Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Christoph Meckel

De Duitse dichter, schrijver en graficus Christoph Meckel werd geboren op 12 juni 1935 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Christopher Meckel op dit blog.

Uit: Suchbild. Über meinen Vater

„Mit Zuverlässigkeit und Pedanterie verwaltete er die eigene Lebenszeit. Alles Gelebte zu den Papieren. Er archivierte.
Er sammelte und pflegte mit Feingefühl. Ordnete, stapelte, bündelte, legte ab und bewahrte auf. Erinnerte, sichtete, reinigte und hielt zusammen.
Spinneneifer setzte die Daten seiner Biographie zueinander in Beziehung und nahm sie zum Anlaß für die beständige Frage, was vor sieben Jahren gewesen sei und was in wiederum sieben Jahren sein würde. Die Kopfschmerzen dieses Tages und Adalbert Stifters Geburtstag; das Weinglas dieses Abends und eine Zecherei in Blansingen vor zehn Jahren. Gleichermaßen konkret und irrational wurde dem Tageskalender Vergangenes als Folie unterlegt, wurde tote Zeit mit lebendiger Zeit verflochten. Seine Witterung für Vergangenes war untrüglich. Melancholische Verlebendigung.
Er sammelte Zeitungsausschnitte, Familienfotos, Rechnungen und Durchschläge aller Art. Er bündelte die Briefe seiner Familie, seiner Freunde und Bekannten, Gratulationen, Danksagungen, Rundschreiben und obskure Drucksachen.
Über die nötige Aktenordnung hinaus sammelte er selbstverfaßte Artikel und die Rezensionen anderer, seine Themen betreffend. Er hortete Hölzer, Steine und Trambahnbillette, sammelte die ersten oder letzten Ahornblätter des Jahres und ließ sie als Lesezeichen in Büchern zurück, versehen mit Datum und Ortsangabe. Er sammelte Bilder von Malern seiner Landschaft (Bizer, Scherer, Dinkelsbühler), Konzerteinladungen, Plakate und Ahnentafeln sowie Dokumente aller Art über Großväter, Tanten, Kusinen und ferne Verwandte. Er notierte die Todestage, Hochzeitstage, Geburtstage und Namenstage seiner Freunde, ihre Unfälle, Glücksfälle, Krankheiten und Telefonanrufe. Er verzeichnete die Todesursachen aller vom Hörensagen bekannten Leute und die Tode von Filmschauspielern, die er vor dreißig Jahren bewundert hatte.
Schubladen voll gebräunter Papierpakete. Er notierte Träume, Begegnungen mit Bekannten, die beiläufigen und die erfüllten Gespräche, Ergebnisse von Tennisspielen, Schießübungen und Blutsenkungen. Er notierte Vollmondnächte und Sternfall, sammelte die Locken seiner Kinder, verzeichnete die Zahl getrunkener Schoppen und das tägliche Wetter: Hochdruck, Tiefdruck und Körperreaktion; Regen und Föhn und die entsprechende Stimmung. Wetterkataloge, gesammelter neige d’antan aus vier Jahrzehnten. Speisezettel, Waschzettel, Flugscheine, Hotelrechnungen und Kinoprogramme.“

 

 

Ruimte

Sinds hij ademhaalde, zijn naam kende,
haalde hij goden naar zich toe op aarde,
plaatste hij lokvogellichamen op rotsen en aan de kust,
………………beelden, aas van steen, onbeweeglijk, stemloos,
die oneindigheid ontvingen
…………………………….in het ruisen van wind en branding,
en geen mens wist of er ooit een god was gekomen,
onontdekt bleef of een schaduw in het licht wierp.

De woede en de berusting van degenen op aarde lopen uit op niets.
Maar ze varen naar de beelden toe,
die aan de kust uit elkaar vallen, verwachten van de godheid niets,
en herkennen de zeevogel, altijd dezelfde,
zijn roep in de wind zonder uitleg.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 

2708653-cbfc0b2c1cead29d833d7fa159a1a262.jpg

Christoph Meckel (12 juni 1935 – 29 januari 2020)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 12e juni ook mijn blog van 12 juni 2020 en eveneens mijn blog van 12 juni 2019 en ook mijn blog van 12 juni 2016 deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:52 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

De blogger leest alles eerst na: je tekst verschijnt zodra die goedgekeurd is.

William Styron, Christoph Meckel

De Amerikaanse schrijver William Styron werd op 11 juni 1925 in Newport News in de staat Virginia geboren. Zie ook alle tags voor William Styron op dit blog.

Uit: Set This House on Fire

“My name is Peter Leverett. I am white, Protestant, Anglo-Saxon, Virginia-bred, just past thirty, in’ good health, tolerable enough looking though possessing no romantic glint or cast, given to orderly habits, more than commonly inquisitive, and strongly sexed—though this is a conceit peculiar to all normal young men. I have lived and worked for the past few years in New York. It is with neither pride nor distress that I confess that—in the idiom of our time—I am something of a square. By profession I am a law-yer. I am ambitious enough to wish to succeed at my trade, but I am no go-getter and, being constitutionally unable to scrabble and connive, I suspect that I shall remain at that decent, mediocre level of attainment common to all my ancestors, on both branches of the tree. This is not, on the one hand, cynicism, nor is it, on the other, self-abasement. I am a realist, and I wish to tell you on good authority that the law—even in my drab province, where only torts, wills, and contracts are at stake—demands as much simple deviousness, as much shouldering-aside of good friends, as any other business. No, I am not up to it. I am stuck, so to speak, with my destiny and I am making the pleasant best of it. While maybe not as satisfying as the role of the composer I once had an idea I might try to play, it is more than several times as lucrative; besides, in America no one listens to composers, while the law, in a way that is at once subtle and majestic and fascinating, still works its own mu-sic upon the minds of men. Or at least I hope to think so. A few years ago, when I came back from Italy and Sambuco and took a job in a New York firm (somewhat second-rate, I must admit, and not on Wall Street yet laggardly nearby, which caused our office wits to suggest the slogan “Walk a block and save”)—several years ago I found myself in a really rather bad state. The death of a friend—especially under the circumstances that befell Mason Flagg, even more especially when one has been on the scene, witnessed the blood and the tumult and the shambles—is not something that can be shaken off easily at all. And this applies even when, as in my case, I had thought myself alienated from Mason and all that he stood for. I will come to Mason’s ending presently, and it will be described, I hope, in all its necessary truth; for the moment let me say only that it left me quite desperately stunned.”

 

2708522-945b224d9bcfdcf973e1fdbf90bfbe43.jpg
William Styron (11 juni 1925 – 1 november 2006)

 

 

De Duitse dichter, schrijver en graficus Christoph Meckel werd geboren op 12 juni 1935 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Christopher Meckel op dit blog.

 

Fluisteren

Dat je haar hebt gekust, met haar langs de kust
hebt gewandeld en de maan was er—
Dat je jurken voor haar hebt gekocht,, rokken en lijfjes
sieraden en gouden prullaria zoals de mijne, en zomerhoeden,
wijn uit de heuvels en lepels zilver—

En dat je haar een naam hebt geschonken,
nachtdruppel van mijn ziel, vogelblauw—
dat je met haar onderweg was in de heldere maand juni,
onvindbaar in de herfst, in aards onkruid —

Maar dat je met haar hebt gefluisterd
in de nacht, de kaars brandde, de uil riep—
Het is het gefluister. Het is het gefluister.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 

2708522-cbfc0b2c1cead29d833d7fa159a1a262.jpg
Christoph Meckel (12 juni 1935 – 29 januari 2020)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 11e juni ook mijn blog van 11 juni 2020 en eveneens mijn blog van 11 juni 2019 en ook mijn blog van 11 juni 2017 deel 2.

Geschreven door Romenu om 15:36 Reageer op dit bericht

Jan Brokken, Christoph Meckel

De Nederlandse schrijver Jan Brokken werd geboren op 10 juni 1949 in Leiden. Zie ook alle tags voor Jan Brokken op dit blog.

Uit: De tuinen van Buitenzorg

 “Op een late zomermorgen hoor ik op de radio een pianostuk dat geschreven is door een componist van Poolse origine en de titel ‘De tuinen van Buitenzorg’ draagt. Een wonderbaarlijk mooi stuk van een minuut of vijf dat ik onmiddellijk associeer met het ruisen van palmen, een specifiek geluid dat, schreef mijn moeder ooit in een brief, aan harken doet denken, aan geduldig bladeren harken. Ik zet de radio harder en ben in één keer terug in de Kebun Raya Bogor, de majestueuze hortus botanicus van Bogor. Tot 1949, het jaar van de Indonesische onafhankelijkheid, heette het ’s Lands Plantentuin te Buitenzorg. Ik hoorde mijn ouders er verscheidene malen over praten, ofschoon met grote tussenpozen, om niet toe te geven aan het onmogelijke verlangen naar wat voorbij was. Aan het begin van hun veertienjarig verblijf in Indië brachten ze afwisselend vijf maanden in Batavia en zes weken in Buitenzorg door. Dankzij de ligging op driehonderd meter hoogte was Buitenzorg merkbaar koeler dan Batavia, ook al regende en onweerde het er erg vaak voelde de lucht klam aan. De natuur was van een overweldigende pracht. Terwijl mijn vader ‘nastudeerde’ aan de Hogere Theologische School in Buitenzorg, wandelde mijn moeder – nu ja, de jonge vrouw die mijn moeder zou worden – alle dagen in de tuinen. Of speelde dicht bij ’s Lands Plantentuin haar eerste potjes badminton, een sport die toen net populair aan het worden was in Azië en door zowel vrouwen als mannen werd beoefend, al dan niet in gemengd dubbel, wat huiveringwekkend modern was in die jaren. Badminton wordt meestal binnen gespeeld vanwege de windgevoeligheid van de shuttle, maar in de nabijheid van zoveel palmen en bamboehagen in Buitenzorg deed mijn moeder het buiten. Olga was in 1935 een vrouw – ik zou bijna schrijven: een meisje – van drieëntwintig voor wie het leven plotseling vaart en diepgang begon te krijgen en voor wie de ene na de andere wereld openging, in een bijna duizelingwekkend tempo. Vierenveertig jaar later, toen ik op het punt stond naar Indonesië te vertrekken, vertelde ze me dat ze in de tuinen van Buitenzorg op slag verliefd was geraakt op de tropen, niet alleen gevoelsmatig maar ook zintuiglijk door alle peuren. De omvang van de hortus botanicus was enorm, zevenentachtig hectare, en ’s Lands Plantentuin liep over in de paleistuin van de Gouverneur-Generaal, waardoor het geheel nog veel groter oogde. Wandelend langs vijvers, met waterlelies zo groot en fel van kleur dat ze als vuurwerk uit het water leken te schieten, begon ze iets van de uitzinnigheid van de tropen te begrijpen.”

 

 

2708418-abf22ce4a868f6ce100271d163103ea9.png
Jan Brokken (Leiden, 10 juni 1949)

 

 

De Duitse dichter, schrijver en graficus Christoph Meckel werd geboren op 12 juni 1935 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Christopher Meckel op dit blog.

 

 

Ogen

Opgedragen aan de nagedachtenis van Klabund

De ogen van de gezonden
zien de wereld
tot aan de rand van de Atlantische Oceaan,
de ogen van de zieken
zien dwars door de wereld heen
tot aan het punt waar de schittering
van de noorderlichtflitsen ophoudt.

De blikken van de doden
overzien de hele aarde
en herkennen zelfs de ouder wordende engelen
die zich, achter de sleutelgaten,
stilletjes verdringen om een blik
in mijn verbijsterde ogen te werpen.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 

2708418-5823487988e9337b21a9a5904cab9d8c.jpg
Christoph Meckel (12 juni 1935 – 29 januari 2020)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 10e juni ook mijn blog van 10 juni 2024 en ook mijn blog van 10 juni 2021 en ook mijn blog van 10 juni 2020 en eveneens blog van 10 juni 2019 deel 1 en eveneens deel 2.



Geschreven door Romenu om 17:04 Reageer op dit bericht

Maarten Doorman, Marie Howe

De Nederlandse dichter, schrijver, criticus en filosoof Maarten Doorman werd geboren op 9 juni 1957 in Medina Sidonia (Spanje). Zie ook alle tags voor Maarten Doorman op dit blog.

 

 

Zolderpanorama

I Eerste maandag

De daken varen langzaam door de lucht
met een teveel aan schoorstenen.
Meeuwen willen er niet aan
en ontlenen aan dat misverstaan
de snellere beweging van hun vlucht.

Hoor de sirene.

 

II Nacht

Op zee is het zo niet donker
en zijn de lichtjes hoger
dan het geflonker hier onder de golven.
En al vloog er zojuist nog een witte vogel,
het water van de nacht heeft nu
een leven bedolven dat huiverend schijnt

op antennes en de lijst van een huizenromp.
Geen ster, geen sirene die de koers bepaalt.
Ochtend kom voor de maan daalt.

 

III Grindpaden

Rondom de platte daken in de zon:
weinig hebben ze te maken met
het darmgerommel uit de stad,
met het gegons veraf van de straten.
Meeuwen weten dat, eksters
en wat spreeuwen op een schoorsteen.

Wind waait straf
over grindpaden
tussen gazons van lucht,
waait strak
als tijd door een kalender.

Wind polijst het licht.
Hier begint straks een wandeling
naar steeds ontwender onderdak,
weg van zicht op overzicht.

Vogels is het hierboven bekend.
Toch laten ze achteloos ook
zich vallen als was in de grond
iets van hun gading en waren niet zij
tot die bodem bestemd.

 

2708302-7b05ef854822946efb15d2d11e546fda.jpg
Maarten Doorman (Medina Sidonia, 9 juni 1957)

 

 

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Amerikaanse dichteres Marie Howe werd geboren op 18 oktober 1950 in Rochester, New York. Zie ook alle tags voor Marie Howe op dit blog.

 

 

Laagtij, eind augustus

Die laatste zomer, toen alles bijna altijd vreselijk was,
waadden we op een late namiddag de baai in, toen het tij
bijna helemaal was teruggetrokken.

We gingen in het water zitten, tot aan onze middel.
Ik dreef op zijn schoot, met mijn gezicht naar hem toe, mijn benen om hem heen.
En we vrijden in stilte,

en bleven zo losjes met elkaar verbonden, zonder te bewegen,
maar wel meegevoerd door het zacht zuigende en klotsende water,
totdat het tij zijn einde bereikte en langzaam weer begon terug te stromen.

Enkele kinderen renden achter elkaar aan, gierend in het ondiepe water, dichtbij maar niet té dichtbij.

Ik liet mijn kin op zijn schouder rusten en keek naar de kust.
Hij moet over mijn schouder hebben gekeken, naar waar het water
dieper werd en de kleine bootjes aan hun ankers trokken.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 

2708302-421bb4fd45e2f9029e9f40181efdad14.jpg
Marie Howe (Rochester, 18 oktober 1950)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 9e juni ook mijn blog van 9 juni 2020 en eveneens mijn blog van 9 juni 2019 en ook mijn blog van 9 juni 2018 deel 2.

Geschreven door Romenu om 17:05 Reageer op dit bericht

Marguerite Yourcenar, Marie Howe

De Belgisch-Amerikaanse, Franstalige schrijfster Marguerite Yourcenar werd geboren in Brussel op 8 juni 1903. Zie ook alle tags voor Marguerite Yourcenar op dit blog.

Uit: Herinneringen van Hadrianus (Vertaald door Jenny Tuin)

“Beste Marcus,
Vanmorgen ben ik bij mijn arts Hermogenes geweest, die net van een vrij lange reis door Azië in de Villa is teruggekeerd.
Ik moest nuchter zijn voor het onderzoek; we hadden een afspraak gemaakt voor de eerste ochtenduren.
Na me van mijn mantel en tunica te hebben ontdaan ben ik op een bed gaan liggen.
Ik bespaar je allerlei bijzonderheden die voor jou even onaangenaam zouden zijn als voor mezelf, en ook de beschrijving van het lichaam van een ouder wordende man die op weg is te sterven aan waterzucht door hartzwakte.
Laat ik alleen zeggen dat bewustzijn heb gehoest, gezucht en mijn adem heb ingehouden volgens de aanwijzingen van Hermogenes, die zijns ondanks verontrust was over de zo snelle voortschrijding van de kwaal en de schuld ervan probeerde af te schuiven op de jonge Lollas, die me tijdens zijn afwezigheid heeft behandeld.
Het is moeilijk in het bijzijn van een arts keizer te blijven, moeilijk ook je menselijke waardigheid te behouden. Het oog van de medicus zag in mij niets anders dan een hoop lichaamssappen, triest mengsel van lymfe en bloed.
Vanmorgen is voor het eerst de gedachte in me opgekomen dat mijn lichaam, die trouwe metgezel, die vriend, zekerder en mij beter bekend dan mijn ziel, ) veeleer een geniepig monster is dat op een gegeven moment zijn meester zal verslinden. Het zij zo…
Ik houd van mijn lichaam; het heeft me goed gediend, in alle opzichten, en ik wil het de nodige zorgen niet ontzeggen. Maar ik reken niet meer, zoals Hermogenes nog voorwendt te doen, op de wonderdadige krachten van planten of de juiste dosering van minerale zouten die hij in het Oosten is gaan zoeken.
Die anders toch zo fijnzinnige man heeft me ter bemoediging allerlei vage formules opgedist, te banaal om wie dan ook te bedotten; hij weet hoezeer ik dat soort bedrog haat, maar je kunt nu eenmaal niet ongestraft meer dan dertig jaar de geneeskunde beoefenen. Ik vergeef die goede dienaar deze poging om mijn dood voor me te verdoezelen. Hermogenes is bekwaam; hij is zelfs wijs; zijn integriteit staat ver boven die van een gewone hofarts.
Ik zal het voorrecht genieten de best verzorgde aller zieken te zijn. Maar niemand kan de gestelde grenzen overschrijden; mijn gezwollen benen houden me tijdens de lange plechtigheden in Rome niet meer staande; ik snak naar adem, en ik ben zestig jaar.”

 

2708160-deed201e150ea3e9373e6c6480c0cc28.jpg
Marguerite Yourcenar (8 juni 1903 – 17 december 1987)

 

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Amerikaanse dichteres Marie Howe werd geboren op 18 oktober 1950 in Rochester, New York. Zie ook alle tags voor Marie Howe op dit blog.

 

De koperbeuk

Immens, helemaal zichzelf,
droeg hij de tuin als een jurk,

met takken die laag genoeg hingen zodat ik erin te komen
en de kromme ladder kon beklimmen naar

waar ik tegen de stam kon leunen en kon oefenen in alleen zijn.

Op een dag hoorde ik het geluid voordat ik het zag, regen viel
en maakte het trottoir donker.

Zittend dicht bij het midden, niet erg hoog in de takken,
hoorde ik het geluid op de hoge bladeren vallen, en ik was blij,

en keek naar wat er gebeurde zonder dat het mij overkwam.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

2708160-cce9d5f95ee27ecb10feaf0be33eaafe.jpg
Marie Howe (Rochester,  18 oktober 1950)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 8e juni ook mijn blog van 8 juni 2020 en eveneens mijn blog van 8 juni 2019 en ook mijn blog van 8 juni 2018 en eveneens mijn blog van 8 juni 2017.



Geschreven door Romenu om 17:11 Reageer op dit bericht

A Trio of Sonnets for Corpus Christi (Malcolm Guite), Orhan Pamuk, Nikki Giovanni

 

 

2708054-593174e2e94fdb41aaebcbb31621b1ba.jpg
De Sacramentsprocessie door Hipolit Lipiński, 1881

 

 

A Trio of Sonnets for Corpus Christi

2. Hide and Seek

Ready or not, you tell me, here I come!
And so I know I’m hiding, and I know
My hiding-place is useless. You will come
And find me. You are searching high and low.
Today I’m hiding low, down here, below,
Below the sunlit surface others see.
Oh find me quickly, quickly come to me.
And here you come and here I come to you.
I come to you because you come to me.
You know my hiding places. I know you,
I reach you through your hiding-places too;
Touching the slender thread, but now I see –
Even in darkness I can see you shine,
Risen in bread, and revelling in wine.

 

2708054-4b1d71e6b66f1318bebdff85a182d123.jpg
Malcolm Guite (Ibadan, 12 november 1957)
De Dominicaanse Kapel in Ibadan

 

 

De Turkse schrijver Orhan Pamuk werd geboren op 7 juni 1952 in Istanbul. Zie ook alle tags voor Orhan Pamuk op dit blog.

Uit: De heer Cevdet en zonen (Vertaald door Veronica Divendal)

“Ochtend ‘Mijn pyjama, mijn rug… de hele klas… de lakens… o, mijn hele bed is doorweekt! Ja, alles is drijfnat en ik ben wakker!’ murmelde meneer Cevdet. Alles was inderdaad kletsnat, net als even tevoren in zijn droom. Hij draaide zich met een snurk om in zijn bed, herinnerde zich de droom en rilde. In zijn droom zat hij tegenover de meester in de klas op de jongensschool in Kula. Hij tilde zijn hoofd op van het natte kussen en kwam overeind. Ja, we zaten tegenover de meester. De hele school stond tot kniehoogte onder water,’ mompelde hij. ‘Hoe was dat ook weer gekomen? O ja, het dak van de school lekte. Het zoute water dat door het plafond kwam, stroomde over mijn gezicht en borst en langzaam liep de vloer van het lokaal vol. De meester wees voor de ogen van de hele klas met zijn stokje naar mij en zei: “Dat komt allemaal door die Cevdet.” ‘ Huiverend zag hij weer levendig voor zich hoe de meester naar hem had gewezen, hoe zijn klasgenoten zich en masse beschuldigend naar hem toe hadden gedraaid en hem met minachting hadden bekeken, het ergst van allemaal nog wel zijn twee jaar oudere broer. Maar de meester, die in staat was om zonder met de ogen te knipperen de hele klas bij elkaar tot lijfstraf te veroordelen en die je met een slag van zijn stok buiten westen kon slaan, kon zich er op de een of andere manier niet toe zetten hem te straffen voor het water dat van het plafond naar beneden kwam. Ik was anders dan alle anderen, ik was alleen en werd met minachting bekeken, herinnerde meneer Cevdet zich. Maar niemand durfde aan mij te komen, al liep op dat moment de hele school werkelijk vol water! Plotseling sloeg de vreselijke droom om in een leuke en aangename herinnering: ik was anders, een eenling, maar ze konden mij niet straffen. Terwijl hij uit bed stapte, herinnerde hij zich hoe hij op een keer op het dak van de school was geklommen en dakpannen had vernield. Ik had dakpannen kapotgegooid. Hoe oud zal ik zijn geweest? Zo’n jaar of zeven. Nu ben ik zevenendertig, verloofd en bijna getrouwd.”

 

2708054-68708c69a03ffdbd107daf2e4c44e479.jpg
Orhan Pamuk (Istanbul, 7 juni 1952)

 

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Nikki Giovanni werd geboren op 7 juni 1943 in Knoxville, Tennessee. Zie ook alle tags voor Nikki Giovanni op dit blog.

 

 

Toegestane dingen

Ik heb een spin gedood
Geen moordlustige bruine kluizenaarspin
En zelfs geen zwarte weduwe
En om je de waarheid te zeggen
Was het maar een kleine
Soort papierachtige spin
Die had moeten wegrennen
Toen ik het boek oppakte
Maar dat deed ze niet
En ze maakte me bang
En ik heb haar doodgeslagen

Ik denk niet
Dat het is toegestaan

Om iets te doden

Omdat ik

Bang ben

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

2708054-272db56dfa2b6ad62d97d6647c128273.jpg
Nikki Giovanni (7 juni 1943 – 9 december 2024)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 7e juni ook mijn blog van 7 juni 2020 en eveneens mijn blog van 7 juni 2019 en ook mijn blog van 7 juni 2015 deel 2.



Geschreven door Romenu om 17:08 Reageer op dit bericht

Thomas Mann, Nikki Giovanni

De Duitse schrijver Thomas Mann werd geboren in Lübeck op 6 juni 1875. Zie ook alle tags voor Thomas Mann op dit blog.

Uit: Mario und der Zauberer

„Ernstlich, man soll im September nach Torre di Venere gehen, wenn das Bad sich vom großen Publikum entleert hat, oder im Mai, bevor die Wärme des Meeres den Grad erreicht hat, der den Südländer dafür gewinnt, hineinzutauchen. Auch in der Vor- und Nachsaison ist es nicht leer dort, aber gedämpfter geht es dann zu und weniger national. Das Englische, Deutsche, Französische herrscht vor unter den Schattentüchern der Capannen und in den Speisesälen der Pensionen, während der Fremde noch im August wenigstens das Grand Hôtel, wo wir mangels persönlicher Adressen Zimmer belegt hatten, so sehr in den Händen der florentinischen und römischen Gesellschaft findet, dass er sich isoliert und augenblicksweise wie ein Gast zweiten Ranges vorkommen mag.
Diese Erfahrung machten wir mit etwas Verdruss am Abend unserer Ankunft, als wir uns zum Diner im Speisesaal einfanden und uns von dem zuständigen Kellner einen Tisch anweisen ließen. Es war gegen diesen Tisch nichts einzuwenden, aber uns fesselte das Bild der anstoßenden, auf das Meer gehenden Glasveranda, die so stark wie der Saal, aber nicht restlos besetzt war, und auf deren Tischchen rotbeschirmte Lampen glühten. Die Kleinen zeigten sich entzückt von dieser Festlichkeit, und wir bekundeten einfach den Entschluss, unsere Mahlzeiten lieber in der Veranda einzunehmen – eine Äußerung der Unwissenheit, wie sich zeigte, denn uns wurde mit etwas verlegener Höfl
ichkeit bedeutet, dass jener anheimelnde Aufenthalt »unserer Kundschaft«, »ai nostri clienti«, vorbehalten sei. Unseren Klienten? Aber das waren wir. Wir waren keine Passanten und Eintagsfliegen, sondern für drei oder vier Wochen Hauszugehörige, Pensionäre. Wir unterließen es übrigens, auf der Klarstellung des Unterschiedes zwischen unsersgleichen und jener Klientele, die bei rotglühenden Lämpchen speisen durfte, zu bestehen und nahmen das Pranzo an unserm allgemein und sachlich beleuchteten Saaltische – eine recht mittelmäßige Mahlzeit, charakterloses und wenig schmackhaftes Hotelschema; wir haben die Küche dann in der Pensione Eleonora, zehn Schritte landeinwärts, viel besser gefunden.“

 

2707912-4a3875fb26260941cba76328d102526c.jpg
Thomas Mann (6 juni 1875 – 12 augustus 1955)

 

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Nikki Giovanni werd geboren op 7 juni 1943 in Knoxville, Tennessee. Zie ook alle tags voor Nikki Giovanni op dit blog.

 

 

Laurierblaadjes

Ik keek toe hoe mama
Kookte
Hoewel ik kookte
Met oma

Met oma leerde ik
Kippen plukken
Wortels schillen
Darmen binnenstebuiten keren
Varkenspoten schrobben

Met mama keek ik toe hoe ze
Restjes verwerkte voor stoofpot
Of groentesoep
Grote witte bonen
Een mix van boerenkool, rapen en mosterdgroenten maakte
Knoflookteentjes laurierblaadjes
Prachtig groen
Stevig en fris
Met een snufje zout
Niet alles tegelijk
Altijd, maar toch altijd
Alles bewaren

Ik maak mijn eigen
Unoxsoep in een slow cooker
Ik maak mijn eigen ijs met een snufje zout
En al het andere
Met knoflook
Maar verse laurierblaadjes
Gebruik ik alleen voor heel speciale
Ossenstaarten

 

Vertaald door Frans Roumen

 

2707912-272db56dfa2b6ad62d97d6647c128273.jpg
Nikki Giovanni (Knoxville, 7 juni 1943)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 6e juni ook mijn blog van 6 juni 2020 en eveneens mijn blog van 6 juni 2019 en ook mijn blog van 6 juni 2015 deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:38 Reageer op dit bericht

Federico García Lorca, Paul Farley

De Spaanse dichter en toneelschrijver Federico Garcia Lorca werd geboren op 5 juni 1898 in Fuente Vaqueros, Granada. Zie ook alle tags voor Federico Garcia Lorca op dit blog.

 

 

Kerseboom in bloei

In maart
reis je naar de maan.
Je laat je schaduw hier.

De weilanden worden
onwerkelijk. Het regent
witte vogels.

Ik raak verdwaald in je bos
en schreeuw: Open u, Sesam!
Ik lijk wel een kind! Die schreeuw:
Open u, Sesam!

 

 

Ontwaak

De kam van de dag
komt tevoorschijn.

De witte kam
van een gouden haan.

De kam van mijn lach
komt tevoorschijn.

De gouden kam
van een dolende haan.

 

 

Verzinsels

(sterren van sneeuw)

Er zijn bergen
die
van water willen zijn.
En ze verzinnen sterren
die hen van achteren beschijnen.

(wolken)

En er zijn bergen
die
vleugels willen hebben.
En ze verzinnen
de witte wolken.

 

Vertaald door Marije Dekkers

 


Federico García Lorca (5 juni 1898 – 19 augustus 1936)
Borstbeeld in het España-park in de stad Rosario, Santa Fe, Argentinië

 

 

De Britse dichter en schrijver Paul Farley werd geboren op 5 juni 1965 in Liverpool. Zie ook alle tags voor Paul Farley op dit blog.

 

 

Afhankelijken

Wat zijn we goed voor elkaar, wandelend door
een land van stilte en duisternis. Jij
opent deuren voor me, ik neem de telefoon voor je op.

Ik draai harde junglemuziek. Jij leest met het licht aan.
Prachtig. De ronding van je jukbeen,
explosieve klinkers, precies het juiste gebruik van parfum.

Waar denk je aan? vraag ik in een taal van aanraking
die uniek is voor ons. Je tikt op mijn handpalm, niets bijzonders.
Op stations wedijveren we met onze zintuigen, kijken we wat

het eerst komt – licht in de tunnel, een zweepslag op de rails.
Ik schop tegen je schenen als we uit eten gaan.
Jij dept mijn lippen. Ik betast die van jou als braille.

 

 

Vertaalddoor Frans Roumen

 


Paul Farley (Liverpool,. 5 juni 1965)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 5e juni ook mijn blog van 5 juni 2020 en eveneens mijn blog van 5 juni 2019 en ook mijn blog van 5 juni 2017 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:39 Reageer op dit bericht

In Memoriam Lieke Marsman

 

De Nederlandse dichteres Lieke Marsman is afgelopen woensdag, 3 juni, op 35-jarige leeftijd overleden. Lieke Marsman werd op 25 juli 1990 geboren in Den Bosch.

 

 

In mijn mand

Ik heb niet stilgezeten, ik heb Sartre gelezen
en Kant en Kierkegaard. Als ik doodga
hoop ik op een hemel
om met hen in te kaarten
(ik vraag me af
of Marx voor geld zou spelen). Lachend
zal ik vier azen op tafel gooien, twee jokers
achter de hand. ‘Schenk mij bij!’
zal ik roepen naar een engel in een
doorzichtig gewaad,
maar de doden hebben geen stem. Natuurlijk
hebben de doden wel een stem. Driekwart
van de boeken die je leest
zijn geschreven door een dode
toen die dode nog leefde. En zo
sijpelt het verleden de toekomst in

Dying is an art, schreef Sylvia Plath
Doodgaan is weer kind zijn, denk ik
Volledig overgeleverd
aan de elementen, zonder
dat je iets te zeggen hebt
over de plekken waar het leven
(een kinderwagen als het ware)
je naartoe rijdt

Dit zal na mij zijn, wat voor mij is geweest – Seneca
Wat een dwaasheid om
verbaasd te zijn als op een dag gebeurt
wat elke dag gebeuren kan.
Ik ben een dwaas, maar dwazer is
wie leeft alsof hij morgen sterft:
wat een paniek pulseert er
vandaag door je lijf! Nooit
zul je meerdaagse plannen maken,
nooit ‘s avonds laat door het Oosterpark lopen
en verlangen naar de nazomer, nooit
een stuk taart bewaren voor morgen,
nooit kaartjes voor de biënnale kopen

Zachtjes zit ik in een kano in Frankrijk
Hoopvol zit ik weer in de zonnige erker
met bloemen
Dit zijn geen jeugdherinneringen,
maar geuren
zoals alle jeugdherinneringen op een gegeven moment
geuren worden. Proust, expert
in deze vorm van melancholie, schreef: de kracht
die de meeste keren om de aarde gaat in één seconde
is niet elektriciteit, het is pijn.

…maar hij vergat het licht, dat het allersnelst is
en altijd met dezelfde snelheid reist. Licht
dat pijn kan doen verbleken. Want wanneer ik mij
buk om de druiven die gevallen zijn
op te rapen en pijn duwt
mijn gezicht weer eens ineen
als een harmonica
maar ik kijk op en zie de zon
weerkaatst in de nieuwe koelkast
die van jou en mij samen is,
wat betekent pijn dan nog?

Jij bent geboren
in de grijze flat met plastic balustrades, ik zag
mijn eerste nacht in het kleine huis
met gekleurde kozijnen

Maar dit gedicht
gaat over de dood. In mijn kist
zal een donzen dekbed liggen, mijn lijf
omringd door pluchen knuffels
Ze noemden me kinderachtig,
maar dat was toen
Jonge honden waren we, voor het eerst
in een park zonder riem,
verbaasd bij alles wat ons lukte
dankzij of ondanks onszelf
en ons vermogen overal
een competitie in te zien

‘De dood accepteert geen jokers,’
zegt Kant in alle ernst
met zijn zwaarste stem
en: ‘Schenk mij bij!’
tegen de engel,
die geïrriteerd zijn breiwerk opzijlegt
en antwoordt: in je mand
(want is het zo onderhand niet evident
dat mensen voor engelen zijn
wat dieren voor mensen zijn?)

In mijn mand!

Is het mijn sterfdag?
Ik maak mij geen zorgen
Alle gelukkige momenten herhalen zich
Eerst als tragedie en dan als klucht
en daarna als elegie
Er zullen opnieuw tieners wild
na sluitingstijd een snackbar in rennen
Er zullen opnieuw geliefden in de wijnbar zitten
waar wij elkaar voor het eerst kusten
Zelfs jij zal opnieuw een geliefde in een wijnbar zijn
en opnieuw gelukkig zijn
ook al is je oude geliefde dood
Maar voor nu ben je boos
dat ik dit opschrijf
Veel te vroeg
zoals ik altijd overal
veel te vroeg ben
Maar juist daarom hou ik van je
omdat mijn ziekte soms
voor jou een bron van boosheid is

Is het mijn sterfdag?
De lucht is stil, als lucht
op een kalender
Is het mijn sterfdag?
Vergeet klokken die luiden
De lucht is stil, als lucht
Is het mijn sterfdag?
Vergeet engelen en psalmen
Ik wil de vanille van een oud boek
Ik wil een koud flesje bier
en ik wil jou, nog één keer
Vergeet vogels die zingen
Ik wil mijn hond horen drinken

 

 

2707776-81a078a7cd0e347d51e013e4d804ca84.jpg
Lieke Marsman (25 juli 1990 – 3 juni 2026)



Geschreven door Romenu om 16:13 Reageer op dit bericht

Ralf Thenior, Daniela Dröscher

De Duitse dichter en schrijver Ralf Thenior werd geboren op 4 juni 1945 in Bad Kudowa. Zie ook alle tags voor Ralf Thenior op dit blog.

Uit: Ja, mach nur einen Plan

„Ein Lötkolben wurde in Gang gesetzt. Die Stichflamme fuhr langsam das Rohr hoch.
– Fackel die Wand nich’ ab, Willi!
Willi machte eisern weiter.
Es war hundekalt. Überall froren die Leitungen zu, und sie kamen gar nicht nach. Es war sogar zu kalt, um Bier zu trinken. Und während Willi diese betrüblichen Gedanken noch in seinem Hirn wälzte, wobei seine Hand fachmännisch den Brenner führte, hörte er, wie aus seinem Munde die Worte kamen:
– Alex soll mal drei Flaschen Bier holen gehen!
– Bei der Kälte? fragte Schierkalla mahnend erstaunt.
Doch der Altgeselle antwortete nicht mehr.
Kalle Schierkalla war Geselle bei der alteingesessenen Klempnerei Gutbrodt & Söhne. Kalle hatte sich gestern ein prächtiges Veilchen gefangen. Irgend so’n Idiot kommt im »Sportlertreff« auf ihn zu und macht ihn an, von wegen dein Chef stottert ja und so. Eh, du Idiot, der stottert nich’, der hat nur’n Sprachfehler, du Ochse!
Und knackwumm.
Er hatte ziemlich schlechte Laune heute morgen Und das war ihm anzuhören, als er sich über das Treppengeländer beugte und aus dem dritten Stock nach Alex grölte, dem Lehrling, der natürlich wieder auf seinen Ohren saß.
Die nach unten gerichteten Schallwellen schlugen auf dem gekachelten Treppenhausboden auf wie ein Tennisball und kamen mit Foffo wieder hoch, flogen an Schierkalla vorbei, ein halbes Stockwerk höher, um dort durch die Wohnungstür zu dringen und einen Mann aus dem Schlaf zu reißen, der in traumschwerem Morgenschlummer lag.
– Fackel die Wand nich’ ab, Willi!
Es ist unmöglich zu schildern, wie diese Worte und in welcher Maske sie durch seine Schlafhaut gedrungen waren, als letzte abschließende Rede einer Situation, auf die er zugeträumt hatte.
Und jetzt Alex, der Arsch mit Ohren.
Der Mann versuchte, sich an die Eintragungen in seinem Personalausweis zu erinnern. Dann wußte er wieder, wo er war.
Die Bude war eiskalt. Und die wollten Bier.“

 

 

Vrijdagavondkoorts

Een koude maartse regen midden in de zomer, het is alweer eind juni. 5 uur ’s middags, vrijdagavond. De drukte van de stad neemt af, het geraas zal weldra voorbij zijn. Het weekend staat voor de deur. Vanavond gaan we er flink tegenaan! Absoluut! We gaan naar onze stamkroeg  – en dan gaan we helemaal uit de bol! Je moet jezelf af en toe verwennen. – En ernaast: Kom op, laten we naar de “Roxy” gaan. Ik vind de “Camera” leuker. Maakt mij niets uit? Mij wel. Oké, “Camera”. En als er niets te beleven is? Dan doen we wel iets anders. Niet weer!

Ik wil gaan joggen! Je moet wachten tot morgen. Nee, nu! Kijk eens naar buiten. Een koude maartse regen valt. Ik vind alles saai, behalve joggen. Kom op, laten we seks hebben. Nee, niet nu!

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 


Ralf Thenior (Bad Kudowa, 4 juni 1945)

 

 

De Duitse schrijfster Daniela Dröscher werd geboren op 4 juni 1977 in München. Zie ook alle tags voor Daniela Dröscher op dit blog.

Uit: Sprechen

„Wer spricht, kann loben, lügen, plaudern, drohen, flehen, fluchen, bitten, beten, betteln, zetern, zürnen, danken, plänkeln, streiten, schmeicheln, lästern, widersprechen, warnen, kritisieren. Grüßen und granteln.
Wer schreibt, hat nicht selten ein Problem mit gesprochener Sprache, behaupte ich. Ein geschriebenes Wort, das gedruckt wird, kann und muss ich sorgsam wählen, gegebenenfalls löschen, ersetzen. Ein gesprochenes Wort, einmal geäußert, wirkt unmittelbarer. Eine Stimme trifft auf einen Körper. Einmal gesagt, ist es in der Welt. Man kann es nicht zurücknehmen.
Es war meine Mutter, die mir eine große Vorsicht, nein, Umsicht mit Worten vorgelebt hat, in ihrem Versuch, sich stets so genau wie möglich auszudrücken. Als Zugezogene und Kind schlesiendeutscher Eltern glaubte sie, sich keinen Fehler erlauben zu dürfen. Nicht zuletzt ihrem Bewusstsein für Sprache verdanke ich wohl meine Liebe zum geschriebenen Wort — aber eben auch mein Drama mit dem Sprechen.
Auf den ersten Blick scheint nichts natürlicher. Das Sprechen gehört zum Menschen wie das Atmen. Für mich barg es recht früh Fallstricke, Fragezeichen. Ich staunte — und staune noch heute —, wie mühelos und leichtfertig viele Menschen Worte im Munde führen. Wie unbekümmert sie davon ausgehen, andere zu verstehen und selbst verstanden zu werden. Schon als Kind empfand ich Sprache als etwas Faszinierendes, aber auch als etwas Zerbrechliches und, ja, Gefährliches, mit dem man Schaden anrichten, sich einem Urteil ausliefern konnte. Jedenfalls nicht als ein schlichtes Mittel der Verständigung. Auch deshalb habe ich wohl gleich mehrere Male in meinem Leben fast vollständig aufgehört zu sprechen.
Das Verstehen und Verstandenwerden ist in der Tat keineswegs selbstverständlich. Es stellt im Gegenteil sogar die Ausnahme dar, nicht die Regel. Erstmals begegnete ich dieser Überlegung als Zwanzigjährige, in einem Seminar zur Sprachphilosophie.“

 

 


Daniela Dröscher (München, 4 juni 1977)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 4e juni ook mijn blog van 4 juni 2020 en eveneens mijn blog van 4 juni 2019 en ook mijn blog van 4 juni 2018 en ook mijn blog van 4 juni 2017 deel 2.

Geschreven door Romenu om 12:00 Reageer op dit bericht

Monika Maron, Ralf Thenior

De Duitse schrijfster Monika Maron werd geboren op 3 juni 1941 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Monika Maron op dit blog.

Uit: „Immer noch freundlich, aber kaum noch geduldig“: Tagebücher 1980-2021

„10. Juni 1980

Beckermann hat angerufen und gesagt, es sei alles in Ordnung. Ich schreibe weiter an dem Stück. Im Augenblick strömen alle kleinen Nebenflüsse wieder in den Hauptfluß, und es hat den Anschein, als wollten sich die Dinge wenigstens vorübergehend zu einem Ganzen fügen. Und eigenartig: Meine erste Reaktion ist Angst, daß so viel Gutes auf einmal nicht kommen kann, ohne die Katastrophe hinter sich herzuziehen. Und dann denke ich wieder: Mein Mißtrauen provoziert das Unglück. In solchen erfolgreichen Augenblicken komme ich mir immer vor wie ein Hochstapler. Ich weiß so wenig. Und ich schaffe es nicht, mehr zu wissen. Ich habe den Eindruck, immer wenn ich etwas Neues begreife, vergesse ich etwas, was ich vorher wußte. Vor allen Dingen kann ich mir nicht merken, was ich gelesen habe.

Freitag, 13. Juni 1980

Ich habe die ganze Nacht in einem wunderbaren Zustand verbracht. Ich war ich und doch eine andere. Mein Gefühl von mir war oval wie ein Ei, aber ich war kein Ei. Um mich und in mir waren Musik, Blumen und Licht, mit denen ich mich eins fühlte, ohne daß ich das gewesen wäre. Ich wußte im Traum, welches Gefühl ich immer gesucht hatte. Ich wußte, daß ich ein Geheimnis wußte, das mir bis dahin immer verschlossen gewesen war. Ich war eine andere, und ich war ich. Das Gefühl blieb als Erinnerung, aber ich konnte es nicht wieder herstellen, nachdem ich einmal aufgewacht war. In solchem Augenblick bin ich bereit, an alles Über-irdische zu glauben. Woher kommen solche Empfindungen, wenn man im Leben keine Gelegenheit hat, sie zu erfahren? Woher weiß ich etwas, was ich nicht erfahren konnte? Oder unsere Phantasie und unsere Wünsche sind so stark, daß sie uns für kurze Zeit eine andere Wirklichkeit schaffen können. So ähnlich muß die Günderrode empfunden haben, als sie ihr apokalyptisches Fragment schrieb. Sie starb kurz darauf.”

 

2707591-2112bd862cb46f4e2f65a620c1c95991.png
Monika Maron (Berlijn, 3 juni 1941)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Ralf Thenior werd geboren op 4 juni 1945 in Bad Kudowa. Zie ook alle tags voor Ralf Thenior op dit blog.

 

Achter de kassa bij Lidl

De volledige lichaamstatoeage zien,
althans alles wat zichtbaar was,
als een duveltje uit een doosje
springt het vooroordeel er meteen uit: motorvrouw
De vrouw achter de kassa, onverschillig,
trekt de streepjescodes over het licht.
Learning by buying, geluk hebben,
bijna altijd bij haar kassa staan.
Anders heeft het winkelen geen zin.
Vriendelijk persoon, evenwichtig
en humoristisch, veel meegemaakt, ze
verkoopt geen kletspraat, maar haar droge humor
legt haar voor iedereen die zij mag
een geestige opmerking op de tong;
je begint de dag met een vrolijk gevoel.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 

2707591-85ea9fb88481cd66bc4f7231b825cbea.jpg
Ralf Thenior (Bad Kudowa, 4 juni 1945)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e juni ook mijn blog van 3 juni 2024 en ook mijn blog van 3 juni 2021 en ook mijn blog van 3 juni 2019 en eveneens mijn blog van 3 juni 2018 deel 2.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Eckhart Nickel, Ralf Thenior

De Duitse schrijver en journalist Eckhart Nickel werd geboren op 2 juni 1966 in Frankfurt am Main. Zie ook alle tags voor Eckhart Nickel op dit blog.

Uit: Von unterwegs

„Wie beginnt das Reisen? Wer mit Fernseher und Internet aufgewachsen ist, wurde, anders als die meisten Reisenden im 20. Jahrhundert, bereits mit einem überbordenden Repertoire an bewegten Bildern von den letzten Enden der Welt ausgestattet. Wir keimen jeden Winkel der Erde als Foto, als Film oder aus dem World Wide Web, via Google Earth oder GPS, und haben eine Elementartugend verloren: die Fähigkeit, uns auf etwas einzulassen und ein Gefühl der Überraschung zu erfahren. Wer so ins Leben geht, hat vor welchem Aufbruch wohin auch immer zunächst vor allem eins zu tun: Löschen. Vergessen. Den Zähler wieder auf null stellen. Nur so entgeht man der Versuchung, es sich leicht zu machen und in ungesättigtem Strukturhunger nur das aus dem Kopf Vertraute vorzufinden. Wenn wir Key West hören, haben wir sofort Hemingway vor Augen. Bereits Max Frisch konnte nicht umhin, sich selbst von den entferntesten Landschaften stets an seine Heimat, die Schweiz erinnern zu lassen. In seinem immer noch verblüffend zeitgenössischen Roman Homo Faber beschreibt er in der Figur des technisch-rationalen Walter Faber den modernen Menschen schlechthin. Nur das Versagen des Systems, im Buch bezeichnenderweise ein Flugzeugabsturz, vermittelt den Einbruch des Schicksalhaften in ein Leben, das auf Reisen seither einen kaum überbietbaren Grad an Perfektion erreicht hat Wir besitzen knitterfreie Reisehosen von Prada, ein Overnight Kit gegen den Jetlag, Melatonin zur Anpassung an das absurdeste Durchqueren von Zeitzonen. Wenn wir einchecken, dann in speziell abgetrennten Zonen für BusinessFirst wie auf dem apart in Glas und Stahl glänzenden Terminal 2 des Münchener Flughafens. Von dort aus gleiten wir durch ein hypermodern aseptisches Einkaufszentrum in die Lederfauteuils der Wohnlounges, um den Abflug zu erwarten. Drinks, Snacks, Speisen. Zeitungen, Magazine, Videobildschirme. Getönte Scheiben, Teppiche, Ruheliegen. Arbeitszellen mit Computer, Fax und Internet – alles ist dazu entworfen, von dem Umstand abzulenken, dass wir uns in einem Transitzustand befinden, der in sich das größte Abenteuer birgt: eine Abfahrt mit stets offenem Ausgang, ein Risiko.“

 

2707358-c141839eaf2e78f34074f63d9fb4e94c.jpg
Eckhart Nickel (Frankfurt am Main, 2 juni 1966)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Ralf Thenior werd geboren op 4 juni 1945 in Bad Kudowa. Zie ook alle tags voor Ralf Thenior op dit blog.

 

 

De koning van de rookkamer

Iedereen ging ervan uit:
dat hij met zijn grappen
en uitspraken al snel
de populairste man
in het verzorgingstehuis zou worden –
de koning van de rookkamer.
Vernederd en verbitterd
zit hij op het bed in een
kale kamer, met niet eens
een kruisbeeld aan de muur.
De gekke vrouw van boven komt
’s nachts in haar rolstoel binnen
en steelt zijn ondergoed.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 

RalfThenior_openair178_c_WLB.jpg
Ralf Thenior (Bad Kudowa, 4 juni 1945)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 2e juni ook mijn blog van 2 juni 2021 en ook mijn blog van 2 juni 2019 en ook mijn blog van 2 juni 2018 deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:24 Reageer op dit bericht

Het leven in juni (Marjoleine de Vos), Wiel Kusters, Ralf Thenior

 

 

 

 

Het leven in juni

Om mij heen is alles luidkeels in leven
de boer op zijn maaier, blatende schapen
in de esdoorn een zwartkop die roept
om een vrouwtje, uit bloemkelken klinkt
het geronk van een bij.

En ik leef ook maar moet dat zelf zeggen
want niets van al wat ik waarneem noemt mij.
Zoals je met vrienden wel praat over vroeger:
We waren aan zee, in een tent, heel gelukkig –
vraagt iemand: was jij daarbij?

Dus ben ik alleen in de tuin in de wereld
en om mij heen ademt alles en in huis
zit een man. Dit is het leven, schrijft hij,
deze ochtend in juni, de zwartkop zingt
en in de tuin zit zij.

 

 

2707317-ffa47873c94882df6433b3c1d9760f81.jpg
Marjoleine de Vos (Oosterbeek, 19 april 1957)
De Oude Kerk in Oosterbeek

 

 

De Nederlandse dichter, schrijver en letterkundige Wiel Kusters werd geboren in Spekholzerheide op 1 juni 1947. Zie ook alle tags voor Wiel Kusters op dit blog.

 

Langzame Wals

Wij dansten, moeder, door de keuken
je had mij lachend opgetild

vier jaar was ik ‘daar bij die molen
die mooie molen’ van de radio

geboren, losgeschild
je kleine vrucht, een zoet bestaan

een appel die zo rood moest glimmen
dat je ogen ervan glansden

opgenomen in een wals
tussen tafel stoelen pannen

dat het kleine wandkleed moeder
dat je in de keuken hing

geborduurd met wolken schaapjes
bomen en een molentje
plus een boertje met een pet

dat dat helder linnen kleedje
met zijn spichtige figuurtjes
draaiend mij voor ogen bleef
in de warmte van de keuken
langs de wanden van mijn geest

zozeer dat ik het ging zingen
en mijn ogen moest bedwingen
toen je stierf en ik je zag

jij mij zag ik wilde tillen
wat er van ons overbleef
op een stoel en in een bed

en wij zwierden en wij walsten
tot je grond verzonken was

 

Vlag

Een vlaggenmast houdt
vlaggen vast.
Een windvlaag vindt dat
ongepast.

Maar als de vlag
gestreken wordt,
is er geen windvlaag meer
die mort.

Dan wappert fier en vrij
de wind:
er is geen vlag die hem
nog bindt.

 

 

Maal

Van iedere hap eet ik nog maar de helft.
En lucifers die breek ik door. Voor thee
dient mij het zakje van de dag tevoor.
De tandpasta moet vier keer langer mee.

Ik zou gierig moeten zijn nu ik je mis.
Ik moet niet zo ademen, de rest is dan
voor jou. En minder slapen, minder waken.
Veel minder alles waar ik vol van ben.

Ik zie je door de kamer gaan en voel
hoe je een arm mij om de schouders slaat.
Je lacht, je legt je benen op de bank.

We praten, eten, slapen – dubbel dus
en zij aan zij. Daar schuilt het missen in,
zolang ons missen gretig wordt betwist.

 

2707317-f9366b856bcac7b5bc1a3c4e059c7d23.jpg
Wiel Kusters (Spekholzerheide, 1 juni 1947)

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Ralf Thenior werd geboren op 4 juni 1945 in Bad Kudowa. Zie ook alle tags voor Ralf Thenior op dit blog.

 

 

Pijnlijk voorgevoel

en dan is het er weer, komt van ver weg
dichterbij NL-D na 15 minuten nog 0-0
in het nieuws komt het voort uit een zijspoor en
vergiftigt het mijn gemoed
Europa kan zich niet uit de crisis sparen
de markt heeft nieuw geld nodig
de banken worden niet genationaliseerd en
dan met de lotnummers 1 5 2 5 6 7 8 9
overvalt me een voorgevoel, een angstaanjagend beeld verschijnt als
een silhouet in het venster van de ziel
richting de straat in de deuropening de zieke moeder
rookt het kind slaapt naakt op de stoep

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 

 

2707317-a20da7904542cdc6b03058d15806baac.jpg
Ralf Thenior (Bad Kudowa, 4 juni 1945)

 

 

Zie voor de schrijvers van de 1e juni ook mijn blog van 1 juni 2020 en eveneens mijn blog van 1 juni 2019 en ook mijn blog van 1 juni 2018.



Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Visitatie witte vrouwen (Hans Werkman), Walt Whitman

 

 

2707095-7b49fd53d14e67bea73c68e467d7280b.jpeg
Visitatie door Luca della Robbia, ca. 1445,
in de kerk San Giovanni Fuoricivitas, Pistoia, Italië

 

 

Visitatie witte vrouwen

Witte vrouwen, vroom van zinnen,
met hun kindjes diep van binnen,

die op knieën en op voeten
elkaar glanzende begroeten.

Oude vrouw Elisabeth,
met uw zoontje van gebed,

springertje in moeders schoot,
kleine doper, tochtgenoot.

Meisje maagd Maria dat
zingen gaat: Magnificat!,

voor de Geest die groeide tot
foetus van de grote God.

Witte vrouwen, droom van binnen,
die zich op het kind bezinnen,

en nu met verstilde voeten
vol verwachting elkaar groeten.

Vrede ligt op hun gezicht,
vrede van een hemels licht.

 

 

2707095-96f49c82d96671d8a35bbce4431762ec.jpg
Hans Werkman (Uithuizermeeden, 12 februari 1939)
De Mariakerk in Uithuizermeeden

 

 

De Amerikaanse dichter Walt Whitman werd geboren op 31 mei 1819 in Westhills, Long Island, New York. Zie ook alle tags voor Whalt Whitman op dit blog.

 

 

HET LIED VAN MIJN EIGEN IK

4.

Ik kom met luide muziek, met trompetten en trommen,
Ik speel niet enkel de marschen ter eere van de overwinnaars
die ieder toejuicht, ik speel ook de marschen voor
overwonnenen en verslagenen.
Heeft men U gezegd, dat het goed was het pleit te winnen?
Dan zeg ik U daarbij, dat ’t goed is de nederlaag te lijden:
veldslagen worden in denzelfden geest verloren als zij
worden gewonnen.

Ik trommel en trompet voor den dood,
Mijn luidste en blijdste muziek is voor de dooden.

Vivats voor hen die verloren hebben!
En voor hen wier oorlogsschepen in de zee zijn ondergegaan!
En voor hen-zelf die in zee zijn ondergegaan!
En voor alle veldheeren wier leger verslagen werd en voor
alle overwonnen helden!
{15} En vivats voor de tallooze onbekende helden, zoo luid als
voor de grootste helden wier naam beroemd is.

5.

Denkt gij, dat ik eenig diep verborgen doel hebbe?
Nu dan, ik heb dat doel, want de zaaiers der Vierde-maand
hebben dat doel en het mica aan de rotshellingen heeft
het ook.

Houdt gij ’t er voor, dat ik verwonderen wil?
Wil het daglicht verwonderen? Wil het roodborstje, dat vroeg
in den morgen kwinkeleert, het doen?
Wil ik ’t dan doen eenigermate meer dan zij?
Dit uur wil ik U in vertrouwen iets meedeelen.
Ik zou ’t niet gaarne iedereen vertellen, maar U wil ik ’t
vertellen.

 

Vertaald door Maurits Wagenvoort

 

 

2707095-762794cbfd0574b768fc4483c9fdc894.png
Walt Whitman (31 mei 1819 – 26 maart 1893)
Standbeeld in Huntington, Long Island, New York

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 31e mei ook mijn blog van 31 mei 2020 en eveneens mijn blog van 31 mei 2019 en ook mijn blog van 31 mei 2017 en ook mijn blog van 31 mei 2015 deel 2.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Heatwave (Michael Longley), Oscar van den Boogaard, Elizabeth Alexander

 

 

 

2706958-49bcff958e0f47a4a1d0f57ab78bff9b.jpg
Heatwave door Erika Balla, 2020

 

 

Heatwave

Feet on fire, a bath filled with cold water,
I sit on the edge to cool my ankles
And insomnia, and in the small hours
I read Ivor Gurney, and I understand
His obscurity and muddle, poems
That know more than he knows, more than I know:
A Severnside hedge-pool’s cloud-reflections,
Face-dissolving blood-ponds of Passchendaele.
He washes my feet the way Jesus would.

 

 

2706958-2d3cd0000986cb3902aa460dbc9a222f.jpg
Michael Longley (27 juli 1939 – 22 januari 2025)
Albert Memorial Clock Tower in Belfast, de geboorteplaats van Michael Longley

 

 

De Nederlandse schrijver Oscar van den Boogaard werd geboren in Harderwijk op 30 mei 1964. Zie ook alle tags voor Oscar van den Boogaard op dit blog.

Uit: And me

“Aetas parentum pejor avis tulit nos nequiores, mox daturos progeniem vitiosiorem.’ De tijd der ouders, slechter dan de grootouders, heeft ons, die weer slechter zijn dan zij, voortgebracht, en wij zullen spoedig een nog bedorvener nakomelingschap verwekken. Dit zei Horatius in zijn Carmina, dit schreef mijn grootvader tweeduizend jaar later over in zijn schrift waarop hij in krulletters ‘gevleugelde woorden had geschreven. Hoe slecht moest ik mij nu als kleinzoon, nog bedorvener immers dan hij, die op zijn beurt al zo ontzettend slecht was, wel niet voelen? Met de gedachte dat een nog slechter nageslacht mij zou opvolgen kon ik mijzelf misschien nog geruststellen. lk besloot dat Horatius erg zwaar op de hand was en beslist geen groot profeet.
Ik vond het schrift toen ik een jaar of acht was tussen oude vergeelde boeken in het souterrain van het huis van mijn grootmoeder, terwijl ik boven de mensen van het veilinghuis de grote kussenkasten hoorde wegslepen en mijn vader geëmotioneerd tegen zijn schoonzusters hoorde roepen dat vader nog maar een dag begraven was. Door de tralietjes van het souterrain zag ik mijn moeder huilend in haar auto zitten bij een geopend portier, een sigaret in haar hand, haar benen buiten boord.
Het schrift nam ik mee naar huis en ik bewaarde het zorgvuldig in mijn bureaula. In de loop der jaren ontdekte ik langzaam de betekenis van deze woorden.
Amantes amentes. Minnenden zijn hun verstand kwijt. De liefde maakt blind. Amantium irae amoris integratio est. De boosheid der minnenden is een hernieuwing der liefde. Amare et sapere vix deo conceditur. Beminnen en zijn verstand bewaren staat nauwelijks in de macht van een god.
Ik begreep dat liefde en minnen gevaarlijke bezigheden waren waarbij het onvermijdelijk was dat je het bewustzijn verloor. Mijn grootmoeder en grootvader, die kort na elkaar waren gestorven, waren waarschijnlijk bezweken aan de fatale liefde en ik was opgelucht toen mijn moeder aan mij vertelde dat ze nooit van mijn vader had gehouden.
Een paar jaar na het vinden van het schrift van mijn grootvader ontdekte ik in het nachtkastje van mijn vader een rood boek met de titel Seksualiteit en de mens. Het was een boek uit 1950. Wat ik me herinner is een grafiek waarin tegen de x- en y-as de orgasmen van een man en een vrouw waren getekend en opvallend was dat deze zeer ongelijk verliepen, het leek hogere wiskunde.”

 

 

2706958-7b93ec844887f29d3fdf9c4f7419ce13.jpg
Oscar van den Boogaard (Harderwijk, 30 mei 1964)

 

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Elizabeth Alexander werd geboren op 30 mei 1962 in New York. Zie ook alle tags voor Elizabeth Alexander op dit blog.

 

 

Op het strand

Naar de foto kijken is op de een of andere manier niet
ondraaglijk: Mijn vrienden, twee dood, een met een laag
T-celniveau, zijn witte T-shirt een röntgen-
foto van het virus, dat ik me voorstel
als een enkel, zwemmend paisleypatroon, een sardine
met gekartelde vinnen en een neonruggengraat.

Ik zit in de trein en denk aan mijn vrienden
en kijk naar twee vrouwen die in gebarentaal praten.
Ik voel de energie en de zwaarte die hun woorden
genereren, het gewicht van hun woorden in de lucht
hetzelfde gewicht als jullie aanwezigheid op deze foto,
jongens, de hoeveelheid nazomerlucht op het strand.

Namen jullie die dag deel aan een thé dansant? hebben jullie
gedichten in het zonlicht geschreven? Geflirt met vreemden? Er is
zon onder jullie huid als het goud van Sula
onder ’t zwart van Ajax. Ik kalibreer
het gewicht van jullie prachtige botten, het gewicht
van jouw elleboog, Melvin,
op Darrells bruine schouder.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

2706958-3be555a79df792c8288fa963942c24c8.png
Elizabeth Alexander (New York, 30 mei 1962)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 30e mei ook mijn blog van 30 mei 2020 en eveneens mijn blog van 30 mei 2019 en ook mijn blog van 30 mei 2017 en ook mijn blog van 30 mei 2015 deel 2.




Geschreven door Romenu om 17:44 Reageer op dit bericht

Hitte (Frank Koenegracht)

 

 

2706876-91c55bc7e6647057e99e14d78db06ffd.jpg
A Summer’s Day door Diana M. Armfield, z. j.

 

 

Hitte

Daar gaat de laatste dichter
met een rode tafel in zijn hoofd
die gemakkelijk kan breken.

Het komt hem voor
dat zijn herinneringen, zijn dromen,
zijn gebeden

tegen de poten kloppen,
corresponderen met zijn moeder,
en bootjes vouwen van zijn bloed.

Ik denk dat iedereen wil
dat hij doodgaat maar daarna wel
zelf opstaat en naar huis gaat.

Heer, laat het toe.
Het is half drie.
De vliegen steken.

 

 

2706876-483d0be8cccca573dd870e6c5b999c1f.jpg
Frank Koenegracht (Rotterdam, 23 juli 1945)
Rotterdam

 

 

Zie voor de schrijvers van de 29e mei ook mijn blog van 29 mei 2024 en ook mijn blog van 29 mei 2022 en ook mijn blog van 29 mei 2021 en ook mijn blog van 29 mei 2019 en ook mijn blog van 29 mei 2018 en eveneens mijn blog van 29 mei 2016 deel 2.






Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Ad Zuiderent, Vladislav Chodasevitsj

De Nederlandse dichter en criticus Ad Zuiderent werd geboren in ’s-Gravendeel op 28 mei 1944. Zie ook alle tags voor Ad Zuiderent op dit blog.

 

 

Einde van het feest

je had geen hand meer over
om een hand te geven
en om een houding aan te nemen
zei je dat je me straks nog zag
waar wist ik niet
ik heb niet lang gewacht

soms proef ik de restanten van paté
soms vallen schalen uit een hand in gruis
soms hoor ik stemmen bezig bij de vaat
maar die van jou breng ik daar niet uit thuis

 

 

Herfst in het hoofd

Alsof ik blijvend bloos, zo gloeit mijn hoofd.
Geknield heb ik vandaag verstek gezaagd,
de nieuwe vloer geplint, terwijl het goot.

Het is november; onder vrienden
sprak je dan van hoe je dacht dat straks
je dood zou komen – als een druppel.

Nu niet. Nu wordt de herfst benut
om aan het werk een gladde rand te geven.
Het hoofd voorziet zich nog wel van gedachten,
maar door de mond komt geen ervan tot leven.

Vandaar die rode kleur? Of word ik oud?
De dag loopt af. Wij drinken op het plint
als op een kist met goudbeslag. ’t Werd tijd.
‘Altijd november,’ denk ik, ‘altijd regen.’
Zo’n regel loopt, en raakt mij nooit meer kwijt.

 

 

Winterlandschap

Vergeefs sla ik gesloten ogen op;
daarmee sluit mij het landschap in zich op
dat mij voor dag en dauw en kou voor ogen stond:

een man fietste voor ’t laatst de polder in
op zoek naar stilte als een vruchtbegin,
en wolkjes adem condenseerden bij zijn mond.

Winter als op een Hollands schilderij.
Maar waar de mensen waren? Misschien bij
de kachel thuis, of op de achtergrond in mist.

Vooroorlogse ontroering gaf
deze verbeelding mij, als had
ik mij, nu nevels dichter werden, in de tijd vergist.

Wat moest ik met de mensen? Gedachten
vielen als een vormloos pak in zachte
sneeuw – een witte vlek betekende: een man die afstapt.

Vergeefs sla ik gesloten ogen op;
daarmee sluit zich de man in mijn geheugen op
tot dit in fijne sneeuw verdwijnt. Wat blijft is landschap.

 

 

2706750-dada240b140f4528f1d9e2751e2d06dc.jpg
Ad Zuiderent (’s-Gravendeel, 28 mei 1944)

 

 

De Russische schrijver en dichter Vladislav Felitsianovitsj Chodasevitsj werd geboren in Moskou op 28 mei 1885. Zie ook alle tags voor Vladislav Chodasevitsj op dit blog.

 

Zonder woorden

Je toonde het mij zonder woorden –
hoe onberispelijk schoon je wist
met fijne steken te omboorden
de zomen van het blank bastist.

En ik bedacht hoe mijn bestaan
langs het licht weefsel van het wezen
als draad achter Gods vingers aan
beweegt in steken net als deze.

De steek is zichtbaar, dan weer zoek,
van dood naar leven gaat en keert hij…
en ik bezag daarna je doek
glimlachend, lieve, van de keerzij.

 

Vertaald door Marko Fondse

 

2706750-38dc8970a126f0deeef1ceff93af8a2d.jpg
Vladislav Chodasevitsj (28 mei 1885 – 14 juni 1939)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 28e mei ook mijn blog van 28 mei 2023 en ook mijn blog van 28 mei 2019 en ook mijn blog van 28 mei 2017 deel 2 en ook mijn blog van 28 mei 2016.

Geschreven door Romenu om 17:02 Reageer op dit bericht

Linda Pastan

De Amerikaanse dichteres Linda Pastan werd geboren op 27 mei 1932 in New York. Zie ook alle tags voor Linda Pastan op dit blog.

 

Agoraphobia

“Yesterday the bird of night did sit,
Even at noon-day, upon the marketplace,
Hooting and shrieking.”

—William Shakespeare

1.

Imagine waking
to a scene of snow so new
not even memories
of other snow
can mar its silken
surface. What other innocence
is quite like this,
and who can blame me
for refusing
to violate such whiteness
with the booted cruelty
of tracks?

2.

Though I cannot leave this house,
I have memorized the view
from every window—
23 framed landscapes, containing
each nuance of weather and light.
And I know the measure
of every room, not as a prisoner
pacing a cell
but as the embryo knows
the walls of the womb, free
to swim as its body tells it, to nudge
the softly fleshed walls,
dreading only the moment
of contraction when it will be forced
into the gaudy world.

3.

Sometimes I travel as far
as the last stone
of the path, but
every step,
as in the children’s story,
pricks that tender place
on the bottom of the foot,
and like an ebbing tide with all
the obsession of the moon behind it,
I am dragged back.

4.

I have noticed in windy fall
how leaves are torn from the trees,
each leaf waving goodbye to the oak
or the poplar that housed it;
how the moon, pinned
to the very center of the window,
is like a moth wanting only to break in.
What I mean is this house
follows all the laws of lintel and ridgepole,
obeys the commandments of broom
and of needle, custom and grace.
It is not fear that holds me here but passion
and the uncrossable moat of moonlight
outside the bolted doors.

 

 

Wilde bloemen

Je gaf me paardenbloemen.
Ze namen ons gazon in bezit
met het recht van kolonisten –
ronde zonnen die opkomen
in april, zachte manen
die wegwaaien in juni.
Je gaf me vrouwenschoentjes,
bloedwortel, zijdeplant,
trillium, waarvan het geheime aantal
de kinderen die je me gaf
vertellen. In de hiërarchie
van bloemen staan de wilde
op hun stengels
om benoemd te worden.
Noem ze onkruid.
Ik pluk ze zoals ik
jou plukte,
vanwege hun felle,
onstuimige vreugde.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

2706625-538f1014238abacdd1cb834a76d78151.png
Linda Pastan (27 mei 1932 – 30 januari 2023)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 27e mei ook mijn blog van 27 mei 2023 en ook mijn blog van 27 mei 2020 en eveneens mijn blog van 27 mei 2019 en ook mijn blog van 27 mei 2018 deel 2.

Geschreven door Romenu om 17:19 Reageer op dit bericht

Alan Hollinghurst, Maxwell Bodenheim

De Britse dichter en schrijver Alan Hollinghurst werd geboren op 26 mei 1954 in Stoud, Gloucestershire. Zie ook alle tags voor Alan Hollinghurst op dit blog.

Uit: Onze avonden (Vertaald door Ton Heuvelmans)

“Geen repetitie die morgen, dus we bleven in bed liggen. Ik zette thee.
We zaten rechtop met de kussens in onze rug en zochten op onze telefoons naar berichten over Mark. Ik weet niet precies waarom we die wilden lezen, dat je een beroemd iemand persoonlijk kent, maakt misschien dat je onderdeel wordt van het bericht, en als kijker wil je dat degene die het voorleest het belang ervan inziet en dat op adequate wijze weet te brengen. Het laatste onderwerp in het tv-journaal van
gisteravond was ernstig van toon maar werd routineus gebracht gedurende vijfenveertig seconden door een jonge verslaggever die kennelijk niet beschikte over informatie uit de eerste hand. Het was confronterend om op die manier op de hoogte te worden gebracht van de dood van een vriend. Ik zette het geluid uit, Richard sloeg een arm om mij heen en we keken zwijgend toe toen het cricket begon en daarna het weerbericht.
Richard had Mark maar één keer ontmoet, tijdens het diner ter gelegenheid van Marks negentigste verjaardag in de Tate Gallery, waar tweehonderd gasten in een zaal zaten die voor de gelegenheid was volgehangen met zijn eigen schenkingen aan het museum. Tijdens zijn toespraak klonk en oogde Mark zwak, maar alle aanwezigen waren op zijn hand, en hij was bescheiden en bracht ook een toost uit op Cara, die één dag ouder was dan hij. Toen we daarna even met hen spraken, was het ons niet duidelijk of ze gekwetst of stilletjes opgelucht waren dat Giles niet aanwezig was.
In het levensverhaal van Mark Hadlow is er wat de pers betreft altijd een hinderlijk gebrek aan schandalen geweest: hij was een moreel hoogstaande zakenman, een belangrijke filantroop, zeventig jaar getrouwd met dezelfde vrouw, geen kluizenaar, een in alle opzichten genereuze gastheer, maar zonder hang naar publiciteit: er werd beweerd dat hij een ridderorde en verheffing in de adelstand had afgewezen, en geen van de galerieën en gebouwen die hij heeft gesubsidieerd is naar hem genoemd. Hij is slechts het slachtoffer van kwaadaardige roddels dankzij zijn kinderen. Niemand heeft iets negatiefs te melden over Lydia, behalve dat ze ooit topless optrad in een film van Warhol en vijf jaar geleden overleed bij een auto-ongeluk in Frankrijk. Maar Giles gaat natuurlijk alom over de tong, en hij verzet zich zo fel tegen alles waar zijn vader voor stond dat het verhaal over Mark uitsluitend nog gaat over de negatieve carrière van zijn zoon. ‘Mark Hadlow: miljonair en vader van de brexitminister, overleden’ meldde de Times, terwijl de Mail Giles als eerste noemde in de zin: ‘Giles Hadlows vader op 94-jarige leeftijd overleden’. De foto waarop beide mannen ietwat ongemakkelijk samen poseren, dateert uit de jaren tachtig. Het zou waanzin zijn om te stellen dat Giles verantwoordelijk was voor Marks dood, maar ik vroeg me af hoe hij nu over hem zou denken: nog steeds opstandig of met een mengeling van schuldgevoel en verdriet?”

 

2706520-a1cf3778eb84ce45dd0a3c34d3ce9783.png
Alan Hollinghurst (Stoud, 26 mei 1954)

 

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Maxwell Bodenheim werd geboren op 26 mei 1892 in Hermanville, Mississippi. Zie ook alle tags voor Maxwell Bodenheim op dit blog.

 

 

Broadway

Met sardonische nutteloosheid
Vlucht de veelkleurige menigte,
Opgejaagd door vurige sensualiteit,
Voor iets dat op hun rug wordt gedragen.
Eindeloos onderdrukt, stroomt een geluid
Op uit de menigte,
Alsof iemand naar adem snakt
Om bevrijdende woorden uit te spreken.
Door de kunstmatige vallei
Gevormd door opzichtige ontwijkingen,
Trekt de verstikte menigte op en neer,
Gedachten doorborend met snelle geluiden.
Vrouwen paraderen zoetgevooisd,
Borduren hun onverzadigde verlangens,
En mannen struikelen naar een vluchtig opiaat.
Soms breekt een moment open
En hoort men de knokkels
Van kinderen die op torenhoge deuren kloppen:
Kloppen op de snelweg
Waar de beschaving paradeert
Met haar bevroren vriendelijkheid!

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 

2706520-c44a1927ba2ae9af6b2824b5858d1c57.jpg
Maxwell Bodenheim (26 mei 1892 – 6 februari 1954)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 26e mei ook mijn blog van 26 mei 2020 en eveneens mijn blog van 26 mei 2019 en ook  mijn blog van 26 mei 2018.

Geschreven door Romenu om 16:46 Reageer op dit bericht

Kom, Heil’ge Geest, Gij vogel Gods (Ad den Besten), Theodore Roethke

 

 

 

2706388-6b96ddee49e094e3ad6b3cef68a61356.jpg
Pentecost Version I door Sheila Diemert, 2016

 

 

Kom, Heil’ge Geest, Gij vogel Gods

Kom, Heil’ge Geest, Gij vogel Gods,
daal neder waar Gij wordt verwacht.
Verschijn, Lichtengel, in de nacht,
van onze geest, verward en trots.

Waar Gij niet zijt, is het bestaan,
is alle denken, alle doen,
zo leeg en woest, zo dood, als toen,
Gij, Geest, nog niet waart uitgegaan.

Er is geen licht dan waar Gij zijt,
uw vleugels breidt, uw vleugels strekt,
geen leven, dan waar Gij het wekt,
in een gemis dat naar U schreit.

Hoor, Heil’ge Geest, wij roepen U,
kom, wees aanwezig in het woord;
wek onze geest, opdat hij hoort,
wek ons tot leven, hier en nu.

O Heil’ge Geest, wij zijn verblijd,
Gij immers, eeuwig ondoorgrond,
legt zelf dit lied ons in de mond,
ten teken dat Gij bij ons zijt.

 

 

2706388-baa44848072a9ad957a0166fe51f1c5d.jpg
Ad den Besten (11 maart 1923 – 31 maart 2015)
De Domtoren in Utrecht, de geboorteplaats van Ad den Besten

 

 

De Amerikaanse dichter Theodore Huebner Roethke werd geboren in Saginaw, Michigan op 25 mei 1908. Zie ook alle tags voor Theodore Roethke op dit blog.

 

Het jonge meisje

Wat moet de geest geloven? –
Hij bezit het hele lichaam;
Ik, die aan liefde begin,
Maak daar mijn studie van.

Wij zijn één en toch zijn we meer,
Wordt mij verteld door wie het weten, –
Soms gelukkig twee.
Vandaag huppelde ik langs het water,
Mijn blik hier noch daar,
Mijn dunne armen op en neer,
Een vogel mijn lichaam,
Mijn vogelbloed klaar.

 

 

Vertaald door Ria Loohuizen

 

2706388-24ece966d51d0082f331f811164eae3b.jpg
Theodore Roethke (25 mei 1908 – 1 augustus 1963)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 25e mei ook mijn blog van 25 mei 2025 en ook mijn blog van 25 mei 2020 en eveneens mijn blog van 25 mei 2019 en ook mijn blog van 25 mei 2017 en ook mijn blog van 25 mei 2015 deel 2.

Geschreven door Romenu om 17:22 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten