudige relais: aan of uit.

sociale woningbouwpaleisjes staan op de weide, hun daken
rood, dan bruin. natuurlijk.

zou de zuurstof erover kunnen waken,
zouden de draagbare radio’s eens even

hun bek houden, de geboorteplaatsen van de helden
niet langer naast de snelweg gebouwd worden.

zoiets moeten constructeurs toch weten! ook ratten ruiken
waar ze het goedkoopste voedsel kunnen vinden.

ze strekken hun snuiten uit, krabben met hun klauwen,
en rennen steeds weer tegen deze glazen wand aan.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

2686972-9c9796208b7b9e671e47030bddfea72f.jpg
Alexander Gumz (Berlijn, 19 december 1974)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 27e december ook mijn blog van 27 december 2018 en ook mijn blog van 27 december 2015 deel 1 en eveneens deel 2 en ook deel 3.



Geschreven door Romenu om 16:43 Reageer op dit bericht

Christmas Tree (James Merrill), Rainer Maria Rilke

 

 

2686832-6a15340eaa325d031aca7efccf3f3dd8.jpg
Kinderen bij de kerstboom door Leopold Graf von Kalckreuth, ca. 1912

 

 

Christmas Tree

To be
Brought down at last
From the cold sighing mountain
Where I and the others
Had been fed, looked after, kept still,
Meant, I knew—of course I knew—
That it would be only a matter of weeks,
That there was nothing more to do.
Warmly they took me in, made much of me,
The point from the start was to keep my spirits up.
I could assent to that. For honestly,
It did help to be wound in jewels, to send
Their colors flashing forth from vents in the deep
Fragrant sables that cloaked me head to foot.
Over me then they wove a spell of shining—
Purple and silver chains, eavesdropping tinsel,
Amulets, milagros: software of silver,
A heart, a little girl, a Model T,
Two staring eyes. Then angles, trumpets, BUD and BEA
(The children’s names) in clownlike capitals,
Somewhere a music box whose tiny song
Played and replayed I ended before long
By loving. And in shadow behind me, a primitive IV
To keep the show going. Yes, yes, what lay ahead
Was clear: the stripping, the cold street, my chemicals
Plowed back into the Earth for lives to come—
No doubt a blessing, a harvest, but one that doesn’t bear,
Now or ever, dwelling upon. To have grown so thin.
Needles and bone. The little boy’s hands meeting
About my spine. The mother’s voice: Holding up wonderfully!
No dread. No bitterness. The end beginning. Today’s
Dusk room aglow
For the last time
With candlelight.
Faces love-lit
Gifts underfoot.
Still to be so poised, so
Receptive. Still to recall, praise.

 

 

2686832-57c2ec95b1b932366892cf802b309759.jpg
James Merrill (3 maart 1926 – 6 februari 1995) 
Kerstmis in New York, de geboorteplaats van James Merrill

 

 

Onafhankelijk van geboortedata

Kerstmis

Ja, Kerstmis is de stilste dag van ’t jaar.
Dan hoor je alle harten vurig slaan
als klokken die de avond doen verstaan
dat Kerstmis is de stilste dag van ’t jaar.

Dan worden alle kinderogen groot,
alsof de dingen groeiden die ze zien,
en moederlijker worden alle vrouwen
en alle kinderogen worden groot.

Dan moet je buiten in het wijde land,
wil je de kerstnacht zien, de onbezeerde,
alsof je zinnen nooit de stad begeerden,
zo moet je buiten in het wijde land.

Daar schemert menig hemel boven jou
die op de verre witte bossen staat.
Onder de schoen de weg die groeien gaat
waar menig hemel schemert boven jou.

En in de grote luchten staat een ster
die opbloeit als een felle gentiaan.
De verten rollen als een golfslag aan
en in de grote luchten staat een ster.

 

Vertaald door Piet Thomas

 

 

2686832-c85ec49ce6d0a5cf0d4e99d41adbeb1b.jpg
Rainer Maria Rilke (4 december 1875 – 29 december 1926)
Kerstmis in Praag, de geboorteplaats van Rainer Maria Rilke

 

 

Zie voor de schrijvers van de 26e december ook mijn blog van 26 december 2018 deel 1 en ook deel 2 en eveneens deel 3.



Geschreven door Romenu om 11:38 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten