Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Ballade Made In The Hot Weather (William Henley), Wilfred Smit, Yves Bonnefoy

 

 

2710075-2edef929c05cc602c13b6213a835428a.jpg
Summer Inspiration door Olga Egorov, 2025

 

 

Ballade Made In The Hot Weather

Fountains that frisk and sprinkle
The moss they overspill;
Pools that the breezes crinkle;
The wheel beside the mill,
With its wet, weedy frill;
Wind-shadows in the wheat;
A water-cart in the street;
The fringe of foam that girds
An islet’s ferneries;
A green sky’s minor thirds –
To live, I think of these!

Of ice and glass the tinkle,
Pellucid, silver-shrill;
Peaches without a wrinkle;
Cherries and snow at will,
From china bowls that fill
The senses with a sweet
Incuriousness of heat;
A melon’s dripping sherds;
Cream-clotted strawberries;
Dusk dairies set with curds –
To live, I think of these!

Vale-lily and periwinkle;
Wet stone-crop on the sill;
The look of leaves a-twinkle
With windlets clear and still;
The feel of a forest rill
That wimples fresh and fleet
About one’s naked feet;
The muzzles of drinking herds;
Lush flags and bulrushes;
The chirp of rain-bound birds –
To live, I think of these!

Envoy

Dark aisles, new packs of cards,
Mermaidens’ tails, cool swards,
Dawn dews and starlit seas,
White marbles, whiter words –
To live, I think of these!

 

2710075-132ff2ac4a939e4d280df6b4bca70a56.jpg
William Henley (23 augustus 1849 – 11 juli 1903)
Kings Square in Gloucester, de geboorteplaats van William Henley

 

 

De Nederlandse dichter Wilfred Smit werd geboren in Soerabaja (Java, Nederlands Indië) op 24 juni 1933. Zie ook alle tags voor Wilfred Smit op dit blog.

 

 

Landhuis

Nog stiller hing
hij in de vlieren
om het oude huis –
demoiselle schemering
die hij zo graag
onder haar rokken
had gezien, verdween
er in de kieren…
des andren daags
wierp hij, de wind,
bij een ligusterhaag
drie hypotheekpapieren
neer op ’t grind.

 

 

Imitatio Christi

’t Is hier dichtbij,
niet verder dan de spijker
minziek naar uw hand,
maar ik poseur
ben eeuwig naar u onderweg,
zwaar geblanket
en met een distel achter ’t oor –
’t is zoet te scheuren
en u aan te hangen,
maar van ver.

 

 

Twee vazen

En voor zo kostbaar
hield ik haar;
in de schemering
bloedde heur nek
en de twee draken
op heur bolle zij
roerden zich niet.

en voor zo verfijnd
hield zij mij –
want bij lamplicht
zagen zij zeldzaam
scheel – en de twee
draken roken elkaar
onder de staart.

 

2710075-e3b2f080d08aa152cdfcdf11cfbe0d31.gif
Wilfred Smit (24 juni 1933 -13 augustus 1972)

 

 

De Franse dichter, schrijver en vertaler Yves Bonnefoy werd in Tours geboren op 24 juni 1923. Zie ook alle tags voor Yves Bonnefoy op dit blog.

 

De dialoog van Angst en Verlangen

III

Ja, dat is het.
Een schittering in de oude woorden.
De opeenstapeling
Van heel ons leven in de verte als een gelukzalige
Zee, verhelderd door een wapen van levend water.

We hebben geen behoefte meer
Aan hartverscheurende beelden om van te houden.
Die boom daarginds is ons genoeg, die zich, door het licht,
Van zichzelf losmaakt en nog slechts
De bijna uitgesproken naam van een bijna vleesgeworden god weet.

En heel deze hoge streek die de zeer nabije Ene verbrandt,

En dit muurpleister dat de gewone tijd ontroert
Met zijn handen zonder droefenis, en die de maat genomen hebben.

 

Vertaald door Hans Tentije

 

2710075-55daa018f2c4bff48f7b3dac4dbf8201.jpg
Yves Bonnefoy (24 juni 1923 – 1 juli 2016)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 24e juni ook mijn blog van 24 juni 2023 en ook mijn blog van 24 juni 2020 en eveneens mijn blog van 24 juni 2019 en ook mijn blog van 24 juni 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:31 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

De blogger leest alles eerst na: je tekst verschijnt zodra die goedgekeurd is.

Mittag (Ernst Stadler), Anna Achmatova

 

2709964-af9717886f51db2d23e817080b733b7b.jpg
Im Rosengarten door Robert Panitzsch, 1921

 

 

Mittag

Der Sommermittag lastet auf den weißen
Terrassen und den schlanken Marmortreppen
die Gitter und die goldnen Kuppeln gleißen
leis knirscht der Kies. Vom müden Garten schleppen

sich Rosendüfte her wo längs der Hecken
der schlaffe Wind entschlief in roten Matten
und geisternd strahlen zwischen Laubverstecken
die Götterbilder über laue Schatten.

Die Efeulauben flimmern. Schwäne wiegen
und spiegeln sich in grundlos grünen Weihern
und große fremde Sonnenfalter fliegen
traumhaft und schillernd zwischen Düfteschleiern.

 

 

2709964-85e748eabf21cd31efd24d421e0ae3cf.png
Ernst Stadler (11 augustus 1883 – 30 oktober 1914)
Colmar, de geboorteplaats van Ernst Stadler

 

 

De Russische dichteres Anna Achmatova werd geboren in Bolshoi Fontan bij Odessa, 23 juni 1889. Zie ook alle tags voor Anna Achmatova op dit blog.

 

Aan de geliefde

Je moet geen duiven naar mij sturen,
je moet geen bange brieven schrijven,
de maartse wind niet laten waaien in mijn gezicht.
Gisteren ben ik aangekomen in een groene gaarde
waar ziel en lichaam mogen rusten
in de schaduw van een populierenbos.

Van hier kan ik ons stadje zien:
Paleis, wachthuisjes, legerplaatsen,
boven het ijs de gele boog van de chinese brug.
Je bent verkleumd van drie uur op mij wachten,
je durft niet weg te gaan van de veranda
en kijkt verbaasd naar al die nieuwe sterren.

Als een grauwe eekhoorn zal ik in de elzen springen,
als een wezel schichtig draven langs het pad,
als een zwaan zal ik je uit de verte roepen
opdat mijn bruidegom geen angst zal hebben
terwijl hij in de blauwe, dwarrelende sneeuw
op het verschijnen van zijn dode bruidje wacht.

 

 

Vertaald door Kees Verheul

 

2709964-bed98e09f3760094c66d1ec6266536e3.jpg
Anna Achmatova ( 23 juni 1889 – 5 maart 1966)
Portret door Alexander Osmerkin, 1939-40

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 23e juni ook mijn blog van 23 juni 2025 en ook mijn blog van 23 juli 2020 en eveneens mijn blog van 23 juni 2019 en ook mijn blog van 23 juni 2018 deel 1 en ook deel 2.



Geschreven door Romenu om 17:07 Reageer op dit bericht

Jaap Robben, Anne Carson

De Nederlandse dichter, schrijver en theatermaker Jaap Robben werd geboren in Oosterhout op 22 juni 1984. Zie ook alle tags voor Jaap Robben op dit blog.

 

 

Jij was zoiets als kwijt

Niemand graaft
om zand te vinden.
We zochten jou
omdat we je vergaten.

Alsof we op achtergelaten jassen klopten
op zoek naar wat nog niemand was verloren.

En jij,
stil en donker in de grond
jij was zoiets als kwijt.

Al wist je misschien
dat wij er waren
door wat je boven je hoorde
zoals iemand op zolder soms
een doos verschuift.

 

 

Andermans ogen

Thuis hoor ik niet meer
dat de kachel tikt
en de kraan drupt.

Van mezelf zie ik enkel
wat ik gewend ben
te herkennen, wanneer ik
in spiegels en winkelruiten kijk
of naar foto’s en donkere tv’s.

Mij valt niets nieuws op,
ik kijk naar wat ik al jaren zie
omdat ik enkel mijn eigen ogen heb.

Maar samengevat in zesentwintig strepen
merk ik pas hoe nieuw ik word,
door andermans ogen
en weet ik weer
waar in het huis van mijn gelaat
een traptree kraakt.

 

 

Wie plukt het laatste fruit?

Wie weet nog waar de paden waren?
Dat onhandig vrijen het best
in een Bongerd gaat
waar je de witjes
zonder handen
van de bomen kon bijten?

Hier hangt de hemel hoger
en is de bodem het beste
voor bloemen.

Maar in nieuwe straten
zijn de mensen
groter dan de bomen.

En blijft mist wat langer hangen
omdat niet alle wolken willen wennen
dat hier voortaan geen veld meer is.

 

 

2709852-903c7379aa94515a0be8562818ea8c69.jpg
Jaap Robben (Oosterhout, 22 juni 1984)

 

 

De Canadese dichteres, essayiste en vertaalster Anne Carson werd geboren op 21 juni 1950 in Toronto. Zie ook alle tags voor Anne Carson op dit blog.

 

 

O Kleine Droevige Extase van de Liefde

Ik vind het fijn om de hele nacht met gesloten ogen bij je te zijn.
Wat een geluk – daar
kom je al aan
langs de sterren!

Ik maakte een roadtrip
door mijn gedachten en mijn hart
en daar was je
knielend langs de weg
met je kleine gereedschapskistje
iets aan het repareren.

Geef me een wereld, je hebt me de wereld afgenomen die ik was.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

2709852-d2b47cdd63b357959392702c447404a7.jpg
Anne Carson (Toronto, 21 juni 1950)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 22e juni ook mijn blog van 22 juni 2020 en eveneens mijn blog van 22 juni 2019 en ook mijn blog van 22 juni 2018 en ook mijn blog van 22 juni 2014 deel 1.




Geschreven door Romenu om 16:17 Reageer op dit bericht

Sonnenwende (Clara Müller-Jahnke), Anne Carson

 

 

 

2709737-8bcbbba62cf075742ca2184390d93358.jpg
Summer Solstice – Crinan Canal door Fraser Maciver, 2019

 

 

Sonnenwende

Es fiel ein Blütenregen
herab auf Wald und Feld,
ein Netz von Sonnenstrahlen
umspinnt die grüne Welt;
das flammt und blüht und duftet
und höhnt den Glockenschlag,
als ging er nie zu Ende,
der süße, goldene Tag …

O Tag der Sonnenwende,
vollblühende Rosenzeit,
du hast mir ins Herz geduftet
berauschende Seligkeit!
Das pocht und glüht und zittert
und bebt im Vollgenuß,
als ging er nie zu Ende,
der süße, erste Kuß –

O Tag der Sonnenwende –

 

 

2709737-adf95ab0fca6db90989d2f087cdd9472.jpg
Clara Müller-Jahnke (5 februari 1860 – 4 november 1905)
De Dorfstraße in Lenzen (Nu: Łęczno), de geboorteplaats van Clara Müller-Jahnke

 

 

De Canadese dichteres, essayiste en vertaalster Anne Carson werd geboren op 21 juni 1950 in Toronto. Zie ook alle tags voor Anne Carson op dit blog.

 

 

Chicago

Gekrijs (wit) en tinten (suède) van vuile kou.
Ik liep Montrose af naar de oever van het meer.
Voorbij een gesloten Park Bait Shop en een boot
genaamd Temperance II,
een boot genaamd Mr Bright Eye,
modderige velden,
een verroeste barbecue uit de middeleeuwen.
Een hond springt somber rond op het strand.
Het meer is zo lelijk als een motelkamer.
Muren sluiten niet op elkaar aan. Vlekken zakken uit. Een engel gaapt in een geile hemel.
Tegen de noordenwind worstel ik me terug naar de plek waar ik warm was
toen ik wakker werd.
Op de theepot een briefje van jou over ademhalen.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

2709737-b8697b8fb0a36ba133385085660f8e90.jpg
Anne Carson (Toronto, 21 juni 1950)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 21e juni ook mijn blog van 21 juni 2020 en eveneens mijn blog van 21 juni 2019 en ook mijn blog van 21 juni 2014 deel 1, en deel 2 en eveneens deel 3.



Geschreven door Romenu om 16:46 Reageer op dit bericht

Dolce far niente (Ada Limón), Paul Muldoon, Vikram Seth

 

 

2709641-098ed0fd4fed2f4368f2823c63310558.jpg
Barbecue door Eric Fischl, 1982

 

 

Sundown and All the Damage Done

Nearly nine and still the sun’s not slunk
into its nightly digs. The burnt meat smell
of mid-week cookouts and wet grass
hangs in the air like loose familiar summer
garb. Standing by the magnolia tree, I think
if I were to live as long as she did, I’d have
eleven more years. And if I were to live as long
as him, I’d have forty-nine. As long as him,
I’d be dead already. As long as her, this
would be my final year. There’s a strange
contentment to this countdown, a nodding
to this time, where I get to stand under
the waxy leaves of the ancient genus, a tree
that appeared before even the bees, and
watch as fireflies land on the tough tepals
until each broad flower glows like a torch-lit
mausoleum. They call the beetle’s conspicuous
bioluminescence “a cold light,” but why then,
do I still feel so much fire?

 

 

2709641-365fc6788daf235eb3c5b2672be5d67c.jpeg
Ada Limón (Sonoma, 28 maart 1976)
Sonoma

 

 

De Ierse dichter en schrijver Paul Muldoon werd geboren in Portadown, County Armagh, in Noord-Ierland op 20 juni 1951, Zie ook alle tags voor Paul Muldoon op dit blog.

 

 

Brock

Small wonder
he’s not been sighted all winter;
this old brock’s
been to Normandy and back

through the tunnels and trenches
of his subconscious.
His father fell victim
to mustard-gas at the Somme;

one of his sons lost a paw
to a gin-trap at Lisbellaw:
another drills
on the Antrim hills’

still-molten lava
in a moth-eaten Balaclava.
An elaborate
system of foxholes and duckboards

leads to the terminal moraine
of an ex-linen baron’s
croquet-lawn
where he’s part-time groundsman.

I would find it somewhat infra dig
to dismiss him simply as a pig
or heed Gerald of Wales’
tall tales

of badgers keeping badger-slaves.
For when he shuffles
across the esker
I glimpse my grandfather’s whiskers

stained with tobacco-pollen.
When he piddles against a bullaun
I know he carries bovine TB
but what I see

is my father in his Sunday suit’s
bespoke lime and lignite,
patrolling his now-diminished estate
and taking stock of this and that.

 

 

Anseo

When the Master was calling the roll
At the primary school in Collegelands,
You were meant to call back Anseo
And raise your hand
As your name occurred.
Anseo, meaning here, here and now,
All present and correct,
Was the first word of Irish I spoke.
The last name on the ledger
Belonged to Joseph Mary Plunkett Ward
And was followed, as often as not,
By silence, knowing looks,
A nod and a wink, the Master’s droll
‘And where’s our little Ward-of-court?’

I remember the first time he came back
The Master had sent him out
Along the hedges
To weigh up for himself and cut
A stick with which he would be beaten.
After a while, nothing was spoken;
He would arrive as a matter of course
With an ash-plant, a salley-rod.
Or, finally, the hazel-wand
He had whittled down to a whip-lash,
Its twist of red and yellow lacquers
Sanded and polished,
And altogether so delicately wrought
That he had engraved his initials on it.

I last met Joseph Mary Plunkett Ward
In a pub just over the Irish border.
He was living in the open,
In a secret camp
On the other side of the mountain.
He was fighting for Ireland,
Making things happen.
And he told me, Joe Ward,
Of how he had risen through the ranks
To Quartermaster, Commandant:
How every morning at parade
His volunteers would call back Anseo
And raise their hands
As their names occurred.

 

2709641-7d79bef59cfae6e0e02c304f174e3c6a.jpg
Paul Muldoon (Portadown, 20 juni 1951)

 

 

De Indische schrijver Vikram Seth werd geboren op 20 juni 1952 in Kolkata. Zie ook alle tags voor Vikram Seth op dit blog.

 

 

ONOPGEËIST

Naar bed gaan met een vreemde is het best.
Er is geen raadsel en er is geen test. –

Samen naar bed gaan, zonder dwang dit nader
Te plaatsen in ons referentiekader.

Elkaar strelen, zonder vrees voor dag
Elkaar begrijpen, zoals vreemd vermag.

Elkaars vreemde hart te voelen slaan
Niet liever blijven en niet liever gaan.

In onbekende armen rustend weten
Dat dit dus alles is; dit ’t moet heten.

 

Vertaald door Ko Kooman

 

2709641-0006f4132651d356032c91200b55b4b3.jpg
Vikram Seth (Kolkata, 20 juni 1952)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 20e juni ook mijn blog van 20 juni 2025 en ook mijn blog van 20 juni 2020 en eveneens mijn blog van 20 juni 2019 en ook mijn blog van 20 juni 2015 deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:39 Reageer op dit bericht

Dolce far niente, Salman Rushdie, Anne Carson

 

 

 

2709527-faf03ba3807fd0a85c2c06d76ca965d5.jpg
Ode to Corvette Summer door Timothy Adry Emmanuel, 2022

 

 

40 Ounce

Summer has salted
our neighborhood to thirst;
tar that patches the wounds of roofs
heats to sluggish bubbles;
sun obligates
paint on car hoods to blotch.

Emphasized by the light
inside corner-store beer coolers,
your malt lusters.

You’re cold gold down throat.

Lush like storm-brim wind.

Foam-skinned as any cleansing.

Within thick glass, you swish oceanic
as we share you palm to palm.

You have helped
this dice game clank alive,
paper-wager and victory-rake,
players with obsidian eyes.

Through an uncurtained pane,
a music video is visible;
women’s shimmer slurs
like jewelry worn on a passerby.

Neighbors here and there snore,
hallway walls tacked
with flea-market art, closets
dehydrated by moth repellent.
They leave us to you.
They could plead tomorrow
in churches whose pipes
ramble behind brittle plaster.

We drink you to the pale bottom,
we drink until night sinks
into skin like silk,
until graveyard cops
circle our block like a clock arm,
until blood slides
like alloy through veins,
until words hammer
from the anvil of the brain,
until America’s
continental wheel unbolts
and everybody can see
we gleam like greased bearings.

 

2709527-a20478e3a6b0e7219f47fb8d68c78987.png
Marcus Jackson (Toledo, Ohio, 9 september 1990)
Toledo, Ohio

 

 

De Indisch-Britse schrijver en essayist Salman Rushdie werd geboren in Bombay op 19 juni 1947. Zie ook alle tags voor Salman Rushdie op dit blog.

Uit: Middernachtskinderen (Vertaald door Max Schuchart)

“Ik ben geboren in de stad Bombay… eens op een dag. Nee, dat kan niet, aan de datum valt niet te ontkomen: ik ben geboren op 15 augustus 1947 in Dokter Narlikars kraamkliniek… En de tijd? De tijd komt er ook op aan. Goed dan: ’s avonds. Nee, het is van belang… Klokslag middernacht om precies te zijn. Wijzers van klokken vouwden zich als handen samen in een eerbiedige begroeting toen ik arriveerde. 0, verklaar je nader, verklaar je nader: precies op hetzelfde tijdstip dat India onafhankelijk werd, buitelde ik de wereld in. Er was het geluid van snikken. En, buiten het raam, van vuurwerk en menigten. Een paar seconden later brak mijn vader zijn grote teen, maar zijn ongeluk was een kleinigheid vergeleken met wat mij op dat nachtelijke ogenblik was overkomen, want dank zij de occulte tirannieën van die minzaam groetende klokken was ik op een geheimzinnige manier in de handboeien van de geschiedenis geslagen, mijn lot onlosmakelijk aan dat van mijn land geketend. De volgende drie decennia zou er geen ontsnapping mogelijk zijn. Waarzeggers hadden mij voorspeld, dagbladen mijn komst gevierd, politici mijn authenticiteit bekrachtigd. Ikzelf had er helemaal niets in tc zeggen. lk, Saleem Sinai — later afwisselend Snotneus, Vlekporum, Knalkop, Snotteraar, Boeddha en zelfs Stuk-van-de-Maan genoemd, was zwaar verwikkeld geraakt in het Noodlot — in het gunstigste geval een gevaarlijk soort betrokkenheid. En ik kon op dat tijdstip niet eens mijn eigen neus afvegen. Nu evenwel begint de tijd (waarvoor ik verder van geen nut ben) op te raken. Ik word binnenkort eenendertig. Misschien. Als mijn aftakelende, misbruikte lichaam dat toestaat. Maar ik heb niet de hoop dat ik mijn leven kan redden, en ik kan er zelfs niet op rekenen dat ik nog duizend-en-één nacht heb. Ik moet snel werken, sneller dan Sheherazade, als ik uiteindelijk iets wil betekenen — ja, betekenen. lk geef toe: ik ben bovenal bang om belachelijk te zijn. En er zijn zoveel verhalen te vertellen, te veel, zo’n overvloed aan verweven levens gebeurtenissen wonderen plaatsen geruchten, zo’n compacte vermenging van het onwaarschijnlijke met het wereldse! Ik ben een slokop van levens geweest, en om mij te kennen, alleen maar die ene ik, zul je de rest ook helemaal moeten slikken. Verorberde menigten zijn in me aan het dringen en duwen; en alleen geleid door de herinnering aan een groot wit beddelaken met een min of meer rond gat met een diameter van zo’n vijftien centimeter in het midden uitge-knipt, me vastklampend aan de droom van die toegetakelde rechthoek van linnen met een gat die mijn talisman, mijn sesam-open-u is, moet ik beginnen mijn leven te reconstrueren van het punt af waar het werkelijk begon, zo’n tweeëndertig jaar voor iets zo onmiskenbaars, zo aanwezigs als mijn door de klok beheerste, door misdaad bezoedel-de geboorte. (Het laken is, tussen twee haakjes, ook bevlekt met drie droppels van iets ouds, verbleekts, roods. Zoals de koran ons voorhoudt: Zeg, in de naam van de Heer, uw Schepper, die de Mens schiep uit klonters bloed.)”

 

2709527-e2bd8a8db1c79e1ff626f2e4c7067b95.jpg
Salman Rushdie (Bombay, 19 juni 1947)

 

 

De Canadese dichteres, essayiste en vertaalster Anne Carson werd geboren op 21 juni 1950 in Toronto. Zie ook alle tags voor Anne Carson op dit blog.

 

Autobiografie van rood

10 Seksvraag

Is het een vraag!

Ik moet eens naar huis.
Oké.
Ze bleven zitten. Ze stonden ver van de stad geparkeerd langs de weg.
Koudenachtgeur kwam
door de raampjes. De maansikkel zweefde wit als een rib langs de rand van de lucht.
Ik ben geloof ik iemand die geen bevrediging kent,
zei Herakles. Geryon voelde hoe alle zenuwen in hem zich naar zijn huid verplaatsten.
Hoe bedoel je bevrediging?
Gewoon – bevrediging. Ik weet niet. Op de snelweg een eind verderop klonk het
schrapen van vishaken over de bodem van de wereld.
Bevrediging. Je weet wel. Geryon dacht diep na. Vuren kronkelden zich door hem heen.
Hij kwam voorzichtig
tot de seksvraag. Waarom is het een vraag? Hij begreep dat mensen
behoefte hebben aan elkaars daden van aandacht, doet het er dan toe welke daden dat zijn?
Hij was veertien.
Seks is een manier om een ander te leren kennen,
had Herakles gezegd. Hij was zestien. Brandende ongeordende delen van de vraag
likten op uit elke barst in Geryons lijf.
Hij sloeg ernaar terwijl hij nerveus en onwillekeurig moest lachen. Herakles keek.
Plotseling stil.
’t Zit wel goed, zei Herakles. Zijn stem spoelde
Geryon open.
Moet je horen, zei Geryon en hij wilde hem vragen: zitten mensen die dol zijn op seks
ook met een seksvraag?
maar de woorden kwamen er anders uit – denk je echt elke dag aan seks?
Herakles’ lichaam verstarde.
Dat is geen vraag dat is een aanklacht. Iets zwarts en zwaars als de geur van fluweel
viel tussen hen in.
Herakles startte de auto en ze sprongen vooruit op de rug van de nacht.
Elkaar niet rakend
maar verenigd in verbazing zoals twee sneden evenwijdig lopen over dezelfde huid.

 

 

Vertaald door Marijke Emeis

 

2709527-5262c5d584087d7a33fceb4cc36ad51e.jpg
Anne Carson (Toronto, 21 juni 1950)

 

 

Zie voor de schrijvers van de 19e juni ook mijn blog van 19 juni 2022 en ook mijn blog van 19 juni 2020 en eveneens mijn blog van 19 juni 2019 en ook mijn blog van 19 juni 2018.

Geschreven door Romenu om 16:24 Reageer op dit bericht

Marije Langelaar, Karin Fellner

De Nederlandse dichteres en beeldend kunstenares Marije Langelaar werd geboren op 18 juni 1978 in Goes. Zie ook alle tags voor Marije Langelaar op dit blog.

Uit: In het jaar van de rode os

“Deel III – Brieven aan de condor
We rijden naar Ch’iyara, de baai van het Laramameer. We eten een eenvoudige maaltijd bij vrienden van mijn man. Het zijn grove lieden die in de mijnen werken en naar mijn borsten staren. Madre mia wat een wolven! Ze doen het alleen als mijn man niet kijkt.
Ik vind hen niet aardig, wil snel weer weg, een van hen, met een soort fonkeling in zijn ogen, geeft me een hoofdknik maar ik keur hen geen blik waardig. Na de maaltijd rijden we naar het meer. De baby leggen we op een deken naast het water. Haar bewegingen zijn opgewonden, het uitstapje doet haar zienderogen goed, we zingen liedjes voor haar en gooien druppeltjes water in haar gezicht en uiteindelijk valt ze in slaap. Mijn man bouwt een dam van stenen om haar heen zodat ze niet in het water kan rollen. Slaat met een stokje alle insecten weg.
Ik kleed me uit om te zwemmen, ik zie mijn man kijken hoe ik alle kleren afleg, ik ben zo bloot als een vis, schud mijn krullende haren los en breek het roerloze oppervlak met mijn duik. Als een mes snijd ik door het koude water, er zijn talloze vissen als zilveren ringen. Onder water is het troebel, ik zie het wier als knoperig touw bewegen en raak de steentjes op de bodem met mijn vingers. Ik schrik van een grotere vis die tegen me opbotst en hapt in mijn middel, gil overeind om te zien dat het mijn man is, we vrijen als leeuwen een beetje hard en onstuimig en bovendien na enkele golven weer klaar.
We waden terug naar de baby die nog steeds ligt te slapen. In de struiken zie ik een gestalte, sluike zwarte veren van een ineengedoken man, strakke ogen, het liefst wil ik me ergens verbergen en bedekken maar er is niets van hulsel, de enige andere mogelijkheid is dus mijn tepels te priemen richting de wolken.
Soms lieve condor, amigo de alas negras, valt het leven als mens me zwaar, het is schraal van betekenis, het ontbreekt ons aan iets en het doet ons zo’n pijn.
We rollen maar door in het veld van niet weten.
We drinken niet, al zijn we dorstig maar we drinken niet, we zijn hongerig maar eten niet, werkelijk drinken bedoel ik en werkelijk eten met iets wat onze dorst echt kan lessen, onze honger kan stillen, ons verlangen dat zo brandend is, we zijn bevangen door een grote drang om zo snel mogelijk ergens een rand te bereiken.”

 

2709418-c8c5f2d382919abe1ebe6aa35274542c.jpg
Marije Langelaar (Goes, 18 juni 1978)

 

 

De Duitse dichteres Karin Fellner werd geboren op 18 juni 1970 in München. Zie ook alle tags voor Karin Fellner op dit blog.

 

 

Cache misère

We spraken over kale bomen bij 30 graden,
over de heldere kruimels die gram voor gram verdwenen
in de subroutine,
we gooiden koekjes uit onze mouwen en spraken
over armoede alsof het geen deel uitmaakte van ons bezit.

Ook dit gesprek verliep in geluidloze meeteenheden,
we lieten elkaar de stigmata van onze honden zien,
terwijl Mem vertelde hoe vroeger zogenaamde vliegende insecten
op elk autoraam crepeerden. Over de
correlatie, over hoe… des te…spraken we niet.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 

2709418-b0444624eb9d917c485d7fd6500fcd3e.jpg
Karin Fellner (München, 18 juni 1970)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 18e juni ook mijn blog van 18 juni 2020 en eveneens mijn blog van 18 juni 2019 en ook mijn blog van 18 juni 2016 deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:31 Reageer op dit bericht

Peter Rosei, Ron Padgett

De Oostenrijkse dichter en schrijver Peter Rosei werd geboren op 17 juni 1946 in Wenen. Zie ook alle tags voor Peter Rosei op dit blog.

Uit: Unsterbliche Seelen

„Es war an der Art des Robert Perwald durchaus etwas Langsames, man hätte auch sagen können, etwas Behutsames. Sein noch jungenhaftes Ge-sicht, das zumeist vor Energie und Klugheit nur so strahlte, floss in manchen Momenten weich auseinander, die Lippen standen offen und seine blaugrauen Augen sahen dann zart und verletzlich aus. Für gewöhnlich war an seinem Gesicht wenig Besonderes, es sei denn sein waches und kluges Geschau und eben der Eindruck von Kraft, von dem es insgesamt zeugte. Seit Jahren lebte Robert jetzt mit seiner japanischen Frau Yoko in Tokyo. Bald nach der Hochzeit waren sie von Wien her übersiedelt. Yoko hatte in Wien studiert. Sie hatte sich aber eingeredet und bald auch den schwer in sie verliebten Robert davon überzeugen können, dass eine Japanerin auf Dauer im Ausland unglücklich werden muss. Dabei war sie durchaus keine Nesthockerin. Gleich nach der Hochzeit hatte sie mit Robert eine Weltreise unternommen. In Japan gelten Welt- reisen als schick. Aber wo ist das, bitte, nicht so? Im Übrigen: Die Ehe lief dann nicht sehr gut.
Heimgekehrt von einer seiner Extratouren, die immer ganz unangekündigt und grausam über Yoko hereinbrachen, fand Robert in der Diele ihres gemeinsamen Hauses in Ebisu, einem angesagten Viertel in West-Tokyo, eingeschoben unter die gewöhnlichen Poststücke, einen Schrieb seiner Frau, auf dem sie ihm das gemeinsame Leben aufkündigte. »Mach, was du willst«, schrieb sie da, »mich siehst du nicht wieder.« Was für ein Wisch, dachte Robert. Solche Botschaften von Yoko waren nichts Neues für ihn. Der Groll, der sich anfänglich in ihm regte, zerfiel aber bald zu einem Gefühl der Schwäche, einer fast kindlichen Verzagtheit: Und wenn sie es diesmal ernst meint? — Seinem gedunsenen und leicht geröteten Gesicht war von diesen Regungen freilich kaum etwas anzumerken. Ich bin einfach müde, sagte er sich. Zu müde sogar, um mich zu fürchten. Das machte ihn lächeln, und er rief dann halbherzig und halblaut ein paar Mal Yokos Namen durch das Haus.
Wo mag sie nur stecken? Er kochte sich in der Küche Kaffee, und während er so hantierte, ging er Yokos mögliche Fluchtorte und Schlupfwinkel durch, ohne indes zu einem Ergebnis zu kommen.“

 

2709415-6c26fd0e704e556ac5c1a4a3b3a40566.jpg
Peter Rosei (Wenen, 17 juni 1946)

 

 

De Amerikaanse dichter, schrijver en vertaler Ron Padgett werd geboren op 17 juni 1942 in Tulsa, Oklahoma. Zie ook alle tags voor Ron Padgett op dit blog.

 

 

Dames en heren in de ruimte

Dit is mijn filosofie:
Alles verandert (het woord “alles”
is net veranderd, net als het
woord “verandering”: het betekent nu
geen verandering”) zo
snel dat het letterlijk mijn geloof overstijgt,
er recht langs raast
zoals sommige van de gigantische
ideeën op dit gebied.
Ik had geen begin en ik zal geen einde
hebben: de lichtstraal
strekt zich voor en achter uit
en ik kook de groenten
slechts een paar minuten,
hoe korter hoe beter. Doe er boter op
en serveer. Dit is mijn
filosofie: doe er boter op en serveer.

 

 

Vertaald door Frans Roume

 

2709415-656e511d51e4bc56fad8571dbb8b49dc.jpg
Ron Padgett (Tulsa, 17 juni 1942)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 17e juni ook mijn blog van 17 juni 2020 en eveneens mijn blog van 17 juni 2019 en ook mijn blog van 17 juni 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Joël Dicker, Maylis de Kerangal, Ronelda Kamfer, Frans Roumen

De Zwitserse schrijver Joël Dicker werd geboren op 16 juni 1985 in Genève. Zie ook alle tags voor Joël Dicker op dit blog.

Uit: Het boek van de Baltimores (Vertaald door Manik Sarkar)

“Ik ben de schrijver.
Zo word ik door iedereen genoemd. Door mijn vrienden, mijn ouders, mijn familie en zelfs in het openbaar, door mensen die ik niet ken maar die me herkennen en dan vragen: “Bent u niet die schrijver…?” Ik ben de schrijver, dat is mijn identiteit.
Men denkt dat je als schrijver een vredig leventje leidt. Niet zo lang geleden beklaagde een van mijn vrienden zich erover hoe lang hij onderweg was van huis naar kantoor, en hij besloot met: <Tja, jij staat ’s ochtends op, gaat aan je bureau zitten en schrijft. Dat is alles.’ Ik zei niets terug, misschien omdat ik te murw was van het besef hoezeer mijn werk in de collectieve verbeelding bestaat uit nietsdoen. Iedereen denkt dat je niets uitvoert, terwijl je juist als je niets doet het hardste werkt.
Het schrijven van een boek is als het organiseren van een zomerkamp. Het leven, dat gewoonlijk eenzaam en stil is, wordt plotseling overrompeld door een groot aantal personages dat op een dag onaangekondigd komt aanzetten en je hele leven overhoophaalt. Op een ochtend komen ze in een grote touringcar aangereden, ze stappen lawaaiig uit, opgewonden over de rol die ze hebben gekregen. En daar moet je het mee doen, je moet ze bezighouden, te eten geven en onderdak bieden. Je bent overal verantwoordelijk voor. Want jij bent de schrijver.
Het verhaal begon in februari zon, toen ik New York verliet om mijn nieuwe roman te gaan schrijven in een huis dat ik net had gekocht in Boca Raton, Florida. Ik had het drie maanden eerder aangeschaft van de filmrechten van mijn laatste boek, en afgezien van een paar korte bezoekjes in december en januari om het in te richten, was dit de eerste keer dat ik er zou verblijven. Het was een ruim huis, een en al glas, met uitzicht op een meer dat in trek was bij wandelaars. Het lag in een heel rustige, groene wijk, waar bijna uitsluitend gepensioneerden woonden, tussen wie ik detoneerde. Ik was half zo oud als zij, maar ik had deze plek juist uitgezocht voor de absolute rust. Het was de plek die ik nodig had om te schrijven.
Anders dan bij mijn vorige bezoeken, die heel kort waren geweest, had ik ditmaal een zee van tijd, en ik ging met de auto naar Florida. De rit van twaalfhonderd mijl boezemde me geen enkele angst in: in de loop van de voorgaande jaren had ik die tocht vanuit New York onnoemelijk vaak gemaakt om bij Saul Goldman langs te gaan, mijn oom, die zich na het Drama dat zijn familie ten deel was gevallen in een voorstad van Miami had gevestigd. Ik kende de route uit mijn hoofd.
Ik liet New York achter onder een dun laagje sneeuw, de thermometer gaf tien graden onder nul aan; twee dagen later bereikte ik Boca Raton in de zachtheid van de tropische winter. Toen ik in deze bekende omgeving van zon en palmbomen kwam, kon ik de gedachte aan oom Saul niet onderdrukken. Ik miste hem verschrikkelijk. “

 

2709165-3757464ee31f8b344ecceedcc9097066.jpg
Joël Dicker (Genève, 16 juni 1985)

 

 

De Franse schrijfster Maylis de Kerangal werd geboren op geboren 16 juni 1967 in Toulon. Zie ook alle tags voor Maylis de Kerangal op dit blog.

Uit: Naissance d’un pont

“Au commencement, il connut la Yakoutie du Nord et Mirny où il travailla trois années. Mirny, une mine de diamants à ouvrir sous la croûte glaciale, grise, sale, toundra
désespérante salopée de vieux charbon malade et de camps de déportés, terre déserte baignée de nuit à engelures, cisaillée onze mois l’an d’un blizzard propre à fendre
les crânes, sous laquelle sommeillaient encore, members épars et cornes géantes bellement recourbées, rhinoceros en fourrure, bélougas laineux et caribous congelés – cela il se l’imaginait le soir attablé au bar de l’hôtel devant un alcool fort et translucide, la même pute subreptice lui prodiguant mille caresses tout en arguant d’un mariage en
Europe contre loyaux services mais jamais ne la toucha, pouvait pas, plutôt rien que baiser cette femme qui n’avait pas envie de lui, il s’en tint à ça. Les diamants de Mirny,
donc, il fallut creuser pour aller les chercher, casser le permafrost à coups de dynamite, forer un trou dantesque, large comme la ville elle-même – on y aurait plongé tête en bas les tours d’habitation de cinquante étages qui y naissance d’un pont poussèrent bientôt tout autour –, et, muni d’une torche frontale, descendre au fond de l’orifice, piocher les parois, excaver la terre, ramifier des galeries en une arborescence souterraine latéralisée au plus loin, au plus dur, au plus noir, étayer les couloirs et y poser des rails, électrifier la boue, alors fouir la glèbe, gratter la caillasse et tamiser les boyaux, guetter l’éclat splendide. Trois ans.
Son contrat expiré, il rentra en France à bord d’un Tupolev peu démocratique – son siège en classe économique est complètement défoncé, une pelote de fils métalliques
se promène sous la toile du dossier, la perce çà et là pour faire sortir une tige qui lui meurtrit les reins –, quelques contrats s’ensuivent et chef de chantier à Dubaï on le
retrouve, un palace à faire jaillir du sable, vertical comme un obélisque mais laïc comme un cocotier, et du verre cette fois, du verre et de l’acier, des ascenseurs comme des
bulles coulissant le long de tubulaires dorés, du marbre de Carrare pour le lobby circulaire dont la fontaine bruitait son glouglou de luxe pétrodollar, le tout assorti de plantes vertes cirées, de canapés croûte de cuir et d’air conditionné.”

 


2709165-e1290eda9e3fdade708bb96174bdb104.png
Maylis de Kerangal (Toulon, 16 juni 1967)

 

 

De Zuid-Afrikaanse dichteres Ronelda Kamfer werd op 16 juni 1981 in Blackheath, een voorstad van Kaapstad, geboren. Zie ook alle tags voor Ronelda Kamfer op dit blog.

 

 

Aanspraak

al wat ik terug wou hebben
was het blauw van de zee
het groen va de winter
het geel van de zon
de afstand van de maan
het water van de regen
de klank van de wind
mijn plekje achter moeders rug

 

 

Vertaald door Alfred Schaffer

 

 

2709165-7827623da3beecc32185e6cde58d3aa0.jpg
Ronelda Kamfer (Blackheath, 16 juni 1981)

 

 

En als toegift bij een andere verjaardag:

 

Psalm

Voor hem bestond er geen voortijdig sterven
– wie bood ook aan het sterven tegenstand? –
de dood begroetend met dezelfde hand
die ooit gods naam in elke boom zou kerven.

Niets meer verhopend van het eeuwig zwerven
Naar dat beloofd, maar steeds verschuldigd land,
Het zaad verspillend aan onvruchtbaar zand,
Liet hij de duivel al zijn steden erven.

Voor hem was er geen spreken en geen woord.
Hij had geen stem tenminste ooit gehoord.
De dood verloste al wie er voor kozen.

Was hij een kind van god of vaderloze,
het leven had gelijk gewicht noch waarde.
Gods zoon zag pas postuum het licht der aarde.

 

2709165-df28b6a251c3ca60ff70f0247c45e5a2.jpg
Frans Roumen (Wessem, 16 juni 1957)
David speelt harp voor koning Saul, door Julius Kronberg, 1885

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 16e juni ook mijn blog van 16 juni 2019 en ook mijn blog van 16 juni 2015 deel 1 en eveneens deel 2.



Geschreven door Romenu om 17:34 Reageer op dit bericht

Silke Scheuermann, Olivier Guez

De Duitse dichteres en schrijfster Silke Scheuermann werd geboren op 15 juni 1973 in Karlsruhe. Zie ook alle tags voor Silke Scheuermann op dit blog.

Uit: Wovon wir lebten

„Aufwachen!« Ich tippe ihr auf die Schulter. Halte die Hand ins Flusswasser und bespritze ihr Gesicht.
Der Junge findet das total spannend, das merke ich. So schnell werde ich den nicht mehr los, also sage ich: »Hilf mir mal, wenn du schon da bist.«
Das muss man ihm nicht zweimal sagen. Er stürzt sich auf Mutter und zieht so heftig an ihrem Arm, dass er ihr fast die Schulter auskugelt. Aus ihrem Mund kommt ein Grunzen, sie blinzelt endlich. Zusammen gelingt es uns, sie hochzuziehen. Sie nuschelt etwas.
»Er hilft uns kurz«, erkläre ich.
»Warte«, sagt der Junge, »ich halte sie an der anderen Seite.«
Sie steht inzwischen, auf unsere Schultern gestützt, mühsam arbeiten wir uns die Anhöhe hoch. Auf dem Weg wird es leichter, und prompt schließen sich ihre Augen wieder halb, während sie wie ein Automat weiter Fuß vor Fuß setzt.
»Was sollte das mit der toten Nutte?«, frage ich.
»Tut mir leid. Ich wusste doch nicht, dass sie deine Mutter ist!«
Ich versuche es anders: »Ich meine, wie bist du darauf gekommen? Hast du schon einmal eine tote Nutte gesehen?«
»Klar. Zweimal. In Frankfurt.«
»Wow.«
»Na ja, nur vom Fenster aus, sie rannte aus einem Haus. Jemand hat auf sie geschossen. Dauernd war da was los auf der Straße, Polizeirazzien, Messerstechereien und so. Wir haben im Bahnhofsviertel gewohnt, das ist eine gefährliche Gegend.« Er klingt stolz.
»Hm.« Hier in der Stadt gibt es auch jede Menge fiese Ecken, aber da bin ich natürlich nachts nicht.
»Ich habe ein Fernglas«, sagt der Junge. »Ein Fernglas?« Ich stelle ihn mir damit am Fenster vor und muss grinsen.
Er grinst zurück: »Ja. Genau wie ein Spanner.«
Ich merke, dass er gern eine Pause machen würde, um sich zu unterhalten, aber den Gefallen kann ich ihm nicht tun. Wir gehen weiter. An der Seite wird das Ufer schnurgerade, und nur niedriges Grün wächst am Rand.
»Frankfurt ist sicher nicht schlecht, oder?«, frage ich. Eigentlich nur, weil man das eben so sagt, denn ich vermisse hier nichts.
»Na ja. Jetzt sind wir hier. Wir sind am Wochenende eingezogen. Da!« Er dreht sich um, soweit das mit Mutter an der Seite geht, und deutet zu den Blocks an der Mainstraße.“

 

 

Fluisterende dorpen

Hoewel onze steden voortdurend proberen
ons met de hemel vertrouwder te maken
doordat zij ons van uitzichtpunten,
balkons en terrassen voorzien
Hoewel ze beweren dat je van bovenaf
misschien wel het meest tedere
punt in de ruimte kunt zien,
een gigantische knikker met een blauw centrum,
en ze ons trappen op en liften in lokken,
ons de veiligheidsvoorzieningen laten zien,
leuningen en netten,
de schoonheid van
de neonreclames,
vrachtwagens zo klein dat we ons
gigantisch voelen
Hoewel we bijna betoverd worden
door het lawaai beneden,
horen we soms het gefluister van de dorpen,
en soms geloven we er iets van,
en springen we
als Superman

 

Vertaald door Frans Roumen

 

2709026-f78498ebbcdf817e326ae6cecab7c130.jpg
Silke Scheuermann (Karlsruhe, 15 juni 1973)

 

 

De Franse schrijver,  essayist en journalist Olivier Guez werd geboren op 15 juni 1974 in Straatsburg. Zie ook alle tags voor Olivier Guez op dit blog.

Uit: Mesopotamië (Vertaald door Tatjana Daan)

“Basra, maart 1916
Miss Ben veegt op de drempel van de hal haar bemodderde rijglaarsjes schoon en slaat met een geërgerd gebaar de zwerm mugjes weg die om haar heen cirkelt. Een Somalische boy, gekleed in een tuniek en met een tulband op, snelt blootsvoets toe om haar schoudermantel en paraplu over te nemen. Hij verzoekt haar hem te volgen, Sir Percy Cox wacht op haar in zijn kantoor. Hij is die ochtend van zijn dienstreis teruggekeerd. Lang en mager, blauwe doordringende ogen: Cox is niet veranderd sinds hun laatste ontmoeting bij gemeenschappelijke vrienden in Londen, zeven jaar terug. Zijn golvende haar is misschien grijzer geworden, maar hij lijkt niet erg verouderd en ziet er in zijn uniform nog altijd even deftig uit. Op zijn kraag herkent Miss Bell de dubbele witte lipjes van de politiek officieren van het Brits-Indische leger. Na in Somalië, Perzië en verschillende emeritaten aan de Perzische Golf te hebben gediend is de eenenvijftigjarige Cox, doorgewinterd dienaar van het Britse Rijk, het hoofd van het civiel bestuur in het bezette Mesopotamië. Cox, vermaard om zijn tact en zijn onverstoorbaarheid, betoont zich zijn reputatie die middag onwaardig. Verscholen achter een stapel topografische kaarten en luchtfoto’s bepotelt hij onder een portret van koning George v zijn snor en scheldt op de regen die aanhoudend op het dak van zijn hoofdkwartier roffelt, een gebouw dat is opgetrokken langs een stinkend kanaal waaruit het oorverdovende gekwaak van kikkers en padden opklinkt, het vaste winterse deuntje van Basra, de op palen gebouwde stad aan het estuarium dat Perzië van Mesopotamië scheidt. Er heerst chaos, heeft Miss Ben vastgesteld in de week dat ze in de stad is. De logistiek van het Brits-Indische leger faalt, de Britten tasten rond in onzekerheid, improviseren, hebben aan alles een tekort. Het is moeilijk, zo niet onmogelijk, de honderdduizenden paarden, soldaten, artsen en brahmanen die aan land zijn gekomen te herbergen en dit grote leger van het Oosten te bevoorraden, bij gebrek aan loodsen en koelinstallaties voor de bederfelijke voedingswaren. Het zuiden van Mesopotamië heeft alleen dadels, wat groenten en vee te bieden, dus alles moet uit India, worden geïmporteerd. Maar de oude handelsstad is niet uitgerust om het eskader onder te brengen dat in haar wateren ronddobbert. De haven zit vol, de grote vaartuigen gaan op volle zee voor anker. Onder wolkbreuken en een verzengende zon zijn uren, zelfs dagen nodig om mensen, dieren, goederen en munitie op kleinere transportmiddelen als gondels en ranke kaïks over te schepen en naar de drabbige, van vliegen en muggen vergeven oevers te brengen. Miss Bell heeft het aan den lijve ondervonden en tijdens de overtocht is ze door haar kousen heen in haar benen gestoken. Ze heeft onderweg opgemerkt dat het enige hospitaalschip overvol is en dat de stroom aan bootjes nog lang niet ophoudt.”

 

2709026-363923a6eaba56ca3be4fe5a70c1dbd9.jpg
Olivier Guez (Straatsburg, 15 juni  1974)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 15e juni ook mijn blog van 15 juni 2021 en eveneens mijn blog van 15 juni 2019 en ook mijn blog van 15 juni 2017 deel 1 en eveneens deel 2.



Geschreven door Romenu om 17:17 Reageer op dit bericht

Alex Boogers, Silke Scheuermann

De Nederlandse schrijver Alex Boogers werd geboren op 14 juni 1970 in Vlaardingen. Zie ook alle tags voor Alex Boogers op dit blog.

Uit: De honden die we zijn (Samen met Leon Verdonschot)

“Ik weet niet meer precies hoe oud ik was toen we weer op vakantie naar Limburg gingen en ik Tobie leerde kennen. Voor mij was Limburg het enige ‘buitenland’ dat ik de eerste zestien jaar van mijn leven kende. Elke vakantie probeerde ik in een grot een stuk mergel los te bikken en als een schat mee te nemen naar onze tent, waar ik een kunstwerk van het zachte gesteente hoopte te maken. Mijn moeder brulde elke keer dat ik niet te ver de grotten in mocht, omdat ik anders zou verdwalen. “Laat dat kind!” zei mijn vader: “Zo wordt het tenminste een vent.”
“Wat? Als hij verdwaalt in een grot?” Mijn vader keek mijn moeder hoofdschuddend aan. ”Als hij zijn weg vindt,” zei hij, en daarna zette hij het flesje bier weer aan zijn mond, en keek hij naar de andere campinggasten, die aan het badmintonnen waren, lagen te sudderen in de zon of die de barbecue in de fik probeerden te steken. We gingen elk jaar naar een veld in Meerssen dat eigendom was van een boer die wat extra geld wilde verdienen en een bord in de grond had gestoken met daarop de nieuwe functie van het veld: ‘CAMPING’. Nadat we de camping hadden bereikt, zei mijn moeder: “Wat een achenebbisj! Dit is gewoon een boerenveld.” “Een paradijs”, zei mijn vader glunderend. “En goedkoop!” De locatie was gunstig gelegen, tegenover het bos en de grotten, aan de rand van de rivier de Geul, omringd door koeien die ons elke ochtend wakker loeiden. Het veld was hobbelig door de vele molshopen, en als de wind verkeerd stond, dan rook je de stank van koeienvlaaien. De boer had bij zijn huis provisorisch vier douches aangelegd en in een gat in de grond een betonnen kikkerbad laten storten waar de kinderen konden zwemmen en spelen.
Tijdens een van onze eerste vakanties op de camping werden we elke ochtend begroet door een hond die langs de tenten zwierf en om wat eten bedelde. Toen ik voor de tent aan het spelen was kwam hij ineens aanwandelen en bekeek hij wat ik aan het doen was. Misschien wilde hij weten of er iets te bietsen viel. Hij liet zich moeilijk aanhalen en bleef mij op afstand gadeslaan. Ik vroeg aan mijn vader, die met zijn blote, harige buik voor de opening van de tent stond, wat voor hond het was. “Dat is geen hond, dat is een rat,” zei hij.”Misschien is het een poedel,’ zei ik.”

 

2708891-ebd887d3f7817dae63e8113d143fc08a.jpg
Alex Boogers (Vlaardingen, 14 juni 1970)
Alex Boogers en Leon Verdonschot

 

 

De Duitse dichteres en schrijfster Silke Scheuermann werd geboren op 15 juni 1973 in Karlsruhe. Zie ook alle tags voor Silke Scheuermann op dit blog.

 

Het appartement

In mijn tweede kamer
sliep heel schattig
een kerkhof toen ik
’s avonds terugkwam
De meubels zijn bleek en al lang tamelijk koud
Ze verspreiden nog steeds een vleugje
lavendelgeur

Ik besteed al lang geen aandacht meer
aan de crisissen in mijn kamer
Kamers doen constant alsof ze dood zijn
ze willen niet eens
mijn bomen terug
naar het raam transporteren
ze weigeren hardnekkig
mij meer te bieden

dan de winterromantiek van de kasten
een appartement vol ijskoude kleren
geplooide gordijnen
en massa’s motten
uitgerekend deze insecten

Ik moet me tevredenstellen
met hun kleine moorden
in het weefsel van de tijd

kan zolang
kussens en poppen
je voodoo-gezicht geven

af en toe een mot doodslaan
die zich in de stof vreet

Ik zal ’s morgens met
mijn tweede kamer

ontwaken om me heen kijken, me eenzaam voelen
en weer in slaap vallen

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 

2708891-d4a2e2ff8609f7d69118f4721dc438a2.png
Silke Scheuermann (Karlsruhe, 15 juni 1973)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 13e juni ook mijn blog van 13 juni 2021 en ook mijn blog van 13 juni 2020 en eveneens mijn blog van 13 juni 2019 en ook mijn blog van 13 juni 2017 en mijn blog van 13 juni 2015 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 17:31 Reageer op dit bericht

Thomas Heerma van Voss, Silke Scheuermann

De Nederlandse schrijver Thomas Heerma van Voss werd geboren in Amsterdam op 13 juni 1990. Zie ook alle tags voor Thomas Heerma van Voss op dit blog.

Uit: Ultimatum

“4 maart
Op Aswoensdag begon het gedenken, het vasten en het overpeinzen. Vandaag werd er gezondigd. Voor het Café du Monde stonden lange rijen; mannen en vrouwen uitgedost met boa’s, kleurrijke pruiken, eindeloos veel kralenkettingen. Iets verderop, in Bourbon Street, trokken toeristen en stedelingen over de natte straatstenen. Linten van rode lampjes en lampionnen hingen tussen de huizen, cocktails in groene bekers gingen van hand tot hand, vrouwen met ontbloot bovenlichaam lieten hun borsten aanraken in ruil voor absint. En toen de zoveelste hoosbui over de stad raasde, trok iedereen zich terug in cafés of schuilde onder een afdakje. Alle chaos die er in een mensenleven te vinden was, kwam hier samen, op deze ene avond. Mardi Gras, Vette Dinsdag, in New Orleans. Het was iets over elven toen Nathalie Underwood, in een witte spijkerbroek en een wit hemdje met glitters op de schouders, zich langs een groepje studenten wrong, richting de bar van Café du Monde. Ze bestelde een Sazerac, extra bourbon. Toen ze een hand op haar schouder voelde, verstijfde ze en keek achterom.
Een paar seconden stonden ze, te midden van al dat geruis, roerloos tegenover elkaar, Nathalie en de man verkleed als skelet. Zwart textiel maskeerde zijn lichaam, de getekende botten waren fluorescerend wit. Om zijn nek hing een ketting van afgestreken lucifers. Langzaam trok hij zijn masker af. Nathalie keek schichtig om zich heen, niemand besteedde aandacht aan hen. “Ik wist niet dat jij het was,” zei ze. Waar is jouw masker?” “Daar had ik geen zin in. Waarom wilde je hier afspreken?” ”Ik wil je iets in de buurt laten zien. Een halfuurtje rijden, hooguit. Mijn auto staat in een zijstraat.” Om hen heen klonk ‘When the Saints Go Marching In’, een zwalkende uitvoering. “Binnen een uur wil ik terug zijn,”zei ze. “Ik wil zo min mogelijk missen.” “Je zult niets missen, dat beloof ik.” Hij trok zijn masker weer over zijn hoofd, Nathalie liet haar Sazerac op de bar staan en nam van niemand afscheid.
Louisiana. Beekjes en rivieren kronkelen als opgezette aderen door de dalen, met op de achtergrond de fabriekstorens die dag en nacht roken. Akkers staan blank, riet groeit net zo lang tot de deining het doet knakken. En heel af en toe doorkruist een eenzame auto het landschap, als een vlieg die over een landkaart kruipt. “Kun je wel goed zien met dat masker op?” vroeg ze. “Mijn ogen zijn vrij.”

 

2708748-abc0b6c031b984e894b3c0b6bcad272a.jpg
Thomas Heerma van Voss (Amsterdam, 13 juni 1990)

 

 

De Duitse dichteres en schrijfster Silke Scheuermann werd geboren op 15 juni 1973 in Karlsruhe. Zie ook alle tags voor Silke Scheuermann op dit blog.

 

 

Acacia

Zo bescheiden dat zelfs de zon
de betekenis van trots in twijfel trekt, maar ongeduldig,
oh ja, zelfs de uitspraken die ze doet
over de winter zijn ademloos,
een ruisen dat weinig met wind te maken heeft,
meer met taal, stille kracht. Ze
kunnen allemaal als beloftes worden gelezen. Geven aan
dat de Serengeti slechts een halte in een
spannend leven was en dat ze nu hier
haar paraplu uitspreidt, silhouet van
veiligheid. Niets eindigt snel genoeg,
geen enkele dag: er is alleen ongeduld, wachten –
totdat de zon eindelijk in slaap valt.
Samen met haar bewering: wachten, dat
maakt niet uit, wachten is overgang.
De natuur is niet donker,
de wereld is donker.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 

2708748-83df762b0cfb95b7f9012d181871408f.png
Silke Scheuermann (Karlsruhe, 15 juni 1973)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 13e juni ook mijn blog van 13 juni 2021 en ook mijn blog van 13 juni 2020 en eveneens mijn blog van 13 juni 2019 en ook mijn blog van 13 juni 2017 en mijn blog van 13 juni 2015 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 15:01 Reageer op dit bericht

Christoph Meckel

De Duitse dichter, schrijver en graficus Christoph Meckel werd geboren op 12 juni 1935 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Christopher Meckel op dit blog.

Uit: Suchbild. Über meinen Vater

„Mit Zuverlässigkeit und Pedanterie verwaltete er die eigene Lebenszeit. Alles Gelebte zu den Papieren. Er archivierte.
Er sammelte und pflegte mit Feingefühl. Ordnete, stapelte, bündelte, legte ab und bewahrte auf. Erinnerte, sichtete, reinigte und hielt zusammen.
Spinneneifer setzte die Daten seiner Biographie zueinander in Beziehung und nahm sie zum Anlaß für die beständige Frage, was vor sieben Jahren gewesen sei und was in wiederum sieben Jahren sein würde. Die Kopfschmerzen dieses Tages und Adalbert Stifters Geburtstag; das Weinglas dieses Abends und eine Zecherei in Blansingen vor zehn Jahren. Gleichermaßen konkret und irrational wurde dem Tageskalender Vergangenes als Folie unterlegt, wurde tote Zeit mit lebendiger Zeit verflochten. Seine Witterung für Vergangenes war untrüglich. Melancholische Verlebendigung.
Er sammelte Zeitungsausschnitte, Familienfotos, Rechnungen und Durchschläge aller Art. Er bündelte die Briefe seiner Familie, seiner Freunde und Bekannten, Gratulationen, Danksagungen, Rundschreiben und obskure Drucksachen.
Über die nötige Aktenordnung hinaus sammelte er selbstverfaßte Artikel und die Rezensionen anderer, seine Themen betreffend. Er hortete Hölzer, Steine und Trambahnbillette, sammelte die ersten oder letzten Ahornblätter des Jahres und ließ sie als Lesezeichen in Büchern zurück, versehen mit Datum und Ortsangabe. Er sammelte Bilder von Malern seiner Landschaft (Bizer, Scherer, Dinkelsbühler), Konzerteinladungen, Plakate und Ahnentafeln sowie Dokumente aller Art über Großväter, Tanten, Kusinen und ferne Verwandte. Er notierte die Todestage, Hochzeitstage, Geburtstage und Namenstage seiner Freunde, ihre Unfälle, Glücksfälle, Krankheiten und Telefonanrufe. Er verzeichnete die Todesursachen aller vom Hörensagen bekannten Leute und die Tode von Filmschauspielern, die er vor dreißig Jahren bewundert hatte.
Schubladen voll gebräunter Papierpakete. Er notierte Träume, Begegnungen mit Bekannten, die beiläufigen und die erfüllten Gespräche, Ergebnisse von Tennisspielen, Schießübungen und Blutsenkungen. Er notierte Vollmondnächte und Sternfall, sammelte die Locken seiner Kinder, verzeichnete die Zahl getrunkener Schoppen und das tägliche Wetter: Hochdruck, Tiefdruck und Körperreaktion; Regen und Föhn und die entsprechende Stimmung. Wetterkataloge, gesammelter neige d’antan aus vier Jahrzehnten. Speisezettel, Waschzettel, Flugscheine, Hotelrechnungen und Kinoprogramme.“

 

 

Ruimte

Sinds hij ademhaalde, zijn naam kende,
haalde hij goden naar zich toe op aarde,
plaatste hij lokvogellichamen op rotsen en aan de kust,
………………beelden, aas van steen, onbeweeglijk, stemloos,
die oneindigheid ontvingen
…………………………….in het ruisen van wind en branding,
en geen mens wist of er ooit een god was gekomen,
onontdekt bleef of een schaduw in het licht wierp.

De woede en de berusting van degenen op aarde lopen uit op niets.
Maar ze varen naar de beelden toe,
die aan de kust uit elkaar vallen, verwachten van de godheid niets,
en herkennen de zeevogel, altijd dezelfde,
zijn roep in de wind zonder uitleg.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 

2708653-cbfc0b2c1cead29d833d7fa159a1a262.jpg

Christoph Meckel (12 juni 1935 – 29 januari 2020)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 12e juni ook mijn blog van 12 juni 2020 en eveneens mijn blog van 12 juni 2019 en ook mijn blog van 12 juni 2016 deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:52 Reageer op dit bericht

William Styron, Christoph Meckel

De Amerikaanse schrijver William Styron werd op 11 juni 1925 in Newport News in de staat Virginia geboren. Zie ook alle tags voor William Styron op dit blog.

Uit: Set This House on Fire

“My name is Peter Leverett. I am white, Protestant, Anglo-Saxon, Virginia-bred, just past thirty, in’ good health, tolerable enough looking though possessing no romantic glint or cast, given to orderly habits, more than commonly inquisitive, and strongly sexed—though this is a conceit peculiar to all normal young men. I have lived and worked for the past few years in New York. It is with neither pride nor distress that I confess that—in the idiom of our time—I am something of a square. By profession I am a law-yer. I am ambitious enough to wish to succeed at my trade, but I am no go-getter and, being constitutionally unable to scrabble and connive, I suspect that I shall remain at that decent, mediocre level of attainment common to all my ancestors, on both branches of the tree. This is not, on the one hand, cynicism, nor is it, on the other, self-abasement. I am a realist, and I wish to tell you on good authority that the law—even in my drab province, where only torts, wills, and contracts are at stake—demands as much simple deviousness, as much shouldering-aside of good friends, as any other business. No, I am not up to it. I am stuck, so to speak, with my destiny and I am making the pleasant best of it. While maybe not as satisfying as the role of the composer I once had an idea I might try to play, it is more than several times as lucrative; besides, in America no one listens to composers, while the law, in a way that is at once subtle and majestic and fascinating, still works its own mu-sic upon the minds of men. Or at least I hope to think so. A few years ago, when I came back from Italy and Sambuco and took a job in a New York firm (somewhat second-rate, I must admit, and not on Wall Street yet laggardly nearby, which caused our office wits to suggest the slogan “Walk a block and save”)—several years ago I found myself in a really rather bad state. The death of a friend—especially under the circumstances that befell Mason Flagg, even more especially when one has been on the scene, witnessed the blood and the tumult and the shambles—is not something that can be shaken off easily at all. And this applies even when, as in my case, I had thought myself alienated from Mason and all that he stood for. I will come to Mason’s ending presently, and it will be described, I hope, in all its necessary truth; for the moment let me say only that it left me quite desperately stunned.”

 

2708522-945b224d9bcfdcf973e1fdbf90bfbe43.jpg
William Styron (11 juni 1925 – 1 november 2006)

 

 

De Duitse dichter, schrijver en graficus Christoph Meckel werd geboren op 12 juni 1935 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Christopher Meckel op dit blog.

 

Fluisteren

Dat je haar hebt gekust, met haar langs de kust
hebt gewandeld en de maan was er—
Dat je jurken voor haar hebt gekocht,, rokken en lijfjes
sieraden en gouden prullaria zoals de mijne, en zomerhoeden,
wijn uit de heuvels en lepels zilver—

En dat je haar een naam hebt geschonken,
nachtdruppel van mijn ziel, vogelblauw—
dat je met haar onderweg was in de heldere maand juni,
onvindbaar in de herfst, in aards onkruid —

Maar dat je met haar hebt gefluisterd
in de nacht, de kaars brandde, de uil riep—
Het is het gefluister. Het is het gefluister.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 

2708522-cbfc0b2c1cead29d833d7fa159a1a262.jpg
Christoph Meckel (12 juni 1935 – 29 januari 2020)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 11e juni ook mijn blog van 11 juni 2020 en eveneens mijn blog van 11 juni 2019 en ook mijn blog van 11 juni 2017 deel 2.

Geschreven door Romenu om 15:36 Reageer op dit bericht

Jan Brokken, Christoph Meckel

De Nederlandse schrijver Jan Brokken werd geboren op 10 juni 1949 in Leiden. Zie ook alle tags voor Jan Brokken op dit blog.

Uit: De tuinen van Buitenzorg

 “Op een late zomermorgen hoor ik op de radio een pianostuk dat geschreven is door een componist van Poolse origine en de titel ‘De tuinen van Buitenzorg’ draagt. Een wonderbaarlijk mooi stuk van een minuut of vijf dat ik onmiddellijk associeer met het ruisen van palmen, een specifiek geluid dat, schreef mijn moeder ooit in een brief, aan harken doet denken, aan geduldig bladeren harken. Ik zet de radio harder en ben in één keer terug in de Kebun Raya Bogor, de majestueuze hortus botanicus van Bogor. Tot 1949, het jaar van de Indonesische onafhankelijkheid, heette het ’s Lands Plantentuin te Buitenzorg. Ik hoorde mijn ouders er verscheidene malen over praten, ofschoon met grote tussenpozen, om niet toe te geven aan het onmogelijke verlangen naar wat voorbij was. Aan het begin van hun veertienjarig verblijf in Indië brachten ze afwisselend vijf maanden in Batavia en zes weken in Buitenzorg door. Dankzij de ligging op driehonderd meter hoogte was Buitenzorg merkbaar koeler dan Batavia, ook al regende en onweerde het er erg vaak voelde de lucht klam aan. De natuur was van een overweldigende pracht. Terwijl mijn vader ‘nastudeerde’ aan de Hogere Theologische School in Buitenzorg, wandelde mijn moeder – nu ja, de jonge vrouw die mijn moeder zou worden – alle dagen in de tuinen. Of speelde dicht bij ’s Lands Plantentuin haar eerste potjes badminton, een sport die toen net populair aan het worden was in Azië en door zowel vrouwen als mannen werd beoefend, al dan niet in gemengd dubbel, wat huiveringwekkend modern was in die jaren. Badminton wordt meestal binnen gespeeld vanwege de windgevoeligheid van de shuttle, maar in de nabijheid van zoveel palmen en bamboehagen in Buitenzorg deed mijn moeder het buiten. Olga was in 1935 een vrouw – ik zou bijna schrijven: een meisje – van drieëntwintig voor wie het leven plotseling vaart en diepgang begon te krijgen en voor wie de ene na de andere wereld openging, in een bijna duizelingwekkend tempo. Vierenveertig jaar later, toen ik op het punt stond naar Indonesië te vertrekken, vertelde ze me dat ze in de tuinen van Buitenzorg op slag verliefd was geraakt op de tropen, niet alleen gevoelsmatig maar ook zintuiglijk door alle peuren. De omvang van de hortus botanicus was enorm, zevenentachtig hectare, en ’s Lands Plantentuin liep over in de paleistuin van de Gouverneur-Generaal, waardoor het geheel nog veel groter oogde. Wandelend langs vijvers, met waterlelies zo groot en fel van kleur dat ze als vuurwerk uit het water leken te schieten, begon ze iets van de uitzinnigheid van de tropen te begrijpen.”

 

 

2708418-abf22ce4a868f6ce100271d163103ea9.png
Jan Brokken (Leiden, 10 juni 1949)

 

 

De Duitse dichter, schrijver en graficus Christoph Meckel werd geboren op 12 juni 1935 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Christopher Meckel op dit blog.

 

 

Ogen

Opgedragen aan de nagedachtenis van Klabund

De ogen van de gezonden
zien de wereld
tot aan de rand van de Atlantische Oceaan,
de ogen van de zieken
zien dwars door de wereld heen
tot aan het punt waar de schittering
van de noorderlichtflitsen ophoudt.

De blikken van de doden
overzien de hele aarde
en herkennen zelfs de ouder wordende engelen
die zich, achter de sleutelgaten,
stilletjes verdringen om een blik
in mijn verbijsterde ogen te werpen.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 

2708418-5823487988e9337b21a9a5904cab9d8c.jpg
Christoph Meckel (12 juni 1935 – 29 januari 2020)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 10e juni ook mijn blog van 10 juni 2024 en ook mijn blog van 10 juni 2021 en ook mijn blog van 10 juni 2020 en eveneens blog van 10 juni 2019 deel 1 en eveneens deel 2.



Geschreven door Romenu om 17:04 Reageer op dit bericht

Maarten Doorman, Marie Howe

De Nederlandse dichter, schrijver, criticus en filosoof Maarten Doorman werd geboren op 9 juni 1957 in Medina Sidonia (Spanje). Zie ook alle tags voor Maarten Doorman op dit blog.

 

 

Zolderpanorama

I Eerste maandag

De daken varen langzaam door de lucht
met een teveel aan schoorstenen.
Meeuwen willen er niet aan
en ontlenen aan dat misverstaan
de snellere beweging van hun vlucht.

Hoor de sirene.

 

II Nacht

Op zee is het zo niet donker
en zijn de lichtjes hoger
dan het geflonker hier onder de golven.
En al vloog er zojuist nog een witte vogel,
het water van de nacht heeft nu
een leven bedolven dat huiverend schijnt

op antennes en de lijst van een huizenromp.
Geen ster, geen sirene die de koers bepaalt.
Ochtend kom voor de maan daalt.

 

III Grindpaden

Rondom de platte daken in de zon:
weinig hebben ze te maken met
het darmgerommel uit de stad,
met het gegons veraf van de straten.
Meeuwen weten dat, eksters
en wat spreeuwen op een schoorsteen.

Wind waait straf
over grindpaden
tussen gazons van lucht,
waait strak
als tijd door een kalender.

Wind polijst het licht.
Hier begint straks een wandeling
naar steeds ontwender onderdak,
weg van zicht op overzicht.

Vogels is het hierboven bekend.
Toch laten ze achteloos ook
zich vallen als was in de grond
iets van hun gading en waren niet zij
tot die bodem bestemd.

 

2708302-7b05ef854822946efb15d2d11e546fda.jpg
Maarten Doorman (Medina Sidonia, 9 juni 1957)

 

 

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Amerikaanse dichteres Marie Howe werd geboren op 18 oktober 1950 in Rochester, New York. Zie ook alle tags voor Marie Howe op dit blog.

 

 

Laagtij, eind augustus

Die laatste zomer, toen alles bijna altijd vreselijk was,
waadden we op een late namiddag de baai in, toen het tij
bijna helemaal was teruggetrokken.

We gingen in het water zitten, tot aan onze middel.
Ik dreef op zijn schoot, met mijn gezicht naar hem toe, mijn benen om hem heen.
En we vrijden in stilte,

en bleven zo losjes met elkaar verbonden, zonder te bewegen,
maar wel meegevoerd door het zacht zuigende en klotsende water,
totdat het tij zijn einde bereikte en langzaam weer begon terug te stromen.

Enkele kinderen renden achter elkaar aan, gierend in het ondiepe water, dichtbij maar niet té dichtbij.

Ik liet mijn kin op zijn schouder rusten en keek naar de kust.
Hij moet over mijn schouder hebben gekeken, naar waar het water
dieper werd en de kleine bootjes aan hun ankers trokken.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 

2708302-421bb4fd45e2f9029e9f40181efdad14.jpg
Marie Howe (Rochester, 18 oktober 1950)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 9e juni ook mijn blog van 9 juni 2020 en eveneens mijn blog van 9 juni 2019 en ook mijn blog van 9 juni 2018 deel 2.

Geschreven door Romenu om 17:05 Reageer op dit bericht

Marguerite Yourcenar, Marie Howe

De Belgisch-Amerikaanse, Franstalige schrijfster Marguerite Yourcenar werd geboren in Brussel op 8 juni 1903. Zie ook alle tags voor Marguerite Yourcenar op dit blog.

Uit: Herinneringen van Hadrianus (Vertaald door Jenny Tuin)

“Beste Marcus,
Vanmorgen ben ik bij mijn arts Hermogenes geweest, die net van een vrij lange reis door Azië in de Villa is teruggekeerd.
Ik moest nuchter zijn voor het onderzoek; we hadden een afspraak gemaakt voor de eerste ochtenduren.
Na me van mijn mantel en tunica te hebben ontdaan ben ik op een bed gaan liggen.
Ik bespaar je allerlei bijzonderheden die voor jou even onaangenaam zouden zijn als voor mezelf, en ook de beschrijving van het lichaam van een ouder wordende man die op weg is te sterven aan waterzucht door hartzwakte.
Laat ik alleen zeggen dat bewustzijn heb gehoest, gezucht en mijn adem heb ingehouden volgens de aanwijzingen van Hermogenes, die zijns ondanks verontrust was over de zo snelle voortschrijding van de kwaal en de schuld ervan probeerde af te schuiven op de jonge Lollas, die me tijdens zijn afwezigheid heeft behandeld.
Het is moeilijk in het bijzijn van een arts keizer te blijven, moeilijk ook je menselijke waardigheid te behouden. Het oog van de medicus zag in mij niets anders dan een hoop lichaamssappen, triest mengsel van lymfe en bloed.
Vanmorgen is voor het eerst de gedachte in me opgekomen dat mijn lichaam, die trouwe metgezel, die vriend, zekerder en mij beter bekend dan mijn ziel, ) veeleer een geniepig monster is dat op een gegeven moment zijn meester zal verslinden. Het zij zo…
Ik houd van mijn lichaam; het heeft me goed gediend, in alle opzichten, en ik wil het de nodige zorgen niet ontzeggen. Maar ik reken niet meer, zoals Hermogenes nog voorwendt te doen, op de wonderdadige krachten van planten of de juiste dosering van minerale zouten die hij in het Oosten is gaan zoeken.
Die anders toch zo fijnzinnige man heeft me ter bemoediging allerlei vage formules opgedist, te banaal om wie dan ook te bedotten; hij weet hoezeer ik dat soort bedrog haat, maar je kunt nu eenmaal niet ongestraft meer dan dertig jaar de geneeskunde beoefenen. Ik vergeef die goede dienaar deze poging om mijn dood voor me te verdoezelen. Hermogenes is bekwaam; hij is zelfs wijs; zijn integriteit staat ver boven die van een gewone hofarts.
Ik zal het voorrecht genieten de best verzorgde aller zieken te zijn. Maar niemand kan de gestelde grenzen overschrijden; mijn gezwollen benen houden me tijdens de lange plechtigheden in Rome niet meer staande; ik snak naar adem, en ik ben zestig jaar.”

 

2708160-deed201e150ea3e9373e6c6480c0cc28.jpg
Marguerite Yourcenar (8 juni 1903 – 17 december 1987)

 

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Amerikaanse dichteres Marie Howe werd geboren op 18 oktober 1950 in Rochester, New York. Zie ook alle tags voor Marie Howe op dit blog.

 

De koperbeuk

Immens, helemaal zichzelf,
droeg hij de tuin als een jurk,

met takken die laag genoeg hingen zodat ik erin te komen
en de kromme ladder kon beklimmen naar

waar ik tegen de stam kon leunen en kon oefenen in alleen zijn.

Op een dag hoorde ik het geluid voordat ik het zag, regen viel
en maakte het trottoir donker.

Zittend dicht bij het midden, niet erg hoog in de takken,
hoorde ik het geluid op de hoge bladeren vallen, en ik was blij,

en keek naar wat er gebeurde zonder dat het mij overkwam.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

2708160-cce9d5f95ee27ecb10feaf0be33eaafe.jpg
Marie Howe (Rochester,  18 oktober 1950)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 8e juni ook mijn blog van 8 juni 2020 en eveneens mijn blog van 8 juni 2019 en ook mijn blog van 8 juni 2018 en eveneens mijn blog van 8 juni 2017.



Geschreven door Romenu om 17:11 Reageer op dit bericht

A Trio of Sonnets for Corpus Christi (Malcolm Guite), Orhan Pamuk, Nikki Giovanni

 

 

2708054-593174e2e94fdb41aaebcbb31621b1ba.jpg
De Sacramentsprocessie door Hipolit Lipiński, 1881

 

 

A Trio of Sonnets for Corpus Christi

2. Hide and Seek

Ready or not, you tell me, here I come!
And so I know I’m hiding, and I know
My hiding-place is useless. You will come
And find me. You are searching high and low.
Today I’m hiding low, down here, below,
Below the sunlit surface others see.
Oh find me quickly, quickly come to me.
And here you come and here I come to you.
I come to you because you come to me.
You know my hiding places. I know you,
I reach you through your hiding-places too;
Touching the slender thread, but now I see –
Even in darkness I can see you shine,
Risen in bread, and revelling in wine.

 

2708054-4b1d71e6b66f1318bebdff85a182d123.jpg
Malcolm Guite (Ibadan, 12 november 1957)
De Dominicaanse Kapel in Ibadan

 

 

De Turkse schrijver Orhan Pamuk werd geboren op 7 juni 1952 in Istanbul. Zie ook alle tags voor Orhan Pamuk op dit blog.

Uit: De heer Cevdet en zonen (Vertaald door Veronica Divendal)

“Ochtend ‘Mijn pyjama, mijn rug… de hele klas… de lakens… o, mijn hele bed is doorweekt! Ja, alles is drijfnat en ik ben wakker!’ murmelde meneer Cevdet. Alles was inderdaad kletsnat, net als even tevoren in zijn droom. Hij draaide zich met een snurk om in zijn bed, herinnerde zich de droom en rilde. In zijn droom zat hij tegenover de meester in de klas op de jongensschool in Kula. Hij tilde zijn hoofd op van het natte kussen en kwam overeind. Ja, we zaten tegenover de meester. De hele school stond tot kniehoogte onder water,’ mompelde hij. ‘Hoe was dat ook weer gekomen? O ja, het dak van de school lekte. Het zoute water dat door het plafond kwam, stroomde over mijn gezicht en borst en langzaam liep de vloer van het lokaal vol. De meester wees voor de ogen van de hele klas met zijn stokje naar mij en zei: “Dat komt allemaal door die Cevdet.” ‘ Huiverend zag hij weer levendig voor zich hoe de meester naar hem had gewezen, hoe zijn klasgenoten zich en masse beschuldigend naar hem toe hadden gedraaid en hem met minachting hadden bekeken, het ergst van allemaal nog wel zijn twee jaar oudere broer. Maar de meester, die in staat was om zonder met de ogen te knipperen de hele klas bij elkaar tot lijfstraf te veroordelen en die je met een slag van zijn stok buiten westen kon slaan, kon zich er op de een of andere manier niet toe zetten hem te straffen voor het water dat van het plafond naar beneden kwam. Ik was anders dan alle anderen, ik was alleen en werd met minachting bekeken, herinnerde meneer Cevdet zich. Maar niemand durfde aan mij te komen, al liep op dat moment de hele school werkelijk vol water! Plotseling sloeg de vreselijke droom om in een leuke en aangename herinnering: ik was anders, een eenling, maar ze konden mij niet straffen. Terwijl hij uit bed stapte, herinnerde hij zich hoe hij op een keer op het dak van de school was geklommen en dakpannen had vernield. Ik had dakpannen kapotgegooid. Hoe oud zal ik zijn geweest? Zo’n jaar of zeven. Nu ben ik zevenendertig, verloofd en bijna getrouwd.”

 

2708054-68708c69a03ffdbd107daf2e4c44e479.jpg
Orhan Pamuk (Istanbul, 7 juni 1952)

 

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Nikki Giovanni werd geboren op 7 juni 1943 in Knoxville, Tennessee. Zie ook alle tags voor Nikki Giovanni op dit blog.

 

 

Toegestane dingen

Ik heb een spin gedood
Geen moordlustige bruine kluizenaarspin
En zelfs geen zwarte weduwe
En om je de waarheid te zeggen
Was het maar een kleine
Soort papierachtige spin
Die had moeten wegrennen
Toen ik het boek oppakte
Maar dat deed ze niet
En ze maakte me bang
En ik heb haar doodgeslagen

Ik denk niet
Dat het is toegestaan

Om iets te doden

Omdat ik

Bang ben

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

2708054-272db56dfa2b6ad62d97d6647c128273.jpg
Nikki Giovanni (7 juni 1943 – 9 december 2024)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 7e juni ook mijn blog van 7 juni 2020 en eveneens mijn blog van 7 juni 2019 en ook mijn blog van 7 juni 2015 deel 2.



Geschreven door Romenu om 17:08 Reageer op dit bericht

Thomas Mann, Nikki Giovanni

De Duitse schrijver Thomas Mann werd geboren in Lübeck op 6 juni 1875. Zie ook alle tags voor Thomas Mann op dit blog.

Uit: Mario und der Zauberer

„Ernstlich, man soll im September nach Torre di Venere gehen, wenn das Bad sich vom großen Publikum entleert hat, oder im Mai, bevor die Wärme des Meeres den Grad erreicht hat, der den Südländer dafür gewinnt, hineinzutauchen. Auch in der Vor- und Nachsaison ist es nicht leer dort, aber gedämpfter geht es dann zu und weniger national. Das Englische, Deutsche, Französische herrscht vor unter den Schattentüchern der Capannen und in den Speisesälen der Pensionen, während der Fremde noch im August wenigstens das Grand Hôtel, wo wir mangels persönlicher Adressen Zimmer belegt hatten, so sehr in den Händen der florentinischen und römischen Gesellschaft findet, dass er sich isoliert und augenblicksweise wie ein Gast zweiten Ranges vorkommen mag.
Diese Erfahrung machten wir mit etwas Verdruss am Abend unserer Ankunft, als wir uns zum Diner im Speisesaal einfanden und uns von dem zuständigen Kellner einen Tisch anweisen ließen. Es war gegen diesen Tisch nichts einzuwenden, aber uns fesselte das Bild der anstoßenden, auf das Meer gehenden Glasveranda, die so stark wie der Saal, aber nicht restlos besetzt war, und auf deren Tischchen rotbeschirmte Lampen glühten. Die Kleinen zeigten sich entzückt von dieser Festlichkeit, und wir bekundeten einfach den Entschluss, unsere Mahlzeiten lieber in der Veranda einzunehmen – eine Äußerung der Unwissenheit, wie sich zeigte, denn uns wurde mit etwas verlegener Höfl
ichkeit bedeutet, dass jener anheimelnde Aufenthalt »unserer Kundschaft«, »ai nostri clienti«, vorbehalten sei. Unseren Klienten? Aber das waren wir. Wir waren keine Passanten und Eintagsfliegen, sondern für drei oder vier Wochen Hauszugehörige, Pensionäre. Wir unterließen es übrigens, auf der Klarstellung des Unterschiedes zwischen unsersgleichen und jener Klientele, die bei rotglühenden Lämpchen speisen durfte, zu bestehen und nahmen das Pranzo an unserm allgemein und sachlich beleuchteten Saaltische – eine recht mittelmäßige Mahlzeit, charakterloses und wenig schmackhaftes Hotelschema; wir haben die Küche dann in der Pensione Eleonora, zehn Schritte landeinwärts, viel besser gefunden.“

 

2707912-4a3875fb26260941cba76328d102526c.jpg
Thomas Mann (6 juni 1875 – 12 augustus 1955)

 

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Nikki Giovanni werd geboren op 7 juni 1943 in Knoxville, Tennessee. Zie ook alle tags voor Nikki Giovanni op dit blog.

 

 

Laurierblaadjes

Ik keek toe hoe mama
Kookte
Hoewel ik kookte
Met oma

Met oma leerde ik
Kippen plukken
Wortels schillen
Darmen binnenstebuiten keren
Varkenspoten schrobben

Met mama keek ik toe hoe ze
Restjes verwerkte voor stoofpot
Of groentesoep
Grote witte bonen
Een mix van boerenkool, rapen en mosterdgroenten maakte
Knoflookteentjes laurierblaadjes
Prachtig groen
Stevig en fris
Met een snufje zout
Niet alles tegelijk
Altijd, maar toch altijd
Alles bewaren

Ik maak mijn eigen
Unoxsoep in een slow cooker
Ik maak mijn eigen ijs met een snufje zout
En al het andere
Met knoflook
Maar verse laurierblaadjes
Gebruik ik alleen voor heel speciale
Ossenstaarten

 

Vertaald door Frans Roumen

 

2707912-272db56dfa2b6ad62d97d6647c128273.jpg
Nikki Giovanni (Knoxville, 7 juni 1943)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 6e juni ook mijn blog van 6 juni 2020 en eveneens mijn blog van 6 juni 2019 en ook mijn blog van 6 juni 2015 deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:38 Reageer op dit bericht

Federico García Lorca, Paul Farley

De Spaanse dichter en toneelschrijver Federico Garcia Lorca werd geboren op 5 juni 1898 in Fuente Vaqueros, Granada. Zie ook alle tags voor Federico Garcia Lorca op dit blog.

 

 

Kerseboom in bloei

In maart
reis je naar de maan.
Je laat je schaduw hier.

De weilanden worden
onwerkelijk. Het regent
witte vogels.

Ik raak verdwaald in je bos
en schreeuw: Open u, Sesam!
Ik lijk wel een kind! Die schreeuw:
Open u, Sesam!

 

 

Ontwaak

De kam van de dag
komt tevoorschijn.

De witte kam
van een gouden haan.

De kam van mijn lach
komt tevoorschijn.

De gouden kam
van een dolende haan.

 

 

Verzinsels

(sterren van sneeuw)

Er zijn bergen
die
van water willen zijn.
En ze verzinnen sterren
die hen van achteren beschijnen.

(wolken)

En er zijn bergen
die
vleugels willen hebben.
En ze verzinnen
de witte wolken.

 

Vertaald door Marije Dekkers

 


Federico García Lorca (5 juni 1898 – 19 augustus 1936)
Borstbeeld in het España-park in de stad Rosario, Santa Fe, Argentinië

 

 

De Britse dichter en schrijver Paul Farley werd geboren op 5 juni 1965 in Liverpool. Zie ook alle tags voor Paul Farley op dit blog.

 

 

Afhankelijken

Wat zijn we goed voor elkaar, wandelend door
een land van stilte en duisternis. Jij
opent deuren voor me, ik neem de telefoon voor je op.

Ik draai harde junglemuziek. Jij leest met het licht aan.
Prachtig. De ronding van je jukbeen,
explosieve klinkers, precies het juiste gebruik van parfum.

Waar denk je aan? vraag ik in een taal van aanraking
die uniek is voor ons. Je tikt op mijn handpalm, niets bijzonders.
Op stations wedijveren we met onze zintuigen, kijken we wat

het eerst komt – licht in de tunnel, een zweepslag op de rails.
Ik schop tegen je schenen als we uit eten gaan.
Jij dept mijn lippen. Ik betast die van jou als braille.

 

 

Vertaalddoor Frans Roumen

 


Paul Farley (Liverpool,. 5 juni 1965)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 5e juni ook mijn blog van 5 juni 2020 en eveneens mijn blog van 5 juni 2019 en ook mijn blog van 5 juni 2017 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:39 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten