Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Kees Verheul, Elizabeth Bishop

De Nederlandse schrijver, vertaler, slavist en essayist Kees Verheul werd geboren in Hengelo op 9 februari 1940. Zie ook alle tags voor Kees Verheul op dit blog.

Uit: Bevrijde jeugd

“Hoe betrouwbaar is het geheugen? Nog een jaar of tien geleden meende ik duidelijk te weten wat mijn vroegste herinnering was. Negentiendrie-, misschien zelfs tweeënveertig. Onze voorkamer in een hard, glansloos ochtendlicht. Kennelijk zondag want mijn vader is thuis. Ik troon op een wollig kussen – het dure, vol dieprood en zwarte patronen, dat mijn vader eens toen ik nog niet bestond met een prijsvraag gewonnen heeft. Aan weerskanten van mij de leunstoelen van mijn ouders. Hun schoenen. Daarboven hun benen, hun knieën. Hun hoofden schemeren haast onbereikbaar hoog en ver. Ze luisteren roerloos. Uit de radio achter mij – niet de latere van de ptt maar de vooroorlogse, met gloeilampen, die op ons mooiste kastje staat – buldert een stem. Mijn vader houdt zijn gezicht in die richting. Mijn moeder tuurt door het raam naarbuiten. Maar ook al verraadt hun lichaam geen reactie op het getier dat onze hele kamer vult, ik voel het ontbreken van de normale veiligheid van het bij elkaar zitten. Alsof mijn vader en moeder ergens diep achter hun kleren zijn weggevlucht, onvindbaar voor die stem, en ik opeens alleen zit tussen twee poppen. Het was Hitler. Een van zijn oorlogstoespraken.
Aan de authentieke kern van het bovenstaande twijfel ik nog steeds niet, daarvoor zijn de indrukken en mijn emotie van gemis te sterk. Maar dat dit het allereerste zou zijn dat ik me herinner? Alsof ik niet willekeurig twee, drie andere prehistorische beelden naar boven zou kunnen halen – scènes uit het overgangsgebied tussen pure zinnelijkheid en beginnend realiteitsbesef van voor je vierde. Deze warme zomermiddag bijvoorbeeld. Mijn broer loopt in een badpak over het terrasje achter ons huis. Af en toe komt hij in mijn gezichtsveld. Achter mij hoor ik door het open raam mijn moeders gescharrel in de keuken. In mijn zinken teiltje vol water, eveneens op het terras, heb ik geen aandacht voor hem of haar, wel een onbestemd besef dat ik mij door hun aanwezigheid geen zorgen hoef te maken om de buitenwereld. Dus concentreer ik me vrij op het zwaantje van celluloid dat ik tussen mijn vingers klem en dat mij steeds ongelukkiger maakt en steeds kwader. Waarom schiet het hooghartige ding telkens naar de oppervlakte, met telkens datzelfde triomfantelijke sprongetje boven water, wanneer ik het op de bodem loslaat?”

 

2692824-cb2568dc4da0038863faa2b7646f9558.jpg

Kees Verheul (9 februari 1940 – 16 maart 2024)

 

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Elizabeth Bishop werd geboren op 8 februari 1911 in Worcester, Massachusetts. Zie ook alle tags voor Elizabeth Bishop op dit blog.

 

 

In de wachtkamer

In Worcester, Massachusetts,
kwam ik samen met Tante Consuelo
haar tandartsafspraak na
en zat op haar te wachten
in de wachtkamer van de tandarts.
Het was winter. Het werd vroeg
donker. De wachtkamer zat
vol grote mensen,
overschoenen en jassen,
lampen en tijdschriften.
Een poos die lang leek te duren
bleef mijn tante daarbinnen
en terwijl ik wachtte
las ik de National Geographic
(ik kon lezen) en bestudeerde
zorgvuldig de foto’s:
het binnenste van een vulkaan,
zwart en vol as; en
dan stroomde hij over
in beekjes van vuur.
Osa en Martin Johnson
gekleed in rijbroek,
rijglaarzen en met tropenhelmen op.
Een dode man die aan een paal hing
-‘Long Pig’ zei het onderschrift.
Babies met puntige hoofden
van top tot teen omwikkeld met touw;
zwarte, naakte vrouwen met halzen
helemaal omwikkeld met draad
als de glazen staafjes van gloeilampen.
Hun borsten waren afschuwelijk.
Ik las het helemaal door.
Ik was te schuw om te stoppen.

En toen keek ik naar de omslag:
de gele randen, de datum.

Plotseling, daarbinnen,
klonk een oh! van pijn
– Tante Consuelo’s stem –
niet erg luid of erg lang.
Ik was totaal niet verbaasd;
zelfs toen wist ik dat zij
een vrouw was, dwaas en verlegen.
Ik had van mijn stuk kunnen raken
maar raakte dat niet. Wat mij volstrekt
overviel was
dat ik het was:
mijn stem, in mijn mond.
Zonder ook maar te denken
was ik mijn dwaze tante,
ik – wij – vielen, vielen,
onze ogen star gericht op de omslag
van de National Geographic,
februari, 1918.

……..

Ik zei tot mezelf: nog drie dagen
en je bent zeven jaar oud.
Ik zei het om het gevoel te stoppen,
van de ronde, draaiende wereld
in koude, blauwzwarte ruimte te vallen.
Maar ik voelde: je bent een Ik,
je bent een Elizabeth,
je bent een van hen.
Waarom moet jij er ook een zijn
Ik durfde nauwelijks te kijken
om te zien wat ik dan wel was.
Ik wierp een blik opzij
– ik kon niet hoger kijken –
naar schimmige grijze knieën,
broeken, rokken, laarzen
en de verschillende paren handen
die onder de lampen lagen.
Ik wist dat er nooit
iets vreemders was gebeurd, dat niets
vreemders ooit gebeuren kon.
Waarom zou ik mijn tante zijn,
of mezelf of willekeurig wie?
Welke overeenkomsten –
laarzen, handen, de familiestem
die ik voelde in mijn keel, of zelfs

de National Geographic
en die vreselijke hangborsten –
hielden ons allen tezamen
of maakten ons allen tot één?
Wat – ik wist er geen
woord voor – wat ‘onwaarschijnlijk’…
Hoe kwam het dat ik hier was,
zoals zij, en een kreet van pijn hoorde
die luider en erger had kunnen worden
maar dat niet geworden was?

De wachtkamer was licht
en te heet. Zij schoof onder
een grote zwarte golf,
en nog een en nog een.

Toen was ik erin terug.
Het was oorlog. Buiten,
in Worcester, Massachusetts,
heerste nacht en moddersneeuw en kou
en nog steeds was het de vijfde
februari, 1918.

 

 

Vertaald door J. Bernlef

 

2692824-6f7f3a0b33c627c188c493f2554de6a7.png

Elizabeth Bishop (8 februari 1911 – 6 oktober 1979)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 9e februari ook mijn blog van 9 februari 2022 en ook mijn blog van 9 februari 2019 en mijn blog van 9 februari 2017 en ook alle drie blogs van 9 februari 2014.



Geschreven door Romenu om 16:30 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

De blogger leest alles eerst na: je tekst verschijnt zodra die goedgekeurd is.

Rachel Cusk, Elizabeth Bishop

De Canadese schrijfster Rachel Cusk werd geboren op 8 februari 1967 in Saskatoon. Zie ook alle tags voor Rachel Cusk op dit blog.

Uit: Parade (Vertaald door Jeske van der Velden)

“Op een bepaald punt in zijn carrière begon de kunstenaar G, misschien omdat het de enige manier was die hij kon bedenken om zijn tijd en zijn plaats in de geschiedenis te duiden, ondersteboven te schilderen. Op het eerste gezicht leek het alsof de schilderijen per ongeluk verkeerd om waren gehangen, totdat de rechtsonder in de hoek prijkende signatuur duidelijk maakte dat er een nieuwe werkelijkheid was aangebroken. Zijn vrouw geloofde dat hij met deze ontwikkeling onbewust iets verontrustends had uitgedrukt over de toestand van vrouwen en vroeg zich af of het gevolgen zou hebben voor zijn succes, maar de kunstcritici onthaalden de omgekeerde schilderijen enthousiaster dan ooit tevoren en G werd gefêteerd met een nieuwe ronde prijzen en eerbetuigingen, die iedereen hem sowieso genegen leek te geven, wat hij ook deed. Ze woonden in een bosrijke streek op enige afstand van de stad, want ondanks de goedkeuring die de wereld G schonk, voelde hij zich boos op en gekwetst door diezelfde wereld en kon hij het niet opbrengen haar te vergeven. Zijn vroege werk was op brute wijze bekritiseerd en al verzekerde men hem dat zijn vermogen om te schokken juist het onomstotelijke bewijs was van zijn talent, was G die aanvallen nooit echt te boven gekomen. Zijn kracht school niet zozeer in het afweren van pogingen om hem te vergiftigen en vernietigen, als wel in het absorberen ervan, in het doorslikken van het vergif en zich erdoor laten veranderen, zodat zijn overleven niet simpelweg een verhaal over veerkracht was, maar eerder een uitgesponnen kruisiging die de wereld uiteindelijk dwong tot zelfkastijding vanwege wat ze hem had aangedaan. Pas dankzij de bossen had G een uitweg gevonden uit zijn artistieke impasse, uit zijn gevoel gevangen te zitten tussen het anekdotische van de representatie en het gebrek aan engagement van de abstractie. Hij had veel tijd besteed aan het observeren van de plaatselijke houthakkers, en telkens als hij zag hoe een boom werd geveld had het probleem van verticaliteit zich aan hem opgedrongen. Eerst had hij de mannen en de bomen geschilderd in een soort vereenzelvigde staat, waarin de stammen en lichamen inwisselbaar waren. Toen had hij gezien dat ook de lichamen konden worden geveld, afgesneden van hun eigen wortels en op vergelijkbare wijze op hun kant gekeerd of in stukken gehakt. En uiteindelijk was hij op het omkeringsidee gekomen, als oplossing voor dit geweld en als manier om het principe van heelheid terug te brengen, zodat de wereld weer intact was, maar ondersteboven gekeerd en daardoor bevrijd van de werkelijkheid met haar beperkingen.”

 

 

2692703-f9d5d5c616c6b68f104ef50f7ccecef6.jpg
Rachel Cusk (Saskatoon, 8 februari 1967)

 

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Elizabeth Bishop werd geboren op 8 februari 1911 in Worcester, Massachusetts. Zie ook alle tags voor Elizabeth Bishop op dit blog.

 

 

Een koude lente

Voor Jane Dewey, Maryland

Nothing is so beautiful as spring. – Hopkins

Een koude lente:
over het grasveld een vreemde paarse gloed.
Twee weken minstens aarzelden de bomen;
de blaadjes wachtten af,
maar lieten goed zien hoe ze zouden worden. Ten slotte daalde
plechtig groen stof
over je uitgestrekte, lukraak verspreide heuvels.
Op een dag, in een kille witte guts zonlicht,
werd op een daarvan een kalfje geboren.
De moeder hield op met loeien en
was lang bezig met de nageboorte,
een armzalige vlag,
maar het kalfje krabbelde prompt overeind
en leek geneigd tot vrolijk gedrag.

De volgende dag
was een stuk warmer.
Groenig witte kornoelje drong door in het bos,
ieder bloemblad geschroeid, zo leek het, door een sigarettenpeuk;
en de wazige judasboom stond ernaast,
bewegingloos, maar bijna meer
in beweging dan welke omlijnde kleur dan ook.
Vier herten sprongen al oefenend over je hekken.
De jonge eikenblaadjes deinden door de bedaarde eik.
Zanggorsen waren opgelierd voor de zomer
en in de esdoorn liet de complementaire kardinaalvogel
een zweep knallen en de slaper ontwaakte
en strekte vanuit het zuiden zijn mijlenlange groene leden.
Op zijn muts werden de seringen wit,
later dwarrelden ze neer als sneeuw.
Nu de avond valt
komt een nieuwe maan op.
De heuvels vervagen. Plukken hoog opgeschoten gras
verraden waar een koeienvlaai ligt.
De brulkikkers laten zich horen,
slappe snaren door dikke duimen beroerd.
Onder de buitenlamp, tegen je witte voordeur
plakken de allerkleinste nachtvlinders, als Chinese waaiers,
zilver en zilvergerand over
bleekgeel, oranje of grijs heen geplooid.
Nu, vanuit het dichte gras, beginnen
de vuurvliegjes op te stijgen:
omhoog, omlaag, dan weer omhoog:
oplichtend als ze klimmen,
gezamenlijk drijvend naar dezelfde hoogte,
net als de belletjes in champagne.
Later stijgen ze veel hoger.
En je schaduwrijke weiden zullen nu elke avond
deze bijzondere, lumineuze huldeblijken
aan kunnen bieden, de ganse zomer lang.

 

 

Vertaald door J. Bernlef

 

 

2692703-2bcfc8171cdff67f27310a64937a8baf.png
Elizabeth Bishop (8 februari 1911 – 6 oktober 1979)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 8e februari ook mijn blog van 8 februari 2019 en ook mijn blog van 8 februari 2015.

Geschreven door Romenu om 17:58 Reageer op dit bericht

Charles Dickens, Lioba Happel

De Engelse schrijver Charles Dickens werd geboren op 7 februari 1812 in Landport. Zie ook alle tags voor Charles Dickens op dit blog.

Uit: Hard Times

“He had reached the neutral ground upon the outskirts of the town, which was neither town nor country, and yet was either spoiled, when his ears were invaded by the sound of music. The clashing and banging band attached to the horse-riding establishment, which had there set up its rest in a wooden pavilion, was in full bray. A flag, floating from the summit of the temple, proclaimed to mankind that it was ‘Sleary’s Horse-riding’ which claimed their suffrages. Sleary himself, a stout modern statue with a money-box at its elbow, in an ecclesiastical niche of early Gothic architecture, took the money. Miss Josephine Sleary, as some very long and very narrow strips of printed bill announced, was then inaugurating the entertainments with her graceful equestrian Tyrolean flower-act. Among the other pleasing but always strictly moral wonders which must be seen to be believed, Signor Jupe was that afternoon to ‘elucidate the diverting accomplishments of his highly trained performing dog Merrylegs.’ He was also to exhibit ‘his astounding feat of throwing seventy-five hundred-weight in rapid succession backhanded over his head, thus forming a fountain of solid iron in mid-air, a feat never before attempted in this or any other country, and which having elicited such rapturous plaudits from enthusiastic throngs it cannot be withdrawn.’ The same Signor Jupe was to ‘enliven the varied performances at frequent intervals with his chaste Shaksperean quips and retorts.’ Lastly, he was to wind them up by appearing in his favourite character of Mr. William Button, of Tooley Street, in ’the highly novel and laughable hippo- comedietta of The Tailor’s Journey to Brentford.’
Thomas Gradgrind took no heed of these trivialities of course, but passed on as a practical man ought to pass on, either brushing the noisy insects from his thoughts, or consigning them to the House of Correction. But, the turning of the road took him by the back of the booth, and at the back of the booth a number of children were congregated in a number of stealthy attitudes, striving to peep in at the hidden glories of the place.
This brought him to a stop. ‘Now, to think of these vagabonds,’ said he, ‘attracting the young rabble from a model school.”

 

 2692827-d3bad7ccfc83816a3ddaea37a7c7c6d3.jpg
Charles Dickens (7 februari 1812 – 9 juni 1870)
Cover

 

 

De Duitse dichteres, schrijfster en vertaalster Lioba Happel werd geboren op 7 februari 1957 in Aschaffenburg. Zie ook alle tags voor Lioba Happel op dit blog.

 

 

Je hangt mij al lang het oog uit.

Je hangt mij al lang het oog uit.
En daar zit je dan, neergestreken op een stoel!

En de nacht lacht.
En een ster blaakt –
Omwille van mij?
Omwille van jou?

Kus me, als dat mag, nog een keer –
Tik in mijn oor!
Kom nog eens terug!
Zonder adjectieven.
Of ga weg!

Ik kom in de benen –
Asjeblieft een gedicht!
Vaarwel, adieu, jij gekwelde, opgehangene!
In mijn nachtoog –
Vaarwel, adieu!

Zo teder als jij bent,
ben ik behoorlijk hardvochtig!

Ik heb genoeg van je!

Ik open de deur –
Het stuift buiten!

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

2692827-b7905574831df1220ee1a63e6e727cbd.jpg
Lioba Happel (Aschaffenburg, 7 februari 1957)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 7e februari ook mijn blog van 7 februari 2019 en eveneens mijn blog van 7 februari 2016 deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Thomas von Steinaecker, Dermot Bolger

De Duitse schrijver en journalist Thomas von Steinaecker werd geboren op 6 februari 1977 in Traunstein. Zie ook alle tags voor Thomas von Steinaecker op dit blog.

Uit: Ende offen – Das Buch der gescheiterten Kunstwerke

„Plötzlichen Eingebungen gehorcht Michelangelo auf der Stelle. Er schläft in seinen Stiefeln. Bei seinem Tod 1564 defilieren Dutzende Jünger an seinem Leichnam vorbei. Sie sind in derselben Soutane gekleidet wie ihr Meister. Hier arbeitete kein anonymes Kollektiv mehr wie noch im Mittelalter. Hier schuf ein einzigartiges Individuum. Und nicht zu Gottes Ehren, sondern den Menschen zur Feier. Signed and sealed: Michelangelo, Superstar. Im Glanz einer solchen Aura beginnen Fragmente zu leuchten. Von nun an konnte es passieren, dass auch das Unvollkommene vollkommen war. Von nun an gab es eine Figur, die erst in der Aufklärung ihren Namen erhalten und sich seit der Romantik größter Popularität erfreuen sollte: das Genie. Poeta alter deus (Shaftesbury)! Ein Original, dessen in die Kunst über-setzte Regeln natürlich und deshalb natürlich absolut sind (Kant)! Prometheus (Goethe)! Flackernd, intuitiv, grenzwahnsinnig, und vor allem leidend. Kurz und exzessiv hatte sein Leben zu sein (da damals ausschließlich männlich konnotiert). Genies, das sind Unvollendete. Moment. Einschub zum Einschub in der Klammer. Auch in diesem Buch werden die geneigte Leserin und der geneigte Leser wieder einmal mehr von Männern und ihren Problemen erfahren als von Frauen. Kann es wirklich sein, dass Männer seltener fertig werden als Frauen? Sind Männer flattriger? Und zugleich: vor Schöpferkraft strotzend, vor Kraft kaum zum Gehen fähig, you name it. Genius, das stand bei den Römern nicht zufällig für die Zeugungskraft des Mannes. Weibliche Genies – lange Zeit ein Oxymoron. Sind Frauen in Wirklichkeit also einfach fleißiger, fokussierter und strukturierter? Wirklich jetzt? Was zweifellos der Fall ist: dass Männer auch in der Kunst Privilegien genossen, die Frauen sich erst sehr spät erkämpften, was die Anzahl ihrer bekannten Vertreterinnen in Musik, Literatur, Film, Architektur und Malerei über die Jahrhunderte sehr überschaubar macht.“

 

 

2692830-28a6328d2dd4ecb0a7a36a9a0d8bb0b7.png
Thomas von Steinaecker (Traunstein, 6 februari 1977)

 

 

De Ierse dichter, schrijver en uitgever Dermot Bolger werd geboren op 6 februari 1959 in Dublin. Zie ook alle tags voor Dermot Bolger op dit blog.

 

Kleine X’jes

Onverwacht draait de telescoop deze oktobermiddag,
Ik zie mezelf, weer klein gemaakt, door de objectieflens:

Ik ben niet de weduwnaar die onlangs mijn vrouw heeft begraven,
Noch de plichtsgetrouwe zoon die waakte terwijl mijn vader,
Als een aangeslagen bokser, vocht om de dood te slim af te zijn,

Verward en woedend, met zijn handen in cartoonachtige handschoenen
Om te voorkomen dat hij aan de slang van zijn morfinepomp trok.

Vandaag ruimen we het huis op waar hij zestig jaar heeft gewoond.
In de slaapkamer waar ik geboren ben, herinneren mijn broers en zussen zich

Hoe hun enige aanwijzing voor mijn geboorte als kinderen
Achter deze gesloten deur angstige instructies waren om te bidden.

Als we de zolder openmaken, ontdekken we de koffer
Die mijn moeder had ingepakt voor haar laatste ziekenhuisopname:

Een toilettas en talkpoeder, kleren die ze nooit meer heeft kunnen dragen,
Een tas vol gebeden en de opgevouwen brief
Die ik als tienjarige schreef voor mijn zusje.

Ik besteed één pagina aan haar te vertellen dat ik braaf ben, en prop dan
drie pagina’s vol met gekrabbelde X’en – elk een kus voorstellend.

Vorige week zong een kleindochter die ze nooit gekend heeft op het podium,
Stralend en helder, in een band genaamd Kleine X’jes Ogen

.
Vierenveertig jaar lang, in een brief in een tas in een koffer op deze zolder,
Waren deze sterrenstelsels van X’en de verbannen ogen van een verward kind.

Maar – terwijl ik ze openvouw – zie ik mezelf staren naar wie ik nu ben,
In dit leven dat ik me nooit had kunnen voorstellen toen ik slordige X’en
Krabbelde voor een vrouw die ik voor het laatst lachend in een ziekenhuisbed zag liggen,

Die ze in haar tas stopte toen de verpleegsters haar hoofd kaal schoren
Ter voorbereiding op een operatie waarvan ze nooit zou herstellen:

In de hoop dat ik op een dag haar tas zou openen en verrast zou zijn
En mijn X’en terug zou vinden: grote X’en voor kusjes, kleine X’jes voor ogen.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 

2692830-fd7382de8c88526f5472d56f8b2f8a54.jpg
Dermot Bolger (Dublin, 6 februari 1959)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 6e februari ook mijn blog van 6 februari 2019 en ook mijn blog van 6 februari 2011 deel 2.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Geert Buelens, William S. Burroughs, Edzard Mik

De Vlaamse dichter, essayist en columnist Geert Buelens werd geboren in Duffel op 5 februari 1971. Zie ook alle tags voor Geert Buelens op dit blog.

 

Transit (Gelukzoeken)

Wij zijn samen onderweg
en kussen de zegelring van wie daar om vraagt

Beter worden we er niet van
al schept het misschien een band

Die we kunnen gebruiken
ankerloos als we zijn

Wagen na wagen trekt aan ons voorbij
wat de afstand alleen maar vergroot

Overal vogels, scharminkels van het ongebondene
een aansporing en aanfluiting gelijk

Een paar dozijn zou nog kunnen
maar toch geen honderden, elke dag opnieuw

We zullen worden gezien
als luxepaarden, als kamelen zonder baat

De tegenstand wordt al georganiseerd
maar wij zetten door, iets anders hebben we nooit geleerd

 

 

Lament

De verenigde vezelfabriek en marche
Lament
De aorta & de aars & het gat
Lament
Het klagen van het vlees & het moeras
Lament
De overdosis recycleren & de barst
Lament
De ekster op de galg & de grimas
Lament
De kwadratuur van het mirakel & de blaas
Lament
De overdruk op het bestel & de magneet
Lament
De zuigkracht van het bloed & de profeet
Lament
Het roffelen van het ritme & het dak
Lament
Het doorgaan van de maat & de matrak
Lament
Het overgeven van de eeuw & van het spel
Lament
De coalitie van de geeuw & van de rel
Lament.
            Het is het wegen van het veel & van het meer
            Het is het raadsel van de spankracht van de veer
            Het is het spektakelstuk, het galafeest, de eer
            Het is het dogma, het axioma & de leer
Het krimpen van de stof & van de naad
Lament
Het overtollig vet wegsnoeien & verraad
Lament
Het suggereren van de stop & het ventiel
Lament
Het laten groeien van de rentevoet, de hiel
Lament
Het zwaktebod, de faling, het patroon
Lament
Het opslaan van de kracht, de durf, de hoon
Lament
            Het is de lafheid & de moed, de heroïek
            Het is het spiegelbeeld van deze mozaïek
            Het is een schouwspel zonder goden of publiek
            Het is de kanker, de bevruchting, de koliek

 

2692307-bc8b7a98e016588a56e02d6deaf71702.jpg
Geert Buelens (Duffel, 5 februari 1971)

 

 

De Amerikaanse schrijver William S. Burroughs werd geboren in Saint Louis (Missouri) op 5 februari 1914. Zie ook alle tags voor William S. Burroughs op dit blog.

 

 

Mijn benen, Señor

Zolderkamer en raam, mijn schaatsen aan de muur
De priester kon de badkamer zien, lichtgele houten lambrisering
toilet, jonge benen, glanzende zwarte beenharen
“Het zijn mijn benen, señor.”
De glans van haarstoppels spoelt zijn lavendelkleurige horizon af
hij voelde de jongen kreunen en wat het betekende
gezicht van een rotjong op de tafel van de dokter
ik was de schaduw van de wassende avond en vreemde ruiten.
ik was de vlek en het gejammer van gemiste tijden in de weerspiegelde hemel
plekken vervuild water onder zijn lavendelkleurige horizon, raam
Vlek gekrabbeld door een jongen, koude, verloren knikkers in de kamer
De sjofele tafel van de dokter… zijn gezicht…
De huid van de jongen spreidt zich uit naar iets anders.
“CHRISTUS, WAT ZIT ERIN?” schreeuwt hij
vlees en botten rezen op als een tornado
“DAT DOET PIJN”
ik was de vlek en het gejammer van glanzende achterbeenharen
zilverpapier in de wind, rafelige geluiden van een verre stad.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

2692307-c9e18393e82945caa928e7a891478d36.jpg
William S. Burroughs (5 februari 1914 – 2 augustus 1997)

 

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Nederlandse schrijver Edzard Mik werd geboren in Groningen op 10 februari 1960. Zie ook alle tags voor Edzard Mik op dit blog.

Uit: Mea culpa

“Zijn vrouw kwam overeind maar Nazim hief zijn arm en stond erop zelf thee voor ons te halen. Hij ontworstelde zich aan zijn fauteuil en moest bij elke stap uit alle mogelijke posities van hoofd, schouders, romp en armen de juiste kiezen om zijn evenwicht te hervinden. Het was de eerste keer dat ik met eigen ogen zag dat hij nooit helemaal hersteld was. Ik begreep er niets van, dat wil zeggen, ik begreep wel hoe het een tot het ander leidde, de wurgende wetmatigheid van oorzaak en gevolg, maar wat ik begreep, begreep ik niet écht: ik kon me niet voorstellen dat de man die nu schommelend als een galjoen in de keuken verdween dezelfde was als de jongen die ooit met zijn broers voor ons was opgedoken en even later was afgevoerd, ons achterlatend in stervend zwaailicht. Ik keek naar Sybil en vroeg me af of ze in dezelfde afgrond staarde. Het kon niet anders of het duizelde haar zoals het mij duizelde. Ze had niets gedaan maar alles ge- zien, aangelicht door straatlantarens had die opeenvolging van gebeurtenissen zich voor haar ogen afgespeeld, van ons allen wist zij nog het beste wat er was gebeurd, dubieus voorrecht van de getuige. Maar haar gezicht glom, haar handen hield ze tussen haar dijen, haar onderbenen stonden uiteen, haar voeten staken naar binnen, ze zat er als een schoolmeisje bij, en als ze al ten prooi was aan vertwijfeling, dan liet ze daar niets van blijken. Uit de keuken gekletter, in de woonkamer stilte, en achter het raam gleed de stad al even stil weg in het dal. Ik liet mijn blik ronddwalen, sofa en fauteuils groot, kitsch-lamp, foto van de Bosporus, wandkleed met de Bosporus, vaas met de Bosporus, dat was het wel zo’n beetje, nee, er was meer, natuurlijk was er meer, in de hoek, bij de deur naar de gang, zag ik zijn rolstoel, opgevouwen. Zijn vrouw verroerde zich niet, haar hoofddoek sneed een ovaal uit haar gezicht, haar ogen waren groot en vochtig. Misschien kwam het door de zuiverheid van haar blik maar ik was ervan overtuigd dat ze niet van die vechtpartij wist, hij had haar er nooit over verteld, zij wist niet anders of hij was invalide geraakt door een ongelukkige val, motorongeluk of hersenbloeding, voor haar moesten Sybil en ik volstrekte vreemden zijn die uit de hemel waren komen vallen.”

 

 

2692307-90a7aba6968c4dbd1180d1c66b62aa3e.jpg
Edzard Mik (Groningen, 10 februari 1960)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 5e februari ook mijn blog van 5 februari 2021 en ook mijn blog van 5 februari 2019.

Geschreven door Romenu om 17:06 Reageer op dit bericht

Ben Lerner, Grigore Vieru

De Amerikaanse dichter, schrijver, essayist en criticus Benjamin S. (Ben) Lerner werd geboren op 4 februari 1979 in Topeka, Kansas. Zie ook alle tags voor Ben Lerner op dit blog.

 

 

Index of Themes

Poems about night
and related poems. Paintings
about night,
sleep, death, and
the stars.
I know one poem from
school under the stars, but
belong to no school
of poetry.
I forgot it by heart. I remember only
it was set in the world and its theme
parted.

Poems
about stars and
how they are erased by street
lights,
streets
in a poem about force
in the schools within it. We learned
all about night in college,
how it applies,
night college under the stars where we
made love
a subject. I completed my study of form

and forgot it.
Tonight,
poems about summer

and the stars are sorted by era
over me.
Also poems about grief
and dance. I thought I’d come to you
with these themes
like my senses.
Do you remember me
from the world?
I was sat there and we spoke

on the green, likening something
to prison, something
to film.
Poems about dreams
like moths about streetlights
until the clichés
glow, soft
glow of the screen
comes off on our hands,
blue prints on the windows.
How pretentious
to be alive now,

let alone again
like poetry and poems
indexed by
cadence is falling about us while
parting. It was important to part
yesterday

in a serial work about lights
so that distance could enter the voice
and address you
tonight.
Poems about you, prose
poems.

 

2692175-94fb8354f92b33a4abcfad120037ae2a.jpg

Ben Lerner (Topeka, 4 februari 1979)

 

 

De Moldavische dichter en schrijver Grigore Vieru werd geboren in Pereita op 4 februari 1935. Zie ook alle tags voor Grigore Vieru op dit blog.

 

 

De hemel viel uit je ogen

De hemel viel uit je ogen
En verkruimelde.
De zon viel van je gezicht
En bevroor.
Bevroren kwam de koele wind
Zonder jouw vlijtige handen.
Op zoek naar jou,
verborgen de bronnen zich in de velden.
Als een omgevallen boom,
Is de taal zelf
Hoorbaar alsof ze valt.
God, zo eenzaam
Zo eenzaam
Ben ik nog nooit geweest!

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

2692175-d17cc529cb583bcb9abd2b3c65a184c7.jpg

Grigore Vieru (4 februari 1935 – 18 januari 2009)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 4e februari ook mijn blog van 4 februari 2025 en ook mijn blog van 4 februari 2019 en eveneens mijn blog van 4 februari 2018 deel 1 en ook deel 2.

Geschreven door Romenu om 17:43 Reageer op dit bericht

Georg Trakl, Ferdinand Schmatz

De Oostenrijkse dichter Georg Trakl werd op 3 februari 1887 in Salzburg geboren. Zie ook alle tags voor Georg Trakl op dit blog.

 

 

Drei Träume

III

Ich sah viel Städte als Flammenraub
Und Greuel auf Greuel häufen die Zeiten,
Und sah viel Völker verwesen zu Staub,
Und alles in Vergessenheit gleiten.

Ich sah die Götter stürzen zur Nacht,
Die heiligsten Harfen ohnmächtig zerschellen,
Und aus Verwesung neu entfacht,
Ein neues Leben zum Tage schwellen.

Zum Tage schwellen und wieder vergehn,
Die ewig gleiche Tragödia,
Die also wir spielen sonder Verstehn,

Und deren wahnsinnsnächtige Qual
Der Schönheit sanfte Gloria
Umkränzt als lächelndes Dornenall.

 

 

Amen

Verwestes gleitend durch die morsche Stube;
Schatten an gelben Tapeten; in dunklen Spiegeln wölbt
Sich unserer Hände elfenbeinerne Traurigkeit.

Braune Perlen rinnen durch die erstorbenen Finger.
In der Stille
Tun sich eines Engels blaue Mohnaugen auf.

Blau ist auch der Abend;
Die Stunde unseres Absterbens, Azraels Schatten,
Der ein braunes Gärtchen verdunkelt

 

 

Blutschuld

Es dräut die Nacht am Lager unsrer Küsse.
Es flüstert wo: Wer nimmt von euch die Schuld?
Noch bebend von verruchter Wollust Süße
Wir beten: Verzeih uns, Maria, in deiner Huld!

Aus Blumenschalen steigen gierige Düfte,
Umschmeicheln unsere Stirnen bleich von Schuld.
Ermattend unterm Hauch der schwülen Lüfte
Wir träumen: Verzeih uns, Maria, in deiner Huld!

Doch lauter rauscht der Brunnen der Sirenen
Und dunkler ragt die Sphinx vor unsrer Schuld,
Daß unsre Herzen sündiger wieder tönen,
Wir schluchzen: Verzeih uns, Maria, in deiner Huld!

 

 

2692055-bb2db75b8ee05256ebe886193c45d913.jpg
Georg Trakl (3 februari 1887 – 4 november 1914)

 

 

De Oostenrijkse dichter en schrijver Ferdinand Schmatz werd geboren op 3 februari 1953 in Korneuburg. Zie ook alle tags voor Ferdinand Schmatz op dit blog.

 

 

psalm 150
(wie alles heeft, prijst graag)

1 ja, het schalt, zingt in den hogen het geprezene, vult de tent met blauw,
maar zingt het in slaap, als het maar het grote beklemtoont, als het in den
hogen wijst, wijdte die nooit nadert en juist die volledig is.

2 zingt in den hogen, wat zich in lofprijzing verzamelt, is altijd slechts
één, iedere daad heerlijk, draagt (op) en steekt (niet) omhoog, wat
het verschil uitmaakt: de schepping, de macht (binnen hem).

3 zingt in den hogen, de mond niet alleen, alles wat dient, blik,
letter, papier, snaar – bazuint, schrijft, citeert, klinkt
voort, het.

4 zingt in den hogen, op trommel of mond, alles draait om
zijn zij in het rond, fluit en slag.

5 zingt in den hogen, ook het donkerste staal, wordt licht, klinkt
goed (bombamdebimbam).

6 zingt in den hogen, alles wat ademt, lang en houdt aan (hem),
schalt, maar zingt het in slaap!

 

 

Vertaald door Geert van Istendael

 

2692055-fd46c495d95b2f3b5777912ae123cce0.png
Ferdinand Schmatz (Korneuburg, 3 februai 1953)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e februari ook mijn blog van 3 februari 2019 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:44 Reageer op dit bericht

Mariae Lichtmess (Emmy Hennings), Hella Haasse, Norbert Bugeja

 

 

2691921-2648e7714550fcc81cf73d128855dcd4.JPG
Mozaïek van de presentatie van Jezus in de tempel in de Rozenkransbasiliek te Lourdes

 

 

 

Mariae Lichtmess
(Die Darstellung Jesu im Tempel)

Maria machte ihr Kind bereit.
Was gurrte die Taube leise?
Heut wird das Licht der Welt geweiht.
O, nehmt mich mit auf die Reise.

Maria und Josef gingen über Land.
Es flog voran die Taube,
Wie eines Engels Glaube,
Und braucht zur Führung kaum ein Band.

Hat bis zum Tempel man wohl weit?
Komm Fuhrmann, zeige dich bereit,
Und nimm die drei auf deinen Wagen.
Du siehst, hier wird ein Kind getragen.

O, Kind, noch hast dus1 gut und warm
Auf deinem ersten Opfergang.
Hier trägt die Liebe die Liebe im Arm.
Schon keimte die Saat und die Taube sang.

Dann wieder war es Glockenklang,
Wie Engelsgruss der durch die Seele drang.
Es sang die Sonne über dem Feld:
Gelobet seist du Licht der Welt.

 

 

2691921-179851746e791bcc4a413a63af8996f5.jpg
Emmy Hennings (17 februari 1885 – 10 augustus 1948)
De Museumshafen in Flensburg, de geboorteplaats van Emmy Hennings

 

 

De Nederlandse schrijfster Hella Haasse werd geboren op 2 februari 1918 in Batavia. Zie ook alle tags voor Hella Haasse op dit blog.

Uit: Ik stuur deze brief maar op goed geluk weg. Brieven 1939-1950, s

“Brief aan Haasses ouders en broer in Batavia, 11 september 1939

Lieve Allemaal,
Moesten jullie veel porto betalen voor mijn vorige brief? Ik wist niet precies hoeveel er op moest voor de zeepost, ik dacht 6 cent, dat had Oma gezegd, en ik had geen tijd meer om ’t op ’t postkantoor te gaan vragen, omdat de brief nog diezelfde avond met de Oranje weg moest. Maar de volgende dag las ik in de krant dat de vliegdienst weer ingesteld was en dat de Nandoe dien morgen was vertrokken. Ik hoorde ook dat mijn brief te laat was geweest voor de Oranje, zodat ik denk dat hij nu met het vliegtuig is meegegaan. Hoe gaat het met jullie? Hier is alles weer gewoon, je let niet eens meer op mobilisatie of zandzakken en ander oorlogstuig. Ze zeggen dat de oorlog wel een jaar of drie zal duren. Ik hoop het niet! – Anneke en ik hebben van kamer geruild. Ik heb nu de grote voorkamer met 3 ramen op de gracht. Mijn meubels staan er prachtig in, het ziet er zo artistiek en gezellig uit. Douwe heeft een vriend die binnenshuis foto-opnamen kan maken, misschien kan die mijn kamer ook eens nemen. Er is weer van allerlei gebeurd. Douwe en ik hebben het zotste avontuur van ons leven meegemaakt. Enfin, nu moeten wij er voor boeten. Het is een tragikomische geschiedenis, getiteld: ‘Wij gaan op een middag om 6 uur de stad in om goedkoop te eten’. Luistert! Zondagmiddag’s eten D. en ik gewoonlijk in de ‘Petite Marmite’ dat is een kantoormensen eetgelegenheid waar je voor 80 cent soep, voorgerecht, groenten, aard. en vlees, toetje en koffie krijgt, meer dan genoeg en uitstekend klaargemaakt. D. heeft daar een abonnement. Gisteren zouden wij ’t ook weer doen. Wij waren wat laat, zodat er geen plaats meer te krijgen was (er kunnen n.l. maar ± 25 mensen in). Wij hadden echter veel te veel honger om te wachten en besloten ons heil elders te zoeken. Nu waren wij eens op een avond in een café in de Leidse straat geweest dat ‘Fleur’ heet. Het was een goedkope gelegenheid, zoiets als Heck, en een bedevaartsoord voor soldaten + meisje, en Zaterdagavond-dagjesmensen. Op de tafeltjes lagen kaarten die ’t bestaan vermeldden van een, blijkbaar bij ‘Fleur’ horend, eet-restaurant in de straat daarachter. Dit nu herinnerden wij ons gisteren ter onzaliger ure.”

 

 

2691921-9cdb74c732530563f6144ac60de73a2c.png
Hella Haasse (2 februari 1918 – 29 september 2011)

 

 

De Maltese dichter Norbert Bugeja werd geboren in Siġġiewi op 2 februari 1980. Zie ook alle tags voor Norbert Bugeja op dit blog.

 

 

FOTO NR. 7

Van mij naar jou is er een seconde, een lach,
er is een volle waslijn die uitkijkt over de zee.
Na het gekkigheid bij It-Toqba z-Zghira*
probeerde ik je te bereiken. En misschien omdat
er geen licht is in dit huis,
in de nog steeds echoënde gang,
in de kamers boven en beneden, op de bodem van deze put
die jouw onvruchtbare woorden kreunt en mompelt ,
vond ik niemand. Alleen in jouw keuken,
knallen mijn uitgehongerde ingewanden over de jongen
die geboren wilde worden en zichzelf hangend aantrof
aan de uitgedroogde borst die ontsproot in de woestijn;
bijna als een stad waaruit iedereen is weggevlucht.

En het is nutteloos om je te verschuilen achter oude muren,
en blootsvoets te lopen over de wegen van je moeder,
en trots de ruïnes van je schoonheid te bewonen;
want je bent nooit moeder geweest, en je zult het ook nooit worden.

Uit de deur van je buurman kwam een meisje tevoorschijn,
haar ogen, twee kanonskogels gekruist
op de cornetto bij de kleine opening van haar mond.
Ze staart je aan, ze probeert je niet te bereiken.
Als een mijn op de zeebodem van de haven die nooit ontploft
bekijkt ze je, de afbladderende verf, en lacht
een moment, naar jou, en liegt dat je mooi bent.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 

2691921-a22f60ff9a228c2402035e1a2cc7ea07.jpg
Norbert Bugeja (Siġġiewi, 2 februari 1980)

 

 

Zie ook alle tags voor Maria Lichtmis op dit blog.

Zie voor de schrijvers van de 2e februari ook mijn blog van 2 februari 2019 deel 1 en eveneens deel 2.

-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

*It-Toqba z-Zghira is een kleine inham, gelegen onder de bastions van de historische maritieme stad Vittoriosa (Birgu) in Malta



Geschreven door Romenu om 17:06 Reageer op dit bericht

Februari (Marjoleine de Vos), Hugo von Hofmannsthal

 

 

 

2691811-d5896caf4972b8ff1f106c51122407bd.jpg
Denim serie. Blauwe schaduwen van februari door Nadezda Stupina, 2018

 

 

Februari

De keuze, zegt hij, is niet groot, er is verdriet
om bij te blijven, of kies je voor het leven.
Zo makkelijk klinkt hij, lacht moeilijk
en wenst geloof ik alle dingen nieuw.
Achter het raam zit het huiselijk leven
onder de lamp bij de hagelslag
luistert slordig naar elkaar en de muziek;
vier jaargetijden, eerste deel. Hoor de lente.
Wat al ruikbaar is moet nog te voorschijn komen
het kan eenvoudig toegevroren, februari,
verijsde rietpluimen aan metalen water.
Toch doet een reeds vergeten geur geloven
dat het komen zal. De dolle pimpelmees
weet er al van, net als de vlier aan het diepje
dat zich een weg slingert door modderig gras.

Het is zo ver weg, wij zijn zo stram vertederd
het huiverig oog stuit op de kerktoren
in de verte tussen onzichtbaar bezige bomen.
Gehoorzaam halen wij onze adem in en
als koolzuur in de Spa zo onbedwingbaar
groeit alles zich een weg naar boven
feestelijk bereid tot bijna niets.

 

2691811-b95d80c010e85e1e89eb42d7e46e6403.jpg
Marjoleine de Vos (Oosterbeek, 19 april 1957)
Uitzicht op de Oude Kerk van Oosterbeek

 

 

De Oostenrijkse dichter en schrijver Hugo von Hofmannsthal werd geboren op 1 februari 1874 in Wenen. Zie ook alle tags voor Hugo von Hofmannsthal op dit blog.

 

 

Leben, Traum und Tod …

Leben, Traum und Tod …
Wie die Fackel loht!
Wie die Erzquadrigen
Über Brücken fliegen,
Wie es drunten saust,
An die Bäume braust,
Die an steilen Ufern hängen,
Schwarze Riesenwipfel aufwärts drängen …

Leben, Traum und Tod …
Leise treibt das Boot …
Grüne Uferbänke
Feucht im Abendrot,
Stiller Pferde Tränke,
Herrenloser Pferde …
Leise treibt das Boot …

Treibt am Park vorbei,
Rote Blumen, Mai …
In der Laube wer?
Sag, wer schläft im Gras?
Gelb Haar, Lippen rot?
Leben, Traum und Tod.

 

 

Für mich…

Das längst Gewohnte, das alltäglich Gleiche,
Mein Auge adelt mirs zum Zauberreiche:
Es singt der Sturm sein grollend Lied für mich,
Für mich erglüht die Rose, rauscht die Eiche.
Die Sonne spielt auf goldnem Frauenhaar
Für mich – und Mondlicht auf dem stillen Teiche.
Die Seele les ich aus dem stummen Blick,
Und zu mir spricht die Stirn, die schweigend bleiche.
Zum Traume sag ich. »Bleib bei mir, sei wahr!«
Und zu der Wirklichkeit: »Sei Traum, entweiche!«
Das Wort, das Andern Scheidemünze ist,
Mir ists der Bilderquell, der flimmernd reiche.
Was ich erkenne. ist mein Eigentum,
Und lieblich locket, was ich nicht erreiche.
Der Rausch ist süß, den Geistertrank entflammt,
Und süß ist die Erschlaffung auch, die weiche.
So tiefe Welten tun sich oft mir auf,
Daß ich drein glanzgeblendet, zögernd schleiche,
Und einen goldnen Reigen schlingt um mich
Das längst Gewohnte, das alltäglich Gleiche.

 

 

De jongeling in het landschap

De hoveniers legden hun perken bloot
en overal liepen er bedelaars
met zwart verbonden ogen en met krukken –
maar ook met harpen en met nieuwe bloemen,
de sterke geur van zwakke voorjaarsbloemen.

De naakte bomen lieten alles bloot:
men keek stroomafwaarts en zag ginds de markt
en kinderscharen spelend langs de vijvers.
Hier in dit landschap ging hij langzaam voort,
voelde de macht ervan en wist – dat zich
op hem het lot der wereld had betrokken.

Hij naderde die vreemde kinderen
en was bereid, daar in het onbekende
een nieuw bestaan al dienend door te brengen.
Het kwam niet in hem op zijn zielerijkdom,
wegen van toen, herinneringen aan
vervlochten vingers en verruilde zielen
als méér te zien dan als nietig bezit.

Het geuren van de bloemen sprak hem slechts
van vreemde schoonheid – en de nieuwe lucht
ademde hij stil, maar zonder smachten:
slechts dat hij dienen mocht, verheugde hem.

 

Vertaald door Victor Bulthuis

 

 

2691811-56f02371dc4d06e5dea0ff5b78e66c7f.jpg
Hugo von Hofmannsthal (1 februari 1874 – 15 juli 1929)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 1e februari ook mijn blog van 1 februari 2022 en ook mijn blog van 1 februari 2019 en ook mijn blog van 1 februari 2015 deel 2.

Geschreven door Romenu om 17:31 Reageer op dit bericht

Anton Korteweg, Günter Eich

De Nederlands dichter en neerlandicus Anton Korteweg werd geboren in Zevenbergen op 31 januari 1944. Zie ook alle tags voor Anton Korteweg op dit blog.

 

 

Voor de pont van Maassluis

Op een zonnige dag in september
met een stelletje andere fietsers
wachtend op de pont van Maassluis
hoorde ik een vrouw met een vachtje
van bonterig spul op haar zadel
geflankeerd door een brandweersnor
op een toon van let even goed op
aan een stel dat het ook eens een keer
op de tandem wilde proberen,
vertellen dat zij wel de baas was
in huis, maar dat hij, die daar naast haar,
mooi altijd het laatste woord had.

Op Rozenburg, op de veerdam,
ging de gewaarschuwde tandem
– zij voorop; vier stampende benen –
vol op het orgel. Binnen geen tijd
kwamen ze los van de grond, stegen op,
en waren uit zicht verdwenen.

 

 

Bij Warder

Bij gunstige stroming en voldoende zout
ontstonden er schelpenbanken.

En nog steeds, op de strandjes bij Warder,
tussen Hoorn en Edam, vind je schelpen,
kokkels, strandgapers vooral,
uit de tijd van de Zuiderzee
die pas zijn losgewoeld,
opgestuwd, aangespoeld.

Er staat me nog heel wat te wachten.

 

 

Den Haag Centraal

Wat laat u mij nu toch weer lijden, Heer!
Weet u niet, hoe ik aan het tobben ben
en tastend rondga? Waarom moet mijn blik
zich dan nog hechten aan een apparaat
met knoppen en met gleufjes en de tekst
‘Zoek uw bestemming en druk dan de knop in?’

 

 

2691612-25ee2ced518d619d7ab556cfa8930c54.jpg

Anton Korteweg (Zevenbergen, 31 januari 1944)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Günter Eich werd geboren op 1 februari 1907 in Lebus an der Oder. Zie ook alle tags voor Günter Eich op dit blog.

 

 

Het staat bij Seume

Of de eerlijke Huronen
de stijgende luchtdruk
konden compenseren –
ik heb hen nooit ontmoet.
Ik denk aan gaven
die veel verder gaan dan eerlijkheid.
Terwijl die toch zou kunnen voldoen
als troost, als ontroost,
als weerobservatie,
een souvenir van een reis
en verlichting
van het jichtige sterven.

 

 

Vertaald door Jan Gielkens

 

 


Günter Eich (1 februari 1907 – 20 december 1972)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 31e januari ook mijn blog van 31 januari 2024 en ook mijn blog van 31 januari 2019 en ook mijn blog van 31 januari 2017 en ook mijn blog van 31 januari 2016 deel 2.




Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Bernard Dewulf, Günter Eich

De Vlaamse dichter, schrijver en journalist Bernard Dewulf werd op 30 januari 1960 in Brussel geboren. Zie ook alle tags voor Bernard Dewulf op dit blog. Bernard Dewulf is op 23 december 2021 overleden.

 

 

Poëzie

Neem een vrouw. Neem haar niet
in de woorden, vriend. In de wetenschap
van een gedicht wordt niet bemind. Hooguit
staat er berekend wat niet overbleef
van een bestaan. Neem een hoofd
en zoen het ver, ver weg van de taal.
Verschroei een schoot en hoor, de zucht
in je werkelijke oor. Ga dan naast haar
liggen, al de lege eeuwen van je zinnen
worden een zondagmiddag in haar waar.

 

 

Dwaling

Dagelijks hebben wij elkaar ontwaard,
nooit hebben wij elkaar gevonden.

Nooit hebben wij elkaar geraakt,
dagelijks hebben wij elkaar getroffen.

Dagelijks hebben wij elkaar gehoord,
nooit heeft iets ons verstaan.

Nooit heeft iets ons verklaard
dagelijks hebben wij elkaar gezien.

Nooit hebben wij elkaar ontweken,
dagelijks hebben wij de omweg gedaan.

Nooit hebben wij elkaar verzwegen,
dagelijks hebben wij elkaar verstomd.

Dagelijks hebben wij om elkaar bewogen,
want wij wilden niet verdwalen.

Nooit hebben wij nader bewogen dan
toen wij dwaalden om elkaar.

 

 

Verlies

Omdat ik me zo vaak verloren heb
in dat zingen van de dingen,
in de momenten van de mensen,

omdat het me het liefste was
zo te verdwijnen, zo het lichtst
en dichtst te zijn

bij de oorzaak van het gedicht

omdat ik me zo vaak vergeten ben
in de klembeet van middagen
immer de gapende schaduwen

omdat het mijn natuur was,
mijn onmetelijk gewicht,
mijn neiging tot daadwerkelijkheid,

was er niemand.

 

2691605-5e68b077294adafbe2c24e86b3f5ec1c.jpg
Bernard Dewulf (30 januari 1960 – 23 december 2021)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Günter Eich werd geboren op 1 februari 1907 in Lebus an der Oder. Zie ook alle tags voor Günter Eich op dit blog.

 

 

Denk eraan

Denk eraan, dat de mens de mens een wolf is,
dat hij loert op een slachtoffer,
denk er altijd aan, ook nu,
op dit ogenblik, in april,
onder deze betrokken lucht,
terwijl het is of je heel zacht het koren kunt horen groeien,
terwijl de meisjes het onkruid wieden
en de leeuwerik jubelt,
denk eraan, ook nu!

Als je van de wijn proeft in de kelders van Randersacker,
als je sinaasappels eet in de tuinen van Alicante,
als je inslaapt in hotel Miramar, vlakbij het strand van Taormina,
als je op allerzielen een kaars offert op het kerkhof van Maastricht,
als je vissend je net ophaalt boven de Doggersbank,
als je in Detroit een schroef van de lopende band pakt,
als je rijstplantjes poot op de sawah’s van Sumatra,
als je per muildier over de Andes trekt –
denk eraan!

Denk eraan als een hand je streelt,
als je vrouw je omhelst,
als je kind lacht!

Denk eraan dat als de katastrofe weer achter de rug is
iedereen zijn onschuld zal weten te bewijzen!
Denk eraan:
niet op de kaart liggen Nieuw Guinea en Bikini,
maar in je eigen hart.
Denk eraan dat je schuld hebt aan al het verschrikkelijke
dat ver van je bedreven wordt.

 

 

Vertaald door A. Marja

 

2691605-fe4ed75b19f2c46296cb8d3a87c9e2a0.jpg
Günter Eich (1 februari 1907 – 20 december 1972)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 30e januari ook mijn blog van 30 januari 2019 en ook mijn blog van 30 januari 2016 deel 2.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Tonio Schachinger, Günter Eich, Margit Mössmer

De Oostenrijkse schrijver Antonio “Tonio” Schachinger werd geboren op 29 januari 1992 in New Delhi, India. Zie ook alle tags voor Tonio Schachinger op dit blog.

Uit: Echtzeitalter

„Der Waldplatz ist nicht einmal Teil der Tour, dieser hinterste und schlechteste aller Fußballplätze, der keine Ban-den und keine Netze hat, in dessen Mitte ein einzelner Baum steht, der gleichzeitig aber auch der beste Platz ist, weil man sich nirgendwo sonst auf dem Schulgelände weiter von allem anderen entfernen kann und weil direkt dahinter, beim Theater Akzent, in Sichtweite der Nuntiatur, der päpstlichen Botschaft, die beste Stelle liegt, um über die Mauer zu klettern.
Wenn die Kinder wieder nach Hause kommen und ihre Eindrücke mit den Eltern besprechen, das Marianum mit anderen Schulen vergleichen, Pro-und-Kontra-Listen anfertigen, um eine wohlüberlegte Entscheidung zu treffen, erwähnt kein Einziger von ihnen die Mauer. Auch Till nicht, ein kleiner rothaariger Junge, dem sie sehr wohl aufgefallen ist, der sie angeschaut, sie wahrgenommen hat, im Gegensatz zu vielen anderen Kindern, für die sie nicht mehr war als eine altmodische Theaterkulisse, ein in grauen Pastelltönen zum Horizont führender Übergang.
Es wäre aber falsch, Tills abweichenden Eindruck mit einer besonderen Auffassungs- oder Beobachtungsgabe zu begründen, ihm die Hellsichtigkeit zu attestieren, jetzt schon zu erkennen, was den anderen erst mit 14 oder 15 wirklich ins Auge stechen wird, nämlich dass sie, anders als andere Jugendliche aus anderen Schulen, hier eingesperrt sind und dass die Mauer dabei eine sehr pragmatische Rolle spielt. Es liegt auch nicht daran, dass Till sich schon bei der Aufzählung der Fußballplätze, erst recht aber bei ihrer Besichtigung langweilt, keinen Elfmeter schießen will, noch weniger, als er dazu gedrängt wird, Probier es doch einmal! Trau dich!, so wie immer alle zum Fußball gedrängt werden, als gäbe es nichts anderes auf der Welt, bis er sich schließlich doch fügt, weil das Warten der anderen hinter ihm einen Druck erzeugt, den er von Sprungtürmen und Wasserrutschen im Schwimmbad kennt, wo umzudrehen und gedemütigt abzusteigen irgendwann gleich unmöglich ist, wie zu springen. Seine Beine werden beim Anlaufnehmen so lang, dass er Höhenangst bekommt, während das Tor immer weiter schrumpft und die Arme des Tormanns in die Breite wachsen, und er stolpert schließlich über seine eigenen Füße, ohne den Ball zu berühren.
Till steht auf und denkt keine Sekunde darüber nach, ob das gerade peinlich war. Es ist Samstag, und als seine Mutter ihn mit einem «So, jetzt müssen wir aber wirklich los!” aus seinem Zimmer geholt und die paar Hundert Meter zu der Schule gebracht hatte, lagen schon drei Stunden Assassin’s Creed hinter ihm, weshalb er sich noch immer in diesem angenehmen, von der realen Welt losgelosten Zustand befindet, den das Eintauchen in andere Welten erzeugt.“

 

 

2691462-b2bdb0e4c8b903cde77c1f892c7cf925.jpg
Tonio Schachinger (New Dehli, 29 januari 1992)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Günter Eich werd geboren op 1 februari 1907 in Lebus an der Oder. Zie ook alle tags voor Günter Eich op dit blog.

 

 

Belastingaangifte

Verrotte paperassen (- intussen
zijn de woordsplitsing en de spelling veranderd -)
wij verzamelen alles –

telefoonnummers
dwaze afspraken,
vliegenpoten.

Hier wachten we
op de monnik van Heisterbach,
op zijn ronde
gezicht, dat wij ooit hadden.
‘Ach, de balans!’ Hij komt buiten adem.
Zijn wij het?
Wij herkennen hem niet meer.

 

 

 

Vertaald door Jan Gielkens

 

 2691462-6c3ddeed25b1238ce51da682b954f32f.jpg
Günter Eich (1 februari 1907 – 20 december 1972)

 

 

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Oostenrijkse schrijfster Margit Mössmer werd geboren in 1982 in Hollabrunn. Mössmer studeerde theater-, film- en mediastudies, evenals Spaanse studies in Wenen. Ze was redacteur en afdelingshoofd bij het onafhankelijke tijdschrift FM5. Vanaf 2007 werkte ze bij quartier21 in het MuseumsQuartier Wenen, waar ze verantwoordelijk was voor communicatie en verspreiding .Ze is getrouwd met de schrijver Tonio Schachinger. Na talrijke literaire en journalistieke publicaties in diverse tijdschriften zoals EIKON, corpus, VICE, schau Kunstmagazin en betonblumen, verscheen in het voorjaar van 2015 Margit Mössmers debuutroman, *Die Sprachlosigkeit der Fische* (De sprakeloosheid van de vis). Fragmenten uit de roman hadden in 2010 al een prijs gewonnen bij de WÖRTER.See literaire wedstrijd van de Oostenrijkse radiozender Ö1 en werden uitgezonden op Ö1. De losjes met elkaar verbonden episodes draaien om de protagonist Gerda, die zich door tijd en ruimte beweegt. Zo werkt ze in de ene episode als au pair in Londen, terwijl ze in een andere episode haar pensioen doorbrengt in Ecuador. Ze wordt ook afgebeeld als burgemeester van een Siciliaanse stad en als de geliefde van een stierenvechter in Madrid. Irmi Wutscher omschreef de roman in een segment op de Oostenrijkse radiozender FM4 als “magisch realisme gemaakt in Oostenrijk”. In de zomer van 2015 verscheen de tweede editie van de roman, die een extra verhaal bevatte. Het boek is nu verkrijgbaar in een derde, uitgebreide editie. Margit Mössmer werd, samen met vier andere Duitstalige auteurs, genomineerd voor de Franz Tumler Literatuurprijs, die in september werd uitgereikt. In 2020 was Margit Mössmer fellow aan het Bundesländeratelier voor Schrijvers in Paliano bij Rome en fellow aan het Praagse Literatuurhuis.

Uit: Das Geheimnis meines Erfolgs

“Dag dag dag, tschewi tschewi dag! Mit dein Ruf der Am-sel musste ich einsehen, dass ich kein Bandit war. Ich er-hob mich von meinem Sessel, riss Henry Fonda von der Wand, schlüpfte aus der Hose, nahm endlich den Hut ab, zog die falschen Stiefel aus und kickte sie mit dem Fuß unter den Schreibtisch, wo der falsche Revolver lag. Ich spürte die Butterkeksbrösel unter meinen nackten Sohlen. Sie erinnerten mich daran, wie lange die Nacht gedauert, wie sehr sie aus Stunden, Minuten und Sekunden bestanden hatte. Butterkeksbrösel, wenn man nahe genug he-rangeht, sehen aus wie Himmelskörper. Sie können von Raum und Zeit berichten. Sie sind Zeugen von Vergangenheit und Gegenwart. Leben und Tod.
Ich ging quer durchs Zimmer über die roten Spuren auf dem Boden. Sie sahen aus wie kleine Flugzeuge. Vor dem Fenster blieb ich stehen, zog das Hemd aus, machte einen großen Schritt auf den Stapel IKEA-Kataloge, lehnte mich mit dem Oberkörper hinaus und blickte zur Amsel in die Wiese hinunter, senkrecht. Es ist nicht weiter bemerkenswert, dass mein Fenster offen stand, auch wenn draußen der Schnee lag. Mir war heiß, heiß wie an jedem Tag. Die Amsel wendete ihren Kopf und sah zu mir nach oben. Sie beobachtete mich dabei, wie ich mich auf das Fensterbrett setzte, wie ein nackter Reiter auf sein Pferd. Wie ich schließlich auch mein linkes Bein über den Rücken des Pferdes schwang, sodass beide Beine in der Luft hingen. Die Amsel war eine gewöhnliche Amsel und hatte daher auf die angenehmste Weise nichts dazu zu sagen. Sie wippte dreimal mit ihrem Schwanz auf und ab und flog in den blätterlosen Holunderbusch. Ich blickte an meinen Zehen vorbei in die Tiefe. Der Schnee dort unten war Februarschnee, wässrig und von der frühen Morgensonne beschienen. Ich rutschte mit meinem Hintern einen Zentimeter nach vorn. Meine Fingerkuppen waren noch dagegen und hefteten sich ans Mauerwerk. Unten in der Küche war Nina schon mit dem Herrichten des Frühstücks beschäftigt. »Nina!«, rief ich. »Nina!« »Was?« »Kannst du mir helfen?« »Ich habe zu tun!« »Nina!«
Sie ging endlich die Treppe hinauf. Unsere Treppe bestand aus zwölf knarzenden Holzstufen, also konnte ich ihren Weg nach oben mitzählen. Eins, zwei, drei, vier, bei fünf zitterten meine Arme vor Anstrengung, mein halber Kör-per hing schon in der Luft.”

 

 2691462-b3f33228c081ad78af3ab1dbb8ecd641.jpg
Margit Mössmer (Hollabrunn, 1982)

 

 

Zie voor de schrijvers van de 29e januari ook mijn blog van 29 januari 2022 en ookj mijn blog van 29 januari 2019 en ook mijn blog van 29 januari 2018 en ook mijn blog van 29 januari 2017 deel 2 en eveneens deel 3.



Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Ramsey Nasr, Hasso Krull

De Nederlandse dichter, schrijver en acteur Ramsey Nasr werd geboren in Rotterdam op 28 januari 1974. Zie ook alle tags voor Ramsey Nasr op dit blog.

 

 

DE DAG KAN KOMEN

De dag kan komen en ik wens hem niet
waarop het hart, gevuld met spechten
lol op de pof, gedane liefjes of de scherven
van een slordig onbeheerd verdriet
kortom waarop elk rammelhart 
plots kalm wordt als een koffer.

Een vers is maar een regel lang
één letter diep en elk gedicht, elk boek
herbergt een piepklein afgelijnd gevang
dat je voor even laat ontsnappen.
Op ons papier woedt oorlog veilig
rijmt massagraf op poëzie.

Maar de dag kwam, en hij kan weer komen 
waarop uw woorden eetbaar worden
kaal en schaars, levend onder aarde.
Inkt weegt er zwaarder. Papier ontvouwt.
Je werd toen vermoord om een drukpers in de kamer.
Rauwe mens, van zijn beeldspraak ontdaan.

Iemand schrijft ‘De mensen stierven staande’.
Je denkt bij wijze van. Leest het opnieuw
beseft: ze vielen pas neer bij het uitladen.
Als deze dag nadert, niet zo exact, maar gewoon
als letterlijkheid aan uw hart komt knagen
wees dan ongenood – en treed binnen. 

Hang eerst uw doodsangst in de gang.
Leg familie, vrienden op de bestemde plank.
Veeg voeten, handen, eigenschappen.
Trek uw beroep uit. Laat alles gaan.
Staat u mij toe de laatste metaforen
en versiersels van u af te slaan.

Ik moet u, als in vroeger dagen 
vragen het ras voorzichtig los te pellen.
Afkomst verwijderen, kleur ontkennen.
Wandel nu rond, bleek-doorschijnend
door de bezige kamers van het huis 
waar we eetbaar zijn. En o ja: zeg jij tegen mij.

We zijn nu bijna zonder opsmuk. 
Ontkleed je. Ga tot op de huid.
Kijken we samen naar je buik. Je rug.
Tien vingers, één navel. Het vet in je zij.
Alle botten, wervels en kiezen verzameld.
Alle trilharen, smetten, rafels: dat ben jij.

En in deze schaamte zijn wij vrij.
Ik denk vandaag aan onze naaktheid
in de hoop dat niemand ooit
het grote gelijk in je ontdekt
onze longen bezet, opvult met honger
of zijn geloof in je plant als een schep.

Als het komt – zet je schrap tegen mij. 
Alleen hier, in weerloosheid zijn wij vrij.

 

 

DE ONDERMENS EN ZIJN HABITAT

welkom in het land van melk en honing
hier groeien vijgamandelabrikozen
zonder beeldspraak aan gewillige bomen
eet ervan word mijn gast vandaag
ik betaal je taxi naar de eerste blokkade

mijn vader staat achter de tweede blokkade
wees van de nacht ook zijn eregast
met olie brood oregano sesam
bij hem liggen sterren stil op plat dak
slaap bij hem breng groeten van nadir

de dag naar mijn vader is minder maar moet
probeer een jochie met handkar te vinden
neem ezels of klim te voet langs de rotsen
volg anderen en spreek met jezelf af
nu zijn we dieren dit mag

daar stuiteren rolstoelen door het stof
terug van de stad waar men zieken geneest
met kanker suiker in volle zon
veel bejaarden veel zieken veel zwetende dieren
maar zo is dat ook bedoeld geweest

overdag zijn wij zwetende klimdieren
omdat het zo bedoeld is geweest
ze slaan en schoppen de dieren met reden
ooit zullen wij melk en honing geven
ontstaat uit mensenhand mannaregen

indien je dit krankzinnig vindt habibi
bedenk dan kilometers verderop
zitten echte meisjes en jongens angstvallig
als daad van verzet op terrassen van starbuck
luidkeels te vrezen voor het leven

 

2691283-7c529dba6f46b3d97cb29c84bb725b02.png
Ramsey Nasr (Rotterdam, 28 januari 1974)

 

 

De Estse dichter Hasso Krull werd geboren op 31 januari 1964 in Tallinn. Zie ook alle tags voor Hasso Krull op dit blog.

 

 

Een leeg Grieks restaurant

Een leeg Grieks restaurant. Er lopen mensen
langs, Duitsers, Schwaben en wat
niet al, er wordt geen muziek gespeeld.
Het restaurant heet MYTHOS.
 
Een Griek brengt het eten. Fijngesneden
reepjes vlees, knapperig varkensvlees,
salade en rode rijst. Ik kijk uit het raam,
eet, werp een blik op mijn bord en
 
zie plotseling: Griekse letters.
Gyros. Poleites. Mesogaios. Helos.
Op elk reepje vlees staat een naam.
Natuurlijk, dat zijn de mannen van Odysseus,
 
die Circe in varkens had veranderd. Nu
is hun vel uiteindelijk ook bij mij aangekomen.
De Griek komt, glimlacht, geeft
de orchidee water uit een kan, PHALAENOPSIS. MYTHOS.

 

Vertaald door Iris Réthy en Jan Sleumer

 

2691283-2a8f0518595cb8aa27b38dfc9043c9a3.jpg
Hasso Krull (Tallinn, 31 januari 1964)

 

 

 Zie voor nog meer schrijvers van de 28e januari ook mijn blog van 28 januari 2024 en ook mijn blog van 28 januari 2019 en ook mijn blog van 28 januari 2018 deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 16:51 Reageer op dit bericht

Paolo Cognetti, Harvey Shapiro

De Italiaanse schrijver Paolo Cognetti werd geboren in Milaan op 27 januari 1978. Zie ook alle tags voor Paolo Cognetti op dit blog.

Uit: Beneden in het dal (Vertaald door Yond Boeke en Patty Krone)

“Dat had het teefje nog nooit een hond zien doen.
Ze voelde een nieuw soort opwinding toen ze zag dat de grijze zijn kaken op elkaar geklemd hield en de keel van de spartelende herder niet losliet. Net zolang totdat ook zijn maten, die rusteloos om hen heen draaiden, zagen dat het lichaam van hun leider verslapte, dat er bloed uit zijn nek gutste en dat de grond ervan doordrenkt raakte. Nu leek ook hij op een oude autoband, en even later waren de twee in de velden verdwenen.
Op de provinciale weg reed een tankwagen voorbij; op het dak lag een vingerdikke laag rijp die door een windvlaag werd weggeblazen. November. Het teefje sprong van de autostoel af en kwispelde naar de reu, die op haar toeliep. Zijn razernij van even tevoren was al geluwd, hij besnuffelde haar goedmoedig, liet zich besnuffelen.
De geur die ze rook was die van bos, aarde, bladeren, van het bloed van de hond die hij zojuist had gedood. Ze kreeg zin om hem te likken, en likte hem. Daarna nam hij haar en zo kwam er voorgoed een einde aan haar jeugd.
Ze volgden de rivier die dag stroomopwaarts, uitgelaten hollend omdat ze elkaar hadden ontmoet, over de grindbanken, de eilandjes en de verlaten stukken grond in de benedenloop van het dal. Op de bergkammen in de verte was maagdelijke sneeuw te zien, maar langs de rivier stonden cement- en meubelfabrieken, groothandels in landbouwmaterialen en bouwmarkten.
Ze zagen ratten in de afvoerkanalen en kraaien op de stortplaatsen, roken de geur van over de velden uitgestrooide mest, en toen ze op mensen stuitten, in een bestelbusje op de oever, begreep zij, die niet bang was voor mensen, dat hij die juist uit de weg ging, want ze waadden de rivier door om hun weg aan de andere kant te vervolgen.
Ze liepen langs een omheining en niet veel later eindigde hun tocht bij een engte waar de rivier was versperd en waar pijpleidingen begonnen. Ze konden het wegverkeer daarvandaan horen, ergens aan de andere kant van de hoge oever.
Het begon te schemeren, maar hij wilde pas tevoorschijn komen als het helemaal donker was. Terwijl ze wachtten kreeg ze honger, ze had al urenlang niets gegeten en maakte het hem duidelijk zoals puppy’s dat doen, door hem te likken en zachtjes in zijn snuit te bijten, alsof hij haar vader was en haar van eten moest voorzien. Hij kon die kwelling ergens wel waarderen.’

 

2691176-fe6aa7dc63b6f6462e5fc012b827ab15.png
Paolo Cognetti (Milaan, 27 januari 1978)

 

 

De Amerikaanse dichter Harvey Shapiro werd op 27 januari 1924 in Chicago geboren in een joodse familie uit Kiev. Zie ook alle tags voor Harvey Shapiro op dit blog.

 

 

De moeder der uitvindingen

Op mijn bureau liggen de rekeningen van de levenden
en in mijn slaap liggen de rekeningen van de doden.

“Leegte is de moeder der uitvindingen,”
zegt mijn gelukskoekje. 23 juli 2010.
Brooklyn. Ik loop in de zachte regen,
nog nooit zo voldaan, nog nooit zo gelukkig.

Waarom zou ik twijfelen aan de zin van de wereld
als ik zelfs in mezelf mysterieuze doelen zie?

Een kraai daalt even neer,
zwart, in rabbijnse kleding, en krast Kaddisj.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

2691176-190d252e35186787ca3a73a6374fb9a5.jpg
Harvey Shapiro (27 januari 1924 – 7 januari 2013)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 27e januari ook mijn blog van 27 januari 2024 en ook mijn blog van 27 januari 2019 en ook mijn blog van 27 januari 2018 deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 16:56 Reageer op dit bericht

Florin Irimia, Nora Gomringer, Martijn den Ouden

De Roemeense schrijver, criticus, letterkundige en vertaler Florin Irimia werd geboren in Iași op 26 januari 1976.Zie ook alle tags voor Florin Irimia op dit blog.

Uit: Der Mann hinter dem Nebel (Vertaald door Peter Groth)

„Prolog
Ich hatte nicht gedacht, dass ich jemals so eine Angewohnheit entwickeln würde, doch vor ein paar Jahren, als das Apartment, in dem wir wohnten, von Grund auf renoviert wurde und wir mehr als einen Monat in einem anderen wohnen mussten, bemerkte ich, dass in der ganzen muffig riechenden Wohnung voller Kakerlaken die Badewanne der einzige Ort war, an dem ich mich halbwegs gut fiihl-te, und zwar deshalb, weil sie — aus einem dieser seltsamen Zufälle, die einen nachdenk-lich machten —, identisch mit jener war, die wir hatten, also in der alten Wohnung hatten, die nun renoviert wurde. Ohne mir groß be-wusst zu machen, was ich tat, verbrachte ich immer mehr Zeit in der Wanne. Wie in einem gusseisernen Sarkophag streckte ich mich darin aus, legte mir ein Handtuch unter den Kopf und begann zu lesen, ohne Wasser einlaufen zu lassen. Das Deckenlicht machte ich nie an; manchmal musste ich nicht einmal die Kerze anzünden, die ich mitbrachte, denn es genügte, das Fenster zu öffnen, sodass sich der Goldschimmer des Mondes über die Buchseiten ausbreitete, ein sanfter und schmaler Strahl, wie eine Laterne, die nur das beleuchtete, was beleuchtet werden musste, und die übrigen Dinge im Schatten ließ. So verbrachte ich während jener anderthalb Mo-nate fast jede Nacht, wie ein nachtaktives Tier, das seine Beute in den Büchern suchte und am Tage ruhte, um neue Kraft zu schöp-fen. Als wir dann in die alte, doch auf gewisse Weise auch neue Wohnung zurückkehrten, verzichtete ich zunächst auf diese Angewohn-heit, da ich nun keinen Grund mehr dazu hat-te, doch nach einer Weile, und ich weiß nicht warum, verspürte ich das Bedürfnis, wieder damit anzufangen. So kam es, dass ich in einer jener späten Nächte, als der Rest des Hauses schlief und ich diesmal im heißen Wasser in der Wanne lag und beim flackernden Kerzenlicht ein Buch las, in eine Art Traum sank. Ich hafte den Eindruck, nicht mehr in jenem Buch zu lesen, einem Roman, den ich bereits vor einer Weile angefangen hatte und nicht zu Ende be-kam, sondern mein eigenes Buch, ein Buch, das ich nicht einmal zu schreiben begonnen hatte.“

 

2691026-981160f032d0524ae156819f52caf36a.jpg
Florin Irimia (Iași, 26 januari 1976)

 

 

De Zwitsers-Duitse dichteres Nora Gomringer werd geboren op 26 januari 1980 in Neunkirchen an der Saar. Zie ook alle tags voor Nora Gomringer op dit blog.

 

 

Geesten vergeten

Toen ik ging
vroeg ik ze om mee te komen
Ik hield de deur open en mijn ogen neergeslagen
zodat ze eruit konden, vrij werden
In het nieuwe huis woonde zij
bij het woonkamerraam
Hij in de werkkamer bij de deur
Ze zagen hoe ik worstelde
En hun armen lagen om mijn schouders
zonder gewicht of gevolg
Mijn gedachten
mijn hart en toen ik weggeroepen werd
pakte ik alles, verscheepte, verzond
nam afscheid en werd minder op deze plek
en ik vergat ze te vragen
mee te gaan naar mijn oude leven
dat ze uit den treure kenden
en volgens mij woonden ze nog steeds
in het huis dat ik verliet
Tegen een vriendin zeg ik:
ben mijn geesten vergeten
en zij weet te zeggen
: die komen na

 

Vertaald door Elbert Besaris

 

2691026-a5383fa78095abb06c5f8868e8378559.jpg
Nora Gomringer (Neunkirchen an der Saar, 26 januari 1980)

 

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Nederlandse dichter en beeldend kunstenaar Martijn den Ouden werd geboren in Nieuw-Lekkerland in 1983.Zie ook alle tags voor Martijn den Ouden op dit blog.

 

 

me Poeze haalt brood bij de bakker als ik ’s ochtends douche

me Poeze haalt brood bij de bakker als ik ’s ochtends douche
ze koopt honing bij de imker en wol in grijze fabrieken

dit is kwaadland
de schunnige bijen maken drumgeluid

ik klop mijn vleugels uit op het balkon
dertig meter boven aarde

me Poeze wandelt met brood en honing door de straten
een bolletje wol tussen de tanden

dit is kwaadland
de schunnige bijen maken drumgeluid

de auto’s vloeken uit hun ogen

 

2691026-336eb23af39329a5e7fe1ff767863225.jpg
Martijn den Ouden (Nieuw-Lekkerland, 1983)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 26e januari ook mijn blog van 26 januari 2019 en ook mijn blog van 26 jauari 2016 en mijn blog van 26 januari 2014 deel 1 en deel 2 en eveneens deel 3.


Geschreven door Romenu om 16:58 Reageer op dit bericht

Lisa Weeda, John Donne

De Nederlandse schrijfster Lisa Weeda werd geboren in Dordrecht op 25 januari 1989. Zie ook alle tags voor Lisa Weeda op dit blog.

Uit: Het archief Jilles

“Lieve Jilles,
Toen mijn moeder, Marie, jong was, legde je om de zoveel tijd scheepskaarten op de woonkamertafel om de veranderde vaargeulen van de rivieren bij te tekenen. Je legde de kaarten op een houten bord en ging te werk met een passer, een speciale liniaal en een potlood. Eb, vloed, de diepte van de rivier, stroming, de plaatsing van betonningen; de elementen veranderden constant, jij hield het precies bij. Je was loods, jij zorgde dat schepen goed van haven naar haven kwamen. Je had totale controle over wat er voor je lag. Jij wist de weg, als enige.
De tientallen scheepskaarten lagen opgerold in je werkkamer, netjes opgeborgen. Zo kende ik je ook als kind: strikt en opgeruimd. Je verzamelde postzegels, munten en telefoonkaarten, je hield van mathematische spelletjes, sport, klaverjassen en schaken. Je was streng maar rechtvaardig.
‘Je moet zorgen dat je alles altijd op dezelfde plek neerlegt. Je moet blindelings alles kunnen vinden,’ zei je ooit tegen je dochter Anna, mijn tante.
‘Dat had hij van zijn marinetijd,’ vertelt ze me, ‘je moet weten waar alles ligt in je hut.’
Ik sta altijd wantrouwig tegenover totaal geordende ruimtes, opa, daar klopt iets niet, ik krijg er jeuk van. Wie al zijn bezittingen steriel en overzichtelijk neerlegt, heeft meestal ergens een kast of een kist of een doos waar allerlei onverwachte dingen uit kunnen donderen. Wie het oppervlak beheerst, verbergt het meest: stille wateren hebben diepe gronden.
Opa, je lag al jaren in de totaal ongeordende la (sorry) van mijn kleine schrijfbureau te wachten. Je zat in een houten bakje vol zwart-wit, kleur en sepia kiekjes van onze familie. Altijd als ik door dat bakje ging om in een verhaal te duiken, hield ik twee zwart-witfoto’s van jou vaak wat langer in de lucht: een uit de winter van ’44 en een uit de zomer van ’43. Ik noemde ze ‘de Zweedse hout-hak-foto’s’. In de winter van ’44 sta je met je handen op je rug op een besneeuwd pad.”

 

 


Lisa Weeda (Dordrecht, 25 januari 1989)

 

 

De Engelse dichter John Donne werd ergens tussen 24 januari en 19 juni 1572 geboren in Londen. Zie ook alle tags voor John Donne op dit blog.

 

Holy Sonnets

V

Ik ben een kleine wereld, knap gemaakt
Van elementen en een engelenhart,
Maar eeuwige nacht brengt nu mijn zondezwart
Aan mijn twee delen, en hun einde naakt.
U, die voorbij de hoogste hemel raakt
Aan nieuwe sterren, nieuw land, zeer apart,
Giet zeeën in mijn oog, zodat mijn smart
Tranen spoelt en berouw mijn wereld kraakt;
Of was haar schoon, verdronken was zij al;
Maar zij moet branden; neen, reeds woedde het vuur
Van afgunst, en bracht haar tot verval
En gorigheid; maak hun vlam kort van duur
En brand in mij een vurigheid voor Uw beeld
En voor Uw huis, Heer, die verterend heelt.

 

 

Vertaald door Jan Jonk

 


John Donne (24 januari 1572 – 31 maart 1631)
Portret van John Donne, gedateerd 1591, Engelse School. Frontispice van ‘The Poems of John Donne’, gepubliceerd in 1942 (detail)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 25e januari ook mijn blog van 25 januari 2021 en ook mijn blog van 25 januari 2019 en ook mijn blog van 25 januari 2017 en ook mijn blog van 25 januari 2015 deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 16:53 Reageer op dit bericht

Anthony Staring, Derek Walcott

De Nederlandse dichter, landbouwkundige en landheer Anthony Christiaan Winand Staring werd geboren in Gendringen op 24 januari 1767. Zie ook alle tags voor Anthony Staring op dit blog.

 

 

De winter.

De Winter heeft, hoe grijs van kin,
Een kleur als melk en bloed!
Hij tafelt lang; schenkt naarstig in;
En ’t maal bekomt hem goed.
Hij plant, hij delft, hij ploegt bij daag,
Vermand door sneeuw noch buldervlaag;
En trekt wel eens, in jagersdragt,
Naar ’t glinstrend bosch, ter avendwacht.

Als ’t ijs den radden vloed houdt staan,
Voelt hij zijn kracht gesterkt:
Zijn schaatsen gonzen langs de baan,
Zijn hielen zijn gevlerkt!
Bevracht een aardig kind zijn sleê,
Hij zwaait er als een veder meê,
En ’t meisje tart, tot sneller vaart,
Haar speelnoot achter ’t rinklend paard.

Zijn haardsteê lokt de jeugd bijeen;
Zij wemelt om zijn stoel.
Hij pleegt terwijl zijne oude leên,
En schatert in ’t gejoel.
Een sprong in ’t ronde mag hij wel,
Doch voegt zich liefst bij zang en spel;
Of kort den nacht met gul gejok,
En heeft geene ooren voor de klok.

Omsingle ’t West, met slibbe en plas,
Zijne ongenaakbre stulp,
De Tijd gaat met geen trager pas;
Dank zij der Muzen hulp!
Gemis wordt in genot verkeerd,
Als ’t Oosten op zijn beurt regeert;
De vorst het grondloos pad bestraat,
En vriendschap weêr uit buren gaat.

Wie dan den Winter lastren meugt,
Kraait gij ons, na en voor,
Van Lenteblijheid, zomervreugd,
En Herfstvermaak aan ’t oor?
Den Grijsaard zij, als eerbetoon,
Een krans van palm bij ons geboôn;
En klank van gouden snaren zweev’
Door ’t feestgeroep: ‘De Winter leev’!’

 

 

Meizang.

’t Is Lente! Lente!
Het feestgeschal
Van ‘Lente! Lente!’
Klinke overal!

Hoe geurt de wasem
Der berkenspruit!
Hoe zacht is de asem
Van ’t vriendlijk zuid!

De bijtjes dragen
Weêr honig aan;
De tortels klagen;
De wachtels slaan.

Op weide en akker –
Langs vliet en poel –
Is ’t leven wakker –
Is blij gejoel.

Was ’t meerder weelde,
Dan lentevreugd,
Die Adam streelde,
In Edens jeugd?

Of breidde de aarde,
Toen de Eerste Bruid
Haar bruidkrans gaarde,
Zich schooner uit?

 

2690981-3f27c0f9be3a5f809577d5ff0e69045f.jpg
Anthony Staring (24 januari 1767 – 18 augustus 1840)
Portret door Johannes Immerzeel, 1840

 

 

De Westindische dichter en schrijver Derek Walcott werd geboren op 23 januari 1930 op St. Lucia, een van de kleine Bovenwindse Eilanden. Zie ook alle tags voor Derek Walcott op dit blog.

 

 

GOD REST YE MERRY, GENTLEMEN

Elke straathoek is Kerstavond
in het centrum van Newark. De Wijzen lopen
in zwarte overjassen en koesteren
een fles spiritus, en hoeren loeren
vergeefs uit de donkere kribben van portieken.
Een gekke koning breekt een fles ter ere
van de bijstand, ‘Ik maak ‘m dood, de klootzak’,
en voor zwarte woonblokken zonder werk
is de lucht vol kristallen splinters.

Een bus breekt uit de zinsbegoocheling van water,
een nijlpaard onder natte straatlantaarns, en knarst
verder in rook; elke schaduw lijkt te wankelen
onder het bijtend zuur van neon –
haperend als pis, sommige l tt rs uit-
gevallen, gedoofd – op twee witte
verpleegsters na, hun roeping nog witter gemaakt
door het donker. Over twee dagen zijn er verkiezingen.

Johannesburg is vol sterverlichte kroegen.
Het is anti-Amerikaans zulke vergelijkingen te trekken.
Denk aan Newark als aan Kerstavond,
als alle mensen je broeders zijn, zelfs
deze; geef ons vrede in pakketjes,
laten er geen gebroken flessen meer zijn in de hemel
boven Newark, laat het niet glanzen als spuug
op een drempel, denk aan de denneboom-
piek met de gouden ster erboven op de
fluoriserende bumper-sticker van een passerende auto.

Dochter van je eigen Zoon, Moeder en Maagd,
groot is de sprankeling van het wolkenkrabber-firmament
in zure plassen, de gouden ster in etalages,
en de gele ster op de door mot aangevreten mouw van de avond
als de zwarte jas die Hij droeg door mesdunne ellebogen
uit het ghetto de veewagen in
van Warschau; nergens is Zijn komst meer immanent
dan in het centrum van Newark, waar drie lichten
de sterverlichte wieg en de evergreen kerstliederen
geloven voor het musse-kind: een jochie met zwarte flapperende jas
gevolgd door een witte ster terwijl er een politie-auto patrouilleert.

 

Vertaald door Jan Eijkelboom

 

 

2690981-9a717490557a0a53eb6609c49376d6d5.jpg
Derek Walcott (23 januari 1930 – 17 maart 2017)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 24e januari ook mijn blog van 24 januari 2024 en ook mijn blog van 24 januari 2021 en ook mijn blog van 24 januari 2019 en ook mijn blog van 24 januari 2017 en ook mijn blog van 24 januari 2016 deel 2.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Jabik Veenbaas, John Donne

De Nederlandse dichter, schrijver, vertaler en filosoof Jabik Veenbaas werd geboren in Hijlaard op 23 januari 1959. Zie ook alle tags voor Jabik Veenbas opdit blog. 

 

 

Mijn huis

nog denk ik terug aan mijn huis, het kleine, een
zomeravond en een zandbak, stekelbaarsjes
in een weckfles, buurmans radijzen

en aan de doden die hier woonden,
met hun zachte lippen en hun ogen vol onmacht: een
jongen die de sloot inliep, een vrouw die
viel het bloed vloeide zomaar door
mijn kamer

het verleden dat over de drempel strompelde, zwaar
bewapende soldaten, een veldheer die het oosten
veroverde, bommen op een stad. of eerder nog:
zonnestelsels die ontstonden (een vage
herinnering), sterren die hun eerste licht
smeten het vuur smeult nog na in mijn
open haard

mijn huis: zou het nooit groter geweest zijn dan mijn hoofd
en niet dikker dan het vlies van mijn huid?

hoe ik loop over smalle planken
met het huis in mijn doorzichtige hand

 

 

De gave

ik liep nog één keer door de stad
om alles weg te geven
mijn benen liet ik aan een bedelaar
die zijn hand ophield in een schemerig park
mijn vingers gunde ik aan een vogel
die er zijn jongen mee voerde
mijn kleumend hart schonk ik aan jou
een vreemde, bloederige gave!
toen was ik niets meer dan een lang verlaten,
een ongenaakbaarheid, maar ik werd ook
het onstilbaar verlangen van de late bedelaar,
het vogeljong dat reikhalzend uitvloog
en jouw meisjesogen die dorstig dongen
naar de broze blijdschap van een nieuwe dag

 

2690968-38a4e15f5fcfe8033c46ad2f26490c2e.png
Jabik Veenbaas (Hijlaard, 23 januari 1959)

 

 

De Engelse dichter John Donne werd ergens tussen 24 januari en 19 juni 1572 geboren in Londen. Zie ook alle tags voor John Donne op dit blog.

 

Holy Sonnets

VI

Mijn slotscène, bepaalt God; pelgrim ik
Loopt hier zijn laatste mijl; bijna volbracht
Is dit mijn laatste stap in de ijdele jacht;
Nog even leef ik; nu de laatste tik,
En gulzige dood ontleedt onmiddellijk
Lichaam en ziel, en ik rust even zacht,
Mijn wakend deel ziet zich nu al gebracht
Voor het gezicht, dat mij verlamt van schrik;
Mijn ziel vliegt tijdelijk ten hemelpoort,
Mijn aardgebonden lijk zoekt aarden cel;
Dus val, zonden, terug waar je behoort,
Daar waar je mij wou hebben, broedplaats hel.
Rechtvaardig mij, gezuiverd van het kwaad,
Nu ik wereld, vlees en duivel achterlaat.

 

 

Vertaald door Jan Jonk

 

2690968-fa47834ce76d7d344e5a1ea40233e06f.jpg
John Donne (24 januari 1572 – 31 maart 1631)
Cover

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 23e januari ook mijn blog van 23 januari 2019 en ook mijn blog van 23 januari 2016 deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Delphine Lecompte, Rainer Stolz

De Vlaamse dichteres en schrijfster Delphine Lecompte werd geboren op 22 januari 1978 in Gent. Zie ook alle tags voor Delphine Lecompte op dit blog.

 

 

De hebberige oom en de naakte neushoornjager

Mijn grootmoeder heeft veertien wekkers
Dat zijn er elf te veel, beweert haar strenge zoon
Zonder kersenbonbons is hij binnengevallen
Met een zak vol maskers en wijwatervaten verlaat hij zijn moeder
Morgen zal hij de wijwatervaten verkopen aan een poëtische neushoornjager.

De neushoornjager is niet echt poëtisch
Hij schrijft gedichten, dat wel
Zijn het goede gedichten?
Ik weet het niet, ik durf mij niet uit te spreken
Over de kwaliteit van zijn groteske sonnetten.

Want toen ik ze las was ik gedrogeerd
Het spijt me, en ik doe dat nu niet meer
Maar mijn oom, mijn oom nee hij is niet braaf
Hij is vadsig, hebberig en rancuneus
Mijn grootmoeder vraagt me of ik hem wil vergiftigen.

In haar tuin staan kruiden
Die zonder sporen dodelijk zijn
Toch zal ik mijn oom laten leven
Ik ben nog veel te jong om een familielid te liquideren
En als ik het een keer doe vrees ik dat ik de smaak te pakken krijg.

Ik verlaat mijn grootmoeder met een borstzak vol teennagels

De zijne, de mijne, de hare
In de duinen spot ik de neushoornjager zonder kleren
Zijn penis is ondanks de rusttoestand groter dan een volwassen mol
Ziet hij mij naderen dan wordt de mol een alerte meerkat.

De neushoornjager vraagt hoe het met mijn rolschaatscarrière gaat
Ik antwoord: ‘Heel goed. In Bulgarije telt mijn fanclub meer dan honderd leden.’
Na deze onschuldige leugen valt zijn meerkat evenwel in duigen.

 

 

Ik imiteer mijn varaan, ik echo zijn naam

Vorige maand heb ik een varaan gekregen van een achterlijke bakker
Die twee dagen na de overhandiging van de magische hagedis is gestikt
In een hoefijzervormige magneet waaraan een lege goederenwagon kleefde
Het terrarium heb ik zelf moeten kopen
De terrariumverkoper zei: ‘Succes met je varaan. Heeft hij al een naam?’

Ik heb de winkel verlaten zonder te antwoorden
Omdat ik mij schaamde
Eerst een terrarium kopen, en dan pas nadenken over een naam
Dat is de verkeerde volgorde, weet zelfs de meest hardvochtige kleuter
In de laatste telefooncel van mijn geboortestad vond ik de naam.

De naam van de varaan lag op de grond
Tussen een jonge snijtand en een drievork
Die een gemberwortel bleek te zijn
Ik probeerde mijn muze te bellen
Maar hij stond op een telefoonloze dijk zichzelf op te hemelen.

Terug naar vandaag dan maar
De varaan met de telefooncelnaam is trots en vadsig
Sinds hij mijn woning heeft ingepalmd met zijn fiere landerigheid
Blijf ik vaker thuis om van hem te leren
Ik imiteer zijn ontzagwekkende apathie, ik faal niet.

We worden stommer en breder
Soms likt mijn varaan een ruit, tik ik terug dan glimlacht hij ondubbelzinnig
In spiegelschrift schrijf ik onze namen naast elkaar
Met een groot hart ertussen uiteraard
Want zijn koudbloedigheid is altijd een fabel geweest.

 

 

2690894-b1255e01c97c78be5a039b6ede04f06d.png
Delphine Lecompte (Gent, 22 januari 1978)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Rainer Stolz werd geboren in Hamburg op 22 januari 1966. Hij woont nu in Berlijn. Zie ook alle tags voor Rainer Stolz op dit blog.

 

Huis in We.

Er zijn nog vragen: aan de bewakers
van de grijstinten, die ’s avonds zachtjes
tegen de ramen kloppen, nog vragen
aan alle soorten weer waarvan de types
een beetje scheef zijn, zoals het huis
waar ze om vechten, vragen ook
aan de dakgoot, die soms
gelaten overbodig is, waardoor ik
me zou kunnen afvragen waarmee de zon
hierboven toch zijn geel verdient,
waar zelfs de schapen spijbelen
voordat ze in het zand bijten, verder
zouden er vragen zijn aan de schare der geesten
met hun klopsignalen: of ze zich vrijwillig
zo laten meeslepen, als was het
geen kunst, die onvergelijkbaar
nutteloos is, zoals de holtes hier
die alle vragen verplaatsen, als voedsel
voor de spinnen misschien, die me vertellen:
goed hout! is hier te krijgen – en dat ruikt
heerlijk wanneer ik weer eens
mijn hoofd gestoten heb.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

2690894-0b362b29543e81099c1f76fcb435cd77.jpg
Rainer Stolz (Hamburg, 22 januari 1966)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 22e januari ook mijn blog van 22 januari 2021 en ook mijn blog van 22 januari 2019 en ook mijn drie blogs van 22 januari 2017.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

For a Parent on the Death of a Child (John O’Donohue), Kristín Marja Baldursdóttir

 

Dolce far niente

 

 

 

2690784-208de53fac256bead2c654106eec8a00.jpg
Moeder en dochter door Bertha Wegmann, 1883

 

 

 

For a Parent on the Death of a Child

No one knows the wonder
Your child awoke in you,
Your heart a perfect cradle
To hold its presence.
Inside and outside became one
As new waves of love
kept surprising your soul.

Now you sit bereft
Inside a nightmare,
Your eyes numbed
By the sight of a grave
No parent should ever see.

You will wear this absence
Like a secret locket,
Always wondering why
Such a new soul
Was taken home so soon.

Let the silent tears flow
And when your eyes clear
Perhaps you will glimpse
How your eternal child
Has become the unseen angel
Who parents your heart
And persuades the moon
To send new gifts ashore.

 

 

 2690784-e6b1635eff9ec7d0882598da7a1fe45d.jpg
John O’Donohue (1 januari 1956 – 4 januari 2008)
De Petrus en Paulus kathedraal in Ennis, County Clare, de geboorteplaats van John O’Donohue

 

 

 

De IJslandse schrijfster Kristín Marja Baldursdóttir werd geboren op 21 januari 1949 in Hafnarfjörður. Zie ook alle tags voor Kristín Marja Baldursdóttir op dit blog.

Uit: Möwengelächter (Coletta Bürling und Renate Einarsson)

“Am Ostermorgen, als Agga mit der Aprilsonne im Nacken auf dem alten Steinpier stand und die Flundern im seichten Wasser am Ufer mit Steinen zu treffen versuchte, bekam sie dieses merkwürdige Prickeln im Bauch, das die Erwachsenen bekommen, wenn sie verliebt sind oder irgendein fürchterliches Gebräu getrunken haben. Allerdings hatte sie weder das eine noch das andere ausprobiert, und deshalb glaubte sie, das Gefühl sei ein Vorzeichen großer Ereignisse, denn genauso ging es Kidda in der Kellerwohnung immer, wenn Orkane oder Vulkanausbrüche im Anzug waren, und außerdem konnte diese plötzlich und unvermittelt Lemurengeruch wittern, was unweigerlich den Tod ankündigte. Agga schnupperte, konnte aber nichts anderes riechen als den penetranten Geruch von Seetang.
Gelbe Strahlen erleuchteten die glatte, graue Meeresoberfläche im Hafenbecken, und im Ort herrschte Grabesstille. Nur der Rauch aus den Häusern, die zum Teil halb versteckt in den Lavamulden kauerten, deutete darauf hin, dass manche bereits auf den Beinen waren. Die Uhr am Kirchturm zeigte gut zehn, und bald würden sich die Männer mit Schlägermützen und in abgewetzten Sonntagsanzügen am Hafen einfinden und mit den Händen in den Hosentaschen die alte Leier über mageren Fischfang, Reaktionäre und die verdammten Kommunisten anstimmen.
Die Möwen am Ufer kreischten laut an diesem Auferstehungstag des Gottessohnes, und Aggas Magen rumorte, als hätte sich dort ein Poltergeist eingenistet. Dass die Übelkeit von dem riesigen Schokoladenosterei herrühren könnte, das sie sich noch vor Sonnenaufgang einverleibt hatte, kam ihr nicht in den Sinn, sie glaubte eher an das Vorzeichen, spürte aber das Bedürfnis, aufzustoßen oder sich über einen Küchenhocker zu legen, um sich von Blähungen und Bauchschmerzen zu befreien. Sie trottete den alten Steinpier wieder zurück, über die Brücke, die über den Bach führte, und hielt sich bis nach Hause den Bauch. Unterwegs hörte sie aus einiger Entfernung das Klappern von hochhackigen Schuhen, war aber zu sehr mit ihren Bauchschmerzen beschäftigt, um es zu beachten. Es war ihr so egal, dass sie sich nicht einmal umdrehte, um zu sehen, wer schon so früh am Ostersonntag unterwegs war. Sie war bereits zu Hause am Gartentor angelangt, als ihr bewusst wurde, dass die Frau ihr die ganze Zeit auf den Fersen gewesen war. Da endlich drehte sie sich um.”

 

 

2690784-900fb359ee0fdc50156fc59a38d71077.jpg
Kristín Marja Baldursdóttir (Hafnarfjörður, 21 januari 1949)

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 21e januari ook mijn blog van 21 januari 2024 en ook mijn blog van 21 januari 2022 en ook mijn blog van 21 januari 2019 en ook mijn blog van 21 januari 2018.


Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten