Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Visitatie witte vrouwen (Hans Werkman), Walt Whitman

 

 

2707095-7b49fd53d14e67bea73c68e467d7280b.jpeg
Visitatie door Luca della Robbia, ca. 1445,
in de kerk San Giovanni Fuoricivitas, Pistoia, Italië

 

 

Visitatie witte vrouwen

Witte vrouwen, vroom van zinnen,
met hun kindjes diep van binnen,

die op knieën en op voeten
elkaar glanzende begroeten.

Oude vrouw Elisabeth,
met uw zoontje van gebed,

springertje in moeders schoot,
kleine doper, tochtgenoot.

Meisje maagd Maria dat
zingen gaat: Magnificat!,

voor de Geest die groeide tot
foetus van de grote God.

Witte vrouwen, droom van binnen,
die zich op het kind bezinnen,

en nu met verstilde voeten
vol verwachting elkaar groeten.

Vrede ligt op hun gezicht,
vrede van een hemels licht.

 

 

2707095-96f49c82d96671d8a35bbce4431762ec.jpg
Hans Werkman (Uithuizermeeden, 12 februari 1939)
De Mariakerk in Uithuizermeeden

 

 

De Amerikaanse dichter Walt Whitman werd geboren op 31 mei 1819 in Westhills, Long Island, New York. Zie ook alle tags voor Whalt Whitman op dit blog.

 

 

HET LIED VAN MIJN EIGEN IK

4.

Ik kom met luide muziek, met trompetten en trommen,
Ik speel niet enkel de marschen ter eere van de overwinnaars
die ieder toejuicht, ik speel ook de marschen voor
overwonnenen en verslagenen.
Heeft men U gezegd, dat het goed was het pleit te winnen?
Dan zeg ik U daarbij, dat ’t goed is de nederlaag te lijden:
veldslagen worden in denzelfden geest verloren als zij
worden gewonnen.

Ik trommel en trompet voor den dood,
Mijn luidste en blijdste muziek is voor de dooden.

Vivats voor hen die verloren hebben!
En voor hen wier oorlogsschepen in de zee zijn ondergegaan!
En voor hen-zelf die in zee zijn ondergegaan!
En voor alle veldheeren wier leger verslagen werd en voor
alle overwonnen helden!
{15} En vivats voor de tallooze onbekende helden, zoo luid als
voor de grootste helden wier naam beroemd is.

5.

Denkt gij, dat ik eenig diep verborgen doel hebbe?
Nu dan, ik heb dat doel, want de zaaiers der Vierde-maand
hebben dat doel en het mica aan de rotshellingen heeft
het ook.

Houdt gij ’t er voor, dat ik verwonderen wil?
Wil het daglicht verwonderen? Wil het roodborstje, dat vroeg
in den morgen kwinkeleert, het doen?
Wil ik ’t dan doen eenigermate meer dan zij?
Dit uur wil ik U in vertrouwen iets meedeelen.
Ik zou ’t niet gaarne iedereen vertellen, maar U wil ik ’t
vertellen.

 

Vertaald door Maurits Wagenvoort

 

 

2707095-762794cbfd0574b768fc4483c9fdc894.png
Walt Whitman (31 mei 1819 – 26 maart 1893)
Standbeeld in Huntington, Long Island, New York

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 31e mei ook mijn blog van 31 mei 2020 en eveneens mijn blog van 31 mei 2019 en ook mijn blog van 31 mei 2017 en ook mijn blog van 31 mei 2015 deel 2.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

De blogger leest alles eerst na: je tekst verschijnt zodra die goedgekeurd is.

Heatwave (Michael Longley), Oscar van den Boogaard, Elizabeth Alexander

 

 

 

2706958-49bcff958e0f47a4a1d0f57ab78bff9b.jpg
Heatwave door Erika Balla, 2020

 

 

Heatwave

Feet on fire, a bath filled with cold water,
I sit on the edge to cool my ankles
And insomnia, and in the small hours
I read Ivor Gurney, and I understand
His obscurity and muddle, poems
That know more than he knows, more than I know:
A Severnside hedge-pool’s cloud-reflections,
Face-dissolving blood-ponds of Passchendaele.
He washes my feet the way Jesus would.

 

 

2706958-2d3cd0000986cb3902aa460dbc9a222f.jpg
Michael Longley (27 juli 1939 – 22 januari 2025)
Albert Memorial Clock Tower in Belfast, de geboorteplaats van Michael Longley

 

 

De Nederlandse schrijver Oscar van den Boogaard werd geboren in Harderwijk op 30 mei 1964. Zie ook alle tags voor Oscar van den Boogaard op dit blog.

Uit: And me

“Aetas parentum pejor avis tulit nos nequiores, mox daturos progeniem vitiosiorem.’ De tijd der ouders, slechter dan de grootouders, heeft ons, die weer slechter zijn dan zij, voortgebracht, en wij zullen spoedig een nog bedorvener nakomelingschap verwekken. Dit zei Horatius in zijn Carmina, dit schreef mijn grootvader tweeduizend jaar later over in zijn schrift waarop hij in krulletters ‘gevleugelde woorden had geschreven. Hoe slecht moest ik mij nu als kleinzoon, nog bedorvener immers dan hij, die op zijn beurt al zo ontzettend slecht was, wel niet voelen? Met de gedachte dat een nog slechter nageslacht mij zou opvolgen kon ik mijzelf misschien nog geruststellen. lk besloot dat Horatius erg zwaar op de hand was en beslist geen groot profeet.
Ik vond het schrift toen ik een jaar of acht was tussen oude vergeelde boeken in het souterrain van het huis van mijn grootmoeder, terwijl ik boven de mensen van het veilinghuis de grote kussenkasten hoorde wegslepen en mijn vader geëmotioneerd tegen zijn schoonzusters hoorde roepen dat vader nog maar een dag begraven was. Door de tralietjes van het souterrain zag ik mijn moeder huilend in haar auto zitten bij een geopend portier, een sigaret in haar hand, haar benen buiten boord.
Het schrift nam ik mee naar huis en ik bewaarde het zorgvuldig in mijn bureaula. In de loop der jaren ontdekte ik langzaam de betekenis van deze woorden.
Amantes amentes. Minnenden zijn hun verstand kwijt. De liefde maakt blind. Amantium irae amoris integratio est. De boosheid der minnenden is een hernieuwing der liefde. Amare et sapere vix deo conceditur. Beminnen en zijn verstand bewaren staat nauwelijks in de macht van een god.
Ik begreep dat liefde en minnen gevaarlijke bezigheden waren waarbij het onvermijdelijk was dat je het bewustzijn verloor. Mijn grootmoeder en grootvader, die kort na elkaar waren gestorven, waren waarschijnlijk bezweken aan de fatale liefde en ik was opgelucht toen mijn moeder aan mij vertelde dat ze nooit van mijn vader had gehouden.
Een paar jaar na het vinden van het schrift van mijn grootvader ontdekte ik in het nachtkastje van mijn vader een rood boek met de titel Seksualiteit en de mens. Het was een boek uit 1950. Wat ik me herinner is een grafiek waarin tegen de x- en y-as de orgasmen van een man en een vrouw waren getekend en opvallend was dat deze zeer ongelijk verliepen, het leek hogere wiskunde.”

 

 

2706958-7b93ec844887f29d3fdf9c4f7419ce13.jpg
Oscar van den Boogaard (Harderwijk, 30 mei 1964)

 

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Elizabeth Alexander werd geboren op 30 mei 1962 in New York. Zie ook alle tags voor Elizabeth Alexander op dit blog.

 

 

Op het strand

Naar de foto kijken is op de een of andere manier niet
ondraaglijk: Mijn vrienden, twee dood, een met een laag
T-celniveau, zijn witte T-shirt een röntgen-
foto van het virus, dat ik me voorstel
als een enkel, zwemmend paisleypatroon, een sardine
met gekartelde vinnen en een neonruggengraat.

Ik zit in de trein en denk aan mijn vrienden
en kijk naar twee vrouwen die in gebarentaal praten.
Ik voel de energie en de zwaarte die hun woorden
genereren, het gewicht van hun woorden in de lucht
hetzelfde gewicht als jullie aanwezigheid op deze foto,
jongens, de hoeveelheid nazomerlucht op het strand.

Namen jullie die dag deel aan een thé dansant? hebben jullie
gedichten in het zonlicht geschreven? Geflirt met vreemden? Er is
zon onder jullie huid als het goud van Sula
onder ’t zwart van Ajax. Ik kalibreer
het gewicht van jullie prachtige botten, het gewicht
van jouw elleboog, Melvin,
op Darrells bruine schouder.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

2706958-3be555a79df792c8288fa963942c24c8.png
Elizabeth Alexander (New York, 30 mei 1962)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 30e mei ook mijn blog van 30 mei 2020 en eveneens mijn blog van 30 mei 2019 en ook mijn blog van 30 mei 2017 en ook mijn blog van 30 mei 2015 deel 2.




Geschreven door Romenu om 17:44 Reageer op dit bericht

Hitte (Frank Koenegracht)

 

 

2706876-91c55bc7e6647057e99e14d78db06ffd.jpg
A Summer’s Day door Diana M. Armfield, z. j.

 

 

Hitte

Daar gaat de laatste dichter
met een rode tafel in zijn hoofd
die gemakkelijk kan breken.

Het komt hem voor
dat zijn herinneringen, zijn dromen,
zijn gebeden

tegen de poten kloppen,
corresponderen met zijn moeder,
en bootjes vouwen van zijn bloed.

Ik denk dat iedereen wil
dat hij doodgaat maar daarna wel
zelf opstaat en naar huis gaat.

Heer, laat het toe.
Het is half drie.
De vliegen steken.

 

 

2706876-483d0be8cccca573dd870e6c5b999c1f.jpg
Frank Koenegracht (Rotterdam, 23 juli 1945)
Rotterdam

 

 

Zie voor de schrijvers van de 29e mei ook mijn blog van 29 mei 2024 en ook mijn blog van 29 mei 2022 en ook mijn blog van 29 mei 2021 en ook mijn blog van 29 mei 2019 en ook mijn blog van 29 mei 2018 en eveneens mijn blog van 29 mei 2016 deel 2.






Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Ad Zuiderent, Vladislav Chodasevitsj

De Nederlandse dichter en criticus Ad Zuiderent werd geboren in ’s-Gravendeel op 28 mei 1944. Zie ook alle tags voor Ad Zuiderent op dit blog.

 

 

Einde van het feest

je had geen hand meer over
om een hand te geven
en om een houding aan te nemen
zei je dat je me straks nog zag
waar wist ik niet
ik heb niet lang gewacht

soms proef ik de restanten van paté
soms vallen schalen uit een hand in gruis
soms hoor ik stemmen bezig bij de vaat
maar die van jou breng ik daar niet uit thuis

 

 

Herfst in het hoofd

Alsof ik blijvend bloos, zo gloeit mijn hoofd.
Geknield heb ik vandaag verstek gezaagd,
de nieuwe vloer geplint, terwijl het goot.

Het is november; onder vrienden
sprak je dan van hoe je dacht dat straks
je dood zou komen – als een druppel.

Nu niet. Nu wordt de herfst benut
om aan het werk een gladde rand te geven.
Het hoofd voorziet zich nog wel van gedachten,
maar door de mond komt geen ervan tot leven.

Vandaar die rode kleur? Of word ik oud?
De dag loopt af. Wij drinken op het plint
als op een kist met goudbeslag. ’t Werd tijd.
‘Altijd november,’ denk ik, ‘altijd regen.’
Zo’n regel loopt, en raakt mij nooit meer kwijt.

 

 

Winterlandschap

Vergeefs sla ik gesloten ogen op;
daarmee sluit mij het landschap in zich op
dat mij voor dag en dauw en kou voor ogen stond:

een man fietste voor ’t laatst de polder in
op zoek naar stilte als een vruchtbegin,
en wolkjes adem condenseerden bij zijn mond.

Winter als op een Hollands schilderij.
Maar waar de mensen waren? Misschien bij
de kachel thuis, of op de achtergrond in mist.

Vooroorlogse ontroering gaf
deze verbeelding mij, als had
ik mij, nu nevels dichter werden, in de tijd vergist.

Wat moest ik met de mensen? Gedachten
vielen als een vormloos pak in zachte
sneeuw – een witte vlek betekende: een man die afstapt.

Vergeefs sla ik gesloten ogen op;
daarmee sluit zich de man in mijn geheugen op
tot dit in fijne sneeuw verdwijnt. Wat blijft is landschap.

 

 

2706750-dada240b140f4528f1d9e2751e2d06dc.jpg
Ad Zuiderent (’s-Gravendeel, 28 mei 1944)

 

 

De Russische schrijver en dichter Vladislav Felitsianovitsj Chodasevitsj werd geboren in Moskou op 28 mei 1885. Zie ook alle tags voor Vladislav Chodasevitsj op dit blog.

 

Zonder woorden

Je toonde het mij zonder woorden –
hoe onberispelijk schoon je wist
met fijne steken te omboorden
de zomen van het blank bastist.

En ik bedacht hoe mijn bestaan
langs het licht weefsel van het wezen
als draad achter Gods vingers aan
beweegt in steken net als deze.

De steek is zichtbaar, dan weer zoek,
van dood naar leven gaat en keert hij…
en ik bezag daarna je doek
glimlachend, lieve, van de keerzij.

 

Vertaald door Marko Fondse

 

2706750-38dc8970a126f0deeef1ceff93af8a2d.jpg
Vladislav Chodasevitsj (28 mei 1885 – 14 juni 1939)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 28e mei ook mijn blog van 28 mei 2023 en ook mijn blog van 28 mei 2019 en ook mijn blog van 28 mei 2017 deel 2 en ook mijn blog van 28 mei 2016.

Geschreven door Romenu om 17:02 Reageer op dit bericht

Linda Pastan

De Amerikaanse dichteres Linda Pastan werd geboren op 27 mei 1932 in New York. Zie ook alle tags voor Linda Pastan op dit blog.

 

Agoraphobia

“Yesterday the bird of night did sit,
Even at noon-day, upon the marketplace,
Hooting and shrieking.”

—William Shakespeare

1.

Imagine waking
to a scene of snow so new
not even memories
of other snow
can mar its silken
surface. What other innocence
is quite like this,
and who can blame me
for refusing
to violate such whiteness
with the booted cruelty
of tracks?

2.

Though I cannot leave this house,
I have memorized the view
from every window—
23 framed landscapes, containing
each nuance of weather and light.
And I know the measure
of every room, not as a prisoner
pacing a cell
but as the embryo knows
the walls of the womb, free
to swim as its body tells it, to nudge
the softly fleshed walls,
dreading only the moment
of contraction when it will be forced
into the gaudy world.

3.

Sometimes I travel as far
as the last stone
of the path, but
every step,
as in the children’s story,
pricks that tender place
on the bottom of the foot,
and like an ebbing tide with all
the obsession of the moon behind it,
I am dragged back.

4.

I have noticed in windy fall
how leaves are torn from the trees,
each leaf waving goodbye to the oak
or the poplar that housed it;
how the moon, pinned
to the very center of the window,
is like a moth wanting only to break in.
What I mean is this house
follows all the laws of lintel and ridgepole,
obeys the commandments of broom
and of needle, custom and grace.
It is not fear that holds me here but passion
and the uncrossable moat of moonlight
outside the bolted doors.

 

 

Wilde bloemen

Je gaf me paardenbloemen.
Ze namen ons gazon in bezit
met het recht van kolonisten –
ronde zonnen die opkomen
in april, zachte manen
die wegwaaien in juni.
Je gaf me vrouwenschoentjes,
bloedwortel, zijdeplant,
trillium, waarvan het geheime aantal
de kinderen die je me gaf
vertellen. In de hiërarchie
van bloemen staan de wilde
op hun stengels
om benoemd te worden.
Noem ze onkruid.
Ik pluk ze zoals ik
jou plukte,
vanwege hun felle,
onstuimige vreugde.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

2706625-538f1014238abacdd1cb834a76d78151.png
Linda Pastan (27 mei 1932 – 30 januari 2023)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 27e mei ook mijn blog van 27 mei 2023 en ook mijn blog van 27 mei 2020 en eveneens mijn blog van 27 mei 2019 en ook mijn blog van 27 mei 2018 deel 2.

Geschreven door Romenu om 17:19 Reageer op dit bericht

Alan Hollinghurst, Maxwell Bodenheim

De Britse dichter en schrijver Alan Hollinghurst werd geboren op 26 mei 1954 in Stoud, Gloucestershire. Zie ook alle tags voor Alan Hollinghurst op dit blog.

Uit: Onze avonden (Vertaald door Ton Heuvelmans)

“Geen repetitie die morgen, dus we bleven in bed liggen. Ik zette thee.
We zaten rechtop met de kussens in onze rug en zochten op onze telefoons naar berichten over Mark. Ik weet niet precies waarom we die wilden lezen, dat je een beroemd iemand persoonlijk kent, maakt misschien dat je onderdeel wordt van het bericht, en als kijker wil je dat degene die het voorleest het belang ervan inziet en dat op adequate wijze weet te brengen. Het laatste onderwerp in het tv-journaal van
gisteravond was ernstig van toon maar werd routineus gebracht gedurende vijfenveertig seconden door een jonge verslaggever die kennelijk niet beschikte over informatie uit de eerste hand. Het was confronterend om op die manier op de hoogte te worden gebracht van de dood van een vriend. Ik zette het geluid uit, Richard sloeg een arm om mij heen en we keken zwijgend toe toen het cricket begon en daarna het weerbericht.
Richard had Mark maar één keer ontmoet, tijdens het diner ter gelegenheid van Marks negentigste verjaardag in de Tate Gallery, waar tweehonderd gasten in een zaal zaten die voor de gelegenheid was volgehangen met zijn eigen schenkingen aan het museum. Tijdens zijn toespraak klonk en oogde Mark zwak, maar alle aanwezigen waren op zijn hand, en hij was bescheiden en bracht ook een toost uit op Cara, die één dag ouder was dan hij. Toen we daarna even met hen spraken, was het ons niet duidelijk of ze gekwetst of stilletjes opgelucht waren dat Giles niet aanwezig was.
In het levensverhaal van Mark Hadlow is er wat de pers betreft altijd een hinderlijk gebrek aan schandalen geweest: hij was een moreel hoogstaande zakenman, een belangrijke filantroop, zeventig jaar getrouwd met dezelfde vrouw, geen kluizenaar, een in alle opzichten genereuze gastheer, maar zonder hang naar publiciteit: er werd beweerd dat hij een ridderorde en verheffing in de adelstand had afgewezen, en geen van de galerieën en gebouwen die hij heeft gesubsidieerd is naar hem genoemd. Hij is slechts het slachtoffer van kwaadaardige roddels dankzij zijn kinderen. Niemand heeft iets negatiefs te melden over Lydia, behalve dat ze ooit topless optrad in een film van Warhol en vijf jaar geleden overleed bij een auto-ongeluk in Frankrijk. Maar Giles gaat natuurlijk alom over de tong, en hij verzet zich zo fel tegen alles waar zijn vader voor stond dat het verhaal over Mark uitsluitend nog gaat over de negatieve carrière van zijn zoon. ‘Mark Hadlow: miljonair en vader van de brexitminister, overleden’ meldde de Times, terwijl de Mail Giles als eerste noemde in de zin: ‘Giles Hadlows vader op 94-jarige leeftijd overleden’. De foto waarop beide mannen ietwat ongemakkelijk samen poseren, dateert uit de jaren tachtig. Het zou waanzin zijn om te stellen dat Giles verantwoordelijk was voor Marks dood, maar ik vroeg me af hoe hij nu over hem zou denken: nog steeds opstandig of met een mengeling van schuldgevoel en verdriet?”

 

2706520-a1cf3778eb84ce45dd0a3c34d3ce9783.png
Alan Hollinghurst (Stoud, 26 mei 1954)

 

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Maxwell Bodenheim werd geboren op 26 mei 1892 in Hermanville, Mississippi. Zie ook alle tags voor Maxwell Bodenheim op dit blog.

 

 

Broadway

Met sardonische nutteloosheid
Vlucht de veelkleurige menigte,
Opgejaagd door vurige sensualiteit,
Voor iets dat op hun rug wordt gedragen.
Eindeloos onderdrukt, stroomt een geluid
Op uit de menigte,
Alsof iemand naar adem snakt
Om bevrijdende woorden uit te spreken.
Door de kunstmatige vallei
Gevormd door opzichtige ontwijkingen,
Trekt de verstikte menigte op en neer,
Gedachten doorborend met snelle geluiden.
Vrouwen paraderen zoetgevooisd,
Borduren hun onverzadigde verlangens,
En mannen struikelen naar een vluchtig opiaat.
Soms breekt een moment open
En hoort men de knokkels
Van kinderen die op torenhoge deuren kloppen:
Kloppen op de snelweg
Waar de beschaving paradeert
Met haar bevroren vriendelijkheid!

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 

2706520-c44a1927ba2ae9af6b2824b5858d1c57.jpg
Maxwell Bodenheim (26 mei 1892 – 6 februari 1954)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 26e mei ook mijn blog van 26 mei 2020 en eveneens mijn blog van 26 mei 2019 en ook  mijn blog van 26 mei 2018.

Geschreven door Romenu om 16:46 Reageer op dit bericht

Kom, Heil’ge Geest, Gij vogel Gods (Ad den Besten), Theodore Roethke

 

 

 

2706388-6b96ddee49e094e3ad6b3cef68a61356.jpg
Pentecost Version I door Sheila Diemert, 2016

 

 

Kom, Heil’ge Geest, Gij vogel Gods

Kom, Heil’ge Geest, Gij vogel Gods,
daal neder waar Gij wordt verwacht.
Verschijn, Lichtengel, in de nacht,
van onze geest, verward en trots.

Waar Gij niet zijt, is het bestaan,
is alle denken, alle doen,
zo leeg en woest, zo dood, als toen,
Gij, Geest, nog niet waart uitgegaan.

Er is geen licht dan waar Gij zijt,
uw vleugels breidt, uw vleugels strekt,
geen leven, dan waar Gij het wekt,
in een gemis dat naar U schreit.

Hoor, Heil’ge Geest, wij roepen U,
kom, wees aanwezig in het woord;
wek onze geest, opdat hij hoort,
wek ons tot leven, hier en nu.

O Heil’ge Geest, wij zijn verblijd,
Gij immers, eeuwig ondoorgrond,
legt zelf dit lied ons in de mond,
ten teken dat Gij bij ons zijt.

 

 

2706388-baa44848072a9ad957a0166fe51f1c5d.jpg
Ad den Besten (11 maart 1923 – 31 maart 2015)
De Domtoren in Utrecht, de geboorteplaats van Ad den Besten

 

 

De Amerikaanse dichter Theodore Huebner Roethke werd geboren in Saginaw, Michigan op 25 mei 1908. Zie ook alle tags voor Theodore Roethke op dit blog.

 

Het jonge meisje

Wat moet de geest geloven? –
Hij bezit het hele lichaam;
Ik, die aan liefde begin,
Maak daar mijn studie van.

Wij zijn één en toch zijn we meer,
Wordt mij verteld door wie het weten, –
Soms gelukkig twee.
Vandaag huppelde ik langs het water,
Mijn blik hier noch daar,
Mijn dunne armen op en neer,
Een vogel mijn lichaam,
Mijn vogelbloed klaar.

 

 

Vertaald door Ria Loohuizen

 

2706388-24ece966d51d0082f331f811164eae3b.jpg
Theodore Roethke (25 mei 1908 – 1 augustus 1963)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 25e mei ook mijn blog van 25 mei 2025 en ook mijn blog van 25 mei 2020 en eveneens mijn blog van 25 mei 2019 en ook mijn blog van 25 mei 2017 en ook mijn blog van 25 mei 2015 deel 2.

Geschreven door Romenu om 17:22 Reageer op dit bericht

Bij nader inzien (Charles Ducal), Michael Chabon, Laura Read

 

 

2706261-b76977dacb2d695a0bad82311fdb60e0.png
Pinksteren door John Nava, 2012

 

 

Bij nader inzien

Soms zien wij de Geest nederdalen
en blijven op het hoofd van een
die de kracht heeft om God te vertalen
in een eenvoudige, menselijke leer:

de machine wordt aangeslagen
de meerwaarde omgezet in brood
en geloof, de rotsgrond bedekt
met vruchtbare aarde, de kinderen Gods

met kennis gedoopt. Ja, soms komt
de Geest en verwarmt Hij ons even:
een prachtige duif, een vurige tong.

Daarna schreeuwt het vlees, van hem bezeten,
verschijnen de vuisten en de geweren,
bedenken wij ons.

 

 

2706261-254cc78fed61698fc117db920b4301c6.jpg
Charles Ducal (Leuven, 3 april 1952)
De Sint-Pieterskerk in Leuven

 

 

De Amerikaanse schrijver Michael Chabon werd geboren op 24 mei 1963 in Washington. Zie ook alle tags voor Michael Chabon op dit blog.

Uit: Op huizenjacht (Vertaald door Gerda Baardman)

“Het huis was totaal niet geschikt voor hen. Het was een met klimop begroeid Normandisch landhuis met een asymmetrische daklijn, een kort dik torentje met spits en op de begane grond ramen met kleine ruitjes, en het stond hoog op de noordwestelijke oever van Lake Washington, een paar straten ten oosten van het huis waar Christy was opgegroeid. De buurt was ten prooi aan regelmatige invallen van legers tuinlieden, landschapsarchitecten en mensen die echte Umbrisch granieten straatstenen kwamen leggen, maar toch was het huis overduidelijk opgetut voor de verkoop. De blauwe verf op de luiken zag er glanzend en nat uit, verse zwarte bloemenaarde kolkte rul rond de viooltjes langs de oprijlaan en het onmetelijke gazon aan de voorkant was opgepoetst tot het een harde glans vertoonde. Het bordje van de makelaar was een discreet rood-wit schildje op een zwart ijzeren paal, met alleen ‘Herman Silk’ en een telefoonnummer erop in een chic schreefloos lettertje.
‘Dit?’ vroeg Daniel Diamond en zijn hart maakte een sprongetje, met een duizelig makend getintel. Hoewel alle raampjes openstonden, hing er in de auto van meneer Hogue een verstikkende walm van aftershave, een scherp ruikend extract van wintergroenolie en pekel dat de makelaar heviger was gaan uitwasemen naarmate ze dichter bij het huis kwamen, als een soort angstzweet. Daardoor kreeg Daniel meer last van zijn allergie en hij wilde dat hij er die ochtend aan had gedacht een Claritin te nemen voordat hij de deur van de flat achter zich dichttrok. ‘Is dit het?’
‘Dit is het,’ zei Hogue op vermoeide toon, alsof hij al de hele dag in zijn oeroude Mercedes met ze door de stad zeulde om hun een eindeloze hoeveelheid huizen te laten zien waar niets mis mee was en die ze niettemin om de willekeurigste, pietluttigste redenen stuk voor stuk afwezen. Maar het was pas tien uur ’s ochtends en dit was het eerste huis dat ze gingen bekijken. Bob Hogue was een gelooide man van onbestemde middelbare leeftijd met een groen polohemd, een beige broek en een geruite katoenen blazer in een kleurstelling die populair is bij fabrikanten van cellofaangras voor paasmandjes. Zijn rimpels als rechte lijnen, zijn stekeltjeshaar, zijn kin als twee knokkels en zijn neus met de minuscule rode kriebellettertjes gaven hem het aanzien van een aan lager wal geraakte straaljagerpiloot. ‘Wat is ermee? Is het je te min?”

 

2706261-76ecd8dbd90941346ad700200c0055b3.png
Michael Chabon (Washington, 24 mei 1963)

 

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Amerikaanse dichteres en docente Laura Read werd geboren in New York in 1970. Zie ook alle tags voor Laura Read op dit blog.

 

PINKSTEREN

De week na de dood van je vader,
zie ik je na school naar huis lopen
in je Wimpy Kid T-Shirt,
en ik ken je niet eens, maar ik wil je
roepen als een ontvoerder
en je vertellen dat dit nog maar het begin is.
Je hoofd zal altijd een brandende lucifer zijn,
zoals de apostelen in het glas-in-loodraam
toen Jezus terugkwam. Maar hij zal nooit
terugkomen. Ik zeg dit omdat je het weet,
maar toch zul je ervan dromen.
Je zult dol zijn op boeken en tv-programma’s
over tijdreizen. Zoals het blauwe
politiehokje waar je in kunt stappen en
terug kunt gaan naar de week ervoor.
Of misschien vindt hij je wel,
zoals hij doet op deze eerste ochtenden,
voordat je het je herinnert.
Hij zal altijd hetzelfde shirt dragen
als hij je komt wakker maken,
zoals mijn vader in zijn olijfgroene strepen,
alsof hij nooit iets anders droeg.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

2706261-1f5a65458ad6c8dfd17452e811e4beef.jpg
Laura Read (New York, 1970)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 24e mei ook mijn blog van 24 mei 2025 en ook  mijn blog van 24 mei 2020 en eveneens mijn blog van 24 mei 2018 en ook mijn blog van 24 mei 2015 deel 2.



Geschreven door Romenu om 17:04 Reageer op dit bericht

Jan Baeke, Jane Kenyon

De Nederlands dichter Jan Baeke werd geboren in Roosendaal op 23 mei 1956. Zie ook alle tags voor Jan Baeke op dit blog.

 

 

Een engel of god

De deur ging open en de bus reed binnen.
Een hevig gebrom, iedereen sprakeloos
niet in staat om het juiste te zeggen.
Een bus? Zie je dat? Een bus.

Het was wachten op andere voertuigen
of dat de kamer eigenlijk een plaats was
waar bomen onder invallende duisternis
een spoorwegovergang aan het oog onttrekken.

Dan is het een vreemde gewaarwording
in een fauteuil wakker te worden
met het boek nog
op je schoot, een studie

naar de waarde van zeldzaamheid
in een taal die je niet beheerst
maar je bent halverwege
en je hebt begrepen wat de auteur bedoelt.

Hij heeft hier gezeten, dat weet je en naast hem
een engel of god, boven alle tijd verheven
maar nu door en door nat
met een lelijke hoest en vlekken van de koorts

niet te weten wat te doen met deze bus
en diezelfde ontreddering
daarna in de woorden waarmee hij alle buspassagiers
om een paar stuivers vraagt.

Het ruikt niet fris meer, de benzinedampen
zijn het sterkst waar de bus
een bocht moest maken
om bij het raam te kunnen parkeren.

Iemand aarzelt om hier uit te stappen
naast de bezette fauteuil
in de wetenschap van die engel of god
en wat hij verder van plan is.

Iemand wil niet in hetzelfde stappen
om iedere dag te voelen dat de bus bestaat.

Dan rennen om de bus te halen
en de bus te missen.

 

 

Passie

De slager werpt zich op zijn altaar
Hij verspreidt zijn dienende bestaan
door merg en been
Zijn mes komt op het hakblok neer
(en neer en neer)

Het mes snijdt
door zijn klanten – Hoor maar
Het gelouter gaat tekeer
en klettert op zijn bloedverwanten
Onbeperkt de hartelust
waar deze schepping zich mee tooit

Men wordt in bloed zoveel gewaar
Vooral in mens en dier geschreven
gaat het mes tevreden heen
Er is geen heiliger gebaar

 

 

Verbindingskunstenaar

Strepen kunnen wel, maar lusjes?

Een mens loopt al vaak kreupel
voor het hart daartoe noopt, mooi woord.

Een verbindingskunstenaar heeft dan
zijn touw paraat en knoopt, denkt na

pitriet, ach ja en raffia – de wereld buigt.

Hebben we de handjes netjes gevouwen?
Heeft iedereen
de opdracht van verleden week al af?

 

 

2706157-ac8c63c43246d279ced8e7c718be37aa.jpg
Jan Baeke (Roosendaal, 23 mei 1956)

 

 

De Amerikaanse dichteres en vertaalster Jane Kenyon werd geboren op 23 mei 1947 in Ann Arbor, Michigan. Zie ook alle tags voor Jane Kenyon op dit blog.

 

 

Even komt het binnen, en even spreekt het

Ik ben de bloesem geperst in een boek,
na tweehonderd jaar teruggevonden. . . .

Ik ben de schepper, de minnaar en de bewaarder. . . .

Wanneer het jonge meisje dat honger lijdt
aan tafel gaat zitten,
zal ze naast mij zitten. . . .

Ik ben het eten op het bord van de gevangene. . . .

Ik ben het water dat naar de bron stroomt,
dat de kruik vult tot hij overloopt. . . .

Ik ben de geduldige tuinman
van de droge en onkruidrijke tuin. . . .

Ik ben de stenen trede,
de grendel en het werkende scharnier. . . .

Ik ben het hart dat samentrekt van vreugde. . .
het langste haar, wit
vóór alle anderen . . .

Ik ben daar in de fruitmand
die aan de weduwe wordt aangeboden. . .

Ik ben de muskusroos die zich opent,
onbeheerd, de varen op de drassige top.

Ik ben degene wiens liefde
je overweldigt, die al bij je is
wanneer je eraan denkt mijn naam te roepen….

 

Vertaald door Frans Roumen

 

2706157-ade87d3270c746e29d809c1042641186.jpg
Jane Kenyon (23 mei 1947 – 22 april 1995)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 23e mei ook mijn blog van 23 mei 2020 en eveneens mijn blog van 23 mei 2019.



Geschreven door Romenu om 18:02 Reageer op dit bericht

Erik Spinoy, Jane Kenyon

De Vlaamse dichter en schrijver Erik Spinoy werd geboren op 22 mei 1960 in Sint-Niklaas. Zie ook alle tags voor Erik Spinoy op dit blog.

 

Een nachtmerrie

Koolwitje, zij. Een witte maan ontsluiert en
verbergt de nacht. De lucht is haast onadembaar.
Draadloos loopt ze door het onplezierig labyrint.
Ze schudt als zoetemelk en dwaalt, en dwaalt.

Meekraplak rozen bloeien om de oude Prachtbau.
In tempelgroene wingerd gaat het museum schuil.
Rood Knossos lijkt wel Guggenheim. Eénzelfde parasol,
bordeaux van kleur, beschaduwt Adolf, Plato,
captain Kirk. Zo draait in elke zaal
een tafereel dat steeds, bij nadering,
wordt uitgewist.

Zo boos een firmament. Eerst zingt Marie,
dan treedt hij op: de glimmend zwarte faëton
in wie haar stem ontslaapt, na oorverdovend roepen.

Is het een slederit? De Spessart, onder verse sneeuw.
Rondom een bergland oogwitwit. Sneeuw vlokt alleen
om nooit omhoog te gaan. In angst: ‘Marie! Marie!
Houd je goed vast!’ De stem houdt bij de lippen stil.
Een diepte gaapt. Dan gaat het steil bergaf, opeens.

 

 

Aurora in de herfst

April niet, en geen vogel met gevorkte staart.
Susette zit. Het slot roest dicht, het spoor
bewijst haar niet. Geen dotterbloem of espeblad
bevrijdt en bindt haar ook. Een geel juweel
wordt ganz umsonst gepoetst. Om niets glimt
het azuur.

Augustus niet. Geen leeuwerik die klimt en het
voor haar begeeft. Ze schrijft, terwijl ze door
de zeef van herfsten gaat. Afwezig werkt een spin
aan zilverdraad. Haar ochtend gloort van nevel. Dood
gaan voortdurend varens.

Ze schrijft. Haar letter vangt wat hij verliest,
de pen herhaalt: Hier – weg! Hier – weg! Aurora
is ze, zuster van de maan. Titonus werd (de man
uit Bern) als stro door vuur verteerd. Vergrijsd
dronk hij de ambrozijn, tot hij een sprinkhaan werd.

(Steeds kwelt Susette een onbestemde dorst.
De bekers zijn met goud gevuld. Haar hand
beklemt een ruit van blauw, onbreekbaar glas.)

 

 

Een dag op het land

(Dit is geweest.
Een koets ontvoert haar uit ‘Het witte hert’.
Een wolk van stof waait op en gaat terneer.
Gontard, de stad getrouw, telt reukloos geld
en buigt voor lakenhandelaars.)

Susette woont op de Pinksterwei, en lijkt wel uit
de doden opgestaan. Weer etst ze zich een Eden
aan de Main. Opent de rozen om het huis, legt mist
in de kastanjelaar. Slurpt mensenschuwe rust. En eet
een laat ontbijt met hem, in het jasmijnprieel.

Damast, waarbij de glans van zilver hoort.
Een blik, versteend bij haar entree. Maar zij
ontwijkt het oog en loopt vertraagd de kamer in.
De crinoline weegt als zink, terwijl ze ziet:
een lauw, doorzond prieel, gordijnen open op
een gletsjerblauwe dag. Op tafel rinkelt
vliesdun Meissner-porselein. Dan zit ze, schept
drie lepels suiker in haar thee. Wat zoet is
lijkt, per definitie, goed voor haar.

‘U schrijft, mijnheer?’ Bloedjong is hij
in Frankfurts middenstand, een dichter met
het marmeren lijf en wezen van een Phidias.
(Een rode mist trekt daarom voor haar ogen.)
Toch schijnt hij bang, en zonder moed op haar.

Maar onderhoudend wel. Geen Klopstock, Schiller
doet het hem ooit na. Boven de sterren zwijgt
de golfslag van de strijd. Al eeuwen had hij haar
van ver gekend. Voor hem is zij Urania. En dit
gesprek: de Rijn die uit zijn bedding breekt.
Nou goed, dat klinkt alvast niet gek.

 

 2706069-02407edc20d0ee4b6b37f0690bc36ab2.jpg
Erik Spinoy (Sint-Niklaas, 22 mei 1960)

 

 

De Amerikaanse dichteres en vertaalster Jane Kenyon werd geboren op 23 mei 1947 in Ann Arbor, Michigan. Zie ook alle tags voor Jane Kenyon op dit blog.

 

Koekje

De hond heeft zijn bak leeggegeten
en zijn beloning is een koekje,
dat ik in zijn bek stop
als een priester die de hostie aanbiedt.

Ik kan die kop vol vertrouwen niet uitstaan!
Hij vraagt om brood, verwacht
brood, en ik met mijn macht
had hem een steen kunnen geven.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

2706069-5c7b909311980f182afbe3a20be83bcb.png
Jane Kenyon (23 mei 1947 – 22 april 1995)
Met haar hond Gus

 

Zie voor meer schrijvers van de 22e mei ook mijn blog van 22 mei 2020 en eveneens mijn blog van 22 mei 2018.



Geschreven door Romenu om 16:55 Reageer op dit bericht

Gabriele Wohmann, Robert Creeley

De Duitse schrijfster Gabriele Wohmann werd op 21 mei 1932 in Darmstadt geboren als Gabriele Guyot. Zie ook alle tags voor Gabriele Wohmann op dit blog.

Uit: Hebzucht (Vertaald door Klaus Siegel)

“Gisteren is het gebeurd. We kunnen het nog steeds niet geloven, vader en ikzelf. Vader dat is mijn man. We noemen elkaar vader en moeder, omdat we vinden dat zoiets ons des te inniger tot een gezin aaneensmeedt en op den duur zijn vruchten af zal werpen. Vaderlijke autoriteit en moederschap – zoiets ga je toch niet ondergraven door een willekeurige voornaam te gebruiken. Als je een kind er op tijd van doordringt: dit is moeder, en niets anders dan moeder en niet zekere Lucy, Margot, Elsbeth, of noem maar op, dan zal dat vast en zeker invloed hebben op het instinct en zo; tenminste zo denken wij erover. Wij zijn waarachtig niet het soort mensen dat bij de dag leeft. Hoeveel families zie je niet om je heen, waarin de bejaarde ouders het moeten stellen zonder de alleszins gerechtvaardigde dankbaarheid van hun kinderen. Anders uitgedrukt: in tehuizen of in andere oorden zie je ze terugvallen op de hulp van derden. Is het gek dat vader en ik vinden dat die beklagenswaardige mensen – dat wel – hun lot per slot van rekening aan zichzelf hebben te wijten. Je moet je kind vanaf de eerste dag – ik zou haast zeggen: zó uit de moederschoot – opvoeden tot dankbaarheid. Tenslotte schenk je hun toch maar het leven, anders gezegd: een geschenk, waarvan je maar moet afwachten hoe het uitpakt. De liefde voor vader en moeder kun je nog het beste vergelijken met de terugbetaling van een schuld, maar van een prachtschuld, ik zou haast willen zeggen van de mooiste schuld die er bestaat.
Gisteren is het dus allemaal gebeurd. Ik begrijp er nog steeds niets van.
Vader, die ik trouwens erg bewonder, komt er klaarblijkelijk eerder overheen – tenminste dat denk ik, want dat hij nu alweer aan de gang is gegaan met nieuwe ideeën voor grootmoeders testament, diep erover heen gebogen, op kladjes krabbelend en belust op veranderingen, dat hij dat doet en op die manier ons gezinsleven verrijkt met het uitzicht op een erfenis, daarop heeft zijn verdriet, terwijl hij toch Koens vader is, kennelijk geen invloed. Als het nu maar bij verdriet bleef; behalve dat zijn we allemaal ook erg verbolgen, heel erg verbolgen.
Verschrikkelijk gewoon. Alles liep tot nu toe zo gesmeerd. Speciaal sinds ons dochtertje Gitti, werd geboren, de beloning voor vier zoontjes. Gittekind is werkelijk nog schattiger dan we hadden durven dromen. En bovendien gewoonweg ideale peetouders.”

 

2705989-2cdb4acac9f036e3b7fa47b1a5e1115d.jpg
Gabriele Wohmann(21 mei 1932 – 22 juni 2015)

 

 

De Amerikaanse dichter Robert Creeley werd geboren op 21 mei 1926 in Arlington, Massachusetts. Zie ook alle tags voor Robert Creeley op dit blog.

 

 

Later

Als ik de hand
(mijn hand) kon leggen
op een klein stukje
ervan – dat vlees is

noch vis noch gevogelte.
Jij niet, Harry. Niemands
moeder – of vader,
of kinderen. Ik

niet, hoor. Niet
aarde, lucht, water –
geen geest, geen tijd.
Geen eilanden in de zon.

Geld wil ik niet.
Niet meer ruimte
dan een ander –
ik ben hier niet

in m’n eentje. Maar
als je me iets wilt
geven voor Kerstmis,
ik blijf in de buurt.

 

Vertaald door Peter Nijmeijer

 

2705989-b40a56f558bb5aca928dee82c40a423a.jpg
Robert Creeley (21 mei 1926 – 30 maart 2005)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 21e mei ook mijn blog van 21 mei 2025 en ook mijn blog van 21 mei 2021 en ook mijn blog van 21 mei 2020 en eveneens mijn blog van 21 mei 2019 en ook mijn blog van 21 mei 2018.

Geschreven door Romenu om 16:34 Reageer op dit bericht

Tommy Wieringa, Robert Creeley

De Nederlandse schrijver Tommy Wieringa werd geboren in Goor op 20 mei 1967. Zie ook alle tags voor Tommy Wieringa op dit blog.

Uit: Mijn moeder & ik

“Mijn moeder groeide op waar de Rijn ons land binnenkomt, in Tolkamer. Haar autoritaire vader was douanier, haar moeder had een zwak hart en lag vaak op de bank. Het onstuimige karakter van mijn moeder zorgde in haar jeugd al voor conflicten. Als tiener werd ze daarom naar een instelling voor gemankeerde jongens gestuurd, waar ze zonder noemenswaardige opleiding groepsleidster werd. Het was een manier om haar het huis uit te werken.
Door mijn vader te trouwen, kon ze ontsnappen aan die omstandigheden. Ik weet niet of het echt liefde was, ze waren voor elkaar misschien eerder een paspoort naar een ander leven. Mijn vader wist niet wat hem overkwam: hij was onzeker en brildragend en had opeens zo’n flamboyante meid aan de haak.
Twee jaar nadat ik werd geboren, emigreerden ze naar Aruba. Mijn vader ging daar lesgeven, mijn moeder leidde er het leven van een expatvrouw. Die jaren hebben onlangs met terugwerkende kracht kleur gekregen dankzij de brieven van mijn moeder, die ik op haar uitvaart van een vriend van haar kreeg. Een doos vol dichtbeschreven luchtpost, die ze hem destijds stuurde.
Het was een ontremde toestand, daar op Aruba: mensen gingen er getrouwd heen en kwamen bijna zonder uitzondering gescheiden terug. In haar brieven beschrijft mijn moeder de losbandige feesten. Mijn vader deed nog aan huwelijkse trouw, maar mijn moeder nam het ervan. Ze is altijd roekeloos geweest, niet alleen op seksueel vlak. Ze reed steevast veel te hard en verspeelde kapitalen door te investeren in krankzinnige, idealistische projecten.
Als moeder van mijn zus, mij en ons uit Colombia geadopteerde zusje was ze grillig. Haar temperament kon vlug verschieten van enorme woede naar grote liefheid. Ze was geen traditionele moeder, van een echte opvoeding was eigenlijk niet zozeer sprake. Meer een laisser-faire.
Op mijn negende keerden we terug naar Nederland – ik had mijn heup gebroken en die kon alleen hier worden gerepareerd. Twee jaar daarna scheidden mijn ouders. Aanvankelijk nam mijn moeder niet alleen alle kinderen maar ook de volledige inboedel mee, mijn vader hield het huis. Zij trok in de woning van haar nieuwe man. Ik vond het daar unheimlich, had geen zin in het nieuwe bestaan dat me werd opgedrongen, en besloot bij mijn vader te gaan wonen.”

 

2705883-7862c9cc3906ace94e2083bc969f205f.jpg
Tommy Wieringa (Goor, 20 mei 1967)

 

 

De Amerikaanse dichter Robert Creeley werd geboren op 21 mei 1926 in Arlington, Massachusetts. Zie ook alle tags voor Robert Creeley op dit blog.

 

Het reclamebord

Hoe zwijgzamer de mensen zijn
hoe langzamer de tijd verstrijkt

tot er opeens een eenzame man
zit in de gedaante van de stilte.

Schreeuw dan tegen hem, kom hier
idioot dat ding gaat ontploffen.

Een gezicht dat geen gezicht is
maar de trekken ervan, over

een gezicht geplakt tot dat gezicht
z’n gezicht heeft verloren, antwoordt

door alleen niets te zijn
daar waar een man was.

 

Vertaald door Peter Nijmeijer

 

2705883-52dc45da58379f38006f10898d493023.png
Robert Creeley (21 mei 1926 – 30 maart 2005)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 20e mei ook mijn blog van 20 mei 2023 en ook mijn blog van 20 mei 2020 en eveneens mijn blog van 20 mei 2019.

Geschreven door Romenu om 16:44 Reageer op dit bericht

Jodi Picoult, William Michaelian

De Amerikaanse schrijfster Jodi Lynn Picoult werd geboren op 19 mei 1966 in Nesconset op Long Island, New York. Zie ook alle tags voor Jodi Picoult op dit blog.

Uit: De andere zoon (Vertaald door Henk Popken)

“Overal waar ik kijk, zie ik sporen van een gevecht. De post ligt verspreid over de keukenvloer; de stoelen zijn omgevallen. De telefoon is uit zijn houder geslagen en de batterijen bungelen aan een navelstreng van draden. Er is slechts één vage voetafdruk te zien op de drempel naar de woonkamer en die wijst naar het dode lichaam van mijn zoon, Jacob.
Hij ligt als een zeester uitgespreid voor de open haard. Zijn slapen en handen zijn overdekt met bloed. Ik kan even niet meer bewegen, niet meer ademhalen.
Plotseling komt hij in zittende houding overeind. ‘Mam,’ zegt Jacob, ‘je probéért het niet eens.’
Dit is niet echt, houd ik mezelf voor, en ik kijk hoe hij weer in precies dezelfde houding gaat liggen – op zijn rug, zijn benen naar links gedraaid.
‘Eh, er is gevochten,’ zeg ik.
Jacobs mond beweegt nauwelijks. ‘En…?’
‘Je bent op je hoofd geslagen.’ Ik zak op mijn knieën, zoals hij me al honderd keer gezegd heeft te doen, en zie nu de elektrische klok die normaal gesproken op de schoorsteenmantel staat en nu half onder de bank uitsteekt. Ik raap hem snel op en zie bloed op een hoek. Ik raak met mijn pink de vloeistof aan en proef ervan. ‘O, Jacob, je gaat me toch niet vertellen dat je weer al mijn stroop hebt opgemaakt…’
‘Mam! Concentreer je!’
Ik laat me op de bank zakken en houd de klok in mijn handen. ‘Er kwamen dieven binnen en jij hebt ze verjaagd.’
Jacob gaat met een zucht zitten. De stroop heeft zijn donkere haar mat gemaakt. Zijn ogen glinsteren, hoewel ze mij niet echt aankijken. ‘Denk je nu echt dat ik twee keer dezelfde plaats delict zou opzetten?’ Hij doet zijn vuist open en ik zie nu voor het eerst de pluk strokleurig, zijdezacht haar. Jacobs vader is een vlaskop, althans, dat was hij toen hij vijftien jaar geleden wegliep en mij achterliet met Jacob en Theo, zijn gloednieuwe, blonde broertje.”

 

2705772-e8a403ec554685bb1602d881e3976542.jpg
Jodi Picoult (Nesconset, 19 mei 1966) 

 

 

De Amerikaanse dichter en schrijver William Michaelian werd geboren op 20 mei 1956 in Dinuba, Californië. Zie ook alle tags voor William Michaelian op dit blog.

 

 

Ik denk aan andere dingen

Wanneer bloemen
en bladeren
onze
composthoop sieren,
denk ik aan
andere dingen
die we achter ons hebben gelaten.

Ze liggen diep begraven,
maar ze lijken nooit te sterven.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 

2705772-72b770185beef8d7410ce4eb7646e610.jpg
William Michaelian (Dinuba, 20 mei 1956)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 19e mei ook mijn blog van 19 mei 2025 en ook mijn blog van 19 mei 2020 en eveneens mijn blog van 19 mei 2019 en ook mijn blog van 19 mei 2018 deel 1 en eveneens deel 2.



Geschreven door Romenu om 16:40 Reageer op dit bericht

W.G. Sebald, Omar Khayyam

De Duitse schrijver W.G. Sebald werd geboren in Wertach (Allgäu) op 18 mei 1944. Zie ook alle tags voor W. G. Sebald op dit blog.

Uit: Schwindel. Gefühle

„Im Übrigen schreibt Beyle, es sei selbst da, wo man über lebensnähere Erinnerungsbilder verfüge, auf diese nur wenig Verlaß. Nicht anders als die großartige Erscheinung des Generals Marmont in Martigny, vor Beginn des Aufstiegs, habe, unmittelbar nach der Überwindung der schwersten Strecke des Wegs, der Abstieg von der Paßhöhe und das gegen die Morgensonne sich öffnende St. Bernhardstal einen in seiner Schönheit unauslöschlichen Eindruck auf ihn gemacht. Er sei damals aus dem Schauen überhaupt nicht mehr herausgekommen, und fortwährend seien ihm dabei die ersten italienischen Worte — quante miglia ci sono da qui a Ivrea und donna cattiva — durch den Kopf gegangen, die ihm tags zuvor ein Pfarrer, bei dem er einquartiert war, beigebracht hatte. Beyle schreibt, er habe lange Zeit in dem Glauben gelebt, sich an diesen Ritt in allen Einzelheiten erinnern zu können, insbesondere an das Bild, in dem sich, bei schon abnehmendem Licht, die Stadt Ivrea aus einer Entfernung von etwa einer dreiviertel Meile ihm zum ersten Mal dargeboten habe. Wo es aus dem breiter werdenden Tal langsam in die Ebene hinausgeht, lag sie, etwas zur Rechten, während links, in die Tiefe der Entfernung hinein, sich die Berge erhoben, der Resegone di Lecco, der ihm später noch soviel bedeuten sollte, und ganz im Hintergrund wohl der Monte Rosa.
Es sei, schreibt Beyle, für ihn eine schwere Enttäuschung gewesen, als er vor einigen Jahren bei der Durchsicht alter Papiere auf eine Prospetto d’Ivrea untertitelte Gravure gestoßen sei und sich habe eingestehen müssen, daß sein Erinnerungsbild von der im Abendschein liegenden Stadt nichts anderes vorstellte als eine Kopie von ebendieser Gravure. Man sollte darum, so rät Beyle, keine Gravuren von schönen Aus- und Ansichten kaufen, die man auf Reisen sehe. Denn eine Gravure besetze bald schon den ganzen Platz der Erinnerung, die wir von etwas hätten, ja, man könne sogar sagen, sie zerstöre diese. An die wundervolle Madonna von San Sisto beispielsweise, die er in Dresden gesehen habe, könne er sich bei aller Anstrengung nicht mehr erinnern, weil sie von der Gravure, die Müller von ihr gemacht habe, überdeckt worden sei, wohingegen er nach wie vor die miserablen Pastelle von Mengs aus derselben Galerie, von denen ihm nie und nirgends eine Nachzeichnung untergekommen sei, auf das deutlichste vor Augen habe.”

 

2705623-650bb5da47c36f6f56c21479176af8d4.jpg
W.G. Sebald(18 mei 1944 – 14 december 2001)

 

 

De Perzische dichter Omar Khayyám, of zoals zijn arabische naam luidt, al-Imâm Abu Hafs ‘Omar ebn Ebrâhim al-Khayyâmi, werd geboren op 18 mei 1048 te Nishapur. Zie ook alle tags voor Omar Khayyám op dit blog.

 

 Ik scheidde; onverstand was allerwegen,
van al mijn parels werd niet één geregen.
De dwazen! honderd dingen, nooit beseft
en nooit bereikt, zijn in mij doodgezwegen.”

 

 

Vertaald door  J. H. Leopold

 

 

2705623-14afc43e9e0777cae94ce9004b2910b4.jpg
Omar Khayyam (18 mei 1048 – 4 december 1131)
Standbeeld in het Laleh Park in Teheran

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 18e mei ook mijn blog van 18 mei 2025 en ook mijn blog van 18 mei 2020 en eveneens mijn blog van 18 mei 2019 en ook mijn blog van 18 mei 2018 en eveneens mijn blog van 18 mei 2014 deel 2.

Geschreven door Romenu om 17:04 Reageer op dit bericht

Lars Gustafsson, Markus Breidenich

De Zweedse dichter en schrijver Lars Gustafsson werd geboren in Västeras, op 17 mei 1936. Zie ook alle tags voor Lars Gustafsson op dit blog.

 

 

GLADHEID

Hier heerste de stille gladheid
die door één enkele slag van een roeispaan verstoord kon worden.
Jaargetijde dat langzaam afkoelt.
Het geluid van een ketting die losgemaakt wordt
en op de bodem van een roeiboot gelegd.
En uit angst om die heel bijzondere uitgestrekte rust
van de waterspiegel te schaden
hield ik mijn roeispaan zwevend in de lucht.

 

 

VOORN

Was het ongebruikelijke woord
waarnaar ik zocht in mijn droom
en dat ik met geen mogelijkheid kon vinden.

Ik werd wakker
uit een droom over een vis
met rode ogen

eenvoudig te vangen met wat fijngekauwd brood
aan een gebogen speld.
Een voorn, doodsoorzaak van

Yvonne, Prinses van Bourgondië,
en zo veel trager dan de elegante marenen,
deze danseressen van het warme kustwater.

Ja, deze droom was vervuld
van schoonheid en dans.
En niemand ter wereld wist

dat de voorn voorn heet.

 

 

HET PARADIJS

Het moeras, verboden te betreden
Gevaarlijk diep met kattenstaart en waterplanten.
De salamanders die wij vingen
en ‘waterhagedissen’ noemden.

Ze zouden wratten op je vingers veroorzaken.
Omdat ze zelf vol wratten zaten.

Vast en zeker uitgestorven nu. Wie kan het wat schelen?
Plotseling was het joch twintig jaar.

Voor hem lag het lange leven.
Als de Kurlandse vlakte.

De beek. De salamanders.
Wij waren het die alles wegnamen

Niemand anders.

 

Vertaald door J. Bernlef

 

 2705495-568db2cef876fece0ef3d6074336f793.jpg
Lars Gustafsson (17 mei 1936 – 3 april 2016)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Markus Breidenich werd geboren in Düren op 18 mei 1972. Zie ook alle tags voor Markus Breidenich op dit blog.

 

 

Uit de Bronstijd

Vaak ben ik onzichtbaar, en jij weet niet
wat het betekent om aan de sneeuwwolken
eer te bewijzen. Ze zijn druk met het
balsemen van de velden in de weer.
Linnen lakens zijn in hun bezit. Mijn
huid raakt bij elke gelegenheid
ijskristallen aan en wordt gemakkelijk glad. Waar
handen bevriezen, blijft donker weefsel
achter, dat in het binnenste van gletsjers
verdwijnt. Mijn wapens zijn bot,
de vacht op mijn rug is weggesleten.
Je kunt uit de houding van mijn armen iets
onverschilligs afleiden en uit de taal
van de straalstromen mijn autobiografie. Ik ben
de stille getuige van mijn aanwezigheid. Je vindt
me vaak bij de rotstuinen boven de weilanden.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

2705495-3f038307544c02cea1975192e90347dd.jpg
Markus Breidenich (Düren, 18 mei 1972)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 17e mei ook mijn blog van 17 mei 2021 en eveneens mijn blog van 17 mei 2018 en ook mijn blog van 17 mei 2015 deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:24 Reageer op dit bericht

Paul Gellings, Adrienne Rich

De Nederlandse dichter en vertaler Paul Johann Gellings werd geboren in Amsterdam op 16 mei 1953. Zie ook alle tags voor Paul Gellings op dit blog.

 

 

La roche des fees

Schemerig tussen de bomen het beeld van wat
zich hier heeft voltrokken: een kracht
voorbij alles perste, perste, perste –
dit monument moest en zou uit de aarde!

Wat ooit wel begrepen zal zijn, want
heel licht trilt van binnen nog iets
als herinnering aan de dagen, waarop
aan haar voet overdadig gefeest werd.

Zoemend de middag, sjirpend de avond;
wanneer de stem van dit oeroude
land goed wordt verstaan, dan

valt samen met steen avontuur te
beleven. Van zang. Dans. Ranke
enkeltjes. Zaad in het gras.

 

 

Avallon

Waar karakter begint. Huizen langzaam
tegen een helling ontstaan. Steeds
dichter aaneengegroeid, terras voor
terras naar boven geklommen in

buurten zichzelf overschaduwend
tot vlak aan de vesting. Daar,
in de stilte van de eenzaamste
slaap, kraakt zonlicht in grind.

Smeult onder de platanen altijd nog
angst voor beleg en snelt schor
een klokslag voorbij om meteen

in het zwarte gat van een steeg
te verdwijnen. Karakter begint
waar de wereld zich opdringt.

 

 

Huwelijk

Wij proberen nu de tijd tussen twee
ringen in te klemmen, met bloed het
kind besmeurd, uitgewoond het grote
huis, een spinneweb door ons opnieuw

gespannen en voorzien van wingerd
op het zuiden. Een lange zomeravond
doorkruist hier de seizoenen, wij
leven binnen, buiten, door elkaar.

Haast is dan ook verre van geboden,
al glijden de dingen weg uit ons
bestaan: het kind allang gewassen

en op reis, terwijl wij achterblijven
met de vraag aan welke hand de ene
ring zich even bij de andere voegt.

 

2705357-44e7ff8093de54145518051fa816a7ee.jpg
Paul Gellings (Amsterdam, 16 mei 1953)

 

 

De Amerikaanse dichteres Adrienne Rich werd 16 mei 1929 geboren te Baltimore. Zie ook alle tags voor Adrienne Rich op dit blog.

 

 

Cartografieën van de Stilte

1.
Een gesprek begint
met een leugen. En iedere

spreker van de zogenaamde voertaal voelt
de ijsschots splijten, uit elkaar drijven

zogezegd machteloos, als vechtend
tegen een natuurkracht

Een gedicht kan
een leugen bevatten. En verscheurd worden.

Een gesprek kent andere wetten
laadt zichzelf op met zijn eigen

valse energie, kan niet verscheurd
worden. Infiltreert in ons bloed. Herhaalt zich.

Schrijft met zijn niet-terugkerende stylus
de isolatie die het ontkent.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 

2705357-0905b1a633a2c96761a2ad30001f401b.jpg
Adrienne Rich (16 mei 1929 – 27 maart 2012)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 16e mei ook mijn blog van 16 mei 2019 en ook mijn blog van 16 mei 2018.

Geschreven door Romenu om 16:47 Reageer op dit bericht

Judith Hermann, Michael Lentz

De Duitse schrijfster Judith Hermann werd geboren op 15 mei 1970 in Berlijn-Tempelhof. Zie ook alle tags voor Judith Hermann op dit blog.

Uit: Sommerhaus, später (Rote Korallen)

„Mein erster und einziger Besuch bei einem Therapeuten ko-stete mich das rote Korallenarmband und meinen Geliebten. Das rote Korallenarmband kam aus Rußland. Es kam, genauer gesagt aus Petersburg, es war über hundert Jahre alt meine Urgroßmutter hatte es ums linke Handgelenk getragen, meinen Urgroßvater hatte es ums Leben gebracht Ist das die Geschichte, die ich erzählen will? Ich bin nicht sicher. Nicht wirklich sicher:
Meine Urgroßmutter war schön. Sie kam mit meinem Urgroßvater nach Rußland, weil mein Urgroßvater dort Öfen baute für das russische Volk. Mein Urgroßvater nahm eine große Wohnung für meine Urgroßmutter auf der Petersburger Insel Wassilij Ostrow. Die Insel Wassilij Ostrow wird um-spült von der kleinen und von der großen Newa, und wenn meine Urgroßmutter sich in der Wohnung auf dem Malyl-Prospekt auf ihre Zehenspitzen gestellt und aus dem Fenster geschaut hätte, so hätte sie den Fluß sehen können und die große Kronstädter Bucht Meine Urgroßmutter aber wollte den Fluß nicht sehen und nicht die Kronstädter Bucht und nicht die hohen, schönen Häuser des Malyj-Prospekts. Meine Urgroßmutter wollte nicht aus dem Fenster hinaussehen in eine Fremde. Sie zog die schweren, roten samtenen Vorhänge zu und schloß die Türen, die ‘Teppiche verschluckten jeden Laut, und meine Urgroßmutter saß auf den Sofas, den Sesseln, den Himmelbetten herum und wiegte sich vor und zurück und hatte Heimweh nach Deutschland. Das Licht in der großen Wohnung auf dem Malyj-Prospekt war ein Dämmer-licht, es war ein Licht wie auf dem Grunde des Meeres, und meine Urgroßmutter mag gedacht haben, daß die Fremde, daß Petersburg, daß ganz Rußland nichts sei als ein tiefer, dämmeriger Traum, aus dem sie bald erwachen werde.
Mein Urgroßvater aber reiste durchs Land und baute Öfen für das russische Volk. Er baute Schachtöfen und Röstöfen und Flammöfen und Fortschaufelungsöfen und Liver-mooreöfen. Er blieb sehr lange fort. Er schrieb Briefe an meine Urgroßmutter, und wenn diese Briefe kamen, zog meine Urgroßmutter die schweren, roten samtenen Vor-hänge an den Fenstern ein wenig zurück und las in einem schmalen Spalt von Tageslicht: Ich will dir erklären, daß der Hasenclever-Ofen, den wir hier bauen, aus Muffeln besteht, die durch vertikale Kanäle miteinander verbunden sind und durch die Flamme einer Rostfeuerung erhitzt werden — du erinnerst dich an den Gefäßofen, den ich in der Blomeschen Wildnis in Holstein baute und der dir doch damals ganz besonders gefallen hat — nun, auch bei dem Hasenclever-Ofen wird das Erz durch die Öffnungen in die oberste Muffel gebracht und … „

 

2705198-67ce633bfe1d71beace98714a766a0c1.png
Judith Hermann (Berlijn-Tempelhof, 15 mei 1970)

 

 

De Duitse dichter, schrijver, literatuurwetenschapper en musicus Michael Lentz werd geboren in Düren op 15 mei 1964. Zie ook alle tags voor Michael Lentz op dit blog.

 

Openlijke onrust

hou van een wederzijdse, langdurige
therapie?
ben jij een inclusie
te midden van vele inclusies
die elkaars zicht belemmeren?
dat op een onzichtbare dag
iemand die je totaal niet kent
de rest van je uitzicht wegneemt
en met het overlijdensbericht
wat doet eigenlijk
jouzelf bedoelt
en jij bent voor jezelf
volkomen onbekend, iemand
vormvast uitgeschakeld
een conservatieve rouwmug
een stil bevroren insect
geen leven, dus, alleen
voor voortplanting, maar
als ogenblik
en het ogenblik vertoeft aan een ketting
wat een imago –
je beweegt niet en je hoort
je beweging, is het dan zo
stil in het heelal?
je bent zo glossolalisch
zo volledig voor jezelf
van wederzijdse duur

 

Vertaald door Frans Roumen

 

2705198-512c6bdc9869f967294abb07b65e621e.jpg
Michael Lentz (Düren, 15 mei 1964)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 15e mei ook mijn blog van 15 mei 2025 en ook mijn blog van 15 mei 2022 en ook mijn blog van 15 mei 2021 en eveneens  mijn blog van 15 mei 2019 en ook mijn blog van 15 mei 2018 en ook mijn blog van 15 mei 2017 en ook mijn blog van 15 mei 2016 deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 16:55 Reageer op dit bericht

Opgevaren ten hemel (Nel Benschop), Kathleen Jamie

 

 

2705025-3094aae7fd089a897ecaa70412758347.jpg
De Hemelvaart door Jean Francois de Troy, 1721

 

 

Opgevaren ten hemel

Een wolk nam U weg voor hun ogen:
Uw werk voor het volk was gedaan;
Hun hart was onrustig, bewogen,
Toen zagen ze engelen staan.

Zij zagen Uw zeeg’nende handen,
De lucht leek een lichtende poort;
Ze voelden Uw stem in zich branden:
‘Ga heen en verkondig Mijn woord.’

Wel staarden zij lang nog naar boven:
(de liefde houdt vast tot het eind)
Maar wie in een weerzien geloven
Zien licht, als de zon niet meer schijnt.

En ik, Heer, hoewel ik mag weten
Dat Gij mij een woning bereidt,
Dat Gij op Uw troon gezeten,
Dat Gij mijn verdediger zijt,

Ik ben vaak zo klein van vertrouwen;
Gij zijt zo verheven, zo hoog;
Toch mag ik U eenmaal aanschouwen
Als Koning en Vriend – oog in oog!

 

2705025-64f8249df5b819eb87e1a070771629da.jpg
Nel Benschop (16 januari 1918 – 31 januari 2005)
De Kloosterkerk in Den Haag, de geboorteplaats van Nel Benschop

 

 

De Schotse dichteres Kathleen Jamie werd geboren op 13 mei 1962 in Currie, Edinburgh. Zie ook alle tags voor Kathleen Jamie op dit blog.

 

De studeerkamer

Maan,

hoezo betreed je
mijn studeerkamer 
als een rariteitenwinkel,
met lichte bezorgdheid 

de telescoop strelend
op het statief, de boeken,
de zoldertrap? Jij
die 's nachts opstaat, die

de onontkoombare wereld 
dichterbij brengt, een beetje,
bij je starende blik — waarom
vraag je 't aan mij? Wat van mij is

is van jou; maar je hebt die spullen 
net zo min nodig 
als een hert dat
graast op een open plek.

Maan, je door het werk uit-
geputte gezicht, helder
buiten, maakt me onrustig.
Ga alsjeblieft weg.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

2705025-bee4a400ee2f2cd2eac36415f12cf558.jpg

Kathleen Jamie (Currie, 13 mei 1962)

 

 

Zie voor de schrijvers van de 14e mei ook mijn blog van 14 mei 2025 en ook mijn blog van 14 mei 2019 en ook mijn blog van 14 mei 2018 en eveneens mijn blog van 14 mei 2017 deel 2.



Geschreven door Romenu om 16:28 Reageer op dit bericht

Sander Kollaard, Kathleen Jamie, Alexander Rybak

De Nederlandse schrijver Sander Kollaard werd geboren op 13 mei 1961 in Amstelveen. Zie ook alle tags voor Sander Kollaard op dit blog.

Uit: Einde verhaal

“Dit is mijn verhaal en dus mijn begin. In Zijn begin lag het einde al besloten maar laat ik meteen afstand nemen van een kinderachtige aanname – het idee van een onvermijdelijk verloop. Deze wereld kent geen onvermijdelijk verloop. Draai de klok terug en zet haar weer in gang en de uitkomst zal een andere zijn – niet volstrekt anders natuurlijk, maar anders. Wetenschappers hebben het over toeval of chaos of entropie, maar jargon is niet nodig. Denk aan losse eindjes, rafelrandjes, de steken die jullie altijd laten vallen. Denk aan vergeetachtigheid en slijtage en verval. Denk aan dwars en scheef, inval en impuls, craquelé, barsten en scheuren. Denk aan jullie dna, zo stipt, maar desondanks niet in staat tot een vlekkeloze kopie – en dat is maar goed ook want zonder foutjes hier en daar zouden jullie er nooit zijn geweest. Denk aan Heraclitus en de rivier waar je nooit twee keer in kunt stappen, in een dubbele betekenis, want zowel jij als de rivier zijn die tweede keer niet wat ze waren – en hetzelfde geldt voor een rondje hardlopen in het park, een maaltje stamppot boerenkool of een spelletje kiekeboe met je jongste kind. Of denk simpelweg aan de anonieme stukken grond die in elke stad te vinden zijn, plekken die uit het planologisch oog verloren zijn, kleine jungles van verwilderde struiken en roestig hekwerk en een vergeten stapel zand en de geur van kleine kadavers, het niemandsland en iedersland waar jullie kinderen zo graag spelen, voor even bevrijd van volwassenen en hun onbegrijpelijke orde.
Deze wereld kent geen onvermijdelijk verloop. Wat die Eindtijd betreft zullen we dus nog wel zien. Wat ze tot nu toe heeft gebracht is een tafereel van ontregeling, van overstromingen en kou, van honger, paniek en volksverhuizingen, en van incidentele ongerijmdheden om het er allemaal nog eens goed in te wrijven – zoals de paradijsvogel die ik op het dak van de koetsenstalling zag zitten, de kleuren flets in het schaarse licht, het petje van verse sneeuw een tikje belachelijk. Al die chaos is angstaanjagend genoeg maar nog altijd herkenbaar. We hebben nog geen sterren gezien die naar de aarde vallen, geen bloedrode maan of zwarte zon, geen apocalyptische ruiters, geen hoer van Babylon, geen Laatste Oordeel, geen hemels Jeruzalem met straten van goud, of wat er verder ook aan spektakel in Zijn verhaal te vinden is.”

 

2704905-22c55e1de2dd8091f5b9df54fc665dd4.jpg
Sander Kollaard (Amstelveen, 13 mei 1961)

 

 

De Schotse dichteres Kathleen Jamie werd geboren op 13 mei 1962 in Currie, Edinburgh. Zie ook alle tags voor Kathleen Jamie op dit blog

 

 Het doosje

In welke rivier zwom de vis
die een haak aan een lijn aanzag voor een vlieg
en zo zijn laatste adem uitblies, zodat een zilveren mes
zijn nog verse, onkruidgroene huid
van zijn vlees kon snijden, om te bewaren
en vervolgens voorzichtig om dit kleine doosje te wikkelen,
dat de dokter zijn
aderlatingsmes bevat, en het scherpe
dat hij nu tegen je binnenarm drukt,
zodat een simpele beweging een ader kan openen

 

Vertaald door Frans Roumen

 

2704905-0a7e9a6f4903a98bbd415f5bb4e74e14.jpg
Kathleen Jamie (Currie, 13 mei 1962)

 

 

De Noorse violist, zanger, componist, acteur en schrijver van Wit-Russische afkomst Alexander Igorjevitsj Rybak werd geboren in Minsk, Sovjet-Unie, op 13 mei 1986. Alexander viert vandaag zijn 40e verjaardag. Zie ook alle tags voor Alexander Rybak op dit blog.

Uit: Trolle og den magiske fela [Trolle and the Magic Fiddle]

Stjernen vår

Nar alt er morkt og tomt
Og hjertet grater stumt
Se opp, der skinner stjernen var
Og leger alle sar

Se, den skinner kun for oss
Der vakner hver en blomst
Og snart vil morket svinne hen
Jeg er hos deg min venn

Det var en gang en tid
Da hapet var forbi
De skjov meg vekk gang pa gang
Jeg flyktet fra meg selv
Jeg hadde ingen valg

For sent for meg a snu
Men sa en dag kom du
Og vekket alle hap igjen
Du kalte meg din venn

Hva enn som hender meg
Jeg glemmer aldri deg
Og ingen fjell far skille oss
Var stjerne viser vei
Og snart vil morket svinne hen
Jeg er hos deg min venn

 

Our Star

Alva:
When when it feels dark and heavy on your soul
And the heart cries silently
Look up, our star is shining there
And heals all wounds

Look, it only shines for us
Flowers awakens everywhere
And the darkness will soon fade away
I’m with you, my friend

Trolle:
There once was a time
When hope was over
They pushed me away again and again
I fled from myself
I had no choice

Too late for me to turn back
But then one day you came
And woke all hope again
You called me your friend

Trolle and Alva:
Whatever happens to me
I’ll never forget you
And no mountain can keep us apart
Our star shows us the way
And the darkness will soon fade away
I’m with you, my friend

 

Vertaald door Mónika Menyhért

 

2704905-01bb37675dfbc0138a0b62df2d40471e.png
Alexander Rybak (Minsk, 13 mei 1986)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 13 mei ook mijn blog van 13 mei 2023 en ook mijn blog van 13 mei 2022 en ook mijn blog van 13 mei 2020 en eveneens mijn blog van 13 mei 2019 en ook mijn blog van 13 mei 2018 deel 1 en eveneens deel 2.



Geschreven door Romenu om 17:46 Reageer op dit bericht

Libris Literatuur Prijs 2026 voor Bert Natter

Libris Literatuur Prijs 2026 voor Bert Natter

De Nederlandse schrijver Bert Natter heeft de Libris Literatuur Prijs gekregen voor zijn roman “Aan het einde van de oorlog”.Zie ook alle tags voor Bert Natter op dit blog.

Uit: Aan het einde van de oorlog

“CHRISTINE BIJ DE KAPPER IN HET STADJE Christine sluit haar ogen, vooral om niet steeds in de spiegel de gedienstige kapper te hoeven zien. Een mankepoot. Als ze haar ogen sluit, lijkt het net of ze thuis is. Daar heeft ze er eentje die zich met soortgelijk gebonk door het leven beweegt.
Vanochtend aan de ontbijttafel vroeg ze haar echtgenoot of het niet verstandig was de jongens thuis te houden, vanwege het gerommel, dat sinds zonsopgang steeds luider leek te worden.
“Hoezo?” vroeg hij met volle mond, niet eens opkijkend van het rapport dat hij doorbladerde. Hij nam een slok thee en spoelde een hap brood weg.
“Vanwege de Russen: Het was de tweede keer dat ze het onderwerp aansneed. Vanmorgen vroeg wilde ze alleen bij haar echtgenoot schuilen, maar nu… nu verwachtte ze antwoorden en actie.
“Jij met je Russen..: zei hij zacht ‘Ik heb je toch gezegd dat ze..”
‘Ik ben niet gek. Mijn hart zegt dat mijn jongens als ze uit school komen beter binnen kunnen blijven. En we moeten hier weg.”
Haar echtgenoot zette zijn kop op tafel. ”Die jongens gaan vanmiddag gewoon naar buiten. Een gezonde geest in een gezond lichaam. En wij blijven. Ik kan toch niet als… als kapitein het schip verlaten.”
Op z’n hoogst is hij tweede stuurman, maar dat zei Christine niet, ze zuchtte alleen diep.
“Misschien moeten ze dat kettinkje afdoen” zei hij even later, terwijl hij van tafel opstond. ”Het kamp komen ze helemaal niet meer binnen.”
“Nee, laat ze alsjeblieft dat kettinkje omhouden”.
“Wat jij wilt.” Hij draaide zich van haar af, naar de piano, waar hij midden in de nacht nog op had zitten oefenen, tot wanhoop van haar. ‘Ik heb te veel aan mijn hoofd voor dit soort vermoeiende gesprekken. Vanavond moet ik spelen… Goed, ze houden het kettinkje om en als ze uit school komen, gaan ze buiten spelen, ze weten heel goed waar de grens van hun speelterrein ligt en jij ziet erop toe dat ze op tijd thuis zijn, zodat je erbij kunt zijn vanavond.”
Boink-stap, boink-stap, daar komt de kapper weer aan, met een ronde spiegel in een houten lijst. Net als hij die omhooghoudt, zodat Christine haar kapsel van achter kan zien, grijpt de man onder de kreet “Mijn been!” naar zijn houten poot.
De spiegel valt in stukken op de vloer.”

 

2705029-51dbe3e8ae3b75a72e4c5e03efdf38e3.jpg
Bert Natter (Baarn, 19 januari 1968)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten